Hoopvol kijk ik de agent aan, die met moeite zijn ogen even losmaakt van de Gazetta dello Sport. 'U bent geen partij, de gemeente moet zelf dan maar

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoopvol kijk ik de agent aan, die met moeite zijn ogen even losmaakt van de Gazetta dello Sport. 'U bent geen partij, de gemeente moet zelf dan maar"

Transcriptie

1 XII Al telefonerend langs een aantal politiebureaus in de omgeving krijg ik een nummer van de universiteit van Padova, de Facolta di Giurisprudenza, waar onderzoek naar de historie van rechtspraak is gedaan. Het blijkt dat diverse archieven van de politie en de rechtbanken in het verleden ter beschikking zijn gesteld aan die universiteit. Een nieuwe strohalm. Zou er iets te achterhalen zijn? Na veel telefoontjes waarin wordt beloofd om door te verbinden - maar wat slechts leidt in verbroken verbindingen of eindeloze stiltes - krijg ik eindelijk contact met een vrouw die begrijpt wat ik zoek, waarom ik het zoek en hoe belangrijk dit alles voor me is. Ze geeft haar rechtstreekse telefoonnummer, en belooft me terug te bellen wanneer ze meer weet. Nee, toegang tot de archieven zelf krijg ik niet, omdat er namen, feiten, verklaringen en processen van de meest uiteenlopende zaken in dat archief zitten, er rust geheimhoudingsplicht op. Omerta. Alsof het een geheim arsenaal van de mafia betreft. Tot mijn verbazing word ik dezelfde ochtend nog teruggebeld op mijn hotelkamer. Er is een dossier gevonden waarin zich diverse verklaringen, opsporingsverzoeken en enkele persoonlijke bezittingen van ene Marta Sgarzi bevinden. Dossier geopend op 1 juli 1977, laatste wijziging november 1977, dossier afgesloten in 1982 met status 'open', ofwel nooit opgelost, in maart 1990 overgedragen aan de universiteit, met classificatie 'niet geheim'. Mijn humeur gaat met sprongen vooruit, ik krijg de toezegging van een kopie van alles wat in het dossier zit. Voor de zekerheid laat ik het dossier opsturen naar Mariantonietta, dat vind ik veiliger dan post via een hotel. MARTA Drie dagen later ben ik bij Mariantonietta. We lezen de ene verklaring na de andere, opgesteld met ouderwetse schrijfmachines, maar treffen niets bijzonders aan, tot we ook een kopie aantreffen van Marta's afscheidsbrief, en de envelop waar deze in was verstuurd. Op de envelop: 'Sgarzi Marta, Pzza Vittore, Varese'. Nota bene, ze heeft haar eigen naam gewoon op de envelop gezet. Hoe kan dit ooit de mensen die er toen woonden ontgaan zijn? Waarom leek het of niemand haar naam wist? Waren er meer die haar geheim wisten? 20

2 Hoopvol kijk ik de agent aan, die met moeite zijn ogen even losmaakt van de Gazetta dello Sport. 'U bent geen partij, de gemeente moet zelf dan maar een verklaring opstellen en dan trekken we die wel na'. Machteloos, hier is niets mee aan te vangen.. 'Mijn tante is spoorloos verdwenen... en jullie doen daar niets aan! Wat moet ik dán doen om een verklaring te laten opstellen?' De man schiet opeens rechtop in zijn stoel. 'Uw tante vermist? In dat geval moet ik een verklaring opstellen'. Volkomen verbouwereerd over deze omslag in de houding van de agent duizelt het me. Leek ik op dood spoor te zitten, nu komt de man uit zijn stoel overeind, en komt aan de 'balie' staan, een marmeren plaat waar de tralies op rusten. 'Vermissing. Naam?' Kort en bondig wordt een hele vragenlijst afgewerkt, onbegrijpelijk dat dit de ongeinteresseerde agent van zojuist is. 'Vermist sinds?' 'Juni 1977'. '1977? U zegt 1977, en komt nu aangifte doen?'. 'Dat had ik u toch verteld, dat er sprake is van een vermissing van 25 jaar geleden?' Blijkbaar was hij er met zijn gedachten van het begin af niet bij geweest. Nu is het de beurt aan de agent om verbaasd te zijn. '25 jaar geleden, geen sprake van een misdrijf, en nu pas aangifte'. 'Nee', antwoord ik, '25 jaar geleden is er ook al onderzoek gedaan naar die verdwijning, en ik wil die verklaring, of een kopie er van, om het gemeentehuis te overtuigen van de waarheid van het verhaal'. Een paar minuten later sta ik weer buiten, want alle zaken van 5 jaar geleden zijn allang afgesloten, behalve misdrijven. En over zo lang geleden worden geen verklaringen meer opgenomen, tenzij er sprake is van een misdrijf. Als ik nog even omkijk zie ik de agent weer onverstoorbaar kromgebogen over de Gazetta dello Sport. Alsof hij zo al uren zit te lezen... 19

3 ten van een gemeentelijk register van inwoners, op de Piazza Vittore bleek te wonen, en dat ze als geboorteplaats 'Varese' had opgegeven. Zo gemakkelijk als ik bij de ambtenaar binnenkwam, zo veel moeite kost het me om weer weg te komen. Want de ambtenaar kreeg nu in de gaten dat het register niet klopte, en dat er een persoon overleden - of verdwenen - was, en dat moest rechtgezet worden. Formulieren werden er bijgehaald, verklaringen opgenomen (met twee getuigen er bij - het leek wel een verhoor) en veronderstellingen vastgelegd. Veronderstellingen, want meer dan dat waren het niet. En of ik getuigen - niet-familieleden - kon noemen die onafhankelijk een soortgelijke verklaring wilden afleggen. Na 25 jaar... terwijl er niemand meer in Varese woont die ik nog ken. Ik beloof daarom bij de politie na te gaan of (delen van) mijn verhaal kunnen worden bevestigd. Na bijna 3 uur kruisverhoor sta ik eindelijk weer buiten. In elk geval is het een troost te weten dat Marta niet alleen heel lang in het appartementencomplex heeft gewoond, maar dat ze ook in deze stad was geboren. Ik belde het door naar Mariantonietta, het gaf haar nog meer moed om te zijner tijd naar het archief te gaan. De toezegging om naar de politie te gaan valt me niet zwaar. Vanzelfsprekend wil ook ik de laatste steen boven hebben, en het hoofdbureau ligt vlak bij het gemeentehuis. De dienstdoende agent achter het loket - met tralies - hoort het verhaal aan. Vijfentwintig jaar geleden? Nooit iets teruggehoord? Dan zal er ook niet veel meer terug te vinden zijn ook. Hij maakt aanstalten zich weer in een krantje terug te trekken. 'Ik kom zojuist van het gemeentehuis en heb een proces verbaal nodig!' leg ik de man uit, in een uiterste poging mijn zelfbeheersing te bewaren. 'Proces verbaal komt alleen als er verklaring wordt afgelegd. Kunt u verklaring afleggen van een nieuw feit?'. Nee, ik heb geen nieuwe feiten, ik wil een verklaring over feiten van 25 jaar geleden ontvangen. Maar daar is de man niet toe aan te zetten. Hij blijft in zijn kantoortje, en ik kom niet verder dan een staanplaats aan de andere kant van de tralies in het halletje van het politiebureau. 'Ja, ik wil toch een verklaring afleggen, want in het gemeenteregister staat iemand van wie ik weet dat die er al 25 jaar niet meer woont, en die persoon is vermist'. I Ik moet zo maar opeens terugdenken aan Marta, de vrouw die al oud en tandeloos was in mijn vroegste jeugd. Althans, in mijn herinnering. Zie ik haar op een foto uit die tijd dan is het gewoon een stevige vrouw van tegen de veertig die een beetje ruim in haar vel zit, met zwart haar met hier en daar een wit streepje (ja, 't is een zwart-wit foto uit eind jaren '50). Ze was werkster, wasvrouw, concierge, vroedvrouw, dorpsraad en alles tegelijk, in het appartementencomplex waar ik mijn jeugd doorbracht. Vrijwel dagelijks te vinden in de poort naar het hofje - de cortile - waar de appartementen omheen gebouwd waren. Nou ja, appartementen... Een oud patriciërshuis rond een binnenplaats, een hofje van pakweg 10 bij 12 meter, met keien afgewerkt tot een min-of-meer horizontaal vlak. Daaromheen dus de oude woning, die later werd omgebouwd tot een boerderij. In sommige vleugels werden de muren vervangen door een liggende balk op een paar steunbalken, en zo ontstond een stal voor wat vee, waarschijnlijk tussen 1850 en Nog weer later, het zal tussen de beide wereldoorlogen geweest zijn, werden in de stal muren neergezet om het een en ander weer voor mensen bewoonbaar te maken. En daar, maar dan op de tweede verdieping, werd ik geboren. Onder het toeziend oog van Marta. Marta, die alles van je weet. Marta, die altijd in de poort naar de cortile zit. Marta, die ook alles van alle andere mensen weet. Marta, die op alles een antwoord weet. Marta, die voor alles een oplossing weet. Marta, die in haar eenvoud de meest wijze vrouw van de wereld is. Maar ook... Marta, niemand die weet waar ze vandaan komt, Marta, niemand die weet of ze getrouwd is geweest, Marta, niemand die weet of ze weduwe is, bemind is geweest, misbruikt is geweest, ziek is geweest, broers of zussen of enige andere familie heeft (of heeft gehad). 18 3

4 Marta, niemand die haar ooit heeft horen klagen, Marta, eigenlijk is er niemand die weet wie ze is. Marta, niemand die er zelfs maar aan dacht om het haar te vragen. Ze was er gewoon. Altijd. Nee, niemand die weet wie ze eigenlijk is. En toch... vandaag moest ik aan haar terugdenken, zoals ze daar zat in de poort naar de cortile. Zomaar. II In ons complex woonden doorgaans acht tot twaalf gezinnen, in alle leeftijdsklassen die er maar bestaan, van gepassioneerde jonge stellen tot oude mensen die hun natuurlijk nog weer veel oudere ouders in huis hadden. Ook mijn opa woonde bij ons in. Heel oud was hij, wel 45 jaar ouder dan mijn moeder. Zijn leven lang was hij meubelmaker geweest, van kasten met ornamenten, bedden met ornamenten, stoelen met ornamenten, cherubijntjes en madonna's, als het van hout te maken was en er konden ornamenten aan, dan maakte hij het. Nonno Falegname, opa timmerman, zo noemden wij hem. De andere opa, Nonno Vino, opa wijn, woonde in de bergen, want hij verbouwde druiven, druiven waaar de Italiaanse Merlot van werd gemaakt. Die opa zagen we niet zo vaak, alleen in het najaar, dan moest iedereen die op een of andere manier bloedverwant was komen helpen met de druivenpluk. Als kind kreeg je druivensap tot je tanden er stroef van werden en de groten kregen ook druivensap, alleen van het jaar daarvoor. Die vond ik als kind al veel lekkerder en een enkel glaasje werd door Nonno Vino ook wel oogluikend toegestaan. 'Niet aan je moeder vertellen!' met een vertrouwelijke knipoog maakte het feest compleet. Maar terug naar Nonno Falegname, opa timmerman. Er was geen oma, alleen een fotootje van oma die de 40 maar net gehaald had. Het was hetzelfde fotootje als op het le plaatje op de grafsteen, op de begraafplaats net buiten het dorp aan de voet van de bergen. Nu ik er aan terugdenk is opa Zou dat kunnen? Onze fantasie slaat steeds verder op hol. Mariantonietta is net zo enthousiast om het geheim van Marta te ontcijferen als ik. XI Langzaam dringt de betekenis van deze ontdekking tot mij door. Eerst heb ik me laten afschepen bij het kerkelijk archief. De tweede keer heb ik in een urenlange zoektocht door het archief het geduld en humeur van de archivaris zwaar op de proef gesteld. Zou ik nu nog weer terug moeten gaan om te vertellen dat we naar de verkeerde datum hebben gezocht? Mariantonietta nam een kordaat besluit: zij zou wel een keer naar dat archief gaan en een en ander proberen op te zoeken. Ondertussen besluit ik om nog eens naar het gemeentehuis te gaan om daar navraag te doen. De volgende dag - ze herkennen me nog - word ik meteen binnengelaten in een van de kantoren op het gemeentehuis. De ambtenaar verdwijnt even met een papiertje waarop de naam en de nieuwe mogelijke geboortedatum van Marta staan, en is al heel snel weer terug: Piazza Vittore, daar woont inderdaad ene Sgarzi, Marta, van 3 juni Verbijsterend... de vorige keer dat ik hier was kon niemand mij vertellen wie er 25 jaar geleden op de Piazza Vittore woonde, en volgens de overheid zou ze er nog altijd wonen! Terwijl ze dus al 25 jaar geleden is verdwenen, is dat bij de overheid nog altijd niet doorgedrongen. Nou ja, niet doorgedrongen... bij de politie was het destijds wel bekend, want die heeft nog een tijd gezocht. Had ik de vorige keer de juiste vraag gesteld (Woont er een Sgarzi op de Piazza Vittore?) dan had ik vrijwel meteen antwoord gehad. Nu reis ik voortdurend heen en weer, word door Marta's onbeholpen handschrift op het verkeerde been gezet... alleen, wat weet ik nu meer dan voor ik naar het gemeentehuis ging? Afgezien van dat de gemeenteregisters ten onrechte veronderstellen dat Marta nog in leven is, weet ik niets meer dan ik al wist. De ambtenaar kon ook niets meer vertellen over wie deze Marta was, wie haar ouders waren, of waar ze verder ooit had gewoond... alleen dat ze na de oorlog, bij het opzet- 4 17

5 3 juni en nooit heeft ze haar verjaardag gevierd, het was zelfs nooit bij me opgekomen haar naar de leeftijd te vragen. Ook Mariantonietta, die toch weer 4 jaar ouder was dan ik, was heel verbaasd toen ik haar vroeg hoe oud Marta eigenlijk was. Marta, die alles wist... Marta, die iedereen kende... Marta, niemand wist wie ze was... Marta, niemand die zich realiseerde dat ook zij verjaarde. 3 juni zou ze zelf beseft hebben dat ze jarig was, die dag? ze is dus 54 jaar geworden, zonder dat iemand het wist. Nou ja, misschien heeft Nonno het geweten. Het leek me raadzaam om deze agenda toch eens aan mijn zus te laten zien, ze woont niet ver hier vandaan, net over de grens met Zwitserland. Ik zwerf hier al meer dan een week rond en mijn zus weet niet eens waar ik mee bezig ben. Dus als ik er binnenstap springt er een spraakwaterval open waar ze helemaal versteld van staat. Ik laat haar het bureaulaatje zien en spontaan zegt ze 'Nonno Falegname', opa timmerman. Ze wil het van alle kanten bekijken, maar ik dwing haar te kijken naar de agenda. Kijk... deze is van Marta geweest, het is de laatste agenda van haar leven geweest, en onze namen staan er in, en een heleboel andere namen en datums en telefoonnummers en haar eigen naam en haar geboortedatum en... en... Mariantonietta richt haar aandacht nu op de agenda, op het blad waarop Marta haar naam had opgeschreven. 'Negentien drie-entwintig? Wanneer is ze overleden?' 'Dat zeg ik net, deze agenda is toch van 1977? Net na haar verjaardag is ze verdwenen, ze was 54 jaar'. Mariantonieta had zo haar bedenkingen. 'Vierenvijftig jaar... we kwamen er, toen we verhuisd waren, nog regelmatig op bezoek, maar ik geloof nooit dat ze 54 jaar oud was, Ze was beslist veel jonger, ergens in de veertig'. 'Quarantacinque' mompel ik. 'Zou dat kunnen? Vijfenveertig, dat is wat ze zelf heeft geschreven bij haar verjaardag'. En zo zitten we samen te puzzelen, 1977, en 45 jaar er af Zou Marta, zo filosoferen we verder, zou Marta, die niet zo goed kon schrijven, zich gewoon vergist hebben bij het opschrijven van haar geboortedatum? met zijn gedachten niet zo heel vaak meer bij die oma geweest. Meestal kon je zo bij opa binnen lopen, dan zat hij wat te houtsnijden aan de hoge tafel, binnensmonds mompelend of neuriënd, altijd bezig. Maar soms, zo maar in de middag of de avond was opa weg. Niemand had hem zien vertrekken, niemand wist waar hij was. Tot hij na een paar uur zomaar ineens weer op de veranda stond. Pas later ontdekte ik dat de afwezigheid van opa altijd plaatsvond als Marta niet in de poort zat. Marta, de vrouw van wie niemand wist wie ze was. Zou Nonno Falegname het wel geweten hebben? III Opa Timmerman, Nonno Falegname... en alleen maar omdat hij nog veel ouder was zag hij iets in Marta dat ik er nooit in heb gezien. Wat ik me, nu zeker 40 jaar later, alleen afvraag is wat Marta nu heeft gezien in Nonno Falegname, die misschien wel twee keer zo oud was als zijzelf. Was het bewondering voor zijn houtsnijwerk? Ze zou vast en zeker op een mooi bewerkte stoel gezeten hebben. Zouden het zijn centjes geweest zijn? Dan had hij vast niet in ons armoedige appartement hebben gewoond. Zouden het zijn charmes geweest zijn? Ik kan het me niet voorstellen. Maar waarom waren opa en Marta dan altijd tegelijk afwezig? Deden ze wel wat ik later dacht dat ze deden? Ik kan het niemand meer vragen. Maar als ik mijn fantasie laat gaan dan zie ik een heel ander verhaal dan wat ik in eerdere jaren bedacht... geen oude bok die zich troostte aan een jong blaadje maar de warme genegenheid van een oude man voor het enige kind dat hij, door ware liefde, verkreeg bij een vrouw van wie hij werkelijk hield, met wie hij nooit mocht huwen omdat ze niet fijn-katholiek was. En de rust van een vrouw waarvan niemand weet waar ze vandaan kwam, die zelf heel lang niet heeft geweten waar ze vandaan kwam, en nu haar bloedeigen vader had teruggevonden. 16 5

6 In die stille uurtjes van de middag was de vader samen met zijn meest geliefde kind, in wie hij de beeltenis zag van de vrouw waarvan hij tot haar dood had gehouden. In die stille uurtjes van de middag genoot Marta van het gevoel dat ze als kind altijd gemist had; altijd was ze alleen op de wereld geweest, nu had ze haar vader teruggevonden en die schaamde zich niet haar te vertellen hoe zij, in een tijd van crisis en armoede, door haar eigen vader als niet meer dan een bedelaar behandeld kon en mocht worden. Toegegeven, niemand vertelde mij ooit het geheim van die twee, ik heb er slechts over gefantaseerd. Maar waarom zou Marta, toen Nonno Falegname stierf, voor het eerst in ieders herinnering, hebben gehuild, geschreeuwd, gebeden? Zou dit het geheim zijn? Marta... zou ik je nog één keer mogen spreken, nu, nu ik zelf ouder ben dan jij toen was? Waarom heb jij je leven lang alleen gepraat, en nooit verteld? Verteld wie je was, verteld wat je voelde? Marta... wijze vrouw, met het diepe leed in je leven... te diep dan dat je er ooit over durfde vertellen. Marta... kan ik jou nog één keer spreken? IV Hoe kan ik haar geheim ooit achterhalen? De eerste gedachte die bij me opkomt is de geboorteregistratie. Meneer Pastoor ontvangt me vriendelijk, want de geboorteregistratie voor de tweede wereldoorlog was in handen van de kerk. Hij wijst me door naar het kerkelijk archief en met een aanbeveling krijg ik toegang tot een zaal vol archiefdozen maar ik mag niet bij de kasten komen. Zittend aan een tafel wordt eerst gevraagd naar de reden van mijn bezoek. 'Ik zoek wanneer een mogelijke tante van mij geboren is, Marta, een zuster van mijn moeder'. 'Weet u wanneer zij is geboren?' vraagt de man op bijna vertrouwelijk zachte toon, alsof anderen in dezelfde zaal niet mogen weten welke informatie hij allemaal wil weten. een kind ze zou maken, maar met een handschrift dat er onbeholpen en ouderwets tegelijk uitziet. Het handschrift bevestigde wat ik al vermoedde, ze had vast op latere leeftijd van een ouder iemand, met een ouderwets handschrift, leren schrijven. Maar ze had nooit de souplesse in het schrijven gekregen die een kinderhand kan leren. Nee, ze moest het vast van Nonno Falegname geleerd hebben, zo veel leek haar handschrift er ook weer op. Alsof ze niet echt had leren schrijven, maar meer letters leren natekenen. Ik bladerde nog wat heen en weer. 3 juni... haar verjaardag. Haar laatste verjaardag. Nooit heeft ze die gevierd, voor haar was het genoeg wanneer er op moederdag voor haar werd gezorgd door de kinderen in het appartementenhuis. Moederdag... ik zweef terug in de tijd, en zit op een regenachtige moederdag met mijn broertje te schuilen onder de veranda. We spelen er met wat steentjes en een oude pan. Enkele mannen hebben elkaar gevonden in het beklag over die rare gewoonte om het Festa della mamma, moederdag, te vieren. Ze moeten op een of andere manier voor hun vrouwen zorgen maar in plaats daarvan lopen ze er alleen maar over te klagen. Marta, die het geklaag een tijdje aanhoort, roept ze ineens tot stilte: Mag het alsjeblieft één dag in het jaar Festa della mamma zijn? Al die andere 364 dagen in het jaar is het Festa per pappa, feest voor vader (Italie kent/kende geen vaderdag). En nu we het er toch over hebben: hebben jullie al iets voor mij gedaan vandaag? Ik ben jullie moeder wel niet, maar ik zorg toch altijd voor jullie, ik help jullie vrouwen, jullie kinderen... Zo was Marta... ik zag ze ineens weer, zonder boos te zijn, ongeletterd als ze was, bewijzen dat ze wijs was. En waar de mannen ze vandaan haalden weet ik niet, maar die dag kreeg Marta bloemen in haar haar gestoken, en werd ze door de mannen - luid zingend - het hofje rondgedragen. Marta... ik zie haar bijna weer in levenden lijve voor me staan. 3 juni Marta's laatste verjaardag, en in het onbeholpen handschrift 'qarantacincue'... vijfenveertig, met minstens twee taalfouten er in. Vijfenveertig... waarom zou ze dat woord, dat getal hebben opgeschreven? Waarom niet gewoon de cijfers opgeschreven, maar waarom gekozen voor zo'n moeilijk woord? 6 15

7 De werkelijkheid is nog schrijnender. Ze heeft wel degelijk bestaan, is nadrukkelijk aanwezig geweest, heeft indrukken achtergelaten, en nu is iedereen haar vergeten. Niemand herinnert zich dat ze ooit bestaan heeft. Alleen ik jaag nog achter die schim aan, achter de vrouw die misschien mijn tante is geweest, die in mijn fantasie een kind van mijn opa moet zijn geweest. En dat ze bestaan heeft dat weet ik, want ik heb haar agenda, met haar naam, in mijn bezit. Ik heb de door haar bewaarde krantenknipsels in mijn bezit. En het belangrijkste, ik heb de herinneringen aan haar in mijn bezit. Misschien wel als enige in deze wereld. De agenda, ik besluit om die toch nog eens blad voor blad door te lezen. Namen, nummers, een enkele keer wat datums of tijdstippen. Mijn naam staat er ook in... Fabriz... zo noemde ze mij vaak, en zo heeft ze het ook opgeschreven. Fabriz... met een streep er door. Woensdag 8 juni, Fabriz... op een bladzijde waar ons hele gezin genoemd staat. M'n moeder, m'n vader, twee oudere zussen, mijn broertje en ik. De naam van m'n oudste zus is verkeerd geschreven, en ik besef ineens dat ik me nog maar kort bewust ben dat Marta kon schrijven, dat ze het wellicht pas later geleerd heeft, omdat ze als kind slechts als verschoppeling al bedelend door het leven ging, zonder ouders, zonder school. Of is dit alleen mijn fantasie? Is de werkelijkheid anders dan wat ik denk? Marta, waarom kan ik jou niet meer spreken? Als je toch nog leefde... ik zou een wereldreis maken om je te ontmoeten. X Waarom zou mijn naam zijn doorgestreept in de lijst waarin ons hele gezinnetje stond? Mijn moeder bovenaan, daaronder mijn vader, en dan wij, kinderen, op een rijtje in de juiste volgorde, en met hier en daar een schrijffoutje. Mijn moeder Alida, mijn vader Giacomo (opgeschreven als Gacomo), mijn zuster Mariantonietta (opgeschreven als Toneta), mijn andere zus Nadia, mijn naam, geschreven als Fabriz, met een streep er doorheen, en mijn broer Massimo (opgeschreven als Masimo), kortom, schrijffouten zoals 'Ik schat tussen 1935 en 1940' en enkele vragen later besef ik dat mijn antwoorden de broeder wanhopig maken. 'Nee, ik weet niet hoe haar moeder heette, ik weet niet in welk dorp of welke plaats ze is geboren, ik weet niet of ze is gedoopt, ik weet niet... ik weet niet... ik weet niet'. 'Maar,' vervolgt de man en zijn stem wordt nog zachter, nog vertrouwelijker - alsof hij begreep dat ik op zoek was naar delicate informatie - 'is de tante naar wie u zoekt nog in leven?' Het ontkennend antwoord leek een lichte glimlach op 's mans gezicht te brengen - heel even maar -, waarna hij vroeg: 'Heeft u mogelijk de akte van overlijden ingezien?'. Nu was het mijn beurt om zachter te gaan praten. 'Nee, want we weten alleen dat ze niet meer leeft omdat ze dat zelf heeft gezegd. In haar afscheidsbrief. Op een dag was ze weg, haar post lag nog op de stoel in de poort. We hebben haar gezocht, maar niet gevonden. Geen aanwijzing was er waarmee we haar konden vinden. Familie van haar kennen we niet, misschien was ze alleen op deze wereld. Naar de kerk ging ze niet, dus onze pastoor wist ook niets. De politie kon met zo weinig aanwijzingen niet veel uitrichten, die hebben na een paar dagen haar post opengemaakt en daarbij zat haar eigen afscheidsbrief'. De broeder wenkt me geluidloos en loodst me mee naar een andere kamer waar hij zorvuldig de deur sluit. 'Een afscheidsbrief, zei u, weet u wat er in stond?' 'Ja, er stond alleen in dat ze stil een plaats in dit leven had gehad maar dat ze die plaats nu weer vrij maakte voor een ander. Haar verdriet was genoeg geweest, en haar tijd was gekomen. We mochten haar niet zoeken... maar over zichzelf vertelde ze niets. Ze is met haar levensgeheim in het niets verdwenen, en niemand heeft haar ooit gevonden.' 'Ik vrees dat ik niets voor u kan doen'. Dreun. Een groter contrast met de hoopvolle stemming tot het ogenblik daarvoor kon ik me niet indenken. Eenmaal buiten brandde de felle Italiaanse zon op mijn schouders, maar ik voelde mij als een granietblok uit de rivier waar voortdurend koud water overheen liep. Bij haar leven wist ik niet wie ze was. Bij haar overlijden kan ik niet achterhalen wie ze is geweest. Marta... kon ik je toch nog éénmaal spreken

8 V Eenmaal buiten drong pas goed tot mij door dat ik me door de broeder van het archief eenvoudig met een kluitje in het riet had laten sturen. Ik had zelfs geen enkele geboorteakte gezien. Hoewel ik er al jaren weg ben, ga ik toch weer een keer naar het appartementencomplex terug. De hitte lijkt langzaamaan weer vat op me te krijgen. Eenmaal bij de poort aangekomen zie ik kinderen die ik niet ken, volwassenen die ik niet ken, een appartmentencomplex dat er veel netter uit ziet dan in mijn verbeelding, de cortile, het hofje, is zelfs geasfalteerd alhoewel de tand des tijds er ook weer aan af te lezen is. Niemand woont er meer die mij heeft gekend, niemand meer die Marta heeft gekend. Sommige bewoners van 30 jaar geleden zijn nog wel bekend, maar niemand die weet waar ze wonen. Een conciërge/factotum zoals Marta is er niet meer. Haar vroegere appartement is nu in gebruik als opslagruimte voor de mensen die er wonen, gebarsten ruiten en vergane vitrage markeren de overgang tussen binnen en buiten. Na wat toelichting krijg ik toestemming om in die opslagruimte, dat voormalig appartement, wat rond te kijken. Roestige ledikanten, oude emmers, een verteerde zeis, vergane stoelkussens - of zijn het matrassen? - en oude krakkemikkige kastjes, geen-gezicht jaren-zestig, hoog gepolitoerd, met restanten van spiegels, het is een onbeschrijfelijke verzameling oud vuil. Wat kan, wat mag ik hier verwachten? En toch... ik blijf zoeken, zoeken naar het onbekende, zoeken naar... naar... naar wat? Zonder orde schuif ik van alles opzij, tot mijn oog op een lade valt die los in een andere kast staat. Die lade... ik herken die lade uit duizenden, wegens de ornamenten zoals mijn opa ze altijd maakte. Ornamenten, bloemen die leken op tudor-rozen, met weinig, grote bladeren, en daarbinnen nog een randje kleinere blaadjes. Had ik niet ooit vermoed dat Marta en mijn opa familie konden zijn? Het was niets van Marta wat ik vond, maar toch was ik zo gelukkig als een kind. Dit laatje, wat zou erin zitten? 'Dan moeten we veel boeken raadplegen, want voor elke parochie zijn aparte registers aangelegd,' zegt de broeder, met nauwelijks verholen tegenzin. 'Maar we weten de geboortedatum, dus het hoeft toch niet zo heel lang te duren allemaal?' probeer ik. Maar de man lijkt niet blij met de puzzel waarvoor we ons gesteld zien. Toch gaan we samen aan de slag. Parochie voor parochie wordt doorgenomen, terwijl we eigenlijk niet eens weten of Marta wel hier in de buurt geboren is. Het humeur van de broeder daalt in het tempo waarmee mijn angst stijgt en als we enkele uren later echt alle, alle registers van 1923 en daaromtrent hebben doorgenomen is mijn angst bewaarheid. Wat we vinden, geen Marta Sgarzi op 3 juni Wel enkele andere Marta's, en de namen daarvan worden zorgvuldig overgeschreven om ze na te vragen bij de plaatselijke overheid. Ik probeer de broeder ervan te overtuigen dat onze zoektocht niet vergeefs is geweest omdat er toch een paar Marta's gevonden zijn maar ik klink niet overtuigend genoeg; met een ijskoude blik laat hij me vertrekken. Met lood in de schoenen kwam ik binnen, met een steen op mijn hart kom ik weer naar buiten. De dagen kruipen voorbij. Een weekwisseling, dagen dat het gemeentehuis niet wil meewerken, en als er dan toch iemand bereid is gevonden in de gemeentelijke administratie na te gaan of er een Marta Sgarzi bekend is, dan levert die zoektocht niets op. Navraag over wie er ruim 25 jaar geleden in het appartementencomplex woonden is niet mogelijk, dat wordt niet allemaal bijgehouden. Het gevoel bekruipt me dat ik alles droom. Dat Marta alleen maar in mijn fantasie bestaat, dat ze een personage uit een boek is; niemand die van haar bestaan weet, omdat ze helemaal niet bestaat, en ook nooit bestaan heeft. IX 8 13

9 Het lijkt of ik de confrontatie met nieuwe feiten nog niet aandurf, alsof ik bang ben dat ik de magie van het moment kwijtraak in de tijd, het moment waarop ik een naam en een datum leerde. Onbegrijpelijk dat de ontdekking van een naam en een datum mij zo'n voldoening, zo'n gevoel van grote overwinning kon bezorgen. Ik koester het gevoel, durf niet te lezen, bang voor de ontdekking van meer, van ontluisterende waarheid. Toch begin ik te bladeren in de agenda. Bij de meeste dagen staat helemaal niets, een enkele keer staan er telefoonnummers in, soms namen van mensen die ik gekend heb, of adressen, maar wat hebben die adressen nu, 25 jaar later, nog te betekenen? Bij juni stopt de agenda. Tenminste, wat er geschreven is... juni de maand dat Marta verdween. Zouden er aanwijzingen staan rond de laatste dagen dat ze in haar appartement verbleef? Haar verdwijnen, haar afscheidsbrief, beide deden de achtergeblevenen denken dat ze haar afscheid zorgvuldig had voorbereid; geen overhaaste beslissing want ze had de postbezorging van haar eigen afscheidsbrief afgewacht en was daarna, zonder die te openen, vertrokken. Marta... wat moet er door haar heen gegaan zijn die laatste dagen in de poort naar het hofje? Waarom heeft niemand gemerkt dat het voor haar genoeg was? Marta... die altijd praatte maar nooit vertelde wat haar ten diepste bezig hield. Ik blader verder... sommige telefoonnummers komen meer dan eenmaal voor, sommige zijn doorgestreept, bij andere is een datum bijgeschreven alsof ze op een later datum belangrijk werden. Wat zou ik graag weten wie achter die telefoonnummers zaten. Zou ik proberen te achterhalen wie toen die nummers hadden? Bellen kan niet meer want alle nummers zijn in de loop van de jaren een of meer keer veranderd, mensen verhuizen, en bij de meeste nummers staat ook geen naam. Maar nu ik de naam en de datum wist, zou ik niet terug kunnen naar het kerkelijk archief? De volgende morgen ga ik met lood in de schoenen weer naar de stad, en word door dezelfde broeder binnengelaten als de vorige keer. Ik vertel hem dat ik naam en geboortedatum weet, maar geen geboorteplaats. VI Ik neem het laatje mee naar buiten, en laat het aan enkele bewoners zien. Weet iemand wie de eigenaar is? Nee, het komt niemand bekend voor en als ik aangeef dat het los in de kast tegen de scheve muur lag, wordt het de mensen duidelijk dat ik iets in handen heb waarvan niemand weet wie er ooit eigenaar van was geweest. Ik kon een juichkreet niet onderdrukken: Het is van mij, of eigenlijk van mijn opa, en misschien is het nog van mijn tante geweest! Dit wekte de nieuwsgierigheid van enkele vrouwen die tot dan toe quasi-ongeïnteresseerd over hun balkons of veranda's hadden staan kijken wie die vreemdeling toch wel kon zijn. Binnen een mum van tijd werd het laatje ruw uit mijn handen gerukt en op een tafeltje in de schaduw omgekeerd. Een halfverteerde lap stof, dito zakdoeken, klosjes garen, van die houten, van vroeger, met een dikke laag stof en kleverig ook, een oude blocnote, een dode muis (of was het een vleermuis?), een roestige schaar, aardewerk scherven, een boekje, krantenknipsels en een vieze kaars. Het boekje leek het meest interessante maar ik kreeg de kans niet om het te lezen, een van de vrouwen griste het weg. Het was een agenda uit met briefjes, knipseltjes, notities, sommige bladzijden weggescheurd om weer als notitieblaadje elders te dienen... of misschien wel om geheimen uit de tijd te laten verdwijnen uit de tijd dat Marta nog leefde. 'Mag ik die agenda eens zien, in 1977 heb ik hier gewoond!'. Maar elke aanwijzing die ik gaf dat de agenda eerder bij mij dan bij hen hoorde werd door de vrouwen opgevat als argument om nog zorgvuldiger en aandachtiger te gaan lezen. Hun nieuwsgierigheid was geprikkeld, en het leek alsof ze me niet eens hoorden. In hopeloos ongeduld begon ik in de blocnote te bladeren, maar die bestond, na het voorblad, alleen uit lege velletjes. Behalve achteraan, onder het laatste blad, daar lagen losse velletjes met aantekeningen. Handgeschreven aantekeningen, in het handschrift van iemand die nooit les in schoonschrift had gehad. Kon Marta schrijven? Ik groef in mijn herinnering, maar ik zou het niet eens geweten hebben. Kon dit het handschrift van Marta zijn, of van opa Falegname? Nee, opa schreef 12 9

10 altijd alleen maar met potlood, zoals elke timmerman. En toch... het leek of opa deze briefjes wel zelf had geschreven. De inhoud stelde niet veel voor: een adres, ergens, met een tijdstip er bij, Via Maronne, half vijf. Geen datum, geen huisnummer, nog geen jaartal te achterhalen. Of een telefoonnummer, uit de tijd dat 5 cijfers hier genoeg waren, en dan zelfs geen naam er bij van wie het was. Maar ook een krantenknipsel uit een heel bijzonder artikel uit het plaatselijke krantje... een klein knipseltje waarin staat dat ik - Fabrizio Lanfranchini, zoon van de tunnelbouwer een studiebeurs heb gekregen om 'Mecanica' te gaan studeren in Delft, Olanda. Ongelofelijk! Mijn naam, met een streep er onder, een balpenstreep onder mijn naam! Met opgelegde kalmte vraag ik de anderen of ze nu naar mij willen luisteren. Ik laat ze mijn rijbewijs zien, met mijn naam, en het krantenknipsel, met dezelfde naam. Het lijkt als in een film,waar een undercoveragent op het moment supreme zijn penning laat zien. De vrouwen staan op en laten alles op het tafeltje liggen, ze lopen zelfs een stap achteruit. Met een haast vanzelfsprekende waardigheid berg ik alles in het laatje, de agenda onderop, en geef - alsof ze dat ooit gedaan zouden hebben - opdracht om niets uit de opslagruimte weg te gooien. Alsof het een collectie juwelen is neem ik het laatje voorzichtig mee naar de auto. Stilzwijgend staren de bewoners van het appartementencomplex mij na. Eenmaal op mijn logeeradres, waar ik zo onopvallend mogelijk het laatje mee naar binnen neem, sluit ik de deur achter mij. Eindelijk alleen met de agenda, met geheimen van 25 jaar geleden, toen ik nog niet half zo oud was als nu. De agenda was een groot exemplaar, met een slappe, kunstleren kaft. Slap... misschien omdat het karton waar het kunstleer overheen geplakt was, verteerd was. Terwijl ik er doorheen bladerde, gewoon bladerde, zonder specifiek iets te zoeken of te willen vinden, maar alleen om de vondst van de agenda op mij in te laten werken, zag ik dat er voornamelijk een hoop namen in waren VII opgeschreven. Namen van mensen die ik kende, mensen die ook in het appartementencomplex woonden, namen ook van mensen die ik niet kende. In het zelfde kriebelige handschrift als op het briefje uit het kladblok, het handschrift dat leek op dat van mijn opa, maar omdat het met pen geschreven was, zeker niet van hem afkomstig. Mijn fantasie nam me weer mee. Marta, die misschien een onecht kind van mijn opa was, die als kind bedelend door de wereld ging, die nooit naar school was geweest... zou opa haar later hebben leren schrijven, in hetzelfde kriebelige handschrift als dat van hemzelf? Leek daarom dit handschrift zo op dat van opa? Ik liet de bladzijden los. Op de titelpagina bleef de agenda open liggen. Ook hier een paar losse blaadjes, krantenknipsels over de aanleg van de spoorlijn door het dal en over het ongeluk met de motorfietser die op een onwaarschijnlijke plaats tegen de rotswand was aangekomen, over het eeuwfeest van de harmonie... ik sloeg de bladzij om en las... las... las voor het eerst wat bij mijn weten niemand ooit had geweten. Daar stond een naam als eigenaar van de agenda, Marta Sgarzi! Een geboortedatum... 3 juni 1923, bijna tien jaar ouder dan ik had gedacht. En als woonadres Piazza Vittore, het adres van het appartementencomplex. Het gaf mij het gevoel alsof ik was thuisgekomen. Zo heb ik een paar uur zitten dagdromen, zonder verder te lezen in dit wonderlijke document, de poort naar het verleden, naar de wijze vrouw die ik zo graag nog eens had willen spreken... nu ik ouder ben dan ik dacht dat zij toen was. Maar ze was toch ouder dan ik vermoedde, al ruim in de vijftig... met zwart haar, en hier en daar grijs dat op de loer ligt. De vrouw die in het niets verdween... VIII Al dagdromend begin ik nu, veel minder nieuwsgierig dan de omstandigheden zouden vereisen, wat ongecontroleerd in de agenda te bladeren

11 'Je hebt veel ontdekt, en dat die kapelaan is afgezet verbaast me niets, maar ik had het nooit gehoord. Wel weet ik iets anders van hem. Als je zo veel weet moet je dit ook horen: Die kapelaan was volgens Marta helemaal geen echte kapelaan. Het verhaal gaat dat hij destijds aktief was in de onderwereld. Toen destijds vanuit Milaan een nieuwe kapelaan werd afgezonden naar onze parochie, is de arme man door struikrovers overvallen. Ze hebben hem uitgehoord en daarna laten verdwijnen. God hebbe zijn ziel. Een van de overvallers heeft zijn kleding en identiteit overgenomen en is als kapelaan Sgarzi in onze parochie gekomen, met de originele aanbevelingsbrief van de vermoorde Sgarzi. Binnen de kortste keren beweerden twee vrouwen van hem in verwachting te zijn waarna hij ze beiden bezworen heeft dat ze hun leven lang zouden zwijgen over alles wat ze wisten. Daarna is hij verdwenen, en ik kan me niet voorstellen dat dat pas aan het einde van dat jaar zou zijn geweest. Ze zullen hem wel bij verstek hebben uitgeschreven of zo, want volgens Marta zei opa dat de kapelaan vrijwel meteen na de doop van Marta was verdwenen, en Marta is in juni geboren, dus ze zal ook wel in juni gedoopt zijn'. Had oma bij de doop de omertà verbroken? Een wonder dat ze het er levend heeft afgebracht. Of misschien heeft 'Sgarzi' haar de zwijgplicht pas opgelegd na de doop. Zia Ancilla vervolgde: 'In elk geval was het incident met die zogenaamde kapelaan een regelrechte verklaring voor het verdwijnen van een aantal zilveren bekers uit de kerk. En je vroeg me daarnet wie Marco was. Marco, dat is het andere kind dat door diezelfde man verwekt is. Hij was ongeveer even oud als Marta, en werd vrijwel meteen verstoten door zijn moeder, een meisje nog. Daarom heeft opa zich over hem ontfermd. Opa was goed, en zo zachtaardig, hij kon dat leed niet aanzien. Oma was er vaak boos om, maar ik herinner me nog, terwijl het heel niet voor mijn oren bestemd was, dat hij zei dat die kinderen er niets aan kunnen doen dat ze geboren zijn. Maar oma bleef altijd maar afstandelijk. Zelfs tegen haar eigen Marta die ze gewoon op straat heeft gezet. En Marco natuurlijk ook.'. De kopie van de afscheidsbrief zelf viel meteen op. Het bekende ouderwetse, getekende handschrift, vol fouten. 'Niemand mag mijn verleden horen. Niemand mag ik vertellen wie ik ben.' Ik kan mij niet bedwingen... ik begin zacht te huilen. Heb ik niet honderd keer gezegd 'Marta die altijd praatte en nooit vertelde'? Blijkbaar mocht ze niet vertellen over haarzelf. Is dat haar grootste verdriet geweest, dat ze haar identiteit niet mocht prijsgeven, niet mocht vertellen wie ze was? Ik las verder... 'Alleen PAPA, lieve PAPA, hij is goed voor mij geweest. Gedaan of ik zijn eigen kind was, en niet van de man die zich vergreep aan moeder die al zo lang dood is. Maar nu PAPA ook niet meer leeft mag ik met niemand meer praten. Ik haat Sgarzi, ik haat mijn naam, ik haat en kan niet vergeven. Ik wil dat Sgarzi dood is en niet PAPA. Ik heb alleen een stille plaats in dit leven gehad, een leven onder de Omerta Camorra. Het verdriet is genoeg, de tijd is genoeg, ik ga en wil niet gevonden worden. Zoek mij niet, morgen ben ik er niet meer'. Langzaam drong de werkelijkheid tot mij door. Marta was niet een echte dochter van mijn opa, van Nonno Falegname, maar hij is haar pleegvader geweest, heeft zich over dit kind-van-verkrachting ontfermd. Wie zou die 'Sgarzi' geweest zijn wiens naam zij heeft moeten dragen? Zou hij haar ook tot zwijgen gedwongen hebben, met de eed van zwijgplicht van de Mafia, de Omerta Camorra? Waarom had de politie destijds deze details uit de afscheidsbrief verzwegen? Omdat de Camorra taboe was om over te spreken? Wist de politie wie de genoemde 'Sgarzi' was, de verkrachter van... van... zou mijn oma... mijn oma... zou Marta dan niet een dochter van mijn opa, maar van mijn oma zijn geweest? De brief sprak over 'mijn moeder die al zo lang dood is'... en oma is maar net 40 jaar oud geworden. En iedereen heeft de Omerta in acht genomen. Pas nu, 25 jaar later, komt de waarheid aan het licht. Nog diezelfde middag rijden Mariantonietta en ik naar het kerkelijk archief. Ik zeg dat ze me ergens in een cafeetje wel terug kan vinden. Een uur of twee later komt ze aan, ze ziet er vermoeid uit. Ik bestel een grappa voor haar. 'Je hebt niets teveel gezegd, die broeder is niet welwillend, en na nu zal hij dat ook nooit meer zijn. Sgarzi is hier kapelaan geweest... en in het register stond Marta genoemd. 3 juni 1932, als dochter van oma en 'geen 40 21

12 vader'. Op 4 juni is ze gedoopt, en erbij staat dat oma 'kapelaan Sgarzi noemde als vader'. Op dat moment was de archivaris geschokt, want de geestelijkheid was beschuldigd van overspel. Met een koele blik en ijzeren hand heeft hij mij naar buiten gewerkt.' Verdoofd staren we elkaar aan. Marta's geheim is geen geheim meer. Een schijnkapelaan, vooruitgeschoven post van de Zuiditaliaanse onderwereld, had zich vergrepen aan mijn oma, en opa had zich over dit kind ontfermd, haar behandeld alsof ze zijn eigen kind was, maar zo in het geheim dat mijn moeder - Marta's halfzus - er nooit iets van heeft gemerkt, of heeft laten merken. Een leven lang heeft de schaduw van die werkelijkheid Marta achtervolgd, en 25 jaar waren er nodig om de oorzaak van die schaduw aan de oppervlakte te krijgen. Marta, niemand die wist waar ze vandaan kwam, Marta, niemand die wist of ze getrouwd is geweest, Marta, niemand die wist of ze weduwe was, bemind is geweest, misbruikt is geweest, ziek is geweest, broers of zussen of enige andere familie heeft gehad. Marta, niemand die haar ooit heeft horen klagen, Marta, eigenlijk was er niemand die wist wie ze was. Marta, niemand die er zelfs maar aan heeft dacht om het haar te vragen. Ze was er gewoon. Altijd. Vragen die mij een kwart eeuw lang, soms heftiger, soms minder heftig, bezighielden. Vragen... antwoorden nu. Marta... waar je ook heen gegaan bent... rust in vrede! onder de zwijgplicht valt. Marco is geen familie, maar... eh... ik vertel wel veel, maar wat weten jullie dan?' Kort vat ik samen: 'In 1931 komt er een nieuwe kapelaan naar Varese, die heeft op een gegeven moment een kind verwekt bij oma, de kapelaan wordt daarop uit zijn functie gezet. Het kind dat wordt geboren, krijgt bij de doop de achternaam van de kapelaan, en eind 1932 verdwijnt de kapelaan met de noorderzon. Later komt Marta weer in beeld als conciërge in het appartementencomplex waar wij wonen met pa, ma en opa. Opa heeft een goede band met Marta, die hij lijkt te aanvaarden en te behandelen als zijn eigen kind. Blijkbaar heeft hij haar verteld wie ze is en waarom er levenslange zwijgplicht is vereist. Nadat opa is overleden heeft ze geen enkele vertrouwenspersoon meer op aarde. Uit wanhoop verdwijnt ze, en we weten niet waarheen'. 'Ja, Fabri, Ja, je weet er heel erg veel van. Maar wat ik niet begrijp is hoe jij dit allemaal weet. De omertà is heilig, de omertà is voor het leven. Hoe kun je dit allemaal weten? Wie heeft je dit alles verteld? Wie heeft zijn zwigen verbroken? Zelf heb ik jarenlang alleen met Marta kunnen spreken, en jij weet dingen die ik niet eens weet. Vertel me meer, vertel me alles, alles!'. Zia Ancilla's stem klinkt gebiedend. 'Ik weet niet of het verstandig is u te belasten in die omertà, die zwijgplicht. Maar ik heb Marta altijd zo aardig gevonden, ze was streng, en toch aardiger dan mama. Ze was altijd geïnteresseerd, en daarom wilde ik weten wie zij was. Ik heb ooit haar agenda gevonden en zo weet ik haar geboortedatum. Iemand anders' (ik wisselde vrijwel onmerkbaar een blik met Mariantonietta) 'heeft voor mij in de doopregisters achterhaald wie Marta was, en daar stond bij dat de kapelaan werd aangewezen als de echte vader van Marta. Via allerlei omwegen hebben we gehoord dat die kapelaan daarna is afgezet en verdwenen. En nu ik weet dat ze eigenlijk onze tante is willen we alles weten over haar.' In de overgang van het ene naar het andere televisieprogramma was er even een stilte in de kamer. Niemand durfde ook maar één woord te zeggen, uit eerbied (of is het angst?) voor de zwijgplicht. Als de televisie weer schettert willen we alle drie tegelijk gaan praten. Maar zodra mijn zus en ik horen dat ook Zia Ancilla wil praten, zwijgen we meteen

13 Tante Ancilla knikt even met haar hoofd, ze zucht een paar keer, en zwijgt. Dan schudt ze weer eens, en zucht nog eens. Na nog een paar keer diep zuchten begint ze haar verhaal. VI Zia Ancilla zuchtte nog een paar maal. Ze was duidelijk heel nerveus. Ze nam nog een slok wijn, haalde diep adem, en begon: 'Ik kan me niet herinneren dat Marta geboren is, maar ik was ook pas twee-en-een-half. Het was natuurlijk een schande dat oma zwanger raakte, het kind heeft dan ook nooit een volwaardige plaats in ons gezin gekregen. Alleen opa deed altijd heel gewoon tegen haar. Oma schaamde zich er voor, ze heeft het kind dan ook altijd de achternaam van haar vader laten dragen, en zodra ze enigszins kon lopen en schooieren werd ze nauwelijks meer binnenshuis geaccepteerd. Ze is nooit naar school geweest, en ik herinner me dat opa en oma er wel ruzie om gehad hebben. Ik geloof vast dat opa jarenlang via een achterdeurtje er voor gezorgd heeft dat Marta en Marco niet omkwamen van de honger, en dat ze kleren kregen, maar ik denk dat ze met zes of zeven jaar al op straat waren gezet, nog voordat er oorlog kwam. Oma heeft Marta ook nooit verteld dat ze haar moeder was. Marta wist niet beter of ze was een vondeling, in het verborgene achter gelaten door een onbekende moeder, kind van een onbekende vader. In de oorlog moest opa in het leger, pas ruim twee jaar later kwam hij terug en al die tijd heeft Marta alleen maar de afwijzing van oma ervaren. Marta groeide helemaal weg bij ons vandaan. En wij kinderen wisten ook niet dat ze een halfzusje van ons was. Voor ons was Marta net zo'n gastkind als Marco, die ook wel eens bij ons kwam eten, ook een kind zonder ouders. En net als Marta sliep hij, als het koud was, ook wel eens bij ons.' Ademloos luisteren Mariantonietta en ik naar het verhaal, dat moeilijk te volgen is omdat de televisie zo nodig hard aan moet staan. 'Weet u wie dat jongetje was, die Marco die u steeds noemt?' vraagt Mariantonietta. 'Tonietta, waarom vraag je dat? Ik vertel over Marta, er is zo veel dat 38 23

14 'Marta... nu je het zegt, die zat hele dagen in de poort beneden. Hebt u daar nog wel eens van gehoord?' 'O, Marta, eh...'. Dezelfde aarzeling als eerder. Mariantonietta en ik zwijgen, en even later vervolgt tante Ancilla. 'Ja, weet je, ik heb niet zo lang aan de Piazza gewoond, maar later is ze vertrokken'. 'Dat heb ik toen ook gehoord, maar verder weet ik ook niet zo veel', vervolg ik voorzichtig. 'Maar hebt U nooit meer over haar gehoord, ze was als kind toch altijd bij opa en oma in huis geweest? Heeft ze nooit meer contact met u opgenomen?' bluf ik, verbaasd dat ik dit zomaar durf te zeggen. EPILOOG Marta's erfenis Op dat moment verslikt tante zich in de wijn, ze proest het uit, blijkbaar hevig geschrokken van wat ik heb gezegd. Nadat Mariantonietta haar een paar klopjes op de rug heeft gegeven, en de gemorste wijn met een doek heeft opgedept, draait tante zich naar mij toe en zegt zachtjes: 'Zet de tv nog wat harder, want ik weet niet wie hier kan horen wat je zegt'. Voordat ik zelfs maar kan opstaan heeft Mariantonietta al aan het verzoek voldaan. 'Fabrizio,' zegt Zia Ancilla, 'ik heb nooit geweten dat er mensen zijn die dit wisten. Hoe weet je dat dan? En weet je dan niet van de omertà? Wie heeft je dat verteld? Hoe lang weet je hier al van? En kan Mariantonietta hier wel bij zijn? Omertà. omertà, omertà, jongen! Omertà geldt voor het leven!' 'Tante, u stelt veel te veel vragen tegelijk, maar om te beginnen met Mariantonietta: zij weet alles wat ik weet, en wat de omertà betreft, die geldt niet voor mij, want zonder omertà, zonder zwijgplicht, zijn Mariantonietta en ik te weten gekomen wat we weten. U was een kind, een klein kind, toen oma in verwachting raakte van een vreemde. Dat kind groeide op, deels in verborgenheid als zogenaamd pleegkind van oma en opa, deels als verschoppelinge op straat, tot ze uiteindelijk als concierge en manusje-van-alles een plaats kreeg aan de Piazza. Jaren later, toen haar enige vertrouwenspersoon, opa, was overleden, is ze verdwenen, verdwenen in het niets, nu ruim 25 jaar geleden. En naar die Marta, naar haar verleden, zijn wij op zoek. En u bent de enige die wij kennen, die haar ook zo goed gekend heeft'

15 gesprek verder voeren straks lijkt me ook niet gemakkelijk. Tante Ancilla gooit toch weer roet in het eten. Misschien moet jij je intuitie maar gebruiken om het verhaal in de goede richting te sturen'. 'Nou', herneemt Mariantonietta, 'over pleegkinderen van oma moet je maar niet meer beginnen. Ik denk dat we straks gewoon verder moeten gaan met herinneringen ophalen, en dan toch gewoon Marta met name noemen'. Even later komen we met worst, ham, brood, meloen en verse vijgen weer het zorgcentrum binnen. Zia Ancilla heeft de televisie aanstaan en lijkt nauwelijks te merken dat we binnenkomen. Een of andere vervolgserie heeft haar blijkbaar volledig in zijn greep. Mariantonietta snijdt wat stukken brood af, legt worst en ham op tafel, en ik spoel de vijgen en snijd de meloen in twee helften. 'Heeft u ook witte wijn, Zia Ancilla?' 'O, vast wel, kijk maar in de koelkast'. Even later liggen er twee meloenhelften met een scheutje witte wijn in het kuiltje waar de pitten zaten. Volledig gefixeerd op de televisie eet tante zwijgend een paar stukken brood met salami. Als het programma is afgelopen krijgen we in geuren, kleuren en een overbodige weelde aan details te horen wat een spannende serie dit toch wel is. Na de nodige belangstelling aan de dag te hebben gelegd kan Mariantonietta weer een draai aan het gesprek geven. 'Vroeger hadden we helemaal geen tv hè, tante? Opa heeft nog nooit televisie gehad, en we hebben ons nooit verveeld. We speelden met elkaar, we hielpen de grote mensen, en in de zomer en in het najaar gingen we naar andere opa toe, helpen in de wijngaarden'. 'Ja', herneemt Zia Ancilla, 'de wijn die wij hier drinken komt nog altijd van diezelfde wijngaarden af, hier van de heuvels boven Varese. Aan het einde van de straat kun je in het café gewoon je flessen laten vullen.' Heerlijk, dit herken ik nog van mijn jeugd, en daaraan is dus nog niets veranderd. 'Zo was het vroeger ook al, tante, toen wij nog aan de Piazza woonden. Dat was een mooie tijd, weet u nog? Soms had iemand een schaap op de binnenplaats, dan weer zaten er een paar katten, en als je thuiskwam uit school moest je altijd aan Marta vertellen wat je had geleerd.' Quasi onschuldig haakt Mariantonietta aan

16 I Enige weken geleden was ik weer op bezoek bij Mariantonietta. Als vanzelf komt het gesprek op Marta, die dus in feite een half-tante van ons is. Tijdens mijn afwezigheid heeft Mariantonietta geprobeerd te achterhalen wie kapelaan Sgarzi zou kunnen zijn. De naam komt niet uitzonderlijk vaak voor, maar wel door heel Italië heen. Op een dag heeft ze, ondanks de zeer onwelwillende houding van de broeder archivaris van Varese, geprobeerd bij het kerkelijk archief te weten te komen wie kapelaan Sgarzi is. De ijselijke blik van de broeder wordt milder wanneer Mariantonietta heeft toegelicht dat Marta haar tante was, die een leven lang geleden heeft onder haar verleden, en dat zij om die reden duidelijkheid wil hebben over dat verleden. De uitkomst van de speurtocht is teleurstellend, maar vormt wel een bevestiging van wat eerder is ontdekt. De parochie kreeg in 1931, na het vertrek van de vorige kapelaan, een nieuwe broeder toegewezen vanuit het bisdom Milaan, kapelaan Sgarzi. Ruim een jaar later blijkt de kapelaan spoorloos te zijn verdwenen. Geen vermelding waar de kapelaan vandaan kwam, geen spoor van waar hij heen ging, maar de vermelding dat het bisdom Milaan de aanstelling van de kapelaan heeft verzorgd is wellicht een aanknopingspunt. De volgende stap is dan ook duidelijk. Er wordt contact gezocht met het archief van het bisdom Milaan, maar dat kan alleen via de broeder archivaris van Varese. Wanneer Mariantonietta een week later langs komt om te vragen naar de vorderingen dan weet hij niet meer te melden dan dat er bij Varese geen vermelding is van enige kapelaan Sgarzi. Wel de kapelaan die in 1931 is vertrokken wordt in de boeken vermeld, ook de kapelaan die begin 1933 is aangesteld is in de archieven opgenomen, maar de tussenliggende periode blijft onvermeld. 'Maar ik heb wellicht nog een kleine aanvulling voor u', sprak de broeder tot Mariantonietta. 'Door uw verhaal ben ik geïnteresseerd geraakt in deze geschiedenis; ik ben persoonlijk naar Milaan gereisd om het archief te bestuderen. Wat ik daar zag heeft mij verbaasd. Het dossier dat ik geraadpleegd heb is een gebonden cahier, waarin telkens een gehele bladzijde tegelijk wordt gereser- 'Nu ik dat betaald heb hoef ik de jaren daarna de zorg niet meer te betalen, tenzij ik in de ziekenboeg kom. En dat wil ik niet voordat ik honderd word. Stel je voor, ik betaal 5 jaar zorg, en zij moeten nog meer dan 20 jaar betalen om voor mij te zorgen, haha. Alleen zitten er hier zo veel oude mensen die zeuren. Schenk maar wat wijn in, daar blijft een mens gezond van, en dan doen mijn heupen ook minder pijn.' V Terwijl we zo rond de wijn verder keuvelen onderbreekt Zia Ancilla ineens zichzelf. 'Ik heb niet genoeg eten in huis, en jullie blijven hier toch nog wel even?' Bijna tegelijkertijd staanmariantonietta en ik op. 'We gaan even de benen strekken; fruit en worst?' 'Ja, en kijk ook maar of ze brood hebben, maar de worst moet je wel bij de slager halen en niet bij de supermarkt want dan zit het in plastic en dan weet je nooit wat er in zit. Maar fruit kun je wel bij de supermarkt halen want het is hetzelfde fruit en vaak nog goedkoper dan bij Mario hier om de hoek'. De enorme stortvloed aan woorden is weer niet te stuiten. Langzaam lopen we naar de deur en roepen dat we er wel uit komen, we zijn zo terug! Eenmaal buiten - het regent nog steeds, al is het minder heftig - kijken we elkaar aan. 'Ze weet meer, hè? Dat kan niet missen. Maar ze klapte dicht toen ik verder naar die pleegkinderen vroeg!' 'Ja,' zegt Mariantonietta, 'daarom ging ik maar meteen op een heel ander onderwerp over, want anders had ze helemaal niets meer gezegd. Maar ja, we kunnen ook niet straks weggaan en zeggen dat we morgen of zo weer terug komen. Voor ons zou dat heel mooi zijn, maar voor haar zou het argwaan wekken'. 'Ik hoop ook niet dat we nog vaak bij haar op bezoek gaan,' zeg ik. 'Wat een achterdocht, wat een vooroordelen, en wat is ze zelfverzekerd. Honderd jaar wordt ze. Arm personeel daar, je zal zo'n praatziek vrouwtje nog 27 jaar moeten verzorgen. Trouwens, een plan opstellen hoe we het 26 35

17 'Ja, opa was een gelukkig mens', viel Zia Ancilla in de rede. 'Hij heeft altijd goed voor ons gezorgd toen oma was overleden. Oma is maar 40 jaar geworden, dat weet je wel, toch? De vreselijke ziekte heeft haar veel te vroeg van ons weggehaald, maar opa is altijd heel goed voor ons geweest. Hij heeft echt zijn best gedaan om voor ons te zorgen. Maar hij leeft ook al 26 jaar niet meer.' 'Tante Ancilla, kunt u zich nog herinneren dat oma leefde? Woonde u toen ook al aan de Piazza?'. 'Nee, nee, we woonden in een heel ander huis, maar toen oma overleed wilde opa niet meer blijven wonen in dat huis. We woonden eerst in een heel andere wijk in Varese. Maar oma was een moeilijke vrouw, ze werkte van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, als het nodig was op het land, en tussendoor als wasvrouw, en dan de kinderen om haar heen, je moeder, je oom Tomaso, en ik, en ook soms een paar pleegkinderen die regelmatig bij ons waren'. Ik schoot naar het puntje van mijn stoel. Pleegkinderen! 'Bedoelt u dat er andere kinderen in huis woonden, of waren ze er alleen overdag?' pols ik voorzichtig. 'O, eh,' even aarzelde Zia Ancilla. 'Eh, ik weet het eigenlijk niet precies. Nee, ja, kinderen eten wel vaker bij iemand anders als het zo uitkomt'. Het is duidelijk dat Zia Ancilla probeerde van het onderwerp af te komen. Zou dit betekenen dat ze er meer van wist; dat ze er eigenlijk helemaal niet over wil praten? 'Tante', valt Mariantonietta in, en gooit het gesprek over een heel andere boeg. 'Ik wist helemaal niet dat u verhuisd was!' Dit is genoeg om Zia Ancilla haar rappe spraakwaterval weer op gang te brengen over de snelle opmars van de nieuwbouw die alleen maar voor luidruchtige buitenlanders uit de grond gestampt wordt, en die zo veel geld neertellen dat de plaatselijke bevolking geen voet meer aan de grond kan krijgen. Drie maanden geleden is haar huisje met de grond gelijk gemaakt, en voor de grond, waarop dat huisje stond, kreeg ze meer geld dan er nodig was om een appartement in het rusthuis te kopen en vijf jaar vooruit alle zorgkosten. veerd voor een bepaalde parochie, met verwijzingen naar bladnummers in een ander cahier waarin de gebeurtenissen chronologisch zijn geordend.' Mariantonietta raakte onder de indruk van de zorgvuldigheid waarmee de kerkelijke administratie gevoerd werd. 'Maar wat kunt u daaruit dan herleiden als de tussenliggende periode niet vermeld wordt?' De archivaris werd enthousiaster dan hij zich tot nu toe ooit had getoond. 'De bladzijde die het vertrek van de vorige kapelaan in 1931 vermeldde, is afgesneden onder de regel waarin zijn vertrek staat opgetekend. Bijna een halve pagina in dat cahier is zorgvuldig verwijderd, en de nieuwe kapelaan van 1933 staat bovenaan een nieuwe bladzijde, een eind verderop in dat cahier. Het lijkt er dus op dat op die onderste helft een vermelding heeft gestaan die moedwillig uit het archief verwijderd werd. Maar boeiender is het cahier waarnaar telkens verwezen wordt. Daarin heb ik na lang zoeken de heen-en-terug verwijzing gevonden die bij de verwijderde bladhelft heeft gehoord. Met andere woorden, de bladzijde in het parochiecahier is wel, in het chronologische cahier niet verwijderd. Dat kon ook niet, want die bladzijden waren volgeschreven met allerhande officiële gebeurtenissen binnen het bisdom Milaan.' Op bijna samenzweerderige toon liet de broeder archivaris zijn stem zakken, en vervolgt: 'De eerste verwijzing luidde eenvoudig '18 augustus 1931 Sgarzi, Giovanni (1905), Kapelaan van Milaan naar Varese', gevolgd door cahier- en bladnummer van de afgesneden bladzijde. De tweede verwijzing was nog beknopter, en luidde alleen '1 juli 1932 Sgarzi, Giovanni (1905)' gevolgd door hetzelfde cahier- en bladnummer.' Mariantonietta leek teleurgesteld. 'Hiermee heeft u toch niets nieuws gevonden, dit weten we toch allemaal al?' Op dezelfde zachte toon vervolgde de archivaris: 'Neen, hier zijn het niet de woorden die spreken, maar de woorden die zwijgen. Of beter, de ontbrekende woorden die spreken. Want bij alle officiële handelingen die worden geboekstaafd in onze archieven vermelden we niet slechts de naam, maar ook de plaats die de betreffende persoon in de Heilige Kerk heeft of krijgt. En juist dat laatste wordt verzwegen bij de laatste verwijzing. Giovanni Sgarzi heeft bij de tweede verwijzing geen plaats meer in de Heilige Kerk. Hij wordt vermeld als ware hij een leek in onze Kerk. Dit bracht mij op de gedachte dat Giovanni Sgarzi van de Kerk is los

18 gemaakt in de periode dat hij kapelaan bij ons in Varese was. Het is een smet op het blazoen van onze Heilige Kerk, maar ik moet erkennen dat een vermelding daarvan in het chronologisch archief is opgenomen. Bij de datum van 31 december 1932 staat summier vermeld 'Sgarzi, Giovanni (1905), voorheen kapelaan te Varese, onbekende bestemming, geen aanbevelingsbrief' '. Het was duidelijk dat de broeder archivaris alles in het werk had gesteld om gegevens over Giovanni Sgarzi terug te vinden, maar veel meer dan een bevestiging van wat we al wisten of konden vermoeden leverde het niet op. Ademloos had ik geluisterd naar het relaas van mijn zus. Het feit dat Sgarzi van de kerk is losgemaakt doet in elk geval vermoeden dat hij iets gedaan heeft dat niet in de haak was. Dit wordt ook weer bevestigd doordat hij uit het bisschoppelijk archief over Varese is wegesneden. Maar alleen zijn geboortejaar, zijn voornaam en zijn vertrek zonder geloofsbrieven en met onbekende bestemming bieden geen aanknopingspunten om verder iets of iemand te achterhalen. Maar Mariantonietta's ogen glinsteren meer dan wat hoort bij de beperkte resultaten van haar archiefbezoek. II Mariantonietta's ogen glanzen, hoewel het speurwerk van de broeder archivaris feitelijk alleen de eerdere vermoedens ondersteunt. Enthousiast vertelt ze verder: 'Wat ben ik blij dat je Marta's agenda hier had achtergelaten. Ik heb er in zitten snuffelen en op een gegeven moment heb ik waarschijnlijk een heel boeiende ontdekking gedaan al heb ik geen idee wat ik er mee aan zou moeen. Je weet dat er veel telefoonnummers waren opgeschreven, meestal op de datum-bladzijden. Ik denk dat het vooral namen en nummers zijn om mensen terug te bellen. Misschien voor Marta zelf, misschien voor iemand anders. Maar voorin, op de binnenkaft, stond ook nog een telefoonnummer, het met jou? Leuk dat je langs komt. Hoe gaat het met de kinderen, en met Enrico? Paste dat jurkje wat ik je laatst heb meegegeven voor jouw Ancilla? Ja, dat blijft toch m'n liefste petekind, jouw Ancilla. Ik blijf je nog steeds dankbaar dat jouw dochter naar mij is vernoemd'. En zo ging tante Ancilla nog even door. Ze leek nauwelijks meer in me geinteresseerd, maar praatte meteen honderduit met Mariantonietta. Nou ja, praatte... ze vuurde de ene vraag na de andere af, en wachtte totaal niet op enig antwoord. Misschien was ze alleen maar blij dat ze eindelijk iemand zag waartegen ze kon praten. En dat ze vooringenomen was tegen mij... misschien ging dat ook nog wel over. Even later krijgt Mariantonietta de kans om een paar keer wat terug te zeggen, om wat antwoorden te formuleren op de vragenkanonnade van Zia Ancilla. Maar van een gestructureerd gesprek zoals we ons tijdens de lunch hadden voorgenomen komt niet veel terecht. Maar Mariantonietta heeft toch langzamerhand de leiding over het gesprek in handen. Ze stuurt het gesprek ongemerkt naar mij, geeft de vraag aan wat ik in Italie kom doen. Ze zegt zelfs voorzichtig dat ik wel erg onaardig begroet werd alsof ik alleen maar de erfenis kom ophalen. 'Nou, ik denk dat Tonietta wel gelijk heeft, want het is al lang geleden dat je hier geweest bent. Woon je weer hier in de buurt? Waar woon je nu precies? Kon je het niet uithouden in het koude Nederland? Nou, ik geef je groot gelijk want je vaderland is toch het mooiste dat er is, nietwaar? Heb je ook weer werk hier in de omgeving?' Poeh poeh... wat een stortvloed aan vragen, onjuiste veronderstellingen en vooroordelen. Hoe moet je daar nu mee omgaan zonder tante Ancilla tegen de weinige, witte haren te strijken. Ik probeer voorzichtig aan te geven hoe de vork in de steel zit: 'We zijn een paar weken hier op vakantie, want wat u zegt, het vaderland trekt toch altijd weer. We zijn op vakantie in een klein pensionnetje in Chiasso, net over de grens in Zwitserland, vlak bij Mariantonietta en Enrico. Onze kinderen slapen bij hen thuis, en mijn vrouw en ik zitten in het pensionnetje. En als we dan toch in de buurt zijn is het wel heel fijn om ook de familie te kunnen bezoeken. Net als vroeger, toen we elkaar elke week wel een paar keer zagen, weet u nog? Toen woonde opa nog bij ons, opa die altijd aan het houtsnijden, timmeren en zagen was'

19 Na enkele minuten besluiten we maar en huis verderop te proberen. Vrijwel meteen horen we een stem aan de andere kant van de deur. 'Was ist? Wer da?' Blijkbaar wonen hier dus Duitsers, of ze hebben her een tweede huis. Vreemde gewoonte om niet de deur te openen maar gewoon door de deur heen te schreeuwen. In mijn beste Duits, en gehinderd door het feit dat ik door een deur heen moet schreeuwen, probeer ik duidelijk te maken wat we willen weten. De deur gaat open, en de man verontschuldigt zich omdat hij dacht dat wij de zoveelste groep op andermans inventaris beluste zwervers waren. Nee, hij kan ons niet verder helpen. Als hij Mariantonietta's auto met het Zwitserse kenteken ziet staan begint de man een heel verhaal. Dat hij ook Zwitser is, uit Zurich komt, en een tweede huis heeft gekocht via een intermediair. Nee, wie hier eerst woonde, wist hij niet. Nadat we beleefdheidshalve zeker een kwartier over niets hebben staan praten nemen we afscheid, en lopen een stukje de berg af naar een van de oude huizen. Die mensen zullen ons vast verder kunnen helpen. Inderdaad, nog geen 10 minuten later weten we waar Zia Ancilla woont. In een rusthuis, in Varese, tobbend met haar heupen en daardoor slecht ter been. Zo snel als de modderige bergweg toestaat keren we terug naar Varese en vinden al snel het opgegeven adres. IV In de nog altijd neergutsende regen komen we aan bij het rusthuis in Varese. Al snel hebben we Zia Ancilla gevonden. We herkennen elkaar vrijwel onmiddellijk, ook al heb ik haar misschien waarschijnlijk al meer dan 10 jaar niet meer gezien. 'Zo, Fabri, kom je weer eens bij je tante langs? Hoop je wellicht om met dit bezoekje een plaatsje in het testament te krijgen? Nou, ik moet je teleurstellen, want ik wil honderd worden. Honderd, hoor je dat? Ens dan heb ik nog minstens 27 jaar te gaan. Zevenentwintig jaar, hoor je dat? Nou ja, eigenlijk 26 en een paar maanden, maar dat duurt nog heel lang. Dus als je daarom gekomen bent kun je net zo goed weer gaan. En Tonietta, hoe gaat en daarin heeft Marta een schrijffout verbeterd die we van haar al kennen: ze heeft twee cijfers verwisseld, maar nu heeft ze ze doorgestreept en in de goede volgorde er weer bij gezet. Dat zelfde telefoonnummer staat ook nog een keer bij eind juni, maar dan in een keer goed geschreven. Nu moet jij maar eens kijken naar dat nummer, of je er iets bijzonders aan ziet'. Ze pakte de agenda, en sloeg de binnenkaft open. Niets bijzonders, negen cijfers, maar onmiskenbaar in Marta's handschrift, meer getekend dan geschreven. Verder zag ik geen bijzonderheden. Mariantonietta ratelde verder: 091, dat kan twee dingen betekenen, want dat is het netnummer van Palermo op Sicilie, maar het is ook het netnummer van de streek hier in Zuid Zwitserland. En allebei waren die in 1977 al in gebruik. Ik heb ze gewoon geprobeerd te bellen, zowel in Italie als hier in Zwitserland, maar ze geven geen gehoor. Ook wel begrijpelijk als je beseft dat Palermo grotendeels, en Zuid-Zwitserland volledig 10-cijferige nummers heeft. Dan is negen cijfers gewoon te weinig. 'Alweer een dood spoor dus', onderbreek ik haar enthousiaste verhaal. Verbouwereerd moppert Mariantonietta: 'Al je het niet had onderzocht had je geen duidelijkheid gehad. Nu weten we tenminste waar we wat aan hebben, en ik geloof vast dat dat telefoonnummer, omdat het - zonder naam - in de binnenkaft staat en verderop in de agenda nog een keer voorkomt, belangrijk is. Ze heeft er ook een soort gezichtje bij getekend, een simpel soort lachebekje. Kijk maar'. Ik keek, en zag inderdaad een gezichtje, maar verder geen naam of iets anders bij het telefoonnummer vermeld. 'En verder heb ik alle telefoonnummers uit de agenda op een rijtje gezet. Zodra er netnummers bij staan komt verder elk nummer nooit vaker dan één keer voor, en meestal met de naam van een bedrijf, dus dat nummer op de binnenkaft lijkt me het belangrijkste'. 'Zou het telecombedrijf ons verder kunnen helpen bij het achterhalen van zo'n telefoonnummer?' vraag ik. 'Misschien weten zij hoe de korte telefoonnummers zijn omgezet in lange nummers?'. 'Fratellino'

20 Oei. Als Mariantonietta 'fratellino' (broertje) tegen me zegt, dan moet ik op mijn hoede zijn, dan heb ik haar beledigd: 'Fratellino, denk je dat ik dat zelf niet kan verzinnen? Natuurlijk heb ik dat ook gedaan. In Palermo is dat nooit gebeurd, daar worden lange en korte nummers door elkaar gebruikt, en dit nummer heeft er nooit bestaan, omdat het het eerste deel van een langer telefoonnummer is'. Mariantonietta ratelde maar door: 'En hier in de regio hebben alle toenmalige nummers er een zes voor gekregen. Maar als ik er een zes bijzet, dan is het telefoonnummer in gebruik bij een bedrijfje in elektronika dat pas een paar jaar geleden in Mendrisio, een klein stadje hier in de buurt, is gevestigd. En niemand heeft me op weg kunnen helpen bij het traceren van vroegere eigenaren van dat nummer. Dus je ziet, ik heb mijn best gedaan, maar wie weet lopen we wel achter een schim aan'. 'Nee,' zeg ik, 'ik geloof - net als jij me zojuist vertelde - dat dit telefoonnummer voor Marta heel belangrijk is geweest. Moet je eens kijken hoe zorgvuldig ze alle cijfers nog eens heeft overgetrokken. En hoe nadrukkelijk ze de correctie van de verwisselde cijfers heeft uitgevoerd. Alleen... hoe moeten we hiermee verder?' 'Trouwens', vervolg ik, 'Jij hebt heel veel werk verzet tijdens mijn afwezigheid, maar ik heb ook niet helemaal stilgezeten. Nou ja, eigenlijk wel, in de schommelstoel thuis, en daar heb ik zo wat zitten bedenken'. III 'Moet je horen', zeg ik tegen mijn zus, nadat we tot de slotsom gekomen zijn dat het telefoonnummer ons niet verder kan helpen. 'In gedachten had ik steeds dat Marta een kind van oma was voordat ze met opa getrouwd was, maar dat kan helemaal niet'. 'Nee', zegt ze, 'Maar dat heb ik toch nooit gezegd? Wat wil je daar mee zeggen dan?'. Nu is het mijn beurt om met nauwelijk verholen trots het resultaat van mijn denkwerk ten toon te spreiden. 'Nou, oma moet dus zwanger geweest zijn van de kapelaan in de tijd dat er al kinderen van opa en oma geboren waren. Tante Ancilla moet ergens van eind jaren twintig zijn, die zal wellicht bewust meegemaakt hebben dat oma in verwachting was of dat er een zuigeling in hius was. Volgens mij moeten we gewoon eens met tante Ancilla gaan praten. Ze woont bij mijn weten nog steeds net buiten Varese. Zullen we ze vanmiddag of vanavond eens gaan opzoeken?' 'Dat is inderdaad een verrassende gedachte. Dat Marta verwekt was terwijl oma getrouwd was, was mij allang duidelijk. Maar tante Ancilla... het is een stugge dame maar wie weet. Ze moet wel in de zeventig zijn, en als we niet al te opzichtig aardig doen - want dat valt op - moet je best met haar kunnen praten. De aanleiding voor ons bezoek zal dan jouw vakantie hier zijn. Akkoord?' Ik stem in, en zit al te popelen om te vertrekken. Tijdens de maaltijd bespreken we de aanpak van het gesprek: Rustig vertellen over mijn leven in het verre Nederland, over mijn vrouw en onze kinderen, en dan herinneringen aan vroeger ophalen waarbij Marta zijdelings in het gesprek ingevoerd kan worden. De lucht is donker grijs, de regen stroomt met bakken tegelijk uit de hemel. De wereld ziet er troosteloos uit, en in mijn buik heb ik een gevoel van spanning, angst en verwachting tegelijk. Met de ruitewissers op volle snelheid rijden we langzaam door Varese heen, het stadje uit en de bergen in. Op de glimmend blubberige weg kruipt de auto langzaam omhoog, maar na laatste bocht zijn we allebei verrast. De weg wordt breder, ziet er ook nieuwer uit, en er staan allemaal nieuwe huizen, die wel bewoond maar nog niet afgebouwd zijn; opgetrokken uit rode snelbouwblokken. De oude zalmen-creme gepleisterde huisjes die hier stonden zijn weg. Het is duidelijk dat tante Ancilla hier niet meer woont. Haar huis is weg, en het hele gebied is volgebouwd met nieuwe huisjes. We besluiten om bij het huis dat volgens ons het dichtst bij tante Ancilla's huis is gebouwd, gewoon aan te bellen en te informeren. In de stromende regen lopen we rond het grote huis. Geen bel of klopper op de voordeur, geen zij-ingang waar je door naar binnen kunt, dus we bonzen maar op de deur. Er gebeurt niets, en even later kloppen we nog eens op de deur en tikken op een van de ramen waar de luiken open staan

Ik moet zo maar opeens terugdenken aan Marta, de vrouw die al oud en tandeloos was in mijn vroegste jeugd. Althans, in mijn herinnering.

Ik moet zo maar opeens terugdenken aan Marta, de vrouw die al oud en tandeloos was in mijn vroegste jeugd. Althans, in mijn herinnering. MARTA I Ik moet zo maar opeens terugdenken aan Marta, de vrouw die al oud en tandeloos was in mijn vroegste jeugd. Althans, in mijn herinnering. Zie ik haar op een foto uit die tijd dan is het gewoon

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt.

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt. Hoofdstuk 1 Zullen we deze ballonnen nog aan de lamp hangen? Vragend kijkt Rianne Jochem aan. Is goed, mompelt haar stiefbroertje zacht. Hé, wat is er? vraagt Rianne verbaasd. Vind je de slingers niet

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn

Nadere informatie

Pannenkoeken met stroop

Pannenkoeken met stroop Pannenkoeken met stroop Al een maand lang zegt Yvonne alleen maar nee. Heb je je best gedaan op school? Nee. Was het leuk? Nee. Heb je nog met iemand gespeeld? Nee. Heb je lekker gegeten? Nee. Heb je goed

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

www.queridokinderboeken.nl

www.queridokinderboeken.nl www.queridokinderboeken.nl Copyright 2013 Joke van Leeuwen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen. De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.

Nadere informatie

Jij bent nog onbeschreven en nog geen groot verhaal jij blaakt alleen van leven dat in jou ademhaalt.

Jij bent nog onbeschreven en nog geen groot verhaal jij blaakt alleen van leven dat in jou ademhaalt. Jij bent nog onbeschreven en nog geen groot verhaal jij blaakt alleen van leven dat in jou ademhaalt. Jij kunt geen mensen haten en doet geen ander zeer misschien ben jij het wapen waarmee ik liefde leer.

Nadere informatie

Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder. Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28. Gemeente van Christus Jezus, onze Heer,

Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder. Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28. Gemeente van Christus Jezus, onze Heer, Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28 Gemeente van Christus Jezus, onze Heer, "Nu even niet", was ooit de reclameslogan van een landelijk bekend

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Voor onze broers en zussen met een verstandelijke beperking.

Voor onze broers en zussen met een verstandelijke beperking. Hoe je hier mee om wilt gaan? Zou het in de vorm van een aantal lessen doen Uit het verhaal kun je zelf vragen bedenken voor een bespreking met de catechisanten. Zie dit als een aanzetje Ben ik iets vergeten

Nadere informatie

Heilig Jaar van Barmhartigheid

Heilig Jaar van Barmhartigheid Heilig Jaar van Barmhartigheid van 8 december 2015 tot 20 november 2016 Paus Franciscus heeft alle mensen van de hele wereld uitgenodigd voor een heilig Jaar van Barmhartigheid. Dit hele jaar is er extra

Nadere informatie

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit Preek Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst Thema: @Home Voorganger: ds. Bert de Wit Schriftlezing: Lucas 15:11-32 Een vader had twee zonen zo begint het verhaal. Met de beschrijving van een gezin.

Nadere informatie

NAAMOPGAVE 21 FEBRUARI 2016

NAAMOPGAVE 21 FEBRUARI 2016 NAAMOPGAVE 21 FEBRUARI 2016 Welkom Kinderen: Dag lieve mensen allemaal, wij heten jullie heel hartelijk welkom in deze viering van onze Naamopgave. Wij komen vandaag aan Jezus zeggen dat ons hartje klaar

Nadere informatie

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice.

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice. Alice ligt in bed. Heel langzaam wordt ze wakker. Haar lichaam ontspannen, haar hoofd leeg. De vertrouwde geur van haar man Jules hangt in de slaapkamer. Een geur van alcohol, nootmuskaat en oude man.

Nadere informatie

Er zijn mensen nodig met nieuwe fantasie

Er zijn mensen nodig met nieuwe fantasie Er zijn mensen nodig met nieuwe fantasie Ervaringen, belevenissen, vragen in woorden gevangen om die woorden weer vrij te laten in nieuwe ervaringen, belevenissen, vragen. Marcel Zagers www.meerstemmig.nl

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

De gelijkenis van de verloren zoon.

De gelijkenis van de verloren zoon. De gelijkenis van de verloren zoon. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel dingen te leren.

Nadere informatie

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost. Sherlock Holmes was een beroemde Engelse privédetective. Hij heeft niet echt bestaan. Maar de schrijver Arthur Conan Doyle kon zo goed schrijven, dat veel mensen dachten dat hij wél echt bestond. Sherlock

Nadere informatie

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco. 1 Het portiek Jacco ruikt het al. Zonder dat hij de voordeur opendoet, ruikt hij al dat er tegen de deur is gepist. Dat gebeurt nou altijd. Zijn buurjongen Junior staat elke avond in het portiek te plassen.

Nadere informatie

Kom erbij Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser Muziek: Marcel & Lydia Zimmer 2013 Celmar Music / Schröder & Busser

Kom erbij Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser Muziek: Marcel & Lydia Zimmer 2013 Celmar Music / Schröder & Busser Kom erbij Kom erbij, want ik wil je iets vertellen, het is heel bijzonder, dus luister allemaal. Ik ken honderdduizend prachtige verhalen, maar dit is echt het mooiste van allemaal. Het gaat over twee

Nadere informatie

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Jezus vertelt, dat God onze Vader is Eerste Communieproject 26 Jezus vertelt, dat God onze Vader is Jezus als leraar In les 4 hebben we gezien dat Jezus wordt geboren. De engelen zeggen: Hij is de Redder van de wereld. Maar nu is Jezus groot.

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Joep ligt in bed. Hij houdt zijn handen tegen zijn oren. Beneden hoort hij harde boze stemmen. Papa en mama hebben ruzie. Papa en mama hebben vaak ruzie. Ze denken

Nadere informatie

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42.

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. Eén ding is nodig Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. We hebben met elkaar nagedacht over de wonderen die de Heere Jezus heeft gedaan toen Hij op de aarde was. Grote wonderen! Weet je t

Nadere informatie

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

Refrein: Als het regent in jouw hart en je kunt alleen maar huilen, kom dan bij me, hou me vast, in mijn armen mag je schuilen.

Refrein: Als het regent in jouw hart en je kunt alleen maar huilen, kom dan bij me, hou me vast, in mijn armen mag je schuilen. Ellen en Patrick Nooit meer je stem, nooit meer je lach, Alles gaat terug, naar die éne dag. De pijn vanbinnen, het doet zo n zeer, Ze zeggen dat het mindert, maar wanneer... Intredelied: M n oma is gestorven

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 3 Op weg met Jezus. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 3 Op weg met Jezus. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 3 Op weg met Jezus Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 3 blz. 1 Hieronder zie je een lammetje dat op zoek

Nadere informatie

Alleen een plastic tasje

Alleen een plastic tasje Alleen een plastic tasje Gaat u zitten, fijn dat u er bent. Wilt u thee? Met suiker? Zal ik beginnen bij het begin? Ik woon hier sinds 1970. Toen ik hier aankwam, had ik alleen een klein plastic tasje

Nadere informatie

De leerlingen van Jezus zijn in afwachting. Ze voelen het.. er staat iets volkomen nieuws te gebeuren. Het is immers Jezus die spreekt over zijn vertrek bij hen. Voorgoed of is er nog wel een toekomst

Nadere informatie

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua Spreekbeurt Dag Oglaya Doua Ik werd wakker voordat m n wekker afging. Het was de dag van mijn spreekbeurt. Met m n ogen wijd open lag ik in bed, mezelf afvragend waarom ik in hemelsnaam bananen als onderwerp

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie

Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon

Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon Parabel geschreven door Neale Donald Walsch Ergens in de tijd was er een Zieltje, dat tegen God zei: Ik weet wie ik ben! God zei: Dat is heel mooi. Wie ben

Nadere informatie

2.2. Het Nieuwe Testament, of het verhaal van Jezus en de eerste kerk 1

2.2. Het Nieuwe Testament, of het verhaal van Jezus en de eerste kerk 1 2.2. Het Nieuwe Testament, of het verhaal van Jezus en de eerste kerk 1! " #$% & #& '$' '& + ()" *% $, $ -% 1 H. Jagersma en M. Vervenne, Inleiding in het Oude Testament, Kampen, 1992. J. Bowker, Het verhaal

Nadere informatie

EIGEN BLOED Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie

EIGEN BLOED Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie EIGEN BLOED Ik zie het koppie al, zegt de huisarts tegen de dertienjarige Henny Paniek Ze kwam bij hem vanwege buikpijn Dan gaat alles razendsnel Met een ambulance wordt Henny naar het ziekenhuis gebracht

Nadere informatie

JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR

JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR Bijbel voor Kinderen presenteert Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul

Nadere informatie

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer Sander Kloet koud zo voelt het hier. kil ik weet niet waar het vandaan komt het is geen kou. het is angst. angst voor de wereld angst voor de dag van morgen bang dat we dingen vergeten bang dat we dingen

Nadere informatie

Apostolische rondzendbrief

Apostolische rondzendbrief oktober 9, 2011 Jaargang 1, nummer 1 Lieve mensen, Zo bent u een voorbeeld voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje geworden. Wij zijn nu al weer een tijdje hier in het zuiden van Griekenland, in de

Nadere informatie

Ervaringen Voorbeeld jouw ervaring delen? formulier

Ervaringen Voorbeeld jouw ervaring delen? formulier Ervaringen Voorbeeld jouw ervaring delen? formulier Vraag 1 Hoe heb je zielsliefde ontdekt, en ontdekte je zielsliefde het ook op dat moment? Ik ontmoette haar op mijn werk in de rookruimte. We konden

Nadere informatie

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar Gemeente van de Heer Jezus Christus, Jongeren, ouderen, kinderen van God, Zoals ik voor de lezing al gezegd heb; het gaat vanmorgen niet over trouwen of getrouwd zijn, dat is alleen een voorbeeld verhaal.

Nadere informatie

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan. Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een

Nadere informatie

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1 Les 1 - De oorsprong van de Bijbel In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Deze bijbelstudies zijn vooral bedoeld voor jongeren van 11

Nadere informatie

Inhoud. Aan jou de keuze 7. Niet alleen maar een boek 187. Auteurs 191. Dankwoord 197

Inhoud. Aan jou de keuze 7. Niet alleen maar een boek 187. Auteurs 191. Dankwoord 197 Inhoud Aan jou de keuze 7 D/2012/45/239 - isbn 978 94 014 0183 8 - nur 248 Tweede druk Vormgeving omslag en binnenwerk: Nanja Toebak, s-hertogenbosch Illustraties omslag en binnenwerk: Marcel Jurriëns,

Nadere informatie

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug.

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug. Het DOC Ik kruip in één van de buikpijn terwijl ik in bed lig. Mijn gedachten gaan uit naar de volgende dag. Ik weet wat er die dag staat te gebeuren, maar nog niet hoe dit zal uitpakken. Als ik hieraan

Nadere informatie

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen De ezel van Bethlehem Naar een verhaal van Jacques Elan Bewerkt door Koos Stenger Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen over iets wat er met me gebeurd is. Het

Nadere informatie

Ruth 1 - God gaat altijd met je mee!

Ruth 1 - God gaat altijd met je mee! Ruth 1 - God gaat altijd met je mee! Gezinsdienst en Doop Norah Maaike Kloeze Liturgie Welkom Eerste adventskaars aansteken plus gedichtje Zingen 1. Groot en machtig is Hij (Opwekking 387) 2. God kent

Nadere informatie

Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl. (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente,

Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl. (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente, Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente, We zijn er doorheen gegaan, Veertig dagen en nachten, Tijd van voorbereiding...

Nadere informatie

15 februari: Ik ben het brood dat leven geeft (Johannes 6:32-40)

15 februari: Ik ben het brood dat leven geeft (Johannes 6:32-40) Liturgisch bloemstuk bij de 40 dagen tijd en Pasen 2015 Elke week wordt één kaars gedoofd, van de kandelaar met 8 kaarsen. Er is elke week een boog bekleed met klimop, als beeld van het verbond van God

Nadere informatie

KINDEREN VAN HET LICHT

KINDEREN VAN HET LICHT KINDEREN VAN HET LICHT Verteller: Het gebeurde in een donkere nacht, heel lang geleden, dat er herders in het veld waren, die de wacht hielden over hun schapen. Zij stonden net wat met elkaar te praten,

Nadere informatie

Thema: In kruiken en kannen (2 Koningen 4:1-7)

Thema: In kruiken en kannen (2 Koningen 4:1-7) Liturgie aangepaste dienst Baflo, 28-09-14 om 14.30 uur Thema: In kruiken en kannen (2 Koningen 4:1-7) Welkom en mededelingen a. Opw. 334 Heer, uw licht en uw liefde schijnen b. Opw. 88 Een rivier vol

Nadere informatie

Die overkant was een streek waar veel niet-joodse mensen woonden. Vreemd gebied.

Die overkant was een streek waar veel niet-joodse mensen woonden. Vreemd gebied. e Opstandingskerk - 15 maart 2015 4 zondag van de veertig dagen - Laetare Lezing: Johannes 6, 1-15 Gemeente van Christus, Het is kort voor het paasfeest. Jezus gaat naar de overkant van het Meer van Galilea.

Nadere informatie

Elena Ferrante. De geniale vriendin. Jeugd, puberteit. wereldbibliotheek amsterdam

Elena Ferrante. De geniale vriendin. Jeugd, puberteit. wereldbibliotheek amsterdam Elena Ferrante De geniale vriendin Jeugd, puberteit wereldbibliotheek amsterdam Vertaald uit het Italiaans door Marieke van Laake Omslagontwerp Karin van der Meer Omslagillustratie Herman Wouters/Hollandse

Nadere informatie

Noach bouwt een ark Genesis 6-8

Noach bouwt een ark Genesis 6-8 2 Noach bouwt een ark Genesis 6-8 Het is niet fijn meer op de aarde. De mensen maken ruzie, ze vechten en ze zijn God vergeten. Maar er is één man die anders is. Dat is Noach. Op een dag praat God met

Nadere informatie

Vlucht AVI AVI. Ineke Kraijo Veerle Hildebrandt. Kraijo - Hildebrandt Vlucht De Vier Windstreken. De Vier Windstreken AVI

Vlucht AVI AVI. Ineke Kraijo Veerle Hildebrandt. Kraijo - Hildebrandt Vlucht De Vier Windstreken. De Vier Windstreken AVI AVI E4* Alcoholisme, ruzie, bang zijn Midden in de nacht rinkelt de telefoon. Anna weet wat dat betekent. Ze moet vluchten, alweer. Ze rent de donkere nacht in. De volgende dag valt Anna in de klas in

Nadere informatie

DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN

DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN AVONDMAAL VIEREN Het Avondmaal is meer dan zomaar een maaltijd. Om dat te begrijpen, is dit boekje gemaakt. Vooral is daarbij gedacht aan de kinderen, omdat zij met

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram,

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram, Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram, mijn kleine broer Dat is niet van mij mama Dan zegt ze

Nadere informatie

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek.

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. 19 februari 2015 Goedemiddag, Ik ben heel blij met deze tentoonstelling. Als dochter van een oorlogsvrijwilliger

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Hoe lang duurt geluk?

Hoe lang duurt geluk? Hoe lang duurt geluk? Op dit moment ben ik gelukkig. Na veel pech ben ik dan eindelijk een vrolijke schrijver. Mijn roman is goed gelukt. En ik verdien er veel geld mee. En ik heb ook nog eens een mooie,

Nadere informatie

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen www.edusom.nl Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen Het is belangrijk om veel woorden te leren. In deze extra les vindt u extra woorden bij de Opstartlessen 1 t/m 5. Kijk ook eens naar

Nadere informatie

't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail.

't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail. 't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail.com Het aapje en de sleutels Er was eens een man en die had de sleutels

Nadere informatie

Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus

Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus Gezinsdienst Liturgie Welkom en mededelingen Voorzang: - Gezang 132 - Opwekking 461 - Gezang 146 Stil gebed Votum / groet Zingen:

Nadere informatie

Kinderliedboekje Inhoudsopgave

Kinderliedboekje Inhoudsopgave Kinderliedboekje Inhoudsopgave Jezus is de goede herder...2 Hoor de vogels zingen weer...2 Dank U voor deze nieuwe morgen...3 Jezus is geboren...4 Zit je deur nog op slot...4 Dank U voor uw liefde Heer...4

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets. Stomme trutten Kijk, die stomme trutjes zijn er weer. Kelly wijst naar buiten. Sanne kijkt nieuwsgierig uit het raam. Voor het huis aan de overkant staan twee meisjes. Meisjes met blonde paardenstaartjes.

Nadere informatie

Lieve mensen van de Hofkerk, gasten, gemeente van Jezus Christus

Lieve mensen van de Hofkerk, gasten, gemeente van Jezus Christus Zondag 27 september Markus 9, 30-37 Overdenking Lieve mensen van de Hofkerk, gasten, gemeente van Jezus Christus 1) Ongemakkelijk gevoel Ik kreeg een beetje een ongemakkelijk gevoel toen ik dat gedeelte

Nadere informatie

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 6 Zacheüs (1) Het is erg druk in de stad vandaag. Iedereen loopt op straat. Zacheüs wurmt zich

Nadere informatie

De Bijbel open 2013 34 (31-08)

De Bijbel open 2013 34 (31-08) 1 De Bijbel open 2013 34 (31-08) Onlangs kreeg ik voor ons programma de Bijbel open een vraag over de onvruchtbare vijgenboom in Mattheus 21. Je kunt deze geschiedenis ook in andere evangeliën lezen. We

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

Wat kan ik voor u doen?

Wat kan ik voor u doen? 139 139 HOOFDSTUK 9 Wat kan ik voor u doen? WOORDEN 1 1 Peter is op vakantie. Hij stuurde mij een... uit Parijs. a brievenbus b kaart 2 Ik heb die kaart gisteren.... a ontvangen b herhaald 3 Bij welke...

Nadere informatie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Het zijn wonderlijke verhalen, de verhalen rond de geboorte van Jezus: Maria, die zwanger is door de heilige Geest, Jozef, die in een droom een engel

Nadere informatie

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks De kerker met de vijf sloten Crista Hendriks Schrijver: Crista Hendriks Coverontwerp: Pluis Tekst & Ontwerp ISBN: 9789402126112 Crista Hendriks 2014-2 - Voor Oscar... zonder jou zou dit verhaal er nooit

Nadere informatie

Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen

Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen Openingstekst: (Door een ouder en kind) A. Zeg zou jij het licht aandoen? Je moet opschieten, want het is bijna tijd. Dadelijk

Nadere informatie

Eucharistie met ziekenzalving

Eucharistie met ziekenzalving Intredelied: Eucharistie met ziekenzalving Vrede voor jou, hierheen gekomen, zoekend met ons om mens te zijn. Jij maar alleen, jij met je vrienden, jij met je last, verborgen pijn: vrede, genade, God om

Nadere informatie

Boekje over de kerk. voor kinderen van ca. 4 10 jaar gemaakt door de jongste catechisatiegroep

Boekje over de kerk. voor kinderen van ca. 4 10 jaar gemaakt door de jongste catechisatiegroep Boekje over de kerk voor kinderen van ca. 4 10 jaar gemaakt door de jongste catechisatiegroep Over dit boekje Wij hebben op catechisatie wat geleerd over de kerk. Daar willen we je wat over vertellen.

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12 Bruiloftsfeest Sara en Johannes hebben een kaart gekregen In een hele mooie enveloppe Met de post kregen ze die kaart Weet je wat op die kaart stond? Nou? Wij gaan trouwen!

Nadere informatie

4 Heer, u hebt aan de mensen uw regels gegeven. Zo weet ik wat ik moet doen. 5 Ik wil leven volgens uw wetten, en dat volhouden, elke dag weer.

4 Heer, u hebt aan de mensen uw regels gegeven. Zo weet ik wat ik moet doen. 5 Ik wil leven volgens uw wetten, en dat volhouden, elke dag weer. Psalmen Psalm 119 Heer, ik wil leven volgens uw wetten 1 Gelukkig zijn mensen die altijd het goede doen, die leven volgens de wet van de Heer. 2 Gelukkig zijn mensen die altijd denken aan de woorden van

Nadere informatie

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2 Bladzijde negen, Bladzijde tien, Krijg ik het wel ooit te zien? Ander hoofdstuk, Nieuw begin.. Maar niets, Weer dicht, Het heeft geen zin. Dan probeer ik achterin dat dikke boek. Dat ik daar niet vaker

Nadere informatie

Noah(een kerstverhaal)

Noah(een kerstverhaal) Noah(een kerstverhaal) Josja loopt mopperend tussen de tafeltjes door. Hij heeft een hotelletje aan de rand van Bethlehem. Het is druk in zijn hotel en alles loopt in het honderd. Daarom is hij binnensmonds

Nadere informatie

De boekenbeer Module dans groep 1-2

De boekenbeer Module dans groep 1-2 De boekenbeer Module dans groep 1-2 Teksten: Stella van Lieshout Illustraties: Tjarko van der Pol In samenwerking met Centrum voor de Kunsten Beverwijk en ABC Cultuur Contact: DeboraVollebregt@centrumvoordekunstenbeverwijk.nl

Nadere informatie

Iiturgie voor de -12 jeugddienst van zondagmorgen 28 Juni in de Westerkerk te Veenendaal

Iiturgie voor de -12 jeugddienst van zondagmorgen 28 Juni in de Westerkerk te Veenendaal Iiturgie voor de -12 jeugddienst van zondagmorgen 28 Juni in de Westerkerk te Veenendaal Op Toon Hoogte 182 Door Uw genade Vader Door Uw genade, Vader, mogen wij hier binnengaan. Niet door rechtvaardige

Nadere informatie

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De afgelopen weken was het niet zo leuk bij Pim thuis. Zijn moeder lag de hele dag in bed. Ze stond niet meer op, deed geen boodschappen

Nadere informatie

Suzanne Peters. Blijf bij me! liefdesroman

Suzanne Peters. Blijf bij me! liefdesroman Suzanne Peters Blijf bij me! liefdesroman Hoofdstuk 1 Katja belde aan bij het huis. Ze vond het toch wel erg spannend. Het was de tweede keer dat ze op visite ging bij de hondenfokker en deze keer zou

Nadere informatie

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Aangepaste dienst Liturgie Voor de dienst speelt de band drie liederen Opwekking 11 Er is een Heer Opwekking 277 Machtig God, sterke Rots

Nadere informatie

1. Als het leven soms pijn doet

1. Als het leven soms pijn doet 1. Als het leven soms pijn doet 1 Als het leven soms pijn doet en de storm gaat tekeer in een tijd van moeite en verdriet. Alsof de zon niet meer opkomt en het altijd donker blijft en de ochtend het daglicht

Nadere informatie

OPDRACHT 1 : SCRIPT EN INTERACTIEVE VERSIE VAK : SCHRIJVEN --LOIS VEHOF--

OPDRACHT 1 : SCRIPT EN INTERACTIEVE VERSIE VAK : SCHRIJVEN --LOIS VEHOF-- OPDRACHT 1 : SCRIPT EN INTERACTIEVE VERSIE VAK : SCHRIJVEN --LOIS VEHOF-- Confrontatie scene Written by Loïs Vehof Genre: Avontuur Locatie: De oude tempel Protagonist: Wachter Antagonist: Dief Conflict:

Nadere informatie

Bijbel voor Kinderen. presenteert JONA EN DE GROTE VIS

Bijbel voor Kinderen. presenteert JONA EN DE GROTE VIS Bijbel voor Kinderen presenteert JONA EN DE GROTE VIS Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Jonathan Hay Aangepast door: Mary-Anne S. Vertaald door: Erna van Barneveld Geproduceerd door: Bible

Nadere informatie

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen En zei: vandaag word mevr. Catharina 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Geven. Ja maar wat zei Tom. Umm wacht ik Weet het zei Cato een herinnering.

Nadere informatie

10. Gebarentaal [1/3]

10. Gebarentaal [1/3] 10. Gebarentaal [1/3] 1 Gebarentalen Stel, je kunt niets horen. Je bent doof. Hoe praat je dan met andere mensen? Je kunt liplezen, maar dat is moeilijk en je mist dan toch nog veel van het gesprek. Bovendien

Nadere informatie

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven.

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven. Water Egypte In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven. Ik ga naar een restaurant in Nederland. Daar bestel ik een glas water. De ober vraagt

Nadere informatie

Op reis naar Bethlehem

Op reis naar Bethlehem Op reis naar Bethlehem Rollen: Verteller Jozef Maria Engel Twee omroepers Kind 1 Kind 2 Kind 3 Receptionist 1 Receptionist 2 Receptionist 3 Kind 4 Kind 5 Herder 1 Herder 2 Herder 3 Herder 4 Drie wijzen

Nadere informatie