Bij veel witregelsschema hiervan staat in collegeslides.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bij veel witregelsschema hiervan staat in collegeslides."

Transcriptie

1 Economie & Strategie: Bij veel witregelsschema hiervan staat in collegeslides. Strategie: Formuleren van een plan (en keuzes) om duidelijke doelen te bereiken. Economische invalshoeken: - Beslissers: Wiens keuzes liggen vast of open? - Doelen: Welke uitkomst willen de beslissers? - Keuzes: Welke keuzes moeten gemaakt worden? - Relatie keuzes en resultaat: Hoe leidt de oorzaak tot gevolg? Strategie formuleren en implementeren: - Grenzen van het bedrijf: Wat moet het bedrijf doen? Hoe groot worden? - Marktanalyse: Aard van de markt om te concurreren? - Positie: Welke concurrentiepositie? Wat is het competitief voordeel? - Internal organisation: Welke structuur en systemen? Waarde maximalisatie is niet gelijk aan winstoogmerk. Friedman: Enige doel bedrijven is zo veel mogelijk winst maken voor de aandeelhouders. (agency theory perspective = perspectief van de aandeelhouders) Korte-termijn: bonuscultuur en ninjaleningen. CSP (Corporate Social Performance): Niet alleen shareholders, maar ook stakeholders (klanten, personeel, leveranciers etc.) Uitlijnen wenselijke en rendabele lange termijn: - Biologische producten - Recyclebare verpakkingen - Dierproefvrije cosmetica Buitenlandse / culturele economieën: Bankieren via islam: Sharia wet (geen rente, maar winstdeling (lot geldgever en nemer lang verbonden, zelfde belangen))

2 Guanxi (China): respect voor elkaar, lange termijn > korte termijn. Andere voorbeelden: Blat (Rusland), Wasta (Midden-Oosten), Sociolismo (Cuba) Vanaf 50 strategisch plan belangrijk (groei bedrijfsleven en snelheid waarmee economie veranderde) Stap 1 van strategie: analyseer markt. Levitt s idee: Goede sectoranalyse: - Inschatten prestaties van de sector - Bepalende factoren voor verticale handelsrelaties en horizontale concurrentieverhoudingen - Bepaal hoe marktverandering de prestaties van ondernemingen verandert - De kansen en bedreigingen inzien Porters model: Factoren die je posities (winsten) kunnen verzwakken. (Helicopterblik: losmaken van de waan van de dag en richten op de fundamenten). - Toetreders (entry) - Leveranciers (supplies power) - Kopers (buyers power) - Interne rivaliteit (internal rivalry) - Substituten en complementen (substitute and complements) * Interne rivaliteit: - Wat is je markt? - Wie zijn je concurrenten? - Vechten om marktaandeel. Concurreren op: - Prijs - Niet prijs (kwaliteit) Prijsconcurrentie verzwakt markt als geheel, komt door: - Veel aanbieders - Aanbieders met overschot aan voorraad - Homogene producten - Vraag sterk elastisch * Toetreders: Verzwakken winsten door: - Verdelen de vraag onder meer partijen - Verlagen marktconcentraties en verhogen kans op prijs concurreren Bepalende factors gevaar van toetreders vergroten of verkleinen: - Overheidsbescherming - Belang reputatie en merk

3 - Schaalvoordelen - Ervaringscurve * Substituten en complementen: Kunnen door verandering de vraag en de winstgevendheid veranderen Substituten, gerelateerde producten die de vraag kunnen laten afnemen (bijvoorbeeld door prijsverlaging) Complementen, producten die gelijktijdig gebruikt worden (whatsapp voor op smartphones) * Leveranciers: Via kosten of prijsstrategie bepalen ze de winst van de onderneming (prijs voor leveren duurder maken) - Indirect power: leveren aan hoogste bieder - Direct power: eenzijdig de prijs bepalen *Kopers: Kunnen overstappen op substituten, omvang van de positie in de keten. Five forces scorecard: - In hoeverre verzwakt competitie de winstgevendheid? - In hoeverre verzwakt de kans op toetreders je winstgevendheid? - In hoeverre zorgt concurrentie van substitutie buiten de sector voor verzwakking van je winstgevendheid - In hoeverre kunnen leveranciers prijzen verhogen en zo je winstgevendheid verzwakken? - In hoeverre kunnen kopers lagere prijs bedingen en zo je winstgevendheid verzwakken? SWOT-analyse: Strengts, Weaknesses (bedrijf) Opportunities, Threats (sector) Na Porter s model: - Goed overzicht van de markt (je positie) Strategie bepalen 1) Ontwikkel een comparatief voordeel (kosten of technologie), zodat je minder voelt van een verandering in de vijf krachten. 2) Zoek markt / sector waarin krachten zwakker zijn. 3) Verander krachtenveld (Overstapkosten opwerpen). Competition & Value Net: - Grote verschil met Porter: nadruk op kansen i.p.v. bedreigingen - Brandenburger en Nalebuff: mogelijke opbrengsten van samenwerking en allianties (lobbyen met concurrenten / samenwerken met leveranciers) Voorbeeld: DVD-markt: Internal rivalry: High Entry: High Supplies power: High Buyers power: high Substitute and complements: medium Value net: producenten, studio s en winkeliers. Mintzberg (doorbraak met imago versus werk van managers) - Strategie: richting bepalen met bandbreedte om in praktijk af te wijken.

4 3 fouten: - toekomst kan niet voorspeld worden - visie niet van actie scheiden - strategie is geen formeel proces, hoe meer structuur, hoe minder vernieuwingen. Strategie is niet consequentie van planning, maar het startpunt. Mintzberg Strategie School: Design school: bedrijf matcht middelen met marktkansen (eerst visie dan plannen) Position school: analytisch zoeken naar beste marktpositie Learning school: door vallen en opstaan aan je strategie komen Political school: door onderhandelen tot je strategie komen Environment school: strategie is reactief proces, geheel op basis van omgeving. Configuration school: Mintzbergs keuze om elementen van bovenstaande te gebruiken op basis van veranderingen die zullen voorvallen. Porters visie: - Strategie: stellen van het juiste doel - Maximaliseren en beschermen van je winst. - Hoe ben je als bedrijf anders en beter? Model five competitive forces, komt overeen met Mintzberg positioning school. Zwakke plekken van Porters model: - Bevat geen onderbouwing voor vraag naar producten - Focus op sector, niet op specifieke bedrijven (daardoor kunnen afwijkende bedrijven met minder / meer last van de 5 krachten niet zichtbaar worden) - Invloed overheid is impliciet (niet vermeld, wel inbegrepen) - Model is kwalitatief (hoe groot is de kans op toetreders exact?) Financiering: Leveren kapitaal om bepaalde activiteiten mogelijk te maken. Vakgebied: thematiek en relevantie. Financieel geletterdheid: belang, bewijs, remedie. Wat te doen met geld: Corporate finance Investment - intern gericht - extern gericht - zakenbankier - beleggingsadviseur Onderwerpen: - beursgangen - koersdynamiek - vermogensstructuur - portfolio optimalisering - overname en fusies - short-selling Overeenkomsten: - waarde-optimalisatie - financiële keuze Financiële markten: - Alles draait om waarde - Maak winst door prijs en waarde te vergelijken - Prijs is observeerbaar, waarde niet (beredeneert, combinatie van verwachtingen en wiskunde) Financiële analyse (vergelijken van verhoudingen (subjectief)): Koers/winstrategie: winst basisjaar / aantal aandelen =winst per aandeel koers nu / winst per aandeel = koers/winst (PE-ratio) Terugverdientermijn (payback criterium):

5 Toekomstverwachting in langdurige investeringen. Hoe groeien de opbrengsten? Hoe lang duurt het tot de investering is terugverdiend? Terugverdientermijn zegt niks over winstgevendheid. Projectrendement nadelig: - Wanneer heb je rendement verdiend? - Hoelang wachten op rendement? - Verdiensten per jaar? Tijd is belangrijk, want je had je geld ook ergens anders kunnen onderbrengen. Alternatief: risicoloze spaarrekeningen (rente, sleutel tussen heden en financiële toekomst), moet minder aantrekkelijk zijn dan projecten wil je erin investeren. Financiele analyse: Rentefactor groot belang, compenseert spaarder/ belegger voor: - uitstellen van de investering - inflatie - risico (verandert van investering tot investering) Overwegen investering: - PE-ratie - Pabyback criterium - Project return Toekomstperspectief: verdiensten investeringen t.o.v. spaarrekening. Verdisconteren: CW = TW / (1 + r)^t CW = contante waarde TW = toekomstige waarde R = rente / rendement (opportunity cost of capital, cap-rate) T = horizon Klassieke econoom: 1) Opstellen van toekomstige kasstromen 2) Kasstroomschema 3) Beredeneren disconto-voet 4) Verdisconteren 5) Totale CW-berekenen 6) Interpretatie Strategische positionering Binnen sector zijn verschillende posities, niet alle posities zijn even winstgevend. Bepalend is comparatief voordeel (kan dus door positie) t.o.v. concurrentie Competitief voordeel wanneer bedrijf meer winst genereerd dan marktgemiddelde in de sector. Winstgevendheid hangt af van: - Aantrekkelijkheid markt als geheel - Economische meerwaarde die het bedrijf kan genereren. Competitief voordeel:

6 Vermogen van een bedrijf om competitief voordeel te behalen, hangt dus af van: - Positie van kosten - Positie van kwaliteit Maximum willingness to pay: prijs waarbij koper indifferent is tussen het wel of niet kopen van een product. Consumenten surplus: verschil tussen maximale prijs die koper wil geven en wat het product kost - Moet positief zijn - Keuze tussen producten; product met meeste consumenten surplus kiezen consumenten. - Voor bedrijf: concurrentie verslaan door consumenten surplus te maximaliseren. Competitie in prijs/kwaliteit: - Bedrijf concurreert door consumenten surplus de(gepercipieerde) kwaliteit te vergroten of prijs verlagen. - Omzet daalt als concurrentie hogere consumenten surplus heeft. Value net Punten op indifferentiecurve hebben dezelfde prijs/kwaliteitverhouding. Helling geeft afruil tussen prijs & kwaliteit weer vanuit consumenten perspectief. Waarde creatie: B = max. will. to pay (benefit) P =Prijs C = Kosten productie Als B C < 0, product overleeft niet B C = (B P) + (P C) Als B C > 0, iedereen beter af, Consumenten surplus + producer surplus omdat product geproduceerd en verkocht wordt Value chain: Weergave van bedrijf als verzameling van waarde creërende activiteiten.

7 Primaire activiteiten (productie en marketing) Ondersteunende activiteiten (human resource managment finance) Waardecreatie: Bedrijven verhogen economische waarde door: - Value chain anders inrichten - Effectiever activiteiten uitvoeren Dit kon door inzet van middelen (sources) en capaciteiten die concurrenten niet hebben (merknaam, patenten, cultuur) Strategische positionering strategie: - generieke strategie beschrijft positie van een bedrijf (Porter). - 2 brede benaderingen onderscheiden: - Cost leadership - Benefit leadership - Bedrijf kan ook gebruik maken van smallere focus strategie Strategieën: Voor cost-leadership: Voor benefit-leadership: - lagere prijs, meer verkopen - zelfde prijs, hogere prijs-kostenmarges dan concurrenten - lagere prijs, meer verkopen - price premium, hogere prijs-kostenmarges dan concurrenten Value chain veranderen, zodat economische waarde gecreëerd wordt, in een smalle industrie: lagere cost per unit, dan brede focus. Of een price premium t.o.v. concurrentie. Logica cost-leadership: Kostenleider creëert grotere B C door lagere C. Gevolg: - Product verkopen voor lagere prijs - Prijs gelijk: profiteren hogere prijs-kostenmarges Meer economische waarde creëren door: - Zelfde kwaliteit (B): benefit parity - Vrijwel gelijke B: benefit proximity - Kwalitatief afwijkend product F maakt minder kosten, maar lagere kwaliteit dan rest van de sector (E) Als F benefit parity bereikt met E, profiteert F van grotere winstmarge: Ce Cf > Pe Pf Pf Cf > Pe Ce Benefit leadership: Grotere B C door hogere B dan concurrenten Meerwaarde creëren door: - Gelijke C: cost parity

8 - Vrijwel gelijke C: cost proximity - Aanbieden hogere B tegen hogere prijs Bedrijf F biedt hogere B dan sector (E) tegen beperkte hogere C. Indien benefit leader consumenten surplus (C) parity bereikt, dan grotere winstmarge( Pf-Pe>Cf-Ce & Pf-Cf>Pe-Ce). Competitief voordeel uitnutten door prijs: - Bij zwakke productdifferentiatie moeten bedrijven kiezen voor marktaandeelstrategie + Bedrijven met C-leadership: prijs verlagen om marktaandeel te winnen + Bedrijven met B-leadership: streven naar cost parity en via kwaliteit marktaandeel winnen - Bij sterke productdifferentiatie, moeten bedrijven kiezen voor winstmargestrategie + Bedrijven met C-leadership: price parity om marge te maximaliseren + Bedrijven met B-leadership: prijs verhogen om marge te maximaliseren Condities voor kostenvoordeel (C): C-leadership nut als: - Aard product geen hogere B toelaat - Consument gevoelig voor prijs - Als het een search good is. Condities voor kwaliteitsvoordeel (B): B-leadership nuts als: - Consument bereid extra te betalen voor kwaliteit - Schaalvoordelen al zijn uitgenut - Sprake van experience good Realiteit: Vaak combinatie van strategie-elementen. Waken voor stuck in the middle syndroom, waardoor niks wordt bereikt. Strategsiche positionering: 2 vragen van belang: - Hoe waarde creëren? (Cost of benefit) - Waar? (brede of smalle focus) Segmenteren van een sector, the matrix Elke sector heeft 2 dimensies: - productvariaties - klantengroepen Segment is een combinatie van beide. Structurele aantrekkelijkheid van een sector varieert op basis van: - Koopkracht consument - Aanbod concurrentie - Omvang van het segment Kopers binnen een segment hebben vergelijkbare smaak, behoefte en marketing reacties. Brede strategie: Aanbieden van volledige productlijn aan variatie klantengroepen. Schaalvoordelen ontstaan door: - Productie - Distributie - Marketing Focus strategie: - Specialisatie op klanten: productlijn voor smalle klantengroep. - Specialisatie op product: beperkte productlijn voor brede klantengroep.

9 - Geografische specialisatie: uitnutten van unieke regionale voordelen. Samenvattend strategische positionering: - Bewuste keuze om economische meerwaarde te bereiken - Value map toont mogelijkheden markt, met uitruil prijs en kwaliteit in kaart. Met toevoeging van kostenstructuur kan strategie bepaald worden: - C-leadership - B-leadership - Focus strategie - Meerwaarde komt tot stand in value chain en is combinatie van middelen en capaciteiten. - Afhankelijk van markt, product en bedrijf: - marktaandeelstrategie - winstmargestrategie Marketing: - Productie concept (tot 1930): vraag > aanbod - Verkoop concept ( ): aanbod > vraag - Marketing concept ( ): bestudeer consumentenbehoefte voor productie. Mantra: To create, communicate and deliver value chain to a target market at a profit (P. Kotler) Marketing: Zorgen voor winstgevende klantbevrediging. - Sleutel voor bedrijfseconomisch succes - Marketing betekent markt centraal: focus op klant - Zorg goed voor klanten: marktaandeel & winst als gevolg. Onderscheid tussen: - Needs = behoefte - Wants = wens - Demand = vraag Wens is uitkristallisering van behoefte. Vraag is de wens die ondersteund wordt door middelen. Vier belangrijke marketing principes: - Spezialization: op klant, product, gebied - Differentiation: competitief voordeel (t.o.v. concurrentie) - Segmentation: Richt je op je beste klanten (demografisch, fysografisch) - Concentration: Ideale focus van tijd, geld en middelen Succesvolle bedrijven slagen structureel in behoefte klant:

10 - Aan te voelen - In te vullen - Te bevredigen - Op te wekken Marketing is niet gelijk aan reclame en advertenties en meer dan de 4 P s (prijs, plaats, product, promotie). Zorg voor klantenvoldoening: - Nieuwe klanten trekken - Bestaande klanten behouden Klant centraal: - Customer value: inschatten in hoeverre product de behoefte van een klant vervuld - Customer satisfaction: mate waarin realisatie aansluit bij verwachting - Cognitieve dissonantie: spanning wanneer feiten niet stroken met overtuiging - Beloof nooit meer dan je kan, probeer meer te leveren dan je belooft Marketing Van informatie, naar aandacht, naar subtiele verleiding: Mikken op menigte: Marketing 2011: - In nieuwe tijd verzadigt aandacht en moet marketing steeds meer streven naar het opmerkelijke (= opmerking waard0 - Onderscheidend steeds belangrijker Mikken op koplopers: Trek aandacht van de vernieuwers en hoop op mond-tot-mond reclame, wordt trending topic. Belang informatie: - Terug naar basis van voorlichting - Zorg dat het relevante helder is. - Informatie achterhouden voor klanten / markt: informatie asymmetrie Oorzaken slechte executieveilingen: - Asymmetrische informatie (kopers hoort en weet weinig over pand - Transactiekosten (veel onduidelijkheid, vreemde regionale tradities)

11 - Concurrentie (animo onder kopers klein, geen gebruik moderne media) Advies: - Maak veilingen een regulier verkoopkanaal - Grootschalige veilingen, veel informatie en volle zalen - Vereenvoudig spelregels ten aanzien van kosten. Conclusies: - Marketing is van strategisch belang - Meer dan alleen verkoop, klantenkennis e.d. - Zorg voor relevante informatie (en delen ervan) Statische efficiency: optimale verdeling maatschappelijke middelen op een bepaald moment. (Joseph Schumpeter: creatieve destructie) Dynamische efficiency: bereiken lange termijn groei door technologische verbeteringen. Niet concurreren op prijs, maar op nieuwe ideeën. Innovatie: - Voor vernieuwingen: investeren in R&D - Nieuwe technologie maakt bestaand assortiment overbodig, dankzij hogere B dan voorheen Disruptieve technologies: vernieuwingen met lagere B i.c.m. drastisch lagere C. Innovatieve prikkels: - Niet alle bedrijven investeren even snel, komt door: omvang of leeftijd van het bedrijf - Sunkcost effect (investeren in iets wat duidelijk niet werkt) - Replacement effect (verandert bij een evenement en het vervangt het bestaande product) - Efficiency effect (effect waarbij efficiëntere middelen ontdekt worden) Innovatieve voorwaarden: (uitgangspunt vaak monopolie versus duopolie) A market for ideas: omgeving van een onderneming moet innovaties aantrekkelijk maken - Technologie niet makkelijk uitgenut door anderen - Specifieke randvoorwaarden voor uitnutten van innovaties Patent races: Patenten (winners take all), strategisch belang hoeveel middelen besteed worden aan R&D. Afhankelijk van: - Effect extra R&D investeringen (loopt productiviteit af?) - Hoe reageert concurrentie op R&D investeringen (wapenwedloop?) - Hoeveel concurrenten in deze R&D markt Het (neoklassieke) micro-economische perspectief versus Evolutionary economics perspectief. De kans berekenende afweging van kosten en baten versus de uitkomst van routines en gedrag. Evolutie: Dynamic capabilities: vermogen van een bedrijf om steeds eigen werkwijze en capaciteiten aan te scherpen. Moeite met veranderingen? Ons cognitieve systeem: -Reflectieve systeem: bewust, intensief, berekening, afweging - Automatische systeem: onbewust, gemak, vuistregel, ervaring (erg comfortabel, maar: zelfoverschatting en sterke voorkeur status quo) Standaardinstelling: weg van de minste weerstand. Invloed van de omgeving: (Porter)

12 Winstgevendheid behouden - Tal van factoren zorgen dat winstgevendheid geen vanzelfsprekendheid is. - Imitatie - Toetreders - Prijsconcurrentie - Micro-economische concurrentie zorgt voor convergentie (naar elkaar toebewegen) en minimale winst. Winstgevendheid: - Uitzonderlijk sterke / zwakke winst vaak tijdelijk, vanwege: - Geluk / pech - Invloed Porters krachten (entry, suppliers & buyer powers, rivalry & sub. & com) Resource based theory: - Competitief voordeel ontstaat binnen value chain - Om voordeel voortzetten moeten middelen (sources) en vaardigheden (capabilities): - Schaars - Immobiel zijn. Immobiel (imperfectly mobile) = middelen en vaardigheden kunnen zichzelf niet aan de hoogste bieder verkopen. Isolating mechanisms: - Economische krachten die voorkomen dat competitief voordeel kan worden teniet gedaan door concurrenten. (= entry barriers van Porters dreiging van toetreders). - Onderscheid tussen: - Beperking voor imitatie - Pioneer voordelen Beperking voor imitatie: - Juridische beperkingen (patenten, copyrights, trademark) - Superieure toegang tot inputs / klanten - Marktaandeel en schaalvoordelen - Intangibles (ontastbaarheden): - Casual ambiguity (niet weten waarom / waar het aan ligt je beter / goedkoper bent dan andere bedrijven) - Historical circumstances (vanuit verleden gegroeid)

13 - Social complexity(gedrag van een groep) Pioneer voordelen: Pioneer nadelen: -Leercurve - Reputatie en kopers onzekerheid (bij experience goods) - Overstapkosten - Netwerkeffecten -Goed idee, niet goed intern uitgewerkt (value chain gebreken) Conclusie: Competitieve voordelen komen, maar blijven niet vanzelf: - Innovatie is een must, maar niet vanzelfsprekend. - Innovatieve successen zijn duur, zeldzaam en vergen juiste instelling en omgeving - Behoud van voordelen kan worden gefaciliteerd door beperkingen of voordelen. Ondernemerschap: Nederland telt 1,3 miljoen ondernemers, 30% vrouw, gemiddeld 45 jaar, 10% van origine is buitenlander. Grootste sectoren MKB: - Financiele en zakelijke dienstverlening - Detailhandel - Industrie - Groothandel Starters in 2010: mensen een bedrijf gestart, 40% vrouw, grootste groep starters is tussen de 25 en 29 jaar. Motieven: - Uitdaging - Eigen baas - Specifieke werkzaamheden verrichten - Uit nood geboren door omstandigheden - Werkloos - Dreigende werkloosheid Twee doelgroepen: Entrepreneurship: Ondernemer die een inkomen wil door combiantie van arbeid, kapitaal en kennis om een bedrijf te leiden. Intrepreneurship: Werkenemer in een groot bedrijf die zich ondernemend gedraagt en de faciliteiten krijgt om nieuwe producten te ontwikkelen zonder zich te houden aan bedrijfsroutines. 9 elementen van het canvas: - Customer segments Voor wie creëren we waarde? - Value propositions Wat bieden wij onze klanten? - Channels Hoe bereiken wij onze klanten? - Customer relationship Wat bindt ons aan onze klanten? - Revenu streams Voor welke waarde betalen onze klanten? - Key resources Welke bronnen zijn nodig om waarde te creëren? - Key activities Welke activiteiten voeren we uit om waarde te realiseren? - Key partnership Met wie moeten we samenwerken om waarde te creëren? - Cost structure Welke kosten om waarde te creëren?

14 Aantekeningen readers: Lusardi: - Kopen van single company stock (bedrijfsaandeel) zorgt voor veiliger rendement dan a stock of mutual fund (beleggingsfonds)? FOUT - Beurs brengt kopers en verkopers samen - Beleggingsfondsen kunnen beleggen in verschillende activiteiten, bijvoorbeeld aandelen en obligaties. - Als rente daalt, stijgen obligaties - Aandelen zijn risicovoller dan obligaties - Aandelen hebben meeste koerswisselingen Hillier: 3 deelgebieden van belang voor Corporate Finance: - Capital budgetting (welke lange termijn investering maken?) - Capital structure (Wiens geld voor lange termijn investering?) - Working capital managment (dagelijks financiele activiteiten beheren?) Doel van financial managment: Beslissingen maken die de waarde verhogen van de aandelen en het laten stijgen van de marktwaarde van het vermogen. Kotler:

15 Speltheorie Strategische situatie: Situatie waarin uitkomsten van een beslissing niet alleen afhankelijk zijn van de beslissing zelf, maar ook van andere beslissingen. Zo n situatie heeft: - Spelers (agenten / beslissers) - Strategieën (keuzes) - Uitbetalingen (voor elk mogelijke combinatie) Grondlegger was John van Neumann (Theory of games and Economic behaviour). Aanname: mensen zijn egoïstisch (eigen uitbetaling telt) en zijn risico neutraal (lineaire nutsfunctie). Nash evenwicht (Nash equilibrium): Voorspelling wat de theorie zegt over de uitkomst van een strategische situatie. - Een strategie domineert een andere strategie als de uitbetaling van de strategie hoger is dan de andere strategie ongeacht de keuze van de anderen. - In een strategische situatie zullen agenten nooit een gedomineerde strategie kiezen. - Er zijn geen / meerdere Nash evenwichten mogelijk - Als beide spelers tegelijkertijd kiezen is het een simultaneous move game. Een strategie(profiel) is een Nash evenwicht als: - Beide spelers de strategie kiezen die het meest oplevert waarbij de andere spelers hun evenwichtsstrategie kiezen. Dus: een strategieprofiel is een Nash evenwicht als het voor beide spelers niet loont af te wijken van de evenwichtsstrategie. Als beide spelers een dominante strategie hebben, is dat strategieprofiel een Nash evenwicht. Gevangenen dilemma: strategische situatie waarin collectieve belangen en individuele belangen haaks op elkaar staan. Sequential move game: Hierbij vindt je het Nash evenwicht door backward induction (achteraan beginnen in de game tree en zo in elk deel (node) (het subgame perfect) de optimale beslissing nemen. Als het spel vaker dan 1x wordt gespeeld, wat 1 Nash evenwicht had in ronde 1, dan blijft die Nash evenwicht gelden voor alle rondes. Principal-agent relatie: Ontstaat als een principal een andere partij (agent) aanneemt om beslissingen te maken die de winst van de principal beïnvloeden. Principal-agent probleem: Onstaat als de doelen van de principal en agent verschillen (ontstaat door verborgen informatie / actie van de agent) en de beslissingen van de agent niet / moeilijk te observeren zijn / de informatie die de agent bezit te observeren is door de principal. Oplossingen: Prestatiebeloningen en controleren / monitoren Probleem van prestatiebeloningen: Agent wordt variabel betaald en moet gecompenseerd worden indien hij risicoavers is.

16 Probleem van controleren: Vertrouwen speelt een grote kwestie, waardoor het probleem kan verergeren. Theorie is anders dan praktijk, vaak door vertrouwen (denk aan het controleren van een autodealer als hij iets vervangen heeft aan jouw auto). Door prestatiebeloningen zijn agent en principal op 1 lijn (vb: no cure, no pay en verkoopcommissie). Het vaste loon veranderen van werknemers helpt niet om de inzet en winst te verhogen. (MO=MK voor inzetniveau). Prestatiebeloning: Kan nadeel principal-agent probleem wegnemen. Nadelen / kosten aan prestatiebeloning: - multitasking probleem, moeilijk meetbare taken worden slechter uitgevoerd (wat vaak ook niet beloond wordt) dan meetbare taken die de beloning beïnvloeden. - Risicohouding, prestatiebeloning zorgt voor meer risico, waarvoor agent gecompenseerd moet worden als hij risicoavers is. Risicoaversie: - Iemand is risicoavers als de zekerheidsequivalent lager is dan de verwachte waarde. - Iemand is risicozoekend als de zekerheidsequivalent hoger is dan de verwachte waarde. - Iemand is risicogelijk als de zekerheidsequivalent gelijk is aan de verwachte waarde. In de praktijk verhoogt een prestatiebeloning de productiviteit. Alternatief: verwachte nutsmodel Zekerheidsequivalent van een loterij is het zekere bedrag dat mensen indifferent maakt tussen het zekere bedrag en de loterij. Risicopremie = verwachte waarde zekerheidsequivalent. Volgens boek zijn mensen risicoavers (weinig risico) Prospect theorie (Kahnemann & Tversky): - Niet alleen wordt uitkomst getransformeerd door een nutsfunctie, maar wegen mensen ook kansen als ze beslissingen maken. - Nutsfunctie is concaaf voor winsten en convex voor verliezen. Multitasking: Agent heeft vaak meerdere taken, de moeilijk meetbare en niet beloonde taken worden ondergeschikt. Hierbij is van belang wat de beloning is voor de juiste prestatie. Kenmerken: 1) Ongevoelig voor willekeurige factoren, voorkomt hoge variatie in verdiensten van de werknemer. 2) Beloning reflecteert alle activiteiten die het bedrijf wil. 3) Beloning is niet afhankelijk van acties die het bedrijf niet wil dat de werknemer onderneemt. Bedrijven kiezen tussen: - werknemers belonen op basis van relatieve prestaties, zorgt voor lage verdiensten (variatie is laag, punt 1) - werknemer kan uitbetaling verhogen door acties uit te voeren die productiviteit van andere verlaagt (punt 3)

17 punt 1. - beloning koppelen aan prestaties van het gehele bedrijf, goed voor punt 2, niet voor Free-rider probleem: Situatie waarin elk individu een prikkel heeft om geen iznet te leveren en anderen aan het project te laten werken, waardoor het project geen succes wordt. Mogelijke oplossingen: kleinere teams maken en werknemers in hetzelfde team houden (zorgt voor reputatie). Monitoren: Kan problemen tussen principal en agent verminderen / voorkomen, door het in de gaten te houden (monitoren) van de acties van de agent. Echter: - monitoren kan duur zijn. - zelden perfect - creëert een extra laag in principal-agent relatie - suggereert wantrouwen en verborgen kosten. Vaak monitoren verhoogt de inzet onder de werknemers Verhogen van het loon verhoogt de inzet Werkloosheid zorgt voor prikkel dat werkenden geprikkeld worden hard te werken. Suggereert dus wantrouwen, wat de lage verwachtingen doen uitkomen (dit is moeilijk meetbaar zonder experiment). Niet monitoren zorgt voor vertrouwen, wordt beloond (reciprociteit). Efficiency wage: loon dat er net voor zorgt dat werknemers hard gaan werken. Concurrentie: Als strategische keuzes van 2 bedrijven elkaar beïnvloeden, zijn het concurrenten, dit kan zowel op input als op output niveau. Directe concurrentie: Strategie bedrijf X heeft invloed op functioneren van bedrijf Y Indirecte concurrentie: Strategie van X heeft invloed op functioneren van Z door verandering in het gedrag van Y. SSNIP-test: Alle concurrenten in een markt zijn geïdentificeerd als een fusie tussen deze concurrenten zou leiden tot een prijsstijging ( > 5%, langer dan 1 jaar). - Kijkt of bedrijf marktmacht heeft. - Nadeel, vereist econometrische analyse van hypothetisch gedrag. - Bedrijf met substituut-product is je concurrent De substitutie is groter wanneer: - Zelfde karakteristieken - Zelfde gebruik - Verkocht in zelfde geografische regio. Empirisch: - Concurrentie op basis van kruislingse prijselasticiteit - Concurrentie door correlatie tussen prijzen te analyseren - Geografische concurrentie door het analyseren van patronen in consumenten gedrag (flow analysis) Marktstructuur (verdeling van het aantal bedrijven) belangrijke invloed op de mate van concurrentie op een markt. Markten zijn geclassificeerd op basis van marktconcentratie: - Monopolie: hoge concentratie (1 bedrijf) - Perfecte concurrentie: lage concentratie (veel bedrijven) N-bedrijf concentratie ratio: Het gecombineerde marktaandeel van de grootste N (aantal) bedrijven in termen van omzet. Deze manier is echter ongevoelig voor verandering in de omvang van N grootste bedrijven.

18 Herfindahl Index: Som van de gekwadrateerde marktaandelen van alle bedrijven. 1 / herfindahl = equivalent aantal bedrijven. Prestatie en gedrag van bedrijven hangt af van marktstructuur. Perfecte concurrentie: - Veel aanbieders (Herfindahl < 0.2) - Homogene producten (perfect elastische vraagcurve) - Prijs = MK Prijsconcurrentie is sterker als: - Meer bedrijven - Producten worden als homogeen gezien - Capaciteitsoverschotten Monopolie: - 1 aanbieder (Herfindahl > 0.6) - Prijs > MK - Schadelijk voor consument en welvaart (traditioneel beeld) Maar: Monopolie ontstaat door innovatie (sluit beter aan bij consument en/of meer efficiënt produceren). Consumenten wellicht netto beter af met monopolie en deze monopolist moet blijven innoveren om zijn positie te behouden. Monopolistische concurrentie: - Veel aanbieders (Herfindahl < 0.2, individuele acties hebben geen invloed op andere bedrijven) - Gedifferentieerde producten (imperfecte substituten) - Korte termijn: prijs > MK Producten A en B: - gedifferentieerd als consumenten bij een bepaalde prijs A willen en bij een andere prijs B willen. - Verticaal gedifferentieerd als hete ene product volgens alle consumenten beter is dan het andere product. - Horizontaal gedifferentieerd (bepaalt heftigheid concurrentie) als sommige consumenten het ene boven het andere willen (locatie als bron belangrijk) Horizontale differentiatie, hangt af van: - Idiosyncratische voorkeuren (verschillende voorkeuren van de consumenten) - Zoekkosten (kosten voor informatie over het product) Bedrijven kunnen hun prijs op korte termijn boven de MK leggen (als die prijs > gemiddelde kosten is, dan maakt het bedrijf winst) Dit zorgt voor nieuwe toetreders. Oligopolie: - Weinig aanbieders (Herfindahl tussen 0.2 en 0.6, bedrijfsbeslissingen hebben invloed op beslissingen van anderen.) - Homogene producten - Resultaat is model afhankelijk

19 Modellen om strategisch gedrag te beschrijven: - Cournet model - Bertrand model Cournot model: - Bedrijven met homogene goederen - Te produceren hoeveelheid kiezen de bedrijven gelijktijdig - Hoeveelheid andere bedrijven is als gegeven en bedrijf kiest de productiehoeveelheid die de winst maximaliseert - Prijzen passen zich aan op de totale productie (vraag = aanbod), P = - Q Berekenen in een opdracht: - Bepaal winstfunctie - Afgeleide hiervan (MO = MK) MO = P * Q als afgeleide en MK = Variabele kosten * Q als afgeleide - Bepaal best response van bedrijf voor Q1 en Q2 (Q = hoeveelheid) - In Nash geldt Q1 = Q2 - Beide bedrijven weten elkaars best response, tegelijk hoeveelheid kiezen en daarop anticiperen.. Dat klinkt onrealistisch Maar Cournot-evenwicht ontstaat ook als beide sequentieel (na elkaar) de prijs aanpassen, als ze niet in evenwicht zijn. - Monopoliewinst > oligopoliewinst, kartelafspraken maken? - Vaak gevangenen dilemma - Revenu destruction effect: meer produceren, dus lagere prijs en lagere opbrengst: de kosten worden gedeeld met ander bedrijf - Welvaartsverlies in Cournot-evenwicht is lager. - Meer bedrijven, prijs daalt (Cournot) en de markt gaat richting een perfecte concurrentie. Bertrand model: - Eerst wordt de prijs bepaald, de hoeveelheid past zich aan op de marktvraag - vraag = aanbod - Capaciteitsrestrictie (de hoeveelheid kan achteraf niet worden verhoogd) Welke is het beste: - Met snel aan te passen hoeveelheid: Bertrand (luchtvaart in recessie) - Als dat niet kan (productie is rigide(star)): Cournot (luchtvaart in hoogconjunctuur) Nash-evenwicht berekenen: - 2 functies (Q 1 en Q 2 = ) - MC 1 en MC 2 - Tegelijk prijs bepalen (dus Bertrand) - Product differentiatie verzacht prijsconcurrentie - Nash: Winst 1: (prijs MC 1 ) * (Q 1 ) Winst 2: (prijs MC 2 ) * (Q 2) Afgeleide van winst 1 functie Afgeleide van winst 2 functie Best response 1: P 1 = (getal + p 2 ) / getal (wat bij p 1 in winstfunctie 1 staat) Best response 2: p 2 = (getal + p 1 ) / getal (wat bij p 2 in winstfunctie 2 staat) P 2 invullen bij uitkomst van P 1 voor best response (en vice versa).

20 Toetredingsbarrières (barriers to entry): Alle factoren die de huidige producenten (incumbants) winst mee behalen, die voor nieuwkomers niet winstgevend is toe te treden. - Structureel: Natuurlijke kostenvoordeel (controle over essentiële middelen, schaal- en scopevoordelen en marketingvoordelen) - Strategisch: Mogelijke toetreders afschrikken door strategieën (heffen van limietprijzen (limit pricing), predatory pricing (lage prijzen), strategisch bundelen (strategic bundling). Volgens onderzoek: - Een gemiddelde markt met 100 bedrijven, 100 miljoen jaarlijkse omzet: Ontwikkeld zich: - In 5 jaar 30 á 40 bedrijven toetreden - Omzet toetreder 3x zo klein als incumbants - 60% van de toetreders verlaat binnen 10 jaar de markt. - Strategische beslissingen moeten dus gemaakt worden, rekening houdend met onbekende concurrenten in de vorm van nieuwe toetreders. Entry en exit: - Potentiele toetreders vergelijken (verzonken) kosten van toetreding met de contante waarde van de toekomstige winsten na toetreding (postentry profit). - Verzonken kosten: machines, investeren voor vergunningen. - De contante waarde van winst na toetreding hangt af van de concurrentie na toetreding (postentry competition) en vraag en aanbod na toetreding. Structurele toetredingsbarrières - Controle over essentiële middelen: toetreden is moeilijker omdat incummbants controle hebben over de middelen voor productie van het goed (grondstoffen, patenten, know-how). - Schaal- & scopevoordelen Schaal: Gemiddelde productiekosten dalen als de productieomvang toeneemt Scope: Gemiddelde productiekosten dalen als het aantal producten toeneemt Marketing voordelen Door het verkopen van meerdere producten onder de zelfde naam (umbrella branding) kunnen deze producenten goedkoper een nieuw product lanceren dan toetreders (naamsbekendheid). Toetredingsbarrières met afschrikking (entry dettering strategy) hebben alleen zin als: - Huidige producten hogere winst maken als monopolist dan als duopolist, dus toetreders verlagen de winst van incumbants. - De strategie de verwachtigen van toetreders over de mate van concurrentie na toetreding (verwachting over de te behalen winst) beïnvloedt. Als dit niet zo is, heeft het geen effect op beslissing van toetreders. De middelen om af te schrikken: Limit pricing: Door lage prijs de potentiele toetreders te ontmoedigen. Via Nash bekijken of het zin heeft om te verlagen. Predatory pricing: Door lage prijs van incumbants proberen anderen van de markt de drukken: - ontmoedigt ook toetreders (limit pricing) - huidige verliezen opgevangen door latere (monopolie) winst. Het Nash evenwicht verandert na ronde 1 niet, dus ronde 1 bepaalt of de verwachting van de toetreder wordt aangepast door incumbant. - Speltheoretisch perspectief is irrationeel om predatory of limit pricing toe te passen.

Het Vijfkrachtenmodel van Porter

Het Vijfkrachtenmodel van Porter Het Vijfkrachtenmodel van Porter (een concurrentieanalyse en de mate van concurrentie binnen een bedrijfstak) 1 Het Vijfkrachtenmodel van Porter Het vijfkrachtenmodel is een strategisch model wat de aantrekkelijkheid

Nadere informatie

Evenwichtspri js MO WINST

Evenwichtspri js MO WINST Volkomen concurrentie Volledige mededinging Hoeveeldheidsaanpassing: prijs komt door Qa en Qv tot stand, individu heeft alleen invloed op de hoeveelheid die hij gaat produceren Veel vragers en veel aanbieders

Nadere informatie

Markt. Kenmerken van marktvormen:

Markt. Kenmerken van marktvormen: 1 1 1 Markt 1 3 5 7 9 1 1 1 1 1 hoeveelheid 1 3 5 7 9 Qv Qa nieuw Qa Qv nieuw p Kenmerken van marktvormen: Volkomen concurrentie: Veel aanbieders Homogeen product(mais) Vrije toetreding Alle kennis van

Nadere informatie

College 1 inleiding ondernemerschap

College 1 inleiding ondernemerschap College 1 inleiding ondernemerschap Ondernemen is het uitvoeren van innovaties waarbij discontinuïteit wordt veroorzaakt - discontinuïteit is het creëren van waarde die voorheen nog niet beschikbaar was

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Internationale Marketing H4 Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Executive summary Een samenvatting voor het management 1 à 2 pagina s belangrijkste

Nadere informatie

Verder in Fusie & Overnames

Verder in Fusie & Overnames Verder in Fusie & Overnames (Mid size en familiebedrijven) Datum: december 2009 Plaats: Zeewolde Door: Triple Play Keynote speaker: Mr. Pieter J.H. Mensink MBA Verbonden door vertrouwen; groeien door samenhang

Nadere informatie

Antwoordmodel. Meerkeuzevragen (40 punten) Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend.

Antwoordmodel. Meerkeuzevragen (40 punten) Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Antwoordmodel Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Meerkeuzevragen (40 punten) Vraag Antwoord Oosterhaven, J. A. (2010). ICT-strategie en -organisatie. Den Haag: SDU. ISBN: 978901222870

Nadere informatie

Expert groep PME / KMO Hoe een goede strategie ontwikkelen? Op een eenvoudige, andere en efficiënte manier

Expert groep PME / KMO Hoe een goede strategie ontwikkelen? Op een eenvoudige, andere en efficiënte manier Expert groep PME / KMO Hoe een goede strategie ontwikkelen? Op een eenvoudige, andere en efficiënte manier Georges Dockx Lid Expert groep PME/KMO Onafhankelijk consultant voor KMO Georges.dockx@resulto.be,

Nadere informatie

Saxionstudent.nl Blok1

Saxionstudent.nl Blok1 Samenvatting eindopdracht Trends en ontwikkelingen op consumentenniveau Macro In dit eind rapport hebben we de navigatiesystemen markt in kaart gebracht. In de macro, meso en micro omgevingen hebben we

Nadere informatie

4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen

4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen 4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen Vb. werknemers en werkgevers CAO-onderhandelingen via vakbonden Stel: vakbond van werknemers eist arbeidstijdverkorting van 4 uur per week; van 40 uur

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

1 Markt en marktvormen

1 Markt en marktvormen 1 Markt en marktvormen Wat is het verschil tussen een markt en een marktvorm? Markt= Concrete markt, plaats waar vragers en aanbieders van een bepaald goed elkaar ontmoeten en transacties afsluiten Marktvorm

Nadere informatie

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari 2011. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer:

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari 2011. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen Woensdag 19 januari 2011 14.00 uur 17.00 uur Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open vragen. De

Nadere informatie

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI)

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het zelfbeoordelingsformulier Het doel van deze evaluatie is om u te helpen bij het bepalen van de belangrijkste aandachtsvelden van uw leidinggevende

Nadere informatie

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together Gids voor werknemers Rexel, Building the future together Editorial Beste collega s, De wereld om ons heen verandert snel en biedt ons nieuwe uitdagingen en kansen. Aan ons de taak om effectievere oplossingen

Nadere informatie

Een marketingplan in twaalf stappen

Een marketingplan in twaalf stappen Reekx is gespecialiseerd in het adviseren van organisaties en detacheren van specialisten op het gebied van het efficiënt managen van informatiestromen. Kijk op onze website www.reekx.nl voor actuele informatie

Nadere informatie

College 3. Opgaven. Opgave 2

College 3. Opgaven. Opgave 2 College 3 Opgaven Opgave 2 Tabel bij opgave 2 Schepen Marg. kosten Totale kosten Tot. opbr. Marg. opbr. Netto opbr. 3 200 600 900 900 300 4 200 800 1600 700 800 5 200 1000 2000 300 1000 6 200 1200 2100

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

FOOD2MARKET INNOVATIE TRAINING. 14 november 2013

FOOD2MARKET INNOVATIE TRAINING. 14 november 2013 FOOD2MARKET INNOVATIE TRAINING 14 november 2013 Edwin Palsma The Food Agency Specialisten in food marketing Wij verbinden voedingskennis, technologie, marketing en sales om de marktpositie van agro & food

Nadere informatie

Verandermanagement. Hoofdstuk 5 Strategie en ondernemingsdoelstellingen

Verandermanagement. Hoofdstuk 5 Strategie en ondernemingsdoelstellingen Verandermanagement Hoofdstuk 5 Strategie en ondernemingsdoelstellingen Schema strategie Externe analyse Interne analyse Kansen en bedreigingen (Opportunities, Threats) Confrontatieanalyse Sterkten en zwakten

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

Commerciële calculaties

Commerciële calculaties Commerciële calculaties Het programma van vandaag: 8 april 2015 Commerciële calculaties (hoofdstuk 3 en hoofdstuk 7) Bijzondere aandacht voor: Prijselasticiteit en Yieldmanagement slides komen op www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Tentamen Inleiding Speltheorie 29-10-2003

Tentamen Inleiding Speltheorie 29-10-2003 entamen Inleiding Speltheorie 9-0-003 Dit tentamen telt 5 opgaven die in 3 uur moeten worden opgelost. Het maximaal te behalen punten is 0, uitgesplitst naar de verschillende opgaven. Voor het tentamencijfer

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Samenvatting ... 7 Samenvatting

Samenvatting ... 7 Samenvatting Samenvatting... Concurrentie Zeehavens beconcurreren elkaar om lading en omzet. In beginsel is dat vanuit economisch perspectief een gezond uitgangspunt. Concurrentie leidt in goed werkende markten tot

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels Samenvatting Kort overzicht Dit proefschrift gaat over de economische theorie van kartels. Er is sprake van een kartel wanneer een aantal bedrijven, expliciet of stilzwijgend, afspreekt om de prijs te

Nadere informatie

Jan van der Wel, Zorgondernemer, Bestuurslid RGFHMR, Bedrijfskunde. Van bedreigingen naar kansen in de innoverende fysiotherapiepraktijk

Jan van der Wel, Zorgondernemer, Bestuurslid RGFHMR, Bedrijfskunde. Van bedreigingen naar kansen in de innoverende fysiotherapiepraktijk Jan van der Wel, Zorgondernemer, Bestuurslid RGFHMR, Bedrijfskunde Van bedreigingen naar kansen in de innoverende fysiotherapiepraktijk Externe Analyse Interne Analyse Kansen en Bedreigingen Strategische

Nadere informatie

T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten

T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten Onvolkomen competitieve markten - 1 van 5 T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten 1. Monopolie 1/ Wanneer spreken we van een monopolie? 2/ Geef enkel voorbeelden van ondernemingen met

Nadere informatie

1.1 Elke generatie kiest opnieuw

1.1 Elke generatie kiest opnieuw 1.1 Elke generatie kiest opnieuw Op elk moment in je leven moet je keuzes maken: De keuze naar welke middelbare school je gaat; De keuze waar je op vakantie gaat; De keuze waar je gaat wonen als je het

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

World Class Finance in de Retail

World Class Finance in de Retail World Class Finance in de Retail Jaarcongres Controlling 24 april 2008 Hans Strikwerda Copyright 2008 by Nolan, Norton & Co. Private for the client. This report nor any part of it may not be copied, circulated,

Nadere informatie

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Klantgerichtheid Selecteren van een klant Wanneer u hoog scoort op 'selecteren

Nadere informatie

Hoofdstuk 14 Prijsbeleid

Hoofdstuk 14 Prijsbeleid Hoofdstuk 14 Prijsbeleid Leerdoelen 1. De rol van prijszetting bespreken en aangeven waarom het belangrijk is om inzicht te hebben in de waardepercepties van de klant. 2. Het belang van bedrijfs en productkosten

Nadere informatie

Beoordeling van investeringsvoorstellen

Beoordeling van investeringsvoorstellen Beoordeling van investeringsvoorstellen C2010 1 Beoordeling van investeringsvoorstellen Ir. drs. M. M. J. Latten 1. Inleiding C2010 3 2. De onderneming C2010 3 3. Investeringen G2010 3 4. Selectiecriteria

Nadere informatie

BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan

BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 2: INVESTERINGSANALYSE 1. Toepasbare beoordelingsmethodes 1.1. Pay-back 1.2. Return on investment 1.3. Internal rate of return 1.4. Net present value 2. De investeringsbeslissing

Nadere informatie

HOOFDSTUK 11: MERKSTRATEGIEËN OPSTELLEN EN UITVOEREN

HOOFDSTUK 11: MERKSTRATEGIEËN OPSTELLEN EN UITVOEREN HOOFDSTUK 11: MERKSTRATEGIEËN OPSTELLEN EN UITVOEREN 1 INTRODUCTIE H:11 Een merkstrategie voor een bedrijf identificeert welke merkelementen een bedrijf kiest voor toepassing op de diverse producten die

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Deeltoets micro-economie propedeuse

Deeltoets micro-economie propedeuse Deeltoets micro-economie propedeuse 20 november 2012 Versie 1 ü Deze toets bestaat uit 14 meerkeuzevragen. ü Op het antwoordformulier dient steeds - met potlood - het correcte antwoord te worden aangestreept.

Nadere informatie

Uitgebreide samenvatting

Uitgebreide samenvatting Uitgebreide samenvatting Bereik van het onderzoek De Nederlandse minister van Economische Zaken heeft een voorstel gedaan om het huidig toegepaste systeem van juridische splitsing van energiedistributiebedrijven

Nadere informatie

BU$trN{s5 S$f{Àr# $? [íts sílt Rtnfil Fr', xtêz*h. tdc f l'! Iltï[Rr Ít í'05iïi0ïrnf x DO Ê[.e f oepxtuzs. }}r n ${ 5ï1p Ê0 t} u cï.

BU$trN{s5 S$f{Àr# $? [íts sílt Rtnfil Fr', xtêz*h. tdc f l'! Iltï[Rr Ít í'05iïi0ïrnf x DO Ê[.e f oepxtuzs. }}r n ${ 5ï1p Ê0 t} u cï. s - r.ëí ljii $ BU$trN{s5 S$f{Àr# ÍXïf*{ttf à$rllysi Ifi rë.ri,të Àt{AtYsE Ktfrli lpt8a![ë]4 $? [íts sílt Rtnfil Fr', xtêz*h rli.'1 t{ar K[ ï Ir* GflOtLSTf;:"l"llifi tdc f l'! Iltï[Rr Ít í'05iïi0ïrnf x

Nadere informatie

Dit bestand niet correct? Meld misbruik op www.saxionstudent.nl. Saxionstudent.nl Blok1

Dit bestand niet correct? Meld misbruik op www.saxionstudent.nl. Saxionstudent.nl Blok1 Inleiding Dit verslag is geschreven in het kader voor het project Desk & Fieldresearch. Het project is voor het eerste studiejaar van de opleiding Commerciële Economie, aan Saxion Hogeschool te Enschede.

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

Wat is Waar(de)? & De P van People

Wat is Waar(de)? & De P van People Wat is Waar(de)? & De P van People Door: Tamme de Vries AA RV Register Valuator Blauwzaam Workshop 08 oktober 2015 Mijn winkel; Tamme B.V. Waardering bestaat uit twee componenten: EN Wat is kasstroom?

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3: MERKPOSITIONERING

HOOFDSTUK 3: MERKPOSITIONERING HOOFDSTUK 3: MERKPOSITIONERING 1 INTRODUCTIE H:3 Hoofdstuk 3 gaat over merkkennisstructuren Positioneren is het identificeren en vaststellen van punten van verschil en punten van overeenkomst om zo de

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie 2014-I

Eindexamen vwo economie 2014-I Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat verantwoord autogebruik wordt beloond met premiekorting / onverantwoord gebruik wordt gestraft met premieverhoging, zodat voorzichtig rijgedrag

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 600 bezoekers (2.800 2.200) 2 maximumscore

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Beleggingsfondsanalyse door Morningstar

Beleggingsfondsanalyse door Morningstar Beleggingsfondsanalyse door Morningstar Trends Finance Day Brussel, 24 mei 2014 Ronald van Genderen, CFA Fund Analyst Morningstar Benelux 2013 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden. Overzicht Morningstar

Nadere informatie

Titeldia. Ondertitel. Naam Achternaam, Functie of Afdelingsnaam. Ir. Niels Nieboer MRE Syntrus Achmea Real Estate & Finance

Titeldia. Ondertitel. Naam Achternaam, Functie of Afdelingsnaam. Ir. Niels Nieboer MRE Syntrus Achmea Real Estate & Finance Titeldia Ondertitel Naam Achternaam, Functie of Afdelingsnaam Ir. Niels Nieboer MRE Syntrus Achmea Real Estate & Finance Onderzoeksvraag Hoe moet een Real Estate Investment Manager zich - gegeven de veranderende

Nadere informatie

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst 4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst De arbeidsvoorwaarden van veel werknemers zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Dit is een overeenkomst die per bedrijf of bedrijfstak wordt afgesloten

Nadere informatie

SALES? Kennisexperts? Hoe past Prestatieinkoop in het Bid-/Proposalproces. Wat is anders voor 9-10-2012. Richard Buijs PPF APMP

SALES? Kennisexperts? Hoe past Prestatieinkoop in het Bid-/Proposalproces. Wat is anders voor 9-10-2012. Richard Buijs PPF APMP Hoe past Prestatieinkoop in het Bid-/Proposalproces Wat is anders voor SALES? Richard Buijs PPF APMP Wat is anders voor Kennisexperts? 1 Wat is anders voor Business as usual? Management? Opportunity identified

Nadere informatie

Wat is jouw grootste uitdaging als ondernemer?

Wat is jouw grootste uitdaging als ondernemer? Wat is jouw grootste uitdaging als ondernemer? De Week van de Ondernemer doet het gehele jaar onderzoek naar de belangrijkste uitdagingen van ondernemers. We presenteren hierbij de belangrijkste uitkomsten.

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja Een voorbeeld van een juiste

Nadere informatie

Het Marketingconcept: Tevreden klanten: Geintegreerde aanpak:

Het Marketingconcept: Tevreden klanten: Geintegreerde aanpak: Inhoud Inhoud... 1 Het Marketingconcept:... 2 Tevreden klanten:... 2 Geintergreerde aanpak:... 2 Behoeftengeoriënteerd werkterrein:... 3 Concurentieanalyse:... 3 Marktonderzoek:... 3 Winstbijdrage:...

Nadere informatie

Samenvatting. Beginselen van Productie. en Logistiek Management

Samenvatting. Beginselen van Productie. en Logistiek Management Samenvatting Beginselen van Productie en Logistiek Management Pieter-Jan Smets 5 maart 2015 Inhoudsopgave I Voorraadbeheer 4 1 Inleiding 4 1.1 Globalisering........................................... 4

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 1 (primaire) inkomensrekening 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De nieuwe productie-eenheid trekt ook toeleveringsbedrijven aan die zorgen

Nadere informatie

OPEN VRAGEN 1. Welke ondernemingsvorm komt het meest voor in Nederland en wat zouden daarvoor de belangrijkste redenen kunnen zijn?

OPEN VRAGEN 1. Welke ondernemingsvorm komt het meest voor in Nederland en wat zouden daarvoor de belangrijkste redenen kunnen zijn? Vragen hoofdstuk 3: De onderneming nader bekeken OPEN VRAGEN 1. Welke ondernemingsvorm komt het meest voor in Nederland en wat zouden daarvoor de belangrijkste redenen kunnen zijn? 2. Noem minimaal drie

Nadere informatie

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009 Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Rotterdam, 6 oktober 2009 INSCOPE: Research for Innovation heeft in opdracht

Nadere informatie

2.a Welke drie fasen van de levenscyclus van een onderneming worden door Lievegoed onderscheiden? (3 x 1 punt)

2.a Welke drie fasen van de levenscyclus van een onderneming worden door Lievegoed onderscheiden? (3 x 1 punt) UITWERKINGEN: 1.a Geef vier sociologische startomstandigheden voor ondernemers die Shapero onderkent. (4 x 1 punt) Shapero onderkent de volgende vier startomstandigheden: - breuk in de levensloop; - voorbeeld

Nadere informatie

NIMA B EXAMEN BUSINESS MARKETING ONDERDEEL B1.1 24 juni 2014

NIMA B EXAMEN BUSINESS MARKETING ONDERDEEL B1.1 24 juni 2014 Vragen bij de case Totaal 93 punten Vraag 1 (18 punten) Maak een bedrijfstakanalyse met behulp van het vijfkrachtenmodel van Porter vanuit het perspectief van Displayz. Maak per concurrentiekracht een

Nadere informatie

Variatie in organisaties

Variatie in organisaties Variatie in organisaties Godelieve Spaas Metaforen Sinds mensenheugenis gebruiken we metaforen om de essentie te verbeelden van een verschijnsel. Voor organisaties hebben we er honderden, zo niet duizenden.

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

What to do voor strategisch management?

What to do voor strategisch management? What to do voor strategisch management? VRAGEN Stel dat je wordt gevraagd om als adviseur van H&M op te treden. De opdracht is om een strategisch plan op te stellen om de missie te verwezenlijken. Inleiding

Nadere informatie

Strategisch handelen BUS3

Strategisch handelen BUS3 Strategisch handelen BUS3 College 2010 Docent Roland Hiemstra College Criteria paper strategisch management BUS3 De acht sleutelconcepten van strategie Informatiestrategie en informatieplanning Werkafspraken

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1: MERKEN & STRATEGISCH MERKENMANAGEMENT

HOOFDSTUK 1: MERKEN & STRATEGISCH MERKENMANAGEMENT HOOFDSTUK 1: MERKEN & STRATEGISCH MERKENMANAGEMENT 1 INTRODUCTIE H:1 Een merk is in de eerste plaats een product. Een product is fysiek, een service, winkel, persoon, organisatie, plaats of een idee. Een

Nadere informatie

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Sytze Rienstra en Jan van Donkelaar, 15 januari 2010 Er is de laatste tijd bij de beoordeling van projecten voor de binnenvaart veel discussie over

Nadere informatie

Oefenvragen Ondernemerskunde A - Businessplan & strategie

Oefenvragen Ondernemerskunde A - Businessplan & strategie Oefenvragen Ondernemerskunde A - Businessplan & strategie 1. Michael Porter onderscheidt 3 basisstrategieën, waar volgens hem iedere organisatie een keuze uit dient te maken, om op een gezonde wijze een

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Thema 5. Strategisch management

Thema 5. Strategisch management Thema 5 Strategisch management 1. Strategie van een onderneming: definitie en typologie De strategie van een onderneming verwijst naar het GEDRAG van de onderneming. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen

Nadere informatie

Het bedrijfsplan door de bril van een financier

Het bedrijfsplan door de bril van een financier Het bedrijfsplan door de bril van een financier Greentech week hoe financiert u uw innovatieve product of bedrijf Freek Welling investment manager 8 oktober 2015 Inhoud 1. Introductie 2. Belang van een

Nadere informatie

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Vrije Universiteit Seminar Netwerk Groene Groei 8 september 2015, Den Haag Netwerk Groene Groei

Nadere informatie

De SWOT analyse en confrontatiematrix

De SWOT analyse en confrontatiematrix De SWOT analyse en confrontatiematrix swotanalyse Instrument om de sterkten en zwakten (intern) van een organisatie in kaart te brengen en de kansen en bedreigingen (extern) te onderzoeken Vanuit de SWOT

Nadere informatie

For dummies: de economie van een land

For dummies: de economie van een land H2 in het kort V4 For dummies: de economie van een land Consumenten Producenten De markt Bijvoorbeeld Goederenmarkt Arbeidsmarkt Vermogensmarkt Overheid 2 De economie: een groot rollenspel Vier algemene

Nadere informatie

Inleiding. Inleiding. Een goede Missie, Visie en Strategie (MVS) bestaat uit twee gedeelten: Strategie Ontwikkeling en Strategie Implementatie.

Inleiding. Inleiding. Een goede Missie, Visie en Strategie (MVS) bestaat uit twee gedeelten: Strategie Ontwikkeling en Strategie Implementatie. Inleiding Inleiding Veel bedrijven hebben wel eens een Visie, Missie en Strategie uitgewerkt. Maar slechts weinig bedrijven hebben er ook daadwerkelijk voordeel van. Bij veel bedrijven is het niet meer

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Ontwikkelen en implementeren van Artikelgroep / Categorie strategieën Anil Joshi Associate Trainer

Ontwikkelen en implementeren van Artikelgroep / Categorie strategieën Anil Joshi Associate Trainer Ontwikkelen en implementeren van Artikelgroep / Categorie strategieën Anil Joshi Associate Trainer THE NETHERLANDS CHINA BRASIL AUSTRIA THE UNITED KINGDOM Agenda Wat is CSD? Wat zijn de voordelen? Hoe

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

De Vries Investment Services, Voor objectief en onafhankelijk beleggingsadvies

De Vries Investment Services, Voor objectief en onafhankelijk beleggingsadvies De Vries Investment Services is een onafhankelijk en objectief beleggingsadvieskantoor. Wij begeleiden beleggers bij het realiseren van hun financiële doelstellingen en bieden een service die banken niet

Nadere informatie

Het Online Marketingplan. Het Social Media Plan als onderdeel van het Marketing Plan

Het Online Marketingplan. Het Social Media Plan als onderdeel van het Marketing Plan Het Online Marketingplan Het Social Media Plan als onderdeel van het Marketing Plan 1 Wil je een online marketingplan voor jouw organisatie beschrijven? In dit document vind je de opzet voor zo n plan.

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

Waar staat u met uw internalisering van Ketensamenwerking?

Waar staat u met uw internalisering van Ketensamenwerking? Supply Chain Excellence Maturity Model Waar staat u met uw internalisering van Ketensamenwerking? Prof.dr. Jack AA van der Veen EVO Leerstoel Supply Chain Management Nyenrode Business Universiteit Lunchbijeenkomst

Nadere informatie

2 Goederenretail in Nederland: indelingscriteria 47

2 Goederenretail in Nederland: indelingscriteria 47 Inhoud Inleiding Deel Beschrijving van de branche Retailmarketing. Het begrip retailing. Detailhandel. Functieverandering van de detailhandel. Consequenties van de functieverandering in de detailhandel.

Nadere informatie

het Ashridge-missiemodel: Doel strategie - waarden en gedragsnormen mag ook

het Ashridge-missiemodel: Doel strategie - waarden en gedragsnormen mag ook Open vragen 01 Visie/missie en marktomvang Bij de ontwikkeling van een visie en een missie speelt de vraag hoe de markten en de behoefte van de afnemers op die markten er uit zien, een belangrijke rol

Nadere informatie

Innovatie3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT, ERASMUS UNIVERSITEIT

Innovatie3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT, ERASMUS UNIVERSITEIT Innovatie3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT, ERASMUS UNIVERSITEIT VNAB Marktdiner, Grand Hotel Huis ter Duin, 5 november 2015 Vandaag zijn

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 8: Marketing M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht Management & Organisatie School Examen (SE) 7. Organisaties 8. Marketing Organisatiestructuren Niet commerciële organisaties Commerciële

Nadere informatie

TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft

TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft TIJ Delft T«chnt5che Universiteit Detft Tentamen Principes van Asset Trading (WI3418TU) 30 januari 2013 van 9.00-12^00 Het tentamen bestaat uit twee delen, die gelijk gewicht hebben. Het eerste deel bestaat

Nadere informatie

Waardering van een Onderneming

Waardering van een Onderneming Waardering Congres Financieele Dagblad: Private Equity in de Praktijk 6 april 2006 Dr Michel van Bremen Partner First Dutch Capital B.V. Waardering, essentie: Res tantum valet quantum vendi potest Iets

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: VWO EXAMEN: 2001-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Case 2 start-ups. 21 maart 2015 Gemaakt door: - Bertje van Loo - Dennis Langeveld - Lorianne Hooijmans Groep 13. Case 2 Start-ups groep 13 1-8

Case 2 start-ups. 21 maart 2015 Gemaakt door: - Bertje van Loo - Dennis Langeveld - Lorianne Hooijmans Groep 13. Case 2 Start-ups groep 13 1-8 Case 2 start-ups 21 maart 2015 Gemaakt door: - Bertje van Loo - Dennis Langeveld - Lorianne Hooijmans Groep 13 Case 2 Start-ups groep 13 1-8 Inhoud Interne analyse... 3 Peerby... 3 Over Peerby... 3 Lean

Nadere informatie

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord Categorie Vraag & Antwoord De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN Er zijn te weinig middelen om in alle behoeften te kunnen voorzien. Hoe heet dit verschijnsel?

Nadere informatie