Growshopverbod NEDERLANDS JURISTENBLAD. Registratie van (dubbele) nationaliteit Jaarvergadering NJV 2013: Immuniteiten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Growshopverbod NEDERLANDS JURISTENBLAD. Registratie van (dubbele) nationaliteit Jaarvergadering NJV 2013: Immuniteiten"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD Growshopverbod Registratie van (dubbele) nationaliteit Jaarvergadering NJV 2013: Immuniteiten P JAARGANG JULI

2 Sneller tot essentie. Altijd en overal. De mobiele versie van Kluwer Navigator Kluwer Navigator is speciaal geschikt gemaakt voor de tablet: overal toegang tot uw persoonlijke favorieten en historie al uw dossiers altijd bij de hand overal snel zoeken en vinden gemakkelijk uw tablet als tweede scherm gebruiken Download de gratis app via de Appstore of Google Play. Geschikt voor al uw apparaten Switch eenvoudig tussen uw devices: desktop laptop tablet Uiteraard behoren alle tablet-opties zoals swipen, pinchen en zoomen tot de mogelijkheden. Meer informatie of direct een proefabonnement afsluiten? kluwernavigator.nl Kluwer Navigator. Sneller tot essentie. Kluwer Navigator is de online content portal (zoekmachine) die u toegang geeft tot een omvangrijke database met vakinformatie. Eenvoudig en gericht zoeken met de Kluwer Navigator zorgt ervoor dat u alle relevante en praktische informatie direct beschikbaar krijgt.

3 Inhoud Vooraf Mr. Y. Buruma De criminele burgerinfiltrant Wetenschap Dr. mr. P.M. van Russen Groen Het growshopverbod Focus Prof. mr. H.U. Jessurun d Oliveira Nationaliteit in de nieuwe wet Basisregistratie personen Verslag P.W. den Hollander LL.M/MA Worstelen met immuniteiten De jaarvergadering van de NJV Rede Mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You Immuniteit als straffeloosheid Voorzittersrede NJV vergadering 14 juni 2013 Notulen Notulen van de algemene vergadering van de Nederlandse Juristen-Vereniging, gehouden op 14 juni 2013 te Breda Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 1950 Wat is erger: dat ECHTE BOEVEN de DANS ontspringen of dat AGENTEN een keer bij de NEUS worden genomen en/of VERLEID tot een niet-integere handeling? Pagina 1843 Kunnen THUISTELERS met vijf plantjes op het BALKON in de toekomst nog wel terecht bij een GROWSHOP? Pagina ,2 miljoen BIPATRIDE Nederlanders worden voor het oog in de BRP tot exclusief Nederlander gereduceerd, een EENZIJDIGE homogeniseringsoperatie van de bevolking Pagina 1856 De PARLEMENTAIRE immuniteit, diverse beperkingen aan PRIVAATRECHTELIJKE aansprakelijkheid, STRAFRECHTELIJKE immuniteit van de STAAT en immuniteit van de VN stonden aan het eind van de dag nog OVEREIND Pagina NEDERLANDS JURISTENBLAD Growshopverbod Registratie van (dubbele) nationaliteit Jaarvergadering NJV 2013: Immuniteiten P JAARGANG JULI De LEIDING van de Staat was terechtgekomen in een vicieuze cirkel waarbij REPRESSIEVE machtshandhaving NIET langer een MIDDEL was, maar een alle aandacht en energie verslindend DOEL was geworden Pagina 1867 Pagina 000 Vanwege het fundamentele belang van het recht op TOEGANG tot de RECHTER kunnen slechts ZEER ZWAARWEGENDE argumenten de toekenning van een IMMUNITEIT rechtvaardigen Pagina 1869 Pagina 000 Versterking van de SELECTIE aan de POORT beoogt het ONNODIG procederen zoveel mogelijk te VOORKOMEN en het gebruik van ALTERNATIEVE oplossingen te stimuleren Pagina 1941 Omslag: Marijuana Seedlings Growing on Pot Farm Roger Ressmeyer/ CORBIS De minister ziet aanleiding het POLITIEKE VERBOD op de inzet van de CRIMINELE BURGERINFILTRANT verder te HEROVERWEGEN Pagina 1943

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen (vz.), Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 300 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw), extra gebruiker 80 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 80 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 30. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). zoekt Voorzitter Geschillenadviescommissie Ymere werkt als toonaangevende maatschappelijke ondernemer aan wijken met perspectief waar bewoners willen wonen, leven en groeien. Met 8 vestigingen in de metropoolregio Amsterdam (totaal VHE) is het dicht op de klant georganiseerd. Ymere zoekt op innovatieve wijze naar oplossingen om naast het aanbieden van bereikbare, betaalbare en kwalitatief goede woningen, ook te kunnen blijven investeren in een prettige en veilige woon- en leefomgeving. Huurders, die niet tevreden zijn over de afhandeling van hun klachten bij het Centraal Meldpunt Klachten kunnen hun geschil voorleggen aan de Geschillenadviescommissie. Deze commissie bestaat uit 2 leden en een voorzitter. Wegens het vertrek van de huidige voorzitter zijn wij op zoek naar een nieuwe voorzitter. Heeft u interesse? Voor uitgebreide informatie over deze functie en de wervingsprocedure kunt u contact opnemen met bureau Habitask:

5 Vooraf 1673 De criminele burgerinfiltrant 28 In een recente brief1 aan de Kamer pleit minister Opstelten ervoor de inzet van de criminele burgerinfiltrant weer mogelijk te maken. Ik ben daar niet rouwig om. Mensen die mijn achtergrond kennen, verbaast dat misschien. Als oud-medewerker van de Cie. Van Traa heb ik me altijd opgesteld als beschermer van het gedachtegoed van diens succesvolle Parlementaire enquête uit Jazeker. En Van Traa heeft de grote risico s van het werken met zo n infiltrant genadeloos blootgelegd. Criminele burgerinfiltranten zijn criminelen en dus niet alleen op hun eigen voordeel uit, maar ook nog eens niet te vertrouwen. Toch was Van Traa minder streng dan wordt gedacht. Dat is te begrijpen tegen de achtergrond van het volgende beeld van de wording van een infiltrant. Stel dat de scharrelaar Sjonnie zo nu en dan tips geeft aan de politie. De agenten behandelen Sjon mild als hij wat overlast geeft of als hij wordt betrapt als hij net wat coke heeft gekocht bij dealer Dave. Als de runners van Sjon hem vragen of hij eens kan uitzoeken of Dave zijn spul van de crimineel Klaas krijgt, maakt dat in het jargon van Van Traa van de informant een gestuurde informant. Wat nu als Sjon de agenten vertelt dat Dave hem weer eens heeft gevraagd om wat coke naar een bepaald feest te brengen in ruil voor vijf gratis lijntjes? Van Traa concludeerde: De grens voor de rol van criminelen bij de opsporing ligt bij de gestuurde informant, die geen strafbare feiten onder regie van politie en justitie kan plegen. Treedt Sjon in dit voorbeeld op onder regie van de politie? Wat Van Traa betreft, denk ik dat het antwoord ontkennend is vanwege de volgende opmerking: Zijn de gestuurde informanten al betrokken bij strafbare handelingen, dan is het slechts mogelijk hen als informanten te runnen en hun toe te staan deze handelingen te blijven verrichten, indien zij bereid zijn verkregen voordeel en/of criminele winsten af te dragen. Ook de commissie Kalsbeek die in 1999 onderzocht wat er geworden was van de aanbevelingen van Van Traa beval aan om uitzonderingen toe te staan voor bepaalde hand- en spandiensten van geringe importantie in relatie tot het delict waarover de informant informatie geeft. De politiek en het OM wilden daar echter niet van weten. Hun huidige scherpe lezing van het verbod op criminele burgerinfiltratie vindt geen grondslag in de tekst van de wet. En de opvatting dat ook een klein strafbaar feit van een informant een infiltrant maakt, is een mogelijke maar onnodig strenge lezing van de wettelijke aanduiding van de burgerinfiltrant als een burger die bijstand verleent aan de opsporing door deel te nemen aan of medewerking te verlenen aan een criminele groepering (art. 126w Sv). Bij de inzet van burgerinfiltranten moet een bijzondere procedure worden gevolgd, waarin zelfs een rol voor de minister is weggelegd (art. 140a Sv jo 131 lid 5 RO). Blijkens de brief van de minister wordt wetswijziging niet nodig geacht. De brief wil dus niet zozeer juridische als wel politieke ruimte scheppen. Die ruimte wordt kennelijk niet gezocht voor de lichtere gevallen à la Sjonnie. De minister wil zich gedekt weten om zware criminele burgerinfiltranten in te zetten. Laat ik nu niet herhalen wat de kranten ophalen over de Taartman en de Sapman in de jaren 90. Dezer dagen vindt in Boston (USA) het proces plaats tegen Whitey Bulger die wordt verdacht van negentien moorden. Dankzij deze criminele burgerinfiltrant zijn diverse van zijn concurrenten opgerold. De FBI-agent die hem runde keek niet alleen een andere kant op, maar gaf hem zelfs informatie over de later vermoorde politie-infiltranten in zijn eigen Winter Hill Gang. Die zaak leert dat het gevaar bestaat dat politiemensen corrupt worden of tenminste zich, door het succes verblind, niet realiseren dat ze bij de neus worden genomen door een zware crimineel die zijn medewerking niet verleent voor een paar duizend euro, maar om zijn eigen criminele organisatie sterker te maken. Ik ben er zeker van dat dit reële gevaar zich ooit zal verwerkelijken vermoedelijk niet zo dramatisch als met Whitey Bulger maar toch. En dan laat ik nog onbesproken dat in een toenemend aantal rechtszaken veel tijd zal worden besteed aan pogingen van de verdediging om aannemelijk te maken dat er een criminele burgerinfiltrant is ingezet, maar dat dit niet is gemeld en dat de verdachte wel door die infiltrant in strijd met wet en EHRM tot het delict is aangezet. Toch onderschrijf ik de wens van de minister om minder verkrampt met het begrip criminele burgerinfiltratie om te gaan. De terughoudendheid is nu te groot. Daardoor zijn gesloten, bijvoorbeeld homogene etnische groepen niet goed aan te pakken, die moeilijk zijn af te luisteren en die niet door politiemensen kunnen worden geïnfiltreerd. Maar hoe zwaarder de crimineel die wordt ingezet, des te groter de kans dat er iets mis gaat. Sowieso zal het gebeuren dat we politie en OM boos aankijken omdat er een zwarte zwaan opduikt een als goed te beheersen ingeschatte crimineel, van wie totaal onverwacht achteraf moet worden gezegd hoe konden ze zo stom zijn om met hèm in zee te gaan. Ook de reeds bestaande, in de brief nader omschreven zware procedure kan dat niet voorkomen. De politiek staat voor een dilemma. Wat is erger: dat echte boeven de dans ontspringen of dat agenten een keer bij de neus worden genomen en/of verleid tot een niet-integere handeling? Een keus tussen twee kwaden. Misschien helpt het als voortaan wat eerder met Sjonnie kan worden gewerkt, zodat met Whitey geen zaken hoeven te worden gedaan. Ybo Buruma 1. Zie daarover ook de rubriek Nieuws van deze week (NJB 2013/1764). Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 1674 Wetenschap Het growshopverbod Peter van Russen Groen 1 Het wetsvoorstel dat zogenoemde growshops, winkels waar benodigdheden voor hennepteelt verkocht worden, zal verbieden ligt inmiddels bij de Eerste Kamer. De doelstelling van de wet is onduidelijk. Wil de minister nu growshops bestrijden of eigenlijk toch voorbereidingshandelingen met betrekking tot de hennepteelt strafbaar stellen? Het wetsvoorstel voorziet ondertussen in een enorme uitbreiding van de kring van potentiële wetsovertreders en maakt het organiseren van preventief toezicht onmogelijk. Het voorhanden zijnde alternatief van een vergunningstelsel waarbinnen voorwaarden aan growshops worden gesteld waardoor malafide handelaren van de markt kunnen worden geweerd, kent die nadelen niet. Inleiding Onlangs is door de Tweede Kamer het wetsvoorstel aangenomen van de ministers van Veiligheid en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat beoogt een growshopverbod in te stellen. 2 Het wetsvoorstel is ter behandeling aangeboden aan de Eerste Kamer. Dat dit zou gebeuren was geen gelopen race. Het voorgaande VVD- CDA kabinet had met gedoogsteun van de PVV fors ingezet op de totstandkoming van een verbod op growshops. Na de val van het kabinet Rutte I was onzeker geworden hoe het nieuwe kabinet vorm zou gaan geven aan het drugsbeleid. De PvdA had zich kritisch getoond over het growshopverbod en het standpunt van de VVD liet zich nog raden. De wietpas is, zoals overeengekomen in het regeerakkoord, inmiddels komen te vervallen. In het regeerakkoord valt over het softdrugsbeleid verder te lezen: De bestrijding van drugstoerisme en georganiseerde drugsmisdaad zetten we met kracht door. Drugsrunners en illegale straathandel pakken we hard aan. Het gehalte werkzame stoffen in softdrugs wordt aan een maximum gebonden. Hoe het kabinet dit laatste gaat handhaven zonder de markt te reguleren (immers teelt en handel blijven strafbaar) zal nog moeten blijken. Als het om de strijd tegen drugs gaat, lijkt nog steeds veel mogelijk te (moeten) zijn. Met de afronding van de behandeling van het growshopverbod door de Tweede Kamer is ook duidelijk geworden dat de regeringspartijen over dit wetsvoorstel verdeeld zijn. Coalitiepartner PvdA (steeds al kritisch over het wetsvoorstel) heeft uiteindelijk tegen gestemd. Het voorstel is met steun van een deel van de oppositie aangenomen. In deze bijdrage zal ik enige kritische kanttekeningen plaatsen bij het nut en noodzaak van deze wet. Daartoe is het goed eerst kort stil te staan bij de achtergrond van het wetsvoorstel. Achtergrond Op 23 april 2004 presenteerde het tweede kabinet Balkenende (CDA, VVD, D66) in de zogenaamde cannabisbrief zijn visie op het softdrugsbeleid. Nieuw in dit beleid was dat de criminele betrokkenheid van growshops bij de grootschalige teelt van nederwiet strafrechtelijk moest worden aangepakt. 3 In 2005 bood de minister van Justitie twee onderzoeksrapporten aan de Tweede Kamer aan over de cannabissector. 4 Naar aanleiding van deze rapporten concludeerde de minister van Justitie onder andere dat er aanwijzingen zijn dat growshops een faciliterende rol vervullen ten aanzien van de teelt van cannabis op een wijze die zowel legaal als illegaal is: ( ) ook worden wel kant-en-klare thuiskwekerijen geleverd en geplaatst; voorts leveren zij niet alleen zaden, maar ook stekjes. Tenslotte zijn er signalen dat growshops mogelijk een rol spelen in het financieren van kweekbenodigdheden en vervolgens het weer opkopen van de opbrengst. Er bestaat overigens geen zicht op de mate waarin dit voorkomt. 5 De minister vond dat de strafrechtelijke aanpak van growshops geïntensiveerd moest worden waarbij speciale aandacht zou moeten uitgaan naar growshops die zich schuldig maken aan strafbare feiten en mogelijk voor deelname of medeplichtigheid aan of uitlokking van grootschalige wietteelt konden worden vervolgd. Dit geluid zette zich voort in de jaren daarna. Nog meer notities en onderzoeksrapporten zagen het daglicht. In geen van de onderzoeken is onderzocht in welke mate growshops zich inlaten met criminele activiteiten 1844 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

7 Opvalt dat in geen van de onderzoeken is onderzocht in welke mate growshops zich inlaten met criminele activiteiten zoals de verkoop van stekken, de handel in wiet en het witwassen van geld. Naar mijn weten is daar tot op heden geen nader onderzoek naar gedaan. Toch vatte het idee post dat growshops steeds vaker en op steeds grotere schaal deze activiteiten ontwikkelen waarmee zij de spil zijn gaan vormen van de georganiseerde wietteelt. In de rapporten en beleidstukken heet het dat growshops de motor achter de georganiseerde wietteelt zijn. Dit mondde uit in een motie die door de Tweede Kamer werd aangenomen waarin de regering werd gevraagd concrete voorstellen te doen om te komen tot een verbod van growshops en daarbij de mogelijkheid te betrekken, de maximale gevangenisstraf voor softdrugsdelicten te verhogen van zes naar acht jaar. 6 De minister kondigde daarop aan te komen met een zelfstandige strafbaarstelling van het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en aanwezig hebben van stoffen, voorwerpen en gegevens waarvan men weet dat deze bestemd zijn voor de productie van cannabis. Daarmee zou de hele keten worden bestreden. Activiteiten die growshops ontplooien komen onder deze strafbepaling te vallen, maar ook die van bijvoorbeeld hennepbeurzen. De maatregel was volgens de minister complementair bedoeld aan de bestaande maatregelen, gericht op de bestrijding van de georganiseerde grootschalige hennepteelt. 7 Dit riep nog wel wat vragen op bij het deel van de Tweede Kamer dat niet met de motie had meegestemd en dat geschrokken reageerde op de stelligheid van het voornemen en de ferme taal van de minister. Kunnen thuistelers met vijf plantjes op het balkon in de toekomst nog wel terecht bij een growshop? En maakte de minister nog onderscheid tussen goedwillende en kwaadwillende growshops? De toenmalige minister van Justitie Hirsch Ballin antwoordde daarop dat de motie had gevraagd om het verbieden van growshops, zodat dat hetgeen is wat hij zou gaan doen, zonder onderscheid te maken tussen growshops met meer of minder slechte bedoelingen. Wat de toenmalige minister (en een meerderheid van de toenmalige Tweede Kamer) betrof gaan alle growshops in de toekomst dus dicht. 8 Het (concept) wetsvoorstel Uit ambtelijke stukken die naar aanleiding van een WOBverzoek door de auteur dezes zijn verkregen blijkt dat de ambtenaren van het ministerie van Justitie op de rem trapten. In een eerste nota van 18 december 2007 constateerden de ambtenaren dat een algeheel verbod van growshops moeilijk uitvoerbaar is, omdat growshops op zichzelf legale producten verkopen die evengoed voor de kweek van andere planten kunnen worden gebruikt en dat deze producten overigens ook bij diverse tuincentra verkrijgbaar zijn. Volgens de ambtenaren gaat het er dan ook om die growshops te bestrijden die een criminogene rol vervullen in de grootschalige/bedrijfsmatige cannabisteelt. Het verbieden van alle growshops werd door hen niet als een efficiënte oplossing gezien. Het departement stelde voor de bestuurlijke instrumenten door en voor gemeenten te versterken, met name door het invoeren van een vergunningplicht voor growshops. Met betrekking tot de strafrechtelijke handhaving stelden de ambtenaren voor dat politie en openbaar ministerie intensiever zouden gaan handhaven met behulp van het reeds beschikbare juridische instrumentarium. Een instrumentarium dat volgens de justitie ambtenaren dus niet tekort schoot, maar slechts beter moest worden benut. De minister van Justitie was echter van mening dat een dergelijk voorstel onvoldoende recht zou doen aan de in de Tweede Kamer aangenomen motie. De Tweede Kamer had gevraagd om een verbod en dat zou de Kamer krijgen. Uiteindelijk is op 6 juli 2011 een wetsvoorstel ingediend om in de Opiumwet een nieuw art. 11a op te nemen dat als volgt moet komen te luiden: Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie. 9 Het wetsvoorstel beoogt strafbaar te stellen kort samengevat het voorhanden hebben van stoffen, voorwerpen of gegevens waarvan men weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn voor de hennepteelt. De nieuwe bepaling 11a Opiumwet beperkt zich daarbij tot de hennepteelt die ofwel een beroeps- of bedrijfsmatig karakter heeft ofwel grootschalig is. Onder grootschalige hennepteelt wordt verstaan 200 hennepplanten of meer. 10 Het oordeel of een De hobbykweker die een paar plantjes in een kweektentje kunstmest geeft is volgens de Aanwijzing Opiumwet al bedrijfsmatig bezig Auteur Opiumwet in verband met de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt. 3. Kamerstukken II, 2003/04, , nr. 125, p J. Snippe e.a., Preventieve doorlichting cannabissector, bureau Intraval, Groningen- Rotterdam 2004, dat verslag deed van een onderzoek uitgevoerd in Amsterdam en Venlo en ES&E, Zicht op de cannabissector, Den Haag 2002, dat betrekking had op Utrecht. 52 en Handelingen II, 2007/08, nr. 28,, p e.v., i.h.b. p Handelingen II, 2007/08, nr. 60, p e.v., i.h.b. p Handelingen II, 2007/08, nr. 60, p e.v., i.h.b. p Kamerstukken II, 2010/11, , nr Dr. mr. P.M. van Russen Groen is als advocaat verbonden aan Wladimiroff advocaten, Den Haag. Noten 2. Kamerstukken II, 2010/11, , nr. 1-3, wetsvoorstel tot wijziging van de 5. Kamerstukken II, 2004/05, , nr. 163, p Kamerstukken II, 2007/08, VI, nr. 10. Art. 1 lid 2 Opiumwetbesluit. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap Als de regering constateert dat de faciliterende activiteiten zeer winstgevend zijn mede door het illegale karakter van de productie van cannabis, waarom wordt dan gekozen voor juist meer repressie? hennepplantage een beroeps- of bedrijfsmatig karakter heeft, is door de wetgever doelbewust aan de rechter gelaten en is derhalve aanvankelijk aan het openbaar ministerie. Dat heeft de omstandigheden benoemd die kunnen wijzen op professionele teelt. Daarvan is blijkens de Aanwijzing Opiumwet al snel sprake. De hobbykweker die een paar plantjes in een kweektentje heeft en ze kunstmest geeft is volgens de Aanwijzing Opiumwet al bedrijfsmatig bezig. 11 Voorbereidingshandelingen ten aanzien van de hennepteelt zijn niet strafbaar. De optie om art. 10a van de Opiumwet zo uit te breiden dat ook voorbereidende handelingen voor de verkoop en het bereiden van cannabis strafbaar worden, werd door de toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin van de hand gewezen. 12 De minister van Justitie reageerde ten aanzien van deze optie terughoudend, met name omdat de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen per definitie een zeer grote reikwijdte heeft en daardoor verstrekkend is en vervolging in voorkomende gevallen ook mogelijk is op grond van uitlokking van of medeplichtigheid aan al dan niet professionele wietteelt of deelneming aan een criminele organisatie. 13 In wezen kom je dan eveneens in dezelfde sfeer van voorbereidingshandelingen, aldus de minister. 14 Een verdere uitbreiding via een aparte strafbaarstelling daarvan is derhalve niet nodig. Deze terughoudendheid is, zoals we hierna zullen zien, inmiddels door de huidige minister van Veiligheid en Justitie verlaten. Het wetsvoorstel roept veel vragen op. In de eerste plaats is niet duidelijk wat met het voorstel gezien de voorgeschiedenis wordt beoogd. Gaat het om de bestijding van de handel in hennepprodukten via de growshops en het bestrijden van de financiering door growshops van grootschalige hennepteelt en het daarmee samenhangende witwassen? Of gaat het puur om de betrokkenheid van growshops bij (grootschalige) hennepteelt als leverancier van kweekbenodigdheden? Inmiddels lijkt de minister van Veiligheid en Justitie bovendien de bakens te hebben verzet. Het zijn niet langer de growshops die het voornaamste doelwit vormen van het wetsvoorstel. Op de vraag van het lid van de Tweede Kamer Van der Steur (VVD) tijdens de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel op 27 maart 2013 of deze wettelijke bepaling met name toeziet op het soort gevallen waarin een elektricien, een makelaar, een transportbedrijf of een installatietechnicus meewerkt aan het realiseren van een kwekerij in een bedrijfsgebouw, aangezien iemand die een kwekerij heeft ingericht op grond van de huidige wet en zonder de voorgestelde wetswijziging, pas vervolgd kan worden als er een hennepplantje aanwezig is, antwoordde de minister: Hier gaat het precies om. ( ) Het is gewoon een lacune in de hele keten van de aanpak van grootschalige illegale hennepkwekerijen. En daarmee kan, zo vertaalde Van der Steur dit antwoord nog maar eens, door dit wetsvoorstel met kracht worden opgetreden als we op een heel vreemde plek in een woonhuis allerlei apparatuur voor een plantage vinden, terwijl er geen hennep aanwezig is. 15 De aap komt uit de mouw. De huidige minister van Veiligheid en Justitie beoogt dus niet zozeer de strafbaarstelling van growshops, maar van voorbereidingshandelingen voor de hennepteelt. Ik neem aan dat de minister, daarin gesouffleerd door Tweede Kamerlid Van der Steur, de uitspraak van de Hoge Raad op het oog heeft over degene die een volledig ingerichte kweekruimte voor de teelt van hennep in zijn woning had, hetgeen volgens de Hoge Raad, zonder dat sprake is van verdere activiteiten, onvoldoende is om van poging tot hennepkweek te spreken. 16 Een uitspraak waarmee de Hoge Raad, mijns inziens terecht en op goede gronden, de grens bewaakt tussen niet strafbare voorbereidingshandelingen en strafbare poging. Maar als daar de schoen wringt, dan kan men zich afvragen waarom de minister niet een wetsvoorstel indient dat voorbereidingshandelingen voor de hennepteelt strafbaar stelt. In de tweede plaats zijn tijdens de parlementaire behandeling al veel vragen gesteld over de betekenis van dit wetsvoorstel voor het softdrugsbeleid. Is dit wetsvoorstel wel effectief als het gaat om het bestrijden van criminaliteit rondom de teelt van wiet? Versterkt het niet eerder de problemen die de coffeeshops al hebben met de bevoorrading? Als de regering constateert dat de faciliterende activiteiten mede door het illegale karakter van de productie van cannabis zeer winstgevend zijn, waarom wordt dan gekozen voor juist meer repressie? Waar moet overigens de politiecapaciteit vandaan komen om de nieuwe strafbepaling te handhaven? En wordt er wel voldoende gekeken naar de ontwikkelingen ter zake in het buitenland? In deze bijdrage zal op deze onderwerpen van meer strafrechtspolitieke aard hoe interessant ook niet verder worden ingegaan. Ik zal verder inzoomen op enkele aspecten van dit wetsvoorstel die vanuit juridisch oogpunt bijzondere aandacht verdienen. Bestaande strafrechtelijke instrumentarium Een belangrijke pijler onder het wetsvoorstel wordt gevormd door de premisse dat het bestaande strafrechte- 11. Aanwijzing Opiumwet, Stcrt. 2012, nr 26938, paragraaf Handelingen II, 2007/08, nr. 23, p e.v., i.h.b. p Schriftelijke antwoorden van de minister en staatssecretaris van Justitie, Handelingen II, 2007/08, nr. 24, p e.v., i.h.b. p Handelingen II, 2007/08, nr. 24, p e.v., i.h.b. p Handelingen II, 2012/13, nr. 67, op: 16. HR 17 november 2009, NJ 2010, 337 m.nt. M.J. Borgers NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

9

10 Wetenschap In de visie van de minister is het begrip bonafide growshop overigens inmiddels een contradictio in terminis lijke instrumentarium tekort schiet om malafide growshops strafrechtelijk te vervolgen. Wat kan niet? Vervolging van een growshop wegens poging tot hennepteelt zal in de meeste gevallen stranden wegens het afwezig zijn van een begin van uitvoering van het gronddelict. Voorbereidingshandelingen zijn in het huidige wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in art. 46 slechts strafbaar gesteld als het gaat om de voorbereiding van strafbare feiten waarop een gevangenisstraf staat van acht jaar of meer terwijl de op hennepteelt maximum gestelde straf zes jaar bedraagt. Langs deze weg kunnen growshops dus eveneens niet worden vervolgd. De voorbereidingshandelingen die de Opiumwet ten slotte strafbaar stelt zijn uitsluitend handelingen met betrekking tot de lijst-i stoffen: de zogenaamde harddrugs. Wat is wel mogelijk? In de verschillende onderzoeken die aan het wetsvoorstel ten grondslag hebben gelegen zijn, volgens de onderzoekers, bij verschillende growshops gedragingen aan het licht gekomen als handel in hennepstekken en hennepoogsten en witwassen van opbrengsten. Dergelijke feiten kunnen met bestaande strafbepalingen, in het bijzonder art. 3 jo 11 en art. 11a Opiumwet alsmede art. 140 en 420bis e.v. Sr worden vervolgd. Dat dit geen louter theoretische gedachte is moge blijken uit de omstandigheid dat in de praktijk (eigenaren of medewerkers van) growshops (met succes) worden vervolgd voor het handelen in hennep(stekken), het deelnemen of leiding geven aan een criminele organisatie en het witwassen van geld. 17 Dat de minister meent dat hier een lacune in de wet valt te constateren, moet derhalve welhaast op een misverstand berusten. Niet uitgesloten is daarnaast de vervolging van een growshop(houder) voor het plegen van voorbereidingshandelingen op de voet van art. 46 Sr ten aanzien van deelneming aan een criminele organisatie die het oogmerk heeft grootschalige of bedrijfsmatige hennepdelicten te plegen (het huidige art. 11a Opiumwet, op de overtreding waarvan een straf is bedreigd van maximaal acht jaar gevangenisstraf), maar daar ben ik in de praktijk nog geen voorbeelden van tegengekomen. Niet alleen de growshop die handelt in stekken en oogsten opkoopt of daarin handelt of geld witwast, maar ook de bonafide growshop stelt zich reeds nu al bloot aan het risico van strafrechtelijke vervolging (in de visie van de minister is het begrip bonafide growshop overigens inmiddels een contradictio in terminis 18 maar dat terzijde). Volgens Borgers en Van Poecke is het bewijs van het medeplegen van of het medeplichtig zijn aan hennepteelt van faciliteerders een lastig punt, omdat het bewijs van het daartoe vereiste dubbele opzet (opzet op het medeplegen én opzet op het gronddelict) vaak moeilijk te leveren is. 19 De voorbeelden waar Borgers en Van Poecke naar verwijzen overtuigen mij echter niet. Zij zien op situaties waarin ten aanzien van een verhuurder van een ruimte onvoldoende bewijs werd gepresenteerd voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan hennepteelt respectievelijk het medeplegen van het aanwezig hebben van (een) hennep(kwekerij). Als het om de growshop gaat zijn met gemak voorbeelden te bedenken waarbij dat bewijs wel te leveren zal zijn. Zij wijzen bijvoorbeeld zelf al in ander verband op de omstandigheid dat growshophouders (en daar ziet dit wetsvoorstel immers op) doorgaans wel zullen weten waarvoor de spullen die zij leveren bestemd zijn. En daarmee is de dubbele opzet gegeven. Voorwaardelijk opzet is immers reeds voldoende. Ook de minister maakt melding van bewijsproblemen in de jurisprudentie van de Hoge Raad. En ook de voorbeelden die de minister in dat verband noemt overtuigen niet. De minister haalt in zijn brief als concreet voorbeeld aan een growshopeigenaar die zeggenschap had over zijn twee medewerkers die hennepstekken hadden verkocht. Het veroordelende arrest werd door de Hoge Raad gecasseerd. De bewezenverklaring van het medeplegen van de eigenaar van de winkel van dat strafbare feit was volgens de Hoge Raad ontoereikend gemotiveerd. 20 Een veroordeling lijkt in de ogen van de minister in dit soort situaties met andere woorden moeilijk te zijn omdat medeplegen niet kan worden bewezen. Dat is volgens mij iets te kort door de bocht. Het oordeel van de Hoge Raad in deze zaak zou anders zijn geweest als de feitenrechter iets had vastgesteld over de betrokkenheid van de eigenaar bij de strafbare feiten. Dan had de Hoge Raad niet hoeven te casseren. De feitenrechter kan nu eenmaal niet volstaan met de constatering dat de verdachte betrokken lijkt te zijn bij verboden gedragingen van zijn medewerkers enkel omdat hij eigenaar is van de winkel. Uit deze casuïstiek afleiden dat in zijn algemeenheid het bewijs van medeplegen van de eigenaar van een growshop niet kan worden geleverd, gaat naar mijn mening veel te ver. Eerder houdt deze jurisprudentie een opdracht in aan de feitenrechter een verdenking van een dergelijke betrokkenheid goed te onderzoeken en daarbij delictspecifieke aspecten te betrekken en zo die betrokkenheid wordt aangenomen deze goed te motiveren en te beleggen met één of meer bewijsmiddelen. Niet meer en niet minder. 21 Het blote feit dat iemand eigenaar is van een growshop wil niet zeggen dat hij automatisch medepleger is van alle strafbare gedragingen die in het kader daarvan plaatsvinden. De omstandigheid dat iemand verhuurder is van een ruimte is niet voldoende om zonder meer aan te kunnen nemen dat hij medepleger of medeplichtig is ten aanzien van een in die ruimte aangetroffen hennepplantage. 22 En dat is maar goed ook. Ware dit anders dan zou de strafrechtelijke aansprakelijkheid onaanvaardbaar worden opgerekt NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

11 Daarnaast merk ik op dat het handelen van medewerkers van een growshop in veel gevallen zal kunnen worden toegerekend aan de growshop als rechtspersoon in de zin van art. 51 Sr of aan de eigenaar van de growshop als functioneel dader. De Hoge Raad zinspeelt daar ook op in de hierboven besproken en door de minister aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad. Hartmann komt dan ook mijns inziens terecht tot de conclusie dat met enig doorrechercheren met de bestaande deelnemingsconstructies het faciliteren ook kan worden aangepakt, maar dat het vanuit de wetgever (kennelijk) makkelijker lijkt om maar een zelfstandige variant van het faciliteren van hennepteelt in de wet op te nemen. 23 Daarmee is het gemak wel helder geworden maar is nog niet onderbouwd dat het ook nodig is. Is de omstandigheid dat moet worden bewezen dat er betrokkenheid bestaat tussen verschillende deelnemers en het strafbare handelen een goede reden om die bewijslast dan maar overboord te gooien? Dat probleem kan zich immers ook voordoen bij de vervolging en berechting van medeplegen van delicten als vernieling of moord. 24 Met enig doorrechercheren kan het faciliteren ook worden aangepakt met de bestaande deelnemingsconstructies En dan is er ook nog de mogelijkheid een growshop in voorkomende gevallen met art. 11a Opiumwet of art. 140 Sr in de hand te vervolgen wegens deelneming aan een criminele organisatie die het oogmerk heeft kort gezegd Opiumwetfeiten te plegen. Volgens de ministers die het wetsvoorstel hebben ingediend is deze mogelijkheid echter te beperkt aangezien de betrokken personen rond de hennepteelt lang niet altijd in georganiseerd verband opereren. Dat is opmerkelijk omdat als onderbouwing dat dit wetsvoorstel noodzakelijk is, er door de ministers nu juist op is gewezen dat de hennepteelt steeds professioneler en beroeps- en bedrijfsmatiger is geworden. 25 In zijn schriftelijke reactie op de eerste mondelinge ronde tijdens de parlementaire behandeling komt de minister van Veiligheid en Justitie met nog een opmerkelijk argument voor de voorgestelde wetswijziging. 26 Het bestaande strafrechtelijke instrumentarium biedt volgens de minister van Veiligheid en Justitie onvoldoende ruimte om tegen faciliteerders van de illegale hennepteelt op te treden, omdat de vervolging van een medepleger of medeplichtige pas mogelijk is bij een voltooid delict (of bij een begin van uitvoering bij een poging). Ik zie niet waar in dat opzicht het beperkende karakter zit. Immers dat strafrechtelijk pas kan worden opgetreden indien er sprake is van een voltooid delict is inherent aan het strafrecht; dat geldt voor de meeste strafbare feiten, de uitzonderingen daargelaten. De werking van het strafrecht berust immers op de gedachte dat de dreiging van een strafrechtelijke vervolging de potentiële wetsovertreder van zijn criminele handelen zal doen afzien. Dat geldt bij uitstek voor het beleidsterrein waarover we het hier hebben: de regulering van de markt van genotsmiddelen een gebied waar vergelding als strafdoel immers geen rol speelt zodat preventie het enige beoogde effect is. Ernstige reden om te vermoeden Zoals gezegd wilde de voormalige minister van Justitie niet aan een strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen voor de hennepteelt. Het optrekken van de maximumstraf die op dit feit is gesteld, was daarom niet nodig. Art. 46 Sr dat voorbereidingshandelingen strafbaar stelt, geldt alleen voor acht-jaarsfeiten en hennepteelt kent een strafmaximum van zes jaar. Het wetsvoorstel betekent in dat opzicht dus een verruiming van de strafbaarheid. Maar art. 46 Sr stelt nog een voorwaarde aan de strafbare voorbereiding: het vereist opzet. Merkwaardig genoeg kan worden geconstateerd dat de beoogde nieuwe strafbepaling ondertussen verder gaat dan art. 46 Sr. Het richt zich immers op zes-jaarsfeiten en het bevat een schuldvariant: het ernstige redenen hebben voor een vermoeden -criterium. Dat betekent in wezen een dubbele verruiming van de strafbaarstelling derhalve in vergelijking met de huidige situatie. 27 Hiermee wordt het net van de strafrechtelijke aansprakelijkheid ruim uitgeworpen. Medewerkers van tuincentra of verkopers van land- en tuinbouwartikelen worden met één klap bloot gesteld aan strafrechtelijke aansprakelijkheid als zij bijvoorbeeld potgrond of groeilampen verkopen. Op hen komt een onderzoeksplicht te rusten van een vooralsnog onduidelijke strekking. Er moet volgens de regering sprake zijn van een criminele intentie bij degene die de goederen levert op de voorbereiding van hennepteelt. Dat betekent concreet: Van reguliere tuincentra, verkopers van landbouwartikelen en andere bedrijven wordt zoals van elke 17. Vergelijk bijvoorbeeld Rb. Haarlem 9 mei 2007, LJN BA4892, LJN BA4933 en LJN BA5030; Rb. Breda 16 oktober 2007, LJN BB5936; Gerechtshof s-hertogenbosch 10 april 2009, LJN BI0780 en Rb. Utrecht 17 januari 2011, LJN BP0977. naar het einde: de strafbaarstelling van voorbereiding en vergemakkelijking van professionele hennepteelt, Ars Aequi maart 2012, p , i.h.b. p HR 24 mei 2011, LJN BP6581; NbSr 2011, 193; NJ 2011, 481 m.nt. N. Keijzer. Zie voor soortgelijke casuïstiek ook HR 30 mei 2006, LJN AV2344, NJ 2006, 315 en HR 23 maart 2010, NJ 2010, 196 m.nt. P.A.M. Mevis onder NJ 2010, 193 en NJ 2010, Vergelijk ook A. Hartmann, Medeplegen: back to basics, DD 2012/43. ber 2009, NJ 2010, 193 m.nt. P.A.M. Mevis en HR 9 maart 2010, NJ 2010, 194 m.nt. P.A.M. Mevis. 25. In deze zin ook Borgers en Van Poecke, t.a.p. 26. Kamerstukken II, 2012/13, , nr 13, p In deze zin reeds M. Borgers en E. van Poecke, t.a.p. 22. Vergelijk HR 3 november 2009, NJ 2010, 335 en NJ 2010, 336 m.nt. Borgers onder NJ 2012, Vergelijk Kamerstukken II, 2011/12, , nr 6, p M. Borgers en E. van Poecke, Op weg 23. A. Hartmann, t.a.p., p Vergelijk respectievelijk HR 22 decem- NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap burger oplettendheid verwacht op verdachte omstandigheden die kunnen duiden op illegale hennepteelt. ( ) [dit] betekent niet dat er strafrechtelijke aansprakelijkheid ontstaat door een louter passieve opstelling. 28 Met andere woorden: het aan de dag leggen van onvoldoende oplettendheid in dit verband kan in beginsel leiden tot strafrechtelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de hennepteelt van de teler. Borgers en Van Poecke relativeren dit door er op te wijzen dat de gebruikte terminologie ernstige reden heeft om te vermoeden als een tamelijk zware culpavariant moet worden beschouwd, hetgeen betekent dat niet iedere onoplettendheid tot strafbaarheid zal leiden, maar dat er sprake zal moeten zijn van omstandigheden waarin de bestemming van de goederen zich als het ware aan de verkoper opdringt zodat het niet anders kan dan dat men zich van die bestemming bewust is geweest. 29 Zeker daarvan kunnen we niet zijn. De toelichting van de bewindslieden in de kamerstukken op dit punt wijzen in een richting die een minder zware schuldvariant doet vermoeden. Zo hebben zij het ook wel over redelijkerwijs hebben moeten vermoeden en over de criminele intentie. Deze laatste term refereert weer aan de rationaliteit achter de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen: de verkeerde intentie is daar leidend. Niet het enkele bewustzijn dat bepaalde voorwerpen voor een bepaald doel worden gebruikt. Nog daargelaten dat de zinsnede ernstige reden heeft om te vermoeden ook nog kan betekenen dat de aanwezigheid van een ernstige reden voldoende is om te oordelen dat iemand het vermoeden heeft gehad, of dat laatste nu juist is of niet. 30 In de Tweede Kamer zijn door veel fracties vragen gesteld over dit criterium. De zorgen zijn groot. Hoe wordt een verkoper van kunstmest geacht zich te vergewissen van het doel van zijn product? In hoeverre hebben verkopers een vergewisplicht dat geen strafbare feiten worden gepleegd met de lampen of de potgrond die zij verkopen? SP-Tweede Kamerlid Nine Kooiman heeft in een amendement op het wetsvoorstel voorgesteld de passage van het vermoeden te schrappen, maar deze motie is bij de aanvaarding van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer verworpen. 31 De brief van de nieuwe Minister van Veiligheid en Justitie van 7 december 2012 stelt ook ten aanzien van dit ernstige reden om te vermoeden -criterium niet gerust. Volgens de minister berust de vrees dat met deze bepaling het risico te groot gaat worden om strafrechtelijk aansprakelijk te worden gesteld op een misverstand, omdat in de strafbepaling niet het subjectieve ernstige vermoeden centraal staat, maar het geobjectiveerde ernstige reden hebben om te vermoeden. 32 Maar dat is in termen van het risico strafrechtelijk aansprakelijk te Hiermee wordt het net van de strafrechtelijke aansprakelijkheid ruim uitgeworpen kunnen worden gehouden misschien nog wel veel erger. Immers bij een geobjectiveerde omstandigheid doet de innerlijke overtuiging van de verdachte had déze verdachte het vermoeden moeten hebben? er nog veel minder toe. De minister heeft dit punt tijdens de mondelinge behandeling in de Tweede Kamer op 27 maart 2013 nog eens toegelicht, maar die toelichting zal het de strafrechter die uiteindelijk invulling zal moeten geven aan dit element uit de strafbepaling niet makkelijker maken. Ik citeer de minister: Er is geen sprake van criminele intentie als er slechts sprake is van een ernstig vermoeden van betrokkene. Er is wel sprake van een criminele intentie als betrokkene ernstige reden heeft om te vermoeden. ( ) De ernstige reden om iets te vermoeden is objectiveerbaar. ( ) een ernstige reden om te vermoeden is afgeleid van de omstandigheden. 33 Met andere woorden: of er al dan niet een ernstige vermoeden aanwezig is bij de betrokkene doet niet ter zake. Het gaat er om of kan worden vast gesteld of er ernstige redenen waren op grond waarvan de betrokkene geacht moet worden een vermoeden te hebben gehad. Vergunningstelsel Het strafbaar stellen van het voorhanden hebben van spullen waarvan men moet vermoeden dat daarmee hennep zal worden geteeld, verdraagt zich moeilijk met een vergunningstelsel voor growshops dat (mede door de Minister van Justitie bepleit) door verschillende gemeenten in Nederland wordt toegepast. Mij lijkt een vergunningstelsel een probater middel de wildgroei binnen de growshopbranche aan banden te leggen dan het strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen ten aanzien van de hennepteelt. Volgens mij kan op die wijze (met de wet BIBOB op de achterhand) veel beter toezicht worden gehouden op deze sector. Regulerend toezicht lijkt mij noodzakelijker dan een blind verbod. Dit geldt temeer nu met het voorstel de growshop te verbieden niet alleen de grootschalige hennepteelt zal worden geraakt, maar ook de kleinschalige hobbykweker, terwijl ondertussen de achterdeurproblematiek van de coffeeshop nog niet is opgelost en er ook geen tekenen zijn te veronderstellen dat dit wetsvoorstel hand in hand gaat met een plan dat in een dergelijke oplossing voorziet. Wat hiervan zij, zodra dit wetsontwerp kracht van wet krijgt, mogen gemeenten voor growshops geen vergunning meer afgeven. De vraag is nog wel wat er moet gebeuren met de vergunningen die al door gemeenten zijn verleend. Volgens de minister moeten die worden ingetrokken: De ongeveer 20 gemeenten die vergunningen aan growshops hebben verleend, vanuit de inmiddels verouderde gedachte dat growshops uitsluitend reguliere, legale producten verkopen, zullen deze moeten intrekken. 34 Of dat bestuursrechtelijk juist is, laat ik op deze plaats in het midden. Vervallen deze vergunningen niet van rechtswege nu er strijd zal ontstaan tussen de gemeentelijke vergunning en een hogere regeling (de Opiumwet)? Ik zie ook nog wel wat strafrechtelijke complica NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

13 ties. Wat nu als gemeenten nalaten de vergunningen in te trekken en de growshopeigenaar die een vergunning heeft komt voor de strafrechter te staan? En hoe moeten in dit opzicht eigenlijk initiatieven zoals die van de gemeente Utrecht worden bezien? 35 Conclusie Ik ben er niet van overtuigd dat deze wet noodzakelijk is. Dat er een lacune in de wetgeving bestaat bij de bestrijding van (malafide) growshops is een mythe. Malafide growshops kunnen thans heel goed worden vervolgd voor het handelen in stekjes en oogsten, strafbaar gesteld in art. 3 Opiumwet, het voorfinancieren van teelten, strafbaar gesteld als medeplegen in art. 47 Sr jo artikel 3 Opiumwet, het deelnemen aan een criminele organisatie, strafbaar gesteld in art. 11a Opiumwet en 140 Sr of het witwassen van opbrengsten, strafbaar gesteld in art. 420bis e.v. Sr. Maar ook bonafide growshops kunnen, zo het openbaar ministerie dat opportuun acht, reeds met het bestaande strafrechtelijke instrumentarium worden vervolgd voor het medeplegen van of medeplichtigheid aan hennepteelt. Jurisprudentie van de Hoge Raad weerspreekt dat niet. De doelstelling van de wet is onduidelijk geworden. Wil de minister nu growshops bestrijden of eigenlijk toch voorbereidingshandelingen met betrekking tot de hennepteelt strafbaar stellen? Het wetsvoorstel voorziet Regulerend toezicht lijkt nood zakelijker dan een blind verbod ondertussen in een enorme uitbreiding van de kring van potentiële wetsovertreders en maakt het organiseren van preventief toezicht onmogelijk. Dat zijn nadelen die naar mijn mening zwaar wegen. Het voorhanden zijnde alternatief van een vergunningstelsel waarbinnen voorwaarden aan growshops worden gesteld waardoor malafide handelaren van de markt kunnen worden geweerd kent die nadelen niet. 28. Kamerstukken II, 2011/12, , nr 6, p M. Borgers en E. van Poecke, t.a.p., i.h.b. p Idem. 31. Kamerstukken II, 2011/12, , nr Kamerstukken II, 2012/13, , nr 13, p Handelingen II, 2012/13, nr. 67,, ongeautoriseerd stenografisch verslag. 34. Kamerstukken II, 2012/13, , nr 13, p Vergelijk De Volkskrant 17 april 2013, Utrecht wil wietproductie reguleren met cannabisclub. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 1675 Focus Nationaliteit in de nieuwe wet Basisregistratie personen Hans Ulrich Jessurun d Oliveira 1 Op 2 juli jongstleden is door de Eerste Kamer het wetsvoorstel Basisregistratie personen (Brp) bij zitten en opstaan aangenomen. Alleen de PVV was tegen. Het ging deze partij om één niet onbelangrijk onderdeel: de registratie van de nationaliteit. Moeten van personen al hun nationaliteiten worden vermeld? De PVV vindt van wel; de nieuwe wet neemt van bipatride Nederlanders alleen hun Nederlandse nationaliteit op. De PVV heeft het gelijk aan zijn kant, zoals de auteur hieronder, als een boer met kiespijn, beredeneert. 1De Brp is de opvolger van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De naamsverandering van deze wet die de centrale administratie van persoonsgegevens bij de overheid regelt is niet zonder betekenis. Werden in de GBA alleen gegevens van ingezetenen opgenomen, in de nieuwe wet zijn ook niet-ingezetenen voor registratie vatbaar gemaakt. De hele wereldpopulatie is daarmee potentieel registrabel geworden, zij het dat de Nederlandse overheid zich voorlopig beperkt tot degenen over wie zij haar zegenrijke takenpakket uitstrekt of over wie ze iets wil weten. Vandaar dat de Nederlandse gemeenten hun monopoliepositie bij het vaststellen van de gegevens verliezen en dit wordt in de nieuwe naamgeving tot uitdrukking gebracht. Wie zijn die niet-ingezetenen dan wel, waarvoor de Nederlandse overheid belangstelling heeft? Dat zijn in de eerste plaats ex-ingezetenen, zoals mensen die naar een betere of andere wereld verhuisd zijn: doden en emigranten. Vaak gaat het om belastingschulden, boetes, studieschulden van oud-studenten. 2 En in de tweede plaats mensen die nooit ingezetenen zijn geweest maar die toch binnen het schootsveld komen van overheidsinstanties met specifieke taken zoals de belastingadministratie of de Sociale Verzekeringsbank, bijvoorbeeld in verband met het recht op AOW. Men kan dan denken aan seizoensarbeiders of grenswerkers. Het draait in de Brp net als in de GBA om het scheppen van een infrastructuur voor een effectieve uitoefening van overheidstaken. Het basisregistratiesysteem voor personen slaat dus zijn vleugels buiten het in gemeenten ingedeelde Nederlandse grondgebied uit met functionele selectiecriteria. Het zal dan mijns inziens ook moeten voldoen aan de eisen op het gebied van privacybescherming die in het land van inwoning van die personen gelden, ook als die strenger zijn dan in Nederland, bijvoorbeeld ten aanzien van de verstrekking van gegevens aan derden. Overledenen zullen zich daar wel niet op beroepen. Niet alles wat de overheid interessant zou vinden wordt onder de persoonsgegevens opgenomen. Gevoelige gegevens blijven buiten de Brp. Wat wordt daaronder verstaan? Als voorbeelden noemt de MvT 3 godsdienst of levensbeschouwing, ras, politieke gezindheid of gezondheid. Wat gevoelige info is valt niet helemaal objectief vast te stellen. Wat vandaag gevoelig is, kan morgen anders liggen, en wat vandaag vanzelfsprekend en neutraal is, kan morgen gevoelig liggen. Bovendien kan de gevoeligheid per persoon of groep verschillen. Zo ontstaat er debat over de vraag of de registratie van geslacht nog wel nodig is, en of dat niet te gevoelige info betreft. Uiteindelijk stoot men op de algemene vraag naar de taken van de overheid en hun begrenzing Waar is die registratie nog voor nodig? De vraag is in het parlement gesteld. Hier komt niet alleen de gevoeligheid, maar ook de proportionaliteit van de registratie, dat wil zeggen de noodzaak ervan voor het uitvoeren van overheidstaken om de hoek kijken. Het kabinet antwoordt dan dat het prettig is om alleen aan vrouwen een preventief borstkankeronderzoek aan te bieden, en alleen aan mannen dito prostaatonderzoek. Hier stoot men uiteindelijk op de algemene vraag naar de taken van de overheid en hun begrenzing. Gaat het om concrete uitvoering van wetgeving, dan krijgt men een enigszins overzichtelijk geheel, weliswaar ook niet zonder problematische tekortkomingen of overschrijdingen van wat men uit politiek oogpunt wenselijk vindt, maar als het gaat om 1852 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

15 het verzamelen van gegevens waarop eventueel toekomstig beleid gestoeld moet worden, dan is een Brp in elk geval toch niet het sleepnet om die gegevens te verzamelen. Hoe dan ook, territorialiteit is verlaten als omgrenzend criterium voor gegevensverzameling; het gaat niet meer om bevolkingsboekhouding binnen Nederland, maar om een personenbestand dat, waar ook ter wereld, in het vizier van Nederlands overheidsoptreden zichtbaar is. Het is niet mijn bedoeling de hele nieuwe wet te bespreken, maar ik wil er één punt uitlichten: registratie van nationaliteit. 2In de GBA maakt de nationaliteit deel uit van het vaste bestand van op te nemen gegevens. Inmenging in het recht op bescherming van het privéleven van art. 8 EVRM mag plaatsvinden onder meer als dat noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, en nog zo een paar doelstellingen van overheidsbeleid. Er is weinig twijfel mogelijk of het registreren van iemands nationaliteit een proportionele inmenging is. Of iemand Nederlander is dan wel buitenlander of staatloos is beslissend voor talrijke contacten tussen persoon en staat. Kan hij het kiesrecht uitoefenen, komt hij in aanmerking voor een baan bij de overheid, is hij dienstplichtig, maar ook: is hij op het eerste gezicht onderworpen aan het Nederlands burgerlijk recht, of moet het internationaal privaatrecht worden voorgeschakeld? Zo lang er gedifferentieerd mag worden tussen vreemdelingen en Nederlanders is het relevant te weten wie tot welke categorie behoort. En nog een stap verder: het is ook nodig om te weten of iemand meerdere nationaliteiten bezit, en dat geldt voor Nederlanders die daarnaast nog een of meer nationaliteiten hebben, maar ook voor bipatride buitenlanders. Ik noem een aantal situaties waarin die registratie waardevol is. Eerst voor Nederlandse bipatriden, waarvan er per 1 januari 2012 ongeveer 1,2 miljoen rondlopen. Om een idee te geven: Omstreeks Nederlanders hebben ook de Marokkaanse nationaliteit; eenzelfde aantal ook de Turkse. Een kleine Nederlanders hebben ook de Duitse, een dikke ook de Belgische nationaliteit. 4 Het uitoefenen van diplomatieke en consulaire bescherming vindt plaats op basis van de nationaliteit van personen, maar er is een restrictie op dit overheidsrecht: diplomatieke bescherming mag niet worden uitgeoefend tegenover de staat waarvan de betrokkenen eveneens de nationaliteit bezit, althans wanneer deze laatste nationaliteit de effectieve is. 5 Wil de staat niet miskleunen en het internationaal recht bruskeren, dan is het handig om te weten dat de Nederlander nog een tweede nationaliteit bezit. 6 Dan het internationaal privaatrecht. In Boek 10 BW zijn talrijke bepalingen gewijd aan de situatie dat de nationaliteit als aanknopingspunt voor de aanwijzing van het toepasselijke recht is uitgekozen, en er meerdere nationaliteiten in het spel zijn. Een algemene regel over wat de rechtstoepasser te doen staat als er meerdere nationaliteiten van de betrokken persoon aanwezig zijn is niet gegeven, omdat de oplossing per soort geval verschilt. Zo worden voornaam en naam bepaald door het Nederlandse recht, ook als de betrokken persoon nog een of meer andere nationaliteiten bezit (art. 20 Boek 10 BW). Of iemand uiterste wilsbeschikkingen kan maken hangt af van zijn nationale recht; heeft hij meerdere nationaliteiten, dan prevaleert de nationaliteit die samenvalt met zijn gewone verblijfplaats (art. 146 Boek 10 BW). Wat de vorm betreft van testamentaire beschikkingen is onder meer de Voor de toepassing van ons internationaal privaatrecht is het van groot belang op de hoogte te zijn van de nationaliteiten van de betrokken personen nationaliteit van de testator van belang. Voor de formele geldigheid van zijn making kan beroep gedaan worden op alle nationaliteiten die hij bezat bij het maken of bij zijn overlijden (art. 151 Boek 10 BW juncto art. 1 Verdrag inzake wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen, Den Haag 1961). Echtgenoten kunnen het recht aanwijzen dat op hun persoonlijke betrekkingen van toepassing zal zijn. Een van de rechtsstelsels die ze mogen kiezen is dat van de staat van een gemeenschappelijke nationaliteit. Echtgenoten, die beide de Nederlands-Marokkaanse nationaliteit bezitten, kunnen dus kiezen voor Marokkaans recht (art. 35 boek 10 BW). Zo kan ik doorgaan. Duidelijk is dat het voor de toepassing van ons internationaal privaatrecht van groot belang is op de hoogte te zijn van de nationaliteiten van de betrokken personen. Auteur ex-studenten ( waarvan 80 % de Nederlandse nationaliteit heeft) opgespoord en tot betaling van studieschulden gebracht met als opbrengst Kamerstukken II 2011/12, nr. 3, MvT onder Gegevens CBS van 25 juni Zie H.U.Jessurun d Oliveira, Diplomatieke bescherming van bipatriden op scherp, NJB 2011/1329, afl. 26, p ; idem, Recht op diplomatieke bescherming? NJB 2011/1395, afl. 27, p ; idem, Nationaliteit en diplomatieke bescherming: een update, een vooruitzicht, in Strikwerda s Conclusies. Opstellen aangeboden aan mr. L. Strikwerda ter gelegenheid van zijn afscheid als advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden (2011), p Te denken is aan Marokkaans-Nederlandse vrouwen en kinderen in Marokko, de Nederlands-Argentijnse piloot Puig, verdacht van het over zee uitwerpen van tegenstanders van de Argentijnse junta, of de tenslotte geëxecuteerde Iraans-Nederlandse drugssmokkelaarster Zahra Baahrami waarvan dubieus was of ze wel predominantly Nederlandse was. Zie mijn in de vorige noot vermelde bijdragen. 1. Prof. mr. H.U. Jessurun d Oliveira is oudhoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam en oud-redacteur van dit blad. Noten 2. Volgens een brief van minister Bussemaker aan de Tweede Kamer zijn er dit jaar zo n naar het buitenland verhuisde NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Focus Simon Mills/Corbis Ook voor het Nederlandse nationaliteitsrecht is het van groot belang te weten welke nationaliteiten er in het spel zijn. Bij optie of naturalisatie moet men in beginsel afstand doen van een eerder verworven nationaliteit (art. 6a lid 1) en art. 9 lid 1 sub b Rijkswet op het Nederlanderschap). Een meerderjarige verliest het Nederlanderschap als hij nog een andere nationaliteit bezit en hij tien jaar lang ononderbroken zijn hoofdverblijf in het buitenland heeft (art. 15 RWN). Als niet centraal is vastgelegd of iemand naast het Nederlanderschap nog een andere nationaliteit bezit, wordt het lastig om deze afstands- en ver- Het effect: het lijkt of alleen niet-nederlanders lijden aan meervoudige nationaliteit liesbepalingen toe te passen. Hoe kan verdragsrechtelijk verboden staatloosheid vermeden worden als niet vaststaat dat er nog een andere nationaliteit bestaat? Voor bipatride buitenlanders, zoals Spaanse Argentijnen of Canadese Japanners geldt het voorgaande nog in versterkte mate, omdat bij hen niet om rechtspolitieke redenen blindelings naar de Nederlandse nationaliteit gegrepen kan worden. Het is dan in het internationaal privaatrecht vaak zaak om naar de effectieve nationaliteit te zoeken, of soms ook naar een nominale nationaliteit, of soms hebben partijen ook het recht om een nationaliteit te kiezen om hun rechtsbetrekkingen te regelen. Bovendien mag niet vergeten worden, dat Unieburgers, gedefinieerd als personen met een nationaliteit van een EU-lidstaat, ongeacht of zij daarnaast nog een buiten-eu nationaliteit bezitten, in ons recht een geprivilegieerde positie bezitten, vergeleken met derdelandsburgers. Essentieel dus is het om te weten of zij zo n lidstaat-nationaliteit bezitten, al dan niet nominaal. De voorbeelden vallen 1854 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

17 met vele te vermeerderen. Het registreren, kortom, van de nationaliteiten die personen bezitten en die ratione personae binnen het bereik van de Nederlandse wet- en regelgeving vallen, vormt een ruimschoots geoorloofde inmenging in het privé-leven, noodzakelijk in een democratische samenleving, waarbij niet eens een beroep hoeft te worden gedaan op de ruime margin of appreciation die elke verdragsstaat bij het EVRM geniet. 3 Hoe is nu die registratie in de nieuwe wet Brp geregeld? De wetsgeschiedenis kent verscheidene etappes. Voordat het wetsvoorstel op 30 maart 2012 werd ingediend was er in de media en de politiek rumoer ontstaan over de automatische registratie van vooral de Marokkaanse nationaliteit van kinderen van een Nederlands-Marokkaanse vader of sinds de wijziging van de Marokkaanse nationaliteitswetgeving in 2007 de Nederlands-Marokkaanse moeder. In de publieke opinie ontstond het beeld dat de Nederlandse overheid zich als lakei van de koning van Marokko gedroeg door deze registratie. Een aantal Marokkaanse ouders wenste de registratie niet en eisten een keuzerecht op om al dan niet de registratie te laten voltrekken. In de Tweede Kamer werden deze geluiden opgepikt en dat leidde tot een spoeddebat op 2 april 2009, voorbereid door een brief van de staatssecretaris. 7 Door coalitiepartijen CDA en PvdA, gesteund door VVD en SP werd aangedrongen op een keuzerecht voor de ouders, maar dit werd door minister Donner als struisvogelpolitiek van de hand gewezen. Toch beloofde hij de kwestie nog eens te bekijken, wat hem in de scheldmedia de naam Döner opleverde. Een half jaar later werd al een min of meer cosmetische concessie gedaan. In een brief aan de Tweede Kamer schreef staatssecretaris Bijleveld- Schouten: Mensen die zich uitsluitend Nederlander voelen en ook als zodanig behandeld willen worden, mogen niet onnodig geconfronteerd worden met hun andere nationaliteit. Naar aanleiding hiervan heb ik opdracht gegeven om een technische beperking van de verstrekking van het aantal nationaliteiten in het logisch ontwerp GBA door te voeren. 8 Een wat raadselachtige mededeling die hierop neerkomt dat in het register van de GBA bij bipatride Nederlanders nu alleen de Nederlandse nationaliteit wordt geregistreerd, zij het met een tekentje dat er nog een of meer andere nationaliteiten in het spel zijn: die worden apart vermeld, maar zijn dan niet op uittreksels zichtbaar. Dan komt er wetgeving. Fase 1 (Rutte I): in het wetsvoorstel Brp van maart 2012 wordt de regeling blindelings en zonder toelichting overgenomen uit de wet GBA: alle nationaliteiten van de ingezetenen, en nu ook niet-ingezetenen, worden geregistreerd. Fase 2 (Rutte II): na de regeringswisseling neemt minister Plasterk het stokje over. Hij komt op 15 februari 2013 met een nota van wijziging. 9 Aan een keuzerecht zaten kennelijk te veel haken en ogen, 10 en daarom gooit hij een rigoureus voorstel tot wijziging van art. 2.7, eerste lid Brp op tafel, meebrengend dat zullen worden geregistreerd: gegevens over de nationaliteit, met dien verstande dat geen gegevens over een vreemde nationaliteit naast gegevens over het Nederlanderschap worden opgenomen. De Brp moet, aldus de toelichting, worden geschoond van alle registratie van buitenlandse nationaliteiten van Nederlanders; ook bestaande registraties moeten worden verwijderd. Dat zal wel een technisch lastige klus worden. Ook al zwijgt de minister daarover, het is impliciet dat er nu een verschil in behandeling komt van Nederlanders met een tweede nationaliteit en buitenlandse bipatriden. Van de laatsten worden alle nationaliteiten netjes geregistreerd, wat hun wensen daaromtrent ook mogen zijn. Wat 7. Brief van 2 april 2009, nr. 2009/ , naar aanleiding van het verzoek van kamerlid De Krom (VVD) over het uitvoeren van Marokkaans overheidsbeleid door de Nederlandse overheid. Spoeddebat op 2 april 2009, Kamerstukken II 2008/09, e.v. Vergelijk mijn bijdrage in De Volkskrant van 11 april Brief van 24 november 2009, nr. 2009/ Kamerstukken II 2012/13, , nr In een aanvankelijke nota van wijziging had hij een keuzerecht opgenomen voor Nederlanders van rechtswege, maar daartegen bestond veel bezwaar bij geraadpleegde instanties als de Raad van State, de Commissie Bescherming Persoonsgegevens, de VNG en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Zie de toelichting bij de in de vorige noot vermelde Nota van wijziging, p.6 e.v. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Focus Zo lang er gedifferentieerd mag worden tussen vreemdelingen en Nederlanders is het relevant te weten wie tot welke categorie behoort mag de grondslag voor dit onderscheid zijn? In de toelichting spreekt de minister van een gevoelig maatschappelijk probleem, daaruit bestaand, dat bipatride Nederlanders die zich uitsluitend Nederlander voelen, ongewild en voortdurend, over meerdere generaties, vanuit de basisregistratie personen worden geconfronteerd met hun vreemde nationaliteit(en). Zouden soortgelijke sentimenten niet ook bij vreemdelingen met dubbele nationaliteit bestaan? Zou niet ook daar bij sommigen de behoefte bestaan alleen geregistreerd te worden met de nationaliteit van hun (exclusieve) voorkeur? Waarom worden die preferenties niet gehonoreerd? Dat lijkt me een duidelijk staaltje van discriminatie tussen bipatride Nederlanders en bipatride buitenlanders. En waarom worden de gevoelens van die Nederlanders die zich liever uitsluitend buitenlander voelen genegeerd? Wat er nu gebeurt, is dat de 1,2 miljoen bipatride Nederlanders voor het oog in de Brp tot exclusief Nederlander worden gereduceerd, een eenzijdige homogeniseringsoperatie van de bevolking. Is het vreemd om te veronderstellen dat dit een van de stille motieven is voor deze eenzijdige oplossing? In elk geval is dit het effect; het lijkt of alleen niet-nederlanders lijden aan meervoudige nationaliteit. Nationaliteit is hiermee opgenomen onder de gevoelige gegevens, voor zover het gaat om de buitenlandse nationaliteiten van Nederlanders. Die gevoeligheid is contextueel: er is een groep bipatride Nederlanders die uitsluitend als Nederlander gezien en beschouwd wil worden door de Nederlandse instanties; daarnaast kan het verstrekken van deze gegevens aan met name buitenlandse instanties uiterst riskant zijn en daarom moet daar met de grootste terughouding mee worden omgesprongen. De toelichting maakt melding van een afweging waarvan het voorstel het resultaat is. Enerzijds de gesignaleerde gevoeligheden, anderzijds de noodzaak tot vermelding van de buitenlandse nationaliteit bij de uitvoering van wetgeving en overheidstaken. Die noodzaak wordt sterk gerelativeerd. Het loopt wel los. Of het nu gaat over de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap, om de Remigratiewet, het internationaal privaatrecht, belastingverdragen, het uitvoeren van statistieken om er toekomstig beleid op te baseren, om het detecteren van bijstandsfraude of toeslagenfraude, het valt allemaal wel mee, en dus kan worden volstaan met het opnemen van alleen de Nederlandse nationaliteit. Hierbij wordt van alles over het hoofd gezien. In de eerste plaats wordt geen woord gewijd aan het grondidee van de basisregistratie: dat daarin centraal de gegevens worden opgenomen die de overheid nodig heeft voor de uitvoering van haar taken. Dan kan de minister er niet op wijzen, dat die overheid de buitenlandse nationaliteit ook wel buiten de Bpr kan opduikelen. Dat geldt voor alle gegevens. Het is nu juist de aardigheid dat de Bpr als unieke en centrale bron kan dienen voor de verzameling van essentiële gegevens. Belangrijk in dit verband is dat de wet precies aangeeft hoe betrouwbare gegevens over de nationaliteit moeten worden verzameld. Nu deze opsporing wordt overgelaten aan een aantal instanties die op eigen houtje en ad hoc moeten rechercheren, gaat deze uniformiteit verloren, wat het hele stelsel van een Brp ondermijnt. In de tweede plaats wordt wel heel summier over het internationaal privaatrecht heen gewalst. Het wordt even genoemd, maar uitgewerkt wordt de problematiek niet. Hier worden rechter en partijen opgezadeld met het bewijs van het bestaan van een relevante buitenlandse nationaliteit. Ook hier onderschat de minister de uitvoeringslasten voor andere instanties en de financiële gevolgen voor de betrokkenen. Het kamerlid Bosma (PVV) had een amendement ingediend om de oude toestand te herstellen en dus gegevens over de nationaliteit vast te leggen, met een gematigde etatistische toelichting waarin erop wordt gewezen dat de overheid het gegeven van het bestaan van een of meer buitenlandse nationaliteiten nodig heeft voor de uitvoering van zijn taken, en dus mogelijk in strijd kan handelen met het eigen of het internationale recht als dat gegeven ontbreekt. Ik veronderstel dat hij daarbij onder meer doelt op de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap, waar die handelt over afstand van buitenlandse nationaliteiten bij het vrijwillig verwerven van het Nederlanderschap en het verlies van het Nederlanderschap wegens terroristische activiteiten, mogelijk als de betrokkene nog een nationaliteit overhoudt: het bekende paradoxale standpunt van de PVV die bipatridie te vuur en te zwaard bestrijdt, behalve ten aanzien van Nederlandse terroristen: die moeten bipatride zijn om ze uit hun Nederlanderschap te kunnen ontslaan. Het stemt me droef dat ik het eens moet zijn met het verworpen amendement-bosma, en het standpunt van de PVV-fractie in de Eerste Kamer, maar weet me in het goede gezelschap van vele overheidsinstellingen van wie de gelijkluidende adviezen in de wind gestrooid zijn. Ter relativering merk ik op, ten eerste, dat de Nederlandse bevolkingsadministratie soms ook te perfectionistisch kan opereren, zoals in de Tweede Wereldoorlog onder de Duitse bezetter is gebleken; ten tweede dat in de ons omringende landen de registratie van nationaliteiten ook niet de hoogste prioriteit geniet en er daar ook niet zoiets als een centrale bron van persoonsgegevens bestaat, en in de derde plaats dat men wel het schuim op de lippen kan krijgen over een detail van de inrichting van onze Bpr, maar dat er een ontzagwekkende schaduwwereld bestaat van geheime gegevensverzamelingen zoals die van de Amerikaanse NSA en inlichtingendiensten van andere bondgenoten, Nederland niet uitgesloten. Maar onhandig en discriminatoir blijft de Bpr wel. Dus verwacht ik binnenkort een wijzigingsvoorstel NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

19 Verslag 1676 Worstelen met immuniteiten De jaarvergadering van de NJV Wouter den Hollander 1 Immuniteiten zijn eigenlijk niet meer van deze tijd, maar we kunnen ook niet goed zonder. Het debat op de jaarvergadering van de Nederlandse Juristenvereniging spitste zich dan ook toe op het door de preadviseurs voorgestelde flankerend beleid om de scherpe kantjes er af te slijpen: overheidsaansprakelijkheid op égalitébasis voor onevenredig nadeel als gevolg van het parlementair debat (Schutgens), opheffing van diverse beperkingen van privaatrechtelijke aansprakelijkheid (Verheij), schuldigverklaring van de Staat zonder strafoplegging (Van Sliedregt) en de instelling van een ombudsman en interne rechtsgangen bij de VN (Schrijver). Een bont gezelschap verzamelde zich op vrijdag 14 juni in de Grote Kerk van Breda om zich te beraden op het thema Immuniteiten. Het recht opzij gezet?. Het is anno 2013 worstelen met de immuniteiten, zoveel werd wel duidelijk op de jaarvergadering van de Nederlandse Juristenvereniging (NJV). Een parlementariër die straffeloos en zonder aansprakelijkheidsrisico het leven van een willekeurig burger kan ruïneren door hem in een kwaad daglicht te stellen, zolang althans de voorzitter de vergadering nog niet heeft afgehamerd, rijksambtenaren die misdrijven plegen in het algemeen belang, om een asbestschip het land uit te krijgen, of de VN die niet in rechte kan worden aangesproken voor de val van Srebrenica: het kan onder juristen begrijpelijkerwijs op weinig enthousiasme rekenen. Tegelijkertijd bleek dat we ook niet goed zonder kunnen. De parlementaire immuniteit, diverse beperkingen aan privaatrechtelijke aansprakelijkheid, strafrechtelijke immuniteit van de Staat en immuniteit van de VN stonden aan het eind van de dag dan ook nog overeind. Het debat spitste zich toe op wat ik maar noem het flankerend beleid dat preadviseurs Schutgens, Verheij, Van Sliedregt en Schrijver voorstelden om de scherpe kantjes van de verschillende immuniteiten af te slijpen. De zaal toonde zich, zoals hierna zal blijken, overwegend kritisch. Straffeloosheid in Suriname Voorafgaand aan de beraadslaging over de preadviezen sprak voorzitter Lilian Gonçalves-Ho Kang You, in het dagelijks leven staatsraad bij de Raad van State, de jaarrede uit. Iedereen heeft zijn eigen associaties bij het thema immuniteiten, zo begon zij bescheiden, maar haar associatie verdiende het zonder twijfel hardop uitgesproken te worden. Gonçalves nam de vergadering mee naar Suriname, waar zij na haar rechtenstudie in Nederland terugkeerde om als jong advocaat het land mee op te bouwen. De aanleg van een spoorlijn, de oliewinning, er was juridisch werk genoeg. Al snel echter ervoer zij voor welke dilemma s de rechtspraktijk kan komen te staan, als van een rechtsstaat niet langer sprake is en een cultuur van straffeloosheid ontstaat. Ze beschreef hoe, na de coup van de militairen in 1980, de orde van advocaten langzaam maar zeker stelling nam, om uiteindelijk medewerking aan de bijzondere, revolutionaire rechtspleging te weigeren. Maar ook de alledaagse praktijk militariseerde. Burgers begonnen bij een burenruzie het leger te bellen, voor militaire rechtsbescherming. In de spreekkamer legde een cliënt die onmiddellijk wil scheiden een uzi op tafel. Gonçalves vroeg hem vriendelijk deze op de deur in plaats van op haar te richten. Het land raakte verstrikt in een vicieuze cirkel van angst en geweld, met als dieptepunt de decembermoorden in Een van de doden was Kenneth Gonçalves, deken van de orde, die openlijk had gepleit voor herstel van democratie en rechtsstaat. Pas in 2000 gaf het Hof van Justitie van Suriname groen licht voor vervolging van de verdachten. Met de opening van een gerechtelijk vooronderzoek werd de verjaring gestuit. In juli 2010 nam het inmiddels geopende strafproces een onverwachte wending met de verkiezing van de hoofdverdachte tot president. De oude Amnestiewet werd in zijn voordeel gewijzigd. Maar de Amnestiewet bevatte een misslag, zo betoogde Gonçalves. De wet zag alleen op verdachten die voor 1992 als zodanig waren aangemerkt en dat gold niet voor Bouterse. Auteur 1. P.W. den Hollander LL.M/MA is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 Verslag Het strafproces werd niettemin geschorst. De krijgsraad weigerde de Amnestiewet te toetsen aan het Inter- Amerikaans mensenrechtenverdrag, omdat de bepalingen daarvan niet een ieder verbindend zouden zijn, en meende verder dat de Amnestiewet de grondrechten van nabestaanden niet doorkruiste. Er waren getuigenverklaringen afgelegd, schadevergoeding hadden zij niet gevraagd en de Amnestiewet voorzag ook in waarheidsvinding en verzoening. Overigens liet de krijgsraad het aan het op te richten Constitutioneel Hof een en ander te beoordelen. Volgens het Internationaal Comité van Juristen waren er sterke aanwijzingen dat rechters onder druk waren gezet. Journalisten werden bedreigd. Nog altijd heerst in Suriname straffeloosheid. Gonçalves zag geen reden voor optimisme, maar hield toch hoop. Hoop, zo zegde zij Vaclav Havel na, niet als de zekerheid dat iets goed afloopt, maar de zekerheid dat iets ertoe doet ondanks de afloop. Wat dat betreft voeren juristen een strijd, zo hield Gonçalves de zaal voor, en daarbij is de steun van beroepsgenoten onontbeerlijk. Zij kreeg een staande ovatie. Immuniteit: problematisering en conceptualisering Het was even schakelen, na de indrukwekkende rede van de voorzitter, naar de beraadslaging over de preadviezen. Die was zo opgezet dat eerst de overkoepelende stelling bij de vier preadviezen werd besproken en in stemming gebracht, vervolgens de vier preadviezen afzonderlijk werden besproken, waarbij elke preadviseur telkens één stelling in stemming bracht, en ten slotte de overkoepelende stelling nog eens in stemming werd gebracht. Immuniteiten passen niet bij het hedendaags denken over het gelijkheidsbeginsel en het recht op toegang tot de rechter Deze overkoepelende stelling problematiseerde immuniteiten met een empirisch argument. Anders dan vroeger aanvaarden we, blijkbaar, niet langer dat bepaalde personen of organisaties boven de wet staan en niet ten overstaan van de rechter ter verantwoording kunnen worden geroepen. In meer juridische termen: immuniteiten passen niet bij het hedendaags denken over het gelijkheidsbeginsel en het recht op toegang tot de rechter. Toch gingen de preadviseurs niet zover immuniteiten geheel buiten de orde te verklaren. De toekenning van immuniteiten werd in de overkoepelende stelling, die werd toegelicht door de oudste preadviseur Schrijver, gekoppeld aan zeer zwaarwegende argumenten. Waar het om ging, zo betoogde hij, was te zorgen dat immuniteiten er niet in ontaarden dat het recht opzij wordt gezet en daarom uit te zien naar alternatieve rechtsbescherming. Wie dacht dat deze stelling daarmee zo genuanceerd en zelfs vanzelfsprekend was dat niemand het er mee oneens kon zijn, had buiten de Nijmeegse emeritus hoogleraar staatsrecht Kortmann gerekend. Hij kweet zich met zichtbaar plezier van zijn taak als referent en wist met naar eigen zeggen speelse dwarsheid ongeveer evenveel bezwaren tegen de stelling te formuleren als die woorden telde. Kortmann betoogde bijvoorbeeld dat immuniteiten niet, zoals de stelling veronderstelde, de toegang tot de rechter beletten en al evenmin het recht opzij zetten, maar de rechter verhinderen bepaalde uitspraken te doen. Hij noemde in dit verband de onschendbaarheid van de wet, die verhindert dat de rechter deze toetst aan de grondwet (art. 120 Gw), maar er niet aan in de weg staat dat je je kunt melden bij de rechter met een verzoek daartoe. Nu valt daar misschien nog op af te dingen dat toegang tot de rechter dan wel erg formeel wordt opgevat, omdat de rechter in het geval van het toetsingsverbod aan de materiële vraag naar de verbindendheid van een wet of, in de context van bijvoorbeeld de parlementaire immuniteit, de materiële vraag naar strafrechtelijke of privaatrechtelijke aansprakelijkheid niet toe zal komen en evenmin aan een beoordeling van de hem voorgelegde feiten. Student-referent Hulshof, eveneens afkomstig uit Nijmegen, maar voorstander van de stelling, riep dan ook op te waken voor een theoretische toegang tot de rechter. Met Kortmanns bezwaar dat immuniteiten evenmin het recht opzij zetten, omdat zij niet afdoen aan de gelding van wet en recht, leek daarentegen iedereen het eens. Op personen of organen aan wie immuniteiten zijn toegekend rust evenzeer de verplichting de regels van het recht na te leven als op ieder ander. Zij zijn dus evenmin als de doorsneeburger verheven boven de wet, zoals in de schriftelijke toelichting bij de stelling werd gesuggereerd. Kortmann trok op dit punt de vergelijking met de natuurlijke verbintenis. De schuldenaar moet zo n verbintenis gewoon nakomen. Nakoming geldt dan ook niet als onverschuldigde betaling. Maar nakoming van een natuurlijk verbintenis is niet rechtens afdwingbaar (art. 6:3 BW). Niettemin kon de overkoepelende stelling zowel s morgens als s middags rekenen op een ruime meerderheid. Dat was niet verrassend, ook al omdat ook Kortmann ondanks zijn bezwaren liet doorschemeren dat instemming met de stelling in de rede lag. Daarmee was in elk geval het overkoepelende gevoelen van de preadviseurs bevestigd dat we anno 2013 huiveriger zijn dan vroeger om bepaalde personen of organisaties immuniteiten toe te kennen. Reden om de houdbaarheid van de verschillende immuniteiten nader te onderzoeken. Neighbours from hell Inzet van het preadvies van Schutgens was de parlementaire immuniteit van artikel 71 Gw: De leden van de Staten-Generaal, de ministers, de staatssecretarissen en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging, kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal of van commissies daaruit hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd. Hij wilde aan deze niet-aansprakelijkheid niet tornen, ook al was het anno 2013 inmiddels eerder de koning 1858 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 28

Het growshopverbod. In geen van de onderzoeken is onderzocht in welke mate growshops zich inlaten met criminele activiteiten.

Het growshopverbod. In geen van de onderzoeken is onderzocht in welke mate growshops zich inlaten met criminele activiteiten. 1674 Wetenschap Het growshopverbod Peter van Russen Groen Het wetsvoorstel dat zogenoemde growshops winkels waar benodigdheden voor hennepteelt verkocht worden, zal verbieden ligt inmiddels bij de Eerste

Nadere informatie

Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer

Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie datum 1 juli 2014 Betreffende wetsvoorstel: 33685 Wijziging

Nadere informatie

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord Elburg Epe Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord Elburg Epe Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord Elburg Epe Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Hattem op

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 842 Wijziging van de Opiumwet in verband met de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt

Nadere informatie

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Jaar: 2008 Nummer: 44 Besluit: B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Burgemeester en wethouders van Helmond; Besluit Vast te stellen de Beleidsregel

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 973 Wijziging van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verhoging maximaal bedrag tuchtrechtelijke boete en wijziging samenstellingseisen

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en lijst II, dan wel

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. M.J. van Rijn

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. M.J. van Rijn Besluit houdende wijziging van lijst I, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing op deze lijst van hasjiesj en hennep met een gehalte aan tetrahydrocannabinol (THC) van 15 procent of meer. Daartoe

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 21 oktober 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 21 oktober 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl 157617-111785-VGP

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396 Zaaknummer : 65344 Raadsvergaderin : 2 december 2014 Agendapunt : g Commissie : Bestuur Onderwerp : Informerende nota coffeeshop Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder :

Nadere informatie

Beleidsregel handhaving Wet Damocles

Beleidsregel handhaving Wet Damocles 1 "Al gemeente f(s Heemskerk Beleidsregel handhaving Wet Damocles 15 december 2014 BIVO/2014/30108 Illill Hl lllll lllll lllll lllll Z015994FE86 fë BELEIDSREGEL HANDHAVING WET DAMOCLES Inhoudsopgave Beleidsregel

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen?

Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen? Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen? De Hoge Raad oordeelde op 7 oktober jl. dat gelden die door belastingontduiking zijn verkregen, kunnen worden aangemerkt

Nadere informatie

31 maart 2015. Onderzoek: Drugsbeleid

31 maart 2015. Onderzoek: Drugsbeleid 31 maart 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de peilingen

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 616 Wet van 13 december 2000 tot herziening van een aantal strafbepalingen betreffende ambtsmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht alsmede

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 842 Wijziging van de Opiumwet in verband met de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en II, dan wel aangewezen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 936 Regels inzake beëdiging, kwaliteit en integriteit van beëdigd vertalers en van gerechtstolken die werkzaam zijn binnen het domein van justitie

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Op weg naar het einde: de strafbaarstelling

Op weg naar het einde: de strafbaarstelling verdieping Ars Aequi maart 2012 171 Op weg naar het einde: de strafbaarstelling van voorbereiding en vergemakkelijking van professionele hennepteelt Matthias Borgers & Eline van Poecke* * Prof.mr. M.J.

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

BIBOB beleidslijn horeca- en seksinrichtingen. Gemeente Voorst

BIBOB beleidslijn horeca- en seksinrichtingen. Gemeente Voorst BIBOB beleidslijn horeca- en seksinrichtingen Gemeente Voorst 1 Doel van de Wet BIBOB De wet BIBOB, de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen Openbaar Bestuur, is op 1 juni 2003 in werking getreden

Nadere informatie

Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert

Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Juridisch kader 3. Nul optiebeleid coffeeshops 4. Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet 5. Afwijkingsbevoegdheid

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 213 Uitvoering van het op 31 januari 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

2.1 Coffeeshops in Nederland

2.1 Coffeeshops in Nederland 2.1 Coffeeshops in Nederland Eind 14 telt Nederland 591 coffeeshops verspreid over 3 coffeeshopgemeenten (figuur 2.1). Daarmee ligt het aantal coffeeshops voor het eerst sinds 1999, toen de eerste meting

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Justitie, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. E.M.H. Hirsch Ballin Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 8 april 2010 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail Voorlichting@rechtspraak.nl

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 Rapport Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie te Maastricht geen uitvoering heeft gegeven aan de door het gerechtshof te 's-hertogenbosch

Nadere informatie

Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016

Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016 Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016 Datum vaststelling: 26-05-2016 Inwerkingtreding: 02-06-2016 Kenmerk besluit: 2016-006596/c Publicatiedatum: 01-06-2016 Bijlage

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 208 Uitvoering van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen

Nadere informatie

verklaring omtrent rechtmatigheid

verklaring omtrent rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Raad Nederlandse Detailhandel DATUM 17 juni

Nadere informatie

Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet

Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Titel: Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Vastgesteld: 31-05-2016 Treedt in werking: 7 juni 2016 Wettelijke basis: Artikel 13B Opiumwet

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 199 Wet van 8 mei 2003 tot aanpassing van Boek 3 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 2030 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 47 25 DP Den Haag Postbus 2030 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 842 Wijziging van de Opiumwet in verband met de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt

Nadere informatie

Datum 25 juni 2013 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over oplichting bij Marktplaats en wettelijke problemen rond de vervolging van internetoplichting

Datum 25 juni 2013 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over oplichting bij Marktplaats en wettelijke problemen rond de vervolging van internetoplichting 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal 1

Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011-2012 30 511 Voorstel van wet van de leden Ormel en Van Dekken tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het verhogen van de maximale

Nadere informatie

De Minister van Justitie

De Minister van Justitie = POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Minister van Justitie DATUM

Nadere informatie

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA Den Haag bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP DEN HAAG Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21459 31 juli 2014 Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit, vastgesteld op grond van afdeling

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 279 Wijziging van de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet Nr. 4 ADVIES AFDELING

Nadere informatie

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend:

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend: Reactie van het College van B en W op de motie inzake Aanpak Discriminatie Amsterdam (openstellen functies voor iedereen bij ingehuurde organisaties) van het raadslid Flos (VVD) van 18 november 2009. Op

Nadere informatie

SAMENVATTING. 104778 klacht over beslissing directeur om geen verlof te verlenen aan leerling; PO

SAMENVATTING. 104778 klacht over beslissing directeur om geen verlof te verlenen aan leerling; PO SAMENVATTING Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 104778 klacht over beslissing directeur om geen verlof te verlenen aan leerling; PO Ouders hebben verlof gevraagd voor een gezinsvakantie buiten de schoolvakantie

Nadere informatie

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC.

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC. TOEZICHT EN/OF OPSPORING Jan Willem van Veenendaal MEC. Rechtshandhavingsystemen Onderwerpen: Iets over Bestuursrechtelijke bevoegdheden De sfeerovergang Iets over Strafrechtelijke bevoegdheden Toezicht

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop JURISPRUDENTIE STRAFRECHT Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop HR uitspraken 10 februari 2015 Beslissingen voorlopige hechtenis (Cassatie in het belang der wet) HR:2015:247 HR:2015:255 HR:2015:256

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

Datum 14 december 2009 Betreft Aanbiedingsbrief Wijzigingen voorgesteld door de regering wetsvoorstel dieren

Datum 14 december 2009 Betreft Aanbiedingsbrief Wijzigingen voorgesteld door de regering wetsvoorstel dieren > Retouradres Prins Clauslaan 8 2595 AJ DEN HAAG De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Directie juridische Zaken Prins Clauslaan 8 2595 AJ DEN HAAG www.minlnv.nl

Nadere informatie

VAN REDACTIEWEGE. Levenslang en TBS: een LAT-relatie. PM Schuyt

VAN REDACTIEWEGE. Levenslang en TBS: een LAT-relatie. PM Schuyt VAN REDACTIEWEGE Levenslang en TBS: een LAT-relatie PM Schuyt Mevr. Mr. Drs. P.M. Schuyt is universitair docent straf en strafprocesrecht aan de universiteit Leiden en redacteur van dit blad. Op 14 maart

Nadere informatie

Gemeentelijke handhaving en strafrecht

Gemeentelijke handhaving en strafrecht Gemeentelijke handhaving en strafrecht Prof. mr.dr. A.R. Hartmann Erasmus Universiteit Rotterdam d.d. 14 april 2011 Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam Overzicht: 1 Inleiding 2 Strafrechtelijke afdoening

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 842 Wijziging van de Opiumwet in verband met de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt

Nadere informatie

advies. Strekking wetsvoorstellen

advies. Strekking wetsvoorstellen Datum 20 maart 2014 De Minister van Veiligheid en Justitie Mr. I.W. Opstelten en De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Uw kenmerk 447810 en 447811

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtsbestel Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met ontoegankelijkmaking van gegevens op het internet, strafbaarstelling van het wederrechtelijk overnemen van gegevens

Nadere informatie

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde NUL-BELEID COFFEESHOPS Gemeente Bellingwedde 2014 Aanleiding In archiefstukken wordt aangegeven dat de gemeente Bellingwedde een nul-beleid hanteert voor coffeeshops. Echter is er in het archief geen raadsbesluit

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel SP

Initiatiefvoorstel SP Initiatiefvoorstel SP Open brief Stichting Drugsbeleid Bijlagen/nummer Dienst/afdeling/sector Raad/Raadsgriffie Aan de raad, Aanleiding De Stichting Drugsbeleid heeft een open brief opgesteld inzake het

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden

Algemene Voorwaarden Algemene Voorwaarden Artikel 1 Definities 1. In dit document wordt verstaan onder: A. Algemene Toernooivoorwaarden of Algemene Voorwaarden : het bepaalde in dit document. B. Deelnemer ; persoon die met

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25 GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25 Standplaatsverordening 2001 (raadsbesluit van 31 mei 2001) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 14 mei 2001 Besluit vast te stellen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal De minister voor Immigratie en Asiel drs. G.B.M. Leers Postbus 20011 2500 EA Den Haag datum 15 augustus 2011 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail voorlichting@rechtspraak.nl uw kenmerk 2011-2000250817 cc

Nadere informatie

Vastgoed-nieuws. 21 november 2013. Huur woonruimte naar zijn aard van korte duur

Vastgoed-nieuws. 21 november 2013. Huur woonruimte naar zijn aard van korte duur Vastgoed-nieuws 21 november 2013 Huur woonruimte naar zijn aard van korte duur Essentie Verhuurders proberen vaak op creatieve manier onder dwingendrechtelijke huur(prijs)beschermingsbepalingen uit te

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING. 1. Inleiding Implementatie van de richtlijn 2014/62/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging

Nadere informatie

Vast te stellen hieronder opgenomen "Damoclesbeleid lokalen en woningen" op basis van artikel 13b Opiumwet

Vast te stellen hieronder opgenomen Damoclesbeleid lokalen en woningen op basis van artikel 13b Opiumwet Ons kenmerk G.15.01258 ii urn in li ui ii in ii ii Dossiercode: Besluit van de Burgemeester De burgemeester van besluit: Vast te stellen hieronder opgenomen "Damoclesbeleid lokalen en woningen" op basis

Nadere informatie

Strafrechtelijke context huwelijksdwang en achterlating

Strafrechtelijke context huwelijksdwang en achterlating Strafrechtelijke context huwelijksdwang en achterlating Bij de aanpak van huwelijksdwang en gedwongen achterlating dient het belang van het slachtoffer centraal te staan. De in Nederland geldende wet-

Nadere informatie

Waardebepaling tegen de zin van een van de twee opdrachtgevers gemeld.

Waardebepaling tegen de zin van een van de twee opdrachtgevers gemeld. Waardebepaling tegen de zin van een van de twee opdrachtgevers gemeld. Klaagster en haar partner gaan uit elkaar. In dat kader moet de gezamenlijke woning worden verkocht. Als na geruime tijd geen verkoop

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 574 Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de bestrijding van visstroperij en het vervallen van de akte, alsmede enkele andere wijzigingen

Nadere informatie

Besluit van de burgemeester

Besluit van de burgemeester Besluit van de burgemeester Datum: 25 maart 2014 Onderwerp: Beleidsregels ex artikel 13b Opiumwet voor lokalen en woningen 2014 De burgemeester van Bergen, Overwegende Dat artikel 13b, eerste lid, van

Nadere informatie

Vraag: Welke risico's brengt deze verstrekking met zich mee?

Vraag: Welke risico's brengt deze verstrekking met zich mee? Waarom moet de informatie al in dit stadium worden uitgewisseld? Waarom wordt niet gewacht met de informatie-uitwisseling tot nadat een persoon is veroordeeld? De uitwisseling van dit soort informatie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 463 Regels omtrent het transport en de levering van gas (Gaswet) Nr. 95 DERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 4 april 2000 Het voorstel van wet

Nadere informatie

Convenant informatie-uitwisseling aanpak hennepteelt Regio Midden West Brabant

Convenant informatie-uitwisseling aanpak hennepteelt Regio Midden West Brabant Inleiding De afgelopen twee decennia heeft de hennepteelt in Nederland een grote vlucht genomen; de teelt van nederwiet is omvangrijk en zorgt voor veel overlast, verloedering en gevaarszetting in woonwijken.

Nadere informatie

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 contactpersoon Fractie ChristenUnie Tweede Kamer T.a.v. mw. mr. M.H. Bikker Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG datum 19 februari 2015 Voorlichting e-mail Voorlichting@rechtspraak.nl telefoonnummer 06-46116548

Nadere informatie

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Directie Toegang Rechtsbestel/5362391/05/DTR/12 juli 2005 5362391 Bijlage De Minister van Justitie, Gelet op artikel 4:23,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358 Rapport Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011 Rapportnummer: 2011/358 2 Klacht Verzoekster klaagt erover, dat de gemeentesecretaris

Nadere informatie

HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620. Noot van M.J.

HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620. Noot van M.J. HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620 Noot van M.J. Borgers 1. De tenlastelegging in de hierboven afgedrukte zaak is toegesneden

Nadere informatie

Arbeidsrecht Actueel. In deze uitgave: Bescherming van flexwerkers. Jaargang 19 (2014) november nr. 234

Arbeidsrecht Actueel. In deze uitgave: Bescherming van flexwerkers. Jaargang 19 (2014) november nr. 234 In deze uitgave: Jaargang 19 (2014) november nr. 234 Arbeidsrecht Actueel Bescherming van flexwerkers Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd Proeftijd Concurrentiebeding Uitzendbeding Nulurencontracten

Nadere informatie

Datum 11 september 2014 Betreft antwoorden vragen over brief inzake maatregelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering

Datum 11 september 2014 Betreft antwoorden vragen over brief inzake maatregelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie