IDVV inhoudsopgave. Inhoudsopgave

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "IDVV inhoudsopgave. Inhoudsopgave"

Transcriptie

1 Analyse synchromodale ketens met binnenvaart voor containertransporten ten aanzien van effectiviteit en duurzaamheid, met behulp van Lean and Green KPI's. Lean and Green

2 IDVV inhoudsopgave Inhoudsopgave Summary 5 Samenvatting 12 1 Inleiding 14 2 Binnenvaart: monitoring aan boord Standaarden van motoren en schepen Navigatiesystemen aan boord Monitoring van verbruik boord: wat is standaard Hoe wordt de lading gemonitord? Hoe worden gevaren afstanden gemonitord? Nauwkeurigheid data schippers 18 3 Spoor: eerste inzichten van verbruik Factoren die het energieverbruik beïnvloeden Monitoring van energieverbruik Milieuprestatie schatten 19 4 Binnenvaart: kengetallen om verbruik te schatten 20 5 Factoren die verbruik binnenvaart beïnvloeden Welke factoren zijn van invloed op het brandstofverbruik? Hoe gaan de methodes met de verschillende factoren om? Keuze mogelijkheden gebruiker 26 6 Confrontatie Kenmerken en data schipper X Totale CO 2 uitstoot schipper X CO 2 uitstoot per reis schipper X Specificatie soortgelijke reizen schipper X Kenmerken en data schipper Z Totale CO 2 uitstoot schipper Z CO 2 uitstoot per reis schipper Z Discussie Nauwkeurigheidsmodel 38 7 Vergelijking binnenvaart en wegtransport Vergelijking op basis van STREAM en beschikbare 2e ster data Vergelijking op basis van trajecten schipper X Vergelijking op basis van trajecten schipper Z 44 8 CO 2 allocatie in de binnenvaart Inleiding Allocatie volgens CEN Introductie illustrerende case Hoe de VOS-keuze de KPI van de verlader beïnvloedt Consequenties VOS keuze voor verbetering KPI van verlader 51 9 Conclusie Bronnen 55 Bijlage 56 2

3 IDVV inhoudsopgave Overzicht tabellen Tabel 1 Nauwkeurigheidstabel schipper X 18 Tabel 2 Nauwkeurigheidsmodel schipper Y 18 Tabel 3 Nauwkeurigheidstabel schipper Z 18 Tabel 4 Keuzemogelijkheden spoorvervoer STREAM Tabel 5 Bronnen van kengetallen 20 Tabel 6 Factoren die zijn invloed zijn op emissies in de binnenvaart 22 Tabel 7 Factoren schip 24 Tabel 8 Factoren gedrag 25 Tabel 9 Factoren vaarweg 25 Tabel 10 Factoren logistiek 25 Tabel 11 Keuzemogelijkheden per methode 26 Tabel 12 Gegevens schipper X 27 Tabel 13 Data totalen schipper X 27 Tabel 14 KPI s schipper X over 68 reizen (op basis van waarnemingen schipper X) 29 Tabel 15 Vergelijking uitkomst D2 en D2+ voor een zevental gelijke reizen 31 Tabel 16 Gegevens schipper Z 32 Tabel 17 Data totalen schipper Z 32 Tabel 18 Prestaties schipper Z 34 Tabel 19 Voorbeeld: keuze kengetal met betrekking tot vaarweg (specifiek of gemiddeld) 37 Tabel 20 Nauwkeurigheidsmodel voor de methodes 38 Tabel 21 Kenmerken van de vier vaartrajecten (op basis van praktijkdata schipper X) 41 Tabel 22 Aannames voertuigen wegtransport (in vergelijking X) 41 Tabel 23 Kenmerken van de drie trajecten 44 Tabel 24 Aannames voertuigen wegtransport (in vergelijking Z) 44 Tabel 25 Jaartotalen voor schipper in illustrerende case 48 Tabel 26 VOS regels voor drie opties 48 Tabel 27 Resultaten KPI 2e Ster methode na allocatie volgens CEN 50 3

4 IDVV inhoudsopgave Overzicht figuren Figuur 1 Invloed gewicht op absolute (links) en relatieve uitstoot (rechts) 24 Figuur 2 Index cijfer voor totale CO 2 uitstoot per methode (X=100) 28 Figuur 3 KPI's per reis 29 Figuur 4 Frequentie (aantal reizen), met een bepaalde procentuele afwijking ten opzichte van X 30 Figuur 5 Nauwkeurigheid schattingen C en D.2 voor schipper X 31 Figuur 6 Index cijfer voor totale CO 2 uitstoot per methode (Z=100) 33 Figuur 7 Variatie in werkelijke CO 2 per ton.km schipper Z 34 Figuur 8 Speciale lading met 121 gram CO 2 per ton.km 35 Figuur 9 Nauwkeurigheid schattingen C en D.2 - schipper Z 35 Figuur 10 Aantal reizen met een bepaalde procentuele afwijking ten opzichte van Z. 36 Figuur 11 Vergelijking weg en binnenvaart op basis van STREAM en praktijkdata 39 Figuur 12 Afstand per meetmethode voor vier trajecten 40 Figuur 13 KPI s gevaren afstand en 2e Ster methode met GCD afstand - schipper X 42 Figuur 14 KPIs gereden afstand en 2e Ster methode met GCD afstand - trekker/oplegger 42 Figuur 15 KPIs gereden afstand en 2e Ster methode met GCD afstand - LZV 43 Figuur 16 Vergelijking weg en binnenvaart X op basis van 2e Ster/GCD methode 43 Figuur 17 Vergelijking weg en binnenvaart Z op basis van 2e Ster/GCD methode 45 Figuur 18 Verschillende VOS keuzes voor emissies in periode x 47 Figuur 19 Case: route schipper 48 Figuur 20 Verladersperspectief: KPI onder verschillende opties 49 Figuur 21 Schippersperspectief: KPIs onder verschillende opties 50 Figuur 22 VOS optie II 52 Figuur 23 VOS optie III 52 4

5 IDVV summary Summary Sustainable logistic choices cannot be made without a comparison of the environmental performance of the transport options under consideration. The measurement of environmental performance should be clear, accurate and transparent. Within the Lean and Green Star 2 Program of Connekt, a methodology has been developed for a consistent calculation of sustainability indicators, for shippers and carriers. The method also prescribes the minimal level of data that is needed for an accurate calculation. When calculations are consistent, accurate and expressed per transport activity (which is based on freight load and distance), the comparison of transport options from a sustainable perspective becomes possible. In addition, it makes it possible to monitor the effects of actions that are taken to make the logistic process more efficient and sustainable over time. Within the Lean and Green Star 2 Program shippers and carriers are challenged to measure their CO 2 emission according to this methodology. In the road transport sector, the required input data becomes more and more accurate. The inland navigation and rail sector lag behind in this respect. As Lean and Green Star 2 aims to cover all modalities, Connekt has asked TNO to analyze the current state and challenges with regard to the monitoring and estimation of environmental performance indicators for inland navigation and to a less extent rail transport. In the study TNO 1) looked at how data is currently monitored or estimated, 2) identified the factors that influence the environmental performance and 3) compared various estimation methods with actual data of two shipping companies. Unlike the road transport sector, monitoring fuel use, freight load and distance, is no common and standardized practice for rail and shipping companies. Some shipping companies distract and report the level of fuel (that is filled) in the tank, but this is often done manually. Data collection is therefore time consuming and not always as accurate. Automated and standardized systems, to keep track of fuel consumption are very costly and (as a result) not commonly used. One of the main difficulties in the rail sector, is that the amount of electricity that is bought/paid for is not based on the actual usage but on an generic average per locomotive. Regardless of the transport mode, CO 2 emissions are most accurately calculated using actual fuel consumption multiplied by the emission factor of the energy source. As an alternative, there are various methods that propose generic factors to estimate the emissions (per trip). Emission factors, expressed per kilometer or per ton.kilometer. are based on averages and totals. However, considering the great number of factors that influence energy consumption, the actual environmental performance is very case specific. The suitability of a generic emission factor for a specific case is therefore highly uncertain. 5

6 IDVV summary The influencing factors relate to the material, behavior, external circumstances and logistics (see Table 1). Compared to road transport, rail and inland navigation have more factors that influence the environmental performance and in addition, the influence of each factor is larger. For example, upstream current can multiply the required energy consumption for a vessel as compared to downstream current. Efficient logistics, in its term reduces empty trips and increases load factor. That is even more crucial for the environmental performance of rail and inland navigation, as freight capacity is high and the available network is less dense. The emission estimation methods make assumptions for the average influence of the factors. In addition, they give the user more or less choices to specify the emission factor according to the situation under consideration. Some methods include a set of 4 emission factors, whereas others have over a 100 emission factors to choose from. To determine the accuracy of these methods, TNO has applied different methods (see Table 4) to operational data of two family owned shipping companies: Anda V.O.F. and Addio Maritieme Logistiek (see Table 2). The outcome (i.e. the estimated emissions) has been compared with the outcome of the most accurate formula for CO 2 calculation, which is: CO 2 = liters fuel X emissiefactor fuel type The analysis of the report shows that the context greatly determines the environmental performance of an inland navigation service, which estimation methods cannot take into account. This implies that it is risky to draw conclusions on general observations and averages as the environmental performance is very case specific. No two trips are alike. In order to compare and improve sustainability indicators, the environmental performance should be calculated more specifically (e.g. for a particular lane, operator or cargo). The use of average emission factors does not fulfill the need for specific calculations. This underlines the need for accurate data monitoring and consistent calculations, based on actual performance. The inland navigation and as expected also the rail sector will benefit from more accuracy and transparency as it can support the general understanding that the modalities are considerably more sustainable than road transport. It will also benefit Lean and Green members, for example shippers that have shifted or are about to shift part of their freight from road to alternative modalities. By improving their sustainability indicators as well as the accuracy of its measurement, shippers and carriers can become eligible for a Lean and Green Star 1 and 2. Main conclusions for estimating period emissions: A larger set of different emissions factors does not necessarily lead to more accurate estimations. Selecting emission factors with more specific input data (e.g. per trip) does not necessarily improve the estimations. The difference between estimated and actual total emissions varied per method from -28% to +86%. Almost all methods overestimated the emissions of the shipping companies (see Figure 1). The reliability of the estimation methods to measure the emissions of the two shipping companies seems low. Main conclusions for estimating trip emissions: The observed differences in estimated emissions and actual emissions are even greater on a trip level. For some trips the estimated emissions were between 5 and 10 times greater than the actual emissions. Even the best methods approached only 20% of the trip emissions with a difference of 10%. Meaning that 80% of the estimations showed a difference of >10% with the actual emissions. 6

7 IDVV summary Main conclusions regarding CO 2 per ton.km variation: The CO 2 per ton.km for the two shipping companies were 21 and 22 CO 2 per ton.km, which is about 60% less than the generic emission factor for the largest truck. The variation of the relative CO 2 emissions is extremely high (see Figure 2). Container trips show more variation than bulk transport. Outliners are caused by empty trips, long trips, special cargo (extreme voluminous and light, see Figure 3) and special circumstances. Good performances are, among others, caused by efficient logistical planning allowing for ideal speed. 1 - L&G data requirements and current state Unlike the road transport sector, monitoring fuel, freight load and distance, is no common and standardized practice for rail and inland navigation companies. Stakeholders do recognize the importance though. As a result, different initiatives and working groups aim to improve the monitoring of emissions such that the environmental performance of ships, energy types 1, operators and solutions can be compared. All these initiatives have a need for real, practical data. The following practical data is needed for the Lean and Green Star 2 methodology: CO 2 emissions: fuel consumption multiplied by the emissions factor of the energy type Freight transported: in weight or volume Distance: great circle distance between origin and destination or alternatively distance sailed. Measurement of data by inland navigation companies Monitoring of fuel Fuel can be monitored over a certain time period, by keeping track of the amount of fuel that has been filled in the tank or by dividing the fuel costs by the price per liter. At any moment, the amount of fuel in the tank can be distracted (measurement per centimeter which equals approximately 140 liter). Automated fuel monitoring systems are very costly and (as a result) not commonly used. Monitoring of freight load The weight on a vessel is automatically monitored on board. This weight also includes the water tank and optionally the cars that are on board. In order to monitor the freight load precisely, the weight before and after loading should be compared. This can be used to verify the load that is reported on the order (in tons and/or number of containers). Monitoring of distance Navigation systems determine the expected distance travelled on a route. This is however not the exact real distance sailed (nor the great circle distance). The real distance can differ for example, when a detour is made within an harbor or when a different terminal in the harbor is chosen. Navigation hours are often considered as more important than kilometers, and therefore some shippers do not report distances at all. 7

8 IDVV summary 2 - Influencing factors There are a variety of factors that greatly influence the environmental performance of inland waterway and rail transport. Consequently, the amount of emissions per transport activity is extremely case specific. No two trips are alike. The influencing factors relate to the material, behavior, track and logistics (See Table 1). Although the pre- and end-haulage does not relate to the emissions of the vessel/locomotive itself, it greatly influences the sustainability indicator of the complete trip (i.e. transporting goods from origin to destination) and should therefore be included when two alternatives are compared. 3 - Estimation models using generic emissions factors In the recent years, various methods have been developed that estimate emissions with generic factors. Emission factors, expressed per kilometer or per ton.kilometer, are used as an alternative to calculate emissions when actual data is lacking, time-consuming to collect or when the case under consideration is hypothetical. Emissions factors are based on averages and totals. As a result, the applicability of the emission factor for a specific case is highly uncertain. Especially considering the great number of influencing variables in real-life. Validations of the emissions factor with practical data for a specific vessel are rare. Sources for emissions factors that are regularly used within the Lean and Green (Award) Program or other Dutch studies are shown in Table 3. Estimation methods take the influencing factors into account by making assumptions for the average influence. In addition, they give the user more or less choices to specify the emission factor according to the situation under consideration (see Table 4). All methods that were reviewed allow for a specification of at least vessel type (including a distinction for container/bulk ships). STREAM also looks at logistics differences, such as the weight of the good. STREAM 2011 also allows to choose a specific waterway by having 2 to 4 choices per vessel type. In total, the set includes over a 100 generic emissions factors. Having more emission factors to choose from, does however not necessarily result in a better estimation of the emissions, as appeared from the TNO comparative analysis. In addition, choosing a more specified emission factor (per trip) is time consuming as the characteristics of each trip need to be determined. Comparative analysis: estimated versus actual emissions To determine the accuracy of the emission estimation methods, the different methods have been applied to operational data of two shipping companies. The outcome (i.e. the estimated emissions) has been compared with the outcome of the most accurate formula for CO 2 calculation, which is: CO 2 = liters fuel x emissiefactor fuel type Two family owned shipping companies, Anda V.O.F.and Addio Maritieme Logistiek, were willing to provide their operational data to TNO. This enabled TNO to analyze to which extent generic emission factors can estimate the actual CO2 emissions (actual means: emissions that are based on actual fuel consumption, see formula above). In the analysis, 68 trips from Anda V.O.F were included, and 80 trips from Addio (see Table 2). They both ship bulk cargo as well as containers in The Netherlands, Germany and Belgium. The kilometers include both productive and empty kilometers. 8

9 IDVV summary Results for emissions over a longer period The analysis of TNO shows that the use of generic emission factors per ton.km or km results in an overestimation of the total emissions for Anda and Addio (see Figure 1). One exception is the estimation for Anda using the Lean and Green Star 2 list, which shows an underestimation of 28%. The overestimations are considerable, up to 86%. The use of STREAM 2011 and STREAM 2008 approached the actual total emissions best, but still with an overestimation of 7% and 13% respectively. Hence, the reliability of estimation methods to measure the performance of shipping companies seems low. Results for emissions on a specific trip On a trip level, the differences in estimated emissions and actual emissions are even greater. For some trips the estimated emissions were 5 or even 10 times greater than the actual emissions. Even the best methods approached only 20% of the trip emissions with a difference of 10%. The estimation methods are not able to take account of the influence from all the factors that affect the environmental performance of inland navigation. Selecting emission factors with more specific input data (i.e. per trip) does not necessarily improve the estimations. The actual environmental performance indicators per trip vary considerably. For Anda, the highest value in CO 2 per ton.km observed was about 8 times higher than the lowest value. For Addio the highest value was a hundred times higher than the lowest. Figure 2 present the variation in performance indicators graphically. For Addio, a distinction is made between the barge and container trips, which shows that the variation is greater for container trips. Extremes are for example caused by empty kilometers before loading, special construction cargo (see Figure 3), or very long trips with relatively high generator usage. The results emphasize that average performance indicators - even when calculated with actual data - are not suitable when the aim is to analyze or compare performances on a specific lane. Table 1 Influencing factors inland navigation and rail Inland navigation Rail Material Behavior External Logistics Size Speed Depth and width Weight Shape Use of generator of waterway Empty kilometers Engine Use of bow thruster Current Cooling requirements Energy type Weather Pre-/end-haulage Network Length Speed Landscape Weight Use electricity/diesel Breaking Weather Empty kilometers Network Cooling requirements Regulation Pre-/end-haulage 9

10 IDVV summary Table 2: Input and output from Anda and Addio Input Output Number of trips Tons transported Total kilometers KG CO 2 per ton 7,3 4,6 Gram CO 2 per ton.km 22,0 20,5 Gram CO 2 per km 36,0 57,4 Table 3: Sources of emission factors A 1 B C D Source CO 2 per km CO 2 per ton-km STREAM 2008 A.1 A.2 Common Dutch list of Emission Factors B Emission factors in Lean and Green 2nd Star C STREAM 2011 D.1 D.2 Table 4: Choice possibilities for each method (per influencing category) A STREAM B Dutch list C 2nd Star D STREAM Vessel type Behavior Waterway Logistics (worst or best case scenario) to 4 3 (light, average or heavy) Difference of estimated versus actual emissions (where actual = 100) Anda Addio A1 km A2 ton/km B ton/km C km D.1 km D.2 ton/km STREAM 2008 NL Lijst Star 2 STREAM 2011 Figure 1: Differences estimated versus actual emissions per method 1 The letters correspond with the graph in Figure 1. 2 Emissiefactors for 2010 have been applied in the analysis of TNO 3 Emissiefactors for 2009 have been applied in the analysis of TNO 10

11 IDVV summary 60% Relative frequency CO 2 per ton.km - Container Trips Addio 50% 40% 30% 20% 10% 0% > 100 Gram CO 2 per ton.km 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 0-10 Relative frequency CO 2 per ton.km - Bulk Trips Addio > 100 Gram CO 2 per ton.km Relative frequency CO 2 per ton.km - Container Trips Anda 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% > 100 Gram CO 2 per ton.km Figure 2: Relative frequency for performance indicator values Anda V.O.F.and Addio Maritieme Logistiek have provided their operational data to TNO. This enabled TNO to analyze their environmental performance and to compare it with generic emission factors of similar and different transport modes. If you are interested in such an analysis of your business or transport, please contact TNO. 11

12 IDVV samenvatting Samenvatting Het daadwerkelijk monitoren van emissies is noodzakelijk om de duurzaamheidsprestaties van transport binnen verschillende modaliteiten in de logistiek te kunnen vergelijken. Het Lean and Green 2e Ster programma heeft een methodologie ontwikkeld om op consequente wijze de duurzaamheidsindicatoren voor zowel vervoerders als verladers te berekenen. En nog belangrijker, welk niveau van data minimaal nodig is om dit nauwkeurig te kunnen doen. Nauwkeurig en eenduidig meten op basis van transportactiviteit, maakt het vergelijken van vervoerskeuzes mogelijk. Daarnaast kunnen (over een periode) effecten van inspanningen zichtbaar gemaakt worden. Binnen het wegtransport wordt de dataverzameling steeds nauwkeuriger. Bij de andere - vaak duurzamere - modaliteiten, spoor en binnenvaart, is slechts incidenteel een verbetering te zien in de data die wordt gemonitord en beschikbaar is voor het bepalen van de werkelijke footprint (per verlader). In de binnenvaart en het spoor wordt weinig gebruik gemaakt van (geautomatiseerde) systemen om praktijkverbruik te meten. Dit geldt ook voor het exacte volumebeslag dat de lading per (deel van de) reis in beslag neemt. Schippers noteren het verbruik per reis handmatig of zelfs helemaal niet. In het spoorvervoer is een belemmering dat de afgenomen elektriciteit niet gebaseerd is op het werkelijke verbruik van een locomotief, maar op een algemeen gemiddelde per kilometer. Er bestaan verschillende methodes die door middel van kengetallen het verbruik van transport per binnenvaart of spoor trachten te schatten. Uit een confrontatie tussen de methodes die emissies schatten en praktijkdata van twee schippers blijkt dat het verschil tussen de geschatte en de totale werkelijke emissies zeer groot kan zijn (variërend van -28% tot +86% op basis van het totaal). Op reisniveau kwamen nog veel extremere verschillen voor (tot +480%). De verschillen tussen de schattingen op basis van kentallen en praktijkdata variëren bovendien ook sterk ten opzichte van elkaar: groter, kleiner, over- of onderschattingen, er lijkt geen patroon in te zitten. Ook de variatie in de werkelijke milieuprestatie per ton.km (per reis) is zeer groot. Zo zien we een factor 8 verschil tussen de grootste en de kleinste waarde binnen een case. 12

13 IDVV samenvatting De schattingen en de praktijkgegevens geven wel aan dat het gebruik van de binnenvaart in principe tot een flinke uitstoot reductie van CO 2 kan leiden ten opzichte van het wegvervoer, in de ordegrootte van 60%. Wanneer het doel echter is om de daadwerkelijke CO 2 uitstoot voor een bepaald traject vast te stellen, dan volstaan (praktijk)gemiddelden niet. Ook lijkt een algemene vergelijking tussen modaliteiten op basis van kengetallen of gemiddelden niet zinvol, gezien de grote variaties. Deze rapportage laat zien dat de context zeer bepalend is voor de milieuprestatie van het transport. Het is daardoor gevaarlijk om conclusies te trekken op basis van algemene vergelijkingen van modaliteiten. De duurzaamheidsprestaties zijn namelijk zeer gevalsafhankelijk. Verbruik in zowel de binnenvaartsector als het spoor wordt door zeer veel factoren beïnvloed, zoals het materieel, externe omstandigheden (stroming, hellingen, waterhoogte, stopseinen), gedrag en de logistiek (belading, voor- en natransport). Retourladingen en beladingsgraad zijn zeer belangrijke factoren als het gaat om de duurzaamheidsprestaties, en des te meer bij de binnenvaart en het spoor omdat de vervoerscapaciteit hoog is en het netwerk minder dicht in vergelijking met het wegtransport. De resultaten onderstrepen de noodzaak van een nauwkeurigere manier van monitoring van praktijkverbruik en transportprestatie in de binnenvaart en het spoor. Belangrijk hierbij is een eenduidige benadering van de afstand tussen herkomst en bestemming. De in Lean en Green Ster 2 voorgestelde hemelsbrede afstand (namelijk Great Circle Distance) geeft voor alle modaliteiten een goed beeld van hoe duurzaam een specifieke vervoersopdracht wordt uitgevoerd. De praktijkdata uit de binnenvaart die we binnen deze studie hebben gebruikt, laten zien dat het op dit moment nog lastig is om voor specifieke verladers te bepalen wat de milieuprestatie is. Meer data van verbruik en volumebeslag per deel van de reis helpt beter inzicht te krijgen in de belemmeringen en kansen van monitoring en toewijzen in de praktijk van de binnenvaart van deelladingen (en lege kilometers) aan verladers. Op basis van praktijkdata kan de dialoog tussen verlader en binnenvaart- of spoorvervoerder omtrent milieuprestaties verder worden gevoerd. Om per verlader specifiek en nauwkeurig (dus niet gemiddeld over een groot aantal opdrachten) de duurzaamheids-kpi s (CO 2 /eenheid en CO 2 /eenheid. km) te kunnen rapporteren, is het hebben van data met betrekking tot lading en brandstofverbruik per traject(deel) van groot belang. Zonder die informatie wordt toewijzen van deelladingen en prestaties, zoals beschreven in de Lean en Green Ster 2 methode, ondoenlijk. 13

14 IDVV inleiding 1 - Inleiding Om duurzame keuzes te maken in de logistiek is het noodzakelijk dat de beschikbare transportopties vergeleken kunnen worden op basis van hun milieuprestatie. Dit kan echter alleen als er op een duidelijke en eenduidige wijze bepaald kan worden wat de duurzaamheidsprestaties van de verschillende modaliteiten zijn. Binnen het Lean and Green 2e Ster Programma van Connekt worden verladers en vervoerders uitgedaagd hun werkelijke milieuprestatie uit te drukken per transportactiviteit (op basis van vervoerd gewicht en afstand). Binnen het wegtransport worden dergelijke metingen steeds nauwkeuriger. In de binnenvaart en het spoor loopt deze ontwikkeling achter. Daarnaast komt er een aantal lastige zaken bij voor alternatieve modaliteiten; denk aan de CO 2 footprint van activiteiten op terminals en hoe dit toe te rekenen tot (deel)ladingen, maar ook de variatie van de prestaties van binnenvaart (door stroom op/afwaarts varen, vaardiepte, motortype, etc.). In het kader van IDVV wordt het Lean and Green netwerk van Connekt benut om verladers te bewegen meer containers via de binnenvaart te vervoeren. Veel van deze verladers zijn reeds koploper in het Lean and Green netwerk. Vanuit deze koplopers is de wens ontstaan om binnenvaart en in mindere mate spoor qua duurzaamheidsprestaties vergelijkbaar te maken met wegtransport. Een goede vergelijking over de hele keten - dus ook tussen de modaliteiten -, is essentieel voor het goed kunnen beoordelen van (voordelen van) een transportsysteem én voor het vergelijken van de duurzaamheidspresentaties van verschillende alternatieven. Hierbij is de uitdaging om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, en daarnaast, om zo veel mogelijk gebruik te maken van bestaande en bij bedrijven bekende data en reeds ontwikkelde tools en modellen (o.a. in IDVV). Connekt heeft (in het kader van IDVV spoor 2) TNO opdracht gegeven de stand van zaken met betrekking tot CO 2 monitoring in de binnenvaart en het spoor te analyseren. De Lean and Green 2e Ster KPI s en data kwaliteitseisen geven richting aan de gewenste ontwikkeling die wordt nagestreefd. Dit rapport presenteert de resultaten. Het onderzoek gaat in op: De mate waarin en de wijze waarop het daadwerkelijk verbruik wordt gemonitord bij vervoer over binnenvaart en spoor (meten is weten); Welke factoren invloed hebben op het daadwerkelijk gebruik en hoe deze goed te schatten of modelleren zouden zijn; De beschikbaarheid van standaarden rondom motoren en aandrijving binnen de binnenvaart en het spoor; Hoe emissies nu worden geschat en hoe nauwkeurig deze schattingen zijn (ook ten opzichte van het wegtransport). 14

15 IDVV binnenvaart 2 - Binnenvaart: monitoring aan boord In de binnenvaart en het spoor is het monitoren van verbruik en emissies in het kader van duurzame logistiek nog geen common practice. De noodzaak om milieuprestaties inzichtelijk te krijgen, zoals dat in het wegtransport steeds vaker ervaren wordt, is onder schippers niet prominent aanwezig. Het belang ervan wordt echter wel door verschillende partijen onderkend. Momenteel lopen er verschillende initiatieven om emissies in de binnenvaart beter te monitoren en zo de (duurzaamheids)prestaties te kunnen vergelijken met elkaar en andere modaliteiten. Deze initiatieven richten zich op: ontwikkelen van beleid; verbetering van motoren en brandstof; meetinstrumenten; modelleren van emissies; benchmark mogelijkheden. De overeenkomst tussen de verschillende initiatieven is dat ze grote behoefte hebben aan vergelijkbare praktijkdata die op schipniveau verzameld wordt. Binnen dit onderzoek zijn drie binnenvaartschippers bereid geweest in meer of mindere mate praktijkdata te delen. Omdat de data vertrouwelijk is, worden de schippers aangeduid met schipper X, schipper Y en schipper Z. 2.1 Standaarden van motoren en schepen Er bestaan normen voor motoren in de binnenvaart. Europese normen voor motoren in de binnenvaart zijn CCR eisen, deze zijn opgelegd door de Europese Commissie. Sinds 2008 gelden de CCR-2 emissienormen. De norm richt zich op NOx en niet op CO 2. Om minder NOx uit te stoten is meer brandstof nodig. Dit betekent dat een CCR-4 motor wel schoner is dan CCR-0, maar niet zuiniger. In het najaar van 2013 is besloten dat er voorlopig nog geen strengere normen (in de vorm van CCR-3 en 4) komen. Het Havenbedrijf Rotterdam vraagt 10% meer toeslag op de havengelden, als een schip géén CCR-2 motor heeft en zij geeft een korting van 30% als het schip een EU-IV (stage 4) motor betreft. Deze toeslag, dan wel korting is echter marginaal op de totale kosten en levensduur van de motor. Deze toeslag zal dus niet snel een reden zijn voor een schipper om de motor te vervangen. Ook is er voor fabrikanten geen incentive om schonere motoren te ontwikkelen, nu de invoering van strengere normen is uitgesteld. Met behulp van bepaalde installaties aan boord, zou je met een CCR-0 motor ook aan de EU normen voor NOx kunnen voldoen. Echter, dit is niet hoe de norm nu werkt. 2.2 Navigatiesystemen aan boord Binnenvaartschepen hebben verschillende systemen aan boord, met name voor navigatie en het melden van de bestemming. Met het BICS (het Binnenvaart Informatie en Communicatie Systeem) worden reis- en ladinggegevens 1 vanaf het schip elektronisch gemeld aan de vaarwegautoriteit (in Nederland het IVS90). Tresco is een elektronische vaarkaart, waarop o.a. de positie van andere schepen weergegeven wordt. Deze systemen zijn, echter, niet geschikt om te gebruiken voor monitoring, want het geeft geen informatie over wat je zelf hebt gevaren. De informatie die er uit te halen is, is vooral waar je je bevindt en waar anderen schepen zich bevinden. 1 Gegevens die gemeld moeten worden zijn o.a. de naam van het schip, positie en vaarrichting, afmetingen en gegevens over de lading. 15

16 IDVV binnenvaart 2.3 Monitoring van verbruik boord: wat is standaard Aan boord wordt brandstof verbruikt door: de hoofdmotor; de boegschroefmotor; de generatoren. De boegschroefmotor is nodig voor het manoeuvreren van het schip. De generatoren zijn nodig voor het opwekken van elektriciteit voor de bedrijfsvoering en de bedrijfswoning. Monitoring door schippers Over een bepaalde periode weet de schipper hoeveel brandstof het schip verbruikt heeft. Dit is ook terug te vinden in documentatie, aangezien er een prijs betaald wordt per liter. Op elk gewenst moment is vanaf de brandstoftank in het ruim af te lezen hoeveel liter brandstof er in de tank zit. Het aantal centimeters op de meter correspondeert met een bepaald aantal liters. De stand is, echter, niet op de liter nauwkeurig. Deze methode geeft dus wel een indicatie van het verbruik, maar is niet te gebruiken als een real-time verbruiksgetal. In deze studie hebben we de verbruiksdata van drie schippers gekregen. Deze noemen we in dit rapport schipper X, schipper Y en schipper Z. Deze schippers monitoren hun verbruik als volgt: Schipper X Noteert de hoeveelheid brandstof in de tank op het moment van lossen, van alle motoren (inclusief verbruik generatoren). De stand is niet op de liter nauwkeurig, maar middelt aardig uit op een groter aantal reizen. De centimeters worden afgerond en elke centimeter is ca. 140 liter. Weet het verbruik van de generator per dag 2. Schipper Y Noteert alleen het verbruik van de hoofdmotor. Weet het verbruik van de boegschroefmotor en de generator 3 (per uur/per dag) en het aantal uur dat deze motoren worden gebruikt. Schipper Y veronderstelt dat dit verbruik niet wijzigt. Bovendien is het verbruik van de boegschroefmotor en de generator minimaal ten opzichte van het totaal en daarom noteren ze het niet. Schipper Z Noteert per reis het verbruik op de leegvaart, op het beladen stuk en het verbruik van de generator. Voor de generator wordt een aanname van 200 liter per reisdag gebruikt. Per reis komt het verbruik van de generator gemiddeld uit op 23% van het totale verbruik (variërend van 6 tot 72%). Daarnaast zijn er ook andere initiatieven die op een overkoepelende manier proberen een goed beeld te krijgen van het verbruik in de binnenvaart en de elementen die het verbruik beïnvloeden: Monitoring door stichting Stichting Afvalstoffen Binnenvaart (SAB) heeft cijfers over het aantal gebunkerde liters gasolie per schip, aan de hand van de indirecte verwijderingsbijdrage die schippers per liter betalen aan SAB. Deze data is, echter, niet openbaar. 2 De generator van schipper X verbruikt ca. 100 liter per dag. 3 De generator schipper Y verbruikt circa 93 liter per dag, de boegschroef draait 500 uur per jaar met een verbruik van 60 liter per uur. 16

17 IDVV binnenvaart Monitoring door ondernemers via systemen Er zijn reeds automatische verbruiksmeters op de markt 4, maar deze zijn erg kostbaar (en aangezien er niet of nauwelijks vraag is naar wat schepen verbruiken bij klanten, is het voor veel schippers een onnodige investering). Marco Huijsman: meet met verschillende sensoren aan het schip en heeft een applicatie ontwikkeld om de data bij te houden. In dit initiatief worden o.a. traject (herkomst-bestemming-afstand), toerental en brandstofverbruik gemonitord. Dit wordt binnenkort verder uitgebreid met meerdere informatie zoals NOx, beladingsmeter, dieptemeter, nabehandeling etc. Dit was in het najaar van 2013 op één schip mogelijk. Door deze zaken te monitoren, is het de bedoeling ook advies te kunnen geven op gedrag en hoe dat verbruik beïnvloedt. Stefan Spaas: meet aan de pijp verschillende emissies die worden uitgestoten. 2.4 Hoe wordt de lading gemonitord? Aan boord zit een systeem dat het gewicht aan boord meet. Deze meter telt ook het gewicht van de watertank en bijv. het gewicht van de auto, wanneer deze aan boord is. Hierdoor is uit dit meetsysteem niet (exact) de vervoerde lading (de transportopdracht) te halen. De lading wordt ook vermeld op de transportvraag/ -opdracht. Schippers kunnen het geladen gewicht controleren door voor en na het laden het systeem te raadplegen. Schipper X doet dit voor elke reis en heeft deze data ook gedeeld. Schipper Y was alleen bereid een indicatie te geven van de lading. 2.5 Hoe worden gevaren afstanden gemonitord? Navigatiesystemen (zoals PC Navigo 5 ) kunnen routes en afstanden bepalen over geschikte vaartrajecten. Dit is, echter, niet de werkelijk gevaren afstand. Schipper X: Noteert afstanden van het traject dat zowel leeg als vol gevaren is. Dit nemen ze over van borden langs de wal en/of weten ze uit ervaring. De exacte kilometers zijn niet altijd beschikbaar. Daarbij komt dat ze soms een rondje moeten varen voordat ze kunnen aanleggen of soms naar het einde van de haven moeten, terwijl ze alleen over de afstand tot aan een bepaald punt beschikken. De kilometers zijn niet de daadwerkelijk gevaren kilometers. Schipper Y: Houdt de kilometers niet bij van de reizen. Schipper Z: Noteert afstanden van het traject dat leeg en vol gevaren is. Dit berekenen ze op basis van beschikbare informatie (navigatie en/of op de vaarweg) of stellen ze vast op basis van Google Earth. Afstanden tussen twee locaties bepalen ze éénmaal en kopiëren ze vervolgens voor volgende reizen. In de praktijk kan de gevaren afstand echter afwijken, omdat er vaak binnen een haven tussen verschillende terminals (leeg) gevaren wordt. In grote havens zoals Rotterdam of Antwerpen kan dit oplopen tot 20 kilometer, wat niet genoteerd wordt. 4 Zie bijvoorbeeld 5 Zoals 17

18 IDVV binnenvaart 2.6 Nauwkeurigheid data schippers Tabel 1 en Tabel 2 geven de nauwkeurigheid van de data van de schippers aan op basis van het nauwkeurigheidsmodel dat ontwikkeld is in het Lean and Green 2e Ster Programma. Het overzicht geeft de nauwkeurigheid van: 1 het brandstofverbruik (dat nodig is voor de berekening van de CO 2 uitstoot); 2 van de lading; 3 van de afstand dat de lading aflegt. De nauwkeurigheid is bepaald op basis van de informatie, zoals beschreven in paragraaf 2.3 tot en met 2.5. In Tabel 1, 2 en 3 staan de kleuren voor: groen: hoge nauwkeurigheid oranje: medium nauwkeurigheid rood: lage nauwkeurigheid Tabel 1: Nauwkeurigheidsmodel schipper X Schipper X 1 CO 2 emissie/brandstofverbruik Werkelijk verbruik, met enige afwijking door onnauwkeurigheid meting 2 Eenheden Werkelijke lading 3 Hemelsbrede afstand gebruikt voor Op basis van kortst mogelijke vaarafstand KPI berekening (CO 2 per eenheid.km) Tabel 2: Nauwkeurigheidsmodel schipper Y Schipper Y 1 CO 2 emissie/brandstofverbruik Werkelijk verbruik, met enige afwijking door onnauwkeurigheid meting 2 Eenheden Geschat gewicht per reis 3 Hemelsbrede afstand gebruikt voor Estimated great circle distance (geen postcodes/coördinaten beschikbaar) KPI berekening (CO 2 per eenheid.km) Tabel 3: Nauwkeurigheidstabel schipper Z Schipper Z 1 CO 2 emissie/brandstofverbruik Werkelijk verbruik, met enige afwijking door onnauwkeurigheid meting en aanname generator 2 Eenheden Werkelijke lading Hemelsbrede afstand gebruikt voor KPI berekening (CO 2 per eenheid.km) Op basis van kortst mogelijke vaarafstand 18

19 IDVV inzichten van verbruik 3 - Spoor: eerste inzichten van verbruik 3.1 Factoren die het energieverbruik beïnvloeden Bij vervoer over spoor wordt (bijna) altijd gebruik gemaakt van zowel elektrische - als diesel tractie, aangezien in de terminals vaak niet elektrisch gereden kan worden. Switchen tussen elektra en diesel is kostbaar waardoor de last mile in de terminal vaak uitbesteed wordt. De mate waarin er met diesel gereden wordt zal de emissies per (ton)km van een transport sterk beïnvloeden. Daarnaast zijn er verschillende anderen factoren die het verbruik in meer of mindere mate beïnvloeden. De trein op gang laten komen kost erg veel energie, waardoor het aantal stopseinen en daarmee de stopmomenten van grote invloed zijn op het verbruik. De factoren die van invloed zijn op emissies van vervoer over spoor zijn: inzet elektra/diesel; lengte van de trein (aantal wagons); belading van wagons; landschap (heuvelachtig of niet); weersomstandigheden; regulering (stopseinen, tijdpaden); rijgedrag (snelheid, mate van uitrollen). 3.2 Monitoring van energieverbruik Spoorvervoerders nemen elektriciteit af van de infrastructuurbeheerder. De betaling hiervoor is niet gebaseerd op het werkelijk verbruik, maar op een gemiddeld verbruik per kilometer. Er is hierdoor geen inzicht in het werkelijk verbruik. Ook de verbruikte liters dieselolie worden vaak niet per traject gemonitord. Mogelijk komt hier in de toekomst verandering in. Momenteel loopt een pilot project genaamd Eress 6. Binnen het Eress-project wordt een monitoringsysteem ontwikkeld, wat inzicht verschaft in het werkelijke verbruik van de treinen. Het systeem, dat energie meet, wordt geïnstalleerd in het tractiemateriaal. Het doel is om tot een betere energie-afrekening te komen, zodat spoorvervoerders, per land, alleen betalen wat ze verbruiken. Dit zou voor vervoerders een (extra) motivatie kunnen zijn om zuiniger te gaan rijden. 3.3 Milieuprestatie schatten In het spoorgoederenvervoer zijn drie 3 concepten te onderscheiden: 1 full train load; 2 wagenlading; 3 intermodaal. Qua logistieke organisatie zit er veel verschil tussen de concepten, waardoor de (milieu)prestatie per ton.km sterk kan verschillen. De drie concepten worden, echter, nog niet onderscheiden in methodes om emissies te schatten, zoals STREAM De keuzes die in STREAM 2011 wel gemaakt kunnen worden, zijn weergegeven in Tabel 4. Duurzaamheid in het spoorgoederenvervoer richt zich naast emissies, (in sterkere mate) op geluid, trillingen en op de aanleg van de benodigde infrastructuur. Tabel 4: Keuzemogelijkheden spoorvervoer STREAM 2011 Energie Lengte trein Type goederen Gewicht/type goederen STREAM keuzes: 3 keuzes: kort/medium/ 2 keuzes: general cargo/ 3 keuzes: volumineus/ diesel/elektrisch lang (met een aanname bulk/container gemiddeld/zwaar voor het aantal wagons) 6 Eress is een project van de European Railway Energy Settlement System. Aan het project werken ook infrastructuurbeheerders Infrabel (België), Jerbaneverket (Noorwegen), Trafikverket (Zweden) en Banedanmark (Denemarken) mee; zie 19

20 IDVV kengetallen 4 - Binnenvaart: kengetallen om verbruik te schatten Standaard kengetallen worden gebruikt om, in het geval van onvoldoende (individuele) praktijkinformatie, de verwachte emissies te schatten. Standaarden kunnen de berekening vereenvoudigen, maar gaan gepaard met onzekerheid. Hoe groot deze onzekerheid is, is in de praktijk nog onvoldoende onderzocht. Zo wordt het al geruime tijd aanbevolen om de berekening voor energiegebruik en lokale emissiefactoren, die gebruikt worden voor het Landelijk Emissie Registratie Systeem, te valideren. Voor het berekenen van emissies binnen het Lean and Green Award programma wordt door Connekt verwezen naar de Gezamenlijke Nederlandse Lijst van Emissiefactoren die samen met SKAO en Stimular is opgesteld in Binnen het Lean and Green Star programma wordt een niet openbare bron gebruikt voor de emissies van verschillende modaliteiten. STREAM 2008 en STREAM 2011 baseren zich op het EMS-model dat TNO heeft ontwikkeld voor de berekening de emissies door motoren van binnenvaartschepen op Nederlands grondgebied. De resultaten uit dit model worden jaarlijks gebruikt door het Planbureau voor de Leefomgeving voor de Nederlandse Emissieregistratie. Kengetallen komen voort uit een combinatie van praktijkdata, tanktesten en modellen, waarbij de afhankelijkheid van verschillende factoren in kaart wordt gebracht. Echter, om de kengetallen toepasbaar te houden wordt voor veel van deze factoren geen onderscheid gemaakt en is het niet mogelijk deze mee te nemen voor de schatting van het verbruik. Kengetallen richten zich dan ook op totalen en gemiddelden en zijn daarmee niet direct geschikt voor vergelijking van individuele prestaties van schepen of voor vergelijking over het verbruik op een specifiek traject. Tabel 5 geeft de bronnen van kengetallen die in dit onderzoek bekeken zijn en de afkorting (A=D) die verder in het rapport gebruikt wordt. Tabel 5: Bronnen van kengetallen Bron CO 2 per km CO 2 per ton-km A STREAM A.1 A.2 B Gezamenlijke Nederlandse Lijst van Emissiefactoren B C Kengetallen gebruikt binnen Lean and Green 2e Ster C D STREAM D.1 D.2 D.3 7 Emissiefactoren voor Emissiefactoren voor

21 IDVV kengetallen De emissiegetallen, uitgedrukt in gram per kilometer of gram per tonkilometer, worden gegeven voor de meest voorkomende combinaties van scheepstypen en lading. Scheepstypen worden gecategoriseerd op basis van naam en/of capaciteit. Voor lading wordt hoofdzakelijk onderscheid gemaakt tussen bulk en container (een enkele keer ook voor tanker en general cargo). Er wordt, met uitzondering van STREAM 2011, geen rekening gehouden met het type vaarweg 9. Er wordt in deze bronnen geen rekening gehouden met de motor die in het schip aanwezig is. (Bijvoorbeeld hetzelfde type schip kan een totaal andere motor hebben als na een aantal jaar bij het ene schip de motor wordt vervangen en bij het andere schip niet; dit beïnvloedt ook het verbruik.) Het volgende hoofdstuk behandelt de verschillende factoren, hun invloed, en hoe de kengetallen daarmee omgaan in meer detail. 9 Dit gebeurt wel voor lokale emissies in PRELUDE. 21

22 IDVV f a c t o r e n 5 - Factoren die verbruik binnenvaart beïnvloeden 5.1 Welke factoren zijn van invloed op het brandstofverbruik? Tabel 6 geeft een overzicht van de factoren die van invloed zijn op het (relatieve) verbruik in de binnenvaart. Voor het bepalen van de invloed op het energiegebruik zijn de volgende bronnen gebruikt: STREAM (2011); Bolt, E. (2003), Schatting energiegebruik binnenvaartschepen; EMS-protocol Emissies door Binnenvaart: Verbrandingsmotoren, TNO (2012); Bakker van Ommere, E. Globale schets gasolieverbruik; binnenvaartschepen (bron: EVO website); 10 Interviews. De factoren zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: 1 schip; 2 gedrag; 3 vaarweg; 4 logistiek. De logistieke factoren zijn vooral van belang voor de relatieve CO 2 uitstoot (namelijk CO 2 /ton of tonkilometer) over een bepaald traject. De emissies van overslaan en voor-en natransport worden niet direct veroorzaakt door het binnenvaartschip, maar zijn wel direct verbonden met de keuze voor de binnenvaart. Deze emissies zullen daarom meegenomen moeten worden wanneer emissies van de weg- en de binnenvaart met elkaar vergeleken worden. Er bestaat een wisselwerking tussen verschillende factoren waardoor het uiteindelijke effect op het energieverbruik (-/+) niet altijd eenduidig is. Voorbeeld: in laag water is er meer weerstand (-), maar minder stroming (+). Tabel 6: Factoren die zijn invloed zijn op emissies in de binnenvaart Factor Invloed op energiegebruik Schip Grootte Verschil tussen groot en klein schip per kilometer is een factor 10. Vormgeving Besparing van 10% te behalen door aanpassing romp. 11 Motor Verondersteld wordt dat motoren in 2020 gemiddeld 5% zuiniger zijn dan in Een katalysator reduceert lokale emissies tot 80%. Schone motoren zijn, echter, niet altijd zuiniger. In een zelfde type schip kan een andere motor zitten (verbruik en emissies hangen hiermee samen) Uit gesprek Marin. 22

23 IDVV f a c t o r e n Vervolg tabel 6: Factoren die zijn invloed zijn op emissies in de binnenvaart Factor Invloed op energiegebruik Gedrag Snelheid/planning De snelheid is van zeer grote invloed op het verbruik. Wanneer de snelheid met een factor 2 stijgt, kan het verbruik met een factor 8 stijgen. Met een goede planning kan de snelheid optimaal afgestemd worden. Boegschroef en generator Ten opzichte van de hoofdmotor verbruiken de hulpmotoren tussen de 5 en 25% extra (op basis van 26 observaties). Verbruik generator mede afhankelijk van verbruik in verblijfswoning (zoals airco). Vaarweg Type (diepte, breedte) Richting/stroming Weersomstandigheden Netwerk Verschil tussen verbruik op de Waal en ongunstige vaarweg (kanaal) is gemiddeld 55%. Het varieert van 28 tot 86%, afhankelijk van scheepstype. Hoe dieper of hoe breder de vaarweg, hoe minder energie nodig is. Vaarwegdiepte speelt een grotere rol dan vaarwegbreedte. Het energieverbruik dat nodig is om tegen de stroom in te varen kan ca. 2x zo groot zijn als benodigd voor dezelfde afstand met stroom mee. De wind speelt een rol in het energieverbruik, hoeveel is, echter, onbekend. Het netwerk bepaalt hoeveel extra kilometers er gevaren moeten worden, in tegenstelling tot het wegtransport. Dit kan per scheepstype verschillen, omdat niet elke vaarweg toegankelijk is voor elk schip. Logistiek Gewicht (zie ook Figuur 1) Beladingsgraad Productieve kilometers/ benutting 12 Koeling Voor- en natransport Overslaan Absoluut: voor vervoer van zware goederen is ca. 30% meer verbruik nodig dan voor volumineuze goederen. Relatief: de uitstoot per ton-km daalt over het algemeen bij een hogere/zwaardere belading. Hoe sterk hangt af van het type vaarweg en het type goederen. Een beperkte onderbelading kan namelijk op laag water ook een positief effect hebben op de relatieve uitstoot. Absoluut: een stijging van beladingsgraad met 30%, resulteert gemiddeld in een stijging van het energiegebruik per km van 20%. Relatief: zie gewicht. De benutting is van invloed op de (relatieve) uitstoot wanneer lege kilometers toegewezen worden aan de lading. Wanneer goederen gekoeld moeten worden zal dit extra energie kosten. Hoeveel is onbekend. Het benodigde voor- en na transport is zeer afhankelijk van de havenplaats en de herkomst en bestemming. Deze kunnen een zeer grote invloed hebben op de totale emissies van het transport per binnenvaart Onbekend 12 Benutting is het product van de beladingsgraad en het percentage productieve kilometers. 23

Lean and Green 2nd star. Bijlagendocument format Plan van Aanpak 2 de ster

Lean and Green 2nd star. Bijlagendocument format Plan van Aanpak 2 de ster Lean and Green 2nd star Bijlagendocument format Plan van Aanpak 2 de ster INHOUDSOPGAVE BIJLAGE 1 - UNIFORME REKENWIJZE... 3 BIJLAGE 2 - NIVEAUS VAN DATA NAUWKEURIGHEID... 5 BIJLAGE 3 - MINDMAPS DATA NAUWKEURIGHEID

Nadere informatie

Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK

Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK Kees den Blanken Cogen Nederland Driebergen, Dinsdag 3 juni 2014 Kees.denblanken@cogen.nl Renewables genereren alle stroom (in Nederland in

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Workflow en screenshots Status4Sure

Workflow en screenshots Status4Sure Workflow en screenshots Status4Sure Inleiding Het Status4Sure systeem is een ICT oplossing waarmee de transportopdrachten papierloos door het gehele proces gaan. De status kan gevolgd worden door de logistieke

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Introduction Henk Schwietert

Introduction Henk Schwietert Introduction Henk Schwietert Evalan develops, markets and sells services that use remote monitoring and telemetry solutions. Our Company Evalan develops hard- and software to support these services: mobile

Nadere informatie

Kennisnetwerk Schoner Varen

Kennisnetwerk Schoner Varen Kennisnetwerk Schoner Varen Monitoring van emissies Amsterdam, Waternet, 24 november 2011 Ruud Verbeek / TNO Hier wordt geïnvesteerd in uw toekomst. Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door het Europees

Nadere informatie

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet.

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. General: Please use the latest firmware for the router. The firmware is available on http://www.conceptronic.net! Use Firmware version

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond.

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond. Opgaven in Nederlands. Alle opgaven hebben gelijk gewicht. Opgave 1 Gegeven is een kasstroom x = (x 0, x 1,, x n ). Veronderstel dat de contante waarde van deze kasstroom gegeven wordt door P. De bijbehorende

Nadere informatie

Digital municipal services for entrepreneurs

Digital municipal services for entrepreneurs Digital municipal services for entrepreneurs Smart Cities Meeting Amsterdam October 20th 2009 Business Contact Centres Project frame Mystery Shopper Research 2006: Assessment services and information for

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Tentamen Analyse 8 december 203, duur 3 uur. Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als jeeen onderdeel

Nadere informatie

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Aim of this presentation Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Energieleveranciers.nl (Energysuppliers.nl) Founded in 2004

Nadere informatie

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Chris E. Dutilh Stichting DuVo/Unilever Benelux Conferentie Winst uit Agrologistiek Monster, 16 februari 2009 Doelstelling DuVo-studie In beeld brengen of, en

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinants and Barriers of Providing Sexual Health Care to Cancer Patients by Oncology

Nadere informatie

De bijsluiter in beeld

De bijsluiter in beeld De bijsluiter in beeld Een onderzoek naar de inhoud van een visuele bijsluiter voor zelfzorggeneesmiddelen Oktober 2011 Mariëtte van der Velde De bijsluiter in beeld Een onderzoek naar de inhoud van een

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Dynamic S Steeringgear

Dynamic S Steeringgear Dynamic S Steeringgear De Dynamic S stuursystemen zijn speciaal bedoeld voor commerciële vaartuigen, waarbij stuurcomfort, levensduur en efficiëntie voorop staan. De systemen komen vanwege hun revolutionaire

Nadere informatie

Since 1987 Duurzaam, betaalbaar en op tijd!

Since 1987 Duurzaam, betaalbaar en op tijd! Since 1987 Duurzaam, betaalbaar en op tijd! Who we are? BCTN was the first intermodal barge operator in the Netherlands. With more than 25 years of experience BCTN is the leading intermodal barge operator

Nadere informatie

Any color so long as it is green

Any color so long as it is green Any color so long as it is green Duurzame mobiliteit op lokaal niveau Richard Smokers Attero Minisymposium, Duurzame mobiliteit, Wijster, 2 Any color so long as it is green Inhoud Uitdagingen Wat valt

Nadere informatie

I.S.T.C. Intelligent Saving Temperature Controler

I.S.T.C. Intelligent Saving Temperature Controler MATEN & INFORMATIE I.S.T.C. Intelligent Saving Temperature Controler Deze unieke modulerende zender, als enige ter wereld, verlaagt het energieverbruik aanzienlijk. Het werkt in combinatie met de energy

Nadere informatie

liniled Cast Joint liniled Gietmof liniled Castjoint

liniled Cast Joint liniled Gietmof liniled Castjoint liniled Cast Joint liniled Gietmof liniled is een hoogwaardige, flexibele LED strip. Deze flexibiliteit zorgt voor een zeer brede toepasbaarheid. liniled kan zowel binnen als buiten in functionele en decoratieve

Nadere informatie

Multimodal Platform 1616. A new multimodal logistical platform in the Port of Antwerp adjacent to the Deurganckdock.

