Zo vader, zo zoon..?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zo vader, zo zoon..?"

Transcriptie

1 Het effect van de daadwerkelijke en ideale taakverdeling van Turkse, Marokkaanse en autochtone vaders op de opvattingen van hun zonen Saskia de Hoog & Maartje Bakhuys Roozeboom Universiteit Utrecht 2006

2 Voorwoord Wij zijn de volgende mensen dank verschuldigd. Allereerst danken wij Vincent Duindam voor zijn steun, vertrouwen en begeleiding bij de totstandkoming van deze scriptie. Daarnaast danken wij Myra Keizer, van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor haar tijd en bruikbare adviezen bij het opzetten van deze studie. Tevens zijn wij Freek Bucx veel dank verschuldigd voor zijn betrokkenheid en hulpvaardigheid bij de complexe data-analyse. Ten slotte danken wij Lidy van Nijhuis, Stefanie van t Hart en Hilbert Onvlee voor de prettige bijeenkomsten en het praktische commentaar. Utrecht, juni 2006 Saskia de Hoog & Maartje Bakhuys Roozeboom 2

3 Samenvatting In deze studie wordt de invloed van vaders onderzocht bij de socialisatie van hun zonen ten aanzien van de taakverdeling. Bekeken wordt in hoeverre de taakverdelingspreferenties van zonen voorspeld kunnen worden uit, zowel de daadwerkelijke taakverdeling, als uit de opvattingen over de taakverdeling van vaders. Daarnaast wordt in deze studie onderzocht of de familieband een rol speelt bij het socialisatieproces. Bovendien wordt bekeken of autochtonen enerzijds en Turken en Marokkanen anderzijds verschillen in de mate waarin opvattingen van vaders en zonen ten aanzien van de taakverdeling overeenkomen. Met behulp van de NKPS en de SPVA datasets worden, zowel bij autochtonen als bij Turken en Marokkanen, de vaders en zonen met elkaar vergeleken. Daarnaast worden autochtone vaders en zonen vergeleken met Turkse en Marokkaanse vaders en zonen. De resultaten van deze studie impliceren dat met name de opvattingen van vaders ten aanzien van de taakverdeling van invloed zijn op de taakverdelingspreferenties van zonen. De hechtheid van de familieband speelt bij dit proces een belangrijke, modererende rol. Daarnaast blijkt een generatieverschil te kunnen worden waargenomen. Zonen blijken modernere opvattingen te hebben ten aanzien van de taakverdeling dan hun vaders. Deze verschillen blijken onder allochtonen groter dan onder autochtonen. 3

4 Inhoudsopgave Voorwoord 2 Samenvatting 3 Inleiding 6 Opbouw van de thesis 7 Achtergrond 8 Deel I 1. De huidige taakverdeling tussen mannen en vrouwen ten aanzien van betaalde en onbetaalde arbeid en het begrip socialisatie Arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland anno nu Combinatie arbeid en zorg Verdeling onbetaalde arbeid Zorgende mannen Opvattingen jongeren Socialisatie Mannelijke en vrouwelijke zorgtaken 16 Deel II 2. De invloed van vaders op de opvattingen over de taakverdeling van Turkse, Marokkaanse en autochtone zonen Turken en Marokkanen in Nederland Daadwerkelijke verdeling zorg en arbeid Opvattingen over taakverdeling Totstandkoming opvattingen Turkse en Marokkaanse vaders in vergelijking met autochtone vaders Religie Opleidingsniveau en leeftijd Familieband Onderzoeksopzet Data en Methoden Dataset Onderzoeksgroepen Autochtonen Allochtonen Representativiteit 34 4

5 3.3. Variabelen Afhankelijke variabelen Onafhankelijke variabelen Controle variabelen Beperkingen van meetinstrumenten Methode van analyse Resultaten Beschrijvende analyses Verklarende analyses Hypothese Hypothese Hypothese Hypothese Conclusie Daadwerkelijk gedrag en opvattingen Familieband Verschillen tussen autochtonen en allochtonen Discussie Daadwerkelijk gedrag en opvattingen Familieband Verschillen tussen autochtonen en allochtonen Daadwerkelijk gedrag Opvattingen Opvattingen van autochtone en allochtone zonen en vaders Beperkingen van dit onderzoek Vervolgonderzoek 60 Referenties 61 5

6 Inleiding Een egalitaire verdeling van arbeid en zorgtaken is momenteel een zeer actueel en maatschappelijk relevant thema. De arbeidsparticipatie van de vrouw is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Daarnaast blijft een toenemend aantal vrouwen werken nadat zij kinderen heeft gekregen. Het traditionele kostwinnerschap heeft hiermee dan ook zijn dominante positie in de samenleving verloren. In de meeste gevallen is er echter (nog) geen sprake van een gelijke verdeling van taken tussen partners ten aanzien van zowel betaalde als onbetaalde arbeid. Vrouwen werken meestal in deeltijd, mannen voltijds en daarnaast nemen vrouwen nog steeds het grootste gedeelte van de zorg voor de kinderen en het huishouden op zich. Toch blijken er wel duidelijke veranderingswensen te bestaan bij zowel de bevolking als het overheidsbeleid ten aanzien van de verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid. Het overheidsbeleid heeft zich ten doel gesteld om de combinatie van arbeid en zorg aan te moedigen en te vergemakkelijken. Hierbij is er ook meer belangstelling gekomen voor het aandeel van mannen in huishoudelijke en zorgtaken. Met name de herverdeling van deze onbetaalde taken blijkt nog een zeer moeizaam proces. Opvallend is dat jongeren al op vroege leeftijd seksespecifieke opvattingen hebben ten aanzien van taakverdeling. Jongens blijken over het algemeen traditioneler te denken dan meisjes. Dit verschil is nog sterker als wordt gekeken naar de opvattingen van Turkse en Marokkaanse jongeren. In deze studie zal worden onderzocht in hoeverre socialisatietheorieën een verklaring kunnen bieden voor deze, al op vroege leeftijd gevormde, opvattingen ten aanzien van de taakverdeling. Het wetenschappelijk belang van deze studie is dan ook gelegen in het verwerven van vernieuwende wetenschappelijke inzichten op het gebied van de socialisatie van kinderen. Er zal specifiek worden gekeken naar de opvattingen van jongens en de rol die vaders hierbij spelen. Daarnaast zal in deze studie worden gekeken naar de invloed van de familieband op de socialisatie van zonen. Inzichten in de rol van vaders bij de totstandkoming van de opvattingen van zonen ten aanzien van de taakverdeling kunnen tevens een maatschappelijk belang dienen. Wanneer de invloed van vaders op de taakverdelingspreferenties van zonen helder in kaart wordt gebracht, zal dit mogelijk aanknopingspunten bieden voor de overheid om de combinatie arbeid en zorg te vergemakkelijken. Met behulp van deze studie wordt getracht hieraan een bijdrage te leveren. 6

7 Opbouw van de thesis Allereerst zal kort worden besproken wat de achtergrond van deze studie is. Hierbij zal de rol van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden toegelicht. Vervolgens zal in het eerste deel dieper worden ingegaan op de huidige taakverdeling tussen mannen en vrouwen ten aanzien van betaalde en onbetaalde arbeid. Vervolgens zal het begrip socialisatie worden toegelicht als mogelijke verklaring voor het moeizame proces van de herverdeling van huishoudelijke en zorgtaken tussen mannen en vrouwen. In het tweede gedeelte zal worden gekeken naar twee specifieke groepen allochtonen, namelijk Turken en Marokkanen. Aangezien de verschillen tussen mannen en vrouwen ten aanzien van de taakverdeling bij deze groepen groter blijken te zijn dan bij autochtonen, zal in dit gedeelte met name worden gekeken naar elementen, welke mogelijk bijdragen aan de instandhouding van traditionele opvattingen over de ideale taakverdeling bij Turkse en Marokkaanse mannen. Bij de formulering van de hypothesen zullen de socialisatietheorieën in voorgaand hoofdstuk als leidraad dienen. In de daarop volgende hoofdstukken zullen achtereenvolgens de data en methode worden toegelicht die zijn gebruikt voor het toetsen van de hypotheses. Vervolgens zullen de resultaten van deze analyses uiteen worden gezet. Daarna worden de conclusies toegelicht en de resultaten bediscussieerd. Als laatste zullen de beperkingen van deze studie en mogelijkheden voor vervolgonderzoek worden besproken. 7

8 Achtergrond De Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) coördineert het Nederlandse emancipatiebeleid. Het ministerie van SZW onderhoudt contacten met alle ministeries, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, geeft impulsen aan beleid en wisselt kennis uit (www.minszw.nl). De doelstelling van het emancipatiebeleid is als volgt: [ ] de mogelijkheid een zelfstandig bestaan te verwerven en waarin vrouwen en mannen gelijke rechten, kansen, vrijheden en (sociale) verantwoordelijkheden kunnen realiseren (www.emancipatieweb.nl). Het emancipatiebeleid richt zich onder andere op het vergroten van de arbeidsdeelname van vrouwen. Hierbij kan de aandacht voor de combinatie van arbeid en zorg niet uitblijven. Het emancipatiebeleid heeft zich dan ook gericht op het vereenvoudigen en stimuleren van de combinatie werk en zorg. Daarnaast is een van de doelstellingen van het beleid van de laatste jaren het vergroten van de zorgverantwoordelijkheid van mannen geweest. Onder de noemer mannen in de hoofdrol zijn er in 2003 twee projecten gestart, namelijk het onderzoek werkende vaders, zorgende mannen en de mediacampagne wie doet wat. Doel van deze projecten was om te bewerkstelligen dat mannen een groter aandeel van de zorgtaken op zich zouden nemen. Enerzijds om de man meer te betrekken bij de opvoeding van zijn kinderen en anderzijds ook om meer ruimte voor de vrouw te creëren voor arbeidsdeelname. In het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie 2000/2001 is geformuleerd dat het aandeel mannen in zorgtaken minimaal 40% moet zijn in Echter, uit de emancipatiemonitor 2004 van het SCP valt op grond van de huidige cijfers op te maken dat dit aandeel waarschijnlijk niet realiseerbaar zal zijn. Dit zou mogelijk samen kunnen hangen met het feit dat het onderwerp zorgende mannen in de huidige kabinetsperiode wat op de achtergrond is geraakt. Nieuwe inzichten die mogelijke verklaringen kunnen bieden voor het niet kunnen realiseren van de beoogde doelstellingen, zouden het ministerie ertoe kunnen aanzetten in de komende kabinetsperiode meer aandacht te besteden aan zorgende mannen. Om deze nieuwe inzichten te verwerven zal gebruik worden gemaakt van de data van het NKPS (Netherlands Kinship Panel Study) waarvan het ministerie medefinancier is. 8

9 Deel I 1. De huidige taakverdeling tussen mannen en vrouwen ten aanzien van betaalde en onbetaalde arbeid en het begrip socialisatie 1.1. Arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland anno nu Leonoor Kuijk schreef enige tijd geleden het volgende stuk in Trouw (2005): Zelfs toen de 33-jarige Mari Oishi uit Kyoto hoog in het management zat van een Japans elektriciteitsbedrijf, vonden haar mannelijke collega s dat zij voor de thee moest zorgen. De verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn in Japan nog heel traditioneel. Mari kwam erachter dat carrière maken in Japan zou betekenen dat ze nooit kinderen zou krijgen. Ze zei haar baan op en verhuisde twee maanden geleden naar Nederland. Vooral de mogelijkheid om parttime te werken, trekt haar aan. Dat is in Japan ondenkbaar.,,het is daar alles of niets, verklaart ze haar stap.,,als vrouw zit je thuis met de kinderen óf je maakt carrière als een man. In Nederland is bovengeschetste situatie niet meer denkbaar. Vrouwen in Nederland maken steeds vaker deel uit van de arbeidsmarkt. De tijd van het traditionele kostwinnerschap lijkt hiermee dan ook op zijn retour. Vrouwen stoppen niet vanzelfsprekend meer met werken als zij trouwen en zij blijven vaker werken wanneer zij kinderen krijgen. Van de laatst genoemde groep blijkt dat de vrouwen met minderjarige kinderen het meest verantwoordelijk zijn voor de sterk toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen sinds de jaren tachtig (Knijn & Van Wel, 2001). Dit is ook terug te zien in de emancipatiemonitor 2004; in 2003 hadden zes op de tien vrouwen met een partner en met kinderen jonger dan 6 jaar een baan. Dit is zelfs een verdubbeling ten opzichte van Hoewel dit op het eerste gezicht zeer positieve geluiden zijn wanneer men een egalitaire taakverdeling nastreeft, blijkt een diepere analyse een meer divers en minder rooskleurig beeld op te leveren. De reeds eerder genoemde doelstelling van het kabinet om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen tot 65% in 2010 lijkt op grond van de resultaten uit de Emancipatiemonitor 2004 van het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, met gelijkblijvende groei, namelijk niet haalbaar. Op dit Auteur: S.R. de Hoog 9

10 moment werkt 55% van alle vrouwen, 1 procentpunt minder dan de streefwaarde van dat jaar. Verder blijkt dat vrouwen steeds minder fulltime werken. In 2004 had 70% van de werkende vrouwen een deeltijdbaan. Hoewel, zoals eerder vermeld, vrouwen na de geboorte van hun kind wel vaker blijven werken, passen zij hun arbeidsuren zeer vaak aan; zij gaan minder uren werken. Mannen blijken dit daarentegen amper te doen, zij blijven bijna altijd evenveel werken of gaan zelfs meer werken. Daarnaast blijkt de arbeidsmarktparticipatie het laagst bij oudere vrouwen, alleenstaande moeders met kinderen tot 6 jaar en laagopgeleide vrouwen. Bovendien blijkt dat de Marokkaanse en Turkse vrouw nog sterk achterloopt op de Nederlandse vrouw wat betreft de arbeidsdeelname. In 2004 had nog geen drie op de tien van deze vrouwen een baan van 12 uur of meer. De positie van allochtonen zal in latere hoofdstukken uitgebreider aan de orde komen. Desalniettemin blijft, ondanks de verschillen in arbeidsdeelname, de arbeidsparticipatie van de vrouw in het algemeen gestaag doorgroeien. Door deze ontwikkelingen verdwijnt langzaamaan de dominante positie van het traditionele kostwinnersgezin waarbij de man het inkomen garandeert en de vrouw voor de kinderen zorgt. Door deze nieuwe verdeling ontstaan er steeds meer gezinnen waarbij beide partners (gedeeltelijk) werken. Gevolg hiervan is dat de combinatie van arbeid en zorg (verder) onder druk komt te staan Combinatie arbeid en zorg De Nederlandse overheid probeert met name door het vereenvoudigen van de combinatie van arbeid en zorg een verdere arbeidsmarktparticipatie van vrouwen aan te moedigen. Beleidsinitiatieven waaronder de nieuwe levensloopregeling, de wet arbeid en zorg en de wet kinderopvang moeten bijdragen aan het vergemakkelijken van het combineren van arbeid en zorg. Echter, uit verschillend onderzoek blijkt dat de initiatieven tot dusver nog niet hebben geleid tot de beoogde resultaten op het gebied van de herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid tussen mannen en vrouwen (o.a. Duyvendak & Stavenuiter, 2004; Pool & Lucassen, 2005). In het rapport De glazen tussenwand van de Nederlandse Gezinsraad (2005) wordt geconcludeerd dat in Nederland nauwelijks expliciet gezinsbeleid is ontwikkeld. Het rapport geeft aan: Ouders hebben te maken met veel impliciete beleidsregels die hen raken, maar van consistent gezinsbeleid is geen sprake. Knelpunten waar 10

11 ouders tegenaan lopen kunnen bijvoorbeeld worden gevonden op het gebied van kinderopvang. Zo bestaan er twijfels over de kwaliteit van de opvang. Daarnaast worden de kosten die eraan verbonden zijn hoog gevonden en leiden de vaak onflexibele tijden van de kinderopvang tot problemen. Andere knelpunten zijn de (beperkte) verlofregelingen. Hierbij kan gedacht worden aan de korte periode bevallingsverlof. Ook speelt in veel organisaties de bedrijfscultuur een rol. Zo is het combineren van arbeid en zorg bijvoorbeeld meer geaccepteerd voor moeders dan voor vaders. In vergelijking met andere landen zoals Zweden, Finland en Denemarken blijken, volgens het rapport 'Working fathers, caring men (2004) van het Verwey Jonker Instituut, de macrocondities in Nederland vaak minder gunstig te zijn. Zo blijkt bijvoorbeeld dat verlof in Nederland vaak onbetaald is in tegenstelling met de bovengenoemde landen. Een ander voorbeeld, waaruit blijkt dat regelingen in andere landen royaler kunnen worden genoemd, is dat zowel in Zweden als Finland ouders het recht hebben om hun werkuren te verkorten. In Zweden kunnen ouders hun achturige werkdag verkorten naar een werkdag van zes uur tot hun kind acht jaar oud is. In Finland worden zelfs een deel van de verloren inkomsten gecompenseerd. In deze landen blijken dan ook meer vrouwen te participeren op de arbeidsmarkt. Daarnaast werken deze vrouwen ook veel vaker fulltime dan in Nederland. In het rapport van het Verwey Jonker Instituut wordt op basis van deze gegevens geconcludeerd dat de onevenredige verdeling tussen arbeid en zorg in Nederland voor verandering vatbaar is. Goede nationale regelingen voor bijvoorbeeld kinderopvang, ouderschapsverlof, levensloopregelingen, recht op parttime werk et cetera zijn hiervoor dus noodzakelijk. Maar ook op het terrein van de verdeling van onbetaalde arbeid lijkt nog veel winst te kunnen worden behaald Verdeling onbetaalde arbeid Vrouwen blijken nog steeds het grootste gedeelte van de huishoudelijke en zorgtaken op zich te nemen. Het aandeel van de man is hierin 35% in Dit percentage was echter hetzelfde in Dit betekent dat het aandeel mannen in onbetaalde arbeid is gestagneerd, terwijl het percentage werkende vrouwen is gestegen. Vooral in gezinnen met jonge kinderen blijkt de man de minste zorgtaken op zich te nemen. Uit ander onderzoek blijkt verder dat mannen nauwelijks meer in het huishouden participeren wanneer vrouwen minder gaan doen (Breedveld, 2000). 11

12 Opvallend is echter dat de meeste mannen en vrouwen wel duidelijke veranderingswensen hebben op het gebied van betaalde arbeid en onbetaalde arbeid. Allereerst geven veel vrouwen zonder betaald werk of met een kleine deeltijdbaan aan meer te willen werken dan zij nu doen. De grote deeltijdbaan (12 tot 32 uur per week) heeft bij de meeste vrouwen de voorkeur. Met name het anderhalf en half-om-half verdienertype blijkt de voorkeur te hebben (Knijn & Wel 2001). Het opleidingsniveau blijkt hierbij wel van invloed (Knijn & Van Wel, 2001). Vrouwen met een lagere opleiding blijken traditioneler te denken dan hoogopgeleide vrouwen. Vergeleken met hoger opgeleide vrouwen neemt het zorgen voor het kind een meer centrale plaats in in hun leven dan betaalde arbeid. Tevens zijn zij minder voorstander van een gelijke taakverdeling. Laagopgeleide vrouwen blijken dan ook minder deel te nemen aan het arbeidsproces. Wat betreft de onbetaalde arbeid geven zowel mannen als vrouwen aan voorstander te zijn van een meer gelijke verdeling van huishoudelijke en zorgtaken. Wat betreft de zorgtaken zijn mannen zelfs nog een grotere voorstander van een gelijke verdeling dan vrouwen. Daarnaast geeft een grote groep mannen aan bereid te zijn om minder uren betaald werk te verrichten (Hooghiemstra & Keuzekamp, 2000). Toch blijkt in de praktijk weinig terecht te komen van deze wensen en opvattingen ten aanzien van de herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid. Met name de herverdeling van onbetaalde arbeid blijkt moeizaam te verlopen. Uit het tijdsbestedingonderzoek (Breedveld & Van den Broek, 2001) blijkt dan ook dat de tijdsdruk bij vrouwen op dit moment groter is dan bij mannen. Dit komt enerzijds door de grotere deelname van vrouwen aan betaalde arbeid dan voorheen. Maar ook doordat vrouwen nog steeds het merendeel van de zorgtaken op zich nemen. Het is dus ook van maatschappelijk belang om de man te stimuleren om een grotere zorgverantwoordelijkheid op zich te nemen. Aan de ene kant als taakverlichting voor de vrouw, wat weer mogelijkheden biedt voor verdere arbeidsparticipatie van de vrouw, maar aan de andere kant ook als verhoging van de betrokkenheid van de man bij huishoudelijke taken en de opvoeding van de kinderen. Dat een hogere betrokkenheid van de man in de huishoudelijke en zorgtaken ook een gunstig effect blijkt te hebben op deze vaders zal uit de volgende paragraaf blijken. 12

13 1.4. Zorgende mannen In het boek zorgende vaders (Duindam, 1997) wordt aangegeven dat een grotere betrokkenheid bij de zorgtaken een positief effect heeft op vaders. In deze studie zijn 182 vaders geïnterviewd die parttime zijn gaan werken en meer huishoudelijke taken en zorgtaken op zich hebben genomen. Deze mannen geven aan niet meer terug te willen naar de oude situatie waarin zij fulltime werkten. Zij geven als belangrijkste reden de hechtere band die zij met hun kinderen hebben gekregen en daarnaast de betere relatie met hun partner. Ook noemen zij een meer gebalanceerde verdeling van zorg en werk. In andere woorden; een evenredige verdeling van arbeid en zorg zou bijdragen aan een gezonde en goede relatie met zowel de partner als met de kinderen. Daarnaast zou het ook leiden tot een verbreding van de wereld van de mannen, doordat het de mogelijkheid biedt om te genieten van zowel de werkende wereld, als van de wereld van het gezin. Een gedeelte van deze mannen geeft echter ook aan dat zij bij de realisering van hun levensstijl op veel onbegrip vanuit het bedrijfsleven zijn gestuit. Het wordt nog niet overal gewoon gevonden dat een man parttime gaat werken of bijvoorbeeld ouderschapsverlof opneemt. Met name in klassieke mannensectoren en in leidinggevende functies is het moeilijk, zoniet onmogelijk, om de arbeidstijd terug te brengen (Hooghiemstra & Keuzekamp, 2000). Uit het onderzoek van Duindam blijkt dat bedrijven vaak niet hulpvaardig zijn bij het realiseren van de wensen van vaders. Daarnaast stuiten de mannen ook regelmatig op onbegrip vanuit de omgeving, met name van de familie. Blijkbaar zijn opvattingen die mensen hebben over de taakverdeling van mannen en vrouwen nogal diepgeworteld. Hoe komt dit? Wanneer gekeken wordt naar de opvattingen van jongeren dan zijn hier al aanwijzingen voor te vinden Opvattingen jongeren Uit de gegevens van 2001 van de emancipatiemonitor blijkt dat, zowel de opvattingen van meisjes als jongens, op het gebied van betaalde arbeid en de zorg voor kinderen meer emancipatoir zijn dan vroeger. Niettemin kunnen deze opvattingen nog steeds als traditioneel worden bestempeld. Opvallend is namelijk dat een zeer aanzienlijk deel van de jongeren al op jonge leeftijd voor een seksespecifieke taakverdeling voelt. Zowel meisjes als jongens zien huishoudelijke taken in de toekomst als meer vrouwelijke bezigheden (Portegijs, Boelens & 13

14 Olsthoorn, 2004). Daarbij kan nog een duidelijk onderscheid worden gemaakt naar geslacht. Verschillende onderzoeken (Meeuws & t Hart, 1993; Portegijs, Boelens & Olsthoorn, 2004; Valk, 2004) concluderen dat de opvattingen en toekomstwensen van jongens hierbij als traditioneler kunnen worden gezien dan die van meisjes. Uit de emancipatiemonitor (2004) valt bijvoorbeeld af te lezen dat zelfs meer dan de helft van de jongens wil dat hun partner later het huishouden doet. Ook laat de emancipatiemonitor een duidelijke tegenstrijdigheid zien in opvattingen van mannen op latere leeftijd; ondanks de geëmancipeerde opvattingen van de man over een gelijke taakverdeling ziet een groot deel van de mannen zichzelf wel als kostwinner. Uit attitudeonderzoek blijkt daarnaast dat vrouwen en met name mannen zich na de geboorte van een kind sterker gaan identificeren met de genderidentiteit (Hooghiemstra & Keuzekamp, 2000). Hierbij blijkt dat vaders zich over het algemeen sterker hechten aan de traditionele mannelijke identiteit dan dat moeders zich hechten aan de vrouwelijke identiteit. Deze opvattingen kunnen een verdere gelijke taakverdeling in de weg staan. Hoe kan het dat jongeren al zo vroeg seksespecifieke opvattingen hebben? Hoe komen deze opvattingen tot stand? Hoe komt het dat jongens traditioneler denken dan meisjes? In de volgende paragraaf zal aan de hand van de socialisatietheorie hiervoor een verklaring worden gegeven Socialisatie Onder socialisatie verstaat Matthijssen (1972) het sociale proces, waardoor individuen in interactie met de omgeving hun eigen identiteit ontwikkelen, die de basis vormt voor hun sociale gedrag. Valk (2004) beschrijft in haar artikel dat de opvattingen en voorkeuren van jongeren worden beïnvloed door de sociale omgeving. Hierbij kan worden gedacht aan instellingen en groepen waarin iemand zich regelmatig begeeft. Maar met name de ouders worden verondersteld een grote invloed te hebben op de opvattingen van hun kinderen. Hierbij zijn twee theoretische benaderingen te onderscheiden. De eerste benadering veronderstelt dat de socialisatie met name plaatsvindt via het overdragen van normen en waarden. De ouderlijke normen, waarden en opvattingen zijn volgens deze theorie van grote invloed op de ontwikkeling van de ideologieën van hun kinderen. De tweede benadering veronderstelt dat de socialisatie van kinderen met name verloopt via het rolvoorbeeld dat ouders aan hen geven. De social-learning theory van Bandura (1977) kan in dit verband worden aangehaald. Deze theorie gaat 14

15 ervan uit dat het aanleren van eigen gedrag niet uitsluitend verloopt door middel van instructies en eigen ervaringen, maar vooral door het observeren en imiteren van gedrag en de daaraan verbonden consequenties. In beide benaderingen kan het gezin dus gezien worden als een belangrijke socialisatiecontext. Aan de ene kant leren kinderen uit imitatie en de concrete situaties die zich voordoen binnen een gezin, maar aan de andere kant brengen ouders ook allerlei waarden en ideeën over op hun kinderen (Maccoby & Jacklin, 1974). Ook ten aanzien van de ontwikkeling van sekserollen van kinderen blijken ouders een belangrijke invloed te hebben. Zo toonden Lavee en Katz (2002) aan dat de mate waarin vrouwen een ongelijke taakverdeling in het gezin als onrechtvaardig beschouwen, afhankelijk is van de rolverdeling waarin zij gesocialiseerd zijn. Ook Duindam (1997) geeft in zijn boek aan dat kinderen van jongs af aan al bepaalde sekserollen krijgen aangeleerd of overnemen. Ten aanzien van de taakverdeling kan dan ook worden verondersteld dat ouders een belangrijke (seksespecifieke) invloed hebben bij de socialisatie van hun kinderen. De hierop gerichte onderzoeken zijn, overeenkomstig met de tweede benadering, met name gericht op de functie die ouders vervullen als rolmodel. Denuwelaere (2003) geeft in haar artikel aan: De taakverdeling van de ouders in het huishouden is een interactiepatroon dat de symbolische betekenis van man/vrouwrollen oproept. Aangezien mannen relatief weinig deelnemen aan het huishouden en de zorgtaken, zien hun zonen dan ook geen vader die zorgt. Volgens Denuwelaere ontwikkelen kinderen hierdoor al op zeer jonge leeftijd bepaalde opvattingen, ideeën en normen over de verhouding tussen zorg en arbeid tussen de verschillende seksen. Dit geeft dan ook een verklaring voor de al op jonge leeftijd gevormde seksespecifieke opvattingen. Ook Cunningham (2001) geeft aan dat attitudes en voornamelijk gedragingen worden overgedragen van ouders op kinderen. Hij veronderstelt daarnaast dat deze rollen weer boven komen drijven wanneer iemand zich in een gelijke situatie bevindt. Dit verklaart waarom stellen die kinderen krijgen zich sterker te gaan identificeren met de genderidentiteit, zoals eerder beschreven (Hooghiemstra & Keuzekamp, 2000). Eerder bleek al dat de opvattingen van jongens over het algemeen minder modern zijn dan die van meisjes. Wanneer er kinderen in beeld komen lijken deze verschillen dus verder te worden uitvergroot. Om hier een verklaring voor te vinden, 15

16 moet verder terug worden gegaan in de literatuur en kan de theorie van Chodorow (1978) worden aangehaald. Chodorow (1978) gaat in haar boek waarom vrouwen moederen dieper in op de vraag waarom vrouwen altijd zo plichtsgetrouw gaan moederen wanneer er een kind is geboren, en niet mannen. Zij onderzoekt daarnaast of de man-vrouw rolverdeling van generatie op generatie wordt doorgegeven. Chodorow stelt in haar boek dat vrouwen gaan moederen, omdat zij zelf door vrouwen bemoederd zijn. Zij spreekt dan ook over The reproduction of mothering. Mannen zouden juist vanwege het feit dat zij bemoederd zijn door vrouwen beperkt worden in hun capaciteiten om ouderlijke functies te vervullen. Door dit bemoederen en de afwezigheid van een vaderfiguur zou de man namelijk geen stabiele mannelijke identiteit kunnen ontwikkelen. Aan de ene kant zullen zij zich namelijk moeten onderscheiden van hun moeder, maar aan de andere kant kunnen zij zich, vanwege de afwezigheid van de vader, niet goed identificeren met aspecten van de mannelijke rol. Mannelijkheid zou hierdoor worden gedefinieerd als niet-vrouwelijk. Wanneer mannen dus geconfronteerd worden met in hun ogen vrouwelijke zorgtaken, dan zal dit, in de opvatting van Chodorow, een bedreiging vormen voor hun identiteit. Gevolg hiervan is dat mannen hun mannelijkheid gaan verdedigen en zich tegen deze vrouwelijkheid gaan afzetten. Dit is ook terug te zien in de huidige maatschappij waarin zorgen bij de opvoeding nu nog vaak betekent dat de vrouw de echte zorgtaken en klusjes doet; de minder gewaardeerde taken zoals strijken, afstoffen, afwassen et cetera. Vaders gaan juist vaak spelen met hun kinderen (Duyvendak & Stavenuiter, 2004). Bekend zijn de talkshows (dr. Phill, Oprah Winfrey) waar je nog regelmatig radeloze vrouwen ziet die zouden willen dat hun man meer in het huishouden zou doen en meer zorgtaken op zich zou nemen. Ook wordt vaak genoemd dat de vrouw meer waardering van haar man zou willen voor hetgeen zij allemaal doet. Blijkbaar worden bepaalde huishoudelijke en zorgtaken nog steeds sterk ondergewaardeerd en als typisch vrouwelijk gezien Mannelijke en vrouwelijke zorgtaken Dit onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke zorgtaken wordt zowel in het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (2004); working fathers, caring men als in het onderzoek van Breedveld (2000) gevonden. Uit beide onderzoeken blijkt dat 16

17 mannen een duidelijke voorkeur hebben voor bepaalde huishoudelijke taken (zoals boodschappen doen en koken). Zij zijn minder bereid om huishoudelijke taken zoals schoonmaken en wassen op zich te nemen. Deze taken zijn dan ook met name tot het domein van de vrouw blijven behoren. Zo blijkt uit onderzoek van Breedveld (2000) dat het aandeel van vrouwen in wassen en strijken 94% is en in schoonmaken 86%. Mannen verkiezen daarnaast kinderzorgtaken boven huishoudelijke taken. Het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut geeft aan: Er is, althans wat de mannen betreft, een duidelijke hiërarchie in het uitvoeren van taken. De hiërarchische verdeling waar dit onderzoek over spreekt is in lijn met Chodorow s bewering dat mannen, als gevolg van een onstabiele identiteit, hun mannelijkheid zullen verdedigen. De typische vrouwelijke taken kunnen hierdoor ondergewaardeerd raken. Volgens het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut zullen mannen meer deelnemen aan zorgtaken wanneer het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke taken verdwijnt en deze taken meer sekseneutraal begrepen worden. Met de socialisatietheorie in het achterhoofd, is het dus noodzakelijk dat de zichtbaarheid van de taken die mannen uitvoeren wordt vergroot. Wanneer de man een groter aandeel in het huishouden en de zorgtaken heeft en met name in de vrouwelijke taken, dan blijkt dit een gunstig effect op kinderen te hebben. Recent onderzoek heeft aangetoond dat het taakverdelingsgedrag van ouders van invloed is op de taken die kinderen in het (ouderlijk) huishouden uitvoeren. Kinderen van ouders die de taken meer seksespecifiek verdelen, verrichten zelf ook meer seksespecifieke taken in het huishouden (Denuwelaere, 2003). Dit effect blijkt met name op te treden bij jongens. De mate waarin zonen op zeer jonge leeftijd hun vader zien participeren in stereotypische vrouwelijke huishoudelijke taken blijkt een voorspeller voor de mate waarin deze zonen op latere leeftijd zelf hun aandeel nemen in deze huishoudelijke taken (Cunningham, 2001). Het lijkt dan ook aannemelijk dat juist de rol van de vader van grote invloed zal zijn bij het bewerkstelligen van een egalitaire taakverdeling. Chodorow is bovendien van mening dat het slecht is voor het kind als de ouderlijke zorg exclusief van één persoon moet komen. Zij zegt: Kinderen zouden vanaf het eerste begin afhankelijk kunnen zijn van personen van beide seksen, en een geїndividueerd ik-besef kunnen ontwikkelen in relatie tot beiden. Op deze manier behoeft mannelijkheid niet 17

18 gekoppeld te worden aan de ontkenning van afhankelijkheid en devaluatie van vrouwen. Hierin zullen dus enkele vooruitstrevende mannen het voortouw moeten nemen en zoals eerder aangegeven, als rolmodel voor hun kinderen en andere vaders fungeren. Zoals het enkele jaren geleden nog not done was om als man achter de kinderwagen te lopen, zie je nu op een gemiddelde zondagmiddag in het Vondelpark de mannen zonder gène massaal achter de Bugaboo lopen. Sterker nog, het lijkt wel een statussymbool geworden. Op basis van het voorgaande lijkt het inderdaad mogelijk dat mannen meer zorgtaken op zich gaan nemen. Dat dit echter een moeizaam proces is, hebben de hiervoor genoemde cijfers wel duidelijk gemaakt. Verondersteld kan worden dat de invloed van ouders, zowel door het overbrengen van normen en waarden, als door het fungeren als rolmodel, hierbij groot is. Daarom is het van belang om meer inzicht te verkrijgen in deze socialisatieprocessen. De huidige generatie zonen zullen immers de vaders van de toekomst zijn. In het volgende hoofdstuk zal op deze socialisatieprocessen dieper worden ingegaan. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de verschillen tussen autochtonen en allochtonen ten aanzien van de taakverdeling. Uit eerder onderzoek blijkt namelijk dat er met name onder Turken en Marokkanen, in vergelijking met autochtonen, nog nauwelijks sprake is van een egalitaire taakverdeling. 18

19 Deel II 2. De invloed van vaders op de opvattingen over de taakverdeling van Turkse, Marokkaanse en autochtone zonen Zoals in het voorgaande hoofdstuk uitgebreid is geïllustreerd, is er op dit moment in Nederland geen sprake van een evenredige verhouding tussen partners wat betreft de verdeling zorg en arbeid. Hoewel uit onderzoek blijkt dat mannen bereid zijn minder te werken en vrouwen meer én beiden voorstander zijn van een evenredige taakverdeling, wijst de praktijk nog steeds anders uit (Hooghiemstra & Keuzekamp, 2000). Mannen werken in verhouding vaker fulltime dan vrouwen. Vrouwen hebben vaker parttime banen en vervullen het grootste deel van de huishoudelijke en zorgtaken. Onder Marokkanen en Turken in Nederland blijken de verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de verdeling van arbeid en zorg nog groter dan bij autochtonen. Het aantal Turken en Marokkanen in Nederland wordt de komende jaren verwacht sterkt toe te nemen in vergelijking met autochtonen. Wanneer de overheid streeft naar een evenredige verdeling arbeid en zorg, zal er derhalve aandacht moeten worden besteed aan de verschillen tussen Turken en Marokkanen enerzijds en autochtonen anderzijds. Naast de daadwerkelijke taakverdeling, die onder Turken en Marokkanen traditioneler blijkt dan onder autochtonen, blijken er tevens verschillen in de opvattingen over de taakverdeling. Hoewel in het algemeen de opvattingen van zowel Turkse als Marokkaanse mannen en vrouwen traditioneler zijn dan die van autochtonen, blijken er grote verschillen te ontstaan tussen Turkse en Marokkaanse mannen en vrouwen (Distelbrink & Hooghiemstra, 2005). Turkse en Marokkaanse vrouwen blijken er steeds modernere opvattingen op na te houden, maar de opvattingen van mannen blijven echter een stuk traditioneler. Aangezien er een kloof lijkt te ontstaan wat betreft de mate van traditionele opvattingen over de taakverdeling tussen autochtonen enerzijds en Turkse en Marokkaanse mannen anderzijds, zal in dit onderzoek gekeken worden naar elementen, welke mogelijk bijdragen aan de instandhouding van deze verschillen. Hierbij zal specifiek gekeken worden naar de in het vorige hoofdstuk besproken effecten van socialisatie van Turkse, Marokkaanse en autochtone vaders op de opvattingen van hun zonen ten Auteur: M.C. Bakhuys Roozeboom 19

20 aanzien van de taakverdeling. Deze zonen zullen immers voor een groot deel de toekomstige praktijk bepalen. Er zal zowel worden gekeken naar de invloed van daadwerkelijk gedrag, als naar de invloed van de opvattingen van vaders op de opvattingen van hun zonen ten aanzien van de taakverdeling. Daarnaast zal worden bekeken in hoeverre de hechtheid van de familieband een voorspeller is voor de mate waarin zonen de opvattingen van hun vaders overnemen. Als laatste zal worden bekeken of Turken en Marokkanen enerzijds en autochtonen anderzijds verschillen in de mate waarin opvattingen ten aanzien van de taakverdeling van vaders en zonen overeenkomen Turken en Marokkanen in Nederland Door de schaarste op de arbeidsmarkt begin jaren 60 werden vanuit Turkije, Marokko en andere landen rondom de Middellandse Zee werknemers geworven om in Nederland als gastarbeider te werken. Duizenden vaak on- of laaggeschoolde arbeiders kwamen naar Nederland om in de industrie te werken. Spanjaarden en Italianen keerden voor het grootste gedeelte weer terug naar hun herkomstland, maar Turken en Marokkanen bleven. De populatie Turken en Marokkanen werd zelfs door gezinsvorming en gezinshereniging steeds groter (CBS, 2000). Deze Turken en Marokkanen behoren tot de eerste generatie allochtonen. De term allochtonen wordt in overheidsbeleid gebruikt om de groep mensen aan te geven die niet in Nederland is geboren of waarvan tenminste 1 ouder niet in Nederland is geboren. Begin 2004 woonden er in Nederland ongeveer 3 miljoen allochtonen, waaronder 352 duizend Turken en 306 duizend Marokkanen. Op dit moment behoort de meerderheid van de niet-westerse allochtonen nog tot de eerste generatie. Het aantal Marokkanen en Turken dat deel uitmaakt van de tweede generatie is 46% respectievelijk 45%. Op dit moment is de omvang van de derde generatie nog zeer gering. Maar deze generatie wordt verwacht sterk toe te nemen, aangezien de tweede generatie de leeftijd bereikt waarop zij een gezin gaan vormen. In het algemeen wordt verwacht dat de Nederlandse bevolking als geheel met 4% zal toenemen tot Van deze 4%, zal 90% van niet-westerse afkomst zijn. Het aantal Turken en Marokkanen wordt verwacht te stijgen met 33% respectievelijk 40% (Distelbrink & Hooghiemstra, 2005). Door deze relatief grote toename is het van belang om inzicht te krijgen in de taakverdelingspreferenties van deze groepen, aangezien zij voor een groot deel bepalend zullen zijn voor de toekomstige praktijk. 20

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Gebruik van kinderopvang

Gebruik van kinderopvang Gebruik van kinderopvang Saskia te Riele In zes van de tien gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar hebben de ouders hun werk en de zorg voor hun kinderen zodanig georganiseerd dat er geen gebruik hoeft

Nadere informatie

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Martijn Souren Ongeveer 7 procent van de werknemers met een verleent zelf mantelzorg. Ze maken daar slechts in beperkte mate gebruik van aanvullende

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Sinds de jaren zestig is het aandeel migranten in de Nederlandse bevolking aanzienlijk gegroeid. Van de totaal 16,3 miljoen inwoners in

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Christianne Hupkens De meeste werknemers zijn tevreden met de omvang van hun dienstverband. Ruim zes op de tien werknemers tussen de 25 en 65 jaar wil niet

Nadere informatie

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid

Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid Marion van den Brakel Centraal Bureau voor de Statistiek mhfs@cbs.nl (Het artikel is op persoonlijke titel geschreven en geeft niet noodzakelijkerwijs

Nadere informatie

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 Gedurende de geschiedenis hebben verschillende factoren zoals slavernij, migratie, de katholieke kerk en multinationals zoals de Shell raffinaderij de gezinsstructuren

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid,

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, @ FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, september 29 Samenvatting De werkloosheid onder de 1 tot 2 jarige Nederlanders is in het 2 e kwartaal van 29 met

Nadere informatie

De dagdagelijkse puzzel van arbeid en gezin gezien door de ogen van de kinderen

De dagdagelijkse puzzel van arbeid en gezin gezien door de ogen van de kinderen De dagdagelijkse puzzel van arbeid en gezin gezien door de ogen van de kinderen Simonne Vandewaerde Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de impact van het gezin op de rolverdeling bij de kinderen

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Arbeidsaanbod naar sociaaldemografische kenmerken

Arbeidsaanbod naar sociaaldemografische kenmerken CPB Memorandum Sector : Arbeidsmarkt en Welvaartsstaat Afdeling/Project : Arbeid Samensteller(s) : Rob Euwals, Daniël van Vuuren, Adri den Ouden, Janneke Rijn Nummer : 171 Datum : 12 december 26 Arbeidsaanbod

