TWOL studie :

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "TWOL studie 2003-00164:"

Transcriptie

1 TWOL studie : ONTWIKKELING VAN EEN COHERENT BELEIDSKADER VOOR DE EVALUATIE VAN LEEFMILIEUGERELATEERDE FINANCIELE TEGEMOETKOMINGEN (VOORAL SUBSIDIES) EN TOEPASSING VAN DIT EVALUATIEKADER OP EEN AANTAL CASES Eindrapport 21 December 2005 Simon De Jaeger (EHSAL) Johan Eyckmans (EHSAL) Karl Van Biervliet (Ecolas) Tom Van Puyenbroeck (EHSAL)

2 Rapport 1: Eindrapport Methodologie Rapport 2: Eindrapport Gevalstudie Rapport 3: Eindrapport Overige Gevalstudies

3

4 TWOL studie : ONTWIKKELING VAN EEN COHERENT BELEIDSKADER VOOR DE EVALUATIE VAN LEEFMILIEUGERELATEERDE FINANCIELE TEGEMOETKOMINGEN (VOORAL SUBSIDIES) EN TOEPASSING VAN DIT EVALUATIEKADER OP EEN AANTAL CASES Eindrapport Methodologie 21 December 2005 Simon De Jaeger (EHSAL) Johan Eyckmans (EHSAL) Karl Van Biervliet (Ecolas) Tom Van Puyenbroeck (EHSAL) 1

5 INHOUDSTAFEL DEEL 1: INLEIDING Leeswijzer Doelstellingen en Afbakening van de studie Enkele basisbegrippen van evaluatietheorie Enkele relevante keuzes vooraf Evaluatie ex ante of ex post? Evaluatie van Wat? input output relatie of institutionele effectiviteit...16 output outcome relatie of outcome-effectiviteit Outcome impact relatie of impacteffectiviteit Een pragmatische aanpak Recente Voorbeelden evaluatiestudies...18 DEEL 2: DRIE HOOFDCRITERIA: EFFECTIVITEIT, EFFICIËNTIE EN RECHTVAARDIGHEID Effectiviteit meten Definitie Een poging tot structureren van de methodologiekeuzes Ex post evaluatie Een voldoende grote steekproef van treated en nontreated subjecten...24 Zijn de resultaten van de treated en nontreated significant verschillend? Is er een oorzakelijk verband tussen de subsidie en de outcome/impact? Ex ante evaluatie Uitgebreide bevragingen van ontvangers (enquêtes) Expertbevragingen (delphi studies, diepte-interviews, )...40 Structurele Modellen Samenvatting effectiviteit Efficiëntie meten Definitie Een poging tot structureren van de methodologiekeuze Meettechnieken voor efficiëntie Ex post meten van efficiëntie...57 Ex ante meten van efficiëntie Samenvatting efficiëntie Rechtvaardigheid Rechtvaardigheid en De vervuiler betaalt of betaald? Rechtvaardigheid Als draagkracht De techniek...67 Ex post Ex ante...68 Datavereisten en toepasbaarheid voor milieusubsidies Samenvatting rechtvaardigheid

6 DEEL 3: VERDIEPINGEN: ADMINISTRATIEVE LASTEN, MACRO-ECONOMISCHE NEVENEFFECTEN, INCENTIEVEN, INNOVATIE, ASPECTEN VAN LOKALE PUBLIEKE FINANCIËN Administratieve lasten Lasten voor wie? Bottom-up benadering Top-down benadering Adminstratieve lasten als onderdeel van reguleringskosten Macro economische Neveneffecten Macro-economische modellen Double dividend argumenten Incentieven Imperfecte en asymmetrische informatie Adverse selection Definitie Gevolgen en remedies Checklist adverse selection Moral hazard definitie Tegengestelde objectieven...86 Remedies Checklist moral hazard Innovatie Waarom zou de overheid O&O naar milieutechnologie subsidiëren? Eerst externaliteiten internaliseren! Toch nog redenen voor subsidies? Evaluatie van innovatie-effecten van milieusubsidies Prijsinstrumenten beter dan klassieke regulering? Endogene technologische vooruitgang en milieusubsidies Effecten van milieusubsidies op O&O meten Samenvatting innovatie Aspecten van lokale publieke financiën Inleiding Modellering en schatting van gedragswijzigingen bij lokale overheden: het mediaankiezermodel Impactanalyse van toelagen: basisinzichten Politieke onderbouwing van het model Kanttekeningen bij de realiteitswaarde van het model Econometrische specificaties van het model Samenvatting aspecten van lokale publieke financiën Referenties Index 119 3

7 LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Basisbegrippen Beleidsevaluatie...12 Figuur 2: Keuzeboom effectiviteit...23 Figuur 3: Schematisch Overzicht Input-Ouput model...49 Figuur 4: Keuzeboom efficiëntie...57 Figuur 5: Reconstructie van productiemogelijkheden...59 Figuur 6: Gelijke marginale reductiekosten...61 Figuur 7: Inefficiëntie van subsidies met variabel tarief en/of plafonds...62 Figuur 8: Effect van specifieke lump-sum subsidies Figuur 9: Effect van gebonden toelagen Figuur 10: Effect van een gebonden toelage met een plafond

8 LIJST VAN LEESKADERS Kader 1: Strategische en Operationele doelstellingen...14 Kader 2: Evaluatie van ontwikkelingseducatieprojecten...22 Kader 3: Vergelijken van twee gemiddelden...27 Kader 4: Eenvoudige regressieanalyse...30 Kader 5: Sample selection bias corrigeren dmv Heckman s schatter...34 Kader 6: Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de Nederlandse glastuinbouw...35 Kader 7: Evaluatie van Beheersovereenkomsten met landbouwers in Duitsland...39 Kader 8: Evaluatie van Beheersovereenkomsten met landbouwers in Vlaanderen...40 Kader 9: Effectiviteit energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw [VERVOLG]...40 Kader 10: Evaluatie van Samenwerkingsovereenkomsten tussen de Vlaamse overheid en de gemeenten...41 Kader 11: Pimpernelblauwtjes en opportuniteitskosten...45 Kader 12: MilieuKostenModel (MKM) Vlaanderen...46 Kader 13: MARKAL model...47 Kader 14: het RAINS model...64 Kader 15: Draagkrachtoverwegingen in een intersectorale afweging van inspanningen om luchtemissies te verminderen...69 Kader 16: Onderzoeksopdracht reguleringskosten

9 Deel 1: Inleiding 6

10 1 LEESWIJZER Subsidies zijn een economisch instrument dat binnen het beleidsdomein leefmilieu veel gebruikt wordt en dat ook budgettair zeer belangrijk is. In het jaar 2004 heeft de Vlaamse milieuadministratie voor ongeveer 220 miljoen aan subsidies gefinancierd. Daarom heeft de cel milieueconomie van AMINAL Directoraat-generaal een studie opgestart met als opdracht: het uitwerken van een methodologie om de leefmilieusubsidies op een consequente en eenduidige manier te evalueren en het toepassen van dit evaluatiekader op enkele cases. Het hoofddoel van de studie is het ontwikkelen van een methodiek, op basis van een literatuurstudie en op basis van een aantal casestudies. Het is de bedoeling dat de cel milieueconomie zelf, in nauw overleg en samenwerking met de subsidiebeheerders, deze methodiek kunnen gebruiken om milieusubsidies te evalueren en, indien nodig, verbeteringen te suggereren. Hieronder verstaan we dat de subsidieverantwoordelijke de nodige gegevens aanlevert en voortdurend betrokken is bij de methodologische keuzes die in zulk een evaluatieoefening gemaakt moeten worden. De cel milieueconomie neemt echter de technische uitwerking van de evaluatie (dataverwerking, statistische analyse, ) voor haar rekening. Rekening houdende met deze taakverdeling zijn wij bij het schrijven van dit rapport er dan ook van uitgegaan dat de lezer vertrouwd is met enkele basisnoties van economie en statistiek in het algemeen en milieueconomie in het bijzonder. De tekst is echter niet zo hermetisch dat de lezer die niet met die begrippen vertrouwd is, de basisredeneringen niet zou kunnen volgen. Waar nodig worden basisbegrippen intuïtief uitgelegd en de tekst is ook doorspekt met leeskaders waarin verwezen wordt naar goede voorbeelden en toepassingen van de besproken methodologieën. Sommige meer technische materies zijn ook in zulk een leeskader verwerkt om de logische lijn van de tekst niet teveel te onderbreken. Hoofdstuk 2 bakent het onderzoeksonderwerp van de studie af en in hoofdstukken 3 en 4 worden enkele basisbegrippen uit beleidsevaluatietheorie en enkele belangrijke voorafgaandelijke keuzes bij evaluaties besproken. Daarna worden in Deel 2 de drie hoofdcriteria voor evaluatie van subsidies systematisch overlopen: hoofdstuk 0 behandelt het meten van effectiviteit, hoofdstuk 6 is gewijd aan efficiëntie en hoofdstuk 7 gaat dieper in op rechtvaardigheid. Deel 3 behandelt verdiepingen van de hoofdcriteria, dat wil zeggen gaat meer in detail in op deelaspecten die een belangrijke impact kunnen hebben op de hoofdcriteria. Administratieve lasten worden besproken in hoofdstuk 8, macro-economische neveneffecten in hoofdstuk 0, incentieven in hoofdstuk 10, innovatie in hoofdstuk 11 en, tenslotte, behandelen we aspecten van publieke financiën in hoofdstuk 12. Wij wensen nog uitdrukkelijk alle mensen te bedanken die meegewerkt hebben aan deze studie door ons hun opmerkingen te verstrekken op voorgaande versies van dit eindrapport. In het bijzonder bedanken wij de opdrachtgevers van de studie, de cel milieueconomie van het Directoraat-generaal van AMINAL, Dhr. R. Bormans, Mevr. E. Hutsebaut en Mevr. S. Ochelen. Ook de leden van de stuur- en gebruikersgroep van deze studie hebben met hun opmerkingen het uiteindelijke resultaat in sterke mate mede bepaald. 7

11 2 DOELSTELLINGEN EN AFBAKENING VAN DE STUDIE Het opzet van deze studie is het evalueren van leefmilieugerelateerde financiële tegemoetkomingen die door het beleidsdomein leefmilieu van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap worden uitbetaald. Hieronder verstaan we alle subsidieschema s die momenteel al door het beleidsdomein leefmilieu gefinancierd worden maar de methodologie die in deze studie wordt voorgesteld, kan ook toegepast worden op nieuwe subsidies die in de toekomst overwogen worden. Om het onderwerp van deze studie scherp af te bakenen, is het nuttig om duidelijk te stellen wat we NIET zullen behandelen. Ten eerste behandelen we niet de vraag of overheidsoptreden in het leefmilieudomein wel noodzakelijk zou zijn. Wanneer we een bepaalde subsidie evalueren, gaan we ervan uit dat de overheid goed overwogen heeft of haar optreden We vertrekken van de subsidies die door de leefmilieuadministratie verstrekt worden zonder het onderliggende beleidsprobleem noch het subsidie-instrument zelf in vraag te stellen. 8 gerechtvaardigd is. Meestal zal hiervoor beroep gedaan worden op het argument dat er een marktfaling bestaat, met andere woorden dat zonder overheidstussenkomst de spontane interactie van economische agenten (consumenten, bedrijven, overheid, NGO s, ) zou leiden tot een maatschappelijke ongewenste situatie. Voor het beleidsdomein leefmilieu zijn de typische voorbeelden hiervan negatieve externe effecten en publieke goederen. We speken van negatieve externe effecten wanneer het consumptie- of productiegedrag van bepaalde economische agenten de consumptie- of productiemogelijkheden van andere agenten vermindert. Een bedrijf dat stroomopwaarts vervuilende stoffen loost in een rivier beïnvloedt daardoor op negatieve wijze de productiemogelijkheden van een viskwekerij stoomafwaarts. We spreken van publieke goederen wanneer, ten eerste, consumenten niet uitgesloten kunnen worden van het gebruik van die goederen en, ten tweede, bijkomende consumenten kunnen bediend worden tegen een verwaarloosbare meerkost. Een publiek toegankelijk natuurgebied is een voorbeeld hiervan. De economische theorie stelt heel duidelijk dat de onbelemmerde werking van het marktmechanisme leidt tot teveel productie van negatieve externe effecten en te weinig voorziening van publieke goederen. Intuïtief is de reden daarvan dat economische agenten onder het marktmechanisme weinig prikkels ervaren om rekening te houden met de gevolgen van hun handelen op andere economische agenten. Dit argument vormt dan ook de klassieke rechtvaardiging van overheidsoptreden, zie Berlage en Decoster (2000) en Moesen en Van Puyenbroeck (2006). Ten tweede bekijken we enkel en alleen leefmilieugerelateerde financiële tegemoetkomingen, dat wil zeggen, voornamelijk subsidies. In deze studie worden dus geen alternatieve beleidsinstrumenten bekeken die voor het leefmilieubeleid al ingezet worden of overwogen worden om ingezet te worden in de toekomst. In principe kan deze studie dus niet gebruikt worden om verschillende milieubeleidsinstrumenten onderling te vergelijken op hun effectiviteit of efficiëntie. Maar het spreekt voor zich dat een goed inzicht in de performantie van het subsidie-instrument een eerste stap is in een vergelijking van beleidsinstrumenten. Daarom zal in dit rapport op verschillende plaatsen verwezen worden naar de comparatieve voordelen van prijsinstrumenten (en dus ook subsidies) over andere beleidsinstrumenten. Dit is ondermeer het

12 geval in hoofdstuk 6 wanneer we het criterium (statische) kostenefficiëntie bespreken en in hoofdstuk 11 dat handelt over innovatie en de dynamische efficiëntie van subsidies. De methodologieën die in deze studie besproken zullen worden, kunnen in vele gevallen ook aangewend worden om de performantie van andere milieubeleidsinstrumenten zoals lozingsnormen, technische standaarden, vrijwillige overeenkomsten (convenanten), verhandelbare uitstootrechten, uitstootheffingen enz. te evalueren. We willen echter nogmaals duidelijk stellen dat het vergelijken van beleidsinstrumenten niet het voorwerp uitmaakt van deze studie en veelal een specifieke aanpak vergt. De economische analyse en vergelijking van beleidsinstrumenten voor het leefmilieu is al uitgebreid onderzocht en vormt het onderwerp van talloze publicaties. Voor Vlaanderen is het overzicht van Peter Van Humbeeck (1992) nog steeds een goed uitgangspunt. Een veelgeciteerde internationale klassieker is Bohm en Russel (1985). Recentere inzichten kan men terugvinden in Goulder et al. (1999), Fullerton (2001) en Stavins (2004) en de talrijke referenties in deze werken. Ten derde willen we van bij de aanvang duidelijk stellen dat we niet ingaan op milieuschadelijke subsidies (zogenaamd environmentally harmful subsidies in het jargon van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling OESO) die door andere overheden dan de administratie leefmilieu gefinancierd worden om andere doelstellingen dan milieudoelstellingen te realiseren. De negatieve milieugevolgen van een aantal subsidieschema s in de landbouw-, transport en energiesector zijn soms zodanig groot dat een effectief milieubeleid beter gericht zou zijn op het afbouwen van deze subsidies aan milieuvervuilende activiteiten in plaats van het ondersteunen van positieve milieumaatregelen. De OESO heeft in een aantal recente publicaties het probleem in kaart gebracht en een checklist ontwikkeld om na te gaan of het eventuele afschaffen van de betrokken subsidie een positieve invloed zou hebben op leefmilieuindicatoren, zie OECD (1998) en OECD (2004) en de referenties hierin. Wij hebben, in overleg met de opdrachtgevers, er voor gekozen deze piste niet verder te onderzoeken. Ten eerste zijn hiervoor reeds vele goede handleidingen voorhanden (zie hoger). Ten tweede betreffen deze environmentally harmfull subsidies vooral steun aan bedrijven (niet aan gezinnen, lagere overheden of NGO s) terwijl de Vlaamse milieuadministratie relatief weinig subsidieschema s financiert die rechtstreeks door bedrijven aangevraagd kunnen worden. De subsidies die aan bedrijven uitgekeerd worden, vallen meestal onder de bevoegdheid van andere administraties dan de leefmilieuadministratie. Ten vierde willen we nog wijzen op het nut van evaluatie-oefeningen. De belangrijkste reden is ongetwijfeld dat overheidsmiddelen schaars zijn omdat het erg kostelijk is ze via belastingen op arbeid of andere productie-inputs te vergaren. Hieruit volgt onmiddellijk dat die schaarse overheidsmiddelen zodanig ingezet moeten worden dat ze maximaal resultaat opleveren. Evaluatie-oefeningen kunnen daarom uiterst nuttig zijn om ex post na te gaan of deze ambitie wel gehaald wordt, of om ex ante het subsidieschema zodanig te ontwerpen opdat de kans op succes zo groot mogelijk is. Een tweede reden voor evaluatie-oefeningen is dat ze belangrijke argumenten kunnen opleveren die gebruikt kunnen worden in het politieke debat over de wenselijkheid van de subsidie op zich of om extra middelen te vragen om de opgelegde beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren. Vaak worden namelijk ambitieuze beleidsdoelstellingen voorop gesteld en probeert men die door middel van een subsidieschema te realiseren maar wordt een té kleine subsidiepot voorzien. Hoewel de keuze van de 9

13 beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten niet het voorwerp uitmaken van deze studie, willen wij er toch op wijzen dat evaluatie-oefeningen een noodzakelijke input zijn om beleidsdoelen en de nodige financiële middelen op elkaar af te stemmen. Men kan aan de hand van een evaluatie berekenen hoeveel middelen gereserveerd moeten worden om een gegeven beleidsdoelstellingen te halen. Andersom kan men de evaluatie ook gebruiken om te berekenen wat, gegeven de beschikbare middelen, realistische beleidsdoelstellingen zijn. Tenslotte willen we nog expliciet iets zeggen over de doelstellingen van evaluatieoefeningen. De doelstelling is expliciet om sterke en zwakke punten te identificeren in bestaande (of geplande) subsidiemechanismen en daaruit suggesties te distilleren over hoe het (nog) beter zou kunnen. Evaluaties mogen nooit gezien worden als een finaal oordeel dat aanleiding zou Evaluaties moeten gebruikt worden om sterke en zwakke punten te identificeren in bestaande (of geplande) subsidiemechanismen om daaruit suggesties te distilleren over hoe het (nog) beter zou kunnen. geven tot bijvoorbeeld het simpelweg afschaffen van een bestaande subsidieregeling omdat ze een slechte evaluatie zou gekregen hebben. Daarvoor is de evaluatiemethodologie té veel waardegebonden (er moeten vele aannames gebeuren onderweg en sommige daarvan weerspiegelen waardeoordelen van de onderzoekers). Evaluaties zijn ook nooit af, er zijn steeds nog nieuwe mogelijke verklaringen en meer verfijnde analyses mogelijk. 10

14 3 ENKELE BASISBEGRIPPEN VAN EVALUATIETHEORIE Beleidsevaluatie is een zeer uitgebreid studiedomein met een eigen begrippenkader, methodologie, academische opleidingen, publicaties en wetenschappelijke organisaties en congressen. Beleidsevaluatie is grotendeels het onderzoeksdomein van bestuurswetenschappers maar ook vele andere maatschappijwetenschappers worden regelmatig geconfronteerd met de vraag van de overheid: leveren al onze beleidsinspanning wel de beoogde resultaten op?. Klassieke voorbeelden vinden we terug in arbeidseconomie (wat zijn de resultaten van opleidingstrajecten voor langdurige werklozen?), gezondheidseconomie (wat zijn de effecten voor de volksgezondheid van een publiciteitscampagne om roken te ontmoedigen?), R&D beleid (wat is de impact van een R&D subsidieschema voor KMO s?) enz. Ook in het leefmilieudomein in Vlaanderen is er al uitgebreid werk geleverd rond beleidsevaluatie wat resulteerde in 2003 in de publicatie van het MIRA-BE 2003 rapport Beleidsevaluatie, zie Van Steertegem (2003). Beleidsevaluatie is ook een belangrijke onderzoekslijn van het Steunpunt Milieubeleidswetenschappen (www.milieubeleidswetenschappen.be), een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Antwerpen, Gent en Leuven dat sinds 2001 door de Vlaamse overheid gefinancierd wordt. In het kader van dit steunpunt wordt momenteel trouwens gewerkt aan een vademecum beleidsevaluatie 1. Wij gaan in deze tekst de verworven inzichten op het vlak van beleidsevaluatie niet nog eens dunnetjes overdoen of nog eens samenvatten op onze manier. In deze paragraaf belichten wij kort enkele sleutelbegrippen uit de beleidsevaluatietheorie die we verder in onze methodologie nodig zullen hebben. Deze uiteenzetting is grotendeels gebaseerd op Tieleman en Leroy (2003) en op Algemene Rekenkamer (2003a). In algemene termen kunnen we vier stappen onderscheiden in de resultatenketen die voortkomt uit het beleid. Figuur 1 (gebaseerd op Figuur 2 in Tieleman en Leroy, 2003) geeft op een schematische wijze deze vier stappen weer en geeft bovendien aan welke verbanden tussen de begrippen bestaan. 1 Wij danken Kris Bachus (HIVA) voor zijn opmerkingen en suggesties op een eerdere versie van dit hoofdstuk over beleidsevaluatie. Wij zijn er ons van bewust dat sommige termen in ons rapport niet volledig dezelfde lading dekken als in de beleidsevaluatieliteratuur. Wij hebben ervoor gekozen om onze economische terminologie te behouden opdat de geïnteresseerde lezer niet in verwarring zou komen als hij of zij de oorspronkelijke referenties zou willen raadplegen. 11

15 Figuur 1: Basisbegrippen Beleidsevaluatie Input verwijst naar de middelen die de overheid inzet om de beleidsdoelstellingen te realiseren. De belangrijkste zijn: menselijk kapitaal (aantal arbeidsuren van ambtenaren van verschillend opleidingsniveau), verbruikte materialen (papier, computerhardware, ), ingezette diensten (informatica ondersteuning), Al deze inputs worden meestal op één noemer gebracht door ze in geldtermen uit te drukken. Voor de meeste inputs stelt de waardering Voorbeeld van de Administratie Natuur: in geldtermen geen probleem omdat er INPUT: aantal marktprijzen voorhanden zijn waartegen de software, ambtenaren, hardware en goederen en diensten aangekocht zijn in de private sector. Voor de waardering van de arbeidsprestaties in de publieke sector doet zich soms de complicatie voor dat de OUTPUT: aantal verwerkte aanvraagdossiers, bedrag uitgekeerde subsidies, OUTCOME: aantal dossiers ingediend door NGO s of aantal hectaren erkende natuurreservaten in uitbetaalde lonen geen perfecte beheer door NGO s weerspiegeling zijn van de IMPACT: evolutie biodiversiteitindicatoren. opportuniteitskosten 2 van de arbeid. We gaan dit probleem hier echter uit de weg door aan te bevelen om toch de uitbetaalde lonen als kostprijs te hanteren. Dit is trouwens ook de manier 2 Opportuniteitskosten zijn de waarde van de beste, alternatieve aanwending van de middelen. Toegepast op dit voorbeeld betekent dat dus dat de mensen die werken in publieke dienst niet meer ingezet kunnen worden in de 12

16 waarop de nationale rekeningen (waaruit de schattingen van het Bruto Binnenlands Product BBP enz. volgen) worden opgesteld. Output verwijst naar de producten en diensten die de overheid met de inputs ter beschikking kan stellen. Als maatstaven daarvan kunnen we het aantal verwerkte dossiers of het uiteindelijke bedrag van de uitgekeerde subsidies beschouwen. Outcome wijst op de reactie van de doelgroep op de overheidsoutput. Door het ter beschikking stellen van subsidies hoopt de overheid om het gedrag van de doelgroepen te sturen. Bijvoorbeeld, in het geval van de subsidies voor de aanleg van groendaken, is het de bedoeling van de overheid om gezinnen die zonder steun geen groendak overwegen toch te overhalen een groendak aan te leggen. Impact verwijst naar de finale effecten van het beleid. Teruggrijpend naar het voorbeeld van de groendaken gaat het dan over bescherming tegen overstromingen als gevolg van piekdebieten (omdat groendaken het water enige tijd vasthouden en op later tijdstip geleidelijk afgeven) of eventueel extra biodiversiteit in een verstedelijkte omgeving. Het is belangrijk dat we hier even wijzen op de terminologie die momenteel vaak in de beleidsdocumenten van de Vlaamse overheid gebruikt wordt. Vele beleidsnota s, ondermeer ook de beleidsnota van Minister PEETERS (zie Peeters, 2004), spreken over operationele en strategische doelstellingen. In onze interpretatie verwijst het begrip operationele doelstelling eerder naar de output of outcome begrippen en strategische doelstelling eerder naar het impact concept. private sector. De opportuniteitskost van deze mensen in de publieke sector tewerk te stellen is de toegevoegde waarde die ze in de private sector zouden kunnen produceren. In een perfect competitieve arbeidsmarkt weerspiegelen de evenwichtsmarktlonen op deze opportuniteitskost. 13

17 Kader 1: Strategische en Operationele doelstellingen Strategische (SD s) en Operationele (OD s) doelstellingen in Beleidsnota , Leefmilieu en Natuur, (zie: Peeters, 2004) Blz. 67: SD 3: Er wordt werk gemaakt van soortenbeleid en van meer verweving van activiteiten, met het oog op het behoud, het herstel en de versterking van de biodiversiteit. Blz. 63: OD 2: Verdere afbouw van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval. De doelstelling om de hoeveelheid definitief te verwijderen huishoudelijk afval te verminderen tot 150 kg afval per inwoner blijft behouden. Het doel is tevens om de totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen minstens gelijk te houden of te verminderen t.o.v en meer achter te laten blijven op de groei van de consumptie t.o.v Het is belangrijk te wijzen op de bedrieglijke lineariteit en causaliteit die het schema in Figuur 1 suggereert. Voor vele beleidsproblemen bestaan er zeer sterke autonome ontwikkelingen en is het zeer moeilijk die te onderscheiden van de effecten die het overheidsoptreden heeft. Een voorbeeld daarvan is de evolutie van de mestproductie in Vlaanderen. Los van de beleidsinitiatieven zoals mestactieplannen is er natuurlijk de autonome evolutie van de betrokken markten. In de laatste jaren hebben zich verschillende crisissen voorgedaan in de landbouwsector (dioxinecrisis, gekkekoeienziekte, ) die een zeer sterke invloed gehad hebben op het aantal dieren en de productieniveaus in de betrokken sectoren. Het spreekt voor zich dat bij een eventuele evaluatie van de mestactieplannen enkel de additionele effecten, bovenop de autonome evolutie, mogen in rekening gebracht worden. De verschillende stappen in Figuur 1 geven ook aanleiding tot neveneffecten die de effecten van beleidsmaatregelen kunnen versterken of verzwakken. Een voorbeeld van het laatste zijn bijvoorbeeld de zogenaamde terugslag of rebound effecten. Als de overheid een sterk beleid voert om energie-efficiëntie te stimuleren, dan is het erg waarschijnlijk dat de efficiëntieverbetering leidt tot een lagere (variabele) energiekost per eenheid eindproduct. Hierdoor is het mogelijk dat er opnieuw meer energie wordt gebruikt in het productieproces en/of er gewoon meer geproduceerd gaat worden simpelweg omdat de productiviteit van de energie-input verbeterd is. Dit rebound of terugslageffect vermindert echter het effect van de initiële beleidsmaatregelen die gericht waren op het verbeteren van de energie-efficiëntie. Een ander voorbeeld van een neveneffect is dat door het aanpakken van één milieuprobleem, er soms andere, nieuwe milieuproblemen kunnen opduiken. Een voorbeeld hiervan zou kunnen zijn het verplichten van een roetfilter voor dieselwagens. Deze maatregel is enerzijds zeer effectief om de uitstoot van fijn stof terug te dringen maar zorgt anderzijds wel voor extra gevaarlijk afval wanneer de auto uiteindelijke gesloopt wordt en de verzadigde filter verwijderd wordt. Tot slot willen we er nog op wijzen dat Figuur enkele sterke gelijkenissen vertoont met het klassieke DPSIR ( Driving forces, Pressure, State, Impact, Response ) analysekader dat ondermeer in de MIRA-T rapporten gehanteerd wordt (zie: Van Steertegem, 2004, MIRA-T 2004). Het belangrijkste verschil is dat Figuur 1 niet expliciet een terugkoppelingsmechanisme ( Response ) voorziet. 14

18 4 ENKELE RELEVANTE KEUZES VOORAF 4.1 EVALUATIE EX ANTE OF EX POST? Ex ante evaluatie verwijst naar het onderzoeken van de verwachte effecten van een nieuw beleidsinstrument dat op het moment van de evaluatie nog niet operationeel is. Ex post evaluatie is een onderzoek na de feiten. Meestal vereisen ex ante en ex post evaluaties zeer verschillende methoden. Ex post zijn er meestal gegevens bekend over hoeveel geld uitgegeven werd via het betrokken subsidiekanaal, kent men soms karakteristieken van de ontvangers uit de aanvraagdossiers en heeft men soms gegevens over monitoringsindicatoren die de overheidsoutput of zelfs de milieu-impact beschrijven. Ex post evaluatie is in dat geval niets anders dan een doorgedreven statistische analyse van de data om significante «behandelingseffecten» vast te stellen 3. Indien er echter geen gegevens (of van onvoldoende kwaliteit) verzameld werden, dan wordt ex post analyse eigenlijk een oefening in het opstellen van een hypothetisch scenario zonder beleid. De technieken die daarvoor gebruikt kunnen worden, zijn conceptueel eigenlijk veelal dezelfde als bij een ex ante evaluatie. Ex ante zijn er nog geen specifieke meetgegevens beschikbaar en moet men dus een hypothetische situatie proberen in te schatten («wat zou er gebeuren indien»). Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een experiment waarbij een aantal individuen wel en andere niet met de nieuwe subsidie worden geconfronteerd (bijvoorbeeld pilootprojecten). Of door middel van een gerichte bevraging bij de potentiële doelgroep te peilen naar hun mogelijke reacties op de invoering van een nieuwe subsidie («indien u 150 zou krijgen, bent u dan bereid een amfibieënpoel aan te leggen?»). Een andere manier is om via econometrische 3 Noteer dat het inschatten van de effecten van een behandeling een probleem is dat in vele exacte en sociale wetenschappen opduikt, denken we bijvoorbeeld aan het inschatten van de effectiviteit van een nieuw geneesmiddel, de effecten van een ander maairegime in vochtige hooilanden op het broedsucces van een populatie ooievaars die in de buurt broeden of de effecten van speciale opleidingsprogramma s voor langdurig laaggeschoolde werknemers op hun tewerkstellingskansen. Met andere woorden, de technieken die we verder zullen bespreken zijn zeker niet specifiek of nieuw maar zijn integendeel gebaseerd op de uitgebreide kennis en ervaring die hiermee in verschillende disciplines is verworven. 15

19 technieken vraagfuncties en prijselasticiteiten 4 voor de betrokken milieugoederen te schatten. Subsidies zijn eigenlijk prijskortingen en de reactie van de doelgroep kan dan onder bepaalde voorwaarden voorspeld worden door middel van deze geschatte prijselasticiteiten. We willen er ook op wijzen dat ex ante evaluatie sinds kort eigenlijk een verplichting is geworden voor elke nieuwe Vlaamse beleidsmaatregel onder het Reguleringsimpactanalyse (RIA) decreet. De Kenniscel Wetsmatiging van de Vlaamse Overheid heeft daartoe recent een handleiding opgesteld, zie Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (2004). Deze handleiding is zeer concreet over de formele vereisten waaraan zo een RIA moet voldoen maar laat de betrokken administratie veel vrijheid met betrekking tot de diepgang van de analyse en de technieken die daarvoor gebruikt worden. 4.2 EVALUATIE VAN WAT? Wanneer we teruggrijpen naar Figuur 1, dan is onmiddellijk duidelijk dat het begrip evaluatie op verschillende zaken kan slaan. Zo kunnen we ten eerste de relatie onderzoeken tussen de ingezette overheidsmiddelen (bijvoorbeeld de loonkost van de betrokken ambtenaren) en de overheidsprestaties (aantal verwerkte dossiers en totaal bedrag uitbetaalde subsidies). Deze relatie duiden we aan met input output. Ten tweede kunnen we het effect van de output (uitbetaalde subsidies) op de outcomevariabele (gedrag van de ontvangers) proberen te meten (output outcome). Ten derde kunnen we proberen om de impact van de output op de milieuindicatoren (output impact) te meten input output relatie of institutionele effectiviteit Meestal gaat het hier om het evalueren van de interne bedrijfsvoering van de betrokken publieke diensten. Dit is een belangrijk publiek managementprobleem en is het onderwerp van talrijke handleidingen en publicaties (zie ondermeer de opleidingen, handleidingen en het onderzoek van het Instituut voor de Overheid van de Katholieke Universiteit Leuven, Prof. G. Bouckaert). Deze interne evaluatie maakt niet onmiddellijk deel uit van de opdracht van deze studie maar we willen er wel op wijzen dat enkele van de methodologieën die we bespreken in bepaalde omstandigheden zeer geschikt kunnen zijn voor het evalueren van de input output relatie (zie verder hoofdstuk 6 over efficiëntiemeting). 4 De prijselasticiteit van de vraag naar een goed vertelt ons in welke mate een stijging (daling) van de prijs van het goed, zich vertaald in een daling (stijging) van de gevraagde hoeveelheid. Bijvoorbeeld, een prijselasticiteit van -1,5 betekent dat een 10% prijsstijging aanleiding zal geven tot een daling van de vraag met (-1,5)x10%=-15%. 16

20 4.2.2 output outcome relatie of outcome-effectiviteit Het evalueren van deze relatie is aangewezen in die gevallen waarbij er expliciet operationele doelstellingen in termen van overheidsprestaties geformuleerd werden. Deze operationele doelstellingen worden meestal wel slechts als instrumentele doelstellingen gezien op weg naar het realiseren van een strategische doelstelling die in termen van impact geformuleerd is. De outcome variabele (bijvoorbeeld het aantal hectaren landbouwgebied dat onder bepaalde beheersovereenkomsten met landbouwers valt) wordt hierbij typisch als een proxy variabele beschouwd van de uiteindelijke doelstelling. Men veronderstelt dan eigenlijk dat een voldoende groot aanbod van de overheidsprestaties uiteindelijk wel zal leiden tot een positieve impact. Outcome-effectiviteit wordt in Gysen et al. (2003) ook doelgroepeffectiviteit genoemd Outcome impact relatie of impacteffectiviteit Outcome evalueren is in principe eenvoudiger dan impact evalueren omdat outcome vaak makkelijker meetbaar is en de evaluatieoefening geen rekening moet houden met de finale relatie tussen outcome en impact. Deze laatste relatie is dikwijls een zeer technische relatie (bijvoorbeeld, wat is de link tussen het aantal hectaren natuurgebied van een bepaald ecotype onder een bepaald beheersregime en de uiteindelijke biodiversiteitindicatoren?) die maar bij benadering gekend is of slechts door middel van zeer uitgebreid en tijdrovend onderzoek kan geschat worden. Meestal vergt dit interdisciplinair onderzoek tussen economen/sociologen enerzijds en biologen/milieuwetenschappers anderzijds Een pragmatische aanpak Zoals hoger aangegeven gaan we in deze methodologiebeschrijving niet in op de interne bedrijfsvoering of the input output relatie. We bekijken enkel beleidsevaluatieproblemen. De vraag is dan of we outputs of impacts moeten evalueren. De ideale evaluatie kijkt naar impact als doelstellingsvariabele. Het is uiteindelijk de impact die zich zal vertalen naar goederen en diensten naar de consumenten. De consument is niet geïnteresseerd in veel hectare natuurgebied op zich maar wel in de diensten die de natuurreservaten opleveren, namelijk dat hij of zij in die gebieden kan gaan wandelen en van de natuurwaarde genieten, of waardering heeft voor het loutere bestaan van zulke gebieden ook al maakt hij of zij er zelf geen onmiddellijk gebruik van. In feite willen we hier enkel zeggen dat de ultieme toets voor elk overheidsbeleid het welzijn van de burgers zou moeten zijn. Maar het ideaal is dikwijls niet realiseerbaar en het antwoord op de vraag wat we moeten evalueren is dat de evaluator een pragmatische aanpak moet volgen. Pragmatisch in de zin dat de beschikbaarheid van gegevens en onderzoekstijd meestal doorslaggevend zal zijn voor de ambitie van het evaluatieniveau. Ondanks de praktische belemmeringen zouden wij een sterk pleidooi willen houden voor doorgedreven kwantitatieve evaluaties op een zo hoog mogelijk niveau in de output outcome impact keten. 17

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Checklist. Informatievoorziening. Grote Projecten

Checklist. Informatievoorziening. Grote Projecten Checklist Informatievoorziening Grote Projecten Najaar 2010 Rekenkamercommissie Berkelland, Bronckhorst, Lochem, Montferland 1. Inleiding De uitvoering van grote projecten in Nederland heeft nogal eens

Nadere informatie

Evaluatieonderzoek voor het natuurbeleid VVBB 19/9/06

Evaluatieonderzoek voor het natuurbeleid VVBB 19/9/06 Evaluatieonderzoek voor het natuurbeleid VVBB 19/9/06 Dr. Wouter Van Reeth wetenschappelijk attaché Inhoud De kloof tussen onderzoek en beleid Kennissysteem natuur in Vlaanderen Natuurrapportering in Vlaanderen

Nadere informatie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie B Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie Inleiding Deze projectoproep kadert binnen de verderzetting van Actie 24 van het Kankerplan: Steun aan pilootprojecten

Nadere informatie

AuditchArter VAn het AGentSchAp Audit VLAAnderen 1 / 9

AuditchArter VAn het AGentSchAp Audit VLAAnderen 1 / 9 Auditcharter Van HET AGENTSChap AUDIT VLAANDEREN 1 / 9 Inhoudsopgave MISSIE VAN HET AGENTSCHAP AUDIT VLAANDEREN... 3 ONAFHANKELIJKHEID... 4 OBJECTIVITEIT EN BEKWAAMHEID... 5 KWALITEIT VAN DE AUDITWERKZAAMHEDEN...

Nadere informatie

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME VLAAMS MINISTER VAN FINANCIEN EN BEGROTING EN RUIMTELIJKE ORDENING NOTA AAN DE VLAAMSE

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Tips voor betere subsidie-evaluaties. Algemene Rekenkamer Postbus EA Den Haag

Tips voor betere subsidie-evaluaties. Algemene Rekenkamer Postbus EA Den Haag Tips voor betere subsidie-evaluaties Algemene Rekenkamer Postbus 20015 2500 EA Den Haag 1 2 Sprekers: Nynke de Witte, Algemene Rekenkamer Gerth Molenaar, Randstedelijke Rekenkamer Jelly Smink, Rekenkamer

Nadere informatie

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd.

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd. Naam evaluatie Volledige naam Aanleiding evaluatie DREAM-project Evaluatie DREAM-project De Vlaamse overheid ondersteunt een aantal initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap en de ondernemerszin.

Nadere informatie

GAMIFICATION IN EEN BELEIDSCONTEXT (bis)

GAMIFICATION IN EEN BELEIDSCONTEXT (bis) GAMIFICATION IN EEN BELEIDSCONTEXT (bis) Aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een aangepaste gamification strategie door Luc Wittebolle - SuMa Consulting De ontwikkeling van een optimale gamification

Nadere informatie

VR DOC.1027/2

VR DOC.1027/2 VR 2015 0910 DOC.1027/2 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het subsidiëren van operationele groepen inzake het Europees Partnerschap voor Innovatie - netwerk voor de productiviteit en duurzaamheid

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 4.2 Beleidsthemabeheerder

FUNCTIEFAMILIE 4.2 Beleidsthemabeheerder Doel van de functiefamilie Het beleidsthema vanuit theoretische en praktische deskundigheid implementeren en uitbouwen teneinde toepassingen omtrent het thema te initiëren, te stimuleren en te bewaken

Nadere informatie

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 «Ik wil mensen in armoede een transparant model aanreiken waarmee zij kunnen toetsen of een beleidsmaatregel

Nadere informatie

Het Natuurrapport 2007 is het eerste Natuurrapport dat wordt geproduceerd door het Instituut

Het Natuurrapport 2007 is het eerste Natuurrapport dat wordt geproduceerd door het Instituut Mevrouw De Minister, Het Natuurrapport 2007 is het eerste Natuurrapport dat wordt geproduceerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, het nu iets meer dan een jaar oude Vlaamse onderzoeks- en

Nadere informatie

Fish Based Assessment Method for the Ecological Status of European Rivers (FAME)

Fish Based Assessment Method for the Ecological Status of European Rivers (FAME) Fish Based Assessment Method for the Ecological Status of European Rivers (FAME) Overleg i.v.m. verdere verfijning en validatie van de nieuw ontwikkelde visindex op Europese schaal (EFI = the European

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

Kun je met statistiek werkelijk alles bewijzen?

Kun je met statistiek werkelijk alles bewijzen? Kun je met statistiek werkelijk alles bewijzen? Geert Verbeke Biostatistisch Centrum, K.U.Leuven International Institute for Biostatistics and statistical Bioinformatics geert.verbeke@med.kuleuven.be http://perswww.kuleuven.be/geert

Nadere informatie

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Voorwoord... iii Verantwoording... v Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) 163 Samenvatting (Summary in Dutch) Er zijn slechts beperkte financiële middelen beschikbaar voor publieke voorzieningen en publiek gefinancierde diensten. Als gevolg daarvan zijn deze voorzieningen en

Nadere informatie

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Brussel, 10 september 2008 100908 Advies besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Advies Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Inhoud 1. Situering... 3 2. Algemene beoordeling...

Nadere informatie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie Interventie: Families First Deelcommissie: 1 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 11 april 2014 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie De commissie

Nadere informatie

Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden

Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden STUDIEDAG Projectmatig werken in lokale overheden LEUVEN 27 oktober 2011 Projectmatig werken in de lokale sector Katlijn Perneel, Partner, ParFinis Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden 1 Inhoud

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel

Nadere informatie

Uitgangspunt van deze omzendbrief is het subsidiëren van projecten van bepaalde duur.

Uitgangspunt van deze omzendbrief is het subsidiëren van projecten van bepaalde duur. Omzendbrief voor de subsidiëring van projecten in het kader van Samenlevingsinitiatieven 1. Wat zijn de Samenlevingsinitiatieven? De erkenning en subsidiëring van Samenlevingsinitiatieven gebeurt op basis

Nadere informatie

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH is een Europees project, gericht (op het verbeteren van) de milieuprestaties van Europese Grafimediabedrijven binnen de productlevenscyclus van hun grafimedia

Nadere informatie

Korte jobs: springplank naar een duurzame baan?

Korte jobs: springplank naar een duurzame baan? Korte jobs: springplank naar een duurzame baan? Universiteit Gent Arbeidsmarktcongres Steunpunt Werk en Sociale Economie Leuven 17 December 2008 1. Inleiding Jeugdwerkloosheidsgraad (15-24 jaar) is bijzonder

Nadere informatie

CONCEPT ONDERZOEKSPLAN SUBSIDIEBELEID. Verantwoord vertrouwen

CONCEPT ONDERZOEKSPLAN SUBSIDIEBELEID. Verantwoord vertrouwen CONCEPT ONDERZOEKSPLAN SUBSIDIEBELEID Verantwoord vertrouwen 20160210 Secretariaat Rekenkamercommissie BBLM p/a gemeente Bronckhorst Postbus 200, 7255 ZJ Hengelo tel. 0575-750 545 mail: j.schreur@bronckhorst.nl

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 ANNEX 4 MACRO-ECONOMISCHE ONDERBOUWING VAN HET BAU-SCENARIO Auteur: J. Duerinck INHOUD 1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 1.1 Analyse trendmatige evoluties toegevoegde waarde 2 1.2 Methode voor

Nadere informatie

Krijtlijnen communicatiestrategie betreffende evaluaties/evaluatierapporten Afdeling Strategie en Coördinatie

Krijtlijnen communicatiestrategie betreffende evaluaties/evaluatierapporten Afdeling Strategie en Coördinatie Krijtlijnen communicatiestrategie betreffende evaluaties/evaluatierapporten Afdeling Strategie en Coördinatie 1. Inleiding Een meer gestructureerde aanpak van de beleidsevaluatie betreffende het beleidsdomein

Nadere informatie

Zuinige Superinnovatoren. Deelrapport Noord-Nederlandse Innovatiemonitor. Prof.Dr. Dries Faems

Zuinige Superinnovatoren. Deelrapport Noord-Nederlandse Innovatiemonitor. Prof.Dr. Dries Faems Deelrapport Noord-Nederlandse Innovatiemonitor Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl 1. INLEIDING 1.1 SAMENWERKINGSPROJECT NOORD-NEDERLANDSE INNOVATIEMONITOR Dit rapport is opgesteld in het kader van

Nadere informatie

inspireren en innoveren in MVO

inspireren en innoveren in MVO inspireren en innoveren in MVO Inleiding Gert Van Eeckhout Beleidsondersteuner MVO - Departement WSE Wat is MVO? Waarom MVO? Beleidslijnen Vlaamse overheid MVO? een proces waarbij ondernemingen vrijwillig

Nadere informatie

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Dat economie in essentie geen experimentele wetenschap is maakt de econometrie tot een onmisbaar

Nadere informatie

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi Inhoudsopgave Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker

Nadere informatie

Beleidsplanning in Geel. Welke plaats heeft gezondheid in dit geheel?

Beleidsplanning in Geel. Welke plaats heeft gezondheid in dit geheel? Beleidsplanning in Geel Welke plaats heeft gezondheid in dit geheel? Geel sterk stijgend aantal inwoners - 2013: 38.238 (+ 13,5% t.o.v. 2000) grote oppervlakte: stedelijke kern landelijke deeldorpen

Nadere informatie

Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten

Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten Booischotseweg 1 2235 Hulshout Tel: 015 22 40 17 www.hulshout.be hulshout@bibliotheek.be Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten Artikel 1. Doelstelling en definitie Onder de hierna bepaalde

Nadere informatie

MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------

MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ Advies nr. 1 van 18 november 1996 met betrekking tot het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging

Nadere informatie

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Toelichtingen bij de leidraad voor het vierjaarlijks beleidsplan 2013-2016. Koepelorganisatie

Toelichtingen bij de leidraad voor het vierjaarlijks beleidsplan 2013-2016. Koepelorganisatie Toelichtingen bij de leidraad voor het vierjaarlijks beleidsplan 2013-2016 Koepelorganisatie Inleiding Hierin kunnen o.a. thuishoren: een introductie door de voorzitter een samenvatting van de werkwijze:

Nadere informatie

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening Foeke van der Zee Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt,

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Auteur: Joost Bollens 1 Abstract In de loop van mei 2009 werd in Vlaanderen de zogenaamde systematische aanpak van de VDAB (de Vlaamse Dienst voor

Nadere informatie

Samenvatting. Doelstelling

Samenvatting. Doelstelling Samenvatting In 2003 hebben de ministeries van Justitie, Financiën, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Algemene Zaken de afspraak gemaakt dat het ministerie van Justitie het voortouw zal nemen

Nadere informatie

Vertrek van je eigen brede kijk op jeugd en jeugdbeleid

Vertrek van je eigen brede kijk op jeugd en jeugdbeleid STAPPENPLAN fiche 4 Gericht gegevens verzamelen die je jeugdbeleid richting kunnen geven. Waarover gaat het? Het jeugdbeleid in jouw gemeente is geen blanco blad. Bij de opmaak van een nieuw jeugdbeleidsplan

Nadere informatie

Ontwikkelingssamenwerking

Ontwikkelingssamenwerking KONINKRIJK BELGIË Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Studie van de evalueerbaar heid van interventies van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID Wetenschapsstraat 8 B-1000 BRUSSEL Tel. 02 238 34 11 Fax 02 230 59 12 www.belspo.be Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs Projectformulier ten behoeve van

Nadere informatie

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten CPB Notitie Datum : 7 april 2004 Aan : Projectdirectie Administratieve Lasten Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten 1 Inleiding Het kabinet heeft in het regeerakkoord het

Nadere informatie

Biomassa en zijn afvalstatuut

Biomassa en zijn afvalstatuut Biomassa en zijn afvalstatuut Studiedag Cascadering in gebruik van hout en houtige biomassa Nico Vanaken OVAM Inhoud Afval of grondstof het beoordelingskader De ladder van Lansink als bewaker van de cascade

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem

De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem In dit artikel wordt de logica van de ISA s besproken in relatie met het interne controlesysteem. Hieronder worden de componenten van het interne

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

Competentie-invullingsmatrix

Competentie-invullingsmatrix Competentie-invullingsmatrix masterprf Master of Science in de wiskunde Academiejaar 2016-2017 Legende: W=didactische werkvormen E=evaluatievormen Competentie in één of meerdere wetenschappen Wetenschappelijke

Nadere informatie

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen 2. BOUWSTENEN VOOR EEN ADAPTATIEPLAN Deze bouwstenen zijn gericht op de uitwerking van een adaptatieplan vanuit een Vlaams beleidsdepartement of beleidsveld. Het globale proces kan eveneens door een ander

Nadere informatie

20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief

20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief 20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief Wat is exact het verschil tussen kwalitatief en kwantitatief marktonderzoek in termen van onderzoek (wat doe je) in termen van resultaat (wat kan je er mee) in

Nadere informatie

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Reglement Oproep van mei 2013 A) Ondernemingen die in aanmerking komen Elke onderneming die aan volgende voorwaarden voldoet, kan zich, met oog op de toepassing

Nadere informatie

BIJLAGE 1 LEIDRAAD AANVRAAG EXTRA STEUN VOOR BEDRIJFSPROJECTEN GERICHT OP DTO

BIJLAGE 1 LEIDRAAD AANVRAAG EXTRA STEUN VOOR BEDRIJFSPROJECTEN GERICHT OP DTO VERSIE 3.0 _ APRIL 2009 BIJLAGE 1 LEIDRAAD AANVRAAG EXTRA STEUN VOOR BEDRIJFSPROJECTEN GERICHT OP DTO Bischoffsheimlaan 25 B - 1000 Brussel Tel : +32 02 209 09 00 Fax : +32 02 223 11 81 e-mail : info@iwt.be

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213, Ontwerp voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de toerekening van de indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in het kader van het Europees systeem van nationale en regionale

Nadere informatie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie Interventie: Taallijn Deelcommissie: 3 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 8 oktober 2015 / 2 juni 2016 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie

Nadere informatie

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder

Nadere informatie

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Wynand van de Ven en Erik Schut Wederreactie op Douven en Mannaerts In ons artikel in TPEdigitaal (Van de Ven en Schut 2010) hebben wij uiteengezet

Nadere informatie

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. van het voorstel van decreet. houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. van het voorstel van decreet. houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013 ingediend op 261 (2014-2015) Nr. 6 22 april 2015 (2014-2015) Tekst aangenomen door de plenaire vergadering van het voorstel van decreet van Jean-Jacques De Gucht, Marius Meremans, Caroline Bastiaens, Yamila

Nadere informatie

Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek. Foeke van der Zee

Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek. Foeke van der Zee Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek Foeke van der Zee Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt, in

Nadere informatie

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth Stappenplan Social Return on Investment Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth 1 1. Inleiding Het succesvol implementeren van ehealth is complex en vraagt investeringen van verschillende

Nadere informatie

Evaluatie. van het DREAM-project SAMENVATTING

Evaluatie. van het DREAM-project SAMENVATTING Evaluatie van het DREAM-project SAMENVATTING Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel 13 juni 2008 Samenvatting In de

Nadere informatie

1. Hoe is de productie voor bio-energiedoeleinden sinds 2013 jaarlijks geëvolueerd?

1. Hoe is de productie voor bio-energiedoeleinden sinds 2013 jaarlijks geëvolueerd? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 136 van FRANCESCO VANDERJEUGD datum: 20 januari 2016 aan ANNEMIE TURTELBOOM VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE Europees

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, artikel 55 tot en met 58;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, artikel 55 tot en met 58; Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie voor de ontwikkeling van een operationele begeleidingsmethodiek voor

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal Sport voor Allen beleid DE VLAAMSE REGERING,

Voorontwerp van decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal Sport voor Allen beleid DE VLAAMSE REGERING, Voorontwerp van decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal Sport voor Allen beleid DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke

Nadere informatie

Deze centrale vraag leidt tot de volgende deelvragen, die in het onderzoek beantwoord zullen worden.

Deze centrale vraag leidt tot de volgende deelvragen, die in het onderzoek beantwoord zullen worden. Aan: Gemeenteraad van Druten Druten, 27 juli 2015 Geachte voorzitter en leden van de gemeenteraad, In de eerste rekenkamerbrief van 2015 komt inkoop en aanbesteding aan bod. Dit onderwerp heeft grote relevantie,

Nadere informatie

Subsidieprofiel vestigingsregeling. 1. Probleemanalyse. Welk probleem moet worden opgelost?

Subsidieprofiel vestigingsregeling. 1. Probleemanalyse. Welk probleem moet worden opgelost? Subsidieprofiel vestigingsregeling 1. Probleemanalyse Welk probleem moet worden opgelost? De Friese economie heeft de laatste jaren last gehad van de economische crisis. Ondanks een voorzichtig herstel

Nadere informatie

Onderzoek exploitatie zwembaden in de gemeenten Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest

Onderzoek exploitatie zwembaden in de gemeenten Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest Wassenaar Oegstgeest Voorschoten Rekenkamercommissie Onderzoek exploitatie zwembaden in de gemeenten Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest Wassenaar Voorschoten Oegstgeest Oegstgeest Aan de gemeenteraden

Nadere informatie

Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard!

Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! > www.vrom.nl Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! 2e Tender Waddenfonds 8 september tot en met 17 oktober 2008 Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! 2e Tender

Nadere informatie

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling Driedaagse Leergang Kennisintensieve beleidsontwikkeling 6, 13 en 20 juni 2014 Den Haag Doelstellingen en doelgroep De doelgroep bestaat uit beleidsmedewerkers/stafmedewerkers bij beleidsinstanties (nationaal,

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 4.1 Beleidsondersteuning

FUNCTIEFAMILIE 4.1 Beleidsondersteuning Doel van de functiefamilie Goed onderbouwde en kwalitatieve beleidsvoorstellen doen teneinde de beleidsbepaler(s) zoals bv de Vlaamse Regering, de functionele ministers in staat te stellen de juiste beleidsbeslissingen

Nadere informatie

Strategisch Personeelsmanagement Advies. Pilootproject voor KMO s Agentschap Ondernemen KMO Portefeuille oktober 2014

Strategisch Personeelsmanagement Advies. Pilootproject voor KMO s Agentschap Ondernemen KMO Portefeuille oktober 2014 Strategisch Personeelsmanagement Advies Pilootproject voor KMO s Agentschap Ondernemen KMO Portefeuille oktober 2014 De essentie Via het pilootproject "strategisch personeelsmanagementadvies" geeft het

Nadere informatie

Aandachtspunten (wijziging) programmabegroting 2008 provincie Limburg

Aandachtspunten (wijziging) programmabegroting 2008 provincie Limburg Startnotitie Aandachtspunten (wijziging) programmabegroting 2008 provincie Limburg 1 Aanleiding voor het onderzoek Jaarlijks stellen Gedeputeerde Staten (GS) in het najaar in concept de begroting op. Per

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 -----------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- Nationaal profiel voor veiligheid en gezondheid op het werk

Nadere informatie

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen Eindtermen educatief project Korstmossen, snuffelpalen van ons milieu 2 de en 3 de graad SO Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen I. Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Rekenkamer Metropool Amsterdam T.a.v. de heer J. de Ridder Postbus 202 1000 AE Amsterdam

Rekenkamer Metropool Amsterdam T.a.v. de heer J. de Ridder Postbus 202 1000 AE Amsterdam pagina 1 / 5 Rekenkamer Metropool Amsterdam T.a.v. de heer J. de Ridder Postbus 202 1000 AE Amsterdam Datum: 15 maart 2016 Kenmerk: 201/0007, JvdV Archiefnummer: 5.90/3 Betreft: Bestuurlijke Reactie op

Nadere informatie

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Plan van aanpak Rekenkamer Maastricht februari 2007 1 1. Achtergrond en aanleiding 1 De gemeente Maastricht wil maatschappelijke doelen bereiken.

Nadere informatie

Beleids- en BeheersCyclus. Cursus beleidsplanning, -monitoring en evaluatie: Inleidend hoofdstuk

Beleids- en BeheersCyclus. Cursus beleidsplanning, -monitoring en evaluatie: Inleidend hoofdstuk Beleids- en BeheersCyclus Cursus beleidsplanning, -monitoring en evaluatie: Inleidend hoofdstuk Inhoud cursus Rode draad 1.2 Inleiding 1.3 Definities 1.4 Model strategisch 1.5 Belang strategisch 1.6 Belang

Nadere informatie

Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169

Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169 Collegebesluit Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169 1 Inleiding; Sinds mei 2014 is er een nieuwe ESF-subsidieregeling van kracht. Een belangrijke wijziging

Nadere informatie

Legislatuur 2014 2019

Legislatuur 2014 2019 ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ SU BSI DI EREGLEM ENT TER ONDERSTEU NI NG VAN ERKENDE VERENI GI NGEN VOOR ONTWI KKELI NGSSAM ENWERKI NG EN I NTERNATI ONALE SOLI DARI TEI T

Nadere informatie

Methodologie voor onderzoek in marketing en management. Foeke van der Zee

Methodologie voor onderzoek in marketing en management. Foeke van der Zee Methodologie voor onderzoek in marketing en management Foeke van der Zee Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt,

Nadere informatie

WERKING KIJKWIJZER BELEIDSVOEREND VERMOGEN: TOEGEPAST OP LOOPBAANBEGELEIDING IN DE SCHOLENGEMEENSCHAP

WERKING KIJKWIJZER BELEIDSVOEREND VERMOGEN: TOEGEPAST OP LOOPBAANBEGELEIDING IN DE SCHOLENGEMEENSCHAP WERKING KIJKWIJZER BELEIDSVOEREND VERMOGEN: TOEGEPAST OP LOOPBAANBEGELEIDING IN DE SCHOLENGEMEENSCHAP WAT? Voor u ligt een kijkwijzer om het beleidsvoerend vermogen van uw school in kaart te brengen. De

Nadere informatie

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013 Effectief feedback geven en ontvangen Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, nderwijsinspectie 2013 Inleiding Deze handleiding is geschreven ter ondersteuning van het gebruik van het

Nadere informatie

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen Advies van de WaterRegulator met betrekking tot het ontwerp Ministerieel besluit houdende nadere regels tot uitvoering van artikel 27/3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende

Nadere informatie

TITEL I OPRICHTING VAN EEN INTERN VERZELFSTANDIGD AGENTSCHAP "INTERNE AUDIT VAN DE VLAAMSE ADMINISTRATIE"

TITEL I OPRICHTING VAN EEN INTERN VERZELFSTANDIGD AGENTSCHAP INTERNE AUDIT VAN DE VLAAMSE ADMINISTRATIE Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Interne Audit van de Vlaamse Administratie en tot omvorming van het auditcomité van de Vlaamse Gemeenschap tot het

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

Indicatoren voor beheer en beleid: tussen hamer en aambeeld? Josée Lemaître Dries Verlet

Indicatoren voor beheer en beleid: tussen hamer en aambeeld? Josée Lemaître Dries Verlet Indicatoren voor beheer en beleid: tussen hamer en aambeeld? Josée Lemaître Dries Verlet Overzicht Inleidende beschouwingen ivm indicatoren Door middel van kennis gebaseerd beleid naar bruikbare indicatoren

Nadere informatie

Call Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken fase 1 voor Programma Gezonde Toekomst Dichterbij

Call Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken fase 1 voor Programma Gezonde Toekomst Dichterbij Call Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken fase 1 voor Programma Gezonde Toekomst Dichterbij Aanleiding Fonds NutsOhra heeft met het programma Gezonde Toekomst Dichterbij de ambitie om de gezondheidsachterstanden

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Dit moet gemotiveerd worden in het projectvoorstel en wordt mee beoordeeld bij de evaluatie.

Dit moet gemotiveerd worden in het projectvoorstel en wordt mee beoordeeld bij de evaluatie. 0 OP ESF Vlaanderen 2014-2020 FAQ oproep 315 Innovatie door adaptatie Prioriteit uit OP: 5 Innovatie en Transnationaliteit 1. Moeten de promotor en partners Vlaamse dienstverleners zijn? De promotor en

Nadere informatie

Inleiding. Doelstelling

Inleiding. Doelstelling 25 Inleiding Marleen Van Steertegem, MIRA-team, VMM Myriam Dumortier, NARA, INBO Doelstelling De samenleving wordt complexer, en verandert steeds sneller. Het beleid kan zich niet uitsluitend baseren op

Nadere informatie

Methodologie & Profielwerkstukken

Methodologie & Profielwerkstukken Methodologie & Profielwerkstukken Erik Heijmans, WUR Arjen Nawijn, STOAS Sander Poort, CLV September 2014 Christelijk Lyceum Veenendaal, 2014 1. Onderzoeksprojecten soorten en doelen Twee soorten onderzoeksprojecten:

Nadere informatie

Olde Bijvank Advies Organisatieontwikkeling & Managementcontrol. Datum: dd-mm-jj

Olde Bijvank Advies Organisatieontwikkeling & Managementcontrol. Datum: dd-mm-jj BUSINESS CASE: Versie Naam opdrachtgever Naam opsteller Datum: dd-mm-jj Voor akkoord: Datum: LET OP: De bedragen in deze business case zijn schattingen op grond van de nu beschikbare kennis en feiten.

Nadere informatie

GEMEENTELIJKE RAAD VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (GROS) STATUTEN

GEMEENTELIJKE RAAD VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (GROS) STATUTEN GEMEENTELIJKE RAAD VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (GROS) Art. 1 - Taakomschrijving STATUTEN De Raad heeft een adviserende en een sensibiliserende taak. De adviserende taak omvat het verstrekken van advies

Nadere informatie