1 Inleiding p Het Grossmann-arrest p De casus p De beoordeling van het Hof van Justitie p Commentaar p.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1 Inleiding p. 4. 2 Het Grossmann-arrest p. 5. 2.1 De casus p. 5. 2.2 De beoordeling van het Hof van Justitie p. 5. 2.3 Commentaar p."

Transcriptie

1 1

2 Inhoudsopgave 1 Inleiding p. 4 2 Het Grossmann-arrest p De casus p De beoordeling van het Hof van Justitie p Commentaar p. 6 3 Grossmann en de Hoge Raad p De casus p De beoordeling van de Hoge Raad p Commentaar p Ambtshalve richtlijnconforme interpretatie? p De uitkomst bij een richtlijnconforme interpretatie p De vlucht van Grossmann in de Nederlandse rechtspraak p Inschrijver versus niet-inschrijver p Nationale rechtsverwerking versus Europese rechtsverwerking p Rechtsverwerking bij nationale aanbestedingen p Rechtsverwerking bij private aanbestedingen p Rechtsverwerking bij Europese aanbestedingen: de doctrine p Aan de slag met Europese rechtsverwerking p Te laat? Grossmann slaagt! p Het Grossmann plafond p Klagen over een andere inschrijver p Klagen over de beoordeling of onjuist hanteren van een (sub)gunningscriterium p Oneigenlijk gebruik van Grossmann? p Vragen versus doorvragen p Verplichting tot doorvragen, voorbij de clausule? p Meeliften? p Voor gunning de aanbesteder betrekken in kort geding? p. 34 2

3 6 Aan de slag met het Nederlandse leerstuk van rechtsverwerking p Het algemene leerstuk van rechtsverwerking p Bijzondere omstandigheden in aanbestedingszaken p De Grossmann-clausule als verbintenisrechtelijke grondslag p Een verbintenisrechtelijk perspectief p Wat staat er in de Grossmann-clausule? p De Grossmann-clausule onder de nieuwe Aanbestedingswet p Niet-ontvankelijkheid? p Samenvatting, conclusie en aanbevelingen p Bibliografie p. 51 3

4 1 Inleiding Met gemiddeld 200 (gepubliceerde) uitspraken per jaar is het druk in aanbestedingsland. Voor de verliezende inschrijver is het gezien de belangen die op het spel staan vaak de moeite waard om een klacht voor de rechter te brengen: er kan voor de inschrijver zomaar wat te halen zijn. Doorgaans wordt geen hoger beroep ingesteld. Er zijn daardoor relatief weinig gezaghebbende uitspraken van Hoven, laat staan van de Hoge Raad. Dat komt de rechtseenheid niet ten goede. Illustratief is het Grossmann-verweer, dat zijn oorsprong vindt in het Grossmann-arrest gewezen door het Europese Hof van Justitie op 12 februari Dit arrest dat handelt over rechtsverwerking is leidend geworden in aanbestedingszaken. Voor de aanbestedingsadvocaat optredend aan de zijde van de aanbestedende dienst is het Grossmann-verweer inmiddels een vast attribuut. Als het verweer slaagt, oordeelt de rechter dat de onderneming zijn klachten over onregelmatigheden eerder in de aanbestedingsprocedure kenbaar had moeten maken en dat deze niet meer aan de orde kunnen komen. Echter, zo eenvoudig als de samenvatting van dit verweer lijkt, zo diffuus en uiteenlopend is de toepassing ervan. In de eerste plaats kunnen vraagtekens worden gezet bij de grondslag waarop het Hof van Justitie zijn oordeel heeft gebaseerd. In de tweede plaats heeft het Grossmann-verweer een eigen vlucht genomen in de Nederlandse jurisprudentie. Dit heeft soms tot (zeer) extensieve toepassingen van het verweer geleid. In deze scriptie wil ik daarom het Grossmann-arrest en de ontwikkeling van de Grossmann jurisprudentie nader bekijken. Naar aanleiding van mijn bevindingen hoop ik enkele aanbevelingen te doen over de, naar mijn mening, wenselijke toepassing van dit verweer in de Nederlandse aanbestedingspraktijk. Centraal staat de vraag: Wat is de rol van het Grossmann-verweer in de Nederlandse aanbestedingspraktijk en welke kanttekeningen zijn bij de toepassing van dit verweer te plaatsen? 1 HvJ EG, 12 februari 2004, zaak C-230/02 4

5 2 Het Grossmann-arrest 2.1 De casus Op 27 januari 1998 besloot het Oostenrijkse ministerie van financiën een aanbesteding uit te schrijven, teneinde een geschikte kandidaat te vinden om voor haar regering occasionele vluchten [..] met privé-jets en vliegtuigen te verzorgen. 2 Grossmann Air Service (hierna: Grossmann) schreef in, maar het ministerie staakte de aanbesteding op 3 april van dat jaar.. Reden was dat nadat de offertes waren getoetst aan de uitsluitingsgronden, slechts één inschrijving was overgebleven. Op deze grond mocht de aanbesteding worden ingetrokken. 3 Op 28 juli 1998 waagde het ministerie een tweede poging. Op deze aanbesteding schreef Lauda Air Luftfahrt AG (hierna: Lauda) in, een concurrent van Grossmann. Grossmann vroeg slechts de stukken op zonder verder een inschrijving te doen. Op 8 oktober 1998 maakte het betrokken ministerie bekend de opdracht aan Lauda te willen gunnen. Grossmann stelde daarna beroep in bij het Bundesvergabeamt (het federale aanbestedingsbureau, hierna: BVA). Het ministerie zou de aanbesteding naar Lauda hebben toegeschreven. Grossmann ving echter bot: zij zou haar belang niet voldoende hebben aangetoond. Het BVA overwoog dat het problematisch was dat Grossmann bij de tweede (ofwel her-)aanbesteding, geen offerte had ingediend. Ook zou Grossmann niet in staat zijn geweest de opdracht naar behoren uit te voeren. Verder overwoog de BVA dat de instantie, nu de opdracht reeds was gegund, niet langer de bevoegdheid had de gunning nietig te verklaren. Grossmann legde zich hierbij niet neer en ging in hoger beroep. Naar aanleiding van het daarop gewezen arrest waarin het besluit van het BVA nietig werd verklaard, wendde het BVA zich met een aantal vragen tot het Hof van Justitie (hierna: het HvJ 4 ). Maar ook bij het HvJ werd Grossmann niet in het gelijk gesteld. 2.2 De beoordeling van het Hof van Justitie Het BVA legde drie prejudiciële vragen voor aan het HvJ. 5 De eerste en derde vraag zijn door het HvJ samen behandeld en komen in feite neer op de vraag of een onderneming die niet 2 HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02, Grossmann en Conclusie van Advocaat-Generaal L.A. Geelhoed van 16 oktober 2003, C-230/ lid 2 BVG gaf hiervoor de grondslag. Het BVG is de Oostenrijkse implementatiewet van de Rechtsbeschermingsrichtlijn, de Bundesvergabegesetz Destijds het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is de naam gewijzigd in het Hof van Justitie van de Europese Unie. 5 Met de tweede prejudiciële vraag wilde de rechter weten of een inschrijver verplicht is eerst langs de bemiddelingscommissie te gaan, alvorens hij beroep kan instellen. In Oostenrijk was de Bundes- Vergabekontrollkommission aangewezen om te bemiddelen tussen aanbesteder en gegadigde(n) indien zij een meningsverschil hadden ( 109 lid 1 BVG.) Een verzoek daartoe moest zo snel mogelijk na kennis van het geschil aan de commissie kenbaar worden gemaakt. De aanbesteder mocht dan vervolgens voor een periode van vier weken de opdracht niet gunnen ( 109 lid 6 BVG). Deze vraag had het HvJ reeds beantwoord in de, eveneens Oostenrijkse, zaak Fritsch (HvJ EG, 29 juni 2003, C- 410/01). Het HvJ oordeelde toen dat lidstaten de modaliteiten van de beroepsprocedure zelf mogen regelen maar dat dit niet zover gaat dat zij de toegang tot een beroepsprocedure afhankelijk mag maken van adiëring van een bemiddelingscommissie. Daarmee zou afbreuk worden gedaan aan het doel belang bij gunning van een overheidsopdracht dat de Rechtsbeschermingsrichtlijn blijkens artikel 1 lid 3 beoogt te beschermen, zie ook, HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02, Grossmann, r.o. 4. Artikel 1 lid 3 van de Rechtsbeschermingsrichtlijn luidt: De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de beroepsprocedures, volgens modaliteiten die de Lid-Staten kunnen bepalen, althans toegankelijk zijn voor een ieder die belang heeft of heeft gehad bij de gunning van een bepaalde overheidsopdracht voor leveringen of voor de uitvoering van werken en die door een beweerde schending is of dreigt te worden gelaedeerd. Met name kunnen de Lid-Staten verlangen dat degene die van deze procedure gebruik wenst te maken, de aanbestedende dienst vooraf in kennis heeft gesteld van de beweerde schending en van zijn voornemen om beroep in te stellen. Richtlijn 89/665 van de Raad van 21 december 1989, houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, PB 1989, L 395/33, zoals gewijzigd bij Richtlijn 92/50/EEG. Deze Richtlijn is gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van de richtlijn 89/665/EEG en 92/13/EEG, PB 2007, L 335/31. 5

