Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen?"

Transcriptie

1 Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen? I I I I NIVRA-Nijenrode doctoraal Infonnation Management Afstudeerrichting Accountancy P.J.M. Weustink: Studentnummer: Eerste examinator: L.H. Stonn van ' s Gravesande RA Tweede examintor: drs. J. Maat Vakgroep: Externe Verslaggeving Datum verdediging: 15 juni 1999

2 Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen? Pau\ Weustink Inhoudsopgave \. 1. INLEIDING INLEIDING TOT DE PROBLEEMSTELLING... : PROBLEEMSTELLING WERKWUZE FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN IN HET ALGEMEEN INLEIDING NON-PROFITORGANISATlES Definiëring van non-profitorganisaties... '" Indeling non-profitorganisaties FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Definiëringfondsenwervende instellingen Indeling vanfondsenwervende instellingen Doelstellingen van fondsenwervende instellingen Fondsenwerving CENTRAAL BUREAU FONDSENWERVING Historie Centraal Bureau Fondsenwerving Taken van het Centraal Bureau Fondsenwerving Beoordeling door het Centraal Bureau Fondsenwerving FUND ACCOUNTING WET- EN REGELGEVING INLEIDING VERSLAGGEVING DOOR FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Inleiding wet- en regelgeving Wet- en regelgeving voor fondsenwervende instellingen De Richtlijn FW Eigen vermogen volgens de Richtlijn FW Functies van het eigen vermogen VERSLAGGEVING IN HET BUITENLAND Verenigd Koninkrijk Inleiding..., Eigen vennogen volgens the Charities SORP De balans van een charity Fondsen van een charity De statement of fmancial activities Verenigde Staten Inleiding Eigen vennogen volgens SFAS Canada Inleiding Verslaggevingsmethoden volgens het CICA Handbook Eigen vennogen volgens het CICA Handbook VERGELIJKING NEDERLAND EN BUITENLAND EIGEN VERMOGEN IN DE PRAKTIJK INLEIDING ONDERZOEK VAN DE JAARREKENINGEN Selectie van de onderzochtejaarrekeningen Functies van het eigen vermogen Bevindingen ten aanzien van defoncties van het eigen vermogen Overige bevindingen VERGELIJKING MET WET-EN REGELGEVING EN CONCLUSIES Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 2

3 5. FUNCTIES VAN HET EIGEN VERMOGEN INLEIDING VERSLAGGEVING DOOR FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Doelstelling verslaggeving door fondsenwervende instellingen Fund accounting bij fondsenwervende instellingen BEGRIPSBEPALING EIGEN VERMOGEN Saldopost van activa en passiva "De capaciteit", "de kracht" en "hetgeen ter beschikking staat. " FUNCTIES VAN HET EIGEN VERMOGEN Buffer ingeval van tegenslag Performance van bestuur van de onderneming Garantiefunctie Meetpunt voor uitkeringspotentieel EIGEN VERMOGEN VAN FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Onderscheidenfuncties Vergelijking met wet- en regelgeving Vergelijking met praktijkonderzoek Vergelijking met nieuwe richtlijn VOORLOPIGE CONCLUSIES SAMENVATTING SAMENV ATI1NG WERKWIJZE SAMENV A TI1NG CONCLUSIES LITERATUURLIJST BIJLAGEN BIJLAGE 1: VOORGESCHREVEN MODELLEN IN NEDERLAND BIJLAGE 2: VOORGESCHREVEN MODELLEN IN HET VERENIGD KONINKRIJK BIJLAGE 3: VOORGESCHREVEN MODELLEN IN DE VERENIGDE STATEN BIJLAGE 4: VOORGESCHREVEN MODELLEN IN CANADA BIJLAGE 5 : VOORGESCHREVEN MODELLEN IN NEDERLAND BIJLAGE 6: GESELECTEERDE JAARREKENINGEN PRAKTIJKONDERZOEK BIJLAGE 7: FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN MET CBF-KEUR Afstudeerscriptie NivralNijenrode 3

4 1. Inleiding 1.1 Inleiding tot de probleemstelling Jaarlijks geven Nederlandse bedrijven, particulieren en overheden vele miljoenen guldens aan goede doelen. Het geld wordt gegeven om te besteden aan de bestrijding van honger in gebieden waar extreme droogte heerst, natuurrampen hebben plaatsgevonden of oorlog is alsmede voor bijvoorbeeld onderzoek naar ziekten zoals kanker, hart- en vaatziekten, astma, etcetera. De gelden worden gegeven aan fondsenwervende instellingen (FWI' en), die voor (één van) deze goede doelen zijn opgericht. Elke FWI heeft een bepaalde doelstelling waaraan dit geld wordt besteed (en waarvoor het door de gevers ook wordt verstrekt). Bekende FWI' en zijn onder anderen het Wereld Natuur Fonds, Unicef, De Nederlandse Hartstichting. Ultimo 1998 was er in Nederland weer volop aandacht in de media voor FWI' en. Zo was er een grote televisie-actie voor de slachtoffers van de orkaan Mitch in Midden Amerika en verschenen in diverse dag- en weekbladen artikelen over de baten (ontvangen giften) en lasten in Dagblad De Gelderlander vermeldde dat de gevers veelvuldig wisselen tussen de goede doelen. Panorama en de Consumentengids besteedden aandacht aan de ontvangen bedragen in 1997 door FWI'en en de toegenomen "concurrentie" op de Nederlandse chari-markt door buitenlandse FWI'en. Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) verzamelt jaarlijks zoveel mogelijk gegevens van FWI' en in Nederland. In haar jaarverslag geeft het CBF de door haar verzamelde gegevens van FWI'en weer, zoals naam, doel, juridische vorm en inkomsten uit fondsenwerving. Volgens het Verslag Fondsenwerving 1997 (CBF, 1998Q), pagina 6) zijn de totaalcijfers over 1997 van 334 FWI'en als volgt: Baten uit tiigenfondsenwerving' Kosten eigen fondsenwerviîlg - Netto resu(taatyeï'kópen3 cc Resultaateig;" rorids~n~~rvf~g Resultaafovengé irikörnsten -.,:" --_c Totaal b-eschikbaarvoorde doelstelling Besteed-wlit dê~oelsièllu1~èn ~- _.. - -~~-- * f : cc % 14,1 :/92,6 De gegevens betreffen de opgaven van 334 FWI'en. In het jaarverslag van 1996 vermeldt het CBF (1997, pagina 24) dat er circa 554 FWI'en zijn die door haar zijn aangeschreven. Hierop is in 1996 door 322 FWI'en gereageerd. In 1997 vermeldt het CBF alleen de 334 instellingen die gereageerd hebben. Bovenstaande bedragen zullen derhalve nog hoger zijn als rekening wordt gehouden met de instellingen die niet gereageerd hebben. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt hebben de FWI' en uit eigen fondsenwerving ruim f 1,4 miljard opgehaald. Hiervoor hebben zij f 203 miljoen kosten gemaakt (=14,1 % van de baten uit eigen fondsenwerving). Dit betreft enkel de kosten ten behoeve van het verkrijgen van de gelden en derhalve niet de overige kosten van de eigen organisatie en kosten van voorlichting in het kader van de doelstelling, hetgeen op zich ook een doelstelling van de FWI kan zijn. Inclusief de overig inkomsten is totaal Afstudeerscriptie NivrafNijenrode 4

5 Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen? voor de doelstelling beschikbaar ruim f 2,7 miljard. Hiervan is uiteindelijk f 2,5 miljard aan de doelstelling besteed (=92,6%). Het restant van f 201 miljoen resteert derhalve als exploitatiebate en is vermoedelijk aan het eigen vermogen toegevoegd. De meeste FWI'en stellen jaarlijks eenjaarrekening op conform de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen (Richtlijn FW). In de jaarrekening is een staat van baten en lasten opgenomen, waarin zij de ontvangen en bestede gelden verantwoorden. De ontvangen gelden worden in het jaar van ontvangst direct of indirect (bijvoorbeeld het pand waarin de FWI is gevestigd) gebruikt voor goede doelen of worden toegezegd voor latere jaren of "bewaard" om op een later tijdstip te worden besteed aan de goede doelen. De ontvangen gelden leidden derhalve tot activa en verplichtingen in de balans, alsmede tot een resterend saldo van activa en verplichtingen; het eigen vermogen. Indien in enig jaar meer geld wordt ontvangen dan aan de doelstelling wordt besteed of toegezegd, resteert een positief exploitatiesaldo, dat aan het eigen vermogen zal worden toegevoegd. Gezien het feit dat FWI'en het geld krijgen van de gevers teneinde aan een bepaald doel te besteden is het de vraag of er sprake is van eigen vermogen. Het geld wordt gegeven aan de FWI ten behoeve van het doel van deze instelling. De gevers verwachten dat de instelling het geld dan ook zal besteden aan de doelstelling. De kernfunctie van FWI'en is volgens Oosterom (1989, pagina 382) het verkrijgen van gelden teneinde deze te besteden aan de geformuleerde doelstelling van de FWI' en. De fondsenwerver vormt volgens Oosterom als het ware een intermediair tussen de vele gevers van geld en de instanties of mensen waar het geld uiteindelijk terechtkomt (de goede doelen). Hij stelt dat het begrip eigen vermogen van FWI discutabel is, voor zover al sprake is van eigen vermogen. De gever/donateur stelt geld beschikbaar om te besteden aan het goede doel. Daarom stelt hij dat bij eigen vermogen ook wel gesproken zou kunnen worden van "nog aan de doelstelling te besteden gelden". Hoogendoorn (1993, pagina 666) geeft als verschil tussen ondernemingen en organisaties zonder winstoogmerk, waartoe ook FWI' en worden gerekend, dat het eigen vermogen bij ondernemingen een weergave is van de financiële positie en bij OZW's eerder een weergave van een overschot op de exploitatie. Deze stelling werd al eerder vermeld door Bindenga (1988, pagina 217). De Richtlijn FW is opgenomen in de bundel "Richtlijnen voor de jaarverslaggeving" die wordt uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ). In de RJ-bundel is tevens opgenomen het Stramien, zoals uitgegeven door het International Accounting Standards Committee (IASC). Het IASC is een internationale organisatie, waarbij ook het Nederlands Instituut voor Register Accountants (Nivra) is aangesloten, en die tracht te komen tot uniforme regelgeving voor de aangesloten landen. Het Stramien bevat een uiteenzetting van de begrippen die ten grondslag liggen aan de opstelling en vormgeving van jaarrekeningen en vormt de basis voor de door het IASC op te stellen standaards. De in de RJ-bundel opgenomen richtlijnen worden door de RJ aan het Stramien en de richtlijnen van het IASC getoetst. De richtlijnen dienen in overeenstemming te zijn met het IASC tenzij omstandigheden of wetgeving in Nederland afwijking rechtvaardigen, hetgeen door de RJ in de bundel zal worden vermeld. Het eigen vermogen wordt volgens het Stramien (RJ, 1998, pagina 63) gedefinieerd als "het overblijvend belang in de activa van de onderneming na aftrek van al haar vreemd vermogen." Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 5

6 1.2 Probleemstelling Naar aanleiding van vorenstaande is de volgende probleemstelling geformuleerd: Welke functie(s) heeft het eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen? En op welke wijze kan hierover, gegeven de functie(s) in de jaarrekening(en) van FWI'en, het beste verslag worden gedaan? 1.3 Werkwijze Deze nota zal, zoals uit de probleemstelling blijkt, handelen over het eigen vermogen van FWI' en. Alvorens dieper op het eigen vermogen in te gaan, zal in hoofdstuk 2 eerst worden ingegaan op FWI' en en hun positie binnen de non-profit organisaties. Tevens zal worden stilgestaan bij het CBF en Fund Accounting, aangezien fund accounting een belangrijk onderdeel is van de regelgeving in een aantal van de in hoofdstuk 3 behandelde landen. Tevens komt door fund accounting aan de orde of het gaat om het gehele eigen vermogen of een gedeelte daarvan. In hoofdstuk 3 wordt de wet- en regelgeving die voor FWI' en in Nederland van toepassing is behandeld, waarbij de functies van het eigen vermogen op grond van deze regelgeving zullen worden aangegeven. Hierbij zal tevens de regelgeving voor FWI' en in een aantal nader gespecificeerde landen worden behandeld, waarbij de in deze regelgevingen te onderscheiden functies van het eigen vermogen zullen worden vergeleken met die in Nederland zijn onderscheiden. Mogelijkerwijze kan in deze regelgevingen een aantal functies of handelwijzen worden onderscheiden, die in de Nederlandse situatie kunnen worden gehanteerd. In hoofdstuk 4 zal aan de hand van een onderzoek van jaarverslagen over 1997 van FWI' en worden vastgesteld welke functies van het eigen vermogen in de praktijk zijn te onderscheiden, hoe daar verslag over wordt gedaan en waarbij een vergelijking met de in hoofdstuk 3 behandelde weten regelgeving zal worden gemaakt. In hoofdstuk 5 zal ik aangegeven welke functies ten aanzien van het eigen vermogen door mij zijn onderscheiden en op welke wijze door FWI'en in hunjaarverslaggeving daarover het beste verslag kan worden gedaan, gegeven de huidige wet- en regelgeving en de praktijk. Tot slot volgen in hoofdstuk 6 een samenvatting alsmede de conclusies die naar aanleiding van vorenstaande kunnen worden getrokken. Afstudeerscriptie NivralNijenrode 6

7 Eigen vennogen bij fondsen wervende instellingen? 2. Fondsenwervende instellingen in het algemeen 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zullen de FWI' en in het algemeen worden besproken. Aangezien FWI' en tot de non-profitorganisaties worden gerekend, zullen eerst de non-profit organisaties in het algemeen nader worden gedefinieerd en zal een indeling worden gemaakt van non-profit organisaties. Daarna zullen de FWI' en nader worden toegelicht, hun doeleinden en zal hun plaats binnen de non-profit organisaties worden vastgesteld. Daarna zal worden stilgestaan bij het ebf, die als koepel-organisatie een belangrijke invloed heeft gehad en nog steeds heeft op de verslaggeving door FWI' en. Tenslotte zal aan het eind van dit hoofdstuk worden stilgestaan bij een specifiek onderwerp, namelijk fund accounting, om redenen zoals in paragraaf 1.3 uiteengezet. 2.2 Non-profitorganisaties Definiëring van non-profitorganisaties Om organisaties in de samenleving nader te rangschikken kan een indeling worden gemaakt in pro fit- en non-profitorganisaties. De Amerikaanse Financial Accounting Standards Board (FASB) geeft in haar Statement of Financial Accounting Standards No. 117 (welke in hoofdstuk 3 aan de orde komt) de volgende drie kenmerken die een not-for-profit organization van een business enterprise onderscheiden: a) contributions of significant amounts of resources from resource providers who do not expect commensurate or proportionate pecuniary return; b) operating purposes other than to provide goods or services at a profit; c) absence of ownership interests like those of business enterprises. Deze kenmerken leidden ertoe dat er bepaalde transacties plaatsvinden die niet voorkomen bij naar winst strevende organisaties. Dit betreffen de zogenaamde nonreciprocal transactions; vermogensoverdrachten met éénrichtingsverkeer. Herremans (1993, pagina 14) stelt dat vorenvennelde indeling van de FASB te eng is geformuleerd. Bepaalde organisaties die worden ingedeeld bij de organisaties zonder winstoogmerk (OZW's; deze term voor non-profitorganisaties wordt hierna gehanteerd) ontvangen financiële middelen waarbij de verstrekker wel een bepaalde tegenprestatie verlangt, zoals bij nutsbedrijven en ziekenhuizen. Deze worden op grond van de definitie ván het F ASB echter niet als een OZW aangemerkt. Ook stelt Herremans dat de formulering van het F ASB hoofdzakelijk ontkennend is geformuleerd, zodat alleen wordt aangegeven wat een OZW niet is. Een belangrijk element, namelijk het leveren van goederen en diensten teneinde een bepaald maatschappelijk nut te creëren, komt in de fonnulering van het F ASB niet naar voren. Herremans (1993, pagina 16) geeft daarom een definitie van een OZW volgens het Limperg Instituut die aan deze bezwaren tegemoet komt. Deze definitie luidt als volgt: "een organisatie wnder winststreven is een uitvoerende organisatie niet gericht op het behalen van een positief resultaat uit dienstverlening maar gevonnd voor sociale, culturele, educatieve of filantropische doeleinden, welke gefinancierd wordt met gelden afkomstig van leden, afnemers, schenkers enlof collectieve middelen en welke een particulier althans privaatrechtelijk karakter bezit." Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 7

8 PaulWeustink Deze definitie geeft een vrij duidelijk beeld van wat men zich bij een OZW moet voorstellen. Daarnaast komt in de definitie naar voren het diverse karakter van OZW's, mogelijke doelstellingen alsmede een aantal soorten middelenverschaffers die bij de financiering een rol spelen. De definitie van FWI' en, zoals hierna nog zal blijken, sluit in belangrijke mate op deze definitie aan. De definitie van OZW's volgens het Limperg Instituut zal derhalve in deze scriptie worden gevolgd Indeling non-profitorganisaties De (non-profit)organisaties kunnen volgens Aukes (1996, pagina 21) weer nader worden ingedeeld naar diverse mogelijkheden, zoals naar doelgroep (bijvoorbeeld leden, cliënten) en naar het al dan niet bestaan van een winststreven. Anthony (ontleend aan Aukes, 1996, pagina 22) stelt dat het bestaan van een winststreven moeilijk te operationaliseren is en stelt voor de OZW' s te onderscheiden naar herkomst van de financieringsmiddelen, welke indeling betere aanknopingspunten biedt voor de externe verslaggeving. Dit onderscheid leidt tot de volgende indeling: ~Profit organisatie Type A Non-profit organisatie TypeB " Non-profit organisatie Type A betreffen organisaties waarvan de financiële middelen geheel of grotendeels bestaan uit de opbrengsten van goederen of diensten die door middel van ruiltransacties op een markt worden gerealiseerd. Type B betreffen organisaties die een belangrijk deel van de inkomsten verkrijgen uit andere bronnen dan de verkoop van goederen en diensten bijvoorbeeld door subsidiëring door de overheid of uit particuliere bronnen (schenkingen, contributies, en dergelijke). De type A organisaties vertonen grotere overeenkomsten met naar winst strevende organisaties, aangezien ook zij voor hun inkomsten onderhevig zijn aan de krachten van de markt. Het verschil is dat bij profitorganisaties een hogere winst wordt gezien als een betere prestatie, terwijl dit in het geval van type A organisaties niet geldt. In het geval van type B organisaties is niet of nauwelijks sprake van verkoopopbrengsten en ontbreekt voor de inkomsten de toets van de markt. De binnenkomende geldstroom is niet gebaseerd op de omvang van de dienstverlening, maar omgekeerd. Hoogendoorn (1993, pagina 662) stelt dat de OZW's de noodzakelijke (fmancierlngs) middelen moeten verkrijgen om hun activiteiten uit te kunnen voeren. Deze middelen kunnen zij krijgen door een prijs in rekening te brengen aan afnemers (eigen opbrengsten; type A) of doordat middelen beschikbaar worden gesteld zonder dat daar directe tegenprestaties tegenover staan (bijdragen om niet; type B). Daarnaast kunnen OZW's beide soorten middelen verkrijgen. Doordat zich in werkelijkheid mengvormen voordoen en er sprake is van geleidelijke overgang van opbrengstenverwervend naar bestedingsgericht leidt dit tot de volgende indeling: '.. OZW's met eigen OZW's met eigen OZW's met over- OZW's met bijdragen opbrengsten zonder opbrengsten en wegend bijdragen om om niet zonder eigen bijdragen om niet daarnaast bijdragen niet en daarnaast eigen opbrengsten om niet opbrengsten.,-... OpbrengstverwervendeO~Wls';,':: Bestedingsgerrchte OZW's - - ~-- -~--; ~~ " _c - - Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 8

9 Pau\ Weustink Op basis van de herkomst van de financieringsmiddelen waarbij uitgegaan wordt van het onderscheid opbrengstverwervend en bestedingsgericht kunnen OZW's in vier categorieën worden ingedeeld. Dit biedt de mogelijkheid om de FWI' en nader te onderscheiden en in te delen naar één van de categorieën. 2.3 Fondsenwervende instellingen Definiëring fondsenwervende instellingen Onder een FWI verstaat het CBF (1997, pagina 15) "stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die voor realisering van charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemene nut beogende doelstellingen een beroep doen op de publieke offervaardigheid. De verkregen gelden dienen vrijwillig te worden afgestaan en op generlei wijze een tegenprestatie te zijn voor geleverde goederen of bewezen diensten. Evenmin kunnen er rechten aan worden ontleend." Izeboud (1997, pagina 1092) geeft als definitie van een FWI "een (niet op winst gerichte) particuliere organisatie die qua doelstelling gericht is op het leveren van goederen en/of diensten ten behoeve van het bevorderen van een maatschappelijk nut, en die voor het realiseren van haar doelstelling een beroep doet op de publieke offervaardigheid. De bijeengebrachte gelden zijn door het publiek vrijwillig afgestaan, vonnen geen of geen evenredige tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten en er kunnen geen rechten voor zorg of hulp aan ontleend worden." Een onderscheid tussen deze definities is dat Izeboud tot uitdrukking laat komen dat de doelstelling van een FWI is gericht op het verrichten van activiteiten (het leveren van goederen en diensten) die bijdragen aan het maatschappelijk nut. Dit is volgens Izeboud dan ook de kernfunctie van een FWI. Daarnaast geeft Izeboud nog aan dat de FWI' en niet op winst zijn gericht. Deze definitie sluit aan op de hiervoor vennelde definitie van OZW's. De definitie van Izeboud zal in het kader van deze scriptie worden gevolgd. Op grond van vorenstaande en in navolging van lzeboud kunnen de belangrijkste kenmerken/activiteiten van FWI' en als volgt worden samengevat: realiseren van bepaalde, het algemene nut beogende, doelstellingen; het verkrijgen van gelden om niet, met andere woorden: fondsenwerving. Nadat in de volgende paragraaf de indeling van FWI' en is gemaakt zullen deze twee kenmerken nader worden toegelicht Indeling van fondsenwervende instellingen Indien de definitie van FWI' en van lzeboud wordt vergeleken met de definitie van OZW's volgens het Limperg Instituut blijken deze op de volgende punten overeen te komen. Beide organisaties zijn volgens de defmities: een particuliere organisatie; niet op winst gericht, maar op het nastreven van bepaalde (het maatschappelijke nut beogende) doeleinden; en verkrijgen fmanciële middelen van het publiek. Op grond van deze vergelijking is duidelijk dat de FWI' en tot de OZW' s kunnen worden gerekend. Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 9

10 Eigen vermogen bij fondsen wervende instellingen? Zoals in paragraaf is aangegeven kunnen de OZW's in vier categorieën worden onderverdeeld, waarbij een hoofdindeling is gemaakt naar opbrengstenverwervend en bestedingsgericht. Aangezien de ontvangen gelden van de FWI' en volgens de definitie door het publiek vrijwillig zijn afgestaan zonder dat hier een tegenprestatie tegenover staat kan worden gesteld dat de FWI' en hun bijdragen om niet verkrijgen. De verkregen middelen gebruiken zij om de activiteiten uit te voeren om hun doelstellingen te bereiken. Zij zijn derhalve bestedingsgericht. Zowel Hoogendoorn (1993, pagina 665) als Herremans (1993, pagina 25) stellen dat de FWI'en geen eigen opbrengsten hebben en delen de FWI' en om vorenvermelde redenen dan ook in bij de bestedingsgerichte OZW's met enkel bijdragen om niet (kolom 4). In paragraaf 1.1 is vermeld dat de totale inkomsten van FWI'en over 1997 f 2,872 miljard hebben bedragen. Hiervan hebben betrekking op "eigen" inkomsten: Soort inkomst. EIgen loterijen, eteetera Eigen verkopen ~netto Beleggmgsrestiltaten Totaal Inkomsten * / In % van totale inkomsten % 0,6 1,2 7,5 9,3 Mijns inziens kan worden gesteld dat FWI' en wél eigen opbrengsten hebben. Om de beleggingsresultaten als eigen opbrengsten aan te merken is echter discutabel, aangezien gelden die ontvangen zijn en die zijn gereserveerd om aan een goed doel te besteden, tijdelijk zijn belegd. Er is in feite sprake van opbrengsten van "andermans" geld. Als de beleggingsresultaten echter buiten beschouwing worden gelaten, zijn de eigen opbrengsten minimaal (nog geen 2% van de totale baten), zodat indeling in kolom 4 derhalve terecht is. De indeling van FWI' en naar één van de categorieën OZW' s is van belang met name ten aanzien van de verslaggeving. Herremans geeft een aantal doelstellingen van de verslaggeving die van belang zijn voor OZW's en koppelt deze aan de vier soorten OZW's. Daarbij stelt Herremans (1993, pagina 43) dat naarmate een OZW meer bestedingsgericht wordt, meer soorten doelstellingen een rol gaan spelen in de externe verslaggeving Doelstellingen van fondsenwervende instellingen In het jaarverslag van het CBF zijn de doelstellingen van FWI' en ingedeeld naar vier hoofddoelen. Deze zijn weer verder onderverdeeld in twaalf doelgroepen. De vier hoofddoelen zijn onderstaand weergegeven, waarbij de baten uit eigen fondsenwerving over 1997 zijn vermeld. Hoofddoelen Baten uit eigen fondsenwerving * / ~ Voorbeelden van FWl'en Maatschappelijke doelçri. Volksgezondheid Natuu{eri milieu Kinderhuip Totaal Amnestylntemational 28 Astma Fonds 12 Wereld Natuur Fonds 6 Jàntje Beton -----roo Afstudeerscriptie NivralNijenrode 10

11 Per hoofddoel zijn vervolgens de volgende doelgroepen te onderscheiden: Maatschappelijke doelen. Ontwikkelingshulp. Maatschappelijke zorg M"ènseniechten.. Vluchtelingenhulp Slachtofferhulp 'èuituui Volksgezondheid Volksgezondheid Gehandicaptenzorg Blinden en slechtzienden Natuur en milieu Natuur en milieu Dierenbelangen Kinderhulp Kinderhulp FWI' en zijn volgens het CBF actief op de hiervoor vermelde gebieden en zorgen ervoor dat de door hen geworven gelden ten goede komen aan personen, instellingen of doelen die op deze gebieden hulp nodig hebben of bieden, zoals bijvoorbeeld noodhulpverlening bij rampen en het uitvoeren van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar de bestrijding van ziekten. Dit houdt in dat FWI' en óf gelden of goederen overdragen aan instellingen die daarmee de ergste nood ledigen óf onderzoek (laten) uitvoeren óf zelf dergelijke activiteiten uitvoeren door bijvoorbeeld te zorgen dat noodgoederen op de plaats van bestemming komen ófhet geven van voorlichting in het kader van de doelstelling Fondsenwerving Zoals in paragraaf 1.1 reeds vermeld zijn de door FWI' en verkregen gelden in twee verschillende groepen in te delen, namelijk gelden uit eigen fondsenwerving en overige inkomsten. De inkomsten van deze twee groepen bedroegen over 1997 f 1,44 miljard respectievelijk f 1,43 miljard. De overige inkomsten houden volgens het CBF (1997, pagina 5) geen verband met eigen fondsenwerving. De belangrijkste overige inkomsten betreffen overheidssubsidies, aandeel in acties van derden (met name uit loterijen) en resultaten uit beleggingen. Deze inkomsten worden om niet verkregen zonder dat de FWI hiervoor fondsenwervende activiteiten ontplooit. De FWI' en zijn voor een belangrijk deel van hun inkomsten (meer dan 50% in 1997) derhalve aangewezen op eigen fondsenwerving. Hiertoe voeren de FWI'en diverse (fondsenwervende) activiteiten uit. Deze activiteiten alsmede de bijbehorende inkomsten over 1997 zijn in de volgende tabel weergegeven. Fondsenwervende activiteiten Inkomsten I< f % Cóllecten 110 7,6 Mailing acties ,2. Nalatenschappen ,2 Giften en schenkingen ,7 Donaties ,1 Adopties ,4 Contributies 121 8,4.. Eigen loterijen, prijsvragen, etcetera 17 1,2 Overlge eigen activiteiten 4S 3,2 Totaal ,0 Afstudeerscriptie NivralNijenrode 11

12 Paul Weu stink 2.4 Centraal Bureau Fondsenwerving Historie Centraal Bureau Fondsenwerving In 1925 werd de Stichting Centraal Archief en Inlichtingenbureau Maatschappelijk Hulpbetoon voor Nederland opgericht. De doelstelling van deze stichting was (CBF, 1997, pagina 14): "tegengaan van misbruiken bij geldinzamelingen, steunaanvragen en dergelijke, uitgaande van onbetrouwbare of niet steunwaardige personen of instellingen en het bevorderen van den arbeid van bonafide instellingen, zulks in het bijzonder door het verschaffen van betrouwbare gegevens omtrent steunaanvragers." In 1963 werd de naam gewijzigd in Stichting Centraal Archief en Inlichtingenbureau en werd de doelstelling van de stichting: "het bevorderen dat de werving en de propaganda voor algemene doelen op aanvaardbare wijze plaatsvindt, zowel in het algemeen belang als in het belang van de betrokken instellingen." In 1978 werd de naam verkort tot Stichting Centraal Archief voor het Inzarnelingswezen. Aan de bestaande doelstelling werd toegevoegd: "de stichting zal slechts adviseren, wanneer de doeleinden zuiver humanitair zijn, zonder politieke doelen na te streven". In de loop der jaren is het spectrum van doelen waarvoor een beroep wordt gedaan op de vrijgevigheid van personen en bedrijven enorm verbreed. Deze doelen liggen op het terrein van maatschappelijk welzijn, volksgezondheid, cultuur, natuur- en dierenbescherming en de zorg voor het milieu. Daarbij verschoof de werving van gelden door middel van collectes en kansspelen naar girale fondsenwerving. Omdat ten aanzien van collecten en kansspelen een vergunningensysteem bestaat verminderde de mogelijkheid door deze verschuiving voor de gevers om inlichtingen te krijgen over hetgeen met het geld gebeurde. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen werd in 1989 de naam gewijzigd in Centraal Bureau Fondsenwerving en werd opnieuw de doelstelling aangepast. De doelstelling luidt thans (CBF, 1997, pagina 14): "het doel van de stichting is om te bevorderen dat de werving van fondsen door en voor charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende rechtspersonen, en de voorlichting die door hen in dat kader wordt gegeven, op verantwoorde wijze plaatsvindt." Taken van het Centraal Bureau Fondsenwerving Haar takenpakket omvat volgens het CBF (1997, pagina 15): onderzoek naar de steunwaardigheid van Nederlandse charitatieve instellingen die zich voor hun werving richten tot het algemeen publiek; documentatie; bevordering van inzichtelijke Gaar-)verslaggeving door de fondsen; advisering, onder meer van gemeenten bij de verlening van collectes; coördinatie, met name gericht op een ordelijke en verantwoordelijke gang van zaken binnen de fondsenwervende sector (onder meer door middel van beheer van het couecterooster en de bijdrage aan de zogenaamde RTV -steun; tegengaan van misbruik; informatieverstrekking aan het publiek en samenwerking met de media. Concreet heeft het CBF dus: een adviesfunctie naar gemeenten en bedrijven; een servicefunctie naar FWI'en; een informatiefunctie naar het publiek. Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 12

13 Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen? Pa ui Weustink Als belangrijkste uitvloeisel van haar taken noemt het CBF de bewaking van de toegang tot de wervingskanalen. Hiertoe neemt het CBF deel aan het overleg met gemeenten en de Stichting Collecteplan (een stichting waarin de grootste FWI' en zijn verenigd) om tot een jaarlijks landelijk evenwichtig collecterooster te komen en neemt zij deel aan de commissie (waarin NOS en vertegenwoordigers van de branche deelnemen) die toeziet op een gelijkmatige verdeling van de radio- en televisiezendtijd onder de FWI'en (RTV-steun). Als uitvloeisel van de informatiefunctie analyseert en publiceert het CBF jaarlijks de gegevens inzake de fondsenwerving. Daarnaast is één van de belangrijkste uitvloeisels het beoordelen van de FWI' en. Deze beoordeling zal in de volgende paragraaf worden behandeld. \ Beoordeling door het Centraal Bureau Fondsenwerving Het CBF beoordeelt door middel van onderzoek de FWI' en. Dit onderzoek richt zich op het vaststellen van voldoende waarborgen voor een verantwoorde wijze van fondsenwerving en besteding. Het CBF verlangt hiertoe een openhartige, transparante verslaggeving door FWI' en voor het publiek. De resultaten van deze onderzoeken worden ieder kwartaal gepubliceerd in het CBF -periodiek Mededelingen. Het CBF bemoeit zich niet met de doelen van de FWI' en. Instellingen moeten zelf in hun verslaggeving enjofvoorlichting duidelijk laten uitkomen waarvoor zij inzamelen. Het CBF maakt betrokkenen wel attent op instellingen met gelijke of soortgelijke doelen. Aan deze coördinatie is volgens het CBF behoefte, aangezien het aantal instellingen met gelijksoortige doelstellingen stijgt en daarmee ook de kans op overlappingen. Dit is met name verder toegenomen doordat ook buitenlandse FWI' en zich op de chari-markt in Nederland zijn gaan begeven. Het CBF mengt zich evenmin in de wijze waarop een FWI haar doelen nastreeft. Voorwaarde is wel dat de fondsenwerving niet ten goede komt aan gewelddadige activiteiten. Verder eist het CBF dat FWI' en op geen enkele wijze pressie op donateurs uitoefenen. Doel van het onderzoek door het CBF is geven van inzicht in de steunwaardigheid. Daarmee bedoelt het CBF dat zij geen bezwaar ziet in het werven van fondsen door de FWI. Bij haar onderzoek beoordeelt het CBF de volgende elementen, waaraan een FWI moet voldoen: bestuur: minimaal vijf onafhankelijke bestuursleden; overeenstemming tussen beleid en doelstelling; wijze en kosten van fondsenwerving (gemiddelde kosten van fondsenwerving mogen de afgelopen drie jaar de grens van 25% niet hebben overschreden); begroting en budgetcontrole; bestedingen overeenkomstig de doelstelling; inzichtelijk verslag van activiteiten en bestedingen; relatie tussen bestedingen en begroting. Op grond van haar onderzoek kan het CBF tot de volgende verklaringen komen: 1. Verklaring van steunwaardigheid; 2. CBF-keurmerk. Deze verklaringen worden onderstaand toegelicht. Ad 1. Verklaring van steunwaardigheid De verklaring van steunwaardigheid wordt verstrekt aan startende FWI' en voor een periode van 18 maanden. Aan de hand van deze verklaring kan door overheid, bedrijven, etcetera worden beoordeeld of de (nieuwe) FWI steun verdient onder andere ten behoeve van opname in collecterooster en RTV-steun. Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 13

14 Ad 2. CBF-keurmerk Het CBF-keurmerk is bestemd voor FWI'en die tenminste 3 jaar actief zijn op de Nederlandse fondsenwervingmarkt. Het keurmerk wordt uitgereikt aan FWI' en die hebben aangetoond te voldoen aan criteria betreffende bestuur, beleid, fondsenwerving, propaganda en voorlichting, middelenbesteding en verslaggeving, een en ander conform het Reglement CBF-keur zoals uitgegeven door het CBF. Het keurmerk wordt maximaal voor de duur van 5 jaar verstrekt, waarbij eerdere intrekking of verlenging mogelijk is. Om in aanmerking te komen voor het keurmerk zijn FWI'en op grond van artikel 4 lid 5 van het Reglement CBF-Keur verplicht hun verslaggeving op te stellen conform de Richtlijn FW. De twee soorten onderzoek kunnen in het kort als volgt worden samengevat: Criteria Verklaring van steunwaardigheid. cc-. Geldend voor: Nieuwe F~'en ~>'z~c Geldigheid keurmerk:. ~', Tussentijdse 'controle::c:, "~f8 ~aand~n... ~.. -.Geeil~;X Aanbeveli~g c~nfoimltichtlijn f'w Verslaggeving: Eisen:;- Flexibèl-= -. CBF-Keurmerk Minstens 3 jiiirbestaande FW['en 5 jaar.. Mminulal. 2 in 51itar ",.'.' Verplicht conform de Richtlijn FW Streng Op 12 december 1996 werd het eerste CBF-keurmerk uitgereikt. De keurmerken zijn derhalve nog maar relatief korte tijd van toepassing. Het CBF heeft sindsdien vele aanvragen voor keurmerken ontvangen en zij verwacht dat de aantallen nog verder toe zullen nemen. Een overzicht van de FWI'en met een CBF-keur, zoals door het CBF gepubliceerd, is opgenomen in bijlage 7 bij deze scriptie. Het belang van het CBFkeur zit, in het kader van mijn scriptie, met name in de verslaggeving. Op grond van het willen verkrijgen of reeds bezitten van een keurmerk is het voor FWI' en van belang aan de Richtlijn FW te (blijven) voldoen. Bij het praktijkonderzoek van deze scriptie kan een onderscheid van FWI' en in wel en geen keurmerk gevolgen hebben voor het wel of niet voldoen aan de Richtlijn FW. Dit zal een overweging zijn bij de selectie van de te onderzoeken jaarverslagen. 2.5 Fund Accounting Fund accounting (fondsenadministratie) omvat volgens het CICA Handbook (paragraaf (c)) de gezamenlijke administratieve maatregelen die resulteren in een zelfstandige balans voor elk fonds, opgericht aan de hand van wettelijke, contractuele of vrijwillige acties van een organisatie. Elementen van een fonds kunnen zijn activa, schulden, net assets (eigen vermogen), opbrengsten en uitgaven (en winsten en verliezen, indien van toepassing). Fund accounting houdt in een administratieve scheiding, maar niet noodzakelijk een fysieke scheiding, van de middelen van de organisatie. Essentieel bij fund accounting is dat per fonds een (zelfstandige) administratie wordt bijgehouden. In iedere administratie worden de activa, verplichtingen en het saldo van de activa en verplichtingen geregistreerd. Daarnaast worden per fonds de inkomsten (bijdragen) en uitgaven alsmede winsten en verliezen (bijvoorbeeld op beleggingen) geregistreerd indien dit van toepassing is enlof dit door de beperkende voorwaarden van een fonds al dan niet wordt vereist. Fund accounting leidt tot een zelfstandige balans en staat van baten en lasten per fonds. Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 14

15 Eigen vermogen bij fondsenwelvende instellingen? Fund accounting kan worden toegepast indien financiële middelen worden verstrekt onder beperkende bepalingen. Er geldt als regel dat voor elke (soort) ontvangen bijdrage (eu/of voor elk afzonderlijk doel) waaraan beperkende bepalingen zijn verbonden een afzonderlijke administratie wordt gevoerd. Er kunnen derhalve meerdere fondsen zijn met in principe een gelijk doel. Daarnaast kunnen bestemmingen aan middelen worden opgelegd door het bestuur van een organisatie zelf. Deze bestemmingen zijn echter geen beperkingen (ten opzichte van derden) zodat dit vrij besteedbaar vermogen is. Fund accounting geeft het onderscheid aan tussen middelen die zijn verkregen met en zonder beperkingen en die afkomstig zijn uit diverse bronnen. Voor diegenen die middelen onder voorwaarde hebben verschaft blijkt duidelijk uit de verslaggeving of aan de voorwaarden is voldaan. Nadeel van fund accounting is dat het tot gecompliceerde en gesegmenteerde verslaggeving leidt, en volgens Mautz (1989, pagina 66) is fund accounting "the most useless and most confusing complexity ever introduced into general purpose financial reporting. " Aukes (1996, pagina 125) stelt dat OZW's de beschikking krijgen over financiële middelen, die alleen bestemd mogen worden voor het doel dat de verschaffer van deze middelen heeft aangegeven. Deze middelen heeft de organisatie niet ter vrije beschikking zodat in de verslaggeving het verschil met de vrij beschikbare middelen moet worden aangegeven. Aukes definieert fondsenadministratie als "een zelfstandige administratie van middelen die de OZW heeft verkregen voor een bepaald doel. Het betreft een administratie van zowel de middelen zelf als de eraan verbonden voor- en nadelen. Ieder fonds wordt beschouwd als een aparte verslaggevingseenheid". Aukes (1996, pagina 126) geeft vervolgens een aantal mogelijke fondsen, waarvan de eerste 4 uit de Noord-Amerikaanse verslaggevingspraktijk komen. Deze fondsen betreffen: fondsen zonder beperkingen: deze middelen staan ter vrije besteding ter realisering van de doelstellingen van de organisatie (inclusief de middelen waaraan het bestuur van de organisatie zelf beperkingen heeft opgelegd); fondsen met beperkingen: deze beschikbaar gestelde middelen zijn bestemd voor bepaalde doeleinden ("geoormerkte" bedragen); inkomstenfondsen: slechts het inkomen die deze middelen (bijvoorbeeld beleggingen) opleveren mogen worden besteed; fonds voor vaste activa: in dit fonds worden de vaste activa geadministreerd, met name om deze activa afte scheiden van het fonds zonder beperkingen; naamfondsen: middelen die van een bepaalde persoon zijn ontvangen ten behoeve van een door deze persoon bepaald doel; fondsen van andere organisaties: in dit geval beheren organisaties fondsen voor andere organisaties met veelal sterk verwante doelstellingen. In de volgende hoofdstukken zal nog nader op fund accounting worden ingegaan. Afstudeerscriptie NivraJNijenrode 15

16 Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen? 3. Wet- en regelgeving 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk zal allereerst de wet- en regelgeving voor de verslaggeving worden behandeld zoals die voor FWI' en in Nederland van toepassing is, waarbij vooral zal worden ingegaan op de specifieke eisen met betrekking tot het eigen vermogen. Vervolgens zal ik de wet- en regelgeving behandelen, zoals die geldt voor FWI'en in een aantal andere landen. Het Nivra is, zoals in paragraaf 1.1 vermeld, aangesloten bij het IASC. Deze instantie vaardigt internationale standaarden voor verslaggeving uit, die door de aangesloten organisaties zoveel mogelijk worden toegepast. Het IASC heeft echter (nog) geen aparte standaard(s) met betrekking tot OZW's in het algemeen en FWI' en in het bijzonder uitgebracht. Hiermee kan derhalve geen vergelijking worden gemaakt. Voor een vergelijking met andere regelgeving kan naar mijn mening het beste worden gekeken naar landen uit de Anglo-Saksische richting, zoals het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada omdat in de Nederlandse literatuur rondom de OZW's veelvuldig wordt verwezen naar regelgeving uit deze landen. Ook is in deze landen veel gepubliceerd omtrent OZW's in het algemeen en FWI'en in het bijzonder in vaktijdschriften en boeken. Recent is er specifieke (herziene) regelgeving voor OZW's en FWI'en in het Verenigd Koninkrijk (1996), de Verenigde Staten (1993) en Canada (1995 en 1996) vastgesteld, zodat een vergelijking met de regelgeving van deze landen zal worden gemaakt, welke vergelijking aan het eind van dit hoofdstuk zal worden samengevat. 3.2 Verslaggeving door fondsenwervende instellingen Inleiding wet- en regelgeving In Titel 9 van Burgerlijk Wetboek boek 2 (BW2) zijn wettelijke vereisten voor de verslaglegging vastgelegd voor Naamloze Vennootschappen (NV's), Besloten Vennootschappen (BV's), onderlinge waarborgmaatschappijen (OWM) en coöperaties. Daarnaast gelden thans voor stichtingen en verenigingen die een onderneming drijven en daarbij in concurrentie treden eveneens deze regels. Voor OZW's bestaat een dergelijke algemene verslaggevingsraamwet niet. De rechtsvorm van stichting of vereniging is volgens Aukes (1996, pagina 39) in de meerderheid bij OZW's. Zoals vermeld geldt Titel 9 BW2 niet voor (niet-commerciële) verenigingen en stichtingen. De stichtingen en verenigingen zijn echter niet geheel vrij in hun verslaggeving. Voor deze instellingen gelden summiere bepalingen uit BW2. In ieder geval geldt artikel 10 BW2lid 1, op grond waarvan iedere rechtspersoon te allen tijde inzicht in de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon moet kunnen tonen en voorts geldt lid 2 op grond waarvan binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar een balans en staat van baten en lasten moet worden opgesteld. Daarnaast geldt artikel 48 BW2 dat handelt over het jaarverslag en rekening en verantwoording. Het bestuur dient op een algemene vergadering binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar een jaarverslag uit te brengen over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Tevens legt het bestuur de balans en de staat van baten en lasten ter goedkeuring aan de vergadering voor. In beide gevallen gelden geen inhoudelijke bepalingen. Mstudeerscriptie NivrnlNijenrode 16

17 Eigen vermogen bij fondsenwervende instellingen? Deze summiere regels uit BW2 kunnen volgens Aukes (1996, pagina 40) op een aantal manieren worden aangevuld, bijvoorbeeld door een algemene maatregel van bestuur, waarbij op grond van een wet (Wet ziekenhuisvoorzieningen, Mediawet) de rijksoverheid een besluit kan uitvaardigen met verslaggevingsvoorschriften voor een bepaalde sector. In sommige gevallen geschiedt dit door voorschriften van lagere overheden, door subsidiënten en subsidievoorwaarden of op grond van sectorinitiatief. In dit laatste geval kan initiatief worden genomen door betrokkenen in een bepaalde sector om gezamenlijk voorschriften op te stellen voor de verslaggeving. Dit is van toepassing in de charitatieve sector, waar door samenwerking regelgeving voor de FWI' en tot stand is gekomen Wet- en regelgeving voor fondsenwervende instellingen Volgens de verzamelde gegevens door het CBF alsmede haar definitie van FWI' en hebben de FWI' en allen de rechtsvorm van stichting of vereniging. In principe beogen de FWI' en geen winst en drijven zij geen concurrerende onderneming. Er zijn echter een groot aantal FWI' en die handelen in diverse produkten. Om te moeten voldoen aan Titel 9 BW2 moet de netto-omzet een bepaalde omvang te boven gaan, waarvan bij FWI' en geen sprake is, gegeven de cijfers van het CBF. Zodoende is de wetgeving inzake verslaggeving (Titel 9 BW2) voor FWI'en niet van toepassing. Elke FWI is in principe vrij in de wijze waarop zij haar jaarverslaggeving inricht, binnen de hiervoor reeds vermelde summiere bepalingen volgens artikel 10 BW2 en artikel 48 BW2. Door (vertegenwoordigers van) het CBF, het Nivra en de Stichting Collecteplan is eind 1988 een proeve van een richtlijn voor de verslaggeving door FWI'en opgesteld. Deze verslaggeving was volgens hen nodig om FWI' en, die hieraan voldoen, te kunnen kwalificeren als steunwaardig voor deelname aan het collecterooster en om tot een éénduidige, inzichtelijke en vergelijkbare verslaggeving te komen. Deze proeve is een aantal jaren door FWI'en gehanteerd. Na deze periode is de proeve geëvalueerd. Dit heeft begin 1994 geresulteerd in een concept-richtlijn, welke is voorgelegd aan de Rl en diverse FWI'en ter beoordeling. Na diverse reacties en aanpassingen is in september 1994 de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen (Richtlijn FW) uitgebracht, welke als ontwerp-richtlijn in de Rl-bundel is opgenomen. De FWI' en zijn niet verplicht om hun jaarverslaggeving op grond van de Richtlijn FW op te stellen. Zij zijn als stichting of vereniging alleen gebonden aan de summiere bepalingen van B W2. Om echter in aanmerking te komen voor het hiervoor in paragraaf vermelde CBF-keur is de FWI verplicht om het jaarverslag op basis van de Richtlijn FW op te stellen. Daarnaast is volgens Herremans (1993, pagina 69) de richtlijn (mede) opgesteld aan de hand van forse kritiek van de Consumentenbond in een serie rapportages over de verslaggeving door FWI' en en de controle hierop in de Consumentgids gedurende de periode De Consumentenbond, zo stelt Herremans, heeft zich hiermee, als vertegenwoordiger van de consumenten/donateurs, opgeworpen als gebruiker van de jaarstukken, naast deze donateurs zelf. In 1998 is wederom een onderzoek door de Consumentenbond uitgevoerd. Wil men de consument/donateurs behouden dan zullen de FWI'en in goede informatie moeten voorzien en de kritiek die wordt geleverd in de richtlijn( en) moeten verwerken De Richtlijn FW In deze paragraaf zal nader worden ingegaan op de Richtlijn FW en specifiek op het eigen vermogen. In de Rl-bundel is in november 1998 de definitieve Richtlijn FW opgenomen, die op een aantal punten is gewijzigd ten opzichte van de ontwerp- Afstudeerscriptie NivralNijenrode 17

18 richtlijn die vanaf 1994 in de Rl-bundel was opgenomen. In hoofdstuk 4 zal een onderzoek plaatsvinden van de jaarverslagen van FWI' en. Deze jaarverslagen betreffen het verslagjaar 1997 en zijn nog opgesteld op basis van de ontwerp-richtlijn, zodat in dit hoofdstuk de "oude" richtlijn zal worden behandeld. In hoofdstuk 5 zal nog worden teruggekomen op de wijzigingen in de "nieuwe" richtlijn. I I. Op grond van de Richtlijn FW dient de jaarverslaggeving van FWI' en in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten: Bestuursverslag, met daarin opgenomen: Statutaire naam, vestigingsplaats en rechtsvorm; - Omschrijving van de doelstelling; - Samenstelling van het bestuur en directie; Jaarrekening, bestaande uit: Balans (inclusief vergelijkende cijfers vorig boekjaar); Staat van baten en lasten (inclusief vergelijkende cijfers vorig boekjaar); Toelichting op de balans en de staat van baten en lasten alsmede een overzicht van de kosten van de eigen organisatie en de toerekening van deze kosten aan fondsenwerving enerzijds en aan de doelstellingen anderzijds; - Overige gegevens (omvattende in ieder geval de accountantsverklaring). In de toelichting dient vermeld te worden of de jaarrekening (geheel of gedeeltelijk) is opgesteld conform de Richtlijn FW. Het opnemen van de begroting van het boekjaar is niet verplicht maar wordt aanbevolen. Voor het opstellen van de jaarrekening zijn de volgende modellen voorgeschreven: A. de indeling van de balans; B. de staat van baten en lasten; C. de indeling en toerekening van de kosten eigen organisatie. Model B. is weer nader onderverdeeld in 1 model voor fondsenwerving (de baten) en 4 modellen voor de bestedingen (de lasten), afhankelijk van de sector waarin de FWI actief is. Model A en B zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze nota zodat deze kunnen worden vergeleken met de voorgeschreven modellen uit de andere 3 landen. De grondslagen van waardering van de activa en passiva en van de bepaling van het resultaat zijn volgens de Richtlijn FW in beginsel gelijk aan de grondslagen en regels die gelden voor ondernemingen zoals opgenomen in de Rl-bundel. De afwijkingen ten opzichte van de Rl-bundel worden in de Richtlijn FW behandeld. Dit houdt in dat voor de waarderingsgrondslag van de activa en passiva in aanmerking komen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en, voor de materiële en fmanciële vaste activa en de voorraden, tevens de actuele waarde. Hierbij gelden de volgende afwijkingen: materiële vaste activa aangeschaft ten behoeve van de doelstelling kunnen in bepaalde situaties ineens worden afgeboekt als bestedingen in het kader van de doelstelling (bijvoorbeeld een actief gekocht na een speciale inzamelingsactie); voorraden die nodig zijn voor de doelstelling (zoals hulpgoederen voor noodhulp, voorlichtingsmateriaal) mogen tot nihil worden afgewaardeerd; beleggingen moeten gewaardeerd op marktwaarde (met uitzondering van de obligaties). Niet gerealiseerde waardeverschillen dienen te worden verantwoord in een "reserve niet gerealiseerde waardeverschillen beleggingen" of zichtbaar in mindering te worden gebracht op de waarde van de beleggingen. Deze bijzondere afwijkingen hebben niet alleen gevolgen voor de omvang van het eigen vermogen maar kunnen ook consequenties hebben voor de functies van het eigen vermogen. Ik kom hier verderop nog op terug. Afstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 18

19 3.2.4 Eigen vermogen volgens de Richtlijn FW Volgens paragraaf 6.2 van de Richtlijn FW dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen eigen vermogen en verplichtingen. Onder verplichtingen verstaat de Richtlijn FW de in geld uit te drukken betekenis van het gehouden zijn tot betaling of tot levering van een andere prestatie. Het eigen vermogen wordt gedefinieerd als de som van de activa minus de som van de verplichtingen. De Richtlijn FW geeft in paragraaf aan dat het vermogen van een FWI een bijzonder karakter heeft. De instelling is gehouden dit vermogen slechts aan te wenden in overeenstemming met de doelstellingen waartoe ze in het leven is geroepen. Principieel heeft het eigen vermogen derhalve het karakter van gelden die zijn ontvangen om aan de doelstelling te besteden maar waarvoor nog geen verplichting is aangegaan. I I Op grond van de Richtlijn FW dient het eigen vermogen zodanig te worden gepresenteerd dat daaruit duidelijk blijkt: 1. Welk deel is vastgelegd in het kader van de doelstelling; 2. Welk deel van het eigen vermogen een specifieke (beperktere) bestemming heeft, aan te duiden als "bestemmingsreserve"; 3. De "reserve niet gerealiseerde waardeverschillen beleggingen"; 4. Het vrij besteedbaar deel van het eigen vermogen. Deze onderdelen worden hierna afzonderlijk nader toegelicht. Ad 1. Welk deel is vastgelegd in het kader van de doelstelling; Vermogen dat is vastgelegd in activa die direct en volledig zijn aangewend voor het realiseren van de doelstelling is volgens de Richtlijn FW weliswaar eigen vermogen maar is als zodanig reeds besteed aan de doelstelling. De financiering met eigen vermogen is volgens de Richtlijn FW gebruikelijk. In de toelichting op het eigen vermogen moet de samenstelling worden aangegeven. Met direct aangewend wordt bedoeld niet indirect. Dit betekent dat bijvoorbeeld de voorraad noodhulpgoederen wel hier onder valt, maar het gebouw waarin de FWI is gevestigd niet. Met volledig wordt bedoeld dat het actief volledig beschikbaar moet zijn voor de doelstelling en geen onderdeel moet zijn van een groter geheel (bijvoorbeeld als het magazijn waarin de noodhulpgoederen liggen opgeslagen een onderdeel is van het bedrijfsgebouw). Deze reserve dient derhalve te worden gevormd voor de materiële vaste activa direct in gebruik voor de doelstelling, de leningen/voorschotten verstrekt in het kader van de doelstellingen en de voorraden direct beschikbaar voor de doelstelling. De materiële vaste activa en voorraden kunnen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, vervaardigingsprijs of actuele waarde of ineens worden afgeboekt als besteding in het kader van de doelstelling respectievelijk tot nihil worden afgewaardeerd. In geval van hogere oflagere actuele waarde ten opzichte van verkrijgingsprijs wordt de omvang van de reserve hoger respectievelijk lager. De omvang van het eigen vermogen verandert dan wel echter de functie niet. Deze blijft gelijk en geeft aan welk deel van het vermogen is vastgelegd in activa direct in gebruik voor doelstelling. Indien echter de materiële vaste activa en/of de voorraden ineens worden afgeboekt en/of tot nihil worden afgewaardeerd dan verandert naar mijn mening niet alleen de omvang maar (verdwijnt) ook (een deel van) de functie van het eigen vermogen. De afgeboekte respectievelijk afgewaardeerde activa zijn immers nog aanwezig bij de FWI en er wordt van deze activa (met name van de materiële vaste activa) voor een lange periode gebruik van gemaakt. Gedurende deze periode wordt echter niet meer aangegeven dat de FWl hierover beschikt en voor welke omvang. Afstudeerscriptie NivralNijenrode 19

20 Ad 2. "Bestemmingsreserve" Dit deel van het eigen vennogen is volgens de Richtlijn FW afgezonderd omdat daaraan met betrekking tot de doelstelling een beperkte bestedingsmogelijkheid is gegeven door derden. FWl'en krijgen gelden van diverse instanties die voorwaarden stellen aan de aanwending van deze middelen (bijvoorbeeld aanschaf van specifiek natuurgebied). De FWl kan ook een beroep doen op de vrijgevigheid van particulieren voor een speciaal doel (bijvoorbeeld aanschaf van vakantie-woningen voor gehandicapten). Daarbij kan het voorkomen dat de FWl het geld heeft ontvangen maar nog niet voor het specifieke doel heeft aangewend. Het geld is derhalve aanwezig bij de FWl en mag aan niets anders worden besteed dat het natuurgebied of de vakantiewoningen. Dit deel dient als "bestemmingsreserve" te worden aangemerkt. Door het bestuur kan ook een deel van het eigen vennogen worden afgezonderd voor een speciaal doel. Dit wordt echter niet als bestemmingsreserve aangemerkt maar als een deel van het vrij besteedbaar vennogen. Het bestuur heeft deze beperking aangebracht en kan deze ook weer zelf opheffen, de beperking geldt derhalve niet jegens derden. In de toelichting moet de beperkte doelstelling alsmede de reden van de beperking worden venneld. Ad 3. De "reserve niet gerealiseerde waardeverschillen beleggingen" Zoals hiervoor reeds aangegeven dienen de niet gerealiseerde waardeverschillen beleggingen te worden verantwoord in een afzonderlijke reserve danwel zichtbaar in mindering te worden gebracht op de waarde van de beleggingen. FWl' en beschikken vaak over omvangrijke beleggingen die worden aangehouden in verband met de op lange(re) tennijn toegezegde subsidies. De beleggingen dienen op marktwaarde te worden gewaardeerd (waarbij een uitzondering mag worden gemaakt voor obligaties). Niet gerealiseerde waardestijgingen dienen aan de reserve te worden toegevoegd. Niet gerealiseerde waardedalingen dienen aan de reserve te worden onttrokken voor zover deze toereikend is. Is deze niet toereikend dan dienen de waardedalingen die de reserve overschrijden ten laste van de staat van baten en lasten te worden gebracht: Door de reserve wordt voorkomen dat niet gerealiseerde waardestijgingen als bate of vrij besteedbaar vennogen worden aangemerkt. De ongerealiseerde waardestijgingen zouden anders kunnen worden "aangewend" C.q. toegezegd aan andere doelstellingen. Indien echter de koersen van de effecten dalen en de FWl zijn toezeggingen moet nakomen dan kan zij mogelijk niet aan haar verplichtingen voldoen. De functie van de reserve is derhalve om aan te geven dat een deel van het vennogen besloten ligt in niet gerealiseerde waardestijgingen van beleggingen en derhalve niet kan worden aangewend. Indien de niet gerealiseerde waardestijgingen zichtbaar in mindering worden gebracht op de beleggingen vennindert de omvang van het eigen vennogen voor dit deel maar de functie niet, aangezien in beide gevallen hetzelfde wordt bereikt. Ad 4. Het vrij besteedbaar deel van het eigen vermogen In de Richtlijn FW wordt gesteld dat het voor de beoordeling of men een instelling wil steunen, voor veel "gevers" van betekenis is te weten hoeveel geld de instelling op balans datum vrij beschikbaar heeft voor de besteding aan de doelstelling. Dit is het vrij besteedbare deel van het eigen vennogen, welk deel resteert na aftrek van de posten 1 tot en met 3. De Richtlijn FW geeft aan dat een deel van dit vrij besteedbaar vennogen veelal is vastgelegd in bedrijfsmiddelen welke noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Daarnaast heeft het vrij besteedbare vennogen volgens de Richtlijn FW tevens de functie van "buffer" voor onverwachte tegenvallers en functioneert dus Mstudeerscriptie Nivra/Nijenrode 20

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen Inleiding RJ-Uiting 2014-7 bevat de ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen. De Raad voor de Jaarverslaggeving

Nadere informatie

NIEUWE JAARVERSLAGREGELS RJ650

NIEUWE JAARVERSLAGREGELS RJ650 NIEUWE JAARVERSLAGREGELS RJ650 De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft sinds 2008 nieuwe richtlijnen vastgesteld voor jaarverslagen van fondsenwervende instellingen, de zogenaamde RJ650. Deze richtlijnen

Nadere informatie

Stichting Stad Rotterdam anno 1720. Jaarverslag 2014

Stichting Stad Rotterdam anno 1720. Jaarverslag 2014 Stichting Stad Rotterdam anno 1720 Jaarverslag 2014 Barendrecht, 10 april 2015 BESTUURSVERSLAG OVER HET BOEKJAAR 2014 ALGEMEEN De stichting Stad Rotterdam anno 1720 is opgericht op 26 juni 2006 en per

Nadere informatie

RJ-Uiting 2009-3: Nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven

RJ-Uiting 2009-3: Nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven RJ-Uiting 2009-3: Nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven Ten geleide In deze RJ-Uiting is een nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven opgenomen.

Nadere informatie

STICHTING HOOP VOOR ALBANIË TE MAASDIJK. Rapport inzake jaarstukken 2014 30 juni 2015

STICHTING HOOP VOOR ALBANIË TE MAASDIJK. Rapport inzake jaarstukken 2014 30 juni 2015 STICHTING HOOP VOOR ALBANIË TE MAASDIJK Rapport inzake jaarstukken 2014 30 juni 2015 INHOUDSOPGAVE Pagina VERKORTE JAARREKENING 1 Balans per 31 december 2014 4 2 Staat van baten en lasten over 2014 5 3

Nadere informatie

Stichting Dagopvang Utrecht te Utrecht

Stichting Dagopvang Utrecht te Utrecht te Utrecht Rapport inzake jaarstukken 2014 SAMENGEVATTE JAARREKENING 2014 1 BALANS PER 31 DECEMBER 2014 (na winstbestemming) 31 december 2014 31 december 2013 ACTIVA VASTE ACTIVA Materiële vaste activa

Nadere informatie

STICHTING HOOP VOOR ALBANIË TE MAASDIJK. Rapport inzake jaarstukken 2013 27 juni 2014

STICHTING HOOP VOOR ALBANIË TE MAASDIJK. Rapport inzake jaarstukken 2013 27 juni 2014 STICHTING HOOP VOOR ALBANIË TE MAASDIJK Rapport inzake jaarstukken 2013 27 juni 2014 INHOUDSOPGAVE Pagina VERKORTE JAARREKENING 1 Balans per 31 december 2013 4 2 Staat van baten en lasten over 2013 5 3

Nadere informatie

FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN

FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Katholieke Universiteit Nijmegen I ~~ Faculteit der Managementwetenschappen Afdeling Bedrijfswetenschappen Master-thesis - Financial Accounting Collegejaar 2002-2003 FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Naam:

Nadere informatie

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan Om te kunnen worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) dient de instelling onder andere te beschikken over een actueel beleidsplan.

Nadere informatie

JAARRAPPORT 2011. Oyens & Van Eeghen Beheer B.V. Zuidplein 124 1077 XV AMSTERDAM

JAARRAPPORT 2011. Oyens & Van Eeghen Beheer B.V. Zuidplein 124 1077 XV AMSTERDAM JAARRAPPORT 2011 Oyens & Van Eeghen Beheer B.V. Zuidplein 124 1077 XV AMSTERDAM Vastgesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders d.d. 30 mei 2012. INHOUD 1 INLEIDING 2 JAARREKENING 3 OVERIGE

Nadere informatie

STICHTING VRIENDEN VAN HET BARTHOLOMEUS GASTHUIS. Jaarverslag 2013

STICHTING VRIENDEN VAN HET BARTHOLOMEUS GASTHUIS. Jaarverslag 2013 STICHTING VRIENDEN VAN HET BARTHOLOMEUS GASTHUIS Inhoud 1 Jaarverslag 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Activiteitenverslag 3 1.3 Resultaat afgelopen jaar 3 1.4 Beleggingen 3 2 Algemene gegevens 4 2.1 Naam en vestigingsplaats

Nadere informatie

Aan het bestuur van Stichting Help het Doel De Horst 4 3911 SZ RHENEN JAARREKENING 2015. RAPPORT Inzake jaarrekening 2015 27-6-2016-1

Aan het bestuur van Stichting Help het Doel De Horst 4 3911 SZ RHENEN JAARREKENING 2015. RAPPORT Inzake jaarrekening 2015 27-6-2016-1 Aan het bestuur van Stichting Help het Doel De Horst 4 3911 SZ JAARREKENING 2015 RAPPORT Inzake jaarrekening 2015 27-6-2016-1 JAARVERSLAG 2015 INHOUD Rapport Paginanummer 1 Samenstellingsverklaring 4 2

Nadere informatie

Financieel overzicht 2014. Stichting Stedelijk Museum Fonds. Versie 04-06-2015

Financieel overzicht 2014. Stichting Stedelijk Museum Fonds. Versie 04-06-2015 Financieel overzicht 2014 Stichting Stedelijk Museum Fonds Versie 04-06-2015 Inhoud Financieel overzicht 2014 3 Balans 4 Staat van baten en lasten 5 Toelichting op de balans en staat van baten en lasten

Nadere informatie

Stichting Vrienden van Onze Taal s-gravenhage

Stichting Vrienden van Onze Taal s-gravenhage s-gravenhage Jaarrekening 2013 9 mei 2014-1 - Inhoud Blad Jaarrekening 2013 3 Bestuursverslag 4 Jaarrekening 7 Balans per 31 december 2013 8 Staat van baten en lasten over 2013 9 Toelichting op de balans

Nadere informatie

IP e VAN ZWOL 1 WIJ NTJ ES ACCOUNTANTS & BELASTINGADVISEURS STICHTING DIERGENEESKUNDE IN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

IP e VAN ZWOL 1 WIJ NTJ ES ACCOUNTANTS & BELASTINGADVISEURS STICHTING DIERGENEESKUNDE IN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING IP e VAN ZWOL 1 WIJ NTJ ES Rapport: Uitgebracht aan: STICHTING DIERGENEESKUNDE IN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING te UTRECHT Inzake: Financieel verslag 2012 Van Zwol Wijntjes Accountants en Adviseurs B.V. Amsterdamseweg

Nadere informatie

Accountants kunnen prima rapporteren over het jaarverslag van goede doelen organisaties

Accountants kunnen prima rapporteren over het jaarverslag van goede doelen organisaties Accountants kunnen prima rapporteren over het jaarverslag van goede doelen organisaties Gert-Peter den Hollander Samenvatting Voor goededoelenorganisaties (en andere organisaties zonder winststreven) is

Nadere informatie

Stichting Steunfonds Haags Historisch Museum gevestigd te Den Haag

Stichting Steunfonds Haags Historisch Museum gevestigd te Den Haag Accountantsrapport 2014 22 mei 2015 Nummer Kamer van Koophandel: 27274471 Datum: Opgesteld door: 22 mei 2015 J.J. Spaans Aantal exemplaren: 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave pagina Accountantsrapport Opdracht

Nadere informatie

Stichting Kans voor een Kind. Jaarverslag 2012

Stichting Kans voor een Kind. Jaarverslag 2012 Jaarverslag 2012 Page 1 5-2-2014 Inhoudsopgave Bladzijde Jaarrekening 2012 Balans per 31 december 2012 2 Staat van baten en lasten over 2012 3 Waarderingsgrondslagen 4 Toelichting op de jaarrekening 2012

Nadere informatie

Stichting Domiliana Hunzestraat 12 7417 XG Deventer. Jaarverslag 2012

Stichting Domiliana Hunzestraat 12 7417 XG Deventer. Jaarverslag 2012 Stichting Domiliana Hunzestraat 12 7417 XG Deventer Jaarverslag 2012 Stichting Domiliana Pagina: - 1 - Geacht bestuur, Hierbij brengen wij rapport uit omtrent de gegevens in de jaarrekening 2012 van uw

Nadere informatie

STICHTING BLINDENHULP

STICHTING BLINDENHULP STICHTING BLINDENHULP JAARVERSLAG 2014 Doelstelling van de stichting De stichting stelt zich krachtens haar statuten ten doel: a. het verlenen van hulp aan visueel gehandicapten, ongeacht gezindte of leeftijd;

Nadere informatie

Stichting Kans voor een Kind. Jaarverslag 2014

Stichting Kans voor een Kind. Jaarverslag 2014 Jaarverslag 2014 ` Inhoudsopgave Bladzijde Jaarrekening 2014 Balans per 31 december 2014 2 Staat van baten en lasten over 2014 3 Waarderingsgrondslagen 4 Toelichting op de jaarrekening 2014 6 Voorwoord

Nadere informatie

JAARREKENING 2014. Stichting Fondsenbeheer Landbouw en Zorg Nederland Jaarrekening 2014 - pag. 1

JAARREKENING 2014. Stichting Fondsenbeheer Landbouw en Zorg Nederland Jaarrekening 2014 - pag. 1 JAARREKENING 2014 Stichting Fondsenbeheer Landbouw en Zorg Nederland Jaarrekening 2014 - pag. 1 Inhoudsopgave Jaarverslag 2014 1. Bestuursverslag 2. Balans per 31-12-2014 3. Staat van Baten en Lasten over

Nadere informatie

rapporteer Financieel jaarrapport 2012 Stichting Vrienden Toon Hermans Huis Amersfoort

rapporteer Financieel jaarrapport 2012 Stichting Vrienden Toon Hermans Huis Amersfoort rapporteer Financieel jaarrapport 2012 Stichting Vrienden Toon Hermans Huis Amersfoort INHOUDSOPGAVE Pagina 1. Jaarverslag 1.1 Jaarverslag bestuur 6 2. Jaarrekening 2.1 Balans per 31 december 2012 8 2.2

Nadere informatie

Steunstichting SBWU. Boekjaar 2014. Steunstichting SBWU Utrecht. 2 april 2015

Steunstichting SBWU. Boekjaar 2014. Steunstichting SBWU Utrecht. 2 april 2015 Steunstichting SBWU Boekjaar 2014 Steunstichting SBWU Utrecht 2 april 2015 Inhoud Blad Jaarrekeningverslag over boekjaar 2014 3 Jaarrekening 2014 4 Balans per 31 december 2014 5 Winst-en verliesrekening

Nadere informatie

Stichting Vrienden van Onze Taal s-gravenhage

Stichting Vrienden van Onze Taal s-gravenhage s-gravenhage Jaarrekening 2014 18 juni 2015-1 - Inhoud Blad Jaarrekening 2014 3 Bestuursverslag 4 Jaarrekening 7 Balans per 31 december 2014 (na bestemming batig saldo) 8 Staat van baten en lasten over

Nadere informatie

Stichting Inspire2liveMusic

Stichting Inspire2liveMusic Stichting Inspire2liveMusic te Hendrik Ido Ambacht Jaarrekening 2012 Inhoudsopgave Jaarstukken 2012 Stichting Inspire2liveMusic 3 Jaarrekening 4 Balans per 31 december 2012 5 Staat van baten en lasten

Nadere informatie

Stichting Domiliana Hunzestraat 12 7417 XG Deventer. Jaarverslag 2014

Stichting Domiliana Hunzestraat 12 7417 XG Deventer. Jaarverslag 2014 Stichting Domiliana Hunzestraat 12 7417 XG Deventer Jaarverslag 2014 Stichting Domiliana Pagina: - 1 - Geacht bestuur, Hierbij brengen wij rapport uit omtrent de gegevens in de jaarrekening 2014 van uw

Nadere informatie

RAPPORT. inzake de jaarrekening 2014 van. Stichting Tsjernobyl-Gehandicapten Hattem. te Hattem

RAPPORT. inzake de jaarrekening 2014 van. Stichting Tsjernobyl-Gehandicapten Hattem. te Hattem RAPPORT inzake de jaarrekening 2014 van Stichting Tsjernobyl-Gehandicapten te Inhoudsopgave Pagina 1. Voorwoord 1.1 Samenstellingsverklaring 2 1.2 Algemeen 3 2. Jaarrekening 2.1 Balans per 31 december

Nadere informatie

FINANCIEEL JAARVERSLAG

FINANCIEEL JAARVERSLAG Stichting ondersteuning Matata Children s Hospital Kenya, Bouwsteeg 5, 6587 AW Middelaar www.stichtingmatata.nl FINANCIEEL JAARVERSLAG 2011 2 INHOUD 2 ALGEMEEN Algemeen 4 Jaarverslag 5 Analyse van de resultaten

Nadere informatie

Jaarverslag 2012 Stichting De Versterking SLOTEN

Jaarverslag 2012 Stichting De Versterking SLOTEN Jaarverslag 2012 Stichting De Versterking SLOTEN INHOUD 1 BESTUURSVERSLAG 2 FINANCIEEL VERSLAG Jaarrekening 2012 2.1 Balans per 31 december 2012 2.2 Staat van baten en lasten over 2012 2.3 Toelichting

Nadere informatie

JAARRAPPORT 21 oktober 2011 tot en met 31 december 2012 Stichting Social Network Foundation Gradenboog 28 5141 MC WAALWIJK INHOUDSOPGAVE Pagina Accountantsverslag Samenstellingsverklaring 3 Algemeen 4

Nadere informatie

Stichting Ankh Antwoordkerk Kruisnetlaan 200 3192 KD Hoogvliet Rotterdam. Jaarrekening 2014

Stichting Ankh Antwoordkerk Kruisnetlaan 200 3192 KD Hoogvliet Rotterdam. Jaarrekening 2014 Antwoordkerk Kruisnetlaan 200 3192 KD Hoogvliet Rotterdam INHOUDSOPGAVE Pagina Rapportage Samenstellingsverklaring 4 Voorwoord 5 Resultaten 6 Ondertekening van de rapportage 7 Jaarstukken 2014 Jaarrekening

Nadere informatie

Stichting A Break 4 Kids Duinschooten 12-232 2211 ZC NOORDWIJKERHOUT

Stichting A Break 4 Kids Duinschooten 12-232 2211 ZC NOORDWIJKERHOUT Utrechtseweg 18 Postbus 20 3927 ZL Renswoude 0318-571869 info@vangentonline.nl www.vangentonline.nl Stichting A Break 4 Kids Duinschooten 12-232 2211 ZC NOORDWIJKERHOUT Jaarbericht 2014 Jaarrekening Stichting

Nadere informatie

Stichting MicroHulp Helmond

Stichting MicroHulp Helmond Stichting MicroHulp Helmond te Helmond Jaarrekening 2015 INHOUDSOPGAVE Pagina Algemeen 2 Jaarrekening 2015 Balans per 31 december 2015 3 Resultatenrekening over 31 december 2015 4 Grondslagen van waardering

Nadere informatie

Stichting Vrienden van Onze Taal s-gravenhage

Stichting Vrienden van Onze Taal s-gravenhage s-gravenhage Jaarrekening 2012 31 mei 2013-1 - Inhoud Blad Jaarrekening 2012 3 Bestuursverslag 4 Jaarrekening 7 Balans per 31 december 2012 8 Staat van baten en lasten over 2012 9 Toelichting op de balans

Nadere informatie

Jaarverslag 2014 Assen, juni 2015 1

Jaarverslag 2014 Assen, juni 2015 1 Jaarverslag 2014 Assen, juni 2015 1 Inhoud Inhoud...2 1.Jaarverslag...3 2.Jaarrekening 2014...5 3. Overige gegevens...11 2 1. Jaarverslag 1.1. Algemene informatie Stichting Vrienden Leonardo Assen Boomgaard

Nadere informatie

Jaarrapport. Uitgebracht aan. Stichting Lost a Child te Huizen

Jaarrapport. Uitgebracht aan. Stichting Lost a Child te Huizen Uitgebracht aan Stichting Lost a Child te Huizen inzake de Jaarrekening 2012 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. Accountantsrapport 1.1 Opdrachtbevestiging 3 2. Jaarrekening 2.1 Balans per 31 december 2012 5 2.2 Staat

Nadere informatie

Financieel verslag 2014. Stichting Joeri. Amsterdam

Financieel verslag 2014. Stichting Joeri. Amsterdam Financieel verslag 2014 Stichting Joeri Amsterdam Inhoud Jaarverslag Jaarverslag 3 Jaarrekening Balans per 31 december 2014 5 Staat van baten en lasten over 2014 6 Toelichting op de balans en staat van

Nadere informatie

STICHTING SHARING SUCCESS FOUNDATION DELFGAUW

STICHTING SHARING SUCCESS FOUNDATION DELFGAUW STICHTING SHARING SUCCESS FOUNDATION DELFGAUW JAARREKENING 2013 INHOUD JAARVERSLAG 2013 1. Doelstelling van de organisatie 1 2. Activiteiten 2013 ter invulling van de doelstelling 1 3. Activiteiten 2014

Nadere informatie

Stichting Fonds SZA/CIZ gevestigd te Amstelveen

Stichting Fonds SZA/CIZ gevestigd te Amstelveen Stichting Fonds SZA/CIZ gevestigd te Amstelveen Rapport inzake de jaarrekening 2012 INHOUD Samenstelling bestuur 3 Bestuursverslag 4 Jaarrekening Grondslagen van waardering en resultaatbepaling 5 Balans

Nadere informatie

STICHTING SPRINT SCHIEDAM TE SCHIEDAM. Rapport inzake jaarstukken 2012

STICHTING SPRINT SCHIEDAM TE SCHIEDAM. Rapport inzake jaarstukken 2012 STICHTING SPRINT SCHIEDAM TE SCHIEDAM Rapport inzake jaarstukken 2012 INHOUDSOPGAVE Pagina ACCOUNTANTSVERSLAG 1 Algemeen 2 2 Samenstellingsverklaring 5 FINANCIEEL VERSLAG 1 Bestuursverslag over 2012 7

Nadere informatie

Stichting CHAVAH. Jaarrekening. Stichting CHAVAH

Stichting CHAVAH. Jaarrekening. Stichting CHAVAH Jaarrekening Stichting CHAVAH 2015 1 Inhoudsopgave BESTUURSVERSLAG 3 JAARREKENING 2015 6 BALANS PER 31 DECEMBER 2015 7 STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2014-15 8 TOELICHTING BEHORENDE TOT DE JAARREKENING 2015

Nadere informatie

Triodos Custody bv JAARVERSLAG 2008. TlCustody

Triodos Custody bv JAARVERSLAG 2008. TlCustody Triodos Custody bv JAARVERSLAG 2008 TlCustody Inhoud 3 Directieverslag Jaarrekening 2008 4 Balans per 31 december 2008 5 Winst- en verliesrekening over 2008 6 Toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening

Nadere informatie

Stichting Steunfonds De Lichtenberg/ Nijenstede te Amersfoort. Rapport inzake jaarstukken 2014

Stichting Steunfonds De Lichtenberg/ Nijenstede te Amersfoort. Rapport inzake jaarstukken 2014 iren Stichting Steunfonds De Lichtenberg/ Nijenstede te Amersfoort Rapport inzake jaarstukken 2014 Auren Accounting Products Amersfoort B.V. Amsterdamseweg 3, Postbus 693, 3800 AR Amersfoort, Telefoon

Nadere informatie

Verkorte jaarrekening 2013. Stichting Den Haag onder de Hemel. Den Haag

Verkorte jaarrekening 2013. Stichting Den Haag onder de Hemel. Den Haag Verkorte jaarrekening 2013 Stichting Den Haag onder de Hemel Den Haag (Ontleend aan het Jaarverslag en Jaarrekening 2013, zoals op 27 maart 2014 door het bestuur goedgekeurd en vastgesteld en van een goedkeurende

Nadere informatie

Stichting Geert Groote Huis Statutair gevestigd te Deventer

Stichting Geert Groote Huis Statutair gevestigd te Deventer Stichting Geert Groote Huis Statutair gevestigd te Deventer Rapport inzake de jaarrekening boekjaar 2013 Inhoudsopgave Pagina ACCOUNTANTSRAPPORT Samenstellingsverklaring 2 Algemeen 3 Resultaten 3 Financiële

Nadere informatie

Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening

Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening 16 hoofdstuk Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening 16.1 Onder de werking van boek 2 titel 9 van het burgerlijk wetboek vallen ondernemingen die gedreven worden in de vorm van een NV, BV,

Nadere informatie

Stichting Famous City. te Amstelveen. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Stichting Famous City. te Amstelveen. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Stichting Famous City te Amstelveen Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Accountantsrapport Algemeen 2 Samenstellingsverklaring 3 Jaarverslag 4 Jaarrekening Balans per 31 december 2014

Nadere informatie

Financieel verslag 2014 Stichting Vrienden van de Voedselbank Rotterdam Rotterdam

Financieel verslag 2014 Stichting Vrienden van de Voedselbank Rotterdam Rotterdam Financieel verslag Stichting Vrienden van de Voedselbank Rotterdam Rotterdam Datum: 22 juni 2015 Inhoud Jaarrekening 2 Balans per 31 december 3 Staat van baten en lasten over 4 Toelichting op de balans

Nadere informatie

Stichting Kontaanoo Putten. Jaarrapport 2014/2015

Stichting Kontaanoo Putten. Jaarrapport 2014/2015 Putten Jaarrapport 2014/2015 INHOUDSOPGAVE Pagina ALGEMEEN 1 Opdracht 3 2 Samenstellingsverklaring 3 3 Algemeen 5 4 Vergelijking van baten en lasten over 2012/2013 6 FINANCIEEL VERSLAG 1 Bestuursverslag

Nadere informatie

Stichting Projecten Zuid-Afrika. Jaarrekening 2011

Stichting Projecten Zuid-Afrika. Jaarrekening 2011 Stichting Projecten Zuid-Afrika Jaarrekening 2011 Inhoud 1. Bestuursverslag...3 2. Jaarrekening...4 2.1 Balans per 31 december 2011...4 2.2 Staat van Baten en Lasten 2011...5 2.3 Toelichting op de Balans

Nadere informatie

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 1 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden Vastgesteld

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Stichting ENUM Nederland Arnhem

Stichting ENUM Nederland Arnhem Stichting ENUM Nederland Arnhem Jaarverslaggeving over 2013 Statutaire vestigingsplaats: Arnhem Feitelijk adres en vestigingsplaats: Meander 501, Arnhem 1 Inhoud Jaarrekening 3 Balans per 31 december 2013

Nadere informatie

FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN

FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Katholieke Universiteit Nijmegen Faculteit der Management Wetenschappen Afdeling Bedrijfswetenschappen Master-thesis - Bedrijfseconomie Collegejaar 2003-2004 FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN Naam: Bart Sterenborg

Nadere informatie

Jaarrekening 2014. Stichting Bibliotheek Oostland

Jaarrekening 2014. Stichting Bibliotheek Oostland Jaarrekening 2014 Stichting Bibliotheek Oostland Bleiswijk, juni 2015 Inhoudsopgave Bladzijde JAARREKENING Balans 31 december 2014 Staat van baten en lasten 2014 Algemene toelichting 1 2 3 Opgesteld door

Nadere informatie

RAPPORT. Stichting Expertise en Logeercentrum Friesland te Hardegarijp. Inzake Jaarrekening 2013. Uitgebracht aan

RAPPORT. Stichting Expertise en Logeercentrum Friesland te Hardegarijp. Inzake Jaarrekening 2013. Uitgebracht aan RAPPORT Inzake Jaarrekening 2013 Uitgebracht aan Stichting Expertise en Logeercentrum Friesland te Hardegarijp 1.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2013 (na verwerking van het resultaat) ACTIVA 31 december 2013

Nadere informatie

JAARREKENING 2013. Vastgesteld d.d. 4 september 2014. Stichting Chassé Cultuur Fonds Claudius Prinsenlaan 8 4811 DK Breda. Postbus 1135 4801 BC Breda

JAARREKENING 2013. Vastgesteld d.d. 4 september 2014. Stichting Chassé Cultuur Fonds Claudius Prinsenlaan 8 4811 DK Breda. Postbus 1135 4801 BC Breda JAARREKENING 2013 Vastgesteld d.d. 4 september 2014 Stichting Chassé Cultuur Fonds Claudius Prinsenlaan 8 4811 DK Breda Postbus 1135 4801 BC Breda Kamer van Koophandel Breda nr. 20128984 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

STICHTING WITBOEK TE AMSTERDAM. Rapport inzake jaarstukken 2012

STICHTING WITBOEK TE AMSTERDAM. Rapport inzake jaarstukken 2012 STICHTING WITBOEK TE AMSTERDAM Rapport inzake jaarstukken 2012 INHOUDSOPGAVE Pagina ACCOUNTANTSVERSLAG 1 Algemeen 2 2 Samenstellingsverklaring 4 FINANCIEEL VERSLAG JAARREKENING 1 Balans per 31 december

Nadere informatie

Stichting Steunfonds KansPlus gevestigd te Houten

Stichting Steunfonds KansPlus gevestigd te Houten gevestigd te Houten Rapport inzake de Jaarrekening 2012 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. Accountantsrapport 1.1 Opdracht 2 1.2 Algemeen 3 1.3 Resultaten 4 1.4 Financiële positie 5 2. Jaarrekening 2.1 Balans per

Nadere informatie

SAMENGEVATTE JAARREKENING 2014

SAMENGEVATTE JAARREKENING 2014 SAMENGEVATTE JAARREKENING 2014 1. BALANS PER 31 DECEMBER 2014 2014 2013 ACTIVA Vaste activa Museumcollectie p.m. p.m. Inrichting en inventaris p.m. p.m. Totaal vaste activa p.m. p.m. Vlottende activa Voorraden

Nadere informatie

Stichting Kans voor een Kind Jaarverslag 2009

Stichting Kans voor een Kind Jaarverslag 2009 Jaarverslag 2009 Page 1 Inhoudsopgave Bladzijde Voorwoord 3 Jaarrekening 2009 Balans per 31 december 2009 4 Staat van baten en lasten over 2009 5 Waarderingsgrondslagen 6 Toelichting op de jaarrekening

Nadere informatie

Stichting Vrienden van het Gouverneurshuis Museum voor het Land van Heusden en Altena

Stichting Vrienden van het Gouverneurshuis Museum voor het Land van Heusden en Altena Stichting Vrienden van het Gouverneurshuis Museum voor het Land van Heusden en Altena JAARREKENING 2014 De Stichting Vrienden van het Gouverneurshuis is opgericht op 16 februari 2004 met het doel het gelijknamige

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Wij hebben het genoegen u hierbij het financieel verslag over 2012 van uw stichting aan te bieden.

Wij hebben het genoegen u hierbij het financieel verslag over 2012 van uw stichting aan te bieden. JAARREKENING 2012 Stichting Alert Postbus 16122 2301 CG Leiden Zevenbergen, 30 april 2014 Kenmerk: 136690 Behandeld door: A.J.P. van der Sanden Geacht bestuur, Wij hebben het genoegen u hierbij het financieel

Nadere informatie

Jaarverslaggeving 2011 van Stichting Alert Leiden

Jaarverslaggeving 2011 van Stichting Alert Leiden Jaarverslaggeving 2011 van Stichting Alert Leiden INHOUDSOPGAVE PAGINA A FINANCIEEL VERSLAG 1 Opdracht 3 2 Samenstellingsverklaring 3 3 Algemeen 4 B JAARREKENING 1 Balans per 31 december 2011 5 3 Staat

Nadere informatie

Jaarrekening 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 Stichting Hospice Dronten

Jaarrekening 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 Stichting Hospice Dronten Jaarrekening 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 Stichting Hospice Dronten Accountants Belastingadviseurs Jaarrekening 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 14 februari 2013 Stichting Hospice

Nadere informatie

Stichting Betania Nederland. Jaarstukken 2013

Stichting Betania Nederland. Jaarstukken 2013 Stichting Betania Nederland Jaarstukken 2013 Datum, 30 januari 2015 Inhoud I Jaarverslag II Jaarrekening Balans per 31 december 2013 Staat van baten en lasten 2013 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Nadere informatie

STICHTING ROSARIUM VAN VROUWEN VOOR VROUWEN TE ROTTERDAM. Rapport inzake jaarstukken 2012

STICHTING ROSARIUM VAN VROUWEN VOOR VROUWEN TE ROTTERDAM. Rapport inzake jaarstukken 2012 STICHTING ROSARIUM VAN VROUWEN VOOR VROUWEN TE ROTTERDAM Rapport inzake jaarstukken 2012 INHOUDSOPGAVE Pagina ACCOUNTANTSVERSLAG 1 Algemeen 2 2 Samenstellingsverklaring 5 FINANCIEEL VERSLAG 1 Bestuursverslag

Nadere informatie

Stichting Good Works gevestigd te Amsterdam. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Stichting Good Works gevestigd te Amsterdam. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Stichting Good Works gevestigd te Amsterdam Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Rapport Pagina 1 Samenstellingsverklaring 2 2 Resultaten 3 3 Financiële positie 4 Jaarrekening Balans per 31

Nadere informatie

TRIODOS CUSTODY BV Jaarverslag 2012

TRIODOS CUSTODY BV Jaarverslag 2012 1 TRIODOS CUSTODY BV Jaarverslag 2012 INHOUDSOPGAVE Directieverslag 3 Jaarrekening 2012 Balans per 31 december 2012 4 Winst- en verliesrekening over 2012 5 Toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening

Nadere informatie

Jaarverslaggeving 2013 Stichting Safeline te Lochem

Jaarverslaggeving 2013 Stichting Safeline te Lochem Jaarverslaggeving 2013 Stichting Safeline te Lochem Inschrijving Handelsregister Kamer van Koophandel Oost Nederland Dossiernummer 56482949 I N H O U D S O P G A V E Pagina A. ACCOUNTANTSRAPPORTAGE 1.

Nadere informatie

TRIODOS CUSTODY BV Jaarverslag 2013

TRIODOS CUSTODY BV Jaarverslag 2013 1 TRIODOS CUSTODY BV Jaarverslag 2013 INHOUDSOPGAVE Directieverslag 3 Jaarrekening 2013 Balans per 31 december 2013 4 Winst- en verliesrekening over 2013 5 Toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening

Nadere informatie

Jaarrekening 2014. Stichting Openbare Bibliotheek Zoetermeer

Jaarrekening 2014. Stichting Openbare Bibliotheek Zoetermeer Jaarrekening 2014 Stichting Openbare Bibliotheek Zoetermeer Zoetermeer, juni 2015 Inhoudsopgave Bladzijde JAARREKENING Balans 31 december 2014 Staat van baten en lasten 2014 Algemene toelichting 1 2 3

Nadere informatie

STICHTING VRIENDEN VAN DE OASE DEN HAAG RAPPORT INZAKE DE JAARREKENING 2012/2013

STICHTING VRIENDEN VAN DE OASE DEN HAAG RAPPORT INZAKE DE JAARREKENING 2012/2013 STICHTING VRIENDEN VAN DE OASE DEN HAAG RAPPORT INZAKE DE JAARREKENING 2012/2013 STICHTING VRIENDEN VAN DE OASE DEN HAAG RAPPORT INZAKE DE JAARREKENING 2012/2013 INHOUDSOPGAVE Blz. FINANCIEEL VERSLAG Algemeen...

Nadere informatie

Specialisterren Foundation Kobaltweg 11 3542CE Utrecht. KvK-nummer: 50437062 RAPPORT INZAKE DE JAARSTUKKEN 2015

Specialisterren Foundation Kobaltweg 11 3542CE Utrecht. KvK-nummer: 50437062 RAPPORT INZAKE DE JAARSTUKKEN 2015 Specialisterren Foundation Kobaltweg 11 3542CE Utrecht KvK-nummer: 543762 RAPPORT INZAKE DE JAARSTUKKEN 215 Inhoud VERSLAG Samenstellingsverklaring Resultaat-analyse Jaarverslag van het Bestuur (Tekst)

Nadere informatie

STICHTING DUTCH DENTAL CARE FOUNDATION

STICHTING DUTCH DENTAL CARE FOUNDATION CONCEPT VIII. JAARREKENING 2011 STICHTING DUTCH DENTAL CARE FOUNDATION Inhoudsopgave * Algemene Toelichting blz. 1 * Balans per 31-12-2011 blz. 2 * Staat van Baten en Lasten over 2011 blz. 3 * Kasstroomoverzicht

Nadere informatie

Stichting Koppie-Au. Voorwoord

Stichting Koppie-Au. Voorwoord Voorwoord Stichting Koppie-Au heeft een intensief tweede jaar achter de rug. Een jaar waarin veel energie is gestopt in het bouwen van het crowdfunding platform koppie-au.nl en waarin een begin is gemaakt

Nadere informatie

Jaarrekening 2009. van Stichting Hester. Statutaire vestigingsplaats: Den Haag Adres: Sportlaan 882 2566 NB Den Haag

Jaarrekening 2009. van Stichting Hester. Statutaire vestigingsplaats: Den Haag Adres: Sportlaan 882 2566 NB Den Haag 1 Jaarrekening 2009 van Stichting Hester Statutaire vestigingsplaats: Den Haag Adres: Sportlaan 882 2566 NB Den Haag 2 Balans per 31 december 2009 A c t i v a Vlottende activa Vorderingen 851 7.365 Liquide

Nadere informatie

Stichting Diaconessenhuis/Mariastichting tot steun aan het Interconfessioneel Spaarne Ziekenhuis

Stichting Diaconessenhuis/Mariastichting tot steun aan het Interconfessioneel Spaarne Ziekenhuis tot steun aan het Interconfessioneel Spaarne Ziekenhuis Jaarverslag 2013 tot steun aan het Interconfessioneel Spaarne Ziekenhuis 2 Inhoudsopgave: Bestuursverslag 3 Balans per 31 december 2013 4 Resultatenrekening

Nadere informatie

STICHTING TIME TO HELP NEDERLAND TE ROTTERDAM. Rapport inzake jaarstukken 2013

STICHTING TIME TO HELP NEDERLAND TE ROTTERDAM. Rapport inzake jaarstukken 2013 STICHTING TIME TO HELP NEDERLAND TE ROTTERDAM Rapport inzake jaarstukken 2013 INHOUDSOPGAVE Pagina ACCOUNTANTSVERSLAG 1 Algemeen 3 2 Resultaat 4 3 Financiële positie 5 4 Samenstellingsverklaring 7 1 BESTUURSVERSLAG

Nadere informatie

J A A R R E K E N I N G 2012. Stichting People's Trust Nederland

J A A R R E K E N I N G 2012. Stichting People's Trust Nederland J A A R R E K E N I N G 2012 Stichting People's Trust Nederland blad 2 Inhoudsopgave blad: I Jaarverslag bestuur 3 en 4 II Jaarrekening 1. Grondslagen van de financiële verslaggeving 5 en 6 2. Balans per

Nadere informatie

Balans per 31 december 2014 (na resultaatbestemming)

Balans per 31 december 2014 (na resultaatbestemming) Balans per 31 december 2014 (na resultaatbestemming) ACTIVA Vlottende activa Toe- 31 december 2014 lichting Vorderingen 1 17.426 Liquide middelen 270.066 287.492 PASSIVA Eigen vermogen 2 Vrij besteedbaar

Nadere informatie

Beleidsplan Stichting Gelukskoffer

Beleidsplan Stichting Gelukskoffer Beleidsplan Stichting Gelukskoffer 2011-2015 Stichting Gelukskoffer te Amersfoort Bezoekadres: Printerweg 16, 3821 AD Amersfoort Handelsregisternummer 32169581 Inhoudsopgave 1 Inleiding p. 3 2 Werkzaamheden

Nadere informatie

Stichting MicroHulp Helmond

Stichting MicroHulp Helmond Stichting MicroHulp Helmond te Helmond Jaarrekening 2014 INHOUDSOPGAVE Pagina Algemeen 2 Jaarrekening 2014 Balans per 31 december 2014 3 Resultatenrekening over 2014 4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Nadere informatie

RAPPORT Stichting Dekat di Hati inzake: Financieel Verslag 2014. Inzake: Jaarverslag 2014

RAPPORT Stichting Dekat di Hati inzake: Financieel Verslag 2014. Inzake: Jaarverslag 2014 RAPPORT Stichting Dekat di Hati inzake: Financieel Verslag 2014 Inzake: Jaarverslag 2014 JAARVERSLAG BESTUURSVERSLAG STICHTING DEKAT Dl HATI OVER 2014 Maart 2011 is de Stichting Dekat di Hati opgericht

Nadere informatie

Jaarverslaggeving over 2009

Jaarverslaggeving over 2009 Stichting ENUM Nederland, Arnhem Pagina 1 van 14 Inhoud Jaarrekening 3 Balans per 31 december 2009 (voor resultaatbestemming) 4 Winst-en-verliesrekening over 2009 5 Kasstroomoverzicht over 2009 6 Algemene

Nadere informatie

Grondslagen voor de financiële verslaggeving 2

Grondslagen voor de financiële verslaggeving 2 Rapport inzake de jaarrekening 2013 Van het bestuur van de stichting Kikkeropfleurdoos Oudelandstraat 40 2691 CG 's-gravenzande Pagina Jaarrekening Grondslagen voor de financiële verslaggeving 2 Balans

Nadere informatie

Aan de directie en het bestuur van de Stichting de Brug, Capellastraat 34, 7771 XM Hardenberg JAARREKENING 2012

Aan de directie en het bestuur van de Stichting de Brug, Capellastraat 34, 7771 XM Hardenberg JAARREKENING 2012 Aan de directie en het bestuur van de Stichting de Brug, Capellastraat 34, 7771 XM Hardenberg INHOUDSOPGAVE 1 VERSLAG Bladzijde 1.1 Algemeen 4 1.2 Informatie over de stichting 4 1.3 Namen bestuurders/directie

Nadere informatie

STICHTING MST MENSEN IN BEELD HOUDEN

STICHTING MST MENSEN IN BEELD HOUDEN STICHTING MST MENSEN IN BEELD HOUDEN JAARREKENING 2013 Versie: openbaar Vastgesteld: 23 april 2014 Balans per 31 december 2013 (na resultaatbestemming) Activa 31-12-2013 31-12-2012 Vaste activa Materiële

Nadere informatie

RJ-Uiting 2015-9: Ontwerp-richtlijn C2 Microrechtspersonen

RJ-Uiting 2015-9: Ontwerp-richtlijn C2 Microrechtspersonen RJ-Uiting 2015-9: Ontwerp-richtlijn C2 Microrechtspersonen Met de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening is een nieuwe categorie microrechtspersonen geïntroduceerd. Voor deze nieuwe categorie rechtspersonen

Nadere informatie

Eindexamen vwo m&o 2012 - II

Eindexamen vwo m&o 2012 - II Opgave 2 Bij deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5. Behoud het Nederlands Landschap (BNL) is een landelijke organisatie met als

Nadere informatie

Stichting Ledro4life.eu EINDHOVEN FINANCIEEL VERSLAG 2014

Stichting Ledro4life.eu EINDHOVEN FINANCIEEL VERSLAG 2014 FINANCIEEL VERSLAG 2014 INHOUDSOPGAVE Pagina ACCOUNTANTSVERSLAG Samenstellingsverklaring 3 Resultaat 4 Financiële positie 5 JAARREKENING Balans per 31 december 2014 6 Staat van baten en lasten over 2014

Nadere informatie

STICHTING STEUNFONDS VOEDSELBANK TILBURG

STICHTING STEUNFONDS VOEDSELBANK TILBURG Jaarrekening 214 STICHTING STEUNFONDS VOEDSELBANK TILBURG Varikstraat 29 536 SR TILBURG STICHTING STEUNFONDS VOEDSELBANK TILBURG 1 Jaarrekening 214 INHOUDSOPGAVE Algemeen Verantwoording van het bestuur

Nadere informatie

Stichting Wijzijnéén voor anderen gevestigd te Utrecht

Stichting Wijzijnéén voor anderen gevestigd te Utrecht Stichting Wijzijnéén voor anderen gevestigd te Utrecht Jaarverslag 2013 INHOUD Voorwoord Pagina 1 Samenstellingsverklaring 2 2 Algemeen 3 3 Resultaten 5 Jaarrekening Balans per 31 december 2013 7 Winst-

Nadere informatie

Financieel jaarverslag 2014

Financieel jaarverslag 2014 Financieel jaarverslag 2014 Den Haag, 30 mei 2015 Dit rapport heeft 7 pagina s Inhoudsopgave Jaarstukken Bestuursverslag 3 Jaarrekening Balans per 31 december 2014 5 Staat van baten en lasten over 2014

Nadere informatie