Vroegtijdige Signalering en Proactieve Palliatieve Zorg door Wijkverpleegkundigen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vroegtijdige Signalering en Proactieve Palliatieve Zorg door Wijkverpleegkundigen"

Transcriptie

1 Vroegtijdige Signalering en Proactieve Palliatieve Zorg door Wijkverpleegkundigen Els M. L. Verschuur Rob van der Sande 1

2 Dit onderzoek is een samenwerking tussen het Lectoraat Langdurige Zorg Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) en UMC St Radboud afdeling Anesthesiologie, Pijn en Palliatieve Zorg, en werd uitgevoerd door onderstaande projectgroep. Projectgroep: - Dr. Els M.L. Verschuur, senior onderzoeker, Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN), Lectoraat Langdurige Zorg - Dr. Marieke M. Groot, senior onderzoeker, UMC St Radboud, afdeling Anesthesiologie, Pijn en Palliatieve Geneeskunde - Dr. Rob van der Sande, lector, Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN), Lectoraat Langdurige Zorg Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Lectoraat Langdurige Zorg BHH, Postbus GL Nijmegen UMC St Radboud Afdeling Anesthesiologie, Pijn en Palliatieve Geneeskunde Postbus HB Nijmegen 2

3 Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Methode van onderzoek Literatuurstudie Kwalitatief onderzoek: focusgroepinterview 6 3. Resultaten Modellen, standaarden en richtlijnen voor proactieve Palliatieve zorg Resultaten uit onderzoek Resultaten uit de focusgroepinterviews Discussie Conclusies en aanbevelingen voor de opleiding 23 Referenties 24 Bijlagen Bijlage I: Bijlage II: Bijlage III: Bijlage IV: Bijlage V: Bijlage VI: Bijlage VII: Bijlage VIII: Search string Uitnodiging deelname focusgroep Topiclist focusgroep Interviewprotocol focusgroep Codering transcripten PEPSI COLA Overzicht onderzoeksliteratuur Competenties/activiteiten van verpleegkundigen werkzaam in de palliatieve zorg 3

4 1. Inleiding Voor iemand met een niet te genezen ziekte wiens overlijden in zicht komt, kan het belangrijke zijn te weten hoe en waar hij of zij kan overlijden en welke zorg kan worden gegeven. In het algemeen is het juiste moment voor een gesprek hierover lastig te bepalen. Niet in de laatste plaats omdat het tijdstip waarop iemand komt te overlijden uiteindelijk heel moeilijk te voorspellen blijkt (1,2). Zorgverleners willen de patiënt ook doorgaans niet alle hoop onthouden; zeker niet als zij, zoals artsen, voornamelijk zijn opgeleid om patiënten te genezen. Bovendien kunnen patiënt en naasten soms ook grote druk op zorgverleners uitoefenen om de patiënt niet, zoals zij dat voelen op te geven. Toch blijkt uit onderzoek ook, dat wanneer tijdig met patiënten wordt besproken over diens wensen m.b.t. de zorg en de plaats van overlijden, dit er vaker toe leidt dat patiënten daadwerkelijk sterven op de plaats van voorkeur en tot minder ongewenst spoedopnames (3). Een heldere richtlijn voor de planning en de inhoud van dit gesprek ontbreekt echter. Bij het verlenen van palliatieve zorg wordt in Nederland doorgaans verwezen naar de definitie van de WHO uit Daarin wordt onder palliatieve zorg verstaan alle zorg die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard. (4). Figuur 3.2 Het spectrum van palliatieve zorg Wanneer begonnen moet worden met vroegtijdige signalering en het voorkomen van problemen (verder te noemen proactief handelen ) is in de WHO definitie niet precies aangegeven. Keirse (5) onderschrijft het belang van vroegtijdig plannen van palliatieve zorg, waarbij zorgverleners, zoals arts of verpleegkundige, het initiatief nemen. Dit vroegtijdig plannen en bespreken van de gewenste zorg is eerder een proces is dan een precies aan te geven moment. Dit proces biedt patiënten, met hun naasten en betrokken zorgverleners, de mogelijkheid belangrijke keuzes in de laatste fase van hun leven te bespreken, rekening houdend met zowel de mogelijkheden van (medische) zorg als de wensen en behoeften van de patiënt. De Korte-Verhoef en Teunissen (6) definiëren vroegsignalering bij patiënten in de palliatieve fase vanuit drie dimensies: het tijdig in beeld krijgen van patiënten die voor palliatieve zorg in aanmerking komen, het tijdig inzien en bespreken van de wenselijke en mogelijke zorg en behandeling, en het systematisch en planmatig signaleren en beoordelen van zorgproblemen en deze communiceren met patiënten, mantelzorgers en betrokken zorgverleners. Tot dusver bestaat er nauwelijks onderzoek naar het initiëren van palliatieve zorg en de competenties 4

5 die daarvoor nodig zijn. Om die reden zijn de volgende vraagstellingen onderzocht: 1. Welke modellen, standaarden en/of richtlijnen voor proactieve palliatieve zorg door wijkverpleegkundigen zijn beschikbaar? 2. Welke activiteiten voeren (wijk)verpleegkundigen uit ten aanzien van vroegtijdige signalering in de palliatieve (eerstelijns) zorg en proactief handelen? 3. Welke competenties hebben (wijk)verpleegkundigen nodig om deze activiteiten optimaal te kunnen uitvoeren? 4. Welke factoren zijn van invloed op het uitvoeren van activiteiten ten aanzien van vroegtijdige signalering en het verlenen van proactieve palliatieve zorg? 5

6 2. Methode van onderzoek Om antwoord te kunnen geven op de vraagstellingen is een literatuurstudie uitgevoerd en zijn verpleegkundigen met behulp van focusgroepinterviews gevraagd naar hun opvattingen en ervaringen met proactieve palliatieve zorg. 2.1 Literatuurstudie Literatuur werd gezocht in de databanken PubMed, CINAHL en Web of Science over de periode De kernbegrippen voor de zoekactie waren advanced care planning [Mesh], terminal care [Mesh], palliative care [Mesh], primary care nursing [Mesh], physicians, primary care [Mesh] en Gold Standards Framework Palliative Care (Bijlage I). Bij deze zoekstrategie is gekozen voor Nederlandstalige en Engelstalige publicaties. Publicaties in een andere taal, maar met een Engelstalige samenvatting, werden buiten beschouwing gelaten, omdat een samenvatting te weinig inhoudelijke informatie bevat om de vraagstelling(en) te kunnen beantwoorden. Naast de zoekstrategie in eerdergenoemde databanken is gezocht in referentielijsten van geselecteerde artikelen naar mogelijk andere voor dit onderzoek relevante publicaties. Tenslotte is op websites van (zorg)organisaties, waarvan bekend is dat zij zich bezighouden met palliatieve zorg, gezocht naar zogenaamde grijze literatuur. De gevonden artikelen zijn op basis van titel en abstract, en vervolgens op basis van de volledige tekst beoordeeld op relevantie. Een artikel of andere publicatie werd als relevant beschouwd als sprake was van: - (proactieve) palliatieve zorg in de eerstelijnsgezondheidszorg - verpleegkundigen als belangrijkste doelgroep - samenwerking tussen verpleegkundige en arts in de palliatieve zorg Alle onderzoeksdesigns waren toegestaan. 2.2 Focusgroepinterview Deelnemers focusgroep Verpleegkundigen, werkzaam in de eerstelijnsgezondheidszorg of ziekenhuis, met ervaring in de zorg aan palliatieve patiënten, werden uitgenodigd deel te nemen aan een focusgroepsbijeenkomst. Voor het werven van deze verpleegkundigen is gebruik gemaakt van sleutelfiguren die een significante rol hebben bij de palliatieve zorgverlening in hun zorgorganisatie, zoals bijvoorbeeld Nurse Practitioners Palliatieve Zorg en (zorg)managers. Deze sleutelfiguren waren allen werkzaam bij een zorginstelling in de regio Midden, Oost en Zuid Gelderland. De sleutelfiguren zijn gevraagd een wervingsbrief met daarbij een aanmeldingsformulier binnen hun eigen organisatie te verspreiden. In de wervingsbrief is uitleg gegeven over het doel van het onderzoek en over de aanmeldingsprocedure (Bijlage II). Omdat deze fase van het onderzoek in de zomerperiode plaatsvond, werd (pas) na 4 weken een herinnering gestuurd en zijn de sleutelfiguren gevraagd nogmaals een oproep te doen in hun organisatie. 6

7 Methode van gegevens verzamelen Gegevens werden verzameld tijdens twee focusgroepsbijeenkomsten, waarbij gebruik is gemaakt van een topiclijst (Bijlage III). Deze topiclijst is opgesteld met behulp van de resultaten uit literatuurstudie, en werd voor gebruik voorgelegd aan twee leden van de projectgroep (MG en RvdS). Opmerkingen en verbeterpunten werden in de definitieve topiclijst verwerkt. Daarnaast is een interviewprotocol geschreven, waarin de taken en verantwoordelijkheden van de gespreksleider en procesbegeleider/notulist, de procedure van de focusgroepsbijeenkomst en de planning werden vastgelegd (Bijlage IV). Onder leiding van een gespreksleider kregen de deelnemende verpleegkundigen de gelegenheid om over hun ervaringen met en ideeën over hun eigen rol bij vroegtijdige signalering van behoefte aan palliatieve zorg en proactieve palliatieve zorgverlening. Daarnaast werd gesproken over knelpunten in de dagelijkse praktijk en over competenties die verpleegkundigen zouden moeten hebben voor de uitvoering van proactieve palliatieve zorg. De groepsinterviews werden vastgelegd met behulp van audioapparatuur. Verwerken en analyse van gegevens De audio-opnames van de groepsinterviews werden getranscribeerd tot een volledig woordelijk verslag. De transcripten zijn door twee projectgroepleden (EV en MG) eerst onafhankelijk van elkaar en vervolgens gezamenlijk door middel van open codering gecodeerd en handmatig geanalyseerd (Bijlage V). 7

8 3. Resultaten In dit hoofdstuk wordt beschreven welke modellen, standaarden en/of richtlijnen een bijdrage leveren aan proactieve palliatieve zorg (vraagstelling 1). Daarnaast worden de resultaten uit de literatuurstudie naar activiteiten die (wijk)verpleegkundigen uitvoeren in de proactieve palliatieve zorgverlening (vraagstelling 2), de competenties die zij hiervoor nodig hebben (vraagstelling 3) en de factoren die van invloed zijn op de uitvoering van proactieve palliatieve zorg (vraagstelling 4). Tenslotte worden de resultaten uit de focusgroepinterviews beschreven, waarin verpleegkundigen zijn gevraagd naar hun opvattingen en ervaringen met proactieve palliatieve zorg in hun dagelijkse praktijk (vraagstelling 2, 3 en 4). 3.1 Modellen, standaarden en richtlijnen voor proactieve palliatieve zorg Om antwoord te kunnen geven op de vraag Welke modellen, standaarden en/of richtlijnen zijn er beschikbaar voor (wijk)verpleegkundigen die bijdragen aan proactieve palliatieve zorgverlening? is gezocht naar relevante publicaties en rapporten; er zijn 6 zogenaamde grijze publicaties gedetecteerd (7-12). Modellen, standaarden en/of richtlijnen, of ontwikkelingen op dit gebied, die zijn gevonden zijn: de Gold Standards Framework Palliative Care, Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraken (LESA), project Palliatieve Thuiszorg (PaTz) en project Vroegtijdige identificatie en proactieve zorg door huisartsen. Gold Standards Framework Palliatieve Care De Gold Standards Framework Palliative Care (GSF) is ontstaan vanuit de gedachte dat patiënten in de laatste fase van hun leven de beste ( de gouden standaard) zorg verdienen. Het framework/standaard is ontwikkeld in Groot Brittannië en beoogt bij te dragen aan: - het verlenen van zorg die aansluit bij de voorkeuren van patiënten - proactieve planning van de zorg en anticipatie van behoeften en problemen van patiënten - het bevorderen en verbeteren van het zelfvertrouwen van professionals en van teamwork - het bevorderen van home-based zorgverlening (minder ziekenhuis-based) Op deze wijze draagt de GSF bij tot een hoge kwaliteit van zorg voor alle mensen het einde van hun leven naderen, waarbij de zorg aansluit bij de voorkeuren van patiënt en naasten, en zorgverleners proactief zijn en anticiperen op behoeften en problemen van patiënten (7). Door het werken volgens de GSF worden patiënten als een uniek persoon benaderd, is er sprake van vroegtijdige identificatie en herkenning van hun behoeften en/of problemen, zodat minder crisismomenten en ongewenste gebeurtenissen (zoals ongewenste ziekenhuisopnames) optreden, waardoor patiënten kunnen worden verzorgd en kunnen sterven op de plaats van eigen keuze. Daarnaast bevordert het werken volgens de GSF de organisatie en coördinatie van zorg en de multidisciplinaire zorgbenadering. Inmiddels werkt ongeveer een derde van alle artsen en verpleegkundigen in verpleeg- en verzorginghuizen en in de eerstelijnsgezondheidszorg volgens dit model. De GSF onderscheidt in palliatieve zorg drie kernprocessen : (a) het identificeren van patiënten in de laatste fase van hun leven die palliatieve zorg behoeven; (b) het inventariseren van huidige en toekomstige symptomen en klachten wensen en behoeften aan zorg; en (c) de planning van de beno- 8

9 digde zorg (8,9,13). Voor de identificatie van patiënten wordt gebruik gemaakt van (een combinatie van) drie methoden: 1. De surprisevraag: Zou het u verbazen als deze patiënt binnen afzienbare tijd (de komende weken, maanden of jaar) komt te overlijden? 2. De patiënt (in een vergevorderd stadium van de ziekte) geeft zelf aan af te willen zien van curatieve behandelingen en kiest voor comfort en kwaliteit van leven. 3. Prognostische richtlijn: in deze richtlijn zijn specifieke indicatoren opgenomen die wijzen op een vergevorderd stadium van chronische ziekten zoals kanker, orgaanfalen (hart-, long-, nierfalen en degeneratieve hersenaandoeningen) en dementie/hoge ouderdom. Zodra de patiënt is geïdentificeerd als palliatief, wordt hij opgenomen in een speciaal register. De situatie van alle geregistreerde patiënten wordt tijdens regulier multidisciplinair overleg structureel besproken. Het register wordt daarbij gebruikt voor verslaglegging, planning van zorg en monitoring van de verleende zorg. Bij de inventarisatie van de benodigde zorg gaat het om het in kaart brengen van enerzijds de huidige en toekomstige/verwachtte symptomen en klachten en persoonlijke behoeften van de patiënt en anderzijds om het achterhalen van de wensen, opvattingen en gevoelens van de patiënt en zijn naaste(n) over de zorg in de toekomst. Daarbij wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde meetinstrumenten en planning tools, zoals bijvoorbeeld de assessment tool PEPSI COLA (Bijlage VI) en Advance Care Planning (13). Patiënten, mantelzorger(s) en alle betrokken zorgverleners worden altijd uitdrukkelijk betrokken bij de planning, waarbij zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de wensen van de patiënt. Hiertoe komen zorgverleners regelmatig bijeen om te bespreken welke zorg nodig is en hoe de zorg zou kunnen worden verbeterd. De GSF onderscheidt 7 kernactiviteiten, de 7 C s: C1 Communication: communicatie met patiënt en andere disciplines (zowel individueel als in overlegsituaties) C2 Coordination: coördinatie van de zorg; afspreken wie de zorgcoördinator en wie de hoofdbehandelaar is C3 Control of symptoms: symptoommanagement C4 Continuity of care: 24-uurs zorg overleg / contact met ziekenhuis C5 Continued learning: reflectie / intervisie op de geleverde zorg bijvoorbeeld na ziekenhuisopname of na overlijden C6 Carer support: aandacht en steun voor mantelzorgers, zodat crisis en onnodige opnames in het ziekenhuis kunnen worden voorkomen C7 Care of the dying pathway: patiënten helpen bij het maken van keuze ten aanzien van het stervensproces 9

10 Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraken (LESA) Palliatieve Zorg Sinds 2006 bestaat de Landelijk Eerstelijns Samenwerkings Afspraak (LESA) Palliatieve Zorg (10). Deze LESA is opgesteld in samenwerking met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Landelijke Vereniging Wijkverpleegkundigen (LVW), en geeft richtlijnen voor samenwerking tussen huisartsen en wijkverpleegkundigen bij het verlenen van palliatieve zorg. In de LESA wordt uitgegaan van de definitie van de WHO (4), en wordt palliatieve zorg beschouwd als continue, actieve en integrale zorg voor patiënten en hun naasten, op het moment dat genezing niet meer mogelijk is. Uitgangspunt zijn de wensen en behoeften van de patiënt, waarbij de patiënt zoveel mogelijk de eigen regie houdt. De huisarts en wijkverpleegkundige hebben hierbij een essentiële en aanvullende rol. De LESA Palliatieve Zorg kent in de samenwerking tussen huisarts en wijkverpleegkundige 4 fasen: 1. Start van de samenwerking: in een vroeg stadium contact opnemen met elkaar; afspraken maken over de te leveren zorg, bereikbaarheid 2. Voortgang: onderlinge afstemming; het voeren van een anticiperend en proactief beleid; aandacht voor draagkracht mantelzorgers 3. Zorg rond het levenseinde: alle betrokken hulpverleners zijn op de hoogte van de wensen van de patiënt 4. Nazorg: afspraken over vorm en tijdstip van nazorg aan nabestaanden; evaluatie van de samenwerking Project Palliatieve Thuiszorg (PaTz) In navolging van de ontwikkelingen in Groot Brittannië, is in 2010 het Palliatieve Thuiszorg-project (PaTz-project) gestart. De doelstelling van dit project is het ontwikkelen en ondersteunen van samenwerkingsverbanden van huisartsen en wijkverpleegkundigen in de palliatieve zorg met als doel de organisatie van zorg en de kwaliteit van zorg voor patiënten in hun laatste levensjaar te verbeteren (11). Voordelen voor patiënten zijn: betere pijnbestrijding en symptoommanagement, zorg en overlijden op gewenste plaats, goede planning van zorg, betere informatievoorziening en het voorkomen van crises en ongewenste (ziekenhuis)opnames. Een beter onderling vertrouwen, goede samenwerking en communicatie werd gezien als voordelen voor de betrokken hulpverleners. Het project is gestart met een pilot in vier huisartsengroepen in Amsterdam (11) en twee huisartsengroepen in respectievelijk Breda en Etten Leur (14). Alhoewel de resultaten van de projectevaluatie nog niet zijn gepubliceerd, zijn er positieve eerste geluiden: er is veel enthousiasme bij de deelnemers, die weer zorginhoudelijk bij elkaar zitten, en de gehanteerde werkwijze lijkt bij de betrokken huisartsen en wijkverpleegkundigen aan te slaan. Om die reden is het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) voornemens om het PaTz-project landelijk uit te zetten. Vroegtijdige identificatie en proactieve zorg door huisartsen In 2009 is in het UMCN St Radboud een gerandomiseerde studie gestart naar vroegtijdige identificatie van en proactieve palliatieve zorg voor patiënten door huisartsen (12). Deelnemende huisartsen zijn 10

11 gerandomiseerd naar een interventiegroep en een controlegroep. De interventie bestond uit drie onderdelen: 1. Een training aan huisartsen in de interventiegroep over vroegtijdige identificatie van palliatieve patiënten en proactieve planning van zorg 2. Coaching van deze huisartsen door een in palliatieve zorg gespecialiseerde collega-huisarts, waarbij aandacht is voor vroegtijdige identificatie en proactieve planning van zorg bij patiënten in de eigen praktijk 3. Intervisie / casusbesprekingen, acht maanden en tien maanden na de initiële training De huisartsen in de controlegroep zijn gevraagd om de gebruikelijke palliatieve zorg aan hun patiënten te verlenen. Uitkomstmaten in deze studie zijn: plaats van overlijden, transities, beroep op huisartsenpost, medicatie, kwaliteit-van-leven van patiënten en naasten, tevredenheid van deelnemende huisartsen. De resultaten van deze studie wordt in de loop van 2012 verwacht. 3.2 Resultaten uit onderzoek Voor de beantwoording van onderstaande vraagtellingen is onder andere een literatuurstudie uitgevoerd. Vraagstelling 2: Welke activiteiten voeren (wijk)verpleegkundigen uit ten aanzien van vroegtijdige signalering in de palliatieve (eerstelijns) zorg en proactief handelen? Vraagstelling 3: Welke competenties hebben (wijk)verpleegkundigen nodig om deze activiteiten optimaal te kunnen uitvoeren? Vraagstelling 4: Welke factoren zijn van invloed op het uitvoeren van activiteiten ten aanzien van vroegtijdige signalering en het verlenen van proactieve palliatieve zorg? Voor deze literatuurstudie zijn 19 relevante onderzoekspublicaties geselecteerd (15-33). De resultaten van de systematische zoekstrategie en selectie zijn inzichtelijk gemaakt in figuur Figuur 3.1 Stroomschema zoekstrategie 11

12 Elf van deze studies waren kwalitatief van aard (17-20,23,24,26,27,29-31), 4 studies hadden een beschrijvend kwantitatief design (15,16,22,32), 1 studie betrof een literatuurstudie (21), in 1 studie is zowel op kwantitatieve als op kwalitatieve wijze de gegevens verzameld (28), 1 studie betrof een casestudy (25) en 1 publicatie was beschouwend van aard met onderbouwing vanuit de literatuur (33). De beschreven resultaten lagen op het gebied van de activiteiten/taken van de (wijk)verpleegkundigen, de samenwerking met de huisarts, communicatie en kwaliteit van de verleende palliatieve zorg. In bijlage VII van dit rapport is een schematisch overzicht van de uitkomsten van de literatuurstudie te vinden. Activiteiten/competenties van de (wijk)verpleegkundigen De meest genoemde taken en activiteiten van (wijk)verpleegkundigen liggen op het gebied van de palliatieve zorgverlening (24,30), symptoommanagement (26), het vroegtijdig signaleren van problemen en/of signaleren van achteruitgang van patiënten (33), coördinatie en organisatie van zorg (24,30,31), voorlichting en educatie (30,33), pleitbezorger voor patiënt en naasten (24,25,30) en het bieden van emotionele steun (24,30,32). Verpleegkundigen zien zorg en aandacht voor de reactie van patiënten op de naderende dood als hun primaire taak (32), maar ervaren hierbij ook en aantal dilemma s. Zo vinden verpleegkundigen het soms moeilijk om patiënten toch volledig te informeren over hun conditie en mogelijk ziekteverloop en de naderende dood, met name in situaties waar patiënten boosheid uiten en de familie het moeilijk vindt om hiermee om te gaan. Verpleegkundigen hebben de neiging om familie en naasten niet te betrekken bij de gesprekken met patiënten en bij de zorg, omdat zij zich onvoldoende in staat achten hen op adequate wijze te ondersteunen (26). Bowers et al. (15) beschreven dat (wijk)verpleegkundigen een taak hebben bij identificatie van palliatieve patiënten en het registreren van deze patiënten in het register van de GSF. Ook werd het belang van het opbouwen van een vertrouwensrelatie onderstreept, zodat (mogelijke) problemen tijdig worden herkend en onderkend, voordat deze problematisch worden. Daarnaast hebben verpleegkundigen, in samenwerking met de huisarts een belangrijke rol bij de coördinatie van de palliatieve zorgverlening en bij het bespreekbaar maken van de wenselijke plaats van zorg en de wenselijke plaats van overlijden (15,18). Verpleegkundigen bij COPD-patiënten kunnen een centrale rol hebben in advanced care planning. Volgens Dahlin (25) is het belangrijk dat (wijk)verpleegkundigen al in een vroeg stadium het gesprek met hun patiënten aangaan over het ziekteverloop, de wensen en voorkeuren van zorg en behandeling, en de besluitvorming over wel of geen levensverlengende behandelingen voorafgaand aan en/of tijdens eindstadium COPD, waarbij kwaliteit van leven van patiënten uitgangspunt is. In de studie van Tomison en McDowell (31) onderscheiden (wijk)verpleegkundigen vier thema s die van belang zijn voor de palliatieve zorgverlening bij patiënten met een chronische aandoening: - Therapeutische relatie (professionele relatie): o De patiënt is vroegtijdig bekend bij de (wijk)verpleegkundige o De (wijk)verpleegkundige is bereikbaar, is bekend bij de patiënt en zorgt voor continuïteit van zorg o De (wijk)verpleegkundige inventariseert de wensen van patiënten en naasten, en handelt daar 12

13 naar - Randvoorwaarden o Er is voldoende personeel en tijd o Contacten, samenwerking en overleg met andere hulpverleners in palliatieve zorg o Continuïteit van zorg, 24-uurs zorg - Coördinatie en zorgverlening o De (wijk)verpleegkundige heeft voldoende kennis en vaardigheden op gebied van palliatieve zorg o De (wijk)verpleegkundige anticipeert op mogelijk en/of potentiële problemen; denken in scenario s; advanced care planning o De (wijk)verpleegkundige is proactief in begeleiding van patiënten ten aanzien van zelfmanagement en eigen regievoering - Samenwerking o Relatie met huisartsen is essentieel o Effectieve communicatie o Goed netwerk voor advies en ondersteuning is van belang Volgens de (wijk)verpleegkundigen kunnen zij goede palliatieve zorg verlenen als aan bovengenoemde thema s kan worden voldaan (31). Beïnvloedende factoren Samenwerking met de huisarts Volgens de GSF is het van belang dat patiënten die zijn opgenomen in het register regelmatig en op structurele wijze door de betrokken hulpverleners worden besproken (7). In de eerste lijn zijn die hulpverleners met name (wijk)verpleegkundigen en huisartsen. Verpleegkundigen zouden een centrale rol moet spelen tijdens dit overleg (15,20). Daar waar huisartsen de voorkeur geven aan ad hoc overleg, hebben verpleegkundigen liever regulier overleg. Dit maakt dat het plannen van dit reguliere overleg in de dagelijkse praktijk soms problematisch kan verlopen. Een mix van formeel (gepland) en informeel overleg lijkt goed te werken, waarbij teams waar het overleg tussen huisarts(en) en (wijk)verpleegkundigen plaatsvond op basis van gelijkwaardigheid het beste functioneerden (18). Samenwerking tussen (wijk)verpleegkundigen en huisartsen is essentieel (31,33), maar patiënten worden vaak (te) laat, op het moment dat er al problemen zijn, naar de (wijk)verpleegkundigen verwezen (26). Verpleegkundigen voelen zich niet altijd gezien en erkend in hun rol in de palliatieve zorg; zij worden vaak gezien als loopjongen van de huisarts (24). In een Deense studie identificeerden zowel (wijk)verpleegkundigen als huisartsen twee belangrijke problemengebieden, namelijk de organisatie van palliatieve zorg en de interactie tussen hulpverleners (29). Wat betreft de organisatie van de zorg waren de verpleegkundigen en huisartsen van mening dat de onderlinge taakverdeling (met name ten aanzien van de planning van zorg en de regievoering), de overdracht en uitwisseling van informatie en de bereikbaarheid verbetering behoeven. De interactie tussen hulpverleners zou kunnen worden verbeterd door het bevorderen van wederzijds respect (kennis over andermans vakgebied, omgaan met vooroordelen) en persoonlijke kennismaking, telefonisch contact en overleg (29). 13

14 Communicatie Een van de kernactiviteiten van de GFS is het faciliteren van communicatie en multidisciplinaire samenwerking (7). In verschillende studies werd een verbetering gezien in de communicatie tijdens multidisciplinair overleg door het gebruik van het register, het uitwisselen van kennis, het bediscussiëren van beleid en het informeren van andere disciplines. Ook de communicatie met patiënten en hun naasten werd bevorderd door het bespreken en vastleggen van de gewenste plaats van zorg en overlijden en door advanced care planning, waarbij wordt uitgegaan van de wensen en behoeften van patiënt en zijn naasten (17,21). In twee studies wordt het belang van communicatie, met name de communicatie tussen de eerste- en de tweedelijns zorg beschreven (27,28). Zowel bij opname als bij ontslag is een snelle uitwisseling van informatie wenselijk. Kwaliteit van zorg Scholing en training op het gebied van palliatieve zorg bevordert de kwaliteit van zorg. Verpleegkundigen ervaren pijn als een zeer complex symptoom, en willen graag scholing volgen over pijn- en symptoommanagement (26). De GSF beoogt een hoge kwaliteit van zorg voor alle mensen die het einde van hun leven naderen, waarbij de zorg aansluit bij de voorkeuren van patiënt en naasten, en zorgverleners proactief zijn en anticiperen op behoeften en problemen van patiënten (7). Sinds de invoering van GSF lijkt die zorg verbeterd. Thomas en Noble (22) hebben door middel van focusgroepsbijeenkomsten met zowel huisartsen als (wijk)verpleegkundigen ervaringen met het GSF geïnventariseerd. De ondersteuning van en betrokkenheid bij patiënten en familie werd als positief ervaren. Ook zagen de huisartsen en (wijk)verpleegkundigen een verbetering in de onderlinge relaties, betere anticipatie op toekomstige behoeftes en problemen van patiënten, een betere ondersteuning aan familie en andere mantelzorgers, betere symptoommanagement en een betere continuïteit van zorg in de avond en nacht. Overige uitkomsten Ondanks dat (wijk)verpleegkundigen het verlenen van palliatieve zorgverlening als een privilege ervaren, vinden zij het vaak ook stressvol en moeilijk. Vooral de onvoorspelbaarheid van de zorg, de planning, de ervaren tijdsdruk van een normale werkdag, de overgang van een normale patiënt naar een palliatieve patiënt en onderbezetting worden hierbij met name genoemd (24). Daarnaast is het niet altijd mogelijk patiënten en hun naasten die tijd en aandacht te geven die ze zouden willen geven, doordat er geen formele ondersteuning is vanuit de eigen organisatie. Verpleegkundigen willen graag hun patiënten vanaf de diagnose tot aan overlijden ondersteunen. Ze hebben behoefte aan lange termijn planning, en onderschrijven het belang van een proactieve houding gedurende het hele proces (27,28). Alhoewel de GSF beoogt dat patiënten moeten kunnen kiezen op welke plaats ze willen worden verzorgd en wat de gewenste plaats van overlijden is, zijn hierover weinig resultaten bekend. Bowers et al. (15) rapporteren als enigen dat 90% van hun patiënten daadwerkelijk overleden op de plaats 14

15 van keuze. Het bespreken van de gewenste plaats van overlijden wordt vaak als moeilijk ervaren en hulpverleners laten dit vaak afhangen van het karakter van de patiënt, de zorgrelatie die ze met de patiënt hebben en/of de thuissituatie van de patiënt (20). Welke hulpverlener dit dan bespreekbaar zou moeten maken bij patiënt en familie kan daarbij dan ook ter discussie staan: de huisarts vindt dat de (wijk)verpleegkundige hier het initiatief zou moeten nemen, de (wijk)verpleegkundige ziet hierin een taak voor de gespecialiseerde verpleegkundige (20). 3.3 Resultaten uit de focusgroepinterviews Door middel van focusgroepinterviews zijn verpleegkundigen gevraagd naar hun opvattingen en ervaringen met proactieve palliatieve zorg. Onderstaande vraagtellingen lagen hieraan ten grondslag. Vraagstelling 2: Welke activiteiten voeren (wijk)verpleegkundigen uit ten aanzien van vroegtijdige signalering in de palliatieve (eerstelijns) zorg en proactief handelen? Vraagstelling 3: Welke competenties hebben (wijk)verpleegkundigen nodig om deze activiteiten optimaal te kunnen uitvoeren? Vraagstelling 4: Welke factoren zijn van invloed op het uitvoeren van activiteiten ten aanzien van vroegtijdige signalering en het verlenen van proactieve palliatieve zorg? Karakteristieken deelnemers In totaal hebben 19 verpleegkundigen zich aangemeld voor deelname aan een focusgroepsbijeenkomst. Drie verpleegkundigen hebben uiteindelijk om persoonlijke redenen niet geparticipeerd. Er zijn twee focusgroepsbijeenkomsten gehouden met respectievelijk zes en tien deelnemers. Van deze zestien verpleegkundigen waren elf verpleegkundigen werkzaam als wijkverpleegkundige in de thuiszorg en vijf verpleegkundigen werkten in het ziekenhuis. Activiteiten/competenties van (wijk)verpleegkundigen Vroegtijdige signalering en proactief handelen Ondanks dat de verpleegkundigen het moeilijk vonden om proactieve palliatieve zorg te definiëren, vond elke verpleegkundige het belangrijk in een vroeg stadium te worden betrokken bij palliatieve patiënten, bijvoorbeeld zodra patiënten van hun huisarts of specialist te horen hebben gekregen niet meer in aanmerking te komen voor een curatieve behandeling. Verpleegkundigen worden nogal eens (te) laat ingeschakeld. Zo zei een verpleegkundige: en waar ik vooral tegenaan loop is dat het belangrijk is dat je vroegtijdig in zo n situatie komt en dat ontbreekt er nog wel eens aan. Soms is iemand al bijna aan het doodgaan en dan word je nog gauw even opgetrommeld. Verpleegkundigen willen graag in een vroeg stadium al kennismaken met patiënt en zijn naasten, zodat een vertrouwensrelatie kan worden opgebouwd en een eerste inventarisatie van mogelijke problemen kan worden gedaan, zonder dat dit direct hoeft te leiden tot acties en/of zorgverlening. Door middel van één of meerdere advies, informatie en voorlichting (AIV) bezoeken kan worden geïnventariseerd waar mogelijke en potentiële problemen liggen op het gebied van zelfzorg, welke symptomen of dreigende symptomen patiënten hebben op zowel fysiek als psychosociaal en spiritueel gebied, en de wensen van patiënten ten aanzien van gewenste plaats van zorg en overlijden. Anticipatie op deze problemen, symptomen 15

16 en/of wensen leidt tot inzet van zorg en hulpmiddelen op het moment dat dit wenselijk of nodig is:. vroegtijdig informeren over mogelijkheden (.) en ik merk dat gewoon er vroegtijdig over praten al heel belangrijk is. Om een stuk angst weg te nemen en een stukje begeleiding er op te zetten. Hierbij wordt dan ook gekeken naar de draagkracht en draaglast van mantelzorgers: bijvoorbeeld iemand met ALS, dan weet je die gaat gewoon achteruit. (.) hoe als het minder gaat, en hoe wilt u dat binnen de familie opvangen en wanneer is hulp nodig en., ja dan begin je dus eigenlijk veel vroeger. Enkele verpleegkundigen hebben regelmatig contact met de huisarts(en) en inventariseren tijdens deze contacten met de huisarts, welke patiënten in de palliatieve fase zijn aanbeland:. We hebben gewoon korte lijntjes en dat is essentieel. En ook als het palliatief terminaal wordt, dan heb ik al een heel stuk (.) nou moet ik deze zorg inzetten of nou is er behoefte aan dat-en-dat, want we hebben daar van te voren over gesproken'. Proactief betekent voor een aantal verpleegkundigen niet alleen actief opsporen van palliatieve patiënten, maar ook het actief signaleren en onderkennen van problemen en patiënten zo nodig doorverwijzen naar andere zorgprofessionals. Verpleegkundigen zien zichzelf als de spil in de wijk en vinden dat zij zich ook zo moeten profileren en positioneren:. als wijkverpleegkundige moet je de spil zijn in de wijk en dan moet je, die [palliatieve] zorg moet je zoeken. En daar zijn wij als verpleegkundigen ook heel goed in, om mee te lopen met de cliënt (.) en toch heb je zelf daar ook een grote rol in. Jezelf profileren en je positie duidelijk neerzetten (.) de patiënt is belangrijk, niet de huisarts of je collega s of jezelf ( ). Communicatie Verpleegkundigen vinden effectieve communicatie met patiënten en naasten belangrijk en noodzakelijk, maar ook moeilijk. Niet iedere patiënt is in staat om over zijn ziekte en naderende sterven praten, of is hiertoe bereid:. Om over kanker te praten en over dat soort zaken. Ik vind dat toch heel moeilijk om te voorvoelen in hoeverre mensen niet over hun ziekte willen praten. Verpleegkundigen gebruiken de term palliatief niet makkelijk in de communicatie. Palliatief is voor veel patiënten en naasten synoniem aan terminaal en sterven. Vooral bij patiënten die nog een behandeling ondergaan en hoop hebben op genezing wordt de term palliatief niet gebruikt. In situatie waar meer specialistische zorg nodig is, door een verpleegkundige van het palliatieve team of een aandachtsvelder palliatieve zorg, proberen verpleegkundigen het gebruik van de term palliatief te omzeilen, bijvoorbeeld door aan te geven dat er gespecialiseerde verpleegkundigen komen die goed zijn in pompjes en zorg dragen voor de morfinepomp, en die daar ook voor terugkomen. Een goede vertrouwensband helpt verpleegkundigen in de communicatie met patiënten en naasten. Is die er niet dan kunnen gesprekken niet goed of moeizaam verlopen. Ook het gebruik van meetinstrumenten zoals de Lastmeter of het Klachtendagboek, die door een enkele verpleegkundige worden gebruikt, bevordert de communicatie tussen verpleegkundige en patiënten. Patiënten kunnen zelf aangeven welke problemen en klachten ze op zowel fysiek als psychosociaal en spiritueel gebied hebben. Op deze wijze wordt dan heel snel duidelijk waar knelpunten liggen en welke problemen en klachten patiënten ervaren en verpleegkundigen kunnen deze problemen en klachten in (vervolg)gesprekken monitoren. Een verpleegkundige gaf aan:. En als je dit regelmatig bijhoudt en doorneemt met je cliënt, dan kun je op die manier ook volgen en dan ( ) de vorige keer zei je, en wat 16

17 is daarin veranderd, en hoe komt dat. Kunnen we er iets mee of moeten we er iets mee?. Belangrijke vaardigheden in de communicatie zijn luisteren, vragen en doorvragen, heel veel doorvragen. Begeleiding Naast het bevorderen van de communicatie kan het gebruik van meetinstrumenten, zoals bijvoorbeeld het Klachtendagboek, ook een handreiking bieden in de begeleiding van patiënten. Veel patiënten willen graag eigen regie houden. Een verpleegkundige merkte op dat het invullen van dit Klachtendagboek patiënten een soort van grip op hun leven geeft en dat zij daar op een positieve manier mee bezig zijn. De begeleiding door verpleegkundigen richt zich niet alleen op het omgaan met klachten, maar ook op angsten, onzekerheden en op zingevingvragen. Begeleiding in de (vroeg)palliatieve fase beperkt zich niet alleen tot de begeleiding van patiënten. Ook naasten kunnen het moeilijk hebben en kunnen een beroep doen op ondersteuning van verpleegkundigen. Een verpleegkundige beschreef een situatie van een patiënt met een hersentumor, die in de laatste fase van zijn leven was aanbeland. Deze patiënt kon niet meer communiceren en reageerde niet of nauwelijks nog op zijn omgeving. De echtgenote kon haar man nog niet loslaten en wilde goed voor hem zorgen, wat inhield dat zij hem continu eten en drinken wilde geven.. want anders gaat hij dood. Gesprekken hierover verliepen moeizaam; de echtgenote kon moeilijk accepteren dat ze haar man zou verliezen. Ondanks dat de palliatieve zorgverlening is geïndiceerd voor alleen de patiënt, zien verpleegkundigen voor zichzelf ook een rol in de begeleiding van naasten: Heeft zij aanvaard dat hij gaat sterven? Waarschijnlijk nog niet. Zij zit in een proces van ( ) hij heeft een proces, maar zij heeft ook een proces, het liefst in een vroeg stadium. Verpleegkundigen vinden het vroeg bespreken welke rol [zij] kunnen hebben in relatie tot de mantelzorg erg belangrijk. Verpleegkundige als pleitbezorger Verpleegkundigen zetten in hun palliatieve zorgverlening de patiënt centraal. Met name richting huisarts en specialisten gaf een aantal verpleegkundigen aan zich op als pleitbezorger van de patiënt te willen opstellen. Ze merken op dat patiënten niet altijd goed en/of volledig op de hoogte zijn gesteld door hun huisarts of specialist over hun ziekteverloop of dat patiënten niet goed meer weet wat de (huis)arts nu eigenlijk hierover heeft gezegd. Ook wat betreft het medicatiebeleid is niet altijd duidelijk wat daarover precies is afgesproken met patiënten. Verpleegkundigen vinden dat het niet aan hen is om patiënten hierover te informeren. Zo merkte een verpleegkundige op: De huisarts heeft een medische deskundigheid. Ik kan dan geen uitleg geven over medische zaken. Daar heb ik die huisarts bij nodig. Als huisarts of specialist in hun ogen in gebreke blijven, nemen zij contact op en proberen zij deze artsen te bewegen hun patiënten nader te informeren of deze te bezoeken. Ondanks deze inspanning, leverde dit niet altijd het gewenste resultaat op: Ik heb soms hele moeilijke gesprekken [met de huisarts] (.) en dan denk ik nou heb ik hem, nou heb ik hem. En dan ging hij s middags op bezoek en dan deed hij het niet. Dat is heel moeilijk. Dat is zo moeilijk, want je hebt elkaar gewoon heel, heel, heel hard nodig. In sommige situaties werd ook wel door huisarts en verpleegkundige een gezamenlijk huisbezoek afgelegd, meestal op initiatief van de verpleegkundige, waarin de verpleeg- 17

18 kundige ervoor zorgt dat alle vragen van de patiënt aan de orde komen. Beïnvloedende factoren Organisatie van zorg Patiënten worden bij de wijkverpleging aangemeld door de huisarts of vanuit het ziekenhuis door collega s of het transferbureau. Ook als niet direct zorgverlening kunnen verpleegkundigen patiënten thuis bezoeken door middel van het zogenaamde AIV-bezoek (AIV = advies, informatie en voorlichting); hiervoor is geen indicatie van het Centraal Indicatiebureau Zorg (CIZ) nodig, maar toestemming van de huisarts is over het algemeen wel nodig. In totaal mogen verpleegkundigen 4 AIV-bezoeken afleggen bij een patiënt. Een verpleegkundige die vaak AIV-bezoeken aflegt gaf aan dat 4 bezoeken erg weinig is: de eerste twee ben ik al kwijt in de eerste twee weken om überhaupt de situatie goed in kaart te brengen, en dan heb ik er nog 2 over. Deze verpleegkundige gaf aan het moeilijk te vinden te moeten schipperen met de tijd die ze krijgt om in een vroeg stadium op adequate wijze te inventariseren waar problemen en zorgvragen liggen. Ze gaat dan ook, met medeweten van de huisarts, heel creatief om met de inzet van de AIV-bezoeken: Ik ga van AIV Oncologie naar AIV Palliatief. Ik ga hier dan heel creatief mee om en dat voelt niet goed. Ik ga van begeleiding van meneer, en dan vervolgens naar begeleiding van mevrouw (.) En in feite doe ik de hele tijd eigenlijk hetzelfde. Huisartsen weten dat ook, want dat laat ik ze echt wel weten. Verpleegkundigen en verzorgenden in de thuiszorg mogen alleen die zorg verlenen waarvoor een CIZ-indicatie is afgegeven. Dit levert in de praktijk wel problemen op. Een verpleegkundige beschreef een situatie waarin een indicatie voor lichamelijk verzorging is afgegeven; voor deze zorg stond 30 minuten. Ze kwam er al gauw achter dat er geen anamnese is gedaan, er was niet beschreven wat de diagnose was en waarom deze patiënt zichzelf niet meer kon verzorgen. Tijdens het eerste bezoek werd het voor deze verpleegkundige al snel duidelijk dat er veel meer aan de hand was dan alleen de lichamelijke verzorging: En dan kwam je daar en dan denk je nou, ik moet de hele intake overdoen. Want er zijn problemen op het gebied van huisvesting, problemen op het gebied van financiën,... ja, de eenzaamheid, noem maar op. Multi-problematisch zijn die situaties altijd thuis.. Een vergelijkbaar knelpunt wat werd genoemd is, dat de zorgindicatie met name is gericht op het verpleegkundig handelen en niet of nauwelijks op het begeleiden van patiënten. Een verpleegkundige merkte op:. Het is zelfs nog erger. Begeleiding gaat naar maatschappelijk werk. Daar krijg je geen indicatie voor, geen verpleegkundige indicatie. Krijg je niet meer in de thuiszorg. Geen indicatie voor de begeleiding van patiënten en geen begeleidingsuren, wordt als groot gemis ervaren door de verpleegkundigen. Alle verpleegkundigen gaven aan dat binnen hun organisatie, zowel in de thuiszorg als in het ziekenhuis, een specialistisch palliatief team aanwezig is. Verpleegkundigen kunnen een beroep doen op de specialistische kennis van dit team. In de thuiszorg wordt dit team ook wel in de zorgverlening ingezet, met name voor thuiszorgtechnologie (pijnpompjes, palliatieve sedatie ed.). Over het algemeen wordt de bereikbaarheid en inzet van het palliatief team positief gewaardeerd: dan ben ik dolblij met ons palliatief team. Zij kunnen meekijken, zij kijken net op een ander vlak dan dat ik moet kijken. op die manier help je elkaar. Eén van de thuiszorgorganisaties heeft de palliatieve zorg zo georganiseerd dat ieder team een 18

19 palliatief aandachtvelder heeft. Deze aandachtvelder heeft als taak om met haar collega s mee te kijken en mee te denken in palliatieve zorgsituaties. Daarnaast draagt ze zorg voor kennisoverdracht en leert ze collega s hoe om te gaan met meetinstrumenten, zoals de Delirium Observatie Screening (DOS) schaal en de pijnschaal. Over het algemeen is men zeer tevreden met de inzet van deze aandachtvelders. Ze zijn dagelijks aanwezig zijn en makkelijk te benaderen. Ondanks dat komt het tochwel eens voor dat ze niet of laat worden ingeschakeld door enkele collega s, die van mening zijn voldoende bagage te hebben om zelf, zonder hulp van anderen, palliatieve zorg te kunnen verlenen. Een verpleegkundige, tevens aandachtvelder, gaf aan: omdat ze denken palliatieve zorg, dat kan iedereen. Zo van oh, maar ja dat kan ik wel. Kijk en dat is soms zo lastig (.) Ik wil dat als er klachten zijn, dat ze dan ook bij mij komen en dat ik ze ook echt advies kan geven. Maar soms. Zo nu en dan zou ik, nou ja ik zou graag willen dat ik eerder er in kom. Bij transfers van en naar het ziekenhuis is het van belang dat de overdracht op tijd en volledig is en dat deze bij de juiste zorgverlener terecht komt. Ondanks dat de overdracht op schrift wordt gezet lopen verpleegkundigen toch tegen een aantal onwenselijke situaties aan, vooral bij opnames of ontslag in de avonduren of in het weekend. Zo is bij ontslag uit het ziekenhuis niet altijd duidelijk naar wie de overdracht moet en gaven verpleegkundigen uit het ziekenhuis aan dat de verpleegkundigen in de thuiszorg, ondanks het telefoonnummer van de klantenservice wat 24 uur per dag bereikbaar is, moeilijk telefonisch te bereiken zijn. Zo merkte een verpleegkundige op: Nou ja, het is wel erg moeilijk om de telefoonnummers te achterhalen. Daar heb je soms uren werk van. En dan moet je nog weten in welke wijk, in welk team en wie die avond dienst heeft. Aan de andere kant gaf een verpleegkundige uit de thuiszorg aan dat als je van het ziekenhuis nog wat meer informatie wilt hebben, dan is het dossier al dicht, dat ligt al. Verpleegkundigen kwamen zelf met een aantal mogelijke oplossingen: het instellen van een casemanager of coördinator, en het in de overdracht noteren welke verpleegkundige in het ziekenhuis kan worden gebeld voor nadere informatie. Een verpleegkundige opperde dat het wellicht een goed idee zou zijn als bij het multidisciplinaire overleg in het ziekenhuis ook de wijkverpleegkundige en/of huisarts aanwezig kon zijn. Samenwerking met de huisarts De belangrijkste samenwerkingspartner voor verpleegkundigen in de palliatieve zorgverlening thuis is de huisarts en verpleegkundigen vinden een goede samenwerking met huisartsen dan ook essentieel: dat je dus hele goede contacten met de huisarts moet hebben, dat je op tijd wordt ingeseind als dus een cliënt inderdaad slecht nieuws krijgt, zodat je al heel vroeg bij de cliënt kunt komen om contact te leggen. Ook al heb je niet gelijk je zorg te bieden. Daarbij is het van belang dat verpleegkundigen aan de huisarts kunnen uitleggen wat hun rol is of kan zijn in de palliatieve zorgverlening en wat zij voor patiënten, hun naasten, maar ook voor de huisartsen kunnen betekenen. Een enkele verpleegkundige heeft goed contact met de huisarts; voor de meesten geldt dit echter niet. Verpleegkundigen ervaren nogal wat hobbels in de contacten en samenwerking met huisartsen. Huisartsen zijn letterlijk en figuurlijk niet altijd goed bereikbaar. Daarnaast ervaren verpleegkundigen nogal eens dat hun kennis en expertise niet altijd door huisartsen wordt herkend en erkend, en dat zij in die zin niet altijd worden gezien als gelijkwaardige gesprekspartners. Met name jongere verpleegkundigen wor- 19

20 den in hun samenwerking met huisartsen hier mee geconfronteerd. Een verpleegkundige gaf aan: Ik merk dat ik het door jonger te zijn, dat ik lang niet altijd serieus genomen word en Ik pak het wel op, maar heb wel het gevoel dat ik als jongere me eigenlijk dubbel moet bewijzen naar de huisarts dan de oudere mensen met meer ervaring. Verpleegkundigen zijn vaak aan het zoeken naar de beste wijze waarop ze huisartsen kunnen benaderen en naar wat werkt en wat niet werkt in het contact met huisartsen: Je bent constant echt aan het zoeken om... ja, om toch die band zo goed mogelijk te houden en te krijgen. Het objectiveren van gesignaleerde problemen en symptomen bevordert het contact met de huisarts, bijvoorbeeld scores van een pijnschaal of op de Delier Observatie Schaal (DOS). Een enkele verpleegkundige gebruikt objectieve gegevens in haar contact met huisartsen: als ik kom met mijn fingerspitzengefühl (...). De helft van de huisartsen gaan daar vaak niet in mee. ( ) ik vind wel dat ik het aantoonbaar moet maken en...als je bij de patiënt doorvraagt en je komt er achter wat voor een soort pijn het is en je beschrijft het, dan wil de huisarts best. Echter, het merendeel van de verpleegkundigen maakt weinig gebruik van meetinstrumenten en zijn niet of nauwelijks op de hoogte van het bestaan ervan. De meetinstrumenten die tijdens de focusgroepsbijeenkomsten werden genoemd zijn het Klachtendagboek, de Lastmeter, de pijnschaal en de DOS. Deze meetinstrumenten worden vaak eenmalig ingezet en niet standaard gebruikt in de palliatieve zorgverlening. Een praktisch probleem wat zich wel voordoet is het feit dat verpleegkundigen vaak niet met één maar met meerdere huisartsen moeten samenwerken. Dit bemoeilijkt het opbouwen van een professionele samenwerkingsrelatie. 20

De Zorgmodule Palliatieve Zorg

De Zorgmodule Palliatieve Zorg De Zorgmodule Palliatieve Zorg - wat betekent dit voor de professional en zijn werkveld?- 2e regionale symposium palliatieve zorg s Hertogenbosch, 2 oktober 2014 Drs. Jaap R.G. Gootjes Alg. directeur /

Nadere informatie

- Toekomstig onderzoek - Toekomstige trainingen 6/29/11

- Toekomstig onderzoek - Toekomstige trainingen 6/29/11 Training proactieve palliatieve zorg voor huisartsen Toepassing van leerdoelen en instrumenten na twee jaar Aletta Moelands Begeleider: Eric van Rijswijk Eerstelijns geneeskunde 5 april 2011 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Vier kernvragen in de palliatieve zorg:

Vier kernvragen in de palliatieve zorg: Palliatieve thuiszorg in het nieuws In deze presentatie: 1. Palliatieve zorg in de 21 e eeuw, de stand van zaken Het PaTz project Een andere focus op palliatieve zorg 2. Het PaTz project in de praktijk

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting SAMENVATTING. 167 Met de komst van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg, die naast de huisarts en verpleegkundigen van de thuiszorg, thuiswonende patiënten bezoeken om te zorgen dat patiënten

Nadere informatie

Palliatieve zorg in het ZGT

Palliatieve zorg in het ZGT 30 oktober 2014 Mw. Dr. I.M. Oving Internist-Oncoloog Palliatieve zorg in het ZGT Op het juiste moment en de juiste plaats Namens het palliatief consult team Palliatieve zorg, op het juiste moment en de

Nadere informatie

Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland

Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland September 2011 Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland Beleidsplan : Samenwerken aan Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg I. Achtergrond De palliatieve zorg ontwikkelt

Nadere informatie

Nazorg bij kanker; de rol van de eerste lijn. Hans Nortier 24-01-2013

Nazorg bij kanker; de rol van de eerste lijn. Hans Nortier 24-01-2013 Nazorg bij kanker; de rol van de eerste lijn Hans Nortier Nazorg Nazorg is een essentieel onderdeel van individuele patiëntenzorg na behandeling voor kanker Nazorg behelst voorlichting, begeleiding, ingaan

Nadere informatie

Signalering in de palliatieve fase

Signalering in de palliatieve fase 17 maart 2015 Signalering in de palliatieve fase Denk- en werkmethode voor verzorgenden Karin Willemse Gespecialiseerd wijkverpleegkundige Oncologie & Palliatieve zorg Consulent palliatieve zorg NHN en

Nadere informatie

Zorgmodule Palliatieve Zorg 1.0. Welkom bij: De Zorgmodule Palliatieve Zorg en de Palliative Performance Scale. Inhoud. Definitie Palliatieve Zorg

Zorgmodule Palliatieve Zorg 1.0. Welkom bij: De Zorgmodule Palliatieve Zorg en de Palliative Performance Scale. Inhoud. Definitie Palliatieve Zorg Zorgmodule Palliatieve Zorg 1.0 Welkom bij: De Zorgmodule Palliatieve Zorg en de Palliative Performance Scale Symposium V&VN Verpleegkundigen Maatschappij & Gezondheid Els M. L. Verschuur namens V&VN Palliatieve

Nadere informatie

Intern. Extern. En indien nodig met: Rolbeschrijving Zorgconsulent Palliatieve Zorg

Intern. Extern. En indien nodig met: Rolbeschrijving Zorgconsulent Palliatieve Zorg Rolbeschrijving Zorgconsulent Palliatieve Zorg 1. Doel van de functie Het verbeteren en borgen van de kwaliteit van het palliatieve zorgproces door advies, ondersteuning en coaching van individuele collega

Nadere informatie

Palliatieve zorg in het Elkerliek ziekenhuis

Palliatieve zorg in het Elkerliek ziekenhuis Palliatieve zorg in het Elkerliek ziekenhuis LOOV, 4 november 2014 Ingrid van Asseldonk Verpleegkundig specialist palliatieve zorg Programmaleider palliatieve zorg Consulent palliatieve zorg IKNL Elkerliek

Nadere informatie

Tijd voor de dood. Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen. Beleidsnotitie Palliatieve Zorg

Tijd voor de dood. Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen. Beleidsnotitie Palliatieve Zorg Beleidsnotitie Palliatieve Zorg Tijd voor de dood Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen Beleidsnotitie Tijd voor de dood Auteur(s) A.Trienekens Datum September

Nadere informatie

COPD en Palliatieve Zorg

COPD en Palliatieve Zorg Een logisch sluitstuk van de keten Lucyl Verhoeven Longverpleegkundige Nurse Practitioner i.o. Thebe Mick Raeven Medisch coördinator Palliatief Netwerk Midden-Brabant COPD is dodelijk Bij mensen met COPD

Nadere informatie

workshop besluitvorming in de palliatieve fase

workshop besluitvorming in de palliatieve fase workshop besluitvorming in de palliatieve fase Alexander de Graeff, internist-oncoloog UMC Utrecht, hospice-arts Demeter Marjolein van Meggelen, oncologieverpleegkundige Aveant Consulenten PalliatieTeam

Nadere informatie

Zicht op goede voorbeelden palliatieve zorg. Jetty Zuidema, senior adviseur palliatieve zorg Kennismarkt, 8 oktober 2015, Nijverdal

Zicht op goede voorbeelden palliatieve zorg. Jetty Zuidema, senior adviseur palliatieve zorg Kennismarkt, 8 oktober 2015, Nijverdal Zicht op goede voorbeelden palliatieve zorg Jetty Zuidema, senior adviseur palliatieve zorg Kennismarkt, 8 oktober 2015, Nijverdal Programma Palliatieve zorg ontwikkelingen Uitdagingen pz binnen VG-sector

Nadere informatie

Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg?

Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg? Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg? 2 Definitie Palliatieve zorg (WHO 2002) Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten,

Nadere informatie

Nikki van der Meer. Stage eindverslag. Stage Cordaan Thuiszorg.

Nikki van der Meer. Stage eindverslag. Stage Cordaan Thuiszorg. Nikki van der Meer. Stage eindverslag Stage Cordaan Thuiszorg. Klas: lv13-4agz2 Student nummer: 500631386 Docentbegeleider: Marieke Vugts Werkbegeleider: Linda Pieterse Praktijkopleider: Evelien Rijkhoff

Nadere informatie

Handleiding voor het invullen van het Overdrachtsdocument palliatieve zorg

Handleiding voor het invullen van het Overdrachtsdocument palliatieve zorg Handleiding voor het invullen van het Overdrachtsdocument palliatieve zorg A. Algemeen Proactieve zorgplanning: markering Het palliatief overdrachtsdocument is bedoeld voor palliatieve patiënten. Vaak

Nadere informatie

Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn. dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ

Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn. dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ De praktijk van palliatieve zorg huisartspraktijk Mw van Z,

Nadere informatie

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg Samenvatting Palliatieve zorg is de zorg voor mensen waarbij genezing niet meer mogelijk is. Het doel van palliatieve zorg is niet om het leven te verlengen of de dood te bespoedigen maar om een zo hoog

Nadere informatie

23-09-14. Zorgconsulent Palliatieve Zorg. van idee, naar pilot, naar project, naar Goed Voorbeeld. - 5 zorginstellingen - 9 zorgconsulenten

23-09-14. Zorgconsulent Palliatieve Zorg. van idee, naar pilot, naar project, naar Goed Voorbeeld. - 5 zorginstellingen - 9 zorgconsulenten } Achtergrondinformatie } De functie Zorgconsulent Palliatieve Zorg Els M.L. Verschuur 1 en Marja Oud 2 1 Associate Lector, Hogeschool Arnhem Nijmegen 2 Zorgconsulent Palliatieve Zorg, Esdégé Reigersdaal

Nadere informatie

Advance care planning Laatste stand van zaken palliatieve zorg. Karin van der Rijt Hoogleraar palliatieve oncologische zorg

Advance care planning Laatste stand van zaken palliatieve zorg. Karin van der Rijt Hoogleraar palliatieve oncologische zorg Advance care planning Laatste stand van zaken palliatieve zorg Karin van der Rijt Hoogleraar palliatieve oncologische zorg Advance care planning Open communicatie met patiënt en naasten over: Situatie

Nadere informatie

Overdracht van zorg aan de CVA-client naar de thuissituatie

Overdracht van zorg aan de CVA-client naar de thuissituatie Overdracht van zorg aan de CVA-client naar de thuissituatie Richtlijnen/afspraken met betrekking overdracht van de coördinatie van zorg naar de thuissituatie. Protocol thuiszorg, 1 december 2004 Opgesteld

Nadere informatie

Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie. Minisymposium SKB 19 december 2013

Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie. Minisymposium SKB 19 december 2013 Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie Minisymposium SKB 19 december 2013 Hoeveel patiënten heeft u nu in behandeling (of verzorgje nu op de afdelingof thuis) waarbij het

Nadere informatie

Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen

Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen ZIO, Zorg in Ontwikkeling Versie 1 INLEIDING Het Multidisciplinair Overleg (MDO) krijgt een steeds grotere rol binnen Ketenzorg, redenen hiervoor zijn:

Nadere informatie

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN een onderzoek naar de ontwikkeling en implementatie van het Zorgprogramma Palliatieve Eerstelijnszorg in de deelgemeente Rotterdam Kralingen - Crooswijk

Nadere informatie

beslisschijf evaluatie pilot Besluitvorming in de palliatieve fase palliatieve zorg

beslisschijf evaluatie pilot Besluitvorming in de palliatieve fase palliatieve zorg evaluatie pilot Besluitvorming in de palliatieve fase beslisschijf palliatieve zorg Begin 2006 zijn de VIKC-richtlijnen voor de palliatieve zorg en het zakboekje verschenen. Het IKMN en het UMC Utrecht

Nadere informatie

Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg?

Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg? Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg? Prof.dr.K.C.P.Vissers, MD, PhD, FIPP Kenniscentrum Palliatieve Zorg UMC St Radboud Nijmegen Doodgaan behoort tot het zeer weinige dat niet

Nadere informatie

In deze presentatie: The Quality of Death Index. 1. Voor Wie? Vier kernvragen in de palliatieve zorg: Het wereld sterftecijfer blijft 100%..

In deze presentatie: The Quality of Death Index. 1. Voor Wie? Vier kernvragen in de palliatieve zorg: Het wereld sterftecijfer blijft 100%.. In deze presentatie: 1.Palliatieve zorg in de 21e eeuw, de stand van zaken 2. PaTz in de praktijk Ook voor chronische ziekten en dementie? September 2013 Dr. Bart Schweitzer, huisarts, projectleider Het

Nadere informatie

Zorgpad Stervensfase. Lia van Zuylen, internist-oncoloog. Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam

Zorgpad Stervensfase. Lia van Zuylen, internist-oncoloog. Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Zorgpad Stervensfase Lia van Zuylen, internist-oncoloog Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Inhoud Herkenning stervensfase Inhoud van Zorgpad Stervensfase Onderzoeksresultaten Zorgpad

Nadere informatie

Rapport EASYcareGIDS-project Tilburg

Rapport EASYcareGIDS-project Tilburg Rapport EASYcareGIDS-project Tilburg Marieke Perry, huisartsonderzoeker Kenniscentrum Geriatrie, UMC St Radboud, Nijmegen september 2007 t/m september 2008 Achtergrond Door de toenemende vergrijzing gaat

Nadere informatie

Als genezing niet meer mogelijk is

Als genezing niet meer mogelijk is Algemeen Als genezing niet meer mogelijk is www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl ALG043 / Als genezing niet meer mogelijk is / 06-10-2015 2 Als

Nadere informatie

Verantwoorde zorg in de palliatieve fase

Verantwoorde zorg in de palliatieve fase Verantwoorde zorg in de palliatieve fase Driekwart van de Nederlanders brengt de laatste fase van zijn leven door in een verpleeg- of verzorgingshuis, of met ondersteuning van thuiszorg. Verantwoorde zorg

Nadere informatie

Gefaseerde Tijdigheid

Gefaseerde Tijdigheid Gefaseerde Tijdigheid Marc Eyck, huisarts Gezondheidscentrum Neerbeek Consulent Palliatieve Zorg Hoofd Beleid NHG Belangenverstrengeling Geen Op tijd en proactief bespreken keuzes laatste levensfase Deze

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg

Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg Wanneer we de kernelementen van het Chronic Care Model toepassen op de epilepsiezorg dan praten we over de

Nadere informatie

Transmurale zorgbrug

Transmurale zorgbrug Transmurale zorgbrug 13 februari 2014 Geriatriedagen 2014 Renate Agterhof, verpleegkundig specialist Spaarne Ziekenhuis Marina Tol, onderzoekscoördinator AMC Programma Aanleiding, ontwikkeling en stand

Nadere informatie

Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1

Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1 Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1 Beschrijving werkwijze 1 Gebaseerd op de eindevaluatie Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis

Nadere informatie

Zorgpad voor Kwetsbare Ouderen Presentatie Heerenveen 18/11/2014

Zorgpad voor Kwetsbare Ouderen Presentatie Heerenveen 18/11/2014 Zorgpad voor Kwetsbare Ouderen Presentatie Heerenveen 18/11/2014 Riet ten Hoeve Friesland Voorop Het zorgpad is ontwikkeld door een Projectgroep in het kader van Friesland Voorop en vastgesteld september

Nadere informatie

Activiteitenplan 2012

Activiteitenplan 2012 Activiteitenplan 2012 Inleiding De netwerken palliatieve zorg maken, samen met stichting Agora, IKNL en kenniscentra palliatieve zorg, onderdeel uit van de ondersteuningsstructuur. Ten aanzien van de taken

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleiding.

Hoofdstuk 1. Inleiding. 159 Hoofdstuk 1. Inleiding. Huisartsen beschouwen palliatieve zorg, hoewel het maar een klein deel van hun werk is, als een belangrijke taak. Veel ongeneeslijk zieke patiënten zijn het grootse deel van

Nadere informatie

Wat als ik niet meer beter word...

Wat als ik niet meer beter word... Wat als ik niet meer beter word... 1 Deze folder is bedoeld voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn en voor hen die betrokken zijn bij een ziek familielid of een andere zieke naaste waarvan het levenseinde

Nadere informatie

Samenvatting. Welk type zorg is PDL?

Samenvatting. Welk type zorg is PDL? Samenvatting In dit proefschrift is de zorgverlening volgens Passiviteiten Dagelijks Leven (PDL) beschreven. PDL wordt in toenemende mate toegepast in de Nederlandse en Vlaamse ouderenzorg en men ervaart

Nadere informatie

Samenvatting, met de AAA checklist

Samenvatting, met de AAA checklist Samenvatting, met de AAA checklist 187 Huisarts-patiënt communicatie in de palliatieve zorg Aanwezigheid, actuele onderwerpen en anticiperen Huisartsen spelen in veel landen een centrale rol in de palliatieve

Nadere informatie

Inleiding. Vinken en vonken in Vroegtijdige zorgplanning. Doel van de bijeenkomst: Casuïstiek Achtergronden Literatuur

Inleiding. Vinken en vonken in Vroegtijdige zorgplanning. Doel van de bijeenkomst: Casuïstiek Achtergronden Literatuur Vinken en vonken in Vroegtijdige zorgplanning Rens Henquet, Kaderarts ouderengeneeskunde Mirjam Broes, Kaderarts palliatieve zorg Inleiding Doel van de bijeenkomst: Casuïstiek Achtergronden Literatuur

Nadere informatie

Nieuwsflits juni 2014

Nieuwsflits juni 2014 Nieuwsflits juni 2014 Spirituele zorg, hoe kaart je dat aan? Hoewel patiënten aangeven dat ze het erg belangrijk vinden brengen huisartsen spirituele, existentiële, issues weinig in discussie. Dat blijkt

Nadere informatie

Het PaTz project : Een ander focus op palliatieve zorg. Dr. Bart Schweitzer, huisarts, projectleider

Het PaTz project : Een ander focus op palliatieve zorg. Dr. Bart Schweitzer, huisarts, projectleider Het PaTz project : Een ander focus op palliatieve zorg Dr. Bart Schweitzer, huisarts, projectleider De Volkskrant 8 oktober 2013 In deze presentatie: 1.Palliatieve zorg in de 21 e eeuw, de stand van zaken

Nadere informatie

Wat is goede palliatieve zorg? Welke transitie vergt dat in onze regio?

Wat is goede palliatieve zorg? Welke transitie vergt dat in onze regio? Wat is goede palliatieve zorg? Welke transitie vergt dat in onze regio? Symposium Schakels in de palliatieve zorg Herten, 22 mei 2014 Cor Spreeuwenberg, voorzitter ontwikkelgroep van de zorgmodule palliatieve

Nadere informatie

Casemanagement bij kankerpatiënten

Casemanagement bij kankerpatiënten Casemanagement bij kankerpatiënten Marieke Schreuder-Cats V&VN Oncologie Procesmanager projectteam 24 januari 2012 Aanleiding» Tekortkomingen in de ketenzorg: zorg te gefragmenteerd» Oncologische keten

Nadere informatie

GVT-team. Gespecialiseerde Verpleging

GVT-team. Gespecialiseerde Verpleging GVT-team Gespecialiseerde Verpleging Gespecialiseerde Verpleging: liever thuis dan in het ziekenhuis Infuus inbrengen, pijnbestrijding De Gespecialiseerde Verpleging Thuiszorgtechnologie van Cordaan- Thuiszorg

Nadere informatie

Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft?

Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft? Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft? Het belang van een integraal anticiperend beleid 22 maart 2012 Bernardina Wanrooij Huisarts, consulent palliatieve zorg AMC Palliatieve zorg

Nadere informatie

Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan

Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan Zorgleefplan, ondersteuningsplan en begeleidingsplan Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan Om goede zorg en/of ondersteuning te kunnen geven aan een cliënt is het werken

Nadere informatie

Film. à Zorg beter afstemmen op wensen en opvattingen patiënt/ naasten. à Voorkómen van onnodige/onwenselijke medische handelingen

Film. à Zorg beter afstemmen op wensen en opvattingen patiënt/ naasten. à Voorkómen van onnodige/onwenselijke medische handelingen Inhoud workshop Inleiding Advance Care Planning Advance Care Planning Landelijk Congres Palliatieve Zorg Lunteren, 22 september 2014 Drs. Kirstin Jalink Dr. Ir. Jenny van der Steen Film Stappenplan Advance

Nadere informatie

Palliatieve zorg in het OLVG

Palliatieve zorg in het OLVG Palliatieve zorg in het OLVG Introductie van het palliatief team 23 mei 2013 Huisartsenavond OLVG Een palliatief team waarom? Draagt bij aan een hogere kwaliteit van leven en minder psychische en lichamelijke

Nadere informatie

we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein

we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein Beleid 2012-2013 Inleiding Dit beleidsstuk is geschreven om in beeld te brengen wat onze organisatie doet, waar we voor staan en waar we goed in zijn, hoe we

Nadere informatie

Palliatieve Thuiszorg: doe je samen. Bart Schweitzer, huisarts 11 april 2012 Amsterdam

Palliatieve Thuiszorg: doe je samen. Bart Schweitzer, huisarts 11 april 2012 Amsterdam PaTz Palliatieve Thuiszorg: doe je samen Bart Schweitzer, huisarts 11 april 2012 Amsterdam Palliatieve zorg in de eerste lijn: vooruitgang? Technische mogelijkheden Deskundigheid Continuiteit Samenwerking

Nadere informatie

Vroeg begonnen, veel gewonnen!

Vroeg begonnen, veel gewonnen! Vroeg begonnen, veel gewonnen! Transmuraal zorgpad voor palliatieve patiënten Liesbeth Struik Verpleegkundig specialist Carolien Hoogstede Adjunct bestuurssecretaris Aanleiding Praktijk ervaringen: heropnames,

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Zorgpad Stervensfase

Zorgpad Stervensfase Zorgpad Stervensfase de laatste stand van zaken Lia van Zuylen, internist-oncoloog Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Inhoud Belang markering stervensfase Zorgpad Stervensfase Nieuwe

Nadere informatie

Thuis overlijden: begeleiden van Intensive Care / Medium Care patienten naar de thuissituatie om te overlijden.

Thuis overlijden: begeleiden van Intensive Care / Medium Care patienten naar de thuissituatie om te overlijden. Document ID 042325 Versie 2 Titel Thuis overlijden: begeleiden van Intensive Care / Medium Care patienten naar de thuissituatie om te overlijden. Status Definitief Autorisator Hoeven, JG van der Auteur

Nadere informatie

Advance care planning en dementie in Vlaamstalig en Franstalig België (een studie via de Belgische huisartsenpraktijken). De heer K.

Advance care planning en dementie in Vlaamstalig en Franstalig België (een studie via de Belgische huisartsenpraktijken). De heer K. SESSIE 3: PALLIATIEVE ZORG THUIS Advance care planning en dementie in Vlaamstalig en Franstalig België (een studie via de Belgische huisartsenpraktijken). De heer K. Meeussen Deze voorafgaande zorgplanning

Nadere informatie

Werkplan 2007 Netwerk Palliatieve Zorg Hoeksche Waard Vastgesteld 28 februari 2007

Werkplan 2007 Netwerk Palliatieve Zorg Hoeksche Waard Vastgesteld 28 februari 2007 Werkplan 2007 Netwerk Palliatieve Zorg Hoeksche Waard 1. Inleiding In 2005 is het Netwerk Palliatieve Zorg Hoelsche Waard (NPZ HW) gestart met als doel het optimaliseren van de kwaliteit van de palliatieve

Nadere informatie

Verslag 1 e fase project optimale transmurale voedingszorg voor de ondervoede patiënt

Verslag 1 e fase project optimale transmurale voedingszorg voor de ondervoede patiënt Verslag 1 e fase project optimale transmurale voedingszorg voor de ondervoede patiënt Amsterdam, Januari 2015 Inleiding De afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in vroege herkenning en behandeling van

Nadere informatie

Mantelzorgondersteuning in de oncologische zorg. Voorkom dat er achter de patiënt nog een patiënt opduikt!

Mantelzorgondersteuning in de oncologische zorg. Voorkom dat er achter de patiënt nog een patiënt opduikt! 1 Mantelzorgondersteuning in de oncologische zorg Voorkom dat er achter de patiënt nog een patiënt opduikt! Ans Verdonschot Beleidsmedewerker IKNL Jopke Kruyt Zorginnovatie en begeleiding PROGRAMMA Waar

Nadere informatie

Complexiteit dus samen werken!!!

Complexiteit dus samen werken!!! Complexiteit dus samen werken!!! Florien van Heest, Huisarts consulent Palliatieve Zorg IKNL PalHAG- huisarts Schoonoord Clary Wijenberg, verpleegkundig specialist Thuiszorg Icare Palliatieve zorg - IKNL

Nadere informatie

AANSTUREN OP BETERE SAMENWERKING TUSSEN PROFESSIONALS EN MANTELZORGERS

AANSTUREN OP BETERE SAMENWERKING TUSSEN PROFESSIONALS EN MANTELZORGERS AANSTUREN OP BETERE SAMENWERKING TUSSEN PROFESSIONALS EN MANTELZORGERS Informatie voor managers en beleidsmedewerkers van thuiszorgorganisaties ZORGNETWERK VAN EEN KWETSBARE OUDERE Team van verpleegkundigen

Nadere informatie

Ongeneeslijk ziek. Samen uw zorg tijdig plannen

Ongeneeslijk ziek. Samen uw zorg tijdig plannen Ongeneeslijk ziek Samen uw zorg tijdig plannen Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 1.1 Een naaste die met u meedenkt...3 1.2 Gespreksonderwerpen...3 2. Belangrijke vragen...3 2.1 Lichamelijke veranderingen...3

Nadere informatie

Uitnodiging. Aan de slag! Werkconferentie palliatieve zorg Gelderland. 29 september 2011 Huis der Provincie, Arnhem

Uitnodiging. Aan de slag! Werkconferentie palliatieve zorg Gelderland. 29 september 2011 Huis der Provincie, Arnhem Uitnodiging Aan de slag! Werkconferentie palliatieve zorg Gelderland 29 september 2011 Huis der Provincie, Arnhem Aan de slag! Kwaliteitsinstrumenten in de Palliatieve Zorg Platform Palliatieve zorg provincie

Nadere informatie

Lectoraat Acute Intensieve Zorg

Lectoraat Acute Intensieve Zorg Dr. Lilian Vloet (projectleider) Marijke Noome MSc (onderzoeker en verpleegkundige) Drs. Boukje Dijkstra (onderzoeker en IC-verpleegkundige) Lectoraat Acute Intensieve Zorg Inhoud Aanleiding project End-of-life

Nadere informatie

NOTITIE PALLIATIEVE TERMINALE ZORG VOOR DE REGIO S DWO EN NWN. Februari 2009. Zorgkantoor DWO/NWN

NOTITIE PALLIATIEVE TERMINALE ZORG VOOR DE REGIO S DWO EN NWN. Februari 2009. Zorgkantoor DWO/NWN NOTITIE PALLIATIEVE TERMINALE ZORG VOOR DE REGIO S DWO EN NWN Februari 2009 Zorgkantoor DWO/NWN Inhoudsopgave Voorwoord 2 Hoofdstuk 1: Wat is palliatieve terminale zorg? 3 Hoofdstuk 2: Uitgangspunten palliatieve

Nadere informatie

Op weg naar de module ouderenzorg

Op weg naar de module ouderenzorg Op weg naar de module ouderenzorg Geïntegreerde zorg voor ouderen met multiproblematiek Stichting Gezondheidscentra Eindhoven Robert Vening Katinka Mijnheer 12 oktober Inhoud presentatie 1. Introductie

Nadere informatie

Bijlage B 2.1 Leidraad bij de kwalitatieve interviews 1

Bijlage B 2.1 Leidraad bij de kwalitatieve interviews 1 Bijlage B 2.1 Leidraad bij de kwalitatieve interviews 1 Toelichting (leidraad) bij de wijze waarop tekst is afgedrukt: CAPS Vet Normaal Cursief aanduiding van onderdelen de vraag zo stellen aspecten die

Nadere informatie

Rondetafeldiscussie 12-12-12 Dag van de Ondervoeding

Rondetafeldiscussie 12-12-12 Dag van de Ondervoeding Rondetafeldiscussie 12-12-12 Dag van de Ondervoeding Aanwezig: Kelly Duin, Christina van Duuren, Anja Evers, Ellen van der Heijden, Miranda Lassche, Marjon van der Looij, Marieke van der Plas, Ricky van

Nadere informatie

Teamplan samenwerking huisarts - wijkteam

Teamplan samenwerking huisarts - wijkteam Project Het Dorp Samenwerking Huisarts- wijkteam: Teamplan Teamplan samenwerking huisarts - wijkteam Dit document is te vinden op: www.hetdorp.net/aandeslag Inleiding Om de samenwerking met de huisarts

Nadere informatie

WAARGENOMEN HINDERNISSEN EN FACILITATOREN VOOR HUISARTS-PATIËNT COMMUNICATIE IN

WAARGENOMEN HINDERNISSEN EN FACILITATOREN VOOR HUISARTS-PATIËNT COMMUNICATIE IN WAARGENOMEN HINDERNISSEN EN FACILITATOREN VOOR HUISARTS-PATIËNT COMMUNICATIE IN PALLIATIEVE ZORG: EEN SYSTEMATISCHE OVERZICHTSSTUDIE Slort, W., Schweitzer, B.P.M., Blankenstein, A. H., Abarshi, E. A.,

Nadere informatie

Hoe het multifunctionele hospice bijdraagt aan advance care planning

Hoe het multifunctionele hospice bijdraagt aan advance care planning Hoe het multifunctionele hospice bijdraagt aan advance care planning Jaap Gootjes RN, MSc Saskia Teunissen RN, PhD Associatie High Care Hospices Saskia Teunissen Wat aan bod komt Wat is de AHCH? Wat is

Nadere informatie

Rapportage van pilot Zorgpad palliatieve oncologische patiënten

Rapportage van pilot Zorgpad palliatieve oncologische patiënten Rapportage van pilot Zorgpad palliatieve oncologische patiënten Namens de werkgroep zorgpad palliatieve oncologische patiënten, Liesbeth Struik Verpleegkundig specialist, intensieve zorg, oncologie Augustus

Nadere informatie

Eigen regie in de palliatieve fase

Eigen regie in de palliatieve fase Verwante begrippen Eigen regie in de palliatieve fase zelfmanagement Hanke Timmermans Opdracht film ZM Er volgt zo meteen een korte film van ca. 6 minuten, waarin zes mensen met een chronische ziekte aan

Nadere informatie

Zorg bij ontslag uit het ziekenhuis. Wat kunnen wij voor u betekenen

Zorg bij ontslag uit het ziekenhuis. Wat kunnen wij voor u betekenen Zorg bij ontslag uit het ziekenhuis Wat kunnen wij voor u betekenen U ontvangt deze folder omdat u na opname in het ziekenhuis mogelijk nog hulp of zorg nodig heeft. In deze folder staat beschreven wat

Nadere informatie

Resultaten van de studie naar casemanagement: de visie van huisartsen op casemanagement voor palliatieve zorg in de Westelijke Mijnstreek

Resultaten van de studie naar casemanagement: de visie van huisartsen op casemanagement voor palliatieve zorg in de Westelijke Mijnstreek Resultaten van de studie naar casemanagement: de visie van huisartsen op casemanagement voor palliatieve zorg in de Westelijke Mijnstreek Auteur: Cindy Rodigas, student Universiteit Maastricht In samenwerking

Nadere informatie

Stelling 1. Stelling 2. Doorbreek de Cirkel Samen. Routeboekje. Dia 1. Dia 2. Dia 3. Dia 4. Symposium Het venijn zit in de staart

Stelling 1. Stelling 2. Doorbreek de Cirkel Samen. Routeboekje. Dia 1. Dia 2. Dia 3. Dia 4. Symposium Het venijn zit in de staart Dia 1 Dia 2 Routeboekje Kennismaken Project Methodieken Aan de slag in uw gemeente! Dia 3 Stelling 1 Onze organisatie begeleid ook mensen met NAH zonder indicatie. Dia 4 Stelling 2 perspectief is geborgd

Nadere informatie

Keten Palliatieve Zorg

Keten Palliatieve Zorg Keten Palliatieve Zorg Wat is palliatieve zorg? Palliatieve zorg begint wanneer iemand te horen heeft gekregen dat hij/zij ongeneeslijk ziek is en behandeling niet meer mogelijk is. Dat is een harde boodschap

Nadere informatie

De palliatieve zorgconsulent in Salland

De palliatieve zorgconsulent in Salland in Salland De keten is zo sterk als de zwakste schakel Uitwerking projectplan door Wim Veldhuis Marja Voogel Godelieve Pieper Jannie Post Berdine Koekoek November 2011 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2.

Nadere informatie

Palliatief Consult Team

Palliatief Consult Team Palliatief Consult Team Voor wie is deze folder bedoeld Deze folder is bedoeld voor patiënten en hun naasten voor wie het Palliatief Consult Team (PCT) in consult is gevraagd door de behandelend arts.

Nadere informatie

Feedback rapport Kwaliteitsindicatoren palliatieve zorg. Fictief voorbeeld feedbackrapport TEAM X

Feedback rapport Kwaliteitsindicatoren palliatieve zorg. Fictief voorbeeld feedbackrapport TEAM X Feedback rapport Kwaliteitsindicatoren palliatieve zorg Fictief voorbeeld feedbackrapport TEAM X Auteurs: Kathleen Leemans, Joachim Cohen Contact: kleemans@vub.ac.be 02/477.47.64 De indicatorenset is ontwikkeld

Nadere informatie

Oncologie. Patiënteninformatie. Omgaan met kanker. Bij wie kunt u terecht? Slingeland Ziekenhuis

Oncologie. Patiënteninformatie. Omgaan met kanker. Bij wie kunt u terecht? Slingeland Ziekenhuis Oncologie Omgaan met kanker i Patiënteninformatie Bij wie kunt u terecht? Slingeland Ziekenhuis Algemeen Het hebben van kanker kan grote gevolgen hebben voor uw leven en dat van uw naasten. Lichamelijk

Nadere informatie

Overdrachtsformulier Palliatieve Zorg Ponsplaatje

Overdrachtsformulier Palliatieve Zorg Ponsplaatje Overdrachtsformulier Palliatieve Zorg Ponsplaatje Geboortedatum: M / V Adres: Woonplaats: Telnr : Zorgverzekeraar: Verzekeringsnr: BSN : Datum overplaatsing: Van : afd: Naar : Contactpersonen van de patiënt

Nadere informatie

Palliatieve sedatie 14 oktober 2015. Margot Verkuylen Specialist ouderengeneeskunde www.margotverkuylen.nl

Palliatieve sedatie 14 oktober 2015. Margot Verkuylen Specialist ouderengeneeskunde www.margotverkuylen.nl Palliatieve sedatie 14 oktober 2015 Margot Verkuylen Specialist ouderengeneeskunde www.margotverkuylen.nl Palliatieve sedatie in het hospice Veel kennis en ervaring Wat weten we over de praktijk? Dilemma

Nadere informatie

Ketenzorg dementie. Ketenzorg dementie in Zoetermeer

Ketenzorg dementie. Ketenzorg dementie in Zoetermeer Ketenzorg dementie Wat is dementie? Dementie is niet één bepaalde aandoening, maar een ziektebeeld (syndroom) waarvan meer dan 60 oorzaken bekend zijn. Kenmerkend voor dit ziektebeeld is een combinatie

Nadere informatie

Overzichtskaart 3. Opvoedingsondersteuning. voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen

Overzichtskaart 3. Opvoedingsondersteuning. voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen Overzichtskaart 3 Opvoedingsondersteuning voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen Zelfreflectie-instrument individuele opvoedingsondersteuning Sommige JGZ-professionals zullen al over

Nadere informatie

Niet alles wat kan, hoeft

Niet alles wat kan, hoeft Niet alles wat kan, hoeft PASSENDE ZORG IN DE LAATSTE LEVENSFASE Samenvatting pagina 1 Stuurgroep Passende zorg in de laatste levensfase Samenvatting rapport Niet alles wat kan, hoeft De moderne geneeskunde

Nadere informatie

Advance Care Planning bij chronisch orgaanfalen: praat voor het te laat is!

Advance Care Planning bij chronisch orgaanfalen: praat voor het te laat is! Advance Care Planning bij chronisch orgaanfalen: praat voor het te laat is! Carmen Houben MSc. Wetenschappelijk onderzoeker Medisch Psycholoog 24 november 2015 Chronische ziekten - 1900: overlijden door

Nadere informatie

V&VN standpunt. Samenwerken met informele zorg

V&VN standpunt. Samenwerken met informele zorg V&VN standpunt Samenwerken met informele zorg Inhoudsopgave 1 Informele zorg voegt waarde toe aan het leven 3 2 De rol van professionals is cliënt en systeem te ondersteunen in het zich samen redden 3

Nadere informatie

Palliatieve zorg voor kinderen

Palliatieve zorg voor kinderen Palliatieve zorg voor kinderen Recht op leven geeft recht op zorg Amsterdam, 24-4-2014 Eduard Verhagen Beatrix Kinderziekenhuis / Universitair Medisch Centrum Groningen a.a.e.verhagen@umcg.nl Een jongen

Nadere informatie

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Inleiding De voor de cliënt en zijn omgeving zeer ingrijpende diagnose dementie roept veel vragen op over de ziekte en het verloop hiervan maar ook

Nadere informatie

Palliatieve zorg voor andere doelgroepen

Palliatieve zorg voor andere doelgroepen Palliatieve zorg voor andere doelgroepen CVA, Dementie, COPD, Hartfalen, psychiatrische aandoening, verstandelijke beperking 27 november Rob Krol en Annemiek Kwast Aanleiding IKNL activiteiten palliatieve

Nadere informatie

Palliatieve zorg bij COPD in onze regio. Karin Janssen-van Hemmen Jeroen Verheul

Palliatieve zorg bij COPD in onze regio. Karin Janssen-van Hemmen Jeroen Verheul Palliatieve zorg bij COPD in onze regio Karin Janssen-van Hemmen Jeroen Verheul Inhoud Stellingen Wie zijn we? Wat is ons doel? En waarom? Wat hebben we tot nu toe gedaan? Toekomst? Antwoorden op stellingen

Nadere informatie

Vooruitziende zorg, een cultuur in ons huis. Inleiding. Inleiding 21/11/2014. De grote impact van het kleine gebaar

Vooruitziende zorg, een cultuur in ons huis. Inleiding. Inleiding 21/11/2014. De grote impact van het kleine gebaar Vooruitziende zorg, een cultuur in ons huis De grote impact van het kleine gebaar Liselotte Van Ooteghem Mia Vervaeck Studiedag Kronkels - 27 november 2014 Wie we zijn en waarom we hier staan Inleiding

Nadere informatie

Post-hbo opleiding psychosociale zorg door oncologieverpleegkundigen

Post-hbo opleiding psychosociale zorg door oncologieverpleegkundigen mensenkennis Ik heb ruime ervaring, maar door deze opleiding heb ik me gerealiseerd dat de zorg voor de patiënt beter kan. Post-hbo opleiding psychosociale zorg door oncologieverpleegkundigen Psychosociale

Nadere informatie

Projectinformatie Code Z. Continuïteit van zorg bij Ongeplande opname van mensen met Dementie in het Ziekenhuis

Projectinformatie Code Z. Continuïteit van zorg bij Ongeplande opname van mensen met Dementie in het Ziekenhuis Projectinformatie Code Z Continuïteit van zorg bij Ongeplande opname van mensen met Dementie in het Ziekenhuis December 2014 Inleiding In regio Haaglanden zijn vanuit de Stichting Transmurale Zorg Den

Nadere informatie

rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014

rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014 rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014 Jacqueline van Meurs: geestelijk verzorger/consulent spirituele zorg Gerda Bronkhorst: oncologieverpleegkundige/verpleegkundig consulent palliatieve

Nadere informatie