6 heeft ingeschreven, vanwege vermeende discriminerende specificaties, terwijl zij niet tijdens de aanbestedingsprocedure over deze specificaties heeft geklaagd, toegang moet hebben tot de beroepsprocedure. Het HvJ overwoog bij de beantwoording daarvan allereerst dat op grond van artikel 1 lid 3 van de Rechtsbeschermingsrichtlijn (hierna: de Richtlijn) de beroepsprocedure niet open hoeft te staan voor iedere gegadigde, maar dat er voorwaarden mogen worden gesteld. 6 In een eerdere procedure, de zaak Hackermüller 7, waarin het BVA eveneens de prejudiciële vragen had voorgelegd, had het HvJ geoordeeld dat het lidstaten is toegestaan de voorwaarde te stellen dat de onderneming schade heeft geleden of dreigt te lijden. 8 Lidstaat Oostenrijk had deze voorwaarde opgenomen in 115, lid 1 van het BVG. Volgens artikel 1 lid 3 van de Richtlijn mogen voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op het aantonen van het procesbelang of op het aantonen van de geleden of nog te lijden schade. Het HvJ heeft overwogen dat deelname aan de aanbestedingsprocedure ook zo n voorwaarde kan zijn. 9 Voorts heeft het HvJ overwogen dat eerder klagen, dat wil zeggen voor het sluiten van de inschrijvingstermijn, zonder te hebben ingeschreven moet kunnen. Echter, later klagen, dat wil zeggen ná het sluiten van de inschrijvingstermijn, ontneemt volgens het HvJ de aanbestedende dienst de mogelijkheid onregelmatigheden recht te zetten. 10 Het HvJ verwijst in dit verband naar artikel 2 lid 1 sub b van de Richtlijn. Daarin staat onder meer vermeld dat onwettig genomen besluiten nietig moeten kunnen worden verklaard. 11 Het HvJ lijkt daarmee te zeggen dat betrokkene een mogelijkheid heeft gehad om te procederen, ook als hij om hem moverende redenen geen offerte heeft uitgebracht, en van die proceduremogelijkheden ook gebruik moet maken. De Richtlijn verplicht lidstaten de doelstellingen van snelheid en doeltreffendheid te waarborgen. Die doelstellingen mogen niet in gevaar komen. Dat zou wel gebeuren als de onderneming die niet heeft ingeschreven in een later stadium alsnog zou kunnen klagen. Bijzonder belang wordt dan ook gehecht aan het stadium waarin schendingen nog ongedaan kunnen worden gemaakt. Derhalve mocht de aanbestedende dienst Grossmann tegenwerpen dat hij geen belang had, omdat hij niet had ingeschreven en niet op een eerder moment over de specificaties van de aanbesteding had geklaagd. 2.3 Commentaar Het primaire doel van de Richtlijn is het instellen van beroepsprocedures teneinde snelle en doeltreffende rechtsbescherming te kunnen bieden in geval van schending van het Europese aanbestedingsrecht, met name in een stadium waarin deze schendingen nog ongedaan kunnen worden gemaakt. 12 Artikel 1 lid 1 van de Richtlijn legt op lidstaten de verplichting ervoor zorg te dragen dat tegen de door de aanbestedende diensten genomen besluiten doeltreffend en vooral zo snel mogelijk beroep kan worden ingesteld. In de preambule van de Richtlijn schreef de Raad dat de aanbestedingsrichtlijnen geen specifieke bepalingen bevatten die de daadwerkelijke naleving van de Richtlijn konden waarborgen. Ook waren de op dat moment bestaande voorzieningen in de lidstaten onvoldoende. De lidstaten voorzagen nog niet in doeltreffende en snelle beroepsprocedures 6 HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02, Grossmann, r.o HvJ EG. 19 juni 2003, C-249/01, Hackermüller. 8 Idem, r.o HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02, Grossmann, r.o Idem, r.o Artikel 2 lid 1 sub b luidt: 1. De Lid-Staten zorgen ervoor dat de maatregelen betreffende het in artikel 1 bedoelde beroep de nodige bevoegdheden behelzen om: (...) b) onwettige besluiten nietig te verklaren c.q. nietig te doen verklaren, met inbegrip van het verwijderen van discriminerende, technische, economische of financiële specificaties in oproepen tot inschrijving, bestekken dan wel in enig ander stuk dat verband houdt met de aanbestedingsprocedure. 12 Preambule van de (eerste) Rechtsbeschermingsrichtlijn: Richtlijn 89/665, overweging 2 en 3 en G.W.A. van de Meent, Overheidsaanbestedingen: De EG-rechtelijke context, Kluwer, 1995, p

7 met als gevolg dat ondernemingen ervan weerhouden werden grensoverschrijdend in te schrijven. 13 Van de Meent noemt als reden ook de uiteenlopende beroepsprocedures in de lidstaten: de grote verschillen tussen de lidstaten op dat punt waren eveneens een reden om op Europees niveau te harmoniseren. 14 Artikel 1 lid 3 (destijds de eerste volzin) van de Richtlijn luidt als volgt: De lidstaten dragen er zorg voor dat de beroepsprocedures, volgens modaliteiten die de lidstaten kunnen bepalen, althans toegankelijk zijn voor een ieder die belang heeft of heeft gehad bij de gunning van een bepaalde overheidsopdracht [...] en die door een beweerde schending is of dreigt te worden gelardeerd. De beroepsprocedure moet dus op zijn minst toegankelijk zijn voor ieder die belang heeft of heeft gehad bij de gunning. In het licht hiervan is opvallend dat de Europese Commissie de doelstellingen van de Rechtsbeschermingsrichtlijn in het voorstel voor de nieuwe aanbestedingsrichtlijn enger samenvat. Alleen de inschrijver kan volgens de Commissie nog op rechtsbescherming rekenen: Richtlijn 89/665/EEG[4] bepaalt gemeenschappelijke normen voor nationale beroepsprocedures om ervoor te zorgen dat er in alle EU-landen snelle en doeltreffende rechtsmiddelen ter beschikking worden gesteld in gevallen waarin inschrijvers van mening zijn dat opdrachten op onrechtmatige wijze zijn gegund. 15 Vermoedelijk heeft de Europese Commissie zich hierbij laten inspireren door het Grossmannarrest, maar als dat zo is dan toch niet op de juiste manier. Grossmann zegt niet dat nietinschrijvers niet mogen klagen, maar alleen dat zij dat niet pas mogen doen na (voorlopige)gunning. Indien een lidstaat strengere, althans verder gaande, eisen wil stellen aan de klager, wordt hiertoe de mogelijkheid geboden in de tweede volzin: Met name kunnen de Lid-Staten verlangen dat degene die van deze procedure gebruik wenst te maken, de aanbestedende dienst vooraf in kennis heeft gesteld van de beweerde schending en van zijn voornemen om beroep in te stellen. Blijkens artikel 1 lid 3 van de Richtlijn heeft de Europese wetgever in minimumharmonisatie voorzien. Uit het gebruik van de woorden met name blijkt dat het artikel niet uitputtend is bedoeld. Lidstaten kunnen zelf nadere voorwaarden formuleren. Het oordeel van het HvJ dat artikel 1 lid 3 van de Richtlijn zo uitgelegd mag worden dat geen beroep hoeft open te staan voor de niet klagende niet-inschrijver, doet vermoeden dat de Oostenrijkse wetgever gebruik had gemaakt van de mogelijkheid die de tweede volzin van dit artikel biedt. Uit het arrest van het HvJ blijkt dat de Oostenrijkse implementatiewetgeving het federale aanbestedingsbureau de bevoegdheid geeft om tot het tijdstip van gunning, ter opheffing van overtredingen onder de aanbestedingswet, voorlopige maatregelen te nemen of onrechtmatige besluiten van de aanbesteder nietig te verklaren. Na de gunning kan de BVA vaststellen of, wegens schending van de aanbestedingsregelgeving, niet aan de beste 13 Preambule van de (eerste) Rechtsbeschermingsrichtlijn: Richtlijn 89/665, overweging 1 tot en met 4 en G.W.A. van de Meent, Overheidsaanbestedingen: De EG-rechtelijke context, Kluwer, 1995, p G.W.A. van de Meent, Overheidsaanbestedingen: De EG-rechtelijke context, Kluwer, 1995, p Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gunnen van overheidsopdrachten, 20 december 2011,COM (2011) 896, p. 4. 7

8 inschrijver is gegund. 16 De klager moet stellen dat hij een juridisch belang heeft bij het starten van een beroepsprocedure en hij dient schade te hebben geleden of dreigen te lijden. 17 In de woorden van de Oostenrijkse wetgever: Ein Unternehmer, der ein Interesse am Abschluss eines dem Anwendungsbereich dieses Bundesgesetzes unterliegenden Vertrages behauptet, kann die Nachprüfung einer Entscheidung des Auftraggebers im Vergabeverfahren wegen Rechtswidrigkeit beantragen, sofern ihm durch die behauptete Rechtswidrigkeit ein Schaden entstanden ist oder zu entstehen droht. 18 Hieruit blijkt niet dat de Oostenrijkse wetgever de tweede volzin van artikel 1 lid 3 (thans artikel 1 lid 4) van de Richtlijn in de implementatiewetgeving heeft gecodificeerd. Ik neem daarom aan dat dat niet is gebeurd. De tweede volzin van artikel 1 lid 3 van de Richtlijn bepaalt dat de aanbestedende dienst vooraf in kennis moet zijn gesteld van de beweerde schending. In Grossmann wordt dit aan de hand van de doelstellingen van snelheid en doeltreffendheid zo uitgelegd dat het moment van gunning niet mag worden afgewacht alvorens te klagen 19 Maar als de bewoordingen van de tekst worden gevolgd, is een ruimere interpretatie verdedigbaar. Namelijk dat vooraf ziet op vóór de start van de beroepsprocedure, niet vóór het moment van gunnen. Overigens moet worden opgemerkt dat het gebruik van het werkwoord behaupten (stellen/ beweren) ongelukkig is gekozen door de Oostenrijkse wetgever. Niets had de wetgever ervan hoeven te weerhouden om de bewoordingen van de Richtlijn letterlijk over te nemen. Waar de Richtlijn spreekt van belang heeft of heeft gehad staat in de implementatiewetgeving de zinsnede belang stelt te hebben. De vraag rijst dan of de Oostenrijkse instantie de klager mag afwijzen op grond van gebrek aan belang. Hiervan lijken het Hof van Justitie 20 en het BVA 21 wel uit te gaan. Mijns inziens is dat terecht. Het nuttig effect zou aan artikel 115 BVG worden ontnomen indien de lidstaat de bevoegdheid om een verzoek op deze grond af te wijzen, zou worden ontzegd. Immers, dan zou een ieder (met of zonder daadwerkelijk belang bij gunning van de opdracht) toegang tot de beroepsprocedure krijgen. Dat zou vertragend werken. Het zou voor de aanbesteder al gauw onwerkbaar zijn. Ook lijkt een richtlijnconforme interpretatie (aan de hand van artikel 1 lid 3 van de Richtlijn) niet tot een andere uitleg te kunnen leiden. De niet-inschrijver die gebruik wil maken van de beroepsprocedure dient voor het verstrijken van de gunningstermijn zijn bezwaren kenbaar te maken dan wel vragen te stellen over de veronderstelde gebreken in de procedure. 22 Hoewel de uitkomst van dit arrest een logische lijkt de niet-inschrijver die klaagt na het gunningsmoment kan in beginsel niet meer in aanmerking komen voor gunning van de opdracht en ontbeert daarom juridisch belang bij de vordering is dat minder vanzelfsprekend dan het lijkt. De nationale wet in kwestie, de Oostenrijkse wet, lijkt hiervoor geen wettelijke basis te geven. Ik vind het opmerkelijk dat het BVA en het HvJ hier zo gemakkelijk overheen stappen. Het zonder uitdrukkelijke codificatie opleggen van een dergelijke verplichting die kennelijk werd afgeleid uit de Richtlijn, is mijns inziens in strijd met het verbod op directe (horizontale) werking van richtlijnen. Richtlijnen zijn BVG BVG. 18 Idem. 19 HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02, Grossmann, r.o Idem, r.o Idem, r.o Idem, r.o

9 gericht tot de lidstaten en zij dragen de verplichting deze om te zetten in de nationale wetgeving. 23 Een richtlijn is op grond van artikel 288 VWEU (slechts) verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat. Een richtlijn ontbeert derhalve rechtstreekse werking. De enige uitzondering op het verbod op rechtstreekse werking van richtlijnen is de verticale directe werking. Lidstaten mogen niet profiteren van het niet nakomen van de implementatieplicht. Dit houdt in dat indien de implementatietermijn is verstreken en er geen implementatie heeft plaatsgevonden, particulieren zich tegenover de overheid mogen beroepen op richtlijnbepalingen die onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn geformuleerd. 24 Dat is hier niet aan de orde. De omgekeerde situatie een verplichting voor de burger uit de richtlijn afleiden zonder dat deze in de nationale wetgeving is gecodificeerd is niet mogelijk. Een dergelijke verplichting mag niet impliciet zijn maar moet uitdrukkelijk zijn geformuleerd. Het had mijn inziens dan ook de voorkeur verdiend dat het HvJ had geoordeeld dat een dergelijke (extra) voorwaarde waarvan in onderhavige zaak sprake is, verenigbaar is met de Richtlijn mits deze voorwaarde vooraf kenbaar was uit de wetgeving. Door anders te oordelen heeft het HvJ in feite rechtstreekse werking aan de Richtlijn toegekend. 23 Deze verplichting tot codificatie blijkt ook uit de bewoordingen van de Richtlijn: de lidstaten kunnen verlangen [in de nationale wetgeving] dat de aanbesteder vooraf in kennis wordt gesteld. Nu er sprake is van minimumharmonisatie kan de lidstaat hiertoe overgaan maar hoeft dat niet. Als de lidstaat dat niet doet is er geen sprake van onjuiste of onvolledige implementatie. 24 HvJ EG, 4 december 1974, 41/47, Van Duyn; HvJ EG, 5 april 1979, 148/78, Ratti; HvJ EG, 26 februari 1986, 152/ 84, Marshall; HvJ EG, 5 oktober 2004, C-397/01, Pfeiffer, Zie ook Asser/Hartkamp 2011 (3-I*), nr

10 3 Grossmann en de Hoge Raad 3.1 De casus Voor zover mij bekend, heeft de Hoge Raad zich slechts eenmaal over het Grossmannverweer uitgelaten. Helaas gaat de Hoge Raad in deze zaak vanwege procedurele overwegingen inhoudelijk niet in op het Grossmann-verweer. Anders dan wel wordt beweerd, kan uit dit arrest in mijn optiek dan ook niet worden afgeleid of de Hoge Raad het leerstuk onderschrijft of niet. 25 Het gaat om het arrest HR 26 juni 2009, LJN BI0467. In deze zaak had gemeente Roermond een openbare niet-europese aanbesteding uitgeschreven voor de reconstructie van het rioleringsstelsel in een aantal straten in Roermond. De gemeente had gegund aan A N.V. en een andere inschrijver (hierna: de onderneming) kwam hiertegen in beroep. In hoger beroep voerde de gemeente een Grossmann-verweer: wanneer er bij de onderneming onduidelijkheid bestond over het gunningscriterium, had zij zich voor de inschrijfdatum met vragen tot de gemeente moeten wenden. De onderneming had tot die tijd om inlichtingen kunnen vragen of de gemeente op fouten of onduidelijkheden kunnen wijzen. 26 Het Hof oordeelde dat de Gemeente wel degelijk een onrechtmatige gunningssystematiek had gehanteerd. Echter, het Hof overwoog ook dat de belangen van de onderneming niet tegen die van de gemeente en A N.V. opwogen omdat de opdracht al was gegund. De vorderingen werden daarom toch afgewezen. De gemeente ging niettemin in cassatie De beoordeling van de Hoge Raad In cassatie ging het, voor zover hier van belang, om de vraag of het Hof terecht had geoordeeld dat het Grossmann-verweer niet opging. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht tot die conclusie was gekomen. Het Grossmann-verweer is gebaseerd op de Richtlijn. De Richtlijn, die niet van toepassing is op deze nationale aanbestedingsprocedure, kan echter niet rechtstreeks verplichtingen aan particulieren opleggen. 28 Derhalve kon de vordering de onderneming niet op grond van de Richtlijn worden ontzegd. 29 Ook overwoog de Hoge Raad dat het Hof procedurele verplichtingen voor particulieren zou hebben kunnen aannemen op grond van richtlijnconforme uitleg van de nationale aanbestedingsregels. Echter, zo oordeelde de Hoge Raad, het Hof heeft dit niet gedaan en hierover is ook niet geklaagd. Een inhoudelijk oordeel hierover bleef dan ook uit. Op deze beide overwegingen zal ik hierna ingaan. 25 Zie voor een discussie hierover: Mr. G. t Hart, Het Grossmann-verweer verwerkt, Bouwrecht, BR 2009, p. 903, Mr. P.F.C. Heemskerk en mr. M. Semmekrot, Het Grossmann-verweer verwerkt: een gevaarlijke conclusie, Bouwrecht, BR 2010, p Conclusie Advocaat-Generaal Keus bij HR, 26 juni 2009, LJN: BI0467, paragraaf De gemeente had belang bij cassatie omdat er sprake is van een voorzieningenprocedure. In dit concrete geschil heeft de gemeente geen belang, ze heeft immers gelijk gekregen (de belangenafweging viel uit in haar voordeel), maar zij heeft met het oog op een bodemprocedure die nog kan komen, wel belang bij een uitspraak. Een voor de gemeente gunstig oordeel, namelijk dat de onrechtmatigheid van tafel gaat, kan van belang zijn in een eventuele bodemprocedure. Als dit anders was geweest had de Hoge Raad het beroep inet-ontvankelijk verklaard. Voor deze redenering kan aansluiting worden gezocht bij de procedurele connexiteit tussen de voorzieningenprocedure en de bodemprocedure volgens artikel 8:81 lid 1 Awb. Op grond van dit artikel kan in het bestuursrecht enkel een kort geding procedure worden gestart als er ook een bodemprocedure volgt. In het civiele recht is het wel mogelijk alleen een voorzieningenprocedure te voeren: partijen hebben de keuze om door te gaan, niet de verplichting. Dit neemt echter niet weg dat er wel connextiteit bestaat (maar geen connexiteitsvereiste). Zie tijdschrift voor AmbtenarenRecht, jubileumnummer 25 jaar TAR, TAR 2008, nr. 12, Kluwer, p HR, 26 juni 2009, LJN: BI0467, r.o Zie ook paragraaf 2.3 hiervoor. 29 HR, 26 juni 2009, LJN: BI0467, r.o

11 3.3 Commentaar De Hoge Raad heeft mijns inziens juist geoordeeld door te stellen dat nu de Richtlijn niet van toepassing is, het Grossmann arrest dat ook niet kan zijn. 30 Op grond van artikel 2 van de WIRA, de Nederlandse implementatiewet van de Richtlijn, is de WIRA enkel van toepassing op opdrachten waarop het Bao (of het Bass) van toepassing is. 31 Het Bao is op zijn beurt enkel van toepassing indien de Europese drempelbedragen worden overschreden. 32 Toch kan het Unierecht en de daartoe behorende uitspraken van het HvJ een rol spelen bij de uitleg van nationale regels door middel van richtlijnconforme interpretatie. 33 Dat wordt ook door de Hoge Raad onderkend. Maar de Hoge Raad meende hieraan niet meer toe te komen, omdat daar over niet was geklaagd. Ik zal hierna onderzoeken of deze beslissing terecht was en of richtlijnconforme interpretatie tot een ander oordeel in deze zaak had kunnen leiden Ambtshalve richtlijnconforme interpretatie? Het HvJ heeft in Marleasing geoordeeld dat de nationale rechter bij de toepassing van het nationale recht dit recht zoveel mogelijk moet uitleggen in het licht van de bewoordingen van de richtlijn. 34 Het is daarbij volgens het HvJ niet van belang of de bepalingen van het nationale recht dateren van voor of na de richtlijn. Deze verplichting rust volgens het HvJ op alle nationale rechters. 35 Wissink stelt dat de bevoegdheid om prejudiciële vragen te stellen, de plicht om het Unierecht in nationale procedures tot uitdrukking te laten komen, impliceert. 36 In de zaak van de Hoge Raad is de Richtlijn niet van toepassing. Er kan daarom slechts sprake zijn van vrijwillige Richtlijnconforme interpretatie. 37 Voor vrijwillige richtlijnconforme interpretatie is ruimte in geval van spontaan doorharmoniseren. Dat doet zich voor wanneer de wetgever ervoor heeft gekozen zuiver interne gevallen hetzelfde te behandelen als situaties die onder (secundair) Unierecht vallen. 38 Aansluiting bij het Europese aanbestedingsrecht is door de wetgever gezocht in het ARW 2005 voor nationale aanbestedingen van rijksoverheden. 39 Uit de rechtspraak blijkt ook dat bij nationale aanbestedingen aansluiting wordt gezocht bij de (Europeesrechtelijke) aanbestedingsbeginselen. 40 Voor de nieuwe Aanbestedingswet, die op 1 april 2013 in werking zal treden, heeft de wetgever voor alle nationale aanbestedingen aansluiting gezocht bij het Europese aanbestedingsrecht. 41 Ook lijkt de nationale aanbestedingsrechter 30 Sommige lagere rechters denken hier anders over, zie hoofdstuk WIRA: Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden, tot implementatie van de rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden, staatsblad 2010, 38; Bao: Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten Bass: Besluit aanbestedingen speciale sectoren. 32 Wel kan een aanbesteder het Bao vrijwillig van toepassing verklaren. Hier kan bijvoorbeeld voor worden gekozen indien de geraamde waarde van de opdracht dicht tegen de drempelwaarde aanzit. Echter, dit was in casu niet het geval. 33 Dit is het geval zowel voor als na het verstrijken van de implementatietermijn van de richtlijn. Echter, na het verstrijken van deze termijn ontstaat er een plicht tot richtlijnconforme interpretatie. Ook moet de nationale wetgeving de ruimte geven voor een uitleg in het licht van het Unierecht, HvJ EG, 5 oktober 2004, C-397/01, Pfeiffer en HvJ EG, 4 juli 2006, C-212/04, Adeneler. 34 HvJ EG, 13 november 1990, C-106/89, Marleasing. Zie voor een weergave van een discussie betreffende dit arrest en een eerder arrest van het Hof, Von Colson, M.H. Wissink, Richtlijnconforme interpretatie van burgerlijk recht, Recht en Praktijk, Kluwer, 2001, p. 88 e.v. Het HvJ heeft in de Pfeiffer zaak (25 oktober 2004, C-397/01) vergelijkbaar geoordeeld: de rechter moet in beginsel al het mogelijke doen om volle werking van een richtlijn te verzekeren. 35 HvJ EG, 13 november 1990, C-106/89, Marleasing, r.o. 8, zie ook HvJ EG, 8 oktober 1987, 80/86, Kolpinghuis. 36 M.H. Wissink, Richtlijnconforme interpretatie van burgerlijk recht, Recht en Praktijk, Kluwer, 2001, p Idem, p Idem, p Aanbestedingsreglement Werken Ook aanbesteders die niet verplicht zijn het ARW 2005 toe te passen, met name decentrale overheden, kiezen hier vaak wel voor. 40 Over het algemeen is de gang van zaken ook hetzelfde. Nationale aanbestedingen plegen hetzelfde te worden uitgevoerd als Europese aanbestedingen. Een belangrijk verschil is dat er in geval van een nationale aanbesteding geen Europese bekendmaking plaatsvindt. 41 Zie voor het integrale wetsvoorstel voor de Nieuwe Aanbestedingswet Kamerstukken I, 2011/12, , A. 11

