*DAN DOE IK NU EVEN WAT OVER HET HAN ZEGGEN WÀ TAALVERANDERING IN HEERLEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "*DAN DOE IK NU EVEN WAT OVER HET HAN ZEGGEN WÀ TAALVERANDERING IN HEERLEN"

Transcriptie

1 Nederlands Eindwerkstuk *DAN DOE IK NU EVEN WAT OVER HET HAN ZEGGEN WÀ TAALVERANDERING IN HEERLEN

2 INHOUDSOPGAVE Lijst van fonetische symbolen Zeer beknopte inleiding Wat vooraf ging Heerlen groeit Demografische ontwikkelingen Het ontstaan en de spreiding van het HAN. Een theorie De taalsituatie voor de komst van de mijnen De verschuiving Kenmerken van het huidige HAN De positie van het HAN ten opzichte van het standaard-nederlands Suprasegmentele, fonetische en fonologische variabelen Lexicale variabelen Syntactische en semantische variabelen De onderzoeksvariabelen, de waardering en de distributie De informanten De waardering van het (eigen) HAN De distributie van HAN-kenmerken De distributie van suprasegmentele, fonetische en fonologische kenmerken De distributie van lexicale, syntactische en semantische kenmerken Korte nabeschouwing naar aanleiding van de cijfers...40 BIJLAGEN...42

3 LIJST VAN FONETISCHE SYMBOLEN 1 Symbool Als in Symbool Als in a baat e beet i biet o boot u boet y buut œ beuk a bad e bed I bid Ž bod B buk Ei bijt y buit a bout e: gêne ô: controle œ: freule F de ò (Limb:) baor å (Limb:) sjwoal ~ nasalisatie : lengte ' klemtoon / sleeptoon \ stoottoon p pad b bad t tak d dak k kat g go f fat v vat s sap z zat š sjaal Š jacquet x lach g gal m mat n nat lang l lat r rat j jat w wat h had c badje Ñ canvas ñ franje? _aha [?aha] 1 Voor zover mijn tekstverwerker dit toelaat en voor zover deze standaard in Limburgse eigenschappen voorziet, houd ik me aan de tekens uit het International Phonetic Alphabet (IPA) [3]

4 0. ZEER BEKNOPTE INLEIDING Een van de eerste zaken die me in Heerlen opvielen toen ik er kwam wonen was de taal. In Heerlen wordt, in tegenstelling tot in andere Limburgse dorpen en steden, relatief weinig dialect gesproken en het Nederlands wordt gekenmerkt door een groot aantal afwijkingen van de standaardtaal, die zich op ieder taalniveau bevinden. Natuurlijk, iedere Limburger is snel aan zijn tongval te herkennen, maar de aard en de hoeveelheid van de `afwijkingen' die in Heerlen te horen zijn, rechtvaardigen het te spreken van een aparte taal. Een taal, die door veel mensen als zodanig wordt herkend (ook door elf van de twaalf door mij geïnterviewde Heerlenaren) en die ik, in navolging van Leonie Cornips, HAN noem (Heerlens Algemeen Nederlands). Een taal ook, die ik het waard achtte om te bestuderen. Dit heb ik gedaan, en wel in de vorm van een beschrijving van enkele opvallende kenmerken en de distributie hiervan. Dit laatste was problematisch omdat veel HAN-variaties geen standaard-nederlands equivalent hebben en boeiend, omdat de uitkomsten merkwaardig genoemd kunnen worden. Hoewel de afstand tot de standaardtaal het rechtvaardigt het HAN een (regionaal bepaalde) taal te noemen, is er een aantal kenmerken dat dit belet. Zo zijn er nauwelijks tweetaligen HAN/standaardtaal, omdat een HAN-spreker van zichzelf vindt dat hij Nederlands spreekt. Een dialectspreker heeft de keuze tussen zijn dialect en standaard-nederlands, een HANspreker heeft deze keuze niet. Hij spreekt ook HAN als hij in Amsterdam een brood koopt. Om deze reden zou je HAN een vorm van Nederlands kunnen noemen, die op een aantal punten afwijkt van het literaire Nederlands zoals het op school onderwezen wordt. Omdat het ondoenlijk is om een soort `Beknopte HAN-Syntaxis' of `Algemene HANse Spraakkunst' te schrijven in het bestek van een eindwerkstuk, behandel ik het HAN als variatie op het standaard-nederlands, in die zin dat ik deze laatste taal als referentie gebruik om het HAN, waar het van de standaardtaal afwijkt, te beschrijven. Dit doet onrecht aan de stelling dat HAN een op zichzelf staande taal is, immers, je gaat ook niet het Chinees beschrijven aan de hand van het Duits. De beschrijving van het HAN die ik geef is verre van compleet. Bestuderen betekent keuzes maken, en die keuzes zijn altijd in mindere of meerdere mate arbitrair. Ik heb alleen die kenmerken van het HAN behandeld die 1) van de standaardtaal afwijken of in de standaardtaal ongebruikelijk zijn en 2) regelmatig en in hoge frequentie in het HAN voorkomen. Bij het maken van deze keuzes ben ik behoorlijk op weg geholpen door de verzameling kenmerken in het Nederlands van Limburgers, zoals die is aangelegd door dhr. Notermans en door de onvolprezen studie `Syntactische variatie in het Algemeen Nederlands van Heerlen' door Leonie Cornips. Dit laatste boek heeft mij ook op het spoor gezet van de generatieve grammatica als middel voor beschrijving. Cornips heeft zich volledig en gedegen getoond. Volledig, omdat alle syntactische HAN-kenmerken die ik in hogere frequentie op mijn opnames tegenkwam in haar boek beschreven zijn en gedegen, omdat aan haar analyses niet of nauwelijks te tornen is. Zonder haar boek had ik met mijn handen in het haar gezeten, en het is aan haar te danken dat ik dit werkstuk binnen de gestelde tijdlimiet af heb gekregen. Dat mijn conclusies bijna altijd dezelfde zijn als die van haar, heeft weinig of niets met [4]

5 luiheid te maken: ik kon ze niet weerleggen. Integendeel, ze werden alleen maar bevestigd bij nader onderzoek. Hier moest het originaliteitsbeginsel dus even wijken voor de waarheid. Ik ben aan mijn data gekomen door gesprekken te houden met twaalf Heerlenaren. Deze gesprekken heb ik op band opgenomen en later geanalyseerd. Ze gingen over uiteenlopende onderwerpen: meestal over koetjes en kalfjes (met vragen als: `Hoe was de vakantie' of: `Op welke manier heb je je verjaardag gevierd'), slechts eenmaal nam het gesprek een bizarre wending: met Ben (zie voor een lijst van reflectanten hoofdstuk 4) kwam een discussie op gang over het recht van niet-vegetariërs om overal vlees te eten. In ieder geval: ik heb gepoogd om ieder gesprek zo te laten verlopen, dat de geïnterviewde zich geheel op zijn gemak voelde en vrijuit kon spreken. Dit kon echter niet voorkomen, dat het taalgebruik tijdens de gesprekken telkens afweek van dat in het dagelijkse leven. De cassetterecorder, het doel, de wetenschap dat ik de gebruikte taal zou analyseren en wellicht ook mijn eigen taalgebruik maakten, dat de geïnterviewden in de richting van de standaardtaal werden gedreven. Maar niet getreurd: er bleef genoeg over om een aantal pagina's vol te schrijven. En om me, na een lange periode van instinctieve afkeer, liefdevol naar het HAN te laten kijken. Ik ben, dat durf ik nu te zeggen, van het HAN als taal gaan houden. Rest me, om heel veel mensen te bedanken. In de eerste plaats natuurlijk de geïnterviewden, die uit durfden te komen voor een taal die zelfs zij doorgaans een lage status toekennen. Andere Heerlenaren uit mijn omgeving, die vaak op de meest onmogelijke tijdstippen door me werden aangesproken om te beoordelen of een bepaalde constructie nu wel of niet tot het corpus van het HAN gerekend kan worden of om een eventueel betekenisverschil tussen verschillende variaties te bevestigen of ontkennen. Mijn hele omgeving, die al tijden geleuter over HAN moet aanhoren. Mijn docenten, die me in het begin hebben voorzien van ideeën. En dhr. Notermans, die me belangeloos zijn lijst met Limburgismen gaf. [5]

