Spanningsvelden financieel toezicht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Spanningsvelden financieel toezicht"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD Spanningsvelden financieel toezicht Het recht van gratie Goed bestuur in de West P JAARGANG OKTOBER

2 Herhaalde oproep: Voorzitter Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zoekt wegens vertrek van de huidige voorzitter een: Voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (32-36 uur) Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is de hoogste instantie belast met de tuchtrechtspraak op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ten aanzien van artsen, tandartsen, apothekers, psychotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, fysiotherapeuten, verloskundigen en verpleegkundigen. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is gevestigd in Den Haag. U bent jurist en beschikt over ruime rechterlijke ervaring. U beschikt tevens over uitgebreide kennis op het gebied van het gezondheidsrecht of bent bereid u die eigen te maken. U kunt zelfstandig en autonoom rechtspreken samen met rechtsgeleerde leden en leden-beroepsgenoten. U geeft op een prettige en evenwichtige wijze sturing aan het proces en kunt de zaken die u waarneemt op constructieve wijze omzetten naar verbeteringen. Ook onder hoge werkdruk houdt u balans tussen werktempo en kwaliteit van de beslissing. Een afschrift van de opgestelde profielschets kan worden opgevraagd via De benoemingsprocedure is gepubliceerd in de Staatscourant, 2012 nummer Afhankelijk van kennis en ervaring bedraagt het salaris maximaal 7.899,67. Een detachering behoort tot de mogelijkheden. Inlichtingen over de aard en de inhoud van de functie kunnen worden ingewonnen bij prof. mr. W.D.H. Asser, waarnemend voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, telefoonnummer Voor vragen over de procedure kunt u terecht bij drs. I. van den Hauten-Hinnen, directeur Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies, telefoonnummer Voor meer informatie kunt u ook raadplegen. Sollicitaties dient u uiterlijk 9 november te richten aan Z.M. de Koning en te zenden aan de Minister van VWS, t.a.v. de directeur Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies, drs. I. van den Hauten-Hinnen, Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag.

3 Inhoud Vooraf Prof. mr. T.N.B.M. Spronken Meer Brussel en meer Luxemburg in het strafrecht Wetenschap Prof. mr. D. Busch Spanningsvelden in het toezicht op de financiële sector Focus Mr. dr. W.F. van Hattum Het recht van gratie Naar aanleiding van de vonnissen van de Voorzieningenrechter Den Haag van 10 juli en 18 september 2014 inzake de vorderingen van twee levenslanggestraften Wat nog tot de PRAKTIJK moet doordringen is dat daarbij IEDERE strafrechter UNIERECHTER is, Unierecht moet toepassen en PREJUDICIËLE vragen kan stellen Pagina NEDERLANDS JURISTENBLAD Spanningsvelden financieel toezicht Het recht van gratie Goed bestuur in de West P JAARGANG OKTOBER Focus Dr. O. Nauta Waarborging van goed bestuur in de West Voorstel voor een werkbare invulling van de waarborgfunctie in de Caribische rijksdelen Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 2622 Omslag: Corbis Het echte PROBLEEM is dat er op dit moment op althans bepaalde terreinen sprake is van een OVERREGULERING van de FINANCIËLE SECTOR Pagina 2548 Deze SCHENDING van de GRATIEWET (geen definitief advies afwachten, VOL TOETSEN van het rechterlijk advies) rechtvaardigt een onmiddellijke terechtwijzing door het PARLEMENT Pagina 2555 Die CARIBISCHE CONTEXT zorgt ervoor dat democratische VOORZIENINGEN die in het EUROPESE deel van het Koninkrijk GOED BESTUUR waarborgen in de overzeese gebieden vaak verworden tot TANDELOZE TIJGERS Pagina 2558 Dat vormt een OMKERING van het uitgangspunt in de rechtspraak van de Hoge Raad dat OVERSCHRIJDING van de REDELIJKE TERMIJN in ONTNEMINGSZAKEN in de regel wordt gecompenseerd door de VERMINDERING van het bedrag Pagina 2578 Nadere uitleg van de ARTIKEL 29 WERKGROEP en meer JURISPRUDENTIE zijn meer geschikte wegen om DUIDELIJKHEID te brengen dan optreden van de Nederlandse wetgever, zolang de onderhandelingen in Brussel over het RECHT OM TE WORDEN VERGETEN nog niet zijn afgerond Pagina 2615 VERSCHILLEN tussen de bestuursrechtelijke en de privaatrechtelijke bepalingen over COLLECTIEVE ACTIES maken het CONVERGEREN tussen privaat- en bestuursrecht MOEILIJKER en het recht MINDER inzichtelijk en flexibel Pagina 2619

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen, Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins (vz.), Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Stefaan Van den Bogaert, Europees recht, Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Remy Chavannes, technologie en recht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechts pleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechtssociologie, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Piet Hein van Kempen, straf(proces)recht, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, auteursrecht en intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Citeerwijze NJB 2014/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 310 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 340 (excl. btw), extra gebruiker 100 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 340 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 100 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 7,50. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). Handboek Personenschade NU OOK ONLINE! REDACTIE: MR. J. WILDEBOER EN MR. S. BINKHORST Het Handboek Personenschade is sinds jaar en dag hét naslagwerk op het gebied van personenschade en een onmisbare bron voor letselschadeadvocaten, WA-verzekeraars, rechtsbijstandverzekeraars, expertisebureaus, bureaus voor slachtofferhulp, arbeids kundigen en assurantietussenpersonen. Hoog niveau, praktische insteek U vindt in het Handboek Personen schade complete juridische informatie van een hoog juridisch niveau, maar met een praktische insteek. De auteurs gaan diepgaand in op: Diverse specifieke aansprakelijkheden (o.a. medische aansprakelijkheid, vervoerdersaansprakelijkheid, verkeers - aansprakelijkheid, product aansprakelijkheid en werkgeversaansprakelijkheid); Diverse soorten schade (o.a. verlies van arbeidsvermogen, huishoudelijke schade, buitengerechtelijke kosten en smartengeld); Diverse andere onderwerpen, waaronder re-integratie, fiscale aspecten van schadevergoeding, vaststellingsovereenkomst en internationaal privaatrecht. NEEM NU EEN PROEFABONNEMENT Ga voor een gratis proefabonnement op de Collectie Aansprakelijkheid, Verzekering en Schade met daarin de nieuwe uitgave Handboek Personenschade (en ook de nieuwe uitgave Handboek Schaderegeling Motorrijtuigen) naar MEER INFORMATIE OF BESTELLEN? Ga naar

5 Vooraf 1837 Meer Brussel en meer Luxemburg in het strafrecht 36 Bij het verschijnen van deze aflevering heeft het Europees Parlement het lot van de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Juncker beslecht. Het parlement kan alleen met de voltallige commissie instemmen of deze afwijzen. Het zal tot het laatste moment spannend zijn gebleven omdat begin deze week nog twee kandidaten voor het parlement moesten verschijnen nadat Juncker gedwongen was te schuiven met de posten toen de Sloveense Alenka Bratušek te licht werd bevonden en haar kandidatuur introk. Hoe het verder ook is gelopen, voor de komende vijf jaren is het credo van de nieuwe Commissie: focussen op prioriteiten en uitbannen van futiele regelgeving, zoals de maximale hoogte van de hakken van de kapster. Tijdens zijn grillsessie beloofde Frans Timmermans het Europees Parlement, te willen inspireren in plaats van irriteren en te zullen komen met een lijst van te schrappen EU-voorstellen. Timmermans wordt de Eerste vice-president van de Commissie met als coördinerende taakstelling betere regelgeving, institutionele relaties en fundamentele rechten. Daarbinnen valt ook de aansturing van de Tsjechische Eurocommissaris Věra Jurová, die justitie, consumenten en gelijke behandeling in haar portefeuille krijgt en een wat zwakke indruk maakte bij haar verhoor door de Europarlementariërs. Toen haar gevraagd werd waar haar focus lag, gelet op het toch wel erg brede takenpakket dat ze onder haar hoede zou moeten nemen, had ze niet zo snel een antwoord. Gelukkig hebben we Timmermans nog, die beloofde zich vooral sterk te maken voor de fundamentele rechten: als ik impopulair wordt met het beschermen van fundamentele rechten dan moet dat maar. Zonder dat, géén EU. Ferme taal! Als we kijken naar de EU justitie-agenda voor 2020 dan zien we ook daar dat de nadruk ligt op consolideren en implementeren. Waar het daaraan voorafgaande Stockholm programma ( ) nog kwam met nieuwe EUregelgeving, wordt nu gas terug genomen. Er moet weliswaar nog het een en ander worden afgemaakt wat al in de steigers staat, zoals bijvoorbeeld op strafrechtelijk gebied de richtlijnen over minderjarige verdachten, gefinancierde rechtsbijstand in overleveringszaken, de presumptie van onschuld en het Europees onderzoeksbevel, waar het nu om gaat is alle regelgeving van de afgelopen jaren te laten indalen. Ook de strategische agenda voor de komende vijf jaar die de Raad eind juni 2014 heeft vastgesteld, bevat geen nieuwe thema s. De focus ligt op verdere uitwerking van grensoverschrijdende informatie-uitwisseling, aanpak van cybercrime, verdere ontwikkeling van procedurele waarborgen voor verdachten en slachtoffers, wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in civiele en strafzaken en de aanpak van EU fraude waarvoor de Europese openbare aanklager in het zadel moet worden geholpen. Als het gaat om consolideren wordt gewerkt aan trainingsprogramma s voor de nationale rechtspleging over EU-recht en de betekenis daarvan voor de dagelijkse rechtspraktijk, het faciliteren van e-justice programma s, investeren in juridische netwerken en het monitoren van de omzetting van EU-richtlijnen op het gebied van handels- en ondernemingsrecht, consumentenrecht en strafrecht in nationale regelgeving. Al met al is het toch nog een hele waslijst. Wat dat consolideren betreft gaan we vooral in de strafrechtspraktijk interessante tijden tegemoet. Anders dan in andere rechtsgebieden, die al veel langer binnen bereik van de interne markt en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU vielen, zijn we in het strafrecht nog niet zo gewend aan rechtstreekse werking van richtlijnen en bemoeienis van het HvJ bij de interpretatie ervan. Sinds het Verdrag van Lissabon, waarbij de Derde Pijler met zijn eigen regelgeving door middel van kaderbesluiten werd afgeschaft, zijn richtlijnen aanvaard waarop verdachten en slachtoffers ten overstaan van de rechter direct een beroep kunnen doen en waaraan de rechter voorrang moet geven boven daarmee strijdige nationale regelgeving. De eerste post-lissabon richtlijn was die van het recht van verdachten op vertolking en vertaling die inmiddels in Nederland is omgezet. Dat moet nog gebeuren met de richtlijnen met betrekking tot het Europees beschermingsbevel (voor slachtoffers), het recht op informatie en inzage in processtukken en toegang tot een advocaat in strafzaken. Prejudiciële beslissingen van het HvJ die relevant waren voor het strafrecht gingen tot nu toe vooral om bestraffing van illegaal verblijf in relatie tot de Terugkeerrichtlijn en richtlijnen op het gebied van economische strafrecht. De richtlijnen die na de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon zijn aanvaard hebben betrekking op commune regels van het strafproces die van toepassing zijn in iedere strafrechtelijke procedure en hebben daardoor een veel bredere impact. Het invullen van vage begrippen in deze richtlijnen, bijvoorbeeld wat moet worden verstaan onder substantial jeopardy to criminal proceedings, op grond waarvan van rechten kan worden afgeweken, zal aanleiding geven tot prejudiciële vragen van nationale rechters. Met ingang van 1 december 2014 krijgt het HvJ ook volledige jurisdictie over de pre-lissabon regelgeving op strafrechtelijk gebied. Daardoor zal het HvJ een belangrijke rol gaan spelen bij de ontwikkeling van strafprocessuele waarborgen, waar voorheen vooral het EHRM de scepter zwaaide. Wat nog tot de praktijk moet doordringen is dat daarbij iedere strafrechter, of dat nu de rechter-commissaris in de Rechtbank Limburg is of het Hof Den Haag, in beginsel Unierechter is, Unierecht moet toepassen en prejudiciële vragen kan stellen. Alleen de Hoge Raad is daartoe verplicht als het gaat om een kwestie die niet zonder meer duidelijk is of waarin het HvJ nog niet eerder uitspraak heeft gedaan. Tot nu toe heeft de Hoge Raad op strafrechtelijk gebied, voor zover ik dat heb kunnen nagaan, welgeteld één keer een prejudiciële vraag aan het HvJ gesteld. Dat zal ongetwijfeld gaan veranderen. Taru Spronken Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 1837 Wetenschap Spanningsvelden in het toezicht op de financiële sector Danny Busch 1 De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (de Raad) publiceerde enige tijd geleden een interessant rapport, getiteld Toezien op publieke belangen. 2 In dat rapport bepleit de Raad een verruimd perspectief op toezicht en neemt hierbij de behartiging van publieke belangen tot uitgangspunt. Een uitgangspunt waar de meesten zich vermoedelijk wel in kunnen vinden. Maar wat blijkt: toezichthouders werken volgens het rapport in een drietal spanningsvelden, waardoor het soms moeilijk is het publieke belang op de juiste manier te behartigen. In deze bijdrage wordt bezien hoe deze drie spanningsvelden uitwerken in het toezicht op de Nederlandse financiële sector. Wat gaat goed en wat kan beter? Hierbij wordt niet alleen gekeken naar het toezicht uitgeoefend door de AFM en DNB, maar ook naar het toezicht dat de Europese Centrale Bank (ECB) vanaf 4 november aanstaande gaat uitoefenen op de grootste en meest internationale banken in de Eurozone. 1. Handhaving geldende regelgeving versus breder perspectief Het eerste spanningsveld dat de Raad signaleert, is dat het toezicht zich niet alleen moet richten op handhaving van geldende regelgeving, maar ook een breder perspectief moet innemen. Het behoort niet alleen te gaan om handhaving van regels, maar ook om het voorkomen van schadelijk gedrag. En reflecteren op het domein van toezicht betekent ook het analyseren van knelpunten in wet- en regelgeving. 3 Dit bredere perspectief lijkt momenteel redelijk gewaarborgd op de Nederlandse financiële sector. Dit blijkt om te beginnen uit het feit dat het analyseren van knelpunten in wet- en regelgeving bij de AFM en DNB inmiddels is geïnstitutionaliseerd. Beide stellen ieder voor zich (en ongetwijfeld in onderling overleg voor zover nodig) jaarlijks een wetgevingsbrief op aan de Minister van Financiën om de knelpunten in kaart te brengen die zij in hun toezicht zijn tegengekomen, en doen vervolgens suggesties tot aanpassing van de wet. 4 Die suggesties worden regelmatig overgenomen door Financiën, wat dan vervolgens resulteert in nieuwe regelgeving. Op de vraag of wij onverdeeld gelukkig moeten zijn met alle nieuwe regelgeving voor de financiële sector, kom ik verderop nog terug. Dat de AFM en DNB een breder perspectief innemen blijkt ook uit het feit dat zij een belangrijke focus hebben op het voorkomen van schadelijk gedrag. Voor de insider mag dat weinig verbazing wekken, want het gedachtegoed van Sparrow, hoogleraar aan Harvard en oud-politieagent, is de afgelopen jaren expliciet omarmd door de AFM en DNB. 5 De kernboodschap van Sparrow is dat een financiële toezichthouder schadelijk gedrag tijdig moet signaleren, aanpakken en ermee naar buiten moet treden. Of een bepaalde gedraging schadelijk is, staat in beginsel los van de vraag of deze gedraging legaal of illegaal is. 6 Voor de AFM en DNB levert dat uiteraard een spanningsveld op, omdat het legaliteitsbeginsel nu eenmaal meebrengt dat de AFM en DNB alleen kunnen optreden als hiervoor een wettelijke basis bestaat. Want als de AFM en DNB schadelijk gedrag constateren dat niet verboden is, kunnen zij strikt genomen niet optreden. En dat wil of wilde nog wel eens voorkomen. De ontwikkelingen op de financiële markten gaan snel, zodat de wetgever en dus ook de toezichthouders niet zelden achter de feiten aanlopen. En dat terwijl de maatschappij en de politiek sinds de financiële crisis van de toezichthouders verwachten dat zij effectiever optreden. 7 Dit spanningsveld is momenteel aan het afnemen. De afgelopen tijd is nieuwe regelgeving van kracht geworden die juist expliciet als doelstelling heeft het voorkomen van schadelijk gedrag. Het zal geen verbazing wekken dat deze bepalingen vaak nogal open of principles-based zijn geformuleerd. Ik geef drie voorbeelden. De eerste twee voorbeelden hebben betrekking op de AFM, het laatste voorbeeld op DNB. Bij de AFM trekt vooral de zogenaamde generieke zorgplicht de aandacht. Zij is sinds 1 januari dit jaar opge NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

7 nomen in artikel 4:24a van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Uit de bepaling volgt onder meer dat een financiëledienstverlener die adviseert, in het belang van de consument moet handelen. 8 Andere belangen, zoals het eigen belang van de financiële dienstverlener, zijn per definitie ondergeschikt aan het klantbelang. Kortom, de klant moet echt centraal staan. De bepaling is ruim genoeg om allerlei praktijken die schadelijk zijn voor consumenten, in een vroeg stadium aan te kunnen pakken. De generieke zorgplicht is op initiatief van de AFM in de wet opgenomen. Zij had er expliciet om gevraagd in een van haar wetgevingsbrieven. 9 De AFM werd op haar beurt hiertoe aangespoord door de roep vanuit de maatschappij en de politiek om slagvaardiger toezicht te houden. Hiermee raken wij aan een ander spanningsveld, te weten de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de toezichthouder. Ik kom daar later nog op terug. Hoe dan ook, hier zien we dat het gedachtegoed van Sparrow heel concreet en op initiatief van de AFM heeft geleid tot wetgeving. Betekent de introductie van de generieke zorgplicht nu dat financiëledienstverleners zijn overgeleverd aan de grillen van de AFM? Ik meen van niet. Om te beginnen fungeert de generieke zorgplicht alleen als vangnetbepaling. Als een meer specifieke handhavingsgrondslag voorhanden is, moet deze ook worden ingezet. Anders bestaat uiteraard het gevaar dat de AFM de voorwaarden zoals gesteld in bijzondere bepalingen via de generieke zorgplicht omzeilt. Bovendien, de AFM kan geen bestuurlijke boete opleggen wegens overtreding van de generieke zorgplicht. Dat kan alleen bij overtreding van meer specifieke bepalingen. De AFM kan wel een aanwijzing geven aan de betreffende financiëledienstverlener om een bepaalde gedragslijn te volgen en hem langs deze weg verplichten bepaald schadelijk gedrag te staken, maar dat kan volgens artikel 4:24a lid 3 Wft alleen bij evidente misstanden die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden. Bovendien: als de AFM een aanwijzing geeft, dan is dit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een dergelijk besluit is onderworpen aan de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder 1. het verbod van willekeur, 2. het zorgvuldigheidsbeginsel, inhoudende dat de AFM haar beslissingen met voldoende zorg moet voorbereiden en uitvoeren, 3. het motiveringsbeginsel, 4. het evenredigheidsbeginsel en 5. het gelijkheidsbeginsel. De bestuursrechter toetst (met uitzondering van het evenredigheidsbeginsel) in beginsel vol - en dus niet marginaal - of een besluit aan deze eisen voldoet. Is dat niet het geval, dan zal hij het besluit vernietigen. Besluiten van de AFM (en van DNB) sneuvelen bij de bestuursrechter met een zekere regelmaat. Een financiëledienstverlener moet dan natuurlijk wel de bereidheid hebben te procederen tegen de toezichthouder. Vroeger bestond er een zekere angst om te procederen, omdat men de toezichtrelatie niet onder druk wilde zetten. De laatste tijd ziet men echter een kentering en zijn banken en verzekeraars meer dan vroeger bereid om te procederen. Dat lijkt mij een goede ontwikkeling. Een tweede voorbeeld betreft de wettelijke regeling inzake het productontwikkelingsproces. Sinds 1 januari 2013 zijn financiële ondernemingen wettelijk verplicht een productontwikkelingsproces in te richten. Deze verplichting is opgenomen in artikel 32 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo). 10 De bepaling komt er kort gezegd op neer dat financiële ondernemingen procedures en maatregelen moeten hebben die waarborgen dat er financiële producten worden ontwikkeld die ook echt in het belang van de klant zijn. Hierbij moeten de zogenaamde KNVB-criteria worden nageleefd. Een product moet kostenefficiënt zijn, nuttig, veilig en begrijpelijk. De AFM houdt er vervolgens toezicht op dat die procedures en maatregelen bestaan en worden nageleefd. Hierdoor wordt zoveel mogelijk voorkomen dat op grote schaal schadelijke producten worden verkocht aan beleggers, met als gevolg massaschade. Denk bijvoorbeeld aan de massaschade die is veroorzaakt door de bekende effectenleaseproducten. Met de kennis van nu zouden we zeggen dat die producten niet voldoen aan de KNVB-criteria en dus niet, althans niet op die manier, hadden mogen worden aangeboden aan consumenten. Hoe dan ook, net als de generieke zorgplicht die wij hierboven bespraken, is de introductie van het verplichte productontwikkelingsproces gericht op het voorkomen van schadelijk gedrag. Het voorkomen van schadelijk gedrag staat niet alleen hoog op de agenda bij de AFM, maar ook bij DNB. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat DNB sinds 2011 toezicht houdt op het gedrag en de cultuur in de bestuurskamers van financiële instellingen. De gedachtegang is duidelijk. Een gezonde financiële sector begint en eindigt bij de mensen die daar werkzaam zijn. Het Auteur Noten 2. WRR, Toezien op publieke belangen. Naar 6. Zie M.K. Sparrow, The Regulatory Craft. wordt eveneens gedefinieerd in art. 1:1 Wft. 9. Zie wetgevingsbrief AFM van 10 oktober 2011, opgenomen als bijlage bij Kamerstukken II, 2011/12, 31980, Prof. mr. D. Busch is als hoogleraar Financieel recht verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht (OO&R), Radboud Universiteit Nijmegen. Deze bijdrage is de uitgewerkte versie van een lezing gehouden op het symposium Toezicht tegen het licht d.d. 5 september 2014 te Nijmegen, georganiseerd ter ere van de opening van het nieuwe gebouw van de Nijmeegse rechtenfaculteit. Controlling Risks, Solving Problems, and een verruimd perspectief op rijkstoezicht, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013 (hierna: WRR Rapport) (tevens te downloaden via 3. WRR Rapport, p , , , Zie over de praktijk van wetgevingsbrieven bijvoorbeeld de websites van de AFM en DNB (www.afm.nl en 5. Zie hierover R.H. Maatman & S. Azahaf, Financieel toezicht en schadelijk gedrag, Ondernemingsrecht, 2010, p (hier- Managing Compliance, Washington, Brookings 2000; M.K. Sparrow, The Character of Harms. Operational Challenges in Control, 10. Art. 32 Bgfo geldt niet voor alle financiële Cambridge Cambridge University Press ondernemingen. De bepaling is niet van toepassing op beheerders van een beleggingsinstelling die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden aan professionele beleggers, beheerders van een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe s) en beleggingsondernemingen, zie art. 32 lid 7 Bgfo. Alle in deze voetnoot genoemde entiteiten zijn voorzien van een definitie in art. 1:1 Wft. 7. Vergelijk hierover Maatman & Azahaf, 2010, p. 298 e.v. 8. Zie art. 4:24a lid 2 Wft. Financiëledienstverlener heeft een specifieke toezichtrechtelijke betekenis en is gedefinieerd in art. 1:1 Wft. Advisering over financiële instrumenten zoals aandelen en obligaties valt er bijvoorbeeld niet onder, adviseren over hypothecair krediet weer wel. Financieel instrument na: Maatman & Azahaf 2010), p. 298 (l.k.). NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap gedrag van degenen die bij de financiële instellingen aan de touwtjes trekken is daarbij van cruciaal belang. Zij nemen immers de beslissingen (of juist niet) die de financiële prestaties en het voortbestaan van de financiele instellingen bepalen. Tijdens de financiële crisis hebben we kunnen zien waar te dominant leiderschap toe kan leiden. Als Dirk Scheringa en Rijkman Groenink wat meer tegengas hadden geduld, was DSB Bank misschien niet failliet gegaan en was ABN AMRO mogelijk niet in staatshanden beland. Kortom, door toezicht op gedrag en cultuur hoopt DNB problemen in een vroeg stadium op te sporen, nog voordat zij zich vertalen in een slechte financiële situatie. Een gezonde financiële sector begint en eindigt bij de mensen die daar werkzaam zijn Het toezicht op gedrag en cultuur kan zich vertalen in formele toezichtmaatregelen. Als iemand bestuurder van bijvoorbeeld een bank of verzekeraar wil worden, wordt hij door DNB getoetst op geschiktheid en betrouwbaarheid. 11 Als een persoon ongeschikt en/of onbetrouwbaar is, kan hij of zij niet aantreden als bestuurder. Bij het afnemen van de geschiktheidtoets is deskundigheid natuurlijk nog steeds van groot belang, maar inmiddels wordt ook goed gekeken naar karaktereigenschappen zoals zelfkritisch vermogen. DNB zal een bestuurder ongeschikt verklaren als er op dit vlak problemen bestaan. En als na verloop van tijd blijkt dat een bestuurder door zijn gedrag niet functioneert, kan dat leiden tot het oordeel dat hij niet langer geschikt is en dus het veld moet ruimen. Ook de toezichtnorm dat sprake moet zijn van een beheerste en integere bedrijfsvoering biedt mogelijkheden voor DNB om in te grijpen, bijvoorbeeld door het geven van een aanwijzing om in het beleid een bepaalde gedragslijn te volgen. 12 Een verschil met de vorige twee voorbeelden is dat er geen nieuwe regelgeving nodig was om het toezicht op gedrag en cultuur mogelijk te maken. De bestaande bevoegdheden waren (kennelijk) ruim genoeg om dit te faciliteren. Overigens wijst onderzoek van DNB uit dat formele toezichtmaatregelen vaak niet nodig zijn. De instellingen waarbij risicovol gedrag is geconstateerd hebben meestal zelf krachtige maatregelen genomen om de risico s te elimineren. Sommige instellingen hebben personele wisselingen doorgevoerd in de top van de organisatie, terwijl anderen na een DNB onderzoek de corporate governance hebben versterkt, de strategie hebben gewijzigd, bestuurders coachingstrajecten hebben laten volgen en/of het onderlinge kritische vermogen hebben versterkt. 13 Kortom, als we de gegeven voorbeelden op een rijtje zetten, lijkt het regelgevend kader inmiddels voldoende ruimte te bieden om schadelijk gedrag zoveel mogelijk te voorkomen. Hiermee beschikken de AFM en DNB zoals we hebben kunnen zien over vrij ruime bevoegdheden, maar voor een slagvaardig toezicht kan dit ook niet anders. Uiteraard zijn de toezichthouders hierbij steeds gebonden aan het legaliteitsbeginsel en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zie hierboven). De sector zelf is er overigens niet altijd gerust op. Vooral de introductie van de generieke zorgplicht heeft veel stof doen opwaaien. Er bestaat enige vrees dat de AFM wat al te gretig gebruik zal gaan maken van deze bevoegdheid. Of dat zo is, zal de toekomst moeten uitwijzen. Ik speculeer nu, maar het zou best eens zo kunnen zijn dat de AFM nu al in informele normoverdragende gesprekken met financiëledienstverleners de generieke zorgplicht uit de la trekt om duidelijk te 2546 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

9 maken dat de AFM handhavend kan optreden als zij dat zou willen. Mogelijk is dat al voldoende om de financiëledienstverlener beterschap te laten beloven. Zeer binnenkort zal er een belangrijke verschuiving plaatsvinden in het toezicht op de financiële sector. Vanaf 4 november 2014 gaat de ECB in het kader van het Single Supervisory Mechanism (SSM) een belangrijke pijler van de Europese bankenunie rechtstreeks prudentieel toezicht houden op, kort gezegd, de grootste en meest internationale banken binnen de Eurozone. 14 Dit laat de positie van de AFM overigens onverlet. Het betekent slechts dat de ECB in plaats van DNB de prudentieel toezichthouder wordt op de grootste en meest internationale banken in Nederland, zoals Rabobank, ABN AMRO en ING. Hoe gaat dit toezicht eruit zien? Zal de focus op het voorkomen van schadelijk gedrag dan nog steeds gewaarborgd zijn? In hoeverre is de ECB een aanhanger van het gedachtegoed van Sparrow? Hoe het ECB-toezicht uitpakt is in dit stadium natuurlijk moeilijk te voorspellen. De aanloop naar het toezicht door de ECB wijst echter op een meer rulesbased benadering met een grote nadruk op gedetailleerde rapportages aan de ECB. Datagedreven toezicht dat op gestandaardiseerde wijze plaatsvindt. Of het softere toezicht op gedrag en cultuur ook een plaats gaat krijgen bij de ECB? We moeten het afwachten. 2. Eenzijdige focus op kosten versus kosten/baten analyse Het tweede spanningsveld dat de Raad signaleert, is dat het niet alleen er om gaat dat toezichthouders de lasten en kosten die toezicht meebrengt minimaliseren, zowel voor de toezichthouder en de overheid als voor de onder toezicht gestelden. Het gaat er ook om dat een goede kosten/batenanalyse wordt gemaakt. 15 In Nederland en op Europees niveau is de discussie helaas nog steeds redelijk eenzijdig gericht op beheersing van de kosten van het toezicht en op de vraag wie deze kosten moet dragen. Op zichzelf genomen is het begrijpelijk dat deze discussie juist nu wordt gevoerd. De maatschappij en politiek hebben de afgelopen jaren met succes gepleit voor strengere regels en strenger toezicht zodat een volgende crisis ons hopelijk bespaard blijft. Het gevolg daarvan is dat de financiële sector de afgelopen jaren bedolven is onder een ware lawine aan nieuwe, gedetailleerde regelgeving. Om compliant te zijn met alle regelgeving moeten inmiddels astronomisch hoge kosten worden gemaakt. Zo hoog, dat volgens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) sprake is van een toetredingsbarrière voor nieuwe banken. 16 En de toezichthouders hebben steeds meer capaciteit nodig om toe te zien op de naleving van al deze nieuwe gedetailleerde regelgeving. Toezichthouders zijn de afgelopen jaren al meermalen aangeduid als zelf- 11. Zie art. 3:8/4:9 en 3:9/4:10 Wft. Zie ook de overeenkomstige bepalingen art. 106 Pensioenwet (Pw), art. 110c Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb), en art. 4 onderdelen a en b en art. 11 lid 2 Wet toezicht trustkantoren (Wtt). 12. Zie bijv. art. 4:11, 4:14 en 3:10 jo. art. 1:75 Wft. 13. Zie over het toezicht van DNB op gedrag en cultuur o.a. DNB, Leading by example Gedrag in de bestuurskamers van financiële instellingen (te downloaden via de website van DNB); W. Nuijts & J. de Haan, DNB Supervision of Conduct and Culture, in: A.J. Kellerman, J. de Haan & F. de Vries (eds.), Financial Supervision in the 21st Century, Heidelberg/New York/Dordrecht/London Springer 2013, p (beide auteurs zijn werkzaam bij DNB). 15. WRR Rapport, p , , ACM, Barrières voor toetreding tot de Nederlandse bancaire retailsector, juni 2014 (te downloaden via https://www. acm.nl/nl/), p. 5, WRR Rapport, p. 96 (met verdere verwijzingen). 14. Op basis van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, PbEU 2013, L 287, 29 oktober 2013, p (SSM Verordening). NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap rijzend bakmeel. 17 De toezichtkosten zijn als gevolg van de financiële crisis dan ook navenant gestegen. 18 En het einde is helaas nog niet in zicht. Vanaf 4 november aanstaande komt er zoals opgemerkt een toezichthouder bij, de ECB, die toezicht gaat houden op de grootste en meest internationale banken in de Eurozone. In theorie zou dat moeten betekenen dat de toezichtkosten op nationaal niveau gaan dalen, maar iets zegt mij dat dat niet gaat gebeuren. In ieder geval heeft de ECB ongeveer duizend nieuwe medewerkers nodig. De ECB lokt momenteel bankiers, advocaten en consultants met riante arbeidsvoorwaarden. Zo biedt de ECB naast een relatief hoog salaris ook een buitengewoon voordelig EU-tarief voor loonbelasting. Werknemers krijgen tevens een royale tegemoetkoming in verhuiskosten, gunstige ontslagregelingen en een eigen school voor de kinderen waarbij een fors deel van het schoolgeld door de ECB wordt betaald. 19 Allemaal toezichtkosten. Terug naar het toezichthouden door de AFM en DNB. In Nederland wordt een groot deel van de toezichtkosten nu al doorbelast aan de financiële sector. Vooralsnog bleef de overheid evenwel een deel van de kosten voor zijn rekening nemen. In het Regeerakkoord Bruggen slaan is echter bepaald dat vanaf 2015 alle toezichtkosten van de AFM en DNB worden doorbelast aan de sector. 20 Inmiddels is een wetsvoorstel aanhangig dat de overheidsbijdrage beoogt af te schaffen. 21 Het is de vraag of het een goed idee is de overheidsbijdrage helemaal af te schaffen en of het überhaupt een goed idee is om de financiële sector op te laten draaien voor de toezichtkosten. Ik meen van niet. Hiervoor zijn tal van argumenten aan te voeren. Ik noem er een aantal. Om te beginnen: goed toezicht is in ieders belang. Is het dan logisch de rekening alleen bij de sector neer te leggen? Verder: de financiële sector wordt in feite dubbel gepakt. Enerzijds maakt zij torenhoge kosten om compliant te zijn met alle gedetailleerde toezichtregelgeving, anderzijds draait zij ook nog op voor de almaar stijgende kosten die gepaard gaan met het toezicht op de naleving van deze regels door de AFM en DNB. Voor de bankensector komen daar straks nog de kosten van het ECB toezicht bij, want ook die kosten worden volledig gedragen door de bankensector. 22 En dat terwijl de financiële sector door de crisis is gekrompen en de pijn dus moet worden verdeeld onder een steeds kleiner aantal instellingen. Uiteindelijk is dat slecht voor de economie. Hoe de financiering van het toezicht elders in Europa is geregeld, is niet zo gemakkelijk te achterhalen. De Tweede Kamer had daar tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel over de afschaffing van de overheidsbijdrage wel om gevraagd, maar het bleek te lastig dit snel boven water te krijgen. 23 De Nederlandse financiële sector zal de toezichtkosten in principe doorberekenen aan de klant, maar zal dat uiteraard niet kunnen doen als concurrenten in andere landen dat niet behoeven te doen omdat de toezichtkosten daar niet of niet in volle omvang worden neergelegd bij de financiële sector. Alsdan zou er sprake zijn van een concurrentienadeel. Omdat de financiële markten internationaal zo met elkaar verweven zijn, is het een gemiste kans dat dit mogelijke effect niet is meegenomen in de afwegingen. Een ander belangrijk argument is dat door de rekening volledig neer te leggen bij de sector, er geen prikkel meer bestaat om de kosten in de hand te houden. Is er dan nog wel een rem op de ongebreidelde groei van de financiële toezichthouders? Maar het belangrijkste punt is dat de eenzijdige discussie over de vraag wie de rekening moet betalen, slechts een afgeleide is van datgene waar de discussie echt over zou moeten gaan. De centrale vraag is namelijk of de almaar stijgende toezichtkosten wel in verhouding staan tot de te verwachten baten. Het echte probleem is dat er op dit moment op althans bepaalde terreinen sprake is van een overregulering van de financiële sector. Hele delen van de financiële sector zijn onder streng toezicht geplaatst, terwijl er lang niet altijd goed over na is gedacht of dit nodig is en hier in ieder geval veelal geen serieus onderzoek aan ten grondslag ligt. Politieke scoringsdrang is hier debet aan geweest, vooral in Europa maar zeker De ECB lokt momenteel bankiers, advocaten en consultants met riante arbeidsvoorwaarden ook in Nederland. Het flink aanpakken van de financiële sector doet het immers goed bij de kiezer. Politici die wel bereid zijn de vraag te stellen of dit allemaal wel nodig is, worden niet zelden weggehoond en maken zich niet populair bij de kiezer. Het resultaat: belastende, gedetailleerde en onnodig strenge regelgeving. Er is vaak niet goed nagedacht over nut, noodzaak en effecten van de regelgeving. Over het geaggregeerde effect van alle nieuwe regelgeving is al helemaal niet nagedacht. 24 Op de lange termijn is dat slecht voor de financiële sector en slecht voor de economie als geheel. Het valt ook op dat de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) steeds vaker negatief adviseert over nieuwe wetsvoorstellen op het gebied van de financiële sector. De RvS adviseerde recentelijk negatief over de afschaffing van de overheidsbijdrage in de toezichtkosten en over het nut van de introductie van een wettelijk tuchtrecht voor bankmedewerkers de sector is immers zelf al bezig tuchtrecht in te voeren. 25 Een goed voorbeeld van onnodige en onnodig strenge regelgeving is de Alternative Investment Fund Managers Directive (AIFMD). 26 Sinds juli vorig jaar zijn alternatieve beleggingsinstellingen onder streng toezicht geplaatst. Om een aantal redenen is dat merkwaardig. Hedge funds en private equity funds zijn via de AIFMD onder streng toezicht geplaatst omdat zij een systeemrisico zouden vormen en mede daarom een belangrijk aandeel zouden hebben gehad in het ontstaan of verergeren van de financiële crisis. Dat is echter een onbewezen stelling. Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor. Het was eigenlijk de bedoeling om alleen hedge funds en private equity funds aan de AIFMD te onderwerpen. Maar omdat de Europese wetgever er niet in slaagde deze groep 2548 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

11 goed af te bakenen en te vangen in een definitie, heeft men maar besloten om alle beleggingsinstellingen aan streng toezicht te onderwerpen. En het is los van eventuele systeemrelevantie de vraag of professionele beleggers - want daar gaat het voornamelijk om bij de AIFMD - een zo vergaande bescherming nodig hebben als de AIFMD nu biedt. Op dit moment bestaat zelfs de paradoxale situatie dat de regels voor professionele beleggingsinstellingen in bepaalde opzichten strenger zijn dan voor UCITS beleggingsinstellingen, dat wil zeggen beleggingsinstellingen die juist bedoeld zijn voor particuliere beleggers. 27 Dat is de omgekeerde wereld. Hoe dan ook, de compliance kosten zijn enorm, terwijl de AIFMD mogelijk nieuwe systeemrisico s creëert. De eisen gesteld aan de verplichte bewaarder voor beleggingsinstellingen die onder de AIFMD vallen, zijn zeer hoog, met een groot aansprakelijkheidsrisico, waardoor slechts een beperkt aantal grote partijen, voornamelijk grote banken, deze functie mogen, kunnen en willen vervullen. 28 Doordat de bewaarfunctie zich concentreert bij een beperkt aantal spelers ontstaat mogelijk een nieuw systeemrisico. Dit is natuurlijk maar een enkel voorbeeld, maar er zijn meer voorbeelden te noemen. Ook bij de verordening inzake short-selling kunnen vraagtekens worden geplaatst. 29 Hoe dan ook, van een serieuze, goed onderbouwde kosten/batenanalyse is op dit moment door het politieke klimaat niet of nauwelijks sprake noch in Nederland, noch in Europa. En zoals altijd lijkt de nieuwe regelgeving toch vooral de vorige crisis te bezweren. In de toekomst zouden de risico s best eens uit een andere hoek kunnen komen. 3. Afhankelijk van sector & politiek versus onafhankelijkheid & onpartijdigheid Tot slot het derde spanningsveld dat de Raad identificeert. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van toezicht zijn van wezenlijk belang. Een toezichthouder moet een zelfstandig professioneel oordeel kunnen geven en niet gebonden zijn aan beleidsmatige en partijpolitieke belangen. Een toezichthouder moet evenmin te sterke banden onderhouden met de onder toezicht gestelden. Ook een schijn van partijdigheid kan het vertrouwen in toezicht al danig ondermijnen. 30 Hoe pakt dit spanningsveld uit in het toezicht op de financiële markten in Nederland? Wie het boek De Prooi heeft gelezen, het toneelstuk heeft gezien of de driedelige miniserie heeft bekeken kan zich nog wel het beeld herinneren van Rijkman Groenink die vriendschappelijk wordt ontvangen door Nout Wellink om de problemen bij ABN AMRO te bespreken. 31 Achteraf bezien was in die tijd mogelijk sprake van regulatory capture. Vooral DNB heeft, zoals bekend, vanuit vele hoeken de kritiek gekregen dat het toezicht te slap was en dat DNB de oren teveel liet hangen naar de sector. Vooral na het faillissement van de IJslandse bank Landsbanki met het Nederlandse bijkantoor Icesave en het faillissement van DSB Bank kreeg DNB de wind van voren. 32 En meer recent: ook het rapport over de nationalisatie van SNS-Reaal is bijzonder kritisch over DNB. 33 Als gevolg van de kritiek vanuit de maatschappij en de politiek is er een andere wind gaan waaien bij DNB. 34 Als we de financiële sector mogen geloven is het toezicht dat onder leiding van Klaas Knot wordt gehouden inderdaad zakelijker en afstandelijker. 35 Dat is op zichzelf genomen een goede zaak. Maar tegelijkertijd lopen de AFM en DNB meer dan 18. Zie voor een overzicht van de jaarlijkse toezichtkosten van de AFM en DNB over de periode , Kamerstukken II 2013/14, 33957, 6, p Zie Het Financieele Dagblad 22 augustus 2014, p. 1: Slag om talentvolle bankiers door uitbreiding taken ECB. 20. Regeerakkoord Bruggen slaan d.d. 29 oktober 2012, p. 70 (te downloaden via 21. Kamerstukken (wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht). 22. Zie art. 30 SSM Verordening en Public consultation on a draft Regulation of the European Central Bank on supervisory fees (May 2014) (te downloaden via europa.eu). 23. Kamerstukken II 2013/14, 33957, 6, p. 19. ken II 2013/14, 33918, 11, p. 1-6 (wettelijk tuchtrecht). 26. Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010, PbEU L 174, 1 juli 2011, p UCITS staat voor undertaking for collective investment in transferable securities (in het Nederlands: instelling voor collectieve belegging in effecten of icbe). Dit regime is opgenomen in UCITS IV: Richtlijn 2009/65/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe s), PbEU gelegenheid van nationaal recht, terwijl de 32. Zie A.J.C. de Moor-van Vugt, C.E. Du AIFMD voorziet in een vergaande aanspra- Perron & P.J. Krop, De bevoegdheden van De kelijkheid van de bewaarder, ook als de Nederlandsche Bank inzake Icesave, onder- bewaarfunctie wordt gedelegeerd aan een zoek in opdracht van het Ministerie van ander. In UCITS V (moet per 18 maart 2016 Financiën d.d. 11 juni 2009 (te downloaden geïmplementeerd zijn in de lidstaten) worden via M. Scheltema, L. de UCITS regels overigens gelijkgetrokken Graafsma, K. Koedijk & E. du Perron, Rapport met de AIFMD regels. Zie nader over de totstandkoming van de AIFMD en de erin vervatte regels: D. Busch & L.D. van Setten, The Alternative Investment Fund Managers Directive, in: L.D. van Setten & D. Busch, Alternative Investment Funds in Europe Law and Practice, Oxford: Oxford University Press 2014, p (hierna: Busch & Van Setten (2014)). 28. Zie over de eisen gesteld aan de bewaarder en diens aansprakelijkheid: Busch & Van Setten (2014), , Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps, PbEU L van de commissie van onderzoek DSB Bank (Commissie Scheltema), Den Haag, 23 juni 2010 (te downloaden via 33. R. J. Hoekstra & J. Frijns, Het rapport van de evaluatiecommissie nationalisatie SNS REAAL, Amsterdam Uitgeverij Balans 2014 (tevens te dowloaden via 34. Zie DNB, Van analyse naar actie. Plan van aanpak cultuurverandering toezicht 24. Zie over dit laatste het in opdracht van DNB, 2010 (te downloaden via de website van DNB). 35. Zie bijv. DNB toont meer lef, is directer en duidelijker als toezichthouder, Het Finan- werkgeversorganisatie VNO-NCW opgestelde KPMG rapport Stapeling regelge- L 302, 17 november 2009, p De ving een onderzoek naar de effecten van AIFMD bevat strenge regels op het gebied de toename en stapeling van regelgeving op van het beloningsbeleid voor beheerders, ter- cieele Dagblad 28 juni 2014, p de Nederlandse bancaire dienstverlening wijl daarover in UCITS IV vrijwel niets is terug 86, 24 maart 2012, p Zie bijvoorbeeld Het Financieele Dagblad 28 juni 2014, p. 8: DNB toont meer (september 2012) (te downloaden via www. vno-ncw.nl). 25. Zie Kamerstukken II 2013/14, 33957, 4 te vinden. Een bewaarder moet volgens de 30. WRR Rapport, p , , AIFMD aan strengere eisen voldoen dan vol gens UCITS IV. Verder is de aansprakelijkheid 31. J. Smit, De Prooi. Blinde trots breekt ABN AMRO, Amsterdam: Prometheus (afschaffing overheidsbijdrage); Kamerstuk- van de bewaarder volgens UCITS IV een aan- NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap ooit aan de leiband van de politiek. Dat bleek al uit het feit dat interne kandidaat Lex Hoogduin het moest afleggen tegen Klaas Knot, een hoge ambtenaar afkomstig van het Ministerie van Financiën en voorkeurskandidaat van de minister. Ook de helaas te vroeg overleden AFM voorzitter Ronald Gerritse was een hoge ambtenaar van Financiën. En meer dan vroeger proberen de AFM en DNB te scoren, uiteraard uit angst weer publiekelijk aan de schandpaal te worden genageld door de politiek. Het valt op dat vooral de AFM vaak de media op zoekt. Enerzijds natuurlijk een heel effectief middel om de sector in beweging te krijgen, anderzijds bestaat het gevaar dat de AFM uitspraken doet of problemen aanpakt waarmee zij gemakkelijk kan scoren. Ook DNB probeert zo daadkrachtig mogelijk over te komen om te laten zien dat er een andere wind waait binnen DNB, al speelt zich dat bij DNB vooral achter de schermen af. Volgens de sector is er sprake van enige overcompensatie voor herstel van Het lijkt er op dat voor nationale nuances niet altijd plaats zal zijn reputatie. 36 Een potentieel gevaarlijke ontwikkeling. Scoringsdrang kan er in resulteren vooral dat te doen wat zichtbaar is en wat de politiek wil, niet per definitie datgene wat ook naar het deskundig oordeel van de toezichthouder het belangrijkst is. Bovendien kan het resulteren in onnodig streng toezicht. Uiteraard ligt hier ook een verantwoordelijkheid van de politiek. De politiek zou er ook voor kunnen kiezen om de AFM en DNB na alle doorgevoerde wijzigingen in het toezicht nu eventjes met rust te laten. Laten we de blik nog even op de nabije toekomst richten. Als straks de ECB toezicht gaat houden op de grootste en meest internationale banken in de Eurozone, wat gaat dat dan betekenen voor de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het toezicht? Vermoedelijk zal de afstand tot de onder toezicht staande banken nog groter worden. Waar de Rabobank nu om de tafel zit met een toezichthouder van DNB, zal dat straks een toezichthouder zijn van de ECB, bijvoorbeeld een Italiaan of een Duitser. Het is de vraag of dat per se een goede zaak is. Misschien nog minder regulatory capture, maar bestaat er dan nog wel voldoende begrip voor de bijzonderheden van een coöperatieve bank en van de Nederlandse financiële sector in het algemeen? Een voorbeeld. De banken die in november onder toezicht van de ECB worden geplaatst, worden momenteel door de ECB onderworpen aan de meest omvangrijke test van de bankbalansen die ooit is uitgevoerd (comprehensive assessment). 37 Eind oktober dit jaar worden de uitkomsten bekend gemaakt. Banken die niet voldoende kapitaal blijken aan te houden, moeten dat binnen zes tot negen maanden aanvullen. 38 Momenteel hoeven Nederlandse banken relatief weinig kapitaal aan te houden tegenover nauwelijks risicovol geachte Nederlandse hypotheken. De bankendirecteur Jan Sijbrand van DNB beschreef de bankbalanstest van de ECB recent als een hard nosed en rationeel proces. Daarbij is dus minder ruimte voor argumenten zoals dat de rente dankzij de fiscale aftrek beter betaalbaar is dan hij lijkt en dat banken veel juridische mogelijkheden hebben om onderpand snel op te eisen. 39 Is dit goed of slecht? Het lijkt er in elk geval op dat voor nationale nuances niet altijd plaats zal zijn. Afstandelijker, onafhankelijker toezicht dus, maar mogelijk ook wat ongenuanceerder en bureaucratischer. Wat de onafhankelijkheid van de politiek betreft, dat is lastiger te voorspellen. Op het eerste gezicht lijkt de afstand tot de nationale politiek groter te worden. Of zullen bij het toezicht op de grootbanken in de Eurozone straks de belangen van Duitsland en Frankrijk de overhand krijgen? Stel dat Deutsche Bank slecht uit de bankbalansentest rolt en meer dan negen maanden nodig heeft om extra kapitaal aan te trekken. En stel dat vanuit de Duitse politiek druk wordt uitgeoefend op de ECB om de termijn te verlengen. Wat gaat de ECB dan doen? De ECB is formeel natuurlijk onafhankelijk, maar toch. Hoe dit gaat uitpakken is niet duidelijk. 4. Conclusies Ik kom tot een afronding. Het bredere perspectief is nu redelijk gewaarborgd. De focus van het toezicht is voldoende gericht op het voorkomen van schadelijk gedrag en op verbetering van de regelgeving. De vraag is of dat zo blijft als Europa in het toezicht belangrijker gaat worden. De nadruk zal dan mogelijk weer wat meer gaan liggen op handhaving van wetten en regels. Wel is er momenteel een veel te eenzijdige focus op kosten en de vraag wie de rekening van het toezicht moet betalen. Van een serieuze kosten/batenanalyse is momenteel niet of nauwelijks sprake, met als gevolg potentiële schade aan de economie wegens overregulering en te streng toezicht. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar zeker ook voor Europa. Met de onafhankelijkheid van de sector lijkt het beter gesteld dan vroeger, met onafhankelijkheid van de politiek een stuk minder. Het ECB toezicht zal mogelijk een nog grotere onafhankelijkheid van de sector tot gevolg hebben. Hoe onafhankelijk de ECB zal zijn van de key players in de Europese politiek moet afgewacht worden. Via het informele circuit zou best eens sprake kunnen zijn van een nadruk op de belangen van de Duitse en de Franse bankensector. lef, is directer en duidelijker als toezichthouder. 37. Zie 39. Zie Het Financieele Dagblad 2 septem- ECB. 38. Zie date/2014/html/pr140429_1.en.html. ber 2014, p. 1: Geen uitzondering voor Nederlandse hypotheken in bankbalanstest 2550 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

13 Focus 1839 Het recht van gratie Naar aanleiding van de vonnissen van de Voorzieningenrechter Den Haag van 10 juli en 18 september 2014 inzake de vorderingen van twee levenslanggestraften Wiene van Hattum 1 Uit twee recente uitspraken van de Haagse voorzieningenrechter blijkt dat de rechter die de Koning adviseert over het gratieverzoek en de voor de gratiebeslissing verantwoordelijke bewindsman van mening verschillen over de uitleg van de Europese rechtspraak inzake de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf. Dit leidt niet alleen tot een onverkwikkelijk openbaar debat over de toekomst van juist degenen die zich in een uitzonderlijk kwetsbare positie bevinden maar zet ook het gratie-instituut op het spel. Indien de bewindsman geen oog meer heeft voor het in de Gratiewet vervatte evenwicht tussen rechter en administratie om de inbreuk op de machtenscheiding, die gratieverlening in feite is, te rechtvaardigen, beantwoordt het recht van gratie niet meer aan zijn doel. Dit doel is namelijk ertoe bij te dragen dat door de onafhankelijke rechter opgelegde sancties in overeenstemming met eisen van rechtvaardigheid, humaniteit en doelmatigheid ten uitvoer worden gelegd (Memorie van toelichting Gratiewet, p. 14 en 15). Het rechterlijk advies in de gratieprocedure Gratie wordt verleend bij koninklijk besluit na advies van een bij de wet aangewezen gerecht en met inachtneming van bij of krachtens de wet te stellen voorschriften, aldus het eerste lid van het in 1983 ingevoerde artikel 122 van de herziene Grondwet. Aangezien gratie in 1983 nog geregeld werd bij Algemene maatregel van Rijksbestuur, het Gratiebesluit 1976, noopte het grondwetsartikel tot een regeling bij wet in formele zin; dit werd de op 1 januari 1988 in werking getreden Gratiewet. Het nog recente Gratiebesluit werd bijna geheel in de wet overgenomen. 2 Nieuw was vooral 3 de wettelijke verankering van de gratiegronden. Ze werden opgenomen in artikel 2 Gratiewet. Volgens de memorie van toelichting diende artikel 2 er allereerst toe houvast te bieden aan de gratieverzoeker. Deze moest bij benadering kunnen weten of zijn verzoek kans van slagen had. In de tweede plaats moesten de wettelijke gronden voor gratie dienen als aanknopingspunten voor de rechter die advies uitbrengt en in de derde plaats moesten zij de motivering van een afwijzing vereenvoudigen. 4 Zo zou de uitoefening van het recht van gratie controleerbaarder worden. 5 Het beleid mocht bijvoorbeeld niet willekeurig zijn, doch consistent. De controle zou niet liggen bij de rechter, althans niet inhoudelijk, 6 maar bij het parlement. 7 De gratiegronden waren zo geformuleerd dat zij aansloten bij de jarenlange gratiepraktijk. 8 Speciaal met het oog op de voortzetting van het gratiebeleid voor langgestraften was dan ook de tweede gratiegrond opgenomen, de doelmatigheidsgrond. Op basis van die grond kan gratie worden verleend indien aannemelijk is geworden dat met de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing of de voortzetting daarvan geen met de strafrechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid wordt gediend. Het is de vertaling van het beleid dat door Minister van Justitie Samkalden in 1957 was aangeduid met het voorkomen van verlies van reclasseringskansen, in 1978 vormgegeven in de Volgprocedure langgestraf- Auteur Noten 2. Zie de transponeringstabel, Bijlagen II, 19075, 1986/87, 9 (bijlage). 3. Nieuw was ook dat gratie van buitenlandse gewijsden en van een aantal maatregelen mogelijk werd gemaakt (zie de opsomming in de MvT, Bijlagen II 1984/85, 3, 1-3 p. 11). Deze gevallen zijn inmiddels nog verruimd (zie huidig art. 558 Sv). 4. Nader rapport, Bijlagen II 19075, 1984/85, C, A-C, p. 8, midden. 5. Vergelijk de MvT, Bijlagen II 1984/85, 3, 1-3 p Mw. mr. dr. W.F. van Hattum is universitair docent strafrecht en criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en voorzitter van het Forum Levenslang. 6. Bijlagen I 1986/87, 19075, 22a, p Bijlagen II 1986/87, 19075, 6, p Bijlagen II 1984/85, 19075, C (Nader rapport), A-C, p. 8, midden. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Focus Fragment uit een brief van de Staatssecretaris van Justitie (Glastra van Loon) van 13 februari 1975, gericht aan de hoofdredacteuren van dag- en weekbladen, alsmede aan de leiders van actualiteitenrubrieken van radio en televisie. ten, waarnaar de memorie van toelichting dan ook verwijst. 9 Deze grond was uitdrukkelijk (ook) van toepassing op levenslanggestraften. Dit blijkt niet alleen uit de gratiebeslissingen 10 maar bijvoorbeeld ook uit de brief van de bewindsman aan de media van 13 februari Ter gelegenheid van de Wet stroomlijning van de gratieprocedure in 2002, werd de Kamer voorgehouden dat de gratiegronden ongewijzigd bleven en op dezelfde wijze zouden worden toegepast. 12 De verhouding tussen rechter en administratie bleef eveneens zoals die in het Gratiebesluit 1976 en daarvoor was geweest: het recht van gratie werd gelegd in handen van de Kroon, de afwijzing, al dan niet met Koninklijke machtiging, in handen van de Minister van Justitie, terwijl de strafrechter zijn adviserende rol behield. Dit magistratelijk recht van advies maakte al sinds 1798 in wisselende vorm deel uit van het gratierecht. 13 Artikel 122 Grondwet 1983 onderstreepte het belang van dit rechterlijk adviesrecht. In aanloop naar dit Grondwetsartikel in de Justitiebegroting 1982 werd hierover opgemerkt: Daarbij is de strekking van het advies van groot gewicht. ( ). In het algemeen wordt namelijk volstaan met een marginale toetsing van het advies dat de rechter die de straf heeft opgelegd, uitbrengt: kan dit advies de voorgestelde beslissing dragen en is deze formeel en praktisch uitvoerbaar. Voor afwijking van het rechterlijk advies moet er een bijzondere reden zijn. Dit uitgangspunt van het beleid dat samenhangt met de scheiding der machten, houdt in dat gratie geen instrument kan zijn om wijziging te brengen in het straftoemetingsbeleid van de rechter. ( ) Indien zulks echter de rechter niet meer mogelijk is, kunnen door gratiëring straffen nog worden verminderd of kwijtgescholden. ( ) Aldus wordt met het gratie-instituut een bijdrage geleverd aan de verwezenlijking van het ideaal van de rechtvaardigheid en de gerechtigheid bij het toepassen van straffen. 14 In de memorie van toelichting op de Gratiewet werd dit standpunt herhaald: De Grondwet schrijft voor dat deze bevoegdheid (uitoefening van het recht van gratie, WvH) slechts na advisering door de rechter kan worden uitgeoefend en accentueert daarmede het belang dat aan deze advisering moet worden gehecht. ( ) Het gratieinstrument strekt er niet toe de Kroon in de gelegenheid te stellen van een van de rechter afwijkend inzicht te doen blijken omtrent de strafrechtstoepassing, doch om ertoe bij te dragen dat door de onafhankelijke rechter opgelegde sancties in overeenstemming met eisen van rechtvaardigheid, humaniteit en doelmatigheid ten uitvoer worden gelegd. 15 Cijfers laten zien dat slechts in minder dan één procent een voor de verzoeker ongunstiger beslissing werd genomen dan de rechter adviseerde. 16 Uit mijn onderzoek met Cornelissen naar de afgesloten gratiedossiers voor levenslanggestraften sinds 1945, blijkt dat als het ging om de omzetting van een opgelegde levenslange straf in een tijdelijke zelfs nooit een ongunstiger beslissing werd genomen; in vrijwel de meeste gevallen was die beslissing zelfs gunstiger. 17 Hiermee mag het gewicht van het gratieadvies, zeker als het gaat om de wijziging van een levenslange straf, wel zijn gegeven. De rol van het OM was en bleef een andere dan die van de rechter. Het OM had tot taak zoveel mogelijk informatie over de betrokkenen te verzamelen en aan de rechter te presenteren. In de Gratiewet werd bovendien vastgelegd dat het OM de verzoeker zo enigszins mogelijk moest horen. Dit horen mocht overigens worden overgelaten aan de politie of aan de directeur van de penitentiaire inrichting. Dit was al vaste praktijk: In feite vormt dit voorschrift 2552 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

15 (artikel 5 lid 1 Gratiewet, WvH) een explicitering van de verplichting dat het verslag van het Openbaar Ministerie alle inlichtingen dient te behelzen die op de beoordeling van het verzoek van invloed kunnen zijn. 18 In 2003 is deze adviesplicht teruggebracht tot de ernstiger zaken. 19 De gratieprocedure bleef ook in de Gratiewet een nietopenbare aangelegenheid. Hierdoor is over de praktijk van gratieverlening niet zo veel bekend en dus is het parlement bij het uitoefenen van zijn controle afhankelijk van door de minister verstrekte informatie. Deze bestaat veelal uit cijfers; adviezen en rapporten aan de Koning blijven geheim. Cijfers scheppen echter niet altijd een juist beeld van de werkelijkheid. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de beantwoording van de vragen van het Kamerlid Griffith in De minister liet het voorkomen alsof gratie voor levenslanggestraften in het verleden een uitzondering was geweest, terwijl toch het tegendeel waar is. 20 Zelfs voor de verzoeker is de procedure niet openbaar. Volgens de memorie van toelichting had de verzoeker zelf pas recht op de adviezen van OM en rechter nadat het besluit door de minister of de Kroon was genomen. 21 Inmiddels lijkt hierin verandering te zijn gekomen. Dit blijkt uit de vonnissen van de voorzieningenrechter in Den Haag 22 in de kortgedingen die dit voorjaar aanhangig werden gemaakt door de levenslanggestraften C. en Y. De rechterlijke adviezen in de gratieprocedures van de levenslanggestraften C. en Y. Inzet van de procedures die C. en Y. bij de voorzieningenrechter aanhangig maakten, was de naleving van artikel 3 EVRM. 23 Dit artikel is door de Grote Kamer van het Europese Hof voor de rechten van de mens (EHRM) aldus uitgelegd dat een levenslange straf feitelijk en juridisch verkortbaar moet zijn, wil er geen sprake zijn van een inhumane behandeling of bestraffing. Levenslanggestraften moeten een prospect of release en de mogelijkheid van een review hebben. 24 Dit betekent dat de bevoegde nationale autoriteiten moeten kunnen onderzoeken of bij de veroordeelde sprake is van dermate significante De rol van het Openbaar Ministerie was en bleef een andere dan die van de rechter veranderingen en een zodanige vooruitgang richting reclassering (progress towards rehabilitation, WvH) gedurende de gevangenisstraf, dat voortduring daarvan niet langer kan worden gerechtvaardigd door strafdoelen. 25 Het EHRM stelt voorts dat er rechtsvergelijkend en internationaal bezien steun bestaat voor de opvatting dat deze toets in elk geval binnen 25 jaar na oplegging van de straf plaatsvindt. 26 Dit is een duidelijke hint om het bedoelde onderzoek binnen die 25 jaar te doen plaatsvinden. Op basis van deze EHRM-rechtspraak vorderden de gedetineerden, die respectievelijk bijna 27 jaar en 31 jaar van hun vrijheid worden beroofd, de start van (meer) op resocialisatie gerichte activiteiten. Beide gedetineerden 9. MvT, Bijlagen II 1984/85, 19075, 1-3 p. gezien in het licht van het geringe aantal beperken tot ernstiger zaken (Bijlagen II naleving van de in 2001 gemaakte afspra- 15. levenslange straffen: op het moment van 2000/01, 27798, 3, p. 7,8 en 11). ken. Echter, zoals ook uit het hierna te 10. Zie W.F. van Hattum, In de daad een behandeling van het wetsvoorstel waren 20. Zie hierover W.F. van Hattum, De rech- bespreken advies van het Hof blijkt, speelt mens. De gratieprocedure levenslangge- dat er twee, welke pas vanafrespectievelijk ter, de minister en de levenslange gevange- ook in zijn zaak de uitleg van artikel 3 straften: departementaal beleid en magis- 13 december 1983 en 1 juli 1985 definitief nisstraf, Trema, Tijdschrift voor de Rechter- EVRM een belangrijke rol. tratelijk toezicht, vroeger en nu, DD 2009, waren geworden. lijke Macht, 2013, afl. 7, p (Van 24. Vinter e.a. vs. VK, EHRM 9 juli 2013, p , in het bijzonder p. 346 (Van 12. Wetsvoorstel Stroomlijning gratieproce- Hattum 2013b). r.o Het Vinter-arrest betreft de met de Hattum 2009) en W.F. van Hattum, Het dure, Bijlagen II 2000/01, 27798, 3, p Het rechterlijk advies en het verslag Nederlandse gevangenisstraf vergelijkbare aanzien van de Staat, in:, 2013, 2, p. 13. D.J.G.J. Cornelissen, Het advies van van het Openbaar Ministerie zijn te Engelse whole life term. Zie over de beteke , i.h.b. p. 68 e.v. (Van Hattum de rechter in de gratieprocedure levens- beschouwen als stukken van externe nis van dit arrest voor de Nederlandse 2013a). langgestraften, in:, WODC 2013, afl. 2, adviesorganen, waarvan de betrokkene op levenslange gevangenisstraf W.F. van Hat- 11. De verantwoordelijke bewindsman p grond van de Wet openbaarheid van tum. Levenslang post Vinter, NJB schreef toen ter gelegenheid van de gratie- 14. Bijlagen II 1981/82, VI, 2, p. 29, 30. bestuur desgevraagd, nadat de beslissing op 2013/1775, afl. 29, p , verlening aan de tweemaal tot levenslange 15. Bijlagen II 1984/84,19075, 3, p. 14, 15. het gratieverzoek is genomen, kennis kan 25. gevangenisstraf veroordeelde dokter O. 16. Bijlagen II 1984/85, 19075, 3, 14, 15. nemen, Bijlagen I 19075, 1987/88, 22a lang-post-vinter/ Inmiddels is door het aan de media: Naar onze opvatting 17. Van Hattum 2009 en Van Hattum (MvA), p. 1. EHRM een steeds concretere invulling aan behoort een dergelijke tot vrijheidsstraf 2013a in het bijzonder p. 68 e.v. (zie noot 22. Rb Den Haag 10 juli 2014 (Y. vs. het arrest gegeven, zie EHRM 20 mei veroordeelde uitzicht te houden op terug- 10) en Cornelissen 2013 (zie noot 13). Staat), 2014, appl. nr /10 (Magyar vs. Hon- keer in de samenleving, zo dit mogelijk is 18. Bijlagen II 1984/85,19075, 3, p. 23. aak?id=ecli:nl:rbdha:2014:8409 en Rb garije), EHRM 18 maart 2014, appl. nr. (het citaat is opgenomen in Van Hattum Slechts in het geval van de Drie van Breda Den Haag 18 sept (C. vs. Staat), 24069/03, 197/04, 6201/06 en 10464/ ). In de Volgprocedure wordt de (oorlogsmisdadigers die aanvankelijk tot de (Öcalan vs. Turkije (2)), EHRM 8 juli 2014, levenslange straf niet meer met zoveel doodstraf waren veroordeeld) is het gratie- =ECLI:NL:RBDHA:2014: appl. nr /11 (Harachiev vs. Bulga- woorden genoemd. De verklaring kan zijn advies van de rechter niet gevolgd 23. De juridische status van beide gedeti- rije) en EHRM 4 sept. 2014, appl. nr. dat bij de totstandkoming in 1978 slechts 19. Wet Stroomlijning gratieprocedure van neerden is niet helemaal hetzelfde nu Y. 140/10 (Trabelsi vs. België). één levenslanggestrafte in Nederland zijn 7 nov. 2002, Stb. 2002, 551, in werking sinds 2001 ter behandeling naar een tbs-kli- 26. Vinter e.a. vs. VK, EHRM 9 juli 2013, straf uitzat. Ook in de wetsgeschiedenis getreden 1 juni Art. 5 lid 1 is bij die niek is overgebracht en daar als tbs-gestel- r.o. 119, zoals vertaald door Hof Den Haag. van de Gratiewet komt de levenslange gelegenheid vervangen door een kan- de behandeld wordt. De inzet van zijn pro- straf niet voor en ook dit moet worden bepaling om de adviestaak van het OM te cedure was dan ook in de eerste plaats de NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Focus hadden voorts een gratieverzoek ingediend en in beide gratieprocedures was door het Gerechtshof Den Haag (dat toevalligerwijs in beide gevallen als adviserend gerecht in de zin van artikel 122 Gratiewet optrad) een voorlopig advies uitgebracht. Het advies in de procedure van C. dateerde van 18 oktober 2013, het advies in de procedure van Y. van 19 maart Het gratieverzoek van C. was op 10 juni afgewezen. In de zaak van Y. was ten tijde van de uitspraak (en is ten tijde van het schrijven van dit artikel) nog geen beslissing op zijn gratieverzoek genomen. Zowel de adviezen van het gerechtshof als de afwijzing van het gratieverzoek van C. worden in de vonnissen geciteerd. Deze vonnissen geven zo een onverwacht kijkje in het huidige verloop van gratieprocedures van levenslanggestraften. Uit de vonnissen blijkt dat het Gerechtshof Den Haag zowel op het gratieverzoek van C. als dat van Y. overweegt positief te adviseren. 27 Het Hof wil dit echter pas doen indien de terugkeer in de maatschappij op verantwoorde wijze is voorbereid. Het overweegt vervolgens niet in staat te zijn om op betekenisvolle wijze de toets uit te voeren die het EHRM voorschrijft, namelijk of sprake is van dermate significante veranderingen en een zodanige vooruitgang richting reclassering, dat voortduring daarvan niet langer kan worden gerechtvaardigd door strafdoelen. In de zaak van C. ligt volgens het Hof de oorzaak in het feit dat activiteiten gericht op zijn mogelijke resocialisatie buiten zijn schuld geheel achterwege zijn gebleven. Dat maakt, aldus het Hof, een oordeel ten aanzien van de vraag of met de voortzetting van de gevangenisstraf nog steeds een met de strafrechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid wordt gediend, onmogelijk. Dezelfde redenering volgt het Hof in de zaak Y. Ook hier merkt het Hof op dat het gebrek aan resocialisatie niet ligt aan Y. Het Hof verwijt de minister en de staatsecretaris dat zij sinds 2006 hebben geweigerd om Y. Geconcludeerd kan worden dat de civiele rechter in casu als bewaker van de gratieprocedure is opgetreden onbegeleid verlof te verlenen. Zodoende staan zij verzoekers voortgang richting resocialisatie en daarmee ook een bevestigend antwoord op de voormelde vraag welbewust in de weg. Het Hof acht dit in strijd met de door de minister in 2001 zelf gemaakte afspraken (zie noot 23) én met de Vinter-jurisprudentie. Het Hof wijt het voorts aan het beleid van de bewindslieden dat Y. s behandeling in een impasse dreigt te geraken, of wellicht al is geraakt en wil niet onvermeld laten dat het deze gang van zaken jegens verzoeker niet behoorlijk acht. Op basis van deze en alle overige bevindingen adviseert het Hof om de beslissing op het gratieverzoek van C. één jaar aan te houden en zo spoedig mogelijk te starten met activiteiten gericht op socialisatie. Het Ressortsparket Den Haag en het Hof zouden na maximaal één jaar moeten worden geïnformeerd over het resocialisatietraject en de eventuele vorderingen die C. heeft gemaakt. In de zaak van Y. luidt het voorlopig advies aan de Koning de beslissing op zijn gratieverzoek zes maanden aan te houden en zo spoedig mogelijk voort te gaan met activiteiten gericht op resocialisatie, waaronder onbegeleid verlof. Hof en Ressortsparket Den Haag zouden binnen maximaal zes maanden moeten worden geïnformeerd over de voortgang van de behandeling, het resocialisatietraject en de eventuele vorderingen die Y. daarbij heeft gemaakt, Y. s actuele psychische toestand, het risico op nieuwe (gewelds)delicten en de impact van mogelijke gratieverlening op de slachtoffers, nabestaanden en de samenleving. De keuze voor de termijn van zes maanden licht het Hof toe met de onzekerheid waarin verzoeker reeds lange tijd verkeert. Bij zijn advies om te starten met onbegeleid verlof merkt het Hof bovendien nog op dat het Adviescollege Verloftoetsing TBS al op 16 februari 2011 had geadviseerd tot de afgifte van de desbetreffende machtiging. Het Hof roept de staatssecretaris op dit advies ter harte te nemen. Het voegt tot slot toe dat het mede naar aanleiding van de te verstrekken informatie zo spoedig mogelijk een definitief advies uit zal brengen. De voorlopige adviezen laten zien dat in het Vinterarrest belangrijke aanknopingspunten zijn gevonden voor het oordeel dat een onmiddellijke start met resocialisatie moet worden gemaakt. De adviezen sluiten wat dat betreft aan bij de visie van de beroepscommissie van de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming op het Vinter-arrest. 28 De Voorzieningenrechter put voorts ook zelf uitgebreid uit het arrest van het EHRM en voegt zich bij de uitleg die de beide andere rechters daaraan hebben gegeven. 29 Gelet op de Vinter-jurisprudentie, de adviezen van het Hof en in het geval van Y. ook op de met hem in 2001 gemaakte afspraken beveelt de Voorzieningenrechter de Staat om ten behoeve van Y. een machtiging onbegeleid verlof af te geven en ten behoeve van C. binnen twee weken met activiteiten gericht op resocialisatie te beginnen. Hieraan doet in het geval van C. niet af dat de staatssecretaris diens gratieverzoek inmiddels heeft afgewezen. C. kan immers, aldus de rechter, een nieuw gratieverzoek indienen en zijn eventuele vorderingen op het gebied van resocialisatie als nieuwe omstandigheden naar voren brengen. Geconcludeerd kan worden dat de civiele rechter in casu als bewaker van de gratieprocedure is opgetreden. Beoordeling van de uitoefening van het recht van gratie door de staatssecretaris Dat het gratieverzoek van C. werd afgewezen 30 nog voordat er met activiteiten gericht op resocialisatie was begonnen en ook voordat er een definitief advies door het Hof had kunnen worden uitgebracht, moet worden beschouwd als een novum. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vond dat hij uit het voorlopige advies mocht afleiden dat ook het Hof van oordeel was dat C. op dat moment niet voor gratie in aanmerking kwam. Hij was voorts net als het Openbaar Ministerie van mening, 2554 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

17 Als het adviserend gerecht en de bewindsman rollebollend over straat gaan, is de gratieprocedure verworden tot een voorwerp van publiek vermaak gezien de ernst van de gepleegde feiten en de uitkomsten uit de onderzoeken, dat de strafdoelen vergelding en generale preventie met verdere tenuitvoerlegging worden gediend. Er was naar zijn opvatting geen sprake van schending van artikel 3 EVRM. Voor het volgen van het voorlopig advies van het Gerechtshof zag hij geen aanleiding. Het Vinter-arrest verplichtte naar zijn oordeel niet tot op resocialisatie gerichte activiteiten. Zonder in te gaan op de vraag of het oordeel van de rechter dan wel dat van de bewindsman ten aanzien van de uitleg van het Vinter-arrest het juiste is, kan worden vastgesteld dat er een verandering heeft plaatsgevonden ten opzichte van het vroegere functioneren van het recht van gratie. Ten eerste blijkt de bewindsman niet bereid te zijn gehoor te geven aan de rechterlijke adviezen inzake de verkorting van een levenslange gevangenisstraf; in plaats van een marginale toets ( kan dit advies de voorgestelde beslissing dragen en is deze formeel en praktisch uitvoerbaar ) laat de bewindsman zijn eigen oordeel prevaleren. In de tweede plaats wijst hij met koninklijke machtiging maar zonder (definitief) rechterlijk advies een gratieverzoek af. Nu was het bekend dat het gratiebeleid ten aanzien van levenslanggestraften is veranderd (hetgeen in strijd is met het vereiste consistente beleid), 31 maar dat de Gratiewet het moet ontgelden en zelfs met voeten wordt getreden, is een nieuwe ontwikkeling. Deze ontwikkeling is met name vanuit rechtsstatelijk oogpunt zorgelijk, omdat zij het evenwicht in de machtenscheiding verstoort. Het is thans niet meer de rechter maar de bewindsman die bepaalt wat een rechtvaardige, humane en doelmatige straftoemeting is. Het is dan ook toe te juichen dat er inmiddels Kamervragen over de kwestie zijn gesteld. De antwoorden op deze vragen stellen echter geenszins gerust. 32 De staatssecretaris beroept zich erop dat hoewel het rechterlijk advies leidend is, hij daar in voorkomende gevallen van mag afwijken. Het afwijzen van een gratieverzoek zonder het definitief advies van het adviserend gerecht af te wachten, acht hij niet per definitie in strijd met de regelgeving. Als reden om geen advies in te winnen van de Hoge Raad geeft hij op dat uit het desbetreffende artikel (artikel 11 Gratiewet) niet volgt dat hij daartoe gehouden is en dat het artikel de afgelopen decennia niet is toegepast. Een antwoord op de vraag of het Vinterarrest er niet aan in de weg staat dat de voortzetting van de executie uitsluitend wordt gebaseerd op de gevoelens van nabestaanden en slachtoffers en / of mogelijke maatschappelijke onrust, blijft uit. De eigenzinnigheid die uit deze antwoorden spreekt is groot. De staatssecretaris stelde immers zijn eigen uitleg van het arrest van de Grote Kamer van het EHRM in de plaats van die van het gerechtshof en hij achtte het - ook achteraf gezien - niet nodig over dit meningsverschil ten minste het advies van de Hoge Raad in te winnen. Bij een dermate groot verschil van inzicht over de uitleg van een belangrijk arrest van het EHRM zou het in acht nemen van deze extra zorgvuldigheid echter niet hebben misstaan. Daar doet niet aan af dat het inwinnen van advies van de Hoge Raad de laatste decennia in onbruik is geraakt. De laatste decennia deed zich niet een dergelijke kwestie voor. Hier komt bij dat de door het Gerechtshof gegeven uitleg van het arrest van het EHRM inmiddels door twee andere rechters werd gesteund, namelijk door de Voorzieningenrechter en de hoogste penitentiaire rechter. Ook hierdoor laat de bewindsman zich niet van zijn eigen visie op het Vinterarrest afbrengen. Uit de antwoorden blijkt kortom dat de bewindsman zijn mening stelt in de plaats van drie andere rechters. 33 Voorts volgt uit zijn antwoorden niet dat de bewindsman de rechterlijke adviezen in de gratieprocedure leidend acht. De nalatigheid van het parlement om de willekeur in het beleid aan de orde te stellen kan nog worden verklaard door de hiervoor beschreven beperkingen aan de controleerbaarheid van het gratiebeleid, maar de hier beschreven schending van de Gratiewet (geen definitief advies afwachten, vol in plaats van marginaal toetsen van het rechterlijk advies) rechtvaardigt een onmiddellijke terechtwijzing door het parlement. De Kamerleden zouden dus niet moeten wachten op de informatie die de bewindsman heeft toegezegd te zullen geven nadat hij de uitspraak van 18 september heeft bestudeerd (antwoord Kamervragen, vraag 7). Daarbij zou het bovendien niet moeten blijven. Zij zouden tevens naar voren moeten brengen dat een heroverweging van de keuze voor gratie als instrument voor verkorting van de levenslange (het door het EHRM vereiste review mechanism) dringend gewenst is. Immers, als het adviserend gerecht en de bewindsman rollebollend over straat gaan, is de gra- 27. Vinter e.a. vs. VK, EHRM 9 juli 2013, r.o C. vs. Staat, r.o. 1.11, en Y. vs. Staat, r.o neerden. Zij neemt in deze zaak uitdrukkelijk afstand van het standpunt van de staatssecretaris ten aanzien van de levenslanggestraften. Dit gaat voorbij aan het ook in de Europese rechtspraak benadrukte belang dat een gedetineerde altijd perspectief dient te worden geboden op in vrijheidstelling. Zie in dit verband de uitspraak van het EHRM van 9 juli 2013 in de zaak Vinter e.a. vs. het Verenigd Koninkrijk, waarbij het Hof het (ontbreken van een) perspectief toetst aan artikel 3 EVRM. 30. Al doet hij het in C. vs. Staat r.o voorkomen alsof de door het EHRM genoemde termijn van 25 jaar een minimumtermijn is, hetgeen niet juist is, zie Vinter-arrest, r.o Zie voor de tekst van deze afwijzende beslissing in C. vs. Staat, r.o Van Hattum 2009, zie noot BC 21 augustus 2014, 14/1296/GA. Anders dan deze bewindslieden is de beroepscommissie van oordeel dat voorbereiding op de terugkeer in de maatschappij als uitgangspunt dient te blijven gelden voor alle gedeti- 33. Antwoorden van 6 oktober 2014 op Kamervragen van Schouw (D66) over het beleid inzake gratieverzoeken en het negeren van rechterlijke adviezen, ingezonden 27 augustus 2014, nr. 2014Z NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Focus tieprocedure in plaats van een bijdrage aan een rechtvaardiger, humaner en doeltreffende executie van de levenslange straf verworden tot een voorwerp van publiek vermaak. 34 Ik wijs in dit verband nog eens op het voorstel van het Forum Levenslang om voor het uitvoeren van deze toets net als in de ons omringende landen een rechterlijke toetsingsprocedure in het leven te roepen. 35 Beoordeling van het gebruik en de toepassing van het Vinter-arrest door het gerechtshof Ten slotte veroorloof ik me nog twee kritische kanttekeningen bij de adviezen van het gerechtshof. Zij betreffen de wijze waarop het gerechtshof het Vinter-arrest heeft gebruikt en hoe het dit arrest heeft toegepast. Eerst het gebruik van het arrest. Laat ik voorop stellen dat de verwijzing naar het Vinter-arrest op haar plaats is, nu het hier gedetineerden betreft die een levenslange straf ondergaan en aan wie geen perspectief op invrijheidstelling wordt geboden. (Dat zij reeds meer dan 25 jaar van hun vrijheid zijn beroofd, maakt de verwijzing naar het arrest nog dringender, maar is geen dragende reden.) Vraagtekens zijn echter te plaatsen bij de mate waarin dit arrest op de voorgrond wordt geplaatst. Uit oogpunt van respect voor ons eigen rechtssysteem had het Hof ook het Nederlandse gratierecht tot uitgangspunt kunnen nemen. Uit de (wets)geschiedenis van zowel de invoering van de levenslange straf als van de Gratiewet blijkt immers dat ons gratierecht in elk geval sinds de Tweede Wereldoorlog (en tot 2001) 36 precies zo heeft gefunctioneerd als door het Europese Hof in het Vinterarrest wenselijk wordt geacht. Alle levenslanggestraften zijn tijdens hun straf na vijftien of tien jaar aan een onderzoek zoals door het EHRM bedoeld, onderworpen. Op grond van dat onderzoek werd de executie van de straf bijgestuurd (bijvoorbeeld door het laten starten van een behandeling) en werd de veroordeelde na omzetting van zijn straf, op een moment dat een flink deel van de straf was ondergaan, voorwaardelijk in vrijheid gesteld (voor de Tweede Wereldoorlog na gemiddeld 21,8 jaar 37 en bij de straffen die werden opgelegd tussen 1945 en 1987 na gemiddeld na 16 jaar detentie 38 ). Het doel van dit onderzoek was om de betrokkene na een zeer zware straf toch nog als een gezond mens aan de vrije samenleving te kunnen laten deelnemen. Men leze de brief van de bewindsman uit De redenen en de criteria voor de review liggen dan ook allang besloten in de tweede gratiegrond. In dit Nederlandse gratiebeleid is pas de klad gekomen met de invoering van de levenslang-is-levenslangdoctrine, voor het eerst door Minister van Justitie Donner verwoord in en in beleid omgezet in De adviserende rechter in de gratieprocedure behoeft echter een dergelijke eenzijdige beleidswijziging niet klakkeloos te volgen. Hij speelt in de gratieprocedure staatsrechtelijk gezien immers zelf een niet onaanzienlijk rol. 41 Een beleidswijziging van de administratie staat bij ongewijzigd blijven van de Gratiewet daarom niet in de weg aan een standvastig adviseringsbeleid. Wat dat betreft: het is zonneklaar dat na een detentie van 31 en 27 jaar bijsturing dringend noodzakelijk is geworden en het lag vanuit het Nederlandse recht gezien voor de hand om te adviseren dat de straf verwisseld zou worden in een tijdelijke of in een voorwaardelijke levenslange straf, mits dat mogelijk is. Voor die opvatting vormde het Vinter-arrest een welkome aanvulling, maar geen noodzakelijke voorwaarde. Dit brengt me bij het tweede punt. Het Hof zegt dat het gelet op alle informatie geneigd is positief te adviseren maar dit slechts te willen doen als de terugkeer in de maatschappij op verantwoorde wijze is voorbereid. In plaats nu van positief te adviseren met de clausule dat invrijheidstelling uit oogpunt van veiligheid en voorbereiding op de terugkeer in de vrije samenleving mogelijk is, vraagt het Hof de staatssecretaris om met die resocialisatie te beginnen en over de resultaten daarvan te rapporteren. Ik heb hier twee vraagtekens bij. De eerste is of het begrip progress towards rehabilitation (Vinter-arrest, r.o.119) wel goed wordt uitgelegd. Ik zou menen dat het betekent dat de betrokkene ervan blijk heeft gegeven inzicht te hebben gekregen in de onjuistheid van zijn gedrag en naar dat Het wachten is nu op de controlerende activiteiten van de kant van het parlement inzicht te willen handelen. Het is in elk geval iets anders dan resocialisatie in de zin van gewenning, en beide betekenissen worden in het advies door elkaar gebruikt. In de tweede plaats is het de vraag of het Hof met zijn nadruk op de eis van gewenning (dan wel rehabilitation) niet uit het oog verliest dat het Nederlandse review mechanism bestaat uit een samenwerking tussen rechter en administratie. Het komt mij voor dat in dit mechanisme het zwaartepunt van het onderzoek naar rechtvaardigheid, humaniteit en doelmatigheid bij de rechter ligt en dat van voorbereiding op de terugkeer in de vrije samenleving bij de administratie. Het gratieinstrument strekt er immers niet toe de Kroon in de gelegenheid te stellen van een van de rechter afwijkend inzicht te doen blijken omtrent de strafrechtstoepassing. Het is bovendien niet zo dat het Hof in zijn eentje voor de door het EHRM voorgeschreven toets is gesteld. 42 Nu het Hof al tot de conclusie was gekomen dat in beginsel aan de vereisten voor verkorting van de straf was voldaan (inclusief rehabilitation in de door mij geschetste zin), had het zijn advies daarbij kunnen laten en aan de administratie kunnen overlaten hier een mouw aan te passen. Daarbij is het ook nog van belang te onderkennen dat de omzetting van een levenslange straf kan resulteren in een (zeer) lange VI-periode, waarin resocialisatie kan plaatsvinden, of in een voorwaardelijke gratie, waardoor er voorwaarden aan de gratieverlening kunnen worden gesteld (artikel 13 Gratiewet). Op die wijze heeft gratieverlening aan levenslanggestraften in het verleden steeds plaatsgevonden. De keuze voor een voorlopig advies acht ik dan ook een ongelukkige. Bovendien is gebleken dat het advies niet wordt gevolgd. Slechts door 2556 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

19 inmenging van de voorzieningenrechter wordt nu met de door het Hof geadviseerde resocialisatie gestart. Indien het Hof direct een definitief positief advies had uitgebracht, zou de staatssecretaris dit weliswaar mogelijk ook naast zich hebben neergelegd, 43 maar hij zou wel meer uit te leggen hebben gehad. Het is intussen wel aan de doortastendheid van het gerechtshof te danken dat duidelijk is gemaakt dat als de straf zo lang heeft geduurd en de kans op recidive zo laag wordt ingeschat, met de op resocialisatie gerichte activiteiten begonnen moet worden. Het wachten is nu op de controlerende activiteiten van de kant van het parlement. Dan zijn er twee mogelijkheden: ofwel een afkeuring van dit beleid ofwel een voorstel tot wijziging van de Gratiewet in die zin dat alleen de administratie het nog voor het zeggen heeft in de uitoefening van het recht van gratie. 34. De eigenzinnigheid van deze Staatssecre- kert van der G. Over de rol van de bewinds- ten, 7 november 2011, onder nieuws op bijzonder p. 68 e.v. taris inzake het vrijhedenbeleid voor gedeti- persoon, het wetsvoorstel herijking tenuit Minister van Justitie Donner Indirect neerden bleek overigens ook al in enkele voerlegging vrijheidsbenemende sancties en 37. In dat jaar werd conform het oude blijkt dit uit de invoering van het verbod op andere aandachttrekkende zaken, zoals de de terugwerkende kracht van de VI-regeling beleid de levenslanggestrafte Y. voor verlof voor levenslanggestraften in de Ver- weigering van verlof aan Benno L. en aan voor langgestraften, NJB 2014/565, afl. 11, behandeling overgebracht naar een tbs-kli- lofregeling TBS in Volkert van der G. Zelf zegt de bewindsman p , in het bijzonder punt 3: De niek waarbij hem de mogelijkheid van gra- 41. Zie Rb Den Haag 28 april 2014, hierover dat hij niemand vervroegd in vrij- voorwaardelijke invrijheidstelling en de rol tie in het vooruitzicht werd gesteld. ECLI:NL:RBDHA:2014:5216, r.o heid zal stellen (a)ls maatschappelijke onrust van de bewindsman, p , waarin 38. R. Rijksen, Vijf jaar tot levenslang. 42. Van Hattum, 2013b (zie noot 20). of een geschokte rechtsorde een reden zijn wordt verwezen naar het Debat proefverlof Langgestraften in de gevangenis te Breda, 43. Zie voor die toets hiervoor, bij noot 25. om iemand niet vervroegd in vrijheid te Volkert van der G., 28 januari 2014, Hande- Alphen aan de Rijn: Samson 1967, p Zie behalve zijn antwoorden op de stellen ook al gedraagt hij zich buitenge- lingen II, 45, 21, p Voor een gedetailleerd overzicht van de vragen van Schouw, hiervoor besproken, woon goed in de inrichting, Begroting Vei- 35. De raadsman van Y. vergeleek in dit gratiebesluiten ter zake van straffen opge- ook die op vragen van Helder (PVV), Aan- ligheid en Justitie, Handelingen II 2012/13, tijdschrift de staatssecretaris al met Houdi- legd sinds 1945 zie W.F. van Hattum, Het hangsel Handelingen II 2013/14, 2849, d.d. 29, p. 56. Over dit beleid W.F. van Hattum, ni, NJB 2014/1630, afl. 31, p. 2185, aanzien van de Staat, in: De levenslange 29 augustus De tenuitvoerlegging van de straf van Vol- 36. Wetsvoorstel VI voor levenslanggestraf- vrijheidsstraf. JV, 2013, 2, p , in het NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 1840 Focus Waarborging van goed bestuur in de West Voorstel voor een werkbare invulling van de waarborgfunctie in de Caribische rijksdelen Oberon Nauta 1 De Koninkrijksregering is krachtens het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden opgedragen te waarborgen dat de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur door de Caribische Landen worden verwezenlijkt. Deze taakstelling, die wordt aangeduid met de term waarborgfunctie, leidt sinds de vaststelling van het Statuut tot veel discussie maar weinig daadkracht. Ten onrechte. De redenen die Den Haag voor haar passieve opstelling aanvoert zijn niet steekhoudend. Bovendien kan de waarborgfunctie veel laagdrempeliger en efficiënter worden uitgeoefend dan tot op heden wordt gedacht. Een kijkje in de British Overseas Territories is wat dat betreft heel verhelderend. Noodzaak tot waarborgen? Zoveel is duidelijk: met de waarborgfunctie kan niet lichtvaardig worden omgesprongen. Uit de officiële toelichting op het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden blijkt dat deze taakstelling van de Koninkrijksregering slechts dan aan de orde is wanneer in een van de Caribische Landen geen redres van een ontoelaatbare toestand mogelijk is. 2 De vraag is nu: doen zich in de Caribische landen dergelijke ontoelaatbare toestanden voor en zo ja, zijn de landen niet in staat die op eigen kracht op te lossen? Wat betreft de ontoelaatbare toestanden hoeft er weinig discussie te bestaan. Hoewel het een hachelijke onderneming is vast te stellen of een Land de jure tekort schiet in het verwezenlijken van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden en de rechtszekerheid levert het begrip deugdelijkheid van bestuur minder problemen op. Dat wil zeggen: alle definities van het begrip stellen dat het openbaar bestuur in ieder geval rechtmatig moet handelen wil het zich überhaupt kunnen kwalificeren als goed bestuur. 3 Wordt een ontoelaatbare toestand nu in enge zin opgevat als de situatie waarin het openbaar bestuur in de Caribische rijksdelen niet rechtmatig handelt, dan moet worden geconcludeerd dat daarvan met grote regelmaat sprake is. De voorbeelden die deze conclusie steunen variëren van het niet of te laat indienen van de wettelijk voorgeschreven begrotingen, via het aannemen van overheidspersoneel in strijd met de vigerende wet- en regelgeving tot het aangaan van contracten en het verlenen van vergunningen zonder dat de regels dat toelaten. Maar met dergelijke ontoelaatbare toestanden is de waarborgfunctie nog niet aan de orde. Doorslaggevend is het antwoord op de vraag of de entiteiten in staat zijn dergelijke toestanden zelf op te lossen. Naar het oordeel van de Nederlandse regering mag dat verwacht worden omdat de landen zouden beschikken over alle noodzakelijke democratische voorzieningen. Zo valt in haar recente visienota over de waarborgfunctie te lezen: 4 Er zijn ook checks and balances. Er is parlementaire controle op de uitvoerende organen en er is controle door de rechter op het handelen van bestuur en wetgever: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de Hoge Raad en de bijzondere rechtscolleges. Er is ook in elk der landen sprake van andere onafhankelijke instanties als een Raad van Advies, Algemene Rekenkamer en Ombudsman. Ten slotte heeft de Gouverneur in ieder van de landen een bijzondere rol met betrekking tot het waarborgen dat wetten en besluiten recht doen aan de wetten en regels van het Koninkrijk. De visie van de Nederlandse regering getuigt echter van een etnocentrische oriëntatie op het openbaar bestuur. Het op Nederlandse leest geschoeide institutionele stelsel van de Caribische Landen moet namelijk functioneren binnen een sterk afwijkende bestuurlijke en culturele context. Die Caribische context zorgt ervoor dat democratische voorzieningen die in het Europese deel van het Koninkrijk goed bestuur waarborgen in de overzeese gebieden vaak verworden tot tandeloze tijgers. Zo is de parlementaire controle in de Caribische rijksdelen naar 2558 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 36

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/77705

Nadere informatie

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 24 september 2015 Betreft Nader rapport

Nadere informatie

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd: Directie Financiële Markten Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 15 augustus 2007 FM 2007-01901 M Onderwerp Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling invoering Wft De Minister van Financiën, Gelet

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Consultatievoorstel Wet beloningsbeleid Wft CRD IV Consultatievoorstel CRD IV Samenhang CRD IV

Consultatievoorstel Wet beloningsbeleid Wft CRD IV Consultatievoorstel CRD IV Samenhang CRD IV Het Consultatievoorstel van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen ("Consultatievoorstel Wet beloningsbeleid") brengt in het Algemeen Deel van de Wet op het financieel toezicht ("Wft") voor een

Nadere informatie

Datum 9 mei 2014 Betreft Beantwoording Kamervragen Van Hijum (CDA) over bijzonder beheer van banken

Datum 9 mei 2014 Betreft Beantwoording Kamervragen Van Hijum (CDA) over bijzonder beheer van banken > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR. Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010

ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR. Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010 ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010 DEEL 1 Oneerlijke handelspraktijken en handhaving van

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Betreft Kamervragen van het lid Krol Hierbij zend ik u de

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA)

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) JC 2014 43 27 May 2014 Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) 1 Inhoudsopgave Richtsnoeren voor de behandeling van klachten

Nadere informatie

Concept Ministeriële regeling

Concept Ministeriële regeling Concept Ministeriële regeling Regeling van de minister van Financiën met betrekking tot het stellen van regels over de eed of belofte die personen werkzaam bij financiële ondernemingen moeten afleggen

Nadere informatie

Datum 16 januari 2012 Ons kenmerk TGFO-EHBo-11121046 Pagina 1 van 5. Betreft

Datum 16 januari 2012 Ons kenmerk TGFO-EHBo-11121046 Pagina 1 van 5. Betreft Aanbieders van financiële producten Datum 16 januari 2012 Pagina 1 van 5 Betreft Ketenbeheersing Geachte heer, mevrouw, In 2010 en 2011 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de ketenbeheersing van

Nadere informatie

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR NIBE-SVV 1. Op welke wijze is te zien of een financieel adviseur professioneel handelt? A. Hij opereert dan onbaatzuchtig en deskundig. B. Hij behaalt

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Compliance program. Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014

Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Compliance program. Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014 Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland Compliance program Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014 1 Inleiding In dit Compliance Program is de inrichting van de

Nadere informatie

BNP Paribas Investment Partners Funds (Nederland) N.y. de directie Postbus 71770 1008DG AMSTERDAM

BNP Paribas Investment Partners Funds (Nederland) N.y. de directie Postbus 71770 1008DG AMSTERDAM AFM BNP Paribas Investment Partners Funds (Nederland) N.y. de directie Postbus 71770 1008DG AMSTERDAM Datum 22 juni 2015 Ons kennerk RoHj-1 5063068 Pagina 1 van 2 Kopie aan Telefoon 020 - E-mail Betreft

Nadere informatie

STICHTING BEWAARDER BOUWFONDS GERMANY RESIDENTIAL FUND. Amsterdam, Nederland JAARVERSLAG 2012

STICHTING BEWAARDER BOUWFONDS GERMANY RESIDENTIAL FUND. Amsterdam, Nederland JAARVERSLAG 2012 Amsterdam, Nederland JAARVERSLAG 2012 ADRES: Herikerbergweg 238 1101 CM Amsterdam Zuidoost Kamer van Koophandel Inschrijvingsnummer: 32108448 Inhoudsopgave Pagina: Bestuursverslag 3 Balans 5 Staat van

Nadere informatie

Presentatie AIFMD Jeroen van Dijk

Presentatie AIFMD Jeroen van Dijk Presentatie AIFMD Jeroen van Dijk 24 mei 2011 INDEPENDENT INTERNATIONAL IN-BUSINESS Inhoudsopgave ANT Trust: AIFMD: - Korte introductie - Tijdslijnen - Wat is een AIF; vrijstellingen - Europees paspoort

Nadere informatie

Toezicht nationale instellingen Betaalinstellingen en bijzondere projecten. Pagina 1 van 5

Toezicht nationale instellingen Betaalinstellingen en bijzondere projecten. Pagina 1 van 5 Inleiding Maarten Gelderman voor seminar "Zeven toezichttips om je instelling compliant te laten zijn" voor de sector betaalinstellingen van woensdag 9 september 2015 1 Toezicht nationale instellingen

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen

Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen Beste relatie, Hierbij ontvangt u de digitale nieuwsbrief van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze speciale nieuwsbrief over personentoetsingen is opgesteld

Nadere informatie

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet. Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking

Nadere informatie

STICHTING BEWAARDER BOUWFONDS GERMANY RESIDENTIAL FUND. Amsterdam, Nederland JAARVERSLAG 2013

STICHTING BEWAARDER BOUWFONDS GERMANY RESIDENTIAL FUND. Amsterdam, Nederland JAARVERSLAG 2013 Amsterdam, Nederland JAARVERSLAG 2013 ADRES: Herikerbergweg 238 1101 CM Amsterdam Zuidoost Kamer van Koophandel Inschrijvingsnummer: 32108448 Inhoudsopgave Bestuursverslag Page 1 Balans Page 3 Staat van

Nadere informatie

INLEIDING. Wij doen dat onafhankelijk. Dat wil zeggen dat geen enkele financiële instelling invloed heeft op de adviezen die wij aan U verstrekken.

INLEIDING. Wij doen dat onafhankelijk. Dat wil zeggen dat geen enkele financiële instelling invloed heeft op de adviezen die wij aan U verstrekken. INLEIDING All Finance behartigt uw belangen op het gebied van financiële diensten. Dat kunnen schadeverzekeringen zijn of de complexe adviesproducten; kapitaal-, lijfrente-, risico-, arbeidsongeschiktheids-,

Nadere informatie

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding?

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? & wijzigingen Nrgfo Wft op het vlak van vermogensscheiding Wat was de aanleiding voor de FM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? Nationale ontwikkelingen in combinatie met nieuwe regelgeving als

Nadere informatie

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers daarvan en (ii) financiële ondernemingen en (mede)beleidsbepalers

Nadere informatie

Bovendien kleven aan dit wetsvoorstel grote nadelige gevolgen die wij hieronder verder uit de doeken doen. Hiervoor hebben wij vijf argumenten:

Bovendien kleven aan dit wetsvoorstel grote nadelige gevolgen die wij hieronder verder uit de doeken doen. Hiervoor hebben wij vijf argumenten: Ministerie van Financiën Mevrouw drs. G.J. Salden Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG Onze referentie 2012/br/8021/DVES Den Haag 18 oktober 2012 Betreft Wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 Geachte

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

IAB-Info. Inhoud. Beroep. Economie

IAB-Info. Inhoud. Beroep. Economie Nummer 4 16 29 februari 2004 IAB-Info Inhoud 16e jaargang Beroep c Bestuur en aandeelhouderschap van erkende professionele vennootschappen Deze bijdrage strekt ertoe een overzicht te bieden van zowel de

Nadere informatie

Uitkomsten onderzoek Aanvullende Zorgverzekeringen

Uitkomsten onderzoek Aanvullende Zorgverzekeringen Uitkomsten onderzoek Aanvullende Zorgverzekeringen Publicatie datum: 12 november 2015 Autoriteit Financiële Markten De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten. Als onafhankelijke

Nadere informatie

Beleidsregel Deskundigheid dagelijks beleidsbepalers artikel 4:9 en 5:29 Wft

Beleidsregel Deskundigheid dagelijks beleidsbepalers artikel 4:9 en 5:29 Wft AFM Beleidsregel Deskundigheid s artikel 4:9 en 5:29 Wft Beleidsregel Wet op het financieel toezicht 08-01 van de Stichting Autoriteit Financiële Markten van 24 maart 2008 inzake de deskundigheid van s

Nadere informatie

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) vergroot het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak door het waarborgen van een constante hoge

Nadere informatie

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zijn verzoek om een vergoeding van zijn particuliere zorgverzekeringspremie over de periode januari tot mei 2007

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

Aan de leden van de FOV. Geachte dames en heren,

Aan de leden van de FOV. Geachte dames en heren, CFL 27.086, 16 juni 2009 Aan de leden van de FOV Geachte dames en heren, Hierbij zend ik u informatie over een drietal externe bijeenkomsten/cursussen op het gebied van bovenmatige/passende provisie, beheerst

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit van 15 juli 2008, houdende bepalingen met betrekking tot de reikwijdte van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, het vaststellen van indicatoren en het overdragen van

Nadere informatie

Delta Lloyd beoogt afronding van juridisch geschil met DNB

Delta Lloyd beoogt afronding van juridisch geschil met DNB Persbericht Amsterdam, 3 augustus 2015 Delta Lloyd beoogt afronding van juridisch geschil met DNB DNB boete aan Delta Lloyd Leven bepaald op 22.680.000 Delta Lloyd respecteert het vonnis van de rechtbank

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Meldplicht(en) financiële ondernemingen

Meldplicht(en) financiële ondernemingen Meldplicht(en) financiële ondernemingen Meer dan alleen! augustus 2013 Meldplicht(en) financiële ondernemingen 1 Inleiding De Wet op het financieel toezicht (Wft) is een zeer brede wet waarin regels zijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 100 Wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 525 Besluit van 4 december 2013 tot wijziging van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes

Nadere informatie

Dit samenwerkingsconvenant vervangt het Samenwerkingsprotocol tussen de AFM en de NZa van 10 september 2007;

Dit samenwerkingsconvenant vervangt het Samenwerkingsprotocol tussen de AFM en de NZa van 10 september 2007; Samenwerkingsconvenant tussen de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) inzake de samenwerking en de uitwisseling van informatie met betrekking tot toezicht

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 maart 2013 Betreft Beantwoording vragen lid Van Hijum

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 maart 2013 Betreft Beantwoording vragen lid Van Hijum > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten

Autoriteit Financiële Markten AFM consulteert Concept Beleidsregel aangaande de methodiek voor het berekenen van het aantal aandelen waarop financiële instrumenten betrekking hebben en de meldingsplicht bij indices en mandjes Ter consultatie

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 724 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met het kunnen vaststellen van tijdelijke voorschriften ter bevordering van ordelijke

Nadere informatie

Minister van Financiën. Postbus 20201 2500 EE Den Haag

Minister van Financiën. Postbus 20201 2500 EE Den Haag POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN Minister van Financiën Postbus 20201

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34549 11 december 2013 Regeling van de Minister van Financiën van 4 december 2013, FM/2013/2124 M, directie Financiële

Nadere informatie

Privaatrechtelijke zorgplichten. ACIS bijeenkomst 24 maart 2011 Eric Tjong Tjin Tai

Privaatrechtelijke zorgplichten. ACIS bijeenkomst 24 maart 2011 Eric Tjong Tjin Tai Privaatrechtelijke zorgplichten ACIS bijeenkomst 24 maart 2011 Eric Tjong Tjin Tai Zorgplichten, wat zijn dat? Zorg in maatschappelijke zin Handelen ten behoeve van belangen (individuele) ander Relatie

Nadere informatie

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Fiche 2: Richtlijn inzake het recht op tolk- en vertaaldiensten in strafprocedures

Fiche 2: Richtlijn inzake het recht op tolk- en vertaaldiensten in strafprocedures Fiche 2: Richtlijn inzake het recht op tolk- en vertaaldiensten in strafprocedures 1. Algemene gegevens Voorstel: Initiatief voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht

Nadere informatie

Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law (CSFL )

Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law (CSFL ) Eggens Instituut Module 4: Integrale PARP en Zorgplicht Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law (CSFL ) Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law

Nadere informatie

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.3.2015 COM(2015) 103 final ANNEX 1 BIJLAGE bij het Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde

Nadere informatie

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging?

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? september 2009 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law (CSFL )

Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law (CSFL ) Eggens Instituut Module 3: Goed Bestuur Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law (CSFL ) Registeropleiding Financieel Recht Certified Specialist Financial Law (CSFL ) Module

Nadere informatie

Informatie over de Autoriteit Financiële Markten. Een kennismaking. Wat doet de AFM?

Informatie over de Autoriteit Financiële Markten. Een kennismaking. Wat doet de AFM? Informatie over de Autoriteit Financiële Markten Een kennismaking Wat doet de AFM? Wie is de AFM? AFM is de afkorting voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM is de gedragstoezichthouder op de financiële

Nadere informatie

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 622 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek ter implementatie van richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009

Nadere informatie

Gelet op de uitkomsten van de evaluatie van het op 13 februari 2013 ondertekende convenant;

Gelet op de uitkomsten van de evaluatie van het op 13 februari 2013 ondertekende convenant; Convenant houdende afspraken over de samenwerking in het kader van de verbetering van de bestrijding van zorgfraude: Voortzetting Bestuurlijk Overleg Integriteit Zorgsector De ondergetekenden, Gelet op

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Afspraken tussen het College bescherming persoonsgegevens en de Inspectie voor de gezondheidszorg over de wijze van samenwerking bij het toezicht op de naleving van de bepalingen

Nadere informatie

VNAB Event: Wet en regelgeving

VNAB Event: Wet en regelgeving VNAB Event: Wet en regelgeving 23 april 2015 Egbert Gerritsen Manager toezicht banken en verzekeraars Onderwerpen Hoe houdt de AFM toezicht en wat betekent dat voor de zakelijke markt? Klantbelang centraal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 980 Uitvoering van het op 19 oktober 1996 te s-gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning,

Nadere informatie

Track Record Financieel toezicht

Track Record Financieel toezicht Financieel Toezicht Financieel Toezicht Met de inwerkingtreding van de Wet Financiële Dienstverlening in 2006 en de Wet op het Financieel Toezicht ( Wft ) in 2007 zijn de afzonderlijke, sectorale financiële

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500EA 'S-GRAVENHAGE

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500EA 'S-GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500EA 'S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd: CONSULTATIEVERSIE Besluit van ( datum), houdende wijziging van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van 15 november 2006 in verband met regels met betrekking tot de bescherming

Nadere informatie

Opening seminar 2015 door voorzitter Elly Blanksma

Opening seminar 2015 door voorzitter Elly Blanksma Opening seminar 2015 door voorzitter Elly Blanksma Geachte aanwezigen, Hartelijk welkom op ons jaarlijkse seminar Klantgericht Verzekeren. Het Keurmerk viert zijn eerste lustrum. Vijf jaar Keurmerk is

Nadere informatie

Privacy aspecten van apps

Privacy aspecten van apps Privacy aspecten van apps mr. Peter van der Veen Senior juridisch adviseur e: vanderveen@considerati.com t : @pvdveee Over Considerati Considerati is een juridisch adviesbureau gespecialiseerd in ICT-recht

Nadere informatie

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris!

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Prof. mr. A.J.M. Nuytinck Published in Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), 139,

Nadere informatie

Gedragscode Medewerkers Eumedion

Gedragscode Medewerkers Eumedion Gedragscode Medewerkers Eumedion Herzien op 19 december 2011 1. Definities Artikel 1 In deze Gedragscode wordt verstaan onder: Medewerkers: alle medewerkers van Eumedion, onafhankelijk van de duur waarvoor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 555 Aanpassing van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van

Nadere informatie

Leidraad tweedepijler pensioenadvisering

Leidraad tweedepijler pensioenadvisering Leidraad tweedepijler pensioenadvisering Aflevering 5: Passend advies houdt rekening met alle relevante wet- en regelgeving op het gebied van pensioenen Het adviseren van een werkgever over een tweedepijler

Nadere informatie

Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft. De behandeling van klachten en geschillen

Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft. De behandeling van klachten en geschillen Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft De behandeling van klachten en geschillen Wet op het financieel toezicht (Wft) In werking getreden 1 januari 2007 Opbouw: Wet + diverse amvb s Doelstelling:

Nadere informatie

DNB SEMINAR VERMOGENSBEHEER UITBESTEDING VERMOGENSBEHEER

DNB SEMINAR VERMOGENSBEHEER UITBESTEDING VERMOGENSBEHEER DNB SEMINAR UITBESTEDING Door: Oscar van Angeren I. Regulatory framework en II. Algemene contractuele aspecten 1 I. Regulatory framework Uitbestedingsregels pensioenfondsen: artikel 34 Pw en 12-14 BuPw.

Nadere informatie

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015.

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015. Vrijblijvende en ter oriëntatie bedoelde toelichting op procedure misleiding Staatsloterij en de eventuele mogelijkheid tot het verkrijgen van schadevergoeding of een andere vorm van compensatie. Naar

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 450 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht

Nadere informatie

Ontslag na doorstart faillissement

Ontslag na doorstart faillissement Ontslag na doorstart faillissement december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 277 Besluit van 11 juni 2009, houdende wijziging van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Stichting Bewaarder BNP Paribas Beleggingsfondsen NL. te Amsterdam. Jaarrekening 2013

Stichting Bewaarder BNP Paribas Beleggingsfondsen NL. te Amsterdam. Jaarrekening 2013 Stichting Bewaarder BNP Paribas Beleggingsfondsen NL te Amsterdam Jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Blad Verslag van het Bestuur 2 Jaarrekening Balans per 31 december 2013 4 Staat van baten en lasten over

Nadere informatie

Postbus 13346 3507 LH Utrecht Tel.: 030-220 10 70 Fax: 030-220 53 27 info@avdr.nl. Mr. K. Deelen. advocaat Unger Hielkema Advocaten. Mr. A. B.

Postbus 13346 3507 LH Utrecht Tel.: 030-220 10 70 Fax: 030-220 53 27 info@avdr.nl. Mr. K. Deelen. advocaat Unger Hielkema Advocaten. Mr. A. B. Mr. K. Deelen advocaat Unger Hielkema Advocaten Mr. A. B. van Els advocaat Unger Hielkema Advocaten Magna Charta Digital Law Review Loonsanctie voor de werkgever na 104 weken arbeidsongeschiktheid, loonsancties

Nadere informatie

DOSSIER- OPBOUW EN ONTSLAG

DOSSIER- OPBOUW EN ONTSLAG DOSSIER- OPBOUW EN ONTSLAG De praktijkgids voor leidinggevenden Volgens het nieuwe ontslagrecht MARGIT EIJSENGA Colofon Tekst: Margit Eijsenga, Het Arbeidsrechtkantoor Ontwerp en vormgeving: Sanna Terpstra,

Nadere informatie

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft een aanvraag ontvangen tot het afgeven van een verklaring in

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan A.J.M. Nuytinck Published in WPNR, 2008,

Nadere informatie

HM PENSIOENADVIES BV. Wie zijn wij?

HM PENSIOENADVIES BV. Wie zijn wij? HM PENSIOENADVIES BV Ons kantoor is gespecialiseerd in financiële diensten. Graag willen wij u laten zien hoe onze werkwijze is. In onze werkwijze staat uw bedrijf centraal. In deze dienstenwijzer geven

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg

Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over de wijze

Nadere informatie

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 232 Wijziging van de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet ter implementatie van verordening (EG) nr. 2111/2005 inzake de vaststelling van een

Nadere informatie