Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo)

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo)"

Transcriptie

1 Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo) Voor meer informatie zie: Kerndoelen onderbouw Vakportaal Mens & maatschappij Vakportaal Natuur & techniek kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen. 41: De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen. 29: De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in sleutelbegrippen uit het gebied van de levende en niet-levende natuur, en leert deze sleutelbegrippen te verbinden met situaties in het dagelijks leven. 30: De leerling leert dat mensen, dieren en planten in wisselwerking staan met elkaar en hun omgeving (milieu), en dat technologische en natuurwetenschappelijke toepassingen de duurzame kwaliteit daarvan zowel positief als negatief kunnen 31: De leerling leert o.a. door praktisch werk kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in processen uit de levende en niet-levende natuur en hun relatie met omgeving en milieu. 32: De leerling leert te werken met theorieën en modellen door onderzoek te doen naar natuurkundige en scheikundige verschijnselen als elektriciteit, geluid, licht, beweging, energie en materie. 35: De leerling leert over zorg en leert zorgen voor zichzelf, anderen en zijn omgeving, en hoe hij de veiligheid van zichzelf en anderen in verschillende leefsituaties (wonen, leren, werken, uitgaan, verkeer) positief kan beïnvloeden BI/H Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met genexpressie en differentiatie ten gebied van energie en gezondheid benoemen op welke wijze de ontwikkeling van len verloopt. S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met levenscyclus ten minste in de ontwikkeling van n verloopt en verklaren op welke wijze verstoringen van de ontwikkeling ontstaan, kunnen worden voorkomen en worden S ubdomein C3: Zelforganisatie van 27. De kandidaat kan met gebied van duurzaamheid en wereldbeeld benoemen op welke wijze zich kunnen ontwikkelen en beargumenteren met welke maatregelen de mens de zelforganisatie van beïnvloedt. BI/H Domein D: Interactie S ubdomein D1: Moleculaire interactie 28. De kandidaat kan met genregulatie en interactie met(a)biotische factoren ten welke wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt. Subdomein D2: Gedrag en interactie 29. De kandidaat kan met gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het gebied van communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van n en populaties ontstaat en benoemen wat de functie daarvan is. S ubdomein D3: S eksualiteit 30. De kandidaat kan met gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het communicatie beargumenteren op welke wijze vraagstukken met betrekking tot seksualiteit van de mens kunnen worden benaderd. S ubdomein D4: Interactie in 31. De kandidaat kan met BI/V Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNA-replicatie 33. De kandidaat kan met behulp van het concept DNA-replicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 34. De kandidaat kan met behulp van het concept cyclus ten minste in contexten op het gebied van energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt en beargumenteren op welke wijze daarbij optredende verstoringen kunnen worden voorkomen of S ubdomein E3: Reproductie van het 35. De kandidaat kan met behulp van de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap ten gebied van energie, gezondheid en wijze eigenschappen worden overgedragen en benoemen op welke wijze de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. Domein D: Interactie S ubdomein D1: Moleculaire interactie 28. De kandidaat kan met behulp van de concepten genregulatie en interactie met gezondheid en wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt. S ubdomein D2: Cellulaire interactie 29. De kandidaat kan met behulp van de concepten communicatie en interactie met gezondheid de wijze waarop lulaire interactie verloopt benoemen. S ubdomein D3: Gedrag en interactie 30. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van n en populaties ontstaat, benoemen wat de functie van het gedrag is en benoemen op welke wijze het zich ontwikkelt. S ubdomein D4: S eksualiteit 31. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met gezondheid en communicatie beargumenteren op welke wijze vraagstukken met betrekking tot seksualiteit van de mens kunnen worden benaderd. S ubdomein D5: Interactie in 32. De kandidaat kan met behulp van de concepten voedselrelatie en interactie met duurzaamheid en voedselproductie benoemen welke relaties tussen populaties en bestaan en beargumenteren op welke wijze vraagstukken die daar betrekking op hebben, kunnen worden benaderd.

2 voedselrelatie en interactie met (a)biotische factoren ten minste in duurzaamheid en voedselproductie benoemen welke relaties tussen populaties in bestaan en beargumenteren op welke wijze vraagstukken die daar betrekking op hebben, kunnen worden benaderd. BI/H Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNAreplicatie 32. De kandidaat kan met DNAreplicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 33. De kandidaat kan met cyclus ten minste in energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt. S ubdomein E3: Voortplanting van het 34. De kandidaat kan met voortplanting ten minste in de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. S ubdomein E4: Erfelijke eigenschap 35. De kandidaat kan met erfelijke eigenschap ten minste in veiligheid en voedselproductie eigenschappen worden overgedragen bij eukaryoten en prokaryoten. BI/H Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNAreplicatie 32. De kandidaat kan met DNAreplicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 33. De kandidaat kan met cyclus ten minste in energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt. S ubdomein E3: Voortplanting van het 34. De kandidaat kan met voortplanting ten minste in de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. S ubdomein E4: Erfelijke eigenschap 35. De kandidaat kan met erfelijke eigenschap ten minste in veiligheid en voedselproductie eigenschappen worden overgedragen bij eukaryoten en BI/V Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNA-replicatie 33. De kandidaat kan met behulp van het concept DNA-replicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 34. De kandidaat kan met behulp van het concept cyclus ten minste in contexten op het gebied van energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt en beargumenteren op welke wijze daarbij optredende verstoringen kunnen worden voorkomen of S ubdomein E3: Reproductie van het 35. De kandidaat kan met behulp van de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap ten gebied van energie, gezondheid en wijze eigenschappen worden overgedragen en benoemen op welke wijze de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. BI/V Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNA-replicatie 33. De kandidaat kan met behulp van het concept DNA-replicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 34. De kandidaat kan met behulp van het concept cyclus ten minste in contexten op het gebied van energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt en beargumenteren op welke wijze daarbij optredende verstoringen kunnen worden voorkomen of S ubdomein E3: Reproductie van het 35. De kandidaat kan met behulp van de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap ten gebied van energie, gezondheid en wijze eigenschappen worden overgedragen en benoemen op welke wijze de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. BI/V Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNA-replicatie 33. De kandidaat kan met behulp van het concept DNA-replicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 34. De kandidaat kan met behulp van het concept cyclus ten minste in contexten op het gebied van energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt en beargumenteren op welke wijze daarbij optredende verstoringen kunnen worden voorkomen of S ubdomein E3: Reproductie van het 35. De kandidaat kan met behulp van de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap ten gebied van energie, gezondheid en wijze eigenschappen worden overgedragen en benoemen op welke wijze de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met behulp van de concepten genexpressie en differentiatie ten minste in contexten op het welke wijze de ontwikkeling van len

3 prokaryoten. BI/H Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNAreplicatie 32. De kandidaat kan met DNAreplicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 33. De kandidaat kan met cyclus ten minste in energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt. S ubdomein E3: Voortplanting van het 34. De kandidaat kan met voortplanting ten minste in de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. S ubdomein E4: Erfelijke eigenschap 35. De kandidaat kan met erfelijke eigenschap ten minste in veiligheid en voedselproductie eigenschappen worden overgedragen bij eukaryoten en prokaryoten. wijze stoornissen in de ontwikkeling kunnen ontstaan en worden S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met behulp van het concept levenscyclus ten minste in gezondheid en welke wijze de ontwikkeling van n verloopt, verklaren op welke wijze verstoringen van de ontwikkeling ontstaan en beargumenteren op welke wijze deze kunnen worden voorkomen of worden S ubdomein C3: Zelforganisatie van 27. De kandidaat kan met behulp van de concepten minste in duurzaamheid en wereldbeeld zich kunnen ontwikkelen en mens de zelforganisatie van en het systeem Aarde beïnvloedt. BI/H Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNAreplicatie 32. De kandidaat kan met DNAreplicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 33. De kandidaat kan met cyclus ten minste in energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt. S ubdomein E3: Voortplanting van het 34. De kandidaat kan met voortplanting ten minste in de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. S ubdomein E4: Erfelijke eigenschap 35. De kandidaat kan met erfelijke eigenschap ten minste in veiligheid en voedselproductie eigenschappen worden overgedragen bij eukaryoten en prokaryoten. BI/H Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNAreplicatie 32. De kandidaat kan met DNAreplicatie ten minste in

4 veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 33. De kandidaat kan met cyclus ten minste in energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt. S ubdomein E3: Voortplanting van het 34. De kandidaat kan met voortplanting ten minste in de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. S ubdomein E4: Erfelijke eigenschap 35. De kandidaat kan met erfelijke eigenschap ten minste in veiligheid en voedselproductie eigenschappen worden overgedragen bij eukaryoten en prokaryoten. 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen. 41: De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen. 29: De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in sleutelbegrippen uit het gebied van de levende en niet-levende natuur, en leert deze sleutelbegrippen te verbinden met situaties in het dagelijks leven. 32: De leerling leert te werken met theorieën en modellen door onderzoek te doen naar natuurkundige en scheikundige verschijnselen als elektriciteit, geluid, licht, beweging, energie en materie. 34: De leerling leert hoofdzaken te begrijpen van bouw en functie van het menselijk lichaam, verbanden te leggen met het bevorderen van lichamelijke en psychische gezondheid, en daarin een eigen verantwoordelijkheid te nemen BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. BI/V Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNA-replicatie 33. De kandidaat kan met behulp van het concept DNA-replicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 34. De kandidaat kan met behulp van het concept cyclus ten minste in contexten op het gebied van energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt en beargumenteren op welke wijze daarbij optredende verstoringen kunnen worden voorkomen of S ubdomein E3: Reproductie van het 35. De kandidaat kan met behulp van de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap ten gebied van energie, gezondheid en wijze eigenschappen worden overgedragen en benoemen op welke wijze de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met behulp van de concepten genexpressie en differentiatie ten minste in contexten op het welke wijze de ontwikkeling van len wijze stoornissen in de ontwikkeling kunnen ontstaan en worden S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met behulp van het concept levenscyclus ten minste in gezondheid en welke wijze de ontwikkeling van n verloopt, verklaren op welke wijze verstoringen van de ontwikkeling ontstaan en beargumenteren op welke wijze deze kunnen worden voorkomen of worden S ubdomein C3: Zelforganisatie van 27. De kandidaat kan met behulp van de concepten minste in duurzaamheid en wereldbeeld

5 S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met zich kunnen ontwikkelen en mens de zelforganisatie van en het systeem Aarde beïnvloedt. BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt.

6 beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein F: Evolutie S ubdomein F1: S electie 36. De kandidaat kan met DNA, mutatie, recombinatie en variatie ten voedselproductie verklaren op welke wijze variatie in populaties tot stand komt. S ubdomein F2: S oortvorming 37. De kandidaat kan met populatie, variatie, selectie en soortvorming ten minste in gezondheid en wereldbeeld nieuwe soorten kunnen ontstaan. S ubdomein F3: Biodiversiteit 38. De kandidaat kan met biodiversiteit ten minste in duurzaamheid benoemen op welke wijze de diversiteit van populaties en binnen het systeem Aarde varieert. BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/V Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNA-replicatie 33. De kandidaat kan met behulp van het concept DNA-replicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. S ubdomein E2: Levenscyclus van de 34. De kandidaat kan met behulp van het concept cyclus ten minste in contexten op het gebied van energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt en beargumenteren op welke wijze daarbij optredende verstoringen kunnen worden voorkomen of S ubdomein E3: Reproductie van het 35. De kandidaat kan met behulp van de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap ten gebied van energie, gezondheid en

7 stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie wijze eigenschappen worden overgedragen en benoemen op welke wijze de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de

8 van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein F: Evolutie S ubdomein F1: S electie 36. De kandidaat kan met DNA, mutatie, recombinatie en variatie ten voedselproductie verklaren op welke wijze variatie in populaties tot stand komt. S ubdomein F2: S oortvorming 37. De kandidaat kan met populatie, variatie, selectie en soortvorming ten minste in gezondheid en wereldbeeld nieuwe soorten kunnen ontstaan. S ubdomein F3: Biodiversiteit 38. De kandidaat kan met biodiversiteit ten minste in duurzaamheid benoemen op welke wijze de diversiteit van populaties en binnen het systeem Aarde varieert. BI/H Domein E: Reproductie S ubdomein E1: DNAreplicatie 32. De kandidaat kan met DNAreplicatie ten minste in veiligheid en gezondheid erfelijk materiaal wordt gereproduceerd. 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/V Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met behulp van de concepten genexpressie en differentiatie ten minste in contexten op het welke wijze de ontwikkeling van len verloopt en beargumenteren op welke wijze stoornissen in de ontwikkeling kunnen ontstaan en worden S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met behulp van het concept levenscyclus ten minste in gezondheid en welke wijze de ontwikkeling van n verloopt, verstoringen van de ontwikkeling ontstaan en beargumenteren op welke wijze deze kunnen worden voorkomen of worden S ubdomein C3: Zelforganisatie van

9 S ubdomein E2: Levenscyclus van de 33. De kandidaat kan met cyclus ten minste in energie, gezondheid en welke wijze reproductie van len verloopt. S ubdomein E3: Voortplanting van het 34. De kandidaat kan met voortplanting ten minste in de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt. S ubdomein E4: Erfelijke eigenschap 35. De kandidaat kan met erfelijke eigenschap ten minste in veiligheid en voedselproductie eigenschappen worden overgedragen bij eukaryoten en prokaryoten. BI/H Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met genexpressie en differentiatie ten gebied van energie en gezondheid benoemen op welke wijze de ontwikkeling van len verloopt. S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met levenscyclus ten minste in de ontwikkeling van n verloopt en verklaren op welke wijze verstoringen van de ontwikkeling ontstaan, kunnen worden voorkomen en worden S ubdomein C3: Zelforganisatie van 27. De kandidaat kan met gebied van duurzaamheid en wereldbeeld benoemen op welke wijze zich kunnen ontwikkelen en beargumenteren met welke maatregelen de mens de zelforganisatie van beïnvloedt. BI/H Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met genexpressie en differentiatie ten gebied van energie en gezondheid benoemen op welke wijze de ontwikkeling van len verloopt. S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met levenscyclus ten minste in de ontwikkeling van n verloopt en verklaren op welke wijze verstoringen van de ontwikkeling ontstaan, kunnen worden voorkomen en worden 27. De kandidaat kan met behulp van de concepten minste in duurzaamheid en wereldbeeld benoemen op welke wijze zich kunnen ontwikkelen en beargumenteren met welke maatregelen de mens de zelforganisatie van en het systeem Aarde beïnvloedt. BI/V Domein F: Evolutie S ubdomein F1: S electie 36. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA, mutatie, genetische variatie, recombinatie en populatie ten minste in verklaren op welke wijze variatie in populaties tot stand komt. S ubdomein F2: S oortvorming 37. De kandidaat kan met behulp van de concepten populatie, variatie, selectie en soortvorming ten minste in contexten op het wereldbeeld nieuwe soorten kunnen ontstaan. S ubdomein F3: Biodiversiteit 38. De kandidaat kan met behulp van het concept biodiversiteit ten minste in duurzaamheid en wereldbeeld veranderingen in diversiteit van populaties en binnen het systeem Aarde verklaren en beargumenteren op welke wijze deze veranderingen beïnvloed worden. S ubdomein F4: Ontstaan van het leven 39. De kandidaat kan met behulp van het concept ontstaan van het leven ten minste in wereldbeeld benoemen met behulp van welke theorie het voorkomen van leven op Aarde wordt verklaard. BI/V Domein F: Evolutie S ubdomein F1: S electie 36. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA, mutatie, genetische variatie, recombinatie en populatie ten minste in verklaren op welke wijze variatie in populaties tot stand komt. S ubdomein F2: S oortvorming 37. De kandidaat kan met behulp van de concepten populatie, variatie, selectie en soortvorming ten minste in contexten op het wereldbeeld nieuwe soorten kunnen ontstaan. S ubdomein F3: Biodiversiteit 38. De kandidaat kan met behulp van het concept biodiversiteit ten minste in duurzaamheid en wereldbeeld veranderingen in diversiteit van populaties en binnen het systeem Aarde verklaren en beargumenteren op welke wijze deze veranderingen beïnvloed worden. S ubdomein F4: Ontstaan van het leven 39. De kandidaat kan met behulp van het concept ontstaan van het leven ten minste in wereldbeeld benoemen met behulp van welke theorie het voorkomen van leven op Aarde wordt verklaard. BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten

10 S ubdomein C3: Zelforganisatie van 27. De kandidaat kan met gebied van duurzaamheid en wereldbeeld benoemen op welke wijze zich kunnen ontwikkelen en beargumenteren met welke maatregelen de mens de zelforganisatie van beïnvloedt. en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen. 41: De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen. 29: De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in sleutelbegrippen uit het gebied van de levende en niet-levende natuur, en leert deze sleutelbegrippen te verbinden met situaties in het dagelijks leven. 30: De leerling leert dat mensen, dieren en planten in wisselwerking staan met elkaar en hun omgeving (milieu), en dat technologische en natuurwetenschappelijke toepassingen de duurzame kwaliteit daarvan zowel positief als negatief kunnen 31: De leerling leert o.a. door praktisch werk kennis te BI/H Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met genexpressie en differentiatie ten gebied van energie en gezondheid benoemen op welke wijze de ontwikkeling van len verloopt. S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met levenscyclus ten minste in de ontwikkeling van n verloopt en verklaren op welke wijze verstoringen van de ontwikkeling ontstaan, kunnen worden voorkomen en worden S ubdomein C3: Zelforganisatie van Domein C: Zelforganisatie S ubdomein C1: Zelforganisatie van len 25. De kandidaat kan met behulp van de concepten genexpressie en differentiatie ten minste in contexten op het welke wijze de ontwikkeling van len wijze stoornissen in de ontwikkeling kunnen ontstaan en worden S ubdomein C2: Zelforganisatie van het 26. De kandidaat kan met behulp van het concept levenscyclus ten minste in gezondheid en welke wijze de ontwikkeling van n verloopt, verklaren op welke wijze verstoringen van de ontwikkeling ontstaan en beargumenteren op welke wijze deze kunnen worden voorkomen of worden S ubdomein C3: Zelforganisatie van 27. De kandidaat kan met behulp van de concepten minste in

11 verwerven over en inzicht te verkrijgen in processen uit de levende en niet-levende natuur en hun relatie met omgeving en milieu. 33: De leerling leert door onderzoek kennis te verwerven over voor hem relevante technische producten en systemen, leert deze kennis naar waarde te schatten en op planmatige wijze een technisch product te ontwerpen en te maken. 34: De leerling leert hoofdzaken te begrijpen van bouw en functie van het menselijk lichaam, verbanden te leggen met het bevorderen van lichamelijke en psychische gezondheid, en daarin een eigen verantwoordelijkheid te nemen 27. De kandidaat kan met gebied van duurzaamheid en wereldbeeld benoemen op welke wijze zich kunnen ontwikkelen en beargumenteren met welke maatregelen de mens de zelforganisatie van beïnvloedt. BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid duurzaamheid en wereldbeeld zich kunnen ontwikkelen en mens de zelforganisatie van en het systeem Aarde beïnvloedt. Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n verloopt en beargumenteren op welke wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/V Domein F: Evolutie S ubdomein F1: S electie

12 zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein F: Evolutie S ubdomein F1: S electie 36. De kandidaat kan met DNA, mutatie, recombinatie en variatie ten voedselproductie verklaren op welke wijze variatie in populaties tot stand komt. S ubdomein F2: S oortvorming 37. De kandidaat kan met populatie, variatie, selectie en soortvorming ten minste in gezondheid en wereldbeeld nieuwe soorten kunnen ontstaan. S ubdomein F3: Biodiversiteit 38. De kandidaat kan met biodiversiteit ten minste in duurzaamheid benoemen op welke wijze de diversiteit van populaties en binnen het systeem Aarde varieert. BI/H Domein A: Vaardigheden Algemene vaardigheden (profieloverstijgend niveau) S ubdomein A1: Informatievaardigheden gebruiken 1. De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken. S ubdomein A2: Communiceren 2. De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over onderwerpen uit het desbetreffende vakgebied. S ubdomein A3: Reflecteren op leren 3. De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces. Subdomein A4: Studie en beroep 4. De kandidaat kan aangeven op welke wijze natuurwetenschappelijke kennis in studie en beroep wordt gebruikt en kan mede op basis daarvan zijn belangstelling voor studies en beroepen onder woorden brengen. Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau) S ubdomein A5: Onderzoeken 5. De kandidaat kan in contexten instructies voor onderzoek op basis van vraagstellingen uitvoeren en conclusies trekken uit de onderzoeksresultaten. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A6: Ontwerpen 6. De kandidaat kan in contexten op basis van een gesteld probleem een technisch ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen, theorie en vaardigheden en valide en consistente 36. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA, mutatie, genetische variatie, recombinatie en populatie ten minste in verklaren op welke wijze variatie in populaties tot stand komt. S ubdomein F2: S oortvorming 37. De kandidaat kan met behulp van de concepten populatie, variatie, selectie en soortvorming ten minste in contexten op het wereldbeeld nieuwe soorten kunnen ontstaan. S ubdomein F3: Biodiversiteit 38. De kandidaat kan met behulp van het concept biodiversiteit ten minste in duurzaamheid en wereldbeeld veranderingen in diversiteit van populaties en binnen het systeem Aarde verklaren en beargumenteren op welke wijze deze veranderingen beïnvloed worden. S ubdomein F4: Ontstaan van het leven 39. De kandidaat kan met behulp van het concept ontstaan van het leven ten minste in wereldbeeld benoemen met behulp van welke theorie het voorkomen van leven op Aarde wordt verklaard. BI/V Domein A: Vaardigheden Algemene vaardigheden (profieloverstijgend niveau) S ubdomein A1: Informatievaardigheden gebruiken 1. De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken. S ubdomein A2: Communiceren 2. De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over onderwerpen uit het desbetreffende vakgebied. S ubdomein A3: Reflecteren op leren 3. De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces. S ubdomein A4: S tudie en beroep 4. De kandidaat kan aangeven op welke wijze natuurwetenschappelijke kennis in studie en beroep wordt gebruikt en kan mede op basis daarvan zijn belangstelling voor studies en beroepen onder woorden brengen. Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau) S ubdomein A5: Onderzoeken 5. De kandidaat kan in contexten vraagstellingen analyseren, gebruikmakend van relevante begrippen en theorie, vertalen in een vakspecifiek onderzoek, dat onderzoek uitvoeren, en uit de onderzoeksresultaten conclusies trekken. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A6: Ontwerpen 6. De kandidaat kan in contexten op basis van een gesteld probleem een technisch ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen, theorie en vaardigheden en valide en consistente redeneringen hanteren. S ubdomein A7: Modelvorming 7. De kandidaat kan in contexten een relevant probleem analyseren, inperken tot een hanteerbaar probleem, vertalen naar een model, modeluitkomsten genereren en interpreteren, en het model toetsen en beoordelen. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A8: Natuurwetenschappelijk instrumentarium 8. De kandidaat kan in contexten een voor de natuurwetenschappen relevant instrumentarium hanteren, waar nodig met aandacht voor risico s en veiligheid; daarbij gaat het om instrumenten voor dataverzameling en -bewerking, vaktaal, vakconventies, symbolen, formuletaal en

13 redeneringen hanteren. S ubdomein A7: Modelvorming 7. De kandidaat kan in contexten een probleem analyseren, een adequaat model selecteren, en modeluitkomsten genereren en interpreteren. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A8: Natuurwetenschappelijk instrumentarium 8. De kandidaat kan in contexten een voor de natuurwetenschappen relevant instrumentarium hanteren, waar nodig met aandacht voor risico s en veiligheid; daarbij gaat het om instrumenten voor dataverzameling en -bewerking, vaktaal, vakconventies, symbolen, formuletaal en rekenkundige bewerkingen. S ubdomein A9: Waarderen en oordelen 9. De kandidaat kan in contexten een beargumenteerd oordeel geven over een situatie in de natuur of een technische toepassing, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten, normatieve maatschappelijke overwegingen en persoonlijke opvattingen. Biologie - specifieke vaardigheden S ubdomein A10: Beleven 10. De kandidaat kan in contexten gevoelens en betekenissen expliciteren die worden opgeroepen door het omgaan met de natuur of in de natuur voorkomende objecten en daarbij aandacht schenken aan de gevoelens en betekenissen van anderen. S ubdomein A11: Vormfunctie-denken 11. De kandidaat kan in contexten redeneringen hanteren waarbij van biologische objecten op verschillende organisatieniveaus vanuit een gegeven vorm naar een bijbehorende functie wordt gezocht en andersom. S ubdomein A12: Ecologisch denken 12. De kandidaat kan in duurzaamheid redeneringen hanteren waarbij uitgewerkt wordt wat de gevolgen van interne of externe veranderingen in een levensgemeenschap of ecosysteem zijn. S ubdomein A13: Evolutionair denken 13. De kandidaat kan in contexten redeneringen hanteren waarmee biologische verschijnselen op verschillende organisatieniveaus verklaard worden met behulp van theorie over evolutiemechanismen. S ubdomein A14: S ysteemdenken 14. De kandidaat kan in contexten een onderscheid maken tussen verschillende organisatieniveaus, relaties binnen en tussen organisatieniveaus uitwerken en uiteenzetten hoe biologische eenheden op verschillende organisatieniveaus zichzelf in stand houden en ontwikkelen. S ubdomein A15: Contexten 15. De kandidaat kan de in domein A genoemde vaardigheden en de in domeinen B tot en met F genoemde concepten ten minste gebruiken in beroepscontexten en in leefwereldcontexten. S ubdomein A16: Kennisontwikkeling en - rekenkundige bewerkingen. S ubdomein A9: Waarderen en oordelen 9. De kandidaat kan in contexten een beargumenteerd oordeel geven over een situatie in de natuur of een technische toepassing, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten, normatieve maatschappelijke overwegingen en persoonlijke opvattingen. Biologie - specifieke vaardigheden S ubdomein A10: Beleven 10. De kandidaat kan in contexten gevoelens en betekenissen expliciteren die worden opgeroepen door het omgaan met de natuur of in de natuur voorkomende objecten en daarbij aandacht schenken aan de gevoelens en betekenissen van anderen. S ubdomein A11: Vorm-functiedenken 11. De kandidaat kan in contexten redeneringen hanteren waarbij van biologische objecten op verschillende organisatieniveaus vanuit een gegeven vorm naar een bijbehorende functie wordt gezocht en andersom. S ubdomein A12: Ecologisch denken 12. De kandidaat kan in contexten op het gebied van duurzaamheid redeneringen hanteren waarbij uitgewerkt wordt wat de gevolgen van interne of externe veranderingen in een levensgemeenschap of ecosysteem zijn. S ubdomein A13: Evolutionair denken 13. De kandidaat kan in contexten redeneringen hanteren waarmee biologische verschijnselen op verschillende organisatieniveaus verklaard worden met behulp van theorie over evolutiemechanismen. S ubdomein A14: S ysteemdenken 14. De kandidaat kan in contexten een onderscheid maken tussen verschillende organisatieniveaus, relaties binnen en tussen organisatieniveaus uitwerken en uiteenzetten hoe biologische eenheden op verschillende organisatieniveaus zichzelf in stand houden en ontwikkelen. S ubdomein A15: Kennisontwikkeling en -toepassing 15. De kandidaat kan in contexten analyseren op welke wijze natuurwetenschappelijke en technologische kennis wordt ontwikkeld en toegepast. S ubdomein A16: Contexten 16. De kandidaat kan de in domein A genoemde vaardigheden en de in domeinen B tot en met F genoemde concepten ten minste gebruiken in wetenschappelijke contexten, in beroepscontexten waarvoor een wetenschappelijke opleiding is vereist en in leefwereldcontexten. Domein D: Interactie S ubdomein D1: Moleculaire interactie 28. De kandidaat kan met behulp van de concepten genregulatie en interactie met gezondheid en wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt. S ubdomein D2: Cellulaire interactie 29. De kandidaat kan met behulp van de concepten communicatie en interactie met gezondheid de wijze waarop lulaire interactie verloopt benoemen. S ubdomein D3: Gedrag en interactie 30. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van n en populaties ontstaat, benoemen wat de functie van het gedrag is en benoemen op welke wijze het zich ontwikkelt. S ubdomein D4: S eksualiteit 31. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met

14 toepassing 16. De kandidaat kan in contexten analyseren op welke wijze natuurwetenschappelijke en technologische kennis wordt ontwikkeld en toegepast. BI/H Domein D: Interactie S ubdomein D1: Moleculaire interactie 28. De kandidaat kan met genregulatie en interactie met(a)biotische factoren ten welke wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt. Subdomein D2: Gedrag en interactie 29. De kandidaat kan met gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het gebied van communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van n en populaties ontstaat en benoemen wat de functie daarvan is. S ubdomein D3: S eksualiteit 30. De kandidaat kan met gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het communicatie beargumenteren op welke wijze vraagstukken met betrekking tot seksualiteit van de mens kunnen worden benaderd. S ubdomein D4: Interactie in 31. De kandidaat kan met voedselrelatie en interactie met (a)biotische factoren ten minste in duurzaamheid en voedselproductie benoemen welke relaties tussen populaties in bestaan en beargumenteren op welke wijze vraagstukken die daar betrekking op hebben, kunnen worden benaderd. gezondheid en communicatie beargumenteren op welke wijze vraagstukken met betrekking tot seksualiteit van de mens kunnen worden benaderd. S ubdomein D5: Interactie in 32. De kandidaat kan met behulp van de concepten voedselrelatie en interactie met duurzaamheid en voedselproductie benoemen welke relaties tussen populaties en bestaan en beargumenteren op welke wijze vraagstukken die daar betrekking op hebben, kunnen worden benaderd. 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen. 41: De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen. 29: De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in sleutelbegrippen uit het gebied van de levende en niet-levende natuur, en leert deze sleutelbegrippen te verbinden met situaties in het dagelijks leven. 32: De leerling leert te werken met theorieën en modellen door onderzoek te doen naar natuurkundige en scheikundige verschijnselen als elektriciteit, geluid, licht, beweging, energie en materie. 33: De leerling leert door onderzoek kennis te verwerven over voor hem relevante technische producten en systemen, leert deze kennis naar waarde te schatten en op planmatige wijze een technisch product te ontwerpen en te maken. 34: BI/H Domein D: Interactie S ubdomein D1: Moleculaire interactie 28. De kandidaat kan met genregulatie en interactie met(a)biotische factoren ten welke wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt. Subdomein D2: Gedrag en interactie 29. De kandidaat kan met gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het gebied van communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van n en populaties ontstaat en benoemen wat de functie daarvan is. S ubdomein D3: S eksualiteit 30. De kandidaat kan met gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het communicatie beargumenteren op welke wijze vraagstukken met betrekking tot seksualiteit van de mens kunnen worden benaderd. S ubdomein D4: Interactie in BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en

15 De leerling leert hoofdzaken te begrijpen van bouw en functie van het menselijk lichaam, verbanden te leggen met het bevorderen van lichamelijke en psychische gezondheid, en daarin een eigen verantwoordelijkheid te nemen 31. De kandidaat kan met voedselrelatie en interactie met (a)biotische factoren ten minste in duurzaamheid en voedselproductie benoemen welke relaties tussen populaties in bestaan en beargumenteren op welke wijze vraagstukken die daar betrekking op hebben, kunnen worden benaderd. BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/V Domein A: Vaardigheden Algemene vaardigheden (profieloverstijgend niveau) S ubdomein A1: Informatievaardigheden gebruiken 1. De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken. S ubdomein A2: Communiceren 2. De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over onderwerpen uit het desbetreffende vakgebied. S ubdomein A3: Reflecteren op leren 3. De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces. S ubdomein A4: S tudie en beroep 4. De kandidaat kan aangeven op welke wijze natuurwetenschappelijke kennis in studie en beroep wordt gebruikt en kan mede op basis daarvan zijn belangstelling voor studies en beroepen onder woorden brengen. Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau) S ubdomein A5: Onderzoeken 5. De kandidaat kan in contexten vraagstellingen analyseren, gebruikmakend van relevante begrippen en theorie, vertalen in een vakspecifiek onderzoek, dat onderzoek uitvoeren, en uit de onderzoeksresultaten conclusies trekken. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A6: Ontwerpen 6. De kandidaat kan in contexten op basis van een gesteld probleem een technisch ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen, theorie en vaardigheden en valide en consistente redeneringen hanteren. S ubdomein A7: Modelvorming 7. De kandidaat kan in contexten een relevant probleem analyseren, inperken tot een hanteerbaar probleem, vertalen naar een model, modeluitkomsten genereren en interpreteren, en het model

16 gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren toetsen en beoordelen. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A8: Natuurwetenschappelijk instrumentarium 8. De kandidaat kan in contexten een voor de natuurwetenschappen relevant instrumentarium hanteren, waar nodig met aandacht voor risico s en veiligheid; daarbij gaat het om instrumenten voor dataverzameling en -bewerking, vaktaal, vakconventies, symbolen, formuletaal en rekenkundige bewerkingen. S ubdomein A9: Waarderen en oordelen 9. De kandidaat kan in contexten een beargumenteerd oordeel geven over een situatie in de natuur of een technische toepassing, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten, normatieve maatschappelijke overwegingen en persoonlijke opvattingen. Biologie - specifieke vaardigheden S ubdomein A10: Beleven 10. De kandidaat kan in contexten gevoelens en betekenissen expliciteren die worden opgeroepen door het omgaan met de natuur of in de natuur voorkomende objecten en daarbij aandacht schenken aan de gevoelens en betekenissen van anderen. S ubdomein A11: Vorm-functiedenken 11. De kandidaat kan in contexten redeneringen hanteren waarbij van biologische objecten op verschillende organisatieniveaus vanuit een gegeven vorm naar een bijbehorende functie wordt gezocht en andersom. S ubdomein A12: Ecologisch denken 12. De kandidaat kan in contexten op het gebied van duurzaamheid redeneringen hanteren waarbij uitgewerkt wordt wat de gevolgen van interne of externe veranderingen in een levensgemeenschap of ecosysteem zijn. S ubdomein A13: Evolutionair denken 13. De kandidaat kan in contexten redeneringen hanteren waarmee biologische verschijnselen op verschillende organisatieniveaus verklaard worden met behulp van theorie over evolutiemechanismen. S ubdomein A14: S ysteemdenken 14. De kandidaat kan in contexten een onderscheid maken tussen verschillende organisatieniveaus, relaties binnen en tussen organisatieniveaus uitwerken en uiteenzetten hoe biologische eenheden op verschillende organisatieniveaus zichzelf in stand houden en ontwikkelen. S ubdomein A15: Kennisontwikkeling en -toepassing 15. De kandidaat kan in contexten analyseren op welke wijze natuurwetenschappelijke en technologische kennis wordt ontwikkeld en toegepast. S ubdomein A16: Contexten 16. De kandidaat kan de in domein A genoemde vaardigheden en de in domeinen B tot en met F genoemde concepten ten minste gebruiken in wetenschappelijke contexten, in beroepscontexten waarvoor een wetenschappelijke opleiding is vereist en in leefwereldcontexten. BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het

17 en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan Domein D: Interactie S ubdomein D1: Moleculaire interactie 28. De kandidaat kan met behulp van de concepten genregulatie en interactie met gezondheid en wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt. S ubdomein D2: Cellulaire interactie 29. De kandidaat kan met behulp van de concepten communicatie en interactie met gezondheid de wijze waarop lulaire interactie verloopt benoemen. S ubdomein D3: Gedrag en interactie 30. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van n en populaties ontstaat, benoemen wat de functie van het gedrag is en benoemen op welke wijze het zich ontwikkelt. S ubdomein D4: S eksualiteit 31. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met gezondheid en

18 BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan communicatie beargumenteren op welke wijze vraagstukken met betrekking tot seksualiteit van de mens kunnen worden benaderd. S ubdomein D5: Interactie in 32. De kandidaat kan met behulp van de concepten voedselrelatie en interactie met duurzaamheid en voedselproductie benoemen welke relaties tussen populaties en bestaan en beargumenteren op welke wijze vraagstukken die daar betrekking op hebben, kunnen worden benaderd. BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan

19 BI/H Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met DNA en eiwitsynthese ten minste in bouwstoffen van de worden gevormd. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten welke wijze de stofwisseling van n verloopt en stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding verklaren op welke wijze eukaryoten zichzelf reguleren. S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met afweer ten gebied van gezondheidszorg en welke wijze eukaryoten zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en welke problemen daarbij kunnen ontstaan. S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met orgaan, waarneming en neurale regulatie ten minste in contexten op het sport n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met energiestroom, kringloop, gebied van duurzaamheid zichzelf reguleren en kan beargumenteren met welke maatregelen de mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/H Domein A: Vaardigheden Algemene vaardigheden (profieloverstijgend niveau) S ubdomein A1: BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan BI/V Domein B: Zelfregulatie S ubdomein B1: Eiwitsynthese 17. De kandidaat kan met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese ten minste in verklaren op welke wijze zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt. S ubdomein B2: S tofwisseling van de 18. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in gezondheid

20 Informatievaardigheden gebruiken 1. De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken. S ubdomein A2: Communiceren 2. De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over onderwerpen uit het desbetreffende vakgebied. S ubdomein A3: Reflecteren op leren 3. De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces. Subdomein A4: Studie en beroep 4. De kandidaat kan aangeven op welke wijze natuurwetenschappelijke kennis in studie en beroep wordt gebruikt en kan mede op basis daarvan zijn belangstelling voor studies en beroepen onder woorden brengen. Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau) S ubdomein A5: Onderzoeken 5. De kandidaat kan in contexten instructies voor onderzoek op basis van vraagstellingen uitvoeren en conclusies trekken uit de onderzoeksresultaten. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A6: Ontwerpen 6. De kandidaat kan in contexten op basis van een gesteld probleem een technisch ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen, theorie en vaardigheden en valide en consistente redeneringen hanteren. S ubdomein A7: Modelvorming 7. De kandidaat kan in contexten een probleem analyseren, een adequaat model selecteren, en modeluitkomsten genereren en interpreteren. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. S ubdomein A8: Natuurwetenschappelijk instrumentarium 8. De kandidaat kan in contexten een voor de natuurwetenschappen relevant instrumentarium hanteren, waar nodig met aandacht voor risico s en veiligheid; daarbij gaat het om instrumenten voor dataverzameling en -bewerking, vaktaal, vakconventies, symbolen, formuletaal en rekenkundige bewerkingen. S ubdomein A9: Waarderen en oordelen 9. De kandidaat kan in contexten een beargumenteerd oordeel geven over een situatie in de natuur of een technische toepassing, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten, normatieve maatschappelijke overwegingen en persoonlijke opvattingen. Biologie - specifieke vaardigheden S ubdomein A10: Beleven 10. De kandidaat kan in contexten gevoelens en betekenissen expliciteren die worden opgeroepen door het en voeding de stofwisseling van len van prokaryoten en eukaryoten verloopt. S ubdomein B3: S tofwisseling van het 19. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten wijze de stofwisseling van n wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B4: Zelfregulatie van het 20. De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in sport en voeding zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B5: Afweer van het 21. De kandidaat kan met behulp van het concept afweer ten minste in contexten op het gebied van gezondheidszorg en welke wijze n zich te weer stellen tegen andere n, virussen en allergenen en beargumenteren welke problemen daarbij kunnen optreden en op welke wijze deze kunnen worden S ubdomein B6: Beweging van het 22. De kandidaat kan met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het sport mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. S ubdomein B7: Waarneming door het 23. De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, waarneming en neurale regulatie ten sport verklaren op welke wijze n waarnemen. S ubdomein B8: Regulatie van 24. De kandidaat kan met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, minste in duurzaamheid zichzelf reguleren; de kandidaat kan beargumenteren welke effecten op kunnen treden als zelfregulatie van en het systeem Aarde wordt verstoord, en kan mens zelfregulatie van en het systeem Aarde kan Domein D: Interactie S ubdomein D1: Moleculaire interactie 28. De kandidaat kan met behulp van de concepten genregulatie en interactie met gezondheid en wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt. S ubdomein D2: Cellulaire interactie 29. De kandidaat kan met behulp van de concepten communicatie en interactie met gezondheid de wijze waarop lulaire interactie verloopt benoemen. S ubdomein D3: Gedrag en interactie 30. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van n en populaties ontstaat, benoemen wat de functie van het gedrag is en benoemen op welke wijze het zich ontwikkelt. S ubdomein D4: S eksualiteit

Examenprogramma biologie vwo

Examenprogramma biologie vwo Bijlage 4 Examenprogramma biologie vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein

Nadere informatie

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor

Nadere informatie

Examenprogramma biologie havo

Examenprogramma biologie havo Bijlage 3 Examenprogramma biologie havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein

Nadere informatie

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Evolutie

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Evolutie Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Evolutie kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke

Nadere informatie

Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo), Biologische eenheid

Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo), Biologische eenheid Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo), Biologische eenheid Voor meer informatie zie: Kerndoelen onderbouw Vakportaal Mens & maatschappij Vakportaal Natuur & techniek kerndoelen primair onderwijs kerndoelen

Nadere informatie

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Voortplanting

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Voortplanting Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Voortplanting kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de

Nadere informatie

Examenprogramma biologie vwo vanaf CE 2016

Examenprogramma biologie vwo vanaf CE 2016 De onderstaande lijst bevat de complete examenprogramma s voor de bovenbouw VWO (4, 5 en 6 VWO) voor de vakken Biologie, Natuurkunde en Scheikunde. Daarnaast is het hele programma van het sportsciencecamp,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11101 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/389632, houdende

Nadere informatie

Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau)

Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau) BIJLAGE 1 Examenprogramma NLT havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen

Nadere informatie

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015 Examenprogramma NLT vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen en technologie

Nadere informatie

BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9161 26 mei 2011 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 april 2011, nr. VO/289008, houdende

Nadere informatie

BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Aansluiting op het actuele curriculum (2014)

Aansluiting op het actuele curriculum (2014) Aansluiting op het actuele curriculum (2014) De verschillende modules van GLOBE lenen zich uitstekend om de leerlingen de verschillende eindtermen en kerndoelen aan te leren zoals die zijn opgesteld door

Nadere informatie

Examenprogramma natuurkunde havo

Examenprogramma natuurkunde havo Bijlage 1 Examenprogramma natuurkunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden

Nadere informatie

De opbouw van het examenprogramma vwo

De opbouw van het examenprogramma vwo De opbouw van het examenprogramma vwo Het examenprogramma is als volgt opgebouwd. Het bestaat uit een vaardighedendeel en een inhoudelijk deel concepten en contexten. Dit ziet er als volgt uit: A. Vaardigheden

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen

Nadere informatie

Handreiking schoolexamen biologie havo/vwo. Bij het examenprogramma geldig vanaf schooljaar

Handreiking schoolexamen biologie havo/vwo. Bij het examenprogramma geldig vanaf schooljaar Handreiking schoolexamen biologie havo/vwo Bij het examenprogramma geldig vanaf schooljaar 2013-2014 September 2012 Verantwoording 2012 SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling), Enschede Mits

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11101 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/389632, houdende

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde havo

Examenprogramma scheikunde havo Examenprogramma scheikunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kennis

Nadere informatie

BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1

BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2017 V16.8.1 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de staatsexamens

Nadere informatie

Examenprogramma natuurkunde vwo

Examenprogramma natuurkunde vwo Examenprogramma natuurkunde vwo Ingangsdatum: schooljaar 2013-2014 (klas 4) Eerste examenjaar: 2016 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11699 8 juni 2012 Rectificatie Examenprogramma natuurkunde vwo van 28 april 2012, kenmerk VO2012/389632 In de regeling

Nadere informatie

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Fundament

Nadere informatie

Examenprogramma natuur, leven en technologie havo

Examenprogramma natuur, leven en technologie havo Examenprogramma natuur, leven en technologie havo Het eindexamen (februari 2007) Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11109 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/403948, houdende

Nadere informatie

Examenprogramma biologie havo

Examenprogramma biologie havo Examenprogramma biologie havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A1 Vaardigheden Domein A2 Analyse

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11101 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/389632, houdende

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11109 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/403948, houdende

Nadere informatie

PTA scheikunde Belgisch park cohort 14 15-16

PTA scheikunde Belgisch park cohort 14 15-16 Het examenprogramma scheikunde is vernieuwd. In 2013 is in 4 HAVO met dat nieuwe examenprogramma scheikunde gestart. De methode Chemie Overal 4 e editie is geschreven voor dit nieuwe examenprogramma. Toegestaan

Nadere informatie

Examenprogramma biologie vwo

Examenprogramma biologie vwo Examenprogramma biologie vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Structuren

Nadere informatie

Examenprogramma wiskunde D havo

Examenprogramma wiskunde D havo Examenprogramma wiskunde D havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kansrekening en statistiek

Nadere informatie

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

PTA biologie vwo Belgisch Park cohort

PTA biologie vwo Belgisch Park cohort Domeinen biologie Het examenprogramma biologie kent de volgende (sub)domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Zelfregulatie o Subdomein B1 Eiwitsynthese o Subdomein B2 Stofwisseling van de cel o Subdomein

Nadere informatie

PTA biologie vwo Belgisch Park cohort

PTA biologie vwo Belgisch Park cohort Domeinen biologie Het examenprogramma biologie kent de volgende (sub)domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Zelfregulatie o Subdomein B1 Eiwitsynthese o Subdomein B2 Stofwisseling van de cel o Subdomein

Nadere informatie

Examenprogramma wiskunde D vwo

Examenprogramma wiskunde D vwo Examenprogramma wiskunde D vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kansrekening en statistiek

Nadere informatie

WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

LANDSEXAMEN HAVO

LANDSEXAMEN HAVO Examenprogramma BIOLOGIE H.A.V.O. LANDSEXAMEN HAVO 2017-2018 1 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het commissie-examen. Het centraal examen wordt afgenomen in één zitting

Nadere informatie

Differentiëren met de nieuwe editie Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw

Differentiëren met de nieuwe editie Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw Differentiëren met de nieuwe editie Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw 31-e NIBI onderwijsconferentie, 13 januari 2017 Gijs van Hengstum, Hans Prins Programma van deze workshop Deel 1: hoe moet adaptiviteit

Nadere informatie

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Examens (CvE). Het CvE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw 5e editie, verdeling eindtermen en (sub)domeinen havo. Inleiding

Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw 5e editie, verdeling eindtermen en (sub)domeinen havo. Inleiding Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw 5e editie, verdeling eindtermen en (sub)domeinen havo Inleiding In dit document is inzichtelijk gemaakt welke eindtermen in welk thema van Biologie voor jou staan opgenomen.

Nadere informatie

Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap havo

Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap havo Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap havo 27 MEI 2014 CONCEPT - VOORLOPIG Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit

Nadere informatie

Werkversie Syllabus biologie havo en vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen havo 2010 Examen vwo 2011

Werkversie Syllabus biologie havo en vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen havo 2010 Examen vwo 2011 Werkversie Syllabus biologie havo en vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen havo 2010 Examen vwo 2011 Deze syllabus is identiek aan de syllabus voor examen havo 2009 en vwo 2010. Concept juli 2009

Nadere informatie

Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap vwo

Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap vwo Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap vwo 27 MEI 2014 CONCEPT - VOORLOPIG Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit

Nadere informatie

Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo)

Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo) Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden Kernen 1. Burgerschap 36: hoofdzak de Nederlandse

Nadere informatie

BIOLOGIE VWO NIEUWE EXAMENPROGRAMMA

BIOLOGIE VWO NIEUWE EXAMENPROGRAMMA BIOLOGIE VWO NIEUWE EAMENPROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 oktober 2015 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20890-n1 9 mei 2016 Rectificatie van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 april

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

Bijlagen bij Van profielwerkstuk naar meesterproef

Bijlagen bij Van profielwerkstuk naar meesterproef Bijlagen bij Van profielwerkstuk naar meesterproef Lessen uit vijf SLO-profielmeesterstukwedstrijden 2008-2012 SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Bijlagen bij Van profielwerkstuk naar

Nadere informatie

NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

SCHEIKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

SCHEIKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V SCHEIKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Naar actueel, relevant en samenhangend biologieonderwijs

Naar actueel, relevant en samenhangend biologieonderwijs Naar actueel, relevant en samenhangend biologieonderwijs Eindrapportage van de Commissie Vernieuwing Biologie Onderwijs, met nieuwe examenprogramma s biologie voor havo en vwo Commissie Vernieuwing Biologie

Nadere informatie

Werkversie Syllabus biologie vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2012

Werkversie Syllabus biologie vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2012 Werkversie Syllabus biologie vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2012 Concept Juli 2009 Verantwoording: 2009 Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo, Utrecht Alle rechten

Nadere informatie

Keurmerk: Duurzame school

Keurmerk: Duurzame school Keurmerk: Duurzame school Doorlopende leerlijn voor duurzame ontwikkeling van basisonderwijs (PO) t/m voortgezet onderwijs (VO) PO-1 Kennis en inzicht (weten) Vaardigheden (kunnen) Houding (willen) Begrippen

Nadere informatie

Kerndoelen Mens en Natuur en Techno Venturie 1 Kerndoelen leerdomein Mens en Natuur 2 Techno Venturie 3 Website tevedocent.nl 4 Urenoverzicht Techno

Kerndoelen Mens en Natuur en Techno Venturie 1 Kerndoelen leerdomein Mens en Natuur 2 Techno Venturie 3 Website tevedocent.nl 4 Urenoverzicht Techno Inhoudsopgave Bladzijde Kerndoelen Mens en Natuur en Techno Venturie 1 Kerndoelen leerdomein Mens en Natuur 2 Techno Venturie 3 Website tevedocent.nl 4 Urenoverzicht Techno Venturie 7 Conclusie urenoverzicht

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde havo

Examenprogramma scheikunde havo Examenprogramma scheikunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A1 Vaardigheden Domein A2

Nadere informatie

1: Wat is biologie? 2: Organisatieniveaus van de biologie

1: Wat is biologie? 2: Organisatieniveaus van de biologie 1: Wat is biologie? - Een organisme (o.a. dieren, planten en mensen) vertoont levensverschijnselen, zoals voortplanting en stofwisseling: alle chemische reacties in een organisme. - Organismen kunnen ook

Nadere informatie

BIOLOGIE HAVO NIEUWE PROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2015

BIOLOGIE HAVO NIEUWE PROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2015 BIOLOGIE HAVO NIEUWE PROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2015 juni 2014 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Inleiding in de biologie

Inleiding in de biologie Examen Voorbereiding Inleiding in de biologie Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 1 Inleiding in de biologie Begrippenlijst: Begrip Biologische eenheden Prokaryoten Eukaryoten Populatie Levensgemeenschap

Nadere informatie

NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen,

Nadere informatie

Werkversie Syllabus biologie havo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2011

Werkversie Syllabus biologie havo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2011 Werkversie Syllabus biologie havo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2011 Concept Juli 2009 Verantwoording: 2009 Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo, Utrecht Alle rechten

Nadere informatie

Examenprogramma informatica havo/vwo

Examenprogramma informatica havo/vwo Examenprogramma informatica havo/vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het schoolexamen Het schoolexamen heeft betrekking op: het gehele domein A in combinatie met: de domeinen

Nadere informatie

Kunst en cultuur (PO-havo/vwo)

Kunst en cultuur (PO-havo/vwo) Kunst en cultuur (PO-havo/vwo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo/vwo onderbouw exameneenheden havo/vwo bovenbouw exameneenheden Vakkernen 1. Produceren en presenteren 54:

Nadere informatie

Programma van Toetsing en Afsluiting

Programma van Toetsing en Afsluiting Programma van Toetsing en Afsluiting I nf or m a t i e bi j he t ops t e l l e n v a n e e n P T A B i ol o gi e v oo r j ou hav o/ v w o bo v enbo u w 5e edi t i e versie: januari 2014 M A L M BER G '

Nadere informatie

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.09.1 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Examenprogramma Klassieke Talen vwo

Examenprogramma Klassieke Talen vwo Examenprogramma Klassieke Talen vwo Ingangsdatum: schooljaar 2014-2015 (klas 4) Eerste examenjaar: 2017 Griekse taal en cultuur (GTC) vwo Latijnse taal en cultuur (LTC) vwo Griekse taal en cultuur (GTC)

Nadere informatie

FIRST LEGO League als onderwijsprogramma

FIRST LEGO League als onderwijsprogramma FIRST LEGO League als onderwijsprogramma In dit document staat beschreven hoe je de FIRST LEGO League kunt integreren in het lesprogramma en hoe het aansluit op de kerndoelen voor de onderbouw van het

Nadere informatie

SCHEIKUNDE VWO - NIEUWE EXAMENPROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

SCHEIKUNDE VWO - NIEUWE EXAMENPROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 SCHEIKUNDE VWO - NIEUWE EAMENPROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk

Nadere informatie

Examenprogramma biologie

Examenprogramma biologie Examenprogramma biologie Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 biologie 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken aan vakoverstijgende

Nadere informatie

SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1

SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2017 V16.8.1 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

PTA scheikunde HAVO Belgisch park cohort 15 16-17

PTA scheikunde HAVO Belgisch park cohort 15 16-17 Het examenprogramma scheikunde is vernieuwd. In 2013 is in 4 HAVO met dat nieuwe examenprogramma scheikunde gestart. De methode Chemie Overal 4 e editie is geschreven voor dit nieuwe examenprogramma. Toegestaan

Nadere informatie

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1

NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2017 V16.8.1 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1

NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Naar actueel, relevant en samenhangend biologieonderwijs

Naar actueel, relevant en samenhangend biologieonderwijs Naar actueel, relevant en samenhangend biologieonderwijs Eindrapportage van de Commissie Vernieuwing Biologie Onderwijs, met nieuwe examenprogramma s biologie voor havo en vwo Commissie Vernieuwing Biologie

Nadere informatie

Concept examenprogramma's havo/vwo 2007. Advies aan de minister

Concept examenprogramma's havo/vwo 2007. Advies aan de minister Concept examenprogramma's havo/vwo 2007 Advies aan de minister Concept examenprogramma's havo/vwo 2007 Advies aan de minister Enschede, december 2004 Inhoud 1. Examenprogramma aardrijkskunde havo/vwo

Nadere informatie

2015-2016 Naam Vak Biologie Niveau Mavo

2015-2016 Naam Vak Biologie Niveau Mavo 2015-2016 Naam Vak Biologie Niveau Mavo PTA Herkansbaar 9 Toets A Toets zintuigen en regeling per 5% ja 9 Toets 1 Toets cellen en ordening trim1 0% ja 9 Toets 2 Toets voortplanting en erfelijkheid trim2

Nadere informatie

BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Ben jij er ook? Docentenhandleiding

Ben jij er ook? Docentenhandleiding Ben jij er ook? Docentenhandleiding TYPERING MODULE Ontwikkeld voor vwo 4 Leerstofgebied Biologische eenheid: organismen, biodiversiteit Omvang 17 20 lesuren van 50 minuten + evaluatie (1 lesuur) Didactische

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen,

Nadere informatie

(nr 29). De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in

(nr 29). De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in Leer en toetsplan biologie, klas 2. 203-204 Vak: biologie Leerjaar: 2 Onderwerp: H.7, Voeding,, Nectar deel 2 Kerndoel(en): (nr 29). De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen

Nadere informatie

Elke blok wordt afgesloten met een schriftelijke toets die meetelt voor het schoolexamen. De eerste toets valt in het 2 e SE moment (dec).

Elke blok wordt afgesloten met een schriftelijke toets die meetelt voor het schoolexamen. De eerste toets valt in het 2 e SE moment (dec). KLAS 4 2012-2013 Boek: Biologie voor jou (4 VWO) stofomschrijving BLOK I Thema 1 Inleiding Thema 2 Voortplanting en ontwikkeling BLOK II Thema 3 Erfelijkheid Thema 4 DNA BLOK III Thema 5 Homeostase BLOK

Nadere informatie

'Hier havo.hbo hoort u mij?' (Nieuwe) Scheikunde

'Hier havo.hbo hoort u mij?' (Nieuwe) Scheikunde 'Hier havo.hbo hoort u mij?' (Nieuwe) Scheikunde Aansluiting havo-hbo 28 september 2016 Hogeschool Domstad Emiel de Kleijn Historie 1999 (1998) Invoering van de 2 e fase HAVO: Scheikunde: 280 SLU VWO:

Nadere informatie

Biologie ( havo vwo )

Biologie ( havo vwo ) Tussendoelen Biologie ( havo vwo ) Biologie havo/vwo = Basis Biologische eenheid Levenskenmerk Uitleggen hoe bouw en werking van onderdelen van een organisme bijdragen aan de functies voeding, verdediging

Nadere informatie

Leerdoelen en kerndoelen

Leerdoelen en kerndoelen Leerdoelen en kerndoelen De leerdoelen in de leerlijn vallen in het leerdomein Oriëntatie op jezelf en de wereld. Naast de gebruikelijke natuur en milieukerndoelen (kerndoelen 39, 40 en 41) zijn ook de

Nadere informatie

SCHOOLEXAMEN VWO SCHOOLJAAR Programma van Toetsing en Afsluiting 6 VWO. Cohort

SCHOOLEXAMEN VWO SCHOOLJAAR Programma van Toetsing en Afsluiting 6 VWO. Cohort SCHOOLEXAMEN VWO SCHOOLJAAR 2015-2016 6 VWO Cohort 2013-2016 NEDERLAND TAAL EN LITERATUUR 6 VWO Nederlands 1 S5 90 minuten Moderne letterkunde Poëzie. (Domein A en E) 10% Toetsweek 1 S6 Toets Stijl + spelling

Nadere informatie

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek 1 kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek 2 Ontwikkelingsdoelen techniek Kleuteronderwijs De kleuters kunnen 2.1

Nadere informatie

Economie en Maatschappij(A/B)

Economie en Maatschappij(A/B) Natuur en Techniek(B) Natuur en gezondheid(a/b) Economie en Maatschappij(A/B) Site over profielkeuze qompas Economie Gezondheidszorg Gedrag en maatschappij Landbouw Onderwijs Techniek http://www.connectcollege.nl/download/decanaat/havo%20doorstroomeisen%20hbo.pdf

Nadere informatie

Mens en maatschappij vaardigheden (PO-vmbo)

Mens en maatschappij vaardigheden (PO-vmbo) Mens en maatschappij vaardigheden (PO-vmbo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw vmbo bovenbouw exameneenheden Vakkernen 1. Informatievaardigheden 50: De leerlingen leren omgaan met

Nadere informatie

BIOLOGIE HAVO. Syllabus centraal examen 2015. (voor pilotscholen ook examen 2014) (bij het nieuwe examenprogramma)

BIOLOGIE HAVO. Syllabus centraal examen 2015. (voor pilotscholen ook examen 2014) (bij het nieuwe examenprogramma) BIOLOGIE HAVO Syllabus centraal examen 2015 (bij het nieuwe examenprogramma) (voor pilotscholen ook examen 2014) augustus 2012 Samenstelling syllabuscommissie: Jeroen den Hertog - voorzitter Agnes Legierse

Nadere informatie

Onderwerp: Onderzoek doen Kerndoel(en): 28 Leerdoel(en): - Onderzoek doen aan de hand van onderzoeksvragen - Uitkomsten van onderzoek presenteren.

Onderwerp: Onderzoek doen Kerndoel(en): 28 Leerdoel(en): - Onderzoek doen aan de hand van onderzoeksvragen - Uitkomsten van onderzoek presenteren. Vak: Scheikunde Leerjaar: Kerndoel(en): 28 De leerling leert vragen over onderwerpen uit het brede leergebied om te zetten in onderzoeksvragen, een dergelijk onderzoek over een natuurwetenschappelijk onderwerp

Nadere informatie