6 1. WAT VOORAF GING 1.1 Heerlen groeit Wie tijdens een wandeling door Heerlen goed uit zijn ogen kijkt, zal snel opmerken dat deze stad een voor Nederland ongewone ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zo zijn er maar weinig gebouwen te zien van voor 1890 en is de Pancratiuskerk aan de markt (de enige kerk in het centrum) idioot klein voor een stad met bijna inwoners. Zij zou in een dorp niet uit de toon vallen, iets wat niet gezegd kan worden van bijvoorbeeld de Sint-Servaaskerk in Maastricht, een stad met nèt iets meer inwoners. Net als de kerk is het centrum van Heerlen ook erg klein, dus de kans dat een wandelaar buiten het centrum geraakt is groot. Daar ziet hij de buitenwijken van Heerlen: losse gemeenschappen met allemaal hun eigen architectuur, hun eigen kerk, hun eigen infrastructuur en hun eigen sociale kenmerken. Enigszins badinerend zou je kunnen zeggen dat Heerlen een toevallig samenraapsel van aan elkaar gebouwde dorpjes is. Het dorp Heerlen telde aan het einde van de vorige eeuw (telling uit 1891) inwoners. De bevolkingssamenstelling was zeer homogeen: er woonden nagenoeg alleen leden van families die al sinds jaar en dag in Zuidoost-Limburg woonden. De landbouw was in de regio verreweg de grootste werkverschaffer, daarnaast werkten enkele mensen bij kleine ondernemingen als steenbakkerijen, brouwerijen en tabaksfabrieken of als seizoensarbeider in het nabijgelegen Duitsland. De twee enige Nederlandse steenkolenmijnen, de Neuprick en de Domaniale Mijn in Kerkrade, hadden in 1895 samen niet meer dan 424 personen in dienst. Het gebied, dat nu de Oude Mijnstreek heet 2, was een lappendeken van op landbouw aangewezen dorpjes waar de industrialisatie nog geen greep op had gekregen. De economische toestand was ouderwets en bepaald niet rooskleurig: de inwoners van het gebied moesten knokken voor hun bestaan. Aan deze toestand kwam abrupt een einde toen in 1897 de toenmalige minister van Waterstaat, Handel en Verkeer, ir. C. Lely, uitsprak dat hij een grote toekomst zag voor Limburg. Onder druk van het Limburgse lid van de Tweede Kamer dr. W. Nolens besloot hij ernst te maken met de ontginning van de mijnbekkens in het uiterste zuiden van Nederland, niet in de laatste plaats omdat er steeds meer buitenlandse kapers op de kust waren. Er liepen al voor hectare grond aanvragen van buitenlandse concessiehouders, en de angst, dat zij nooit tot ontginning over zouden gaan, was niet ongegrond. De prijzen van buitenlandse kolen stegen in recordtempo, en het grootste deel van de lopende concessie-aanvragen was in handen van de Steenkolen Handels Vereniging, de Nederlandse distributeur van het Rheinisch-Westfälisches Kohlen Syndikat. Deze organisatie had er alle belang bij om te voorkomen dat Nederland een eigen steenkolenindustrie van formaat zou krijgen. Er moest 2 De Oude Mijnstreek is het gebied waarin de steden Brunssum, Heerlen en Kerkrade en de dorpen Amstenrade, Bingelrade, Bocholtz, Eygelshoven, Hulsberg, Jabeek, Klimmen, Merkelbeek, Nieuwenhagen, Nuth, Oirsbeek, Schaesberg, Schimmert, Schinveld, Simpelveld, Ubach over Worms, Voerendaal en Wijnandsrade vallen. [6]

7 dus snel gehandeld worden, zodat de toekomst van Zuid-Limburg, en daarmee een nationale mijnindustrie, gezekerd was. Er kwam een wet, die het verlenen van concessies aan Nederlanders versoepelde en die ook de oprichting van de Staatsmijnen mogelijk maakte. Hierna ging het snel met Oostelijk Zuid-Limburg. Onder leiding van de avonturier H.L.C.H. Sarolea, die eerder spoorwegen in Oost-Indië had aangelegd, werd in 1897 de spoorlijn Sittard-Herzogenrath opgeleverd. Deze ontsloot de Oude Mijnstreek, die voordien slecht te bereiken was. De nieuwe mijnen konden komen, en dat gebeurde dan ook in duizelingwekkend tempo. Van 1899 tot 1928 zagen alleen al in de Oude Mijnstreek de Oranje Nassau I tot en met IV, de Willem-Sophie, de Laura, de Wilhelmina, de Emma, de Hendrik en de Juliana het licht, terwijl een groot deel van de bevolking het licht werd ontnomen. In enkele decennia veranderde het gebied rond Heerlen van onderontwikkelde, agrarische appendix tot een van de zwaarst geïndustrialiseerde regio's van Europa. 1.2 Demografische ontwikkelingen Het spreekt voor zich, dat deze snelle industrialisatie ook de bevolkingssamenstelling van het gebied drastisch heeft beïnvloed. Al voordat de eerste `nieuwe mijnen' in de grond werden gestampt, had Heerlen voor Zuidoost-Limburg een belangrijke verzorgingsfunctie. De markten op dinsdag en zaterdag waren de drukst bezochte in de regio. De boeren uit de omliggende dorpen kwamen dan naar Heerlen om de vruchten van hun werk te verkopen. Heerlen telde niet meer veel actieve boeren aan het einde van de negentiende eeuw. Het dorp werd bevolkt door kleine handelaren en rentenierende boeren die hun laatste dagen in een rustige omgeving wilden slijten. Voor de eerste wereldoorlog was Heerlen nauwelijks op Holland gericht. De meeste mensen spraken alleen het plaatselijke dialect en Duits, dat ze nodig hadden omdat Aken de enige grote stad in de buurt was. Er bestond zelfs een elektrische `Kleinbahn' die van Heerlen naar Aken liep. Heerlen was kortom een gezellig, een beetje kneuterig dorpje dat idyllisch aan de voet van het Eifelgebergte lag. Had het niet op een steenkolenbekken gelegen, dan was aan deze situatie waarschijnlijk nooit iets wezenlijks veranderd. Met de komst van de mijnen deed echter een aantal nieuwe bevolkingsgroepen zijn intrede in het dorpje Heerlen, met name de mijnwerker en de beambte. De bevolking nam explosief toe (grafiek 1) en tot de nieuwkomers behoorden veel mensen die niet in Limburg waren geboren (grafiek 2). In eerste instantie werden vooral Nederlanders geworven voor het werk in de mijnen. Voor het ondergrondse werk waren dit met name Friezen, Groningers en Drenthen en als beambten werden veel mensen uit Holland aangesteld. Niet alleen het oorspronkelijke Heerlense dialect werd steeds minder binnen de gemeentegrenzen gehoord, ook de religieuze samenstelling van Heerlen wijzigde drastisch: er vestigden zich steeds meer protestanten, wat aanvankelijk tot een cultuurshock leidde. Het percentage niet-katholieken op de totale Heerlense bevolking nam toe van 2,5 in 1899 tot 24,2 in Raskin (De Limburgse eenheid: realiteit of mythe?) sprak van een Limburger die in Heerlen `werd geconfronteerd [7]

8 met de mentaliteit, de godsdienst en de taal van het noorden, die zich op een dominante wijze manifesteerden.' Dat de Oude Mijnstreek (en met name Heerlen, dat al snel de functie `hoofdstad van de mijnstreek' kreeg) snel verstedelijkte, ontging ook de Haagse politiek niet. Aan de ene kant steeg het aantal inwoners in Heerlen per vierkante kilometer van 160 in 1890 tot in 1936, aan de andere kant breidden dorpjes die rond de kom lagen zich zo snel uit dat ze deel werden van de stad. Zo is het nu nauwelijks voorstelbaar dat de wijken Heerlerbaan, Welten en Heerlerheide oorspronkelijk niet bij Heerlen hoorden. Deze ontwikkelingen konden echter niet voorkomen, dat er vaart gemaakt moest worden met een versnelde woningbouw om de komende mijnwerkers te kunnen huisvesten. Maar Den Haag had angst voor grotestadsvorming, het zag in de mijnsteden van Westfalen een afschuwelijk voorbeeld van ghettovorming, anarchie, secularisering en - nog erger - de opkomst van een georganiseerd proletariaat, en wilde dit hoe dan ook voorkomen. De kerk zag wel heil in Limburg als standplaats voor arbeiders, getuige een resolutie van de Nederlandse bisschoppen uit 1915, waarin onder meer te lezen is dat zij `zullen trachten maatregelen te treffen om hun arbeiders, die thans naar de groote steden van Amsterdam en Rotterdam trekken, te leiden naar de kolendistricten in Limburg waar minder en geringer gevaren hun geloof en deugd bedreigen.' De staat had kennelijk minder vertrouwen in het rotsvaste geloof en de volgzaamheid der Limburgers, want een van de belangrijkste argumenten om met staatsexploitatie van de kolenbekkens te beginnen was het voorkomen dat de Limburgse mijnindustrie zich te snel zou ontwikkelen, waardoor veel buitenlandse arbeidskrachten aangetrokken zouden moeten worden. Met een geleidelijke opbouw van grote staatsmijnen zou de staat ervoor kunnen zorgen, dat het grootste deel van de noodzakelijke arbeidskrachten in Nederland gerecruteerd kon worden. Uiteindelijk zouden zich toch veel buitenlandse mijnwerkers in de Oude Mijnstreek vestigen, met name Duitsers, Polen, Italianen, Slovenen en Oostenrijkers. Een ander middel om eventuele grootstedelijke problematiek en de vorming van een georganiseerd mijnwerkersproletariaat tegen te gaan was de manier van huisvesting. In het begin van deze eeuw verrezen in de Oude Mijnstreek talloze nieuwe wijken voor mijnwerkers, in het HAN `kolonies' (met de klemtoon op de laatste lettergreep) genoemd. Deze kolonies bestaan uit laagbouw en ieder huis heeft een lapje grond. De Heerlense kolonies, ongeveer een derde van alle kolonies in de Oude Mijnstreek, zijn gesitueerd aan de noordkant van de spoorlijn Sittard-Herzogenrath, terwijl de oude kern van Heerlen aan de zuidkant ligt. De kolonies waren voor het grootste deel eigendom van de mijnen, die ook daar het dagelijks leven van de mijnwerker bepaalden. Zo had bijna iedere kolonie zijn eigen politiedienst en kon aan ontslagen mijnwerkers de toegang tot de wijk worden ontzegd. Het dagelijks leven van de bewoners van de kolonies voltrok zich in de mijn en binnen de eigen wijk, en door de geïsoleerde ligging van de mijnwerkersbuurten kwam het niet of nauwelijks tot contact met de oorspronkelijke Heerlense bevolking noch met mijnwerkers die in andere kolonies woonden: zij werden van elkaar gescheiden door akkers of door niemandsland. Op deze manier kon de oorspronkelijke bevolking van Heerlen trouw blijven aan haar oude levensstijl. De nieuwkomers, die van het dorp een stad maakten, waren immers aan hun zicht onttrokken. [8]

9 Zeker in het begin van de mijntijd kunnen de gerecruteerde mijnwerkers nauwelijks invloed op het leven van de Heerlenaar uitgeoefend hebben, en het was niet in de laatste plaats de kerk die de autochtone inwoners van Heerlen waarschuwde voor de gevaren die omgang met de nieuwelingen met zich meebracht. Nog voor de komst van de mijnwerkers naar Heerlen zei de invloedrijke geestelijke dr. H.A. Poels al over Limburgers die elders hadden gewerkt en in contact waren gekomen met niet-limburgers: `Eerst in de winter komen ze in de Heimat weer, en hebben dan geen gaten in hun kousen of beurs, ze kregen dikwerf een gat in hun braaf, echt Limburgsch volkskarakter.' De komst van de mijnen in Limburg maakte niet alleen dat Heerlen met een grote toeloop van mijnwerkers te maken kreeg. De stad werd ook meer en meer bestuurscentrum, wat af te leiden is uit het feit dat in Heerlen verreweg de meeste ambtenarenwoningen van de mijnstreek gebouwd werden. In de jaren dertig had Heerlen percentueel zelfs de minste mijnwerkers van de drie steden in de Oude Mijnstreek (zie tabel 1), absoluut echter herbergde de stad de meeste nieuwkomers. Tabel 1: percentage mijnwerkers in de drie steden van de Oude Mijnstreek (bron: Vellinga 1975) Heerlen 42% 32% 32% Kerkrade 53% 41% 44% Brunssum 67% 57% 59% Omdat Heerlen de hoofdstad van de Oude Mijnstreek was geworden, telde de plaats het hoogste aantal werknemers in bestuur, verkeer en onderwijs. Bovendien werd de marktfunctie die de stad van oudsher had uitgebreid, waardoor in het centrum een relatief grote middenstand ontstond. Tot een vermenging van de verschillende bevolkingsgroepen in Heerlen is het echter nooit gekomen: de mijnwerkers leefden in hun kolonies, de middenstanders en een deel van de oude Heerlenaren in het centrum of in de gesloten gemeenschappen van wijken als Heerlerheide, Heerlerbaan en Welten en de hogere beambten, door de bevolking veelal met argwaan bekeken omdat ze `Hollanders' waren, woonden in Heerlen-Zuid. De strenge hiërarchie die in de mijnen heerste, heeft zeker ook tot een segregatie in de Heerlense gemeenschap geleid, met in Heerlen-Noord de `lagere kaste' en in Heerlen-Zuid de `hogere kaste'. Dit onderscheid is tot op de dag van vandaag intact gehouden: in Noord wonen relatief veel ongeschoolde arbeiders (en de werkeloosheid is er hoog), terwijl Zuid thuis is voor velen die werkzaam zijn in de vrije beroepen of in het hogere kader van de grote bedrijven met aanzien als ABP, CBS en DSM. Waar in de oude wijken van Heerlen de sociale structuur zeer hecht was, bleef de door kerk, staat en mijndirecties zo zeer gewenste sociale samenhang in de kolonies uit. Daarvoor was het verloop te groot. Omdat wonen in een kolonie gekoppeld was aan een baan bij een van de [9]

10 mijnen, moesten ontslagen werknemers de wijk nemen uit hun buurt. Zoals tabel 2 laat zien, is de mobiliteit onder de mijnwerknemers zeer groot geweest, waardoor mensen die in kolonies woonden vaak nauwelijks in staat waren om hun buren te leren kennen. Tabel 2: Verloop onder werknemers in de particuliere mijnen (Bron: Cornips, 1994) jaar gemiddeld aantal arbeidsplaatsen totaal ontslagen arbeiders in dienst genomen Vanaf 1931 werd de in 1929 ingezette economische wereldcrisis voelbaar in de Limburgse mijnen. Voor het eerst ontstond een overschot aan werknemers. Er moesten, met andere woorden, ontslagen vallen. Het ontslagbeleid in de jaren dertig zou in onze tijd stormen van protest losweken: er werd niet aan getwijfeld of de buitenlandse mijnwerkers vlogen als eerste de laan uit, tenzij ze niet of moeilijk vervangbaar waren of zwaarwegende familierelaties in de omgeving van Heerlen hadden. De gevolgen voor de samenstelling van het personeelsbestand van de mijnen waren aanzienlijk: het aantal Nederlanders bleef ongeveer gelijk, het aantal buitenlanders slonk drastisch. In 1931 bedroeg het aandeel van buitenlanders nog 39,3 procent, in 1939 was dit percentage gedaald tot 13,6. Het is, door de restricties die aan het ontslagbeleid waren verbonden, aan te nemen dat de buitenlanders die de crisis in de mijnen overleefden, goed tot zeer goed geassimileerd waren in Heerlen (of tenminste in de kolonie waarin zij woonden). [10]

11 Grafiek 1. Inwonersaantal Heerlen (bron: gemeente Heerlen) Grafiek 2. Samenstelling van de bevolking in Heerlen in procenten. De grijze balken vertegenwoordigen de inwoners die in Limburg zijn geboren, de witte die, welke niet in Limburg zijn geboren. (Bron: Cornips, 1994) [11]

12 2. HET ONTSTAAN EN DE SPREIDING VAN HET HAN. EEN THEORIE 2.1 De taalsituatie voor de komst van de mijnen Het is aan te nemen, dat het negentiende-eeuwse dorpje Heerlen een tweetalige situatie kende. Contacten met mensen binnen de regio verliepen in het Limburgs (Heerlens) dialect, andere contacten verliepen in het Duits. In ieder geval moeten de inwoners van Heerlen goed Duits verstaan hebben, want op die in Heerlerheide na werd in 1900 nog in iedere Heerlense kerk uit de onvertaalde Keulse catechismus (dus in het Hoogduits) gepreekt. Bovendien waren er veel contacten over de grens. Nu zullen de meeste van die contacten in het dialect zijn verlopen, maar Aken had als grote stad met een universiteit (vanaf 1870) en een bloeiende economie een grote aantrekkingskracht op velen uit het net ontloken Duitse rijk, zodat het Hoogduits de voertaal in deze stad werd. Onder invloed van het onderwijs was er in Heerlen ook een elite ontstaan die het standaard-nederlands machtig was, maar het is niet aannemelijk dat deze elite groot was. Het duurde zelfs tot de eerste wereldoorlog voordat in de Heerlense raadzaal de plaats van het dialect als voertaal werd overgenomen door het standaard- Nederlands. Het Heerlens dialect bevindt zich in dialect-geografische zin binnen de Ürdinger Linie 3 (de eerste klankverschuiving, ook wel de grens van het Limburgs) nèt ten westen van de Benrather Linie, beter bekend als de Hoogduitse klankverschuiving. Ten oosten van deze linie veranderen onder andere peët (paard) in pferd, laupe (lopen) in laufe en make (maken) in mache (zie kader 1). Kader 1: de Hoogduitse klankverschuiving. p pf / ##_ k x / [-cons]_[-cons] p f / [-cons]_y Heerlen ligt in het gebied waar deze verschuiving plaatsvindt, het zogenaamde Ripuarische overgangsgebied, maar het Heerlens dialect kent de meeste verschuivingen die wel in de dialecten van Kerkrade, Simpelveld, Bocholtz en Vaals zijn doorgevoerd niet. De klankverschuivingen als in kader 1 hebben zich in het Heerlens dialect net zomin voorgedaan als het de Ripuarische dialecten (dialecten binnen de Benrather Linie) typerende woordbeginj waar in het standaard-nederlands een [g] gerealiseerd wordt (Ich haan miene joemiejas vejesse). Wel heeft het Heerlens met bijvoorbeeld het Kerkraads dialect gemeen dat de postvokale [r] die voorafgaat aan een [t s ts] weggelaten wordt (Hinskens 1993). 3 Voor het verloop van de Ürdinger en de Benrather Linies, zie bijlage. [12]

13 r ø / [-cons]_[+dent; -stem] 4 Hierdoor onderscheidt het Heerlens dialect zich van andere Limburgse dialecten als bijvoorbeeld het Sittards in woorden als Sittard Heerlen kort kot (kort) barj(t) basj(t) (barst) peert peët (paard) Hierbij zij nog aangetekend, dat deze postvokale r-deletie bij veel sprekers van het Heerlens dialect voor iedere obstruent en zelfs voor half-vokalen voorkomt, getuige de naam van de plaats [he:lf] (Heerlen). Hiermee verandert de eerder geformuleerde regel in r ø / [-cons]_[+cons]. In andere klankkenmerken komt het Heerlens dialect nagenoeg overeen met andere Limburgse dialecten. Voor zover deze van belang zijn (bijvoorbeeld de karakteristieke intonatie, de woordfinale t-deletie en de regressieve assimilatie) worden deze in de beschrijving van het HAN behandeld. 2.2 De verschuiving Er zijn verschillende theorieën denkbaar die het ontstaan van het HAN kunnen verklaren. In zekere zin is HAN een creolentaal, dit wil zeggen een taal, die in eerste instantie is ontstaan uit noodzaak omdat verschillende mensen in een bepaalde situatie elkaar niet konden verstaan (een taal, die wordt voorafgegaan door een zogenaamde pidgin), en die door de kinderen van de pidgin-sprekers als moedertaal is overgenomen. In eerste instantie heb ik het HAN ook als creolentaal aangemerkt, zij het dat de in hoofdstuk 1 beschreven wijzigingen in de sociale context van Heerlen deze theorie tegenspreken. De sprekers van het standaard-nederlands, de beambten die uit westelijk Nederland kwamen, woonden immers streng van de andere nieuwkomers en van de autochtone Heerlenaren gescheiden in Heerlen-Zuid en de zeer strenge hiërarchie binnen de mijnen maakt het ook onwaarschijnlijk dat er veel (noodzakelijk) contact was tussen diegenen die Limburgs spraken en de standaardtaalsprekers. Ondanks de onwaarschijnlijkheid dat het HAN een creolentaal is, zijn er wel overeenkomsten met creolentalen aan te wijzen. Zo is HAN inderdaad ontstaan uit twee (of 4 Omdat het mij nog steeds niet is gelukt om een leesbare formule te creëren met de formule-editor in mijn tekstverwerker, kan ik klankeigenschappen niet onder elkaar tussen haakjes plaatsen. In afwijking van wat gebruikelijk is maak ik gebruik van het teken `;' om aan te geven dat twee eigenschappen tegelijkertijd voorkomen in één klank. [13]

14 meerdere) talen; in ieder geval uit het Heerlens dialect en het standaard-nederlands. Ook is HAN in de loop der tijd voor velen moedertaal geworden, en de ontwikkeling is te kenschetsen als wat Ton Boves in zijn Inleiding in de sociolinguïstiek noemt: `taalvariëteiten in de magnetron'; het is aannemelijk dat de eerste vorm van HAN binnen het bestek van één generatie is ontstaan. Hier staat echter tegenover, dat een creolentaal doorgaans een continue ontwikkeling richting standaardtaal doormaakt, terwijl het niet onwaarschijnlijk is dat het eerste HAN nauwelijks afwijkt van het HAN dat nu in de straten van Heerlen te horen is. De verschuiving heeft zeer snel plaatsgevonden, en is toen even snel weer gestopt. Zo is er bij de door mij onderzochte taaldata nauwelijks een verschil waar te nemen tussen oudere en jongere HAN-sprekers, terwijl Cornips, die over beduidend meer data beschikte dan ik, bij enkele syntactische constructies die wel in het HAN en niet in het standaard-nederlands voorkomen ontdekte dat zij door jongere sprekers in grotere frequentie gerealiseerd worden dan door oudere sprekers. Dit spreekt het kenmerk van een creolentaal, dat een verschuiving in de richting van de standaardtaal plaatsvindt, tegen. De fout die ik maakte, is dat ik het onderscheid tussen `internal language change' en `external language change', zoals door Akmaijan, Demers en Harnish aangebracht, te gemakkelijk verwisselde met `natuurlijke taalverandering' en het ontstaan van een pidgin. Het ontstaan van het HAN is hoe dan ook een `external language change', omschreven als `If a change begins in one area, it is possible to follow its progress, through time, as it moves wavelike through a community of speakers.' (Akmaijan e.a.) Iedere externe verandering aanmerken als creolisering of `pidginisering' doet de werkelijkheid echter onrecht: de verschijnselen turbo-taal, slang en argot zijn dan niet te vatten. In navolging van Cornips behandel ik HAN als mesolect, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen een brontaal (Heerlens dialect en eventueel andere oostelijke dialecten) en een doeltaal (standaard-nederlands). De sociale context van Heerlen ten tijde van de mijnactiviteit kunnen dan het uiteindelijke HAN, dat gezien kan worden als `imperfect Nederlands', verklaren. De sprekers van de doeltaal vormden tijdens het ontstaan van het HAN in verhouding een kleine groep op de totale bevolking van Heerlen. Bovendien was het een groep, die door toedoen van de strenge hiërarchie die op die plaats en in die tijd gold weinig contacten had met de oorspronkelijke, dialectsprekende bevolking of met de andere groepen nieuwkomers die Heerlen aan het begin van deze eeuw binnen zijn grenzen kreeg. Wel wordt de groep steeds groter: in 1909 zijn bij alle staatsmijnen in Limburg 66 beambten in dienst en in Relatief gezien stijgt het aantal beambten ook: van één op de dertien mijnwerkers in 1909 tot één op de acht in 1952 (Cornips). In het begin van deze eeuw was het standaard- Nederlands nog niet goed toegankelijk voor Heerlenaren, en het is aan te nemen dat de kleine groep sprekers ervan de enige weg was waarlangs de dialectsprekers en de immigranten deze `nieuwe taal' konden leren. De groep was niet alleen erg klein, de segregatie binnen de Heerlense gemeenschap stond ook in de weg dat de `gemiddelde Heerlenaar' direct kennis kon nemen van het standaard-nederlands. De enigen die in contact konden komen met de westelijke Nederlanders, waren de mensen die deel uitmaakten van de autochtone elite. In deze piramide-achtige constructie kwam het grootste deel van de bevolking via een omweg in aanraking met het standaard-nederlands, wat het imperfect leren ervan verklaart, in die zin [14]

15 dat er veel interferenties van de oorspronkelijke taal mogelijk waren en zich voordeden. De snelle taalverschuiving, het kleine aantal doeltaalsprekers en een groot aantal sprekers van de brontaal kunnen volgens Thomason en Kaufman (1988) verklaren dat veel sprekers constructies in de doeltaal realiseerden, die oorspronkelijk alleen in de brontaal voorkwamen. Een vloeiende tweetaligheid was op grond van onbekendheid uitgesloten. De beambten (die zich overigens wel permanent in Heerlen vestigden) konden slechts aan de elite uit de autochtone bevolking een continue taalinput geven. Een taalinput overigens, die een zeer hoge status had, wat doorsijpelen naar lagere lagen in de Heerlense bevolking bespoedigde. In wezen is in Heerlen, zonder dat dit de bedoeling was, een model in werking gezet dat sterk lijkt op het taalaccomodatiemodel van Giles (1973), dat inhoudt dat mensen die met elkaar spreken hun taalrealisatie zó veranderen dat de onderlinge verschillen kleiner worden: de autochtone Heerlenaren en de grootste groep nieuwkomers convergeren in de richting van het standaard-nederlands, de taal van de groep met het meeste aanzien, en waarvan aangenomen kan worden dat zij linguïstisch homogeen was. Alleen: een directe confrontatie tussen de ene groep en de andere groep heeft niet of nauwelijks plaatsgevonden. Er heeft een intermediair tussen gezeten, die de situatie in Heerlen uniek maakt binnen Nederland. Aan het begin van deze eeuw was de taalsituatie ten aanzien van het Nederlands in Heerlen tamelijk homogeen. Verreweg het grootste deel van de bevolking sprak Heerlens dialect, er was een kleine groep mensen die het standaard-nederlands machtig was en wellicht ook nog een groepje dat een regionale variant van het Nederlands beheerste, een soort voorloper van het HAN. Met name in het eerste kwart van deze eeuw steeg het inwonersaantal van Heerlen aanzienlijk. De nieuwkomers waren vooral Drenthen, Friezen en Groningers, waardoor andere Oostnederlandse dialecten hun intrede deden. Deze nieuwkomers werden gehuisvest in de kolonies, zodat er nauwelijks contacten met de autochtone bevolking bestonden. In deze kolonies werden de mijnwerkers ongeacht herkomst geplaatst, wat gunstig was voor de assimilatie van de buitenlandse nieuwkomers. Zij pasten zich snel aan de situatie in Heerlen aan en er vonden veel huwelijken plaats tussen buitenlanders en Nederlandse (ook Heerlense) vrouwen. Dit is echter waarschijnlijk niet doorslaggevend geweest voor het ontstaan van het HAN: in de kolonies woonden namelijk bijna geen autochtone Heerlenaren, dus het Nederlands dat er werd gesproken zal Noordoostelijk gekleurd geweest zijn. Belangrijker is, dat na de internationale crisis nagenoeg alleen Nederlandse mijnwerkers in de kolonies bleven wonen als gevolg van het selectieve ontslagbeleid van de mijndirecties. De Nederlandse nieuwkomers konden zich permanent in Heerlen vestigen, en zowel voor hen als voor de autochtone bevolking loonde het om zich het standaard-nederland eigen te maken. Dit had namelijk een gunstige invloed op een carrière binnen de mijnen. Deze ontwikkelingen hebben naar alle waarschijnlijkheid een eerste generatie HAN-sprekers opgeleverd. Een groep, die nog niet al te groot was, aangezien er voor de meeste sprekers van het Heerlens dialect nog geen noodzaak was om zich het standaard-nederlands eigen te maken. Pas bij de tweede generatie heeft het HAN zich als standaard-heerlens gemanifesteerd. Er ontstond een eerste groep mensen die HAN als moedertaal sprak, en bij de kinderen van de immigranten die noordoostelijk gekleurd Nederlands spraken, is de kans groot dat zij [15]

16 kenmerken van de regionale taal overnamen (Scholtmeijer 1992). Gingen deze kinderen in de mijnen werken (de kans daarop was erg groot), dan werden zij dagelijks geconfronteerd met een Nederlands dat doordrenkt was met kenmerken van het Heerlense dialect. Breij (1991) geeft een lijst van vaktermen die ondergronds werden gebruikt, en aan deze lijst valt vooral de hoeveelheid Limburgse woorden op. Was Heerlen aan het begin van deze eeuw nog tweetalig, nu kon er ten koste van het Heerlens dialect een ééntalige situatie ontstaan. [16]

17 3. KENMERKEN VAN HET HUIDIGE HAN 3.1 De positie van het HAN ten opzichte van het standaard-nederlands Het is bij een sociolinguïstisch onderzoek vaak niet gemakkelijk om taalkundige variabelen te scheiden van idiomatische eigenaardigheden van de spreker en van versprekingen. Absolute zekerheid over het al dan niet taalkundige variabele zijn van een geregistreerd taalfeit is nauwelijks te verkrijgen, of de hoeveelheid onderzochte taaldata zou al bijna even groot moeten zijn als het totaal aan data dat in de onderzochte taalvariëteit wordt gerealiseerd. Dat een onderzoek met een dergelijke turf data praktisch onmogelijk is, behoeft geen betoog. Ik heb in dit onderzoek echter het voordeel dat ik al geruime tijd in Heerlen woon en op basis van intuïtie kan zeggen of een gerealiseerd taalfeit al dan niet tot het corpus van het HAN gerekend kan worden. Waar mijn intuïtie me in de steek liet of er een andere reden tot twijfel was, heb ik het taalfeit aan tenminste vijf HAN-sprekers voorgelegd met de vraag, of dit gebruikelijk was in de onderzochte taal. Niet een wetenschappelijk waterdichte, maar naar ik hoop wel een aanvaardbare methode. Om het HAN te beschrijven gebruik ik een aangevulde indeling van taalkundige variabelen zoals die door Boves en Gerritsen (1995) is aangebracht, te weten: (a) (b) (c) (d) (e) (f) suprasegmentele variabelen: dit zijn de variabelen in klemtoon en in intonatie (wordt samen met de fonetische en de fonologische variabelen behandeld); fonetische variabelen: de variabelen in taalklanken. In afwijking van Boves en Gerritsen voeg ik hier ook de fonologische variabelen aan toe, die de wijze waarop taalklanken elkaar beïnvloeden behelzen; morfologische variabelen: de variabelen in het samenstellen van woorden; lexicale variabelen: de variabelen in woorden die dezelfde betekenis hebben; syntactische variabelen: de variabelen in zinsbouw. Omdat de van het standaard- Nederlands afwijkende zinsconstructies in het HAN vaak een betekenisonderscheid in zich meedragen, behandel ik onder deze kop ook de semantische variabelen, die gaan over betekenissen van taaluitingen, en pragmatische variabelen: die de interpreteerbaarheid van taalhandelingen in een sociale context behelzen (bijvoorbeeld het gebruik van de respectievelijke afscheidsgroeten dag, doei, hoi of adieje wà). Niet op al deze punten is de verschuiving van Heerlens dialect naar standaard-nederlands even ver gegaan. Zo komt het pragmatische paradigma van het HAN overeen met dat van het Nederlands. Met aanspreektitels, begroetingen, afscheid en dergelijke zal een HAN-spreker [17]

18 nooit problemen krijgen als hij Heerlen verlaat. Dat de afscheidsgroet adieje (in het HAN zeer zeldzaam) alleen in Zuidoost-Limburg voorkomt, is een lexicaal verschil met het standaard-nederlands. Het westelijke `doei' heeft dezelfde pragmatische functie. Ook de morfologische component van het HAN komt nagenoeg overeen met die van het standaard-nederlands. Het regelmatig ontbreken van het suffix -t bij verbums in de tweede en derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd, door enkelen voor mij aangemerkt als morfologisch verschil met het standaard-nederlands, heeft in mijn ogen een fonologische oorzaak. Ik hoop dat ik daar bij de behandeling van de fonologie van het HAN voldoende bewijs voor lever. Wie zegt dat in het HAN meer samenstellingen mogelijk zijn dan in het standaard-nederlands, bevindt zich op glad ijs. Met name substantiva in de standaardtaal worden in hun derivationele morfologie steeds actiever, getuige steeds vaker te horen woorden als `Nederlandsleraar' en `practicumlokaal'. Cornips (1994) merkt wèl een morfologische verschil tussen HAN en standaard-nederlands op, namelijk het gebruik van het artikel 't voor dagaanduidingen als in 't zaterdags. Hulde aan haar opmerkingsvermogen: meestal is dit artikel nauwelijks hoorbaar. In mijn testdata komt dit verschijnsel niet voor, op straat en in de winkel kom ik het sporadisch tegen. Hoewel de verschuiving op lexicaal niveau van het oorspronkelijke dialect naar de standaardtaal ook bijna volledig is, komen er enkele verschillen voor die de moeite van het bespreken waard zijn. Hetzelfde geldt voor syntactische variabelen, al is hier de verschuiving minder volledig. Wellicht zijn HAN-sprekers zich minder van deze verschillen bewust. Navraag bij de door mij geïnterviewden bevestigt deze these: zij zijn zich veel meer bewust van de woorden die zij gebruiken dan van de syntactische constructies waarin zij deze gieten. De sociale context tijdens het ontstaan van het HAN zal dan debet zijn geweest aan het feit dat de syntaxis van de standaardtaal minder invloed op het HAN heeft gehad dan haar woordenschat: waar direct contact met `native speakers' ontbreekt, ontstaan als eerste verschillen op die niveaus, die sprekers minder bewust hanteren. Een verschuiving op suprasegmenteel, fonetisch en fonologisch niveau heeft nauwelijks plaatsgevonden. Op deze niveaus is het HAN nagenoeg identiek aan het Heerlens dialect. Een Heerlenaar is onmiddellijk te herkennen aan zijn tongval, een reden hiervoor is wellicht te vinden in de in paragraaf 2.2 beschreven definitieve vestiging van het HAN als standaard- Heerlens onder invloed van een tweede generatie HAN-sprekers. 3.2 Suprasegmentele, fonetische en fonologische variabelen Op het gebied van klank en tongval is de verschuiving van Heerlens dialect naar standaard- Nederlands het minst volledig geweest. Zoals iedere Limburger, is de HAN-spreker onmiddellijk te herkennen aan zijn klanken. Op mijn vraag aan de geïnterviewden of er wel eens de draak wordt gestoken met hun taal, kreeg ik vaak te horen dat het alleen de klank (en dan met name de zangerigheid en het `lange rekken' van gespannen vokalen) was die door lolbroeken werd uitgebuit, met name in militaire dienst. Overigens zullen het niet alleen Heerlenaren zijn, die in sommige gevallen een dikke huid moeten hebben. De afwijkingen in [18]

19 klank en tongval van het HAN ten opzichte van het standaard-nederlands zijn waar te nemen bij nagenoeg iedere Limburger. Ik ben er zelfs niet zeker van, dat een Heerlenaar in Limburg vaak herkend wordt aan zijn klank; het zijn eerder de andere variabelen in zijn taal die hem van zijn mede-limburgers onderscheiden. Ik heb maar één (fonologische) variabele kunnen vinden, die nagenoeg alleen in Heerlen en omgeving te horen is, en dat is de [š] die in sommige gevallen in plaats van de standaard-nederlandse [s] wordt gerealiseerd. Hierover later meer. HAN-sprekers krijgen van niet-limburgse Nederlanders vaak te horen dat ze zingen, en de meesten zijn zich hier ook van bewust. Maar weinig HAN-sprekers kennen de oorzaak van deze `zangerigheid'. Alle dialecten binnen de Ürdinger Linie kennen een verschil tussen sleep- en stoottoon. Bij stoottoon gaat de hoogte van een vocaal omlaag, bij sleeptoon gaat deze omhoog. Zo hebben in het Heerlens dialect de woorden [we:/x] (weg, straat) en [we:\x] verschillende betekenissen, in die zin dat weag met stoottoon meervoud is, en weag met sleeptoon enkelvoud. Zo zijn er meerdere minimale paren, die tonen dat [+stoottoon] en [- stoottoon] distinctieve kenmerken zijn in Limburgse dialecten, terwijl dit onderscheid in het standaard-nederlands niet voorkomt. Toch realiseert een HAN-spreker ook sleep- en stoottonen, zonder dat deze in het HAN distinctief zijn. Net zomin als bijvoorbeeld de umlaut bij de nomen agentis in het Heerlens dialect, die overigens samengaat met sleep- en stoottoon als in verbum ba/kke (bakken) sjla/chte (slachten) verkau/pe (verkopen) nomen agentis be\kker (bakker) sjle\chter (slager) verkui\per (verkoper) heeft het onderscheid sleep- en stoottoon uit het dialect zich gehandhaafd in het HAN. Wel worden in de genoemde voorbeelden de sleep- en stoottonen uit het Heerlens dialect gerealiseerd, en is bij het gebruik van sleep- en stoottoon zondigen tegen de grammatica van de brontaal in het HAN niet mogelijk, zodat (1) a. *ba\kken b. *ba/kker uitgesloten zijn. Zoals al is gezegd, is de morfologie van het HAN nagenoeg dezelfde als die van het standaard-nederlands. Het is echter aan te nemen, dat het onderscheid tussen sleepen stoottoon niet alleen morfologisch, maar ook suprasegmenteel in het oorspronkelijk dialect verankerd is, zodat met name de tweede generatie HAN-sprekers (zie paragraaf 2.2) het heeft overgenomen als puur suprasegmenteel verschijnsel. Dit wordt bevestigd door het feit dat sleep- en stoottoon in het HAN geen distinctief vermogen meer hebben; er zijn geen minimale paren in het HAN te vinden op basis van dit onderscheid. Wordt een woord in het HAN met sleeptoon uitgesproken, dan bestaat er geen variant met stoottoon en andersom. Dat [19]

