Essentiële activiteiten en infrastructuur voor de landelijke invoering en monitoring van het gebruik van de JGZ-richtlijnen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Essentiële activiteiten en infrastructuur voor de landelijke invoering en monitoring van het gebruik van de JGZ-richtlijnen"

Transcriptie

1 TNO-rapport KvL/P&Z Essentiële activiteiten en infrastructuur voor de landelijke invoering en monitoring van het gebruik van de JGZ-richtlijnen Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus CE Leiden T F Datum December 2010 Auteur(s) M.A.H. Fleuren Opdrachtgever RIVM/Centrum Jeugdgezondheid Projectnummer /01.04 Aantal pagina's 90 (incl. bijlagen) Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TNO. Indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor onderzoeksopdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het TNO-rapport aan direct belanghebbenden is toegestaan TNO

2

3 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 Samenvatting Achtergrond Sinds 1998 worden in Nederland richtlijnen voor de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) ontwikkeld. Een richtlijntraject kan beschouwd worden als een cyclisch innovatieproces dat bestaat uit a) de ontwikkeling van de richtlijn, b) de invoering onder de beoogde gebruikers, en c) het begeleidende evaluatieonderzoek. Vanaf 2007 voert het RIVM/Centrum Jeugdgezondheid, hierna te noemen het Centrum, de regie over de JGZ-richtlijnen. Kijkend naar de innovatiecyclus, kan gesteld worden dat de ontwikkeling van de richtlijnen goed op de rails staat, maar de invoering en de evaluatie niet (meer). Om zijn regiefunctie op de invoering en evaluatie beter te kunnen vormgeven, heeft het Centrum aan TNO gevraagd hiertoe een plan van aanpak uit te werken. Doel Het maken van een plan van aanpak voor a. de landelijke invoering van de JGZrichtlijnen, b. de monitoring van het gebruik van de JGZ-richtlijnen en c. een ondersteuningsstructuur op basis waarvan het Centrum gericht beleid kan ontwikkelen en effectueren. Methode De volgende activiteiten zijn uitgevoerd: 1. Rapporten, artikelen en documenten zijn geraadpleegd over de invoering en onderzoek naar vernieuwingen in algemene zin, en de JGZ-richtlijnen in het bijzonder. Daarnaast zijn aanpalende beroepsverenigingen en (inter)nationale richtlijninstituten geraadpleegd. 2. Op basis van voornoemde onderzoeken, theorieën en ervaringen, werd een conceptplan van aanpak gemaakt voor de landelijke invoering, monitoring en een ondersteuningsstructuur. 3. Het conceptplan werden voorgelegd aan diverse geledingen in het JGZ-veld en daarbuiten. In de JGZ waren dat: (staf)artsen, (staf)verpleegkundigen, managers/hoofden JGZ, beroepsverenigingen (AJN, V&VN, NVDA), koepelorganisaties (Actiz, GGD Nederland), overheden (Ministerie van VWS, VNG), ZonMw en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. 4. De bevindingen van de raadpleging van de geledingen in het JGZ-veld en daarbuiten, werden verwerkt in definitieve plannen van aanpak. Conclusies De resultaten van het project leiden tot de volgende conclusies: Er spelen twee problemen in het richtlijnentraject JGZ, namelijk een kwalitatief en kwantitatief probleem. Het kwalitatieve probleem betreft het ontbreken van een systematische aanpak, waarbij ontwikkeling, invoering en evaluatie aan elkaar gekoppeld zijn. Daarbij ontbreekt een (adequate) ondersteuningsstructuur voor deze systematische aanpak. Het kwantitatieve probleem betreft de randvoorwaarden waarbinnen de richtlijnen worden ingevoerd. Er ontstaat een innovatie-overload wanneer steeds weer nieuwe richtlijnen en andere vernieuwingen op de JGZ afkomen bij ongewijzigd volume in tijd, geld en/of menskracht. Deze disbalans tekent zich sterk af. Het gevolg is dat de daadwerkelijke uitvoering van de richtlijnen in gevaar komt en daarmee de effecten bij de 0-19 jarigen niet worden gerealiseerd.

4 4 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010 Uit de interviews blijkt dat alle geledingen in de JGZ hetzelfde nastreven, namelijk richtlijnen die relevant zijn voor de kwaliteit van zorg en die gebruikt (kunnen) worden. Bij het richtlijnentraject JGZ zijn verschillende landelijke organisaties betrokken, met eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De richtlijnen hebben alleen kans van slagen wanneer al deze organisaties actief betrokken zijn, met oog voor ieders positie en belangen. De geïnterviewden onderschrijven unaniem het belang en de urgentie van systematische invoeringsactiviteiten en monitoring van het gebruik van de richtlijnen onder JGZ-medewerkers. Dit geldt ook voor de koppeling van ontwikkeling, invoering en evaluatie. De plannen van aanpak voor landelijke invoeringsactiviteiten, monitoring en een ondersteuningsstructuur worden breed gedragen. Een knelpunt is dat voor veel activiteiten in de plannen van aanpak geen (structurele) financiering is. Door alle geledingen in de JGZ wordt erkend dat dit nodig is. Er is een grote bereidheid hierover met elkaar in gesprek te gaan en afspraken over te maken. Daarbij ligt ook de vraag voor in hoeverre professionals zelf verantwoordelijk zijn om volgens richtlijnen te werken en daarin geschoold te zijn. Een structuur met implementatiecoördinatoren werd breed onderschreven. Zij fungeren als direct aanspreekpunt voor enerzijds de landelijk organisaties en anderzijds de JGZ-medewerkers die in de lokale organisatie de richtlijnen moeten uitvoeren. Zij kunnen ook een schakel zijn voor de gewenste netwerkvorming van JGZ-organisaties. Een groeiend probleem is de hoeveelheid richtlijnen die ingevoerd (moeten) worden. Er is grote behoefte aan prioritering bij zowel de richtlijnontwikkeling als bij de invoering en criteria hiervoor. Er is dringend behoefte aan een realistische planning van richtlijnontwikkeling, - invoering en monitoring, zodat JGZ-organisaties de richtlijnen kunnen inplannen. Naast onderzoek naar het gebruik van de richtlijnen, is er behoefte aan onderzoek naar de effecten van de richtlijnen bij de 0-19 jarigen. Aanbevelingen voor het Centrum Jeugdgezondheid Gezien zijn regiefunctie wordt aanbevolen dat het Centrum actief de landelijke organisaties in het richtlijnentraject bij elkaar brengt en houdt. Voor alle onderstaande aanbevelingen / problemen geldt dat het wenselijk is dat het Centrum Jeugdgezondheid actief het voortouw neemt en bijeenkomsten organiseert met de landelijk betrokken organisaties waarbij afspraken worden gemaakt over de oplossingen. Voor het geschetste kwalitatieve probleem (systematische aanpak invoering, monitoring en ondersteuningsstructuur) bieden de plannen van aanpak in dit rapport een goede basis om concreet mee aan de slag te gaan. Aanbevolen wordt de plannen ten uitvoer te brengen. Aanbevolen wordt dat het Centrum als een van de eerste activiteiten alle JGZorganisaties benadert om een netwerkstructuur met implementatiecoördinatoren op te zetten. Er dient structurele financiering belegd te worden voor systematische landelijke invoeringactiviteiten, landelijke monitoring van het gebruik van de richtlijnen en een ondersteuningsstructuur. Bij het tot stand komen en maken van afspraken zouden in ieder geval moeten zijn: Ministerie van VWS, de VNG, de beroepsverenigingen, de koepelorganisaties en de IGZ.

5 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 Het geschetste kwantitatieve probleem (randvoorwaarden voor de invoering), verdient nadrukkelijke aandacht en stellinginname van alle landelijk bij de richtlijnen betrokkenen organisaties. De primaire verantwoordelijkheid voor het oplossen van mogelijke knelpunten en keuzes hierin, ligt in handen van de overheden (landelijk en lokaal). De beroepsverenigingen en koepelorganisaties in de JGZ zijn daarbij belangrijke adviseurs. Een prioritering van welke richtlijnen ontwikkeld en ingevoerd worden, moet worden vastgesteld. Dit zou moeten gebeuren in samenspraak tussen de beleidsmakers en het JGZ-veld. In ieder geval zouden betrokken moeten zijn: het Ministerie van VWS, de VNG, de beroepsverenigingen en de koepelorganisaties. Ook is het wenselijk hierbij de IGZ en deskundigen op het terrein van richtlijnontwikkeling en implementatie te betrekken. Het Centrum zou hiervoor een bijeenkomst kunnen organiseren met betrokken partijen. Het is wenselijk dat er een lijst met criteria wordt vastgesteld voor voornoemde prioritering. Het Centrum zou hier een voorzet voor kunnen doen, mede op basis van de bevindingen uit proefimplementaties, waarna de lijst met alle landelijk betrokken organisaties moet worden besproken en vastgesteld. Aanbevolen wordt de output van het werken volgens de richtlijn (sneller) zichtbaar te maken. Dit kan in termen van aantallen vroegtijdig opgespoorde en/of behandelde 0-19 jarigen, gezondheidswinst, kwaliteitswinst of tijdswinst. Bij elke richtlijn zou nagedacht moet worden over zowel implementatie- als evaluatieindicatoren.

6 6 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010

7 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 Dankwoord Dit rapport is tot stand gekomen met de inbreng van diverse personen binnen en buiten de JGZ die bereid waren kritisch naar de inhoud te kijken en meedachten over de toekomst van het richtlijnentraject JGZ. Dank gaat uit naar de professionals en managers JGZ, ActiZ, AJN, GGD Nederland, HKZ, IGZ, KNOV, Ministerie van VWS, NCJ, NHG, NVDA, NVK, RIVM/Centrum Jeugdgezondheid, TNO, VNG, V&VN en ZonMw.

8 8 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010

9 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Dankwoord Inleiding Achtergrond project Opdrachtformulering Doelstelling Afbakening en werkwijze Leeswijzer Methode Inleiding Raadpleging organisaties/geledingen binnen en buiten de JGZ Raadpleging literatuur Integratie gegevens literatuur en raadpleging experts Theoretische achtergrond: essentiële activiteiten en structuren voor de invoering en evaluatie van richtlijnen Inleiding Cyclisch innovatieproces: ontwikkeling, invoering en monitoring/evaluatie Invoering Monitoring en evaluatie Ondersteuningsstructuur Analyse huidige activiteiten en structuren voor de invoering en evaluatie Inleiding Invoeringsactiviteiten Monitoring en evaluatie Ondersteuningsstructuur Raadpleging (staf)artsen, (staf)verpleegkundigen, managers/hoofden JGZ Inleiding Reactie op plannen van aanpak Middelen en randvoorwaarden om activiteiten te kunnen realiseren Hoeveelheid richtlijnen en prioritering bij invoering Prioritering van activiteiten Raadpleging beroepsverenigingen JGZ: AJN, NVDA, V&VN Inleiding Reactie op plannen van aanpak Middelen en randvoorwaarden om activiteiten te kunnen realiseren Hoeveelheid richtlijnen en prioritering bij invoering Prioritering van activiteiten Raadpleging ActiZ, GGD Nederland, IGZ, Ministerie van VWS, VNG en ZonMw Inleiding Reactie op plannen van aanpak... 43

10 10 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December Visie en rol ten aanzien van invoering en monitoring Prioritering van activiteiten Raadpleging ontwikkelaars (JGZ)-richtlijnen Inleiding Rol voor ontwikkelaars bij bijhouden van de literatuur Jaarlijks overzicht stand van zaken Benodigde uren en financiering Raadpleging aan JGZ aanpalende beroepsgroepen: NHG, KNOV, NVK Inleiding Reactie op plannen van aanpak Middelen en randvoorwaarden om activiteiten te kunnen realiseren Hoeveelheid richtlijnen en prioritering bij invoering Werkwijze bij updates Raadpleging instituut kwaliteitsnormen JGZ: HKZ Inleiding Interviewvragen Gegevens over gebruik van JGZ-richtlijnen Raadpleging websites Inleiding Bevindingen Plan voor een ondersteuningsstructuur Inleiding Doel ondersteuningsstructuur Inrichting ondersteuningsstructuur Randvoorwaarden Plan voor activiteiten landelijke invoering Inleiding Doelen invoering JGZ-richtlijnen Invoeringsactiviteiten per fase en doel van het invoeringsproces Randvoorwaarden en benodigde faciliteiten Plan voor monitoring/evaluatie Inleiding Doel monitoring en evaluatie Monitoring en evaluatie van de invoering Evaluatie van de richtlijnen (update) Randvoorwaarden en benodigde faciliteiten Conclusies en aanbevelingen Inleiding Algemeen Ontwikkeling richtlijnen Invoering richtlijnen Monitoring en evaluatie Ondersteuningstructuur Financiering... 83

11 TNO-rapport KvL/P&Z December / Kanttekeningen Aanbevelingen prioritering activiteiten Centrum Afkortingen Referenties... 89

12 12 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010

13 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 1 Inleiding 1.1 Achtergrond project Sinds 1998 worden in Nederland richtlijnen voor de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) ontwikkeld. Vanaf het begin is de inzet geweest het richtlijnentraject in de JGZ systematisch op te zetten opdat de richtlijnen blijvend worden gebruikt zoals bedoeld door de ontwikkelaars. Een richtlijntraject kan beschouwd worden als een cyclisch proces dat bestaat uit a) de ontwikkeling van de richtlijn, b) de invoering van de richtlijn onder de beoogde gebruikers, en c) het begeleidende evaluatieonderzoek. [1,2] Het begeleidende evaluatieonderzoek moet duidelijk maken of het proces door de JGZmedewerker wordt doorlopen zoals gewenst, en of daarmee de effecten bij de einddoelgroep, in dit geval de 0-19 jarige, zijn gerealiseerd. Ontwikkeling, invoering en evaluatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door deze koppeling wordt de kans op daadwerkelijk gebruik van een richtlijn gemaximaliseerd. Onderzoek laat zien dat trajecten die systematisch en planmatig zijn opgezet, minder problemen in de uitvoering laten zien dan trajecten waarbij dit niet is gedaan. [3] Vanaf 2007 voert het RIVM/Centrum Jeugdgezondheid, hierna te noemen het Centrum, de regie over de ontwikkeling, implementatie, het beheer en het onderhoud van de JGZrichtlijnen. Sinds oktober 2010 is het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid de opvolger van het RIVM/Centrum Jeugdgezondheid. Kijkend naar de cyclus van ontwikkeling, invoering en evaluatie, kan gesteld worden dat de ontwikkeling en verspreiding van de JGZ-richtlijnen goed op de rails staan, maar de invoering en de evaluatie niet (meer). [4] Om zijn regiefunctie op de invoering en evaluatie/monitoring beter te kunnen vormgeven, heeft het Centrum aan TNO Kwaliteit van Leven gevraagd hiertoe een plan van aanpak voor de korte en middellange termijn uit te werken. 1.2 Opdrachtformulering Het Centrum vraagt een verdere uitwerking van de volgende onderdelen uit de notitie 'Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg [5]: 1. Het beschrijven van de structuur voor de implementatie van nieuwe richtlijnen (en zij- instromers). Concreet wordt hiermee bedoeld dat onderdeel van de implementatie van richtlijnen waarbij de verspreiding van de richtlijn alléén niet voldoende is maar er aanvullend ondersteunende activiteiten moeten worden ondernomen voordat de JGZ- professional de richtlijn kan toepassen in de praktijk. 2. Het beschrijven van de manier waarop de systematische monitoring van het gebruik van nieuwe richtlijnen (2 jaar na implementatie) kan worden vormgegeven. Hierbij uitgaand van een zo min mogelijke belasting van de praktijk en rekening houdend met bestaande registratiesystemen en ontwikkelingen in de JGZ. 3. Het beschrijven van hoe evaluatieonderzoek van richtlijnen (update 5 jaar na implementatie) kan worden vormgegeven. Hierbij eveneens uitgaand van een zo min mogelijke belasting van de praktijk en rekening houdend met bestaande registratiesystemen en ontwikkelingen in de JGZ. Omdat de ontwikkeling van de JGZ-richtlijnen goed loopt, heeft het Centrum ervoor gekozen de ontwikkelfase niet op te nemen in de opdracht. Vanuit het cyclisch denken

14 14 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010 over richtlijnen komt dit onderdeel wel zijdelings aan bod, namelijk daar waar de raakvlakken zijn met de invoering en evaluatie/monitoring. 1.3 Doelstelling Het doel van het project is een plan van aanpak voor a. de landelijke invoering van de JGZ-richtlijnen, b. de evaluatie/monitoring van de JGZ-richtlijnen en c. een ondersteuningsstructuur op basis waarvan het Centrum gericht beleid kan ontwikkelen en effectueren met betrekking tot zijn regiefunctie en ondersteuning van JGZorganisaties bij de invoering en de monitoring van het gebruik van de JGZ-richtlijnen. Hiertoe zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Het in kaart brengen van activiteiten en structuren die op basis van theoretische kennis, empirisch onderzoek en ervaring essentieel geacht worden voor een goede invoering van de JGZ-richtlijnen. 2. Het in kaart brengen van essentiële onderdelen van een monitoringssysteem die op basis van theoretische kennis, empirisch onderzoek en ervaring essentieel geacht worden voor het systematisch evalueren van het gebruik van de JGZ-richtlijnen. Getracht wordt de monitoring zo op te zetten dat de gegevens niet alleen zicht bieden op het gebruik van de richtlijnen, maar ook op de determinanten van het gebruik. De monitoring moet ook zicht bieden op de noodzaak en richting van een mogelijke update van de richtlijn zélf en/of invoerstrategieën. 3. Het in kaart brengen van een ondersteuningsstructuur voor voornoemde twee punten, op basis van ervaringen binnen en buiten de JGZ. 4. Het uitwerken van de onder 1 tot en met 3 genoemde punten naar een praktisch plan van aanpak dat voorzien is van een verdere invulling en prioritering van activiteiten door raadpleging van diverse geledingen in het JGZ-veld en daarbuiten. 1.4 Afbakening en werkwijze Er is de afgelopen tien jaar veel kennis vergaard over de invoering van de JGZrichtlijnen. Het is niet de bedoeling eerdere studies naar beschikbare kennis over te doen. Daarom wordt voor dit project aangesloten bij en primair gebruik gemaakt van bestaande kennis, ervaringen en werkwijzen zoals onder andere beschreven in het Raamwerk implementatie JGZ-standaarden, het rapport Basisvoorwaarden invoering JGZ-standaarden, de notitie Richtlijnen JGZ, kennissyntheses, reviewstudies en eerder (TNO-) onderzoek naar het gebruik van de JGZ-richtlijnen. [5-7] Omdat het plan van aanpak bedoeld is voor toepassing door het Centrum, is het project uitgevoerd in nauwe samenwerking met medewerkers van het Centrum. Op deze wijze heeft ook overdracht van implementatiekennis en -expertise kunnen plaatsvinden. 1.5 Leeswijzer Voor de lezers die snel een overzicht willen krijgen van het rapport: De opzet van het project is te vinden in de hoofdstukken 2 t/m 4. Hoofdstuk 2 beschrijft de methode, hoofdstuk 3 de theoretische achtergrond en hoofdstuk 4 de huidige stand van zaken met betrekking tot de landelijke invoering, monitoring/evaluatie en de ondersteuningsstructuur daarvoor. De raadpleging van verschillende personen/organisaties binnen en buiten de JGZ met betrekking tot de plannen van aanpak, is beschreven in de hoofdstukken 5 t/m 11.

15 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 De plannen van aanpak met betrekking tot de landelijke invoering, monitoring/evaluatie en de ondersteuningsstructuur zijn beschreven in de hoofdstukken 12 t/m 14. Hierin zijn de resultaten van de raadpleging van personen/organisaties binnen en buiten de JGZ verwerkt. Conclusies en aanbevelingen over de activiteiten die als eerste opgepakt zouden moeten worden en de randvoorwaarden en faciliteiten daarvoor, zijn beschreven in hoofdstuk 15.

16 16 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010

17 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 2 Methode 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze gegevens zijn verzameld en geanalyseerd. Er zijn twee bronnen gebruikt: raadpleging van personen/organisaties binnen en buiten de JGZ (2.2) en raadpleging van literatuur en websites (2.3). 2.2 Raadpleging organisaties/geledingen binnen en buiten de JGZ Geraadpleegde personen De conceptplannen van aanpak met betrekking tot de ondersteuningsstructuur, invoeringsactiviteiten en monitoring/evaluatie werden eerst besproken met en aangevuld door de medewerkers van het Centrum. Vervolgens werden de plannen in enkele bijeenkomsten/interviews voorgelegd aan diverse personen/organisaties/geledingen binnen en buiten de JGZ, te weten: (staf)artsen, (staf)verpleegkundigen, managers/hoofden JGZ Beroepsverenigingen Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN), Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) en Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten (NVDA) ActiZ, GGD Nederland, Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), Ministerie van VWS, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en ZonMw. Ontwikkelaars JGZ-richtlijnen Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ) Interviewvragen Bij de bijeenkomsten/interviews werd een onderscheid gemaakt naar vragen per doelgroep. De vragen zijn beschreven in de hoofdstukken waarin de resultaten worden besproken (hoofdstukken 5 t/m 10). 2.3 Raadpleging literatuur Diverse rapporten, artikelen en documenten over de invoering en onderzoek naar de JGZ-richtlijnen zijn geraadpleegd (zie bronvermeldingen in hoofdstuk 3). Daarnaast zijn personen en websites geraadpleegd van aanpalende beroepsverenigingen en (inter)nationale richtlijninstituten. Daarbij werd specifiek gezocht of gevraagd naar (de effectiviteit van) gehanteerde invoerstrategieën, monitoring/evaluatie en ondersteuningsstructuren. Personen en websites van de volgende organisaties werden geraadpleegd: Contact, Help, Advice and Information Network (CHAIN) Guidelines International Network (G-I-N) Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging (LEVV) National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE) Nederlands Huisartsen Genootschap NHG

18 18 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010 Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) TNO Kwaliteit van Leven Trimbos-instituut 2.4 Integratie gegevens literatuur en raadpleging experts Van alle interviews werden verslagen gemaakt. Deze werden ter correctie en aanvulling aan de geïnterviewden voorgelegd. De commentaren uit de bijeenkomsten en gesprekken zijn verwerkt in de definitieve plannen van aanpak voor de landelijke invoering, monitoring/evaluatie en ondersteuningsstructuur (hoofdstukken 12 t/m 14).

19 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 3 Theoretische achtergrond: essentiële activiteiten en structuren voor de invoering en evaluatie van richtlijnen 3.1 Inleiding Eerst wordt het cyclische innovatieproces beschreven waarvan de invoering en evaluatie onderdeel uitmaken (3.2). Vervolgens wordt een generiek model voor de invoering van richtlijnen gepresenteerd dat in de (jeugd)gezondheidzorg frequent wordt gebruikt (3.3). Daarna wordt de monitoring en evaluatie van het gebruik van de richtlijnen beschreven (3.4). Tot slot komt het belang aan bod van een ondersteuningsstructuur die nodig is voor een systematische invoering en monitoring/evaluatie van de richtlijnen (3.5). Dit hoofdstuk vormt de onderbouwing voor de plannen van aanpak met betrekking tot een ondersteuningsstructuur, invoeringsactiviteiten en monitoringsactiviteiten (hoofdstukken 12 t/m 14). 3.2 Cyclisch innovatieproces: ontwikkeling, invoering en monitoring/evaluatie De invoering en monitoring/evaluatie van het gebruik van een richtlijn kunnen beschouwd worden als onderdelen van het gehele innovatieproces (zie figuur 1). [1] Dit is een cyclisch proces dat idealiter bestaat uit de ontwikkeling van de richtlijn, een analyse van de determinanten van gebruik van de richtlijn bij de beoogde gebruikers, de inzet van invoeringstrategieën die aansluiten bij de gevonden determinanten en het eigenlijke invoeringsproces onder de beoogde gebruikers van de richtlijn. In het invoeringsproces zijn eveneens een aantal fasen te onderscheiden: verspreiding, adoptie, implementatie en continuering (zie figuur 2, paragraaf 3.3.). Tot slot moet het begeleidende monitorings/evaluatieonderzoek duidelijk maken of het resultaat van het innovatieproces voldoet aan de verwachtingen. Een analyse van determinanten en de selectie van invoerstrategieën zijn in figuur 1 als aparte onderdelen opgenomen. In de praktijk maken ze onderdeel uit van de ontwikkelings- en/of invoeringsfase. Op hoofdlijnen bestaat een innovatieproces daarmee uit ontwikkeling, invoering en monitoring/evaluatie. Ontwikkeling Determinanten analyse Selectie invoerstrategieën Invoering(sproces) - verspreiding - adoptie - implementatie - continuering Monitoring en evaluatie Figuur 1: Het cyclische innovatieproces

20 20 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December Invoering Fasen in een invoeringsproces In dit project wordt gebruik gemaakt van een model voor het planmatig invoeren van vernieuwingen dat is gebaseerd op diverse theorieën en modellen en dat in de praktijk zijn waarde heeft bewezen. [3,8-11] Een invoeringsproces bestaat uit vier fasen (figuur 2), namelijk verspreiding, adoptie, implementatie en continuering. Ten eerste moet de JGZ-medewerker op de hoogte zijn van het bestaan van de richtlijn (verspreiding). In de volgende fase zal de JGZ-medewerker de richtlijn bekijken en een positieve of negatieve intentie tot gebruik ontwikkelen (adoptie). De JGZ-medewerker probeert daarna daadwerkelijk met de richtlijn te werken en gaat ervaren wat deze in de praktijk voor hem/haar betekent (implementatie). Tenslotte is het de bedoeling dat het werken met de richtlijn onderdeel wordt van de dagelijkse routine van de gebruiker (continuering). In de praktijk is er vaak geen duidelijke scheidslijn en lopen de vier fasen in elkaar over. In het vervolg zullen implementatie en continuering daarom veelal samen genomen worden. Determinanten Fasen invoeringsproces Kenmerken van de richtlijn Kenmerken van gebruiker Invoerstrategie(ën): - betrokkenheid ontwikkeling - promotie/voorlichting - training/begeleiding - uitwisseling ervaringen - support in organisatie Verspreiding Adoptie Kenmerken van de organisatie Implementatie Kenmerken van de omgeving Continuering Figuur 2: Generiek model voor het invoeren van vernieuwingen, zoals richtlijnen [3] Determinanten In elke fase kunnen er complicaties optreden. Verschillende determinanten zijn van invloed op dit proces. [3,10,12,13] Ze zijn onder te verdelen naar kenmerken van: de richtlijn zelf, bijvoorbeeld ervaren relevantie; de JGZ-medewerker, bijvoorbeeld taakopvatting; de organisatie waarin de richtlijn wordt ingevoerd, bijvoorbeeld besluitvormingsstructuur, tijd, geld; de sociaal-politieke omgeving, bijvoorbeeld medewerking van 0-19 jarigen en hun ouders/verzorgers, disciplines in de zorgketen of het overheidsbeleid. In het model vormt de JGZ-medewerker een cruciale schakel; hij/zij bepaalt uiteindelijk in welke mate de zorg conform de richtlijn geleverd wordt. De JGZ-medewerker werkt

21 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 echter niet geïsoleerd. Daarom is het van belang ook de kenmerken van de organisatie waarin hij/zij werkzaam is en de bredere context in ogenschouw te nemen. [14-16] Het is nodig om per fase inzicht te krijgen in welke determinanten de invoering belemmeren of bevorderen. Deze analyse van determinanten vindt plaats onder de toekomstige gebruikers van een JGZ-richtlijn, vóórdat deze definitief is en verspreid wordt. Alleen dan kan een invoerstrategie worden ontworpen die aangrijpt op de relevant gebleken determinanten. [3,12,13,17,18] Voor de JGZ-richtlijnen gebeurt een dergelijke analyse in de vorm van een proefimplementatie. Er is een lijst met 50 potentieel relevante determinanten die kritiek geacht worden voor succesvolle invoering van innovaties. De lijst kwam tot stand via een literatuurreview met aansluitend een Delphi-onderzoek onder implementatiedeskundigen. [3,13] Deze lijst wordt gebruikt bij de proefimplementaties en onderzoek naar het gebruik van de JGZ-richtlijnen (zie 3.4) Invoerstrategieën Een invoerstrategie verwijst naar een geheel van activiteiten dat systematisch en planmatig wordt ontwikkeld met het oog op het bevorderen van de kennisname van de richtlijn (verspreiding), de intentie tot gebruik (adoptie), het daadwerkelijk gebruik (implementatie) en de continuering van gebruik van de richtlijn door de JGZmedewerker. De invoerstrategie dient zodanig gekozen te worden dat deze ingrijpt op en/of aansluit bij de determinanten die zijn gevonden in de determinantenanalyse. Omdat determinanten afhankelijk zijn van het soort richtlijn en de context waar deze wordt ingevoerd, betekent dit maatwerk. Toch bieden innovatietheorieën, onderzoeksbevindingen en ervaring voldoende handvatten om in algemene zin iets te zeggen over activiteiten en voorwaarden voor de invoering. In algemene zin kan gezegd worden dat bij de invoering van vernieuwingen het beste gebruik kan worden gemaakt van een combinatie van een top-down en een bottom-up benadering waarbij het creëren van draagvlak bij de gebruikers een belangrijke rol inneemt. [8] Samenvattend gaat het om de volgende zaken [3,10,15,16,19-21]: a. Betrokkenheid bij richtlijnontwikkeling (adoptie- en implementatiefase) De basis vormt een relevante richtlijn die de JGZ-medewerker voorziet van concrete en eenduidige handelingsvoorschriften (ontwikkeling). De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de ontwikkelaar, die de beoogde gebruikers bij de ontwikkeling moet betrekken (bijvoorbeeld in een proefimplementatie). Een gedegen determinantenanalyse onder de beoogde gebruikers legt een aanvullende basis onder de selectie van strategieën ter ondersteuning van het invoeringsproces. b. Actieve promotie en voorlichting (verspreiding- en adoptiefase) De richtlijn moet actief gepromoot worden via communicatie over de richtlijn die is aangepast aan de omstandigheden van de JGZ-medewerker. Het betreft zowel massamediale als inter-persoonlijke communicatie. Inter-persoonlijke communicatie is van belang om op de organisatie en/of op de JGZ-medewerker toegesneden veranderingsplannen te kunnen maken, rekening houdend met de (on)mogelijkheden van de uitgangssituatie waarin de JGZ-medewerker verkeert. c. Training en begeleiding op de werkplek (implementatie- en continueringfase) Training en begeleiding moet plaatsvinden bij het eerste gebruik van de richtlijn en het vervolggebruik, aangepast aan de omstandigheden en het niveau van de JGZmedewerker. Het is belangrijk dat de eerste ervaringen die mensen opdoen met het werken met een richtlijn als een succes worden ervaren. Een eenmalige training of scholing is daarvoor doorgaans onvoldoende omdat later in de praktijk onverwachte uitvoeringsproblemen kunnen optreden die om een reactie vragen. Via begeleiding op de werkplek en/of de inzet van ervaren collega s kunnen waar nodig doelen worden bijgesteld en aanvullende ondersteuning worden geboden.

22 22 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010 d. Uitwisseling van ervaringen (implementatie- en continueringfase) JGZ-medewerkers moeten ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaars ervaringen kunnen leren. Op individueel niveau kan dit via intervisie, intercollegiale toetsing of een gesloten forum via het web. Op organisatieniveau en landelijk niveau dient een ondersteuningsstructuur te zorgen voor een gerichte uitwisseling tussen organisaties/jgz-medewerkers. e. Support en integratie in organisatie en werkprocessen (implementatie- en continueringfase) Er moet support zijn op organisatieniveau. Ook moet een integratie plaatsvinden van de richtlijn in bestaande activiteiten en in werkprocessen, en de richtlijn moet worden opgenomen in het kwaliteitssysteem. Daarnaast dienen voorzieningen getroffen te worden om de mogelijk negatieve gevolgen door personeelverloop en de komst van nieuwkomers te kunnen opvangen. 3.4 Monitoring en evaluatie Soorten evaluatieonderzoek Er is soms spraakverwarring over de term evaluatie als het gaat om richtlijnen. Er zijn grofweg vier soorten evaluatieonderzoek te onderscheiden [22]: a. Evaluatie van het effect van de richtlijn Bij dit onderzoek gaat het om een evaluatie van de effecten van de richtlijn bij de einddoelgroep (0-19 jarigen). Bijvoorbeeld: leidt gebruik van de richtlijn tot een betere opsporing van aangeboren hartafwijkingen, een betere kwaliteit van leven of minder gezondheidsschade? b Evaluatie van de invoering Bij dit onderzoek gaat het om (determinanten van) de mate van verspreiding, adoptie, het gebruik en de continuering van het gebruik van de richtlijnen, in relatie tot de uitgevoerde invoeringsactiviteiten. Ook het uitvoeren van een c proefimplementatie valt hieronder (zie paragraaf 3.3.2). Evaluatie van de richtlijn (update) Hierbij gaat het om de vraag of er een update van de gehele richtlijn moet komen of op onderdelen ervan. d. Evaluatie van de kosten Bij dit onderzoek gaat het over de kosten die met de invoering van de richtlijn gepaard gaan. Er zijn drie soorten kosten te onderscheiden: a. kosten van de ontwikkeling van de richtlijn, b. kosten van de invoering en c. kosten van de effecten die, als gevolg van de gedragsverandering door de richtlijn, zijn bewerkstelligd. [23] In het onderhavige project gaat het om de onder b en c genoemde soorten onderzoek Evaluatie van de invoering Belang van monitoring en evaluatie Wanneer de effecten van een richtlijn bij de einddoelgroep uitblijven, dan is de vraag of de richtlijn niet effectief was of dat de richtlijn niet (goed) is ingevoerd. Als met dit laatste geen rekening wordt gehouden, loopt men het gevaar ten onrechte te concluderen dat de richtlijn niet werkt, terwijl deze in feite niet (goed) is ingevoerd. Daarom is het belangrijk onderzoek te doen naar de invoering van de richtlijnen. Zoals gezegd gaat het hierbij om (determinanten van) de mate van verspreiding, adoptie, het gebruik en de continuering van het gebruik van een richtlijn, in relatie tot de uitgevoerde determinantenanalyse en invoerstrategieën. [3,15,16,18] Dit betekent ook dat het effect van de ingezette invoerstrategieën onderzocht wordt.

23 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 De gegevens die uit het onderzoek voortkomen bieden inzicht in de noodzaak en (on)mogelijkheden voor een gerichte bijstelling van de invoerstrategie en/of ondersteuningsstructuur. Op basis daarvan kan gericht beleid worden ontwikkeld dat het gebruik van de richtlijnen maximaliseert en onder Regie van het Centrum kan worden geëffectueerd. Kernelementen richtlijnen en indicatoren Om het gebruik van een richtlijn te kunnen meten is een vereiste dat de kernelementen uit de richtlijn volledig en gedetailleerd beschreven zijn. Kernelementen zijn die activiteiten/aanbevelingen in de richtlijn die in ieder geval uitgevoerd of juist niet uitgevoerd moeten worden om het effect van de richtlijn bij de 0-19 jarige te bewerkstelligen [24] Als niet duidelijk is waaruit een richtlijn bestaat en wat er van de gebruikers verwacht wordt, is het onmogelijk om te meten in hoeverre de richtlijn is uitgevoerd. Indicatoren worden afgeleid van de kernelementen. In de regel zijn er meer kernelementen dan indicatoren omdat niet ieder kernelement gemakkelijk in maat en getal uit te drukken is. Bijvoorbeeld als het gaat om gespreksvoering met ouders/verzorgers in het kader van de JGZ-richtlijn Secundaire Preventie van Kindermishandeling, dan is niet alleen de vraag óf er een gesprek is gevoerd, maar vooral ook hóe het gesprek is gevoerd. Sloot het gesprek bijvoorbeeld aan bij de belevingswereld van de ouders/verzorgers? Meten van gebruik De mate van gebruik en het verband dat wordt gevonden met bepaalde determinanten zal afhangen van de wijze waarop het gebruik is geoperationaliseerd en bij wie er is gemeten. [3] In de praktijk blijkt dat de mate van gebruik op zeer verschillende manieren wordt bepaald. Zo wordt het niveau van gebruik gemeten (geen gebruik, volledig gebruik en aangepast gebruik), de omvang van het gebruik (hoeveel onderdelen zijn gebruikt), de frequentie van gebruik (hoe vaak de richtlijn wordt gebruikt), de intensiteit van het gebruik (door hoeveel personen de richtlijn wordt gebruikt) en de duur van het gebruik. Een onderzoek waarin bijvoorbeeld aan de manager in de organisatie is gevraagd of de richtlijn wordt gebruikt, genereert andere uitkomsten dan wanneer in dezelfde organisatie het gebruik is gemeten per onderdeel van de richtlijn en bij een substantiële groep van gebruikers. [3] In algemene zin kan gezegd worden dat het gebruik van een richtlijn per kernelement uit de richtlijn gemeten dient te worden. Algemene vragen als Gebruikt u de richtlijn? geven een overschatting van het gebruik. Daarnaast verschillende de determinanten die het gebruik van een afzonderlijk kernelement bepalen. [15,16] Ook om die reden is meting per kernelement noodzakelijk omdat anders geen gerichte invoerstrategie kan worden ingezet om het gebruik van het specifieke kernelement te verhogen. Meetmethoden Er zijn verschillende methoden om het gebruik van de richtlijnen te meten zoals vragenlijsten, registraties, (focusgroep)interviews, observaties of een analyse van bestaand materiaal of dossiers. Daarnaast is er de keuze tussen zelfrapportage of onderzoek door anderen. De gevonden mate van gebruik zal mede afhangen van de gekozen meetmethode. Het is bijvoorbeeld bekend is dat gerapporteerd gedrag (via vragenlijsten) een systematische vertekening geeft in het werkelijke gebruik. [25] Doorgaans blijkt het gerapporteerde gedrag fors hoger te liggen (± 30%) dan wanneer het op objectieve wijze wordt vastgesteld. Waar mogelijk wordt geadviseerd om verschillende methoden gelijktijdig te gebruiken om het gebruik van een richtlijn vast te

24 24 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010 stellen. Voor een overzicht van de voor- en nadelen van verschillende meetmethoden wordt verwezen naar diverse boeken over onderzoeksmethoden en -technieken. Meetniveau Bij de invoering van de JGZ-richtlijnen zijn verschillende subniveaus te onderscheiden (zie figuur 3). Op landelijk niveau zijn dit de richtlijnontwikkelaars, in de JGZorganisaties de individuele medewerkers (intermediaire gebruikers) en de 0-19 jarigen en hun ouders/verzorgers (eindgebruikers). Op al deze niveaus kan er verlies in gebruik van de richtlijn optreden. [10] Mensen interpreteren bijvoorbeeld de kernelementen van de richtlijn anders of voeren ze anders uit, of voeren maar een deel ervan uit. Dit betekent in feite dat op alle niveaus gemeten moet worden of en wat het verlies is, dus in termen van verspreiding, adoptie, gebruik en continuering en de determinanten daarvan (reden waarom het verlies wel/niet is opgetreden) Evaluatie van de richtlijn (update) In de meeste richtlijntrajecten wordt na vijf jaar bekeken of een herziening/update van een richtlijn nodig is. Daarvoor wordt in de regel een literatuursearch gedaan om na te gaan of er nieuwe kennis beschikbaar is. Daarnaast worden de resultaten uit de proefimplementatie en het onderzoek naar de invoering (zie 3.4.2) gebruikt voor een update van een richtlijn. Immers zowel nieuwe kennis als uitvoeringsproblemen in de praktijk kunnen aanleiding zijn een update van een richtlijn te maken. Er is geen literatuur bekend die criteria biedt voor het (proces van) herzien/updaten van een richtlijn. Het updaten/herzien van een richtlijn is niet in alle richtlijntrajecten systematisch opgenomen. Met uitzondering van het NHG, zeggen veel organisaties dat dit een punt van zorg is. [7] Financiering ontbreekt veelal en het initiatief tot een herziening/update leunt vaak op het initiatief en de vrijwillige inzet van individuele personen. 3.5 Ondersteuningsstructuur Het hebben van een ondersteuningsstructuur voor de invoering en monitoring/evaluatie van het gebruik van de JGZ-richtlijnen is wezenlijk. Deze structuur is nodig om informatie, ondersteuning en ervaringen te kunnen uitwisselen tussen verschillende organisaties en personen die betrokken zijn bij het richtlijntraject. [10, 26] Bij innovatieprocessen zijn in veel gevallen drie subsystemen te onderscheiden (figuur 3). 1 Toegepast op de ontwikkeling en invoering van de JGZ-richtlijnen bestaat er op het landelijk (macro) niveau een kennisinfrastructuur die richtlijnen ontwikkelt en aanbiedt aan de sector. Binnen de landelijke infrastructuur zijn vier verantwoordelijkheden te onderscheiden: (1) primair verantwoordelijk voor het kennisbeleid zijn het Ministerie van VWS, VNG, ActiZ, GGD Nederland, IGZ en de beroepsverenigingen, (2) voor de kennisprogrammering is dat ZonMw, (3) voor de kennisontwikkeling de universiteiten en onderzoeksinstituten zoals TNO, en (4) voor de kennistoepassing het Centrum Jeugdgezondheid en de opleidingsinstituten. Op het mesoniveau zijn de intermediaire gebruikers (artsen, verpleegkundigen en doktersassistenten) primair verantwoordelijk voor de uitvoering, zodat op microniveau de uiteindelijke doelgroep (0-19 jarige, ouders/verzorgers) de zorg/richtlijn krijgen aangeboden zoals bedoeld. Deze organisaties grijpen als radertjes in elkaar, met elk eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het richtlijnentraject in de JGZ zal alleen kans van slagen hebben wanneer al deze organisaties elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid actief betrokken zijn en zich committeren aan de realisatie van de overeengekomen innovatiedoelen. 1 Figuur overgenomen met toestemming van auteur (TGWM Paulussen)

25 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 Macro niveau Externe ontwikkelaar Innovatie zoals bedoeld Meso niveau Intermediaire gebruiker Innovatie zoals geïmplementeer Micro niveau Eind gebruiker Innovatie zoals gerealiseerd Figuur 3: Onderscheiden invoeringsniveaus bij ontwikkeling en invoering JGZ-richtlijnen [26]

26 26 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010

27 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 4 Analyse huidige activiteiten en structuren voor de invoering en evaluatie 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de huidige wijze van invoering (4.2) en monitoring/evaluatie (4.3) beschreven, evenals de huidige ondersteuningsstructuur (4.4). Tevens worden knelpunten, lacunes en bevorderende factoren bij de huidige situatie beschreven. 4.2 Invoeringsactiviteiten Betrokkenheid gebruikers bij richtlijnontwikkeling Huidige werkwijze Toekomstige gebruikers worden betrokken bij de ontwikkeling van JGZ-richtlijnen via: Het (jaarlijks) aandragen van relevante onderwerpen voor richtlijnontwikkeling; Vertegenwoordiging in de werkgroep die de richtlijn ontwikkelt; Landelijke commentaarronde op de conceptrichtlijn; Deelname aan proefimplementaties; Accordering van de definitieve richtlijn door de beroepsgroepen. Knelpunten en lacunes Er is onvoldoende bereik van (uitvoerende) JGZ-medewerkers voor het aandragen van nieuwe onderwerpen voor richtlijnontwikkeling. De in de proefimplementatie aangegeven wensen omtrent lay-out en verschijningsvorm worden niet altijd gerealiseerd, zoals de wens de oorspronkelijke kleurstelling (iedere richtlijn een andere kleur ter herkenning) te handhaven en de plastic kaarten, naast A-4 formaat, óók op A-5 formaat te drukken voor in de agenda. De wenselijkheid en bruikbaarheid van ondersteunende materialen zoals voorlichtingmateriaal of computerondersteuning zijn onvoldoende onderzocht. Bevorderende factoren De subsidiegever stelt vaste eisen aan de ontwikkeling van de richtlijnen, zoals het verrichten van een proefimplementatie, de ontwikkeling van indicatoren, afstemming hiervan met de IGZ en een plan voor de landelijke invoering Actieve promotie en voorlichting Huidige werkwijze De richtlijnen worden verspreid via het Centrum. Een keer per jaar vraagt het Centrum de managers/hoofden JGZ het aantal artsen, verpleegkundigen en doktersassistenten in hun organisatie door te geven evenals het aantal werklocaties. Voor iedere individuele JGZ-medewerker is per richtlijn de samenvatting en plastic kaart beschikbaar. Voor ieder werklocatie is een boek beschikbaar. De richtlijnen worden landelijk gefinancierd en kosteloos beschikbaar gesteld aan de JGZorganisaties en JGZ-medewerkers. De richtlijnen zijn in digitale vorm beschikbaar via de websites van het Centrum, de beroepsverenigingen (AJN, V&VN, NVDA) en de koepelorganisaties (GGD Nederland en ActiZ). Er worden nieuwsbrieven gemaakt en berichten in het nieuwsbulletin van het Centrum over het bestaan van de richtlijnen.

28 28 / 90 TNO-rapport KvL/P&Z December 2010 Voor recente richtlijnen vinden zogenaamde regiotours plaats waarbij de richtlijnen worden toegelicht door het Centrum en door de ontwikkelaars. Alle opleidingen JGZ krijgen een exemplaar van de richtlijnen. Alle geledingen in de JGZ (Adviesraad van het Centrum Jeugdgezondheid, Richtlijn Advies Commissie, AJN, V&VN, NVDA, ActiZ, GGD Nederland, Nederlands Jeugdinstituut (NJi), ZonMw, Ministerie, IGZ, VNG) en beroepsverenigingen in de zorgketen (NVK, NHG) krijgen een exemplaar van de richtlijnen. Knelpunten en lacunes Promotie en interactieve voorlichtingsactiviteiten aangepast aan het niveau en de context van de individuele gebruiker ontbreken veelal. [15,16] De richtlijnen hebben nog geen structurele plaats in de beroepsopleidingen van artsen, verpleegkundigen en doktersassistenten. Het gaat dan enerzijds om onderwijs over het nut en de noodzaak van de ontwikkeling en invoering van de richtlijnen en anders inhoudelijk onderwijs dat is gebaseerd op en refereert aan de richtlijnen. [15,16] Bevorderende factoren De richtlijnen worden kosteloos beschikbaar gesteld voor iedere professional in de JGZ. De richtlijnen zijn digitaal beschikbaar Training en begeleiding op de werkplek Huidige werkwijze Met uitzondering van de richtlijnen Aangeboren hartafwijkingen en Secundaire preventie kindermishandeling, wordt op basis van de proefimplementatie geen specifieke landelijke scholing ontwikkeld en uitgevoerd. JGZ-organisaties hebben een eigen scholingsbudget en beslissen zelf over de inzet van dit budget met betrekking tot scholing rondom de richtlijnen. Bij ActiZ is in de CAO vastgelegd dat 3% van de loonsom besteed wordt aan bijscholing (mededeling ActiZ). Voor de GGDen is geen algemeen beeld te schetsen (mededeling GGD Nederland). Sommige organisaties hebben nauwelijks iets geregeld. In andere organisaties hebben medewerkers (verplichte) scholingdagen die volledig worden vergoed in tijd en geld, en/of een persoonlijk opleidingsbudget (mededeling AJN). Knelpunten en lacunes De landelijke scholing rondom aangeboren hartafwijkingen verschilde in tijdstip en vorm tussen disciplines. Dit werd als onwenselijk ervaren. [7] Afhankelijk van de richtlijn zegt 60-80% van de JGZ-medewerkers scholing te hebben gehad over de richtlijn. Deze percentages zijn vrij laag. Afhankelijk van de richtlijn zegt 3-28% van de JGZ-medewerkers individuele begeleiding te hebben gehad bij het (in)werken volgens de richtlijnen. [7,15,16] Na een initiële landelijke scholing, vindt dus nauwelijks vervolgscholing plaats, aangepast aan het kennis- en vaardighedenniveau van de individuele JGZmedwerker en zijn/haar context. Het belang van vervolgscholing wordt onderstreept doordat de eigen-effectiviteitsverwachting de belangrijkste voorspeller blijkt te zijn van het gebruik van de kernelementen van alle richtlijnen. [15,16] Het gaat hier in de kern gaat om vaardigheden waar men over moet beschikken om de richtlijnen te kunnen uitvoeren en die te leren zijn via onder andere begeleiding op de werkplek. De 3% van de loonsom voor scholing in de CAO van ActiZ is niet op individueel niveau vastgelegd (mededeling ActiZ). Als bijvoorbeeld een jeugdarts de opleiding arts Maatschappij & Gezondheid volgt, is daarmee een groot deel van het budget op. Sommige organisaties geven de professionals een aantal vrij te besteden bijscholingsuren of budget, maar dat is geen landelijk beleid. Veel bijscholingsuren worden gebruikt wanneer voor nieuwe interventies bijscholing nodig is,

29 TNO-rapport KvL/P&Z December / 90 bijvoorbeeld bij de invoering van Triple P, Samen Starten, de invoering van het digitaal dossier JGZ of de nieuwe samenwerkingsvormen in het Centrum voor Jeugd en Gezin. De bijscholing rond de richtlijnen concurreert daarmee met nieuwe beleidszaken, aldus ActiZ. Er is geen structureel aanbod aan bij- en nascholing rondom de onderwerpen van de richtlijnen. Bevorderende factoren Uit de proefimplementaties wordt duidelijk op welke punten scholing nodig is, welke differentiatie er naar disciplines aangebracht moet worden en hoe intensief de scholing per richtlijn moet zijn. Tevens zijn er diverse onderwijsinstellingen in de JGZ die een scholingsaanbod gericht op een specifieke richtlijn kunnen ontwikkelen en aanbieden, al dan niet in het kader van bij- en nascholing Uitwisseling van ervaringen Huidige situatie Uitwisseling van ervaringen vindt plaats in de proefimplementaties. In de regiotours die voor recente richtlijnen plaatsvinden, kunnen ervaringen worden uitgewisseld. Daarnaast organiseert het Centrum samen met NJi kenniskringen die uitwisseling van ervaringen tussen organisaties mogelijk maken. Het Centrum verzamelt vragen/problemen bij het werken met de richtlijnen en geeft antwoorden/oplossingen waar mogelijk en heeft in die hoedanigheid een functie als helpdesk. JGZ-organisaties vullen zelf in of en hoe individuele JGZ-medewerkers ervaringen kunnen uitwisselen en kunnen leren van elkaars ervaringen. Knelpunten en lacunes Er is geen landelijke dekkende ondersteuningsstructuur die faciliteert dat organisaties/jgz-medewerkers onderling ervaringen kunnen uitwisselen rondom de richtlijnen. Afhankelijk van de richtlijn, zegt tussen de 20-60% van de JGZ-medewerkers dat het gebruik van de richtlijnen informeel wordt gemonitored, via werkoverleg, intercollegiale toetsing, intervisie, casuïstiekbespreking of via de direct leidinggevende. [15,16] Deze percentages zijn vrij laag. Alleen voor de richtlijn Visuele stoornissen is op basis van het landelijke evaluatieonderzoek een document met Frequently Asked Questions (FAQ) gemaakt dat via de websites van beroepsverenigingen en koepelorganisaties beschikbaar was. Dit document wordt op vrijwillige basis en in eigen tijd door de ontwikkelaars van de richtlijn bijgehouden. Voor de overige richtlijnen is geen FAQ beschikbaar Support en integratie in organisatie en werkprocessen Huidige situatie JGZ-organisaties vullen zelf in of en hoe ondersteunende activiteiten plaatsvinden ter bevordering van het gebruik van de richtlijnen, evenals de wijze van inbedding van de richtlijnen in de organisatie. De JGZ-richtlijnen maken onderdeel uit van het kwaliteitssysteem (HKZ) in de JGZ. Knelpunten en lacunes JGZ-organisaties ontplooien nauwelijks activiteiten ter continuering van het gebruik van de richtlijnen. [15,16] Het ligt in de lijn der verwachtingen dat nieuwkomers, na de initiële verspreiding, slechter op de hoogte en in het bezit van de richtlijnen zullen zijn dan de zittende medewerkers. Afhankelijk van de richtlijn zegt tussen de 50-65% van de JGZ-medewerkers dat er tijd en geld is ingeruimd om ingewerkt te raken in het gebruik van een richtlijn.

Essentiële activiteiten en infrastructuur voor de landelijke invoering en monitoring van het gebruik van de JGZ-richtlijnen

Essentiële activiteiten en infrastructuur voor de landelijke invoering en monitoring van het gebruik van de JGZ-richtlijnen Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research TNO-rapport KvL/P&Z 2010.086 Essentiële activiteiten en infrastructuur

Nadere informatie

TNO-rapport Zicht op het gebruik van de JGZ-standaard Opsporing van Visuele Stoornissen 0-19 jaar

TNO-rapport Zicht op het gebruik van de JGZ-standaard Opsporing van Visuele Stoornissen 0-19 jaar Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research KvL/JPB 2006.036 TNO-rapport Zicht op het gebruik van de JGZ-standaard

Nadere informatie

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling.

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Rapport Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Auteurs: F.J.M. van Leerdam 1 K. Kooijman 2 F. Öry 1 M. Landweer 3 1: TNO Preventie en Gezondheid Postbus

Nadere informatie

Effectonderzoek proefimplementatie JGZ-richtlijn secundaire preventie kindermishandeling

Effectonderzoek proefimplementatie JGZ-richtlijn secundaire preventie kindermishandeling TNO-rapport KvL/P&Z 2009.065 Effectonderzoek proefimplementatie JGZ-richtlijn secundaire preventie kindermishandeling Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71

Nadere informatie

Leidraad Implementatie Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg

Leidraad Implementatie Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg Leidraad Implementatie Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg Inleiding Voor het implementeren van JGZ-Richtlijnen is een systematische en planmatige aanpak van wenselijk. Uit onderzoek en praktijk is bekend

Nadere informatie

Landelijke implementatie JGZ-standaard Vroegtijdige Opsporing van Aangeboren Hartafwijkingen 0-19 jaar

Landelijke implementatie JGZ-standaard Vroegtijdige Opsporing van Aangeboren Hartafwijkingen 0-19 jaar TNO-rapport KvL/B&G 2007.119 Landelijke implementatie JGZ-standaard Vroegtijdige Opsporing van Aangeboren Hartafwijkingen 0-19 jaar Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl

Nadere informatie

Casusbeschrijving richtlijnen: ontwikkeling en toepassing van een analyseinstrument

Casusbeschrijving richtlijnen: ontwikkeling en toepassing van een analyseinstrument TNO-rapport KvL/P&Z 2009.097 Casusbeschrijving richtlijnen: ontwikkeling en toepassing van een analyseinstrument Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518

Nadere informatie

Determinantenanalyse/proefimplementatie JGZ-richtlijn kleine lengte

Determinantenanalyse/proefimplementatie JGZ-richtlijn kleine lengte TNO-rapport KvL/P&Z/2009.022 Determinantenanalyse/proefimplementatie JGZ-richtlijn kleine lengte Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 15 269 54 43 F +31 15 269

Nadere informatie

Basisvoorwaarden voor implementatie en borging van de standaarden Jeugdgezondheidszorg

Basisvoorwaarden voor implementatie en borging van de standaarden Jeugdgezondheidszorg TNO-rapport KvL/B&G 2006.075 Basisvoorwaarden voor implementatie en borging van de standaarden Jeugdgezondheidszorg Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T 071 518

Nadere informatie

Richtlijnen Jeugdzorg aanbevelingen voor de praktijk

Richtlijnen Jeugdzorg aanbevelingen voor de praktijk Richtlijnen Jeugdzorg aanbevelingen voor de praktijk Richtlijnen in de jeugdzorg: onderbouwing voor landelijke invoering 2014 Nederlands Jeugdinstituut te Utrecht, TNO te Leiden, Weeda Consult te Maarssen.

Nadere informatie

Determinantenanalyse / Proefimplementatie JGZ-richtlijn opsporing van visuele stoornissen 0-19 jaar (1 e herziening)

Determinantenanalyse / Proefimplementatie JGZ-richtlijn opsporing van visuele stoornissen 0-19 jaar (1 e herziening) TNO-rapport KvL/P&Z 2010.004 Determinantenanalyse / Proefimplementatie JGZ-richtlijn opsporing van visuele stoornissen 0-19 jaar (1 e herziening) Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE

Nadere informatie

Adviesrapport meten van het gebruik van de JGZ-richtlijnen

Adviesrapport meten van het gebruik van de JGZ-richtlijnen TNO-rapport 2014 TNO LS R10223 Eindrapport Adviesrapport meten van het gebruik van de JGZ-richtlijnen Wassenaarseweg 56 2333 AL Leiden Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 88 866 90 00 F +31 88

Nadere informatie

Determinantenanalyse & Proefimplementatie JGZ-richtlijn Huid

Determinantenanalyse & Proefimplementatie JGZ-richtlijn Huid TNO-rapport TNO/LS/2011.046 Determinantenanalyse & Proefimplementatie JGZ-richtlijn Huid Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL Leiden Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31

Nadere informatie

Basisvoorwaarden voor de implementatie van de KNGF-richtlijnen

Basisvoorwaarden voor de implementatie van de KNGF-richtlijnen TNO-rapport KvL/B&G 2007.139 Basisvoorwaarden voor de implementatie van de KNGF-richtlijnen Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T 071 518 18 18 F 071 518 19 10 info-zorg@tno.nl

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

INTRODUCTIE TOOLBOX voor GEBRUIKERS. duurzame plaatsing van werknemers met autisme

INTRODUCTIE TOOLBOX voor GEBRUIKERS. duurzame plaatsing van werknemers met autisme INTRODUCTIE TOOLBOX voor GEBRUIKERS duurzame plaatsing van werknemers met autisme 1 Welkom bij toolbox AUTIPROOF WERKT Autiproof Werkt is een gereedschapskist met instrumenten die gebruikt kan worden bij

Nadere informatie

Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind!

Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind! Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind! Samen verder, samen beter! Iedere vrouw heeft recht op professionele geboortezorg die haar en haar gezin in het proces van kinderwens, zwangerschap,

Nadere informatie

Determinantenanalyse (Proefimplementatie) JGZ-richtlijn Zindelijkheid

Determinantenanalyse (Proefimplementatie) JGZ-richtlijn Zindelijkheid TNO-rapport KvL/P&Z/2010.080 Determinantenanalyse (Proefimplementatie) JGZ-richtlijn Zindelijkheid Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 88 866 90 00 F +31 88

Nadere informatie

Meetinstrument voor Determinanten van Innovaties (MIDI)

Meetinstrument voor Determinanten van Innovaties (MIDI) Meetinstrument voor Determinanten van Innovaties (MIDI) Wanneer u de vragenlijst gebruikt, dient u te verwijzen naar het artikel Towards a measurement instrument for determinants of innovations over de

Nadere informatie

Ontwikkeling van een beweegnorm voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen

Ontwikkeling van een beweegnorm voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen TNO-rapport KvL/B&G 2008.046 Ontwikkeling van een beweegnorm voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518 18 18

Nadere informatie

AMC. Landelijke capaciteit meting in de Jeugdgezondheidszorg - Factsheet-

AMC. Landelijke capaciteit meting in de Jeugdgezondheidszorg - Factsheet- AMC Landelijke capaciteit meting in de Jeugdgezondheidszorg - Factsheet- 2014 M.Jambroes,AIOS M&G, MPH, Prof.dr.M.L.Essink-Bot, arts M&G AMC, afdeling Sociale Geneeskunde De gezondheid van de Nederlandse

Nadere informatie

Kennissynthese van condities voor effectieve invoering van jeugdinterventies

Kennissynthese van condities voor effectieve invoering van jeugdinterventies TNO-rapport KvL/P&Z/2009.021 Kennissynthese van condities voor effectieve invoering van jeugdinterventies Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518 18 18 F

Nadere informatie

Deelrapportage 1: Opzet van het project. Project verandering van spijs. TNO Kwaliteit van Leven. TNO-rapport. KvL/APRO/2007.

Deelrapportage 1: Opzet van het project. Project verandering van spijs. TNO Kwaliteit van Leven. TNO-rapport. KvL/APRO/2007. TNO Kwaliteit van Leven TNO-rapport KvL/APRO/2007.198/11410/Hef/stn Deelrapportage 1: Opzet van het project Arbeid Polarisavenue 151 Postbus 718 2130 AS Hoofddorp www.tno.nl/arbeid T 023 554 93 93 F 023

Nadere informatie

Resultaten van de proefimplementatie van de richtlijn overgewicht voor de Jeugdgezondheidszorg 2-11-2011

Resultaten van de proefimplementatie van de richtlijn overgewicht voor de Jeugdgezondheidszorg 2-11-2011 Resultaten van de proefimplementatie van de richtlijn overgewicht voor de Jeugdgezondheidszorg 2-11-2011 Inleiding In opdracht van ZonMw is de richtlijn Overgewicht voor de Jeugdgezondheidszorg ontwikkeld.

Nadere informatie

Resultaten Evaluatie Pilot Bloeddrukmeting Augustus 2015

Resultaten Evaluatie Pilot Bloeddrukmeting Augustus 2015 Resultaten Evaluatie Pilot Bloeddrukmeting Augustus 2015 Achtergrond In september 2014 is GGD Noord- en Oost-Gelderland gestart met de implementatie van de landelijke JGZrichtlijn Overgewicht. Het NCJ

Nadere informatie

Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag?

Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag? TNO-rapport TNO/LS 2012 R10218 Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag? Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL

Nadere informatie

Project: Ontwikkelen van Outcome-indicatoren voor de Zorg Advies Teams, Tilburg Dossiernummer: 50-50405-99 ZonMw, 18-07-2013

Project: Ontwikkelen van Outcome-indicatoren voor de Zorg Advies Teams, Tilburg Dossiernummer: 50-50405-99 ZonMw, 18-07-2013 Project: Ontwikkelen van Outcome-indicatoren voor de Zorg Advies Teams, Tilburg Dossiernummer: 50-50405-99 ZonMw, 18-07-2013 Projectgroep: Gemeente Tilburg: Mw. M. Lennarts, beleidsmedewerker, dhr. W.

Nadere informatie

Determinantenanalyse/proefimplementatie JGZ-richtlijn Astma bij Kinderen (0-19 jaar)

Determinantenanalyse/proefimplementatie JGZ-richtlijn Astma bij Kinderen (0-19 jaar) Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden TNO-rapport Determinantenanalyse/proefimplementatie JGZ-richtlijn Astma bij Kinderen (0-19 jaar) www.tno.nl T +31 71 518 18 18 F +31 71 518

Nadere informatie

PROJECTPLAN Vroege herkenning en behandeling ondervoeding in revalidatiecentra

PROJECTPLAN Vroege herkenning en behandeling ondervoeding in revalidatiecentra PROJECTPLAN Vroege herkenning en behandeling in revalidatiecentra Voorbeeldversie A. Inleiding en deelnemende afdelingen Inleiding Ondervoeding is sinds 2010 een prestatie indicator voor de revalidatiecentra.

Nadere informatie

Rapportage voor Saffier De Residentiegroep. Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorgconcept

Rapportage voor Saffier De Residentiegroep. Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorgconcept Rapportage voor Saffier De Residentiegroep Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorgconcept 24 februari 2015 Lerende Evaluatie: De stand voor de transitie naar een nieuw woonzorg-

Nadere informatie

COMMUNICATIE-EN IMPLEMEMENTATIEPLAN

COMMUNICATIE-EN IMPLEMEMENTATIEPLAN Bijlage 9 ETHIEK IN RICHTLIJNEN bij Arbeid en Gezondheid (EiR-A) COMMUNICATIE-EN IMPLEMEMENTATIEPLAN Versie INHOUD 1 Inleiding 2 Contextanalyse 2.1 Situatie en omgeving 2.2 De actoren 2.3 Het product 3

Nadere informatie

Toezichtonderzoek Jeugdgezondheidszorg. GGD Groningen. juli 2014

Toezichtonderzoek Jeugdgezondheidszorg. GGD Groningen. juli 2014 > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam GGD Groningen T.a.v. de directie Postbus 584 9700 AN Groningen Datum 31 juli 2014 Onderwerp vastgesteld rapport Toezichtonderzoek Jeugdgezondheidszorg Programma

Nadere informatie

Logeren waarderen. Kiezen van logeeropvang door ouders van meervoudig complex gehandicapte kinderen/mensen

Logeren waarderen. Kiezen van logeeropvang door ouders van meervoudig complex gehandicapte kinderen/mensen Logeren waarderen Kiezen van logeeropvang door ouders van meervoudig complex gehandicapte kinderen/mensen Auteurs : Bram van Beek, Kees van der Pijl Datum : 5 juni 2007 Inhoudsopgave 1. Achtergrond...

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders geeft in zijn reactie aan de conclusies van de rekenkamer te herkennen.

Het college van burgemeester en wethouders geeft in zijn reactie aan de conclusies van de rekenkamer te herkennen. tekst raadsvoorstel Inleiding Vanaf januari 2015 (met de invoering van de nieuwe jeugdwet) worden de gemeenten verantwoordelijk voor alle ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen, jongeren en opvoeders.

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Plan- en procesevaluatie van de scholing van gevangenispersoneel in Verbal Judo Het onderzoek Verbal Judo (Thompson, 1984) is een methode waarbij mensen anderen op een kalme

Nadere informatie

Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde

Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde Samenvatting van de JGZ Richtlijn secundaire preventie kindermishandeling. Handelen bij een vermoeden van kindermishandeling Samenvatting voor het management Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen,

Nadere informatie

Inspirerend Management. in de zorg. Een modulaire aanpak gericht op de ontwikkeling van nieuw leiderschap

Inspirerend Management. in de zorg. Een modulaire aanpak gericht op de ontwikkeling van nieuw leiderschap Inspirerend Management Development in de zorg Een modulaire aanpak gericht op de ontwikkeling van nieuw leiderschap Behoefte aan effectief leiderschap Vergroting van de invloed van de politiek en zorgverzekeraars

Nadere informatie

GGD Zuid Limburg T.a.v. de directie Postbus 2022 6160 HA GELEEN

GGD Zuid Limburg T.a.v. de directie Postbus 2022 6160 HA GELEEN > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam GGD Zuid Limburg T.a.v. de directie Postbus 2022 6160 HA GELEEN Programma Publieke gezondheid Kabelweg 79-81 Amsterdam Postbus 20584 1001 NN Amsterdam T 020

Nadere informatie

Vragenlijst implementatierijpheid VTGM

Vragenlijst implementatierijpheid VTGM Vragenlijst implementatierijpheid VTGM Het in gang zetten van een verbetertraject is een uitdaging en er zijn veel factoren die er voor kunnen zorgen dat zo n project goed verloopt óf mislukt. Het is van

Nadere informatie

GGD Haaglanden T.a.v. directie Postbus 12652 2500 DP Den Haag

GGD Haaglanden T.a.v. directie Postbus 12652 2500 DP Den Haag > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam GGD Haaglanden T.a.v. directie Postbus 12652 2500 DP Den Haag Programma Publieke gezondheid Kabelweg 79-81 Amsterdam Postbus 20584 1001 NN Amsterdam T 020

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games.

Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games. Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games. 2015 Nederlands Jeugdinstituut Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel

Nadere informatie

richtlijnen basis voor kwaliteit

richtlijnen basis voor kwaliteit richtlijnen basis voor kwaliteit het IKNL alles-in-één concept Alle kankerpatiënten in Nederland hebben recht op de best mogelijke zorg tijdens en na hun behandeling. U, als zorgprofessional, zet zich

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem Datum 12 augustus 2014 Onderwerp vastgesteld rapport toezichtonderzoek

Nadere informatie

Netwerkbijeenkomst Richtlijnen Jeugdzorg

Netwerkbijeenkomst Richtlijnen Jeugdzorg Netwerkbijeenkomst Richtlijnen Jeugdzorg Karlijn Stals Utrecht 29 september 2014 Welke richtlijnen zijn ontwikkeld? Wat zijn bevindingen vanuit proefinvoeringen? Wat betekenen de richtlijnen voor de organisatie?

Nadere informatie

Monitor CGL-producten 2014

Monitor CGL-producten 2014 Monitor CGL-producten Jaarlijks monitort RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) hoe professionals CGLproducten gebruiken. Op basis van deze kwantitatieve monitorresultaten schatten we in welke producten, hoe

Nadere informatie

Punt C6: Update dynamisch overzicht wordt twee keer per jaar ter informatie gemaild naar de RAC en HKZ.

Punt C6: Update dynamisch overzicht wordt twee keer per jaar ter informatie gemaild naar de RAC en HKZ. Verslag Richtlijnadviescommissie 2 maart 2009 Aanwezig: Elise Buiting (voorzitter, AJN), Kitty Rosenbrand (CBO), Saskia van den Toorn (ZonMw), Yvonne van Straten (NVDA), Sabine Neppelenbroek (GGD Nederland),

Nadere informatie

Addendum ondersteuning Kwaliteitsinstituut. bij Programma Kwaliteit van Zorg: Versnellen, verbreden, vernieuwen

Addendum ondersteuning Kwaliteitsinstituut. bij Programma Kwaliteit van Zorg: Versnellen, verbreden, vernieuwen Addendum ondersteuning Kwaliteitsinstituut bij Programma Kwaliteit van Zorg: Versnellen, verbreden, vernieuwen December 2012 1. Inleiding In de algemene programmatekst Kwaliteit van Zorg zijn drie programmalijnen

Nadere informatie

Eerder en Dichtbij. Projectplan

Eerder en Dichtbij. Projectplan Eerder en Dichtbij Projectplan Bussum, augustus september 2012 1. Inleiding De pilot Eerder en Dichtbij is een verlening van de eerste pilot Meer preventie minder zorg. Het doel van de pilot was oorspronkelijk

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Beginmeting 2014 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, september

Nadere informatie

GGD Gelderland Zuid Nijmegen T.a.v. de/directie Postbus 1120 6501 BC Nijmegen

GGD Gelderland Zuid Nijmegen T.a.v. de/directie Postbus 1120 6501 BC Nijmegen > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam GGD Gelderland Zuid Nijmegen T.a.v. de/directie Postbus 1120 6501 BC Nijmegen Datum 7 augustus 2014 Onderwerp vastgesteld rapport toezichtonderzoek Jeugdgezondheidszorg

Nadere informatie

Samenwerken. kwaliteit

Samenwerken. kwaliteit Beter voorkomen Kwaliteitsprogramma preventie Samenwerken Doe mee met aan het landelijke kwaliteitsprogramma kwaliteit Samenwerken aan kwaliteit Het kwaliteitsprogramma Beter voorkomen heeft tot doel de

Nadere informatie

Functieprofiel van de fysiotherapeut met aanvullende scholing binnen de BeweegKuur

Functieprofiel van de fysiotherapeut met aanvullende scholing binnen de BeweegKuur Functieprofiel van de fysiotherapeut met aanvullende scholing binnen de BeweegKuur NISB ontwikkelt de BeweegKuur met subsidie van het ministerie van VWS en in samenwerking met NHG, LVG, NVDA, KNGF, LHV,

Nadere informatie

Stichting Thuiszorg en Maatschappelijk werk Rivierenland T.a.v. de Raad van bestuur Postbus HB Tiel

Stichting Thuiszorg en Maatschappelijk werk Rivierenland T.a.v. de Raad van bestuur Postbus HB Tiel > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam Stichting Thuiszorg en Maatschappelijk werk Rivierenland T.a.v. de Raad van bestuur Postbus 6063 4000 HB Tiel Datum 8 juli 2014 Onderwerp reactie Toezichtonderzoek

Nadere informatie

Samenvatting Het draait om het kind

Samenvatting Het draait om het kind Samenvatting Het draait om het kind Visie op monitoring in de opvoedingsvariant van pleegzorg Inleiding Aangezien de pleegzorg een onvoldoende geobjectiveerd overzicht heeft van hoe het met de jeugdige

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Advies 7 april 2010 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting 5 Aanbevelingen 7 Aanleiding en context voor dit advies 9 Algemeen 11 Opmerkingen bij tekst en opzet van

Nadere informatie

Kansen voor de (kinder)diëtist?!

Kansen voor de (kinder)diëtist?! JGZ-richtlijn Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg Richtlijn OVERGEWICHT Preventie, signalering, Interventie en verwijzing Kansen voor de (kinder)diëtist?! Ingrid Mimpen, stuurgroeplid netwerk JGZ kinderdiëtisten

Nadere informatie

Checklist voor kwaliteit van de uitvoering van de groep Daar waar groep vermeld staat kan ook cursus of training gelezen worden.

Checklist voor kwaliteit van de uitvoering van de groep Daar waar groep vermeld staat kan ook cursus of training gelezen worden. Checklist voor kwaliteit van de uitvoering van de groep Daar waar groep vermeld staat kan ook cursus of training gelezen worden. Nr. Werving/eerste contact/aanmelding 1. Op de doelgroep gerichte publiciteit

Nadere informatie

Team passend onderwijs wat is het, hoe werkt het?

Team passend onderwijs wat is het, hoe werkt het? Team passend onderwijs wat is het, hoe werkt het? werkgroep bundelen van expertise, 25 mei 2012 Aanleiding voor een team passend onderwijs Passend onderwijs betekent dat iedere leerling het onderwijs en

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Wijdemeren

Rekenkamercommissie Wijdemeren Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van

Nadere informatie

Antwoorden op schriftelijke vragenronde brief uitvoering motie Arib (29484, nr. 6) over medische zorg asielzoekers.

Antwoorden op schriftelijke vragenronde brief uitvoering motie Arib (29484, nr. 6) over medische zorg asielzoekers. Antwoorden op schriftelijke vragenronde brief uitvoering motie Arib (29484, nr. 6) over medische zorg asielzoekers. Vragen PvdA-fractie 1. Op welke manier wordt de toegankelijkheid van de ziekenhuiszorg

Nadere informatie

GGD Gelderland Zuid, regio Rivierenland T.a.v. de directie Postbus 1120 6501 BC Nijmegen

GGD Gelderland Zuid, regio Rivierenland T.a.v. de directie Postbus 1120 6501 BC Nijmegen > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam GGD Gelderland Zuid, regio Rivierenland T.a.v. de directie Postbus 1120 6501 BC Nijmegen Programma Publieke gezondheid Kabelweg 79-81 Amsterdam Postbus 20584

Nadere informatie

1. Opening en vaststelling agenda Afgesproken wordt dat de agenda voortaan ook als Word- document wordt bijgevoegd.

1. Opening en vaststelling agenda Afgesproken wordt dat de agenda voortaan ook als Word- document wordt bijgevoegd. Verslag van de vergadering van de Richtlijnadviescommissie gehouden op 30 juni 2008 Aanwezig: Monique Heinhuis(AJN), Elise Buiting(voorzitter, AJN), Margot Fleuren(TNO), Sabina Postma(secretariaat, ),

Nadere informatie

Procesevaluatie Effectief Actief 2013. Drs. L. Ooms Dr. C.Veenhof

Procesevaluatie Effectief Actief 2013. Drs. L. Ooms Dr. C.Veenhof Procesevaluatie Effectief Actief 2013 Drs. L. Ooms Dr. C.Veenhof VOORWOORD Effectief Actief (EA) is een programma geïnitieerd door het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Het heeft als doel

Nadere informatie

Ontwikkelplan De basis versterken, veilige en vertrouwde zorg

Ontwikkelplan De basis versterken, veilige en vertrouwde zorg Ontwikkelplan De basis versterken, veilige en vertrouwde zorg 1a. Niveau De basis versterken. 1b. Kwaliteitsthema De basis versterken. Het werken aan dit kwaliteitsthema maakt onderdeel uit van de integrale

Nadere informatie

De zorg is onze passie, verbeteren ons vak. Productive Ward

De zorg is onze passie, verbeteren ons vak. Productive Ward Productive Ward Verbeter de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van uw zorg door reductie van verspilling Brochure Productive Ward CBO 2012 CBO, Postbus 20064, 3502 LB UTRECHT Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Structurele mondverzorging, een verbetertraject - bent u er klaar voor?

Structurele mondverzorging, een verbetertraject - bent u er klaar voor? Toelichting op de vragenlijst implementatierijpheid Structurele mondverzorging, een verbetertraject - bent u er klaar voor? Structurele mondverzorging houdt in dat mondverzorging een vast onderdeel wordt

Nadere informatie

Methodiek Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften (GIZ- methodiek)

Methodiek Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften (GIZ- methodiek) Methodiek Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften (GIZ- methodiek) Wat is de GIZ- methodiek? De GIZ-methodiek is een innovatieve, integrale taxatiemethodiek waarmee de professional de krachten, ontwikkel-

Nadere informatie

TRAINING AUDIT. Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit.

TRAINING AUDIT. Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit. TRAINING Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit. DAGAGENDA 09.00 09.15 uur: Inloop en koffie 09.15 09.30 uur: Kennismaking

Nadere informatie

Leidraad jaarverslag Kwaliteitsimpuls 2015

Leidraad jaarverslag Kwaliteitsimpuls 2015 Leidraad jaarverslag Kwaliteitsimpuls 2015 Deze leidraad is door de NVZ beschikbaar gesteld als onderdeel van de afspraken bij de subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg December 2015

Nadere informatie

Onderwerp: Borging en coördinatie van Triple P na 2014

Onderwerp: Borging en coördinatie van Triple P na 2014 Onderwerp: Borging en coördinatie van Triple P na 2014 Inleiding Bij de start van de regionale invoering van Triple P in 2010 1 als integrale werkmethodiek bij opvoedingsondersteuning hebben gemeenten

Nadere informatie

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 29689 Herziening Zorgstelsel 25424 Geestelijke gezondheidszorg Nr. 599 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Handreiking strategisch opleidingsplan voor ondernemingsraad

Handreiking strategisch opleidingsplan voor ondernemingsraad Handreiking strategisch opleidingsplan voor ondernemingsraad Colofon: De tekst in deze handreiking is gebaseerd op de Handreiking strategisch opleidingsplan voor ondernemingsraad van de Stichting Arbeidsmarkt

Nadere informatie

Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen

Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen ZIO, Zorg in Ontwikkeling Versie 1 INLEIDING Het Multidisciplinair Overleg (MDO) krijgt een steeds grotere rol binnen Ketenzorg, redenen hiervoor zijn:

Nadere informatie

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER)

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) Juni 2004 INLEIDING Voor u ligt een stappenplan dat gebaseerd is op de CBO-richtlijn

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Onderbouwing Opvoedingsondersteuning in de JGZ De JGZ-medewerker heeft een taak bij het schatten van de opvoedingscompetentie en opvoedingsonmacht van ouders.

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

CIAO overzicht. Marije van Koperen Programmacoordinator CIAO Vrije Universiteit Amsterdam,Gezondheidswetenschappen. Utrecht, 14 juni 2012

CIAO overzicht. Marije van Koperen Programmacoordinator CIAO Vrije Universiteit Amsterdam,Gezondheidswetenschappen. Utrecht, 14 juni 2012 CIAO overzicht Marije van Koperen Programmacoordinator CIAO Vrije Universiteit Amsterdam,Gezondheidswetenschappen Utrecht, 14 juni 2012 Maastricht Leiden/Den Haag Rotterdam Nijmegen Amsterdam 2 Academische

Nadere informatie

Toezicht op de toegankelijkheid en kwaliteit van de veteranenzorg met behulp van de CQ-index

Toezicht op de toegankelijkheid en kwaliteit van de veteranenzorg met behulp van de CQ-index 110309.08/03 Toezicht op de toegankelijkheid en kwaliteit van de veteranenzorg met behulp van de CQ-index Inleiding In oktober 2007 is het Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV) van start gegaan. Het LZV

Nadere informatie

MULTIDISCIPLINAIRE RICHTLIJN WERK EN ERNSTIGE PSYCHISCHE AANDOENINGEN. Versie 0.0

MULTIDISCIPLINAIRE RICHTLIJN WERK EN ERNSTIGE PSYCHISCHE AANDOENINGEN. Versie 0.0 MULTIDISCIPLINAIRE RICHTLIJN WERK EN ERNSTIGE PSYCHISCHE AANDOENINGEN Versie 0.0 Datum Goedkeuring 21-04-2011 Methodiek Evidence based Verantwoording Trimbos-instituut Inhoudsopgave Multidisciplinaire

Nadere informatie

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden

Nadere informatie

Verslag van de RIVM/Richtlijnadviescommissie gehouden op 14 april 2008

Verslag van de RIVM/Richtlijnadviescommissie gehouden op 14 april 2008 Verslag van de /Richtlijnadviescommissie gehouden op 14 april 2008 Aanwezig: Monique Heinhuis(AJN), Elise Buiting(voorzitter, AJN), Betty Bakker(V&VN), Yvonne van Straten(NVDA), Margot Fleuren(), Sabina

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Het is een uitdaging om ouderen te identificeren die baat kunnen hebben bij een interventie gericht op de preventie van beperkingen in het dagelijks leven op het moment dat dergelijke

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk Datum: 14 april 2011 Status: Definitief Versie: 1.0 Meldcode huiselijk Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Meldcode... 4 2. Stappenplan bij signalen van huiselijk... 6 Stap 1: In kaart

Nadere informatie

Bijlage 6. Format scholing

Bijlage 6. Format scholing Bijlage 6 Format scholing 1 2 Regionaal Scholingsplan Regionale aanpak kindermishandeling Inge Anthonijsz, senior adviseur NJi Nathalie Sie, implementatieadviseur NJi Utrecht, februari 2009 3 4 Het maken

Nadere informatie

Per abuis is het vastgesteld rapport in de vorige brief niet meegezonden. Bijgaand ontvangt u het vastgesteld rapport voor GGD Zaanstreek Waterland.

Per abuis is het vastgesteld rapport in de vorige brief niet meegezonden. Bijgaand ontvangt u het vastgesteld rapport voor GGD Zaanstreek Waterland. > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam GGD Zaanstreek Waterland T.a.v. de directie Postbus 2056 1500 GB ZAANDAM Datum 31 juli 2014 Onderwerp vastgesteld rapport toezichtonderzoek Jeugdgezondheidszorg

Nadere informatie

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK Een onmisbare handleiding voor eerstelijnspraktijken die de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling gaan implementeren. 4 INTRODUCTIE DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK 6 8 12

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

Samen staan we sterker

Samen staan we sterker Samen staan we sterker Notitie voor Gemeente Berkelland over de harmonisatie en integratie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang in Eibergen-Rekken-Beltrum 4 september 2008 SKER-DHG 1 Inleiding Medio

Nadere informatie

Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen voor Governance

Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen voor Governance Behavioural and Societal Sciences Van Mourik Broekmanweg 6 2628 XE Delft Postbus 49 2600 AA Delft TNO-rapport TNO 2013 R10274 Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Competentie 1: Creërend vermogen De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Concepten voor een ontwerp te ontwikkelen

Nadere informatie

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE LOCKAERT

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE LOCKAERT RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE LOCKAERT School : Basisschool De Lockaert Plaats : Oss BRIN-nummer : 00CD Onderzoeksnummer : 63530 Datum schoolbezoek : 16 december 2005 Datum vaststelling :

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Almere. Integrale Jeugdgezondheidszorg. Geachte raad,

Aan de raad van de gemeente Almere. Integrale Jeugdgezondheidszorg. Geachte raad, Dienst Sociaal Domein Bert Enderink Telefoon 0642795950 Fax (036) E-mail aenderink@almere.nl Aan de raad van de gemeente Almere Stadhuisplein 1 Postbus 200 1300 AE Almere Telefoon 14 036 Fax (036) 539

Nadere informatie

Kwaliteitskader Complementaire Zorg Utrecht, 19 juni 2014

Kwaliteitskader Complementaire Zorg Utrecht, 19 juni 2014 Partner for progress Kwaliteitskader Complementaire Zorg Utrecht, 19 juni 2014 Even voorstellen - Drs. Petra van Mastrigt - Ing. Gerard Crone - Drs. Willy Limpens Kiwa Nederland B.V. Visie Kiwa B.V.: Kiwa

Nadere informatie

Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat

Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat Datum 24 september 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Scenario 1: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vulling van de monitor, met aanvullingen

Nadere informatie

Hoe De Kanteling een slag vooruit kan maken met de inzet van samenwerkingspartners

Hoe De Kanteling een slag vooruit kan maken met de inzet van samenwerkingspartners DE KANTELING VOORUIT! Hoe De Kanteling een slag vooruit kan maken met de inzet van samenwerkingspartners De Kanteling is in Nederland inmiddels al een gevleugeld begrip. Veel gemeenten zijn bezig met De

Nadere informatie

Het kader voor de evaluatie van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit

Het kader voor de evaluatie van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit Het kader voor de evaluatie van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 1. Aanleiding voor het evaluatiekader Zoals overeengekomen in de bestuurlijke afspraak die ten grondslag ligt aan de regeling Cultuureducatie

Nadere informatie