Automatisch test- en kalibratiesysteem

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Automatisch test- en kalibratiesysteem"

Transcriptie

1 AutoRAE 2 Automatisch test- en kalibratiesysteem Gebruikershandleiding Rev E april 2014 Onderdeelnr: T

2 Productregistratie Registreer uw product online op: Door uw product te registeren kunt u: Bericht ontvangen van productupgrades of -verbeteringen Op de hoogte blijven van opleidingen in uw regio Haal voordeel uit speciale aanbiedingen en promoties van RAE Systems 2014 RAE Systems Inc.

3 Inhoud Lezen vóór gebruik Automatisch test- en kalibratiesysteem AutoRAE 2 - algemene informative Specificaties Overzicht Standaardinhoud van pakket Afdekkingen plaatsen voor zelfstandig gebruik De AutoRAE 2-slede aansluiten op voeding Bumptesten en kalibratie voorbereiden Een extern filter plaatsen Een wisselstroomadapter aansluiten Kalibratiegas aansluiten Een MultiRAE-monitor in de slede plaatsen Een ToxiRAE Pro-monitor in de slede plaatsen Adapters installeren in de ToxiRAE Pro-slede Een ToxiRAE Pro-monitor in de slede plaatsen Een QRAE 3-monitor in de slede plaatsen Opwarmen Een bumptest uitvoeren Een kalibratie uitvoeren Fout- en statusberichten tijdens bumptests en kalibraties De batterij van een instrument opladen Een instrument uit een slede verwijderen AutoRAE 2-rapporten Rapporten afdrukken vanaf een AutoRAE 2-slede Een zelfstandige AutoRAE 2-slede programmeren Instellingen van de gasinlaatconfiguratie Selecteerbare gasindexwaarden voor gasconfiguratie Gasnaam Concentratie [waarde] Concentratie-eenheid Reinigingstijd Drenktijd Instellingen uploaden naar de AutoRAE 2-slede Instellingen van afzonderlijke gasinlaten downloaden en uploaden Het instellingenbestand opslaan Opgeslagen instellingen opslaan Instellingen uploaden naar meerdere AutoRAE 2-sledes Programmering afsluiten Firmware van de AutoRAE 2-slede opwaarderen Een zelfstandige AutoRAE 2-slede gebruiken voor overdracht van het datalog, monitorconfiguratie en firmware-upgrades Overzicht Standaardinhoud van pakket Een op een controller gebaseerd AutoRAE 2-systeem gebruiken Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem instellen Batterijen plaatsen voor de real-time klok Een extern filter plaatsen Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem aanzetten

4 20. Een controller en de erop aangesloten sledes bedienen De AutoRAE 2-controller aanzetten De AutoRAE 2-controller uitzetten Opstartprocedure Gebruikersinterface Statusberichten en kleurcodering op de display Opwarmen Testen Compatibiliteitstests Bumptesten en kalibratie voorbereiden SD-geheugenkaart Een SD-kaart plaatsen Een SD-kaart verwijderen Kalibratiegas aansluiten Monitoren in sledes plaatsen Een bumptest uitvoeren Een bumptest onderbreken Kalibratie uitvoeren Een kalibratie onderbreken Rechtstreeks bumptesten en kalibreren met behulp van de knoppen op de slede Instellingen en configuraties afdrukken Afdrukken Instellingen Gasinstellingen Systeeminstellingen Netwerkinstellingen Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem programmeren op de computer Instellingen van de gasinlaten Een gasinlaat configureren Aantal gassen Partijnummer gas Vervaldatum Gasindex Gasnaam Concentratie [waarde] Concentratie-eenheid Reinigingstijd Drenktijd Instellingen uploaden naar de AutoRAE Instellingen van afzonderlijke gasflessen downloaden en uploaden Het instellingenbestand opslaan Opgeslagen instellingen opslaan Instellingen uploaden naar meerdere AutoRAE 2-systemen Programmering afsluiten Firmware van de AutoRAE 2-controller bijwerken AutoRAE 2-controllergegevens overzetten naar een computer Rapporten exporteren Een configuratie opslaan bij afsluiten Draadloze werking Deel 1: De AutoRAE 2-netwerkinterface configureren Deel 2: De Wi-Fi-adapter configureren en het netwerk testen

5 26. Een controller en sledes aan een wand monteren Bump- en kalibratiegegevens overzetten Onderhoud Technische ondersteuning Contactgegevens van RAE Systems

6 WAARSCHUWINGEN Lezen vóór gebruik Deze gebruikershandleiding moet aandachtig worden gelezen door alle personen die verantwoordelijk zijn of zullen zijn voor het gebruik, onderhoud of de reparatie van dit product. Het product zal alleen de prestaties leveren waarvoor het is ontworpen als het wordt gebruikt, onderhouden en gerepareerd in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. Juiste verwerking van product bij einde levensduur De richtlijn Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA) (2002/96/EC) is bedoeld om het hergebruik te bevorderen van elektrische en elektronische apparatuur en onderdelen daarvan aan het einde van hun nuttige levensduur. Dit symbool (doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes) geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur afzonderlijk wordt ingezameld in de EU-landen. Dit product kan één of meer nikkel-metaal hydride (NiMH), lithium-ion, of alkaline-batterijen bevatten. Deze gebruikershandleiding bevat specifieke batterijinformatie. De batterijen moeten correct gerecycled of verwijderd worden. Aan het einde van de levensduur moet dit product gescheiden van huishoudelijk afval worden opgehaald en gerecycled. Gebruik het retour- en inzamelsysteem in uw land voor de verwijdering van dit product. Sensorspecificaties, kruisgevoeligheden en kalibratiegegevens De AutoRAE 2 kan worden gebruikt om allerlei sensoren te kalibreren Voor kalibratiegegevens en -specificaties, en kruisgevoeligheden van verschillende sensoren raadpleegt u Technische kennisgeving TN-114: Sensor Specifications And Cross-Sensitivities (Sensorspecificaties en kruisgevoeligheid) van RAE Systems (gratis te downloaden van Alle specificaties in deze Technische kennisgeving hebben betrekking op de prestaties van zelfstandige sensoren. Wanneer de sensor in andere instrumenten is ingebouwd, kunnen de werkelijke sensoreigenschappen afwijken. Prestaties van sensoren kunnen in de loop van de tijd veranderen. De gegeven specificaties zijn daarom bedoeld voor nieuwe sensoren. Zorg dat de firmware up-to-date is U krijgt de beste resultaten als u zorgt dat uw monitoren, AutoRAE 2-controller en AutoRAE 2-sledes de meest recente firmware gebruiken. 1. Controllerfirmware. 2. Sledefirmware. 3. Instrumentfirmware. 4

7 1. Automatisch test- en kalibratiesysteem AutoRAE 2 - algemene informative Met het automatisch test- en kalibratiesysteem AutoRAE 2 voor nieuwe draagbare gasmonitoren van RAE Systems hoeft u slechts op een knop te drukken om te zorgen voor naleving van test- en kalibratievereisten voor monitoren. Plaats de monitor in de slede waarna het systeem deze automatisch test, kalibreert en oplaadt. De AutoRAE 2 is een flexibel en modulair systeem, geheel in te stellen voor uw eisen voor testen en kalibratie. Een AutoRAE 2-systeem kan een enkele slede zijn die zelfstandig wordt gebruikt voor het kalibreren van één instrument per keer, of een krachtig, op een netwerkcontroller gebaseerd systeem dat tien monitoren en vijf aparte kalibratiegascilinders ondersteunt. Belangrijkste functies Automatisch testen, kalibreren, opladen en rapporten beheren Bruikbaar als zelfstandige slede of bij op controller-gebaseerd systeem met maximaal 10 sledes Controller met een groot kleuren LCD-scherm Tot vijf gascilinders voor kalibratie kunnen gelijktijdig worden aangesloten * Gegevensopslag op een standaard-sd-kaart Gebruik op een werkbank of gemonteerd tegen een wand Ondersteunde instrumenten: MultiRAE Lite (versie met pomp), MultiRAE, MultiRAE Pro, ToxiRAE Pro, ToxiRAE Pro PID, ToxiRAE Pro LEL en ToxiRAE Pro CO2, en QRAE 3 (diffusiemodel en pompmodel) Unieke slede voor hele ToxiRAE Pro-familie (slede wordt geleverd met adapters) Netwerkmogelijkheden (optioneel) Draadloze netwerkmogelijkheden met een externe Wi-Fi-module voor de AutoRAE 2 (optioneel) Voordelen Gemakkelijk met één druk op een toets bumptesten, kalibreren, opladen en rapporten beheren Ondersteunt een ruime keuze aan gassen, waaronder exotische Geoptimaliseerd voor gebruik in het veld. Er is geen computer vereist Met firmware-upgrade mogelijkheid om uw investering te beschermen * Alleen ondersteund door op AutoRAE 2-controller gebaseerde systemen 5

8 Overzicht van verschillen tussen een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem en een zelfstandige slede Gelijktijdig gekalibreerde monitoren Aantal gasinlaten (aparte kalibratiegascilinders) Display Knoppen Voeding Printerondersteuning Afdrukken Ingebouwde pomp Gegevensopslag Netwerkondersteuning Op controller gebaseerd Zelfstandige slede systeem Maximaal 10 1 Vijf speciale gasinlaten en frisse lucht, met speciale uitlaatpoort op de controller 5,7-inch TFT-kleurendisplay (320 x 240) met achtergrondverlichting op de controller + 2 LED-displays van zeven segmenten op elke slede 3 knoppen ([Mode], [Y/+] en [N/-]) op de controller + 2 knoppen ([Bump] en [Cal]) op elke slede 12 V, 7,5 A uitvoer Laadt tot 10 instrumenten gelijktijdig op Ingebouwde pomp (500 ml/min) in de controller Standaard 2 GB SD-kaart met beveiligingsslot op de controller RJ-45 10/100 Base-T-poort op de controller Twee speciale gasinlaten en frisse lucht, met speciale uitlaatpoort Twee LED-displays van zeven segmenten 2 knoppen ([Bump] en [Cal]) 12 V, 1,25 A uitvoer Laadt één instrument per keer op Rechtstreeks afdrukken op seriële (RS-232) printers Automatisch De MultiRAE-slede gebruikt de pomp van de MultiRAE voor het aanzuigen van lucht. ToxiRAE Pro-slede heeft interne 300 cc/min pomp Geen. Gegevens alleen op de pc opgeslagen Geen 6

9 2. Specificaties Afmetingen AutoRAE 2-controller MultiRAE-slede ToxiRAE Pro-slede QRAE 3-slede Terminaladapter Gewicht AutoRAE 2-controller MultiRAE-slede ToxiRAE Pro-slede QRAE 3-slede Terminaladapter Stroomvoeding AutoRAE 2-controller: Slede: Ondersteunde sledes AutoRAE 2-controller Slede Display AutoRAE 2-controller Slede Knoppen AutoRAE 2-controller Slede Real-time klok AutoRAE 2-controller Slede Zichtbaar alarm/indicatoren AutoRAE 2-controller slede Hoorbaar alarm AutoRAE 2-controller Slede 143 mm B x 265 mm L x 44 mm H 165 mm B x 322 mm L x 111 mm H 165 mm B x 295 mm L x 99 mm H 165 mm B x 320 mm L x 118 mm H 55 mm B x 225 mm L x 42 mm H 0,86 kg 0,86 kg 0,89 kg 0,98 kg 0,15 kg Wisselstroomadapter (110 V tot 240 V in, 12 V, 7,5 A uit) Laadt tot 10 instrumenten gelijktijdig op Wisselstroomadapter (110 V tot 240 V in, 12 V, 1,25 A uit) Laadt één instrument per keer op Maximaal 10 sledes (elke combinatie) Geen extra sledes ondersteund 5,7" TFT (320 x 240) grafisch verlicht kleuren LCD-scherm 2 LED's van zeven segmenten 3 knoppen ([Mode], [Y/+], en [N/-]) 2 knoppen ([Bump] en [Cal]) Ja Ja Grafisch kleuren LCD-scherm Driekleurige (rood/groen/geel) LED's cm Zoals hierboven 7

10 Gas in- en uitgangen AutoRAE 2-controller Slede Gaspoortaansluitingen AutoRAE 2-controller Slede: Gasregulator AutoRAE 2-controller Slede Pompstroomsnelheid AutoRAE 2-controller MultiRAE-slede ToxiRAE Pro-slede QRAE 3-slede Gegevensopslag AutoRAE 2-controller Slede PC-communicatie AutoRAE 2-controller slede Zes inlaten (1 speciale inlaat voor frisse lucht en 5 configureerbare kalibratiegasinlaten), 1 uitlaatpoort Drie inlaten (1 speciale inlaat voor frisse lucht en 2 configureerbare kalibratiegasinlaten), 1 uitlaatpoort Aansluitingen met 200-series barbs (weerhaakring), 1/8" (3,18 mm) ID-slang Zoals hierboven Demand-flow regulator (0 tot psig/70 bar) Zoals hierboven Ingebouwde pomp (500 ml/min) Geen, gebruikt pomp van instrument om lucht aan te zuigen 400 cc/min pomp (normaal gesproken) 400 cc/min pomp (normaal gesproken) Standaard 2 GB SD-kaart met beveiligingsslot Geen. Gegevens alleen op pc opgeslagen USB (Type B) poort voor rechtstreekse verbinding met pc Zoals hierboven 8

11 AUTORAE 2-SLEDE AutoRAE 2 Gebruikshandleiding 3. Overzicht Een AutoRAE 2-slede kan als zelfstandig station worden gebruikt voor het automatisch opladen, bumptesten en kalibreren van monitoren, en het afdrukken van certificaten op een seriële printer. De slede kan ook worden gebruikt als onderdeel van een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem, dat ruimte biedt aan maximaal tien AutoRAE 2-sledes. Deze kunnen alle van hetzelfde type zijn of kunnen een combinatie zijn van MultiRAE-, QRAE 3- en ToxiRAE Pro-modellen. Als een AutoRAE 2-slede is verbonden met de AutoRAE 2-controller, worden alle elektrische, elektronische en gasverbindingen automatisch intern op elkaar aangesloten. Een op een controller gebaseerd systeem kan maximaal vijf aparte gasbronnen gebruiken, voor kalibratie en bumptesten van meerdere sensoren. Een AutoRAE 2-slede kan op een tafel (of ander vlak oppervlak) worden geplaatst of aan een wand worden bevestigd. Deze handleiding bevat instructies voor bevestiging aan de wand. MultiRAE-slede Filter Vergrendelmechanisme Uitlaatpoort (niet weergegeven) Twee gasinlaten (niet weergegeven) Afdekking, links USB-poort (niet weergegeven) DC-invoer van AC- adapter Luchtinlaat Ontgrendelmechanisme Sensoren voor testen MultiRAE LED-alarmen Afdekking, rechts Sensor voor testen MultiRAE-zoemer Sensoren voor het testen van MultiRAE LED-alarmen Oplaadcontactpunten Oplaadstatus-LED LED-display van 2 tekens Status-LED bumptest Bumptoets Kalibratietoets Status-LED kalibratie 9

12 ToxiRAE Pro-slede Luchtinlaat (verborgen) Uitlaatpoort (niet weergegeven) Twee gasinlaten (niet weergegeven) Filter (verborgen) Vergrendelmechanisme Ontgrendelmechanisme Sensoren voor testen ToxiRAE Pro LED-alarmen Afdekking, rechts USB-poort (niet weergegeven) DC-invoer van ACadapter Sensor voor testen ToxiRAE Pro-zoemer Oplaadcontactpunten (verborgen) Oplaadstatus-LED LED-display van twee tekens Status-LED bumptest Bumptoets Kalibratietoets Status-LED kalibratie 10

13 QRAE 3-slede Luchtinlaat Uitlaatpoort Filter Vergrendelmechanisme Ontgrendelmechanisme Sensoren voor testen van QRAE 3 LED-alarmen 2 gasinlaten Sensoren voor testen van QRAE 3 LED-alarmen USB-poort (niet weergegeven) DC-invoer van AC- adapter Sensor voor testen van QRAE 3-zoemer Oplaadcontactpunten Oplaadstatus-LED LED-display van twee tekens Status-LED bumptest Bumptoets Kalibratietoets Status-LED kalibratie 11

14 Afdekking met poorten, alle modellen Uitlaatpoort Gaspoorten USBpoort Ingang 12 V DC voeding De USB-poort heeft een afdekschuif die de contactpunten tegen vuil beschermt als de poort niet wordt gebruikt. Plaats de schuif over de poort. 12

15 3.1. Standaardinhoud van pakket De AutoRAE 2-slede voor MultiRAE-monitoren met pomp (onderdeelnummer T ), QRAE 3-monitoren met pomp (P/N T ) en de AutoRAE 2-slede voor ToxiRAE Pro-monitoren (onderdeelnummer T ) worden geleverd met het volgende: AutoRAE 2-slede voor MultiRAE-monitoren met pomp, AutoRAE 2-slede voor QRAE 3-monitoren met pomp of AutoRAE 2-slede voor ToxiRAE Pro-monitoren Afdekking links en rechts (voor zelfstandig gebruik) Alleen voor ToxiRAE Pro-slede: slede wordt geleverd met ToxiRAE Pro-sledeadapters en stickers voor verschillende ToxiRAE Pro-modellen Vier schroeven en vier schroefkapjes om de rechterafdekking op de slede te plaatsen als de slede zelfstandig wordt gebruikt, of om de slede op een systeem met een controller te plaatsen 12 volt, 1,25 A voeding met verwisselbare pluggen, onderdeelnummer Externe inlaatfilters: één geplaatst en drie reserve (onderdeelnummer , set van drie) Tygon-slang (3,18 mm binnendiameter, 15 mm lang), set van 5, onderdeelnummer Kabel voor pc-communicatie, USB-type A (male) naar type B (male), onderdeelnummer Snelstartgids, onderdeelnummer T AutoRAE 2 resource-cd-rom, onderdeelnummer T Deze cd-rom bevat het volgende: Gebruikershandleiding Snelstartgids ProRAE Studio II cd-rom met software voor de configuratie van instrumenten en gegevensbeheer, onderdeelnummer Productregistratiekaart Certificaat van kwaliteitscontrole en test 13

16 4. Afdekkingen plaatsen voor zelfstandig gebruik De AutoRAE 2-slede wordt geleverd met een linker- en een rechterafdekking. Deze afdekkingen zijn bedoeld om de poorten aan beide zijden van de AutoRAE 2-slede te beschermen en van een label te voorzien. De afdekking aan de ingang -zijde (linkerafdekking) wordt vastgeklikt. De afdekking aan de andere zijde (rechterafdekking) moet in de juiste positie worden geschoven en wordt vervolgens vastgezet met twee schroeven (er worden kunststof kapjes bijgeleverd om de schroeven aan het zicht te onttrekken). Dezelfde afdekkingen passen op zowel het MultiRAE-, QRAE 3- als het ToxiRAE Pro-model. Schuif de afdekking over het uiteinde totdat deze vastklikt. Schuif de tweede afdekking op zijn plaats. Plaats de twee schroeven. Draai de schroeven aan. Draai ze niet te strak aan! Druk de kapjes op de schroeven. 14

17 5. De AutoRAE 2-slede aansluiten op voeding Als de AutoRAE 2-slede zelfstandig wordt gebruikt, krijgt deze voeding van zijn eigen wisselstroomadapter. (Als een AutoRAE 2-slede wordt aangesloten op een AutoRAE 2- controller, krijgt deze voeding van de AutoRAE 2-controller en is er dus geen aparte wisselstroomadapter nodig). De aansluiting voor de wisselstroomadapter bevindt zich in de uitsparing van de linkerafdekking. Plaats de plug van de wisselstroomadapter in de AutoRAE 2-slede en sluit de transformator aan op een stopcontact. Voorzichtig: gebruik de AutoRAE 2-slede en de wisselstroomadapter ervan nooit in natte of vochtige omgevingen of op gevaarlijke locaties. Plaats de plug van de wisselstroomadapter in de aansluiting. 15

18 6. Bumptesten en kalibratie voorbereiden Voordat u een bumptest of kalibratie uitvoert, moet de AutoRAE 2-slede worden ingesteld, moet het filter worden geplaatst en moet de voeding worden aangesloten. Bovendien moet de slede met behulp van ProRAE Studio II-software worden geconfigureerd om de gastypen en -concentraties, en de datum en tijd in te stellen. Zie pagina 32 voor meer informatie Een extern filter plaatsen Als u er zeker van wilt zijn dat frisse lucht niet wordt vervuild door stof of ander materiaal, gebruikt u een filter voor de inlaat voor frisse lucht van de AutoRAE 2-slede. De inlaat bevindt zich bovenaan, links van het vergrendelmechanisme. Inspecteer het filter regelmatig en vervang het indien nodig als het vuil of beschadigd is. Druk het filter in de opening 6.2. Een wisselstroomadapter aansluiten De AutoRAE 2-slede gebruikt een 12 V, 1,25 A gelijkstroomadapter. Plaats het pluguiteinde in de poort aan de zijkant van de AutoRAE 2-slede en sluit het transformatoruiteinde aan op een voedingsbron met wisselstroom. Er is geen aanuitschakelaar. Zodra u de wisselstroomadapter aansluit op de voeding, staat de AutoRAE 2-slede dus aan. Voorzichtig: gebruik de AutoRAE 2-slede of de wisselstroomadapter ervan nooit in natte of vochtige omgevingen, of op gevaarlijke locaties. 16

19 6.3. Kalibratiegas aansluiten De AutoRAE 2-slede biedt ruimte aan twee kalibratiegascilinders (met één gas of met een mengsel in de cilinders). Bovendien is er een verbinding genaamd Exhaust (Uitlaat), voor de afvoer van het gas nadat het door de AutoRAE 2-slede is gegaan. Alle drie de verbindingen zijn geribd, zodat de slangen erop vastgezet kunnen worden. Alle gasverbindingen zijn geribd, zodat de slangen erop vastgezet kunnen worden. Er moeten geschikte, niet-reactieve/niet-adsorptieve slangen met een binnendiameter van 3,18 mm worden gebruikt (teflon voor PID of corroderende of reactieve gassen, Tygon voor overige gassen). Op de cilinders moeten demand-flow regulators (0 tot psig/70 bar) zijn geplaatst. Uitlaat Kalibratiegascilinder 1 Kalibratiegascilinder 2 BELANGRIJK! Controleer altijd of de actieve gasconfiguratie van de AutoRAE 2-slede en het type en de concentratie van de kalibratiegassen die werkelijk op de slede zijn aangesloten, overeenkomen voordat u een bumptest of kalibratie start. Kruisgevoeligheden bepalen in welke volgorde sensoren moeten worden gekalibreerd Gassen die voor kalibratie worden gebruikt, moeten worden geconfigureerd en aangesloten op inlaat 1 en vervolgens op inlaat 2, in de volgorde waarin de sensoren moeten worden gekalibreerd. Dit geldt zowel voor zelfstandige sledes als voor op een controller gebaseerde systemen. Informatie over de kalibratievolgorde is beschikbaar in Technische kennisgeving TN-114 van RAE Systems. Als MultiRAE-sensoren kruisgevoeligheden hebben ten aanzien van de doelgassen van andere sensoren die in hetzelfde instrument zijn geplaatst, is de volgorde waarin deze sensoren worden gekalibreerd, belangrijk. Er moet namelijk tussen kalibraties worden gewacht totdat de sensoren zich hebben hersteld na de blootstelling aan het 17

20 gas waarvoor kruisgevoeligheid bestaat. U kunt de tijd die de kalibratie in beslag neemt, verkorten door eerst de meest kruisgevoelige sensor te kalibreren, gevolgd door de minst kruisgevoelige. Wacht totdat beide sensoren weer op nul staan en stel ze dan allebei weer aan gas bloot, waarbij u de gevoeligste het eerst blootstelt en de minst gevoelige het laatst. 50 ppm NH 3 geeft bijvoorbeeld een reactie van 0 ppm bij een Cl 2 -sensor (minder kruisgevoelig) en 1 ppm Cl 2 geeft een reactie van ongeveer -0,5 ppm bij een NH 3 -sensor (meer kruisgevoelig). Kalibreer dus de NH 3 -sensor eerst, met 50 ppm NH 3. Dat zou geen effect moeten hebben op de Cl 2 -sensor. Kalibreer vervolgens de Cl 2 -sensor met 10 ppm Cl 2. Hierdoor komt de NH 3 -sensor enige tijd negatief te staan. Na de kalibratie van de Cl 2 -sensor, zet u het instrument weer op schone lucht en wacht u totdat de meest kruisgevoelige sensor (NH 3 ) volledig is hersteld en/of is gestabiliseerd (als de sensor stabiliseert op een andere waarde dan nul, zet u het instrument weer op nul). Als beide sensoren weer op nul staan, stelt u beide in dezelfde volgorde bloot aan kalibratiegas (eerst NH 3 en dan Cl 2 ). Kijk hoe de sensor reageert. Als beide sensoren een waarde bereiken die niet meer dan 10% afwijkt van de waarde die op de gascilinder wordt vermeld, is de kalibratie van de kruisgevoelige sensoren geslaagd. Dezelfde logica geldt voor de uitvoering van een bumptest op een instrument met kruisgevoelige sensoren. Voor meer informatie over kruisgevoeligheden van bepaalde sensoren raadpleegt u Technische kennisgeving TN-114 van RAE Systems. 18

21 6.4. Een MultiRAE-monitor in de slede plaatsen 1. Zorg dat het externe filter in het instrument niet vuil of verstopt is en dat het filter goed op de inlaat van het instrument zit geschroefd. 2. Zorg ervoor dat de monitor is uitgeschakeld of zich in de AutoRAE 2- communicatiemodus bevindt. 3. Plaats het instrument met de voorkant omlaag in de slede en let er daarbij op dat het instrument goed is uitgelijnd met de contactpunten op de oplaadpoort van de AutoRAE 2-slede. Er zijn twee uitlijnpunten aan één zijde en één uitlijnpunt aan de andere zijde. Lijn deze uit met de overeenkomstige punten op de onderkant van de MultiRAE. 4. Druk op het vergrendelmechanisme om de MultiRAE te vergrendelen. Opmerking: u hoeft het externe filter, het rubberen omhulsel, de riemklem of de polsband niet van de monitor te verwijderen om deze met de AutoRAE 2 te gebruiken. 19

22 6.5. Een ToxiRAE Pro-monitor in de slede plaatsen Voor de ToxiRAE Pro-slede zijn een of twee verschillende adapters nodig. Deze adapters zijn specifiek voor het type ToxiRAE Pro. Ze worden vastgeklikt en kunnen gemakkelijk weer worden verwijderd, voor het geval u één slede wilt gebruiken voor het bumptesten/kalibreren/beheren van verschillende typen ToxiRAE Pro-monitoren Adapters installeren in de ToxiRAE Pro-slede Dit zijn de twee typen ToxiRAE Pro-adapters: Adapter voor ToxiRAE Pro, ToxiRAE Pro CO2 en ToxiRAE Pro LEL Adapter voor ToxiRAE Pro PID Lijn de twee openingen in de juiste adapter uit met de twee corresponderende poorten in het vergrendelmechanisme. Adapter voor ToxiRAE Pro, ToxiRAE Pro CO2 en ToxiRAE Pro LEL Adapter voor ToxiRAE Pro PID Opmerking: u kunt de adapters verwijderen door te trekken aan het lipje boven aan de adapters (het past in een uitsparing in het vergrendelmechanisme). 20

23 Bij elke adapter wordt een sticker geleverd voor in de slede. Het wordt ten zeerste aanbevolen dat u deze stickers aanbrengt, vooral als beide typen adapters worden gebruikt in meerdere sledes die worden aangesloten op een AutoRAE 2-controller. Plaats hier de zelfklevende sticker Een ToxiRAE Pro-monitor in de slede plaatsen 1. Zorg dat de juiste adapter zich in het vergrendelmechanisme bevindt. 2. Zorg dat het externe filter in het instrument niet vuil of verstopt is en goed op de inlaat van het instrument is geschroefd. 3. Zorg ervoor dat de monitor is uitgeschakeld of zich in de AutoRAE 2- communicatiemodus bevindt. 4. Plaats het instrument met de voorzijde naar beneden in de slede en controleer of het goed is uitgelijnd met de contactpunten op de laadpoort van de AutoRAE 2-slede. 5. Druk het instrument op het vergrendelmechanisme om de ToxiRAE Pro te vergrendelen. Opmerking: u hoeft het externe filter, het rubberen omhulsel, de riemklem of de polsband niet van de monitor te verwijderen om deze met de AutoRAE 2 te gebruiken. 21

24 6.6. Een QRAE 3-monitor in de slede plaatsen 1. Zorg dat het externe filter in het instrument niet vuil of verstopt is en goed op de inlaat van het instrument is geschroefd. 2. Zorg ervoor dat de monitor is uitgeschakeld of zich in de AutoRAE 2- communicatiemodus bevindt. 3. Plaats het instrument met de voorkant omlaag in de slede en let er daarbij op dat het instrument goed is uitgelijnd met de contactpunten op de oplaadpoort van de AutoRAE 2-slede. Er zijn twee uitlijnpunten aan één zijde en één uitlijnpunt aan de andere zijde. Lijn deze uit met de overeenkomstige punten op de onderkant van de QRAE3. 4. Druk het instrument omlaag op het vergrendelmechanisme om de QRAE3 te vergrendelen. Opmerking: u hoeft het externe filter, de riemklem of de polsband niet van de monitor te verwijderen om deze met de AutoRAE 2 te gebruiken Opwarmen Wanneer u een monitor in de slede plaatst en het vergrendelmechanisme sluit, begint de slede het instrument automatisch op te laden en wordt een opwarmcyclus gestart om het instrument voor te bereiden op een bumptest of kalibratie. De opwarmcyclus wordt echter alleen gestart als de monitor uit staat of zich in de AutoRAE 2- communicatiemodus bevindt. De opwarmtijd is afhankelijk van de sensoren die zich in het instrument bevinden en van de specifieke vereisten ervan. Tijdens het opwarmen knipperen de twee slede-led's met de labels Bump en Cal (Kalibratie) beurtelings oranje. Als het instrument is opgewarmd, lichten de twee LED's doorlopend groen op, wat aangeeft dat u een bumptest of kalibratie kunt uitvoeren. 22

25 Als het instrument niet opwarmt, knipperen de slede-led's Bump en Cal (Kalibratie) beurtelings rood en klinkt de zoemer. Verwijder de monitor uit de slede en raadpleeg de informatie op de display van het instrument. Een instrument dat in de slede wordt geplaatst, kan zijn uitgeschakeld of worden ingeschakeld en worden ingesteld voor de AutoRAE 2-communicatiemodus. 1. Wanneer u een instrument dat is uitgeschakeld in de slede plaatst, begint de slede het instrument automatisch op te laden en wordt een opwarmcyclus gestart om het instrument voor te bereiden op een bumptest of kalibratie. Opmerking: als de spanning van het instrument te laag is om te worden ingeschakeld, zet de slede een opwarmcyclus in gang tot de spanning voldoende is om te worden ingeschakeld. Dat wil zeggen dat de identificatietijd langer is. 2. Als instrumenten zijn ingeschakeld en zich in de AutoRAE 2-communicatiemodus bevinden, worden ze op verschillende manieren behandeld. Raadpleeg de volgende tabel: Instrument Instrument uitgeschakeld Instrument ingeschakeld en in de AutoRAE 2-communicatiemodus Tijd Opmerkingen Tijd Opmerkingen MultiRAE 2m 12s 6s ToxiRAE Pro QRAE 3 Voert zelftest uit. PID-sensor heeft 2 minuten nodig om op te warmen. 1m 26s Voert zelftest uit. PID-sensor heeft 1 minuut nodig om op te warmen. 1 m 22s Voert zelftest uit. Sensoren hebben 1 minuut nodig om op te warmen. 25s 8s Alle sensoren zijn opgewarmd. Modus zendt alleen. Er wordt geen zelftest uitgevoerd. Alle sensoren zijn opgewarmd. Voert zelftest uit. Alle sensoren zijn opgewarmd. Belangrijk! Als sensoren nog worden opgewarmd als wordt overgeschakeld naar de AutoRAE 2-communicatiemodus, is het instrument pas gereed nadat de sensoren zijn opgewarmd. 23

26 7. Een bumptest uitvoeren RAE Systems adviseert vóór het eerste gebruik van de dag een bumptest uit te voeren op alle draagbare instrumenten. Een bumptest wordt gedefinieerd als een korte blootstelling van de monitor aan het testgas om te controleren of de sensor op gas reageert en of de alarmen functioneel zijn en ingeschakeld zijn. De monitor moet worden gekalibreerd als deze niet slaagt voor een bumptest of ten minste om de 180 dagen, afhankelijk van het gebruik en de blootstelling van de sensor aan giffen en vervuilende stoffen. De kalibratie-intervallen en bumptestprocedures kunnen variëren op basis van de nationale wetgeving. 1. Sluit kalibratiegascilinders aan die overeenkomen met de gasinstellingen die in de slede zijn geconfigureerd (zoals opgegeven voor fles 15 en 16 onder Gasconfiguratie 8; zie sectie 13.1). 2. Plaats een instrument in de AutoRAE 2-slede (zoals beschreven in sectie 6.4) en wacht totdat het is opgewarmd (zoals beschreven in sectie 6.5). 3. Als het instrument is opgewarmd (beide LED's lichten groen op), drukt u op Bump om een bumptest te starten. De slede laat een pieptoon horen om aan te geven dat er een bumptest is gestart. 4. De bump-led knippert groen als er een bumptest bezig is. De kalibratie-led blijft uit. 5. Als de bumptest van het instrument slaagt, licht de bump-led ononderbroken groen op. Opmerking: zie pagina 26 voor een uitleg van hoe de LED's aangeven welke bewerkingen bezig zijn en of er tijdens een bumptest fouten zijn opgetreden. Opmerking: als het instrument in zijn standaardconfiguratie niet voor een bumptest slaagt, begint de AutoRAE 2-slede automatisch met een volledige kalibratie. 24

27 8. Een kalibratie uitvoeren Alle draagbare instrumenten moeten regelmatig worden gekalibreerd, in overeenstemming met nationale en regionale voorschriften, maar ten minste om de 180 dagen. Voer altijd een complete kalibratie uit nadat u een sensor hebt vervangen, wanneer u een nieuw instrument voor de eerste keer gebruikt of wanneer het instrument lange tijd niet is gebruikt. Voer ook een complete kalibratie uit als het instrument niet is geslaagd voor een bumptest. 1. Sluit kalibratiegascilinders aan die overeenkomen met de gasinstellingen die in de slede zijn geconfigureerd (zoals opgegeven voor fles 15 en 16 onder Gasconfiguratie 8; zie sectie 13.1). 2. Plaats een instrument in de AutoRAE 2-slede (zoals beschreven in sectie 6.4) en wacht totdat het is opgewarmd (zoals beschreven in sectie 6.7). 3. Als het instrument is opgewarmd (beide LED's lichten groen op), drukt u op Cal (Kalibratie) om een kalibratie te starten. De slede laat een pieptoon horen om aan te geven dat er een kalibratie is gestart. 4. De kalibratie-led knippert groen als er een kalibratie bezig is. De bump-led blijft uit. 5. Als een kalibratie met succes is voltooid, licht de kalibratie-led ononderbroken groen op. Opmerking: zie pagina 26 voor een uitleg van hoe de LED's aangeven welke bewerkingen bezig zijn en of er tijdens een kalibratie fouten zijn opgetreden. 25

28 9. Fout- en statusberichten tijdens bumptests en kalibraties De LED's met het label Bump en Cal (Kalibratie) boven de twee toetsen op de AutoRAE 2-slede geven informatie over de status tijdens bumptests en kalibraties. In de volgende tabel worden de verschillende berichten uitgelegd: Status Bump-LED Kalibratie-LED Actie van gebruiker Opwarmen Op toetsen drukken heeft bezig geen effect. Opwarmfout Opwarmen met succes voltooid Bumptest bezig Bumptest met succes voltooid Oranje knipperend, afwisselend met kalibratie-led Rood knipperend, afwisselend met kalibratie-led Groen (ononderbroken) Groen (knipperend) Groen (ononderbroken) Oranje knipperend, afwisselend met Bump-LED Rood knipperend, afwisselend met Bump-LED Groen (ononderbroken) Uit Uit Verwijder het instrument uit de slede en voer de actie uit die op de display van het instrument wordt aangegeven. Druk op de bumptoets of de kalibratietoets om een bumptest of een kalibratie uit te voeren. Verwijder het instrument niet, anders wordt het proces onderbroken. Op toetsen drukken heeft geen effect. Het resultaat van de bumptest (geslaagd) is vastgelegd. U kunt het instrument uit de slede verwijderen om het te gebruiken of u kunt het in de slede laten voor de volgende AutoRAE 2-bewerking of om de batterij van het instrument op te laden. 26

29 Status Bump-LED Kalibratie-LED Actie van gebruiker Bumptest mislukt Rood (langzaam knipperend) Uit Het resultaat van de bumptest (niet geslaagd) is vastgelegd. Kalibratie bezig Uit Groen (knipperend) Verwijder het instrument niet, anders wordt het proces onderbroken. Op toetsen Kalibratie met succes voltooid Kalibratie mislukt Slaapmodus Monitor niet aangesloten/ systeem niet actief Sledefout Uit Uit Oranje (ononderbroken) Groen (ononderbroken) Rood (langzaam knipperend) Oranje (ononderbroken) drukken heeft geen effect. Het resultaat van de bumptest (geslaagd) is vastgelegd. U kunt het instrument uit de slede verwijderen om het te gebruiken of u kunt het in de slede laten voor de volgende AutoRAE 2-bewerking of om de batterij van het instrument op te laden. Het resultaat is in het instrument vastgelegd. U kunt het instrument uit de slede verwijderen en de foutcode lezen op de display. Als een controller wordt gebruikt, wordt de foutcode weergegeven op de display van de controller. Het opladen gaat in de slaapmodus door. Druk op een van beide toetsen om het instrument uit de slaapmodus te halen. Uit Uit Controleer of de monitor goed in de slede is geplaatst en of het vergrendelmechanisme volledig is geactiveerd. Controleer of de monitor zich in de AutoRAE 2- communicatiemodus bevindt of is uitgeschakeld. Rood (langzaam knipperend, tegelijk met de kalibratie-led) Rood (langzaam knipperend, tegelijk met de Bump-LED) Voer de actie uit die op de display van de controller wordt aangegeven (als u een controller gebruikt). Neem anders contact op met de Technische ondersteuning van RAE Systems. 27

30 10. De batterij van een instrument opladen Als u een instrument in de slede plaatst en vergrendelt, kan de batterij van het instrument worden opgeladen. Wanneer de stroom van de AutoRAE 2 is ingeschakeld en de batterij van het instrument wordt opgeladen, licht de LED rood op. Wanneer de batterij volledig is opgeladen, wordt de LED groen: 11. Een instrument uit een slede verwijderen Als u een instrument uit een slede wilt verwijderen, drukt u de rode vrijgavehendel omlaag totdat het vergrendelmechanisme naar voren komt en het instrument wordt ontgrendeld. Licht het instrument vervolgens uit de slede, te beginnen met de inlaatzijde. BELANGRIJK! Als u een instrument verwijdert dat wordt opgewarmd of waarvoor een bumptest of kalibratie bezig is, wordt het proces onderbroken en moet u het instrument weer in de slede plaatsen om het proces opnieuw te starten. Als u een proces onderbreekt, moet het opnieuw worden gestart. (Een onderbroken proces kan niet worden hervat.) 28

31 11.1. AutoRAE 2-rapporten Nadat u een test op een instrument hebt uitgevoerd, wordt op de display van het instrument een rapport weergegeven voor elke test die is uitgevoerd. Als een test niet is uitgevoerd, wordt dat op het scherm van het instrument meegedeeld. Doorloop de schermen om de resultaten te zien van de tests die zijn uitgevoerd. Een voorbeeld van de MultiRAE: 29

32 Selecteer Exit (Afsluiten) om de monitor weer in de modus Normal Measurement (Normale meting) te plaatsen. 30

33 12. Rapporten afdrukken vanaf een AutoRAE 2-slede De AutoRAE-slede heeft een poort om een seriële printer aan te sluiten. Sluit een seriële kabel aan tussen de seriële poort van de AutoRAE-slede en de seriële poort van een printer. Printerpoort Seriële poort van printer De AutoRAE 2-slede ondersteunt printers die ASCII-tekst accepteren. Er is een zelfstandige, volledig compatibele Epson-papierrolprinter verkrijgbaar bij RAE Systems: Epson TM-T88IV-printer (onderdeelnummer ) Kabel, 9-pens mannetje naar 25-pens mannetje (onderdeelnummer ) Printerkit (onderdeelnummer ) Opmerking: gebruik geen crossover RS-232-kabel of een crossover gender-changing adapter om twee kabels te verbinden als u een langere kabel nodig hebt. Gebruik ook geen USB-naar-serieel adapter. Als de printer goed is aangesloten, drukt de AutoRAE 2-slede automatisch certificaten af nadat een bumptest of een kalibratie is voltooid. 31

34 13. Een zelfstandige AutoRAE 2-slede programmeren De gasconfiguraties van de AutoRAE 2-slede (gasinlaatinstellingen) en de systeemdatum en -tijd vormen de configureerbare parameters die beschikbaar zijn voor een AutoRAE-slede. U hebt een pc en ProRAE Studio II-software voor instrumentconfiguratie en gegevensbeheer nodig. Bovendien moet de AutoRAE 2- slede zijn aangesloten op de voeding en op een pc-kabel voor USB-communicatie. 1. Sluit een USB-kabel aan tussen een pc met ProRAE Studio II en de AutoRAE 2-slede. 2. Zorg dat de AutoRAE 2-slede aan staat (dat de wisselstroomadapter is aangesloten en in het stopcontact zit). 3. Plaats de slede in de pc-communicatiemodus. Houd de Bump -toets vijf seconden ingedrukt, totdat op de LED-display van twee tekens, linksonder op de slede, PC wordt weergegeven. 4. Start de ProRAE Studio II-software op de pc. 5. Selecteer Administrator (Beheerder) en voer het wachtwoord in (de standaard is rae ). 6. Klik op Detect the instruments automatically (De instrumenten automatisch detecteren) (het pictogram van een vergrootglas met de letter A erin). Na enkele seconden wordt de slede gevonden en getoond. 7. Klik op Select (Selecteren). 8. Klik op Setup (Instellen). 32

35 9. ProRAE Studio II downloadt de configuratiegegevens van de AutoRAE 2-slede (tijdens het downloaden wordt een voortgangsbalk weergegeven). De gegevens van de AutoRAE 2-slede worden weergegeven, inclusief het modelnummer en het serienummer ervan: Klik op Clock Information (Klokgegevens) om de datum en de tijd te controleren of in te stellen: 33

36 Als u de datum en de tijd op de AutoRAE 2-slede wilt synchroniseren met de tijd op de pc, klikt u op het vak met het label Sync with PC (Synchroniseren met pc). 34

37 13.1. Instellingen van de gasinlaatconfiguratie Onder Gas Bottle Information (Gasflesgegevens) wordt aangegeven wat voor soort gas aan elke gasinlaat wordt geleverd. De sectie Gas Bottle Information (Gasflesgegevens) bevat parameterinstellingen voor de twee gasinlaten van de AutoRAE 2-slede, zoals gastypen, concentraties, concentratie-eenheden, reinigingstijd en drenktijd voor gascilinders die zijn aangesloten op elke gasinlaat. U kunt deze waarden wijzigen en ze naar uw AutoRAE 2-slede(s) uploaden en u kunt de momenteel in de slede geprogrammeerde waarden downloaden naar ProRAE Studio II. Er zijn acht gasconfiguraties ( Gas Config ), waarvan alleen gasconfiguratie 8 wordt gebruikt. Gasconfiguratie 8 correspondeert met code G8 op de LED-display van de slede. Gasconfiguratie 8, zoals weergegeven op de LED-display van de slede Gasconfiguraties 1 tot en met 7 worden niet Gasconfiguratie 8 is de enige beschikbare configuratie 35

38 Wanneer u klikt op Gasconfiguratie 8, worden de twee gasflessen (gasinlaat 15 en gasinlaat 16) weergegeven: 36

39 Gasconfiguratie 8 omvat instellingen voor twee gascilinders: gasfles 15 en gasfles 16. Gasfles 15 en gasfles 16 corresponderen respectievelijk met gasinlaten 1 en 2, aan de zijkant van de AutoRAE 2-slede. Aantal gassen in de cilinder (momenteel geselecteerd: een mengsel van 4 gassen) Typ het partijnummer h t Selecteer een gasfles onder Gas Config 8. Het venster toont nu de geselecteerde gasfles (gasfles 15 wordt weergegeven), het Gas Number (het aantal gassen in het mengsel als de fles meer dan één gas bevat; mengsel van vier gassen weergegeven), het Gas Lot Number (Partijnummer gas) en gegevens zoals de Gas Index (Gasindex), de Gas Name (Gasnaam), de Concentration (Concentratie), de Concentration Unit (Concentratieeenheid), de Purge Time (Sec.) (Reinigingstijd) en de Soak Time (Sec.) (Drenktijd). Opmerking: gasconfiguraties 1 tot en met 7 kunnen niet worden gebruikt. Gasconfiguratie 8 is de enige beschikbare configuratie. 37

40 13.2. Selecteerbare gasindexwaarden voor gasconfiguratie 8 U kunt de vervolgkeuzemenu's gebruiken om gasindexwaarden te selecteren voor de twee flessen (gasfles 15 of gasfles16) die worden gebruikt voor gasconfiguratie 8. Deze gassen worden ondersteund: 1 - CO 9 - HCl 17 - CH 3 SH 2 - H 2 S 10 - HF 18 - CO SO Cl isobutyleen 4 - NO 12 - ClO benzeen 5 - NO H propaan 6 - HCN 14 - HCHO 22 - methaan 7 - NH COCl stikstof 8 - PH O ETO Opmerking: de geselecteerde gasindex (en naam) wordt gemarkeerd. Gebruik de schuifbalk om het gewenste gas te selecteren. 38

41 13.3. Gasnaam Wanneer u het gasindexnummer wijzigt en vervolgens ergens anders in de tabel klikt, wordt de gasnaam automatisch aangepast aan de geselecteerde gasindex Concentratie [waarde] U kunt de concentratie instellen door te dubbelklikken in het juiste vak voor de gasconcentratie en vervolgens de concentratiewaarde te typen Concentratie-eenheid Als u het vervolgkeuzemenu Concentration Unit (Concentratie-eenheid) opent, kunt u de gewenste gasconcentratie-eenheden selecteren (er zijn ook andere typen eenheden). ppm % ppb mg ug %LEL %VOL %CH Reinigingstijd Typ bij Purge Time (Sec.) (Reinigingstijd) het aantal seconden dat het systeem zichzelf met frisse lucht moet reinigen nadat een bumptest of kalibratie is uitgevoerd Drenktijd Typ bij Soak Time (Sec.) (Drenktijd) het aantal seconden dat het systeem de sensor van tevoren moet blootstellen aan kalibratiegas voordat een bumptest of kalibratie wordt uitgevoerd. 39

42 13.8. Instellingen uploaden naar de AutoRAE 2-slede 1. Als u klaar bent met het instellen van de gasconfiguraties, uploadt u ze naar de AutoRAE 2-slede door te klikken op het pictogram Upload all settings to the instrument (Alle instellingen naar het instrument uploaden): 2. Er wordt een dialoogvenster weergegeven: Klik op No (Nee) als u de configuraties niet wilt uploaden. Klik op Yes (Ja) om de configuraties te uploaden. 3. Tijdens het uploaden wordt een voortgangsbalk weergegeven: Instellingen van afzonderlijke gasinlaten downloaden en uploaden Als u slechts één set gasinlaatinstellingen van de slede wilt downloaden, klikt u op de naam (Gas Inlet 4, bijvoorbeeld) en vervolgens op de knop Get Current Content Settings (Huidige instellingen ophalen): Als u één set gasinlaatinstellingen naar de slede wilt uploaden, klikt u op de naam (Gas Inlet 4, bijvoorbeeld) en vervolgens op de knop Set Current Content Settings (Huidige instellingen bepalen): 40

43 Het instellingenbestand opslaan Als u de instellingen als back-up of voor later gebruik wilt opslaan, klikt u op de knop Save Current Data (Huidige gegevens opslaan) en slaat u het bestand op. Het bestand heeft de extensie.prs (een ProRAE Studio II-bestand) Opgeslagen instellingen opslaan Als u eerder instellingen in een apart bestand hebt opgeslagen, kunt u ze terughalen zodat u ze kunt wijzigen en/of kunt toepassen op AutoRAE 2-sledes. Deze functie is vooral nuttig als u meerdere afzonderlijke sledes hebt waarvoor soortgelijke instellingen moeten worden gebruikt. 1. Klik op het mappictogram Open A Saved File (Opgeslagen bestand openen). 2. Zoek het ProRAE Studio-configuratiebestand dat u vanaf uw pc wilt uploaden (het heeft het suffix.prs). 3. Klik op Open (Openen). Opmerking: als u een bestand opent, overschrijft u (gewijzigde of ongewijzigde) instellingen van de actieve ProRAE Studio II-sessie. U kunt deze instellingen nu wijzigen of uploaden Instellingen uploaden naar meerdere AutoRAE 2-sledes U kunt instellingen op meerdere sledes toepassen Sluit één slede aan op de pc en upload de instellingen zoals beschreven in de vorige sectie. Ontkoppel daarna die slede, sluit een andere aan en upload vervolgens instellingen Programmering afsluiten Als u klaar bent met programmeren en de instellingen hebt opgeslagen, doet u het volgende: 1. Sluit ProRAE Studio II af. 2. Ontkoppel de USB-kabel tussen de pc en de AutoRAE 2-slede. 3. Druk op de Bump -toets van de AutoRAE 2-slede (de display verandert van PC in de actieve gasconfiguratie, G8). 41

44 14. Firmware van de AutoRAE 2-slede opwaarderen Upgrades van de firmware voor de zelfstandige AutoRAE 2-slede kunnen in de AutoRAE 2-slede worden geladen met behulp van ProRAE Studio II-software op een pc. Als de slede (of meerdere sledes) aan een AutoRAE 2-controller is gekoppeld, volg dan de instructies voor het opwaarderen van de firmware van de AutoRAE 2-controller op pagina Download firmware van de website van RAE Systems of gebruik een cd-rom. 2. Sluit een pc waarop ProRAE Studio II actief is, op de AutoRAE 2-slede aan met behulp van een USB-kabel. 3. Houd de bumptoets ingedrukt totdat PC op de display wordt weergegeven. 4. Start ProRAE Studio II. 5. Klik op Administrator (Beheerder). 6. Voer het wachtwoord in (de standaard is rae ). 7. Klik op OK. 8. Klik op Detect the instruments automatically (De instrumenten automatisch detecteren). 42

45 9. Selecteer de AutoRAE 2-slede. AutoRAE 2 Gebruikshandleiding 10. Klik op Select (Selecteren). 11. De drie opties links zijn Setup (Installeren), Firmware en Tool (Extra). Klik op Firmware. 43

46 12. Klik op Run Programmer (Programmering uitvoeren). Het venster RAE Programmer 4000 wordt geopend: 13. Klik op de knop Open... (Openen...). 14. Zoek en selecteer het firmwarebestand met de extensie.rfp. 15. Klik op Open (Openen). 16. Klik op Start. 17. De firmware wordt geüpload naar de AutoRAE 2-slede. 18. Sluit de pc-communicatiemodus op de AutoRAE 2-slede af door te drukken op Bump. Op de display moet nu G8 worden weergegeven. 19. Sluit de ProRAE Studio II-software op de pc af. 20. Ontkoppel de USB-kabel. 44

47 15. Een zelfstandige AutoRAE 2-slede gebruiken voor overdracht van het datalog, monitorconfiguratie en firmware-upgrades Datalogs kunnen van een MultiRAE of een ToxiRAE Pro naar een computer worden gedownload en firmware-updates en configuratiegegevens kunnen naar een MultiRAE worden geüpload met behulp van de USB-poort van een zelfstandige AutoRAE 2-slede. Gebruik de bijgeleverde USB-kabel om de AutoRAE 2-slede op een computer met ProRAE Studio II (versie 1.70 of hoger) aan te sluiten. Volg de instructies in sectie 10 van de MultiRAE Gebruikshandleiding en de aanwijzingen van ProRAE Studio II, of de instructies in de ToxiRAE Pro, ToxiRAE Pro LEL, ToxiRAE Pro CO2 of ToxiRAE Pro PID of QRAE 3 Gebruikshandleiding. 45

48 OP CONTROLLER GEBASEERD AUTORAE 2-SYSTEEM 16. Overzicht De AutoRAE 2-controller maakt van de AutoRAE 2 een krachtig dockingstation met netwerkondersteuning dat maximaal tien monitoren tegelijkertijd kan ondersteunen en ruimte biedt aan maximaal vijf verschillende gasbronnen voor kalibratie en bumptesten van meerdere sensoren. Inlaatfilter Inlaat voor frisse lucht Uitlaatpoort 5 gasinlaten USB naar printer (niet weergegeven) Sluit hier maximaal 10 monitorsledes en de terminaladapter aan Kleuren-LCD USB naar pc (niet weergegeven) Ethernet-poort (niet weergegeven) Alarmzoemer DC-invoer van AC-adapter (niet weergegeven) Aan-uitschakelaar Y/+-toets MODE-toets N /--toets Uitlaatpoort Gaspoorten USB naar printer USB naar pc Ingang van 12 V, 7,5 A DC-voeding RJ-45 Ethernetpoort Aanuitschakelaar 46

49 De AutoRAE 2-controller heeft afdekschuiven die de USB- en de Ethernet-poort tegen vuil beschermen als ze niet worden gebruikt. Plaats de schuiven over de poorten Standaardinhoud van pakket De AutoRAE 2-controller (onderdeelnummer T ) wordt geleverd met het volgende: AutoRAE 2-controller AutoRAE 2-terminaladapter Kabel voor pc-communicatie, USB-type A (male) naar type B (male), onderdeelnummer volt, 7,5 A voeding (onderdeelnummer ) met: VS (onderdeelnummer ), VK (onderdeelnummer ) en Europa (onderdeelnummer ) Externe inlaatfilters: 1 geplaatst en drie reserve (onderdeelnummer , set van drie) Tygon-slang (3,18 mm binnendiameter, 15 mm lang), set van 5, onderdeelnummer SD-geheugenkaart: 2 GB, onderdeelnummer Snelstartgids, onderdeelnummer T AutoRAE 2 resource-cd-rom, onderdeelnummer T Deze cd-rom bevat het volgende: Gebruikershandleiding Snelstartgids ProRAE Studio II cd-rom met software voor de configuratie van instrumenten en gegevensbeheer, onderdeelnummer Productregistratiekaart Certificaat van kwaliteitscontrole en test 47

50 17. Een op een controller gebaseerd AutoRAE 2- systeem gebruiken Als u AutoRAE 2-sledes gebruikt met de AutoRAE 2-controller breidt u de mogelijkheden van het systeem aanzienlijk uit, vergeleken met een zelfstandige slede. Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem kan maximaal tien instrumenten tegelijk opladen, testen en kalibreren met behulp van maximaal vijf aparte gasinlaten. Het systeem ondersteunt USB-printers (met HP Printer Command Language 5 of 5E) voor rechtstreeks afdrukken en bevat een standaard SD-kaart waarop gegevens worden opgeslagen. Wanneer er een of meer AutoRAE 2-sledes op de AutoRAE 2-controller zijn aangesloten, fungeert de AutoRAE 2-controller als het commandocentrum voor het systeem. De controller levert voeding aan het hele systeem en beheert alle configuratie-instellingen. De ingebouwde pomp en kleppen regelen de gasstroom. Opmerking: er moet een AutoRAE 2-terminaladapter op de meest rechtse slede worden aangesloten, anders werkt het op een AutoRAE 2-controller gebaseerde systeem niet. BELANGRIJK! Bovendien moet de slede met behulp van ProRAE Studio II-software worden geconfigureerd om de gastypen en -concentraties, en de datum en tijd in te stellen. Zie pagina 83 voor meer informatie. 18. Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem instellen Op één AutoRAE 2-controller kunnen maximaal tien AutoRAE 2-sledes worden aangesloten (deze kunnen alle van hetzelfde type zijn of een combinatie van typen zijn). De terminaladapter moet worden aangesloten op de laatste (meest rechtse) AutoRAE 2-slede. Als u een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem wilt assembleren, schuift u een AutoRAE 2-slede goed tegen de AutoRAE 2-controller aan. Als u meerdere AutoRAE 2-sledes hebt, schuift u alle sledes goed tegen elkaar aan. Schuif vervolgens de terminaladapter tegen de laatste slede aan. Druk ze allemaal nog een keer goed op hun plaats en plaats vervolgens de kruiskopschroeven, die de eenheden goed tegen elkaar houden. 48

51 Draai alle kruiskopschroeven goed vast en plaats vervolgens de zwarte kunststof kapjes eroverheen Batterijen plaatsen voor de real-time klok De AutoRAE 2-controller heeft een interne real-time klok (RTC), die wordt ingesteld met behulp van ProRAE Studio II. Er is een kleine knoopcelbatterij op de hoofdplaat gesoldeerd om te zorgen dat de klok blijft lopen als het systeem uit wordt gezet. (De cel wordt opgeladen als het systeem aan staat.) Bovendien worden drie vervangbare AA-batterijen in de AutoRAE 2-controller gebruikt om de laatste kalibratierecord te bewaren voor het geval dat deze niet naar de SD-kaart is geschreven. 1. Zorg dat de AutoRAE 2-controller uit staat en dat de wisselstroomadapter is ontkoppeld. 2. Verwijder de kruiskopschroeven waarmee het deksel van het batterijcompartiment bevestigd zit. 3. Verwijder het deksel van het batterijcompartiment. 4. Plaats drie AA-batterijen (alkaline of lithium). Zorg dat u ze op de juiste manier plaatst. 5. Breng het paneel opnieuw aan. 49

52 18.2. Een extern filter plaatsen Als u er zeker van wilt zijn dat frisse lucht niet wordt vervuild door stof of ander materiaal, gebruikt u een filter voor de inlaat voor frisse lucht van de AutoRAE 2- controller. De inlaat bevindt zich linksboven. Inspecteer het filter regelmatig en vervang het indien nodig als het vuil of beschadigd is. AutoRAE 2-controller bovenaanzicht Druk het filter in de opening 19. Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem aanzetten Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem wordt gevoed door de 12 V, 7,5 A wisselstroomadapter ervan. De aansluiting voor de wisselstroomadapter bevindt zich in de uitsparing aan de linkerzijde van de AutoRAE 2-controller, naast de aan-uitschakelaar. Plaats de plug van de wisselstroomadapter in de AutoRAE 2 en sluit de transformator aan op een stopcontact. Voorzichtig: gebruik de AutoRAE 2-controller of de wisselstroomadapter ervan nooit in natte of vochtige omgevingen, of op gevaarlijke locaties. Plaats de plug van de wisselstroomadapter in de aansluiting. 50

53 20. Een controller en de erop aangesloten sledes bedienen Als een AutoRAE 2-controller is aangesloten op een of meer AutoRAE 2-sledes, worden de knoppen op de AutoRAE 2-sledes alleen gebruikt om een bumptest of een kalibratie te starten. De LED van twee tekens op elke slede toont het id-nummer van de respectievelijke slede. Alle bewerkingen en instellingen worden aangestuurd door de AutoRAE 2-controller De AutoRAE 2-controller aanzetten Zet de schakelaar aan de zijkant van de AutoRAE 2-controller om. De LCD-display wordt aangezet en de LED op de aan-uitschakelaar licht rood op. Het systeem voert een zelftest uit van de interne pomp en kleppen, de terminaladapter, de gasdruk in de aangesloten cilinders en andere belangrijke componenten en parameters van de AutoRAE 2. Bij elke slede die wordt aangezet, lichten de bump-led en de kalibratie-led even op en toont de LED-display van twee tekens het id-nummer van de slede in het systeem De AutoRAE 2-controller uitzetten Zet de schakelaar aan de zijkant van de AutoRAE 2-controller om. De display en de voeding-led gaan uit, net als alle LED's op de aangesloten sledes Opstartprocedure Als u het systeem aanzet, wordt dit scherm weergegeven op de display van de AutoRAE 2-controller: Vervolgens worden enkele tests uitgevoerd en enkele schermen weergegeven, inclusief configuratie-informatie voor de vijf gasinlaten. 51

54 Als de opstartcontrole van het systeem succesvol is, wordt dit scherm weergegeven: Als een van beide of beide mechanische tests mislukken, wordt het probleem aangegeven door een rood vierkant met een X erin: Als de controle van de controllerklep en het spruitstuk niet succesvol is, zet u het systeem uit en neemt u contact op met de Technische ondersteuning van RAE Systems. Als de controle van de terminaladapter niet succesvol is, controleert u of de terminaladapter is aangesloten op de laatste AutoRAE 2-slede en of alle AutoRAE-sledes in het systeem goed zijn aangesloten. Probeer het systeem opnieuw op te starten. Als alles goed is aangesloten, maar de test weer niet succesvol is, neemt u contact op met de Technische ondersteuning van RAE Systems. 52

55 Als alle tests succesvol zijn, wordt dit scherm weergegeven, wat aangeeft dat het AutoRAE 2-systeem gereed is voor gebruik: Als de sledes instrumenten bevatten, beginnen ze op te warmen zodra de slede ervan wordt aangezet en is herkend door de AutoRAE 2-controller Gebruikersinterface Alle functies en configuraties worden geactiveerd met de drie knoppen op de controller, [Y/+], [MODE] en [N/-]: Op de display worden soft keys weergegeven en de knoppen van de AutoRAE 2- controller corresponderen met soft keys direct erboven. Bijvoorbeeld: 53

56 20.5. Statusberichten en kleurcodering op de display De AutoRAE 2-controller heeft een kleurendisplay en er worden kleuren gebruikt om de status aan te geven van verschillende categorieën informatie. Status Kleur Uitleg Gelukt Groen 1. Alle sensoren en alarmen zijn geslaagd voor de bumptest. 2. Alle sensoren en alarmen zijn geslaagd voor de kalibratie. Gelukt? Groen 1. Alle sensoren die zijn getest, zijn geslaagd voor de bumptest. Sommige sensoren zijn niet getest. 2. Alle sensoren die zijn gekalibreerd, zijn geslaagd voor de kalibratie. Sommige sensoren zijn niet gekalibreerd. Mislukt Rood 1. Een of meer sensoren of alarmen zijn niet geslaagd voor de bumptest. 2. Een of meer sensoren of alarmen zijn niet geslaagd voor de kalibratie. 3. Monitor na 30 minuten niet gedetecteerd. 4. Opwarmfout monitor of andere monitorfout. Waarschuwing Geel Sensor komt niet overeen met het gas. Opwarmen Geen Instrument warmt op. Gereed Geen Instrument gereed voor bumptest of kalibratie Opwarmen Wanneer u een monitor in de slede plaatst en het vergrendelmechanisme sluit, begint het systeem het instrument automatisch op te laden en wordt een opwarmcyclus gestart om de instrumenten voor te bereiden op gebruik met de AutoRAE 2. De opwarmcyclus wordt echter alleen gestart als de monitoren uit staan of zich in de AutoRAE 2-communicatiemodus bevinden. 54

57 De opwarmtijd is afhankelijk van de sensoren die zich in het instrument bevinden en van de specifieke vereisten ervan. Tijdens het opwarmen knipperen de twee slede-led's met het label Bump en Cal (Kalibratie) beurtelings oranje en wordt bij de naam van het instrument op de display van de AutoRAE 2-controller de tekst Warm-up (Opwarmen) weergegeven. Wanneer een instrument is opgewarmd, lichten de twee LED's continu groen op en bevat de display van de AutoRAE 2-controller het woord Ready (Gereed) naast de instrumentnaam, zonder markering. (Opmerking: als een sensor niet overeenkomt, wordt de naam geel gemarkeerd.) Dit geeft aan dat u nu een bumptest of kalibratie kunt uitvoeren. Als het instrument niet opwarmt, knipperen de slede-led's Bump en Cal (Kalibratie) beurtelings rood en klinkt de zoemer. Op de display van de AutoRAE 2-controller wordt het instrument rood gemarkeerd, met het woord Error (Fout). Verwijder de monitor uit de slede en raadpleeg de informatie op de display van het instrument Testen Als de AutoRAE 2-controller aan wordt gezet, voert deze een zelftest, controles van de SD-kaart (of de SD-kaart aanwezig is, of deze vol of bijna vol is, enzovoort), een test van elke aangesloten AutoRAE 2-slede en daarna een test van de instrumenten in de sledes uit. Bumptests en kalibraties kunnen alleen op een instrument worden uitgevoerd als de tests van het instrument succesvol waren, inclusief de compatibiliteit tussen de gasinstellingen in de AutoRAE 2-controller en het instrument Compatibiliteitstests De AutoRAE 2-controller controleert of de gasinstellingen die in de AutoRAE 2- controller zijn geprogrammeerd, overeenkomen met de instellingen in het instrument voor elke sensor en het kalibratiegas van de sensoren. Als een instelling niet overeenkomt, wordt in de kolom Status op de display het woord Warning (Waarschuwing) weergegeven. Druk op [N/-] om in de lijst naar het instrument te gaan waarvan u de details wilt lezen. Druk op [MODE] om meer informatie te krijgen: 55

58 Er is informatie beschikbaar over het gedetecteerde probleem: Als er een instelling niet overeenkomt, controleert u de instellingen van het instrument in de programmeermodus en de instellingen die voor de AutoRAE 2 zijn geprogrammeerd met behulp van ProRAE Studio II. Als alle instrumenten in de sledes worden opgewarmd en er geen fouten of incompatibiliteiten zijn opgetreden tijdens de tests, wordt voor de instrumenten Ready (Gereed) weergegeven: 56

59 21. Bumptesten en kalibratie voorbereiden Voordat u een bumptest of een kalibratie uitvoert, moet de AutoRAE 2 worden ingesteld (raadpleeg sectie 16 voor details), een SD-kaart met voldoende ruimte bevatten, aan staan en over aangesloten kalibratiecilinders beschikken SD-geheugenkaart De AutoRAE 2-controller slaat systeembestanden, rapporten en systeemspecifieke gegevens elektronisch op een standaard SD-geheugenkaart op. BELANGRIJK! De 2 GB SD-kaart die bij de AutoRAE 2-controller wordt geleverd, is vooraf geformatteerd en is gereed voor gebruik (RAE Systems-onderdeelnummer ). Als u een SD-kaart bij een andere leverancier koopt, kan deze groter zijn dan 2 GB, maar de AutoRAE 2-controller gebruikt slechts 2 GB van de ruimte. Opmerking: de SD-kaart in de AutoRAE 2 mag alleen worden gebruikt voor AutoRAE 2-opnames. Sla geen andere bestanden op de SD-kaart op. Een 2 GB SD-kaart kan ongeveer drie jaar aan dagelijkse bumpgegevens, kalibratiegegevens of gecombineerde gegevens bevatten voor 500 instrumenten. Het wordt echter aanbevolen rapporten elk half jaar van de SD-kaart naar een pc te verplaatsen. Hierdoor wordt de gegevensbeveiliging vergroot en wordt de gegevensoverdracht versneld. BELANGRIJK! De AutoRAE 2 kan niet werken zonder SD-kaart in de sleuf. Opmerking: als er geen SD-kaart in de sleuf zit wanneer de AutoRAE 2-controller wordt aangezet, als de SD is vergrendeld of als de SD-kaart tijdens gebruik wordt verwijderd, wordt dit bericht weergegeven op de display: FOUT! Code: 4001 SD card is missing or locked (SD-kaart ontbreekt of is vergrendeld). Controleer de SD-kaart en start het systeem opnieuw. 57

60 VOORZICHTIG! Verwijder de SD-kaart niet uit de sleuf en plaats geen SD-kaart in een lege sleuf terwijl de AutoRAE 2-controller actief is. De SD-kaart of de gegevens erop kunnen daardoor beschadigd raken. Als de SD-kaart vergrendeld is, wordt het bovenstaande foutbericht weergegeven. De AutoRAE 2-controller kan geen gegevens schrijven naar een vergrendelde SD-kaart. Verwijder de SD-kaart en ontgrendel deze door het vergrendellipje omhoog te trekken. Plaats de SD-kaart vervolgens terug. Vergrendellipje Vergrendellipje Ontgrendelde SD-kaart Vergrendelde SD-kaart Als er weinig ruimte op de SD-kaart over is, wordt het volgende bericht weergegeven op de display: SD card running low on space (Weinig vrije ruimte op SD-kaart). Als de SD-kaart vol is, wordt het volgende foutbericht weergegeven op de display: SD card full (SD-kaart vol). Vervang de SD-kaart door een kaart met meer ruimte of verplaats de gegevens naar een computer. Wis vervolgens de gegevens op de kaart met behulp van uw computer en plaats de SD-kaart weer in de AutoRAE 2. BELANGRIJK! Houd het deksel van de SD-kaartpoort gesloten als u geen SD-kaart plaatst of verwijdert. Zo helpt u het leesmechanisme en de SD-kaart schoon te houden, vooral in stoffige omgevingen. 58

61 Een SD-kaart plaatsen 1. Gebruik een 2.0 inbussleutel om het schroefje waarmee het deksel op de SD-kaartpoort bevestigd zit, los te draaien en te verwijderen. 2. Schuif het deksel omlaag zodat de poort zichtbaar is. 3. Druk de SD-kaart in de sleuf, met de inkeping aan de rechterzijde. Druk de kaart in positie totdat u een klik hoort. Schuif het deksel omhoog, zodat de poort wordt bedekt. 4. Plaats het schroefje terug en draai het aan. Draai het inbusboutje los waarmee het deksel vastzit Verwijder het inbusboutje Schuif het deksel omlaag Druk de SD-kaart in de sleuf totdat deze vastklikt Een SD-kaart verwijderen Als u een SD-kaart wilt verwijderen, drukt u erop totdat u een klik hoort en de kaart deels uit de sleuf komt. Trek de kaart er vervolgens met uw vingers uit. 59

62 21.2. Kalibratiegas aansluiten Sluit cilinders met kalibratiegas aan op de inlaatpoorten met het label Gases aan de linkerzijde van de AutoRAE 2-controller. Zorg dat het gas op de juiste inlaat wordt aangesloten, zoals gedefinieerd in de gasflesinstellingen, die worden beschreven in sectie Alle gasverbindingen zijn geribd, zodat u de slangen erop kunt vastzetten. Er moeten geschikte, niet-reactieve/niet-adsorptieve slangen met een binnendiameter van 3,18 mm worden gebruikt (teflon voor PID of corroderende of reactieve gassen, Tygon voor overige gassen). Op de cilinders moeten demand-flow regulators (0 tot psig/70 bar) zijn geplaatst. BELANGRIJK! Controleer altijd of de gasflesconfiguratie voor elke inlaat van de AutoRAE 2- controller en het type en de concentratie van de kalibratiegassen die werkelijk op de controller zijn aangesloten, overeenkomen voordat u een bumptest of kalibratie start. Controleer ook of de vervaldatum van het kalibratiegas niet is verstreken. Opmerking: als een gascilinder leeg is of weinig druk heeft, moet deze worden vervangen. Uitlaat AutoRAE 2- controller AutoRAE 2-sledes (maximaal 10) Kalibratiegascilinders (elke cilinder heeft een demand-flow regulator) Kruisgevoeligheden bepalen in welke volgorde sensoren moeten worden gekalibreerd Gassen die voor kalibratie worden gebruikt, moeten worden geconfigureerd en aangesloten op inlaat 1, inlaat 2, inlaat 3, enzovoort, in de volgorde waarin de sensoren moeten worden gekalibreerd. Dit geldt zowel voor zelfstandige sledes als voor op controller gebaseerde systemen. Zie pagina 17 voor meer informatie. Informatie over de kalibratievolgorde is beschikbaar in Technische kennisgeving TN-114 van RAE Systems. 60

63 21.3. Monitoren in sledes plaatsen Wanneer u gereed bent om bumptests of kalibratietests uit te voeren, plaatst u MultiRAE- of ToxiRAE Pro-monitoren in de sledes, aan de hand van de instructies op pagina Een bumptest uitvoeren Met de AutoRAE 2-controller kunt u bumptests uitvoeren op afzonderlijke instrumenten of op alle instrumenten in de sledes. U kunt een bumptest starten door te drukken op de knop Bump op de slede of door een bumptest te selecteren via de menu's van de AutoRAE 2-controller. Druk op [Y/+] om Function (Functie) te selecteren: Er wordt een menu weergegeven. Bump Test, boven in de lijst, is al geselecteerd (zoals aangegeven door het driehoekje rechts van de naam): 61

64 Wanneer u op [Y/+] klikt om Select te selecteren, wordt dit scherm weergegeven: Opmerking: een grijs vakje geeft aan dat een instrument niet kan worden geselecteerd. Als u Bump All (Alles bumptesten) inschakelt, worden het selectievakje Bump All en alle overige selectievakjes voor herkende instrumenten ingeschakeld. 62

65 U kunt ook afzonderlijke instrumenten selecteren voor bumptesten. Druk op [N/-] om naar beneden te gaan in de lijst. Druk op [Y/+] om te schakelen tussen geselecteerd en niet-geselecteerd. Nadat u uw selectie(s) hebt gemaakt, drukt u op [MODE] om de bumptest te starten. Druk op [N/-] om Exit (Afsluiten) te selecteren en druk vervolgens op [Y/+] om af te sluiten. Er wordt een scherm weergegeven met de instrumenten waarop een bumptest zal worden uitgevoerd en er wordt afgeteld. Alle bumptests worden vervolgens automatisch uitgevoerd. 63

66 Als de sensoren en de instellingen van het kalibratiegas niet overeenkomen, wordt dit bericht weergegeven. Het aftellen voor de bumptest gaat ondertussen door. Er zal een bumptest worden uitgevoerd op de sensoren die overeenkomen met de instellingen van het kalibratiegas. 64

67 Een bumptest onderbreken Druk tijdens een bumptest op de knop Abort (Afbreken) om de test te onderbreken. Dit bericht wordt dan weergegeven op de display van de AutoRAE 2-controller: Als u een instrument tijdens een bumptest uit de slede verwijdert, wordt de test onderbroken en wordt het volgende bericht weergegeven: Druk op [N/+] om de bumptest af te breken. 65

68 Als alle bumptests zijn voltooid, worden de resultaten op de display weergegeven: Deze tabel geeft aan wat de resultaten betekenen: Resultaat Beschrijving Gelukt Alle sensoren zijn geslaagd. Gelukt? Alle sensoren die zijn getest, zijn geslaagd, maar sommige sensoren zijn niet getest. Mislukt Het instrument is voor één of meer tests niet geslaagd. N.v.t. Het instrument is niet getest. Selecteer een menu-item en volg dan de schermen. Onder aan elk scherm bevinden zich navigatiemarkeringen. 66

69 67

70 21.5. Kalibratie uitvoeren Met de AutoRAE 2-controller kunt u kalibraties uitvoeren op afzonderlijke instrumenten of op alle instrumenten in de sledes. U kunt een kalibratie starten door te drukken op de kalibratietoets op de slede of door een kalibratie te selecteren via de menu's van de AutoRAE 2-controller. Druk op [Y/+] om Function (Functie) te selecteren: Er wordt een menu weergegeven. Bump Test, boven in de lijst, is al geselecteerd (zoals aangegeven door het driehoekje rechts van de naam). Druk op [N/-] totdat Calibrate (Kalibreren) wordt gemarkeerd. Wanneer u op [Y/+] klikt om Select te selecteren, wordt dit scherm weergegeven: Opmerking: een grijs vakje geeft aan dat een instrument niet kan worden geselecteerd. 68

71 U kunt Calibrate All (Alles kalibreren) selecteren of afzonderlijke instrumenten kalibreren. Als u alle Calibrate All (Alles kalibreren) wilt selecteren, drukt u op [Y/+] om het vakje Calibrate All (Alles kalibreren) in te schakelen. U kunt ook afzonderlijke instrumenten selecteren voor kalibratie. Druk op [N/-] om naar beneden te gaan in de lijst. Druk op [Y/+] om te schakelen tussen geselecteerd en niet-geselecteerd. Nadat u uw selectie(s) hebt gemaakt, drukt u op [MODE] om Done (Gereed) te selecteren en start u de kalibratie. Druk op [N/-] om Exit (Afsluiten) te selecteren en druk vervolgens op [Y/+] om af te sluiten. 69

72 Er wordt een scherm weergegeven met de instrumenten waarop een kalibratie zal worden uitgevoerd en er wordt afgeteld. Alle kalibraties worden vervolgens automatisch uitgevoerd Een kalibratie onderbreken Als u een instrument uit een AutoRAE 2-slede verwijdert of een kalibratie op een andere manier onderbreekt, wordt de test gestopt en wordt dit bericht weergegeven op de display van de AutoRAE 2-controller: 70

73 Als u het instrument verwijdert, kan de kalibratie niet worden hervat. U moet de kalibratie afbreken en opnieuw starten. Druk op [N/+] om de kalibratie af te breken. Dit scherm wordt weergegeven. Als de kalibratie is voltooid, wordt de status van de AutoRAE 2-controller weergegeven: 71

74 Als de kalibratie van een instrument mislukt, wordt het woord Fail (Mislukt) in de rij van het instrument weergegeven en wordt de rij rood gemarkeerd. U kunt een rapport voor dit instrument en voor de overige instrumenten in de sledes van het systeem opvragen door te drukken op [Y/+] ( Report (Rapport)). Als de kalibratie van een instrument mislukt, controleert u hoe oud de sensor is en raadpleegt u de gebruikshandleiding van het instrument Rechtstreeks bumptesten en kalibreren met behulp van de knoppen op de slede Als er meerdere AutoRAE 2-sledes zijn aangesloten op een controller, kunnen ze toch afzonderlijk worden gebruikt om een bumptest of kalibratie uit te voeren. 1. Plaats een of meer instrumenten in de sledes. 2. Druk op Bump of op Cal (Kalibreren). 72

75 U hebt vijf seconden de tijd om uw keuze te wijzigen. Daarna wordt een scherm met de geselecteerde instrumenten weergegeven met uw keuze voor Bump of Cal. Als zich geen instrument in de sledes bevindt of als u geen van beide opties hebt geselecteerd, wordt er geen selectie aangegeven. U kunt de bumptests en de kalibraties direct starten door te drukken op [Y/+]. Anders wordt begonnen met aftellen. Als nul wordt bereikt, beginnen de bumptests en de kalibraties. U kunt tot dit moment nog afsluiten door te drukken op [N/-]). Op de instrumenten wordt een bumptest of kalibratie uitgevoerd met behulp van de parameters die zijn opgeslagen in de aangesloten AutoRAE 2-controller. (Een zelfstandige AutoRAE 2-slede gebruikt de configuratie die is opgeslagen in de interne configuratie ervan.) 73

76 21.7. Instellingen en configuraties afdrukken Het hoofdscherm bevat de status van de meest recente bump- en kalibratietests, maar geeft ook toegang tot de functie voor het afdrukken van rapporten en de instellingen van de AutoRAE 2-controller. Daarmee kunt u instellingen controleren en het wachtwoord wijzigen. Druk in het hoofdscherm op [Y/+] om Function (Functie) te selecteren: Afdrukken Sluit een USB-kabel aan op de USB A-poort aan de zijkant van de AutoRAE 2-controller en op de USB-poort van de printer. Zorg dat de printer aan staat. Druk op de knop [Y/+] op de controller, wat correspondeert met de soft key Function (Functie). Er wordt een menu weergegeven. 74

77 Druk herhaaldelijk op [N/-] totdat Print (Afdrukken) is geselecteerd (zoals aangegeven door het driehoekje rechts van de naam): Druk terwijl Print is geselecteerd op de AutoRAE 2-controller, op [Y/+] om het menu Print te openen. Ga omlaag in de lijst door te drukken op [N/-] en schakel selectievakjes in of uit door te drukken op [Y/+]. Als u Print All (Alles afdrukken) selecteert, krijgen Print All en alle instrumenten een vinkje in hun selectievakje. Als u specifieke instrumenten selecteert, krijgen alleen die een vinkje. Als u uw selectie hebt gemaakt, drukt u op [MODE] om Done (Gereed) te selecteren. Als er een printer is aangesloten, wordt automatisch afgeteld, waarna de gegevens van alle geselecteerde instrumenten worden afgedrukt. 75

78 Als u wilt stoppen met afdrukken, drukt u op [N/-]. Het afdrukken wordt dan afgebroken. U wordt gevraagd te bevestigen dat u het afdrukken wilt afbreken. Druk op [Y/+] om het afdrukken af te breken. Druk op [N/-] om door te gaan met afdrukken. 76

79 21.8. Instellingen Druk in het hoofdscherm op [Y/+] om Function (Functie) te selecteren: Er wordt een menu weergegeven. Druk op [N/-] totdat Settings (Instellingen) is geselecteerd (zoals aangegeven door het driehoekje rechts van de naam): Klik op [Y/+] om Settings te kiezen. 77

80 Er wordt een wachtwoordscherm weergegeven. U moet een wachtwoord invoeren voor geavanceerde toegang. (Als u een verkeerd wachtwoord invoert, krijgt u slechts elementaire toegang.) De standaardwaarde is 0000 (vier nullen). Druk op [Y/+] om een waarde te kiezen (van 0 tot en met 9). Druk op [N/-] om verder te gaan naar het volgende cijfer. Druk op [MODE] nadat u het wachtwoord hebt ingevoerd. Als u een onjuist wachtwoord opgeeft, wordt dit scherm weergegeven: Als u het correcte wachtwoord hebt ingevoerd, wordt het scherm Gas Settings (Gasinstellingen) weergegeven. 78

81 Als u nogmaals een verkeerd wachtwoord invoert, krijgt u toegang tot de basisinstellingen, die bestaan uit alleen-lezen informatie over de gassen die voor elke gasinlaat zijn geconfigureerd: Als u in de geavanceerde modus wilt schakelen tussen de typen instellingen, drukt u op [N/-]. Druk op [Y/+] om een selectie te maken. 79

82 Gasinstellingen Gas Settings (Gasinstellingen) bestaat uit alleen-lezen schermen met de gasconfiguratie van de vijf gasinlaten. Als u de instellingen wilt doorlopen, drukt u op [N/-]. Het huidige scherm wordt gemarkeerd door de lege cirkel in de reeks cirkels die de vijf inlaten voorstellen. Als u de gasinstellingen wilt afsluiten en wilt terugkeren naar het scherm Settings (Instellingen), drukt u op [MODE]. 80

83 Systeeminstellingen In de geavanceerde modus kunt u wijzigingen aanbrengen in de systeeminstellingen. System Settings (Systeeminstellingen) (alleen geavanceerde modus) geeft toegang tot het volgende: Controllerinformatie Dit is alleen-lezen informatie over de AutoRAE 2-controller: Model Serienummer Firmware Built Datum U kunt de datum instellen met de indeling die is ingesteld in ProRAE Studio II. Druk op [Y/+] om getallen te kiezen van 0 tot en met 9. Druk op [N/-] om verder te gaan naar het volgende cijfer. Druk op [MODE] om de nieuwe datum op te slaan. Opmerking: als u de datum al hebt ingesteld met ProRAE Studio II, hoeft u dat niet opnieuw te doen. Dit scherm is nuttig om te controleren of uw tijdstempels goed zijn ingesteld. 81

84 Tijd U kunt de tijd instellen met de indeling die is ingesteld in ProRAE Studio II. Druk op [Y/+] om getallen te kiezen van 0 tot en met 9. Druk op [N/-] om verder te gaan naar het volgende cijfer. Druk op [MODE] om de nieuwe tijd op te slaan. Opmerking: als u de tijd al hebt ingesteld met ProRAE Studio II, hoeft u dat niet opnieuw te doen. Dit scherm is nuttig om te controleren of uw tijdstempels goed zijn ingesteld. Wachtwoord U kunt uw wachtwoord wijzigen in dit scherm, dat het volgende bevat: Huidige wachtwoord Nieuw wachtwoord Druk op [Y/+] om getallen te kiezen van 0 tot en met 9. Druk op [N/-] om verder te gaan naar het volgende cijfer. Druk op [MODE] om het nieuwe wachtwoord op te slaan. Actie nadat bump is mislukt U kunt selecteren welke actie moet worden uitgevoerd door de AutoRAE 2 als een bumptest mislukt. Uw opties zijn de volgende: Kalibratie als bumptest mislukt Alleen bumptest Druk op [N/-] om verder te gaan naar de volgende optie. Druk op [Y/+] om de gemarkeerde optie te selecteren of druk op [MODE] om terug te gaan, of druk op [N/-] om door te gaan naar de volgende optie. Druk op [Y/+] om uw wijziging op te slaan of op [N/-] om af te breken Netwerkinstellingen Bij Network Settings (Netwerkinstellingen) kunt u de communicatie met een pc instellen. DHCP Enable/Disable (DHCP inschakelen/uitschakelen) Host IP Address (IP-adres van host) Subnet Mask (Subnetmasker) Default Gateway (Standaardgateway) Port Number (Poortnummer) 82

85 DHCP Enable/Disable (DHCP inschakelen/uitschakelen) In dit scherm kunt u DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) in en uitschakelen. Als DHCP Enable/Disable (DHCP inschakelen/uitschakelen) is gemarkeerd in het menu Network Settings (Netwerkinstellingen) en u drukt op [Y/+] krijgt u toegang tot de opties Enable (Inschakelen) en Disable (Uitschakelen). Opmerking: de huidige operationele optie wordt boven in een vak weergegeven. Druk op [N/-] om verder te gaan naar de volgende optie. Druk op [Y/+] om de gemarkeerde optie te selecteren. Druk op [MODE] om het venster te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. Host IP Address (IP-adres van host) Dit scherm kan alleen worden bekeken en geeft het IP-adres van de host weer. Als Host IP Address (IP-adres van host) is gemarkeerd in het menu Network Settings (Netwerkinstellingen) en u drukt op [Y/+] krijgt u toegang tot het scherm Host IP Address (IP-adres van host). Druk op [MODE] om het venster te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. Subnet Mask (Subnetmasker) Dit scherm kan alleen worden bekeken en geeft het subnetmasker weer. Als Subnet Mask (Subnetmasker) is gemarkeerd in het menu Network Settings (Netwerkinstellingen) en u drukt op [Y/+] krijgt u toegang tot het scherm Subnet Mask (Subnetmasker). Druk op [MODE] om het venster te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. Default Gateway (Standaardgateway) Dit scherm kan alleen worden bekeken en geeft de standaardgateway weer. Als Default Gateway (Standaardgateway) is gemarkeerd in het menu Network Settings (Netwerkinstellingen) en u drukt op [Y/+] krijgt u toegang tot het scherm Default Gateway (Standaardgateway). Druk op [MODE] om het venster te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. Port Number (Poortnummer) In dit scherm kunt u het poortnummer weergeven en wijzigen. Als Port Number (Poortnummer) is gemarkeerd in het menu Network Settings (Netwerkinstellingen) en u drukt op [Y/+] krijgt u toegang tot het scherm Port Number (Poortnummer). Opmerking: de standaardwaarde is Druk op [Y/+] om getallen te kiezen van 0 tot en met 9. Druk op [N/-] om verder te gaan naar het volgende cijfer. Druk op [MODE] om het nieuwe poortnummer op te slaan. 83

86 22. Een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem programmeren op de computer Sommige parameters van de configuratie van een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem, zoals de datum en de tijd, kunnen worden geconfigureerd op de pc of rechtstreeks op het controllerscherm. Andere parameters, zoals het wachtwoord van het AutoRAE 2-systeem, kunnen alleen rechtstreeks op de controller worden geconfigureerd, terwijl gasconfiguraties (instellingen van gasinlaten) alleen op een pc kunnen worden geconfigureerd. Firmware-updates van zowel de controller als de sledes die op de controller zijn aangesloten, kunnen ook alleen worden uitgevoerd op een pc. Als u een AutoRAE 2-controller vanaf een pc wilt programmeren, hebt u ProRAE Studio II-software voor instrumentconfiguratie en gegevensbeheer nodig, moet het op een AutoRAE 2-controller gebaseerde systeem zijn aangesloten op de voeding en hebt u een pc-kabel voor USB-communicatie nodig. 1. Sluit een USB-kabel aan tussen een pc met ProRAE Studio II en de AutoRAE 2-controller. 2. Zet de AutoRAE 2-controller aan (met de wisselstroomadapter aangesloten en in het stopcontact, en de aan-uitschakelaar aan, zodat de LED rood oplicht). 3. Start de ProRAE Studio II-software op de pc. 4. Selecteer Administrator (Beheerder) en voer het wachtwoord in (de standaard is rae ). 5. Klik op Detect the instruments automatically (De instrumenten automatisch detecteren) (het pictogram van een vergrootglas met de letter A erin). Na enkele seconden wordt de AutoRAE 2-controller gevonden en wordt deze samen met de firmwareversie, het serienummer en de COM-poort ervan weergegeven: 6. Klik op Select (Selecteren). 7. Klik op Setup (Instellen). 84

87 ProRAE Studio II downloadt de configuratiegegevens van de AutoRAE 2-controller en alle aangesloten AutoRAE 2-sledes (tijdens het downloaden wordt een voortgangsbalk weergegeven). Opmerking: als de AutoRAE 2-controller is aangesloten op en communiceert met een pc waarop ProRAE Studio II actief is, bevat de display van de controller dit bericht: Communiceren met computer. Volg de instructies in ProRAE Studio II. Kalibratie en bumptests kunnen pas worden uitgevoerd als de communicatiemodus van de AutoRAE 2 wordt afgesloten. De AutoRAE 2-controller wordt samen met het serienummer ervan weergegeven in ProRAE Studio II, onder Online : 85

88 U kunt de weergave uitvouwen om AutoRAE 2-sledes weer te geven die op de AutoRAE2-controller zijn aangesloten, door te klikken op + links van de afbeelding van de AutoRAE 2-controller: Dubbelklik op de AutoRAE 2-controller om de instellingen ervan te controleren en om de controller te programmeren. Het scherm Setup/Firmware (Instellen/firmware) wordt weergegeven: U ziet, zowel op de statusbalk onderaan als in de hiërarchie boven in het scherm, dat de AutoRAE 2-controller actief is. 86

89 Klik op Setup (Instellen) om te beginnen met programmeren. Dit instellingsscherm wordt weergegeven: Klik op Clock Information (Klokgegevens) om de tijd te controleren of in te stellen: Als u de datum en de tijd op de AutoRAE 2-controller wilt synchroniseren met de datum en de tijd op de pc, klikt u op het vak met het label Sync with PC (Synchroniseren met pc). 87

90 Stel het wachtwoord voor toegang tot de AutoRAE 2 in. Opmerking: de standaardwaarde is

91 22.1. Instellingen van de gasinlaten Onder Gas Inlet Information (Gasinlaatgegevens) wordt aangegeven wat voor soort gas aan elke gasinlaat wordt geleverd. De sectie Gas Inlet Information bevat parameterinstellingen voor de vijf gasinlaten op de AutoRAE 2-controller. U kunt voor elke Gas Inlet (gasinlaat) het volgende weergeven en instellen: het gastype, de concentratie, de concentratie-eenheid, de reinigingstijd en de drenktijd. U kunt deze waarden wijzigen en ze naar uw AutoRAE 2 uploaden of u kunt de momenteel in de AutoRAE 2 geprogrammeerde waarden downloaden naar ProRAE Studio II. Er zijn vijf gasconfiguraties (Gas Inlet 1 tot en met Gas Inlet 5) en elke configuratie kan worden aangepast aan het aantal en type van de gassen in elke gasinlaat. Selecteer een gasinlaat onder Gas Inlet Information (Gasinlaatgegevens): Het venster toont nu de geselecteerde gasinlaat (gasinlaat 1 wordt hier weergegeven), het Gas Number (het aantal gassen in het mengsel als de cilinder meer dan één gas bevat; één gas wordt hier weergegeven), het Gas Lot Number (Partijnummer gas), Expiration Date (Vervaldatum) en gegevens zoals de Gas Index (Gasindex), de Gas Name (Gasnaam), de Concentration (Concentratie), de Concentration Unit (Concentratie-eenheid), de Purge Time (Sec.) (Reinigingstijd) en de Soak Time (Sec.) (Drenktijd) Een gasinlaat configureren De gasinlaatsecties zijn zo ontworpen dat u afzonderlijke gassen of gascombinaties kunt definiëren die overeenkomen met de cilinders die u wilt gebruiken met een op een AutoRAE 2-controller gebaseerd systeem. Afgezien van het aantal gassen kunt u de Gas Index, de Gas Name (Gasnaam), de Concentration (Concentratie), de Concentration Unit (Concentratie-eenheid), de Purge Time (Reinigingstijd) en de Soak Time (Drenktijd) van elke gasfles wijzigen. Bovendien kunt u van elke cilinder het Gas Lot Number (Partijnummer gas) en de vervaldatum wijzigen. 89

92 Aantal gassen Gas Number (Aantal gassen) is het aantal gassen (maximaal acht) dat zich in één gasinlaat bevindt. Klik op de pijl omhoog om het aantal te vergroten of op de pijl omlaag om het aantal te verlagen. Opmerking: het nummer kan nul (0) zijn. Zo kunt u de corresponderende inlaat verwijderen uit de kalibraties en bumptests Partijnummer gas Vul bij Gas Lot Number (Partijnummer gas) de getallen in die corresponderen met het partijnummer dat op de gascilinder staat. Dit nummer wordt opgenomen in test- en kalibratiecertificaten die worden gegenereerd tijdens bumptests of kalibraties van instrumenten met dit gas Vervaldatum Klik bij Expiration Date (Vervaldatum) op elk cijfer en gebruik het pijltje omhoog/omlaag om de datumcijfers te wijzigen zodat die overeenkomen met de vervaldatum die op de gascilinder staat aangegeven. Dit nummer wordt opgenomen in test- en kalibratiecertificaten die worden gegenereerd tijdens bumptests of kalibraties van instrumenten met dit gas Gasindex U kunt de vervolgkeuzemenu's gebruiken om gasindexwaarden te selecteren die corresponderen met het desbetreffende gas. Deze gassen worden ondersteund: 1 CO 9 - HCl 17 - CH 3 SH 2 - H 2 S 10 - HF 18 - CO SO Cl isobutyleen 4 NO 12 - ClO benzeen 5 - NO H propaan 6 HCN 14 - HCHO 22 - methaan 7 - NH COCl stikstof 8 - PH O ETO Opmerking: de geselecteerde gasindex (en naam) wordt gemarkeerd. Gebruik de schuifbalk om het gewenste gas te selecteren Gasnaam Wanneer u het gasindexnummer wijzigt en vervolgens ergens anders in de tabel klikt, wordt de gasnaam automatisch aangepast aan de geselecteerde gasindex Concentratie [waarde] U kunt de concentratie instellen door te dubbelklikken in het juiste vak voor de gasconcentratie en vervolgens de concentratiewaarde te typen. 90

93 Concentratie-eenheid Als u het vervolgkeuzemenu Concentration Unit (Concentratie-eenheid) opent, kunt u de gewenste gasconcentratie-eenheid selecteren (er zijn ook andere typen eenheden). ppm % ppb mg/m 3 ug/m 3 %LEL %VOL %CH Reinigingstijd Vul bij Purge Time (Sec.) (Reinigingstijd) het aantal seconden dat het systeem zichzelf met frisse lucht moet reinigen nadat een bumptest of kalibratie is uitgevoerd Drenktijd Typ bij Soak Time (Sec.) (Drenktijd) het aantal seconden dat het systeem de sensor van tevoren moet blootstellen aan kalibratiegas voordat een bumptest of kalibratie wordt uitgevoerd. 91

94 22.3. Instellingen uploaden naar de AutoRAE 2 Als u klaar bent met het instellen van de gasflesparameters, uploadt u ze naar de AutoRAE 2 door te klikken op het pictogram Upload all settings to the instrument (Alle instellingen naar het instrument uploaden): 1. Er wordt een dialoogvenster weergegeven: Klik op No (Nee) als u de configuraties niet wilt uploaden. Klik op Yes (Ja) om de configuraties te uploaden. 2. Tijdens het uploaden wordt een voortgangsbalk weergegeven: Instellingen van afzonderlijke gasflessen downloaden en uploaden Als u slechts één set gasflesinstellingen uit de AutoRAE 2 wilt downloaden, klikt u op de naam (Gas Bottle 1 tot en met 5) en vervolgens op de knop Get Current Content Settings (Huidige instellingen ophalen): Als u één set gasflesinstellingen naar de AutoRAE 2 wilt uploaden, klikt u op de naam (Gas Bottle 1 tot en met 5) en vervolgens op de knop Set Current Content Settings (Huidige instellingen bepalen): 92

95 22.5. Het instellingenbestand opslaan Als u de instellingen als back-up of voor later gebruik wilt opslaan, klikt u op de knop Save Current Data (Huidige gegevens opslaan) en slaat u het bestand op. Het bestand heeft de extensie.prs (een ProRAE Studio II-bestand) Opgeslagen instellingen opslaan Als u eerder instellingen in een apart bestand hebt opgeslagen, kunt u ze terughalen zodat u ze kunt wijzigen en/of kunt toepassen op het AutoRAE 2-systeem. Deze functie is vooral nuttig als u meerdere afzonderlijke systemen hebt waarvoor soortgelijke instellingen moeten worden gebruikt. 1. Klik op het mappictogram Open A Saved File (Opgeslagen bestand openen). 2. Zoek het ProRAE Studio-bestand dat u vanaf uw pc wilt uploaden (het heeft het suffix.prs). 3. Klik op Open (Openen). Opmerking: als u een bestand opent, overschrijft u (gewijzigde of ongewijzigde) instellingen van de actieve ProRAE Studio II-sessie. U kunt deze instellingen nu wijzigen of uploaden Instellingen uploaden naar meerdere AutoRAE 2- systemen U kunt instellingen op meerdere AutoRAE 2-systemen toepassen Sluit één systeem aan op de pc en upload de instellingen zoals beschreven in de vorige sectie. Ontkoppel daarna dat systeem, sluit een ander aan en upload vervolgens de instellingen Programmering afsluiten Als u klaar bent met programmeren en de instellingen hebt opgeslagen, doet u het volgende: 1. Sluit ProRAE Studio II af. 2. Druk op [MODE] op de AutoRAE 2-controller om de communicatiemodus af te sluiten. 3. Ontkoppel de USB-kabel tussen de pc en de AutoRAE 2-controller. 93

96 23. Firmware van de AutoRAE 2-controller bijwerken Er kunnen updates op de firmware van de AutoRAE 2-controller worden uitgebracht en deze kunnen in de AutoRAE 2-controller worden geladen met ProRAE Studio IIsoftware op een pc. 1. Download firmware van de website van RAE Systems of gebruik een cd-rom. 2. Sluit een pc waarop ProRAE Studio II actief is, op de AutoRAE 2-controller aan met behulp van een USB-kabel. 3. Start ProRAE Studio II. 4. Klik op Administrator (Beheerder). 5. Voer het wachtwoord in (de standaard is rae ). 6. Klik op OK. 7. Klik op Detect the instruments automatically (Instrumenten worden automatisch gedetecteerd). 94

97 8. Selecteer de AutoRAE 2-controller. AutoRAE 2 Gebruikshandleiding 9. Klik op Select (Selecteren). 10. De AutoRAE 2-controller wordt weergegeven met het serienummer ervan. Klik op Firmware. 11. Dubbelklik op het pictogram van de AutoRAE 2-controller. Dit scherm wordt weergegeven: De opties links zijn Setup (Installeren), Firmware en Tool (Extra). 95

98 12. Klik op de knop Firmware. Nu wordt dit venster weergegeven: 13. Waar RFP File: staat, klikt u op de knop met de aanduiding. Ga vervolgens naar het firmwarebestand met de extensie.rfp. Klik vervolgens op Upload Firmware (Firmware uploaden). 14. Klik op het vak met de naam Upgrade for specific SN (Upgrade voor specifiek serienummer), open het menu en selecteer het serienummer dat overeenkomt met het nummer in de rechterbovenhoek van het venster. 15. Klik op Upload Firmware (Firmware uploaden). 16. Zoek en selecteer het firmwarebestand met de extensie.rfp. 17. Klik op Open (Openen). 96

99 18. Het firmwarebestand wordt geüpload naar de SD-kaart van de AutoRAE 2- controller, en de AutoRAE 2-controller uploadt de firmware respectievelijk naar de AutoRAE 2-controller of de MultiRAE-slede (gepompt). 19. Start ProRAE Studio II op de pc. 20. Ontkoppel de USB-kabel. 97

100 24. AutoRAE 2-controllergegevens overzetten naar een computer Bump- en kalibratiegegevens worden steeds verzameld als een bumptest of kalibratie wordt uitgevoerd op een instrument. De AutoRAE 2-controller verzamelt deze gegevens en slaat ze op een SD-kaart op. Dat is een handige manier om gegevens op te slaan en over te zetten. Volg deze procedure om kalibratie- en bumptestgegevens te lezen vanuit een AutoRAE 2-controller: 1. Sluit een USB-kabel aan op de AutoRAE 2-controller en een pc met ProRAE Studio II-software 2. Zorg ervoor dat de AutoRAE 2-controller op de voeding is aangesloten en aan staat. 3. Start de ProRAE Studio II-software op de pc. Opmerking: u kunt rapporten opvragen met elk niveau van toegang. 4. Klik op Detect the instruments automatically (De instrumenten automatisch detecteren) (het pictogram van een vergrootglas met de letter A erin). Na enkele seconden wordt de AutoRAE 2-controller gevonden en wordt deze samen met de firmwareversie, het serienummer en de COM-poort ervan weergegeven: 5. Klik op Select (Selecteren). 98

101 6. Dit scherm wordt weergegeven: 7. Vouw Online of Offline uit om instrumenten weer te geven. 8. Klik op Instruments (Instrumenten). 99

102 Er worden instrumenten weergegeven waarop een bumptest of een kalibratie is uitgevoerd in een systeem met deze AutoRAE 2-controller: 100

103 9. Dubbelklik op een instrument om de rapporten ervan weer te geven: Het venster Reports (Rapporten) wordt voor dit instrument geopend: 101

104 10. Als u op Reports klikt, verandert het venster: 11. Klik op de knop Download All Reports (Alle rapporten downloaden): Als er geen rapporten zijn, wordt een waarschuwing weergegeven: Als er rapporten zijn, worden ze gedownload en in de linkerkolom in een lijst geplaatst: Als de lijst lang is, kunt u de volgorde omdraaien (de volgorde verandert dan van 001, 002, 003, enzovoort, in 003, 002, 001, enzovoort). Druk op een van deze twee knoppen om de sorteervolgorde te wijzigen: 12. Selecteer een rapport door te klikken op de datum en het nummer van het rapport. Opmerking: u kunt de naam van een rapport wijzigen door erop te dubbelklikken en de naam te veranderen in het dialoogvenster dat wordt geopend: 102

105 13. Klik op OK wanneer u klaar bent. Let op! Als u de naam van het rapport hebt gewijzigd en op OK hebt geklikt, kunt u de wijziging niet meer ongedaan maken. Als u het rapport weer de oorspronkelijke naam wilt geven, moet u die informatie weer intypen. Klik op een van de drie rapporttypen terwijl er een recordset is gemarkeerd: Calibration report (Kalibratierapport) Bump Test report (Bumptestrapport) Policy Violation report (Beleidoverschrijdingsrapport) In het rechtervenster ziet u een voorbeeld van een bumptest- of kalibratierapport: Rapporten exporteren Het rapport kan worden geëxporteerd voor archivering of verzending. Het kan worden opgeslagen als een Rich Text Format-bestand (.rtf), zodat het gemakkelijk kan worden geïmporteerd in tekstverwerkingsprogramma's zoals Microsoft Word, of als een tekstbestand (.txt). Klik op deze knop, bepaal waar u het bestand wilt opslaan, selecteer het type bestand (RTF of TXT), geef het bestand desgewenst een andere naam en klik op Save (Opslaan). 103

106 24.2. Een configuratie opslaan bij afsluiten Als u ProRAE Studio II sluit nadat u rapporten hebt gedownload of wijzigingen hebt aangebracht, ziet u deze vraag: Als u geen wijzigingen in de configuratie wilt opslaan, klikt u op No (Nee). Als u de wijzigingen wel wilt opslaan, klikt u op Yes (Ja). Selecteer een naam voor het bestand, dat wordt opgeslagen als een ProRAE Studio-configuratiebestand met de extensie.prs, en selecteer waar u het wilt opslaan. Klik daarna op Save (Opslaan). 104

107 25. Draadloze werking De AutoRAE 2-controller kan draadloos communiceren met een pc waarop ProRAE Studio II wordt uitgevoerd en werkt op dezelfde manier (d.w.z., de draadloze verbinding vervangt een bekabelde verbinding). Hiervoor dient een afzonderlijke Wi-Fi-adapter te worden aangeschaft die op de juiste wijze in uw netwerk moet worden geconfigureerd. Ook de AutoRAE II-controller moet worden geconfigureerd. Software- en firmwarevereisten: ProRAE Studio 2 (PRS2) V1.8.1, build 133 (of nieuwer) AutoRAE2-controllerfirmware V1.20 (of nieuwer) AutoRAE 2 Utility V1.02, build 105 (of nieuwer) Opmerking: deze procedure is getest met de WNCE2001 Universal Wi-Fi Internet Adapter van Netgear (of soortgelijk) Deel 1: De AutoRAE 2-netwerkinterface configureren 1. Breng een Ethernet-kabel aan tussen de pc en de AutoRAE 2-controller. 2. Kies Function (Functie) op de AutoRAE 2-controller, en vervolgens Settings (Instellingen) en kies Select (Selecteren). 3. Geef uw wachtwoord op als het dialoogvenster wordt weergegeven. Selecteer Done (Gereed). 4. Kies nu Network Settings (Netwerkinstellingen) en opnieuw Select (Selecteren). De eerste optie is DHCP Enable/Disable (DHCP inschakelen/uitschakelen). Zie figuur 1. Figuur 1. Het AutoRAE2-menu Network Settings (Netwerkinstellingen). 105

108 5. Geef netwerkinstellingen op, of bevestig deze. Hieronder staat een voorbeeld met pc-instellingen die werken in deze procedure. a. DHCP uitschakelen. b. Stel het IP-adres van de host in. Dit is het adres van de AutoRAE 2- controller. (de volgende waarden zijn alleen ter referentie; gebruik de waarden die voor uw netwerk geschikt zijn.) Opmerking: de AutoRAE 2-controller is de host (of server) als die via Ethernet is verbonden met de pc. Geef dit op: Subnetmasker: Standaardgateway: Poortnummer: (gebruik het nummer van uw actieve poort) 6. Start de AutoRAE 2-controller opnieuw (schakel deze uit en weer in). 7. Stel handmatig het overeenkomstige IP-adres van de Ethernet-poort van de pc in, het subnetmasker en de standaardgateway, zoals aangegeven in Figuur 2 voor de verbinding met de AutoRAE2. Figuur 2. Stel de pc-netwerkeigenschappen handmatig in voor de verbinding met de AutoRAE Start ProRAE Studio II. Als alles functioneert detecteert het programma de AutoRAE 2-controller via de Ethernet-kabel en communiceert het met de AutoRAE 2-controller Deel 2: De Wi-Fi-adapter configureren en het netwerk testen Ontkoppel de Ethernet-kabel tussen de pc en de AutoRAE 2-controller. U gaat nu de in de pc ingebouwde draadloze Wi-Fi-modem gebruiken en een Wi-Fi-internetadapter die op de AutoRAE2 is aangesloten. De communicatie verloopt via een draadloos netwerk. 106

AutoRAE 2-systeem Snelstart

AutoRAE 2-systeem Snelstart Setup Alvorens de AutoRAE 2-controller en AutoRAE 2-slede(s) te gebruiken om de instrumenten uit de ToxiRAE Pro-serie en/of QRAE 3- en/of MultiRAE-serie (pompversies) te bumptesten of kalibreren, dient

Nadere informatie

AutoRAE 2 Automatisch test- en kalibratiesysteem

AutoRAE 2 Automatisch test- en kalibratiesysteem AutoRAE 2 Automatisch test- en kalibratiesysteem Gebruikshandleiding Rev D april 2013 Onderdeelnr: T02-4001-000 Productregistratie Registreer uw product online op: http://www.raesystems.nl/support/product-registration

Nadere informatie

SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding

SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding NETVOEDING/BATTERIJEN De psense-ii gebruikt vier oplaadbare penlite (AA) batterijen. Om de batterijen te plaatsen of te vervangen moet je met een schroevendraaier

Nadere informatie

Handleiding Filtron. De reeks bewerkbare velden: Spoelduur (A) Spoelmodus (B) Handmatigeaccumulaties. De gewenste spoelduur per station

Handleiding Filtron. De reeks bewerkbare velden: Spoelduur (A) Spoelmodus (B) Handmatigeaccumulaties. De gewenste spoelduur per station Filtron Algemene instructies: De spoelcontroller is gemaakt en ontworpen voor het spoelen van semi-automatische filters. Na installatie van de Filtron kan het filter spoelen op een ingestelde tijd, drukverschil

Nadere informatie

Switch. Handleiding 200.106.110117

Switch. Handleiding 200.106.110117 Switch Handleiding 200.106.110117 Hartelijk dank voor uw aanschaf van deze uitbreiding van uw Plugwise systeem. Met de Switch kunt u draadloos de elektrische stroom naar de apparaten in uw Plugwise netwerk

Nadere informatie

Handleiding voor VAT810-CO2/SD-B Luchtkwaliteit monitor

Handleiding voor VAT810-CO2/SD-B Luchtkwaliteit monitor Handleiding voor VAT810-CO2/SD-B Luchtkwaliteit monitor 1. Algemene beschrijving 2. Gebruiksvoorschriften 3. Bediening & Aansluitingen 4. Gebruiksinstructies 5. Stroomvoorziening 6. Communicatie 7. Uitgangsignaal

Nadere informatie

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL Innovative Growing Solutions Datalogger DL-1 software-versie: 1.xx Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL DL-1 Datalogger gebruikershandleiding Bedankt voor het aanschaffen van de TechGrow

Nadere informatie

Snelstartgids. Inhoud verpakking. De digitale pen

Snelstartgids. Inhoud verpakking. De digitale pen Snelstartgids Waarschuwing Deze Snelstartgids biedt algemene richtlijnen voor de installatie en het gebruik van IRISnotes. Gedetailleerde instructies over het complete functiebereik van IRISnotes vindt

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Overzicht 3 De headset opladen 4 De headset dragen 4 De headset inschakelen 4 De headset voor dicteren aansluiten 5 De adapter 5 De geluidsinstellingen van

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Van start gaan. Inhoudsopgave. Quick User Guide - Nederlands

Van start gaan. Inhoudsopgave. Quick User Guide - Nederlands Van start gaan Deze verkorte handleiding helpt u om aan de slag te gaan met de IRIScan TM Anywhere Wifi. Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze scanner en de bijbehorende software in gebruik

Nadere informatie

LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA

LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA MA_NED_LiveChess_Quick Set-up Caïssa_Rev1509b 1 Inhoud: DGT LiveChess... 2 Caïssa Systeem... 2 DGT Caïssa setup.... 3 BoMo... 3 BoMo batterijen... 3 Aansluiting BoMo naar

Nadere informatie

Snelstartgids. Inhoud verpakking. De digitale pen

Snelstartgids. Inhoud verpakking. De digitale pen Snelstartgids Waarschuwing Deze Snelstartgids biedt algemene richtlijnen voor de installatie en het gebruik van IRISnotes Executive. Gedetailleerde instructies over het complete functiebereik van IRISnotes

Nadere informatie

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze

Nadere informatie

Montagevoorschriften

Montagevoorschriften Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...

Nadere informatie

Quha Zono. Gebruikershandleiding

Quha Zono. Gebruikershandleiding Quha Zono Gebruikershandleiding 2 Powerknop / Indicatorlampje USB poort Montagebevestiging Welkom bij Quha Zono muis. Deze gebruikershandleiding leidt u door de functies en mogelijkheden van uw apparaat.

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

Konftel 55Wx Korte handleiding

Konftel 55Wx Korte handleiding NEDERLANDS Konftel 55Wx Korte handleiding De Konftel 55Wx is een conferentie-eenheid die kan worden aangesloten op uw vaste telefoon, uw mobiele telefoon en uw computer. De eenheid verandert uw communicatiemiddelen

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Linksys PLEK500 Powerline-netwerkadapter Inhoud Overzicht...............3 Kenmerken.................... 3 Hoe Powerline-netwerken werken........... 4 Installatievoorbeeld.......................

Nadere informatie

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4 Art.-Nr.: Art.-Nr.: Montage handleiding Inhoud Algemene omschrijving...p. Montage handleiding en functies...p. Instellingen van magneet contacten...p. Aansluiting met draadloos magneet contact...p. Aansluiting

Nadere informatie

BATTERIJVOEDING & ENERGIEBEHEER

BATTERIJVOEDING & ENERGIEBEHEER H O O F D S T U K D R I E BATTERIJVOEDING & ENERGIEBEHEER In dit hoofdstuk zul je leren over de grondbeginselen van energiebeheer en hoe je deze kunt toepassen om een langer batterijleven te verkrijgen.

Nadere informatie

JABRA speak 810. Handleiding. jabra.com/speak810

JABRA speak 810. Handleiding. jabra.com/speak810 JABRA speak 810 Handleiding jabra.com/speak810 2015 GN Netcom A/S. Alle rechten voorbehouden. Jabra is een geregistreerd handelsmerk van GN Netcom A/S. Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectievelijke

Nadere informatie

samaritan PAD, AED en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO

samaritan PAD, AED en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO samaritan PAD, AED en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd en belichaamt geen enkele toezegging van HeartSine Technologies

Nadere informatie

NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest!

NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest! NL Jam Plus Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest! Lees deze instructies door en bewaar ze om ze later te kunnen raadplegen.

Nadere informatie

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b.

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel

Nadere informatie

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00 WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 Meter aangeschaft. De HS-1 CO 2 Meter

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1220726

Uw gebruiksaanwijzing. NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1220726 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

RS Digidown. Digitale Tachograaf Download Tool. Handleiding

RS Digidown. Digitale Tachograaf Download Tool. Handleiding Page 1 of 6 RS Digidown Digitale Tachograaf Download Tool Handleiding Page 2 of 6 Introductie De RS Digidown is compatibel met elk type digitale tachograaf. Hieronder ziet u de verschillende types. Op

Nadere informatie

Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera

Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera Canon Digitale Camera Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera Inhoudsopgave Inleiding....................................... Beelden overbrengen via een draadloze verbinding.....

Nadere informatie

ZAPTUB Action (Actie) HD DV Camera

ZAPTUB Action (Actie) HD DV Camera ZAPTUB Action (Actie) HD DV Camera ( s Werelds beste HD foto s) Om foto s te maken, te bewaren en te delen en altijd & overal te verlichten De beste keuze voor actie Sporten / Extreme sporten Ontspanning

Nadere informatie

Examenmode op de HP Prime

Examenmode op de HP Prime HP Prime Graphing Calculator Examenmode op de HP Prime Meer over de HP Prime te weten komen: http://www.hp-prime.nl De Examenmode In deze bundel een beschrijving van de stappen die nodig zijn voor het

Nadere informatie

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows)

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Inhoudsopgave Installeren van het stuurprogramma... Pagina 1 Verwijderen van het stuurprogramma... Pagina 3 Problemen

Nadere informatie

PARTYQ GEBRUIKERSHANDLEIDING 1.0 VOOR FIRMWARE 1.0

PARTYQ GEBRUIKERSHANDLEIDING 1.0 VOOR FIRMWARE 1.0 PARTYQ GEBRUIKERSHANDLEIDING 1.0 VOOR FIRMWARE 1.0 Nederlandse vertaling door: noskos (BBQ-NL.com) voor probbqshop.nl 1. Kenmerken van de PartyQ! 3 2. Installatie en Bediening! 3 3. Temperatuurvoeler!

Nadere informatie

Bluetooth Fitness Armband

Bluetooth Fitness Armband Bluetooth Fitness Armband User's Manual DENVER BFA-10 ALL RIGHTS RESERVED.COPYRIGHT DENVER ELECTRONICS A/S. www.denver-electronics.com DENVER BFA-10 Slimme Armband Gebruikershandleiding - Nederlands [Verenigbaarheid]

Nadere informatie

HIER BEGINNEN. Draadloos USB Bedraad. Wilt u de printer aansluiten op een draadloos netwerk? Ga naar Draadloze installatie en verbinding.

HIER BEGINNEN. Draadloos USB Bedraad. Wilt u de printer aansluiten op een draadloos netwerk? Ga naar Draadloze installatie en verbinding. HIER BEGINNEN Als u een van de volgende vragen bevestigend beantwoordt, gaat u naar het aangegeven gedeelte voor aanwijzingen over installatie en verbindingen. Wilt u de printer aansluiten op een draadloos

Nadere informatie

Handleiding Icespy MR software

Handleiding Icespy MR software Handleiding Icespy MR software Versie 4.40.04 Wij danken u voor de aanschaf van deze IceSpy producten en adviseren u om deze handleiding goed door te nemen. 2 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van de software...

Nadere informatie

DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding

DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu 1. Aan de slag: Het uiterlijk bekijken: Sensor voor afstandsbediening 2. Knoppen en aansluitingen: (1). Menu/Terug;

Nadere informatie

Duurzame energie. Aan de slag met de energiemeter van LEGO

Duurzame energie. Aan de slag met de energiemeter van LEGO Duurzame energie Aan de slag met de energiemeter van LEGO LEGO, het LEGO logo, MINDSTORMS en het MINDSTORMS logo zijn handelsmerken van de LEGO Group. 2010 The LEGO Group. 1 Inhoudsopgave 1. Overzicht

Nadere informatie

installatiehandleiding Rookmelder

installatiehandleiding Rookmelder installatiehandleiding Rookmelder INSTALLATIEHANDLEIDING ROOKMELDER Gefeliciteerd met de aankoop van de WoonVeilig rookmelder. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig klantenservice@woonveilig.nl

Nadere informatie

Handleiding LifeGuard

Handleiding LifeGuard Handleiding LifeGuard I Introductie De LifeGuard bestaat uit een basisstation en een armband, die gebruikt kunnen worden als alarm bij onderdompeling in water en bij verdwalen. Ga naar www.manual-guide.com

Nadere informatie

Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen

Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen Hoofdstuk Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen 9 Vereisten voor RF-communicatie De besturingseenheid en orthese moeten zich binnen het RF-communicatiebereik bevinden om draadloos te kunnen communiceren.

Nadere informatie

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het

Nadere informatie

installatiehandleiding Rookmelder

installatiehandleiding Rookmelder installatiehandleiding Rookmelder INSTALLATIEHANDLEIDING ROOKMELDER Gefeliciteerd met de aankoop van de WoonVeilig rookmelder. Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer informatie over de

Nadere informatie

DIGITAL DOOR VIEWER 2.0 GEBRUIKERSHANDLEIDING

DIGITAL DOOR VIEWER 2.0 GEBRUIKERSHANDLEIDING DIGITAL DOOR VIEWER 2.0 GEBRUIKERSHANDLEIDING Let op: 1. Lees voor gebruik eerst deze handleiding. 2. Demonteer de camera of de hoofdunit niet. 3. Ga zorgvuldig te werk. 4. Wij raden u aan om regelmatig

Nadere informatie

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort.

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort. SCHERM DEFIBRILLATOR OVERZICHT APPARAAT Knop Type patiënt Indicator Klaar voor gebruik USB-poort Therapieknop Overzicht apparaat AED Off Uit Monitor Display Kies energie Laden-knop Pacemaker Knop Lead

Nadere informatie

SP-1101W Quick Installation Guide

SP-1101W Quick Installation Guide SP-1101W Quick Installation Guide 06-2014 / v1.2 1 I. Productinformatie... 3 I-1. Inhoud van de verpakking... 3 I-2. Voorzijde... 3 I-3. LED-status... 4 I-4. Switch statusknop... 4 I-5. Productlabel...

Nadere informatie

4.5 Een IP camera toevoegen

4.5 Een IP camera toevoegen 4.5 Een IP camera toevoegen 4.5.1 De IP camera gebruiksklaar maken 1 Draai de antenne vast op de IP camera. 2 Sluit de adapterkabel aan op de IP camera. Steek hierna de stekker van de IP camera in het

Nadere informatie

Waarschuwing voor installatie

Waarschuwing voor installatie Waarschuwing voor installatie Schakel de Netwerk Camera uit zodra u rook of ongebruikelijke geuren waarneemt. Plaats de Netwerk Camera niet in de buurt van warmtebronnen zoals een tv of oven. Plaats de

Nadere informatie

Gebruikshandleiding. MP3-speler. Modelnummer: MP755 *ANY PROBLEM OR QUESTIONS, CALL SUPPORT DESK 0900-3437623 (NL)

Gebruikshandleiding. MP3-speler. Modelnummer: MP755 *ANY PROBLEM OR QUESTIONS, CALL SUPPORT DESK 0900-3437623 (NL) Gebruikshandleiding MP3-speler Modelnummer: MP755 *ANY PROBLEM OR QUESTIONS, CALL SUPPORT DESK 0900-3437623 (NL) *VRAGEN OF PROBLEMEN, BEL ONZE SUPPORT DESK 0900-3437623 (NL) *BEI FRAGEN ODER PROBLEMEN

Nadere informatie

DASH CAM, HD Handleiding

DASH CAM, HD Handleiding DASH CAM, HD Handleiding 87231 Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u alle functies van deze Auto-DVR optimaal weet te gebruiken. Opgelet 1. Steek de geheugenkaart a.u.b.

Nadere informatie

IRISPen Air 7. Verkorte handleiding. (Android)

IRISPen Air 7. Verkorte handleiding. (Android) IRISPen Air 7 Verkorte handleiding (Android) Deze verkorte handleiding helpt u om aan de slag te gaan met de IRISPen Air TM 7. Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze scanner en de bijbehorende

Nadere informatie

MR-TEMPERATUURLOGGER HANDLEIDING VERSIE 4.40.04

MR-TEMPERATUURLOGGER HANDLEIDING VERSIE 4.40.04 MR-TEMPERATUURLOGGER HANDLEIDING VERSIE 4.40.04 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van software 2 2. Communicatie tussen de PC en de logger 3 3. Programmeren van de logger 3 3.1 Algemene instellingen 3 3.2

Nadere informatie

WAARSCHUWING! Niet geschikt voor kinderen onder de 36 maanden. Verstikkingsgevaar!

WAARSCHUWING! Niet geschikt voor kinderen onder de 36 maanden. Verstikkingsgevaar! WAARSCHUWING! Niet geschikt voor kinderen onder de 36 maanden. Verstikkingsgevaar! 1 Systeemvereisten Microsoft Windows ME/2000/XP/Vista/7, Mac OS10.4 of hoger, Pentium III 800MHz of hoger, 128MB aan systeemgeheugen

Nadere informatie

SP-1101W/SP-2101W Quick Installation Guide

SP-1101W/SP-2101W Quick Installation Guide SP-1101W/SP-2101W Quick Installation Guide 05-2014 / v1.0 1 I. Productinformatie I-1. Inhoud van de verpakking Smart Plug Switch Snelstartgids CD met snelle installatiegids I-2. Voorzijde Power LED Switch

Nadere informatie

OPTAC Download Tool Gebruikshandleiding

OPTAC Download Tool Gebruikshandleiding OPTAC Download Tool Gebruikshandleiding Helpdesk Nummer: 020 712 13 96 E-mail: optacnl@stoneridge.com Document version 2.1 Document No. 6939-176 Page 1 1 LEGENDA... 4 2 INTRODUCTIE... 4 2.1 Wat doet de

Nadere informatie

www.klikaanklikuit.nl

www.klikaanklikuit.nl www.klikaanklikuit.nl ICS-2000 CONFIGUREREN VN HET BEVEILIGINGSSYSTEEM versie 1.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen OCTOPUS CONTROL STTION 1. Voorbereiding Zorg

Nadere informatie

Car Black Box HD DVR

Car Black Box HD DVR Car Black Box HD DVR Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld om u stap voor stap vertrouwd te maken met de functies en onderdelen van de Car Black Box HD DVR PRODUCT INFORMATIE 1 Mini USB aansluiting 2 DC Adapter

Nadere informatie

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT Technische gegevens: Spanning: 230-240VAC + aarde Frequentie: 50-60Hz Weerstandsbelasting: 16A (3600W-230VAC) Inductieve belasting: 1A IP Waarde: IP21 Aanpassing:

Nadere informatie

ICR-200. www.ices-electronics.com

ICR-200. www.ices-electronics.com ICR-200 www.ices-electronics.com FM WEKKERRADIO MET BATTERIJ BACK-UP 1. SNOOZE/SLEEP OFF-KNOP 2. ALARM INSTELLEN-KNOP 3. TIJD INSTELLEN-KNOP 4. SLAAP INSTELLEN-KNOP 5. UREN INSTELLEN-KNOP 6. MINUTEN INSTELLEN-KNOP

Nadere informatie

CCT-1301 GEBRUIKSHANDLEIDING

CCT-1301 GEBRUIKSHANDLEIDING CCT-1301 GEBRUIKSHANDLEIDING www.facebook.com/denverelectronics DUT-1 1.Sluiter 2.Luidspreker 3.AAN/UIT 4.USB-poort 5.Micro SD-kaartsleuf 6.Lens 7.Indicatielampje Opladen 8.Indicatielampje Bezig 9.Cover

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de SJ4000 WIFI Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding Schijfeenheden Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten

Nadere informatie

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00. Uitgifte datum: 01-11-2014

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00. Uitgifte datum: 01-11-2014 WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 Uitgifte datum: 01-11-2014 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 meter aangeschaft.

Nadere informatie

JABRA SOLEMATE MAX. Handleiding. jabra.com/solematemax NFC. jabra

JABRA SOLEMATE MAX. Handleiding. jabra.com/solematemax NFC. jabra jabra JABRA SOLEMATE MAX NFC Handleiding jabra.com/solematemax 2013 GN Netcom A/S. Alle rechten voorbehouden. Jabra is een geregistreerd handelsmerk van GN Netcom A/S. Alle andere handelsmerken zijn eigendom

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Deze verkorte handleiding helpt u om aan de slag te gaan met de IRIScan Book 3 scanner.

Deze verkorte handleiding helpt u om aan de slag te gaan met de IRIScan Book 3 scanner. Deze verkorte handleiding helpt u om aan de slag te gaan met de IRIScan Book 3 scanner. Deze scanner wordt geleverd met de softwaretoepassingen Readiris Pro 12 en IRIScan Direct (enkel Windows). De bijbehorende

Nadere informatie

StyleView Envelope Drawer

StyleView Envelope Drawer User Guide StyleView Envelope Drawer www.ergotron.com User's Guide - English Guía del usuario - Español Manuel de l utilisateur - Français Gebruikersgids - Nederlands Benutzerhandbuch - Deutsch Guida per

Nadere informatie

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com Pictogrammenuitleg De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze uitleg is ontwikkeld om u te helpen pictogrammen

Nadere informatie

TAB07-210 XENTA 7c TAB07-211 XENTA 7c TAB07-212 XENTA 7c FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES. Pagina 1 van 8

TAB07-210 XENTA 7c TAB07-211 XENTA 7c TAB07-212 XENTA 7c FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES. Pagina 1 van 8 TAB07-210 XENTA 7c TAB07-211 XENTA 7c TAB07-212 XENTA 7c FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Pagina 1 van 8 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet zullen alle gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

Functies. Inhoud van de doos NED

Functies. Inhoud van de doos NED NED Functies De ASA-30 kan als een aanvullende sirene verbonden met uw alarmsysteem worden gebruikt of als een onafhankelijke sirene verbonden met een afstandsbediening en/of draadloze detectoren. - Draadloze

Nadere informatie

Knowledge Article 6.2.0.4. Titel: CITO 6.2.0.4 : Nederlandse Windows 7 & 8 64bit installatiehandleiding

Knowledge Article 6.2.0.4. Titel: CITO 6.2.0.4 : Nederlandse Windows 7 & 8 64bit installatiehandleiding Knowledge Article REQUEST NO. 00139 Nederlandse versie: Gerard Baegen Product: CITO Afdeling: Engineering Onderdeelnummer: Vertouwelijk: J Bij J alleen intern gebruik Versie: 6.2.0.4 Gemaakt: 05/02/2014

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. HomeWizard pakket

Gebruikershandleiding. HomeWizard pakket Gebruikershandleiding HomeWizard pakket Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Hoe stel ik de HomeWizard in?... 4 2.1 De HomeWizard instellen voor gebruik via ios...4 2.2 De HomeWizard instellen voor gebruik

Nadere informatie

Draadloze buitensirene

Draadloze buitensirene Draadloze buitensirene Beschrijving Met de buitensirene (vermogen 104 db op 1 m) kan de aandacht getrokken worden van omstaanders wanneer een alarm afgaat. Dit gebeurt door het activeren van het geïntegreerde

Nadere informatie

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com Pictogrammenuitleg Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze

Nadere informatie

HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014

HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014 HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Systeemvereisten... 3 3. Installeren van de software... 4 4. Programma instellingen... 5 5. Importeren van een

Nadere informatie

Handleiding 1/6. Numeriek toetsenblok Oortelefoon Draagtasje Handleiding

Handleiding 1/6. Numeriek toetsenblok Oortelefoon Draagtasje Handleiding Handleiding INHOUD VAN DE VERPAKKING Optische draadloze minimuis Twee oplaadbare batterijen (Ni-MH AAA type, 1,2 V) RF-zender/ontvanger Kabel voor opladen minimuis USB-verlengkabel Numeriek toetsenblok

Nadere informatie

Bluetooth Software Update Handleiding UTE-72BT / CDE-173BT / CDE-174BT

Bluetooth Software Update Handleiding UTE-72BT / CDE-173BT / CDE-174BT Bluetooth Software Update Handleiding UTE-72BT / CDE-173BT / CDE-174BT 1 Introductie Deze handleiding beschrijft de stappen die nodig zijn voor het bijwerken van Bluetooth op de head unit. Lees alle waarschuwingen

Nadere informatie

Installatie-instructies

Installatie-instructies Installatie-instructies NB Het in deze instructies getoonde productmodel is TL-MR3040, bij wijze van voorbeeld. Voor meer informatie over de installatie raadpleegt u de Engelse installatie-instructies

Nadere informatie

Nederlands. BT-02N Gebruikershandleiding

Nederlands. BT-02N Gebruikershandleiding BT-02N Gebruikershandleiding 1 Index 1. Overzicht.....3 2. Aan de slag....5 3. Uw Bluetooth hoofdtelefoon aansluiten...5 4. Het gebruik van uw Bluetooth hoofdtelefoon..... 9 5. Technische specificaties

Nadere informatie

IRISPen Air 7. Verkorte handleiding. (ios)

IRISPen Air 7. Verkorte handleiding. (ios) IRISPen Air 7 Verkorte handleiding (ios) Deze verkorte handleiding helpt u om aan de slag te gaan met de IRISPen TM Air 7. Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze scanner en de bijbehorende software

Nadere informatie

Remote Powercontrol for TCP/IP networks

Remote Powercontrol for TCP/IP networks Remote Powercontrol for TCP/IP networks Gebruikershandleiding 1. Opening instructies..... 1.1 Verbinding De IP Power Switch (IPPS) moet verbonden zijn met het lichtnet (230V) en het gewenste ethernet.

Nadere informatie

1103/2 Sinthesi lezermodule Proximity

1103/2 Sinthesi lezermodule Proximity 1103/2 Sinthesi lezermodule Proximity Installatiehandleiding Versie 1.2 - januari 2007 Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. Wijzigingen voorbehouden. Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Technische

Nadere informatie

AirQuality Monitor. Handleiding. ATAL B.V. Ampèrestraat 35-37 NL-1446 TR PURMEREND. Postbus 783 NL-1440 AT PURMEREND

AirQuality Monitor. Handleiding. ATAL B.V. Ampèrestraat 35-37 NL-1446 TR PURMEREND. Postbus 783 NL-1440 AT PURMEREND AirQuality Monitor Handleiding ATAL B.V. Ampèrestraat 35-37 NL-1446 TR PURMEREND Postbus 783 NL-1440 AT PURMEREND T (+31) 0299 630 610 F (+31) 0299 630 611 E info@atal.nl I www.atal.nl Inhoud Inhoud...

Nadere informatie

DF-705 Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu

DF-705 Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu DF-705 Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu Dutch V1.0 1 Waarschuwingen Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Alleen voor gebruik binnenshuis Stel het apparaat niet bloot aan vocht of

Nadere informatie

RECORDING PEN GEBRUIKSAANWIJZING

RECORDING PEN GEBRUIKSAANWIJZING RECORDING PEN GEBRUIKSAANWIJZING 1. Bedieningsknop 2. Camera 3. Microfoon 4. Reset schakelaar 5. Statusindicator 6. Balpen 7. Wisselen van Foto A naar Video V 8. USB Dit is de eerste balpen voorzien van

Nadere informatie

TAB09-410 NOBLE 97ic FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES

TAB09-410 NOBLE 97ic FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES TAB09-410 NOBLE 97ic FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Pagina 1 van 9 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet zullen alle gebruikersinstellingen, door de gebruiker

Nadere informatie

TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES

TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Page 1 of 9 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet naar Android 4.1.1 zullen alle gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

HP Photosmart 6220. Dock voor digitale camera's Nederlands. Verwijdering van afgedankte apparatuur door privé-gebruikers in de Europese Unie

HP Photosmart 6220. Dock voor digitale camera's Nederlands. Verwijdering van afgedankte apparatuur door privé-gebruikers in de Europese Unie HP Photosmart 6220 Dock voor digitale camera's Nederlands Verwijdering van afgedankte apparatuur door privé-gebruikers in de Europese Unie Dit symbool op het product of de verpakking geeft aan dat dit

Nadere informatie

AR280P Clockradio handleiding

AR280P Clockradio handleiding AR280P Clockradio handleiding Index 1. Beoogd gebruik 2. Veiligheid o 2.1. Pictogrammen in deze handleiding o 2.2. Algemene veiligheidsvoorschriften 3. Voorbereidingen voor gebruik o 3.1. Uitpakken o 3.2.

Nadere informatie

Handleiding. ORSY-Scan 4.0

Handleiding. ORSY-Scan 4.0 Handleiding ORSY-Scan 4.0 Auteur E-shop team Versie 1.0 Datum 2 september 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 3 1.1 Bestellen met ORSY Scan in drie eenvoudige stappen... 3 1.2 Voordelen van de ORSY Scanner...

Nadere informatie

Besturingspaneel v Raam E-systeem functie omschrijving v109

Besturingspaneel v Raam E-systeem functie omschrijving v109 Besturingspaneel v Raam E-systeem functie omschrijving v109 Aantal druktoetsen: 4 stuks met de volgende functies: On/off toets voor in- en uitschakelen, toets 1 laagste vermogen, 2 midden stand, 3 max.

Nadere informatie

Dubbele vochtmeter Pro Pen / Penloze vochtmeter met verwijderde sonde

Dubbele vochtmeter Pro Pen / Penloze vochtmeter met verwijderde sonde Gebruikershandleiding Dubbele vochtmeter Pro Pen / Penloze vochtmeter met verwijderde sonde Model MO265 Inleiding Gefeliciteerd met uw aankoop van de Extech MO265 vochtmeter. De MO265 detecteert vocht

Nadere informatie

HP UPS R3000 ERM Installatie-instructies

HP UPS R3000 ERM Installatie-instructies HP UPS R3000 ERM Installatie-instructies Overzicht De ERM bestaat uit twee accu s in een 2U-chassis. De ERM staat direct in verbinding met een UPS R3000 of een andere ERM. Er kunnen maximaal twee ERM-eenheden

Nadere informatie

Handleiding Aansluiten Glasvezel CBizz

Handleiding Aansluiten Glasvezel CBizz Handleiding Aansluiten Glasvezel CBizz Handleiding Aansluiten Glasvezel CBizz v1.8 Pagina 1 van 16 Inhoudsopgave 1. Controleer de inhoud van het installatiepakket... 3 2. Bepaal waar de glasvezelaansluiting

Nadere informatie

Ashampoo Rescue Disc

Ashampoo Rescue Disc 1 Ashampoo Rescue Disc Met de software kunt u een Rescue (Herstel) CD, DVD of USB-stick maken. Het rescue systeem (redding systeem) is voor twee typen situaties bedoeld: 1. Om een back-up naar uw primaire

Nadere informatie

CMP-VOIP80. VoIP + DECT TELEFOON. English Deutsch Français Nederlands Italiano Español Magyar Suomi Svenska Česky ANLEITUNG MANUAL MODE D EMPLOI

CMP-VOIP80. VoIP + DECT TELEFOON. English Deutsch Français Nederlands Italiano Español Magyar Suomi Svenska Česky ANLEITUNG MANUAL MODE D EMPLOI MANUAL MODE D EMPLOI MANUALE HASZNÁLATI ÚTMUTATÓ BRUKSANVISNING CMP-VOIP80 VoIP + DECT TELEFOON ANLEITUNG GEBRUIKSAANWIJZING MANUAL DE USO KÄYTTÖOHJE NÁVOD K POUŽITÍ Česky Svenska Suomi Magyar Español

Nadere informatie