De handelseditie verscheen als deel 26 in de reeks Politiestudies bij Samsom en Kluwer Rechtswetenschappen in Antwerpen.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De handelseditie verscheen als deel 26 in de reeks Politiestudies bij Samsom en Kluwer Rechtswetenschappen in Antwerpen."

Transcriptie

1 Groot in de hasj: theorie en praktijk van de georganiseerde criminaliteit werd als proefschrift verdedigd op 11 mei 2000 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De handelseditie verscheen als deel 26 in de reeks Politiestudies bij Samsom en Kluwer Rechtswetenschappen in Antwerpen. Het boek is sinds 2002 uitverkocht. Dese pdf-versie is samengesteld uit het oorspronkelijke manuscript en verschilt wat betreft lay-out en op inhoudelijke details van de gedrukte versie. Voor professioneel gebruik wordt de gedrukte versie aanbevolen. Het copyright berust bij Peter Klerks, Overname van citaten met bronvermelding is toegestaan.

2 Groot in de hasj Theorie en praktijk van de georganiseerde criminaliteit Big in Hash: Theory and Practice of Organized Crime Proefschrift Ter verkrijging van de graad van Doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, op gezag van de Rector Magnificus Prof.dr. P.W.C. Akkermans M.A. en volgens besluit van het College voor Promoties. De openbare verdediging zal plaatsvinden op donderdag 11 mei 2000 om 16:00 uur door Petrus Paulus Henricus Maria Klerks geboren te Tilburg 2

3 Promotiecommissie Promotor: Overige leden: Prof.dr. C.J.C.F. Fijnaut Dr. A. Cachet Prof.dr. H. de Doelder Dr. E.B.M. Rood-Pijpers 3

4 Stellingen 1. Zolang niet wordt onderkend dat crimineel actief zijn veel plezier op kan leveren, kan criminaliteit nooit worden begrepen. 2. Het feit dat het standaardwerk Politie. Studies over haar werking en organisatie het onderwerp misdaadanalyse nagenoeg onaangeroerd laat, is kenmerkend voor de huidige status van de inlichtingen- en analysediscipline binnen de Nederlandse politie. 3. Uit oogpunt van strategische informatie-inwinning in het kader van criminaliteitsbeheersing is een grotere belangstelling voor helers aan te bevelen. 4. Als intelligence-led policing tot nieuw paradigma wordt verheven terwijl veel onderzoekers de organisatie verlaten, heeft de Nederlandse politie een strategisch probleem. 5. Het clandestiene maar sinds jaar en dag gedoogde gokken in de vorm van stadslotto s, voetbaltoto s en gokhuizen is van substantiële financiële betekenis in criminele netwerken. 6. De empirische rijkdom voortgebracht door het werk van onderzoeksbureaus, die veelal verborgen blijft in grijze literatuur, zou van grote betekenis kunnen zijn voor de verdere ontplooiing van de criminologie. 7. In de opleiding van criminologen moet aandacht worden geschonken aan de kunst van het moppen tappen; dit komt het rapport met informanten, en daarmee de kwaliteit van het onderzoek ten goede. 8. Een tekst met voetnoten is een hypertext: ze legt denkprocessen bloot. Ruimtegebrek beperkte tot dusver de omvang van menig notenapparaat. Door HTML gaat de voetnoot dan ook een nieuwe levensfase in. 9. De vergrijzing, tekorten in de zorgsector en de in ernst toenemende jeugdcriminaliteit maken op termijn een sociale dienstplicht onvermijdelijk. Mits doordacht opgezet kan dit een positief effect hebben op maatschappelijke betrokkenheid, de kwaliteit van de samenleving en de inburgering van immigranten. 10. De huidige omvang van geweldscriminaliteit kan ten dele worden verklaard door het wegvallen van traditioneel masculien gedrag in de vorm van correctie van branieschoppers door oudere mannen. Er is dan ook behoefte aan een eigentijdse vorm van het aloude machismo. 11. Zowel onder politiemensen als beroepscriminelen van boven de 35 telt het boeddhisme relatief veel aanhangers; bij criminologen is dit niet het geval. Dienders en boeven zien kennelijk iets dat criminologen ontgaat. 4

5 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... I VOORWOORD... VI 1.1 ORIGINE VAN HET ONDERZOEK VRAAGSTELLING IN HET ONDERZOEK AANPAK VAN HET ONDERZOEK De sociologisch-antropologische benadering...15 De gefundeerde theoriebenadering Ontwikkeling van een analyse-instrument UITWERKING VAN HET ONDERZOEK Literatuurstudie Dossieranalyse Interviews Consequenties voor het onderzoek DEONTOLOGISCHE DILEMMA S Onderzoek doen bij afgeschermde diensten...30 Covert policing Persoonlijke betrokkenheid en waarheidsvinding REDACTIE EN PUBLICATIE Privacybescherming Veiligheids- en opsporingsbelangen Uiteenlopend lezerspubliek VERDERE OPBOUW VAN DEZE STUDIE THEORIEVORMING ROND GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT IN DE VS INLEIDING DE PERIODE : ONTSTAAN VAN HET FUNCTIONALISTISCHE PERSPECTIEF DE NAOORLOGSE PERIODE: DE ETNISCHE SAMENZWERING De jaren vijftig: Kefauver en McClellan De etnische samenzwering geformaliseerd: het Cressey-model Cressey s onbekende nuances De jaren zeventig en later: drie richtingen De orthodoxe visie: voortzetting van het Cressey-model Betekenis voor preventie en bestrijding DE STRUCTUREEL-FUNCTIONALISTISCHE BENADERING Vier centrale elementen Patronage en vriendschapsbanden als basis Sociaal-economische oorzaken Symbiose tussen criminaliteit en gemeenschap Criminaliteit als queer ladder voor sociale mobiliteit Blinde vlekken Betekenis voor preventie en bestrijding HET ENTERPRISE-MODEL Centrale elementen Monopolies en pseudo-overheid Spectrum van legaliteit Gefragmenteerde markten Blinde vlekken Betekenis voor preventie en bestrijding CONVERGENTIE IN DE THEORIEVORMING Overeenkomsten tussen de drie richtingen Oorzaken van divergentie en convergentie Betekenis voor preventie en bestrijding

6 2.6.4 Bouwstenen voor een consensus Betekenis van de Amerikaanse inzichten voor Nederlands onderzoek GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT IN NEDERLAND: VOORGESCHIEDENIS EN POLITIEK-BELEIDSMATIGE ACHTERGRONDEN DE JAREN ZEVENTIG: DE POLITIE ONTWAAKT DE JAREN TACHTIG: DE EERSTE BELEIDSSTUKKEN Verandering en bezorgdheid De opkomst van de misdaadanalyse Het IRT maakt zijn opwachting DE JAREN NEGENTIG: CRISIS IN DE OPSPORING Beleid en pers: wapengekletter De opsporingspraktijk: het Octopus -mysterie DE DEFINITIEKWESTIE: BELEID, PRAKTIJK EN WETENSCHAP De in de praktijk gehanteerde definitie De bijdrage van Fijnaut De bijdrage van Van Duyne De bijdrage van Bovenkerk Andere visies PARLEMENTAIRE ENQUÊTE EN ONDERZOEKSGROEP FIJNAUT De georganiseerde criminaliteit volgens de onderzoeksgroep Het problematische geweldscriterium Blinde vlekken en tekortkomingen in het onderzoek Contra-strategieën in het rapport-van Traa AFSLUITING SCHEMATISCHE ANALYSE VAN EEN CRIMINELE ORGANISATIE ORGANISATIE Naam of aanduiding Organisatiestructuur Omvang Bestendigheid Achtergrond van de leden Personeelsbeleid, rekrutering, vertrek, gevangenschap Leiderschap, besluitvorming, controle, disciplinering Doelen, werkvelden, ideologie OPERATIES Activiteiten Modus operandi Logistiek en infrastructuur Financiën Inlichtingenfunctie Afscherming Communicatie SOCIALE OMGEVING, CULTUUR EN PSYCHOLOGIE Cultuur en life style De subcultuur van de lagere klasse De stijl van de handelaar Tijdsbesteding Normen en waarden Jargon, symboliek en mores Imago-management Psychologische karakteristieken MARKTOMGEVING Het concept markt Het product of de dienst

7 4.4.3 Marktregulering Toegankelijkheid van de markt Afnemers Imago van de markt CRIMINELE NETWERKEN BOVENWERELDRELATIES Imago-management infiltratie of osmose? OVERHEIDSOPTREDEN Facetten van de overheid Uitwerkingen van interventies HET ANALYTISCH SCHEMA IN GEREEDHEID GEBRACHT EMPIRISCHE CASUS: DE ZAAK VERHAGEN ORGANISATIE Benaming en hoofdpersonen Organisatiestructuur: clique en sub-netwerken Omvang Bestendigheid Achtergrond van de leden Personeelsbeleid, rekrutering, vertrek, gevangenschap Leiderschap, besluitvorming, controle, disciplinering Doelen, werkvelden, ideologie Tussenbalans OPERATIES Activiteiten: aanvoer, opslag en afzet van drugs Modus operandi Logistiek en infrastructuur Financiën Inlichtingen en afscherming Communicatie Tussenbalans SOCIALE OMGEVING EN ACHTERGRONDEN Inleiding Leefomstandigheden Geneugten des levens Normen en waarden Sukkels en slimme jongens Taalgebruik en symboliek, mores en imago Tussenbalans MARKTOMGEVING Positie op de drugsmarkt Karakter van de markt CRIMINELE NETWERKEN Strategisch beeld: de apenrots-hypothese De netwerken rond de groep Resultaten van de netwerkanalyse Tussenbalans BOVENWERELDRELATIES DE OVERHEID Strategische context: het Nederlandse drugbeleid De detailhandel genegeerd Het rechercheonderzoek in kort bestek Analyse van het onderzoek: strategie en sturing ontbraken Tussenbalans ALGEHELE BEOORDELING VAN DE GROEP Zwaarte van de Verhagen-groep

8 5.8.2 Schade en dreiging bepaald Economische en materiële schade Fysieke schade aan personen Psychologische schade Schade aan de lokale gemeenschap Schade aan de samenleving Tussenbalans BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN EN CONCLUSIES ONDERZOEKSVRAAG I: BEELDEN EN DEFINITIES De Amerikaanse discussies Hollandse mafia? De waarde van de traditionele benaderingen van georganiseerde criminaliteit De orthodoxe ethnic conspiracy visie De patronage benadering Het criminal enterprise model De beleidsdiscussie belicht De wetenschap in Nederland De bevindingen van de onderzoeksgroep-fijnaut Conclusies ONDERZOEKSVRAAG II: DE SOCIOLOGISCH-ANTROPOLOGISCHE BENADERING Belemmeringen voor toepassing De criminele levensstijl Functioneren in sociale netwerken ONDERZOEKSVRAAG III: TEGENSTRATEGIEËN ONDERZOEKSVRAAG IV: HET OVERHEIDSOPTREDEN ONDERZOEKSVRAAG V: NAAR EEN ANDERE AANPAK Close-up rechercheren Innovatie: kleinere teams met een nieuwe missie Geen zand in de machine Openheid en vindingrijkheid Operationele allianties Impact: drie uitgangspunten Kort op de boef gaan zitten Voor de voeten lopen Krachtige figuren weloverwogen isoleren Verdere ontwikkeling van het concept Juridische aspecten Kwetsbaarheidsanalyse Controle en zorgvuldigheid AANBEVELINGEN STRATEGIE EN PRIORITEITEN Werk aan een strategische visie Organiseer strategische kennis Haal een goede strategisch onderzoeker binnen Maak haalbaarheid niet doorslaggevend Zorg voor structurele inbreng van strategische inzichten Houd rekening met sociaal-psychologische effecten Formuleer specifieke doelen TACTIEK Stel criteria voor de keuze van targets Houd het hoofd koel Bouw een eigen veiligheids- en contra-inlichtingencapaciteit op Let op verborgen partners Let op vrijetijdsbesteding Doe aan effectmeting

9 7.2.7 Organiseer feedback Houd toezicht op contacten vanuit de gevangenis Zet voldoende zware teamleiders in Stel een leidraad op voor gecompliceerde tactische rechercheonderzoeken INLICHTINGEN, ANALYSE EN INTERPRETATIE Vraag naar intenties Wees kritischer ten aanzien van informanten Eigen CID-capaciteit is in een groot team onmisbaar Werk aan verdere professionalisering van de RCID Gebruik de kennis die al in huis is Beproef de spectrumanalyse Vermijd normatieve rapporten Automatiseer het checken van printerlijsten Overweeg het ontsluiten van materiekennis Leer de inzichten van de sociale netwerkbenadering toe te passen Maak een kwetsbaarheidsanalyse WETENSCHAP Stimuleer naast dossieronderzoek ook participerende observatie Ontwikkel een nieuwe sub-discipline kwalitatieve misdaadanalyse SLOTWOORD ASSESSMENT OF THE NETWORK CONCLUSION LITERATUUR BIJLAGE 4: SPECTRUMANALYSE EN SCHADEANALYSE TOELICHTING ACHTERGRONDVARIABELEN BESCHRIJVENDE VARIABELEN lokaal - globaal doelen en ambities mate van activiteit spreiding van werkterreinen sophistication innovatief vermogen gewelddadigheid dodelijk geweld intensiteit en variëteit van wapengebruik niveau van financiële omzet bezittingen/kapitaalgoederen groepsgrootte samenwerking met andere groepen afhankelijkheid van een groter geheel politieke affiliaties aanwezigheid en invloed in de bovenwereld toegankelijkheid defensieve contra-strategieën offensieve contra-strategieën dominantie in het criminele milieu dominantie over niet-criminelen beschikking over schaarse kennis en middelen MAATSCHAPPELIJKE IMPACT, RISICO'S EN SCHADE GEOGRAFISCHE CORRECTIEFACTOR VOOR IMPACT BIJLAGEN 1. SAMENSTELLING VAN DE BEGELEIDINGSCOMMISSIE 9

10 2. ANALYSESCHEMA CRIMINELE ORGANISATIES 3. NETWERK-KAART VERHAGEN-GROEPERING 4. SPECTRUMANALYSE EN SCHADEANALYSE 5. DEFINITIES 10

11 Voorwoord Georganiseerde criminaliteit manifesteert zich in sociale netwerken, waarbinnen daders in wisselende verbanden samenwerken. Voor dergelijke netwerken zijn dienstverleners van cruciaal belang: hun kwaliteiten op het gebied van techniek en logistiek, contacten in bronlanden, financiële en juridische constructies stellen criminele samenwerkingsverbanden in staat om projecten tot een goed einde te brengen. Via dergelijke dienstverleners lopen er ook wederzijds lucratieve verbindingen tussen de criminele en de legale sector. Hierbij wordt niet alleen crimineel geld geïnvesteerd in legale projecten; het komt ook voor dat ondernemers en anderen gebruik maken van criminelen om problemen op te lossen of voordeel te behalen. De samenhang in criminele netwerken is grotendeels te verklaren uit familie- en vriendschapsbanden; in het onderhouden daarvan spelen met name vrouwen een belangrijke rol. Een ander kenmerk is de opvallende dynamiek: iedereen is druk bezig, er is sprake van een grote mobiliteit. Bij al die bedrijvigheid houden criminelen rekening met bedreigingen vanuit de concurrentie en het opsporingsapparaat. Men poogt zich hiertegen af te schermen, en wanneer het toch mis gaat worden de opengevallen plaatsen snel weer gevuld. De hier geschetste visie op georganiseerde criminaliteit is aan het eind van de jaren negentig bij criminologen en beleidsmakers gemeengoed geworden: nog even en het lijkt alsof het altijd zo is geweest. Toen dit onderzoeksproject echter een aanvang nam stonden criminele organisaties nog in een heel ander daglicht. Het ging, zo werd in 1993 gedacht, om piramidale structuren waarbinnen een strikte hiërarchie heerste en er met verraders meedogenloos werd afgerekend. Etnische groepen opereerden voornamelijk binnen de eigen kring, en drugsorganisaties infiltreerden actief in de legale economie teneinde hun megawinsten wit te wassen. De beste manier om de georganiseerde criminaliteit het hoofd te bieden was om ze te ontmantelen door de leiders achterover te trekken. Gaan voor de top was jarenlang het credo, en wie het waagde te pleiten voor een herwaardering van die strategie werd nauwelijks serieus genomen. Hoe heeft het dominante beeld zo kunnen veranderen? Dit proefschrift reconstrueert de oorsprong van het denken over georganiseerde criminaliteit en beschrijft welke invloeden in de jaren negentig tot de grote herziening leidden. Daarbij is dit het eerste Nederlandse onderzoek waarin de sociale processen binnen een crimineel netwerk op systematische wijze zijn geanalyseerd. De inzichten die hieruit voortvloeiden hebben sinds de eerste interne tussenrapportages in 1994 het denken over georganiseerde criminaliteit binnen de politie beïnvloed. Aanvankelijk klonk de nadruk op sociale netwerken als een geïsoleerd geluid; het eindrapport bevatte in 1995 de beelden die nu gemeengoed zijn geworden. Dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de hulp van velen. In de eerste plaats prof. dr C.J.C.F. Fijnaut die niet alleen de basis legde voor het onderzoek, maar in moeilijke tijden de steun verleende waardoor het uiteindelijk tot een proefschrift kon komen. Prof. dr A.P. Schmid en drs. A.J. Jongman, voormalige collega s aan de Universiteit Leiden, droegen in de aanvangsfase vele bouwstenen aan waarmee de conceptuele basis kon worden gelegd. Aan de Erasmus Universiteit werd het onderzoek uitgevoerd: de collega s daar komt dan ook dank toe voor hun gastvrijheid. Het ministerie van Justitie droeg zorg voor de financiering, nadat met name prof. dr J.J.M. van Dijk daartoe het pad had geëffend. De begeleidingscommissie zorgde er voor dat het project op koers bleef. 11

12 Degenen binnen de politiewereld met wie jarenlang vreugde en leed is gedeeld kunnen helaas niet met naam en toenaam worden genoemd. Mijn respect voor hun ruimdenkendheid, principes en moed is evenwel bijzonder groot. Aan deze bijzondere politiemensen is dit proefschrift opgedragen. 12

13 1.1 Origine van het onderzoek Why should I work when I could steal? Why settle down to some humdrum uncongenial billet, when excitement, romance, danger, and a decent living were all going begging together? Of course, it's very wrong, but we can't all be moralists, and the distribution of wealth is very wrong to begin with. E.W. Hornung, Raffles, De oorsprong van dit onderzoek ligt in het voorjaar van 1993, toen een politiecommissaris zich tot de hoogleraren Fijnaut en Schmid wendde met een uitzonderlijk verzoek. Vanuit het korps van deze commissaris was enige jaren daarvoor een omvangrijk recherche-onderzoek uitgevoerd door het zogenaamde Ferrari-team met als doel de ontmanteling van een landelijk opererende, voornamelijk in narcotica handelende organisatie, hier aangeduid als de Verhagen-groep. 1 Het politie-onderzoek resulteerde na ruim twee jaar in de aanhouding en veroordeling van een aantal personen die door het openbaar ministerie tot de top van de organisatie werden gerekend. Enige tijd nadat de organisatie aldus was opgerold moest de politie echter constateren dat verscheidene daarbij betrokken personen ondanks deze drastische interventies opnieuw actief waren. De eerder genoemde commissaris, die in zijn korps de verantwoordelijkheid droeg voor het aanleveren van adequate informatie inzake georganiseerde criminaliteit, had daarom behoefte aan een wetenschappelijke zaakanalyse. In combinatie met een literatuurstudie zou dat zicht moeten bieden op de zwakke plekken van criminele organisaties. Men hoopte op deze wijze meer mogelijkheden te ontdekken voor preventie en repressie van deze vormen van criminaliteit. Hierop stelden Fijnaut en Schmid samen met de door hen aangezochte onderzoeker Klerks een onderzoeksproject voor waarbij de beschikbare kennis over ondergrondse en criminele organisaties zou worden toegepast op deze casus, in het bijzonder vanuit een sociologisch-antropologisch perspectief. Wetenschappelijk gezien was het voorstel van de commissaris zeer aantrekkelijk omdat het toegang zou bieden tot alle politiegegevens die met betrekking tot het recherche-onderzoek beschikbaar waren. Een dergelijke openheid was in het pre-van Traa tijdperk nog maar zelden vertoond. Nadat vanuit het Ministerie van Justitie financiering was toegezegd kon het feitelijke onderzoek in september 1993 een aanvang nemen. De omvang van het bronnenmateriaal en het feit dat ook in de literatuur veel onontgonnen terrein moest worden verkend, noodzaakten tot een forse inspanning. In november 1995 werd de eindrapportage voltooid waarop het empirische deel van deze dissertatie is gebaseerd. 2 Door omstandigheden heeft de afronding enige jaren op zich laten wachten. In die periode is in Nederland heel wat onderzoek naar georganiseerde criminaliteit verricht, waaruit ten dele weer 1 Alle cursief aangegeven namen zijn geanonimiseerd ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. 2 In de eindrapportage werd vrijwel uitsluitend gerapporteerd over de bevindingen van het empirisch onderzoek en de conclusies en beleidsaanbevelingen die op grond daarvan konden worden geformuleerd. De dissertatie biedt de gelegenheid om diep in te gaan op het theoretische voorwerk en de op basis daarvan ontwikkelde inzichten en analyse-instrumenten. Ook kan nu de relatie tusssen (Nederlandse) casuïstiek en (voornamelijk buitenlandse) theorie worden bestudeerd. 13

14 nieuwe inzichten zijn voortgekomen. Hoewel hiervan bij het schrijven incidenteel nog gebruik is gemaakt, is in beginsel het verzamelen van materiaal afgesloten in De groep waar het rechercheteam zich op had geconcentreerd vormde een vertakking van wat in de recherchepraktijk wordt aangeduid als de Hollandse netwerken. Met deze verzamelnaam worden alle enigszins gestructureerde, autochtone criminele samenwerkingsverbanden aangeduid. Het spreekt vanzelf dat binnen zo'n ruime begripsomschrijving plegers van zeer uiteenlopende delictsoorten worden aangetroffen, zoals soft en hard drughandel, prostitutie, het illegale gokken, de zwaardere vormen van inbreken en overvallen, heling van auto's en sieraden et cetera. Uit het onderzoek blijkt dat we bij deze Hollandse netwerken voor een deel met de klassieke grootstedelijke onderwereld te maken hebben, met individuen en families die soms al tientallen jaren crimineel actief zijn. De grootschalige hasjhandel, waarin het hier beschreven netwerk voornamelijk actief was, kwam tot bloei doordat eind jaren zeventig groepen traditionele delinquenten hun door overvallen en soortgelijke activiteiten verkregen kapitaal gingen investeren in het verschepen en importeren van cannabisproducten. Hiervoor was vanaf het midden van de jaren zestig een sterk groeiende markt ontstaan. Deze personen legden contacten met bereidwillige avonturiers uit de scheepvaartwereld, en uit dit monsterverbond van geld, technisch-logistieke know-how en bravoure kwamen miljoenenkapitalen en meer bestendige criminele netwerken voort. Dit onderzoek beschrijft en analyseert een dergelijk Hollands netwerk in de Randstad. 1.2 Vraagstelling in het onderzoek De centrale vraagstelling in dit onderzoek is afgeleid van de duidelijke roep uit de opsporingspraktijk om een beter inzicht te bieden in de overlevingsmechanismen van dergelijke criminele groepen en in hun vermogen zich af te schermen tegen acties van politie en justitie. Het onderzoek zou suggesties moeten aandragen voor nieuwe mogelijkheden tot preventieve en repressieve interventie. In overleg met de begeleidingscommissie werd besloten om te bezien of vanuit een sociologisch-antropologische benadering, waarin wordt gelet op aspecten zoals familiebanden en cultuur, meer inzicht kon worden verkregen in de achtergronden en het functioneren van de criminele groep in kwestie. De nadruk lag hierbij op de vraag hoe men er in slaagde om zich af te schermen tegen overheidsingrijpen. Op basis van deze onderzoeksopdracht werd een vijftal onderzoeksvragen geformuleerd. Deze luiden als volgt. 1. Welke definities van georganiseerde criminaliteit worden er in de wetenschap en door opsporingsinstanties gehanteerd, en wat is de bruikbaarheid en empirische onderbouwing ervan? 2. Levert een sociologisch-antropologische benadering van criminele organisaties nieuwe mogelijkheden op voor kennisverwerving bij het onderzoeken van de georganiseerde criminaliteit? 3. Welke tactieken en strategieën gebruiken criminele organisaties om hun operaties te kunnen continueren en uitbreiden als reactie op (mogelijk) overheidsingrijpen? 4. Hoe is de actie van de overheid ten aanzien van de betreffende criminele organisaties opgezet? Welke methoden, tactieken en middelen worden ontwikkeld en geoperationaliseerd? Welke relaties worden onderhouden (a) binnen de politie-organisatie; (b) naar andere bevoegde overheden (OM, RC); (c) naar soortgelijke operationele teams? Welke effecten heeft deze operationalisering van het overheidsoptreden ten aanzien van deze organisaties? 5. Welke nieuwe wegen kunnen worden bewandeld om georganiseerde criminaliteit beter te beheersen? 14

15 Met het oog op het werk van de parlementaire Werkgroep vooronderzoek opsporingsmethoden en later de Enquêtecommissie opsporingsmethoden, dat zich grotendeels in dezelfde periode voltrok, is in overleg met de begeleidingscommissie relatief weinig aandacht besteed aan de definitiekwestie (vraag 1), en is met name ook de organisatie van de opsporing (vraag 4) slechts beperkt in beeld gebracht. Bij dit laatste speelde een rol dat het zeer problematisch bleek te zijn om informatie over het rechecheteam en zijn activiteiten op papier te zetten, zonder aan methoden en personen schade toe te brengen. Bovendien is de vraag naar de effecten van dit specifieke overheidsoptreden (het Ferrari-team) nauwelijks te beantwoorden omdat uitsluitend is gekeken naar de periode tot aan de aanhoudingen. Informatie die dateert van na het afsluiten van het rechercheonderzoek werd niet beschikbaar gesteld, teneinde het onbedoeld verstoren van eventuele actuele trajecten te voorkomen. Deze situatie van opgedragen onwetendheid heeft tot gevolg dat de onderzoeker slechts kan raden naar wat er in het veld is gebeurd nadat de veronderstelde hoofdpersonen van de criminele groepering werden gearresteerd. Omdat het team tot dat moment vrijwel geheel in het verborgene trachtte te werken, is het nauwelijks mogelijk om uitspraken te doen over de interactie tussen de delinquenten en de politie. Op grond van al deze overwegingen is derhalve besloten om de nadruk te leggen op de onderzoeksvragen 2, 3 en 5, al komt ook de definitiekwestie nog wel aan de orde. 1.3 Aanpak van het onderzoek De sociologisch-antropologische benadering Aan het begin van een wetenschappelijk onderzoek wordt vaak bepaald welk theoretisch kader de beste perspectieven lijkt te bieden om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. De tweede onderzoeksvraag spreekt van een sociologisch-antropologische benadering als een mogelijk bruikbare invalshoek bij het bestuderen van georganiseerde criminaliteit. Deze suggestie kwam naar voren in discussies tussen de supervisors en uitvoerder van het onderzoek en de politie. Er werd immers gezocht naar sociale processen als dreiging en geweld, geheimhouding en affectieve binding tussen mensen. De sociologie en culturele antropologie leveren op dergelijke thema s de meeste inzichten. Hierbij werd onder andere gedacht aan het bekende werk van de antropoloog Ianni, maar ook aan andere studies naar clandestiene structuren. Uit de literatuur komt naar voren dat criminele organisaties op aspecten als rekrutering, logistiek en afscherming onderlinge overeenkomsten vertonen. Dit is zelfs het geval wanneer er belangrijke verschillen zijn in de sociaal-economische en politieke situatie binnen de landen waar ze opereren en in de fysieke en sociale omgevingsfactoren in hun feitelijke territorium. Van het onderzoek naar de Verhagen-groepering werd verwacht dat het bevindingen zou opleveren die kunnen worden vergeleken met de secundaire literatuur over criminele organisaties uit het buitenland, waardoor mogelijk kenmerken kunnen worden geïdentificeerd die intercultureel zijn. Dit zou aanknopingspunten kunnen bieden voor zowel het maken van analyses van als voor het interveniëren in de activiteiten van dergelijke groepen. Voor een dergelijke benadering leek de sociologischantropologische benadering de beste keuze. Tijdens het onderzoek bleek al snel dat bij het beschrijven en ontleden van de verschijningsvormen en activiteiten van deze groep (en van georganiseerde criminaliteit in het algemeen) niet kan worden volstaan met één theoretisch perspectief, wanneer tenminste beoogd wordt om het fenomeen op meerdere aspecten te doorgronden. In Neder- 15

16 land hebben Van Duyne en zijn medewerkers de georganiseerde criminaliteit vanuit economisch perspectief bestudeerd. Deze benadering is vruchtbaar gebleken, met name om de bedrijfsmatige kant van het verschijnsel te analyseren. In het onderzoek naar de Verhagen-groepering is dan ook nadrukkelijk naar die bedrijfsmatige aspecten gekeken. De economische realiteit is er echter maar één temidden van vele. Bij het zoeken naar theoretische inzichten lag de nadruk op de verklarende kracht bij het leveren van antwoorden op de vraag wat een concrete criminele organisatie of netwerk gaande houdt. Geldelijk gewin is belangrijk en staat waarschijnlijk zelfs voorop, maar het verklaart niet alles. Wat brengt mensen ertoe actief te worden en te blijven in de meer georganiseerde vormen van criminaliteit? Welke rol spelen (naast het gewin) de spanning en de druk vanuit de omgeving? Hoe wordt er samengewerkt, wat zijn de normen en waarden binnen die wereld, hoe en waarom houden mensen er mee op en wat gebeurt er dan met ze? Hoe kan een organisatie voortbestaan, en hoe verlopen conflicten? Op dergelijke vragen biedt de bedrijfsmatige invalshoek onvoldoende antwoord, zodat naar aanvullende perspectieven moet worden gezocht. Een sociologisch-antropologische benadering kan op sommige van deze vragen wellicht bruikbare antwoorden geven. Daarom is onderzocht welke onderzoekers vanuit dit perspectief hebben gewerkt en in hoeverre hun aanpak bruikbaar is voor dit project. Gaandeweg is echter gebleken dat de condities waaronder het onderzoek moest worden uitgevoerd beperkingen stelden aan het werken vanuit een sociologisch-antropologische benadering. De eis van strikte privacybescherming betekent om te beginnen dat de onderzoeksbevindingen slechts zeer globaal kunnen worden gerapporteerd. Een gedetailleerde beschrijving van het sociale leven zoals dat is aangetroffen en waaruit begrip voor de interne logica kan ontstaan, is hier dus niet haalbaar. Het letterlijk citeren van personen bijvoorbeeld, om daarmee aan te geven hoe zij zelf hun activiteiten en sociale omgeving interpreteren, is vrijwel onmogelijk. Alle passages waaruit iemand zou kunnen afleiden om welke concrete groepering of personen het ging moesten worden geschrapt. Hierdoor bleef heel wat materiaal ongebruikt, wat uiteindelijk resulteerde in een portret van een groepering dat niet scherp, maar opzettelijk non-descript moest zijn. Een verdere beperking is dat het de onderzoeker nadrukkelijk niet was toegestaan om in fysiek contact te treden met personen die betrokken waren bij de Verhagen-groep. Interviews waren dus niet mogelijk, laat staan een vrij bewegen en observeren. De etnografische methode die het soort kennis kan opleveren waar we naar zochten, en die ook Ianni en anderen hebben gehanteerd, kwam beslist niet in aanmerking. De schriftelijke bronnen die wel beschikbaar waren, zoals transcripties van telefoongesprekken, waren slechts in beperkte mate bruikbaar doordat het vaak om selectieve samenvattingen ging. Uiteindelijk moest dan ook worden vastgesteld dat de verwachtingen ten aanzien van de bruikbaarheid van de sociologisch-antropologische benadering voor dit specifieke onderzoek moesten worden bijgesteld. Bij de onderzoeker bestaat evenwel de overtuiging dat deze benadering bijzonder zinvolle resultaten kan voortbrengen, wanneer slechts de hier genoemde beperkingen niet zouden gelden. Zelfs afgeremd door de genoemde beperkingen heeft deze invalshoek een meerwaarde bij bestudering van bepaalde onderdelen van het fenomeen georganiseerde criminaliteit, zoals nog zal blijken. Om die redenen is de sociologisch-antropologische benadering niet bij voorbaat terzijde geschoven, maar is over datgene wat is gevonden toch gerapporteerd. Hierdoor is het ten minste mogelijk om een indruk te krijgen van feitelijke voortbrengselen en potentiële mogelijkheden. 16

17 1.3.2 De gefundeerde theoriebenadering Het onderzoek was bedoeld om vernieuwing te brengen: de ervaringen met de gebruikte analysemethoden waren daarom van even groot belang als de inhoudelijke onderzoeksresultaten. In overleg met de begeleidingscommissie is bij de aanvang van het onderzoek een werkplan opgesteld, waarin de ontwikkeling van een specifieke onderzoeksmethodiek een centrale plaats inneemt. In de literatuur en de onderzoekspraktijk was een goed uitgewerkt en beproefd analytisch instrument om georganiseerde criminaliteit te onderzoeken immers niet voorhanden. Ook ontbrak een omvattende theorie over (georganiseerde) criminaliteit die op een bevredigende manier categorieën en hypothesen biedt waarmee beschrijving en verklaring van dit verschijnsel mogelijk wordt. Het in academisch onderzoek gebruikelijke formuleren van een uitgewerkte probleemstelling met daarin (1) de onderzoeksvragen, (2) het conceptuele model en (3) het te onderzoeken geval was dan ook aanvankelijk niet mogelijk bij gebrek aan een bruikbaar model. Vanuit deze uitgangssituatie is in de onderzoeksopzet gekozen voor de gefundeerde theoriebenadering zoals die door Glaser en Strauss is ontwikkeld. 3 Deze uit de kwalitatieve onderzoekstraditie bekende, inductieve methode gaat er van uit dat het vooraf formuleren van een probleemstelling vanuit een bepaald theoretisch perspectief niet gewenst is, omdat het te bestuderen verschijnsel met een open geest dient te worden benaderd. Alleen door het veld te betreden met zo weinig mogelijk vooraf bepaalde ideeën en hypothesen kan de onderzoeker de noodzakelijke theoretical sensitivity opbrengen. 4 De vragen van de opdrachtgever speelden dan ook mee op de achtergrond, maar beperkten niet bij voorbaat het blikveld van de onderzoeker. Deze open aanpak leek hier temeer gepast nu de opdrachtgever nadrukkelijk zelf had aangegeven dat hij, ondanks aanzienlijke inspanningen, onvoldoende greep op de materie had kunnen krijgen. Van dit onderzoek werd een bredere, onconventionele aanpak verwacht. De kern van de gefundeerde theoriebenadering ligt in het ontwikkelen van theoretisch inzicht op basis van een zeer nauwgezette analyse van de onderzoeksdata. Idealiter begint de onderzoeker met het op onbevangen wijze verzamelen van data, die zin voor zin worden gecodeerd in een open coderingssysteem, dat zichzelf verder ontwikkelt naarmate het onderzoek vordert. 5 Na verloop van tijd vormen zich zodoende vanzelf generieke categorieën van data die gemeenschappelijke kenmerken vertonen. Dit proces van verdichting leidt vervolgens tot het formuleren van concepten, de tweede stap van de gefundeerde theoriebenadering. De concepten die op deze wijze uit de data opborrelen vormen de bouwstenen voor gefundeerde theorie, doordat in de laatste fase wordt 3 Glaser and Strauss (1967); Glaser (1978). 4 Glaser (1978): 3. Vgl ook Glaser (1992: 22): the grounded theory researcher (...) moves into an area of interest with no problem. He moves in with the abstract wonderment of what is going on that is an issue and how it is handled. Or what is the core process that continually resolves the main concern of the subjects. 5 Op dit punt was de onderzoeker genoodzaakt enigszins af te wijken van de door Glaser (1978: 57) aanbevolen werkwijze van het zin voor zin coderen van het materiaal. De immense omvang van zowel de literatuur als de dossiers maakte deze tijdrovende methode eenvoudig onwerkbaar. Gekozen werd daarom voor een wat ruimere manier van coderen, waarbij de teksten weliswaar regel voor regel (en de dossiers meermalen) werden doorgenomen, maar waarbij duidelijk triviale passages niet werden gecodeerd. Tegelijk moet worden vastgesteld dat sinds de introductie van de gefundeerde theorie-benadering in de jaren zestig de opkomst van de personal computer een enorme verruiming betekent van de mogelijkheden voor dataverwerking. Waar Glaser & Strauss nog schrijven over indexkaart-systemen met hooguit enige tientallen verschillende codes, is bij het werken aan dit onderzoek gebruik gemaakt van een voortdurend groeiend, geheel op trefwoorden geindexeerd databestand met duizenden records. Dit maakt het mogelijk om in kasten vol boeken en artikelen snel bepaalde gegevens te vinden en onderling te vergelijken. Bij het werken met het dossiermateriaal van de recherche is, zij het in iets primitievere omstandigheden, ook van de computer gebruik gemaakt. 17

18 getracht hun onderlinge samenhang te onderkennen. Dit moet leiden tot het formuleren van hypothesen. 6 Het verzamelen, coderen en analyseren van gegevens gebeurt in de gefundeerde theoriebenadering overigens niet in duidelijk gescheiden fasen. Het ontwikkelen van theorie komt immers voort uit een proces van voortdurende vergelijking, dat zelfs doorloopt nadat publicatie heeft plaatsgevonden. 7 Wel wordt in de loop van dit proces het verzamelen van gegevens in toenemende mate geleid door de naar voren komende theorie. Deze inductieve aanpak vermijdt de beperkingen van meer traditionele onderzoekers, die vanuit een vooraf vastgelegde theoretische invalshoek of onderzoekstraditie een probleem benaderen en daardoor nogal voorspelbare en weinig vernieuwende producten afleveren. 8 De gefundeerde theoriebenadering lijkt bij uitstek geschikt om een gecompliceerde sociale structuur als het onderzochte criminele netwerk conceptueel te ontleden en in zijn context te begrijpen. Van belang was voorts dat deze benadering een analytisch raamwerk zou opleveren, een tastbaar instrument waar zowel de opdrachtgever als de academische onderzoeker in de praktijk iets aan kunnen hebben. De gefundeerde theoriebenadering is gebaseerd op een uitvoerige dataverzameling, waarbij niet alleen empirisch materiaal uit het veld van belang is, maar alles wat maar enigszins licht kan werpen op het te onderzoeken verschijnsel. Dat betekende in dit geval dat naast de zeer omvangrijke hoeveelheid documenten en de te interviewen leden van het rechercheteam en andere betrokkenen, ook de literatuur een nadrukkelijke bron van informatie en inzichten vormde. De aard van die literatuur liep uiteen van wetenschappelijke studies tot journalistieke producten en biografieën van mafiosi. 9 Ook het gebruiken van meerdere theoretische invalshoeken is volgens Glaser geen probleem: de gefundeerde theoriebenadering beschouwt wetenschappelijke theorieën gewoon als meer data, die in principe op dezelfde wijze worden tegemoet getreden als interviewprotocollen of observaties. 10 Glaser heeft een nogal praktische visie op de waarde van wetenschappelijke theorieën. Hij stelt dat theorie, om geaccepteerd te worden, moet voldoen aan verscheidene criteria: ze moet passen op de data ( fit ), ze moet rele- 6 In de woorden van Glaser: The essential relationship between data and theory is a conceptual code. The code conceptualizes the underlying pattern of a set of empirical indicators within the data. Thus, in generating a theory by developing the hypothetical relationships between conceptual codes (categories and their properties) which have been generated from the data as indicators, we discover a grounded theory (Glaser 1978: 55). 7 Glaser & Strauss (1967): 43; 101 ff. 8 Glaser & Strauss (1967: 40) benadrukken dat veel onderzoekers, door zich te richten op het toetsen van een theorie, nauwelijks meer komen tot het ontdekken van nieuwe ideeën. Eigen ervaringen kunnen dit onderstrepen: een criminologe die hoorde van dit project drukte de onderzoeker op het hart om toch vooral de unieke dataset te gebruiken om de gezinssituatie van de centrale personen grondig te ontleden. Zij merkte in haar onderzoeken telkens opnieuw hoe belangrijk het ontbreken van sociale controle was bij het ontsporen van jongeren. 9 Glaser (1992: 36) wijst nadrukkelijk op de waarde van nonprofessional, popular and ethnographic literature voor het ontwikkelen van inzicht. De accuraatheid, waarheid en authenticiteit van dit soort informatie hoeft geen probleem te zijn, wanneer de researcher ze benadert als data in een bepaald perspectief, zoals ook voor andere informatie geldt. De gefundeerde theoriebenadering is immers niet gericht op het leveren van harde bewijzen. In sum, this sort of data when carefully and constantly compared and analyzed does not produce findings, so veracity or "checking it out" does not matter. It just produces hypotheses or suggestions to be further checked out in verification studies or by its user, in in vivo applying of the grounded theory. And this is all our carefully collected data produces. (Glaser 1992: 37). Zoals in de volgende paragraaf nog zal blijken mag dit niet betekenen dat de onderzoeker zorgeloos en naïef met zijn bronnen omgaat. 10 Glaser (1978): 8. 18

19 vant zijn met betrekking tot de concrete gebeurtenissen en ze moet werken. 11 Met dat laatste wordt bedoeld dat een theorie moet kunnen verklaren wat is gebeurd, voorspellen wat zal gebeuren en interpreteren wat er nu gebeurt in een bepaald gebied. 12 Verder moet ze, zeker in de context van de gefundeerde theoriebenadering, ook aanpasbaar zijn: wanneer nieuwe data leiden tot aanvullende of gewijzigde inzichten kan de theorie zich daarbij aanpassen. In navolging van Thomas Kuhn staat de gefundeerde theoriebenadering kritisch ten aanzien van de positivistische wetenschapsopvatting: bewijsmateriaal en toetsing zullen nooit een theorie falsifiëren, maar deze alleen maar wijzigen. De enige vervanging van een theorie is een betere theorie. 13 Men onderkent nadrukkelijk dat sociale patronen vaak sterk aan tijd en context zijn gebonden: wat in de jaren vijftig geldigheid had, kan nu een achterhaald inzicht zijn. Glaser & Strauss benadrukken dat theorie als een proces moet worden gezien: als een zich steeds ontwikkelend geheel en niet een voltooid product. 14 Alleen door het aandragen van meer bouwstenen en het aangaan van discussies kan het inzicht worden verruimd. Dit vereist een andere manier van denken in de academische wereld, waar theoretisch grondgebied niet zelden wordt verdedigd met een verbetenheid als ware de wetenschap een zero-sum game. De bereidheid om de waarde van elkaars inzichten en materiaal te onderkennen moet voorop staan. Een academisch onderzoeker wordt in een sterk op de praktijk gerichte omgeving als een politie-organisatie met de nodige scepsis bekeken. Men vraagt zich af wat een boekenwurm nog aan praktijkdeskundigen op hun eigen vakgebied zou kunnen leren. Glaser heeft in zijn carrière soortgelijke ervaringen doorgemaakt, en stelt vast dat uiteindelijk The man in the know must see a sociological theory as somehow useful, or to him it is a waste of time. For him to see it as useful is one major source of verification of the fit, work and relevance of a theory. 15 De bijdrage van de sociale wetenschapper aan de kennis van vakmensen is volgens Glaser dat hij ze categorieën geeft, en ze daardoor in staat stelt hun denken te organiseren. 16 Hij stelt dat in de gefundeerde theoriebenadering goede ideeën als vanzelf ontstaan, doordat ze rechtstreeks voortkomen uit de data of er in de analyse uitstekend op blijken te passen. 17 Hij claimt dan ook dat grounded theory niet minder is dan a sophisticated, careful method of idea manufacturing Dit naast de traditionele eisen die de wetenschap stelt, zoals relevantie, logische consistentie, duidelijkheid, eenvoud, detaillering, reikwijdte en integratie. 12 Glaser (1978): Glaser & Strauss (1967): 28. Geertz (1973: 27 fn 5) houdt het erop dat theories are seldom if ever decisively disproved in clinical use but merely grow increasingly awkward, unproductive, strained, or vacuous. Om verder te komen dan uitsluitend het vervangen van de ene intellectuele mode door de andere lijkt de opbouwende benadering van Glaser & Strauss echter meer geschikt. 14 Glaser & Strauss (1967): Glaser (1978): Grounded theory makes sense, by making theoretical sense of common sense.. (...) First what the man in the know, knows is empirical, experiential and descriptive; his knowledge is non-theoretical. From the analyst s point of view what this know is are indicators that have yet to be conceptualized. The analyst gives the knowledgeable person categories, which grab many indicators under one idea and denotes the underlying pattern. One idea can then handle much diversity in incidents. Once ideas can be seen as conceptual elements that vary under diverse conditions, action options are provided the man in the know. (Glaser 1978: 13) 17 Good ideas are one good test of the theory. They last, people cannot resist using them. Glaser (1978): Glaser (1978): 7. 19

20 1.3.3 Ontwikkeling van een analyse-instrument Op basis van de hier beschreven gefundeerde theoriebenadering werd conform het werkplan een analyse-instrument ontwikkeld, waarmee het empirisch materiaal kon worden verwerkt en geïnterpreteerd. Hiertoe werd in de eerste maanden van het onderzoek met name literatuur over binnen- en buitenlandse georganiseerde criminaliteit bestudeerd. 19 Daarnaast werd uit een vakgebied waarmee de onderzoeker uit eerder werk vertrouwd was Amerikaans en Duits materiaal betreffende het maken van intelligenceanalyses van politieke ondergrondse organisaties gebruikt. Op basis van dit alles kon een analyseschema van georganiseerde criminaliteit worden samengesteld, waarmee zowel inzichten uit de literatuur als empirische gegevens uit de dossiers in het vervolg een zinvolle plaats konden krijgen. Dit analyseschema, opgenomen als bijlage 2, is bedoeld om: 1. systematisch denken te bevorderen over hoe het verschijnsel er uit ziet, welke dimensies er zijn en hoe deze samenhangen; 2. duidelijk te maken over welke aspecten in bepaalde onderzoeken (zoals het onderhavige) iets wordt gezegd, en welke aspecten nog onvoldoende zijn belicht; 3. inzichtelijk te maken waar de kwetsbare punten in een concrete groepering zich bevinden; 4. aanknopingspunten te bieden voor een (criminele) analyse van een organisatie of een netwerk, zodat een discussie over een organisatie of netwerk meer gestructureerd kan verlopen. Conform de aanwijzingen van Glaser & Strauss werd het schema gedurende het onderzoek op basis van voortschrijdend inzicht nog op details aangepast. Uiteindelijk is er een veelomvattend en gedetailleerd analyseschema ontstaan, dat in zijn uitgebreide vorm in de academische onderzoekspraktijk zelden op alle onderdelen relevant zal zijn. Voor recherche-onderzoek geldt dit a fortiori: het vergaren en 'invullen' van de benodigde informatie zou bijzonder veel capaciteit kosten en zeer diep in het privéleven, ook van niet-betrokkenen, ingrijpen, terwijl het directe nut voor opsporingsonderzoek beperkt is. Het gaat hier dan ook niet om een daadwerkelijk te hanteren sjabloon voor onderzoek maar om een model, een ideaaltype waarvan in de praktijk slechts delen zullen worden geoperationaliseerd en uitgewerkt. Wel kunnen met behulp van het schema dergelijke deel-analyses in een groter kader worden geplaatst. Het schema biedt de mogelijkheid om af te strepen wat in een bepaalde situatie niet relevant is, en vestigt de aandacht op eventuele blinde vlekken in het onderzoek. Elke theorie, dus elk interpretatiekader heeft een selectieve functie bij het bekijken van de realiteit. 20 Het breed opgezette conceptuele model dat in dit onderzoek wordt gehanteerd poogt deze beperking zoveel mogelijk te ondervangen door uit te gaan van in de empirie gefundeerde categorieën, en door gebruik te maken van de inzichten van meerdere onderzoekers, die zich vanuit verschillende invalshoeken op hetzelfde veld hebben begeven. Het onderzoeken van een verschijnsel vanuit verschillende theoretische invalshoeken wordt aangeduid als theoretische triangulatie. Deze benadering verkleint de kans dat 19 Glaser en Strauss (1967: 37) adviseren om in de aanvangsfase de bestaande theoretische en empirische literatuur over het onderzoeksterrein geheel te negeren, om te voorkomen dat de ontwikkeling van categorieën wordt besmet door begrippen die beter passen bij andere gebieden. Dit advies is in overleg met de begeleiders niet overgenomen: er is direct begonnen met de bestudering van literatuur, en hiermee is doorgegaan tot kort voor het voltooien van het manuscript in het voorjaar van Juist bij een beladen onderwerp als georganiseerde criminaliteit is het effect van de gekleurde bril heel duidelijk. De onderzoekers Jenkins and Potter (1986: 173) doen in dit licht een interessante observatie, wanneer zij vaststellen dat Groot-Brittannië zeker in de jaren zeventig vooral projectmatige zware criminaliteit kende. Echter, If British gangs seem less structured or centralized than those of the USA, then this is at least in part because investigators have never tried to fit available evidence into a Cosa Nostra paradigm. If they did, they could readily produce `families' at least as large as many of the Mafia counterparts in New York or Chicago. 20

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT Posities als antecedenten van management-denken over concernstrategie ACHTERGROND (H. 1-3) Concernstrategie heeft betrekking op de manier waarop een concern zijn portfolio

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

SAMENVATTING EN CONCLUSIES SAMENVATTING EN CONCLUSIES Aanleiding en vraagstelling De aanleiding van dit onderzoek is de doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie om het aantal vrijwilligers bij de Nationale Politie

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Beryl Philine ter Title: Open method of coordination. An analysis of its

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Creatief onderzoekend leren

Creatief onderzoekend leren Creatief onderzoekend leren De onderwijskundige: Wouter van Joolingen Universiteit Twente GW/IST Het probleem Te weinig bèta's Te laag niveau? Leidt tot economische rampspoed. Hoe dan? Beta is spelen?

Nadere informatie

Het valt toch wel mee?

Het valt toch wel mee? DISCUSSIE Onafhankelijkheid van onderzoekers in de Nederlandse criminologie Een verkennend onderzoek naar de vraag in hoeverre de onafhankelijkheid van onderzoekers en de vrijheid van criminologisch onderzoek

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen?

Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen? Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen? De firewall van de Speedtouch 789 (wl) kan niet volledig uitgeschakeld worden via de Web interface: De firewall blijft namelijk op stateful staan

Nadere informatie

10 onmisbare vaardigheden voor. de ambtenaar van de toekomst. 10 vaardigheden. Netwerken. Presenteren. Argumenteren 10. Verbinden.

10 onmisbare vaardigheden voor. de ambtenaar van de toekomst. 10 vaardigheden. Netwerken. Presenteren. Argumenteren 10. Verbinden. 10 vaardigheden 3 Netwerken 7 Presenteren 1 Argumenteren 10 Verbinden Beïnvloeden 4 Onderhandelen Onderzoeken Oplossingen zoeken voor partijen wil betrekken bij het dat u over de juiste capaciteiten beschikt

Nadere informatie

PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008

PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008 PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008 1. Achtergrond en aanleiding De Rekenkamer Maastricht doet onderzoek naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

Deelneming aan een criminele organisatie

Deelneming aan een criminele organisatie Deelneming aan een criminele organisatie Participation in a criminal organization Een onderzoek naar de strafbaarstellingen in artikel 140 Sr A research into the offences in Article 140 Penal Code PROEFSCHRIFT

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Er gaat niets boven een goede theorie!

Er gaat niets boven een goede theorie! Er gaat niets boven een goede theorie! Over onderzoek naar effecten van toezicht Prof dr Frans J.G. Janssens Universiteit Twente Lezing ten behoeve van het Symposium Handhaving en Toezicht: een kwestie

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A.

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. ter Haar Samenvatting In dit proefschrift is de aard en het

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/33081 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/33081 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/33081 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Stettina, Christoph Johann Title: Governance of innovation project management

Nadere informatie

STRATEGIEONTWIKKELING

STRATEGIEONTWIKKELING STRATEGIEONTWIKKELING drs. P.W. Stolze 1 SITUATIE Strategie geeft in het algemeen richting aan een organisatie of organisatie-eenheid in haar omgeving (wat gaan we doen) en vormt een richtsnoer voor de

Nadere informatie

Visualiseren van sociale netwerken op basis van kwalitatieve bronnen

Visualiseren van sociale netwerken op basis van kwalitatieve bronnen Visualiseren van sociale netwerken op basis van kwalitatieve bronnen Willem-Jan Verhoeven & Jasper Bik * Inleiding In deze bijdrage besteden we aandacht aan het visualiseren van een sociaal (crimineel)

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Voorwoord. Erik Sterk Guido Walraven

Voorwoord. Erik Sterk Guido Walraven Voorwoord Erik Sterk Guido Walraven Ondernemende burgers in lokale gemeenschappen kunnen sociale, economische en ecologische impact hebben, zo is de laatste jaren steeds duidelijker geworden. De verschillende

Nadere informatie

Sociale psychologie en praktijkproblemen

Sociale psychologie en praktijkproblemen Sociale psychologie en praktijkproblemen Sociale psychologie en praktijkproblemen van probleem naar oplossing prof. dr. A.P. Buunk dr. P. Veen tweede, herziene druk Bohn Stafleu Van Loghum Houten/Diegem

Nadere informatie

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen IP/8/899 Brussel, 9 december 8 EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen Vanaf januari 9 zal de EU een nieuw programma voor een veiliger

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Het gaat om de volgende zeven verandercompetenties. De competenties worden eerst toegelicht en vervolgens in een vragenlijst verwerkt. Veranderkundige

Nadere informatie

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.

Nadere informatie

Bedrijfsprocessen theoretisch kader

Bedrijfsprocessen theoretisch kader Bedrijfsprocessen theoretisch kader Versie 1.0 2000-2009, Biloxi Business Professionals BV 1. Bedrijfsprocessen Het procesbegrip speelt een belangrijke rol in organisaties. Dutta en Manzoni (1999) veronderstellen

Nadere informatie

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Stichting VraagWijzer Nederland Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Per 1 januari 2015 hebben de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo 2015 hun intrede gedaan. De invoering van deze

Nadere informatie

Methodologie voor de sociale wetenschappen. Voorwoord. Deel 1 Algemeen: basisbegrippen 1. H1 Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek?

Methodologie voor de sociale wetenschappen. Voorwoord. Deel 1 Algemeen: basisbegrippen 1. H1 Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek? Methodologie voor de sociale wetenschappen Voorwoord XI Deel 1 Algemeen: basisbegrippen 1 H1 Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek? 3 1.1. Inleiding 4 1.2. Enkele voorbeelden 6 1.2.1. De opwarming van

Nadere informatie

Mentale voorkeur. Facts. onderbouwde informatie uitkomsten onderzoek technische analyse plannen maken. Logisch denken

Mentale voorkeur. Facts. onderbouwde informatie uitkomsten onderzoek technische analyse plannen maken. Logisch denken Whole Brain team Mentale voorkeur Facts onderbouwde informatie uitkomsten onderzoek technische analyse plannen maken Logisch denken Mentale voorkeur Form praktijkvoorbeelden grondige planning samenhangende

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19116 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19116 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19116 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Dartel, Hans van Title: Naar een handelingsgericht ethiekbeleid voor zorgorganisaties

Nadere informatie

De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur. Masterclass 3

De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur. Masterclass 3 De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur Masterclass 3 De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur Thomas Friedman (2005) The world is flat Onderwijs is zeer traag

Nadere informatie

Persoonlijke effectiviteit van toezichthouders en de Code: twee werelden apart? Drs. H. Linkels Managing partner Linkels & Partners

Persoonlijke effectiviteit van toezichthouders en de Code: twee werelden apart? Drs. H. Linkels Managing partner Linkels & Partners Persoonlijke effectiviteit van toezichthouders en de Code: twee werelden apart? Drs. H. Linkels Managing partner Linkels & Partners Persoonlijke effectiviteit van toezichthouders en de Code 2 werelden

Nadere informatie

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder?

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Paul Louis Iske Professor Open Innovation & Business Venturing, Maastricht University De wereld wordt steeds complexer Dit vraagt om

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van de Onderzoeksagenda Veteranenzorg Defensie

Onderzoeksvoorstel voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van de Onderzoeksagenda Veteranenzorg Defensie Onderzoeksvoorstel voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van de Onderzoeksagenda Veteranenzorg Defensie Dit formulier moet in het Nederlands worden ingevuld 1. Registratiegegevens 1a. Gegevens hoofdaanvrager

Nadere informatie

Concept uitgeefgroep Bouwstenen van Management en Organisatie

Concept uitgeefgroep Bouwstenen van Management en Organisatie Case Entrance & Security Systems - case, analyse en conclusies (OLO) Hoofdstuk 7 Strategie: samenwerking In het vorige deel van de strategische verkenning hebt u de positioneringsmogelijkheden voor ESS

Nadere informatie

Summary 215. Samenvatting

Summary 215. Samenvatting Summary 215 216 217 Productontwikkeling wordt in steeds vaker georganiseerd in de vorm van consortia. Het organiseren van productontwikkeling in consortia is iets wat uitdagingen met zich meebrengt omdat

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Langdurig ziekteverzuim is een erkend sociaal-economisch en sociaal-geneeskundig probleem op nationaal en internationaal niveau. Verschillende landen hebben wettelijke maatregelen genomen

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011 Gedragscode Persoonlijk Onderzoek 21 december 2011 Inleiding Verzekeraars leggen gegevens vast die nodig zijn voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst en die van belang zijn voor het nakomen van

Nadere informatie

KWALITEIT EN TOEZICHT

KWALITEIT EN TOEZICHT KWALITEIT EN TOEZICHT Hij gaat in zijn bijdrage in op de gemeentelijke verantwoordelijkheid en de vraag hoe je als gemeente vanuit die verantwoordelijkheid stuurt op kwaliteit. Dit in een context waarin

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek Gedragscode Persoonlijk Onderzoek Bijlage 1.C Januari 2004 Deze gedragscode is opgesteld door het Verbond van Verzekeraars en is bestemd voor verzekeraars, lid van het Verbond, onderzoeksbureaus die werken

Nadere informatie

van een samenhangend sterser van uitspraken met betrekking tot de organisatorische inbedding van de goederenstroombesturing'

van een samenhangend sterser van uitspraken met betrekking tot de organisatorische inbedding van de goederenstroombesturing' Samenvatting Doel van deze studie was om te komen tot een referentiekader van waaruit zowel beschrijvende, analyserende, als voorschrijvende uitspraken gedaan kunnen worden met betrekking tot de organisatorische

Nadere informatie

Beoordelingsformulier projectvoorstellen KFZ

Beoordelingsformulier projectvoorstellen KFZ sformulier voor de projectvoorstellen. sformulier projectvoorstellen KFZ Callronde: Versie 14-02-13 Instelling: Naam project: 1) Algemeen Het beoordelingsformulier wordt gebruikt om de projectvoorstellen

Nadere informatie

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Universitair Medisch Centrum Utrecht Verplegingswetenschappen cursusjaar

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II Opgave 2 Rondhangen Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3 en tabel 1. Inleiding De Kamer ontvangt elk jaar een rapportage van de minister van Justitie over de voortgang van de aanpak van problematische

Nadere informatie

De algemene probleemstelling van dit afstudeeronderzoek heb ik als volgt geformuleerd:

De algemene probleemstelling van dit afstudeeronderzoek heb ik als volgt geformuleerd: Inleiding Mijn afstudeeronderzoek richt zich op het bepalen van de juiste sourcingadvies per IT-proces van een organisatie. Voorlopig hanteer ik de definitie van Yang en Huang (2000) met betrekking tot

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de doelstellingen, eindkwalificaties en opbouw van de Masteropleiding Filosofie & Maatschappij.

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Management. Analyse Sourcing Management

Management. Analyse Sourcing Management Management Analyse Sourcing Management Management Business Driven Management Informatie- en communicatietoepassingen zijn onmisbaar geworden in de dagelijkse praktijk van uw organisatie. Steeds meer

Nadere informatie

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V.

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. De SYSQA dienst auditing Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 8 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3

Nadere informatie

EFFECTIEF MANAGEN HET BEGRIJPEN VAN DE ORGANISATIE MOVE HARDER, BETTER, FASTER, STRONGER 31 OKTOBER 2013 DR. WOUTER TEN HAVE

EFFECTIEF MANAGEN HET BEGRIJPEN VAN DE ORGANISATIE MOVE HARDER, BETTER, FASTER, STRONGER 31 OKTOBER 2013 DR. WOUTER TEN HAVE EFFECTIEF MANAGEN HET BEGRIJPEN VAN DE ORGANISATIE MOVE HARDER, BETTER, FASTER, STRONGER 31 OKTOBER 2013 DR. WOUTER TEN HAVE 30 oktober 2013 2 19 april 2013 3 Veranderen is noodzakelijk om te overleven

Nadere informatie

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase Inleiding Door de toenemende globalisering en bijbehorende concurrentiegroei tussen bedrijven over de hele wereld, de economische recessie in veel landen, en de groeiende behoefte aan duurzame inzetbaarheid,

Nadere informatie

Strategische Issues in Dienstverlening

Strategische Issues in Dienstverlening Strategische Issues in Dienstverlening Strategisch omgaan met maatschappelijke issues Elke organisatie heeft issues. Een definitie van de term issue is: een verschil tussen de verwachting van concrete

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 februari 2001 (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2000/0157 (COD) 13740/1/00 REV 1 ADD 1 LIMITE SOC 455 FIN 492 CODEC 915 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Weert, 6 september 2011. Rekenkamer Weert Inhoudsopgave 1. Achtergrond en aanleiding 2. Centrale vraagstelling 3. De wijze van onderzoek 4. Deelvragen

Nadere informatie

Beoordeling van het PWS

Beoordeling van het PWS Weging tussen de drie fasen: 25% projectvoorstel, 50% eindverslag, 25% presentatie (indien de presentatie het belangrijkste onderdeel is (toneelstuk, balletuitvoering, muziekuitvoering), dan telt de presentatie

Nadere informatie

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Professioneel facility management Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Inhoud Voorwoord Professionele frontliners 1. Theoretisch kader 2. Competenties en

Nadere informatie

Voorstel voor een Maatschappelijke Verkenning naar de beleving van het begrip Veiligheid door de inwoners van Maassluis

Voorstel voor een Maatschappelijke Verkenning naar de beleving van het begrip Veiligheid door de inwoners van Maassluis Voorstel voor een Maatschappelijke Verkenning naar de beleving van het begrip Veiligheid door de inwoners van Maassluis Het instrument Een Maatschappelijke Verkenning is een instrument voor de gemeenteraad

Nadere informatie

Onderzoek de spreekkamer!

Onderzoek de spreekkamer! Onderzoek de spreekkamer! Lennard Voogt Inleiding Het wetenschappelijk fundament van de manuele therapie wordt sterker. Manueel therapeuten krijgen steeds meer inzicht in de effectiviteit van hun inspanningen

Nadere informatie

De Taxonomie van Bloom Toelichting

De Taxonomie van Bloom Toelichting De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog

Nadere informatie

Reglement bachelorwerkstuk

Reglement bachelorwerkstuk Reglement bachelorwerkstuk Artikel 1 toepassingsbereik 1.- Dit reglement is van toepassing op alle studenten die na 31 augustus 2004 aanvangen met een werkstuk ter afronding van de bacheloropleidingen

Nadere informatie

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap 1. Definitie 2. Omvang 3. Begeleiding 4. Beoordelingscriteria 5. Eindtermen 6. Mogelijke aanvullingen Bijlage: Stappenplannen 1. Definitie De Bachelorscriptie

Nadere informatie

2014 Advies Commissie Wetenschappelijke Integriteit Universiteit Maastricht

2014 Advies Commissie Wetenschappelijke Integriteit Universiteit Maastricht 2014 Advies Commissie Wetenschappelijke Integriteit Universiteit Maastricht Aanleiding De Commissie Wetenschappelijke Integriteit UM heeft op (..) 2014 een door (..) (klager) ingediende klacht ontvangen.

Nadere informatie

Students Voices (verkorte versie)

Students Voices (verkorte versie) Lectoraat elearning Students Voices (verkorte versie) Onderzoek naar de verwachtingen en de ervaringen van studenten, leerlingen en jonge, startende leraren met betrekking tot het leren met ICT in het

Nadere informatie

Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief

Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief Leader Member Exchange: Effects of Locus of Control, Coping and the Mediation of Personal Initiative

Nadere informatie

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Elena Cavagnaro, lector in service studies MLI & SEN 2013 09 06 1 9/6/2013 Agenda Even voorstellen Wereldbeelden Welk beeld hebben we van de wereld

Nadere informatie

Ethische uitgangspunten bij praktijkonderzoek

Ethische uitgangspunten bij praktijkonderzoek Ethische uitgangspunten bij praktijkonderzoek 1 Inleiding Deze notitie betreft een richtlijn waarin een aantal ethische uitgangspunten worden gegeven die passen bij het praktijkonderzoek dat verbonden

Nadere informatie

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel Fractie SAM Stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Fractie SAM Aan de universiteitsraad 13 november

Nadere informatie

van toezicht en handhaving

van toezicht en handhaving 1 inleiding voor beslissers veiligheid door samenwerken Effecten van toezicht en handhaving meten Een inleiding 2 inleiding voor beslissers Na elke calamiteit neemt de roep om strenger toezicht en harder

Nadere informatie

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau.

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau. 1 Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau Rapportage Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008 Alphen-Chaam 7 juli 2011 W E T E N W A A R O M A L P H E N - C H A A M 2 1 Inleiding De Rekenkamercommissie

Nadere informatie

Het toepassen van theorieën: een stappenplan

Het toepassen van theorieën: een stappenplan Het toepassen van theorieën: een stappenplan Samenvatting Om maximaal effectief te zijn, moet de aanpak van sociale en maatschappelijke problemen idealiter gebaseerd zijn op gedegen theorie en onderzoek

Nadere informatie

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!!

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!! Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13 Stof hoorcollege Hennie Boeije, Harm t Hart, Joop Hox (2009). Onderzoeksmethoden, Boom onderwijs, achtste geheel herziene druk, ISBN 978-90-473-0111-0. Hoofdstuk

Nadere informatie