Projectplan MOSSELWAD

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Projectplan MOSSELWAD"

Transcriptie

1 Projectplan MOSSELWAD Herstel en Duurzaam beheer Mosselbanken Waddenzee Voorstel t.b.v. Waddenfonds 2008 Partners - EUCC - The Coastal Union - Wageningen IMARES - Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-CEME) - Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) - Universiteit Utrecht - SOVON Vogelonderzoek Nederland Leiden, 17 oktober

2 2

3 INHOUDSOPGAVE Samenvatting 5 1. Aanleiding 9 2. Mosselbanken in verleden en heden Doelstelling Relaties met het Waddenfonds Centrale werkhypothesen van het project 19 5a. Litoraal 5b. Sublitoraal 5c. Uitwerking werkhypothesen 6. Uitwerking in werkpakketten 25 Referenties 31 Bijlagen (11) Samenvatting van conclusies startbijeenkomst 28 augustus 2008 te Utrecht 2. Werkpakketten 1-2 Duurzaam beheer litorale mosselbanken : Onderzoek herstelmogelijkheden mosselbanken litoraal incl. monitoring / evaluatie (WAGENINGEN IMARES, SOVON, NIOO-CEME) Werkpakketten 3-4 Duurzaam beheer sublitorale mosselbanken : Onderzoek herstelmogelijkheden mosselbanken sublitoraal incl. monitoring / evaluatie (WAGENINGEN IMARES, SOVON, NIOO-CEME) Werkpakket 5: Hydrodynamische processen en litorale mosselbanken (UU-IMAU, WAGENINGEN IMARES, NIOO-CEME) 5. Werkpakket 6: Vogelpredatie (SOVON/NIOZ) 6. Werkpakket 7: Handboek (WAGENINGEN IMARES NIOO SOVON - EUCC) 7. Werkpakket 9: Projectmanagement en planning (EUCC et al) 8. Samenwerkingsovereenkomst 9. (vervallen) 10. Gedetailleerde projectbegrotingen van de werkpakketten 11. (Mogelijk) benodigde vergunningen 3

4 4

5 SAMENVATTING In de Waddenzee komen momenteel veel minder (oude) mosselbanken voor dan daar van nature verwacht mogen worden. Uitbreiding van mosselbanken, zowel droogvallend (litoraal) als permanent onder water (sublitoraal) is een van de uitgangspunten voor trilateraal beleid (Ecotarget), nationaal beleid (verbeteropgave in het kader van NATURA 2000) en internationale verplichtingen zoals de Kaderrichtlijn Water. Om aan dit beleid te kunnen voldoen worden er plannen ontwikkeld om mosselbanken aan te leggen en beleid te voeren dat het mogelijk maakt jonge zaadbanken zodanig te beschermen en te beheren dat ze zich kunnen ontwikkelen tot oude banken. Aanleg van mosselbanken is echter een kostbare zaak (orde grootte per ha) wanneer men bedenkt dat alleen al in de Westelijke Waddenzee het tekort wordt berekend op 1000 tot 2000 ha (droogvallende banken) met een natuurlijke referentie van mogelijk tienduizenden hectaren. Bovendien zijn de meeste van een tiental pogingen om mosselbanken (voor specifieke doelen) aan te leggen tot nu toe mislukt. Nooit is gemeten waarom die banken precies verdwenen. Indien een herstelplan ontwikkeld wordt dat zich richt op aanleg, stimulering of vrijwaring van aantasting is het belangrijk om methode, locaties en banken met specifieke kenmerken te kiezen die ook werkelijk goede kans maken om zich verder te ontwikkelen en een bron te vormen voor verdere uitbreiding. De problemen met de ontwikkeling van (oude) mosselbanken verschillen tussen de droogvallende locaties (litoraal) en de dieperliggende delen (sublitoraal). In het litoraal van het oostelijk Wad treedt regelmatig redelijk tot goede broedval op. Daardoor is het oppervlak aan banken, sinds het nagenoeg verdwijnen in 1990, geleidelijk weer toegenomen. Dit geleidelijke herstel is echter alleen zichtbaar in de oostelijke Waddenzee. In de westelijke Waddenzee ontwikkelen alleen op het Balgzand op vergelijkbare wijze mosselbanken. In het sublitoraal komen nauwelijks meerjarige mosselbanken voor, hoewel er wel regelmatig broedval plaatsvindt. Dit mosselzaad wordt echter in het najaar, of daarop volgende voorjaar, voor het merendeel bevist. Deze bevissing kan een reden zijn voor het niet tot ontwikkeling komen van meerjarige mosselbanken in het sublitoraal van de Waddenzee. Op bepaalde locaties verdwijnen echter ook niet beviste mosselzaadbanken voordat zij zich kunnen ontwikkelen tot meerjarige structuren, waarschijnlijk door vraat van zeesterren en op die locaties ongeschikte milieufactoren (stroomsnelheid, golfwerking en sedimentatie). Voor het ontwikkelen van herstelplannen is behoefte aan meer kennis over de factoren die overleving van banken bepalen. MOSSELWAD is opgezet om in eerste instantie juist die factoren te bestuderen en het relatieve belang ervan te bepalen. Dit gebeurt in een multidisciplinair onderzoek waarin de Kustvereniging (EUCC The Coastal Union), Wageningen IMARES, Universiteit Utrecht, SOVON, NIOZ en NIOO-CEME samenwerken. Met behulp van de resultaten van dit onderzoek produceert MOSSELWAD een handboek duurzame ontwikkeling mosselbanken dat vanaf het eerste jaar aangevuld en aangepast wordt en beschikbaar voor alle stakeholders via INTERWAD (www.waddenzee.nl). Daarnaast worden alle beelden van video en camera s on line (web-cam) beschikbaar gemaakt via INTERWAD. 5

6 Het project MOSSELWAD is functioneel opgedeeld in de volgende werkpakketten Litoraal 1. Bepaling sturende factoren ten behoeve van beheer litorale mosselbanken 2. Herstelmogelijkheden litorale mosselbanken Sublitoraal 3. Bepaling sturende factoren ten behoeve van beheer sublitorale mosselbanken 4. Herstelmogelijkheden litorale mosselbanken 5. Hydrodynamische factoren Van toepassing op litoraal en sublitoraal 6. Vogelpredatie 7. Handboek ontwikkeling en duurzaam beheer mosselbanken 8. Communicatie 9. Projectmanagement In onderstaand schema worden de verschillende werkpakketten van het project met hun onderlinge relaties globaal aangegeven. De geschatte totale kosten voor MOSSELWAD bedragen (totaalbedrag voor een periode van 5 jaar). Voor de cofinanciering van minimaal 10% (dat wil zeggen circa per jaar voor de looptijd van het project van vijf jaar) is een aantal externe partijen 6

7 benaderd. Wageningen IMARES heeft zich garant gesteld voor het bedrag van de benodigde cofinanciering. 7

8 8

9 1. AANLEIDING VOOR DIT PROJECT Op 28 augustus jl. hebben vertegenwoordigers van twaalf bij mosselbanken betrokken organisaties, variërend van natuurbeschermingsorganisaties (Waddenvereniging, EUCC), beheerders (Rijkswaterstaat) tot onderzoekinstituten, zich gebogen over de problematiek van de mosselstand in het licht van de Waddenzee als ecosysteem en belangrijk natuurgebied. De conclusies van deze bijeenkomst zijn samengevat in Bijlage 1. Op basis van deze conclusies heeft een aantal van de hiervoor genoemde partners zich met andere deskundigen beraden over stappen die moeten leiden tot een versterking van de ontwikkeling van meerjarige mosselbanken als belangrijk onderdeel van het ecosysteem Waddenzee. Dit leidde tot het hieronder beschreven projectvoorstel MOSSELWAD (Herstel en Duurzaam beheer Mosselbanken Waddenzee) dat thans wordt aangeboden aan het Waddenfonds voor subsidie. Het initiatief tot dit project is genomen dor de Kustvereniging (EUCC), een particuliere organisatie voor duurzame ontwikkeling en natuurbehoud. Bij de Kustvereniging is een groot aantal deskundigen op het gebied van natuur en kustbeheer aangesloten, evenals een aantal Nederlandse natuurorganisaties. Daarnaast telt de Kustvereniging ook tal van leden en lidorganisaties elders in Europa. 9

10 10

11 2. MOSSELBANKEN IN HET VERLEDEN EN HEDEN Mosselbanken hebben een zeer belangrijke rol in het ecosysteem van de Wadden, onder andere voor de waterkwaliteit, als habitatvormende structuur en voor het voedselweb. Litorale en sublitorale banken vertegenwoordigen verschillende natuurwaarden en ook verschillende rollen in het ecosysteem en voedselweb. Litorale banken hebben een belangrijke landschappelijke waarde en zijn belangrijk voor de voedselvoorziening van steltlopers en meeuwen. Sublitorale mosselbanken zijn belangrijk voor de voedselvoorziening van duikeenden en vertegenwoordigen andere specifieke biodiversiteitswaarden dan de litorale banken. Beide typen mosselbanken spelen daarnaast een belangrijke rol in de sedimenthuishouding van de Waddenzee. Sinds circa 1990 zijn er in delen van de Nederlandse Waddenzee grote problemen met de vestiging en langjarige overleving van mosselbanken, zowel in het litoraal als sublitoraal. De achteruitgang van de mosselbanken vertaalde zich in de jaren negentig ondermeer in een zeer sterke teruggang van de populaties van mosseletende vogels als Scholekster en Eidereend. De grote rol van mosselbanken wordt bevestigd in de uitwerking van een aantal beleidsintenties en beslissingen: - internationaal afgesproken Ecotargets, - de aanwijzing van de Waddenzee tot Natura 2000 gebied, - afgesproken verplichtingen in het kader van de Kaderrichtlijn Water, - uitkomsten van recente discussies in de problematiek omtrent mosselzaadvisserij resp. de gevolgen van klimaatverandering. Binnen de voor de Kaderrichtlijn Water uitgewerkte doelen is als streefdoel voor stabiele droogvallende mosselbanken een areaal van 4000 hectare aangegeven. Momenteel is, na het nagenoeg geheel verdwijnen (minder dan 100 ha) begin jaren 90, vanaf 1994 een stapsgewijs herstel opgetreden (fig. 1). Daarbij zijn piekvoorkomens van 5000 hectaren in het najaar en 2700 hectaren in het voorjaar waargenomen. De laatste jaren lijkt er een geleidelijke stabilisatie te zijn voor het voorkomen in het voorjaar van rond de 2000 ha litorale mosselbanken van minimaal enkele jaren oud. Deze oudere mosselbanken komen voornamelijk in het oostelijke Waddengebied voor (fig. 2). In het potentieel belangrijke westelijke gebied is echter maar sprake van een klein areaal stabiele droogvallende mosselbanken (fig. 3 en 4). 11

12 5000 Areaal mosselbanken 4000 Hectares Voorjaar Najaar Figuur 1 Sprongsgewijze verloop van (litoraal) mosselbankoppervlak. Duidelijk herkenbaar is de (onregelmatige) broedval (1994, 1996, 1999, 2001 en 2005), in de daarop volgende winter fikse verliezen en daarna geleidelijke achteruitgang tot de volgende goede broedval. Ha oost west Fig. 2 Verdeling areaal aan litorale mosselbanken tussen het oostelijk en het westelijke wad (grens over wantij Terschelling) 12

13 Leeftijdsopbouw mosselbanken in het oostelijke deel van de Waddenzee in jaar 2 jaar 3 jaar wadplaten 4-5 jaar 6-8 jaar 9-13 jaar Fig. 3 Verspreiding en leeftijdsopbouw van litorale mosselbanken onder Schiermonnikoog en Rottum (oostelijk Wad) Leeftijdsopbouw mosselbanken in het westelijke deel van de Waddenzee in jaar 2 jaar 3 jaar wadplaten 4-5 jaar 6-8 jaar 9-13 jaar Fig. 4 Verspreiding en leeftijdsopbouw van litorale mosselbanken bij Texel, Vlieland en op het Balgzand (westelijk Wad). Duidelijk is het zeer geringe voorkomen (alleen Balgzand) in vergelijking met het oostelijk wad 13

14 In het sublitoraal van de Nederlandse Waddenzee komen voor zover bekend nauwelijks oudere mosselbanken voor. Er vindt wel met grote regelmaat zaadval plaats, hoewel er de laatste decennia wel sprake lijkt te zijn van een afnemende trend (fig. 5). In 2008 is 10 miljoen kg mosselzaad op een oppervlakte van 1200 ha geïnventariseerd. Van het jaarlijks in de zomer gevallen mosselzaad wordt in de erop volgende najaars- en voorjaarsvisserij het grootste deel opgevist voor mosselkweek op percelen. Sublitorale banken zijn potentieel belangrijke ecotopen met een ander karakter dan banken op droogvallende platen onder andere vanwege het minder voorkomen van concurrentie met de oprukkende Japanse oester, minder predatie door vogels en het structuurvormende karakter in de relatief structuurarme sublitorale delen. Biomassa mosselzaad (milj kg) Mosselzaad in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee Fig. 5 Aanwezige mosselzaad (milj. kg netto) in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee, gemeten in het voorjaar (na najaarsvisserij en winterverliezen). Het natuurlijke areaal van meerjarige litorale en sublitorale mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee bedraagt een ordegrootte van tienduizend hectaren maar is als referentie moeilijk exact te kwantificeren bij gebrek aan goede kwantitatieve historische gegevens. Dit zijn belangrijke redenen om de hoogste prioriteit toe te kennen aan het zoeken naar en optimaal benutten van mogelijkheden tot herstel van meerjarige mosselbanken in de Waddenzee. 14

15 3. DOELEN VAN HET PROJECT MOSSELWAD Het project MOSSELWAD richt zich primair op de bevordering van litorale en sublitorale mosselbanken en op het wegnemen van belangrijke onduidelijkheden in het proces van vestiging en overleving van deze mosselbanken. Hiermee wordt de capaciteit vergroot voor een meer grootschalige ontwikkeling en uitvoering van herstelplannen alsmede voor het duurzaam beheren van deze banken in de Waddenzee. Daartoe zal een handboek voor ontwikkeling en duurzaam beheer van mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee worden samengesteld en openbaar gemaakt. Tevens beoogt MOSSELWAD het draagvlak voor het ecologisch herstel van de Waddenzee en van mosselbanken in het bijzonder te versterkten door het communiceren van de beoogde natuurontwikkeling aan een breder publiek en een aantal specifieke doelgroepen. In het handboek zullen kenmerken van litorale en sublitorale mosselbanken worden beschreven, de verschillende ontwikkelingsstadia (successie) en de beïnvloedingsfactoren op deze successie. Hiermee zullen richtlijnen en adviezen geboden worden voor het duurzame beheer van mosselbanken, bestaande uit: - meer praktische kennis over de ontwikkelingsmogelijkheden van mosselbanken - handreikingen voor beheer en beleid: o type handeling o moment van handelen Via deze handreikingen zullen we beter dan thans in staat zijn om de ontwikkeling en handhaving van mosselbanken te bevorderen. Het te ontwikkelen handboek zal onder andere objectieve criteria bevatten voor de beoordeling van de overlevingskansen (stabiliteit) van mosselbanken. Deze criteria zijn van groot belang voor beslissingen in beleid en beheer. Onder andere voor de vergunningverlening van mosselzaadvisserij bleek een gebrek aan objectieve criteria. Daardoor is het in principe mogelijk dat potentiële meerjarige mosselbanken bevist (kunnen) worden (Beleidsbesluit Ruimte voor zilte oogst ). Dit project zal leiden tot: 1. Vergroting van de capaciteit van beleids- en beheersinstanties om -met meer kans op succes dan nu- vestiging en overleving van mosselbanken te bevorden. 2. Bijdragen aan het herstel van de mosselbanken in de Waddenzee via - het bieden van praktische handreikingen voor het beleid om de ontwikkelingskansen van mosselbanken te vergroten, - het bieden van objectieve en controleerbare criteria waarmee het beleid bepaalde sublitorale mosselbanken kan vrijwaren van visserijactiviteiten en het kwantificeren van criteria voor de vergunningverlening t.a.v. menselijke activiteiten op het wad, - ervaring opdoen met de experimentele aanleg van litorale mosselbanken, - minimaal 15 hectare nieuwe litorale mosselbank in de westelijke Waddenzee. 15

16 3. Praktisch handboek voor ontwikkeling en duurzaam beheer van mosselbanken. Het project heeft niet als doel om het medegebruik van mosselbanken voor de visserij te bevorderen. Een herstel van de mosselbanken in de Waddenzee is evenwel een belangrijke factor voor een verantwoord medegebruik van het Wadden-ecosysteem. 16

17 4. RELATIES MET HET WADDENFONDS Bij het Waddenfonds wordt een bijdrage gevraagd voor uitvoering van het project. Het hier beschreven project voldoet aan alle vier hoofddoelstellingen van het Waddenfonds: Ad. 1. vergroting en versterking van de natuur- en landschapswaarden van het waddengebied Het project beoogt duurzame ontwikkeling en bescherming van meerjarige mosselbanken. De mosselbanken hebben een belangrijke intrinsieke landschappelijke waarde en een belangrijke functie in het ecologisch functioneren van het wad-ecosysteem (voedselweb, waterkwaliteit, habitatvorming en effecten op bodem). Van de in het Investeringsplan Waddenfonds onder dit doel genoemde tien lange-termijndoelen (tot 2030) pkb Nota Waddenzee punten zijn de volgende zes doelen zeer relevant: - versterking van de waarden als natuurgebied en natuurlijke processen (doel 1); - blijvende waarborg voor rust door gedeeltelijke afsluiting van het sublitoraal voor visserij (2); - de rijkdom van flora en fauna wordt versterkt (4); - verbetering van de voedselsituatie voor zeezoogdieren, vissen en met name vogels door vergroting van de biomassa van de mosselpopulatie (5); - verbetering van de waterkwaliteit door de filterende activiteit van de mossels (6); - beperking van bodemverstoring t.b.v. mosselbanken en zeegrasvelden (9). Binnen het project zal aandacht worden geschonken aan de mogelijkheden van herstel van mosselbanken die mede als fourageergebieden voor vogels en andere organismen fungeren, aan mogelijke effecten van de klimaatontwikkeling en aan de interactie van mosselbanken met morfologische en ecologische processen. Ad. 2. vermindering of wegname van externe bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van het Waddengebied Via het project wordt nagegaan in hoeverre visserij-activiteiten te combineren zijn met een duurzaam herstel en voortbestaan van stabiele mosselbanken. Natuurbeheer en menselijk medegebruik (m.n. visserijactiviteiten) kunnen na uitvoering van het project beter worden afgewogen en geïntegreerd. Ook aan de gevolgen van de zeespiegelstijging en de ontwikkeling van de Japanse oester wordt binnen het project aandacht gegeven. Van de in het Investeringsplan Waddenfonds onder dit doel genoemde thema s van de langetermijn-doelen in de pkb Nota Waddenzee is de eerste (van drie genoemde doelen tot 2030) relevant: vrijwaring van of minimalisering van externe bedreigingen van de natuurwaarden. Het op te leveren handboek en de te ontwikkelen criteria voor de stabiliteit van mosselbanken zullen betere afwegingen tussen duurzame mosselbanken en visserij-activiteiten mogelijk maken. Ook zal worden aangegeven of verdere maatregelen ter stimulering van mosselbankontwikkeling nodig zijn; bijvoorbeeld om zeker te stellen dat mosselbanken de (versnelde) zeespiegelstijging bij kunnen houden en daardoor een gegarandeerde voedselvoorziening voor vogels blijven. 17

18 Ad. 3. duurzame economische ontwikkeling in het waddengebied De bijdrage aan deze doelstelling is indirect en beperkt. