IV Vogels en dieren: zich aanpassen aan een veranderende samenleving

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "IV Vogels en dieren: zich aanpassen aan een veranderende samenleving"

Transcriptie

1 IV Vogels en dieren: zich aanpassen aan een veranderende samenleving 1. Vogels en dieren in een veranderende samenleving 1. Het einde van het platteland ( ) Een oude reigerkolonie De eerste natuurkennis van het Fort van Beieren gaat behoorlijk ver terug in de tijd. Door de aankoop van het kasteel in 1907 weet men dat de inwoners van de streek de reigerkolonie er altijd hebben gezien. Het is een kolonie van blauwe reiger die teruggaat tot in de 19 de eeuw. Zo zijn er niet veel in Vlaanderen. Met uitzondering van wat we weten over blauwe reiger en in enige mate ook aalscholver, is er verder weinig bekend over andere dieren die hier voorkwamen. Het is voornamelijk een tijd waarin jacht en waarschijnlijk ook vogelvangst in een niet toegankelijk domein van de baron (E. van Caloen) de dienst uitmaken. Dat zal zo blijven voor het grootste deel van de 20 ste eeuw. Voedsel en verdelgen Het Fort van Beieren volgt daarmee de trend (één die al eeuwen gaande was): de meeste bossen zijn privaat bezit, jacht is een vast onderdeel van het open gebied, de eigenaars hebben jachtwachters die zorgen voor controle, bestrijding en onderhoud. Stropen, een andere veelvoorkomende praktijk met invloed op de natuur, is op eigen risico. Vogelvangst als voedsel (spreeuwen waren erg in trek) of voor verkoop (vinken, sijsjes, groenlingen, goudvinken, ) is wijdverspreid; er zijn weinig plaatsen waar geen vogelvangers actief zijn. De verhouding met de natuur ligt dus even anders. Dieren die men als concurrenten van menselijke activiteiten zoals landbouw, jacht en visvangst ziet, worden bestreden, uitgeroeid als het kan. Dieren die in de smaak vallen, komen als aanvulling op het menu; de soorten zijn afhankelijk van de sociale status (en de marktwaarde). De Reigerie Reigers (hier de blauwe reiger) worden meestal bestreden, aalscholvers nog meer, ze staan beiden bekend als viseters. Het bejagen en het kappen van de broedbomen is een courant gegeven, ook bekend van het Fort van Beieren. In 1945 worden alle bomen waarop de reigers en aalscholvers nestelden omgehakt. Blijkbaar een vrij selectief kappen, die de kolonie dat jaar herleidde tot 7 nesten blauwe reiger en 0 aalscholvers. De aalscholvers kwamen niet meer terug. Roofvogels Niet alleen blauwe reiger en aalscholver krijgen het zwaar te verduren. Alle roofvogels worden verdelgd door bejagen, vergiftigen en vangst. Bij dat laatste gaat het dikwijls om sperwers die in de netten voor zangvogels terechtkomen en dan steevast de nek worden omgedraaid. De poten dienen als bewijsmateriaal voor de premie die je voor deze goede daad bij de overheid kan krijgen. Zo zijn buizerd en sperwer in West-Vlaanderen geen broedvogel ( zie Lippens, L. 1972), slechts zeer occasioneel slaagt er een koppel in te broeden, want de jachtwachter 1

2 houdt het goed in de gaten. Buizerden, maar ook alle andere roofvogels die te dicht komen, worden afgeschoten. Dat dit kan oplopen, getuige een jachtwachter van het Bulskampveld die in de harde winter niet minder dan 75 buizerden schoot. Na de wettelijke bescherming van de roofvogels in 1966 (en het verbod op de pesticide DDT) nemen verschillende roofvogels weer toe. Het duurt wel nog tot 1975 voor de buizerd in West-Vlaanderen met een enig broedgeval weer langzaam voet aan de grond krijgt. Voor de sperwer is het nog iets langer wachten. Vandaag zijn het vrij schaarse tot vrij talrijke broedvogels, dat betekent een 1500 à 2000 broedparen in Vlaanderen. Kraai en ekster Traditioneel zijn ook de kraaiachtigen er om uit te roeien, met alle mogelijke middelen. Ekster en zwarte kraai spannen daarbij de kroon. Deze dieren worden vooral gezien als een concurrent voor de jager; ze zijn de jager soms voor door het roven van nesten van vogels die de jager liever zelf schiet of schadelijk voor de landbouw (al zijn ze ook nuttig voor de landbouw). Ze hebben een slechte reputatie opgebouwd die ook nog vandaag de dag doorleeft. Veel mensen vinden de ekster een mooie vogel, maar als hij verjaagd of verdelgd wordt, is dat niet zo erg, want hij pakt kleine vogeltjes. En, er zitten al sinds mensenheugenis teveel eksters. Wat teveel moge betekenen, blijkt een zeer subjectief gevoel. Geen enkel onderzoek geeft aan dat eksters schadelijk zijn voor de populaties van kleine zangvogels of duiven. Hoe de opmars van Turkse tortelduiven, houtduiven of merels dan te rijmen valt met de vele eksters die hen belagen, zou een raadsel zijn. Het is geen raadsel, er zijn gewoonweg niet teveel eksters. Dat subjectiviteit hierbij een grote rol speelt, bewijst het feit dat één van de grootste predators voor kleine vogels zelden genoemd wordt: de kat. Daarvan zijn er misschien wel teveel. Vogelvangst Vogelvangers deden het om het voedsel,dikwijls de gewone man die spreeuwen vangt, als hobby of als bijverdienste: de verkoop van volièrevogels. Sijsjes, barmsijsjes, vinken, kepen, groenlingen, putters, goudvinken, appelvinken, kneutjes, enzovoort konden flink wat centen opbrengen. Andere soorten die toevallig in het net geraakten, kwamen er zelden levend uit. Toch blijven verschillende van deze soorten algemeen. De broedplaatsen (biotopen) zijn ruim voorhanden. Zoogdieren Niet alleen vogels, ook zoogdieren werden bepaald vijandig bejegend. Otters zijn bekend van de Damse Vaart en omgeving en ook zij zijn te verdelgen. Er waren premies tot 1965 en de bescherming liet op zich wachten tot De otters hebben het niet meer gehaald en in Vlaanderen is de soort uitgestorven. Hermelijn, wezel en bunzing zijn eveneens steeds het mikpunt van verdelging. Hermelijn in wintervacht (mooi wit met een zwarte staartpunt) is trouwens een dankbaar vel, de hermelijnenmantel kan er een mooie versiering mee krijgen. Deze drie kleine zoogdieren komen wel nog voor in het poldergebied, al zijn de aantallen veel lager dan vroeger. Konijn en haas zijn voor jager en stroper een delicatesse. De aantallen kunnen sterk schommelen. Voor de konijnen speelt myxomatose daar een grote rol bij. De ziekte haalt een hoge konijnenstand onderuit. Stropen op konijnen is vermoedelijk veel geminderd. In de jaren nog veel beoefend. Het in beslag nemen van auto s die gebruik maakten van 2

3 hun lichten om de dieren te bejagen,zorgde voor gevaarlijke situaties, maar werkte wellicht toch ontradend. De nuttige dieren Vogels en dieren die niet tot één van de bovenstaande categorieën behoren, zijn op de buiten, nog talrijke tot zeer talrijke broedvogels. Veldleeuweriken hoor je overal, boerenzwaluwen hebben slaapplaatsen met vele duizenden, de koekoek, de wielewaal of de karekiet figureren in verschillende liedjes. Op school wordt het dierenrijk ingedeeld in de schadelijke en de nuttige dieren. Bij de nuttige zitten vooral de insecteneters. Boerenzwaluwen, kwikstaartjes, karekieten, worden zo populair. 2. Transitie Langzaam keerde het tij en werden meer en meer soorten vogels en andere dieren wettelijk beschermd. Blijkbaar verandert de houding tegenover dieren met de toegenomen welvaart en het steeds groter worden van de stedelijke bevolking. De behoefte om zelf dieren te vangen zoals spreeuwen wordt kleiner, de mens voelt zich minder een inwoner van het platteland. Vanaf de jaren zeventig verdwijnen veel kippen- en konijnenhokken, ook talloze moestuinen ruimen plaats voor siertuinen. Wat voor veel mensen een welkome aanvulling was op het inkomen, blijkt niet meer zo nodig. In 1972 wordt de vogelvangst afgeschaft (een hobby van de kleine man) en gaandeweg worden de jachtwetten veel strenger, ook het aantal bejaagbare soorten wordt gevoelig ingeperkt. Verschillende vogelsoorten hebben daar duidelijk van geprofiteerd. Roofvogels zijn toegenomen en de laatste twintig jaar zijn er in het Fort van Beieren, hoewel niet jaarlijks, broedgevallen van buizerd, sperwer, boom- en torenvalk. Ook de blauwe reiger en de aalscholver wisten hun plaats te heroveren, al kwamen de beschermende maatregelen voor de reigerie van het Fort te laat. Maar misschien komen de reigers toch nog terug (zie verder). 3. De Golden Sixties, maar daarna ( ). De toestand Voor het Fort van Beieren beschikken we, de reigerkolonie buiten beschouwing gelaten, over weinig faunagegevens van voor 1998, het moment dat de provincie het gebied opkoopt en openstelt. De huidige broedvogels en de gegevens van de laatste twintig jaar geven toch een indicatie van een meer algemene toestand. Een intensieve broedvogelinventaris van het gebied zou zeer nuttig zijn. Zo verkrijgt men gegevens over de actuele toestand die op hun beurt informatie aanleveren voor het toekomstige beheer. Het broedvogelbestand bestaat momenteel voornamelijk uit de meest algemene soorten van bossen en parken. Dat wil zeggen soorten als merel, roodborstje, winterkoning, heggenmus, koolmees, zwartkop, tjiftjaf, ekster, vlaamse gaai, zwarte kraai, kauw, houtduif, holenduif, grote bonte specht, vink, boomkruiper, zanglijster. Er zijn broedgevallen, eerder occasioneel (zie bijlage) van buizerd, sperwer, torenvalk en boomvalk. Buiten deze soorten zijn er weinig 3

4 of geen vogels van bossen en bosranden (struwelen, zoomvegetaties) of soorten van riet en vochtige struwelen. Enkel de kleine karekiet broedt aan de buitenrand. De wielewaal en de bergeend zijn vermoedelijk geen broedvogel meer. Een koppel dodaars, meerkoet en waterhoen broeden in de binnenwal. De boomklever (foto Wellens) behoort tot de mogelijke broedvogels. De groene specht is een soort die de laatste tijd toenam en mogelijk zich pas de laatste decennia in het domein vestigde. Maar soorten als kneu, grasmus, tuinfluiter, spotvogel, bosrietzanger, fitis, koekoek, gekraagde roodstaart, nachtegaal, grote lijster, spreeuw, ringmus, zomertortel, steenuil, moeten zeker tot de broedvogels behoord hebben. Wellicht zijn er een paar daarvan nog in klein aantal aanwezig. Dit jaar werd de koekoek enkele malen gehoord (med. Chantal Devriese). Wie vroeger langs de weilanden aan de noordzijde liep, zal zeker veldleeuweriken opgemerkt hebben, die zijn ook volledig verdwenen. Dat de vogelfauna veel rijker was illustreert één van de zeldzame notities van 21 juni Tijdens een kort bezoek aan de reigerkolonie noteerde men die dag de vondst van een nest van zomertortel, een broedgeval van dodaars, wilde eenden en een vrouwtje zomertaling (Kuijken, E. 1960). Zomertaling en zomertortel zijn sindsdien erg in aantal afgenomen. Onder invloed van een betere bescherming slaagden vooral roofvogels, maar ook blauwe reigers, aalscholvers en andere watervogels zoals wilde eend, fuut en meerkoet erin om weer in redelijke aantallen aanwezig te zijn in de regio. Andere soorten hebben daarvan niet kunnen profiteren en buiten de natuurreservaten gaan ze sterk achteruit. Het zijn niet altijd zeldzamere vogels, maar doorgaans algemene tot vrij algemene soorten die dus in grote aantallen afhaken. Als men ziet hoeveel mensen er vroeger gedurende vele decennia (tot honderden jaren) actief dieren doden of vangen, met bij de stropers zeer kundige technieken, dan lijkt het verwonderlijk dat zoveel soorten in dit cultuurlandschap toen veel talrijker aanwezig waren, dan nu het geval is. Hoe komt dat dan? Van groen armoede, naar grijze overvloed Daar waar de aandacht voor de bescherming en zorg van planten dieren toenam, met vooral vanaf 1965 een stijgend aantal wettelijke bepalingen, veranderde na de Tweede Wereldoorlog het grondgebruik zeer ingrijpend. De boomende economie, de vooruitgang, de toename van verstedelijking en industrie, de grote wijzigingen in de landbouw en de impact daarvan op het platteland zijn er enkele van. Meer stad en meer industrie betekent minder ruimte voor het buitengebied waar de natuur het sterkst aanwezig is. Het is een sluipend proces; in het begin valt het nog zo niet op, maar gaandeweg wordt de invloed van steeds minder ruimte voor de natuur significant. 4

5 Verdwijnt bij de gewone man de moestuin, bij het landbouwbedrijf zijn het hectaren en hectaren hoogstamboomgaarden, honderden kilometers hagen, heggen, houtkanten en bomenrijen, veedrinkpoelen, rietkragen, die bij ruilverkavelingen en de nieuwe bedrijfsvoering niet meer thuishoren. De biotopen verdwijnen. Het toenemend gebruik van pesticiden en herbiciden, het steeds intensiever bewerken van akker- en weiland met een enorme voedselafname voor veel vogelsoorten als gevolg, de (over)bemesting, het te lage waterpeil, laten zich voelen. De ecologische kwaliteit is te laag geworden. Komt daarbij dat deze maatregelen meestal definitief zijn (de haag of de poel is weg) en niet occasioneel. De druk zet zich jaar op jaar verder. Bepaalde vogelsoorten kunnen zich wel staande houden als het eens een jaar of twee slechter gaat, maar tien jaar, twintig jaar, dertig jaar, dat houden ze niet vol. Het ligt ook voor de hand dat populaties op een bepaald moment het kritisch punt voorbij zijn; hun aantal wordt te gering om de soort in stand te houden, nog een paar slechte broedseizoenen er bovenop en voor kleine zangvogels die maar een paar jaar oud worden, is het afgelopen. De laatste decennia worden er inspanningen gedaan voor de natuur. Op bepaalde plaatsen, hoofdzakelijk natuurreservaten, geeft dat resultaat. Ook worden weer beplantingen (hagen) en poelen aangelegd. In vergelijking met wat er bijvoorbeeld aan hagen en houtkanten verloren ging, betekent dit niet veel. Tekenend is dat men er niet in slaagt om meer bos te krijgen in Vlaanderen. Enerzijds krijg je de indruk dat er bos bijkomt (geboortebossen, aanplanten van het Agentschap voor Natuur en Bos, provincies), maar anderzijds verdwijnt er nog altijd meer bos dan er bijkomt, het saldo staat op nul. Een ander voorbeeld is Countdown 2010 : tegen 2010 wou men de daling van de biodiversiteit een halt toeroepen, het is niet gelukt (niet in Vlaanderen, niet in België, niet in Europa, ). Naast de intensivering van de landbouw en biotoopverlies is er de laatste twintig jaar een alsmaar groeiende druk van toerisme en recreatie. Alles moet zoveel mogelijk worden ontsloten: gebieden moeten worden opengesteld, steeds meer wandel- en fietspaden (liefst verhard) worden aangelegd, elke doelgroep op zijn wensen bediend (ruiterpaden, mountainbikeroutes, ). Ten aanzien van een erg afgetakelde natuur legt dit mee een hypotheek op herstel. Soorten waarvan het biotoop weer kan worden geoptimaliseerd, krijgen het nu moeilijk tot onmogelijk, door teveel recreanten en loslopende honden. Met name vogels die op de grond broeden zijn daar heel gevoelig aan. 4. Een wereld valt uiteen Niet alleen bij ons veranderen de milieuopstandigheden ook elders is dat het geval. Voor veel soorten trekvogels is Afrika normaal een rijk gedekte tafel. Is de trek een gevaarlijke en energieverslindende onderneming, daartegenover staat dat de voedselbronnen in Afrika uitbundig zijn. Maar ook dat is geen constant gegeven. Droogtes in de Sahel, het uitdrogen van moerassen (irrigatie voor de landbouw), het verdwijnen van bossen door droogte en bevolkingsaangroei, een te brede woestijn, jacht en vogelvangst, omzetten van moerassen in rijstvelden of akkers, gebruik van pesticiden, maken het verschillende trekvogels erg moeilijk in hun overwinteringsgebieden. Nederlandse onderzoekers geven in Living on the Edge (2009) een overzicht van verschillende soorten hun wedervaren. 5

6 De gekraagde roodstaart Een mooi voorbeeld van hoe slecht het een vogel kan vergaan, is de gekraagde roodstaart. Ooit een zeer algemene vogel van bossen, parken, boomgaarden, dreven, hoge houtkanten, Bij het begin van de 20 ste eeuw en tot kort na de Tweede Wereldoorlog in een grootschalig nestkastenonderzoek in Nederland na de koolmees de meest algemene soort. Zijn problemen beginnen met de aftakeling van het landschap van kort na de Tweede Wereldoorlog. Hoogstamboomgaarden verdwijnen in ijltempo, het landschap wordt grootschaliger en dreven, houtkanten die in de weg staan gaan eruit. De jaren vijftig-zestig luiden al een achteruitgang van de soort in. Van algemeen wordt de soort vrij algemeen of minder algemeen. De gekraagde roodstaart is daarbij een echte trekvogel die jaarlijks overwintert in West- Afrika, in de Sahelzone. In zijn wintergebied verblijft de gekraagde roodstaart in savanne bosgebied, van die losstaande bomen met struweel en lange droge grassen. Nu doen zich hier in de tweede helft van de jaren zestig grote droogtes voor. De bossen waar de gekraagde roodstaart in overwintert, gaan dood en daarmee zijn belangrijkste voedselbron. Een zeer groot deel van zijn leefgebied verdwijnt en de gekraagde roodstaart krijgt opnieuw klappen ditmaal in Afrika. Het bomenbestand herstelt zich ook niet, want met de aangroei van de bevolking is er meer vraag naar hout. Daarvoor worden dikwijls exotische soorten (eucalyptus) aangeplant, helemaal niet interessant voor de gekraagde roodstaart. Terug in Europa verdwijnen in de jaren tachtig gaandeweg steeds meer biotopen. De gekraagde roodstaart wordt een zeldzame soort die ook waar biotopen nog goed zijn in aantal afneemt. Soorten waarvan het aantal vogels te laag wordt, lopen uiteraard meer kans om in de problemen te komen: een slecht broedseizoen (geen of te weinig nakomelingen), weer een droge winter in Afrika... De neergaande spiraal valt dan moeilijk te keren. De gekraagde roodstaart is een zeldzame vogel geworden. In de Sahelzone zijn er momenteel ook een aantal gebieden waar herbebossing met autochtone boomsoorten over grote oppervlakten veld wint, mogelijk ligt hier een kans voor een heropleving van de gekraagde roodstaart. 6

7 5. Shifting Environmental Baselines In 1995, Pauly described the phenomenon of shifting environmental baselines, noting that each generation of scientists subconsciously views as natural the way the environment appeared in their youth (Pauly 1995). Although he described shifting baselines in relation to fisheries science, the phenomenon is general and applies to all sectors of society. As one generation replaces another, people s perspectives change such that they fail to appreciate the extent of past environmental modifications by humanity. Saenz-Arroyo (2005) Het veranderen van een referentiekader kunnen we aantonen met enkele foto s (Vanhecke 1981). De eerste toont een landschapsfoto van Ruislede. Een leuk fietsweggetje langsheen de weiden. Een beeld dat we nog tegenkomen. De foto dateert van 1980 (Charlier, G.). Anno 1980 zal een negentigjarige wel kunnen zeggen dat het er vroeger anders uitzag. Hoe anders? Da was nog een zandweg of t laag to noch een pit, maar hoe moet je je dat voorstellen. In veel gevallen is dat moeilijk. In dit geval hebben we de foto van exact dezelfde plaats van 1911 (Massart, J.). Zo zag het eruit. Doorgaans vindt men dat de tweede foto een mooier beeld geeft, Maar zonder de oude foto vinden we dat de foto van 1980 al een mooi landschap weergeeft. Ons referentiekader is verschoven, we zijn de algemene situatie van 1980 gewoon geworden en weten dat er best veel minder aantrekkelijke weggetjes zijn dan wat er op de foto te zien is. Alleen we weten niet meer of het vroeger mooier was. Generaties wisselen elkaar af en zonder foto s of gegevens verschuift ons referentiekader. 7

8 Het platteland in 1911 (Massart, J.) Met planten en dieren gebeurt hetzelfde. In West-Vlaamse context verdwenen in de jaren zeventig-tachtig van de vorige eeuw broedvogels als grauwe klauwier, nachtzwaluw, boomleeuwerik of grote karekiet. Biotoopverlies en pesticiden speelden daarbij een belangrijke rol. In de jaren zestig waren het al zeldzame soorten geworden, in de jaren daarvoor waren ze nog gewoon. De laatste twintig jaar zien we opvallende, algemene soorten met rasse schreden afnemen. Bekend zijn huismus, veldleeuwerik of boerenzwaluw, maar ook kneu, spreeuw, fitis, zomertortel of gekraagde roodstaart, alle ooit zeer algemene vogels worden vrij zeldzaam tot zeldzaam. Bepaalde soorten zitten al op het niveau van de grauwe klauwier in de jaren zestig. Nu is voedselbeschikbaarheid één van de grote problemen. De ecologische kwaliteit van het buitengebied is te laag geworden. Wie in het Fort van Beieren wandelt, merkt hier op het eerste gezicht weinig of niets van. Er fluiten vogels en er vliegt een vlinder rond, een mooi natuurgebied. Toch zou een wandeling in 1960 heel wat meer natuur gepresenteerd hebben, niet alleen wat planten betreft, ook een reigerkolonie en een hele reeks andere broedvogels zouden aanwezig zijn. Nog 20 jaar eerder zaten er aalscholvers tussen de reigers. Zonder de (natuur)historische gegevens (en voor veel gebieden ontbreken die) zouden we het Fort van Beieren nemen zoals het nu is. Onze manier van kijken en handelen wordt daar uiteraard sterk door bepaald. In veel gevallen gaat de kennis van dieren en planten over de laatste twintig jaar. Ondermeer omdat veel 8

9 gestructureerd onderzoek niet ouder is dan dat. Een gevaar is dan dat dit het ijkpunt zou worden: de laatste 20 jaar als uitgangspunt nemen. Alleen, als men dat doet, doen we de natuur dan nog wel recht? Voor het Fort van Beieren vergeten we dan dat er vroeger nog heel wat andere plant- en diersoorten voorkwamen, de grootste biodiversiteit is er al lang weg. Het nemen van recente data als referentiepunt leidt regelmatig tot het environmental baseline syndrome (Pauly 1995). Veel mensen, ook wetenschappers (en soms meer dan men beseft) nemen de natuur zoals ze die in hun jeugd kenden als een maatstaf van hoe die natuur er zou moeten uitzien. Wie vogels kijkt weet dat veldleeuweriken, boerenzwaluwen, huismussen, in de jaren negentig talrijker waren dan nu. Wie nog wat ouder is, weet dat ze in de jaren zeventig nog talrijker waren. Maar wie weet nog hoe talrijk ze waren in de jaren vijftig of veertig. Voor 1950 moet je dan al ongeveer 75 jaar oud zijn. Veel mensen die over die kennis beschikken zijn er niet. Oudere zegslui worden soms met ongeloof bejegend, men kan hun grote aantallen van verdwenen of zeldzame soorten moeilijk geloven. Onderzoek geeft hen echter gelijk. Hoe verder terug in de 20 ste eeuw, hoe schaarser de gegevens over vogels worden. Voor de 19 de eeuw wordt het nog veel minder. Soorten die al verdwenen in de 19 de of de eerste helft van de 20 ste eeuw vertekenen dus ons beeld, want we gaan er vanuit dat ze er nooit geweest zijn. Historisch spitten en delven toont aan dat heel wat soorten er wel waren en veel soorten in veel grotere aantallen dan na Toch is het soms moeilijk om het eigen referentiebeeld bij te stellen. Het is blijkbaar lastig te geloven dat de natuur zo weelderig en gevarieerd was in een verleden dat men zelf niet heeft gekend. Zo ontstaat een onderschatting en een vertekening (een environmental shift ) van de natuur; ze was immers veel diverser en met veel grotere aantallen. Historische informatie blijkt van groot belang om een betere inschatting te kunnen maken van hoe de natuur onder bepaalde omstandigheden was en hoe een beheer daar kan worden op afgestemd. De veldleeuwerik Een anekdote over de veldleeuwerik kan dit illustreren. Momenteel zijn er nog maar weinig veldleeuweriken, wie 20 jaar vogels kijkt weet dat er meer waren in de jaren negentig meer dan koppels in Vlaanderen broeden (Broedvogelatlas ), wie veertig jaar kijkt, weet dat er in de jaren zeventig (circa ) een veelvoud waren ten aanzien van de jaren negentig (de soort werd meestal zelfs niet genoteerd, er waren er teveel, je hoorde ze overal ), maar eind jaren zestig was de soort al dalend (circa broedparen, Lippens& Wille 1972). Wie toen hoorde of las dat de soort al was afgenomen, kon zich daar moeilijk veel bij voorstellen, er waren er nog zo veel, maar als men leest dat op de Londense markten tot de Eerste Wereldoorlog er dikwijls tot leeuweriken te koop lagen (erg lekker), dan begin je wel te beseffen dat veel en veel twee is. Maar hoe je die grotere aantallen overbrengt naar iemand die het niet gezien heeft (zonder harde data), blijkt niet eenvoudig. Van zodra een waarnemer wat meer veldleeuweriken ziet, heeft hij de neiging om aan te nemen dat er nu weer veel zitten? Al is dat maar een fractie van wat er vroeger zat. De baseline, je referentiepunt staat niet alleen op papier, ze zit ook in je hoofd. (Het verhaal van de veldleeuwerik is jammer genoeg geen uitzondering.) 9

10 6. Ja, het kan Een veranderende samenleving stelt dus nieuwe problemen. Jacht, vogelvangst en verdelgen is sterk verminderd. Een andere kijk op natuur zorgde ervoor dat veel soorten die daar zwaar onder te lijden hadden opnieuw in aantal toenamen. Maar de afname van open ruimte en het intensieve gebruik ervan, met het verdwijnen van tal van biotopen, lijkt nog veel ingrijpender gevolgen te hebben. Ditmaal gaat het niet om geviseerde soorten, maar om structurele ingrepen, zoals eerder aangehaald. De bestaande natuurgebieden zijn te klein om deze afname van biodiversiteit op te vangen. Natuur- en bosreservaat bedraagt amper een 3%. Ook buiten de natuurgebieden zullen dus ingrijpende maatregelen nodig zijn om fauna en flora weer op een redelijk niveau te krijgen. Dat ook zeer algemene vogels de laatste decennia met wel 90% zijn afgenomen, toont dit duidelijk aan. Sommige trekvogels maken daarbij ook slechte tijden door in de winter. Op het eerste gezicht een zaak waar we weinig kunnen aan doen, maar de DDT die er volop wordt gesproeid komt wel uit Europa Dat de natuur een taaie tante is mag blijken uit het feit dat heel wat soorten niettegenstaande al hun miseries er weer bovenop geraakten. We vermelden al verschillende soorten roofvogels en watervogels. In natuurreservaten wordt bewezen dat heel wat soorten het veel beter doen. Ook langeafstandstrekkers die ver in Afrika overwinteren, zoals de rietzanger die erg gevoelig is aan droogtes in de Sahel, broedt momenteel weer in grote aantallen in de natuurgebieden. De laatste strongholds van de veldleeuwerik vind je in reservaten. Niet alleen vogels, maar ook zoogdieren, insecten, reptielen en amfibieën, planten, paddenstoelen, hebben veel veerkracht. Er zijn natuurlijk grenzen en momenteel worden die zeer zwaar op de proef gesteld vandaar de enorme daling van de biodiversiteit. Historische gegevens tonen aan dat we blij mogen zijn met succes zoals in verschillende reservaten, maar niet met een dooie mus. Fietstoeristen kunnen genieten van mooie landschappen, zonder te beseffen dat ze op het vlak van biodiversiteit soms niet meer zijn dan een lege doos. De natuurkwaliteit blijkt in het verleden trouwens veel hoger te zijn geweest dan gedacht. Het is niet dat het tij niet te keren valt, maar om de teloorgang van de natuur te stoppen zal er echter meer nodig zijn dan wat er nu gebeurt. Voor het Fort van Beieren is het belangrijk een goed overzicht te krijgen van de fauna (van de flora zijn we beter op de hoogte). Met de hier verzamelde gegevens krijgen we al een iets beter inzicht in de fauna die het Fort kende, al zijn er nog zeer veel hiaten. Ook voor de actuele situatie zijn er veel vraagtekens. Een grondige inventaris zou de noodzakelijke basis zijn voor een goed beheer. De huidige kennis wijst op de vele potenties die aanwezig zijn. Het herstellen en in stand houden van de verschillende biotopen maken de terugkeer van veel vogels en dieren zeer waarschijnlijk. Voor bepaalde soorten (trekvogels) ligt de oorzaak van verdwijnen buiten het Fort, maar wanneer hun toestand verbetert, zou het jammer zijn als ze hier van een kale reis zouden terugkomen. Dit toont nogmaals het belang aan van historische data. Zich louter richten op de actuele situatie zou kunnen leiden tot het behouden van een erg verarmde natuur; de baseline, het referentiekader is dus van wezenlijk belang. 10

11 2. De blauwe reiger (Ardea cinerea) en het Fort van Beieren Een historische kolonie Toen de heer Baron E. van Caloen van Bassegem in 1907 het kasteel Fort de Barrière aankocht verzekerden de inwoners van de streek hem dat ze de reigerkolonie er altijd hebben gezien. In 1924 telde de kolonie blauwe reigers volgens Ch. Dupond 10 tot 15 (misschien meer?)koppels terwijl R. Verheyen(1948) en L. Lippens (1954) voor 1940 ongeveer een 40- tal nesten mededeelden. Tot in 1945 bevond zich een kleine vestiging van Aalscholvers in de reigerie. Alle bomen waarop de reigers en aalscholvers nestelden werden in 1945 omgehakt zodat de kolonie grotendeels vernield werd (CH.Dupond): L. Lippens telde voor dat jaar nog 7 nesten. De verdere evolutie van deze kolonie vanaf 1946 tot en met 1966 wordt in volgende overzichtelijke tabel samengevat. (de verwijzing naar een tabel tot 1966 is een foutje en wil zeggen dat er ook gegevens worden meegenomen in de tekst die verwijzen naar de reigerkolonie Ten Berge die een vervolg was op die van het Fort van Beieren. In de oorspronkelijke tabel staat 1960, maar dat moet 1959 zijn.) Jaar Aantal nesten Aantal koppels Bron 1907 xx xx Verheyen, R à 15 Ch. Dupond Lippens/Verheyen L. Lippens L. Lippens L. Lippens E. Kesteloot L. Lippens A.Rodts / L.Lippens E. Kesteloot De Ridder M. Bossier à 40 2 nesten met jongen E. Kuijken Bovenstaande beschrijving door Verheyen, R. (1966) moet zowat de oudste bekende gegevens van vogels van dit gebied weergeven. Blauwe reigers waren er zeker al in de 19 de eeuw, aangezien de inwoners van de streek ze in 1907 al altijd hebben gezien. Aalscholvers verbleven er tot 1945, of de aalscholvers er ook steevast zaten is niet duidelijk. Traditioneel werden de bomen gekapt om dit ongedierte weg te krijgen. 11

12 De luchtfoto van 1918 geeft een impressie van hoe het gebied er bij het begin van de 20 ste eeuw uitzag. Vooral het bomenbestand is hier interessant. Het gaat om rechte rijen met een nog vrij open structuur, toch sterk verschillend van de gesloten kruinen in de huidige situatie (zie luchtfoto VLM, cd-rom Fort van Beieren). Wellicht kon de kolonie zich uitbreiden naarmate het bos ouder en meer gesloten werd. 40 nesten was voor en na 1945 het maximum. Let ook op de vrij grote bospartij links van het Fort. Zoals overal werd de reigers geen warm hart toegedragen. In 1945, na de oorlog werd het weer business as usual, werden de broedbomen omgehakt, een drastische maatregel wat niet wil zeggen dat de reigers en aalscholvers daarvoor met rust zouden zijn gelaten. Bestrijding was courant hun deel. Na 1945 steeg het aantal broedparen opnieuw tot een 40 nesten. Dat er wat minder waren in 1955 verklaart E. Kesteloot: De kolonie is ietwat uitgedund ingevolge werken uitgevoerd in het bos.. 12

13 Verhuizen In 1959 verhuisde de kolonie naar het domein Ten Berge (Verheyen, 1966) hooguit twee kilometer meer naar het westen. Ten aanzien van de voedselgebieden is dit nauwelijks een verandering. Waarom de kolonie verhuisde wordt nergens vermeld. Normaal moet verstoring door jacht of het omhakken van bomen daar voor iets tussen zitten. Het Fort had in die tijd een kwalijke reputatie op het vlak van omgaan met vogels en blauwe reigers zouden er op vraag geschoten worden om op te zetten. De jaren zestig waren geen goede tijd voor blauwe reigers. De zeer strenge winter staat erom bekend een hoge tol onder de reigers te hebben geëist. En zeker vanaf de tweede helft van de jaren zestig wordt de waterkwaliteit bijzonder slecht. Ter vergelijking: ook de reigerkolonie van Meetkerke kent in die periode een waar dieptepunt. Heel waarschijnlijk is de mens er de oorzaak van dat de kolonie verhuist naar een rustiger plaats in de buurt: het kasteeldomein Ten Berge. Hieronder de broedgegevens die werden verzameld voor Ten Berge. Bijkomende tellingen van 1966 tot 1981 zouden interessant zijn. Jaar Aantal koppel Aantal nesten Waarnemer(s) E. Kesteloot J. Debree X. Mombailliu J. De Bree Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Guido Burggraeve Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker 13

14 Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker Frank Descheemaeker De reigerstand gaat bergaf In 1966 concludeerde Verheyen dat de Belgische reigerpopulatie fel achteruitging gedurende de laatste jaren (vanaf 1945 ging het steil bergaf). Deze achteruitgang was vooral te wijten aan: het vernietigen der broedplaatsen (omhakken der bomen), aan de bevuiling van het grondwater, van de beken, rivieren en stromen door afvalproducten van de industrie; het steeds kleiner worden van het voedselterritorium en aan het afschieten der oudervogels.. Koude winters (de zeer strenge winter van uitgezonderd, in Nederland bedroeg dit een verlies van 45% van de populatie) hebben weinig invloed, eierenverzamelaars en de predatie door kauwen en zwarte kraaien zijn te verwaarlozen. Verheyen (1966) pleit ervoor om de kolonies natuurreservaat te maken en uiteraard om de blauwe reiger te beschermen. En weer bergop In 1972 wordt de blauwe reiger in België eindelijk beschermd (in Nederland in 1963). Begin jaren tachtig was de blauwe reiger met een remonte bezig, wellicht al ingezet in de jaren zeventig. Ook op Vlaams niveau is de stijging opvallend. Door de opeenvolgende koude winters na 83 was er weer een terugval. Ondertussen broeden ze weer op meer plaatsen, maar in kleinere kolonies (zie verder). De aantallen stabiliseerden zich en de vogel is veel minder schuw geworden. Dat heeft alles te maken met de houding van de mens. Vroeger hadden ze alle reden om op een zeer veilige afstand te blijven, dat is nu veel minder het geval. Blauwe reigers bezoeken nu parken en tuinen en alert zitten ze soms tot op enkele meters van je vandaan. De voorzetting van de kolonie van het Fort van Beieren is succesvol gebleken. De kolonie Ten Berge werd één van de grootste reigerkolonies in (West-)Vlaanderen (1982). 14

15 Stapsgewijs is er een daling merkbaar. De laatste zes jaar zet die zich verder. Die trend is ook merkbaar in de kolonie van Meetkerke. Mogelijks is ze ook in Ten Berge mee toe te schrijven aan de toename van het aantal kolonies die samengaat met de afname van de aantallen in de grotere, traditionele kolonies (Zwarts, L. et al 2009); een kwestie van meer veilige plaatsen. Een terugkeer naar het Fort? Een terugkeer van de blauwe reiger als broedvogel van het Fort van Beieren is niet geheel onmogelijk. Van de factoren die verantwoordelijk waren voor het verdwijnen van de reigers (afschot, bewuste verstoring, een zeer slechte waterkwaliteit, verdroging) zijn alvast afschot en bewust verstoren niet meer aan de orde. De algemene waterkwaliteit, alhoewel helemaal niet perfect, is sterk verbeterd. Maar het voedselaanbod kan veel beter, want een te intensieve landbouw, verdroging, werkt hier sterk beperkend. Aangezien de laatste jaar zich op verschillende plaatsen nieuwe kleine kolonies ontwikkelden, is het niet onmogelijk dat zich hier opnieuw reigers vestigen. De herstellingen van de wal kunnen daar misschien behulpzaam bij zijn. Heikel punt kan de invloed van de recreatie zijn. Hoe de paden lopen kan daarbij van groot belang zijn. We kennen geen plaatsen waar reigers tot broeden komen als er zeer regelmatig mensen in de buurt van (onder) hun broedbomen lopen. Al is de blauwe reiger veel minder schuw geworden, het blijft een voorzichtig dier, uiteraard ook wat de broedplaats betreft. Ook het kappen van geschikte broedbomen heeft duidelijk invloed. Niet alleen het citaat van Kesteloot geeft dat aan, ook Descheemaeker duidt voor Ten Berge (1997) een daling aan met opruiming bos. Hopelijk wordt met deze factoren proactief rekening gehouden bij de organisatie van het domein. Leo Declercq 15

16 Literatuur Chinua Achebe (1958). Een wereld valt uiteen. editie 2008,Uitgeverij De Geus Declercq, L. (1980) Dagroofvogels in Noordwest-Vlaanderen , De Roerdomp 20, 10 Jones, E.L. (1972 ).The Bird Pests of British Agriculture in Recent Centuries, Agricultural History Review, 20 Kuijken, E (1960). in De Wielewaal 1960, nr. 2, Excursie naar Hoeke op 21 juni 1959 Leo Zwarts, Rob G. Bijlsma, Jan van der Kamp, Eddy Wymenga. (2009) Living on the Edge, Wetlands and birds in a changing Sahel. KNNV Publishing Lippens, L. & Wille, H. (1972). Atlas van de Vogels in België en West-Europa. Lannoo/tielt/utrecht ISBN Lovegrove, R. (2007). Silent Fields The long decline of a nation s wildlife. Oxford University Press Pauly, D. (1995). Anecdotes and the shifting baseline syndrome of fisheries. TREE. Vol.10 Saenz-Arroyo,A. et al (2005).Rapidly shifting environmental baselines among fishers of the Gulf of California. The Royal Society doi: /rspb Vanhecke, L. (1981). Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu: Van groene armoede naar grijze overvloed. Uitg. door Nationale Plantentuin van België; met medew. van Belgische Natuur- en Vogelreservaten (BNVR) Verheyen, R.F. (1966).Het voorkomen van de blauwe reiger, Ardea cinerea cinerea (L.) in België, en de evolutie van de reigerstand in die landen welke de Belgische populatie kunnen beïnvloeden. Giervalk 56/4: Met veel dank aan Anny Anselin, Guido Burggraeve, Frank Descheemaeker, Jan Rodts en Eckhart Kuijken, voor hun altijd even vriendelijke samenwerking en boeiende informatie. 16

17 17

Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels.

Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Overzicht broed 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Voorkeur bos Vogelsoorten van Bijlage 1 vogelrichtlijn Gemengd bos Zwarte specht #1 1500-2500 2300-2900 1100-1600 - Naald- en loofbos Wespendief

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold

Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Tellers: D.Schoppers, A. Vanderspoel, J. de Vries, W. Woudman, M. Werkman, J. De Bruin, M.Wijnhold Inhoud: 1. Samenvatting 2. Methode: territoria

Nadere informatie

Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen

Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen Birdwatching: hoofdstuk 1/3 evaluatie van de beheersmaatregelen Alle bij de NGF aangesloten clubs worden jaarlijks uitgenodigd deel te nemen aan een vogelteldag. De bedoeling is op dezelfde dag eind april

Nadere informatie

broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval. 9.05 : 1 w. met 3 pulli - regelmatig worden ongepaarde ex.

broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval. 9.05 : 1 w. met 3 pulli - regelmatig worden ongepaarde ex. Kleiputten 't Hoge 1983 2013 (2014) In deze kolom krijgen sommige soorten een andere kleur en dus een andere Broedende of waarschijnlijk broedende soorten broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval.

Nadere informatie

Routekaart 2011. Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011. Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer

Routekaart 2011. Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011. Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer Natura 2000-gebied en Nationaal Park Lauwersmeer 15 mei 2011 Routekaart 2011 Inschrijving Bosschuur Staatsbosbeheer Welkom op het Frysk Fûgelpaad 2011 Deze vogelspotwandeling wordt gehouden in Nationaal

Nadere informatie

BMP rapport. Gat van Pinte 2014. Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014

BMP rapport. Gat van Pinte 2014. Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014 BMP rapport Gat van Pinte 2014 Bert van Broekhoven VWG De Steltkluut September 2014 1 van 10 BMP Gat van Pinte 2014 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Gebiedsbeschrijving Gat van Pinte... 3 3. De telronden...

Nadere informatie

2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com

2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com Colofon Inhoud 2012 Rebo International b.v. deze uitgave 2012 Rebo Productions b.v., Lisse www.rebo-publishers.com info@rebo-publishers.com coverfoto s (Roodborst) Michel Geven (voorzijde) Nico van Kappel

Nadere informatie

Excursie samen met Flevo Bird Watching uitgevoerd door: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek. Flevo Birdwatching, Rien Jans

Excursie samen met Flevo Bird Watching uitgevoerd door: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek. Flevo Birdwatching, Rien Jans Datum van de excursie: 4 mei 2016 Team: Flevo Birdwatching, Rien Jans Bezochte gebied: Ringheuvels Den Treek en Delta Schuitenbeek Vroege ochtend: Het Langeveen op landgoed Den Treek. En late ochtend/middag:

Nadere informatie

Broedvogel Monitoring Project. Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg. voorjaar 2012

Broedvogel Monitoring Project. Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg. voorjaar 2012 Broedvogel Monitoring Project Alle soorten (BMP A) Bakelse Plassen inclusief golfbaan Stippelberg voorjaar 2012 Vogelwerkgroep t Vuggelke, IVN Bakel-Milheeze-Rips Dit rapport is opgesteld op verzoek van

Nadere informatie

BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen

BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen Sinds 2008 voer ik jaarlijks broedvogeltellingen uit in een telgebied op het Leersumse Veld en Ginkelduin volgens de richtlijnen

Nadere informatie

NVWK geeft de erven vleugels. Module 3 vogels tellen

NVWK geeft de erven vleugels. Module 3 vogels tellen NVWK geeft de erven vleugels Module 3 vogels tellen 1 Indeling van de avond Even voorstellen Erfvogels tellen met tuintelling.nl pauze Je erf toevoegen Geluidenquiz 2 Even voorstellen. Werkzaam bij Sovon

Nadere informatie

Vogelringstation Schiermonnikoog. Verslag activiteiten 2014 voor CCWO

Vogelringstation Schiermonnikoog. Verslag activiteiten 2014 voor CCWO Vogelringstation Schiermonnikoog Verslag activitei 2014 voor CCWO Verslag veldwerk 2014 Inleiding In 2014 zijn de activitei van het Vogelringstation Schiermonnikoog in de onderzoeksopzet voortgezet: 1.

Nadere informatie

Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012

Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012 Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012 Inleiding Park Rosendael (38,9 ha) is het langstlopende BMP-proefvlak van de vogelwerkgroep geteld in 1981 en 1984-2012. Dertig jaar telhistorie waaraan veel gevierde

Nadere informatie

Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015

Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015 Broedvogeltellingen in de Parkendriehoek in Dordrecht in 2015 Overkamppark, Landgoed Dordwijk en Dubbelmondepark en een vergelijking met eerdere inventarisaties Sander Terlouw Grauwe Vliegenvanger - Foto

Nadere informatie

Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim

Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim Donderdag 19 mei 2016: Avondexcursie Oostvaardersplassen. Gids: Pim Om 18.15 uur trof ik mijn enthousiaste excursiedeelnemers uit het Nood Hollandse Uitgeest. We reden allereerst naar de Grote praambult

Nadere informatie

Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen

Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen Broedvogels Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen op basis van Henk Kuiper Utrecht December 2009 COLOFON Tekst en onderzoek:

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatie. Wijchens Meer-west,Wijchen. Hans Hollander, 2008

Broedvogelinventarisatie. Wijchens Meer-west,Wijchen. Hans Hollander, 2008 Broedvogelinventarisatie Wijchens Meer-west,Wijchen 2008 Hans Hollander, 2008 Hans Hollander Oudelaan 2005 6605 SC Wijchen 024-6412564 hanshollander@xmsnet.nl 2 Inhoud INHOUD... 3 1 INLEIDING... 4 2 GEBIEDSBESCHRIJVING...

Nadere informatie

AMSTERDAM OPEN AIR FESTIVAL GAASPERPLAS

AMSTERDAM OPEN AIR FESTIVAL GAASPERPLAS NATUURBELEVEN AMSTERDAM OPEN AIR FESTIVAL GAASPERPLAS QUICKSCAN FLORA- EN FAUNAWET NatuurBeleven b.v. dr. M. Kuiper Oostermeerkade 6 1184 TV Amstelveen 020/4720777 mark@natuurbeleven.nl Opdrachtgever:

Nadere informatie

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 29 ste BROEDVOGELINVENTARISATIE -2006 Het natuurreservaat Blokkersdijk (100ha groot) ligt gekneld tussen de Zwijndrechtse industriezone, de Expressweg

Nadere informatie

Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015

Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015 Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015 Martin Heinen Vogelwerkgroep Oost-Veluwe, Apeldoorn 1 1. Inleiding De gemeente Apeldoorn heeft Vogelwerkgroep Oost-Veluwe gevraagd een inventarisatie

Nadere informatie

Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007

Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007 Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007 Jan Schoppers Inleiding In 2007 is in opdracht van Sportcentrum Papendal en NOC*NSF een broedvogelinventarisatie uitgevoerd op het terrein. Dit is een nieuwe

Nadere informatie

Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport

Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport A&W-rapport 996 Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport 1 2 A&W-rapport 996 Inventarisatie natuurwaarden Lelystad Airport 3 4 A&W-rapport 996 Inventarisatie

Nadere informatie

Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009

Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009 Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009 Ronnie Veldkamp Om 9.00 uur had ik afgesproken met mijn vriend Pieter van den Hooven om weer de jaarlijkse telling

Nadere informatie

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011 BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Luchtfoto van het gebied... 3 Algemene Informatie.... 4 Gebiedsbeschrijving... 5 Gebiedsindeling... 6 Info over de telronden... 7 Territoria

Nadere informatie

Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden

Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden Natuur inventarisaties in de gemeente Arcen en Velden 2006 Bosuil Inleiding: In begin 2006 is een hernieuwde poging gedaan om de natuur inventarisaties die in het verleden een belangrijke plaats innamen

Nadere informatie

NATUURGEBIED HET ROT ANTWERPEN-LINKEROEVER

NATUURGEBIED HET ROT ANTWERPEN-LINKEROEVER NATUURGEBIED HET ROT ANTWERPEN-LINKEROEVER BROEDVOGELINVENTARISATIE 2014 Willy Verschueren, Greet De Jonghe, Jef Van de Wiele INLEIDING De natuurgebieden te Antwerpen Linkeroever hebben steeds een rijke

Nadere informatie

Vraagprogramma Europese Cultuurvogels

Vraagprogramma Europese Cultuurvogels Vraagprogramma Europese Cultuurvogels Hoofdgroep Soort Kooi Aantal jaar gevraagd 15.001.001 Europese Kanarie Wildkleur Man 2 2 15.001.002 Europese Kanarie Wildkleur Pop 2 2 15.001.003 Citroensijs Wildkleur

Nadere informatie

Broedvogelmonitoring Meijendel 2010. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding

Broedvogelmonitoring Meijendel 2010. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding Broedvogelmonitoring Meijendel F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag Inleiding Dit verslag vat de resultaten samen van de broedvogelmonitoring in Meijendel in. Tevens

Nadere informatie

Vogelexcursie Maasplassen

Vogelexcursie Maasplassen Vogelexcursie Maasplassen WML plas Roermo nd Brandt VWG De Peel, 2015-01-31 Deelnemers Rob Boesten, Jan van Deursen, Jaap Halma, Peter Hikspoors, Mario Joosten, Cor Speek, Karel Verhees en Nel en Jo van

Nadere informatie

FLORA- EN FAUNASCAN Zoekgebied fietsenstalling Strawinskylaan

FLORA- EN FAUNASCAN Zoekgebied fietsenstalling Strawinskylaan FLORA- EN FAUNASCAN Zoekgebied fietsenstalling Strawinskylaan Datum : 1 maart 2015 M. Kuiper Oostermeerkade 6 1184 TV Amstelveen Telefoon: 06-29523020 E-mail: info@natuurbeleven.nl INHOUDSOPGAVE : Inleiding...

Nadere informatie

Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer

Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer Verslag Nationale vogeltelling Nationale vogeltelling voor golfbanen in samenwerking met de NGF en Golf- & Countryclub Liemeer GOLF- & COUNTRYCLUB LIEMEER 26 april 2015 Opgesteld door: Cees van de Noort

Nadere informatie

Lijst waargenomen vogel, amfibie- en zoogdiersoorten Bulgarije 30 mei - 2 juni 2009 Stichting Natuurreizen

Lijst waargenomen vogel, amfibie- en zoogdiersoorten Bulgarije 30 mei - 2 juni 2009 Stichting Natuurreizen Lijst waargenomen vogel, amfibie- en zoogdiersoorten Bulgarije 30 mei - 2 juni 2009 Stichting Natuurreizen 1 Dodaars X X X X 2 Fuut X X X 3 Roze Pelikaan X X 4 Kroeskoppelikaan X X 5 Aalscholver X X X

Nadere informatie

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Tel: 013 / 67.38.44 GERHAGEN E-mail: bosmuseum@skynet.be Website: wet.gerhagen.be Samengesteld door Willy Vanwesemael Kerkuil WERKBLADEN OPLOSSINGEN Lager

Nadere informatie

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005

NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005 NATUURRESERVAAT BLOKKERSDIJK Antwerpen-Linkeroever 28ste BROEDVOGELINVENTARISATIE - 2005 SITUERING: Blokkersdijk is circa 100ha groot. Het reservaat ligt gekneld tussen de Zwijndrechtse industriezone,

Nadere informatie

BUURTVERENIGING "NIEUWE MEER" 20 JAAR!

BUURTVERENIGING NIEUWE MEER 20 JAAR! BUURTVERENIGING "NIEUWE MEER" 20 JAAR! Redactie: Arien van Steenderen Anneke Eikelenboom Anouchka Bonnema Jan Snoep Eindredactie: Koos Bonnema Tekstverwerking: Sylvia Frenks-Fritscheck Omslag: Arien van

Nadere informatie

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, september 2010

Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, september 2010 Broedvogelinventarisatierapport Heseveld, Nijmegen 2010 Marc de Bont Nijmegen, september 2010 Inleiding Methode In maart 2010 heb ik besloten om in de omgeving van het complex Berkenoord de broedvogels

Nadere informatie

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag

BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag BMP Reuzenhoekse Kreek Zaamslag 2013 Hans Molenaar VWG De Steltkluut November 2013 Inhoudsopgave 1. Algemene Informatie... 4 Doelstelling SOVON broedvogelonderzoek.... 4 2. Gebiedsbeschrijving... 5 Luchtfoto

Nadere informatie

Oostenrijk 10-18 juni 2012

Oostenrijk 10-18 juni 2012 Oostenrijk 10-18 juni 2012 Oostenrijk, 10-18 juni 2012 Doel van de reis, de Grossglockner Hochalpenstrasse in de Alpen Route We reden vanuit Nederland richting München naar Greding. Vervolgens door naar

Nadere informatie

BROEDVOGELS VAN HET HEILIGENBERGERBEEKDAL IN AMERSFOORT IN 2003

BROEDVOGELS VAN HET HEILIGENBERGERBEEKDAL IN AMERSFOORT IN 2003 BROEDVOGELS VAN HET HEILIGENBERGERBEEKDAL IN AMERSFOORT IN 2003 Sinds een paar jaar is er in Amersfoort een werkgroep die zich actief inzet voor de groene belangen van het Heiligenbergerbeekdal, het fraaie

Nadere informatie

OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen

OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen De halsbandparkiet (Psittacula krameri) komt van oorsprong voor in Afrika, in een gordel ten zuiden van de Sahara en op het Indisch

Nadere informatie

4. Hoeveel rupsjes verdwijnen per dag in het opengesperde bekje van een jong koolmeesje?

4. Hoeveel rupsjes verdwijnen per dag in het opengesperde bekje van een jong koolmeesje? Bos- en natuurquiz 1. Hoeveel procent van de oppervlakte van Vlaanderen is bos? a. 10% b. 30% c. 50% d. 80% 2. Er bestaan verschillende soorten spechten: de zwarte specht, de groene specht, de grote bonte

Nadere informatie

BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN

BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN BIJLAGE 3: ZANG EN GELUIDEN Vogels zingen en maken talrijke andere geluiden zoals b.v. contactroepen of alarmkreten. Ze beschikken over een uitgebreid repertoire aan geluiden, want die spelen een belangrijke

Nadere informatie

Required species Netherlands Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No numbers means not required

Required species Netherlands Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No numbers means not required Required species Netherlands Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No numbers means not required Species Pictures Sounds Dodaars 2 2 Roodhalsfuut 3 Fuut 2 Kuifduiker 3 Geoorde Fuut 3 Kuhls

Nadere informatie

Nationale Databank Flora en Fauna Uitvoerportaal

Nationale Databank Flora en Fauna Uitvoerportaal 104 records Middelpunt < 1km² Middelpunt 1km² - 5km² Middelpunt > 5km² Vlak schaal 1 : 50000 Zoekvraag Soort Soortgroep Wet en Beleid Periode Bronhouder Zoekgebied Alle Alle FF-wet tab. II Rode Lijst FF-wet

Nadere informatie

Vereniging Centraal Wonen Driebergen (ECWD) S.W. de Groot De Kievit 100 3972 PL DRIEBERGEN

Vereniging Centraal Wonen Driebergen (ECWD) S.W. de Groot De Kievit 100 3972 PL DRIEBERGEN Dienst Regelingen Vereniging Centraal Wonen Driebergen (ECWD) S.W. de Groot De Kievit 100 3972 PL DRIEBERGEN uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum ff75c.05.afw.220.sh 10 januari 2006 onderwerp doorkiesnummer

Nadere informatie

Vogelzang: waarom zingen vogels en

Vogelzang: waarom zingen vogels en Vogelzang: waarom zingen vogels en hoe herken je ze aan hun zang? Natuurpunt organiseert de Grote Vogelweek voor Scholen. Leer de vogels rondom je school kennen, tel hoeveel er zijn en doe mee aan belangrijk

Nadere informatie

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Tel: 013 / 67.38.44 GERHAGEN E-mail: bosmuseum@skynet.be Website: wet.gerhagen.be Havik Samengesteld door Willy Vanwesemael WERKBLADEN Lager Onderwijs Derde

Nadere informatie

Werkblad Vogels in de Gement

Werkblad Vogels in de Gement Werkblad Vogels in de Gement Rinze de Wereldreiziger Rinze de Werelreiziger weet onwaarschijnlijk veel van vogels. Rinze is ook dol op de Gement, want daar zijn veel bijzondere vogelsoorten te zien. Bij

Nadere informatie

Euro Birdwatch 2012 Jaarlijkse trekteldag

Euro Birdwatch 2012 Jaarlijkse trekteldag Euro Birdwatch 2012 Jaarlijkse trekteldag Op 6 oktober jongstleden, was het de 17 e keer dat Vogelwacht-Limburg deelnam aan de ondertussen traditionele, jaarlijkse vogeltrekteldag, de laatste jaren ook

Nadere informatie

NME-leerroute Vogels in het Wandelbos

NME-leerroute Vogels in het Wandelbos NME-leerroute Vogels in het Wandelbos 7 Groep 1 Tilburg, BS Jeanne d Arc Verhaal voor de kinderen Rinze de Wereldreiziger Rinze weet onwaarschijnlijk veel over vogels. Rinze is ook dol op het Wandelbos

Nadere informatie

Meetnet Urbane Soorten (MUS)

Meetnet Urbane Soorten (MUS) Meetnet Urbane Soorten (MUS) Nieuwsbrief september 2013 Het nationale stadsvogelmeetnet MUS is opgezet door Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland om de aantalsontwikkeling en verspreiding

Nadere informatie

Basiskwaliteit. meten? kwaliteit? benchmarken? relatieve trends en absolute referenten? Robert Kwak / 25 jan 2016

Basiskwaliteit. meten? kwaliteit? benchmarken? relatieve trends en absolute referenten? Robert Kwak / 25 jan 2016 Basiskwaliteit relatieve trends en absolute referenten? meten? kwaliteit? benchmarken? Robert Kwak / 25 jan 2016 meten trends Trends broedvogels 200 180 160 140 populatie-index 120 100 80 60 40 20 0 agrarisch

Nadere informatie

Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006.

Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006. Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006. Gerrit Arfman Opdrachtgever Staatsbosbeheer Regio Oost Deventer Colofon Broedvogelkartering: Gerrit Arfman. Foto s: Ad van Roosendaal. Tekst: Gerrit Arfman,

Nadere informatie

Required species Belgium Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No number means not required

Required species Belgium Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No number means not required Required species Belgium Number 1, 2 and 3 are required for pictures and sounds No number means not required Species Pictures Sounds Dodaars 2 2 Kuifduiker 3 Geoorde Fuut 3 Kuhls Pijlstormvogel 3 Noordse

Nadere informatie

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo

Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo Bosmuseum Gerhagen Zavelberg 10 3980 Tessenderlo GERHAGEN Tel: 013 / 67.38.44 E-mail: bosmuseum@skynet.be Website: wet.gerhagen.be Samengesteld door Willy Vanwesemael Bosuil WERKBLADEN Lager Onderwijs

Nadere informatie

Hans Hollander 29 augustus 2011 Rapport 14. Broedvogelinventarisatie Alvernese Heide, Wijchen 2011

Hans Hollander 29 augustus 2011 Rapport 14. Broedvogelinventarisatie Alvernese Heide, Wijchen 2011 Hans Hollander 29 augustus 2011 Rapport 14 Broedvogelinventarisatie Alvernese Heide, Wijchen 2011 ir. Hans Hollander Oudelaan 2005 6605 SC Wijchen 024-6412564 hanshollander@xmsnet.nl Overige publicaties:

Nadere informatie

De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007

De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007 De broedvogels van de Feddema s Plas in 2007 Lieuwe Dijksen & Frank Willems SOVON-inventarisatierapport 2007/49 Dit rapport is samengesteld in opdracht van Het Groninger Landschap Colofon SOVON Vogelonderzoek

Nadere informatie

Broedvogelmonitoring Meijendel 2009. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding

Broedvogelmonitoring Meijendel 2009. F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag. Inleiding Broedvogelmonitoring Meijendel F.C. Hooijmans Vogelwerkgroep Meijendel Ametisthorst 235 2592 HJ Den Haag Inleiding De in dit verslag gepresenteerde resultaten zijn op een andere manier tot stand gekomen

Nadere informatie

Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering

Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering Handleiding online invoer Broedvogel Monitoring Project met autoclustering Inhoudsopgave 1. Contact leggen 3 1.1 Inloggen op www.sovon.nl 3 1.2 Controleer uw informatie 3 2. Aan de slag 4 2.1 Naar WSN

Nadere informatie

De stad als leefgebied

De stad als leefgebied Ecologie Vossen die de wijken afspeuren opzoek naar openstaande kippenhokken, wilde eenden die samen met meerkoeten, waterhoenders, nijlganzen, futen en zwanen de sloten en meertjes op fleuren en muizen,

Nadere informatie

Nationaal Park Hoge Kempen

Nationaal Park Hoge Kempen !! Nationaal Park Hoge Kempen Wat is een vogel? Wat is het verschil tussen roofvogels en uilen? Zijn er grote verschillen tussen roofvogels? Hoe kan ik roofvogels herkennen? Wat is de grootste roofvogel?

Nadere informatie

EUROPESE CULTUURVOGELS V&I ETERS Klasse Omschrijving Soortnr. Groepsnr. Aantal jaar Kooinr. Kooisoort 16.001.001 Goudhaantje 016 16.

EUROPESE CULTUURVOGELS V&I ETERS Klasse Omschrijving Soortnr. Groepsnr. Aantal jaar Kooinr. Kooisoort 16.001.001 Goudhaantje 016 16. 016 EUROPESE CULTUURVOGELS V&I ETERS Klasse Omschrijving Soortnr. Groepsnr. Aantal jaar Kooinr. Kooisoort 16.001.001 Goudhaantje 016 16.001 5 6 Kleine Kistkooi 16.001.002 Vuurgoudhaantje 016 16.001 5 6

Nadere informatie

Natuurwaarden Bermen en ruigten Sloten en kanalen Beschermde flora

Natuurwaarden Bermen en ruigten Sloten en kanalen Beschermde flora Natuurwaarden In 2004 is een inventarisatie uitgevoerd naar krachtens de Flora- en Faunawet beschermde plant- en diersoorten in de Achtersluispolder en aangrenzende terreinen zoals het Vijfhoekpark, de

Nadere informatie

Rapport Natuur.studie nummer 1 2005

Rapport Natuur.studie nummer 1 2005 Broedvogels van het Haachts Broek 2005 Rapport Natuur.studie nummer 1 2005 Johan De Meirsman Broedvogels van het Haachts Broek... 3 Terreingebruik... 3 Bezoeksintensiteit... 4 Diversiteit en densiteit...

Nadere informatie

BROEDVOGELINVENTARISATIE VAN HET LANDGOED DE NIËNHOF IN 2002

BROEDVOGELINVENTARISATIE VAN HET LANDGOED DE NIËNHOF IN 2002 BROEDVOGELINVENTARISATIE VAN HET LANDGOED DE NIËNHOF IN 2002 Andrew Nolten Het landgoed De Niënhof (190 ha) is gelegen aan de Kromme Rijn bij Bunnik. Vóór de afsluiting van de Rijn, in Wijk bij Duurstede

Nadere informatie

KRAAIACHTIGEN. Ze zijn te zien rond het huis en ook op het platteland. Het zijn slimme dieren die zich goed aan de mens hebben aangepast.

KRAAIACHTIGEN. Ze zijn te zien rond het huis en ook op het platteland. Het zijn slimme dieren die zich goed aan de mens hebben aangepast. KRAAIACHTIGEN Vijf soorten van de kraaienfamilie zijn in Vlaanderen algemeen verspreid, het zijn de Vlaamse gaai, de ekster, de kauw, de roek en de zwarte kraai. Ze zijn te zien rond het huis en ook op

Nadere informatie

Algemene weetjes over de Slechtvalk

Algemene weetjes over de Slechtvalk DE Slechtvalk Hoe ziet de slechtvalk eruit Algemene weetjes over de Slechtvalk Situatie vroeger en nu in België Broedvogels in België De Slechtvalk als overwinteraar in Gavere Algemene vaststellingen vraagstellingen

Nadere informatie

Reizen met een Plus in de Kaukasus!

Reizen met een Plus in de Kaukasus! Reizen met een Plus in de Kaukasus! FOTOBOEK GEORGIË VOGELREIS 15 T/M 26 SEPTEMBER 2012 KAUKASUS PLUS REIZEN DEELNEMERS Jan Benoist Huub Don Menno Korbijn Martin van Leest Peter Mende Paulien van Ommen

Nadere informatie

BIJLAGE 1. Quickscan ecologie

BIJLAGE 1. Quickscan ecologie BIJLAGEN BIJLAGE 1 Quickscan ecologie QUICKSCAN FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING BREDE SCHOOL TE BIERVLIET QUICKSCAN TEN BEHOEVE VAN DE FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING VOOR DE BOUW VAN EEN

Nadere informatie

Meneer en mevrouw bunzing zoeken een huis voor de winter

Meneer en mevrouw bunzing zoeken een huis voor de winter Meneer en mevrouw bunzing zoeken een huis voor de winter Dierenpaspoort maken Leerdoel: De leerlingen kennen in hun omgeving twee verschillende biotopen en kunnen enkele hierin veel voorkomende organismen

Nadere informatie

Natuurtoets bij het vernieuwingsplan Overtoomse veld

Natuurtoets bij het vernieuwingsplan Overtoomse veld Natuurtoets bij het vernieuwingsplan Overtoomse veld Opdrachtgever: Stadsdeel Slotervaart / Overtoomse veld Opdrachtnemer: dro planteam Openbare ruimte Groen en Stadsecologie augustus 2003 Doel en vraagstelling

Nadere informatie

Vogelzang: waarom zingen vogels en hoe herken je ze aan hun zang?

Vogelzang: waarom zingen vogels en hoe herken je ze aan hun zang? VOOR DE LEERKRACHT Vogelzang: waarom zingen vogels en hoe herken je ze aan hun zang? Vogelbescherming Nederland organiseert de Tuinvogeltelling voor Scholen. Leer de vogels rondom je school kennen, tel

Nadere informatie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie Bijlage 1 Onderzoek ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan

Nadere informatie

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, weiland, opgaande beplanting en oppervlaktewater.

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, weiland, opgaande beplanting en oppervlaktewater. In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen wat

Nadere informatie

Kraaiachtigen een bedreiging voor weidevogels? Attie F. Bos Pim Vugteveen

Kraaiachtigen een bedreiging voor weidevogels? Attie F. Bos Pim Vugteveen Rijksuniversiteit Groningen Wetenschapswinkel Biologie Rapport 67 Kraaiachtigen een bedreiging voor weidevogels? Een literatuuronderzoek naar de rol van kraaiachtigen als predator en de invloed daarvan

Nadere informatie

GANZEN IN NEDERLAND OVERZOMERENDE GANZEN

GANZEN IN NEDERLAND OVERZOMERENDE GANZEN GANZEN IN NEDERLAND Nederland is met zijn laaggelegen graslanden, veel water en zachte winters een ideaal gebied voor vele ganzensoorten. Veel ganzen die Nederland aandoen zijn afkomstig uit het hoge noorden;

Nadere informatie

Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde

Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde 22 december 2011 Zoon buro voor ecologie Colofon Project: Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde Opdrachtgever: mro Uitvoerder Zoon

Nadere informatie

Wintertelling 2012/13 voor de Vogelatlas in Noord Holland Noord en Zuid

Wintertelling 2012/13 voor de Vogelatlas in Noord Holland Noord en Zuid Wintertelling 2012/13 voor de Vogelatlas in Noord Holland Noord en Zuid Tussen 1 december 2012 en 1 maart 2013 zijn tientallen tellers in Noord Holland Noord en Zuid druk geweest met de wintertellingen

Nadere informatie

De vogelstand in Landgoed Oosterbeek 2014-2015

De vogelstand in Landgoed Oosterbeek 2014-2015 Soort: Stand 2014: stand 2015: De vogelstand in Landgoed Oosterbeek 2014-2015 Inleiding In het voorjaar van 2014 en 2015 heeft ornitholoog Wim Kooij een onderzoek gedaan in Landgoed Oosterbeek naar de

Nadere informatie

Afrika van levensbelang voor onze vogels

Afrika van levensbelang voor onze vogels Afrika van levensbelang voor onze vogels Leo Zwarts mede namens Rob Bijlsma Jan van der Kamp Marten Sikkema Eddy Wymenga Europa: 10 miljoen km 2 In Europa: 500 soorten broedvogels; ¼ Afrika Afrika: 30

Nadere informatie

SCHOOLTUINEN MAHLERLAAN AMSTERDAM

SCHOOLTUINEN MAHLERLAAN AMSTERDAM FLORA- EN FAUNADOSSIER SCHOOLTUINEN MAHLERLAAN AMSTERDAM 3 maart 2014 dr. M. Kuiper NatuurBeleven bv. Oostermeerkade 6 1184 TV Amstelveen 020-4727777 info@natuurbeleven.nl Inhoud 1. Aanleiding... 3 2.

Nadere informatie

Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept

Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept a Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Colofon Deze samenvatting is een uitgave van de

Nadere informatie

Vogelinspectie. ten behoeve van Hardshock Festival te Zwolle 18 april 2015. Dillerop natuuradvies

Vogelinspectie. ten behoeve van Hardshock Festival te Zwolle 18 april 2015. Dillerop natuuradvies Vogelinspectie ten behoeve van Hardshock Festival te Zwolle 18 april 2015 Dillerop natuuradvies Colofon: Opdrachtgever: Organisatie High Energy Events Contactpersoon: Mevrouw J. Verbeek Veldwerk: Dillerop

Nadere informatie

HET VOGELTREKSTATION INFORMATIE VOOR EEN SPREEKBEURT OF WERKSTUK

HET VOGELTREKSTATION INFORMATIE VOOR EEN SPREEKBEURT OF WERKSTUK HET VOGELTREKSTATION INFORMATIE VOOR EEN SPREEKBEURT OF WERKSTUK Vogels zijn er in alle soorten en maten, zoals bijvoorbeeld de zeearend, die wel 90 centimeter groot kan worden. Of de Kleine Karekiet die

Nadere informatie

Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij

Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij In totaal werden 28374 tellingen doorgegeven verdeeld over meer dan 900.000 verschillende individuen. Er werden 125.550 huismussen

Nadere informatie

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend

Nadere informatie

L E I D S E H O U T : S U M M E R J A Z Z E N W E R F P O P 2 0 1 3

L E I D S E H O U T : S U M M E R J A Z Z E N W E R F P O P 2 0 1 3 NATUURBELEVEN BV L E I D S E H O U T : S U M M E R J A Z Z E N W E R F P O P 2 0 1 3 QUIC K SCA N FLORA - EN FAUNAWE T NatuurBeleven bv. dr. M. Kuiper Oostermeerkade 6 1184 TV Amstelveen 020/4720777 mark@natuurbeleven.nl

Nadere informatie

Dieren in de vrije natuur in het Park Berg en Bos door Henk Otto

Dieren in de vrije natuur in het Park Berg en Bos door Henk Otto Dieren in de vrije natuur in het Park Berg en Bos door Henk Otto Ter voorbereiding van de toekomstplannen voor het Park Berg en Bos is in opdracht van de gemeente Apenheul een natuurtoets uitgevoerd. Een

Nadere informatie

Sinds 1970 verdwijnen er in Vlaanderen gemiddeld 2 soorten per decennium.

Sinds 1970 verdwijnen er in Vlaanderen gemiddeld 2 soorten per decennium. Broedvogels Luc De Bruyn 1, Glenn Vermeersch 1 Sinds 1970 verdwijnen er in Vlaanderen gemiddeld 2 soorten per decennium. 24 % van de broedvogelsoorten gingen achteruit, 32 % kenden geen verandering, 45

Nadere informatie

Vogelwerkgroep de Kempen. Broedvogelinventarisatie Goorloop

Vogelwerkgroep de Kempen. Broedvogelinventarisatie Goorloop Vogelwerkgroep de Kempen Broedvogelinventarisatie Goorloop 2 INLEIDING In 2 is het natuurgebied de Goorloop op broedvogels geïnventariseerd door een aantal leden van Vogelwerkgroep de Kempen. Deze inventarisatie

Nadere informatie

Afgelopen maanden maart en april 2012:

Afgelopen maanden maart en april 2012: IVN Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie Afdeling Nijkerk Natuurwerkgroep Bunschoten Winnaar Natuur- en Milieuprijs 2009 provincie Utrecht oördinator: Wim Smeets, Bachlaan 111, 3752 HG Bunschoten

Nadere informatie

INVENTARISATIE VAN BROEDVOGELS IN DE TIENSE BINNENSTAD, VOORJAAR 2005

INVENTARISATIE VAN BROEDVOGELS IN DE TIENSE BINNENSTAD, VOORJAAR 2005 INVENTARISATIE VAN BROEDVOGELS IN DE TIENSE BINNENSTAD, VOORJAAR 2005 Historiek Met onze Vogelwerkgroep hielden we de voorbije twee jaar stadsinventarisaties te Diest (in 2003) en te Aarschot (in 2004).

Nadere informatie

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Inleiding Praktisch overal in Nederland komen beschermde soorten flora en fauna voor. Bekende voorbeelden zijn de aanwezigheid van rugstreeppadden op

Nadere informatie

KRAAIACHTIGEN DE ZWARTE KRAAI

KRAAIACHTIGEN DE ZWARTE KRAAI KRAAIACHTIGEN DE ZWARTE KRAAI (Corvus corone corone) Zwarte vogel van ongeveer 47 cm. met donkergrijze snavel en poten. In de vlucht staan de eerste 4 handpennen vrij ver uit elkaar. De kraai maakt een

Nadere informatie

BROEDVOGELINVENTARISATIE

BROEDVOGELINVENTARISATIE BROEDVOGELINVENTARISATIE BOTSHOL Verslag over Publieksversie: zonder locatiedetails van verstoringsgevoelige soorten Broedvogelinventarisatie Botshol Verslag Inhoud pagina Inleiding Onderzoeksmethode Criteria

Nadere informatie

Vogelwerkgroepvande Natuur-&Vogelwacht dealblaserwaard

Vogelwerkgroepvande Natuur-&Vogelwacht dealblaserwaard Vogelwerkgroepvande Natuur-&Vogelwacht dealblaserwaard Broedvogels Boezems Kinderdijk 2012 Pieter Bieren Adri Clements Anthonie Stip Dit is een uitgave van de Vogelwerkgroep Alblasserwaard, onderdeel van

Nadere informatie

Welke uilen en roofvogels zijn dat?

Welke uilen en roofvogels zijn dat? . Welke uilen en roofvogels zijn dat? De vogels zijn volgens de kleurcode onderverdeeld in de volgende groepen: Uilen 10 Valken 30 Overige roofvogels 46 Extra: Vliegsilhouet van de belangrijkste soorten

Nadere informatie

Natuur op Eerde uniek in Nederland

Natuur op Eerde uniek in Nederland Natuur op Eerde uniek in Nederland Eerde is méér dan mooi. Tijdens een wandeling met boswachter Jos Schouten van Natuurmonumenten wordt pas echt duidelijk hoe bijzonder de natuur op het historische landgoed

Nadere informatie

Advies betreffende de verlenging van de erkenning van de wildbeheereenheid Capreolus Dilsen-Stokkem

Advies betreffende de verlenging van de erkenning van de wildbeheereenheid Capreolus Dilsen-Stokkem Advies betreffende de verlenging van de erkenning van de wildbeheereenheid Capreolus Dilsen-Stokkem Nummer: INBO.A.2012.39 Datum advisering: 28 februari 2012 Auteur(s): Contact: Marijke Thoonen Niko Boone

Nadere informatie