STUDIE NIEUWE ORALE ANTICOAGULANTIA

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "STUDIE NIEUWE ORALE ANTICOAGULANTIA"

Transcriptie

1 WETESCHAPPELIJK ISTITUUT VOLKSGEZODHEID KWALITEIT VA MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLIISCHE BIOLOGIE COMITE VA DESKUDIGE GLOBAAL RAPPORT EXTERE KWALITEITSEVALUATIE VOOR AALYSE KLIISCHE BIOLOGIE STUDIE IEUWE ORALE ATICOAGULATIA EQUETE 2012 WIV-2012/Coagulatie/86 Dienst Kwaliteit van medische laboratoria J. Wytsmanstraat, Brussel België

2 ISS: COMITE VA EXPERTE tel. fax WIV Secretariaat : 02/ / Dr. Van Blerk : Coördinator : 02/ : Dr. BAILLEUL E. : 053/ : Dr. CHATELAI B. : 081/ / : Dr. DEMULDER A. : 02/ / : Dr. DEVREESE K. : 09/ : Mr. DOUXFILS J. : : Dr. JOCHMAS K. : 02/ / : Dr. MULLIER F. : 081/ / : Mr. WIJS W. : 02/ / : Alle rapporten zijn tevens te raadplegen op onze website: Expertenvergadering: 30/10/2012 Toestemming verspreiding rapport: Marjan Van Blerk 21/12/2012 Institut Scientifique de Santé Publique Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, Brussel Dit rapport mag niet gereproduceerd, gepubliceerd of verdeeld worden zonder akkoord van het WIV-ISP. OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 2/93

3 Inhoud Pagina Doel van de studie 4 Staalmateriaal 4 Deelname 4 Resultaten PT 5 aptt 13 Fibrinogeen 19 Antitrombine 22 Discussie 25 Het laboratorium en de OAC 28 Besluit en referenties 31 Overzicht van de gedetailleerde resultaten 33 OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 3/93

4 Doel van de studie Studies hebben aangetoond dat de nieuwe directe trombine- en FXa-inhibitoren, die nu ook op de Belgische markt beschikbaar zijn, coagulatietesten kunnen beïnvloeden en dit afhankelijk van de gebruikte reagens/toestel combinatie. Het doel van deze studie was om de invloed van deze nieuwe orale anticoagulantia (OAC) na te gaan op de coagulatietesten, die in routine gebruikt worden in de Belgische klinische laboratoria. Het was tevens de bedoeling om, deels op basis van de bekomen resultaten, praktische aanbevelingen op te stellen voor de laboratoria (wanneer is meting nodig, invloed op de verschillende testen, belang tijdstip afname ). Deze studie werd uitgevoerd in samenwerking met de Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis. Staalmateriaal De laboratoria ontvingen 5 gelyofiliseerde stalen, waaraan verschillende concentraties dabigatran (Pradaxa, Boehringer Ingelheim) en rivaroxaban (Xarelto, Bayer) werden toegevoegd. Plasma CO/11825 CO/11826 CO/11827 CO/11828 CO/11829 plasmapool plasmapool ng/ml dabigatran plasmapool ng/ml dabigatran plasmapool ng/ml rivaroxaban plasmapool ng/ml rivaroxaban De stalen werden bereid door de firma Hyphen BioMed. De laboratoria werd gevraagd om op deze 5 stalen volgende analyses uit te voeren: PT (sec, en IR), aptt (sec en ratio), fibrinogeen en antitrombine. Deelname 98.4 van de Belgische laboratoria (189/192) namen aan de studie deel. De resultaten werden niet in aanmerking genomen voor evaluatie. OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 4/93

5 Resultaten PT Volgende tabellen en grafieken tonen voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de medianen (en CV) verkregen voor de 5 rondgestuurde stalen: PT (sec) Reagens Innovin (2.4) (2.6) (3.6) (2.6) (3.6) eoplastin CI PLUS (2.7) (2.6) (2.9) (3.5) (4.8) eoplastin R (3.5) (3.8) (3.7) (6.0) (6.4) Recombiplastin 2G (2.7) (2.3) (2.0) (2.2) (3.1) Thromborel S (2.2) (4.1) (2.3) (2.4) (3.6) Globaal resultaat voor alle methoden 13.0 (12.2) 14.9 (18.4) 17.7 (21.4) 15.5 (21.8) 21.9 (31.3) 189 PT () Reagens Innovin (5.9) (5.3) (6.6) (5.2) (4.4) eoplastin CI PLUS (5.7) (4.9) (4.1) (5.8) (4.6) eoplastin R (5.1) (3.1) (3.2) (4.1) (5.7) Recombiplastin 2G (7.9) (7.5) (7.4) (11.5) (9.8) Thromborel S (6.0) (9.4) (5.2) (5.3) (7.6) Globaal resultaat voor alle methoden 85.0 (14.0) 60.0 (10.4) 46.0 (11.3) 54.0 (12.8) 38.9 (22.9) 189 PT (IR) Reagens Innovin (1.9) (2.8) (4.8) (2.8) (4.8) eoplastin CI PLUS (4.1) (5.0) (4.6) (4.5) (5.3) eoplastin R (3.1) (2.7) (2.9) (4.5) (2.5) Recombiplastin 2G (5.0) (4.9) (3.7) (4.9) (4.8) Thromborel S (4.4) (4.7) (6.3) (3.3) (3.7) Globaal resultaat voor alle methoden 1.10 (6.1) 1.34 (7.2) 1.61 (13.4) 1.45 (14.6) 2.03 (32.0) 189 OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 5/93

6 PT(sec) Median PT(sec) Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Dabigatran (ng/ml) PT(sec) Median PT(sec) Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Rivaroxaban (ng/ml) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 6/93

7 PT() Median PT() Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Dabigatran (ng/ml) PT() Median PT() Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Rivaroxaban (ng/ml) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 7/93

8 PT(IR) Median PT(IR) Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Dabigatran (ng/ml) PT(IR) Median PT(IR) Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Rivaroxaban (ng/ml) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 8/93

9 Volgende tabellen en grafieken vergelijken voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de medianen (en CV) verkregen voor de verhoudingen tussen de stalen CO/11826, CO/11827, CO/11828 en CO/11829 waaraan dabigatran of rivaroxaban werd toegevoegd en de plasmapool CO/11825: PT ratio (sec) Reagens Innovin 1.14 (1.3) eoplastin CI PLUS 1.23 (1.9) eoplastin R 1.26 (1.3) Recombiplastin 2G 1.17 (1.2) Thromborel S 1.20 (1.5) Globaal resultaat 1.18 voor alle methoden (4.5) PT ratio () Reagens Innovin 0.76 (3.7) eoplastin CI PLUS 0.69 (3.8) eoplastin R 0.70 (3.3) Recombiplastin 2G 0.80 (3.7) Thromborel S 0.72 (2.2) Globaal resultaat 0.74 voor alle methoden (9.4) PT ratio (IR) Reagens Innovin 1.15 (1.8) eoplastin CI PLUS 1.31 (2.4) eoplastin R 1.26 (1.9) Recombiplastin 2G 1.16 (1.0) Thromborel S 1.22 (2.7) Globaal resultaat 1.18 voor alle methoden (8.3) (3.1) 1.47 (1.7) 1.52 (1.4) 1.35 (1.7) 1.43 (1.4) 1.39 (7.2) (4.8) 0.52 (4.0) 0.53 (2.7) 0.67 (4.7) 0.57 (4.7) 0.57 (12.7) (3.3) 1.66 (2.5) 1.51 (2.3) 1.34 (1.8) 1.46 (2.2) 1.41 (14.8) (1.5) 1.37 (2.3) 1.56 (3.5) 1.37 (1.2) 1.14 (1.6) 1.35 (12.3) (3.5) 0.58 (4.4) 0.51 (5.2) 0.65 (5.4) 0.79 (4.6) 0.64 (20.2) (1.4) 1.51 (3.4) 1.54 (3.4) 1.36 (1.4) 1.15 (2.6) 1.37 (18.2) (2.8) 1.88 (3.3) 2.35 (4.2) 1.95 (1.4) 1.36 (3.5) 1.87 (23.3) (4.2) 0.37 (4.4) 0.31 (6.7) 0.42 (8.2) 0.60 (6.5) 0.42 (38.9) (2.4) 2.29 (4.8) 2.32 (3.5) 1.91 (2.9) 1.38 (4.8) 1.92 (34.3) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/2012 9/93

10 PT(sec) Median ratio (with drug / baseline) Pool + dabigatran (100 ng/ml) Pool + dabigatran (250 ng/ml) Pool + rivaroxaban (120 ng/ml) Pool + rivaroxaban (290 ng/ml) Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S PT() Median ratio (with drug / baseline) Pool + dabigatran (100 ng/ml) Pool + dabigatran (250 ng/ml) Pool + rivaroxaban (120 ng/ml) Pool + rivaroxaban (290 ng/ml) Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

11 PT(IR) Median ratio (with drug / baseline) Pool + dabigatran (100 ng/ml) Pool + dabigatran (250 ng/ml) Pool + rivaroxaban (120 ng/ml) Pool + rivaroxaban (290 ng/ml) Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Zowel dabigatran als rivaroxaban hebben een significant effect op de PT resultaten. Het effect is reagens gebonden en is meer uitgesproken voor rivaroxaban. De mediaan van het PT van het staal CO/11829 met een rivaroxaban concentratie van 290 ng/ml bedraagt slechts 0.42 keer deze van het staal CO/11825 zonder rivaroxaban. De mediaan van het PT van het staal CO/11827 met een dabigatran concentratie van 250 ng/ml bedraagt slechts 0.57 keer deze van het staal CO/11825 zonder dabigatran. De mediane IR van het staal CO/11829 bedraagt 1.92 keer deze van het staal CO/ De mediane IR van het staal CO/11827 bedraagt 1.41 keer deze van het staal CO/ Het Innovin en Thromborel S reagens bleken het minst gevoelig voor rivaroxaban en de reagentia eoplastin CI + en eoplastin R het meest gevoelig. De Owren type PT reagentia (bv trombotest) zijn in het algemeen minder gevoelig voor de OAC dan de Quick type reagentia. De volgende tabel toont voor de 5 stalen de resultaten bekomen met de trombotest in 2 laboratoria (OLV ziekenhuis, Aalst, Cliniques universitaires UCL de Mont-Godinne): Plasma Seconden IR CO/ / /1.0 CO/ / /1.0 CO/ / /1.20 CO/ / /1.29 CO/ / /1.37 OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

12 Volgende tabel vergelijkt voor de stalen met rivaroxaban de PT resultaten uitgedrukt als ratio (PT in seconden/pt in seconden van de plasmapool) met de PT resultaten uitgedrukt als IR. De PT resultaten uitdrukken als IR corrigeert de heterogeneïteit van de resultaten niet maar verhoogt zelfs de variabiliteit tussen de verschillende tromboplastines en is enkel bestemd voor de monitoring van patïenten onder AVK. Reagens Innovin eoplastin CI PLUS eoplastin R Recombiplastin 2G Thromborel S Globaal resultaat voor alle methoden PT ratio (1.5) 1.37 (2.3) 1.56 (3.5) 1.37 (1.2) 1.14 (1.6) 1.35 (12.3) PT IR (2.8) 1.64 (4.5) 1.67 (4.5) 1.43 (4.9) 1.35 (3.3) 1.45 (14.6) PT ratio (2.8) 1.88 (3.3) 2.35 (4.2) 1.95 (1.4) 1.36 (3.5) 1.87 (23.3) PT IR (4.8) 2.52 (5.3) 2.52 (2.5) 2.00 (4.8) 1.61 (3.7) 2.03 (32.0) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

13 aptt Volgende tabellen en grafieken tonen voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de medianen (en CV) verkregen voor de 5 rondgestuurde stalen: aptt (sec) Reagens Actin FS (3.3) (4.0) (4.6) (2.7) (5.3) Actin FSL (1.5) (3.7) (3.5) (4.2) (3.8) APTT-SP (2.6) (3.0) (2.3) (1.6) (2.0) CK PREST (1.8) (3.3) (4.0) (3.0) (4.1) STA-Cephascreen (2.5) (2.3) (2.3) (2.4) (1.9) STA-PTT A (2.4) (2.2) (3.0) (2.0) (2.1) SynthasIL (5.5) (3.3) (2.9) (2.4) (2.3) Globaal resultaat voor alle methoden 33.0 (10.8) 54.0 (13.5) 67.6 (12.7) 42.3 (10.5) 51.9 (9.1) 189 aptt (ratio) Reagens Actin FS (4.9) (6.0) (7.2) (5.1) (5.9) Actin FSL (3.8) (5.2) (5.1) (6.5) (7.7) APTT-SP (3.7) (4.7) (5.9) (3.5) (5.9) CK PREST (1.2) (3.3) (3.6) (1.3) (2.9) STA-Cephascreen (3.2) (3.0) (4.0) (3.1) (3.0) STA-PTT A (2.6) (2.8) (2.6) (2.3) (2.7) SynthasIL (4.2) (4.0) (2.3) (2.6) (1.6) Globaal resultaat voor alle methoden 1.15 (6.4) 1.87 (8.3) 2.33 (7.6) 1.46 (8.4) 1.72 (12.3) 177 OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

14 aptt(sec) Median aptt(sec) Actin FS Actin FSL APTT-SP CK PREST STA-Cephascreen STA-PTTA SynthasIL Dabigatran (ng/ml) aptt(sec) Median aptt(sec) Actin FS Actin FSL APTT-SP CK PREST STA-Cephascreen STA-PTTA SynthasIL Rivaroxaban (ng/ml) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

15 aptt(ratio) Median aptt(ratio) Actin FS Actin FSL APTT-SP CK PREST STA-Cephascreen STA-PTTA SynthasIL Dabigatran (ng/ml) aptt(ratio) Median aptt(ratio) Actin FS Actin FSL APTT-SP CK PREST STA-Cephascreen STA-PTTA SynthasIL Rivaroxaban (ng/ml) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

16 Volgende tabellen en grafieken vergelijken voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de medianen (en CV) verkregen voor de verhoudingen tussen de stalen CO/11826, CO/11827, CO/11828 en CO/11829 waaraan dabigatran of rivaroxaban werd toegevoegd en de plasmapool CO/11825 waaraan geen medicatie werd toegevoegd: aptt ratio (sec) Reagens Actin FS 1.64 (3.2) Actin FSL 1.43 (1.2) APTT-SP 1.63 (2.7) CK PREST 1.71 (1.4) STA-Cephascreen 1.61 (1.2) STA-PTT A 1.64 (1.4) SynthasIL 1.67 (1.8) Globaal resultaat 1.63 voor alle methoden (2.7) (3.4) 1.71 (1.3) 2.05 (2.1) 2.15 (1.6) 2.02 (1.2) 2.04 (1.9) 2.10 (2.4) 2.04 (3.4) (1.8) 1.23 (1.7) 1.22 (2.8) 1.34 (1.5) 1.26 (1.3) 1.24 (1.5) 1.33 (2.8) 1.27 (4.8) (2.8) 1.44 (2.1) 1.44 (2.0) 1.63 (2.4) 1.49 (1.5) 1.45 (1.1) 1.57 (2.8) 1.50 (9.0) aptt ratio (ratio) Reagens Actin FS 1.65 (3.0) Actin FSL 1.43 (1.4) APTT-SP 1.63 (2.9) CK PREST 1.71 (1.5) STA-Cephascreen 1.61 (1.1) STA-PTT A 1.64 (1.3) SynthasIL 1.68 (1.8) Globaal resultaat 1.63 voor alle methoden (2.5) (2.7) 1.71 (1.5) 2.05 (2.1) 2.15 (1.7) 2.01 (1.0) 2.04 (1.9) 2.10 (1.7) 2.04 (3.2) (1.7) 1.23 (4.2) 1.22 (3.0) 1.35 (1.1) 1.26 (1.4) 1.25 (1.6) 1.33 (1.6) 1.26 (4.8) (2.4) 1.44 (2.6) 1.44 (2.2) 1.64 (2.3) 1.49 (1.4) 1.45 (1.4) 1.57 (3.1) 1.49 (8.7) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

17 aptt(sec) Median ratio (with drug / baseline) Pool + dabigatran (100 ng/ml) Pool + dabigatran (250 ng/ml) Pool + rivaroxaban (120 ng/ml) Pool + rivaroxaban (290 ng/ml) Actin FS Actin FSL APTT-SP CK PREST STA-Cephascreen STA-PTTA SynthasIL aptt(ratio) Median ratio (with drug / baseline) Pool + dabigatran (100 ng/ml) Pool + dabigatran (250 ng/ml) Pool + rivaroxaban (120 ng/ml) Pool + rivaroxaban (290 ng/ml) Actin FS Actin FSL APTT-SP CK PREST STA-Cephascreen STA-PTTA SynthasIL OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

18 Zowel dabigatran als rivaroxaban hebben een significant effect op de aptt resultaten. Het effect is reagens gebonden en is meer uitgesproken voor dabigatran. De mediane aptt ratio van het staal CO/11827 met een dabigatran concentratie van 250 ng/ml bedraagt 2.04 keer deze van het staal CO/11825 zonder dabigatran. De mediane aptt ratio van het staal CO/11829 met een rivaroxaban concentratie van 290 ng/ml bedraagt 1.49 keer deze van het staal CO/11825, waaraan geen rivaroxaban werd toegevoegd. OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

19 Fibrinogeen Volgende tabel en 2 grafieken tonen voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de mediane fibrinogeenwaarden (en CV) verkregen voor de 5 rondgestuurde stalen: Fibrinogeen (g/l) Reagens Clauss (11.8) (14.8) (16.0) (12.1) (12.4) Fibrinogen C (5.3) (4.2) (5.6) (4.0) (9.2) Multifibren U (5.7) (3.8) (2.1) (3.6) STA Fibrinogen (4.7) (4.3) (6.2) (5.3) (4.7) Thrombin Reagent (4.7) (6.2) (5.5) (6.3) (5.1) PT derived (6.6) (8.6) (7.3) (6.6) (18.4) Recombiplastin 2G (5.3) (5.9) (5.8) (3.6) (19.4) Globaal resultaat voor alle methoden 2.18 (12.6) 2.14 (14.9) 2.15 (14.1) 2.15 (11.4) 2.15 (12.4) 183 Fibrinogen(g/L) Median Fibrinogen(g/L) Fibrinogen C Multifibren U Recombiplastin 2G STA Fibrinogen Thrombin Reagent Dabigatran (ng/ml) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

20 Fibrinogen(g/L) Median Fibrinogen(g/L) Fibrinogen C Multifibren U Recombiplastin 2G STA Fibrinogen Thrombin Reagent Rivaroxaban (ng/ml) Volgende tabel en grafiek vergelijken voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de mediane fibrinogeenwaarden (en CV) verkregen voor de verhoudingen tussen de stalen CO/11826, CO/11827, CO/11828 en CO/11829 waaraan dabigatran of rivaroxaban werd toegevoegd en de plasmapool CO/11825 waaraan geen medicatie werd toegevoegd: Fibrinogeen ratio Reagens Clauss 158 Fibrinogen C (4.4) (8.2) (6.1) (7.8) Multifibren U (3.0) (17.5) (3.7) (2.2) STA Fibrinogen (3.0) (3.0) (3.0) (3.8) Thrombin Reagent (3.0) (2.5) (3.0) (3.0) PT derived 25 Recombiplastin 2G (1.5) (5.5) (6.3) (21.8) Globaal resultaat voor alle methoden 0.98 (4.5) 0.98 (4.5) 0.99 (3.7) 0.99 (3.7) 183 OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

21 Fibrinogen(g/L) Median ratio (with drug / baseline) Pool + dabigatran (100 ng/ml) Pool + dabigatran (250 ng/ml) Pool + rivaroxaban (120 ng/ml) Pool + rivaroxaban (290 ng/ml) Fibrinogen C Multifibren U Recombiplastin 2G STA Fibrinogen Thrombin Reagent De fibrinogeenwaarden verkregen met het Fibrinogen C reagens voor de stalen CO/11826 en CO/11827, waaraan dabigatran werd toegevoegd, liggen significant lager tov deze verkregen voor het staal CO/11825 zonder dabigatran. De mediane daling bedraagt 16 voor het staal CO/11826 en 37 voor het staal CO/ Dit heeft ook een invloed op de interpretatie van de resultaten. Terwijl 65.2 van de Fibrinogen C gebruikers het staal CO/11825 als normaal beschouwden, bedraagt dit nog slechts 30.4 voor het staal CO/11826 en 0 voor het staal CO/ Voor de overige reagentia werd geen significante invloed van de OAC op de resultaten vastgesteld. OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

22 Antitrombine Volgende tabel en 2 grafieken tonen voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de mediane antitrombinewaarden (en CV) verkregen voor de 5 rondgestuurde stalen: Antitrombine (activiteit) Reagens Activiteit IIa (6.6) (6.3) (4.6) (7.0) (7.0) Berichrom Antithrombin III (7.4) (11.3) (13.5) (13.8) (9.2) Stachrom AT III (5.8) (4.5) (3.4) (6.1) (6.6) Activiteit Xa (2.7) (5.5) (5.4) (4.9) (8.2) Chromogenix Coamatic Antithrombin (0..9) (10.1) (6.4) (3.3) (10.6) IL HemosIL Liquid Antithrombin (3.7) (3.7) (5.6) (4.1) (5.5) Antithrombin() Median Antithrombin() Berichrom Antithrombin III Chromogenix Coamatic Antithrombin IL HemosIL Liquid Antithrombin Stachrom AT III Dabigatran (ng/ml) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

23 Antithrombin() Median Antithrombin() Berichrom Antithrombin III Chromogenix Coamatic Antithrombin IL HemosIL Liquid Antithrombin Stachrom AT III Rivaroxaban (ng/ml) Volgende tabel en grafiek vergelijken voor de reagentia met minstens 6 gebruikers de mediane antitrombinewaarden (en CV) verkregen voor de verhoudingen tussen de stalen CO/11826, CO/11827, CO/11828 en CO/11829 waaraan dabigatran of rivaroxaban werd toegevoegd en de plasmapool CO/11825 waaraan geen medicatie werd toegevoegd: Antitrombine ratio Reagens Activiteit IIa 39 Berichrom Antithrombin III (2.1) (1.9) (2.2) (0.7) Stachrom AT III (4.1) (4.3) (2.9) (1.5) Activiteit Xa 29 Chromogenix Coamatic Antithrombin (7.4) (7.3) (2.0) (4.6) IL HemosIL Liquid Antithrombin (3.0) (1.5) (3.2) (3.3) OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

24 Antithrombin() Median ratio (with drug / baseline) Pool + dabigatran (100 ng/ml) Pool + dabigatran (250 ng/ml) Pool + rivaroxaban (120 ng/ml) Pool + rivaroxaban (290 ng/ml) Berichrom Antithrombin III Chromogenix Coamatic Antithrombin IL HemosIL Liquid Antithrombin Stachrom AT III 3 Met de reagentia, gebaseerd op de inhibitie van de anti-iia activiteit, worden hogere waarden teruggevonden voor de stalen waaraan dabigatran (directe trombineinhibitor) werd toegevoegd. Met de reagentia, gebaseerd op de inhibitie van de anti-xa activiteit, worden er hogere waarden teruggevonden voor de stalen waaraan rivaroxaban (directe FXainhibitor) werd toegevoegd. Behalve voor het Berichrom Antithrombin III reagens (voor de geteste concentraties) zijn de verschillen significant. Het vinden van hogere waarden gaf ook aanleiding tot een wijziging van interpretatie. Terwijl slechts 74.3 van de gebruikers van een op trombine gebaseerde methode het staal CO/11825 als normaal beschouwden, hebben alle gebruikers het staal CO/11827 als normaal geïnterpreteerd. Zo hebben ook alle gebruikers van een op FXa gebaseerde methode het staal CO/11829 als normaal geïnterpreteerd, terwijl slechts 81.5 van de gebruikers het staal CO/11825 als normaal beschouwden. OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

25 Discussie Verschillende nieuwe orale anticoagulantia zoals dabigatran etexilaat, een directe inhibitor van zowel vrij als fibrine gebonden trombine, en rivaroxaban, een directe inhibitor van zowel vrij als aan protrombinase en stolsel gebonden geactiveerde factor X (FXa), worden sinds meer dan 2 jaar aangewend voor de preventie van veneuze trombo-embolie (VTE) bij patiënten, die een electieve knie- of heupvervangende operatie ondergaan, en voor stroke preventie bij patiënten met atriale fibrillatie (AF). De belangrijkste farmacologische eigenschappen van dabigatran en rivaroxaban worden weergegeven in de volgende tabel: Dabigatran (Pradaxa ) Boehringer Ingelheim Rivaroxaban (Xarelto ) Bayer Aangrijpingspunt FIIa FXa Prodrug Ja een Piekconcentratie 2h 2-4h Halfwaardetijd 12-14h 5-9 h (gezond/jong) 11-13h (ouderen) Renale klaring als inactieve metaboliet Interactie met andere P-glycoproteïne P-glycoproteïne + CYP3A4 geneesmiddelen Biologische beschikbaarheid Antidotum Geen Geen Deze studie werd georganiseerd om de Belgische laboratoria de mogelijkheid te bieden de invloed van deze nieuwe orale anticoagulantia na te gaan op de PT, aptt, fibrinogeen en antitrombine resultaten bekomen met de door hen gebruikte reagens/toestel combinaties. Alle Belgische laboratoria, die routinematig stollingstesten uitvoeren, ontvingen hiertoe 5 gelyofiliseerde stalen, die bestonden uit dezelfde plasmapool waaraan dabigatran of rivaroxaban werd toegevoegd in de volgende concentraties: 0 ng/ml, 100 ng/ml dabigatran, 250 ng/ml dabigatran, 120 ng/ml rivaroxaban en 290 ng/ml rivaroxaban. Volgende tabel toont voor de plasmapool CO/11825 de gemiddelde activiteit () van een aantal stollingsfactoren, zoals bepaald in 2 expertlaboratoria (Hôpital Erasme, Brussel; Cliniques universitaires UCL de Mont-Godinne): Factor II 90 V 87 VII 101 X 88 VIII 74 IX 87 XI 80 XII 92 OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

26 Op 3 deelnemers na namen alle laboratoria deel aan de enquête (98.4). Volgende tabel geeft een overzicht van welke invloed de toevoeging van dabigatran en rivaroxaban had op de geteste parameters: Dabigatran Rivaroxaban PT + ++/+* aptt ++/+* +/++* Fibrinogeen Reagens/toestel - afhankelijk Antitrombine: antigen - - Antitrombine: activiteit FIIa + - Antitrombine: activiteit FXa - + *Afhankelijk van de gebruikte reagens/toestel combinatie PT en aptt Zowel dabigatran als rivaroxaban hebben een significant effect op de PT en aptt resultaten. Het effect is reagens gebonden en concentratie afhankelijk. De PT resultaten worden meer beïnvloed door rivaroxaban dan door dabigatran en de aptt resultaten meer door dabigatran dan door rivaroxaban. PT Dabigatran De PT is weinig gevoelig voor dabigatran. Voor het staal met 250 ng/ml dabigatran ligt de mediane ratio (PT in seconden/pt in seconden van de plasmapool) slechts tussen 1.33 (Innovin) en 1.52 (eoplastin R). Voor het staal met 100 ng/ml dabigatran ligt de mediane ratio zelfs maar tussen 1.14 (Innovin) en 1.26 (eoplastin R). Rivaroxaban De PT is gevoeliger voor rivaroxaban, vertoont een lineaire concentratie-respons curve maar een lage gevoeligheid in het lage gebied. De gevoeligheid verschilt bovendien sterk van reagens tot reagens. Zo varieert voor het staal met 290 ng/ml rivaroxaban de mediane ratio (PT in seconden/pt in seconden van de plasmapool) van 1.34 voor het Innovin reagens tot 2.35 voor het eoplastin R reagens. De PT resultaten uitdrukken als IR corrigeert de heterogeneïteit van de resultaten niet en is enkel bestemd voor de monitoring van patiënten onder AVK. De Owren type PT reagentia (bv trombotest) zijn in het algemeen minder gevoelig voor de OAC dan de Quick type reagentia vermoedelijk deels te wijten aan de hogere finale verdunning van het staal in de Owren type PT reagentia (1/21 vs 1/3), waardoor ze minder gevoelig zijn voor interferentie. aptt Dabigatran De aptt vertoont een curvilineaire concentratie-respons curve (sterke stijging voor de lage concentraties en lineair boven een concentratie van 400 ng/ml) en verlies aan gevoeligheid in het hoge gebied (problemen bij het inschatten van het risico bij overdosis). Voor het staal met 250 ng/ml dabigatran ligt de mediane aptt ratio tussen 1.88 (Actin FSL) en 2.70 (CK Prest). Voor het staal met 100 ng/ml dabigatran ligt de mediane aptt ratio tussen 1.57 (Actin FSL) en 2.13 (CK Prest). OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

27 Rivaroxaban De aptt vertoont eveneens een curvilineaire concentratie-respons curve maar is minder gevoelig voor lage concentraties dan de PT. Sommige aptt reagentia vertonen eveneens verlies van gevoeligheid in het hoge gebied. De gevoeligheid verschilt van reagens tot reagens en sommige reagentia zijn veel minder gevoelig. Voor het staal met 290 ng/ml rivaroxaban ligt de mediane aptt ratio tussen 1.45 (IL Test APTT-SP) en 2.03 (CK Prest). Voor het staal met 120 ng/ml rivaroxaban ligt de mediane aptt ratio tussen 1.26 (IL Test APTT-SP) en 1.67 (CK Prest). Fibrinogeen In de aanwezigheid van dabigatran wordt de fibrinogeen concentratie onderschat wanneer gemeten met het Fibrinogen C reagens van de firma IL. Deze onderschatting is te wijten aan de lage trombineconcentratie (35 IH-U/mL) in het reagens. Voor het QFA Thrombin reagens van deze firma, dat een veel hogere trombineconcentratie (100 IH-U/mL) bevat, werd er geen effect van dabigatran op de fibrinogeen resultaten (g/l) vastgesteld: CO/11825 CO/11826 CO/11827 CO/11828 CO/11829 Deelnemer Deelnemer Deelnemer Deelnemer Voor de overige reagentia werd geen invloed van de OAC op de resultaten vastgesteld hoewel in de literatuur eveneens een effect van dabigatran op de fibrinogeen resultaten bekomen met andere reagentia beschreven werd. Antitrombine De methoden gebaseerd op de inhibitie van de anti-iia activiteit overschatten de antitrombine activiteit wanneer er dabigatran in het staal aanwezig is (~12 IU/L per 200 ng/ml) en de methoden gebaseerd op de anti-xa activiteit overschatten de antitrombine activiteit wanneer er rivaroxaban in het staal aanwezig is (~9 IU/L per 100 ng/ml). Het is belangrijk om dit te weten zoniet bestaat het risico een antitrombine deficiëntie te missen. Overschatting kan vermeden worden door de antitrombine activiteit te meten met een methode, gebaseerd op FXa, wanneer de patiënt behandeld wordt met dabigatran of met een methode, gebaseerd op trombine, wanneer de patiënt behandeld wordt met rivaroxaban. Zoals verwacht, werd geen inferentie met immunologische methoden vastgesteld. OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

28 Het laboratorium en de OAC Hoewel deze nieuwe orale anticoagulantia geen routine monitoring vereisen, hebben ze wel invloed op de coagulatietesten en is het belangrijk deze invloed te kennen om bv in geval van interferentie (bv fibrinogeen, antitrombine ) de resultaten correct te kunnen interpreteren (zie hoger). Elk laboratorium zou daarnaast ook moeten op de hoogte zijn van de gevoeligheid van zijn PT en aptt reagens voor dabigatran en rivaroxaban en kan dit uittesten dmv commercieel verkrijgbare dabigatran en rivaroxaban calibratoren. Voor dabigatran kan gebruik gemaakt worden van de meeste aptt reagentia om in urgentie een approximatieve indicatie te bekomen van de antistollingsintensiteit te wijten aan de aanwezigheid van dabigatran. De aptt kan niet gebruikt worden om de dabigatran concentratie te bepalen en is minder gevoelig in het hogere gebied (risico op onderschatting). Een normale aptt ratio sluit vermoedelijk een therapeutische antistollingsactiviteit te wijten aan dabigatran uit. Hoewel een zekere mate van antistollingsactiviteit niet uit te sluiten is, zou de intensiteit eerder kunnen beschouwd worden als niet hoger dan deze verkregen met een profylactische dosis LMWH. Een verlengde aptt kan hoogstens de recente inname van dabigatran doen vermoeden. Het terugvinden van een sterk verlengde aptt juist voor de volgende inname kan wijzen op een overdosering/accumulatie. Bij een dalspiegel van 200 ng/ml dabigatran (wat overeenkomt met een aptt tussen 49 en 63 seconden voor de meeste reagentia op de Belgische markt) h na inname in de indicatie van stroke preventie bij patiënten met atriale fibrillatie (150 mg 2x/dag) bestaat er een verhoogd bloedingsrisico. Dit komt overeen met een aptt ratio (tov normale pool) tussen 1.7 en 2.1. Bij een dalspiegel van 67 ng/ml dabigatran (wat overeenkomt met een aptt tussen 36 en 44 seconden voor de meeste reagentia op de Belgische markt) h na inname in de indicatie van primaire preventie van VTE (220 mg 1x dag) bestaat er een verhoogd bloedingsrisico. Dit komt overeen met een aptt ratio (tov normale pool) tussen 1.3 en 1.5. Bij elke wisseling van lot zou een laboratorium zijn aptt moeten calibreren aan de hand van calibratoren met gekende dabigatran concentratie. Men mag evenwel niet vergeten dat de aptt een globale stollingstest is en om andere redenen kan verlengd zijn. Het is steeds nuttig om over een aptt resultaat te beschikken voor behandeling. Een normale trombinetijd betekent dat de dabigatran concentratie laag moet zijn. Voor rivaroxaban kan met het geschikte PT (of aptt) reagens in urgentie een approximatieve indicatie bekomen worden van de antistollingsintensiteit wijten aan de aanwezigheid van rivaroxaban. De PT is meestal meer gevoelig. De gevoeligheid van de PT voor rivaroxaban verschilt sterk van reagens tot reagens en de interpretatie van het resultaat hangt dus sterk af van het reagens en toestel, waarmee het resultaat werd bekomen. De PT resultaten uitdrukken als IR corrigeert de heterogeneïteit van de resultaten niet en is enkel bestemd voor de monitoring van patiënten onder AVK. Deze testen kunnen niet gebruikt worden om de rivaroxaban concentratie te bepalen. Momenteel zijn er ook geen gegevens beschikbaar, die PT wijzigingen associëren met bloedingsrisico. OAC, globaal rapport Publicatiedatum: 21/12/ /93

FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE GLOBAAL RAPPORT

FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE GLOBAAL RAPPORT FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN GLOBAAL RAPPORT

Nadere informatie

Cases Stolling. BVMLT 17 november 2015

Cases Stolling. BVMLT 17 november 2015 Cases Stolling BVMLT 17 november 2015 Vraag 1: welke factoren kan je meten met een aptt test? A. FVII, FV, FX, FII, fibrinogeen B. FVIII en FIX C. FXII, FXI, FVIII en FIX D. FXII, FXI, FVIII, FIX, FV,

Nadere informatie

Mini symposium. VHL 18 juni 2013 An Stroobants

Mini symposium. VHL 18 juni 2013 An Stroobants Mini symposium VHL 18 juni 2013 An Stroobants Programma Introductie: An Stroobants Evaluatie van screeningstests Rol van PT en in screening op NOAC gebruik: Harry de Wit Evaluatie van specifieke tests

Nadere informatie

AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER NIEUWE ANTICOAGULANTIA

AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER NIEUWE ANTICOAGULANTIA AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER NIEUWE ANTICOAGULANTIA Dr. Anna Vantilborgh Hematologie - UZ Gent 13 september 2013 ALGEMENE PRINCIPES IN BEHANDELING VAN BLOEDINGEN AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER ORALE DIRECTE

Nadere informatie

NOACs in de dagelijkse praktijk. Menno Huisman Afdeling Trombose en Hemostase LUMC Leiden m.v.huisman@lumc.nl

NOACs in de dagelijkse praktijk. Menno Huisman Afdeling Trombose en Hemostase LUMC Leiden m.v.huisman@lumc.nl NOACs in de dagelijkse praktijk Menno Huisman Afdeling Trombose en Hemostase LUMC Leiden m.v.huisman@lumc.nl Belangen Voordrachten tijdens wetenschappelijke verenigingen ondersteund door farma; honoraria

Nadere informatie

Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia. Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan

Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia. Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan GEGEVENS PATIËNT Naam Adres Tel HUISARTS Naam Adres Tel SPECIALIST Naam Ziekenhuis Tel ANTISTOLLINGSMEDICATIE

Nadere informatie

NOAC s. Bossche Samenscholingsdagen 2014 N. Péquériaux Laboratoriumarts/Medisch leider trombosedienst M. Jacobs Cardioloog

NOAC s. Bossche Samenscholingsdagen 2014 N. Péquériaux Laboratoriumarts/Medisch leider trombosedienst M. Jacobs Cardioloog NOAC s Bossche Samenscholingsdagen 2014 N. Péquériaux Laboratoriumarts/Medisch leider trombosedienst M. Jacobs Cardioloog Antistollingsmedicatie Toegepast ter preventie en behandeling van arteriële en

Nadere informatie

GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE HEMATOLOGIE/IMMUNOHEMATOLOGIE/HEMOSTASE

GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE HEMATOLOGIE/IMMUNOHEMATOLOGIE/HEMOSTASE ISSN 0778-8363 WIV J. Wytsmanstraat, 14 B-1050 BRUSSEL FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA

Nadere informatie

GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE POCT GLUCOSE

GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE POCT GLUCOSE WIV J. Wytsmanstraat, 14 B-1050 BRUSSEL ISSN 0788-8363 FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA

Nadere informatie

Leidraad begeleide introductie nieuwe orale antistollingsmiddelen

Leidraad begeleide introductie nieuwe orale antistollingsmiddelen Leidraad begeleide introductie nieuwe orale antistollingsmiddelen Werkgroep NOACs van de wetenschappelijke verenigingen en Orde van Medisch Specialisten SAMENSTELLING COMMISSIE Martin Schalij (NVVC),

Nadere informatie

Volume 3, Issue 3 mei 2013 Dienst Laboratoriumgeneeskunde Campus Sint-Jan AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV

Volume 3, Issue 3 mei 2013 Dienst Laboratoriumgeneeskunde Campus Sint-Jan AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV Volume 3, Issue 3 mei 2013 Dienst Laboratoriumgeneeskunde Campus Sint-Jan AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV Intro Met deze nieuwsbrief wensen we u op de hoogte te brengen van enkele belangrijke nieuwe testen:

Nadere informatie

Wat is nieuw in Antistollingswereld?

Wat is nieuw in Antistollingswereld? Wat is nieuw in Antistollingswereld? Peter Verhamme Bloedings- en vaatziekten UZ Leuven NOACs/DOACs - Antistolling bij VKF: Waarom we NOACs verkiezen! - Peri-operatief beleid 1 Nieuwe orale anticoagulantia

Nadere informatie

HEMATOLOGIE/IMMUNOHEMATOLOGIE/HEMOSTASE

HEMATOLOGIE/IMMUNOHEMATOLOGIE/HEMOSTASE FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN GLOBAAL RAPPORT

Nadere informatie

Checklist 1 e aflevering Pradaxa

Checklist 1 e aflevering Pradaxa Checklist 1 e aflevering Pradaxa 1. Juiste product 5. Bevorderen therapietrouw 2. Indicaties en dosering 6. Controleer interacties 3. Werkingsmechanisme 4. Leg belang therapietrouw uit 7. Geef patiëntenmateriaal

Nadere informatie

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

casuistiek: bloedingscomplicaties bij het gebruik van de nieuwe generaties antistollingsmiddelen

casuistiek: bloedingscomplicaties bij het gebruik van de nieuwe generaties antistollingsmiddelen casuistiek: bloedingscomplicaties bij het gebruik van de nieuwe generaties antistollingsmiddelen Dr. Marieke JHA Kruip Internist- hematoloog Erasmus MC inhoud casus indica>es nieuwe orale middelen risico

Nadere informatie

Dr. Bart Oris h.-hartziekenhuis Lier

Dr. Bart Oris h.-hartziekenhuis Lier De klassieke voorstelling van de stollingscascade met een intrinsieke en extrinsieke arm strookt niet met de in vivo stolling Essentieel bij een normale stolling is de aanwezigheid van de fosfolipidenmembraan

Nadere informatie

DEFINITIEF GLOBAAL RAPPORT ANDROLOGIE ENQUETE 2015/1 Verbeterde Versie

DEFINITIEF GLOBAAL RAPPORT ANDROLOGIE ENQUETE 2015/1 Verbeterde Versie scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Voorkom bloedingen. de achtergrond van antistollingsmiddelen, interacties en risicofactoren. Eindhoven, 19 juni 2014

Voorkom bloedingen. de achtergrond van antistollingsmiddelen, interacties en risicofactoren. Eindhoven, 19 juni 2014 Voorkom bloedingen de achtergrond van antistollingsmiddelen, interacties en risicofactoren Eindhoven, 19 juni 2014 dr. M.R. Nijziel, internist-hematoloog Indeling stollingssysteem oude antistollingsmiddelen

Nadere informatie

Nieuwe anticoagulantia in de praktijk De evidence in vogelvlucht en interactieve casuïstiek

Nieuwe anticoagulantia in de praktijk De evidence in vogelvlucht en interactieve casuïstiek Nieuwe anticoagulantia in de praktijk De evidence in vogelvlucht en interactieve casuïstiek Dr. P.W. Kamphuisen - internist Universitair Medisch Centrum Groningen Nieuwe orale antistollingsmiddelen in

Nadere informatie

Protocol bij behandeling met non-vitamine K antagonisten orale anticoagulantia (NOAC s)

Protocol bij behandeling met non-vitamine K antagonisten orale anticoagulantia (NOAC s) Protocol bij behandeling met non-vitamine K antagonisten orale anticoagulantia (NOAC s) Opgesteld door: M.P.A. Brekelmans, M. Coppens, S. Middeldorp Afdeling Vasculaire Geneeskunde Academisch Medisch Centrum,

Nadere informatie

Indicatie antistolling. NOAC/DOAC Is de praktijk net zo verwarrend als de naam.? Indicaties VKA in NL Wat gebruikten we. Het stollingsmechanisme

Indicatie antistolling. NOAC/DOAC Is de praktijk net zo verwarrend als de naam.? Indicaties VKA in NL Wat gebruikten we. Het stollingsmechanisme Indicatie antistolling NOAC/DOAC Is de praktijk net zo verwarrend als de naam.? Behandeling DVT/ longembolie Atriumfibrilleren Mechanische hartklep Arterieel vaatlijden Hartfalen met kamerdilatatie ( alleen

Nadere informatie

REFERENTIEWAARDEN AFDELING HEMATOLOGIE. Geslacht (M/V)

REFERENTIEWAARDEN AFDELING HEMATOLOGIE. Geslacht (M/V) REFERENTIEWAARDEN AFDELING HEMATOLOGIE Sedimentatie B mm/u 0 17j V 0 10 1995 1 17 60j V 0 19 1995 1 60 70j V 0 20 1995 1 70 120j V 0 35 1995 1 0 50j M 0 10 1995 1 50 60j M 0 12 1995 1 60 70j M 0 14 1995

Nadere informatie

Preventie. bij zwangere vrouwen. van veneuze trombo-embolie. Thrombosis Guidelines Group. Update 2009

Preventie. bij zwangere vrouwen. van veneuze trombo-embolie. Thrombosis Guidelines Group. Update 2009 Preventie van veneuze trombo-embolie bij zwangere vrouwen Aanbevelingen van de Thrombosis Guidelines Group of the Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis and the Belgian Working Group on Angiology

Nadere informatie

REFERENTIEWAARDEN BLOED AFDELING HEMATOLOGIE. Geslacht (M/V)

REFERENTIEWAARDEN BLOED AFDELING HEMATOLOGIE. Geslacht (M/V) REFERENTIEWAARDEN BLOED AFDELING HEMATOLOGIE Parameter Eenheid Leeftijd Referentiewaarde Van toepassing Sedimentatie mm/u 0 17j V 0 10 1995 1 17 60j V 0 19 1995 1 60 70j V 0 20 1995 1 70 120j V 0 35 1995

Nadere informatie

Protocol bij behandeling met directe orale anticoagulantia (DOAC s)

Protocol bij behandeling met directe orale anticoagulantia (DOAC s) Protocol bij behandeling met directe orale anticoagulantia (DOAC s) Opgesteld door: M.P.A. Brekelmans, M. Coppens, S. Middeldorp Afdeling Vasculaire Geneeskunde Academisch Medisch Centrum, Amsterdam Versie:

Nadere informatie

Nascholing Antistolling

Nascholing Antistolling Nascholing Antistolling Algemene module nivo 1 en 2 Een initiatief van de Stuurgroepketen Antistollingsbehandeling Dr. R. Fijnheer, versie 1, november 2011 doel antistollings therapie behandelen van arteriële

Nadere informatie

Checklist 1 e aflevering Xarelto

Checklist 1 e aflevering Xarelto Checklist 1 e aflevering Xarelto 1. Juiste product 5. Bevorderen therapietrouw 2. Indicaties en dosering 6. Controleer interacties 3. Werkingsmechanisme 4. Leg belang therapietrouw uit 7. Geef patiëntenmateriaal

Nadere informatie

200906_oefen.pdf. Tentamen 25 juni 2009, vragen

200906_oefen.pdf. Tentamen 25 juni 2009, vragen 200906_oefen.pdf Tentamen 25 juni 2009, vragen Universiteit Utrecht Farmacie Geneesmiddel en patient Naam: Collegekaartnummer: OPGAVEN TENTAMEN BLOK FA-201 GENEESMIDDEL EN PATIENT 25 juni 2009 9.00 12.00

Nadere informatie

Reminder aan de beheersing van de pre-analyse voor kwalitatieve resultaten

Reminder aan de beheersing van de pre-analyse voor kwalitatieve resultaten Reminder aan de beheersing van de pre-analyse voor kwalitatieve resultaten Marc Jacquemin KULeuven HMWK / PK XII XIIa Preanalytische fouten niet-fysiologisch oppervlak XI XIa VIIa / WF VIII IX VIIIa IXa

Nadere informatie

PRADAXA (dabigatran etexilaat) 110 mg en 150 mg capsules

PRADAXA (dabigatran etexilaat) 110 mg en 150 mg capsules De Europese gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel PRADAXA. Het verplichte plan voor risicobeperking in België en in Luxemburg,

Nadere informatie

Nieuwe anticoagulantia Ze komen er echt aan. Saskia Middeldorp Vasculaire Geneeskunde AMC, Amsterdam

Nieuwe anticoagulantia Ze komen er echt aan. Saskia Middeldorp Vasculaire Geneeskunde AMC, Amsterdam Nieuwe anticoagulantia Ze komen er echt aan Saskia Middeldorp Vasculaire Geneeskunde AMC, Amsterdam Classes of new anticoagulants I Initiation Recombinant TFPI (tifacogin) NAPc2 II Xa formation Direct:

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor de adviesvraag

Samenvatting. Aanleiding voor de adviesvraag Samenvatting Aanleiding voor de adviesvraag Op dit moment zijn bijna 400.000 mensen in Nederland aangewezen op behandeling met antistollingsmiddelen van het type vitamine K-antagonist (VKA). Hoewel zeer

Nadere informatie

Chemotherapie en stolling

Chemotherapie en stolling Chemotherapie en stolling Therapie, preventie en risicofactoren Karen Geboes UZ Gent 4 december 2015 Avastin en longembolen: hoe behandelen en Avastin al dan niet verder? Chemotherapie en stolling: Therapie,

Nadere informatie

GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE CHEMIE ENQUETE 04/2009

GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE CHEMIE ENQUETE 04/2009 ISS 0778-8363 WIV J. Wystmanstraat, 14 B-1050 Brussel FEDERALE OVERHEIDSDIEST, VOLKSGEZODHEID, VEILIGHEID VA DE VOEDSELKETE E LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLIISCHE BIOLOGIE DIEST VOOR LABORATORIA VA KLIISCHE

Nadere informatie

Risico minimalisatie materiaal betreffende Eliquis (apixaban) Gids voor de voorschrijver

Risico minimalisatie materiaal betreffende Eliquis (apixaban) Gids voor de voorschrijver Risico minimalisatie materiaal betreffende Eliquis (apixaban) Gids voor de voorschrijver Dit materiaal dient u te gebruiken bij patiënten die Eliquis voorgeschreven krijgen. Zoals bij andere antistollingsmiddelen

Nadere informatie

DEFINITIEF GLOBAAL RAPPORT CHEMIE - URINE ENQUETE 2013/2

DEFINITIEF GLOBAAL RAPPORT CHEMIE - URINE ENQUETE 2013/2 scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Persbericht. ESC Congress 2014 Hot Line Sessie: Pradaxa toont gunstig effect op nierfunctie vergeleken met warfarine

Persbericht. ESC Congress 2014 Hot Line Sessie: Pradaxa toont gunstig effect op nierfunctie vergeleken met warfarine BE/PRA-141770 09/2014 ESC Congress 2014 Hot Line Sessie: Pradaxa toont gunstig effect op nierfunctie vergeleken met warfarine RE-LY subanalyse toont aan dat behandeling met Pradaxa in de loop van de tijd

Nadere informatie

Nascholing Antistolling

Nascholing Antistolling Nascholing Antistolling Algemene module nivo 3 Een initiatief van de Stuurgroepketen Antistollingsbehandeling Dr. R. Fijnheer, versie 4, juli 2012 de stollingsbalans trombose te veel stolling antistolling

Nadere informatie

Aanbevelingen perioperatief beleid van patiënten behandeld met plaatjesremmers en anticoagulantia

Aanbevelingen perioperatief beleid van patiënten behandeld met plaatjesremmers en anticoagulantia Aanbevelingen perioperatief beleid van patiënten behandeld met plaatjesremmers en anticoagulantia dr. Tom Vydt, cardioloog AZ Sint-Maarten GR0034AV versie 04-2014 ALGEMEEN YK Perioperatief beleid van patiënten

Nadere informatie

artseninformatie Richtlijnen voor beleid van bloedverdunners in een peri-operatieve fase GezondheidsZorg met een Ziel

artseninformatie Richtlijnen voor beleid van bloedverdunners in een peri-operatieve fase GezondheidsZorg met een Ziel i artseninformatie Richtlijnen voor beleid van bloedverdunners in een peri-operatieve fase GezondheidsZorg met een Ziel 2 Inhoud 1 Richtlijnen voor beleid van bloedverdunners in een peri-operatieve fase...

Nadere informatie

Urgente aanpak van bloedingen. Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten UZ Gasthuisberg Leuven

Urgente aanpak van bloedingen. Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten UZ Gasthuisberg Leuven Urgente aanpak van bloedingen Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten UZ Gasthuisberg Leuven Casus: J-B H, 84 jaar Gezwollen blauwe tong en slikproblemen Ochtend van spoedopname : Consult huisarts

Nadere informatie

Nieuwe Orale Anticoagulantia (NOACs)

Nieuwe Orale Anticoagulantia (NOACs) Nieuwe Orale Anticoagulantia (NOACs) Regionaal Formularium Zwolle Daphne Bertholee, ziekenhuisapotheker i.o. Douwe van der Meer, coördinator Regionaal Formularium Zwolle FTO 15 oktober 2013 Isala Inleiding

Nadere informatie

NOAC s: New Oral Anticoagulants

NOAC s: New Oral Anticoagulants NOAC Safety protocol NOAC s: New Oral Anticoagulants Willem Bax, Internist-nefroloog-vasculair geneeskundige Namens Werkgroep NOAC s Werkgroep safety protocol NOAC s Matthijs Westerman, Internist Hematoloog

Nadere informatie

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Nieuwe orale anticoagulantia in Nederland

Nieuwe orale anticoagulantia in Nederland FARMACOTHERAPIE Nieuwe orale anticoagulantia in Nederland Dr. Frank W.G. Leebeek en dr. Pieter Willem Kamphuisen Gerelateerd artikel: Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:A325 Recent zijn er twee nieuwe orale

Nadere informatie

Perioperatief beleid. van patiënten behandeld met bloedverdunners

Perioperatief beleid. van patiënten behandeld met bloedverdunners Perioperatief beleid van patiënten behandeld met bloedverdunners Perioperatief beleid van patiënten behandeld met plaatjesremmers Aspirine en/of ADP receptor inhibitor (Plavix of clopidogrel, Efient of

Nadere informatie

Figuur 1: Normale verdeling. Bij een normale verdeling geldt dat ongeveer:

Figuur 1: Normale verdeling. Bij een normale verdeling geldt dat ongeveer: Kwaliteitscontrole door middel van Biologisch ijken Patrick Jak ( PMC.Jak@Vumc.nl ) en Herman Groepenhoff ( H.Groepenhoff@vumc.nl ) VU Medisch Centrum, Amsterdam. Een belangrijk hulpmiddel bij biologisch

Nadere informatie

1. Inleiding. Farmaceutisch Tijdschrift voor België

1. Inleiding. Farmaceutisch Tijdschrift voor België Rivaroxaban (Xarelto ): gids voor de apotheker J. Douxfils 1, S. Michel 1, C. Beauloye 2, M. Goethals 3, P. Hainaut 2, H. Heidbuchel 4, C. Hermans 2, B. Ickx 5, K. Jochmans 6, S. Motte 5, F. Mullier 1,7,

Nadere informatie

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN JAARRAPPORT 2010 EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN

Nadere informatie

User Profile Repository Testrapportage kwaliteit

User Profile Repository Testrapportage kwaliteit CatchPlus User Profile Repository Testrapportage kwaliteit Versie 1.1 User Profile Repository Testrapportage kwaliteit Versie: 1.1 Publicatiedatum: 20-4-2012 Vertrouwelijk GridLine B.V., 2012 Pagina 1

Nadere informatie

De nieuwe orale anticoagulantia

De nieuwe orale anticoagulantia De nieuwe orale anticoagulantia Dr Tom Vydt o AZ Sint-Maarten (Mechelen & Duffel) o Hanswijkstraat, Mechelen Coumarines o o o Afgeleide van dicoumarol (stof voorkomend in rotte klaver => bloedingen bij

Nadere informatie

Deze test werd ontwikkeld en aangewend om het medicatiemanagement en de verschillende aspecten hiervan te evalueren in de ambulante zorg.

Deze test werd ontwikkeld en aangewend om het medicatiemanagement en de verschillende aspecten hiervan te evalueren in de ambulante zorg. Drug Regimen Unassisted Grading Scale (DRUGS) Edelberg HK, Shallenberger E, Wei JY (1999) Medication management capacity in highly functioning community living older adults: detection of early deficits.

Nadere informatie

Richtlijn Antistolling met laagmoleculairgewicht heparines (LMWH) bij nierinsufficiëntie

Richtlijn Antistolling met laagmoleculairgewicht heparines (LMWH) bij nierinsufficiëntie Richtlijn Antistolling met laagmoleculairgewicht heparines (LMWH) bij nierinsufficiëntie mei 2012 Verantwoordelijk voor de richtlijn: Kwaliteitscommissie NfN Contact: ATM Jorna, secretaris kwaliteitscommissie,

Nadere informatie

Anticoagulatie in veneuze thromboembolie: Dr Mathias Leys Pneumologie AZ Groeninge - Kortrijk

Anticoagulatie in veneuze thromboembolie: Dr Mathias Leys Pneumologie AZ Groeninge - Kortrijk Anticoagulatie in veneuze thromboembolie: nieuwe concepten Dr Mathias Leys Pneumologie AZ Groeninge - Kortrijk Na een diepe veneuze thrombose (DVT) of longembolen (LE) zijn recidieven frequent, vooral

Nadere informatie

Optimalisatie van de eerste klinische studies in bi ondere patie ntengroepen: op weg naar gebruik van semifysiologische

Optimalisatie van de eerste klinische studies in bi ondere patie ntengroepen: op weg naar gebruik van semifysiologische Nederlandse samenvatting Optimalisatie van de eerste klinische studies in bi ondere patie ntengroepen: op weg naar gebruik van semifysiologische farmacokinetische modellen Algemene inleiding Klinisch onderzoek

Nadere informatie

ACHIL: evaluatie van de zorgtrajecten diabetes mellitus type 2 en chronische nierinsufficiëntie

ACHIL: evaluatie van de zorgtrajecten diabetes mellitus type 2 en chronische nierinsufficiëntie ACHIL: evaluatie van de zorgtrajecten diabetes mellitus type 2 en chronische nierinsufficiëntie Achil Phase 1 (2009-2013). Ambulatory Care Health Information Laboratory Feedback rapport Lokale Multidisciplinaire

Nadere informatie

Samenvatting en Discussie

Samenvatting en Discussie 101 102 Pregnancy-related thrombosis and fetal loss in women with thrombophilia Samenvatting Zwangerschap en puerperium zijn onafhankelijke risicofactoren voor veneuze trombose. Veneuze trombose is een

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Pradaxa 75 mg harde capsules 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een harde capsule bevat 75 mg dabigatran etexilaat

Nadere informatie

Het kind met een stolsel

Het kind met een stolsel Het kind met een stolsel Heleen van Ommen EKZ AMC, Amsterdam Casus: meisje 15 jr Anamnese Sinds een aantal dagen benauwd en pijn op de borst, vastzittend aan de ademhaling, mn links Voorgeschiedenis: Week

Nadere informatie

Stollingsonderzoek: PT en APTT

Stollingsonderzoek: PT en APTT Labquiz Stollingsonderzoek: PT en APTT Wat te doen met een afwijkende PT en APTT? In dit artikel wordt het stollingsonderzoek onder loep genomen en implicaties voor de klinische praktijk besproken. Casus

Nadere informatie

Antistolling in het pijncentrum

Antistolling in het pijncentrum Antistolling in het pijncentrum Dr. Veerle Dirckx mariaziekenhuis.be Mensen zorgen voor mensen Overzicht Ter opfrissing de stollingscascade Wat is er allemaal op de markt? Wat werkt waarop in? Hoelang

Nadere informatie

Uitdagingen Chemische Analyses

Uitdagingen Chemische Analyses Uitdagingen Chemische Analyses Koen De Cremer WIV-ISP Afdeling Biomonitoring Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, Elsene Partners: 1 Uitdagingen Zijn de labo-analyses betrouwbaar en vergelijkbaar?

Nadere informatie

Chapter 10 C H A P T E R. Nederlandse Samenvatting

Chapter 10 C H A P T E R. Nederlandse Samenvatting Chapter 10 C H P R ederlandse Samenvatting 10 175 S M V I G Haemostase Hartinfarct en beroerte zijn het gevolg van trombi (bloed stolsels) die belangrijke vaten afsluiten en daardoor weefsel beschadiging

Nadere informatie

Nieuwe anticoagulantia: een betere manier van antistollen?

Nieuwe anticoagulantia: een betere manier van antistollen? ieuwe anticoagulantia: een betere manier van antistollen? Hugo ten Cate Prof. dr. H. ten Cate, internist-vasculair geneeskundige, Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+) en Cardiovasculair Research

Nadere informatie

Laboratorium-monitoring van antistollingsmedicatie VAKB symposium - 7 juni 2005

Laboratorium-monitoring van antistollingsmedicatie VAKB symposium - 7 juni 2005 Laboratorium-monitoring van antistollingsmedicatie VAKB symposium - 7 juni 2005 Els Bailleul O.L.V.Ziekenhuis Aalst Inleiding Rationale voor monitoring van medicatie: aanpassen dosering i.f.v. efficiëntie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 198 Het eerste deel van dit proefschrift beschrijft de effectiviteit van clopidogrel en tirofiban in patiënten met een acuut hart infarct verwezen voor een spoed dotter behandeling. In hoofdstuk 1 werd

Nadere informatie

Perioperatief beleid voor patiënten behandeld met vitamine K antagonisten

Perioperatief beleid voor patiënten behandeld met vitamine K antagonisten Perioperatief beleid voor patiënten behandeld met vitamine K antagonisten Algemene principes: De voorgeschreven werkwijze is afhankelijk van 3 factoren: 1. Het bloedingsrisico gepaard met de ingreep. Dit

Nadere informatie

Wijzigingen in de Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter, voorgesteld door het Europees Geneesmiddelenbureau

Wijzigingen in de Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter, voorgesteld door het Europees Geneesmiddelenbureau BIJLAGE II Wijzigingen in de Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter, voorgesteld door het Europees Geneesmiddelenbureau Deze Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter zijn het resultaat

Nadere informatie

Kalibratie en biologische ijking

Kalibratie en biologische ijking 6ste Coloquium VVLR 04, Grobbendonk Kalibratie en biologische ijking Dr. Herman Groepenhoff h.groepenhoff@vumc.nl Inleiding Inleiding Theorie / (ERS/ATS) richtlijnen Fysisch kalibreren / verifiëren Biologisch

Nadere informatie

De waarde van de expert IGF-1 harmonisatie

De waarde van de expert IGF-1 harmonisatie De waarde van de expert IGF-1 harmonisatie Eef Lentjes Sectie Endocrinologie SKML Jun 2015 doel van laboratorium bepalingen Identificeren van verstoring in een patient en monitoren van behandelingen Goede

Nadere informatie

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Precisie en juistheid, wat moeten we zelf nog doen anno 2011

Precisie en juistheid, wat moeten we zelf nog doen anno 2011 Precisie en juistheid, wat moeten we zelf nog doen anno 2011 beter goed gejat dan slecht verzonnen Dr. M. (Marco) Treskes, laboratoriumspecialist klinische chemie en hematologie 5-10-2011 1 kwaliteitsborging

Nadere informatie

Het kritisch oog van de klinisch bioloog. Prof. Dr. Peter Declercq K.U.Leuven Virga Jesseziekenhuis, Hasselt

Het kritisch oog van de klinisch bioloog. Prof. Dr. Peter Declercq K.U.Leuven Virga Jesseziekenhuis, Hasselt Het kritisch oog van de klinisch bioloog Prof. Dr. Peter Declercq K.U.Leuven Virga Jesseziekenhuis, Hasselt 1 Overzicht De postanalytische fase Zijn confirmatie en autorisatie nodig? (de toegevoegde waarde

Nadere informatie

Boezemfibrilleren en antistolling: consequenties voor de kwetsbare bejaarde

Boezemfibrilleren en antistolling: consequenties voor de kwetsbare bejaarde Boezemfibrilleren en antistolling: consequenties voor de kwetsbare bejaarde Dr. T.A. Simmers, cardioloog Verenso, 25-11-2011 De mythe van de vallende bejaarde Dr. T.A. Simmers, cardioloog Verenso, 25-11-2011

Nadere informatie

22-11-2013 DE NIEUWE ANTISTOLLINGSMIDDELEN IN DE CARDIOLOGISCHE PRAKTIJK CONFLICT OF INTEREST STATEMENT BIJDRAGE PRESENTATIE VRAAG VRAAG VRAAG

22-11-2013 DE NIEUWE ANTISTOLLINGSMIDDELEN IN DE CARDIOLOGISCHE PRAKTIJK CONFLICT OF INTEREST STATEMENT BIJDRAGE PRESENTATIE VRAAG VRAAG VRAAG DE NIEUWE ANTISTOLLINGSMIDDELEN IN DE CARDIOLOGISCHE PRAKTIJK Martin Jan Schalij Hartcentrum Leiden Leids Universitair Medisch Centrum CONFLICT OF INTEREST STATEMENT Geen persoonlijke belangen. De afdeling

Nadere informatie

Problematiek 17/01/2011. Dr. Patrick Schoeters PREVENTIEF ANTISTOLLINGSBELEID BIJ ENDOSCOPISCHE PROCEDURES

Problematiek 17/01/2011. Dr. Patrick Schoeters PREVENTIEF ANTISTOLLINGSBELEID BIJ ENDOSCOPISCHE PROCEDURES Preventief antistollingsbeleid bij endoscopische procedures : een bloedstollend verhaal PREVENTIEF BIJ ENDOSCOPISCHE PROCEDURES Dr. Patrick Schoeters Problematiek Thrombusvorming cruciaal in cardiovasculaire

Nadere informatie

Bespreking van de ingezonden resultaten

Bespreking van de ingezonden resultaten RESULTATEN EN BESPREKING CASUS MEI 2012 SECTIE STOLLING SKML Beschrijving van de casus Een 23-jarige vrouw wordt door de huisarts verwezen naar de SEH voor verder onderzoek i.v.m. pijn op de borst vastzittend

Nadere informatie

Antistolling & vitamine K, hoe zit dat?

Antistolling & vitamine K, hoe zit dat? Even tijd voor uw gezondheid! Antistolling & vitamine K, hoe zit dat? Vitamine-K-wijzer voor mensen die acenocoumarol of fenprocoumon gebruiken Boerenkool Snijbiet Rapen Broccoli Spruitjes Botersla Peterselie

Nadere informatie

Alcoholbepaling in bloed

Alcoholbepaling in bloed ISSN 0778-8363 WIV J. Wytsmanstraat, 14 B-1050 BRUSSEL FEDERALE OVERHEIDSDIENST (FOD) VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA

Nadere informatie

Laboratoriumdiagnostiek en risicomanagement

Laboratoriumdiagnostiek en risicomanagement Laboratoriumdiagnostiek en risicomanagement Dr N. de Jonge Klinisch chemicus 1 2 3 Medische fout Onbedoelde schade Tijdelijke of permanente beperking voor patiënt Overlijden Vermijdbaar Patient safety

Nadere informatie

Chronisch onderzoek is van belang bij stoffen waarbij accumulatie kan optreden.

Chronisch onderzoek is van belang bij stoffen waarbij accumulatie kan optreden. Vraag 1: Algemene toxicologie (Bos, 11 punten) a) oem 3 vormen waarin toxische stoffen in het milieu kunnen voorkomen? (2pt) b) Hoe (noem er 3 in totaal) kunnen deze verschillende vormen zich in het milieu

Nadere informatie

chapter 10 Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

chapter 10 Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Nederlandse samenvatting (Dutch summary) De bloedstolling speelde in de prehistorie al een grote rol om te voorkomen dat de jagende mens bij een bloeding geveld zou raken. Ook zorgde het stollingssysteem

Nadere informatie

SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS

SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS Diepveneuze trombose (DVT) is een aandoening waarbij er een stolsel (trombose) ontstaat in één van de bloedvaten van het been of in het kleine bekken (of in zeldzame gevallen

Nadere informatie

ONBEHEERDE AFDRUK. Kwaliteitshandboek CKHL Bijlage 4-4: Referentiewaarden en Meetonzekerheid. Pagina 1 van 10. Alleen geldig op: vrijdag 17 april 2015

ONBEHEERDE AFDRUK. Kwaliteitshandboek CKHL Bijlage 4-4: Referentiewaarden en Meetonzekerheid. Pagina 1 van 10. Alleen geldig op: vrijdag 17 april 2015 LUMC\4. Zorgondersteunend\LSH ONBEHEERDE AFDRUK Kwaliteitshandboek CKHL Bijlage 4-4: Referentiewaarden en Meetonzekerheid Versie 20 Publicatiedatum woensdag 26 maart 2014, 16:16:08 Status Gepubliceerd

Nadere informatie

Samenvatting Vitamine K antagonisten zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm. Ze worden voorgeschreven voor de behandeling en preventie van trombose.

Samenvatting Vitamine K antagonisten zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm. Ze worden voorgeschreven voor de behandeling en preventie van trombose. 1 Samenvatting Samenvatting Vitamine K antagonisten zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm. Ze worden voorgeschreven voor de behandeling en preventie van trombose. Zowel arteriële trombose (trombose

Nadere informatie

21 april 2010. Implementatie van een nieuwe versie van het labo-informatica pakket (MOLIS)

21 april 2010. Implementatie van een nieuwe versie van het labo-informatica pakket (MOLIS) 21 april 2010 Implementatie van een nieuwe versie van het labo-informatica pakket (MOLIS) Implementatie van nieuwe apparaten en een nieuwe automatenstraat Invoering nieuwe rapportagewaarden laboratorium

Nadere informatie

Tabel 1. Dabigatran en aptt Dabigatran dosering: Afwezig effect: Therapeutisch effect: Te hoog / overdosering:

Tabel 1. Dabigatran en aptt Dabigatran dosering: Afwezig effect: Therapeutisch effect: Te hoog / overdosering: Onderwerp Bloedingen tijdens dabigatran (Pradaxa ) gebruik Operatieve ingrepen tijdens dabigatran (Pradaxa ) gebruik Auteurs Dr. N.R. Bijsterveld, Cardioloog Dr. M. Ten Wolde, Internist-Vasculair Geneeskundige

Nadere informatie

THERAPEUTISCHE MONITORING

THERAPEUTISCHE MONITORING WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID DIENST KWALITEIT VAN MEDISCHE & COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie

Nadere informatie

Geïntegreerde ex ante impactanalyse bij de Europese Commissie

Geïntegreerde ex ante impactanalyse bij de Europese Commissie Geïntegreerde ex ante impactanalyse bij de Europese Commissie Peter Lelie Europese Commissie - DG EMPL 7-Oct-09 Directoraat-Generaal for Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Gelijke Kansen Eenheid Sociale

Nadere informatie

JAARRAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE IMMUNOASSAYS THERAPEUTISCHE MONITORING. Commentaren 2008

JAARRAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE IMMUNOASSAYS THERAPEUTISCHE MONITORING. Commentaren 2008 ISSN 0778-8363 FEDERALE OVERHEIDSDIENST (FOD) VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN

Nadere informatie

Pradaxa is een geneesmiddel dat de werkzame stof dabigatran-etexilaat bevat. Het is verkrijgbaar in de vorm van capsules (75 mg, 110 mg en 150 mg).

Pradaxa is een geneesmiddel dat de werkzame stof dabigatran-etexilaat bevat. Het is verkrijgbaar in de vorm van capsules (75 mg, 110 mg en 150 mg). EMA/47517/2015 EMEA/H/C/000829 EPAR-samenvatting voor het publiek dabigatran-etexilaat Dit document is een samenvatting van het Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) voor. Het geeft uitleg over

Nadere informatie

1. Inleiding. Onderzoek

1. Inleiding. Onderzoek Dabigatran bij voorkamerfibrillatie: klinische studies, voordelen en beperkingen A. Sternotte 1, J. Douxfils 2, B. Chatelain 3, C. Chatelain 4, F. Mullier 2-3, J-M. Dogné 2, A. Spinewine 5 Mesh Dabigatran;

Nadere informatie

Botscintigrafie. Nationale diagnostische referentieniveaus in de nucleaire geneeskunde. Eerste iteratie (2015-2017)

Botscintigrafie. Nationale diagnostische referentieniveaus in de nucleaire geneeskunde. Eerste iteratie (2015-2017) Nationale diagnostische referentieniveaus in de nucleaire geneeskunde Eerste iteratie (2015-2017) Eerste periode (01/01/2015 31/03/2015) Botscintigrafie 24/09/2015 Contact: Thibault VANAUDENHOVE Federaal

Nadere informatie

Checklist 1 e aflevering Eliquis

Checklist 1 e aflevering Eliquis Checklist 1 e aflevering Eliquis 1. Juiste product 5. Bevorderen therapietrouw 2. Indicaties en dosering 6. Controleer interacties 3. Werkingsmechanisme 4. Leg belang therapietrouw uit 7. Geef patiëntenmateriaal

Nadere informatie

Lipidenbilan en cardiovasculair risico

Lipidenbilan en cardiovasculair risico Lipidenbilan en cardiovasculair risico OLV Ziekenhuis, Aalst-Asse-Ninove Laboratorium: 053 724281 (Dr. P. Couck, Dr. F. Beckers, Apr. L. Van Hoovels) Endocrinologie: 053 724488 (Dr. F. Nobels, Dr. P. Van

Nadere informatie

Behandeling van diepveneuze trombose (DVT) en longembolie (PE) en preventie van recidiverende DVT en PE bij volwassenen.

Behandeling van diepveneuze trombose (DVT) en longembolie (PE) en preventie van recidiverende DVT en PE bij volwassenen. 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Pradaxa 110 mg harde capsules 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een harde capsule bevat 110 mg dabigatran etexilaat (als mesilaat). Hulpstof(fen) met bekend effect:

Nadere informatie

- Validatiedossier - Bepaling van de lipofiele groep toxinen in mosselen met gebruik van UPLC-MS/MS 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT...

- Validatiedossier - Bepaling van de lipofiele groep toxinen in mosselen met gebruik van UPLC-MS/MS 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT... 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT...1 3 LINEARITEIT...2 4 JUISTHEID EN HELHAARBARHEID...5 4.1 Juistheid... 5 4.2 Juistheid van meervoudige analyses van gecertificeerd referentiemateriaal (CRM)... 5 4.3

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN . BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL PRADAXA 75 mg harde capsules 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een harde capsule bevat 75 mg dabigatran etexilaat

Nadere informatie