Multimodal Platform 1616. A new multimodal logistical platform in the Port of Antwerp adjacent to the Deurganckdock. Multimodal Platform 1616 Een nieuw multimodaal logistiek platform in de Haven van Antwerpen op een steenworp van het Deurganckdok. A new multimodal logistical platform in the Port of Antwerp adjacent to

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

How to install and use dictionaries on the ICARUS Illumina HD (E652BK)

How to install and use dictionaries on the ICARUS Illumina HD (E652BK) (for Dutch go to page 4) How to install and use dictionaries on the ICARUS Illumina HD (E652BK) The Illumina HD offers dictionary support for StarDict dictionaries.this is a (free) open source dictionary

Nadere informatie

Quality requirements concerning the packaging of oak lumber of Houthandel Wijers vof (09.09.14)

Quality requirements concerning the packaging of oak lumber of Houthandel Wijers vof (09.09.14) Quality requirements concerning the packaging of oak lumber of (09.09.14) Content: 1. Requirements on sticks 2. Requirements on placing sticks 3. Requirements on construction pallets 4. Stick length and

Nadere informatie

De kortste weg naar duurzaam transport. Maak kennis met de binnenvaart en haar koplopers

De kortste weg naar duurzaam transport. Maak kennis met de binnenvaart en haar koplopers De kortste weg naar duurzaam transport Maak kennis met de binnenvaart en haar koplopers De kortste weg naar duurzaam transport The Blue Road is de kortste weg naar een duurzame toekomst. Waarom? Omdat

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

HANDLEIDING - ACTIEVE MOTORKRAAN

HANDLEIDING - ACTIEVE MOTORKRAAN M A N U A L HANDLEIDING - ACTIEVE MOTORKRAAN MANUAL - ACTIVE MOTOR VALVE Model E710877 E710878 E710856 E710972 E710973 www.tasseron.nl Inhoud / Content NEDERLANDS Hoofdstuk Pagina NL 1 ALGEMEEN 2 NL 1.1

Nadere informatie

GDF SUEZ LNG Solutions

GDF SUEZ LNG Solutions BECOMES GDF SUEZ LNG Solutions Nationale Distributiedag - 15 oktober 2015 Jan-Joris van Dijk Managing Director GDF SUEZ LNG Solutions GDF SUEZ LNG SOLUTIONS Een nieuw bedrijf binnen de groep met focus

Nadere informatie

Green Order voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case

Green Order voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars Beschrijving & case 18 mei 2011 Inhoud Inhoud beschrijving Kern van de tool Aanpak Mensen & middelen Resultaat Case beschrijving / best practice Toepassing

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Registratie- en activeringsproces voor de Factuurstatus Service NL 1 Registration and activation process for the Invoice Status Service EN 11

Registratie- en activeringsproces voor de Factuurstatus Service NL 1 Registration and activation process for the Invoice Status Service EN 11 QUICK GUIDE B Registratie- en activeringsproces voor de Factuurstatus Service NL 1 Registration and activation process for the Invoice Status Service EN 11 Version 0.14 (July 2015) Per May 2014 OB10 has

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF]

Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Versie 30-05-2011 Voeg hier uw bedrijfslogo in Lean and Green Award Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Opgesteld door: Versie: Voorwoord Dit is het format voor het Plan van Aanpak dat nodig is voor het behalen

Nadere informatie

LDA Topic Modeling. Informa5ekunde als hulpwetenschap. 9 maart 2015

LDA Topic Modeling. Informa5ekunde als hulpwetenschap. 9 maart 2015 LDA Topic Modeling Informa5ekunde als hulpwetenschap 9 maart 2015 LDA Voor de pauze: Wat is LDA? Wat kan je er mee? Hoe werkt het (Gibbs sampling)? Na de pauze Achterliggende concepten à Dirichlet distribu5e

Nadere informatie

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten CBM-I bij Faalangst in een Studentenpopulatie 1 Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten Cognitive Bias Modification of Interpretation Bias for Students with Test Anxiety

Nadere informatie

WWW.EMINENT-ONLINE.COM

WWW.EMINENT-ONLINE.COM WWW.EMINENT-OINE.COM HNDLEIDING USERS MNUL EM1016 HNDLEIDING EM1016 USB NR SERIEEL CONVERTER INHOUDSOPGVE: PGIN 1.0 Introductie.... 2 1.1 Functies en kenmerken.... 2 1.2 Inhoud van de verpakking.... 2

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability The role of mobility in higher education for future employability Jim Allen Overview Results of REFLEX/HEGESCO surveys, supplemented by Dutch HBO-Monitor Study migration Mobility during and after HE Effects

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

PIR DC-SWITCH. DC Passive infra-red Detector. Model No. PDS-10 GEBRUIKSAANWIJZING/INSTRUCTION MANUAL

PIR DC-SWITCH. DC Passive infra-red Detector. Model No. PDS-10 GEBRUIKSAANWIJZING/INSTRUCTION MANUAL PIR DC-SWITCH DC Passive infra-red Detector Model No. PDS-10 GEBRUIKSAANWIJZING/INSTRUCTION MANUAL Please read this manual before operating your DETECTOR PIR DC-Switch (PDS-10) De PDS-10 is een beweging

Nadere informatie

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 25 november 2008 Nederlandse samenvatting door TIER op 5 juli 2011 Onderwijsondersteunende

Nadere informatie

Voeg hier uw bedrijfslogo in. Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF]

Voeg hier uw bedrijfslogo in. Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Voeg hier uw bedrijfslogo in Lean and Green Award Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Opgesteld door: Versie: Voorwoord Dit is het format voor het Plan van Aanpak dat nodig is voor het behalen van de Lean &

Nadere informatie

TOELICHTING OP FUSIEVOORSTEL/

TOELICHTING OP FUSIEVOORSTEL/ TOELICHTING OP FUSIEVOORSTEL/ EXPLANATORY NOTES TO THE LEGAL MERGER PROPOSAL Het bestuur van: The management board of: Playhouse Group N.V., een naamloze Vennootschap, statutair gevestigd te Amsterdam,

Nadere informatie

1.1 ORGANIZATION INFORMATION 1.2 CONTACT INFORMATION 2.1 SCOPE OF CERTIFICATION 2.2 AUDITOR INFORMATION 3.1 AUDIT CONCLUSIONS 3.2 MANAGEMENT SYSTEM EFFECTIVENESS 3.3 OBSERVATIONS Organization Address Name

Nadere informatie

Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V.

Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V. Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V. Energieverbruik en CO 2 emissies juni 2015 Opgesteld door: M. Kelger Rapportage 2014 Energieverbruik en CO2 emissies Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Energieverbruik

Nadere informatie

Uitgangspunten depositieberekeningen

Uitgangspunten depositieberekeningen Passende Beoordeling Verruiming Vaarweg Eemshaven Noordzee 3 december 2013 Bijlage E. Uitgangspunten depositieberekeningen 177 van 181 Passende Beoordeling Verruiming Vaarweg Eemshaven Noordzee 3 december

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

Intermax backup exclusion files

Intermax backup exclusion files Intermax backup exclusion files Document type: Referentienummer: Versienummer : Documentatie 1.0 Datum publicatie: Datum laatste wijziging: Auteur: 24-2-2011 24-2-2011 Anton van der Linden Onderwerp: Documentclassificatie:

Nadere informatie

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages 22/03/2013 Housing market in crisis House prices down Number of transactions

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Extreem veilig Het product Our product Voordeel Advantage Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock

Extreem veilig Het product Our product Voordeel Advantage Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Extreem veilig Het product Alle koppeling zijn speciaal ontworpen en vervaardigd uit hoogwaardig RVS 316L en uitgevoerd met hoogwaardige pakkingen. Op alle koppelingen zorgt het gepatenteerde veiligheid

Nadere informatie

Inspectie laadeenheden

Inspectie laadeenheden Inspectie laadeenheden Wat inspecteren we? Inspectie van de laadeenheid: Administratieve inspectie vooraf: - Inspectie van de begeleidende documenten. In de praktijk: - Visuele inspectie van de laadeenheid

Nadere informatie

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant Vragenlijst in te vullen en op te sturen voor de meeloopochtend, KABK afdeling fotografie Questionnaire to be filled in and send in before the introduction morning, KABK department of Photography Stuur

Nadere informatie

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0.

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0. Onderwerpen: Scherpstelling - Focusering Sluitersnelheid en framerate Sluitersnelheid en belichting Driedimensionale Arthrokinematische Mobilisatie Cursus Klinische Video/Foto-Analyse Avond 3: Scherpte

Nadere informatie

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept 7 juni 2012 KNX Professionals bijeenkomst Nieuwegein Annemieke van Dorland KNX trainingscentrum ABB Ede (in collaboration with KNX Association) 12/06/12 Folie 1 ETS

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Power Quality aspecten van LED-lampen.

Power Quality aspecten van LED-lampen. Power Quality aspecten van LED-lampen. Hoe meet je die en wat betekent het voor de praktijk? Mark Vloemans AR Benelux Timothy Hertstein ZES ZIMMER Onderwerpen o Aanleiding o Wat is de Power Factor? o Hoe

Nadere informatie

Leeftijdcheck (NL) Age Check (EN)

Leeftijdcheck (NL) Age Check (EN) Leeftijdcheck (NL) Age Check (EN) [Type text] NL: Verkoopt u producten die niet aan jonge bezoekers verkocht mogen worden of heeft uw webwinkel andere (wettige) toelatingscriteria? De Webshophelpers.nl

Nadere informatie

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis.

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis. Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met een Psychotische Stoornis. The Effect of Assertive Community Treatment (ACT) on

Nadere informatie

Interaction Design for the Semantic Web

Interaction Design for the Semantic Web Interaction Design for the Semantic Web Lynda Hardman http://www.cwi.nl/~lynda/courses/usi08/ CWI, Semantic Media Interfaces Presentation of Google results: text 2 1 Presentation of Google results: image

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Peter Alkema beleidsadviseur Divisie Havenmeester

Peter Alkema beleidsadviseur Divisie Havenmeester Peter Alkema beleidsadviseur Divisie Havenmeester Missie Veiligheid Vlotheid Milieu OESO rapport (13/5) R dam en A dam: de havens dienen het milieu en leefklimaat te verbeteren 2 SECA Noordzee en Baltic

Nadere informatie

Find Neighbor Polygons in a Layer

Find Neighbor Polygons in a Layer Find Neighbor Polygons in a Layer QGIS Tutorials and Tips Author Ujaval Gandhi http://google.com/+ujavalgandhi Translations by Dick Groskamp This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0

Nadere informatie

Lean and Green 2nd star

Lean and Green 2nd star Voeg hier uw bedrijfslogo in Lean and Green 2nd star Uitwerking criteria voor het verkrijgen van de 2 de ster [NAAM BEDRIJF] Opgesteld door: Versie: Datum: INHOUDSOPGAVE 1. Toelichting en criteria... 3

Nadere informatie

CO 2 -calculatie in de logistieke keten

CO 2 -calculatie in de logistieke keten CO 2 -calculatie in de logistieke keten Multimodaal emissies in kaart brengen Eelco den Boer, 20 maart 2013 CE Delft Onafhankelijk, not-for-profit consultancy, opgericht in 1978 Kantoor in Delft 30-40

Nadere informatie

Classic Handhydraulische Stuursystemen

Classic Handhydraulische Stuursystemen Classic Handhydraulische Stuursystemen Classic handhydraulische stuursystemen zijn ontwikkeld voor professionele schepen, die geen bekrachting nodig zijn. De stuursystemen blinken uit in eenvoud, levensduur,

Nadere informatie

Vos Logistics : maak de markt vrij voor LNG-transport in NL

Vos Logistics : maak de markt vrij voor LNG-transport in NL : maak de markt vrij voor LNG-transport in NL Groningen, 1 november 2012 Energy Delta Institute Haiko Meijer Director Purchasing Group feiten en cijfers Opgericht in 1944 Omzet 250 miljoen euro 30 locaties

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Functioneel Ontwerp / Wireframes:

Functioneel Ontwerp / Wireframes: Functioneel Ontwerp / Wireframes: Het functioneel ontwerp van de ilands applicatie voor op de iphone is gebaseerd op het iphone Human Interface Guidelines handboek geschreven door Apple Inc 2007. Rounded-Rectangle

Nadere informatie

SPX Model A-360 Azimuth Antenna Rotor Model 1 & 2

SPX Model A-360 Azimuth Antenna Rotor Model 1 & 2 Gauke Boelensstraat 108 NL-9203 RS Drachten The Netherlands Tel: +31 (0) 512 354 126 GSM: +31 (0) 650 882 889 Fax: +31 (0) 847 187 776 www.rfhamdesign.com E-mail: info@rfhamdesign.com Model A-360 Azimuth

Nadere informatie

Emissiescan Logistiek voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case

Emissiescan Logistiek voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars Beschrijving & case Inhoud Inhoud beschrijving Emissiescan Logistiek Kern van de tool Aanpak Mensen & middelen Resultaat Toepassing Aanvullende informatie 2

Nadere informatie

Plotten. technisch tekenwerk AUTOCAD 2000

Plotten. technisch tekenwerk AUTOCAD 2000 Inleiding Voor het plotten van uw bent u bij Lifoka aan het juiste adres. Snel, betrouwbaar en dat in grote of kleine oplagen. Niet alleen het plotten, maar ook vergaren en verzenden kan Lifoka voor u

Nadere informatie

9 daagse Mindful-leSs 3 stappen plan training

9 daagse Mindful-leSs 3 stappen plan training 9 daagse Mindful-leSs 3 stappen plan training In 9 dagen jezelf volledig op de kaart zetten Je energie aangevuld en in staat om die batterij op peil te houden. Aan het eind heb jij Een goed gevoel in je

Nadere informatie

1a. We werken het geval voor het tandenpoetsen uit. De concepten zijn (we gebruiken Engelse termen en afkortingen):

1a. We werken het geval voor het tandenpoetsen uit. De concepten zijn (we gebruiken Engelse termen en afkortingen): Uitwerking Huiswerkopgave Inleiding Modelleren Hoofdstuk 3 1a. We werken het geval voor het tandenpoetsen uit. De concepten zijn (we gebruiken Engelse termen en afkortingen): tube=[cap:{open,close},hand:{l,r,none}]

Nadere informatie

GEO-HR: OPPORTUNITIES FOR MARITIME SECURITY OPERATIONS

GEO-HR: OPPORTUNITIES FOR MARITIME SECURITY OPERATIONS GEO-HR: OPPORTUNITIES FOR MARITIME SECURITY OPERATIONS 2nd GEO-HR User Consultation Workshop 25 April 2013 Arthur Smith TNO Defence Research 1 Who is TNO Defence Research? TNO Defence Research: Part of

Nadere informatie

De (kleine) waterweg. Prof. Dr. Cathy Macharis

De (kleine) waterweg. Prof. Dr. Cathy Macharis De (kleine) waterweg Prof. Dr. Cathy Macharis Inhoud Context De kleine waterweg Uitdagingen 2 MOBI team MOBIlity, Logistics and Automotive Technology Research Centre 3 4 Context : de hele keten Origin

Nadere informatie

Informatiefolder. Het afschaffen van kinderbijschrijvingen in paspoorten en andere reisdocumenten met ingang van 26 juni 2012

Informatiefolder. Het afschaffen van kinderbijschrijvingen in paspoorten en andere reisdocumenten met ingang van 26 juni 2012 Informatiefolder Het afschaffen van kinderbijschrijvingen in paspoorten en andere reisdocumenten met ingang van 26 juni 2012 Kinderbijschrijvingen worden afgeschaft Met ingang van 26 juni 2012 kunnen kinderen

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1. The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety

Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1. The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1 The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety De Rol van Gevarieerd Ontbijten en Consciëntieusheid in Angst

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Ervaringen met begeleiding FTA cursus Deployment of Free Software Systems

Ervaringen met begeleiding FTA cursus Deployment of Free Software Systems Ervaringen met begeleiding FTA cursus Deployment of Free Software Systems Frans Mofers Nederland cursusmateriaal & CAA's alle cursusmateriaal vrij downloadbaar als PDF betalen voor volgen cursus cursussite

Nadere informatie

ICARUS Illumina E653BK on Windows 8 (upgraded) how to install USB drivers

ICARUS Illumina E653BK on Windows 8 (upgraded) how to install USB drivers ICARUS Illumina E653BK on Windows 8 (upgraded) how to install USB drivers English Instructions Windows 8 out-of-the-box supports the ICARUS Illumina (E653) e-reader. However, when users upgrade their Windows

Nadere informatie

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 Instructie Met als doel het studiecurriculum te verbeteren of verduidelijken heeft de faculteit FEB besloten tot aanpassingen in enkele programma s die nu van

Nadere informatie

Risk & Requirements Based Testing

Risk & Requirements Based Testing Risk & Requirements Based Testing Tycho Schmidt PreSales Consultant, HP 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. The information contained herein is subject to change without notice Agenda Introductie

Nadere informatie

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant #polis14 Northeast-Brabant: a region in the Province of Noord-Brabant Innovative Poly SUMP 20 Municipalities Province Rijkswaterstaat Several companies Schools

Nadere informatie

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen tussen Leeftijdsgroepen Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles between Age Groups Rik Hazeu Eerste begeleider:

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Y.S. Lubbers en W. Witvoet

Y.S. Lubbers en W. Witvoet WEBDESIGN Eigen Site Evaluatie door: Y.S. Lubbers en W. Witvoet 1 Summary Summary Prefix 1. Content en structuur gescheiden houden 2. Grammaticaal correcte en beschrijvende markup 3. Kopregels 4. Client-

Nadere informatie