BMM Bulletin. Slaafse nabootsing Copie servile 1/2015

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BMM Bulletin. Slaafse nabootsing Copie servile 1/2015"

Transcriptie

1 BMM Bulletin 1/ e jaargang nummer 140 Kwartaalblad/Trimestriel Slaafse nabootsing Copie servile Wanneer is slaafs nabootsen onrechtmatig naar Belgisch recht? Florence van Hoestraete en Hannes Abraham Het onderscheidend vermogen van de slaafse nabootsing Jesse Hofhuis en Aimée van Hattum La protection contre des look-alikes en droit luxembourgeois Vincent Wellens De onwettigheid van het principe geen bescherming zonder merkinschrijving uit artikel BVIE Alexis Hallemans

2 BMM B u l l e t i n BMM Bulletin Bulletin BMM Tijdschrift op het gebied van Merken- en Modellenrecht Eenenveertigste jaargang, nummer 1, lente 2015 Magazine dans le domaine des droit des marques et modèles 41 année, numéro 1, printemps 2015 Het BMM Bulletin wordt in opdracht van de Beneluxvereniging voor Merken- en Modellenrecht uitgegeven door Otto Cramwinckel Uitgever te Amsterdam en verschijnt drie maal per jaar Le Bulletin BMM est une édition de l Association Benelux pour le Droit des Marques et Modèles (BMM), et paraît trois fois par an Redactie Rédaction M.F.J.M Stal-Hilders, M.A. Bouma, V. Raus, F. Verhoestraete, K.W. Blumenstock, B.J. van den Akker, M. Bronneman, A. Groen, M.F.J. Haak, W. Leppink, O. Vrins en J.A.K. van den Berg Redactiesecretariaat Secrétariat de la rédaction Contact omtrent aan te leveren kopij en andere aangelegenheden kan worden opgenomen met En ce qui concerne le matériel à livrer et d autres affaires, contacter Mme mr. Marlous Stal-Hilders p/a Nederlandsch Octrooibureau, J.W. Frisolaan 13, Postbus 29720, 2502 RS Den Haag, tel , hildersaoctrooibureau.nl Vormgeving Modelage Otto Cramwinckel Uitgever te Amsterdam Abonnementen & Lidmaatschap Abonnements & Adhérence Niet leden Non-adhérents: Prijs d 85,- per jaargang (volume). Opgave nieuw abonnement, opzegging, e.d. schriftelijk bij Prix d 85,- par année (volume). Inscription de nouveaux abonnements et résiliation, etc. par écrit chez R e d a c t i o n e e l de la rédaction Slaafse nabootsing Kor Blumenstock Slaafse nabootsing Copie servile inhoud contenu Wanneer is slaafs nabootsen onrechtmatig naar Belgisch recht? Florence van Hoestraete en Hannes Abraham Het onderscheidend vermogen van de slaafse nabootsing Jesse Hofhuis en Aimée van Hattum La protection contre des look-alikes en droit luxembourgeois Vincent Wellens De onwettigheid van het principe geen bescherming zonder merkinschrijving uit artikel BVIE Alexis Hallemans Otto Cramwinckel Uitgever, infoacram.nl Leden BMM Les membres de la BMM: Voor leden van de BMM is het abonnement inbegrepen bij het lidmaatschap. Kosten lidmaatschap inclusief abonnement d 185,- per lid per kalenderjaar. Aanmelding, opzegging adreswijziging e.d. voor BMM-leden bij pour les membres de la BMM l abonnement est compris dans la cotisation. Coûts de l adhérence, abonnement y compris, d 185,- par membre par année civile. Inscription, résiliation, changement d adresse, etc. des membres chez BMM Administratie, Lodewijk de Vromestraat 25, NL-3962 VG Wijk bij Duurstede, The Netherlands. Phone ; fax ; website / / Losse nummers Publications vendues au numéros Prijs d 21,50: verkrijgbaar bij de gespecialiseerde boekhandel of te bestellen bij Prix d 21,50, dans les librairies spécialisées, ou à commander chez Otto Cramwinckel, Herengracht 416, 1017 BZ Amsterdam Citeertitel Titre de référence BMM Bulletin (bijvoorbeeld par exemple: BMM Bulletin , p. 2-3) ISSN Het verlenen van toestemming tot publicatie in dit tijdschrift strekt zich tevens uit tot het in enige vorm elektronisch beschikbaar stellen L autorisation de publier ce magazine s applique aussi à toute façon d édition électronique Copyright 2015 Beneluxvereniging voor Merken- en Modellenrecht (BMM) Droit d auteur 2010 Association Benelux pour le Droit des Marques et Modèles (BMM) r u b r i e k e n rubriques Jurisprudentie Jurisprudence Onder de hamer Affaires pendantes Florence Verhoestraete Opmerkelijk of merkwaardig Remarquable Yvonne Noorlander Bescherming in het buitenland Protection à l étranger Marten Bouma Overzicht themanummers BMM BMM Verenigingsnieuws, waarin: Het interview: Joost Becker Agenda, Marlous Stal-Hilders Student Award 2015 Ledenmutaties

3 redactioneel de la rédaction Slaafse nabootsing Voor u ligt een waar Beneluxnummer met als thema slaafse nabootsing. Dit leerstuk van de slaafse nabootsing is na de afschaffing van art.14 lid 8 BTMW in 2003 weer volop in zwang gekomen. De behandeling ervan in de drie landen wordt bekeken vanuit het perspectief van het gemene recht in de drie landen. De vraag blijft in hoeverre door houders van tekens en modellen die niet door een IE-recht beschermd zijn, kan worden opgetreden tegen look-alikes. Vanuit België vindt u de beschouwing door Florence Verhoestraete en Hannes Abraham advocaten bij NautaDutlih in Brussel, vanuit Nederland door Jesse Hofhuis en Arneé van Hattum beide advocaat bij Hofhuis, Alkema Groen in Amsterdam en vanuit Luxemburg door Vincent Wellens advocaat bij NautaDutilh in Luxemburg. Alexis Hallemans advocaat bij CMS DeBacker in Brussel trekt in dit verband het principe geen bescherming zonder merkinschrijving van art BVIE in twijfel. Met ingang van dit nummer slaat de redactie een andere koers in met de behandeling van de jurisprudentie uit de afgelopen periode. Hierbij speelt een rol, dat steeds meer informatie, zoals jurisprudentie langs digitale weg bij de lezer binnenkomt. Per periode is dat een overstelpend aantal uitspraken door rechters en van de kamers van beroep van het OHIM in Alicante. De redactie heeft nu besloten de meest relevante uitspraken eenmaal of indien noodzakelijk tweemaal per jaar in een kroniek samen te vatten voorzien van annotaties door redactieleden. Voor de rubriek Onder de Hamer heeft dit tot gevolg, dat de focus is verplaatst naar zaken die door het Hof van Justitie worden beoordeeld. Met name die zaken, die zullen leiden tot beslissingen over rechtsprincipes en rechtspunten worden opgenomen. Dergelijke overzichten zijn doorgaans niet beschikbaar. De redactie hoopt, dat de vernieuwde rubriek voor u zijn nut zal hebben. Tot slot vindt u in het verenigingskatern een samenvatting van de winnende scriptie van de op 14 maart jl. aan Emma Ottoy uitgereikte BMM Student Award, voorafgegaan door het juryrapport. Kor Blumenstock Copie servile Vous avez en main un véritable numéro Benelux, sur le thème la copie servile. La doctrine de la copie servile est revenue au goût du jour en 2003, après l abrogation de l article 14, 8, de la loi uniforme Benelux. Son traitement dans les trois pays est examiné du point de vue du droit commun. La question se pose toujours de savoir dans quelle mesure les titulaires de dessins et modèles qui ne sont pas protégés par un droit intellectuel peuvent agir contre des «look-alikes». Le point de vue belge nous est livré par Florence Verhoestraete et Hannes Abraham, avocats chez NautaDutilh à Bruxelles, pour les Pays-Bas par Jesse Hofhuis et Arnée van Hattum, tous deux avocats chez Hofhuis, Alkema Groen à Amsterdam et pour le Luxembourg, par Vincent Wellens avocat chez NautaDutilh à Luxembourg. À cet égard, Alexis Hallemans, avocat chez CMS DeBacker à Bruxelles, met en doute le principe «pas de protection sans enregistrement» inscrit à la article CBPI. À compter de ce numéro, la rédaction adoptera une nouvelle approche pour la présentation de la jurisprudence de la période écoulée. Ceci résulte du fait que de plus en plus d informations, en ce compris la jurisprudence, sont transmises par la voie digitale. Pour chaque période analysée, cela engendre un nombre écrasant de décisions judiciaires et des chambres d appel de l OHMI à Alicante. La rédaction a dès lors décidé de ne résumer que les décisions les plus pertinentes au sein d une chronique annuelle ou semestrielle si nécessaire, annotée par les membres du Comité de rédaction. Pour la rubrique Onder de Hamer, ceci a pour conséquence que l attention se portera désormais sur les affaires soumises à la Cour de justice. Il s agit des affaires qui donneront lieu à des décisions de principe sur des points de droit. De tels aperçus ne sont généralement pas disponibles. La rédaction espère que cette rubrique renouvelée vous sera utile. Vous trouverez enfin, dans le cahier de l association, un résumé du mémoire d Emma Ottoy qui a remporté le 14 mars dernier le BMM Student Award, ainsi que le rapport du jury. Kor Blumenstock 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 1

4 Florence Verhoestraete en Hannes Abraham Beide auteurs zijn advocaat bij NautaDutilh in Brussel Wanneer is slaafs nabootsen onrechtmatig naar Belgisch recht? Wanneer er sprake is van een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, is er automatisch ook sprake van een oneerlijke handelspraktijk. Dit wordt in België doorgaans door de rechtsleer en rechtspraak aanvaard. Een cumul van de bescherming onder het intellectuele eigendomsrecht en de oneerlijke mededing is derhalve toegelaten. Deze huidige bijdrage heeft echter betrekking op de vraag of het nabootsen van prestaties die niet door intellectuele eigendomsrechten beschermd zijn een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt. Uitgaande van de vaststelling dat de Belgische rechtspraak van de voorbije vijf jaar uiteenlopende criteria hanteert voor het beantwoorden van deze vraag, betracht deze bijdrage het theoretische kader te schetsen waartegen deze vraag zich aftekent. In een tweede stadium wordt een selectie van de recente rechtspraak bondig samengevat en becommentarieerd tegen de achtergrond van het geschetste kader. Het theoretische kader De vrijheid van kopie Buiten het kader van de specifieke bescherming die intellectuele eigendomsrechten bieden, geldt het beginsel van de vrijheid van kopie. Dit beginsel sluit aan bij artikel II.3 van het Wetboek economisch recht (WER) 1 naar luid waarvan iedereen vrij is om enige economische activiteit naar keuze uit te oefenen. 2 Anderzijds vloeit het beginsel van vrijheid van kopie onrechtstreeks voort uit het bestaan van specifieke beschermingsstelsels voor intellectuele eigendomsrechten. Immers, prestaties die niet aan de door de wet opgelegde criteria beantwoorden, worden in beginsel niet beschermd. Grenzen aan de vrijheid van kopie Er zijn echter grenzen aan de vrijheid van kopie. Wanneer het kopiëren of nabootsten onrechtmatig is, maakt een dergelijke handeling een oneerlijke handelspraktijk uit in de zin van boek VI WER ( Marktpraktijken en consumentenbescherming ), 3 zoals nader toegelicht onder punt 1.3. Onrechtmatig nabootsen Traditioneel werd in België een onderscheid gemaakt tussen twee vormen van onrechtmatig nabootsen: kopiëren in omstandigheden waarbij gevaar voor verwarring ontstaat; aanhaking of parasitaire mededinging waarbij door het kopiëren rechtstreeks voordeel wordt gehaald uit de belangrijke investeringen of inspanningen van een andere partij, zonder gevaar voor verwarring. Het onderscheid tussen beide vormen van onrechtmatig nabootsen werd soms vergeten, vaak zo blijkt uit de rechtspraak omdat in één adem een beroep op beide werd gedaan. 4 Sinds een arrest van het Hof van Cassatie van 29 mei is voornoemd onderscheid trouwens niet meer erg nuttig. Cassatie, 29 mei 2009 Het is noodzakelijk even stil te staan 6 bij het arrest van 29 mei 2009, vermits het Hof van Cassatie zich specifiek gebogen heeft over de vraag of, en in welke omstandigheden, het slaafs nabootsen van een niet door intellectuele eigendomsrechten beschermde prestatie een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt. De feiten die aan de oorsprong van het arrest lagen, zijn als volgt. Tussen twee vennootschappen was een 1/2015 BMM Bulletin jaargang Tijdens de legislatuur werd de gehele economische wetgeving, verspreid over verschillende wetten, gebundeld in één Wetboek van Economisch Recht, dat drie doelstellingen nastreeft: de vrijheid van ondernemen, de eerlijkheid van de economische transacties en de bescherming van de consument (bron: economie.fgov.be/nl/fod/codificatie_economische_wetgeving/#. VPAIy6FOOJA). 2 Dit artikel vervangt het befaamde Decreet d Allarde van 2-17 maart 1791 een Frans decreet dat de vrijheid van nijverheid en handel vastlegde en van toepassing werd toen de Zuidelijke Nederlanden deel werden van het Franse keizerrijk. Er bestond twijfel of het decreet d Allarde wel nog toepasselijk was in België. In ieder geval wordt in de parlementaire voorbereiding gesteld dat deze norm opgeheven wordt: Het voorliggende wetsontwerp strekt ertoe de boekdelen I, II en VIII in te voeren, zonder ingrijpende wijzigingen in het bestaande recht, de historische opheffing van het decreet van 2 17 maart 1791 tot afschaffing van het gildewezen ( decreet-d Allarde ) niet te na gesproken. Deze norm uit het revolutionaire recht wordt omgezet in een hedendaagse bepaling zonder de betekenis, de inhoud of de gevolgen ervan te wijzigen. (DOC Kamer 53/2543/004, 3-4). 3 Sinds 31 mei 2014 vervangt het boek VI Marktpraktijken en consumentenbescherming van het Wetboek economisch recht (WER) de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (WMPC). Net zoals de WMPC, heeft Boek VI WER een dubbel doel: enerzijds beoogt het de eerlijkheid in de mededinging in de handelsrelaties te waarborgen en anderzijds, wil het de bescherming van de consument verzekeren en erop toezien dat hij voldoende en adequate informatie krijgt (bron : VO_9laFOOJA). 4 G. Londers, Onrechtmatig imiteren, kopiëren en aanhaken, in J. Stuyck (ed.), Handelspraktijken anno 1996, Kluwer, Mechelen, 1997, p Cass., 29 mei 2009, Noël Marquet & Cie t. Orac NV & anderen, Arr.Cass. 2009, Voor een meer gedetailleerd commentaar zie o.a. : D. Mertens, Het Hof van Cassatie over parasitaire mededinging en aanhaking : Scherpstelling of genadeschot?, R.W , p ; G. Straetmans, Over parasitaire concurrentie en namaak, DAOR 2011, p. 283.

5 dispuut gerezen betreffende het nabootsen van een productiemethode voor de vervaardiging van polyurethaan sierprofielen die geen octrooibescherming kon genieten bij gebrek aan nieuwheid en uitvinderswerkzaamheid. Deze methode was niet door enig ander intellectuele eigendomsrecht beschermd. De nabootser werd tevens beschuldigd van onrechtmatige afwerving van personeel. Terwijl de eerste rechter geoordeeld had dat er sprake was van inbreukmakende aanhaking, kwam het Hof van Beroep tot de tegenovergestelde conclusie: Parasiteren is in beginsel geen door de wet op de Handelspraktijken en de bescherming van de consument (Wet Handelspraktijken) verboden handeling. Het uitgangspunt is de vrijheid om zelfs op slaafse wijze prestaties te kopiëren of na te bootsen. Het recht op kopiëren wordt wel begrensd door (i) door de intellectuele eigendomsrechten die de consument op een product heeft en (ii) door de verplichting zich te onthouden van verwarringstichtende publiciteit. Inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten en verwarringstichtende publiciteit maken een inbreuk op de eerlijke handelsgebruiken uit. Bij de invulling van deze begrippen en bij het opleggen van een stakingsverbod, moet de rechter zich er wel voor hoeden, om het recht op kopiëren niet wezenlijk uit te hollen. 7 Het Hof van Cassatie oordeelde dat het Hof van Beroep een te restrictieve visie had aangenomen door onrechtmatig nabootsen te beperken tot situaties waarin inbreuk gepleegd wordt op een intellectueel eigendomsrecht of waarbij verwarringstichtende reclame wordt gevoerd: Tegelijkertijd maakte het Hof van Cassatie duidelijk dat rechtstreeks voordeel halen uit belangrijke investeringen of inspanningen van een andere partij op zich niet onrechtmatig is: Een daad waarbij een verkoper het aanbod van een andere marktdeelnemer in verband met diensten of producten nabootst is in beginsel toegelaten, tenzij de verkoper hierdoor, hetzij, een door de wetgeving op de intellectuele eigendom beschermd recht miskent, hetzij, dit aanbod doet onder begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke handelsgebruiken. De verkoper die, zonder zelf een creatieve inspanning te leveren, rechtstreeks voordeel haalt uit belangrijke inspanningen of investeringen gewijd aan een creatie met economische waarde van een andere verkoper, begaat nog geen daad strijdig met de eerlijke handelsgebruiken. De rechter kan nochtans op grond van het behalen van een voordeel om een andere reden dan het louter nabootsen, oordelen dat dit handelen onrechtmatig is. Die andere redenen bestaan niet alleen uit de miskenning van intellectuele eigendomsrechten of verwarringstichtende reclame maar kunnen elke vorm van onrechtmatig gedrag zijn. 7 Hof van Beroep Gent, 14 november 2005, onuitgegeven doch beschikbaar op Darts-IP het geciteerde uittreksel werd integraal hernomen in het arrest van het Hof van Cassatie d.d. 29 mei G. Londers, op. cit., p Volgens deze rechtsleer (hierna de Londers rechtsleer ) gevolgd door een bepaalde rechtspraak was er sprake van onrechtmatige aanhaking of parasitaire concurrentie bij het vervuld zijn van de volgende Het Hof van Cassatie nam met dit arrest afstand van een bepaalde rechtsleer 8 en rechtspraak en bevestigde: de cumul van bescherming onder het intellectuele eigendomsrecht en de oneerlijke mededing; het beginsel van de vrijheid van kopie, zonder uit te sluiten dat slaafs nabootsen onrechtmatig kan zijn in geval van het behalen van een voordeel om een andere reden dan het louter nabootsen, waarbij deze andere reden zich niet beperkt tot verwarringstichtende reclame of inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, maar elke vorm van onrechtmatig gedrag kan zijn. In het licht van deze rechtspraak moet in elk concreet geval worden nagegaan of er sprake is van begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke handelsgebruiken en of enig voordeel wordt gehaald om een andere reden dan het louter nabootsen. Gelet op het feit dat deze begrippen weinig houvast bieden, beschikt de rechter over een ruime beoordelingsvrijheid. Het lijkt niet uitgesloten dat men als andere reden bijvoorbeeld verwarringstichting in aanmerking zou voorwaarden: (i) de gekopieerde prestatie is het resultaat van een creatieve inspanning of van een redelijk belangrijke investering en (ii) heeft een economische waarde; (iii) de nabootser haalt een rechtstreeks voordeel uit de inspanningen van de derde wiens prestatie hij nabootst en (iv) heeft zelf niet de minste creatieve inspanningen verricht om zijn prestaties te onderscheiden van deze die hij nabootst. Illustratie: Willemijn de Lint 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 3

6 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 4 kunnen nemen, of het ongerechtvaardigd voordeel halen uit de bekendheid van een concurrent, of het systematisch en voortdurend nabootsen in tegenstelling tot een enkele daad van kopie. Uit het arrest blijkt in ieder geval dat er geen ruimte is voor een algemene theorie van negatieve reflexwerking, 9 waarbij prestaties die niet in aanmerkingen komen voor bescherming onder enig intellectueel eigendomsrecht, om deze reden nooit op basis van een andere rechtsgrond voor bescherming in aanmerking kunnen komen. Betreffende de specifieke toepassing van een negatieve reflexwerking voor niet ingeschreven tekens die als merk fungeren, voortvloeiend uit artikel van het Beneluxverdrag inzake intellectuele eigendom (BVIE), wordt verwezen naar de bijdrage van Alexis Hallemans in ditzelfde nummer. Oneerlijke handelspraktijken in de zin van Boek VI WER Tweedeling: oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten en jegens niet consumenten Alvorens na te gaan onder welke voorwaarden slaafs nabootsen een onrechtmatige handelspraktijk kan uitmaken, is het belangrijk voor ogen te houden dat het onderdeel van Boek VI WER dat betrekking heeft op oneerlijke handelspraktijken gekenmerkt is door een tweedeling: 10 enerzijds heeft men de bepalingen die oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten verbieden (Titel 4, Hoofdstuk 1) en anderzijds deze die betrekking hebben op oneerlijke handelspraktijken ten opzichte van andere personen dan consumenten (Titel 4, Hoofdstuk 2). Dit is het gevolg van de omzetting van verschillende richtlijnen, 11 in het bijzonder richtlijn 2005/29 betreffende de oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten die een maximale harmonisatie nastreeft. 12 Dat laatste is relevant, zeker gelet op het zeer ruime toepassingsgebied van richtlijn 2005/29 met name omwille van de bijzonder brede definitie van wat een handelspraktijk jegens consumenten uitmaakt (artikel 2.d): Iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een handelaar, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten Inmiddels heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna HvJEU) de ruime werkingssfeer van richtlijn 2005/29 bevestigd: 13 9 V. Wellens, Doorwerking van de intellectuele rechten in de Wet Handelspraktijken, Larcier, Brussel, 2006, p.4: Er is sprake van negatieve relfexwerking wanneer een rechtsnorm die niet van toepassing is, een zekere invloed heeft op de toepasselijkheid of de werking van andere rechtsnormen die op het eerste gezicht van toepassing lijken, bijvoorbeeld door deze buiten werking te stellen. 10 B. Keirsbilck, Vijf jaar toepassing van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken in België ( ), SEW 2011, p Waaronder richtlijn 2006/114 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame. 12 De omzetting was reeds voltooid in de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (WMPC), dat sinds 31 mei 2014 door Boek VI vervangen werd. Zoals in punt 36 van het onderhavige arrest is opgemerkt, onderscheidt richtlijn 2005/29 zich door een bijzonder ruime materiële werkingssfeer, die zich uitstrekt tot elke handelspraktijk die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, de verkoop of de levering van een product aan consumenten. Zoals blijkt uit punt 6 van de considerans van de richtlijn, zijn dus enkel nationale wetten betreffende oneerlijke handelspraktijken die alleen de economische belangen van concurrenten schaden of betrekking hebben op transacties tussen handelaren, van de werkingssfeer van deze richtlijn uitgesloten. Het valt moeilijk in te zien hoe het slaafs nabootsen van andermans prestatie in het kader van een promotie en/of aanbod aan consumenten niet zou kwalificeren als een handeling die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering of verkoop van een product. 14 Het gevolg van deze vaststelling is dat slaafs nabootsen in het kader van een promotie en/of een aanbod aan consumenten enkel onrechtmatig zal zijn bij het vervuld zijn van de voorwaarden van de bepalingen van Boek VI WER die oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten verbieden ter omzetting van richtlijn 2005/29. Dat heeft het HvJEU duidelijk gepreciseerd: 15 De richtlijn [2005/29] brengt aldus een volledige harmonisatie van deze regels op communautair niveau tot stand. Zoals artikel 4 van de richtlijn uitdrukkelijk bepaalt kunnen de lidstaten dus [ ] geen strengere maatregelen vaststellen dan die welke in de richtlijn zijn neergelegd, ook niet om een hoger niveau van consumentenbescherming tot stand te brengen. Vervolgens moet erop worden gewezen dat artikel 5 van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken verbiedt en de criteria vaststelt aan de hand waarvan kan worden bepaald welke praktijken oneerlijk zijn. [ ] De door de verwijzende rechterlijke instantie gestelde vragen moeten derhalve worden onderzocht tegen de achtergrond van de inhoud en de algemene opzet van de in de vorige punten in herinnering geroepen bepalingen van de richtlijn. Dit vloeit voort uit de maximale harmonisatie van de regels inzake oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten die door richtlijn 2005/29/EG beoogd wordt: de lidstaten kunnen geen verdere eisen stellen dan deze die door de richtlijn worden opgelegd; zij kunnen evenmin een beperktere bescherming bieden dan deze die is voorzien in de richtlijn. 13 HvJEU, 14 januari 2010, zaak C-304/08, Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerb / Plus Warenhandelsgesellschaft mbh, rn. 39. Zie ook HvJEU, 9 november 2010, zaak C-540/08, Mediaprint Zeitungs- und Zeitschriftenverlag GmbH & Co. KG, / Österreich - Zeitungsverlag GmbH, rn P.G.F.A. Geerts, Het verwarringwekkend slaafs nabootsen van andermans product in het licht van art. 6:193a-j BW en art. 6:162 BW, IER 2013/1, p HvJEU, 23 april 2009, zaken C-261/07 en C-299/07, VTAB-VAB / Total Belgium en Galatae / Sanoma Magazines Belgium, rn en 58. Zie ook HvJEU, 14 januari 2010, zaak C-304/08, Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerb / Plus Warenhandelsgesellschaft mbh, rn

7 Uiteraard zijn de regels van de richtlijn niet van toepassing op verhoudingen tussen handelaren onderling. In dit kader beschikken de lidstaten over de mogelijkheid om zelf te bepalen wat een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt: 16 Deze richtlijn is niet van toepassing of van invloed op de nationale wetten betreffen de oneerlijke handelspraktijken di ealleen de economische belangen van concurrenten schaden of betrekking hebben op transacties tussen handelaren; met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel behouden de lidstaten de mogelijkheid dergelijke praktijken aan banden te leggen, overeenkomstig de communautaire wetgeving, indien zij zulks wensen. Deze richtlijn is evenmin van toepassing of van invloed op de bepalingen van richtlijn 84/450/EEG aangaande reclame die misleidend is voor ondernemingen, maar niet voor consumenten, en aangaande vergelijkende reclame. Slaafs nabootsen als oneerlijke handelspraktijk jegens consumenten? In geval van slaafse nabootsing in het kader van een promotie en/of een aanbod aan consumenten zal men uitgaande van de hoger geschetste hypothese dat men binnen het toepassingsgebied van richtlijn 2005/29/EG valt telkens moeten nagaan of de aangeklaagde slaafse nabootsing onrechtmatig is in de zin van één of meerdere bepalingen van Boek VI WER die oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten verbieden. De structuur van de relevante bepalingen is als volgt (zie tabel 1). 17 Het zou het kader van deze bijdrage overschrijden om na te gaan of er een aanknopingspunt is voor slaafse nabootsing onder elk van deze bepalingen. 18 Van belang is te weten dat elke norm als een afzonderlijke grondslag kan fungeren. Dat werd inmiddels door het HvJEU gepreciseerd: 19 een handelspraktijk die voldoet aan alle in artikel 6, lid 1, van deze richtlijn genoemde criteria om te kunnen spreken van een misleidende praktijk jegens de consument, [kan] als oneerlijk en daarmee als verboden op grond van artikel 5, lid 1, van de richtlijn [ ] worden aangemerkt zonder dat hoeft te worden nagegaan of die praktijk ook in strijd is met de vereisten van professionele toewijding in de zin van artikel 5, lid 2, sub a, van de richtlijn A contrario zou een schending van de algemene vereiste van professionele toewijding eveneens moeten volstaan om een vordering van slaafse nabootsing te ondersteunen. Het lijkt in ieder geval aannemelijk dat verwarring betreffende de commerciële oorsprong (in de zin van artikel VI.97,2 WER) of betreffende enige sponsoring dan wel directe of indirecte steun (in de zin van artikel VI.97,3 WER) in geval van slaafse nabootsing aan de orde zouden kunnen zijn. Opdat er sprake zou zijn van een oneerlijke handelspraktijk zal ook moeten worden aangetoond dat de misleiding van aard is het economisch gedrag van de consument te beïnvloeden. In dit opzicht is het nuttig terug te grijpen naar de leidraad voor de tenuitvoerlegging/ toepassing van richtlijn 2005/29, waarin wordt uit- Tabel 1 Richtlijn 2005/29 Titel 4, Boek VI WER Algemeen verbod: Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten zijn verboden Algemene definitie van oneerlijke handelspraktijken: Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer zij: a) in strijd is met de vereisten van professionele toewijding, en b) het economische gedrag van de gemiddelde consument [ ] wezenlijk verstoort of kan verstoren. Handelspraktijken die in het bijzonder oneerlijk zijn omdat zij misleidend of agressief zijn: Zijn oneerlijk, de handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten die: 1 misleidend zijn in de zin van de artikelen VI.97 tot en met VI.100, of 2 agressief zijn in de zin van de artikelen VI.101 tot en met VI Punt 6 van de considerans van richtlijn 2005/ De logica van de volgorde van de artikelen uit richtlijn 2005/29/ EG is helaas teloor gegaan bij de omzetting ervan in Titel 4 van Boek VI WER. 18 Zie voor een gedetailleerd overzicht V. Wellens, A. Hallemans, Artikel 5(1) Artikel 5(2) Artikel 5(4) Hoe optreden tegen imitatie van prestaties die niet door intellectuele rechten zijn beschermd?, RW , p HvJEU, 19 september 2013, zaak C-435/11, CHS Tour Services GmbH / Team4 Travel GmbH, rn. 48. Artikel VI.95 Artikel VI.93 Artikel VI.94 Handelspraktijken die vermoed worden misleidend te zijn Artikel 6-7 Artikel VI Handelspraktijken die in alle omstandigheden misleidend zijn Bijlage I Artikel VI.100 Handelspraktijken die vermoed worden agressief te zijn Artikel 8-9 Artikel VI Handelspraktijken die in alle omstandigheden agressief zijn Bijlage I Artikel VI.103 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 5

8 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 6 eengezet dat deze voorwaarde zeer ruim mag worden geïnterpreteerd (p ): [ ] het begrip besluit over een transactie [moet] betrekking [ ] hebben op de meest diverse besluiten die consumenten met betrekking tot een product of dienst nemen. [ ] In bovenstaand voorbeeld heeft de consument drie besluiten over een transactie genomen op basis van de door de handelaar verstrekte informatie: het besluit tot aankoop, het besluit om naar de winkel te gaan en ten slotte het besluit om de aankoop niet te effectueren. Het voorbeeld laat zien dat een consument niet noodzakelijkerwijs een aankoop hoeft te doen (bv. door een order te plaatsen) om een besluit over een transactie in de zin van de richtlijn te nemen. In de eerste plaats vormt het besluit om de aankoop niet te doen volgens de richtlijn ook een besluit over een transactie. In de tweede plaats kan de consument, zoals hieronder wordt uitgelegd, diverse andere besluiten nemen dan een besluit tot aankoop (of een besluit om geen aankoop te doen) die kunnen worden beschouwd als besluiten over een transactie (bv. naar het bedrijf van de handelaar gaan). Indien de slaafse nabootsing geen aanleiding geeft tot verwarring, kan men zich de vraag stellen of men zou kunnen teruggrijpen naar de algemene norm die handelspraktijken verbiedt die in strijd zijn met de vereisten van professionele toewijding. Dit begrip wordt als volgt gedefinieerd onder artikel I.8, 25 WER: het normale niveau van bijzondere vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een onderneming in haar activiteitsdomein ten aanzien van de consument mag worden verwacht, overeenkomstig de eerlijke handelsgebruiken 20 Wellicht kan deze algemene bepaling niet dienen om aanhaking of parasitaire mededinging volgens de Londers rechtsleer zonder meer te belemmeren. In punt 14 van de considerans van richtlijn 2005/29 wordt immers expliciet gesteld dat look-alikes op de markt aanwezig mogen zijn zolang dit geen aanleiding geeft tot verwarring: Deze richtlijn beoogt niet de keuze van de consument te beperken door de verkoopbevordering van look-alike -producten te verbieden, tenzij de gelijkenis bij de consument verwarring doet ontstaan over de commerciële oorsprong van het product en derhalve misleidend is. De schending van de vereisten van professionele toewijding zal sowieso in verband moeten worden gebracht met de wezenlijke verstoring van het economisch gedrag van de consument, dat als volgt wordt gedefinieerd onder artikel I.8, 24 WER: 21 een handelspraktijk gebruiken om het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een transactie besluit waartoe hij anders niet had besloten 20 Anders dan in de richtlijn verwijst het WER niet naar het begrip goede trouw. Artikel 2, h van richtlijn 2005/29 luidt als volgt: het normale niveau van bijzondere vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een handelaar ten aanzien van consumenten mag De leidraad voor de tenuitvoerlegging/toepassing van richtlijn 2005/29 biedt in dit verband de volgende uitleg (p. 24): Een wezenlijke verstoring van het economische gedrag van consumenten betekent dat een handelspraktijk het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen beperkt en dat deze beperking groot genoeg is om de gemiddelde consument een andere beslissing te doen nemen. Het begrip besluit over een transactie is van cruciaal belang bij het toepassen van het criterium van de wezenlijke verstoring op echte gevallen [ ] Of slaafse nabootsing onder omstandigheden b.v. in geval van imagotransfer waarover vaak sprake in de rechtspraak (cfr. infra) onder deze vangnetbepaling kan vallen, zal uiteindelijk door het HvJEU moeten worden beoordeeld. Ervan uitgaande dat slaafs nabootsen in het kader van een promotie en/of een aanbod aan consumenten de voorwaarden vervult van één of meerdere bepalingen van Boek VI WER die oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten verbieden (cfr. infra), stelt zich de vraag of ondernemingen zich op de regels kunnen beroepen die in beginsel consumenten beschermen. Punt 8 uit de considerans van richtlijn 2005/29 verwijst uitdrukkelijk naar het belang van concurrenten bij het bestrijden van oneerlijke handelspraktijken jegens de consumenten: Deze richtlijn beschermt de economische belangen van de consument op rechtstreekse wijze tegen oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten. Daarnaast beschermt zij indirect legitieme ondernemingen tegen concurrenten die de regels in de richtlijn niet in acht nemen; hierdoor is binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn een eerlijke concurrentie gewaarborgd. Artikel 11(1) van richtlijn 2005/29 voorziet dat de lidstaten moeten zorgen voor passende en doeltreffende middelen ter bestrijding van oneerlijke handelspraktijken jegens de consumenten en preciseert daarbij dat deze maatregelen ook moeten strekken tot de bescherming van de belangen van concurrenten: Daartoe behoren wettelijke bepalingen op grond waarvan personen of organisaties die volgens de nationale wetgeving een rechtmatig belang hebben bij het bestrijden van oneerlijke handelspraktijken, met inbegrip van de concurrenten: a) in rechte kunnen optreden tegen die oneerlijke handelspraktijken [ ] De betreffende maatregelen moeten in het kader van een versnelde procedure kunnen leiden tot een stakingsbevel en eventuele publicatiemaatregelen (artikel 11(2) van richtlijn 2005/29). Verschillende procedures in België lenen zich daartoe, 22 in het bijzonder de allang gekende stakingsprocedure die thans wordt geregeld door Titel I van Boek XVII WER (Bijzondere Rechtsprocedures). Nieuw is dat worden verwacht, overeenkomstig eerlijke marktpraktijken en/of het algemene beginsel van goede trouw in de sector van de handelaar. 21 Zie ook artikel 2, c van richtlijn 2005/ V. Raus, Handhaving in België, in BMM Bulletin 3/2011, p. 125.

9 de wetgever voorzien heeft dat de stakingsrechter een borg kan bevelen. 23 Slaafs nabootsen als oneerlijke handelspraktijk jegens niet consumenten? Indien slaafs nabootsen plaats vindt in een kader waarin alleen de economische belangen van concurrenten aan de orde zijn, moet men terugvallen op de leer van het hoger besproken Cassatie-arrest van 29 mei In dergelijk geval zal een beroep kunnen worden gedaan op het ruime artikel VI.104 WER dat het volgende bepaalt: Verboden is elke met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad waardoor een onderneming de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden. Conclusie Bij het beantwoorden van de vraag of slaafse nabootsing een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt in de zin van Boek VI WER, lijkt het noodzakelijk om eerst na te gaan of de slaafse nabootsing kadert in een promotie en/of aanbod aan consumenten. Deze vaststelling is immers relevant om te bepalen welke norm in te roepen ter ondersteuning van een vordering, zoals hieronder schematisch wordt weergegeven (Tabel 2). Analyse van rechtspraak Voor deze bijdrage werd de beschikbare rechtspraak van de voorbije vijf jaar onderzocht. Aangezien het niet mogelijk was om duidelijke lijnen te vinden in de rechtspraak, wordt een selectie van beslissingen waarin slaafse nabootsing al dan niet onrechtmatig werd bevonden hieronder in afdalende chronologische volgorde bondig samengevat. De relevantie van deze analyse berust in de vaststelling dat het klaarblijkelijk niet duidelijk is binnen welk kader de vraag naar het onrechtmatig karakter van slaafse nabootsing moet worden beantwoord. Overzicht van rechtspraak Antwerpen, 3 maart 2015, Tabacofina, BAT Belgium / Torrekens Tobacco Belgium, Ladewyck Tobacco, A/14/10010, IEFbe 1240 Vordering Merkinbreuk (op de BELGA- woord en beeldmerken) en slaafse nabootsing van de Belga verpakking en look and feel Beslissing Merkinbreuk wordt weerhouden. Slaafse nabootsing wordt weerhouden op grond van artikelen VI.95 en VI.104 WER. De rechtbank onderzoekt of er in hoofde van de verweersters sprake is van omstandigheden naast de nabootsing van de niet-merkenrechelijk beschermede elementen, die ingaan tegen de eerlijke marktparktijen, zoals verwarringstichting of een vorm van onrechtmatig gedrag waardoor de verweersters om een andere reden dan het kopiëren voordeel halen uit de kopie. De rechtbank besluit dat er sprake is van parasitaire aanhaking. Omwille van de combinatie van verschillende elementen bij de marketing van de B -sigaret, m.n. de verwijzing naar Belgische symbolen [ ] zoals het kroontje, de tricolore bies op de verpakking, het gebruik van een soft-pack en van een sigaret met dezelfde lengte en dikte als de Belga-sigaret [die afwijkt van de standaard sigaret afmetingen], het aanbrengen van de letter B op de sigaret zelf, de timing van de lancering van deze sigaret op de Belgische markt [met name op het ogenblik dat BAT had aangekondigd dat de Belga-sigaret voortaan Slaafse nabootsing? > In B2C context? > Artikelen VI WER > Indien men binnen de voorwaarden van één van deze bepalingen valt, dan is de handelspraktijk oneerlijk en moet zij verboden worden. Nadere voorwaarden mogen niet worden opgelegd (maximum harmonisatie). Tabel 2 In B2B context? 23 Artikel XVII.18 WER: De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding. Op de vordering wordt uitspraak gedaan, niettegenstaande enige vervolging die voor de strafrechter wordt ingesteld > Artikel VI.104 WER e.s. In het licht van het Cassatie-arrest van 29 mei 2009 moet men aantonen dat voordeel wordt gehaald uit het slaafs nabootsen om een andere reden dan het louter kopiëren. wegens dezelfde feiten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande voorziening en zonder borgstelling, tenzij de rechter heeft bevolen dat een borg moet worden gesteld. 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 7

10 onder het merk Lucky Strike zou worden verkocht en dus dat het Belga-merk in onbruik zou vallen], het gebruik van de slogans C est du Belge, Van bij ons, de gloednieuwe Belgische sigaret en Belgian Spirit oordeelt de rechtbank dat de verwerende partijen zich het imago en de look and feel van het product van de eiseressen hebben toegeëigend, zonder eigen creatieve inspanningen. Brussel, 27 januari 2015, Kraft Foods / Natrajacal, 2010/AR/3340 (onuitg. doch beschikbaar op Darts-IP) Vordering Merkinbreuk en slaafse nabootsing van de Côte d Or chocolade verpakking Beslissing Merkinbreuk wordt weerhouden. Wat de slaafse nabootsing betreft (op grond van artikel VI.104 WER en artikel VI.97 WER) wordt geoordeeld dat merkinbreuk tevens een schending van artikel VI.104 WER uitmaakt. De stelling dat de verpakkingen van Natrajacali een slaafse nabootsing zijn van de verpakkingen van Côte d Or wordt verworpen. De visuele verschillen [zijn] dermate belangrijk en overheersend [ ] dat zij ertoe leiden dat de vergeleken verpakkingen een onderscheiden totaalbeeld creëren, waardoor er geen sprake is, noch kan zijn, van een imagotransfer van de producten van Kraft Foods of goodwill naar de producten van Natrajacali. Gent, 3 november 2014, Sports Loisirs Industrie / Eurautomat, 2013/AR/444 (onuitg. doch beschikbaar op Darts-IP) Vordering Inbreuk op merken alsook auteursrechten in de grafische vormgeving van bingospelen. Slaafse nabootsing van de Graphical User Interfaces in een bingo-automaat. Kh. Brussel, 29 oktober 2014, Mars /Gedon Pet, A/14/02029, Ing.Cons. 2014/4, p. 696 Vordering Inbreuk op vormmerken en modelrechten, alsook slaafse nabootsing van X-vormige kauwstokken voor honden. Er wordt eveneens oneerlijke (misleidende) mededinging in de zin van artikel VI.98,1 WER en artikel VI.100,13 WER ingeroepen. Beslissing De rechtbank oordeelt dat er inbreuk wordt gepleegd op de ingeroepen vormmerken en modelrechten. Wat de vordering tot slaafse nabootsing betreft, stelt de rechtbank dat er [ ] sprake [kan] zijn van begeleidende omstandigheden wanneer bijvoorbeeld het kopiëren, naast het kopiëren zelf, als doel heeft om de faam en de goodwill van de producten van een bedrijf, die commerciële en financiële waarde hebben, af te leiden naar producten van een ander bedrijf en dat er [ ]in casu [moet] worden nagegaan of er in hoofde van verweerders sprake is geweest van begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke marktpraktijken of van een vorm van onrechtmatig gedrag waar het louter nabootsen niet onder kwalificeert waardoor verweerders voordeel hebben gehaald. Eiseres was met haar product als eerste op de markt en heeft door langdurig en intensief gebruik een aanzienlijke mate van herkenning en bekendheid op de markt opgebouwd. De keuze voor het namaakproduct, niettegenstaande veel andere mogelijkheden, is naar het oordeel van de rechtbank een poging om de faam en herkenning van de originele producten uit te buiten en zich door dit gebruik het imago en de reputatie van eisende partijen toe te eigenen. Dit wordt aanzien wordt als een schending van artikel VI.104 WER. Verwarringstichting wordt eveneens aangenomen op grond van artikel 10bis, lid 3, 1 UvP, artikel VI.98, 1 WER en artikel VI.100, 13 WER. Kh. Brussel, 22 oktober 2014, De Poortere Deco / Kovantex, AR/2013/8840, (onuitg. doch beschikbaar op Darts-IP) 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 8 Beslissing De ingeroepen beeldmerken en auteursrechten worden nietig bevonden resp. niet beschermd wegens gebrek aan originaliteit. Het hof oordeelt, met verwijzing naar Cass. 29 mei 2009, dat er geen begeleidende omstandigheden voorhanden zijn en dus geen schending van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER). Er wordt vastgesteld dat de Graphical User Interfaces gelijkend zijn, doch zonder dat parasitaire aanhaking aangetoond is en zonder dat bewezen is dat de gemiddeld aandachtige consument in verwarring zou gebracht zijn over de herkomst van het spel. Vordering Inbreuk op niet-geregistreerde modelrechten en auteursrechten, alsook parasitaire mededinging van patchwork-tapijten op basis van artikel VI.104 WER. Beslissing De modelrechten en auteursrechten worden geldig bevonden en een inbreuk wordt vastgesteld. Wat de parasitaire mededinging betreft, verwijst de rechtbank eerst naar de Londers rechtsleer en vervolgens naar Cass. 29 mei Ter invulling

11 van het begrip begeleidende omstandigheden wordt verwezen naar het Rizzla-arrest van het Hof van Beroep te Brussel: 24 begeleidende omstandigheden kunnen bestaan indien niettegenstaande onnoemelijk veel andere mogelijkheden, zonder [ ] enige creatieve inspanning of investering, de look and feel [ ] waarin [de andere partij] in aanzienlijke mate geïnvesteerd heeft en waarvoor zij een goodwill opgebouwd heeft wordt overgenomen. In een volgende overweging onderscheidt de rechtbank ook verwarringstichting als begeleidende omstandigheid, met verwijzing naar het C&A-arrest van het Hof van Beroep te Brussel. 25 In concreto oordeelt de rechtbank dat 4 van de 5 litigieuze tapijten werden nagebootst onder begeleidende omstandigheden, met name door zich het imago en de reputatie van eiseres toe te eigenen en de faam en goodwill verbonden aan de collectie van eiseres naar haar collectie af te leiden des te meer daar de nagebootste producten aangeboden worden aan een lagere prijs. De rechtbank besluit dat de vier voorwaarden voor parasitaire mededinging vervuld zijn, hetgeen een uitdrukkelijke verwijzing is naar de [achterhaalde] Londers rechtsleer. Tot slot worden de criteria van imagotransfer en verwarringstichting door de rechtbank gecombineerd in de volgend overweging: [ ] door het overnemen van de algemene indruk in haar tapijten 1 tot 4 zal het publiek een associatie maken tussen de originele tapijten en de tapijten van verwerende partij waardoor zij verwarring creëert omtrent de herkomst van haar producten om zodoende de faam en goodwill verbonden aan de producten van eisende partij af te leiden naar haar collectie. Brussel, 24 juni 2014, A-Fax / Boplan, 2013/ AR/1051, IEFbe Vordering Inbreuk op auteursrechten, alsook slaafse nabootsing van veiligheidsbarrières op basis van artikelen VI.104 en VI.105 WER. Beslissing Nadat beslist wordt dat de A-Safe producten van appellante niet beschermd zijn door het auteursrecht, onderzoekt het hof de beweerde aanhaking. Appellanten voeren aan dat verwarring veroorzaakt wordt door de look and feel van het productengamma te imiteren, zelfs voor wat betreft de gekozen kleuren en de combinaties waarin deze worden gebruikt. Hoewel dezelfde algemene indruk wordt vastgesteld, staat eveneens vast dat de producten van appellante geen andere indruk wekken dan producten van concurrenten. Bijgevolg is er geen bescherming voor de look and feel onder art VI.104 WER Onder verwijzing naar Cass. 29 mei 2009, worden de door appellanten ingeroepen begeleidende omstandigheden één voor één afgewezen (bv. het gebruik van een quasi-identieke productbenaming en van dezelfde referentienummers, het gebruik van het AdWord A-Safe, de compatibiliteit van de A-Safe en Boplan producten, de eerdere handelsrelaties tussen partijen, het gebruik van A-Safe materiaal en afbeeldingen voor de promotie van Boplan producten). Kh. Brussel, 17 september 2014, LKF Vejmarkering / ACB-WJ Product Services, 2014/01915/A, IEFbe Vordering Inbreuk op het woordmerk PREMARK door gebruik van het teken PROMARK. Oneerlijke handelspraktijken door op parasitaire en verwarringstichtende wijze delen van het publiciteitsmateriaal over te nemen in gebruiksaanwijzingen en informatiebrochures. Beslissing Een inbreuk op het woordmerk wordt aangenomen. De rechtbank oordeelt op grond van artikels VI. 104 en VI. 105 WER dat het gebruik van quasi-identieke gebruiksaanwijzingen en infobrochures op een website, gericht tot eenzelfde publiek, en met gebruik van een met het woordmerk van eiseres overeenstemmend teken, aan te merken is als verwarringstichtende reclame en dient te worden verboden. Een verdere motivering wordt niet gegeven. 24 Cfr. infra Brussel, 21 maart 2011, Savelux/John Player & Sons,IRDI 2011, Cfr. infra Brussel, 1 maart 2011, Anckaert Confectie/C&A, IRDI 2012/4, 399. Luik, 17 juni 2014, France Cartes / Hoet, 2013/ RG/1706, ICIP 2014, 586 Vordering Misleidende handelspraktijken op basis van artikel VI.94, VI.95, VI.97,2 en VI.98,1 WER en slaafse nabootsing van tarotkaarten op grond van artikel VI.104 WER. Beslissing Eerst schetst het hof waarbinnen kan opgetreden worden tegen kopieën, met name wanneer er sprake is van slaafse of quasi-slaafse nabootsing die een verwarringsgevaar creëert in hoofde van het publiek of wanneer het gaat om een parasitaire imitatie die creatieve inspanningen op zodanige wijze overneemt dat er op onrechtmatige wijze geprofiteerd wordt van de inspanningen van een ander. Het hof preciseert dat het niet vereist is voor parasitaire mededinging dat er sprake is van verwarringsgevaar. Het hof oordeelt dat er sprake is van verwarringsgevaar, gelet op de gelijkenissen tussen de litigieuze tarotkaarten (de look and feel wordt overgenomen), het gebrek aan de vermelding van merken door appellante (oorspronkelijke verweerster) en het gebrek aan informatie op de website. 26 Cfr. infra Brussel, 5 mei 2009, Charles SAS/Amari Trade) ( 555 ), IRDI 2009, /2015 BMM Bulletin jaargang 41 9

12 1/2015 BMM Bulletin jaargang Vervolgens onderzoekt het hof of er ook sprake is van parasitaire mededinging. Na een verwijzing naar Cass. 29 mei 2009, hanteert het hof de Londers criteria, om te besluiten dat appellante onvoldoende (creatieve) inspanningen of investeringen heeft geleverd in verband met haar producten (noch rechten daarop verworven heeft), en het niet nodig is de andere voorwaarden na te gaan. Kh. Brussel, 26 februari 2014, Brainbox/Selfmatic, A/13/03826, IEFbe 857 Vordering Inbreuk op auteursrechten op de visuele identiteit van een onderneming, met name de pictogrammen en lay-out op haar website en de voorpagina van haar catalogus Aanhaking / parasitisme op grond van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER) Verwarringstichtende reclame op grond van artikel 96 WMPC (thans artikel VI.105 WER). Beslissing Er wordt een inbreuk op de auteursrechten van eiser vastgesteld op de voorpagina van de catalogus alsook op de gekleurde assortimentenlogo s. Vervolgens onderzoekt de rechtbank het bestaan van aanhaking/parasitisme en stelt dat, in tegenstelling tot onrechtmatige nabootsing of imitatie met verwarringstichting, er sprake kan zijn van aanhaking of parasitisme zonder verwarringsgevaar, onder verwijzing naar het 555 theeverpakking -arrest van Hof van Beroep te Brussel van 5 mei Aan de hand van de Londers criteria, oordeelt de rechtbank dat er in concreto sprake is van aanhaking: de publiciteit is de vrucht van creatieve en financiële inspanningen, waardoor een aanzienlijke goodwill werd opgebouwd en de meest kenmerkende elementen worden overgenomen op een wijze die getuigt van onvoldoende eigen creatieve inspanningen, waardoor economische belangen worden geschaad, aangezien voordeel gehaald wordt uit het effect van de investeringen terwijl de ontwerpkosten ontlopen worden. De rechtbank overweegt: Door het gebruik van de betreffende assortimentenlogo s en de voorpagina van de Praktische Gids 2013 vaart Selfmatic in het kielzog van de creatieve prestaties en publicitaire investeringen van Brainbox. Tot slot oordeelt de rechtbank dat deze praktijken eveneens misleidende en verwarringstichtende reclame uitmaakt overeenkomstig artikel 96 WMPC (thans artikel VI.105 WER). Kh. Antwerpen, 26 november 2013, Timmerman/ Porters, IRDI 2014/1, 370 Vordering Inbreuk op auteursrechten wegens gebruik van foto s (online en in een interieurboek) van een interieur gerealiseerd door een interieurarchitect, zonder zijn toestemming. Parasitaire concurrentie of aanhaking op basis van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER). Beslissing Er wordt geen auteursrechtelijke bescherming aanvaard op het interieur ontworpen door de eisende partij. Daarentegen beslist de rechtbank dat de vordering op basis van parasitaire concurrentie/aanhaking gegrond is. De rechtbank onderzoekt eerst of aan de Londers criteria is voldaan: 1. [ ] de interieurweergave op de foto s [ ] werden door [de eisende partij] ontworpen en [ ] overgenomen; 2. het gegeven dat de creatieve inspanningen van [de eisende partij] niet voldoende werden geacht m.b.t. het concrete interieur om te resulteren in een auteursrechtelijk beschermd werk, heeft niet als gevolg dat ze niet het voorwerp kunnen betreffen van een vordering tot parasitaire concurrentie (aanhaking); 3. [de eisende partij] bewijst [ ] dat het concipiëren van de ruimtes belangrijke inspanningen heeft gevergd; 4. de toevoeging van de elementen door [verweerder] zijn niet in verhouding tot de creatieve inspanningen geleverd door [de eisende partij]. Verder wordt, onder verwijzing naar Cass. 29 mei 2009, de begeleidende omstandigheid aanvaard [ ] dat de bezoeker van de website [van verweerder] de indruk wordt nagelaten dat hetgeen wordt weergegeven op de litigieuze afbeeldingen volledig werd geconcipieerd door [verweerder] [ ] aangezien nagelaten werd om de naam van [de eisende partij]aan te duiden als interieurarchitect. Door een dergelijk handelen haalt [verweerder] voordeel uit de inspanningen en investeringen van [de eisende partij] en ontstaat als dusdanig schade in haar hoofde. Brussel, 21 oktober 2013, InBev/Maes, IRDI 2014/1, 411 Vordering Inbreuk op het Maes-blauw kleurmerk. Nabootsing van bierverpakking en reclame en algemene presentatie en marketing in strijd met artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER) en artikel 10bis, 2) UvP. Verwarringstichting in de zin van artikelen 89,1 en 91, 13 WMPC (thans artikelen VI.98,1 WER en VI.100,13 WER) en artikel 10bis, 3, 1 UvP. Beslissing Vooreerst oordeelt het hof dat inbreuk gemaakt wordt op het kleurmerk van Maes. Vervolgens beoordeelt het hof de aanhaking als volgt: Er kan sprake zijn van begeleidende omstandigheden wanneer bv het kopiëren, naast het kopiëren zelf, als doel heeft om de faam en de goodwill van de producten van een bedrijf, die commerciële en financiële waarde hebben, af te leiden naar producten van een ander bedrijf. In casu stelt het hof vast dat Inbev de aankleding van haar bier ingrijpend heeft gewijzigd en dat de aankleding sedertdien zeer nauw aanleunt bij de aankleding van het bier van Maes, in die mate dat de toepassingsvoorwaarden van art c BVIE vervuld zijn. [ ]

13 [N]iet alleen de toepassingsvoorwaarden van c BVIE zijn vervuld, doch is er tevens sprake van een imagotransfer of van een transfer van de look and feel van het bier van Maes naar het Jupiler BLUE bier, en hiermee van haar faam en goodwill. De overeenstemmende kleur wordt niet alleen gebruikt door Inbev voor haar bier, doch eveneens voor de volledige marketing en presentatie van dat product, met name concreet de plastic folie die rond de blikjes wordt gewikkeld, de kartonnen verpakking waarmee zes flesjes bier worden verpakt, de etiketten en de kartonnen displays die bij de verkoop in de winkels worden gebruikt. [ ] Inbev put door het implementeren van de look and feel die door Maes gecreëerd werd en, [ ], in casu uit haar nabootsen, een voordeel om een andere reden dan het louter nabootsen. [Hierdoor] eigent Inbev zich de faam en goodwill van Maes toe en leidt zij deze van de producten van Maes naar haar eigen producten af, met mogelijke schade (omzetverlies) voor Maes als gevolg. Op grond hiervan wordt een daad strijdig met de eerlijke handelsgebruiken (art. VI.104 WER) en een inbreuk op art. 10bis, 2) UvP weerhouden. Tot slot gaat het hof over tot een afzonderlijke beoordeling van verwarringstichting overeenkomstig artikel VI.98,1 en VI.100,13 WER en artikel 10bis, 3, 1 UvP, hetgeen weerhouden wordt. Kh. Gent, 6 september 2013, Dark at Night / De Wever, A/12/04331, IEFbe 680. Beslissing Vooreerst oordeelt het hof dat de reclame misleidend is in de zin van artikelen 88, 2 en 89, 1 WMPC (thans artikelen VI.97, 2 en VI.98, 1 WER). Vervolgens wordt afzonderlijk het parasitair karakter van de reclame beoordeeld overeenkomstig artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER). Hoewel het hof eerst verwijst naar Cass. 29 mei 2009, wordt verder beoordeeld aan de hand van de Londers criteria. Het staat vast dat de reclame het gevolg is van creatieve inspanningen en financiële investeringen. De litigieuze reclame maakt een slaafse kopie uit, zowel wat de lay-out als de inhoud betreft. Daarenboven wordt ze verspreid onder identieke omstandigheden (zelfde krant, zelfde plaats, slechts twee dagen tussen). In deze omstandigheden vaart geïntimeerde [oorspronkelijke verweerster] bewust in het kielzog van appellante, haar rechtstreekse concurrent, om onrechtmatig voordeel te halen uit de inspanningen en investeringen van appellante, om zich de creatieve inspanningen en investeringen te besparen. Door dergelijk gedrag, stelt geïntimeerde een handeling die strijdig is met de eerlijke marktpraktijken waardoor afbreuk wordt gedaan aan de professionele belangen van appellante. Brussel, 12 december 2012, LEGO / Ice, IRDI 2013, 64 Vordering Inbreuk op auteursrecht op lampen Slaafse nabootsing op basis van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER) Beslissing De rechtbank oordeelt dat geen auteursrechtelijke bescherming toekomt aan de litigieuze lamp. Verder onderzoekt de rechtbank of er sprake is van slaafse nabootsing die gepaard gaat met verwarringsgevaar. De rechtbank overweegt dat, overeenkomstig Cass. 29 mei 2009, het nabootsen op zich geen oneerlijke handelspraktijk is : [e]en verkoper heeft inderdaad de mogelijkheid om, ook zonder zelf een creatieve inspanning te leveren, door nabootsing, rechtstreeks voordeel te halen uit belangrijke inspanningen van een andere verkoper. De rechtbank concludeert dat er geen slaafse nabootsing is in de zin van artikel VI.104 WER, aangezien de litigieuze lamp de uitdrukking [is] van de heersende en gangbare stand van de techniek en de verschillen tussen beide lampen primeren boven de gelijkenissen. Brussel, 27 juni 2013, Tecteo/Belgacom, ICIP 2013/3, 632 Vordering Misleidende en onrechtmatige vergelijkende reclame, alsook slechtmaking. Slaafse nabootsing van reclame (lay-out en inhoud) Vordering Merkinbreuk en slaafse nabootsing Beslissing Merkinbreuk werd weerhouden, evenals slaafse nabootsing op grond van misleiding betreffende de commerciële oorsprong (thans artikel artikel VI.97,2 WER) en betreffende een indruk van sponsoring dan wel directe of indirecte steun (thans artikel VI.97,3 WER). Het hof preciseert dat zodra de voorwaarden van deze bepalingen vervuld zijn, het niet noodzakelijk is om aan te tonen dat de belangen van de consumenten geschaad zijn, vermits deze voorwaarden niet door de WMPC voorzien zijn. Het hof hield rekening met de volgende omstandigheden: gelet op de reputatie van LEGO voor speelgoed maar ook tal van merchandising producten, is het irrelevant dat LEGO zelf niet actief is in de sector van uurwerken; de marktonderzoeken die beide partijen neerleggen wijzen op verwarring bij 20% van de consumenten; de misleiding betreffende de commerciële oorsprong is van aard het economisch gedrag van de consumenten te beïnvloeden, waarbij het besluit over een transactie zeer ruim moet worden geïnterpre- 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 11

14 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 teerd (o.a. de beslissing om meer aandacht te besteden aan het product in een vitrine, de beslissing om een winkel binnen te lopen) met inachtneming van de kwaliteit en aantrekkingskracht waarvoor LEGO borg staat; uit een opiniepeiling van Ice blijkt dat 70% van de consumenten een voorkeur heeft voor de verpakking die het LEGO blokje nabootst dan een variant. aangezien de vorm van het LEGO blokje gebruikt wordt voor het ganse marketing concept (van siervoorwerpen tot vitrinekasten) is er een risico voor misleiding betreffende enige sponsoring of steun door LEGO; de aanwezigheid van het merk ICE WATCH volstaat niet om het gevaar voor misleiding uit te sluiten. Bergen, 29 oktober 2012, Cousins / Melan, Jaarb. Handelspr., 434, Jaarboek Marktpraktijken, Intellectuele eigendom en Mededinging 2012, H. De Bauw (ed.), Kluwer, 2013, Vordering Verwarringstichting betreffende de commerciële oorsprong van slingers met gekleurde lichtbolletjes overeenkomstig artikel 89 WMPC (thans artikel VI.98 WER). Beslissing Het hof overweegt dat de commercialisering van een kopie die verwarring schept over de commerciële oorsprong van een product, een misleidende handelspraktijk in de zin van art 89 WMPC (thans artikel VI.104 WER) kan zijn. Verder overweegt het hof, met verwijzing naar Cass. 29 mei 2009, dat de vrijheid van kopie een einde neemt daar waar het verwarringsgevaar begint. Het volstaat dat de gelijkenissen de verschillen duidelijk overheersen. Opdat er sprake zou zijn van parasitisme, dient niet enkel een onrechtmatig voordeel getrokken worden uit de investeringen van anderen, maar dient dit eveneens op onrechtmatige wijze te gebeuren, met name in omstandigheden die verwarring kunnen stichten. Een restrictieve interpretatie van parasitisme dringt zich bijgevolg op in het licht van de vrijheid van mededinging. Aangezien aangetoond werd dat zowel consumenten als professionals in verwarring zijn gebracht met betrekking tot de inrichting van de winkels waar de litigieuze producten worden verkocht, dienen deze handelspraktijken te worden gestaakt. Daarentegen mogen de litigieuze producten zelf (hoewel zij imitaties zijn) verder verkocht worden, aangezien hierop geen exclusieve rechten kunnen worden ingeroepen (en ook anderen deze producten reeds verhandelen). Brussel, 19 april 2012, Media Advertising / Visibuzz, 2010/AR/537, IEFbe 689. Vordering Inbreuk op modellenrechten en auteursrechten van rijdende reclamepanelen. Oneerlijke mededinging op basis van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER) en verwarringstichting. Beslissing Het hof oordeelt dat inbreuk wordt gepleegd op bepaalde auteursrechten, maar niet op alle ingeroepen auteurs- en modellenrechten. Verder buigt het hof zich over de vraag of er sprake is van aanhaking, met verwijzing naar Cass. 29 mei 2009 en de Londers rechtsleer. Het hof besluit dat onvoldoende wordt aangetoond dat, buiten het loutere feit van het kopiëren van de producten, geïntimeerde [oorspronkelijke verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan deloyale praktijken die haar zouden toelaten in het kielzog te varen van haar concurrent en zo voordeel te halen uit haar bekendheid of haar investeringen. Er wordt met name niet aangetoond dat de commerciële strategie op onrechtmatige wijze wordt overgenomen, dat aan slechtmaking wordt gedaan, dat contacten met cliënteel of leveranciers werden bekomen uit het onrechtmatig gebruik van bestanden, hacking of afwerving van personeel. Ook verwarringstichting wordt niet weerhouden. Het feit dat daadwerkelijk verwarring is opgetreden (bijvoorbeeld in hoofde van de stad Luik) wil niet zeggen dat er een verwarringsgevaar is in hoofde van de bedrijven die de producten moeten bestellen. Brussel, 26 januari 2012, Creations Nelson / Mango, 2009/AR/2996, IEFbe 687. Vordering Inbreuk op modellenrechten en auteursrechten op jurken Parasitaire mededinging op basis van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER). Beslissing Het hof oordeelt dat er geen sprake is van inbreuk op model- of auteursrechten. Wat de parasitaire mededinging betreft, verwijst het hof naar Cass. 29 mei Aangezien er geen sprake is van een kopie (gelet op het aantal verschillen), kan er geen slaafse nabootsing zijn. Het hof overloopt vervolgens een reeks ingeroepen begeleidende omstandigheden (bv. het hanteren van een lagere prijs, de vele gelijkenissen, het gebrek aan registratie, dezelfde plaats van winkels, voorafgaande kennis, eerdere namaak) om deze één voor één af te wijzen. 12

15 Brussel, 6 december 2011, Bontemps / M-Design, 2010/AR/2730, (onuitg. doch beschikbaar op Darts-IP) Vordering Inbreuk op auteursrechten en modellenrechten op haarden en kachels. Slaafse nabootsing op grond van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER). stukken blijkt evenwel dat er geen sprake is van een kopie (want er zijn voldoende verschillen), waardoor er geen slaafse namaak kan weerhouden worden. Zelfs indien sprake zou zijn van een kopie, is er geen bewijs van begeleidende omstandigheden. Zo wordt geen bewijs geleverd dat op onrechtmatige wijze ontwikkelingskosten bespaard werden of concurrentieel voordeel zouden behaald zijn. Evenmin wordt op overtuigende wijze aangetoond dat er verwarring zou bestaan. Kh. Brussel, 8 juni 2011, Red Bull/Powerdrinks, IRDI 2011, 355 Beslissing Het hof oordeelt dat de haarden en kachels niet beschermd zijn door het auteursrecht en dat de ingeroepen modellenrechten nietig zijn. Wat de slaafse nabootsing betreft, overweegt het hof als volgt. Het feit dat geen auteursrecht of modelrecht kan worden ingeroepen neemt niet weg dat een vordering kan ingesteld worden gesteund op de regels inzake oneerlijke mededinging. In casu gaat het om exacte kopieën, maar dit volstaat niet, noch het rechtstreeks voordeel halen uit belangrijke inspanningen of investeringen zonder zelf een creatieve inspanning te leveren, om een oneerlijke handelspraktijk uit te maken (Cass. 29 mei 2009). Het hof onderzoekt vervolgens de ingeroepen begeleidende omstandigheden. Er wordt beweerd dat verkopers onder druk worden gezet om de kopieën te kopen die als identiek worden aangeprezen, maar dit wordt niet bewezen en dus irrelevant beoordeeld. Ook een aan een verkoper waarin de tegenpartij als grootste vijand wordt aangeduid is onvoldoende. Het aanbieden van zeer grote kortingen evenmin. Beweringen van erkende verkopers worden niet objectief genoeg bevonden. Het is niet onrechtmatig om bij het te koop aanbieden van kopieën te vermelden dat het gaat om haarden die identiek zijn aan het origineel, aangezien dit strookt met de waarheid. Er wordt geen bewijs geleverd dat de naam en goede faam van de ene naar de andere partij afgeleid worden. Het hof besluit dat er geen sprake is van slaafse nabootsing. Brussel, 21 november 2011, L Anverre / Mexx, 2010/ AR/2490. (onuitg. doch beschikbaar op Darts-IP) Vordering Inbreuk op auteursrechten op zonneschermen Slaafse nabootsing op grond van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER). Beslissing Het hof oordeelt dat er geen inbreuk gemaakt wordt op auteursrechten. Wat de vordering gesteund op slaafse nabootsing betreft, overweegt het hof als volgt. Dat er geen inbreuk werd vastgesteld op het auteursrecht, neemt niet weg dat een vordering kan worden ingesteld op grond van de regels inzake oneerlijke mededinging. Uit de Vordering Merkinbreuk en slaafse nabootsing van het Red Bull blik. Beslissing Er wordt inbreuk gepleegd op het kleurmerk. Wat de slaafse nabootsing betref oordeelt de rechtbank dat er sprake kan zijn van aanhaking of parasitisme in de zin van artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER), zelfs zonder verwarringsgevaar. Met verwijzing naar de Londers criteria stelt de rechtbank: Het nadeel van de verkoper bij wie aangehaakt wordt moet buitensporig zijn vergeleken met het voordeel dat de aanhaker nastreeft. Er wordt geoordeeld dat er sprake is van parasitaire mededinging of aanhaking in hoofde van verweerster op grond van de volgende overwegingen: de door Red Bull ontworpen blikjes zijn onbetwistbaar de vrucht van creatieve en financiële inspanningen het is aannemelijk dat Red Bull door de jaren heen een aanzienlijke goodwill heeft opgebouwd voor haar producten via de betrokken verpakkingen met de specifieke kleurschakeringen; het feit dat Powerdrinks de blauw/zilveren kleurschakeringen in een verhouding 50/50 overneemt, met name de meest opvallende en kenmerkende elementen, kan de economische belangen van Red Bull schaden; Powerdrinks maakt immers gebruik van het resultaat van de investeringen van Red Bull en haalt hier rechtstreeks voordeel uit, onder meer bestaande uit het ontlopen van ontwerpkosten en lanceringskosten en profiteert van de goodwill die eraan verbonden is; het blikje van Powerdrinks getuigt van onvoldoende eigen creatieve inspanningen het is reeds de tweede keer dat Powerdrinks de blikjes van Red Bull nabootst. Brussel, 21 maart 2011, Savelux/John Player & Sons, IRDI 2011, 342 Vordering Merkinbreuk en slaafse nabootsing van verpakking sigarettenpapier. Beslissing Er wordt inbreuk gepleegd op het kleurmerk. Wat slaafse nabootsing betreft verwijst de rechtbank naar Cass. 29 mei 2009: Er moet in casu worden 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 13

16 1/2015 BMM Bulletin jaargang nagegaan of er in hoofde van appellante sprake is geweest van begeleidende omstandigheden [ ]. Het hof stelt het volgende vast: Geïntimeerde heeft grote en voortdurende investeringen gedaan om een goodwill met betrekking tot de door haar gecreëerde look and feel op te bouwen. Appellante heeft, niettegenstaande onnoemelijk veel andere mogelijkheden, zonder (het bewijs te leveren van) enige creatieve inspanning of investering, de look and feel die door geïntimeerde voor de betrokken producten gecreëerd werd voor de verpakking van haar filter tips geïmplementeerd. Deze implementatie is gebeurd op een dergelijke wijze dat het aannemelijk is dat het betrokken publiek de waren van appellante en deze van geïntimeerde als identiek zal waarnemen. Appellante put, zodoende, door het gebruik voor verpakkingen van filter tips van de look and feel die door geïntimeerde gecreëerd werd en, daarvan deel uitmakend, een identieke blauwe tint als deze die het Benelux kleurmerk uitmaakt, in casu uit haar nabootsen een voordeel om een andere reden dan het louter nabootsen. Zoals geïntimeerde aanvoert, eigent appellante zich door dit gebruik het imago en de reputatie van geïntimeerde toe. Appellante leidt de faam en de goodwill met betrekking tot de producten van geïntimeerde, die door deze laatste opgebouwd werd, naar haar eigen producten af. Het door geïntimeerde gelaakte nabootsen door appellante, in de hiervoor omschreven omstandigheden, maakt een vorm van onrechtmatig gedrag uit.. Het hof besluit dat de aangevochten daad van nabootsing een daad van parasitaire mededinging uitmaakt in strijd met artikel 95 WMPC (thans artikel VI.104 WER). Brussel, 1 maart 2011, Anckaert Confectie/C&A, IRDI 2012/4, 399 Vordering Inbreuk op auteursrechten en slaafse nabootsing van communiejurkjes. Beslissing Er wordt geen bescherming onder het auteursrecht verleend bij gebrek aan originaliteit. Wat de slaafse nabootsing betreft, oordeelt de rechtbank, met verwijzing naar Cass. 29 mei 2009: Hoewel appellantes jurken niet voldoen aan de originaliteitstoets om auteursrechtelijke bescherming te kunnen genieten, vertonen ze wel een zekere en voldoende originaliteit om te kunnen bogen op een bescherming bij slaafse kopie. Het hof gaat vervolgens na of er sprake is (geweest) van begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke marktpraktijken of van een vorm van onrechtmatig gedrag anders dan het louter nabootsen waardoor geïntimeerde voordeel haalt of heeft gehaald. Er moet worden nagegaan of er in hoofde van een publiek met gemiddelde aandacht een gevaar voor verwarring bestaat of kan bestaan in die zin dat dit publiek appellante en geïntimeerde met elkaar zou kunnen verwarren of met elkaar zou kunnen associëren. Het feit dat het quasi identiek jurkje in de C&A winkel wordt verkocht en onderscheidingstekens draagt, sluit niet uit dat een gemiddelde consument zou kunnen denken dat dit jurkje ook door appellante is geproduceerd. Er bestaat een gevaar dat een gemiddelde consument zou denken dat geïntimeerde de producten die zij onder haar huismerken op de markt brengt, laat produceren door de producent die dezelfde producten ook onder een eigen merk/teken op de markt brengt. Er is een risico dat een gemiddelde consument wanneer hij geconfronteerd wordt met quasi identieke jurkjes in een C&A winkel of in een C&A reclame, zou kunnen denken dat, net zoals gebruikelijk in andere sectoren, de jurkjes door eenzelfde producent werden vervaardigd, enerzijds onder een huismerk van een klant en anderzijds onder een eigen merk/teken. Er is derhalve een risico dat de jurkjes van geïntimeerde zouden worden geassocieerd met appellante en de door haar geproduceerde jurkjes. Antwerpen, 23 december 2010, Energy Brands & Coca-Cola / Vrumona, 2010/AR/905, onuitg. Vordering Slaafse nabootsing verpakking en promotie Vitaminwater (zes varianten in verschillende kleuren, reclame op zwarte achtergrond, met gelijkaardige opstelling enz.). Beslissing Het hof besloot dat er geen sprake was van slaafse nabootsing op grond van de volgende overwegingen : het gebruik van de naam vitaminwater kan niet worden verboden; het gebruik van zes varianten duidt niet op aanhaking (de mogelijkheid om varianten te creëren is niet onbeperkt en het feit dat evenveel varianten in ongeveer dezelfde smaakcombinaties op de markt worden gebracht is op zich niet van aard verwarring te doen ontstaan); de gebruikte presentatievorm en kleurcombinaties zijn eigen aan dit soort producten en de consument is dus gewend om gelijkaardige producten op gelijkende wijzen aangeboden te krijgen; de promotie is in dezelfde trend (kleurcombinaties, humor, enz.) maar er is geen sprake van aanhaking (verschillende teksten); Coca-Cola gaat er klaarblijkelijk van uit dat de vormgeving van haar producten (layout, kleurencombinaties, enz.) zich onderscheidt van gelijkaardige producten en dus als merk fungeert; artikel BVIE belet Coca-Cola om zich op andere gronden te beroepen dan een ingeschreven merk om bescherming te vorderen voor haar verpakking. Gent, 17 mei 2010, Omega Nasus/Vanderstickel, IRDI 2012/4, 417 Vordering Schending van auteursrechten in gestreepte zakdoeken en slaafse nabootsing. Beslissing De zakdoeken zijn niet origineel genoeg om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen. Wat de slaafse nabootsing betreft oordeel het hof als volgt: De eigenlijke vervaardiging en verhandeling [van slaafse nabootsing] worden [ ] in beginsel niet verboden, maar wel de begeleidende omstandigheden, die verwarringstichtend of parasitair kunnen zijn. De slaafse kopie stopt dus vrij te zijn van zodra er een

17 verwarringsgevaar met betrekking tot de oorsprong van de producten ontstaat of van zodra de nabootser profijt haalt uit andermans inspanningen. Uit de verregaande en sterke gelijkenissen tussen de zakdoeken en hun verpakkingswijze besluit het hof dat de ene partij profijt gehaald heeft uit de inspanningen van de andere partij bij het maken en op de markt brengen van de set van 6 zakdoeken. Een verschilpunt is dat de afwerking van de zakdoeken van [oorspronkelijke verweerster] iets minder verfijnd en verzorgd is. Dit verschil valt pas op bij een iets grondiger analyse. Om die reden versterkt het de aanhaking in plaats van deze af te zwakken. Met een wat goedkopere uitvoering poogt [oorspronkelijke verweerster] het effect te bereiken van de luxezakdoeken van [oorspronkelijke eiseres]. Verder zijn de gelijkenissen dermate groot dat een gemiddeld aandachtig consument in verwarring gebracht kan worden. Om deze redenen wordt aangenomen dat de slaafse nabootsing onrechtmatig is. Brussel, 17 maart 2010, Baobab Collection / B-Four Group, Jaarb. Handelspr, 372 Vordering Namaak van geurkaarsen Beslissing Met verwijzing naar Cass. 29 mei 2009 en de Londers criteria wordt geoordeeld dat een imitatie onrechtmatig wordt wanneer een onderneming systematisch en permanent de bekendheid van de concurrent exploiteert, door voordeel te halen uit de investeringen in geld, tijd en inventiviteit, waardoor hij zich zelf alle moeite, onderzoek, creatie en investering uitspaart. Gelet op het groot aantal verschillen wordt echter geoordeeld dat er in casu geen sprake is van slaafse nabootsing. Een louter idee mag niet worden beschermd. Gent, 2 november 2009, Europochette / Duni Benelux, A&M 2013, 106 Vordering Schending van auteursrechten en modelrechten in een bestekzakje en slaafse nabootsing. Beslissing Het bestekzakje is niet auteursrechtelijk bescherm bij gebrek aan originaliteit en de modelrechten zijn nietig. Wat slaafse nabootsing betreft zijn begeleidende bezwarende omstandigheden vereist, zoals bijvoorbeeld verwarringstichting, misleiding, slechtmaking, bedrieglijke vermeldingen, gebruik van onrechtmatig verkregen vertrouwelijke informatie, het behalen van een onevenredig groot voordeel, parasitaire aanhaking, rechtsmisbruik en derde-medeplichtigheid aan contractbreuk. In casu verschilt de globale indruk voldoende. Er is geen verwarringsgevaar en er wordt niet geteerd op andermans investeringen. Brussel, 5 mei 2009, Charles SAS/Amari Trade ( 555 ), IRDI 2009, 266 Vordering Merkinbreuk en schending van auteursrechten op theeverpakkingen en slaafse nabootsing met verwarringstichting. Beslissing Merkinbreuk en schending van de auteursrechten wordt weerhouden. Wat de slaafse nabootsing betreft wordt op basis van de Londers criteria aan belangenafweging gedaan, waarbij er sprake is van onrechtmatige aanhaking wanneer het nadeel van de verkoper bij wie aangehaakt wordt, buitensporig is vergeleken met het voordeel dat de aanhaker nastreeft. Een kopie heeft een buitensporig en onrechtmatig karakter wanneer zij niet noodzakelijk was en het resultaat op een andere manier had kunnen worden bereikt dan door het imiteren van andermans prestatie. In tegenstelling tot onrechtmatige nabootsing of imitatie met verwarringstichting kan er sprake zijn van aanhaking of parasitisme zonder verwarringsgevaar. In casu worden de Londers criteria toegepast. Er wordt ook rekening gehouden met het feit dat het de tweede keer is dat wordt nagebootst, het feit dat een strafprocedure hangende is, het feit dat tijdens een beslag inzake namaak materiaal van de ene partij is gevonden in de burelen van de andere partij, hetgeen op intentie tot namaak wijst. Conclusie Het arrest van het Hof van Cassatie van 29 mei 2009 blijkt inmiddels gekend, maar principes uit het verleden (de Londers rechtsleer) blijven doorwerken. Het onderscheid dat zich opdringt op basis van de tweedeling van Titel 4 (oneerlijke handelspraktijken) van Boek VI WER blijkt doorgaans niet in aanmerking te worden genomen. In een overgroot deel van de besproken beslissingen wordt slaafse nabootsing in de context van een promotie/verkoop aan consumenten weerhouden op grond van artikel VI.104 WER, terwijl de beslissing in beginsel zou moeten steunen op bepalingen uit Hoofdstuk 1 van Titel 4, Boek VI, WER (artikelen VI WER). In geval van schending van deze bepalingen is er aannemelijk ook een schending van artikel VI.104 WER. De relevante vraag is of een loutere verwijzing naar VI.104 WER kan volstaan. 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 15

18 Het onderscheidend vermogen van de slaafse nabootsing Jesse Hofhuis en Aimée van Hattum Beide auteurs zijn advocaat te Amsterdam, bij Hofhuis Alkema Groen Op 1 december 2003 werd art. 14 lid 8 BTMW afgeschaft en beleefde het leerstuk van de slaafse nabootsing na een winterslaap van 28 jaar zijn comeback. Nu, ruim elf jaar later, blijkt het leerstuk een allesbehalve sluimerend bestaan te leiden. Niet alleen wordt het bij procedures over de nabootsing van productvormgeving min of meer standaard aangevoerd als aanvullende grondslag naast een auteurs- of modelrechtinbreuk, in een groot aantal zaken worden vorderingen toegewezen op basis van art. 6:162 BW, zonder dat sprake is van inbreuk op een recht van intellectuele eigendom. De bij dit artikel geplaatste afbeeldingen zijn alle afkomstig uit dergelijke rechtszaken; geen IE(-inbreuk), maar wel slaafse nabootsing. De centrale vraag in dit artikel is wat de toegevoegde waarde van slaafse nabootsingsbescherming is ten opzichte van IE-rechten. Om tot een antwoord op deze vraag te komen, wordt allereerst gekeken naar de slaafse nabootsingsbescherming (par. 2). Daarna worden, summierder, behandeld de IE-rechtelijke beschermingsregimes die (kunnen) zien op bescherming van het uiterlijk van producten, te weten het modellenrecht (par. 3), het auteursrecht (par. 4) en het merkenrecht (par. 5). Bij de behandeling van alle beschermingsgrondslagen wordt onderscheid gemaakt tussen i) de vereisten voor bescherming, ii) de beschermingsomvang, iii) uitzonderingen op deze bescherming en iv) duur van bescherming. Ten slotte zal bij wijze van conclusie (par. 6) worden gekeken naar de belangrijkste soorten gevallen waarin de slaafse nabootsing een wezenlijke toegevoegde waarde kan hebben. Slaafse nabootsing Vereisten voor bescherming Met het leerstuk van de slaafse nabootsing wordt een gezonde concurrentieverhouding nagestreefd. 1 Van een dergelijke gezonde verhouding is naar het oordeel van de Hoge Raad geen sprake wanneer het uiterlijk van een product nodeloos zodanig op dat van een concurrent lijkt, dat hierdoor verwarringsgevaar bestaat. 2 Logischerwijs vloeit uit deze norm voort dat de vormgeving van een product onderscheidend moet zijn om voor deze bescherming in aanmerking te komen het publiek kan het uiterlijk van een tweede product immers pas aanzien voor dat van het eerdere product, wanneer dat eerdere product zich onderscheidt van de andere producten op de markt. 3 In het Drukasbak-arrest heeft de Hoge Raad het criterium voor onderscheidend vermogen nader ingevuld door te overwegen dat het product zich uiterlijk aanmerkelijk van de andere in de handel zijnde modellen dient te onderscheiden. 4 Later is de Hoge Raad gaan spreken over het innemen van een eigen plaats in de (relevante) markt. 5 Het is niet duidelijk of deze invullingen dezelfde betekenis hebben. 6 Duidelijk is echter wel dat het Umfeld ook in de praktijk van doorslaggevend belang is voor het bepalen van het onderscheidend vermogen. 7 Het is aan degene 1/2015 BMM Bulletin jaargang 41 Vzr. Rechtbank Amsterdam 7 april 2011, LJN BOQ3336 (Transportvoordrager) 16 1 Zie HR 31 mei 1991, NJ 1991, 391 m.nt. D.W.F. Verkade (Borsumij/ Stenman), r.o. 3.9, laatste volzin, waarin de Hoge Raad spreekt over het belang van een eerlijke mededinging. 2 Zie omder meer HR 31 mei 1991, NJ 1991, 391 m.nt. D.W.F. Verkade (Borsumij/Stenman), 3 Zie in die zin ook Hof Arnhem 20 oktober 2010, IER 2010, nr. 15, p. 87, m.nt. Grosheide (Kymco/Roozendaal), r.o HR 21 december 1956, NJ 1960, 414, m.nt. H.B. (Drukasbak). 5 HR 15 maart 1968, NJ 1968 m.nt. H.B. (Plastic Stapelschalen); HR 7 juni 1991, NJ 1992, 392 (Rummikub); HR 2 april 2004, NJ 2004, 388 (Jydsk/Doréma). In Hof Den Haag 28 mei 2013, IEPT (All Round/Dutch Designz) wordt gesproken over een eigen gezicht van het product. 6 Ch. Gielen (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, 10e druk, Deventer: Kluwer 2011, p Zie in die zin ook uitgebreid Rb Gelderland 4 juni 2014, IEF13915 (AllRound/Simstars), r.o Een eigen plaats in de markt werd bijvoorbeeld wel aangenomen in: Vzr. Rb Midden-Nederland 24 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6961 (Openschalengrijper), nu de openschalengrijper van eiseres qua uiterlijke verschijningsvorm een andere totaalindruk heeft dan de andere openschalengrijpers op de markt; Rb Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:RBDHA:2014:12947 (Nickelson/CoolCat); Vzgr Rb Den Haag 9 augustus 2012, IEPT (Wiegand/Logimedical) ten aanzien van medicijnwagens, omdat deze zich voldoende onderscheidden van de medicijnwagens van (een beperkt aantal ) andere aanbieders; Rb Amsterdam 19 mei 2010, IEPT (SEVV/AY Illuminate), met betrekking tot gevlochten lampenkappen bestaande uit twee losse helften die bijeen worden gehouden door een lus of touw om knopen op een houten ring; en Vzr. Rb Amsterdam 7 april 2011, LJN BOQ3336 (Transportvoordrager), omdat de specifieke vormgeving van het product afweek van die van andere voordragers. Geen onderscheidend vermogen werd aangenomen in onder meer Vzr. Rb Den Bosch 17 juni 2008, LJN: BD4200 (Fatboy/Sitting Bull), r.o ten aanzien van diverse Fatboy-zitzakken, onder andere omdat er geen sprake was van een bijzondere vormgeving en deze hoofdzakelijk werd bepaald door functionele- en gebruikseisen van consumenten; Vzr. Rb. Alkmaar 3 juni 2010, KG ZA (Jess Meubeldesign) ten aanzien van bepaalde stoelmodellen. Volgens de voorzieningenrechter bezaten de betreffende stoelen geen zodanig eigen karakter, dat gevaar voor verwarring spoedig kon worden aangenomen, omdat voldoende aannemelijk was gemaakt dat er nog een aantal andere bedrijven nagenoeg dezelfde stoelen op de markt bracht; Vzr. Rb Alkmaar 16 september 2010, KG ZA , (Recreatiegroothandel Haba/PAT Europe) met betrekking tot capsulevormige stekkerdozen, omdat het beweerdelijk nagebootste product slechts een uitvergroting van de reeds bestaande reguliere stekkerdozen betrof; Vzr. Rb Rotterdam 13 december 2010, LJN: BO8154 (Topgros/CHK Develop) met betrekking tot rollators; Rb s-gravenhage 9 februari 2011, BIE 2011, nr. 54, p. 148 (Kasdekreinigers), waarin de vormgevingselementen van het product samenvielen met de onderliggende techniek; Rb Den Bosch 14 november 2012, LJN: BY3465 (Maxfurn), door banale vormgeving

19 Vzr. Rechtbank Den Haag 9 augustus 2012, ZA (Wiegand/Logimedical) die stelt dat zijn product slaafs is nagebootst aan te tonen dat het product ten tijde van het op de markt verschijnen van de (beweerdelijke) nabootsing een eigen plaats op de markt innam. 8 Ook een combinatie van op zichzelf niet onderscheidende elementen kan een eigen plaats in de markt innemen. 9 De Hoge Raad heeft zich er nog niet over uitgelaten of sprake moet zijn van intrinsiek onderscheidend vermogen van het product of dat dit ook later kan worden verkregen, door bijvoorbeeld marketinginspanningen (oftewel inburgering). Het ligt echter in de rede dat een veranderende marktsituatie er voor kan zorgen dat onderscheidend vermogen naar verloop van tijd ontstaat of verdwijnt: wanneer het publiek een product bijvoorbeeld leert herkennen als gevolg van reclame die voor het product is gemaakt, dan is niet goed te zien waarom het product vanaf dat moment geen onderscheidend vermogen zou hebben. 10 In de literatuur wordt ook aangenomen dat een veranderende marktsituatie er voor kan zorgen dat het op een bepaald moment aanwezige onderscheidend vermogen van een product toeneemt, afneemt of zelfs verdwijnt. 11 Nu de ratio van het leerstuk is te voorkomen dat nodeloos verwarring wordt gewekt met productvormgeving van een concurrent (en bijvoorbeeld niet het stimuleren van de ontwerpactiviteit), hoeft de vormgeving van een product niet oorspronkelijk te zijn om voor bescherming in aanmerking te komen. 12 Daarnaast hoeft het product niet door de eisende partij zelf ontworpen te zijn. 13 Dit betekent dat ook bescherming genoten zou kunnen worden bij de introductie van reeds elders of in een andere branche bestaande of in de vergetelheid geraakte ontwerpen van derden, nu het bestaan van dergelijke eerdere ontwerpen er niet aan in de weg zal staan dat het product na (her)introductie op de Nederlandse markt onderscheidend vermogen heeft. 14 Beschermingsomvang Vzr. Rechtbank Den Haag 28 mei 2008, IEPT (Present Time/Blokker) Zoals gesteld, dient voor een geslaagd beroep op slaafse nabootsing sprake te zijn van verwarringsgevaar. Opmerkelijk is dat nog altijd onduidelijk is wat de aard van de verwarring is waartegen met succes opgekomen kan worden: productverwarring (de nabootsing wordt aangezien voor het onderscheidende product), herkomstverwarring (de nabootsing wordt door het uiterlijk daarvan ten onrechte toegeschreven aan een bepaalde bron), of volstaan beide vormen van verwarring? Dit is een wezenlijke onduidelijkheid, met name nu het zich in de praktijk veel voordoet dat een nabootsing weliswaar niet op één specifiek ander product lijkt (dus geen productverwarring), maar wel de indruk wekt onderdeel uit te maken van een reeds bestaande, uit andere bron afkomstige serie (waardoor herkomstverwarring kan optreden). De literatuur 15 en feitenrechtspraak 16 zijn verdeeld over het antwoord op deze vraag. De Hoge Raad heeft zich er nog niet over uitgelaten. In Borsumij/ Stenman lijkt de HR naar herkomstverwarring te tenderen, doordat gerefereerd wordt aan het wekken van een onjuiste indruk over de afkomst van de nabootsing. 17 In het recente Stijl-arrest (Broeren/Duijsens) oordeelde de Hoge Raad daarentegen dat het leerstuk van slaafse nabootsing niet ziet op het slaafs nabootsen van stijl of stijlelementen. 18 Hiermee kan in ieder geval in een groot deel van de gevallen van herkomstverwarring geen beroep op slaafse nabootsing worden gedaan: te weten, in die gevallen waarin een product vermoed wordt uit een bepaalde bron afkomstig te zijn doordat bij de nabootsing gebruik is gemaakt van de stijl die kenmerkend is voor de betreffende bron. De Hoge Raad motiveert zijn oordeel in het Stijlarrest echter met een beroep op negatieve reflexwerstoel; Hof Den Haag 7 mei 2013, LJN: CA1008 (Transportbanden); Rb Gelderland 4 juni 2014, IEF13915 (AllRound/Simstars); en Rb Gelderland 6 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:1375 (Lollydisplay s), waarin de Rb van mening was dat hoewel het lollydisplay zuiver op zichzelf beschouwd onderscheidend vermogen toekomt in die zin dat het t.o.v. alle andere lolly-displays die voor de verkoop van lolly s worden gebruikt een heel eigen vormgeving heeft, maar dat niet gesproken kan worden van een eigen plaats in de markt voor lolly-displays. 8 Zie bijvoorbeeld Rb Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:RBDHA:2014:12947 (Nickelson/CoolCat), r.o. 4.5; Rb Gelderland 4 juni 2014, IEF13915 (AllRound/Simstars), r.o. 4.11; Vzr. Rb Arnhem 23 november 2012, LJN BY6496 (Blackstone/Brainwave & Aqa), r.o. 4.19; en Rb Zwolle-Lelystad 26 oktober 2011, LJN BV Zie bijvoorbeeld Hof Den Haag 28 mei 2013, IEPT (All Round/Dutch Designz), r.o Anders: Hof Arnhem-Leeuwarden 27 augustus 2013, BIE 2013, 97 (KMG Asia v VdW International) en Rb Gelderland 4 juni 2014, IEF13915 (AllRound/Simstars), r.o Ch. Gielen (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, 10e druk, Deventer: Kluwer 2011, p. 607, onder verwijzing naar Hof Arnhem 20 oktober 2010, IER 2010, nr. 15, p. 87, m.nt. Grosheide (Kymco/Roozendaal), r.o HR 7 juni 1991, NJ 1992, 392 (Rummikub). 13 HR 21 december 1956, NJ 1960, 414, m.nt. H.B. (Drukasbak). De rechtbank Amsterdam overweegt daarnaast nog dat het nagebootste product geen belangrijk sier- of fantasie-element hoeft te bevatten, zie Rb Amsterdam 24 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8733 (Capri Sun), r.o Zie bijvoorbeeld Rechtbank s-gravenhage 28 mei 2008, BIE 2009, 45 (Present Time / Blokker), waarin bescherming werd toegekend aan een aardewerken kopie van een algemeen bekende vorm voor patatbakbakjes. 15 Zie voor de verdeelde meningen in de literatuur in het bijzonder, in chronologische volgorde: A.A. Quaedvlieg, Verwarren en onderscheiden. De slaafse navolging in een veranderend intellectueel eigendomsperspectief, BIE 1992, p. 367; F.W. Grosheide, Hoe slaafs mag men nabootsen, IER 2005, 64, onder 2; Ch. Gielen, Bescherming tegen nodeloos verwarringsgevaar, ook bekend als bescherming tegen slaafse navolging in: Een eigen, oorspronkelijk karakter (Spoor-bundel), Delex 2007, p. 105 e.v.; en Noot J.C.S. Pinckaers bij HR 29 maart 2013, LJN: BY8661 (Broeren/Duijssens), AMI 2013/3, p Zie voor rechtspraak waarin een ruim verwarringsbegrip wordt toegepast bijvoorbeeld: Hof Den Bosch 25 januari 2011, BIE 2011, nr. 53, p. 158 (Zijlstra/Klotz), r.o. 4.26; Rb Amsterdam 7 april 2011, LJN: BQ3336 (Bowell/Steco), r.o. 4.9; Hof Den Haag 12 oktober 2010, IER 2010, nr. 6, p. 20 (KSI), r.o. 16. Zie voor rechtspraak die expliciet spreekt over herkomstverwarring: Vzr. Rb Amsterdam 22 maart 2012, IEPT (Barts/Ferro), r.o. 4.10; Rb Amsterdam 9 mei 2012, IEPT (Moog/E2M), r.o. 4.25; Rb Den Bosch 21 november 2012, LJN: BY4122 (JMK Heating), r.o HR 31 mei 1991, NJ 1991, 391 m.nt. D.W.F. Verkade (Borsumij/ Stenman), r.o Zie tevens noot J.C.S. Pinckaers bij HR 29 maart 2013, LJN: BY8661 (Broeren/Duijssens), AMI 2013/3, p.116. Zie voor een ogenschijnlijke neiging naar productverwarring Rb Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:RBDHA:2014:12947 (Nickelson/ CoolCat), r.o HR 29 maart 2013, LJN: BY8661 (Broeren/Duijssens), r.o /2015 BMM Bulletin jaargang 41 17

20 Rechtbank Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:RBDHA:2014:12947 (Nickelson/CoolCat) king van het auteursrecht, zodat het te ver voert aan dit arrest de conclusie te verbinden dat herkomstverwarring is vereist voor slaafse nabootsing. Een andere vraag die nog boven de markt hangt, is die naar post-sale confusion: is van verwarring ook sprake wanneer de aankopende consument zich weliswaar (bijvoorbeeld door de gebruikte verpakking) er van bewust is dat hij niet het origineel aanschaft, maar zijn omgeving (in dit voorbeeld: na verwijdering van de verpakking) dit niet meer ziet? Een voor de praktijk belangrijke vraag is, of verwarringsgevaar kan worden weggenomen door op de nabootsing een duidelijke merk- of handelsnaam van de nabootsende partij aan te brengen. 19 Wij menen dat dit niet noodzakelijkerwijs het geval is, ook niet wanneer de merknaam dominant wordt weergegeven: de merknaam zal in een dergelijk geval weliswaar duidelijk maken dat het product door een ander is verhandeld, het hoeft er niet aan in de weg te staan dat het publiek in de verkeerde veronderstelling wordt gebracht dat de nabootsing dezelfde producent heeft als het nagebootste product. In een dergelijk geval is naar onze mening sprake van zowel productverwarring als herkomstverwarring (zoals een Magnum Almond van Ola verondersteld wordt het zelfde product te zijn en dezelfde herkomst te hebben als een Magnum Almond van Langnese). Buiten deze wezenlijke rechtsonzekerheid, heeft het verwarringsgevaarbegrip in de slaafse nabootsingsleer redelijk vorm gekregen zij het dat het veelal open deuren zijn: Gekeken dient te worden naar de totaalindrukken die de producten maken op de gemiddelde consument. 20 Rekening moet worden gehouden met de aard van het publiek, nu het aandachtniveau onder meer kan verschillen naar gelang het relevante publiek bestaat uit doorsneeconsumenten of deskundigen en evenzeer naar gelang de producten routine-aankopen betreffen, of bijvoorbeeld juist luxeproducten. 21 Rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat het publiek nabootsing en nagebootst product in de regel niet naast elkaar ziet en daardoor afgaat op het onvolledige herinneringsbeeld. 22 Rechtbank Oost-Nederland 12 februari 2013 LJN BZ1773, (Out of the Blue) Stemt de totaalindruk van beide producten aanmerkelijk overeen, dan zal veelal sprake zijn van verwarringsgevaar, zelfs wanneer beide producten op tal van ondergeschikte punten duidelijk onderlinge verschillen vertonen. 23 Niet vereist is dat de nabootsing ontleend is aan de vormgeving van het eerdere product. 24 Uitzonderingen op bescherming Het enkel creëren van verwarringsgevaar brengt nog geen onrechtmatigheid met zich. De belangrijkste uitzondering is dat het wekken van verwarringsgevaar alleen dan onrechtmatig is wanneer de nabootser zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een andere weg had kunnen inslaan en door dit na te laten verwarring sticht. 25 Dit komt er op neer dat op een nabootser de verplichting rust bij het nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om verwarringsgevaar te voorkomen, 26 bijvoorbeeld door voldoende afwijkingen in de (esthetische) vormgeving aan te brengen. 27 Daarbij is het aan degene die bescherming inroept te bewijzen dat de nabootser in zijn verplichting is tekortgeschoten. 28 Deze uitzondering op bescherming tegen verwar- 1/2015 BMM Bulletin jaargang Zie voor feitenrechtspraak waarin vermelding van merk- of handelsnaam van de nabootser op het product relevant werd geacht voor het wegnemen van verwarringsgevaar: Vzr. Rb Den Haag 24 oktober 2011, IEPT (Lego/Banbao), r.ov. 5.10; Rb Utrecht 22 februari 2012, IEPT (ACS/Terwa), r.o. 4.7; en Vzr. Rb Amsterdam 22 maart 2012, IEPT (Barts/ Ferro), r.o. 4.10; Hof Arnhem-Leeuwarden 8 juli 2014, IEF14032 (ACS Systems/Terwa), r.o ; Rb Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:RBDHA:2014:12947 (Nickelson/CoolCat), r.o. 4.8; Rb Amsterdam 24 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8733 (Capri Sun), r.o. 4.21; Rb Gelderland 6 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:1375 (Lolly-display s), r.o ; Zie anders Hof Den Haag 7 mei 2013, LJN: CA1008 (Transportbanden), r.o. 5.4, waarin het Hof de etikettering van het product niet relevant achtte voor de totaalindruk ervan; en milder Vzr. Rb Midden-Nederland 24 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6961 (Openschalengrijper), r.o. 5.13, waarin de Voorzieningenrechter stelde dat de enkele aanwezigheid van een ander logo of merk op een product nog niet betekent dat geen sprake meer zou kunnen zijn van verwarringsgevaar waartegen op grond van de leer van slaafse nabootsing kan worden opgetreden. 20 HR 7 juni 1991, NJ 1992, 392 (Rummikub), r.o Zie ook Hof Den Bosch 19 november 2013, IEPT (Rockmed); en Hof Den Bosch 28 februari 2012, BIE 2012, nr. 52, p. 219 (Blond/Xenos), r.o Zie voor literatuur onder meer Ch. Gielen (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, 10e druk, Deventer: Kluwer 2011, p Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem 20 oktober 2010, IER 2010, nr. 15, p. 87, m.nt. Grosheide (Kymco/Roozendaal), r.o Zie onder meer HR 7 juni 1991, NJ 1992, 392 (Rummikub), Hof Den Bosch 25 januari 2011, BIE 2011, 148 (Hooglans-dressoirs); Hof Den Bosch 28 februari 2012, BIE 2012, nr. 52, p. 219 (Blond/ Xenos), r.o ; en Rb Oost-Nederland 12 februari 2013, LJN: BZ1773 (Out of the blue), r.o Zie ook Van Nispen, Onrechtmatige daad IV, nr. 283 losbladige Kluwer (nieuw). 23 Van Nispen, Onrechtmatige daad IV, nr. 284; Zie voor rechtspraak bijvoorbeeld Vzr. Rb Den Haag 24 oktober 2011, IEPT (Lego/Banbao), r.ov Zie Ch. Gielen, Bescherming tegen nodeloos verwarringsgevaar, ook bekend als bescherming tegen slaafse navolging in: Een eigen, oorspronkelijk karakter (Spoor-bundel), Delex 2007, p. 99, 100 en 103, onder verwijzing naar het arrest HR Borsumij/ Stenman. Zie ook Vzr. Rb Midden-Nederland 24 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6961 (Openschalengrijper), r.o HR 26 juni 1953, NJ 1954, 90, m.nt. Houwing (Hyster Karry Krane). Zie voor toepassing van dit criterium bijvoorbeeld Hof Arnhem 23 augustus 2011, LJN: BS1147 (HCI), r.o HR 8 januari 1960, NJ 1960, 60, AA 1961, 20 m.nt. G (Scrabble); HR 1 december 1989, NJ 1990, 473 m.nt. DWFV, BIE 1990, 244 m.nt. Br, IER 1990, 46 (Monte/Kwikform); HR 29 juni 2001, IER 2001, 227 (Impaq/Hasbro); HR 20 november 2009, LJN: BJ6999 (Lego). 27 HR 20 november 2009, LJN: BJ6999 (Lego), r.o Zie ten aanzien van technische deugdelijkheid en bruikbaarheid bijvoorbeeld nog Hof Arnhem 25 september 2013, IEPT (Rubik/ Beckx), r.o HR 28 februari 1969, NJ 1969, 366 m.nt. DJV (Trekkerhoes). Zie ook Rb Breda 23 november 2011, LJN: NU5696 (VHS/VGM), r.o. 3.12; Rb Rotterdam 17 oktober 2012, LJN: BY4982 (Majestic/ATG), r.o

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

Date de réception : 02/02/2012

Date de réception : 02/02/2012 Date de réception : 02/02/2012 Resumé C-661/11-1 Zaak C-661/11 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof

Nadere informatie

Prijszetting: interactie marktpraktijken en mededinging. 10 Maart 2016

Prijszetting: interactie marktpraktijken en mededinging. 10 Maart 2016 Prijszetting: interactie marktpraktijken en mededinging 10 Maart 2016 Agenda Overzicht enkele bepalingen marktpraktijken Analyse mogelijke relatie mededinging Overzicht 0. Algemeen 1. Prijsaanduiding 2.

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Vertaling C-618/15-1 Zaak C-618/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 november 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

DE TOEPASSING VAN DE WET MARKTPRAKTIJKEN EN CONSUMENTENBESCHERMING

DE TOEPASSING VAN DE WET MARKTPRAKTIJKEN EN CONSUMENTENBESCHERMING TEKST Yves Vandendriessche, advocaat (Crivits & Persyn) De dierenarts in het ondernemingsrecht DE TOEPASSING VAN DE WET MARKTPRAKTIJKEN EN CONSUMENTENBESCHERMING In een vorige bijdrage stond Yves Vandendriessche

Nadere informatie

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije)

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Vertaling C-125/14-1 Zaak C-125/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 maart 2014 Verwijzende rechter: Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Datum van de verwijzingsbeslissing: 10

Nadere informatie

De nieuwe bepalingen in de Handelspraktijkenwet

De nieuwe bepalingen in de Handelspraktijkenwet COLLECTIE BEDRIJFSRECHT De nieuwe bepalingen in de Handelspraktijkenwet Annick De Boeck (ed.) Yves Montangie (ed.) Bart R. Goossens Marie-Christine Janssens Reinhard Steennot VANDEN BROELE INHOUDSTAFEL

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/01/2016

Datum van inontvangstneming : 28/01/2016 Datum van inontvangstneming : 28/01/2016 Vertaling C-662/15-1 Zaak C-662/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 14 december 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf

Nadere informatie

Vertaling C-441/13-1. Zaak C-441/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing

Vertaling C-441/13-1. Zaak C-441/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing Vertaling C-441/13-1 Zaak C-441/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 5 augustus 2013 Verwijzende rechter: Handelsgericht Wien (Oostenrijk) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Vertaling C-223/15-1 Zaak C-223/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 mei 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

Wie geniet bescherming van zijn handelsnaam?

Wie geniet bescherming van zijn handelsnaam? Bescherm uw handels -, vennootschaps - en merknaam Naambekendheid is voor de handelaar van onschatbare waarde. Consumenten, klanten en leveranciers kopen producten van een bepaald merk of drijven handel

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst Bestanddelen - Toestemming - Dwaling over de zelfstandigheid - Begrip - Art. 1110, BW Datum 27 oktober 1995 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van

Nadere informatie

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus)

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Vertaling C-291/13-1 Zaak C-291/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 mei 2013 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

Misleidende (B2B) reclame rgelij kende reclame

Misleidende (B2B) reclame rgelij kende reclame MONOGRAFIEËN BW Misleidende (B2B) reclame rgelij kende reclame Mr. D.W.F. Verkade Advocaat-generaal i.b.d. bij de Hoge Raad der Nederlanden Bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (Bregstein-leerstoel)

Nadere informatie

Handelspraktijken 3de editie INHOUDSTAFEL

Handelspraktijken 3de editie INHOUDSTAFEL Handelspraktijken 3de editie INHOUDSTAFEL Hoofdstuk I. Totstandkoming en doelstellingen van de wet marktpraktijken en consumentenbescherming (WMPC) en haar verhouding tot het mededingingsrecht............................

Nadere informatie

The clash of the Bulls. The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU. I. Inleiding

The clash of the Bulls. The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU. I. Inleiding The clash of the Bulls The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU I. Inleiding Met de uitspraak van het Europese Hof op 6 februari jongstleden is het dan zo ver...

Nadere informatie

FAQ over de solden en de sperperiode

FAQ over de solden en de sperperiode FAQ over de solden en de sperperiode Boek VI Marktpraktijken en consumentenbescherming van het Wetboek van economisch recht (Boek VI WER) 1. Wanneer beginnen de solden?... 2 2. Welke sectoren kunnen deelnemen

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

Stichting VVV Groep Nederland v. Verweerder. Zaaknr. DNL2009-0026

Stichting VVV Groep Nederland v. Verweerder. Zaaknr. DNL2009-0026 Stichting VVV Groep Nederland - verweerder DomJur 2010-559 WIPO Arbitration and Mediation Center Zaak-/rolnummer: DNL2009-0026 Datum: 24-06-2009 UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER Stichting VVV Groep Nederland

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dd. 16 december 2005

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dd. 16 december 2005 Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dd. 16 december 2005 Rol nr 02-6031-A-02-6439-A - Aanslagjaar 1998 Des frais professionnels effectués en vue de réduire le montant des impôts ne

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Duur. Burenhinder. Herstel. Rechtsvordering. Algemene verjaringstermijnen. Termijn buitencontractuele aansprakelijkheid Datum 20 januari 2011 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

BESCHIKKING M (2006) 6

BESCHIKKING M (2006) 6 BESCHIKKING van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie houdende wijziging van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen), ondertekend te Den

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 JANUARI 2014 C.12.0463.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0463.N 1. WIBRA BELGIË nv, met zetel te 9140 Temse, Frank Van Dyckelaan 7A, 2. WIBRA HOLDING bv, vennootschap naar Nederlands recht,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 08/12/2015

Datum van inontvangstneming : 08/12/2015 Datum van inontvangstneming : 08/12/2015 Vertaling C-568/15-1 Datum van indiening: Verwijzende rechter: Zaak C-568/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing 5 november 2015 Landgericht Stuttgart (Duitsland)

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF A 2010/8/10 ARREST. Inzake: Naam : Benelux Organisatie voor de Intellectuele Eigendom. Tegen:

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF A 2010/8/10 ARREST. Inzake: Naam : Benelux Organisatie voor de Intellectuele Eigendom. Tegen: COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2010/8/10 ARREST Inzake: Naam : Benelux Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Tegen: Naam : Vermeiren Francina Procestaal: Nederlands ARRET En cause : Nom :

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JUNI 2005 S.04.0109.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.04.0109.N.- B. J., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 MEI 2008 C.05.0223.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.05.0223.F AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. B. P., 2. AXA BELGIUM, naamloze

Nadere informatie

Handelspraktijken. Knipperlichten 2009-2010

Handelspraktijken. Knipperlichten 2009-2010 Handelspraktijken Knipperlichten 2009-2010 Contrast Seminars 25 februari 2010 Peter Wytinck Advocaat 1/6/2011 3:50:25 PM DEEL 1. Arrest Hof van Justitie 23 april 2009 VTB-VAB/Total gezamenlijk aanbod 1.

Nadere informatie

~ A 98/2/21. Arrest van 1 december 2004 in de zaak A 98/2 BENELUX MERKENBUREAU. Arrêt du 1 er décembre 2004 dans l'affaire A 98/2

~ A 98/2/21. Arrest van 1 december 2004 in de zaak A 98/2 BENELUX MERKENBUREAU. Arrêt du 1 er décembre 2004 dans l'affaire A 98/2 COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 98/2/21 Arrest van 1 december 2004 in de zaak A 98/2 Inzake : CAMPINA tegen BENELUX MERKENBUREAU Procestaal : Nederlands Arrêt du 1 er décembre 2004 dans l'affaire

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Vertaling C-218/12-1 Zaak C-218/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 mei 2012 Verwijzende rechter: Landgericht Saarbrücken (Duitsland)

Nadere informatie

BESLAGRECHTER IN DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 MEI 2011

BESLAGRECHTER IN DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 MEI 2011 IN DE ZAAK MET A.R. nr. 10/4294/A VAN 1. C.V.B.A. COOPFARMA met zetel te 9000 Gent, Nieuwe Vaart 151 met K.B.O.-nummer 0421.598.226 2. C.V.B.A. VOORUIT NR. 1 met zetel te 9000 Gent, Nieuwe Vaart 151 met

Nadere informatie

Actualia Bescherming via het modellenrecht van kenmerken die moeilijk in tekeningen te vatten zijn Geert Philipsen

Actualia Bescherming via het modellenrecht van kenmerken die moeilijk in tekeningen te vatten zijn Geert Philipsen Actualia Bescherming via het modellenrecht van kenmerken die moeilijk in tekeningen te vatten zijn Geert Philipsen BMM Voorjaarsvergadering 2012 Inhoud A. Inleiding De definitie van een model B. Actualia

Nadere informatie

M ERK EN VERGELIJKENDE RECLAME

M ERK EN VERGELIJKENDE RECLAME 145 M ERK EN VERGELIJKENDE RECLAME Charles GIELEN 1 Op vergelijkende reclame rustte lange tijd een stevige merkenrechtelijke vloek. Wie herinnert zich nog de tijd dat het oude artikel 13A lid 2 Benelux

Nadere informatie

Onzuivere vergelijkende reclame: naast onrechtmatige daad ook merkinbreuk?

Onzuivere vergelijkende reclame: naast onrechtmatige daad ook merkinbreuk? Onzuivere vergelijkende reclame: naast onrechtmatige daad ook merkinbreuk? Wim Maas en Charlotte de Boer Onzuivere vergelijkende reclame leidt regelmatig tot juridische geschillen. Deze zaken zijn vaak

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 8 OKTOBER 2015 C.14.0504.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0504.N ROQUETTE FRÈRES, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 62136 Lestrem (Frankrijk), rue de la Haute Loge 1, eiseres,

Nadere informatie

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker.

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker. Caesar Capital Todays Vermogensbeheer DomJur 2011-679 Rechtbank Amsterdam, Sector civiel recht Zaaknummer/rolnummer: 483704 / KG ZA 11-314 P/PV Datum: 14 april 2011 Vonnis in kort geding van 14 april 2011

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/02/2015

Datum van inontvangstneming : 19/02/2015 Datum van inontvangstneming : 19/02/2015 Vertaling C-19/15-1 Zaak C-19/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 19 januari 2015 Verwijzende rechter: Landgericht München I (Duitsland)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 23/05/2014

Datum van inontvangstneming : 23/05/2014 Datum van inontvangstneming : 23/05/2014 Vertaling C-195/14-1 Datum van indiening: Zaak C-195/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing 18 april 2014 Verwijzende rechter: Bundesgerichtshof (Duitsland)

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 1 (1953) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Aanvullend Protocol bij de op 21

Nadere informatie

Eiser is Medec Benelux N.V. uit Aalst, België, vertegenwoordigd door Hofhuis Alkema Advocaten, Nederland.

Eiser is Medec Benelux N.V. uit Aalst, België, vertegenwoordigd door Hofhuis Alkema Advocaten, Nederland. Medec Benelux N.V. Medicare Uitgeest B.V. DomJur 2013-963 Wipo Arbitration and Mediation Center Zaak/rolnummer: DNL2013-0009 Datum:15 mei 2013 1. Partijen Eiser is Medec Benelux N.V. uit Aalst, België,

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/445893 / KG ZA 13-752

zaaknummer / rolnummer: C/09/445893 / KG ZA 13-752 vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/445893 / KG ZA 13-752 Vonnis in kort geding van in de zaak van de besloten vennootschap

Nadere informatie

Onzuivere vergelijkende reclame: naast onrechtmatige daad ook merkinbreuk?

Onzuivere vergelijkende reclame: naast onrechtmatige daad ook merkinbreuk? Onzuivere vergelijkende reclame: naast onrechtmatige daad ook merkinbreuk? Deterink Advocaten en Notarissen mr. W.J.G. Maas/mr. C. de Boer Kennedyplein 201 5611 ZT Eindhoven Telefoon: +31 (0)40 26 26 774

Nadere informatie

Arbitragecommissie. Advies over de brouwerijcontracten

Arbitragecommissie. Advies over de brouwerijcontracten Advies nr. 2014/15 van 12 september 2014 Arbitragecommissie Titel 2 van boek X van het Wetboek van economisch recht betreffende de precontractuele informatie in het kader van commerciële samenwerkingsovereenkomsten.

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

Rolnummers 5197, 5198 en 5199. Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T

Rolnummers 5197, 5198 en 5199. Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T Rolnummers 5197, 5198 en 5199 Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, 1 en 2, en 3, 2, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 15/05/2015

Datum van inontvangstneming : 15/05/2015 Datum van inontvangstneming : 15/05/2015 Vertaling C-163/15-1 Zaak C-163/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 9 april 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

1. Inleiding. 1 Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van

1. Inleiding. 1 Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van 01-02-2012 Richtlijnen van de Europese Commissie betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (IER) door de douaneautoriteiten van de EU met betrekking tot goederen, met name geneesmiddelen,

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 268564 / KG ZA 06-833

zaaknummer / rolnummer: 268564 / KG ZA 06-833 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 268564 / KG ZA 06-833 Vonnis in kort geding van in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid URBAN

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Vertaling C-650/13-1 Zaak C-650/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 9 december 2013 Verwijzende rechter: Tribunal d instance de Bordeaux

Nadere informatie

BENELUX ~ A 2006/2/11 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. ARREST van 19 maart 2007. Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT

BENELUX ~ A 2006/2/11 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. ARREST van 19 maart 2007. Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2006/2/11 ARREST van 19 maart 2007 Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT Procestaal : Nederlands ARRET du 19 mars 2007 En cause METABOUW BOUWBEDRIJF

Nadere informatie

BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM BESLISSING inzake OPPOSITIE Nº 2006163 Van 1 maart 2013. Avenue des Olympiades 2 1140 Brussel België

BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM BESLISSING inzake OPPOSITIE Nº 2006163 Van 1 maart 2013. Avenue des Olympiades 2 1140 Brussel België BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM BESLISSING inzake OPPOSITIE Nº 2006163 Van 1 maart 2013 Opposant: RECTICEL S.A. Avenue des Olympiades 2 1140 Brussel België Gemachtigde: RECTICEL S.A./N.V.

Nadere informatie

Evonik Röhm GmbH [Persoonsnaam] DomJur 2014-1072

Evonik Röhm GmbH [Persoonsnaam] DomJur 2014-1072 Evonik Röhm GmbH [Persoonsnaam] DomJur 2014-1072 WIPO Arbitration and Mediation Center Zaak-/rolnummer: DNL2014-0019 Datum: 8 juli 2014 Uitspraak Geschillenbeslechter 1. Partijen Eiseres is Evonik Röhm

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

Eiseres is Ohra N.V., gevestigd te Arnhem, Nederland, vertegenwoordigd door Novagraaf Nederland B.V., Nederland.

Eiseres is Ohra N.V., gevestigd te Arnhem, Nederland, vertegenwoordigd door Novagraaf Nederland B.V., Nederland. Ohra Platform Holding DomJur 2010-614 WIPO Arbitration and Mediation Center Zaak-/rolnummer: DNL2010-0023 Datum: 26-07-2010 1. Partijen Eiseres is Ohra N.V., gevestigd te Arnhem, Nederland, vertegenwoordigd

Nadere informatie

Eiseres is Stichting Den Haag Marketing uit Den Haag, Nederland, vertegenwoordigd door GMW Advocaten B.V., Nederland.

Eiseres is Stichting Den Haag Marketing uit Den Haag, Nederland, vertegenwoordigd door GMW Advocaten B.V., Nederland. Stichting Den Haag Marketing Verweerder DomJur 2011-700 WIPO Arbitration and Mediation Center Zaak-/rolnummer: DNL2011-0017 Datum: 10-06-2011 1. Partijen Eiseres is Stichting Den Haag Marketing uit Den

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF ~ A 2011/4/10. ARREST van 15 februari 2013 In de zaak A 2011/4. Inzake: tegen: Procestaal: Nederlands

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF ~ A 2011/4/10. ARREST van 15 februari 2013 In de zaak A 2011/4. Inzake: tegen: Procestaal: Nederlands 1 COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2011/4/10 ARREST van 15 februari 2013 In de zaak A 2011/4 Inzake: MAG tegen: EDCO C.S. Procestaal: Nederlands ARRET du 15 février 2013 Dans l affaire A 2011/4

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4 COUR DE JUSTICE BENELUX COPIE CERTIFIEE CONFORME A L'ORIGINAL VOOR EENSLUIDEND VERKLAARD AFSCHRIFT BRUXELLES, LE BRUSSEL De Hoofdgriffier van het Benelux-Gerechtshof: Le greffier en chef de la Cour^fê

Nadere informatie

A D V I E S. over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER

A D V I E S. over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER Doc. nr. E2:90005C04 Brussel, 30.3.1999 MH/GVB/LC A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER (bekrachtigd door de Hoge Raad voor de Middenstand

Nadere informatie

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2015/0033 van 4 augustus 2015 in de zaak 1415/0262/A/2/0254 In zake: 1. de heer Marc DE SMET 2. de heer Marnix DECOCK beiden wonende te 8500 Kortrijk,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 29 MEI 2009 C.06.0139.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.06.0139.N NÖEL MARQUET & Cie., naamloze vennootschap, met zetel te 4731 Eynatten, Rovert 10, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Ludovic

Nadere informatie

Verweerder is Lotom Group S.A. ( Verweerder ), gevestigd te Panama City, Panama.

Verweerder is Lotom Group S.A. ( Verweerder ), gevestigd te Panama City, Panama. ADP Nederland - Lotom Group S.A. DomJur 2009-483 WIPO Arbitration and Mediation Center Zaak-/rolnummer: DNL2009-0009 Datum: 6 april 2009 UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER 1. Partijen Eiseres in deze procedure

Nadere informatie

niet verbeterde kopie

niet verbeterde kopie Rolnummer 5009 Arrest nr. 55/2011 van 6 april 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, 1 en 2, en 3, 2, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming,

Nadere informatie

BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM BESLISSING inzake OPPOSITIE Nº 20006783 van 20 december 2013

BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM BESLISSING inzake OPPOSITIE Nº 20006783 van 20 december 2013 BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM BESLISSING inzake OPPOSITIE Nº 20006783 van 20 december 2013 Opposant: VODAFONE-PANAFON ANONYMI ELLINIKI ETAIRIA TILEPIKOINONION 1-3 TZAVELLA STREET HALANDRI

Nadere informatie

Rolnummer 4083. Arrest nr. 97/2007 van 27 juni 2007 A R R E S T

Rolnummer 4083. Arrest nr. 97/2007 van 27 juni 2007 A R R E S T Rolnummer 4083 Arrest nr. 97/2007 van 27 juni 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 96 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 30/07/2015

Datum van inontvangstneming : 30/07/2015 Datum van inontvangstneming : 30/07/2015 Vertaling C-310/15-1 Zaak C-310/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 25 juni 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk) Datum

Nadere informatie

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl 1 Het ontwerpen en op de markt brengen van producten in een veelheid van vormen en verschijningen is een wezenlijk kenmerk van onze economie. De ontwikkeling en realisering van een nieuwe uitvoering van

Nadere informatie

PC Advocaten Nieuwsbrief mei juni 10

PC Advocaten Nieuwsbrief mei juni 10 PC Advocaten Nieuwsbrief mei juni 10 HANDELSPRAKTIJKEN WORDEN MARKTPRAKTIJKEN INLEIDING De nieuwe Wet Marktpraktijken en Consumentenbescherming (WMPC) in werking getreden op 15.05.10 vervangt de oude Wet

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Issue

Auteur. Onderwerp. Issue Auteur Stibbe Nieuwsflash handelspraktijken en consumentenrecht www.stibbe.be Onderwerp Het Hof van Justitie luidt de doodsklokken over het verbod op gezamenlijke aanbiedingen Issue 23 April 2009 Copyright

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

RECHT OP DE AFBEELDING EN DE SPORTBEOEFENAAR. Het recht dat eenieder heeft op zijn afbeelding is een fundamenteel recht.

RECHT OP DE AFBEELDING EN DE SPORTBEOEFENAAR. Het recht dat eenieder heeft op zijn afbeelding is een fundamenteel recht. (recht op afbeelding rtf_00114631) 22/08686 RECHT OP DE AFBEELDING EN DE SPORTBEOEFENAAR Het recht dat eenieder heeft op zijn afbeelding is een fundamenteel recht. Nochtans beschermt geen enkele bijzondere

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord... v Inleiding... 1. Hoofdstuk I. Relevante begrippen bij de bepaling van het toepassingsgebied... 5

INHOUD. Voorwoord... v Inleiding... 1. Hoofdstuk I. Relevante begrippen bij de bepaling van het toepassingsgebied... 5 INHOUD Voorwoord............................................................ v Inleiding.............................................................. 1 Hoofdstuk I. Relevante begrippen bij de bepaling

Nadere informatie

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. relative à l enregistrement abusif des noms de domaine

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. relative à l enregistrement abusif des noms de domaine DOC 50 1069/002 DOC 50 1069/002 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE 17 oktober 2002 17 octobre 2002 WETSONTWERP betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 AUGUSTUS 2015 P.15.1156.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.1156. N K G, vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Géraldine Debandt, advocaat bij de balie te Antwerpen, met

Nadere informatie

Eiser is de heer X, wonende te Rotterdam, Nederland vertegenwoordigd door Van Sikkelerus & Ray Advocaten, Nederland.

Eiser is de heer X, wonende te Rotterdam, Nederland vertegenwoordigd door Van Sikkelerus & Ray Advocaten, Nederland. Eiser - Som-Media DomJur 2010-493 WIPO Arbitration and Mediation Center Zaak-/rolnummer: DNL2008-0061 Datum: 29 december 2008 UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER 1. Partijen Eiser is de heer X, wonende te Rotterdam,

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van cassatie Onderwerp Verborgen gebreken. Actio aestimatoria. Teruggave van een gedeelte van de koopprijs. Wijze van vaststelling Datum 10 maart 2011 Copyright and disclaimer De inhoud

Nadere informatie

Recht week 1 15-4-2013

Recht week 1 15-4-2013 Recht week 1 15-4-2013 Intellectueel eigendomsrecht * Uitsluitend recht van de mens op de producten van zijn denkarbeid * Geestelijk eigendom (want gaat over wat je denkt, eigenaar van eigen ideen) * een

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/01/2013

Datum van inontvangstneming : 31/01/2013 Datum van inontvangstneming : 31/01/2013 Vertaling C-1/13-1 Datum van indiening: Zaak C-1/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing 2 januari 2013 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk) Datum

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 Vonnis in incident van in de zaak van 1. de rechtspersoon naar vreemd recht BJÖRN BORG BRANDS AB, gevestigd

Nadere informatie

Verweerder is Office 1 Amersfoort, gevestigd te Amersfoort, Nederland, vertegenwoordigd door Liefferink & Partners Advocaten, Nederland.

Verweerder is Office 1 Amersfoort, gevestigd te Amersfoort, Nederland, vertegenwoordigd door Liefferink & Partners Advocaten, Nederland. Office 1 Office 1 DomJur 2010-610 WIPO Arbitration and Mediation Center Zaak-/rolnummer: DNL2010-0021 Datum: 16-07-2010 1. Partijen Eiser is de buitenlandse vennootschap Office 1 Superstores International

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Vertaling C-538/15-1 Zaak C-538/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 oktober 2015 Verwijzende rechter: Juzgado de Primera Instancia

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 NOVEMBER 2012 C.09.0436.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0436.N INNO nv, met zetel te 1000 Brussel, Nieuwstraat 111, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Benelux Merkenwet. Benelux-Verdrag intellectuele eigendom. Verval. Teken. Gebruik. Bescherming. Mogelijkheid Datum 15 september 2011 Copyright and disclaimer De inhoud

Nadere informatie

Date de réception : 24/02/2012

Date de réception : 24/02/2012 Date de réception : 24/02/2012 Vertaling C-30/12-1 Zaak C-30/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 januari 2012 Verwijzende rechter: Okresný súd Prešov (Slowakije) Datum van

Nadere informatie

Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam Nederland

Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam Nederland BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM BESLISSING inzake OPPOSITIE Nº 2008019 van 18 augustus 2014 Opposant: DSQUARED2 TM S.A. 18, rue de l'eau 1449 Luxemburg Luxemburg Gemachtigde: Office Freylinger

Nadere informatie

Vertaling C-41/14-1. Zaak C-41/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing

Vertaling C-41/14-1. Zaak C-41/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing Vertaling C-41/14-1 Zaak C-41/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 januari 2014 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk) Datum van de verwijzingsbeslissing: 22 januari

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Handelsvennootschappen. Marktmanipulatie. Bevoorrechte informatie. Koersbeïnvloeding. Criterium van redelijk handelende belegger. Toepassing Datum 16 mei 2006 Copyright

Nadere informatie

~ A 2003/1/13. Arrest van 25 juni 2004 in de zaak A 2003/1. Arrêt du 25 juin 2004 dans l'affaire A 2003/1. UNILEVER N.V. et IGLO-MORA GROEP B.V.

~ A 2003/1/13. Arrest van 25 juni 2004 in de zaak A 2003/1. Arrêt du 25 juin 2004 dans l'affaire A 2003/1. UNILEVER N.V. et IGLO-MORA GROEP B.V. COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2003/1/13 Arrest van 25 juni 2004 in de zaak A 2003/1 Inzake : UNILEVER N.V. en IGLO-MORA GROEP B.V. tegen ARTIC N.V. en N.V. FRISA Procestaal : Nederlands Arrêt

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

Kleding B.V. Cyrus I B.V. DomJur 2014-1045

Kleding B.V. Cyrus I B.V. DomJur 2014-1045 Kleding B.V. Cyrus I B.V. DomJur 2014-1045 Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/559151 / KG ZA 14-207 CB/JWR Datum: 2 april 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Benelux Gerechtshof Onderwerp Eenvormige Beneluxwet op de merken, gewijzigd bij het Protocol van 2 december 1992, artikelen 6bis en 6ter - Beroep tegen een beslissing van het Benelux-Merkenbureau

Nadere informatie

EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING. INTERPRETATIENOTA Nr. 2015-01

EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING. INTERPRETATIENOTA Nr. 2015-01 EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING Directoraat I. Landbouwwetgeving en procedures I.1. Landbouwwetgeving; vereenvoudiging Datum van verspreiding 8.7.2015 INTERPRETATIENOTA

Nadere informatie