Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Het verworven immuun deficiëntiesyndroom (AIDS) Nr. 10 BRIEF VAN DE MINISTERIE VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 18 december 1987 Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, een notitie over de juridische aspecten van verzekering in geval van AIDS-risico. De vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal verzocht mij bij brief van 25 juni 1987 haar een dergelijke notitie te zenden, De Minister van Justitie, F. Korthals Altes Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr. 10 1

2 JURIDISCHE ASPECTEN VAN VERZEKERING IN GEVAL VAN AIDS-RISICO 1. Inleiding Op 25 juni 1987 heeft de vaste Commissie voor Justitie en de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de Minister van Justitie verzocht haar een notitie te zenden over de juridische kant van de problematiek van AIDS en verzekeringen. De notitie zou een aanvulling moeten vormen op de nota inzake het AIDS-beleid van 14 juli 1987 van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en zijn brief van 1 april 1987 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de voorlichting en de psychosociale hulpverlening in het kader van AIDS (kamerstukken II , nrs. 8-9 en 7). In de toelichting op het verzoek heeft de commissie onder andere gewezen op het advies van de Nederlandse Vereniging van levensverzekeraars om in de gezondheidsverklaring behorend bij het aanvraagformulier voor een levensverzekering een vraag op te nemen naar op AIDS gericht bloedonderzoek. Onduidelijk zou zijn welke gevolgen verzekeraars verbinden aan een bevestigende beantwoording van deze vraag. Voorts wijst de commissie op het advies van een commissie van de Gezondheidsraad van 8 december 1986, uitgebracht aan de Minister en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, betreffende het onderzoeken van personen op besmetting met het HlV-virus. De commissie verzocht ten behoeve van de notitie in overleg te treden met verzekeringmaatschappijen, het AIDS-coördinatieteam, het C.O.C, en groeperingen die zich de behartiging van belangen van patiënten ten doel stellen. Het onderwerp van het afsluiten van verzekeringen in geval het AIDSrisico een rol speelt, is in kamervragen al eerder aan de orde gesteld. Op vragen van de leden Engwirda, Groenman en Nypels over discriminatie van homoseksuelen door levens- en ziektekostenverzekeraars en van de twee eerstgenoemde leden over het gebruik van sociodemografische gegevens bij het bepalen van de risico's inzake levens- en overlijdensverzekeringen is door de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, op 1 december 1986 en 3 juni 1987 geantwoord (kamerstukken II 1986/87, Aanhangsel nrs. 201 en 742). Deze notitie behandelt gedeeltelijk dezelfde materie zodat op enige onderdelen overlapping met de antwoorden op deze kamervragen onvermijdelijk is. Overeenkomstig het verzoek van de commissie behandelt de notitie specifiek de problematiek van AIDS en verzekeringen. Geen aandacht wordt besteed aan bijvoorbeeld de gevolgen voor verzekeraars en verzekerden van de voortschrijdende genetische voorspelbaarheid van ziekten. Genetisch onderzoek als voorwaarde voor verzekering zou op zichzelf weliswaar ongewenst zijn, maar er zijn geen aanwijzingen dat een dergelijke ontwikkeling zich in de nabije toekomst zal voordoen. AIDS kan bij vele soorten van verzekeringen invloed hebben op het risico. De toegang tot een verzekering is echter niet bij alle verzekeringen op dezelfde wijze geregeld. Bij particuliere ziektekostenverzekering geldt bijvoorbeeld een acceptatieplicht voor bepaalde in de wet aangewezen categorieën (zie paragraaf 3.3). Die plicht neemt veel van de scherpe kanten van de selectie van het AIDS-risico weg. Deze notitie neemt in het bijzonder in beschouwing de levensverzekering. Bij deze soort van verzekeringen manifesteert zich het scherpst de problematiek die hier aan de orde is. Waar nodig wordt een vergelijking getrokken met ziektekostenverzekeringen. De ontwikkelingen op het gebied van de kennis omtrent AIDS en het verloop van de ziekte gaan snel. Ook de kennis omtrent de financiële gevolgen voor verzekeraars en het beleid ter zake is onderwerp van Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr. 10 2

3 voortdurende studie. Deze notitie kan daarom bij de weergave van de feiten slechts een momentopname zijn. Ten behoeve van het opstellen van de notitie is overleg gepleegd met de Nederlandse Vereniging van Levensverzekeraars, het C.O.C., de adviseur van de Stichting Belangenbehartiging Seropositieven, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst en met een delegatie van de Nationale Commissie AIDS-bestrijding. 2. AIDS en verzekering 2.1. De betekenis van AIDS voor verzekeraars De wijze waarop het virus dat AIDS veroorzaakt, kan worden overgedragen alsmede de aard van de bevolkingsgroepen die tot nu toe het meest door de ziekte zijn getroffen, maakt dat een verzekeraar die voor het sluiten van een verzekering het risico wil vaststellen, licht het terrein van het privéleven van de aanvrager betreedt en bij het maken van onderscheid de grens van discriminatie kan overschrijden. De omstandigheid dat niet vaststaat dat een ieder die met het virus besmet is, AIDS ontwikkelt, maar dat anderzijds de wetenschap dat die mogelijkheid bestaat psychisch belastend is, doet voorts de vraag rijzen of het verantwoord is aanvragers van een verzekering op besmetting te testen indien zij niet uitdrukkelijk op zo'n test aandringen. Het feit tenslotte, dat deze dodelijke ziekte zich snel verspreidt en in het bijzonder jonge mensen in hun levenskansen treft, doet verzekeraars de financiële gevolgen vrezen. AIDS stelt aldus verzekeraars en de wetgever voor de vraag welke omstandigheden bij het sluiten van een verzekering in aanmerking mogen worden genomen (paragraaf 3), hoe de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager kan worden beschermd (paragraaf 4), hoe discriminatie kan worden voorkomen (paragraaf 5), welke voorwaarden aan het testen op besmetting moeten worden gesteld en welke gevolgen aan een positieve uitslag moeten worden verbonden (paragraaf 6) De verspreiding van AIDS AIDS is een virusziekte met een dodelijk verloop waartegen vooralsnog geen geneesmiddel bestaat. De ziekte kan onder andere worden overgedragen door onbeschermd seksueel contact met een besmet persoon, door het toegediend krijgen van besmet bloed, door het gebruik van besmette naalden bij intraveneus druggebruik en door overdracht van een besmette vrouw op een foetus. Personen die wisselende onbeschermde homoseksuele contacten hebben en intraveneuze druggebruikers die injectienaalden delen, lopen tot nu toe het meeste risico. Ongeveer 90% van de geïnfecteerde personen behoren tot één van deze twee groepen. Een persoon die besmet is met het virus (seropositief is bevonden), behoeft geen ziekteverschijnselen te vertonen en kan zich gezond voelen. Hij behoeft niet te weten dat hij besmet is. De aanwezigheid van het virus kan alleen worden aangetoond door een test op anti-stoffen tegen het virus. Indien een test wordt uitgevoerd kort na de besmetting, kan de uitslag negatief zijn. De eerste gevallen van AIDS werden in 1981 in de Verenigde Staten ontdekt en kort daarna ook in Europa. De ziekte verspreidt zich snel. In de Verenigde Staten wordt het aantal besmette personen in 1987 op 1 a 2 miljoen geschat, in Engeland en Wales op a en in Nederland op a Het aantal personen met de ziekte AIDS of die inmiddels aan AIDS zijn overleden bedroeg in 1987 in de Verenigde Staten (per 14/9), in het Verenigd Koninkrijk 1013 (per 31/8) en in Nederland 370 (per 30/9). Onduidelijk is nog welk percentage seropositieve personen uiteindelijk AIDS zal ontwikkelen. Aanvankelijke schattingen namen aan dat 15 tot Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr. 10 3

4 20% binnen drie jaar AIDS zou krijgen, en 30% binnen vijf jaar. In de nota inzake het AIDS-beleid is aangenomen dat ten minste 15 tot 40% van de geïnfecteerde personen AIDS zal ontwikkelen. Vermoedelijk zal dat percentage ten minste 50% moeten zijn. Het is niet uitgesloten dat bij alle geïnfecteerde personen de ziekte zich uiteindelijk zal openbaren 1. Van de personen die AIDS hebben, overlijdt ongeveer 50% binnen een jaar; ongeveer 10% leeft langer dan drie jaar. De schattingen over de verder verspreiding van de ziekte zijn speculatief. Deze schattingen zijn tot nu toe hoofdzakelijk gebaseerd op gegevens over de aanwezigheid van de ziekte onder homoseksuele mannen. Aannemelijk is dat de ziekte zich in de komende jaren zal verspreiden over de heteroseksuele bevolking. In Afrika komt de besmetting van het virus onder de gehele bevolking voor. Aan AIDS verwante virussen zijn inmiddels ontdekt. Verwacht wordt dat het aantal sterfgevallen door AIDS sterk zal stijgen. In de Verenigde Staten wordt het aantal personen dat in 1991 aan AIDS zal zijn overleden geschat op In Engeland en Wales wordt het aantal AIDS-patiënten in 1991 op 7000 a 9000 geschat. In Nederland worden voor 1987, 1988 en 1989 respectievelijk 330, 800 en 1900 nieuwe patiënten verwacht De financiële gevolgen voor levensverzekeraars Levensverzekeraars kunnen met de financiële gevolgen van AIDS worden geconfronteerd doordat reeds verzekerden door AIDS overlijden. Deze verzekeraars zullen met het oog hierop moeten nagaan of de wijziging in levenskansen van hun verzekerden een verhoging noodzakelijk maakt van hun reserves. Voorts zullen zij bij het sluiten van nieuwe verzekeringen slechte risico's willen selecteren, hetzij door de verzekering te weigeren, hetzij door de verzekering te sluiten onder bijzonder voorwaarden. Omdat betrouwbare gegevens over de verspreiding van de ziekte AIDS ontbreken, zijn goede schattingen van de financiële gevolgen nauwelijks te maken. De beschikbare gegevens wijzen erop dat die gevolgen zeer ernstig zijn. De ziekte treft in het bijzonder jonge mensen die zonder ziekte een lange levensverwachting zouden hebben. Er is sprake van een snelle stijging van het aantal besmette personen. Voorlichting over de ziekte zal, naar inmiddels is gebleken, weliswaar leiden tot wijziging in gedrag en daarmee tot een beperking van de verspreiding van de ziekte, maar onbekend is nog in welke mate deze wijziging zal optreden. In de Verenigde Staten en Canada is het totaal aan overlijdensuitkeringen wegens AIDS bij bestaande verzekeringen tot het jaar 2000 geschat op $32 miljard. Sommige levensverzekeraars zouden kunnen worden gecontroleerd met claims wegens AIDS die 20% van het totaal van hun uitkeringen zullen bedragen. In 1986 was dat percentage 1%. Hierbij is nog geen rekening gehouden met te verwachten claims van $15 miljard op nog te sluiten verzekeringen, ervan uitgaande dat aanvragers op besmetting worden gecontroleerd 2. Voor Nederland hebben voorlopige berekeningen van verzekeraars 3 uitgewezen dat de AIDS-schade voor de bestaande portefeuille van het Nederlandse verzekeringsbedrijf moet worden geraamd op ten minste f500 miljoen. In het Verenigd Koninkrijk heeft AIDS levensverzekeraars tot nu toe 30 miljoen gekost. Een verzekeraar heeft weinig mogelijkheden de financiële gevolgen van AIDS te beperken bij de reeds verzekerde groep van besmette personen of bij de groep personen die tijdens de looptijd van de verzekering besmet raken. Een levensverzekeraar kan tijdens de looptijd van het ; contract de polisvoorwaarden niet aanscherpen noch de premies verhogen. ' AIDS Bulletin no. 1, Institute of Actuanes, _,.....,,. AII-«O 1 _i I AIDS working Party, Verenigd Koninkrijk beperking van de risico s als gevolg van AIDS zal dus vooral moeten Het Financieeie Dagblad, 6 augustus 1987 worden gevonden in een strengere selectie bij het aangaan van nieuwe 3 Het Verzekeringsblad, 3 december 1987 verzekeringen. Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr. 10 4

5 Die selectie zal moeten strekken tot identificatie van die personen die als buitengewoon risico slechts tegen bijzondere voorwaarden dan wel geheel niet kunnen worden verzekerd. 3. De voor verzekering relevante omstandigheden 3.1. De selectie van het risico Een verzekeraar spreidt zijn risico's. Dat doet hij door gewone risico's te identificeren en deze categorie te verzekeren tegen gebruikelijke premies. De bijzondere risico's zal hij, voor zover te verzekeren, zelf verzekeren als hij over voldoende gegevens beschikt om met inachtneming van het risico een premie te bepalen. Hij kan het risico ook herverzekeren; hij is dan gebonden aan de richtlijnen van de herverzekeraar. In beide gevallen zal hij slechts tegen hogere premies of onder bijzondere voorwaarden kunnen verzekeren. Daarnaast streeft hij naar een evenwichtig bestand van verzekerden. Wezenlijk voor verzekering is dat onzeker is of tot uitkering zal moeten worden overgegaan, dan wel wanneer of tot welk bedrag moet worden uitgekeerd. Indien die onzekerheid van den beginne af ontbreekt, is er geen verzekering. Zo staat bij een overlijdensrisicoverzekering wel vast dat eens zal moeten worden uitgekeerd, maar niet wanneer dat zal zijn. Een verzekeraar zal in dergelijk geval de premie vaststellen aan de hand van de hem bekende statistieken van de gemiddelde levensduur. Bij levensverzekeringen worden die premies vastgesteld aan het begin van de verzekering voor de gehele looptijd, die veelal dertig jaar of nog langer kan zijn. Bij de selectie van het AIDS-risico kunnen verschillende categorieën worden onderscheiden. De eerste categorie betreft personen die aan AIDS lijden. De ziekte AIDS is ongeneeslijk en heeft thans onvermijdelijk een fataal verloop. Een AIDS-patiënt heeft een levensverwachting van ongeveer een jaar tot enkele jaren. De premie voor een verzekering zou voor een dergelijke patiënt ongeveer gelijk moeten zijn aan het uit te keren bedrag. Het sluiten van een levensverzekering zal niet mogelijk zijn. In ieder geval niet aantrekkelijk zijn voor de verzekeringnemer. De tweede categorie bestaat uit personen die besmet zijn met het virus dat AIDS veroorzaakt. Een verzekeraar zal aan een aanvrager die seropositief is, geen levensverzekering tegen de gewone voorwaarden aanbieden omdat ten minste de helft van de besmette personen AIDS zal ontwikkelen en daaraan zal overlijden. Omdat de risico's van een verzekering op het leven van een seropositieve persoon voor verzekeraar niet te overzien zijn, maar de beschikbare gegevens anderzijds wel wijzen op zeer slechte levenskansen, zal het leven van een seropositieve persoon naar men mag aannemen niet te verzekeren zijn. Ook indien een verzekeraar wel bereid is om seropositieven te verzekeren, zal hij voor de bepaling van het risico en voor de vaststelling van de premie, de verzekerde als seropositief willen identificeren. Net als voor andere verzekeringen geldt ook dan dat de verzekeraar ten behoeve van de te sluiten verzekering vooraf het te verzekeren risico zo goed mogelijk zal willen beoordelen. Een derde categorie van aanvragers betreft personen die niet besmet zijn, maar die een verhoogde kans lopen om besmet te raken. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan intraveneuze druggebruikers, haemofiliepatiënten en mannen met wisselende onbeschermde homoseksuele contacten. Personen uit de eerste twee groepen zullen in de regel niet moeilijk te identificeren zijn. Bij personen uit de laatste groep is dat anders. Het enkele feit dat een aanvrager een homoseksueel is, is geen relevante risicofactor. Homoseksualiteit mag dan ook geen reden zijn om een AIDS-test uit te voeren. Overigens leidt selectie niet bij alle verzekeringen tot hetzelfde gevolg, namelijk uitsluiting. Bij ziektekostenverzekeringen bestaat voor sommige Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr. 10 5

6 categorieën van personen een acceptatieplicht. Op grond van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen (Stb. 1986, 123) heeft een ziektekostenverzekeraar een verplichting een verzekering te sluiten met personen die ingevolge de Ziekenfondswet verzekerd waren, op wie een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren van toepassing was of die in het buitenland op enigerlei wijze tegen ziektekosten verzekerd waren. In het Besluit uitbreiding en beperking van de toegang tot particuliere ziektekostenverzekeringen (Stb. 1987, 133) zijn nog enige andere categorieën van personen aangewezen ten aanzien van wie een acceptatieplicht geldt, zoals personen die na verandering van werkkring niet meer verzekerd zijn op grond van een door hun werkgever gesloten collectieve verzekering en hun gezinsleden. Deze personen hebben dan in ieder geval recht op een verzekering volgens een in de wet omschreven standaardpakket. De acceptatieplicht bestaat niet voor personen die reeds verzekerd zijn, maar van particuliere ziektekostenverzekering willen veranderen. Als minimum arbeidsongeschiktheidsvoorziening bestaat voorts de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. Het feit dat bij ziektekostenverzekeringen een acceptatieplicht bestaat en dat een volksverzekering voor arbeidsongeschiktheid bestaat, vermindert voor de sectoren het belang van selectie. Het belang van selectie op het risico van AIDS zou eveneens kunnen verminderen indien de verzekeraar op grond van zijn polisvoorwaarden uitkering zou kunnen weigeren indien de schade of het overlijden wordt veroorzaakt - eventueel binnen een bepaalde termijn na de aanvang van de verzekering - door AIDS. In Denemarken komen dergelijke uitsluitingen voor. De uitsluiting zal echter vaak niet aan haar doel beantwoorden. Men sterft niet aan AIDS, maar bijvoorbeeld aan longontsteking. Het zou dan aan de verzekeraar zijn aan te tonen dat de longontsteking verband houdt met AIDS. Als beletsel voor de toepassing van een dergelijke uitsluiting in de Nederlandse situatie geldt voorts dat levensverzekeraars niet bekend zijn met de doodsoorzaak van hun verzekerden. Dergelijke gegevens worden alleen na uitkering op uitdrukkelijk gedaan verzoek aan de medisch adviseur van de verzekeraar verstrekt onder de voorwaarde dat de opgave uitsluitend zal worden gebruikt ten behoeve van de medische statistiek van de verzekeraar De mededelingsplicht De verzekeringnemer is verplicht de verzekeraar voor het sluiten van de overeenkomst in te lichten omtrent de feiten waarvan, naar hij weet of behoort te weten, de beslissing van de verzekeraar om de verzekering te sluiten afhangt. Aldus de strekking van artikel van het op 16 mei 1986 bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediende wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (kamerstukken II, , , nrs. 1-3). Dezelfde materie wordt thans geregeld door artikel 251 van het Wetboek van Koophandel. De bepaling vindt haar grond in de gedachte dat de verzekeraar voor het sluiten van de verzekering moet kunnen beschikken over de gegevens die hem in staat stellen de voor hem aan de verzekering verbonden kansen zo goed mogelijk te beoordelen. Niet-nakoming van de mededelingsplicht leidt volgens het huidige recht tot nietigheid van de overeenkomst. Volgens het wetsvoorstel geschiedt wel uitkering indien de niet of onjuist medegedeelde feiten van geen belang zijn voor de beoordeling van het risico, zoals dat zich heeft verwezenlijkt. Indien er wel een dergelijk oorzakelijk verband bestaat, maar de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken en bij overigens gelijke voorwaarden een hogere premie zou hebben bedongen of de verzekering tot een lager bedrag zou hebben gesloten, wordt de uitkering verminderd naar evenredigheid van hetgeen de premie meer of de verzekerde som minder zou hebben bedragen. Geen uitkering is verschuldigd indien gehandeld is met Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 10 6

7 de opzet de verzekeraar te misleiden of indien de verzekeraar bij kennis van de ware stand der zaken geen verzekering zou hebben gesloten. Bij vrijwel alle verzekeringen die niet op de beurs worden gesloten, wordt bij de aanvraag van een verzekering een aanvraagformulier gebruikt. Bij levensverzekeringen, ziektekostenverzekeringen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen gaat het aanvraagformulier vergezeld van een door de aanvrager in te vullen gezondheidsverklaring. Indien bij een levensverzekering de verzekerde som, meer bedraagt dan ± f vindt als regel een keuring door een huisarts plaats, bij een verzekerde som van meer dan f a f vindt een keuring door een internist plaats. Per maatschappij kunnen deze bedragen verschillen. Het hiervoor genoemde artikel gaat ervan uit dat de verzekeraar die bij het sluiten van een verzekering gebruik maakt van een vragenlijst, daarmee suggereert dat slechts die vragen hem interesseren en dat andere feiten voor hem niet van belang zijn. De verzekeraar kan zich er niet op beroepen dat feiten waarnaar hij niet had gevraagd, niet zijn medegedeeld, tenzij de aanvrager heeft gehandeld met de opzet de verzekeraar te misleiden. De verzekeraar zal zich er evenmin op kunnen beroepen dat vragen niet zijn beantwoord of dat een in algemene termen vervatte vraag niet is beantwoord. De centrale plaats van de vragenlijst noodzaakt de verzekeraar om zo volledig mogelijk te zijn in zijn vragen naar omstandigheden die hem interesseren. In dat verband kan genoemd worden het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1981, NJ 1982, 570. De Hoge Raad moest oordelen over de vraag of de verzekeraar in geval van een verzekering tegen brandrisico zich kon beroepen op verzwijging van een strafrechtelijk verleden indien hij in het vragenformulier niet naar dat verleden had gevraagd. De Hoge Raad overwoog: «In een zodanig geval kan de verzekeraar in beginsel niet van de aanvrager vergen dat dee spontaan overgaat tot opgaven omtrent dit verleden, dat zijn persoonlijke levenssfeer diepgaand kan raken en waarvan de bekendheid bij derden zijn maatschappelijke positie ernstig kan schaden, terwijl de verzekeraar - aan wie het gewicht van dergelijke gegevens in het algemeen beter voor ogen staat dan aan de aanvrager - er om hem moverende redenen de voorkeur aan heeft gegeven opneming vaneen op het strafrechtelijk verleden gerichte vraag in het vragenformulier achterwege te laten. Dit brengt mee dat in een zodanig geval stilzwijgen omtrent dit verleden niet kan leiden tot nietigheid van de verzekering krachtens artikel 251 K - zoals dit artikel in redelijkheid moet worden uitgelegd -, tenzij de verzekerde zijn strafrechtelijk verleden heeft verzwegen met de bedoeling zich daardoor een verzekering te verschaffen, de verzekeraar, zo hij met dat verleden bekend zou zijn geweest niet of niet onder dezelfde voorwaarden gesloten zou hebben.» Bijzondere betekenis hechtte de Hoge Raad hier aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het feit dat bekendheid van derden met gegevens uit zijn verleden de maatschappelijke positie van de aanvrager ernstig kan schaden. Een verzekeraar zal zich op grond van deze uitspraak slechts op verzwijging van dergelijke omstandigheden kunnen beroepen als hij met zoveel woorden naar die omstandigheden heeft gevraagd. De verzekeraar zal daarom bij de opstelling van zijn vragenlijst streven naar volledigheid. Indien hij geïnteresseerd is in een in het verleden aangetoonde seropositiviteit, zal hij geen onduidelijkheid omtrent zijn belangstelling bij de aanvrager willen laten bestaan en derhalve in de vragenlijst een daarop gerichte vraag opnemen. In het licht van het hierboven genoemde arrest van de Hoge Raad lijkt het niet waarschijnlijk dat de rechter zal oordelen dat ten aanzien van een levenswijze met een vergrote kans op besmetting een spontane mededelingsplicht - namelijk zonder een ter zake gerichte vraag - zal bestaan. Het betreft hier immers gegevens die zich bevinden binnen de persoonlijke Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr. 10 7

8 levenssfeer van de aanvrager waarvan bekendheid bij derden zijn maatschappelijke positie kan schaden. 4. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer 4.1. Vragen over het privéleven Het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1981 stond in belangrijke mate in het teken van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Geen spontane mededelingsplicht bestaat ten aanzien van privacy-gevoelige gegevens indien daarnaar in de vragenlijst niet is gevraagd. De betekenis die dit arrest, evenals het voorgestelde artikel , hecht aan de vragenlijst, noodzaken de verzekeraar de aanvrager duidelijkheid te verschaffen over de door hem van belang geachte feiten omtrent diens privéleven, op straffe van verval van een beroep op niet-nakoming van de mededelingsplicht. De vraag rijst hoe ver men kan gaan met dergelijke vragen. Artikel 10 van de Grondwet (nog niet in werking getreden) en artikel 8 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden erkennen het recht op eerbiediging van het privéleven. Dit recht heeft ook betekenis in verhoudingen tussen burgers onderling (zie HR 9 januari 1987, NJ 1987, 928). Vragen over de gezondheidstoestand van een persoon, zoals opgenomen in een vragenlijst bij het aangaan van een verzekering, zullen altijd in meer of mindere mate het privéleven van de betrokkene raken. Verzekerd wordt het leven of de gezondheid van de betrokkene. De vaststelling van het te verzekeren risico zal slechts kunnen geschieden indien men op de hoogte is van de omstandigheden die dat risico beïnvloeden. Men treedt onvermijdelijk in het privéleven van de betrokkene. Voor de vraag wanneer sprake is van een ontoelaatbare inbreuk op dat privéleven lijkt mede van belang of de feiten waarnaar wordt gevraagd relevant zijn voor de beoordeling van het risico. Een besmetting met het virus dat AIDS veroorzaakt, is een omstandigheid waarvan objectief vaststaat dat het in belanrijke mate invloed heeft op het risico. Ook gedrag dat een verhoogd risico op besmetting oproept, kan zo 'n omstandigheid zijn. Duidelijk is echter dat juist het vaststellen van dergelijk gedrag slechts kan geschieden door in vergaande mate de privésfeer van de betrokkene te betreden. De situatie dat de verzekeraar objectief kan vaststellen dat dergelijke omstandigheden aanwezig zijn, laat zich niet licht denken. Verzekeraars, naar zij hebben medegedeeld, plegen dan ook niet naar die omstandigheden te vragen. Overigens stellen artikel 251 Wetboek van Koophandel en artikel eveneens de eis dat de feiten ten aanzien waarvan een mededelingsplicht geldt, relevant zijn voor de beslissing van de verzekeraar om de verzekering aan te gaan, en, zo ja, onder welke voorwaarden. Een verzekeraar zal zich er derhalve niet op kunnen beroepen dat irrelevante vragen onjuist zijn beantwoord. Reeds in de verzekeringsrechtelijke regeling van de mededelingsplicht vindt de aanvrager bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Van belang is voorts dat de vaststelling van de van belang zijnde feiten niet geschiedt achter de rug van de aanvrager om. De aanvrager weet door de vragenlijst dat de verzekeraar belang stelt in die omstandigheden. Hij is niet verplicht te antwoorden, zij het dat niet-beantwoording kan betekenen dat de beoogde verzekering niet tot stand komt. De aanvrager die geconfronteerd wordt met vragen over zijn privéleven heeft voorts de mogelijkheid om zijn gezondheidsverklaring rechtstreeks toe te zenden aan de medisch adviseur van de maatschappij. Deze medische adviseur is gebonden aan zijn beroepsgeheim als arts. Deze omstandigheid vormt een belangrijke factor bij de daadwerkelijke bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager. De keuringsarts die op verzoek van de verzekeraar een medisch onderzoek instelt, is bij zijn handelen uiteraard ook gebonden aan regels Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr. 10 8

9 en normen voor medisch handelen. Dat betekent ook dat hij zijn onderzoek zal moeten richten op voor het doel van het onderzoek relevante feiten en omstandigheden. Indien bij de behandeling van een aanvraag voor een verzekering opgave van gegevens wordt gevraagd waarvan objectief vaststaat dat zij van invloed zijn op het risico, zal derhalve in beginsel geen ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer behoeven te worden aangenomen Registratie van persoonsgegevens De verzekeraars zullen de gegevens betreffende de aanvragers, verzekeringnemers en verzekerden opnemen in hun administraties. Op deze administraties zal in de nabije toekomst de Wet persoonsregistraties van toepassing worden, althans voor zover deze administraties kunnen worden aangemerkt als een persoonsregistratie in de zin van die wet. Het voorstel voor de Wet persoonsregistraties (WPR) (Tweede Kamer, , ), is op 8 september 1987 door de Tweede Kamer aanvaard. Er wordt naar gestreefd om de afkondiging van de WPR begin 1988 te doen plaatsvinden. Uiterlijk een half jaar nadien zal de wet gefaseerd in werking treden. De WPR geeft een aantal materiële normen waaraan alle persoonsregistraties zullen moeten voldoen. Deze materiële normen hebben betrekking op onder meer het doel waarvoor een persoonsregistratie mag worden aangelegd (artikel 4), welke persoonsgegevens in een registratie opgenomen mogen zijn (artikel 5), de doeleinden waarvoor die gegevens gebruikt mogen worden (artikel 6), de beveiliging van de registratie en de daarin opgenomen gegevens (artikel 8) en het verstrekken van persoonsgegevens aan derden (artikelen 11 tot en met 14). Daarnaast biedt de WPR een aantal aanknopingspunten voor nadere regulering, deels in de vorm van uitvoeringswetgeving, deels in de vorm van zelfregulering in reglementen en gedragscodes. Zo moeten ingevolge artikel 7 binnen een jaar na de inwerkingtreding van de WPR bij algemene maatregel van bestuur regels worden gegeven over het opnemen in een persoonsregistratie van gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, seksualiteit of intiem levensgedrag, alsmede persoonsgegevens van medische, psychologische, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke aard. Voorts bevat de WPR een regeling van de rechten van geregistreerden met betrekking tot kennisneming van over hen opgenomen gegevens, alsmede tot verbetering, aanvulling of verwijdering van die gegevens, indien die feitelijk onjuist, voor het doel van de registratie onvolledig of niet ter zake dienend zijn, dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift in de registratie voorkomen. In geschillen over de uitoefening van deze rechten kan een beroep worden gedaan op de arrondissementsrechtbank of kan de bemiddeling worden gevraagd van de Registratiekamer (artikel 34). Met het toezicht op de naleving van de wet is de Registratiekamer belast. Indien de houder van een persoonsregistratie in strijd handelt of heeft gehandeld met de voorschriften, terwijl de geregistreerde daardoor schade lijdt of dreigt te lijden, staat voor de geregistreerde de mogelijkheid open van een civiele schadevergoedings- of verbodsactie (artikelen 9 en 10, eerste lid). In het eerste geval kan ook een vergoeding worden gevorderd voor het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. Ook rechtspersonen die de belangen van geregistreerden behartigen, kunnen ter zake een vordering instellen bij de burgerlijke rechter (artikel 10, tweede lid). In verband met de onderhavige problematiek zal in het bijzonder van belang kunnen zijn de in artikel 5, eerste lid, WPR, vervatte norm, dat een persoonsregistratie slechts persoonsgegevens mag bevatten die rechtmatig zijn verkregen en die in overeenstemming zijn met het doel waarvoor de registratie is aangelegd. Voor de beoordeling of een verzekeraar zich Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 10 9

10 aan deze norm heeft gehouden, zal mede van belang zijn of deze, ten einde de gegevens te verkrijgen, geen ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene heeft gemaakt. In het kader van die beoordeling zal aandacht moeten worden besteed aan de relevantie van de gegevens voor de beoordeling van het risico, de vraagstelling op de vragenlijst en of de verstrekking van die gegevens, in het geval dat die eerder in een andere registratie waren opgenomen, wel geoorloofd was. Indien het gaat om de verkrijging van gegevens als bedoeld in artikel 7 WPR, zal mede moeten worden getoetst aan de regels, vervat in de algemene maatregel van bestuur ingevolge deze bepaling. In het geval dat van een ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer sprake is of de gegevens niet in overeenstemming zijn met het doel waarvoor de registratie is aangelegd, dan wel in strijd met de krachtens artikel 7 WPR gegeven regels zijn opgenomen, zal de rechter de verzekeraar bevelen gevolg te geven aan het verzoek van een geregistreerde om de bewuste gegevens uit de registratie te verwijderen. In artikel 6, eerste lid, WPR, is de regel neergelegd dat de in een persoonsregistratie opgenomen gegevens slechts mogen worden gebruikt voor doeleinden die met het doel van die registratie verenigbaar zijn. Deze regel beheerst de verstrekking van gegevens binnen de organisatie van de houder van een persoonsregistratie. Binnen die organisatie mogen uit de persoonsregistratie slechts gegevens worden verstrekt aan personen die ingevolge hun taak die gegevens mogen ontvangen (artikel 6, tweede lid, WPR). Artikel 11 WPR bevat enige hoofdregels voor de verstrekking van gegevens uit een persoonsregistratie aan derden. Verstrekking van persoonsgegevens aan derden is slechts geoorloofd voorzover zulks voortvloeit uit het doel van die registratie, wordt vereist ingevolge een wettelijk voorschrift of geschiedt met toestemming van de geregistreerde. De verstrekking blijft achterwege voorzover uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift geheimhouding geboden is. Voorop staat dat de verzekeraars bij de verstrekking van persoonsgegevens uit hun registraties dienen te handelen overeenkomstig de regels ingevolge de WPR en de omschrijving van de werking van die registratie op het formulier, waarmee die registraties zijn aangemeld bij de Registratiekamer. Voor het geval dat niet overeenkomstig die regels wordt gehandeld, bieden de artikelen 9 en 10 van de WPR de hierboven reeds gereleveerde mogelijkheid om een schadevergoedingsactie in te stellen. 5. Discriminatie 5.7. Gelijke behandeling In de Verenigde Staten zijn voorbeelden bekend van maatschappijen die homoseksuele aanvragers van verzekeringen trachten te identificeren 4. Dat geschiedde dan aan de hand van gegevens als geslacht, ongehuwde staat, woonomstandigheden, beroep. Deze identificatie had mede ten doel homoseksuele mannen van verzekering uit te sluiten. Sommige Britse verzekeraars zenden aanvullende vragenlijsten aan vele mannelijke aanvragers waarin gevraagd wordt of zij vallen in een risico-categorie zoals homoseksuelen, biseksuelen, intraveneuze druggebruikers of seksuele partner zijn van een lid van een dergelijke groep. Bij de beoordeling van dergelijke vragen zal onderscheid moeten worden gemaakt tussen vragen die erop gericht zijn vast te stellen of een aanvrager besmet is met het AIDS-virus of een verhoogde kans loopt op besmetting, en vragen die ertoe strekken om op grond van een seksuele gerichtheid een beslissing over acceptatie te nemen. Voor Nederland is in ;. ou. Ti. Air.e i dit verband van belang dat in het wetsvoorstel tot een Algemene wet 4 Benjamin Schatz, The AIDS Insurance,..,,,.,,., ".,,. Crisis: Underwriting or Overreaching, gelijke behandeling onderscheid tussen personen op grond van godsdienst, Harvard Law Review 1987, biz levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, seksuele gerichtheid Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

11 of burgerlijke staat verboden wordt. Onder onderscheid wordt ook verstaan indirect onderscheid, namelijk op grond van andere hoedanigheden dat onderscheid op een of meer van de hiervoor genoemde gronden tot gevolg heeft. Het verbod tot onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid dat objectief gerechtvaardiad is. Zoals al in het antwoord van 1 december 1986 op de eerste serie kamervragen is gesteld, vragen Nederlandse verzekeraars niet naar de seksuele gerichtheid van de aanvrager. Het enkele feit dat een aanvrager homoseksueel is, is voor hen geen reden een verzekering te weigeren of slechts onder bijzondere voorwaarden aan te gaan. Homoseksualiteit is evenmin reden een aspirant-verzekerde te vragen een test op anti-stoffen te ondergaan. Nadat het hiervoor genoemde wetsvoorstel tot wet is verheven, zal het handelen van verzekeraars aan deze wet getoetst kunnen worden. Een verzekeraar die in strijd met de wet discrimineert kan tot naleving worden aangesproken door benadeelden en rechtspersonen die ten doel hebben de behartiging van belangen van degenen die een beroep zouden kunnen doen op de wet Strafbare discriminatie Voor het tegengaan van discriminatie wegens geslacht of seksuele gerichtheid is mede van belang het op 24 september 1987 bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediende wetsvoorstel tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht met enkele bepalingen tot het tegengaan van discriminatie op grond van ras, geslacht of seksuele gerichtheid (kamerstukken II 1987/1988, nrs. 1-3). In het nieuw voorgestelde artikel 429quater Wetboek van Strafrecht wordt strafbaar gesteld het in beroep of bedrijf onderscheid maken tussen personen wegens hun ras, geslacht of seksuele gerichtheid. Eventuele discriminatie op grond van homoseksuele of biseksuele gerichtheid bij het afsluiten van verzekeringen zal derhalve ook op deze wijze kunnen worden tegengegaan. 6. Testen bij de aanvraag van een verzekering 6.1. Het huidige beleid ten aanzien van het testen op anti-stoffen In de nota inzake het AIDS-beleid die de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft gezonden, is geschetst dat het kabinet ten aanzien van het testen op anti-stoffen een terughoudend beleid voert. Een van de redenen voor deze terughoudendheid, is dat genezing van seropositiviteit of AIDS niet mogelijk is. Een positieve uitslag zal daarom psychisch belastend kunnen zijn voor de betrokkene. Op grote schaal testen zou onder de huidige omstandigheden onrust in de samenleving kunnen veroorzaken, mede omdat een fout-positieve uitslag - het percentage fout-positieve uitslagen is nog onzeker - niet volledig kan worden uitgesloten. Naarmate méér getest wordt, krijgt het probleem van deze fout-positieve uitslagen meer gewicht. Een fout-positieve uitslag kan tot gevolg hebben dat iemand ten onrechte van verzekering wordt uitgesloten en nodeloos psychisch wordt belast. Indien wordt getest, zullen de rechten van de geteste moeten worden beschermd. In de nota is geschetst dat onderzoek in beginsel eerst plaats kan hebben nadat dt betrokkene is ingelicht en hij zijn toestemming heeft verleend. Van de uitslag moet de onderzochte persoon op de hoogte worden gebracht, tenzij hij de wens te kennen heeft gegeven van de uitslag van de test niet op de hoogte te worden gesteld. Voorts dient de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene te worden beschermd. In de nota heeft de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur er de nadruk op gelegd dat de aandacht voor het testen niet ten koste mag gaan van voorlichting en preventie. Door Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

12 middel van voorlichting kunnen personen uit risicogroepen op de gevaren van besmetting worden gewezen. Voorlichting kan bijdragen tot het nemen van preventieve maatregelen na geconstateerde besmetting. In het antwoord van 3 juni 1987 op de tweede serie kamervragen over dit onderwerp is het beleid van verzekeraars met betrekking tot het instellen van een onderzoek naar het virus geschetst. Een beslissing over zo'n test plegen de medische adviseurs van verzekeraars slechts te nemen op basis van de door de aanvrager zelf in en naar aanleiding van zijn gezondheidsverklaring verschafte gegevens en niet op grond van andere factoren Het vragen naar het resultaat van een vroegere test Het feit dat een aanvrager besmet is, zal anders dan bij een AIDS-patiënt, in de regel niet blijken uit de gezondheidsverklaring van de aanvrager. Seropositiviteit blijkt slechts na een test op anti-stoffen. Een aanvrager kan evenwel weten dat hij seropositief is als in ander verband reeds een test is uitgevoerd die besmetting met het virus aanwees. Om te voorkomen dat dergelijke tests bij het sluiten van een verzekering onvermeld blijven, hebben de Nederlandse Vereniging van Levensverzekeraars en de Nederlandse Vereniging van Ongevallen- en Ziekteverzekeraars hun leden geadviseerd de vraag naar bloedonderzoek in hun bij het aanvraagformulier gevoegde gezondheidsverklaring als volgt aan te vullen met een vraag naar AIDS: Is uw bloed wel eens onderzocht bij voorbeeld op bloedziekte, suikerziekte, nierziekte, vetgehalte (bij voorbeeld cholesterol), geelzucht (hepatitis A of B), seksueel overdraagbare aandoeningen zoals syfilis of AIDS? Zo ja, wanneer, waarop en met welk resultaat? De vraag kan ook een ander doel dienen. Indien wel getest is op bij voorbeeld AIDS, maar met negatieve uitslag, kan dat voor de medisch adviseur van de verzekeraar een omstandigheid zijn om een nader medisch onderzoek te adviseren. Voorts is de vraag te zien als signaal dat de verzekeraar bijzondere waarde toekent aan feiten omtrent het AIDS-risico. Van de vraag kan aldus een zekere selecterende werking uitgaan. Als bezwaar tegen de vraag naar een vroegere test is wel naar voren gebracht dat het personen ontmoedigt zich vrijwillig te laten testen. Bij een positieve uitslag zal men immers de vraag bevestigend moeten beantwoorden en zich daarmee de beoogde verzekering ontzeggen. Zonder test kan men de vraag naar waarheid ontkennend beantwoorden en verzekerd worden. Bovendien bestaat de vrees dat de omstandigheid dat iemand ooit getest is, ook al is de uitslag negatief, zal leiden tot een scherpere selectie op andere factoren. Een en ander zou bij voorbeeld tot gevolg kunnen hebben dat personen beducht worden om hun medewerking te verlenen aan wetenschappelijk noodzakelijk epidemiologisch onderzoek of dat men zelfs diagnostisch onderzoek weigert. De vraag rijst of een verbod op het stellen van de vraag ertoe moet strekken dat seropositieve personen op de gewone voorwaarden moeten worden verzekerd. Een dergelijke verplichting om seropositiviteit buiten beschouwing te laten bij de beslissing van de verzekeraar de verzekering aan te gaan en onder welke voorwaarden, zou voor het AIDS-risico een uitzondering maken ten opzichte van alle andere risicoverzwarende omstandigheden betreffende de gezondheidstoestand. De financiële consequenties van een dergelijke uitzondering zouden gedragen worden door de andere verzekeringnemers. Zowel ten aanzien van de gewone als ten aanzien van de zware risico's die op grond van hun gezondheidstoestand slechts op bijzondere voorwaarden zijn geaccepteerd, zou dat een niet goed te verdedigen maatregel zijn. Van belang is dat op grond van een ooit voor AIDS afgenomen onderzoek niet een ander beleid wordt gevoerd dan in geval voor een andere aandoening de aspirant-verzekerde is onderzocht. Het feit dat men ooit is getest, is geen voor het risico relevante omstandigheid en derhalve geen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

13 reden voor weigering of acceptatie op bijzondere voorwaarden. Verzekeraars hebben medegedeeld dat ook indien het afnemen van de test samenhing met risicogedrag, dat voor hen geen relevante omstandigheid is: slechts besmetting is dat. 6,3, Toelaatbaarheid van testen 5 J. K. M. Gevers, Medische keuringen aan banden, Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Recht 1987, blz Zie noot paragraaf 4 1 ' De wet was mede gegrond op de overweging dat er geen betrouwbare test beschikbaar was die besmetting met het AIDS veroorzakende virus kon vaststellen, en zelfs een betrouwbare test niet kon voorspellen wie AIDS zou ontwikkelen. In een procedure waarin de American Council of Life Insurance de grondwettigheid van de wet bestreed, oordeelde de federale rechtbank dat de AIDS-tests wel betrouwbaar zijn om vast te stellen wie significant hoger risico op AIDS loopt. Maar omdat het bewijs bij de behandeling van het wetsvoorstel niet beschikbaar was geweest, werd de vordering afgewezen, al betwijfelde de rechtbank of het verbod verstandig was De rechtbank merkt overigens op dat het feit dat een wet misschien onredelijk of onverstandig was, nog niet meebracht dat de wet ook ongrondwettig was (men zie: Russel P. luculano, D.C. Act 6-170: The five year ban on risk-based pricing for AIDS, AIDS and Public Policy Journal, Winter 1987, blz , University Publishing Group. 8 Jack H Blaine, AIDS: Regulatory Issues for Life and Health Insurers, AIDS and Public Policy Journal, Winter 1987, blz 2-10, University Publishing Group Gesteld wordt wel dat het uitvoeren van een test op anti-stoffen in het kader van een ziektekosten, arbeidsongeschiktheids- en levensverzekering onjuist zou zijn, omdat een dergelijke test een diepgaande inbreuk zou maken op de privésfeer van de onderzochte en daarnaast risico's oplevert voor zijn psychische gezondheid. Artsen zouden zich van risicovolle keuringen moeten onthouden. Daarnaast zou het de vraag zijn of zo'n invasief onderzoek wel door de rechtmatige belangen van de opdrachtgever gerechtvaardigd is te achten 5. In de Verenigde Staten bestaat de vrees dat verzekeraars ter beperking van de kosten alleen die aanvragers zullen testen die behoren tot een risicogroep. Dat zou kunnen leiden tot pogingen homoseksuele aanvragers op te sporen om hen een test te laten ondergaan. Voorts vreest men dat geheimhouding van gevoelige medische gegevens niet zal zijn gewaarborgd. 6 Verscheidende staten in de Verenigde Staten hebben het testen op het virus of het gebruik van de uitslag van een dergelijke test bij het aangaan van een verzekering aan banden gelegd. In het District of Columbia trad per 7 augustus 1986 een wet in werking die testen op AIDS verbood. 7 In Californië werd in april 1985 een wet aangenomen die verzekeraars verbiedt te vragen naar de resultaten van vroegere tests op anti-stoffen, dergelijke tests te laten uitvoeren of het resultaat van zo'n test te laten meewegen bij de beslissing tot verzekering. Overigens is in Californië wel de zogenoemde T-celtest toegestaan, die schade aan het afweersysteem kan meten. Winsconsin nam in juli 1985 een overeenkomstige wet aan. Deze wet werd eind 1985 aldus gewijzigd dat testen wel was toegestaan indien de epidemioloog van de staat verklaarde dat ae test betrouwbaar was en indien de toezichthouder op het verzekeringswezen verklaarde dat de test relevant was voor verzekering. De eerste verklaring is eind 1986 afgelegd. In Maine was het vragen naar het resultaat van vroegere tests verboden (de wet verviel automatisch per 1 oktober 1987). In de loop van 1987 waren in zeven staten wetsvoorstellen aanhangig die testen op AIDS verbieden. In zes staten waren voorstellen aanhangig die voorwaarden stellen aan de toestemming tot uitvoering van de test. Tegen het einde van dat jaar waren in verscheidene van die staten de voorstellen verworpen of ingetrokken 8. Voor de aanvaardbaarheid van testen op verzoek van verzekeraars is allereerst van belang dat vaststaat dat seropositiviteit of AIDS een omstandigheid is die invloed heeft op het risico. Die invloed kan zich wijzigen zodra een geneesmiddel tegen AIDS is gevonden; in dat geval zullen ook de bezwaren tegen het testen minder worden. Uitgangspunt dient te zijn dat bij het sluiten van een verzekering alle aandoeningen op dezelfde wijze bij de beoordeling worden betrokken. Daarvan uitgaande is er geen reden voor het AIDS-risico een uitzondering te maken. Gelet op de psychische belasting van een positieve uitslag voor de betrokkene, is het evenwel alleszins gerechtvaardigd de zwaarte van het belang van verzekeraars te wegen. Dat belang is aanzienlijk. Het aantal seropositieve personen stijgt snel. Ongeveer de helft van de seropositieve personen zal AIDS of aanverwante ziektebeelden ontwikkelen. Duidelijk is dat de levensverwachting en de verwachtingen omtrent de gezondheid van een seropositieve persoon aanzienlijk slechter zijn dan die van een even oude persoon zonder besmetting. De ziekte verspreidt zich steeds verder in zodanige mate over de bevolking dat er goede grond voor verzekeraars is de financiële gevolgen Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr

14 te vrezen. Om ook in de toekomst zijn verplichtingen te kunnen nakomen zal een verzekeraar moeten overwegen welke verzekering hij kan aanbieden. Voor een levensverzekeraar geldt dat hij werkt met vaste premies die voor de looptijd van het contract, dus voor lange of zeer lange tijd, zijn vastgesteld. Dat betekent dat hij tijdig slechte risico's moet identificeren. De mogelijkheid om een aanvrager medewerking te vragen aan een onderzoek op besmetting is daartoe onontbeerlijk. Er is derhalve geen reden om verzekeraars te verbieden van het resultaat van een test op anti-stoffen kennis te nemen of hen te verbieden een aspirant-verzekeringnemer of -verzekerde te verzoeken een dergelijke test te ondergaan. De volgende vraag is aan de hand van welke criteria personen kunnen worden geselecteerd die voor een test in aanmerking komen Wanneer mag worden getest? Iemand die seropositief is kan van zijn besmetting onwetend zijn en zich gezond voelen. Uit zijn gezondheidsverklaring zal dan geen aanwijzing voor besmetting kunnen worden geput. Indien niet voordien een test is verricht waarbij anti-stoffen zijn geconstateerd, zal ook de vraag naar vroegere tests niet leiden tot identificatie. Selectie van personen die in aanmerking komen voor een test zou dan kunnen geschieden aan de hand van andere kenmerken, zoals geslacht, leeftijd, huwelijkse staat, woonplaats of beroep. De rechtvaardiging van een selectie op dergelijke kenmerken neemt af naarmate de ziekte zich uitbreidt tot andere bevolkingsgroepen dan de groep van mannen met homoseksuele contacten. Van scherpere selectiecriteria voor homoseksuelen of voor hen die voldoen aan kenmerken waaraan homoseksuelen worden geacht te voldoen, is een bevestiging en aanmoediging van vooroordelen tegen en discriminatie van homoseksuelen te duchten. Het zou aldus de emancipatie van homoseksuele mensen treffen. Bovendien zou een verzekeraar die selecteert op de genoemde kenmerken in sterkere mate dan thans in het privéleven treden van alle aspirant-verzekerden. Selectie door verzekeraars op basis van dergelijke criteria is dan ook niet gewenst. Indien de grens tussen gerechtvaardigd onderscheid en discriminatie wordt overschreden zou dat tot actie op grond van de Wet gelijke behandeling of strafrechtelijke vervolging wegens overtreding van het nieuw voorgestelde artikel 429 quater Wetboek van Strafrecht aanleiding kunnen geven. In Zwitserland wordt thans door de levensverzekeraars bij een te verzekeren van meer dan SFr. (soms ook lager) aan iedere aanvrager om een test op anti-stoffen verzocht. Ook in andere Europese landen, zoals België, Zweden en Finland, en in de Verenigde Staten is sprake van het invoeren van dergelijke grenzen. De vraag rijst dan of aan een test op besmetting onafhankelijk van bepaalde kenmerken van de aanvrager zodanige bezwaren kleven dat dezelfde weg moet worden ingeslagen als de Amerikaanse staten die test hebben verboden. Opmerking verdient allereerst dat de bezwaren in de Verenigde Staten tegen het testen mede lijken te zijn ingegeven door de vrees dat grote groepen van de bevolking door deze testen zouden kunnen worden uitgesloten van de particuliere ziektekostenverzekeringen en daarmee van medische behandeling. Particuliere ziektekostenverzekeringen zijn voor veel Amerikanen de enige mogelijkheid om bij ernstige ziekte niet tot armoede te vervallen. De groei van het aantal voor ziektekosten onverzekerde personen zou dan weer kunnen leiden tot een verhoogd beroep op de overheid om bij te dragen in de ziektekosten van deze onverzekerden. Een afweging zal moeten worden gemaakt tussen de belangen van aspirant-verzekerden, reeds verzekerden, verzekeraars en de maatschappelijke gevolgen van een selectie op grond van een AIDS-test. Een verbod Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

15 op het testen in het kader van het sluiten van een verzekering zal ertoe leiden dat de verzekeraar bij zijn premiestelling het AIDS-risico daarin moet verdisconteren, overigens zonder dat daartoe thans betrouwbaar statistisch materiaal bestaat. De daaruit voortvloeiende hogere premies zullen in dat geval door alle verzekerden moeten worden gedragen. Een verbod op het afnemen van een bloedonderzoek op besmetting met het virus kan tevens tot gevolg hebben dat de verzekeraar zich genoodzaakt voelt om een scherpe selectie op andere criteria toe te passen. Zo'n selectie kan alle aspirant-verzekerden raken. Een algeheel verbod maakt het voorts voor verzekeraars moeilijker vast te stellen of zij ook in de toekomst aan hun verplichtingen kunnen voldoen: zij weten immers niet hoeveel seropositieven zij verzekerd houden. In het bijzonder levensverzekeraars lopen door de slechte levenskansen van seropositieven grote financiële risico's. Van belang is tevens of het toestaan van het testen van aanvragers tot gevolg zal hebben dat een grote groep van de bevolking van fundamentele maatschappelijke voorzieningen verstoken blijft. Dat lijkt niet het geval. Bij particuliere ziektekostenverzekeringen geldt de wettelijke acceptatieplicht ook seropositieve personen. De constatering dat een aspirant-verzekerde seropositief is, leidt niet tot uitsluiting, maar zal tot gevolg hebben dat het standaardpakket wordt aangeboden. De aanvrager kan zich tegen ziektekosten blijven verzekeren. De acceptatieplicht neemt aldus (samen met de ziekenfondsverzekeringen en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet) veel van de scherpe kanten van de selectie op grond van het AIDS-risico weg. De acceptatieplicht bij particuliere ziektekostenverzekeringen brengt tevens mee dat met de premies voor deze voorzieningen andere verzekerden bijdragen aan de hogere kosten van de gezondheidszorg als gevolg van AIDS. Denkbaar is dat voor levensverzekering een zelfde stelsel zou gelden als voor de ziektekostenverzekering. Een verzekeraar zou wel mogen testen, maar alleen om het slechte AIDS-risico te identificeren en onder de verplichting ook seropositieven te verzekeren. Een dergelijke afwijking van de contractsvrijheid lijkt slechts op haar plaats bij een fundamentele voorziening. Een levensverzekering kan niet als zodanig worden gezien. Een weigering van een levensverzekering bedreigt de betrokkene niet in zijn maatschappelijk functioneren. Iemand die niet getest wil worden kan zich terugtrekken zonder dat hij zijn medische verzorging en daarmee zijn bestaan op het spel zet. Een contracteerverplichting voor seropositieven zou bovendien volgens verzekeraars een verhoging van de premies voor alle nieuwe verzekeringnemers ten gevolge hebben. Het AIDS-risico is namelijk een zodanig zwaar en onzeker risico dat de kosten noodzakelijk over de andere verzekerden moeten worden gespreid. Gelet op het doel waartoe een levensverzekering vaak wordt gesloten, mag van andere verzekeringnemers niet een dergelijke vergaande solidariteit worden verwacht. Indien de weigering voortvloeit uit een nog niet eerder geconstateerde en door de aanvrager niet-vermoede seropositiviteit, zou de onzekerheid over de toekomst en de vrees voor discriminatie in geval van bekendheid bij derden een zware psychische belasting kunnen vormen. Het testen van personen in het kader van een verzekering zal daarom met waarborgen voor geheimhouding moeten worden omkleed Voorwaarden te stellen aan de uitvoering van een test De gevoeligheid van de door een test verkregen gegevens en de mogelijke gevolgen voor de geteste persoon van een positieve uitslag eisen een zorgvuldige procedure indien in het kader van het sluiten van een verzekering tot een test op anti-stoffen wordt besloten. Allereerst dient te gelden dat de regels omtrent geneeskundig onderzoek zorgvuldig worden nageleefd. Het is voorgekomen dat een test op verzoek van een Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

16 verzekeraar werd verricht zonder dat de betrokkene daarvan op de hoogte was (men zie het antwoord van 1 december 1986 op de eerste serie kamervragen). Mede gelet op de mogelijkheid dat een aanvrager van een verzekering besloten heeft zijn bloed niet op anti-stoffen te laten onderzoeken, ligt het in de rede dat met de betrokkene van te voren de aard van het bloedonderzoek wordt besproken. Daarbij kan dan tevens aandacht worden besteed aan de wijze waarop de betrokkene van een positieve uitslag op de hoogte wordt gesteld. Voor de test zal de betrokkene op de mogelijkheden voor begeleiding kunnen worden gewezen. De vertrouwelijkheid van de gegevens zal moeten worden gewaarborgd. De keurende arts is bij zijn onderzoek onderworpen aan het medisch tuchtrecht. Voor wat betreft de registratie van de gegevens is voorts van belang de Wet persoonsregistratie. Tussen de Nederlandse Vereniging van Levensverzekeraars respectievelijk van Ongevallen- en Ziekteverzekeraars en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst vindt overleg plaats over de wenselijkheid van regels die specifiek zijn toegesneden op het bloedonderzoek op AIDS-besmetting. 7. Afsluitende opmerkingen Tegenover het recht van de aanvrager van een verzekering op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer staat het belang van de verzekeraar vóór het sluiten van de verzekering kennis te nemen van de feiten die het te verzekeren risico beïnvloeden. De mededelingsplicht van de aanvrager betreft slechts feiten die van belang zijn voor de vraag of en, zo ja, op welke voorwaarden de verzekeraar de verzekering wil afsluiten. Het bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel tot vaststelling van een nieuwe verzekeringstitel N.B.W. gaat ervan uit dat de verzekeraar die een vragenlijst gebruikt, daarmee aangeeft dat hem slechts de gevraagde feiten interesseren en dat andere feiten voor hem niet van belang zijn. Een algemene slotvraag neemt die suggestie niet weg. Het wetsvoorstel bevat voorts een afbakening tussen het belang van de verzekeraar en het recht van de aanvrager op eerbiediging van zijn persoonlijk levenssfeer door de mededelingsplicht slechts te laten uitstrekken tot feiten die voor de beoordeling van het risico van belang zijn. Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer brengt overigens ook met zich mee dat de verzekeraar duidelijkheid verschaft omtrent de feiten die hij van belang vindt. Een aspirant-verzekeringnemer moet zich door een al te terughoudende vraagstelling niet genoodzaakt voelen om openheid te betrachten over privacygevoelige gegevens om te voorkomen dat de verzekeraar zich later op verzwijging beroept. Van besmetting met het virus dat AIDS veroorzaakt, staat vast dat het een omstandigheid is die het risico beïnvloedt. Van een verzekeraar kan in beginsel niet worden verwacht dat hij een dergelijke omstandigheid buiten beschouwing laat. Omdat iemand die besmet is daarvan niet noodzakelijk op de hoogte behoeft te zijn en in dat geval de besmetting slechts door bloedonderzoek is te identificeren, rijst de vraag op welke wijze de verzekeraar de personen moet selecteren die voor onderzoek in aanmerking komen. Omdat tot nu toe in het bijzonder de groep van mannen met homoseksuele contacten door de ziekte AIDS is getroffen, zal selectie op die kenmerken licht tot discriminatie leiden, maar bovendien een inbreuk kunnen zijn op de persoonlijke levenssfeer van homoseksuele en andere aanvragers. Aan bloedonderzoek dat zonder onderscheid wordt verbonden aan de aanvrager van een verzekering, of op grond van de individuele gezondheidstoestand van de persoon kleeft dat bezwaar niet. Bij het sluiten van de verzekering kunnen zeer privacy-gevoelige gegevens aan het licht komen. Gewaarborgd dient te zijn dat die gegevens niet tegen de wil van de betrokkene aan derden worden verstrekt. Op grond van de Wet persoonsregistraties kunnen aan de verzameling van dergelijke gegevens eisen worden gesteld ter bescherming van de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

17 persoonlijke levenssfeer. De thans in verschillende stadia van voorbereiding verkerende wetsvoorstellen voor een Algemene wet gelijke behandeling en tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht met betrekking tot het tegengaan van discriminatie beogen de instrumenten te verschaffen ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, seksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Het ligt in de rede dat in het overleg tussen verzekeraars en de Koninklijkje Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst over de voorwaarden waaronder een test mag worden afgenomen, in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de waarborgen waarmee de test moet worden omkleed. Hiervoor werd gesteld dat in beginsel van een verzekeraar niet kan worden verwacht dat hij omstandigheden waarvan objectief vaststaat dat zij het risico beïnvloeden, buiten beschouwing laat. Een andere opvatting zou gerechtvaardigd kunnen zijn indien een dergelijke selectie ertoe zou leiden dat grote groepen van de bevolking van medische verzorging verstoken blijven. Dat is niet het geval, en zal in nog mindere mate het geval zijn zodra een geneesmiddel tegen de ziekte AIDS wordt gevonden. Selectie leidt niet tot uitsluiting van ziekenfonds of particuliere ziektekostenverzekering en is geen bedreiging voor het maatschappelijke bestaan. Selectie bij ziektekostenverzekeringen kan er ten hoogste toe leiden dat men een andere verzekering krijgt dan gevraagd. Voor andere verzekeringen geldt niet dat zij een zodanig fundamentele voorziening zijn dat een verzekeraar tot acceptatie zou moeten worden verplicht of gedwongen zou moeten worden het AIDS-risico buiten beschouwing te laten. Een verzekeraar loopt bij verzekering van seropositieven hoge financiële risico's. Het is onder deze omstandigheden gerechtvaardigd dat een verzekeraar het AIDS-risico tracht te identificeren en bij zijn acceptatiebeleid betrekt. Wel zal men er zich rekenschap van moeten geven dat het aanvaarden dat in het kader van het sluiten van een verzekering getest wordt, niet betekent dat ook op andere terreinen een test altijd gewenst of aanvaardbaar is. Per terrein zal telkens een afweging van belangen moeten worden gemaakt, met inachtneming van de voor dat terrein specifieke omstandigheden en in overleg met de daarbij betrokken maatschappelijke groeperingen. Tweede Kamer, vergaderjaar , 19218, nr

Wet op de medische keuringen

Wet op de medische keuringen Wet op de medische keuringen Wet van 5 juli 1997, Stb. 1997, 365 (Verbeterblad), houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen),

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002.3660 (105.02) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 201 26 238 Wijziging van enkele wetten in verband met invoering van het regresrecht in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en versterking

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

PRIVACY REGLEMENT. Artikel 1 In dit reglement wordt onder de hierna aangegeven begrippen en termen het volgende verstaan:

PRIVACY REGLEMENT. Artikel 1 In dit reglement wordt onder de hierna aangegeven begrippen en termen het volgende verstaan: 2Alline Re-integratie Management B.V. Postbus 16230 2500 BE s-gravenhage Paragraaf 1 Begripsomschrijving Artikel 1 In dit reglement wordt onder de hierna aangegeven begrippen en termen het volgende verstaan:

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 137 Aanpassing van de wetgeving aan en invoering van de wet tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 19218 Het verworven immuun deficiëntie-syndroom (AIDS) Nr. 13 1 Samenstelling: Leden: Haas-Berger (PvdA), Stoffelen (PvdA), Kosto (PvdA) voorzitter.

Nadere informatie

Privacy Reglement van MAMSA

Privacy Reglement van MAMSA Privacy Reglement van MAMSA Preambule Dit reglement beoogt het juiste gebruik van alle persoonsgegevens waarvan MAMSA of een van haar samenwerkingspartners kennis draagt alsmede alle tot een persoon te

Nadere informatie

Privacy Reglement Flex Advieshuis

Privacy Reglement Flex Advieshuis Privacy Reglement Flex Advieshuis Paragraaf 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsbepaling In aanvulling op de Wet bescherming persoonsgegevens en het Besluit Gevoelige Gegevens wordt in dit reglement

Nadere informatie

Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen)

Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen) (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU

PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU VERSIE 1, oktober 2006. Aangepast 29 augustus 2012 PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU De directie van Difference4you: Overwegende dat het in verband met een goede bedrijfsvoering

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Advocatenkantoor. ..'s-gravenhage, 2 november 1998. Ons kenmerk 98.V.0525.01. Onderwerp Due diligence

R e g i s t r a t i e k a m e r. Advocatenkantoor. ..'s-gravenhage, 2 november 1998. Ons kenmerk 98.V.0525.01. Onderwerp Due diligence R e g i s t r a t i e k a m e r Advocatenkantoor..'s-Gravenhage, 2 november 1998.. Onderwerp Due diligence Bij brieven van 15 juni en 30 juni 1998 heeft u de Registratiekamer verzocht om advies over de

Nadere informatie

PRIVACYREGLEMENT van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)

PRIVACYREGLEMENT van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) Regionaal Interzuilair Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Midden-Holland & Rijnstreek PRIVACYREGLEMENT van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van

Nadere informatie

Privacyreglement EVC Dienstencentrum

Privacyreglement EVC Dienstencentrum PRIVACYREGLEMENT Privacyreglement EVC Dienstencentrum De directie van het EVC Dienstencentrum: Overwegende dat het in verband met een goede bedrijfsvoering wenselijk is een regeling te treffen omtrent

Nadere informatie

Privacyreglement EVC Albeda College

Privacyreglement EVC Albeda College Privacyreglement EVC Albeda College Privacyreglement EVC Albeda College november 2 2009 1 Inhoudsopgave Artikel 1 Reikwijdte reglement 3 Artikel 2 Begripsbepalingen 3 Artikel 3 Algemene bepalingen 4 Privacyreglement

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Gemeente Doetinchem

R e g i s t r a t i e k a m e r. Gemeente Doetinchem R e g i s t r a t i e k a m e r Gemeente Doetinchem..'s-Gravenhage, 20 oktober 1999.. Onderwerp verstrekken van persoonsgegevens Bij brief van 1 september 1999 heeft u een antwoord gegeven op de vragen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

Quality Coaching Postbus 9436 9703 LP Groningen 050-549 49 26

Quality Coaching Postbus 9436 9703 LP Groningen 050-549 49 26 Privacyreglement Quality Coaching. Op basis van de Wet Persoonsregistraties hanteert Quality Coaching het Privacyreglement. Al uw rechten zijn in dit reglement vastgelegd, zoals het recht van kennisneming

Nadere informatie

8.50 Privacyreglement

8.50 Privacyreglement 1.0 Begripsbepalingen 1. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; 2. Zorggegevens: persoonsgegevens die direct of indirect betrekking hebben

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Artikel 750 1. Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 8 TWEEDE NOT VN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 1. De overeenkomst inzake geneeskundige

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Holding UVI Z. ..'s-gravenhage, 29 april 1999. Ons kenmerk 98\0202.4. Onderwerp Gebruik persoonsgegevens

R e g i s t r a t i e k a m e r. Holding UVI Z. ..'s-gravenhage, 29 april 1999. Ons kenmerk 98\0202.4. Onderwerp Gebruik persoonsgegevens R e g i s t r a t i e k a m e r Holding UVI Z..'s-Gravenhage, 29 april 1999.. Onderwerp Gebruik persoonsgegevens Met excuses voor de vertraging stelt de Registratiekamer u graag op de hoogte van haar oordeel

Nadere informatie

Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties 2003

Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties 2003 Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties 2003 Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties De ondergetekenden: a. De Staat der Nederlanden, gevestigd te s-grevenhage, in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 100.99 ingediend door: wonende te hierna te noemen 'klaagster, tegen: gevestigd te hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van

Nadere informatie

A L G E M E N E V O O R W A A R D E N S C H E E P V A A R T B E D R I J F V E R S L U I S

A L G E M E N E V O O R W A A R D E N S C H E E P V A A R T B E D R I J F V E R S L U I S A L G E M E N E V O O R W A A R D E N S C H E E P V A A R T B E D R I J F V E R S L U I S ARTIKEL 1. DEFINITIES 1. Versluis: Scheepvaartbedrijf Versluis; de gebruiker van deze algemene voorwaarden, gevestigd

Nadere informatie

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen Protocol Ongewenste Omgangsvormen Van De Banketgroep en haar dochtervennootschappen van toepassing vanaf 1 december 2013 Inleiding De Banketgroep wil ongewenste omgangsvormen zoals seksuele intimidatie,

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-82 d.d. 13 maart 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, prof. mr. M.M. Mendel en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

2.2 Assurantie Service Jan van Veen behoudt zich het recht voor opdrachten zonder opgave van redenen te weigeren.

2.2 Assurantie Service Jan van Veen behoudt zich het recht voor opdrachten zonder opgave van redenen te weigeren. ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING Assurantie Service Jan van Veen OP HET TERREIN VAN Individuele Arbeidsongeschiktheidsverzekering, Uitvaartverzekering, Overlijdensrisicoverzekering, (Direct Ingaande) Lijfrenteverzekering

Nadere informatie

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3 Stichting Pensioenfonds ARCADIS Nederland Reglement ANW-hiaatpensioen Inhoudsopgave pagina Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2 Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3 Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Consument heeft van de hem geboden gelegenheid om te reageren op de brief van Aangeslotene van 21 februari 2012 met bijlagen geen gebruik gemaakt.

Consument heeft van de hem geboden gelegenheid om te reageren op de brief van Aangeslotene van 21 februari 2012 met bijlagen geen gebruik gemaakt. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-135 d.d. 17 april 2012 (prof. mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. P.A. Offers en dr. B.C. de Vries, en mr. S.N.W. Karreman, secretaris)

Nadere informatie

Een Wooncentrum. Prins Clauslaan 20 Uw brief Postbus 93374 Bijlagen 2

Een Wooncentrum. Prins Clauslaan 20 Uw brief Postbus 93374 Bijlagen 2 R e g i s t r a t i e k a m e r Een Wooncentrum 2..'s-Gravenhage, 22 september 1998.. Onderwerp gegevensverstrekking door verpleegkundigen In uw brief van 22 juli 1998 legt u aan de Registratiekamer de

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.)

Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.) Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.) 1. Begripsbepalingen 1. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 362 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen

Nadere informatie

Privacyreglement KOM Kinderopvang

Privacyreglement KOM Kinderopvang Privacyreglement KOM Kinderopvang Doel: bescherming bieden van persoonlijke levenssfeer van de ouders en kinderen die gebruik maken van de diensten van KOM Kinderopvang. 1. Algemene bepalingen & begripsbepalingen

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING VAKADI ASSURANTIEN C.V. OP HET TERREIN VAN RISK MANAGEMENT, VERZEKERINGEN EN EMPLOYEE BENEFITS

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING VAKADI ASSURANTIEN C.V. OP HET TERREIN VAN RISK MANAGEMENT, VERZEKERINGEN EN EMPLOYEE BENEFITS ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING VAKADI ASSURANTIEN C.V. OP HET TERREIN VAN RISK MANAGEMENT, VERZEKERINGEN EN EMPLOYEE BENEFITS 1. ALGEMEEN. 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op overeenkomsten

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING JOHN VAN VLIET FINANCIEEL ADVIES OP HET TERREIN VAN VERZEKERINGEN, PENSIOENEN EN ANDERE EMPLOYEE BENEFITS

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING JOHN VAN VLIET FINANCIEEL ADVIES OP HET TERREIN VAN VERZEKERINGEN, PENSIOENEN EN ANDERE EMPLOYEE BENEFITS ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING JOHN VAN VLIET FINANCIEEL ADVIES OP HET TERREIN VAN VERZEKERINGEN, PENSIOENEN EN ANDERE EMPLOYEE BENEFITS 1. ALGEMEEN. 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN

ALGEMENE VOORWAARDEN ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING FINANCIEEL ADVIESBUREAU KARIN BLOTT OP HET TERREIN VAN HYPOTHEKEN / VERZEKERINGEN / OVERIG FINANCIEEL ADVIES. 1. ALGEMEEN. 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing

Nadere informatie

TOELICHTING OP HET AANVRAAGFORMULIER VOOR EEN LEVENSVERZEKERING

TOELICHTING OP HET AANVRAAGFORMULIER VOOR EEN LEVENSVERZEKERING TOELICHTING OP HET AANVRAAGFORMULIER VOOR EEN LEVENSVERZEKERING Algemeen Een levensverzekering is een overeenkomst waarbij een verzekeringsmaatschappij zich verplicht tot een uitkering, hetzij als de verzekerde

Nadere informatie

's-gravenhage, 31 januari 1997 Ons kenmerk 96.A.0545.01 Onderwerp gecontroleerde afgifte kentekenplaten en persoonsregistratie

's-gravenhage, 31 januari 1997 Ons kenmerk 96.A.0545.01 Onderwerp gecontroleerde afgifte kentekenplaten en persoonsregistratie Aan: De Algemeen Directeur van de Dienst wegverkeer 's-gravenhage, 31 januari 1997 Ons kenmerk 96.A.0545.01 Onderwerp gecontroleerde afgifte kentekenplaten en persoonsregistratie Bij brief van 2 september

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

-2- 2004/65 Med. 2004/65 Med

-2- 2004/65 Med. 2004/65 Med RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.5542 (147.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager, tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Verzekeraar A. ..'s-gravenhage, 3 november 1999. Ons kenmerk 98.K.0919.06. Onderwerp Diabetespas

R e g i s t r a t i e k a m e r. Verzekeraar A. ..'s-gravenhage, 3 november 1999. Ons kenmerk 98.K.0919.06. Onderwerp Diabetespas R e g i s t r a t i e k a m e r Verzekeraar A..'s-Gravenhage, 3 november 1999.. Onderwerp Diabetespas Bij brief van 5 november 1998 verzocht de KNMP aan de Registratiekamer om een oordeel over de vraag

Nadere informatie

van het ingevolge de Voorwaarden g. Einddatum (overlijdensrisico): De in de Polis vermelde Einddatum van de dekking van het ingevolge de Voorwaarden

van het ingevolge de Voorwaarden g. Einddatum (overlijdensrisico): De in de Polis vermelde Einddatum van de dekking van het ingevolge de Voorwaarden ! "##$% %&$%''( %)%*%+ #, #- De Voorwaarden Overlijdensrisicoverzekering gelden in aanvulling op de Algemene Voorwaarden, die eveneens op de Verzekeringsovereenkomst van toepassing zijn. De Voorwaarden

Nadere informatie

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming

Nadere informatie

: beleid naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake planschade-overeenkomsten

: beleid naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake planschade-overeenkomsten Raad : 30 september 2003 Agendanr. : 11 Doc.nr : B 2003 11821 Afdeling: : Bouwen en Wonen RAADSVOORSTEL Onderwerp : beleid naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake planschade-overeenkomsten

Nadere informatie

Informatie over privacywetgeving en het omgaan met persoonsgegevens

Informatie over privacywetgeving en het omgaan met persoonsgegevens Informatie over privacywetgeving en het omgaan met persoonsgegevens Inleiding Op 1 september 2001 is de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) in werking getreden. Hiermee werd de Europese Richtlijn over

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 148 d.d. 15 juni 2011 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden en mr. D.J. Olthoff, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

1. Is verzekeringnemer statutair gevestigd in Nederland? ja nee. 2. Is verzekeringnemer een vereniging van eigenaars? ja nee

1. Is verzekeringnemer statutair gevestigd in Nederland? ja nee. 2. Is verzekeringnemer een vereniging van eigenaars? ja nee Aanvraagformulier Online VVE Verzekering Dit aanvraagformulier dient als basis van de verzekering en is derhalve een geïntegreerd bestanddeel van de verzekeringsovereenkomst. Op de polis zijn de voorwaarden

Nadere informatie

Privacyreglement. een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon

Privacyreglement. een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon Privacyreglement Artikel 1. Begripsbepalingen -Instelling: St.ROZA zorg -Persoonsgegevens: een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon

Nadere informatie

PRIVACYREGLEMENT STICHTING KINDEROPVANG SWALMEN

PRIVACYREGLEMENT STICHTING KINDEROPVANG SWALMEN PRIVACYREGLEMENT STICHTING KINDEROPVANG SWALMEN 1. Begripsbepalingen. Persoonsgegevens; Elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Zorggegevens Persoonsgegevens

Nadere informatie

1. ALGEMEEN. 2. OVEREENKOMST.

1. ALGEMEEN. 2. OVEREENKOMST. Algemene voorwaarden van den Boorn Financieel Advies B.V. Betrekking hebbende op het gebied van advisering in financiële diensten in de ruimste zin des woord evenals het besturen en deelnemen van management-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 973 Wijziging van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verhoging maximaal bedrag tuchtrechtelijke boete en wijziging samenstellingseisen

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING ALFISURE 1. ALGEMEEN.

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING ALFISURE 1. ALGEMEEN. ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING ALFISURE 1. ALGEMEEN. 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op overeenkomsten waarbij door Alfisure, verder ook opdrachtnemer te noemen, al dan niet op declaratiebasis

Nadere informatie

KWALITEITSHANDBOEK F.3.08 PRIVACYREGLEMENT. Versie 1.1, 01-02-2013 PRO-CURA

KWALITEITSHANDBOEK F.3.08 PRIVACYREGLEMENT. Versie 1.1, 01-02-2013 PRO-CURA KWALITEITSHANDBOEK F.3.08 PRIVACYREGLEMENT Versie 1.1, 01-02-2013 PRO-CURA INLEIDING Dit reglement beschrijft het doel van privacybescherming, de registratie en welke gegevens op welke wijze worden geregistreerd.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

PRIVACYREGLEMENT THAELES BV. Baarlo, 15 september 2010. Privacyreglement Thaeles

PRIVACYREGLEMENT THAELES BV. Baarlo, 15 september 2010. Privacyreglement Thaeles PRIVACYREGLEMENT THAELES BV Baarlo, 15 september 2010 Privacyreglement Thaeles 15 september 2010 PRIVACYREGLEMENT THAELES BV Artikel 1 - Begrippen In deze regeling wordt verstaan onder: a) Thaeles: Thaeles

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Artikel 1 Algemeen 1.1 In de Algemene Voorwaarden wordt verstaan

Nadere informatie

Algemene voorwaarden TU Delft

Algemene voorwaarden TU Delft Algemene voorwaarden TU Delft ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR HET UITVOEREN VAN OPDRACHTEN DOOR DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Artikel 1: Begripsomschrijving In deze algemene voorwaarden voor opdrachten, verstrekt

Nadere informatie

Privacyreglement. verwerking persoonsgegevens. ROC Nijmegen

Privacyreglement. verwerking persoonsgegevens. ROC Nijmegen Privacyreglement verwerking persoonsgegevens ROC Nijmegen Laatstelijk gewijzigd in april 2014 Versie april 2014/ Voorgenomen vastgesteld door het CvB d.d. 12 juni 2014 / Instemming OR d.d. 4 november 2014

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN AGILE MARKETING AGENCY. 1. Definities/begripsbepalingen. Agile Marketing Agency: Agile Marketing Agency B.V.,

ALGEMENE VOORWAARDEN AGILE MARKETING AGENCY. 1. Definities/begripsbepalingen. Agile Marketing Agency: Agile Marketing Agency B.V., ALGEMENE VOORWAARDEN AGILE MARKETING AGENCY 1. Definities/begripsbepalingen Agile Marketing Agency: Agile Marketing Agency B.V., Klant: Elk natuurlijk of rechtspersoon aan wie Agile Marketing Agency een

Nadere informatie

Privacyreglement Bureau Streefkerk B.V.

Privacyreglement Bureau Streefkerk B.V. Privacyreglement Bureau Streefkerk B.V. Inleiding Van alle personen die door Bureau Streefkerk worden begeleid, dat wil zeggen geadviseerd en ondersteund bij het zoeken, verkrijgen en behouden van een

Nadere informatie

Privacyregeling van Implacement Projecten BV.

Privacyregeling van Implacement Projecten BV. Privacyregeling van Implacement Projecten BV. Geldt voor het bestand persoonsgegevens inzake klanten Implacement Artikel 1 Begrippen. a. Implacement Projecten BV. b. De directie van Implacement Projecten

Nadere informatie

Artikel 1 In dit reglement wordt onder de hierna aangegeven begrippen het volgende verstaan:

Artikel 1 In dit reglement wordt onder de hierna aangegeven begrippen het volgende verstaan: PRIVACY REGLEMENT A. Begripsomschrijvingen Artikel 1 In dit reglement wordt onder de hierna aangegeven begrippen het volgende verstaan: persoonsgegeven: Een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele

Nadere informatie

Convenant inzake toetsing mededelingsplicht gezondheidsgegevens

Convenant inzake toetsing mededelingsplicht gezondheidsgegevens Convenant inzake toetsing mededelingsplicht Convenant inzake de mededeling van Dit Convenant gaat over de afspraken die het Verbond van Verzekeraars en de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING VAN NL PENSIOEN OP HET TERREIN VAN PENSIOENEN EN EMPLOYEE BENEFITS

ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING VAN NL PENSIOEN OP HET TERREIN VAN PENSIOENEN EN EMPLOYEE BENEFITS ALGEMENE VOORWAARDEN ADVISERING VAN NL PENSIOEN OP HET TERREIN VAN PENSIOENEN EN EMPLOYEE BENEFITS 1. ALGEMEEN. 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op overeenkomsten waarbij door NL Pensioen,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 362 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

: LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen. 1. Algemene bepalingen. Artikel 1

: LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen. 1. Algemene bepalingen. Artikel 1 Intitulé : LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen Citeertitel: Landsverordening brandweer Vindplaats : AB 1991 no. 64 Wijzigingen: AB 1993 no. 68; AB 1997 no. 34 1. Algemene

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 509 Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten

Nadere informatie

Privacyreglement Meneer Regezma B.V.

Privacyreglement Meneer Regezma B.V. Privacyreglement Meneer Regezma B.V. Op basis van de Wet Persoonsregistraties hanteert Meneer Regezma B.V. het Privacyreglement. Al uw rechten zijn in dit reglement vastgelegd, zoals het recht van kennisneming

Nadere informatie

PRIVACYREGLEMENT. Stichting Alerimus. Locatie de Open Waard, Molenaar 1, 3262 DE Oud-Beijerland

PRIVACYREGLEMENT. Stichting Alerimus. Locatie de Open Waard, Molenaar 1, 3262 DE Oud-Beijerland PRIVACYREGLEMENT Stichting Alerimus Locatie de Open Waard, Molenaar 1, 3262 DE Oud-Beijerland Locatie de Buitensluis, Bernhardstraat 25, 3281 BC Numansdorp Inhoud Artikel Omschrijving 1 Begripsbepalingen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 110 Wet van 6 maart 2003 tot aanpassing van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van

Nadere informatie

Protocol bescherming persoonsgegevens van de Alvleeskliervereniging Nederland

Protocol bescherming persoonsgegevens van de Alvleeskliervereniging Nederland Protocol bescherming persoonsgegevens van de Alvleeskliervereniging Nederland AVKV/Protocol WBP (versie 01-12-2010) Pagina 1 Inhoud : 1. Voorwoord 2. Beknopte beschrijving van de Wet bescherming persoonsgegevens

Nadere informatie

2.2. Aan 3Assurantiën verstrekte opdrachten leiden uitsluitend tot inspanningsverplichtingen van 3Assurantiën, niet tot resultaatsverplichtingen.

2.2. Aan 3Assurantiën verstrekte opdrachten leiden uitsluitend tot inspanningsverplichtingen van 3Assurantiën, niet tot resultaatsverplichtingen. ALGEMENE VOORWAARDEN 3Assurantiën Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door 3Assurantiën, gevestigd te Zaandam aan de J. Breebaardstraat 9, 1507 XD Zaandam, hierna te noemen: 3Assurantiën De wederpartij

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

R e g i s t r a t i e k a m e r. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport..'s-Gravenhage, 1 april 1999.. Onderwerp Besluit Stralenbescherming Kernenergiewet Bij fax van 24 februari 1999 heeft u

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

Privacyregelement. Inhoudsopgave. 1 Begripsbepalingen. 1.1 Persoonsgegeven. 1.2 Persoonsregistratie

Privacyregelement. Inhoudsopgave. 1 Begripsbepalingen. 1.1 Persoonsgegeven. 1.2 Persoonsregistratie Privacyregelement Inhoudsopgave 1 Begripsbepalingen 1.1 Persoonsgegeven 1.2 Persoonsregistratie 1.3 Verstrekken van gegevens uit de persoonsregistratie 1.4 Houder van de persoonsregistratie 1.5 Geregistreerde

Nadere informatie

Klaverblad Verzekeringen. Overlijdensrisicoverzekering. sinds 1850

Klaverblad Verzekeringen. Overlijdensrisicoverzekering. sinds 1850 Klaverblad Verzekeringen Overlijdensrisicoverzekering sinds 1850 Deze folder bevat een beperkte weergave van de polisvoorwaarden. Aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Wilt u precies weten

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. Artikel 1 : Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden

ALGEMENE VOORWAARDEN. Artikel 1 : Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden ALGEMENE VOORWAARDEN Artikel 1 : Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden 1.1 Alle overeenkomsten, opdrachten, aanbiedingen, offertes en facaturen waarbij ScriptieScreening diensten van welke aard ook levert

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

G. derden: een persoon of instantie buiten Actief in Werk, behoudens de geregistreerde;

G. derden: een persoon of instantie buiten Actief in Werk, behoudens de geregistreerde; Privacyreglement Definities In dit reglement wordt verstaan onder: A. Actief in Werk: Actief in Werk B.V. statutair gevestigd te Eindhoven en geregistreerd in het handelsregister onder nummer 50140655,

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie