INTERNATIONAL EXPERT MEETING ON DOMESTIC (SEX) TRAFFICKING BETWEEN YOUNG OFFENDERS AND VICTIMS

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INTERNATIONAL EXPERT MEETING ON DOMESTIC (SEX) TRAFFICKING BETWEEN YOUNG OFFENDERS AND VICTIMS"

Transcriptie

1 INTERNATIONAL EXPERT MEETING ON DOMESTIC (SEX) TRAFFICKING BETWEEN YOUNG OFFENDERS AND VICTIMS WORKING PAPER VERSIE: NEDERLANDS PARTICIPATING COUNTRIES: BELGIUM CANADA GERMANY THE NETHERLANDS UNITED KINGDOM UNITED STATES OF AMERICA 18 NOVEMBER 2013 TURFMARKT 147 THE HAGUE THE NETHERLANDS CONTACT INFORMATION CONCERNING LOGISTICS: DAAN VAN LIER CONTACT INFORMATION CONCERNING CONTENT: SUZANNE HEERDINK / FRANK NOTEBOOM /

2 WORKING PAPER 1 Interna>onal Expert Mee>ng on Domes>c (Sex) Trafficking between Young Offenders and Vic>ms Inleiding Mensenhandel ziet op uitbuing en is daarmee een ernsge schending van mensenrechten en van de menselijke waardigheid en maakt inbreuk op de vrijheid van mensen (Naonaal rapporteur, 2012d: 19). Mensenhandel kent vele gezichten. Allereerst bestaan er verschillende uitbuingsvormen; seksuele uitbuing, uitbuing buiten de seksindustrie (arbeidsuitbuing, uitbuing in diensten en uitbuing in criminele acviteiten (Naonaal rapporteur, 2013c: 94)) en uitbuing met het oogmerk van orgaanverwijdering. Daarnaast zijn er grofweg twee verschillende mensenhandelstructuren waar te nemen; grensoverschrijdende mensenhandel en binnenlandse mensenhandel. Kenmerkend voor grensoverschrijdende mensenhandel zijn daders en slachtoffers a-omsg uit een ander land, dan het land waarin de uitbuing plaatsvindt. Grensoverschrijdende mensenhandel duidt de meer tradionele mensenhandel, waarbij slachtoffers (en vaak ook daders) aan een situae van armoede willen ontsnappen en derhalve gemoveerd zijn hun geluk elders in de wereld te beproeven. In het verlengde hiervan wordt met binnenlandse mensenhandel gedoeld op daders en slachtoffers van eigen bodem, waarbij ook de uitbuing plaatsvindt op eigen bodem (of grensgebieden) 2. Hierbij gaat het om een vorm van mensenhandel die vaak moeilijker begrepen wordt; slachtoffers (en daders) die niet zozeer kwetsbaar zijn vanwege een lage levensstandaard, maar vanwege andere, sociaal-emoonele, factoren. 3 Grensoverschrijdende mensenhandel vereist van de dader over het algemeen meer (logiseke) middelen en conneces, en van dader en vaak ook slachtoffer 4, het nemen van de grote (psychische) stap naar het buitenland. Kortom: in beginsel is binnenlandse mensenhandel, zowel vanuit dader- als slachtofferoogpunt, te typeren als laagdrempeliger dan grensoverschrijdende mensenhandel. Een grotere mate van laagdrempeligheid impliceert echter niet per se dat sprake is van een meer amateurissche of minder georganiseerde vorm van mensenhandel. Wel is 1. Auteur: Suzanne Heerdink; onderzoeker bij het bureau van de Naonaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen en promovenda aan de Universiteit van Amsterdam. 2. In ieder geval binnen een beperkte geografische straal waarbinnen geen barrières ten aanzien van grensoverschrijding bestaan (vrij verkeer van personen/diensten). 3. Grensoverschrijdende en binnenlandse mensenhandel moeten meer beschouwd worden als ideaaltypen volgens Max Weber, dan als objeceve weergaven van de fenomenen zoals ze in werkelijkheid voorkomen. Het betreffen subjeceve abstraces waarbij de meest essenële kenmerken (in dit geval de herkomstlanden van dader en slachtoffer en het land van uitbuing) worden benoemd om de essene van de verschijnselen weer te geven. In werkelijkheid zullen veelal combinaes van de twee ideaaltypen voorkomen, er bestaan derhalve vele tussenvormen (denk bijvoorbeeld aan situaes waarbij de dader a-omsg is uit een ander land dan waar de uitbuing plaatsvindt, maar het slachtoffer niet, of waarbij juist het slachtoffer uit een ander land a-omsg is dan het land waar de uitbuing plaatsvindt, maar de dader niet). 4. Slachtoffers van mensenhandel worden bijna aljd geworven door middel van (mede) manipulaeve dwangmiddelen (het komt nauwelijks voor dat werving van slachtoffers plaatsvindt op basis van uitsluitend gewelddadige dwangmiddelen). In beginsel wordt de beslissing om naar het buitenland te gaan (die niet zelden het gevolg is van de manipulae) vaak mede genomen door het slachtoffer. 12

3 het aannemelijk dat een grotere mate van laagdrempeligheid resulteert in een meer divers poteneel aan typen daders en slachtoffers. Vanwege het verborgen karakter van mensenhandel en het hieraan gerelateerde dark figure bestaat er geen volledig beeld van het fenomeen. De mensenhandel waar in Nederland zicht op is, 5 hee? al jaren voor een groot deel betrekking op binnenlandse mensenhandel (zie en 3.2.3). Het is daarmee mogelijk één van de, zo niet dé, voornaamste verschijningsvorm van mensenhandel in Nederland. Jarenlang leek Nederland het enige land te zijn waar een dergelijk probleem onderkend werd. Dat lijkt te veranderen. Echter, nog lang niet in alle landen wordt deze verschijningsvorm gezien, laat staan (h)erkend als zijnde mensenhandel. Zoals voor elke vorm van mensenhandel, geldt ook hier dat er naar gezocht moet worden, wil het gezien worden. Dit zal niet lukken wanneer wordt vastgehouden aan de illusie dat de oorzaak van uitbuing aljd en uitsluitend is te herleiden tot kwetsbaarheid als gevolg van een lage levensstandaard. De kenmerken en beweegredenen van daders en slachtoffers van binnenlandse mensenhandel verschillen van de kenmerken en beweegredenen van daders en slachtoffers van de meer tradionele grensoverschrijdende mensenhandel (die eenvoudiger begrepen en aldus (h)erkend wordt). Bij binnenlandse mensenhandel die met name ziet op seksuele uitbuing zijn vaak relaef jonge daders (lee?ijd jaar) en slachtoffers (lee?ijd jaar) van eigen bodem betrokken, niet zelden zijn dader en slachtoffer peers. Onder meer België, Canada, Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben in dit opzicht vergelijkbare ervaringen. Hierover gaat deze expert meeng, zoals in het hierop volgende figuur schemasch weergegeven. Niet één land beschikt over een volledig begrip van het fenomeen, en ook is het nog onduidelijk in welke opzichten het fenomeen, zoals het zich in verschillende landen manifesteert, vergelijkbaar is. Door de kennis uit verschillende landen te bundelen kan gewerkt worden aan een beter begrip van binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers en kunnen promising pracces worden opgesteld in de strijd tegen deze veel voorkomende vorm van mensenhandel, die tot op heden nog te vaak onvoldoende onderkend wordt. 5. Het is niet duidelijk in hoeverre de mensenhandel die in beeld is, representaef is voor de mensenhandel zoals die daadwerkelijk voorkomt in de samenleving (dus inclusief het dark figure). Zie hierover meer onder 3. 23

4 Bovenstaand figuur onderscheidt verschillende verschijningsvormen van mensenhandel, maar onderscheidt niet per se verschillende typen daders en slachtoffers. Op dader- en slachtofferniveau kan namelijk sprake zijn van verschillende vormen van mensenhandel (bijv. zowel seksuele uitbuing als uitbuing buiten de seksindustrie en/of zowel binnenlandse als grensoverschrijdende mensenhandel). 34

5 Binnenlandse Mensenhandel tussen Jonge Daders en Slachtoffers in Nederland 1 Een korte fenomeenbeschrijving 1.1 Het profiel van de jonge dader van binnenlandse mensenhandel In de Nederlandse samenleving bestaat een stereotype beeld van de dader; de vrouwonvriendelijke allochtone (met name Marokkaanse) jongeman die in Nederland is opgegroeid. Echter, feitelijk is er nog maar weinig bekend over de daders (en hun beweegredenen). Aan de hand van het beperkt aantal Nederlandse onderzoeken dat hieraan (in meer of mindere mate) aandacht hee? geschonken is het volgende voorlopige daderprofiel op te stellen: Overwegend van het mannelijke geslacht Relaef jong (grofweg tussen de 15/20 en 30 jaar) In Nederland opgegroeid (niet per se geboren) Autochtoon en allochtoon (met name tweede en derde generae Marokkaans, Turks, Surinaams, Anlliaans) Geen of lage opleiding afgerond Criminele carrière (geweld en vermogen, reeds sinds jonge lee?ijd) Op macroniveau speelt voor de daders vaak een situae van relaeve deprivae vanwege een achtergestelde posi- e in de samenleving (straintheorieën) een rol om de criminaliteit in te gaan. Dit wordt versterkt door vooroordelen die leven in de samenleving ( labelling ). Op mesoniveau ervaren daders vaak een gebrek aan sociale controle, zowel vanuit de gemeenschap als vanuit het gezin waarin ze opgroeien (sociale controletheorieën). In sommige gevallen hebben daders in dit opzicht zelfs niets meer te verliezen, daar ze reeds gebroken hebben met hun oorspronkelijke sociale omgeving (gebroken bindingen). Verder zijn met name de sociale leer- en de subculturele theorieën van belang. Daders leren op jonge lee?ijd deviante normen en waarden aan van peers waarmee ze op straat in aanraking komen. Binnen de straatgroep van peers waar ze toe behoren willen ze vervolgens status en respect verwerven, niet zelden door het plegen van criminaliteit. De overgang van algemene criminaliteit naar specifiek mensenhandel is vervolgens gemakkelijk gemaakt, nu de deviante subcultuur van pooierij, mede gevoed door de onder jongeren populaire pimp & ho-cultuur, een grote aantrekkingskracht op hen hee?. Op het microniveau van de individuele daders worden soms evenwichge afwegingen gemaakt mensenhandel is een lucraeve business met een lage pakkans (raonele keuzetheorieën) en vaak passen daders neutralisaetechnieken toe om de door hen gepleegde mensenhandel voor zichzelf goed te praten (denial of the vicm: het slachtoffer hee? er zelf om gevraagd, denial of injury: het slachtoffer is niet gedwongen ze wilde het zelf, denial of responsibility: de Nederlandse overheid faciliteert prostue sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000, condemnaon of the condemners: de maatschappij parcipeert zij zijn immers de klanten). 45

