DE I KOMSTE BELASTI GE VA MUZIEK- E PODIUMKU STE AARS

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE I KOMSTE BELASTI GE VA MUZIEK- E PODIUMKU STE AARS"

Transcriptie

1 DE I KOMSTE BELASTI GE VA MUZIEK- E PODIUMKU STE AARS Liesje Borremans Masterproef ingediend tot het behalen van de graad van Master in de handelswetenschappen. Academiejaar Promotor : Prof. dr. J-P Timmermans CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

2 Inhoud Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Woord vooraf... 6 Lijst van tabellen en figuren... 7 Lijst van afkortingen Soorten inkomstenbelastingen De personenbelasting Rijksinwoner Feitelijke woonplaats en zetel van fortuin Vennootschapsbelasting Rechtspersonenbelasting Activiteiten zonder winstoogmerk Belasting van niet-inwoners De soorten inkomsten van de artiesten Roerende inkomsten Diverse inkomsten Beroepsinkomsten Aftrekbaarheidsvoorwaarden Werkelijke kosten versus forfaitaire kosten Het forfaitaire stelsel Werkelijke kosten Beroepskosten gemaakt in een periode waar geen beroepsinkomsten zijn Onenigheid over de aard van de inkomsten van auteursrechten en naburige rechten Het standpunt van de fiscus Het standpunt van de kunstenaars Roerende inkomsten Diverse inkomsten Nieuw wetsvoorstel De wijze waarop artiesten hun activiteiten kunnen uitoefenen De vrijetijdsbesteding CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

3 3.1.1 Vrijwilligerswerk Kleine vergoedingsregeling De artiest als werknemer Een nieuw sociaal statuut voor artiesten Wie onder het nieuwe statuut van artiesten valt De Sociale Bureaus voor Kunstenaars De artiest als zelfstandige De artiest als bedrijfsleider Een overzicht Buitenlandse inkomsten van Belgische artiesten Geen dubbelbelastingverdrag Dubbelbelastingverdragen Belgische artiesten andere dan muziek- en podiumkunstenaars Werknemer Zelfstandige Bedrijfsleider Belgische muziek- en podiumkunstenaars Artikel 17 van het OESO-modelverdrag Definitie muziek-en podiumkunstenaars Royalties Een overzicht De inkomsten van Belgische oorsprong van buitenlandse artiesten (belasting van nietinwoners) Buitenlandse kunstenaars anderen dan muziek- en podiumkunstenaars Belasting van niet-inwoners (BNI) Werknemer Zelfstandige Bedrijfsleider Dubbelbelastingverdragen Werknemer Zelfstandige CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

4 Bedrijfsleider Buitenlandse muziek- en podiumkunstenaars Belasting voor niet-inwoners Tarief bedrijfsvoorheffing/artist tax Schuldenaar bedrijfsvoorheffing Dubbelbelastingverdragen De Belgische interne wet loopt gelijk met artikel 17 1 van het OESOmodelverdrag Een paragraaf tegen misbruik Problemen bij artikel De Belgische fiscus gaat zijn eigen weg Weerslag van de internationale overeenkomsten Wijze waarop de vrijstelling van Belgische belasting kan worden verkregen Een overzicht Gevallenstudie Muziek- en podiumkunstenaars Geen muziek- en podiumkunstenaars Eigen deel van de onderneming Besluit Gevallenstudie De Nederlandse wet Gezelschapskostenvergoedingbeschikking Kleinevergoedingsregeling Belgische artiest gaat optreden in Nederland Geen ruling / kleinevergoedingsregeling Ruling / Gezelschapskostenvergoedingsbeschikking Een Belgische artiest gaat presenteren in Nederland Gevallenstudie Glenn Frey krijgt dollar voor zijn optreden in België Glenn Frey krijgt dollar voor zijn optreden in België CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

5 Besluit Lijst van geraadpleegde werken Bijlagen CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

6 Woord vooraf Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Het onderwerp de inkomstenbelastingen van muziek- en podiumkunstenaars is niet zomaar gekozen. Omdat mijn interesse in muziek al langer aanwezig is, viel het onderwerp op toen ik keek naar de voorgestelde onderwerpen. Ik wist onmiddellijk dat ik dat onderwerp zou kiezen. Mijn interesse was wel groot, maar mijn kennis klein. Ik wist heel weinig over mijn gekozen onderwerp, maar daar lag juist de grote uitdaging. Het eindwerk is een verzameling van geduldig opzoekingswerk en interviewtechniek. Het kwam tot stand door de hulp en inzet van vele mensen. Eerst en vooral zou ik mijn promotor, prof. dr. J.-P. Timmermans, willen bedanken voor alle steun en tijd die hij mij heeft gegeven. Ik heb mogen genieten van zijn ervaring en kennis die hij door de jaren heen heeft verworven. Daarnaast wil ik prof. W. Konings bedanken, die mij heeft geholpen bij mijn casestudies. Hij is een man met enorme praktische ervaring die heel wat weet over dit onderwerp. Hij heeft er nooit een probleem van gemaakt om mijn mails te beantwoorden of mij te ontvangen, waarvoor dank. Pieter Moelker van ALL ARTS wil ik ook bedanken voor zijn hulp. Hij heeft het mogelijk gemaakt een case op te stellen over Nederland. Ik dank hem voor zijn kennis en vriendelijkheid. Alle andere personen uit de praktijk die ik heb gesproken wil ik ook danken. Hun vriendelijkheid was enorm. Zij hebben mij allemaal zeer hartelijk ontvangen en hebben mij zin gegeven om in die sector te gaan werken. Ouders, familie en vrienden zijn ook een belangrijke factor geweest om dit werk tot stand te brengen. Zij hebben mij op verschillende manieren geholpen: zij hebben mijn werk gelezen, hebben mij raad gegeven, hebben contactpersonen doorgegeven, enz. Dank aan iedereen daarvoor. CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

7 Lijst van tabellen en figuren 1 TABELLEN Tabel I: Forfaitaire beroepskosten voor aanslagjaar Tabel II: Van bruto-inkomen naar netto-inkomen Tabel III: De plafonds van de kleinevergoedingsregeling Tabel IV: Inkomstenschijven voor aanslagjaar 2007 met bijhorende belastingtarieven. 27 Tabel V: Verlaagd tarief van de vennootschapsbelasting voor KMO s Tabel VI: Forfaitaire kosten voor een buitenlandse artiest (eerste gepresteerde dag) Tabel VII: Forfaitaire kosten voor een buitenlandse artiest (volgende gepresteerde dagen) FIGUREN Figuur I: Alle mogelijke sociale statuten van een Belgische artiest Figuur II: Een overzicht van de mogelijke inkomstenbelastingen van een Belgische artiest die een buitenlands inkomen verwerft Figuur III: Een overzicht van de mogelijke inkomstenbelastingen van een buitenlandse artiest die een Belgisch inkomen verwerft CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

8 Lijst van afkortingen Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Art: artikel AJ: aanslagjaar BTW: Belasting over de Toegevoegde Waarde BVBA: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Comm.V: de gewone commanditaire vennootschap Comm. VA: de commanditaire vennootschap op aandelen CVBA: de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CVOA: de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid ESV: het economisch samenwerkingsverband FAQ: Frequently Asked Questions FBB: Forfaitair gedeelte van Buitenlandse Belasting KMO s: Kleine en Middelgrote Ondernemingen LPG: Liquefied Petroleum Gas LV: de landbouwvennootschap NV: de naamloze vennootschap OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling RSVZ: Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen RSZ: Rijksdienst voor Sociale Zekerheid SBK: Sociaal Bureau voor Kunstenaars VLAMO: Vlaamse Amateurmuziekorganisatie V.O.F.: de vennootschap onder firma VS: Verenigde Staten VZW: vereniging zonder winstoogmerk W.I.B.: het Wetboek van de Inkomstenbelastingen wn: werknemer Inleiding CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

9 De Belgische inkomstenbelastingen van muziek- en podiumkunstenaars op Belgische inkomens vertoont niet zoveel afwijkingen als de inkomstenbelastingen van gewone particulieren of vennootschappen. Wat wel speciaal is voor deze groep is hun sociaal statuut. De artiesten hebben na jarenlange discussies eindelijk hun eigen statuut. Dit brengt duidelijkheid en zekerheid met zich mee. Toch zijn er nog altijd enkele knelpunten. Neem nu de auteursrechten en beroepskosten tijdens een periode waar geen beroepsinkomsten te vinden zijn. Dit zijn twee struikelblokken waar de artiest nog altijd geen duidelijk antwoord op krijgt van de fiscus. Misschien zal er duidelijkheid komen. Er is een wetvoorstel ingediend dat deze twee problemen uit de weg kan ruimen. Indien de Belgische artiest een buitenlands inkomen verwerft of indien een buitenlands artiest een Belgisch inkomen verwerft, liggen de zaken al wat moeilijker. Het OESOmodelverdrag probeert op economisch vlak voor een eenheid te zorgen in deze wereld, maar deze verdragen mogen door elk land op zijn eigen manier geïnterpreteerd worden. Dit zorgt ervoor dat er altijd goed gekeken moet worden naar hoe een bepaald land de verdragen heeft omgezet naar zijn nationale wetgeving. Sinds 1963 negotieert België zijn verdragen met andere landen volgens het OESOmodelverdrag. Soms wordt dit model niet helemaal overgenomen, er zijn dan kleine verschillen te merken of voorwaarden bijgevoegd. Hierdoor is men niet vlug over de inkomsten van buitenlandse artiesten in België uitgepraat. Deze problematiek maakt dit eindwerk juist zo boeiend. CAMPUS VLEKHO - Departement Handelswetenschappen van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

10 1 Soorten inkomstenbelastingen Voor de inkomstenbelastingen worden besproken, moet men zich eerst afvragen wie er allemaal inkomstenbelastingen moet betalen. Dit is een zeer belangrijke vraag. Niet iedereen valt onder het Belgische belastingregime. Volgens het Wetboek van de Inkomstenbelastingen zijn er vier soorten inkomstenbelastingen in België: - de personenbelasting, - de vennootschapsbelasting, - de rechtspersonenbelasting, - de belasting van niet-inwoners. 1.1 De personenbelasting Rijksinwoner Artikel 1 van het W.I.B. stelt dat de personenbelasting wordt geheven op het totale inkomen van rijksinwoners. Het belangrijkste begrip is rijksinwoner, want de algemene regel stelt dat alle rijksinwoners van België onderworpen zijn aan de personenbelasting. De wet bepaalt wie deze rijksinwoners zijn: De natuurlijke personen die in België hun woonplaats of de zetel van hun fortuin hebben gevestigd. 1 Nationaliteit heeft geen belang bij de bepaling van een rijksinwoner. Een Fransman bijvoorbeeld kan onderworpen zijn aan de Belgische personenbelasting. Iedereen kan een rijksinwoner zijn van België zolang ze aan de definitie voldoen Feitelijke woonplaats en zetel van fortuin Tot het tegendeel bewezen is, worden alle natuurlijke personen, die in het Rijksregister ingeschreven zijn, onderworpen aan de personenbelasting. 1 Art. 2,1 W.I.B

11 Men moet kijken naar de feitelijke woonplaats van de belastingplichtige en niet naar de vermoedelijke woonplaats. Er wordt beoordeeld naar omstandigheden. Indien iemand het bewijs wil leveren dat zijn woonplaats niet in België gevestigd is, dan moet hij aantonen dat zijn zetel van fortuin in het buitenland gevestigd is. Dit is de plaats waaruit de eigenaar zijn vermogen beheerd. Het maakt niet uit waar het fortuin zich bevindt. Gehuwden, met verschillende woonplaatsen, worden belast waar het gezin bevestigd is. 1.2 Vennootschapsbelasting Artikel 1 van het W.I.B. stelt dat de vennootschapsbelasting wordt geheven op het totale inkomen van binnenlandse vennootschappen. Alle binnenlandse vennootschappen met rechtspersoonlijkheid zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting. De NV, de BVBA, de Comm.V, de V.O.F., de Comm.VA, de CVOA, de CVBA, de ESV en de LV vallen dus onder de vennootschapsbelasting. 2 Buitenlandse vennootschappen kunnen ook onder de Belgische vennootschapsbelasting vallen indien zij in België een vaste inrichting hebben of indien hun zetel van bestuur of voornaamste inrichting hier gevestigd is Rechtspersonenbelasting Artikel 1 van het W.I.B. stelt dat de rechtspersonenbelasting wordt geheven op inkomsten van andere Belgische rechtspersonen dan vennootschappen. De meest voorkomende andere Belgische rechtspersonen zijn de VZW s. Zij mogen geen (of bijna geen) activiteiten hebben die van winstgevende aard zijn. Indien zij wel belastbare activiteiten stellen van winstgevende aard, worden zij niet meer belast onder de rechtspersonenbelasting, maar onder de vennootschapsbelasting. 2 Van den Bergh, R. et al. (2002), Handels- en economische recht in hoofdlijnen, Intersentia. 3 Art. 2, 5 11

12 1.3.1 Activiteiten zonder winstoogmerk De activiteiten zonder winstoogmerk worden wel genuanceerd. Voor verenigingen zonder winstoogmerk en andere rechtspersonen die geen winstoogmerk nastreven worden niet als verrichtingen van winstgevende aard aangemerkt: 4 - alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen, - verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht, - verrichtingen die bestaan in een bedrijvigheid die slechts bijkomstig op nijverheid-, handels-, of landbouwverrichtingen betrekking heeft of niet volgens nijverheids- en handelsmethoden wordt uitgevoerd. Door dit artikel vallen zij niet onmiddellijk onder de vennootschapsbelasting indien zij bepaalde activiteiten met winstoogmerk uitvoeren, maar blijven zij belastbaar in de rechtspersonenbelasting. 1.4 Belasting van niet-inwoners Artikel 1 van het W.I.B. stelt dat de belasting van niet-inwoners wordt geheven op de inkomsten van niet-inwoners. Onder deze categorie vallen diegene die geen rijksinwoners zijn en toch Belgische inkomsten hebben verworven. Het kan zowel gaan om natuurlijke personen als over vennootschappen. 4 Art. 182 W.I.B

13 2 De soorten inkomsten van de artiesten Volgens het Wetboek van de Inkomstenbelastingen zijn er vier soorten inkomsten te onderscheiden: - onroerende inkomsten, - roerende inkomsten, - diverse inkomsten, - de beroepsinkomsten. Onroerende inkomsten worden in deze verhandeling niet besproken. Er zijn geen verschillen tussen een gewone belastingplichtige en een artiest i.v.m. deze inkomsten. 2.1 Roerende inkomsten Roerende inkomsten zijn inkomsten uit dividenden, intresten en royalties. Het zijn inkomsten die voortvloeien uit de concessie van roerende goederen. 5 Roerende inkomsten worden belast tegen een tarief van 15%. Men moet goed weten dat het slaat op normale verrichtingen van beheer van het privé-vermogen, bestaande uit: onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen (geen goederen ). 6 Daaruit volgt dat bijvoorbeeld know how niet onder deze rubriek valt. Er wordt belast op 85% van de ontvangen royalties. Er is dus een forfaitaire kost voorzien van 15%. De totale belasting is 12,75%, dit is 15% van 85%. Ook hier mag men specifieke kosten inbrengen, maar in de praktijk wordt meestal met het forfaitaire stelsel gewerkt. 2.2 Diverse inkomsten Diverse inkomsten zijn inkomsten uit occasionele gebeurtenissen. Deze inkomsten worden belast aan een tarief van 33%. 7 5 Art. 17, 1, 3 W.I.B ARREST BR1 05/1 Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge dd Art , 1,a W.I.B

14 Bij de verkoop van een kunstvoorwerp, kan men spreken van een divers inkomen indien het niet als een beroepsinkomst kan aanzien worden. 8 De verkoop van een kunstvoorwerp is uitzonderlijk bij een muziek- of podiumkunstenaar. Indien de artiest in zijn vrije tijd schildert, kan de opbrengst van een eventuele verkoop als diverse inkomsten beschouwd worden. Het is niet in het kader van zijn beroepswerkzaamheid. De werkelijke kosten gemaakt om de diverse inkomsten te verwerven, kunnen worden ingebracht. Hoewel er geen forfaitair stelsel is voorzien voor deze kosten, aanvaart de administratie wel een forfait Beroepsinkomsten De beroepsinkomsten van artiesten zijn de inkomsten die artiesten verkrijgen door de uitoefening van hun beroep. De inkomsten van optredens, vertoningen, opvoeringen, spectakels,... Kortom de inkomsten van hun dagelijkse bezigheden/werkzaamheden. Van een beroepsinkomen mag men beroepskosten aftrekken. Het resultaat hiervan is het netto-inkomen. Dit is de belastbare basis. Op deze basis worden later de belastingtarieven toegepast Aftrekbaarheidsvoorwaarden 10 Kosten kunnen alleen afgetrokken worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoen: - de kosten moeten gedaan of gedragen zijn om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden, - de echtheid en het bedrag moet verantwoord worden door middel van bewijsstukken of, ingeval het niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed en 8 Art. 37 W.I.B Souvereuns, G. (2005), Infosessie, Het sociaal en fiscaal statuut van de kunstenaar, 14 november. 10 Art. 49 W.I.B

15 - kosten worden, als gedaan of gedragen tijdens het belastbaar tijdperk, aanvaard indien ze tijdens dat tijdperk: o werkelijk betaald of gedragen zijn o het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig geboekt zijn. Veel discussies zijn al gevoerd rond beroepskosten. Hier zijn twee voorbeelden. Het is niet nodig dat de uitgaven zijn gedaan in hetzelfde jaar als dat waarin de kosten zijn gemaakt. 11 De fiscus mag de opportuniteit van de kosten niet beoordelen, tenzij op marginale wijze, met name wanneer de uitgaven voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid niet noodzakelijk zijn of op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen. 12 Dit wil zeggen dat de belastingadministratie en de rechter zich niet over het nut van de kosten mogen uitspreken, er mag geen opportuniteitsoordeel gemaakt worden Werkelijke kosten versus forfaitaire kosten In hoofdstuk 3 gaat men zien dat de artiesten hun activiteiten op verschillende manieren kunnen uitvoeren. Volgens het gekozen stelsel wordt bepaald hoe de artiest zijn beroepskosten mag aftrekken. Sommige mogen een forfaitair stelsel toepassen, anderen mogen dit weer niet. De loontrekkenden bijvoorbeeld mogen zelf kiezen tussen beide stelsels. Het forfait wordt bepaald op basis van de bruto beroepsinkomen verminderd met de sociale bijdragen en de bijdrage van het ziekenfonds. 11 Brussel, 8 november 2001, Fisc.Koer. 2002, Art. 53, 1 en 10 W.I.B

16 Het forfaitaire stelsel Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Tabel I: Forfaitaire beroepskosten voor aanslagjaar 2007 Forfaitaire beroepskosten 25% op de schijf van 0 tot 4.790, ,50 10% van de schijf tussen 4.790,00 en 9.520,00 473,00 5% van de schijf tussen 9.520,00 en ,00 316,50 3% van de schijf tussen ,00 en , ,00 Totaal 3.200,00 Bron: Federale overheidsdienst financiën(2006), Jaarlijkse indexering inzake personenbelasting, 25 maart 2006, Online. Men mag nooit meer dan euro forfaitair aftrekken. Een combinatie van werkelijke kosten en forfaitaire kosten is uitgesloten Werkelijke kosten Woning Indien de muziek- of podiumkunstenaar thuis zijn beroep uitoefent (het kan ook deeltijds zijn) kunnen kosten m.b.t. de woning afgetrokken worden. Meestal gaat men het aantal gebruikte vierkante meters berekenen en dit tegenover de oppervlakte van het hele huis plaatsen. Voor dat gedeelte (percentage) mag men dan alle kosten, die betrekking hebben op het huis, aanrekenen. Het zijn kosten zoals: huur, intresten van een lening, verwarming, elektriciteit, water, onroerende voorheffing, herstellingen, gemeentebelasting, retributies (vb huisvuil), afschrijving (3%),.... Grond- en hulpstoffen De muziek- of podiumkunstenaar kan de aankoop van muziekinstrumenten, installaties en andere benodigdheden (vb. stoel voor piano) inbrengen. 13 Art. 51 W.I.B

17 Bureelbenodigdheden Hieronder verstaat men een computer, een fax, een fotokopieermachine, het kantoormeubilair,... Deze investeringen kunnen ingebracht worden, elk volgens hun afschrijvingsritme. Kleine bureelbenodigdheden Deze zijn ook volledig aftrekbaar en in één jaar afgeschreven. Voorbeelden hiervan zijn potloden, latten, papier, balpennen, klasseermappen,... Kledij Indien het om beroepskledij gaat is de fiscus redelijk streng. Om te weten wat men mag inbrengen, kijkt men of de kledij alleen bruikbaar is voor de uitoefening van de beroepsactiviteit en niet bruikbaar is in het dagelijkse leven. 14 Bijvoorbeeld: Een kostuum mag men niet beschouwen als beroepskledij, maar toneelkledij die men niet kan dragen voor persoonlijk gebruik mag men wel inbrengen. Deze is dan volledig aftrekbaar. Dit is een belangrijke post voor artiesten. Tijdschriften Indien het gaat om abonnementen op tijdschriften die specifiek over het beroep gaan, mogen zij volledig afgetrokken worden. Telefoon, gsm, fax en Internet Deze zijn volledig aftrekbaar indien ze enkel gebruikt worden voor beroepsdoeleinden. Meestal gaat men deze ook privé gebruiken en dan moet er een opsplitsing gebeuren tussen een deel beroeps en een deel privé. Dit wordt bepaald in overleg met de fiscus. Bij een aparte telefoonlijn zou er weinig reden tot discussie moeten zijn. Er is dan reeds een duidelijke opsplitsing en verwarring is uitgesloten. Restaurant De restaurantkosten zijn aftrekbaar voor 75% vanaf 1 januari Deze regel geldt ook voor buitenlandse restaurantkosten, restaurantkosten inbegrepen in de hotelrekening en restaurantkosten bij seminaries. Vroeger waren kosten gedaan bij de ontvangst van zakenrelaties n.a.v. culturele manifestaties volledig aftrekbaar, maar deze regeling geldt niet meer. Deze kosten zijn ook onderworpen aan de algemene regeling Art. 53, 7 W.I.B Circulaire nr. Ci.RH 243/ van 9 juli

18 Receptiekosten en relatiegeschenken Receptiekosten en relatiegeschenken zijn voor de helft aftrekbaar. Er zijn uitzonderingen. De volgende kosten zijn volledig aftrekbaar: 16 - de sommen besteed aan voorwerpen, gadgets en gebruiksartikelen die massaal worden uitgedeeld en die opvallen en op blijvende wijze de naam van de firma dragen, - de relatiegeschenken aan buitenlandse zakenrelaties ter gelegenheid van een reis naar het buitenland, - de kosten van toegangskaarten en abonnementen op culturele en sportieve manifestaties die ondernemingen aan zakenrelaties schenken. Woon-werkverkeer Indien men zich met de auto naar het werk begeeft, kan men ofwel zijn kosten bewijzen, ofwel opteren voor een forfaitaire regeling van 0,15 euro per kilometer. Indien men zich verplaatst met een ander vervoermiddel of men te voet naar het werk gaat, kan men vanaf aanslagjaar 2002 ook beroep doen op de 0,15-regeling. De overheid heeft deze regeling doorgetrokken naar andere vervoermiddelen om deze te stimuleren. Het gaat hier over verplaatsingen te voet, per fiets of met het openbaar vervoer. Vanaf het aanslagjaar 2003 is het forfait beperkt tot 50 km enkele reis, dus 100 km heen en terug. 17 Indien men voor werkelijke kosten kiest bij vervoer met trein, tram of bus, kan men de volledige kost van het abonnement inbrengen. Werk-werkverkeer Werk-werkverkeer is de kilometers die u in opdracht van uw werkgever aflegt om bijvoorbeeld naar klanten te rijden, om naar seminaries of naar bijscholingen te gaan of om leveranciers of medewerkers te bezoeken. 18 Indien men gebruik maakt van een auto om zijn beroepsactiviteit uit te oefenen, mag men deze kosten inbrengen. De algemene regel is dat ze slechts 75% aftrekbaar zijn. 16 Ministerie van Financiën (2005), Beroepskosten, 13 november 2005, Online. 17 K.B. van 22 augustus 2002 tot aanvulling van het K.B./W.I.B.92 op het vlak van de beroepskosten met betrekking tot de verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, BS van 5 september Deceunynck, F. (2005), Hoe kan ik mijn auto aftrekken als beroepskost?, Tijnet, 8 juni 2005, 3 februari

19 De kosten die volledig aftrekbaar zijn (100%), zijn de volgende: - benzine, diesel, LPG - kosten van de gsm - financieringskosten en intresten Voor een mooi overzicht van alle kosten, die onder deze rubriek vallen, kan men op Internet terecht. 19 De kostprijs van de brandstof mag forfaitair worden berekend door middel van de afgelegde kilometers. Deze worden dan aan een bedrag van 0,2841 euro per kilometer berekend voor aanslagjaar Deze is enkel geldig indien het kilometerverbruik niet te hoog is, namelijk niet hoger dan km per jaar. 20 Indien u gebruik maakt van het openbaar vervoer zijn de kosten volledig aftrekbaar. Bijscholing Tegenwoordig kan iedereen zich bijscholen in de vorm van cursussen, seminaries, congressen,... Zolang de bijscholing betrekking heeft op de huidige beroepswerkzaamheden zijn de uitgaven volledig aftrekbaar. Indien het gaat om bijscholing voor een nieuw beroep of een hobby zijn de kosten niet aftrekbaar. Boekhouder, belastingconsulent, accountant en andere erelonen Deze kosten zijn volledig aftrekbaar. Vakbondsbijdrage Deze kosten zijn volledig aftrekbaar. Deze kosten zijn specifiek voor loontrekkers. Afschrijvingen en minderwaarden De afschrijvingen zijn gebaseerd op de aankoopwaarde en zij moeten betrekking hebben op het belastbaar tijdperk. Het moet een werkelijk geleden verlies zijn. In principe zijn de volgende vaste activa lineair af te schrijven: 21 - computers en software: 33%, - gebouwen: 3 tot 5%, 19 Mesotten (2006), Overzichtstabel aftrekbare bedrijfslasten en BTW, 3 februari 2006, Online. 20 Federale Overheisdienst Financiën (2005), FAQ Wegwijs in de fiscaliteit van uw auto, 3 februari 2006, Online. 21 Ministerie van Financiën (2005), Beroepskosten, 13 november 2005, Online. 19

20 - klein kantoormateriaal: 100%, - GSM: 33%, - machines en kantoormateriaal: 10%, - rollend materieel: 20 of 33% (hangt van het aantal kilometers af). Indien men kan aantonen dat de werkelijke kost geleden hoger ligt dan standaard vastgelegd, kan men dit bespreken met de administratie. Door overleg kan men een ander percentage overeenkomen. Sociale zekerheid Deze kosten zijn volledig aftrekbaar. Zij horen niet echt bij de beroepskosten. Zij worden als een aparte aftrekpost bekeken. Meestal wordt het zo voorgesteld: Tabel II: Van bruto-inkomen naar netto-inkomen Bruto-inkomsten - sociale zekerheid - beroepsinkomsten Netto-inkomen=Belastbare basis Bron: Timmermans, J.-P. (2005), Management in muziek- en podiumkusten, Module 1, Administratief en financieel management binnen muziek- en podiumkunsten, Brussel, Hogeschool voor Wetenschap en Kunst, Departemant Muziek- en Podiumkunstenaars, Niet-gepubliceerde cursus Beroepskosten gemaakt in een periode waar geen beroepsinkomsten zijn Het onderwerp beroepskosten gemaakt door artiesten in een periode waar geen inkomsten zijn zorgt voor heel wat discussies in de kunstsector. De fiscus aanvaart die kosten niet vaak. De situatie is nochtans eigen aan deze beroepen en zouden eigenlijk makkelijk aanvaard moeten worden. Bijvoorbeeld: een muziekgroep duikt voor maanden de studio in. Pas na lang werk hebben zij een afgewerkt product klaar. Inkomsten tijdens die periode in de studio hebben zij niet Gse, (2005), Fiscaal statuut kunstenaar in de maak, De standaard, 27 oktober 2005, p

21 Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen bepaalt dat kosten moeten worden gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. 23 Maar artikel 49 W.I.B zegt wel niets over de gelijktijdigheid van kosten en opbrengsten. De fiscus zou naar de mening van de artiesten toch deze kosten moeten aanvaarden. Om onder andere die problematiek op te lossen, is er een nieuw wetsvoorstel ingediend door minister Ph. Monfils (MR). De rest van dit wetsvoorstel bespreken we in het volgende hoofdstuk ). In bijlage II vindt men al informatie hierover terug. In dit fiscaal statuut worden de fiscale problemen van de artiest opgelost. 2.4 Onenigheid over de aard van de inkomsten van auteursrechten en naburige rechten Auteursrechten: Het zijn rechten die men krijgt voor het scheppen van een werk. Het is een uitgesteld loon, dat wil zeggen dat de auteur niet wordt vergoed bij de schepping van zijn werk, maar bij de openbare uitvoering van de vruchten van zijn inspanning. Een auteur-componist wordt bijvoorbeeld niet betaald wanneer hij een liedje maakt, maar pas wanneer het (op een geluidsdrager) in de handel wordt gebracht of op de radio wordt gedraaid, enz. 24 Naburige rechten: 25 Het naburige recht omvat het geheel van voorrechten die de wet aan de uitvoerende kunstenaars verleent. Een zanger die een lied van iemand anders zingt en dit op een geluidsdrager heeft opgenomen, verkrijgt hierop naburige rechten. De rechten gelden voor alle musici die hieraan hebben meegewerkt. Naburige rechten en auteursrechten kunnen worden gecumuleerd, omdat ze verschillend van aard zijn. Welke soort inkomsten auteursrechten en naburige rechten zijn, is tot op de dag van vandaag nog niet duidelijk. Een fiscaal statuut, dat dit probleem zou oplossen, was 23 Art. 49 W.I.B SABAM (2006), Het auteursrecht, Wat houdt het in?, 8 mei 2006, Online. 25 URADEX (2006), Wat is het naburige recht?, 3 februari 2006, Online. 21

22 voorzien in het paarse regeerakkoord van juni 1999, maar dit is er tot op de dag van vandaag nog niet gekomen. Minister Didier Reynders heeft dit tijdens zijn mandaat tegengehouden. Er heersen nog veel discussies rond dit thema en er zijn parlementaire vragen gesteld 26. Het nieuwe wetsvoorstel van Ph. Monfils (MR) kan ook hierop een oplossing bieden Het standpunt van de fiscus Tot op de dag van vandaag is het zo dat indien men auteursrechten ontvangt in het kader van de beroepsactiviteit, men deze inkomsten in de belastingsaangifte moet aangeven als beroepsinkomsten. Om te bepalen of auteursrechten al dan niet beroepsinkomsten zijn, moet men rekening gehouden met de aard, de frequentie, de regelmaat,... Luc Van Oycke, financieel directeur van SABAM zegt: Het is niet zo dat men door de herhaling van de inkomsten onmiddellijk deze gaat aan moeten geven als beroepsinkomsten. Men gaat eerder kijken naar het herhalende karakter van de handelingen die deze rechten hebben voortgebracht. 27 Het is logisch dat de fiscus deze rubriek verkiest omdat die inkomsten het zwaarst belast worden. Voor de meeste artiesten worden deze inkomsten belast aan een progressief tarief (25%-50%) Het standpunt van de kunstenaars De kunstenaars willen hun auteursrechten en naburige rechten liever niet aangeven als beroepskosten en zoeken naar argumenten om de fiscus te overtuigen Roerende inkomsten Veel artiesten zijn van mening dat de auteursrechten roerende inkomsten zijn, maar indien men naar de definitie kijkt van roerende inkomsten kan men besluiten dat auteursrechten hier niet onder kunnen vallen, en dus beroeps- of diverse inkomsten moeten zijn. 26 Mondelinge vraag van de heer Jean Cornil aan de minister van Financiën over «het fiscaal statuut van de kunstenaars» (nr ) 27 Van Oycke, L. (2005), Hoe vult u uw belastingaangifte in?, Inkomsten 2004, 12 september, Online. 22

23 Roerende inkomsten slaan op normale verrichtingen van beheer van het privé-vermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen. 28 Auteursrechten zijn geen inkomsten verkregen uit roerende voorwerpen, dus kunnen die inkomsten niet onder roerende inkomsten vallen. Auteursrechten moeten dus volgens het Wetboek van de Inkomstenbelastingen aangegeven worden als beroeps- of diverse inkomsten Diverse inkomsten Sommige artiesten weten terecht dat auteursrechten en naburige rechten niet als roerende inkomsten kunnen aanzien worden. Indien de artiest een voordeliger tarief wil verkrijgen van de fiscus, moet hij proberen om zijn inkomsten van auteursrechten onder de rubriek diverse inkomsten te krijgen. Johan Verminnen bijvoorbeeld heeft verklaard dat hij zijn auteursrechten als diverse inkomsten aangeeft. Toch moet hij elk jaar moeite doen om uit te leggen aan de fiscus dat het zo belast moet worden Nieuw wetsvoorstel Zoals al eerder vermeld (hoofdstukken en 2.4 ) is er een wetsvoorstel is ingediend door minister Ph. Monfils (MR) die deze problematiek zou kunnen oplossen. In bijlagen II en III vindt men dit wetsvoorstel terug, samen met het persbericht van SABAM. Het wetsvoorstel verklaart dat er geen onderscheid meer zou mogen zijn tussen beroepsen diverse inkomsten voor de auteursrechten en naburige rechten. Alle inkomsten van deze aard zouden aanzien worden als diverse inkomsten, maar ze zijn wel belast aan het tarief die van toepassing is voor roerende inkomsten (15% op 85%) Indien deze nieuwe wet er zal doorkomen, zal er een nieuw artikel toegevoegd worden in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, namelijk artikel 90, Art. 90 W.I.B GSE, (2005), Fiscaal statuut kunstenaar in de maak, De standaard, 27 oktober 2005, p

24 Het nieuwe wetsvoorstel zou het volgende inhouden: 30 - volgens dit systeem worden de inkomsten van uit de exploitatie van werken of prestaties door derden (auteursrechten en naburige rechten) als diverse inkomsten, van roerende aard, aangemerkt en belast tegen een uniforme aanslagvoet, namelijk 15% op 85%, - die belasting wordt aan de bron geheven door de invoering van een bevrijdende roerende voorheffing op die inkomsten, - voor die inkomsten mogen forfaitaire kosten worden afgetrokken. Dit is veel eenvoudiger dan het huidige systeem. Zo zal er juridische en financiële zekerheid komen voor de artiesten. Discussies tussen de fiscus en de artiest zouden hierna minder frequent mogen voorkomen. 30 Smart & Sabam (2005), persbericht, Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, Brussel, 26 oktober

25 3 De wijze waarop artiesten hun activiteiten kunnen uitoefenen De artiest heft verschillende mogelijkheden om zijn activiteit uit te oefenen, namelijk: - als vrijetijdsbesteding, - als werknemer, - als zelfstandige en - als bedrijfsleider. 3.1 De vrijetijdsbesteding Veel artiesten hebben een vaste baan die hen zekerheid biedt. In hun vrije tijd besteden ze aandacht aan muziek- of podiumkunsten. Deze artiesten kunnen vallen onder vrijwilligerswerk of onder kleine vergoedingsregeling. Bij deze specifieke regelingen is men automatisch vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen tot aan een bepaald plafond. Op de site van VLAMO kan men alle informatie vinden en ook de bijhorende documenten Vrijwilligerswerk Indien een muziek- of podiumkunstenaar niet meer dan 27,37 euro per dag of 1.094,79 euro per jaar verdient, is hij automatisch vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen. Er zijn wel bepaalde voorwaarden aan verbonden: 32 - onbezoldigde arbeid, - voor non-profitorganisatie, instelling of overheidsinstantie, - ten behoeve van anderen of van de samenleving en - niet reeds werkzaam voor de vereniging of de instelling als werknemer, zelfstandige of ambtenaar. 31 VLAMO (2005), Vergoedingsregeling voor artistieke prestaties en vrijwilligerswerk, 26 oktober 2005, Online. 32 Souvereuns, G. (2005), Infosessie, Het sociaal en fiscaal statuut van de kunstenaar, 14 november. 25

26 De vergoeding die men ontvangt mag geen loon zijn, maar mag enkel dienen om kosten te dekken die een vrijwilliger draagt. Een bekend voorbeeld is het dekken van de kosten van vervoer Kleine vergoedingsregeling 33 Muziek- en podiumkunstenaars kunnen sinds 1 juli 2004 beroep doen op de kleine vergoedingsregeling. Hierdoor worden artistieke prestaties sociaal noch fiscaal belast. Dit houdt concreet in dat er geen sociale bijdragen of inkomstenbelastingen moeten betaald worden. De regering heeft deze regeling ingevoerd omdat bij kleinschalige artistieke activiteiten het nieuw sociaal statuut van de artiest ongerustheid veroorzaakte. Het bewijzen van onkosten, bij een terugbetaling ervan door de opdrachtgever, was soms heel moeilijk. Velen dachten dat er toch nog een belasting ging volgen op deze inkomsten. Tabel III: De plafonds van de kleinevergoedingsregeling Kleine vergoedingsregeling (plafonds) /2 van per dag ,43 103,72 per jaar , ,33 max. dagen dagen achtereen Bron: K.B. van 3 juli 2005 inzake kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars De regeling is pas ingegaan vanaf 1 juli De artiesten konden dus enkel een half jaar onder de regeling vallen. Dit verklaart de tweede kolom 1/2 van euro per jaar was het maximum dat men kon gebruiken in In 2005 en 2006 heeft men de bedragen van 2004 geïndexeerd. Men mag dus in 2006 maximum 103,72 euro per dag ontvangen en op jaarbasis 2.074,33 euro. Dat gespreid over 30 dagen en maximum 7 dagen achtereen bij dezelfde werkgever. Een bijkomende verplichting hierbij is het 33 K.B. van 3 juli 2005 inzake kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars. 26

27 invullen van een kunstenaarskaart. Deze kaart is tot op vandaag nog altijd niet beschikbaar, daarom moet men voorlopig nog een verklaring op eer afleggen. Op de site van VLAMO en ACV cultuur vind men een eerverklaring om een kleine vergoedingsregeling te bewijzen. 34 Opmerking: het is niet toegelaten een combinatie te maken tussen een vrijwilligersvergoeding en een kleine vergoedingsregeling. 3.2 De artiest als werknemer Een nieuw sociaal statuut voor artiesten Sinds 1 juli 2003 is er een nieuw sociaal statuut goedgekeurd voor de muziek- en podiumkunstenaars. Hierin staat dat iedere kunstenaar standaard een werknemer is. Indien een kunstenaar niet bewust kiest voor een ander statuut, is hij dus altijd een werknemer. Het totale beroepsinkomen van deze artiesten wordt belast aan het progressief tarief voor beroepsinkomsten, in schijven van 25% tot 50%, te vermeerderen met de gemeentebelasting. 35 Tabel IV: Inkomstenschijven voor aanslagjaar 2007 met bijhorende belastingtarieven Inkomstenschijven AJ tarieven % % % % meer 50% Bron: Federale overheidsdienst financiën(2006), Jaarlijkse indexering inzake personenbelasting, 25 maart 2006, Online. 34 VLAMO (2005), Verklaring op eer, 7 oktober 2005, Online. ACV (2005), Verklaring op eer, 7 oktober 2005, Online. 35 Art.130 en Art. 456 W.I.B

28 3.2.2 Wie onder het nieuwe statuut van artiesten valt De definitie van artiest is door het nieuwe statuut uitgebreider dan voorheen. Vroeger werden enkel schouwspelartiesten als artiest beschouwd. Nu is het iedere persoon die zich bezighoudt met de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oe[u]vres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie. 36 Men moet er rekening mee houden dat de definitie van een artiest in andere domeinen verschillend kan zijn. Voor toepassing van de BTW-wetgeving is er bijvoorbeeld een andere definitie voorzien De Sociale Bureaus voor Kunstenaars De Sociale Bureaus voor Kunstenaars (SBK s) zijn samen met de invoering van het nieuwe sociale statuut opgericht. Zij helpen indien de papiermolen te ingewikkeld wordt voor de kunstenaars en hun opdrachtgevers. Uiteraard doen zij dit wel niet gratis. Deze kantoren zijn geen artiestenbureaus, zij treden op als interimkantoren. Om die reden hebben vele bestaande interimkantoren een afdeling speciaal voor artiesten opgericht sinds het nieuwe statuut voor kunstenaars was goedgekeurd. De kantoren zijn vooral handig als artiesten geboekt worden door occasionele opdrachtgevers. Zij treden dan als tussenpersoon op die alles regelt voor beide partijen. Het zijn enkel de loontrekkers die er terecht kunnen, de volgende categorieën kunnen geen beroep doen op hun diensten. 3.3 De artiest als zelfstandige Indien men wil opteren voor het zelfstandig statuut, moet men bewijzen dat de financiële mogelijkheden er zijn. Men moet op eigen benen kunnen staan. Door een zelfstandigheidverklaring in te vullen, kan men aantonen aan opdrachtgevers dat men voor het zelfstandige statuut heeft geopteerd. Een voorbeeld van een zelfstandigheidsverklaring vindt men in bijlage I. Deze verklaring is voor 2 jaar geldig, maar is verlengbaar. 36 ACERTA (2005), Startersgids kunstenaar artiest, 28 november 2005, Online. 28

29 Indien de artiest zijn zelfstandigheidsverklaring niet voorlegt, wordt de opdrachtgever (die nu ook werkgever is) ervoor persoonlijk verantwoordelijk gesteld indien hij geen bedrijfsvoorheffing en sociale lasten heeft afgehouden van de vergoeding. 37 Het is dus eigenlijk niet de verantwoordelijkheid van de artiest zelf. De artiest moet wel het document voorleggen indien er naar gevraagd wordt. Als de artiest als zelfstandige tewerk gaat, moet hij voor verschillende werkgevers werken. Hij mag niet werken voor één enkele opdrachtgever want in die situatie spreekt men van een schijnzelfstandige. Dit is bij de wet verboden. Werkgevers/opdrachtgevers kunnen anders hun werknemers als zelfstandigen optreden om zo sociale bijdragen te verminderen. De zelfstandige artiest zijn beroepsinkomsten worden ook onderworpen aan het progressieve tarief. (zie 3.2.1) Indien men niet goed weet of men nu loontrekkende is of zelfstandige, kan men terecht bij de commissie kunstenaars. In de commissie zitten ambtenaren van de RSZ en de RSVZ met een onafhankelijke voorzitter. Zij geven advies en beslissen of een artiest al dan niet onder het sociaal statuut valt De artiest als bedrijfsleider De artiest kan ook de keuze maken om een vennootschap op te richten. Men situeert zich nu in de vennootschapsbelasting. De beroepsinkomsten zullen niet onderworpen zijn aan het progressief tarief, maar aan 33,99%. Dat is 33% plus crisisbijdrage van 3% daarop. 39 KMO s hebben een verlaagd opklimmend tarief dat nog voordeliger is. Voorwaarden beschreven in artikel 215, lid 2 van het W.I.B. moeten dan voldaan zijn voor men deze voordelige tarieven kan toepassen. 37 Souvereuns, G. (2005), Infosessie, Het sociaal en fiscaal statuut van de kunstenaar, 14 november. 38 RSVZ (2006), Commissie Kunstenaars, 2 februari 2006, Online. 39 Art. 463bis 1, 1 W.I.B

30 Tabel V: Verlaagd tarief van de vennootschapsbelasting voor KMO s Verlaagd tarief vennootschapsbelasting (KMO s) Belastbare grondslag Tarief Met crisisbijdrage euro 24,25% 24,98% euro 31,00% 31,93% euro 34,50% 35,54% Bron: Artikel 215 W.I.B In de vennootschapsbelasting is er geen onderscheid tussen de verschillende inkomsten (onroerende, roerende, diverse en beroepsinkomsten). Vanaf het moment dat deze inkomsten ontvangen worden in een vennootschap, worden deze allemaal beroepsinkomsten en vallen ze onder een algemeen tarief van 33,99%. Indien de bedrijfsleider zich een bezoldiging wil toekennen, mogen deze belastingen in kosten worden gebracht in hoofde van de vennootschap. De bezoldiging uitgekeerd aan de bedrijfsleider zal wel in zijn personenbelasting belast worden aan het progressief tarief. 30

31 3.5 Een overzicht Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Figuur I: Alle mogelijke sociale statuten van een Belgische artiest. Personenbelasting Vennootschapsbelasting Vrijwilligerswerk BEDRIJFSLEIDER VRIJETIJDS- BESTEDING BELGISCHE ARTIEST MET BELGISCH INKOMEN WERKNEMER Definitie artiest Sociaal statuut + SBK s ZELFSTANDIGE Personenbelasting Kleine vergoedingsregeling Zelfstandigheidsverklaring 31

32 4 Buitenlandse inkomsten van Belgische artiesten In dit hoofdstuk verwerft een Belgische artiest een buitenlands inkomen. Indien een Belgische artiest naar het buitenland gaat optreden, moet er rekening gehouden worden met eventuele verdragen tussen beide landen. 4.1 Geen dubbelbelastingverdrag Indien men een inkomen verkregen heeft uit een land waar België geen dubbelbelastingverdrag mee heeft afgesloten, is er een vermindering voorzien tot de helft van het deel van de Belgische belasting dat evenredig overeenstemt met in het buitenland behaalde en belaste beroepsinkomsten. 40 Deze regeling geldt voor iedere artiest die een inkomen verwerft, welk statuut hij ook heeft aangenomen. (zie hoofdstuk 3) 4.2 Dubbelbelastingverdragen Indien een land een verdrag heeft afgesloten met België, spreekt men over dubbelbelastingverdragen. Deze verdragen zorgen ervoor dat een persoon die een inkomen verwerft in een ander land, niet twee maal wordt belast op dat inkomen. De landen spreken onderling af wie zal belasten. Veel landen volgen het OESOmodelverdrag. Het OESO-modelvergdrag is, zoals het woord zelf zegt, een modelverdrag. Dit wil zeggen dat het OESO een voorstel heeft gedaan van hoe het zou kunnen. De landen zijn niet verplicht om zich daar volledig bij aan te sluiten. Ze mogen het modelverdrag overnemen zoals ze willen tijdens de onderhandelingen met een ander land. Er zijn soms verdragen tussen landen die afwijken van het OESO-modelverdrag. Hierdoor ontstaan er ingewikkelde situaties. Eerst worden de niet-muziek- en podiumkunstenaars besproken omdat zij de algemene regels volgen van het OESO-modelverdrag. Later worden dan de muziek- en podiumkunstenaars besproken, de uitzonderingen op de regel. 40 Artikel 156, 2 W.I.B

33 4.2.1 Belgische artiesten andere dan muziek- en podiumkunstenaars Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een werknemer, een zelfstandige en een bedrijfsleider Werknemer In principe wordt het loon volgens artikel 15 van het OESO-verdrag belast in de werkstaat waar de werknemer effectief zijn handelingen uitvoert. Het inkomen wordt in België dan vrijgesteld met progressievoorbehoud. Progressievoorbehoud is: Inkomsten uit het buitenland worden in aanmerking genomen om het belastingstarief te berekenen. 41 Deze basisregel geldt niet indien volgende voorwaarden worden overschreden: 42 - de genieter tijdens het belastbaar tijdperk minder dan 183 dagen in de andere staat verblijft, of - de beloningen worden betaald door een niet-inwoner van de andere staat, dus betaald door een Belgische werkgever, of - de beloningen niet ten laste komen van een vaste inrichting of een vaste basis, die de werknemer in de andere staat heeft. Is één van deze voorwaarden niet voldaan, zal het inkomen in België belast worden Zelfstandige Indien de artiest als zelfstandige geregistreerd is, zijn zijn inkomsten belast in de woonstaat volgens artikel 14 van het OESO-modelverdrag. Indien de zelfstandige een vaste basis heeft in een ander land, kunnen zijn inkomsten daar belast worden. Die inkomsten zijn dan vrijgesteld in België onder progressievoorbehoud Bedrijfsleider Indien men het heeft over buitenlandse inkomsten van bedrijfsleiders, moet men kijken naar artikel 16 van het OESO-modelverdrag. Indien de bezoldigingen zijn ontvangen voor 41 Ministerie van Financiën (2006), Fiscaal Memento, 3 maart 2006, Online. 42 Art. 15, OESO Modelverdrag

34 de dagelijkse werkzaamheden, zijn deze belastbaar in de andere staat. Het moet hier wel gaan over inkomsten verkregen van een vaste inrichting in dat land en de vaste inrichting moet de bezoldigingen volledig dragen. De inkomsten zijn in België vrijgesteld met progressievoorbehoud. Indien er geen vaste inrichting is, wordt het belast in België Belgische muziek- en podiumkunstenaars Artikel 17 van het OESO-modelverdrag Indien er een dubbelbelastingverdrag is afgesloten, is artikel 17 van het OESOmodelverdrag van toepassing. Deze regel is een specifieke regel en staat haaks op de andere regels in het OESO-verdrag. Artikel 17 is speciaal opgesteld voor muziek- en podiumkunstenaars en houdt in dat alle inkomsten van hun prestaties in het buitenland worden belast. De podiumkunstenaar moet belastingen betalen in de werkstaat en niet in de woonstaat. Het maakt niet uit of de kunstenaar al dan niet een vaste basis in het ander land heeft. Als een Belgische muziek- en podiumkunstenaar naar het buitenland gaat optreden, zijn de inkomsten in België vrijgesteld van belasting. Wel moet er rekening gehouden worden met het progressievoorbehoud Definitie muziek-en podiumkunstenaars Om onder artikel 17 van het OESO-modelverdrag te vallen, moet men aan de definitie van muziek- en podiumkunstenaars voldoen. De Belgische wetgeving voorziet geen definitie van muziek- en podiumkunstenaars. De administratieve commentaar van de belastingsadministratie heeft wel een definitie opgesteld: Elke persoon die, alleen of in groep, deelneemt aan voorstellingen, vertoningen, vertolkingen van artistieke werken of er hoofdzakelijk, met een winstgevend doel, zijn talent aan wijdt om het publiek te vermaken Circulaire nr. Ci.R.Div./ (AOIF 3/2002) dd

35 De volgende lijst is een niet-limitatieve lijst van beroepen die aangemerkt worden als muziek- en podiumkunstenaars: 44 - toneelspelers, filmspelers, radio- en tv-artiesten, - muziekanten, - zangers, - dansers, - imitators, - music-hall-, cabaret-, variété-, revue-, schouwburg- en concertartiesten, - circusartiesten, - presentatoren, quizmasters, - animatoren, -... Zoals eens eerder al vermeld, moet men er rekening mee houden dat definities kunnen verschillen. Voor de definitie van de inkomstenbelastingen kan men besluiten dat muziek- en podiumkunstenaars artiesten zijn die letterlijk op het podium staan. Ze werken niet achter de schermen, ze treden op voor een publiek. De administratieve commentaar van de belastingadministratie omschrijft het als volgt: elke persoon die met een winstoogmerk deelneemt aan voorstellingen, vertoningen of uitvoeringen van reproducerende kunst waaraan hij zijn talent wijdt ten vermaken van een publiek, ongeacht waar die voorstellingen plaatsvinden. 45 Hieruit volgt dat een persoonlijke aanwezigheid vereist is. 44 Merckx, P. & P. Verbanck (2000), Fiscus en cultuur, Deel 1: Bedrijfsvoorheffing buitenlandse artiesten, Brussel, Postuniversitair instituut van de economische hogeschool sint-aloysius en de fiscale hoge school, Nietgepubliceerde curcus. 45 Coppens, W et al. (2001), Fiscale dossiers Vandewinckele,Fiscaal en sociaal statuut van sportbeoefenaars en artiesten, Ced. Samsom. 35

36 Er kan gesteld worden dat de volgende niet-limitatieve lijst de personen weergeeft die geen muziek- of podiumartiest zijn: 46 - mannequins, - toneelregisseurs, filmregisseurs, producers, - choreografen, decorontwerpers en bouwers, kostuumontwerpers, - scenarioschrijvers, - componisten, - klant- en lichttechniekers, cameraman, - de vergoedingen voor de zakelijke tussenpersonen, impresario s, - administratief en technisch personeel en de begeleiders van een popgroep, sjouwers, chauffeurs, - journalisten belast met het presenteren van televisiejournaals of radiouitzendingen, -... Zoals men kan zien, zijn de niet-muziek- en podiumkunstenaars vooral diegene die achter de schermen werken. De personen die niet een echte artistieke prestatie uitvoeren. Het is mogelijk dat een artiest verschillende activiteiten uitoefent waardoor men niet meer weet of hij nu een muziek- of podiumkunstenaar is of niet. In deze gevallen kijkt men naar de hoofdactiviteit van de artiest. Een voorbeeld: een regisseur die ook zelf acteert in het stuk. Een regisseur is geen podiumkunstenaar, een acteur wel volgens de definitie Royalties Indien royalties ontvangen zijn in het kader van de beroepswerkzaamheid, vallen zij onder artikel 12 van het OESO-modelverdrag. Dit artikel zegt dat royalties ontvangen van het buitenland daar niet belast zijn. Ze zijn dus belast in België. Indien de artiest nu royalties ontvangt van Belgische of buitenlandse oorsprong maakt dat eigenlijk geen verschil uit, beide worden op dezelfde manier belast. 46 Merckx, P. & P. Verbanck (2000), Fiscus en cultuur, Deel 1: Bedrijfsvoorheffing buitenlandse artiesten, Brussel, Postuniversitair instituut van de economische hogeschool sint-aloysius en de fiscale hoge school, Nietgepubliceerde curcus. 36

37 4.3 Een overzicht Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Figuur II: een overzicht van de mogelijke inkomstenbelastingen van een Belgische artiest die een buitenlands inkomen verwerft. BELGISCHE ARTIEST MET BUITENLANDS INKOMEN DUBBELBELASTING- VERDRAG GEEN DUBBEL- BELASTINGVERDRAG Muziek- en podiumkunstenaars Andere artiesten Elk land belast een deel Artikel 17: Werkstaat Werknemer Zelfstandige Berdijfsleider Progressievoorbehoud Artikel 15: Werkstaat (voorwaarden) Artikel 14: Woonstaat (vaste basis) Artikel 16: Werkstaat (vaste basis) Woonstaat (geen vaste basis) 37

38 5 De inkomsten van Belgische oorsprong van buitenlandse artiesten (belasting van niet-inwoners) Hier zijn de rollen omgedraaid, in dit hoofdstuk komen er buitenlandse artiesten naar België optreden. Zij verwerven dierdoor een Belgisch inkomen. Om dezelfde reden als in hoofdstuk 4, begint men eerst met de niet-muziek- en podiumkunstenaars. Later wordt de specifieke regeling besproken voor muziek- en podiumkunstenaars. 5.1 Buitenlandse kunstenaars anderen dan muziek- en podiumkunstenaars Belasting van niet-inwoners (BNI) Werknemer De betaalde bezoldiging zal belast worden in België indien: - de genieter tijdens het belastbaar tijdperk meer dan 183 dagen in België verblijft, zelf al worden de bezoldigingen niet ten laste genomen door België, of - de beloningen worden ten laste genomen op een Belgische inrichting door de buitenlandse onderneming, of - de beloningen ten laste komen van een Belgische vaste inrichting of een vaste basis. Deze tenlasteneming geschiedt indien beroepskosten in mindering zijn gebracht van de bezoldiging door deze Belgische vast inrichting of vaste basis. Bedrijfsvoorheffing is dan verschuldigd Zelfstandige Men moet kijken naar het feit of er een vaste inrichting aanwezig is in België of niet. Indien er één is, moet men geen bedrijfsvoorheffing inhouden, anders wel. In de meeste gevallen moet er dus wel Belgische bedrijfsvoorheffing ingehouden worden. Het gaat wel 47 Art. 87, 1, K.B. W.I.B

39 enkel over inkomsten die men aanwendt in het kader van hun beroepswerkzaamheid of van hun maatschappelijk, statutair of conventioneel doel. 48 Alle inkomsten moeten aangegeven worden in de aangifte van niet-inwoners. Hier maakt men geen onderscheid tussen het hebben van een vaste inrichting of niet. Indien er bedrijfsvoorheffing moet betaald worden, is deze verrekenbaar met de belasting voor nietinwoners Bedrijfsleider De bedrijfsleider geniet van dezelfde regeling als de werknemer.(zie ) De betaalde bezoldiging zal belast worden in België indien: - de genieter tijdens het belastbaar tijdperk meer dan 183 dagen in België verblijft, zelf al worden de bezoldigingen niet ten laste genomen door België, of - de beloningen worden ten laste genomen op een Belgische inrichting door de buitenlandse onderneming, of - de beloningen ten laste komen van een Belgische vaste inrichting of een vaste basis. Deze tenlasteneming geschiedt indien beroepskosten in mindering zijn gebracht van de bezoldiging door deze Belgische vast inrichting of vaste basis. Bedrijfsvoorheffing is dan verschuldigd Dubbelbelastingverdragen Werknemer Volgens het OESO-modelverdrag zijn lonen van werknemers belast in de werkstaat. Artikel 15 van het OESO-modelverdrag is hier van toepassing. Toch bestaan er voorwaarden voor deze heffing. België zal geen belastingen mogen heffen indien: - de genieter tijdens het belastbaar tijdperk minder dan 183 dagen in België verblijft, of - de beloningen worden betaald door een niet-inwoner van de andere staat, of 48 Art. 87, 5, b K.B. W.I.B. 49 Art. 87, 1, K.B. W.I.B. 39

40 - de beloningen niet ten laste komen van een vaste inrichting of een vaste basis, die de werknemer in België heeft Zelfstandige Indien men een zelfstandige artiest is, zal artikel 14 van het OESO-modelverdrag van toepassing zijn. Hierin staat dat hun inkomsten belast worden in hun woonstaat. Er is dan geen heffing in België. Indien zij over een vaste basis beschikken in België, zijn hun inkomsten in België belastbaar. Een bijkomende voorwaarde is:..., maar slechts in zoverre als zij aan die vaste basis kunnen worden toegerekend. Men kan dus niet zomaar de inkomsten in een bepaald land laten belasten, de inkomsten moeten betrekking hebben op dat land. Indien men dus een vaste basis in België heeft en indien die inkomsten ook betrekking hebben op een prestatie die in België is geleverd, kan België deze inkomsten belasten Bedrijfsleider Met betrekking tot de inkomsten van Belgische oorsprong van buitenlandse bedrijfsleiders, moet er gekeken worden naar artikel 16 van het OESO-modelverdrag. Indien de bezoldigingen zijn ontvangen voor de dagelijkse werkzaamheden, zijn deze belastbaar in België. Het moet hier wel gaan over inkomsten verkregen van een vaste inrichting in België en de vaste inrichting moet de bezoldigingen volledig dragen. Indien er geen vaste inrichting is, wordt het belast in het land waar de bedrijfsleider verblijvende is. 5.2 Buitenlandse muziek- en podiumkunstenaars Belasting voor niet-inwoners Tarief bedrijfsvoorheffing/artist tax Er moet een bedrijfsvoorheffing geheven worden van 18%. Er is geen aanvullende crisisbijdrage van 3% voorzien. Deze bedrijfsvoorheffing is in de meeste gevallen een bevrijdende bedrijfsvoorheffing, d.w.z. dat men na de betaling van deze 40

41 bedrijfsvoorheffing niet meer verplicht is een belastingsaangifte te doen voor nietinwoners. 50 Er wordt dus geen aanslag meer geheven op deze inkomsten. Deze 18% wordt berekend op het bruto bedrag min forfaitaire kosten. Onder het bruto bedrag wordt de eigenlijke bezoldiging, vergoedingen van werkelijke kosten eigen aan de podiumkunstenaar en eventuele voordelen van alle aard verstaan. Een onderscheid wordt gemaakt voor kosten gemaakt om naar België te reizen er te verblijven. Het zijn: - voordelen van alle aard, volgens de administratieve commentaren, indien zij betaald worden aan een derde (onrechtstreeks) en - werkelijke kosten indien ze rechtstreeks aan de artiest worden terugbetaald. 51 Vele belastinginspecteurs rekenen reis- en verblijfskosten als belastbare basis aan. Deze opvatting is voor velen verkeerd. Ze zouden moeten behandeld worden als kosten eigen aan de werkgever, wat concreet zou betekenen dat deze terugbetaling niet onder de belastbare grondslag valt. De artiesten moeten deze kosten maken om naar hun werk te gaan, het zijn geen inkomsten. Indien een Belgische organisator een artiest uitnodigt, verplaatst deze zich in het belang van de klant, zoals een werknemer zich verplaatst naar zijn klant. Opmerking! Andere inkomsten, die geen betrekking hebben op de door de artiesten verricht werk, zijn niet onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Een voorbeeld hiervan zijn auteursrechten. 50 Art. 248, lid 1 W.I.B Com.I.B. nr. 275/190 41

42 De forfaitaire kosten die mogen afgehouden worden, zijn: Tabel VI: Forfaitaire kosten voor een buitenlandse artiest (eerste gepresteerde dag) De eerste gepresteerde dag Verplaatsingskosten 300,00 Overnachtingskosten 62,50 voeding, drank en andere kosten 37,50 Totaal 400,00 Bron: Circulaire nr. CI.RH.244/ dd Tabel VII: Forfaitaire kosten voor een buitenlandse artiest (volgende gepresteerde dagen) De volgende gepresteerde dagen Overnachtingskosten 62,50 voeding, drank en andere kosten 37,50 Totaal 100,00 Bron: Circulaire nr. CI.RH.244/ dd Er staat duidelijk vermeld dat het gaat om de gepresteerde dagen, d.w.z. het gaat over de dagen waarop men werkelijk optreedt en niet over de dagen van repetitie. Het aantal dagen voor forfaitaire aftrek is beperkt tot 10 dagen per jaar. De berekening dient gemaakt te worden per organisator en per artiest Schuldenaar bedrijfsvoorheffing De schuldenaar, de bewaarder of de tussenpersoon zal 18% bedrijfsvoorheffing schuldig zijn. In de praktijk gaat het meestal over de organisator die de schuldenaars van bedrijfsvoorheffing is. 52 Fiches en moeten door hem ingediend worden. Voorbeelden van deze fiches vind men in de bijlagen. De betaling mag overal plaatsvinden, maar telkens is bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Of de betaling nu ter plekke gebeurt (in de werkstaat) of de artiest later wordt betaald (in de woonstaat), maakt 52 Art. 270, 3 W.I.B. 42

43 niets uit. De inkomsten zijn steeds belast, zowel bij rechtstreekse als onrechtstreekse betaling van de artiest Dubbelbelastingverdragen De Belgische interne wet loopt gelijk met artikel 17 1 van het OESOmodelverdrag Artikel 17 1 is gelijk geformuleerd als artikel 228, 2, 8 van het Belgische Wetboek van de Inkomstenbelastingen Beide artikels maken duidelijk dat de belasting op muziek- en podiumkunstenaars wordt geheven in de werkstaat en niet de woonstaat. Artikel 17 is een afwijking van de algemene regel (heffing in de woonstaat) en heeft voorrang op andere artikels van het belastingsverdrag. (lex speciales) Een paragraaf tegen misbruik Voor vennootschappen is er in 1977 speciaal een tweede paragraaf geschreven in artikel 17. Het is bedoeld om misbruiken tegen te gaan. Indien de vergoedingen vroeger niet rechtstreeks aan de artiesten werd uitbetaald, maar aan zijn vennootschap, was er geen 18% bedrijfsvoorheffing verschuldigd omdat die vennootschap geen vaste inrichting had in België. De administratieve commentaren spraken over schouwspelondernemingen of internationaal werden deze vennootschappen Rent a Star Companies genoemd. De organisator betaalde een globale vergoeding aan de vennootschap in plaats van rechtstreeks aan de artiest. Terwijl de uiteindelijke vergoeding, of een deel ervan, voor de artiest was. 18% artist tax zou dan verschuldigd zijn. Door de tweede paragraaf van artikel 17 van het OESO-modelverdrag is dit zogenaamd misbruik niet meer mogelijk. Indien de artiest onrechtstreeks een inkomen verwerft, zal hij toch belast worden in het land waar men de prestatie heeft uitgevoerd. 53 In België is deze anti-misbruikbepaling opgenomen in artikel 228 2, 8 W.I.B. door de volgende zin toe te voegen:..., zelf indien de inkomsten niet worden toegekend aan de betrokkene, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon. 53 Art OESO-modelverdrag 43

44 Problemen bij artikel 17 2 De anti-misbruik bepaling is in 1977 algemeen ingevoerd in de dubbelbelastingverdragen die België afsloot met andere landen. Een aantal dubbelbelastingverdragen zijn vóór 1977 afgesloten en die verdragen hebben geen anti-misbruik bepaling (geen artikel 17 2). Het zogenaamd misbruik zou bij deze verdragen dus nog mogelijk zijn. Toch voorzien de commentaren van het OESO-modelverdrag dat onrechtstreekse uitbetalingen mogen gelijkgesteld worden met rechtstreekse betalingen aan de artiest zelf. Het look through beginsel mag volgens hen toegepast worden. 54 Maar om deze look through toe te passen moet een voorwaarde voldaan zijn, namelijk het Belgische intern recht moet de abstrahering van de artiestenvennootschap toelaten. Deze abstractie is in artikel 228 2, 8 W.I.B. niet toegelaten. Het gevolg hiervan is dat er vonnissen bekend zijn waarin staat dat er enkel 18% bedrijfsvoorheffing moet betaald worden indien er een Belgische vaste inrichting is. - Rb. Leuven, 5 oktober Rb. Luik, 18 april Rb. Luik, 6 maart Hof van beroep Gent, 21 maart 2006 Er lopen tot op de dag van vandaag nog rechtzaken over dit onderwerp. Het laatste arrest van 21 maart 2006 zegt duidelijk dat in alle dubbelbelastingverdragen een tweede paragraaf moet komen: Voor zover het toepasselijke verdrag niet de voormelde anti-misbruikbepaling van artikel 17 2 bevat (o.a. verdragen met Duitsland, Denemarken, Ierland, Oostenrijk en Hongarije), is het op basis van deze rechtspraak verdedigbaar om geen bedrijfsvoorheffing in te houden op betalingen aan buitenlandse artiestenvennootschappen voor hun artistieke prestaties in België Rechtbank van eerste aanleg Leuven -Vonnis van 05 oktober Rol nr 0/555/A 55 Hof van beroep van Gent Vonnis van 21 maart

45 Hier volgt een overzicht van de landen die een verdrag met België hebben afgesloten en waar art van het OESO-model nog niet werd ingevoerd Brazilië, - Bulgarije, - Denemarken, - Duitsland, - Frankrijk, - Griekenland, - Hongarije, - Ierland, - Groothertogdom Luxemburg, - Nederland, - Oostenrijk, - Tunesië, - Verenigde Staten De Belgische fiscus gaat zijn eigen weg Uit de circulaire van de belastingadministratie blijkt dat de fiscus een lijst heeft opgesteld met daarin gevallen die kunnen leiden tot een vrijstelling van de 18% bedrijfsvoorheffing. 57 Het bericht is gericht aan de inrichters die evenementen organiseren in België gericht en die gebruik maken van diensten van buitenlandse muziek- en/of podiumkunstenaars. Het is voor zowel die muziek- of podiumkunstenaars die zelfstandigen zijn als kunstenaars die onder een buitenlandse onderneming gevestigd zijn (werknemers). De omschreven gevallen die in aanmerking komen voor een vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing, kunnen in aanmerking komen voor ruling. 58 Ruling wil zeggen dat men een voorafgaand akkoord zal opmaken met betrekking tot de vrijstelling van 18% bedrijfsvoorheffing. De vrijstelling wordt formeel bevestigd. 56 Bericht van de administratie aan de inrichters van vertoningen in België, CIRC /1 45

46 Weerslag van de internationale overeenkomsten De fiscus geeft een overzicht van alle categorieën die een vrijstelling van bedrijfsvoorheffing kunnen bekomen. Categorie 1: Zelfstandige podiumkunstenaars De zelfstandige podiumkunstenaar is altijd aangenomen onder een contract van huur van werk of een aannemingscontract. Zij maken geen deel uit van het personeel van de Belgische inrichter. Zelfstandige kunstenaars zijn altijd onderworpen aan 18% bedrijfsvoorheffing, behalve als het gaat om Amerikaanse podiumkunstenaars. Voor de vrijstelling mogen Amerikaanse podiumkunstenaars: - niet langer dan 90 dagen in België verblijven en - hun inkomsten niet hoger zijn dan dollar op jaarbasis Doordat men niet op voorhand weet of de bovenstaande voorwaarden zullen vervuld worden, moet men altijd bedrijfsvoorheffing inhouden. Later wordt dit eventueel teruggestort. Zoals al gezien, kan er wel ruling ingeroepen worden, dan is de inhouding van bedrijfsvoorheffing niet nodig. Categorie 2: Buitenlandse groepen Onder groepen worden homogene groepen verstaan, een groep van personen die qua waarde en bekendheid ongeveer eenzelfde belang hebben. Er zijn twee soorten groepen: - met rechtspersoonlijkheid: Zie categorie buitenlandse vennootschappen (3de categorie) - zonder rechtspersoonlijkheid: Als het gezelschap bestaat uit zelfstandige podiumkunstenaars, is de voorheffing in principe geheven op het geheel van de inkomsten. Categorie 3: Buitenlandse vennootschappen gespecialiseerd in vertoningen Hier worden de ondernemingen bedoeld die vertoningen verkopen, waarvoor zij zelf de medewerking van de nodige podiumkunstenaars inroepen. Die ondernemingen kunnen 46

47 zowel door natuurlijke personen als door rechtspersonen worden uitgebaat. 59 De Belgische onderhandelaar weet niet welke bedragen de podiumkunstenaars zullen krijgen. Hij onderhandelt enkel met de buitenlandse onderneming. In principe is de Belgische inrichter verplicht 18% bedrijfsvoorheffing in te houden op het gehele bedrag dat wordt betaald aan de buitenlandse onderneming. Van dit principe mag afgeweken worden in twee gevallen: - het deel dat uitbetaald wordt aan niet-podiumkunstenaars mag worden afgetrokken van het geheel. De diensten of prestaties die deze niet podiumkunstenaars leveren moeten tot de courante praktijk behoren en niet een middel zijn om minder bedrijfsvoorheffing te betalen. - een vrijstelling voor bedrijfsvoorheffing kan worden verleend aan het eigen deel van de onderneming. Het eigen deel van de onderneming is het verschil tussen de door de Belgische inrichter aan de onderneming betaalde prijs en het totale bedrag van de diverse bezoldigingen die de onderneming zelf zal moeten storten aan de podiumkunstenaars op wie zij een beroep doet voor de productie van de vertoning of de manifestatie. De volgende voorwaarden moeten daarvoor wel voldaan zijn: o de buitenlandse onderneming mag geen vaste inrichting hebben in België, o de buitenlandse onderneming moet haar fiscale woonplaats hebben in één van de volgende landen: Brazilië, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Groothertogdom Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Spanje, Tunesië en de Verenigde Staten. Dit zijn de landen waar België een dubbelbelastingverdrag heeft mee afgesloten, maar vóór artikel 17 2 was ingevoerd. Voor de andere landen die wel artikel 17 2 hebben in hun dubbelbelastingverdrag met België geldt de volgende regeling: geen opsplitsing van het volledige bedrag (het eigen deel van de onderneming is niet toegelaten) maar wel een vermindering mogelijk voor vergoedingen van niet-podiumkunstenaars. 59 BERICHT van de administratie aan de inrichters van vertoningen in België,

48 Ruling is mogelijk voor alle landen met dubbelbelastingverdrag voor het vrijgesteld bedrag aan niet-podiumkunstenaars. Ruling voor het eigen deel van de onderneming is alleen mogelijk voor die landen die geen artikel 17 2 hebben. Categorie 4: Bezoldigde podiumkunstenaars Onder deze categorie behoren de podiumkunstenaars die verbonden zijn aan een buitenlandse onderneming via een arbeidsovereenkomst. De vergoedingen van deze personen kunnen worden vrijgesteld indien de volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld: - voor inwoners van Duitsland en Griekenland: o de duur van hun werkzaamheden in België mag gedurende het jaar niet langer zijn dan 183 dagen, o de last van de bezoldiging van de podiumkunstenaars mag niet worden gedragen door een vaste inrichting in België. - voor de inwoners van de Verenigde Staten en Frankrijk: o de duur van hun verblijf in België mag gedurende het jaar niet langer zijn dan 183 dagen, o de last van de bezoldiging van de podiumkunstenaars mag niet worden gedragen door een vaste inrichting in België, o de werkgever moet een inwoner zijn van dat land (VS of Frankrijk) en dus zeker geen inwoner zijn van België. Ruling kan worden aangevraagd voor deze vrijstellingen. Categorie 5: podiumkunstenaars met werkzaamheden zonder handelskarakter Indien podiumkunstenaars werkzaamheden uitvoeren voor overheid of instellingen zonder winstoogmerk of werkzaamheden uitvoeren i.v.m. culturele uitwisselingen, bevatten sommige overeenkomsten bijzondere regels. Het gaat hier over de overeenkomsten tussen België en Argentinië, Bulgarije, China, Cyprus, de Filippijnen, Groot-Brittannië, Hongarije, India, Joegoslavië, Kazakstan, Koeweit, Korea, Maleisië, Marokko, Mauritius, Mongolië, Noorwegen, Oekraïne, 48

49 Oezbekistan, Polen, Roemenië, Senegal, Singapore, Thailand, Turkije, de USSR en Zwitserland. Bijlage III van het bericht van de administratie geeft een overzicht van de specifieke regels per land. Ruling kan verkregen worden Wijze waarop de vrijstelling van Belgische belasting kan worden verkregen 60 Het doel van het voorafgaand akkoord is: onmiddellijk aan de bron en met een minimum van stappen vrijstelling van bedrijfsvoorheffing te verlenen waartoe België gehouden is op basis van de overeenkomsten die zij gesloten heeft met het oog op het voorkomen van dubbelbelasting. Er zijn dus twee principiële objectieven: - zo weinig mogelijk formaliteiten bezorgen aan buitenlandse artiesten die in België willen optreden en hierdoor hun aanmoedigen om naar België te komen, - de administratie ontlasten van onnodige en onproductieve taken. Diegenen die in aanmerking komen voor de aanvraag van een voorgaand akkoord, zijn de artiesten die een vrijstelling hebben verkregen onder één van de vijf categorieën die hierboven beschreven werden. Schriftelijk verzoek De Belgische inrichter moet een schriftelijk verzoek indienen bij de Directeur van de dienst Buitenland van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. Dit is gelegen op het Jan Jacobsplein 10 te 1000 Brussel. Hierbij moeten alle gegevens over de Belgische inrichter en de artiest vermeld worden. Te bezorgen documenten Woonplaatsverklaring De inrichter moet tenminste in staat zijn om te bewijzen dat de podiumkunstenaar en/of de buitenlandse onderneming inwoner(s) is (zijn) van een land waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten. 60 Aanschrijving van de belastingadministratie, CIRC 01/02/02/1 en CIRC nr. Ci.R.9.Div./ (AOIF 3/2002) dd

50 Arbeidsovereenkomst Naast het bewijs van hun woonplaats moeten de podiumkunstenaars inwoners van Duitsland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Griekenland hun hoedanigheid van loontrekkende aantonen. Een kopie van het contract volstaat. Aannemingscontract Elk verzoek tot voorgaand akkoord wordt, zonder uitzondering, vergezeld van een kopie: - hetzij van het contract gesloten tussen de inrichter en de buitenlandse onderneming gespecialiseerd in de levering van vertoningen, - hetzij van het aannemingscontract gesloten tussen de inrichter en de zelfstandige podiumkunstenaar, inwoner van de Verenigde Staten. Verklaring op erewoord Bij elk verzoek tot voorafgaand akkoord wordt een verklaring op erewoord gevoegd waarin de betrokken podiumkunstenaar of onderneming: - bevestigt de voorwaarden te kennen waaraan de toekenning van het voorafgaand akkoord is onderworpen, - zich ertoe verbindt spontaan elk nieuw element mee te delen dat de toekenning van het voorafgaand akkoord opnieuw ter discussie stelt (verandering van woonplaats, een loontrekkende die zelfstandige geworden is, de duur van het verblijf of de activiteit in België...). Termijn Nadat het volledig dossier is overgedragen aan de directeur van de dienst Buitenland, heeft de directeur 30 dagen om het voorafgaand akkoord, al dan niet toe te kennen. Indien het antwoord negatief is heeft de inrichter 2 weken om zijn opmerkingen door te geven aan de directeur. Deze heeft dan op zijn beurt weer 2 weken om een definitieve beslissing te nemen. 50

51 5.2.3 Een overzicht Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Figuur III: Een overzicht van de mogelijke inkomstenbelastingen van een buitenlandse artiest die een Belgisch inkomen verwerft. BUITENLANDS ARTIEST MET BELGISCH INKOMEN DUBBELBELASTING- VERDRAG GEEN DUBBEL- BELASTINGVERDRAG Muziek- en podiumkunstenaars Andere artiesten Elk land belast een deel 18% artisttax Werknemer Zelfstandige Berdijfsleider Vrijstellingen mogelijk Artikel 15: Werkstaat (voorwaarden) Artikel 14: Woonstaat (vaste basis) Artikel 16: Werkstaat (vaste basis) Woonstaat (geen vaste basis) Amerikaanse zelfstandigen Forfaitaire kosten Geen muziekof podiumkunstenaars Eigen deel van de onderneming Duitsland+vwn Arbeidersovereenkomst Overheid/ Zonder winst- Oogwerk+vwn Griekenland+vwn VS+vwn Frankrijk+vwn 51

52 Gevallenstudies 6 Gevallenstudie 1 De Zwitserse zangeres van Griekse oorsprong, Nana Mouskouri, is naar België gekomen om op te treden in Brussel. Zij is een voorbeeld van een buitenlandse artieste die een Belgisch inkomen verwerft. België heeft met Zwitserland een dubbelbelastingverdrag afgesloten dat van toepassing is sinds 1 januari Zij kwam niet alleen. Rond haar is een heel team, dat haar optreden in goede banen leidt. Er wordt een contract afgesloten van euro. Deze som is voor het totaal pakket. Iedereen wordt ermee betaald en alle bijkomende kosten worden gedekt. Contract euro Fees artiesten euro Productiekosten euro Fee Nana Mouskouri Fee Muziekanten Lonen mensen backstage Verblijfkosten Toerbus Verblijfkosten Toerbus Catering Backline Zoals men in dit schema kan zien wordt de totale som van euro opgesplitst in euro voor de lonen van de artiesten en euro voor de productiekosten. De reden voor deze opsplitsing is omdat de eerste categorie muziek- en podiumkunstenaars 52

53 zijn en de tweede categorie niet voldoet aan de definitie van muziek- en podiumkunstenaars. Beiden hebben een aparte regeling qua inkomstenbelastingen. In deze case werd ervan uitgegaan dat de Belgische promotor een voorafgaand akkoord heeft verkregen van het Belgische Ministerie van Financiën en dat de totale som is betaald door de Belgische promotor. Anders is de organisator verplicht op de totale euro bedrijfsvoorheffing te betalen. De vrijstelling op het deel van de productiekosten is later terugvorderbaar. (zie ) 6.1 Muziek- en podiumkunstenaars Volgens artikel 17 van het OESO-modelverdrag worden muziek- en podiumkunstenaars belast in de werkstaat. Dit wil zeggen dat er 18% Belgische bedrijfsvoorheffing of artist tax moet worden betaald op euro. Toch zal men niet op die volledige som bedrijfsvoorheffing moeten betalen. Er is een deel dat wordt vrijgesteld. De eerste gepresteerde dag Verplaatsingskosten 300,00 Overnachtingskosten 62,50 voeding, drank en andere kosten 37,50 Totaal 400,00 Zoals uitgelegd zijn er forfaitaire kosten die men kan aftrekken.(zie ) Omdat men ervan uitgaat dat er maar één optreden wordt gegeven in België, kan men stellen dat elke muziek- en podiumkunstenaar een vrijstelling heeft van 400 euro. Stel dat Nana Mouskouri met negen andere muzikanten naar België was gekomen, dan zal de totale vrijstelling euro bedragen. Dat is tien keer 400 euro. Indien zij nog optredens zouden hebben de dagen erna, krijgen zij ook nog een forfaitaire kostenaftrek: De volgende gepresteerde dagen Overnachtingskosten 62,50 voeding, drank en andere kosten 37,50 Totaal 100,00 53

54 Zoals gezegd is de artist tax in België 18%. Indien men eerst de forfaitaire kosten van de totale som aftrekt, kan de berekening gemaakt worden x18% De Belgische organisator zal euro moeten doorstorten aan de staat. De artiesten houden euro over. 6.2 Geen muziek- en podiumkunstenaars De euro toegewezen aan productiekosten, vallen niet onder artikel 17 van het OESO-modelverdrag, omdat deze personen niet voldoen aan de definitie van muziek- en podiumkunstenaars. Deze som valt dus onder de normale regeling. Dat betekent dat deze som vrijgesteld is van bedrijfsvoorheffing of artist tax in België, omdat deze inkomsten worden belast in de woonstaat. In de Belgische wetgeving vindt men deze categorie terug in Categorie 3: Buitenlandse vennootschappen gespecialiseerd in vertoningen.(zie ) Hierin staat duidelijk dat deze artiesten zijn vrijgesteld. De dubbelbelastingverdragen zorgen ervoor, dat er enkel belasting zal plaatsvinden in Zwitserland. 6.3 Eigen deel van de onderneming In deze situatie is er geen vrijstelling mogelijk voor het eigen deel van de onderneming zoals vermeld in de Belgische commentaren.(zie categorie 3: ) Zwitserland komt niet voor in het lijstje van de landen waarmee deze vrijstelling mogelijk is. 6.4 Besluit Het totale contract was euro waard. Er werd een deel belast in België, wat dus betekent dat er geen euro uitbetaald kreeg, maar euro. 54

55 7 Gevallenstudie 2 Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Voor mijn tweede onderzoek heb ik de belastingregeling van buitenlandse artiesten in Nederland onder de loep genomen. Omdat veel Belgische artiesten in Nederland optreden, was dit een voor de hand liggende keuze. Opgelet, Nederlandse termen zijn gebruikt. 7.1 De Nederlandse wet De Nederlandse wet bepaald dat er een Loonbelasting is van 20% (artist tax). De belastbare basis wordt als volgt berekend: + de gage van de artiesten + de kostenvergoeding + de naturaverstrekking - vergoedingen en verstrekkingen van maaltijden/consumpties - verstrekkingen voor reiskosten en verblijfskosten = Belastbare basis Gezelschapskostenvergoedingbeschikking In Nederland bestaat ook de mogelijkheid van kosten aftrek, alvorens men de 20% bedrijfsvoorheffing berekent. Om dit te bekomen moet men een aanvraag indienen bij de Nederlandse belasting administratie voor buitenlanders. Deze regeling noemt men in Nederland een gezelschapskostenvergoedingbeschikking (KVB) Kleinevergoedingsregeling Indien de Belgische artiest geen gebruik maakt van de mogelijkheid van een KVB aanvraag, dan kan hij nog altijd beroep doen op de kleinevergoedingsregeling (KVR). Per persoon kan dan een forfaitair bedrag afgetrokken worden van 136 euro. De artiest moet daar niet zelf voor instaan, de Nederlandse organisator kan dit bedrag onmiddellijk aftrekken vóór de 20% artist tax wordt toegepast. Let wel, de Kleinevergoedingsregeling is geen echte belastingvrije vergoeding voor Nederlandse artiesten, deze kosten moeten in de inkomstenbelastingen aannemelijk gemaakt. Sommige Belgische belastinginspecteurs 55

56 hebben hier de zelfde opvattingen over, echter in het geval deze van mening zijn dat de aftrek toch belast moet zijn in België kan er wel kosten aftrek plaatsvinden in de personenbelasting. 7.2 Belgische artiest gaat optreden in Nederland We nemen Belle Perez als voorbeeld. Er wordt een festival georganiseerd in Amsterdam en ze wordt gevraagd om er op te treden met haar band, bestaande uit 5 leden. Contract euro Fees artiesten euro Productiekosten euro Fee Belle Perez Fee Muziekanten Lonen mensen backstage Backline Catering Catering Geen ruling / kleinevergoedingsregeling Indien de organisator ( geen ruling heeft verkregen of ) geen KVB aanvraag heeft gedaan bij de tax administratie voor buitenlanders, is er geen vrijstelling voorzien voor de Nederlandse loonbelasting op het deel van de productiekosten. In dat geval betaalt de organisator 20% artist tax op de hele som. 56

57 Toch kan er een forfaitaire regeling worden toegepast, namelijk de hierboven vermelde kleinevergoedingsregeling. Dit mag men toepassen indien men géén kostenvergoedingbeschikking toepast. Concreet wil dit zeggen dat de belastbare basis verminderd met 5 x 136 euro X20% Er moet dus euro worden ingehouden op de gage door het festival om worden doorgestort aan de Nederlandse staat. Het netto bedrag is nog euro Ruling / Gezelschapskostenvergoedingsbeschikking Indien de organisator wel een kostenvergoedingbeschikking heeft aangevraagd, kan er een deel worden vrijgesteld van loonbelasting. De productiekosten moeten dan niet worden ingerekend in de belaste basis. Er zal dus 20% belast worden op euro, wat een totaal geeft van euro artist tax. 7.3 Een Belgische artiest gaat presenteren in Nederland Er is onlangs discussie ontstaan of Belle Perez moet belast worden in België of in Nederland indien zij op de Nederlandse zender een programma presenteert. De Nederlandse rechter oordeelde het volgende: Hij meent dat iedereen die entertaint een artiest is. De artistieke kwaliteit en het gehalte van entertainment zijn niet van belang. Er moet sprake zijn van een optreden in de media of voor het publiek, en dat optreden moet als entertainment of als artistiek worden beschouwd Van Duyse, K. (2006), Fiscale kroniek, Ook tv-presentatoren zijn artiesten, De Standaard Online, 20 april 2006, 11 mei

58 Haar prestaties moeten dus belast worden in Nederland, presentators worden beschouwd als muziek- en podiumkunstenaars. Later was ze naar Oostenrijk geweest om daar een deel op te nemen van het Nederlandse programma. Toen rees de vraag waar dat deel belast moest worden. De rechter besliste dat alles in Nederland moet worden belast omdat het daar wordt uitgezonden. De prestaties hangen samen met een publiek en dat is niet het geval in Oostenrijk. 58

59 8 Gevallenstudie 3 Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Mijn derde gevallenstudie gaat over een Amerikaanse artiest, Glenn Frey (The Eagles). We gaan ervan uit dat hij een zelfstandige artiest is. Hij is dus niet verbonden door een arbeidsovereenkomst. Normaal gezien zijn alle zelfstandige muziek- en podiumkunstenaars onderworpen aan 18% indien zij naar België komen optreden, maar Amerikaanse artiesten zijn een uitzondering op de regel. Het verdrag ter vermijding van dubbelbelasting tussen België en de Verenigde Staten is van toepassing sinds Indien dus een zelfstandige Amerikaanse gitarist naar België komt, wordt hij vrijgesteld van de artist tax die normaal aan de Belgische staat moet afgedragen worden. Toch zijn hier voorwaarden aan verbonden: - Ze mogen niet langer dan 90 dagen in België verblijven en - Hun inkomsten mogen niet hoger zijn dan dollar op jaarbasis Wordt één van deze voorwaarde geschonden, geldt de vrijstelling niet meer. 8.1 Glenn Frey krijgt dollar voor zijn optreden in België In dit geval zal hij vrijgesteld worden van 18% artist tax in België. Hij zal in eigen land belast worden (VS). Hij mag natuurlijk voor de rest van het jaar niet meer optreden in België en hij mag niet langer dan 90 dagen hier verblijven. Er is dus geen Belgische bedrijfsvoorheffing te betalen aan de Belgische staat. 8.2 Glenn Frey krijgt dollar voor zijn optreden in België In deze situatie zal Glenn Fey 18% artist tax moeten betalen. De tweede voorwaarde werd overschreden, dus de vrijstelling geldt niet meer. Het is niet zo dat er nog steeds een vrijstelling geldt voor de eerste dollar. Alles wordt belast. Er is een totale Belgische bedrijfsvoorheffing van 900 dollar te betalen aan de Belgische staat. 59

60 Besluit Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Hoezeer de fiscus en de overheid hun best doen, het blijft moeilijk om discussies uit de weg te gaan. Toch probeert de overheid meer duidelijkheid te creëren. Het nieuw sociaal statuut is er na veel haperingen doorgekomen. Hopelijk vaart de Belgische artiest er wel bij, maar dat zal pas na enkele jaren duidelijk worden. Er kan nu al gezegd worden dat de opkomst van vele SBK s een positief signaal geeft. Wat het fiscaal statuut betreft, moet men nog wachten. Hopelijk moet de artiest niet te lang wachten. Een belastingvermindering op vlak van de auteursrechten én een toegeving op vlak van een kosteninbreng tijdens een winstloze periode, zouden de artiesten meer ademruimte geven. Op Belgische vlak zijn er veel discussies, maar op internationaal niveau ligt het nog ingewikkelder. Er is wel een OESO-modelverdrag, maar door de individuele verdragen tussen landen, zijn er nog veel afwijkingen op de algemene regel. Door de vele verdragen, was het onmogelijk alles te bespreken. Vanuit het Belgisch standpunt is er een duidelijk beeld geschetst. Indien buitenlandse artiesten naar hier komen, kan men zeggen hoe men op vlak van inkomstenbelastingen moet aangeven. Indien een Belgische artiest naar een ander land gaat optreden, moet men naar de interne regeling van dat land én het eventueel verdrag tussen België en dat land kijken. Omdat het onmogelijk was om alle landen te bespreken, is er een casestudie over Nederland. Die maakt duidelijk dat er verschillen zijn met België. 60

61 Lijst van geraadpleegde werken Boeken Ballon, G. et al.(2005), Kunstenaarszakboekje, Kluwer, pp Van den Bergh, R. et al. (2002), Handels- en economische recht in hoofdlijnen, Intersentia. Coppens, W et al. (2001), Fiscale dossiers Vandewinckele, Fiscaal en sociaal statuut van sportbeoefenaars en artiesten, Diegem, Ced. Samson. Van Heuverswyn, P. (1998), Algemene principes van de internationale fiscaliteit, Standaard Uitgeverij. Reniers, J. et al. (2003), Fiscale wenken, Kunst en fiscus, Diegem, Ced. Samson, editie 2003, pp Artikels Van Duyse, K. (2005), Fiscale kroniek, Ook sport en cultuur hebben recht op gelijkheid, De standaard, 19 mei, p.63. Gse, (2005), Fiscaal statuut kunstenaar in de maak, De standaard, 27 oktober 2005, p.29. Ruysschaert, S. (2005), Auteurs- en reprografierechten: gevolgen inzake inkomstenbelasting, inzake B.T.W. en sociale zekerheid, Een pleidooi voor de positie van de auteur, Algemeen Fiscaal Tijdschrift, maart 2005, p JVD (2005), Naar bevrijdende voorheffing van 15% op auteursrechten?, Fiscoloog, 9 november 2005, 1002, p.5. Versoepeling voor buitenlandse artiesten en sportbeoefenaars (2001), Fiscoloog, 11 december 2005, 811, p.8. Niet-officiële publicaties Timmermans, J.-P. (2005), Management in muziek- en podiumkusten, Module 1, Administratief en financieel management binnen muziek- en podiumkunsten, Brussel, Hogeschool voor Wetenschap en Kunst, Departemant Muziek- en Podiumkunstenaars, Nietgepubliceerde cursus. Timmermans, J.-P. (2006), Management in muziek- en podiumkusten, Inkomstenbelasting, Brussel, Hogeschool voor Wetenschap en Kunst, Departement Muziek- en Podiumkunstenaars, Niet-gepubliceerde cursus. Merckx, P. & P. Verbanck (2000), Fiscus en cultuur, Deel 1: Bedrijfsvoorheffing buitenlandse artiesten, Brussel, Postuniversitair instituut van de economische hogeschool sint-aloysius en de fiscale hogeschool, Niet-gepubliceerde cursus. 61

62 Collectieve publicatie Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar A-magazine (2005), Spelregels in de kunst, Het statuut van de kunstenaar, Brussel, VCA. Mondelinge bronnen Wellens, N. (2005), Informeel gesprek, 18 oktober. Konings, W. (2005), Informeel gesprek, 27 oktober. Cornelis, A. (2005), Informeel gesprek, 4 november. Souvereuns, G. (2005), Infosessie, Het sociaal en fiscaal statuut van de kunstenaar, 14 november. Konings, W. (2006), Informeel gesprek, 9 maart. Moelker, P. (2006), telefoongesprek, 29 maart. Soevereins, G. (2006), telefoongesprek, 12 mei. Online-artikels Leysen, J. (2004), In de kijker, Leeswijzer, Wie verdient wat?, De standaard online, 23 oktober, 7 september Rasking, J. (1999), Kunstenaar wordt gemakkelijker werkloos, Minister Onkelinx versoepelt RVA-regels, De standaard online, 9 december 1999, 5 oktober Sels, G. & G. Tegenbos (2003), Statuut kunstenaar is goede eerste stap, De standaard online, 1 juli 2003, 5 oktober GSE (2003), Interimbureaus voor artiesten, De standaard online, 21 juni 2003,, 5 oktober Woon-werkverkeer - Fietsvergoeding: 0,15 euro per km (2003), Uitweg online, mei-juni 2003, 3 februari Deceunynck, F. (2005), Hoe kan ik mijn auto aftrekken als beroepskost?, Tijnet, 8 juni 2005, 3 februari Van Duyse, K. (2006), Fiscale kroniek, Ook tv-presentatoren zijn artiesten, De Standaard Online, 20 april 2006, 11 mei

63 World Wide Web page: Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Van Oycke, L. (2005), Hoe vult u uw belastingaangifte in?, Inkomsten 2004, 12 september, Online. Kunstenloket (2005), Inkomstenbelasting, 5 november 2005, Online. VTI (2005), Vlaams Theater Instituut, Steunpunt voor podiumkunsten, 5 november, Online. Matthijssens R. (2002), Belastingen voordelig of niet?, Jobrecht: werken in het buitenland (3), 5 oktober 2005, Online. Tax-advisers Leuven (2001), Rechtbank van eerste aanleg van Leuven - Vonnis van 05 oktober Rol nr 0/555/A, 5 oktober 2005, Online. Ernst & Young (2004), ieuwsarchief, Artiesten- en sportersbepaling uit OESO- Modelverdrag ziet niet op algemene vergoedingen, 5 oktober 2005, Online. Belastingsdienst (s.a.), Belastingverdragen, 5 oktober 2005, Online. VLAMO (2005), Verklaring op eer, 7 oktober 2005, Online. ACV (2005), Verklaring op eer, 7 oktober 2005, Online. VLAMO (2005), Vergoedingsregeling voor artistieke prestaties en vrijwilligerswerk, 26 oktober 2005, Online. Ministerie van Financiën (2005), Beroepskosten, 13 november 2005, Online. ACERTA (2005), Startersgids kunstenaar artiest, 28 november 2005, Online. RSVZ (2006), Commissie Kunstenaars, 2 februari 2006, Online. Mobiel Vlaanderen (2006), Je verplaatsen, 3 februari 2006, Online. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie (2006), Beroepsinkomsten, vrijgestelde inkomsten, beroepskosten, bepaling van het netto-bedrag van de beroepsinkomsten en uitgaven die recht geven op een belastingvermindering, 3 februari 2006, Online. 63

64 Mesotten (2006), Overzichtstabel aftrekbare bedrijfslasten en BTW, 3 februari 2006, Online. Federale Overheidsdienst Financiën (2005), FAQ Wegwijs in de fiscaliteit van uw auto, 3 februari 2006, Online. URADEX (2006), Wat is het naburige recht?, 3 februari 2006, Online. Federale Overheidsdienst Financiën (2006), Fisconet, 7 februari 2006, Online. Ministerie van Financiën (2006), Fiscaal Memento, 3 maart 2006, Online Federale Overheidsdienst Financiën (2006), Internationaal, 1 april 2006, Online. All arts (2006), Artiesten en belastingregels, 26 februari 2006, Online. Federale Overheiddienst (2006), Verdrag tussen het koninkrijk België en het koninkrijk der ederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belastingen inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, 26 februari 2006, Online. De Belgische Senaat (2006), Register betreffende beroep in de kunst (Alles van 1995 tot nu), 2 maart 2006, Online. SABAM (2006), Het auteursrecht, Wat houdt het in?, 8 mei 2006, Online. Moelker, P. (2006), Casestudie 2, 5 april, aan 5 april, Online. Demil, M. (2006), Vraag i.v.m. eindwerk, 5 april, aan 5 april, Online. Konings, W. (2006), Casestudie, 27 maart, aan 28 maart, Online. Moelker, P. (2006), Eindwerk, 27 maart, aan 28 maart, Online. Van Oycke, L. (2006), ieuw wetsvoorstel, 17 januari, aan 20 januari, Online. 64

65 Van Oycke, L. (2006), Auteursrechten, 28 oktober, aan 28 oktober, Online. Moelker, P. (2006), Vonnissen m.b.t. artikel 17 2, 10 mei, aan 11 mei, Online. Wetteksten, decreten, K.B. s en MB s: OESO-modelverdrag WETSVOORSTEL tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, Philippe Monfils, SMART & SABAM (2005), persbericht, Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992, Brussel, 26 oktober K.B. van 3 juli 2005 inzake kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars ARREST C 75/2 Arrest van het Hof van Cassatie dd ARREST BR1 05/1 Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge dd V08_volledig.pdf CIRCULAIRE nr. Ci.R.Div./ (AOIF 3/2002) dd Com.I.B. nr. 275/190 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN LEUVEN - Vonnis van 05 oktober Rol nr 0/555/A BERICHT van de administratie aan de inrichters van vertoningen in België, 2002 MONDELINGE VRAAG van de heer Jean Cornil aan de minister van Financiën over «het fiscaal statuut van de kunstenaars» (nr ) HOF VAN BEROEP VAN GENT Vonnis van 21 maart

66 Bijlagen Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar Bijlage I: Zelfstandigheidsverklaring voor artiesten Bijlage II: Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 Bijlage III: Persbericht SABAM en SMART Bijlage IV: Fiche (jaar 2005) Bijlage V: Attest betreffende de betaling van bedrijfsvoorheffing verschuldigd terzake van de inkomsten van de podiumkunstenaars of sportbeoefenaars, niet-inwoners, die in België optreden. 66

67 Bijlage I: Zelfstandigheidsverklaring voor artiesten

68

69

70

71

72

73 Bijlage II: Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 WETSVOORSTEL TOT WIJZIGI G VA HET WETBOEK VA DE I KOMSTE BELASTI GE 1992 SAME VATTI G De auteursrechten en de naburige rechten waarvan sprake in de hoofdstukken I & II van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten kunnen overeenkomstig de artikelen 3 en 33 van die wet onder meer worden vervreemd of in licentie worden ondergebracht. De van zulke verrichtingen afkomstige inkomsten kunnen aan drie verschillende aanslagstelsels worden onderworpen: deze inkomsten kunnen als beroepsinkomsten of als diverse inkomsten worden aangemerkt, maar ook als roerende inkomsten wanneer ze afkomstig zijn van de concessie van auteursrechten of naburige rechten. Artikel 37 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (W.I.B. 1992) bepaalt dat inkomsten van roerende goederen echter als beroepsinkomsten worden aangemerkt wanneer die roerende goederen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten. Overeenkomstig die bepaling worden inkomsten uit de concessie van auteursrechten en naburige rechten derhalve als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer de verkrijger ervan ze gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid. Dat laatste leidt echter tot tal van discussies in zowel de rechtsleer als de rechtspraak. Ook blijft er discussie bestaan wat betreft de fiscale kwalificatie van inkomsten verkregen op grond van een uitgavecontract. Om die discussies ongedaan te maken en alle kunstenaars rechtszekerheid te bieden, maar ook om het uitoefenen van artistieke activiteiten in ons land te steunen, bepaalt dit voorstel dat de vergoedingen voor de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten, toegekend in het kader van de uitoefening van artistieke activiteiten, als diverse inkomsten worden belast tegen een uniforme aanslagvoet van 15%. Deze diverse inkomsten worden onderworpen aan een bevrijdende roerende voorheffing. MEMORIE VA TOELICHTI G ALGEMENE BESCHOUWINGEN Het nieuwe kunstenaarsstatuut in de sociale zekerheid Op 1 juli 2003 zijn de nieuwe wetsbepalingen betreffende het statuut van de kunstenaar in werking getreden (programmawet van 24 december 2002, BS 31 december 2002, art. 170 tot 184). Dat nieuwe statuut, dat een einde maakt aan verschillende decennia van rechtsonzekerheid, gebrekkige bescherming en onmogelijkheid om zich als zelfstandige kunstenaar aan te sluiten, strekt ertoe de kunstenaars op te nemen in een afdoend stelsel van sociale bescherming. De nieuwe regelgeving onderwerpt elke persoon die tegen betaling van een loon in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie artistieke prestaties levert en/of artistieke werken produceert ten bate van een opdrachtgever, aan de sociale zekerheid der werknemers. Aan die onderwerping ontsnappen alleen: - de kunstenaars die op hun verzoek een zelfstandigheidsverklaring hebben verkregen van de «Commissie Kunstenaars» waaruit blijkt dat ze zich in een socio-economische situatie van zelfstandige bevinden, - de kunstenaars die handelen in het kader van een rechtspersoon waarvan ze mandataris zijn, en - de kunstenaars die handelen in het kader van gebeurtenissen in hun familie. Bovendien kunnen deze artistieke prestaties of werken tijdelijke arbeid uitmaken als ze worden geleverd of geproduceerd ten bate van occasionele werkgevers.

74 Samengevat worden sinds juli 2003 alle kunstenaars die in opdracht werken, op het vlak van de sociale zekerheid als werknemers behandeld, tenzij ze een zelfstandigheidsverklaring verkrijgen of als mandataris van hun vennootschap handelen, en zij mogen sindsdien, voor occasionele werkgevers, hun werkzaamheid verrichten in het kader van tijdelijke arbeid. Dit nieuwe sociaal statuut van de kunstenaar betreft alleen de sociale zekerheid en tijdelijke arbeid. De noodzaak van een fiscaal statuut voor de inkomsten uit artistieke activiteiten Retroacta Reeds meer dan 15 jaar leiden studies in zowel België als de Europese Unie 62 en gesprekken in de betrokken beroepskringen 63 tot de conclusie dat het nodig is een doeltreffender verzekerbaarheid voor kunstenaars te organiseren, maar ook een belasting van hun inkomsten die dichter aansluit bij hun bijdragecapaciteit 64. Een recentere studie, gemaakt voor de Belgische overheid 65, komt tot dezelfde conclusies en sluit aan bij het standpunt van het Europees Parlement daarover 66 : er moeten regels voor de belastingheffing op inkomsten uit artistieke werkzaamheden worden aangenomen die garanderen dat ze op een soortgelijke manier worden behandeld als de inkomsten van andere burgers. Waarom? Hoewel artistieke beroepen lijken op vrije beroepen en onderzoeksberoepen, beschikken zij niet over dezelfde wapens om hun afhankelijkheid van een tegelijk complexe en wisselvallige vraag te verminderen, en zij staan bloot aan specifieke risico's en afhankelijkheden waarmee de andere beroepen niet te kampen hebben: - creativiteitsrisico, - risico verbonden aan het onregelmatig karakter van de bezoldigde werkzaamheid, afgewisseld met noodzakelijke maar onbezoldigde creatieve periodes, - risico verbonden aan het prototypisch karakter eigen aan artistieke producten en prestaties, - risico verbonden aan de wisselvalligheden van succes en de mode 67. Deze bijzondere factoren onderscheiden ze van andere nauwverwante beroepscategorieën, zoals wetenschappers en industriële uitvinders, die echter werken met objectieve elementen (wetenschap) in plaats van subjectieve elementen (verbeeldingswereld) en in een gestructureerder professioneel kader (toegang tot het beroep, academisch of industrieel onderzoek). De inkomsten uit artistieke activiteiten zijn van nature uit wisselvallig en bescheiden (zie cijfers van SABAM) en worden pas opgestreken na lange, onbezoldigde periodes van schepping waarin de kunstenaars moeten investeren 62 V. A. Nayer et S. Capiau, Le Droit social et fiscal des Artistes, Bruxelles, 1987, Ed. P. Mardaga ; S. Capiau, La Qualification et la variabilité des revenus des artistes au regard du droit fiscal et du droit de la sécurité sociale des Etats Membres de la C.E.E., Etudes Secteur Culturel, 1990, X/CULTURE/1/90, 261 pp. 63 Rondetafel voor de kunstenaars van tot Een statuut voor de kunstenaars. Praktische oplossingen inzake sociale zekerheid en fiscaliteit van de kunstenaars. Eindverslag van de rondetafelbesprekingen A. Nayer, X. Parent, J. Van Langendonck, Etude ayant pour objet une analyse de l importance de l activité artistique dans l économie belge et les possibilités de l augmenter par une réforme du statut social et fiscal des artistes Rapport final adressé à l Etat belge, représenté par le Ministre de l économie et de la recherche scientifique, avril pp. 66 Notulen van 09/03/1999 Situatie en rol van kunstenaars (procedure zonder debat) A4-0103/1999 Resolutie over de situatie en de rol van kunstenaars in de Europese Unie : «Het Europees Parlement 17. verzoekt de lidstaten op het gebied van belastingheffing: - over te gaan tot een spreiding van de inkomsten over meerdere jaren, gezien het onregelmatig karakter van de artistieke werkzaamheden,» 67 S. Capiau, La Création d un environnement juridique et économique approprié pour les activités artistiques Nécessité et urgence d une intervention publique, Conseil de l Europe, DGIV/CULT/MOSAIC(2000)22.

75 (bijvoorbeeld: voorbereiden van een tentoonstelling, schrijven van een roman gedurende verschillende jaren; componeren en opnemen van muziek en exploitatie tijdens de jaren daarna). Deze inkomsten ondergaan dan ten volle de progressieve belastingheffing terwijl ze betrekking hebben op voorgaande activiteitsperiodes. Eén categorie inkomsten is nog meer het slachtoffer van dit fenomeen, namelijk de auteursrechten en naburige rechten die de kunstenaars ontvangen voor het gebruik van hun werken en/of vertolkingen. Deze inkomsten zijn uiterst wisselvallig omdat ze afhangen van de exploitatie van de rechten door derden en van mediasucces. De toestand in andere landen Andere Europese landen hebben al maatregelen getroffen om rekening te houden met de financiële meerkosten die betrekking hebben op de inkomsten van kunstenaars en voortvloeien uit de progressieve belastingheffing. In dit verband kan het geval van Frankrijk worden vermeld, waar kunstenaars kunnen vragen om belast te worden op basis van een inkomen dat gelijk is aan het gemiddelde van de opbrengsten van het aanslagjaar en de twee of vier voorgaande jaren. Die mogelijkheid wordt geboden voor de gages verminderd met de beroepskosten, de auteursrechten en de naburige rechten afkomstig van literaire, wetenschappelijke of artistieke productie, die onderworpen zijn aan het stelstel van gecontroleerde aangifte 68. Sinds 1995 kunnen kunstenaars in Québec in aanmerking komen voor de jaarlijkse belastingvrijstelling van hun inkomsten aan auteursrechten voor een maximaal bedrag van Can$. Deze maatregel, die in 2001 verbeterd en vervolgens in 2003 verruimd werd, zal worden uitgebreid tot uitvoerende kunstenaars. Bovendien heeft de Minister van Financiën aangekondigd dat kunstenaars hun inkomsten ook mogen spreiden zodra ze Can$ en meer bereiken 69. De auteursrechten en naburige rechten van uitvoerende kunstenaars Auteursrechten en naburige rechten spelen op alle gebieden van kunst, of het nu gaat om audiovisuele en beeldende kunsten, muziek, literatuur, spektakel, theater of choreografie. De wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (AW) (BS 27 juli 1994) kent aan de auteurs van werken en aan de uitvoerende kunstenaars op hun vertolking vermogensrechten toe. Dat zijn roerende rechten die overgaan bij erfopvolging en vatbaar zijn voor gehele of gedeeltelijke overdracht, volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Ze kunnen onder meer worden vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie worden ondergebracht (art. 3 en 33, AW). Het huidige stelsel van belastingheffing op auteursrechten en naburige rechten Vandaag de dag is de fiscale behandeling van deze inkomsten bijzonder onzeker. Ze kunnen immers worden belast als: - werknemersbezoldigingen, niet alleen in geval van een arbeidsovereenkomst, maar ook ingevolge de inwerkingtreding van het nieuwe kunstenaarsstatuut op 1 juli 2003 (art. 30 W.I.B. 1992), - baten uit een vrij beroep (art. 27 W.I.B. 1992), - exploitatiewinst (art. 24 W.I.B. 1992), - winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid (art. 28 W.I.B. 1992), - inkomsten uit occasionele verrichtingen (art. 90, 1 W.I.B. 1992), - inkomsten van concessie van roerende goederen (art. 17, 3 W.I.B. 1992). 68 Art. 84A en 100 bis van het belastingwetboek 'Code général des impôts'. 69 «Pour mieux vivre de l Art Plan d action pour l amélioration des conditions socioéconomiques des artistes», juin 2004, Ministre de la Culture et des communications, 33 pp., sp. p.22 et 23.

76 In dat laatste geval bepaalt artikel 37 van het W.I.B dat de inkomsten van roerende goederen als beroepsinkomsten worden aangemerkt «wanneer die goederen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid». Deze notie «gebruik voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid» heeft zowel in de rechtsleer als in de rechtspraak tot diverse discussies geleid, waardoor zowel de schuldenaars als de verkrijgers van zulke inkomsten in rechtsonzekerheid verkeren aangaande de fiscale behandeling van die inkomsten. Het huidige aanslagstelsel voor de vergoedingen van auteursrechten en naburige rechten varieert afhankelijk van verschillende parameters: - naargelang het professionele parcours van de al dan niet professionele verkrijger: volgens de door het Hof van Cassatie tot regel verheven uitdrukking wordt de beroepswerkzaamheid gekenmerkt door een geheel van verrichtingen die voldoende frequent zijn en onderling verband houden; kunstenaars hebben vaak grillige carrières, waarbij frequent onderbrekingen of opschortingen kunnen voorkomen en waarbij het professionele karakter van de werkzaamheid wisselt; - naargelang het statuut waaronder die werkzaamheid wordt uitgeoefend: werknemers- of zelfstandigenstatuut, dat kan variëren en tijdens eenzelfde periode zelfs gecombineerd kan worden, en ook - naargelang de burgerrechtelijke kwalificatie van de auteurs- of uitvoederscontracten die de betrokkenen hebben gesloten (cessie of concessie van rechten). Op te lossen problemen De huidige situatie is bijzonder onaangenaam. De grootste schuldenaars van deze inkomsten, namelijk de beheersvennootschappen van rechten, kunnen de feitelijke elementen niet kennen die nodig zijn voor het opmaken van de belastingfiches (bijvoorbeeld fiche , waarvan de opmaak vereist is in geval van betaling van inkomsten die belastbaar zijn als baten) bestemd om de administratie over de gedane stortingen in te lichten. De verkrijgers van de vergoedingen verkeren in de grootste onzekerheid wat het aanslagstelsel van die vergoedingen betreft omdat ze krachtens artikel 17 van het W.I.B als roerende inkomsten belastbaar zijn tegen 15 %, behalve wanneer dat vermogen wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten, op grond van artikel 37 van datzelfde Wetboek. De notie «gebruik voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten» is in zowel de rechtsleer als de rechtspraak omstreden (Trib. Bruxelles, 18 avril 2002, Act. Fisc., 2002, n 38, pp. 5-6, A. Rayet, «Après le décès de l auteur, les droits d auteur sont-ils soumis à l impôt des personnes physiques?», AM, 1998, ; J. Ghysbrecht, «La nature fiscale du droit d auteur», in Mélanges John Kirkpatrick, pp ). Bovendien heeft de rechtspraak bepaalde auteursrechten reeds als bezoldigingen aangemerkt op basis van de artikelen 23 en 30 van het W.I.B (Cass., 15 septembre 1997, R.G. S960128F, R.G.F. 1998, nr. 2, pp. 70 à 74, avec note D. Deschrijver). Zoals verder uitvoeriger aangegeven, doen er zich ook moeilijkheden voor met de kwalificatie van inkomsten ontvangen krachtens overeenkomsten tussen de auteurs en hun uitgeversfirma's. Die overeenkomsten kunnen immers, naargelang hun eigen kenmerken, een cessie of concessie van rechten inhouden. Doelstellingen van dit voorstel Dit wetsvoorstel streeft twee doelen na: - enerzijds de vergoedingen van auteursrechten en naburige rechten belasten door de financiële meerkosten waaraan zij blootstaan en die voortvloeien uit hun onregelmatige en wisselvallige karakter te elimineren; - anderzijds de regels van belastingheffing op die inkomsten verduidelijken en vereenvoudigen wat betreft de kwalificatie ervan, vervolgens op het vlak van de aftrekbare kostenforfaits en ten slotte op het vlak van de voorafbetaling van de belasting via roerende voorheffing.

77 Voorgestelde oplossingen De voorgestelde bepalingen strekken ertoe een nieuwe categorie diverse inkomsten in het leven te roepen (artikel 90, 12 W.I.B. 1992) zodat de inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten of naburige rechten, op artistieke prestaties of werken, buiten het toepassingsgebied van de artikelen 17, 23 en volgende en artikel 37 (beroepsgebruik) van het W.I.B vallen. De beoogde vergoedingen van auteursrechten en naburige rechten betreffen alleen die met betrekking tot de kunsten vermeld in de voornoemde hervorming van het kunstenaarsstatuut van 24 december 2002, namelijk «de audiovisuele en de beeldende kunsten, de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie», maar ongeacht het statuut werknemer of zelfstandige van de verkrijger, dat in de tijd voor erg korte periodes kan wisselen en gedurende eenzelfde periode zelfs gecombineerd kan worden. Die inkomsten worden dus uitsluitend belast als diverse inkomsten. Ze worden onderworpen aan een afzonderlijke heffing tegen een uniforme aanslagvoet van 15 %. Daardoor worden de onrechtvaardige gevolgen voorkomen van de progressieve belasting op die van nature uit wisselvallige en onregelmatige inkomsten. Het forfait van aftrekbare kosten, bepaald in de artikelen 3 en 4 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (15 of 85% naargelang het geval), blijft op die inkomsten van toepassing, behoudens aftrek van de werkelijke kosten. Ten slotte verzekert de bronheffing van 15% roerende voorheffing op die inkomsten de overheid van een snelle belastingontvangst. De voorheffing is bevrijdend voor de verkrijgers van de inkomsten. In bijlage 1 bevindt zich een officieuze coördinatie van de gewijzigde wetsbepalingen. Technische rechtvaardiging Door inkomsten uit de cessie en de concessie van rechten op dezelfde manier te behandelen worden de netelige problemen verbonden aan het onderzoek van de rechtenovereenkomsten door de belastingadministratie (met name uitgavecontracten) en door de schuldenaars van de vergoedingen, die de roerende voorheffing verschuldigd zijn, voorkomen en wordt de rechtszekerheid gewaarborgd. Er is dan immers geen reden meer om overeenkomsten, die in veel sectoren (literaire uitgave, audiovisuele of fonografische productie, enz.) niet altijd even duidelijk zijn, te interpreteren. Daarmee wordt de taak vereenvoudigd van degenen die de roerende voorheffing verschuldigd zijn en die de rechtenovereenkomsten niet altijd kennen (collectieve beheersvennootschappen van rechten). Deze maatregel ondersteunt ook beginnende kunstenaars, die vaak verplicht worden afstandscontracten te sluiten, terwijl ervaren of in onderhandelingen sterker staande kunstenaars makkelijker concessies van rechten in hun voordeel kunnen afdwingen. Na de hervorming van het sociaal statuut van de kunstenaar, dat de toepassing van het sociaal statuut van werknemers veronderstelt tenzij socio-economische omstandigheden op zelfstandigheid wijzen, wordt zo voorgoed duidelijkheid geschapen over de kwalificatie van die inkomsten op fiscaal vlak. TOELICHTI G VA DE ARTIKELE Artikel 1 Overeenkomstig artikel 83 van de Grondwet bepaalt dit artikel dat deze wet een aangelegenheid regelt als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

78 Artikel 2 Dit artikel strekt ertoe artikel 90 van het W.I.B aan te vullen met een 12, waarbij de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten, op artistieke prestaties of werken, als diverse inkomsten worden aangemerkt. Deze piste werd gekozen omdat ze het geschiktst is om de toepassing van de voorgestelde maatregel op alle kunstenaars mogelijk te maken en om hun rechtszekerheid te bieden. De artistieke activiteiten waarvan de inkomsten aan auteursrechten of naburige rechten onder dit wetsvoorstel vallen, zijn het leveren van artistieke prestaties en het produceren van artistieke werken zoals bedoeld in artikel 1 bis, 2 de paragraaf, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals gewijzigd door artikel 170 van de programmawet van 24 december Dat artikel bepaalt dat onder «het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken» dient te worden verstaan de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke œuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie. De verwijzing naar het sociaal recht blijft hier beperkt tot de omschrijving van de artistieke werkzaamheden. Het in dit voorstel voorgestelde fiscale stelsel zal op dergelijke werkzaamheden van toepassing zijn, ongeacht het sociaal statuut van de verkrijger van de inkomsten. Artikel 3 Dit artikel strekt ertoe artikel 97 van het W.I.B aan te vullen om te bepalen dat het nettobedrag van de in artikel 90, 12 van datzelfde Wetboek vermelde inkomsten in aanmerking worden genomen naar het brutobedrag ervan verminderd met de werkelijke kosten, en dat de Koning ook de toepassing van het kostenforfait van toepassing op inkomsten van kapitalen en roerende goederen tot deze inkomsten kan uitbreiden. Dit stelsel van forfaitaire kosten is bepaald in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het W.I.B De Koning zal van de macht die hem in het voorstel bij dit artikel 97 wordt verleend, gebruik maken om het koninklijk besluit in die zin te wijzigen. Artikel 4 Dit artikel strekt ertoe artikel 103 van het W.I.B 1992 aan te vullen met een 4 de paragraaf, waarin wordt bepaald dat de verliezen die in de tien vorige belastbare tijdperken zijn geleden bij het uitoefenen van de werkzaamheden vermeld in het nieuwe artikel 90, 12 van datzelfde Wetboek, mogen worden afgetrokken van de inkomsten die uit die werkzaamheden voortvloeien. Dit stelsel van overdracht van fiscale verliezen is gelijk aan het stelsel dat momenteel in artikel 103 bepaald staat voor bepaalde andere diverse inkomsten, namelijk de inkomsten vermeld in de leden 1, 8 en 10 van artikel 90 van het W.I.B De periode van overdraagbaarheid van de verliezen is echter uitgebreid tot tien jaar om rekening te houden met de periode van schepping van bepaalde artistieke werken, die soms vrij lang is en geen inkomsten oplevert, gelet op het feit dat de inkomsten aan auteursrechten op artistieke werken bovendien over lange periodes gespreid kunnen zijn. Artikel 5 Dit artikel strekt ertoe artikel 171, eerste lid, 2 bis, a) van het W.I.B aan te vullen om te bepalen dat de inkomsten vermeld in artikel 90, 12 van datzelfde Wetboek onderworpen zijn aan een afzonderlijke heffing tegen een aanslagvoet van 15%. Artikel 6 Dit artikel strekt ertoe artikel 261, 1 van het W.I.B aan te vullen om te bepalen dat de schuldenaars van de inkomsten vermeld in artikel 90, 12 van datzelfde Wetboek roerende voorheffing verschuldigd zijn.

79 Artikel 7 Dit artikel strekt ertoe artikel 268 van het W.I.B aan te vullen met een 2 de lid, waarin wordt bepaald dat wat de inkomsten vermeld in het voorgestelde artikel 90, 12 betreft, de roerende voorheffing wordt ingehouden op het brutobedrag van de inkomsten verminderd met de forfaitaire kosten van toepassing op die inkomsten. De schuldenaar van deze inkomsten en van de roerende voorheffing zal deze voorheffing dus inhouden, rekening houdend met de forfaitaire kosten vermeld in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het W.I.B. 1992, waarbij de verkrijger van dergelijke inkomsten nog altijd de mogelijkheid heeft om ze aan te geven in zijn jaarlijkse belastingaangifte en een hoger bedrag aan werkelijke kosten in te brengen, wat tot een mogelijke terugbetaling van roerende voorheffing kan leiden. Artikel 8 Dit artikel strekt ertoe artikel 269, eerste lid, 1 van het W.I.B aan te vullen om de roerende voorheffing op de inkomsten vermeld in artikel 90, 12 van datzelfde Wetboek, vast te stellen op 15%. Artikel 9 Dit artikel strekt ertoe artikel 313, eerste lid, van het W.I.B aan te vullen om te bepalen dat de verkrijgers van inkomsten vermeld in artikel 90, 12 van datzelfde Wetboek een vrijstelling van aangifte genieten wanneer er roerende voorheffing is gekweten. De op deze inkomsten ingehouden roerende voorheffing is bevrijdend. Artikel 10 Dit artikel voegt een overgangsbepaling toe, opgenomen in het nieuwe artikel 528 van het W.I.B De voorgestelde overgangsbepaling is bedoeld om te voorkomen dat de verkrijgers van rechten ontvangen ten gevolge van het overlijden van de auteur en voor werken gebruikt voor het uitoefenen van diens beroepswerkzaamheid tweemaal worden belast. De waarde van het recht dat de rechtverkrijgenden van de auteur bezitten om diens werken te exploiteren, vormt een meerwaarde op een immaterieel vast actief gebruikt voor het uitoefenen van een vorige beroepswerkzaamheid en is belastbaar op grond van artikel 28, eerste lid, van het W.I.B 1992 zodra die meerwaarde verkregen of vastgesteld wordt uit hoofde of naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de beroepswerkzaamheid van de auteur (meestal in de aangifte van nalatenschap). Overeenkomstig het voorgestelde artikel 528 zullen de vergoedingen die de rechtverkrijgenden van de auteur vanaf de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel ontvangen, niet worden belast indien een dergelijke meerwaarde vóór de inwerkingtreding van dit voorstel wordt vastgesteld en zoals hierboven aangegeven wordt belast. Op die manier wordt een dubbele belastingheffing eerst op de meerwaarde als beroepsinkomsten en vervolgens op de inkomsten afkomstig van de concessie van de ontvangen rechten voorkomen. Deze bepaling geldt alleen voor de inkomsten vermeld in artikel 90, 12 van het W.I.B waarvan de meerwaarde werd vastgesteld vóór de datum van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel. Artikel 11 Dit artikel regelt de inwerkingtreding. De in dit voorstel vermelde inkomsten, ontvangen vanaf 1 januari 2006, zullen voortaan als diverse inkomsten worden belast tegen een afzonderlijke aanslagvoet van 15 %, middels inhouding van de bevrijdende roerende voorheffing tegen de desbetreffende aanslagvoet.

80 VOOR-WETSVOORSTEL Ter advies voorgelegd aan de Raad van State Voor-wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Artikel 2 In artikel 90 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt een 12 ingevoegd, luidend als volgt: «in afwijking van enige andere bepaling van dit Wetboek, de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten vermeld in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, op artistieke prestaties of werken zoals vermeld in artikel 1 bis, 2 de paragraaf, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.» Artikel 3 1. In artikel 97 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 worden tussen de woorden «in artikel 90, 1» en «vermelde» de woorden: «en 12» ingevoegd. 2. In artikel 97 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt: «De Koning kan, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de toepassing van artikel 22, 3, van dit Wetboek uitbreiden tot in artikel 90, 12 vermelde inkomsten.» Artikel 4 In artikel 103 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt een vierde paragraaf ingevoegd, luidend als volgt: «4. Het bepaalde in 1 geldt eveneens voor verliezen die in de tien vorige belastbare tijdperken zijn geleden bij het uitoefenen van werkzaamheden als vermeld in artikel 90, 12.» Artikel 5 Vrije vertaling SABAM In artikel 171, eerste lid, 2 bis, a) van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 worden tussen de woorden «in artikel 90, 5 tot 7» en «vermelde» de woorden:

81 «en 12» ingevoegd. Artikel 6 In artikel 261, 1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 worden tussen de woorden «in artikel» en «verschuldigd zijn» de woorden «90, 6 of 11» vervangen door: «90, 6, 11 of 12» In artikel 261, 1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 worden na de woorden «en inkomsten als bedoeld in artikel» de woorden «90, 6 en 11» vervangen door: «90, 6, 11 en 12» Artikel 7 In artikel 268 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt: «De roerende voorheffing op de inkomsten vermeld in artikel 90, 12, wordt berekend op het brutobedrag van die inkomsten verminderd met het bedrag van de forfaitaire kosten vermeld in artikel 97, tweede lid.» Artikel 8 Artikel 269, eerste lid, 1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met: «, en 12» Artikel 9 In artikel 313, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 worden tussen de woorden «de vergoedingen vermeld in artikel 90, 11» en «te vermelden» de woorden: «noch de inkomsten vermeld in artikel 90, 12» ingevoegd. Artikel 10 Aan het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 528 toegevoegd, luidend als volgt: «Artikel 171, 2 bis, a) is niet van toepassing op de inkomsten vermeld in artikel 90, 12, ontvangen vanaf 1 januari, die vóór die datum reeds zijn belast op grond van artikel 28, eerste lid.» Artikel 11 Deze wet treedt in werking op 1 januari Vrije vertaling SABAM

82 Bijlage III: Persbericht SABAM en SMART Persbericht Brussel, 26 oktober 2005 Sinds juli 2003 beschikken alle kunstenaars, na decennia van discussies, over een toegang tot de sociale zekerheid die hun eenzelfde sociale bescherming biedt als gelijk welke werknemer. Wat de verbetering van hun fiscaal statuut betreft, die nochtans in het paarse regeerakkoord van juni 1999 aangekondigd werd, werden geen maatregelen getroffen. Onze wetgeving houdt geen rekening met de specifieke factoren waaraan de inkomsten uit artistieke activiteiten onderhevig zijn. Die inkomsten zijn van nature uit wisselvallig en meestal bescheiden en worden pas opgestreken na lange, onbezoldigde periodes van schepping waarin de kunstenaar moet investeren en zware kosten moet dragen. Een deel van die inkomsten zijn vergoedingen van auteursrechten en naburige rechten. Die zijn uiterst wisselvallig omdat ze afhangen van de exploitatie van de werken of prestaties door derden en van mediasucces. Vandaag de dag is de fiscale kwalificatie ervan ingewikkeld en onzeker. Deze inkomsten kunnen worden aangemerkt als roerende inkomsten, diverse inkomsten of beroepsinkomsten, die aan verschillende aanslagvoeten onderworpen zijn: - roerende inkomsten als ze worden verkregen uit de concessie van roerende goederen (waaronder auteursrechten of naburige rechten), - diverse inkomsten als ze voortvloeien uit de uitoefening van een occasionele werkzaamheid en niet verkregen zijn uit de concessie van roerende goederen, - beroepsinkomsten als ze voortvloeien uit de uitoefening van een beroepswerkzaamheid. Deze kwalificatie leidt tot uiteenlopende interpretaties en voortdurende discussies met de belastingadministratie en voor Hoven en Rechtbanken. Om aan die rechtsonzekerheid, waarmee alle kunstenaars te kampen hebben, een einde te maken en het uitoefenen van artistieke activiteiten in ons land meer te steunen, wordt het volgende systeem voorgesteld: Voortaan worden de inkomsten uit de exploitatie van werken of prestaties door derden (auteursrechten en naburige rechten) als diverse inkomsten, van roerende aard, aangemerkt en belast tegen een uniforme aanslagvoet. Die belasting wordt aan de bron geheven door de invoering van een bevrijdende roerende voorheffing op die inkomsten. Voor die inkomsten mogen forfaitaire kosten worden afgetrokken. Het systeem is eenvoudig: één vak, één aanslagvoet, forfaitaire kosten, een bevrijdende voorheffing voor het geheel, juridische en financiële zekerheid voor de kunstenaars en de administratie, het einde van de onrechtvaardige gevolgen van de progressieve belasting op die wisselvallige en onregelmatige inkomsten. Inlichtingen: Thierry Dachelet, Directeur de la Communication Aarlenstraat, Brussel. Tel: 02/ Fax: 02/ GSM:

83 Bijlage IV: Fiche (jaar 2005) Inkomstenbelasting van muziek- en podiumkunstenaar

De fiscale regeling voor inkomsten uit de exploitatie van auteurs- en naburige rechten: een stand van zaken

De fiscale regeling voor inkomsten uit de exploitatie van auteurs- en naburige rechten: een stand van zaken De fiscale regeling voor inkomsten uit de exploitatie van auteurs- en naburige rechten: een stand van zaken Wat houdt deze regeling in? Lange tijd was er discussie in welk vak van de belastingaangifte

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN Algemene administratie van de FISCALITEIT Inkomstenbelastingen AANGIFTE IN DE ROERENDE VOORHEFFING

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN Algemene administratie van de FISCALITEIT Inkomstenbelastingen AANGIFTE IN DE ROERENDE VOORHEFFING Bestemd voor de Administratie Datum van ontvangst van de aangifte:.. FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN Algemene administratie van de FISCALITEIT Inkomstenbelastingen AANGIFTE IN DE ROERENDE VOORHEFFING

Nadere informatie

Fiscale aspecten van de vergoeding van officials. Jan LAMMENS

Fiscale aspecten van de vergoeding van officials. Jan LAMMENS Fiscale aspecten van de vergoeding van officials Jan LAMMENS Vooraf: vrijwilligersvergoedingen Niet het voorwerp van vanavond want beperkte mogelijkheden tot vergoeding Principes - Gelegenheidswerk voor

Nadere informatie

De werkgever kan zich er evenwel toe verbinden om deze verplaatsingskosten te laste te nemen.

De werkgever kan zich er evenwel toe verbinden om deze verplaatsingskosten te laste te nemen. Vorstlaan 280 1160 Brussel Tel +32 2 761 46 00 Fax +32 2 761 47 00 www.claeysengels.be info@claeysengels.be VERPLAATSINGSKOSTEN TUSSEN DE WOONPLAATS EN DE VASTE PLAATS VAN TEWERKSTELLING www.iuslaboris.com

Nadere informatie

Hoe worden kunstenaars vergoed? Michael Van den Eynde 27 april 2013

Hoe worden kunstenaars vergoed? Michael Van den Eynde 27 april 2013 Hoe worden kunstenaars vergoed? Michael Van den Eynde 27 april 2013 Overzicht 20 december 2012 1. Kunstenaarsstatuut 2. Wat is een artistieke prestatie? 3. Vergoeding voor een artistieke prestatie 3.1.

Nadere informatie

VOORBEREIDING VAN DE AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING

VOORBEREIDING VAN DE AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING blz. 11 VOORBEREIDING VAN DE AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING Aanslagjaar 2011 - Inkomsten van het jaar 2010 DEEL 2 Vul hierna de vakken in die u aanbelangen. (Lees eerst aandachtig de toelichting) Opgelet!

Nadere informatie

3.3.1. Het tariefverschil

3.3.1. Het tariefverschil www.vdvaccountants.be 49 3.3. Motieven van fiscale aard Werken met een vennootschap kan in de fiscale context motieven hebben die zowel betrekking hebben op de inkomstenbelasting als op de successierechten.

Nadere informatie

KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR)

KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR) KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR) VEELGESTELDE VRAGEN 2 1. INHOUD 4... 1. PRINCIPE 4 A. Wat is de kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars (KVR)? 4... 2. VOORWAARDEN 4 A. Voor welke

Nadere informatie

Beknopte gids voor aangifte van auteursgerelateerde inkomsten in het kader van inkomstenbelasting aanslagjaar 2014 (inkomsten 2013)

Beknopte gids voor aangifte van auteursgerelateerde inkomsten in het kader van inkomstenbelasting aanslagjaar 2014 (inkomsten 2013) Beknopte gids voor aangifte van auteursgerelateerde inkomsten in het kader van inkomstenbelasting aanslagjaar 2014 (inkomsten 2013) Het voordelige statuut voor auteursrechten geldt enkel voor directe inkomsten

Nadere informatie

Fiscaliteit voor lesgevers. Gregory Henin SBB Accountants & Adviseurs

Fiscaliteit voor lesgevers. Gregory Henin SBB Accountants & Adviseurs Fiscaliteit voor lesgevers Gregory Henin SBB Accountants & Adviseurs Inleiding Overzicht Occasionele prestaties of beroepsactiviteit? Zelfstandige activiteit in bijberoep Zelfstandige activiteit in hoofdberoep

Nadere informatie

Het model van het aangifteformulier voor aanslagjaar 2014 is verschenen in het Belgisch Staatsblad dd. 02.05.2014.

Het model van het aangifteformulier voor aanslagjaar 2014 is verschenen in het Belgisch Staatsblad dd. 02.05.2014. Nieuwigheden in de aangifte aanslagjaar 2014 in de belasting van niet-inwoners Buitenlandse vennootschappen, verenigingen, instellingen of lichamen die een onderneming exploiteren of zich met verrichtingen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Maklu 7

Inhoudsopgave. Maklu 7 Inhoudsopgave Woord vooraf... 5 Inhoudsopgave... 7 Deel 1: Voordelen van het werken met een vennootschap... 13 1.1 Het tariefvoordeel... 13 Tarieven personenbelasting... 14 Tarieven sociale zekerheid...

Nadere informatie

KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR)

KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR) KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR) VEELGESTELDE VRAGEN MAART 2016 2 1. INHOUD 4... 1. PRINCIPE 4 A. Wat is de kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars (KVR)? 4... 2. VOORWAARDEN 4 A.

Nadere informatie

Kosten eigen aan de werkgever

Kosten eigen aan de werkgever CLAEYS & ENGELS Advocaten Vorstlaan 280 1160 Brussel Tel +32 2 761 46 00 Fax +32 2 761 47 00 Kosten eigen aan de werkgever info@claeysengels.be www.claeysengels.be www.iuslaboris.com De bedragen die aan

Nadere informatie

DE ZELFSTANDIG ONDERNEMER Al je aftrekbare beroepskosten op een rijtje.

DE ZELFSTANDIG ONDERNEMER Al je aftrekbare beroepskosten op een rijtje. DE ZELFSTANDIG ONDERNEMER Al je aftrekbare beroepskosten op een rijtje. Iven De Hoon DE ZELFSTANDIG ONDERNEMER 2 INLEIDING 2 Wat bedoelt men met aftrekbare beroepskosten? 3 Wat zijn zoal belangrijke beroepskosten?

Nadere informatie

Fairness Tax lijst van nog hangende problemen

Fairness Tax lijst van nog hangende problemen Fairness Tax lijst van nog hangende problemen De problemen die rijzen door de wet van 30 juli 2013 kunnen in 4 categorieën worden gerangschikt: - gewenste bevestigingen - gewenste verduidelijkingen - gewenste

Nadere informatie

Optimaal gebruik van de managementvennootschap Inhoud

Optimaal gebruik van de managementvennootschap Inhoud Optimaal gebruik van de managementvennootschap Inhoud 1. Vergelijking eenmanszaak en vennootschap... 2 1.1 Tarieven personenbelasting... 2 1.2 Tarieven vennootschapsbelasting... 2 1.3 Sociale bijdrage...

Nadere informatie

ALGEMENE INFORMATIE OVER HET STELSEL VAN 15% BELASTING OP AUTEURSRECHTEN EN OVER DE GEVOLGEN ERVAN OP SOCIAAL VLAK EN VOOR DE BTW

ALGEMENE INFORMATIE OVER HET STELSEL VAN 15% BELASTING OP AUTEURSRECHTEN EN OVER DE GEVOLGEN ERVAN OP SOCIAAL VLAK EN VOOR DE BTW ALGEMENE INFORMATIE OVER HET STELSEL VAN 15% BELASTING OP AUTEURSRECHTEN EN OVER DE GEVOLGEN ERVAN OP SOCIAAL VLAK EN VOOR DE BTW Document bijgewerkt op 25/06/2015 Aarlenstraat 75-77 1040 Brussel Tel.:

Nadere informatie

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2010 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2...

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2010 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2... Identiteit:.. Repertoriumnummer:.. Ondernemingsnr. of nationaal nr.:. TABEL voor de berekening van de vrijstelling voor bijkomend personeel (artikel 67ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992)

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Maklu 7

Inhoudsopgave. Maklu 7 Inhoudsopgave Woord vooraf... 5 Inhoudsopgave...7 Deel 1: Voordelen van het werken met een vennootschap...13 1.1 Het tariefvoordeel...13 Tarieven personenbelasting:... 14 Tarieven sociale zekerheid:...

Nadere informatie

Aftrek voor risicokapitaal

Aftrek voor risicokapitaal Opgave 275C 1/2 Benaming :............... Ondernemingsnummer :... Federale Overheidsdienst FINANCIEN Algemene administratie van de FISCALITEIT Inkomstenbelastingen Aftrek voor risicokapitaal AANSLAGJAAR

Nadere informatie

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2015

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2015 Indexatie Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2015 Hierna vindt u een overzicht van de geïndexeerde plafonds die op het gebied van de inkomstenbelastingen voor het aan

Nadere informatie

I. INLEIDING. http://ccff02.minfin.fgov.be/kmweb/document.do?method=printselecteddocuments&i...

I. INLEIDING. http://ccff02.minfin.fgov.be/kmweb/document.do?method=printselecteddocuments&i... Page 1 of 12 Home > Circulaire AAFisc Nr. 13/2014 (nr. Ci.RH.421/630.788) dd. 03.04.2014 Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst VENB Vennootschapsbelasting/Belasting

Nadere informatie

Werken als kunstenaar in een zelfstandig bijberoep Michael Van den Eynde

Werken als kunstenaar in een zelfstandig bijberoep Michael Van den Eynde 15 november 2012 Werken als kunstenaar in een zelfstandig bijberoep Michael Van den Eynde Overzicht 1. Wie kan opstarten als zelfstandige in bijberoep? 2. Werknemer of zelfstandig statuut 3. Opstartformaliteiten

Nadere informatie

PERSNOTA. Het fiscaal resultaat zal worden vastgesteld op basis van een percentage (0,55%) op de omzet die werd behaald uit de diamanthandel.

PERSNOTA. Het fiscaal resultaat zal worden vastgesteld op basis van een percentage (0,55%) op de omzet die werd behaald uit de diamanthandel. Kabinet Minister van Financiën PERSNOTA Onderwerp Fiscale maatregelen Programmawet Datum Ministerraad 21.05.2015 Bankentaks Onze samenleving heeft de voorbije jaren heel wat inspanningen gedaan om de financiële

Nadere informatie

WERKEN ALS KUNSTENAAR

WERKEN ALS KUNSTENAAR KUNSTENAAR Wie is kunstenaar?... 1 Werken als kunstenaar... 2 Werken via Tentoo... 2 De kleine vergoedingsregeling... 2 Artistieke prestatie VS het kunstenaarsstatuut... 3 Het Kunstenaarsstatuut... 4 De

Nadere informatie

Boekhouding. boekhouding 1

Boekhouding. boekhouding 1 Boekhouding boekhouding 1 Welke boekhouding? Natuurlijke personen - werknemers kunstenaars - zelfstandigen Feitelijke vereniging Handelsvennootschappen VZW s boekhouding 2 Werknemer kunstenaar Geen boekhoudverplichting

Nadere informatie

Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling 4. Ondernemingen die investeren in een raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk Art. 194ter.

Nadere informatie

Animatoren en vergoeding

Animatoren en vergoeding Animatoren en vergoeding Vrijwilliger Nooit betalen voor prestaties! Kunnen wel een vergoeding krijgen voor gemaakte kosten Ofwel reëel: bewijsstukken! (facturen, tickets, ) Ofwel forfaitair: (index dd

Nadere informatie

Het statuut van de kunstenaar Enkele knelpunten

Het statuut van de kunstenaar Enkele knelpunten Het statuut van de kunstenaar Enkele knelpunten Voorwoord De lijst met knelpunten welke volgt is niet exhaustief. De opsomming is gebaseerd op de vragen welke onze consulenten krijgen en hun analyses van

Nadere informatie

Salary split. Nicolas de Limbourg Brussel, 5 december 2008. Inhoud

Salary split. Nicolas de Limbourg Brussel, 5 december 2008. Inhoud Salary split Nicolas de Limbourg Brussel, 5 december 2008 Page 1 Inhoud SOCIALE ASPECTEN FISCALE ASPECTEN PRAKTISCHE ASPECTEN REGELING IN BEPAALDE BUURLANDEN Page 2 1 Salary split: Principe Belastingheffing

Nadere informatie

Fiscaliteit voor medische en paramedische beroepen. Bruno Coulembier

Fiscaliteit voor medische en paramedische beroepen. Bruno Coulembier Fiscaliteit voor medische en paramedische beroepen Bruno Coulembier SBB Kortrijk Verloop van de sessie Fiscaliteit voor medische en paramedische beroepen De fiscus, een octopus Fiscale verplichtingen voor

Nadere informatie

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2001 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2...

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2001 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2... Identiteit :.. Repertoriumnummer :.. Nationaal nummer : TABEL voor de berekening van de vrijstelling voor bijkomend personeel (art. van de Programmawet van 0.. tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap,

Nadere informatie

Adv Renier. a) 23 pct. van de eerste schijf van 4.420 EUR (basisbedrag 3.750 EUR);

Adv Renier. a) 23 pct. van de eerste schijf van 4.420 EUR (basisbedrag 3.750 EUR); Onderafdeling III Vaststelling van het netto-inkomen A. Beroepskosten Artikel 49 Als beroepskosten zijn aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen

Nadere informatie

De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen

De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen Eind 2011 werd het begrotingsakkoord door de regering Di Rupo goedgekeurd. Een aantal van deze maatregelen hebben rechtstreeks

Nadere informatie

De meerwaarden. Met meerwaarden bedoelt men het positieve verschil tussen de verkoopprijs van een goed en de aankoopprijs ervan (inclusief kosten).

De meerwaarden. Met meerwaarden bedoelt men het positieve verschil tussen de verkoopprijs van een goed en de aankoopprijs ervan (inclusief kosten). De meerwaarden Met meerwaarden bedoelt men het positieve verschil tussen de verkoopprijs van een goed en de aankoopprijs ervan (inclusief kosten). Als het onroerend goed voor beroepsactiviteiten wordt

Nadere informatie

DE VRIJE BEROEPER Al uw aftrekbare beroepskosten op een ritje!

DE VRIJE BEROEPER Al uw aftrekbare beroepskosten op een ritje! DE VRIJE BEROEPER Al uw aftrekbare beroepskosten op een ritje! adviseurs loods programmeurs journalisten paramedici notarissen tekstschrijvers advocaten architecten dierenartsen belastingadviseurs ingenieurs

Nadere informatie

basisbegrippen SBB Accountants & Adviseurs

basisbegrippen SBB Accountants & Adviseurs Fiscale en boekhoudkundige basisbegrippen SBB Accountants & Adviseurs Inhoud DE BOEKHOUDING en FISCALE AANGIFTE VAN EEN ZELFSTANDIGE VERPLEEGKUNDIGE KIEZEN VOOR EEN VENNOOTSCHAP SBB Accountants & Adviseurs

Nadere informatie

http://ccff02.minfin.fgov.be/kmweb/document.do?method=printselecteddocuments...

http://ccff02.minfin.fgov.be/kmweb/document.do?method=printselecteddocuments... Page 1 of 5 Home > Résultats de la recherche > Circulaires > Circulaire nr. Ci.RH.231/532.259 (AAFisc Nr. 3/2013) dd. 25.01.2013 Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten Personenbelasting

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt 1. Inleiding In het geval u overweegt een vakantiewoning aan te kopen gelegen in Parc Les Etoiles wilt u wellicht meer weten over de mogelijke gevolgen voor de belastingheffing met betrekking tot de aankoop

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/05/2015

Datum van inontvangstneming : 28/05/2015 Datum van inontvangstneming : 28/05/2015 Vertaling C-176/15-1 Zaak C-176/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 20 april 2015 Verwijzende rechter: Tribunal de première instance

Nadere informatie

VASTGOED EN VENNOOTSCHAP AANKOOP VAN VASTGOED DOOR DE VENNOOTSCHAP

VASTGOED EN VENNOOTSCHAP AANKOOP VAN VASTGOED DOOR DE VENNOOTSCHAP VASTGOED EN VENNOOTSCHAP AANKOOP VAN VASTGOED DOOR DE VENNOOTSCHAP Iven De Hoon VASTGOED EN VENNOOTSCHAP 2 INLEIDING 2 DE AANKOOP DOOR DE VENNOOTSCHAP 3 VOOR- EN NADELEN VAN EEN ONROEREND GOED IN EEN VENNOOTSCHAP

Nadere informatie

Voorafgaande opmerking bij de circulaire nr. Ci.RH.421/628.803

Voorafgaande opmerking bij de circulaire nr. Ci.RH.421/628.803 Algemene administratie van de FISCALITEIT Centrale diensten Circulaire nr. Ci.RH.421/628.803 (AAFisc Nr. 30/2013) dd. 22.07.2013 Berekening van de Ven.B Rechtspersonenbelasting Berekening van de RPB Afzonderlijke

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN. Stafdienst Beleidsexpertise -en Ondersteuning. Dienst Reglementering

KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN. Stafdienst Beleidsexpertise -en Ondersteuning. Dienst Reglementering KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN Stafdienst Beleidsexpertise -en Ondersteuning Dienst Reglementering Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen -

Nadere informatie

TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING

TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE EN DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTGAAN VAN BELASTING

Nadere informatie

Werken in. Duitsland. Wonen in België. Uw toestand op fiscaal vlak in België

Werken in. Duitsland. Wonen in België. Uw toestand op fiscaal vlak in België Werken in Duitsland Wonen in België Deze brochure geeft informatie over de wijzigingen die de aanvullende Overeenkomst van 5/11/2002 bij de Belgisch- Duitse Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting

Nadere informatie

Basisbedrag Geïndexeerd bedrag Artikel WIB 92 Omschrijving Aj. 2014

Basisbedrag Geïndexeerd bedrag Artikel WIB 92 Omschrijving Aj. 2014 I. Titel II van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (Coëfficiënt art. 178, 1 en 2, WIB 92: 1,7073) Art. 131, 1 ste lid, 1 Grensbedrag : 15.220 25.990 Belastingvrije som : 4.260 7.270 1 ste lid,

Nadere informatie

Oefeningen Fiscaal recht (2015-2016)

Oefeningen Fiscaal recht (2015-2016) Oefeningen Fiscaal recht (2015-2016) 1. Duid de correcte stelling aan A. Met zetel van fortuin wordt de plaats bedoeld waar het vermogen van een persoon zich bevindt. B. Een persoon die in België in het

Nadere informatie

Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit. Schrijf gratis in via www.lexalert.net/registratie

Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit. Schrijf gratis in via www.lexalert.net/registratie 1 van 5 19-1-2014 16:19 fisconetplus Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit. Schrijf gratis in via www.lexalert.net/registratie Home > Recente wijzigingen

Nadere informatie

Het wel en wee van de vzw Deel 4 De vzw en de fiscus

Het wel en wee van de vzw Deel 4 De vzw en de fiscus Het wel en wee van de vzw Deel 4 De vzw en de fiscus William Wils, accountant De vzw en de fiscus Rechtspersonenbelasting Belasting over de toegevoegde waarde Schenkingsrechten Registratierechten Rechtspersonenbelasting

Nadere informatie

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2012

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2012 Indexatie Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2012 Hierna vindt u een overzicht van de geïndexeerde plafonds die op het gebied van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar

Nadere informatie

PATRIMONIALE ACTUALITEIT

PATRIMONIALE ACTUALITEIT PATRIMONIALE ACTUALITEIT Moet u uw interesten en dividenden aangeven of niet? Enkele tips. Laurence Mertens estate planner Om uw verplichtingen te kennen op het vlak van de aangifte van uw interesten en

Nadere informatie

De holding. vdvaccountants.be

De holding. vdvaccountants.be 2. De oprichting van een holding. De holding werd in het verleden al onder vuur genomen. Daar waar het vroeger makkelijker was om voor een holding te kiezen, is dit nu het geval niet meer. De vraag is

Nadere informatie

4.2. Overhevelen van liquide middelen naar de privésfeer

4.2. Overhevelen van liquide middelen naar de privésfeer 4.2. Overhevelen van liquide middelen naar de privésfeer In dit laatste deel zal ik kort een aantal manieren bespreken hoe de manager geld aan zijn vennootschap kan onttrekken om privé te besteden. Het

Nadere informatie

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor overwerk

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor overwerk 3 HOOFDSTUK I De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor overwerk AFDELING 1 Inleiding Doelstelling Achtergrond Sinds 1 juli 2005 geldt een fiscale lastenverlaging voor

Nadere informatie

Fiscale handleiding voor de carpooler

Fiscale handleiding voor de carpooler Inkomsten 2014 Aangifte 2015 Fiscale handleiding voor de carpooler Met deze handleiding helpen wij jou aan het fiscale voordeel waar je als carpooler recht op hebt. We overlopen met jou de verschillende

Nadere informatie

Een geschil met de federale belastingadministratie? De Fiscale Bemiddelingsdienst helpt u! - 2014 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Een geschil met de federale belastingadministratie? De Fiscale Bemiddelingsdienst helpt u! - 2014 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Een geschil met de federale belastingadministratie? De Fiscale Bemiddelingsdienst helpt u! - 2014 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN Objectief onafhankelijk

Nadere informatie

HANDLEIDING START-UP PLAN

HANDLEIDING START-UP PLAN HANDLEIDING START-UP PLAN HANDLEIDING START-UP PLAN Dit document geeft informatie aan ondernemers, investeerders en burgers die interesse hebben voor het Start-up Plan. Deze handleiding moet samen met

Nadere informatie

Federale Overheidsdienst FINANCIEN. (artikel 47 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992)

Federale Overheidsdienst FINANCIEN. (artikel 47 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992) Identiteit :......... Repertoriumnr. :... Nationaal nr. :... Federale Overheidsdienst FINANCIEN Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit GESPREIDE BELASTING VAN MEERWAARDEN (artikel 47

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Situering van de vennootschapsbelasting

HOOFDSTUK 1 Situering van de vennootschapsbelasting DEEL 1 Inleiding 31 HOOFDSTUK 1 Situering van de vennootschapsbelasting HOOFDSTUK 1 Situering van de vennootschapsbelasting In België onderscheiden we vier belastingstelsels, namelijk: 1 De directe belastingen

Nadere informatie

Het sociaal statuut van de kunstenaars

Het sociaal statuut van de kunstenaars Het sociaal statuut van de kunstenaars Inhoud Het begrip kunstenaarsstatuut... 2 Welke statuten bestaan er in België?... 2 Hoe kan je weten onder welk sociaal stelsel een werker valt?... 3 Het principe...

Nadere informatie

Tax shelter voor startende ondernemingen

Tax shelter voor startende ondernemingen Newsflash Tax shelter voor startende ondernemingen Via de tax shelter wil de Federale overheid natuurlijke personen fiscaal aanmoedigen om risicokapitaal te verschaffen aan startende ondernemingen binnen

Nadere informatie

Inhoudstafel. 1. Wat is een kostenvergoeding precies?... 1. 2. Vragen en antwoorden over de algemene forfaitaire kostenvergoeding...

Inhoudstafel. 1. Wat is een kostenvergoeding precies?... 1. 2. Vragen en antwoorden over de algemene forfaitaire kostenvergoeding... Inhoudstafel 1. Wat is een kostenvergoeding precies?... 1 1.1. In principe een terugbetaling van kosten door uw vennootschap... 1 1.1.1. U heeft betaald voor uw vennootschap en zij betaalt u dat terug...

Nadere informatie

FAQ Sociaal Statuut van de Kunstenaar

FAQ Sociaal Statuut van de Kunstenaar FAQ Sociaal Statuut van de Kunstenaar Sinds 1 juli 2003 is de wetgeving rond het sociaal statuut van de kunstenaar van kracht. Hieronder worden kort enkele prangende vragen beantwoord. Wie graag wat uitgebreidere

Nadere informatie

7. MANAGEMENTVENNOOTSCHAP NA DI RUPO

7. MANAGEMENTVENNOOTSCHAP NA DI RUPO 7. MANAGEMENTVENNOOTSCHAP NA DI RUPO 7.1. Managementvennootschap en de nieuwe algemene antimisbruikbepaling Staatssecretaris voor fraudebestrijding John Crombez heeft verkondigd dat hij de strijd aangaat

Nadere informatie

3 FISCALE ASPECTEN VAN HET VRUCHTGEBRUIK

3 FISCALE ASPECTEN VAN HET VRUCHTGEBRUIK 3 FISCALE ASPECTEN VAN HET VRUCHTGEBRUIK 3.1 Vruchtgebruik op vlak van vennootschapsbelasting 3.1.1 Afschrijven Een KMO heeft de keuze tussen 3 onderstaande methodes. De notariskosten en registratierechten

Nadere informatie

FAQ - TAX REFORM. 1. Hoe weet men of de drempel van de 20.020 aan roerende inkomsten overschreden wordt?

FAQ - TAX REFORM. 1. Hoe weet men of de drempel van de 20.020 aan roerende inkomsten overschreden wordt? FAQ - TAX REFORM 1. Hoe weet men of de drempel van de 20.020 aan roerende inkomsten overschreden wordt? Hiervoor moet men in twee stappen te werk gaan. In eerste instantie moeten de intresten op «staatsbons

Nadere informatie

1. VILLAVENNOOTSCHAP: CIJFERVOORBEELD SP.A

1. VILLAVENNOOTSCHAP: CIJFERVOORBEELD SP.A 1. VILLAVENNOOTSCHAP: CIJFERVOORBEELD SP.A BESCHRIJVING Het is een heel eenvoudig voorbeeld waarbij de aankoop van een huis en een beperkt aantal kosten in verband hiermee worden bekeken. De kostprijs

Nadere informatie

Infosessie «Hoe breng ik mijn beroepskosten in?»

Infosessie «Hoe breng ik mijn beroepskosten in?» Infosessie «Hoe breng ik mijn beroepskosten in?» Aandachtspunten voor een goed financieel en fiscaal beleid Spreker : Joost Deldycke Jurist-vennoot AANDACHTSPUNTEN BOEKHOUDING AFTREKBARE KOSTEN PERSONENBELASTING

Nadere informatie

TETRALERT - TAX VERVOLG VAN DE FISCALE HERVORMINGEN VAN DI RUPO I : WET VAN 13 DECEMBER EN VAN 27 DECEMBER 2012

TETRALERT - TAX VERVOLG VAN DE FISCALE HERVORMINGEN VAN DI RUPO I : WET VAN 13 DECEMBER EN VAN 27 DECEMBER 2012 TETRALERT - TAX VERVOLG VAN DE FISCALE HERVORMINGEN VAN DI RUPO I : WET VAN 13 DECEMBER EN VAN 27 DECEMBER 2012 Bepaalde maatregelen die reeds waren opgenomen in de nota van Di Rupo I uitgegeven in 2011

Nadere informatie

Fiscaliteit van de vzw - 2010 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Fiscaliteit van de vzw - 2010 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN Fiscaliteit van de vzw - 2010 - L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Inhoud Rechtspersonenbelasting of vennootschapsbelasting 4 Rechtspersonenbelasting 5 Vennootschapsbelasting

Nadere informatie

Vrijstelling van belastingvermeerdering voor beginnende zelf stan di gen

Vrijstelling van belastingvermeerdering voor beginnende zelf stan di gen L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Vrijstelling van belastingvermeerdering voor beginnende zelf stan di gen - 2008 - Inhoud Belangrijke opmerking! 1. Welke

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN. Stafdienst Beleidsexpertise -en Ondersteuning Administratie van Fiscale Zaken

KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN. Stafdienst Beleidsexpertise -en Ondersteuning Administratie van Fiscale Zaken 1 KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN Stafdienst Beleidsexpertise -en Ondersteuning Administratie van Fiscale Zaken Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen

Nadere informatie

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan het aangifteformulier inclusief de fiscale bijlagen voor het aj. 2015

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan het aangifteformulier inclusief de fiscale bijlagen voor het aj. 2015 Overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan het aangifteformulier inclusief de fiscale bijlagen voor het aj. 2015 Het model van het aangifteformulier voor aj. 2015 is verschenen in het Belgisch Staatsblad

Nadere informatie

VEELGESTELDE VRAGEN (FAQ)

VEELGESTELDE VRAGEN (FAQ) VEELGESTELDE VRAGEN (FAQ) Q1 Wat is een bijkomende heffing op roerende inkomsten? Q2 Wie is onderhevig aan de bijkomende heffing op roerende inkomsten? Q3 Hoe wordt de bijkomende heffing op roerende inkomsten

Nadere informatie

Nr. 219 4 februari 2016

Nr. 219 4 februari 2016 Nr. 219 4 februari 2016 Belgisch Staatsblad Nieuwe fiscale indexgebonden bedragen voor 2016 De FOD Financiën heeft in het Belgisch Staatsblad van 28 januari 2016 een bericht gepubliceerd over de automatische

Nadere informatie

Kan ik zomaar alle gemaakte kosten aftrekken in mijn belastingen?

Kan ik zomaar alle gemaakte kosten aftrekken in mijn belastingen? Kan ik zomaar alle gemaakte kosten aftrekken in mijn belastingen? Je boekhouding is goud waard! Zaterdag 29 november 2014 Griet Pelgrims Account Manager Voorzitter Medici@Vandelanotte Belastingplichtige?

Nadere informatie

1. Wat valt er onder uw loon als zaakvoerder/bestuurder?... 1

1. Wat valt er onder uw loon als zaakvoerder/bestuurder?... 1 Inhoudstafel Hoofdstuk 1. Inleiding 1. Wat valt er onder uw loon als zaakvoerder/bestuurder?... 1 1.1. Alle beloningen... 1 1.2. Tantièmes, zitpenningen, enz.... 1 1.3. Huur wordt soms ook aanzien als

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/14 De boekhoudkundige verwerking van de uitgestelde belastingen bij gerealiseerde meerwaarden waarvoor de uitgestelde belastingregeling geldt en bij

Nadere informatie

Bedrijfswagens. Bedrijfswagens 2012. Wetgeving. Chris Verleye Gedelegeerd Bestuurder

Bedrijfswagens. Bedrijfswagens 2012. Wetgeving. Chris Verleye Gedelegeerd Bestuurder Bedrijfswagens Chris Verleye Gedelegeerd Bestuurder Bedrijfswagens 2012 fiscale en sociale principes nieuwe begrippen en berekening concreet : oud vs nieuw bedrijfswagen vs privéwagen oplossingen? FAQ

Nadere informatie

Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen

Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen 7 september 2015 Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen Deze checklist heeft betrekking op rechtstreekse investeringen in een Startersvennootschap.

Nadere informatie

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus 4 januari 2010

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus 4 januari 2010 Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus 4 januari 2010 ARGENTA FUND OF FUNDS De vennootschap ARGENTA FUND OF FUNDS (hierna de vennootschap genoemd) is een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal

Nadere informatie

Kan een VAPZE gecombineerd worden met een groepsverzekering?

Kan een VAPZE gecombineerd worden met een groepsverzekering? Kan een VAPZE gecombineerd worden met een groepsverzekering? Sedert enkele jaren hebben zelfstandigen de mogelijkheid om via hun sociaal verzekeringsfonds een aanvullend pensioen op te bouwen, het zogenaamde

Nadere informatie

Impact begrotingsmaatregelen van Di Rupo op uw Personenbelasting

Impact begrotingsmaatregelen van Di Rupo op uw Personenbelasting Voordelen alle aard Impact begrotingsmaatregelen van Di Rupo op uw Personenbelasting 1. Kosteloze terbeschikkingstelling woonst KI 745 EUR geïndexeerd KI

Nadere informatie

CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan 15 1860 Meise

CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan 15 1860 Meise Federale Overheidsdienst FINANCIEN Afz.: Ontvangkantoor Londerzeel Stationsstraat 90 B 2 1840 Londerzeel Algemene administratie van de FISCALITEIT CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan

Nadere informatie

Aangifte. Aangifte. Aangifte 2009-04-30. Aangifte Personenbelasting AJ 2009 Zwevegem 24 / 25 / 29 april 2009

Aangifte. Aangifte. Aangifte 2009-04-30. Aangifte Personenbelasting AJ 2009 Zwevegem 24 / 25 / 29 april 2009 mogelijkheden tot indiening van de aangifte Evelyn Decruyenaere Personenbelasting AJ 2009 Zwevegem 24 / 25 / 29 april 2009 Papieren aangifte TOW wijzigingen nieuw aangifteformulier code bestaat nu uit

Nadere informatie

Tarieven personenbelasting

Tarieven personenbelasting Tarieven personenbelasting Gezamenlijk belastbaar inkomen INKOMSTENSCHIJF BELASTING OP VORIGE INK13 AJ14 0,00 8 590,00 25 % 8 590,00 12 220,00 30 % 2 147,50 12 220,00 20 370,00 40 % 3 236,50 20 370,00

Nadere informatie

---------------------------

--------------------------- FISCALITEIT DIE VAN TOEPASSING IS OP DIVIDENDEN DIE DEXIA UITKEERT Algemeen principe: Aandelendividenden die Belgische bedrijven uitkeren aan hun aandeelhouders, ongeacht het land waar zij wonen, zijn

Nadere informatie

Deel 1 - Waarom zou een vennootschap hiervoor interessant kunnen zijn?

Deel 1 - Waarom zou een vennootschap hiervoor interessant kunnen zijn? Inhoudstafel Voorwoord... 1 Deel 1 - Waarom zou een vennootschap hiervoor interessant kunnen zijn? 1. Belastingen besparen?.... 5 1.1. Alle kosten van onroerende goederen in principe aftrekbaar... 5 1.1.1.

Nadere informatie

SLEUTELFORMULE. a) de website http://fiscus.fgov.be, Administraties, Administratie van fiscale zaken, Publicaties, van de Fiscale Zaken;

SLEUTELFORMULE. a) de website http://fiscus.fgov.be, Administraties, Administratie van fiscale zaken, Publicaties, van de Fiscale Zaken; FOD FINANCIEN ---------------------------------------- Administratie van Fiscale Zaken ---------------------------------------- Directie 3/2 AFZ/2009/0636 ---------------------------------------- ONDERWERP

Nadere informatie

MAATREGELEN DI RUPO DE ONDERNEMER ZAL BETALEN

MAATREGELEN DI RUPO DE ONDERNEMER ZAL BETALEN MAATREGELEN DI RUPO DE ONDERNEMER ZAL BETALEN BENT U GESTRIKT OF BENT U GESTRIKT? INLEIDING» Feitelijk opheffen bankgeheim» Geheime commissielonen Bewust niet aangegeven - systematisch Taxatie 309 % Te

Nadere informatie

Inhoudstafel. Vo o r wo o r d... 1

Inhoudstafel. Vo o r wo o r d... 1 Vo o r wo o r d................................................................................ 1 Deel 1 Bezoldiging Ho o f d s t u k 1: Be g r i p... 4 Wat wordt er bedoeld met bezoldiging?... 4 Hoe neemt

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling BDO News www.bdo.be Onderwerp Taxshift : Wat verandert er vanaf (aanslagjaar) 2016? Datum 30 december 2015 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten

Nadere informatie

De bezoldigingstheorie. Mr. Jan Tuerlinckx Tuerlinckx Fiscale Advocaten

De bezoldigingstheorie. Mr. Jan Tuerlinckx Tuerlinckx Fiscale Advocaten De bezoldigingstheorie Mr. Jan Tuerlinckx Tuerlinckx Fiscale Advocaten 1. Aftrekbaarheid beroepskosten Kosten zijn overeenkomstig art 49 WIB 1992 aftrekbaar indien (cumulatief): - De kosten houden noodzakelijk

Nadere informatie

Studentenarbeid. Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2011 en 2012 -

Studentenarbeid. Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2011 en 2012 - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Studentenarbeid Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2011 en 2012 - Ik heb gewerkt als student.

Nadere informatie

Hoofdstuk I, Afdeling VI, Afdeling XXIV, Art. 62, Art. 63/11, Art. 120, 123-125, Art. 144/2, Art. 200, Art. 254-256 en Bijlage IIbis

Hoofdstuk I, Afdeling VI, Afdeling XXIV, Art. 62, Art. 63/11, Art. 120, 123-125, Art. 144/2, Art. 200, Art. 254-256 en Bijlage IIbis WIB: Art. 178/1 KB/WIB: Hoofdstuk I, Afdeling VI, Afdeling XXIV, Art. 62, Art. 63/11, Art. 120, 123-125, Art. 144/2, Art. 200, Art. 254-256 en Bijlage IIbis VCF: Art. 2.1.4.0.1. 1 WIJZIGINGEN KB/WIB WIJZIGINGEN

Nadere informatie

Circulaire nr. Ci.RH.241/597.925 (AOIF Nr. 23/2010) dd 09.03.2010

Circulaire nr. Ci.RH.241/597.925 (AOIF Nr. 23/2010) dd 09.03.2010 Circulaire nr. Ci.RH.241/597.925 (AOIF Nr. 23/2010) dd 09.03.2010 Belasting van niet-inwoners Personenbelasting Rechtspersonenbelasting Vennootschapsbelasting Bedrijfsleider Werknemer Deelname aan een

Nadere informatie

Kosten en voordelen van wetenschappelijke manifestaties in de zorgsector

Kosten en voordelen van wetenschappelijke manifestaties in de zorgsector 1 Kosten en voordelen van wetenschappelijke manifestaties in de zorgsector De kosten die door farmaceutische bedrijven worden gedragen voor de deelname van zelfstandige zorgverstrekkers (natuurlijke personen

Nadere informatie