20 sleep- en stoottoon in het HAN overleefd heeft en de umlaut, die toch zeker zo productief in Limburgse dialecten is, niet, heeft waarschijnlijk te maken met de herkenbaarheid van de umlaut als morfologisch verschijnsel, terwijl het morfologische karakter van sleep- en stoottoon vaak onduidelijk is. Het lukt niemand, om de realisatie van sleep- en stoottonen uit het HAN te weren, terwijl de meeste geïnterviewden aangeven dat zij de `zangerigheid' in het HAN als lelijk ervaren, en er ook velen zijn, die ermee geplaagd werden. Niet-dialectsprekers, die de functie van sleep- en stoottonen in hun moedertaal niet kennen, zijn in dezen niet te onderscheiden van geïnterviewden die (Heerlens) dialect als moedertaal hebben. Niet alleen het aanwenden van sleep- en stoottonen, maar ook de manier waarop gespannen vokalen gerealiseerd worden geeft met name bij niet-limburgers het idee dat HAN-sprekers `gerekt' spreken. Waar een randstedeling de neiging heeft om gespannen vokalen te diftongeren, zodat hij `souwn mooai boutje aan seij' heeft, spreekt een HAN-spreker deze klanken uit als reine monoftongen, exact zoals ze geschreven zijn. De klank verandert dus niet of nauwelijks van kleur, waardoor westerlingen snel het idee dat een HAN-spreker langzamer praat. Bovendien heeft een HAN-spreker, net als de spreker van Heerlens dialect, de neiging om vokalen te `ronden', dat wil zeggen dat hij zijn lippen meer en eerder rondt dan een westelijke Nederlander. Hierdoor gaat de [Ùy] van buik richting [œ] van beuk, neigt de [a] van bal naar de [É] van bol en de [a] van baas naar de [o] van boos. Alle HAN-sprekers die ik heb geïnterviewd neigen bij alle vokalen naar een sterkere ronding dan in het standaard-nederlands gebruikelijk is. Fonologisch heeft het HAN zich ver in de richting van het standaard-nederlands ontwikkeld. Zo is er in het HAN bijvoorbeeld niets meer te merken van de het Heerlens dialect typerende postvokale r-deletie (zie hoofdstuk 2.1). Toch zijn er drie opvallende kenmerken uit het Heerlens dialect in het HAN gebleven, die in het standaard-nederlands niet voorkomen. Twee van deze kenmerken worden door de verschillende HAN-sprekers in zeer verschillende mate gerealiseerd. Over het algemeen geldt, dat hoger opgeleiden en niet-dialectsprekers fonologisch dichter bij het standaard-nederlands staan. Vaak is een HAN-spreker snel te herkennen aan een verhoging van de [s] voor een consonant (zie kader 2). Een [x] die na deze klank komt, verdwijnt. Wellicht dat een HAN-spreker in de oorlog na het uitspreken van een van de wachtwoorden `Scheveningen' of `schaapscheerder' het loodje had gelegd. Hij spreekt deze woorden, net als in het Heerlens dialect, `op z'n Duits' uit als [šev nih ] en [šapše:rd r]. Kader 2: de verhoging van [s] s š / X_[+cons] [20]

Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek

Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek Marc van Oostendorp M.van.Oostendorp@umail.LeidenUniv.NL 29 november 2004 Variatielinguïstiek Wat is variatielinguïstiek? De studie van taalvariatie

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Samenvatting Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Negen casestudies naar de verwerving van het Engels, Duits en Zweeds door volwassen moedertaalsprekers

Nadere informatie

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie). 8. Afasie [1/] 1 Afasie De term afasie wordt gebruikt om problemen met taal te beschrijven die het gevolg zijn van een hersenbeschadiging. Meestal is de oorzaak van afasie een beroerte. Het woord afasie

Nadere informatie

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Persbericht PB13 062 1 oktober 2013 9:30 uur Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen

Nadere informatie

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde Luisteren - kwalitatieve niveaucriteria en zinsbouw tempo en articulatie Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben o.a. betrekking op zeer betrekking op betrekking op betrekking

Nadere informatie

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers Opdrachtnemer: Bureau O&S Heerlen Opdrachtgever: Bureau Economie Januari 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Onderzoeksvragen 3 3. Onderzoeksopzet 3 4.

Nadere informatie

Interview met de Spaanse arts Betty Cerda de Palou, 63 jaar oud en sinds 32 jaar in Maastricht

Interview met de Spaanse arts Betty Cerda de Palou, 63 jaar oud en sinds 32 jaar in Maastricht 1 Interview met de Spaanse arts Betty Cerda de Palou, 63 jaar oud en sinds 32 jaar in Maastricht Betty: Ik ben Betty Cerda de Palou. Ik woon in Maastricht al 32 jaar. Ik ben 63 jaar. Ik ben arts, maar

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

Naam: IK WOON IN NEDERLAND

Naam: IK WOON IN NEDERLAND Naam: IK WOON IN NEDERLAND Nederland is een land in Europa. Het land ligt aan de Noordzee, naast Duitsland en België. Nederland is niet erg groot. Toch wonen er ruim 16 miljoen mensen, waardoor Nederland

Nadere informatie

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

Tradities en gebruiken in de Groningse cultuur

Tradities en gebruiken in de Groningse cultuur Tradities en gebruiken in de Groningse cultuur Groningen kent verschillende tradities en gebruiken. Denk hierbij aan de Groningse streektaal, de vlag en het Groningse volkslied. Maar het gaat ook om het

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

In maart 2012 vond in Aalter de vierde Vlaamse Dialectendag van

In maart 2012 vond in Aalter de vierde Vlaamse Dialectendag van 118 Overgangsdialecten op de kaart In maart 2012 vond in Aalter de vierde Vlaamse Dialectendag van Variaties vzw plaats, met als thema Overgangsdialecten. Onderstaande tekst is een samenvatting van de

Nadere informatie

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D RESEARCH CONTENT Loïs Vehof GAR1D INHOUD Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ blz. 2 Methode -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Bevolkingsontwikkeling in 2014: krimp en groei in Limburg

Bevolkingsontwikkeling in 2014: krimp en groei in Limburg Maart 2015 Neimed Krimpbericht Bevolkingsontwikkeling in 2014: krimp en groei in Landelijk is de groei van het aantal in 2014 wat toegenomen. Een gelijksoortige ontwikkeling, maar dan in de vorm van een

Nadere informatie

Doe een klein onderzoek naar de taalregels die een kind in jouw omgeving al dan niet onder de knie heeft en schrijf daar een verslag over.

Doe een klein onderzoek naar de taalregels die een kind in jouw omgeving al dan niet onder de knie heeft en schrijf daar een verslag over. Naam: Klas: Nr: Datum: Vak: Nederlands Leerkracht: Taalverwerving Opdracht 1 Doe een klein onderzoek naar de taalregels die een kind in jouw omgeving al dan niet onder de knie heeft en schrijf daar een

Nadere informatie

Taalvariatie in Nederland: Limburgse tonen

Taalvariatie in Nederland: Limburgse tonen Taalvariatie in Nederland: Limburgse tonen Marc.van.Oostendorp@Meertens.KNAW.nl 8/10 november 2004 1 Toon in het Limburgs De Limburgse dialecten (behalve die in het uiterste noorden van de Nederlandse

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1 veilig leren lezen Letterkennis Aanpak b/d-probleem Auteur: Susan van der Linden De letters b en d zijn voor veel kinderen een bron van verwarring. Dit komt door hun gelijke vorm. Toch kunt u dit probleem

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Patiënt redelijk tevreden, maar snelheid en betrokkenheid bij behandeling kan beter Index 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode

Nadere informatie

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Versie 2013-2014 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het Wetenschappelijk Instituut van 50PLUS heeft ons in december

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

De feiten: arbeidsmigratie door de jaren heen

De feiten: arbeidsmigratie door de jaren heen De feiten: arbeidsmigratie door de jaren heen Jeannette Schoorl Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) Den Haag NIDI/NVD/CBS Seminar arbeidsmigratie 30 maart 2011 Onderwerpen Historische

Nadere informatie

Verhalen uit een ander rijk

Verhalen uit een ander rijk Verhalen uit een ander rijk Ana-Magdalena Zainea www.anderssamen.nl www.ana-magdalena.nl Titel: Verhalen uit een ander rijk Auteur: Ana-Magdalena Zainea Correctie: Bart Renaer en Dorien Ruben Illustraties

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Examen VWO. wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.3 16.3 uur 2 4 Voor dit examen zijn maximaal 87 punten te behalen; het examen bestaat uit 21

Nadere informatie

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Voor wie? Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) die willen functioneren in een uitdagende kennis- of communicatiegerichte functie: in het hoger onderwijs, als docent

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004.

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004. Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004. 1 In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt over de periode vanaf 1 januari tot 1 juli 2004.

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I Examenresultaten Voor de invoering van de tweede fase bestonden de vakken wiskunde A en wiskunde B. In 2 werden deze vakken voor het laatst op alle VWO-scholen geëxamineerd. Bij het Centraal Examen wiskunde

Nadere informatie

QUICKSCAN 2014-1 INTERSECTORALE MOBILITEIT

QUICKSCAN 2014-1 INTERSECTORALE MOBILITEIT Elk kwartaal wordt in de vragenlijst van de Arbeidsmarktmonitor Metalektro een aantal actuele vragen of stellingen voorgelegd aan de deelnemende metalektrobedrijven. Het onderwerp van deze quickscan is

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG!

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! I.I De geboorte van de Europese Unie Zoals jullie waarschijnlijk wel weten zijn er de vorige eeuwen veel oorlogen in Europa geweest. Vooral de Eerste en de Tweede Wereldoorlog

Nadere informatie

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?)

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Toelichting op de opdracht Tijdens deze opdracht gaan jullie in kleine groepjes in onderhandeling met elkaar over een pakket

Nadere informatie

verlaten nóóit bewoonde plek is wellicht nog fascinerender.

verlaten nóóit bewoonde plek is wellicht nog fascinerender. ECONOMIE teruglopende banenmarkt of oprukkende industrie Een verlaten nóóit bewoonde plek is wellicht nog fascinerender - 6 - - 7 - Tussen de verlaten steden en gebieden die we in kaart brengen zitten

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk?

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Verantwoordelijkheid. Ja, ook heel belangrijk voor school!!! Het lijkt veel op zelfstandigheid, maar toch is het net iets anders. Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Relatie <> Religie. Beste Galsem,

Relatie <> Religie. Beste Galsem, RelatieReligie BesteGalsem, Hetfeitdatjouwpatientnuopeenchristelijkevenementisisnietongevaarlijk.Hetgeestelijke levenvanjouwpatientzalgrotesprongenmakennaarhetkampvandevijandtoe.watikjou aanraadisomditnietafteremmen,maaromdittebederven.brengjouwpatientincontactmet

Nadere informatie

B U R E N. Wat gebeurde er tijdens de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van jouw school?

B U R E N. Wat gebeurde er tijdens de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van jouw school? B U R E N Wat gebeurde er tijdens de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van jouw school? Geïllustreerd Stappenplan voor Foto- en Poëzieprojecten over de Vervolging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog

Nadere informatie

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Een land waar mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Lilian (48) vraagt haar zoontje om even een handje te komen geven. Dat doet hij en dan gaat hij weer lekker verder spelen. Wij nemen plaats aan

Nadere informatie

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2014-2015-2016

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2014-2015-2016 Schoolexamen derde leerjaar mavo (2014 2015) 1 SE1 De industriële samenleving in Nederland Het proces van industrialisatie heeft de Nederlandse samenleving ingrijpend veranderd vanaf het midden van de

Nadere informatie

Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. Een korte inleiding:

Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. Een korte inleiding: 1 Ruimte, Ether, Lichtsnelheid en de Speciale Relativiteitstheorie. 23-09-2015 -------------------------------------------- ( j.eitjes@upcmail.nl) Een korte inleiding: Is Ruimte zoiets als Leegte, een

Nadere informatie

Majesteit, Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren,

Majesteit, Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren, Toespraak van de minister-president, mr. dr. Jan Peter Balkenende, bijeenkomst ter ere van de 50 ste verjaardag van de Verdragen van Rome, Ridderzaal, Den Haag, 22 maart 2007 Majesteit, Koninklijke Hoogheid,

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan. Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een

Nadere informatie

aard zijn. De techniek kan ook gebruikt worden bij het onderzoeken van de taalkundige variatie tussen sociale klassen, sexe, en andere dimensies.

aard zijn. De techniek kan ook gebruikt worden bij het onderzoeken van de taalkundige variatie tussen sociale klassen, sexe, en andere dimensies. Samenvatting Dit proefschrift onderzoekt synchrone en diachrone aspecten van de Engelse fonetiek en fonologie door middel van de eerste systematische toepassing van een uitgebreide set van kwantitatieve

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

Tekst: Lucas 24: 46-53 Thema: Grote vreugde Hemelvaartsdag

Tekst: Lucas 24: 46-53 Thema: Grote vreugde Hemelvaartsdag Tekst: Lucas 24: 46-53 Thema: Grote vreugde Hemelvaartsdag Liturgie: Welkom EL 142: Majesteit, groot is zijn majesteit Begroeting Psalm 47: 2,3 Gedicht Luisterlied Gebed Lezen: Lucas 24: 36-53 Psalm 93:

Nadere informatie

2. Wat er voor de mijngebouwen in de plaats is gekomen, bestaat uit groenvoorziening, woonwijken en zakelijk beton. Er is tijdens de grootscheepse

2. Wat er voor de mijngebouwen in de plaats is gekomen, bestaat uit groenvoorziening, woonwijken en zakelijk beton. Er is tijdens de grootscheepse 1. Als je vroeger voorbij Sittard over de Limburgse heuvels kwam dan zag je in het dal het trotse mijnencomplex liggen. Daar is tegenwoordig niets meer van over. Ik ben als kind opgegroeid in de tijd dat

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De

Nadere informatie

JAARGANG 9 / NUMMER 4 DECEMBER 2014. Mede mogelijk dankzij:

JAARGANG 9 / NUMMER 4 DECEMBER 2014. Mede mogelijk dankzij: JAARGANG 9 / NUMMER 4 DECEMBER 2014 Partners: Mede mogelijk dankzij: VRAAG 1 Ebola Afgelopen maand was er een grote geldinzamelingsactie voor de bestrijding van ebola. Het woord ebola komt oorspronkelijk

Nadere informatie

Geschiedenis groep 6 Junior Einstein

Geschiedenis groep 6 Junior Einstein De oude Grieken en Romeinen hadden ze al en later ook de Vikingen. Koloniën. Koopmannen voeren met hun schepen over zee om met andere landen handel te drijven. Langs de route richtten ze handelsposten

Nadere informatie

Semigratie: verhuizingen van Kerkrade naar Herzogenrath

Semigratie: verhuizingen van Kerkrade naar Herzogenrath Bevolkingstrends Semigratie: verhuizingen van Kerkrade naar Herzogenrath 2015 08 Jeroen Ooijevaar Roel Jennissen (WODC) CBS Bevolkingstrends mei 2015 08 1 Internationale migratie roept beelden van verre

Nadere informatie

Je bent je bewust van je eigen referentiekader en houdt er rekening mee dat anderen handelen vanuit hun referentiekader.

Je bent je bewust van je eigen referentiekader en houdt er rekening mee dat anderen handelen vanuit hun referentiekader. 3. Samen eten Een Afrikaanse vrouw nodigt de Vlaamse buurkinderen uit voor het eten. De buurvrouw komt thuis en vindt haar kinderen niet. Ze is ongerust en maakt zich kwaad. Je gaat toch niet zomaar bij

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat. A. LEER EN TOETSPLAN DUITS Onderwerp: Leesvaardigheid De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven

Nadere informatie

Geboortejaar werkzame predikanten Gereformeerde gemeenten

Geboortejaar werkzame predikanten Gereformeerde gemeenten Het predikantenkorps in Nederland vergrijst snel. Twee van de drie voorgangers bereiken uiterlijk in 22 de 6-jarige leeftijd. Het is een probleem dat zich zo n beetje in alle kerken voor doet. Opmerkelijk

Nadere informatie

Zit je nou alweer te twitteren? Een nieuwe manier om partikels in kaart te brengen

Zit je nou alweer te twitteren? Een nieuwe manier om partikels in kaart te brengen Zit je nou alweer te twitteren? Een nieuwe manier om partikels in kaart te brengen Ton van der Wouden Op school is het u waarschijnlijk niet verteld, maar het Nederlands is een partikeltaal. Heel veel

Nadere informatie

David Weenink. Instituut voor Fonetische Wetenschapen ACLC Universiteit van Amsterdam. Spraakverwerking per computer.

David Weenink. Instituut voor Fonetische Wetenschapen ACLC Universiteit van Amsterdam. Spraakverwerking per computer. Instituut voor Fonetische Wetenschapen ACLC Universiteit van Amsterdam AMSTERDAM CENTER FOR LANGUAGE AND C O M M U N I C A T I O N 5000 4000 3000 Hz 2000 1000 0 de vrouw loopt met haar dure schoenen 0.3

Nadere informatie

Workshop Communicatie & Mediation

Workshop Communicatie & Mediation Workshop Communicatie & Mediation Virginie de Zanger & Niels Kooijman Kooijman Mediation & Management 1 Workshop onder leiding van: Virginie de Zanger en Niels Kooijman Gediplomeerd en geregistreerd NMI

Nadere informatie

10. Gebarentaal [1/3]

10. Gebarentaal [1/3] 10. Gebarentaal [1/3] 1 Gebarentalen Stel, je kunt niets horen. Je bent doof. Hoe praat je dan met andere mensen? Je kunt liplezen, maar dat is moeilijk en je mist dan toch nog veel van het gesprek. Bovendien

Nadere informatie

Vluchtelingen(asielzoekers) overspoelen ons land, en zetten eigen leven daarbij op het spel.

Vluchtelingen(asielzoekers) overspoelen ons land, en zetten eigen leven daarbij op het spel. Vluchtelingen(asielzoekers) overspoelen ons land, en zetten eigen leven daarbij op het spel. Het kon niet uitblijven dat er reuring ontstaat over de komst van duizenden asielzoekers (vluchtelingen) die

Nadere informatie

Aanleiding voor het onderzoek

Aanleiding voor het onderzoek Aanleiding voor het onderzoek Gemeente Heerlen, juni 2013, alle zondagen koopzondag; wekelijkse koopzondag Centrum gestart m.i.v. september 2013 Heroverweging wekelijkse koopzondag in 2015 Breed gedragen

Nadere informatie

IVO onderzoek De kaarten op tafel. Rapport juni 2010. Samenvatting en conclusies. o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend?

IVO onderzoek De kaarten op tafel. Rapport juni 2010. Samenvatting en conclusies. o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend? IVO onderzoek De kaarten op tafel Rapport juni 2010 Samenvatting en conclusies o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend? Poker bevat onmiskenbaar elementen van een verslavend spel. Het kan

Nadere informatie

Betreft: Herindelingsontwerp samenvoeging provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

Betreft: Herindelingsontwerp samenvoeging provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland Leeuwarden 15 oktober 2013 Aan: Ministerie van BZK, Postbus 20011, 2500 AE Den Haag Betreft: Herindelingsontwerp samenvoeging provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland Zienswijze Noordvleugelprovincie

Nadere informatie

Soms kan het te moeilijk zijn om wat diep in je leeft uit te spreken. Soms durf je dat gewoon niet, voor niemand niet.

Soms kan het te moeilijk zijn om wat diep in je leeft uit te spreken. Soms durf je dat gewoon niet, voor niemand niet. Ontmoetingskerk - Laren NH - 3 november 2013 2 Koningen 2 Hoe zwaar kan het voor je zijn om afscheid te moeten nemen. Wat gaat er door je heen, als je iemand moet loslaten. Red ik het wel zonder de ander,

Nadere informatie

De Franse keizer Napoleon voerde rond 1800 veel oorlogen in Europa. Hij veroverde verschillende gebieden, zoals Nederland en België. Maar Napoleon leed in 1813 een zware nederlaag in Duitsland. Hij trok

Nadere informatie

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12?

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Romeinen 7:7. Paulus stelt weer een vraag, die het voorafgaande mogelijk oproept bij mensen. Hij zei immers, dat de wet (vroeger) zondige hartstochten in ons opriep

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Migratie in Utrecht. Renée Langedijk,Natalie Bakker, Wouter Smit en Boy Trip 3D

Migratie in Utrecht. Renée Langedijk,Natalie Bakker, Wouter Smit en Boy Trip 3D Migratie in Utrecht Renée Langedijk,Natalie Bakker, Wouter Smit en Boy Trip 3D Inhoudsopgave - Inhoudsopgaven - Inleiding - Welke etnische groepen zijn er in utrecht? - Hoe kun je bepaalde etnische groepen

Nadere informatie

Werken in startende bedrijven

Werken in startende bedrijven M201211 Werken in startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, september 2012 Werken in startende bedrijven De meeste startende ondernemers hebben geen personeel. Dat is zo bij de start met het bedrijf,

Nadere informatie

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en TEGEN Hoger beroep Kamer 3 - Hoger Beroep - Monumentenwet

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en TEGEN Hoger beroep Kamer 3 - Hoger Beroep - Monumentenwet Uitspraak RvS ZAAKNUMMER 200705078/1 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 12 maart 2008 de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en TEGEN Wetenschap (thans: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Nadere informatie

Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO)

Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO) Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO) 18 november 2015 Inleiding Op 18 november 2015 konden inwoners van de gemeente Wierden hun mening geven

Nadere informatie

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld NEDERLANDERS OVER DE VIERDAAGSE Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen Nienke Lammertink en Koen Breedveld Mei 2016 1 Nederlanders over de

Nadere informatie

Samenvatting in het Nederlands

Samenvatting in het Nederlands Samenvatting in het Nederlands Hoofdstuk 1. Dit boek beschrijft een sociolinguïstisch onderzoek op het Friese Waddeneiland Ameland. In meer dan één opzicht kan de taalsituatie hier uniek genoemd worden.

Nadere informatie

Dat is een verlangen dat wij allemaal, denk ik, wel kennen. Dat we zo graag eens God willen zien. Wie wil dat niet.

Dat is een verlangen dat wij allemaal, denk ik, wel kennen. Dat we zo graag eens God willen zien. Wie wil dat niet. 5 e zondag van Pasen - Een woning met vele kamers Bij Johannes 14 : 1-14 Hoe dorsten wij te weten wie Gij zijt. Dat is een verlangen dat wij allemaal, denk ik, wel kennen. Dat we zo graag eens God willen

Nadere informatie

Nederlandse klanken: onuitspreekbaar! Of toch niet?

Nederlandse klanken: onuitspreekbaar! Of toch niet? Nederlandseklanken:onuitspreekbaar!Oftochniet? AliedBlom,ITAVInstituutvoortalenenacademischevaardighedenTUDelft Inditartikelpresenteerikenkeleresultatenvaneenonderzoeknaaruitspraakfouteninhet Nederlands

Nadere informatie

Jij moet naar de logopedist! Leonie Cornips. Cornips.indd 1 07-01-2008 13:17:45

Jij moet naar de logopedist! Leonie Cornips. Cornips.indd 1 07-01-2008 13:17:45 Jij moet naar de logopedist! Leonie Cornips Cornips.indd 1 07-01-2008 13:17:45 Cornips.indd 2 07-01-2008 13:17:45 3 Op haar middelbare school in Heerlen haalde Leonie Cornips steevast negens en tienen

Nadere informatie

maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen

maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen Mondelinge taal 1 Spraak-taalontwikkeling Baby blauw maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) herhaalt geluidjes Dreumes brabbelt bij (eigen) spel oranje begint steeds meer

Nadere informatie

Evaluatie Rots & Water

Evaluatie Rots & Water Evaluatie Rots & Water Training Weerbaarheid Groep 8 St. Jozefschool Locatie Tarcisius Schooljaar 2003/2004 Door: Linda Geraeds Sociaal Cultureel Werker Docente Weerbaarheid Rots en Water Trainer CMWW

Nadere informatie

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau Vaardigheden Wat zijn vaardigheden? Vaardigheden geven aan waar iemand bedreven in is. Ze zijn meestal aan te leren. Voorbeelden van vaardigheden zijn typen en kennis van het Nederlands. Wat meet Q1000

Nadere informatie

Wat is zo belangrijk aan uitspraak?

Wat is zo belangrijk aan uitspraak? Nederlandse In tegenstelling verstaanbaarheid, klanken tot bijvoorbeeld juist in tegendeel dusdanig een zelfs: Franse aan de dat karakteristiek accent een accent heeft ontstaat. een van Duits de Duitse

Nadere informatie

De richtprijs voor een lezing is 400,- excl. reiskosten. Voor een workshop zijn de kosten afhankelijk van de invulling van de workshop.

De richtprijs voor een lezing is 400,- excl. reiskosten. Voor een workshop zijn de kosten afhankelijk van de invulling van de workshop. Lezingen Een lezing duurt 45 minuten tot een uur, gevolgd door de mogelijkheid om vragen te stellen en te discussiëren. De lezingen worden op locatie gegeven. Workshops Meer dan tijdens een lezing zijn

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2015-2016-2017

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2015-2016-2017 Exameneenheden geschiedenis GS/K/1 Oriëntatie op leren en werken GT GS/K/2 Basisvaardigheden GT GS/K/3 Leervaardigheden in het vak geschiedenis en staatsinrichting GT GT GS/K/4 De koloniale relatie Indonesië

Nadere informatie

DE VLUCHT & andere spannende verhalen

DE VLUCHT & andere spannende verhalen DE VLUCHT & andere spannende verhalen 2 Bianca Kruger DE VLUCHT & andere spannende verhalen Enschede 2015 3 Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden auteur

Nadere informatie

Amsterdam lapt regels preventief fouilleren aan haar laars. 26 maart 2013, Peter van de Wijngaart

Amsterdam lapt regels preventief fouilleren aan haar laars. 26 maart 2013, Peter van de Wijngaart Amsterdam lapt regels preventief fouilleren aan haar laars 26 maart 2013, Peter van de Wijngaart Voorwoord In december 2012 constateerde ik in het besluit van de burgemeester over preventief fouilleren

Nadere informatie

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. secondant #2 april 2009 7 Geweldsdelicten tussen - Daling van geweld komt niet uit de verf Crimi-trends

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Met open handen 1 e zondag in de veertig dagen tijd Bij Genesis 9 : 8-17 en Marcus 1 : 12 15

Met open handen 1 e zondag in de veertig dagen tijd Bij Genesis 9 : 8-17 en Marcus 1 : 12 15 Met open handen 1 e zondag in de veertig dagen tijd Bij Genesis 9 : 8-17 en Marcus 1 : 12 15 Na de verkondiging een moment van stilte, Daarna zingen we lied 91a Woensdag is de veertig dagen tijd begonnen.

Nadere informatie

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940)

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Adolf Hitler In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hij was de leider van de nazi-partij. Hij zei tegen de mensen: `Ik maak van Duitsland

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Internationalisering > wegnemen barrières grensoverschrijdend vervoer > werken waar je wilt > meer innovatie over de grenzen heen Internationalisering Maastricht is de meest internationale

Nadere informatie

In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel van rekenregel 4:

In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel van rekenregel 4: Katern 4 Bewijsmethoden Inhoudsopgave 1 Bewijs uit het ongerijmde 1 2 Extremenprincipe 4 3 Ladenprincipe 8 1 Bewijs uit het ongerijmde In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel

Nadere informatie

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1 Auteur Floris Sieffers Laatst gewijzigd 28 October 2015 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/65939 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie