COGNIS 100-D Boston Scientific Corporation

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "COGNIS 100-D Boston Scientific Corporation"

Transcriptie

1 Boston Scientific 4100 Hamline Avenue North St. Paul, MN USA Guidant Europe NV/SA; Boston Scientific Green Square, Lambroekstraat 5D 1831 Diegem, Belgium CARDIAC ( ) Boston Scientific or its affiliates All Rights Reserved NL Europe 04/08 Authorized 2008 * * COGNIS 100-D Boston Scientific Corporation SYSTEEMGIDS COGNIS 100-D CARDIALE RESYNCHRONISATIE THERAPIE HIGH ENERGY DEFIBRILLATOR REF P106, P107, P108

2 OVER DEZE HANDLEIDING Boston Scientific Corporation verwierf Guidant Corporation in april Tijdens onze overgangsperiode kunt u mogelijk de naam Boston Scientific en de naam Guidant op producten en patiëntenmateriaal terugvinden. Terwijl we werken aan onze overgang, zullen we artsen en hun patiënten blijven voorzien van geavanceerde technologische en hoogwaardige medische apparaten en therapieën. In deze handleiding worden de onderstaande afspraken met betrekking tot de tekst in acht genomen. PRM toetsen De namen van de Programmer/Recorder/Monitor (PRM) toetsen worden in hoofdletters weergegeven (vb. PROGRAMMEREN, UITLEZEN). 1., 2., 3. Een genummerde lijst geeft een reeks instructies aan die in de aangegeven volgorde afgehandeld moeten worden. Lijsten met opsommingtekens geven niet-opeenvolgende informatie weer. De schermillustraties in deze handleiding zijn bedoeld om u vertrouwd te maken met de algemene schermindeling. De eigenlijke schermen die u ziet wanneer de pulsgenerator wordt uitgelezen of geprogrammeerd zullen verschillen naargelang het model en de geprogrammeerde parameters. Er wordt een volledige lijst van programmeerbare opties voorzien in de bijlage ("Programmeerbare Opties" op pagina A-1). De werkelijke waarden die u te zien krijgt bij het programmeren van de pulsgenerator zullen variëren op basis van het model en de geprogrammeerde parameters. De volgende acroniemen kunnen gebruikt worden in deze Systeemgids: A ABM AF AFib AFR Atriaal Autonomic Balance Monitor Atriumfibrilleren Atriumfibrilleren Atriale Flutterrespons De volgende zijn handelsmerken van Boston Scientific of haar dochterondernemingen: AUTONOMIC BALANCE MONITOR, COGNIS, CONTAK CD, EASYTRAK, ENDOTAK, RENEWAL, RHYTHM ID, SmartDelay, VITALITY, ZIP.

3 AGC AIVR AT ATP ATR AV BiV BCL BOL CPR CRT CRT-D ECG DFT EAS EF EGM EMI EFO HE HRV IBP IC ICD LRL LV LVPP LVRP MI MPR MRI MSR MTR NSR PAC PAT PES PMT PRM PSA PVARP PVC RADAR Automatic Gain Control Versneld Idioventriculair Ritme Atriale Tachycardie Anti-tachycardiestimulatie Atriale Tachyrespons Atrioventriculair Biventriculair Burstcycluslengte Begin van Levensduur Cardiopulmonale Resuscitatie Cardiale Resynchronisatie Therapie Cardiale Resynchronisatie Therapie met defibrillator Elektrocardiogram Defibrillatiedrempel Elektronische Bewakingsapparatuur Ejectiefractie Elektrogram Elektromagnetische Interferentie Elektrofysiologie; Elektrofysiologisch High Energy Heart Rate Variability Programmeren op Basis van Indicatoren Industrie Canada Implanteerbare Cardioverter Defibrillator Basisfrequentie Linksventriculair Linksventriculaire Protectieperiode Linksventriculaire Refractaire Periode Myocardinfarct Maximale Stimulatiefrequentie Magnetic Resonance Imaging Maximale Sensorfrequentie Maximale Trackingfrequentie Normaal Sinusritme Premature Atriale Contractie Paroxysmale Atriale Tachycardie Geprogrammeerde Elektrische Stimulatie Pacemaker-mediated Tachycardie Programmer/Recorder/Monitor Pacing System Analyzer Post-ventriculaire Atriale Refractaire Periode Premature Ventriculaire Contractie Radio Detection and Ranging

4 RF RTTE RV RVRP SCD SRD SVT TARP TENS V VFib VF VRP VRR VT VTR Radiofrequentie Radioapparatuur en Telecommunicatie-eindapparatuur Rechtsventriculair Rechtsventriculaire Refractaire Periode Plotselinge Hartdood Sustained Rate Duration Supraventriculaire Tachyaritmieën Totale Atriale Refractaire Periode Transcutane Elektrische Zenuwstimulatie Ventriculair Ventrikelfibrilleren Ventrikelfibrilleren Ventriculaire Refractaire Periode Ventricular Rate Regulation Ventriculaire Tachycardie Ventriculaire Tachycardie Respons

5

6 INHOUD INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK HOOFDSTUK 1 Nieuwe of Verfijnde Functies Beschrijving van het apparaat Verwante informatie Indicaties en Gebruik Contra-indicaties Waarschuwingen Voorzorgsmaatregelen Mogelijke bijwerkingen Mechanische specificatie Lead-aansluitingen Inhoud van verpakking Symbolen op verpakking Eigenschappen bij Verzending Röntgenidentificatie Levensduur pulsgenerator Informatie over de garantie Productbetrouwbaarheid Informatie voor de Begeleiding van de Patiënt Patiënthandboek

7 DE PROGRAMMER/RECORDER/MONITOR GEBRUIKEN HOOFDSTUK 2 ZOOM LATITUDE programmeringsysteem Softwareterminologie en navigatie inleiding Hoofdscherm PRM-modusindicator ECG-/EGM-weergave Knoppenbalk Tabbladen Knoppen Pictogrammen Veelvoorkomende objecten Gebruik van kleur Demonstratiemodus Communiceren met PG - Inleiding ZIP Telemetrie Een telemetriesessie met programmeerkop starten Een ZIP telemetriesessie starten Een telemetriesessie beëindigen Beveiliging voor ZIP telemetrie Programmeren op Basis van Indicatoren (IBP) Handmatig programmeren THERAPIE AFBREKEN STAT SHOCK STAT PACE Gegevensbeheer inleiding Patiënteninformatie Diskettewerking Afdrukken Veiligheidsmodus Back-uppacemaker Back-updefibrillator

8 Programmeren van de Tachy Veiligheidsmodus DETECTIE VAN TACHYARITMIE HOOFDSTUK 3 Apparaatmodus Ventriculaire Tachymodus Modus Bescherming Elektrocaustiek Frequentiedetectie Het berekenen van Frequenties en Refractaire Perioden Ventriculaire Frequentiedrempels en -zones Afgiftezone van Cardiale Resynchronisatie Therapie en Tachyaritmiezone Gebruik van Atriale Informatie Ventriculaire Detectie Beoordelingsmethoden voor Ventriculaire Detectieverfijningen Ventriculaire Redetectie Ventriculaire Post-shock Detectieverfijningen Ventriculaire Detectiedetails TACHYARITMIE-THERAPIE HOOFDSTUK 4 Ventriculaire Therapie Voorschrift voor Ventriculaire Therapie Keuze van Ventriculaire Therapie Ventriculaire redetectie na ventriculaire therapieafgifte Ventriculaire Redetectie na Ventriculaire ATP-therapie Ventriculaire Redetectie na ventriculaire Shocktherapie Antitachycardie-stimulatie: therapieën en parameters Burstparameters Koppelingsinterval en Koppelingsintervalafname Burst-cycluslengte (BCL) Minimum Interval Burstschema Rampschema Scanschema Ramp-/Scanschema ATP-pulsduur en ATP-amplitude Ventriculaire ATP-time-out QUICK CONVERT ATP

9 Ventriculaire Shocktherapie en de -parameters Ventriculaire Shockvector Ventriculaire Shockenergie Laadtijd Polariteit van Golfvorm Committed Shock/Herbevestiging van de Ventriculaire Aritmie STIMULATIETHERAPIEËN HOOFDSTUK 5 Aanbevelingen voor apparaatprogrammering Cardiale Resynchronisatie Therapie handhaven Stimulatietherapieën Basisparameters Bradymodus Basisfrequentie (LRL) Maximale Trackingfrequentie (MTR) Maximale Sensorfrequentie (MSR) Ventriculaire Stimulatiekamer Pulsduur Amplitude Gevoeligheid Post-therapie Stimulatie Post-shock Stimulatie-interval Periode na de therapie Tijdelijke Stimulatie Sensoren en Trending Sensortrending Frequentieadapterende stimulatie Accelerometer Atriale Tachyrespons ATR-modusomschakeling Ventricular Rate Regulation (VRR) Biventriculaire Trigger Atriale Flutterrespons (AFR) PMT-beëindiging

10 Frequentieverfijningen Trackingvoorkeur Frequentiehysterese Rate Smoothing Leadconfiguratie Linksventriculaire Elektrodeconfiguratie AV-interval Gestimuleerd AV-interval Gedetecteerd AV-interval SmartDelay Optimalisatie Refractaire periode A-refractaire periode (PVARP) RV-refractaire periode (RVRP) LV-refractaire periode (LVRP) Linksventriculaire Protectieperiode (LVPP) Blanking en ruis-onderdrukking Ruisrespons Interacties met Ventriculaire Tachydetectie SYSTEEMDIAGNOSTIEK HOOFDSTUK 6 Batterijstatus Condensatorreformatie Laadtijdmeting Laatste Afgegeven Ventriculaire Shock Leadtesten Intrinsieke Amplitudetest Leadimpedantietest Stimulatiedrempeltest PATIËNTENDIAGNOSTIEK HOOFDSTUK 7 Therapiehistorie Trends

11 Aritmielogboek Histogrammen Heart Rate Variability (HRV) Tellers Patiëntgetriggerde Monitor ELEKTROFYSIOLOGISCHE TESTEN HOOFDSTUK 8 EF-testfuncties Tijdelijke EF-modus Back-up Ventriculaire Stimulatie Tijdens Atriale EF-testen EF-testscherm Inductiemethodes VFib-inductie Shock op T-inductie Geprogrammeerde Elektrische Stimulatie (PES) Hz/Handmatige Burststimulatie Therapiemethodes op Commando Shock op Commando ATP op Commando IMPLANTATIE-INFORMATIE HOOFDSTUK 9 Implantatie van de Pulsgenerator Stap A: Controleer materiaal Stap B: De pulsgenerator uitlezen en controleren Stap C: Implanteer het Leadsysteem Stap D: Uitgangswaarden meten Stap E: De implantatiepocket vormen Stap F: Lead naar pulsgeneratoraansluitingen Stap G: Evalueer Leadsignalen Stap H: Programmeer de pulsgenerator Stap I: Test het vermogen om ventrikelfibrilleren en opwekbare aritmieën te converteren Stap J: Implanteer de pulsgenerator Stap K: Vul het implantatieformulier in en stuur het terug

12 INFORMATIE OVER NA DE IMPLANTATIE HOOFDSTUK 10 Controles Controle voor de patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen Routine controle Post- implantatie functies Gevoeligheid aanpassen Pieperfunctie Magneetfunctie Explantatie PROGRAMMEERBARE OPTIES... A-1 BIJLAGE A

13

14 1-1 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK HOOFDSTUK 1 In dit hoofdstuk worden de volgende onderwerpen beschreven: "Nieuwe of Verfijnde Functies" op pagina 1-2 "Beschrijving van het apparaat" op pagina 1-3 "Verwante informatie" op pagina 1-5 "Indicaties en Gebruik" op pagina 1-5 "Contra-indicaties" op pagina 1-5 "Waarschuwingen" op pagina 1-6 "Voorzorgsmaatregelen" op pagina 1-7 "Mogelijke bijwerkingen" op pagina 1-20 "Mechanische specificatie" op pagina 1-22 "Lead-aansluitingen" op pagina 1-23 "Inhoud van verpakking" op pagina 1-25 "Symbolen op verpakking" op pagina 1-25 "Eigenschappen bij Verzending" op pagina 1-27 "Röntgenidentificatie" op pagina 1-28 "Levensduur pulsgenerator" op pagina 1-29 "Informatie over de garantie" op pagina 1-30 "Productbetrouwbaarheid" op pagina 1-30 "Informatie voor de Begeleiding van de Patiënt" op pagina 1-32

15 1-2 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK NIEUWE OF VERFIJNDE FUNCTIES NIEUWE OF VERFIJNDE FUNCTIES Deze pulsgeneratorsystemen bevatten bijkomende functies in vergelijking met vorige producten. Gebruiksgemak ZOOMVIEW programmersoftware: de nieuwe gebruikersinterface biedt de volgende voordelen: Klinische focus: met functies zoals diagnostische trends van patiënten en programmeren op basis van indicatoren wordt er meer nadruk gelegd op de klinische toestand van de patiënt en minder op de apparaatstatus en parameters. Consistentie: ZOOMVIEW software zal beschikbaar zijn op toekomstige pulsgeneratoren. Alle apparaten zullen dezelfde schermen weergegeven; of het nu gaat om een apparaat voor brady, tachy of hartfalen. Eenvoud: de schermen zijn eenvoudiger gemaakt door het gebruik van een progressieve weergave (de informatie weergeven die u frequent gebruikt en de informatie minimaliseren die u slechts zelden gebruikt) en het rapporteren van uitzonderingen. Indications-Based Programming (IBP): met de nieuwe ZOOMVIEW functie kunt u vlug de programmeerbare parameters instellen op basis van de klinische behoeften en indicaties van de patiënt. Tachytherapie Rhythm ID en Onset/Stability detectie: de keuze tussen detectieverfijningen biedt u de mogelijkheid en flexibiliteit om de individuele toestand van de patiënt aan te passen. QUICK CONVERT ATP: in een poging om een anders geplande pijnlijke shock te vermijden voor een snelle ventriculaire tachycardie die beëindigd kan worden met stimulatie (VT), geeft de pulsgenerator een snelle burst van antitachycardie-stimulatie (ATP) af voor een episode die gedetecteerd werd in de zone van ventrikelfibrilleren (VF).

16 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT 1-3 Programmeerbare Shockvectors: hiermee kunt u de shockvectors elektronisch wijzigen voor bijkomende flexibiliteit bij het behandelen van hoge defibrillatiedrempels (DFT s). Detectie Detectie is ontworpen om de positieve punten van het detectievermogen van de implanteerbare cardioverter defibrillator (ICD) en de pacemaker te combineren. Zo worden detectie en therapie verbeterd door ongewenste modusomschakelingen, stimulatie-inhibitie en shocks te verminderen. BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT Deze handleiding bevat informatie over de COGNIS 100 lijn van defibrillatoren voor cardiale resynchronisatie therapie (CRT-D s) (specifieke modellen worden weergegeven in "Mechanische specificatie" op pagina 1-22). Therapie Deze lijn van pulsgeneratoren heeft een kleine, dunne fysiologische vorm waardoor de grootte van de pocket en de kans op migratie van het apparaat beperkt kan worden. Puls generatoren van deze lijn bieden een verscheidenheid aan therapieën, o.a.: Ventriculaire tachyaritmietherapie die gebruikt wordt om ritmen te behandelen die geassocieerd worden met plotselinge hartdood (SCD) zoals VT en VF Cardiale Resynchronisatie Therapie (CRT) die hartfalen behandelt door het resynchroniseren van ventriculaire contracties door middel van biventriculaire elektrische stimulatie Bradycardie-stimulatie, met inbegrip van frequentieadapterende functies, voor de detectie en behandeling van brady-aritmieën en voor de ondersteuning van het hartritme na een defibrillatie therapie Cardioversie-/defibrillatie therapieën bestaan uit: Een serie lage en hoge energieshocks met een bifasische golfvorm

17 1-4 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT De keuze uit meerdere shockvectoren: Leads Distale shockelektrode naar de proximale shockelektrode en de behuizing van de puls generator (TRIAD-elektrodesysteem) Distale shockelektrode naar proximale shockelektrode (RV-coil naar RA-coil) Distale shockelektrode naar behuizing van pulsgenerator (RV-coil naar behuizing) De pulsgenerator beschikt over afzonderlijk programmeerbare outputs en kan gebruikt worden met de volgende leads: Eén IS-1 1 atriale lead Eén IS-1 coronair veneuze stimulatie-/detectielead Eén LV-1 coronair veneuze stimulatie-/detectielead Eén DF-1/IS-1 2 cardioversie-/defibrillatie lead Eén GDT-LLHH multipolaire connector cardioversie-/defibrillatielead VOORZICHTIG: De GDT-LLHH multipolaire connector cardioversie-/defibrillatielead is uitsluitend bestemd voor gebruik met pulsgeneratoren die geconfigureerd zijn met de GDT-LLHH connector. Het implanteerbare gedeelte van het pulsgeneratorsysteem bestaat uit de pulsgenerator en de leads. PRM-systeem Deze pulsgeneratoren kunnen enkel met het ZOOM LATITUDE Programmeersysteem gebruikt worden. Dit is het externe gedeelte van het pulsgeneratorsysteem dat bestaat uit: Programmer/Recorder/Monitor (PRM) model 3120 ZOOMVIEW Softwareapplicatie model 2868 Telemetrische programmeerkop accessoire model IS-1 verwijst naar de internationale norm ISO : DF-1 verwijst naar de internationale norm ISO 11318:2002.

18 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VERWANTE INFORMATIE 1-5 U kunt het PRM-systeem gebruiken om de volgende handelingen uit te voeren: De pulsgenerator uitlezen De pulsgenerator op een verscheidenheid aan therapie opties programmeren De diagnostische functies van de pulsgenerator gebruiken Niet-invasieve diagnostische testen uitvoeren Therapiehistoriegegevens benaderen VERWANTE INFORMATIE Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor de leads voor implantatie-informatie, algemene waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen, indicaties, contra-indicaties en technische specificaties. Lees deze informatie zorgvuldig na op specifieke implantatie-instructies voor de gekozen leadconfiguraties In de verpakking van de pulsgenerator bevindt zich een Technische Handleiding voor de Arts. De gids bevat technische informatie die nodig is bij de implantatie. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van het PRM-systeem voor specifieke informatie over de PRM zoals set-up, onderhoud en hantering van het toestel. INDICATIES EN GEBRUIK CONTRA-INDICATIES De Boston Scientific defibrillatoren voor cardiale resynchronisatie therapie (CRT-D s) worden aangewezen voor patiënten met matige tot ernstige vormen van hartfalen (NYHA III/IV) die symptomatisch blijven ondanks stabiele, optimale medicamenteuze therapie voor hartfalen en die linksventriculaire (LV) disfunctie (EF 35%) en QRS-duur van 120 ms hebben. Er zijn geen contra-indicaties voor dit apparaat.

19 1-6 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK WAARSCHUWINGEN WAARSCHUWINGEN Algemeen Kennis van etikettering. Om schade aan het systeem te voorkomen, dient deze handleiding aandachtig te worden doorgelezen voordat de pulsgenerator wordt geïmplanteerd. Door een beschadigd systeem kan de patiënt letsels oplopen of overlijden. Schokken voorkomen tijdens het hanteren van het apparaat. Programmeer de Tachymodus (-modi) van de pulsgenerator tijdens implantatie-, explantatie- of postmortem procedures op Uit om onbedoelde schokken van hoog voltage te voorkomen. Back-up defibrillatiebescherming. Zorg ervoor dat er tijdens de implantatie altijd steriele externe en interne defibrillatiebescherming klaar ligt. Een geïnduceerde ventriculaire tachyaritmie die niet tijdig wordt beëindigd, kan tot de dood van de patiënt leiden. Resuscitatie beschikbaar. Zorg dat er tijdens het testen van het apparaat na implantatie een externe defibrillator en medisch personeel dat bedreven is in CPR aanwezig zijn voor het geval dat de patiënt reanimatie nodig heeft. Beschermde omgevingen. Raad patiënten aan om medische informatie in te winnen alvorens locaties te betreden die de werking van het actieve, geïmplanteerde medische apparaat negatief zouden kunnen beïnvloeden, inclusief ruimten die voorzien zijn van een waarschuwingsbericht en de toegang ontzeggen aan patiënten met een pulsgenerator. Blootstelling aan Magnetic Resonance Imaging (MRI). Patiënten mogen geen MR-scans ondergaan. Sterke magnetische velden kunnen het apparaat beschadigen en letsel bij de patiënt veroorzaken. Diathermie. Behandel patiënten met een geïmplanteerde pulsgenerator niet met diathermie daar diathermie fibrilleren, verbranding van het myocardium en onherstelbare schade aan de pacemaker kan veroorzaken ten gevolge van de geïnduceerde stroom. Programmeer- en apparaatopties Atriale trackingmodi. Gebruik geen atriale trackingmodi bij patiënten met chronische refractaire atriale tachyaritmieën. Het tracken (volgen) van atriale aritmieën kan VT of VF tot gevolg hebben.

20 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN 1-7 Implantatie-gerelateerd Alleen-atriaal modi. Gebruik bij patiënten met hartfalen niet alleen-atriale modi, omdat dergelijke modi geen Cardiale Resynchronisatie Therapie verschaffen. Ventriculaire detectie. Losraken van de links ventriculaire lead zodat deze in de nabijheid van het atrium komt, kan leiden tot atriale overdetectie en linksventriculaire stimulatie-inhibitie. Trage VT. Artsen dienen voorzichtig te zijn bij het implanteren van dit apparaat bij patiënten met langzame VT. Het programmeren van therapie voor langzame monomorfe VT kan de mogelijkheid tot de afgifte van cardiale resynchronisatie therapie bij snellere frequenties inhiberen als deze frequenties in de tachyaritmiezones vallen. Vermijd knikken in leads. Knikkeninleadskunnenextraspanningopde leads veroorzaken en mogelijk leiden tot lead breuk. Patchleads. Gebruik geen defibrillatie- patchleads met de pulsgenerator, omdat deze letsels bij de patiënt kunnen veroorzaken. Afzonderlijke pulsgenerator. Gebruik deze pulsgenerator niet samen met een andere pulsgenerator. Deze combinatie zou interactie van de pulsgenerator kunnen veroorzaken en leiden tot letsels bij de patiënt of een tekort aan therapieafgifte. VOORZORGSMAATREGELEN Klinische overwegingen Pacemaker-mediated tachycardie (PMT). Retrograde geleiding gecombineerd met een korte PVARP zou een PMT kunnen opwekken. Sterilisatie, Opslag en Transport Uitsluitend voor eenmalig gebruik; apparaten niet opnieuw steriliseren. Dit apparaat of de meegeleverde accessoires mogen niet opnieuw worden gesteriliseerd, omdat de doeltreffendheid van het hersteriliseren niet kan gegarandeerd worden.

21 1-8 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN Als de verpakking beschadigd is. De blisterverpakkingen van de pulsgenerator en de inhoud ervan worden gesteriliseerd met ethyleenoxide gas vooraleer ze definitief worden verpakt. Bij ontvangst is de pulsgenerator steriel, op voorwaarde dat de container intact is. Als de verpakking nat, doorboord, geopend of anders beschadigd is, dient men het apparaat terug te sturen naar Boston Scientific. Bewaartemperatuur en equilibratie. De aanbevolen bewaartemperatuur ligt tussen 0 en 50 C ( F). Zorg ervoor dat de pulsgenerator op een geschikte temperatuur is vooraleer de telemetrische communicatie opties worden gebruikt of vooraleer het apparaat wordt geprogrammeerd of geïmplanteerd. Extreme temperaturen kunnen het initiële functioneren van het apparaat beïnvloeden. Opslag van apparaat. Om schade aan de pulsgenerator te voorkomen, dient deze in een schone ruimte, buiten bereik van magneten, apparaten die een magneet bevatten en bronnen van EMI bewaard te worden. Vervaldatum. Implanteer het apparaat vóór de VERVALDATUM die vermeld staat op de verpakking, omdat deze datum de gegarandeerde houdbaarheidsdatum aangeeft. Als de datum bijvoorbeeld 1 januari luidt, mag het product niet op of na 2 januari worden geïmplanteerd. Implanteren en programmeren van de pulsgenerator Leadsysteem. Gebruik geen leads bij dit apparaat vooraleer u de connector-compatibiliteit heeft gecontroleerd. Het gebruik van niet compatibele leads kan schade aan de connector veroorzaken en/of kan mogelijk negatieve consequenties tot gevolg hebben, zoals onderdetectie van de hartactiviteit of het niet afgeven van de nodige therapie. Programmeerkop. Zorg ervoor dat de telemetrische programmeerkop verbonden is met de programmer en beschikbaar is tijdens de gehele sessie. Controleer of de kabel van de programmeerkop binnen bereik vandepulsgeneratorligt. STAT PACE-instellingen. Als een pulsgenerator op STAT PACE-instellingen geprogrammeerd staat, zal hij, als hij niet opnieuw wordt geprogrammeerd, op de hoge-energie STAT PACE-waarden blijven stimuleren. Het gebruik van STAT PACE-parameters zal de levensduur van het apparaat verkorten.

22 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN 1-9 Biventriculaire stimulatietherapie. Dit apparaat is bedoeld om biventriculaire of linksventriculaire stimulatietherapie af te geven. Het apparaat programmeren op alleen-rv stimulatie is niet geschikt voor de behandeling van hartfalen. Stimulatie- en detectiemarges. Houd rekening met de leadmaturatie, met het oog op de instellingen voor stimulatie-amplitude, stimulatiepulsduur en de gevoeligheid. Een acute stimulatiedrempel hoger dan 1,5 V of een chronische stimulatiedrempel hoger dan 3 V kunnen tot een verlies van stimulatie leiden, omdat de drempels na enige tijd kunnen verhogen. Een R-golfamplitude lager dan 5 mv of een P-golfamplitude lager dan 2 mv kan leiden tot onderdetectie, omdat de gedetecteerde amplitude na implantatie kan afnemen. De impedantie van de stimulatie-lead moet binnen een bereik van 200 Ω en 2000 Ω liggen. Netgevoede apparatuur. Wees zeer voorzichtig bij het testen van leads met behulp van netgevoede apparatuur, daar lek stroom sterker dan 10 µa ventrikelfibrilleren kan induceren. Zorg ervoor dat alle netgevoede apparatuur aan de specificaties voldoet. Correcte programmering van de leadconfiguratie. Er zal geen stimulatie plaatsvinden als de Leadconfiguratie op Bipolair wordt geprogrammeerd terwijl een unipolaire lead wordt geïmplanteerd. Correcte programmering van de shockvector. Als de shockvector op RVcoil>>RAcoil geprogrammeerd is en de lead heeft geen RA-coil, zullen er geen shocks afgegeven worden. Vervangingsapparaat. Het implanteren van een vervangend apparaat in een subcutane pocket die voorheen ruimte bood aan een groter apparaat, kan leiden tot het achterblijven van lucht in de pocket, migratie, slijtage of onvoldoende contact tussen het apparaat en het weefsel. Het uitspoelen van de pocket met een steriele zoutoplossing vermindert de kans op achterblijvende lucht en onvoldoende contact. Het goed in positie hechten van het apparaat vermindert de kans op migratie en slijtage. Defibrillatie piekspanning. Een door defibrillatie veroorzaakte piek van meer dan 360 watt-seconden kan het puls generatorsysteem beschadigen.

23 1-10 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN Programmeerbare functies voor supraventriculaire tachyaritmieën (SVT s),. Stel vast of de pulsgenerator en de programmeerbare opties geschikt zijn voor patiënten met SVT s, omdat SVT s aanzet kunnen geven tot ongewenste therapie van het apparaat. AV-interval. Om te zorgen voor een hoog percentage aan biventriculaire stimulatie, moet het geprogrammeerde AV-interval lager ingesteld zijn dan het intrinsieke PR-interval van de patiënt. Frequentieadapterende stimulatie. Voorzichtigheid is geboden bij toepassing van frequentieadapterende stimulatie bij patiënten die geen verhoogde stimulatiefrequenties kunnen verdragen. Ventriculaire refractaire periodes (VRP s) bij frequentieadapterende stimulatie. Frequentieadapterende stimulatie kan optreden binnen refractaire periodes. Een lange refractaire periode die geprogrammeerd is in combinatie met een hoge MSR kan leiden tot asynchrone stimulatie tijdens refractaire periodes, aangezien deze combinatie kan resulteren in een zeer klein of in een ontbrekend detectievenster. Gebruik dynamisch AV-interval of dynamische PVARP om de detectievensters te optimaliseren. Overweeg de detectieresultaten wanneer u een vast AV-interval ingaat. Atriale Tachyrespons (ATR). ATR dient op Aan te worden geprogrammeerd als de patiënt een historie heeft met atriale tachyaritmieën. De afgifte van Cardiale Resynchronisatie Therapie wordt in gevaar gebracht doordat de AV-synchroniciteit wordt verstoord wanneer de ATR-modusomschakeling plaatsvindt. Drempeltest. Tijdens de LV-drempeltest is RV-back-upstimulatie niet beschikbaar. Uitsluitend linksventriculaire stimulatie. Het klinische effect van alleen LV- stimulatie bij patiënten met hartfalen is niet onderzocht. Buig in geen geval de lead nabij de leadkop-interface. Onjuist inbrengen kan isolatieschade veroorzaken nabij het terminale eind. Dit kan tot gevolg hebben dat de lead niet meer werkt.

24 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN 1-11 Polariteit shockgolfvorm. Wijzig bij IS-1/DF-1-leads nooit de polariteit van de golfvorm van de shock door de anode en de kathode van de lead fysiek op de kop van de pulsgenerator te verwisselen. Gebruik de programmeerbare functie Polariteit. Indien de polariteit fysiek wordt gewijzigd, kan dit resulteren in beschadiging van het apparaat of in non-conversie van de aritmie na de operatie. Afwezigheid van een lead. De afwezigheid van een lead of plug in de leaduitgang kan het functioneren van het apparaat beïnvloeden. Zorg dat er in de ongebruikte uitgang zorgvuldig een plug wordt ingebracht wanneer er geen lead wordt gebruikt en bevestig vervolgens de stelschroef op de plug. Elektrode-aansluitingen. Breng geen lead in de pulsgeneratoraansluiting in zonder eerst te controleren of de stelschroef voldoende is ingetrokken om de lead te kunnen inbrengen. Breng elke lead volledig in de leaduitgang in en bevestig dan de stelschroef op de connectorpin. Tachymodus staat Uit. Zorg ervoor dat de Tachymodus van de pulsgenerator op Uit staat wanneer hij niet gebruikt wordt en voordat het apparaat gehanteerd wordt om ongewenste schokken te voorkomen. Controleer voor tachyaritmie therapie of de Tachymodus geactiveerd is. Atriale overdetectie. Zorg er vooral voor dat er geen ventrikelartefacten aanwezig zijn in de atriale afleiding, omdat anders atriale overdetectie kan optreden. Wanneer de atriale afleiding ventrikelartefacten vertoont, kan het nodig zijn de atriale lead te verplaatsen om deze interactie te minimaliseren. Defibrillatieleadimpedantie. De pulsgenerator mag nooit worden geïmplanteerd met een leadsysteem met een totale shockimpedantie vanminderdan15ω. Hierdoor kan het apparaat beschadigd raken. Als de impedantie van de shockleads minder dan 20 Ω bedraagt, moet de lead zodanig worden verplaatst dat de afstand tussen de shockelektrodes groter wordt. ATR Switch criterium. Wees voorzichtig met het programmeren van een lage waarde voor het Switch criterium bij een korte ATR-duur. Door deze combinatie wordt de modus al na een paar zeer snelle atriale slagen gewijzigd. Als het Switch criterium bijvoorbeeld op 2 en de ATR-duur op 0 zou geprogrammeerd worden, zou de ATR-modus al na 2 snelle atriale intervallen gewijzigd worden. In deze gevallen kan een korte serie premature atriale events er al voor zorgen dat het apparaat van modus verandert.

25 1-12 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN ATR Resynchronisatie criterium. Wees voorzichtig met het programmeren van een lage waarde voor het Resynchronisatie criterium. Als het Resynchronisatie criterium bijvoorbeeld op 2 zou worden geprogrammeerd, zou het veranderen van modus al door enkele cycli van atriale onderdetectie gestopt kunnen worden. Linksventriculaire leadconfiguratie. De juiste programmering van de coronair-veneuze LV-leadconfiguratie is van essentieel belang voor een goede werking van de LV-lead. Programmeer de leadconfiguratie in overeenstemming met het aantal elektroden op de LV-lead; anders zou er onregelmatige LV-detectie, verlies van LV-stimulatie of ondoeltreffende LV-stimulatie kunnen ontstaan. Linksventriculaire Protectieperiode (LVPP). Het gebruik van een lange LVPP reduceert de maximale LV-stimulatiefrequentie en kan Cardiale Resynchronisatie Therapie bij hogere stimulatiefrequenties inhiberen. Shuntenergie. Laat in geen geval een voorwerp dat elektrisch geleidend is in contact komen met de lead of het apparaat tijdens de inductie, aangezien deze energie kunnen aftappen met als gevolg dat er minder energie naar de patiënt gaat en dat het geïmplanteerde systeem beschadigd kan worden. Verwachte voordelen. Bepaal bij patiënten aan wie door de aard van hun tachyaritmieën vaak shocks moeten worden toegediend of de verwachte voordelen van het apparaat opwegen tegen de mogelijkheid dat de pulsgenerator vroegtijdig moet worden vervangen. Communicatie met het apparaat. Gebruik uitsluitend de aangewezen PRM en softwareapplicatie voor de communicatie met deze pulsgenerator.

26 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN 1-13 Gevaren betreffende de omgeving en medische therapie Vermijd elektromagnetische interferentie (EMI). Raad patiënten aan bronnen van EMI te vermijden, aangezien EMI ertoe kan leiden dat de pulsgenerator verkeerde therapie afgeeft of dat de afgifte van juiste therapie wordt belemmerd. Voorbeelden van EMI-bronnen zijn: Elektrische stroombronnen, booglasapparatuur en robot armpjes Elektrische smeltovens Grote RF-zenders zoals radar Radiozenders, waaronder zenders die gebruikt worden om speelgoed te besturen Elektronische bewakingsinstallaties (tegen diefstal) Een dynamo van een lopende auto Radio- en Telecommunicatieterminalapparatuur (RTTE). Boston Scientific verklaart dat dit apparaat voldoet aan de vereisten en andere relevante bepalingen zoals vermeld in de huidige RTTE-richtlijn. OPMERKING: zoals geldt voor alle telecommunicatie apparatuur, dient het gebruik te voldoen aan de geldende wetgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens. Verhoogde druk. Verhoogde druk als gevolg van blootstelling aan een overdrukkamer bij het scuba-duiken kan de pulsgenerator beschadigen. De pulsgenerator werd getest om normaal te functioneren bij 1,5 absolute druk (ATA) of op 4,6 m (15 ft) diep in het zeewater. Neem contact op met de Technische dienst op het nummer op de achterkant van deze handleiding voor specifieke richtlijnen voordat de patiënt blootgesteld wordt aan een hyperbare drukkamer of voordat de patiënt gaat scuba-duiken. Ziekenhuizen en andere medische omgevingen Mechanische beademingstemperatuur. Tijdens mechanische beademing kan de ademhalingsfrequentietrend misleidend zijn; daarom moet de Ademhalingssensor opuit geprogrammeerd worden.

27 1-14 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN Interne defibrillatie. Gebruik geen paddels voor interne defibrillatie of katheters tenzij de puls generator losgekoppeld is van de leads, omdat de leads energie kunnen aftakken. Dit kan leiden tot letsels bij de patiënt en schade aan het geïmplanteerde systeem. Externe defibrillatie. Het toepassen van externe defibrillatie kan de pulsgenerator beschadigen. Ga als volgt te werk om beschadiging van de pulsgenerator door defibrillatie te voorkomen: plaats de externe defibrillatie pads (of peddels) zo veel mogelijk uit de buurt van de pulsgenerator; houd de defibrillatiepads (of peddels) loodrecht op het geïmplanteerde lead systeem van de pulsgenerator; stel de door de defibrillatie-apparatuur af te geven energie zo laag in als klinisch mogelijk is. Controleer na een externe defibrillatie-episode de werking van de pulsgenerator, omdat externe defibrillatie de pulsgenerator beschadigd kan hebben. Lees de pulsgenerator uit, voer een handmatige condensatorreformatie uit, controleer de batterijstatus en de shocktellers, controleer de stimulatie en verzeker u ervan dat de programmeerbare parameters niet veranderd zijn. Transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS). TENS kan de werking van de pulsgenerator verstoren. Neem de volgende maatregelen, indien nodig, om dit te verminderen: 1. Plaats de TENS-elektrodes zo dicht mogelijk bij elkaar en zo ver mogelijk van de pulsgenerator en het leadsysteem. 2. Controleer de cardiale activiteit tijdens het TENS-gebruik. Voor meer informatie neemt u contact op met de Technische dienst op het nummer dat vermeld staat op de achterkant van deze handleiding.

28 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN 1-15 Elektrocauterisatie. Het gebruik van elektrocauterisatie kan ventriculaire aritmieën en/of ventrikelfibrilleren induceren en kan de oorzaak zijn van asynchrone of geïnhibeerde werking van de pulsgenerator of kan ervoor zorgen dat de puls generator een ongewenst schok afgeeft. Als elektrocauterisatie noodzakelijk is, dienen de volgende voorzorgsmaatregelen in acht genomen te worden om de complicaties te minimaliseren: Kies de functie Modus Bescherming Elektrocaustiek. Vermijd rechtstreeks contact met de pulsgenerator of leads. Monitor de patiënt en zorg ervoor dat er tijdelijke stimulatieapparatuur, externe defibrillatieapparatuur en ervaren medisch personeel aanwezig is. Plaats de grondplaat zo dat de huidige stroomrichting niet door of naast het pulsgeneratorsysteem loopt. Gebruik korte, periodieke en onregelmatige bursts op de laagst haalbare energieniveaus. Gebruik een bipolair elektrocauterisatiesysteem waar mogelijk. Vergeet niet om de Tachymodus opnieuw te activeren nadat de elektrocaustieke apparatuur is uitgeschakeld. Therapie met ioniserende straling. Therapie met ioniserende straling kan de werking van het apparaat ongunstig beïnvloeden. Scherm de pulsgenerator altijd met stralingwerend materiaal af tijdens therapie met ioniserende straling (zoals van radioactief kobalt, uit lineaire versnellers en betatrons), ongeacht de afstand tussen het apparaat en de stralingsbron. Richt de stralings uitgang nooit direct op het apparaat. Wacht na de bestralingsbehandeling minstens een uur (zodat het apparaat de gelegenheid heeft een geheugencontrole uit te voeren) en controleer altijd de werking van het apparaat waaronder het uitlezen en detectieen stimulatie drempeltesten. Aan het einde van de serie behandelingen dient u het apparaat ook uit te lezen en te controleren, met inclusief een detectie- en stimulatiedrempelmeting en condensator reformatie.

29 1-16 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN Lithotripsie. Lithotripsie kan de pulsgenerator permanent beschadigen als de lithotripsiestraal op het apparaat wordt gericht. Als lithotripsie noodzakelijk is, dient men te vermijden dat de straal dicht bij de plaats van de pulsgenerator wordt geconcentreerd. De lithotriptor is bedoeld om de R-golf op de ECG te initiëren wat leidt tot het afgeven van shockgolven tijdens de VRP. Als de patiënt geen stimulatie nodig heeft, programmeer de Bradymodus van de plus generator op Uit. Als de patiënt stimulatie nodig heeft, programmeer de pulsgenerator op de VVI-modus, omdat atriale stimulatiepulsen de lithotriptor kunnen triggeren. Ultrageluidenergie. Therapeutische ultrageluidenergie (vb. lithotripsie) kan de pulsgenerator beschadigen. Als er toch therapeutische ultrageluidenergie moet gebruikt worden, focus dan niet op of bij de plaats waar de pulsgenerator geïmplanteerd is. Diagnostisch ultrageluid (vb. echocardiografie) is niet schadelijk voor de pulsgenerator.

30 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN 1-17 Radiofrequentie-ablatie. Wees voorzichtig bij het uitvoeren van een radiofrequentie-ablatieprocedure bij een patiënt met dit apparaat. Als de Tachymodus van de pulsgenerator tijdens de procedure op Monitor + Therapie geprogrammeerd is, kan de pulsgenerator op onjuiste gronden een tachycardie-episode detecteren en therapie afgeven. Stimulatietherapie kan eveneens geïnhibeerd worden tenzij het apparaat op Elektrocauterisatiemodus is geprogrammeerd. RF-ablatie kan wijzigingen in de stimulatie drempels veroorzaken; evalueer de drempels van de patiënt nauwkeurig. Minimaliseer de risico s met onderstaande maatregelen: Programmeer de Tachymodus (-modi) op Elektrocauterisatie-bescherming om ongewenste tachycardiedetectie of therapie te vermijden. Monitor de patiënt en zorg ervoor dat er externe defibrillatieapparatuur en ervaren medisch personeel aanwezig is. Zorg ervoor dat er geen direct contact is tussen de ablatie-katheter en de geïmplanteerde lead en pulsgenerator. Houd het stroompad (van elektrodetip naar aarde) zo ver mogelijk van de pulsgenerator en de leads vandaan. Overweeg de mogelijkheid van externe stimulatie bij pacemakerafhankelijke patiënten (nl. door gebruik van interne of externe stimulatiemethodes). Monitor de voorafgaande en opvolgende metingen voor detectie- en stimulatie drempels en impedantie om de integriteit van de werking tussen lead en patiënt vast te stellen. Vergeet niet om de pulsgenerator opnieuw te activeren nadat de radiofrequentie-ablatie apparatuur is uitgeschakeld.

31 1-18 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN Thuis en op het werk Elektrische interferentie. Elektrische interferentie of ruis van bijvoorbeeld elektrocaustieke apparatuur en bewakings apparatuur kan het tot stand brengen of onderhouden van een telemetrische verbinding voor het uitlezen of programmeren van het apparaat beïnvloeden. Als dergelijke apparatuur aanwezig is, dient de programmer daar verder vandaan gezet te worden en dient erop gelet te worden dat de kabels van de programmeerkop en van de andere apparatuur niet over elkaar liggen. Als telemetrie wordt geannuleerd als gevolg van interferentie, dient het apparaat opnieuw uitgelezen te worden vooraleer de informatie uit het geheugen van de pulsgenerator wordt geëvalueerd. Radiofrequentie (RF) storing. RF-signalen van het apparaat dat functioneert op frequenties dichtbij die van de pulsgenerator kunnen ZIP telemetrie onderbreken terwijl de pulsgenerator geprogrammeerd of uitgelezen wordt. Deze RF-interferentie kan verminderd worden door de afstand te vergroten tussen het interfererende apparaat en de PRM en de pulsgenerator. Voorbeelden van apparaten die interferentie kunnen veroorzaken, zijn o.a.: Handsets of basisstations van draagbare telefoons Bepaalde monitorsystemen voor patiënten Speelgoed op afstandsbediening Huishoudapparaten. Huishoudapparaten die goed functioneren en een degelijke aarding hebben, produceren normaal niet genoeg EMI om de werking van de pulsgenerator te beïnvloeden. Er zijn storingen bij de pulsgenerator gerapporteerd die veroorzaakt werden door elektrische handapparaten of elektrische scheerapparaten die rechtstreeks werden gebruikt over de plaats waar de pulsgenerator is geïmplanteerd.

32 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK VOORZORGSMAATREGELEN 1-19 Magnetische velden. Informeer patiënten dat langdurig blootstelling aan sterke (groter dan 10 gauss of 1 mtesla) magnetische velden het de magneetfunctie kan triggeren. Voorbeelden van magnetische bronnen zijn: Industriële transformatoren en motoren MRI-apparaten Grote stereoluidsprekers De hoorn van de telefoon indien deze op minder dan 1,27 cm (0,5 inches) van de pulsgenerator wordt gehouden Magnetische programmeerkoppen zoals diegene die gebruikt worden voor de beveiliging in luchthavens en bij het spel Bingo Elektronische goederenbeveiliging. Raad patiënten aan zich niet op te houden bij installaties tegen diefstal, zoals men die vindt bij de in- en uitgangen van warenhuizen en openbare bibliotheken. Patiënten dienen hier in normaal tempo doorheen te lopen, omdat dergelijke installaties tot een onjuiste werking van de pulsgenerator kunnen leiden. Draagbare telefoons. Raad patiënten aan mobiele telefoons tegen het oor te houden dat zich bevindt aan de lichaamszijde tegenovergesteld aan die waar het apparaat is geïmplanteerd. Patiënten dienen een ingeschakelde mobiele telefoon niet in hun borstzak te dragen of aan een riem die zich binnen een afstand van 15 cm (6 inches) van het geïmplanteerde apparaat bevindt, omdat sommige mobiele telefoons de afgifte van verkeerde therapie door de pulsgenerator kunnen veroorzaken of afgifte van de juiste therapie kunnen belemmeren. Controles Conversie-testen. Een geslaagde conversie van VF of VT tijdens het testen van aritmieconversie vormt geen garantie dat de conversie zich ook na de ingreep zal voordoen. Let erop dat wijzigingen in de aandoening van de patiënt, het medicijngebruik en andere factoren de DFT kunnen wijzigen, wat ertoe kan leiden dat een aritmie na de ingreep niet geconverteerd kan worden. Stimulatiedrempeltesten. Als de aandoening van de patiënt of het medicijnengebruik gewijzigd zijn of als de parameters van het apparaat opnieuw werden geprogrammeerd, overweeg dan om een stimultatiedrempeltest uit te voeren om de correcte marges voor stimulatie te bevestigen.

33 1-20 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK MOGELIJKE BIJWERKINGEN Explantatie en Verwijdering Verbranding. Controleer of de pulsgenerator verwijderd is vóór de crematie. De pulsgenerator kan exploderen ten gevolge van de temperatuur bij de crematie en verbranding. Hanteren van het apparaat. Voer de volgende handelingen uit voordat de pulsgenerator geëxplanteerd, gereinigd of vervoerd wordt om ongewenste shocks, het overschrijven van belangrijke therapiehistorie gegevens en geluidssignalen te voorkomen: Programmeer de Tachy- en Bradymodi van de pulsgenerator op Uit. Programmeer de functie Magneetrespons op Uit. Programmeer de functie Piep Als Explantatie Is Aangegeven op Uit. Maak het apparaat schoon en ontsmet het met behulp van de standaard hanteringtechnieken voor biorisico s. Geëxplanteerde apparaten. Alle geëxplanteerde pulsgeneratoren en leads moeten aan Boston Scientific. Onderzoek van geëxplanteerde pulsgenerators kan informatie opleveren voor verdere verbetering van de betrouwbaarheid van het apparaat, en maakt het mogelijk na te gaan of u uit hoofde van de garantie recht heeft op vergoeding. Implanteer een geëxplanteerde pulsgenerator niet opnieuw in een andere patiënt, daar steriliteit, functionaliteit en betrouwbaarheid dan niet kunnen gegarandeerd worden. MOGELIJKE BIJWERKINGEN Onderstaande lijst bevat mogelijke bijwerkingen van het implanteren van een pulsgeneratorsysteem en is gebaseerd op de literatuur en op ervaringen met pulsgeneratorimplantaties: Luchtembolie Allergische reactie Bloedingen Cardiale tamponade Chronische zenuwbeschadiging Defecten aan onderdelen Breuk in de geleider

34 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK MOGELIJKE BIJWERKINGEN 1-21 Overlijden Verstoorde elektrolytenhuishouding/dehydratie Verhoogde drempels Erosie Excessieve groei van fibrotisch weefsel Extracardiale stimulatie (stimulatie van spieren/zenuwen) Het niet-slagen om een geïnduceerde aritmie te converteren Verschijnselen die te maken hebben met de afstoting van vreemde lichamen Vorming van hematomen of seromen Geen defibrillatie of stimulatie kunnen toepassen Ongewenste therapie (vb. shocks indien van toepassing, ATP, stimulatie) Incisiepijn Onvolledige aansluiting van de lead op de pulsgenerator Infectie Isolatie van myocard tijdens defibrillatie met interne of externe peddels Losraken van leads Leadbreuk Breuk of afschuren van lead-isolatie Vervorming en/of breuk van de leadtip Myocardinfarct (MI) Myocardnecrose Myocardbeschadiging (vb. hartperforatie, irritatie, letsel) Detectie van myopotentialen Over-/onderdetectie Pacemaker-mediated tachycardie (PMT) Schuren langs pericard, effusie Pneumothorax Migratie van de pulsgenerator Shuntstromen tijdens defibrillatie met interne of externe paddles Tachyaritmieën die een versnelling van aritmieën en vroegtijdig recidiverende atriumfibrilleren omvatten Trombose/trombo-embolie

35 1-22 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK MECHANISCHE SPECIFICATIE Beschadiging van hartklep Veneuze occlusie Veneus letsel (vb. perforatie, dissectie, erosie) Verslechtering van hartfalen Patiënten kunnen een psychologische intolerantie ontwikkelen tegen een pulsgenerator systeem en kunnen last ondervinden van het volgende: Afhankelijkheid Depressie Angst voor vroegtijdig leegraken van de batterij Angst voor shocks tijdens bewustzijn Angst dat geen shocks meer kunnen worden afgegeven Ingebeelde shocks Behalve bij de implantatie van een pulsgeneratorsysteem kunnen zich ook de hieronder vermelde mogelijke bijwerkingen voordoen bij het implanteren van een leadsysteem voor in de coronaire venen: Allergische reactie op contrastvloeistof Breken / niet goed functioneren van implantatie-instrumenten Langdurige blootstelling aan röntgenstraling Nierinsufficiëntie door contrastvloeistof die gebruikt wordt om coronaire venen in beeld te brengen MECHANISCHE SPECIFICATIE Mechanische specificaties van het apparaat voor specifieke modellen staan weergegeven in de onderstaande tabel.

36 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK LEAD-AANSLUITINGEN 1-23 Tabel 1-1. Mechanische specificatie Model Afmetingen BxHxD Volume (cm 3 ) Gewicht (gr) Connector type Opper- vlakte behuiz- ingselektrode (mm²) P106 6,17 x 7,95 x 0,99 32,5 72,0 RA: IS-1, RV: IS-1/DF-1, LV: LV-1 P107 6,17 x 7,95 x 0,99 32,5 72,0 RA: IS-1, RV: IS-1/DF-1, LV: IS-1 P108 6,17 x 7,70 x 0,99 32,0 72,0 RA: IS-1, RV: GDT-LLHH, LV: IS Modellen bevatten ZIP telemetrie met een nominale RF-frequentie van 869,85 MHz. De materiaalspecificaties worden hieronder weergegeven: Behuizing: luchtdicht afgesloten, titanium Kop: polymeer van implantatiekwaliteit Batterij: lithium mangaan dioxide cel; Boston Scientific; LEAD-AANSLUITINGEN De leadaansluitingen worden hieronder geïllustreerd. VOORZICHTIG: Gebruik geen leads bij dit apparaat vooraleer u de connector-compatibiliteit heeft gecontroleerd. Het gebruik van niet compatibele leads kan schade aan de connector veroorzaken en/of kan mogelijk negatieve consequenties tot gevolg hebben, zoals onderdetectie van de hartactiviteit of het niet afgeven van de nodige therapie. DF-1 + DF-1 IS-1 BI RV RA IS-1 BI LV LV-1 UNI/BI Figuur 1-1. Leadaansluitingen, RA: IS-1, RV: IS-1/DF-1, LV: LV-1

37 1-24 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK LEAD-AANSLUITINGEN Defib (-) Defib (+) Fixatieopening RV (-) RA (-) LV (-) Voorkant van pulsgenerator Figuur 1-2. Locaties voor stelschroeven en fixatieopeningen, RA: IS-1, RV: IS-1/DF-1, LV: LV-1 DF-1 + DF-1 IS-1 BI RV RA IS-1 BI LV IS-1 UNI/BI Figuur 1-3. Leadaansluitingen, RA: IS-1, RV: IS-1/DF-1, LV: IS-1 Defib (-) Defib (+) Fixatieopening RV (-) RA (-) LV (-) Voorkant van pulsgenerator Figuur 1-4. Locaties voor stelschroeven en fixatieopeningen, RA: IS-1, RV: IS-1/DF-1, LV: IS-1 IS-1 BI RA LV IS-1 UNI/BI RV GDT-LLHH Figuur 1-5. Leadaansluitingen, RA: IS-1, RV: GDT-LLHH, LV: IS-1

38 INFORMATIE VOOR HET GEBRUIK INHOUD VAN VERPAKKING 1-25 RA (-) LV (-) Fixatieopening RV (-) Voorkant van pulsgenerator Figuur 1-6. Locaties voor stelschroeven en fixatieopeningen, RA: IS-1, RV: GDT-LLHH, LV: IS-1 OPMERKING: De can van de pulsgenerator wordt gebruikt als een defibrillatie-elektrode tenzij de pulsgenerator geprogrammeerd werd op distale coil naar proximale coil (of Cold Can ) shockvector. INHOUD VAN VERPAKKING De pulsgenerator wordt geleverd met de volgende artikelen: Eén torsiesleutel Productinformatie Eén patiëntgegevensdiskette OPMERKING: De toebehoren (vb. sleutels) zijn bedoeld voor éénmalig gebruik. Ze mogen niet opnieuw gesteriliseerd of gebruikt worden. SYMBOLEN OP VERPAKKING De volgende symbolen kunnen weergegeven worden op de verpakking en etiketteringvandepulsgenerator(tabel1-2oppagina1-25): Tabel 1-2. Symbolen op Verpakking Symbool Beschrijving Referentienummer Inhoud van verpakking

INHOUDSOPGAVE 1. Algemene beschrijving... 6 2. Indicaties... 6 3. Contra-indicaties... 6 3.1. Algemeen... 6 3.2. Mogelijke complicaties... 7 4. Waarschuwingen voor de patiënt... 7 4.1. Risico's in verband

Nadere informatie

ENSURA DR MRI SURESCAN EN1DR01, ENSURA SR MRI SURESCAN EN1SR01

ENSURA DR MRI SURESCAN EN1DR01, ENSURA SR MRI SURESCAN EN1SR01 ENSURA DR MRI SURESCAN EN1DR01, ENSURA SR MRI Onder voorwaarden MR-veilige digitale tweekamerpacemaker met SureScan -technologie (OOE-DDDR) Onder voorwaarden MR-veilige digitale eenkamerpacemaker met SureScan

Nadere informatie

BRAVA CRT-D DTBC2D1. Producthandleiding

BRAVA CRT-D DTBC2D1. Producthandleiding BRAVA CRT-D DTBC2D1 Digitale implanteerbare cardioverter defibrillator met cardialeresynchronisatietherapie (VVE-DDDR) PhysioCurve -ontwerp, CardioSync -optimalisatie, SmartShock -technologie, Volledige

Nadere informatie

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort.

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort. SCHERM DEFIBRILLATOR OVERZICHT APPARAAT Knop Type patiënt Indicator Klaar voor gebruik USB-poort Therapieknop Overzicht apparaat AED Off Uit Monitor Display Kies energie Laden-knop Pacemaker Knop Lead

Nadere informatie

CARDIA CRT-D D384TRG. Artsenhandleiding

CARDIA CRT-D D384TRG. Artsenhandleiding Digitale implanteerbare cardioverter defibrillator met cardialeresynchronisatietherapie (VVE-DDDR) ATP During Charging -functie, Ventriculaire waarnemingsrespons-functie, Doorgeleide AF-respons-functie

Nadere informatie

VIVA QUAD XT CRT-D DTBA2QQ

VIVA QUAD XT CRT-D DTBA2QQ VIVA QUAD XT CRT-D DTBA2QQ Digitale implanteerbare cardioverter defibrillator met cardialeresynchronisatietherapie (DDE-DDDR) PhysioCurve -ontwerp, AdaptivCRT -algoritme, CardioSync -optimalisatie, Automatische

Nadere informatie

SENSIA SES01 Eenkamerpacemaker (AAI/VVI)

SENSIA SES01 Eenkamerpacemaker (AAI/VVI) SENSIA SES01 Eenkamerpacemaker (AAI/VVI) Implantatiehandleiding 2005 0123 Onderstaande termen zijn handelsmerken van Medtronic: Capture Management, Medtronic, Sensia Inhoud 1 Beschrijving 5 2 Indicaties

Nadere informatie

PIJN VERLICHTEN, LEVEN HERSTELLEN. U krijgt een permanent neurostimulatiesysteem. Innovating for life.

PIJN VERLICHTEN, LEVEN HERSTELLEN. U krijgt een permanent neurostimulatiesysteem. Innovating for life. PIJN VERLICHTEN, LEVEN HERSTELLEN U krijgt een permanent neurostimulatiesysteem Innovating for life. 1 Tijdens de operatie wordt een permanente neurostimulator onder uw huid geplaatst. Deze neurostimulator

Nadere informatie

EVERA S DR DDBC3D4. Producthandleiding

EVERA S DR DDBC3D4. Producthandleiding EVERA S DR DDBC3D4 Digitale implanteerbare tweekamercardioverter defibrillator (DDE-DDDR) PhysioCurve -ontwerp, SmartShock -technologie, Volledige Capture Management -diagnostiek (ACM, RVCM) Producthandleiding

Nadere informatie

Uitleg externe tijdelijke pacemaker

Uitleg externe tijdelijke pacemaker Uitleg externe tijdelijke pacemaker De eerste externe pacemaker (1958) drs. M. van Trigt Sr. Therapy Sales Specialist Medtronic Trading NL BV 1 Externe tijdelijke tweekamerpacemaker Marcel van Trigt 10

Nadere informatie

Implantatiehandleiding. Tweekamer frequentieadapterende pacemaker

Implantatiehandleiding. Tweekamer frequentieadapterende pacemaker Implantatiehandleiding Tweekamer frequentieadapterende pacemaker blank blank INHOUDSOPGAVE 1. Algemene beschrijving... 6 2. Indicaties... 6 3. Contra-indicaties... 7 3.1. Algemeen... 7 3.2. Mogelijke

Nadere informatie

ENRHYTHM MRI SURESCAN EMDR01

ENRHYTHM MRI SURESCAN EMDR01 ENRHYTHM MRI SURESCAN EMDR01 Tweekamerpacemaker met SureScan -technologie (OAE-DDDR) MR Conditional (MR-veilig onder voorwaarden) met MVP -modus, AT/AF Suite-diagnostieken en -therapieën, en Cardiac Compass

Nadere informatie

EVERA MRI S VR SURESCAN DVMC3D4

EVERA MRI S VR SURESCAN DVMC3D4 EVERA MRI S VR SURESCAN DVMC3D4 Digitale implanteerbare eenkamercardioverter defibrillator met SureScan -technologie (VVE-VVIR) Onder voorwaarden MR-veilig met PhysioCurve -ontwerp, SmartShock -technologie,

Nadere informatie

Zorg dat alle elektrische apparaten correct bedraad en geaard zijn.

Zorg dat alle elektrische apparaten correct bedraad en geaard zijn. Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en richtlijnen met betrekking tot elektromagnetische storingsbronnen (EMI) bij patiënten met een neurostimulator of medicijnpomp Indien u als patiënt met een neurostimulator

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing AED-trainer

Gebruiksaanwijzing AED-trainer Gebruiksaanwijzing AED-trainer ONDERDEELNUMMER Copyright 2007 Cardiac Science Corporation. All rights reserved. De AED-trainer (trainingstoestel voor automatische externe defibrillators) is een apparaat

Nadere informatie

CARDIA VR D384VRG. Digitale implanteerbare eenkamercardioverter defibrillator (VVE-VVIR) ATP During Charging - en Wavelet-functie.

CARDIA VR D384VRG. Digitale implanteerbare eenkamercardioverter defibrillator (VVE-VVIR) ATP During Charging - en Wavelet-functie. Digitale implanteerbare eenkamercardioverter defibrillator (VVE-VVIR) ATP During Charging - en Wavelet-functie Artsenhandleiding 0123 2011 Artsenhandleiding Een handleiding voor het gebruik en het programmeren

Nadere informatie

MAXIMO II CRT-D D284TRK

MAXIMO II CRT-D D284TRK MAXIMO II CRT-D Digitale implanteerbare cardioverter defibrillator met cardialeresynchronisatietherapie (VVE-DDDR) ATP During Charging, TherapyGuide en draadloze Conexus -telemetrie Artsenhandleiding 2008

Nadere informatie

Life-Point Pro Trainer manual A5 20-01-15 kleur voor prints.indd 1

Life-Point Pro Trainer manual A5 20-01-15 kleur voor prints.indd 1 Life-POINT Pro AED TRAINER handleiding Life-Point Pro Trainer manual A5 20-01-15 kleur voor prints.indd 1 20-01-15 20:03 Life-Point Pro AED - TRAINER Handleiding BELANGRIJK Leest u deze handleiding zorgvuldig

Nadere informatie

Het gaat niet altijd zoals we willen, maar.. W.Taks Hetero anamnese Man 43 jaar Dubbelzijdige trombose benen 2011 Bekend met coumarine resistentie ti Out of hospital cardiac arrest door VF eci CAG 2012:

Nadere informatie

DVM830L -- Digitale Mini Multimeter

DVM830L -- Digitale Mini Multimeter 1. Beschrijving -- Digitale Mini Multimeter De is een compacte multimeter met een 3 ½ digit LCD. Met dit apparaat kunt u AC en DC spanning, DC stroom, weerstanden, diodes en transistors meten. Het apparaat

Nadere informatie

KR21E EY CHAIN REMOTE

KR21E EY CHAIN REMOTE KR21E EY CHAIN REMOTE KEY CHAIN REMOTE GEBRUIKSAANWIJZING 20484/20120530 KR21E TM REMOTE CONTROL ALL RIGHTS RESERVED MARMITEK 2 MARMITEK GEBRUIKSAANWIJZING KR21E AFSTANDSBEDIENING VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

Nadere informatie

Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing

Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing CECH-ZHD1 7020228 Compatibele hardware PlayStation 3-systeem (CECH-400x-serie) Voorzorgsmaatregelen Lees om veilig gebruik van dit product te garanderen

Nadere informatie

Cardiac implantable electronic devices (CIED) Pacemakers (PM) Cardiac resynchronisation therapy PM (CRT) Internal cardioverter / defibrillator (ICD)

Cardiac implantable electronic devices (CIED) Pacemakers (PM) Cardiac resynchronisation therapy PM (CRT) Internal cardioverter / defibrillator (ICD) Cardiac implantable electronic devices (CIED) Pacemakers (PM) Cardiac resynchronisation therapy PM (CRT) Internal cardioverter / defibrillator (ICD) Cardiac implantable electronic devices (CIED) Wereldwijd

Nadere informatie

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe Bedankt voor het aanschaffen van het SingStar Microphone Pack. Lees voor u dit product gaat gebruiken

Nadere informatie

RELIA RESR01 Frequentieresponsieve eenkamerpacemaker (AAIR/VVIR, AAI/ VVI)

RELIA RESR01 Frequentieresponsieve eenkamerpacemaker (AAIR/VVIR, AAI/ VVI) RELIA RESR01 Frequentieresponsieve eenkamerpacemaker (AAIR/VVIR, AAI/ VVI) Implantatiehandleiding 2008 0123 Onderstaande termen zijn handelsmerken van Medtronic: Capture Management, Medtronic, Relia Inhoud

Nadere informatie

Gebruikershandleiding BT TRANSPONDER

Gebruikershandleiding BT TRANSPONDER Gebruikershandleiding BT TRANSPONDER Voorwoord Hartelijk dank voor het gebruik van de MOPAS BT Transponder. Wij hebben met de grootste zorg deze applicatie en het device ontwikkeld om personen in staat

Nadere informatie

Informatiebrochure. Leven met een hartdefribillator. I Autonome verzorgingsinstelling

Informatiebrochure. Leven met een hartdefribillator. I Autonome verzorgingsinstelling Informatiebrochure Leven met een hartdefribillator I Autonome verzorgingsinstelling IIInleiding Uw cardioloog heeft besloten bij u een hartdefibrillator (of ICD, Implanteerbare Cardioverter Defibrillator

Nadere informatie

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN

Nadere informatie

Handleiding Quick start

Handleiding Quick start Handleiding Quick start Geachte klant, Hartelijk dank dat u heeft gekozen voor de mobiele telefoon General Mobile Discovery. Deze quick start handleiding is bedoeld om de belangrijkste functies van het

Nadere informatie

GLENVEIGH SURGICAL BALLON VOOR VAGINAAL HERSTEL

GLENVEIGH SURGICAL BALLON VOOR VAGINAAL HERSTEL GLENVEIGH BALLON VOOR VAGINAAL HERSTEL GEBRUIKSAANWIJZING LET OP: volgens de federale wetgeving van de VS mag dit hulpmiddel uitsluitend worden verkocht door of op voorschrift van een arts. Lees vóór gebruik

Nadere informatie

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze

Nadere informatie

ICD Implanteerbare Cardioverter - Defibrillator

ICD Implanteerbare Cardioverter - Defibrillator ICD Implanteerbare Cardioverter - Defibrillator Cardiologie Beter voor elkaar 2 Een ICD is evenals een pacemaker een klein apparaatje dat onder de huid wordt geïmplanteerd bij mensen met een hartritmestoornis.

Nadere informatie

Spanning Capaciteit (mm) (mm) (g) (V) (mah) PR10-D6A PR70 1,4 75 5,8 3,6 0,3 PR13-D6A PR48 1,4 265 7,9 5,4 0,83 PR312-D6A PR41 1,4 145 7,9 3,6 0,58

Spanning Capaciteit (mm) (mm) (g) (V) (mah) PR10-D6A PR70 1,4 75 5,8 3,6 0,3 PR13-D6A PR48 1,4 265 7,9 5,4 0,83 PR312-D6A PR41 1,4 145 7,9 3,6 0,58 Product Zink-luchtbatterij Modelnaam IEC Nominaal Nominaal Diameter Hoogte Gewicht Spanning Capaciteit (mm) (mm) (g) (V) (mah) PR10-D6A PR70 1,4 75 5,8 3,6 0,3 PR13-D6A PR48 1,4 265 7,9 5,4 0,83 PR312-D6A

Nadere informatie

Pacemaker en ICD behandeling bij kinderen. Nico A. Blom Centrum voor Aangeboren hartafwijkingnen Amsterdam-Leiden (CAHAL)

Pacemaker en ICD behandeling bij kinderen. Nico A. Blom Centrum voor Aangeboren hartafwijkingnen Amsterdam-Leiden (CAHAL) Pacemaker en ICD behandeling bij kinderen Nico A. Blom Centrum voor Aangeboren hartafwijkingnen Amsterdam-Leiden (CAHAL) Pacemaker en ICD behandeling bij kinderen Te traag hartritme: pacemakerbehandeling

Nadere informatie

SEC-ALARM100/110/120. Alarmsystemen INSTRUCTIES NEDERLANDS

SEC-ALARM100/110/120. Alarmsystemen INSTRUCTIES NEDERLANDS NEDERLANDS INSTRUCTIES SEC-ALARM100/110/120 Alarmsystemen Introductie: Multifunctioneel plug and play draadloos alarmsysteem. Eenvoudige en snelle installatie. Het werkt op batterijen en maakt transformatoren

Nadere informatie

www.klikaanklikuit.nl

www.klikaanklikuit.nl www.klikaanklikuit.nl START-LINE ZENDER AMST-606 LEES ALTIJD EERST DEZE HANDLEIDING versie.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen DRAADLOOS DEUR/RAAM CONTACT Lees

Nadere informatie

HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding. 9355495 Uitgave 2

HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding. 9355495 Uitgave 2 HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding 9355495 Uitgave 2 CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product HS-2R conform is aan de bepalingen

Nadere informatie

Een AED redt levens. Martien van Gorp. Vivon Nederland B.V. Ekkersrijt 1121 5692 AD Son

Een AED redt levens. Martien van Gorp. Vivon Nederland B.V. Ekkersrijt 1121 5692 AD Son Een AED redt levens Martien van Gorp Vivon Nederland B.V. Ekkersrijt 1121 5692 AD Son Over Vivon Jarenlange expertise Merkonafhankelijk ISO 9001:2008 gecertificeerd Samenwerking met o.a. Nederlandse Hartstichting

Nadere informatie

REVEAL LINQ LNQ11. Implanteerbare hartmonitor Informatie over MRI-procedures. Technische MRI-handleiding

REVEAL LINQ LNQ11. Implanteerbare hartmonitor Informatie over MRI-procedures. Technische MRI-handleiding REVEAL LINQ LNQ11 Implanteerbare hartmonitor Informatie over MRI-procedures Technische MRI-handleiding 0123 2013 In de onderstaande lijst staan de gedeponeerde of geregistreerde handelsmerken van Medtronic

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Model 412355A Stroom / Voltage Kalibrator

Gebruikershandleiding. Model 412355A Stroom / Voltage Kalibrator Gebruikershandleiding Model 412355 Stroom / Voltage Kalibrator Inleiding Gefeliciteerd met uw aankoop van de Extech Stroom/ Voltage Kalibrator. Het Model 412355 kan stroom en voltage meten en opsporen.

Nadere informatie

Microprocessor gestuurde alarmcentrale C.6-6

Microprocessor gestuurde alarmcentrale C.6-6 Microprocessor gestuurde alarmcentrale C.6-6 GEBRUIKSAANWIJZING GEFELICITEERD. Welkom bij de Eurotec -familie! Uw C.6-centrale werd ontworpen voor mensen zoals u die betrouwbaarheid, kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid

Nadere informatie

www.klikaanklikuit.nl

www.klikaanklikuit.nl www.klikaanklikuit.nl START-LINE ZENDER AEX-701 LEES ALTIJD EERST DEZE HANDLEIDING versie 2.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen DRAADLOZE SIGNAALREPEATER Lees

Nadere informatie

Gebruikershandleiding AT-500T/R. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Gebruikershandleiding AT-500T/R. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Gebruikershandleiding AT-500T/R 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van dit 40 kanaals communicatiesysteem, AT-500T/R. Deze handleiding

Nadere informatie

Interne hulpmiddelen voor meniscusherstel DFU-0156 HERZIENING 7

Interne hulpmiddelen voor meniscusherstel DFU-0156 HERZIENING 7 Interne hulpmiddelen voor meniscusherstel DFU-0156 HERZIENING 7 A. BESCHRIJVING VAN HET MEDISCHE HULPMIDDEL De Meniscal Cinch en Arthrex SpeedCinch van Arthrex zijn hulpmiddelen voor hechtdraadretentie.

Nadere informatie

OSTEOCHONDRAAL AUTOGRAFTTRANSFERSYSTEEM (OATS ), borende ruimer en botgraft-harvester DFU-0070 NIEUWE HERZIENING 10

OSTEOCHONDRAAL AUTOGRAFTTRANSFERSYSTEEM (OATS ), borende ruimer en botgraft-harvester DFU-0070 NIEUWE HERZIENING 10 OSTEOCHONDRAAL AUTOGRAFTTRANSFERSYSTEEM (OATS ), borende ruimer en botgraft-harvester DFU-0070 NIEUWE HERZIENING 10 A. BESCHRIJVING VAN HET MEDISCHE HULPMIDDEL Het osteochondraal autografttransfersysteem

Nadere informatie

Snelstartgids CJB26Q0ALAEB

Snelstartgids CJB26Q0ALAEB Snelstartgids CJB26Q0ALAEB Welkom! In deze beknopte gebruiksaanwijzing wordt uw USB-modem beschreven, wordt informatie gegeven over hoe u de beheerparameters kunt instellen en hoe u helpinformatie op de

Nadere informatie

HANDLEIDING ICR-232 WEKKERRADIO

HANDLEIDING ICR-232 WEKKERRADIO HANDLEIDING ICR-232 WEKKERRADIO www.-ices-electronics.com VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Uitleg van symbolen: Dit symbool geeft aan dat er belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen in de

Nadere informatie

10-1-2012. Stimuleren. Onderwerpen: Meest voorkomende ritmestoornissen. myocard om dit te depolariseren.

10-1-2012. Stimuleren. Onderwerpen: Meest voorkomende ritmestoornissen. myocard om dit te depolariseren. Onderwerpen: De tijdelijke pacemaker. De pacemaker (algemeen). De biventriculaire pacemaker. De inwendige defibrillator. VVIC opleiding 2011 2 Wie en waarom een pacemaker Ritme-geleidingsstoornissen Na

Nadere informatie

12/02/2004, 14:53 THGR122NX_NL_R1 1

12/02/2004, 14:53 THGR122NX_NL_R1 1 Draadloze Sensor Model: THGR122NX HANDLEIDING INHOUD Introductie... 1 Product Overzicht... 2 Draadloze Sensor (THGR122NX)... 2 Om te beginnen... 3 Batterijen... 3 Tafelstandaard of Muurbevestiging... 3

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 ACDB-6600AC DRAADLOZE DEURBEL EN DRUKKNOP

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 ACDB-6600AC DRAADLOZE DEURBEL EN DRUKKNOP GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 ACDB-6600AC DRAADLOZE DEURBEL EN DRUKKNOP OMSCHRIJVING Omdat deze deurbel op batterijen werkt, kunt u de gong eenvoudig meenemen naar een andere kamer of mee naar buiten nemen

Nadere informatie

TYRECONTROL A-186. Gebruikershandleiding (NL)

TYRECONTROL A-186. Gebruikershandleiding (NL) TYRECONTROL A-186 Gebruikershandleiding (NL) 2 Uitvoering De TYRECONTROL dient speciaal voor de controle op de banden van uw voertuig. De TYRECONTROL heeft de volgende functies: - Het meten en opslaan

Nadere informatie

SUUNTO COMFORT BELT Heart Rate Transmitter Belts

SUUNTO COMFORT BELT Heart Rate Transmitter Belts nl SUUNTO COMFORT BELT Heart Rate Transmitter Belts Gebruikershandleiding 1 Inleiding tot de Suunto Comfort Belt................................................. 3 2 Aan de slag met de Suunto Comfort Belt.............................................

Nadere informatie

Digitale multimeter 700b

Digitale multimeter 700b 9705801 Digitale multimeter 700b Gebruikershandleiding Waarschuwing: lees en begrijp de handleiding voor het gebruik van de digitale multimeter. Het niet begrijpen of te voldoen aan de waarschuwingen en

Nadere informatie

Tijdelijke eenkamerpacemaker (AAI/VVI)

Tijdelijke eenkamerpacemaker (AAI/VVI) 5348 Tijdelijke eenkamerpacemaker (AAI/VVI) Technische handleiding 0123 MEDTRONIC MODEL 5348 0 Technische handleiding 0 Tijdelijke eenkamerpacemaker Verklaring van de symbolen 0 Zie gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

Ruggenmergstimulatie Definitieve implantatie

Ruggenmergstimulatie Definitieve implantatie PIJNBESTRIJDING Ruggenmergstimulatie Definitieve implantatie BEHANDELING Ruggenmergstimulatie Definitieve implantatie Onlangs hebt u een proef-ruggenmergstimulatie gehad, waarna besloten is dat u in aanmerking

Nadere informatie

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (A.U.B. BEWAREN).

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (A.U.B. BEWAREN). Batterijoplader BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (A.U.B. BEWAREN). LEES AANDACHTIG DE VOLGENDE INSTRUCTIES DOOR OM HET RISICO VAN BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN. Handleiding Art. -Nr:201604

Nadere informatie

Register your product and get support at www.philips.com/welcome. Hairdryer HP8260. NL Gebruiksaanwijzing

Register your product and get support at www.philips.com/welcome. Hairdryer HP8260. NL Gebruiksaanwijzing Register your product and get support at www.philips.com/welcome Hairdryer HP8260 NL Gebruiksaanwijzing Nederlands 1 Inleiding Gefeliciteerd met uw aankoop en welkom bij Philips! Registreer uw product

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding TTV4500 HP Dryfast Kreekweg 22 NL - 3133 AZ - Vlaardingen Tel: +31-(0)10-4261410 Fax: + 31-(0)104730011 Website: www.dryfast.nl E-mail: info@dryfast.nl Dryfast Klein Siberiëstraat

Nadere informatie

ES-S7A. Buitensirene. www.etiger.com

ES-S7A. Buitensirene. www.etiger.com ES-S7A Buitensirene www.etiger.com NL Kenmerken - Draadloze verbinding voor een eenvoudige installatie - Radiofrequente beveiliging van de accessoires: meer dan een miljoen combinatiecodes - EEPROM-informatiebeveiliging,

Nadere informatie

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER Snel installatiegids DA-30501 Inhoud Vóór gebruik... 2 1. Informatie over de DA-30501... 2 2. Systeemeisen... 2 3. Overzicht... 2 Aan de slag... 3 1. De batterij van de

Nadere informatie

INSTALLATIEGIDS Telefoon adapter

INSTALLATIEGIDS Telefoon adapter INSTALLATIEGIDS Telefoon adapter 3 Inhoudsopgave Introductie 4 Productoverzicht van de telefoon adapter 5 Aansluiten op netstroom 6 Aansluiten van de telefoonlijn 7 SoundGate voorbereiden voor het luisteren

Nadere informatie

Transmitte r Eco 19349

Transmitte r Eco 19349 Transmitte r Eco 19349 Nederlands Gebruiksaanwijzing Inhoud : Kenmerken Plaatsen batterij Hotshoe connector Functies Frequentie Skyport modules Geïntegreerde synchronisatie Kenmerken EL-Skyport Eco Probleemoplossing

Nadere informatie

Nederlands. Handleiding. Inhoud :

Nederlands. Handleiding. Inhoud : Nederlands Transmitter Speed 19350 Handleiding Inhoud : Kenmerken Plaatsen van de batterij HotShoe connector Gebruikshandleinding Frequenties Ontspanmodus Geïntegreerd sync contact Elinchrom RX functies

Nadere informatie

Algemene kenmerken HeartStart defibrillatoren. De HeartStart defibrillatoren kenmerken zich door de volgende voordelen:

Algemene kenmerken HeartStart defibrillatoren. De HeartStart defibrillatoren kenmerken zich door de volgende voordelen: Algemene kenmerken HeartStart defibrillatoren De HeartStart defibrillatoren kenmerken zich door de volgende voordelen: een dagelijkse, wekelijkse en maandelijkse zelftest; uitgerust met een SMART-analyse

Nadere informatie

Powerheart G5 AED-trainingsapparaat Gebruikershandleiding

Powerheart G5 AED-trainingsapparaat Gebruikershandleiding Powerheart G5 AED-trainingsapparaat Gebruikershandleiding Copyright 2012 Cardiac Science Corporation. Alle rechten voorbehouden. Gebruik het trainingsapparaat bij de automatische externe defibrillator

Nadere informatie

PT Medical ECG. NEMS ECG Management Software. Telemetrie ECG. Holter ECG - Holter Analyse Software

PT Medical ECG. NEMS ECG Management Software. Telemetrie ECG. Holter ECG - Holter Analyse Software PT Medical ECG Telemetrie ECG NM700 Telemetrie ECG 6 kanaals weergave Ideaal voor hart-en longrevalidatie Zeer gebruiksvriendelijk Holter ECG - Holter Analyse Software Het ideale pakket om uw onderzoeks

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS A C B 1 2 1 2 G D E A: LED-indicator B: Kinderbeveiliging C: LED-indicator D: Aan/uit-toetsen E: Groeptoets (kanaal 1 en

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Tafelweegschalen. Adam Equipment GBK-serie

Gebruiksaanwijzing Tafelweegschalen. Adam Equipment GBK-serie Gebruiksaanwijzing Tafelweegschalen Adam Equipment GBK-serie Stimag B.V. Parellaan 22 2132 WS HOOFDDORP tel. (023) 562 62 65 fax. (023) 562 97 44 Voor verdere technische vragen kunt u contact opnemen met

Nadere informatie

Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht

Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht Handleiding Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht Belangrijk Wanneer het product is ingeschakeld, ziet u de functie On Mode geactiveerd. Echter, wanneer het product is aangesloten op een extern

Nadere informatie

BEP 600-GD EN 600-GDL CONTOUR MATRIX GAS DETECTOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING

BEP 600-GD EN 600-GDL CONTOUR MATRIX GAS DETECTOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING BEP 600-GD EN 600-GDL CONTOUR MATRIX GAS DETECTOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING INDEX KENMERKEN 3 INTRODUCTIE 3 AFMETINGEN 4 AANSLUIT SCHEMA 5 INSTALLATIE 6 SENSOR INSTALLATIE 6 GEBRUIK 6 TEST/STILALARM

Nadere informatie

HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER

HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER Inhoud INTRODUCTIE... 2 INSTALLATIE... 3 INSTELLINGEN... 4 SCHAKELAAR SW1... 5 SCHAKELAAR SW2... 5 JUMPER SCHAKELAAR JP1... 5 TESTEN... 6 LOOPTEST... 6 RADIO LINK TEST...

Nadere informatie

TYRECONTROL «P» A-188

TYRECONTROL «P» A-188 TYRECONTROL «P» A-188 Handleiding (NL) 2 Uitvoering De TYRECONTROL «PRO-P» geeft u de volgende mogelijkheden: - Het meten van de bandenspanning - Het regelen van de bandenspanning (alleen reduceren) -

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Draadloze Nokia Charging Stand DT-910

Gebruikershandleiding Draadloze Nokia Charging Stand DT-910 Gebruikershandleiding Draadloze Nokia Charging Stand DT-910 Uitgave 1.0 2 Over uw draadloze lader Met de Draadloze Nokia Charging Stand DT-910 kunt u uw telefoon draadloos opladen. Plaats uw telefoon op

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. SAMSUNG MZ-7PC128D http://nl.yourpdfguides.com/dref/4565883

Uw gebruiksaanwijzing. SAMSUNG MZ-7PC128D http://nl.yourpdfguides.com/dref/4565883 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor SAMSUNG MZ-7PC128D. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de SAMSUNG MZ-7PC128D in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

ATTAIN PERFORMA STRAIGHT 4398

ATTAIN PERFORMA STRAIGHT 4398 ATTAIN PERFORMA STRAIGHT 4398 Steroïde-afgevende, transveneuze, over the wire geleidingsdraad met quadripolaire elektroden ten behoeve van stimulatie via een hartvene Technische handleiding 0123 2013 In

Nadere informatie

www.philips.com/welcome

www.philips.com/welcome Register your product and get support at www.philips.com/welcome HP8230 HP8232 HP8233 NL Gebruiksaanwijzing HP8230 H a (14mm) (11mm) g f e d c b ( g ) HP8230 ( f ) HP8232 HP8233 a (14mm) ( c ) (11mm) b

Nadere informatie

Powerheart G5 AED Automatisch

Powerheart G5 AED Automatisch Powerheart G5 AED Automatisch RESCUE R E A D Y Specificaties van offerte Bediening en gebruik + De AED wordt automatisch geactiveerd bij het openen van de klep. + De AED zal tekst-/gesproken prompts en

Nadere informatie

ES-D1A. Draadloze bewegingsdetector. www.etiger.com

ES-D1A. Draadloze bewegingsdetector. www.etiger.com ES-D1A Draadloze bewegingsdetector www.etiger.com NL Inhoud van de verpakking 1 x PIR bewegingsdetector 1 x steun 1 x gebruikershandleiding 1. Detectievenster 2. LED-lampje 3. Steun Vóór het eerste gebruik

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 ABST-604 DRAADLOZE SCHEMERSENSOR

GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 ABST-604 DRAADLOZE SCHEMERSENSOR GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 ABST-604 DRAADLOZE SCHEMERSENSOR OMSCHRIJVING De ABST-604 draadloze schemersensor kunt u overal plaatsen, zowel binnen als buiten, zonder gedoe met installatiedraden. De zender

Nadere informatie

Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948

Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Belangrijke informatie Gefeliciteerd met de aankoop van uw voertuig beveiligingsysteem. Het is ontworpen om jaren van probleemloze

Nadere informatie

testo 330i Rookgas-meetinstrument Inbedrijfstelling en veiligheid

testo 330i Rookgas-meetinstrument Inbedrijfstelling en veiligheid testo 330i Rookgas-meetinstrument Inbedrijfstelling en veiligheid www.testo-international.com/330imanuals 2 1 Inbedrijfstelling 1 Inbedrijfstelling 1.1. App installeren Voor de bediening van het meetinstrument

Nadere informatie

Afstandsbediening Telis 16 RTS

Afstandsbediening Telis 16 RTS Afstandsbediening Telis 16 RTS Bedieningshandleiding Telis 16 RTS Pure Art.nr. 1811020 Telis 16 RTS Silver Art.nr. 1811021 Afstandsbediening Telis 16 RTS 16 Kanaals zender met display Telis 16 RTS Pure

Nadere informatie

GIDS VOOR DE GEBRUIKER

GIDS VOOR DE GEBRUIKER GIDS VOOR DE GEBRUIKER Aangekoppelde Afstandsbediening MWR-TH00 MWR-TH01 Airconditioner Ne DB98-26319A(1) Veiligheidsvoorschriften Voordat u de aangekoppelde afstandsbediening gebruikt, leest u best deze

Nadere informatie

HP Photosmart 6220. Dock voor digitale camera's Nederlands. Verwijdering van afgedankte apparatuur door privé-gebruikers in de Europese Unie

HP Photosmart 6220. Dock voor digitale camera's Nederlands. Verwijdering van afgedankte apparatuur door privé-gebruikers in de Europese Unie HP Photosmart 6220 Dock voor digitale camera's Nederlands Verwijdering van afgedankte apparatuur door privé-gebruikers in de Europese Unie Dit symbool op het product of de verpakking geeft aan dat dit

Nadere informatie

Gebruikshandleiding E515

Gebruikshandleiding E515 BINNEN BUITEN blad 1/6 Optioneel: externe codegever inbouwdoos drukknopschakelaar inbouwdoos schakelaar aansluiting voor besturingseenheid voeding: installatie in elektrische schakelkast aanbevolen montagehoogte:

Nadere informatie

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL Elektrische Infrarood Verwarming Model 93485 Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL 1 Algemene veiligheidsinstructies LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING Alvorens de radiateur in bedrijf te nemen, moet u deze gebruiks

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AMST-606 DRAADLOOS MAGNEETCONTACT

GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AMST-606 DRAADLOOS MAGNEETCONTACT GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AMST-606 DRAADLOOS MAGNEETCONTACT OMSCHRIJVING Dit draadloze magneetcontact kan op iedere gewenste plaats bevestigd worden, zonder gedoe met draden of hoge spanning. Met het

Nadere informatie

Draadloze stereo headset 2.0

Draadloze stereo headset 2.0 Draadloze stereo headset 2.0 Veiligheidsgids CECHYA-0083 WAARSCHUWING Om gehoorschade te voorkomen, mag u nooit gedurende een lange periode naar geluiden met een hoog volume luisteren. Veiligheid en voorzorgsmaatregelen

Nadere informatie

Bijlage II, Checklist essentiële eisen

Bijlage II, Checklist essentiële eisen Auteur: Ing. W. Verwoerd met dank aan Peter Ruys, Kema Trefwoorden: essentiële eisen Bijlage II, Checklist essentiële eisen I Essentiële eisen N/A Norm(en)/Oplos sing(en) Algemene eisen 1. De hulpmiddelen

Nadere informatie

Balloon Catheter Systems. Balloon Catheter System. Merknaam De merknaam van dit hulpmiddel is Overtoom Balloon Catheter System.

Balloon Catheter Systems. Balloon Catheter System. Merknaam De merknaam van dit hulpmiddel is Overtoom Balloon Catheter System. GEBRUIKSAANWIJZING Overtoom Balloon Catheter Systems Balloon Catheter System Merknaam De merknaam van dit hulpmiddel is Overtoom Balloon Catheter System. Beschrijving van het hulpmiddel Het Overtoom Balloon

Nadere informatie

Het AED Toestel voor gebruikers.

Het AED Toestel voor gebruikers. Het AED Toestel voor gebruikers. Cardiac Science presenteert zijn professionele AED, zijnde AED G3 Automatic Eigenschappen: Eenvoud: Patent: RHYTHMx : Steminstructries: STAR : Gewicht: Batterij: Simpele,

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

3 WEG- OMSCHAKELKLEP. Installatie- en gebruikershandleiding. voor warmtapwaterlading. USV 1" bu USV 5/4" bu USV 6/4" bi

3 WEG- OMSCHAKELKLEP. Installatie- en gebruikershandleiding. voor warmtapwaterlading. USV 1 bu USV 5/4 bu USV 6/4 bi Installatie- en gebruikershandleiding NL 3 WEG- OMSCHAKELKLEP voor warmtapwaterlading USV 1" bu USV 5/4" bu USV 6/4" bi A.u.b. eerst lezen Deze handleiding bevat belangrijke aanwijzingen voor het gebruik

Nadere informatie

ENPULSE. E2DR 01/03/06/21/31/33 Frequentieresponsieve tweekamerpacemaker (DDDR) Implantatiehandleiding

ENPULSE. E2DR 01/03/06/21/31/33 Frequentieresponsieve tweekamerpacemaker (DDDR) Implantatiehandleiding ENPULSE E2DR 01/03/06/21/31/33 Frequentieresponsieve tweekamerpacemaker (DDDR) Implantatiehandleiding 2003 0123 Onderstaande termen zijn handelsmerken van Medtronic: EnPulse, Intrinsic, Medtronic Inhoud

Nadere informatie

ES-S6A Binnensirene. www.etiger.com

ES-S6A Binnensirene. www.etiger.com ES-S6A Binnensirene www.etiger.com NL Kenmerken De ES-S6A kan als extra sirene worden verbonden met het alarmsysteem of kan als losse sirene worden verbonden met een afstandsbediening en/of draadloze detector.

Nadere informatie

HANDLEIDING HAARSTIJLSET HS2N

HANDLEIDING HAARSTIJLSET HS2N HANDLEIDING HAARSTIJLSET HS2N WAT TE DOEN ALS UW TOESTEL NIET MEER WERKT? GARANTIEBEPALING : (Bewijs en kassabon zorgvuldig bewaren, voor het geval van de garantie gebruik wordt gemaakt) Apparaat :HAARSTIJLSET

Nadere informatie

Joystick Interface Omni-DX

Joystick Interface Omni-DX Gebruikers- en installatiehandleiding NL Joystick Interface Omni-DX P002-31 Contact en product mo-vis BVBA Biebuyckstraat 15 D 9850 Nevele - België Website: www.mo-vis.com E-mail: contact@mo-vis.com Telefoon:

Nadere informatie