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Herintreders op de arbeidsmarkt

Herintreders op de arbeidsmarkt Herintreders op de arbeidsmarkt Sabine Lucassen Voor veel herintreders is het lang dat ze voor het laatst gewerkt hebben. Herintreders zijn vaak vrouwen in de leeftijd van 35 44 jaar en laag of middelbaar

Nadere informatie

Factsheet voor de Initiatiefwet Herziening Partneralimentatie

Factsheet voor de Initiatiefwet Herziening Partneralimentatie Expertgroep van de NVR, Nederlandse Vrouwen Raad, september 2015, ec.zelfst.vr@gmail.com Factsheet voor de Initiatiefwet Herziening Partneralimentatie - korte versie over werk en zorg - 1. Inleiding De

Nadere informatie

Mans genoeg voor emancipatie

Mans genoeg voor emancipatie Mans genoeg MANNEN - PARTNERS IN EMANCIPATIE Mannen spelen een belangrijke rol bij de emancipatie van vrouwen. In de directe omgeving van werk en privé zijn ze collega s, chefs, werknemers, partners, broers

Nadere informatie

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Willem Huijnk - Wetenschappelijk onderzoeker

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

Mannen en vrouwen in Nederland

Mannen en vrouwen in Nederland en vrouwen in Nederland Elma Wobma Ondanks de voortdurend veranderende samenstelling van de Nederlandse bevolking en huishoudens zijn vrouwen in de hoogste leeftijdsgroepen nog steeds fors oververtegenwoordigd.

Nadere informatie

Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg

Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg Jannes de Vries en Francis van der Mooren Voor het combineren van arbeid en zorg kunnen ouders gebruik maken van ouderschapsverlof en kinderopvang. Of werkende

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

Literatuurstudie Mannen, zorg en werk

Literatuurstudie Mannen, zorg en werk Literatuurstudie Mannen, zorg en werk Janneke Plantenga en Chantal Remery Opdrachtgever: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid December 2014 2 Inhoudsopgave Inleiding: achtergrond en hoofdvragen

Nadere informatie

TIJD OM TE WERKEN Internationale Vrouwendag 8 maart 2014

TIJD OM TE WERKEN Internationale Vrouwendag 8 maart 2014 TIJD OM TE WERKEN Internationale Vrouwendag 8 maart 2014 TIJD OM TE WERKEN Vandaag is het Internationale Vrouwendag. Een dag die ooit begon op 8 maart 1908 met een massale staking van Amerikaanse vrouwen

Nadere informatie

Van eenverdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm?

Van eenverdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm? Van verdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm? Lian Kösters en Linda Moonen Binnen de groep echtparen of samenwonenden tot 65 jaar is de laatste jaren met name het aantal tweeverdieners toegenomen.

Nadere informatie

VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR

VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR FEITEN EN CIJFERS Onderzoeksgegevens Onder wie: partners van de 30 grootste advocatenkantoren in Nederland Gezocht: 3 vrouwelijke en 3 mannelijke partners per

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

Arbeidsparticipatie van vrouwen rond de echtscheiding

Arbeidsparticipatie van vrouwen rond de echtscheiding Anne Marthe Bouman Ooit gescheiden moeders werken even vaak als gehuwd gebleven moeders, ongeacht of ze na de geboorte van hun jongste kind werkten of niet. De cijfers laten zien dat gescheiden moeders

Nadere informatie

Verzorgende beroepen psychisch en fysiek zwaar belastend

Verzorgende beroepen psychisch en fysiek zwaar belastend Verzorgende beroepen psychisch en fysiek zwaar belastend Lian Kösters In 27 gaf ruim een derde van de werkzame beroepsbevolking aan regelmatig te maken te hebben met een psychisch hoge werkdruk. Iets minder

Nadere informatie

1. Inleiding 2. Analyse 2.1. Een derde van de ouders geeft aan minder te gaan werken

1. Inleiding 2. Analyse 2.1. Een derde van de ouders geeft aan minder te gaan werken 1. Inleiding Vorig jaar kondigde de regering grote bezuinigingen aan op de kinderopvang. De bezuinigingen lopen op tot 774 miljoen in 2015. In 2012 snijdt de regering met zo'n 400 miljoen euro in de kinderopvang.

Nadere informatie

Artikelen. Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken. Saskia te Riele en Martijn Souren

Artikelen. Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken. Saskia te Riele en Martijn Souren Artikelen Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken Saskia te Riele en Martijn Souren Moeders met jonge kinderen werken in Nederland voornamelijk in deeltijd. Door minder uren te werken,

Nadere informatie

Nog steeds liever samen

Nog steeds liever samen Nog steeds liever samen Steeds meer alleenstaanden 20 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder alleenstaand Momenteel zijn er 486 duizend eenoudergezinnen 16 Trouwen niet uit de gratie Ongeveer drie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 206 Emancipatiebeleid 1999 Nr. 5 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Allochtonen aan het werk

Allochtonen aan het werk José Gouweleeuw en Carel Harmsen Opleidingsniveau is ook voor de belangrijkste verklarende variabele voor het al dan niet hebben van werk, en voor het soort beroep dat zij uitoefenen. Deze conclusie kan

Nadere informatie

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D.

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D. M200802 Vrouwen aan de start Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, juni 2008 2 Vrouwen aan de start Vrouwen vinden het starten

Nadere informatie

Discussie paper Participatie van vrouwen met een islamitische achtergrond Inleiding FEITEN EN CIJFERS

Discussie paper Participatie van vrouwen met een islamitische achtergrond Inleiding FEITEN EN CIJFERS Discussie paper Participatie van Factoren die een rol spelen bij de participatie van. Inleiding De participatie van blijft achter vergeleken bij de participatie van autochtone vrouwen. Om hier verbetering

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa 1 maximumscore 4 Het verrichten van flexibele arbeid kan een voorbeeld zijn van positieverwerving als de eigen keuze van de jongeren uitgaat naar flexibele arbeid in

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Welke bijstandsontvangers willen aan het werk?

Welke bijstandsontvangers willen aan het werk? Welke bijstandsontvangers willen aan het werk? Maaike Hersevoort en Mariëtte Goedhuys Van alle bijstandsontvangers van 15 tot en met 64 jaar is het grootste deel alleenstaand. Het gaat daarbij voor een

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij

Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij. Dit kan leiden tot vervelende gezondheidsklachten, waar vaak weinig aandacht aan besteed wordt. Zo blijkt uit een onderzoek van

Nadere informatie

Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland

Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland Jennissen, R.P.W. & Oudhof, J. (Reds.). 2007. Ontwikkelingen in de maatschappelijke participatie van allochtonen: Een theoretische

Nadere informatie

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding Naar aanleiding van vragen over de hoge arbeidsongeschiktheidspercentages

Nadere informatie

Vrouwen, mannen en mantelzorg Beelden en feiten. Alice de Boer en Saskia Keuzenkamp

Vrouwen, mannen en mantelzorg Beelden en feiten. Alice de Boer en Saskia Keuzenkamp Vrouwen, mannen en mantelzorg Beelden en feiten Alice de Boer en Saskia Keuzenkamp Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, 2009 In kranten en beleidsstukken is met enige regelmaat te lezen dat mannen

Nadere informatie

9. Werknemers en bedrijfstakken

9. Werknemers en bedrijfstakken 9. Werknemers en bedrijfstakken Niet-westerse allochtonen hebben minder vaak een baan als werknemer vergeleken met autochtonen. De positie van de tweede generatie is gunstiger dan die van de eerste generatie.

Nadere informatie

De arbeidsmarkt: crisistijd en trends

De arbeidsmarkt: crisistijd en trends De arbeidsmarkt: crisistijd en trends 06 Werkzame beroepsbevolking krimpt tijdens crisis Arbeidsmarkt reageert vertraagd op conjunctuur Krimp vooral onder mannen en jongeren Daling flexwerkers snel voorbij

Nadere informatie

Partnerkeuze bij allochtone jongeren

Partnerkeuze bij allochtone jongeren Partnerkeuze bij allochtone jongeren Inleiding In april 2005 lanceerde de Koning Boudewijnstichting een projectoproep tot voorstellen om de thematiek huwelijk en migratie te onderzoeken. Het projectvoorstel

Nadere informatie

De positie van werknemers met jonge kinderen in de supermarkten en de boekhandels

De positie van werknemers met jonge kinderen in de supermarkten en de boekhandels HOOFDSTUK 4 De positie van werknemers met jonge kinderen in de supermarkten en de boekhandels 4.1 INLEIDING Hoeveel werknemers in de bedrijven hebben kinderen, hoe combineren deze werknemers werk en ouderschap

Nadere informatie

Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen

Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen Factsheet Deeltijd.indd 1 14-5-2009 12:33:44 Factsheet Deeltijd.indd 2 14-5-2009 12:33:44 Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen Wil Portegijs Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

M200916. Parttime van start. drs. A. Bruins

M200916. Parttime van start. drs. A. Bruins M200916 Parttime van start drs. A. Bruins Zoetermeer, 24 september 2009 Parttime van start Van de startende ondernemers werkt een kleine meerderheid na de start fulltime in het bedrijf. Een op de vier

Nadere informatie

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Maatschappelijke waardering door de ogen van de TTALIS leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Bevindingen uit de Teaching And Learning International Survey (TALIS) 2013 IN FOCUS Faculteit

Nadere informatie

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER?

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? Amsterdam, november 2011 Auteur: Dr. Christine L. Carabain NCDO Telefoon (020) 5688 8764 Fax (020) 568 8787 E-mail: c.carabain@ncdo.nl 1 2 INHOUDSOPGAVE Samenvatting

Nadere informatie

Informatie 10 januari 2015

Informatie 10 januari 2015 Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,

Nadere informatie

Voor het eerst neemt vrije tijd niet meer af

Voor het eerst neemt vrije tijd niet meer af Voor het eerst neemt vrije tijd niet meer af Hoe gaan Nederlanders met hun tijd om? vraagt het Sociaal en Cultureel Planbureau zich af in het laatste rapport over het vijfjaarlijkse Tijdsbestedingsonderzoek.

Nadere informatie

Nederland deeltijdland

Nederland deeltijdland Nederland deeltijdland Nederland deeltijdland Vrouwen en deeltijdwerk Wil Portegijs en Saskia Keuzenkamp (red.) Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, februari 2008 Het Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

In wat voor gezin worden kinderen geboren?

In wat voor gezin worden kinderen geboren? Bevolkingstrends 214 In wat voor gezin worden kinderen geboren? Suzanne Loozen Marina Pool Carel Harmsen juni 214 CBS Bevolkingstrends juni 214 1 Tot eind jaren zeventig werden vrijwel alle kinderen binnen

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers.

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Peiling Flexibel werken in de techniek 2015

Peiling Flexibel werken in de techniek 2015 Peiling Flexibel werken in de techniek 2015 Peiling Flexibel werken in de techniek 2015 Inleiding Voor goede bedrijfsresultaten is het voor bedrijven van belang om te kunnen beschikken over voldoende goede,

Nadere informatie

4. Kans op echtscheiding

4. Kans op echtscheiding 4. Kans op echtscheiding Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans op echtscheiding dan autochtonen. Tussen de verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan in dit opzicht echter grote

Nadere informatie

Een studie naar de keuzes die Turkse en Nederlandse vrouwen maken met betrekking tot arbeid en zorg en de invloed van cultureel kapitaal.

Een studie naar de keuzes die Turkse en Nederlandse vrouwen maken met betrekking tot arbeid en zorg en de invloed van cultureel kapitaal. Cultureel Erfgoed Cultureel Erfgoed Een studie naar de keuzes die Turkse en Nederlandse vrouwen maken met betrekking tot arbeid en zorg en de invloed van cultureel kapitaal. Auteur: Marijke Scholten Studentnr.:

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

JONGE MOEDERS EN HUN WERK

JONGE MOEDERS EN HUN WERK AMSTERDAMS INSTITUUT VOOR ARBEIDSSTUDIES (AIAS) UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM JONGE MOEDERS EN HUN WERK Onderzoek op basis van de Loonwijzer Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren,

Nadere informatie

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011 Onderzoek Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011 Het Huis voor democratie en rechtsstaat heeft na de verkiezingen van 2 maart 2011 de diversiteit in de nieuwe Provinciale

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING: Dissertatie VU Amsterdam

NEDERLANDSE SAMENVATTING: Dissertatie VU Amsterdam NEDERLANDSE SAMENVATTING: Dissertatie VU Amsterdam Doreen Huschek Relatievorming en partnerkeuze van de tweede generatie Turken in Europa De invloed van derde partijen en de institutionele context Het

Nadere informatie

We merken dat migrantencliënten anders aankijken tegen een beperking. Hoe kunnen we daarmee omgaan?

We merken dat migrantencliënten anders aankijken tegen een beperking. Hoe kunnen we daarmee omgaan? We merken dat migrantencliënten anders aankijken tegen een beperking. Hoe kunnen we daarmee omgaan? Migranten kunnen anders tegen een beperking aankijken. Zij zien de beperking vaak als ziekte en houden

Nadere informatie

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao.

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Zaida Lake Inleiding Via de media zijn de laatste tijd discussies gaande omtrent de plaats die de buitenlandse arbeidskrachten

Nadere informatie

Zekerheden over een onzeker land

Zekerheden over een onzeker land Zekerheden over een onzeker land Parijs, 27 januari 2012 Paul Schnabel Universiteit Utrecht Demografische feiten 2012-2020 Bevolking 17 miljoen (plus 0,5 miljoen) Jonger dan 20 jaar 3,7 miljoen (min 0,2

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

50+ in Europa Samenvatting van de eerste resultaten

50+ in Europa Samenvatting van de eerste resultaten share_belg_nl.indd 1 09.04.2006 14:00:20 Uhr share_belg_nl.indd 2-3 09.04.2006 14:00:21 Uhr Het aandeel ouderen in de totale populatie is in Europa hoger dan op elk ander continent en deze ontwikkeling

Nadere informatie

Nee, u werkt niet meer dan vroeger (En mannen doen nog altijd weinig in het huishouden)

Nee, u werkt niet meer dan vroeger (En mannen doen nog altijd weinig in het huishouden) Nee, u werkt niet meer dan vroeger (En mannen doen nog altijd weinig in het huishouden) Charlotte Dumortier We hebben niet minder tijd dan vroeger, integendeel zelfs. En klassieke rollenpatronen houden

Nadere informatie