12 aansluiting te zoeken bij het Europese aanbestedingsrecht als dit recht niet van toepassing is: regelmatig gaat de nationale rechter uit van een reflexwerking van de aanbestedingsregels. 42 Onder de premisse dat de wetgever in zuiver interne situaties aansluiting wenst te zoeken bij het Europese aanbestedingsrecht is de vervolgvraag of een nationale rechter ook ambtshalve richtlijnconform moet interpreteren. De Hoge Raad meent dat aangezien het Hof niet richtlijnconform heeft geïnterpreteerd en hierover niet is geklaagd, hierover geen inhoudelijk oordeel over de kwestie kan worden gegeven. In de woorden van de Hoge Raad: Weliswaar laat dat onverlet dat het hof procedurele verplichtingen voor particulieren als waarop het onderdeel doelt zou hebben kunnen aannemen op grond van richtlijnconforme uitleg van de onderhavige nationale aanbestedingsregels, maar het hof heeft dit niet gedaan en daarover klaagt het middel niet. 43 Deze overweging heeft een aantal interessante aspecten. Uit de zinsneden zou hebben kunnen aannemen en maar het hof heeft dit niet gedaan kan worden afgeleid dat de Hoge Raad meent dat het Hof, zonder dat een van de partijen hierom gevraagd heeft, richtlijnconform had kunnen interpreteren. Ofwel, de Hoge Raad gaat er vanuit dat het Hof ambtshalve richtlijnconform had kunnen interpreteren. Verder gaat de Hoge Raad er in zijn uitspraak niet vanuit dat ook de Hoge Raad deze taak ambtshalve op zich dient of kan nemen. De Hoge Raad stelt als voorwaarde dat over deze kwestie had moeten worden geklaagd. De Hoge Raad gaat er, blijkens de geciteerde overweging, vanuit dat hij niet buiten de omvang van het geding kan treden en de ambtshalve verplichting tot richtlijnconforme uitleg, in ieder geval in deze zaak, niet op hem rust. De vraag kan worden gesteld wat voorrang verdient: het beginsel van procesautonomie dat de omvang van het geding domineert, of de volledige werking van het Unierecht op grond waarvan de rechter verplicht zou zijn richtlijnconform te interpreteren. Deze vraag is beantwoord in het Van Schijndel arrest, waar de Hoge Raad prejudiciële vragen voorlegde aan het HvJ. Het HvJ oordeelde in dit arrest dat nog steeds actueel is, dat indien een rechter naar nationaal recht verplicht of bevoegd is ambtshalve een rechtsgrond in het geding te brengen, dit evenzeer een plicht is wanneer het dwingende regels van Unierecht betreft. 44 Echter, indien de ambtshalve aanvulling van rechtsgronden van Unierecht mee zou brengen dat de rechter zijn, door nationaal recht ingegeven, lijdelijkheid moet laten varen, vervalt deze plicht. De rechter wordt dan niet gedwongen buiten de rechtsstrijd van partijen te treden. In de woorden van het HvJ: Voorts gebiedt weliswaar artikel 48 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [thans artikel 25 Rv] de rechter de rechtsgronden voor zover nodig ambtshalve aan te vullen, maar het beginsel van lijdelijkheid van de burgerlijke rechter in gedingen die betrekking hebben op ter vrije beschikking van partijen staande burgerlijke rechten en verplichtingen, brengt mee, dat de rechter niet mag treden buiten de grenzen van de rechtsstrijd van partijen en zich evenmin 42 Er is sprake van reflexwerking als een rechter een geval dat buiten de richtlijn valt conform de richtlijn wil oplossen, zie M.H. Wissink, Richtlijnconforme interpretatie van burgerlijk recht, Recht en Praktijk, Kluwer, 2001, p HR, 26 juni 2009, LJN: BI0467, r.o HvJ EG, 14 december 1995, C-430/93 en C-431/93, Van Schijndel. 12

13 mag baseren op andere feiten en omstandigheden dan die welke aan de vordering ten grondslag liggen. 45 Het HvJ verwees voorafgaand aan deze overweging naar Rewe/Comet en overwoog dat, wanneer op Unieniveau niets is geregeld, de lidstaten zelf hun procesrecht mogen vaststellen, mits voldaan wordt aan de eisen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid. 46 Vervolgens overwoog het HvJ dat ieder geval individueel moet worden onderzocht en dat daarbij moet worden gekeken naar de plaats van de bepaling in, het verloop en andere bijzondere kenmerken van de gehele procedure. In het Van Schijndel arrest speelden de beginselen van rechten op verdediging, rechtszekerheid en het goede verloop van de procedure een belangrijke rol. 47 In Nederland wordt de ruimte van de civiele rechter om ambtshalve gronden aan te vullen beperkt door de verplichting zich te houden aan het voorwerp van het geschil. De rechter mag zijn beslissing slechts baseren op de hem voorgelegde feiten. 48 In de woorden van het HvJ: 20 In casu moet erop worden gewezen, dat het beginsel van nationaal recht, dat de rechter in een civiele procedure ambtshalve gronden in het geding moet of kan brengen, wordt beperkt door de verplichting van deze rechter, zich te houden aan het voorwerp van het geschil en zijn beslissing te baseren op de hem voorgelegde feiten.21 Deze beperking vindt haar rechtvaardiging in het beginsel, dat het initiatief voor een procedure bij de partijen ligt en de rechter alleen ambtshalve kan optreden in uitzonderingsgevallen, waarin het openbaar belang zijn ingrijpen vereist. Dit beginsel geeft uitdrukking aan de in de meeste Lid-Staten bestaande opvattingen over de verhouding tussen de staat en de particulier, het beschermt de rechten van de verdediging en verzekert een goed verloop van de procedure, met name doordat de vertraging waartoe de beoordeling van nieuwe rechtsgronden leidt, wordt voorkomen. Verwarrend is dat het HvJ in overweging 20 spreekt over het aanvullen van rechtsgronden en in overweging 21 over ambtshalve toetsing van openbare orde kwesties. Dit terwijl in overweging 21 wordt terug verwezen naar de beperking onder thans artikel 24 Rv. Het was beter geweest als het HvJ dit ambtshalve aanvulling van rechtsgronden en ambtshalve toetsing van kwesties van openbare orde niet in een adem had genoemd. Beter was het geweest om een duidelijk onderscheid te maken tussen het ambtshalve aanvullen van rechtsgronden binnen en buiten de reikwijdte van het geschil. Binnen de rechtsstrijd draagt de rechter de plicht ambtshalve rechtsgronden aan te vullen met bepalingen van openbare orde, dwingend en aanvullend recht. 49 Buiten de rechtsstrijd mag de rechter alleen ambtshalve gronden aanvullen met bepalingen van openbare orde. 50 In andere woorden: indien de ambtshalve aan te vullen regel niet van openbare orde is, dient de rechter bij de ambtshalve aanvulling te blijven binnen de grenzen van de rechtsstrijd. Indien de regel wel van openbare orde is, bestaat deze beperking niet Idem, r.o. 11 en 22 Overigens heeft de Hoge Raad in belastingzaken een grotere vrijheid. Op grond van artikel 29 e lid 2 AWR mag de Hoge Raad beslissen op het in het beroepsschrift aangevoerde en op andere gronden. Zie ook A.G.F. Ancery, Ambtshalve toepassing van EU-recht, Serie Burgerlijk Proces & Praktijk XIV, 2012, p Idem, r.o Idem, r.o Idem, r.o. 20, artikel 24 Rv. 49 A.G.F. Ancery, Ambtshalve toepassing van EU-recht, Serie Burgerlijk Proces & Praktijk XIV, 2012, p Idem, p P.S. Bakker, Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm, Recht en praktijk, contracten- en aansprakelijkheidsrecht, CA6, 2012, p

14 Van belang is in dit verband dat het in Van Schijndel ging om rechtstreeks werkende bepalingen van Unierecht. Het ambtshalve aanvullen van rechtsgronden van primair Unierecht is iets anders dan richtlijnconforme interpretatie. Wissink meent desondanks dat verdedigd kan worden dat op rechters ook een verplichting tot ambtshalve richtlijnconforme interpretatie rust. Ten eerste stelt Wissink dat het uitleggen van nationale rechtsregels in het licht van een richtlijn uitsluitend een taak van de rechter is. De uitlegverplichting biedt echter, ook volgens Wissink, op zichzelf niet voldoende grond. Hij zoekt daarom aansluiting bij het Van Schijndel arrest. Om de effectiviteit van het Unierecht en de daaraan te ontlenen bescherming te bevorderen, moet volgens Wissink de verplichting tot ambtshalve toetsing ook voor richtlijnconforme interpretatie worden aangenomen. Een vreemde situatie zou kunnen ontstaan wanneer dezelfde richtlijn op grond van (verticale) directe werking wél en op grond van conforme interpretatie niet in aanmerking genomen moet worden. De rechter heeft op grond van (thans) artikel 4 lid 3 (gemeenschapstrouw, voorheen artikel 10 EG) jo 288 Werkingsverdrag de plicht tot ambtshalve toetsing aan het Unierecht. 52 O.a. in Murphy en Van Munster gaf het HvJ uitdrukking aan deze algemene plicht tot gemeenschapsconforme uitlegging. 53 Wissink stelt dat de rechter ambtshalve kennis dient te nemen van relevante richtlijnen om deze te kunnen betrekken bij de interpretatie van regels van nationaal recht. Deze verplichting is verstrekkend. Dit zou betekenen dat een rechter rekening moet houden met elke mogelijke richtlijn en moet afwegen of die in de betreffende zaak, middels doorwerking door richtlijnconforme uitleg, een rol kan spelen. In casu lijkt ambtshalve richtlijnconforme interpretatie echter niet mogelijk. Vereist is, volgens Van Schijndel, dat naar nationaal recht op zijn minst een bevoegdheid bestaat om de betreffende bepaling ambtshalve te toetsen. Onder Nederlands recht bestaat deze bevoegdheid niet voor aangelegenheden van rechtsverwerking. Dat rechtsverwerking zich niet leent voor ambtshalve toetsing blijkt uit een arrest van de Hoge Raad. De Nederlandse wetgeving kent een aantal specifieke bepalingen over rechtsverwerking. Voorbeelden zijn artikel 6:89 en 7:23 BW. In het arrest Robinson/Molenaar overwoog de Hoge Raad dat het Hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door Robinson op grond van artikel 6:89 (dat stelt dat een koper tijdig na ontdekking van een tekortkoming moet protesteren) haar vordering te ontzeggen. Het Hof had geen ambtshalve toepassing aan het artikel mogen geven. 54 In de literatuur bestaat verschil van mening over het antwoord op de vraag of de Hoge Raad in dit arrest uitdrukking heeft gegeven aan een principieel verbod. Het meningsverschil lijkt veroorzaakt door een gebrekkige motivering van de Hoge Raad. 55 Het voor mij verst strekkende argument vóór een principieel verbod, is dat de artikelen 6:89 en 7:23 BW regelend recht zijn. De kwalificatie openbare orde is niet geschikt voor een bepaling van regelend recht omdat hiervan contractueel kan worden afgeweken. 52 M.H. Wissink, Richtlijnconforme interpretatie van burgerlijk recht, Recht en Praktijk, Kluwer, 2001, p HvJ EG, 4 februari 1988, 157/ 86, Murphy, HvJ EG 5 oktober 1994, C-165/91, Van Munster. 54 HR, 20 januari 2006, NJ 2006, 80. Zie, E.J.H. Schrage, Rechtsverwerking en gerechtvaardigd vertrouwen, VrA 2006/2, p. 94, Zie voor een samenvatting van deze discussie: M. Van Kogelenberg, Wie niet komt klagen, wordt overgeslagen, WPNR 6733 (2007), p Zo stelt Bakker dat het verbod niet principieel is maar slechts geldt indien tegelijkertijd ook de feitelijke grondslag wordt aangevuld. 14

15 Ik vind het niet aannemelijk dat de Hoge Raad tot een ander oordeel zou komen als de algemene regeling van artikel 6:2 jo. 6:248 BW 56, waarop de Hoge Raad rechtsverwerking baseert, onderwerp van discussie was geweest. Ook al gaat voor deze artikelen het regelend recht-argument niet op, een andere conclusie zou de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid niet ten goede komen. Daarnaast wordt de redelijkheid en billijkheid door veranderingen in de maatschappij gevormd. Dergelijke open normen lenen zich mijns inziens niet voor ambtshalve toetsing. Bakker schrijft dat de omstandigheden van het geval toch kunnen meebrengen dat ambtshalve toetsing aan de redelijkheid en billijkheid moet plaatsvinden. Echter, wanneer de redelijkheid en billijkheid in een situatie met name strekken tot de bescherming van de partijbelangen hetgeen mij het geval lijkt bij rechtsverwerking kan volgens Bakker niet worden vol gehouden dat dan ook steeds de maatschappij als geheel of de openbare orde in het geding is. Er is dan geen rechtvaardiging voor een ambtshalve toetsing. 57 Dan rest mij nog op te merken dat ik voor het onderscheid dat de Hoge Raad lijkt te maken het Hof zou wel ambtshalve richtlijnconform hebben kunnen uitleggen en de Hoge Raad niet geen plausibele verklaring zie. Ook indien ambtshalve toetsing van rechtsverwerking mogelijk wordt geacht, geldt dat de rechter gebonden is aan de omvang van het geschil De uitkomst bij een richtlijnconforme interpretatie. In de voorgaande paragraaf heb ik betoogd dat ambtshalve richtlijnconforme interpretatie (of ambtshalve toetsing) van rechtsverwerking naar Nederlands recht niet mogelijk is. Als dat juist is, is de vraag wat de uitkomst van de zaak zou zijn geweest als daarover wel was geklaagd en de kwestie daarom wel binnen de rechtsstrijd was gevallen. Aan richtlijnconforme interpretatie zitten een aantal voorwaarden. Zo moet de implementatietermijn zijn verstreken. Daarnaast moet de betrokken bepaling zich voor richtlijnconforme uitleg lenen. Hoe zit dat in dit geval? In de Memorie van Toelichting bij de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (WIRA) is in de transponeringstabel te lezen dat artikel 1 lid 3 van de Richtlijn reeds is geïmplementeerd. 58 Er is naar aanleiding van de Rechtsbeschermingsrichtlijn derhalve geen specifiek artikel omtrent rechtsverwerking en de beroepsprocedure aangenomen. Het Burgerlijk Wetboek kent geen algemeen artikel voor rechtsverwerking. 59 In de jurisprudentie wordt met name uitgegaan van rechtsverwerking die is gebaseerd op de 56 De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De artikelen 6:2 en 6:248 luiden als volgt: Artikel 6:2 1. Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. 2. Een tussen hen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Artikel 6: Een overeenkomst heeft niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. 2. Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Ten overvloede wil ik opmerken dat artikel 3:306 geen bepaling van rechtsverwerking is maar van verjaring. Verjaring treedt in werking door tijdsverloop (en een beroep op verjaring), voor rechtsverwerking zijn bijzondere omstandigheden nodig, zie verder. Zie voor andere verschillen R.P.J.L. Tjittes, Rechtsverwerking, BW Monografieën, Kluwer, 2007, p. 14 e.v. 57 P.S. Bakker, Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm, Recht en praktijk, contracten- en aansprakelijkheidsrecht, CA6, 2012, p Kamerstukken II, 2008/09, , nr R.P.J.L. Tjittes, Rechtsverwerking, BW Monografieën, Kluwer, 2007, p

16 beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. 60 Verondersteld moet worden dat de wetgever in de Memorie van Toelichting heeft gedoeld op artikel 6:2 jo 6:248 BW. Opvallend is dat de Hoge Raad in zijn arrest stelt dat er sprake had kunnen zijn van richtlijnconforme uitleg van de onderhavige nationale aanbestedingsregels. 61 De Hoge Raad maakt echter niet duidelijk welke nationale aanbestedingsregels dat zijn. Ik betreur dat, temeer nu artikel 1 lid 3 van de Richtlijn niet geïmplementeerd is in de WIRA. Ik ga er daarom, ook in het licht van de literatuur, vanuit dat aan deze formulering niet te veel waarde moet worden gehecht. 62 Richtlijnconforme interpretatie is niet beperkt tot delen van het nationale recht, maar moet worden toegepast op het geheel. Advocaat-Generaal Keus stelt dat naast de nationale regels over rechtsverwerking, ook wettelijke en jurisprudentiële regels met betrekking tot het in kort geding vereiste (spoedeisende) belang in aanmerking zouden kunnen komen voor richtlijnconforme interpretatie. 63 In artikel 254 Rv wordt een spoedeisend belang genoemd als een voorwaarde voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om kennis te nemen van het geschil. Het spoedeisend belang kan worden afgeleid uit de aard van de vordering. 64 Aanbestedingszaken worden over het algemeen als spoedeisend beschouwd. De ratio hiervan is dat de klager voor gunning in aanmerking wil komen voordat de opdracht definitief wordt gegund aan en uitgevoerd door een andere gegadigde. 65 Zonder dat zou de rechtsbescherming in dit soort zaken illusoir zijn. De vordering tot gunning aan de klager is daarom te beschouwen als een vordering die naar haar aard spoedeisend is. 66 De Richtlijn beoogt de doelstellingen van snelheid en doeltreffendheid te bereiken door de lidstaten te verplichten hun beroepsinstanties de bevoegdheid te geven om in kort geding procedures voorlopige maatregelen te treffen. 67 Hierin ligt het beginsel van spoedeisend belang besloten. Indien naar het gehele recht wordt gekeken, komt de jurisprudentie van de Hoge Raad betreffende rechtsverwerking in beeld. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat enkel stilzitten onvoldoende is om rechtsverwerking aan te nemen. 68 Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de positie van de wederpartij onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. 69 Dit betekent dat het Nederlandse leerstuk van rechtsbescherming een verdergaande bescherming biedt aan de onderneming dan onder Grossmann het geval is. 70 Hier ligt ook het probleem voor de richtlijnconforme interpretatie. Onder Grossmann is het nalaten van het stellen van vragen in andere woorden: stilzitten voldoende om niet langer toegang tot de beroepsprocedure te hebben. Naar Nederlands recht is enkel stilzitten onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen. Onder Grossmann is enkel stilzitten wél voldoende. Wanneer er sprake is van minimumharmonisatie en een nationaal leerstuk verdergaande 60 Idem, p. 27. Naast deze materiële variant van rechtsverwerking kan de, daaraan nauw verwante, processuele rechtsverwerking worden onderscheiden. Het gaat hierbij om handelen in strijd met de goede procesorde. Zie idem p HR, 26 juni 2009, LJN: BI0467, r.o M.H. Wissink, Richtlijnconforme interpretatie van burgerlijk recht, Recht en Praktijk, Kluwer, 2001, p. 38, 39 en de aldaar aangehaalde literatuur. 63 Conclusie Advocaat-Generaal Keus bij HR, 26 juni 2009, LJN: BI0467, paragraaf Tekst & Commentaar Burgerlijke Rechtsvordering, toelichting bij artikel 254 lid 1, commentaar onder b. 65 J.M. Helby e.a., Rechtsbescherming bij aanbesteding, uitgeverij Paris, 2007, p. 48, Idem, p. 48, Artikel 2 van de Rechtsbeschermingsrichtlijn geeft hiervoor de grondslag, zie G.W.A. van de Meent, Overheidsaanbestedingen: De EG-rechtelijke context, Kluwer, 1995, p HR, 26 maart 1999, NJ 1999, HR, 29 september 1995, NJ 1996, 89 en HR, 24 april 1998, NJ 1998, Zie ook Vz. Rb. Amsterdam, 18 augustus 2011, LJN: BR6264, r.o

17 bescherming biedt, kan dit leerstuk niet door Unierecht enger worden uitgelegd. Er zou dan sprake zijn van een contra legem uitleg, dat wil zeggen dat de uitleg in strijd is met de wet, in dit geval de wet zoals die door de rechter wordt uitgelegd. Op grond van jurisprudentie van het HvJ is dat niet toegestaan. Richtlijnconforme interpretatie vindt haar grens daar waar een nationale bepaling niet zo kan worden toegepast dat een resultaat dat in overeenstemming is met de richtlijn wordt bereikt. 71 Mijn conclusie is dan ook dat de Hoge Raad onterecht heeft gesuggereerd dat het Grossmann-verweer door middel van richtlijnconforme interpretatie zijn weg zou kunnen vinden in nationale aanbestedingsprocedures. 71 HvJ EG, 26 september 1996, C-168/95, Arcaro, en explicieter in HvJ EG, 16 juni 2005, C-105/03, Pupino, In deze zaak wilde de nationale rechter een kaderbesluit conform uitleggen, algemeen wordt aangenomen dat hetzelfde opgaat voor richtlijnconforme interpretatie. 17

18 4 De vlucht van Grossmann in de Nederlandse rechtspraak In 2007 schreven I. van den Berge, M. Mutsaers en E. Zeelenberg in Tijdschrift Aanbestedingsrecht: [...]met betrekking tot het door aanbestedende diensten veel gevoerde verweer dat de bezwaren van de klagende inschrijver tardief worden aangevoerd, oftewel dat de inschrijver zijn rechten tot het maken van bezwaar terzake heeft verwerkt, zijn de uitspraken vrij eenduidig: van rechtsverwerking is vrijwel nimmer sprake. 72 Het tij is inmiddels gekeerd. Een beroep op rechtsverwerking (als uitwerking van het Grossmann-verweer) wordt tegenwoordig vaker wel dan niet toegewezen. Het toepassingsbereik is door de Nederlandse rechter danig uitgebreid en wordt op een veelvoud van situaties toegepast. De rechtspraak ontbeert echter een eenduidige lijn. 73 Dat geldt met name voor de volgende drie punten. Ten eerste wordt het Grossmann-verweer over het algemeen van toepassing geacht op zowel de niet-inschrijver als de inschrijver (paragraaf 4.1). Ten tweede is er discussie over de toepassing van het Grossmann-verweer in verschillende soorten aanbestedingsprocedures (paragraaf 4.2). Ten derde stellen rechters verschillende eisen aan het proactief handelen van de inschrijver en denken zij verschillend over de grenzen van het Grossmann-verweer. Zo is voor sommige rechters het stellen van een enkele vraag over een vermeende onvolkomenheid in de aanbestedingsstukken onvoldoende om de procesrechten te behouden. Op deze en aanverwante kwesties zal worden ingegaan in paragraaf 4.3. In paragraaf 4.4 zal ik de jurisprudentie bekijken waarin het Nederlandse (algemene) leerstuk van rechtsverwerking wordt toegepast en waarin Grossmann al dan niet een plaats heeft. Ten slotte zal ik ingaan op de Grossmann-clausule als een verbintenisrechtelijke grondslag en op de rol die deze clausule kan hebben onder de Nieuwe Aanbestedingswet (paragraaf 4.5). 4.1 Inschrijver versus niet-inschrijver In de Grossmann-zaak had Grossmann Air Service niet ingeschreven en probeerde alsnog, na het verstrijken van de inschrijvingstermijn, over de aanbesteding te klagen (zie hoofdstuk 2). In de Nederlandse jurisprudentie wordt echter over het algemeen aangenomen dat het Grossmann-verweer ook ziet op de situatie dat wél is ingeschreven. Rechtbank Den Haag windt er wat dit betreft geen doekjes om: [...] is de voorzieningenrechter van oordeel dat de stelling van FGB dat het Grossmannarrest op dit punt niet van toepassing is omdat het (slechts) betrekking heeft op een partij die zelf heeft afgezien van deelneming aan een aanbestedingsprocedure, een achterhaald standpunt is. 74 Al bij het wijzen van de eerste Grossmann uitspraken werd geoordeeld dat ook een inschrijver nat kan gaan op het Grossmann-verweer. Hoewel Grossmann nog niet uitdrukkelijk genoemd wordt, verweet de rechter de inschrijver wel dat hij geen vragen had gesteld. 75 Ook in de conclusie van A-G Timmerman, bij een arrest van de Hoge Raad van 4 november 2005, lijkt er sprake te zijn van een gelijkstelling van de inschrijver met de niet- 72 Van den Berge e.a., Kroniek jurisprudentie Aanbestedingsrecht, deel 1, Tijdschrift Aanbestedingsrecht, april 2007, p Zie hierover ook F. van Nouhuys, Het Grossmann-arrest en de Nederlandse aanbestedingspraktijk, Tijdschrijft Aanbestedingsrecht, april 2006, p Vz. Rb. Den Haag, 20 februari 2009, LJN: BH3774, r.o. 4.2, de Vz. Rb. Assen oordeelde op 18 augustus 2009 vergelijkbaar, LJN: BJ9400, r.o. 4.3, zie ook Vz. Rb. Den Haag, 12 september 2012, LJN: BX8643, r.o Vz. Rb. Den Haag, 21 februari 2005, LJN: AS8353, r.o

19 inschrijver. 76 Bij deze (bijna volledig) geaccepteerde lijn in de jurisprudentie kunnen echter wel nog enige kanttekeningen worden geplaatst. Ten eerste gaat Grossmann simpelweg niet over een inschrijver. Méér lezen in een arrest dan er staat, is niet zuiver. Zeker nu het HvJ heeft benadrukt dat het tot zijn oordeel is gekomen op grond van de (specifieke) omstandigheden van het geval. 77 Ten tweede heeft een inschrijver altijd een direct belang. Immers, door in te schrijven heeft de gegadigde belang bij gunning. Ook vroege Grossmann-uitspraken namen dit als uitgangspunt. Zo overwoog de Vz. Rb. Almelo op 27 februari 2006 dat het geen substantieel gebrek is achteraf te constateren dat er wezenlijke onderdelen van de aanbesteding zijn misgegaan. Het opkomen tegen het gunningsvoornemen was niet tardief omdat de inschrijver een direct belang had bij gunning. De vergelijking met Grossmann ging mank, omdat Grossmann zich in die procedure op geen enkel reëel belang kon beroepen. 78 Vaker ging het op deze gronden mis. 79 In een uitspraak van Vz. Rb. Den Bosch onderzocht de voorzieningenrechter nog wel of het belang dat nodeloze vertraging voorkomen diende te worden, niet geschonden was. Dit was in casu niet het geval, omdat er maar een korte periode zat tussen de Nota van Inlichtingen, waardoor inschrijfster bekend werd met de vermeende onregelmatigheid, en de datum van inschrijving. 80 Voor de ruimere toepassing van Grossmann pleiten echter de doelstellingen van de Richtlijn, zoals aangehaald door het HvJ. 81 Deze doelstellingen snelheid en doeltreffendheid verlangen een spoedig verloop van de aanbestedingsprocedure. De Richtlijn ziet, aldus het HvJ, op het voorzien in voorzieningen die de doeltreffende toepassing van de aanbestedingsregelgeving waarborgen, in het bijzonder in een stadium waarin de schendingen nog ongedaan kunnen worden gemaakt. Deze lijn in de jurisprudentie is gemeengoed geworden. 82 Vaak wordt niet eens meer ter discussie gesteld dat Grossman ook van toepassing is op de inschrijver. Hierdoor heeft de aanbesteder een sterk middel in handen. Ondanks de duidelijke lijn in de jurisprudentie op dit punt, beslissen Vz. Rb. Amsterdam en Vz. Rb. Maastricht nog wel eens anders. 83 Zo overwoog de Vz. Rb. Amsterdam op 24 maart 2011: Uitgangspunt is dat een effectieve rechtsbescherming meebrengt dat inschrijvers ook na de inschrijving de eventuele onrechtmatigheid van de door de aanbestedende dienst gehanteerde gunningscriteria door de rechter moeten kunnen laten toetsen. Het verweer van gedaagden dat Gom haar rechten heeft verwerkt wordt om die reden gepasseerd. De voorzieningenrechter nam hier de effectieve rechtsbescherming als uitgangspunt en zocht daarmee aansluiting bij de Richtlijn. Door te oordelen dat de inschrijver ook na gunning het recht behoudt om te klagen, gaf de voorzieningenrechter mijns inziens volledige werking aan de Richtlijn. Een inschrijver moet met de Richtlijn in de hand actie kunnen ondernemen tegen een met het Unierecht strijdige gunning: de nationale rechter is verplicht het nationale recht 76 Conclusie Advocaat-Generaal Timmerman bij HR 4 november 2005, LJN: AU HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02, Grossmann, r.o. 39 deze omstandigheden waren dat er niet was ingeschreven en niet voor het gunningsmoment was geklaagd. 78 Vz. Rb. Almelo, 27 februari 2006, LJN: AV2994, r.o Vz. Rb. Den Haag, 2 november 2006, LJN: AZ9621, r.o. 4.3; Vz. Rb. Den Bosch, 31 augustus 2007, LJN: BB2630; Vz. Rb. Den Bosch, 21 januari 2008, LJN: BC2464; r.o ; Vz. Rb. Arnhem, 24 juni 2008, LJN: BD7653 (nationale aanbesteding); Vz. Rb. Den Bosch, 1 oktober 2010, LJN BN9274, r.o Vz. Rb. Den Bosch, 21 januari 2008, LJN: BC2464, r.o HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02, Grossmann, r.o Ik noem in deze paragraaf enkel de uitspraken die afwijken van de doctrine. 83 Vz. Rb. Amsterdam, 24 maart 2011, LJN: BQ3358; r.o. 4.3; Vz. Rb. Maastricht, 19 juli 2012, LJN: BX

20 zoveel mogelijk uit te leggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de Richtlijn. 84 Overigens had Gom tijdens de inlichtingenrondes vragen gesteld (zie hierover paragraaf 4.3.3). Dit kan mogelijk mee hebben gespeeld in het oordeel van rechter. Dit blijkt echter niet uit de beoordeling. 85 Soms komt het voor dat een niet-inschrijver probeert te klagen. In 2010 kwam een dergelijke zaak voor de rechter in Amsterdam. 86 De voorzieningenrechter overwoog dat het recht om over het verloop van een aanbestedingsprocedure te klagen in beginsel aan inschrijvers is voorbehouden, maar dat laat, aldus de rechter, onverlet dat in bepaalde omstandigheden ook niet-inschrijvers kunnen klagen en om heraanbesteding kunnen vragen als een te respecteren belang dat vergt. De voorzieningenrechter paste in deze zaak het Grossmannarrest niet toe in lijn met de overige jurisprudentie van deze rechtbank 87 met het argument dat de richtlijn niet rechtstreeks kan werken en oordeelde dat de vraag naar nationaal recht moet worden beantwoord (zie de volgende paragraaf). De onderneming had niet stilgezeten. Uiteindelijk viel de belangenafweging toch uit in het voordeel van de aanbesteder Nationale rechtsverwerking versus Europese rechtsverwerking Onduidelijkheid is er in de Nederlandse jurisprudentie over de vraag of het Grossmann-arrest (de Europese rechtsverwerking) dan wel het Nederlandse leerstuk van rechtsverwerking dient te worden toegepast op nationale en Nederlands-Europese aanbestedingen. In deze paragraaf zal ik eerst aandacht besteden aan de rol van het Grossmann-verweer in nationale en private aanbestedingen. Vervolgens zal ik de in de jurisprudentie soms voorkomende opvatting bespreken die inhoudt dat noch bij nationale noch bij Nederlands-Europese aanbestedingen, plaats is voor het Grossmann-verweer. Ten slotte zal ik kort de gebruikelijke gang van zaken bij Europese aanbestedingen behandelen. In paragraaf 4.3 zal ik daarop uitgebreider ingaan Rechtsverwerking bij nationale aanbestedingen In nationale aanbestedingen zou Grossmann mijns inziens geen rol moeten spelen. 89 De aanbestedingsrichtlijnen zijn niet van toepassing en een op deze richtlijnen gebaseerd arrest kan om die reden ook niet worden ingeroepen. Maar niet elke rechter denkt hier hetzelfde over. Zo accepteert de voorzieningenrechter van Rechtbank Arnhem het Grossmann-verweer (uitdrukkelijk) ook in zaken die zien op nationale aanbestedingen. 90 De voorzieningenrechter overwoog in een uitspraak van 16 maart 2007 dat aan het Nederlandse aanbestedingsrecht de bepalingen van het vrije verkeer en het daarvan afgeleide gelijkheids- en transparantiebeginsel ten grondslag liggen. Derhalve zou de invulling die het HvJ aan die beginselen geeft, maatgevend zijn. 91 De Vz. Rb. Middelburg oordeelde op 8 september 2009 in dezelfde zin. Het ging in die zaak om een meervoudige onderhandse aanbesteding. De voorzieningenrechter overwoog dat ook 84 HvJ EG, 8 oktober 1987, 80/86, Kolpinghuis, zie ook G.W.A. van de Meent, Overheidsaanbestedingen: De EGrechtelijke context, Kluwer, 1995, p Vz. Rb. Amsterdam, 24 maart 2011, LJN: BQ3358, r.o Vz. Rb. Amsterdam, 18 februari 2010, LJN: BM1656; r.o. 4.3, zie ook Vz. Rb. Zutphen, 22 februari 2008, LJN: BC4993, r.o Zie de hiervoor genoemde uitspraken en zie ook paragraaf Vz. Rb. Amsterdam, 18 februari 2010, LJN: BM1656, r.o. 4.4, 4.5 en Dit zijn aanbestedingen met een waarde die onder de Europese drempel valt en zonder grensoverschrijdend effect. 90 Vz. Rb. Arnhem, 24 juni 2008, LJN: BD7653; Vz. Rb. Arnhem, 4 november 2008, LJN: BG Vz. Rb. Arnhem, 16 maart 2007, LJN: BA

Nieuwsbrief Zorg. 10 december 2015. De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures

Nieuwsbrief Zorg. 10 december 2015. De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures Nieuwsbrief Zorg 10 december 2015 De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures Inleiding Het Gerechtshof van Den Bosch heeft in het arrest van 12 mei 2015 bij wijze

Nadere informatie

De o n g e l d i g e inschrijver: w é l b e l a n g, geen vo r d e r i n g

De o n g e l d i g e inschrijver: w é l b e l a n g, geen vo r d e r i n g De ongeldige inschrijver: wél belang, geen vordering Arthur van Heeswijck 1 De wetgever heeft ter zake van de implementatie van de Rechtsbeschermingsrichtlijn geen maatregelen getroffen. 2 Dit betekent

Nadere informatie

2 DE CONFORMITEIT VAN HET NEDERLANDSE STELSEL VAN RECHTSBESCHERMING BIJ AANBESTEDINGEN MET HET UNIERECHT

2 DE CONFORMITEIT VAN HET NEDERLANDSE STELSEL VAN RECHTSBESCHERMING BIJ AANBESTEDINGEN MET HET UNIERECHT 8 Slotbeschouwing 1 INLEIDING Het onderzoek naar het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming bij aanbestedingen is bijna ten einde gekomen. Dit hoofdstuk bevat een slotbeschouwing. Het doel van dit hoofdstuk

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

7 Procesbelang en het Grossmann-verweer

7 Procesbelang en het Grossmann-verweer 7 Procesbelang en het Grossmann-verweer 1 INLEIDING In de voorgaande hoofdstukken zijn de rechtsmiddelen besproken die inschrijvers ten dienste staan om naleving van de aanbestedingsregels af te dwingen

Nadere informatie

Het toenemend belang van het aanbestedingsrecht voor de ondernemingsrechtpraktijk

Het toenemend belang van het aanbestedingsrecht voor de ondernemingsrechtpraktijk Dit artikel uit is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker Het toenemend belang van het aanbestedingsrecht voor de ondernemingsrechtpraktijk Inleiding Het aanbestedingsrecht

Nadere informatie

De inkoop van Bijlage II B diensten onder de Aanbestedingswet 2012

De inkoop van Bijlage II B diensten onder de Aanbestedingswet 2012 De inkoop van Bijlage II B diensten onder de Aanbestedingswet 2012 mr. J.C. (Kees) van de Water, KW Legal, maart 2013 De praktijk van vóór 1 april 2013 laat zien, dat het in voorkomende gevallen voor een

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Inkoop- & Aanbestedingsbeleid. Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting

Inkoop- & Aanbestedingsbeleid. Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting Inkoop- & Aanbestedingsbeleid Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting 1 INLEIDING De SEV stimuleert de ontwikkeling van praktische, innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken op het gebied

Nadere informatie

Themabijeenkomst Cumela mr. L. Knoups. 14 februari 2013

Themabijeenkomst Cumela mr. L. Knoups. 14 februari 2013 Themabijeenkomst Cumela mr. L. Knoups 14 februari 2013 Programma - Do s & dont s van de inschrijving - Actualiteiten aanbestedingsrecht 2 Do s & Dont s van de inschrijving 3 Aankondiging Onduidelijkheden

Nadere informatie

Trending topics aanbestedingsrecht

Trending topics aanbestedingsrecht Trending topics aanbestedingsrecht Regelgeving en jurisprudentie in beweging Workshop door Christa Visser Trending topics aanbestedingsrecht Regelgeving en jurisprudentie in beweging: 1. motivering van

Nadere informatie

Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht:

Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht: Geachte dame, heer, Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht: Aanbestedingsrecht: materiaal voor defensie

Nadere informatie

FORUMDISCUSSIE - NVBU. Publiek en Privaat Aanbesteden. Twee werelden? FORUMDISCUSSIE - NVBU 21 januari 2014

FORUMDISCUSSIE - NVBU. Publiek en Privaat Aanbesteden. Twee werelden? FORUMDISCUSSIE - NVBU 21 januari 2014 FORUMDISCUSSIE - NVBU Publiek en Privaat Aanbesteden Twee werelden? 1 FORUMDISCUSSIE - NVBU 21 januari 2014 FORUMDISCUSSIE - NVBU Publiek en Privaat aanbesteden Twee werelden? Contractsvrijheid Uitgangspunt

Nadere informatie

JAAN2015/6 Hoger beroep in kort geding, Nationale aanbesteding, Ingrijpen in l...

JAAN2015/6 Hoger beroep in kort geding, Nationale aanbesteding, Ingrijpen in l... JAAN2015/6 Hoger beroep in kort geding, Nationale aanbesteding, Ingrijpen in l... JAAN 2015 / 6 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zp Arnhem, 18-11-2014, 200.142.882, ECLI:NL:GHARL:2014:8893 Hoger beroep in

Nadere informatie

De nieuwe Aanbestedingswet is er!

De nieuwe Aanbestedingswet is er! Alumnidag Rechtsgeleerdheid, 25 januari 2013 De nieuwe Aanbestedingswet is er! Prof.mr. Chris Jansen Plan van behandeling aanbesteden begripsverkenning aanbestedingsrecht vragen, beginselen en andere bronnen

Nadere informatie

Advies 105. 1.2 In paragraaf 2.4 van de Offerteaanvraag staat de volgende planning:

Advies 105. 1.2 In paragraaf 2.4 van de Offerteaanvraag staat de volgende planning: Advies 105 1. Feiten 1.1 Beklaagde, een stichting die het bevoegd gezag vormt van een aantal scholen voor basisonderwijs, heeft op 27 maart 2014 een Europese openbare aanbesteding aangekondigd op TenderNed.

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen.

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-007 d.d. 31 januari 2014 (mr. W.J.J. Los, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG, prof. mr. F.R. Salomons, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Verrekenprijzen als gunningscriterium (?)

Verrekenprijzen als gunningscriterium (?) Aanbestedingsrecht ARTIKELEN Tony van Wijk 1 De Hoge Raad heeft op 26 juni 2009 overwogen dat verrekenprijzen als (sub)gunningscriterium onder de Standaard 2005 bestaanbaar zijn. Opmerkelijk, nu in het

Nadere informatie

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT Bij de aankoop van een woning blijkt achteraf nogal eens dat iets anders geleverd is dan op grond van de koopovereenkomst mocht worden verwacht. Er kan bijvoorbeeld sprake

Nadere informatie

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep September 2002 Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Welk recht is van toepassing Hoofdstuk 2 Vergoedingscriterium en te vergoeden kosten 2.1 Vergoedingscriterium 2.2 Besluit proceskosten bestuursrecht 2.3

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Vertaling C-538/15-1 Zaak C-538/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 oktober 2015 Verwijzende rechter: Juzgado de Primera Instancia

Nadere informatie

JAAN 2013/169 27-08-2013, 200.124.231, ECLI:NL:GHARL:2013:6549

JAAN 2013/169 27-08-2013, 200.124.231, ECLI:NL:GHARL:2013:6549 JAAN 2013/169 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Arnhem), 27-08-2013, 200.124.231, ECLI:NL:GHARL:2013:6549 Hoger beroep kort geding, Appellant wel belang bij hoger beroep, maar geen belang bij vorderingen

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie

Nadere informatie

Consequenties niet tijdig implementeren aanbestedingsrichtlijnen

Consequenties niet tijdig implementeren aanbestedingsrichtlijnen Consequenties niet tijdig implementeren aanbestedingsrichtlijnen Inleiding Op 1 april 2013 is de Aanbestedingswet 2012 in werking getreden. Inmiddels zijn er nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen gepubliceerd

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Vertaling C-258/13-1 Zaak C-258/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 mei 2013 Verwijzende rechter: Varas Cíveis de Lisboa (Portugal)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

Een half jaar Aanbestedingswet: eerste ervaringen of aanvaringen?

Een half jaar Aanbestedingswet: eerste ervaringen of aanvaringen? Een half jaar Aanbestedingswet: eerste ervaringen of aanvaringen? (vertrouwelijk) Martine Vidal advocaat Aanbestedingsrecht 28 oktober 2013 Wie heeft al gewerkt met de Aanbestedingswet? Welke ervaringen

Nadere informatie

Advies 247. 1.1. Beklaagde heeft een Europese openbare aanbesteding voor de levering van een paraatheid- en beschikbaarheidssysteem gehouden.

Advies 247. 1.1. Beklaagde heeft een Europese openbare aanbesteding voor de levering van een paraatheid- en beschikbaarheidssysteem gehouden. Advies 247 1. Feiten 1.1. Beklaagde heeft een Europese openbare aanbesteding voor de levering van een paraatheid- en beschikbaarheidssysteem gehouden. 1.2. In het Programma van Eisen is in eis 6.2 in hoofdstuk

Nadere informatie

Openbaarheid prijzen. Visie 4. 1. Vertrouwelijkheid in het algemeen. 2. Openbaarheid van prijzen

Openbaarheid prijzen. Visie 4. 1. Vertrouwelijkheid in het algemeen. 2. Openbaarheid van prijzen Visie 4 Openbaarheid prijzen Dit document behandelt de openbaarheid van prijzen in een aanbestedingsprocedure. Een transparant, objectief en non-discriminatoir inkoopproces is uitgangspunt voor aanbestedingsprocedures.

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 12/03/2015

Datum van inontvangstneming : 12/03/2015 Datum van inontvangstneming : 12/03/2015 Samenvatting C-51/15-1 Zaak C-51/15 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Appèldagvaarding niet overeenkomstig de Betekeningsverordening betekend? 1

Appèldagvaarding niet overeenkomstig de Betekeningsverordening betekend? 1 UIT DE PRAKTIJK Mr. J.P. Eckoldt * Appèldagvaarding niet overeenkomstig de Betekeningsverordening betekend? 1 Onenigheden in het internationale handelsverkeer leiden regelmatig tot grensoverschrijdende

Nadere informatie

Seminar Social Return

Seminar Social Return Seminar Social Return www.severijnhulshof.nl 9 oktober 2014 Joost Haest Advocaat / partner Onderwerpen Wettelijk kader Social Return Rechtspraak burgerlijke rechter Adviezen commissie van aanbestedingsexperts

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

Advies 66. 1.3 Als een van de geschiktheidseisen heeft beklaagde in het document onder meer als eis gesteld:

Advies 66. 1.3 Als een van de geschiktheidseisen heeft beklaagde in het document onder meer als eis gesteld: Advies 66 1. Feiten 1.1 Beklaagde heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor raamovereenkomsten met maximaal zeven leveranciers voor de inzet van tijdelijk personeel, ondersteunend

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025 Rapport Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat haar over het

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Beleidsregels toepassing Wet BIBOB bij aanbestedingen en omgevingsvergunningen

Beleidsregels toepassing Wet BIBOB bij aanbestedingen en omgevingsvergunningen Beleidsregels toepassing Wet BIBOB bij aanbestedingen en omgevingsvergunningen 2013 Beleidsregels inzake toetsing van de integriteit bij aanbestedingen als bedoeld in artikel 5 van de Wet BIBOB (Beleidsregels

Nadere informatie

Advies 157. 1.2 In de Selectieleidraad is in Hoofdstuk 5, in de paragrafen 5.2 t/m 5.4, het volgende

Advies 157. 1.2 In de Selectieleidraad is in Hoofdstuk 5, in de paragrafen 5.2 t/m 5.4, het volgende Advies 157 1. Feiten 1.1 Beklaagde heeft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure gehouden voor een opdracht met betrekking tot het verrichten van engineeringswerkzaamheden ten behoeve van een

Nadere informatie

LJN: BM4205,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 215695 KG ZA 10-119

LJN: BM4205,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 215695 KG ZA 10-119 LJN: BM4205,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 215695 KG ZA 10-119 Print uitspraak Datum uitspraak: 12-05-2010 Datum publicatie: 12-05-2010 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Voorlopige voorziening

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Vertaling C-359/14 1 Datum van indiening: 23 juli 2014 Verwijzende rechter: Zaak C-359/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Vilniaus miesto apylinkės teismas

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

1. Opschortende termijn. Geachte mevrouw, heer,

1. Opschortende termijn. Geachte mevrouw, heer, PER E-MAIL: CONSULTATIEWIRA@MINEZ.NL Ministerie van Economische Zaken WIRA consultatie Postbus 20101 2500 EC Den Haag Apeldoorn Arnhem Zwolle BEHANDELD DOOR: mrs. I.J. van den Berge en M. Nusteen TELEFOON:

Nadere informatie

» Samenvatting. JAAN 2013/138 Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam 21 mei 2013, 422466 / KG ZA 13-337; ECLI:NL:RBROT:2013:CA1242. ( mr.

» Samenvatting. JAAN 2013/138 Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam 21 mei 2013, 422466 / KG ZA 13-337; ECLI:NL:RBROT:2013:CA1242. ( mr. JAAN 2013/138 Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam 21 mei 2013, 422466 / KG ZA 13-337; ECLI:NL:RBROT:2013:CA1242. ( mr. Broeders ) De besloten vennootschap Filoform BV te Utrecht, advocaat mr. A.A.T.

Nadere informatie

Zaak T-205/99. Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

Zaak T-205/99. Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Zaak T-205/99 Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Douanerechten Invoer van televisietoestellen uit India Ongeldige certificaten van oorsprong Verzoek tot kwijtschelding van invoerrechten

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures Inleiding Zoals collega Van den Anker al eerder (Samenleven en alimentatie ontvangen? EB 2009, 32) schreef, is de alimentatieplicht niet oneindig. Deze kan

Nadere informatie

Doorwerking van Europees recht

Doorwerking van Europees recht Doorwerking van Europees recht De verhouding tussen directe werking, conforme interpretatie en overheidsaansprakelijkheid Jolande M. Prinssen KLUWER Deventer - 2004 INHOUD Lijst van gebruikte afkortingen

Nadere informatie

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips 18 december 2015 Dirk Vergunst 1 Artikel 45 Rechtsvordering 1. Exploten (pv van ambtshandeling) worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan (

Nadere informatie

Aanbesteding en inkoop van zorg

Aanbesteding en inkoop van zorg Aanbesteding en inkoop van zorg Richard-Jan Roks 8 september 2015 Inhoudsopgave Wat is aanbestedingsrecht en bronnen Private aanbesteding versus overheidsaanbesteding Aanbesteding en zorgverzekeraars Gezamenlijke

Nadere informatie

Recente jurisprudentie aanbestedingsrecht. Gijs Verberne, 18 december 2012

Recente jurisprudentie aanbestedingsrecht. Gijs Verberne, 18 december 2012 Recente jurisprudentie aanbestedingsrecht Gijs Verberne, 18 december 2012 Contact Gijs Verberne Advocaat partner Europees en Mededingingsrecht Aanbestedingsrecht T +31 (0)20 6789 278 F +31 (0)20 7954 585

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 27/09/2013

Datum van inontvangstneming : 27/09/2013 Datum van inontvangstneming : 27/09/2013 Samenvatting C-440/13-1 Zaak C-440/13 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

RechtsgebiedenCiviel recht Bijzondere kenmerkenkort geding Inhoudsindicatie

RechtsgebiedenCiviel recht Bijzondere kenmerkenkort geding Inhoudsindicatie EJEA 16041 ECLI:NL:RBZWB:2016:1623 Rechtbank ZeelandWestBrabant Datum uitspraak21032016 Datum publicatie24032016 ZaaknummerC/02/311776 / KG ZA 16108 RechtsgebiedenCiviel recht Bijzondere kenmerkenkort

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Vertaling C-23/14-1. Zaak C-23/14

Vertaling C-23/14-1. Zaak C-23/14 Vertaling C-23/14-1 Zaak C-23/14 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie Datum van

Nadere informatie

Langdurig geschil over de renovatie van panden gemeente Amsterdam stadsdeel Centrum

Langdurig geschil over de renovatie van panden gemeente Amsterdam stadsdeel Centrum Rapport Gemeentelijke Ombudsman Langdurig geschil over de renovatie van panden gemeente Amsterdam stadsdeel Centrum 2 augustus 2007 RA0612790 Samenvatting Een huizenbezitter heeft al jarenlang een geschil

Nadere informatie

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen

KBvG, Cie Wetgeving, subcommissie Griffierecht Wet griffierechten burgerlijke zaken Modellen voor aanzeggingen Model A1, Rechtbank, 1 gedaagde: natuurlijk persoon a. indien gedaagde verzuimt advocaat te stellen of het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 26/05/2014

Datum van inontvangstneming : 26/05/2014 Datum van inontvangstneming : 26/05/2014 Vertaling C-189/14-1 Zaak C-189/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 16 april 2014 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias

Nadere informatie

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1 Gê n a n t Aanbestedingsrecht ACTUALITEITEN Gênant Frederik van Nouhuys 1 Eind vorig jaar is namens de Staatssecretaris van VWS een brief gestuurd aan de Europese Commissie omtrent de vraag of gemeentelijke

Nadere informatie

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten Overheidsaanbestedingen Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten Mr. M.N. Weeda, mr. L.J. Terpstra en mr. C.A.M. Lombert* Het arrest van

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

faillissement 18 Rechtspraak 28

faillissement 18 Rechtspraak 28 28 - De looptijd van de schuldsaneringsregeling na voorafgaand faillissement Eva Timmermans Rechtbank Den Haag 27 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7671 1. Inleiding In de wet staat dat de termijn van de schuldsaneringsregeling

Nadere informatie

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 9 MEI 2013 Herengracht 551 Contactpersoon: 1017 BW Amsterdam Ellen Soerjatin T 020 530 5200 E ellen.soerjatin@steklaw.com

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Artikel 1 Definities 1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Vertaling C-417/15-1 Zaak C-417/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 juli 2015 Verwijzende rechter: Landesgericht für Zivilrechtssachen

Nadere informatie

Advies 28. 2.2 De door klager gewenste (en niet verkregen) aanpassingen betreffen:

Advies 28. 2.2 De door klager gewenste (en niet verkregen) aanpassingen betreffen: Advies 28 1. Feiten 1.1 Beklaagde is een Europese niet-openbare aanbesteding gestart voor een opdracht met betrekking tot IT-dienstverlening en draadloze netwerkinfrastructuur bestaande (ondermeer) uit

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 38 Wet van 28 januari 2010 tot implementatie van de rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen

Nadere informatie

Vaststelling aangepast aanbestedingsbeleid inclusief klachtenregeling aanbesteden voor de gemeenten en Servicepunt71.

Vaststelling aangepast aanbestedingsbeleid inclusief klachtenregeling aanbesteden voor de gemeenten en Servicepunt71. MEMO Aan: Van: CC: Dagelijks Bestuur SP71 SE JZ Priscilla Langerak, senior Juridisch Adviseur Marjolein Scheuer Datum: 17 mei 2013 Doorkiesnummer: 7914 Betreft: Vaststelling aangepast aanbestedingsbeleid

Nadere informatie

» Samenvatting. JAAN 2013/99 Voorzieningenrechter Rechtbank 's- Gravenhage 15 februari 2013, C/05/237860 / KG ZA 12-693; LJN BZ3890. ( mr.

» Samenvatting. JAAN 2013/99 Voorzieningenrechter Rechtbank 's- Gravenhage 15 februari 2013, C/05/237860 / KG ZA 12-693; LJN BZ3890. ( mr. JAAN 2013/99 Voorzieningenrechter Rechtbank 's- Gravenhage 15 februari 2013, C/05/237860 / KG ZA 12-693; LJN BZ3890. ( mr. Boonekamp ) De besloten vennootschap Complan Valens BV te Hoorn, advocaat mr.

Nadere informatie

Gevolgen van schending mededelingsplicht bij verkoop aandelen

Gevolgen van schending mededelingsplicht bij verkoop aandelen Gevolgen van schending mededelingsplicht bij verkoop aandelen Inleiding In het traject dat uiteindelijk moet leiden tot de totstandkoming van een overeenkomst tot koop- en verkoop van aandelen hebben de

Nadere informatie

Eisen conform artikel 10 inzake aanbesteding en marktconformiteit. Inkoop en aanbesteding. Marktconformiteit

Eisen conform artikel 10 inzake aanbesteding en marktconformiteit. Inkoop en aanbesteding. Marktconformiteit Bijlage 2 Behorend bij artikel 10, vijfde lid van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 maart 2006, nr. PO/ZO-2006/10847, houdende voorschriften van OCW inzake dagarrangementen

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/12/2013

Datum van inontvangstneming : 17/12/2013 Datum van inontvangstneming : 17/12/2013 Vertaling C-578/13-1 Zaak C-578/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 november 2013 Verwijzende rechter: Landgericht Kiel (Duitsland)

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

Jurisprudentie contractenrecht

Jurisprudentie contractenrecht Jurisprudentie contractenrecht W.L. Valk senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden senior onderzoeker Radboud Universiteit Programma Twee arresten van de Hoge Raad: HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging?

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? september 2009 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-287 d.d. 28 juli 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 30/07/2014

Datum van inontvangstneming : 30/07/2014 Datum van inontvangstneming : 30/07/2014 Vertaling C-310/14-1 Zaak C-310/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 juni 2014 Verwijzende rechter: Helsingin hovioikeus (Finland)

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197

Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie