CONCEPT. Operationeel Programma Kansen voor West mei 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "CONCEPT. Operationeel Programma Kansen voor West 2014-2020. 28 mei 2013"

Transcriptie

1 CONCEPT Operationeel Programma Kansen voor West mei 2013 DISCLAIMER Dit concept is opgesteld voorafgaand aan de publicatie van de landenspecifieke aanbevelingen van 29 mei De definitieve versie van dit OP zal hieraan worden aangepast. De Indicatoren in dit concept zijn een voorstel en worden verder met de ex-ante evaluator aangescherpt. Ten aanzien van de inzet op de GTI s voor duurzame stedelijke ontwikkeling en koolstofarme economie worden nog enkele punten met de Europese Commissie ter nadere verduidelijking besproken. Dit heeft gevolgen voor de financiële verdeling over en binnen de prioritaire assen. De uiteindelijke financiële inzet binnen de GTI s en de andere prioritaire assen zal worden vastgelegd in het bestuurlijk overleg van G-4 en P4 in september a.s. 1/41

2 SECTIE 1: STRATEGIE VOOR DE BIJDRAGE VAN HET OPERATIONEEL PROGRAMMA AAN DE EU STRATEGIE VOOR SLIMME, DUURZAME EN INCLUSIEVE GROEI EN HET BEREIKEN VAN ECONOMISCHE, SOCIALE EN TERRITORIALE COHESIE 1.1 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de EU strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en het bereiken van economische, sociale en territoriale cohesie PARTNERSCHAPPEN VOOR SLIMME, DUURZAME EN INCLUSIEVE GROEI I INLEIDING Het Operationeel Programma Kansen voor West staat in het teken van Landsdeel West terug naar de top. Deze doelstelling is gericht op de aansluiting van West-Nederland bij de top 5 van de grootstedelijke Europese regio s. Dit doel leek in eerste instantie bereikt, maar recente vergelijkingen laten zien dat de regio opnieuw de aansluiting met de Europese topregio s lijkt te missen. Niet alleen in groei, BRP en werkgelegenheid (Randstadmonitor 2012, TNO, Delft, december 2012) maar ook op het gebied van private investeringen in R&D en energie-efficiëntie en de toepassing van hernieuwbare energiebronnen (landenspecifieke aanbevelingen 2013 en Eurostat regionale verbijzondering) blijft West-Nederland ondanks de inspanningen achter. Een tweede belangrijk element van Kansen voor West is het partnerschap tussen de vier provincies en de vier grote steden in de uitvoering van het programma. Deze samenwerking is bijzonder gezien de verschillende economische deelregio s in West- Nederland en de verschillende bevoegdheden van de partners. Voor de uitvoering van het EFRO-programma en de uitdagingen die daarin zijn vormgegeven, heeft dit partnerschap zich de afgelopen jaren wel bewezen als een sterke basis om de uitdaging aan te gaan. Groot verschil tussen de twee programmaperiodes is het beschikbare budget. De beschikbare middelen voor de periode zijn volstrekt onvoldoende om de oorspronkelijke ambities en brede inzet van de partners waar te maken. Ook zijn de middelen ontoereikend om de doelen van de Europa2020 strategie te bereiken. De uitdaging is om in aansluiting op rijks- en decentrale initiatieven een extra impuls te creëren waarbij de Europese middelen een duidelijke toegevoegde waarde bieden en bijdragen aan de realisatie van de Europa 2020 doelen. II INZET KANSEN VOOR WEST II Het uitgangspunt voor het nieuwe Operationele Programma (OP) wordt gevormd door het partnerschap van de vier provincies en vier grote steden en de samenwerking met de sociale, economische en andere publieke partners in West-Nederland. De grote uitdagingen waarvoor het partnerschap zich gesteld ziet, zijn de achterblijvende bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, de zeer beperkte toepassing van hernieuwbare energiebronnen en het achterblijven van investeringen in energieefficiëntie. Specifieke uitdagingen doen zich met name voor in de vier grote steden en het aangrenzende stedelijk gebied waar delen van de stad (al dan niet sterk ruimtelijk geconcentreerd) de aansluiting dreigen te missen en een economische en sociale tweedeling dreigt te ontstaan. Deze drie grote uitdagingen sluiten naadloos aan bij de door de Europese Commissie voorgestelde 80% concentratie op de thematische doelstellingen Innovatie, MKB en Koolstofarme economie, en de inzet van ten minste 5% van de nationale EFRO middelen op geïntegreerde duurzame stedelijke ontwikkeling. 2/41

3 III INZET OP INNOVATIE III.0 Introductie Er zijn de laatste jaren veel onderzoeken en rapporten verschenen 1, die ingaan op het innovatieklimaat van West-Nederland. Landsdeel West presteert goed op veel innovatieindicatoren. De Regional Innovation Scoreboard 2012 plaats drie van de provincies in het landsdeel in de categorie Innovation leader en de vierde provincie in de categorie Innovation follower. West-Nederland behoort tot de top van Europa waar het gaat om de kwaliteit van fundamenteel onderzoek, publieke investeringen in R&D, onderzoeksexcellentie en inkomsten uit licenties en patenten (met name ICT en veiligheid scoort hoog in West Nederland). 2 Verder heeft West Nederland veruit de hoogste onderzoeksintensiteit in de medische sector in Europa. Maar deze positie komt wel onder druk te staan door dalende publieke onderzoeksinvesteringen. Op bepaalde gebieden loopt landsdeel West daarentegen achter op het Europese gemiddelde. Voorbeelden zijn R&D intensiteit als percentage van het BRP, stagnerend % innovaties in het MKB, kennis die op de plank blijft liggen en het aandeel van in R&D werkzame personen. Het aandeel nieuwe producten en diensten op de totale omzet behoort tot de laagste in Europa. Dat geldt ook voor het percentage hoog- en midden technische producten in de totale export, maar evenzeer voor het aandeel kennisintensieve diensten daarin. De private R&D uitgaven behoren relatief tot de laagste in Europa en ook de productiviteitsgroei is bijna het laagst van de EU. Deze combinatie kan een verslechtering van de concurrentiepositie tot gevolg hebben. De landenspecifieke aanbevelingen van de EC van de laatste jaren zijn dan ook gericht op het stimuleren van private R&D investeringen en meer samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven gericht op meer kennis naar kassa. Voor West- Nederland geldt dit nog een fractie sterker dan de overige landsdelen, omdat het gat tussen beiden (wetenschap en private R&D) nog groter is. Samenvattend is landsdeel West enerzijds sterk in haar positie qua kennis en innovatievermogen en anderzijds is de regio lager geklasseerd op het vermarkten van de kennis in producten en in private R&D bijdragen. Daarnaast ontstaat er een groeiend gat tussen het marktaanbod voor financiering en de vraag. Tot slot is er een beperkte toegang tot een verder redelijk goed aanwezige R&D infrastructuur in West (breed gedefinieerd: van hoogwaardig onderzoekapparatuur tot aan 3D-printers, van living labs tot aan professionele begeleiding). Het zijn dan ook deze twee specifieke doelen waar een extra investeringsimpuls noodzakelijk is: 1. Valorisatie. 2. Kapitaalbehoefte van het innovatieve MKB. III.1 Valorisatie 1 2 We noemen: De Staat van Nederland Innovatieland 2012; de KIA Foto 2012; Valorisatieagenda; OESO gebiedsgericht beleid; Regionale Innovation Scoreboard 2012; Het Algemene Rekenkamer rapport Innovatiebeleid; Bedrijvenbeleid in cijfers 2012; Financiering bij innovatie en groei in het MKB in de Randstad Noord- en Zuid; Nationaal Hervormingsprogramma; Position paper The Netherlands van de Europese Commissie, oktober Research en Innovation Performance in the Netherlands 2013; Country Profile; DG Research European Commission. 3/41

4 Wat uit de Europese overzichten op grote lijnen al duidelijk werd voor Nederland, wordt door de laatste Randstad Monitor (december 2012) nog eens verbijzonderd voor landsdeel West. De Randstad innoveert in vergelijking met andere grootstedelijke regio s in Europa te weinig. De uitgaven aan R&D als percentage van het bruto regionaal product (BRP) zijn gedaald naar 1,83%, waar het gemiddelde van andere Europese stedelijke regio s zoals Kopenhagen, München, Stockholm, Berlijn, Wenen en Parijs bijna 40% hoger ligt. Het aandeel hoogwaardige industriële werkgelegenheid in West-Nederland is met 4% (2011) laag en ligt achter op het Europese grootstedelijke gemiddelde van 10,5%. Ook het aandeel kennisintensieve diensten blijft achter op het Europese grootstedelijke gemiddelde (5,2 vs 6%) en daalt bovendien in West- Nederland. Een belangrijke verklaring hiervoor lijkt de ondervertegenwoordiging van de innovatieve (maak-) industrie in West-Nederland, de sterke aanwezigheid van dienstverlening en de relatief beperkte toegankelijkheid van grote researchlaboratoria van bedrijven en universiteiten. De afgelopen drie jaar is de groei van het BRP van West- Nederland van boven het EU gemiddelde naar 1,7% teruggevallen, waar andere concurrerende stedelijke regio s nog 2,4% groei vertoonden. Uit het OESO-rapport en uit het Position Paper van de Europese Commissie komt naar voren dat in West-Nederland de valorisatie van kennis achterblijft. Kennis leidt onvoldoende tot kassa en daarmee blijven economische kansen onbenut. In de rapporten Van voornemens naar voorsprong van het Innovatieplatform (2009) en de Kennis en Innovatieagenda (KIA) 2012 wordt aangegeven, dat de laatste twee genoemde punten belangrijke knelpunten zijn in het Nederlandse innovatiesysteem. Partijen halen waardevermeerdering niet alleen uit R&D, maar ook uit licensing, partnering, spin-out en overnames. Dit gebeurt echter niet vanzelf. Binnen de Kennis en Innovatieagenda 2011 wordt aangegeven, dat het Nederlandse innovatieve MKB relatief weinig samenwerkt met anderen. Dat geldt het sterkst voor samenwerking met concurrenten en kennisinstellingen. Onder deze samenwerking valt ook de toegang en het open karakter van relevante onderdelen van kennisinstellingen. In de KIA wordt tevens geconcludeerd dat de hoge prestaties van de Nederlandse onderzoekssector onder druk staan als gevolg van het afnemen van directe publieke onderzoeksinvesteringen. In het hoofdlijnenakkoord tussen VSNU en het ministerie van OCW zijn afspraken gemaakt over outputdoelstellingen voor de valorisatieagenda. Doel is onder andere dat elke kennisinstelling beschikt over een professionele valorisatie infrastructuur en 2,5% van de middelen besteedt aan valorisatie. Dit percentage is nog lang niet bereikt. Ook het KIA concludeert dat private R&D investeringen sterk achterblijven op de doelstelling. In het rapport Bedrijfslevenbeleid in cijfers (2012) is de R&D-intensiteit in Nederland de afgelopen jaren licht gedaald; elk jaar gemiddeld met 0,3%. Specifiek voor MKBbedrijven die subsidie ontvangen uit het Europese onderzoeksprogramma KP7 staat Nederland op een zevende positie binnen Europa. Dit blijft enigszins achter bij de positie van de andere deelnemers als kennisinstellingen, grote bedrijven en universiteiten. In de Valorisatieagenda 2009 wordt geconcludeerd dat er vier belangrijke knelpunten voor valorisatie zijn: 1 Onvoldoende samenwerking en netwerken tussen de stakeholders (voor al MKB en kennisinstellingen). 2 Geen integrale benadering en discontinu valorisatiebeleid van de overheid 3 Onvoldoende durfkapitaal beschikbaar voor early stage en voor proof of concept projecten. 4 Onvoldoende stimulering van ondernemerschap en nieuwe bedrijvigheid binnen kennisinstellingen en onvoldoende ondersteuning voor en ambitie van jonge startende bedrijven voor ontwikkeling en doorgroei. 4/41

5 Onvoldoende laagdrempelige toegang tot kennis De universiteiten in landsdeel West scoren hoog op de internationale rankings. De indruk bestaat echter dat wegens cultuurverschillen, onbekendheid en aanwezige drempels de samenwerking tussen (MKB-) bedrijven en kennisinstellingen suboptimaal is. Het gaat hierbij met name om de toegang voor bedrijven tot de aanwezige kennis en infrastructuur bij kennisinstellingen. Deze kennis behoort volgens vele nationale en internationale publicaties en ranglijsten tot de top van Europa en op bepaalde terreinen tot de wereldtop.. Echter, slechts de 5% koplopers in het MKB innoveert systematisch en maakt gebruik van de aanwezige kennis. De 40% van het MKB dat daarop aansluit bestaat uit ontwikkelaars en toepassers en heeft een grote innovatiepotentie. Dat vraagt wel om de ontwikkeling van geformaliseerde netwerken, een heldere informatiestructuur en een voor het MKB duidelijke werkwijze binnen de kennisinstellingen. R&D infrastructuur wordt hier gedefinieerd in brede zin. Naast hoogwaardige technisch instrumentaria en faciliteiten omvat het ook de begeleiding voor het gebruik van R&D infrastructuur, fablabs, proeftuinen, living labs en kleinschalige onderzoekinfrastructuur als 3D-scanners alsmede niet technische infrastructuur. Landsdeel West wordt gekenmerkt door een groot aantal kennisinstellingen, zeker ten opzichte van de rest van Nederland.. Uit de analyses van de diverse rapporten blijkt echter dat deze hoogwaardige technische infrastructuur onvoldoende wordt gedeeld en suboptimaal benut. Er zijn geen prikkels om deze infrastructuur verder dan voor wetenschappelijk onderzoek te gebruiken. Ook is de toegang voor andere gebruikers en de samenwerking tussen de instellingen verre van optimaal. Zeker voor het MKB zijn de drempels hoog. Er is te weinig begeleiding en de infrastructuur is niet laagdrempelig genoeg. Deze mismatch tussen vraag en aanbod wordt o.a. veroorzaakt door: Een tekort aan capaciteit bij kennisinstellingen om proefprojecten met het bedrijfsleven uit te voeren, het ontbreken van prikkels bij de eigenaar/exploitant om het open acces aspect van R&D infrastructuur te optimaliseren, het tekort aan investeringen in R&D door het bedrijfsleven (met name het MKB) zelf en weinig incentives voor science parken om R&D infrastructuur toegankelijk te maken voor bedrijven. Kortom: mogelijke oorzaken van de tekortkomingen in het innovatiesysteem in de Randstad liggen in ondernemerschap, innovatieve bedrijfscultuur, onvoldoende toegang tot innovatiefinanciering, onvoldoende laagdrempelige toegang tot kennis, en onvoldoende samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en kennisinstellingen. Vandaar dat de nadruk wordt gelegd op valorisatie en het verbeteren van toegang tot kennisinfrastructuur. III.3 Kapitaalbehoefte van het innovatieve MKB Uit de verschillende rapporten en uit gesprekken ter voorbereiding van de S3-strategie met overheden, bedrijven en kennisinstellingen is als één van de belangrijke knelpunten genoemd de beschikbaarheid van kapitaal voor innovaties bij doorgroeiende MKB-ers en de toegang hiertoe (binnen de topsectoren). Daarbij gaat het om leningen, garanties en participaties. Syntens heeft in 2012 een onderzoek uitgevoerd naar de financiering van innovatie in en groei van het MKB in de Randstad. Dit onderzoek liet zien dat er zowel bij jonge als bestaande MKB bedrijven voor groei en innovatie een groot tekort is aan kapitaal, ondanks de bestaande instrumenten vanuit o.a. het Rijk en de private sector. De financieringsproblemen blijken het grootst in de vallei des doods, de fase na de start van een onderneming en voor de marktintroductie. De problematiek is wel duidelijk groter bij enkele topsectoren dan bij andere. Door de crisis, maar ook door minder goede business cases, gebrek aan expertise bij durfinvesteerders en een gebrek aan voldoende exit-mogelijkheden is de kapitaalstroom de afgelopen jaren gedaald. 5/41

6 Uit de diverse onderzoeken komt naar voren dat er in de Randstad een tekort is aan kapitaal voor het MKB en ook dat ondernemers de weg naar dit kapitaal niet weten te vinden. De overheid kan hier een rol spelen als verbinder tussen instrumenten (privaat en overheid) en bijvoorbeeld als launching customer (voor banken en durfinvesteerders is een eerste klant vaak belangrijk). Kansen voor West II wil zich richten op: het verstrekken van financiering (leningen, garanties en participaties), het verbeteren van de toegang tot het beschikbare kapitaal of het ondersteunen van business case ontwikkeling. Vooral voor startende, innovatieve en snelgroeiende MKB-ondernemingen is het lastig om voldoende financiering te vinden. Knelpunten zijn zowel het aanbod van risicokapitaal in de vorm van participaties als bancaire leningen. Garantie- en financieringsinstrumenten vormen dan ook een belangrijk onderdeel van het bedrijvenbeleid. EFRO kan hierbij aansluiten. Vooral voor het midden- en kleinbedrijf is de terughoudende opstelling van banken een belangrijk knelpunt, zo wordt geconcludeerd in de Bedrijfslevenbrief van het Ministerie van EZ uit De conclusie luidt dan ook dat de beschikbaarheid van kapitaal voor innovatie bij het MKB een stimulans nodig heeft. III.4 Aansluiting RIS3 en EC landenaanbevelingen In de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie van West-Nederland (RIS3) is valorisatie naar voren gekomen als een horizontaal thema dat van belang is voor alle topsectoren. De nadruk ligt hierbij op publiek-private samenwerking via bijvoorbeeld living labs tussen de werelden van onderzoek, onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke sectoren om zodoende kennis en creativiteit beter te benutten en vooral te vermarkten. Hierbij wordt valorisatie bevorderd door vanuit de ondernemerskant in te spelen op publieke behoeften die aangrijpen op de grote maatschappelijke uitdagingen. In de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie is eveneens de uptake van innovaties door MKB-bedrijven en het concurrentievermogen van het MKB als speerpunt benoemd. De RIS3 zet verder in om deze initiatieven met elkaar te verknopen waarbij de nadruk ligt op het vergroten van het aantal samenwerkingsverbanden tussen innovatieve (MKB) bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen (waaronder ook HBO en MBO), spin-offs uit kennisinstellingen en het percentage snelle groeiers. Een intensieve interactie tussen kennisaanbieders en kennisgebruikers via gemeenschappelijke (toepassings)infrastructuur versterkt de transitie naar een open en circulair innovatiesysteem. Ook zijn er de nodige kleinschalige lokale netwerken en initiatieven van ambitieuze ondernemers die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het stimuleren van de bedrijvigheid en innovatie. In de RIS3 kwam de toegang tot financiering als belangrijk speerpunt uit de consultatie van het bedrijfsleven naar voren. Per Topsector wordt maatwerk verlangd, ook is het van groot belang om het beschikbare versnipperde instrumentarium goed af te stemmen met de mogelijke EFRO-inzet. Met de landenspecifieke aanbevelingen benadrukt de Europese Commissie het belang van een versterking van de uptake van innovaties door het MKB. Ook wordt de bevordering van het groeivermogen van het MKB benadrukt. Voor landsdeel West wordt aangegeven dat het van belang is het beschikbare instrumentarium van het Rijk en de EU aan te vullen dan wel te versterken. Als doelgroep worden jonge snelgroeiende ondernemingen met een duidelijke innovatiepotentieel benoemd. Conclusie: de gekozen lijn om in te zetten op de kapitaalbehoefte van het innovatieve MKB sluit goed aan bij de RIS3 en de landenspecifieke aanbevelingen. 6/41

7 III.5 Specifiek doelen Op basis van de voorgaande probleemanalyse en reeds beschikbare instrumenten is het voor landsdeel West wenselijk om de EFRO middelen beschikbaar voor de thematische doelstelling innovatie in te zetten op één investeringsprioriteit, te weten die voor kennisvalorisatie (1b): Het bevorderen van bedrijfsinvesteringen in innovatie en onderzoek en het ontwikkelen van verbindingen en synergie tussen ondernemingen, kennisinstellingen en hoger onderwijs, in het bijzonder product- en dienstontwikkeling, technologische overdracht, sociale innovatie en toepassingen van overheidsdiensten, vraagstimulering, netwerken, clusters en open innovatie door slimme specialisatie. Ondersteuning van technologisch en toegepast onderzoek, proefopstellingen, maatregelen voor snelle product validatie, geavanceerde productiecapaciteit en eerste productie in sleuteltechnologieën en verspreiding van universeel inzetbare sleuteltechnologieën. Om binnen deze brede investeringsprioriteit toch de nodige focus te realiseren, is er op basis van de probleemanalyse voor gekozen om twee specifieke doelstellingen te formuleren. De eerste doelstelling is gericht op zowel de valorisatie als de toegang tot kennis. De tweede neemt kapitaal als uitgangspunt. Beide doelstellingen worden in de volgende sectie van dit Operationeel Programma nader uitgewerkt en van concrete (financiële) kengetallen en een indicatorenset voorzien. De twee doelstellingen zijn: 1 Valorisatie. het stimuleren van de ontwikkeling van (met name internationaal) vermarktbare producten en diensten. 2 Kapitaal: de beschikbaarheid van kapitaal voor innovaties bij startende en doorgroeiende MKB-ers bevorderen en de toeleiding naar dit kapitaal verbeteren. IV INZET OP KOOLSTOFARME ECONOMIE IV.0 Introductie Gezien de hoge bevolkingsdichtheid en de grote concentratie van economische activiteiten is het terugdringen van de uitstoot van CO 2 voor West Nederland een belangrijke opgave voor de komende jaren (OESO, Territorial Review Randstad, 2007). Hierbij spelen energie-efficiency en het bevorderen van hernieuwbare energie een vooraanstaande rol. Nederland loopt voorop met innovatie op het gebied van schone en duurzame technieken, innovaties en pilots voor nieuwe vormen van hernieuwbare energie, zoals getijdenstroom, kassenwarmte, koude-warmte netwerken, bio based en aardwarmte. Voor energie-efficiency is de situatie vergelijkbaar. West-Nederland kent verschillende gespecialiseerde kennisinstellingen (zoals de TU Delft en TNO) die veel kennis hebben op dit terrein en verschillende bedrijfssectoren hebben jaren ervaring met bijvoorbeeld warmtekrachtkoppeling en andere maatregelen.. Het is daarom opmerkelijk dat deze innovaties de markt onvoldoende bereiken. Van de 27 lidstaten stond Nederland in 2010 op een 24e plaats als het gaat om het percentage renewables in de totale energiemix. Waar het Europese doel 20% renewables in 2020 is, moet Nederland 14% halen terwijl dat in 2010 minder dan 4% was. De ervaringen met energie efficiëntie worden onvoldoende toegepast in de bestaande bouw terwijl daar een jaarlijkse refrofit opgave van 3% ligt. De grote uitdaging is dan ook om met de opgedane kennis daadwerkelijk een slag te maken richting een slimme uitrol. Inmiddels is het door de Sociaaleconomische Raad (SER) gefaciliteerde Energieakkoord in een 7/41

8 ver gevorderd stadium en voorziet in een Financieringsprogramma voor Energietransitie. De uitrol strand vooral op financieringsproblemen rond het afdekken van het tekort over de eerste jaren van de uitrol en het beheer/exploitatie. Daarbij gaat het om relatief kleine bedragen op grote projecten. Door het conservatieve beleid van financiële instellingen, een gebrek aan middelen, en het risicomijdende gedrag van gemeenten en investeerders, komen de noodzakelijke leningen en garanties niet beschikbaar. Bij andere grote partijen zoals energiemaatschappijen en woningbouwcorporaties heerst er grote onzekerheid of er wel rendabele business cases zijn. Als deze belemmeringen worden weggenomen staat niets een slimme uitrol in de weg. In de bestaande bouw is veel winst te behalen, echter de versnipperde eigendomsverhoudingen staan dit in de weg, vraagbundeling is een voorwaarde voor succes. Het zijn dan ook deze drie specifieke doelen waarop een extra impuls noodzakelijk is: 1 Bio Based Economy. 2 Duurzame energieopwekking/-toepassing. 3 Energiebesparing en opwekking duurzame energie in de bestaande bouw. IV.1 Bio Based Economy Biomassa wordt op het moment al ingezet als bron van duurzame energie. Van de totale hoeveelheid hernieuwbare energie is op dit moment circa 75% bio-energie; hieronder vallen onder meer afvalverbranding, biobrandstoffen en het bijstoken van biomassa in elektriciteitscentrales. In het huidige regeerakkoord wordt een zo hoogwaardig mogelijke inzet van biomassa nagestreefd. Verbranding is de meest laagwaardige vorm van benutting, maar te prefereren boven het niet benutten. In de bio based economy wordt een zo hoogwaardig mogelijk toepassing van biomassa nagestreefd. Na bewerking kunnen (tussen)producten van biogene oorsprong afhankelijk van hun samenstelling en kwaliteit voor verschillende doeleinden worden gebruikt. De biomassa kan worden ingezet voor bijvoorbeeld de farmacie, brandstof, energie of bioplastic. Houtresten kunnen bijvoorbeeld wel gebruikt worden voor de opwekking van warmte en/of elektriciteit. In Kansen voor West II vinden we de bio based economy op twee plaatsen terug. Bij innovatie onder de topsector Chemie en onder Koolstofarm, indien sprake is van een slimme uitrol met op zijn minst een substantiële bijdrage aan de inzet voor energiedoeleinden. Landsdeel West huisvest bedrijven en kennisinstellingen die in alle stappen van de biomassaketen actief zijn. Het grootschalige gebruik van biomassa als grondstof biedt nieuwe mogelijkheden voor de producenten van deze grondstoffen en hun afnemers. Het vraagt nieuwe technieken, maar vooral ook nieuwe samenwerkingsverbanden en verdienmodellen om succesvol producten in de markt te kunnen zetten. Zonder impuls biedt de doelstelling voor hernieuwbare energie nauwelijks stimulans voor meer innovatieve biomassatoepassing, zoals de verwerking van houtachtige gewassen en reststromen tot biobrandstoffen en groen gas een technologie die voor vergaande emissiereductie op de langere termijn cruciaal is. De doelstelling kan immers met goedkopere opties worden gehaald, zoals door het bij- en meestoken van biomassa in kolencentrales. Bovendien dekken de huidige duurzaamheidcriteria slechts een deel van de duurzaamheidrisico s af (in geval van biobrandstoffen), of ontbreken nog geheel (in geval van hout). Met name zijn er risico s dat een toenemende vraag naar biomassa leidt tot ontginning van nu nog natuurlijke gronden, waardoor de koolstof uit de oorspronkelijke vegetatie en bodem vrijkomt. IV.2 Duurzame energieopwekking/toepassing Een tweede voor landsdeel West belangrijke vorm van hernieuwbare energie betreft die uit andere in West ruim voorradige natuurlijke bronnen, zoals koude vanuit stromende rivier, en lokale vormen van energieopwekking zoals met behulp van zonlicht. Daarnaast 8/41

9 beschikt de regio over enkele industriële complexen die leverancier (kunnen) zijn van restwarmte. De uitrol van duurzame energieopwekking en toepassing van deze bronnen kent diverse belemmeringen. Zo zijn er diverse knelpunten die een snelle uitrol van warmte- en koudenetten in de weg staan. Naast de hoge investeringskosten voor het netwerk zelf, blijkt het ook lastig om enerzijds bedrijven die (rest)warmte beschikbaar hebben te verleiden om dat langjarig beschikbaar te stellen aan het warmtenet en anderzijds zijn potentiële afnemers van warmte niet eenvoudig te verleiden om langjarige contracten te sluiten voor afname van warmte. In het stedelijke deel van het Landsdeel West, aangevuld met een aantal glastuinbouwgebieden, is er groot potentieel voor uitbreiding en verduurzaming van al bestaande warmtenetten en het aanleggen van nieuwe lokale warmtenetten, op basis van benutting van restwarmte en winning van aardwarmte. De hiermee te realiseren transitie van gas naar warmte als energiedrager leidt tot een belangrijke verlaging van CO 2 emissies. Daarnaast kan het gas benut worden voor andere opties, zoals het vervangen van benzine en diesel als transportbrandstof. De uitrol van duurzame energieopwekking en toepassing van (rest)warmte kent echter nog diverse belemmeringen. Zo zijn er diverse knelpunten die een slimme uitrol van warmte- en koudenetten in de weg staan. Naast de hoge investeringskosten voor het netwerk zelf, blijkt het ook lastig om enerzijds bedrijven, die (rest)warmte beschikbaar hebben, te verleiden om dat langjarig beschikbaar te stellen aan het warmtenet. Anderzijds zijn potentiële afnemers van warmte niet eenvoudig te verleiden om langjarige contracten te sluiten voor afname van warmte. Door 'slimme' netten met meerdere, eventueel uitwisselbare, warmtebronnen en meerdere warmtevragers tot stand te brengen, kunnen zulke langjarige wederzijdse afhankelijkheden worden beperkt. Verder kan de uitrol worden versneld door bijvoorbeeld het verstrekken van garanties voor deelprojecten of het beschikbaar stellen van middelen om dit complexe proces te kunnen uitvoeren. Slimme warmte- en koudenetten zijn niet in alle stedelijke gebieden van landsdeel West rendabel. Dat geldt ook voor de rurale gebieden van landsdeel West. In deze gebieden bieden andere kleinschalige vormen van duurzame energie een bijdrage aan de productie van hernieuwbare energie. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het toepassen van nieuwe technologieën voor kleinschalige warmte- en koudeopslag in combinatie met warmtepompen, het lokaal toepassen van biomassa voor de productie van warmte of groen gas, het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen of het opwekken van warmte met zonneboilers. IV.3. Energiebesparing en opwekking duurzame energie in de bestaande bouw De gebouwde omgeving in Nederland is verantwoordelijk voor ruim 40% van het energieverbruik. Diverse experimenten en onderzoeken hebben aangetoond dat hier gemiddeld meer dan 30% kan worden bespaard. Vooral het energiegebruik in de bestaande bouw kan worden terug gedrongen. Er is een groot aantal pilots uitgevoerd voor het vergaand terugdringen van het energieverbruik van bestaande en nieuwe woningen. Hiermee is veel kennis opgedaan. Helaas blijft het meestal bij deze pilots, omdat de kosten voor herhaling doorgaans te hoog liggen. Energiebesparing bij bestaande woningen levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen, maar is lastig realiseerbaar. Dit heeft onder andere te maken met de wijze waarop de woningmarkt is georganiseerd. De meeste woningen in Nederland zijn in bezit van particuliere woningeigenaren, ongeveer 30% zijn huurwoningen, de overige woningen zijn in bezit van commerciële verhuurders zoals pensioenfondsen. Binnen de particuliere woningbezitters is ook nog het onderscheid te maken tussen grondgebonden woningbezit (individueel bezit) en woningen in complexen waar een Vereniging van Eigenaren verantwoordelijk is voor de gezamenlijke voorzieningen zoals het dak, de fundering, de buitenwanden en ramen en de verkeersruimtes. Dit maakt het speelveld complex. 9/41

10 In de notitie Energiebesparing bestaande woningen: maak er werk van (2011) inventariseert het NICIS de volgende knelpunten: Gebrek aan bewustzijn bij bewoners waardoor zij niet in actie komen. Te weinig vraagbundeling om business cases rendabel te maken. Gebrek aan toegankelijke informatie. Gebrek aan actiebereidheid op (de schaarse) natuurlijke momenten. Te kort aan financiële arrangementen, waardoor onder andere corporaties niet in staat zijn de benodigde investeringen te doen (split incentive). IV.4 Aansluiting EC landenaanbevelingen In het position paper voor de partnerschapsovereenkomst benadrukt de Europese Commissie het belang middelen beschikbaar te stellen voor de volgende relevante thema s: Toename van de energie efficiency en gebruik van hernieuwbare energie door het MKB. Toename van de productie en distributie van hernieuwbare energiebronnen. Geïntegreerde koolstofarme strategieën / duurzame actieplannen voor stedelijke gebieden. IV.5 Specifieke doelen Op basis van de voorgaande probleemanalyse en geïdentificeerde thema s is het voor landsdeel West wenselijk om de EFRO middelen beschikbaar te stellen voor twee investeringsprioriteiten, gericht op respectievelijk hernieuwbare energie (4a) en energieefficiëntie (4c). Voor deze prioriteiten zijn drie specifieke doelstellingen gedefinieerd. Deze inzet is de volgende: Investeringsprioriteit 4a: Bevorderen van de productie en distributie van hernieuwbare energie. Met deze prioriteit wordt ingezet op de eerste twee van de specifieke doelen. Deze doelstellingen zijn: 1 Bio based economy; Het toepassen van bio based grondstoffen als bron van duurzame energie en het verbeteren van de toegang daarvan tot de markt. 2 Duurzame energieopwekking/toepassing; Het bevorderen van de toepassing van duurzame energieopwekking en toepassing van restwarmte. Investeringsprioriteit 4c: Bevorderen energie-efficiëntie en gebruik van hernieuwbare energie in publieke infrastructuur (inclusief publieke gebouwen) en in de bebouwde omgeving. Met deze prioriteit wordt specifiek ingezet op de derde van de specifieke doelstelling. De doelstelling is: 3 Energiebesparing en opwekking duurzame energie in de bestaande bouw; door middel van het integreren van duurzame energie of hernieuwbare energiebronnen. Deze twee investeringsprioriteiten en 3 specifieke doelstellingen worden in de volgende sectie van dit Operationeel Programma nader uitgewerkt en van concrete (financiële) kengetallen en indicatorensets voorzien. V. INZET OP GEÏNTEGREERDE STEDELIJKE ONTWIKKELING V.0 Introductie Eén van de hoofddoelstellingen van het Operationeel Programma is het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie van West Nederland. De nadruk van het programma ligt daarbij op de totstandbrenging van innovatie, door hoogwaardige productontwikkeling en investering in de kenniseconomie. Veel van deze activiteiten spelen zich in een stedelijke omgeving af. Om deze succesvol en duurzaam te kunnen uitvoeren zal het stedelijk vestigings- en leefklimaat goed in elkaar moeten steken. Vooral omdat de economische crisis ook in de rijkere steden in Europa de sociale en ruimtelijke segregatie versterkt en een aanzienlijk deel van de bevolking uit 10/41

11 de arbeidsmarkt wegdrukt. Slimme steden benutten daarom hun sociaal, economische en culturele diversiteit als bron van innovatie. De G-4 steden kampen met fysieke, sociale en economische knelpunten die een duurzame stedelijke ontwikkeling in de weg staan. Hoewel zwaartepunten per stad verschillen, is er een gedeelde probleemanalyse. Ondermaatse vestigingsfactoren, hoge (jeugd) werkloosheid en een mismatch op de arbeidsmarkt. Op alle voor de structuurfondsen relevante sociale criteria scoren delen van de G-4 steden slechter dan de gehele stad. De stedelijke knelpunten zijn bovendien veelal niet zichtbaar als de regionale cijfers met elkaar en de Europese gemiddelden worden vergeleken. Hierdoor ontstaat een dreiging van tweedeling, doordat een deel van de stedelijke samenleving onvoldoende aangehaakt is op de algemene economische ontwikkeling en onvoldoende deel uitmaakt van de stedelijke samenleving. Om deze bedreiging adequaat aan te pakken zetten de G-4 steden in op een duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 7.2 EFRO verordening). Via economische en sociale investeringen, gericht op het verminderen of voorkomen van een tweedeling van de stedelijke samenleving en op de groei in de hoofdsectoren van de stedelijke economie door slimme specialisatie. Het Operationeel Programma zet in op duurzame stedelijke ontwikkeling met behulp van geïntegreerde territoriale investeringsprogramma s (GTI s) in de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Deze territoriale programma s maken het mogelijk doelgericht met een mix van instrumenten de betreffende problematiek integraal aan te pakken. De keuze van inzet verschilt per stad en is afhankelijk van de problematiek, de economische structuur en bestuurlijke keuzes op grond van urgentie. Omdat specifieke problemen ook een territoriale dimensie kennen, is ook de keuze per gebied verschillend. Naast de inzet vanuit het EFRO maakt ook een inzet vanuit het ESF onderdeel uit van deze integrale aanpak. V.1 Aansluiting EC landenaanbevelingen In de landenspecifieke aanbeveling wordt niet speciaal ingegaan op de situatie in de steden. [te confirmeren aan de hand van de nog te publiceren aanbevelingen]. Ook het Position Paper van de Commissie over de ontwikkeling van de Partnerschapovereenkomst en de programma s voor stelt geen specifieke eisen aan de GTI s. Wel dient in de Partnerschapsovereenkomst aangegeven te worden op welke basis de steden zijn gekozen. Vooralsnog kiest alleen het Operationeel Programma Kansen voor West voor GTI s. Deze vormen een coherente voortzetting van de subdelegaties van programma s naar de G-4 steden in de periode en eerder het Doelstelling 2 programma Stedelijke Gebieden in Dit reflecteert bovendien de specifieke sociaaleconomische situatie in de G-4 steden die om meer aandacht vraagt dan de andere Nederlandse steden. V.2 Specifieke doelen De inzet op GTI s vindt plaats in aansluiting op die van de andere prioriteiten. De verschillende aanpakken in de G-4 steden tellen op tot een mix van drie aanvullende investeringsprioriteiten. Voor deze prioriteiten zijn drie specifieke doelstellingen gedefinieerd. Deze inzet is de volgende: Investeringsprioriteit 3a: Verbetering van het concurrentievermogen van het MKB, d.m.v. bevordering van ondernemerschap, m.n. door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te vergemakkelijken en door de oprichting van nieuwe bedrijven- onder meer via starterscentra aan te moedigen. Met deze prioriteit wordt specifiek ingezet op: 1. Versterking economie: Vergroten van de bedrijvigheid door het versterken van economische brandpunten en het stimuleren en faciliteren van kansrijk ondernemerschap. 11/41

12 Investeringsprioriteit 8b: Bevordering van de werkgelegenheid en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit d.m.v. het ondersteunen van werkgelegenheidsvriendelijke groei d.m.v. de ontwikkeling van het eigen potentieel als onderdeel van een territoriale strategie voor specifieke gebieden, met inbegrip van de omschakeling van industriegebieden met afnemende economische activiteit en de verbetering van de toegankelijkheid en de ontwikkeling van specifieke natuurlijke en culturele hulpbronnen. Met deze prioriteit wordt specifiek ingezet op: 2. Verminderen mismatch arbeidsmarkt: Koppelen van economische ontwikkelingen/behoeften aan het aanwezige arbeidspotentieel, door het verkleinen van de mismatch tussen vraag en aanbod op de stedelijke arbeidsmarkt. Investeringsprioriteit 9b: Bevordering van sociale insluiting en bestrijding van armoede door middel van steun voor fysieke, economische en sociale sanering van achtergestelde stedelijke en rurale gemeenschappen. Met deze prioriteit wordt specifiek ingezet op: 3. Stedelijk klimaat: Het verbeteren van het stedelijk vestigings- en leefklimaat, door het leveren van voldoende, kwalitatief hoogwaardige en toegankelijke werklocaties die aansluiten op de vraag naar ruimte voor bedrijvigheid, zowel gericht op onderzoek en ontwikkeling als op groei. Om met deze investeringen toegevoegde waarde te creëren en creatie van arbeidsplaatsen te stimuleren. * Tabel 1: Samengesteld overzicht van de verantwoording van de keuze voor thematische doelstellingen en investeringsprioriteiten Geselecteerde thematische doelstelling Geselecteerde investerings prioriteit Verantwoording van de keuze 1.2 * Verantwoording van de financiële verdeling Landsdeel West kiest in haar strategie een inzet op drie hoofddoelen, te weten Innovatie, Koolstofarme economie, en Duurzame stedelijke ontwikkeling. De verdeling van de financiële middelen over deze drie hoofddoelen wordt slechts ten dele verklaard door objectieve criteria. Voor Innovatie en Koolstofarme economie kan worden teruggegrepen op de doelstellingen zoals opgenomen in de Europa 2020 strategie. Voor duurzame stedelijke ontwikkeling geldt slechts het minimale criterium van 5% van de nationale EFRO-middelen. Op basis van de EU 2020 doelstellingen blijven die op Koolstofarme economie verreweg het meest achter (ten minste 75% van de doelstelling nog niet bereikt). Voor Innovatie bedraagt de relatieve achterstand voor West-Nederland ongeveer 25%. Dat suggereert dat het grootste deel van de middelen op Koolstofarme economie ingezet zou moeten worden. Daar staat tegenover dat er aanzienlijke nationale middelen beschikbaar zijn en veel projecten op termijn voldoende opbrengsten opleveren voor revolverende fondsen. Voor Innovatie zijn deze middelen aanzienlijk minder ruim voorhanden en is de terugverdiencapaciteit niet direct te herleiden tot de ondersteunde projecten. Tenslotte is het EFRO bedrag voor West-Nederland bescheiden in omvang, hetgeen vraagt de middelen zodanig in te zetten dat het grootste effect wordt bereikt. Voor West- Nederland is dat voor een belangrijk deel de inzet op Innovatie. Voor de inzet op duurzame stedelijke ontwikkeling wordt vooral teruggegrepen op de ervaringen met het Kansen voor West programma. Hier werd door middel 12/41

13 van subdelegatie 1/3 van de EFRO middelen in duurzame stedelijke ontwikkeling gestoken. Een deel hiervan werd ook ingezet op innovatie. In Kansen voor West II maakt innovatie deel uit van de landsdeelbrede prioriteit en ligt het voor de hand dat de directe stedelijke middelen verlaagd worden tot 25%. Om deze redenen is voor de volgende verdeling over de (samengestelde) thematische doelstellingen gekozen: Innovatie 55-60% Koolstofarme economie 20% GTI EFRO 20-25% De definitieve invulling van de GTIs is onder voorbehoud van gesprekken met de Europese Commissie en bestuurlijke besluitvorming. Dit heeft consequenties voor de omvang van de inzet op de thematische doelstellingen Innovatie en GTI EFRO. Een verdere verdeling naar investeringsprioriteiten is nog onderwerp van besluitvorming. 13/41

14 SECTIE 1: BESCHRIJVING VAN DE PRIORITEITS ASSEN Sectie 2.A. Bijstand Beschrijving van de prioriteitsassen anders dan Technische PRIORITAIRE AS 1: Versterken van Onderzoek, Technologische Ontwikkeling en Innovatie INVESTERINGS PRIORITEIT 1b: Het bevorderen van bedrijfsinvesteringen in innovatie en onderzoek en het ontwikkelen van verbindingen en synergie tussen ondernemingen, kennisinstellingen en hoger onderwijs, in het bijzonder product- en dienstontwikkeling, technologie overdracht, sociale innovatie en toepassingen van overheidsdiensten, vraagstimulering, netwerken, clusters en open innovatie door slimme specialisatie. Ondersteuning van technologisch en toegepast onderzoek, proefopstellingen, maatregelen voor snelle productvalidatie, geavanceerde productiecapaciteit en eerste productie in sleuteltechnologieën en verspreiding van universeel inzetbare sleuteltechnologieën. 2.A.1. Specifieke doelstellingen irt de investeringsprioriteit en verwachte resultaten SPECIFIEK DOEL 1: Valorisatie Het stimuleren van de ontwikkeling van (met name internationaal) vermarktbare producten en diensten. De reikwijdte van dit doel betreft de hele keten van innovatie, waarbij ook procesinnovatie binnen de scope valt. Acties binnen dit doel moeten gericht zijn op in potentie vermarktbare producten of diensten, maar dat kan in elke fase van de innovatieketen. Dus van toegepast onderzoek gericht op valorisatie aan het begin van de keten tot aan ondersteuning van marktintroductie aan het eind van de keten. Het MKB is hierbij een belangrijke doelgroep. Daartussen ligt de kern van de interventieintensiteit, in het samenbrengen van kennisinstellingen en bedrijfsleven bij valorisatie in de fase van proof of concept. Zoals aangegeven in de RIS3 zal de inzet van deze prioriteit zich richten op de topsectoren en meer specifiek op de cross-overs tussen de topsectoren (nieuwe combinaties van kennis en technologie uit verschillende sectoren). Met name van crossovers wordt, gezien de economische potentie en kenniskracht, de grootste bijdrage aan dit specifieke doel verwacht. Ook zal de inzet zich richten op innovaties die een bijdrage leveren aan de grote maatschappelijke uitdagingen die door Europa zijn benoemd. Aangezien het gaat om complexe vraagstukken is het noodzakelijk dat meerdere partijen (bedrijven, kennisinstellingen en overheden) uit verschillende sectoren samen de kansen identificeren en partnerschappen aangaan om de nieuwe producten en diensten te ontwikkelen. Het beoogde resultaat is te komen van meer kennis naar kassa: een groter aantal vermarktbare producten en diensten door verbeteren van vraagidentificatie, samenwerking tussen (MKB) bedrijven onderling en met kennisinstellingen en een beter gebruik en beschikbaarheid van laagdrempelige R&D infrastructuur voor het bedrijfsleven. 14

15 Tabel 3: Programma Specifieke Resultaat indicatoren Er worden voor deze concept versie 3 indicatoren voorgesteld. Op basis van het advies van de ex-ante evaluator kan dit uiteraard nog worden bijgesteld ID Indicator Measurement Unit 1b Toename van het aandeel in de omzet van nieuwe en vernieuwde produkten en diensten Stijging van het percentage Category of region (where relevant) More developed Baseline Value Baseline Year Target Value (2022) KIA toename%; range is afhankelijk van toe te kennen middelen Source of Data KIA Frequency of reporting jaarlijks Ter nadere bespreking Deze indicator (van de geïnventariseerde 20 beschikbare indicatoren, die in innovatiemetingen worden bijgehouden) sluit het best, aan op de beoogde verandering die via Kansen voor West met de acties voor het specifieke doel worden beoogd. Nadelen zijn wel dat er een nadruk op het einde van de innovatieketen ligt en daarmee effecten van projecten die meer op het begin gericht zijn, vanwege de time to market nog niet meegenomen kunnen worden. Alternatieven zijn: 1. Aantal samenwerkingsverbanden tussen innovatieve bedrijven en kennisinstellingen gericht op valorisatie. Hiervoor zijn verschillende metingen in enkele monitoren beschikbaar. De meest gangbare baseline is LTS/LOI 2011: 19%. Nadeel is dat deze iets indirecter gerelateerd is aan de beoogde mutatie, wel is op basis van investerings- en ervaringscijfers goed de mutatie te bepalen. Nader onderzoek is nodig naar de meetmethodiek om te beoordelen of er in de meting vervuilingeffecten zijn die we te groot achten. 2. De private R&D uitgaven als % BNP. Deze sluit goed aan op de RIS en het hoofddoel van Kansen voor West, is evenwel door vele andere factoren beïnvloedbaar en wellicht dat dus slechts een nano-mutatie als target kan gelden. SPECIFIEK DOEL 2: Kapitaal De beschikbaarheid van kapitaal voor innovaties bij startende en doorgroeiende MKB-ers bevorderen en de toeleiding naar dit kapitaal verbeteren. Het gaat hier zowel om direct kapitaal (leningen, garanties, deelnemingen) voor de fase van proof of concept, valley of death, tot aan marktintroductie, als om de toeleiding naar dat kapitaal, door middel van bijvoorbeeld bijdragen aan economische haalbaarheidstudies en marktanalyses. Ook ondersteuning van het MKB om te komen tot goede business cases valt onder deze doelstelling. Feit blijft dat er een tekort wordt verwacht van zowel risicodragend als vreemd vermogen, zowel bij starters als 15

16 groeiende ondernemingen. Hierbij zouden ook SBIR-achtige instrumenten kunnen worden ingezet of bijvoorbeeld garantstellingen. Hoewel er recente onderzoeken zijn die het tekort aan kapitaal en het marktfalen aangeven, is er waarschijnlijk nog aanvullend kapitaalmarktonderzoek nodig om aan de eisen van de nieuwe verordeningen te kunnen voldoen. Tabel 3: Programma Specifieke Resultaat indicatoren Er worden een indicator voorgesteld. Dit is een van de twee belangrijkste indicatoren bij het kapitaalmarktonderzoek van Syntens in de Noord- en de Zuidvleugel van Op basis van het advies van de ex-ante evaluator is bijstelling mogelijk. ID Indicator Measur ement Unit Categor y of region (where relevant ) Baselin e Value Baselin e Year Target Value (2022) Source of Data Frequency of reporting Afname van het aandeel niet gehonoreer de kapitaalverzoeken t.o.v. nulmeting 2012 % niet gehono reerde verzoek en door de markt More develop ed 33% 2012 Hangt af van beschi kbare bedra g. Afnam e van x% Syntens kapitaal markton derzoek Herhalingsmeting 2022 tov 2012 Ter nadere bespreking Het nadeel van deze indicator is dat er geen directe beïnvloedbaarheid is en hij lijkt alleen in te zetten op toeleiding (als we de toeleiding verbeteren komen er meer levensvatbare business cases is dan de assumptie). Dat is conform het beoogde resultaat van de verandering die we willen bevorderen. Maar krijgt de markt ook kapitaal om die extra toegang kapitaal te geven. De verwachting is van niet en daarom willen we ook kapitaal verschaffen. Maar wellicht is deze in combinatie MET een andere indicator wel geschikt om het effect van de toeleidingsbevordering te meten. Wellicht is de indicator anders uit te drukken in aantal extra toeleidingen/succesvolle matches, maar het bepalen van de baseline daarvan is lastig. De mutatie is uiteraard wel scherp te meten. Alternatief of extra ook uit het Syntens-onderzoek is het percentage afgewezen kapitaalverzoeken, dat is in de baseline 25% in 2012, je zou dat kunnen hermeten in 25% en dan op 20% willen komen. 16

17 2.A.2 Te Ondersteunen acties per investeringsprioriteit 2.A.2.1 Beschrijving van het type en voorbeelden van te financieren acties en de verwachte bijdrage aan de doelstellingen Acties voor specifiek doel 1: Valorisatie Nadruk ligt op ondersteuning van samenwerkingsprojecten tussen het bedrijfsleven (m.n. het MKB) en de kennisinstellingen gericht op kennisvalorisatie. Dat kan middels subsidie (regelingen), maar ook middels vouchers om het gebruik van R&D infrastructuur (of laagdrempelige testcentra) te stimuleren Dit betekent dat vooral interventies liggen in de fase van kennis naar kassa, via de proof of conceptfase naar de marktintroductie en opschaling. Mogelijke acties zijn: Ondersteuning van proeftuinen en living labs (een instrument dat meerdere keren tijdens de consultaties is genoemd). In de proeftuinen en living labs kan het bedrijfsleven ism de kennisinstellingen samen met de eindgebruikers de innovaties bedenken, ontwikkelen, testen en evalueren. Gerichte ondersteuning van het innovatief MKB door subsidies voor valorisatie, innovatie en samenwerking in R&D (TMI-en clusterregeling achtige instrumenten). Verbeteren van de toegang tot de R&D infrastructuur voor het MKB, bijvoorbeeld met een dubbel voucher systeem met prikkels voor zowel het MKB als voor de kennisinstellingen (beide partijen moeten vouchers samenvoegen). Werken met een dubbel voucher concept met prikkels voor zowel de publieke R&D infrastructuur en onderzoeken het MKB(beide partijen moeten vouchers en samenvoegen). Stimuleren van nieuwe vormen van samenwerking, bijvoorbeeld een bedrijf stort per verkocht product een bedrag in een valorisatiefonds van een kennisinstelling voor het gebruik van bepaalde (gelicenseerde) kennis. Middels KvW kan de opzet van dergelijke systemen worden ondersteund, die daarna duurzaam voor valorisatie beschikbaar zijn. Met EFRO matchen van bestaande instrumenten van het rijk en EU voor valorisatie, zodat gebruik ervan sterk stijgt. Ondersteuning van haalbaarheidsstudies en demonstrators tbv. inzicht in exploitatiemogelijkheden van een technologie, dienst of product. Nieuwe vormen van co-makership, living labs en circulaire innovatie (betrokkenheid eindgebruikers); hulp bij kennisbeschermings en exploitatieprocessen. Ondersteuning van visievorming en structuurverandering bij kennisinstellingen tbv. Valorisatie (bijvoorbeeld nieuwe vormen van licentiesystemen, stimuleren van samenwerking). Onderstaande tabel geeft per topsector de meest kansrijke cross-overs en thema s weer. Deze lijst is niet limitatief en er kunnen gedurende de programmaperiode accentverschuivingen optreden. 17

18 Topsector Cross-overs Thema s Duurzaam en Kennisvalorisatie Agro & Food Chemie & Biobased economy Energie, ICT, Water, Logistiek, Life Science Energie, Tuinbouw, Agro&food, Logistiek, ICT Creatieve Industrie Cross overs met alle overige 8 topsectoren Reststromen, Dierengezondheid- en welzijn, Stadslandbouw, Reststromen, Efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen en ruimte Slimme materialen, Seed coatings, Groene chemie Open en/of Big data, ICT/serious gaming, SMART City Solutions Energie High Tech Systemen en Materialen ICT, Agro & Food, Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, Logistiek, Water Cross overs met alle overige 8 topsectoren Clean tech, Resource efficiency en transitie, Decentrale energie opwekking, Energie besparing in gebouwde omgeving, Biomassa als grondstof voor energie voorziening Open en/of Big data, Lucht- en ruimte vaart, E-Science, Security, Bioinformatica, Robotisering Life Sciences ICT, Tuinbouw Biofarmacie, Healthy ageing, Oncologie, Imaging, Molecular technology, Regeneratieve geneeskunde, Veterinaire geneeskunde Logistiek Tuinbouw & Uitgangsmaterialen Water, Delta & Maritiem Tuinbouw, ICT, Life sciences, Water Life Science, Energie, Logistiek, Water, ICT ICT, Energie, Tuinbouw Duurzame logistiek/mobiliteit, Ketenregie, Ketenoptimalisatie, Synchromodaal vervoer Efficient gebruik van natuurlijke hulpbronnen (o.a. biobased economy), Voedselzekerheid, Voedselveiligheid Bouwen met de natuur, Slimme en schone schepen, Winnen op zee Doelgroepen zijn het bedrijfsleven (m.n. het MKB), de kennisinstellingen en de overheid als deelnemer of innovatief inkoper/facilitator van proeftuinen. Acties voor specifiek doel 2: kapitaal Het gaat hier met name om kapitaal voor de fases proof, valley of death en marktintroductie. Hierbij kan gedacht worden aan haalbaarheidstudies door marktanalyses, maar ook aan regionaal risicokapitaal (leningen, garanties en participaties). Ook ondersteuning van het MKB om te komen tot goede business cases valt onder deze doelstelling. Op nationaal niveau zijn verschillende kapitaalregelingen. Uit de expertconsultatie bleek echter dat KvW II een goede en noodzakelijke aanvulling kan zijn d.m.v. eerder genoemde instrumenten op de Rijksinstrumenten. Wel moet goede aansluiting gezocht worden bij bestaande structuren zoals de Valorisatieprogramma s. Dat betekent dat interventies liggen bij maatregelen waarbij de beschikbaarheid van innovatiekapitaal wordt vergroot, en waarbij de toeleiding wordt ondersteund, zoals: 18

19 Slimme matching met de bestaande (bij het MKB vaak onbekende) instrumenten van rijk en EU, zoals seed-fondsen, innovatiekrediet, garantiefaciliteiten, zodat makkelijker ondersteuning kan worden verkregen. Fondsvorming (leningen, garanties participaties) voor een bepaald doel of niche of bijdrage in reeds bestaande fondsen. Kredieten en subsidies voor haalbaarheidsstudies of uitwerking van business-cases. Nieuwe vormen van matchmaking tussen bedrijven en financiers (met name gericht op banken en VC s); bv. via financiële intermediairs die op basis van garantstellingen vanuit EFRO extra initiatieven en programma s opzetten binnen bepaalde topsectoren. Activiteiten gericht op het verbinden en slim combineren van bestaande en nieuwe (EFRO) middelen, zodat versnippering wordt beperkt. 2.A.2.2. Leidende principes voor de selectie van operaties Hierover is nog niet in detail gesproken. Het idee is aan te sluiten op enerzijds de werkwijze en ervaringen uit Kansen voor West. Dat houdt primair in dat er geen tender -werkwijze is, maar het programma wordt opengesteld en via bekendmaking en startdagen de interesse van potentiële projectpromotors/aanvragers gewekt wordt. Hierin spelen de steunpunten een cruciale rol. Vervolgens geldt eerst het First-Come- First-Serve-principe, maar zal wel een beoordeling plaatsvinden op landelijke kwaliteitscriteria. Er moet daarbij een minimale kwaliteitscore gehaald worden om voor ondersteuning in aanmerking te komen. De managementautoriteit zal zich hierbij door een onafhankelijke adviesraad van experts op dit terrein laten adviseren. De stakeholders zullen kandidaten voor deze raad kunnen benoemen en zullen ook geconsulteerd worden over de te kiezen landelijke kwaliteitscriteria voor de boordeling van projecten. 2.A.2.3 Gepland gebruik van financiële instrumenten Het is uitdrukkelijk de bedoeling een deel van de activiteiten via FEI in te zetten. Het gaat daarbij met name om het verschaffen van kapitaal voor het MKB voor de financiering van innovatieve ondernemingen. Tot op heden is er veel onderzoek gedaan, maar nog geen kapitaalmarktonderzoek door een door de EC goedgekeurde partij. Vandaar dat de inzet nog in overweging is. De intentie is in de 2e helft van 2014 met de andere fondsen en programma s die en onder het PO vallen en op FEI in willen zetten een gezamenlijk kapitaalmarktonderzoek te doen. In de PO groep FEI zijn hier afspraken over. 2.A.2.4 Gepland gebruik van majeure projecten nvt 19

20 2.A.2.5 Output indicatoren Tabel 5: Gemeenschappelijke en programma specifieke output indicatoren ID Indicator (name of indicator) Measureme nt unit Fund Categ ory of regio n Target value (2022) Sourc e of data Frequen cy of reportin g 1 OUTPUTINDIC ATOR: private investment matching public support to SME s (grants and non grants); EUR EFRO More develo ped wordt op basis van beschikbaar bedrag en ervaring KvW 1 ingevuld Projec ten jaarlijks 2 OUTPUTINDIC ATOR: aantal ondersteunde bedrijven (combi van de eerste drie uit de verordening annex) Aantal EFRO More develo ped wordt op basis van beschikbaar bedrag en ervaring KvW 1 ingevuld Projec ten Jaarlijks 2.A.4. Prestatiekader Tabel 6: Het prestatiekader van de prioritaire as Implementatio n step, financial, output or result indicator Measureme nt unit, where appropriate Fund Categor y of region Milestone for 2018 Final targe t (2022 ) Sourc e of data Explanatio n of the relevance of the indicator, where appropriat e Zie de twee van table 5 Financial indicator Kwalitatieve indicator: Zie tabel 5 ERDF more devolop ped Door KvW geïnvesteer d bedrag Moet nog besproken, zou gekoppeld kunnen worden aan hoofddoel programma met nul- en eindmeting kwalitatief 50% programma doel 100 % zie table 5 20

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren als een regio

Nadere informatie

Operationeel Programma Kansen voor West 2014-2020. 14 januari 2014

Operationeel Programma Kansen voor West 2014-2020. 14 januari 2014 Operationeel Programma Kansen voor West 2014-2020 14 januari 2014 Dit Operationeel Programma en bijbehorende Slimme Specialisatie Strategie West- Nederland is vastgesteld door de Colleges van Burgemeester

Nadere informatie

Groot Composiet II Houtkoolschets

Groot Composiet II Houtkoolschets II Groot Composiet II Houtkoolschets Europa investeert in uw toekomst uit het Europese fonds voor regionale ontwikkeling Europa investeert in uw toekomst uit het Europese fonds voor regionale ontwikkeling

Nadere informatie

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020 OP EFRO OOST-NEDERLAND 2014-2020PRESENTATIE KENNISPARK, 23 APRIL 2014 JOLANDA VROLIJK, PROGRAMMAMANAGER EFRO OP EFRO Oost-Nederland 2014-2020 Inhoud presentatie 1. Inleiding Europese Fondsen: cohesie beleid

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie oktober 2014 In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren

Nadere informatie

Innovatie op wereldschaal begint in de regio

Innovatie op wereldschaal begint in de regio Innovatie op wereldschaal begint in de regio Gouda, 4 juni 2015 Erwin Riedstra, PNO Consultants Opbouw presentatie 1. Introductie 2. Regionale innovatie 4. Uw innovatiewensen? 3. EFRO Introductie Erwin

Nadere informatie

OP Zuid. Programmaperiode 2014-2020

OP Zuid. Programmaperiode 2014-2020 OP Zuid Programmaperiode 2014-2020 1 Europees kader Europees Programma 2014-2020 Cohesiebeleid EFRO OP -zuid 2 Programmagebied 3 Vertrekpunten voor het nieuwe programma Houtskoolschets OP-Zuid Schatgraven

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Topsectoren. Hoe & Waarom

Topsectoren. Hoe & Waarom Topsectoren Hoe & Waarom 1 Index Waarom de topsectorenaanpak? 3 Wat is het internationale belang? 4 Hoe werken de topsectoren samen? 5 Wat is de rol voor het MKB in de topsectoren? 6 Wat is de rol van

Nadere informatie

Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020

Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020 EUROPESE COMMISSIE Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020 Algemene informatie De partnerschapsovereenkomst (PO) van Nederland is het overkoepelende strategische document

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 21 501-08 Milieuraad Nr. 525 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Europese fondsen voor de steden in het OP Zuid 2014-2020

Europese fondsen voor de steden in het OP Zuid 2014-2020 Europese fondsen voor de steden in het OP Zuid 2014-2020 Innovatie, duurzaamheid en inclusieve groei 1. Inleiding De steden in Zuid-Nederland, verenigd in de de B5, L4 en Z4, hebben aangegeven een nadrukkelijke

Nadere informatie

Noord-Nederland en OP EFRO

Noord-Nederland en OP EFRO N o o r d - N e d e r l a n d Noord-Nederland en OP EFRO versterking van de noordelijke economie O P E F R O De afgelopen jaren heeft Noord-Nederland hard gewerkt aan de versterking van haar sociaal economische

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie

Propositiedocument. Business Cluster Semiconductors. - aanbevelingen -

Propositiedocument. Business Cluster Semiconductors. - aanbevelingen - Propositiedocument Business Cluster Semiconductors - aanbevelingen - Uitgevoerd in opdracht van: Business Cluster Semiconductors Nijmegen, februari 2012 Aanbevelingen A Veranker en versterk de toppen (circuits,

Nadere informatie

Economische kracht van de maritieme sector in de Zuidvleugel (van tweede Maasvlakte tot Gorinchem) verder versterken door inzet op vier lijnen:

Economische kracht van de maritieme sector in de Zuidvleugel (van tweede Maasvlakte tot Gorinchem) verder versterken door inzet op vier lijnen: Bijlage 1B behorend bij Voortgangsrapportage vragen Economie door gemeenten MKB: overzicht initiatieven MKB-kennisinstellingen Naam project Maritime Delta Economische kracht van de maritieme sector in

Nadere informatie

Europese subsidies voor de Sociale Economie

Europese subsidies voor de Sociale Economie Europese subsidies voor de Sociale Economie Kader en functioneren van Europese subsidies Hoe werken EU subsidies? 1 EU BELEIDSKADER BEPALEND VOOR DE INHOUD SUBSIDIEPROGRAMMA S (1) Europa 2020 doelstellingen

Nadere informatie

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) Kansen voor West (KvW) II

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) Kansen voor West (KvW) II Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) Kansen voor West (KvW) II Carolien Huisman Mmv Martijn Onderstal, Laura Vis 1 mei Kansen voor West II: Kaders Innovatie Valorisatie: Het stimuleren van

Nadere informatie

1-5-2015. 1. Programma OP Oost - Prioriteiten - Resultaat- en 0utputindicatoren - Selectie. 2. Instrumenten. 3. Budget en planning. 4.

1-5-2015. 1. Programma OP Oost - Prioriteiten - Resultaat- en 0utputindicatoren - Selectie. 2. Instrumenten. 3. Budget en planning. 4. 22 april 2015 Bastiaan de Jonge 1. Programma OP Oost - Prioriteiten - Resultaat- en 0utputindicatoren - Selectie 2. Instrumenten 3. Budget en planning 4. Tips Aan deze presentatie kunnen geen rechten worden

Nadere informatie

Bedrijfsfinanciering: Van subsidie naar overheidsinstrumenten anno 2014

Bedrijfsfinanciering: Van subsidie naar overheidsinstrumenten anno 2014 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ministerie van Economische Zaken Bedrijfsfinanciering: Van subsidie naar overheidsinstrumenten anno 2014 Roland Starmans Manager Product Ontwikkeling Bancair, Investment

Nadere informatie

Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken

Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken Inhoud: A. Energie B. Water C. Sensortechnologie D. Agribusiness E. Life Science A. Energie Onder energie wordt verstaan: handel en distributie van aardgas, brandstoffen,

Nadere informatie

Het Bedrijfslevenbeleid

Het Bedrijfslevenbeleid Het Bedrijfslevenbeleid NAAR DE TOP! Sjoerd Visser Programmadirectie Topsectoren i.o. Inhoud Regeerakkoord Bedrijfslevenbeleid - ambitie - topsectoren - ruimtelijke aspecten - financiering - Proces fasering

Nadere informatie

DORDRECHT. Aan. de gemeenteraad

DORDRECHT. Aan. de gemeenteraad *P DORDRECHT Retouradres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT Aan de gemeenteraad Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT T 14 078 F (078) 770 8080 www.dordrecht.nl Datum 4 december 2012 Begrotingsprogramma

Nadere informatie

Notitie Europese Structuurfondsen

Notitie Europese Structuurfondsen Notitie Europese Structuurfondsen Centraal onderwerp / vraag: Op welke wijze kan de sector/topteam Creatieve Industrie meesturen op inzet EFRObudgetten (en de rijkscofinanciering daarbinnen)? Structuurfondsen:

Nadere informatie

Innovatiethema s. Pagina! 1 van! 5

Innovatiethema s. Pagina! 1 van! 5 Innovatiethema s MIT 2016 Pagina 1 van 5 Innovatiethema s MIT 2016 Innovatieve MKB-ers kunnen subsidie aanvragen binnen de MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren (MIT). Daarin zijn de volgende instrumenten

Nadere informatie

Subsidie voor innovatieve projecten. Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen. provincie groningen

Subsidie voor innovatieve projecten. Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen. provincie groningen Subsidie voor innovatieve projecten Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen provincie groningen Subsidie voor innovatieve projecten INFORMATIE OVER HET INNOVATIEF ACTIEPROGRAMMA GRONINGEN

Nadere informatie

Concept. Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland. 23 mei 2013

Concept. Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland. 23 mei 2013 Concept Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 23 mei 2013 De indeling van dit document is gebaseerd op: DRAFT TEMPLATE AND GUIDELINES FOR THE CONTENT OF THE OPERATIONAL PROGRAMME Version 3 21 mei

Nadere informatie

Het creëren van een innovatieklimaat

Het creëren van een innovatieklimaat Het creëren van een innovatieklimaat Bertholt Leeftink Directeur- Generaal Bedrijfsleven & Innovatie Inhoud 1. Waarom bedrijven- en topsectorenbeleid? 2. Verdienvermogen en oplossingen voor maatschappelijke

Nadere informatie

Helmonds Energieconvenant

Helmonds Energieconvenant Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende

Nadere informatie

Symposium Groene chemie in de delta

Symposium Groene chemie in de delta DPI Value Centre als onderdeel van TKI SPM en het valorisatienetwerk 2.0 Symposium Groene chemie in de delta A. Brouwer, 12 November 2012 TKI Smart Polymeric Materials Topresearch in polymeren 5-10 jaar

Nadere informatie

EU subsidies voor KRW opgaven

EU subsidies voor KRW opgaven EU subsidies voor KRW opgaven Themabijeenkomst op 26 november 2015 Govert Kamperman en Wimjan van der Heijden Waar staan we bij stil Kerndoelstellingen Europa Europa 2020-strategie EU subsidies, waar begint

Nadere informatie

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0 Criteria Naam en nummer Soort Instellingsdatum Besluitvorming Nut en noodzaak Functie Doel Ambtelijk beheerder Voeding Toelichting B0442003 Reserve Cofinancieringsfonds Kennis en innovatie Bestemmingsreserve

Nadere informatie

Verdeling en inzet Gelderse Revolverende Middelen 12 maart 2013

Verdeling en inzet Gelderse Revolverende Middelen 12 maart 2013 Verdeling en inzet Gelderse Revolverende Middelen 12 maart 2013 Door: Hans Wouters Programma energietransitie Provincie Gelderland Geactualiseerde verdeling 100 mln Verdeling nog te bestemmen revolverende

Nadere informatie

Slim financieren duurzame energie Afwegingskader bij het kiezen van instrumenten

Slim financieren duurzame energie Afwegingskader bij het kiezen van instrumenten Slim financieren duurzame energie Afwegingskader bij het kiezen van instrumenten voor financiering van duurzame energie 4 Voorwoord Euro s zijn vaak de sleutel om projecten voor de opwekking van duurzame

Nadere informatie

Mededeling. Onderwerp Stand van zaken Smart Specialisation Strategie (S3)

Mededeling. Onderwerp Stand van zaken Smart Specialisation Strategie (S3) PROVINCIE FLEVOLAND Mededeling Onderwerp Stand van zaken Smart Specialisation Strategie (S3) Doel van deze mededeling: Provinciale Staten te informeren over de ontwikkelingen ten aanzien van de voortgang

Nadere informatie

Visie op Valorisatie. van onderzoeken naar ondernemen. InnoTep, Radboud Universiteit Nijmegen, 30 september 2011. Maarten van Gils

Visie op Valorisatie. van onderzoeken naar ondernemen. InnoTep, Radboud Universiteit Nijmegen, 30 september 2011. Maarten van Gils Visie op Valorisatie van onderzoeken naar ondernemen InnoTep, Radboud Universiteit Nijmegen, 30 september 2011 Maarten van Gils Agenda Persoonlijke introductie Het onderzoeken bij MICORD De overgang in

Nadere informatie

Energieakkoord voor duurzame groei

Energieakkoord voor duurzame groei Energieakkoord voor duurzame groei Netwerkbijeenkomst Duurzame regionale energie Gelderland 15 januari 2014 Lodewijk de Waal Energieakkoord Wie zaten aan tafel? Inhoud presentatie Hoofdlijnen Energieakkoord

Nadere informatie

Scheepsbouw in de Delta Sterk in Techniek en Logistiek. Sjef van Dooremalen 12 maart 2012

Scheepsbouw in de Delta Sterk in Techniek en Logistiek. Sjef van Dooremalen 12 maart 2012 Scheepsbouw in de Delta Sterk in Techniek en Logistiek Sjef van Dooremalen 12 maart 2012 1 Inhoud 1. Sterk in de Cluster 2. Belangrijk in de Delta 3. Voorop in kennis en innovatie 4. Logistiek en Techniek

Nadere informatie

Zonder Energieopslag geen Energietransitie. Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel WKO-Manifestatie / 30 Oktober 2013

Zonder Energieopslag geen Energietransitie. Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel WKO-Manifestatie / 30 Oktober 2013 Zonder Energieopslag geen Energietransitie Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel WKO-Manifestatie / 30 Oktober 2013 Duurzame Energie Koepel 6 brancheorganisaties (wind, zon, bodemenergie, bio, warmtepompen,

Nadere informatie

Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie. Samen naar de top!

Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie. Samen naar de top! Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie Samen naar de top! Drs. G.M. Landheer Directeur Topsectoren en Industriebeleid

Nadere informatie

Subsidieprofiel vestigingsregeling. 1. Probleemanalyse. Welk probleem moet worden opgelost?

Subsidieprofiel vestigingsregeling. 1. Probleemanalyse. Welk probleem moet worden opgelost? Subsidieprofiel vestigingsregeling 1. Probleemanalyse Welk probleem moet worden opgelost? De Friese economie heeft de laatste jaren last gehad van de economische crisis. Ondanks een voorzichtig herstel

Nadere informatie

Europa wil slim, duurzaam en inclusief

Europa wil slim, duurzaam en inclusief Europa wil slim, duurzaam en inclusief Noord-Nederland bereidt zich intensief voor op de Europese programma s in de periode 2014 2020. Het SNN biedt u met dit bericht inzicht in voortgang en verwachtingen.

Nadere informatie

Geothermie. traditioneel energiebedrijf?

Geothermie. traditioneel energiebedrijf? 31 maart 2010 T&A Survey Congres Geothermie Duurzame bron voor een traditioneel energiebedrijf? Hugo Buis Agenda Duurzame visie & ambities Waarom kiest Eneco voor Geothermie? Stand van zaken Markten Pro

Nadere informatie

innovatiebevordering RIS3 MKB OPZuid Europees Innovatieprogramma voor Zuid-Nederland overheden living labs koolstofarme economie cross-overs design

innovatiebevordering RIS3 MKB OPZuid Europees Innovatieprogramma voor Zuid-Nederland overheden living labs koolstofarme economie cross-overs design OPZuid Europees Innovatieprogramma voor Zuid-Nederland BIObased logistiek maintenance hightech systems agrofood overheden RIS3 innovatiebevordering duurzaamheid schone energie welzijn samenwerking gezondheid

Nadere informatie

Topgebied Energie: kansen voor Oost-Nederland Workshop - H. Datum 05 april 2011

Topgebied Energie: kansen voor Oost-Nederland Workshop - H. Datum 05 april 2011 Topgebied Energie: kansen voor Oost-Nederland Workshop - H Datum 05 april 2011 kiemt KANSEN CREËREN EN BENUTTEN Thecogas Binnenstadservice.nl Sidcon Ingrepro Bredenoord Nuon Helianthos Ubbink Solar Solesta

Nadere informatie

Overijssel maakt werk van nieuwe energie!

Overijssel maakt werk van nieuwe energie! Overijssel maakt werk van nieuwe energie! U wilt met uw onderneming of woningcorporatie werk maken van nieuwe energie of energiebesparing. Maar u krijgt de financiering niet (volledig) rond via een bancaire

Nadere informatie

25-3-2013. 01 Inhoud van presentatie. Het subsidiebeleid van de toekomst Europese programma s 2014 2020 in Nederland. Vincent Ketelaars ERAC B.V.

25-3-2013. 01 Inhoud van presentatie. Het subsidiebeleid van de toekomst Europese programma s 2014 2020 in Nederland. Vincent Ketelaars ERAC B.V. Het subsidiebeleid van de toekomst se programma s 2014 2020 in Nederland Vincent Ketelaars ERAC B.V. 11 april 2013 Elsevier subsidiecongres 01 Inhoud van presentatie Indeling 01 Inhoud van presentatie

Nadere informatie

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland en de Provincie Gelderland 22 maart 2016 Overwegende dat: De provincie Gelderland veel waarde hecht aan de aanwezigheid van onderwijs/kennisinstellingen in haar Provincie. Uiteraard in hun functie van

Nadere informatie

Fiches van Private financieringsbronnen IPO-project Slim financieren

Fiches van Private financieringsbronnen IPO-project Slim financieren Fiches van Private financieringsbronnen IPO-project Slim financieren Private equity/investeringsfonds Ampere Equity Fonds Aandeelhouders zijn APG, PGGM, Delta Lloyd and Rabobank. Focus op productie duurzame

Nadere informatie

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST NOORD-NEDERLAND: PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST PROEFTUIN ENERGIE- TRANSITIE REGIONALE PARTNER IN DE EUROPESE ENERGIE UNIE Noord-Nederland is een grensoverschrijdende proeftuin

Nadere informatie

EFRO 2014 2020. Ed Meijerink

EFRO 2014 2020. Ed Meijerink EFRO 2014 2020 Ed Meijerink EFRO 2014-2020: waar staan we? OP EFRO RIS3 Noord-Nederland (4 maatschappelijke opgaven, living lab, geïntegreerde projecten) Focus op inzet MKB Innovatie Koolstofarm Beschikbare

Nadere informatie

vooruitgang met financieringsinstrumenten uit ESI-fondsen Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Financieringsinstrumenten

vooruitgang met financieringsinstrumenten uit ESI-fondsen Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Financieringsinstrumenten vooruitgang met financieringsinstrumenten uit ESI-fondsen Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling zijn een duurzame en efficiënte

Nadere informatie

Overijssel maakt werk van nieuwe energie!

Overijssel maakt werk van nieuwe energie! Overijssel maakt werk van nieuwe energie! U wilt met uw onderneming of woningcorporatie werk maken van nieuwe energie of energiebesparing. Maar u krijgt de financiering niet (volledig) rond via een bancaire

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

MJA Routekaart ICT 2030 en SER Energieakkoord

MJA Routekaart ICT 2030 en SER Energieakkoord MJA Routekaart ICT 2030 en SER Energieakkoord Jeroen van der Tang Manager Duurzaamheid & Milieu Nederland ICT 30 januari 2014 Introductie Nederland ICT Nederland ICT is de branchevereniging van ICT-bedrijven

Nadere informatie

TNO Early morning Toast Biogas trends and technology development. Leon Stille Leon.stille@tno.nl +31652779011

TNO Early morning Toast Biogas trends and technology development. Leon Stille Leon.stille@tno.nl +31652779011 TNO Early morning Toast Biogas trends and technology development Leon Stille Leon.stille@tno.nl +31652779011 TNO Partners TNO is een onafhankelijk kennis instituut met meer dan 80 jaar ervaring in technologie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen

Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen The Next Step: Coalition of the Willing Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen The Next Step: Coalition of the Willing Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen Een regio om trots

Nadere informatie

Europese Structuurfondsen Betty De Wachter

Europese Structuurfondsen Betty De Wachter Europese Structuurfondsen Betty De Wachter Politieke Academie 2013 Europese cohesiebeleid Doel: economische, sociale en territoriale samenhang of cohesie in de Europese Unie Principes: ontwikkeling herverdeling

Nadere informatie

Aan de Statenleden van de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe. Groningen 30 juni 2015 Behandeld door bestuurszaken SNN Telefoonnummer 050 5224942

Aan de Statenleden van de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe. Groningen 30 juni 2015 Behandeld door bestuurszaken SNN Telefoonnummer 050 5224942 Aan de Statenleden van de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe Groningen 30 juni 2015 Behandeld door bestuurszaken SNN Telefoonnummer 050 5224942 E-mail bestuur@snn.eu Briefnummer UP-15-15096 Bijlage

Nadere informatie

INTERREG NOORDWEST-EUROPA Overzichtstabel van de assen, doelstellingen en soorten acties

INTERREG NOORDWEST-EUROPA Overzichtstabel van de assen, doelstellingen en soorten acties INTERREG NOORDWEST-EUROPA Overzichtstabel van de assen, doelstellingen en soorten acties Elke as streeft één of meerdere specifieke doelstellingen na, elk onderverdeeld in soorten acties. De aangehaalde

Nadere informatie

Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en

Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en Beleidsregel MKB-Regeling Het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland zijnde Management Autoriteit Noord-Nederland; gelet op de Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement

Nadere informatie

Kader Stedelijke Ontwikkeling

Kader Stedelijke Ontwikkeling Presentatie Hans Beekman MCD Open College Gemeenten Kader Stedelijke Ontwikkeling De prospectus van de stad 11 juni 2013 Aanleiding Eerdere opdracht nieuwe nota Grondbeleid (rekenkamerrapport Grond voor

Nadere informatie

Leercyclus Enschede-Dordrecht-Zwolle

Leercyclus Enschede-Dordrecht-Zwolle Leercyclus Enschede-Dordrecht-Zwolle Regionaal uitvoeringsprogramma economie en arbeidsmarktbeleid Enschede, 26 januari 2012 Gido ten Dolle Programmadirecteur Ruimtelijk economische strategie en arbeidsmarktbeleid

Nadere informatie

Symposium De Groene Delta van Nijmegen. Dag van de duurzaamheid 10 oktober 2014

Symposium De Groene Delta van Nijmegen. Dag van de duurzaamheid 10 oktober 2014 Symposium De Groene Delta van Nijmegen Dag van de duurzaamheid 10 oktober 2014 Noodzaak tot veranderen 13-10-2014 2 En toen was daar... http://www.energieakkoordser.nl/ https://energiekgelderland.nl/paginas/default.aspx

Nadere informatie

Linco Nieuwenhuyzen Adviseur Strategie Brainport Development

Linco Nieuwenhuyzen Adviseur Strategie Brainport Development Linco Nieuwenhuyzen Adviseur Strategie Brainport Development Brainport Development ontwikkelingsmaatschappij nieuwe stijl Bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid Strategie-ontwikkeling-uitvoering

Nadere informatie

HAN en duurzame energie

HAN en duurzame energie Beroepsonderwijs tijdens de energie transitie HAN en duurzame energie Van buiten naar binnen. Tinus Hammink programma-manager SEECE Hogeschool van Arnhem en Nijmegen HBO en topsectoren; keuze van HAN 1.

Nadere informatie

Valorisatie Technosprong. Paul Althuis, 10-10-2011

Valorisatie Technosprong. Paul Althuis, 10-10-2011 Valorisatie Technosprong Paul Althuis, 10-10-2011 Visie Op regionaal niveau heeft Technosprong over 2010-2016 bijgedragen aan de realisatie van een optimaal starterklimaat in een regio vol open innovatie

Nadere informatie

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB Omslag notitie Vergadering van de sectorcommissie Bloemkwekerijproducten Datum vergadering 5 maart 2012 Agendapunt 7b Voorbereid door Jerre de Blok Totaal aantal pagina s 5 17 februari 2012 1. Project

Nadere informatie

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Energietransitie Papierketen De ambities binnen Energietransitie Papierketen: Halvering van het energieverbruik per eindproduct in de keten per

Nadere informatie

Infosessie Zorg 29 april 2014 Europese subsidieprogramma s 2014-2020

Infosessie Zorg 29 april 2014 Europese subsidieprogramma s 2014-2020 Infosessie Zorg 29 april 2014 Europese subsidieprogramma s 2014-2020 Europa 2020 SLIMME GROEI DUURZAME GROEI INCLUSIEVE GROEI De uitdagingen Groei en banen scheppen Klimaatverandering en Energieafhankelijkheid

Nadere informatie

MJA3 ICT-sector. Jeroen van der Tang. Manager Duurzaamheid & Milieu Nederland ICT

MJA3 ICT-sector. Jeroen van der Tang. Manager Duurzaamheid & Milieu Nederland ICT MJA3 ICT-sector Jeroen van der Tang Manager Duurzaamheid & Milieu Nederland ICT Duurzaamheid @ Nederland ICT Resultaten en initiatieven Nederland ICT op energiebesparing & milieu» MJA3 energie-efficiëntie

Nadere informatie

Financiering van innovaties

Financiering van innovaties Financiering van innovaties Volgorde en taak van financiers en de financiële opties Mark Poldner, directeur Commerciële Zaken Rabobank Noord-Holland Noord 1 Inhoud 2 I Introductie Rabobank Groep 3 Rabobank

Nadere informatie

Samen op weg naar een Smart City

Samen op weg naar een Smart City Samen op weg naar een Smart City Amsterdam Smart City (ASC) is een uniek samenwerkingsverband tussen bedrijven, overheden, kennisinstellingen én de Amsterdammer. ASC loopt voorop in de ontwikkeling van

Nadere informatie

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij Financieringsinstrumenten

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij Financieringsinstrumenten vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij medegefinancierd door Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij zijn een duurzame en efficiënte

Nadere informatie

De Staat van Nederland Innovatieland: een gouden ei? Walter Manshanden

De Staat van Nederland Innovatieland: een gouden ei? Walter Manshanden De Staat van Nederland Innovatieland: een gouden ei? Walter Manshanden Van der Zee, F., W. Manshanden, F. Bekkers, T. van der Horst ea (2012). De Staat van Nederland Innovatieland 2012. Amsterdam: AUP

Nadere informatie

Energieakkoord voor duurzame groei. 6 september 2013

Energieakkoord voor duurzame groei. 6 september 2013 Energieakkoord voor duurzame groei 6 september 2013 Programma perspresentatie Korte toelichting Energieakkoord voor duurzame groei Wiebe Draijer Korte toelichting doorrekeningen ECN/PBL/EIB Maarten Hajer

Nadere informatie

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Europees Sociaal Fonds Financieringsinstrumenten

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Europees Sociaal Fonds Financieringsinstrumenten vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Europees Sociaal Fonds medegefinancierd door het Europees Sociaal Fonds zijn een duurzame en efficiënte manier om te investeren in de groei

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Subsidiemogelijkheden EFRO 2007-2013 Oost-Nederland

Subsidiemogelijkheden EFRO 2007-2013 Oost-Nederland Subsidiemogelijkheden EFRO 2007-2013 Oost-Nederland 2 Europees stimuleringsprogramma versterkt positie Oost-Nederland Let s GO Gelderland en Overijssel toonaangevend in innovatie Oost-Nederland is een

Nadere informatie

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Cohesie Fonds Financieringsinstrumenten

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Cohesie Fonds Financieringsinstrumenten vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Cohesie Fonds 2 medegefinancierd door het Cohesie Fonds zijn een duurzame en efficiënte manier om te investeren in het versterken van economische,

Nadere informatie

Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020. Bijlage Succesvolle watertechnologieprojecten

Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020. Bijlage Succesvolle watertechnologieprojecten Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 Bijlage Succesvolle watertechnologieprojecten Overzicht succesvolle waterprojecten Vanaf 2000 wordt in Fryslân gewerkt aan de ontwikkeling van het watertechnologiecluster

Nadere informatie

Europa 2014-2020 voor gemeenten en provincies

Europa 2014-2020 voor gemeenten en provincies Europa 2014-2020 voor gemeenten en provincies Vincent Ketelaars ERAC B.V. Binnenlands Bestuur Europa-debat Houten, 21 november 2013 Inhoud van presentatie Indeling 1 Uw ervaringen in eerdere projecten?

Nadere informatie

CVO Groningen. Annemieke Galema en Jan Sikkema 18 september 2012

CVO Groningen. Annemieke Galema en Jan Sikkema 18 september 2012 CVO Groningen Annemieke Galema en Jan Sikkema 18 september 2012 Centrum voor Valorisatie en Ondernemerschap Stimuleren van kennisintensief ondernemerschap Drijvende krachten Valorisatie en Ondernemerschap

Nadere informatie

Europese Territoriale Samenwerking: INTERREG-programma s 2014-2020

Europese Territoriale Samenwerking: INTERREG-programma s 2014-2020 Europese Territoriale Samenwerking: INTERREG-programma s 2014-2020 1 INTERREG Wat is INTERREG? INTERREG-programma s zijn subsidieprogramma s die sinds 1990 de samenwerking stimuleren tussen regio s uit

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

De warmtemarkt van morgen: rol van gas, elektriciteit en warmtedistributie bij verwarming van woningen.

De warmtemarkt van morgen: rol van gas, elektriciteit en warmtedistributie bij verwarming van woningen. De warmtemarkt van morgen: rol van gas, elektriciteit en warmtedistributie bij verwarming van woningen. Inhoud De warmtemarkt Warmtevraag woningen Warmtemarkt voor woningen Gasdistributie en CV ketel Elektriciteitsdistributie

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 11. Doetinchem, 4 juli 2009. Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem

Aan de raad AGENDAPUNT 11. Doetinchem, 4 juli 2009. Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem Aan de raad AGENDAPUNT 11 Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem Voorstel: 1. de foto van de sociaal-economische situatie in Doetinchem voor kennisgeving aannemen; 2. het beleidskader

Nadere informatie

Masterclass IV. Energie op bedrijventerreinen

Masterclass IV. Energie op bedrijventerreinen Masterclass IV Energie op bedrijventerreinen Programma Tijd Onderwerp Wie 16.00 Welkom Aleida van den Akker / Margreet Verwaal (Provincie Zuid-Holland) 16.05 Context en urgentie Wiebe Brandsma (Provincie

Nadere informatie

2-7-2014. Energieakkoord voor duurzame groei. Juli 2014 WERK IN UITVOERING. Ed Nijpels. Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen?

2-7-2014. Energieakkoord voor duurzame groei. Juli 2014 WERK IN UITVOERING. Ed Nijpels. Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen? Energieakkoord voor duurzame groei Juli 2014 WERK IN UITVOERING Ed Nijpels Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen? 1 Waarom een Energieakkoord? Perspectief Consistentie Ambitie Realiteit Groei

Nadere informatie

ScaleUp Dashboard 2015

ScaleUp Dashboard 2015 Rapportage ScaleUp Dashboard 2015 ScaleUp Dashboard 2015 Prof. dr. Justin Jansen Lotte de Vos Rotterdam School of Management Erasmus Centre for Entrepreneurship Conclusies Nederland staat aan de Europese

Nadere informatie

Groeiplan voor warmte. een initiatief van provincies, gemeenten en sector

Groeiplan voor warmte. een initiatief van provincies, gemeenten en sector Groeiplan voor warmte een initiatief van provincies, gemeenten en sector 27 november 2015 De Provincies Gelderland, Zuid-Holland, Noord-Holland, en Limburg, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Gemeenten

Nadere informatie

De Overheidsvisie op de bio-based economy in de energietransitie

De Overheidsvisie op de bio-based economy in de energietransitie De Overheidsvisie op de bio-based economy in de energietransitie Irene Mouthaan, themaleider Bio-based Economy, directie Industrie & Handel, ministerie van LNV en IPE 0 Opbouw Presentatie Bio-based Economy

Nadere informatie

duurzame energievoorziening voor bedrijventerreinen

duurzame energievoorziening voor bedrijventerreinen duurzame energievoorziening voor bedrijventerreinen De toekomst van de energievoorziening Gemeenten, provincies, bedrijven en projectontwikkelaars gaan zich steeds meer richten op duurzame energiedoelstellingen,

Nadere informatie

Tussenstand OP EFRO Noord-Nederland 2014 2020. SNN PS bijeenkomst 25 juni Yvonne van Mastrigt

Tussenstand OP EFRO Noord-Nederland 2014 2020. SNN PS bijeenkomst 25 juni Yvonne van Mastrigt Tussenstand OP EFRO Noord-Nederland 2014 2020 SNN PS bijeenkomst 25 juni Yvonne van Mastrigt Noordelijke specialisatie in beeld Samengestelde behoeften Samengestelde oplossingen Achtertuin als proeftuin/

Nadere informatie

Datum : 26 oktober 2004 Nummer PS : PS2004IME11 Dienst/sector : MEC/ERT Commissie : IME Registratienummer : 2004MEC001993i Portefeuillehouder : G.

Datum : 26 oktober 2004 Nummer PS : PS2004IME11 Dienst/sector : MEC/ERT Commissie : IME Registratienummer : 2004MEC001993i Portefeuillehouder : G. S T A T E N V O O R S T E L Datum : 26 oktober 2004 Nummer PS : PS2004IME11 Dienst/sector : MEC/ERT Commissie : IME Registratienummer : 2004MEC001993i Portefeuillehouder : G. Mik Titel : Inzet middelen

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Utrecht Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

Sámen werken aan. Voor gemeenten en MKB. erduurzaming

Sámen werken aan. Voor gemeenten en MKB. erduurzaming Sámen werken aan verduurzaming Voor gemeenten en MKB erduurzaming Sámen werken aan verduurzaming Voor gemeenten en MKB Gemeenten hebben forse ambities op het gebied van duurzaamheid, innovatie en lokale

Nadere informatie

Brainport Monitor 2010 Samenvatting. Van crisis naar kracht

Brainport Monitor 2010 Samenvatting. Van crisis naar kracht Brainport Monitor 2010 Samenvatting Van crisis naar kracht People De effecten van de crisis laten zien dat de arbeidsmarkt in Brainport conjunctuurgevoelig is. Technology Brainport blijft goed presteren

Nadere informatie