VASTGOED: BOX 3, RESULTAAT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VASTGOED: BOX 3, RESULTAAT"

Transcriptie

1 Weekblad fiscaal recht oktober VASTGOED: BOX 3, RESULTAAT UIT OVERIGE WERKZAAMHEDEN EN SFEEROVERGANG PROF. MR. DR. P.G.H. ALBERT EN PROF. DR. T.M.BERKHOUT MRE MRICS* 1 Inleiding Voor de heffing van inkomstenbelasting kan vastgoed 1 tot de grondslag van box 1 behoren of tot die van box 3. Binnen box 1 zijn er drie mogelijkheden: winst uit onderneming (afdeling 3.2), resultaat uit overige werkzaamheden (hierna: ROW; afdeling 3.4) en inkomsten uit eigen woning (afdeling 3.6). Deze bijdrage gaat enkel over de afbakening tussen box 3 en ROW (exclusief de terbeschikkingstellingsregeling). 2,3 Wanneer wij hierna over box 1 spreken, hebben wij daarmee alleen ROW (exclusief de terbeschikkingstellingsregeling) op het oog. De vraag of vastgoed tot box 1 of box 3 behoort, leidt in de praktijk regelmatig tot discussies. Zo zal de volgende casus tot een fiscaal debat aanleiding kunnen geven. Casus Enkele jaren geleden hebt u, als appeltje voor de dorst, een groen kaveltje gekocht voor q inclusief aankoopkosten. Iets te duur, zeker achteraf gezien, maar gedane zaken nemen geen keer. In 2010 besluit u onder het motto groen is mooi, maar rood is beter op het perceel twee panden te bouwen: één voor de verkoop en één voor de verhuur aan een bevriende advocaat. De panden worden eind 2011 opgeleverd. Vastgoed behoort tot de grondslag van box 3, 4 tenzij het rendabel wordt gemaakt op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat (hierna: c-vastgoed). 5 In dat geval leidt het vastgoed tot ROW. De afbakening tussen box 1 en 3 kan lastig zijn. Bij die afbakening komen de volgende vragen op: Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om vastgoed als c-vastgoed aan te merken? Is het mogelijk dat de fiscale status van vastgoed tijdens de bezitsperiode van de belastingplichtige wijzigt van box 3-vastgoed in c-vastgoed (of andersom)? Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, vindt de compartimenteringsleer dan toepassing? Anders gezegd: wat zijn de gevolgen van waardestijgingen en -dalingen die optreden in de box 3-periode en in de c-periode? In deze bijdrage gaan wij op bovenstaande vragen in. De indeling is als volgt. In onderdeel 2 geven wij een nadere omschrijving van c-vastgoed. In onderdeel 3 gaan we in op werkzaamheden die normaal actief vermogensbeheer te buiten gaan. Onderdeel 5 gaat over het belang van de intentie van de belastingplichtige. Onderdeel 4, 6 en 7 zijn gewijd aan sfeerovergang. We besluiten met een samenvatting (onderdeel 8). 2 Definitie c-vastgoed 2.1 Inleiding * P.G.H. Berkhout is voorzitter van het Belastingdienst/Vastgoedkenniscentrum en verbonden aan Universiteit Nyenrode Real Estate Center. T.M. Albert is directeur Bureau Vaktechniek Belastingadviseurs van Berk NV en hoogleraar internationaal belastingrecht aan Universiteit Nyenrode. Art Wet IB 2001 draagt als opschrift Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Art vormt een restcategorie van inkomen uit werk en woning en bevat twee soorten inkomensbestanddelen: opbrengst van andere arbeid (anders dan winst uit onderneming en loon uit dienstbetrekking); het gaat 1 Onder vastgoed verstaan wij onroerende zaken en de daarop betrekking hebbende zakelijke rechten. 2 Art. 3.91, eerste lid, onderdeel a, of 3.92 Wet IB Zie voor de afbakening tussen box 3 en winst uit onderneming: T.M. Berkhout, Ondernemen en niet-ondernemen in vastgoed, NTFR 2010/ Art. 5.3, tweede lid, onderdeel a, Wet IB Art. 3.91, eerste lid, onderdeel c, Wet IB Kluwer & wfr nr Pag. 1363

2 1364 Weekblad fiscaal recht oktober 2010 hierbij om voordelen die vroeger onder art. 22, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 1964 vielen; 6 inkomsten die normaliter als inkomsten uit sparen en beleggen zouden worden aangemerkt, maar die door wetsfictie onder resultaat uit overige werkzaamheden zijn gebracht (de terbeschikkingstellingsregeling). Voor de Wet IB 1964 bestaat er nogal wat rechtspraak over of resultaten behaald met incidentele vastgoedtransacties opbrengst van andere arbeid vormen dan wel onbelaste vermogenswinst. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever die rechtspraak heeft willen codificeren in art c Wet IB Voor de kwalificatie van vastgoed als c-vastgoed biedt de tekst van de wet het volgende houvast: Onder werkzaamheid wordt mede verstaan: het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat. 8 Op basis van de jurisprudentie kan men c-vastgoed in drie categorieën (typen) onderscheiden. Deze bespreken wij in onderdeel 2.2 tot en met 2.4. In onderdeel 2.5 gaan wij in op het tot nu toe enige arrest over de uitleg van art c (HR 9 oktober 2009, nr , BNB 2010/117). 2.3 Aan- en verkoopactiviteiten De tweede categorie c-vastgoed is vastgoed dat wordt gekocht met het oogmerk tot wederverkoop, waarbij de verkoopwinst op het moment van aankoop objectief voorzienbaar is en de verkoop daadwerkelijk plaatsheeft. 10 In de woorden van de Hoge Raad: (...) Koop van vermogensbestanddelen in de wetenschap dat deze met winst kunnen worden verkocht leidt alleen dan tot arbeidsinkomsten in de vorm van inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en diensten indien die koop is geschied met het oogmerk door wederverkoop voordeel te behalen en die wederverkoop daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. (...) 3.3. (...) Een voordeel behaald door aan- en verkoop van vermogensbestanddelen kan onder de in het slot van 3.2 vermelde omstandigheden worden belast als inkomsten uit arbeid zonder dat meer of andere werkzaamheden zijn verricht. 2.2 Werkzaamheden die tot een waardestijging van het vastgoed leiden De eerste categorie c-vastgoed is vastgoed ten aanzien waarvan de belastingplichtige werkzaamheden verricht, die het vastgoed in waarde doen stijgen. 9 Voor de vraag aan welke werkzaamheden hierbij gedacht moet worden, verwijzen wij naar onderdeel 3. De werkzaamheden moeten ertoe leiden dat het (netto)rendement dat met behulp van het vastgoed wordt behaald het (netto)rendement van normaal, actief vermogensbeheer overschrijdt 6 Zie Kamerstukken II 1998/99, , nr. 3, blz. 132 (V-N BP21/1.7, blz. 317): Onder een overige werkzaamheid wordt verstaan het verrichten van enige vorm van arbeid in het economische verkeer, die is gericht op het behalen van een geldelijk voordeel en niet is aan te merken als winst uit onderneming of als loon uit dienstbetrekking. Daarmee is beoogd aan te sluiten bij het begrip andere arbeid zoals dat in de jurisprudentie tot stand is gekomen als verzamelbegrip voor de inkomsten die onder artikel 22, eerste lid, onderdeel b, Wet op de inkomstenbelasting 1964 vallen. 7 Vergelijk punt 7.2 concl. A-G Niessen bij HR 9 oktober 2009, nr , BNB 2010/ De volledige tekst luidt: Onder werkzaamheid wordt mede verstaan: het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat, zoals bij het uitponden van onroerende zaken, het in belangrijke mate door de belastingplichtige zelf verrichten van groot onderhoud of andere aanpassingen aan een zaak, of het aanwenden door de belastingplichtige van voorkennis of daarmee vergelijkbare bijzondere vormen van kennis. 9 Waarbij wij opmerken dat het verbeteren van de inkomsten- (potentie) van een object ook een waardestijging inhoudt. Deze categorie betreft transacties waarbij ervaring, voorkennis of daarmee vergelijkbare bijzondere vormen van kennis, deskundigheid en relaties een belangrijke factor vormen. 2.4 Verhuur van vastgoed gecombineerd met periodieke arbeid Bij de eerste twee categorieën c-vastgoed gaat het om vastgoed waarmee men in eerste aanleg een waardestijging of vermogenswinst beoogt. De voor ROW vereiste arbeid bestaat uit werkzaamheden met een incidenteel 10 Voor een recent voorbeeld, zie Rb. s-gravenhage 15 juni 2010, NTFR 2010/ HR 17 februari 1999, nr , BNB 1999/249. Kluwer & wfr nr Pag. 1364

3 Weekblad fiscaal recht oktober karakter. De derde categorie betreft vastgoed dat de belastingplichtige verhuurt en waarbij hij in verband met die verhuur werkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden hebben in het algemeen een periodiek en meer duurzaam karakter. 12 De werkzaamheden moeten ertoe leiden dat het (netto)rendement dat met behulp van het vastgoed wordt behaald, het (netto)rendement van normaal, actief vermogensbeheer overschrijdt. 13 Te denken valt aan de belastingplichtige die gemeubileerde kamers verhuurt en zelf voor onderhoud en schoonmaak zorgt. Bij deze derde categorie vastgoed komt in het algemeen in de eerste plaats de vraag op of de belastingplichtige een onderneming drijft. 14 Als dat het 12 Zonder dat er sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die als onderneming moet worden aangemerkt. 13 Vergelijk de noot van Van Dijck bij HR 17 augustus 1994, nr , BNB 1994/319: De aandacht concentreert zich in deze procedure op de vraag of van normaal vermogensbeheer sprake is. De arbeid van de belastingplichtige bewerkt niet dat de brutohuuropbrengst toeneemt. De arbeid heeft ten gevolge dat geen kosten aan derden ontstaan voor onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden, administratie e.d., zodat het nettorendement verbetert. Het hof had zich sterk gericht op het effect van de arbeid op het brutorendement. De Hoge Raad richt zich terecht naar het nettorendement door zich af te vragen of de arbeid ten doel heeft het behalen van voordelen uit de onroerende zaken, welke het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaan. De begrippen voordelen en rendement kunnen hierbij immers niets anders betekenen dan het saldo van opbrengsten en kosten, met andere woorden: het nettorendement. 14 Zie bijvoorbeeld HR 17 augustus 1994, nr , BNB 1994/ 319. De belanghebbende in dit arrest verhuurde achttien studentenkamers, deels in zijn eigen woning, deels in een pand elders. Belanghebbende bepleitte dat hij winst uit onderneming genoot. Volgens de inspecteur was sprake van normaal vermogensbeheer (inkomsten uit vermogen). Het hof stelde de inspecteur in het gelijk. De Hoge Raad overwoog dat het Hof, nu het buiten beschouwing heeft gelaten hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd omtrent het geheel van de door hem persoonlijk ter zake van de verhuur verrichte arbeid en het door hem daarmee behaalde rendement, onvoldoende heeft onderzocht of aard en omvang van de door belanghebbende ter zake van de kamerverhuur verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is. Immers, in een geval als het onderhavige is van normaal vermogensbeheer geen sprake, indien het rendabel maken van de onroerende zaken mede geschiedt door middel van arbeid welke de eigenaar van de onroerende zaken verricht en deze arbeid naar haar aard en omvang onmiskenbaar ten doel heeft het behalen van voordelen uit de onroerende zaken, welke het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaan. geval is, zal het vastgoed verplicht ondernemingsvermogen vormen. Wanneer de verhuur plus werkzaamheden (aanvullende prestaties) geen winst uit onderneming vormt, zijn er twee mogelijkheden: er is sprake van ROW; het vastgoed vormt (verplicht) ROW-vermogen (dit is derhalve de derde categorie c-vastgoed); 15 het vastgoed behoort tot de grondslag van box 3; de arbeidscomponent is (vergaand) ondergeschikt aan de vermogenscomponent (verhuur van vastgoed). 16 In theorie zou het denkbaar zijn de vergoeding te splitsen in een arbeidsdeel dat als ROW wordt belast in box 1 en een kapitaaldeel dat in box 3 wordt belast, maar de rechtspraak biedt geen aanknopingspunten voor een dergelijke splitsing. Het is alles (helemaal box 1) of niets (helemaal box 3). 17 Een recent voorbeeld van de derde categorie cvastgoed treffen wij aan in Hof s-hertogenbosch 18 september 2009, NTFR 2009/2716. De belanghebbende is eigenaar van een perceel waarop zich zijn woning bevindt en een voormalige varkensstal. De voormalige varkensstal gebruikt hij voor de stalling van 30 caravans. Het hof is met de inspecteur van oordeel dat de opbrengsten van de caravanstalling ROW vormen. De varkensstal vormt c-vastgoed. Het hof overweegt: Volgens artikel 3.91, lid 1, aanhef en onderdeel c, van de Wet IB 2001 wordt, voor zover van belang, onder werkzaamheid mede verstaan het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat. Het hof is van oordeel dat in de situatie van belanghebbende van een zodanige werkzaamheid sprake is omdat hij of zijn echtgenote gedurende een langere periode, in het bijzonder de maanden juni tot en met augustus, bereikbaar moet zijn om op afroep werkzaamheden ten behoeve 15 Vergelijk Hof s-gravenhage 30 juni 2009, NTFR 2009/2204 (architect die twee kantoorpanden ontwikkelt), dat wij behandelen in onderdeel Dit was het geval in Hof Leeuwarden 29 januari 2010, NTFR 2010/1192. De belanghebbende was in het bezit van vijf eengezinswoningen, onderverdeeld in 27 kamers, die hij verhuurde aan studenten. De beperkte arbeid die belanghebbende had verricht, leidde er niet toe dat meer rendement werd behaald dan mocht worden verwacht bij normaal actief vermogensbeheer. 17 Iets anders is het als de belastingplichtige met de afnemer van de prestaties (de huurder) twee afzonderlijke vergoedingen overeenkomt: een huurvergoeding en een vergoeding voor arbeidsprestaties (bijvoorbeeld voor het schoonmaken van het gehuurde). In dat geval lijkt het ons mogelijk dat fiscaal bij de overeengekomen splitsing (mits reëel) wordt aangesloten. Het pand zou dan belastbaar zijn in box 3, de vergoeding voor arbeidsprestaties als ROW. Kluwer & wfr nr Pag. 1365

4 1366 Weekblad fiscaal recht oktober 2010 van een bepaalde klantenkring te verrichten. De omstandigheid dat de werkzaamheden eenvoudig en beperkt van omvang zijn, is hierbij niet van belang. J.P.Boer (NTFR 2009/2716) acht s hofs beslissing onjuist, omdat de verrichte arbeid zo minimaal is geweest (het stallen van een caravan kost vijf minuten) dat deze het behaalde voordeel (de stallingsvergoeding) onvoldoende kan verklaren. Uit BNB 1994/319 volgt dat van normaal vermogensbeheer geen sprake (is), indien het rendabel maken van de onroerende zaken mede geschiedt door middel van arbeid welke de eigenaar van de onroerende zaken verricht en deze arbeid naar haar aard en omvang onmiskenbaar ten doel heeft het behalen van voordelen uit de onroerende zaken, welke het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaan. De vergelijkingsmaatstaf is ons inziens welk rendement belanghebbende behaald zou hebben, indien hij de voormalige varkensstal verhuurd zou hebben aan iemand die de stal als caravanstalling in gebruik zou nemen. Als die huur (duidelijk) lager is dan de huuropbrengst die belanghebbende thans van de dertig caravanstallers geniet, is de beslissing van het hof naar onze mening juist. 2.5 HR 9 oktober 2009, nr , BNB 2010/117 Art c bezigt de term uitponden van onroerende zaken. Onder uitponden moet worden verstaan de aankoop van vastgoed in verhuurde staat, de splitsing van het vastgoed in appartementsrechten, gevolgd door de verkoop van de appartementsrechten in onverhuurde staat. Bij bijzondere kennis gaat het om kennis waarover alleen de belastingplichtige beschikt (voorkennis) In HR 9 oktober 2009, nr , BNB 2010/117, stond de vraag centraal of het uitponden van onroerende zaken per definitie tot c-vastgoed leidt. De Hoge Raad overwoog dat het uitponden van onroerende zaken onder de Wet IB 2001, evenals onder de voorheen geldende regeling in de Wet op de inkomstenbelasting 1964, niet zonder meer tot belastbare arbeidsinkomsten leidt. Van belastbare arbeidsinkomsten is wel sprake indien de uitponding gepaard gaat met werkzaamheden die naar hun aard en omvang onmiskenbaar zijn gericht op het behalen van redelijkerwijs te verwachten voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan. Eveneens is bij uitponding sprake van belastbare arbeidsinkomsten indien bijzondere kennis er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen dat de belastingplichtige met die uitponding voordeel heeft kunnen behalen. Bij bijzondere kennis gaat het om kennis waarover alleen de belastingplichtige beschikt (voorkennis), het gaat om een informatievoorsprong op de markt. Het profiteren van gegevens van algemene bekendheid leidt niet tot ROW. 18 Hierbij kan worden gedacht aan het prijsverschil tussen verhuurde en onverhuurde woningen en de omstandigheid dat verhuurde woningen te eniger tijd leeg kunnen komen. Dergelijke omstandigheden (gegevens van algemene bekendheid) plegen in de prijs te zijn verdisconteerd. 19 Voorts overwoog de Hoge Raad in BNB 2010/117: De vermelding van het uitponden van onroerende zaken in artikel 3.91, lid 1, letter c, van de Wet IB 2001 is slechts bedoeld als voorbeeld. 20 Geldt dit ook voor de zinsnede (in art c) het aanwenden door de belastingplichtige van voorkennis? Is die zinsnede ook niet meer dan een voorbeeld? Of leidt het aanwenden van voorkennis bij vastgoed per definitie tot c-vastgoed, dus per definitie tot ROW? Uit de wetsgeschiedenis lijkt de voorzichtige conclusie getrokken te kunnen worden dat het aanwenden van voorkennis (eveneens) niet meer dan een voorbeeld is. 21 Een aan Zwemmer ontleend voorbeeld ter toelichting. 22 Stel dat de belastingplichtige een pand 18 HR 15 juli 1983, nr , BNB 1983/ HR 9 oktober 2009, nr , r.o. 3.5, BNB 2010/117. In de verwijzingsuitspraak van BNB 2010/117 achtte Hof Arnhem 30 maart 2010, nr. 09/00368, het uitpondvoordeel onbelast. De belangrijkste motivering van het hof was de volgende: 4.4. Belanghebbende heeft gemotiveerd weersproken dat hij wetenschap had met betrekking tot het vrij van huur komen van de appartementen. Voorts heeft belanghebbende betwist dat hij een actief huurbeëindigingsbeleid heeft gevoerd. Naar het oordeel van het hof is de Inspecteur niet erin geslaagd zijn in wezen niet meer dan blote stellingen op dit punt aannemelijk te maken. 20 Waarop de Hoge Raad liet volgen: Uit de toelichting bij het amendement waarbij dit voorbeeld aan de wettekst is toegevoegd, blijkt dat daarmee niet is beoogd af te wijken van de jurisprudentie onder de Wet IB 1964 ten aanzien van andere inkomsten uit arbeid. Met name blijkt uit deze toelichting niet van de bedoeling om het resultaat van het uitponden van onroerende zaken, in tegenstelling tot andere vermogenswinsten, ook dan in de belastingheffing te betrekken indien slechts sprake is van normaal actief vermogensbeheer. 21 Zie de passages die A-G Niessen in punt 5 van zijn conclusie bij HR 9 oktober 2009, nr , BNB 2010/117, aanhaalt. 22 J.W. Zwemmer, Inkomsten uit overige werkzaamheden met betrekking tot vermogen in box 3, NTFR 2001/1001. Kluwer & wfr nr Pag. 1366

5 Weekblad fiscaal recht oktober koopt waarvoor hij op basis van een bepaalde voorkennis q betaalt. Zonder voorkennis (op de vrije markt) zou het pand q 1 mln. hebben gekost. Behaalt de belastingplichtige in dit voorbeeld per definitie een ROW van q ? Of is, net als bij uitponden, tevens vereist dat de belastingplichtige werkzaamheden ten aanzien van het pand verricht die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaan, dan wel, is op grond van de jurisprudentie (BNB 1999/249) vereist dat de belastingplichtige het pand aankoopt met de bedoeling het met winst te verkopen en de (tot winst leidende) wederverkoop daadwerkelijk plaatsvindt? Wij komen hierop terug in onderdeel 6. Hoe zit het met vastgoed dat de belastingplichtige zonder voorkennis heeft gekocht en dat hij (al dan niet gedeeltelijk) met zo n groot mogelijke winst wil verkopen? Vormt dat vastgoed van meet af aan c-vastgoed? Of komt het vastgoed na aanschaf eerst in box 3 terecht en wijzigt de status van het vastgoed in c-vastgoed pas op het moment dat de belastingplichtige ten aanzien van het vastgoed werkzaamheden verricht die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaan? Deze vraag komt in onderdeel 5 en 7 aan de orde. 3 Werkzaamheden die normaal actief vermogensbeheer te buiten gaan Het onderscheid tussen werkzaamheden die normaal actief vermogensbeheer te buiten gaan en werkzaamheden die de grens van normaal actief vermogensbeheer niet overschrijden, is soms van kwantitatieve aard, maar meestal van kwalitatieve. 23 Wanneer de belastingplichtige veel tijd aan de werkzaamheden besteedt voor een voorbeeld, zie art c: het zelf verrichten van groot onderhoud zal de grens van normaal actief vermogensbeheer overschreden worden. Maar uit het feit dat de belastingplichtige amper werkzaamheden (heeft) verricht, kan niet worden geconcludeerd dat hij buiten ROW blijft. Zo kan het schrijven van een brief aan de gemeente, inhoudende een verzoek om een bestemmingswijziging van een perceel grond, voldoende (kwalitatieve) arbeid zijn om c-vastgoed te laten ontstaan. Zo overwoog HR 3 mei 2002, nr , BNB 2002/219: Vergelijk R.M. Freudenthal, Resultaat overige werkzaamheden, blz. 17, Deventer: Kluwer 2002, en H.A.J.P. te Niet, Het beleggingsbegrip in de directe belastingen, blz. 48, Deventer: Kluwer De belanghebbende in dit arrest was sinds 1989 eigenaar van een perceel grond met agrarische bestemming. Hij werd in 1993 door een aantal gegadigden benaderd die het perceel zouden willen kopen om er een bedrijf te vestigen. Vervolgens schreef belanghebbende een brief aan de gemeente met het verzoek om een bestemmingswijziging. Werkzaamheden als hier aan de orde, te weten het indienen van verzoeken tot wijziging van de op een perceel grond rustende bestemming, gaan naar hun strekking en in omvang het normale kader van werkzaamheden verbonden aan particulier vermogensbeheer te buiten. Zij kunnen derhalve leiden tot op de voet van evenvermelde wetsbepaling te belasten opbrengst. Cruciaal is of de opbrengst (de waardestijging van het vastgoed) haar verklaring vindt in de werkzaamheden. 25 Van Soest annoteert bij BNB 2001/346 dat het niet gaat om de hoeveelheid arbeid die de belastingplichtige in absolute zin heeft verricht, maar om de arbeid in vergelijking met wat normaal is bij het kopen van onroerende zaken voor belegging of speculatie, na enige of geruime tijd gevolgd door verkoop. Het enkel te koop aanbieden van een onroerende zaak gaat normaal, actief vermogensbeheer niet te buiten. 26 Werkzaamheden die tot een waardestijging van het vastgoed leiden, overschrijden in het algemeen de grens van normaal, actief vermogensbeheer. Zo zal de arbeid die is gemoeid met de aankoop, verkaveling en verkoop van een stuk grond, normaal, actief vermogensbeheer te buiten kunnen gaan. 27 Het innen van huren, administreren van contracten en het plegen van onderhoud zijn werkzaamheden die passen bij normaal, actief vermogensbeheer. 4 Van box 3-vastgoed naar c-vastgoed Dat vastgoed gedurende de bezitsperiode van de belastingplichtige van box 3 naar box 1 kan overgaan, blijkt uit HR 16 juni 1982, nr , BNB 1983/ De belanghebbende in dit arrest kocht in 1963 een perceel grond van 1100 m 2 voor ƒ Volgens het hof had belanghebbende de grond gekocht met het oogmerk deze te zijner tijd met winst te verkopen. Veertien jaar later (in 25 In HR 6 juni 2001, nr , BNB 2001/346, overwoog de Hoge Raad: Voorzover in het middel wordt betoogd dat deze (rechts)handelingen te marginaal en gering van omvang waren om te kunnen worden aangemerkt als werkzaamheden in de zin van artikel 22, lid 1, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, faalt het. Werkzaamheden als door het hof omschreven kunnen onder omstandigheden leiden tot op de voet van evenvermelde wetsbepaling belaste opbrengst. Dit is echter niet het geval indien die opbrengst niet haar verklaring vindt in die werkzaamheden. Het middel klaagt terecht erover dat s Hofs uitspraak op dit punt ontoereikend is gemotiveerd. 26 Zo ook Rb. Breda 30 juni 2010, nr. AWB 09/3945, r.o. 2.13, NTFR 2010/ Dat was het geval in HR 17 april 1991, nr , BNB 1991/ Vergelijk punt 6.3 concl. A-G Van Ballegooijen bij HR 12 mei 2006, nr , BNB 2006/269. Kluwer & wfr nr Pag. 1367

6 1368 Weekblad fiscaal recht oktober ) verkocht belanghebbende een deel van het perceel aan twee kopers (420 m 2 en 330 m 2 ) voor ƒ respectievelijk ƒ De aan de percelen toe te rekenen kostprijs bedroeg ƒ De inspecteur belastte het resultaat ad ƒ als opbrengst van niet in dienstbetrekking verrichte arbeid. De Hoge Raad was het (anders dan het hof) daarmee niet eens. De waardestijging tussen 1963 en 1977 mocht niet belast worden. Alleen de waardestijging mocht belast worden, die was opgetreden nadat belanghebbende in 1977 activiteiten ten aanzien van het perceel grond ging verrichten: dat al had belanghebbende, toen hij de grond kocht met de bedoeling deze te zijner tijd voor een hogere prijs van de hand te doen, door zijn werkzaamheden als metselaar in dienst van een bouwbedrijf enige kennis van bouwbedrijvigheid de verwachting dat de voor een normale prijs aangekochte grond ten gevolge van evenbedoelde algemeen bekende omstandigheden nog in waarde zou stijgen, onvoldoende reden opleverde om die waardestijging, toen zij werd gerealiseerd, als een voordeel uit arbeid in voormelde zin aan te merken, aangezien die op algemeen bekende omstandigheden gebaseerde verwachting in 1963 niet meer kon zijn dan een louter speculatief uitzicht op waardestijging; dat uit het voorgaande volgt dat het hof op onjuiste gronden het verschil tussen de opbrengst van de in 1977 verkochte perceelsgedeelten en de in 1963 daarvoor betaalde prijs in zijn geheel als een inkomst uit arbeid in meerbedoelde zin heeft aangemerkt; dat daarentegen s Hofs oordeel dat de door belanghebbende in 1977 bij en ten behoeve van de verkoop verrichte activiteiten moeten worden beschouwd als uitgaande boven hetgeen bij een normaal vermogensbeheer bij een particulier gebruikelijk is, niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en dat oordeel voor het overige wegens zijn feitelijke aard in cassatie niet op zijn juistheid kan worden onderzocht; dat dit oordeel meebrengt, dat het bij de verkoop in 1977 behaalde voordeel, voor zover bestaande uit het verschil tussen de behaalde verkoopopbrengst en de waarde van de grond ten tijde dat evenbedoelde activiteiten aanvingen, wel als een inkomsten uit arbeid in meerbedoelde zin moet worden aangemerkt Het belang van de intentie van de belastingplichtige In de jurisprudentie over de vraag of winst behaald met vastgoed onbelaste vermogenswinst vormt dan wel ROW, 29 Ook uit HR 26 maart 1980, nr , BNB 1980/161, kan worden afgeleid dat een gerealiseerde waardestijging niet (noodzakelijkerwijs) ten volle belastbaar is als ROW. De waardestijging die optreedt tussen het moment van aanschaf en het moment waarop de werkzaamheden aanvangen, is speculatief en blijft (als zodanig) onbelast. is de intentie van de belastingplichtige met welk oogmerk heeft hij het vastgoed gekocht? vaak één van de factoren op basis waarvan de rechter zijn beslissing motiveert. Hoe belangrijk is de subjectieve factor intentie? Wij maken een klein uitstapje naar afdeling 3.2 (Belastbare winst uit onderneming). Wanneer een IB-ondernemer vastgoed aanschaft, komt de vraag op of het vastgoed ondernemingsvermogen vormt of privévermogen. In BNB 1953/272 overwoog de Hoge Raad dat in het algemeen het al dan niet behoren van enig vermogensbestanddeel tot een bedrijfs- of beroepsvermogen afhankelijk is van den wil van den belastingplichtige, zoals deze in zijn boekhouding of anderszins tot uitdrukking komt, en de belastingplichtige daarbij vrij is, echter binnen de grenzen der redelijkheid. 30 A-G Overgaauw schrijft over vermogensetikettering van panden het volgende: 31 Uitgangspunt is de wil van de ondernemer. Het antwoord op de vraag of hij de grenzen der redelijkheid bij de vermogensetikettering overschrijdt, wordt ten tijde van de verwerving van het vermogensbestanddeel bepaald door de (voorgenomen) aanwending van dat vermogensbestanddeel (spoort zijn wil met de feitelijke aanwending die hij aan het vermogensbestanddeel geeft. Als dat niet het geval is wordt aan de subjectieve (voorgewende) wil geen betekenis toegekend). Vastgoed kan niet louter op basis van de intentie van de belastingplichtige als c-vastgoed worden aangemerkt Bij de aanschaf van vastgoed door een niet-ondernemer speelt de intentie de voorgenomen aanwending volgens ons een meer ondergeschikte rol. Uitgangspunt is dat vastgoed na aanschaf in box 3 terechtkomt. Als de belastingplichtige al ten tijde van de aankoop van het vastgoed de intentie heeft werkzaamheden ten aanzien van het vastgoed te verrichten die tot een waardestijging van het vastgoed zullen leiden, en die werkzaamheden laten niet al te lang op zich wachten, zal het vastgoed na aanschaf direct in box 1 terechtkomen (en is er geen 30 Herbevestigd in HR 17 september 2010, nr. 09/00332, r.o Punt 1.3 van de bijlage bij de conclusie in HR 13 juli 2007, nr , BNB 2007/295. Kluwer & wfr nr Pag. 1368

7 Weekblad fiscaal recht oktober voorperiode in box 3). 32 Maar normaal gesproken komt het vastgoed pas in box 1 terecht (na in box 3 te hebben gezeten), nadat de belastingplichtige werkzaamheden ten aanzien van het vastgoed heeft verricht die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaan. Vastgoed kan niet louter op basis van de intentie van de belastingplichtige als c-vastgoed worden aangemerkt, zo blijkt uit BNB 1983/29 (in onderdeel 4 besproken). Als aan de intentie niet binnen afzienbare tijd uitvoering wordt gegeven, blijft de intentie fiscaal zonder gevolgen. 6 Van c-vastgoed naar box 3-vastgoed Dat vastgoed dat tot de grondslag van box 3 behoort, c-vastgoed kan worden (BNB 1983/29), betekent niet zonder meer dat c-vastgoed naar box 3 kan overgaan. In onderdeel 2.5 verwezen wij naar het volgende voorbeeld van Zwemmer: 33 Voorbeeld Zwemmer A koopt in 2001 een pand waarvoor hij op basis van een bepaalde voorkennis ƒ betaalt. Op de vrije markt zou dat pand ƒ 1 mln. hebben gekost. Vervolgens gaat hij het pand verhuren. In 2004 wordt het pand voor ƒ 1,5 mln. verkocht. Het resultaat uit overige werkzaamheden bedraagt ƒ Daarop is ingevolge art Wet IB 2001 het winstregime van toepassing. Op basis van art Wet IB 2001 wordt dat resultaat genoten in Weliswaar vindt realisatie pas plaats in 2004, maar dat neemt niet weg dat het voordeel behaald is in De resultaten uit de verhuur en de waardestijging in de jaren 2001 t/m 2004 vallen onder de vermogensrendementsheffing. Het pand is immers niet gaan behoren tot het vermogen waarmee resultaten uit overige werkzaamheden worden behaald. Uit Zwemmers uitwerking kan worden afgeleid dat cvastgoed zijns inziens overgaat naar box 3 zodra het vastgoed enkel wordt aangewend in het kader van normaal vermogensbeheer (verhuur). 34 Het gevolg van de overgang in 2001 (kort na de aankoop van het pand) is dat A moet 32 HR 15 april 1992, nr , BNB 1992/222. Zie ook de noot van Hofstra in BNB 1980/161, blz. 745, tweede alinea. 33 J.W. Zwemmer, Inkomsten uit overige werkzaamheden met betrekking tot vermogen in box 3, NTFR 2001/1001. In NTFR 2001/1393 geeft Zwemmer nog een korte toelichting op het voorbeeld naar aanleiding van een reactie van Freudenthal. 34 Freudenthal betwist die visie (NTFR 2001/1393). Volgens Freudenthal blijft het pand in box 1 totdat het pand is verkocht. Die visie heeft tot gevolg dat de huurinkomsten in box 1 zijn belast, dat de vermogenswinst in box 1 geen ƒ bedraagt maar ƒ en dat de vermogenswinst niet in 2001 wordt belast, maar in afrekenen over de stille reserve van ƒ in het pand. 35 Dat A de stille reserve ultimo 2001 niet heeft gerealiseerd (dat A geen liquide middelen beschikbaar heeft gekregen), verhindert de afrekening niet. 36 De opvatting dat c-vastgoed naar box 3 kan overgaan, treffen wij ook aan bij Hof s-gravenhage 30 juni 2009, NTFR 2009/ In die casus kocht belanghebbende (in 2000) een perceel grond, liet daarop (in 2001 en 2002) twee kantoorpanden bouwen en ging deze, nadat ze gereed waren gekomen, verhuren. Belanghebbende (een architect) verrichtte in de bouwfase nogal wat werkzaamheden: aanvragen bouwvergunning, aannemersselectie, prijs- en contractvorming, directie van en toezicht op de bouw. Volgens het hof was er sprake van c-vastgoed, dat na realisatie voor de waarde in het economische verkeer overging naar box 3 (leidende tot een ROW van q ). Overigens kan men zich afvragen of de visie van Zwemmer dat vastgoed dat met voorkennis is gekocht tegen een prijs beneden de waarde in het economische verkeer, per definitie c-vastgoed vormt, wel juist is. Als er bij aankoop geen intentie tot verkoop (winstrealisatie) is, zoals in de casus (het pand is bestemd voor de verhuur), en er geen activiteiten worden verricht die normaal, actief vermogensbeheer te boven gaan (zoals in de casus), zou men kunnen verdedigen dat het pand rechtstreeks in box 3 terechtkomt. 38 Echter, uit de overgang van het kasstelsel (voor art. 22, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 1964 jo. art. 33 Wet IB 1964) naar goed koopmansgebruik (voor ROW) lijkt de conclusie getrokken te moeten worden dat verkoop (realisatie) geen noodzakelijke voorwaarde voor ROW is. Het ROW eindigt als de werkzaamheid is beëindigd en het pand niet wordt aangehouden in afwachting van een geschikt moment van vervreemding, analoog aan de etiketteringsregels bij ondernemingsvermogen. 35 Art jo Wet IB Het zou logisch zijn dat de belastingplichtige gebruik zou kunnen maken van de uitstel-van-betalingsfaciliteit van art. 25, veertiende lid, IW Die faciliteit geldt evenwel enkel voor tbs-vastgoed, niet voor c-vastgoed. Dit lijkt een omissie van de wetgever. Maar misschien is het een bewuste keuze. Immers, tbs-vastgoed komt in aanmerking voor een herinvesteringsreserve, c-vastgoed niet (art. 3.95, tweede lid, Wet IB 2001). 37 Zie T.M. Berkhout, Projectontwikkeling, financiële crisis en normaal actief vermogensbeheer: fiscale puzzelstukjes zoeken hun plaats, Vastgoed Fiscaal & Civiel, februari 2010, blz. 3. Belanghebbende heeft cassatie aangetekend tegen Hof s-gravenhage 30 juni Volgens A-G Niessen moet belanghebbendes beroepschrift in cassatie worden verworpen (concl. 8 juli 2010, nr. 09/03137, V-N 2010/40.18). 38 Vergelijk N.M. Ligthart en E.T.N.P. Plat, Art. 3.91, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001 in spagaat, WFR 2005/1671 (onderdeel 3.6.2). Kluwer & wfr nr Pag. 1369

8 1370 Weekblad fiscaal recht oktober Compartimentering Met compartimenteren wordt bedoeld het verdelen van (vermogens)winsten en inkomsten over tijdvakken met een verschillend fiscaal regime. 39 De overgang van het ene naar het andere fiscaal regime pleegt te worden aangeduid met de term sfeerovergang. Dat er bij sfeerovergang gecompartimenteerd moet worden, is gebaseerd op een redelijke wetstoepassing. Voor vastgoed betekent dat het volgende. Vastgoed dat tot de grondslag van box 3 behoort en op enig moment als c-vastgoed moet worden beschouwd, gaat voor de op dat moment geldende waarde in het economische verkeer (dus exclusief kosten koper ) 40 over naar box In de waarde kunnen waardestijgingen sinds de aankoop zijn begrepen die buiten de invloedssfeer van de belastingplichtige zijn ontstaan, bijvoorbeeld doordat de ontwikkelpotentie van het vastgoed is toegenomen. Tot het moment van sfeerovergang zijn de opbrengsten van het vastgoed (waaronder ook zogenoemde onrendabele kosten) forfaitair in box 3 verwerkt. 42 Na de sfeerovergang zijn op grond van art Wet IB 2001 veel bepalingen uit het winstregime van overeenkomstige toepassing (maar niet de herinvesteringsreserve, zie het tweede lid). Omgekeerd geldt voor c-vastgoed dat overgaat naar box 3, dat er in box 1 over de waarde in het economische verkeer moet worden afgerekend. 43 Voor compartimenteren is een sfeerovergang vereist (overgang van box 1 naar box 3 of andersom). Als vaststaat dat er sprake is van c-vastgoed, is de hele waardestijging van het vastgoed in box 1 belast, ook de waardestijging die niet toerekenbaar is aan belanghebbendes arbeid, maar aan exogene factoren. 44 8Conclusie Vastgoed behoort tot de grondslag van box 3, tenzij het rendabel wordt gemaakt op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat; het is dan cvastgoed. Bij c-vastgoed hebben wij drie typen onderscheiden (zie onderdeel 2.2 tot en met 2.4). Waar het bij die drie typen om gaat, is of ten aanzien van (of in verband met) het vastgoed werkzaamheden worden verricht die naar hun aard en omvang onmiskenbaar zijn gericht op het behalen van redelijkerwijs te verwachten voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan (BNB 2010/117). Het is mogelijk dat de fiscale status van vastgoed tijdens de bezitsperiode van de belastingplichtige wijzigt van box 3-vastgoed in c-vastgoed (en andersom). Bij sfeerovergang van box 1 naar box 3 moet over de waarde in het economische verkeer worden afgerekend. Bij sfeerovergang van box 3 naar box 1 verschijnt het vastgoed voor de waarde in het economische verkeer (dus exclusief kosten koper ) op de ROW-balans. 39 Zie punt 6.2 concl. A-G Van Ballegooijen bij HR 12 mei 2006, nr , BNB 2006/ HR 17 oktober 1990, nr , BNB 1990/336: Bij de bepaling van de waarde in het economische verkeer van het pand, welke waarde gelijk is aan de prijs die op de datum van de overbrenging naar het privévermogen bij aanbieding van het pand ten verkoop op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde daarvoor zou zijn besteed, dienen de overdrachtskosten die immers voor rekening van de koper plegen te komen buiten beschouwing te blijven. Zie ook HR 7 juni 1978, nr (procedure onroerendgoedbelastingen), BNB 1978/ Zie HR 16 juni 1982, nr , BNB 1983/29, dat in onderdeel 4 aan de orde kwam. 42 Er kan geen sprake zijn van een aanloopverlies ex art Wet IB 2001 (HR 22 januari 2010, nr. 08/04313, BNB 2010/191). 43 Art jo Wet IB HR 16 juli 1984, nr , BNB 1984/247; HR 17 oktober 1984, nr , BNB 1984/325; HR 15 april 1992, nr , BNB 1992/222; HR 11 november 2005, nr , BNB 2006/ 39. Kluwer & wfr nr Pag. 1370

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000.

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000. C/& Z^o^jr Edelhoogachtbaar College, y> "2_ Op 17 februari j.l. is door mij namens C igllllllpljp te IHllIll^, hierna belanghebbende, beroep in cassatie aangetekend tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Sfeerovergang in de inkomstenbelasting bij investeren in onroerende zaken

Sfeerovergang in de inkomstenbelasting bij investeren in onroerende zaken Sfeerovergang in de inkomstenbelasting bij investeren in onroerende zaken Naam Jurgen Grein Studierichting Administratienummer Datum Examencommissie Begeleider Fiscale economie 925474 November 2012 Drs.

Nadere informatie

Evaluatie Wet IB 2001. Onderwerp: Genieten. Prof.mr. G.T.K. Meussen 1

Evaluatie Wet IB 2001. Onderwerp: Genieten. Prof.mr. G.T.K. Meussen 1 Evaluatie Wet IB 2001 Onderwerp: Genieten Prof.mr. G.T.K. Meussen 1 De grootste verandering rondom het begrip genieten in de Wet IB 2001 ten opzichte van de Wet IB 1964 is uiteraard de invoering van de

Nadere informatie

Resultaat uit overige werkzaamheden (excl. tbs) Prof. dr. J.P. Boer

Resultaat uit overige werkzaamheden (excl. tbs) Prof. dr. J.P. Boer Resultaat uit overige werkzaamheden (excl. tbs) Prof. dr. J.P. Boer 1 Programma Achtergrond resultaat uit overige werkzaamheden Voorwaarden toepassing ROW: rangorderegeling bronvoorwaarden Toetsing aan

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 6 F E B 2013 Kenmerk: DGB 2013-384 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 13/00280) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 december 2012, nr. 11/00501, X inzake

Nadere informatie

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Aanleiding van het onderzoek 3 1.2 Probleemstelling 3 1.3 Plan van aanpak 4

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Aanleiding van het onderzoek 3 1.2 Probleemstelling 3 1.3 Plan van aanpak 4 Bachelor Thesis Wanneer drijft een belastingplichtige met een (omvangrijke) onroerendgoedportefeuille of een onroerend-zaak-b.v. een materiële onderneming? Naam: Tim Keulemans Anr: 402897 Studierichting:

Nadere informatie

Overwegende dat de inspecteur het verschuldigde griffierecht tijdig heeft

Overwegende dat de inspecteur het verschuldigde griffierecht tijdig heeft HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Eerste Enkelvoudige Belastingkamer. Gezien het beroepschrift ingediend door Y te Z namens X te Z, ingekomen ter griffie op 29 april 1982 onder nummer 2344/82 en gericht tegen

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Onderneming en ondernemerschap

Onderneming en ondernemerschap FFEBLR0133 Syllabus HES Rotterdam School Financial Management Onderneming en ondernemerschap Bij het beoordelen van de vraag, of er sprake is van een (objectieve) onderneming kijkt de rechter o.a. naar:

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 18 oktober 2011 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 18 oktober 2011 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 9 NOV 2011 Kenmerk: DGB 2011-6473 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 11/04540) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 2 september 2011, nr. r, 2

Nadere informatie

Uitspraak RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht, belastingkamer. procedurenummer: AWB 12/159

Uitspraak RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht, belastingkamer. procedurenummer: AWB 12/159 Uitspraak RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht, belastingkamer procedurenummer: AWB 12/159 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2012 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden

Nadere informatie

Tilburg University. Verhuur van vastgoed Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging

Tilburg University. Verhuur van vastgoed Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Tilburg University Verhuur van vastgoed Hoogeveen, Mascha Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Document version: Author final version (often known as postprint) Publication date: 2013

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 17 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 17 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken. Haag < 2 6 FEB 2013 Kenmerk: DGB 2013-322 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 13/00275) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 december 2012, nr. 11/00515, ^ 2 inzake

Nadere informatie

(f&ks CQ3 Belanghebbende heeft in beroep voor het Gerechtshof te Leeuwarden de door de Inspecteur van de p Belastinadienst/fjMfflmwny^ aanslag Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen 1999 ten bedrage

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 689 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 teneinde beleggingsinstellingen de mogelijkheid te bieden om vastgoed te ontwikkelen

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Leeuwarden nummer: 12/00201 uitspraakdatum: 15 oktober 2013 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Seminar Vermogensoverheveling

Seminar Vermogensoverheveling Seminar Vermogensoverheveling 12 juni 2013 Sprekers: Jolanda van Nunen belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs Kees Goeman belastingadviseur / partner bij Inventive Control

Nadere informatie

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen HOGE RAAD nr. 31/695 ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 13 oktober 1995 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde

Nadere informatie

17-4-2014. Onderwerpen: Wet op de inkomstenbelasting 2001

17-4-2014. Onderwerpen: Wet op de inkomstenbelasting 2001 Onderwerpen: Korte uitleg heffingssysteem inkomstenbelasting Korte uitleg heffingssysteem vennootschapsbelasting Vrijstellingen en heffingskortingen Aflossen eigenwoningschuld Familielening eigen woning

Nadere informatie

http://www.ndfr.nl/tijdschriften

http://www.ndfr.nl/tijdschriften pagina 1 van 8 Over tijdig mogen of moeten realiseren, opstekers en dooie mussen Vastgoed Fiscaal & Civiel 2013/01 Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden goed koopmansgebruik, verliesverdamping, weilandarrest

Nadere informatie

Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw

Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw ECLI:NL:GHAMS:2014:5141 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 06-11-2014 Datum publicatie

Nadere informatie

Vermogensetikettering. bij panden met afzonderlijk bruikbare delen

Vermogensetikettering. bij panden met afzonderlijk bruikbare delen Vermogensetikettering bij panden met afzonderlijk bruikbare delen Sheila Snoey Kiewit December 2008 Vermogensetikettering bij panden met afzonderlijk bruikbare delen December 2008 Sheila Snoey Kiewit Drs.

Nadere informatie

Sfeerovergang in de inkomstenbelasting bij investeren in onroerende zaken.

Sfeerovergang in de inkomstenbelasting bij investeren in onroerende zaken. Sfeerovergang in de inkomstenbelasting bij investeren in onroerende zaken. Naam Plaats Universiteit Opleiding L.X. Chen Eindhoven Universiteit van Tilburg Fiscaal Economie Studentnummer 1235812 Administratienummer

Nadere informatie

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Inkomstenbelasting DGA Master Nederlands Belastingrecht UVA De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Optie op nieuw uit te geven aandelen nader toegelicht Paul Ooms BSc Studentnummer: 5910277 Datum:

Nadere informatie

Bachelor Thesis. Wanneer leidt de verhuur van onroerende zaken tot een onderneming?

Bachelor Thesis. Wanneer leidt de verhuur van onroerende zaken tot een onderneming? Bachelor Thesis Wanneer leidt de verhuur van onroerende zaken tot een onderneming? Naam: Marly van Kroonenburg Studierichting: Fiscale economie ANR: 679414 Datum: 23 april 2012 Examencommissie: Mr. Dr.

Nadere informatie

Interne rente bij de vaste inrichting

Interne rente bij de vaste inrichting 3 Internationaal Belastingrecht en Dividendbelasting Master Internationaal en Europees Belastingrecht Universiteit van Amsterdam Interne rente bij de vaste inrichting Het in aanmerking nemen van interne

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van de 7 mei 2004 arresten

Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van de 7 mei 2004 arresten Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van de 7 mei 2004 arresten 1 Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt 1. Inleiding In het geval u overweegt een vakantiewoning aan te kopen gelegen in Parc Les Etoiles wilt u wellicht meer weten over de mogelijke gevolgen voor de belastingheffing met betrekking tot de aankoop

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor

Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor monumentenpanden 1 Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor monumentenpanden Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven

Nadere informatie

Waardering van op 1 januari 2001 lopende kapitaalverzekering voor het regime ROW

Waardering van op 1 januari 2001 lopende kapitaalverzekering voor het regime ROW Waardering van op 1 januari 2001 lopende kapitaalverzekering voor het regime ROW LJN: BR0289, Gerechtshof Amsterdam, 09/00588 Datum uitspraak: 16-06-2011 Datum publicatie: 06-07-2011 Rechtsgebied: Belasting

Nadere informatie

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK BK 1129/04 13 januari 2006

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK BK 1129/04 13 januari 2006 top-li BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK BK 1129/04 13 januari 2006 Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, tweede meervoudige ^ 2 belastingkamer, op het beroep van ^SSSÊ^^Ê te lébbbbi

Nadere informatie

Vermogensetikettering en keuzevrijheid (Article begins on next page)

Vermogensetikettering en keuzevrijheid (Article begins on next page) This is a postprint of Vermogensetikettering en keuzevrijheid Pieterse, L.J.A. NTFR Beschouwingen, 2011(1), 1-5 Published version: no link available Link VU-DARE: http://hdl.handle.net/1871/47410 (Article

Nadere informatie

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010 Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

Hoorcollege Directe Belastingen DB II Collegejaar 2014/2015

Hoorcollege Directe Belastingen DB II Collegejaar 2014/2015 Waarom een VBI of een FBI? De VBI en de FBI zijn faciliteiten die collectief belleggen faciliteren. Fiscaal bezien kan je ruwweg - (collectief) beleggen op twee manieren vormgeven. Een belastingplichtige

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:747

ECLI:NL:RBZWB:2014:747 pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBZWB:2014:747 Instantie Datum uitspraak 31-01-2014 Datum publicatie 21-02-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Rechtbank Zeeland-West-Brabant AWB-13_2158 Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Ondernemen vanuit uw eigen woning

Ondernemen vanuit uw eigen woning Ondernemen vanuit uw eigen woning Het ondernemen vanuit het eigen huis, het "thuiswerken", wordt steeds populairder. De kosten van het ondernemen vanuit uw eigen huis zijn in principe niet aftrekbaar.

Nadere informatie

Feiten. Standpunt inspecteur

Feiten. Standpunt inspecteur Forse stijging van de pensioengrondslag in zicht van pensioeningangsdatum maakt pensioenregeling niet onzuiver! Pensioenpremie niet ingehouden op het loon toch aftrekbaar! Het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep ECLI:NL:GHSHE:2015:3523 http://deeplink. Deeplink Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 11-09-2015 21-09-2015

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:16718

ECLI:NL:RBDHA:2014:16718 1 van 5 12-3-2015 13:25 ECLI:NL:RBDHA:2014:16718 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 03-06-2014 Datum publicatie 10-03-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1201 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

http://www.ndfr.nl/tijdschriften

http://www.ndfr.nl/tijdschriften pagina 1 van 7 Bredero en de wisselvalligheid van de fiscaliteit Vastgoed Fiscaal & Civiel 2014/01 Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen Auteur fbi, herwaardering, herinvesteringsreserve Wet

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere, Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld

Nadere informatie

26 maart 2014. Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs

26 maart 2014. Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs Seminar Transacties tussen de DGA en zijn BV in een fiscaal perspectief 26 maart 2014 Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs Jolanda van

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

*Mr. C. (Kees) Goeman en mr. G.J. (Govert) Vorstenbosch zijn beide werkzaam bij Inventive Control Accountants en Belastingadviseurs.

*Mr. C. (Kees) Goeman en mr. G.J. (Govert) Vorstenbosch zijn beide werkzaam bij Inventive Control Accountants en Belastingadviseurs. Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs 22 januari 2015 Mr. C. Goeman* Mr. G.J. Vorstenbosch* De fiscale vastgoedbeleggingsonderneming 1 bestaat. En nù? In de conclusie van zijn artikel in de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 713 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve)

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor monumentenpanden

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor monumentenpanden STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 13664 15 september 2009 Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor monumentenpanden 7 september 2009 Nr. CPP2009/1290M

Nadere informatie

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw ..1. Inleiding Een ondernemer (ook als u een zelfstandig of een vrij beroep uitoefent ) die een auto gebruikt in het kader van zijn onderneming, rekent de auto veelal tot het ondernemingsvermogen. Daarom

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging en vastgoed

Bedrijfsopvolging en vastgoed Weekblad voor Fiscaal Recht, Bedrijfsopvolging en vastgoed Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: WFR 2014/1215 Bijgewerkt tot: 30-09-2014 Auteur: Mr. drs. O.P.M. Adriaansens

Nadere informatie

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009 Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie

Nadere informatie

Fiscale aspecten bij de koop en verhuur van een woning op villapark Residence Lipno Tsjechië

Fiscale aspecten bij de koop en verhuur van een woning op villapark Residence Lipno Tsjechië Fiscale aspecten bij de koop en verhuur van een woning op villapark Residence Lipno Tsjechië In deze notitie worden de Tsjechische en Nederlandse fiscale aspecten toegelicht bij de verwerving en verhuur

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

GERECHTSHOF s-hertogenbosch

GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00033 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer

Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling

Nadere informatie

Voor wat betreft de rentebetalingen wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor.

Voor wat betreft de rentebetalingen wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor. Uitwerking tentamenopgave 1 (totaal 50 ptn) Opgave a; relevante fiscale aspecten voor 2007 (5 ptn) Voor 2007 zijn in principe alleen de beide leningen relevant. Voor wat betreft de betaalde optiepremie

Nadere informatie

Workshop. Casus woningen en beperking btw druk. Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek. pagina 1

Workshop. Casus woningen en beperking btw druk. Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek. pagina 1 Workshop Casus woningen en beperking btw druk Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek pagina 1 Casus Ontwikkelende bouwer bouwt woningen en verkoopt die aan woningbelegger Grond 100 ovb 6 Bouwkosten

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 1 van 5 17-8-2015 11:55 ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 30-07-2015 Datum publicatie 06-08-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 9248 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te

Nadere informatie

Deel 1 Merkeuzevragen

Deel 1 Merkeuzevragen Versie: 30 okt 2010 Wijzigingen: Lay-out Oefententamen BLR4.1 Deel 1 Merkeuzevragen Inkomstenbelasting Vraag 1 Welke stelling is juist? a. De geruisloze omzetting in een BV is een soepele bedrijfsopvolgingsfaciliteit,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 , C-'1O/-14- Luxembourg Entrée 1 3 JAN. 2014 Hoge Raad der Nederlanden. \)C(=, C-l/o/1 C( Derde Kamer Nr. 12/02502 20 december 2013 Ingeschreven Luxemburg, in het

Nadere informatie

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot de vergadering van participanten van Sustainable Values Fund

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot de vergadering van participanten van Sustainable Values Fund TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot de vergadering van participanten van Sustainable Values Fund te houden op 18 juli 2014, om 11:00 uur Herengracht 537, 1017 BV Amsterdam 2 juli 2014 I

Nadere informatie

MIDDEL I (invloed bedrijfsdoel op 'eenzelfde economische functie')

MIDDEL I (invloed bedrijfsdoel op 'eenzelfde economische functie') ^ ^ i Kc[ MIDDEL I (invloed bedrijfsdoel op 'eenzelfde economische functie') Schending en/of verkeerde toepassing van het recht, meer in het bijzonder van artikel 14 van de Wet op de inkomstenbelasting

Nadere informatie

Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee!

Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee! Met geld van uw bv kunt u belastingvrij genieten! Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee! Een directeur-grootaandeelhouder is in de unieke positie om zaken te doen

Nadere informatie

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot de Gecombineerde Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (de"vergadering") van Insinger de Beaufort Umbrella Fund N.V. (de "Vennootschap")

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat,

Nadere informatie

Namens belanghebbende stellen wij het volgende cassatiemiddel voor:

Namens belanghebbende stellen wij het volgende cassatiemiddel voor: Bij brief van 9 augustus 2011 (documentnummer 5225351) heeft uw griffier ^M^^^S (hierna: belanghebbende) in de gelegenheid gesteld het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan Om te kunnen worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) dient de instelling onder andere te beschikken over een actueel beleidsplan.

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Kluwer Online Research. Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956

Kluwer Online Research. Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Auteur: - Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Op 4 april is een nieuw besluit uitgevaardigd

Nadere informatie

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, uitspraak / GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Eerste meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 09/00515 Uitspraak van de eerste meervoudige Belastingkamer op het hoger beroep van de voorzitter

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden Hoge Raad der Nederlanden D e r d e K a m e r 21 augustus 1985. nr. 22.804 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting.

Overdrachtsbelasting. Overdrachtsbelasting. Vanuit de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) zijn vragen gesteld over de tijdelijke verlaging van het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen (zie het besluit

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2013:5083

ECLI:NL:GHDHA:2013:5083 ECLI:NL:GHDHA:2013:5083 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 20-12-2013 Datum publicatie 31-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-12/00757 Belastingrecht

Nadere informatie

Notitie. Aan de Griffier van de Vaste Commissie van Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Betreft: Bos en Lommerplein

Notitie. Aan de Griffier van de Vaste Commissie van Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Betreft: Bos en Lommerplein Notitie Aan de Griffier van de Vaste Commissie van Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Mr. R.W. Polak parlementair advocaat Mr. D.A. Hofland advocaat / belastingadviseur Mr R.J. Bondrager

Nadere informatie

Onzuiver pensioen: geheel of gedeeltelijk belast?

Onzuiver pensioen: geheel of gedeeltelijk belast? Onzuiver pensioen: geheel of gedeeltelijk belast? De grootste fiscale dreiging bij pensioenaanspraken is de kwalificatie onzuiver. In dat geval worden de tot dan toe opgebouwde pensioenaanspraken ineens

Nadere informatie

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) f,r'- J Wop uitspraak RECHTBAN ARNHEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) VM 1 o HAART 2008 inzake \f de erven van

Nadere informatie

Opbouw voordracht. Onderneming? 21-01-2013. Zelfstandig genoeg? 1. Zelfstandig genoeg?

Opbouw voordracht. Onderneming? 21-01-2013. Zelfstandig genoeg? 1. Zelfstandig genoeg? Zelfstandig genoeg? U ondernemer? Dat bepalen wij wel! Grenzen aan de keuze voor ondernemerschap Door: mr drs R.J.M.M. van den Hurk rjmmvandenhurk@telfort.nl Opbouw voordracht Doel: kiezen fiscaal optimaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 713 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve)

Nadere informatie

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Mr. K. de Heus * en drs. A. Rozendal ** Indien aandelen die een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen worden vervreemd, vindt op grond van art. 4.12

Nadere informatie