Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Financiële verantwoordingen over het jaar 2000 Nr. 63 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 6 juni 2001 De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 1 heeft over de financiële verantwoording van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) over het jaar 2000 (kamerstuk , nr. 25) de navolgende vragen ter beantwoording aan de regering voorgelegd. Deze vragen, alsmede de daarop op 5 juni 2001 gegeven antwoorden, zijn hieronder afgedrukt De voorzitter van de commissie, Reitsma De griffier voor deze lijst, Brandsema 1 Samenstelling: Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Witteveen- Hevinga (PvdA), Van Middelkoop (Christen- Unie), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Th. A. M. Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van Wijmen (CDA), Kortram (PvdA), Van der Knaap (CDA), Ravestein (D66), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Oplaat (VVD), Van der Staaij (SGP), Schoenmakers (PvdA), Waalkens (PvdA), Udo (VVD), Depla (PvdA), Vacature (CDA). Plv. leden: Leers (CDA), Dijksma (PvdA), Stellingwerf (ChristenUnie), Valk (PvdA), Van Lente (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Blok (VVD), Biesheuvel (CDA), Crone (PvdA), Van den Akker (CDA), Giskes (D66), M. B. Vos (GroenLinks), Halsema (GroenLinks), Niederer (VVD), Van t Riet (D66), Spoelman (PvdA), Hindriks (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), De Boer (GroenLinks), Visser-van Doorn (CDA). KST53574 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2001 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 1

2 1 In het regeerakkoord is een doelmatigheidstaakstelling opgenomen. Onderdeel van deze taakstelling is het realiseren van een kostenbesparing op de inzet van externen. Uit de in de verantwoording gepresenteerde cijfers blijkt zeker niet dat het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu aan deze taakstelling voldoet. Kan de regering uitleggen waarom de kosten van overige personele uitgaven zo hoog zijn in vergelijking tot de begroting 2000? Op welke manier geeft de regering invulling aan de hier bedoelde doelmatigheidstaakstelling (zie tabellen op bladzijden 72, 76, 89, 138 en 147)? In hoeverre is de regering er in geslaagd in 2000 de uitgaven voor de inhuur van externen met 10% te verlagen (taakstelling 15% in 2002)? Bij Regeerakkoord is een taakstelling opgenomen ter beperking van de inhuur van externen. De maatregel met een opbrengst van f 54 mln. in 2002 is naar rato toegedeeld aan de departementen. Eerder is in antwoord op kamervraag 18 bij de Miljoenennota 2001 gemeld dat de begrotingsramingen uit hoofde hiervan taakstellend structureel zijn verlaagd en dat er zich geen besparingsverliezen hebben voorgedaan. Overigens is de beslissing over de inhuur van externen versus het zelf uitvoeren van taken door de overheid een afweging die elke keer opnieuw dient te worden gemaakt via integraal management. Daarbij dient het antwoord te worden gevonden op de vraag hoe de doelen het beste kunnen worden gerealiseerd tegen zo laag mogelijk kosten. De precieze invulling is verder aan de departementen gelaten. VROM kent als krimpend departement (in de periode ca. gehalveerd) ten aanzien van de inhuur externen als beleidslijn het bestaande ambtelijke personeel zo efficiënt mogelijk in te zetten. Voor een aantal activiteiten (gezien hun aard), met name die met een tijdelijk karakter en die welke niet de core-business van het departement betreffen, kan de keuze voor extern personeel (inclusief uitzendkrachten) juist veel rationeler zijn. Dit laatste kan ook het geval zijn indien conjuncturele aspecten (zoals lang openstaande vacatures als gevolg van een krappe arbeidsmarkt) een belangrijke rol spelen in de keuzebepaling om bepaalde producten tijdig tot stand te brengen zonder de werkdruk tot onevenredige hoogte (met kans op «burnout») te laten oplopen. Gezien de aard van de inzet betreft het hier vooral uitgaven in die gevallen waarbij het gaat om incidentele en niet structurele opvang van een capaciteitsprobleem waarbij herprioritering van werkzaamheden of interdepartementale samenwerking onvoldoende oplossing bieden. Voorbeelden in de toelichting op de verantwoording van een dergelijke keuze zijn het op peil houden dienstverlening voor VROM en ondersteuning door externen bij het tot stand komen van een aantal tijdelijke grote projecten (tabel blz. 76 en tabel blz. 139; tijdelijk), de start van het project Enterprise Resource Planning (ERP-module) (tabel blz. 76; niet core-business),) en het inhuren van uitzendkrachten en externen ter opvang van onderbezetting (tabel 148; arbeidsmarkt/ werkdruk). Daarnaast kent VROM uit rationele overwegingen het beleid om het aantal ambtenaren in tijdelijke dienst zoveel mogelijk te beperken. Zo wordt via de inhuur van externen de hoogte van zowel de post ambtelijk personeel als de post post-actieven in belangrijke mate beheerst. Voorbeeld van een keuze uit hoofde van dit beleid in de toelichting op de verantwoording is het substitutieproces waarbij tijdelijke aanstellingen zijn omgezet in flexcontracten bij een uitzendbureau en waarbij vacatures zijn ingevuld met uitzendkrachten zoals vermeld bij tabel blz. 89. VROM heeft naar aanleiding van de doelmatigheidstaakstellingen uit hoofde van het Regeerakkoord een Project ARGUS met deelprojecten Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 2

3 gekend waaronder de inzet van externen. Uit hoofde van dat project is de taakstelling van in totaal f 10,6 mln in een opklimmende reeks structureel verwerkt in de begroting 2000 en verder. Ook is het beleid ten aanzien van inzet externen nader onderzocht en daar waar mogelijk aangescherpt zoals: op de vaststaande reguliere taken van een directie wordt nadrukkelijk prioritering toegepast indien deze de beschikbare capaciteit overstijgen; via een op te richten expertise-databank wordt beter zichtbaar gemaakt welke expertise in huis is, opdat daarmee de kring van voor VROMprioriteiten beschikbare medewerkers kan worden uitgebreid; het standaard betrekken van een «professionele onderhandelaar» bij het afsluiten van grote contracten met externen; het kiezen voor inbesteding daar waar dat mogelijk is; het kiezen voor interdepartementale uitwisseling/samenwerking van capaciteit en kennis daar waar dat mogelijk is; het in samenwerking met andere departementen sluiten van mantelovereenkomsten om de inkoopkracht te vergroten richting de leveranciers van extern personeel. 2 Het DGVH en het DGM laten beide een reductie van het ambtelijk personeelsbestand zien (5% in 2002). In hoeverre voldoen zij hiermee aan de doelmatigheidstaakstelling zoals die op dit gebied in het regeerakkoord is opgenomen? Hoe verklaart de regering de groei van het ambtelijk personeelsbestand bij de CS en de RPD? Op welke manier wordt hier invulling gegeven van de doelmatigheidsdoelstelling? En bij de Rgd? VROM heeft in het kader van de taakstellingen in het Regeerakkoord en het daaruit voortvloeiende project ARGUS besloten tot invulling van de taakstelling op departementaal niveau via keuze per beleidsterrein in plaats van de zogenaamde «kaasschaafmethode». Dit heeft geleid tot realisatie van de taakstellingen bij DGM en DGVH. Ook is hierdoor de integratie van VROM-inspecties in één Inspectoraat-Generaal in gang gezet. De RPD is van de taakstelling uitgezonderd gezien de ontwikkeling van haar takenpakket (zie ook de toelichting bij tabel 138). De RGD heeft de status van agentschap met een baten/lasten regiem. De keuzes omtrent de omvang van het daar beschikbare personeel is vooral afhankelijk van bedrijfseconomische en markt ontwikkelingen. Derhalve is de RGD uitgezonderd van de personele taakstelling. Wel heeft zij een financiële taakstelling gekregen. De toename van de CS heeft naast de genoemde oorzaken in de toelichting ook als abusievelijk niet genoemde oorzaak de instroom van een nieuwe tranche VROM-trainees. 3 De doelmatigheidstaakstelling in het regeerakkoord richt zich onder andere op vermindering van de administratieve lasten. In de financiële verantwoording van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt hier niet expliciet aandacht aan besteed. De regering wordt verzocht om op korte termijn een duidelijk overzicht van deze lasten aan de Tweede Kamer te verstrekken. Aan dit verzoek van de Tweede Kamer is voldaan door de brief van de ministers van Economische Zaken en Justitie d.d. 18 mei 2001, waarmee de departementale actieprogramma s aan de Tweede Kamer zijn aangeboden. In het departementale actieprogramma VROM is het gevraagde overzicht, voorzover inmiddels bekend, opgenomen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 3

4 4 In het Regeerakkoord is afgesproken dat de departementen hun inkoopbeleid verbeteren. Rijksbreed moet dit in 2002 f 246 miljoen hebben opgeleverd. Wat heeft de regering tot nu toe gerealiseerd van deze taakstelling? Bij Regeerakkoord is een efficiencytaakstelling opgelegd aan de departementen door het inkoopbeleid te verbeteren. Deze taakstelling bedroeg 1%, levert in miljoen op en is naar rato taakstellend opgelegd aan de departementale begrotingen. Eerder is de Kamer in antwoord op kamervraag 18 bij de Miljoenennota 2001 reeds gemeld dat de begrotingsramingen uit hoofde hiervan taakstellend structureel zijn verlaagd en dat er zich geen besparingsverliezen hebben voorgedaan. Voorts is door het kabinet in 1999 een Actieplan Professioneel inkopen en aanbesteden opgesteld. Dit actieplan is er onder ander op gericht om tot een stricte naleving te komen van de Europese aanbestedingsprocedure en om meer gezamenlijk in te kopen, bijvoorbeeld door te werken met raamcontracten. De precieze invulling is verder aan de departementen gelaten. Binnen VROM is medio 2000 besloten tot een zekere vorm van centralisering van een aantal inkoopstromen. Per 1 januari 2001 is hiertoe onder andere het VROM Inkoop Centrum opgericht. Voornaamste doelstellingen van het VROM Inkoopcentrum; het bevorderen van een adequate concurrentiestelling bij aanbestedingen in het algemeen (optimale marktwerking), het integraal waarborgen en begeleiden van Europese aanbestedingen (actiepunt PIA-project min. EZ), het terugdringen van administratieve lasten voor het bedrijfsleven in het kader van aanbestedingen (nevendoelstelling het vergroten van participatie MKB, tevens actiepunt PIA-project) en het verder professionaliseren van het inkoopproces binnen VROM in het bijzonder. De taakstelling (exclusief de besparing op de inzet van externen) bedraagt voor ,3 miljoen oplopend tot 2,7 miljoen in In de beleidsverantwoording is geen passage opgenomen over de prestaties in 2000 op het gebied van het terugdringen van de administratieve lasten die voortvloeien uit de wet Milieubeheer. Kan de regering een overzicht verstrekken van de concreet ondernomen acties en de verwachte concrete effecten daarvan? Welke inhoud is in 2000 gegeven aan de motie-klein Molekamp over dit punt? Het gevraagde overzicht staat opgenomen in het Actieprogramma administratieve lasten VROM 2001, dat inmiddels bij brief van de ministers van Economische Zaken en Justitie aan de Tweede Kamer is aangeboden. In dat actieprogramma is tevens aangegeven (paragraaf 1.3) welke activiteiten er zijn en zullen worden ondernomen, gericht op een versterkte toepassing van ICT oplossingen ter reductie van administratieve lasten (motie-klein Molekamp). Doorbraken op dat terrein vergen een gedegen voorbereiding en waar mogelijk samenwerking tussen overheden: in 2000 is verdere uitvoering gegeven aan pilot-projecten. Binnenkort wordt een studie in uitvoering genomen naar de praktische mogelijkheden om zonder wijziging van regelgeving door middel van ICT bij de uitvoering van de milieuregelgeving de communicatie te verbeteren tussen o.a. overheid en bedrijf met als doel het terugdringen van de administratieve lasten. 6 Op welke begrotingspost zijn de subsidies aan natuur- en milieuorganisaties verantwoord? Kunt u een overzicht geven van subsidies die in 2000 door VROM aan dergelijke organisaties zijn verstrekt? Gaat het hier om projectsubsidies en kunt u de subsidiebijdragen per project aangeven? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 4

5 De subsidies op grond van de Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu (SMOM) zijn verantwoord op artikel Milieutechnologie eninfrastructuur. In bijlage 1 treft u overzichten aan van verleende project- en programmasubsidies. 7 In de artikelsgewijze toelichting op milieukwaliteit en emissiebeleid (05.16) worden de verplichtingen telkens nader gespecificeerd, maar de uitgaven niet. Kan dit alsnog gedaan worden? Zoals vermeld in de artikelsgewijze toelichting is dit vanwege de structuur wijziging per 1 september 2000 (reorganisatie) niet mogelijk. De activiteiten behorende bij de genoemde beleidsprestaties maken onderdeel uit van één verzamelprogramma. 8 Is de regering bereid om bij alle begrotingsartikelen waar een verschil is tussen de realisatie en de begroting aan te geven waarom dit het geval is? In de leeswijzer van de Financiële verantwoording van VROM over 2000 (p. 10) is aangegeven dat wanneer de afwijking tussen begroting en realisatie binnen bepaalde grenzen blijft, geen nadere toelichting op dit verschil wordt gegeven. Impliciet wordt daar mee aangegeven dat de beleidsrealisatie in overeenstemming is met hetgeen in de begroting is voorgenomen. Hiermee wordt een toelichting op hoofdlijnen beoogd. Bij alle artikelen waar het verschil tussen begroting en realisatie van uitgaven als politiek of beleidsmatig relevant is beoordeeld, is altijd een toelichting gegeven ongeacht de omvang van dat verschil. Overigens is bij alle artikelen op de begroting een toelichting gegeven op het bereiken van doelstellingen en de geleverde prestaties in In de beleidsparagraaf, onderdeel 1 is onder het kopje «prestaties en effecten» een overzicht opgenomen van maatregelen die moeten bijdragen aan het bereiken van de reductiedoelstelling voor broeikasgassen. Dit lijkt slechts een overzicht van prestaties en niet van effecten? Kunt u een overzicht verstrekken waarin per maatregel het beoogde effect, in termen van concreet te bereiken reducties, is weergegeven? In de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel I, waarin al deze maatregelen zijn aangekondigd, is per maatregel weergegeven welk effect in 2010 is berekend ten opzichte van het Global Competition scenario. In de onderstaande tabel is voor alle maatregelen uit de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel I het berekende effect weergegeven in Mton CO 2 -equivalenten. Maatregel Berekende reductie (Mton CO 2 -eq) CO 2 -reductie verkeer en vervoer EU-afspraak zuinige auto s 0 0,4 stimuleren zuinige auto s via etikettering en fiscale regeling afhankelijk van de invulling van de regeling versterking handhaving huidige snelheidslimieten 0,3 bevordering in-car instrumenten via convenant met autobranche en fiscale regeling 0,5 kilometerheffing afhankelijk van de invulling belastingmaatregelen ter beperking van het personenverkeer 0,1 0,3 verhoging bandenspanning 0,3 reductie-effect van stimuleringsregeling projecten verkeer/vervoer 0,2 0,3 CO 2 -reductie overige sectoren energiebesparing industrie 2,3 energiebesparing glastuinbouw 2,0 energiebesparing bestaande woningen 2 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 5

6 Maatregel Berekende reductie (Mton CO 2 -eq) energiebesparing bestaande utiliteitsbouw 1 bevordering aanschaf energie-efficiënte apparaten 0,3 convenant met kolencentrales 6,0 5% duurzame energie in ,01 versnelling bosaanplant in Nederland 0,1 Reductie overige broeikasgassen reductie HFK, PFK en SF6 bij gebruik 4,0 reductie PFK-emissie aluminiumindustrie 1,2 reductie HFK als procesemissie 2,5 reductie N2O-emissies autokatalysatoren 2 1 In de Uitvoeringsnota is uitgegaan van een overlap van deze maatregel met het convenant met de kolencentrales van maximaal 2 Mton. Nu duidelijk is welke inhoud het convenant krijgt, moet worden vastgesteld dat de overlap in de praktijk iets groter zal zijn. 2 Gebleken is dat de verwachte emissies in 2010 lager zijn dan in de Uitvoeringsnota is vermeld (0,8 i.p.v. 2,0 Mton). De reden is dat de N2O-emissie bij autokatalysatoren reeds omlaag gaat t.g.v. het terugdringen van o.m. NO x -emissie. Een extra beleidsinzet gericht op N2O-emissie bij autokatalysatoren zoals aangekondigd is daarmee overbodig. Ter voorbereiding van de evaluatie van het klimaatbeleid in 2002 zijn het RIVM en het ECN gevraagd een geactualiseerde referentieraming voor 2010 op te stellen, rekening houdend met de feitelijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren en de geactualiseerde verwachtingen over de toekomst. Daaruit zal blijken of Nederland op het goede tijdpad zit om de beoogde binnenlandse emissiereductie te bereiken die nodig is om te komen tot een emissieniveau van gemiddeld 231 Mton CO 2 -eq per jaar over de periode Hoe verhoudt de constatering dat de binnenlandse emissie van broeikasgassen in 1999 vrijwel gelijk was aan het afgesproken plafond rond 2010 zich tot de beoogde procentuele reductie rond 2010 (ten opzichte van 1990)? Op grond van het Kyoto-protocol en de EU-lastenverdeling moet Nederland de emissies in met gemiddeld 6% per jaar reduceren ten opzichte van het referentieniveau 1990/1995. De benodigde inspanning om dit niveau (gemiddeld 206 Mton CO 2 -equivalenten over de genoemde periode) te bereiken, is een reductie van 50 Mton CO 2 -eq in 2010 ten opzichte van het emissieniveau berekend op grond van het Global Competition scenario. Deze inspanning wordt gelijkelijk verdeeld over prestaties in het buitenland respectievelijk het binnenland. Dit betekent dat via de zogenoemde Kyoto-mechanismen 25 Mton CO 2 -eq per jaar aan reducties in het buitenland moet worden gerealiseerd, en dat de binnenlandse emissie niet hoger mag zijn dan gemiddeld 231 Mton per jaar in de genoemde periode. Omdat de binnenlandse emissies in 1990/ Mton CO 2 -eq bedroegen, betekent dit dat in een stijging van de binnenlandse emissie met maximaal 5% t.o.v. 1990/1995 is toegestaan. In 1999 was de stijging ten opzichte van 1990/95 7,3%. 11 In de nota Mensen, Wensen, Wonen staat de beleidsopgave voor de periode beschreven. Hierin komt een vijftal thema s naar voren: Vergroting van de zeggenschap van de burgers over woning en woonomgeving Scheppen van kansen voor mensen in kwetsbare posities Versterken van de relatie wonen en zorg Versterken van de stedelijke kwaliteit Aandacht voor het wonen in het landelijk gebied Kan de staatssecretaris aangeven hoe deze beleidsdoelen tussentijds en in 2010 gemeten zullen worden? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 6

7 De vijf thema s of kernopgaven zijn omvangrijke en breed geformuleerde opgaven die ieder een groot aantal doelstellingen en acties omvatten. Een overzicht van al deze doelen en acties is opgenomen in hoofdstuk 12 van de nota, het actieprogramma. Een aantal van de doelstellingen is in de nota al concreet en meetbaar geformuleerd, sommige andere vergen nog nadere analyse en uitwerking die in de komende jaren zullen plaatsvinden. De concretisering, uitwerking en monitoring van de nota worden opgenomen in de begrotings- en verantwoordingscyclus. Een eerste uitwerking kunt u tegemoet zien in de begroting Jaarlijks wordt in de begroting aangegeven welke keuzes de regering maakt ten aanzien van de uitvoering van de voorstellen van de nota, welke prioriteiten zij stelt en welke streefwaarden voorzover nog niet in de nota zelf opgenomen voor de diverse doelen zullen gelden. In de jaarlijkse verantwoording in mei, te beginnen met de verantwoording over de begroting 2002 (in mei 2003), zal de regering aangeven hoe het staat met de voortgang en tussentijdse resultaten. Daarbij geldt de doelstelling- c.q. artikelstructuur van de nieuwe VROM-begroting, die als gevolg van het project «Van beleidsbegroting naar beleidsverantwoording» is gekozen, als kader. Volgens de «Regeling prestatiegegevens en evaluatieonderzoek rijksoverheid» van het Ministerie van Financiën, gebaseerd op art. 38 lid 2a Comptabiliteitswet, dient het beleid dat moet leiden tot de realisatie van de in de begroting opgenomen doelstellingen eens in de vijf jaar (nader) geëvalueerd te worden aan de hand van evaluatieonderzoek ex post. Op grond van deze regeling zal het beleid uit de nota «Mensen, wensen, wonen», gericht op de vijf genoemde thema s en geoperationaliseerd in de begrotingsdoelstellingen, in 2005 aan een dergelijke tussentijdse evaluatie worden onderworpen, als aanvulling op de jaarlijkse verantwoording. Op grond van dezelfde regeling ligt het voor de hand ook in 2010 een evaluatie van de effecten van de nota «Mensen wensen wonen» te verrichten, die dan tevens als basis kan dienen voor het beleid in het volgende decennium, net zoals in 1999 een evaluatie van de effecten van de Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig heeft plaatsgevonden. 12 Doel van de nota Ruimte maken, ruimte delen is: De ruimtelijke kwaliteit van ons land verbeteren en Duurzame economische ontwikkelingen mogelijk te malen inclusief bevordering van de werkgelegenheid. Kan de minister aangeven hoe in de toekomst gemeten zal worden in hoeverre deze beleidsdoelen gerealiseerd zijn? Het streven naar ruimtelijke kwaliteit is politiek geaccordeerd met het opnemen van de zeven kwaliteitscriteria in PKB nationaal ruimtelijk beleid deel 1 (pag. 8). De eerste stap in het praktische werken met de zeven kwaliteitscriteria is het verankeren ervan in het PKB. Het voornemen is om dat in deel 3 te doen. Vervolgens worden de zeven kwaliteitscriteria «operationeel» gemaakt door ze zoveel mogelijk te vertalen in meetbare (of minstens exact beschrijfbare) grootheden. Die worden vervolgens gebruikt in een beleidsmonitoring- en evaluatieprogramma dat momenteel wordt ontwikkeld. Zodra deel 3 is verschenen gaat dit programma van start (met later waar nodig aanpassing aan amenderende Kamermoties die neerslaan in PKB deel 4). Er komen dan regelmatig monitorings- en evaluatierapportages die de basis vormen voor de beleidsverantwoording aan de Kamer. Ondertussen zijn er op dit front al twee verwante activiteiten gaande: de VBTB-systematiek van de VROM-begroting en de daarbij behorende jaarlijkse verantwoording en de jaarlijkse publicatie van de Balans Ruimtelijke Kwaliteit die dit jaar voor het eerst niet meer aan de Vierde Nota Extra is opgehangen, maar is afgeleid van deel 1 van de Vijfde Nota. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 7

8 Langs deze drie lijnen (specifieke Vijfde Nota-verantwoording, VBTB en Balans Ruimtelijke Kwaliteit) wordt de komende tijd verder gewerkt aan een steeds betere operationalisering van de criteria, een voortdurend beter meetbaar maken van beleidsresultaten en een steeds preziere verantwoording van deze resultaten, in de Kamer zowel als voor het algemene publiek. 13 Wat is de oorzaak van het beperkt aantal gevallen van inbedrijfneming van installaties met hogere energierendementen? De grote investeringen die het bouwen en/of uitbreiden van afvalverbrandingsinstallaties vergen maken het voor inititatiefnemers noodzakelijk duidelijkheid te hebben over het door de overheid in de toekomst te voeren beleid. Dit zowel wat betreft het al dan niet reguleren van verbrandingscapaciteit, de mogelijkheden tot in- en uitvoer van afvalstromen, het onaantrekkelijk maken van het storten van afval en het al dan niet stimuleren van initiatieven door middel van positieve financiële prikkels bijvoorbeeld in de vorm van REB-teruggave. Omdat op dit moment niet op al deze punten duidelijkheid voor de lange termijn bestaat, zijn er tot nu toe nog nauwelijks feitelijke investeringsbeslissingen genomen. Wel is voor verschillende installaties de MER- en vergunningprocedure gestart. Het Landelijk afvalbeheersplan, dat op korte termijn aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden beoogt de noodzakelijke duidelijkheid te geven (zie antwoord 14). 14 Moet de niet voorziene groei van het aanbod van huishoudelijk afval worden geweten aan een tekort schietende uitvoering van het verpakkingenconvenant, en waarom wordt de helft van het extra aanbod nog steeds gestort? Volgens het jaarverslag van de commissie verpakkingen over 1999 liggen de doelstellingen van het convenant verpakkingen binnen bereik. Het hergebruik van verpakkingsafval bedroeg in %. De doelstelling voor 2001 is 65%. De doelstelling voor de maximale hoeveelheid te storten en te verbranden afval (940 kton) werd in 1999 reeds gehaald. De groei van hoeveelheid huishoudelijk afval is dus niet te wijten aan een tekort schietende uitvoering van het convenant verpakkingen. De belangrijkste oorzaak voor de toename van de hoeveelheid huishoudelijk afval is de economische groei die groter is dan waarmee bij het opstellen van het Tweede TienjarenProgramma Afval (TJP-A) rekening was gehouden. Dit, in combinatie met het achterblijven van de gescheiden inzameling, heeft er toe geleid dat de in het tweede TJP-A geplande en ondertussen gerealiseerde verbrandingscapaciteit ontoereikend is. Er is daarom een overschot aan brandbaar afval dat moet worden gestort. Maatregelen om het storten van het overschot aan brandbaar afval te beëindigen worden vastgelegd in het voor-ontwerp van het Landelijk Afvalbeheersplan dat op korte termijn aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. 15 Is er een verklaring voor de toename van het aanbod van huishoudelijk afval? Waarom is de toename deels gestort en niet verbrand? Hoe staat het met de verbrandingscapaciteit? Zie antwoord Hoeveel bedraagt het aantal huizen dat in 2000 duurzaam gebouwd is? Hoe verhoudt dit zich tot het totaal aantal gebouwde huizen? Waarom zijn de doelstellingen voor energiebesparing niet gehaald? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 8

9 Op 1 december jongstleden is de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Dubo 2000-projecten en de stand van zaken met betrekking tot duurzame nieuwbouw. 1 Daarbij is aangekondigd eind dit jaar met een tussentijdse evaluatie en herijking van het Dubo-beleid te komen. De meest recente gegevens die ter beschikking zijn hebben betrekking op het jaar 1999 (en voor sommige aspecten op het jaar 1998). Grosso modo kon in % van de nieuwbouwwoningen als Dubo-woning worden aangemerkt. Een verdere 30% van de nieuwbouw kon als deels Dubowoning worden aangemerkt. 2 Uit de in 1999 gehouden Inventarisatie duurzame nieuwbouw door de Inspectie van de Volkshuisvesting en de in 1998 uitgevoerde analyse van bouwplannen door onderzoeksinstituut RIGO Research en Advies BV, komt voor de algehele nieuwbouw een redelijk positief beeld naar voren, zowel ten aanzien van het aantal toegepaste maatregelen van de zogenoemde Dubo-maatlat als ten aanzien van de kosten die daaraan verbonden zijn. Op basis van genoemde onderzoeken kan worden gesteld dat het op zich is gelukt om het Dubo-gehalte op een hoger peil te brengen. In termen van geldelijke investering is de ambitie ruimschoots gerealiseerd. Zo werd er op basis van de Dubo-maatlat gestreefd naar een te investeren bedrag aan Dubo-maatregelen per nieuwbouwwoning van f 3000 in In 1998 werd voor bijna alle nieuwbouw dit bedrag ruimschoots overschreden en lag het gemiddelde per woning op ruim f Dit indiceert dat op verschillende aspecten een hoog Dubo-niveau wordt gerealiseerd. In termen van toepassing van maatregelen is de afgelopen jaren ook vooruitgang geboekt, maar daarbij moet worden aangetekend dat enkele maatregelen achterblijven bij de oorspronkelijke verwachtingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal maatregelen op het gebied van energiebesparing en duurzame energie. Onder meer door aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) tot 1.0 per is nadere invulling gegeven aan energiemaatregelen. Mede op basis van een evaluatie van de energieprestatie-eisen zal na het zomerreces een brief naar de Kamer worden gestuurd, waarin wordt aangegeven welke maatregelen ten aanzien van energiebesparing in het kader van het CO 2 -reductiebeleid in de gebouwde omgeving zullen worden getroffen. De aandacht zal hierbij met name liggen op de ebstaande woningen- en gebouwenvoorraad. Duurzame nieuwbouw wordt verder gestimuleerd door de groenfinanciering, de impuls die wordt gegeven aan duurzame stedebouw, het toekomstig Convenant Duurzaam Bouwen Particuliere Sector (naast het al bestaande convenant met de sociale sector) en de impuls die richting de consument wordt vormgegeven. 17 Wordt de methode, om het relatieve beslag van agrarische producten op biodiversiteit te bepalen, ook in de praktijk toegepast? Wat zijn de resultaten van deze methode? Momenteel wordt de methode, die op basis van concrete case-studies is ontwikkeld, nog niet in de praktijk toegepast. De methode is wel gebruikt bij de ontwikkeling van biodiversiteitscriteria voor de toepassing van de Groen Beleggen-regeling in het buitenland. Ook heeft het bedrijfsleven interesse getoond in de methode. Op korte termijn zal worden nagegaan of een bredere praktijktoepassing door het bedrijfsleven in samenwerking met de overheid kan worden uitgewerkt. 1 Kamerstukken II 2000/2001, , nr Cijfers over Wonen 2000/2001, VROM/DGVH, december 2000, p Welke mogelijkheden zijn er om van rijkszijde meer druk te zetten op een spoedige start van de uitvoering van het (aangepaste) Utrecht Centrum Plan? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 9

10 Het nieuwe college van B&W heeft afstand genomen van het «Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp» voor het UCP zoals dat door het vorige college was vastgesteld. Dat heeft tot gevolg dat weer opnieuw een proces van planvorming moet worden opgestart. De gemeente is hiervoor primair verantwoordelijk. Inmiddels hebben rijk, gemeente en de NS wel samen gestudeerd op mogelijkheden voor de ontwikkeling van de OV-terminal. De terminal is een essentieel onderdeel in de planontwikkeling met betrekking het stationsgebied Utrecht. Mede op basis van deze studie zullen op korte termijn afspraken worden gemaakt tussen rijk en gemeente over de te hanteren uitgangspunten voor de planontwikkeling. De verwachting is dat hiermee het proces van planvorming en het overleg tussen rijk en gemeente terzake weer snel en constructief hervat zal worden. 19 Heeft het afblazen van het rekeningrijden en de daaraan gekoppelde extra investeringsbudgetten gevolgen voor de financiering en de wijze van realisatie van de Nieuwe Sleutelprojecten te Utrecht, Rotterdam en Amsterdam? De afspraken in de BOR-convenanten ten aanzien van de investeringsprojecten gaan naar verwachting door. Dit geldt dus ook voor BOR-maatregelen die raakvlak hebben met de Nieuwe Sleutelprojecten. 20 Op welke wijze is gewerkt aan het aanbrengen van meer samenhang is het Stimuleringsprogramma Intensief Ruimtegebruik? Is deze samenhang ook bereikt? In het Stimuleringsprogramma Intensief Ruimtegebruik is in 2000 ondermeer gewerkt aan vergroting van de samenhang door meer nadruk te leggen op het terugkoppelen van ervaringen met voorbeeldprojecten naar de beleidspraktijk en het communiceren over deze ervaringen met de doelgroep van StIR. Vergrote samenhang is bereikt doordat veel energie is gestoken in de terugkoppeling vanuit de beleidspraktijk naar ondermeer de Vijfde Nota. Daarnaast is de samenhang vergroot door het gebruiken van de leerervaringen (knelpunten, kennislacunes e.d) uit de voorbeeldprojecten bij de voorbereiding van de grote StIR-manifestatie in november waar gecommuniceerd werd met de doelgroep. Deze ervaringen vormden de rode lijn bij de inrichting van de workshops. In het Nota-overleg over de Nota Grondbeleid van 28 mei jl. is bovendien toegezegd te bezien of de ervaringen vanuit StIR (en IPSV) zijn onder te brengen bij het Kennis en Informatiecentrum voor stedelijke vernieuwing (KEI). 21 Is het de bedoeling dat nog vóór de verkiezingen de aanbevelingen van de commissie-vermeulen, en de reactie van de Kamer daarop, tot het indienen van één of meer wetsvoorstellen bij de Kamer zullen leiden? In het ontwerpadvies van de Commissie Vermeulen wordt een aantal met elkaar samenhangende voorstellen gedaan met betrekking tot het huurprijsbeleid voor de middellange termijn. De voorstellen zijn verstrekkend en behelzen onder meer de vervanging van het huidige woningwaarderingsstelsel door een stelsel van referentiehuren. Indien wordt besloten dat een modernisering van de huurprijsregelgeving langs de lijnen van de Commissie-voorstellen gewenst is, dan is, gezien de verstrekkendheid van de voorstellen, een analyse nodig van de mogelijke woningmarkteffecten van deze voorstellen en de betekenis daarvan voor Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

11 de regelgeving. Naar huidig inzicht zal dit traject niet tot het indienen van wetsvoorstellen kunnen leiden voor de verkiezingen van volgend jaar. In de brief over het huurbeleid die dit jaar aan uw Kamer zal worden verzonden, wordt nader ingaan op het met de uitwerking van het toekomstige huurbeleid gemoeide tijdspad. 22 Niet-gebruik huursubsidie. In 1993 zou 32% van alle rechthebbende huishoudens geen huursubsidie hebben ontvangen. Om deze onderbenutting van huursubsidie tegen te gaan is het «plan van aanpak terugdringen niet-gebruik huursubsidie» uitgevoerd. In 2000 is uit beschikbare onderzoeksgegevens gebleken dat er sprake is van een trendmatige afname van het niet-gebruik. Kan de minister aangeven welk percentage rechthebbende huishoudens in de jaren 1994 t/m 2000 geen gebruik van de subsidie hebben gemaakt? De onderbouwing voor de conclusie dat sinds het tijdvak 1993/1994, toen het percentage niet-gebruik van huursubsidie werd geschat op 32%, een trendmatige afname van het niet-gebruik van huursubsidie valt waar te nemen, is uitgebreid beschreven in de brief die de Tweede Kamer op 25 april 2000 over dit onderwerp is toegestuurd (Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6). Op grond van het onderzoek «Onderbenutting huursubsidie» door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lag het niet-gebruik in 1997 tussen de 15% en de 23%. Het Woningbehoefte Onderzoek van 1998 (WBO 98) komt op een niet-gebruik tussen de 18,6% en 26,8% in het tijdvak Bij onderdeel 13 «wonen en zorg» worden alleen de prestaties en effecten aangegeven van de activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van het aanbod (woonzorgstimuleringsregeling, 6e prestatieveld BBSH). Welke activiteiten zijn in 2000 ondernomen om de vraagzijde te versterken en transparanter te maken? En kan er iets gezegd worden over het resultaat van deze inspanningen? De genoemde activiteiten met betrekking tot de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Wet Voorzieningen Gehandicapten dienen nadrukkelijk in dit kader geplaatst te worden. De adviezen inzake beide wetten dienen te leiden tot een zodanige wijziging dat waar mogelijk met persoonsgebonden budgetten gewerkt wordt zodat de vraagsturing dominant wordt (en niet meer de aanbodsturing). Ook in de woonzorgstimuleringsregeling speelt de vraagsturing overigens een belangrijke rol: projecten die de wensen van toekomstige gebruikers, bewoners of cliënten niet gebruiken in de ontwikkeling van het project komen niet voor subsidie in aanmerking. De resultaten van deze acties zijn pas op langere termijn zichtbaar. 24 Onderdeel 16 «handhaving». Kan de minister aangeven bij welke nieuwe regelingen of fundamentele aanpassingen van regelingen de handhaafbaarheidstoets- en uitvoerbaarheids uitgevoerd is? Heeft de toepassing van deze toets tot aanpassingen in de regelgeving geleid? Op zich moet bij alle wetgevingsprojecten al vanaf het vroegste stadium worden gekeken naar de handhaafbaarheid en daarmee naar de uitvoerbaarheid. Dit is bepaald in aanwijzing 11 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Binnen VROM is deze toetsing op milieugebied nader geconcretiseerd in een begin 2001 gestart project Handhaafbaarheid milieuwetgeving. Het ontwerp-vuurwerkbesluit is als eerste getoetst in dit kader. De handhavers zelf spelen daarin een belangrijke rol. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

12 Wordt een wetgevingsproject doorgezet, dan moet in substantiële gevallen in de toelichting afzonderlijk verantwoording worden afgelegd over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De voorstellen zijn dan in een vroeg stadium op een lijst geplaatst in het kader van het al een aantal jaren lopende project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit. Het Ministerie van Justitie beoordeelt die verantwoording in het kader van de bredere wetgevingstoets die dit departement verricht voordat wetgevingsvoornemens in de ministerraad of het ambtelijke voorportaal van de onderraad aan de orde komen. Dit kan leiden tot wijzigingen in de toelichting om de verantwoording beter te verwoorden of tot wijzigingen in de voorgenomen regelgeving zelf. In dat laatste geval is echter de van het begin af aan noodzakelijke inspanning op zijn minst niet volledig geslaagd. De overleggen, waarin van gedachten wordt gewisseld over concepten die nog niet voldoende uitgekristalliseerd zijn om aan de ministerrraad voor te leggen, zijn tot aan het ambtelijke voorportaal van de onderraad vaak informeel en er is dus geen systematische informatie over beschikbaar. Uiteraard telt alleen de besluitvorming in de ministerraad. 25 Welke twee grote onderzoeken van het MIOT zijn in 2000 uitgevoerd en afgerond? Het MIOT heeft zelfstandig drie grote onderzoeken uitgevoerd. Eén groot strafrechtelijk onderzoek, te weten het zogenoemde FRICRIonderzoek, dat zich richtte tegen de Nederlandse producent van CFK s, Allied Signal te Weert. Het onderzoek is begin 2001 afgerond. Het Openbaar Ministerie neemt hierop nog een vervolgingsbeslissing. Het MIOT heeft in 2000 twee diepgaande bestuurlijke controleacties uitgevoerd, namelijk een actie gericht op PCB s in de afvalolieketen en het onderzoek naar de juistheid van de classificatie van professioneel vuurwerk. Het eerste onderzoek heeft geleid tot een strafrechtelijk onderzoek, dat het MIOT momenteel uitvoert. Over het tweede onderzoek is de Kamer uitvoerig geïnformeerd. Direct na de vuurwerkramp in Enschede is het MIOT met een aanmerkelijk deel van zijn capaciteit betrokken bij het strafrechtelijk onderzoek naar de oorzaak van de ramp. Dit onderzoek duurt tot op heden voort. 26 Wat is momenteel de stand van zaken met betrekking tot de nacontrole op de eerder met gemeenten gemaakte afspraken inzake het verbeteren van de handhaving van de bouwregelgeving? Eind 2000 en begin 2001 heeft nacontrole plaatsgevonden bij de gemeenten waarmee afspraken zijn gemaakt inzake het verbeteren van de handhaving van de regelgeving. Deze afspraken waren gemaakt naar aanleiding van inspectieonderzoeken in De resultaten van deze nacontroles worden momenteel geanalyseerd en samengevat. De Tweede Kamer zal uiterlijk bij de begrotingsbehandeling voor 2002 over de resultaten geïnformeerd worden. 27 Zijn de doelstellingen en afspraken uit het werkprogramma, dat tot stand is gekomen overeenkomstig de afspraken met het Openbaar Ministerie, gerealiseerd? Zoals in de beantwoording van vraag 25 aangegeven heeft het MIOT zijn doelstelling om (tenminste) twee grote onderzoeken uit te voeren waargemaakt. Het MIOT is daarnaast mede opgericht om in actie te komen bij de aanpak van calamiteiten. Dit is in 2000 drie maal gebeurd, namelijk door inzet in het strafrechtelijk onderzoek naar de brand bij ATF te Drachten, Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

13 inzet in het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp te Enschede en het vuurwerkclassificatie-onderzoek, dat naar aanleiding van het Enschedeonderzoek is gestart. Daarnaast is het MIOT betrokken in enkele andere onderzoeken van kleinere omvang, waarbij intensief wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Tenslotte is een intensieve samenwerking met de eveneens in 2000 opgerichte Landelijke Milieugroep van het Korps Landelijke Politiediensten tot stand gebracht. Een en ander vindt plaats onder aansturing van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie. Daarmee zijn de doelstellingen en afspraken gerealiseerd. 28 Kan een nadere toelichting worden gegeven op de aard van de geconstateerde ernstige overtredingen van de CFK-regelgeving, en was hierbij sprake van het bewust overtreden van regels of lag het meer aan onbekendheid met de regelgeving? Procesverbaal in verband met een ernstige overtreding is gegeven vanwege: grote lekverliezen uit koelinstallaties; geen of onvoldoende preventieve controles op mogelijke lekkage van koude middel; geen logboek met onderhoudsgegevens van de koelinstallaties. Er is geen sprake van onbekendheid van de CFK-regelgeving. In sommige gevallen was er sprake van bewuste overtreding (om kosten van onderhoud uit te sparen) en in andere gevallen betrof het onzorgvuldigheid. 29 Klopt het dat er momenteel onvoldoende projecten zijn om het door banken met Groen Beleggen binnengehaalde geld daadwerkelijk «weg te kunnen zetten», en zo ja, hoe kan hierin verbetering worden gebracht? Door een aanzienlijke inleg van gelden bij de Groenfondsen in de laatste maanden van het vorige jaar overstegen deze gelden de directe behoefte aan financieringsmiddelen voor groene projecten. Inmiddels hebben deze gelden hun weg naar nieuwe groene projecten goeddeels gevonden zodat van een tekort aan projecten niet meer gesproken kan worden. Verschillende Groenfondsen bieden inmiddels de mogelijkheid nieuwe gelden in te leggen. 30 Welke fundamentele verschillen van inzicht bij de betrokken partijen, over de uitwerking van het stelsel Geluidbeleid, hebben tot vertraging geleid? Zijn deze verschillen van inzicht naar tevredenheid van de betrokken partijen opgelost? De uitwerking van een wetsvoorstel MIG is conform de uitgangspunten van de nota MIG en de wensen van de Tweede Kamer ter hand genomen. Tijdens de uitwerking van het wetsvoorstel bleken een aantal betrokken partijen op onderdelen verschillende keuzen voor te staan. Het ging hierbij met name om verschillen van inzicht ten aanzien van de afbakening van de bevoegdheden van de verschillende overheden voor wat betreft het geluidbeleid voor de infrastructuur. Daarnaast leidde onder andere de invulling van de moties met betrekking tot een beroepsmogelijkheid op het gemeentelijk geluidbeleid en de invoering van een landelijke grenswaarde tot discussies. Met de betrokken partijen is gezocht naar mogelijkheden om binnen het kader van de uitgangspunten van de nota MIG en de wensen van de Tweede Kamer een vernieuwing van het instrumentarium voor het geluid- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

14 beleid vorm te geven, waarin de verschillende visies worden verenigd. Dit proces wordt binnenkort afgerond. Naar verwachting komt het kabinet voor de zomer van 2001 tot besluitvorming, waarna toezending aan de Raad van State volgt. Aanbieding aan de Tweede Kamer zou dan, afhankelijk van de snelheid van advisering door de Raad van State, aan het begin van 2002 kunnen plaatsvinden. De toelichting bij het wetsvoorstel zal nader aandacht schenken aan de verschillende discussieonderwerpen die bij de totstandkoming van het voorstel een rol hebben gespeeld en de wijze waarop deze gevolgen hebben gehad voor de vormgeving van het stelsel. 31 Hoeveel gevallen zijn in totaal in 2000 aan het College Sluitend Stelsel voorgelegd en hoe vaak heeft dit tot een revolving fund geleid? Het College Sluitend Stelsel (CSS) heeft in het jaar 2000 één verzoek ontvangen. Het door de betrokken corporatie ingediende plan was nog niet zodanig ver ontwikkeld, dat tot een concrete investeringsbeslissing kon worden overgegaan. Het CSS heeft om die reden geen advies inzake revolving fund (bijv. fusie met een andere corporatie of het verstrekken van projectsubsidie door het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting) kunnen afgeven. Betrokken corporatie is overigens zelf op zoek naar samenwerking dan wel fusie met een andere corporatie om tot realisatie van het beoogde project te kunnen overgaan. 32 Valt er al iets meer te zeggen over de te verwachten effecten van de voorgenomen afschaffing van de vrijstelling van vennootschaps- en overdrachtsbelasting op de huurstijging en het investeringsgedrag van woningcorporaties? Dit is nu nog niet mogelijk. Voor de zomer wordt een onderzoek afgerond naar de effecten van de afschaffing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Over de opzet van een onderzoek naar de effecten van de afschaffing van vrijstelling van vennootschapsbelasting voor toegelaten instellingen vindt nog overleg plaats met de betrokken Ministeries van Financiën en van Economische Zaken. 33 Wat is de stand van zaken met betrekking tot de afronding van het Nationaal Akkoord Wonen? De consultatieronde onder een aantal organisaties, waaronder de Woonbond, de vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN) en het InterProvinciaal Overleg is inmiddels afgerond. Alle opmerkingen en wensen van deze partijen vormen momenteel onderwerp van overleg tussen de drie kernpartijen, te weten de rijksoverheid, Aedes en de VNG. Het streven is erop gericht om voor het zomerreces met alle betrokken partijen overeenstemming te bereiken over de uiteindelijke tekst, waarna het akkoord nog voor of snel na het zomerreces ondertekend kan worden. 34 Welke concrete resultaten zijn geboekt bij het versterken van het proces van externe integratie? In het Milieuprogramma staat beschreven (paragraaf 4.5, blz. 27 t/m 29, en bijlage 2, 5 en 6) welke voortgang er met externe integratie geboekt is in het jaar Concrete positieve ervaringen zijn bijvoorbeeld de inzet van het ministerie van EZ op het terrein van technologische Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

15 vernieuwing en het mest- en ammoniakbeleid van het ministerie van LNV. Vaak is het echter niet goed mogelijk concreet aan te geven wat de resultaten zijn omdat de complexiteit van het meten en toerekenen van milieukosten en milieu-effecten aan de verschillende departementen niet eenvoudig is en niet altijd zal kunnen. In het Milieuprogramma staan een aantal kansen genoemd om het proces te versterken, die nu, in 2001, uitgewerkt worden. Dit is onder anderen de implementatie van de Europese Richtlijn «de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma s». Deze richtlijn wordt in nauwe samenwerking met andere departementen en andere overheden geïmplementeerd. Daarnaast is de Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling een belangrijke kans voor de externe integratie. 35 Welke prioriteiten heeft Nederland gekozen in het kader van het voorzitterschap van het Milieubeleidscomité van de UN/ECE? De eerste prioriteit voor het Nederlandse voorzitterschap van het Milieubeleidscomité van de UN/ECE is het voorbereiden van een succesvolle Pan-Europese ministersconferentie in Kiev (mei 2003). Dit houdt in het aannemen van dan wel richting geven aan juridisch bindende instrumenten op het terrein van emissieregistratie, strategische milieueffectrapportage, aansprakelijkheid voor watergerelateerde ongevallen en de milieu- en gezondheidseffecten van transport. Een bijzonder Nederlands initiatief is de totstandkoming van richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging en handhaving van al aanvaarde verdragen en protocollen in UN/ECE-verband. Een tweede prioriteit voor het Nederlandse voorzitterschap is het concentreren van het UN/ECE-werk op de regio van de voormalige Sovjet-republieken, mede om een nieuwe tweedeling in Europa tussen EU-landen en de Oost-Europese landen anderzijds te voorkomen. 36 Wat is de oorzaak van de vertraging bij de uitvoering van projecten uit het IRMA-programma? Voor zover Nederlandse IRMA-projecten vertraging oplopen, heeft dat de volgende oorzaken: problemen met (planologische) procedures en lopende rechtszaken. Waardoor de benodigde vergunningen niet verkregen worden of planschade niet afgekocht wordt; moeite om de benodigde grond af te kopen; nog onvoldoende ingespeeld zijn op de administratieve verplichtingen van de EU; enkele maanden was uitvoering niet mogelijk door restricties in het kader van de mond- en klauwzeer (MKZ) epidemie. 37 Waarom heeft de aangekondigde oplossing van de saneringskosten geluidhinder voor de zeer complexe industrieterreinen niet plaatsgevonden? Een claim voor een rijksbijdrage aan de kosten van het treffen van geluidsaneringsmaatregelen bij de zeer complexe industrieterreinen is door de provincies naar voren gebracht. De onderbouwing van de claim, ca 40 miljoen gulden ten behoeve van de (gedeeltelijke) financiering van bedrijfsverplaatsingen in het Rijnmondgebied, wordt nader bestudeerd. Vooral is de vraag aan de orde in welke mate de bedrijfsverplaatsingen gevolg zijn van de saneringsoperatie industrielawaai. In samenwerking met de betrokken provincie en gemeente vindt momenteel het onderzoek plaats. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

16 38 Hoe denkt u in te kunnen schatten op welke sectoren en actoren maatregelen ter reductie van de CO 2 -uitstoot voornamelijk gericht moeten zijn, wanneer niet duidelijk is in hoeverre deze sectoren en actoren reeds op schema liggen en wanneer niet duidelijk is tot welke CO 2 -reducties de maatregelen (kunnen) leiden? Hoe is de kosteneffectiviteit van maatregelen dan gewaarborgd? Het feit dat de gevraagde informatie over gerealiseerde emissiereducties niet per individuele beleidsmaatregel kan worden geleverd, betekent niet dat er geen inzicht is in de ontwikkelingen bij de verschillende sectoren. Dat inzicht is er wel maar betreft de ontwikkeling van de emissie en de voortgang van het beleid. Soms kan worden achterhaald in welke mate een sector reageert op het beleid. Geen van de sectoren is echter verplicht om een bepaald reductiepercentage te halen. In de systematiek van de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid gaat het om het totaal. Het emissieniveau van gemiddeld 231 Mton CO 2 -eq per jaar moet in de periode worden bereikt. Indien bij één van de twee ijkmomenten mocht blijken dat er aanvullende maatregelen nodig zijn, dan is het geen automatisme dat er wordt gekozen voor maatregelen in een sector die qua emissies uit de pas loopt. In een dergelijke situatie komen de reservemaatregelen in beeld en eventueel andere mogelijkheden, ongeacht in welke sectoren. Juist op deze manier wordt gewaarborgd dat er steeds voor de meest kosteneffectieve maatregelen kan worden gekozen. 39 Waarom kan er geen verband worden gelegd tussen gerealiseerde CO 2 -reducties per sector en bepaalde actieprogramma s? Zou het mogelijk zijn voor het RIVM om emissie-cijfers eerder te publiceren? Op de eerste deelvraag: om een reductie te kunnen inschatten moet een fictieve basis worden gedefinieerd ten opzichte waarvan de reductie kan worden ingeschat. Deze fictieve basis kan achteraf niet geverifieerd worden omdat in gegevens over gerealiseerde veranderingen in emissieniveaus het additionele effect van beleid niet altijd kan worden onderscheiden van andere effecten ten gevolgen van autonome ontwikkelingen (bijvoorbeeld hogere energieprijzen of autonome technologische verbetering). Wel kan door het vergelijken van gegevens over de beleidsvoortgang en het verloop van de emissies per sector een associatie gelegd worden tussen de feitelijke emissie-ontwikkeling en het gevoerde beleid. Hiertoe wordt jaarlijks een rapportage opgesteld, waarvan de eerste in oktober 2000 naar de Tweede Kamer is verzonden (Kamerstukken II , , nr. 1). Vanaf het jaar 2002 wordt deze informatie opgenomen in de begrotingsstukken. Op de tweede deelvraag: het RIVM kan niet eerder dan in september de emissiecijfers over het voorgaande jaar publiceren. De vaststelling van de emissiecijfers gebeurt in overleg met een aantal andere instituten. Zo zijn voor de berekening van de CO 2 -emissies de CBS-energiestatistieken nodig en die zijn pas in juni beschikbaar. Vervolgens is er tijd nodig om de kwaliteit van de cijfers te waarborgen en een analyse te maken van de trends in de emissies. 40 Is het waar dat het antwoord onder alinea c) slechts geldt voor het totaal te realiseren reducties? Is het waar dat inzicht in de nog te realiseren reducties per sector en actor pas kan bestaan als bekend is wat de huidige stand van zaken bij die sector of bij die actor is? Omdat het antwoord onder a) impliceert dat niet kan worden aangegeven welk deel van de in 2010 te realiseren CO 2 -reductie in 2001 is bewerkstel- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

17 ligd, heeft dit antwoord per definitie ook geen consequenties voor in de jaren 2003 tot 2010 te bereiken reducties. Het beleid richt zich op een te bereiken emissieniveau in de periode en kent daarmee geen doelen per tussenliggend jaar, zoals in Inzicht in de stand van zaken per sector wordt steeds gegeven in termen van beleidsvoortgang en beriekte emissieniveaus. Met betrekking tot de beleidsinitiatieven wordt er van tevoren een reductie-effect berekend. In strikte zin is er echter geen sprake van «inzicht in de nog te realiseren reducties per sector» omdat er geen doelstellingen per sector of per actor zijn vastgelegd. 41 Waarom kunnen de gegevens over de gedecentraliseerde uitvoering van geluidbeleid niet opgevraagd worden bij de gemeenten en provincies? De gegevens kunnen wel worden gevraagd aan de provincies en gemeenten. Het is echter onwaarschijnlijk dat alle provincies en gemeenten adequaat reageren, want in de Wet geluidhinder zijn geen rapportageverplichtingen vastgelegd. 42 Kan de regering ook inzicht geven in de geografische spreiding van geluidhinder in Nederland? Op het kaartje van bijlage 2 1, afkomstig van het RIVM, is een beeld gegeven dat het gevraagde inzicht kan verschaffen. De kaart laat zien hoe de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeer, spoorwegverkeer, vliegverkeer (zowel burger, militair als recreatief) en industrie zijn verdeeld. Hierbij wordt nog aangetekend dat, om een beeld van de spreiding van de hinder te krijgen, in deze belastingen nog de woningdichtheid verdisconteerd moet worden. Het globale beeld zal hierdoor echter weinig veranderen. Naast deze bronnen van geluidhinder is ook burenlawaai een bron van betekenis. Daarvan is echter geen geografisch beeld bekend. Uit een vergelijking van percentages erg gehinderden door burenlawaai per provincie komen echter geen grote verschillen naar voren. Zie daarvoor het tweede kaartje. 43 Hoe kan de regering beoordelen of de doelstellingen voor geluidhinder voor woningen realistisch als er geen inzicht bestaat in het aantal geluidsbelaste woningen op dit moment? De doelstellingen zijn niet gerelateerd aan het aantal geluidbelaste woningen. De oude doelstellingen (NMP1) hadden betrekking op het voorkomen van hinder en ernstige hinder, hetgeen wordt vastgesteld door middel van enquêtes. In het NMP3 zijn deze doelstellingen te ambitieus genoemd en zijn nieuwe doelstellingen aangekondigd. In het (concept) NMP4 zijn nieuwe doelstellingen opgenomen. De nieuwe doelstellingen hebben betrekking op het voldoen in 2010 van de grenswaarde, de forse verbetering van de akoestische kwaliteit in het stedelijk gebied en het niet verslechteren van de akoestische kwaliteit in de EHS. Voor de lange termijn (2030) is het streven om in alle gebieden de gewenste akoestische kwaliteit te hebben bereikt. Ook deze doelstellingen hebben geen betrekkingen op het aantal geluidbelaste woningen. 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. 44 Worden met de alternatieve aanwending van de middelen (40 miljoen gulden) voor schonere vrachtwagens of bussen dezelfde milieudoelen gerealiseerd? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

18 In overleg met het ministerie van Financiën is besloten de invoering van Euro-IV motoren voor vrachtauto s en bussen via fiscale maatregelen te stimuleren. Om de hierdoor lagere fiscale opbrengsten te compenseren is de reeks van f 40 mln per jaar afgeboekt van de VROM-begroting. De middelen worden derhalve door VROM niet alternatief aangewend. 45 Op welke manier denkt de regering ook een ontkoppeling te bereiken voor huishoudelijk afval? Ontkoppeling van economische groei en de groei van het afvalaanbod van huishoudens vraagt een aanpak die zowel aangrijpt op producten als op het consumptiepatroon van burgers. Deels gaat het hierbij om een intensivering van bestaand (preventie) beleid ten aanzien van producten zoals bijvoorbeeld verpakkingen. Deels gaat het ook om nieuw beleid waarvoor de mogelijkheden thans worden onderzocht en dat zal worden opgenomen in de uitvoeringsstrategie duurzaam consumeren die in 2002 zal worden vastgesteld. 46 Wat zijn de geschatte effecten van de middelen (15 miljoen gulden) voor afvalpreventie en afvalscheiding op de totale hoeveelheid afval, de te verbranden hoeveelheid afval en de te storten hoeveelheid afval? De bijdrage regeling is één van de instrumenten, naast bijvoorbeeld een verdere verhoging van de stortbelasting, die worden ingezet om het afvalaanbod te beperken en het hergebruik te bevorderen. Per saldo moet deze mix van instrumenten er toe leiden dat door preventie en extra nuttige toepassing het overschot aan brandbaar afval (op dit moment circa 3 miljoen ton per jaar) in een periode van vijf jaar tot nul wordt gereduceerd zodat geen brandbaar afval meer gestort hoeft te worden. Ook moet een ontkoppeling worden gerealiseerd tussen de economische groei en de groei van het afvalaanbod van huishoudens en bedrijven 47 Kan een toelichting worden gegeven op de uitvoeringsprogramma s gericht op het verminderen van huishoudelijk en bedrijfsafval? De bijdrageregeling ten behoeve van afvalscheiding en preventie bij bedrijven en huishoudens is primair gericht op gemeenten. Voor wat betreft huishoudelijk afval kan een financiële bijdrage worden verleend voor projecten op het gebied van onder meer monitoring en benchmarking en voor voorlichtingsprogramma s en preventieakties. Voor afval van bedrijven ligt de nadruk op het ondersteunen van gemeenten bij beter benutten van de mogelijkheden die de Wet milieubeheer biedt om preventie en afvalscheiding bij bedrijven te bevorderen. Dit onder meer door kennisopbouw bij vergunningverleners en handhavers en door het uitvoeren voorbeeldprojecten. Overigens omvat de bijdrageregeling voor bedrijfsafval niet alleen afval maar ook energiebesparing. 48 Klopt het dat de voorlichting over huuraangelegenheden inmiddels niet meer door de regionale huurcommissies wordt gedaan, maar vanuit een centraal informatiepunt, en zo ja, welk serviceniveau, qua «wachttijd» bij telefoontjes van huurders, wordt daarbij concreet nagestreefd? Ja, dat klopt. De telefonische voorlichting wordt vanaf mei door middel van een landelijk, gratis, telefoonnummer verzorgd. Er wordt gestreefd naar een afdoening van de vraag binnen drie minuten. Dit streven zal, net Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

19 als de overige reorganisatiedoeleinden, naar verwachting per 1 januari 2002 gerealiseerd worden. 49 In 2000 is binnen het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu veel capaciteit ingezet voor de realisatie van de invoering van de euro. Kan de regering aangegeven waar deze inzet tot op heden toe heeft geleid? Kan de regering inmiddels waarborgen dat de invoering op 1 januari 2002 probleemloos zal verlopen? Zijn er misschien nog risico s die dit in de weg kunnen staan? Zo ja, welke? De in 2000 ingezette capaciteit heeft geleid tot het grotendeels afronden van de realisatiefase van de invoering van de euro. Dit betekent dat eind 2000 het merendeel van de systemen is aangepast voor de invoering euro en dat de wet- en regelgeving is aangepast voor de euro. Daarnaast is op de overige domeinen bedrijfsvoering, voorlichting en derdenorganisaties een goede voortgang gemaakt met aanpassen aan de euro. De eerdere opgelopen achterstand op het interdepartementale tijdschema is eind 2000 vrijwel ingelopen. In de voortgangsrapportages van de minister van Financiën over de stand van zaken van de invoering euro bij de overheid (TK , , nr. 49 en nr. 51) wordt gedetailleerd ingegaan op de voortgang per departement. De regering verwacht dat de invoering van de euro bij VROM op, en rondom, 1 januari 2002 probleemloos zal verlopen. Er zijn geen risico s geïdentificeerd die de invoering in de weg kunnen staan. 50 Kan de regering aangeven welk effect uitvoering van de emancipatietoets heeft gehad op de nota «Ruimte maken, ruimte delen» en de nota «Mensen wensen wonen»? Op welke onderdelen zijn de nota s aangepast na uitvoering van de toets? Op advies van de Tijdelijke expertisecommissie emancipatie in het nieuwe adviesstelsel (Tecena) bestond de emancipatietoets op de nota «Mensen wensen wonen» niet uit een formele emancipatie-effectrapportage, maar uit expliciete aandacht voor emancipatie-aspecten in de adviezen over de ontwerp-nota van de VROM-raad en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, en uit een specifiek emancipatie-advies van dr. M.C. van Schendelen van Universiteit van Amsterdam. Overigens was ook vóór de ontwerp-nota al een advies over de emancipatie-aspecten van het wonen opgesteld door dr. Y. Grift van de Universiteit Utrecht en ir. H. van Eys van bureau Van Eys. Uit de verschillende adviezen komt een vrij eenduidig beeld naar voren. Het merendeel van de zorg, met name voor kinderen, wordt nog steeds door vrouwen verricht. Om voldoende keuzemogelijkheden te hebben om zorg, arbeid en vrije tijd te combineren zijn de inrichting van de woning, de directe woonomgeving en de wijk buitengewoon belangrijk. De nabijheid en bereikbaarheid van zorgvoorzieningen bepalen in grote mate de ruimte om zelf keuzen te kunnen maken in de tijdsindeling en de activiteiten. In de definitieve nota «Mensen wensen wonen» is hieraan meer aandacht geschonken, met name in hoofdstuk 7 over wonen en zorg (naast de al bestaande passage over emancipatie in paragraaf 1.4). Het zorgbegrip is hierin ten opzichte van de ontwerp-nota verbreed en omvat, naast de zorg voor ouderen en gehandicapten, ook onder meer kinderopvang. Verder is in dit hoofdstuk de verantwoordelijkheid van de gemeente nader benoemd; zij dient bij de opstelling van bestemmingsplannen aandacht te besteden aan de nabijheid en bereikbaarheid van genoemde voorzieningen. De grotere betrokkenheid van vrouwen bij de besluitvorming die in de adviezen wordt bepleit, maakt deel uit van de voorstellen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

20 die in de nota «Mensen wensen wonen» worden gedaan over de versterking van de positie van burgers in het algemeen en van hun organisaties bij de beleids- en planontwikkeling. 51 In het rapport van de Algemene Rekenkamer bij de financiële verantwoording van 1999 wordt gesteld dat het ministerie in 2000 nog een flinke stap te maken heeft om aan het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst te voldoen. In de verantwoording over 2000 wordt alleen ingegaan op de stappen die binnen de CS en het DGVH gezet zijn om aan dit Voorschrift te voldoen. Kan de regering inzicht geven in de acties die binnen de andere onderdelen van het ministerie op dit gebied zijn ondernomen? De Rijksgebouwendienst heeft in 2000 belangrijke stappen gedaan om aan het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst te voldoen. Allereerst is er binnen de Rgd een standaard niveau van informatiebeveiliging afgesproken. Deze afspraak is neergelegd in de «Baseline Informatiebeveiliging Rijksgebouwendienst» en omvat een standaard set maatregelen binnen de gehele Rgd. De «Baseline Informatiebeveiliging Rijksgebouwendienst» is vastgesteld door de dienstleiding van de Rgd. Ten behoeve van de invoering van het standaard niveau van beveiliging is een instrument ontwikkeld waarmee bepaald kon worden welke maatregelen nog genomen moesten worden om de basisbeveiliging te realiseren. In dit instrument, «Checklist Baseline Informatiebeveiliging Rgd» is elke richtlijn uit de baseline vertaald naar een vraag waarop een ja/nee antwoord gegeven kon worden. Voor de richtlijnen waarop met nee is beantwoord moesten de nodige maatregelen worden genomen. Elke directie en of bureau heeft deze checklist ontvangen en dienen voor de ontbrekende maatregelen een implementatieplan op te stellen. Van de meeste directies en of bureaus is een implementatieplan beschikbaar. Als tweede kan genoemd worden dat in de loop van 2000 de Rgd een calamiteitenplan (bij een ernstige verstoring van de normale gang van zaken binnen één of meer bedrijfsprocessen) en de incidentenregistratie (bij inbreuken op de beveiliging) heeft opgesteld. Als derde kan genoemd worden dat in 2000 fase 1 van IRIS (Integraal Rijksgebouwendienst Informatie Systeem) in productie is genomen. Deze fase is met name gericht op de financiële kant van de rijkshuisvesting. Voor deze fase is een afhankelijkheids- en kwetsbaarheidsanalyse uitgevoerd. Op basis van deze analyses is een groot aantal maatregelen geïmplementeerd. Het implementatieplan Informatiebeveiliging voor de Rijksplanologische Dienst zal nog dit jaar daadwerkelijk worden geïmplementeerd. In 2000 heeft een aantal DGM-onderdelen de laatste maatregelen geimplementeerd die beschreven waren in hun informatiebeveiligingsplan uit In 2000 is DGM gereorganiseerd. Door het samengaan en/of uiteenrafelen van directies is in 2000 in het bijzonder aandacht besteed aan de overdracht/uitwisseling tussen directies die eigenaar zijn geworden van de betreffende informatiesystemen en registraties. Tevens zijn in de reorganisatie de formele taken rond informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens uniformer en explicieter belegd en ingebed in de DGM-organisatie. In 2000 is nader onderzoek gedaan naar het beveiligingsnivau van de landsadvocaat en zijn er afspraken gemaakt om het beveiligingsniveau bij de landsadvocaat en bij DGM op een gelijk en aanvaardbaar niveau te krijgen. Als spinoff van het millenniumtraject is een handleiding gemaakt om van een millenniumnoodplan naar een calamiteitenplan te komen en zijn enkele calamiteitenplannen gemaakt. Het DGM-overleg informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens is in 2000 geimplementeerd. VROM-breed heeft DGM aan de control invulling gegeven door deelname aan de audit-teams Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 573 Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording Nr. 51 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 17 oktober 2000 De vaste commissie voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 567 Wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot therapiebaden) Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 7 juli 1999 De vaste

Nadere informatie

vra2003vrom-8 Lijst van vragen totaal

vra2003vrom-8 Lijst van vragen totaal vra2003vrom-8 Lijst van vragen totaal 1 Kan de regering ten aanzien van de beleidsterreinen stedelijke vernieuwing, particulier opdrachtgeverschap, uitwerking stedelijke netwerken Vijfde Nota, vergroten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 25 405 Milieu en Economie Nr. 27 1 Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 002 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2015) Nr. 78 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 18 november

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 125 Defensie Industrie Strategie Nr. 53 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 13 januari 2015 De vaste commissie voor Defensie heeft een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 982 Beleidsdoorlichting Sociale Zaken en Werkgelegenheid Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht Onderzoeksplan Rekenkamer Utrecht 16 februari 2009 1 Inleiding Vanuit de raadsfracties van het CDA en de VVD kwam in 2008 de suggestie aan de Rekenkamer om

Nadere informatie

01-07-2002 ME/MW 02022387 RL/FvK/2002/131 1. Advies departementale actieprogramma s vermindering administratieve lasten 2002

01-07-2002 ME/MW 02022387 RL/FvK/2002/131 1. Advies departementale actieprogramma s vermindering administratieve lasten 2002 Aan de Minister van Economische Zaken Mevrouw A. Jorritsma-Lebbink Postbus 20101 2500 EC Den Haag Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 01-07-2002 ME/MW 02022387 RL/FvK/2002/131 1 Onderwerp Advies departementale

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en Blok houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 595 Wijziging van artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten als gevolg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 25 309 Voorstel van wet van de leden Duivesteijn, Biesheuvel, Hofstra en Van t Riet houdende nieuwe regels over het toekennen van bijdragen aan

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 210 VII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2015 (wijziging

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Nadere informatie

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr. M.C. van der Laan

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 375 Besluit van 4 september 2009, houdende aanpassing van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met de indexering

Nadere informatie

Verklaren als volgt te zijn overeengekomen:

Verklaren als volgt te zijn overeengekomen: Convenant Rijk Vastgoed Belang (Bestuurdersakkoord) De ondergetekenden: 1. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mevrouw Sybilla M. Dekker, handelend als bestuursorgaan,

Nadere informatie

Inwonerszaken 1511 BE Oostzaan

Inwonerszaken 1511 BE Oostzaan Aan Adres het CDA Oostzaan t.a.v. de heer E. de Jong Kerkbuurt 44 Gemeentehuis Bezoekadres Kerkbuurt 4, 1511 BD Oostzaan Postadres Postbus 15, 1510 AA Oostzaan Telefoon 075-684 7777 Fax 075-684 7778 E-mail

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 200 IX Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2014 Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 11 juni 2015

Nadere informatie

Ja, zonder beperkingen Innovatieve en excellente stad. DT d.d. OR d.d. B&W d.d. OR d.d. Raad Raadsdocumenten 17-04-2012

Ja, zonder beperkingen Innovatieve en excellente stad. DT d.d. OR d.d. B&W d.d. OR d.d. Raad Raadsdocumenten 17-04-2012 zaak_id bericht_nummer Collegevoorstel ECONOMIE, CULTUUR EN ARBEID Reg.nr. B&W d.d. 17-04-2012 Openbaar Programma Ja, zonder beperkingen Innovatieve en excellente stad DT d.d. OR d.d. B&W d.d. OR d.d.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 484 Toepassing huishoudwater Nr. 2 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 15 juni 1999 De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke

Nadere informatie

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen.

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen. Onderhandelingsakkoord tussen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het dagelijks bestuur van het Korpsbeheerdersberaad i.o. inzake het pakket aan maatregelen en afspraken in het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007

Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007 Datum Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007 2 van 11 1. Probleemstelling Ingevolge artikel 8.22 van de Wet luchtvaart schrijft de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat (hierna:

Nadere informatie

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! Deze notitie belicht puntsgewijs de grote rol van WKK bij energiebesparing/emissiereductie. Achtereenvolgens worden de volgende punten besproken en onderbouwd:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 883 Wijziging van de Wet milieubeheer (verbetering kostenvereveningssysteem in titel 15.13) Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE

Nadere informatie

Beleidsregel Besluit locatiegebonden subsidies 2005 voor de stedelijke regio Emmen

Beleidsregel Besluit locatiegebonden subsidies 2005 voor de stedelijke regio Emmen Beleidsregel Besluit locatiegebonden subsidies 2005 voor de stedelijke regio Emmen (geconsolideerde versie, geldend vanaf 13-12-2007 tot 21-6-2011) Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 924 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie 2008 Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Nadere informatie

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur,

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur, L0117 Stichting Portaal t.a.v. het bestuur Postbus 375 3900 AJ VEENENDAAL Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009 Geacht bestuur, Ieder

Nadere informatie

vrom030224 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 april 2003

vrom030224 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 april 2003 vrom030224 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 april 2003 Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen d.d. 12 maart jl. gesteld door de commissie voor Volkshuisvesting,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 664 Besluit van 12 december 2005, houdende regels met betrekking tot de instelling van een nationaal inventarisatiesysteem voor broeikasgassen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2866 Vragen van het lid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 300 IXB Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006 Nr. 28 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN

Nadere informatie

2016D07727 LIJST VAN VRAGEN

2016D07727 LIJST VAN VRAGEN 2016D07727 LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over

Nadere informatie

b Onvermijdelijk Er moeten keuzes worden gemaakt ten aanzien van de investeringsportefeuille.

b Onvermijdelijk Er moeten keuzes worden gemaakt ten aanzien van de investeringsportefeuille. gemeente Eindhoven Raadsnummer Inboeknummer 12BST02184 Beslisdatum B&W Dossiernummer RaadsvoorstelMeerjaren Investeringsprogramma 2013 na MKBA Inleiding De gemeente Eindhoven wil blijvend investeren in

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 021 Wijziging van de Wet geluidhinder, de Wet luchtvaart en de Spoorwegnet in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2002/49/EG van

Nadere informatie

B&W besluit Publicatie

B&W besluit Publicatie B&W besluit Publicatie Onderwerp Stelselwijziging leningen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Bestuurlijk behandelvoorstel (2013/367273) CS/CC Collegebesluit 1. Kennis te nemen van het eindrapport

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage AV/A&M/2001/60552

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage AV/A&M/2001/60552 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 000 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel aan gemeenteraad

Initiatiefvoorstel aan gemeenteraad Initiatiefvoorstel aan gemeenteraad n.v.t. W.F. Mulckhuijse (SP), R. Pet (GroenLinks), K.G. van Rijn (PvdA), K. Jongejan (VVD) In te vullen door Raadsgriffie Portefeuillehouder nvt nvt RV-nummer: RV-68/2008

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 240 VIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2011 Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 14 juni

Nadere informatie

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 *ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-26406/DV.14-396, afdeling Ruimte. Sellingen, 11 december 2014 Onderwerp: Vaststellen Nota OOR (Onderhoud van de Openbare

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 404 Wijziging van enkele belastingwetten (Wet herziening fiscale behandeling woon-werkverkeer) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 2012 De

Nadere informatie

VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND

VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND datum indiening: 19 mei 2014 datum/agendapunt B&Wvergadering: 270514/304 afdeling: Bouwtoeziciit Onderwerp: Jaarprogramma Wet algemene bepalingen

Nadere informatie

Subsidiëring Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland ten behoeve van de Drentse Participatie Maatschappij

Subsidiëring Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland ten behoeve van de Drentse Participatie Maatschappij 2004-98 Subsidiëring Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland ten behoeve van de Drentse Participatie Maatschappij Voorgestelde behandeling: - Statencommissie Bestuur, Financiën

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 371 Kredietcrisis 32 123 Nota over de toestand van s Rijks Financiën Nr. 305 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Projectplan Duurzaam Inkopen

Projectplan Duurzaam Inkopen Projectplan Duurzaam Inkopen Gemeente Franekeradeel, afdeling Bouwen en Milieu Minke Lotens - Eichhorn Augustus 2010 status: Definitief Inhoudsopgave Inleiding 3 Doelstellingen projectplan 4 Overige resultaten

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 55 BRIEF VAN DE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2020 Vragen van de leden

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

Richtlijn begrotingswijzigingen

Richtlijn begrotingswijzigingen Richtlijn begrotingswijzigingen Richtlijn begrotingswijzigingen... 1 Inleiding... 1 Wanneer vindt een aanpassing van de programmabegroting plaats... 1 Procesgang begrotingswijziging... 1 Procesbeschrijving

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 30941 2500 GX Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Betreft Beantwoording

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 32 043 Toekomst pensioenstelsel Nr. 231 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG DGBK Burgerschap en Informatiebeleid www.rijksoverheid.nl Uw kenmerk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening) Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage 11 november 2003 Nr. 2003-19.448, EZ Nummer 38/2003 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake aandelenoverdracht en baanverlenging van Groningen Airport Eelde N.V.

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 100 IXB Jaarverslag en slotwet ministerie van Financiën 2004 Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 239 Stimulering duurzame energieproductie Nr. 62 BRIEF VAN HET PRESIDIUM Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 29 628 Politie Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg)

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg) Pagina 1 van 5 GEMEENTE NUTH Raad: 23 september 2008 Agendapunt: Reg.nr: BJZ/2008/6803 RTG: 9 september 2008 Inleiding AAN DE RAAD Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg

Nadere informatie

Sector- en keteninitiatieven 2015-2016 CO 2 -prestatie

Sector- en keteninitiatieven 2015-2016 CO 2 -prestatie Sector- en keteninitiatieven 2015-2016 CO 2 -prestatie Mouwrik Waardenburg b.v. Steenweg 63 4181 AK WAARDENBURG tel. 0031 418 654 620 fax 0031 418 654 629 www.mouwrik.nl Opgesteld d.d.: Januari 2016 Revisie:

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2003 2004 29 036 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 met het oog op de vereenvoudiging, modernisering en harmonisering van de ter zake van de

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 34 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2015 W VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

Onderwerp Subsidieverlening Het Inter-lokaal inzake dienstverlening in het kader van Werk & Inkomen en de Papierwinkel

Onderwerp Subsidieverlening Het Inter-lokaal inzake dienstverlening in het kader van Werk & Inkomen en de Papierwinkel Openbaar Onderwerp Subsidieverlening Het Inter-lokaal inzake dienstverlening in het kader van Werk & Inkomen en de Papierwinkel Programma / Programmanummer Werk & Inkomen / 1061 BW-nummer Portefeuillehouder

Nadere informatie

VNG Raadsledencampagne

VNG Raadsledencampagne Duurzaam Drimmelen VNG Raadsledencampagne Klimaat niet zonder de Raad Invloed raadsleden Borging beleid Collegiaal bestuur Collegeakkoord 2010-2014 Duurzame ontwikkeling: Een ontwikkeling die kan voorzien

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011) G VERSLAG VAN

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering van : 15 maart 2011 Agendanummer : 10 Portefeuillehouder : Afdeling : Rekenkamer Castricum/Langedijk Opsteller : Voorstel aan de raad Onderwerp : Onderzoek handhaving

Nadere informatie

Sector- en keteninitiatieven 2014-2016 CO 2 -prestatie

Sector- en keteninitiatieven 2014-2016 CO 2 -prestatie Sector- en keteninitiatieven 2014-2016 CO 2 -prestatie Cable Partners B.V. Venneveld 34 4705 RR ROOSENDAAL tel. 0031 165 523 000 fax 0031 165 520 033 www.cablepartners.nl Opgesteld d.d.: Mei 2015 Revisie:

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 605 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012 D MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 29 november 2013 Onder verwijzing

Nadere informatie

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 2015, nr. , tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing) Handelend

Nadere informatie

raadsvoorstel Aan de raad,

raadsvoorstel Aan de raad, raadsvoorstel Agendapunt 2015, nr IX-5 Te behandelen door mevrouw drs. I.G. Saris onderwerp Blad 1/5 Aan de raad, Inleiding Sinds 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke

Nadere informatie

Provinciale Staten van Noord-Holland

Provinciale Staten van Noord-Holland Provinciale Staten van Noord-Holland ` Voordracht Haarlem, Onderwerp: Kaderstelling Europabeleid door Provinciale Staten Inleiding Op 11 juni 2007 jl. is door de commissie FEPO de werkgroep Europa ingesteld.

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras 15 Mei 2012 Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1.2 Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 7 november 2003 Aan de leden en de plv. leden van de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit OVERZICHT van stemmingen

Nadere informatie

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg Startnotitie Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg 1 Aanleiding voor het onderzoek In de jaarrekening en het jaarverslag leggen Gedeputeerde Staten jaarlijks verantwoording

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 27 834 Criminaliteitsbeheersing Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 419 Toerisme en recreatie Nr. 5 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 2 oktober 2000 De vaste commissie voor Economische Zaken 1 en de

Nadere informatie

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0 Criteria Naam en nummer Soort Instellingsdatum Besluitvorming Nut en noodzaak Functie Doel Ambtelijk beheerder Voeding Toelichting B0442003 Reserve Cofinancieringsfonds Kennis en innovatie Bestemmingsreserve

Nadere informatie

Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000

Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000 Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000 1 Algemeen Op grond van de Kaderverordening Subsidieverstrekking van de gemeente Alkmaar kunnen subsidies worden verstrekt.

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, gemeente Amsterdam De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan en de Wethouder voor Cultuur van de gemeente Amsterdam, drs. J.H. Belliot

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 240 Evaluatienota Klimaatbeleid Nr. 36 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)

Nadere informatie

Swung-2. Voortgang en ontwikkelingen. Toon Giele Ton Bos

Swung-2. Voortgang en ontwikkelingen. Toon Giele Ton Bos Swung-2 Voortgang en ontwikkelingen Toon Giele Ton Bos Stand van zaken Voortgang Swung-1 voor rijksinfra in Wet milieubeheer sinds 1 juli 2012 Regeling decentrale wegen en industrie in Swung-2 Uitvoering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 22 112 Ontwerp-Richtlijnen Europese Commissie Nr. 48 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland

Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland OVER OOSTZAAN Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland WORMERLAND. GESCAND OP 13 SEP. 2013 Gemeente Oostzaan Datum : Aan: Raadsleden gemeente Oostzaan Uw BSN : - Uw brief van :

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 31 936 Luchtvaartnota D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 27 augustus 2014 Ordening 1 hebben kennis genomen van het voorgehangen

Nadere informatie