6 Resumerend; het betreffen in Nederland opgegroeide jongemannen die onderaan de maatschappelijke ladder staan (relaeve deprivae) en reeds op jonge leeijd betrokken zijn bij criminaliteit, geleerd van peers. 1.2 Het profiel van het jonge slachtoffer van binnenlandse mensenhandel Het tradionele beeld dat in Nederland bestaat van slachtoffers ziet op, kort gezegd; verwaarloosde meisjes die hunkeren naar aandacht en liefde ( throw away kids ). Inmiddels is dit beeld in Nederland bijgesteld. Slachtoffers zijn (voorafgaand aan dit specifieke slachtofferschap) in Nederland opgroeiende meisjes en jonge vrouwen (grofweg de lee?ijdscategorie jaar) 6, met verschillende etnische achtergronden, a-omsg uit verschillende sociale milieus (ook de midden en hogere), die op een bepaalde manier kwetsbaar zijn voor deze vorm van slachtofferschap. Deze kwetsbaarheid ziet op het feit dat ze relaef gemakkelijk te manipuleren zijn - gemakkelijker (over te halen zijn) eigen grenzen (te) overschrijden. 7 De oorzaken die ten grondslag liggen aan deze kwetsbaarheid/ beïnvloedbaarheid zijn legio. Denk hierbij aan (combinaes van); Onzekerheid/laag zeloeeld (bijv. als gevolg van gepest/buitengesloten worden, problemasche opgroei- en gezinssituaes); Naïviteit (bijv. als gevolg van overbeschermde opvoeding); Beperkt verstandelijk vermogen; Behoe?e aan (seksuele) aandacht (bijv. als gevolg van (seksuele) trauma s/problemasche opgroei- en gezinssituaes); Wanhopige behoe?e aan geld (bijv. alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama s) die (ficeve) schulden hebben) He?ig pubergedrag (bijv. de neiging tot rebellie; het afzepen tegen de normen en waarden van de samenleving ( beginners euphoria )); Relaef gemakkelijk chanteerbaar (bijv. in een cultuur van eerwraak), etc. Voornoemde kwetsbaarheden liggen ten grondslag aan hun vicm proneness (vanuit daderoogpunt worden ze beschouwd als een gemakkelijk doelwit) dan wel hun vicm precipitaon (ze dragen zelf (bewust dan wel onbewust) bij aan hun slachtofferschap doordat ze op eigen iniaef aandacht vragen van de dader). Het uiteenlopende scala aan (combinaes van) oorzaken van kwetsbaarheid/beïnvloedbaarheid resulteert vanzelfsprekend ook in veel verschillende typen slachtoffers die op hun beurt hun kwetsbaarheid/beïnvloedbaarheid op verschillende manieren uiten. Vaak wordt dan ook (niet helemaal terecht) gezegd: Het kan iedereen overkomen ; van de rusge, naïeve, vioolspelende, vwo-leerlinge die zich onopvallend en sociaal wenselijk gedraagt en tot nog 6. Over het algemeen wordt aangenomen dat de slachtoffers van seksuele uitbuing jonger zijn dan of peers zijn van de daders. 7. Hiermee vormen deze meisjes en jonge vrouwen niet alleen een risicogroep voor het slachtofferschap van binnenlandse mensenhandel, maar zijn zij ook kwetsbaarder voor vele andere vormen van slachtofferschap (niet zelden is dan ook sprake van meervoudig slachtofferschap). 56

7 toe nooit in de problemen kwam tot de recalcitrante school-drop-out die zich opvallend en (seksueel) uitdagend gedraagt en vanaf jongs af aan zichzelf van de ene problemasche situae in de andere problemasche situae terecht deed komen. Resumerend; het betreffen in Nederland opgroeiende meisjes en jonge vrouwen, a%omsg uit verschillende sociale milieus, die vanwege uiteenlopende oorzaken kwetsbaar/beïnvloedbaar zijn. 1.3 De uitbui>ngsvormen van binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers In de meeste gevallen is sprake van in ieder geval seksuele uitbuing. In geval van minderjarige slachtoffers gaat het hierbij vaak om seksuele uitbuing in de minder zichtbare delen van de prostuebranche, daar zowel de personen die voordeel trekken uit, 8 als de klanten van (vrijwillige) jeugdprostue 9 per definie straoaar zijn. De minder zichtbare delen van de prostuebranche betreffen locaes die bij de buitenwereld niet meteen bekend staan als locaes waar prostuewerkzaamheden plaatsvinden, zoals in hotels en woningen ((omgekeerde) escort), in auto s of langs de weg (cardates), in kelderboxen etc. 10 Wanneer het gaat om de seksuele uitbuing van meerderjarige slachtoffers dan kan dit ook plaatsvinden in deze minder zichtbare delen, maar zeker ook in juist de zichtbare delen van de prostuebranche, zoals raamprostue, seksclubs, bordelen, de porno-industrie etc. Het kan zowel gaan om legale (vergund dan wel onvergund) als om illegale seksbedrijven. Ook kan seksuele uitbuing plaatsvinden via het internet (bijv. webcamseks). Vaak wordt beweerd dat een dader wacht met het tewerkstellen van een aanvankelijk minderjarig slachtoffer (in ieder geval in de meer zichtbare delen van de prostuebranche) tot het slachtoffer meerderjarig is. Voorafgaand aan de meerderjarigheid wordt een slachtoffer dan soms al wel klaargestoomd, met andere woorden; aangezet/ gedwongen tot seksueel contact met de dader en regelmag ook met zijn netwerk van vrienden. Met deze verrichte seksuele handelingen is vaak (nog) geen financieel gewin gemoeid waardoor het (meestal) nog niet geclassificeerd wordt als uitbuing. 11 Echter, het oogmerk hiertoe is vaak wel al aanwezig, waardoor ook in deze fase reeds sprake is van mensenhandel (zie 2.2) de bewijsproblemaek voor de rechter is een andere vraag. 12 Niet zelden wordt het netwerk van vrienden na verloop van jd uitgebreid tot een beperkte, voor de dader bekende, klantenkring en verandert hier het oogmerk van uitbuing in de daadwerkelijke uitbuing, veelal in de minder zichtbare delen van de prostuebranche. De uitbuing zet zich vanaf de meerderjarigheid van het slachtoffer vervolgens (mede) voort in de zichtbare delen van de prostuebranche. Middels deze stapsgewijze ontwikkeling maakt de 8. Art. 273f lid 1 sub 8 Sr. 9. Art. 248b Sr. 10. Hier is dan namelijk zowel een gebrek aan sociale controle als aan standaard poliecontroles van seksbedrijven. 11. Wel is vaak sprake van een andersoorg gewin dan financieel gewin, bijvoorbeeld het verwerven van status en aanzien. Het is de vraag of dit andersoorge gewin niet ook gezien kan worden als voordeel trekken en dus uitbuing. 12. Zie bijvoorbeeld de Pijnackerzaak : Rb. Den Haag 7 mei 2010, LJN BM3656; ; ; ; (niet gepubliceerd) en Hof Den Haag 2 december 2011, LJN BU6589; ; ; ; (niet gepubliceerd). 67

8 beginnende dader de rol die hij vervult (die van pooier) zich steeds meer eigen, en ook ten aanzien van het slachtoffer treedt gewenning op ten aanzien van haar rol als prostuee (coping-mechanisme). Soms worden slachtoffers niet alleen seksueel uitgebuit, maar ook op andere manieren. Het gaat hierbij dan met name om uitbuing in criminele acviteiten (het koerieren/smokkelen van drugs en soms zelfs wapens, het plegen van winkeldiefstallen, het werven van nieuwe slachtoffers voor de dader, 13 het frauderen met pinpassen en creditcards etc.) en uitbuing in diensten (het afsluiten van telefoonabonnementen en leningen, het op naam laten zepen van auto s en bedrijven etc.). In sommige gevallen is zelfs uitsluitend sprake van deze vormen van uitbuing. Resumerend; het betre met name seksuele uitbuing, waarbij het in het geval van minderjarige slachtoffers veelal gaat om de minder zichtbare delen van de prostuebranche. Soms is ook sprake van andere vormen van uitbuing (uitbuing in criminele acviteiten en uitbuing in diensten), incidenteel zelfs uitsluitend. 2 De benadering van het fenomeen 2.1 De maatschappelijke duiding van binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers De ontdekking en benoeming van het fenomeen in de samenleving Sinds de midden jaren 90 is binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers in de Nederlandse samenleving zichtbaar geworden. Hulpverleners kregen te maken met meisjes die door hun vriendjes tot prostu- e werden aangezet/gedwongen. Dit werd beschouwd als een nieuw jongerenprobleem en kreeg buiten het gezichtsveld van mensenhandel om de (ongelukkige) naam loverboyproblemaek, die in de media sindsdien breed is uitgedragen. Er hee? echter nooit een eenduidige definie bestaan van de loverboyproblemaek en hiervan afgeleide terminologie ( loverboy, loverboyslachtoffer, loverboymethodiek etc.). Wel is de loverboyproblemaek (en afgeleiden) aljd in verband gebracht met een specifieke door de mensenhandelaar toegepaste manipulaeve wervingsmethodiek, namelijk; werving middels (de belo?e van) het aangaan van een (valse) liefdesrelae met het slachtoffer. De terminologie hee? voor discussie gezorgd vanwege het misleidende karakter: het is te verhullend en vergoelijkend voor hetgeen (mensenhandel) het moet duiden. 14 Inmiddels is de term in Nederland echter volledig ingeburgerd en is van (verwarring omtrent) posieve associaes niet langer sprake. Wel bestaan er andere argumenten die pleiten voor het verwerpen van de veelvuldig in de mond genomen term loverboyproblemaek als duiding van 13. In Nederland worden deze slachtoffers ook wel aangeduid als lovergirls, een afgeleide van de verwerpelijke term loverboyproblemaek, zie hierover meer onder Hierop werd in 2008 door de toenmalige minister van Juse de term pooierboy geïntroduceerd. Aangezien uitbuing niet uitsluitend in de seksindustrie plaatsvindt (hierop volgde vervolgens de term moneyboy ) en de term loverboy inmiddels was ingeburgerd, is deze term niet overgenomen. Daarbij is in geval van seksuele uitbuing de term pooierboy ook misleidend. Het suggereert immers een soort pooier in wording of in ieder geval een lichtere variant van een volwaardige pooier, terwijl het een mensenhandelaar (een zwaardere variant én een illegaal opererende pooier) moet duiden. 78

