gewichten t = ton = kilo kg = kilogram = gram hg = hectogram = 100 gram g = gram = milligram mg = milligram = 0,001 gram

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "gewichten t = ton = 1.000 kilo kg = kilogram = 1.000 gram hg = hectogram = 100 gram g = gram = 1.000 milligram mg = milligram = 0,001 gram"

Transcriptie

1 gewicht en maat een dagelijkse maat hoe zit dat ook weer Als we het over maten hebben, dan moet je denken aan gewichten, lengtematen, oppervlaktematen, inhoudsmaten en tijdmaten. eenheden In het dagelijkse leven kun je in aanraking komen met de volgende eenheden: gewichten t = ton = kilo kg = kilogram = gram hg = hectogram = 100 gram g = gram = milligram mg = milligram = 0,001 gram lengtematen km = kilometer = meter hm = hectometer = 100 meter dam = decameter = 10 meter m = meter = 100 centimeter dm = decimeter = 10 centimeter cm = centimeter = 10 millimeter mm = millimeter = 0,1 centimeter in = inch = 2,54 centimeter oppervlaktematen hectare = 100 are = m² km² = vierkante kilometer = m² are = 100 m² centiare = 1 m² m² = vierkante meter = cm² cm² = vierkante centimeter = 100 mm² mm² = vierkante millimeter inhoudsmaten l. = liter = dm 3 dl. = deciliter = 0,1 liter cl. = centiliter = 0,01 liter ml. = milliliter = 0,001 liter Ook dit zijn inhoudsmaten: een dozijn is 12 stuks een gros is 12 dozijn of 144 stuks tijdmaten etmaal /dag uur kwartier minuut week kwartaal jaar jaar = 24 uren = 60 minuten = 15 minuten = 60 seconden = 7 etmalen/dagen = 13 weken of 3 maanden = 52 weken of 4 kwartalen = 12 maanden Rekenen in de detailhandel Pagina 140

2 zo kun je het ook onthouden Bij maten worden vaak afkortingen gebruikt, die steeds dezelfde grootte aangeven. Een bepaalde ruimte in het geheugen heet byte. Als je er daar van hebt, praat men over kilobytes (kb). Als je er van hebt, noemt men dat megabytes (MB). Als je er van hebt, zijn dat gigabytes (GB). Dus: kilo is de afkorting voor duizend, mega is de afkorting voor miljoen, giga is de afkorting voor miljard ( = ) Ook de term terabyte (TB) kom je steeds vaker tegen. 1 TB staat voor GB Kilo is de afkorting voor duizend. 1 kilogram is duizend gram 1 kilometer is meter Hecto is de afkorting voor honderd. 1 hectometer is honderd meter 1 hectogram is honderd gram 1 hectoliter is honderd liter 1 hectare is honderd are Deca is de afkorting voor tien. 1 decameter is tien meter Deci is de afkorting voor een tiende deel. 1 decimeter is een tiende deel van een meter 1 deciliter is een tiende deel van een liter Cent(i) is de afkorting voor een honderdste deel. 1 centimeter is een honderdste deel van een meter 1 centiliter is een honderdste deel van een liter 1 procent is een honderdste deel van het geheel 1 eurocent is een honderdste deel van een euro Milli is de afkorting voor een duizendste deel. 1 millimeter is een duizendste deel van een meter 1 milliliter is een duizendste deel van een liter 1 promille is een duizendste deel van het geheel De oppervlakte van een rechthoek is: lengte x breedte. handig om te weten Een normale fles frisdrank bevat ongeveer 1 liter. Een normaal glas frisdrank bevat circa 2 centiliter. Een cm 3 is ongeveer de inhoud van een normale dobbelsteen. Een kubieke meter (m 3 ) is de inhoud van een kist die 1 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog is. Een volwassen persoon is ongeveer 1,80 groot. Een volwassen persoon weegt circa 75 kilogram. Een literpak melk weegt 1 kilogram. Een ons is 100 gram. Een pond is 500 gram. Een voetbalveld is iets kleiner dan een hectare. Een sigaret weegt 10 gram Rekenen in de detailhandel Pagina 141

3 gewicht in de winkel hoe zit dat ook weer In Nederland en in Europees verband zijn in het verleden afspraken gemaakt over de verschillende eenheden. In de winkel ben je verplicht je aan deze eenheden te houden. Zo zijn het ons en het pond geen officiële eenheden meer in Nederland. Het ons moet zijn 100 gram en het pond 500 gram. In het dagelijks spraakgebruik worden deze termen wel nog vaak gebruikt. Daarom moet je ook met deze gewichtseenheden kunnen rekenen. Het is handig als je de volgende rijtjes goed leert. milligram = mg gram kilogram 1.000x 1.000x voorbeeld Vul in: 2 kilogram = gram. Tussen kilogram en gram maak je een stapgrootte van De gewichtseenheid gaat omlaag, dan gaat het getal omhoog. Dus: 2 x = gram. voorbeeld Vul in: milligram = kilogram. Tussen milligram en kilogram zitten twee stapgroottes van elk 1000x. De gewichtseenheid gaat omhoog, dus het getal omlaag. Dus: milligram = gram = 25 gram = kilogram = 0,025 kg. Onthoud de volgende zin: Als de gewichtseenheid groter wordt, dan wordt het getal kleiner. Of andersom: Als de gewichtseenheid kleiner wordt, dan wordt het getal groter. Rekenen in de detailhandel Pagina 142

4 opgaven 1. Vul de ontbrekende getallen in. a. 1 kg = gram f gram = 21 kg b. 2 kg = gram g gram = 22,6 kg c. 0,045 kg = 45 gram h gram = 21,3 kg d. 5,1 kg = gram i gram = 2,6 kg e. 0,004 kg = 4 gram j. 540 gram = 0,54 kg 2. Vul de ontbrekende getallen in. a. 15 gram = mg f mg = 8 gram b. 200 gram = mg g mg = 84 gram c. 450 gram = mg h mg = 45,6 gram d gram = mg i mg = 9,8 gram e gram = mg j. 260 mg = 0,26 gram 3. Vul het te betalen bedrag in. prijs per eenheid x 1,- gekochte hoeveelheid te betalen bedrag x 1,- a. 8,60 per kg 16,5 kg 141,90 b. 6,25 per kg 122,25 hg 76,41 c. 3,50 per kg 68 gram 0,24 d. 1,58 per kg mg 0,01 e. 19,50 per kg 4 ons 7,80 4. Vul de prijs per eenheid in. prijs per eenheid x 1,- gekochte hoeveelheid te betalen bedrag x 1,- a. 2,10 per kg 7,5 kg 15,75 b. 250,00 per kg 32 gram 8,00 c ,00 per kg 12 gram 48,60 d. 33,00 per kg 2 ons 6,60 e. 1,10 per kg 5 pond 2,75 5. Een klant laat twee struiken andijvie afwegen. De prijs van een kilo andijvie is 1,49. De twee struiken wegen 545 gram. Welk bedrag staat op het prijsetiket dat uit de prijsweegschaal komt? 0,81 Rekenen in de detailhandel Pagina 143

5 6. De prijs per 100 gram ossenhaas is 1,49. Een klant vraagt aan de verkoper een stuk van ± 2 kg. De weegschaal geeft 1,75 kilo aan. De klant gaat hiermee akkoord. a. Bereken het bedrag dat de verkoopmedewerkster aanslaat op de kassa. 26,08 b. Welk bedrag moet de klant afrekenen? Hij pint/chipt niet en in de winkel wordt afgerond op veelvouden van vijf eurocent. 26, kilo achterham kost 16,45. Welk bedrag is te lezen op de prijsweegschaal als de verkoopster er een schaaltje achterham op legt met een gewicht van: a. 105 gram, 1,73 b. 156 gram, 2,57 c. 3 ons, 4,94 d. 259 gram? 4,26 8. Bij kaashandel Boor in Klimmen wordt Maaslander kaas aangeboden voor 5,75 per halve kilo. Als de weegschaal 612 gram aangeeft, wat is dan de prijs voor deze hoeveelheid kaas? 7,04 9. Bij een bouwmarkt wordt lood aangeboden voor de prijs van 5,75 per kilo. Als je van deze rol een stuk lood hebt afgesneden, blijkt dat een gewicht te hebben van 12,64 kilo. Hoeveel kost deze hoeveelheid lood? 72, De prijs per kilo Leerdammer kaas is 9,49. Een klant vraagt aan de verkoopster een stuk van ± 500 gram. De weegschaal geeft 556 gram aan. De klant gaat hiermee akkoord. a. Bereken het bedrag dat de verkoopster aanslaat op de kassa. 5,28 b. Welk bedrag moet deze klant afrekenen? Hij pint/chipt niet en in de winkel wordt afgerond op veelvouden van vijf eurocent. 5,30 Rekenen in de detailhandel Pagina 144

6 11. Een klant koopt in een delicatessenzaak de volgende artikelen: 100 gram schouderham à 13,90 per kilo 250 gram boterhamworst à 0,59 per 100 gram 1 pond licht belegen kaas à 5,45 per kilo 250 gram gebrande pinda's à 1,89 per 250 gram Bereken het totaalbedrag dat op de kassabon van de klant staat. 1,39 1,48 2,73 1,89 7, Gouwenaar kaas kent een aanbiedingsprijs van 3,45 voor 2,95 per 500 gram. a. Welk bedrag is te lezen op de prijsweegschaal als de verkoopster een stuk Gouwenaar kaas van 569 gram afsnijdt en op de prijsweegschaal legt? 3,36 b. Bereken hoeveel procent de Gouwenaar kaas in prijs is verlaagd (afronden op één decimaal nauwkeurig). 14,5% 13. Een groentedetaillist maakt dagelijks diverse soorten rauwkostsalade. Voor één kilo fantasiesalade gebruikt hij de volgende ingrediënten: wortelen 200 gram à 1,50 per kilo witte kool 250 gram à 0,75 per kilo selderij100 gram à 1,25 per kilo komkommer 225 gram à 0,33 per kilo tomaten 150 gram à 1,- per kilo prei 75 gram à 2,25 per kilo a. Hoeveel gram van iedere soort groente heeft de groentedetaillist nodig als hij 4,5 kilo fantasiesalade gaat maken? wortelen 900 gram witte kool selderij komkommer tomaten gram 450 gram 1.012,5 gram 675 gram prei 337,5 gram b. Bereken de prijs van één kilo fantasiesalade (afronden op veelvouden van tien eurocent). ( 1,35 + 0,84 + 0,56 + 0,33 + 0,68 + 0,76 ) 4,5 kg = 4,52 4,5 = 1,00 Rekenen in de detailhandel Pagina 145

7 tarra verpakking heeft ook gewicht Naast het gewicht van het artikel, krijg je bij jouw winkelwerk ook nog te maken met het gewicht van de verpakking. We hebben het dan over het: brutogewicht Dit is het gewicht van de artikelen, inclusief de verpakking. tarra Dit is het gewicht van de verpakking. Tarra wordt altijd uitgedrukt in een percentage van het brutogewicht. Tarra wordt (normaal gesproken) op hele kilo's afgerond. nettogewicht Dit is het brutogewicht min de tarra. Dus: het gewicht van de artikelen. Soms is het gewicht van de verpakking zo gering dat je hiermee geen rekening hoeft te houden. Er wordt dan geleverd onder de conditie bruto voor netto. opgaven 14. Het brutogewicht van een doos schouderham is 12,5 kilo. Voor tarra geldt 2,4%. Er worden 14 dozen achterham besteld. Bereken het nettogewicht van deze partij achterham (afronden op twee decimalen nauwkeurig). (14 x 12,5) 175 kg x 0,976 = 170,80 kg 15. Het brutogewicht van een doos appels is 8 kilo. Voor tarra geldt 2,75%. Er worden 20 dozen appels besteld. Bereken het nettogewicht van deze partij (afronden op twee decimalen nauwkeurig). 160 x 0,9725 = 155,60 kg 16. Het brutogewicht van een doos melkpakken is 11 kilo. Er worden 125 dozen besteld. Het nettogewicht van deze partij blijkt kilo te zijn. Bereken het percentage dat voor tarra geldt (afronden op twee decimalen nauwkeurig). Tarra is = 25 kg. Dat is 1,82 % 17. De slager krijgt 4 dozen runderrookvlees geleverd. Het brutogewicht is gemiddeld 12,5 kilo per doos. Voor tarra wordt een percentage van 2,5 gehanteerd. Bereken het totale nettogewicht van het geleverde runderrookvlees (afronden op twee decimalen nauwkeurig). 50 x 0,975 = 48,75 kg Rekenen in de detailhandel Pagina 146

8 18. Het brutogewicht van een doos leverworst bedraagt 8 kilo. Er worden 15 dozen besteld. Het nettogewicht van deze partij blijkt 116 kilo te zijn. Bereken het percentage dat voor tarra geldt (afronden op één decimaal nauwkeurig). 4 kg, 3,33% EIW BV 19. De chef-slager van een supermarkt ontvangt 8 dozen rosbief. Het brutogewicht is gemiddeld 8,5 kilo per doos. Voor tarra wordt een percentage van 1,5 gehanteerd. Bereken het totale nettogewicht van de totale partij ontvangen rosbief (afronden op twee decimalen nauwkeurig). 68 x 0,985 = 66,98% 20. De eigenaar van een delicatessenzaak krijgt 12 dozen Prager Saftschinken geleverd. Het brutogewicht is gemiddeld 15,45 kilo per doos. Voor tarra wordt een percentage van 2¼ gehanteerd. Bereken het totale nettogewicht van de geleverde Prager Saftschinken (afronden op twee decimalen nauwkeurig). 185,4 x 0,9775 = 181,23 kg Rekenen in de detailhandel Pagina 147

9 lengtematen hoe zit dat met de lengte in maat Het is handig als je de volgende rijtjes nog eens goed leert. mm. cm. dm. m. dam. hm. km. 10x 10x 10x 10x 10x 10x Een stap betekent tien keer of het tiende deel. Twee stappen betekenen 100 keer of delen door 100. Enzovoorts. voorbeeld 1 Vul in: 75 mm. = dm. Tussen mm. en dm. maak je twee stapgroottes; dus de factor is 100. De maat gaat van mm. naar dm., dus de maat wordt groter, en moet in dit voorbeeld 75 kleiner worden. Dit kan alleen door delen door 100. Dus: 75 mm. = 0,75 dm. voorbeeld 2 Vul in: 0,2 km. = dm. Tussen km en dm maak je vier stapgroottes; dus de factor is De maat gaat van km naar dm, dus de maat wordt fors kleiner, en moet in dit voorbeeld 0,2 groter worden. Dit kan alleen door met te vermenigvuldigen. Dus: 0,2 km. = 0,2 x dm. = dm. Onthoud de volgende zin: Als de maat groter wordt, dan wordt het getal kleiner. Of andersom: Als de maat kleiner wordt, dan wordt het getal groter. opgaven 21. Vul de ontbrekende getallen in. a. 3 km = m f m = 3 km b. 3 km = 30 hm g m = 15,6 km c. 3 km = cm h. 12,8 hm = 1,28 km d. 2,1 km = 210 dam i cm = 1,5 km e. 0,04 km = 400 dm j. 42,5 dam = 0,425 km 22. Vul de ontbrekende getallen in. a. 21 hm = 2,1 km f. 280 m = 2,8 hm b. 0,12 hm = 0,012 km g m = 24,8 hm c. 1,53 hm = cm h. 12,8 km = 128 hm d. 0,85 hm = 8,5 dam i cm = 1,2 hm e. 0,12 hm = 120 dm j. 428,5 dam = 42,85 hm Rekenen in de detailhandel Pagina 148

10 23. Vul de ontbrekende getallen in. a m = 218 km f. 15 dam = 150 m b m = hm g. 248 dm = 24,8 m c. 125 m = cm h. 0,75 km = 750 m d. 0,885 m = 885 mm i cm = 276 m e. 124 m = dm j. 960 mm = 0,96 m 24. Vul de ontbrekende getallen in. a cm = 58,9 km f. 1,85 dam = cm b cm = 6 hm g. 860 dm = cm c. 825 cm = 8,25 m h. 0,2 km = cm d. 0,885 cm = 8,85 mm i. 27,8 m = cm e cm = dm j mm = 100 cm 25. Vul de ontbrekende getallen in. a mm = 500 cm f. 1,8 m = mm b. 600 mm = 6 dm g. 80 dm = mm c. 8,5 mm = 0,0085 m h. 0,28 cm = 2,8 mm d. 340 mm = 34 cm i. 2,9 m = mm e. 120 mm = 1,2 dm j. 14 dm = mm 26. Vul het te betalen bedrag in. prijs per eenheid x 1,- gekochte hoeveelheid te betalen bedrag x 1,- a. 2,50 per meter 168 cm 4,20 b. 6,40 per meter 122,25 cm 7,82 c. 3,20 per meter 62,5 dm 20,00 d. 0,28 per dm mm 24,29 e. 3,50 per meter 35 dm 12, Vul de prijs per eenheid in. prijs per eenheid x 1,- gekochte hoeveelheid te betalen bedrag x 1,- a. 0,05 per dm 7,5 m 3,75 b. 1,50 per m 32 dm 4,80 c. 0,27 per dm 12 m 32,00 d. 0,20 per cm 132 mm 2,64 e. 1,53 per m 325 cm 4,96 Rekenen in de detailhandel Pagina 149

11 28. Een klant koopt in een stoffenzaak 3,75 m stof à 11,95 per meter, 3 klossen garen à 2,25 per stuk en 60 cm band à 1,98 per meter. Bereken het bedrag dat de klant moet afrekenen. Er wordt gepind. 44,81 6,75 1,19 52,75 EIW BV 29. Een klant koopt in een doe-het-zelfzaak 5 kepers met een lengte van 2,40 meter per stuk. De prijs is 1,59 per strekkende meter. Bereken het bedrag dat de klant moet betalen. 19, Een klant wil een keukenplafond beslaan met kunststof schroten. De keuken heeft de volgende afmetingen: lxb: 345 cm x 295 cm. De schroten hebben een standaardlengte van 2,70 m, 3,00 m, 3,60 m en 4,00 m en een werkende breedte van 10 cm. De klant wil de schroten in de lengte verwerken. De schroten zitten per 10 stuks verpakt. De prijs is 1,05 per meter. Bereken het bedrag dat de klant moet betalen voor het beslaan van het keukenplafond? lengte schroten moet 3,60 meter zijn. Er zijn 30 schroten nodig voor de breedte van 2,95 meter te beslaan. Kosten: 30 x 3,6 x 1,05 = 113, Een slaapkamer heeft de volgende afmetingen: 3,50 m x 2,90 m. De hoogte is 260 cm. Om te behangen heeft een klant in de verfspeciaalzaak behang van 38,95 per rol uitgezocht met een breedte van 53 cm en een lengte van 10 m per rol. Ramen en deuren worden buiten beschouwing gelaten. Bereken het bedrag dat de klant voor het behang moet betalen. Per rol maar 3 banen bruikbaar. Aantal banen is ( ) 53 = 24,15 banen, dus 25 banen. Dit zijn 9 rollen. Kosten 9 x 38,95 = 350, Mevrouw N. Pepels koopt in een stoffenzaak: 270 cm dessinstof à 9,85 per meter, 3,60 m unistof à 13,95 per meter, 1,5 m BJ-band à 0,20 per decimeter, 3 ritssluitingen à 4,95 per stuk. De prijzen van het stof worden op 0,10 naar beneden afgerond. Bereken het totale bedrag dat mevrouw N. Pepels in de stoffenzaak moet afrekenen. 26,60 50,22 3,00 14,85 94,67 Rekenen in de detailhandel Pagina 150

12 33. Bij een filiaal van de Boerenbond in Giethoorn kost bindtouw 0,08 per meter. Hoeveel kost dan een hele klos bindtouw van 145,28 meter? 11, Twee buurmannen willen een groenafscheiding de achtertuinen kopen. De kosten van de groenafscheiding worden gelijk verdeeld. De verkoper van het tuincentrum adviseert sierdennen (taxus) à 12,95 per stuk. De sierdennen moeten om de 0,4 meter geplant worden. Aan het begin en aan het einde komt ook een sierden. De tuin heeft een diepte van 8,40 m. Welk bedrag moet iedere buurman betalen voor de afscheiding? 8,40 0,40 = 21 plus 1 = 22 sierdennen. 22 x 12,95 2 = 142, Een klant koopt in een stoffenzaak 1,80 m stof à 5,95 per meter, 2 klosjes garen à 1,95 per stuk en 75 cm band à 2,98 per meter. Bereken het bedrag dat de klant moet afrekenen. Er wordt gepind. 10,71 3,90 2,24 16, Mevrouw H. Knoops koopt op de markt: 470 cm stof à 10,- per meter, 3,60 m stof à 12,50 per meter, 15 m elastiek à 0,75 per meter, 2 ritssluitingen à 5,50 per stuk. Bereken het totale bedrag dat mevrouw H. Knoops op de markt moet afrekenen. 47,00 45,00 11,25 11,00 114, In een doe-het-zelfzaak verkoopt men balkhout. Een balk van 7x7 cm kost 1,49 per strekkende meter. De standaardlengte per balk is 3,20 meter. Een klant heeft 176 meter balk van 7x7 cm nodig. a. Hoeveel balken heeft de klant nodig? 176 3,20 = 55 stuks. b. Hoeveel kost deze partij hout? 262,24 c. Aan de kassa krijgt de klant 10% korting op de totaalprijs. Hoeveel betaalt deze klant aan de kassa? 236,02 Rekenen in de detailhandel Pagina 151

13 38. In een doe-het-zelfzaak verkoopt men balkhout. Een balk van 5x7cm kost 0,75 per strekkende meter. De standaardlengte per balk is 2,80 meter. Een klant heeft 26 balken van 5x7 cm nodig. a. Hoeveel meter balk heeft deze klant nodig? 72,8 meter. b. Hoeveel kost deze partij hout? 54,60 c. Aan de kassa aangekomen, ziet de klant dat hij op alle artikelen 10% korting krijgt, als hij in het bezit is van een kluskaart. Deze kaart kost eenmalig 12,50. Heeft de klant voordeel aan het kopen van deze kluskaart? Motiveer het antwoord met een berekening. 10 % is maar 5,46. De kluskaart kost 12,50, dus voorlopig nog geen voordeel. d. Bereken hoeveel deze klant aan de kassa betaalt voor de kluskaart en de partij hout. 54,60-5, ,50 = 61, Een schutting wordt 4,55 m lang en 1,80 m hoog. De planken die gebruikt kunnen worden hebben een werkende breedte van 15 cm en zijn te verkrijgen in lengten vanaf 180 cm oplopend met 30 cm tot 3,60 m. Stukken kleiner dan een meter kunnen niet meer verwerkt worden. De prijs van het hout is ongeacht de lengte 5,89 per meter. a. Welke lengtemaat van het hout is het gunstigste? 1,80 m b. Hoeveel planken zijn er nodig? = 31 c. Wat moet er afgerekend worden? Er wordt gepind. 31 x 5,89 x 1,8 = 328,66 Rekenen in de detailhandel Pagina 152

14 oppervlaktematen hoe zit dat met de oppervlakte in maat Het is handig als je de volgende rijtjes nog eens goed leert. mm 2 cm 2 dm 2 m 2 dam 2 hm 2 km 2 100x 100x 100x 100x 100x 100x Een stap betekent honderd keer of het honderdste deel (10 2 is immers 100). Twee stappen betekenen (100x100) keer of delen door (100x100). Enzovoorts. voorbeeld 1 Vul in: mm 2 = dm 2. Tussen mm 2 en dm 2 maak je twee stapgroottes, dus de factor is 100x100= De maat gaat van mm 2 naar dm 2, dus de maat wordt groter, en moet in dit voorbeeld kleiner worden. Dit kan alleen door delen door Dus: mm 2 = dm 2 = 6,5 dm 2. voorbeeld 2 Vul in: 0,024 km 2 = m 2. Tussen km 2 en m 2 maak je drie stapgroottes, dus de factor is 100x100x100= De maat gaat van km 2 naar m 2, dus de maat wordt kleiner, en moet in dit voorbeeld 0,024 groter worden. Dit kan alleen door te vermenigvuldigen met Dus: 0,024 km 2 = 0,024 x dm 2 = m 2. Ook nu geldt weer: Als de maat groter wordt, dan wordt het getal kleiner. Of andersom: Als de maat kleiner wordt, dan wordt het getal groter. opgaven 40. Vul de ontbrekende getallen in. a. 3 km 2 = 300 hm 2 f dam 2 = 3 km 2 b. 6,2 km 2 = dam 2 g hm 2 = km 2 c. 7,3 km 2 = m 2 h hm 2 = 120 km 2 d. 2,1 km 2 = dam 2 i m 2 = 1,5 km 2 e. 0,04 km 2 = 4 hm 2 j. 442,5 dam 2 = 0,04425 km Vul de ontbrekende getallen in. a hm 2 = 21 km 2 f m 2 = 1,26 hm 2 b. 0,1 hm 2 = 10 dam 2 g dam 2 = 24,8 hm 2 c. 1,5 hm 2 = m 2 h. 12,8 km 2 = hm 2 d. 0,25 hm 2 = 25 dam 2 i m 2 = 1,2 hm 2 e. 0,12 hm 2 = m 2 j. 428,5 dam 2 = 4,285 hm 2 Rekenen in de detailhandel Pagina 153

15 42. Vul de ontbrekende getallen in. a m 2 = 0,218 km 2 f. 15 dam 2 = m 2 b m 2 = 300 hm 2 g. 248 dm 2 = 2,48 m 2 c. 125 m 2 = dm 2 h. 0,75 km 2 = m 2 d. 0,885 m 2 = cm 2 i cm 2 = 2,76 m 2 e. 124 m 2 = dm 2 j. 960 mm 2 = 0,00096 m Vul de ontbrekende getallen in. a cm 2 = 589 m 2 f. 1,85 m 2 = cm 2 b cm 2 = 600 dm 2 g. 860 dm 2 = cm 2 c. 825 cm 2 = 0,0825 m 2 h. 0,2 m 2 = cm 2 d. 0,885 cm 2 = 88,5 mm 2 i. 27,8 dam 2 = cm 2 e cm 2 = 1,2 m 2 j mm 2 = 10 cm Vul de ontbrekende getallen in. a. 1centiare = 1 m 2 f centiare = 12 are b. 3centiare = 3 m 2 g centiare = 30 are c. 125centiare = 125 m 2 h. 125centiare = 1,25 are d. 2,8centiare = 2,8 m 2 i centiare = 298 are e. 0,44centiare = 0,44 m 2 j. 75centiare = 0,75 are 45. Vul de ontbrekende getallen in. a. 0,2 hectare = 20 are f. 165 hectare = are b. 3 hectare = 300 are g. 250 hectare = are c. 12 hectare = are h. 615 hectare = are d. 2,9 hectare = 290 are i. 28,28 hectare = are e. 0,88 hectare = 88 are j. 17,45 hectare = are 46. Vul de ontbrekende getallen in. a. 11 hectare = centiare f. 1,25 hectare = 125 centiare b. 0,4 hectare = 40 centiare g. 3,759 hectare = 375,9 centiare c. 65 hectare = centiare h. 25,755 hectare = 2.575,5 centiare d. 5,4 hectare = 540 centiare i. 16,45 hectare = centiare e. 22,7 hectare = centiare j. 8,5 hectare = 850 centiare Rekenen in de detailhandel Pagina 154

16 47. Vul de ontbrekende getallen in. a. 12 are = m 2 f. 200 hectare = m 2 b. 35 are = m 2 g. 8,8 hectare = 880 m 2 c. 12,5 are = m 2 h. 36 hectare = m 2 d. 280 are = m 2 i hectare = m 2 e. 65 are = m 2 j. 2,8 hectare = 280 m De oppervlakte van een vierkant wordt berekend met de formule: oppervlakte = zijde 2 Bereken de oppervlakte van het vierkant, als de zijde bekend is. a. zijde = 5 cm = 25 cm 2 b. zijde = 10 dm = 100 dm 2 c. zijde = 15 cm = 225 cm 2 d. zijde = 20 dm = 400 dm 2 e. zijde = 12,5 cm = 25 cm 2 f. zijde = 30 mm = 900 mm Bereken welke zijde bij de vierkanten behoort als de oppervlakte gegeven is. a. oppervlakte = 36 cm 2 = 6 cm b. oppervlakte = 144 cm 2 = 12 cm c. oppervlakte = 81 dm 2 = 9 dm d. oppervlakte = 196 cm 2 = 14 cm e. oppervlakte = 64 m 2 = 8 m f. oppervlakte = 36 m 2 = 6 m 50. In de winkel komt een klant die een wand gaat schilderen. Hij kiest een verfsoort, die per m² 6,30 kost. De afmetingen van de muur zijn: 8 meter lang en 2,75 meter hoog. a. Bereken de oppervlakte van de muur. 22 m 2 b. Bereken hoeveel de verf die nodig is, kost. 138, Een muurtje wordt dubbelwandig gemetseld met bakstenen. De gekozen bakstenen kosten 0,42 per stuk. Per m² heeft men gemiddeld 64 stenen nodig (waalformaat). Het muurtje heeft een lengte van 14,5 meter en een hoogte van 1,60 meter. a. Hoeveel stenen adviseer je? 14,5 x 1,6 x 2 = 46,4 m 2 Dus 46,4 x 64 = stenen. b. Hoeveel kost deze partij stenen? 1.247,40 Rekenen in de detailhandel Pagina 155

17 52. Een doos tegels bevat tegels voor 0,92 m² vloeroppervlakte. Deze doos tegels kost 29,50. De te betegelen keuken is 3,20 meter breed en heeft een lengte van 550 centimeter. a. Hoeveel hele dozen tegels zijn er nodig voor deze vloer? 3,2 x 5,5 = 17,6 m 2 Dus 19,13 = 20 dozen. b. Hoeveel kost deze partij tegels? 590,- 53. Een tuinschuurtje (met een plat dak) heeft een lengte van 4 meter, een breedte van 3 meter en een hoogte van 2,50 meter. De wanden van dit tuinhuisje worden geverfd. Deze verf is te koop in blikken van 5 liter. Elke liter verf is goed voor 6 m² oppervlakte. Een blik kwaliteitsverf kost 42,-. De wanden van het schuurtje worden elk 3 keer geschilderd. a. Hoeveel hele blikken verf zijn er minimaal nodig? , ,50 = 35 m 2 x 3 = 105 m 2 1 blik is voor 30 m 2 Dus 4 blikken nodig. b. Hoeveel kost deze hoeveelheid verf? 168, Een rechthoekig stuk tuin van jouw woonhuis heeft een lengte van 8 meter en een breedte van 540 centimeter. Jouw vader gaat deze tuin betegelen. a. Bereken de oppervlakte van de te betegelen tuin in m 2. lengte x breedte = 8 m x 5,4 m = 43,2 m 2 b. Bereken de oppervlakte van de te betegelen tuin in dam 2. 43,2 100 = 0,432 dam Een rechthoekig stuk land heeft een lengte van 60 meter en een breedte van 54 meter. a. Bereken de oppervlakte van dit stuk land in m 2. l x b = 60 x 54 = m 2 b. Bereken de oppervlakte in dam = 32,4 dam 2 c. Bereken de oppervlakte in are m 2 = centiare = 32,4 are. d. Bereken de oppervlakte in hectare. 32,4 are 100 = 0,324 hectare. Rekenen in de detailhandel Pagina 156

18 inhoudsmaten hoe zit dat met de inhoud van de maat Het is handig als je de volgende rijtjes nog eens goed leert. mm 3 cm 3 dm 3 m 3 dam 3 hm 3 km x 1000x 1000x 1000x 1000x 1000x Een stap betekent duizend keer of het duizendste deel (10 3 is immers 1.000). Twee stappen betekenen (1.000x1.000) keer of delen door (1.000x1.000). Enzovoorts. voorbeeld 1 Vul in: mm 3 = dm 3. Tussen mm 3 en dm 3 maak je twee stapgroottes, dus de factor is 1.000x1.000 = De maat gaat van mm 3 naar dm 3, dus de maat wordt groter, en moet in dit voorbeeld kleiner worden. Dit kan alleen door te delen door Dus: mm 3 = = 0,012 dm 3. voorbeeld 2 Vul in: 0,2 km 3 = m 3. Tussen km 3 en m 3 maak je drie stapgroottes, dus de factor is De maat gaat van km 3 naar m 3, dus de maat wordt fors kleiner, en moet in dit voorbeeld 0,2 groter worden. Dit kan alleen door met te vermenigvuldigen. Dus: 0,2 km 3 = 0,2 x m 3 = m 3. opgaven Een andere inhoudennotatie is: milliliter = ml. centiliter = cl. deciliter =dl. liter = dm 3 10x 10x 10x Ook nu geldt weer: Als de maat groter wordt, dan wordt het getal kleiner. Of andersom: Als de maat kleiner wordt, dan wordt het getal groter. 56. Vul de ontbrekende getallen in. a. 1 km 3 = hm 3 f dam 3 = 0,02 km 3 b. 2 km 3 = dam 3 g hm 3 = 225,6 km 3 c. 0,045 km 3 = m 3 h hm 3 = 22 km 3 d. 5,1 km 3 = dam 3 i m 3 = 0,0026 km 3 e. 0,004 km 3 = 4 hm 3 j. 223,5 dam 3 = 0, km Vul de ontbrekende getallen in. a hm 3 = 2,8 km 3 f m 3 = 0,0126 hm 3 b. 0,2 hm 3 = 200 dam 3 g dam 3 = 2,48 hm 3 c. 4,5 hm 3 = m 3 h. 12,8 km 3 = hm 3 d. 0,55 hm 3 = 550 dam 3 i m 3 = 0,012 hm 3 e. 0,1 hm 3 = m 3 j. 428,5 dam 3 = 0,4285 hm 3 Rekenen in de detailhandel Pagina 157

19 58. Vul de ontbrekende getallen in. a m 3 = 0, km 3 f. 15 dam 3 = m 3 b m 3 = 2,5 hm 3 g. 348 dm 3 = 0,348 m 3 c. 135 m 3 = dm 3 h. 0,75 km 3 = m 3 d. 0,885 m 3 = cm 3 i cm 3 = 0,0376 m 3 e. 134 m 3 = dm 3 j. 960 mm 3 = 0, m Vul de ontbrekende getallen in. a cm 3 = 7,89 m 3 f. 1,85 m 3 = cm 3 b cm 3 = 60 dm 3 g. 860 dm 3 = cm 3 c. 835 cm 3 = 0, m 3 h. 0,3 m 3 = cm 3 d. 0,885 cm 3 = 885 mm 3 i. 37,8 dam 3 = cm 3 e cm 3 = 0,013 m 3 j mm3 = 1 cm Vul de ontbrekende getallen in. a dm 3 = liter f. 4,75 m 3 = liter b dm 3 = liter g. 8,75 m 3 = liter c dm 3 = liter h. 10,45 m 3 = liter d. 0,955 dm 3 = 0,955 liter i. 7,8 m 3 = liter e dm 3 = liter j. 1,9 m 3 = liter 61. Vul de ontbrekende getallen in. a. 0,67 m 3 = 670 liter f. 45,85 m 3 = liter b. 6,1 m 3 = liter g dm 3 = liter c. 0,35 m 3 = 350 liter h. 1,545 m 3 = liter d. 0,135 m 3 = 135 liter i. 0,095 dam 3 = liter e. 58,5 m 3 = liter j mm 3 = 4,5 liter 62. Vul de ontbrekende getallen in. a cm 3 = 890 liter f. 635 cm 3 = 0,635 liter b cm 3 = 40 liter g. 725 cm 3 = 0,725 liter c. 675 cm 3 = 0,675 liter h cm 3 = 9 liter d cm 3 = 12,5 liter i. 850 cm 3 = 0,85 liter e cm 3 = 14,8 liter j cm 3 = 42 liter Rekenen in de detailhandel Pagina 158

20 63. Vul de ontbrekende getallen in. a cl = liter f. 230 cl = 2,3 liter b cl = 650 liter g. 555 cl = 5,55 liter c. 485 cl = 4,85 liter h cl = 37,85 liter d cl = 720 liter i cl = liter e cl = 137,56 liter j cl = 91,5 liter 64. Vul de ontbrekende getallen in. a ml = 4 liter f. 725 ml = 0,725 liter b ml = 69 liter g ml = 8,6 liter c. 800 ml = 0,8 liter h ml = 45 liter d ml = 1 liter i ml = 245 liter e ml = 12,8 liter j ml = 89,5 liter 65. Vul de ontbrekende getallen in. a ml = 7 liter f. 385 cl = 3,85 liter b cl = 680 liter g. 15 ml = 0,015 liter c. 600 ml = 0,6 liter h cl = 67,5 liter d cl = 56 liter i. 245 ml = 0,245 liter e ml = 33,8 liter j cl = 235 liter 66. De inhoud van een kubus wordt berekend met de formule: inhoud = ribbe 3. Bereken de inhoud van de kubus, als de ribbe bekend is. a. ribbe = 4 cm = 4 x 4 x 4 = 64 cm 3. b. ribbe = 20 cm = 20 x 20 x 20 = cm 3. c. ribbe = 12 cm = 12 x 12 x 12 = cm 3. d. ribbe = 25 cm = 25 x 25 x 25 = cm 3. e. ribbe = 17,5 cm = 17,5 x 17,5 x 17,5 = 5.359,375 cm 3. f. ribbe = 32 cm = 32 x 32 x 32 = cm Vul het te betalen bedrag in. prijs per eenheid x 1,- gekochte hoeveelheid te betalen bedrag x 1,- a. 8,60 per liter 16,8 liter 144,48 b. 6,25 per liter 122,25 cl. 7,64 c. 3,50 per liter 68 dl. 23,80 d. 1,58 per liter ml. 13,71 e. 9,50 per liter 45 dl. 42,75 Rekenen in de detailhandel Pagina 159

21 68. In een flesje eau de toilette van 39,95 zit 60 ml. Bereken de prijs van 1 liter eau de toilette (afronden op veelvouden van vijf eurocent). 665,83 EIW BV 69. In een flesje eau de toilette van 59,95 zit 35 ml. Bereken de prijs van 1 liter eau de toilette (afronden op veelvouden van vijf eurocent). 1 liter kost 59,95 35 ml x ml. = 1.712, Vul de prijs per eenheid in. prijs per eenheid x 1,- gekochte hoeveelheid te betalen bedrag x 1,- a. 11,00 per l 4,5 l. 49,50 b. 1,50 per l 32 dl. 4,80 c. 0,30 per dl 12 l. 36,00 d. 0,40 per cl 152 ml. 6,08 e. 11,96 per l 125 cl. 14, In parfumerie Claessens kunnen klanten flesjes parfum laten bijvullen. In een parfumflesje gaat 35 ml. De prijs per dl. is 123,55. a. Hoeveel parfumflesjes heeft men minimaal nodig om 1 liter parfum te verkopen? = 29 flessen. b. Wat is de prijs van een parfumflesje? 1 liter kost 1.235,50 1 ml kost dan 1, ml kosten dan 43, Werner van Doren heeft in de supermarkt de volgende dranken voor zijn verjaardagsfeestje gekocht. 2 kratjes à 24 x 0,3 liter Beer Malt van 12,59 voor 11,49 per kratje; statiegeld 3,80 per krat, 6 flessen Le-Deuc orange, 1,5 literfles 99 eurocent; aanbieding gratis; statiegeld 50 eurocent per fles, 4 flessen Bergerac Al Farel 99, fles à 0,75 liter van 5,45 voor 4,45, 6 flessen Ferschi Cassis, 1½liter lichtgewichtfles; aanbieding 2 flessen van 2,10 voor 1,98; statiegeld 0,50 per fles. Werner heeft voor 6,- emballage ingeleverd. Hoeveel liter drank heeft Werner gekocht? 22, = 35,4 liter. 73. Een tuin heeft de volgende maten 10,65 m x 5,55 m. Deze tuin wordt 20 cm afgegraven en aangevuld met schone tuinaarde van 45,- per m 3 (= liter). Er kan alleen per ½ m 3 geleverd worden. a. Hoeveel m 3 tuinaarde moet het tuincentrum brengen? 10,65 x 5,55 x 0,2 = 11,8215 m 3 Dus 12 m 3 b. Welk bedrag moet de tuineigenaar met de chauffeur afrekenen? 540,- Rekenen in de detailhandel Pagina 160

22 74. Verf wordt meestal aangeboden in blikken van 750 ml. en 2,5 l. Een blik van 2,5 l. is natuurlijk goedkoper per liter dan een blik van 750 ml. In een aanbieding van Cetor wordt een blik van 750 ml. aangeboden voor 17,75 en een blik van 2,5 l. voor 54,95. a. Bereken de prijs per liter voor beide blikken. 17, x 1000 = 23,67 54,95 2,5 = 21,98 b. Hoeveel procent is een blik van 2,5 l. goedkoper dan een blik van 750 ml. (afronden op één decimaal nauwkeurig). ( 1,69 23,67) / 100 = 7,1% 75. Op een blik verf met een inhoud van 750 ml. staat dat het voldoende is voor 5,5 m². Een klant moet een tuinhuisje twee keer schilderen, zowel binnen als buiten. Het dak van het tuinhuisje wordt niet geverfd. Het tuinhuisje heeft de volgende maten 3,35 m x 2,85 m x 1,95 m (l x b x h). De binnen- en buitenmaat zijn hetzelfde. De verf wordt niet verdund. De prijs per blik is 17,95. a. Hoeveel m² moet er per keer geschilderd worden? (3,35+2,85) x 2 x 1,95 x 2 = 48,36 m 2. b. Bereken het aantal blikken verf dat de klant moet kopen. 48,36 x 2 5,5 = 18 blikken 76. Louis Persoon heeft in de supermarkt de volgende dranken voor zijn verjaardagsfeestje gekocht. 6 kratjes à 24 x 0,3 liter Schuttersbier Malt van 6,99 voor 5,99 per kratje; statiegeld 3,80 per krat, 8 flessen Bar-Le-Duc naturel, tweeliterfles 99 eurocent; aanbieding gratis; statiegeld 50 eurocent per fles, 5 flessen Coteaux Languedoc, fles à 1 liter van 2,89 voor 2,30, 8 flessen Sprite, 1,5 liter lichtgewichtfles; aanbieding 2 flessen van 2,25 voor 1,89; statiegeld 0,50 per fles. Louis heeft voor 2,50 emballage ingeleverd. Hoeveel liter drank heeft Louis gekocht? 7,2 x = 76,2 liter. 77. In de Praxisfolder van deze week staan de volgende aanbiedingen: Flexa Latex Plus ,3 liter van 44,95 voor 34,99 Histor Monodek latex ,5 liter van 58,95 voor 46,- Praxis Acryllatex dekkend wit 10 liter van 43,50 voor 37,99 Praxis Latex Ral 9010, vaste lage prijs 10 liter 32,99 a. Bereken welke latex gedurende de actie van de Praxis het voordeligste is? Flexa Latex Plus kost per liter 34,99 13,3 = 2,63. Histor Monodek latex kost per liter 46,00 12,5 = 3,68. Praxis Acryllatex wit kost per liter 37,99 10 = 3,80. Praxis Latex Ral 9010 kost per liter 32,99 10 = 3,30. Het voordeligste is dan Flexa Latex Plus. Rekenen in de detailhandel Pagina 161

23 b. Bereken het voordeel in euro s voor een klant die naar de Praxis gaat voor 5 emmers Flexa Latex Plus en in de bouwmarkt erachter komt dat hij 3,3 liter per emmer gratis krijgt. 5 emmers, hij koopt dus 50 liter. Kosten 5 x 34,99 = 174,95. 4 actie-emmers bevatten 53,2 liter. Kosten 4 x 34,99 = 139,96. Voordeel in euro s 34,99. (Namelijk: een emmer minder nodig). EIW BV c. Bereken welke latex is procentueel het meeste afgeprijsd? Toon je antwoord aan met een berekening. Flexa Latex Plus ( 44,95-34,99) 44,95 x 100%= 22,15% Histor Monodek latex ( 58,95-46,00) 58,95 x 100%= 21,97% Praxis Acryllatex ( 43,50-37,99) 43,50 x 100%= 12,67% Praxis Latex Ral 9010 vaste prijs 0,00% Flexa Latex Plus is procentueel het meest afgeprijsd. 78. Een eigenaar van een groot landhuis heeft een zwembad in zijn tuin laten maken. Het zwembad heeft een lengte van 8 meter, een breedte van 4 meter en een diepte van 210 centimeter. Dit zijn allemaal binnenmaten. a. Bereken de inhoud van dit zwembad in m 3. l x b x h = 8 m x 4 m x 2,1 m = 67,2 m 3 b. Het zwembad wordt gevuld met water tot 20 centimeter onder de rand. Bereken hoeveel liter water dan in het zwembad gaat. l x b x h = 8 m x 4 m x (2,1-0,2) m = 60,8 m 3 = dm 3 = liter. 79. In een thermoskan zit een inhoud van precies 1 liter koffie. Een mok koffie bevat 20 centiliter koffie. Hoeveel mokken koffie kun je uit een volle thermoskan schenken? 1 liter is 100 centiliter. Dus er kunnen 5 mokken geschonken worden. 80. Ruim voor de aanvang van het wereldkampioenschap voetbal ontvangt een ondernemer een pallet van 480 dozen toeters. In elke doos zitten twee dozijn toeters. a. Hoeveel toeters heeft deze ondernemer ontvangen? 480 x 2 x 12 toeters = toeters. b. Hoeveel gros toeters heeft deze ondernemer ontvangen? = 80 gros. Rekenen in de detailhandel Pagina 162

24 81. Op een pak slagroomvla staat de volgende informatie: Als je 125 ml. slagroomvla eet, dan eet je: 1,25 x 2,5 = 3,125 gram eiwit, 1,25 x 3 = 3,75 gram koolhydraten, 1,25 x 3 = 3,75 gram suikers, 1,25 x 22 = 27,5 gram verzadigd vet, 1,25 x ( ) = 16,25 gram onverzadigd vet. 82. Op een literpak vanillevla staat de volgende informatie: a. Vul de tabel verder in: Dit pak vla van 1 liter bevat: 10 x 2,0 = 20 gram eiwit, 10 x 14 = 140 gram koolhydraten, 10 x 10 = 100 gram suikers, 10 x 2 = 20 gram verzadigd vet, 10 x ( 2,8 2 ) = 8 gram onverzadigd vet. b. Als je 250 ml vanillevla eet, dan eet je: 2,5 x 2,0 = 5 gram eiwit, 2,5 x 14 = 35 gram koolhydraten, 2,5 x 10 = 25 gram suikers, 2,5 x 2 = 5 gram verzadigd vet, 2,5 x (2,8 2)= 2 gram onverzadigd vet. Rekenen in de detailhandel Pagina 163

25 tijdmaten rijtjes van de basisschool Het is handig als je de volgende rijtjes goed leert. seconde minuut uur 60x 60x Ook hier geldt: Als de maat groter wordt, dan wordt het getal kleiner. Of andersom: Als de maat kleiner wordt, dan wordt het getal groter. voorbeeld 1 Vul in: 300 sec. = minuut. Tussen seconde en minuut maak je 1 stapgrootte, dus de factor is 60. De maat gaat van seconde naar minuut, dus de maat wordt groter, en moet in dit voorbeeld 300 kleiner worden. Dit kan alleen door delen door 60. Dus: = 5 minuten. voorbeeld 2 Vul in: 2,5 uur = seconden. Tussen uur en seconde maak je 2 stapgroottes, dus de factor is 60 x 60. De maat gaat van uur naar seconde, dus de maat wordt fors kleiner, en moet in dit voorbeeld 2,5 groter worden. Dit kan alleen door met 60 x 60 te vermenigvuldigen. Dus: 2,5 uur = 2,5 x 60x60 sec. = seconden. belangrijk Let op. Als je 1,5 uur zegt, dan is dat 1 uur en 30 minuten. Een half uur is dus geen 50 minuten! Een halfuur is 0,5 x 60 = 30 minuten. 108 minuten schrijf je als 1 uur en 48 minuten. Deel eerst 108 door 60. Dat is 1,8 uur. Kijk alleen naar het gehele getal voor de komma. Dat is een 1. In 108 minuten zit dus 1 heel uur. Omdat dat hele uur 60 minuten bevat, houd je van de 108 minuten er 48 over. Dus 108 minuten is 1 uur en 48 minuten! opgaven 83. Vul de ontbrekende getallen in. a. 1 uur = 60 minuten = seconden b. 2 uur = 120 minuten = seconden c. 2,5 uur = 150 minuten = seconden d. 12 uur = 720 minuten = seconden e. 1,75 uur = 105 minuten = seconden Rekenen in de detailhandel Pagina 164

26 84. Vul de ontbrekende getallen in. a. 120 seconden = 2 minuten b seconden = 45 minuten c seconden = 90 minuten = 1,5 uur d seconden = 150 minuten = 2,5 uur e seconden = minuten = 20 uur 85. Vul de ontbrekende getallen in. a. 300 seconden = 5 minuten b seconden = 30 minuten c seconden = 40 minuten d seconden = minuten = 22,5 uur e seconden = minuten = 100 uur 86. Vul de ontbrekende getallen in. a. 257 seconden = 4 minuten en 17 sec. b seconden = 33 minuten en 17 sec. c seconden = 44 minuten en 17 sec. d. 489 seconden = 8 minuten en 9 sec. e seconden = 17 minuten en 12 sec. 87. Vul de ontbrekende getallen in. a. 511 minuten = 8 uren en 31 minuten b minuten = 26 uren en 8 minuten c minuten = 55 uren en 45 minuten d. 873 minuten = 14 uren en 33 minuten e minuten = 23 uren en 52 minuten 88. a. Hoeveel uren zitten in een etmaal? 24 uren b. Hoeveel uren zitten in een week? 24 x 7 = 168 uren. c. Hoeveel minuten zitten in een week? 168 x 60 = d. Hoeveel seconden zitten in een etmaal? 24 x 60 x 60 = Rekenen in de detailhandel Pagina 165

27 89. Vul de aankomsttijden in. vertrektijd reisduur eindtijd a uur 35 minuten uur b uur 55 minuten uur c uur 25 minuten uur d uur 1,45 uur uur e uur 3,15 uur uur 90. Vul de aankomsttijden in. vertrektijd reisduur eindtijd a uur 15 minuten uur b uur 45 minuten uur c uur 55 minuten uur d uur 2,45 uur uur 91. Noteer de tijd die precies in het midden ligt. begintijd midden eindtijd a uur (1.30 2) = ,45 = uur uur b uur (2.10 2) = ,05 = uur uur c uur (0.50 2) = ,25 = uur uur d uur (1.30 2) = ,45 = uur uur 92. Noteer de einddatum van het abonnement. begindatum duur einddatum a. 12 maart 19 dagen 31 maart b. 20 mei 12 dagen 1 juni c. 15 april 20 dagen 5 mei d. 19 juni 15 dagen 4 juli 93. Noteer de einddatum van het abonnement. begindatum duur einddatum a. 24 juli 11 dagen 4 augustus b. 28 augustus 22 dagen 19 september c. 23 september 40 dagen 2 november d. 16 december 35 dagen 20 januari Rekenen in de detailhandel Pagina 166

28 lengte, oppervlakte en inhoud opgaven 94. Vul het te betalen bedrag in. gekochte hoeveelheid prijs per eenheid x 1,- te betalen bedrag x 1,- a. 2,75 m 5,50 per meter 15,13 b. 35 dm 10,95 per meter 38,33 c. 245 cm 2,25 per halve meter 11,03 d. 350 g 3,95 per 100 g 13,83 e. 0,175 kg 39,95 per kg 6,99 f. 675 mm 0,95 per dm 6,41 g. 0,35 m 0,59 per dm 2,07 h. 20 cl 15,95 per dl 31,90 i. 4,5 l 0,25 per cl 112,50 j. 20 dl 5,60 per l 11,20 k. 875g 14,95 per kg 13,08 l g 19,95 per kg 46,88 m. 3 pond 2,49 per kg 3,74 n. 3,5 ons 1,98 per 100 g 6,93 o. 6 dm 28,- per m 16,80 p. 3,75 kg 1,29 per 100 g 48,38 q. 9 cl 99,95 per l 9,00 r. 180 cm 6,95 per m 12,51 s. 650 g 1,89 per kg 1, Vul de ontbrekende getallen in. gekochte hoeveelheid prijs per eenheid x 1,- te betalen bedrag x 1,- a. 692 g 1,95 per kg 1,35 b. 5 l 1,95 per l 9,75 c. 1,337 kg 4,75 per 100 g 63,50 d. 50 g 65,00 per kg 3,25 e. 160 cm 3,09 per m 4,95 f. 50 cl 93,00 per l 46,50 g. 0,469 l 4,25 per dl 19,95 h. 0,071 kg 4,95 per 100 g 3,50 i. 22 dl 15,95 per l 35,09 j. 0, 362 kg 4,95 per 100 g 17,90 Rekenen in de detailhandel Pagina 167

29 gekochte hoeveelheid prijs per eenheid x 1,- te betalen bedrag x 1,- EIW BV k. 2,175 dl 45,75 per l 9,95 l. 5, 015 dm 16,95 per m 8,50 m. 950 g 119,95 per kg 113,95 n. 609,24 g 1,19 per 100 g 7,25 o. 0,504 m 117,95 per m 59,50 p. 35,933 cm 35,90 per m 12,90 q. 550 cl 3 per l 16,50 r. 48,718 cl 19,50 per l 9,50 s. 750 g 39,95 per kg 29, Vul de ontbrekende getallen in. gekochte hoeveelheid prijs per eenheid x 1,- te betalen bedrag x 1,- a ,98 g 3,95 per kg 9,63 b. 3,971 l 6,95 per l 27,60 c. 82,28 g 4,29 per 100 g 3,53 d. 950 g 24,84 per kg 23,60 e. 460 cm 2,97 per m 13,65 f. 20 cl 3,375 per l 6,75 g. 1,036 l 1,25 per dl 12,95 h. 26,978 dm 6,95 per m 18,75 i. 9 dl 29,95 per l 26,96 j. 0,251 kg 14,95 per 100 g 37,50 k. 140,404 cl 49,50 per l 69,50 l. 4,734 dm 6,95 per m 3,29 m. 675 g 79,95 per kg 53,97 n. 40 m 2 16,25 per m 2 650,00 o. 24,6 m 2 39,50 per m 2 971,70 p. 38,2 m 2 25,00 per m 2 955,00 q dam 2 116,00 per m ,00 r. 31,2 dam 2 175,00 per m ,00 s dm 2 126,95 per m Rekenen in de detailhandel Pagina 168

30 de maat in de praktijk opgaven dat komt me bekend voor Metselzand wordt verkocht in kubieke meter. Medicijnen verwerkt in capsules worden in milligram uitgedrukt. Frisdranken worden in anderhalfliterflessen aangeboden. Afstanden in het verkeer worden in kilometers gegeven. Gewichten van olietankers geeft men in tonnen. Het aantal inwoners van een land wordt gegeven in miljoenen. Staatsschulden worden gegeven in miljarden. Vleeswaren worden gekocht in grammen. Snoep wordt gekocht per ons (spreektaal). Lengten van mensen worden gegeven in meters. Gewichten van volwassen mensen worden gegeven in hele kilo s. Benzine wordt getankt in liters. Maten van beeldschermen worden uitgedrukt in inches. Vloertegels worden verkocht per vierkante meter. Injectievloeistof wordt gemeten in milliliters. Afstanden langs de autoweg worden gegeven in kilometers. Hectometerpaaltjes geven per 100 meter de afstand aan. Computergeheugen wordt gegeven in megabytes of gigabytes. Leeftijden van mensen worden gegeven in jaren. Zwangerschapsduur wordt gegeven in maanden. Hartslag wordt uitgedrukt per minuut. Gemiddelde snelheid wordt gegeven in kilometer per uur. 97. Een motor maakt 15 omwentelingen per seconde. a. Hoeveel omwentelingen zijn dat per minuut? 15 x 60 = 900 omwentelingen b. Hoeveel omwentelingen zijn dat per uur? 900 x 60 = omwentelingen c. Hoeveel omwentelingen zijn dat per kwartier? 900 x 15 = omwentelingen 98. Een motor maakt omwentelingen per minuut. a. Hoeveel omwentelingen zijn dat per seconde? = 20 omwentelingen b. Hoeveel seconden zitten in een uur? seconden c. Hoeveel omwentelingen maakt de motor per uur? x 20 = omwentelingen Rekenen in de detailhandel Pagina 169

31 99. In welke maten geeft men de volgende grootheden aan? a. Het gewicht van een pasgeborene. gram b. De inhoud van een fles wijn. liter c. De gemiddelde snelheid per uur van een wandelaar. km per uur d. Het gewicht van een pak suiker. gram e. Het geheugen van een MP3-speler. bytes f. De inhoud van een pak melk. liter g. De maat van fietsbanden. inches/cm h. De lengte van een volwassen persoon. meter i. De duur van een speelfilm. uren j. De velgen van de banden van een auto. inch k. De hoogte van een deur. meter l. Het gewicht van een kippenei. gram m. De hoogte van een etage van een woning. meter n. De diameter van een vaas. centimeter 100. Een winkelier is van plan nieuwe beeldschermen te kopen voor de afrekensystemen in de winkel. Zijn voorkeur gaat uit naar beeldschermen met een doorsnede van 35 cm. In de folder van de leverancier zijn de maten van de beeldschermen aangegeven in inches. Naar welke inch moet deze ondernemer zoeken? 35 2,54 = 13,78 = 14 inches 101. Tijdens jouw rit naar een leverancier wordt de radio-uitzending onderbroken door filenieuws. Er wordt ook melding gemaakt dat er op de A2 bij hectometerpaaltje 242,7 een flitser staat. Op dat moment passeer je hectometerpaaltje 215,1. Na hoeveel meter loop je de kans om geflitst te worden? = 27,7 kilometer = meter. Rekenen in de detailhandel Pagina 170

32 ik vertaal het gemiddelde Als een voetganger een snelheid heeft van 6,3 kilometer per uur, dan wil je misschien weten hoeveel meter hij dan aflegt in 1 seconde. Dit vertaal je als volgt: In een uur legt hij 6,3 kilometer af, dat zijn 6,3 x = meter. Een uur bevat seconden. Hij legt dus meter af in seconde. Zijn snelheid is dus meter seconde = 1,75 meter per seconde. opgaven 102. Een auto rijdt op een bepaald traject met een gemiddelde snelheid van 108 kilometer per uur. a. Hoeveel meters legt deze auto in een uur af? 108 x = meter. b. Hoeveel seconden zitten in een uur? 60 x 60 = seconden. c. Hoeveel meter per seconde legt deze auto gemiddeld af? = 30 m/sec 103. Een scooter rijdt op een bepaalde route met een gemiddelde snelheid van 45 kilometer per uur. a. Hoeveel meter legt deze scooter in een uur af? meter. b. Hoeveel meter per seconde legt deze scooter gemiddeld af? = 12,5 m/sec 104. Zet de snelheden in kilometer per uur om in snelheid in m/sec. snelheid in km/uur snelheid in m/sec a = 5 b = 17,5 c. 39, = 11 d = 20 e = 13, Zet de snelheden in meter per seconde om in een snelheid in km/uur. snelheid in m/sec snelheid in km/uur a x = 54 b x = 90 c x = 126 d. 2,5 2,5 x = 9 e. 8,75 8,75 x = 31,5 Rekenen in de detailhandel Pagina 171

33 106. Door een afvoerpijp stroomt per seconde 15 liter water. a. Hoeveel seconden zitten in een uur? 60 x 60 = b. Hoeveel liter stroomt er in een uur door deze afvoerpijp? x 15 = liter (of dm 3 ). c. Bereken de hoeveelheid water in kubieke meter per uur = 54 kubieke meter Op de verpakking van een afwasautomaat staat dat bij de huidige tarieven voor elektriciteit een volle wasbeurt 1,66 kost aan energie. De automaat draait elke week 5 volle wasbeurten. Bij elke wasbeurt gebruikt de automaat 8 liter water. Water kost 1,36 per m 3. a. Bereken de energiekosten per week. 5 x 1,66 = 8,30 b. Bereken de waterkosten per week. 5 x 1,36 = 6,80 c. Bereken de totale water- en energiekosten op jaarbasis. ( 8,30 + 6,80) x 52 = 785,20 Rekenen in de detailhandel Pagina 172

34 meten in het platte vlak opgaven 108. De onderstaande landkaart geeft een gedeelte weer van de stadsplattegrond van Haarlem. Je loopt vanaf het station naar het Kennemerplein en gaat de Kennemerbrug over. Als je de brug over bent, ga je meteen linksaf. Daarna neem je de eerste straat rechts. Dan de tweede straat rechts. a. In welke straat ben je nu? Schoterstraat b. In welke windrichting wijst de onderste pijl in de Schoterweg? Noorden 109. Gegeven een gedeelte van de stadsplattegrond van Haarlem (zie vorige opgave). Je loopt vanaf het station naar het Kennemerplein en gaat de Kennemerbrug over. Als je de brug over bent, ga je meteen rechtsaf. Daarna meteen weer rechtsaf. Dan de tweede straat links. Dan de eerste straat linksaf. Hoe heet de straat waar je nu bent gekomen? Zocherstraat Rekenen in de detailhandel Pagina 173

35 110. Gegeven een gedeelte van de stadsplattegrond van Tilburg. Toos gaat haar beroepspraktijkvorming doen in een winkel in Tilburg. Ze gaat met de trein en stapt bij Station Tilburg uit. Vanuit de Spoorlaan loopt ze in zuidelijke richting de Langestraat in. In de Langestraat neemt ze de derde straat links, daarna neemt ze de eerste straat rechts. Hier ziet zij op het straatnaambord dat ze de goede straat gevonden heeft. a. In welke straat ligt het leerbedrijf van Toos? Telefoonstraat b. In welke windrichting wijzen de pijlen in het midden van de Tuinstraat? Westen c. In welke windrichting wijzen de pijlen in het midden van de Langestraat? Zuiden d. In welke windrichting wijzen de pijlen in de Noordstraat? Zuid-oost Rekenen in de detailhandel Pagina 174

36 111. Gegeven een gedeelte van de stadsplattegrond van Valkenburg aan de Geul. a. Norbert stapt uit de trein en verlaat het station van Valkenburg aan de Geul in zuidwestelijke richting. Op het einde van de Wehryweg gaat hij linksaf. Daarna neemt hij de derde weg rechtsaf. Hoe heet de straat waarin Norbert zich nu bevindt? Lindenlaan b. Ilham stapt uit de trein en verlaat het station van Valkenburg aan de Geul in zuidoostelijke richting. Op het einde van deze weg gaat zij rechtsaf. Daarna de eerste straat links. In welke straat bevindt Ilham zich nu? Reinaldstraat c. In welke windrichting wijst de bovenste pijl in de Wilhelminalaan? Noord-oost d. Links beneden op het plaatje staat Odapark. Kenza verlaat het Odapark in noordelijke richting en gaat meteen rechtsaf. Daarna neemt zij de eerste straat links. Bij de t-splitsing slaat ze linksaf en zij loopt bij de eerste gelegenheid rechts de straat in. Als zij deze straat helemaal uitloopt, ziet zij recht vooruit een markant gebouw uit Valkenburg aan de Geul. Welk gebouw is dit? Station Valkenburg aan de Geul Rekenen in de detailhandel Pagina 175

37 rekenen op schaal dat moet ik kunnen lezen Op bouwtekeningen, plattegronden, tekeningen met daarop de nooduitgangen en plekken waar blusapparaten te vinden zijn en op landkaarten, is het gebruikelijk de werkelijkheid in verkleinde vorm weer te geven. Vanuit de systematische weergaven moet je wel de werkelijke grootte kunnen afleiden. Je moet de verkleiningsfactor weten. Bij bouwtekeningen gebruikt men vaak de schaal 1:100, dat wil zeggen dat 1 centimeter in de tekening opgemeten in werkelijkheid 100 keer zo groot is. Anders gezegd: op de tekening zijn alle lengten 1/100 deel van de werkelijke lengte. voorbeeld1 Schaal 1:100 Op een bouwtekening is de lengte van een keuken (binnenmaat) precies 6,4 centimeter. De werkelijke lengte van die keuken is dan 100 keer zo groot. Dus de lengte van de keuken is 6,4 cm x 100 = 640 centimeter of 6,40 meter. Op de tekening is de breedte 4,1 centimeter. Dan is de werkelijke breedte 410 centimeter of 4,1 meter. De werkelijke maten zijn het uitgangspunt voor het bestellen van bijvoorbeeld bouwmaterialen. Als je bijvoorbeeld vloertegels wilt bestellen, moet je de oppervlakte van de vloer berekenen. Voor de keuken is dat dan lengte x breedte, ofwel 6,4 m x 4,1 meter = 26,24 m 2. voorbeeld 2 Schaal 1: Op een wandelkaart staat de schaal vermeld als 1: Op deze kaart is de afstand tussen twee rustplaatsen 11,5 centimeter. In werkelijkheid is dat een afstand van 11,5 x = centimeter of meter of 2,3 kilometer. voorbeeld 3 Schaal 1: Op een landkaart met schaal 1: is de afstand van Maastricht tot Amsterdam 8,2 centimeter. Dat wil zeggen dat de afstand in werkelijkheid x 8,2 centimeter is, ofwel centimeter. Dit is gelijk aan 205 kilometer. opgaven 112. Op de landkaart staat dat de schaal 1: is. Op deze kaart liggen Eindhoven en Amsterdam in vogelvlucht 8 cm van elkaar af. Bereken de werkelijke afstand tussen deze twee plaatsen in kilometers. 8 cm is 8 x cm = cm = meter = 160 kilometer Op een landkaart staat dat de schaal 1: is. Op deze kaart liggen Leeuwarden en Groningen 15 cm van elkaar af. Bereken de werkelijke afstand (in vogelvlucht) tussen deze twee plaatsen. 15 cm is 15 x cm = cm = meter = 52,5 kilometer Op een wandelkaart staat dat de schaal 1: is. Je hebt uitgemeten dat een route op de kaart 35 cm is. Bereken de werkelijke lengte van deze wandeling. 35 cm is 35 x cm = cm = 14 kilometer. Rekenen in de detailhandel Pagina 176

38 115. Op een fietskaart staat dat de schaal 1: is. Je hebt uitgemeten dat een route op de kaart 42 cm is. Bereken de werkelijke lengte van deze tocht. 42 cm is 42 x cm = cm = 84 kilometer Op de onderstaande tekening staat de plattegrond van een benedenverdieping van een huis. WC K E U K E N L I V I N G H A L 100 cm a. Bepaal de lengte, de breedte en de oppervlakte van de keuken. lengte = 350 cm breedte = 300 cm oppervlakte = 350 x 300 = cm 2 of 10,5 m 2. b. Bepaal de lengte, de breedte en de oppervlakte van de WC. lengte = 150 cm breedte = 150 cm oppervlakte = 150 x 150 = cm 2 of 2,25 m 2. c. Bepaal de lengte, de breedte en de oppervlakte van de hal. lengte = 200 cm breedte = 150 cm oppervlakte = 200 x 150 = cm 2 of 3 m 2. d. Bepaal de lengte, de breedte en de oppervlakte van de living. lengte = 450 cm breedte = 350 cm oppervlakte = 450 x 350 = cm 2 of 15,75 m 2. Rekenen in de detailhandel Pagina 177

39 117. Een herenmodezaak heeft een winkelindeling die er als volgt uitziet. In Uit 1 m schoenen kostuums spijkerbroeken hemden shirts truien jassen sokken dassen kassa 3 m a. Centraal in de winkel staat een tafel waarop men spijkerbroeken gevouwen op stapels heeft liggen. Bereken de oppervlakte van het tafelblad. lengte 10 m breedte 3 m oppervlakte is 30 m 2 b. Hoelang is het rek waarop men de kostuums presenteert? 13 meter c. De truien, shirts en hemden worden gepresenteerd op verkooptafels. Bereken de totale oppervlakte van deze tafels. Truien/shirts/hemden 2 keer 3 m x 13 m = 78 m 2. d. Hoeveel vierkante meter neemt het kassagedeelte in beslag? 6 x 1 = 6 m 2. e. Bereken de breedte van de presentatie dassen. breedte is 9 meter. f. Bereken de breedte van de sokkenpresentatie. breedte 3 meter. Rekenen in de detailhandel Pagina 178

40 118. Vul de tabel verder in en beantwoord de vraag. schaal op de kaart werkelijke afstand a. 1:100 5,25 cm 5,25 m b. 1: ,5 cm 165 m EIW BV c. 1: cm m of 5,5 km d. 1: ,75 cm m of 8,75 km e. 1: cm m of 6 km f. 1: ,8 cm m of 39 km g. 1: cm m of 240 km h. Welke van de bovenstaande schalen hoort bij een: bouwtekening, 1:100 plattegrond stad, 1: kaart van Europa? 1: Rekenen in de detailhandel Pagina 179

41 meten en ruimte opgaven 119. Op een pallet worden dozen suikerklontjes gezet. In de lengte gaan 12 dozen, in de breedte 10 dozen. Op de pallet worden 8 lagen gestapeld. Hoeveel dozen staan er op de pallet? Op een pallet worden dozen chips gezet. In de lengte gaan 10 dozen, in de breedte 8 dozen. Op de pallet worden 11 lagen gestapeld. Hoeveel dozen staan er op de pallet? Op een pallet worden dozen erwtenblikken gezet. In de lengte gaan 11 dozen, in de breedte 9 dozen. Op de pallet worden 7 lagen gestapeld. Hoeveel dozen staan er op de pallet? Op een pallet worden dozen gezet. In de lengte gaan 15 dozen, in de breedte 12 dozen. Op de pallet worden 16 lagen gestapeld. Hoeveel dozen staan er op de pallet? Op een pallet worden dozen tegels gezet. In de lengte gaan 8 dozen, in de breedte 7 dozen. Op de pallet worden 5 lagen gestapeld. Hoeveel dozen staan er op de pallet? Op een pallet worden dozen soepblikken gezet. In de lengte gaan 15 dozen, in de breedte 8 dozen. Op de pallet worden 10 lagen gestapeld. Hoeveel dozen staan er op de pallet? Op een pallet worden dozen gezet. In de lengte gaan 5 dozen, in de breedte 4 dozen. Op de pallet moeten 120 dozen staan. Hoeveel lagen dozen moeten in de hoogte gestapeld worden? Op een pallet worden dozen gezet. In de lengte gaan 8 dozen, in de breedte 6 dozen. Op de pallet moeten 140 dozen staan. Hoeveel lagen dozen moeten in de hoogte gestapeld worden? 3 Rekenen in de detailhandel Pagina 180

42 127. Op een pallet worden dozen gezet. In de lengte gaan 10 dozen, in de breedte 8 dozen. Op de pallet moeten 760 dozen staan. Hoeveel lagen dozen moeten in de hoogte gestapeld worden? 10 ( 9,5 ) 128. Op een pallet worden 80 dozen gezet. De hoogte moet 4 dozen worden. Hoeveel dozen zet je dan in de lengte en hoeveel in de breedte op de pallet. 5x Op een pallet worden 120 dozen gezet. De hoogte moet 4 dozen worden. Hoeveel dozen zet je dan in de lengte en hoeveel in de breedte op de pallet. 6x Je hebt een brievenbus gekocht met een rechthoekige opening waardoor men de post naar binnen kan doen. Die opening heeft een breedte van 30 centimeter en een hoogte van 3,5 centimeter. De diepte van de brievenbus is 14 centimeter. In de tabel staan afmetingen van postdozen. Kan de postbode deze dozen in je brievenbus stoppen, zodat het pakje niet meer uitsteekt? maten poststuk lengte breedte hoogte a. 28 cm 3,6 cm 12 cm past wel past niet b. 20 cm 3,8 cm 13 cm past wel past niet c. 29 cm 4,2 cm 10 cm past wel past niet d. 15 cm 5,0 cm 3 cm past wel past niet e. 6 cm 6 cm 4,2 cm past wel past niet f. 8 cm 10 cm 3 cm past wel past niet g. 12 cm 25 cm 2 cm past wel past niet h. 5 cm 7 cm 5 cm past wel past niet 131. Je hebt een klant die per inktcartridges bestelt. Jij verzendt deze per post. Een cartridge is verpakt in een doosje van 5 cm lang, 5 cm breed en 4 cm hoog. a. Je hebt postdozen met de volgende binnenmaten: 30 cm lang, 25 cm breed en 18 cm hoog (dit zijn binnenmaten). Hoeveel cartridges kun je maximaal verzenden in deze postdoos? 6 rijen in de lengte, 5 rijen in de breedte en 4 rijen hoog. Dat zijn 6 x 5 x 4 = 120 inktcartridges. b. Je hebt postdozen met de volgende binnenmaten: 30 cm lang, 30 cm breed en 20 cm hoog (dit zijn binnenmaten). Hoeveel doosjes met cartridges kun je maximaal verzenden in deze postdoos? 6 rijen in de lengte, 6 rijen in de breedte en 5 in de hoogte 6 x 6 x 5 = 180 inktcartridges. Rekenen in de detailhandel Pagina 181

43 132. Je hebt een klant die per doosjes met olieverf bestelt. Jij verzendt deze doosjes per post. Een flacon is verpakt in een doosje van 20 x 15 x 4 (lxbxh). Je hebt postdozen met de volgende binnenmaten: 60 cm lang, 45 cm breed en 16 cm hoog (dit zijn binnenmaten). Hoeveel doosjes met olieverf kun je maximaal verzenden in deze postdoos? 3 in de lengte, 3 in de breedte en 4 rijen op elkaar 3 x 3 x 4 = 36 doosjes olieverf 133. Een driedimensionale kubuspuzzel heeft een ribbe van 6 centimeter. Deze puzzels worden aangeleverd in kartonnen dozen met binnenmaten: 42 cm x 30 cm x 21 cm (l x b x h). a. Hoeveel kubussen gaan er maximaal in deze doos? 6 in de lengte, 5 in de breedte en 3 in de hoogte. Dit zijn 6 x 5 x 3 = 90 kubuspuzzels. b. De open ruimte in de met kubussen gevulde doos wordt gevuld met tempexkorrels, zodat de puzzels tijdens het transport niet kunnen schuiven. Hoeveel cm 3 tempexkorrels zijn er nodig om de doos op te vullen? 42 x 30 x (21-18) = cm 3 Rekenen in de detailhandel Pagina 182

44 oppervlakte, inhoud en ruimte er is wel degelijk verschil Bij ruimtelijke figuren wordt onderscheid gemaakt tussen de oppervlakte en de inhoud. Begrijp goed dat dit verschillende begrippen zijn! De oppervlakte van een doos is de ruimte waarop je op de buitenkant van alles kunt plakken. De inhoud van die doos heeft te maken met hoeveel je in die doos kunt stoppen. Twee totaal verschillende grootheden dus, te weten: oppervlakte Als je de oppervlakte wil berekenen, dan moet je per vlak aan de buitenkant de oppervlakte uitrekenen. Daarna tel je de oppervlakten van alle buitenkanten op. inhoud De inhoud kan in een keer uitgerekend worden als je de inhoudformule kent. voorbeeld De maten van een doos zijn: lengte 30 centimeter, breedte 20 centimeter, hoogte 15 centimeter. De oppervlakte bestaat dan uit zes buitenkanten: voorkant, met een oppervlakte van 20 x 15 = 300 cm 2,, achterkant, met een oppervlakte van 20 x 15 = 300 cm 2, bovenkant, met een oppervlakte van 30 x 20 = 600 cm 2, onderkant, met een oppervlakte van 30 x 20 = 600 cm 2, rechterzijvlak, met een oppervlakte van 30x 15 = 450 cm 2, linkerzijvlak, met een oppervlakte van 30 x 15 = 450 cm 2. De totale oppervlakte is dan cm 2 (alle oppervlakten opgeteld). inhoudformule De inhoudformule luidt: lengte x breedte x hoogte = 30 x 20 x 15 = cm 3. Dit is hetzelfde als 9 liter. opgaven 134. Een doos heeft als maten: lengte 30 centimeter, breedte 18 centimeter, hoogte 10 centimeter. a. Bereken de oppervlakte van elke buitenkant. oppervlakte bodem = 30 x 18 = 540 cm 2 oppervlakte deksel = 30 x 18 = 540 cm 2 oppervlakte voorkant = 30 x 10 = 300 cm 2 oppervlakte achterkant = 30 x 10 = 300 cm 2 oppervlakte zijkant = 10 x 18 = 180 cm 2 oppervlakte zijkant = 10 x 18 = 180 cm 2 b. Bereken de totale oppervlakte van de buitenkant van de doos. Totale oppervlakte = ( ) x 2 = cm 2 c. Bereken de inhoud van de doos in cm 3 en in liters. Inhoud = l x b x h = 30 x 18 x 10 = cm 3 = 5,4 liter. Rekenen in de detailhandel Pagina 183

45 135. Een zwembad heeft als maten: lengte 8 meter, breedte 4 meter, diepte 2 meter. a. Bereken van dit zwembad de oppervlakte van de zijkanten en van de vloer. oppervlakte voorkant = 8 x 2 = 16 m 2. oppervlakte achterkant = 8 x 2 = 16 m 2. oppervlakte zijkant = 2 x 4 = 8 m 2. oppervlakte zijkant = 2 x 4 = 8 m 2. oppervlakte vloer = 8 x 4 = 32 m 2. b. Bereken de inhoud van het zwembad in m 3 en in liters. l x b x h = 8 x 4 x 2 = 64 m x 1000 = liter 136. Een kamer heeft als maten: lengte 6 meter, breedte 4 meter, hoogte 2,50 meter. a. Bereken de oppervlakte van elke muur. voor 6 x 2,5 = 15 m 2. achter 15 m 2. rechts 4 x 2,5 = 10 m 2. links 10 m 2. b. Bereken de totale oppervlakte van de muren. 50 m 2. c. De muren worden drie keer geschilderd met muurverf. Een blik muurverf is goed voor 8 m 2. Bereken het aantal blikken verf, dat nodig is. (3 x 50) 8 = 18,75 dus 19 blikken nodig Een garage heeft als maten: lengte 9 meter, breedte 5 meter, hoogte 2,30 meter. a. Bereken de oppervlakte van elke garagemuur. voor 9 x 2,3 = 20,7 m 2. achter 20,7 m 2. rechts 5 x 2,3 = 11,5 m 2. links 11,5 m 2. b. Bereken de totale oppervlakte van de garagemuren. 64,4 m 2. c. De garagemuren worden twee keer geschilderd met muurverf. Rekenen in de detailhandel Pagina 184

46 Een blik muurverf is goed voor 15 m 2. Bereken het aantal blikken verf, dat nodig is. Voor garagepoort, deur en ramen mag je 10 m 2 aftrekken. (2 x 64,4) 15 = 8,59 dus 9 blikken nodig. d. Bereken de oppervlakte van de vloer. 9 x 5 = 45 m 2 e. De vloer wordt betegeld met tegels, die verpakt zijn per doos. Elke doos bevat voor 1,5 m 2 tegels. Een doos kost 112,75. Bereken de totale kosten voor het betegelen van de vloer. Aantal dozen = 45 m 2 1,5 m 2 = 30. Totale kosten 30 x 112,75 = 338,25 EIW BV f. Het plafond van de garage (de garage heeft een plat dak) wordt met brandvrije schroten betimmerd. De schroten hebben een lengte van 480 cm, 510 cm en 5.40 cm. De schroten worden in de breedte verwerkt. Een verpakkingseenheid bevat 8 schroten. De schroten kosten 2,24 per m lengte. De werkende breedte is 14 cm. Er worden geen lengten van korter dan 2 m gebruikt. Bereken hoeveel pakken schroten er nodig zijn. Bepaal daarbij de handigste lengtemaat. De handigste lengtemaat is 510 cm Er is dan per schroot maar 10 cm afval. Er zijn 900 cm 14 cm = 64,28 = 65 schroten. Dat zijn 65 8 = 8,125 = 9 pakken g. Bereken de totaalprijs van deze partij schroten. 9 x 5 x 5,1 x 2,24 = 514,08 Rekenen in de detailhandel Pagina 185

47 vlakke figuren dat komt me bekend voor rechthoek kenmerken Alle hoeken zijn haaks. De zijden staan loodrecht op elkaar. vierkant kenmerken Alle hoeken zijn loodrecht. De zijden zijn even lang. Een bijzondere vorm van een ruit. driehoek kenmerken De som van de hoeken is 180 graden. Een rechthoekige driehoek heeft één hoek van 90 graden. Als alle zijden even groot zijn, zijn alle hoeken 60 graden (gelijkzijdige driehoek). Als twee zijden even groot zijn, zijn beide hoeken aan de derde zijde gelijk (gelijkbenige driehoek). parallellogram kenmerken De tegenoverliggende zijden zijn evenwijdig. De tegenoverliggende zijden zijn parallel. trapezium kenmerken Eén paar tegenoverliggende zijden loopt parallel. Eén paar tegenoverliggende zijden loopt evenwijdig. cirkel kenmerken De afstand van het midden naar de buitenkant is overal hetzelfde en heet straal. De breedte van de cirkel heet diameter. Bij elke cirkel is de diameter precies 2 x de straal. ellips (ovaal) kenmerken De som van de afstanden tot twee gekozen punten (brandpunten) heeft een vaste waarde. Een ellips heeft twee assen. ruit (wybertje) kenmerken Een vierhoek met vier gelijke zijden. De tegenover elkaar liggende hoeken zijn gelijk. De diagonalen snijden elkaar loodrecht. De som van de hoeken is 360 graden. vlieger kenmerken Een vierhoek waarvan de aanliggende zijden twee aan twee gelijk zijn. De diagonalen staan loodrecht op elkaar. Rekenen in de detailhandel Pagina 186

48 Bij de naamgeving van de genoemde vlakke figuren worden woorden recht en parallel gebruikt. Recht komt van loodrecht (haaks). Een rechte hoek is een hoek van 90 graden. voorbeeld Rechte hoeken zijn: de hoeken van vloertegels, de hoeken van een vel A4 papier, de tophoek van een geodriehoek. de hoek van een laptop. Het symbooltje in de getekende rechte hoek betekent: rechte hoek. In de bouwwereld wordt de rechte hoek veel gebruikt. De muren van een normaal huis staan loodrecht op de vloer. De muren staan ook loodrecht tegen elkaar aan. Normale ramen en deuren hebben rechte hoeken. Het woord parallel wordt gebruikt als twee lijnen evenwijdig aan elkaar zijn. Dit wil zeggen dat die lijnen dezelfde richting hebben. Evenwijdige lijnen blijven steeds even ver van elkaar af liggen. voorbeeld de rails van een spoor, de voegen van een huis, de stoepranden van een straat, als de straat overal even breed is, de lijnen in een tabel. Voorbeelden van evenwijdige lijnen zijn: voorbeeld Een cirkel heeft als diameter 40 centimeter. Met dit gegeven kun je de omtrek en de oppervlakte van de cirkel berekenen. Zorg dat je dan eerst de straal berekent. De straal is 40 2 = 20 centimeter. De omtrek is dan 2 x x 20 = 125,66 cm. De oppervlakte is dan x 20 x 20 = 1.256,64 cm 2. Rekenen in de detailhandel Pagina 187

49 = pi De omtrek van een cirkel wordt berekend door het getal (= pi = 3,1416) te vermenigvuldigen met de diameter van die cirkel. De diameter van een cirkel is gemakkelijk te meten met een liniaal, in tegenstelling tot de omtrek, omdat die niet recht is. belangrijke formules Omtrek rechthoek = lengte + breedte + lengte + breedte Omtrek vierkant = zijde + zijde + zijde + zijde Omtrek cirkel = 2 x x straal Oppervlakte rechthoek = lengte x breedte Oppervlakte vierkant = zijde x zijde Oppervlakte cirkel = x straal x straal diameter = 2 x straal opgaven 138. Bereken bij elk vierkant de ontbrekende getallen. zijde omtrek oppervlakte a. 14 cm 56 cm 196 cm 2 b. 27,5 dm 110 dm 756,25 dm 2 c. 60 cm 240 cm cm 2 d. 3,2 m 12,8 m 10,24 m 2 e. 1,8 dm 7,2 dm 3,24 dm Bereken bij elke rechthoek de ontbrekende getallen. zijde omtrek omtrek oppervlakte a. 5 cm 4 cm 18 cm 20 cm 2 b. 25 dm 18 dm 86 dm 450 dm 2 c. 70 cm 24 cm 188 cm cm 2 d. 3 m 2,5 m 11 m 7,5 m 2 e. 1,5 dm 0,8 dm 4,6 dm 1,2 dm 2 f. 2,5 m 1,2 m 7,4 m 3 m 2 g. 50 cm 48 cm 196 cm cm 2 h. 15 dm 12 dm 54 dm 180 dm 2 i. 80 m 65 m 290 m m 2 j. 2,4 km 3,5 km 11,8 km 8,4 km 2 k. 25 m 18 m 86 m 450 m 2 l. 56 cm 45 cm 202 cm cm 2 m. 35 dm 64 dm 198 dm dm 2 n. 18 m 45 m 126 m 810 m 2 Rekenen in de detailhandel Pagina 188

50 140. Bereken bij elke cirkel de ontbrekende getallen. straal diameter omtrek oppervlakte a. 5 cm 10 cm 31,42 cm 78,54 cm 2 b. 25 dm 50 dm 157,08 dm 1.963,50 dm 2 c. 70 cm 140 cm 439,82 cm ,80 cm 2 d. 3 m 6 m 18,85 m 28,27 m 2 e. 1,5 dm 3 dm 9,42 dm 7,07 km 2 f. 0,6 m 1,2 m 3,77 m 1,13 m 2 g. 24 cm 48 cm 150,80 cm 1.809,56 cm 2 h. 6 dm 12 dm 37,70 dm 113,10 dm 2 i. 32,5 m 65 m 204,20 m 3.318,31 m Bereken bij elk vierkant de ontbrekende getallen. zijde omtrek oppervlakte a. 9 cm 36 cm 81 cm 2 b. 16 dm 64 dm 256 dm 2 c. 6 cm 24 cm 36 cm 2 d. 8 m 32 m 64 m 2 e. 11 km 44 km 121 km 2 Rekenen in de detailhandel Pagina 189

51 ruimtelijke figuren ik herken het vlak kubus Een kubus heeft zijvlakken in de vorm van vierkanten. balk Een balk heeft zijvlakken in de vorm van rechthoeken. cilinder Een cilinder heeft twee cirkels als zijvlakken. kegel Een kegel heeft een cirkel als grondvlak. piramide Een piramide heeft driehoeken als zijvlakken. In gebouwen vind je meestal combinaties van deze ruimtelijke figuren terug. De kerktoren (een piramidevorm bovenop een balkvorm). De minaret (een kegel bovenop een cilinder). opgaven 142. Welke ruimtelijke figuren herken je in de volgende figuren? a. dobbelsteen kubus b. baksteen balk c. colablikje cilinder d. feestmuts kegel e. potloodpunt kegel f. boekenkast balk g. melkpak balk h. rond potlood kegel en cilinder i. minaret kegel en cilinder j. kerktoren balk en piramide k. trechter cilinder en kegel Rekenen in de detailhandel Pagina 190

52 doorsnee Als je een kubus in een recht vlak in twee gelijke helften zaagt, is het zaagvlak een rechthoek of een vierkant. Zo een zaagvlak heet doorsnede. Als je een balk in een recht vlak in twee gelijke helften zaagt, is het zaagvlak (doorsnede) een rechthoek. Als je een cilinder evenwijdig aan het grondvlak doorzaagt, is de doorsnede een cirkel. Zaag je de cilinder schuin in twee gelijke helften, dan is de doorsnede een ellips. opgaven 143. Hoe ziet de doorsnede ( = het zaagvlak) eruit, als je de volgende voorwerpen in twee gelijke helften zaagt? a. dobbelsteen rechthoek b. rol pepermunt cirkel of ellips c. soepblik cirkel of ellips d. bezemsteel cirkel of ellips e. baksteen rechthoek uitslagen Kartonnen dozen worden in een fabriek uit één stuk plat karton gemaakt. Door de zijwanden omhoog te buigen, ontstaat een doos, waarvan de deksel(s) aaneen zijwand vastzit. voorbeeld 1 zijwand Uitslag Doos bodem deksel zijwand Let daarbij vooral op dat de bodem en het deksel even groot zijn. Overstaande zijkanten moeten natuurlijk ook even groot zijn. Alle zijwanden moeten even hoog zijn. voorbeeld 2 De uitslag van een cilinder. Rekenen in de detailhandel Pagina 191

53 opgaven 144. Noteer bij elke uitslag of je een balk (of kubus) kunt vormen. a. Geen van beide b. Geen van beide c. kubus d. geen e. geen 145. Noteer bij de gegeven uitslag welke ruimtelijke figuur je kunt vormen. kegel Rekenen in de detailhandel Pagina 192

54 146. Noteer bij de gegeven welke ruimtelijke figuur je kunt vormen. piramide Van welke uitslag kun je een piramide maken? niet wel Rekenen in de detailhandel Pagina 193

55 kijklijnen wat zie ik wel, wat zie ik niet Geluidgolven kunnen om een object heen gaan, lichtgolven niet. Vandaar dat figuren schaduw hebben als ze van een kant belicht worden. Kijklijnen zijn hulplijnen waarmee je kunt aangeven welk gebied achter het object voor je oog onzichtbaar is. voorbeeld Vanuit het aangegeven oogpunt is niet alles achter de flatgebouwen zichtbaar. Het niet zichtbare gebied is in de volgende tekening ingekleurd. Elk voorwerp in dit gebied is vanuit het oogpunt niet zichtbaar. Er zijn 4 kijklijnen getekend ter begrenzing van het onzichtbare gebied. Rekenen in de detailhandel Pagina 194

56 opgaven 149. Teken kijklijnen en kleur het gebied dat vanuit het oogpunt niet zichtbaar is. (Achter het flatgebouw en de toren) Kleur het gebied dat voor beide personen onzichtbaar is. (Achter het flatgebouw) Noteer in de tabel of Joost of Anita een letter wel/niet kunnen zien. Joost Anita a wel wel b wel niet c niet niet d wel wel e niet wel Rekenen in de detailhandel Pagina 195

57 152. Gegeven de plattegrond van een winkel. In deze winkel is een aantal klanten aanwezig. Deze zijn symbolisch weergegeven met hoofdletters. De gele vlakken geven de winkelstellingen aan. De kassamedewerkster kan niet over deze winkelstellingen kijken. Op kantoor zit de filiaalmanager achter een spiegelraam. De kassamedewerkster is aangegeven met een. D I J C G B E F A H K kantoor kassa a. Noteer de klanten die de kassamedewerkster kan zien. A E H I K b. Welke klanten kan de filiaalbeheerder zien? Ook hij kan niet over de winkelstellingen kijken. A B G H K c. Op welke klanten hebben de kassamedewerkster en de filiaalbeheerder geen zicht? C D J Rekenen in de detailhandel Pagina 196

58 maten in bouwtekeningen opgaven nu maakt niemand me meer iets wijs De maten in de bouwtekeningen in de volgende opgaven zijn in werkelijkheid centimeters. Als in de tekening staat <230>, dan betekent dit: de afstand van muur tot muur bedraagt in werkelijkheid 230 centimeter, de maten zijn dus binnenmaten (de dikte van de muur is dus niet mee gemeten) Je werkt als verkoper in een bouwmarkt. Een klant wil graag laminaat en vloertegels kopen. Hij overhandigt jou de onderstaande bouwtekening van de eerste verdieping van zijn woning. a. Bereken de oppervlakte van de badkamervloer in m 2. oppervlakte = lengte x breedte = 315 x 240 = cm 2 = 7,56 m 2 b. Bereken de oppervlakte van slaapkamer 2 in m 2. oppervlakte = lengte x breedte = 225 x 409 = cm 2 = 9,2025 m 2 c. Bereken de oppervlakte van slaapkamer 3 in m 2. oppervlakte = lengte x breedte = 230 x 345 = cm 2 = 7,935 m 2 Rekenen in de detailhandel Pagina 197

59 d. Bereken de omtrek van slaapkamer 3 in m. 3,45 m + 2,3 m + 3,45 m + 2,3 m = 11,5 m. e. Voor de vloer van slaapkamer 2 wil deze klant laminaat kopen. Je wijst hem op een laminaat dat verkocht wordt voor 98,- per pak van 2,4 m 2. Hoeveel pakken adviseer jij deze klant te kopen? 9,2025 2,4 = 3,834 = 4 pakken. f. Voor de badkamervloer had deze klant graag vloertegels gehad. Je stelt voor vloertegels te nemen die in de aanbieding zijn voor 49,95 per pak. Eén pak is goed voor het betegelen van 1,44 m 2 vloer. Voor de ruimte onder het ligbad trek je 2 m 2 af. Bereken het aantal pakken vloertegels dat deze klant minimaal nodig heeft. ( 7,56 m 2 2 m 2 ) 1,44 = 3,861 = 4 pakken. g. Bereken het bedrag dat deze klant aan de kassa moet betalen voor het laminaat en de tegels, als hij van elk artikel één pak meer koopt dan jij hem adviseert. 5 x 98,- = 490,- 5 x 49,95 = 249,75 Totaal = 739,75. Rekenen in de detailhandel Pagina 198

60 154. Je werkt als verkoper in de plaatselijke doe-het-zelfzaak. Een klant vraagt jou een offerte voor het betegelen van de garage en de bijkeuken. Hij heeft de onderstaande bouwtekening van de begane grond van zijn woning meegenomen. a. Bereken de oppervlakte van de bijkeuken in m 2. oppervlakte = lengte x breedte = 320 x 190 = cm 2 = 6,08 m 2 b. Bereken de oppervlakte van de garage/berging in m 2. oppervlakte = lengte x breedte = 310 x 638 = cm 2 = 19,778 m 2 c. Bereken de oppervlakte van de badkamer in m 2. oppervlakte = lengte x breedte = 390 x 286 = cm 2 = 11,154 m 2 d. Voor de vloer van de garage/berging adviseer je vloertegels van 59,95 per pak, goed voor 1,4 m 2. Hoeveel pakken vloertegels neem je in de offerte op? 19,778 1,4 = 15 pakken e. Voor de vloer van de bijkeuken adviseer je vinyltegels van 79,50 per pak, goed voor 2 m 2. Hoeveel pakken vinyltegels neem je in de offerte op? 6,08 2 = 4 pakken f. Maak de offerte voor deze klant. 15 pakken vloertegels, totaalprijs 15 x 59,95 = 899,25 4 pakken vinyltegels, totaalprijs 4 x 79,50 = 318,-. Totaalprijs 899, ,- = 1.217,25 Rekenen in de detailhandel Pagina 199

61 155. Je werkt als verkoper in de plaatselijke bouwmarkt. Een klant wil graag een offerte voor het bekleden van het plafond van de garage en een muur in de woonkamer. Hij heeft de onderstaande bouwtekening van de begane grond van zijn woning meegenomen. Het plafond van de garage (de garage heeft een plat dak) moet met kunststof (brandremmende) schroten betimmerd worden. De schroten die je adviseert zijn precies 330 cm lang. Je adviseert de schroten in de breedte van het plafond te plaatsen. De klant wil geen kleine stukjes schroten gebruiken. De schroten hebben een werkende breedte van 15 cm. Ze worden verkocht in bundels van 5 schroten. Een bundel wordt verkocht voor 115,95. a. Hoeveel bundels schroten adviseer je deze klant? De breedte van de garage varieert van 3,10 tot 3,20 meter, dus 3,30 meter is een goede lengte. 672 cm 15 cm = 44,8 = 45 schroten. Dat zijn 9 pakken. De langste muur van de woonkamer is 2,40 meter hoog. De klant wil deze muur beplakken met steenstrips. De klant heeft uitgerekend dat hij 64 strips per m 2 nodig heeft. In een verpakkingseenheid steenstrips zitten strips voor 0,62 m 2 muur. Een verpakkingseenheid kost 24,95. b. Bereken de oppervlakte van deze muur. oppervlakte = 8,75 x 2,40 = 21 m 2. c. Hoeveel pakken steenstrips neem je in de offerte op? 21 m 2 0,62 = 33,87 = 34 pakken. d. Maak de offerte voor deze klant. 9 pakken schroten, totaalprijs 9 x 115,95 = 1.043, pakken steenstrips, totaalprijs 34 x 24,95 = 848,30. Totaalprijs , ,30 = 1.891,85 Rekenen in de detailhandel Pagina 200

Rekenen op niveau 2F, domein meten en meetkunde Pagina 1 EIW BV

Rekenen op niveau 2F, domein meten en meetkunde Pagina 1 EIW BV Rekenen op niveau 2F, domein meten en meetkunde Pagina 1 EIW BV inhoud dagelijkse maat 3 gewichten 6 maten 10 lengtematen 10 oppervlaktematen 16 inhoudsmaten 21 tijdmaten 28 lengte, oppervlakte en inhoud

Nadere informatie

Rekenen op niveau 3F, domein meten en meetkunde Pagina 1 EIW BV

Rekenen op niveau 3F, domein meten en meetkunde Pagina 1 EIW BV Rekenen op niveau 3F, domein meten en meetkunde Pagina 1 EIW BV inhoud maten 3 gewichten 6 lengtematen 10 oppervlaktematen 16 inhoudsmaten 29 tijdmaten 44 meten in het platte vlak 51 rekenen op schaal

Nadere informatie

Het Metriek Stelsel. Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud

Het Metriek Stelsel. Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud Het Metriek Stelsel Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud lengte in meter afkorting naam hoeveel meter 1 km kilometer 1 000 1 hm hectometer 100 1 dam decameter 10 1 m meter 1 1 dm decimeter 0,1 1 cm

Nadere informatie

TOELICHTING METRIEK STELSEL

TOELICHTING METRIEK STELSEL TOELICHTING METRIEK STELSEL 2 3 642_rv_wb_metriek_stelsel_bw.indd 2 8-03-3 23: liter ml 00 4 5 6 642_rv_wb_metriek_stelsel_bw.indd 3 8-03-3 23: Rekenvlinder Metriek stelsel Toelichting Uitgeverij Zwijsen

Nadere informatie

Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk. inzicht in het complete metriek stelsel. Op een eenduidige

Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk. inzicht in het complete metriek stelsel. Op een eenduidige Meten is weten Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk Leer- Meten en is oefenboek weten Bloemlezing metriek uit stelsel 36 bladzijden voor ISBN: een 978-90-821249-1-0 eerste indruk Auteur

Nadere informatie

Gebruik van dit aanvullingskatern Maten en gewichten is alleen toegestaan aan gebruikers van NOI-uitgaven voor (bedrijfs)rekenen.

Gebruik van dit aanvullingskatern Maten en gewichten is alleen toegestaan aan gebruikers van NOI-uitgaven voor (bedrijfs)rekenen. 19 19 matenengewichten Gebruik van dit aanvullingskatern Maten en gewichten is alleen toegestaan aan gebruikers van NOI-uitgaven voor (bedrijfs)rekenen. NOI 1.9 1 INLEIDING In het dagelijkse leven wordt

Nadere informatie

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren Uren, Dagen, Maanden, Jaren,. Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren 1 minuut 60 seconden 1 uur 60 minuten 1 half uur 30 minuten 1 kwartier 15 minuten 1 dag (etmaal) 24 uren 1 week

Nadere informatie

Schaal. Met behulp van de werkelijke grootte en de afgebeelde grootte kun je de schaal berekenen.

Schaal. Met behulp van de werkelijke grootte en de afgebeelde grootte kun je de schaal berekenen. Schaal Hieronder staat een afbeelding van het raam van het van Gogh-museum waardoor een inbreker zou zijn ontsnapt. Een advocaat voert aan dat door het gat in de ruit zijn client niet heeft kunnen ontsnappen,

Nadere informatie

Metriek stelsel. b. Grootheden. b-1. Lengte. Uitgangspunt (SI-eenheid): meter ; symbool: m. Gebruikte maten: mm-cm-dm-m-dam-hm-km

Metriek stelsel. b. Grootheden. b-1. Lengte. Uitgangspunt (SI-eenheid): meter ; symbool: m. Gebruikte maten: mm-cm-dm-m-dam-hm-km Inhoudsopgave: a: Inleiding b: Grootheden: (voor het basis-onderwijs) 1. Lengte 2. Oppervlakte 3. Volume, inhoud 4. Massa (vroeger: gewicht) 5. Tijd (voor het voortgezet onderwijs) 6. Temperatuur c. Omrekenregels

Nadere informatie

11 Meten en maten. Er zijn nog meer maten. Die gebruik je minder vaak. uit het hoofd

11 Meten en maten. Er zijn nog meer maten. Die gebruik je minder vaak. uit het hoofd De dollar heeft een andere waarde dan de euro. De verhouding van de waarde van de ene munt ten opzichte van de andere heet de wisselkoers. Als je een munt koopt, betaal je de aankoopkoers. De aankoopkoers

Nadere informatie

SAMENVATTING BASIS & KADER

SAMENVATTING BASIS & KADER SAMENVATTING BASIS & KADER Afronden Hoe je moet afronden hangt af van de situatie. Geldbedragen rond je meestal af op twee decimalen, 15,375 wordt 15,38. Grote getallen rondje meestal af op duizendtallen,

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen

Nadere informatie

spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep

spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep 3 COLOFON 3 DiKiBO presenteert het spiekboek complete reken-zakboek rekenen voor groep voor 6 groep 5 & 6 (een uittreksel van DiKiBO

Nadere informatie

KAPSTOK REKENEN inhoud

KAPSTOK REKENEN inhoud KAPSTOK REKENEN inhoud pagina Optellen 2 Optellen cijferen 3 Aftrekken 4 Aftrekken cijferen 5 Vermenigvuldigen 6 Vermenigvuldigen cijferen 7 Delen 8 Tafels 9 Deeltafels 10 Breuken 11 Meten 12 Tijd wijzers

Nadere informatie

Rekenen in de retail

Rekenen in de retail Rekenen in de retail niveau 2 Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 4 van dit boek. Te activeren tot: Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl

Nadere informatie

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend 230 000 46 duizend 46 000 Andersom 345 600 345,6 duizend 24 500 24,5 duizend

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend 230 000 46 duizend 46 000 Andersom 345 600 345,6 duizend 24 500 24,5 duizend Hoofdstuk 5 5A Grote getallen Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend 230 000 46 duizend 46 000 Andersom 345 600 345,6 duizend 24 500 24,5 duizend Miljoen 6 getallen achter de komma 230 miljoen

Nadere informatie

handelingswijzer rekenen

handelingswijzer rekenen handelingswijzer rekenen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders HANDELINGSWIJZER REKENEN INHOUD HANDELINGSWIJZER REKENEN... 1 1 INHOUD... 1 HOOFDBEWERKINGEN... 2 OPTELLEN... 3 AFTREKKEN... 3 VERMENIGVULDIGEN...

Nadere informatie

Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12

Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12 Tytsjerksteradiel Rekenportfolio Naam: cm 2 1 5 7 + = 5 10 10 m 3 1 _ 12 X 5 1 + = 5 1 + Inhoudsopgave Voorwoord 3 Domein getallen 4 - Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5 - Breuken 6 - Rekenvolgorde

Nadere informatie

Meten is weten ANTWOORDENBOEK. 88972 Meten is weten. Antwoordenboek. = 95 mm 6 cm = 60 mm 10 cm = 100 mm. 1 cm = 15 mm 9 cm

Meten is weten ANTWOORDENBOEK. 88972 Meten is weten. Antwoordenboek. = 95 mm 6 cm = 60 mm 10 cm = 100 mm. 1 cm = 15 mm 9 cm Meten is weten Antwoordenboek Opdracht 1 1 cm = 10 mm 4 cm = 40 mm 5 mm 4 cm = 45 mm 1 cm = 15 mm 9 cm = 95 mm 6 cm = 60 mm 10 cm = 100 mm Opdracht 2 1 cm = 10 mm 4 cm = 40 mm 1,5 cm = 15 mm 6,5 cm = 65

Nadere informatie

Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden.

Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden. Het metriek stelsel. Metriek komt van meten. Bij het metriek stelsel gaat het om maten, zoals lengte, breedte, hoogte, maar ook om gewicht of inhoud. Er zijn verschillende maten die je moet kennen en die

Nadere informatie

1 Inleiding 2 Lengte en zijn eenheden 3 Omtrek 4 Oppervlakte 5 Inhoud. Meten is weten. Joke Braaksma. November 2010

1 Inleiding 2 Lengte en zijn eenheden 3 Omtrek 4 Oppervlakte 5 Inhoud. Meten is weten. Joke Braaksma. November 2010 November 2010 Wat kunnen we allemaal meten? Wat kunnen we allemaal meten? 1. Lengte / breedte / hoogte / omtrek / oppervlakte / inhoud en volume 2. Tijd 3. Gewicht 4. Geld 5. Temperatuur Wij gaan ons

Nadere informatie

Rembrandt College Veenendaal. Protocol medicijnverstrekking. Begeleiding van leerlingen met dyscalculie Rembrandt College

Rembrandt College Veenendaal. Protocol medicijnverstrekking. Begeleiding van leerlingen met dyscalculie Rembrandt College Rembrandt College Veenendaal Protocol medicijnverstrekking Begeleiding van leerlingen met dyscalculie Rembrandt College Mei 206 Begeleiding van leerlingen met dyscalculie Leerlingen met dyscalculie krijgen

Nadere informatie

11 Meten en maten VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Meten en maten

11 Meten en maten VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Meten en maten Bestelnr. Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Meten en maten K-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat NL- CS Bodegraven Telefoon +(0)- 0 Telefax +(0)- info@k-publisher.nl www.k-publisher.nl De dollar

Nadere informatie

Wat is een standaardmaat?

Wat is een standaardmaat? Meten kun je op veel verschillende manieren. Als we iets meten dan vergelijken we dit met een afgesproken standaardmaat. Wat is een standaardmaat? Lang geleden is er afgesproken dat de afstand tussen twee

Nadere informatie

Klok dag en nacht. Hulpkaart OPTELLEN/AFTREKKEN

Klok dag en nacht. Hulpkaart OPTELLEN/AFTREKKEN OPTELLEN/AFTREKKEN Zet de getallen onder elkaar in je schrift eerst zelf proberen uit te rekenen bij aftrekken: denk om lenen bij optellen: denk om doorschuiven geen vergissingen? bij lang nadenken: rekenmachine

Nadere informatie

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10 Inhoud Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10 1/10 Eenheden Iedere grootheid heeft zijn eigen eenheid. Vaak zijn er meerdere eenheden

Nadere informatie

1.Tijdsduur. maanden:

1.Tijdsduur. maanden: 1.Tijdsduur 1 etmaal = 24 uur 1 uur = 60 minuten 1 minuut = 60 seconden 1 uur = 3600 seconden 1 jaar = 12 maanden 1 jaar = 52 weken 1 jaar = 365 (of 366 in schrikkeljaar) dagen 1 jaar = 4 kwartalen 1 kwartaal

Nadere informatie

Groep 8, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 2. Groep 8, blok 1, week 2 Passende Perspectieven, leerroute 2

Groep 8, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 2. Groep 8, blok 1, week 2 Passende Perspectieven, leerroute 2 Groep 8, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 2 LES 1 LES 2 LES 3 LES 4 LES 5 (hele getallen tot 1000) (meter, decimeter, centimeter, millimeter, kilometer, decameter, hectometer) (begrip kilo)

Nadere informatie

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE 1. Inleiding Vanaf 1 oktober 2015 gelden nieuwe afspraken omtrent het rekenexamen 3F. De exameneisen

Nadere informatie

9.1 Oppervlakte-eenheden [1]

9.1 Oppervlakte-eenheden [1] 9.1 Oppervlakte-eenheden [1] De omtrek van een figuur bereken je door uit te rekenen hoe lang het is als je één keer langs de rand van de figuur gaat. Omtrek = l + l + l + l + l + l + l + l = 14 + 8 +

Nadere informatie

Rekenen in de retail 1

Rekenen in de retail 1 Rekenen in de retail 1 niveau 3 en 4 Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 4 van dit boek. Te activeren tot: Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl

Nadere informatie

de maat in de p ra ktijk

de maat in de p ra ktijk de maat in de p ra ktijk opgaven dat kom t m e bekend voor Metselzand wordt verkocht in kubieke meter. Medicijnen verwerkt in capsules worden in milligram uitgedrukt. Frisdranken worden in anderhalfliterflessen

Nadere informatie

REKENMODULE INHOUD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

REKENMODULE INHOUD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen REKENMODULE INHOUD Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen Colofon RekenGroen. Rekenen voor vmbo- groen en mbo- groen Extra Rekenmodule Inhoud Leerlingtekst Versie 1.0. November 2012 Auteurs: Mieke Abels,

Nadere informatie

REKENEN Hfst 1-3 PROCENTEN. Procenten betekent per honderd.

REKENEN Hfst 1-3 PROCENTEN. Procenten betekent per honderd. REKENEN Hfst 1-3 PROCENTEN Procenten betekent per honderd. Percentage Groeifactor 1% 1/100 0,01 2% 2/100 0,02 10% 10/100 0,10 99% 99/100 0,99 104% 104/100 1,04 150% 150/100 1,50 Rekenen met procenten:

Nadere informatie

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Rekenrijk doelen groep 1 en 2 De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Aantallen kunnen tellen De kinderen kunnen kleine aantallen tellen. De kinderen kunnen eenvoudige

Nadere informatie

1 de jaar 2 de graad (2uur) Naam:... Klas:...

1 de jaar 2 de graad (2uur) Naam:... Klas:... Hoofdstuk 1 : Mechanica 1 de jaar de graad (uur) -1- Naam:... Klas:... 1. Basisgrootheden en hoofdeenheden In de Natuurkunde is het vaak van belang om de numerieke waarde van natuurkundige grootheden te

Nadere informatie

DIT IS HET DiKiBO-BOEK VAN

DIT IS HET DiKiBO-BOEK VAN Groep 5 6 & 2 DIT IS HET DiKiBO-BOEK VAN TIP PAS OP 2 HOE? hoi, ik ben DiKiBO samen met mijn vrienden help ik jou bij het leren 3 COLOFON DiKiBO presenteert het complete reken-zakboek voor groep 5 & 6

Nadere informatie

BLAD 16: HAM EN KAAS. b. Bij de maatbeker horen verschillende inhoudsmaten. Hiernaast staan ze op een rij. Schrijf op de stippeltjes wat het betekent.

BLAD 16: HAM EN KAAS. b. Bij de maatbeker horen verschillende inhoudsmaten. Hiernaast staan ze op een rij. Schrijf op de stippeltjes wat het betekent. BLAD 16: HAM EN KAAS 1. Hoeveel is het goedkoper? a. Twee aanbiedingen bij de supermarkt. Hoeveel cent is het goedkoper? 6 witte bolletjes:... 10 scharreleieren:... b. Reken van deze aanbiedingen ook uit

Nadere informatie

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen Groep 7(eerste helft) Getalbegrip - Telrij tot en met 1 000 000 - Uitspraak en schrijfwijze van de getallen (800 000 en 0,8 miljoen) - De opbouw en positiewaarde

Nadere informatie

klas 2-3 - 4 "Eenheden"

klas 2-3 - 4 Eenheden Naam: klas 2-3 - 4 "Eenheden" Klas: Het woord eenheid betekent dat dingen hetzelfde zijn. In de natuurkunde, scheikunde en techniek kan van alles gemeten worden. Iedereen kan elkaars metingen pas gebruiken

Nadere informatie

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen Natuur-scheikunde Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen Temperatuur in C en K Metriek stelsel voorvoegsels lengtematen, oppervlaktematen, inhoudsmaten en massa Eenheden van tijd 2 Havo- VWO H. Aelmans SG

Nadere informatie

1. Opbouw van getallenverzamelingen

1. Opbouw van getallenverzamelingen 1. Opbouw van getallenverzamelingen De natuurlijke getallen Wanneer kinderen voor het eerst gaan tellen, gebeurt dat op een natuurlijke manier. Zij leren de hoofdtelwoorden: een, twee, drie, vier, enzovoort

Nadere informatie

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Verhoudingstabel Wat zijn verhoudingen Rekenen met de verhoudingstabel Kruisprodukten Wat zijn verhoudingen * * * 2 Aantal rollen 1 2 12 Aantal beschuiten 18

Nadere informatie

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen 1 2 REKENEN Boek 7a: Blok 1 - week 1 in geldcontext 2 x 2,95 = / 4 x 2,95 = Optellen en aftrekken tot 10.000 - ciferend; met 2 of 3 getallen 4232 + 3635 + 745 = 1600

Nadere informatie

Groep 8, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3. Groep 8, blok 1, week 2 Passende Perspectieven, leerroute 3

Groep 8, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3. Groep 8, blok 1, week 2 Passende Perspectieven, leerroute 3 Groep 8, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3 LES 1 LES 2 LES 3 LES 4 LES 5 (meter, decimeter, centimeter, millimeter, kilometer, decameter, hectometer) (begrip kilo) opdracht 4 (hele getallen

Nadere informatie

Je ziet hier 3 snelheidsmeters. Welke meter geeft de hoogste snelheid aan?

Je ziet hier 3 snelheidsmeters. Welke meter geeft de hoogste snelheid aan? Heeft Uw kind problemen met redactiesommen? Hieronder staan een aantal redactiesommen specifiek voor groep 7 en 8 van de basisschool U kunt het gebruiken voor wat extra training. Van welke combinatie van

Nadere informatie

Rekenboek 3 havo/vwo. Antwoorden NOORDHOFF UITGEVERS 2014 REKENBOEK 3 HAVO/VWO ANTWOORDEN 1

Rekenboek 3 havo/vwo. Antwoorden NOORDHOFF UITGEVERS 2014 REKENBOEK 3 HAVO/VWO ANTWOORDEN 1 Rekenboek havo/vwo Antwoorden NOORDHOFF UITGEVERS 04 REKENBOEK HAVO/VWO ANTWOORDEN Blok Getallen. Bewerkingen a 45 d 6 g 8 b 60 e 90 h 687 c 4 f 56 i 48 a 4 d 000 b 4 000 e 000 c 70 f 0 000 a 7 d 0 b 70

Nadere informatie

Determinatietoets Rekenen 2F Deze toets bestaat in totaal uit 50 opgaven verdeeld over twee onderdelen.

Determinatietoets Rekenen 2F Deze toets bestaat in totaal uit 50 opgaven verdeeld over twee onderdelen. Determinatietoets Rekenen 2F Deze toets bestaat in totaal uit 50 opgaven verdeeld over twee onderdelen. B-versie Rekenen met rekenmachine Je mag voor dit onderdeel de rekenmachine gebruiken. Een kladblaadje

Nadere informatie

2 meter. MEET HET ZELF MAAT boekje. Joost Baardman V23

2 meter. MEET HET ZELF MAAT boekje. Joost Baardman V23 2 meter MEET HET ZELF MAAT boekje Joost Baardman V23 MEET HET ZELF MAAT boekje Zelfstudie meten 2005 Joost Baardman V23 I N H O U D S O P G A V E Hoofdstuk Grootheid Maat Afkorting Wat is het Blz. Inleiding

Nadere informatie

Spiekboekje. Knowledgebridge Onderwijs Hein v.d. Velden

Spiekboekje. Knowledgebridge Onderwijs Hein v.d. Velden Spiekboekje Knowledgebridge Onderwijs Hein v.d. Velden 1 rekenen tot 20 verliefde getallen verliefde getallen zijn samen 10 1+9= 2+8= 3+7= 10 4+6= 5+5= 0+10= 2 getallenlijn 20 + plus 7 + 6= 7 + 3 = 10

Nadere informatie

GECIJFERD! ANTWOORDENBOEK BIJ WERKBOEK GECIJFERD 2F ANTWOORDENBOEK GECIJFERD 2F

GECIJFERD! ANTWOORDENBOEK BIJ WERKBOEK GECIJFERD 2F ANTWOORDENBOEK GECIJFERD 2F GECIJFERD! ANTWOORDENBOEK BIJ WERKBOEK GECIJFERD 2F Colofon Titel Antwoordenboek bij Werkboek Gecijferd 2F Auteurs Kees Hoogland, Ruben IJzerman Vormgeving IntraQuest, Utrecht IntraQuest, Utrecht, 2012

Nadere informatie

Meting. Werkbladen, antwoorden, scoring, interpretatie

Meting. Werkbladen, antwoorden, scoring, interpretatie Werkbladen, antwoorden, scoring, interpretatie Dit is versie 2.0 van de methode Reken Remedie en is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. Mochten er onverhoopt fouten in voor komen, zou u zo vriendelijk

Nadere informatie

RekenWijzer, uitwerkingen hoofdstuk 2 Gebroken getallen

RekenWijzer, uitwerkingen hoofdstuk 2 Gebroken getallen Uitwerkingen 2. Kennismaken met breuken 2.. Deel van geheel Opdracht B 8 deel. ( deel + 8 deel). Opdracht 2 C 5 deel Opdracht C Driehoek C past in driehoek A. Aangezien driehoek A deel is van de tekening,

Nadere informatie

GECIJFERD! ANTWOORDENBOEK BIJ WERKBOEK GECIJFERD 3F ANTWOORDENBOEK GECIJFERD 3F

GECIJFERD! ANTWOORDENBOEK BIJ WERKBOEK GECIJFERD 3F ANTWOORDENBOEK GECIJFERD 3F GECIJFERD! ANTWOORDENBOEK BIJ WERKBOEK GECIJFERD 3F Colofon Titel Antwoordenboek bij Werkboek Gecijferd 3F Auteurs Kees Hoogland, Ruben IJzerman Vormgeving IntraQuest, Utrecht IntraQuest, Utrecht, 2012

Nadere informatie

Deel 2. Zelfstandig aan de slag

Deel 2. Zelfstandig aan de slag Deel 2 78 & Zelfstandig aan de slag 2 DIT IS HET DiKiBO-BOEK VAN TIP PAS OP 2 HOE? hoi, ik ben DiKiBO samen met mijn vrienden help ik jou bij het leren 3 COLOFON DiKiBO presenteert het complete reken zakboek

Nadere informatie

1) Welk getal moet voor het driehoekje worden ingevuld zodat de vergelijking klopt? 2) Schrijf 5/8 als een decimaal getal.

1) Welk getal moet voor het driehoekje worden ingevuld zodat de vergelijking klopt? 2) Schrijf 5/8 als een decimaal getal. Referentietoets 2F Opdracht 4 Deel 1 Maak deze opgaven zonder rekenmachine. Je mag kladpapier gebruiken. Bij decimale getallen, rond je af op 2 cijfers na de komma. 1) Welk getal moet voor het driehoekje

Nadere informatie

Aanvulling hoofdstuk 1

Aanvulling hoofdstuk 1 Natuur-Scheikunde Aanvulling hoofdstuk 1 Temperatuur in C en K Metriek stelsel voorvoegsels lengtematen, oppervlaktematen, inhoudsmaten en massa Eenheden van tijd VMBO- Tl2 H. Aelmans SG Groenewald 1.

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 gaat over rekenen. Deel 2 is eigenlijk herhaling van alle stof. Trainen voor het examen.

Hoofdstuk 5 gaat over rekenen. Deel 2 is eigenlijk herhaling van alle stof. Trainen voor het examen. Hoofdstuk 5 gaat over rekenen. Deel 2 is eigenlijk herhaling van alle stof. Trainen voor het examen. Het werkt als volgt, Je maakt een opgave bijv. opgave 1. Hoe gaat het ook al weer denk je dan. Nou,

Nadere informatie

Module Rekenvaardigheid in havo als voorbereiding op pabo. AN nr. 3.4044.0006

Module Rekenvaardigheid in havo als voorbereiding op pabo. AN nr. 3.4044.0006 Module Rekenvaardigheid in havo als voorbereiding op pabo AN nr..4044.0006 Inleiding Beste leerling, Wanneer je naar de PABO gaat is het belangrijk dat je een goede beheersing hebt van de Nederlandse

Nadere informatie

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5 Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5 1 2 3 4 5 1x1= 1 1x2= 2 1x3= 3 1x4= 4 1x5= 5 2x1= 2 2x2= 4 2x3= 6 2x4= 8 2x5=10 3x1= 3 3x2= 6 3x3= 9 3x4=12 3x5=15 4x1= 4 4x2= 8 4x3=12 4x4=16 4x5=20 5x1= 5 5x2=10 5x3=15

Nadere informatie

(o.a. voor 2F en 3F) Inhoud

(o.a. voor 2F en 3F) Inhoud (o.a. voor 2F en 3F) Inhoud Optellen... 2 Aftrekken... 3 Vermenigvuldigen... 4 Delen... 5 Tot de macht... 6 Combinaties... 7 Wortels... 7 Afronden... 8 Breuken... 10 Procenten... 11 Verhoudingen... 12

Nadere informatie

Toets gecijferdheid augustus 2005

Toets gecijferdheid augustus 2005 Toets gecijferdheid augustus 2005 Naam: Klas: score: Datum: Algemene aanwijzingen: - Noteer alle berekeningen en oplossingen in dit boekje - Blijf niet te lang zoeken naar een oplossing - Denk aan de tijd

Nadere informatie

1. Bereken. 2. Bereken. Oefenopgaven. F. 2 km = cm G. 3 dm = mm H. 4,5 cm = m I. 250 dm = dam J. 3,12 hm = dm

1. Bereken. 2. Bereken. Oefenopgaven. F. 2 km = cm G. 3 dm = mm H. 4,5 cm = m I. 250 dm = dam J. 3,12 hm = dm Oefenopgaven. 1. Bereken. A. 5 m = cm B. 4 hm = dm C. 3 km = m D. 300 cm = dm E. 2500 m = km F. 2 km = cm G. 3 dm = mm H. 4,5 cm = m I. 250 dm = dam J. 3,12 hm = dm 2. Bereken. A. 3 dm² = cm² B. 4 cm²

Nadere informatie

Uitwerking toets rekenvaardigheid. Opgave 1 a. 7125,98 + 698,99 = Tip: Bij kommagetallen is het eenvoudiger om aan geld te denken.

Uitwerking toets rekenvaardigheid. Opgave 1 a. 7125,98 + 698,99 = Tip: Bij kommagetallen is het eenvoudiger om aan geld te denken. Uitwerking toets rekenvaardigheid Opgave a. 725,98 + 698,99 = Tip: Bij kommagetallen is het eenvoudiger om aan geld te denken. 725,98 + 698,99 = 725,98 + 700,0= 7824,97 Denk eraan ik doe er teveel bij

Nadere informatie

handleiding pagina s 678 tot 686 1 Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 20: bladzijde 614 2 Werkboek 3 Posters 4 Scheurblokken

handleiding pagina s 678 tot 686 1 Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 20: bladzijde 614 2 Werkboek 3 Posters 4 Scheurblokken week les toets en foutenanalyse handleiding pagina s 678 tot 686 nuttige informatie Handleiding. Kopieerbladen pagina 69: oppervlakte ruit pagina 500: kaart van België pagina 50: afstandentabel België

Nadere informatie

Leerstofoverzicht groep 3

Leerstofoverzicht groep 3 Leerstofoverzicht groep 3 Getallen en relaties Basisbewerkingen Verhoudingen Leerlijn Groep 3 uitspraak, schrijfwijze, kenmerken begrippen evenveel, minder/meer cijfer 1 t/m 10, groepjes aanvullen tot

Nadere informatie

Op stap naar 1 B Minimumdoelen wiskunde

Op stap naar 1 B Minimumdoelen wiskunde Campus Zuid Boomsesteenweg 265 2020 Antwerpen Tel. (03) 216 29 38 Fax (03) 238 78 31 www.vclbdewisselantwerpen.be VCLB De Wissel - Antwerpen Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding Op stap naar 1 B Minimumdoelen

Nadere informatie

straat Van uur tot en met 3.30 uur is A 7 uren en 40 minuten. B 8 uren en 20 minuten. C 8 uren en 40 minuten. D 16 uren en 20 minuten.

straat Van uur tot en met 3.30 uur is A 7 uren en 40 minuten. B 8 uren en 20 minuten. C 8 uren en 40 minuten. D 16 uren en 20 minuten. VAK : REDACTIEREKENEN EN CIJFEREN DATUM : DINSDAG 9 JULI 0 TIJD : 08.5 09.45 UUR 4 Van 9.50 uur tot en met.0 uur is A 7 uren en 40 minuten. B 8 uren en 0 minuten. C 8 uren en 40 minuten. D 6 uren en 0

Nadere informatie

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte H5 Oppervlakte 2 BBL 5.1 Eenheden van oppervlakte 1a. Vraag aan je docent een vel met hokjes van 1 cm bij 1 cm. b. Teken op het papier een vierkant met zijden van 1 cm. c. Schrijf in het vlak 1 cm². d.

Nadere informatie

Werkblad bij lesvoorbereiding Breuken. 1. Vereenvoudig de volgende breuken: 2. Maak de volgende sommen: Schrijf de berekening erbij!

Werkblad bij lesvoorbereiding Breuken. 1. Vereenvoudig de volgende breuken: 2. Maak de volgende sommen: Schrijf de berekening erbij! Werkblad bij lesvoorbereiding Breuken 1. Vereenvoudig de volgende breuken: 2. Maak de volgende sommen: Schrijf de berekening erbij! 3. En nu iets moeilijker. Schrijf de berekening erbij! Werkblad bij lesvoorbereiding

Nadere informatie

Bijlage Cijfervaardigheid

Bijlage Cijfervaardigheid Bijlage Cijfervaardigheid 1 Inleiding De bedoeling van deze bijlage is in het kort de standaardrekenprocedures te herhalen. Je hebt in de vooropleiding ongetwijfeld rekenonderwijs genoten, maar vaak is

Nadere informatie

SRD 39.600, + SRD 60.900, = ton A 1,005 B 10,05 C 100,5 D 1005

SRD 39.600, + SRD 60.900, = ton A 1,005 B 10,05 C 100,5 D 1005 VAK : REDACTIEREKENEN EN CIJFEREN DATUM : DONDERDAG 0 JULI 009 TIJD : 08.5 09.45 UUR SRD 9.600, + SRD 60.900, = ton A,005 B 0,05 C 00,5 D 005 Chantal heeft drie rekenrepetities gemaakt. Het gemiddelde

Nadere informatie

Blok 1 Herhalingstoets

Blok 1 Herhalingstoets herhalingstoetsen Blok 1 Herhalingstoets 1 Reken uit en maak vast. Vul het getallenkaartje in. 1 0 00 00 H T E 1 00 + 00 = Hoeveel potloden? Vul in. Hoeveel krijgt ieder? Verdeel met vier kinderen. 0 00

Nadere informatie

www.wijzeroverdebasisschool.nl Breuken Maak de sommen 3 6 van 210 =. 1 4 van 284 =. 5 7 van 280 =. 1 3 van 264 =. 2 6 van 282 =. 2 5 van 375 =. 2 3 van 420 =. 3 4 van 320 =. 2 5 van 450 =. 1 4 van 268

Nadere informatie

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103?

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103? les 4 blok 5 4 Hoeveel kilogram samen? Eerst schatten. a a 64 kg b 164 kg 3 2 k g 232 kg 1 5 k g 115 kg 1 1 1 k g 511 kg c 8 kg 32 kg 125 kg 244 kg b d 16 kg 185 kg 143 kg 495 kg CD2 Maak sommen met deze

Nadere informatie

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter. 70 blok 5 les 23 C 1 Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 60 981 540 C 2 Welke maten horen erbij? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Nadere informatie

DEZE VRAGEN MAAK JE ZONDER REKENMACHINE. JE MAG WEL KLADPAPIER GEBRUIKEN. vraag 1: 5 1,65 = vraag 2: 60% van 450 is. vraag 3: 12 34 + 8 34 = vraag 4:

DEZE VRAGEN MAAK JE ZONDER REKENMACHINE. JE MAG WEL KLADPAPIER GEBRUIKEN. vraag 1: 5 1,65 = vraag 2: 60% van 450 is. vraag 3: 12 34 + 8 34 = vraag 4: DEZE VRAGEN MAAK JE ZONDER REKENMACHINE. JE MAG WEL KLADPAPIER GEBRUIKEN. vraag 1: 5 1,65 = vraag 2: 60% van 450 is vraag : 12 4 + 8 4 = vraag 4: 4 deel = % vraag 5: 2,98 + 0, = vraag 6: 1 + 46 + 27 +

Nadere informatie

Blok 1 Herhalingstoets

Blok 1 Herhalingstoets 7 herhalingstoetsen Blok 1 Herhalingstoets 1 Hoeveel ongeveer? Maak vast. 2 Hoeveel ongeveer? Kleur het juiste wolkje. 9000 10.000 20.000 30.000 40.000 50.000 5899 + 2900 8000 40.109 3 Reken uit. 4 Reken

Nadere informatie

Eenheden. In het dagelijks leven maken we van talloze termen gebruik, waarvan we ons de werkelijke herkomst eigenlijk niet goed realiseren.

Eenheden. In het dagelijks leven maken we van talloze termen gebruik, waarvan we ons de werkelijke herkomst eigenlijk niet goed realiseren. Eenheden In het dagelijks leven maken we van talloze termen gebruik, waarvan we ons de werkelijke herkomst eigenlijk niet goed realiseren. Hoe we grote getallen klein maken Als we naar de groenteboer gaan

Nadere informatie

Meten. Kirsten Nederpel. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Meten. Kirsten Nederpel. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Kirsten Nederpel 24 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/73382 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde

Nadere informatie

Toets gecijferdheid maart 2004

Toets gecijferdheid maart 2004 Toets gecijferdheid maart 2004 Naam: Datum: Klas: score cijfer Algemene aanwijzingen: - Noteer alle berekeningen en oplossingen in dit boekje - Blijf niet te lang zoeken naar een oplossing - Denk aan de

Nadere informatie

7. 123 187 45 - - - - - - + 355 8. 35/595\17 59 35 245 245

7. 123 187 45 - - - - - - + 355 8. 35/595\17 59 35 245 245 Antwoorden CITO 14-15 1. 295 187 - - - - - - + 482 2. 11/935\85 93 Hoe vaak past 11 in 93 88 8*11=88, dit is het grootste getal dat we van 93 af kunnen halen. 55 93-88=5 dan schuiven we de andere 5 ook

Nadere informatie

Overstapprogramma 6-7

Overstapprogramma 6-7 Overstapprogramma - Cijferend optellen 9 Verdeel het getal. Het getal 8 kun je verdelen in: duizendtallen honderdtallen tientallen eenheden D H T E 8 D H T E 8 = 8 9 9 9 = = = = Zet de getallen goed onder

Nadere informatie

Hieronder zie je een figuur die bestaat uit vier rijen. De figuur is gemaakt van witte en grijze vierkanten.

Hieronder zie je een figuur die bestaat uit vier rijen. De figuur is gemaakt van witte en grijze vierkanten. VIERKANTEN LEGGEN Hieronder zie je een figuur die bestaat uit vier rijen. De figuur is gemaakt van witte en grijze vierkanten. rijnummer 1 rijnummer 2 rijnummer 3 rijnummer 4 Onder rij 3 wordt nog een

Nadere informatie

www.wijzeroverdebasisschool.nl

www.wijzeroverdebasisschool.nl www.wijzeroverdebasisschool.nl Sweelinck & De Boer B.V., Den Haag Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar

Nadere informatie

Determinatietoets Rekenen 3F Deze toets bestaat in totaal uit 40 opgaven verdeeld over twee onderdelen.

Determinatietoets Rekenen 3F Deze toets bestaat in totaal uit 40 opgaven verdeeld over twee onderdelen. Determinatietoets Rekenen 3F Deze toets bestaat in totaal uit 40 opgaven verdeeld over twee onderdelen. A-versie Rekenen met rekenmachine Je mag voor dit onderdeel de rekenmachine gebruiken. Een kladblaadje

Nadere informatie

De laatste loodjes...

De laatste loodjes... De laatste loodjes... Hieronder vindt je een uittreksel van alles dat we met rekenen hebben geoefend. En nog een paar herhaalsommetjes. Om als laatste nog even door te lezen om te zien of je alles nog

Nadere informatie

Optellen IT1 Antwoord M3 IT6 Antwoord M

Optellen IT1 Antwoord M3 IT6 Antwoord M Optellen IT1 Antwoord M3 IT6 Antwoord M5 8 + 1 38 + 23 2 + 5 47 + 48 5 + 3 26 + 57 4 + 6 55 + 38 IT2 Antwoord E3 IT7 Antwoord E5 14 + 3 200 + 380 4 + 15 240 + 80 12 + 7 440 + 270 2 + 16 245 + 383 IT3 Antwoord

Nadere informatie

HET GROTE REKENBOEK OEFENBOEK. Antwoorden en Uitwerkingen VOORBEELDPAGINA S

HET GROTE REKENBOEK OEFENBOEK. Antwoorden en Uitwerkingen VOORBEELDPAGINA S Bestelnr. Het grote rekenboek - oefenboek - Antwoorden en uitwerkingen K-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat NL- CS Bodegraven Telefoon +()- Telefax +()- info@k-publisher.nl www.k-publisher.nl HGRB-Methode-Antwoorden-M_:Opmaak

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2003

Examenopgaven VMBO-KB 2003 Examenopgaven VMBO-KB 2003 tijdvak 21 donderdag woensdag 22 18 mei juni 13.30-15.30 uur WISKUNDE CSE KB WISKUNDE VBO-MAVO C Bij dit examen hoort een uitwerkboekje. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor

Nadere informatie

2003 tijdvak 2 woensdag 18 juni uur

2003 tijdvak 2 woensdag 18 juni uur Examenopgaven VMBO-GL en TL 2003 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-15.30 uur Bij dit examen hoort een uitwerkboekje. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 88 punten te behalen.

Nadere informatie

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde

Nadere informatie

50 vragen rekentoets

50 vragen rekentoets 50 vragen rekentoets In de PP vind je 50 rekenopdrachten, waarvan de eerste 15 uit het hoofd moeten. De volgende 35 mag je op papier uitrekenen en sommige (zelfs) met de rekenmachine. Je hebt 15 minuten

Nadere informatie

Rekenrijk. F-schrift Antwoordenboek. Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. Derde editie. Noordhoff Uitgevers

Rekenrijk. F-schrift Antwoordenboek. Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. Derde editie. Noordhoff Uitgevers Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Rekenrijk F-schrift Antwoordenboek Derde editie 8b auteurs Ceciel Borghouts Arlette Buter Ans Veltman eindauteur Ko Bazen Noordhoff Uitgevers 10 Les 1 1 Hoe

Nadere informatie

Inhoud kaartenbak groep 8

Inhoud kaartenbak groep 8 Inhoud kaartenbak groep 8 1 Getalbegrip 1.1 Ligging van getallen tussen duizendvouden 1.2 Plaatsen van getallen op de getallenlijn 1.3 Telrij t/m 100 000 1.4 Telrij t/m 100 000 1.5 Getallen splitsen en

Nadere informatie

Programma. Nabespreking Procenten en Breuken. Verder met de DTO. - Metriek. - Grafieken. Verder verloop van de cursus

Programma. Nabespreking Procenten en Breuken. Verder met de DTO. - Metriek. - Grafieken. Verder verloop van de cursus 1 Programma Nabespreking Procenten en Breuken Verder met de DTO - Metriek - Grafieken Verder verloop van de cursus 2 Nabespreking Procenten en Breuken Reacties leerlingen na het maken van de toetsen? Wat

Nadere informatie

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen. Uitwerkingen hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. Deel van geheel Opdracht. a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde

Nadere informatie

Proeftoets Cito Rekenen en Wiskunde M7, Deel 1. Bij deze taak mag je uitrekenpapier en een liniaal gebruiken. 1. Hoe laat is het?

Proeftoets Cito Rekenen en Wiskunde M7, Deel 1. Bij deze taak mag je uitrekenpapier en een liniaal gebruiken. 1. Hoe laat is het? Proeftoets Cito Rekenen en Wiskunde M7, 2009 Deel 1 Bij deze taak mag je uitrekenpapier en een liniaal gebruiken 1. Hoe laat is het? 2. Dit zijn zakken met meel. In elke zak zand zit 20 kg. Hoeveel kg.

Nadere informatie

Vastgesteld: naam... datum... Paraaf... cijfer = score x 0, ,8588 (met een minimum van 1).

Vastgesteld: naam... datum... Paraaf... cijfer = score x 0, ,8588 (met een minimum van 1). Tentamen rekenen 2F Naam... klas... locatie... Datum... tijdsduur 60 minuten. (versie: 30-3-2015) Vastgesteld: naam... datum... Paraaf... cijfer = score x 0,42353-1,8588 (met een minimum van 1). Opgave

Nadere informatie