LEERLINGEN VERWIJDEREN IS ZO 2010!

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "LEERLINGEN VERWIJDEREN IS ZO 2010!"

Transcriptie

1 LEERLINGEN VERWIJDEREN IS ZO 2010! Het kan ook anders! 9SO.PRAKT ws Ilka Fink 0 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

2 Inhoudsopgave Pagina(s) Samenvatting.3 1. Inleiding De aanleiding van het onderzoek Doelstelling van het onderzoek Centrale vraagstelling Onderzoeksvragen Theoretisch kader Inleiding Pedagogische Stijl Probleemgedrag Het omschrijven van probleemgedrag Het duiden van probleemgedrag Probleemgedrag en geslacht Probleemgedrag in getallen Probleemgedrag in de klas en de invloed van de docent Mogelijk docentgedrag bij probleemgedrag van de leerling Positief docentgedrag Negatief docentgedrag Aanbevolen interventies Positief gedrag bevorderen Kwalitatief juiste feedback Beloningssysteem hanteren Opzet van het onderzoek Inleiding Participanten Communicatie Kennisbevordering Instrumenten voor het verzamelen van gegevens Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

3 4. Resultaten Resultaten onderzoeksvraag Uitkomsten harde cijfers zorglokaal periode oktober 2011 tot januari Uitkomsten docentenvragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling (januari 2012) Uitkomsten leerlingenvragenlijst (januari 2012) Uitkomsten observaties docentengedrag (januari 2012) Uitkomsten interview met leerlingen over docentengedrag en leservaring (januari 2012) Uitkomsten docentenvragenlijst Hoe wordt het lesgeven in de beide eerste klassen LWOO ervaren? Resultaten onderzoeksvraag Uitkomsten harde cijfers zorglokaal periode januari 2012 tot april Uitkomsten docentenvragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling (april 2012) Uitkomsten leerlingenvragenlijst (april 2012) Uitkomsten observaties docentengedrag (april 2012) Uitkomsten interview met leerlingen over docentengedrag en leservaring (april 2012) Uitkomsten docentenvragenlijst Hoe wordt het lesgeven in de beide eerste klassen LWOO ervaren? Uitkomsten interview met leerlingen over eigen perceptie welke interventies het meest effectief zijn en de reden hiervoor Uitkomsten interview met docenten over eigen perceptie welke interventies Het meest effectief zijn en de reden hiervoor Uitkomsten interview met docenten over knelpunten.32 5 Conclusies, aanbevelingen en discussie conclusies per onderzoeksvraag aanbevelingen en discussie Bibliografie Bijlagen Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

4 Samenvatting Iedereen, leerlingen en leraren, willen graag dat er op school een goede sfeer is. Pas als de sfeer goed is, is er ruimte voor goed onderwijs waar de leerlingen recht op hebben en wat de leraren graag willen geven (Teitler, 2009, p.11). Maar wat als de sfeer en het pedagogische klimaat op een school niet goed is? Wat als op een school de leerlingen straf krijgen, die mechanisch en niet in pedagogische relatie toegepast wordt? Als leerlingen uit de klas verwijderd worden en daarna geen herstel van relatie mogelijk is omdat de docenten niet in gesprek gaan met de leerling? In de nationale en internationale literatuur is te lezen dat de docenten grote invloed hebben op het gedrag en het welbevinden van hun leerlingen en hierdoor ook op het pedagogische klimaat van de school (Delfos, 2000; Golly & Sprague, 2009; Krab, Engelen- Snaterse & de Boer- Boosman, 2000; Marzano, Marzano & Pickering, 2007; Van Acker, 2005; Van der Wolf & Van Beukering, 2009). Dit actieonderzoek met als doel te onderzoeken welke interventies op positieve gedragsverandering bij de leerlingen een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van het aantal uit de klas verwijderde leerlingen teneinde het welbevinden van de leerlingen te verbeteren, heeft uitgewezen dat het consequent inzetten van het effectief juiste feedback, het negeren van negatieve gedragingen en in plaats daarvan het bevestigen van positief gedrag en het hanteren van een beloningssysteem in vorm van een gedragspuntenkaart positieve invloed heeft op het aantal verwijderingen uit de klas en het welbevinden van de leerlingen. 3 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

5 1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de aanleiding en het doel van dit onderzoek, de centrale vraagstelling en de onderzoeksvragen met de daarbij behorende deelvragen. 1.1 De aanleiding voor het onderzoek Het docentschap wordt in toenemende mate belast door de onderwijsleerbehoeften van leerlingen met leer- en gedragsproblemen. In de LWOO (leerweg ondersteunend) klassen op het Berechja College (BC) zitten 16 leerlingen met verschillende handelingsplannen. De extra inspanning, die geleverd moet worden in het onderwijs aan jongeren met een (leer)stoornis, wordt door veel docenten gezien als een taakverzwaring. Die verzwaring wordt vergroot wanneer een docent geconfronteerd wordt met zijn eigen handelingsverlegenheid. Dit leidt tot lessituaties waarbij er sprake is van weinig of geen differentiatie, instructie die gericht is op de hele groep en het handhaven van routines ten koste van het tegemoet komen aan individuele verschillen (Dijkstra, 2008). Dit kan verklaren waarom in de sterkte en zwakte analyse van de in juni 2011 gehouden audit op het BC het pedagogische klimaat als niet positief wordt omschreven. Tevens worden straffen vaak mechanisch en niet in pedagogische relatie toegepast (Berechja College, rapport Audit 2011). Dit wordt onderstreept door het aantal uit de klas verwijderde leerlingen. Wegsturen leidt vaak tot negatieve interacties tussen leerling en leerkracht, tot vermijdingsgedrag en agressie (Velderman, 2007). Ook in de samenvatting van het door leerling gegeven Keiwijzer 1 feedback scoort het pedagogische klimaat aan de zwakke kant. Hierin dient verandering te komen, omdat het bieden van een veilig, pedagogisch klimaat in de klas een basisvoorwaarde is om zowel zorgleerlingen als ontwikkelingskansen te bieden (Donkers, 2011).In dit actieonderzoek wordt onderzocht welke intervententies een bijdrage kunnen leveren aan gedragsverandering bij de leerlingen. Tegelijkertijd kunnen deze interventies ook een bijdrage leveren aan het verbeteren van het welbevinden van de leerling en ten gevolge hiervan ook het pedagogische klimaat verbeteren. Donkers (2011) beschrijft dat het welbevinden van leerlingen vooral te maken heeft met de onderlinge leerling relaties en de sfeer en veiligheid in de klas. Deze aspecten worden vooral door de leerlingen zelf bepaald, maar de leraar heeft hier, volgens Donkers (2011), ook invloed op. Hij stelt dat de kwaliteit van de leraar vooral tot uiting komt in de mate waarop hij/zij een goede regelstructuur hanteert en interactief met de leerlingen communiceert. Hierbij gaat het niet alleen om de onderwijskundige kwaliteiten van de leerkracht, maar ook om de manier waarop hij de relatie met zijn leerlingen gestalte geeft. Wat betreft de leerkracht is het vooral belangrijk om een goede pedagogische relatie met de leerlingen te ontwikkelen zoals het creëren van een ontspannen sfeer in de klas, het hebben van belangstelling voor alle leerlingen, positieve feedback kunnen geven aan leerlingen, in staat zijn regels en orde te handhaven, structuur kunnen bieden, leerlingen ruimte geven zelf ontdekkend bezig te zijn, voorbeeldgedrag laten zien en adequaat kunnen reageren op (positieve of negatieve) interacties van en met leerlingen (Donkers, 2011). Actieonderzoek is volgens De Lange, Schuman en Montesano Montessori (2011) bij uitstek geschikt voor professionals die de eigen beroepspraktijk willen onderzoeken met het doel deze te verbeteren of te vernieuwen. 1.2 Doelstelling van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in welke interventies voor gedragsverandering gevolgen hebben voor het welbevinden van de leerling teneinde het aantal verwijderingen te verminderen en tot aanbevelingen te komen wat dit onderzoek kan betekenen voor het BC in zijn totaliteit feedback instrument (www.keiwijzer.nl) 4 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

6 1.3 Centrale vraagstelling Welke interventies op gedragsverandering kunnen een bijdrage leveren aan het verminderen van het aantal verwijderingen op het BC teneinde het welbevinden van de leerling te verbeteren? 1.4 Onderzoeksvragen en deelvragen Deelvraag 1: Wat verstaat de literatuur onder een goed pedagogisch klimaat? Wat zegt de literatuur over de pedagogische stijl van de leraar? Wat zegt de literatuur over het welbevinden van de leerlingen? Welk verband wordt er in de literatuur genoemd tussen het pedagogisch handelen van leerkrachten en het welzijn van de leerlingen? Welke interventies lijken een positief effect te hebben? Deelvraag 2: Hoe ervaren de LWOO -leerlingen en lesgevende docenten van beide klassen 1 de lessen op dit moment? Hoe vaak en met welke reden worden LWOO leerlingen uit de klas verwijderd (oktober 2011 tot midden januari 2012) Welke maatregelen worden door de docent genomen in verband met het uitsturen van de leerling? Hoe ervaren de leerlingen hun algemeen welbevinden op school? Welk docentengedrag is te zien? Hoe vaak komt positief docentengedrag (zoals van de literatuur beschreven) noemt voor en hoe vaak komt negatief docentengedrag (zoals van de literatuur beschreven) voor? Hoe ervaren de leerlingen het docentengedrag? Hoe ervaren de docenten de lessen op dit moment? Deelvraag 3: Hoe ervaren de LWOO- leerlingen en docenten van het LWOO team de lessen na een periode van 3 maanden werken met interventies voor gedragsveranderingen (alleen klas 1 B)? Hoe vaak en met welke reden worden LWOO leerlingen verwijderd in de 3 maanden waarin de docenten bewust werken met interventies voor gedragsveranderingen? Welke maatregelen worden door de docent genomen in verband met het uitsturen van de leerling? Hoe ervaren de leerlingen hun algemeen welbevinden op school? Welk docentengedrag is te zien? Hoe vaak komt positief docentengedrag (zoals van de literatuur beschreven) noemt voor en hoe vaak komt negatief docentengedrag (zoals van de literatuur beschreven) voor? Welke veranderingen zien de leerlingen in het gedrag van de leerkrachten? Hoe ervaren de docenten de lessen op dit moment? Welke interventies waren in de perceptie van de leerlingen het meest effectief en waarom? Welke interventies waren in de perceptie van de docenten het meest effectief en waarom? Welke knelpunten ervaren de leraren bij het toepassen van interventies voor gedragsveranderingen? 5 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

7 2 Theoretisch kader Dit theoretisch kader zal antwoord geven op de vraag wat de literatuur verstaat onder pedagogisch adequaat handelen bij probleemgedrag in de klas. In paragraaf 2.2 zal worden beschreven wat de literatuur onder probleemgedrag verstaat. Daarna zal in paragraaf 2.3 het gedrag van docenten op probleemgedrag van de leerling aan bod komen. Afsluitend wordt in paragraaf 2.4 gekeken welke vormen van bekrachtiging van het gewenste gedrag in de literatuur als het meest positief worden beschreven. 2.1 Inleiding Docenten zijn de sleutelfiguren in een school. Hun houding ten aanzien van de leerling met leer- en gedragsproblemen is essentieel voor het welbevinden van de leerling op school (Dijkstra, 2008). Onderzoek van Cook (2001) heeft uitgewezen dat leerlingen met gedragsstoornissen sneller worden opgegeven door de leerkrachten. Het contact met deze leerlingen is oppervlakkiger, de leerlingen krijgen sneller kritiek en minder positieve feedback. 2.2 Pedagogische stijl Een kwalitatief goede pedagogische stijl is voor een school van groot belang voor de kwaliteit van het onderwijsproces (Stevens, 2002; Riksen-Walraven, 2002). Deze paragraaf zal het begrip pedagogische stijl definiëren. Onder de pedagogische stijl wordt het pedagogisch en didactisch handelen van de docent verstaan. Het pedagogisch handelen bestaat uit die handelingen, die een docent onderneemt met betrekking tot de interactie met de leerlingen en de leeromgeving, buiten de feitelijke kennisoverdracht om. Het betreft die handelingen waarmee een leeromgeving wordt gecreëerd waarin de kennisoverdracht of het leren zelf plaatsvindt. Hierbij valt te denken aan orde houden in de klas of het opbouwen van het contact met een leerling. Met andere woorden, het pedagogisch handelen betreft het creëren van de basisvoorwaarden voor het leren van de leerling. Wanneer de docent zorgt voor een positief pedagogisch klimaat zal dit leiden tot een veilige en motiverende leeromgeving (Inspectie van onderwijs, 2007). 2.3 Probleemgedrag Deze paragraaf geeft antwoord op de vraag hoe probleemgedrag omschreven wordt. Tevens wordt het duiden van probleemgedrag en de omgang met probleemgedrag omschreven Het omschrijven van probleemgedrag Het omschrijven van probleemgedrag is sterk afhankelijk van de docent, want hoe de docent aankijkt tegen de leerling en zijn gedrag zal bepalen hoe de docent erop reageert (Durrant, 2001). Versteegen en Lodewijks (2006) beschrijven dat het van belang is een strikte scheiding aan te brengen tussen het kind afwijzen als persoon en het afwijzen van het problematisch gedrag van het kind. Ook Van der Wolf & Van Beukering (2009) waarschuwen de docent zich bewust te zijn van de beelden die hij van een leerling heeft. Volgens Van Lieshout (2002) vertoont gemiddeld één op de zes kinderen in de schoolse periode op een of ander moment aanzienlijke emotionele- en/of gedragsproblemen. Van Lieshout (2002) stelt dat een gedragsprobleem meer buiten de persoon staat dan dat de persoon zelf een probleem is, een gedragsprobleem is zodoende voornamelijk reactief van aard. 6 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

8 Delfos (2000) noemt gedragsproblemen belemmeringen, die hun oorsprong vinden in de omgeving. Deze belemmeringen laten de ontwikkeling minder soepel verlopen. Er is sprake van een situatieverbondenheid. Het is een bijproduct van de oorzaak. Bij gedragsproblemen, voortvloeiend uit een belemmering, is de mogelijkheid van beïnvloeding van buitenaf groter (Delfos, 2000). Bij een stoornis is het belangrijk te beseffen, dat de mate van beïnvloeding van buitenaf beperkt is. Het gaat in dat geval vaak om bescherming en leren omgaan met de beperking (Van Lieshout, 2002). Door goede steun en opvoeding kan er voor gezorgd worden, dat een stoornis een minder negatief effect heeft (Van Lieshout, 2002). Volgens Delfos (2000) en Pameijer en Van Beukering (2006) is het belangrijk niet alleen de moeilijke aspecten van de (gedrags)stoornis of het (gedrags)probleem te zien bij het kind, maar ook de positieve en interessante (eigen)aardigheden van het kind. Een kind met ADHD is niet alleen druk en lastig, maar ook sprankelend, pittig en energiek. Delfos (2000) stelt, dat kinderen met gedragsproblemen respect verdienen voor de grenzen, die de aanleg het kind oplegt. Docenten dienen te achterhalen wat het kind met zijn probleemgedrag wil zeggen Het duiden van probleemgedrag Sipman (2009) beschrijft dat het moeilijk is precies te beschrijven wat het gedrag van een kind is. Met name objectief beschrijven van concreet gedrag, stelt Sipman (2009), is moeilijk. Opvoeders zijn snel geneigd het gedrag van het kind te interpreteren (Sipman, 2009). Van der Ploeg (2007) geeft aan dat docenten in het algemeen wel weten aan te geven wanneer jeugdigen gedragingen vertonen die hun zorgen baren. Groei en Kleijnen (2010) beschrijven dat leraren met name leerlingen met externaliserende gedragsproblematiek als lastig ervaren. Docenten vinden deze leerlingen dan ongehoorzaam, ongepast, onbetrouwbaar, onberekenbaar enzovoort. Deze leerlingen komen niet tegemoet aan de gestelde verwachtingen en houden zich niet aan de geldende regels en afspraken. Hierdoor lijkt de dagelijkse praktijk het antwoord te geven wanneer er sprake is van probleemgedrag. In die zin is probleemgedrag subjectief en normatief (Van der Ploeg, 2007). Echter zo simpel is het niet, want niet alle opvoeders hanteren dezelfde normen en waarden. Hierdoor, zo stelt Van der Ploeg (2007) zijn probleemgedragingen handelingen waarvan de beoordelingen het resultaat zijn van de interpretaties van de betrokkenen. Volgens Van der Ploeg (2007) helpt het bij het beantwoorden van de vraag of er sprake is van probleemgedrag een viertal criteria te onderscheiden, die tot meer kennis bijdragen: de frequentie, de duur, de omvang en de gevolgen. Golly en Sprague (2009) zeggen, dat leerlingen vaak ongewenst gedrag laten zien omdat zij: 1. Aandacht van volwassenen en klasgenoten willen hebben; 2. Proberen onaangenaam werk te ontlopen (te moeilijk, te makkelijk, te saai); 3. Wraak willen nemen op leerkrachten Probleemgedrag en geslacht Volgens Van Acker (2005) bespeuren docenten over het algemeen meer problemen bij jongens dan bij meisjes, vooral als het gaat om sociaal afgekeurd gedrag. Bij meisjes ziet men minder problemen omdat meisjes dit minder uiten dan jongens. Meisjes hebben meer innerlijke problemen en jongens hebben meer naar buiten gerichte problemen zoals agressie en impulsief gedrag. Met innerlijke problemen wordt bedoeld angst, teruggetrokkenheid, depressiviteit en dergelijke (Van Acker, 2005; Van der Wolf & Van Beukering, 2009). Ook Van der Ploeg (2007) beschrijft dat jongens hun ongenoegens vaak openlijker uiten in hun gedrag dan meisjes, waardoor de jongens meer last veroorzaken voor de omgeving. Hierdoor krijgen ze in het reguliere onderwijs eerder het stempel problematisch (Van der Ploeg, 2007) Probleemgedrag in getallen Voor Nederland wordt in het algemeen aangehouden dat 20% van de jeugdigen problematisch gedrag vertoont (waarvan 5% zware problematiek). Dit betekent, dat op scholen voor basisonderwijs meer dan en in het voortgezet onderwijs ruim kinderen 7 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

9 gedragsproblemen hebben die meer hulp vereisen dan een beetje extra aandacht (Van der Ploeg & Mooij, 1997). Volgens Van Acker (2005) hebben onhandelbare kinderen, kinderen, die niet te beïnvloeden zijn met de gebruikelijke methoden, een bijzondere aanpak nodig. Van Acker (2005, p. 20) maakt een onderscheid tussen twee groepen: 1. Kinderen die af en toe heel vervelend zijn, maar die met de gebruikelijke opvoedingsmethoden zich na verloop van tijd sociaal aangepast weten te gedragen; 2. Kinderen die echt gedragsgestoord zijn en bij wie de gebruikelijke opvoedingsmethoden op de langere termijn ook niet helpen. In groep 1 zitten volgens Van Acker (2005) bijna alle kinderen! Hij verwijst naar een Nederlands onderzoek waarin bijna 1200 kinderen tussen vier en twaalf jaar door hun leerkrachten werden beoordeeld. Uit antwoorden blijkt dat op bepaalde leeftijden bij 40 à 60% van de kinderen problemen worden gesignaleerd Probleemgedrag in de klas en de invloed van de docent Volgens Van Acker (2005) is gedrag van mensen ten goede te veranderen door de juiste omstandigheden te creëren. Dat gedrag erfelijk of biologisch bepaald kan zijn, kan een rol spelen, maar de meeste invloed gaat altijd uit van de concrete omstandigheden in het hier en nu. Ook, zegt Van Acker (2005), dat het niet terecht is te beweren dat kinderen zich onaangepast gedragen in de klas omdat ze thuis niet goed zijn opgevoed. Dit kan volgens Van Acker (2005) een rol spelen maar de belangrijkste invloed van het gedrag in de klas is altijd te vinden in de klas zelf. Docentgedrag is belangrijk (Van Acker, 2005; Van Lieshout, 2002). Van Acker (2005) weet dat ieder kind anders is, maar ook dat elke docent anders is. Een kind dat bij de meeste docenten onhandelbaar is, kan bij één leerkracht een model-leerling zijn. Dat wil volgens Van Acker (2005) niet zeggen dat de andere leerkrachten minder capaciteiten zouden hebben, maar dat op een of andere manier tussen die ene leerkracht en dat kind klikt en hierdoor het kind enige binding heeft met de docent. Zuylen (2011) omschrijft dat het welbevinden van de leerlingen de basis is voor een goed klimaat. Een goed werkklimaat is de norm, die helder en bekend is bij de leerlingen. Storende afwijkingen dienen te worden gecorrigeerd, maar dat hoort op een vriendelijk manier te gebeuren, want alleen zo verstoort de correctie de relatie met de leerling niet. Op deze manier kunnen welbevinden en klimaat met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Van Lieshout (2002) omschrijft dat met name de relatie en interactie tussen opvoeder en jongere belangrijk is voor vermindering van het probleemgedrag van deze jongere. Het gaat vooral om een goede afstemming tussen de pedagogische aanpak van de docent enerzijds en de behoeften van het kind anderzijds (Van Lieshout, 2002). Een hechte, persoonlijke, professionele relatie met de leerling tot stand brengen, noemen Van der Wolf en Van Beukering (2009) de meest succesvolle strategie om met probleemgedrag om te gaan. Dit verbaast niet, omdat deze strategie in pedagogische, psychologische en onderwijskundige literatuur voortdurend wordt benoemd (Stevens, 2002). Krab, Engelen-Snaterse en Boer- Boosman (2000) noemen de docent de spil voor gedragsverandering. Hierdoor is het belangrijk docentgedrag te beschrijven, want Versteegen en Lodewijks (2006) stellen dat de opvoeder een grote rol kan spelen bij het instandhouden van interactieproblemen met leerlingen. De manier waarop een docent omgaat met de leerling kan een uitlokkende factor vormen (Krab, Engelen- Snaterse & de Boer- Boosman, 2000). De mate waarop de docent nadruk legt op gewenst gedrag, positief gedrag beloont, de manier waarop hij omgaat met belonen en straffen en het geven van feedback roepen specifieke reacties bij de leerling op (Krab, Engelen- Snaterse & de Boer- Boosman, 2000). 8 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

10 2.4 Mogelijk docentgedrag bij probleemgedrag van leerlingen Deze paragraaf zal antwoord geven op de vraag welk gedrag van docenten volgens de literatuur als positief of negatief wordt omschreven met het oog op gedragsverandering bij de leerling Positief docentengedrag Van Acker (2005) stelt dat voorkomen beter is dan genezen. Als probleemgedrag in de klas tijdig kan worden voorkomen of als onmiddellijk wordt ingegrepen, kan veel stress en lesverstoring worden vermeden. Om storend gedrag te voorkomen moet de leerkracht leren de precieze oorzaken ervan te onderscheiden en er adequaat mee leren omgaan (Acker, 2005). De onderwijsraad (2010) stelt dat sommige leraren van nature goed weten om te gaan met gedragsproblemen en hieraan plezier ontlenen. Dit effectieve gedrag is te analyseren, te beschrijven en te leren. De preventie en aanpak van gedragsproblemen staat en valt, blijkens onderzoek, met een positieve, actieve grondhouding, effectieve instructie en effectief klassenmanagement, het kunnen omgaan met verschillen, en de relatie tussen leraar en leerling. Verder moeten leraren goed kunnen observeren en in staat zijn tot reflecteren op de redenen voor de gedragsproblemen. Ook zijn leerlingen erbij gebaat als leraren planmatig werken aan gedragsverandering (Onderwijsraad, 2010). Van Acker (2005) vindt dat de meeste aandacht moet uitgaan naar het aanleren van passend en sociaal gedrag want als een leerling wordt gestraft dan "leert" hij nog niet hoe hij zich wel moet gedragen. Om probleemgedrag te kunnen afleren, moet doelgedrag worden benoemd (Krab, Engelen- Snaterse & de Boer- Boosman, 2000). Effecten van dit doelgedrag zijn volgens Van Acker (2005) de toename van wenselijk gedrag en het laten afnemen van ongewenst gedrag. Als wenselijk gedrag wordt aangeleerd, dan is het nodig heldere doelen in kleine stapjes te omschrijven, successen aan te moedigen en te belonen (Van Acker, 2005). Delfos (2006) schrijft docenten regels voor, die gedragsverandering kunnen veroorzaken. De drie gouden regels van Delfos (2006, p.96) zijn: 1. Door middel van corrigerend optreden of straffen kan men slecht gedrag stoppen en wordt de kans op dit gedrag kleiner als de pakkans groot is; 2. Nieuw gedrag kan alléén aangeleerd worden door het te bekrachtigen; 3. Het afleren van slecht gedrag kan alléén door het te laten uitdoven, vooral door te negeren. Bekrachtigen kan door middel van een beloning, zowel materieel als immaterieel. Om gedrag te leren, het op te laten nemen in het gedragsrepertoire, moet het in eerste instantie iedere keer bekrachtigd worden. Is het geleerd dan kan het versterkt worden door het gedrag variabel te bekrachtigen: soms wel soms niet. Verder signaleert Delfos (2006), dat het stoppen van ongewenst gedrag aantrekkelijk is voor opvoeders, maar dat het slechts de start is van de gedragsverandering. Er moet gezocht worden naar een alternatief voor het ongewenste gedrag. Wanneer het nieuwe gedrag bekrachtigd wordt, neemt het ongewenste gedrag in kwantiteit en in kwaliteit af. Golly en Sprague (2009) stellen dat een goede leraar goed gedrag moet blijven bekrachtigen totdat het een automatisme is geworden. Positieve controle, het versterkend reageren op positieve gedragingen van kinderen en het negeren van negatieve gedragingen, noemen Krab, Engelen- Snaterse en Boer- Boosman (2000) een ideaal middel om gedrag positief te veranderen. Positieve controle wordt door vier punten gekenmerkt (Krab, Engelen- Snaterse & de Boer- Boosman, 2000): 1. Het stellen van een regel; 2. Het observeren van gedrag; 3. Het versterken van gewenst gedrag; 4. Het negeren van ongewenst gedrag. Zowel Van der Wolf en Van Beukering (2009) als ook Krab, Engelen- Snaterse en de Boer- Boosman (2000) weten dat het meest basale dat een leraar kan doen om gedragsproblemen aan te pakken of te voorkomen zelf positief gedrag laten zien en voordoen is. 9 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

11 2.4.2 Negatief docentengedrag: Volgens Delfos (2006) proberen opvoeders vaak door middel van straf gedrag om te buigen. Straf is vrij effectief om gedrag (tijdelijk) te stoppen, maar hoe onaangenaam de straf ook is er wordt geen nieuw gedrag door aangeleerd en geen ongewenst gedrag door afgeleerd (Delfos, 2006). Het is slechts een eerste stap op weg naar gedragsverandering. Straf is in principe een bekrachtiger, ook al is straf niet belonend (Delfos, 2006). Leraren handelen in een turbulente klas vaak intuïtief. Hierdoor wordt ernaar geneigd om het ontbreken van gedragsvaardigheden bij leerlingen te bestraffen in plaats van deze vaardigheden aan te leren (De Jong & Berg, 2004). Als de leerkracht voornamelijk reageert op de negatieve gedragingen van kinderen en aan de positieve gedragingen weinig aandacht besteedt, omdat de docent deze normaal vindt, wordt dit als negatieve controle omschreven (Krab, Engelen- Snaterse & de Boer- Boosman, 2000). Stevens (2002) beschrijft dat orde- en gedragsproblemen ontstaan wanneer de leraar de leerlingen te weinig beschouwt als mensen met het vermogen om kritisch te oordelen, het vermogen om in ieder geval voor zichzelf vast te stellen in hoeverre zij zich goed voelen en in hoeverre zij voor hun gevoel vooruitkomen en zich daadwerkelijk ontwikkelen. Van der Ploeg (2007) stelt dat leraren die proberen probleemgedrag via harde straffen en strenge maatregelen in te dammen, niet tot het gewenste resultaat komen. Autoritair en hard optreden leidt volgens Van der Ploeg (2007) meestal tot meer agressie en onrust. Golly en Sprague (2009) waarschuwen voor niet- correct taalgebruik aan de kant van de leraar. Bij misdragingen moet de docent duidelijk en beknopt zeggen wat de leerling wel moet doen, niet wat de leerling eventueel zou kunnen doen, want hierdoor krijgt de leerling geen duidelijke informatie over wat hij of zij precies moet doen. Kenmerken voor niet- correct taalgebruik volgens Golly en Sprague (2009) zijn: 1. Omslachtigheid; 2. Vaagheid; 3. Vol signalen van boosheid en frustratie; 4. Bevat tegenstrijdige aanwijzingen. Ook Van der Wolf en Van Beukering (2009) stellen dat een leraar geen persoonlijke kritiek uitoefent en in plaats daarvan aanwijzingen voor beter gedrag geeft. Bateman & Golly (2008) waarschuwen docenten ervoor in de valkuil te trappen leerlingen straf te geven of uit de klas te verwijderden zonder dat er wordt onderwezen welke regel werd overtreden. Het gevolg hiervan is dat de leerling nog niet heeft geleerd, wat er van hem/haar verwacht wordt. Docenten, die in de valkuil van het bekritiseren lopen en aanhoudend opmerken dat de leerling het nooit goed doet krijgen met meer gedragsproblemen te maken dan leerkrachten, die juist positieve feedback voor correct gedrag geven (Bateman & Golly, 2008). In lijn met de conclusie van het onderzoek van Velderman (2007) heeft een leraar, die ervoor kiest een leerling uit de klas te sturen niet de goede manier van afstemming gevonden om deze leerling binnen de klas op te vangen. Volgens hem maken vrijwel alle onderzoekers kanttekeningen bij de maatregel uitsturen. Wegsturen leidt namelijk vaak tot negatieve interactie tussen leerling en docent en tot vermijdingsgedrag en agressie. Gartrell (2001) geeft 5 redenen waarom time-out of uitsturing een ongewenste maatregel is bij kinderen: 1. Het zorgt voor controle die van buitenaf is opgelegd, zodat het kind een gevoel van ineffectiviteit wordt bezorgd; 2. Door het kind buiten de situatie te plaatsen komt men niet tegemoet aan de behoefte van het kind; het ontwikkelt geen alternatieve strategieën; 3. Het kind ontwikkelt geen zelfwaardering en zelfvertrouwen en anderen kunnen het kind gaan zien als lastpak; 4. Het jonge kind kan moeite hebben met het leggen van de link tussen zijn eigen gedrag en de consequenties die het ervaart; 5. Buiten de klas verliest het kind kans op sociaal leren, dat er anders was in de klas. 10 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

12 Genoemde nadelen, zo stelt Velderman (2007) wegen zwaarder naarmate leerlingen ouder worden en wellicht nog belangrijker is het feit dat uitsturen bij de leerling niet leidt tot inzicht in die situatie. Hij ondergaat de time-out en blijft passief (Velderman, 2007). 2.4 Aanbevolen interventies In deze paragraaf zullen door de literatuur aanbevolen interventies voor bekrachtiging van positief en gewenst gedrag aan bod komen Positief gedrag bekrachtigen Sipman (2009) stelt dat positief bekrachtigen voor een professionele opvoeder het sterkste wapen is. Dit kan in geval van extreme gedragsproblemen moeilijk zijn, maar dan dient er naar gedrag gekeken te worden dat als vanzelfsprekend beschouwd wordt en dit te belonen. Volgens hem kunnen docenten ook door andere leerlingen te belonen het ongewenste gedrag van een leerling beïnvloeden Kwalitatief juiste feedback geven Hattie (2002) heeft onderzocht dat feedback van een docent de meest efficiënte manier is om de leerling te beïnvloeden. Ook Van der Wolf en Van Beukering (2009) noemen feedback een krachtig middel om de ontwikkeling van de leerling in gunstige zin te beïnvloeden. Dit geldt in principe voor alle leerlingen, maar zeker ook voor leerlingen met gedragsproblemen (Van der Wolf & Van Beukering, 2009). Uit onderzoek blijkt dat leerlingen met gedragsproblemen minder en minder geschikte feedback ontvangen dan hun goed gedragende klasgenoten of leeftijdsgenoten (Good & Brophy, 2003; Visser, 2004). Feedback moet regelmatig gegeven worden (Van der Wolf &Van Beukering, 2009). Feedback die globaal, dubbelzinnig of persoonlijk is, blijkt volgens Van der Wolf en Van Beukering (2009) zelden effectief te zijn. Hoe specifieker de informatie van de leraar des te preciezer weet de leerling wat het verschil is tussen wat hij eerst kon, wat hij nu kan en wat hij straks zal kunnen (Van der Wolf &Van Beukering, 2009). Hattie en Timperley (2007) beschrijven effectieve feedback als het verkleinen van de afstand tussen waar de leerling is en waar de leerling naartoe werkt Beloningssysteem hanteren Maag (2001) stelt dat beloningen een sterke bekrachtiging kunnen vormen. Beloningen kunnen verbale, non- verbale uitingen zijn, voorrechten, tastbare beloningen of elementen in een beloningssysteem. Bekrachtiging in de vorm van belonen vergroot de kans dat gewenst gedrag terugkomt (Golly & Sprague, 2009). Volgens Golly en Sprague (2009) is het van belang om regelmatig feedback te geven en beloningen uit te delen aan leerlingen, die zich aan de gedragsregels houden. In de loop van de tijd kan de frequentie van de extrinsieke (bekrachtigingen van buiten; tastbare beloningen) langzaam verminderd worden, terwijl de intrinsieke beloningen (natuurlijk vormen van bekrachtiging zoals sociale omgang, positieve aandacht docent) hetzelfde blijven (Golly & Sprague, 2009). Dat de docent kan volstaan met het uitdelen van steeds minder extrinsieke beloningen, komt volgens Golly en Sprague (2009) doordat de leerlingen door consequente toepassing van de regels en het goede voorbeeld, intrinsiek gemotiveerd raken om het goede te doen. 11 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

13 3 Opzet van het onderzoek In dit hoofdstuk worden de participanten in dit onderzoek en de communicatie in verband met dit onderzoek beschreven. Tevens wordt beschreven hoe en met welk doel de onderzoeker de kennis van de docenten van de experimentele groep heeft bevorderd en welke instrumenten de onderzoeker heeft ingezet om gegevens te verzamelen. 3.1 Inleiding Het algemene doel in dit actieonderzoek is inzichtelijk te krijgen welke interventies gericht op gedragsverandering bij de leerlingen van het BC positieve gevolgen hebben voor het welbevinden van de leerling teneinde het aantal uitsturingen te verminderen en tot aanbevelingen te komen wat dit onderzoek kan betekenen voor de school. De Lange, Schuman en Montesano Montessori (2011) stellen dat actieonderzoek in abstracte zin een vorm van interventiemethodologie is, omdat gedurende het onderzoek namelijk een alternatieve handelingswijze wordt ontwikkeld en uitgeprobeerd. Dit geldt als een interventie op de bestaande situatie die aan het eind geëvalueerd wordt (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011, p.108). 3.2 Participanten Het onderzoek is uitgevoerd in een eerste klas LWOO. De uitkomsten worden vergeleken met de uitkomsten van een vergelijkbare groep waarin het experiment achterwege wordt gelaten. Beide groepen zijn eerste klassen basis met LWOO leerlingen. Deze groepen zijn vergelijkbaar wat betreft hun leerniveau en hun groepsgrootte (N=16). De experimentele groep is de klas 1B. De controlegroep is de klas 1A. In beide klassen worden dezelfde vakken aangeboden, maar deze worden door verschillende leraren (N=10) gegeven. De leraren zijn tussen de 25 en 56 jaar oud en minimaal 2 jaar lesgevend. klas Leerlingen N Verhouding in % geslacht leerlingen m/ j Docenten N Soort groep 1A 16 50%/ 50% 10 controle 1B 16 44%/ 56% 10 experimenteel Tabel 1. Onderzoek participanten verdeeld over de groepen 3.3 Communicatie De onderzoeker bezoekt eind 2011 de kernteamvergadering van het LWOO team. Hierin laat de onderzoeker een uitgeprinte samenvatting van het door de leerlingen gegeven feedback over het pedagogische klimaat op school zien (Keiwijzer ). Op dit overzicht is te zien dat het pedagogische klimaat negatief wordt omschreven door de leerlingen. Kotter (1995) beschrijft dat urgentiebesef de belangrijkste reden voor gedragsverandering is. De onderzoeker vraagt het LWOO-team om 12 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

14 participatie voor het onderzoek en krijgt een positief antwoord. Voor het MT is het slechte pedagogische klimaat eveneens een speerpunt en hierdoor wordt dit onderzoek als wenselijk en noodzakelijk omschreven. Tijdens de LWOO-teamvergadering van klas 1B in januari 2012 maakt de onderzoeker de uitkomsten van de SchoolVragenLijst (SVL) (Smits, Vorst & Universiteit van Amsterdam, 2008) van beide eerste klassen bekend (de SVL is als bijlage 1 toegevoegd). In april 2012 worden de uitkomsten van de opnieuw ingevulde SVL van beide klassen bekend gemaakt tijdens een vergadering van klas 1A en 1B en vergeleken met eerdere uitkomsten. Dit dient volgens Harinck (2010) een onderzoeker te doen, omdat door de resultaten publiek te maken, deze niet door anderen alleen passief worden geconsumeerd, maar ook kritisch bekeken en gekoppeld aan hun eigen ervaringen. In juli 2012 wordt dit onderzoek tijdens een studiemiddag gepresenteerd aan het voltallige team van school. Hierin worden de slotconclusie(s) of aanbeveling(en) en de mogelijkheid voor implementatie van voorgestelde veranderingen besproken. Tevens wordt dit onderzoek tijdens het platformzorg van het samenwerkingsverband gepresenteerd. Hierbij zijn de zorgcoördinatoren van de VO scholen van de Noordoostpolder en twee scholen uit Steenwijk aanwezig. 3.4 Kennisbevordering De Lange, Schuman en Montesano Montessori (2011) stellen dat elk actieonderzoek zich bezig houdt met de ontwikkeling van betekenisvolle relaties, het gebruiken van de bij de betrokken mensen beschikbare deskundigheid, het inspelen op onzekerheid en het realiseren van samenhang en betrokkenheid. Om de kennis van de docenten uit de experimentele groep te bevorderen heeft de onderzoeker verschillende literatuur met betrekking tot positieve gedragsverandering beschikbaar gesteld waarin de door de literatuur aanbevolen interventies voorgesteld worden en positief en negatief docentengedrag beschreven wordt. Ook heeft de onderzoeker haar theoretisch kader onder de docenten uit de experimentele groep verspreid. Voor actieonderzoekers is de ontwikkeling van de professionals die in de organisatie werken voorwaardelijk voor de ontwikkeling en vernieuwing van het systeem of onderdelen van het systeem van groot belang (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011). Tevens heeft de onderzoeker de docenten uitgelegd welke verwachtingen en spelregels verbonden zijn aan een door de onderzoeker zelf ontworpen gedragsbeloningskaart (zie bijlage 2). Bij deze kaart krijgt de individuele leerling feedback voor het gedrag in de les, maar kunnen er vooral ook gezamenlijk punten verdiend worden waardoor de leerlingen beloond worden. De mentor van klas 1B heeft deze kaart met de klas besproken en samen met de klas worden afspraken gemaakt waarvoor de klas punten wil sparen. Volgens Golly en Sprague (2009) is het belangrijk waarderingen en beloningen te gebruiken, die de leerlingen aanspreken. Daarnaast dient de onderzoeker als coach en vraagbaak van de docenten, die deel uitmaken van de experimentele groep van dit onderzoek. Om een beter beeld van de situatie te hebben, bezoekt de onderzoeker verschillende lessen van docenten uit beide groepen en observeert hierbij het docentgedrag en het gedrag van de leerlingen. Actieonderzoekers dienen zicht te krijgen op factoren die een veranderingsproces kunnen stimuleren of laten stagneren (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011). Senge (1992) noemt de invloed van mentale modellen die betrokkenen hanteren in hun werk en de mate waarin zij bereid zijn hierin verandering aan te brengen als bijzonder belangrijk in een organisatie. Daarom staat in het coachen van de docenten voor de onderzoeker centraal, dat deze op een andere manier leren kijken naar probleemgedrag, omgaan en benaderen van leerlingen en belonen en stimuleren van gewenst gedrag van de leerlingen in de les. Tevens worden de docenten van de experimentele groep uitgenodigd voor collegiale consultatie om de onderzoeker te observeren, die hierdoor als rol-model functioneert. In het theoretische kader is het belang hiervan beschreven. Bij de controlegroep zijn interventies op kennisbevordering achterwege gelaten door de onderzoeker. Hierdoor kunnen de uitkomsten van het onderzoek in de experimentele groep vergeleken worden met die van de controlegroep en kan verandering daadwerkelijk gemeten worden. De onderzoeker heeft tijdens het onderzoek erop gelet dat zij aan de ethische aspecten en normen, die zich bij een praktijkonderzoek kunnen voordoen, voldoet. Zo 13 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

15 zijn de handelingen van de onderzoeker ten allen tijden zuiver en transparant en consistent met de onderzoeksdoelen. De Lange, Schuman en Montesano Montessori (2011) wijzen hierbij op het belang van de dialoog binnen de onderzoeksgroep en met de critical friends 2. Tevens heeft de onderzoeker ervoor gezorgd de onderzoeksactiviteiten zo te organiseren dat ordeverstoring geminimaliseerd wordt. Ook wordt de participanten vertrouwelijkheid en anonimiteit in het verzamelen van gegevens gegarandeerd. De onderzoeker is op een betrouwbare, vriendelijke, respectvolle manier relaties aangegaan met anderen. Een onderzoeker dient deugdzaam te handelen en een klimaat van veiligheid te scheppen (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011). 3.5 Instrumenten voor het verzamelen van gegevens Onderzoek doen is een manier om tot kennis te komen. Als zich een probleem voordoet, dan wil de onderzoeker weten waarom het probleem zich voordoet in deze situatie (Harinck, 2010). In dit onderzoek is dit gerelateerd aan de klas, waarin dit onderzoek plaatsvindt. Welke interventies zijn geschikt om gedragsverandering en hierdoor toename van welbevinden te creëren? Voor het verkrijgen van data uit de onderzoeksvragen is gebruik gemaakt van verschillende instrumenten: De leerlingen van beide eersten klassen hebben midden januari 2012 de SVL ingevuld. Met de afname van de SVL kan de onderzoeker inzicht in het welbevinden of de sociaal-emotionele houding (WELB) ten opzichte van het schoolleven verkrijgen door vragen met betrekking tot plezier op school (PS), het sociaal aanvaard voelen van de leerling (SA) en de relatie met leerkrachten (RL) in kaart brengen. De vragenlijsten worden in beide eerste klassen LWOO (N=16 per klas) klassikaal uitgedeeld en afgenomen door de onderzoeker. De leerlingen kunnen steeds kiezen uit drie opties en hoeven daarvoor alleen het bijbehorende bolletje te kleuren. Vervolgens is de vragenlijst ingenomen, geïnventariseerd en geanalyseerd waarna de gegevens verwerkt zijn in grafieken. Eind april 2012 is bij dezelfde leerlingen de vragenlijst weer afgenomen. Ook deze resultaten zijn in een grafiek verwerkt. Bij deelvragen waarbij de leerlingen worden geïnterviewd geven die leerlingen antwoord, die mondeling kenbaar hebben gemaakt nog meer vragen te willen beantwoorden. De docenten van beide eerste klassen kregen verschillende vragenlijsten. Vragenlijsten zijn geschikt voor exploratie, beschrijving en verklaring (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011). De vragenlijsten worden gemaakt middels een Belgische enquête en vragenlijsten site (http://www.enquetemaken.be). Via deze site is het redelijk eenvoudig om een vragenlijst te verspreiden door het plaatsen van een link, waardoor veel respondenten bereikt kunnen worden. Er is een korte instructie voorafgaand aan de vragen. In deze instructie wordt de nadruk gelegd op het anoniem blijven van de geënquêteerden en het feit dat het invullen van de vragenlijst niet langer dan tien minuten zal duren. De Lange, Schuman en Montesano Montessori (2011) stellen dat informatie over de hoeveelheid tijd die het invullen van de vragenlijst kost drempelverlagend kan werken. De vragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling wordt door de onderzoeker ontworpen met behulp van de resultaten van het in november 2010 uitgevoerde onderzoek van dagblad Trouw en CNV onderwijs (zie bijlage 3). De vragenlijst Hoe wordt het lesgeven ervaren is gemaakt door de onderzoeker (zie bijlage 4). Bij de vragenlijsten is gebruik gemaakt van de Likertschaal en rangordecijfers (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011). Dit voornamelijk omdat met deze soort vragenlijsten berekeningen gemaakt mogen worden (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011). Deze heeft de onderzoeker in grafieken verwerkt. De vragenlijsten worden door alle 20 docenten in januari en april 2010 ingevuld. Hiervoor heeft de onderzoeker alle 20 docenten persoonlijk benaderd en erop gewezen hoe belangrijk hun antwoorden voor dit onderzoek zijn. Waar nodig wordt een deel van de docenten nog verdiepende vragen in vorm van een semi gestructureerd interview gesteld. De selectie die daarin wordt gemaakt, is door 2 Een critical friend is iemand die bekend is met het onderzoekonderwerp en kritisch meedenkt in het onderzoeksproces (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011, p. 65) 14 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

16 het rooster van de docenten bepaald. Tevens worden in januari en april 2012 in beide eerste klassen drie lesuren op verschillende dagen en tijdstippen en bij verschillende docenten observaties uitgevoerd. Hiervoor heeft de onderzoeker de video-interactie begeleider van het samenwerkingsverband gevraagd om opnames van de lessen te maken, omdat deze de apparatuur weet te bedienen en tevens krijgt hierdoor het onderzoek een meer objectief karakter, want een sterke betrokkenheid bij het onderwerp of emoties kunnen de waarneming beïnvloeden (De Lange, Schuman & Montesano Montessori, 2011). De SVIB-er is geoefend in wat De Lange, Schuman en Montesano Montessori (2011) noemen onbevooroordeeld naar de situatie te kijken. De onderzoeker heeft van tevoren met de SVIB-er afspraken gemaakt over wat de SVIB-er dient te filmen. De onderzoeker kan met behulp van de opnames gestructureerde observaties naar het docentengedrag verrichten. Door de opnames kan de docent het gedrag van de docent waar nodig meerdere keren terugkijken. Dit helpt de bij het turven van het docentengedrag. Hiervoor heeft de onderzoeker een observatieschema ontwikkeld met behulp van de literatuur (zie bijlage 5). Van der Donk en Van Lanen (2009) stellen dat waarnemingen bij gestructureerde observaties het beste te registreren zijn door te turven, iets aan te kruisen of aantallen te noteren. Tevens heeft de onderzoeker gebruikt gemaakt van de harde cijfers uit het zorglokaal om antwoord te krijgen op de vragen hoeveel leerlingen uit de beide eerste klassen in de verschillende periodes uitgestuurd worden en wat de redenen hiervoor zijn. Ook deze gegevens worden in grafieken verwerkt. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de experimentele en de controle groep, waarin het plegen van interventies zowel door de onderzoeker (gericht op kennisbevordering) als ook door docenten (gericht op gedragsverandering) achterwege worden gehouden, met elkaar vergeleken, om tot conclusies voor dit actieonderzoek te komen. 15 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

17 4 Resultaten Dit hoofdstuk geeft antwoord op door de onderzoeksvragen en deelvragen. Per deelvraag zullen de resultaten woorden weergegeven, indien nodig, toegelicht. 4.1 Resultaten onderzoeksvraag 2: Hoe ervaren de LWOO -leerlingen en lesgevende docenten van beide klassen 1 de lessen op dit moment? Uitkomsten harde cijfers zorglokaal periode oktober 2011 tot januari aantal verwijderde leerlingen A 1B Figuur 1. Harde cijfers zorglokaal (bemand lokaal waarin leerlingen opgevangen worden die een timeout kaart hebben en waar zich leerlingen gaan melden als ze uit de klas verwijderd worden) over het aantal verwijderde leerlingen uit beide eerste klassen (klas 1A en klas 1B) in de periode van 24 oktober 2011 tot 20 januari Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

18 reden voor verwijdering in klas 1A boeken e.d. niet mee huiswerk niet gemaakt (herhaald) kletsen tijdens de les (herhaald) brutaal tegen leerkracht stoeien/ vechten in de klas wangedrag jegens klasgenoten eten, drinken kauwgom in de les bezig zijn met mobieltje/ elekt. Figuur 2. Harde cijfers zorglokaal van de reden voor verwijdering leerlingen uit klas 1A van 24 oktober 2011 tot 20 januari Dit figuur dient met de klok mee gelezen te worden reden voor verwijdering in klas 1B boeken e.d. niet mee huiswerk niet gemaakt (herhaald) kletsen tijdens de les (herhaald) brutaal tegen leerkracht stoeien/ vechten in de klas wangedrag jegens klasgenoten eten, drinken kauwgom in de les bezig zijn met mobieltje/ elekt. Figuur 3. Harde cijfers zorglokaal van de reden voor verwijdering leerlingen uit klas 1B van 24 oktober 2011 tot 20 januari Dit figuur dient met de klok mee gelezen te worden 17 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

19 4.1.2 Uitkomsten docentenvragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling (januari 2012) Bij de vragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling wordt gebruik gemaakt van rangordecijfer: 1= maakt de docent het meest gebruik van, 6= maakt de docent het minst gebruik van. De statistieken, die deze vragenlijst levert, zijn verwerkt in grafieken. Hoe lager het gekozen cijfer des te meer hebben de docenten aangegeven hiervan gebruik te maken. Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling niets bijzonders gesprek met leerling gesprek met ouders 1A corvee nablijven + gestandaardiseerde strafregels laten schrijven 1B nablijven + vakgerelateerd strafwerk laten schrijven Figuur 4. Resultaat uitkomsten vragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling ingevuld door docenten in januari 2012 Uit de resultaten van beide klassen is op te maken dat de docenten na een verwijdering van een leerling onder andere ervoor kiezen geen consequenties aan deze verwijdering te binden. Over de reden hiervoor is de onderzoeker in gesprek gegaan met een deel van de docenten uit de experimentele groep (N=3) en de controlegroep (N=3). Dit zijn de reden die er worden gegeven: Docent Antwoord op de vraag: Met welke reden kan het voorkomen dat u geen maatregelen neemt na het verwijderen van een leerling uit de klas? A Ik geef de hele ochtend les en s middags ben ik vrij. Tijdens de les heb ik geen tijd voor de verwijderde leerling. B Als de leerling uit de klas is, is het probleem toch al opgelost. Ik hoef de leerling niet altijd ook nog straf te geven. C Ik verwacht dat de leerling weet waarom hij uit de klas verwijderd is en dat hij ditgeen niet meer zal doen en s middags wil ik ook niet meer al te lang op school zitten. Tabel 2. Interview met docenten klas 1A 18 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

20 Docent Antwoord op de vraag: Met welke reden kan het voorkomen dat u geen maatregelen neemt na het verwijderen van een leerling uit de klas? A Als de leerling uit de klas verwijderd wordt, is het al straf genoeg. B De leerling komt direct na de verwijdering bij mijn klaslokaal, maar dan heb ik meestal al een nieuwe klas en heb ik geen zin om met de leerling in discussie te gaan over de straf die hij verdient. C Dat gebeurt meestal als wij vergaderingen hebben die middag. Tabel 3. Interview met docenten klas 1B Uitkomsten leerlingenvragenlijst (januari 2012) Naar aanleiding van de vraag Hoe ervaren de leerlingen hun algemeen welbevinden op school? hebben de leerlingen van beide klassen de SVL ingevuld. De genormeerde schaalwaarde of stanines geven aan de relatieve hoogte van de behaalde somscore en de relatieve frequentie waarin deze bij een vergelijkbare normgroep voorkomt. Dit gegeven wordt geïnterpreteerd als een aanwijzing voor de sterkte en richting van de houdingen van leerlingen. Als interpretaties van de stanines worden de volgende kwalificaties aangehouden: 1= een buitengewoon sterke, negatieve houding 2= een zeer sterke, negatieve houding 3= een sterke, negatieve houding 4= een zwakke, negatieve houding 5= een neutrale houding 6=een zwakke, positieve houding 7= een sterke, positieve houding 8= een zeer sterke, positieve houding 9= een buitengewoon sterke, positieve houding 19 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

21 Overzicht gemiddelde stanines-score 1A 1 B Figuur 5. Overzicht gemiddelde stanines-score na uitwerking van de SVL in januari 2012 Relatie met Leerkrachten Welbevinden leerlingen Sociaal Aanvaard voelen 1B 1A Plezier op School Figuur 6. Overzicht van de behaalde somscore op welbevinden van de leerlingen verdeeld over de pijlers van welbevinden (SVL) januari De x-as drukt het maximale aantal punten uit dat behaald zou kunnen worden 20 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

22 4.1.4 Uitkomsten observaties docentengedrag (januari 2012) docentengedrag A 1B Figuur 7. Gescoord docentengedrag tijdens observatiemomenten in de periode van 24 oktober 2011 tot 20 januari De y-as geeft het aantal gedragingen aan dat gescoord wordt 21 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

23 4.1.5 Uitkomsten interview met leerlingen over docentengedrag en leservaring (januari 2012) De onderzoeker heeft aan de leerlingen uit de eerste klassen LWOO (N=4) de vraag gesteld: Hoe ervaar jij de docenten en welk gedrag zie jij? leerling antwoord A De meeste leraren zijn enorm streng, ik vind de lessen niet echt leuk, de leraren beginnen altijd te schreeuwen en geven straf. B De meeste leraren hebben de pik op mij, ik mag helemaal niets, ze letten op alles wat ik doe. Ik krijg direct straf als ik met iemand uit de klas praat tijdens de les. School moet toch ook leuk kunnen zijn, maar ik zit meer buiten de klas dan in de klas. C Ik vind de lessen wel oké, maar er zijn leraren bij die kunnen geen orde houden en geven alleen maar straf, maar dat helpt helemaal niets. D Ik vind de meeste docenten aardig, maar ze zouden ook kunnen zeggen dat ik het goed doe. Alleen de leerlingen die gek doen daar let de docent op. Tabel 4. Interview leerlingen klas 1A leerling antwoord A Wij hebben docenten die zijn alleen maar chagrijnig, je mag helemaal niets van hun. Alleen als je, je werk goed doet in de klas zeggen ze dat je het goed doet anders krijg je alleen maar te horen wat je niet allemaal fout doet. B Als de docent tegen mij schreeuwt dan wordt ik boos en schreeuw ik terug en dan moet ik uit de klas terwijl hij is begonnen dat vind ik niet eerlijk. C De meeste docenten kunnen ons niet aan. Wij zijn een drukke groep. De docenten hebben de strafblaadjes al klaar liggen. D Er zijn een paar docenten die zijn echt leuk, maar de meeste weten helemaal niet met ons om te gaan. Dan gaan ze brullen of zeggen dat wij geen leuke klas zijn. Tabel 5. Interview leerlingen klas 1B 22 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

24 4.1.6 Uitkomsten docentenvragenlijst Hoe wordt het lesgeven in de eerste klas LWOO ervaren? ( januari 2012) Bij de vragenlijst Hoe wordt het lesgeven in de eerste klas LWOO ervaren? wordt gebruik gemaakt van de Likertschaal. De antwoordenpercentage is te vinden in bijlage 6. De verschillende antwoordmogelijkheden krijgen doorgaans een getalcode: Helemaal niet mee eens=1 Niet mee eens=2 Er tussenin=3 Mee eens=4 Helemaal mee eens=5 5 Hoe wordt het lesgeven ervaren? A 1B 0 1 Ik geef graag 2 In deze klas is3 Ik kan in deze les in deze klas sprake van een klas goed mijn 4 Ik ben in plaats van te goed werkklimaat leerstof overbrengen onderwijzen meer bezig met het bewaken van de orde 5 Ik heb een goede relatie met de leerlingen uit deze klas 6 Ik kan in deze klas meer belonen dan straffen 7 Ik ervaar het lesgeven in deze klas als zwaar Figuur 8. Uitkomsten van de vragenlijst Hoe wordt het lesgeven in de eerste klas LWOO ervaren? januari De y-as geeft het aantal gedragingen aan dat gescoord wordt 23 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

25 4.2 Resultaten op onderzoeksvraag 3: Hoe ervaren de LWOO- leerlingen en docenten van het LWOO team de lessen na een periode van 3 maanden werken met interventies voor gedragsveranderingen (alleen klas 1 B)? Uitkomsten harde cijfers zorglokaal in de periode januari 2012 tot april aantal verwijderde leerlingen A 1B Figuur 9. Harde cijfers zorglokaal over het aantal verwijderde leerlingen uit beide eerste klassen (klas 1Aen klas 1B) in de periode van 23 januari 2012 tot 27 april 2012 reden voor verwijdering in klas 1A boeken e.d. niet mee huiswerk niet gemaakt (herhaald) kletsen tijdens de les (herhaald) brutaal tegen leerkracht stoeien/ vechten in de klas wangedrag jegens klasgenoten eten, drinken kauwgom in de les bezig zijn met mobieltje/ elekt. Figuur 10. Harde cijfers zorglokaal van de reden voor verwijdering leerlingen uit klas 1 A in de periode van 23 januari 2012 tot 27 april Dit figuur dient met de klok mee gelezen te worden 24 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

26 reden voor verwijdering in klas 1B boeken e.d. niet mee huiswerk niet gemaakt (herhaald) kletsen tijdens de les (herhaald) brutaal tegen leerkracht stoeien/ vechten in de klas wangedrag jegens klasgenoten eten, drinken kauwgom in de les bezig zijn met mobieltje/ elekt. Figuur 11. Harde cijfers zorglokaal van de reden voor verwijdering leerlingen uit klas 1 B in de periode van 23 januari 2012 tot 27 april Dit figuur dient met de klok mee gelezen te worden 25 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

27 4.2.2 Uitkomsten docentenvragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling (april 2012) Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling niets bijzonders gesprek met leerling gesprek met ouders 1A corvee nablijven + gestandaardiseerde strafregels laten schrijven 1B nablijven + vakgerelateerd strafwerk laten schrijven Figuur 12. Resultaat uitkomsten vragenlijst Het vervolg op het uit de klas sturen van een leerling ingevuld door docenten in april 2012 De onderzoeker is door het veranderde patroon in de experimentele groep in gesprek gegaan met de docenten van deze groep (N=3): Docent Antwoord op de vragen: Kan het bij u voorkomen dat u na het verwijderen van de leerling geen maatregelen neemt? A Ik heb veel geleerd door de coachingsgesprekken. Hierdoor ben ik me ervan bewust geworden dat ik s middags niet naar huis mag gaan zonder dat ik met de leerling heb gesproken en hierbij vooral heb aangegeven wat ik van hem in de toekomst verwacht. Ik maak er nu wel tijd voor. Een enkele keer kan het mij overkomen dat ik de leerling die dag niet meer heb gezien, maar dan heb ik het gesprek de volgende dag. Ook met de ouders bespreek ik nu veel eerder het gewenste gedrag van mijn leerlingen. B Ik heb de laatste weken niet één leerling meer uit de klas moeten verwijderen. Ik zal proberen dit vol te houden. Mocht het toch zo zijn dan weet ik inmiddels dat de leerling er niets aan heeft als ik geen maatregelen neem. C Door de literatuur en de gesprekken die door dit onderzoek worden gevoerd ben ik erachter gekomen dat ik de leerling altijd moet vertellen wat hij beter moet doen anders leert hij niets van de verwijdering uit de klas. Tabel 6. Interview docenten 1B 26 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

28 4.2.3 Uitkomsten leerlingenvragenlijst (april 2012) Als interpretaties van de stanines worden wederom de volgende kwalificaties aangehouden: 1= een buitengewoon sterke, negatieve houding 2= een zeer sterke, negatieve houding 3= een sterke, negatieve houding 4= een zwakke, negatieve houding 5= een neutrale houding 6=een zwakke, positieve houding 7= een sterke, positieve houding 8= een zeer sterke, positieve houding 9= een buitengewoon sterke, positieve houding Overzicht gemiddelde stanines-score A 1B Figuur 13. Overzicht gemiddelde stanines-score na uitwerking van de SVL in april Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

29 Welbevinden Relatie met Leerkrachten Sociaal Aanvaard voelen 1B 1A Plezier op School Figuur 14. Overzicht van de behaalde somscore op welbevinden van de leerlingen verdeeld over de pijlers van welbevinden (SVL) april De x-as druk het maximale aantal punten uit dat behaald zou kunnen worden Uitkomsten observaties docentengedrag (april 2012) docentengedrag A 1B Figuur 15. Gescoord docentengedrag tijdens observatiemomenten in de periode van 23 januari 2012 tot 27 april 12. De y-as geeft het aantal gedragingen aan dat gescoord wordt 28 Praktijkgericht onderzoek Ilka Fink

Anti-pest protocol OBS De Viermaster Papendrecht 2014-2015 1

Anti-pest protocol OBS De Viermaster Papendrecht 2014-2015 1 Anti-pest protocol OBS De Viermaster Papendrecht 2014-2015 1 Inleiding Anit-pest protocol Wat is pesten? Op de site van het Nederlands Jeugd Instituut staat het volgende: Pesten is een stelselmatige vorm

Nadere informatie

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding Inleiding Het LEOZ (Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg) is een samenwerkingsproject van: Fontys Hogescholen, Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg,

Nadere informatie

Wie de leerling liefheeft. Van niet aanspreekbaar Naar wel hanteerbaar

Wie de leerling liefheeft. Van niet aanspreekbaar Naar wel hanteerbaar Wie de leerling liefheeft Van niet aanspreekbaar Naar wel hanteerbaar Lesverstorend gedrag in de klas Wat gebeurt er bij opstandig pubergedrag in de klas? Wat zijn dan de huidige standaardacties? Waarom

Nadere informatie

Box 1: Matrix Handelingsgericht werken Schoolwide Positive Behavior Support Oplossingsgericht werken

Box 1: Matrix Handelingsgericht werken Schoolwide Positive Behavior Support Oplossingsgericht werken Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 1: Matrix Handelingsgericht werken Schoolwide Positive Behavior Support Oplossingsgericht werken

Nadere informatie

PESTPROTOCOL OBS DE BONGERD. Pestprotocol obs de Bongerd

PESTPROTOCOL OBS DE BONGERD. Pestprotocol obs de Bongerd PESTPROTOCOL OBS DE BONGERD Pestprotocol obs de Bongerd Pesten is een probleem dat in alle geledingen van de maatschappij voorkomt. Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem

Nadere informatie

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan De ontwikkeling van vrouwen en meisjes in het rugby heeft de afgelopen jaren flink aan momentum gewonnen en de beslissing om zowel heren als dames uit te laten komen op het sevenstoernooi van de Olympische

Nadere informatie

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden Bij het begeleiden van leeractiviteiten kun je twee aspecten aan het gedrag van leerkrachten onderscheiden, namelijk het pedagogisch handelen en het didactisch handelen.

Nadere informatie

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol)

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol) ANTI PEST PROTOCOL Er gelden drie uitgangspunten: n 1. Wij gaan met respect met elkaar om. 2. Wij pesten niet. 3. Wij accepteren niet dat er gepest wordt. Pesten op school. Hoe gaan we hier mee om? Pesten

Nadere informatie

Omgaan met gedrag op Basisschool De Bareel

Omgaan met gedrag op Basisschool De Bareel 1. Uitgangspunten gedrag Omgaan met gedrag op Basisschool De Bareel Schooljaar 2013 Inhoud 2. Preventief handelen om te komen tot gewenst gedrag 3. Interventies om te komen tot gewenst gedrag 4. Stappenplan

Nadere informatie

Huiswerk, het huis uit!

Huiswerk, het huis uit! Huiswerk, het huis uit! Een explorerend onderzoek naar de effecten van studiebegeleiding op attitudes en gedragsdeterminanten en de bijdrage van de sociale- en leeromgeving aan deze effecten Samenvatting

Nadere informatie

De Piramide van Pavlov, de interactiedriehoek en de rubrics

De Piramide van Pavlov, de interactiedriehoek en de rubrics De Piramide van Pavlov, de interactiedriehoek en de rubrics Hoe kunnen we gedragsproblemen in het onderwijs substantieel verminderen? Een integrale benadering voor op de werkvloer leidt tot minder ervaren

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

Beleid Kanjertraining op De Meeander

Beleid Kanjertraining op De Meeander Beleid Kanjertraining op De Meeander Voor u ligt het beleidsstuk Kanjertraining. We hopen dat het zicht geeft op wat we doen op school en waar we voor staan. Kanjertraining is meer dan een lesmethode.

Nadere informatie

Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders

Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders Auteurs: Drs. G. van der Meulen Referentie: WvdJ/SL 11.0426 Datum: maart 2007 Het lectoraat Morele vorming in het

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

visie, gedrag, overtuigingen, gevoelens, handelen, reflectie

visie, gedrag, overtuigingen, gevoelens, handelen, reflectie Boek : Auteur : Bespreker : Jo Dauwen Datum : juni 2010 Gedragsproblemen in scholen Het denken en handelen van leraren Kees van der Wolf en Tanja van Beukering, Acco ISBN: 9 789033 474989. In een notendop

Nadere informatie

GEDRAGSPROTOCOL. (anti pestgedrag) Basisschool De Boomgaard Dieren

GEDRAGSPROTOCOL. (anti pestgedrag) Basisschool De Boomgaard Dieren GEDRAGSPROTOCOL (anti pestgedrag) Basisschool De Boomgaard Dieren Mei 2014 Gedragsprotocol de Boomgaard I. Doel van dit gedragsprotocol: Alle kinderen van De Boomgaard moeten zich veilig voelen, zodat

Nadere informatie

Pestprotocol Jansenius de Vriesschool Juni 2011

Pestprotocol Jansenius de Vriesschool Juni 2011 Pestprotocol Jansenius de Vriesschool Juni 2011 Doelstelling Alle leerlingen moeten zich in hun basisschoolperiode vrij en veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels

Nadere informatie

Pestprotocol OBS Mathenesse Januari 2010

Pestprotocol OBS Mathenesse Januari 2010 Pestprotocol OBS Mathenesse Januari 2010 Doelstelling Alle leerlingen moeten zich in hun basisschoolperiode vrij en veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken

Nadere informatie

Protocol Goed gedrag is onze zorg. Onderdeel: Anti pestbeleid.

Protocol Goed gedrag is onze zorg. Onderdeel: Anti pestbeleid. Protocol Goed gedrag is onze zorg. Onderdeel: Anti pestbeleid. Een onderwijsprotocol tegen pesten houdt in dat door samenwerking het probleem van het pestgedrag bij kinderen wordt aangepakt. Hiermee willen

Nadere informatie

Training Omgaan met Agressie en Geweld

Training Omgaan met Agressie en Geweld Training Omgaan met Agressie en Geweld 2011 Inleiding In veel beroepen worden werknemers geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie. Agressie wordt door medewerkers over het algemeen

Nadere informatie

Onderwijskundig Jaarplan ( OKJP) OnderwijsKundig JaarVerslag ( OKJV)

Onderwijskundig Jaarplan ( OKJP) OnderwijsKundig JaarVerslag ( OKJV) Werken aan kwaliteit op De Schakel Hieronder leest u over hoe wij zorgen dat De Schakel een kwalitatief goede (excellente) school is en blijft. U kunt ook gegevens vinden over de recent afgenomen onderzoeken

Nadere informatie

PESTPROTOCOL OBS DE DUIZENDPOOT

PESTPROTOCOL OBS DE DUIZENDPOOT PESTPROTOCOL OBS DE DUIZENDPOOT Vooraf In dit pestprotocol staat welke maatregelen de school neemt om pesten te voorkomen (preventie) en pesten aan te pakken. Het geeft aan dat OBS De Duizendpoot het bestrijden

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Het ideale competentieprofiel van een mentor volgens Praktijk Know How

Het ideale competentieprofiel van een mentor volgens Praktijk Know How Het ideale competentieprofiel van een mentor volgens Praktijk Know How 1. Een veilig leef- en werkklimaat Ik ben in staat een veilig leef- en werkklimaat te creëren in mijn mentorklas. - Ik creëer situaties

Nadere informatie

Onderzoeksvraag Uitkomst

Onderzoeksvraag Uitkomst Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen

Nadere informatie

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Pestprotocol Floris Radewijnszschool. Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en

Nadere informatie

1. Voorwaarden voor het aanpakken van pesten.

1. Voorwaarden voor het aanpakken van pesten. Protocol pesten 1 Voorwoord Pesten is een probleem dat in alle geledingen van de maatschappij voorkomt. Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Positief klimaat creëren: Prijzen en belonen

Positief klimaat creëren: Prijzen en belonen Info@piresearch.nl www.piresearch.nl Positief klimaat creëren: Prijzen en belonen Er zijn veel verschillende manieren om gewenst gedrag aan te moedigen en daarmee een positief klimaat te creëren. Globaal

Nadere informatie

Doel van deze presentatie is

Doel van deze presentatie is Doel van deze presentatie is Oplossingsgericht? Sjoemelen? Evaluatie van de praktische oefening. Verbetersuggesties qua oplossingsgerichtheid (niet met betrekking tot de inhoud van de gebruikte materialen)

Nadere informatie

Kanjerbeleid. Doelstelling Voor de kinderen hebben we als doel dat ze zoveel mogelijk als volgt over zichzelf denken:

Kanjerbeleid. Doelstelling Voor de kinderen hebben we als doel dat ze zoveel mogelijk als volgt over zichzelf denken: Kanjerbeleid Inleiding Op de obs Stegeman werken we sinds januari 2012 met de kanjertraining. Voor u ligt het beleidsstuk Kanjertraining. We hopen dat het zicht geeft op wat we doen op school en waar we

Nadere informatie

Speciaal onderwijs Informatie voor ouders

Speciaal onderwijs Informatie voor ouders Speciaal onderwijs Informatie voor ouders Passend Speciaal Entrea onderwijs is er voor kinderen die (tijdelijk) het meest gebaat zijn bij speciaal onderwijs. Speciaal onderwijs op maat, omdat zij binnen

Nadere informatie

Gedragsprotocol. Gedragsprotocol

Gedragsprotocol. Gedragsprotocol Gedragsprotocol 1 Inleiding De gangbare naam voor dit gedragsprotocol is pestprotocol. Echter; in dit protocol omschrijven we niet alleen hoe te handelen in geval van pesten. We geven er de voorkeur aan

Nadere informatie

1 e BAG conferentie. Wim Claasen Pedagogisch handelen: voorkomen en ondervangen

1 e BAG conferentie. Wim Claasen Pedagogisch handelen: voorkomen en ondervangen 1 e BAG conferentie Wim Claasen Pedagogisch handelen: voorkomen en ondervangen Voorkomen is beter dan genezen Een eenvoudige waarheid, maar in de praktijk niet vanzelfsprekend. Hebt u wel eens geprobeerd

Nadere informatie

STOP 4-7 programma. Samen sterker Terug. Pad

STOP 4-7 programma. Samen sterker Terug. Pad STOP 4-7 programma Samen sterker Terug Op Pad STOP 4-7 PROGRAMMA Samen sterker Terug Op Pad Ecologisch (samen) en positief (sterker terug op pad) Een vroeg interventie- of preventieprogramma: kindtraining

Nadere informatie

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7 kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7 Interpersoonlijke competentie Kern 1.2 Inter-persoonlijk competent Communiceren in de groep De student heeft zicht op het eigen communicatief gedrag in de klas

Nadere informatie

Visie op ouderbetrokkenheid

Visie op ouderbetrokkenheid Visie op ouderbetrokkenheid Basisschool Lambertus Meestersweg 5 6071 BN Swalmen tel 0475-508144 e-mail: info@lambertusswalmen.nl website: www.lambertusswalmen.nl 1 Maart 2016 Inleiding: Een beleidsnotitie

Nadere informatie

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0 2 Deel 1 Beïnvloeden van gedrag - Zeg wat je doet en doe wat je zegt - 3 Interactie Het gedrag van kinderen is grofweg in te delen in gewenst gedrag en ongewenst gedrag. Gewenst gedrag is gedrag dat we

Nadere informatie

Executieve functies in de klas: interventies

Executieve functies in de klas: interventies Executieve functies in de klas: interventies Door Wijnand Dekker, gezondheidszorgpsycholoog Anneke Dooyeweerd, pedagoog/coach Inleiding In de vorige nieuwsbrief omschreven we wat er wordt verstaan onder

Nadere informatie

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl Door: Jan van den Brand Inleiding Ik krijg veel vragen van hondeneigenaren. Veel van die vragen gaan over de omgang met en de training van de hond. Deze vragen spitsen zich dan vooral toe op: Watt is belangrijk

Nadere informatie

Docenten die hun onderwijs meer willen afstemmen op de individuele verschillen tussen leerlingen en hun leeropbrengst willen vergroten.

Docenten die hun onderwijs meer willen afstemmen op de individuele verschillen tussen leerlingen en hun leeropbrengst willen vergroten. 1. Differentiëren Onderzoeken welke manieren en mogelijkheden er zijn om te differentiëren en praktische handvatten bieden om hiermee aan de slag te gaan. Vervolgens deze kennis toepassen in de praktijk

Nadere informatie

Gedragsprotocol RKBS De Flamingo

Gedragsprotocol RKBS De Flamingo Gedragsprotocol RKBS De Flamingo Inhoud: 1. Algemene inleiding gedragsprotocol. 2. Visie van de school 3. Doel van het protocol 4. Afspraken en regels 5. Aanpak van ongewenst gedrag 6. Wettelijke regelingen

Nadere informatie

Dit PESTPROTOCOL heeft als doel:

Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen

Nadere informatie

Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011

Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011 Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011 Welke middelen kan een docent tijdens zijn les gebruiken / hanteren om leerlingen van havo 4 op het Sophianum meer te motiveren? Motivatie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

EEN NIEUW BEGIN OP EEN SPECIALE SCHOOL

EEN NIEUW BEGIN OP EEN SPECIALE SCHOOL speciaal onderwijs speciaal onderwijs EEN NIEUW BEGIN OP EEN SPECIALE SCHOOL Speciaal Onderwijs Entréa Een nieuw begin op een speciale school De meeste kinderen beginnen hun schoolcarrière op de basisschool.

Nadere informatie

Interactiewijzer Rob Verstegen

Interactiewijzer Rob Verstegen Fleringenbrink 2, 7544 XN Enschede tel.: 053-4308678 info@spoe. Interactiewijzer Rob Verstegen Bijeenkomst 13-10-10 Opbrengstgericht + handelingsgericht werken Laag 1: Algemeen: basiszorg Laag 2: Specifiek:

Nadere informatie

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H.

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Leloux-Opmeer Voorwoord Inhoudsopgave Een tijd geleden hebben Stichting Horizon

Nadere informatie

Ontwikkelingslijn: Interactie Ontwikkelingsveld 1: Basiscommunicatie en schriftelijke correctie Eigenaar: Inge Kiers

Ontwikkelingslijn: Interactie Ontwikkelingsveld 1: Basiscommunicatie en schriftelijke correctie Eigenaar: Inge Kiers Ontwikkelingslijn: Interactie Ontwikkelingsveld 1: Basiscommunicatie en schriftelijke correctie Eigenaar: Inge Kiers Doel: Het doel van deze procedure is het bevorderen van zelfvertrouwen en motivatie

Nadere informatie

Pestprotocol Prakticon

Pestprotocol Prakticon Pestprotocol Prakticon Pesten op school Hoe ga je er mee om? Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.

Nadere informatie

Competenties. De beschrijvingen van de 7 competenties :

Competenties. De beschrijvingen van de 7 competenties : Inhoud Inleiding...3 Competenties...4 1. Interpersoonlijk competent...5 2. Pedagogisch competent...5 3. Vakinhoudelijk en didactisch competent...6 4. Organisatorisch competent...6 5. Competent in samenwerking

Nadere informatie

Ouder. Uitslagen Vragenlijst. Basisschool De Wilakkers

Ouder. Uitslagen Vragenlijst. Basisschool De Wilakkers Ouder Uitslagen Vragenlijst Basisschool De Wilakkers Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Inleiding... 2 De vragenlijst... 2 Gegevens... 4 Schoolgegevens... 4 Periode van afname... 4 Aantal respondenten...

Nadere informatie

Het veilige pedagogische klimaat van de school

Het veilige pedagogische klimaat van de school Het veilige pedagogische klimaat van de school Op de Montessorischool vinden we een sociaal veilig klimaat heel belangrijk. De kern van veiligheid is respect, het respectvol omgaan met elkaar. Dit betekent

Nadere informatie

Smart Competentiemeting BSO

Smart Competentiemeting BSO Smart Competentiemeting BSO Pedagogisch medewerker Naam: Josà Persoon Email Testcode : jose_p@live.nl : NMZFIC Leeftijd (jaar) : 1990 Geslacht Organisatie Locatie : v : Okidoki : Eikenlaan Datum invoer

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Hoogbegaafdheid en onderpresteren

Hoogbegaafdheid en onderpresteren Hoogbegaafdheid en onderpresteren Onderwijs Praktijk Texel Hoogbegaafdheid en onderpresteren Veel kinderen weten niet dat leren leuk kan zijn en weten niet wat ze nodig hebben om zich minder ellendig te

Nadere informatie

Inspectie van het Onderwijs en ZIEN!

Inspectie van het Onderwijs en ZIEN! Inspectie van het Onderwijs en ZIEN! Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs November 2009 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys De (meer)waarde van het expertsysteem ZIEN! Argumentatie

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

BEPERKING ONDERWIJSPARTICIPATIE

BEPERKING ONDERWIJSPARTICIPATIE BEPERKING ONDERWIJSPARTICIPATIE GOOD PRACTICES De onderbouwing van de beperking van de onderwijsparticipatie blijkt uit het VO Aanmeldformulier Amsterdam 2009-2010, niet ouder dan een half jaar, plus diagnostische

Nadere informatie

Er is geen slachtoffer en dader; beide partijen zijn even sterk. Plagen kan de sociale weerstand van kinderen vergroten. Vaak speelt humor een rol.

Er is geen slachtoffer en dader; beide partijen zijn even sterk. Plagen kan de sociale weerstand van kinderen vergroten. Vaak speelt humor een rol. PESTPROTOCOL Doel Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen,

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Beste pleegouder, U heeft aangegeven graag op de hoogte gehouden te

Nadere informatie

Pestprotocol obs De Meerwaarde

Pestprotocol obs De Meerwaarde 1 Pestprotocol obs De Meerwaarde Dit pestprotocol heeft als doel: Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

Doe mij maar een gewoon leven

Doe mij maar een gewoon leven Triple C model Doe mij maar een gewoon leven Het Relationeel Competentiemodel Triple C is binnen ASVZ niet meer weg te denken in de omgang met cliënten die intensieve begeleiding vragen. Daarnaast wordt

Nadere informatie

Anti-pestbeleid OBS De Schakel Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen

Anti-pestbeleid OBS De Schakel Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Anti-pestbeleid OBS De Schakel Dit ANTI-PESTBELEID heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken

Nadere informatie

Lesgeven aan groep 7 en 8

Lesgeven aan groep 7 en 8 Lesgeven aan groep 7 en 8 Heeft u uw ervaring in de onder- of bovenbouw van de basisschool en gaat u nu (of binnenkort) lesgeven aan groep 7 of 8, dan zult u zich wellicht verbazen over de manier waarop

Nadere informatie

Bij pesten zijn er altijd 5 partijen: de pester, het slachtoffer, de grote zwijgende groep, de leerkrachten en de ouders.

Bij pesten zijn er altijd 5 partijen: de pester, het slachtoffer, de grote zwijgende groep, de leerkrachten en de ouders. Versie nov. 2012 Pestprotocol. Inclusief regels en afspraken binnen de school. Wat is pesten? Pesten betekent iemand op een gemene manier lastig vallen: bewust iemand kwetsen of kleineren. Het gebeurt

Nadere informatie

Pestprotocol basisschool De Kerneel Het fundament voor een veilige school

Pestprotocol basisschool De Kerneel Het fundament voor een veilige school Basisschool De Kerneel Speelhuijs 4 6031 HR Nederweert Telefoon 0495-631560 info@kerneel.nl www.kerneel.nl Pestprotocol basisschool De Kerneel Het fundament voor een veilige school 1. Visie en doel Op

Nadere informatie

Uitslagen. School. Oudervragenlijst 2011. Archipelschool "de Sprong"

Uitslagen. School. Oudervragenlijst 2011. Archipelschool de Sprong Uitslagen Oudervragenlijst 2011 School Archipelschool "de Sprong" Inhoudsopgave Rapportage vragenlijst... 1 Inleiding... 3 De vragenlijst... 3 Gegevens... 5 Schoolgegevens... 5 Periode van afname... 5

Nadere informatie

LIEVERWIJS. kindercoaching & training. kindercoaching basisschool trainingen kindercoach op bestelling. Een rups kan altijd nog een vlinder worden

LIEVERWIJS. kindercoaching & training. kindercoaching basisschool trainingen kindercoach op bestelling. Een rups kan altijd nog een vlinder worden LIEVERWIJS kindercoaching & training kindercoaching basisschool trainingen kindercoach op bestelling Een rups kan altijd nog een vlinder worden Kindercoaching Van Rups naar Vlinder Voor kinderen in de

Nadere informatie

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT Naam stagiair(e):... Stageplaats (+ adres):...... Tussentijdse evaluatie Eindevaluatie Stageperiode:... Datum:.. /.. / 20.. Stagementor:...

Nadere informatie

SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING

SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING We meten op onze school twee keer per jaar het sociaal-emotionele functioneren van onze leerlingen mee. Dat doen we met VISEON van Cito. Viseon staat voor Volg Instrument

Nadere informatie

Pestprotocol OBS Het Klokhuis

Pestprotocol OBS Het Klokhuis Pestprotocol OBS Het Klokhuis Op OBS Het Klokhuis vinden wij het belangrijk om kinderen een veilig pedagogisch klimaat te bieden, waarin zij zich harmonieus en op een prettige en positieve wijze kunnen

Nadere informatie

PESTPROTOCOL DE SCHELP

PESTPROTOCOL DE SCHELP PESTPROTOCOL DE SCHELP Pestprotocol De Schelp Dit pestprotocol heeft als doel voor de De Schelp: Alle kinderen moeten zich op school veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door

Nadere informatie

PROTOCOL TEGEN PESTEN

PROTOCOL TEGEN PESTEN PROTOCOL TEGEN PESTEN Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken. Het probleem dat pesten heet: De piek

Nadere informatie

Omgaan met een moeilijke klas. Susan de Bruin

Omgaan met een moeilijke klas. Susan de Bruin Omgaan met een moeilijke klas Susan de Bruin SWV Amsterdam Zuid-Oost 31 oktober Welkom 39 jaar 10 jaar leerkracht SBAO te Alkmaar Susan de Bruin 6 jaar werkzaam bij Gedragpunt Ambulant begeleider & Trainer

Nadere informatie

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT DE SBL competenties COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Slecht. gehecht. Gedrag op school

Slecht. gehecht. Gedrag op school Hechting Zelfbeeld Team Over kinderen met hechtingsproblemen Max is geadopteerd. Als dreumes van twintig maanden kwam hij naar Nederland. Nu is hij een opvallende leerling in groep 4, de groep van juf

Nadere informatie

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen

Nadere informatie

Waarom ben ik hier? Geen ingewikkelde theorie. De 4 S-woorden horen samen.

Waarom ben ik hier? Geen ingewikkelde theorie. De 4 S-woorden horen samen. amen Waarom ben ik hier? Geen ingewikkelde theorie. De 4 S-woorden horen samen. - Dromen - Talenten - Mogelijkheden - Groeikansen -,,,,,, - Leerproblemen - ASS - Thuissituatie - Hechtingsstoornis - ADHD

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Marjan van de Goor Havo Notre Dame des Anges Mariëtte Haasen Fontys OSO

Marjan van de Goor Havo Notre Dame des Anges Mariëtte Haasen Fontys OSO Marjan van de Goor Havo Notre Dame des Anges Mariëtte Haasen Fontys OSO 1. Heb duidelijke verwachtingen 1. Heb duidelijke verwachtingen 2. Leer verwachtingen aan Mentorlessen voor klas 1 t/m 5 o Algemeen

Nadere informatie

Agressie, gedragsprobemen Ontstaan en behandelingsvormen

Agressie, gedragsprobemen Ontstaan en behandelingsvormen Agressie, gedragsprobemen Ontstaan en behandelingsvormen 2 voorbeelden: Jan Piet Enkele begrippen: - Oppositioneel opstandig gedrag: het kind verzet zich tegen de leiding van volwassenen - Agressief gedrag:

Nadere informatie

Beeldcoaching in het onderwijs

Beeldcoaching in het onderwijs Beeldcoaching in het onderwijs Leren coachen met video V i s i e I n B e e l d H u z a r e n l a a n 2 4 7 2 1 4 e c E p s e Gebruik van video is de duidelijkste en snelste manier om te reflecteren op

Nadere informatie

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE Onderwijs zoals we dat vroeger kenden, bestaat al lang niet meer. Niet dat er toen slecht onderwijs was, maar de huidige maatschappij vraagt meer van de leerlingen

Nadere informatie

FOCUS OP SCHOOLVEILIGHEID

FOCUS OP SCHOOLVEILIGHEID FOCUS OP SCHOOLVEILIGHEID Rapport Halt-thermometer 2012-2013 RSG Magister Alvinus Sneek Inleiding Een veilige omgeving is een noodzakelijke voorwaarde voor leren en ontwikkelen. Toch is niet altijd alles

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

R.K Basisschool De Molenwiek

R.K Basisschool De Molenwiek Protocol time-out Molenwiek november 2013 Omgaan met grensoverschrijdend gedrag: 1. We hebben positief geformuleerde gedragsregels in de groep die regelmatig herhaald worden of in herinnering worden gebracht

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

Aanbod Trajekt januari 2013 T 043-763 00 00

Aanbod Trajekt januari 2013 T 043-763 00 00 Aanbod Trajekt januari 2013 T 043-763 00 00 1. Morele dilemma discussie methode 50 minuten Maximale groepsgrootte: 15 leerlingen Benodigdheden: klaslokaal of andere ruimte, stoelen in kring, ruimte in

Nadere informatie

Wacht maar tot ik groot ben!

Wacht maar tot ik groot ben! www.geerttaghon.be Wacht maar tot ik groot ben! Omgaan met agressie bij kleine kinderen Geert Taghon 2013 Ontwikkeling kleine kind De wereld leren kennen en zich hieraan aanpassen (adaptatie) Processen

Nadere informatie

Gedrag en leren van kinderen met psychiatrische problemen en/of gedragsstoornissen. Jan Bijstra (RENN4) Henderien Steenbeek (RUG)

Gedrag en leren van kinderen met psychiatrische problemen en/of gedragsstoornissen. Jan Bijstra (RENN4) Henderien Steenbeek (RUG) Gedrag en leren van kinderen met psychiatrische problemen en/of gedragsstoornissen Jan Bijstra (RENN4) Henderien Steenbeek (RUG) Cluster 1: visueel gehandicapt REGIONALE Cluster 3: lichamelijk en verstandelijk

Nadere informatie

Profiel personal coach WelSlagen Diversiteit

Profiel personal coach WelSlagen Diversiteit Datum 23-07- 2012 Versie: 1.0 Profiel personal coach WelSlagen Diversiteit Inleiding: De personal coach wordt ingezet om deelnemers van WelSlagen Diversiteit met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt

Nadere informatie

Communiceren met de doelgroep voor OA en PW Kinderopvang

Communiceren met de doelgroep voor OA en PW Kinderopvang Specificaties Onderwijsassistent Titel: Soort: Werksituatie: Eindproduct: Communiceren met de doelgroep voor OA en PW Kinderopvang Training Kinderdagverblijf, BSO of basisschool Demonstratie Niveau: 4

Nadere informatie

PROTOCOL. DYSLEXIE en DYSCALCULIE

PROTOCOL. DYSLEXIE en DYSCALCULIE PROTOCOL DYSLEXIE en DYSCALCULIE Vastgesteld 10 februari 2014 Inleiding In dit protocol zet het Montessori College Eindhoven in grote lijnen uiteen: - hoe leerlingen met leerstoornissen als dyslexie en

Nadere informatie

Interpersoonlijk competent

Interpersoonlijk competent Inhoudsopgave Inhoudsopgave...0 Inleiding...1 Interpersoonlijk competent...2 Pedagogisch competent...3 Vakinhoudelijk & didactisch competent...4 Organisatorisch competent...5 Competent in samenwerken met

Nadere informatie

Groepsplan VSO AGL Naam school: Drechtster College

Groepsplan VSO AGL Naam school: Drechtster College Groepsplan VSO AGL Naam school: Drechtster College Yulius onderwijslocatie Drechtster College Leerroute Uitstroom arbeid Groep/klas AGL fase 1, leerjaar 1 Mentor(en) Dorien Borsje- de Deugd Schooljaar

Nadere informatie

Een Positief. leer en leefklimaat. op uw school

Een Positief. leer en leefklimaat. op uw school Een Positief leer en leefklimaat op uw school met TOPs! positief positief denken en doen Leerlingen op uw school ontwikkelen zich het beste in een positief leer- en leefklimaat; een klimaat waarin ze zich

Nadere informatie

Inhoud. Deel 1 Het gedrag in de klas. Over de website 14. Inleiding 15. Inleiding. 1 Het gedrag tijdens de eerste lessen 29

Inhoud. Deel 1 Het gedrag in de klas. Over de website 14. Inleiding 15. Inleiding. 1 Het gedrag tijdens de eerste lessen 29 Inhoud Over de website 14 Inleiding 15 Deel 1 Het gedrag in de klas Inleiding 22 1 Het gedrag tijdens de eerste lessen 29 Inleiding 29 1.1 Orde houden als noodzakelijke voorwaarde voor een goede werkrelatie

Nadere informatie