9 binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers. Een eerste argument ziet op het feit dat de term te smal is omdat de specifieke wervingsmethodiek van (de belo?e van) het aangaan van een (valse) liefdesrelae niet in extenso kenmerkend is voor binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers. Lang niet alle jonge daders van binnenlandse mensenhandel passen deze wervingsmethodiek toe en de jonge daders die deze methodiek wel toepassen, doen dit lang niet aljd en uitsluitend bij alle jonge slachtoffers die ze werven. Immers, de modi operandi (waaronder de werving) van daders zijn niet homogeen en daarnaast constant aan verandering onderhevig. Daarbij wordt de toegepaste wervingsmethodiek aljd gerelateerd aan het type dader, terwijl dit waarschijnlijk veel directer gerelateerd is aan het type slachtoffer dat wordt geworven (de dader levert in deze maatwerk dat aansluit bij het type slachtoffer dat voorhanden is). 15 De profielschets van de slachtoffers van binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers (zie 1.2) laat zien dat de groep slachtoffers zeer heterogeen is, waardoor in lijn met bovenstaande ook de toegepaste wervingsmethodieken dit zullen zijn. Tegelijkerjd ziet een tweede argument juist op het feit dat de term te breed is. De specifieke wervingsmethodiek van (de belo?e van) het aangaan van een (valse) liefdesrelae onderscheidt binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers namelijk niet in tegenstelling tot hetgeen veelal wordt aangenomen van andere vormen van mensenhandel, zoals bijvoorbeeld grensoverschrijdende mensenhandel. Het is bekend dat mensenhandelaren in het algemeen bijna aljd gebruik maken van manipulaeve dwangmiddelen in de fase van werving (het komt nauwelijks voor dat in deze fase uitsluitend gewelddadige dwangmiddelen worden toegepast). De specifieke manipula- eve wervingsmethodiek van (de belo?e van) het aangaan van een (valse) liefdesrelae geniet onder mensenhandelaren een bepaalde voorkeur omdat slachtoffers minder geneigd zijn zich tegen hen te keren en gemakkelijker te manipuleren en te controleren zijn. 16 Kortom; het is simpelweg een effeceve wervingsmethodiek, die mensenhandelaren derhalve niet van elkaar onderscheidt. Bovenstaande argumentae pleit voor het verwerpen van de term loverboyproblemaek als duiding voor binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers. De vereiste specifieke wervingsmethode resulteert in een verwarrende benadering (zowel te smal/kunstmag als te breed/niet onderscheidend) van het fenomeen, die geen recht doet aan de kern van de problemaek: jonge daders van eigen bodem die jonge slachtoffers van eigen bodem op eigen bodem (seksueel) uitbuiten. Niet voor niets stelt de Naonaal rapporteur kort maar krachg: Ik wil graag af van de term loverboyproblemaek en het fenomeen benoemen voor wat het is: mensenhandel (Naonaal rapporteur, 2013c: 13). Ondanks dat de maatschappelijke duiding loverboyproblemaek geen recht doet aan de aard van het probleem, is de maatschappelijke duiding wel van belang voor een beter begrip van het fenomeen. Het gee? inzicht in het kader van waaruit het fenomeen wordt benaderd binnen de samenleving. In dit geval dus niet vanuit het kader mensenhandel (dat vaak, weliswaar ten onrechte, een ver van ons bed -gevoel oproept), maar vanuit het kader problemasche relaonele/seksuele omgangsvormen tussen jongeren, waarbij het problemasche aspect vrij 15. Uiteraard zullen bepaalde typen daders bewust bepaalde typen slachtoffers selecteren, waardoor de toegepaste wervingsmethodiek wel indirect gerelateerd is aan het type dader. 16. Met name in geval van seksuele uitbuing, uitbuing in criminele acviteiten en uitbuing in diensten. 89

10 vertaald een vrouwonvriendelijke benadering van het meisje door de jongen betre?. 17 Het is waarschijnlijk om deze reden dat de term loverboy tegenwoordig ook weleens in de volksmond wordt genomen als gedoeld wordt op foute (met name allochtone) vriendjes die bijvoorbeeld losse handjes hebben, maar waarbij geen sprake is van enige vorm van (het oogmerk van) uitbuing en dus mensenhandel. Vanuit het perspecef van mensenhandel betre? dit een uitholling van het begrip, maar vanuit het perspecef van problemasche relaonele/seksuele omgangsvormen tussen jongeren ligt dit wel in elkaars vrouwonvriendelijke verlengde De ontwikkeling van en reace op het fenomeen in de samenleving In de loop van de jd is, met name door een veelheid aan media-aandacht, het fenomeen onder de noemer loverboyproblemaek in de Nederlandse samenleving uitgegroeid tot een algemeen bekend én erkend probleem er bestaat vrijwel geen discussie meer omtrent de vraag of het fenomeen daadwerkelijk voorkomt. Inmiddels is dan ook speciaal beleid ontwikkeld ten aanzien van het fenomeen; de Rijksbrede aanpak loverboyproblemaek, Aceplan De maatregelen in dit aceplan richten zich voor wat betre? de daders uitsluitend op de P van prosecuon ; o?ewel repressie (het versterken van een integrale aanpak om de pakkans te vergroten en het verhogen van straffen). Dit komt deels door de objeceve kennislacune die bestaat ten aanzien van het daderschap. 19 Het gebrek aan (primaire, secundaire dan wel teraire) daderprevene (met uitzondering van enkele lokale iniaeven) zal de iniae in en de connuae van (recidive) het daderschap niet ten goede komen. Voor wat betre? de slachtoffers geldt een heel ander verhaal. In het aceplan is onder de P van prevenon en onder de P van protecon volop ingezet op zowel primaire, secundaire als teraire prevene. Zo blijkt uit een inventarisae in 2011 dat er maar liefst 67 primaire- en secundaire preveneprojecten bestaan, voornamelijk gericht op minderjarige meisjes in de vorm van voorlichng op scholen (bijvoorbeeld gericht op het vergroten van de (seksuele) weerbaarheid). Het is overigens niet bekend in hoeverre deze preveneprojecten effecef (evidence based) zijn. Baat het niet, dan schaadt het niet wordt veelal aangenomen. Dit is echter nog maar de vraag. Wanneer voorlichng teveel ziet op een stereotype verhaal dat geen recht doet aan de werkelijkheid (bijvoorbeeld op een wervingsmethodiek die lang niet aljd wordt toegepast of op slachtoffers die zelf nooit een aandeel hebben in hun slachtoffer- 17. Volgens de Van Dale (in Nederland is de term loverboy zelfs zo ver ingeburgerd dat het is opgenomen in het Nederlands woordenboek) betre? een loverboy een jongen die een verhouding met een meisje begint om haar later tot prostue te dwingen. Hier wordt geen enkele verwijzing naar het delict mensenhandel gemaakt, maar wel wordt verwezen naar jongeren (jongen en meisje), relaonele/seksuele omgangsvormen (verhouding), seksuele omgangsvormen (prostue) en het problemasche/ vrouwonvriendelijke aspect (dwingen). 18. Rijksbrede aanpak loverboyproblemaek Aceplan , bijlage bij Kamerstukken II 2011/12, , nr Opgesteld door het Ministerie van Veiligheid & Juse (V&J), het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OC&W) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VW&S). 19. Gezien de (veronderstelde) etnische beladenheid van het daderschap en het hierom van toepassing zijnde proces van groupserving bias in apribuon (successen, maar vooral mislukkingen door leden van de ingroup en de outgroup ontvangen zeer verschillende verklaringen die erop zijn gericht de stereotypen van zowel de ingroup (=intelligent) als van de outgroup (=dom) te bewaken) is er misschien ook minder behoe?e aan kennis over het daderschap. Zodra personen uit onze eigen groep (=ingroup) gruwelijkheden plegen, dan wordt de verklaring van het gedrag gezocht in het individu (waar wel iets mis mee moet zijn). Zodra personen uit een andere groep (=outgroup) gruwelijkheden plegen, dan bestaat de neiging om de verklaring voor het gedrag te zoeken in de normen en waarden van die andere groep (waar iets mis mee is), in plaats van in het individu (we zien outgroups als veel meer homogeen dan onze eigen ingroup, alleen al omdat we meer kennis hebben over (de variëteit van) de leden van onze eigen ingroup ). 10 9

11 schap) is de kans groot dat een aanzienlijk deel van de (potenële) slachtoffers zich niet aangesproken voelt. Daarbij kan voorlichng mogelijk ook ongewenste neveneffecten hebben en jongeren (zowel jongens als meisjes) juist op verkeerde ideeën brengen (imitae-effecten) Een bredere achterliggende problemaek? Aan awareness raising onder met name potenële slachtoffers is in Nederland dus geen gebrek. Er bestaat echter onenigheid over de rechtvaardiging van deze hoeveelheid aandacht die het fenomeen genereert, met andere woorden; de groope van het risico wordt verschillend ingeschat. Door vertegenwoordigers van de strijd tegen mensenhandel wordt het gepercipieerd als een groot risico, het is immers één van de, zo niet dé, meest voorkomende vorm van mensenhandel die in Nederland in beeld is (zie en 3.2.3). In de wereld van prostue wordt het veelal afgedaan als zijnde niets nieuws onder de zon dus ook niets om ons nu drukker om te maken dan voorheen. 20 Echter, het fenomeen wordt binnen de Nederlandse samenleving niet beschouwd vanuit een mensenhandel- of prostue-oogpunt, maar vanuit het oogpunt van relaonele omgangsvormen tussen jongeren. In dit kader valt de omvang van het fenomeen mee, immers, het overgrote merendeel van de jongeren onderhoudt gezonde relaes de loverboyproblemaek is in deze een pervers exces. De groope van een risico wordt echter niet uitsluitend bepaald op basis van de kans op het risico (de omvang van het fenomeen), maar ook op basis van de schade die het tot gevolg hee? (de aard/ernst van het fenomeen) en dat valt in dit geval geenszins mee. DesalniePemin wordt de loverboyproblemaek ook wel in verband gebracht met een morele paniek; een buitenproporonele reace van de samenleving op een fenomeen dat (onbewust) symbool staat voor de angst ten aanzien van een bredere achterliggende problemaek die vaak te maken hee? met de seksuele ontwikkeling van de huidige jongerengenerae. Gezien de ontwikkeling van de term loverboyproblemaek tot een duiding van een willekeurig, vrouwonvriendelijk kwaad in een allochtone jongeman (zie 2.1.1), zou bijvoorbeeld angst voor islamisering van de samenleving en/of angst voor de onder jongeren populaire pimp & ho-cultuur wel eens een deel van de voedingsbodem voor en verklaring van de hoeveelheid aandacht voor de loverboyproblemaek kunnen zijn. Beide worden door de samenleving namelijk in verband gebracht met vrouwonvriendelijke inspiraes en de loverboyproblemaek is daarvan, zo beschouwd, het summum Reeds sinds jaar en dag worden meisjes en jonge vrouwen door pooiers geworven middels manipulaeve dwangmiddelen (waaronder de wervingsmethodiek van (de belo?e van) het aangaan van een (valse) liefdesrelae). Wel is sinds de jaren 90 een verandering waargenomen ten aanzien van het profiel van de pooier (allochtone jongemannen die in Nederland zijn opgegroeid) en het profiel van de prostuee (niet meer uitsluitend a-omsg uit de laagste sociale milieus). 21. Vanuit de opek van oudere generaes is eeuwenlang gevochten voor meer en meer verlichte normen en waarden en tot groot onbegrip lijkt de huidige Nederlandse jongerengenerae die het meest verlicht is opgevoed te kiezen voor een stapje terug in de beschaving door zich minder verlichte opvaungen ten aanzien van (onder meer) vrouwen en seks eigen te maken (een criminele Marokkaan of een muzieksjl is de schuldige (folk devil)). Vanuit de opek van de huidige jongerengenerae (die net als alle voorgaande jongerengeneraes de drang hee? tot rebellie met name op het gebied van seksualiteit) is de huidige manier om te rebelleren het doorbreken van het seksuele taboe op meer instrumentele seks (waarbinnen fenomenen als ruilseks en (jeugd) prostue extreem zijn). Tot nu toe bestaan er echter geen alarmerende signalen dat er iets grondig mis zou zijn met de seksuele gezondheid van de huidige jongerengenerae

12 2.2 De strafrechtelijke duiding van binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers De huidige naonale straoaarstelling van mensenhandel in Nederland is voor een groot deel gebaseerd op interna- onale instrumenten, met name de EU-Richt-lijn mensenhandel (2011) 22 en het VN-Palermo Protocol (2000) In Nederland hee? dit geresulteerd in het langste arkel van het Wetboek van Strafrecht (art. 273f Sr) dat ziet op vele gedragingen gericht op (het oogmerk van) uitbuing van uiteenlopende aard. De daadwerkelijke uitbuing hoe? nog niet te hebben aangevangen; er is reeds sprake van mensenhandel indien het oogmerk van uitbuing aanwezig is. Verder is het al dan niet aanwezig zijn van een grensoverschrijdend karakter, evenals het al dan niet aanwezig zijn van een (inieel) instemmend minderjarig slachtoffer, of een instemmend meerderjarig slachtoffer wanneer sprake is van dwangmiddelen (manipulaef dan wel gewelddadig), irrelevant. De Nederlandse straoaarstelling van mensenhandel omvat hiermee onder meer de verschijningsvorm binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers in zijn volledige voorkomen. 3 De omvang van het in beeld gebrachte fenomeen en het dark figure Er is een grote interesse in en behoe?e aan cijfermage gegevens die de omvang van mensenhandel duiden. Vanwege het verborgen karakter van mensenhandel 25 en het hieraan gerelateerde dark figure bestaat er echter, in niet één land, een registrae van mensenhandel in zijn volledige omvang. Daarbij zijn schaungen op het gebied van mensenhandel, zowel naonaal als internaonaal, tot op heden onbetrouwbaar gebleken (zie Naonaal rapporteur, 2012f, Hoofdstuk 2). Hierom moet voor nu voor cijfermage gegevens over de specifieke verschijningsvorm binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers worden gekeken naar de registrae van de in beeld gebrachte jonge daders en slachtoffers. Het is hierbij van evident belang (met name bij vergelijkingen, zo- 22. Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad, 5 april Op 5 april 2011 is de richt-lijn gepubliceerd in het publicaeblad van de EU, PbEU 2011, L 101/ Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrou-wenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naes tegen grensover-schrijdende georganiseerde misdaad (New York, 15 november 2000), Trb. 2001, 69 en 2004, Maar ook: het Internaonaal verdrag nopens de bestrijding van de handel in meerderjarige vrouwen (1933), Stb. 1935, 598 en het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel (Warschau, 16 mei 2005), Trb. 2006, Daders hebben er baat bij om hun straoare gedragingen zo goed mogelijk verborgen te houden (gezien de sanconering en de disconnuae van hun straoare gedragingen die openbaarmaking tot gevolg kan hebben). Slachtoffers willen of durven vaak niet naar buiten te treden (door angst-, onzekerheids-, schaamte- en/of schuldgevoelens), realiseren zich niet dat ze slachtoffer zijn (bijvoorbeeld slachtoffers die liefdesgevoelens koesteren ten opzichte van hun mensenhandelaar of slachtoffers die de situae waarin ze verkeren prefereren boven de situae waarin ze daarvoor verkeerden) of hebben de hoop op en ook de behoe?e aan een beter leven opgegeven en zich neergelegd bij de situae waarin ze verkeren. NB: Het is overigens aannemelijk dat er een verschil bestaat in de mate van verborgenheid tussen de verschillende verschijningsvormen van mensenhandel. Zo zou de seksuele uitbuing van minderjarige slachtoffers bijvoorbeeld meer verborgen kunnen zijn dan de seksuele uitbuing van meerderjarige slachtoffers, omdat in geval van minderjarige slachtoffers de uitbuing veelal plaatsvindt in de minder zichtbare delen van de pros- tuebranche (afwezigheid van sociale en standaard poliecontrole, zie 1.3) en ook klanten in dit geval straoaar zijn en zodoende waarschijnlijk minder geneigd tot het melden van signalen. Zo zou binnenlandse mensenhandel bijvoorbeeld minder verborgen kunnen zijn dan grensoverschrijdende mensenhandel, omdat slachtoffers van eigen bodem eerder gesignaleerd kunnen worden door de sociale omgeving waarin ze zijn opgegroeid en zelf mogelijk eerder in staat zijn aan de bel te trekken etc. 112

13 wel tussen landen als in jd) dat wordt gerealiseerd dat deze cijfers veel meer zeggen over de effort ten aanzien van het in beeld brengen van deze daders en slachtoffers, dan over de daadwerkelijke omvang van deze daders en slachtoffers. Immers, daar waar de effort groter is, 26 zal de in beeld gebrachte omvang ten koste van het dark figure ook groter zijn (het hoe meer je zoekt, hoe meer je vindt en hoe minder er verborgen blij? -principe). 3.1 De omvang van het in beeld gebrachte jonge daderschap van binnenlandse mensenhandel De polie- en juseorganisaes zijn in Nederland bij uitstek de instanes waarbij daders in beeld komen De definie van de verdachte Binnen de opsporing en de vervolging worden de in beeld gebrachte jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel, conform de Nederlandse straoaarstelling onder art. 273f Sr (zie 2.2), beschouwd en eenduidig gedefinieerd als vermeende mensenhandelaren De signalering van de verdachte De opsporing en vervolging van mensenhandel is in Nederland al jarenlang een onverminderde prioriteit. Dat mensenhandel goed op het netvlies van de polie- en juseorganisaes staat, uit zich onder meer in de speciale mensenhandelteams binnen de poliekorpsen en de portefeuillehouders mensenhandel binnen de arrondissementsparkepen van het Openbaar Ministerie (OM). Er kan derhalve worden aangenomen dat de straoaarstelling van mensenhandel binnen de polie- en juseorganisaes voldoende bekendheid geniet. Met andere woorden; vermeende mensenhandelprakjken van verdachten waaronder binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers zullen niet snel over het hoofd worden gezien of anderszins geïnterpreteerd worden, 28 ondanks dat er in de prakjk vaak ook sprake is van andere op zichzelf staande straoare gedragingen wanneer sprake is van mensenhandel Bijvoorbeeld daar waar er meer aandacht is voor het fenomeen in de samenleving, er meer prioriteit wordt gegeven aan en capaciteit wordt vrijgemaakt voor het opsporen en vervolgen van daders, er meer consistent gemeld wordt aan en geregistreerd wordt door betrokken instanes, er meer ervaring en daardoor ook meer kennis is over de aard van het fenomeen etc. 27. Het is niet duidelijk in hoeverre deze in beeld gekomen daders representaef zijn voor de daadwerkelijke populae daders. De verschillende redenen die ertoe leiden dat een dader bij polie/juse in beeld komt zijn namelijk niet gebaseerd op een willekeurig seleceproces, maar waarschijnlijk meer awankelijk van bijvoorbeeld de modus operandi van de dader en de kennis, prioriteitstellingen en capaciteit van opsporingsinstanes ten aanzien van verschillende vormen en locaes van uitbuing etc. Daarnaast geldt dat er mogelijk personen bij polie/juse in beeld komen als verdachten die dat in werkelijkheid niet zijn (false posives), om die reden zal worden gesproken over verdachten. 28. Incidenteel zal het echter voorkomen dat jonge daders van binnenlandse mensenhandel wel in beeld komen bij polie en juse, maar niet als zodanig herkend worden (false negaves). Met name in het geval dat de jonge daders in eerste instane vanwege andere straoare gedragingen in beeld zijn gekomen. De opsporing en vervolging van deze daders richt zich in beginsel dan namelijk niet op (mede) mensenhandel en zal daarom ook niet bij de speciale mensenhandelteams, respecevelijk, de portefeuillehouders mensenhandel belegd zijn (maar bijvoorbeeld bij een opsporingsteam dat zich richt op drugscriminaliteit). Het is de vraag of in deze gevallen, de mensenhandelprakjken van de verdachten aljd worden herkend als zodanig en zo ja, of hier dan ook aljd mede op ingezet wordt. 29. Dit is veeleer gelegen in de door de dader toegepaste (gewelddadige) dwangmiddelen (ontucht met een minderjarige, verkrachng, mishandeling, bedreiging etc.) die onderdeel uitmaken van het mensenhandelproces

14 3.1.3 De bij het OM geregistreerde verdachten 30 Het is in de registrae van het OM, als gevolg van de redace van het Nederlandse wetsarkel dat ziet op mensenhandel (art. 273f Sr), niet mogelijk om een onderscheid te maken tussen verschillende vormen van mensenhandel (binnenlands dan wel grensoverschrijdend, seksuele uitbuing dan wel uitbuing buiten de seksindustrie 31 ). Jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel worden als mensenhandelaar gedefinieerd en geregistreerd, maar zijn in de OM-registrae vervolgens niet meer te onderscheiden van verdachten van andere mensenhandelvormen. Om deze reden is geprobeerd de jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel aan de hand van hetgeen bekend en voorhanden is over hun persoonskenmerken (geboorteland: Nederland, Marokko, Turkije, Suriname of de voormalige Nederlandse Anllen; lee?ijd: tot en met 30 jaar, zie 1.1) uit de totale populae bij het OM ingeschreven verdachten van mensenhandel te deslleren. Op deze methode is het één en ander af te dingen; zo zal de methode ongetwijfeld zowel false posives (verdachten die ten onrechte in de groep jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel zijn geplaatst), als false negaves (verdachten die ten onrechte niet in de groep jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel zijn geplaatst) tot gevolg hebben. Desondanks wordt aangenomen dat het beeld dat onderstaand wordt geschetst over de jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel, in grote lijnen klopt. In de periode zijn er bij het OM in Nederland in totaal verdachten van mensenhandel ingeschreven (gemiddeld ongeveer 230 per jaar, uiteenlopend van 141 in 2009 tot 311 in 2012, zie Naonaal rapporteur, 2013a). 32 Van zeven verdachten is het geboorteland niet geregistreerd en van nog eens achuen verdachten ontbreekt de geboortedatum in de OM-registrae. 33 De resterende verdachten zijn grofweg (conform eerder geformuleerde aannames) 34 als volgt verdeeld over de verschillende mensenhandelvormen. 30. Er bestaan grofweg drie niveaus van (vermeende) daderregistrae binnen de polie- en juseorganisaes in Nederland (trechtervorm). Dit betreffen de verdachten die bij de polie in beeld zijn gekomen (1), de verdachten die ter verdere vervolging zijn ingeschreven bij het OM op basis van een door de polie afgerond opsporingsonderzoek (2) en de daders die door de rechter in eerste aanleg zijn veroordeeld op basis van een dagvaarding door het OM (3). Omdat de polieregistrae ten aanzien van mensenhandel geen betrouwbare cijfers levert (in de registrae wordt geen onderscheid gemaakt tussen het delict mensenhandel en het delict mensensmokkel), kan geen goed beeld worden verkregen van de omvang van de bij de polie in beeld gekomen verdachten van mensenhandel (1). Dit is wel het geval ten aanzien van de verdachten van mensenhandel die zijn ingeschreven bij het OM (2) en de door de rechter in eerste aanleg veroordeelde mensenhandelaren (3). Ten aanzien van het aantal door de rechter in eerste aanleg veroordeelde mensenhandelaren (3) is waarschijnlijk sprake van een groot aandeel false negaves, des te meer gezien het geconstateerde gebrek aan experse binnen de rechterlijke macht op het gebied van mensenhandel (zie Naonaal rapporteur, 2012d). Om voornoemde redenen zijn de bij het OM ingeschreven verdachten van mensenhandel (2) het meest voor de hand liggend als duiding van de in Nederland in beeld gebrachte mensenhandelaren. 31. Aan de hand van onderzoeken van de Naonaal rapporteur (Naonaal rapporteur, 2012d: 33; Naonaal rapporteur, 2012f: 138) wordt geschat dat de verhouding vervolging voor (mede) seksuele uitbuing tot vervolging voor uitsluitend uitbuing buiten de seksindustrie ongeveer 5: 1 is in de periode 2009/2010. NB: Vervolging voor uitbuing met het oogmerk van orgaanverwijdering hee? in Nederland tot op heden nog niet plaatsgevonden. 32. Aangezien het mogelijk is dat één verdachte in de gekozen onderzoeksperiode ( ) meer dan één keer bij het OM is ingeschreven op verdenking van mensenhandel gaat het hier niet per se om unieke personen. 33. Tien van deze 25 verdachten van wie het geboorteland dan wel de geboortedatum ontbreekt betreffen rechtspersonen verdachten zijn geboren in Nederland (450), Marokko (51), Turkije (42), Suriname (45) of de voormalige Nederlandse Anllen (32) en hiervan zijn er 350 niet ouder dan 30 jaar en jaar of ouder ten jde het begin van het plegen van de vermeende mensenhandel; 494 verdachten zijn geboren in 53 verschillende andere landen dan Nederland, Marokko, Turkije, Suriname of de voormalige Nederlandse Anllen en hiervan zijn er 245 niet ouder dan 30 jaar en jaar of ouder ten jde het begin van het plegen van de vermeende mensenhandel

15 Bron: Databestand Suzanne Heerdink t.b.v. promoeonderzoek naar het jonge daderschap van binnenlandse mensenhandel Bij de figuur moet worden opgemerkt dat de groep van 270 oudere verdachten van binnenlandse mensenhandel in werkelijkheid zeer waarschijnlijk kleiner is en de groep van 249 oudere verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel groter. 35 DesalniePemin lijkt het erop dat binnenlandse mensenhandel door jonge daders de grootste mensenhandelvorm is (plurality) die in Nederland in beeld is bij juse (N: 350=31%). 35. Uit onderzoek van de Naonaal rapporteur (Naonaal rapporteur, 2012f: Hoofdstuk 5) is gebleken dat oudere in Nederland geboren verdachten van mensenhandel ook vaak betrokken zijn bij grensoverschrijdende uitbuingsvormen (met name ten aanzien van arbeidsuitbuing). 1415

16 De 350 jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel betreffen overwegend jongemannen (mannelijk geslacht N: 309=88%, vrouwelijk geslacht N: 41=12%). 36 De gemiddelde lee?ijd ten jde het begin van het plegen van de mensenhandel waarvan ze verdacht worden is 23,32 jaar (N: 350; Sd: 3,98 jaar), met een bereik van 14,53 jaar tot 30,97 jaar (40%) van hen worden uitsluitend verdacht van mensenhandel, terwijl de overige 211 (60%) naast mensenhandel ook verdacht worden van (meerdere) andersoorge straoare feiten 38 met name geweldsdelicten (45% van 211), hands-on zedendelicten (28% van 211), witwasprakjken (25% van 211), vermogensdelicten (24% van 211), drugsdelicten (19% van 211) en vrijheidsbenemende delicten (18% van 211) De omvang van het in beeld gebrachte jonge slachtofferschap van binnenlandse mensenhandel Het Coördinaecentrum Mensenhandel (CoMensha) is het centrale meldpunt voor alle mogelijke slachtoffers van mensenhandel in Nederland De definie van het gemelde mogelijke slachtoffer CoMensha is awankelijk van de personen en instanes die mogelijke slachtoffers melden. De meeste slachtoffers (in 2011 ruim 80%) worden door (mede) opsporingsinstanes (polie, KMar, Inspece SZW) gemeld. In deze gevallen zijn de gemelde mogelijke slachtoffers dan ook aan de hand van de Nederlandse straoaarstelling van mensenhandel (art. 273f Sr) eenduidig gedefinieerd. Ten aanzien van de overige mogelijke slachtoffers, die veelal vanuit de 36. De jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel verschillen in dit opzicht niet van de oudere verdachten van binnenlandse mensenhandel, in beide groepen is 88% van het mannelijke geslacht. De verdachten van binnenlandse mensenhandel verschillen wel zeer significant (χ 2 : 27,26; df: 3; p: 0,00) van zowel de jonge als de oudere verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel, waarbinnen 75% respecevelijk 77% van het mannelijke geslacht is. Verdachten van binnenlandse mensenhandel zijn dus vaker van het mannelijke geslacht dan de verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel. 37. De jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel verschillen in dit opzicht zeer significant (t: -5,26; df: 566,10; p: 0,00) van de jonge verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel die een gemiddelde lee?ijd hebben van 24,94 jaar (N: 245; Sd: 3,45 jaar). Jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel zijn gemiddeld dus jonger ten jde het begin van het plegen van de mensenhandel waarvan ze verdacht worden dan de jonge verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel. 38. De jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel verschillen in dit opzicht zeer significant (χ 2 : 14,75; df: 3; p: 0,00) van alle drie de andere groepen verdachten het meest van de oudere verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel, waar dit percentage 45% betre? en het minst van de oudere verdachten van binnenlandse mensenhandel, waar dit percentage 55% betre?. Jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel worden gemiddeld dus vaker verdacht van mede andere straoare feiten dan de oudere verdachten en verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel. 39. De jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel die tevens verdacht worden van andere straoare feiten zijn in vergelijking tot de andere drie groepen verdachten die tevens verdacht worden van andere straoare feiten oververtegenwoordigd in verdenkingen van gewelds- en vermogensdelicten. Ze verschillen op het gebied van verdenkingen van hands-on zeden- en drugsdelicten niet van de oudere verdachten van binnenlandse mensenhandel, maar zijn in vergelijking tot de verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel (zowel de jonge als de oudere) hier wel oververtegenwoordigd. Ten aanzien van verdenkingen van vrijheidsbenemende delicten verschillen ze niet van de jonge verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel, maar ze zijn in vergelijking tot de oudere verdachten (zowel van binnenlandse als grensoverschrijdende mensenhandel) wel oververtegenwoordigd op dit gebied. Voor verdenkingen van witwasprakjken geldt juist het omgekeerde; de jonge verdachten van binnenlandse mensenhandel zijn hierin, net als de oudere verdachten van binnenlandse mensenhandel, ondervertegenwoordigd in vergelijking tot de verdachten van grensoverschrijdende mensenhandel (zowel de jonge als de oudere). 40. Het is niet duidelijk in hoeverre de bij CoMensha gemelde mogelijke slachtoffers representaef zijn voor de daadwerkelijke popula- e slachtoffers

17 (jeugd)hulpverlening die niet specifiek gericht is op slachtoffers van mensenhandel worden gemeld, ligt dit anders. Deze mogelijke slachtoffers worden vaak beschouwd als loverboyslachtoffers in plaats van slachtoffers van mensenhandel, ten aanzien waarvan geen eenduidige definie bestaat (zie 2.1.1) De signalering en melding van het gemelde mogelijke slachtoffer In de Nederlandse samenleving is in het afgelopen decennium veel aandacht besteed aan mensenhandel (zie 2.1.2). Steeds meer personen en instanes zijn daardoor in staat slachtoffers van mensenhandel als zodanig te herkennen. Het is echter een illusie om ervan uit te gaan dat ieder slachtoffer van mensenhandel dat bij een persoon of instan- e in beeld komt ook als zodanig herkend wordt (false negaves). Wanneer slachtoffersignalering wel plaatsvindt dan zou dit slachtoffer door de signaleerder bij CoMensha gemeld moeten worden. De vraag is vervolgens in hoeverre dit bekend is bij de signaleerders en in hoeverre hier ook naar gehandeld wordt (false negaves). Zo is bijvoorbeeld gebleken dat, met name binnen de jeugdhulpverlening, jonge slachtoffers van binnenlandse mensenhandel veelal gezien worden als meisjes met loverboyproblemaek, o?ewel, pubers met problemen ( blaming the vicm ) en voorbij wordt gegaan aan het feit dat het om slachtoffers van mensenhandel gaat. Deze meisjes worden daarom (ondanks dat ze wel gesignaleerd zijn) nog veel te weinig bij CoMensha gemeld als mogelijke slachtoffers van mensenhandel. De CoMensha-registrae beoogt alle slachtoffers van mensenhandel die in Nederland in beeld zijn gekomen te omvapen, maar in werkelijkheid gaat het dus om een benadering hiervan. Daarnaast is het voorstelbaar dat niet alle bij CoMensha gemelde mogelijke slachtoffers ook daadwerkelijk slachtoffer zijn (false posives) 41 met name gezien het gebrek aan een eenduidige definie van de loverboyproblemaek en de soms bredere interpretae van dit fenomeen (zie 2.1.1) De door CoMensha geregistreerde mogelijke slachtoffers In de registrae van CoMensha wordt de sector waarin de mogelijke slachtoffers zijn uitgebuit (seksuele uitbuing dan wel uitbuing buiten de seksindustrie) geregistreerd. Er wordt echter geen onderscheid gemaakt in binnenlandse versus grensoverschrijdende mensenhandel en daarnaast wordt niet geregistreerd op de lee?ijd ten jde het begin van het slachtofferschap, maar op de lee?ijd ten jde melding bij CoMensha. Om deze reden zijn de jonge slachtoffers van binnenlandse mensenhandel aan de hand van een Nederlandse naonaliteit (zie 1.2) en een lee?ijd tot en met 26 jaar ten jde melding bij CoMensha 42 geselecteerd. Dit zal ongetwijfeld gepaard gaan met zowel false posives (mogelijke slachtoffers die ten onrechte in de groep jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel zijn geplaatst) als false negaves (mogelijke slachtoffers die ten onrechte niet in de groep jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel zijn geplaatst). Desondanks wordt aangenomen dat 41. Om deze reden zal tekens worden benadrukt dat het gaat om mogelijke slachtoffers. 42. Uit 1.2 bleek dat de jonge slachtoffers van binnenlandse mensenhandel ongeveer tussen de 12 en de 25 jaar zijn. Uit onderzoek van de Naonaal rapporteur (Naonaal rapporteur, 2012d: ; Naonaal rapporteur, 2012f: ) is gebleken dat de gemiddelde duur van uitbuing van een slachtoffer een jaar is. Om deze reden is ervoor gekozen om de slachtoffers tot en met 26 jaar (in plaats van 25) ten jde melding bij CoMensha te selecteren

18 het beeld dat onderstaand wordt geschetst over de jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel in grote lijnen klopt. In zijn er bij CoMensha in totaal mogelijke slachtoffers van mensenhandel gemeld (zie Naonaal rapporteur, 2012f: Hoofdstuk 3). 148 mogelijke slachtoffers waren (nog) niet uitgebuit en van 43 mogelijke slachtoffers is niet bekend in welke sector ze zijn uitgebuit. Ten aanzien van nog eens 16 mogelijke slachtoffers ontbreekt ofwel de naonaliteit, ofwel de lee?ijd ten jde melding in de CoMensha-registrae. De resterende mogelijke slachtoffers zijn bij benadering als volgt verdeeld over de verschillende mensenhandelvormen. Bron: CoMensha databestand Ten aanzien van de bij het OM geregistreerde verdachten (zie 3.1.3) zijn cijfers getoond over de onderzoeksperiode Voor de bij CoMensha gemelde mogelijke slachtoffers zijn gegevens over deze onderzoeksperiode op het moment van schrijven niet voorhanden. Om deze reden is ervoor gekozen om de cijfers uit het meest recente CoMensha databestand (over het jaar 2011) dat door de Naonaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen geanalyseerd is, te tonen

19 De figuur laat zien dat binnenlandse mensenhandel ten aanzien van jonge slachtoffers de op één na grootste mensenhandelvorm is die in Nederland in beeld is bij CoMensha (N: =214=21%). De 214 jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel (zowel seksuele uitbuing als uitbuing buiten de seksindustrie) betreffen bijna uitsluitend meisjes en jonge vrouwen (mannelijk geslacht N: 4=2%, vrouwelijk geslacht N: 210=98%). 44 De gemiddelde lee?ijd ten jde melding bij CoMensha is 18,85 jaar (N: 214; Sd: 3,06 jaar), met een bereik van 13 jaar tot 26 jaar % (N: 80) is ten jde melding bij CoMensha nog minderjarig Het dark figure van binnenlandse mensenhandel tussen jonge daders en slachtoffers Zowel over de omvang van het dark figure van het jonge daderschap als van het jonge slachtofferschap van binnenlandse mensenhandel is op dit moment in Nederland niets bekend. SchaUngen (zowel internaonaal als naonaal) op het gebied van mensenhandel zijn tot op heden onbetrouwbaar gebleken (zie Naonaal rapporteur, 2012f: Hoofdstuk 2), schaungen op het gebied van jeugdprostue volstaan niet 47 en prevaleneonderzoeken op dit gebied bestaan vooralsnog niet. Voor het kunnen uitvoeren van een prevaleneonderzoek moet in de eerste plaats een representaef deel van de populae bereikt kunnen worden (of de steekproef moet in elk geval middels weging representaef gemaakt kunnen worden). Nu het gaat om daders en slachtoffers van eigen bodem en de slachtoffers tegenwoordig niet langer uitsluitend throw away kids betreffen is de populae mogelijk relaef gemakkelijker te bereiken. Dit neemt echter niet weg dat er alsnog vele hobbels op de weg bestaan. DesalniePemin zou het de moeite lonen om de mogelijkheid hiertoe nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld in het kader van reeds bestaande periodieke prevaleneonderzoeken die zich richten op jongeren en seksualiteit van Rutgers WPF (kenniscentrum op het gebied van seksuele en reproduceve gezondheid en rechten). 44. De jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel verschillen in dit opzicht bijna niet van de oudere mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel (3% is van het mannelijke geslacht). Wel verschillen ze zeer significant (χ 2 : 287,37; df: 5; p: 0,00) van de andere vier groepen mogelijke slachtoffers, met name van de mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende uitbuing buiten de seksindustrie (53% van de jonge mogelijke slachtoffers is van het mannelijke geslacht en 60% van de oudere mogelijke slachtoffers is van het mannelijke geslacht). Van de mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende seksuele uitbuing is 11% (jonge mogelijke slachtoffers) à 12% (oudere mogelijke slachtoffers) van het mannelijke geslacht. Jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel zijn dus minder vaak van het mannelijke geslacht dan de andere slachtoffers, met name dan de mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende uitbuing buiten de seksindustrie. 45. De jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel verschillen in dit opzicht zeer significant (F: 59,03; df: 2; p: 0,00) van zowel de jonge mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende seksuele uitbuing die een gemiddelde lee?ijd hebben van 21,23 jaar (N: 352; Sd: 3,01 jaar; p: 0,00) als van de jonge mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende uitbuing buiten de seksindustrie die een gemiddelde lee?ijd hebben van 22,34 jaar (N: 79; Sd: 2,49 jaar; p: 0,00). Jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel zijn gemiddeld dus jonger ten jde melding bij CoMensha dan de jonge mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende mensenhandel (seksuele uitbuing dan wel uitbuing buiten de seksindustrie). 46. De jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel verschillen in dit opzicht zeer significant (χ 2 : 63,95; df: 2; p: 0,00) van zowel de jonge mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende seksuele uitbuing waarvan 13% minderjarig is, als van de jonge mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende uitbuing buiten de seksindustrie waarvan 4% minderjarig is. Jonge mogelijke slachtoffers van binnenlandse mensenhandel zijn dus vaker minderjarig ten jde melding bij CoMensha dan de jonge mogelijke slachtoffers van grensoverschrijdende mensenhandel (seksuele uitbuing dan wel uitbuing buiten de seksindustrie). 47. Het betre? alleen de slachtofferkant waarbij het niet duidelijk is of ook sprake is van mensenhandel, het betreffen alleen minderjarigen (de jarigen worden hier buiten beschouwing gelaten), het betre? alleen seksuele uitbuing (uitbuingsvormen buiten de seksindustrie worden hier buiten beschouwing gelaten)

20 Belanghebbende literatuur Bovenkerk, F., San van, M., Boone, M., Korf, D. & Boekhout van Solinge, T. (2009). Loverboys of modern pooierschap (2 nd ed.). Amsterdam: Pandora pockets/amstel Uitgevers BV. Dijke van, A., Lamers F., Talhout, M., Terpstra, L., Werson, S. & Wind de, A. (2012). Wie zijn de meiden van Asja? De gang naar de jeugdprostue. Amsterdam: SWP. Naonaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen: meerdere rapportages, 48 Terpstra, L. & Dijke van, A. (2005). Loverboys: feiten en cijfers: een quick scan. Amsterdam: SWP. Terpstra, L., Dijke van, A. & San van, M. (2005). Loverboys, een publieke zaak. Tien portrecen. Amsterdam: SWP. Verwijs, R., Mein, A., Goderie, M., Harreveld, C. & Jansma, A. (2011). Loverboys en hun slachtoffers. Inzicht in aard en omvang problemaek en in het aanbod aan hulpverlening en opvang. Utrecht: Verwey-Jonker Instuut. ZaneU, V. (2009). De digitale loverboy. Proces 88(5): Naar de volgende rapportages is in deze working paper specifiek verwezen: Naonaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (2012d). Mensenhandel. Jurisprudene mensenhandelzaken Een analyse. Den Haag. Naonaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (2012f). Mensenhandel in en uit beeld. Cijfermage rapportage ( ). Den Haag. Naonaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (2013a). Mensenhandel in en uit beeld. Cijfers vervolging en berechng Den Haag. Naonaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (2013c). Mensenhandel. Negende rapportage van de Na- onaal rapporteur. Den Haag

De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie

De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie Klaas Ridder ketenregisseur jeugdprostitutie Overzicht Introductie / begrippenkader Situatie vóór 2004 2004 een initiatief voor een ketenaanpak 2005 de inrichting

Nadere informatie

Samenvatting. Vraagstelling. Welke ontwikkelingen zijn er in de omvang, aard en afdoening van jeugdcriminaliteit in de periode ?

Samenvatting. Vraagstelling. Welke ontwikkelingen zijn er in de omvang, aard en afdoening van jeugdcriminaliteit in de periode ? Samenvatting Het terugdringen van de jeugdcriminaliteit is een belangrijk thema van het beleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Met het beleidsprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit is de aanpak

Nadere informatie

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter,

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter, 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. de voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mevrouw L. Ypma Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

28638 Mensenhandel. Brief van de minister van Veiligheid en Justitie. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

28638 Mensenhandel. Brief van de minister van Veiligheid en Justitie. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 28638 Mensenhandel Nr. 143 Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 25 april 2016 Op 14 april heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel

Nadere informatie

Ad 1) Capaciteit aanpak mensenhandel en terugloop meldingen (mogelijke) slachtoffers bij CoMensha

Ad 1) Capaciteit aanpak mensenhandel en terugloop meldingen (mogelijke) slachtoffers bij CoMensha 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.nationaalrapporteur.nl

Nadere informatie

- Concept (kan afwijken van de uitgesproken tekst)

- Concept (kan afwijken van de uitgesproken tekst) Speech van Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de conferentie Mensenhandel, ondermijning en loverboyproblematiek Utrecht, 16 februari 2017 - Concept (kan afwijken van

Nadere informatie

Factsheet bij Mensenhandel in en uit beeld ii

Factsheet bij Mensenhandel in en uit beeld ii Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Factsheet bij Mensenhandel in en uit beeld ii Cijfermatige rapportage 2008-2012 Goed meten is weten wat te doen Mensenhandel in en uit

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/860948-13 Uitspraak d.d. 22 oktober 2013

Nadere informatie

Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving α Ministerie van Justitie Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 444 Wet van 6 november 2013 tot implementatie van de richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake voorkoming en bestrijding

Nadere informatie

Wat is mensenhandel?

Wat is mensenhandel? Toespraak van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, mr. C.E. Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de Expertmeeting van de Nederlandse Vrouwenraad over de Istanbul

Nadere informatie

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2632 Advies IS - Irak Datum 3 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper Op

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Factsheet Risicofactoren voor kindermishandeling

Factsheet Risicofactoren voor kindermishandeling Factsheet Risicofactoren voor kindermishandeling Risicofactoren voor kindermishandeling Een meta-analytisch onderzoek naar risicofactoren voor seksuele mishandeling, fysieke mishandeling en verwaarlozing

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig.

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig. ECLI:NL:RBOVE:2016:1480 Instantie: Rechtbank Overijssel Datum uitspraak: 26-04-2016 Datum publicatie: 26-04-2016 Zaaknummer: 08.910038-15 (P) Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 638 Mensenhandel Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

5. CONCLUSIES ONDERZOEK

5. CONCLUSIES ONDERZOEK 5. CONCLUSIES ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de conclusies van het onderzoek gepresenteerd. Achtereenvolgens worden de definitie van het begrip risicojongeren, de profielen en de registraties besproken.

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. ONTWERPVERSLAG - Klamt (PE 302.228) over het voorstel voor een kaderbesluit van de Raad inzake de bestrijding van mensenhandel

EUROPEES PARLEMENT. ONTWERPVERSLAG - Klamt (PE 302.228) over het voorstel voor een kaderbesluit van de Raad inzake de bestrijding van mensenhandel EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken 8 mei 2001 PE 302.228/14-21 AMENDEMENTEN 14-21 ONTWERPVERSLAG - Klamt (PE 302.228) over het voorstel

Nadere informatie

Samenvatting. Aard en omvang van geweld

Samenvatting. Aard en omvang van geweld Samenvatting Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar huiselijk en publiek geweld. Het omvat drie deelonderzoeken, alle gericht op het beschrijven van geweld en geweldplegers. Doelstelling van het

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 200 200 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 200 200 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 0 2 XP DEN HAAG T 070 40 79 F 070 40 7 4 www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. secondant #2 april 2009 7 Geweldsdelicten tussen - Daling van geweld komt niet uit de verf Crimi-trends

Nadere informatie

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling 1. Kindermishandeling Kindermishandeling is 'elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte

Nadere informatie

binnen een vrij Onderzoek Amsterdamse prostitutiebranche

binnen een vrij Onderzoek Amsterdamse prostitutiebranche 32 secondant #2 mei 2011 Onderzoek Amsterdamse prostitutiebranche Uitbuiting en m binnen een vrij Met verschillende landelijke en lokale maatregelen ter regulering van prostitutiebranche, is de afgelopen

Nadere informatie

Handreiking Seksualiteit

Handreiking Seksualiteit Handreiking Seksualiteit Mannelijke seksualiteit speelt een centrale rol in belangrijke maatschappelijke vraagstukken rondom seksualisering, pornoficatie, en grensoverschrijdend gedrag. Emancipatiebeleid

Nadere informatie

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet?

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Stijging criminaliteit meisjes Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Anne-Marie Slotboom Vrije Universiteit Amsterdam 1 BRISBANE 2010 - Steeds meer jonge meisjes tussen tien en veertien

Nadere informatie

Bijlage 1 Gebruikte gegevens

Bijlage 1 Gebruikte gegevens Bijlagen hoofdstuk 7 Tabellen bij Huijbregts en Leertouwer (2007) De invloed van etniciteit en pakkans op de geweldscriminaliteit van minderjarigen. In Van der Laan et al (red) Justitie en Demografie.

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 maart 2009 (OR. en) 8150/09 ADD 2 LIMITE DROIPEN 16 MIGR 36 CRIMORG 50

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 maart 2009 (OR. en) 8150/09 ADD 2 LIMITE DROIPEN 16 MIGR 36 CRIMORG 50 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 maart 2009 (OR. en) 8150/09 ADD 2 LIMITE DROIPEN 16 MIGR 36 CRIMORG 50 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal

Nadere informatie

Aanpak Eergerelateerd Geweld. Jenny Van Eyma. 1. Eer

Aanpak Eergerelateerd Geweld. Jenny Van Eyma. 1. Eer Aanpak Eergerelateerd Geweld Jenny Van Eyma 1. Eer 1 Betekenis eer afhankelijk van o.a.: De tijdgeest: verschil vroeger, nu, toekomst Generatie (leeftijd) Sekse Klasse / SES Interpretatie en waardering

Nadere informatie

Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. factsheet bij. Op goede grond. De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen

Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. factsheet bij. Op goede grond. De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen factsheet bij Op goede grond De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen Wat is seksueel geweld tegen kinderen? Op goede grond beslissen

Nadere informatie

Minderjarige slachtoffers in mensenhandelzaken: Ze wilde het zelf. Toch? 2

Minderjarige slachtoffers in mensenhandelzaken: Ze wilde het zelf. Toch? 2 Mr. C.E. Dettmeijer-Vermeulen en mr. dr. M. Boot-Matthijssen 1 Artikelen Minderjarige slachtoffers in mensenhandelzaken: Ze wilde het zelf. Toch? 2 Kinderen moeten worden beschermd, soms ook tegen zichzelf.

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

1. Signalenlijst Jeugdprostitutie

1. Signalenlijst Jeugdprostitutie 1. Signalenlijst Jeugdprostitutie De onderstaande factoren en bevindingen kunnen duiden op signalen van Jeugdprostitutie. Het betreft een niet limitatieve opsomming van voorbeelden die vanzelfsprekend

Nadere informatie

Mensenhandel is om ons heen. Factsheet bij de Negende rapportage van de Nationaal rapporteur

Mensenhandel is om ons heen. Factsheet bij de Negende rapportage van de Nationaal rapporteur Mensenhandel is om ons heen Factsheet bij de Negende rapportage van de Nationaal rapporteur Mensenhandel is om ons heen Mensenhandel is om ons heen. De laatste jaren wordt duidelijk dat mensen op vele

Nadere informatie

Fase I Voorvallen in de huiselijke kring Huiselijk geweld

Fase I Voorvallen in de huiselijke kring Huiselijk geweld Samenvatting Dit onderzoek heeft tot doel algemene informatie te verschaffen over slachtoffers van huiselijk geweld in Nederland. In het onderzoek wordt ingegaan op de vraag met welke typen van huiselijk

Nadere informatie

Factsheet meldingen Vertrouwensinspecteurs Inspectie van het Onderwijs over het schooljaar

Factsheet meldingen Vertrouwensinspecteurs Inspectie van het Onderwijs over het schooljaar Factsheet meldingen Vertrouwensinspecteurs Inspectie van het Onderwijs over het schooljaar 2015-2016 Ouders, leerlingen, docenten, directies en besturen, maar ook vertrouwens kunnen de vertrouwensinspecteur

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

12 years [and] a slave!!

12 years [and] a slave!! 12 years [and] a slave Martine Wouters We mogen er als Nederlanders niet trots op zijn: de prominente rol in de die onze voorouders hebben gehad in de slavenhandel. Maar zijn we ons er wel van bewust dat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

1. Beschikbare capaciteit bij de Nationale Politie voor de aanpak van mensenhandel 2. De Kabinetsreactie op het AMV rapport

1. Beschikbare capaciteit bij de Nationale Politie voor de aanpak van mensenhandel 2. De Kabinetsreactie op het AMV rapport 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Onderwerp AO Mensenhandel en Prostitutie Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.nationaalrapporteur.nl

Nadere informatie

Misdrijven en opsporing

Misdrijven en opsporing 4 Misdrijven en opsporing R.J. Kessels en W.T. Vissers In 2015 registreerde de politie 960.000 misdrijven, 4,6% minder dan in 2014. Sinds 2007 is de geregistreerde criminaliteit met ruim een kwart afgenomen.

Nadere informatie

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid Veiligheid kernthema: De criminaliteitscijfers en de slachtoffercijfers laten over het algemeen een positief beeld zien voor Utrecht in. Ook de aangiftebereidheid van Utrechters is relatief hoog (29%).

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

veiligheid door samenwerken aanpak arbeidsuitbuiting Een inleiding

veiligheid door samenwerken aanpak arbeidsuitbuiting Een inleiding veiligheid door samenwerken aanpak arbeidsuitbuiting Een inleiding voorwoord Elke werknemer in Nederland heeft recht op fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. En iedereen moet zijn werk op een veilige manier

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Seksueel grensoverschrijdend gedrag: wat is normaal?

Seksueel grensoverschrijdend gedrag: wat is normaal? Seksueel grensoverschrijdend gedrag: wat is normaal? Congres Seks over de grens 26 januari 2009 Lou Repetur en Kristin Janssens (MOVISIE) Inhoud 1. Wat is seksueel grensoverschrijdend gedrag? Opvattingen

Nadere informatie

GOED VRIENDJE? FOUT VRIENDJE?

GOED VRIENDJE? FOUT VRIENDJE? GESPREKSHANDLEIDING GOED VRIENDJE? FOUT VRIENDJE? GESPREKSHANDLEIDING BIJ DE BROCHURE GOED OF FOUT VRIENDJE? Aanleiding Kwetsbare meiden, de ideale slachtoffers voor mensen met verkeerde bedoelingen. Ook

Nadere informatie

2010D02442. Lijst van vragen totaal

2010D02442. Lijst van vragen totaal 2010D02442 Lijst van vragen totaal 1 In hoeverre heeft de staatssecretaris jongerenorganisaties betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van haar beleid? 2 Welke verband ligt er tussen de brief over

Nadere informatie

Pretty Woman is een samenwerking tussen U Centraal en De Rading

Pretty Woman is een samenwerking tussen U Centraal en De Rading Wat is de handelswijze van een loverboy? Een loverboy hanteert doelbewust een aantal technieken, zoals manipulatie, dwang en geweld, om het meisje uiteindelijk te dwingen om voor hem te gaan werken en

Nadere informatie

Alleen als uw kind zich veilig voelt, kan het worden wie het is

Alleen als uw kind zich veilig voelt, kan het worden wie het is Beste ouders en verzorgers. Voor de vakantie zijn we begonnen met een aanpak om het op en rond onze school voor kinderen nog veiliger te maken. Nu, na de vakantie, pakken we de draad met veel élan weer

Nadere informatie

je rechten in een aantal nuttige adviezen en contacten om JE te helpen Je bent een minderjarige als je onder de 18 jaar bent

je rechten in een aantal nuttige adviezen en contacten om JE te helpen Je bent een minderjarige als je onder de 18 jaar bent Je bent een minderjarige als je onder de 18 jaar bent MogelijkE MINDERJARIGE slachtoffers van mensenhandel je rechten in Nederland een aantal nuttige adviezen en contacten om JE te helpen Medegefinancierd

Nadere informatie

Jeugdprostitutie en loverboys

Jeugdprostitutie en loverboys Jeugdprostitutie en loverboys Loverboys dat zijn toch die jongens die meisjes versieren en ze dan later verkopen? Loverboys zijn jongens die meisjes dure cadeaus geven en ze daarna tot hoer maken Bron:

Nadere informatie

Datum 30 juni 2016 Onderwerp Inzet en verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege

Datum 30 juni 2016 Onderwerp Inzet en verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 158 Vragen van het lid

Nadere informatie

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Toespraak van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen mr. Corinne Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de aanbieding van het rapport

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

Aansluiting bij Instituut Sportrechtspraak

Aansluiting bij Instituut Sportrechtspraak Agendapunt 7.1 Aansluiting bij Instituut Sportrechtspraak Aanleiding Per 1 januari 2013 moeten de bij NOC*NSF aangesloten sportbonden, om voor Lottofinanciering in aanmerking te komen, voldoen aan de zogenaamde

Nadere informatie

Opsporingsberichtgeving

Opsporingsberichtgeving Opgave 4 Opsporingsberichtgeving Bij deze opgave horen de teksten 8 en 9 uit het bronnenboekje. Inleiding Een van de middelen die een officier van justitie kan inzetten in het opsporingsonderzoek is opsporingsberichtgeving.

Nadere informatie

VCP is dat nou nodig? Nationale Handbaldag 2015 Vertrouwenspunt Sport

VCP is dat nou nodig? Nationale Handbaldag 2015 Vertrouwenspunt Sport VCP is dat nou nodig? Nationale Handbaldag 2015 Vertrouwenspunt Sport Ankers voor de presentatie Incident of gepland (wat kun je zoal tegenkomen?) Macht/onmacht VCP Wat is dat? Werkgebied (wie doet wat..of

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2016 188 Wet van 14 april 2016 tot wijziging van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met het wettelijk regelen

Nadere informatie

Inleiding mr. Desirée Vliege MPA, plv. directeur Veiligheid en Bestuur, Ministerie van Veiligheid en Justitie

Inleiding mr. Desirée Vliege MPA, plv. directeur Veiligheid en Bestuur, Ministerie van Veiligheid en Justitie Inleiding mr. Desirée Vliege MPA, plv. directeur Veiligheid en Bestuur, Ministerie van Veiligheid en Justitie Dames en heren, Hartelijk dank voor uw uitnodiging om hier vanmiddag te mogen spreken. Zoals

Nadere informatie

Presentatie Integrale jeugdhulp Kennisdag 25 januari 2016

Presentatie Integrale jeugdhulp Kennisdag 25 januari 2016 Presentatie Integrale jeugdhulp Kennisdag 25 januari 2016 Zorgtafel Mensenhandel en Prostitutie Rotterdam Hun verleden is niet hun toekomst Commissie Azough De Zorgtafel Mensenhandel en Prostitutie in

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Bijlage 1. Inbreuken en strafbepalingen waarop een beroep kan gedaan worden op het vlak van eergerelateerd geweld

Bijlage 1. Inbreuken en strafbepalingen waarop een beroep kan gedaan worden op het vlak van eergerelateerd geweld Bijlage 1. Inbreuken en strafbepalingen waarop een beroep kan gedaan worden op het vlak van eergerelateerd geweld Inleidende opmerkingen: - Een fenomeen dat valt onder het begrip eergerelateerd geweld

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtshandhaving

Nadere informatie

Verslag sessie 3: seksueel grensoverschrijdend gedrag

Verslag sessie 3: seksueel grensoverschrijdend gedrag Verslag sessie 3: seksueel grensoverschrijdend gedrag a. Reactie discuttant (Erika Frans) De resultaten van Sexpert zijn gelijklopend met eerder onderzoek: o Meer vrouwen dan mannen zijn het slachtoffer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 072 Wijziging van de regeling van het DNA-onderzoek in strafzaken in verband met het vaststellen van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken

Nadere informatie

MELDCODE HUISELIJK GEWELD

MELDCODE HUISELIJK GEWELD MELDCODE HUISELIJK GEWELD status Definitief 11 februari 2014 pagina 1 van 7 Het bevoegd gezag van SPO de Liemers; overwegende dat SPO De Liemers verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van de dienstverlening

Nadere informatie

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen FACTSHEET Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen In deze factsheet worden trends en ontwikkelingen ten aanzien van de jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in de provincie Groningen behandeld.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 23 september 2005 (29.09) (OR. en) 12122/1/05 REV 1. Interinstitutioneel dossier: 2005/0003 (CNS) LIMITE

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 23 september 2005 (29.09) (OR. en) 12122/1/05 REV 1. Interinstitutioneel dossier: 2005/0003 (CNS) LIMITE Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 23 september 2005 (29.09) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2005/0003 (CNS) 12122/1/05 REV 1 LIMITE CRIMORG 89 NOTA van: het voorzitterschap aan:

Nadere informatie

12494/1/07 REV 1 yen/il/lv 1 DG H 2B

12494/1/07 REV 1 yen/il/lv 1 DG H 2B RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, september 2007 (2.09) (OR. en) 2494//07 REV COPEN 23 NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van artikel 36/het COREPER/de Raad nr. vorig doc.: 257/07 COPEN 7 Betreft:

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie

Publicatieblad van de Europese Unie L 13/44 (Besluiten aangenomen krachtens titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie) KADERBESLUIT 2004/68/JBZ VAN DE RAAD van 22 december 2003 ter bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen

Nadere informatie

Criminaliteit en rechtshandhaving 2013. Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting

Criminaliteit en rechtshandhaving 2013. Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting Criminaliteit en rechtshandhaving Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting In de jaarlijkse publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving bundelen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Wetenschappelijk

Nadere informatie

(COM(2001) 259 C5-0359/2001 2001/0114(CNS))

(COM(2001) 259 C5-0359/2001 2001/0114(CNS)) P5_TA(2002)0195 Illegale drugshandel * (procedure zonder debat) Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Advies 7 april 2010 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting 5 Aanbevelingen 7 Aanleiding en context voor dit advies 9 Algemeen 11 Opmerkingen bij tekst en opzet van

Nadere informatie

PROSTITUTIE. VROUWENRAAD DOORBREEK DE STILTE Zondag 23 november Trafiek Gent

PROSTITUTIE. VROUWENRAAD DOORBREEK DE STILTE Zondag 23 november Trafiek Gent PROSTITUTIE VROUWENRAAD DOORBREEK DE STILTE Zondag 23 november Trafiek Gent Prostitutie is per definitie gestoeld in een ongelijke verhouding tussen vrouwen en mannen. De meeste klanten zijn mannen, de

Nadere informatie

Het puntenpaspoort Auteur: VNL Datum: Oktober 2016

Het puntenpaspoort Auteur: VNL Datum: Oktober 2016 Het puntenpaspoort Auteur: VNL Datum: Oktober 2016 Inleiding De samenleving wordt reeds lange tijd geconfronteerd met enorme criminaliteitscijfers van (niet-westerse) allochtonen. Deze categorie is drie

Nadere informatie

Hulp bij huiselijk geweld

Hulp bij huiselijk geweld Hulp bij huiselijk geweld Beter voor elkaar 2 Huiselijk geweld Wat is huiselijk geweld? Bij huiselijk geweld denk je al gauw aan een man die zijn vrouw of zijn kinderen slaat. Maar er zijn veel meer soorten

Nadere informatie

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen bestrijden

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen bestrijden Seksbranche zonder mensenhandel Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen bestrijden Deze brochure is bedoeld voor hen die hulp bieden aan sekswerkers, zoals: GGD-medewerkers en aanverwante

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Eval uat i e Camer at oezi cht Gouda Ei ndr appor t Samenvatting en conclusies De gemeente Gouda is begin 2004 een proef gestart met cameratoezicht in de openbare ruimte op diverse locaties in de gemeente.

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken Directie Wetgeving Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Naam jeugdige: Geboortedatum: Sekse jeugdige: Man Vrouw Datum van invullen: Ingevuld door: Over dit instrument Dit instrument is een hulpmiddel

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16816 21 juni 2013 Aanwijzing mensenhandel Categorie: Pre-opsporing, opsporing, vervolging Rechtskarakter: Aanwijzing

Nadere informatie

Loverboys. Ronny Gommers. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Loverboys. Ronny Gommers. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Ronny Gommers 15 January 2014 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/48042 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Keulen in de media Een onderzoek naar de berichtgeving over de gebeurtenissen in Keulen in Nederlandse dagbladen

Keulen in de media Een onderzoek naar de berichtgeving over de gebeurtenissen in Keulen in Nederlandse dagbladen Keulen in de media Een onderzoek naar de berichtgeving over de gebeurtenissen in Keulen in Nederlandse dagbladen Internet: www.nieuwsmonitor.org Onderzoekers Nel Ruigrok nelruigrok@nieuwsmonitor.org +

Nadere informatie

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast 5. CONCLUSIES In dit afsluitende hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies besproken. Achtereenvolgens komen de overlast, de criminaliteit en de veiligheidsbeleving aan bod. Aan de 56 buurtbewoners

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 238 Wijziging van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met het wettelijk regelen van kwaliteitseisen

Nadere informatie

Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche

Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2015-2016 33 885 Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Nr. 10 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID OSKAM TER VERVANGING

Nadere informatie

Psychosociale gezondheid en gedrag

Psychosociale gezondheid en gedrag Psychosociale gezondheid en gedrag 1. Criminaliteit 1.1 Criminaliteit onder Friese jongeren De meest genoemde vorm van criminaliteit waar Friese jongeren van 13 tot en met 18 jaar zich in 2004 schuldig

Nadere informatie

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL categorale opvang voor slachtoffers mensenhandel De categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM) omvat 70 veilige opvangplekken en is in

Nadere informatie

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen te bestrijden

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen te bestrijden Seksbranche zonder mensenhandel Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen te bestrijden Deze brochure is bedoeld voor hen die hulp bieden aan sekswerkers, zoals: Leger des Heils, SHOP

Nadere informatie

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf Dit onderzoek is uitgevoerd door het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit

Nadere informatie

Werkvorm Checklist risicofactoren

Werkvorm Checklist risicofactoren Werkvorm Checklist risicofactoren Met behulp van de Checklist risicofactoren kan in kaart wn gebracht hoe het staat met de fysieke omgeving, toezicht en gelegenheden, omgangscultuur en bespreekbaarheid

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie