Trouwen in de regio Aalst,

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Trouwen in de regio Aalst, 1579-1840"

Transcriptie

1 Universiteit Gent Faculteit Letteren en Wijsbegeerte Academiejaar Trouwen in de regio Aalst, Een nuptialiteitstudie naar maand en dagschommelingen Melissa Delsemme Promotor: dr. Thijs Lambrecht Masterscriptie tot het behalen van de graad Master in de Geschiedenis 1

2 2

3 Universiteit Gent Examencommissie Geschiedenis Academiejaar Verklaring in verband met de toegankelijkheid van de scriptie Ondergetekende,... afgestudeerd als master in de Geschiedenis aan Universiteit Gent in het academiejaar en auteur van de scriptie met als titel: verklaart hierbij dat zij/hij geopteerd heeft voor de hierna aangestipte mogelijkheid in verband met de consultatie van haar/zijn scriptie: o de scriptie mag steeds ter beschikking worden gesteld van elke aanvrager; o de scriptie mag enkel ter beschikking worden gesteld met uitdrukkelijke, schriftelijke goedkeuring van de auteur (maximumduur van deze beperking: 10 jaar); o de scriptie mag ter beschikking worden gesteld van een aanvrager na een wachttijd van.. jaar (maximum 10 jaar); o de scriptie mag nooit ter beschikking worden gesteld van een aanvrager (maximumduur van het verbod: 10 jaar). Elke gebruiker is te allen tijde verplicht om, wanneer van deze scriptie gebruik wordt gemaakt in het kader van wetenschappelijke en andere publicaties, een correcte en volledige bronverwijzing in de tekst op te nemen. Gent, (datum) ( handtekening) 3

4 Universiteit Gent Faculteit Letteren en Wijsbegeerte Academiejaar Trouwen in de regio Aalst, Een nuptialiteitstudie naar maand en dagschommelingen Melissa Delsemme Promotor: dr. Thijs Lambrecht Masterscriptie tot het behalen van de graad Master in de Geschiedenis 4

5 Inhoud Dankwoord... 1 Inleiding... 2 Bronnen... 3 Hoofdstuk 1: Een situatieschets: Het Land van Aalst Territoriale ontwikkeling Demografische ontwikkeling Landbouw en economie in Vlaanderen en de regio Aalst Dienstpersoneel Hoofdstuk 2: Het huwelijk in de Vroegmoderne Tijd Western European Marriage Pattern door J. Hajnal Partnerkeuze en huwelijksleeftijd Het huwelijk in de regio Aalst Ritme van huwelijkssluitingen Religie en huwelijk De tempore clauso Huwelijkswetgeving De ondertrouw Hoofdstuk 3: De theorie omgezet in de praktijk: Dag-en maandschommelingen in de regio Aalst: Onderzoeksgebied Maandschommelingen Maandschommelingen gemeenten Maandschommelingen Aalst Besluit Algemeen Besluit De Vastenindex en de adventsindex Vasten en adventsindex gemeenten Vasten en adventsindex Aalst Besluit Mogelijke verklaringen van het gevonden huwelijkspatroon Keuze van de weekdag voor het huwelijk: Analyse van de populairste huwelijksdag Dagschommelingen in de gemeenten Dagschommelingen Aalst

6 Besluit Mogelijke verklaringen voor het gevonden patroon Keuze van de huwelijksdag: analyse van de aantrekkingskracht van bepaalde (feest)dagen Hoofdstuk 4: Een vergelijking: de situatie in het Land van Aalst en deze van het Brugse Vrije Economische situatie in het Brugse Vrije Maandschommelingen Land van Aalst vs. Noorden van Brugge Vasten en adventsindex Besluit Maandschommelingen van de stad Aalst vs. de stad Brugge Vasten en adventsindex Besluit Vergelijking van het aantal meihuwelijken in Brugse Vrije en het Land van Aalst Verklaring Hoofdstuk 5: Economie en nuptialiteit Maatschappij en nuptialiteit Besluit Hoofdstuk 6: Algemeen Besluit Bronnen en literatuur Bijlagen Aantal gevonden gegevens per gemeente en per periode Welle Iddergem Denderleeuw Erembodegem Moorsel Hofstade Tabelverwijzingen Figuurverwijzingen

7 Dankwoord De totstandkoming van deze thesis is kunnen gebeuren onder de deskundige leiding van mijn promotor dr. Thijs Lambrecht. Hij heeft me steeds bijgestaan met al zijn kennis en raad. Dr. Lambrecht is een man die gepassioneerd is door zijn vakgebied en daarom wil ik hem uitdrukkelijk bedanken. Mijn dank gaat ook uit naar prof. Isabelle Devos die me in haar lessen Historische Demografie nog veel heeft bijgebracht in verband met mijn onderwerp. Ook bedank ik haar voor de opmerkingen die ze heeft gegeven bij de presentatie van mijn paper aan de andere studenten. Een speciaal dankwoord gaat uit naar mijn familie en vrienden om mij bij te staan met steun tijdens het verwerken van mijn thesis, vooral wil ik mijn ouders bedanken omwille van hun interesse in mijn onderwerp en de steun die ik kreeg doorheen mijn studies. Als laatste wil ik mijn vriend bedanken omdat hij steeds voor mij klaarstond. 1

8 Inleiding Het thema van deze thesis, zoals de titel het al laat vermoeden, is nuptialiteit. Het onderzoek naar huwelijkspatronen had reeds mijn aandacht verkregen in het vak Historische Praktijk 2, waar ik onder de deskundige leiding van professor Isabelle Devos, kennis heb gemaakt met de mogelijkheden die historische demografie met zich kunnen meebrengen. Eens mijn zinnen gezet op dit thema was het een kwestie van afbakening: het proberen waarnemen van huwelijkspatronen kan enerzijds zeer breed gaan, waarin alle mogelijke aspecten worden belicht, anderzijds kan het een meer diepgaand onderzoek zijn waar er gekeken wordt naar één bepaald thema. Onder leiding van mij promotor Thijs Lambrecht werd al snel beslist om mij te verdiepen in de maand en dagschommelingen binnen mijn eigen streek, nl. het Land van Aalst. Bovendien bleek de keuze van deze regio interessant voor de vergelijking met het werk dat Frederiek Sercu al heeft verricht. Zijn thesis ging namelijk over nuptialiteit in het Brugse Vrije. Het zou een interessante vergelijking kunnen zijn omdat de bedrijfsstructuren aan de kust er anders uitzagen dan deze in binnen Vlaanderen. Dr. Lambrecht en ik vroegen ons af of dit een belangrijke invloed zou hebben op het huwelijksgedrag. Om een volledig beeld te krijgen van dat huwelijksgedrag heb ik ervoor gekozen op zo een ruim mogelijke periode te onderzoeken. De vroegste huwelijksdata die ik heb gevonden dateren van de late 16 e eeuw en ik zal werken tot Op deze manier kan ik een duidelijke evolutie weergeven van het huwelijksgedrag in het Land van Aalst. Omdat ik een ruime onderzoeksperiode gekozen heb, is er een beperking in het aantal gemeenten dat werd onderzocht. Dit kan leiden tot een vertekening van de resultaten. Het Land van Aalst omvatte uiteraard meer gemeenten dan ik heb onderzocht. Toch vond ik het belangrijker om een evolutie te kunnen vaststellen over een langere periode en dit heeft zowel voor als nadelen. Het was echter wel belangrijk om ervoor te zorgen dat de onderzochte gemeenten allemaal aan elkaar grensden om te voorkomen dat er meer dan één agro-systeem binnen het onderzoeksgebied zou voorkomen. 2

9 Bronnen Het onderzoek zal gaan over de maandschommelingen en dagschommelingen van het huwelijk in het Land Van Aalst tussen ongeveer 1600 en Om dit te kunnen bewerkstelligen hebben we echter de huwelijksdatum nodig. Voor dit onderzoek heb ik voornamelijk gebruik gemaakt van parochieregisters waar al dan niet duidelijk de naam van beider partners en de huwelijksdatum werden weergegeven. De eerste richtlijnen voor het gebruik van parochieregisters werden vastgelegd tijdens het Concilie van Trente (1563). In het Land van Aalst werden de decreten door de aartsbisschop van Kamerijk gepubliceerd op 3 oktober De pastoors moesten onder andere alle huwelijken die ze voltrokken, registreren. Vermoedelijk werd deze regel ingevoerd om incestueuze huwelijken tegen te gaan. De parochieregisters werden immers gebruikt om eventuele verwantschappen tussen partners op het spoor te komen 2. Er zijn echter al sporen van parochieregisters in de veertiende eeuw, maar deze zijn van minder goede kwaliteit. Het oudste gekende dateert van 1334 en vinden we terug in het Franse Bourgondië. In België is het oudste parochieregister een trouwboek uit Met de besluiten van het Concilie van Trente had men gehoopt op een kwaliteitsverbetering van de parochieregisters. Dit was echter niet altijd het geval. Er waren ettelijke aanmaningen van de kerkelijke overheid voor nodig om tot een verbetering te komen. Pas in de achttiende eeuw, onder het bewind van Maria-Theresia, werden de inhoud en de vorm van de parochieregisters vastgelegd 3. De originelen van deze parochieregisters werden oorspronkelijk bewaard in de gemeentearchieven maar zijn later overgebracht naar het Rijksarchief te Beveren. De Mormonenkerk heeft wel een groot deel van deze parochieregisters op microfilm gezet. Ik heb voor dit onderzoek gebruik gemaakt van deze microfilms die bewaard worden in het stadsarchief van Aalst. De Mormonenkerk was sterk geïnteresseerd in genealogisch onderzoek omwille van hun geloofsovertuiging. Als ze erin slaagden om hun voorouders te identificeren, dan konden zij gedoopt worden 4.Een belangrijk nadeel bij het gebruik van parochieregisters en huwelijksakten is de vaak moeilijke leesbaarheid. Op veel van deze huwelijksakten was de inkt reeds in verre mate vervaagd. 1 DE BROUWER (J.), Bijdrage tot de geschiedenis van het godsdienstig leven en de kerkelijke instellingen in het Land van Aalst tussen 1550 en 1621 volgens de verslagen van de dekanale bezoeken. Aalst, De aankondiger, 1961, p DEVOS (I.) EN VANDENBROEKE (C.), Historische demografie van de middeleeuwen en de Nieuwe Tijden, in: ART (J.) EN BOONE (M.) (red.), Hoe schrijf ik de geschiedenis van mijn gemeente?deel 2: Inleiding tot de lokale geschiedenis van de 12 de tot de 18 de eeuw, Gent, Mens & Cultuur, 2004, p DEVOS (I.) EN VANDENBROEKE (C.), Historische demografie van de middeleeuwen en de Nieuwe Tijden, pp DEVOS (I.) EN VANDENBROEKE (C.), Historische demografie van de middeleeuwen en de Nieuwe Tijden, p

10 Hoofdstuk 1: Een situatieschets: Het Land van Aalst 1.1 Territoriale ontwikkeling 5 De territoriale ontwikkeling van het Land van Aalst kent een lange geschiedenis. De Vrede van Verdun in 843 vormt reeds een belangrijke mijlpaal in deze geschiedenis. De verdeling van het Karolingische rijk zal een sterke invloed hebben op de instellingen van de betrokken gebieden, waartoe de Nederlanden behoorden. Verder in de negende eeuw zullen de talrijke burchten in het Land van Aalst een belangrijke versterking vormen tegen de Noormannen. In de loop van de tiende eeuw zal er rechts van de Schelde een nieuw militair stelsel worden opgericht als grensversterking, dit stelsel wordt later bevestigd door Godfried van Verdun. De belangrijkste vijand Ename zal dan in 1034 door de Vlamingen worden verwoest waardoor het grondgebied Vlaanderen werd vergroot met het gebied tussen Schelde en Dender, het latere Land van Aalst. De situatie veranderde pas grondig in 1165 bij het overlijden van Diederik van Aalst. Op dit ogenblik erfde Filip van de Elzas alle bezittingen van het huis van Aalst. Op deze manier werd Aalst het steunpunt van de graven van Vlaanderen. Het Land van Aalst krijgt voortaan zijn eigen baljuw: Balduinus, dictus Zorgenlose, ballivus domine comitesse in terra de Alost. Het Land van Aalst zal vooral in de dertiende eeuw gekenmerkt worden door vele betwistingen. Na de dood van Joanna van Constantinopel in 1244 zal het Land van Aalst een twistpunt worden voor de Avesnes en de Dampierres. Lodewijk IX zal in dit opzicht een uitspraak doen in 1246 waarbij Vlaanderen aan de Dampierres werden toegewezen. De Avesnes zullen deze uitspraak in vraag stellen en Vlaanderen wordt in 1292 terug in leen gegeven aan het huis van de Avesnes. Uiteindelijk zullen Jan en Boudewijn van Avesnes Rijks-Vlaanderen afstaan in ruil voor een vergoeding. We moeten benadrukken dat het Land van Aalst geen kasselrij was maar eerder een kastellenij. Dit is een belangrijke heerlijkheid die zich uitstrekt tot waar in het algemeen het prestige van de heer reikte, het was een grillig omlijnd geheel. Een kasselrij is een territoriale eenheid met rechterlijke, militaire en bestuurlijke bevoegdheden. Het Land van Aalst omvat dus het gebied tussen Schelde en Dender. De oudste gegevens over het Land van Aalst en welke entiteiten er deel van uitmaakten, vindt men in het Transport van Vlaanderen 6. In de algemene transport van 1317 wordt het volgende vermeld: - Vier ambachten - Alost, Grammont et les Chastelleries - Dendermonde en afhankelijkheden - Biervliet Verder kunnen we in een Gents charterboek van 1357 volgende onderverdelingen vinden: Land van Rode, Land van Schorisse, Land van Zottegem, Land van Boelare, Land van Gavere en diverse dorpen. De herziening van de Transport van Vlaanderen in 1408 bracht enkele wijzigingen aan in de omschrijving van de landen, roeden of baroniën zoals ze ook genoemd werden. Bij de 5 VAN ISTERDAEL (H.), Archief van het Land van Aalst ( ), Brussel, Algemeen Rijksarchief, 1994, pp Het Transport van Vlaanderen is een repartitielijst om de lasten over de dorpen en steden van Vlaanderen te spreiden. 4

11 voorbereidende werkzaamheden voor de opstelling van deze nieuwe transport werd bij de vier ambachten aangetekend dat ze belastingen betaalden. De commissarissen voor de vernieuwing van de transport voegden aan de transportlijst het land van Bornem en Ninove met Templemars en Vendeville toe. De oudste lijst van heerlijkheden van het Land van Aalst, opgemaakt in de feodaaljuridische sfeer in plaats van de fiscale, dateert van het midden van de vijftiende eeuw. Aan de steden die reeds deel uitmaakten van het Land van Aalst werden later een aantal dorpen toegevoegd die behoorden tot de invloedssfeer van deze steden. Figuur 1 en figuur 2 tonen enerzijds de ligging van het Land van Aalst in Vlaanderen en anderzijds de parochies die deel uitmaken van het Land van Aalst. Figuur 1: Ligging van het Land van Aalst in Vlaanderen 7 7 VERMOESEN (R.), Een bres in de muur: functie van de wallen in de regionaal-economische ontwikkeling. Houding van de Aalsterse economische actoren tijdens de oorlogen van Lodewijk XIV ( ), In: FAGEL (R.) EN ONNEKINK (D.) (red.), Oorlog en samenleving in de Nieuwe Tijd, Maastricht, Shaker Publishing, 2005, p. 73 5

12 Figuur 2: Land van Aalst 8 8 VERMOESEN (R.), Een bres in de muur: functie van de wallen in de regionaal-economische ontwikkeling. Houding van de Aalsterse economische actoren tijdens de oorlogen van Lodewijk XIV ( ), In: FAGEL (R.) EN ONNEKINK (D.) (red.), Oorlog en samenleving in de Nieuwe Tijd, Maastricht, Shaker Publishing, 2005, p. 74 6

13 1.2. Demografische ontwikkeling Om een overzicht te krijgen van het inwonersaantal in het Land van Aalst, heb ik volgende tabel overgenomen uit een artikel van Reinoud Vermoesen 9. Tienjarige Periode Berekend aantal inwoners Inwoners per km² Tabel 1: Bevolkingsevolutie van het Land van Aalst ( ) 10 De inzinking die we kunnen vaststellen tussen en is spectaculair. Opvallend is dat dit net samenvalt met de godsdienstoorlog die in onze gewesten plaatsvindt. Jozef de Brouwer is er echter van overtuigd dat de demografische depressie niet noodzakelijk het rechtstreekse gevolg is van deze oorlog maar vooral te wijten is aan besmettelijke ziekten die door ondervoeding in de hand werden gewerkt 11. We zien een lichte verbetering in de periode die daarop volgt, toch blijft de pest lelijk huishouden. Een echte verbetering zien we pas vanaf de periode In de periode voor zien we een duidelijke aangroei van de bevolking. Reinoud Vermoesen heeft bepaald dat er in deze periode een grote immigratie plaatsvond naar het Land van Aalst omwille van oorlog 12. De pest bleek dus een zeer groot aandeel te hebben in deze demografische depressie naast oorlog en hongersnood 13. De achttiende eeuw wordt dan weer gekenmerkt door een versnelde 9 VERMOESEN (R.), Een bres in de muur: functie van de wallen in de regionaal-economische ontwikkeling. pp VERMOESEN (R.), Een bres in de muur: functie van de wallen in de regionaal-economische ontwikkeling. p DE BROUWER (J.), Bijdrage tot de geschiedenis van het godsdienstig leven, p VERMOESEN (R.), Urbanisatie en ruralisatie van de Aalsterse regio., p DE BROUWER (J.),Demografische evolutie van het Land van Aalst: , s.l., Pro Civitate, 1968, pp

14 bevolkingsgroei. In zien we een bevolking van , tegen 1800 is dat aantal gestegen tot , een toename van zowat 49%! De belangrijkste reden voor de versnelde bevolkingsgroei is een daling van de mortaliteit. In Jaspers en Stevens kunnen we bovendien lezen dat de grootste ontwikkeling zich heeft voorgedaan op het platteland en dit terwijl de steden eigenlijk met een recessie werden geconfronteerd 14. Daarom wordt er in deze periode gesproken van een ruralisatie van de maatschappij. Om dit voor het Land van Aalst aan te tonen, bekijken we volgende tabel die de jaarlijkse groeicoëfficiënten in Oost-Vlaanderen weergeeft. Platteland/Steden jr. VIII Jr. VIII Arrondissementen Aalst 1,0 0,6 0,9 0,2 0,8 Dendermonde 0,7 0,5 0,9 0,6 0,6 Eeklo 0,3 0,9 0,9 0,4 0,7 Gent I 0,5 1,0 0,8 0,6 0,8 Gent II 0,6 0,8 0,5 0,8 0,6 Oudenaarde 0,8 0,6 0,7-0,1 0,7 Sint-Niklaas 0,4 0,5 0,6 0,5 0,5 Tot. Platteland 0,6 0,7 0,8 0,4 0,7 Steden Aalst / / 0,8 1,3 / Deinze 0,3 2,0 0,6 0,3 1,0 Dendermonde / / 1,1 1,1 0,3 Eeklo / 0,5 1,1 0,6 / Geraardsbergen 1,1 0,2 0,7 0,5 0,6 Lokeren 0,6 0,4 1,0 0,3 0,6 Ninove 1,1 0,2 1,1 0,8 0,8 Oudenaarde -0,2 0,3 0,5 1,0 0,1 Ronse 0,8 0,6 0,7 0,2 0,7 Sint-Niklaas 0,7 0,5 1,2 1,6 0,7 Tot. Oost- Vlaanderen 0,4 0,7 0,8 0,5 0,6 Tabel 2: Jaarlijkse groeicoëfficiënten in Oost-Vlaanderen ( ) 15 Aan de hand van deze tabel kunnen we waarnemen dat de streek van Aalst de grootste groei kent na de Ook in de arrondissementen Gent, Oudenaarde en de regio Eeklo zien we een opvallende grotere groei. Deze regio s komen overeen met het gebied van de linnennijverheid, namelijk het grensgebied tussen West en Oost- Vlaanderen 16. De regionale verschillen in tabel 2 tonen aan dat meerdere factoren een rol spelen inzake bevolkingsgroei. Volgens Jaspers en Stevens moet er een verband te vinden zijn met de uitbouw van industriële activiteiten op het platteland of moeten deze verschillen het gevolg zijn van een soort compensatie-effect JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen op het einde van het Ancien Régime. Een socio-professionele en demografische analyse. Gent, Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 1985, p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p. 37 8

15 1.3. Landbouw en economie in Vlaanderen en de regio Aalst Om te kunnen begrijpen waarom mensen op een bepaald moment in het jaar huwen, is het niet onbelangrijk om te achterhalen welke economie we aantreffen in de te onderzoeken regio. Auteurs zoals D.E.C. Eversley benadrukken in hun werken dat het huwelijk nauw samenhang met de economische situatie 18. Dit is ook belangrijk in het kader van de vergelijking met de thesis van F. Sercu. De landbouweconomie die we aantreffen in het Brugse Vrije is op veel vlakken totaal anders dan deze in het Land van Aalst. Het grootste gedeelte van het Land van Aalst wordt gekenmerkt door een leembodem en deze grond is zeer geschikt voor het telen van vele gewassen 19. Bovendien wordt de agrarische situatie in het Land van Aalst vooral gekenmerkt door een dominantie van kleine bedrijfjes, de zogenaamde peasant huishoudens. In mindere mate kunnen we er grote exploitaties terugvinden 20 in tegenstelling tot de situatie in het Brugse Vrije waar grote boerenbedrijven regelmaat zijn. Reinoud Vermoesen toont in zijn artikel Paardenboeren in Vlaanderen aan dat het aantal kleine bedrijfjes in deze regio aangroeide tussen 1650 en Hij legt uit dat de bevolkingsgroei, die zich in deze periode doorzet, de oorzaak is van de miniaturisering van het kleinbedrijf 21. In de tweede helft van de achttiende eeuw is ongeveer de helft van alle bedrijven kleiner dan één hectare. De kleine omvang van het bedrijf is mede de oorzaak waardoor een groot deel van de boeren een aanvullend inkomen zochten in de proto-industie. Het Land van Aalst is in deze context vooral gekend om zijn hopproductie, maar ook de linnennijverheid is er wijdverspreid. De stad Aalst was bovendien één van de belangrijkste centra voor hopproductie in de Zuidelijke Nederlanden 22. In deze context is het gepast om de term social agrosystems te vernoemen. Uit bovenstaande vaststellingen kunnen we besluiten dat we te maken hebben met twee verschillende agro-systemen. Een agro-systeem is een ruraal productiesysteem gebaseerd op de sociale relaties bepaald door de regio, binnen de economie van een bepaald geografisch gebied 23. Het agro-systeem in Kust-Vlaanderen kenmerkt zich door grote bedrijven terwijl dat van Binnen- Vlaanderen werd gedomineerd door kleine bedrijven. 18 EVERSLEY (D.E.C.), Population, Economy and Society, In: GLASS (D.V.) AND EVERLSEY (D.E.C.)(EDS.), Population in History. Essays in historical demography. London, London Edward Arnold LTD, 1965,p VAN ISTERDAEL (H.), Landbouwstrukturen in het Land van Aalst (17 e -18 e eeuw). In: Het Land van Aalst, 40(1988), p VERMOESEN (R.), Paardenboeren in Vlaanderen. Middelaars en commercialisering van de vroegmoderne rurale economie in de regio Aalst In: Tijdschrift voor sociale en economische geschiedenis. 7(2010), nr. 1, pp.3-37, p VERMOESEN (R.), Paardenboeren in Vlaanderen, p VERMOESEN (R.), Paardenboeren in Vlaanderen, p THOEN (E.), Social agro-systems as an economic concept to explain regional differences., In: VAN BAVEL (B.) EN HOPPENBROUWERS (P.), eds., Landholding and land transfer in the North Sea are, Turnhout, Corn Publications, 2004, pp

16 Arrondissement Tot ½ ha ½ à 1 ha 1 à 2 ha 2 à 3 ha 3 à 4 ha 4 à 5 ha Totaal tot 5 ha Aalst 41,16 14,36 20,52 9,52 4,15 2,01 91,55 Tabel 3: Grootte van de bedrijven. Verhouding tegenover het totaal aantal (1796) 24 Tabel 3 bevestigt dat er in het arrondissement Aalst inderdaad voornamelijk kleine bedrijfjes waren. We zien hier dat meer dan 40% van de bedrijven kleiner waren dan ½ ha, en zelfs meer dan 90% kleiner dan 5 ha. Hierbij bevestigen we wat Chris Vandenbroeke schrijft in één van zijn artikels. Hij stelt dat gemiddeld 40-45% van de bedrijven minder dan 1 ha omvatten en 80-85% minder dan 5 ha 25. Voor de regio Aalst zien we dat die 85 % ruim wordt overschreden. We kunnen dus de term van Reinoud Vermoesen zeker bevestigen, namelijk dat we in deze regio te maken met een miniaturisering van het kleinbedrijf. De versnippering zal zich gedurende de achttiende eeuw zelfs nog verder inzetten. Door deze verregaande versnippering zal zich snel een probleem opdringen. In berekeningen van Herman Van Isterdael merken we op dat 70 tot 80 % van de landbouwers niet kon overleven van enkel zijn landbouwopbrengsten 26. Een andere waardemeter om na te gaan hoe de Aalsterse economie eruit zag, is een tabel die de beroepsstructuur weergeeft. Opnieuw halen we de nodige tabellen uit het werk van Jaspers en Stevens. Beroepen Aalst 1 a. Landbouw 51,5 b. Losse arbeid 10,3 2 a. Textiel 14,1 b. Hout + Bouw 3,9 c. Voeding 1,8 d. Kleding 3,6 e. andere ambachten 1,2 3 Handel + transport 3,3 4 Adm. + Vrije ber. (incl. 8) 2,4 5 Rentenier 0,1 6 Onbepaald 9,2 7 Niet-productieven totaal (incl. 5,6) 9,6 8 Medici 0,2 Aantal Landbouwers ( ) 21 Landman ( ) 68 Tabel 4: Beroepsstrucuur van het arrondissment Aalst (%) 27 Uit tabel 4 kunnen we duidelijk opmaken dat landbouw een belangrijk aandeel vormt van de beroepen in het arrondissement Aalst. Bovendien toont deze tabel ook aan dat de regio Aalst een belangrijke pion was in de textielindustrie. De primaire sector is tot en met het einde van het Ancien Régime in geheel de Zuidelijke Nederlanden de belangrijkste tewerkstellingssector geweest. Zowat 80 % van de bevolking was actief in deze sector 28. In dit opzicht kunnen we vaststellen dat het aantal mensen die actief waren in de agrarische sector in het Land van Aalst vrij laag lag. Hierbij bevestigen we dat de regionale verschillen vrij groot kunnen zijn. In deze thesis zullen we die regionale 24 JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p VANDENBROEKE (C.), Landbouw in de Zuidelijke Nederlanden , In: Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Haarlem, Fibula-Van Dishoeck, 1979, p VAN ISTERDAEL (H.), Landbouwstrukturen in het Land van Aalst., p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p VANDENBROEKE (C.), Landbouw in de Zuidelijke Nederlanden , p

17 verschillen meer dan eens benadrukken. Samen met de versnippering zien we in de Zuidelijke Nederlanden een nieuw fenomeen optreden dat op veel buitenlandse interesse kan rekenen, namelijk de zogenoemde New Husbandry. Sinds de zestiende en zeventiende eeuw slaagde de Vlaamse boeren erin om de weinige landbouwgrond die ze hadden maximaal te benutten. Belangrijke resultaten van de New Husbandry zijn het afschaffen van de braak en het invoeren van meerdere teelten per jaar. Het telen van voedergewassen als klaver en rapen is hier een uiterst belangrijke factor in 29. In het Land van Aalst zien we een massale toename van het aantal leguminosen in de loop van de zeventiende eeuw (tabel 5). Verspreiding van de teelt van klaver en rapen in het Land van Aalst Periode Klaver (%) Rapen (%) Periode Klaver(%) Rapen(%) ,0 10, ,2 48, ,0 18, ,1 57, ,3 33, ,8 59, ,4 37, ,8 51,7 Tabel 5: Verspreiding van de teelt van klaver en rapen in het Land van Aalst( ) 30 Jaspers en Stevens gaan bovendien verder in op de term landman die in Aalst toch 68 behaalt. Deze auteurs merken op dat in streken waar een grotere frequentie van de term landman voorkomt (zoals in het arrondissement Aalst), een kleiner aandeel van losse arbeid en een sterkere verspreiding van de huisnijverheid kennen 31. Bovendien concluderen zij dat er geen echte grenzen zijn tussen landman enerzijds en dagloner of wever (resp. losse arbeid en textiel)anderzijds. In de achttiende eeuw was de areaalversnippering immers zo ver doorgedreven dat de noodzaak tot een bijkomend inkomen uit de huisnijverheid groot was. Ook de doorgedreven aardappelteelt zal ertoe leiden dat de noodzaak groter wordt om anderen inkomsten te zoeken. Hierdoor zal de productie/verwerking van arbeidsintensieve nijverheids- en handelsgewassen sterk toenemen. Dit kenmerkt zich ook voor het Land van Aalst. Beroepen Aalst 1 a. Landbouw 11,6 b. Losse arbeid 22,6 2 a. Textiel 3,9 b. Hout + Bouw 3,6 c. Voeding 5,9 d. Kleding 7,3 e. andere ambachten 4,7 3 Handel + transport 10,7 4 Adm. + Vrije ber. (incl. 8) 7,5 5 Rentenier 4,5 6 Onbepaald 14,4 7 Niet-productieven totaal (incl. 5,6) 19,2 8 Medici 0,7 Tabel 6: Beroepsstructuur voor de stad Aalst (%) VANDENBROEKE (C.), Landbouw in de Zuidelijke Nederlanden , p VANDENBROEKE (C.), Landbouw in de Zuidelijke Nederlanden , p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p

18 In tegenstelling tot wat de meeste denken, is textielnijverheid geen typisch stadsfenomeen, zoals tabel 6 ook aantoont. Amper 3,9% van de beroepen in de stad Aalst, worden tot de textielnijverheid gerekend in tegenstelling tot 14,1% in het arrondissement. Dit is opnieuw een bewijs dat de textielnijverheid deel uitmaakte van de proto-industriële activiteiten die zich op het platteland voltrokken. Al sinds de zestiende eeuw leverde het platteland vlas, hop en afgewerkte linnenproducten aan de stad 33. Het Land van Aalst was dus een belangrijk centrum voor de linnennijverheid in de achttiende eeuw. Ze fungeerde als markt om producten naar Gent, Oudenaarde en via Antwerpen naar de hele Spaanse wereld te exporteren 34.Interessant zijn een aantal tellingen die in de achttiende eeuw werden gehouden per kasselrij. Voor het Land van Aalst is er een overzicht beschikbaar van het aantal getouwen voor de jaren Jaspers en Stevens hebben alle informatie uit alle bestaande tellingen verzameld en zo weten ze dat er per getouw vier à vijf personen actief waren in de vlas en linnennijverheid 35. Voor het Land van Aalst betekent dit dat 29% van de bevolking met spinnen en/of weven bezig was. Reinoud Vermoesen kan zelfs vaststellen in zijn onderzoek in de gemeenten Gijzegem en Herdersom dat ongeveer vier op tien huishoudens minstens een spinnewiel bevatten, tegen het einde van de achttiende eeuw nam dit aantal toe tot 60 % 36! Gemeenten Spinnewielen Weefgetouwen Lede (arr. Aalst) ,2 38, ,9 43, ,4 47, ,4 49,9 Haaltert ,1 56, ,3 59, ,0 71,1 Tabel 7: Boedelbeschrijvingen met vermelding van spinnewielen en weefgetouwen (%)( ) 37 De linnenindustrie in het Land van Aalst kende zijn grootste groei in de zestiende eeuw. Gedurende deze periode kende Europa grote economische en territoriale groei. Met de ontdekking van Amerika en nieuwe gebieden steeg de vraag naar linnen aanzienlijk 38. Deze sterke positie in de linnenindustrie zorgt ervoor dat Aalst floreert en een bevolkingsgroei kent gedurende de zestiende eeuw. De periode van de Spaanse Oorlog in de jaren 1570 en 1580 brengen hier verandering in. Het Land van Aalst krijgt zware economische klappen toegedeeld en ook op het vlak van de linnenindustrie gaat het slechter. Tegen het begin van de zeventiende eeuw is de situatie reeds hersteld en zal Aalst pas echt een belangrijke rol gaan spelen in de linnenindustrie. De linnenindustrie in Aalst wordt verder gekenmerkt door een vrij protectionistisch régime en op deze manier slaagt Aalst erin om zijn positie 33 VERMOESEN (R.), Urbanisatie en ruralisatie van de Aalsterse regio. Deel 3: Invloed van de economische crisis en de krijgsverrichtingen op de Aalsterse regio ( )., In: Het Land van Aalst, (2003), p VERMOESEN (R.), Urbanisatie en ruralisatie van de Aalsterse regio., p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p VERMOESEN (R.), Entrepeneur versus spinner., p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p VAN DER WEE (H.) ET D HAESELEER (P.), Ville et campagne dans l industrie linière à Alost et dans ses environs (fin du moyen âge temps modernes). In: DUVOSQUEL (J.M.) EN THOEN (E.)(EDS.), Peasants & Townsmen in medieval Europe. Studia in Honorem Adriaan Verhulst. Gent, Snoeck-Ducaju & zoon, 1995 p

19 op de markt nog sterker te maken 39. De groei van de Aalsterse linnenindustrie zet zich door tot het derde kwart van de zeventiende eeuw. De zeventiende eeuw was echter allesbehalve een gemakkelijke eeuw voor de linnenindustrie. De enige reden waarom de Aalsterse linnenmarkt het vrij goed bleef doen was dankzij de vele leningen die door de overheid werden toegekend. Deze leningen zullen voor enkele decennia een zware last blijken 40. In het derde kwart van de zeventiende eeuw zal de politiek van Lodewijk XIV de groei van de linnenmarkt enigszins afremmen. Met het ondertekenen van het Verdrag van Utrecht in 1713 komt hier weer verandering in en zien we een nieuwe groeifase in het Land van Aalst. De ontwikkeling van de linnenindustrie zet zich voort tot na De voortdurende bevolkingsgroei zorgt ervoor dat de vraag groter wordt dan het aanbod waardoor de prijzen voor linnen sterk toenemen. De drang om meer te produceren kent zware gevolgen: de productiekosten stijgen sterk waardoor de linnenindustrie niet meer zo sterk was als voorheen 41. Opnieuw slaagt de industrie erin om zich te herstellen maar de crisis van 1840 brengt een genadeslag toe. De prijzen voor het linnen dalen dramatisch en de buitenlandse concurrentie neemt sterk toe. De linnenindustrie zal er niet meer in slagen zich volledig te herstellen. Naast de linnenindustrie is het Land van Aalst vooral gekend voor de winning van hop. We hebben al eerder vermeld dat Aalst één van de belangrijkste productiecentra was. In Vandenbroeke kunnen we lezen dat de hopteelt tot 10% van het akkerland kon bezetten 42.Het platteland rond Aalst produceerde hop van hoge kwaliteit en dit heeft mede gezorgd voor het hoogtepunt van Vlaamse biersteden 43. De hopteelt kent echter in de achttiende eeuw een zware terugval. Tegen 1750 zien we een daling van het areaal van 30%. De oorzaak hiervan moet worden gezocht in de toenemende buitenlandse concurrentie bovendien was de hopteelt een zeer kapitaalintensieve teelt en waren de opbrengsten veelal wisselvallig. Naast de hopteelt is de tabaksteelt gedurende een korte periode op het einde van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw belangrijk. De incentive voor deze teelt kwam door de prijsdaling van de graangewassen terwijl de prijzen van tabak toenamen 44. De linnenindustrie omvast een heel belangrijke groep werknemers, namelijk de spinsters. Volgens de schepenen van Erembodegem zouden wel vijfhonderd vrouwen op duizend zich dit beroep eigen gemaakt hebben 45. Reinoud Vermoesen benadrukt dat het spinnen werd aangewend om een inkomen te verkrijgen. Het spinnen was een noodzaak voor de vrouwen, die vaak weduwen waren, om te kunnen overleven. Spinnen wordt aanzien als een eindfase in het productieproces van de linnenindustrie. Men vond nooit het gehele productieproces binnen één huishouden terug, maar deze laatste fase wordt sterk vertegenwoordigd 46. In tegenstelling tot wat we enkele zinnen eerder hebben verklaard, is het feit dat het spinnen als een overlevingsstrategie werd aangewend, toch niet helemaal correct. Vermoesen heeft ontdekt dat spinnewielen te vinden zijn in alle welvaartscategorieën. Hij maakt hier wel nota van een mogelijke vertekening door inwonende meiden 47. Het spinnen blijkt vooral een vrouwenzaak te zijn, ook jonge kinderen worden ingeschakeld in het spinproces. De vrouwen blijken dus een centrale schakel te zijn in de Aalsterse linnenindustrie. In de loop van de achttiende eeuw 39 VAN DER WEE (H.) ET D HAESELEER (P.), Ville et campagne dans l industrie linière à Alost, In: p VERMOESEN (R.), Urbanisatie en ruralisatie van de Aalsterse regio., p VAN DER WEE (H.) ET D HAESELEER (P.), Ville et campagne dans l industrie linière à Alost, p VANDENBROEKE (C.), Landbouw in de Zuidelijke Nederlanden , p VERMOESEN (R.), Urbanisatie en ruralisatie van de Aalsterse regio., p VANDENBROEKE (C.), Landbouw in de Zuidelijke Nederlanden , p VERMOESEN (R.), Entrepeneur versus spinner. Spinsters. Hun plaats in de markt en het huishouden (Regio Aalst, ). In: Het Land van Aalst (2006), p VERMOESEN (R.), Entrepeneur versus spinner., p VERMOESEN (R.), Entrepeneur versus spinner., p

20 wordt het spinnen wel een manier van overleven. Vooral de doorgedreven areaalversnippering en de stijging van de pachtprijzen zorgde ervoor dat men steeds vaker cash geld nodig had Dienstpersoneel Omdat uit eerdere studies bleek dat het dienstpersoneel een grote invloed had op het huwelijksgedrag is het niet onbelangrijk om hier dieper op in te gaan. Het dienstpersoneel maakt namelijk ruim 10 procent uit van de Oost-Vlaamse bevolking 49. Volgens de gegevens van Jaspers en Stevens (tabel 8) is het aantal dienstboden in de streek van Aalst eigenlijk vrij laag. Vermoedelijk hangt dit samen met de grootte van de bedrijven. Uit een vorige tabel kunnen we afleiden dat er in de regio Aalst meer bedrijven zijn van twee tot drie hectare in vergelijking met andere regio s. Jaspers en Stevens halen aan dat er op deze half-leefbare bedrijven minder personeel kan worden tewerkgesteld 50. Als we deze gegevens vergelijken met deze voor het Brugse Vrije dan valt het onmiddellijk op dat het aandeel dienstpersoneel in het Brugse Vrije het dubbele bedraagt dan in het Land van Aalst. In tabel 8 zien we dat er amper 6,9 procent van de totale bevolking van het arrondissement Aalst op het einde van het Ancien Régime, dienstpersoneel was. Voor het Brugse Vrije zien we in de volkstelling van 1796, dat dit percentage stijgt tot 12 procent. Ook Gyssels en Van der Straeten bevestigen dat er minder dienstpersoneel in het Land van Aalst te vinden is omwille van de ruime verspreiding van de keuterbedrijfjes 51. Bovendien kan men buiten de bedrijfsgrootte ook een onderscheid maken tussen de aard van de landbouw. In gebieden waar veeteelt centraal staat, ziet men dat er meer vrouwelijk dienstpersoneel aanwezig is dan in gebieden waar akkerteelt dominant was 52. Bovendien kunnen we vaststellen dat in gebieden met veeteelt eerder dienstboden werden aangeworven omdat het vee het hele seizoen door moest worden verzorgd. Gebieden waar aan graanteelt werd gedaan, kenmerkte zich door een groter aantal dagloners 53. Het verschil tussen dienstboden en dagloners gaat verder dan dat. Een dienstbode was veelal jong en vrijgezel en werkte meestal voor een langere termijn bij de boer. De dienstbode kreeg naast een loon ook voedsel en onderdak. Dagloners waren vaak getrouwd en werd voor korte periodes aangenomen. In tegenstelling tot dienstboden verbleven zij niet op het erf samen met de boer 54. Het dienstpersoneel is een interessante bevolkingsgroep om te onderzoeken omdat het dienstbodeschap een overgangsfase is tussen de kindertijd en het volwassen zijn 55. Dit wil zeggen dat bijna iedereen ooit in zijn leven in het Ancien Régime dienstbode is geweest. Het dienstbodeschap loopt meestal af kort voor het huwelijk en vandaar dat de huwelijken van dienstboden vlak na het beëindigen van het contract vallen, in de maand mei. Thijs Lambrecht doet in zijn artikel Slave to the Wage een verder 48 VERMOESEN (R.), Entrepeneur versus spinner., p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p GYSSELS (C.) EN VAN DER STRAETEN (L.), Bevolking, arbeid en tewerkstelling in West-Vlaanderen ( ), Gent, Sanderus, 1986, p LAMBRECHT (T.), Slave to the wage? Het dienstpersoneel op het platteland in Vlaanderen (16 e -18 e eeuw). In: Oost-Vlaamse Zanten, 1(2001), p DESCHUYTENEER (L.), Les journaliers et les domestiques. De rurale arbeidsorganisatie in het Scheldedepartement op het einde van het ancien régime. Gent (onuitgegeven masterscriptie Universiteit Gent), 2009 (promotor: T. Lambrecht), p DESCHUYTENEER (L.), Les journaliers et les domestiques. p DELAHAYE (V.), T is altijd beter wat te lang vertoeft, als wat te vroeg begonst. Het voorhuwelijkssparen van dienstboden binnen het Brugse Vrije in de achttiende eeuw. In: Tijdschrift voor sociale en economische geschiedenis 3(2006), p

21 onderzoek naar het moment waarop dienstpersoneel werd aangeworven. Hij komt tot de conclusie dat dit sterk streekgebonden was. In Vlaanderen is het zo dat de arbeidscontracten startten op één mei. Deze datum had een sterke symbolische waarde want deze periode werd gesymboliseerd door de terugkeer van de zomer. Bovendien was deze datum het begin van de drukste periode in het agrarische seizoen waardoor er veel werkkrachten nodig waren op het erf 56. Waarom dat het dienstpersoneel een belangrijke rol speelt in het huwelijkspatroon in Vlaanderen komen we te weten in het artikel van Veerle Delahaye. Hier kunnen we lezen dat dienstboden bijzonder goed lagen op de huwelijksmarkt. Ze maakten namelijk een veel grotere kans op een huwelijk dan jongeren die nog thuis woonden omwille van hun uitgebreide sociale contacten. Bovendien kreeg een dienstbode voedsel en onderdak op het erf dat hij/zij bewerkte en kon hij/zij meer geld sparen 57. Thijs Lambrecht komt tot een gelijkaardige conclusie. Wanneer we het bestedingspatroon van dienstboden op Ter Hoyen bekijken, dan valt het onmiddellijk op dat er aan voeding bitter weinig wordt besteed. Een groot deelt werd besteed aan kledij en het valt op dat vrouwen een groot aandeel linnen aankopen. Dit linnen was waarschijnlijk bestemd voor de bruidsschat 58. Dit bestedingspatroon bevestigt wat Veerle Delahaye beschrijft in haar artikel, namelijk dat het dienstpersoneel meer geld kon sparen en dat ze daarom goed lagen in de huwelijksmarkt. We zijn al te weten gekomen dat de verhouding dienstboden/dagloners verandert naargelang het type teelt. Het is dan ook logisch dat deze verhouding ook verandert naarmate de prijs van vee of graan verandert. Stijgt de graanprijs, dan zal de boer zich concentreren op veeteelt en neemt het aantal dienstboden toe. Omgekeerd geldt hetzelfde: als de veeprijs stijgt, dan zal de boer zich concentreren op graanteelt en zien we een toename in het aantal dagloners 59. De graanprijzen staan bovendien in verband met de grond en pachtprijzen. In een volgend hoofdstukje wordt dit kort aangehaald. Een ander kenmerk van dienstpersoneel dat in verband kan gebracht worden met huwelijkspatronen, is de beduidend hogere huwelijksleeftijd bij deze bevolkingsgroep 60. De hoge huwelijksleeftijd is een belangrijk kenmerk in de door Hajnal beschreven Western European Marriage Pattern dat in een volgend hoofdstuk kort aan bod zal komen. 56 LAMBRECHT (T.), Slave to the wage? Het dienstpersoneel op het platteland in Vlaanderen., p DELAHAYE (V.), T is altijd beter wat te lang vertoeft, als wat te vroeg begonst, p LAMBRECHT (T.), Slave to the wage? Het dienstpersoneel op het platteland in Vlaanderen., p DESCHUYTENEER (L.), Les journaliers et les domestiques. p DESCHUYTENEER (L.), Les journaliers et les domestiques. p. 3 15

22 % mannen % vrouwen Totaal Arrondissementen Aalst 7,8 5,9 6,9 Dendermonde 9,7 8,2 9,0 Eeklo 16,8 10,4 13,8 Gent I 14,5 11,5 13,0 Gent II 13,1 9,2 11,2 Oudenaarde 10,0 7,7 8,9 Sint-Niklaas 13,7 9,0 11,3 Gewogen gemiddelde platteland 12,2 8,8 10,6 Steden Aalst 5,0 8,5 6,8 Deinze 12,6 10,0 11,3 Dendermonde 5,8 10,1 8,3 Eeklo 11,5 10,7 11,1 Geraardsbergen 4,7 6,5 5,7 Lokeren 9,3 8,0 8,7 Ninove 7,6 8,7 8,2 Oudenaarde 4,1 10,1 7,5 Ronse 6,3 6,2 6,3 Sint-Niklaas 7,8 8,5 8,2 Gewogen gemiddelden steden 7,5 8,7 8,2 Tabel 8: Dienstpersoneel t.o.v. de totale bevolking van Oost-Vlaanderen JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p

23 Hoofdstuk 2: Het huwelijk in de Vroegmoderne Tijd 2.1. Western European Marriage Pattern door J. Hajnal 62 Als we spreken over nuptialiteit dan is het bijna een verplichting om het over het Western European Marriage Pattern te hebben. Dit huwelijkspatroon werd voor het eerst in de jaren 1960 beschreven door John Hajnal ( 1924). Hajnal is als Brits wiskundige onder de geschiedkundigen met zijn theorie bekend geworden. In zijn theorie wordt benadrukt dat het huwelijkspatroon in West-Europa zeer uniek is. Hajnal onderscheidt in dit opzicht twee belangrijke aspecten: ten eerste merkte hij op dat de huwelijksleeftijd in West-Europa zeer hoog was (tussen 23 en 27 jaar) en ten tweede zag hij dat een groot deel van de bevolking nooit huwde, tot 15 procent van de bevolking bleef celibatair. We kunnen dus spreken over een restrictief huwelijkspatroon. Dit patroon vertoont zich enkel in West- Europa. In Oost-Europa merkte Hajnal op dat de huwelijksleeftijd laag was. Hajnal bevestigde met zijn theorie dat men in West-Europa pas huwde als men in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien. In Oost-Europa was de samenleving georganiseerd in grote huishoudens waardoor men opgenomen werd in een groter economisch systeem en men vroeger op eigen benen kon staan Partnerkeuze en huwelijksleeftijd Wanneer we het huwelijksgedrag in de vroegmoderne tijd willen nagaan, en meer bepaald, in welke maand en op welke weekdag men trouwde, dan is het belangrijk dat we het concept huwelijk dieper bespreken. Een literatuurstudie die hiervoor heel geschikt is, is deze van Chris Vandenbroeke, Vrijen en Trouwen van de middeleeuwen tot heden. Dit werk zal dan ook uitvoerig aan bod komen voor dit onderdeel van mijn thesis. Het huwelijk lijkt voor de moderne mens een eerder vrolijk concept waarbij de vrije keuze centraal staat. Wij hebben alle technologische middelen ter beschikking om over de hele wereld een partner te kunnen kiezen. Onze samenleving is daardoor veranderd in een gemengde samenleving waar alle nationaliteiten te vinden zijn. Er is geen regelgeving, formeel of informeel, die ons oplegt wie onze huwelijkspartner moet worden. Trouwen uit vrije wil lijkt voor ons voor de hand liggend, maar hoe ging dit in de vroegmoderne tijd in zijn werk? Het huwelijk in de vroegmoderne tijd is nooit enkel en alleen een zaak van de betrokken individuen, maar ook van hun families en de gemeenschap waarin ze leven. Het kiezen van een juiste huwelijkspartner ging gepaard met strike en vooral religieus getinte regels 64. In de vroegmoderne tijd was het allesbehalve ongewoon dat men ging trouwen binnen de eigen stand en zelfs met personen die binnen eenzelfde beroepscategorie waren tewerkgesteld. Bovendien zocht men vooral een partner uit de onmiddellijke buurt, waardoor de sociale endogamie nog eens versterkt werd door een regionale endogamie 65. De sprookjes over 62 HAJNAL (J.), European marriage patterns in perspective, In: GLASS (D.V.) AND EVERLSEY (D.E.C.)(EDS.), Population in History. Essays in historical demography. London, London Edward Arnold LTD, 1965,p HAJNAL (J.), European marriage patterns in perspective, p CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., In: BURGGRAEVE (R.), CLOET (M.), DOBBELAERE (K.) EN LEIJSEN (L.) (red.), Levensrituelen. Het huwelijk. Leuven, Universitaire Pers, 2000, p VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. Seks, liefde en huwelijk in historisch perspectief. Brussel, Elsevier, 1986, p

24 trouwen met een welgesteld iemand om op die manier sociale promotie te kunnen maken waren eerder uitzondering dan regel 66. Jongens die klaar waren voor het uitkiezen van een partner werden meer dan eens gewaarschuwd om zich niet te laten verleiden door mooie en of geleerde vrouwen. Er zijn meer dan genoeg voorbeelden in de volkskunde om aan te tonen dat dit toch wel een belangrijk onderdeel was van de partnerkeuze, zo getuigt volgend citaat: Femme qui parle latin, enfant nourri de vin ne font pas bonne fin. 67 Anders dan schoonheid en geleerdheid, was de aandacht voor de inhoudelijke waarden bij de partnerkeuze het belangrijkste. Opvallend is wel dat deze ethiek zich vooral liet gelden bij de meer vermogende middens. Bij de lagere klassen werd er wel rekening gehouden met romantiek binnen een relatie 68. Het huwen uit liefde in de rijkere sociale klassen werd pas een voorrecht tegen het einde van de vorige eeuw, en dan nog was het een uitzondering. Volgens Hans Storme hangt de partnerkeuze af van volgende elementen 69 : - Persoonlijke sympathie - Familiale belangen - Sociaal-economische positie - Financiële vooruitzichten - Ethische en religieuze principes - Tradities, overtuigingen, etc. Dat de keuze van de partner van zeer groot belang was, tonen volgende citaten aan: Daer hanght soo veel aen, met wie dat men sy selve voor zijn leven verbindt. 70 Van een goet Partuer en hanght niet alleenelijck het tydelijck welvaeren, den tydelijcken peys en vrede in het huyshouwen: maer oock d inwendige rust der consciëntie, d eeuwig welvaeren, de Saligheyt van Man, Vrouw, Kinderen, en de heel Familie. 71 Een ander misverstand dat onder meer Chris Vandenbroeke aanhaalt is deze van het vroeg huwen in de vroegmoderne tijd. Uit de studie blijkt dat men enkel in de gegoede middens al in de jeugd trouwden. In de realiteit waren er slechts heel weinig tienerhuwelijken 72. De meeste huwelijk vonden plaats tussen de 25 en 30 jaar. Het valt zelfs op dat er tegen het einde van de achttiende eeuw nog later werd gehuwd. Chris Vandenbroeke schuift hiervoor twee redenen naar voor: een eerste reden is het verdwijnen van de zogenaamde sterftecrisissen zoals de pest en oorlogen. Hierdoor kwamen huwelijksverbrekingen steeds minder vaak voor en hadden de jongeren die zich op de huwelijksmarkt aanboden nauwelijks kans op een huwelijk. Ten tweede stelt Vandenbroeke vast dat de tewerkstelling in de huisnijverheid achteruit gaat, door de toenemende concurrentie van mechanische bedrijven. Bovendien stegen de pacht en grondprijzen enorm snel. Door al deze 66 VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden, p VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden, p VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden, p STORME (H.), Die trouwen wilt voorsichtelijck. Predikanten en moralisten over de voorbereiding op het huwelijk in de Vlaamse bisdommen (17 e -18 e eeuw). Leuven, Universitaire Pers, 1992, p STORME (H.), Die trouwen wilt voorsichtelijck, p STORME (H.), Die trouwen wilt voorsichtelijck, p VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden.p

25 factoren moest men veel langer sparen om een eigen bedrijfje te kunnen kopen of huren en was het bijna onmogelijk geworden om als zelfstandige aan het werk te kunnen 73. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw kunnen we opmerken dat de huwelijksmarkt zich zal herstellen. Vandenbroeke gaat met deze thesis in tegen de theorie die Franklin Mendels al eerder voor Vlaanderen had uitgewerkt. Mendels stelt, dat het extra inkomen dat gehaald werd uit de proto-industrie, gebruikt werd als een spaarpot waardoor men vroeger in het huwelijk kon treden. De huwelijksleeftijd zal dus volgens Mendels verlagen met de opkomst van de proto-industrie 74. Vandenbroeke stelt vast dat de huwelijksleeftijd toeneemt en dat het extra inkomen een noodzaak was om te kunnen overleven. Ook Myron Gutman bevestigt in zijn onderzoek dat de huwelijksleeftijd niet daalde met het opkomen van de industrie Het huwelijk in de regio Aalst Om de seizoenschommelingen van het huwelijk in de regio Aalst beter te kunnen analyseren, hebben we een algemeen beeld nodig van de nuptialiteit in Oost-Vlaanderen in de periode die voor mij interessant is. Hiertoe heb ik tabellen overgenomen uit het werk van Jaspers en Stevens die een evolutie van de huwelijkscoëfficiënt weergeeft op het platteland en in de arrondissementen. De bruto huwelijkscoëfficiënt (BHC) is het aantal huwelijken tegenover de totale bevolking, weergeven per 1000 inwoners. Periode Coëfficiënt , , , , , , , , , , , , , , ,7 Tabel 9: Evolutie van de huwelijkscoëfficiënt op het platteland in Vlaanderen ( ) 76 Zoals we de analyse van Jaspers en Stevens kunnen volgen, zien we een opmerkelijk hoge BHC op het einde van de zeventiende eeuw. In deze periode werden nog coëfficiënten bereikt van 13. In de loop van de achttiende eeuw kunnen we een daling waarnemen en ook in de negentiende eeuw zet deze dalende tendens zich voort. Dit huwelijkspatroon, dat duidelijk aansluit bij het restrictieve huwelijkspatroon van Hajnal, werd veroorzaakt door de toenemende economische crisis op het 73 VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. pp DEVOS (I.), Marriage and economic conditions since 1700: the Belgian case. p DEVOS (I.), Marriage and economic conditions since 1700: the Belgian case. P JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p

26 platteland en door de demografische groei 77. Bovendien halen we uit het werk van Jaspers en Stevens dat de gemiddelde huwelijksleeftijd bij vrouwen rond 1700 ongeveer 25/26 jaar is, terwijl deze toeneemt tot 27,5 jaar tegen We kunnen dus besluiten, analoog met Chris Vandenbroeke, dat de proto-industriële ontwikkeling die zich heeft voorgedaan in de achttiende eeuw, geen positieve invloed had op het huwelijksgedrag in Vlaanderen. Arrondissementen BHC Steden BHC Aalst 8,82 Aalst 7,50 Dendermonde 7,86 Deinze 4,77 Eeklo 8,97 Eeklo 6,21 Gent I 8,00 Geraardsbergen 8,17 Gent II 7,97 Lokeren 6,35 Oudenaarde 7,90 Ninove 6,69 Sint-Niklaas 7,56 Oudenaarde 7,90 Ronse 6,10 Sint-Niklaas 7,37 Gent 10,09 Gewogen gemiddelde platteland: 8,12 Gewogen gemiddelde provinciesteden: 6,78 Gewogen gemiddelde platteland + provinciesteden: 8,05 Tabel 10: BHC in Oost-Vlaanderen per arrondissement of stad De hoogste waarden van het BHC in 1796 vinden we ondermeer in het arrondissement alsook de stad Aalst. De BHC is echter geen correcte waardemeter om het aantal huwelijken in een regio weer te geven. We hebben het over een brutocijfer. De BHC houdt immers rekening met de gehele bevolking. Vandaar dat het beter is om gebruik te maken van de index van nuptialiteit of de I m. In Gyssels en Van der Straeten vinden we volgende definitie: Deze index drukt de verhouding uit van het aantal gehuwde vrouwen ten op zichte van het totaal aantal vrouwen uit de leeftijdscategorie jaar. 80 Onderstaande kaarten 3 en 4 geven de BHC en de I m weer in Oost- en West-Vlaanderen in het jaar GYSSELS (C.) EN VAN DER STRAETEN (L.), Bevolking, arbeid en tewerkstelling in West-Vlaanderen ( ), Gent, Sanderus, 1986, p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p JASPERS (L.) EN STEVENS (C.), Arbeid en tewerkstelling in Oost-Vlaanderen, p GYSSELS (C.) EN VAN DER STRAETEN (L.), Bevolking, arbeid en tewerkstelling in West-Vlaanderen p

27 Figuur 3: BHC in Oost- en West-Vlaanderen (1796) 81 Figuur 4: I m -waarden in Oost- en West-Vlaanderen (1796) GYSSELS (C.) EN VAN DER STRAETEN (L.), Bevolking, arbeid en tewerkstelling in West-Vlaanderen p GYSSELS (C.) EN VAN DER STRAETEN (L.), Bevolking, arbeid en tewerkstelling in West-Vlaanderen p

28 2.4. Ritme van huwelijkssluitingen Dit onderwerp is van zeer groot belang voor mijn onderzoek. Ik wil namelijk nagaan in welke maand en op welke weekdag de mensen huwden in de vroegmoderne tijd, en meer bepaald in de regio van het Land van Aalst. De uiteindelijke bedoeling is om mijn bevindingen te toetsen aan de theorie van onder andere Chris Vandenbroeke. Chris Vandenbroeke bekijkt de evolutie van de maandschommelingen en maakt hierbij enkele opmerkingen. Er blijkt een sterk geritmeerd verloop te zijn tijdens het Ancien Régime en het grootste deel van de negentiende eeuw 83. Opvallend is dat er bijna niet getrouwd werd in de maanden maart, juli, augustus, september en december. Wat zijn de oorzaken hiervan? De oorzaken vinden we vooral in de religieuze sfeer. De maanden maart en december vallen min of meer samen met de vasten en de advent 84. Een periode die volgens de catechismus minder geschikt is voor het huwelijk. We halen hiervoor een citaat uit de Mechelse catechismus aan: Waerom en laet de H. Kercke de Houwelijcken niet toe in den Advent ende Vasten? Want het tyden zyn van Penitentie ende devotie / de welcke door de blijschap / die op de Bruyloften ghemeynelijck gheschiedt belet worden. 85 Er is vastgesteld dat deze ongeschreven wet vrij strikt werd nageleefd tot de late achttiende en het begin van de negentiende eeuw. Op het Vlaamse platteland werd dit voorschrift volgens Vandenbroeke wel veel langer nageleefd, namelijk tot de Eerste Wereldoorlog. Er zijn niet enkel en alleen religieuze oorzaken voor de maandschommelingen die door Chris Vandenbroeke werden vastgesteld. Ook socio-economische factoren spelen wel degelijk een grote rol in de keuze van het tijdstip van het huwelijk. Het is meer dan normaal dat er in tijden van veel veldwerk, namelijk in de zomermaanden, nagenoeg niet wordt gehuwd. Slechts tegen het einde van de negentiende eeuw zien we een nivellering van de maandschommelingen optreden, door de opkomst van de industrie 86. We zien zelfs een volledige ommekeer wanneer er in de zomermaanden zelfs meer zal worden gehuwd dan op andere momenten van het jaar. Er is reeds besproken welke maanden het minst populair waren om te trouwen, laten we nu dan verdergaan met de maanden die in de vroegmoderne tijd het meest populair waren. Chris Vandenbroeke stelt in zijn werk Vrijen en trouwen vast dat de maand mei veruit de meest populaire huwelijksmaand was. We kunnen dit in verband brengen met het feit dat in deze maand de pachtcontracten maar ook de dienstcontracten van knechten en meiden vervielen. Naast het belang van maandschommelingen mogen we de dagschommelingen niet uit het oog verliezen. Hier wil ik het ook over hebben in mijn thesis. Voor de theoretische achtergrond maak ik opnieuw gebruik van het werk van onder andere Chris Vandenbroeke. In het Ancien Régime was huwen op de zondag de regel. Vooral tijdens de eerste helft van de zeventiende eeuw werd het huwelijk ingezegend tijdens de zondagsmis, ondanks enkele negatieve opmerkingen van de clerus die 83 VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. P Het verbod om te huwen tijdens de advent en de vasten wordt ook wel de Tempore Clauso genoemd en zal dieper besproken worden in een volgend hoofdstuk. 85 CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., In: BURGGRAEVE (.), CLOET (M.), ea., Levensritielen: het huwelijk. Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2000, p VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. P

29 blijkbaar het verstoren van de mis door het uitdelen van gelukswensen niet kon appreciëren 87. Jozef De Brouwer heeft in deze context een interessant artikel geschreven. In De kerk en het ontspanningsleven in het aartsbisdom Mechelen in het begin van de 18 e eeuw komen we meer te weten over de uitspattingen die met een huwelijk gepaard gingen. Al van bij de ondertrouw sprak men van schincken ende drincken, tieren, raesen ende vernachen 88. Onder de vele misbruiken die de Brouwer bespreekt, hoort ook het bruiloftsmalen waar iedereen verplicht was te geven sekere somme gelts voor de nieuw getrouwde 89. Bovendien duurde het feest meestal van zondag tot donderdag of vrijdag waardoor het gezin en het bedrijf werden verwaarloosd. Kortom: de genodigden maakten het vaak veel te bont waardoor er al snel werd voorgesteld om een wet uit te vaardigen die slechts een maximum aantal genodigden zou toelaten en waar de duurte van het bruiloftsfeest werd beperkt tot anderhalve dag 90. Op 10 juli 1711 verscheen het plakkaat om de misbruiken bij huwelijken tegen te gaan 91. We kunnen ons voorstellen dat deze misbruiken bij een huwelijksinzegening tijdens de misviering op zondag kwaad bloed zette bij de priester. Met het verplicht maken van het burgerlijk huwelijk en het uitvaardigen van bovenstaande wet, stelt Vandenbroeke vast dat trouwen op zondag niet meer de gewoonte is. Ook maandag en vrijdag leken minder populair. Maandag werd in de vroegmoderne tijd omschreven als zot van de week en was dus niet geschikt voor een huwelijk, op vrijdag mocht er volgens de kerkelijke voorschriften geen vlees gegeten worden en kwam het feesten dus in gedrang. We kunnen bovendien vaststellen dat er vooral op vrijdag burgerlijke huwelijken werden gesloten, waarna op zaterdag het kerkelijk huwelijk plaatsvond. Het trouwen op zaterdag hield trouwens nog een sociaal-economische reden in. Vooral in de negentiende en twintigste eeuw is trouwen op zaterdag zeer populair en dit vooral omdat de dagloners en fabrieksarbeiders dan op zondag konden uitrusten om maandag gewoon weer aan het werk te gaan 92. Bij de rijkere families werd er in het midden van de week gehuwd, meer bepaald op dinsdag, woensdag of donderdag. Het was zelfs niet ongewoon om de festiviteiten meerdere dagen in beslag te laten nemen. Die festiviteiten werden echter niet door iedereen geapprecieerd. Zo kwam er in 1531 een ordonnantie van Karel V waarbij gesteld werd dat een bruiloft voortaan niet langer dan twee dagen mocht duren. Onder Filips II werd deze ordonnantie bovendien nogmaals bevestigd en zelfs in de achttiende eeuw kwam deze meer dan eens ter sprake 93. We kunnen al duidelijk maken dat religieuze praktijken een belangrijke invloed uitoefenen op het tijdstip waarop mensen huwen. Ook Ann Kussmaul erkent dit (zie infra). 87 VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. P DE BROUWER (J.), De kerk en het ontspanningsleven in het aartsbisdom Mechelen in het begin van de 18 e eeuw., In: Eigen schoon en de Brabander, 1(1992), Brussel, Koninklijk Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, p DE BROUWER (J.), De kerk en het ontspanningsleven in het aartsbisdom Mechelen., p DE BROUWER (J.), De kerk en het ontspanningsleven in het aartsbisdom Mechelen., p DE BROUWER (J.), De kerk en het ontspanningsleven in het aartsbisdom Mechelen., p VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. P VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. P

30 2.5. Religie en huwelijk De tempore clauso Met de term tempore clauso worden de periodes bedoeld wanneer de Kerk het sluiten van een huwelijk uitdrukkelijk verbood, namelijk tijdens de vasten en de advent. Net zoals we eerder in deze thesis hadden aangehaald, komt dit ongeveer overeen met de maanden maart en december. We kunnen ons hierbij de vraag stellen of het verbod op huwen tijdens de maand december ertoe leidde dat men in de zestiende en zeventiende eeuw ervoor koos om vooral in de maand november te trouwen? Ann Kussmaul koos ervoor om met lente en herfstindexen te werken. Het valt haar op dat vooral de herfstindex steeds hoog bleef, met weliswaar een verschuiving naar de maand december 94. Het probleem van de schommelingen die bepaald worden door de vasten en de advent is veel complexer dan we zouden kunnen bedenken. Het is immers zo dat de vasten elk jaar verschuiven. Pasen valt nooit op dezelfde dag. Om dit probleem op een correcte manier te kunnen aanpakken, is het belangrijk om te omschrijven wanneer de verbodsperiodes precies vallen in de Kerkelijke kalender. Een eerste verbodperiode start op de vierde zondag voor Kerstmis. Omdat Kerstmis een vaste datum heeft, namelijk 25 december, is de adventperiode een periode die steeds vastligt. De advent valt altijd op de zondag die ligt tussen 27 november en 3 december, ze eindigt altijd op 24 december 95. De mate van verschuiving is dus miniem en compleet anders dan bij de vasten. Omdat de advent nagenoeg de gehele maand december omvat, zullen we de decemberindex gebruiken als indicatie voor eventuele secularisering van het huwelijk. Als er inderdaad een secularisering zou optreden vanaf de achttiende eeuw, dan moeten we in het onderzoek van het Land van Aalst kunnen vaststellen dat de decemberindex zal toenemen. De vastentijd kunnen we evenwel niet afbakenen, dit omdat Pasen steeds op een andere dag valt. Pasen valt op de zondag die volgt op de eerste volle maan na het begin van de lente. Hierdoor is het mogelijk dat Pasen valt tussen 22 maart en 25 april. De vasten begint steeds op Aswoensdag voor Pasen en telt veertig dagen. 94 KUSSMAUL (A.), Time and Space, Hoofs and Grains: The seasonality of marriage in England. In: Journal of interdisciplinary History, 4(1985), pp Advent, in: < geraadpleegd op 25 februari

31 Figuur 5: Liturgische Kalender 96 De tempore clauso omvat dus twee perioden die in totaal ongeveer een vijfde van het jaar omvatten. We kunnen echter vaststellen dat de tempore clauso niet altijd strikt werd nagevolgd. Om dringende redenen werden sommige huwelijken toch in deze periode afgesloten. Bijvoorbeeld als de vrouw al hoogzwanger was en men schandalen wou voorkomen of als een weduwnaar dringend nood had aan een moeder voor zijn kinderen. In de huwelijksakten werd dit dan weergegeven met de term dispensatio 97. Bovendien is er een verschil aan te treffen tussen de vasten en de advent. Voor huwelijken tijdens de advent leek men toleranter te zijn dan voor huwelijken tijdens de vasten. Vooral vanaf de late achttiende eeuw werden de adventsvoorschriften steeds vaker aan de kant geschoven. 96 ZEEBROEK (R.), De katholieke liturgische kalender. In: MORELLI (A.) EN PERQUY (B.) (eds.), Devotie en godsdienstbeoegening in de verzamelingen van de Koninklijke bibliotheek. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 2005, pp. 9-28, p CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., p

32 Dit in tegenstelling tot het strikte naleven van de vastenregels nog tot de Eerste Wereldoorlog 98. Het doel is om eerst een geschiedenis weer te geven van de ontwikkeling van de tempore clauso en deze ontwikkelingen dan te toetsen aan de bevindingen die ik heb gemaakt voor de regio rond Aalst. Verder wil ik er ook op duiden dat het de bedoeling is om een vergelijking te maken met de thesis van Frederiek Sercu 99 die handelt over hetzelfde onderwerp maar in een andere regio, nl. het Brugse. Deze vergelijking zal later in deze thesis aan bod komen. De tempore clauso is een belangrijke oorzaak van de seizoensschommelingen die we kunnen vinden bij het ritme van de huwelijkssluitingen Huwelijkswetgeving Het Concilie van Trente ( ) heeft een belangrijke rol gespeeld in de regulering van het kerkelijk huwelijk. De meest voelbare innovatie van het Concilie van Trente was de invoering van een verplichte canonieke vorm voor de huwelijkssluiting. Door de verplichting van de aanwezigheid van de eigen pastoor en twee getuigen, werd een einde gemaakt aan de plaag van clandestiene huwelijken waar de Kerk meer te kampen had. Bovendien moest het huwelijk tot driemaal toe aangekondigd worden aan het publiek. De huwelijksbannen moesten ook geregistreerd worden 100. De huwelijksbannen werden op drie opeenvolgende zon- of feestdagen in de kerk aangekondigd. Eventuele zorgen voor het komende huwelijk konden dan kenbaar gemaakt worden aan de priester door de parochianen 101. Het huwelijksrecht bleef tot aan het einde van het Ancien Régime exclusief in handen van de Kerk. Alleen voor secundaire kwesties had ook de Staat iets te zeggen. Onder het Oostenrijks bewind leidden bemoeienissen van de staat echter tot een guerre matrimoniale. Deze oorlog was de aanleiding tot het huwelijksedict van Jozef II in Hierbij werden jongeren beneden de 25 jaar onbekwaam verklaard om zonder toestemming van de ouders te huwen. Voortaan werd ook de controle over het huwelijk als burgerlijk contract toegewezen aan wereldlijke rechtbanken. Tegen de secularisering van het huwelijk werd fel geprotesteerd. Tijdens de Brabantse Omwenteling werd het edict afgeschaft, om in 1796 weer definitief ingevoerd te worden tijdens het Franse Bewind MATTHIJS (K.) EN VAN DE PUTTE (B.), Huwen tijdens de advent en de vasten in de 19 e eeuw in Vlaanderen. In: Belgisch tijdschrift voor nieuwste geschiedenis, 31(2001), 1-2, p SERCU (F.), Huwelijkssluiting tijdens de Nieuwe Tijd. 100 CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., p CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., p CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., p

33 De ondertrouw Tijdens het onderzoek van mijn thesis ben ik een aantal keren gestoten op deze term. Vooral in het Alfabetisch repertorium van de families te Erembodegem 103, een gezinsreconstructie van de hand van D. Meert, kwam deze term regelmatig aan bod. Het is dan ook voor de hand liggend, dat ik deze term wat verder definieer. In de Mechelse catechismus vinden we volgende definitie: Een enckele belofte van malcanderen te trouwen op bequaemen tijt. 104 Deze wederzijdse belofte was een belangrijke tussenstap naar het feitelijke huwelijk. Eigenlijk kunnen we zeggen dat er getrouwd werd in twee etappes: eerst verloofde men zich, per verba de futuro (matrimonium initiatum) en dan volgde het eigenlijke huwelijk, per verba de praesenti (matrimonium ratum) 105. De ondertrouw diende vooral om na te gaan of de trouwers aan alle voorwaarden voldeden om een geldig huwelijk te sluiten. De pastoor controleerde of ze beiden bij hun volle verstand waren, of hun ouders akkoord gingen, of ze katholiek waren, of ze gevormd waren en of ze uit vrije wil met elkaar zouden trouwen. Bovendien moesten ze binnen de veertig dagen hun trouwbelofte vervullen 106. Toch gaf de ondertrouw vaak aanleiding tot betwistingen omdat ze regelmatig zonder toestemming van de ouders werd gehouden. Veel processen die gehouden werden wegens schending van de trouwbeloften, gingen bijna altijd over dit type van verbintenis. In de tweede helft van de achttiende eeuw lijkt het er echter op dat de ondertrouw in onbruik geraakt 107. Onder andere in het bisdom Mechelen, waar het Land van Aalst deel van uitmaakt. In 1790 werd de kwestie besproken op een vergadering van dekens. De aartsbisschop beval dat er een einde moest komen aan de toenemende neiging om de ondertrouw te laten vallen MEERT (D.), Alfabetisch repertorium van de families te Erembodegem , s.l., s.e., 1999, te raadplegen op: < 104 CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., p STORME (H.), Die trouwen wilt voorsichtelijck. p CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd., p CLOET (M.) EN STORME (H.), Relatie en huwelijk in de Nieuwe Tijd. ; p STORME (H.), Die trouwen wilt voorsichtelijck.p

34 Hoofdstuk 3: De theorie omgezet in de praktijk: Dag-en maandschommelingen in de regio Aalst: De mate waarin vastgehouden wordt aan het Kerkelijke verbod op huwen tijdens de vasten en de advent, kan als graadmeter aanzien worden voor secularisering van het huwelijk. Daarom zal ik voor de casus het Land van Aalst de dag en maandschommelingen van naderbij onderzoeken. In de internationale literatuur is het zo dat men verwacht dat het aantal huwelijken tijdens de tempore clauso in de zeventiende eeuw heel laag was, en dus dat de kerkelijke regelgeving nauwgezet wordt opgevolgd. In de negentiende eeuw is er dan weer een stijgende tendens op te merken. In hoeverre deze tendens te linken valt aan de tanende invloed van de Kerk is niet zeker. Een belangrijke oorzaak van dit soort huwelijken kan liggen aan een stijging van het aantal voorhuwelijkse zwangerschappen. Hier moeten we echter in het achterhoofd houden dat er priesters moesten zijn die bereid waren om het huwelijk in te zegenen. De wet die ingevoerd werd door het Concilie van Trente, het zogenaamde Tametsidecreet (1563), verplichtte immers de aanwezigheid van een priester en twee getuigen om het huwelijk te laten erkennen. De secularisatie, die een uitdrukking is van de mate van vervreemding van de bevolking van de Kerk, kan volgens Lesthaege op twee manieren benaderd worden. The pressure from the catholic church not to allow marriages during these closed periods and the pressure from the young adults or the widowed to engage in sex prior to marriage but to avoid an illegitimate child 109. Hier zien we een duidelijke tweestrijd met langs de ene kant het verbod van de Kerk op te huwen in de gesloten periodes maar langs de andere kant de druk vanuit de bevolking om te huwen. Die druk kan volgens Koen Matthijs een gevolg zijn van de vervreemding van de Kerk. Met andere woorden: als we een stijging kunnen waarnemen van de aanvragen om te huwen in de gesloten periodes, dan kunnen we dit relateren met een verdere vervreemding van de Kerk 110. Toch moet er hier ook rekening gehouden worden met het aantal gedwongen huwelijken, waarbij een premaritale zwangerschap de oorzaak is en niet zozeer de vervreemding. Toch is het echter nog altijd mogelijk om een huwelijk tijdens de gesloten perioden te vermijden. We moeten echter erkennen dat er een belangrijk regionaal verschil waar te nemen valt, ondanks de stelling van C. Vandenbroeke dat er geen echte verschillen te zien zijn tussen de huwelijkssluitingen in de stad en op het platteland MATTHIJS (K.) EN VAN DE PUTTE (B.), Huwen tijdens de advent en de vasten in de 19 e eeuw in Vlaanderen. In: Belgisch tijdschrift voor nieuwste geschiedenis, 31(2001), 1-2, p MATTHIJS (K.) EN VAN DE PUTTE (B.), Huwen tijdens de advent en de vasten in de 19 e eeuw in Vlaanderen. P VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. P

35 3.1. Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied waar ik heb voor gekozen, bestaat uit de onmiddellijke regio van de stad Aalst. Ik heb het dan meer bepaald over Aalst, Erembodegem, Moorsel, Hofstade, Welle, Iddergem en Denderleeuw. Op figuur 6 is deze regio in het rood aangeduid. Figuur 6: De onderzochte regio in het Land van Aalst 112 Dat ik ervoor gekozen heb om mijn onderzoeksgebied te beperken, kan misschien een vertekend beeld geven. Het is immers zo dat een klein onderzoeksgebied meer toevalligheden kan bevatten dan wanneer men een groter onderzoeksgebied zou nemen. Ik heb er uiteraard wel voor gezorgd dat alle onderzochte gemeenten grenzen aan elkaar. Verder kan ik niet ontkennen dat het eenvoudiger en praktischer was om te werken in mij eigen stadsarchief. Toch ben ik ervan overtuigd dat de resultaten die ik heb bekomen, reeds een mooi beeld geven van de huwelijkspatronen in het Land van Aalst. Ik nodig hierbij toekomstige masterstudenten uit om na te gaan of de huwelijkspatronen verschillen in andere regio s binnen het Land van Aalst. 112 FAGEL (R.) EN ONNEKINK (D.) (red.), Oorlog en samenleving in de Nieuwe Tijd, Maastricht, Shaker Publishing, 2005, p

36 3.2. Maandschommelingen De maandschommelingen moeten een weergave worden van het aantal huwelijken per maand per periode. Voor de regio Aalst heb ik ervoor gekozen om te werken met 25-jarige periodes (met uitzondering van de eerste en laatste periode). Om de maandschommelingen te berekenen, is het handig om gebruik te maken van indices die ervoor zorgen dat een eventuele evolutie duidelijker wordt weergegeven. Om deze indices te berekenen, vertrekken we van het daggemiddelde 113 : de resultaten voor de maand januari delen we door eenendertig, februari door achtentwintig en een kwart, maart door eenendertig, april door dertig, enz. Vervolgens delen we de som van het aantal huwelijken binnen een periode door 365,25 om het jaargemiddelde te bekomen. Dit getal wordt dan gebruikt om de indices van de maandschommelingen mee te berekenen. Onderstaande tabellen dienen ter verduidelijking januari 0,19 0,19 0,42 0,45 0,52 februari 0,11 0,07 0,32 0,57 0,64 maart 0,03 0,06 0,16 0,10 0,10 april 0,17 0,03 0,33 0,13 0,20 mei 0,26 0,13 0,39 0,81 1,06 juni 0,10 0,27 0,27 0,47 0,63 juli 0,13 0,10 0,39 0,42 0,45 augustus 0,13 0,10 0,16 0,29 0,32 september 0,07 0,07 0,20 0,37 0,23 oktober 0,03 0,06 0,19 0,29 0,23 november 0,07 0,07 0,13 0,63 0,23 december 0,03 0,65 0,32 0,16 0,03 Jaargem. 0,1 0,2 0,3 0,4 0,4 Tabel 11: Daggemiddelden Iddergem( ) Tabel 12 geeft de daggemiddelden weer voor de gemeente Iddergem. De gegevens worden bekomen door het aantal huwelijken in een bepaalde maand te delen door het aantal dagen in die maand. Dit wil zeggen dat er in de periode in de maand maart gemiddeld 0,06 huwelijken per dag plaatsvonden. 113 VANDENBROEKE (C.) en VANHAUTE (E.), Statistiek, in: ART (J.), Hoe schrijf ik de geschiedenis van mijn gemeente, deel III b, p

37 januari 176,7 128,5 153,2 116,2 133,7 februari 97,0 47,0 116,4 145,7 165,1 maart 29,5 42,8 58,9 24,9 25,1 april 152,2 22,1 121,8 34,3 51,8 mei 235,6 85,7 141,4 207,4 275,8 juni 91,3 177,1 97,4 120,0 164,1 juli 117,8 64,3 141,4 107,9 117,0 augustus 117,8 64,3 58,9 74,7 83,6 september 60,9 44,3 73,1 94,3 60,4 oktober 29,5 42,8 70,7 74,7 58,5 november 60,9 44,3 48,7 162,9 60,4 december 29,5 428,4 117,8 41,5 8,4 Tabel 12: Maandschommelingen Iddergem( ) Tabel 13 geeft de maandschommelingen weer voor de gemeente Iddergem. Bovenstaande getallen worden bekomen door de gegevens uit tabel 12 te delen door het jaargemiddelde van de bijhorende periode. Dit getal wordt dan vermenigvuldigd met 100. Wanneer we deze gegevens uitzetten op een grafiek, dan bekomen we een duidelijk overzicht van hoe het aantal huwelijken per maand fluctueert doorheen de tijd. In deze thesis zal worden nagegaan welke maand de meest populaire was om te huwen in de regio Aalst. De resultaten van dit onderzoek zal dan vergeleken worden met de resultaten bekomen door F. Sercu. We maken een opdeling in twee regio s: we nemen Welle, Iddergem,Denderleeuw, Erembodegem, Hofstade en Moorsel bij elkaar tot één geheel. Deze regio wordt verder in de thesis omschreven als de gemeenten. De stad Aalst wordt apart besproken. De gegevens over maand en dagschommelingen van elke gemeente apart zijn terug te vinden in bijlage Maandschommelingen gemeenten jan 98,19 103,96 104,79 127,23 103,53 119,48 95,17 84,90 96,89 108,61 90,18 feb 107,74 121,69 170,94 157,07 202,86 142,95 138,10 150,21 148,86 125,76 142,66 maart 0,00 20,79 36,82 31,81 36,97 42,32 56,63 43,89 19,38 50,93 37,48 april 0,00 64,46 29,27 78,06 95,52 108,03 70,71 112,20 100,70 99,07 88,35 mei 196,37 117,82 93,47 112,65 189,80 175,90 206,07 203,88 193,23 167,78 200,27 juni 101,46 100,26 90,73 108,19 94,24 101,17 95,90 112,20 143,03 102,94 100,45 juli 196,37 103,96 110,46 112,65 83,81 75,51 131,35 108,00 106,86 94,38 100,72 aug 294,56 69,31 70,81 83,50 76,41 83,80 74,72 84,90 103,54 98,87 96,04 sept 101,46 114,59 87,80 63,00 67,50 68,59 69,90 73,41 82,96 82,04 100,45 okt 0,00 214,85 161,44 117,96 86,27 102,89 100,68 90,10 98,55 126,59 103,07 nov 101,46 164,72 219,50 167,08 150,28 122,61 116,22 114,59 102,98 109,91 105,29 dec 0,00 6,93 31,16 46,39 22,18 60,57 46,41 26,57 8,31 35,20 38,65 Tabel 13: maandschommelingen gemeenten ( ) Wat ons in deze tabel onmiddellijk opvalt is het lage aantal huwelijken in de maand maart met een dieptepunt in de periode Verder valt het op dat december een sterk schommelend 31

38 Index Index verloop kent met een hoog aantal huwelijken in en maar een extreem laag aantal huwelijken in Gemiddeld kunnen we zeggen dat het aantal huwelijken in de onderzochte gemeenten hoog lag in de maanden februari, mei en november. De zomermaanden en vroege herfst vertonen een laag aantal huwelijken ten opzichte van de andere maanden. Hier moeten we wel opmerken dat de periode van juni tot en met september een gelijke spreiding kent van het aantal huwelijken. 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 7: Gemiddelde Maandschommelingen gemeenten ( ) Figuur 7 heeft ons al een idee van welke maanden al dan niet populair waren om te huwen, interessanter zou echter zijn om een opdeling te maken per periode. Op deze manier is het mogelijk om een trend te vinden en eventueel een hypothese hieraan te koppelen. We maken een opdeling in 25 jarige periodes. De eerste en de laatste periode zijn uitzonderingen en omvatten minder dan 25 jaar. Dit kan dus een vertekend beeld geven maar zijn voor de volledigheid wel opgenomen in het onderzoek. 350,00 300,00 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 8: Maandschommelingen gemeenten

39 Index Figuur 8 toont een stabiel aantal huwelijken in de maanden januari en februari, gevolg door een sterke daling naar het nulpunt in de maanden maart en april. Dan kunnen we een sterke stijging waarnemen met een hoogtepunt in mei. De maand juni wordt gekenmerkt door een lager aantal huwelijken terwijl we een sterke stijging kunnen opmerken in de maanden juli en augustus. Vanaf dan zien we een dalende lijn tot in oktober, met een kleine heropleving in november om dan weer het nulpunt te bereiken in december. Voor deze grafiek moeten we ons een paar kanttekeningen maken: in deze periode is het aantal records veel lager dan in de late zeventiende eeuw. Vandaar dat deze resultaten sterk vertekend kunnen zijn. 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 9: Maandschommelingen gemeenten Figuur 9 toont ons een meer realistischer verloop dan figuur 6 omwille van de langere onderzochte periode. De dalen in maart en december kunnen we opnieuw linken aan de tempore clauso die nog verder zal onderzocht worden. Na de oogstmaanden juli, augustus en september zien we een duidelijk maximum in oktober. Dit kan reeds wijzen op het feit dat men kiest om te huwen in een bepaalde maand omwille van economische en religieuze reden. Men huwde wanneer het mocht en wanneer het kon. Vandaar dat we zien dat een dal al snel gevolgd wordt door een opvallende piek. Deze grafiek toont aan dat vooral de herfstmaanden oktober en november populair waren. 33

40 Index Index 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 10: Maandschommelingen gemeenten Op bovenstaande grafiek merken we op dat het maximum zich situeert in november. Dit maximum kan veroorzaakt zijn door het lage aantal huwelijken in december. De mensen trouwen in november omdat ze in december gebonden zijn aan kerkelijke regels. Dezelfde verklaring geldt voor februari, in deze maand wordt het lage aantal, dat we op figuur 8 in de maanden maart en april aantreffen, gecompenseerd. Het aantal huwelijken tussen mei en september lijkt voor stabiel. 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 11: Maandschommelingen in de gemeenten Deze grafiek vertoont een gelijkaardig patroon als figuur 10. We nemen opnieuw twee maxima waar: één in februari en één in november. De verklaring hiervoor zoeken we opnieuw in het compensatieeffect die we bij figuur 10 ook al hebben aangehaald. Opvallend is hier het plateau in de maanden mei, juni en juli die gevolg worden door een sterke daling in augustus en september. Deze daling heeft vermoedelijk te maken met het oogstseizoen. 34

41 index Index 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 12: Maandschommelingen gemeenten Bij figuur 12 kunnen we al een eerste opmerkelijke verandering aantreffen: voor het eerst zal het aantal huwelijken in mei zich onderscheiden van de andere maanden. Samen met februari en november, is mei een maximum in de periode Waarom het aantal huwelijken in mei groot is, bespreken we in een ander hoofdstuk in deze thesis. We merken bovendien opnieuw op dat de maanden juni tot oktober ongeveer gelijke indices hebben. De huwelijken zijn dus gelijk verdeeld in de zomer en herfstmaanden. 200,00 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 13: Maandschommelingen gemeenten De evolutie die gestart is in zet zich voort. De meimaand is nu de meest populaire huwelijksmaand. Met een index van ongeveer 180 onderscheidt deze maand zich nu nog duidelijker van de rest. De pieken in februari en november zijn sterk afgezwakt. Het aantal huwelijken in de maanden juni, juli, augustus en september is opnieuw ongeveer gelijk. 35

42 Index Index 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 14: Maandschommelingen gemeenten Als we figuur 14 bekijken, dan zien we onmiddellijk dat het aantal huwelijken in mei opnieuw is toegenomen. De index is opgeklommen van 180 in de periode naar 200 in de periode De rest van de grafiek kent een nagenoeg identiek verloop als figuur 13. We zien opnieuw dat de pieken, die in de late zeventiende eeuw zeer opvallend waren, nog steeds aanwezig zijn maar sterk zijn afgezwakt. Het grote verschil is te vinden in de zomermaanden waar juli nu het voortouw neemt. Het verschil tussen maart en april is ook kleiner geworden. De dieptepunten in maart en december, met als oorzaak de tempore clauso, zijn nog steeds aanwezig maar minder uitgesproken. 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 15: Maandschommelingen gemeenten Het aantal huwelijken in mei in de periode blijft stabiel maar is nog steeds hoog. Verder merken we op in figuur 15 dat de piek in februari zich meer laat onderscheiden en dat het verschil tussen februari en maart groter wordt alsook het verschil tussen maart en april. Met andere woorden: het dieptepunt in maart wordt duidelijker. Opnieuw lijken de zomermaanden geen plateau 36

43 Index Index meer te vormen met de herfstmaanden. In deze bovenstaande grafiek is er een lichte daling waar te nemen te bekijken van juni naar september. Verder kunnen we opmerken dat de decemberindex ook duidelijker is geworden ten opzichte van figuur ,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 16: Maandschommelingen gemeenten Figuur 16 herbevestigt wat we in figuur 15 al konden opmerken: de dieptepunten in maart en december worden duidelijker wat er op wijst dat de invloed van de Kerk in deze periode toeneemt. We moeten hier wel rekening houden met de periode waarin deze grafiek zich situeert. We zien hier hoe het Franse bewind en het invoeren van de burgerlijke stand een invloed kent op de tendens naar secularisering. Het invoeren van de burgerlijke stand leidt ertoe dat gelovigen zich nog meer aan de Kerk gaan binden als teken van verzet tegen het Franse bewind. Vandaar dat het normaal is dat in deze periode de maart en decemberindex bijna tot het nulpunt worden herleid. Verder kunnen we de lichte daling in de zomer en herfstmaanden opnieuw opmerken. Op deze grafiek telt mei nog altijd een hoog aantal huwelijken maar is het verschil met juni beduidend kleiner geworden. 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 17: Maandschommelingen gemeenten

44 Index Index Op deze figuur zien we dat de situatie terug normaliseert naar hoe de situatie was voor de Franse periode. De indices van maart en december zijn fors gestegen en mei onderscheidt zich wederom duidelijker van de rest van het jaar. Verder zien we dat het aantal huwelijken in de maanden juni tot september ongeveer gelijk ligt. Het hoge aantal huwelijken in oktober en november zijn opmerkelijk. 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00 Maand Figuur 18: Maandschommelingen gemeenten Figuur 18 is een bijzondere grafiek waar het plateau tussen juni en november sterk opvalt. Het aantal huwelijken dat in deze periode plaatsvindt is nagenoeg gelijk. De minima in maart en december zijn, zoals verwacht, aanwezig samen met het hoogtepunt in mei. Verder valt de piek in februari op Maandschommelingen Aalst 200,00 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 19: Maandschommelingen Aalst Op figuur 19 kunnen we vaststellen dat het aantal huwelijken in januari relatief hoog was. Dit valt vooral op omdat we met een extreem laag aantal huwelijken zitten in de maanden februari en maart. 38

45 Index Index Dit lage aantal valt daardoor tussen twee pieken, waaronder deze van de maand april. De maand april is in deze korte periode de populairste maand. De maanden die volgen, verdelen de huwelijken ongeveer gelijkmatig onder elkaar, alleen de meimand is licht populairder dan de maanden juni tot september. In oktober kunnen we dan weer een lichte stijging vaststellen dat dan gevolgd wordt door een daling in november en een dieptepunt in december. 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 20: Maandschommelingen Aalst, Bovenstaande grafiek vertoont een andere patroon dan figuur 19. We starten echter wel opnieuw met een extreem hoog aantal huwelijken in januari, gevolgd door een sterke daling in februari en maart. De maand mei is populair maar onderscheidt zich niet van de andere maanden zoals op de vorige grafiek. Het aantal huwelijken lijkt evenredig te zijn verdeeld gedurende de rest van het jaar. Er is wel een licht dalende tendens vast te stellen naar december toe, vooral het dal in juli valt op. Opmerkelijk is het hoge aantal huwelijken in december. 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 21: Maandschommelingen Aalst

46 Het patroon uit figuur 20 keert ongeveer terug. Opnieuw zien we dat januari een hoog aantal huwelijken kent, gevolgd door een dal in februari en maart. In de periode konden we al opmerken dat februari zich onderscheidt van maart maar op bovenstaande grafiek valt dit nog meer op. Maart kenmerkt zich als een echt dieptepunt, gevolgd door een maximum in april en mei. In de zomer en herfstmaanden zien we opnieuw een gelijk aantal huwelijken met lichte pieken in augustus en oktober. De index voor december neemt sterk af maar is nog steeds hoog. 200,00 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Figuur 22: Maandschommelingen Aalst In de periode zien we dat de meimaand zich duidelijker gaat profileren als populaire huwelijksmaand. Met een index van ongeveer 180 is deze maand veruit de populairste. In schril contrast staat de maand maart met amper een index van ongeveer 45. We zien wel een duidelijk verschil met de periode : het aantal huwelijken in januari is gelijk gebleven maar deze in februari lijken zich te herstellen en komen op gelijke hoogte. Voor de rest zien we in deze periode aan laag aantal huwelijken in de zomer en herfstmaanden met een uitzondering in de maand oktober dat een dieptepunt kent. Opnieuw kunnen we geen minimum vaststellen in december. 40

47 Index Index 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 23: Maandschommelingen Aalst In zien we dat de meimaand nog steeds een hoog aantal huwelijken kent, maar dat deze maand niet meer zo opvalt als in We merken een duidelijk dalende tendens op naar het einde van het jaar toe. Januari kent opnieuw een hoog aantal huwelijken in tegenstelling tot februari en het minimum in maart. 200,00 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 24: Maandschommelingen Aalst Figuur 24 vertoont een atypisch patroon in vergelijking met de grafieken die handelden over andere periodes. De enige normale waarneming dat we voor de periode kunnen doen, is dat de maand mei veruit de meest aantrekkelijkste huwelijksmaand is. Voor alle andere maanden lijkt het alsof de huwelijken evenredig gespreid zijn. We zien zelfs een gelijkmatige opeenvolging van pieken en dalen in de maanden juni tot december. We zien een dal bij de maanden maart en december maar het dal is niet van die aard dat we kunnen zeggen dat dit absolute dieptepunten zijn die de tempore clauso weerspiegelen. 41

48 Index 200,00 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 25: Maandschommelingen Aalst Een eerste opmerking die ik hier wil maken voor ik aan de beschrijving van deze grafiek begin, is het feit dat er iets interessants opdook in de parochieregisters. Voor het eerst zag ik een uitdrukkelijke vermelding van de term tempore clauso. Voor latere periodes werd zelfs vermeld wanneer het Pascha of Adventus was. In deze parochieregisters werden er zelfs nauwelijks huwelijken ingezegend in deze tijden van penitentie en devotie. Een voorbeeld van deze vermelding in de parochieregisters voor de periode is weergegeven als figuur 26. Figuur 26: Bron: SAA, parochieregisters trouwen , nr. 10 Net omdat de vermelding tempore clauso steeds vaker voorkomt, kunnen we vermoeden dat er strikter aan de vasten en adventsregels werd gehouden. Grafiek 25 bevestigt dat vermoeden door een duidelijk minimum te vertonen in de maanden maart en december. In de periode liggen de indices voor deze maanden nog steeds vrij hoog maar het verschil met figuur 24 is duidelijk aanwezig. Voor de andere maanden kunnen we vaststellen dat de maand mei zich opnieuw profileert als de meest populaire huwelijksmaand. Januari en februari tellen een gelijk aantal huwelijken en de 42

49 Index maanden juni tot oktober kennen een licht dalende trend. We stellen een kleine piek vast in de maand november, gevolgd door het minimum in december. 200,00 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 27: Maandschommelingen Aalst De periode kenmerkt zich door extreme minima in de maanden maart en december. Voor deze periode kwamen we niet alleen de term tempore clauso tegen in de parochieregisters maar werden de vasten en adventsperiode ook uitdrukkelijk vermeld. Figuur 28: Bron: SAA, Parochieregisters trouwen , nr

50 Index Figuur 29: Bron: SAA, Parochieregisters trouwen , nr. 10 Figuren 28 en 29 maken duidelijk een melding van Pasen en advent voor het jaar Deze vermelding komt ettelijke malen terug in deze periode. Het feit dat deze vermelding niet altijd terugkomt in alle parochieregisters bevestigt de hypothese dat de pastoor de uiteindelijke beslissing neemt of hij het huwelijk wil inzegenen of niet. Vermoedelijk is het voor de periode zo dat de pastoor de kerkelijke regels zeer strikt navolgde en nauwelijks een huwelijk toeliet tijdens de tempore clauso. Voor de andere maanden zien we opnieuw het typische patroon met een maximum aantal huwelijken in mei en een min of meer gelijkmatige verdeling van de huwelijken over de andere maanden in het jaar. Opnieuw zien we een kleine piek in de maand november. 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 30: Maandschommelingen Aalst Deze grafiek toont opnieuw een hoog aantal huwelijken in de maanden april mei en juni. Januari heeft wederom een hogere index dan februari en maart. De zomermaanden worden gekenmerkt door een sterke piek in de maand augustus. Na deze periode lijkt het aantal huwelijken zich te stabiliseren met een lichte daling naar december toe. Het is duidelijk dat er in deze periode minder strikt aan de kerkelijke regels wordt gehouden, er is een klein minimum in maart maar van een minimum in december is geen sprake. 44

51 Index 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00 Maand Figuur 31: Maandschommelingen Aalst In tegenstelling tot de vorige periode gaan de maanden maart en mei zich duidelijk onderscheiden als respectievelijk het dieptepunt en het hoogtepunt. Verder merken we op dat zowel januari als februari een hoog aantal huwelijken kennen. De zomer en herfstmaanden onderscheiden zich opnieuw als een periode met een stabiel aantal huwelijken. December kent een kleine daling maar de index ligt nog steeds opmerkelijk hoger dan in maart Besluit Een algemene tendens dat we kunnen waarnemen voor de stad Aalst aan de hand van alle bovenstaande figuren is het fenomeen dat indices in maart sterk afnemen en zich meer gaan onderscheiden als een minimum. Bovendien is het zo dat we in december nagenoeg nooit een echt minimum kunnen opmerken. Enkel in de periode kunnen we echt spreken van duidelijke dieptepunten in de maanden maart en december. Voor de maand mei kunnen we zeggen dat het aantal huwelijken steeds hoog is maar in tegenstelling tot de omliggende gemeenten zien we een hoog aantal huwelijken gedurende een langere periode: ook de maande april en juni hebben meestal een hoge index. De zomer en herfstpieken die we in de zeventiende eeuw konden opmerken zijn in het midden van de negentiende eeuw niet meer aanwezig. Tenslotte kunnen we voor de stad Aalst opmerken dat het aantal huwelijken in januari meestal hoger lag dan het aantal huwelijken in februari Algemeen Besluit Wanneer we de bovenstaande grafieken onderzoeken, is het duidelijk dat het aantal huwelijken in de gemeenten tijdens de maanden maart en december extreem laag is tegenover de rest van het jaar. Uit het theoretische gedeelte van deze thesis hebben we reeds vernomen dat dit vooral te wijten is aan de vasten en de adventperiode. Wanneer we echter enkel gebruik maken van maandschommelingen om na te gaan hoe strikt men zich houdt aan de vasten en adventregels, dan is de kans groot dat men een vertekend beeld krijgt en dat het aantal huwelijken overschat wordt. 45

52 Index Vooral voor de vasten kan dit een probleem opleveren. Omdat Pasen elk jaar op een andere datum valt, verschuift de vastenperiode mee. Pasen valt steeds ten vroegste op 22 maart en ten laatste op 25 april. Dit wil zeggen dat als we enkel rekening houden met de maand maart om het aantal vastenhuwelijken te bepalen, dat de kans groot is dat er een aantal huwelijken niet meegeteld worden. Vasten kan immers al beginnen in februari en lopen tot eind april. Om de evolutie van het aantal vasten en adventhuwelijken correcter te kunnen weergeven, zal ik in een volgend hoofdstuk gebruik maken van de vasten en adventsindex. Deze methodiek werd uitgewerkt door Lesthaege en wordt besproken in een artikel van Koen Matthijs en Bart Van de Putte 114. Bovendien zien we ook dat de meimaand veruit de huwelijksmaand bij uitstek was. Hiervoor kunnen we twee redenen aanhalen. De eerste reden is het feit dat de contracten van de dienstboden in deze maand werden vernieuwd. Het dienstpersoneel kreeg verlof van één tot drie mei waardoor ze de kans kregen om in deze periode te huwen. Dienstpersoneel mocht namelijk niet trouwen in de periode wanneer ze tewerkgesteld waren. Thijs Lambrecht komt tot dezelfde vaststelling: in perioden waar de dienstboden veel vrije tijd hadden, neemt het aantal huwelijken sterk toe 115. Omdat de maanden april, mei en juni een relatief rustige periode was in het agrarische jaar, hadden de dienstboden veel vrije dagen, daarmee halen we onmiddellijk een tweede reden aan waarom de meimaand zo populair was om te huwen. De maand mei valt na de zaaiperiode en net voor de drukke oogstmaanden Aalst Gemeenten Maand Figuur 32: Maandschommelingen Aalst en gemeenten (gem) ( ) Als we de maandschommelingen in de gemeenten vergelijken met de maandschommelingen in de stad Aalst dan is één ding duidelijk: de dieptepunten in maart en december zijn minder duidelijk aanwezig in de stad Aalst dan in de gemeenten. Maart zal zich wel meer gaan onderscheiden naar het midden van de negentiende eeuw toe, maar het aantal huwelijken in december blijft opmerkelijk hoog in de stad Aalst gedurende de gehele onderzochte periode. Een verklaring kan zijn dat er in de stad de adventsregels veel minder worden nageleefd dan op het platteland. Chris Vandenbroeke stelt ook al vast dat de adventsregels in ieder geval al minder strikt werden nageleefd. Uit dit onderzoek blijkt nu dat de invloed van de Kerk in de stad minder sterk was dan op het platteland. 114 MATTHIJS (K.) EN VAN DE PUTTE (B.), Huwen tijdens de advent en de vasten in de 19 e eeuw in Vlaanderen. 115 LAMBRECHT (T.), Slave to the wage? Het dienstpersoneel op het platteland in Vlaanderen., p

53 Bovendien kunnen we vaststellen dat een herfstpiek in de stad Aalst ontbreekt. Dit heeft te maken met het ontbreken van het agrarische karakter in de stad. In het hoofdstuk Economie en Nuptialiteit ga ik hier dieper op in, ondermeer in verband met de hypotheses van Ann Kussmaul (cfr. Infra). De piek in mei valt voor zowel de stad als de gemeenten duidelijk op. Bovendien is het aantal huwelijken in februari opmerkelijk hoger in de gemeenten dan in de stad. Volgens David Cressy zouden de pieken in de maandschommelingen die we op het platteland vinden, afgevlakt moeten zijn in de stad. Stedelijke huwelijken zijn dus minder seizoensgebonden. Dit blijkt uit onze resultaten onder meer voor de maanden februari en november De Vastenindex en de adventsindex 116 Om een duidelijke evolutie te kunnen vaststellen in het aantal vasten en adventshuwelijken hebben we een maatstaf nodig. In deze thesis maak ik gebruik van twee indexen: een vasten- en een adventsindex 117. Om deze te kunnen berekenen, maak ik gebruik van de methode van Lesthaege. De methode van Lesthaege houdt rekening met een aantal elementen. Het eerste element is het aantal huwelijken tijdens de vasten, het tweede element is het verwachte aantal huwelijken indien de vasten geen invloed zou hebben op het huwelijksgedrag. Als er helemaal geen invloed zou zijn dan zou het aantal vastenhuwelijken ongeveer overeenkomen met alle andere maanden in het jaar. We omschrijven het anders: voor een periode van 50 dagen kunnen we dan 50/365-sten van het totaal aantal huwelijken verwachten. Als we het aantal geobserveerde huwelijken delen door het verwachte aantal huwelijken, dan krijgen we een index. We vermenigvuldigen deze index met 100 om dit beter te kunnen interpreteren. De index is 100 als we geen invloed zien op de vastenhuwelijken, kleiner dan 100 als er minder huwelijken dan verwacht en als de kerkelijke regels stipt worden nageleefd, zal de index dicht bij 0 liggen 118. Vasten: 47 dagen Jaar: 365 dagen Verwacht in vasten: 47/365, 12,9% van het aantal huwelijkssluitingen Berekening van de index voor 1805 Geobserveerd en verwacht aantal huwelijkssluitingen Berekening van de index Geobserveerd in de vasten Geobserveerd in het jaar Verwacht in vasten ,9% van 297=38,3 Geobserveerd/verwacht Vastenindex voor 1805 Tabel 14: Wijze van berekening van de vastenindex 119 0,57 x Voor het berekenen van de vastenperiode heb ik gebruik gemaakt van de data van Aswoensdag en Pasen, te vinden op: < 117 MATTHIJS (K.) EN VAN DE PUTTE (B.), Huwen tijdens de advent en de vasten in de 19 e eeuw in Vlaanderen. p MATTHIJS (K.) EN VAN DE PUTTE (B.), Huwen tijdens de advent en de vasten in de 19 e eeuw in Vlaanderen. p MATTHIJS (K.) EN VAN DE PUTTE (B.), Huwen tijdens de advent en de vasten in de 19 e eeuw in Vlaanderen. p

54 Index Vasten en adventsindex gemeenten Vasten advent Periode Figuur 33: Vasten -en adventsindex gemeenten (a)( ) Periode Vasten advent , ,97 29, ,38 40, ,765 27, ,93 33, ,43 32, ,84 28, ,1 15, ,805 30, ,41 24,77 Gemiddelde 23,06 26,53 Tabel 15: Vasten -en adventsindex gemeenten Als we figuur 33 bespreken, dan stellen we eerst en vooral vast dat de thesis van Chris Vandenbroeke hier duidelijk wordt bevestigd. Deze thesis poneert dat de vastenregels strikter worden nageleefd dan de adventsregels. Bovenstaande grafiek bevestigt dit omdat de adventsindex hier nagenoeg altijd boven de vastenindex ligt en dit wil zeggen dat er dus over de ganse lijn meer wordt getrouwd tijdens de advent dan tijdens de vasten. In deze grafie is het vooral opvallende dat er een zeer sterke stijging is waar te nemen in het begin van de zeventiende eeuw. Vermoedelijk komt dit omdat er voor deze periode veel minder gegevens zijn waardoor we een vertekend beeld krijgen. Daarom heb ik voor de correctheid een grafiek gemaakt zonder deze eerste periode, waardoor de tendens die waar te nemen valt, juister is. 48

55 Index Vasten advent Periode Figuur 34: Vasten -en adventsindex gemeenten (b)( ) Door de grafiek ook zonder de eerste twee periodes en zonder de laatste periode weer te geven, bewijzen we dat het manipuleren van de gegevens een groot gevolg heeft voor het onderzoek ervan. Aan de hand van figuur 34 kunnen we vaststellen dat de daling van de vastenindex veel explicieter was dan deze van de adventsindex. Op deze manier ondermijnen we de thesis van Vandenbroeke die stelt dat de vastenregels veel strikter werden toegepast. Toch mogen we niet uit het oog verliezen dat de vastenindex ook op deze grafiek lager ligt in het begin van de negentiende eeuw dan de adventsindex. Het lijkt dus waar te zijn dat er aan de vastenregels veel langer werd vastgehouden. Als we dit bovendien zouden linken aan het proces van secularisatie dan moeten we vaststellen dat dit niet klopt. Volgens deze grafiek zou men zich nog meer gaan binden aan kerkelijke regels. Dat de vastenindex in de periode hoog is, is uiterst verwonderlijk. Nochtans kunnen we in het werk van Jozef de Brouwer lezen dat er in het Land van Aalst een grote onwetendheid heerste op godsdienstig vlak. Hoewel de Brouwer het hier heeft over de periode , kunnen we vermoeden dat er geen grote veranderingen hebben plaatsgevonden. Jozef de Brouwer wijt de onverschilligheid aan de gebrekkige vorming van de geestelijkheid en van het volk. De kerkdiensten vonden immers plaats in een taal die het volk niet machtig was. Dit leidde tot een overgave aan predikanten die een nieuw geloof verkondigden in de Nederlandse taal. Verder kunnen we lezen dat er in enkele dekanaten binnen het Land van Aalst een aantal publieke zondaars zijn die de huwelijkswet niet echt lijken na te leven. Ook de zondagsviering werd niet altijd stipt nageleefd omwille van de vele feestdagen. Zo heeft de Brouwer het over het feest van O.L. Vrouw geboorte te Opbrakel die de zondagsrust vaker verstoorde. Het huwelijk, dat in deze thesis uitdrukkelijk wordt onderzocht, is volgens de Brouwer een belangrijke graadmeter voor de geloofsbeleving van het volk. Als we deze stelling naleven, dan kunnen we met dit onderzoek de secularisering inderdaad aan de hand van de huwelijksmoraal onderzoeken. In het werk van de Brouwer kunnen we jammer genoeg niets specifieks lezen over het zich houden aan de huwelijkswetten en de onthouding van het huwelijken tijdens de vastenperiode. Wel komen we meer te weten over het al dan niet nuttigen van vlees. Er zijn slechts enkele gegevens over overtredingen waardoor we kunnen denken dat de onthoudingswet vrij goed wordt nageleefd, wat tegenstrijdig is met de gegevens die we voor Zone I 49

56 index hebben gevonden. Als de vastenwet niet wordt nageleefd, moeten de gelovigen bepaalde gebeden bidden en geld schenken aan de parochie Vasten en adventsindex Aalst vasten advent Periode Figuur 35: Vasten -en adventsindex Aalst( ) Periode Vasten Advent ,56 37, ,8 81, ,73 59, ,78 95, ,46 64, ,76 70, ,94 47, ,64 12, ,64 77, ,73 75,97 Tabel 16: Vasten -en adventsindices Aalst 120 DE BROUWER (J.), Bijdrage tot de geschiedenis van het godsdienstig leven, p

57 Index Besluit Eerst en vooral moeten we besluiten dat het gebruik van de vasten en adventsindex een goede keuze was. Aan de hand van volgende grafiek tonen we dit aan. 70,00 60,00 50,00 40,00 30,00 20,00 10,00 0,00 Periode maart december vasten advent Figuur 36: Vergelijking van de vasten/adventsindex met de maart/decemberindex ( ) Figuur 36 bevestigt een al langer bestaand vermoeden: door gebruik te maken van de maart en decemberindex krijg je een overschatting van het aantal huwelijken dat plaatsvindt in de tempore clauso. De indices voor de vasten en adventsindex liggen gemiddeld lager en zijn dus correcter in gebruik. De vasten en de adventsindex voor de gemeenten zijn duidelijk verschillend dan deze voor de stad Aalst. In de stad zien we gemiddeld opvallend hogere indices. Dit duidt aan dat de godsdienstbeleving in de stad minder was dan op het platteland. De rol van de Kerk is dus groter op het platteland en de bewoners ervan waren ontvankelijker voor de kerkelijke regelgeving. We kunnen bovendien vaststellen dat de tendens in het begin van de negentiende eeuw voor zowel de stad Aalst als de omliggende gemeenten dezelfde is. De periode toont een duidelijk zichtbare stijging aan van de vasten en adventsindex. Hieruit kunnen we afleiden dat er meer wordt getrouwd in de verboden periodes en dat er dus een tendens naar secularisering is. Ann Kussmaul stelt hetzelfde vast in de Engelse casus. Er wordt meer getrouwd in de vasten en adventsperiode. Voor Engeland zal december zelfs de meest populaire huwelijksmaand worden in de negentiende eeuw 121. Nochtans zullen we dit moeten nuanceren aangezien we voor de daaropvolgende periode in beide regio s opnieuw een daling kunnen waarnemen van de indices. De laatste periode is korter en daarom minder goed om met de andere periodes te vergelijken, toch kunnen we besluiten dat de nieuwe daling vooral opvalt door de zeer sterke stijging in KUSSMAUL (A.), Time and Space, Hoofs and Grains, p

58 3.5. Mogelijke verklaringen van het gevonden huwelijkspatroon Bij het onderzoek dat hier gevoerd wordt, moeten we met enkele dingen rekening houden. Één ervan is het feit dat niet alle parochies van dezelfde omvang zijn. Het is immers zo dat kleinere parochies een vertekend beeld kunnen geven omdat ze onderhevig zijn aan meer fluctuaties dan parochies met een hoog inwonersaantal. Deze fluctuaties zijn ondermeer afkomstig van lokaal gehouden feesten en het meer of minder voorkomen van seizoenschommelingen. Omdat er veel schommelingen waar te nemen zijn binnen de regio Aalst, is het moeilijk om het verloop van de vasten en adventsindex te verklaren. Zoals eerder vermeld hangen dalende vasten en adventsindices samen met een secularisering van het geloof. In theorie zou die secularisering toenemen naarmate we verder gaan in de tijd. We merken op dat dit enigszins ook klopt voor de periode De sterke daling die we in de voorgaande periode waarnemen, namelijk is opvallend. Hier maken we echter de kanttekening dat dit de periode omvat van het begin van de Franse overheersing. Professor Isabelle Devos heeft me er attent op gemaakt dat dit de periode is van het in voegen treden van het burgerlijke huwelijk. In de parochieregisters laat dit zich merken door een toename van de band met de Kerk en dus een strikter vasthouden aan de kerkelijke regels. Vandaar de sterke afname van zowel de vasten -als de adventsindex. Om na te gaan in hoeverre het verplicht maken van het burgerlijk huwelijk een invloed had, zal ik in de periode en tienjarige opdeling maken van de indices Gemeenten Aalst Figuur 37: Tienjarige vastenindex voor de gemeenten en de stad, In figuur 37 zien we echter een ander patroon dan verwacht. Op het platteland zien we eerst een duidelijke daling van de index tot Deze periode wordt gevolgd door een sterke stijging van de vastenindex om dan tot een lichte daling te komen in Voor de stad Aalst is de stijging nog opvallender. We hebben eerst een lichte daling tot om dan in rechte lijn naar een index van 20 te gaan in De verwachte daling in de periode in blijft dus uit en dit wil zeggen dat het invoegen van het burgerlijk huwelijk tijdens de Franse periode niet de oorzaak is van de dalende indices in deze periode. 52

59 Percentage Een andere opvallend kenmerk dat we gemakkelijk kunnen verklaren is het feit dat de vastenindex bijna altijd lager ligt dan de adventsindex. Chris Vandenbroeke poneerde in zijn werk dat er strikter werd vastgehouden aan het verbod om te huwen tijdens de vasten dan tijdens de advent Keuze van de weekdag voor het huwelijk: Analyse van de populairste huwelijksdag Dagschommelingen in de gemeenten 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% zondag zaterdag vrijdag donderdag woensdag dinsdag maandag Periode Figuur 38: Aantal huwelijken per weekdag in de gemeenten ( ) ma 16,67 8,24 13,30 9,58 9,29 7,84 7,14 5,39 6,85 11,19 12,90 dins 25,00 38,82 22,66 18,68 18,80 16,58 20,01 26,98 36,63 26,79 22,18 woe 0,00 7,06 8,13 12,10 11,75 11,73 12,47 12,14 10,68 12,39 13,31 don 8,33 11,76 11,82 14,52 13,78 12,35 12,88 14,84 12,21 21,45 31,15 vrij 0,00 5,29 7,39 7,16 7,37 6,07 7,27 5,34 4,23 8,30 7,86 zat 16,67 8,24 21,18 22,27 19,02 22,03 14,88 11,85 8,37 10,44 7,66 zon 33,33 20,59 15,52 15,68 19,98 23,40 25,35 23,46 21,02 9,43 4,94 Tabel 17: Aantal huwelijken per weekdag in de gemeenten (%)( ) Figuur 38 vertegenwoordigt het aantal huwelijken per weekdag in de gemeenten Laten we deze grafiek dag per dag bespreken. Maandag: maandag is in de periode een vrij populaire dag samen met woensdag en vrijdag. De periode wordt gekenmerkt door een ongeveer gelijkmatige spreiding van het aantal huwelijken over alle weekdagen. Naarmate de tijd evolueert wordt maandag minder populair. We zien wel een kleine stijging in en in

60 maar het netto resultaat is dat maandag in populariteit afneemt. Als we tabel 18 erbij nemen dan zien we dat maandag daalt van 13,30 % in tot 6,85% in In de periode zien we dan weer een percentage van 12,90%. Dinsdag: in de gemeenten lijkt dinsdag een populaire dag om te huwen. Gemiddeld kunnen we opmerken dat deze dag gedurende de hele onderzochte periode stabiel blijft met uitzondering van twee uitschieters: in zien we een percentage van 38,82 % en in een percentage van 36,36 %. Woensdag: woensdag behoort tot de minst populaire periodes in het midden van de zeventiende en achttiende eeuw met een maximum van 12,17 % in In de negentiende eeuw stijgt het aantal huwelijken op woensdag lichtjes tot 13, 31% in Donderdag: deze dag heeft net als woensdag een lage aantrekkelijkheid. Het percentage van huwelijken gaat op deze dag in de zeventiende eeuw niet boven de 15 %. Het aantal huwelijken op donderdag neemt in de negentiende eeuw wel sterk toe met 31,15 % in de periode Vrijdag: vrijdag is een duidelijk onpopulaire dag in de achttiende eeuw. Het percentage kent een maximum van 8,30 % in Gedurende de ganse zeventiende en achttiende eeuw geraakt het percentage amper boven de 7 %. Zaterdag: zaterdag is de minst aantrekkelijke dag in met 7,66 %. De populariteit voor deze dag schommelt sterk. We zien een hoogtepunt in met 22,27 %. Zondag: Tegen alle verwachtingen in behoort zondag tot de meest populaire huwelijksdagen in het Ancien Régime. In de periode zien we zelfs dat één op drie huwelijken plaatsvond op zondag. Het percentage van deze dag zakt niet onder de 15,52 % gedurende de zeventiende en achttiende eeuw. Deze dag boet wel sterk in aan populariteit in de negentiende eeuw waar we slechts een percentage van 4,94 % kunnen waarnemen in Dag Percentage maandag 9,85 dinsdag 24,83 woensdag 10,16 donderdag 15,01 vrijdag 6,03 zaterdag 14,78 zondag 19,34 Tabel 18: Gemiddelde percentages aantal huwelijken in de gemeenten 54

61 Percentage 25,00 20,00 15,00 10,00 5,00 0,00 Weekdag Figuur 39: aantal huwelijken per weekdag in de gemeenten (gem) Wanneer we de gemiddelden bekijken, dan valt onmiddellijk op dat dinsdag is duidelijk de meest populaire dag is en vrijdag de minst populaire. Opvallend is dat zondag de tweede meest aantrekkelijke dag is in het Ancien Régime voor dit gebied. In het Ancien Régime was huwen op de zondag de regel. Vooral tijdens de eerste helft van de zeventiende eeuw werd het huwelijk ingezegend tijdens de zondagsmis, ondanks enkele negatieve opmerkingen van de clerus die blijkbaar het verstoren van de mis door het uitdelen van gelukswensen niet kon appreciëren 122. Met het verplicht maken van het burgerlijk huwelijk stelt Chris Vandenbroeke vast dat trouwen op zondag niet meer de gewoonte is. Deze evolutie kunnen we ook vaststellen binnen de gemeenten. Zondag was aanvankelijk zeer populair, maar de aantrekkelijkheid van deze dag daalt in de loop van de achttiende eeuw en bereikt het dieptepunt in de negentiende eeuw. 122 VANDENBROEKE (C.), Vrijen en trouwen van de middeleeuwen tot heden. P

62 Percentage Dagschommelingen Aalst 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% zondag zaterdag vrijdag donderdag woensdag dinsdag maandag Periode Figuur 40: Dagschommelingen Aalst( ) maan 7,80 9,59 7,58 8,07 9,52 7,07 9,51 10,93 14,04 4,20 dins 13,30 12,30 12,82 16,81 14,58 15,76 23,61 42,82 4,93 4,02 woens 9,17 11,76 10,59 9,58 10,12 9,29 9,57 7,15 17,74 35,32 dond 14,22 11,49 10,26 11,09 13,10 11,11 10,95 8,10 42,98 35,26 vrij 11,47 10,00 8,14 9,58 9,08 6,87 5,25 3,16 6,74 10,10 zat 25,69 23,38 28,87 22,86 20,83 20,40 12,07 3,99 10,44 10,73 zon 18,35 21,49 21,74 22,02 22,77 29,49 29,05 23,85 3,13 0,38 Tabel 19: Dagschommelingen Aalst (%)( ) We maken eenzelfde bespreking voor de stad Aalst als voor de gemeenten. Ik maak een opdeling per dag en bespreek kort de evolutie van de populariteit van deze dag doorheen de tijd. Maandag: deze dag kent doorheen de hele zeventiende en achttiende eeuw een lage populariteit. We zien enkel een kleine stijging in de periode om een laag aantal huwelijken te kennen in Gemiddeld zal slecht 8,83 % van de Aalsterse stadsbevolking huwen op maandag. Dinsdag is een dag die gekenmerkt wordt door een stijgende populariteit doorheen de achttiende eeuw. We zien een stijging van 13,30 % in naar wel % in Het aantal huwelijken op deze dag keldert in de negentiende eeuw met amper 4,02 % in Woensdag kent een geringe populariteit gedurende de zeventiende en achttiende eeuw. Voor deze periode zien we een gemiddelde van 9 à 10 %. We zien een afname van het aantal huwelijken in om dan zeer populair te worden in de negentiende eeuw. In trouwt 35,32 % van de bevolking op woensdag. 56

63 Percentage Donderdag: deze dag kent ongeveer hetzelfde verloop als woensdag. Het aantal huwelijken blijft ongeveer stabiel tot In de negentiende eeuw merken we dan een sterke stijging op tot 42,98 % in waardoor donderdag even populair wordt als woensdag. Vrijdag wordt gekenmerkt door een laag aantal huwelijken doorheen de onderzochte periode. Vooral midden en eind achttiende eeuw kent een zeer laag percentage op deze dag. Gemiddeld is vrijdag de minst populaire dag voor de stad Aalst met 8,04 % van het totaal aantal huwelijken. Zaterdag blijkt een vrij populaire dag te zijn in de zeventiende eeuw en de eerste helft van de achttiende eeuw. Vanaf 1750 zien we een duidelijke afname van het aantal huwelijken. Het dieptepunt zien we in met amper 3,16 %. In de negentiende eeuw neemt de populariteit weer toe tot 10,73 % in De populariteit van zondag valt sterk op in de loop van de achttiende eeuw. We stellen percentages vast van bijna 30 % in en Een dergelijk hoog aantal huwelijken op zondag in de achttiende eeuw is zeer uitzonderlijk. Het aantal huwelijken op zondag neemt evenwel zeer drastisch af in de negentiende eeuw en wordt in de periode bijna herleid tot 0. Dag percentage maandag 8,83 dinsdag 16,09 woensdag 13,03 donderdag 16,85 vrijdag 8,04 zaterdag 17,93 zondag 19,23 Tabel 20: Gemiddelde dagschommelingen Aalst (%) 20,00 18,00 16,00 14,00 12,00 10,00 8,00 6,00 4,00 2,00 0,00 Weekdag Figuur 41: Gemiddelde dagschommelingen Aalst 57

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

HOOFDSTUK I: DE STEDELIJKE OPSTARTFASE TIJDENS DE VIJF-TIENDE EEUW: CONTEXT EN POSITIONERING 43

HOOFDSTUK I: DE STEDELIJKE OPSTARTFASE TIJDENS DE VIJF-TIENDE EEUW: CONTEXT EN POSITIONERING 43 Pagina INLEIDING 2! A. Relevantie van het studieobject 21 B. Situering van het onderzoek 22 C. Opzet van het onderzoek 27 D. Afbakening in de ruimte 30 E. Afbakening in de tijd 32 F. Methode en bronnen

Nadere informatie

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen

Nadere informatie

Demografie SAMENVATTING

Demografie SAMENVATTING Demografie SAMENVATTING 521.701 inwoners groeiend aantal + 23.723 t.a.v. 2010 Verwachting 2035: +45.870 inwoners Bevolkingsgroei grotendeels door internationale migratie (vooral uit Oost-Europa, Nederland

Nadere informatie

plage-lestijden onderwijzer

plage-lestijden onderwijzer plage-lestijden onderwijzer Schooljaar 2010-2011 - Schooljaar 2011-2012 Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi

Nadere informatie

Huishoudens in schuldbemiddeling: profielen en regionale verschillen

Huishoudens in schuldbemiddeling: profielen en regionale verschillen PERSONEN IN FINANCIËL E MOEILIJKHEDEN : PROFIELEN? Colloquium van het Observatorium Krediet en Schuldenlast, 5 december 2013, Brussel Huishoudens in schuldbemiddeling: profielen en regionale verschillen

Nadere informatie

Marriages and births in the Netherlands/nl

Marriages and births in the Netherlands/nl Marriages and births in the Netherlands/nl Statistics Explained Waarom nog trouwen? Burgerlijke staat en geboortes in Nederland Tekst: Lydia Geijtenbeek - Centraal Bureau voor de Statistiek. Gegevens geëxtraheerd

Nadere informatie

De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens

De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens Bierings, H., Schmitt, J., van der Valk, J., Vanderbiesen, W., & Goutsmet, D. (2017).

Nadere informatie

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België 2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België Martine Corijn D/2011/3241/020 Inleiding Het dalende aantal huwelijken en het stijgende aantal echtscheidingen maakt dat langdurende huwelijken soms minder

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Partner Selection in 19th Century Western Flanders: a Complex Process. The Effect of Age Homogamy on Social Heterogamy

Partner Selection in 19th Century Western Flanders: a Complex Process. The Effect of Age Homogamy on Social Heterogamy Partner Selection in 19th Century Western Flanders: a Complex Process The Effect of Age Homogamy on Social Heterogamy Huwelijk in Europa Western European Marriage Pattern (Hajnal, 1965) 16e 19e eeuw Hoge

Nadere informatie

Levensstandaard Fiscale statistiek van de inkomens

Levensstandaard Fiscale statistiek van de inkomens Levensstandaard Fiscale statistiek van de inkomens De Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie biedt onpartijdige statistische informatie. De informatie wordt conform de wet verspreid, meer

Nadere informatie

De jonge uitkeringstrekkers ten laste van de RVA

De jonge uitkeringstrekkers ten laste van de RVA De jonge uitkeringstrekkers ten laste van de RVA Vooraf Door de aanbevelingen van de Europese Unie is de aandacht momenteel vooral gericht op de werkgelegenheidsgraad van de oudere uitkeringstrekkers.

Nadere informatie

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek 5. Verkrijgen en toekennen van de Belgische nationaliteit 1 5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek Sinds het ontstaan van het Koninkrijk stijgt het aantal vreemdelingen dat Belg wordt

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

De regionale impact van de economische crisis

De regionale impact van de economische crisis De regionale impact van de economische crisis Damiaan Persyn Vives Beleidspaper 11 Juli 2009 VIVES Naamsestraat 61 bus 3510 3000 Leuven - Belgium Tel: +32 16 32 42 22 www.econ.kuleuven.be/vives De regionale

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen

Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen De impact van de economische crisis in West Limburg Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen MEI 2009 1. Werkloosheid 1.1 Niet werkende werkzoekenden Een eerste indicator die de economische

Nadere informatie

Monitor 2016Q4 15 Pag. MONITOR FLEXI-JOBS

Monitor 2016Q4 15 Pag. MONITOR FLEXI-JOBS Monitor 2016Q4 15 Pag. MONITOR FLEXI-JOBS 1 Flexi-jobs: Synthese Tabel 1: Aantal en aandeel flexi-arbeid -2016Q4- Aantal Aandeel Werkgevers 5 223 21,4% Arbeidsplaatsen tijdens kwartaal 1 16 831 9,4% Voltijdsequivalenten

Nadere informatie

De impact van supersterbedrijven op de inkomensverdeling

De impact van supersterbedrijven op de inkomensverdeling VIVES BRIEFING 2018/05 De impact van supersterbedrijven op de inkomensverdeling Relatief verlies, absolute winst voor werknemers Yannick Bormans KU Leuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen,

Nadere informatie

Overzicht en toelichting regioscreening Meetjesland, Leiestreek en Schelde

Overzicht en toelichting regioscreening Meetjesland, Leiestreek en Schelde Overzicht en toelichting regioscreening Meetjesland, Leiestreek en Schelde 1. Bevolkingscijfers Meetjesland, Leiestreek en Schelde 2. Sectorale werkgelegenheid Meetjesland, Leiestreek en Schelde 1.1 Evolutie

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 13 december 2017

PERSBERICHT Brussel, 13 december 2017 PERSBERICHT Brussel, 13 december 2017 Inhaalbeweging voor de landbouwers in 2017 De heeft samen met de gewestelijke overheden en deskundigen de voorlopige schattingen van de Belgische landbouweconomische

Nadere informatie

Centrumsteden SVR PROJECTIES VAN DE BEVOLKING EN DE HUISHOUDENS VOOR VLAAMSE STEDEN EN GEMEENTEN

Centrumsteden SVR PROJECTIES VAN DE BEVOLKING EN DE HUISHOUDENS VOOR VLAAMSE STEDEN EN GEMEENTEN Centrumsteden SVR PROJECTIES VAN DE BEVOLKING EN DE HUISHOUDENS VOOR VLAAMSE STEDEN EN GEMEENTEN 2015-2030 Doel van de presentatie 1. Een schets geven van de verwachte demografische evolutie in de centrumsteden

Nadere informatie

Arbeidsmarkt in Zuid-Oost-Vlaanderen

Arbeidsmarkt in Zuid-Oost-Vlaanderen Arbeidsmarkt in Zuid-Oost-Vlaanderen Update januari 2015 Dit overzicht van de regionale arbeidsmarkt wordt elk kwartaal ruim verspreid naar de stakeholders en lokale besturen in de regio. Elk jaar in januari

Nadere informatie

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken?

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken? Onderzoeksvraag; Waar en waardoor konden in de Tijd van Steden en Staten, oude steden weer tot bloei komen en nieuwe steden ontstaan? In vroege middeleeuwen was er sprake van een agrarische samenleving

Nadere informatie

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur 2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur Martine Corijn D/2011/3241/019 Inleiding FOD ADSEI-cijfers leidden tot de krantenkop Aantal

Nadere informatie

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken?

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken? Onderzoeksvraag; Waar en waardoor konden in de Tijd van Steden en Staten, oude steden weer tot bloei komen en nieuwe steden ontstaan? In vroege middeleeuwen was er sprake van een agrarische samenleving

Nadere informatie

Studiedienst PVDA Studie over de transfers van lonen naar winsten onder de regering-michel.

Studiedienst PVDA Studie over de transfers van lonen naar winsten onder de regering-michel. Studiedienst PVDA Studie over de transfers van lonen naar winsten onder de regering-michel. EEN TRANSFER VAN BIJNA 9 MILJARD UIT DE PORTEMONNEE VAN DE WERKENDE MENSEN NAAR DE BEDRIJFSWINSTEN. EEN VERLIES

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRANK VANDENBROUCKE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN WERK, ONDERWIJS

Nadere informatie

plan.be Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Bevolkingsvooruitzichten

plan.be Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Bevolkingsvooruitzichten Communiqué 8 mei 2008 plan.be Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Bevolkingsvooruitzichten 2007-2060 Kenmerken van de Bevolkingsvooruitzichten

Nadere informatie

Arbeidsmarkt in Zuid-Oost-Vlaanderen

Arbeidsmarkt in Zuid-Oost-Vlaanderen Arbeidsmarkt in Zuid-Oost-Vlaanderen Update Eerste Kwartaal 2014 Dit overzicht van de regionale arbeidsmarkt wordt elk kwartaal ruim verspreid naar de stakeholders en lokale besturen in de regio. Elk jaar

Nadere informatie

Veroudering in het Waasland. Maart 2017

Veroudering in het Waasland. Maart 2017 Veroudering in het Waasland Maart 2017 Inhoud Evolutie 60-plussers 2000-2016 Evolutie 80-plussers 2000-2016 Prognose 60-plussers tot 2030 Prognose 80-plussers tot 2030 Evolutie en prognose bevolkingscoëfficiënten

Nadere informatie

Inhoudstafel. WOORD VOORAF... i LICENTIAATSVERHANDELINGEN

Inhoudstafel. WOORD VOORAF... i LICENTIAATSVERHANDELINGEN Inhoudstafel WOORD VOORAF....................................................... i LICENTIAATSVERHANDELINGEN 1. Hulpwetenschappen................................................ 1 1.1. Chronologie...................................................

Nadere informatie

RUPELMONDE 1796, PROFESSIONELE STRUCTUREN PROFESSIONELE STRUCTUUR.

RUPELMONDE 1796, PROFESSIONELE STRUCTUREN PROFESSIONELE STRUCTUUR. RUPELMONDE 1796, PROFESSIONELE STRUCTUREN PROFESSIONELE STRUCTUUR. Zoals nagenoeg overal elders het geval is met deze telling van het jaar IV, moeten we ook voor Rupelmonde vaststellen dat een precieze

Nadere informatie

Hogescholen denken aan verhoging studiegeld

Hogescholen denken aan verhoging studiegeld De Morgen Hogescholen denken aan verhoging studiegeld Miljoen euro is het bedrag waar de hogescholen naar op zoek zijn. Oorzaak is het recordaantal inschrijvingen Nooit eerder studeerden er zo veel jongeren

Nadere informatie

Profiel van de UVW-WZ: vergelijking 2004/ 2013

Profiel van de UVW-WZ: vergelijking 2004/ 2013 Profiel van de UVW-WZ: vergelijking 24/ 213 Dienst Studies Studies@rva.be Inhoudstafel: 1 INLEIDING 1 2 METHODOLOGIE 1 3 PROFIEL VAN DE UVW-WZ IN 24 EN IN 213 VOLGENS HET GEWEST 2 3.1 De -5-jarigen die

Nadere informatie

DE EVOLUTIE VAN DE BELGISCHE VASTGOEDPRIJZEN IN 2016: DATA ADS 1 INLEIDING

DE EVOLUTIE VAN DE BELGISCHE VASTGOEDPRIJZEN IN 2016: DATA ADS 1 INLEIDING CONFEDERATIE VAN IMMOBILIENBEROEPEN VLAANDEREN Kortrijksesteenweg 1005, 9000 Gent www.cibweb.be DE EVOLUTIE VAN DE BELGISCHE VASTGOEDPRIJZEN IN 2016: DATA ADS 1 INLEIDING De benchmark voor de evolutie

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

Analysenota politieke situatie Centrumgemeenten +30.000 inwoners in Vlaanderen

Analysenota politieke situatie Centrumgemeenten +30.000 inwoners in Vlaanderen Analysenota politieke situatie Centrumgemeenten +30.000 inwoners in Vlaanderen BASISGEGEVENS - de Vlaamse Centrumsteden die minstens 30.000 inwoners tellen (32 in totaal), bepaald volgens het Ruimtelijk

Nadere informatie

2003-2004 UNIVERSITAIR ONDERWIJS

2003-2004 UNIVERSITAIR ONDERWIJS Academiejaar 2003-2004 UNIVERSITAIR ONDERWIJS Aantal generatiestudenten per provincie en arrondissement van woonplaats van de student, per studiegebied, nationaliteit en geslacht ingedeeld Belgische studenten

Nadere informatie

ORGANISATIE VAN DE OPLEIDINGEN

ORGANISATIE VAN DE OPLEIDINGEN ORGANISATIE VAN DE OPLEIDINGEN POLITIEKE & SOCIALE WETENSCHAPPEN COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN De opleidingen worden aangeboden door alle universiteiten, behalve door UHasselt. De opleiding politieke & sociale

Nadere informatie

Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten

Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten Huishoudensprognose 26 2: belangrijkste uitkomsten Elma van Agtmaal-Wobma en Coen van Duin Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 26 tot 8,1 miljoen in 23. Daarna

Nadere informatie

Fiche 3: tewerkstelling

Fiche 3: tewerkstelling ECONOMISCHE POSITIONERING VAN DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE Fiche 3: tewerkstelling In de sector werken meer dan 29.400 personen; het volume van de tewerkstelling stijgt met een constant ritme van 3,7 %,

Nadere informatie

TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID

TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Inhuldiging standbeeld Willem van Oranje & Marnix van Sint-Aldegonde

Nadere informatie

GEMEENTEFINANCIËN: WAAR GAAN DE OCMW S NAARTOE?

GEMEENTEFINANCIËN: WAAR GAAN DE OCMW S NAARTOE? Association de la Ville et des Communes de la Région de Bruxelles-Capitale ASBL Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest VZW GEMEENTEFINANCIËN: WAAR GAAN DE OCMW S

Nadere informatie

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen?

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Welke percepties leven er bij werknemers en studenten omtrent de logistieke sector? Lynn De Bock en Valerie Smid trachten in hun gezamenlijke masterproef

Nadere informatie

Eerder stelde ik reeds een schriftelijke vraag (nr 510 van 16 juli 2015) over de eerste sessie van het toelatingsexamen in juli 2015.

Eerder stelde ik reeds een schriftelijke vraag (nr 510 van 16 juli 2015) over de eerste sessie van het toelatingsexamen in juli 2015. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 557 van ANN BRUSSEEL datum: 9 september 2015 aan HILDE CREVITS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS Toelatingsexamen arts en tandarts -

Nadere informatie

Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt

Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt December 0 Het doel van dit document bestaat erin de evolutie van de prijs van de elektriciteit verkocht aan de beschermde klanten

Nadere informatie

FOCUS "Senioren en het OCMW"

FOCUS Senioren en het OCMW FOCUS "Senioren en het OCMW" Nummer 11 Mei 2015 1. Inleiding In België leeft 15,1% van de bevolking onder de armoededrempel. Dit percentage ligt nog hoger binnen de leeftijdsgroep ouder dan 65 jaar. 18,4

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 juli 2010 De honden en katten van de Belgen Enkele conclusies Ons land telde in 2008 1.167.000 honden en 1.974.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

Verandering in de frequentie van het gemengde huwelijk

Verandering in de frequentie van het gemengde huwelijk Verandering in de frequentie van het gemengde huwelijk G. Dekker Aan het kerkelijk gemengde huwelijk wordt vanuit de sociale wetenschappen niet zo bijzonder veel aandacht geschonken. De belangstelling

Nadere informatie

1. Het begrip kan weg, omdat de overgebleven begrippen. Het begrip kan ook weg, omdat de overgebleven begrippen

1. Het begrip kan weg, omdat de overgebleven begrippen. Het begrip kan ook weg, omdat de overgebleven begrippen Welk Woord Weg Dynamiek en Stagnatie Aanloop 1. commerciële landbouw moedernegotie malthusiaanse spanning - nijverheid 2. waterschappen feodaliteit gilden - Hanze 3. stapelmarkt nijverheid Nederlanden

Nadere informatie

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen in de volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Inleiding In ons recent onderzoek betreffende de gerechtigden op wacht- en

Nadere informatie

nr. 46 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS Dienstencheques - Gebruikers

nr. 46 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS Dienstencheques - Gebruikers SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 46 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Dienstencheques - Gebruikers De dienstencheque (DC),

Nadere informatie

STUDIE. Faillissementen januari 2017

STUDIE. Faillissementen januari 2017 STUDIE Faillissementen januari 2017 01/02/2017 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure is louter ter informatie opgesteld. De gegevens zijn

Nadere informatie

voorgesteld na indiening van het verslag

voorgesteld na indiening van het verslag ingediend op 898 (2016-2017) Nr. 3 23 november 2016 (2016-2017) Amendementen voorgesteld op het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de

Nadere informatie

DE AUDIOVISUELE SECTOR CIJFERS OPLEIDINGSINSPANNINGEN

DE AUDIOVISUELE SECTOR CIJFERS OPLEIDINGSINSPANNINGEN DE AUDIOVISUELE SECTOR CIJFERS 2013 OPLEIDINGSINSPANNINGEN INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING... 2 II. SOCIALE BALANS... 3 III. ANALYSE VAN DE OPLEIDINGSINSPANNINGEN BINNEN HET PC 227... 5 1. REPRESENTATIVITEIT...

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening

Vlaamse Arbeidsrekening Vlaamse Arbeidsrekening Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2014 www.steunpuntwerk.be/cijfers Wouter Vanderbiesen September 2016 Methodologie Steunpunt Werk amsestraat 61 bus

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening

Vlaamse Arbeidsrekening Vlaamse Arbeidsrekening Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2015 www.steunpuntwerk.be/cijfers Wouter Vanderbiesen April 2017 Methodologie Steunpunt Werk amsestraat 61 bus 3551-3000

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie Die publieke opinie in de Europese Unie Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie. Dit werd opgesteld voor de Vertegenwoordiging van de Europese

Nadere informatie

Opleidings- en begeleidingscheques

Opleidings- en begeleidingscheques Opleidings- en begeleidingscheques De Maatregel Om werknemers ertoe aan te zetten een leven lang te leren, draagt de Vlaamse overheid financieel een steentje bij. Sinds september 2003 1 kunnen werknemers

Nadere informatie

1. Op welke manier wordt deze samenwerking tussen steden/gemeenten, de VDAB en de bouwsector concreet ingevuld?

1. Op welke manier wordt deze samenwerking tussen steden/gemeenten, de VDAB en de bouwsector concreet ingevuld? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 420 van JAN HOFKENS datum: 6 maart 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT VDAB - Samenwerkingsverband BouwKan met bouwsector De bestaande

Nadere informatie

Nota: Invaliditeit Aantal en verdeling volgens ziektegroep

Nota: Invaliditeit Aantal en verdeling volgens ziektegroep Nota: Invaliditeit Aantal en verdeling volgens ziektegroep Men valt in het stelsel van invaliditeit na één jaar primaire arbeidsongeschiktheid. De erkenning van invaliditeit geldt voor een bepaalde periode

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed dem s Jaargang 8 Mei ISSN 69-47 Een uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Bulletin over Bevolking en Samenleving inhoud Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Nadere informatie

Pachtafhankelijke bedrijven in beeld

Pachtafhankelijke bedrijven in beeld Pachtafhankelijke in beeld Huib Silvis, Ruud van der Meer en Martien Voskuilen Pacht heeft een belangrijke rol als financieringsinstrument voor de landbouw, zowel bij bedrijfsovername als bedrijfsvergroting.

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening

Vlaamse Arbeidsrekening Vlaamse Arbeidsrekening Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2016 www.steunpuntwerk.be/cijfers Wouter Vanderbiesen Katleen Pasgang April 2018 Methodologie Steunpunt Werk amsestraat

Nadere informatie

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs 7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs Vergeleken met autochtonen is de participatie in het hoger onderwijs van niet-westerse allochtonen ruim twee keer zo laag. Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

STUDIE Faillissementen 1 december Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%.

STUDIE Faillissementen 1 december Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%. STUDIE Faillissementen 1 december 2016 Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%. 1 september 2016 2 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding

Nadere informatie

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken.

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken. NOTARISBAROMETER VASTGOED WWW.NOTARIS.BE T1 2017 Barometer 32 VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË De index van de vastgoedactiviteit klimt in het 1 ste trimester van 2017 naar een nieuw record: 128,36 punten.

Nadere informatie

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Meer hoger opgeleiden in het MKB Het aandeel hoger opgeleiden in het MKB is de laatste jaren gestegen. Met name in de

Nadere informatie

nr. 357 van LYDIA PEETERS datum: 15 februari 2017 aan PHILIPPE MUYTERS Jeugdwerkloosheid - Stand van zaken trajecten

nr. 357 van LYDIA PEETERS datum: 15 februari 2017 aan PHILIPPE MUYTERS Jeugdwerkloosheid - Stand van zaken trajecten SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 357 van LYDIA PEETERS datum: 15 februari 2017 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Jeugdwerkloosheid - Stand van zaken trajecten Op pagina

Nadere informatie

DETAILHANDELSONDERZOEK OOST-VLAANDEREN

DETAILHANDELSONDERZOEK OOST-VLAANDEREN AdviesBureau voor Marketing & Onderzoek Afdeling van VEKMO nv Onderzoek en advies detailhandel Ruimtelijk-economisch Distributie-planologisch Sociaal-economisch Marketing DETAILHANDELSONDERZOEK OOST-VLAANDEREN

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014

PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014 PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014 Census 2011, een volkstelling voor de eenentwintigste eeuw Een schat aan gegevens over leven, werk en wonen in België 11.000.638 inwoners, gemiddeld 40,8 jaar oud en

Nadere informatie

Journal of Nobility Studies

Journal of Nobility Studies Journal of Nobility Studies virtus 20 2013 virtus 20 2013 Coen Wilders * Soeverein ten dienste van de Habsburgse dynastie 232 Luc Duerloo, Dynasty and Piety. Archduke Albert (1598-1621) and Habsburg Political

Nadere informatie

Girlpower. Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West Europa Tine De Moor Jan Luiten van Zanden

Girlpower. Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West Europa Tine De Moor Jan Luiten van Zanden Girlpower Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West Europa 1200-1500 Tine De Moor Jan Luiten van Zanden 1505 Kouwenkercke Verhaal van Janne Heyndricks Illustreert: mannen en vrouwen bepaalden

Nadere informatie

Atlas van achtergestelde buurten in Vlaanderen en Brussel

Atlas van achtergestelde buurten in Vlaanderen en Brussel Atlas van achtergestelde buurten in Vlaanderen en Brussel 2008 Interprovinciale Samenwerkingsovereenkomst, Steunpunten Sociale Planning Instituut voor Sociale en Economische Geografie, KULeuven 1 Atlas

Nadere informatie

UIT de arbeidsmarkt

UIT de arbeidsmarkt Verandering van de werkloosheid. Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zijn onderhevig aan continue veranderingen. Als gevolg daarvan verandert de omvang van de werkloosheid in een land ook continue. Werkloosheid

Nadere informatie

EXAMENCONTRACT VOOR HET VERWERVEN VAN EEN DIPLOMA

EXAMENCONTRACT VOOR HET VERWERVEN VAN EEN DIPLOMA EXAMENCONTRACT VOOR HET VERWERVEN VAN EEN DIPLOMA TUSSEN DE ONDERGETEKENDEN, De Vrije Universiteit Brussel met zetel te 1050 Brussel, Pleinlaan 2, die rechtspersoonlijkheid geniet bij wet van 28 mei 1970

Nadere informatie

ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET

ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET Brussel, juli 2014 Volgens de nieuwe rookenquête van kent de elektronische sigaret geen doorbraak in België in 2014. Slechts 0,5% van de bevolking

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

2. Hoeveel ondernemingen werden in de eerste negen maanden van 2014 erkend door de RVA? Graag een overzicht per provincie.

2. Hoeveel ondernemingen werden in de eerste negen maanden van 2014 erkend door de RVA? Graag een overzicht per provincie. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 44 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Dienstenchequebedrijven - Stand van zaken De dienstencheque,

Nadere informatie

FOCUS Werkgelegengheid in het Brussels Grootstedelijk Gebied

FOCUS Werkgelegengheid in het Brussels Grootstedelijk Gebied Brussels Observatorium voor de Oktober 2013 FOCUS Werkgelegengheid in het Brussels Grootstedelijk Gebied De arbeidsmarkten van de 3 gewesten in België zijn erg verschillend en hebben elk hun eigen specificiteit,

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2013 Wouter Vanderbiesen September 2015 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000

Nadere informatie

Spotlight. Een onderwerp telkens beknopt uitgelicht. 1 Inleiding. 3 Resultaten. 3.1 Gewest en jaar. 2 Methodologie

Spotlight. Een onderwerp telkens beknopt uitgelicht. 1 Inleiding. 3 Resultaten. 3.1 Gewest en jaar. 2 Methodologie Lange duur werkfractie / werkfractie Werkfractie Spotlight Een onderwerp telkens beknopt uitgelicht Deze keer: De evoluties van de overgangen naar werk van de werklozen volgens hun profiel. 1 Inleiding

Nadere informatie

Resultaten voor België Ongevallen Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Ongevallen Gezondheidsenquête, België, 1997 6.10.1. Inleiding De term ongeval kan gedefinieerd worden als 'elk onverwacht en plots voorval dat schade berokkent of gevaar oplevert (dood, blessures,...) of als ' een voorval dat onafhankelijk van de

Nadere informatie

Meer over jeugdigen in Leiden staat in hoofdstuk 13 over Jeugd. Meer over ouderen in Leiden staat in hoofdstuk 14 over Welzijn en zorg.

Meer over jeugdigen in Leiden staat in hoofdstuk 13 over Jeugd. Meer over ouderen in Leiden staat in hoofdstuk 14 over Welzijn en zorg. Hoofdstuk 1 Bevolking 1.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaat het om de Leidse bevolking: hoeveel inwoners zijn er, wat zijn hun kenmerken, waar in de stad wonen zij, zijn vragen waarop dit hoofdstuk ingaat.

Nadere informatie

6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld

6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld 6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld De totale toegevoegde waarde van de Vlaamse zeehavens en luchthavens nam in 2006 toe. De directe toegevoegde waarde van de zeehavens nam af, maar

Nadere informatie

384 HET BELGISCH RECHTS- EN PENITENTIAIR SYSTEEM GEINVENTARISEERD

384 HET BELGISCH RECHTS- EN PENITENTIAIR SYSTEEM GEINVENTARISEERD 384 HET BELGISCH RECHTS- EN PENITENTIAIR SYSTEEM GEINVENTARISEERD Het Algemeen Rijksarchief te Brussel (ARA) bezit een fondscatalogus met het beschikbaar archivalisch werk. Het materiaal verrast ons telkens

Nadere informatie

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 19 juli 2007 Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies Eén op de tien Belgen werkt in een ander gewest; één op de vijf in een andere

Nadere informatie

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 thema reeks Oktober 2014 Het agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen verzamelt via de rapporteringstool Bios2 al geruime tijd

Nadere informatie

Deeltijdarbeid. WAV-Rapport. Seppe Van Gils. Maart 2004

Deeltijdarbeid. WAV-Rapport. Seppe Van Gils. Maart 2004 Deeltijdarbeid Seppe Van Gils Maart 2004 WAV-Rapport Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming Interuniversitair samenwerkingsverband E. Van Evenstraat 2 blok C 3000 Leuven T:32(0)16 32 32 39 F:32(0)16

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Vacatures 2017 Zuid-Oost-Vlaanderen

Vacatures 2017 Zuid-Oost-Vlaanderen Vacatures 2017 Zuid-Oost-Vlaanderen Cijfers VDAB + analyse Bron gegevens: Arvastat VDAB CONTACT Ewout Depauw Stafmedewerker Onderzoek en mobiliteit Gentsesteenweg 1B 9520 Vlierzele edepauw@streekoverlegzov.be

Nadere informatie

THEMA I.3. Daghospitalisatieverblijven

THEMA I.3. Daghospitalisatieverblijven THEMA I.3. Daghospitalisatieverblijven Selectiecriteria Alle ziekenhuisverblijven weerhouden in deze selectie voldoen aan de algemene criteria die betrekking hebben op woonplaats, leeftijd en geslacht

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, VORMING EN WETENSCHAPSBELEID

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, VORMING EN WETENSCHAPSBELEID C158 OND20 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2000-2001 19 april 2001 HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, VORMING EN WETENSCHAPSBELEID Vraag om uitleg van de heer Dirk De Cock tot mevrouw

Nadere informatie

Wonen in multifunctionele woonkernen

Wonen in multifunctionele woonkernen Herziening RSL2 Ontwerp 27 november 2017 Wonen in multifunctionele woonkernen Inleiding Kernnota Thema s Stadsdelen & Deelruimten Prioritaire Projecten 101 Wonen in multifunctionele woonkernen B. Bestaande

Nadere informatie