Rammelende ROM in de ggz: geen ROM zonder Routine Process Monitoring

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rammelende ROM in de ggz: geen ROM zonder Routine Process Monitoring"

Transcriptie

1 Rammelende ROM in de ggz: geen ROM zonder Routine Process Monitoring Dr. A. Hafkenscheid Routine Outcome Monitoring (ROM) is een systeem om het behandelverloop op het niveau van de individuele patiënt intensief te volgen met behulp van een of meer gestandaardiseerde meetinstrumenten. Het systeem is primair bedoeld om de behandelaar en de patiënt te ondersteunen in het tijdig opsporen van stagnaties of achteruitgang. ROM is dus een vorm van procesbeïnvloeding. In dit artikel worden de eigenlijke bedoeling en werkwijze van ROM besproken. Die wijken fundamenteel af van de vorm die ROM in Nederland aanneemt. In Nederland lijkt ROM helaas vooral een controle-instrument voor beleidsmakers te worden, waarvoor patiënten en behandelaars niet warm zullen lopen. TrefWoorden: routine monitoren, feedback, uitkomstmaten, procesmetingen Routine Outcome Monitoring (ROM) verovert de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg (ggz). De brancheorganisatie GGZ Nederland rolt ROM over de hele sector uit, voorziet in de definitie van wat ROM is, alsook in de verwachtingen die de sector mag koesteren door aan de invoering van ROM mee te werken. Eerst de definitie: 'Een ROM-methode is het geheel van meetinstrumenten, afspraken over het afnemen van metingen bij patiëntengroepen en het toepassen van de meetuitkomsten. Doel: het effect van de behandeling inzichtelijk maken en zo komen tot een optimale kwaliteit van de zorg. Met ROM wordt periodiek, in elk geval aan het begin en na afloop van de behandeling, met vragenlijsten bij cliënten de ernst van de problematiek gemeten: En de verwachtingen? Jiska van den Hoek, projectleider ROM van GGZ Nederland stelt: 'We willen met dit project op een eenduidige manier zoveel mogelijk gegevens verzamelen over behandelresultaten binnen de sector. Daarmee hebben we straks voor het eerst branchebreed de behandelresultaten in beeld. En dan kunnen we ook precies zeggen hoe de sector het als geheel doet. Instellingen kunnen zich vervolgens meer gaan profileren, de sector kan meer gaan doen aan benchmarking. De voordelen zijn groot' (Bron: Zelfs het verzamelen van simpele begin- en eindmetingen voldoet voor GGZ Nederland al aan de definitie van ROM. De verwachtingen van wat ROM zal bijdragen aan een verbetering van de Nederlandse ggz zijn hoog gespannen, zeker met de uitermate soepele definitie van ROM in het achterhoofd. Die hoog gespannen verwachtingen zijn er ook bij de zorgverzekeraars: 'Het is een wereldwijd unicum dat op landelijk niveau de uitkomsten van ggz gemeten en vergeleken worden. In de periode van 2010 tot 2014 moet uiteindelijk van minimaal de helft van de patiënten de begin- en eindmeting aan de benchmark worden aangeleverd met een jaarlijkse groei van lo procent in die periode. De benchmark maakt de uitkomsten van de behandeling en begeleiding van patiënten in de ggz binnen en tussen instellingen vergelijkbaar en geeft inzicht in de maatschappelijke opbrengsten van de ggz' (bron: Kenniscentrum Zorg Nederland (KZN; biedt inmiddels benchmarks aan op instellingsniveau, op locatie- ofafdelingsniveau en op het niveau van de individuele professional. De Diagnose Behandeling Combinatie (DBC) moet de vergelijkbaarheid van de uitgangssituatie garanderen. De Nederlandse versies van de Symptom Checklist (SCL-90; Arrindell & Ettema, 2003), de Brief Symptom Inventory (BS!; de Beurs & Zitman, 2006) en de Outcome Questionnaire (OQ-4S; de Jong e.a., 2007) zijn de uitkomstmaten waarop de effectiviteit van instellingen, afdelingen en professionals onderling zal worden vergeleken. De benchmarks richten zich voorlopig op stemmingsstoornissen, angststoornissen, burnoutproblemen en op relatieproblemen. Opvallend is dat het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de beroepsorganisatie die bij uitstek de psychometrische op het gebied van uitkomstmaten en het meten van verandering bundelt, zich aanmerkelijk terughoudender opstelt ten opzichte van ROM dan de hierboven genoemde organisaties. Het NIP stelt dat: (a) effect niet hetzelfde is als uitkomst, waardoor het moeilijk is om conclusies over de kwaliteit van de behandeling te trekken uit de ROM-metingen en (b) ROM niet is bedoeld voor vergelijking met andere cliënten, maar voor vergelijking van de cliënt in de tijd. ROM geeft objectieve informatie over de vooruitgang van de patiënt ofcliënt. 12: GZ-PSYCHOLOGIE 8 DECEMBER 2010

2 Het NIP beschouwt de hoge verwachtingen ten aanzien van ROM niet als gegeven. maar bepleit onderzoek naar de waarde van ROM-uitkomsten als indicator voor kwaliteit en naar de vergelijkbaarheid van gegevens uit diverse ROM-methoden (www.psynip.nll. Het NIP stelt zich op het standpunt dat ROM een middel moet zijn om de mate van therapeutische vooruitgang op het niveau van de individuele patiënt bij te houden. Of de uitkomsten van ROM op termijn als prestatie-indicator voor zorgverzekeraars kunnen worden gebruikt, is afhankelijk van de resultaten van het onderzoek naar de waarde van ROM, waarvoor het NIP zich sterk maakt. Het standpunt van het NIP sluit veel beter aan op wat de Amerikaanse grondleggers voor ogen staat dan de wat rammelende invulling die nu door GGZ Nederland en door de zorgverzekeraars aan ROM wordt gegeven. ROM is in de Amerikaanse benadering een vorm van intensieve procesbeïnvloeding door de behandelaar feedback te geven over het behandelverloop, met als doel om de effectiviteit van behandelingen te verhogen. Eerst zal ik de twee belangrijkste Amerikaanse monitorsystemen introduceren. Daarna beschrijf ik kort waarom in het Sinai Centrum, een Joodse instelling voor ggz, zo'n zes jaar geleden gekozen is om uitkomstmetingen aan te vullen met het routinematig meten van behandelprocessen. Op grond van praktische ervaringen met deze Routine Process Monitoring (RPM) zal ik tot slot drie aspecten van het routinematig monitoren van het behandclproces bespreken, die in de Amerikaanse systemen ontbreken of in elk geval onderbelicht zijn gebleven: het perspectief van de behandelaar in de procesmetingen, het gebruik van meetinstrumenten die de therapeut helpen om er achter te komen waarom een behandeling stagneert en aandacht voor de onzekerheid bij behandelaars over het gebruik en de interpretatie van feedback. Wat is ROM en waar komt ROM vandaan? De opkomst van ROM in Nederland is te danken aan het innovatieve werk van Lambert en collega's (voor een overzicht: zie tambert, 2007), gevolgd door dat van de groep rondom Duncan en Miller (Duncan, Miller & Sparks, 2004; Miller e.a, 2005a; Miller e.a., 2005b) in de Verenigde Staten. De Amerikaanse ROM bestaat uit het op de voet volgen van het behandelverloop voor elke afzonderlijke patiënt met behulp van een of meer monitorinstrumenten, die door de patiënt bij elk behandelcontact worden ingevuld. Regelmatige en frequente tussentijdse terugkoppeling van scoreveranderingen op deze monitorinstrumenten moet patiënten en behandelaars helpen om stagnaties in de behandeling sneller bewust te worden, zodat de behandelaanpak zo nodig eerder kan worden bijgesteld. Die terugkoppeling vindt plaats met behulp van grafieken, eventueel voorzien van 'waarschuwingsignalen'. Deze 'waarschuwingssignalen' attenderen de behandelaar er op dat het scoreverloop reden geeft tot zorg, omdat het ongunstig afwijkt van het gemiddelde scoreverloop van patiënten die wel therapeutische progressie boeken. In plaats van op 'benchmarking' richten de Amerikaanse onderzoekers zich op een directe ondersteuning van therapeuten en patiënten bij het verhogen en het versnellen van de werkzaamheid van behandelingen, alsmede op het verminderen van voortijdig afgebroken behandelingen ('drop out'). Als monitorinstrument gebruiken tambert en collega's in hun ROM-studies de door hen ontwikkelde Outcome Questionnaire (OQ-45; tambert e.a., 1996; Mueller, Lambert, & Burlingame, 1998; Vermeersch, Lambert, Burlingame, 2000). Naar de vorm lijkt de OQ-45 op de Klachtenlijst (SCt-90; Arrindell & Enema, 2003). De OQ-45 is echter slechts half zo lang (45 in plaats van 90 items) als de SCL-90 en anders dan de SCL-90 worden niet alleen klachten en symptomen gemeten, maar ook het functioneren in relaties en de vervulling van sociale en maatschappelijke rollen. Twee voorbeelditems uit de Nederlandse versie van de OQ-45 (de Jong e.a., 2007): 'Ik ben ongelukkig in mijn huwelijk/relatie' en 'Ik vind het moeilijk om met vrienden en goede kennissen om te gaan'. De patiënt scoort elk item op een vijfpuntsschaal (oplopend van 'Nooit' tot 'Bijna altijd'). Hoewel de OQ-45 een uitkomstmaat genoemd kan worden is het tegelijk een maat om het therapeutisch proces positief te beïnvloeden. De onderzoeksgroep rondom Duncan en Miller gebruikt de Outcome Rating Seale (ORS; Milier e.a., 2003) en de Session Rating Scale (SRS; Dunçan e.a., 2003) als monitorinstrumenten. De 0 RS en de SRS bestaan elk uit slechts 4 items in visual analogue schaalformaat. Dat wil zeggen: bij ieder item plaatst de patiënt op een lijntje van 10 centimeter een streepje ofkruisje op de plaats die haar of zijn gevoel over het dagelijks functioneren op een bepaald levensgebied (ORS) of over het behandelcontact zelf (SRS) het best weergeeft. De afstand van het linker uiteinde van de lijn tot de plaats waar de patiënt het streepje of kruisje heeft gezet bepaalt de mate van ervaren tevredenheid. De SRS vraagt de patiënt aan te geven in hoeverre zij of hij zich in dat specifieke behandelcontact gehoord en begrepen heeft gevoeld door de therapeut (Relatie/Contact), in hoeverre er gepraat is over ofgewerkt aan de dingen die de betreffende sessie belangrijk waren voor de patiënt (Doelen en onderwerpen) en in hoeverre de benadering van de therapeut door de patiënt als passend werd ervaren (Aanpak en werkwijze). De ORS vraagt naar het persoonlijk functioneren ('Hoe ging het met u zelf?'), het interpersoonlijk functioneren CHoe ging het in de contacten thuis, met mensen die dichtbij u staan?') en het maatschappelijke functioneren ('Hoe ging het met uw functioneren in de samenleving: werk, opleiding, sociale contacten?') van de afgelopen week. Zowel de ORS als de SRS bevatten een samenvattend vierde item ('Over het gehee!'). De analyse van het scoreverloop op de ORS en de SRS gebeurt door optelling van de vier itemscores. Anders dan bij Lambert en collega's is met de SRS in het systeem van Duncan en Miller ook standaard een instrument voor het monitoren van het behandelcontact (de therapeutische alliantie) opgenomen. Net als de OQ-45 zijn de ORS en de SRS monitorinstrumenten om het therapeutisch proces in de goede richting te sturen. Met name de onderzoeksgroep van Lambert heeft de toegevoegde waarde van feedback in diverse grote vergelijkende effectstudies onderzocht (Harmon e.a., 2007; Hawkins e.a., 2004; Lambert GZ-PSYCHOLOGIE 8 DECEMBER 2010 : 13

3 IWETENSCHAP I e.a., 2003). De resultaten van deze onderzoeken bevestigen dat het systematisch verschaffen van feedback aan de behandelaar (in een enkele studie aangevuld met feedback aan behandelaar en de patiënt) over het scoreverloop op de OQ-45 de percentages succesvolle behandelingen verhoogt en de percentages patiënten die geen vooruitgang boeken verlaagt. Soortgelijke resultaten werden in kleinere studies gevonden met de ORS als maat voor therapeutische vooruitgang en de SRS als monitorinstrument voor de ervaren kwaliteit van het behandelcontact (Anker, Duncan & Sparks, 2009; Reese, Norsworthy & Rowlands, 2009). De keuze voor Routine Process Monitoring (RPM) in het Sinai Centrum In het Sinai Centrum wordt nu zo'n jaar of tien gewerkt met begin- en vervolgmetingen met behulp van gestandaardiseerde meetinstrumenten. De Nederlandse versies van de SCL-90 (Arrindell & Ettema, 2003; Hatkenscheid, 1993; Hatkenscheid, Maassen & Veeninga, 2007) en van de Patiënten Behoeften Vragenlijst (Patient Request F'orm (PRF), Behoeften- en Bereiktversies; Veen inga & Hatkenscheid, 2002, 2004a, 2004b) werden vanaf het begin standaard als uitkomstmaten gebruikt. Aan die twee uitkomstmaten zijn intussen enkele andere uitkomstmaten toegevoegd. AI snel na de implementatie van de SCL-90 en de PBV groeide het besef dat het meten van uitkomsten een nogal ongerichte en vrijblijvende activiteit blijft, zolang geheel wordt nagelaten om ook maar iets van het behandelproces systematisch te volgen. Wanneer de SCL-90 en de PBV aangaven dat een behandeling succesvol was geweest was het niet zo erg dat het waarom van het succes onduidelijk bleef. Wel frustrerend was dat evenmin kon worden getraceerd waarom behandelingen volgens de gebruikte uitkomstmaten niet succesvol waren. Natuurlijk gaat het in de geestelijke gezondheidszorg, net als bij elke andere vorm van dienstverlening, uiteindelijk om geboekte resultaten (uitkomsten). Het proces dat tot die resultaten leidt is in wezen ondergeschikt aan de resultaten zelf, al wordt het proces belangrijker wanneer dezelfde resultaten kunnen worden bereikt met een goedkoper of voor de patiënt minder belastend behandelproces. Het systematisch volgen van het behandelproces is echter wel de enige manier om in dat proces te kunnen ingrijpen. Ingrijpen is nodig als het proces blijkt te stagneren of de behandeling uit koers dreigt te raken. Op projectbasis werd in het Sinai Centrum zes jaar geleden dan ook begonnen met eenvoudige metingen van het behandelproces: de eerste twee jaar met behulp van de Session Evaluation Questionnaire (SEQ; Stiles, 1980; Stiles, Reynolds, Hardy, Rees, Barkham & Shapiro, 1994; Stiles & Snow, 1984), en sinds vier jaar met behulp van de ORS en de SRS. Het project kreeg de naam Routine Process Monitoring (RPM). Voor de gebruikte monitorinstrumenten en de psychometrische evaluatie van die instrumenten wordt verwezen naar Hatkenscheid (2009a), Hafkenscheid (in druk) en naar Hatkenscheid, Duncan & Miller (in druk). Een beschrijving van de praktische ervaringen met dit RPM-project is terug te vinden in Hatkenscheid (2008, 2009h). Op grond van die praktische ervarîngen verdienen in elk geval drie aspecten meer aandacht: I. het perspectief van de behandelaar, 2. bewustwording van 'storende gevoelens' bij de behandelaar wanneer de behandeling stagneert en 3. onzekerheid bij behandelaars over het gebruik en de interpretatie en van feedback. Het perspectief van de behandelaar In beide Amerikaanse monitorbenaderingen ontbreekt merkwaardig genoeg het perspectief van de behandelaar: alleen de patiënt vult een monitorinstrument in. Het uitsluitef!:d varen op het perspectief van de patiënt maakt niet alleen effectmeting maar ook het monitoren van behandelprocessen kwetsbaar voor eenzijdigheid en vertekeningen. Alleen als zowel de patiënt als de behandelaar het behandelproces vanuit hun eigen perspectief systematisch monitoren kunnen eventuele verschillen in de beleving van de productiviteit van het behandelproces duidelijk aan het licht komen. Daarom is in het RPM-project van het Sinai Centrum van meet af aan gewerkt met een kort monitorinstrument voor de behandelaar, als tegenwicht voor het patiëntenoordeel. Onafhankelijk van de patiënt (dus zonder kennis te nemen van de scores van de patiënt op de SRS) vult de behandelaar na elk behandelcontact de Nederlandse versie van de Therapist Satisfaction Scale (TSS; Tracey,1992) in. De Nederlandse versie van de TSS bestaat uit 7 items, die de meest recente therapiesessie als referentiekader hebben. De items hebben een Likertschaalformaat, met zeven antwoordcategorieën, lopend van 'Sterk mee oneens' tot 'Sterk mee eens'. Voorbeeld van een item uit de TSS: 'Momenteel vind ik deze cliënt moeilijk om mee te werken'. De scores van de patiënt op de SRS kunnen worden gecorreleerd met de scores van de therapeut op de TSS en het scoreverloop van de patiënt op de SRS kan in een grafiek worden vergeleken met het scoreverloop van de behandelaar op de TSS. Patiënt en behandelaar stemmen min of meer overeen in hun beleving van het behandelproces als hun scores positief correleren ofhet scoreverloop op de SRS en de TSS parallel is. Als de scores op de SRS en TSS laag of zelfs negatief correleren (of het scoreverloop op de SRS dat van de TSS kruist) is dat een signaal voor de behandelaar om de verschillen in beleving tussen patiënt en behandelaar te bespreken en op te helderen. Bewustwording van 'storende gevoelens' bij behandelaars Als een behandelaar met behulp van een monitorinstrument als de TSS moet constateren dat de behandeling van een patiënt niet goed loopt, kan natuurlijk niet met die constatering worden volstaan. De therapeut moet er achter zien te komen wat de behandeling voor haar of hem moeilijk maakt. Dat is meestal niet eenvoudig. De behandelaar is immers zelf emotioneel geïnvolveerd in het therapeutisch werk. Het is voor de therapeut dus onmogelijk om het behandelproces als neutrale buitenstaander van buitenaf te observeren. 'Storende gevoelens' of tegenoverdrachtsreacties bij de behandelaar zijn doorgaans zowel gevolg als (mede-)oorzaak van stagnerende behandelingen. Het invullen van een zeltbeoordelingschaal voor het in kaart brengen van tegenoverdrachtsreaçties kan de behandelaar helpen om zich bewust te worden van eigen 'storende gevoelens' in het contact met de patiënt. Wanneer die 'storende gevoelens' helder in beeld 14: GZ-PSYCHOLOGIE 8. DECEMBER 2010

4 [~~ ~WrnNSCHAPI zijn kan de behandelaar het eigen gedrag tijdens de behandelcontacten proberen aan te passen. Eventueel kunnen de 'storende gevoelens', uiteraard respectvol, met de patiënt worden besproken. Een voorbeeld is de behandelaar die met groeiend ongenoegen bemerkt steeds harder te gaan werken in de therapie. Door middel van het invullen van een zelfbeoordelingsschaal voor tegenoverdrachtsreacties komt de behandelaar er achter dat dit harde werken een improductieve complementaire reactie is op het gedrag van de patiënt, dat als passief verzet wordt beleefd. De behandelaar wordt zich bewust dat het passieve verzet van de patiënt toeneemt naarmate de behandelaar actiever wordt, en dat de behandelaar extra hard werkt als antwoord op een toenemend passief verzet van de patiënt. De behandelaar kan nu proberen om dit circulaire interactiepatroon te doorbreken door minder het voortouw te nemen in de behandelcontacten, waardoor de patiënt zelf meer initiatief zal moeten tonen. De Impact Message lnventory-circumplex (IMI-C; Schmidt, Wagner & Kiesler,1999) is een zelfbeoordelingsschaal, waarmee behandelaars de aard en heftigheid van eigen 'storende gevoelens' in het contact met een patiënt gemakkelijk en snel in kaart kunnen brengen. Een voorbeelditem uit de IMI-C: 'Als ik bij haar/hem ben geeft zij/ hij mij het gevoel door haar/hem gecommandeerd te worden'. De TMT -C kent een psychometrisch uitgebreid gevalideerde Nederlandse versie (Hafkenscheid, 2003, 2005; Hafkenscheid & Kiesier, 2007; Hafkcnscheid & Rouckhout, 2009). Boekholt, Van Broeckhuysen-Kloth &.Bloemsaat (2010) vonden in een bescheiden vergelijkend onderzoek dat patiënten van wie de therapeut (zonder dat de patiënten dit wisten) de IMI-C invulden de behandelcontacten met de SRS positiever beoordeelden dan patiënten in de controlegroep. Sinds kort is er ook een gevalideerde internetversie (www. research.imi-c.org) van de TMI-C beschikbaar (Hafkenscheid, ingediend; Hafkenscheid & Rouckhout, in voorbereiding). Deze internetversie maakt eigen rekenwerk (het berekenen van schaalscores en vergelijking met normgegevens) overbodig en voorziet de behandelaar onmiddellijk van grafische feedback. De IMT-C is gebaseerd op het interpersoonlijke model van psychopathologie (Kiesier, 1996; Horowitz, 2004 ; Safran & Muran, Voor Nederlandse besprekingen: Hafkenscheid & Gundrum, 2010; Willemse & Hafkenscheid, 2009). Momenteel wordt in een samenwerkingsverband tussen De Gelderse Roos en het Sinai Centrum gewerkt aan de validering van een tweede in het Nederlands vertaalde zelfbeoordelingsschaal voor tegenoverdrachtsreacties, die meer geworteld is in het psychodynamische gedachtegoed: de Countertransference Questionnaire (CQ; Betan e.a., 2005). Ook deze beoordelingsschaal kan via het internet worden gebruikt (http://questions.netq.nv nq.cfm?q=o 1 feeodo- 2bfO-aOOO-c40e-4a60ab465071; naar de internet-adresbalk). kopiëren Onzekerheid bij therapeuten over het gebruik en de interpretatie van feedback Verheul (2007) beschrijft haar ervaringen als deelnemer aan het onderzoek naar ROM, dat in 2006 vanuit de Erasmus Universiteit van start is gegaan. Het ROM-project van de Erasmus Universiteit is in grote lijnen een replicatie van het Amerikaanse ROM -onderzoek van Lambert en collega' s. Verheul bespreekt de feedback die zij als deelnemend psychotherapeut in het ROM-onderzoek ontving aan de hand van twee casussen. trekt vergelijkingen tussen het therapieverloop zoals de OQ-45 dat laat zien, haar eigen klinische indrukken en de reacties van de twee patiënten op de ontvangen feedback (in eell" van de onderzoekscondities krijgt de patiënt ook zelf feedback over het scoreverloop op de OQ-45). Verheul is niet onverdeeld positief over de informatie die de terugkoppeling van OQ-45-scores haar als therapeut bij de twee besproken patiënten opleverde: de feedback was aanvankelijk verwarrend en voor het verdere therapieverloop niet erg bruikbaar. Deze wat teleurstellende ervaringen leiden er overigens niet toe dat zij ROM afwijst. Zij waarschuwt vooral voor 'bedrieglijke eenduidigheid', waarmee zij bedoelt dat scores op de OQ-45 (of een ander monitorinstrument) het therapeutisch handelen zouden gaan dicteren. De Amerikaanse monitorsystemen beogen trouwens op geen enkele manier het dicteren van het therapeutisch handelen. Het is juist de charme van deze systemen dat patiënt en de behandelaar de vrijheid behouden ofen hoe zij de grafische feedback over het scoreverloop willen gebruiken en hoe zij de feedback interpreteren (Lambert, 2007; Duncan, 2010). De grafische feedback wordt hooguit voorzien van suggesties. Zo wordt de grafische feedback in het monitorsysteem van Lambert en collega's geaccentueerd met een gekleurde stip, aangevuld met beknopte en globale adviezen die de behandelaar ter overweging worden gegeven (zie bijvoorbeeld: Lambert, 2007). Een gele stip bijvoorbeeld geeft suboptimale progressie weer. De therapeut krijgt het advies de behandeling te intensiveren en/of de therapeutische aanpak eventueel te herzien. De therapeut wordt in geval van een rode stip geadviseerd de casusconceptualisering en het behandelplan in heroverweging te nemen, de behandeling eventueel te intensiveren en mogelijk farmacotherapie toe te voegen. Dat het scoreverloop op een monitorinstrument geen onbetwistbare, eenduidige interpretaties toelaat is inherent aan de 'complexiteit van de materie'. Elk scoreverloop krijgt pas betekenis binnen een specifieke therapeutische context. De vrijheid die de behandelaar wordt gelaten bij het gebruik en interpretatie van feedback heeft als keerzijde, dat veel behandelaars zich onzeker voelen over het gebruik en de interpretatie van de ontvangen grafische feedback. Met de ORS en SRS als monitorinstrumenten geeft Duncan (2010) klinische voorbeelden hoe grafieken kunnen worden geïnterpreteerd en hoe de stagnaties ofachteruitgang die het scoreverloop op de monitorinstrumentcn aanduidt respectvol met de patiënt besproken kunnen worden. Statistische significantie door toetsing van het scoreverloop kan aan de klinische interpretatie worden toegevoegd ais 'objectieve' beslissingsregel voor (het uitblijven van) verandering. De Amerikaanse monitorsystemen (zie bijvoorbeeld: Tingey e.a.,1996) gebruiken daarvoor de formules voor betrouwbare verandering en voor 'klinische significantie' (Jacobson & Truax, Voor Nederlandse besprekingen: Hafkenscheid, 2002 en Hafkenscheid, GZ-PSYCHOLOGIE 8. DECEMBER 2010 : 15

5 Kuipers & Marinkelle, 1998). Meer verfijnde statistische toetsing is mogelijk met behulp van tijdreeksanalyses (Borckardt, Nash, Murphy, Moore, Shaw & O'Neil, 2008; Tschacher & Ramseyer, 2009). Statistische toetsing neemt evenwel niet het probleem weg dat het gevonden scoreverloop altijd tot op zekere hoogte multiinterpretabel zal zijn. Intercollegiale toetsing door te oefenen met het gebruik en de interpretatie van feedback kan een deel van de onzekerheid wegnemen. Tot slot ROM krijgt in de Amerikaanse monitorsystemen inhoudelijk een veel diepgaander invulling dan de vorm van ROM wals die nu door GGZ Nederland en Zorgverzekeraars Nederland is overeengekomen. ROM volgens de definitie van GGZ Nederland en van de Nederlandse zorgverzekeraars is in essentie niets anders dan een zeer grootschalige vorm van de traditionele 'programmaevaluatie', zoals de geestelijke gezondheidszorg die al veertig jaar geleden kende. ROM volgens de Amerikaanse benadering behelst veel meer. De Amerikaanse monitorsystemen zijn geheel georganiseerd rondom de patiënt en diens behandelaar. Natuurlijk kan ROM zoals die nu gestalte heeft gekregen bij GGZ Nederland en de zorgverzekeraars verdedigd worden als een goed eerste begin, dat langzaam maar zeker meer inhoud zal krijgen. Een meer inhoudelijke ROM komt er evenwel niet vanzelf. Zonder toevoeging van Routine Process Monitoring (RPM) 7Al de Nederlandse ROM in de huidige opzet vooral een controle-instrument voor beleidsmakers worden, waarvoor behandelaars noch patiënten naar verwachting warm zullen kunnen lopen. Auteur Dr. Anton Hafkenscheid is werkzaam als klinisch psycholoog en psychotherapeut bij het Sinai Centrum, Joodse geestelijke gezondheidszorg. Correspondentie-adres: Sinai Centrum, polikliniek Amersfoort, Berkenweg 7, 3818 LA AMERSFOORT. Dit artikel werd op persoonlijke titel geschreven en kan dus niet worden gelezen als de opvatting van de instelling waar de auteur werkzaam is. Literatuur Anker, M.G. Duncan, B.L & Sparks. LA. (2009). Using dient feedback to improve couple therapy outcomes: A randomized clinical trial in a naturalistic setting. lournal of Consuiting and Clinical Psychology, 77, Arrindell & Ettema (2003). Symptom Checklist (SCL-9Q). Handleiding bij een multidimensionele psychopathologie-indicator. Lisse: Swets & Zeitlinger. Betan. E" Heim, A,K, Conklin, ez. & Westen) D. (2005). Countertransference phenomena and personality pathology in clinical practice: an empiricaj învestigation. Ameriean loumal ofpsychiatry, 162, Beurs, E. de & Zitman, F. (2006). De BriefSymptom Inventory (BSI): de betrouwbaarheid en validiteit van een handzaam alternatief voor de SCL-90. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid, 61, Boekbol!, F., van Broeckhuysen-Kloth, S. & Bloemsaat. G. (2010). Objectieve tegenoverdracht en werkalliantie. Tijdschrift voor Psychotherapie, 36,92- I 01. Borckardt, I.J., Nash, M.R., Murphy, M.D" Moore, M., Shaw. 0, & O'NeH, P. (2008). Clinical practice as natur.llaboratory for psychotherapy research: a guide to case-based Time-Series An.lysis. Ameriean PsychoIogist, 63, Duncan, B.L. (2010). On becoming a better thempis\. Washington: Ameriean Psychologieal Association. Duncan, B.L., Miller, S.D. & Sparks, I.A. (2004). The heroicclient: a revolutionary war to improve effeetiveness through client-directed, outcome-informed therapy. San Francisco: 'ossey-bass. Duncan, RL., MilIer, S.D., Sparks, IA. CI.ud, D.A., Reynolds, L.R., Brown, J. & Johnson. L.D, (2003). The Session Rating Scale: psychometric properties of a 'working; alliance measure, Journal of Brief Therapy} 3, Hafkenscheid, A. (1993). Psychometrie evaluation of the Symptom Checklist (SCL-90) in psychiatrie inpatients. Personality and Individual DifIerences, 14, Hafkenscheid, A. (2002). De onverbeterlijke neiging tot verbetering van veranderingsscores: terug naar de oorspronkelijke jndex voor betrouwbare verandering. Gedragstherapie, 35, Hatkenscheid, A. (2003). Objective couutertransference: Do patients' interpersonal impacts generalize across therapists? CHnicaI Psychology and Psychotherapy> 10, Hafkenscheid,A. (2005). The Impact Message Inventory (lmi-cl: Generalisability of patients' command and relationship rnessages across psychiatrie nurses, loumal ofpsychiatric and Mental Health Nursing, Hafkenscheid, A. (2008). Routine Process Monitoring: ervaringen uit de praktijk. Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie, 46, Hafkenscheid, A. (2009a). Thc impact of psychotherapy sessions: internal structure of the Dutch Session Evaluation Questionnaire (SEQ). Psychology "nd Psychotherapy: Theory, Research and Practiee, 82, Hafkenscheid, A. (2009b) Routine Process Monitoring (RPM) in partnerrelatiebehandelingen. Directieve Therapie, 29, 5~25. Hafkenscheid, A. (in druk). De Outwme rating scale (ORS) en de Session rating scale (SRS): enkele psychometrische kenmerken van de Nederlandse versies. Tijdschrift voor Psychotherapie. Hatkenscheid. A, (ingediend). Assessing objective countertransference witb a cornputer-delivered Impact Message Inventory (IMI-C). Clinical Psychology and Psychotherapy. Hafkenscheid, A" DUllcan, RL & Milier, S.D. (in druk). Thc Outcome and Session Rating Scales: a cross-cultura! examination of tbe psychometrie propertjes ofthe Dutch translation. loumal of Brief Therapy. Hafkenscheid, A. & Gundrum, M. (2010). De therapeutische relatie als onderhandelingsproces: het resolutiemodel voor alliantiebarsten van Safran. Gedragstherapie, 43, 127~ 147. Hafkenscheid, A. & Kiesier, D. I. (2007). Assessing objective countertransference: A cornparison of two different statistical procedures in three different samples. Psychotherapy Research, 17, Hafkenscheid, A., Kuipers, A., Marinkelle, A. (1998). De vragenlijst als effectmaat bij 'N 1J; hoe bruikbaar zijn statistische definities van <klinische significantie' en 'betrouwbare verandering'? Gedragstherapie. 31, Hafkenscheid, A.J., Maasscn. G.H. & Veeninga, A.T. (2007). Thc dimcnslons of the Dutch SCL-90: more than one, but how many? Netherlands loumal of Psychology, 63, Hafkenscheid, A. & Rouckbout, D. (2009). Circumplex structure of the Impact Messagc Invcntory (JMI~C): An empirical test with the Dutch version. loumal of Personality Assessment, 91, Hafkenscheid, A. & Rouckhout, D. (in voorbereiding). Circumplex struclt"e of the Dutch Impact Message Inventory (IMI-C): "replicalion study with a computer-delivered verslon. Harrnon, S.c., Lambert, M.l., Smart, D.M., Hawkins, E" Nielsen, S.L, Slade, K. & Lutz, W. (2007). Enhancing outcome for potential treatment failures: therapistdient feedback and clinical support tools. Psychotherapy Research, Hawkins, E.I., Lambert, M.I., Vermeerseh, D.A., Slade, K.L & Tuttie, K.C. (2004). The therapeutic effects of providing patient progress information to therapists and patients. Psychotherapy Research, 14, 308-:127. Horowitz. LM. (2004). Interpersonal foundations of psychopathology. Wasbington: Arnerican Psychological Association. lacobson, N.S. & Truax, P. (1991). Clinical significance: a statistical approach to defining meaningful change in psychotherapy research. loumal ofconsuiting and Clinical Psychology, 59, long, K. de. Nugter, MA, Polak, M.G., Wagenborg, I.E.A., Spinhoven, P., & Heiser, W.I. (2007). The Outcome Questionnaire (OQ~45) in a Dutch population: A cross"cultural validation. Clinical Psychology & Psychotherapy KiesIer, D.I. (1996). Contemporary interpersonal theoryandresearch: Personality, psychopathology, and psychotherapy. New York: Wiley. Lambert, M.I. (2007). Presidential address: What we have learned from a decade of research airned at improving psychotherapy outcome in routine care. PsychotherapyResearch, 17, Larnbert, M,}" Burlingame, G.M., Urnphress. V.I,) Hansen, N.B., Vermeersch, D. Clouse, G. & Yanchar, S. (J 996). The reliability and validity of the Omcome Questionnaire. Clinieal Psychology and Psychotherapy. 1996; Lambert, M.I. Whipple, n., Hawkins, E.I" Vermeersch, o.a., Nietsen, S.L., & Smart, D.\V. (2003). Is it time for clinicians to routinely track pattent outcome? 16: GZ-PSYCHOLOGIE 8. DECEMBER 2010

6 A meta-analysis. Clinical Psychology: Science and Practiee, 10, Miller, S.D., Duncan, B.L, Brown, J., Sparks, ).A. & Claud, D. (2003). Thc Outcome Rating Scale: a preliminary sludy of the reliability, validity and feasibility ofa brief ViSll;ll Analogue measurc, Journalof Brief Therapy, 2, 91 ~ Miller, S.D., Duncan, B.L., Sorrell, R & Brown, G.S. (2005a). The Partners for Change Outcome Management System. lournal Clinical Psychologylln Session, 61, Miller, S.O., Mee-Mee, D., Plum, B. & Hubble, M.A. (2005b). Making lreatment count: dient-dîrected, outcome-informed c1inîcal work with problem drinkers. Psychotherapy in Australia, 11, Muelier, R.M, Lambert, M. J. & BUflingame G. M. (1998). Construct validity of thc Outcome questionnaire: A confirmatory factor analysis. Jouma] of Personality Assessment, 70 j Reese, RJ., Norsworthy, L & Rowlands, S. (2009). Does a continuous feedback model improve psychotherapy outcomes? Psychotherapy Theory, Research, Practice, Training, 46, Safran, l.o. & Moran, j. Chr. (2000). Negotiating the therapeutic alliance: a rela tional treatment guide. Ncw York: Thc Guilford Press. Schmidt, J. A., Wagner, C. c., & Kiesler, D. J. (1999). Psychometrie and drcumplcx properties of the octant scale [mpact Message Inventory (IMI-Cl: Astcuet\! ral evalu.tion. loumal of Counseling Psychology, 46, Stiles, W.B. (1980). Measurement of the impact of psychotherapy sessions. Joumal of Consuiting and Clinical Psychology, 48, Stiles, W.B., Reynolds, S., Hardy, G.E., Rees, A., Barkham, M. & Shapiro, DA (1994). Evaluation and description of psychotherapy sessions by dients using the Session Evaluatjon Questionnaire and the Session Impacts Scale. JournaJ of Counseling Psychology, 41, Stiles) W.B. & Snow, J.S. (1984), Dimensions of psychotherapy session impact across sessîons and across chents. British Journalof C)înical Psychology, 23, 59~63. Tingcy, R.C., Lambert, M.I., Burlingame, G.M. & Hansen, N.B. (1996). Clinically significant change: practical indicators for evaluating psychotherapy outcome, 6, Tracey, T.). (1992). Client Satisfaction Scale (CSS).nd Therapist S.tisfuction Scale (TSS) manua!. Tempc: Arizona Slale University. Tschacher, W. & Ramseyer, F.(2009l. Modeling psychothcrapy process by timeseries panel analysis (TSPA). Psychotherapy Research, 19, I. Veening., A.T. & Hafkenscheid, A. (2002). Patiêntgerichle kwaliteit van ""cg. Een methode om te evalueren of patit:nten bereiken wat ze wensen, Tijdschrift voor Psychotherapie, 28, Veeninga, A.T. & Hafkenscheid, A. (2oo4a). Verwachtingen van pati~nten bij aanvang van psychotherapie: voorspellers van drop-out? Tijdschrift voor Psychotherapie, 30, Veeninga, A.T. & Hafkenscheid, A (2oo4b). De Pati~nten Behoeften Vragenlijst (PBV). Gedragstherapie, 37, Verheul, W. (2007). Het volgen van de voortgang van cliënten in psychotherapie: eerste ervaringen met monitoring. Tijdschrift Cliëntgerîchte Psychotherapie. 45, Vermcersch, D.A., l.ambert, M.I., Burlîngamc, G.M. (2000). Outcome Questjonnaire: Item sensitivity to change. Journal ofpersonalïty Assessrnent, 74) Willemse, Y. & Hafkenscheid, A. (2009). Stagnaties in de therapeutische alliantie signaleren en repareren. Tijdschrift voor Psychotherapie, 35, Sinds 2009 zijn wij een erkend praktijkinstelling in het kader van de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog. In 2011 zijn er 15 opleidelingen die hun GZ praktijkopleiding binnen onze organisatie volgen. Graag komen wij in contact met een enthousiaste GZ-psycholoog/ klinisch psycholoog Kinder / Jeugd die tevens praktiikopleider wil zijn voor de GZ-opleiding. Locatie in overleg. Bent u geïnteresseerd in tweedelijns diagnostiek, gecombineerd met supervisie en begeleiding van enthousiaste basispsychologen? Stuur een sollicitatie naar of bel voor meer informatie met onze afdeling (!Ell ~ personeelszaken op of Sinds 2009 zijn wij een erkend praktijkinstelling in het kader van de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog. Wij hebben vestigingen in Lelystad, Harderwijk, Leiden, Utrecht, Hilversum, Woerden, Nijkerk, Almere en Ruurlo. Op diverse locaties hebben wij ruimte voor: 1e en 2e liins GZ-psychologen, klinisch psychologen, psychotherapeuten. Heeft u interesse in onze organisatie, wilt u meer weten over onze vacatures, vindt u het leuk om supervisie te geven? Stuur een sollicitatie naar of bel voor meer informatie met onze afdeling personeelszaken op of GZ-PSYCHOLOGIE 8 DECEMBER 2010 : 17

De therapeutische alliantie: moderator of mediator, hoofdzaak of bijzaak?

De therapeutische alliantie: moderator of mediator, hoofdzaak of bijzaak? Vrijdag 16 november 2012 Nijmegen De therapeutische alliantie: moderator of mediator, hoofdzaak of bijzaak? Anton Hafkenscheid Therapeutische relatie 1. Hoe klikt het tussen patiënt en therapeut? 2. Overeenstemming

Nadere informatie

Monitoren van het therapeutisch proces: het perspectief van de therapeut

Monitoren van het therapeutisch proces: het perspectief van de therapeut Monitoren van het therapeutisch proces: het perspectief van de therapeut Anton Hafkenscheid * Samenvatting In dit artikel wordt een lans gebroken voor het routinematig gebruik van monitorinstrumenten die

Nadere informatie

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog zondag 19 februari 2012 Doelen ROM (routine outcome monitoring) Secundair 1. gegevensverzameling voor beleid 2. gegevensverzameling

Nadere informatie

Subjectiviteit bij de interpretatie van het grafisch scoreverloop op monitorinstrumenten

Subjectiviteit bij de interpretatie van het grafisch scoreverloop op monitorinstrumenten korte bijdrage Subjectiviteit bij de interpretatie van het grafisch scoreverloop op monitorinstrumenten a. hafkenscheid achtergrond Systemen voor routinematig monitoren leveren doorgaans feedback in de

Nadere informatie

ONDERZOEK MONITORING PROTOCOL

ONDERZOEK MONITORING PROTOCOL ONDERZOEK MONITORING PROTOCOL November 2007, informatie Monitoring onderzoek Achtergrond Op 19 juni 2006 startte het onderzoek Cost-effectiveness of monitoring of psychotherapeutic treatments: A randomized

Nadere informatie

Effectief behandelen door systematische feedback van cliënten

Effectief behandelen door systematische feedback van cliënten Effectief behandelen door systematische feedback van cliënten René Blom en Rolf Nijboer, psychomotorisch therapeuten bij Karakter KJP Karakter pagina 1 Welkom Wie zijn wij en hoe komt het dat we hier samen

Nadere informatie

Routine Outcome Monitoring & Motiverende Gespreksvoering. Maarten Merkx

Routine Outcome Monitoring & Motiverende Gespreksvoering. Maarten Merkx Routine Outcome Monitoring & Motiverende Gespreksvoering Maarten Merkx Programma Routine Outcome Monitoring. Motiverende Gespreksvoering Terugkoppelen resultaten. ROM Routine Outcome Monitoring Terugkoppeling

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Kan ik u helpen? Is cognitieve gedragstherapie met mensen met een verstandelijke beperking effectief? Kán ik u helpen?

Kan ik u helpen? Is cognitieve gedragstherapie met mensen met een verstandelijke beperking effectief? Kán ik u helpen? Kan ik u helpen? Is cognitieve gedragstherapie met mensen met een verstandelijke beperking effectief? Effectmeting van therapie met Licht Verstandelijk Beperkte cliënten Kán ik u helpen? Helpt therapie

Nadere informatie

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij Mensen met een Psychiatrische Stoornis de Modererende Invloed van de Therapeutische Alliantie The Effect of Arts Therapies

Nadere informatie

ROM Doorbraakprojecten. Gerdien Franx

ROM Doorbraakprojecten. Gerdien Franx ROM Doorbraakprojecten November 2014 Mei 2016 Gerdien Franx Projectleider, Trimbos-instituut The Choluteca bridge, Honduras Donald Berwick: Tijd voor continue vernieuwing Patiënt en hulpverlener gericht

Nadere informatie

Supershrinks Bestaan ze?

Supershrinks Bestaan ze? Supershrinks Bestaan ze? drs. Mark P.M. Crouzen klinisch psycholoog / psychotherapeut mcrouzen@diakhuis.nl 030-2566853 Bestaan ze? Wie zijn ze? Hoe leven ze? Ricks 1974 Kunnen wij iets van ze leren? Pseudoshrinks

Nadere informatie

CDOI Client Directed Outcome Informed

CDOI Client Directed Outcome Informed CDOI Client Directed Outcome Informed De diagnose van het therapieproces Maart 2010 Drs. Mark Crouzen, klinisch psycholoog-psychotherapeut mcrouzen@diakhuis.nl CDOI is een relatief jonge ROM-methode ontwikkeld

Nadere informatie

Multidimensional Fatigue Inventory

Multidimensional Fatigue Inventory Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Smets E.M.A., Garssen B., Bonke B., Dehaes J.C.J.M. (1995) The Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Psychometric properties of an instrument to asses fatigue.

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Routine Outcome Monitoring (ROM) bij Shared Decision Making (SDM) Workshop Doorbraak ROM GGZ. Doel van vandaag

Routine Outcome Monitoring (ROM) bij Shared Decision Making (SDM) Workshop Doorbraak ROM GGZ. Doel van vandaag Routine Outcome Monitoring (ROM) bij Shared Decision Making (SDM) Workshop Doorbraak ROM GGZ 9 december 2014 Suzan Oudejans, Masha Spits Mark Bench Verwachtingen & doelen Doel van vandaag Vergroten van

Nadere informatie

Feedback van behandelresultaten in de hulpverlening

Feedback van behandelresultaten in de hulpverlening Stefaan Baert 1 Feedback van behandelresultaten in de hulpverlening Internationale studies tonen aan dat cliëntfeedback positieve effecten heeft op behandelresultaten. Daarnaast wordt gesuggereerd dat

Nadere informatie

Sturen op resultaten. Zijn gestandaardiseerde vragenlijsten bruikbaar?

Sturen op resultaten. Zijn gestandaardiseerde vragenlijsten bruikbaar? Sturen op resultaten Zijn gestandaardiseerde vragenlijsten bruikbaar? Anna van Spanje (Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie) Jan Willem Veerman (Radboud Universiteit, NJi / SEJN) Congres Transformeren

Nadere informatie

rom in de volwassenenpsychiatrie: een evaluatie van meetinstrumenten

rom in de volwassenenpsychiatrie: een evaluatie van meetinstrumenten korte bijdrage rom in de volwassenenpsychiatrie: een evaluatie van meetinstrumenten v.j.a. buwalda, m.a. nugter, s.y. van de brug, s. draisma, j.h. smit, j.a. swinkels, w. van tilburg achtergrond Er is

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Utrechtse Coping Lijst (UCL) November 2012 Review: 1. A. Lueb 2. M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking

Nadere informatie

Abstract. Keywords. Foot and Ankle Outcome Score (FAOS), Ankle, PROM, Validity, Reliability, Dutch translation

Abstract. Keywords. Foot and Ankle Outcome Score (FAOS), Ankle, PROM, Validity, Reliability, Dutch translation Validation of the Dutch language version of the Foot and Ankle Outcome Score I. N. Sierevelt, L. Beimers, C. J. A. van Bergen, D. Haverkamp, C. B. Terwee, G. M. M. J. Kerkhoffs Abstract Purpose. The aim

Nadere informatie

De rol van de behandelaar: de vergeten factor in rom

De rol van de behandelaar: de vergeten factor in rom korte bijdrage De rol van de behandelaar: de vergeten factor in rom k. de jong achtergrond Routine outcome monitoring (rom) kan de kwaliteit van de behandeling alleen verbeteren als de behandelaar openstaat

Nadere informatie

METEN IS WETEN De Session Ration Scale als middel om de behandelrelatie met de cliënt te verbeteren

METEN IS WETEN De Session Ration Scale als middel om de behandelrelatie met de cliënt te verbeteren METEN IS WETEN De Session Ration Scale als middel om de behandelrelatie met de cliënt te verbeteren Emmie van Esveld, SPV en GGZ verpleegkundig specialist i.o. Sara kwam voor haar eerste behandelgesprek

Nadere informatie

Visie op uitkomstenmanagement en systematische cliëntenfeedback Ad hoc Werkgroep Uitkomstenmanagement

Visie op uitkomstenmanagement en systematische cliëntenfeedback Ad hoc Werkgroep Uitkomstenmanagement FEDERATIE VAN DIENSTEN VOOR GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG vzw Residentie Servaes Martelaarslaan 204 b 9000 Gent TEL 09/233.50.99 E-MAIL fdgg@fdgg.be Visie op uitkomstenmanagement en systematische cliëntenfeedback

Nadere informatie

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid presentatie ESPRi Symposium 26-11-2015 Michiel Boog, klinisch psycholoog, psychotherapeut Titel:

Nadere informatie

Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting

Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Psychische stoornissen komen geregeld voor bij ouderen (65-plus).

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk De invloed van indicatiestelling door overleg (the Negotiated Approach) op patiëntbehandelingcompatibiliteit en uitkomst bij de behandeling van depressieve stoornissen 185 In deze thesis staat de vraag

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

ROM in de verslavingszorg

ROM in de verslavingszorg ROM in de verslavingszorg Seminar NETQ Healthcare: Innovatie in de Geestelijke Gezondheidszorg Utrecht, 9 juni 2009 Suzan Oudejans, Arkin Academy AIAR Proefschrift Resultaten meten Resultaten van de zorg

Nadere informatie

uitkomstenmanagement in de geestelijke gezondheidszorg in vlaanderen deel 9

uitkomstenmanagement in de geestelijke gezondheidszorg in vlaanderen deel 9 uitkomstenmanagement in de geestelijke gezondheidszorg in vlaanderen deel 9 Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid Stefaan Baert, Wouter Vanderplasschen & Joris Casselman De toepassing van meetinstrumenten:

Nadere informatie

Achtergronden en gebruiksmogelijkheden van rom in de ggz

Achtergronden en gebruiksmogelijkheden van rom in de ggz overzichtsartikel Achtergronden en gebruiksmogelijkheden van rom in de ggz m.a. nugter, v.j.a. buwalda achtergrond In dit artikel beschrijven wij de ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg en wetenschappelijk

Nadere informatie

Zorgprogramma s, behandelpaden en monitoren: welke resultaten levert dat op? Marguerite Elfrink Projectleider Zorgmonitor Forum GGz Nijmegen

Zorgprogramma s, behandelpaden en monitoren: welke resultaten levert dat op? Marguerite Elfrink Projectleider Zorgmonitor Forum GGz Nijmegen Zorgprogramma s, behandelpaden en monitoren: welke resultaten levert dat op? Marguerite Elfrink Projectleider Zorgmonitor Forum GGz Nijmegen Seminar: Veranderingen in de zorg, NetQ, Centraal Museum 13

Nadere informatie

Stepped care behandeling voor paniekstoornis

Stepped care behandeling voor paniekstoornis Stepped care behandeling voor paniekstoornis Een vergelijking van een 10-weeks begeleide zelfhulp, zo nodig gevolgd door protocollaire CGT, vergeleken met TAU. M. Kampman, A.J.L.M. van Balkom, T. G. Broekman,

Nadere informatie

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch SUMMARY IN DUTCH Summary in Dutch Summary in Dutch Introductie Dit proefschrift richt zich met name op het voorspellen van de behandeluitkomst bij kinderen met angststoornissen. Een selectie aan variabelen

Nadere informatie

Outcome Rating Scale: Hoe gaat het met u?

Outcome Rating Scale: Hoe gaat het met u? Outcome Rating Scale: Hoe gaat het met u? Vult u dit formulier voor uzelf in? ja / nee Indien voor een ander: wat is uw relatie met deze persoon? Hoe is het met u gegaan de afgelopen week, of sinds het

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

9-12-2011. Is uw zorg state of the art? Wie wil er veranderen? Wie bepaalt of uw zorg state of the art is? Hoe wordt uw zorg state of the art?

9-12-2011. Is uw zorg state of the art? Wie wil er veranderen? Wie bepaalt of uw zorg state of the art is? Hoe wordt uw zorg state of the art? Wie wil er veranderen? Is uw zorg state of the art? Oogsten en verbinden Kennis en praktijk Bea Tiemens Hoe wordt uw zorg state of the art? Wie bepaalt of uw zorg state of the art is? De wetenschapper?

Nadere informatie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie DIAGNOSTIC INVENTORY FOR DEPRESSION (DID) Zimmerman, M., Sheeran, T., & Young, D. (2004). The Diagnostic Inventory for Depression: A self-report scale to diagnose DSM-IV Major Depressive Disorder. Journal

Nadere informatie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie MAJOR DEPRESSION INVENTORY (MDI) Bech, P., Rasmussen, N.A., Olsen, R., Noerholm, V., & Abildgaard, W. (2001). The sensitivity and specificity of the Major Depression Inventory, using the Present State

Nadere informatie

Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth

Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth Manon krabbenborg, Sandra Boersma, Marielle Beijersbergen & Judith Wolf s.boersma@elg.umcn.nl Homeless youth in the Netherlands Latest estimate:

Nadere informatie

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported

Nadere informatie

Aandachtspunten bij start supervisie

Aandachtspunten bij start supervisie P-opleiding Evaluatieformulier supervisie psychodiagnostiek Aandachtspunten bij start supervisie 1. Kennismakingsgesprek: - wederzijds informeren over kwalificaties, opleidingen en ervaring - bespreken

Nadere informatie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie Raymond Ostelo, PhD Professor of Evidence-Based Physiotherapy Dept. Health Sciences EMGO+ Institute for Health and Care Research VU University Amsterdam, the Netherlands r.ostelo@vumc.nl 1 Classificeren

Nadere informatie

Oral Health Assessment Tool

Oral Health Assessment Tool Oral Health Assessment Tool (OHAT) Chalmers JM., King PL., Spencer AJ., Wright FAC., Carter KD. (2005) The Oral Health Assessment Tool Validity and Reliability Meetinstrument Afkorting Auteur Onderwerp

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

PROMIS Een integraal systeem voor het meten van patientgeraporteerde

PROMIS Een integraal systeem voor het meten van patientgeraporteerde PROMIS Een integraal systeem voor het meten van patientgeraporteerde uitkomsten in de zorg Dr. Caroline Terwee Dutch-Flemish PROMIS group VU University Medical Center Department of Epidemiology and Biostatistics

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel Voorbeelden van Taakherschikking in de Zorg

Onderzoeksvoorstel Voorbeelden van Taakherschikking in de Zorg Onderzoeksvoorstel Voorbeelden van Taakherschikking in de Zorg De Verpleegkundig Specialist: De invloed op zorgpraktijken, kwaliteit en kosten van zorg in Nederland Iris Wallenburg, Antoinette de Bont,

Nadere informatie

Helpt het hulpmiddel?

Helpt het hulpmiddel? Helpt het hulpmiddel? Het belang van meten Zuyd, Lectoraat Autonomie en Participatie Faculteit Gezondheidszorg Dr. Ruth Dalemans, Prof. Sandra Beurskens 08-10-13 Doelstellingen van deze presentatie Inzicht

Nadere informatie

Het volgen van de voortgang van cliënten in psychotherapie: eerste ervaringen met monitoring

Het volgen van de voortgang van cliënten in psychotherapie: eerste ervaringen met monitoring Het volgen van de voortgang van cliënten in psychotherapie: eerste ervaringen met monitoring Wies Verheul * Samenvatting In deze bijdrage doe ik verslag van de eerste voorlopige ervaringen die ik als deelnemend

Nadere informatie

Geriatrische screening / CGA binnen de zorg voor oudere kankerpatiënten: stand van zaken. Cindy Kenis. Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige

Geriatrische screening / CGA binnen de zorg voor oudere kankerpatiënten: stand van zaken. Cindy Kenis. Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige Cindy Kenis Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige UZ Leuven, België Geriatrische screening / CGA binnen de zorg voor oudere kankerpatiënten: stand van zaken Introductie (1) Definitie Comprehensive Geriatric

Nadere informatie

Interapy Online Psychotherapie 10 jaar Onderzoek & Praktijk. Bart Schrieken

Interapy Online Psychotherapie 10 jaar Onderzoek & Praktijk. Bart Schrieken Interapy Online Psychotherapie 10 jaar Onderzoek & Praktijk Bart Schrieken Presentatie Soorten e-mental health Onderzoek Voorbeelden praktijk Conclusies & aanbevelingen Online aanbod door GGZ in Nederland

Nadere informatie

De opleider als rolmodel

De opleider als rolmodel De opleider als rolmodel De opleider als rolmodel programma 14.00 welkom 14.15 voorstelronde/verwachtingen 14.35 excellent teacher en excellent rolemodel 14.55 groepswerk 15.10 plenaire rapportage 15.35

Nadere informatie

Feedback geïnformeerd werken in gezinstherapie met de assistentie van paarden. Peter Rober & Karine Van Tricht

Feedback geïnformeerd werken in gezinstherapie met de assistentie van paarden. Peter Rober & Karine Van Tricht Feedback geïnformeerd werken in gezinstherapie met de assistentie van paarden Peter Rober & Karine Van Tricht Gent, 5 februari 2015 Work in progress Met dank aan Nele Stinckens, Dave Smits, Laurence Claes

Nadere informatie

Transvorm Actueel. en de zorg verandert mee. Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers?

Transvorm Actueel. en de zorg verandert mee. Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers? Transvorm Actueel en de zorg verandert mee Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers? Woensdag 17 december 2015 Dr. Monique Veld E-mail: monique.veld@ou.nl

Nadere informatie

Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten.

Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten. Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten. Differences in Personality Traits and Personality Structure between Groups of Eating Disorder

Nadere informatie

VERMOEIDHEID BIJ MS Oorzaken, werkingsmechanismen en revalidatiebehandeling VERMOEIDHEID DEFINITIE VERMOEIDHEID

VERMOEIDHEID BIJ MS Oorzaken, werkingsmechanismen en revalidatiebehandeling VERMOEIDHEID DEFINITIE VERMOEIDHEID VERMOEIDHEID BIJ MS Oorzaken, werkingsmechanismen en revalidatiebehandeling Mw.dr. Jetty van Meeteren, Revalidatiearts, Rijndam, RVE Erasmus MC VERMOEIDHEID Komt bij 60 tot 80% van de patienten voor Het

Nadere informatie

Paranormaal begaafden: wat kunnen psychologen van hen leren? Dr. M.J. Reinders, klinisch psycholoog Polikliniek Psychosomatiek GGZinGeest, Amsterdam

Paranormaal begaafden: wat kunnen psychologen van hen leren? Dr. M.J. Reinders, klinisch psycholoog Polikliniek Psychosomatiek GGZinGeest, Amsterdam Paranormaal begaafden: wat kunnen psychologen van hen leren? Dr. M.J. Reinders, klinisch psycholoog Polikliniek Psychosomatiek GGZinGeest, Amsterdam Programma Eerst wat oefenen Dan wat theorie en achtergrond

Nadere informatie

Psychotherapeut en huisarts partners in gezondheidszorg 24 november 2014

Psychotherapeut en huisarts partners in gezondheidszorg 24 november 2014 Psychotherapeut en huisarts partners in gezondheidszorg 24 november 2014 De situatie in Nederland, 2000-2015 Paul Rijnders Emergis, Goes Zeeland Iets specifiek, bijvoorbeeld mosselen / mossel boot Overzicht:

Nadere informatie

Brief Symptom Inventory. Edwin de Beurs Klinische Psychologie, Leiden SBG

Brief Symptom Inventory. Edwin de Beurs Klinische Psychologie, Leiden SBG Brief Symptom Inventory Edwin de Beurs Klinische Psychologie, Leiden SBG Kenmerken Verkorte versie van de SCL-90 53 items 9 subschalen (met 4 tot 6 items) Antwoordcategorieën: 0 4 Scoring (gemiddelde):

Nadere informatie

Nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief: Introductie. nummer 5, mei 2012

Nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief: Introductie. nummer 5, mei 2012 Nieuwsbrief nummer 5, mei 2012 In deze nieuwsbrief: Vooraankondiging: jaarlijkse ROM-bijeenkomst SynQuest op 6 november Databewerking ROM van start Laatste loodjes 100 procent betrouwbaar maken vragenlijsten

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

In behandeling bij het NPI

In behandeling bij het NPI In behandeling bij het NPI Optimale begeleiding In behandeling bij NPI U ontvangt deze folder omdat u in behandeling gaat bij het NPI. Hierin leest u hoe we te werk gaan bij het NPI en wat u van ons kunt

Nadere informatie

PROMIS. De nieuwe gouden standaard voor PROMs. Kenniscentrum Meetinstrumenten Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU Medisch Centrum

PROMIS. De nieuwe gouden standaard voor PROMs. Kenniscentrum Meetinstrumenten Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU Medisch Centrum PROMIS De nieuwe gouden standaard voor PROMs Dr. Caroline Terwee Dutch-Flemish PROMIS group Kenniscentrum Meetinstrumenten Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU Medisch Centrum Dr. Dolf de Boer Vraaggestuurde

Nadere informatie

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies.

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies. Geachte, Pearson start een onderzoek naar Innerview. Innerview is een beslissingsondersteunend instrument (BOI) voor doorverwijzing in de geestelijke gezondheidszorg en is uniek in zijn soort als het gaat

Nadere informatie

Ervaren tevredenheid over de geboorte

Ervaren tevredenheid over de geboorte Ervaren tevredenheid over de geboorte een meetinstrument voor moeders na de bevalling Introductie Inzicht krijgen in moeders ervaringen over de geboorte van haar kind kan worden gerealiseerd door gebruik

Nadere informatie

The Pediatric Quality of Life Inventory TM Version 4 (PedsQL TM 4.0)

The Pediatric Quality of Life Inventory TM Version 4 (PedsQL TM 4.0) The Pediatric Quality of Life Inventory TM Version 4 (PedsQL TM 4.0) Varni, J.W., Seid, M. & Kurtin, P.S. (2001) PedsQL TM 4.0: Reliability and Validity of the Pediatric Quality of Life Inventory TM Version

Nadere informatie

Implementeren doe je zo, of niet?

Implementeren doe je zo, of niet? Implementeren doe je zo, of niet? Prof. dr. MJPM Verbraak, klinisch psycholoog Inhoudelijk directeur HSK Groep Hoofdopleider GZ-psychologen ACSW/RU Nijmegen Waar staat de gezondheidszorg? Ontwikkelingen:

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Dit proefschrift gaat over depressie en de behandeling daarvan. Bestudeerd is of een behandeling bestaande uit de combinatie van medicatie en psychotherapie meer effectief

Nadere informatie

Welkom op de informatiebijeenkomst over ROM ggz

Welkom op de informatiebijeenkomst over ROM ggz Welkom op de informatiebijeenkomst over ROM ggz Programma 10.00 uur Welkom Steven Makkink, LPGGz 10.15 uur Wat is ROM? Chris Nas, GGZ Nederland 10.30 uur Praktijkvoorbeeld Barbara Schaefer, Dijk en Duin

Nadere informatie

MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1. Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden

MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1. Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1 Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden Mindful (well)being? The mediating role of the self

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

Methodisch werken met vragenlijsten

Methodisch werken met vragenlijsten Methodisch werken met vragenlijsten Je raakt eraan verslaafd! dries.roosma@yorneo.nl 30-08-2013 WMV de context Wetenschappelijk (empirische cyclus) Beleid (PDCA cyclus) Practicebased evidence Evidencebased

Nadere informatie

Derde Jaarcongres Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011

Derde Jaarcongres Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011 Derde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

ROM de antwoorden op de meest gestelde vragen vanuit het cliëntenperspectief

ROM de antwoorden op de meest gestelde vragen vanuit het cliëntenperspectief ROM de antwoorden op de meest gestelde vragen vanuit het cliëntenperspectief GGZ Nederland/LPGGz d.d. 5 oktober 2010 Verantwoording GGZ Nederland en de cliënten-/familieorganisaties LPGGz, LOC werken samen

Nadere informatie

Huizinga MM, Elasy TA, Wallston KA, Cavanaugh K, Davis D, Gregory RP, Fuchs L, Malone R, Cherrington A, DeWalt D, Buse J, Pignone M, Rothman RL (2008)

Huizinga MM, Elasy TA, Wallston KA, Cavanaugh K, Davis D, Gregory RP, Fuchs L, Malone R, Cherrington A, DeWalt D, Buse J, Pignone M, Rothman RL (2008) The Diabetes Numeracy Test (DNT) Huizinga MM, Elasy TA, Wallston KA, Cavanaugh K, Davis D, Gregory RP, Fuchs L, Malone R, Cherrington A, DeWalt D, Buse J, Pignone M, Rothman RL (2008) Development and validation

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher. Bedankt voor het downloaden van dit artikel. De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding)

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Deze folder geeft informatie over de diagnostiek en behandeling van cluster C persoonlijkheidsstoornissen. Wat is een cluster C Persoonlijkheidsstoornis? Er bestaan verschillende

Nadere informatie

Quick scan method to evaluate your applied (educational) game. Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation Model)

Quick scan method to evaluate your applied (educational) game. Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation Model) WHAT IS LITTLE GEM? Quick scan method to evaluate your applied (educational) game (light validation) 1. Standardized questionnaires Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation

Nadere informatie

Bijgevoegde documenten Onderstaand geeft u aan of alle voor de toetsing benodigde informatie is bijgevoegd.

Bijgevoegde documenten Onderstaand geeft u aan of alle voor de toetsing benodigde informatie is bijgevoegd. Checklist Contactgegevens Onderstaand vult u de contactgegevens in van de eerste én tweede contactpersoon voor wanneer er vragen zijn over het instrument(en), de aangeleverde documentatie of anderszins.

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

De Groeifabriek. Denken met een groeimindset!

De Groeifabriek. Denken met een groeimindset! De Groeifabriek Denken met een groeimindset! Dr. Petra Helmond & Fenneke Verberg, MSc: Pluryn Research & Development & Universiteit van Amsterdam Prof. Dr. Geertjan Overbeek: Universiteit van Amsterdam

Nadere informatie

Routebeschrijving Auto Als u met de auto komt, neem dan vanaf de A28 afslag Assen- Zuid en volg de borden Wilhelminaziekenhuis of GGZ Drenthe.

Routebeschrijving Auto Als u met de auto komt, neem dan vanaf de A28 afslag Assen- Zuid en volg de borden Wilhelminaziekenhuis of GGZ Drenthe. Doelgroep Dit symposium is bedoeld voor psychiaters, arts-assistenten, onderzoekers, psychologen, verpleegkundigen, managers, beleidsmedewerkers en cliëntenraden van de noordelijke ggz-instellingen en

Nadere informatie

Positieve psychologie in de praktijk

Positieve psychologie in de praktijk Welbevindentherapie Positieve psychologie in de praktijk Prof. dr. E.T. Bohlmeijer Dr. L. Christenhusz Dr. P. Meulenbeek VCGT 2015 Programma 1. Achtergrond & relevantie welbevindentherapie en positieve

Nadere informatie

Handleiding Client Directed Outcome Informed (CDOI) Mark Crouzen September 2010

Handleiding Client Directed Outcome Informed (CDOI) Mark Crouzen September 2010 Handleiding Client Directed Outcome Informed (CDOI) Mark Crouzen September 2010 Inleiding 1 1) Downloaden en printen 2 2) Outcome Rating Scale 5 A) Voor wie B) Wanneer C) Periode D) Waar en onderwerp 3)

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

specialistische hulp kleinschalig dichtbij

specialistische hulp kleinschalig dichtbij P R A K T I S C H E I N F O R M A T I E specialistische hulp kleinschalig dichtbij De Hoofdlijn De menselijke maat in hulpverlening Doorverwijzing Als u bent doorverwezen naar De Hoofdlijn, meestal door

Nadere informatie

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan drs. Ellen Wingbermühle GZ psycholoog / neuropsycholoog GGZ Noord- en Midden-Limburg Contactdag 29 september 2007 Stichting Noonan Syndroom 1 Inhoud Introductie

Nadere informatie

The Disability Assessment Structured Interview

The Disability Assessment Structured Interview RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN The Disability Assessment Structured Interview Its reliability and validity in work disability assessment Proefschrift ter verkrijging van het doctoraat in de Medische Wetenschappen

Nadere informatie

Model cliëntendossier

Model cliëntendossier Model cliëntendossier Modelproduct van OKAB, Ondersteuning Kwaliteitszorg Alternatieve Behandelwijzen Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO INLEIDING In het kader van het project Ondersteuning

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek

Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek (dat hoofdzakelijk onder de algemene bevolking is uitgevoerd).

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrumenten

Uitgebreide toelichting van het meetinstrumenten 1 Uitgebreide toelichting van het meetinstrumenten Life Habits 22 September 2010 Review: 1) E. Bernges, M. Bertrand, L. Patelski 2) Sandra Joeris Invoer: Eveline van Engelen 1 Algemene gegevens Lichaamsregio

Nadere informatie

UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? 30/04/2013. A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op

UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? 30/04/2013. A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Mijn innovatie is beter dan de concurrentie Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op Bijvoorbeeld: Mortaliteit Kwaliteit

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie