3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 1 van 4

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 1 van 4"

Transcriptie

1 3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 1 van 4 Inleiding Abstracte beschrijving Een lorenzcurve geeft aan hoe meetwaarde y is verdeeld over de populatie x. Een lorenzcurve loopt van (x, y) = (, ) tot (1, 1). (x, y) betekent: tot en met x leden van de populatie is de som van de meetwaarden van die leden gelijk aan y. Hiernaast staan vier lorenzcurven. Bij i en iv zijn ook negatieve meetwaarden toegestaan. Een lorenzcurve kan laten zien 1 i hoe het inkomen is verdeeld over personen, hoe het geboortegewicht van jongetjes in Nederland in 29 is verdeeld over al die jongetjes, hoe het wereldwijde elektriciteitsverbruik is verdeeld over alle landen, enz. Vanaf x = wordt steeds een lid van de populatie toegevoegd op de x-as (personen, jongetjes, landen), en op de y-as staat dan het bij elkaar opgetelde inkomen of gewicht of elektriciteitsverbruik voor al die leden. Standaard worden de populatie en de som van alle meetwaarden op 1% gesteld. y 1 iii iv ii x Vormgevingseis: de leden van de populatie die vanaf x = worden toegevoegd hebben steeds grotere meetwaarden dan de voorgaande of juist steeds kleinere. Hierdoor wordt de helling van de lorenzcurve steeds positiever (steiler) of juist steeds minder positief. Een stukje van de lorenzcurve kan een negatieve helling hebben als er ook negatieve meetwaarden zijn. Voorbeeld personele inkomensverdeling Bij een personele inkomensverdeling worden 1 ge (geldeenheden) verdeeld over 1 man, waarbij ge = 1% van het totale inkomen en man = 1% van het aantal personen. Punten van de lorenzcurve: A (,), B (18, 4), C (72, 44), D (8, 5) en E (1, 1). C (72,44) betekent dat het inkomen van de eerste 72 man bij elkaar opgeteld 44 ge bedraagt. Dus 72 man cumulatief hebben een inkomen van 44 ge cumulatief. a b Leid af uit C en D dat de mannetjes zijn gecumuleerd van laag naar hoog inkomen. Teken de lorenzcurve. Merk op dat het gemiddeld inkomen in de populatie gelijk is aan 1 ge/man, wat gelijk is aan de helling y/ x van de rechte lijn van (,) naar (1,1). Dezelfde grafische methode is ook voor deelgroepen bruikbaar. c Teken een gestippelde rechte hulplijn, waarvan de helling gelijk is aan het gemiddeld inkomen per mannetje uit de groep mannetjes nr. 73 t/m 8. d Hoe hoog is het gemiddeld inkomen in de groep met rugnummers 73 t/m 8? Beoordeel deze uitspraak met juist onjuist als de personen van links naar rechts zijn gecumuleerd naar toenemend inkomen per persoon. e Als ook negatieve inkomens meedoen, gaat y eerst omlaag en neemt daarna toe tot y=1. Juist Onjuist. Neem aan dat de personen zijn gecumuleerd naar afnemend inkomen per persoon. f Schets de bijbehorende lorenzcurve als ook negatieve inkomens meedoen.

2 3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 2 van 4 Oefenopgave 1 inkomen en vermogen (uit examenbundel vwo economie-1) De regering van een land vindt de vermogensverdeling te scheef. Een deel van de huishoudens heeft een negatief vermogen. Er wordt gezocht naar een mogelijkheid daaraan iets te doen. Gedacht wordt aan het instellen van een vermogensbelasting. De opbrengst daarvan zal worden gebruikt om via subsidies op woningen het eigen woningbezit te stimuleren voor de 2%-groep huishoudens met het laagste inkomen. Voor de analyse van dit beleidsvoorstel wordt onder andere gebruik gemaakt van figuur 1. toelichting bij de figuur - De inkomensverdeling heeft betrekking op het primaire inkomen. - De indeling in huishoudens is gebaseerd op de inkomensverdeling. - Het aantal huishoudens bedraagt met een gemiddeld vermogen van a Wat wordt bedoeld met negatief vermogen? Een stijging van het inkomen kan leiden tot een stijging van het vermogen en omgekeerd kan een stijging van het vermogen leiden tot een stijging van het inkomen. b Geef voor beide samenhangen een verklaring. c Bereken met behulp van de gegevens het gemiddelde vermogensbedrag per huishouden in de 2%-groep met het hoogste inkomen. De vermogensbelasting bedraagt,5% van het vermogen van een huishouden; over de eerste 5. vermogen hoeft geen belasting te worden betaald en de maximale vermogensbelasting bedraagt 4.. d Bereken vanaf welk vermogen de vermogensbelasting degressief is. e Waaruit blijkt dat dit beleidsvoorstel tot vermogensherverdeling invloed kan hebben op de tertiaire inkomensverdeling? f Toegevoegd. Hoe groot is het gemiddelde negatieve vermogen per huishouden binnen de eerste 4% van de huishoudens?

3 3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 3 van 4 Oefenopgave 2 verdienen en gokken Een onderzoekster vermoedt dat de inleg in kansspelen toeneemt naarmate het inkomen afneemt. De lorenzcurven bevestigen grotendeels haar vermoeden inkomen en inleg kansspelen (cum. %) < i > < ii > < iii > < iv > < v > < vi > personen cumulatief in procenten, behorend bij de inkomensverdeling Inleg kansspelen is het bedrag waarvoor mensen meedoen aan kansspelen. De populatie is verdeeld in 6 groepen, gecumuleerd naar toenemend inkomen per persoon. Groepen i en vi bevatten 1% van de populatie, de andere groepen 2%. a Geef een economische verklaring voor het vermoeden van de onderzoekster. b Voor welke inkomensgroep(en) wordt dit vermoeden niet bevestigd? Motiveer. De kansspelbelasting is 29% van het ontvangen prijzengeld. 9% van de ingelegde bedragen (voor het meedoen aan kansspelen) wordt als prijzengeld uitgekeerd, de rest is nodig voor dekking van de uitvoeringskosten. Het zwarte circuit in deze sector wordt op 2% geschat. De kansspelbelasting levert de fiscus 58 miljoen euro op. c Bereken het geschatte bedrag voor inleg kansspelen op miljoen euro nauwkeurig. 1 MAN: 1% van de populatie. 1 GE: 1% van het totale inkomen. 1 ge: 1% van de totale inleg kansspelen. Dus 1 MAN verdienen 1 GE en hun inleg kansspelen bedraagt 1 ge. In vraag d zijn de groepen iii plus iv samengevoegd. Het gemiddeld inkomen in de combinatiegroep kan worden afgeleid uit de helling y/ x van de bovenste stippellijn. d Leg uit hoe je grafisch kunt afleiden dat het gemiddeld inkomen in de combinatiegroep lager is dan in de gehele populatie. Door een betere schatting van het zwarte circuit wordt inleg kansspelen gesteld op 3 mld. Het totale inkomen bedraagt 341 mld. Gemiddeld over de gehele populatie is inleg kansspelen gelijk aan,88% van het inkomen. De populatie bestaat uit 1 miljoen mensen. e Bereken voor groep ii het gemiddeld percentage van het inkomen dat wordt uitgegeven aan het meedoen aan kansspelen.! 2 bonuspunten als het antwoord wordt gevonden met zo min mogelijk gegevens. De onderste stippellijn die de curve inkomen raakt bij x = 5 heeft een helling van,93. f Bereken met behulp hiervan het inkomen bij de mediaan.

4 3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 4 van 4 Oefenopgave 3 omzet en winst in de binnenvaart In de binnenvaart is het vrachtvervoer verdeeld over zelfstandige schippers. De grootste schippers hebben een duwboot voor wel zes duwbakken, de kleinste varen een kleine rijnaak. Normaal is de winstmarge (= winst in % van de omzet) groter naarmate de schipper meer capaciteit heeft. De recessie doorbreekt dit normale patroon: de hoogste winstmarge zit niet meer bij de grootste aanbieders. Integendeel, zij lijden verlies. De andere aanbieders hebben nog net een beetje winst. Hieronder staan de lorenzcurven voor de gecumuleerde omzet (in%) en de gecumuleerde winst (in %) in één grafiek. Horizontaal: het aantal schippers (cumulatief percentage), verdeeld over 6 groepen naar toenemende omzet per schipper. Groep i en vi bevatten 1% van de populatie, de andere groepen 2%. Verticaal: gecumuleerde percentages van de totale omzet en de totale winst. De totale omzet van alle schippers samen bedraagt 8 miljoen euro. Het verlies van de schippers van groep vi bedraagt 4 miljoen. Er zijn in totaal 1. schippers. a Verklaar, uitsluitend gebruik makend van punten op de omzetcurve, dat de gemiddelde omzet per schipper in groep iv 1% hoger is dan de gemiddelde omzet per schipper over de hele sector gezien. b Bereken de winst van alle schippers die winst maken. c Bereken de gemiddelde winstmarge voor de binnenvaartsector. d Bereken de gemiddelde winstmarge van de schippers uit groep iv.! 2 bonuspunten als het antwoord wordt gevonden met zo min mogelijk gegevens. Grote schippers varen met personeel, bij kleine schippers bestaat de bemanning vaak uit een echtpaar. De toenemende globalisering die binnen de EU bijvoorbeeld blijkt uit een steeds meer geïntegreerde arbeidsmarkt geeft op den duur voordelen aan de grootste schippers. e Geef hiervoor een verklaring. f Welk effect heeft dit op den duur op de omzetcurve? ##

5 antwoorden 3 oefenopgaven lorenzcurve Inleiding a De eerste 72 man verdienen gem. 44/72 =,61 ge/man. De mannetjes 73 t/m 8 verdienen 5 44 = 6 ge, dus 6/8=,75 ge/man. Het inkomen per man loopt dus op. bcde b Zelf doen. c. Stippellijn door de punten C en D. d. zie a. e. Juist. f De helling van de lorenzcurve zwakt af, het maximum van y komt boven 1 uit, vanuit het maximum daalt y naar 1. 1a Als de schulden groter zijn dan de waarde van de bezittingen (zoals banktegoeden, beleggingen in aandelen en obligaties, onroerende goed, kunstvoorwerpen). b Als hoger inkomen leidt tot sparen en beleggen neemt het vermogen toe vanwege de inkomenstoename. Meer vermogen levert vaak meer inkomen in de vorm van rente en winst/dividend op. c Op de vermogenslijn vergelijken we de (x,y) waarden (8,2) en (1,1). Dus 2% van de huishoudens heeft 8% van het vermogen. Gemiddeld over alle huishoudens gezien heeft 2% van de huishoudens 2% van het totale vermogen. Dus deze groep heeft 8/2 = 4 zoveel als gemiddeld. Dus gemiddeld vermogen per huishouden in het 5 e kwintiel: = d Uit de gegevens volgt: B=,5(V 5.) ; B: belasting; V: vermogen. Met als randvoorwaarden: B en B 4. Degressie betekent dat B/V afneemt als V toeneemt. B/V =,5 25/V. Volgens deze formule neemt B/V toe als V toeneemt {B/V klimt naar,5 als V.} Volgens de randvoorwaarde blijft B 4 euro vanaf een bepaalde waarde van V. Dus V oplossen uit 4 =,5(V 5.) V = 4/,5 + 5= 85. Vanaf dit vermogen is er degressie. e Subsidies op (kosten voor) de woning zijn een positief onderdeel van het tertiair inkomen. Belastingen zijn een negatief onderdeel van het tertiair inkomen. De belasting zal vooral bij de hogere inkomensgroepen vandaan komen en de subsidies komen bij de lagere terecht. De tertiaire inkomensverdeling wordt minder scheef. f Het totale vermogen van alle huishoudens bedraagt 1 geldeenheden, dus 1 geldeenheid per huishouden, dat is Het negatieve vermogen van de eerste 4% groep bedraagt -1 geldeenheden, dus -1/4 geldeenheid per huishouden. Dus -1/ = a Het geloof dat je financieel hogerop kunt komen via carrière maken en alles wat daar bij hoort is bij lagere inkomensgroepen vaak niet groot. Een gokje wagen wordt dan extra aantrekkelijk. b Groepen i t/m v omdat de hoogste toename van de inleg bij groep i hoort, namelijk 3/1 ge per MAN, en de inleg per man neemt af tot 5/2 ge per MAN in groep v. In groep vi neemt de inleg weer toe tot 1/1 per MAN. Methode: y/ x tussen twee punten bepalen. c (58/,29)/,9 = inleg witte circuit mln /,8 = totale inleg mln d Punten op de stippellijn: (5, 3) en (7, 48). De stippellijn heeft als helling y/ x = 18/2 =,95.,95 GE/MAN is lager dan 1 GE/MAN. e inleg groep ii ( y langs de inlegcurve) = 25 ge =,88% 25 GE {ge =,88%GE} inkomen groep ii ( y langs de inkomenscurve)= 1 GE. inleg /inkomen =,88% 25/1 = 2,2 %. f,93 GE MAN, mld 1 mln personen =, per pers. 3a Verticaal geldeenheden GE van tot 1. Horizontaal SKIPPERS van tot 1. gemiddeld inkomen groep iv: 22/2 = 1,1 GE/SKIPPER. gemiddeld inkomen over de gehele populatie: 1/1 = 1 GE/SKIPPER 1,1 ligt 1% boven 1. b 4 mln = 1 GE. Totale winst van de winstmakers = 11 GE = (11/1) 4 mln = 44 mln. c Totale winst van de hele binnenvaart= 1 GE = (1/1) 4 mln = 4 mln. Gemiddelde winstmarge = 4/8 =,5 = 5% d (92% 38%) 5% totale omzet (52% 3%) totale omzet = % = 12,5% e De toevloed van goedkope arbeiders uit de nieuwe EU landen is in hun voordeel. f De grootste schippers vergroten hun omzetaandeel. Punt (9, 8) en punt (7, 52) verschuiven naar omlaag, dus lagere y-waarden voor deze punten. ##

3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 1 van 5

3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 1 van 5 3 oefenopgaven lorenzcurve pagina 1 van 5 Inleiding Hoe maak je een lorenzcurve uit losse meetwaarden? Gegeven: 10 bedrijven met omzet: 40, 56, 90, 201, 162, 31, 170, 180, 191, 118 ( mln ) i Sorteren:

Nadere informatie

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro.

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro. Grote opgave personele inkomensverdeling Blz. 1 van 4 personele inkomensverdeling Inkomensverschillen tussen personen kunnen te maken hebben met de verschillende soorten inkomen. 1 Noem drie soorten primair

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

DE LORENZKROMME. Lorenzkromme 1

DE LORENZKROMME. Lorenzkromme 1 DE LORENZKROMME Lorenzkromme 1 1. INKOMENSVERSCHILLEN VERKLAARD Elk jaar stelt managementadviesbureau Berenschot speciaal voor Elsevier een lijst op van 257 veel voorkomende functies en het daarvoor betaalde

Nadere informatie

Examen VWO-Compex. wiskunde A1

Examen VWO-Compex. wiskunde A1 wiskunde A1 Examen VWO-Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 87 punten te behalen; het examen bestaat uit 24 vragen.

Nadere informatie

Examen VWO-Compex. wiskunde A1,2

Examen VWO-Compex. wiskunde A1,2 wiskunde A1,2 Examen VWO-Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen.

Nadere informatie

Compex wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Compex wiskunde A1-2 vwo 2004-I KoersSprint In deze opgave gebruiken we enkele Excelbestanden. Het kan zijn dat de uitkomsten van de berekeningen in de bestanden iets verschillen van de exacte waarden door afrondingen. Verder kunnen

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1 vwo 2004-I

Eindexamen wiskunde A1 vwo 2004-I Bevolkingsgroei Begin jaren negentig verscheen in NRC Handelsblad een artikel over de bevolkingsgroei en de gevolgen van deze groei. Bij dit artikel werden onder andere de onderstaande figuren 1A, 1B,

Nadere informatie

Netto toegevoegde waarde: loon + huur + rente + winst Bruto toegevoegde waarde: waarde van verkopen waarde van productiebenodigdheden

Netto toegevoegde waarde: loon + huur + rente + winst Bruto toegevoegde waarde: waarde van verkopen waarde van productiebenodigdheden Paragraaf 1 Nationaal inkomen en welvaart Economie samenvatting H8 Om de welvaart in een land te meten gebruik je het bbp (bruto binnenlands product). Dat is de omvang van de totale productie in het hele

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat

Nadere informatie

Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw

Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw Koen Caminada, Universiteit Leiden Kees Goudswaard, Universiteit Leiden Marike Knoef, Universiteit Leiden De verdeling van vermogen in

Nadere informatie

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2 Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2 Als je moet kiezen welk plaatje je op je cijferlijst zou willen hebben,

Nadere informatie

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij.

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij. 2.2 Kinderjaren Het krijgen van kinderen heeft voor ouders economische gevolgen: 1. Ouders krijgen minder tijd voor andere zaken en gaan bv. minder werken; 2. Kinderen kosten geld. De overheid komt ouders

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 import: 250 + 29 + 139 + 415 460

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.30 16.30 uur wiskunde A1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 83 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 1 Nog niet zo lang geleden had je als boer te maken met een melkquotum. Een melkquotum betekent dat je een maximale hoeveelheid

Nadere informatie

afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie inkomen

afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie inkomen 101 inkomen 9 102 Inkomen 1) Inkomens van huishoudens Huishoudens in Hengelo hadden in 2007 een gemiddeld besteedbaar inkomen van 30.700 per jaar. Het gemiddeld besteedbaar inkomen van huishoudens in Hengelo

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 havo 2007-II

Eindexamen wiskunde A1-2 havo 2007-II Eindexamen wiskunde A- havo 007-II Beoordelingsmodel Sprintsnelheid maximumscore 4 De toenamen zijn achtereenvolgens 37,5 ; 0,5 ; 3,0 ; 3,5 ; 3,5 De staven zijn getekend bij 0, 40, 60, 80 en 00 meter Er

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Eamen HAV 0 tijdvak woensdag 0 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B (pilot) Bij dit eamen hoort een uitwerkbijlage.. Dit eamen bestaat uit 0 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 8 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Examen VWO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni 13.3 16.3 uur 2 3 Voor dit examen zijn maximaal zijn 88 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

bruto inkomen (per persoon)

bruto inkomen (per persoon) Opgave 1 Lorenzcurve en economische kringloop Definities: Bruto inkomen Loon/pensioen, interest, winst/dividend, huur/pacht Netto inkomen Bruto inkomen inkomstenbelasting (IB) Netto besteedbaar inkomen

Nadere informatie

Artikelen. Vermogensverdeling en vermogenspositie huishoudens. Jack Claessen. Lorenz-curve

Artikelen. Vermogensverdeling en vermogenspositie huishoudens. Jack Claessen. Lorenz-curve Artikelen Vermogensverdeling en vermogenspositie huishoudens Jack Claessen Begin 29 zijn de vermogens van huishoudens zeer scheef verdeeld. Bijna 6 procent van het vermogen is in handen van slechts 1 procent

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 maximale winst als MO

Nadere informatie

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 3) Wat zijn negatief externe effecten? 4) Waarom is deze maatstaf niet goed genoeg? Licht toe. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte

Nadere informatie

6 Geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod

6 Geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod 6 Geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod Opgave 1 a Noem vier factoren die bij een gegeven prijsniveau tot een verandering van de Effectieve Vraag kunnen leiden. b Met welke (macro-economische) instrumenten

Nadere informatie

Veranderingen in de syllabus voor het eindexamenprogramma 2017

Veranderingen in de syllabus voor het eindexamenprogramma 2017 Veranderingen in de syllabus voor het eindexamenprogramma 2017 100% 100% Gini coefficient = A/A+B Gini =0 dan helemaal gelijke verdeling Gini = 1 dan helemaal ongelijke verdeling Ink Ink A A B B 0% personen

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2013-I

Eindexamen havo economie 2013-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) monopolie bij (2) toe

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 NIVEAU: HAVO EAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) havo 5

Domein D: markt (module 3) havo 5 Domein D: markt (module 3) havo 5 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen I en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 2 juni 3.3 6.3 uur 2 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Functies. Verdieping. 6N-3p 2013-2014 gghm

Functies. Verdieping. 6N-3p 2013-2014 gghm Functies Verdieping 6N-p 01-014 gghm Standaardfuncties Hieronder is telkens een standaard functie gegeven. Maak steeds een schets van de bijbehorende grafiek. Je mag de GRM hierbij gebruiken. Y f ( x)

Nadere informatie

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij.

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij. 2.2 Kinderjaren Het krijgen van kinderen heeft voor ouders economische gevolgen: 1. Ouders krijgen minder tijd voor andere zaken en gaan bv. minder werken; 2. Kinderen kosten geld. De overheid komt ouders

Nadere informatie

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv Voorkennis V-a Hester houdt e 5,00 3 e,85 3 e 3,9 = e 5,00 e 3,70 e,58 = e,7 over. b e 5,00 3 (e,85 + e 3,9) = e 5,00 3 e 5, = e 5,00 e 0,8 = e,7 V-a 3 = 3 9 = 7 b 9 (5 ) = 9 (5 ) = 9 = c 0 3 = 000 3 =

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II 4 Antwoordmodel Opgave voorbeeld van een juiste berekening: 84.760.000 4 = 2.080 uur 63.000 2 voorbeeld van een juist antwoord: Een antwoord waaruit blijkt dat uitzendkrachten in deeltijd werken. 3 voorbeelden

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x. 50 10( x 1) Willem-Jan van der Zanden

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x. 50 10( x 1) Willem-Jan van der Zanden 6.0 Voorkennis Kruislings vermenigvuldigen: A C AD BC B D Voorbeeld: 50 0 x 50 0( x ) 50 0x 0 0x 60 x 6 6.0 Voorkennis Herhaling van rekenregels voor machten: p p q pq a pq a a a [] a [2] q a q p pq p

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO

Correctievoorschrift HAVO Correctievoorschrift HAVO 007 tijdvak wiskunde A, Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels voor

Nadere informatie

Break-even analyse C2020 1. Ir. drs. M. M. J. Latten

Break-even analyse C2020 1. Ir. drs. M. M. J. Latten Break-even analyse C2020 1 Break-even analyse Ir. drs. M. M. J. Latten 1. Inleiding C2020 3 2. Principe C2020 3 2.1. Analytisch C2020 3 2.2. Grafisch C2020 4 3. Realiteitsgehalte C2020 6 3.1. Aannames

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I Examenresultaten Voor de invoering van de tweede fase bestonden de vakken wiskunde A en wiskunde B. In 2 werden deze vakken voor het laatst op alle VWO-scholen geëxamineerd. Bij het Centraal Examen wiskunde

Nadere informatie

Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Functies en grafieken. Een eigen samenvatting maken is nuttig.

Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Functies en grafieken. Een eigen samenvatting maken is nuttig. 7 Totaalbeeld Samenvatten Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Functies en grafieken. Een eigen samenvatting maken is nuttig. Begrippenlijst: 21: functie invoerwaarde

Nadere informatie

Examen VWO. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2010 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur oud programma wiskunde A1,2 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2007-II

Eindexamen economie 1 havo 2007-II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 totale opbrengsten bij 20.000

Nadere informatie

Lesbrief Ongelijkheid. Inkomensbegrippen. Hoe meten we ongelijkheid? Ongelijkheid in inkomen en vermogen

Lesbrief Ongelijkheid. Inkomensbegrippen. Hoe meten we ongelijkheid? Ongelijkheid in inkomen en vermogen Ongelijkheid in inkomen en vermogen Lesbrief Ongelijkheid Inkomen = stroom Vermogen = voorraad (bezit schuld) Keuzelesbrief LWEO Inkomensbegrippen Primair inkomen Bruto inkomen Besteedbaar inkomen Gestandaardiseerd

Nadere informatie

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang: economie 1 Compex Correctievoorschrift HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 20 tijdvak 2 woensdag 22 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde A. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde A. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek Uitwerkingen Mei 2012 Eindexamen VWO Wiskunde A Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek Schroefas Opgave 1. In de figuur trekken we een lijn tussen 2600 tpm op de linkerschaal en

Nadere informatie

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! Opgaven vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn van

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja De prijselasticiteit

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B havo II

Eindexamen wiskunde B havo II Tonregel van Kepler In het verleden gebruikte men vaak een ton voor het opslaan en vervoeren van goederen. Tonnen worden ook nu nog gebruikt voor bijvoorbeeld de opslag van wijn. Zie de foto. foto Voor

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO

Correctievoorschrift HAVO Correctievoorschrift HAVO 2007 tijdvak 2 economie 1 Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores 1 Regels

Nadere informatie

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur wiskunde C Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Examen VWO. Wiskunde A (oude stijl)

Examen VWO. Wiskunde A (oude stijl) Wiskunde A (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 27 mei 13.3 16.3 uur 2 3 Voor dit examen zijn maximaal 9 punten te behalen; het examen bestaat uit 2 vragen.

Nadere informatie

Willem van Ravenstein 2007

Willem van Ravenstein 2007 Inhoud van ruimtelijke figuren Inhoud van omwentelingslichamen Lengte van een kromme Differentiaalvergelijkingen Richtingsvelden Standaardtypen differentiaalvergelijkingen Losse eindjes, tips & truuks

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 - Recursie

Hoofdstuk 5 - Recursie Hoofdstuk 5 - Recursie Een banktegoed waarover je jaarlijks rente krijgt uitgekeerd is een voorbeeld van recursie. Je kunt steeds het nieuwe banktegoed berekenen op basis van het banktegoed van vorig jaar.

Nadere informatie

Grafieken, functies en verzamelingen. Eerst enkele begrippen. Grafiek. Assenstelsel. Oorsprong. Coördinaten. Stapgrootte.

Grafieken, functies en verzamelingen. Eerst enkele begrippen. Grafiek. Assenstelsel. Oorsprong. Coördinaten. Stapgrootte. Grafieken, functies en verzamelingen Eerst enkele begrippen Grafiek In een assenstelsel teken je een grafiek. Assenstelsel Een assenstelsel bestaat uit twee assen die elkaar snijden: een horizontale en

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Formules en grafieken Hst. 15

Formules en grafieken Hst. 15 Formules en grafieken Hst. 5. De totale kosten zijn dan : 0,5. 0000 = 0.000 dollar. Dan zijn de kosten per ton, dollar. De prijs is dan :,. 0.000 = 4.000 dollar. 0,50 dollar per ton en 4000 mijl. Aflezen

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Bijlage bij Eindverslag van de Nomenclatuurcommissie Wiskunde september 2007

Bijlage bij Eindverslag van de Nomenclatuurcommissie Wiskunde september 2007 Bijlage bij Eindverslag van de Nomenclatuurcommissie Wiskunde september 2007 zie havo vwo aantonen 1 aanzicht absolute waarde afgeleide (functie) notatie met accent: bijvoorbeeld f'(x), f' notatie met

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B1 havo 2008-II

Eindexamen wiskunde B1 havo 2008-II Golfhoogte Bij de beoordeling van de veiligheid van de figuur 1 Nederlandse kust wordt onder andere de golfhoogte onderzocht. De golfhoogte is het hoogteverschil tussen een golftop en het daarop volgende

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

Uitwerkingen Mei 2012. Eindexamen VWO Wiskunde C. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Uitwerkingen Mei 2012. Eindexamen VWO Wiskunde C. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek Uitwerkingen Mei 2012 Eindexamen VWO Wiskunde C Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek I Tjing Opgave 1. Het aantal hoofdstukken in de I Tjing correspondeert met het totale aantal

Nadere informatie

Voortoets SE1 5HAVO MLN/SNO

Voortoets SE1 5HAVO MLN/SNO Opgave 1 - Een mengkraan (2,3,4,4) De kraan van een douche mengt koud en heet water. Per minuut wordt X liter koud water van 5 o C gemengd met Y liter heet water van 65 o C. De mengkraan levert dan elke

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Statistisch Jaarboek 2007

Statistisch Jaarboek 2007 101 9 102 Inkomen 1) Inkomens van huishoudens Huishoudens in Hengelo hadden in 2004 een gemiddeld besteedbaar van 27.400 per jaar. Het gemiddeld besteedbaar van huishoudens in Hengelo lag 5,5 procent beneden

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo II

Eindexamen economie 1-2 vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2008-II Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 1 (primaire) inkomensrekening 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De nieuwe productie-eenheid trekt ook toeleveringsbedrijven aan die zorgen

Nadere informatie

www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo wiskunde A

www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo wiskunde A www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo wiskunde A www.samengevat.nl havo wiskunde A Drs. F.C. Luijbe Voorwoord Beste docent, Voor u ligt een deel van de nieuwe Samengevat havo wiskunde A. Dit katern

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I Opgave 1 Hoge druk op de arbeidsmarkt Gedurende een aantal jaren groeide de economie in Nederland snel waardoor de druk op de arbeidsmarkt steeds groter werd. Het toenemende personeelstekort deed de vrees

Nadere informatie

Vakantiegeld-enquête 2016. Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting

Vakantiegeld-enquête 2016. Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Vakantiegeld-enquête 2016 Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Vakantiegeld-enquête 2016 Auteurs Gea Schonewille Jasja Bos Inhoud SAMENVATTING... 6 1 INLEIDING... 8 2 AANTAL KEREN OP VAKANTIE...

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008 Katholieke Universiteit Leuven September 2008 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie juli 2008) Rationale functies. Inleiding Functies als f : 5 5, f 2 : 2 3 + 2 f 3 : 32 + 7 4 en f 4 :

Nadere informatie

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

Bij een tonnage van ton (over mijl) kost het 0,75 $/ton totale kosten ,75 = ($).

Bij een tonnage van ton (over mijl) kost het 0,75 $/ton totale kosten ,75 = ($). C von Schwartzenberg 1/14 1a 0,5 $/ton (zie de verticale as bij punt A) 0 000 0,5 = 10 000 ($) 1b,1 $/ton (ga vanuit A verticaal omhoog naar de rood gestippelde grafiek) 0 000,1 = 4000 ($) us 4, keer zoveel

Nadere informatie

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4 extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4 1. a. Teken in één assenstelsel de grafieken bij de formules y = 4x - 3 en y = 7 - x b. Bereken de coördinaten van het snijpunt c. Teken in hetzelfde assenstelsel de

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde A1. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur wiskunde A1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 83 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014

Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014 Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 214 Willemstad, Maart 214 Inleiding In juni 214 zijn in het kader van de conjunctuurenquête (CE) de bedrijven benaderd met vragenlijsten op Curaçao. Doel van deze

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie Samenvatting Hfst 10. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 18 mei 13.30 16.00 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat uit 34 vragen.

Nadere informatie

Statistisch Jaarboek 2006

Statistisch Jaarboek 2006 101 9 102 Inkomen 1) Inkomens van huishoudens Het besteedbaar van particulier huishoudens bedroeg in 2002 bijna 29.000 euro. Daarmee ligt het van huishoudens in Hengelo bijna 1.500 euro lager dan een gemiddeld

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni uur Wiskunde A (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni 13.3 16.3 uur 2 3 Voor dit examen zijn maximaal 9 punten te behalen; het examen bestaat uit 2 vragen.

Nadere informatie

3.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

3.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 3.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2002-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2002-II 4 Antwoordmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 0,15 Een voorbeeld van een juiste verklaring

Nadere informatie

Een symmetrische gebroken functie

Een symmetrische gebroken functie Een symmetrische gebroken functie De functie f is gegeven door f( x) e x. 3p Bereken exact voor welke waarden van x geldt: f( x). 00 F( x) xln( e x) is een primitieve van f( x) e x. 4p Toon dit aan. Het

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Een model voor een lift

Een model voor een lift Een model voor een lift 2 de Leergang Wiskunde schooljaar 213/14 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Inleiding... 5 Model 1, oriëntatie... 7 Model 1... 9 Model 2, oriëntatie... 11 Model 2... 13

Nadere informatie

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 5

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 5 Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 5 5.4.1 Basis 1 a Dit is een voorbeeld van interpoleren. Er zijn namelijk gegevens van voor 1995 en van na 1995 bekend. Binnen de bekende gegevens en dus binnen de tabel

Nadere informatie

De impact van legalisering van online. kansspelen op klassieke loterijen. April 2011. In opdracht van Goede Doelen Loterijen NV

De impact van legalisering van online. kansspelen op klassieke loterijen. April 2011. In opdracht van Goede Doelen Loterijen NV De impact van legalisering van online kansspelen op klassieke loterijen April 2011 In opdracht van Goede Doelen Loterijen NV Uitgevoerd door: MWM2 Bureau voor Online Onderzoek Auteurs Matthijs Wolters

Nadere informatie

Aard en omvang van illegale kansspelen in Nederland Drs. G.H.J. Homburg en drs. E. Oranje Juli 2009

Aard en omvang van illegale kansspelen in Nederland Drs. G.H.J. Homburg en drs. E. Oranje Juli 2009 SAMENVATTING Aard en omvang van illegale kansspelen in Nederland Drs. G.H.J. Homburg en drs. E. Oranje Juli 2009 Doel van het onderzoek Om zicht te krijgen op de huidige omvang van de illegale exploitatie

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II Opgave 1 CAO-overleg: loon of werk? Bij de CAO-onderhandelingen voor een komend jaar in de industrie wordt uitgegaan van de volgende prognose: inflatie 2,3% stijging arbeidsproductiviteit in de industrie

Nadere informatie

De inkomensverdeling tussen sectoren 10. Auteur Frank Notten

De inkomensverdeling tussen sectoren 10. Auteur Frank Notten De inkomensverdeling tussen sectoren 1. Auteur Frank Notten Het nationaal inkomen wordt verdiend door de verschillende sectoren binnen de Nederlandse economie. Het aandeel van bedrijven binnen het beschikbaar

Nadere informatie