Rapport. Stijging ziekteverzuim in het primair onderwijs. Onderzoek naar oorzaken en maatregelen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rapport. Stijging ziekteverzuim in het primair onderwijs. Onderzoek naar oorzaken en maatregelen"

Transcriptie

1 Rapport Stijging ziekteverzuim in het primair onderwijs Onderzoek naar oorzaken en maatregelen

2 Het CAOP is hét kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken en arbeidsmarktvraagstukken in het publieke domein. CAOP Research is de onderzoeksafdeling van het CAOP en beschikt over ruime ervaring op het gebied van onderzoek, onderzoeksadvies en onderzoeksbegeleiding. CAOP Research, februari 2012 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, CD, internet of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

3 Stijging ziekteverzuim in het primair onderwijs Onderzoek naar oorzaken en maatregelen Karin Jettinghoff Yvonne Hoogeveen Jo Scheeren CAOP Research Den Haag, februari

4 2

5 VOORWOORD Ziekteverzuim heeft een aantal nadelige gevolgen voor scholen in het primair onderwijs. Er dient bijvoorbeeld vervanging geregeld te worden en medewerkers moeten taken van zieke collega s overnemen. De medewerkers met extra taken worden hierdoor extra belast met het risico dat ze zelf ook uitvallen door ziekte. Inzicht in de oorzaken van het ziekteverzuim biedt handvatten om het ziekteverzuim aan te pakken. Volgens het Vervangingsfonds (Vf) is het ziekteverzuim in het primair onderwijs recent aan het stijgen. Het Vf heeft daarom aan CAOP Research de opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren naar de oorzaken van deze stijging. Het Vf wil zo meer handvatten krijgen voor het voeren van beleid om het ziekteverzuim weer te laten dalen. Ten behoeve van dit onderzoek heeft CAOP Research op basis van bestaande bronnen in kaart gebracht wat de kwantitatieve omvang van het ziekteverzuim is en wat de ontwikkelingen hierin zijn. Tevens is een groepsbijeenkomst gehouden met de regioadviseurs en AVR-adviseurs van het Vf om een eerste gedegen indruk te krijgen van mogelijke oorzaken voor de stijging van het ziekteverzuim en mogelijke maatregelen om het ziekteverzuim aan te pakken. Vervolgens zijn verdiepende interviews op tien scholen en stichtingen gehouden en is een enquête afgenomen onder schoolleiders en bestuurders in het po. Wij willen de scholen en stichtingen die via de verdiepende interviews hebben meegewerkt aan dit onderzoek hartelijk danken voor de informatie waarvan ze ons hebben voorzien. Ook de AVR- en regioadviseurs van het Vf willen we bedanken voor hun input tijdens de groepsbijeenkomst. Daarnaast gaat onze dank uit naar Anita van de Bunt, Marcel Touw en Aleid te Voortwis die het onderzoek vanuit het Vf hebben begeleid. Karin Jettinghoff, Yvonne Hoogeveen en Jo Scheeren Den Haag, februari

6 4

7 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 7 1 INLEIDING Aanleiding Onderzoeksvragen Aanpak Desk research Groepsgesprek met adviseurs Vervangingsfonds Diepte-interviews met sleutelfiguren op scholen primair onderwijs Enquête onder schoolleiders primair onderwijs Leeswijzer OMVANG EN ACHTERGRONDKENMERKEN VAN HET ZIEKTEVERZUIM Omvang Achtergrondkenmerken RESULTATEN KWALITATIEF ONDERZOEK Aard ziekteverzuim Gevolgen ziekteverzuim Oorzaken stijging ziekteverzuim Hogere werk- en regeldruk voor onderwijzend personeel De omgeving De schoolorganisatie De medewerkers Maatregelen terugdringen ziekteverzuim Ziekteverzuimbeleid Professionalisering van medewerkers en management Timemanagement en werkplanning Overige maatregelen 30 4 RESULTATEN KWANTITATIEF ONDERZOEK Achtergrondkenmerken respondenten Oorzaken Oorzaken voor ziekteverzuim in het algemeen Oorzaken voor stijging ziekteverzuim 35 5

8 4.3 Problemen door stijging ziekteverzuim Maatregelen CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Beantwoording van de onderzoeksvragen Ontwikkelingen in het ziekteverzuim Oorzaken voor de stijging van het ziekteverzuim Maatregelen voor de aanpak van het ziekteverzuim Aanbevelingen...42 BIJLAGE 1: DEELNEMENDE SCHOLEN 45 BIJLAGE 2: KENMERKEN VAN RESPONDENTEN 46 BIJLAGE 3: MAATREGELEN 47 6

9 SAMENVATTING Doel en vraagstelling In opdracht van het Vf heeft CAOP Research een onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van de recente stijging van het ziekteverzuim in het primair onderwijs (po) om zo meer handvatten te krijgen voor het voeren van beleid om het verzuim weer te laten dalen. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 1. Hoe is het gesteld met het ziekteverzuim in de afgelopen jaren tot nu toe? 2. Welke oorzaken dragen scholen aan voor de stijging van het ziekteverzuim in het afgelopen jaar? 3. Wat is de omvang van de problematiek achter het gestegen ziekteverzuim in de hele sector? 4. Welke maatregelen dragen scholen aan om het ziekteverzuim aan te pakken? Methode van onderzoek Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen, is een combinatie van desk research en kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitgevoerd. Op basis van bestaande bronnen is in kaart gebracht wat er bekend is over de kwantitatieve omvang van het ziekteverzuim in de afgelopen jaren en de geconstateerde stijging in het afgelopen jaar. Om een eerste gedegen indruk te krijgen van mogelijke oorzaken voor de stijging van het ziekteverzuim en mogelijke maatregelen om het ziekteverzuim aan te pakken is op 27 september 2011 een groepsbijeenkomst gehouden met de regioadviseurs en AVR-adviseurs. Deze bijeenkomst diende als input voor de 28 verdiepende interviews op tien scholen en stichtingen en de enquête die is afgenomen onder schoolleiders en bestuurders in het po. Belangrijkste resultaten Volgens gegevens van het Vf is het ziekteverzuim in het primair onderwijs na een jarenlange daling sinds het derde kwartaal van 2010 weer aan het stijgen. De verwachting is dat deze stijging de komende periode nog verder zal doorzetten. Deze stijging is nog niet zichtbaar in het ziekteverzuimpercentage voor het kalanderjaar 2010, zoals blijkt uit de voorlopige resultaten van Regioplan. Wel is in 2010 een stijging van de gemiddelde verzuimduur waar te nemen. Gegevens voor het kalenderjaar 2011 zijn nog niet beschikbaar. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat oorzaken die genoemd worden voor de stijging van het ziekteverzuim hetzelfde zijn als oorzaken die volgens de geïnterviewde schoolleiders in zijn algemeenheid een rol spelen bij het ziekteverzuim. In de interviews komt het beeld naar voren dat het vooral om een combinatie van factoren en ontwikkelingen in het po gaat die ertoe leidt dat het ziekteverzuim weer aan het stijgen is. Uit de enquête kan worden afgeleid dat de stijging van het ziekteverzuim in het schooljaar wordt veroorzaakt door dezelfde factoren als voorheen, maar dat deze factoren in intensiteit zijn toegenomen. 7

10 Factoren die in de enquête onder schoolleiders en bestuurders het vaakst worden genoemd als belangrijke ervaren oorzaken van ziekteverzuim, zijn de hoge werkdruk (52%) en de toenemende prestatiedruk (61%). De toenemende prestatiedruk en hogere werkdruk zijn volgens respectievelijk 72 procent en 67 procent van de respondenten ook belangrijke oorzaken van het ziekteverzuim in het afgelopen schooljaar ( ). Dit komt overeen met de resultaten uit de interviews op poscholen. Hieruit blijkt dat in de afgelopen jaren een aantal ontwikkelingen heeft plaatsgevonden, waardoor de ervaren werk- en regeldruk op scholen en daarmee op het onderwijzend personeel is toegenomen. Deze ontwikkelingen betreffen onder andere: een toenemend aantal taken (vooral administratieve taken); vernieuwingen in het onderwijs (zoals ict in de klas, nieuwe onderwijsmethoden; andere didactiek en nieuwe schoolconcepten), toenemende kwaliteitseisen (vanuit de wet BIO en de Onderwijsinspectie) en bezuinigingen in het onderwijs. De ontwikkelingen en vernieuwingen in het onderwijs hebben niet alleen geleid tot een hogere werkdruk en prestatiedruk bij medewerkers, maar hebben ook de druk op schoolleiders en bestuurders vergroot. De veranderingen vragen om verzakelijking en ondernemerschap in het onderwijs. Een andere belangrijke oorzaak van ziekteverzuim betreft volgens de geënquêteerde schoolleiders en bestuurders de medisch gespecificeerde aandoeningen (65%). Dit geluid komt tevens terug bij de interviews op de scholen waarin de toename van het aantal ernstige aandoeningen ook als oorzaak wordt genoemd van het ziekteverzuim. Om het ziekteverzuim aan te pakken worden op de geïnterviewde scholen diverse maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn: Het creëren van een open cultuur waarin ruimte is om dingen met elkaar te bespreken en waarin medewerkers zich veilig en gesteund voelen; Het verder ontwikkelen en implementeren van een actief verzuimbeleid; Het verder professionaliseren van medewerkers en leidinggevenden en Een zakelijkere aanpak op school. Aanbevelingen Aanbevelingen richting scholen zijn: Ontwikkel een meerjarenplan waarin duidelijk staat aangegeven wat de visie is van de school en hoe de komende periode ingespeeld zal worden op de veranderingen en ontwikkelingen waar de school mee te maken krijgt. Betrek medewerkers meer bij de ontwikkelingen in de school, bijvoorbeeld door medewerkers in werkgroepen zelf taken op te laten pakken en vorm te laten geven. Zet verder in op professionalisering van leidinggevenden en medewerkers. Ga na of er mogelijkheden zijn om efficiënter om te gaan met de beschikbare tijd en het plannen van werkzaamheden. Zorg dat het ziekteverzuimbeleid op orde is. Schoolleiders op scholen dienen daarnaast aandacht te hebben voor het creëren van een open cultuur waarin ruimte is om dingen met elkaar te bespreken en waarin medewerkers zich veilig en gesteund voelen. Het Vf kan scholen hierbij adviseren en faciliteren. 8

11 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het Vervangingsfonds (Vf) constateert dat het ziekteverzuim in het primair onderwijs (po) na een jarenlange daling sinds het derde kwartaal van 2010 weer aan het stijgen is. De oorzaken van deze stijging zijn vooralsnog onbekend. Om meer handvatten te krijgen voor beleid om het ziekteverzuim te laten dalen, heeft het Vf CAOP Research gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de oorzaken van deze recente stijging van het ziekteverzuim in het po. 1.2 Onderzoeksvragen Doel van het onderzoek is om te achterhalen wat de oorzaken zijn van de recente stijging van het ziekteverzuim bij onderwijspersoneel in het po. Om deze doelstelling te realiseren zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Hoe is het gesteld met het ziekteverzuim in de afgelopen jaren tot nu toe? 2. Welke oorzaken dragen scholen aan voor de stijging van het ziekteverzuim in het afgelopen jaar? 3. Wat is de omvang van de problematiek achter het gestegen ziekteverzuim in de hele sector? 4. Welke maatregelen dragen scholen aan om het ziekteverzuim aan te pakken? 1.3 Aanpak Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen, is een combinatie van desk research en kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitgevoerd. Hieronder staan de verschillende onderdelen van het onderzoek nader beschreven Desk research Op basis van bestaande bronnen die ter beschikking staan van het Vf is de stand van zaken opgemaakt over wat bekend is over de kwantitatieve omvang van het ziekteverzuim in de afgelopen jaren en de geconstateerde stijging in het afgelopen jaar. Daarvoor is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: 1. Informatie van het Vf over ontwikkelingen in het ziekteverzuim. Voor deze informatie wordt gebruik gemaakt van CASO-data die worden bewerkt door het Vf. Met deze gegevens worden ontwikkelingen in het verzuim geduid. Over de hoogte van het verzuim worden op basis van deze data geen uitspraken gedaan. 1 1 Reden hiervoor is dat het bestand vervuilde standgegevens bevat (onder meer vanwege slechte registratie van herstelmeldingen), waardoor uit deze registratie te hoge verzuimcijfers naar voren komen. 9

12 2. Gegevens uit jaarlijks onderzoek naar ziekteverzuim van onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs. Regioplan voert dit onderzoek uit in opdracht van het Vf en het ministerie van OCW. Op basis van dit onderzoek worden de officiële gecorrigeerde landelijke verzuimcijfers in het onderwijs gepresenteerd. Naast de kwantitatieve omvang is op basis van deze bronnen ook een analyse gemaakt van de aard van het ziekteverzuim (kortdurend-langdurend, functies, sekse, leeftijd, schoolgrootte, et cetera) Groepsgesprek met adviseurs Vervangingsfonds Om een eerste gedegen indruk te krijgen van mogelijke oorzaken voor het hoger ziekteverzuim is op 27 september 2011 een groepsbijeenkomst gehouden met de regioadviseurs en AVR-adviseurs. Tijdens deze bijeenkomst zijn de adviseurs bevraagd over de oorzaken van het ziekteverzuim en mogelijke maatregelen om het verzuim aan te pakken. De regioadviseurs adviseren en begeleiden het schoolmanagement op het terrein van arbo, verzuim en re-integratie. En de AVRadviseurs bieden ondersteuning aan schoolbesturen die relatief veel bij het Vf declareren wegens ziekte. De adviseurs zijn goed op de hoogte van wat er speelt op scholen en van mogelijke oorzaken en maatregelen voor de stijging van ziekteverzuim in het po. De informatie uit deze bijeenkomst is gebruikt als input voor het opstellen van een interviewchecklist voor de interviews op de scholen en voor het opstellen van de enquête voor schoolleiders (zie paragraaf en 1.3.4). De regio- en AVRadviseurs hebben ook een functie gehad bij de selectie van scholen voor de interviews, aangezien zij goed op de hoogte zijn bij welke scholen de stijging van het ziekteverzuim speelt Diepte-interviews met sleutelfiguren op scholen primair onderwijs Voor een verdiepende analyse van de problematiek zijn diepte-interviews gehouden met sleutelfiguren op po-scholen. Hiertoe zijn tien scholen en schoolbesturen in het po geselecteerd die in het laatste jaar een aantoonbaar hoger ziekteverzuim dan wel lager ziekteverzuim hebben gehad onder hun personeel dan voorheen. Bij de selectie is niet alleen de hoogte van het ziekteverzuim als graadmeter meegenomen maar is er ook op gelet dat er variatie is onder de scholen of schoolbesturen wat betreft de grootte van de school, de regio waarin de school gelegen is (krimpregio of groeiregio), maar ook de omgeving waarin de school is gesitueerd (stedelijk of platteland), de denominatie van de school en de samenstelling van het team qua leeftijd (jong of ouder team). Tevens is zorg gedragen voor een regionale spreiding van de scholen. Per school/schoolbestuur is gesproken met - waar mogelijk - drie functionarissen die binnen de organisatie het meest van de problematiek afweten en een verband kunnen leggen tussen het ziekteverzuim en recente ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie die mogelijk hebben geleid tot een hoger ziekteverzuim. In totaal zijn 28 personen geïnterviewd. De interviews hebben plaatsgevonden in de periode van 27 oktober tot en met 18 november Er zijn gesprekken gevoerd met bovenschoolse directeuren en locatiedirecteuren, bouwcoördinatoren en preventiemedewerkers/arbocoördinatoren, personeelsmanagers/-functionarissen, bedrijfsartsen en arbeidsdeskundigen. In bijlage 1 vindt u een overzicht van de deelnemende scholen. 10

13 In de interviews is ingegaan op de omvang en gevolgen van het ziekteverzuim. Vervolgens is ingegaan op de oorzaken van de stijging dan wel daling van het ziekteverzuim. Ook is gevraagd naar mogelijke suggesties voor de aanpak van het ziekteverzuim Enquête onder schoolleiders primair onderwijs Om de omvang van de problematiek te kunnen vaststellen, is een digitale enquête uitgezet onder schoolleiders en bestuurders in het po. Bij een grote vertegenwoordiging van organisaties (scholen/schoolbesturen) is nagegaan wat de oorzaken van de stijging van het ziekteverzuim zijn, hoe groot de problematiek van het verzuim is voor de organisatie en welke mogelijkheden voor een lager ziekteverzuim worden gezien. Daarmee geeft deze inventarisatie mogelijkheden tot het voeren van beleid. Zowel scholen die een hoog ziekteverzuim hebben als scholen met een laag ziekteverzuim zijn benaderd. Bij de scholen die een laag ziekteverzuim hebben, is nagegaan of de oorzaken van ziekteverzuim anders zijn dan bij scholen met een hoog verzuim. Ook is geïnventariseerd welke specifieke oplossingen of beleidsmaatregelen deze scholen en schoolbesturen hebben bedacht waardoor het ziekteverzuim bij hen niet is gestegen. Voor het benaderen van scholen is gebruik gemaakt van het schoolmanagementpanel. Dit panel bestaat uit schoolleiders, bestuurders en P&O ers van een groot aantal scholen in het primair onderwijs. Daarnaast zijn alle schoolleiders van islamitisch en antroposofische scholen benaderd, zodat deze voldoende zijn vertegenwoordigd. De totale steekproef kwam uit op circa personen. Het veldwerk is uitgevoerd door ResearchNed in de periode 1 tot en met 21 november In totaal hebben 860 personen de enquête ingevuld (31%). Via het brinnummer van scholen zijn specifieke achtergrondkenmerken van scholen toegevoegd aan het databestand. In de analyse is een weging toegepast, om te corrigeren voor afwijkende kenmerken van de respons. In het basisonderwijs is gewogen naar schoolgrootte, denominatie, vakantieregio, gemeentetype en verzuimklasse. Daarnaast is gecorrigeerd voor (kleine) afwijkingen in de verdeling naar schooltype (bo, sbo, (v)so). De respons vormt zodoende een goede afspiegeling van de populatie. 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de omvang en achtergrondkenmerken van het ziekteverzuim. zoals dit uit de documentatie van het Vf naar voren komt. In hoofdstuk 3 komen de resultaten van het kwalitatieve onderzoek aan de orde. Voorts bespreken we in hoofdstuk 4 de resultaten van het kwantitatieve onderzoek. In hoofdstuk 5, tot slot, komen de conclusies en aanbevelingen aan bod. 11

14 2 OMVANG EN ACHTERGRONDKENMERKEN VAN HET ZIEKTEVERZUIM In dit hoofdstuk wordt aan de hand van bestaande bronnen een beeld geschetst van de omvang (paragraaf 2.1) en achtergrondkenmerken (paragraaf 2.2) van het ziekteverzuim, gebaseerd op de bronnen van het Vf. Samenvatting Volgens informatie van het Vf is de stijging van het ziekteverzuim ingezet vanaf het derde kwartaal van Deze stijging is volgens de gegevens van Regioplan nog niet zichtbaar in het ziekteverzuimpercentage voor het kalenderjaar Wel is volgens de gegevens van Regioplan in 2010 een stijging van de gemiddelde verzuimduur waar te nemen. Gegevens over het kalenderjaar 2011 zijn nog niet beschikbaar. 2.1 Omvang Aan de hand van verzuimpercentage (VZP), de meldingsfrequentie (MF) en de gemiddelde verzuimduur (GVD) is het ziekteverzuim voor het onderwijzend en het onderwijsondersteunend personeel over de afgelopen drie jaar beschreven. Hiervoor is gebruik gemaakt van de voorlopige cijfers van Regioplan. 2 Regioplan rapporteert jaarlijks over het ziekteverzuim in het onderwijs. In de rapportage wordt het ziekteverzuim per kalenderjaar gepresenteerd (niet per schooljaar). De voorlopige cijfers hebben betrekking op het kalenderjaar De constatering van het Vf dat het ziekteverzuim sinds het derde kwartaal van 2010 weer aan het stijgen is, is in deze cijfers nog niet zichtbaar. Gegevens over het kalenderjaar 2011 zijn nog niet beschikbaar. Het verzuimpercentage (VZP) geeft aan welk deel van de beschikbare werkdagen wegens verzuim verloren is gegaan. In tabel 2.1 is af te lezen dat het verzuimpercentage voor het onderwijzend personeel de afgelopen jaren nagenoeg gelijk is gebleven. Het VZP voor het onderwijsondersteunend personeel is zelfs iets afgenomen. Het onderwijsondersteunend personeel laat een iets hoger VZP zien dan het onderwijzend personeel. Tabel 2.1: Verzuimpercentage onderwijspersoneel Onderwijzend personeel Onderwijsondersteunend personeel BO 6,00 6,04 6,08 8,01 6,80 6,68 SBAO/WEC 6,68 6,69 6,48 7,40 7,28 7,03 PO 6,11 6,14 6,14 7,70 7,03 6,85 Bron: Regioplan, Regioplan Beleidsonderzoek (2010). Verzuim in het primair onderwijs 2010 (voorlopige resultaten). 12

15 Uit tabel 2.2 blijkt dat de meldingsfrequentie - het gemiddeld aantal meldingen per formatie - voor het onderwijzend personeel de afgelopen jaren iets is afgenomen. Hetzelfde geldt voor het onderwijsondersteunend personeel. Het onderwijsondersteunend personeel heeft een iets hogere meldingsfrequentie dan het onderwijzend personeel. Tabel 2.2: Meldingsfrequentie onderwijspersoneel Onderwijzend personeel Onderwijsondersteunend personeel BO 1,11 1,13 1,01 0,91 0,91 0,81 SBAO/WEC 1,39 1,38 1,24 1,56 1,54 1,34 PO 1,16 1,17 1,04 1,21 1,18 1,05 Bron: Regioplan, 2010 Wat betreft de gemiddelde verzuimduur (de gemiddelde lengte van het verzuim in dagen) is een toename zichtbaar, zowel bij het onderwijzend personeel als bij het onderwijsondersteunend personeel (zie tabel 2.3). Het onderwijsondersteunend personeel heeft een iets hogere gemiddelde verzuimduur dan het onderwijzend personeel. Dit wordt echter vooral veroorzaakt door het hogere verzuim in het basisonderwijs. In het SBAO/WEC ligt het verzuim van het onderwijsondersteunend personeel juist iets lager dan bij het onderwijzend personeel. Tabel 2.3: Gemiddelde verzuimduur onderwijspersoneel Onderwijzend personeel Onderwijsondersteunend personeel BO 16,86 17,54 18,93 22,01 21,90 22,05 SBAO/WEC 15,37 16,55 15,95 14,53 15,04 15,71 PO 16,59 17,37 18,42 17,57 18,00 18,44 Bron: Regioplan, 2010 Het nulverzuim - het deel van het personeel dat gedurende het betreffende kalenderjaar in het geheel niet heeft verzuimd - is toegenomen, zowel bij het onderwijzend als bij het ondersteunend personeel (zie tabel 2.4). In het basisonderwijs heeft het onderwijsondersteunende personeel een hoger nulverzuim dan het onderwijzend personeel. Voor het SBAO/WEC is het omgekeerd. Daar heeft het onderwijzend personeel een hoger nulverzuim dan het onderwijzend personeel. Tabel 2.4: Nulverzuim onderwijspersoneel Onderwijzend personeel Onderwijsondersteunend personeel BO 44,83 42,52 45,92 52,72 52,08 54,96 SBAO/WEC 39,10 36,88 40,13 35,35 33,41 37,36 PO 43,89 41,64 45,02 43,93 43,05 46,37 Bron: Regioplan,

16 Sinds derde kwartaal 2010 stijging Het Vf brengt op basis van de ziekteverzuimgegevens afkomstig van CASO de trendmatige ontwikkeling van het ziekteverzuim in het po voor onderwijzend en ondersteunend personeel in kaart. 3 Uit de gegevens tot en met mei 2011 blijkt dat het ziekteverzuim onder het onderwijzend personeel en het onderwijsondersteunend personeel het laatste jaar (vanaf het derde kwartaal van 2010) weer aan het toenemen is (zie figuur 2.1) 4. Volgens het Vf lijkt het er bovendien op dat - gezien de sterke stijging van het ziekteverzuim in de afgelopen periode - het einde van deze stijging nog niet is bereikt. Figuur 2.1: Ontwikkelingen in het ziekteverzuim in het po (december 1999 = 100) Ook vanuit het onderwijsveld en de regio- en AVR-adviseurs ontvangt het Vf signalen dat het ziekteverzuim in het po weer aan het stijgen is. Bovendien is deze ontwikkeling terug te zien in de stijging van de kosten voor vervanging bij ziekte. 3 Deze CASO-gegevens zijn standgegevens die zijn bewerkt door het Vervangingsfonds. De gegevens zijn vervuild en worden door het Vf alleen gebruikt voor het duiden van ontwikkelingen in het ziekteverzuim. Om die redenen zijn de cijfers geïndexeerd. Om te corrigeren voor onregelmatigheden ten gevolge van nadeclaraties en seizoensinvloeden heeft het Vf bij de berekening van het ziekteverzuim gebruik gemaakt van het 12- maandelijks voortschrijdend gemiddelde. Bij elke nieuwe maand wordt het gemiddelde genomen van de vorige elf maanden plus de nieuwe maand (jaargemiddelde). 4 Vervangingsfonds (2011). Ziekteverzuimtrendcijfers tot en met mei

17 2.2 Achtergrondkenmerken Om inzicht te krijgen in de mate waarin langdurige ziektegevallen het verzuimpercentage beïnvloeden, is berekend wat het ziekteverzuimpercentage is inclusief en exclusief het verzuim langer dan één jaar. Uit het onderzoek van Regioplan blijkt dat - wanneer de ziekteverzuimgevallen die langer dan één jaar duren, worden afgebroken bij 365 dagen - het ziekteverzuimpercentage van 2010 voor het po 0,39 procentpunt onder het gewone ziekteverzuimpercentage (inclusief het verzuim langer dan één jaar) uitkomt. Invloed achtergrondkenmerken scholen op ziekteverzuim In grote scholen wordt meer verzuimd, maar de duur van het verzuim is gemiddeld korter dan bij kleine scholen. Het verzuimpercentage ligt hoger in sterk verstedelijkte gebieden. Als we kijken naar de verschillende regio s, is te zien dat de regio Noord het hoogste ziekteverzuimpercentage heeft. Wat betreft denominaties, scoren de groep gereformeerde, reformatorische en evangelische scholen het laagst op de kengetallen verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde verzuimduur. De islamitische en vrije scholen scoren het hoogst op verzuimpercentage. Invloed van achtergrondkenmerken medewerkers op ziekteverzuim Wat betreft de invloed van het geslacht blijkt dat vrouwen vaker verzuimen dan mannen, maar mannen in het basisonderwijs gemiddeld langer ziek zijn dan vrouwen als ze eenmaal ziek zijn gemeld. Leeftijd is ook van invloed op het verzuimpercentage en de gemiddelde verzuimduur; beide kengetallen stijgen met de leeftijd. 15

18 3 RESULTATEN KWALITATIEF ONDERZOEK Dit hoofdstuk bespreekt de oorzaken van de stijging van het ziekteverzuim, zoals dit uit de groepsdiscussie met de adviseurs van het Vf en uit de diepte-interviews op scholen naar voren is gekomen. Achtereenvolgens komen aan de orde: de aard van het ziekteverzuim (paragraaf 3.1), de ervaren gevolgen van het ziekteverzuim voor de scholen (paragraaf 3.2), de ervaren oorzaken van de stijging van het ziekteverzuim (paragraaf 3.3) en maatregelen die scholen nemen om het ziekteverzuim aan te pakken (paragraaf 3.4). Samenvatting Oorzaken Er is niet één directe oorzaak te geven voor de stijging van het ziekteverzuim in het po. Wel heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor de ervaren werken regeldruk op scholen en daarmee op het onderwijzend personeel is toegenomen. Als gevolg van deze hogere druk is men kwetsbaarder voor ziektes. Deze ontwikkelingen zijn onder andere een toenemend aantal taken en eisen voor onderwijzend personeel en vernieuwingen in het onderwijs (zoals opbrengstgericht werken, ict en passend onderwijs). Minder nieuwe ontwikkelingen die worden genoemd, maar wel van belang in combinatie met de andere oorzaken, zijn het part time werken en de pieken in werkbelasting in het onderwijs. Ook trends als vergrijzing, krimp en bezuinigingen in het onderwijs leiden tot een hogere ervaren druk. Uit de interviews komt naar voren dat deze ontwikkelingen en trends vragen om zakelijk leiderschap, maar dat dit op veel scholen nog geen realiteit is. Schoolleiders hebben minder mogelijkheden om medewerkers in de luwte te houden en dienen medewerkers steeds meer aan te spreken op hun professionaliteit. Tevens zijn schoolleiders en bestuurders sinds de invoering van de lumpsumregeling verantwoordelijk voor het financiële beleid van de scholen. Onvoldoende deskundigheid op dit gebied, kan slecht (financieel) beleid tot gevolg hebben. Andere omgevingsfactoren waarvan men aangeeft dat ze op de achtergrond meespelen in relatie tot het hogere ziekteverzuim zijn de als goed ervaren ontslagbescherming in het onderwijs en de vergoeding van het vervangingsfonds waardoor ziekte vaak niet voelbaar is in de schoolinstelling. Daarnaast verlopen op sommige scholen de trajecten van de arbodienst traag. Een andere factor die wordt genoemd, is een toename van het aantal ernstige zieken. Bij medewerkers zelf speelt de combinatie van werk en privé een rol en persoonlijke kenmerken, maar ook een lagere kwaliteit van gediplomeerden. Maatregelen Maatregelen die geïnterviewde scholen voeren om het ziekteverzuim aan te pakken zijn onder meer gericht op het verder ontwikkelen en doorvoeren van het ziekteverzuimbeleid, de professionalisering van medewerkers en management, timemanagement en werkplanning en inzetten van extra ondersteuning en het betrekken van medewerkers bij beleidsontwikkeling. 16

19 3.1 Aard ziekteverzuim Op de geïnterviewde scholen vallen de meeste kortdurende verzuimgevallen onder de categorie griep en verkoudheid. De langdurige verzuimgevallen betreffen over het algemeen medewerkers die een operatie moeten ondergaan, medewerkers met een ernstige ziekte (bijvoorbeeld kanker, hersentumor), medewerkers met zwangerschapsgerelateerde klachten en medewerkers met spanningsklachten. Soms is er sprake van fysieke klachten, maar wordt vermoed dat er ook een werkcomponent mee speelt. Zoals uit dit overzicht blijkt, is een deel van het ziekteverzuim toe te schrijven aan gezondheidsklachten en ernstige ziekten die niet toe te schrijven zijn aan het werk. 5 Een ander deel is volgens de geïnterviewden wel werk gerelateerd, al wordt dit bij de ziekmelding niet altijd meteen aangegeven. Vaak is bij werk gerelateerd verzuim ook sprake van een combinatie van factoren (dus naast druk of problemen op het werk ook druk of problemen in de thuissituatie), zo geven sommige geïnterviewden aan. Op een aantal scholen is sprake van een aantal langdurige verzuimgevallen, waardoor het verzuimcijfer op die scholen erg hoog ligt. 3.2 Gevolgen ziekteverzuim Uit de interviews komt naar voren dat het ziekteverzuim een aantal nadelige gevolgen heeft voor de schoolorganisatie. Zo moet bij ziekmelding van een leerkracht vervanging worden geregeld. De meeste scholen zijn aangesloten bij een vervangingspool. Een deel van de scholen heeft een eigen lijst met vervangers. Het is niet altijd gemakkelijk voor scholen om goede vervanging te regelen. Hierbij lijkt onderwijssoort en onderwijsmethode van de school ook een rol te spelen. Niet alle invalkrachten willen en/of zijn geschikt om in te vallen op bijvoorbeeld een school voor speciaal onderwijs of een vrije school. Wanneer het niet lukt om vervanging extern te regelen, wordt soms intern vervanging geregeld of worden kinderen uit de betreffende klas over de andere klassen verdeeld. Op een school waar het verzuim relatief laag is, vangt men het verzuim in eerste instantie intern op. Vervanging heeft volgens een aantal geïnterviewden tot gevolg dat leerlingen een andere leerkracht krijgen. Vooral als het verzuim langer duurt en dat vooraf niet meteen duidelijk is, kan het voorkomen dat een klas in korte tijd verschillende vervangers achter elkaar krijgt. Dit kan voor onrust zorgen in de klas (dat geldt vooral voor het speciaal onderwijs) en het kan de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs belemmeren, aldus de geïnterviewden. Dit leidt in sommige situaties ook tot klachten van ouders. Ander punt dat genoemd wordt in de interviews is dat ziekte van een leerkracht extra belasting en hogere werkdruk voor collega s met zich mee brengt in de vorm van het opvangen en inwerken van invalkrachten en het overnemen van taken. Als dit langere tijd aan houdt, kan hierdoor een sneeuwbaleffect ontstaan; de andere leerkrachten worden door deze extra belasting ook ziek. Ook voor schoolleiders brengen langdurige verzuimtrajecten extra werk met zich mee, zo zeggen enkele geïnterviewden, aangezien deze trajecten begeleid moeten worden. Tot slot noemen sommige geïnterviewde schoolleiders het financiële aspect. Scholen betalen premie aan het Vervangingsfonds. De hoogte van de premie is afhankelijk van de hoogte van het ziekteverzuim. Als het ziekteverzuim boven een grenswaarde uitstijgt, zijn scholen het vervangingsfonds een toeslag verschuldigd. 5 Een aantal geïnterviewden geeft aan de indruk te hebben dat het aantal medewerkers met ernstige ziekten de laatste tijd steeds meer lijkt voor te komen. Dit heeft volgens hen mogelijk ook te maken met de veroudering van het personeelsbestand. 17

20 3.3 Oorzaken stijging ziekteverzuim In deze paragraaf staan de oorzaken voor de stijging van het ziekteverzuim beschreven die in de gesprekken met de adviseurs van het Vf en de sleutelfiguren op de scholen naar voren zijn gekomen. Uit deze gesprekken blijkt dat oorzaken die genoemd worden voor de stijging van het ziekteverzuim over het algemeen al langere tijd spelen, ook al voordat sprake was van een stijging van het ziekteverzuim. Deze combinatie van factoren en ontwikkelingen in het po lijkt ertoe te leiden dat het ziekteverzuim na een jarenlange daling weer aan het stijgen is. Zoals een geïnterviewde het verwoordt: Ik denk dat er sprake van de druppel die de emmer doet overlopen. In paragraaf komen de oorzaken gerelateerd aan de hogere werk- en regeldruk voor onderwijzend personeel aan de orde. In paragraaf komen ontwikkelingen in de omgeving aan bod. In paragraaf wordt ingegaan op aspecten van de schoolorganisatie. Kenmerken van medewerkers komen in paragraaf aan de orde. Het gaat steeds om de oorzaken zoals de geïnterviewden deze ervaren Hogere werk- en regeldruk voor onderwijzend personeel In de meeste interviews op de scholen wordt als oorzaak van het hogere ziekteverzuim aangegeven dat leerkrachten een hogere werk- en regeldruk ervaren. Er worden verschillende ontwikkelingen genoemd die aan die hogere ervaren werken regeldruk bijdragen. - Toename van (administratieve) taken. Leerkrachten ondervinden dat er naast de onderwijzende taken steeds meer andere taken zijn bijgekomen. Een belangrijk aspect is het aantal administratieve taken van leerkrachten dat de afgelopen jaren is toegenomen. Daarbij valt te denken aan het bijhouden van een leerlingvolgsysteem en het schrijven van handelingsplannen. Leerkrachten hebben daarbij veelal niet het gevoel dat dergelijke handelingen henzelf tijdsbesparing oplevert, bijvoorbeeld in de vorm van tijdsbesparing op de lesvoorbereiding. Andere voorbeelden van deze extra taken zijn meer contacten met ouders, ontwikkelen van lesstof, opleiding en persoonlijke ontwikkeling en deelname aan werkgroepen. - Vernieuwingen in het onderwijs Leerkrachten hebben tevens te maken met vernieuwingen in het onderwijs, zoals het gebruik van ict in de klas, nieuwe onderwijsmethoden, andere didactiek en nieuwe schoolconcepten (zoals de brede school). Dit vraagt andere competenties van leerkrachten, zoals ict- en didactische vaardigheden, maar ook aanpassingsvermogen en flexibiliteit. - Toenemende kwaliteitseisen Een ander punt dat in de interviews naar voren komt, betreft het toenemen van de kwaliteitseisen die worden gesteld, vanuit de wet BIO en de Onderwijsinspectie. Zo dienen leerkrachten zich te scholen en ontwikkelen op sbl-competenties en moeten scholen aan steeds meer regels voldoen. Het lesprogramma is meer dan voorheen voorgeschreven. Een geïnterviewde schoolleider noemt in dit kader de lessen die worden gedropt bij de scholen als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen, zoals lessen over burgerschap, een nieuwe canon geschiedenis, aandacht voor het thema overgewicht tijdens de biologieles, terwijl de school de problematiek niet altijd ervaart (bijvoorbeeld omdat de problematiek wel in steden speelt, maar niet op het platteland). Daarnaast wordt een aantal keer genoemd dat scholen meer worden 18

Interim of niet? Handreiking voor het aanstellen van een interim manager. Leren verbeteren. Project voor risicoscholen en (zeer) zwakke afdelingen

Interim of niet? Handreiking voor het aanstellen van een interim manager. Leren verbeteren. Project voor risicoscholen en (zeer) zwakke afdelingen Interim of niet? 1 Handreiking voor het aanstellen van een interim manager Leren verbeteren Project voor risicoscholen en (zeer) zwakke afdelingen Een project van de VO-raad en AOC Raad Eerder verschenen

Nadere informatie

Het kan ook anders. Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk

Het kan ook anders. Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk Het kan ook anders Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk belasting belastbaarheid Het kan ook anders Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk: Factor tijd Roostermanagement Activiteitenanalyse Resultaatgericht

Nadere informatie

Wie heeft hier een probleem?

Wie heeft hier een probleem? Martine Amsing Linda Sontag Wie heeft hier een probleem? Gedragsproblemen in het voortgezet onderwijs onderzocht vanuit een interactionele benadering Wie heeft hier een probleem? Gedragsproblemen in het

Nadere informatie

Maken ze meer mogelijk?

Maken ze meer mogelijk? Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Beleidsgerichte studies 139 Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek Maken ze meer mogelijk? Studeren met een functiebeperking 2010 Vervolgmeting Hanneke

Nadere informatie

De zeggenschap van leraren Nulmeting in het po, vo, mbo en hbo

De zeggenschap van leraren Nulmeting in het po, vo, mbo en hbo De zeggenschap van leraren Nulmeting in het po, vo, mbo en hbo ResearchNed, in opdracht van het Ministerie van OCW Lette Hogeling Froukje Wartenbergh-Cras Jessica Pass Joyce Jacobs Sil Vrielink Marlies

Nadere informatie

Het einde van pesten op school in zicht?

Het einde van pesten op school in zicht? KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Pedagogische kwaliteit 77 Het einde van pesten op school in zicht? De effectiviteit van antipestaanpakken op basisscholen Ewoud Roede Charles Felix Het einde van pesten op

Nadere informatie

Ouders over hun positie in Passend Onderwijs

Ouders over hun positie in Passend Onderwijs Ouders over hun positie in Passend Onderwijs Ouders over hun positie in Passend Onderwijs Opdrachtgever: POLSO Utrecht, februari 2009 Oberon Postbus 1423 3500 BK Utrecht tel. 030-2306090 fax 030-2306080

Nadere informatie

Onderzoeksrapport Monitorstudie Goed Onderwijsbestuur in het VO

Onderzoeksrapport Monitorstudie Goed Onderwijsbestuur in het VO Onderzoeksrapport Monitorstudie Goed Onderwijsbestuur in het VO dr Marlies Honingh en dr Marieke van Genugten Nijmegen, augustus 2014 MONITORSTUDIE GOED ONDERWIJSBESTUUR IN HET VO DR MARLIES HONINGH &

Nadere informatie

Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur?

Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur? BESTUUR, MANAGEMENT EN ONDERWIJSKWALITEIT PO VO Hoe besturen borgen Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur? Simone Kessels Tessa de With Mmv: Barbara de Boer, Gert-Jan Bos

Nadere informatie

Ontheffingen WWB. Nota van bevindingen

Ontheffingen WWB. Nota van bevindingen Nota van bevindingen Colofon Programma Participatie Datum April 2013 Nummer NvB 13/02a Pagina 2 van 57 Inhoud Colofon 2 1 Samenvatting en conclusies 5 1.1 Aanleiding en achtergrond 5 1.2 Doelstelling 5

Nadere informatie

EXPERIMENT FLEXIBELE ONDERWIJSTIJDEN 2011-2014

EXPERIMENT FLEXIBELE ONDERWIJSTIJDEN 2011-2014 EXPERIMENT FLEXIBELE ONDERWIJSTIJDEN 2011-2014 EINDRAPPORT VAN HET ONDERZOEK OP ELF SCHOLEN NAAR DE EFFECTEN VAN FLEXIBELE ONDERWIJSTIJDEN OP DE KWALITEIT VAN HET ONDERWIJS september 2014 2 3 4 Voorwoord

Nadere informatie

Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk

Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk Nederlandse Organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek TNO S. de Vries, C. van de Ven, M. Nuyens,

Nadere informatie

landelijke handreiking voor een integrale aanpak van schoolziekteverzuim bij kinderen en jongeren

landelijke handreiking voor een integrale aanpak van schoolziekteverzuim bij kinderen en jongeren landelijke handreiking voor een integrale aanpak van schoolziekteverzuim bij kinderen en jongeren Bestemd voor scholen, diensten Jeugdgezondheidszorg, GGD-en, Centra voor Jeugd en Gezin, gemeenten en leerplichtambtenaren

Nadere informatie

eindrapport onderzoek schoolgrootte uit leerlingperspectief s c h o o l g r o o t t e u i t e e r l i n g p e r s p e c t i e f

eindrapport onderzoek schoolgrootte uit leerlingperspectief s c h o o l g r o o t t e u i t e e r l i n g p e r s p e c t i e f eindrapport onderzoek schoolgrootte uit leerlingperspectief s c h o o l g r o o t t e u i t e e r l i n g p e r s p e c t i e f Schoolgrootte uit leerlingperspectief - Eindrapport Een onderzoek in opdracht

Nadere informatie

De positie van de overheid Caribisch Nederland als werkgever

De positie van de overheid Caribisch Nederland als werkgever De positie van de overheid Caribisch Nederland als werkgever Opdrachtgever: Rijksdienst Caribisch Nederland, Openbare Lichamen Bonaire, St. Eustatius, Saba en ROA CN Rotterdam, 29 mei 2013 De positie

Nadere informatie

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding.

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Ervaringen van mensen met klachten over de Gezondheidszorg S. Kruikemeier R. Coppen J.J.D.J.M. Rademakers

Nadere informatie

Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers en huisartsen

Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers en huisartsen Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers

Nadere informatie

Sterk naar Werk Ziek en mondig in de eerste lijn

Sterk naar Werk Ziek en mondig in de eerste lijn Sterk naar Werk Ziek en mondig in de eerste lijn Verslag van een zorgvernieuwingsproject Wouter van Suylekom, Nathalie Donders, Joost van der Gulden Sectie Arbeid en Gezondheid Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde

Nadere informatie

Schoolmaatschappelijk Werk Resultaat door verbinden

Schoolmaatschappelijk Werk Resultaat door verbinden Schoolmaatschappelijk Werk Resultaat door verbinden Projectverslag schoolmaatschappelijk werk binnen RENN4 2009 Bieneke Nienhuis Inhoudsopgave Voorwoord 2 Inleiding 3 1. Schoolmaatschappelijk werk 4 1.1

Nadere informatie

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Een verkenning Klaas Hiemstra Jacqueline Schoones Otto de Loor Monica Robijns APS is een toonaangevend onderwijsadviesbureau

Nadere informatie

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport 4 Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport naar aanleiding van het project DigilessenVO in 2009 Bert Zwaneveld Herman Rigter Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

Chronisch ziek en werk

Chronisch ziek en werk kennissynthese Chronisch ziek en werk Arbeidsparticipatie door mensen met een chronische ziekte of lichamelijke beperking kennissynthese Chronisch ziek en werk Arbeidsparticipatie door mensen met een chronische

Nadere informatie

Professionalisering van besturen in het primair onderwijs

Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Professionalisering van besturen in het primair onderwijs 2 - Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Verslag van de commissie

Nadere informatie

Bevrijd of beklemd? Werk, inhuur, inkomen en welbevinden van zzp ers. Edith Josten Jan Dirk Vlasblom Cok Vrooman

Bevrijd of beklemd? Werk, inhuur, inkomen en welbevinden van zzp ers. Edith Josten Jan Dirk Vlasblom Cok Vrooman Bevrijd of beklemd? Werk, inhuur, inkomen en welbevinden van zzp ers Edith Josten Jan Dirk Vlasblom Cok Vrooman Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, november 2014 Het Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

Kracht en kwetsbaarheid

Kracht en kwetsbaarheid Kracht en kwetsbaarheid Sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld Ir. M. Jager-Vreugdenhil Drs. C. van Til-Teekman K. Kruiswijk-van Hulst MSc J. Slendebroek-Meints MSc November 2010 Kracht

Nadere informatie

De HRM er komt zo bij u. onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk

De HRM er komt zo bij u. onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk De HRM er komt zo bij u onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk De HRM er komt zo bij u onderzoek naar de mensen achter het mensenwerk De HRM er komt zo bij u is een uitgave van Driessen HRM_Payroll.

Nadere informatie

Ontwikkelingsperspectief in het basisonderwijs

Ontwikkelingsperspectief in het basisonderwijs Ontwikkelingsperspectief in het basisonderwijs Ontwikkelingsperspectief in het basisonderwijs Inhoudsopgave Voorwoord: Alle leerlingen perspectief op ontwikkeling 4 Deel A _ Basis Ontwikkelingsperspectief:

Nadere informatie

PROJECTEVALUATIE FOCUS OP WERK

PROJECTEVALUATIE FOCUS OP WERK PROJECTEVALUATIE FOCUS OP WERK GGz Eindhoven Caroline Place en Harry Michon Trimbos-instituut, Utrecht 2013 Colofon Financiering Dit onderzoek is onderdeel van en financieel mogelijk gemaakt door het Programma

Nadere informatie

Discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt 2010

Discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt 2010 Discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt 2010 Discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt 2010 Eline Nievers en Iris Andriessen (red.) Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie