Blue Energy. Thijs van der Zaan Martijn Klein. Fase 3 Profielwerkstuk. Profielwerkstuk V6 NLT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Blue Energy. Thijs van der Zaan Martijn Klein. Fase 3 Profielwerkstuk. Profielwerkstuk V6 NLT"

Transcriptie

1 Blue Energy Thijs van der Zaan Martijn Klein Profielwerkstuk V6 NLT Fase 3 Profielwerkstuk

2 Wat is het optimale vermogen van onze RED-cel? Profielwerkstuk VWO 6 Martijn Klein Thijs van der Zaan 2012 Begeleidt door J.J. van Nieuwaal 2

3 Als alle water van de Rijn gebruikt zou worden en het proces voor 100% effectief zou zijn, dan zou 70% van de Nederlandse elektriciteitsconsumptie met Blue Energy gemaakt kunnen worden Drs. Joost Veerman, docent Life Science & Technology op de NHL Hoge school te Leeuwarden op clubgreen.nl 3

4 Inhoud 1. Opzet Inleiding Voorkennis De Opstelling Chemische reacties Invloed van de zoutconcentratie Invloed van de stroomsnelheid van het water Invloed van de temperatuur van de elektrolytvloeistof Invloed van de stroomsnelheid van de elektrolytvloeistof Mogelijkheden met de reactiesnelheid Discussie Eindconclusie Tijdschema s Bronvermelding Bijlagen

5 1. Opzet Tweetal Martijn Klein & Thijs van der Zaan Onderwerp Blue Energy Hoofdvraag Wat is het optimale rendement van onze RED Cel? Deelvragen 1 Hoe werkt een RED-cel? 2. Wat voor invloed heeft de stroomsnelheid van het zoete/zoute water op het vermogen? 3 Wat voor invloed heeft in zoutconcentratie van het water op het vermogen? 4. Wat voor invloed heeft de stroomsnelheid van de elektrolytoplossing op het vermogen? 5. Wat voor invloed heeft de temperatuur van het de elektrolytvloeistof voor invloed op het vermogen 6. De RED-cel in het groot? 5

6 2. Inleiding In de nabije toekomst zijn, volgens verschillende wetenschappelijke onderzoeken, de fossiele brandstoffen op onze planeet volledig opgebrand. Aardgas zou niet meer aanwezig zijn in het jaar Aardolie is op in Hoe moet het nu verder met de energiebehoeftes op aarde? Windmolens moeten nog vele verbeteringen ondervinden voor ze echt effectief kunnen zijn 2. Wind is dus misschien niet de oplossing. De hoeveelheid water op aarde dat zich in rivieren bevindt, is op dit moment ongeveer km 3. 3 Rivierwater is zoet, en mondt uit in een zee, die zout water bevat. Waar een rivier in een zee uitmondt, is het mogelijk een Blue Energy Centrale op te starten. Er zijn twee manieren om energie op te wekken met behulp van dit water. Samen worden deze Blue Energy genoemd. De ene manier berust op de verschillende osmotische waarden van zoet en zout water. Hierdoor kan er door passieve verplaatsing van het water hoogte energie aan het water worden meegegeven. Passief betekend hier dat het geen extra energie behoefd. Deze techniek heet pressure retarded osmosis : afgekort tot PRO. Een andere manier is afgekort met de term RED. RED staat voor reverse electrodialysis. Het idee achter deze techniek is dat je zoet en zout water langs een membraan laat stromen. Door gebruik te maken van verschillende membranen komt er uiteindelijk een elektronenstroom op gang. Een stroomkring! Hoe onze RED-cel in elkaar zit, hoe deze werkt en welke chemische processen er optreden gaan we uitleggen in de volgende hoofdstukken. We zullen u niet direct in het diepe laten vallen en u, naast de nodige voorkennis, het principe achter de RED-cel uitleggen

7 3. Voorkennis Reverse electrodialysis is een manier om stroom op te wekken door gebruik te maken van de opgeloste ionen in zout water. Daarnaast gebruikt men zoet water, dat nauwelijks ionen bevat. Er is hier allereerst sprake van een verschil in osmotische waarde. De osmotische waarde heeft veel te maken met de concentratie opgeloste stoffen in een vloeistof. Hoe groter deze concentratie, hoe groter de osmotische waarde. Diffusie en osmose Diffusie en osmose komen veel in het menselijk lichaam voor. Diffusie vindt eigenlijk overal plaats waar er deeltjes opgelost zijn in een vloeistof. In de lichaamsvloeistoffen vindt er dus ook diffusie plaats. Osmose is ongeveer het belangrijkste principe dat voor de werking van de nieren zorgt. Zo worden er uit de voorurine allerlei zouten terug het bloed in gehaald. Ook hier worden verschillende soorten membranen gebruikt, want er wordt ook water terug het bloed in gepompt voordat de voorurine het lichaam verlaat. Al deze processen vinden plaats zonder dat er energie wordt gebruikt en vallen dus onder passief transport. Osmose is het scheikundige verschijnsel dat een vloeistof of ion passief - dus zonder dat het energie kost - door een semipermeabel membraan (Uitleg over membranen: Vak 1) wordt getransporteerd door het verschil in de osmotische waarden. Stelt u zich het volgende voor: als men in een bakje, gevuld met water, een hoeveelheid keukenzout (natriumchloride NaCl) strooit, zal het zout oplossen (afbeelding 2). Naar verloop van tijd zal de concentratie opgeloste zoutionen, die afkomstig zijn uit het keukenzout (Na + en Cl - ), overal in het water (in ruimte A) hetzelfde zijn. Dit verschijnsel heet diffusie. Vak 1: Membraan Een membraan is een soort vlies dat een afscheiding kan maken tussen twee of meerdere ruimten. Een stuk uit een varkensmaag wordt bijvoorbeeld vaak als membraan gebruikt. Een semipermeabel membraan laat maar een deel van de stoffen door. Deze selectie kan berusten op bijvoorbeeld deeltjesgrootte, lading of fase waarin de stof zich bevindt. Afbeelding 1: Basisopstelling met semipermeabel membraan 4 Een ander voorbeeld is de situatie waarbij men een (kleine) hoeveelheid (aard)gas in een kleine ruimte vrij laat. Na verloop van tijd zal mits men de zwaartekracht op de moleculen verwaarloost - de concentratie aardgasmoleculen overal even groot zijn. Omdat er bij dit verschijnsel geen energie gebruikt wordt, is er hier ook sprake van passief transport. Stelt u zich nu een bakje water voor. De inhoud wordt verdeeld in twee even grote gedeelten door er een membraan tussen te plaatsen. Deze opstelling is afgebeeld in afbeelding 1. Voeg aan het water in ruimte A een hoeveelheid keukenzout zoals te zien is in afbeelding 2. Het water bestaat nu uit drie verschillende soorten deeltjes. Watermoleculen en chloor- en natriumionen. Het membraan dat wordt gebruikt is een semipermeabel membraan. Dit betekent dat het in dit geval of de watermoleculen of de ionen doorlaat. In dit voorbeeld (afbeelding 1 t/m 3) is een membraan gebruikt dat alleen watermoleculen doorlaat. De ionen die afkomstig zijn uit het keukenzout kunnen het membraan dus niet passeren. 4. : LOI Cursus. Voedselconsulente, 2012 Afbeelding 2: Toevoegen van zout (NaCl) aan een van de twee hoeveelheden water 4 Afbeelding 3: Watertransport als gevolg van het verschil in osmotische waarden. 4 7

8 De oplossing in ruimte A heeft, dankzij de opgeloste ionen, een hogere osmotische waarde gekregen als het water in ruimte B omdat ruimte B nauwelijks tot geen ionen bevat, en ruimte A wel. Door dit verschil zal er watertransport plaats gaan vinden. Het water stroomt van de kant van de lage osmotische waarde (B) naar de kant van de hoge osmotische waarde (A) zoals te zien is in afbeelding 3. Dit verschijnsel heet osmose. Bij osmose wordt er altijd gestreefd naar gelijke osmotische waarden: een osmotisch evenwicht. Doordat het membraan alleen water doorlaat, wordt er water getransporteerd naar de kant waar de osmotische waarde het grootst is. De concentratie opgeloste stoffen in ruimte B wordt dan groter omdat de hoeveelheid water kleiner wordt (In vak 2 staat meer uitleg over concentratie). De concentratie opgeloste stoffen wordt in ruimte A kleiner omdat de hoeveelheid water toeneemt en de hoeveelheid opgeloste stof gelijk blijft. Door de kracht die deze osmose tot stand brengt wordt het water als het ware omhoog gepompt. Dit gaat net zo lang door tot zich er een evenwicht tussen de osmotische kracht en de zwaartekracht instelt of de osmotische waarden van beide oplossingen gelijk worden. Het proces kan ook omgedraaid worden. Als er een membraan gebruikt wordt dat alleen ionen doorlaat gebeurt er iets anders. Een RED-cel maakt gebruik van twee soorten membranen. De ene laat alleen positieve ionen door, zogenaamde CEM membranen, en de andere laat alleen negatieve ionen door: AEM membranen. Het transport van water door deze membranen is niet mogelijk. In dit geval verplaatsen de ionen zich naar de kant waar de concentratie opgeloste stoffen het kleinst is. Ook hier is sprake van passief transport. Eigenlijk komen osmose en diffusie op hetzelfde neer. Het verschil tussen deze processen is dat er bij osmose een semipermeabel membraan aanwezig is, en bij diffusie niet. Als de oplossingen die je bij osmose gebruikt verschillen in de concentratie opgeloste stoffen de osmotische waarde dan kan er door het membraan transport van water en/of ionen plaatsvinden. Diffusie vindt altijd in maar één vloeistof plaats. Elektrolytvloeistof Zout en zoet water zijn niet de enige vloeistoffen die worden gebruikt in de RED-cel. Er wordt door de opstelling ook nog een geelkleurige vloeistof gepompt: de elektrolytvloeistof. Allereerst iets over de samenstelling. De elektrolytvloeistof is een oplossing van drie zouten in water. Er is een hoeveelheid keukenzout (NaCl) in opgelost waardoor de concentratie van dit zout in de oplossing 0,1 Molair wordt. Dit houdt in dat er 0,1 mol per liter van deze stof in de oplossing aanwezig is. Een mol is een eenheid in de scheikunde die wordt gebruikt voor het bepalen van de hoeveelheid stof (zie vak 3). Allereerst hoort er bij ieder element een molaire massa. Deze Vak 2: Concentratie De concentratie opgeloste stof in een oplossing is afhankelijk van twee factoren: de hoeveelheid opgeloste stof en de hoeveelheid oplosmiddel. Als de hoeveelheid oplosmiddel een keer zo groot wordt, wordt de concentratie een keer zo klein. Wordt de hoeveelheid opgeloste stof een keer zo groot, dan wordt de concentratie ook een keer zo groot. Afbeelding 4: Het natriumatoom. Het getal 11 staat voor het aantal protonen. 22,99 is het massagetal. Tevens geldt het massagetal voor het aantal kerndeeltjes: pro- en neutronen. Elektronen hebben een verwaarloosbare massa. Vak 3: De mol De mol is een eenheid waarmee in de scheikunde wordt gerekend. Met deze eenheid kun je een hoeveelheid (in gram) stof uitdrukken. Deze hoeveelheid is afhankelijk van de molaire massa van de stof. Deze waarde is voor ieder element te vinden in het elementair systeem : BINAS, Noofdhoff Uitgevers, Door CEVO toegestaan hulpmiddel bij examens exacte vakken,

9 waarde geeft aan hoeveel gram van deze stof er in één mol stof gaat. Zo is 1 mol Natrium gelijk aan 22,99 gram. Deze waarden zijn te vinden in het elementair systeem (afbeelding 4). 0,1 Mol natriumchloride komt ongeveer overeen met een massa van 5,8 gram per liter. Naast keukenzout bevindt er zich ook Geel- en Rood bloedloogzout in de elektrolytoplossing. Dit zijn ingewikkelde stoffen met een IJzercyanide complex (afbeelding 5). De moleculeformules van deze stoffen zijn [K 3 Fe(CN 6 ) Rood bloedloogzout] en [K 4 Fe(CN6) Geel bloedloogzout]. Deze stoffen zijn in de elektrolytoplossing beide aanwezig in de concentratie van 0,05 Molair wat neerkomt op een massa van 16,5 gram (rood bloedloogzout) en 18,5 gram (geel bloedloogzout) per liter water. Afbeelding 5: Het IJzercyanide complex 6 De functie van de elektrolytoplossing is ingewikkeld. De bedoeling van de RED-cel is het op gang brengen van een elektronenstroom: een stroomkring. De elektrolytvloeistof zorgt hier voor. De elektrolytoplossing gaat ionen uit het zoute water opnemen en ionen aan het zoete water afgeven. Bij dit proces vinden er zich redoxreacties plaats. Eerst leggen we u uit wat een redoxreactie is en in een volgend hoofdstuk leggen we de precieze reacties die in onze RED-cel plaatsvinden uit. [Hoofdstuk 5, Chemische reacties, bladzijde 14 ] Redoxreacties Een redoxreactie is een scheikundige reactie die berust op de uitwisseling van elektronen tussen verschillende stoffen die mee doen aan deze reactie. Een redoxreactie vindt plaats tussen twee stoffen: een reductor en een oxidator. De stof die geldt als reductor staat een elektron af aan de oxidator. Deze neemt het elektron vervolgens op. Allereerst zullen we iets vertellen over de bouw van een atoom. Het atoom is de bouwsteen van een molecuul. Alles om je heen is opgebouwd uit moleculen. Een atoom bestaat uit drie verschillende soorten deeltjes: protonen, neutronen en elektronen zoals is afgebeeld in afbeelding 6. Het atoom heeft een kern met daar omheen een elektronen wolk. De kern bestaat uit protonen, die positief geladen zijn, en uit ongeladen neutronen. De kern is dus positief geladen. De elektronen die om de kern heen cirkelen zijn negatief geladen. Omdat een atoom altijd neutraal geladen is heeft het dus evenveel elektronen als protonen. Door de hoeveelheid neutronen, protonen en elektronen te variëren, kun je ontzettend veel verschillende atoommodelletjes creëren. Zo heeft ieder element zijn eigen atoomsamenstelling. De samenstelling die afgebeeld is in afbeelding 6 behoort bijvoorbeeld bij het element helium. Een heliumatoom bestaat dus uit 2 neutronen, 2 protonen en 2 elektronen (afbeelding 7). Afbeelding 6: Atoommodel met elektronen (geel), protonen (rood) en neutronen (groen) 7 Afbeelding 7: Element Helium in het elementair systeem. 4,003 is de molaire massa. Het getal 2 geeft het aantal protonen weer 5 Bij een redoxreactie gaat het om de elektronen. Deze kunnen namelijk tussen atomen uitgewisseld worden. Dat is precies wat er bij een redoxreactie gebeurt. U kunt zich voorstellen dat als een atoom een elektron, met een 5. : BINAS, Noofdhoff Uitgevers, Door CEVO toegestaan hulpmiddel bij examens exacte vakken, : :

10 negatieve lading, kwijtraakt, de lading van dit atoom verandert. Een atoom is neutraal geladen, dus er zijn even veel protonen als neutronen aanwezig. Als er een elektron weg gaat, mist dit atoom dus negatieve lading. De totale lading van dit atoom wordt dus positiever ten opzichte van de eerste situatie. We noemen het dan een ion (definitie van een ion: zie vak 4). We noteren de lading van het ion met een plusje of een minnetje: Cl, Na +. Een ander voorbeeld is het element ijzer. Het ion ijzer kan twee verschillende ladingen aannemen: Fe 2+ en Fe 3+. Deze ionen zijn twee of drie ionen kwijtgeraakt. Vak 4: Het ion Een ion is een atoom met een overschot of tekort aan elektronen. Het verliest hierdoor zijn neutrale lading. De lading van het ion noteren we met een plusje of een minnetje. De belangrijkste ionen die zich in het zoute water bevinden zijn natrium en chloride ionen. Zoals op de vorige pagina s al te lezen was heeft het chloride ion een lading van -1 en het natriumion een lading van +1. Doordat zeewater deze ionen met tegengestelde ladingen bevat en in overvloed beschikbaar is, is het geschikt voor Blue Energy. Doordat in een RED-cel verschillende membranen die of positief geladen of negatief geladen deeltjes doorlaten, kunnen we door middel van osmose deze deeltjes van elkaar scheiden. Hierdoor vinden er allerlei reacties plaats in de cel. Hoe deze reacties precies verlopen komt in een volgend hoofdstuk ter sprake. 10

11 4. De Opstelling Onze RED-Cel is opgebouwd uit een aantal onderdelen. We vertellen in een volgend hoofdstuk hoe we aan deze onderdelen komen. Voor de duidelijkheid zullen we eerst de hoofdonderdelen introduceren. De behuizing van onze opstelling bestaat uit twee dikke plexiglazen platen (afbeelding 1). Naast deze platen, die ongeveer 30 centimeter lang en breed zijn, hebben we 21 membranen (afbeelding 3), 20 spacers en 20 pakkingen. Een spacer is een soort sponsje waarin water kan worden opgeslagen en doorheen kan stromen. De spacers hebben een dusdanige vorm dat ze precies in de uitsparing van de pakkingen passen (afbeelding 6). Als laatste hebben we nog twee elektroden, gemaakt van Titanium (afbeelding 2). In de volgende alinea s gaan we uitleggen hoe deze onderdelen in het pakket passen en waar ze voor dienen. Afbeelding 1: Kopplaat In de plexiglazen platen, die ongeveer drie centimeter dik zijn, zijn verschillende gaten en leidingen gefreesd. Ten eerste zijn er leidingen doorheen geboord waardoor de elektrolytvloeistof kan stromen. Aan de onderzijde van de plaat, die in afbeelding 4 is genummerd met het cijfer 1, zijn vier gaten geboord waarin slangkoppelingen kunnen worden bevestigd. Aan de bovenzijde is een uitsparing van ongeveer 3 millimeter diep met in het midden een gat, waarin precies de elektroden passen (afbeelding 2) De staven van de elektroden worden door deze gaten gestoken en vormen een waterdichte afsluiting. De staven steken aan de andere kant van de plaat een stukje uit zodat hier een stroom geleidende draad op aangesloten kan worden. Afbeelding 2: Elektroden Afbeelding 3: Membranen Afbeelding 4: Schematische voorstelling van de RED-cel met 1 werkende eenheid. 8 11

12 We maken gebruik van 2 verschillende soorten membranen. De ene soort laat alleen positief geladen ionen door (Anion Exchange Membrane, AEM) en de andere soort alleen negatief geladen ionen (Cathion Exchange Membrane, CEM). De CEM membranen zijn in afbeelding 4 genummerd met het cijfer 2. Het AEM membraan met een 4. Hoe en waarvoor de verschillende soorten gebruikt worden vertellen we later in dit hoofdstuk. De AEM- en CEM-membranen worden om en om gestapeld, met daartussen afwisselend zoet- en zoutwater spacers. Zoals eerder gezegd, zijn spacers een soort sponsjes die zich kunnen vullen met water (vak 6). De spacers zijn in afbeelding 4 genummerd met het getal 3. Afhankelijk van hoe de pakking, die zich om de spacer heen bevindt, geplaatst is, stroomt er zoet of zout water door de spacer. Zo wordt in afbeelding 4 de linker spacer een zoetwater spacer, omdat deze in verbinding staat met de zoetwater stroom. De rechter spacer is een zoutwater spacer, omdat deze in verbinding staat met de zoutwater stroom. Het water wordt aan- en afgevoerd door de slangaansluitingen aan de beginplaat (afbeelding 5) en door de gaten in de spacers en membranen, die een kanaaltje vormen. Door de pakkingen op de juiste manier te plaatsen, stroomt er dus aan de ene kant van het membraan zoet water, en aan de andere kant zout water (afbeelding 4). Door de schuine vorm van de pakking (afbeelding 6) zijn er steeds twee kanaaltjes die niet verbonden zijn en twee kanaaltjes die wel met elkaar verbonden zijn. Als de kanaaltjes niet met elkaar verbonden zijn, stroomt het water gewoon via het kanaaltje door naar de volgende spacer. Zijn de kanaaltjes wel verbonden, gaat een deel van het water door de spacer naar de afvoer en een deel via het kanaaltje naar de volgende spacer. Afbeelding 5: Beginplaat met slangkoppelingen Afbeelding 6: Spacers en pakkingen Vak 6: Spacers Spacers zijn geweven structuren gemaakt van kunststof. Ze reageren niet met het water en functioneren als wateropslag. Ze zorgen er ook voor dat er een kleine ruimte tussen de membranen blijft als de kopplaten op elkaar worden gedraaid zodat er water tussen de membranen door kan blijven lopen. Zoals op afbeelding 5 goed te zien is, zijn er totaal 6 slangaansluitingen op de begin- en eindplaat aanwezig. De aansluitingen op het grote vierkante deel zorgen voor de in- en uitstroom van het zoete en zoute water, zoals eerder omschreven. Om het water onze opstelling in te pompen gebruiken we brandstofpompjes. We sluiten deze aan op een variabele spanningsbron zodat we onze metingen kunnen uitvoeren met de instroomsnelheden als variabelen. Twee slangen zorgen voor de instroom van het water, en twee slangen zorgen voor de uitstroom. Deze laatste twee kunnen later worden samengevoegd omdat het restproduct van beide processen brak water is. 8: Handleiding bouwpakket Blue Energy, Wageningen University,

13 Het proces dat in onze opstelling plaatsvindt berust op redoxreacties. Bij redoxreacties heb je een vloeistof nodig waarin de ionen die gaan reageren opgelost worden. Dit is in dit geval de elektrolytoplossing. Voor de samenstelling: zie de voorkennis. Deze vloeistof circuleert door de plexiglazen platen en bevindt zich in de RED-cel tussen het rooster van de elektroden (nabij nummer 1 in afbeelding 4). De elektrolyt wordt af- en aangevoerd via twee slangaansluitingen die zich aan de zijkanten van de plexiglazen platen bevinden (afbeelding 4, nummer 5). Ook hier gebruiken we een brandstofpompje om de elektrolytvloeistof rond te pompen. Ook hier sluiten we het pompje aan op een variabele spanning zodat we de metingen uit kunnen voeren met een variabele stroomsnelheid van de elektrolytoplossing. De elektroden die we in onze opstelling gebruiken staan afgebeeld op afbeelding 2. Ze zijn gemaakt van titanium. Over dit metaal heen zit echter een laagje van een ander soort metaal. Dit laagje noemen we een coating. De coating is bij onze elektroden gemaakt van een verbinding tussen Iridium en Ruthenium. Dit extra laagje functioneert als een katalysator in het redox proces. Over de werking van deze katalysator is zeer weinig bekent. Hoe het proces precies in zijn werk gaat houdt de producent vaak geheim. Afbeelding 7: Rood en geel bloedloogzout in vaste poedervorm Vak 7: Bloedloogzout Geel en rood bloedloogzout worden gezien als gevaarlijke poeders. Ieder contact moet worden vermeden, en ook inademing kan schadelijk zijn. Bij verwarming of bij het reageren met een zuur kan er zelfs een dodelijk gas vrijkomen. De gevaren van bloedloogzouten zijn verder uitgewerkt in de discussie: hoofdstuk 11, bladzijde 26 Door de redoxreacties die plaatsvinden ontstaat er een potentiaalverschil over de twee elektrodes. Op de elektronenstroom die hiertussen loopt kun je een elektrisch apparaat laten werken: in ons geval een propeller. Afbeelding 8: Elektrolytvloeistof voor en na de bereiding 13

14 5. Chemische reacties We zullen de chemische reacties die in de RED-cel plaats vinden stapje voor stapje uitleggen zodat u een beeld kunt krijgen van de werking van dit proces. * Stap 1 De reactie bij stap 1 verloopt door het verschil is osmotische waarden tussen het zoete en het zoute water. Omdat het AEM membraan alleen negatieve ionen door kan laten blijven de natriumionen (Na + ) in het zoute water. Het zoute water wordt hierbij dus positiever omdat er negatieve lading weg is. Omdat er in het zoete water negatieve lading bij is gekomen wordt deze vloeistof negatiever geladen. Deze stap verloopt geheel passief: er is dus geen energie nodig. Stap 2 Ook de tweede stap gebeurt passief. Het ijzerion dat in het ijzercyanide complex zit, zoals beschreven staat in de voorkennis (hoofdstuk 3, bladzijde 7 ), staat een elektron af en wordt positiever van lading. De reactievergelijking hierbij is [Fe(CN) 6 4- Fe(CN) e - ]. Deze reactie vindt plaats in de ruimte tussen de kopplaat en het CEM membraan aan de kant van de zoetwater spacer. Het elektron dat vrijkomt wordt opgenomen door de elektrode. Deze elektrode is met een stroomgeleidende draad verbonden met de elektrode aan de andere kant van de opstelling. Tussen deze twee punten is een ampèremeter aangesloten. Stap 3 Door het afstaan van het elektron aan de elektrode is de elektrolytoplossing iets positiever geworden. Als de mogelijkheid hiertoe bestaat zal een samenstelling altijd proberen een ongeladen status te verkrijgen. In de elektrolytoplossing zijn ook losse ionen opgelost: Na + en Cl - ionen. Om de lading van de oplossing op dit punt weer neutraal te krijgen, wordt een natriumion (Na + ) door het CEM membraan aan het zoete water afgegeven. Het zoete water, dat al iets negatiever geladen was door het aannemen van een Cl - ion uit het zoute water (zie stap 1) wordt nu weer neutraal, en wordt zout. Het doel van deze stap is dat de elektrolytoplossing weer neutraal van lading wordt. * De afbeeldingen zijn afkomstig uit een document, gemaakt door Jan. W. Post. Eigen bewerking 14

15 Stap 4 Stap 4 is een gevolg van stap 3. Het vrijgekomen elektron dat is opgenomen door de elektrode, kan nu weer afgegeven worden aan de andere kant van de opstelling. Daardoor kan de reactie uit stap 3 nu omgekeerd plaatsvinden, alleen dan aan de andere kant van de cel. Het ijzerion uit het ijzercyanide complex ontvangt het elektron van de elektrode en verandert van lading. Van Fe 3+ naar Fe 2+. Omdat de elektrolytvloeistof op dit punt een elektron heeft opgenomen, wordt de vloeistof iets negatiever. Stap 5 Omdat de elektrolytvloeistof bij stap 4 iets negatiever is geworden, wordt er vanuit het zoute water een positief natriumion opgenomen: een Na + ion. De lading van de elektrolytvloeistof wordt dan weer neutraal. Nadat het zoute water een chloride ion heeft afgestaan aan het zoete water (stap 1) wordt ook het zoute water weer neutraal van lading. Stap 6 De reacties die een de ene kant van de cel optreden, worden aan de andere kant weer ongedaan gemaakt omdat de reactie daar omgekeerd verloopt. Om geen vervuilde elektrolytoplossing te krijgen, is het belangrijk dat deze oplossing rondgepompt wordt. Anders zou er bijvoorbeeld op de plek waar natrium (Na + ) uit de elektrolytoplossing aan het zoete water wordt afgegeven (stap 3) op den duur een tekort aan natriumionen ontstaan. Aan de andere kant van de cel worden juist natriumionen opgenomen door de elektrolytvloeistof. Door de elektrolytvloeistof rond te pompen kun je dus oneindig lang doorgaan met het herhalen van deze reacties. 15

16 Spanning U in (V) en Stroomsterkte I in (A) 6. Invloed van de zoutconcentratie Bij deze proef gaan we de invloed van de zoutconcentratie van het zoute water op de spanning en de stroomsterkte die de RED-cel levert, onderzoeken. Theorie en hypothese Als we bedenken dat er voor het proces dat plaatsvindt bij het vrijkomen van een elektron (zie hoofdstuk 5, chemische reacties, bladzijde 14 ) begint met het transport van een chloorion (Cl - ) vanuit het zoute naar het zoete water, kunnen we bedenken dat als er zich meer chloorionen in het zoute water in het water bevinden, er vaker een reactie op kan treden. Meer reacties per seconde betekent een hogere stroomsterkte (hoofdstuk 3, voorkennis, bladzijde 7). We kunnen dus beredeneren dat bij een hogere zoutconcentratie in het zoute water de stroomsterkte toeneemt. Werkwijze We voeren de proef 10 keer uit, en steeds met hoeveelheden zout water met verschillende zoutconcentraties. We nummeren in een tabel voor de concentratie, in gram per liter, van 0 tot 40 met stapjes van 5. Daarnaast doen we nog 1 proef met het zeewater dat we uit het haringvliet hebben gehaald en daarna hebben gefilterd. We nemen steeds ongeveer een halve liter zout water en lossen hierin de bijbehorende hoeveelheid zout (natriumchloride, NaCl) op. We hebben een overmaat aan zoet water zodat deze tijdens het proefje niet op gaat. We beginnen met meten als de opstelling klaar staat. De elektrolytvloeistof loopt, en we zetten de pompjes voor het zoete en het zoute water aan. We meten net zo lang tot het zoute water op is, en noteren dan de piek die we van de volt- en ampèremeters hebben afgelezen in de tabel. Resultaten De resultaten waren als volgt: Concentratie zout I (A) U (V) in gram/liter 5 0,1 0, ,1 0, ,16 0,4 20 0,17 0, ,17 0, ,18 0, ,18 0, ,18 0,5 Zeewater 0,17 0,45 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0 Stroomsterkte (A) Spanning (V) Zoutconcentratie in gram NaCl per liter Conclusie De conclusie komt gedeeltelijk overeen met onze hypothese, maar er is een duidelijk verschil. We hadden verwacht dat de concentratie van de opgeloste zoutionen in het zoute water invloed zou hebben op de stroomsterkte, maar die blijft nagenoeg gelijk. De spanning is juist hetgeen dat invloed ondervindt van de verandering in zoutconcentratie. 16

17 Spanning U in (V) en stroomsterkte I in (A) 7. Invloed van de stroomsnelheid van het water Onderzoeksvraag Is het vermogen dat onze opstelling levert, afhankelijk van de stroomsnelheid het zoete en zoute water? Hypothese Omdat de membranen maar een maximaal aantal negatieve en positieve deeltjes door kunnen laten zal het vermogen constant blijven omdat er niet meer redoxreacties plaats kunnen vinden. Benodigdheden - De RED-Opstelling - zoet en gefilterd zeewater - ± 1liter elektrolytvloeistof - 2 multimeters - Ventilatortje - 2 regelbare spanningsbronnen Werkwijze Stel de RED-opstelling op zoals we dit altijd doen. Sluit de plus- en de minpool van de cel aan op de ventilator, maar plaats tussen de ventilator en de pluspool een in serie geschakelde ampèremeter. Schakel daarnaast over het ventilatortje een parallel geschakelde voltmeter. Schakel de pompjes die het zoete en het zoute water rond pompen in en wacht tot er met constante snelheid water door de opstelling stroomt. Verricht de metingen bij 1 tot 12V dat door de pompjes van het zoete en het zoute water heen gaan. Zorg dat het pompje van de elektrolytvloeistof op constante snelheid de elektrolytvloeistof circuleert. Noteer de gegevens met betrekking tot de stroomsnelheid van het zoete en het zoute water bij verschillende waarden van het aantal volts dat de pompjes krijgen in een tabel Resultaten 1 0,8 0,6 0,4 0, Spanning op de pompjes (V) Geleverde spanning (V) Geleverde stroomsterkte (A) U-pomp U (V) I (A) 1 0,25 0,8 2 0,25 0,8 3 0,25 0,8 4 0,24 0,8 5 0,25 0,8 6 0,25 0,8 7 0,26 0,8 8 0,26 0,8 9 0,26 0,8 10 0,25 0,8 11 0,25 0,8 12 0,26 0,8 Conclusie De conclusie komt overeen met onze hypothese. De stroomsnelheid van het zoete en/of het zoute water heeft geen invloed op het vermogen van onze RED-cel. Er is ook een rechte, constante lijn in de grafiek te zien. 17

18 8. Invloed van de temperatuur van de elektrolytvloeistof Theorie Een regel binnen de scheikunde is dat een reactie sneller zal verlopen naar mate de temperatuur van de reactieomgeving hoger is. We gaan onderzoeken of dat voor onze redoxreactie ook geldt. Als de redoxreacties sneller gaan verlopen, betekent dit dat er meer elektronen per seconden vrij komen wat tot een hogere stroomsterkte zal leiden. Onderzoeksvraag Is de reactiesnelheid, en dus de stroomsterkte die onze opstelling levert, afhankelijk van de temperatuur van de elektrolytvloeistof? Hypothese Omdat volgens scheikundige regels geldt dat een reactie sneller zal verlopen bij een hogere temperatuur denken we dat er bij een hogere temperatuur een grotere stroomsterkte hoort. Benodigdheden - Thermoplaat - Elektrolytvloeistof ( +/- 1 liter ) - De RED-Opstelling - Ampèremeter - Ventilatortje - Thermometer Werkwijze Stel de RED-opstelling op zoals we dit altijd doen. Zet het bekerglas dat als elektrolytvloeistof reserve functioneert op de kookplaat. Sluit de plus- en de minpool van de cel aan op de ventilator, maar plaats tussen de ventilator en de pluspool een in serie geschakelde ampèremeter. Schakel het pompje dat de elektrolytvloeistof rond pompt in en wacht tot de vloeistof in de gehele opstelling op temperatuur gekomen is. Verricht de metingen bij temperaturen tussen kamertemperatuur - 2 Celsius ) met stapjes van 5 graden tot ongeveer 45 graden Celsius. Schakel de pompjes voor het zoete en zoute water pas in als de elektrolytvloeistof in de gehele opstelling op temperatuur is gekomen. Noteer de gegevens met betrekking tot de stroomsterkte bij verschillende waardes voor de temperatuur in een tabel. 18

19 Resultaten De resultaten van onze proef waren als volgt: Temperatuur ( C) U(V) I(A) P (Watt) 22 0,27 0,8 0, ,26 1 0, ,26 1,2 0, ,25 1,5 0, ,24 1,8 0, ,23 2 0, ,23 2,1 0,48 2,5 2 1,5 1 0, U(V) I(A) P (Watt) Conclusie De conclusie komt overeen met onze hypothese. Doordat de temperatuur van de elektrolytvloeistof toeneemt, gaat de reactiesnelheid omhoog. Dit zorgt voor meer reacties per seconde: een grotere stroomsterkte. Dit is in de grafiek (de rode stippen) heel goed te zien. We zien daarnaast dat de spanning ongeveer gelijk blijft. Het verschil dat we gemeten hebben is verwaarloosbaar klein. We kunnen dus concluderen dat als bij het verwarmen van de elektrolytvloeistof de spanning gelijk blijft en de stroomsterkte toeneemt, het vermogen van de RED-cel ook hoger wordt. Discussie We liepen bij het uitvoeren van deze proef wel tegen een groot probleem aan. Omdat er zich in de pompjes vaste ijzer atomen bevinden (Fe), treedt er een reactie op tussen deze atomen en de elektrolytvloeistof. Hierbij wordt de vaste stof Berlijns-, of Pruisisch blauw gevormd (Hoofdstuk 11, Discussie, bladzijde 26 ). Doordat de reactiesnelheid bij een hogere temperatuur sterkt toeneemt, waren onze membranen na deze proef vervuild door deze blauwe kleurstof en werd de doorlaatbaarheid van onze membranen veel kleiner waardoor de RED-cel niet meer werkte. 19

20 Spanning U in (V) en stroomsterkte I in (A) 9. Invloed van de stroomsnelheid van de elektrolytvloeistof Onderzoeksvraag Is het vermogen dat onze opstelling levert afhankelijk van de stroomsnelheid van de elektrolytvloeistof? Hypothese Omdat de membranen maar een maximaal aantal negatieve en positieve deeltjes door kunnen laten zal het vermogen constant blijven omdat er niet meer redoxreacties plaats kunnen vinden. Benodigdheden - De RED-Opstelling - zoet en gefilterd zout water - ± 1liter elektrolytvloeistof - 2 multimeters - Ventilatortje - 2 regelbare spanningsbronnen Werkwijze Stel de RED-opstelling op zoals we dit altijd doen. Sluit de plus- en de minpool van de cel aan op de ventilator, maar plaats tussen de ventilator en de pluspool een in serie geschakelde ampèremeter. Schakel daarnaast over het ventilatortje een in parallel geschakelde voltmeter. Schakel het pompje dat de elektrolytvloeistof rond pompt in en wacht tot de vloeistof in de gehele opstelling op snelheid is gekomen. Verricht de metingen bij 1 tot 12V dat door het pompje van de elektrolyt heen gaat. Zorg dat de pompjes van het zoete en zoute water op constante snelheid zoet en zout water circuleren. Noteer de gegevens met betrekking tot de stroomsnelheid van de elektrolytvloeistof bij verschillende waarden van het aantal volts dat het pompje krijgt in een tabel. Resultaten 1 0,8 0,6 0,4 0, Spanning op de pompjes (V) Geleverde spanning (V) Geleverde stroomsterkte (A) U-pomp U (V) I (A) 1 0,25 0,8 2 0,25 0,8 3 0,25 0,8 4 0,24 0,8 5 0,25 0,8 6 0,25 0,8 7 0,26 0,8 8 0,26 0,8 9 0,26 0,8 10 0,25 0,8 11 0,25 0,8 12 0,26 0,8 Conclusie De conclusie komt overeen met onze hypothese. De stroomsnelheid van de elektrolytvloeistof heeft geen invloed op het vermogen van onze RED-cel. Er is ook een constante lijn in de krommes van de geleverde stroomsterkte en spanning te zien. 20

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen. 2 ELEKTRICITEITSLEER 2.1. Inleiding Je hebt al geleerd dat elektriciteit kan worden opgewekt door allerlei energievormen om te zetten in elektrische energie. Maar hoe kan elektriciteit ontstaan? En waarom

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

Blue energy, Blauwe energie?

Blue energy, Blauwe energie? Blue energy, Blauwe energie? Waarom Blue Energy? Zon en zee zijn niet alleen de ideale combinatie voor een geweldige strandvakantie. Misschien heb je er nooit bij stil gestaan, maar in feite is de zee

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMNVATTING LKTICITIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOVLHID LADING Symbool Q (soms q) enheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen. Als je over

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt. We kennen twee soorten lading:

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas:

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas: Namen: Klas: Windmolenpark Houten Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten Ontwikkeld door: Geert Veenstra Gerard Visker Inhoud Probleem en hoofdopdracht Blz 3 Samenwerking

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. spanning 2007-2008 hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op van elektrische lading die stroomt. We kennen

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

Eindexamen scheikunde havo 2001-II Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:

Nadere informatie

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading.

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. itwerkingen Opgave Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. Opgave 2 Een geleider kan de elektrische stroom goed geleiden. Metalen, zout water, grafiet. c. Een isolator kan de

Nadere informatie

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2)

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2) les omschrijving 12 Theorie: Halfgeleiders Opgaven: halfgeleiders 13 Theorie: Energiekosten Opgaven: Energiekosten 14 Bespreken opgaven huiswerk Opgaven afmaken Opgaven afmaken 15 Practicumtoets (telt

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Diktaat Spanning en Stroom

Diktaat Spanning en Stroom Diktaat Spanning en Stroom hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt.

Nadere informatie

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE NATINALE SHEIKUNDELYMPIADE RRETIEMDEL VRRNDE 1 (de week van) woensdag 4 februari 2009 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 5 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 13 deelvragen

Nadere informatie

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOEVEELHEID LADING Symbool Q (soms q) Eenheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen.

Nadere informatie

Hieronder zie je een schema van een eenvoudige chemische cel met koper/zink elektroden. Bestudeer dit schema met aandacht:

Hieronder zie je een schema van een eenvoudige chemische cel met koper/zink elektroden. Bestudeer dit schema met aandacht: Cursus Chemie 7-1 Hoofdstuk 7 : INDIREKTE REDOXREACTIES (met elektrodes) Naast de directe zijn er ook indirecte redoxreacties. Dat wil zeggen: er is geen direct contact tussen de deeltjes van de oxidator

Nadere informatie

1.8 Stroomsterkte; geleiding.

1.8 Stroomsterkte; geleiding. 1.8 Stroomsterkte; geleiding. Met stroomsterkte (I) wordt bedoeld: de hoeveelheid lading die per seconde langs komt. De eenheid is dus coulomb per seconde (C/s) maar we werken meestal met de ampère (A)

Nadere informatie

Stoffen, structuur en bindingen

Stoffen, structuur en bindingen Hoofdstuk 1: Stoffen, structuur en bindingen Scheikunde vwo 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 2012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten 4.1 Deeltjesmassa 4.1.1 Atoommassa De SI-eenheid van massa is het kilogram (kg). De massa van een H-atoom is gelijk aan 1,66 10 27 kg. m(h) = 0,000 000 000 000 000 000

Nadere informatie

Thesis Junior College Utrecht. Zonne-energie uit water Reverse electrodialysis

Thesis Junior College Utrecht. Zonne-energie uit water Reverse electrodialysis Thesis Junior College trecht Zonne-energie uit water Reverse electrodialysis Anton Kalsbeek Jeroen Leliveld 23-01-2005 Inhoudsopgave INHODSOPGAVE... 2 ABSTRACT... 3 INLEIDING... 4 THEORIE... 5 MEMBRANEN...

Nadere informatie

Stand-van-zaken technologie energie uit water en waterzuivering met passende experimenten voor het voortgezet onderwijs.

Stand-van-zaken technologie energie uit water en waterzuivering met passende experimenten voor het voortgezet onderwijs. 1 Stand-van-zaken technologie energie uit water en waterzuivering met passende experimenten voor het voortgezet onderwijs. Brechje van Rij Cora Bouwland Maart 2012 2 Inhoud Inleiding 3 Blue Energy 5 Inleiding

Nadere informatie

5 Water, het begrip ph

5 Water, het begrip ph 5 Water, het begrip ph 5.1 Water Waterstofchloride is een sterk zuur, het reageert als volgt met water: HCI(g) + H 2 0(I) Cl (aq) + H 3 O + (aq) z b Hierbij reageert water als base. Ammoniak is een zwakke

Nadere informatie

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO versie december 2014 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Wat is een buffer? 3. Hoe werkt een buffer? 4. Geconjugeerd zuur/base-paar 5. De ph van een buffer De volgende

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

Chemie 4: Atoommodellen

Chemie 4: Atoommodellen Chemie 4: Atoommodellen Van de oude Grieken tot het kwantummodel Het woord atoom komt va, het Griekse woord atomos dat ondeelbaar betekent. Voor de Griekse geleerde Democritos die leefde in het jaar 400

Nadere informatie

Elektrische energie en elektrisch vermogen

Elektrische energie en elektrisch vermogen Elektrische energie en elektrisch vermogen Grootheid Symbool Eenheid Lading Q C: Coulomb Spanning U V: Volt Stroomsterkte I A: Ampère Energie E J: Joule Weerstand R Ω: Ohm Spanning: noodzakelijk om lading

Nadere informatie

Benodigdheden bekerglas, dompelaar (aan te sluiten op lichtnet), thermometer, stopwatch

Benodigdheden bekerglas, dompelaar (aan te sluiten op lichtnet), thermometer, stopwatch Naam: Klas: Practicum soortelijke warmte van water Benodigdheden bekerglas, dompelaar (aan te sluiten op lichtnet), thermometer, stopwatch Doel van de proef Het bepalen van de soortelijke warmte van water

Nadere informatie

In het eerste hoofdstuk: Hoe werkt Blue Energy? leggen we uit hoe Blue Energy werkt. In het tweede hoofdstuk: Hoe wek je stroom op uit Blue Energy

In het eerste hoofdstuk: Hoe werkt Blue Energy? leggen we uit hoe Blue Energy werkt. In het tweede hoofdstuk: Hoe wek je stroom op uit Blue Energy 1 Inleiding In VWO 5 kregen wij bij ANW de opdracht een duurzaam bedrijf te starten. Ons idee was toen om een bedrijf te starten met een product dat een duurzaam project ging produceren. Na een tijdje

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Elektrochemie voor VWO

Elektrochemie voor VWO Elektrochemie voor VWO 0. Inleiding Wanneer scheikundige processen gepaard gaan met elektrische verschijnselen zoals elektrische spanning en elektrische stroom wordt dit aangeduid met de algemene term

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2008-I

Eindexamen scheikunde havo 2008-I Beoordelingsmodel Uraan 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal neutronen: 146 aantal protonen: 92 1 aantal neutronen: 238 verminderen met het aantal protonen 1 2 maximumscore 2 UO 2 + 4 HF UF 4 +

Nadere informatie

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING 2 ELEKTRISCHE STROOMKRING Om elektrische stroom nuttig te gebruiken moet hij door een verbruiker vloeien. Verbruikers zijn bijvoorbeeld een gloeilampje, een motor, een deurbel. Om een gloeilampje te laten

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties Scheikunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 20122012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken

Nadere informatie

[Samenvatting Energie]

[Samenvatting Energie] [2014] [Samenvatting Energie] [NATUURKUNDE 3 VWO HOOFDSTUK 4 WESLEY VOS 0 Paragraaf 1 Energie omzetten Energiesoorten Elektrisch energie --> stroom Warmte --> vb. de centrale verwarming Bewegingsenergie

Nadere informatie

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering.

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering. 1 Warmteleer. 1 De soortelijke warmte is de warmte die je moet toevoeren om 1 kg van een stof 1 0 C op te warmen. Deze warmte moet je ook weer afvoeren om 1 kg van die stof 1 0 C af te koelen. 2 Om 2 kg

Nadere informatie

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul. Hfd 3 Stroomkringen Enkele begrippen: Richting van de stroom: Stroom loopt van de plus naar de min pool Richting van de elektronen: De elektronen stromen van de min naar de plus. Geleiders en isolatoren

Nadere informatie

ZX- ronde 7 oktober 2012

ZX- ronde 7 oktober 2012 ZX- ronde 7 oktober 2012 Energietransitie De huidige fossiele energiebronnen raken en keer op in het huidige tempo waarop de mens er gebruik van maakt. Doordat er wordt uitgegaan van een onbeperkte groei

Nadere informatie

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden

Nadere informatie

Practicum Zuil van Volta

Practicum Zuil van Volta Practicum Zuil van Volta Benodigdheden Grondplaat, aluminiumfolie, stuivers (munten van vijf eurocent), filtreerpapier, zoutoplossing, voltmeter, verbindingssnoeren, schaar Voorbereidende werkzaamheden

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1

Examen HAVO. natuurkunde 1 natuurkunde 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei 13.30 16.30 uur 20 05 Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen; het examen bestaat uit 25 vragen. Voor elk

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Ademtest 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Een ureummolecuul bevat NH 2 groepen / N-H bindingen, zodat er waterstbruggen (met watermoleculen) gevormd kunnen worden. (Dus ureum is

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2001-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2001-II Eindexamen scheikunde -2 vwo 200-II 4 Antwoordmodel Dizuren 6 0 + 4 2 2 6 0 4 + 4 2 6 0 voor de pijl en 6 0 4 na de pijl 2 2 voor de pijl en 2 na de pijl juiste coëfficiënten Indien de vergelijking 6 0

Nadere informatie

SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9

SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9 SCHEIKUNDE Hoofdstuk 9 Par. 1 Elke chemische reactie heeft een energie-effect. De chemische energie voor én na de reactie is niet gelijk. Als de reactie warmer wordt is de chemische energie omgezet in

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 OPGAVE 1 Teken hieronder het bijbehorende schakelschema. Geef ook de richting van de elektrische stroom aan.

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. en energieomzetting

Hoofdstuk 3. en energieomzetting Energie Hoofdstuk 3 Energie en energieomzetting Grootheid Energie; eenheid Joule afkorting volledig wetenschappelijke notatie 1 J 1 Joule 1 Joule 1 J 1 KJ 1 KiloJoule 10 3 Joule 1000 J 1 MJ 1 MegaJoule

Nadere informatie

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010 CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE datum : donderdag 29 juli 2010 tijd : 14.00 tot 17.00 uur aantal opgaven : 6 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt

Nadere informatie

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN 3(4) VMBO-TGK,

Nadere informatie

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. SO Straling 1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. 2 Waaruit bestaat de elektronenwolk van een atoom? Negatief geladen deeltjes, elektronen. 3 Wat bevindt zich

Nadere informatie

2 Concentratie in oplossingen

2 Concentratie in oplossingen 2 Concentratie in oplossingen 2.1 Concentratiebegrippen gehalte Er zijn veel manieren om de samenstelling van een mengsel op te geven. De samenstelling van voedingsmiddelen staat op de verpakking vermeld.

Nadere informatie

1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit

1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit Hoofdstuk 2 Elektrostatica Doelstellingen 1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit 2.1 Het elektrisch

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2004-I

Eindexamen scheikunde havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Rookmelder 1 aantal protonen: 93 aantal neutronen: 144 naam van element X: neptunium aantal protonen: 93 1 aantal neutronen: 241 verminderen met het genoemde aantal protonen en verminderen

Nadere informatie

De beste manier om het water te ontharden is om een wateronthardingseenheid te gebruiken en deze direct aan de waterbevoorrading aan te sluiten.

De beste manier om het water te ontharden is om een wateronthardingseenheid te gebruiken en deze direct aan de waterbevoorrading aan te sluiten. 1. Hard water 1.1 Wat is hard water? Wanneer water 'hard' wordt genoemd, betekent dit alleen maar dat er mineralenin zitten dan in gewoon water. Het gaat dan met name om de mineralen calcium en magnesium.

Nadere informatie

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1 Nota s: Energie voor de lamp 1. Probleemstelling 50 2. Transport van elektriciteit in een kring 50 2.1. Wat is een elektrische stroomkring? 50 2.2. Stromen van water - stromen van elektriciteit 51 2.3.

Nadere informatie

Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3

Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3 Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3 A. wiskunde Differentiëren en primitieve bepalen W1. Wat is de afgeleide van 3x 2? a. 3x b. 6x c. x 3 d. 3x 2 e. x 2 W2. Wat

Nadere informatie

LiPo accu defect, wat nu?

LiPo accu defect, wat nu? LiPo accu defect, wat nu? Aan alles komt een eind dus ook een LiPo accu heeft niet het eeuwige leven. Zelfs als de LiPo accu altijd zeer goed behandeld is, altijd op de juiste manier op- en ontladen is,

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie

Anatomie / fysiologie Anatomie / fysiologie O1 week 2 Homeostase Diffusie osmose filtratie FHV2011 / Anatomie & fysiologie periode 1 week 2 1 Bij de mens zit er in verhouding meer water intracellulair dan extracellulair. 10

Nadere informatie

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 5 januari 01 tot en met woensdag 1 februari 01 Deze voorronde bestaat uit 4 meerkeuzevragen verdeeld over

Nadere informatie

ZOUTGEHALTESENSOR BT78i

ZOUTGEHALTESENSOR BT78i ZOUTGEHALTESENSOR BT78i GEBRUIKERSHANDLEIDING CENTRUM VOOR MICROCOMPUTER APPLICATIES http://www.cma-science.nl Korte beschrijving De Zoutgehaltesensor BT78i meet het zoutgehalte in een oplossing in het

Nadere informatie

Warmte. Hoofdstuk 2. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte

Warmte. Hoofdstuk 2. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte Warmte Hoofdstuk 2 Warmte is Energie Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte Brandstoffen verbranden: Brandstof Zuurstof voldoende hoge temperatuur (ontbrandingstemperatuur) 1 Grootheid Symbool Eenheid

Nadere informatie

Scheikundige begrippen

Scheikundige begrippen Scheikundige begrippen Door: Ruby Vreedenburgh, Jesse Bosman, Colana van Klink en Fleur Jansen Scheikunde begrippen 1 Chemische reactie Ruby Vreedenburgh Overal om ons heen vinden er chemische reacties

Nadere informatie

LESMODULE OVER WINDENERGIE

LESMODULE OVER WINDENERGIE YOUNG ENERGY PROJECT - STUDENTEN LESMODULE OVER WINDENERGIE Inhoudsopgave Instructiebladen Les 1 Module windenergie, Instructieblad 1.1 4 Les 1 Ontdek, Instructieblad 1.2 5 Les 2 Onderzoek, Instructieblad

Nadere informatie

Reactiesnelheid (aanvulling 8.1, 8.2 en 8.3)

Reactiesnelheid (aanvulling 8.1, 8.2 en 8.3) Reactiesnelheid (aanvulling 8.1, 8. en 8.3) Uit een aantal experimenten (zie 8.1 en 8.) bleek het volgende: De reactiesnelheid hangt af van: deeltjesgrootte concentratie temperatuur katalysatoren In 8.3

Nadere informatie

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken.

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken. Inleiding hv Opdracht Statische elektriciteit Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken Opdracht Serie- en parallelschakeling Leg van elke schakeling uit ) of het een serie-

Nadere informatie

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013 ZUREN EN BASEN Samenvatting voor het HAVO versie mei 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Algemeen 3. Zuren 4. Basen 5. Het waterevenwicht 6. Definities ph en poh 7. ph BEREKENINGEN 7.1. Algemeen 7.2. Water

Nadere informatie

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK 8 29/04/2011 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (32 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! Opgave 1: Afbuigen van geladen

Nadere informatie

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen Uitwerkingen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN

Nadere informatie

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden

Nadere informatie

Chemisch rekenen, zo doe je dat!

Chemisch rekenen, zo doe je dat! 1 Chemisch rekenen, zo doe je dat! GOE Opmerkingen vooraf: 1. Belangrijke schrijfwijzen: 100 = 10 2 ; 1000 = 10 3, enz. 0,1 = 1/10 = 10-1 ; 0,001 = 1/1000 = 10-3 ; 0,000.000.1 = 10-7, enz. gram/kg = gram

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Elektrodynamica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen?

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? werkblad experiment 4.5 en 5.4 (aangepast) naam:. klas: samen met: Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? De weerstand R van een voorwerp is te bepalen als men de stroomsterkte

Nadere informatie

Practicum elektriciteit VMBO-t, Havo & Atheneum

Practicum elektriciteit VMBO-t, Havo & Atheneum De ampèremeter De elektrische stroom is te vergelijken met de hoeveelheid water die voorbij stroomt. De hoeveelheid water meet je in serie met de waterleiding. Op dezelfde wijze meet je elektrische stroom

Nadere informatie

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 docent: drs. Ruben E. A. Musson Het gebruik van uitsluitend BINAS is toegestaan. 1. Welk van de volgende processen

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II Vmbo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II 1. Bouw van materie 2. Verbranding 3. Water, zuren en basen 4. Basis chemie voor beroep

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand

Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand Alle materialen hebben elektrische weerstand. Soms is de weerstand laag en gaat elektrische stroom er gemakkelijk door. In andere gevallen is de weerstand hoog. Deze

Nadere informatie

Leskist groene energie Pagina 11

Leskist groene energie Pagina 11 Leskist groene energie Pagina 11 Bouw een windmolen; en die moet zo hard mogelijk draaien. Omdat de ene plek op aarde warmer is dan de andere waait het altijd wel. Die wind kan een molen doen draaien.

Nadere informatie

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I Eindexamen vwo natuurkunde pilot 0 - I Opgave Lichtpracticum maximumscore De buis is aan beide kanten afgesloten om licht van buitenaf te voorkomen. maximumscore 4 De weerstanden verhouden zich als de

Nadere informatie

H2 les par2+4+3.notebook November 11, 2015. Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna

H2 les par2+4+3.notebook November 11, 2015. Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna Hoofdstuk 2 Elektriciteit in Huis Elektriciteit in huis Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna wordt de huisinstallatie verdeeld in groepen met zekeringen. voor de extra veiligheid zijn

Nadere informatie

Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit

Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit 1. Gelijkstroomkringen (DC) De verschillende elektrische grootheden bij gelijkstroom zijn: Elektrische spanning (volt) definitie: verschillend potentiaal

Nadere informatie

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden Vraag 1 Welke van volgende formules stemt overeen met magnesiumchloriet? MgCl Mg(ClO 2 ) 2 Mg(ClO 3 ) 2 Mg3(ClO 3 ) 2 Optie A: Hier is wat kennis over het periodiek systeem der elementen

Nadere informatie

Scheikunde VWO. Vrijdag 19 mei 1995 13.30 16.30 uur. vragen

Scheikunde VWO. Vrijdag 19 mei 1995 13.30 16.30 uur. vragen Scheikunde VWO vragen Vrijdag 19 mei 1995 1330 1630 uur toelichting Dit examen bestaat uit 23 vragen Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden instructie

Nadere informatie

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn. Antwoorden 1 Hoeveel protonen, elektronen en neutronen heeft een ion Fe 3+? 26 protonen, 23 elektronen, 30 neutronen 2 Geef de scheikundige namen van Fe 2 S 3 en FeCO 3. ijzer(iii)sulfide en ijzer(ii)carbonaat

Nadere informatie

Bloedsomloop. 1 Inleiding. 2 Meetopstelling. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding

Bloedsomloop. 1 Inleiding. 2 Meetopstelling. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding Bloedsomloop 1 Inleiding Het menselijk lichaam bestaat uit een zeer groot aantal cellen. Elke cel heeft voedingsstoffen en zuurstof nodig. Elke cel

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2011 - I

Eindexamen scheikunde havo 2011 - I Beoordelingsmodel Uraanerts 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal elektronen: 88 aantal protonen: 92 1 aantal elektronen: aantal protonen verminderd met 4 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist

Nadere informatie

Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde

Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde Opgave 1 Op het etiket van een pot pindakaas staat als een van de ingrediënten magnesium genoemd. Scheikundig is dit niet juist. Pindakaas bevat geen magnesium

Nadere informatie

7.4.3 - de ph-schaal van 0 tot 14 in verband brengen met zure, neutrale en basische oplossingen en met de concentratie van H+-ionen en OH--ionen;

7.4.3 - de ph-schaal van 0 tot 14 in verband brengen met zure, neutrale en basische oplossingen en met de concentratie van H+-ionen en OH--ionen; Leergebied: concentratie Leerplannen LP Chemie 2e gr KSO GO 5.5.2 - de massaconcentratie van een oplossing definiëren als het aantal gram opgeloste stof per 100 ml oplossing; de oplosbaarheid van een stof

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-I

Eindexamen scheikunde havo 2001-I Eindexamen scheikunde havo -I 4 Antwoordmodel Nieuw element (in de tekst staat:) deze atomen zijn eerst ontdaan van een aantal elektronen dus de nikkeldeeltjes zijn positief geladen Indien in een overigens

Nadere informatie

Testen en metingen op windenergie.

Testen en metingen op windenergie. Testen en metingen op windenergie. Inleiding Als we rond groene energie begonnen te denken, dan kwam windenergie als een van de meest vanzelfsprekende vormen van groene energie naar boven. De wind heeft

Nadere informatie

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT Wanneer loopt er stroom? Elektrische apparaten werken alleen als er een stroom door loopt. Om de stroom te laten lopen is er altijd een spanningsbron nodig. Dat kan een

Nadere informatie

Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen VWO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1,2 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 68 punten

Nadere informatie

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het VWO. versie mei 2013

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het VWO. versie mei 2013 ZUREN EN BASEN Samenvatting voor het VWO versie mei 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Algemeen 3. Zuren 4. Basen 5. Het waterevenwicht 6. Definities ph en poh 7. ph BEREKENINGEN 7.1. Algemeen 7.2. Water

Nadere informatie

3.1. 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie.

3.1. 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie. 3.1 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie. 2. De pijl in een reactieschema (bijvoorbeeld: A + B C) betekent: - A en B reageren tot C of - Er vindt

Nadere informatie

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week 18-4-2016

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week 18-4-2016 Rekenen aan reacties 2 Scheikunde Niveau 4 Jaar 1 Periode 3 Week 4 Deze les Rekenen aan reactievergelijkingen Samenvatting Vragen Huiswerk voor volgende week Bestuderen Lezen voor deze week Bestuderen

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 EXAMEN: 2001-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 EXAMEN: 2001-I UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 NIVEAU: VWO EXAMEN: 2001-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Phydrostatisch = gh (6)

Phydrostatisch = gh (6) Proefopstellingen: Bernoulli-opstelling De Bernoulli-vergelijking (2) kan goed worden bestudeerd met een opstelling zoals in figuur 4. In de figuur staat de luchtdruk aangegeven met P0. Uiterst links staat

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 5 Elektriciteit 1 Stroomkringen 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 2 a Een elektrische stroom bestaat uit kleine deeltjes die door geleidende materialen bewegen. b Met een stroommeter (ampèremeter)

Nadere informatie

Rekenen aan reacties (de mol)

Rekenen aan reacties (de mol) Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html

Nadere informatie