punten toekenning: richting veldlijnen - vervorming tgv. stuk ijzer - veldlijnen snijden elkaar niet - geen andere fouten.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "punten toekenning: richting veldlijnen - vervorming tgv. stuk ijzer - veldlijnen snijden elkaar niet - geen andere fouten."

Transcriptie

1 Magnetisme PERMNENTE MGNEET Tussen de polen van een hoefijzermagneet leggen we een stuk weekijzer. Schets het veld zoals je dat verwacht. De veldlijnen lopen van N(rood) naar zuid (groen-wit) Het asymmetrisch zijn in de linker foto wordt veroorzaakt door de twee gebruikte, niet even sterke magneten. punten toekenning: richting veldlijnen - vervorming tgv. stuk ijzer - veldlijnen snijden elkaar niet - geen andere fouten. PERMNENTE MGNEET Een lange permanente magneet, geschilderd in gebruikelijke kleuren zoals afgebeeld in kader, breekt midden door. Ook afgebeeld, in kader. Schets in beide situaties het omringende veld.

2 PERMNENTE MGNEET In de onderstaande situatie links trekt de magneet een ijzeren spijker aan. Rechts blijkt dat niet het geval te zijn. Daar zit een ijzeren plaat ertussen. Verklaar de verschijnselen in beide situaties na het schetsen van de magnetische veldlijnen in elk van de twee situaties. DE ZWEVENDE SPIJKER We hebben in de klas de volgende proef gedaan. Een spijker zweeft onder een magneet op zijn plaats gehouden door twee nylon draadjes. Zie de foto en de getekende doorsnede van die opstelling in figuur 1. ls we vervolgens een ijzeren plaat tussen de magneet en de spijker schuiven valt de spijker. Zie figuur 2. Je kunt deze proef verklaren door enkele veldlijnen te tekenen. Verklaar het verloop van de proef en teken in de figuren 1 en 2 de veldlijnen die voor die verklaring nodig zijn.

3 C PERMNENTE MGNEET In figuur 1 is de doorsnede van een permanente magneet getekend met een deel van zijn magnetische veld. Geef in figuur 1 aan welke pool de zuidpool is. Schets binnen het gestippelde kader een vijftal veldlijnen. Dezelfde magneet is in figuur 2 opnieuw getekend. De noord- en zuidpool liggen op dezelfde plaats als in figuur 1. Tussen de polen hebben we een stuk weekijzer gelegd. Schets in figuur 2 het veld binnen het gestippelde kader. figuur 1 figuur 2 C Veldlijnen lopen van noord naar zuid buiten de magneet. De veldlijnen lopen van noord naar zuid, maar komen steeds verder van elkaar te liggen. Het veld is zwakker naarmate je verder van de magneet weg bent. Het stuk ijzer wordt ook magnetisch. an de linkerkant ontstaat een zuidpool. De veldlijnen willen daar naar toe.

4 SPOEL 1 Een 10 cm lange spoel met een diameter van 5,7 cm telt 600 windingen. Zie tekening. Er loopt stroom door de spoel van naar die in het midden ervan een magnetische inductie veroorzaakt van 3,4 mt. ereken de stroomsterkte die deze magnetische inductie veroorzaakt. Midden door die spoel is een draad gespannen, waardoorheen een stroom loopt met een sterkte I = 5. Zie tekening. ereken de lorentzkracht op de 10 cm van de draad binnen de spoel. We gebruiken de formule voor het veld in een lange spoel: Dus 3, = I / 0,10 I = 0,45 F L = 0, daar stroomdraad parallel is aan het veld. NI. l 0 VELD VN EEN SPOEL ij een toestel is een spoel gewikkeld van windingen met een straal van 2,5 cm. De dikte van de gebruikte koperdraad is 0,30 mm. De spoel is 20 cm lang. ereken de magnetische inductie midden in de spoel, als er een stroom van 100 m door loopt. ereken de ohmse weerstand van die spoel. EEN SPOEL Van dikke koperdraad is een spoel gewikkeld. Door de draad loopt een stroom I = 3,5. Het resultaat is een magneetveld dat met behulp van ijzervijlsel zichtbaar is gemaakt en gefotografeerd. De spoel is in figuur 3 op ware grootte afgebeeld. De linkerkant blijkt als noordpool te fungeren. epaal de sterkte van de magnetische inductie in het hart van de spoel. Leid de stroomrichting in de spoel af. EVENWIJDIGE DRDEN Je kijkt op twee evenwijdige draden. Door deze draden loopt een stroom van je af.

5 Leid af of deze draden elkaar aantrekken dan wel afstoten. Teken het veld van een van de stroomvoerende draden. In dat veld voelt de andere stroomvoerende draad een lorentzkracht richting andere draad. Dus aantrekkende krachten. Dat is wederzijds.

6 SPOEL 2 In de foto kijk je boven op een spoel in een magneetveld.. Van de magneet zit de noordpool aan de onderkant van de rechter foto. De stroom komt vanaf de bovenste klem in de spoel en loopt in de bovenste stukjes spoel van zuid- naar noordpool. Leid af in welke richting de uit-stekende pin bovenop de spoel gaat draaien. Vanwege richting stroom heeft de spoel rechts een noordpool en dus gaat het pinnetje naar de zuidpool boven. Ook goed is natuurlijk de afleiding waarbij de lorentzkracht op de stroomdraad aan de noordpoolkant naar rechts is gericht en aan de zuidpoolkant naar links. Of gebruik maken van gelijkgerichte velden.

7 SCHOMMEL Tussen twee heel soepele draadjes, waarvan de massa verwaarloosbaar is, hangt een staaf. Op deze staaf werkt vanwege de stroom erdoorheen, behalve de zwaartekracht van 0,20 N, ook een lorentzkracht. De stroomsterkte is 2,5. De getekende situatie geeft de evenwichtsstand op schaal weer. De relevante lengte van het staafje is 12 cm. epaal de grootte van de magnetische inductie. Inzicht dat de lorentzkracht en zwaartekracht tegengesteld gerichte momenten moeten hebben Ook kun je in deze situatie gebruiken dat de som van lorentz- en zwaartekracht tegengesteld moet zijn aan de spankracht in de ophangdraden. F z d z = F L d L 0,20 1,7 = F L 3,1 F L = 0,11 N F L = IL 0,11 = 2,5 0,12 = 0,37 T. De waarde van d z en d L kun je in de tekening opmeten, omdat die op schaal is. Het zijn de afstanden van het ophang-, tevens draaipunt tot de resp. werklijnen van de krachten. LNGE DRD Om een lange draad, waar een elektrische stroom I door heen loopt, heerst een magneetveld. De magnetische inductie op een afstand r van het midden van die draad is te berekenen met I 2 r ij een halogeen-verlichting komt men de constructie tegen zoals die in de afgedrukte advertentie is te zien. Twee kabels bevinden zich op een onderlinge afstand van 3,0 cm. Door deze kabels loopt een stroom van 1,5 in tegengestelde richting. Je kunt ze beschouwen als lange draden. ereken de magnetische inductie in een punt P, 1,0 cm van de dichtstbijzijnde draad verwijderd. Zie tekening.

8 LORENTZKRCHT Door het blad, waar je dit leest, komt een homogeen magnetisch veld naar je toe met een magnetische inductie = 5,73 mt. Het veld staat loodrecht op het papier. Tevens zie je een rechte lijn die een stuk stroomdraad voorstelt, schaal 1:1, waar een stroom I door loopt met een sterkte I = 1,5. epaal de grootte van de lorentzkracht op dat stukje en geef de richting ervan aan. ELEKTROMGNEET In de figuur zie je een draad waar stroom door loopt, gewikkeld om een kartonnen koker. Leid af of de erbij geplaatste magneet wordt aangetrokken of afgestoten door de stroomspoel. S staat voor zuidpool. De figuur is slechts een schets. In werkelijkheid bestaat de spoel uit 200 tegen elkaar liggende windingen. De gebruikte draad is 0,50 mm dik. De kartonnen koker is 15 cm lang. De stroomsterkte in de spoel is 5,2 m. ereken de magnetische inductie in het midden van de spoel t.g.v. de stroom door de draad. In de spoel leert de rechterhandregel je dat het veld in de spoel naar rechts wijst. an de rechterkant zit daarom een noordpool. De noordpool van de spoel en de noordpool van de permanente magneet stoten elkaar af. 3 NI , , , 3 10 T l 200 0, Voor l moet je de lengte van de spoel invullen, 010 m. Reservetekening

9 C LORENTZKRCHT Door een rechthoekige winding loopt een stroom I = 0,47 in de aangegeven richting. Zie figuur. Deze winding heeft zijden van resp. 10 en 30 cm. Loodrecht op de winding staat een homogeen magneetveld met een magnetische inductie = 22 mt. ereken de lorentzkracht t.g.v. het homogene veld op de zijde en op de zijde C. Geef in de tekening de richting aan van deze lorentzkrachten op en C. ereken de som van de momenten van de lorentzkrachten op D en C. : F L = IL = ,47 0,30 = 3, N C: F L = IL = ,47 0,10 = 1, N Zie figuur. De richting is bepaald met een van de richtingsregels. C De werklijnen van de krachten op D en C vallen samen. De krachten zijn tegengesteld gericht. Waar dus ook het draaipunt ligt, de som van de momenten is daarom nul. Eventueel teken je een bovenaanzicht. Wil je het moment van een van beide krachten echt uitrekenen, dan moet je eerst een draaipunt kiezen. Neem bijvoorbeeld als draaipunt de snijpunt van de diagonalen C en D. Dan blijkt de arm nul te zijn. Het is overigens wel mogelijk om een arm van resp. 0,15 m en 0,15 m te hebben. Waar ligt dan het gekozen draaipunt? Dat F 0, is geen argument voor M = 0!! ekijk maar de elektromotor als voorbeeld.

10 LUIDSPREKER In een luidspreker bevindt zich een spoeltje in het veld van een ringmagneet. Zie figuur. Figuur b is een vooraanzicht van dit deel van de luidspreker. Het spoeltje beweegt heen en weer als er een wisselstroom doorheen loopt. C Op een zeker moment loopt de stroom door het spoeltje zoals in figuur b met pijltjes is aangegeven. Hierdoor ondervindt het spoeltje een kracht. eredeneer of die kracht in punt P van figuur 9b het papier uit of het papier in is gericht. Het spoeltje heeft 65 windingen. De diameter van het spoeltje is 2,6 cm. Op de plaats van het spoeltje heeft het magneetveld een magnetische inductie van 1,24 T. Op een zeker moment ondervindt het spoeltje een kracht van 7, N. ereken de sterkte van de stroom die dan door het spoeltje loopt. Het spoeltje is van koperdraad en heeft een weerstand van 2,41. ereken de dikte van de gebruikte draad.

11 MGNEETKR In de tekeningen zie je een staaf op wielen en een verticaal geplaatst staafje. In situatie is de staaf op wielen een magneet en de verticale een stuk ijzer. In situatie is dat net andersom. Het verticale staafje zit vast. In welke situatie(s) gaat de op de wielen geplaatste staaf naar het verticale staafje rijden? Licht je antwoord toe. In beide situaties zal het stuk ijzer ook gemagnetiseerd worden. Het gemagnetiseerde stuk ijzer en de permanente magneet zullen elkaar aantrekken. Dat geldt voor beide situaties. De staaf op wielen rijdt naar de vastgezette verticale staaf toe. Sommigen denken dat in situatie, de geïnduceerde zuidpool op het karretje door de zuidpool van de verticale magneet wordt afgestoten en daarom niet zal gaan rijden. De tekening is duidelijk niet symmetrisch. De aan- en afstotende kracht zijn dus niet even groot. ls de wrijving geen spelbreker is, zal het karretje gaan rijden. DUELDRD Een 12,6 m lange koperdraad wordt dubbel gevouwen en vijftig keer om een koker met een diameter van 4 cm gedraaid zoals schematisch in de tekening is aangegeven. De koperdraad is 0,6 mm dik. De honderd windingen vormen een spoel van 10 cm lengte. ereken de weerstand van de koperdraad. Door de koperdraad sturen we een stroom van 10 m. ereken de sterkte van het magneetveld in de spoel. l 9 12, 6 R , , 76 Er loopt een even grote stroom linksom als rechtsom, het ene magneetveld heft het andere op, dus = 0. Van de ene stroom kun je het veld uitrekenen: 3 NI , 3 10 T l 0, 10

12 STROOMDRD In een spoel ontstaat door een stroom een homogeen magneetveld. In dat homogene magneetveld, waarvan de richting is aangegeven door de onderbroken lijn, is een stroomdraad I geplaatst. Deze stroomdraad prikt loodrecht door het papier. Op dat papier zijn om de stroomdraad heen een aantal kompasjes gezet. De kompasjes 1, 2,...6 in een cirkel en de kompasjes 7, 8 en 9 op de lijn door 1 en 4. Zie de tekening. epaal uit de stand van kompasje 2 in welke richting de stroom I gaat. Uit de stand van de kompasjes volgt dat het magneetveld van een stroomdraad afneemt, naarmate je verder van die draad verwijderd bent. Laat dat zien. Kompasnaaldje 2 wijst in de richting van de streeplijn omdat de som van de magnetische inductie van het homogene veld -- die wijst richting N -- en het veld I van de stroomdraad die kant uit wijst. Uit het vectordiagram blijkt dat I naar links onder moet wijzen, zoals hoort bij een stroom I naar ons toe. Je kunt bij de naaldjes 7, 1 en 9 een soortgelijk vectordiagram tekenen. Dan blijkt de horizontale component steeds kleiner te worden. QED. De nauwkeurigheid van de is beperkt, want de getekende vector I bij 2 zou even groot moeten zijn als de horizontale component bij kompasje 1.

13 VELD VN EEN STROOMDRD In een spoel ontstaat door een stroom een homogeen magneetveld. De spoel is niet getekend. In dat homogene magneetveld, = 0,43 mt, waarvan de richting is aangegeven door de onderbroken lijn, is een stroomdraad I geplaatst. Deze stroomdraad prikt loodrecht door het papier. Op dat papier zijn om de stroomdraad heen een aantal kompasjes gezet. De tekening is schaal 1:1. Volgens de theorie kun je op een afstand r van zo n stroomdraad de magnetische inductie berekenen met: I 2 r epaal de stroomsterkte in de stroomdraad. De stroomdraad zelf voelt in het homogene magneetveld een lorentzkracht. Leid af in welke richting die lorentzkracht wijst. MOMENTEN In nevenstaande tekening zie je één van de 25 windingen getekend, waar t.g.v. een voeding een stroom van 1,2 door loopt. De lengten PQ en QR zijn resp. 4 en 3 cm. Door de getekende lorentzkrachten gaat de spoel 20 draaien t.o.v. de getekende horizontale stand. De spoel blijft geheel in het als homogeen te beschouwen magneetveld met een magnetische inductie van 60 mt. ereken het moment van de lorentzkrachten in die 20 -stand.

14 -METER Deze vraag gaat over lorentzkrachten. Je ziet in de tekeningen een spoel in een magneetveld. Eenmaal in perspectief, eenmaal in bovenaanzicht. De spoel kan draaien om een weekijzeren cilinder. Je ziet ook de veertjes op de as in fig. 1. Om de tekening niet te verstoren zijn ze in fig. 2 weggelaten. N staat voor noordpool; S voor zuidpool. ls er geen stroom door de spoel loopt staat de wijzer op 0. Er loopt wel een stroom door de spoel en daarom staat de wijzer niet op 0. Er is sprake van een evenwichtssituatie. C D Geef de richting van de lorentzkrachten die voor de draaiing zorgen, aan in figuur 2 en leid af in welke richting de stroom door de spoel loopt. Leg uit dat bij een grotere stroomsterkte de hoek waarin de wijzer tot stilstand komt ook groter is. Je kunt een eventuele eerdere fout compenseren met punten als je vraag uitlegt door op juiste wijze gebruik te maken van grafieken. Je kunt een eerdere fout compenseren met.. punten als je de sterkte van de magnetische inductie van de stroomdraad uit vraag kunt bepalen. Gegeven is dat de magnetische inductie van het homogene veld 1,0 mt is..

15 De lorentzkracht moet zorgen voor een draaiing rechtsom, van boven gezien. ovendien moet die loodrecht op stroom en magneetveld staan. Dus de richting is zoals in figuur 2 is aangegeven. Om die lorentzkracht te krijgen moet de stroom lopen zoals in fig. 1 is aangegeven. De stand van de wijzer wordt bepaald door het evenwicht van het moment van het veertje en de lorentzkrachten. Een grotere stroom betekent een groter moment van de lorentzkrachten. Het veertje zal meer gespannen moeten worden om weer evenwicht te bereiken. De wijzer draait dus verder alvorens zijn stand te bereiken.

16 EEN MPÈREMETER In figuur 4 is een perspectivische tekening van een ampèremeter te zien. In figuur 5 is de doorsnede van zo n ampèremeter schematisch weergegeven. Je ziet daar een weekijzeren cilinder in een magneet. Er ontstaat zo een magneetveld dat als de spaken van een wiel langs de straal van de cirkel gericht is. De magnetische inductie op de plaats van de windingen bedraagt 0,50 T. De spoel telt 50 windingen. De stroomsterkte in de draad van de windingen is 50. Op de stukken draad, C en D, werken de lorentzkrachten zoals in figuur 5 door twee even grote tegengestelde pijlen is aangegeven. C D Geef de richting van het magneetveld aan en leid af in welke richting de stroom door de draad loopt. Het draadraam CD is rechthoekig. = 1,0 cm en C = 1,2 cm. Eventuele randeffecten zijn verwaarloosbaar. Kies de as als draaipunt en bereken de som van de momenten op het draadraam. Ten gevolge van de lorentzkrachten draait het draadraam 30. Geef de nieuwe stand in figuur 5 aan met de dan werkende lorentzkrachten. Leg uit of de lorentzkrachten in die situatie groter of kleiner zijn geworden, dan wel gelijk zijn gebleven qua grootte.

17 a b c a b Twee draden Twee lange rechte stroomdraden en gaan loodrecht door dit blad papier. Ten gevolge van de stroom door ontstaat een magneetveld zoals aangegeven door de veldlijnen. Deze veldlijnen gaan linksom. Dat kun je zelf in de tekening aangeven. Leid af in welke richting de stroom door gaat. Leid af in welke richting draad de lorentzkracht voelt. de richting van de stroom door is van ons af. Kun je beredeneren waar ergens op dit blad papier de magnetische inductie het sterkst zal zijn? LORENTZ Stel je voor: De rand om deze opgave is een stroomdraad, waar een stroom door loopt van 15. Het magneetveld loopt parallel aan het tafeloppervlak van de tafel waar jij nu aan het werk bent en heeft een waarde van 4, T. De richting van de magnetische inductie is naar rechts: De stroom loopt rechtsom; volgens de wijzers van de klok dus. Geef op elk van de vier kanten aan in welke richting de lorentzkracht wijst. ereken de grootte van de lorentzkracht op de zijde rechts

18 VEER Tussen de twee vlakke poolschoenen van een magneet heerst een homogeen magnetisch veld. Om de grootte van de magnetische veldsterkte te bepalen, brengt men tussen de poolschoenen een spoeltje dat aan een veerbalans hangt. Hierbij staat het vlak van een winding loodrecht op de magnetische veldlijnen. Het spoeltje is 6,0 cm breed en 30,0 cm lang en bestaat uit 100 windingen. De aansluitpunten P en Q van het spoeltje worden elk geleidend verbonden met een van de polen van een gelijkspanningsbron. ls gevolg hiervan blijkt de veerbalans verder uit te rekken. Leid af of P met de positieve pool of met de negatieve pool is verbonden of Q. De veerbalans is geijkt in newton. In de grafiek is de aanwijzing van de veerbalans uitgezet als functie van de stroomsterkte in het spoeltje. epaal met behulp van de grafiek: de grootte van de Lorentz-kracht die het spoeltje omlaag trekt bij een stroomsterkte van 0,50 ; C de grootte van de magnetische inductie. D ls we in plaats van een gelijkspanningsbron een wisselspanningsbron aansluiten, kunnen er bij de verschillende frequenties heel verschillende dingen gebeuren ondanks het feit dat de stroomsterkte nauwelijks verandert. We nemen soms waar, dat a de spoel nauwelijks beweegt, b rustig op en neer gaat, c hij steeds heftiger gaat trillen en weg schiet. Wat verwacht je bij lage, gematigde en hoge frequentie? Korte toelichting gewenst.

19 UITWERKING: De magnetische inductie wijst naar rechts. De lorentzkracht wijst op het onderste stukje draad naar beneden. dan moet de stroom 'van ons af' wijzen. Dus van P via de spoel naar Q. Dan moet P positief zijn geweest t.o.v. Q. De extra uitrekking wordt veroorzaakt door de lorentzkracht. De aanwijzing gaat van 2,1 N naar 2,4 N. De lorentzkracht bij 0,50 is dus 0,3 N. Die 2,1 N zal wel door F z komen. C F L = IL 0,3 = 0, ,06 = 0,1 T. lleen die 100 draadjes van 6 cm zijn voor de aanwijzing van belang. De vertikale stukjes, voor zover in het magneetveld, voelen wel een lorentzkracht, maar deze wijzen in horizontale richting en werken elkaar bovendien nog tegen. D ij lage frequentie speelt inductie geen rol. De spoel is bovendien niet met ijzer gevuld, dus zal de inductie ook bij hogere frequqnties niet van groot belang zijn. ij lage frequentie kan de spoel de lorentzkracht volgen en gaat dus met het wisselen van de stroomrichting mee op en neer. ij hoge frequentie kan door de traagheid van de spoel, de massa dus, de verandering niet gevolgd worden. De spoel beweegt dus nauwelijks. ij de frequentie daartussen ligt ergens de resonantiefrequentie en daarbij is het typisch dat de trilling steeds heftiger wordt.

20 VERHITTE MGNEET Een stuk ijzer bevindt zich in een magneetveld en blijkt zich als een magneet te gedragen. Verhitten we het stuk ijzer, dan blijkt dat het zijn magnetische eigenschappen verliest. Leg dat uit en ondersteun je uitleg met duidelijke tekeningen. DRIJVENDE MGNEET Hiernaast zie je een cilinder, gevuld met water. Langs de as van de cilinder gaat een stroomdraad, waardoorheen een flinke stroom loopt. Op het water drijft een kompasnaaldje. De donker gekleurde zijde is de noordpool ervan. In de volgende vraag gaat het alleen om de invloed van het magnetisme van draad en kompasnaaldje op het naaldje. a. Schets met enige veldlijnen het magneetveld van de stroom ter hoogte van het wateroppervlak. Je kunt hiervoor gebruik maken van een tekening naar keuze. b. Leid af welke invloed het 'inschakelen en laten lopen' van de stroom heeft op de kompasnaald. SPOEL Pl a at s in de tekening een batterij zodat rechts een noordpool ontstaat door de in de spoel veroorzaakte stroom. Geef ook de stroomrichting aan. Zet de N op de juiste plaats. ereken de magnetische inductie in het midden van deze lange spoel van 90 windingen, 45 cm lang, I = 1,00. MGNETISCH VELD Een elektronenbundel komt in een door de stippellijn aangegeven gebied binnen, waarin een naar ons toegericht magneetveld heerst. epaal in welke richting de elektronenbundel zal gaan afbuigen.

21 MGNETEN Twee zuidpolen bevinden zich tegenover elkaar. Zie figuur hiernaast. Ik overzie het gebied tussen de streeplijn. Schets door middel van tenminste 8 veldlijnen het daar aanwezige magneetveld. Uitgaande van twee even sterke polen teken je eerst de symmetrie-assen. Dus moet je er links tenminste 4 tekenen, evenals rechts. Vervolgens bedenk je dat de veldlijnen naar de zuidpool toe lopen en vraagt je af in welke richting de noordpool van een kompas een kracht ondervindt. De veldlijnen mogen elkaar niet snijden.

22 a b SPOEL De getekende spoel bevat in werkelijkheid 200 windingen. Daarvan zijn er slechts enkele getekend. De draaddikte, de straal van de windingen en de lengte van de spoel kun je uit de tekening halen. De spoel is aangesloten op een gelijkspanningsbron, waardoor een stroom loopt met een stroomsterkte I = 5,7. De spoel is te beschouwen als een staafmagneet. Leid af welke kant de noordpool van de spoel is. ereken de magnetische inductie in de spoel. a b Voor de richting van het magneetveld is het van belang vast te stellen dat de stroom aan de voorkant omhooggaat. De richtingsregel leert dan dat het magneetveld in de spoel naar links wijst. Het veld buiten de spoel wijst van Noord naar Zuid. an de linkerkant bevindt zich dus een noordpool. 0 NI l 1, ,7 7,2 10 0,20 3 T

23 LORENTZKRCHT In de figuren 1 en 2 zie je een schematische weergave van een ampèremeter. Figuur 2 is het bovenaanzicht van figuur 1. De stroomrichting is van naar. In figuur 2 kun je zien hoe de magnetische inductie is gericht, = 0,42 T. De lengte is 3,00 cm en de lengte D is 4,00 cm. De spoel CD heeft 100 windingen. De stroomsterkte in de windingen is 12, waardoor de spoel de stand van figuur 2 inneemt. 4 Teken in figuur 2 de lorentzkracht op D. 5 ereken het moment van de lorentzkracht op D t.o.v. de as. Malou kan niet met de vingers van de wijzer afblijven en duwt hem verder naar de stand van 30. De spoel draait mee. De stroomsterkte is onveranderd. 6 Leid af hoe het in die positie met het moment van de lorentzkracht op D is gesteld. Groter, kleiner of onveranderd? 7 eredeneer wat er gebeurt met spoel en wijzer als Malou de wijzer weer loslaat. 4 De stroom komt bij omhoog. De lorentzkracht staat loodrecht op het vlak gevormd door magneetveld en stroom. De richtingsregel leidt tot de getekende pijl. an de andere kant wijst hij tegengesteld. 5 Het moment bereken je met F d. M Il d 0,42 ( ) 0,0400 0,015 3,0 10 Nm 6 De sterkte van het magneetveld en van de stroom verandert niet, evenmin als hun onderlinge positie. Ook staat de lorentzkracht nog steeds loodrecht op de spoel en de arm is dus ook niet veranderd. Het moment dus ook niet. 7 Het moment van de lorentzkrachten in onveranderd, maar de veer is meer gespannen en zal dus voor een terugdraaiende beweging zorgen, terug naar de oude stand..

24 MOMENTEN Hiernaast zie je het bovenaanzicht van een rechthoekig draadraam PQRS in een homogeen magneetveld. Het magneetveld is evenwijdig aan de bovenrand van het papier. Van het draadraam staan QR en SP loodrecht op het papier. QR is 5,0 cm. PQ is op ware grootte weergegeven. Ook de hoeken zijn juist weergegeven. Het draadraam kan draaien om een as, eveneens loodrecht op het papier. Door het draadraam loopt een elektrische stroom. De stroomrichting in PQ is van Q naar P. De stroomsterkte in het draadraam is 500 m. De magnetische inductie = 4,5 10² T. 1 Teken in nevenstaande tekening de lorentzkracht op het draadstuk QR. 2 ereken de grootte van de lorentzkracht op QR. 3 ereken de grootte van de lorentzkracht op PQ. 4 ereken de som van de momenten van de lorentzkrachten op QR en SP. KLOSJE DRD In het kabinet ligt een klosje koperdraad. De draad zit netjes op het houten klosje gewikkeld, overal evenveel per cm. De dikte van de koperdraad is 0,10 mm. De lengte van de wikkelingen, gemeten langs de as, is 4,7 cm. Ik heb uitgerekend dat er 500 wikkelingen op zitten. De uiteinden steken uit, zodat ik er een stroom door kan laten lopen. Ik sluit de uiteinden via een -meter aan en er blijkt een stroom van 15 m te lopen. 5 ereken de sterkte van de magnetische inductie midden in het klosje. an een van de beide platte uiteinden van het klosje zit een sticker met gegevens. ls ik daarnaar kijk, loopt de stroom van 15 m rechtsom, met de wijzers van de klok mee dus. 6 Schets de situatie, geef daarin de stroomrichting en de richting van het opgewekte magneetveld aan en geef tevens aan of aan de kant van de sticker de N- of Z-pool zit. SCHEMERLMP In het snoer naar de schemerlamp lopen twee elektriciteitsdraden min of meer evenwijdig. Door de een loopt de stroom naar de lamp toe en door de ander loopt die stroom terug. Elk van de twee draden, waar stroom door loopt, maakt een magnetisch veld. 7 Leid af of deze twee velden elkaar buiten het snoer versterken of juist tegenwerken.

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk Het magnetisch veld

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk Het magnetisch veld Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 4 4.1 Het magnetisch veld Opgave 1 a Het koperen staafje is het staafje dat geen van de andere staafjes aantrekt en niet door de andere staafjes wordt aangetrokken. Het is

Nadere informatie

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Ga na of de onderstaande beweringen waar of niet waar zijn (invullen op antwoordblad). 1) De krachtwerking van een magneet is bij

Nadere informatie

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar.

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. Mkv Magnetisme Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. In een punt P op een afstand d/2 van de rechtse geleider is

Nadere informatie

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan jaar: 1995 nummer: 28 Twee zeer lange draden zijn evenwijdig opgesteld. De stroom door de linkse draad ( zie figuur) is in grootte gelijk aan 30 A en de zin ervan wordt aangegeven door de pijl. We willen

Nadere informatie

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting Newton - HAVO Elektromagnetisme Samenvatting Het magnetisch veld Een permanente magneet is een magneet waarvan de magnetische werking niet verandert Een draaibare kompasnaald draait met zijn noordpool

Nadere informatie

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten.

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Uitwerkingen 1 Opgave 1 IJzer, nikkel en kobalt. Opgave 2 ermanente magneten zijn blijvend magnetisch. Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Opgave 4 Weekijzer is

Nadere informatie

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. figuur 3 De schuifweerstand is zo ingesteld dat de stroomsterkte 0,50 A is. a) Bereken het

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK 8 29/04/2011 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (32 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! Opgave 1: Afbuigen van geladen

Nadere informatie

Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 7 Elektromagnetisme (12-12-2012) Pagina 1 van 12

Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 7 Elektromagnetisme (12-12-2012) Pagina 1 van 12 Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 7 Elektromagnetisme (12-12-2012) Pagina 1 van 12 Opgaven 7.1 Magneten en elektromagneten 1 a Ongelijke polen trekken elkaar aan. De noordpool van een kompas wordt

Nadere informatie

Vragenlijst MAGNETISME. Universiteit Twente Faculteit Gedragswetenschappen

Vragenlijst MAGNETISME. Universiteit Twente Faculteit Gedragswetenschappen Vragenlijst MAGETSME Universiteit Twente Faculteit Gedragswetenschappen Antwoordeninstructie Je hebt een heel lesuur om de vragen te beantwoorden. Er zijn in totaal 19 vragen, waarvan 5 open vragen en

Nadere informatie

Elektro-magnetisme Q B Q A

Elektro-magnetisme Q B Q A Elektro-magnetisme 1. Een lading QA =4Q bevindt zich in de buurt van een tweede lading QB = Q. In welk punt zal de resulterende kracht op een kleine positieve lading QC gelijk zijn aan nul? X O P Y

Nadere informatie

Stevin vwo Antwoorden hoofdstuk 10 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 9

Stevin vwo Antwoorden hoofdstuk 10 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 9 Stevin vwo Antwoorden hoofdstuk 10 Elektromagnetisme (2016-05-22) Pagina 1 van 9 Als je een ander antwoord vindt, zijn er minstens twee mogelijkheden: óf dit antwoord is fout, óf jouw antwoord is fout.

Nadere informatie

OOFDSTUK 8 9/1/2009. Deze toets bestaat uit 3 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes!

OOFDSTUK 8 9/1/2009. Deze toets bestaat uit 3 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK OOFDSTUK 8 9/1/2009 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! Opgave 1: Afbuiging

Nadere informatie

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1.

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Elektrisch veld In de vacuüm gepompte beeldbuis van een TV staan twee evenwijdige vlakke metalen platen

Nadere informatie

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 10

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 10 Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Elektromagnetisme (08-02-2011) Pagina 1 van 10 Opgaven 5.1 Magneten en elektromagneten 1 a Ongelijke polen trekken elkaar aan. De noordpool van een kompas wordt

Nadere informatie

VLAKKE PLAATCONDENSATOR

VLAKKE PLAATCONDENSATOR H Electrostatica PUNTLADINGEN In een ruimte bevinden zich de puntladingen A en B. De lading van A is 6,010 9 C en die van B is +6,010 9 C. Om een idee van afstanden te hebben is in het vlak een rooster

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. lektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6 Dit oefen et 2 en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl 5vwo oefen-et 2 Et-2 stof vwo5: Vwo5 kernboek: Hoofdstuk 3: Trillingen Hoofdstuk 4: Golven Hoofdstuk 5: Numerieke natuurkunde Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Nadere informatie

MAGNETISME. 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren

MAGNETISME. 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren MAGNETISME 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren 1 Magneten Magneten Magneten hebben de eigenschap dat ze drie stoffen kunnen aantrekken,

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE tweede voorbeeldtentamen CCVN tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient op een afzonderlijk

Nadere informatie

De startmotor. Student booklet

De startmotor. Student booklet De startmotor Student booklet De startmotor - INDEX - 2006-04-10-14:04 De startmotor De startmotor is een elektrische motor, en bij een elektrische motor draait het allemaal om magneten en magnetisme:

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 13. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen HAVO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 13. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Examen HVO 2008 tijdvak 1 vrijdag 23 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 13 In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. ij dit examen

Nadere informatie

Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1, I. Opgave 3

Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1, I. Opgave 3 Telkens is aangegeven als de examenopgaven zijn aangepast of uitgebreid. et 2 training vwo 5 2011 Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1,2 2005-I. Opgave 3 Lees het artikel. Kernfysici zien nieuw element

Nadere informatie

3HV H1 Krachten.notebook September 22, krachten. Krachten Hoofdstuk 1

3HV H1 Krachten.notebook September 22, krachten. Krachten Hoofdstuk 1 krachten Krachten Hoofdstuk 1 een kracht zelf kun je niet zien maar... Waaraan zie je dat er een kracht werkt: Plastische Vervorming (blijvend) Elastische Vervorming (tijdelijk) Bewegingsverandering/snelheidsverandering

Nadere informatie

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur 1 RONDDRAAIENDE MASSA 5pt Een massa zit aan een uiteinde van een touw. De massa ligt op een wrijvingloos oppervlak waar het

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven. " '"of) r.. I r. ',' t, J I i I.

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven.  'of) r.. I r. ',' t, J I i I. .o. EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWJS N 1979 ' Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE.,, Dit examen bestaat uit 4 opgaven ',", "t, ', ' " '"of) r.. r ',' t, J i.'" 'f 1 '.., o. 1 i Deze

Nadere informatie

Tentamen Natuurkunde I Herkansing uur uur donderdag 7 juli 2005 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs

Tentamen Natuurkunde I Herkansing uur uur donderdag 7 juli 2005 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs Tentamen Natuurkunde I Herkansing 09.00 uur -.00 uur donderdag 7 juli 005 Docent Drs.J.. Vrijdaghs Aanwijzingen: Dit tentamen omvat 5 opgaven met totaal 0 deelvragen Maak elke opgave op een apart vel voorzien

Nadere informatie

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1979 Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Dit examen bestaat uit 4 opgaven ft Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van

Nadere informatie

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (1)

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (1) Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (1) E. Gernaat, ISBN 978-90-808907-3-2 1 Magnetisme 1.1 Het magnetische veld Voor de beschrijving van een magnetisch veld gaan we uit van een staafvormige

Nadere informatie

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Het aangrijpingspunt van een kracht is de plaats waar de kracht op het voorwerp werkt. De werklijn van een kracht is de denkbeeldige (rechte) lijn die samenvalt met de bijbehorende

Nadere informatie

-Zoek de eventuele benodigde gegevens op in het tabellenboek. -De moeilijkere opgaven hebben een rood opgavenummer.

-Zoek de eventuele benodigde gegevens op in het tabellenboek. -De moeilijkere opgaven hebben een rood opgavenummer. Extra opgaven hoofdstuk 7 -Zoek de eventuele benodigde gegevens op in het tabellenboek. -De moeilijkere opgaven hebben een rood opgavenummer. Gebruik eventueel gegevens uit tabellenboek. Opgave 7.1 Door

Nadere informatie

1 Je moet weten welke stand een staafmagneet inneemt, als je hem zó ophangt dat hij vrij kan draaien. [P1, T1]

1 Je moet weten welke stand een staafmagneet inneemt, als je hem zó ophangt dat hij vrij kan draaien. [P1, T1] LEERDOELEN 1 Je moet weten welke stand een staafmagneet inneemt, als je hem zó ophangt dat hij vrij kan draaien. [P1, T1] 2 Je moet de noord- en zuidpool van een staafmagneet kunnen bepalen. [P1, T1] 3

Nadere informatie

1. Een karretje op een rail

1. Een karretje op een rail Natuurkunde Vwo 1986-II 1. Een karretje op een rail Een rail, waarvan de massa 186 gram is, heeft in het midden een knik. De beide rechte stukken zijn even lang. De rail wordt. slechts in de twee uiterste

Nadere informatie

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Inductie ( ) Pagina 1 van 10

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Inductie ( ) Pagina 1 van 10 Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 6 ndutie (21-03-2010) Pagina 1 van 10 Opgaven 6.1 ndutiespanning 1 a De spanning wordt 2 zo hoog. Ook nu is de spanning 2 zo hoog en de pieken volgen elkaar 2

Nadere informatie

E3 H3 Elektromagneten. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

E3 H3 Elektromagneten. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur Its Academy Laatst gewijzigd Licentie Webadres 08 May 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/51306 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van

Nadere informatie

Woensdag 24 mei, 9.30-12.30 uur

Woensdag 24 mei, 9.30-12.30 uur 'i EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1978 Woensdag 24 mei, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit

Nadere informatie

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010)

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010) TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010) 25 april, 2008, 14.00-17.00 uur Opmerkingen: 1. Dit tentamen bestaat uit 4 vragen met in totaal 18 deelvragen. 2. Het is toegestaan gebruik te maken van bijgeleverd formuleblad

Nadere informatie

1 Overzicht theorievragen

1 Overzicht theorievragen 1 Overzicht theorievragen 1. Wat is een retrograde beweging? Vergelijk de wijze waarop Ptolemaeus deze verklaarde met de manier waarop Copernicus deze verklaarde. 2. Formuleer de drie wetten van planeetbeweging

Nadere informatie

OntdekZelf - magnetisme

OntdekZelf - magnetisme Werkwijze Alle OntdekZelf experimenten zijn bedoeld voor de leerling om zelf te ontdekken. Laat de leerling vanaf het begin werken met zijn materialen en ontdekken hoe hij tot een antwoord of een werkende

Nadere informatie

Havo 5 oefen et

Havo 5 oefen et Toetsstof havo 5 et4 volgens PTA: examenjaar 2010/2011 Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Stof volgens het PTA: havo5 h2: Trillingen en golven Havo5 h3: Energie en warmte Havo5 h4: Elektromagnetisme

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektromagnetisme. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektromagnetisme. 4 november Brenda Casteleyn, PhD Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Elektromagnetisme 4 november 2017 Brenda Casteleyn, PhD Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) 1. Inleiding

Nadere informatie

I A (papier in) 10cm 10 cm X

I A (papier in) 10cm 10 cm X Tentamen: Fysica en Medische Fysica 2 Tijd: 15:15-18:00 uur, donderdag 28 mei 2009 Plaats: TenT blok 4 (met bijlage van formules, handrekenmachine is toegestaan) Docent: Dr. K.S.E. Eikema Puntentelling:

Nadere informatie

MAGNETISME & ELEKTRICITEIT

MAGNETISME & ELEKTRICITEIT Hoofdstuk 1 MAGNETISME & ELEKTRICITEIT 1.1 Doelstelling In tegenstelling tot praktisch alle handboeken start je met elektromagnetisme. De reden is eenvoudig omdat alle elektrische toepassingen steeds gepaard

Nadere informatie

7 Elektriciteit en magnetisme.

7 Elektriciteit en magnetisme. 7 Elektriciteit en magnetisme. itwerkingen Opgae 7. aantal 6, 0 9,60 0 8 elektronen Opgae 7. aantal,0 0,0 0 A,60 0 s 9,5 0 6 elektronen/s Opgae 7. O-atoom : +8-8 0 O-ion : +8-0 - Lading O-ion - x,6 0-9

Nadere informatie

Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3

Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3 Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3 A. wiskunde Differentiëren en primitieve bepalen W1. Wat is de afgeleide van 3x 2? a. 3x b. 6x c. x 3 d. 3x 2 e. x 2 W2. Wat

Nadere informatie

Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur

Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1978 Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE r Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit

Nadere informatie

8 College 08/12: Magnetische velden, Wet van Ampere

8 College 08/12: Magnetische velden, Wet van Ampere 8 College 08/12: Magnetische velden, Wet van Ampere Enkele opmerkingen: Permanente magneten zijn overal om ons heen. Magnetisme is geassociëerd met bewegende electrische ladingen. Magnetisme: gebaseerd

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE datum : dinsdag 27 juli 2010 tijd : 14.00 tot 17.00 uur aantal opgaven : 6 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient

Nadere informatie

Naam: Repetitie krachten 1 t/m 5 3 HAVO. OPGAVE 1 Je tekent een 8 cm lange pijl bij een schaal van 3 N 5 cm. Hoe groot is de kracht?

Naam: Repetitie krachten 1 t/m 5 3 HAVO. OPGAVE 1 Je tekent een 8 cm lange pijl bij een schaal van 3 N 5 cm. Hoe groot is de kracht? Naam: Repetitie krachten 1 t/m 5 3 HAVO OPGAVE 1 Je tekent een 8 cm lange pijl bij een schaal van 3 N 5 cm. Hoe groot is de kracht? Je tekent een kracht van 18 N bij een schaal van 7 N 3 cm. Hoe lang is

Nadere informatie

Nationale Natuurkunde Olympiade. Eerste ronde januari Beschikbare tijd: 2 klokuren

Nationale Natuurkunde Olympiade. Eerste ronde januari Beschikbare tijd: 2 klokuren Nationale Natuurkunde Olympiade Eerste ronde januari 2009 Beschikbare tijd: 2 klokuren Lees dit eerst! OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2009 Voor je liggen de opgaven

Nadere informatie

MAGNETISME. 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren 7 Zelfinductie van een spoel

MAGNETISME. 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren 7 Zelfinductie van een spoel MAGNETISME 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren 7 Zelfinductie van een spoel 1 Magneten Magneten Magneten hebben de eigenschap dat

Nadere informatie

INHOUD LEERDOELEN W4 21. HERHAALSTOF H1 Nieuwe begrippen 22 H2 Magneten 24 H3 Velden en veldlijnen 26

INHOUD LEERDOELEN W4 21. HERHAALSTOF H1 Nieuwe begrippen 22 H2 Magneten 24 H3 Velden en veldlijnen 26 INHOUD BASISSTOF T1 Magneten 8 W1 10 T2 Het magnetisch veld 11 W2 12 T3 Magnetisme en elektrische stromen 14 W3 16 T4 Toepassingen van elektromagneten 18 W4 21 HERHAALSTOF H1 Nieuwe begrippen 22 H2 Magneten

Nadere informatie

Tentamen Elektromagnetisme 1 (NS-103B)

Tentamen Elektromagnetisme 1 (NS-103B) Tentamen Elektromagnetisme (NS-B) woensdag 8 april 5: 8: uur Het gebruik van literatuur of een rekenmachine is niet toegestaan. U mag van navolgende algemene gegevens gebruik maken. Bij de opgaven zelf

Nadere informatie

krachten sep 3 10:09 Krachten Hoofdstuk 1 Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

krachten sep 3 10:09 Krachten Hoofdstuk 1 Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting) krachten sep 3 10:09 Krachten Hoofdstuk 1 een kracht zelf kun je niet zien maar... Waaraan zie je dat er een kracht werkt: Plastische Vervorming (blijvend) Elastische Vervorming (tijdelijk) Bewegingsverandering/snelheidsverandering

Nadere informatie

Werkbladen voor leerlingen

Werkbladen voor leerlingen Magneetpolen Leerdoel: Begrijpen hoe de positieve en negatieve magnetische polen duw- en trekkrachten kunnen aantonen. 1 1. Noem vijf voorwerpen die een magneet aantrekt. 2. Hoe worden de uiteinden van

Nadere informatie

Examen VWO. tijdvak 1 vrijdag 20 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. tijdvak 1 vrijdag 20 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2016 tijdvak 1 vrijdag 20 mei 13.30-16.30 uur oud programma natuurkunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 74 punten te

Nadere informatie

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal.

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal. Natuurkunde Havo 1984-II Opgave 1 Fietsen Iemand rijdt op een fiets. Beide pedalen beschrijven een eenparige cirkelbeweging ten opzichte van de fiets. Tijdens het fietsen oefent de berijder periodiek een

Nadere informatie

Schriftelijk examen: theorie en oefeningen Fysica: elektromagnetisme

Schriftelijk examen: theorie en oefeningen Fysica: elektromagnetisme Schriftelijk eamen: theorie en oefeningen 2010-2011 Naam en studierichting: Aantal afgegeven bladen, deze opgavebladen niet meegerekend: Gebruik voor elke nieuwe vraag een nieuw blad. Zet op elk blad de

Nadere informatie

Toets Wetenschap en Techniek groep 8 SAM

Toets Wetenschap en Techniek groep 8 SAM Toets Wetenschap en Techniek groep 8 SAM Magnetisme 1. magneten trekken de volgende stoffen aan (zet een cirkel om de goede antwoorden): A. hout B. ijzer C. plastic D.kurk E.staal F. koper G. porselein

Nadere informatie

Handleiding Magnetisme

Handleiding Magnetisme Handleiding Magnetisme Informatie voor de leerkracht De naald van ons kompas wijst altijd naar het noorden. Dat komt omdat het ijzer van die magnetische naald reageert op de ijzeren kern van de aarde.

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B (oude stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B (oude stijl) Wiskunde B (oude stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 27 mei 1330 1630 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het examen bestaat uit 18 vragen

Nadere informatie

Tentamen E&M 13-mei-2004

Tentamen E&M 13-mei-2004 E&M Tentamen E&M 3-mei-2004 Boller, Offerhaus, Verschuur E&M 40305 Aanwijzingen De toets bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deel binnen 60 minuten moet worden ingeleverd. In het eerste deel worden

Nadere informatie

www. Fysica 1997-1 Vraag 1 Een herdershond moet een kudde schapen, die over haar totale lengte steeds 50 meter lang blijft, naar een 800 meter verderop gelegen schuur brengen. Door steeds van de kop van

Nadere informatie

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen NATUURKUNDE Havo. Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen Schoolexamen Havo-5: SE4: Na code:h5na4 datum : 11 maart 2009 tijdsduur: 120 minuten. weging: 30%. Onderwerpen: Systematische

Nadere informatie

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas:

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas: Namen: Klas: Windmolenpark Houten Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten Ontwikkeld door: Geert Veenstra Gerard Visker Inhoud Probleem en hoofdopdracht Blz 3 Samenwerking

Nadere informatie

Naam: Klas: Practicum veerconstante

Naam: Klas: Practicum veerconstante Naam: Klas: Practicum veerconstante stap Bouw de opstelling zoals hiernaast is weergegeven. stap 2 Hang achtereenvolgens verschillende massa's aan een spiraalveer en meet bij elke massa de veerlengte in

Nadere informatie

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1 Vraag 1 Twee stenen van op dezelfde hoogte horizontaal weggeworpen in het punt A: steen 1 met een snelheid v 1 en steen 2 met snelheid v 2 Steen 1 komt neer op een afstand x 1 van het punt O en steen 2

Nadere informatie

Oefeningenexamen Fysica 2 1ste zit 2006-2007

Oefeningenexamen Fysica 2 1ste zit 2006-2007 Oefeningenexamen 2006-2007 12 januari 2007 Naam en groep: Aantal afgegeven bladen, dit blad niet meegerekend: Gebruik voor elke nieuwe vraag een nieuw blad. Zet op elk blad de vermelding 12/01/2007 alsook

Nadere informatie

Wisselspanningen. Maximale en effectieve waarde. We gaan de wisselspanning aansluiten op een weerstand. U R. In deze situatie geldt de wet van Ohm:

Wisselspanningen. Maximale en effectieve waarde. We gaan de wisselspanning aansluiten op een weerstand. U R. In deze situatie geldt de wet van Ohm: Wisselen Maximale en effectieve waarde We gaan de wissel aansluiten op een weerstand. I I G In deze situatie geldt de wet van Ohm: I = We zien een mooie sinusvormige wissel. De hoogste waarde word ook

Nadere informatie

Supergeleidende magneten in LHC. De beperktheid van traditionele magneten dwingen fysici supergeleidende

Supergeleidende magneten in LHC. De beperktheid van traditionele magneten dwingen fysici supergeleidende Supergeleidende magneten in LHC De beperktheid van traditionele magneten dwingen fysici supergeleidende magneten te gebruiken Magnetiserende veldsterkte H, permeabiliteit, magnetische veldsterkte B De

Nadere informatie

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT Wanneer loopt er stroom? Elektrische apparaten werken alleen als er een stroom door loopt. Om de stroom te laten lopen is er altijd een spanningsbron nodig. Dat kan een

Nadere informatie

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010)

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010) TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010) 2 Juli, 2010, 14:00 17:00 uur Opmerkingen: 1. Dit tentamen bestaat uit 4 vragen met in totaal 19 deelvragen. 2. Werk nauwkeurig en netjes. Als ik het antwoord niet kan

Nadere informatie

Schriftelijk examen 2e Ba Biologie Fysica: elektromagnetisme 2011-2012

Schriftelijk examen 2e Ba Biologie Fysica: elektromagnetisme 2011-2012 - Biologie Schriftelijk examen 2e Ba Biologie 2011-2012 Naam en studierichting: Aantal afgegeven bladen, deze opgaven niet meegerekend: Gebruik voor elke nieuwe vraag een nieuw blad. Zet op elk blad de

Nadere informatie

Trillingen en geluid wiskundig

Trillingen en geluid wiskundig Trillingen en geluid wiskundig 1 De sinus van een hoek 2 Radialen 3 Uitwijking van een harmonische trilling 4 Macht en logaritme 5 Geluidsniveau en amplitude 1 De sinus van een hoek Sinus van een hoek

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 18 mei uur

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 18 mei uur Eamen VW 016 tijdvak 1 woensdag 18 mei 13.30-16.30 uur wiskunde (pilot) it eamen bestaat uit 16 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 79 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een

Nadere informatie

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing.

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Opgave 2 Aardwarmte N2-2002-I -----------------------------------------------------------------

Nadere informatie

. Vermeld je naam op elke pagina.

. Vermeld je naam op elke pagina. Tentamen: Elektriciteit en Magnetisme Docent: J. F. J. van den Brand R. J. Wijngaarden Datum: 30 Mei 2006 Zaal: Q112/M143 Tijd: 15:15-18.00 uur. Vermeld je naam op elke pagina.. Vermeld je collegenummer..

Nadere informatie

toelatingsexamen-geneeskunde.be

toelatingsexamen-geneeskunde.be Fysica juli 2009 Laatste update: 31/07/2009. Vragen gebaseerd op het ingangsexamen juli 2009. Vraag 1 Een landingsbaan is 500 lang. Een vliegtuig heeft de volledige lengte van de startbaan nodig om op

Nadere informatie

2 H-ll EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 NATUURKUNDE. Woensdag 28 augustus, uur. Zie ommezijde

2 H-ll EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 NATUURKUNDE. Woensdag 28 augustus, uur. Zie ommezijde 2 H-ll EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 Woensdag 28 augustus, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit

Nadere informatie

Schriftelijk examen: theorie en oefeningen Fysica: elektromagnetisme 2009-2010

Schriftelijk examen: theorie en oefeningen Fysica: elektromagnetisme 2009-2010 Schriftelijk examen: theorie en oefeningen 2009-2010 Naam en studierichting: Aantal afgegeven bladen, dit blad niet meegerekend: Gebruik voor elke nieuwe vraag een nieuw blad. Zet op elk blad de vermelding

Nadere informatie

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2015 theorietoets deel 1

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2015 theorietoets deel 1 Eindronde Natuurkunde Olympiade 2015 theorietoets deel 1 Opgave 1 Botsend blokje (5p) Een blok met een massa van 10 kg glijdt over een glad oppervlak. Hoek D botst tegen een klein vastzittend blokje S

Nadere informatie

Oefentoets krachten 3V

Oefentoets krachten 3V (2p) Welke drie effecten kunnen krachten hebben op voorwerpen? Verandering van richting, vorm en snelheid. 2 (3p) Ans trekt met een kracht van 50 N aan de kist. Welke drie krachten spelen hier een rol?

Nadere informatie

Spijkermotor. Dit moet hem worden:

Spijkermotor. Dit moet hem worden: Spijkermotor Dit moet hem worden: Dit heb je nodig: materialen blok hout (15 bij 15 bij 1,8 cm) twee hoekijzers 18 m koperdraad (gelakt, 0,5) 4 spijkers (65 mm) 1 spijkers (90 mm) 2 spijkers (80 mm) 6

Nadere informatie

JAN Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 34 punten.

JAN Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 34 punten. NATUURKUNDE KLAS 4 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK 2 JAN.. 2009 Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 34 punten. Opgave 1 (3 + 4 pt) De batterij in de hiernaast

Nadere informatie

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen NATUURKUNDE Havo. Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen Schoolexamen Havo-5: SE3: Na code:h5na2 datum : 10 dec 2008 tijdsduur: 120 minuten. weging: 30%. Onderwerpen: Systematische Natuurkunde

Nadere informatie

De Permanent Magneet Motor: Thierry Dejaegere. Thinnov Lomolenstraat 2 9880 Aalter Lotenhulle België www.thinnov.be

De Permanent Magneet Motor: Thierry Dejaegere. Thinnov Lomolenstraat 2 9880 Aalter Lotenhulle België www.thinnov.be De Permanent Magneet Motor: door: Thierry Dejaegere Thinnov Lomolenstraat 2 9880 Aalter Lotenhulle België www.thinnov.be I. Voorwoord De zoektocht naar alternatieve energiebronnen is reeds lange tijd aan

Nadere informatie

K 1 Symmetrische figuren

K 1 Symmetrische figuren K Symmetrische figuren * Spiegel Plaats de spiegel zó, dat je twee gelijke figuren ziet. Plaats de spiegel nu zó op het plaatje, dat je dezelfde figuur precies éénmaal ziet. Lukt dat bij alle plaatjes?

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2 natuurkunde 1,2 Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 19 In dit deel staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

16 Magneetvelden en elektrische velden

16 Magneetvelden en elektrische velden 16 Magneetvelden en elektrische velden 16.1 Magneetvelden 1 a De onderzoekers gebruikten eerstejaars nachtegalen, die nog nooit in Egypte waren geweest. b Het magneetveld van de aarde verandert maar heel

Nadere informatie

Diffractie door helix structuren (Totaal aantal punten: 10)

Diffractie door helix structuren (Totaal aantal punten: 10) Pagina 1 van 6 Diffractie door helix structuren (Totaal aantal punten: 10) Inleiding De Röntgen diffractie foto van DNA (Figuur 1), gemaakt in het laboratorium van Rosalind Franklin, staat bekend als Photo

Nadere informatie

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De éénfasige kwh-meter. Totaal :.../ /.../ Datum van afgifte: .../.../...

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De éénfasige kwh-meter. Totaal :.../ /.../ Datum van afgifte: .../.../... LABO Elektriciteit OPGAVE: De éénfasige kwh-meter Datum van opgave:.../.../ Datum van afgifte: Verslag nr. : 3 Leerling: Assistenten: Klas: 3.1 EIT.../.../... Evaluatie :.../10 Theorie :.../10 Meetopstelling

Nadere informatie

Lees eerst bij Uitleg leerlingen, proef 1 alles over de onderdelen van de elektrische kringloop. stroomkring 1 stroomkring 2

Lees eerst bij Uitleg leerlingen, proef 1 alles over de onderdelen van de elektrische kringloop. stroomkring 1 stroomkring 2 Lees eerst bij Uitleg leerlingen, proef 1 alles over de onderdelen van de elektrische kringloop. Bekijk de twee stroomkringen op de foto s hieronder. stroomkring 1 stroomkring 2 Noem voor beide stroomkringen

Nadere informatie

natuurkunde vwo 2015-II

natuurkunde vwo 2015-II Opgave 1 Indoor Skydive Lees onderstaand artikel. Iedereen kan vliegen! Bij Roosendaal bevindt zich Indoor Skydive. In deze attractie ervaar je het gevoel van een vrije val, zonder uit een vliegtuig te

Nadere informatie

Halfgeleiders LDR. experiment -1. gemakkelijk middelmatig moeilijk. demonstratie-experiment leerlingenpracticum

Halfgeleiders LDR. experiment -1. gemakkelijk middelmatig moeilijk. demonstratie-experiment leerlingenpracticum experiment -1 Halfgeleiders LDR 3de graad - Halfgeleiders Onderwerp: LDR LDR, multimeter Meet de weerstand van de LDR zonder dat die afgedekt is. Meet de weerstand als je de LDR afdekt. Waar zou je een

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B1,2

Examen HAVO. wiskunde B1,2 wiskunde 1,2 Examen HVO Hoger lgemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 23 juni 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te behalen; het examen bestaat uit 19 vragen. Voor elk

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE datum : vrijdag 28 april 2017 tijd : 13.30 tot 16.30 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 1) Iedere opgave dient

Nadere informatie

Natuurkunde havo Evenwicht Naam: Maximumscore 47. Inleiding

Natuurkunde havo Evenwicht Naam: Maximumscore 47. Inleiding Natuurkunde havo Evenwicht Naam: Maximumscore 47 Inleiding De toets gaat over evenwichtsleer. Daarbij gebruikt men de momentenwet: ΣM=0. Moment M = ± kracht F arm r met als eenheid Nm. Teken is + bij draaiïng

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 212 tijdvak 2 woensdag 2 juni 13.3-16.3 uur natuurkunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2014 theorietoets deel 1

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2014 theorietoets deel 1 Eindronde Natuurkunde Olympiade 2014 theorietoets deel 1 Opgave 1 Fata Morgana (3p) We hebben een planparallelle plaat met een brekingsindex n(z), die met de afstand z varieert. Zie ook de figuur. a. Toon

Nadere informatie