OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV BERKENRIJS MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF GELEGEN TE 2310 RIJKEVORSEL, BERKENRIJS 3A.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV BERKENRIJS MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF GELEGEN TE 2310 RIJKEVORSEL, BERKENRIJS 3A."

Transcriptie

1 Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen /GOEP/gvda. BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV BERKENRIJS MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF GELEGEN TE 2310 RIJKEVORSEL, BERKENRIJS 3A. De deputatie van de provincie Antwerpen Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Gelet op het besluit van 6 februari 1991 van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem), zoals gewijzigd bij latere besluiten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), zoals gewijzigd bij latere besluiten; Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, inzonderheid artikel 8; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets; Gelet op de milieuvergunningsaanvraag, op 23 januari 2007 ingediend door de, gevestigd Berkenrijs 3 bus A te 2310 Rijkevorsel, strekkende tot het verkrijgen van een milieuvergunning om een installatie voor covergisting horende bij een varkensbedrijf, gelegen te 2310 Rijkevorsel, Berkenrijs 3a, kadastergegevens (afdeling-sectie-perceelnummer) 2-F-144r, 2- F-144w, te veranderen door uitbreiding en wijziging als volgt: wijziging van: de installatie voor covergisting van ton mest en ton energieteelten naar een installatie voor ton OBA en ton mest en energiegewassen, waarvan maximaal ton mest (vroeger vergund onder 28.3.b nu onder c en 28.3.b); de opslag van dierlijke mest door vermindering met 625 m³ tot een totale opslag van m³ waarvan m³ digestaat, m³ mengmest en 450 m³ mest van derden, m³ dunne fractie en m³ eindproducten (28.2.c.2); uitbreiding met: de opslag van 187 ton dierlijk afval (categorie III-materiaal) en het verwerken ervan door pasteurisatie en vergisting (2.2.4.a.2); de opslag en menging van 300 ton OBA (2.2.5.e.2); de inhoud aan warmtewisselaars met m³ tot een totaal van m³ bestaande uit 2 warmtewisselaars voor pasteurisatie van elk 10 m³ en 4 warmtewisselaars voor droging van elk 107 m³ (39.4.2); Vlaremrubricering volgens aanvrager: c a e c b Gelet op de volgende vergunningstoestand met betrekking tot de exploitatie van de inrichting op de datum van de indiening van de voormelde milieuvergunningsaanvraag: Koningin Elisabethlei Antwerpen 1 T F

2 2 / 25 Besluit nr. MLAV1/ d.d. 29 januari 2004 van de deputatie houdende vergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een varkensbedrijf voor een termijn verstrijkend op 29 januari Besluit nr. MLAV1/ d.d. 5 oktober 2006 van de deputatie houdende vergunning voor het veranderen door toevoeging en uitbreiding van een varkensbedrijf voor een termijn verstrijkend op 29 januari Gelet op het feit dat deze aanvraag voor de eerste maal werd ingediend op 23 januari 2007; op het feit dat op datum van 6 februari 2007 de milieuvergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig werd verklaard of geacht; Gelet op de stukken, waarbij wordt geattesteerd dat de milieuvergunningsaanvraag de vereiste publiciteit verkreeg, conform artikel 17 van het Vlarem; Gelet op het proces-verbaal betreffende het openbaar onderzoek d.d. 16 maart 2007 waaruit blijkt dat er noch schriftelijke, noch mondelinge bezwaren en/of opmerkingen werden ingediend; Gelet op het gunstig advies d.d. 22 maart 2007 van het college van burgemeester en schepenen van Rijkevorsel (kenmerk /370); op volgende elementen uit dit advies: 1. Op 26 oktober 2006 werd een vergunning bekomen voor de productie van biogas, een installatie met mest en energiegewassen, aangevraagd volgens de richtlijnen van de RO/2000/02. Tijdens de aanvraag werd echter een nieuwe omzendbrief goedgekeurd RO/2006/01, die een kader schetst voor het coverwerken van 40 % OBA. De exploitant wil met deze aanvraag de mogelijkheid hebben om OBA bij te mengen, met name de producten zoals vermeld in bijlage 1 van de omzendbrief. 2. Er werden kleine aanpassingen gedaan aan de plannen. 3. Het globale concept blijft hetzelfde; met de gevraagde aanpassingen aan de vergunde biogasinstallatie wil de exploitant inspelen op de huidige markt en evoluties in de wetgeving. 4. De aanvraag behelst een biogasinstallatie (covergisting) op basis van agrarische producten en organisch-biologische afvalstoffen (OBA). De totale verwerkingscapaciteit bedraagt ton/jaar en wijzigt met deze aanvraag dus niet. 5. De inrichting is gelegen buiten de grenzen van een recent overstroomd gebied of een van nature overstroombaar gebied. Er wordt bijgevolg geen substantieel schadelijk effect verwacht ten gevolge van de aangevraagde verandering; Gelet op het gunstig advies d.d. 6 april 2007 van de afdeling Milieuvergunningen (AMV) van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) (kenmerk AMV/A/07/2516); op volgende elementen uit dit advies: 1. Het voorwerp van onderhavige aanvraag betreft in hoofdzaak de uitbreiding van een biogasinstallatie. 2. De inrichting is reeds vergund voor een biogasinstallatie op mest en energiegewassen. De exploitant wil, naar aanleiding van de nieuwe omzendbrief RO/2006/01, ook organischbiologisch afval (OBA) covergisten. 3. Er zijn tevens wat kleinere aanpassingen aan het plan. De installaties zijn binnen het gebouw wat verschoven, om energie- en transportverliezen te verminderen. De drooginstallatie staat vlakbij de motoren en de luchtbehandeling vlakbij de droging. Aan de werking verandert op zich niets. 4. Er komen door het verwerken van OBA enkele opslagkelders bij. Er wordt binnen de loods een opslagplaats voor 300 ton vast OBA voorzien. Onder de loods wordt in een extra opslagkelder 675 m³ plantaardig vloeibaar OBA opgeslagen. Er komt ook een opslagkelder voor de opslag van dierlijk materiaal van categorie III (187 ton). 5. De opslag van gedroogd digestaat vermeerdert van 100 m³ naar 500 m³, net als de opslag van gekorreld digestaat. Er wordt in twee kelders 750 m³ en 375 m³ digestaat opgeslagen i.p.v.

3 3 / m³ in een kelder en m³ onder de gasopslag. De kelder voor de opslag van aangevoerde mengmest wordt 450 m³ groot i.p.v. 600 m³. Door deze wijzigingen wordt de opslag van mest verminderd van m³ naar m³. 6. De covergistingsinstallatie zal dierlijke mest (25%), energiegewassen (35%) en organischbiologische afvalstoffen (maximaal 40%) vergisten met een capaciteit van ton per jaar. De capaciteit van de inrichting neemt niet toe. Het aandeel energiegewassen neemt af ten voordele van de organisch-biologische afvalstoffen. 7. Het proces verandert niet. Het vaste OBA zal worden verhakseld en voorgemengd. Zoals alle andere producten zullen ook de OBA, met eventueel dierlijk categorie III-materiaal, verpompt worden naar de pasteurisatietanks. In deze tanks ondergaat de biomassa een hygiënisatie waarbij er gedurende minstens 1 uur een temperatuur van 70 C wordt gehaald. Het pasteurisatieproces wordt gestuurd d.m.v. een warmtewisselaar. De inhoud van de twee warmtewisselaars wordt uitgebreid van elk 5 m³ naar elk 10 m³. Vervolgens gaat de biomassa naar de vergister. 8. Het bewerken van het vaste OBA (verhakselen en voormengen) wordt aangevraagd onder rubriek e.2 (opslag en menging van niet-gevaarlijke afvalstoffen). Aangezien deze opslag en handelingen inherent verbonden zijn aan het covergisten (2.2.3.c), worden zij mee vergund onder deze rubriek en is de rubriek niet van toepassing. Dit wordt aangepast in het voorstel. 9. Voor de opslag en behandeling van de dierlijke afvalstoffen wordt rubriek a.2 aangevraagd. Aangezien sprake is van het verwerken van dierlijk afval is echter rubriek b van toepassing. Dit wordt aangepast in het voorstel. 10. Het categorie III-materiaal (187 ton), dat wordt opgeslagen in een opslagkelder, valt onder de bepalingen van de Europese verordening 1744/2002. Het categorie III-materiaal wordt altijd gedurende 1 uur gepasteuriseerd op 70 C en verkleind tot op 12 mm vóór het de vergister ingaat. Er kunnen gassen ontstaan bij de opslag van dit afval. De lucht in de opslagloods wordt afgevoerd naar de zuiveringsinstallatie. 11. De inrichting omvat een rein en een onrein gedeelte, die gescheiden zijn om besmetting of herbesmetting van de eindproducten te voorkomen. Vrachtwagens die de vulplaatsen (onrein gedeelte) willen verlaten moeten via de wasstraat passeren. In de wasstraat worden ze gewassen en ontsmet. Tussen de vergistingsinstallatie en de bestaande stallen is er een weg gelegen. De Unitankvergister is afgescheiden van de stallen met een muur zonder doorgang. Er zijn aparte toegangen voor de vergisting en voor de stallen. Er is een labo voor analyses. 12. De inrichting voldoet aan de bepalingen van de Europese verordening 1774/ De inrichting ligt binnen een straal van 850 m van het habitatrichtlijngebied: Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats. Er is geen subadvies door de afdeling Natuur uitgebracht. Het advies van de afdeling Natuur wordt geacht gunstig te zijn; Gelet op het stilzwijgend gunstig advies van het Agentschap RO-Vlaanderen (ARO); Gelet op het gunstig advies d.d. 16 maart 2007 van de afdeling Toezicht Volksgezondheid (ToVo) van het Agentschap Zorg en Gezondheid (VAZG) (kenmerk 2KV1198); op volgende elementen uit dit advies: 1. Het bedrijf wil een covergistingsinstallatie veranderen van een installatie voor de verwerking van ton mest en ton energieteelten naar een installatie voor de verwerking van ton OBA en ton mest en energiegewassen (waarvan ton mest). 2. Er werd geen plaatsbezoek uitgevoerd. 3. De inrichting is gelegen in agrarisch gebied. De eerste woningen liggen op 100 en op 200 m. De eerste woonzones liggen op ca m.

4 4 / Er werden geen bezwaren neergelegd in het openbaar onderzoek. Het bedrijf is nog niet in werking en er kan dus nog niet geoordeeld worden of er hinder is voor de omwonenden. 5. Gezien Berkenrijs NV reeds vergund was voor een covergistingsinstallatie met biogasproductie en dus enkel de inputstromen gewijzigd worden, worden weinig bijkomende gezondheidsbedreigende effecten verwacht. Het bedrijf had reeds een vergunning voor mestverwerking onder rubriek 28.3.b ondanks het feit dat er ook verwerking van energieteelten werd aangevraagd. Rubriek c werd toen niet aangevraagd of vergund. 6. VAZG geeft gunstig advies aan Berkenrijs NV omdat zij van oordeel zijn dat de activiteiten verenigbaar zijn met mens en milieu op voorwaarde dat: a) klachten aangaande geurhinder en andere klachten geregistreerd worden en dit register ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar. b) een jaar na ingebruikname van de installaties door een erkend deskundige lucht een evaluatie van de goede werking gebeurt. Aanbevelingen van deze deskundige dienen onverwijld opgevolgd te worden. Hierbij moet specifiek de mogelijkheid en noodzaak tot overdekking van de sleufsilo s door een loods en het in onderdruk plaatsen van deze loods en de mestkelder(s) bekeken worden; Gelet op het gunstig advies d.d. 9 maart 2007 van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) (kenmerk AB/BA/FV/63/07-037); op volgende elementen uit dit advies: 1. De inrichting is gelegen in een agrarisch gebied. 2. Het gaat om een aanvraag tot exploitatie van een bestaande inrichting. 3. Volgende rubrieken met betrekking tot het afvalstoffenaspect worden aangevraagd: a) c: opslag en biologische behandeling: compostering of vergisting, met of zonder methaanwinning van andere niet gevaarlijke afvalstoffen: de exploitatie van een covergisting met een capaciteit van ton/jaar waarvan 60 % mest en energieteelten en de resterende capaciteit (40%) wordt opgevuld met organisch-biologische afvalstoffen (OBA s). - opslag van 675 ton vloeibaar OBA in 3 opslagtanks (1 tank voor dierlijke OBA s, met name categorie-3 materiaal. - opslag, menging en verkleining van vaste afvalstoffen: opslag van 300 ton vast OBA en energiegewassen in sleufsilo s in een overdekte loods. - opslag in proces van 100 m ³ in een stortbunker, 100 m³ in een voormenger, 3 maal m³ in vergisters en 2 maal 10 ton in hygiënisatiesilo s. b) a.2 : opslag en behandeling van dierlijke afvalstoffen: opslag en bewerking van laagrisicomateriaal, met een opslagcapaciteit van meer dan 10 ton: Opslag en verwerking van 187 ton dierlijke bijproducten (categorie-3-materiaal) behandeld door pasteurisatie en vergisting. c) e.2: opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met een mechanische behandeling van andere niet-gevaarlijke afvalstoffen: Opslag, menging en verkleining van vaste afvalstoffen opslag van 300 ton vast OBA in een gesloten loods. 4. Voor deze types installaties volstaat rubriek c. 5. De aanvraag handelt over een covergisting van organisch-biologische afvalstoffen met mest en energiegewassen met productie van een stabiele organische meststof, groene elektriciteit en warmte. 6. Om de vergister te optimaliseren naar biogasproductie en om de kosten te drukken van de energieteelten, die ook als inputstroom worden gebruikt, wenst de exploitant ook een deel organisch-biologische afvalstoffen mee te verwerken. De organisch-biologische afvalstoffen worden heel breed bekeken. Het zal om afvalstoffen gaan die voorkomen op de lijst in bijlage I van de omzendbrief van RO/2006/01 over de inplanting van biogasinstallaties in agrarische zones, uitgesloten de huishoudelijke afvalstoffen.

5 5 / Er wordt een jaarlijkse verwerkingscapaciteit van ton aangevraagd waarvan maximaal ton mest en ton andere stromen waarvan een gedeelte energiegewassen maximaal ton en een gedeelte organisch-biologische afvalstoffen (minimaal ton) tot de productie van ton digestaat (10% verlies). Na scheiding blijft er nog ton dikke fractie over en ton dunne fractie. 8. De dunne fractie wordt uitgereden, de dikke wordt ingedroogd. Uit de dikke fractie ontstaat er ton mestkorrel (85% D.S.). 9. Procesbeschrijving: a) Verpompen van de vloeibare organisch-biologische afvalstoffen (OBA s) en mest naar de pasteurisatie-unit. b) Het voorbehandelen, verkleinen van het vaste OBA. c) Menging van de vaste plantaardige biomassa in de voormengingsinstallatie van 100 m³. Deze biomassa wordt rechtstreeks in de vergisters gebracht. d) Pasteurisatie van de biomassa (1u bij 70 C). e) Anaërobe vergisting van de biomassa. Er zullen 3 vergisters van m³ gebouwd worden; 1 als voor- en 1 als navergister. De totale verblijftijd in de vergisters is ongeveer 77 dagen, ongeveer 51 dagen in de hoofdvergisting en 26 in de navergisting. Vergister 3 kan ook nog ingeschakeld worden als Unitank-systeem waarin mogelijks enkel maar energiegewassen worden vergist. f) Opslag van het digestaat in effluenttanks. g) Aërobe ontzwaveling van het geproduceerde biogas via luchtinjectie. h) Verbranding van het biogas in een gasmotor (WKK). i) Scheiding van dikke en dunne fractie van het uitgegiste digestaat (of rechtstreeks uitgereden), droging van de dikke fractie door middel van de warmte van de WKK-motoren en korrelen tot mestkorrels. j) De dunne fractie wordt uitgereden. 10. De herkomst en de samenstelling van de biomassa zal als volgt zijn: mest, plantaardige en dierlijke OBA s en energieteelten (zonnebloemen en energiemaïs). 11. Voor mest en de inhoud van het maagdarmkanaal volstaat een pasteurisatie. 12. Ter plaatse vindt een voorafgaande pasteurisatie plaats van categorie-3-materiaal zoals afval van de melk- en eigerelateerde industrie en overige biologische afvalstromen van de voedingsindustrie die deze behandeling vereisen volgens EG-verordening 1774/2002 inzake dierlijke bijproducten, alsook van de vloeibare mest. 13. De vulling van de vloeibare categorie-3-opslag van dierlijke bijproducten gebeurt met snelkoppelingen. 14. Op de opslagtanks wordt duidelijk een etiket voorzien dat aangeeft dat het om categorie 3- materiaal gaat. 15. Er zal tevens een scheiding zijn tussen de reine en onreine zone. 16. De pasteurisatie zal verlopen in pasteurisatieketels, waar het biologisch afval gedurende 1u bij 70 C wordt behandeld, PLC-gestuurd. 17. Er mogen enkel dierlijke bijproducten worden vergist indien de installatie eveneens erkend is volgens en dus voldoet aan de voorwaarden van Verordening 1774/2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. 18. Er dient een degelijk acceptatiebeleid te zijn voor de te ontvangen afvalstromen. 19. De mogelijks te aanvaarden afvalstromen worden opgesomd in een niet-limitatieve lijst. 20. Voor elke nieuwe afvalstof gebeurt een analyse op bepaalde Vlarea-parameters uit bijlage A van Vlarea. 21. De analyses voor slib mogen maximaal één jaar oud zijn. Die van de overige organischbiologische bedrijfsafvalstoffen mogen maximaal een half jaar oud zijn. 22. De aankomende vrachtwagens moeten visueel worden gecontroleerd en ad random worden bemonsterd.

6 6 / Er dient een gescheiden opslag te gebeuren van categorie 3-materiaal. De opslagtanks zullen duidelijk gemerkt worden met deze opschriften. 24. De traceerbaarheid voor de dierlijke stromen is duidelijk te volgen via het aanvoerregister. 25. Alle materiaal dat naar de vergister gaat, wordt nog eens verkleind tot 12 mm. 26. Er vindt een ontzwaveling plaats van het methaangas omwille van zijn corrosiviteit voor de biogasmotor. 27. Het biogas wordt omgezet in elektriciteit en warmte. 28. Een gedeelte van de warmte wordt hergebruikt om de vergistingstanks op te warmen. 29. Een gecontroleerde vergisting heeft een positief effect in het kader van de Kyoto-doelstellingen. Het methaan mag dan in geen geval, ook niet in kleine hoeveelheden, ongecontroleerd vrijkomen. Dit kan echter reeds in kleine en grotere hoeveelheden snel gebeuren bij gisting/opslag in openlucht, onvoldoende afsluiting van de tanks. Koolstofdioxide is ook een broeikasgas, maar met een effect dat 22 keer kleiner is dan dat van methaan. In dit proces wordt methaan omgezet tot koolstofdioxide met productie van elektriciteit. Dit is een besparing van fossiele brandstof nodig voor die productie van elektriciteit. De vrijgekomen warmte kan eveneens worden ingezet. Het digestaat wordt gedroogd, gebruikmakende van de warmte van de biogasmotoren. 30. Er wordt een stabiele organische meststof (mestkorrel) geproduceerd die wordt geëxporteerd. 31. De inputstromen worden vergist tot een stabiel digestaat. Voor het gebruik ervan, voorziet het VLAREA in een kwaliteitsopvolging voor het gebruik van digestaten als meststof. 32. De te vergisten energiegewassen worden op voorhand ingekuild, wat later de vergistbaarheid verhoogt. 33. De opslag van biogas gebeurt onder een EPDM-membraan dat talrijke tests heeft doorstaan met betrekking tot veiligheid. 34. De aangevoerde stromen, vast OBA zoals slibs van waterzuiveringsinstallaties uit de voedingsindustrie en andere stromen organisch-biologisch afval, zouden relatief weinig geurhinder kunnen veroorzaken. 35. De opslag van vloeibare stromen geeft geen emissies. 36. Er is een biowasser voorzien zoals aangehaald in de overwegendes van de het besluit van de deputatie van de Provincie Antwerpen van 5 oktober In de bijzondere voorwaarden van datzelfde besluit is gesteld dat, in afwijking van de bepalingen van artikel het laden en lossen van mest niet dient te gebeuren in een afgesloten gebouw en de ventilatielucht van het gebouw waar de vergistingstanks zijn opgesteld niet dient te worden behandeld. 38. Het eindproduct is ook vrijwel geurvrij. 39. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij geeft gunstig advies voor de milieuvergunningsaanvraag van voor de uitbreiding van een bestaande inrichting voor de covergisting van organisch-biologische afvalstoffen met mest en energiegewassen met droging van digestaat. 40. Aandachtspunt De bedrijfsvoering dient te gebeuren volgens het principe van Integrale Ketenbeheersing (IKB): controle kwaliteit inputstromen controle productieproces verzekering kwaliteit eindmateriaal; Gelet op het gunstig advies d.d. 28 maart 2007 van de afdeling Kwaliteitsbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) (kenmerk BH/AK-M/IH/07/ ); op volgende elementen uit dit advies: 1. De aanvraag betreft een varkensbedrijf; eind 2006 werd een mestverwerkingsinstallatie vergistingsinstallatie met winning van biogas vergund. 2. De geplande verandering houdt een wijziging van de mestverwerking in t.t.z. het wordt een covergisting van mest, energieteelten en organisch-biologische afvalstoffen (OBA). De vergunde verwerkingscapaciteit van ton per jaar blijft ongewijzigd. 3. Door het bijmengen van energieteelten en organisch-biologische afvalstoffen bij de mest wordt een betere C/N-verhouding bekomen en kan het vergistingsproces worden geoptimaliseerd.

7 7 / Voor de opslag van de energieteelten en de OBA zullen passende opslagvoorzieningen (sleufsilo s, opslagkelder) worden gerealiseerd zodat het optreden van geurhinder maximaal wordt voorkomen. 5. Voorliggende aanvraag betreft een varkensbedrijf met bijhorende mestverwerkingsinstallatie. De mestverwerking wordt uitgebreid tot een covergisting van mest met energieteelten en organisch-biologische afvalstoffen. Daardoor kan een betere C/N-verhouding en een optimalisatie van het vergistingproces worden gerealiseerd. De vergunde verwerkingscapaciteit van ton per jaar blijft ongewijzigd. Voor de bijkomende afvalstoffen energieteelten en OBA zullen passende opslagvoorzieningen worden geïnstalleerd. Daarom mag gesteld worden dat de geplande verandering geen aanleiding zal geven tot bijkomende hinder voor de omgeving m.a.w. voor de milieuvergunningsaanvraag van het bedrijf Berkenrijs te Rijkevorsel kan een gunstig advies worden verleend. 6. Advies lucht: De milieuvergunningsaanvraag van het bedrijf Berkenrijs te Rijkevorsel voor het veranderen van een bestaande vergunde inrichting kan gunstig geadviseerd worden. 7. Gelet op de bestaande vergunning uitgereikt door de deputatie van de Provincie Antwerpen op 05/10/2006, waarbij de lozing van HA in oppervlaktewater werd vergund aan algemene voorwaarden, en waarbij de lozing van BA zonder gevaarlijke stoffen via een IBA in oppervlaktewater werd vergund aan algemene voorwaarden met een debiet van 0,5 m³/u, 2 m³/d en 450 m³/j. De gemelde veranderingen hebben geen betrekking op de lozing van afvalwater. 8. Advies water: Er moet blijvend voldaan worden aan de voorwaarden opgelegd in vergunning MLAV1/06-113/GOEP-mb van 05/10/2006; Gelet op het ongunstig advies d.d. 5 april 2007 van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) (kenmerk PH/A/AV1/ ); op volgende elementen uit dit advies: 1. Uitgaande van de mestbankaangifte van deze inrichting, rekening houdende met de gekende vergunningsbeslissingen, kan gesteld worden dat de gekende vergunningen nog volledig geldig zijn. Rekening houdende met de in de aanvraag opgegeven dierenaantallen, bevestigd door de mestbankaangifte van deze inrichting, komt dit overeen met een vergunde mestproductie van kg N en 8.341,45 kg P 20 5, overeenkomstig de mestproductie van vleesvarkens. 2. De aanvraag betreft een verandering van een vergunde varkenshouderij met een biogasinstallatie (covergisting) op basis van agrarische producten door de uitbreiding van de verwerking met OBA s. De exploitant wenst een covergistingsinstallatie en coverwerkingsinstallatie te installeren voor een totale verwerkingscapaciteit van ton/jaar waarvan ton OBA s en ton mest en energiegewassen. 3. Na verandering zal er op de inrichting m³ dierlijke mestopslag voorzien worden, waarvan m³ mengmestopslag onder de varkensstallen en m³ mestopslag horende bij de vergistingsinstallatie. 4. De aanvraag betreft een verandering van de inrichting door een wijziging van de mestverwerkinginstallatie (vergistingsinstallatie) door een vermindering tot ton mest en energiegewassen en een uitbreiding met OBA s en om het totaal van ton/jaar vergistingcapaciteit te behouden. 5. De exploitant wenst zijn vergistingsinstallatie vergund voor ton per jaar waarvan ton mest en ton energiegewassen te verminderen tot respectievelijk 4 à ton mest en 8 à ton energiegewassen en uit te beiden met ton OBA s op jaarbasis. De mengmest afkomstig van runderen en varkens, zal samen met energierijke producten (hoofdzakelijk snijmais en zonnebloemen) en OBA s vergist worden. 6. De energiegewassen zullen eerst worden voorgemengd door middel van een voedermengwagen alvorens deze in de vaste-stoffen-bunker worden gelost. Vanuit deze bunker wordt het mengsel naar één van de twee hoofdvergisters (de voorvergister of de unitank) getransporteerd, maar eerst moet het nog langs de pasteurisatie-unit passeren. 7. De mengmest wordt rechtstreeks vanuit de vooropslag (voor de rundermest) of vanuit de mengmestkelder onder de varkensstal via de pasteurisatie-unit naar één van de twee

8 8 / 25 hoofdvergisters verpomp. De energiegewassen en de mengmest worden derhalve niet vooraf gemengd. 8. Zowel de gemengde energiegewassen als de mengmest worden gepasteuriseerd om aan de bezemverordening te voldoen. Het koelwater van de motoren wordt gebruikt om de pasteurisatieketels te verwarmen op een temperatuur van meer dan 70 C. Deze temperatuur van meer dan 70 C dient één uur aangehouden te worden alvorens het product naar één van de hoofdvergisters wordt getransporteerd. 9. Al het ingevoerde materiaal komt in een eerste fase in één van de twee hoofdvergisters (de voorvergister of de unitank) terecht, die via een overloop in contact staan met de navergister. Vanuit de navergister loopt periodiek een deel van de uitvergiste fractie over naar kelder 6 (375 m³) vooraleer het naar de scheider gaat. Vanaf de scheider gaat de dikke fractie naar de drooginstallatie en de dunne fractie naar de foliebassin. 10. De unitank (vergister 3) kan volledig gescheiden gehouden worden van de andere 2 vergisters. De vergistingsmix verblijft hier langer (minstens 80 dagen) en gist volledig uit. De bedoeling is om in deze vergister andere mengsels te vergisten dan in tank 1 en 2. Mogelijk worden er zelfs alleen energiegewassen vergist zonder toevoeging van mest of met een maximum van 20% OBA s. Indien gewenst kan deze unitank echter ook gebruikt worden als voorvergister die ook overloopt in vergister 2 (navergister). De eventueel beperkt gebruikte OBA s worden in de mengkelder gemengd en dan zonder toevoeging van mest naar de hygiënisatie-unit gestuurd. Van daar worden ze naar de unitank gestuurd waar ze minstens 80 dagen zullen verblijven. De energiegewassen worden rechtstreeks van de sleufsilo, via een aparte hopper (10 m³) in de vergister 3 (unitank) gebracht. 11. Door het hoge DS-gehalte moet de maïs voor het inbrengen in de vergister opgemengd worden met digestaat. Na de verblijftijd zal het digestaat eerst gebufferd worden in kelder 7 (750 m³) waarna het behandeld kan worden in de scheider en drooginstallatie. 12. Ongeveer ton digestaat zal worden gedroogd tot een hoogwaardig eindproduct (ongeveer ton/jaar) dat zal geëxporteerd worden. 13. Op het terrein worden verschillende opslagplaatsen voorzien, zowel voor te verwerken producten, gemengde producten als voor verwerkte producten. Volgende opslagplaatsen worden voorzien op de inrichting: a) m³ mengmestopslag onder de varkensstal b) 450 m³ vooropslag drijfmest c) m³ opslag dunne fractie in foliebasin d) 20 m³ opslag in de 2 tanken samen voor de hygiënisatie van de ruwe producten (1 uur op 70 C) e) 500 m³ big bags droge korrel f) m³ opslag in de voorvergister g) m³ opslag in de unitank h) m³ opslag in de navergister i) 410 m³ opslag biogas boven de voorvergister j) 410 m³ opslag biogas in de navergister k) 410 m³ opslag biogas in de unitank l) m³ vooropslag energieproducten m) 500 m³ opslag ingedroogde fractie n) 375 m³ opslag voor het digestaat o) 750 m³ opslag in externe opslag voor digestaat 14. Opmerkingen : a) De biogasinstallatie zal op jaarbasis maximaal ton drijfmest verwerken, waarvan (uitgaande van het dossier) ton varkensdrijfmest en ton rundveedrijfmest van het eigen bedrijf. Op basis van het gekende nutriëntenhalte op Berkenrijs 3a, kan er geen ton varkensdrijfmest geproduceerd worden op jaarbasis. Voor wat betreft de inrichting gelegen Houtelweg 15 kan overeenkomstig het gekende nutriëntenhalte geen ton rundveedrijfmest op jaarbasis geproduceerd worden. Op basis van de gekende

9 9 / 25 nutriëntenhalte van de twee inrichtingen samen kan er maximaal ton drijfmest aangewend worden voor vergisting. Bijkomend dient er dus ton drijfmest aangevoerd te worden van de inrichting gelegen Torendries 12 te Rijkevoersel, vergund op naam van Aernouts Jef. b) Op basis van het bijgevoegde plan kan de hopper aan de unitank (vergister 3) niet gevuld worden. c) Het dossier vermeldt duidelijk dat in deze unitank (aangevraagde uitbreiding) geen mest zal mee vergist worden zodat dit niet kan beschouwd worden als een mestverwerking in agrarisch gebied. d) Feitelijk is de aanvraag niet correct en dient deze uitbreiding aangevraagd te worden onder de rubriek c., vergisting van niet-gevaarlijke afvalstoffen in agrarisch gebied; Gelet op het horen van de heer H. Jochems, exploitant, en de heer F. Raymaekers, adviseur van DLV, door de Provinciale Milieuvergunningscommissie d.d. 2 mei 2007; Gelet op het advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie (PMVC) d.d. 2 mei 2007 waarbij de PMVC voorstelt om de termijn te verlengen met twee maanden; op volgende elementen uit dit advies: 1. Horen van partijen De heer H. Jochems, exploitant, en de heer F. Raymaekers, adviseur van DLV, worden gehoord. Desgevraagd bevestigt de heer F. Raymaekers dat de oorspronkelijk vergunde hoeveelheid van ton mest in de covergistingsinstallatie overeind blijft. De voorzitter merkt op dat volgens de VLM de derde vergistingsunit alleen bestemd is voor OBA s en maïs, niét voor mestverwerking. Daarnaast stelt zich de vraag in hoeverre de huidige installatie bouwvergund is. De heer F. Raymaekers verduidelijkt dat de huidige installatie volledig milieu-en bouwvergund is. De bouwvergunning werd onlangs, op 17 januari 2007, verleend. Met deze aanvraag is de configuratie van de gebouwen volledig dezelfde gebleven. Wat de verwerking van mest betreft, vraagt hij de ganse installatie te bekijken als één geheel, met 3 aparte delen. Volgens het nieuwe Mestdecreet bestaat sinds begin 2007 de mogelijkheid een deel van de covergisting zonder mest te realiseren. Dit biedt vooral meer flexibiliteit inzake afzetmogelijkheden van het eindproduct van de covergisting. Indien de vergunde ton verdeeld moet worden over de 3 vergisters dan is dat zo, maar de heer F. Raymaekers wijst er op dat de exploitant gewoon gebruik wil maken van de opportuniteit die het nieuwe Mestdecreet op dat vlak biedt. Het is ook interessant om verschillende types vergisters te hebben. Bij verzuring van één van de vergisters kan men dan overpompen. Desgevraagd verduidelijkt de heer F. Raymaekers dat mest qua samenstelling en bacteriologie een goede opstarter is. Energetisch is mest minder interessant in een covergistingsinstallatie. Hij benadrukt dat het gegeven dat de derde vergister geen mest bevat evenwel geen knelpunt mag zijn voor deze aanvraag. Desgevallend kan de ton mest verdeeld worden over de 3 vergisters. Inzake de bestemming van de gewonnen elektriciteit licht de heer F. Raymaekers toe dat het concept niet veranderd is t.a.v. het vorige aanvraagdossier. De VLM geeft mee dat de hopper aan de unitank aan de verkeerde kant is voorzien op het inrichtingsplan. Desgevraagd verklaart de heer F. Raymaekers dat een adequate luchtbehandeling is voorzien: alle geurbelastende activiteiten gaan volgens de BBT over een biofilter en een zuurwasser. 2. Omschrijving en rubrieken Nog te bespreken i.k.v. termijnverlenging. 3. Stedenbouwkundige verenigbaarheid

10 10 / 25 Er is momenteel een stedenbouwkundige aanvraag lopende bij het college van burgemeester en schepenen voor de bouw van een biogasinstallatie. Het ARO dient nog ten gronde een advies uit te brengen. De PMVC stelt een termijnverlenging voor dit dossier voor opdat het ARO een gemotiveerd advies ten gronde zou uitbrengen, rekening houdende met het feit dat volgens de aanvraag de derde vergister van de covergistingsinstallatie zonder mest zou werken. 4. Openbaar onderzoek bezwaren Er werden geen bezwaren ingediend. 5. Milieutechnische evaluatie Gelet op de uitgebrachte adviezen en de verklaringen van de vertegenwoordiger van de exploitant ter zitting stelt de PMVC voor in termijnverlenging bijkomend volgende vragen te stellen aan de exploitant: Hoe gebeurt de bedrijfsvoering van de 3 vergisters, vanuit een input van o.a ton mest, OBA s, Wat zal de minimale hoeveelheid mest zijn die de exploitant zal vergisten? Wat is de bestemming van de elektriciteitsproductie? Hoe verklaart de exploitant dat met 2 vergisters hetzelfde tonnage kan worden vergist als met 3 vergisters? Verduidelijking van de luchtbehandeling voor alle geurbelastende activiteiten? 6. Watertoets Uit de toepassing van de beoordelingsschema's m.b.t. de watertoets blijkt dat de gevraagde activiteiten van die aard zijn dat ze niet relevant zijn voor wat betreft de invloed op het watersysteem, zodanig dat geen bijkomend wateradvies vereist is, en dat derhalve de aanvraag voldoet aan de in artikel 5 opgesomde doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid. 7. Termijn Nog te bespreken i.k.v. termijnverlenging. 8. Voorwaarden Nog te bespreken i.k.v. termijnverlenging. Gelet op de beslissing d.d. 24 mei 2007 van de deputatie van de provincieraad om de behandeingstermijn van de milieuvergunningsaanvraag te verlengen met 2 maanden, zoals voorgesteld door de PMVC; Gelet op het aanvullend, gunstig advies d.d. 11 juni 2007 van het ARO (kenmerk N/ (4)); op volgende elementen uit dit advies: 1. In de zitting van de deputatie van 24/05/2007 werd beslist de behandelingstermijn van deze milieuvergunningsaanvraag éénmalig te verlengen met twee maanden. In het kader hiervan wordt mijn dienst gevraagd om ten gronde advies uit te brengen, rekening houdende met het feit dat volgens de aanvraag de derde vergister van de covergistingsinstallatie zonder mest zou werken. 2. De aanvraag betreft het veranderen door uitbreiding en wijziging van een installatie voor covergisting horende bij een varkensbedrijf. De vorige aanvraag betrof reeds een covergistingsinstallatie met louter mest en energieteelten en werd door mijn ambt reeds in het kader van de milieuvergunningsprocedure d.d. 30/06/2006 gunstig geadviseerd. De huidige aanvraag voorziet in hoofdzaak een vervanging van ongeveer 40% mest en energieteelten door OBA (Organisch-Biologisch Afval). 3. Het goed ligt in het gewestplan Turnhout (Koninklijk besluit van 30/09/1977) en volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in het agrarisch gebied. 4. De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

11 11 / 25 Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van art. 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (art. 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen). 5. Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan. 6. Inzake de planologische verenigbaarheid van de covergistingsinstallatie, dewelke duidelijk niet als een loutere landbouwactiviteit kan worden beschouwd, dient onderzocht te worden of dit deel van de aanvraag kan beschouwd worden als een para-agrarische activiteit. In het kader van de vorige aanvraag werd geconcludeerd dat een biogasinstallatie met louter mest en energieteelten verenigbaar is met de bestemming volgens het van kracht zijnde gewestplan en werd reeds uitspraak gedaan over mobiliteit. 7. Stedenbouwkundige vergunningstoestand: a) d.d. 15/11/1988 werd door het College van Burgemeester en Schepenen van Rijkevorsel een bouwvergunning afgegeven voor het bouwen van een veestal voor melkkoeien. b) d.d. 15/05/1995 werd door het College van Burgemeester en Schepenen van Rijkevorsel een bouwvergunning afgegeven voor het bouwen van een ééngezinswoning. c) d.d. 17/01/2007 werd door het College van Burgemeester en Schepenen van Rijkevorsel een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd m.b.t. de vestiging van een biogasinstallatie, uitbreiding en regularisatie van een bestaande varkensstal, aanleggen sleufsilo, biofilter, foliebassin, wasstraat, scheidingstank, bedrijfsverharding, groenscherm en infiltratievoorziening. 8. De huidige aanvraag voorziet evenwel in hoofdzaak een vervanging van ongeveer 40% mest en energieteelten door OBA (Organisch-Biologisch Afval). 9. Op 22/05/2007 werd het dossier met het studiebureau besproken. Ik kan principieel akkoord gaan met de omvorming naar de covergistingsinstallatie. Om tegemoet te komen aan de planologische randvoorwaarden en de ruimtelijke inpasbaarheid neem ik t.a.v. onderhavige aanvraag volgend standpunt in: a) Minstens 1/3 van de totale te vergisten capaciteit dient te bestaan uit dierlijke mest. De vergister kan enkel worden toegelaten in het kader van mestverwerking en dient ten allen tijde gebonden te blijven aan het varkensbedrijf. Indien deze verhouding in zijn totaliteit gerespecteerd blijft, bestaat er principieel geen bezwaar tegen een derde vergister, die zonder mest zou werken. b) De organisch-biologische afvalstromen dienen verder gespecificeerd te worden, het is niet voldoende de uitgebreide lijst van RO/2006/01 bij het dossier te voegen, het is in het dossier niet duidelijk genoeg welke afvalstromen worden aangevoerd. Bij de mondelinge toelichting blijkt dat het om lokaal geproduceerd OBA gaat zoals bermmaaisel, afval van het containerpark e.d. Indien de lijst wordt bijgevoegd zoals toegelicht en hieruit duidelijk blijkt dat het lokaal geproduceerd OBA betreft dat voldoet aan de hogervermelde lijst kan de vergisting van deze producten aanvaard worden. c) Rondom het totale bedrijf dient de groenbuffer, zoals opgelegd in de stedenbouwkundige vergunning, effectief te worden aangeplant. 10. Daarenboven dient in het kader van de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening specifiek te worden opgemerkt dat, gelet op de grotendeels reeds stedenbouwkundig vergunde situatie ter plaatse, de ruimtelijke impact van deze aanvraag op zich eerder beperkt blijft.

12 12 / Om bovenvermelde redenen bestaat er geen principieel bezwaar tegen de gevraagde uitbreiding en wijziging van een installatie voor covergisting horende bij een varkensbedrijf, mits bovenvermelde voorwaarden strikt worden nageleefd; Gelet op het feit dat de aanvrager de gevraagde bijkomende gegevens heeft toegestuurd met brief van 18 juni 2007; Gelet op het aanvullend, gunstig advies d.d. 29 juni 2007 van de AMV (kenmerk AMV/A/07/2942); op volgende elementen uit dit advies: 1. In termijnverlenging bezorgde de exploitant aanvullende gegevens. Deze gegevens zijn voornamelijk bedoeld voor de beoordeling van het aspect ruimtelijke ordening. Hiervoor verwijzen we naar het advies van ARO. 2. De overige gegevens bevestigen ons gunstig advies dat ongewijzigd blijft gelden. 3. Voor de omschrijving en de voorwaarden wordt verwezen naar ons oorspronkelijk advies AMV/07/2516; Gelet op het aanvullend, voorwaardelijk gunstig advies d.d. 9 juli 2007 van de VLM; op volgende elementen uit dit advies: 1. Uitgaande van de aanvullende gegevens wenst de exploitant het aandeel mest te verhogen tot minimaal 1/3 van de totale vergistingsmassa zijnde tot ton. De Vlaamse Landmaatschappij wenst te benadrukken dat dit dan minstens ton moet zijn. 2. De energiegewassen zullen eerst worden voorgemengd door middel van een voedermengwagen alvorens deze in de vastestoffenbunker worden gelost. Vanuit deze bunker wordt het mengsel naar één van de twee hoofdvergisters (de voorvergister of de unitank) getransporteerd, maar eerst moet het nog langs de pasteurisatie-unit passeren. 3. De mengmest wordt rechtstreeks vanuit de vooropslag (voor de runderenmest) of vanuit de mengmestkelder onder de varkensstal via de pasteurisatie-unit naar één van de twee hoofdvergisters verpomp. De energiegewassen en de mengmest worden derhalve niet vooraf gemengd. 4. Zowel de gemengde energiegewassen als de mengmest worden gepasteuriseerd om aan de bezemverordening te voldoen. Het koelwater van de motoren wordt gebruikt om de pasteurisatieketels te verwarmen op een temperatuur van meer dan 70 C. Deze temperatuur van meer dan 70 C dient één uur aangehouden te worden alvorens het product naar één van de hoofdvergisters wordt getransporteerd. 5. Al het ingevoerde materiaal komt in een eerste fase in één van de twee hoofdvergisters (de voorvergister of de unitank) terecht, die via een overloop in contact staan met de navergister. Vanuit de navergister loopt periodiek een deel van de uitvergiste fractie over naar kelder 6 (375 m³) vooraleer het naar de scheider gaat. Vanaf de scheider gaat de dikke fractie naar de drooginstallatie en de dunne fractie naar het foliebassin. 6. De unitank (vergister 3) kan volledig gescheiden gehouden worden van de andere 2 vergisters. De vergistingsmix verblijft hier langer (minimaal 80 dagen) en gist volledig uit. De bedoeling is om in deze vergister andere mengsels te vergisten dan in tank 1 en 2. Mogelijk worden er zelfs alleen energiegewassen vergist zonder toevoeging van mest of met een maximaal van 20% OBA s. Indien gewenst kan deze unitank echter ook gebruikt worden als voorvergister die ook overloopt in vergister 2 (navergister). De eventueel beperkt gebruikte OBA s worden in de mengkelder gemengd en dan zonder toevoeging van mest naar de hygiënisatie-unit gestuurd. Van daar worden ze naar de unitank gestuurd waar ze minimaal 80 dagen zullen verblijven. De energiegewassen worden rechtstreeks van de sleufsilo, via een aparte hopper (10 m³) in de vergister 3 (unitank) gebracht. Door het hoge DS-gehalte moet de maïs voor het inbrengen in de vergister opgemengd worden met digestaat. Na de verblijftijd zal het digestaat eerst gebufferd worden in kelder 7 (750 m³) waarna het behandeld kan worden in de scheider en drooginstallatie.

13 13 / Uitgaande van de aanvullende gegevens blijkt nu dat de exploitant in de unitank 70% OBA wil vergisten i.p.v. de eerder gestelde maximum 20% en slechts 30% energiegewassen t.o.v. de eerder gestelde 80%. Dit druist in tegen punt van de omzendbrief RO/2006/01 waarin gesteld wordt dat er maximum een input van 40% OBA s mag zijn wat volgens de VLM eveneens moet bekeken worden op tankniveau en niet op de volledige installatie. De verblijftijd in de unitank zou ook slechts 77 dagen zijn hoewel oorspronkelijk verklaard werd dat dit minstens 80 dagen zou zijn. Dus met aanpassing van de verblijfdagen in het dossier wordt de gevraagde capaciteit altijd gehaald! 8. De Vlaamse Landmaatschappij is ook van oordeel dat in elke tank een minimum aandeel van 33% mest moet zitten (liefst nog meer). Het argument dat de exploitant dan de mogelijkheid verliest om een bodemverbeteraar type andere meststof te maken weegt niet op tegen het uitgangspunt op welke basis dat dergelijke installaties in agrarisch gebied toegelaten worden. Er is immers vertrokken van het standpunt dat er iets gedaan moet worden aan het mestoverschot in Vlaanderen. In die optiek is het dan toch ook niet meer dan normaal dat er in dergelijke installaties een minimum aan dierlijke mest moet verwerkt worden dat we dan ook niet mogen gaan stimuleren dat dergelijke installaties nieuwe meststoffen type andere meststoffen mogen produceren waardoor de afzetmogelijkheid van dierlijke mest op de Vlaamse cultuurgronden verder zal dalen aangezien deze de concurrentie moet aangaan met deze bijkomende andere meststoffen. 9. Ongeveer ton digestaat zal worden gedroogd tot een hoogwaardig eindproduct (ongeveer ton/jaar) dat zal geëxporteerd worden. 10. Op het terrein worden verschillende opslagplaatsen voorzien, zowel voor te verwerken producten, gemengde producten als voor verwerkte producten. Volgende opslagplaatsen worden voorzien op de inrichting: a) m³ mengmestopslag onder de varkensstal b) 450 m³ vooropslag drijfmest c) opslag dunne fractie in foliebasin d) 20 m³ opslag in de 2 tanken samen voor de hygiënisatie van de ruwe producten (1 uur op 70 C) e) 500 m³ big bags droge korrel f) m³ opslag in de voorvergister g) m³ opslag in de unitank h) m³ opslag in de navergister i) 410 m³ opslag biogas boven de voorvergister j) 410 m³ opslag biogas in de navergister k) 410 m³ opslag biogas in de unitank l) m³ vooropslag energieproducten m) 500 m³ opslag ingedroogde fractie n) 375 m³ opslag voor het digestaat o) 750 m³ opslag in externe opslag voor digestaat 11. Opmerkingen: a) De biogasinstallatie zal op jaarbasis, uitgaande van de aanvullende gegevens nu maximaal ton drijfmest verwerken, waarvan (uitgaande van het dossier) ton varkensdrijfmest en ton rundveedrijfmest van het eigen bedrijf. Op basis van het gekende nutriëntenhalte op Berkenrijs 3a, kan er geen ton varkensdrijfmest geproduceerd worden op jaarbasis. Voor wat betreft de inrichting gelegen Houtelweg 15 kan overeenkomstig het gekende nutriëntenhalte geen ton rundveedrijfmest op jaarbasis geproduceerd worden. Op basis van de gekende nutriëntenhalte van de twee inrichtingen samen kan er maximaal ton drijfmest aangewend worden voor vergisting. Bijkomend dient er dus nog ton drijfmest aangevoerd te worden van de inrichtingen gelegen Torendries 12 te Rijkevoersel, vergund op naam van Aernouts Jef en van de inrichting gelegen Straatse Baan 107a te Brecht, vergund op naam van Emilie Donckers.

14 14 / 25 b) Op basis van het bijgevoegde plan kan de hopper aan de unitank (vergister 3) niet gevuld worden. c) Het dossier vermeldt duidelijk dat in deze unitank (aangevraagde uitbreiding) geen mest zal mee vergist worden zodat dit niet kan beschouwd worden als een mestverwerking in agrarisch gebied. d) Feitelijk is de aanvraag niet correct en dient deze uitbreiding aangevraagd te worden onder de rubriek c., vergisting van niet-gevaarlijke afvalstoffen in agrarisch gebied. 12. De Vlaamse Landmaatschappij verleent ongunstig advies voor de verandering (door uitbreiding) van de vergunning van de inrichting. Mits oplegging van volgende voorwaarden kan de aanvraag evenwel gunstig geadviseerd worden: a) Er dient minimum ton dierlijke mest per jaar verwerkt te worden. b) In elke vergistingstank dient er minimum 1/3 aandeel dierlijke mest aanwezig te zijn. c) Elke vergistingstank mag maximum 40% OBA s bevatten. En mits gunstig advies van AROHM en OVAM; Gelet op het horen van de heer H. Jochems, exploitant, en de heer S. Giovannelli, milieuadviseur van DLV, door de Provinciale Milieuvergunningscommissie d.d. 10 juli 2007; Gelet op het gunstig advies d.d. 10 juli 2007 van de PMVC; op volgende elementen uit dit advies: 1. Horen van partijen De heer H. Jochems, exploitant, en de heer S. Giovannelli, milieuadviseur van DLV, worden gehoord. Desgevraagd bevestigt de heer S. Giovannelli dat de covergistingsinstallatie maximaal ton/jaar biomassa zal blijven verwerken. In het verleden werd nog niet de verwerking van OBA vergund. Nu zal er een opslag zijn van 975 ton OBA, waarvan 300 ton vast OBA en 675 ton (of 675 m³) vloeibaar OBA in een kelder. De vergunde biogasopslagcapaciteit bedraagt m³. Met deze aanvraag zal de biogasopslagcapaciteit nog m³ bedragen (er wordt gewerkt met gaskappen). De voorzitter informeert dat de commissie de omschrijving van de gevraagde wijziging van de covergisting onder rubrieken c en 28.3.b, rekening houdend met het aanvullende, voorwaardelijk gunstige advies van het ARO, als volgt wil preciseren: wijziging van de installatie voor covergisting van maximaal ton/jaar biomassa (6.000 ton mest en ton energieteelten) naar een installatie voor covergisting van maximaal ton/jaar biomassa, bestaande uit minimaal 33% dierlijke mest, minimaal 27% energieteelten en/of landbouw restproducten en maximaal 40 % organisch-biologisch afval (OBA), met opslag van 675 m³ vloeibaar OBA en 300 ton vast OBA en de productie van biogas met een opslagcapaciteit van m³ (2.2.3.c en 28.3.b). Hierbij wordt dus tegemoetgekomen aan de voorwaarde van het ARO dat minstens 1/3 de van de totale te vergisten capaciteit dient te bestaan uit mest. Desgevraagd verduidelijkt de heer S. Giovannelli dat in dit dossier twee systemen van covergisting worden aangevraagd: één als klassieke voor- en navergisting (2 vergisters) en één als unitanksysteem (3 de vergister). Deze laatste kadert in de optimalisatiemogelijkheid die wordt geboden in het nieuwe MAP III. Hij bevestigt dat vergisting mét of zónder mest andere afzetmogelijkheden geeft. De VLM merkt op dat bij vergisting zonder mest het eindproduct met minder problemen en op Vlaamse bodem kan worden afgezet. Desgevraagd verklaart de heer S. Giovannelli dat als de voorwaarde van 33% dierlijke mest in de gánse installatie blijft gelden, die geen problemen naar bedrijfszekerheid voor de exploitant zou geven. Desgevraagd bevestigt de heer S. Giovannelli dat het groenscherm werd ingetekend overeenkomstig de voorwaarden in de stedenbouwkundige vergunning. Zoals aangegeven in het dossier zal het hele bedrijf omgeven worden door een groenscherm van 6 meter breed.

15 15 / 25 De voorzitter merkt nog op dat de afwijkingen inzake laden en lossen, het meetprotocol en de weegbrug reeds vergund zijn. Deskundige M. Geukens merkt op dat uit p.5/20 e.v. van de bijkomende gegevens in termijnverlenging blijkt dat in de chemische wasser zwavelzuur aan het waswater wordt toegevoegd. Aangezien blijkbaar een 98%-oplossing van zwavelzuur wordt gebruikt, raadt deskundige M. Geukens de exploitant veiligheidshalve toch aan om met een verdunde zwavelzuuroplossing te starten. De heer S. Giovannelli wijst er op dat de 98%-oplossing van zwavelzuur een standaardproduct in de handel is. Voor het overige deelt de voorzitter mee dat de commissie, naar analogie met het dossier Hugo Claessens (dossierkenmerk MLAV1/06-557) volgende bijkomende bijzondere voorwaarden voorstelt: De covergisting kan enkel worden toegelaten in het kader van de mestverwerking en dient steeds gebonden te blijven aan het varkensbedrijf. Een bijkomende bijzondere voorwaarde inzake de specificatie van de OBA-stromen in de covergistingsinstallatie: i.k.v. deze voorwaarde dient de exploitant vóór de inwerkingtreding van de covergisting ter informatie aan de vergunningverlenende overheid een lijst van aangewende organisch-biologische afvalstoffen (OBA) voor te leggen, waarbij deze OBA lokaal moeten geproduceerd zijn en voorkomen op een nominatieve lijst, zoals opgelegd in het dossier Wim Laeremans (dossierkenmerk MLAV1/06-464). De exploitant dient tevens de herkomst, de aard, de hoeveelheid en de vorm van de OBA te specificeren. Telkens als de exploitant andere OBA-stromen wil aanwenden, dient hij dat eveneens te melden aan de vergunningverlenende overheid. Tenzij i.k.v. artikel en 3 van Vlarem II een geurstudie is opgenomen in het meetprotocol dient de exploitant binnen één jaar na ingebruikname van de covergistingsinstallatie een geurstudie te laten uitvoeren door een erkend deskundige in de discipline lucht. Aanbevelingen van deze deskundige dienen onverwijld te worden opgevolgd. 2. Omschrijving en rubrieken De AMV stelt in haar advies dat het bewerken van het vaste OBA (verhakselen en voormengen) wordt aangevraagd onder rubriek e.2 (opslag en menging van nietgevaarlijke afvalstoffen). Aangezien deze opslag en handelingen inherent verbonden zijn aan het co-vergisten (2.2.3.c), dienen zij echter te worden mee vergund onder deze rubriek en is de rubriek niet van toepassing. De PMVC volgt dit standpunt. De AMV stelt in haar advies dat voor de opslag en behandeling van de dierlijke afvalstoffen rubriek a.2 wordt aangevraagd. Zoals in gelijkaardige dossiers meent de AMV dat rubriek b van toepassing is op de opslag en verwerking van dierlijke bijproducten (categorie-3-materiaal) behandeld door pasteurisatie en vergisting aangezien bij het proces in de covergistingsinstallatie sprake is van een verwerking en niet louter van een bewerking. Om in overeenstemming te zijn met de bepalingen van de Europese Bezemverordening dient dan ook rubriek b van toepassing te worden gesteld. Rubriek is niet van toepassing op deze aanvraag aangezien deze processen inherent verbonden zijn aan een vergistingproces (cf. dossier nv M.V.K. (Hoogstraten), dossierkenmerk MLAV1/06-537). De PMVC volgt dit standpunt. Voor het overige: zie advies van de PMVC d.d. 24 april 2007, mits precisering van de covergisting onder rubrieken c en 28.3.b als volgt : de covergisting van maximaal ton/jaar biomassa, bestaande uit minimaal 33% dierlijke mest, minimaal 27% energieteelten en/of landbouw restproducten en maximaal 40% organisch-biologische afvalstoffen (OBA), met opslag van 675 m³ vloeibaar OBA en 300 ton vast OBA, en de productie van biogas met een opslagcapaciteit van m³. 3. Stedenbouwkundige verenigbaarheid Het ARO heeft een aanvullend gunstig schriftelijk advies uitgebracht. De inrichting is gelegen in agrarisch gebied. Het ARO heeft geen principieel bezwaar tegen de gevraagde

16 16 / 25 uitbreiding en wijziging van een covergistingsinstallatie bij het varkensbedrijf, mits volgende voorwaarden : Minstens 1/3 van de totale te vergisten capaciteit dient te bestaan uit dierlijke mest. De vergister kan enkel worden toegelaten in het kader van mestverwerking en dient te allen tijde gebonden te blijven aan het varkensbedrijf. Indien deze verhouding in zijn totaliteit gerespecteerd blijft, bestaat er principieel geen bezwaar tegen een derde vergister, die zonder mest zou werken. De organisch-biologische afvalstromen dienen verder gespecificeerd te worden. Het is niet voldoende de uitgebreide lijst van RO/2006/01 bij het dossier te voegen. Het is in het dossier niet duidelijk genoeg welke afvalstromen worden aangevoerd. Bij de mondelinge toelichting blijkt dat het om lokaal geproduceerd OBA gaat, zoals bermmaaisel, afval van het containerpark e.d. Indien de lijst wordt bijgevoegd zoals toegelicht en hieruit duidelijk blijkt dat het lokaal geproduceerd OBA betreft dat voldoet aan de hogervermelde lijst kan de vergisting van deze producten aanvaard worden. Rondom het totale bedrijf dient de groenbuffer, zoals opgelegd in de stedenbouwkundige vergunning, effectief te worden aangeplant. Aan de voorwaarde m.b.t. het 6 meter brede groenscherm wordt reeds voldaan zoals blijkt uit de verklaringen van de vertegenwoordiger van de exploitant ter zitting. Aan de overige voorgestelde voorwaarden m.b.t. het percentage dierlijke mest in de covergistinginstallatie en de specificatie van de OBA-stromen wordt tegemoetgekomen door de onder punt 8 vermelde voorgestelde bijzondere voorwaarden. 4. Openbaar onderzoek bezwaren Zie advies van de PMVC d.d. 2 mei Milieutechnische evaluatie De exploitant bezorgde met schrijven d.d. 18 juni 2007 de gevraagde bijkomende gegevens in termijnverlenging. De AMV bevestigde in haar aanvullende advies d.d. 2 juli 2007 haar eerdere gunstige advies. De VLM wijst er evenwel op dat de exploitant destijds een mestverwerkinginstallatie heeft aangevraagd en de VLM wil dit nu zo houden. Nu wil de exploitant één vergistingsunit zonder dierlijke mest gebruiken. De VLM kan hier niet mee akkoord gaan, zij wil dat in élke vergistingstank minimaal 33% dierlijke mest wordt verwerkt. Zij verwijst in dit verband naar de argumentatie in haar aanvullende advies d.d. 9 juli De AMV merkt op dat het ARO in haar aanvullende advies wel duidelijk stelt dat indien minstens 1/3 van de totale te vergisten capaciteit bestaat uit dierlijke mest voor de installatie in haar totaliteit er voor haar principieel geen bezwaar bestaat tegen een derde vergister die zonder mest zou werken. De PMVC volgt hier het gunstige standpunt van de AMV en het ARO. De VLM neemt een ongunstig minderheidsstandpunt in voor wat betreft de (derde) vergister die geëxploiteerd wordt zonder dierlijke mest. N.a.v. het aanvullende gunstige advies van het ARO inzake de covergistingsinstallatie en de voorgestelde bijkomende bijzondere voorwaarden (cf. infra onder punt 8) kan de PMVC een volledig gunstig advies verlenen voor deze aanvraag. 6. Watertoets Zie advies van de PMVC d.d. 2 mei Termijn De vergunning kan worden verleend voor een termijn verstrijkend op 29 januari 2024, met een termijn voor ingebruikname van 3 jaar.

17 17 / Voorwaarden a. Algemene voorwaarden V01 Algemene milieuvoorwaarden algemeen. Hoofdstukken 4.1, 4.6, 4.7. V02 Algemene milieuvoorwaarden geluid. Hoofdstuk 4.5. V05 Algemene milieuvoorwaarden lucht. Hoofdstuk 4.4. b. Sectorale voorwaarden Verwerking van afvalstoffen algemeen. Afdeling V13 Opslag en behandeling van bepaalde ongevaarlijke vaste afvalstoffen. Subafdeling V24 Opslaan en verwerken van dierlijk afval. Subafdeling V66A Verwerking van dierlijke mest. Afdeling V81 Stoomtoestellen. Hoofdstuk c. Bijzondere voorwaarden Rekening houdend met het aanvullende, voorwaardelijk gunstige advies van het ARO, en gelet op de verklaringen van de vertegenwoordiger van de exploitant ter zitting kan volgende bijzondere voorwaarde worden opgelegd: De covergisting kan enkel worden toegelaten in het kader van de mestverwerking en dient steeds gebonden te blijven aan het varkensbedrijf. Rekening houdend met het aanvullende, voorwaardelijk gunstige advies van het ARO, en gelet op de verklaringen van de vertegenwoordiger van de exploitant ter zitting, stelt de PMVC een bijkomende bijzondere voorwaarde voor inzake de specificatie van de OBAstromen in de covergistingsinstallatie. I.k.v. deze voorwaarde dient de exploitant nl. vóór de inwerkingtreding van de covergisting ter informatie aan de vergunningverlenende overheid een lijst van aangewende organisch-biologische afvalstoffen (OBA) voor te leggen, waarbij deze OBA lokaal moeten geproduceerd zijn en voorkomen op een nominatieve lijst, zoals opgelegd in het dossier Wim Laeremans (dossierkenmerk MLAV1/06-464). De exploitant dient tevens de herkomst, de aard, de hoeveelheid en de vorm van de OBA te specificeren. Telkens als de exploitant andere OBA-stromen wil aanwenden, dient hij dat eveneens te melden aan de vergunningverlenende overheid. Hiermee wil de PMVC de nodige garanties in de vergunning inbouwen omtrent de stromen die in zulke covergistingsinstallaties terechtkomen en aldus een antwoord bieden aan haar bekommernis omtrent dergelijke activiteiten waarvan de werking tot op vandaag nog onvoldoende is gekend. De PMVC wil ook aan de voornoemde adviesinstanties de mogelijkheid bieden het lokale karakter van de OBA te evalueren, in overeenstemming met de voorwaarden in het aanvullende advies van het ARO. Bovendien blijkt uit de verklaringen van de vertegenwoordiger van de exploitant ter zitting dat de exploitant met deze voorwaarde geen problemen heeft. Volgende bijzondere voorwaarde wordt m.a.w. voorgesteld : Vóór de inwerkingtreding van de covergisting dient de exploitant ter informatie aan de vergunningverlenende overheid een lijst van aangewende organisch-biologische afvalstoffen (OBA) voor te leggen. Deze OBA moeten lokaal geproduceerd zijn en mogen enkel stoffen bevatten die voorkomen op de hiernavolgende lijst: Plantaardige producten: Para -agrarische restproducten gelinkt aan landbouw en tuinbouw: vlasstof, graanstof, tabaksafval (stengels, schroot, ); Groente- en fruitverwerkende industrie: slib van waterzuivering, productie-uitval, schillen, pitten, loof, zetmeelkoek; Bierbrouwerijen: slib van waterzuivering, draf, gerstepellen, hopresten; Gistproductie: slib van waterzuivering; Groente- en fruitverwerkende sector: slib van waterzuivering, productie-uitval; Koffie- en cichoreisector: koffievliezen, koffiepellen; Plantaardige olie- en vettensector: slib van waterzuivering, bleekaarde, plantenschroot; Voedingsextracten en kruidensector: slib van waterzuivering, plantenschroot ;

18 18 / 25 Suikerproductiesector: slib van waterzuivering, schuimaarde; Veilingsector: veilingafval; Frisdrankensector: slib van waterzuivering; Soja: sojaschroot; Bermmaaisel en groenafval; Dierlijke bijproducten (CATEGORIE III) : Vlees- en visverwerking: worstenvellen, frituurolie, visolie; Ongeboren mest en categorie III materiaal van de verwerkende industrie, dus niet van slachthuizen. Brood- en banketbakkerijsector: slib van waterzuivering, grondstoffen, glycerineresidu; Chocolade-industrie: slib van waterzuivering, cacaodoppen, cacaoafval, notenafval; Deegwarensector: slib van waterzuivering, productie-uitval; Gelatineproductie: slib van waterzuivering; Zuivelindustrie: slib van waterzuivering; Keukenafval en vervallen voedingsproducten van supermarkten. Perskoek koolzaadolie De exploitant dient van elk van de opgegeven stoffen de herkomst, de aard, de hoeveelheid en de vorm (vast of vloeibaar) op te geven. Telkens als de exploitant andere OBA-stromen wil aanwenden, dient hij dat eveneens te melden aan de vergunningverlenende overheid, die deze ter informatie/evaluatie overmaakt aan de OVAM, de VLM, het ARO en de AMI. In de overwegingen van het besluit kan verduidelijkt worden dat met lokaal geproduceerde OBA wordt bedoeld dat de OBA moeten zijn geproduceerd en/of verwerkt op nabijgelegen bedrijven. De afwijkingen van artikel (weegbrug), (meetprotocol) en van Vlarem II (laden en lossen) werden reeds vergund. Uit het dossier en de verklaringen van de vertegenwoordiger van de exploitant ter zitting blijkt dat een 6 meter breed groenscherm rondom de hele inrichting komt, overeenkomstig de voorwaarden in de stedenbouwkundige vergunning. De ToVo stelt in haar advies d.d. 16 maart 2007 als bijzondere voorwaarde voor dat een jaar na ingebruikname door een erkend deskundige lucht een evaluatie van de goede werking gebeurt. Aanbevelingen van deze deskundige dienen onverwijld opgevolgd te worden, en er moet specifiek de mogelijkheid en noodzaak tot overdekking van de sleufsilo s door een loods en het in onderdruk plaatsen van deze loods bekeken worden. Dit laatste wordt niet weerhouden omdat dit reeds blijkt uit de gegevens van het aanvraagdossier (p.51 aanvraagdossier). Naar analogie met het dossier Hugo Claessens (dossierkenmerk MLAV1/06-557) stelt de PMVC voor volgende bijkomende bijzondere voorwaarde op te leggen : Tenzij i.k.v. artikel en 3 van Vlarem II een geurstudie is opgenomen in het meetprotocol dient de exploitant binnen één jaar na ingebruikname van de covergistingsinstallatie een geurstudie te laten uitvoeren door een erkend deskundige in de discipline lucht. Aanbevelingen van deze deskundige dienen onverwijld te worden opgevolgd. Het goedgekeurd meetprotocol en/of de geurstudie dienen ten laatste 18 maanden na ingebruikname in 5 exemplaren aan de vergunningverlenende overheid te worden bezorgd die het rapport ter kennisgeving/evaluatie zal overmaken aan de AMV, de AMI, de gemeente en de VLM." De door de ToVo voorgestelde voorwaarde dat de exploitant klachten aangaande geurhinder en andere klachten dient te registeren en het register ter inzage dient te houden van de toezichthoudende ambtenaar wordt eveneens niet weerhouden. Dit is eerder een taak van de toezichthoudende overheden. De OVAM stelde in haar advies d.d. 7 maart 2007 volgende bijzondere voorwaarden voor:

19 19 / 25 Elke inkomende afvalstof dient aan de Vlarea-normen voor bodemverbeterende middelen en meststof te voldoen in het kader van het niet-verdunningsprincipe. Indien het digestaat wordt gebruikt als meststof of bodemverbeterend middel, dient voldaan te zijn aan de Vlarea-voorwaarden. Er mogen enkel dierlijke bijproducten worden vergist, indien de installatie erkend is overeenkomstig Verordening 1774/2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. Op de opslagtank voor categorie 3-materiaal moet het volgende vermeld worden: categorie 3-materiaal, niet voor menselijke consumptie. Voor het overpompen van het digestaat moeten snelkoppelingen worden gebruikt, de ventilatielucht van het gebouw waar de vergistingstanks zijn opgesteld, moet niet worden behandeld en er is geen weegbrug vereist, maar wel een volumetrische registratie van de vloeibare inputstromen, zoals aangegeven in de bijzondere voorwaarden in de milieuvergunning van 5 oktober Deze voorwaarden worden niet weerhouden als bijzondere voorwaarden maar kunnen als aandachtspunt voor de exploitant in de overwegingen van het besluit worden opgenomen. De OVAM stelde tevens volgend aandachtspunt voor: De bedrijfsvoering dient te gebeuren volgens het principe van Integrale Ketenbeheersing (IKB): controle kwaliteit inputstromen controle productieproces verzekering kwaliteit eindmateriaal. De PMVC weerhoudt dit aandachtspunt. Gelet op de ligging van de inrichting in een gebied van het gewestplan Turnhout, waarvoor de voorschriften voor agrarisch gebied van toepassing zijn; Overwegende dat gesteld kan worden dat de verandering van de inrichting, die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften; Overwegende dat het ongunstig advies van de Vlaamse Landmaatschappij voldoende wordt weerlegd door de argumenten van de overige adviezen; Overwegende dat voor de evaluatie van de elementen die de aanvrager heeft aangebracht tijdens het horen door de PMVC, kan worden verwezen naar het advies van de PMVC; Overwegende dat de gunstige adviezen in aanmerking worden genomen; Overwegende dat met lokaal geproduceerde OBA wordt bedoeld dat de OBA moeten zijn geproduceerd en/of verwerkt op nabijgelegen bedrijven; Overwegende dat elke inkomende afvalstof aan de Vlarea-normen voor bodemverbeterende middelen en meststof dient te voldoen in het kader van het niet-verdunningsprincipe; Overwegende dat, indien het digestaat wordt gebruikt als meststof of bodemverbeterend middel, dient voldaan te zijn aan de Vlarea-voorwaarden; Overwegende dat er enkel dierlijke bijproducten mogen worden vergist indien de installatie erkend is overeenkomstig Verordening 1774/2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten; Overwegende dat op de opslagtank voor categorie 3-materiaal het volgende moet vermeld worden: categorie 3-materiaal, niet voor menselijke consumptie ;

20 20 / 25 Overwegende dat voor het overpompen van het digestaat snelkoppelingen moeten worden gebruikt, dat de ventilatielucht van het gebouw waar de vergistingstanks zijn opgesteld niet moet worden behandeld en dat er geen weegbrug vereist is, maar wel een volumetrische registratie van de vloeibare inputstromen, zoals aangegeven in de bijzondere voorwaarden in de milieuvergunning van 5 oktober 2006; Overwegende dat de bedrijfsvoering dient te gebeuren volgens het principe van Integrale Ketenbeheersing (IKB): controle kwaliteit inputstromen controle productieproces verzekering kwaliteit eindmateriaal; Overwegende dat uit de toepassing van de in artikel 3 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 vermelde beoordelingsschema s blijkt dat de gevraagde activiteiten van die aard zijn dat ze niet relevant zijn voor wat betreft invloed op het watersysteem; dat derhalve de aanvraag voldoet aan de in artikel 5 opgesomde doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003; Overwegende dat gesteld kan worden dat de risico s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde verandering mits naleving van de in onderhavig besluit opgelegde milieuvergunningsvoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt; Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat de gevraagde vergunning volledig toe te staan voor een termijn verstrijkend op 29 januari 2024; ARTIKEL 1 - Voorwerp B E S L U I T : Aan de, gevestigd Berkenrijs 3A te 2310 Rijkevorsel, wordt onder de voorwaarden bepaald in onderhavig besluit vergunning verleend om een covergisting horende bij een varkensbedrijf, gelegen te 2310 Rijkevorsel, Berkenrijs 3A, kadastergegevens (afdeling-sectieperceelnummer) 2-F-144r, 2-F-144w te veranderen als volgt : wijziging van: de installatie voor covergisting van maximaal ton/jaar biomassa (6.000 ton mest en ton energieteelten) naar een installatie voor covergisting van maximaal ton/jaar biomassa, bestaande uit minimaal 33% dierlijke mest, minimaal 27% energieteelten en/of landbouwrestproducten en maximaal 40 % organisch-biologisch afval (OBA), met opslag van 675 m³ vloeibaar OBA en 300 ton vast OBA en de productie van biogas met een opslagcapaciteit van m³ (2.2.3.c en 28.3.b); de opslag van dierlijke mest door vermindering met 625 m³ tot een totale opslag van m³ waarvan m³ digestaat, m³ mengmest en 450 m³ mest van derden, m³ dunne fractie en m³ eindproducten (28.2.c.2); uitbreiding met: de opslag van 187 ton dierlijk afval (categorie III-materiaal) en het verwerken ervan door pasteurisatie en vergisting (2.2.4.b); de inhoud aan warmtewisselaars met m³ tot een totaal van m³ bestaande uit 2 warmtewisselaars voor pasteurisatie van elk 10 m³ en 4 warmtewisselaars voor droging van elk 107 m³ (39.4.2). Vlaremrubricering: c b 28.2.c b

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE BVBA VEVAR MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF, GELEGEN IN 2321 HOOGSTRATEN (MEER), SLUISKENSWEG 10.

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE BVBA VEVAR MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF, GELEGEN IN 2321 HOOGSTRATEN (MEER), SLUISKENSWEG 10. Besluit /hs. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE BVBA VEVAR MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF,

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /crbo. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. AGFA-GEVAERT MET BETREKKING TOT EEN INRICHTING

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen MLVER-2011-0104/ELSL/kadc BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN NV COLOMBUS-HTC, BVBA AFVALSTOFFEN

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /kh/mige. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE HEER VERSTRAELEN GUY MET BETREKKING TOT

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit MLVER/08-100/jdn. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV FINA ANTWERP OLEFINS MET BETREKKING

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; MLVER/0100000137/MV/lydr. OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE N.V. BASF ANTWERPEN MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF (POLYETHEROLENFABRIEK-BLOKVELD F 300), GELEGEN TE 2040 ANTWERPEN, HAVEN 725,

Nadere informatie

Besluit van de Deputatie

Besluit van de Deputatie directie Leefmilieu dienst Milieu- en natuurvergunningen aanwezig Alexander Vercamer, Wnd. voorzitter Besluit van de Deputatie Marc De Buck, Peter Hertog, Jozef Dauwe, Eddy Couckuyt, Hilde Bruggeman, leden

Nadere informatie

MLAV1/0100000089/RTH/vive

MLAV1/0100000089/RTH/vive /RTH/vive OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. VERALU MET BETREKKING TOT EEN INRICHTING VOOR HET VERVAARDIGEN VAN RAMEN EN DEUREN, GELEGEN TE 2580 PUTTE (BEERZEL), KONINGSBAAN 86, EN OVER DE MELDING

Nadere informatie

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV PROVIRON INDUSTRIES MET BETREKKING TOT EEN INRICHTING, GELEGEN TE 2620 HEMIKSEM, G. GILLIOTSTRAAT 60.

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV PROVIRON INDUSTRIES MET BETREKKING TOT EEN INRICHTING, GELEGEN TE 2620 HEMIKSEM, G. GILLIOTSTRAAT 60. Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen /. BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV PROVIRON INDUSTRIES MET BETREKKING TOT EEN INRICHTING,

Nadere informatie

Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen

Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen MLAV1/0300000171/AK/fs BESLUIT VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE HEER MATHIJSSEN JOHANNES MET BETREKKING TOT EEN

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /GOEP. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De deputatie van de provincie

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; MLVER/0300000006/gvda - ak OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE N.V. BP CHEMBEL MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2440 GEEL, AMOCOLAAN 2. De bestendige deputatie van de provincieraad

Nadere informatie

MLVER/9800000164/PAG/sdv

MLVER/9800000164/PAG/sdv MLVER/9800000164/PAG/sdv HOUDENDE GEDEELTELIJKE AKTENEMING VAN EEN MELDING VAN N.V. EEG SLACHTHUIS VOOR HET VERANDEREN VAN EEN INRICHTING, GELEGEN TE 2800 MECHELEN, SLACHTHUISLAAN 1. De bestendige deputatie

Nadere informatie

Milieuvergunningsaanvraag 1 ste klasse VLAREM

Milieuvergunningsaanvraag 1 ste klasse VLAREM Milieuvergunningsaanvraag 1 ste klasse VLAREM COGEN ENERGY / VAMO BVBA Ter Poperenweg 7 8560 MOORSELE Informatievergadering OC De Stekke Moorsele 5 januari 2010 Voorwerp van de aanvraag volgens VLAREM-definities

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /kh. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE HEER VANHOOF JOZEF MET BETREKKING TOT EEN PLUIMVEEHOUDERIJ,

Nadere informatie

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw Hoe maak je biogas? Inhoud presentatie Wie en wat is Biogas Plus? Hoe werkt een biogasinstallatie? Voor wie is een biogasinstallatie interessant? Is een biogasinstallatie duurzaam? Zijn subsidies nodig?

Nadere informatie

34013/110/1/W/1. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad,

34013/110/1/W/1. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad, 34013/110/1/W/1 Besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad, in verband met de aanvraag DEVAMIX / B.S.V. Beneluxlaan(S) 201 8530 Harelbeke tot het wijzigen/aanvullen van de vergunningsvoorwaarden

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen MLWV-2012-0034/SAPI/age BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De deputatie

Nadere informatie

Besluit van de Deputatie

Besluit van de Deputatie 8e Directie Dienst 82 Milieuhygiëne aanwezig André Denys, gouverneur-voorzitter Besluit van de Deputatie Alexander Vercamer, Peter Hertog, Jozef Dauwe, leden Frans Van Gaeveren toegevoegd lid referte betreft

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen /GVDA/fs. BESLUIT VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. VAN DALEN BELGIUM MET BETREKKING

Nadere informatie

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK Referentie provincie: 37011/206/2/A/1 BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK Door de gemeente Pittem Gegevens over de bevoegde overheid de deputatie van de provincieraad Gegevens

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen /LDS. BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE HEER VERHEYEN BENNY MET BETREKKING TOT EEN VARKENSHOUDERIJ,

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen /kh. BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De deputatie van de provincie

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /ES. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De deputatie van de provincie

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit MLVER-2014-0052/KRHO-MB Dienst Milieuvergunningen Departement Leefmilieu BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV UMICORE MET BETREKKING

Nadere informatie

College van burgemeester en schepenen

College van burgemeester en schepenen verbaa College van burgemeester en schepenen beraadslaging/proces verbaal Samenstelling: de heer Patrick Janssens, burgemeester; de heren Robert Voorhamme, Philip Heylen, Ludo Van Campenhout, mevrouw Leen

Nadere informatie

Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3

Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3 Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3 Aan het college van burgemeester en schepenen VLAREM-03-03022009 In te vullen door de behandelende afdeling dossiernummer

Nadere informatie

Besluit van de Bestendige Deputatie

Besluit van de Bestendige Deputatie 8e Directie Dienst 82 Milieuhygiëne aanwezig Herman Balthazar, gouverneur-voorzitter Marc De Buck, Alexander Vercamer, Ivan Verleyen, Frans Van Gaeveren, Jean-Pierre Van Der Meiren, Georges De Langhe,

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement.

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement. 37010/91/2/W/2 Besluit van de deputatie van de Provincieraad, in verband met de aanvraag van tot het wijzigen/aanvullen van de vergunningsvoorwaarden van N.V. A&S ENERGIE gelegen te Nieuwenhovestraat 5

Nadere informatie

Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3

Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3 Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3 Aan het college van burgemeester en schepenen VLAREM-03-140917 In te vullen door de behandelende afdeling dossiernummer

Nadere informatie

OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV BASF ANTWERPEN MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2040 ANTWERPEN, HAVEN 725, SCHELDELAAN 600.

OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV BASF ANTWERPEN MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2040 ANTWERPEN, HAVEN 725, SCHELDELAAN 600. Besluit /MV. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV BASF ANTWERPEN MET BETREKKING TOT EEN

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /kadc. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De deputatie van de provincie

Nadere informatie

Ontheffing tot het opstellen van een MER

Ontheffing tot het opstellen van een MER Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid, Dienst Mer Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL Tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Ontheffing

Nadere informatie

POSITIEF PLANOLOGISCH ATTEST

POSITIEF PLANOLOGISCH ATTEST Bijlage III Model III POSITIEF PLANOLOGISCH ATTEST Het college van burgemeester en schepenen heeft de aanvraag, ingediend door Verhoogen Geert, b.v.b.a. Verhoogen Geert, met als adres Rechtestraat 38,

Nadere informatie

U neemt een vergunde mestopslag in gebruik die hoort bij een bestaande (leegstaande) exploitatie.

U neemt een vergunde mestopslag in gebruik die hoort bij een bestaande (leegstaande) exploitatie. FAQ s opslag van vaste dierlijke op landbouwgrond 1. Wat is vaste dierlijke mest? Onder vaste dierlijke mest wordt verstaan: champost stalmest vaste fractie na het scheiden van dierlijke mest dierlijke

Nadere informatie

37007/21/1/A/2. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad,

37007/21/1/A/2. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad, 37007/21/1/A/2 Besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad, houdende vergunning aan De heer NOPPE ANDRE voor het verder exploiteren en uitbreiden van een inrichting gelegen te MEULEBEKE. De

Nadere informatie

Vlaamse Regering ::J..~-

Vlaamse Regering ::J..~- Vlaamse Regering ::J..~-..~tr Ij' AMV/000136715/1004 Besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur houdende uitspraak over een aanvraag tot afwijking van artikel 5.17.2.1, 3, van titel

Nadere informatie

Vlaamse Regering.:~~~= '~~ = :n~ " "~ AMV/000151415/1004

Vlaamse Regering.:~~~= '~~ = :n~  ~ AMV/000151415/1004 Vlaamse Regering.:~~~= '~~ = :n~ " "~ AMV/000151415/1004 Besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen het besluit van de deputatie

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen MLVER-2012-0012/GVDA-mb BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV HENRAD MET BETREKKING TOT

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement.

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement. 37020/53/4/W/1 Besluit van de deputatie van de Provincieraad, in verband met de aanvraag van tot het wijzigen/aanvullen van de vergunningsvoorwaarden van N.V. ARDO / ARDO E. HASPESLAGH gelegen te Wezestraat

Nadere informatie

Overwegende dat het verzoek voldoet aan artikel 45 3 van het voormeld reglement;

Overwegende dat het verzoek voldoet aan artikel 45 3 van het voormeld reglement; MLWV/9700000023/MV/ian HOUDENDE WIJZIGING VAN DE VOORWAARDEN VOOR HET EXPLOITEREN DOOR N.V. BASF ANTWERPEN, VAN EEN INRICHTING, GELEGEN TE 2040 ANTWERPEN, HAVEN 725, SCHELDELAAN 600. De bestendige deputatie

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /NVD/DDJ Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE BVBA DU PONT DE NEMOURS MET BETREKKING TOT DE AFDELING

Nadere informatie

AMV/000157025/1000 DE VLAAMSE MINISTER VAN OMGEVING. NATUUR EN LANDBOUW,

AMV/000157025/1000 DE VLAAMSE MINISTER VAN OMGEVING. NATUUR EN LANDBOUW, AMV/000157025/1000 Ministerieel besluit houdende uitspraak over een aanvraag tot afwijking van artikel 5.9.6.1, 2, 2, derde lid, van titel 11 van het VLAREM ingediend door David Quarem, Tessenderlosesteenweg

Nadere informatie

BIOREMEDIATIESYSTEMEN WETTELIJK KADER. Annie Demeyere Dep.L&V Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling

BIOREMEDIATIESYSTEMEN WETTELIJK KADER. Annie Demeyere Dep.L&V Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling BIOREMEDIATIESYSTEMEN WETTELIJK KADER Annie Demeyere Dep.L&V Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling Bioremediering wetgeving Richtlijn Duurzaam gebruik van pesticiden (EU 2009/128) Vlaanderen: Vlarem -

Nadere informatie

31005/80/3/W/2. De deputatie van de Provincieraad,

31005/80/3/W/2. De deputatie van de Provincieraad, 31005/80/3/W/2 Besluit van de deputatie van de Provincieraad, in verband met de aanvraag FLUXYS LNG Guimardstraat 4 1040 Brussel tot het wijzigen/aanvullen van de vergunningsvoorwaarden van een inrichting

Nadere informatie

LSDC nv, Kempische Steenweg 311 bus 4.01 te 3500 Hasselt, heeft een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een milieuvergunning voor het

LSDC nv, Kempische Steenweg 311 bus 4.01 te 3500 Hasselt, heeft een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een milieuvergunning voor het LSDC nv, Kempische Steenweg 311 bus 4.01 te 3500 Hasselt, heeft een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een milieuvergunning voor het exploiteren van een biomedisch onderzoeksinstituut en de bijhorende

Nadere informatie

Notaris Hans Van Overloop

Notaris Hans Van Overloop Nieuwe contactgegevens vanaf 10 maart 2010 Stedenbouwkundige vergunningen Loketadres op afspraak Postadres Grote Markt 1 2000 Antwerpen Tel 03 338 67 45 notaria@stad.antwerpen.be SW/V/SV Alle briefwisseling

Nadere informatie

p r o v i n c i e Limburg

p r o v i n c i e Limburg p r o v i n c i e Limburg 3 d e D i r e c t i e Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Natuur S e c t i e 3. 3. 1 Milieu en Natuur - Vergunningen De deputatie van de provincie Limburg Gelet op

Nadere informatie

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Omzendbrief met betrekking tot erkenning-/registratievoorwaarden van opslagbedrijven van dierlijke bijproducten en afgeleide producten die niet

Nadere informatie

Besluit van de Deputatie

Besluit van de Deputatie directie Leefmilieu dienst Milieu- en natuurvergunningen aanwezig Alexander Vercamer, Waarnemend voorzitter Besluit van de Deputatie Marc De Buck, Peter Hertog, Jozef Dauwe, Eddy Couckuyt, Hilde Bruggeman,

Nadere informatie

Veelgestelde vragen Versie 21/04/2015

Veelgestelde vragen Versie 21/04/2015 Vlaamse overheid Afdeling Milieuvergunningen Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel T 02 553 79 97 F 02 553 79 95 milieuvergunningen@lne.vlaanderen.be Veelgestelde vragen Versie 21/04/2015 21/04/2015

Nadere informatie

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV!000126707!1000

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV!000126707!1000 VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV!000126707!1000 BESLUIT VAN DE VLAAMSE MINISTER VAN LEEFMILIEU EN LANDBOUW HOUDENDE UITSPRAAK OVER HET BEROEP AANGETEKEND TEGEN DE BESLISSING NR. 082!44081/74!1!A/l!BL!VC VAN 24

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement.

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement. 37020/25/3/W/5 Besluit van de deputatie van de Provincieraad, in verband met de aanvraag van Hoedanigheid Naam Aanvrager D'ARTA Pittemsestraat 58 A 8850 Ardooie tot het wijzigen/aanvullen van de vergunningsvoorwaarden

Nadere informatie

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk afdrukdatum 07/11/2011 TP/2110273 2570 09/11/2011

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk afdrukdatum 07/11/2011 TP/2110273 2570 09/11/2011 Alle briefwisseling sturen aan: - Stadsontwikkeling - Stedenbouwkundige vergunningen Grote Markt 1 2000 Antwerpen Steenackers Louis Clementinastraat 24 2018 ANTWERPEN uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk

Nadere informatie

In dit hoofdstuk gaan wij op zoek naar de verschillende vergunningen die nodig zijn voor de opstart van een kapsalon.

In dit hoofdstuk gaan wij op zoek naar de verschillende vergunningen die nodig zijn voor de opstart van een kapsalon. 12. Vergunningen. In dit hoofdstuk gaan wij op zoek naar de verschillende vergunningen die nodig zijn voor de opstart van een kapsalon. Er zijn 3 type vergunningen : 1. Stedebouwkundige vergunning (bouwvergunning)

Nadere informatie

38002/140/2/S/1. De deputatie van de Provincieraad,

38002/140/2/S/1. De deputatie van de Provincieraad, 38002/140/2/S/1 Besluit van de deputatie van de Provincieraad, inzake milieuvergunningssituatie van het mestverwerkend bedrijf nv SAMAGRO gelegen te Beverenstraat 78 te Leisele (Alveringem) De deputatie

Nadere informatie

VLAAMSE REGERING AMV/0008748/1006

VLAAMSE REGERING AMV/0008748/1006 VLAAMSE REGERING AMV/0008748/1006 BESLUIT VAN DE VLAAMSE MINISTER VAN OPENBARE WERKEN, ENERGIE, LEEFMILIEU EN NATUUR, HOUDENDE UITSPRAAK OVER HET BEROEP AANGETEKEND TEGEN DE BESLISSING NR. MLAVI/0700000284/KH/AG

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen /nvd. BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De deputatie van de provincie

Nadere informatie

p r o v i n c i e Limburg

p r o v i n c i e Limburg p r o v i n c i e Limburg 3 d e D i r e c t i e Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Natuur S e c t i e 3. 3. 1 Milieu en Natuur - Vergunningen De deputatie van de provincie Limburg Gelet op

Nadere informatie

Voor het eerste deel van de studie (Rapport I) werd met behulp van een enquête informatie en data verkregen van mestexperts uit de Europese Unie.

Voor het eerste deel van de studie (Rapport I) werd met behulp van een enquête informatie en data verkregen van mestexperts uit de Europese Unie. Rapport I: Inventarisatie van de mestverwerkingactiviteiten in Europa Voor het eerste deel van de studie (Rapport I) werd met behulp van een enquête informatie en data verkregen van mestexperts uit de

Nadere informatie

Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1'

Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1' directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1' 1. Inleiding Deze nota behandelt de adviezen die zijn binnengekomen in

Nadere informatie

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/00001147/1026

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/00001147/1026 VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/00001147/1026 BESLUIT VAN DE VLAAMSE MINISTER VAN OPENBARE WERKEN, ENERGIE, LEEFMILIEU EN NATUUR, HOUDENDE UITSPRAAK OVER EEN AANVRAAG INGEDIEND DOOR DE NV JANSSEN PHARMACEUTICA,

Nadere informatie

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3 1.1. WETGEVING 1.1.1. INLEIDING I Een overzicht geven van alle wetgeving in verband met milieu is haast onbegonnen werk. Hieronder wordt de belangrijkste milieuwetgeving per thema weergegeven. In voorkomend

Nadere informatie

VLAAMSE REGERING AMV/00034579/1025

VLAAMSE REGERING AMV/00034579/1025 VLAAMSE REGERING AMV/00034579/1025 BESLUIT VAN DE VLAAMSE MINISTER VAN OPENBARE WERKEN, ENERGIE, LEEFMILIEU EN NATUUR, HOUDENDE UITSPRAAK OVER EEN AANVRAAG TOT AFWIJKING VAN ARTIKEL 5.33.0.3, 3 VAN TITEL

Nadere informatie

OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE HEER JOHANNES VAN DEN BROEK MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF, GELEGEN TE 2330 MERKSPLAS, STRIKKEWEG Z/N.

OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE HEER JOHANNES VAN DEN BROEK MET BETREKKING TOT EEN VARKENSBEDRIJF, GELEGEN TE 2330 MERKSPLAS, STRIKKEWEG Z/N. Besluit /kadc. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE HEER JOHANNES VAN DEN BROEK MET BETREKKING TOT EEN

Nadere informatie

Notaris Ines van Opstal

Notaris Ines van Opstal SW/BUR/SV Alle briefwisseling te richten aan Stad Antwerpen - / Stedenbouwkundige vergunningen, Jan Van Rijswijcklaan 162, 2020 Antwerpen Notaris Ines van Opstal Louisalei 60 2660 HOBOKEN uw bericht van

Nadere informatie

Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen

Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen MLAV1/0300000236/MV/AG BESLUIT VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. MONSANTO EUROPE MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen /MV-ES. BESLUIT VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV LANXESS MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 2 MAART 1999. - Omzendbrief RO 99/01 over de advisering m.b.t. de verenigbaarheid van ' omlopen voor wedstrijden, test- en oefenritten met motorvoertuigen ' zoals

Nadere informatie

Struviet Eigenschappen Struviet Fosfaat Schaarste Procesvoering binnen mest verwerking Afzet mogelijkheden landbwk.

Struviet Eigenschappen Struviet Fosfaat Schaarste Procesvoering binnen mest verwerking Afzet mogelijkheden landbwk. Productie van Struviet uit Mest: Procesvoering en Afzetmogelijkheden Struviet Eigenschappen Struviet Fosfaat Schaarste Procesvoering binnen mest verwerking Afzet mogelijkheden landbwk. Wetgeving Besluit

Nadere informatie

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/0002081711010

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/0002081711010 VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/0002081711010 BESLUIT VAN DE VLAAMSE MINISTER VAN LEEFMILIEU, LANDBOUW EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING HOUDENDE UITSPRAAK OVER HET BEROEP AANGETEKEND TEGEN DE BESLISSING NR. 082/44052/1511/A/4/MM/CL

Nadere informatie

MLAV1/9900000462/MV/AG

MLAV1/9900000462/MV/AG /MV/AG OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. VAN DALEN BELGIUM MET BETREKKING TOT EEN SCHROOTVERWERKINGSBEDRIJF, GELEGEN TE 2440 GEEL, EINDHOUTSEHEIDE 2, EN OVER DE MELDING VAN INRICHTINGEN VAN DE DERDE

Nadere informatie

Wordt ook gepubliceerd in de BVDA nieuwsbrief jaargang 11 nr 1

Wordt ook gepubliceerd in de BVDA nieuwsbrief jaargang 11 nr 1 Wordt ook gepubliceerd in de BVDA nieuwsbrief jaargang 11 nr 1 Voor in de inhoudstafel: Speciaal voor dit Jubileumnummer werd door twee gespecialiseerde advocaten een juridisch tweeluik samengesteld waarbij

Nadere informatie

MLAV1/0100000097/fl/bama

MLAV1/0100000097/fl/bama /fl/bama OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. TEXACO BELGIUM MET BETREKKING TOT EEN BENZINESTATION, GELEGEN TE 2650 EDEGEM, PRINS BOUDEWIJNLAAN 465, EN OVER DE MELDING VAN INRICHTINGEN VAN DE DERDE

Nadere informatie

Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas. Bruno Mattheeuws 09 juni 2007

Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas. Bruno Mattheeuws 09 juni 2007 Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas Bruno Mattheeuws 09 juni 2007 AGENDA Biogas-E vzw Biomassa Anaerobe vergisting Digestaat Biogas en de toepassingen Anaerobe vergisting en het milieu

Nadere informatie

College van burgemeester en schepenen

College van burgemeester en schepenen verbaa College van burgemeester en schepenen beraadslaging/proces verbaal Samenstelling: de heer Patrick Janssens, burgemeester; de heren Robert Voorhamme, Philip Heylen, Ludo Van Campenhout, mevrouw Leen

Nadere informatie

Besluit van de Deputatie

Besluit van de Deputatie 8e Directie Dienst 82 Milieuhygiëne aanwezig André Denys, gouverneur-voorzitter Besluit van de Deputatie Alexander Vercamer, Marc De Buck, Peter Hertog, Jozef Dauwe, Eddy Couckuyt, Hilde Bruggeman, leden

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten; Besluit /ddj-kh. Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV PURISOL MET BETREKKING TOT EEN GRONDREINIGINGSCENTRUM,

Nadere informatie

Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen

Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen MLAV1/0200000468/kh. BESLUIT VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE N.V. LINTOR MET BETREKKING TOT EEN PLUIMVEESLACHTERIJ

Nadere informatie

VLAAMSE REGERING. AMV/0000126l/l03lB

VLAAMSE REGERING. AMV/0000126l/l03lB VLAAMSE REGERING AMV/0000126l/l03lB BESLUIT VAN DE VLAAMSE MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR HOUDENDE UITSPRAAK OVER EEN AANVRAAG TOT AFWIJKING VAN ARTIKEL 5.2.3BIS.1.26, l, 1, EN 7, VAN TITEL

Nadere informatie

Melkveebedrijf Familie Prinsen

Melkveebedrijf Familie Prinsen Project mestwaardering Open dag 4 maart 2015 Melkveebedrijf Familie Prinsen Mestvergistingsinstallatie Fermtec Systems Locatie KTC de Marke Het bedrijf Biomassa voor vergisting In de vergister wordt jaarlijks

Nadere informatie

Inhoud. Studie-avond spuiwater 16/03/2015

Inhoud. Studie-avond spuiwater 16/03/2015 Inhoud Studie-avond spuiwater Viooltje Lebuf Geel 11 maart 2015 Wat is spuiwater en waarvoor wordt het gebruikt? Rekenvoorbeeld Luchtwassers: wettelijke verplichtingen Bemesting met spuiwater 2 VCM = Vlaams

Nadere informatie

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN NV AURUBIS BELGIUM MET BETREKKING TOT EEN METALLURGISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2250 OLEN, WATERTORENSTRAAT 35.

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN NV AURUBIS BELGIUM MET BETREKKING TOT EEN METALLURGISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2250 OLEN, WATERTORENSTRAAT 35. Besluit Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen MLVER-2011-0116/KRHO/AG BESLUIT VAN DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN NV AURUBIS BELGIUM MET BETREKKING

Nadere informatie

Aanvraag van een planologisch attest

Aanvraag van een planologisch attest Bijlage I Model I Aanvraag van een planologisch attest AFDELINGSCODE- (Vul hier het adres in van de gedelegeerd planologisch ambtenaar) In te vullen door de behandelende afdeling ontvangstdatum Bezorg

Nadere informatie

College van burgemeester en schepenen van 7 januari 2015

College van burgemeester en schepenen van 7 januari 2015 College van burgemeester en schepenen van 7 januari 2015 001 Ruimtelijke Ordening. Stedenbouwkundige Aanvraag. Vergunning: -Bosstraat 31 (2014/108) 1. Aanwezig: Guy Van Hirtum - burgemeester-voorzitter

Nadere informatie

Gelet op het M.B. d.d. 26.11.1996 waarbij in beroep het besluit d.d. 30.5.1996 van de Bestendige Deputatie wordt bevestigd;

Gelet op het M.B. d.d. 26.11.1996 waarbij in beroep het besluit d.d. 30.5.1996 van de Bestendige Deputatie wordt bevestigd; Dossiernummer 7C/37010/2/1/M/2 Besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad waarbij akte verleend wordt van de geplande verandering gemeld door N.V. TACK TRUCK- EN TANKCLEANING voor een inrichting

Nadere informatie

Nota: Randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting

Nota: Randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting Nota: Randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting Deze nota is gebaseerd op de omzendbrief RO/2006/01 van 19 mei 2006 en bevat een aantal aandachtspunten bij

Nadere informatie

Kwaliteitscontrole mest- en co-producten in Vlaanderen

Kwaliteitscontrole mest- en co-producten in Vlaanderen Kwaliteitscontrole mest- en co-producten in Vlaanderen Wim Vanden Auweele Vlaco vzw Interreg Biorefine Workshop 15 januari 2015 Inleiding: Vlaco Wetgevend kader Inhoud Inhoud kwaliteitscontrole Onderzoek

Nadere informatie

Politiereglement Evenementen

Politiereglement Evenementen Politiereglement Evenementen Gelet op de artikelen 19, 26 en 27 van de Grondwet; Gelet op de artikelen 112, 117 t.e.m. 119ter en 133 t.e.m. 135 van de Nieuwe Gemeentewet; Gelet op het Milieuvergunningsdecreet

Nadere informatie

1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2. Inplantingsplaats: Pijnven - Kerkhoven

1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2. Inplantingsplaats: Pijnven - Kerkhoven ADVIESVERSLAG BRANDWEER BIJ VOORONDERZOEK/BOUWAANVRAAG VOOR AARDGASVERVOERLEIDING uw kenmerk ons kenmerk datum dienst ambtenaar telefoon I. Inleiding: 1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2.

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 24 september 2015 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP Marnixdreef Lier voorlopige

Nadere informatie

Politiereglement Evenementen

Politiereglement Evenementen Politiereglement Evenementen Gelet op de artikelen 19, 26 en 27 van de Grondwet; Gelet op de artikelen 112, 117 t.e.m. 119ter en 133 t.e.m. 135 van de Nieuwe Gemeentewet; Gelet op het Milieuvergunningsdecreet

Nadere informatie

vragen naar telefoon - fax e-mail Josée Verlooy - Annie Verlegh 03/338 67 45 - - 03/338 67 88 notaria@stad.antwerpen.be

vragen naar telefoon - fax e-mail Josée Verlooy - Annie Verlegh 03/338 67 45 - - 03/338 67 88 notaria@stad.antwerpen.be Nieuwe contactgegevens vanaf 10 maart 2010 Stedenbouwkundige vergunningen Loketadres op afspraak Postadres Grote Markt 1 2000 Antwerpen Tel 03 338 67 45 notaria@stad.antwerpen.be SW/V/SV Alle briefwisseling

Nadere informatie

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Nummer : 2009.09833V Venlo, Bijlage(n) : Het Dagelijks Bestuur heeft op 12 augustus 2009 een aanvraag om vergunning op grond van de Wet verontreiniging

Nadere informatie

Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed

Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed 19 MEI 2006. Omzendbrief RO/2006/01 betreffende het afwegingskader en de randvoorwaardenvoor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en

Nadere informatie

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement.

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd bij decreten van het Vlaams Parlement. Dossiernummer 36006/13/2/M/4 Besluit van de deputatie van de Provincieraad waarbij akte verleend wordt van de geplande verandering gemeld door N.V. SADEF voor een inrichting gelegen Bruggesteenweg 60 8830

Nadere informatie

Jaarlijks symposium Vlaco vzw, 16 juni 2011 Hof Ter Velden (Baasrode)

Jaarlijks symposium Vlaco vzw, 16 juni 2011 Hof Ter Velden (Baasrode) Eindproducten anaerobe vergisting Inleiding: Vlaco kwaliteitscontrole Wetgeving en normering Wat brengt de toekomst? De staat van digestaat Eindproducten uit de anaerobe vergisting Wim Vanden Auweele Vlaco

Nadere informatie

In het kader van het openbaar onderzoek wensen wij de volgende bezwaren op te werpen.

In het kader van het openbaar onderzoek wensen wij de volgende bezwaren op te werpen. BEZWAARSCHRIFT WINDMEETMAST KATSPOELSTRAAT Mijnheer de burgemeester, Dames en heren schepenen, Mijnheer de gemeentesecretaris, Mijnheer de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, Ondergetekende neemt

Nadere informatie

Mest, mestverwerking en wetgeving

Mest, mestverwerking en wetgeving Mest, mestverwerking en wetgeving Harm Smit Beleidsmedewerker Economische Zaken, DG AGRO Inhoud Feiten en cijfers. Huidig instrumentarium. Visie op mestverwerking en hoogwaardige meststoffen Toekomstig

Nadere informatie

MLWV/9900000025/MV/bd OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen

MLWV/9900000025/MV/bd OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen MLWV/9900000025/MV/bd OVER EEN VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VERGUNNINGSVOORWAARDEN. De bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning

Nadere informatie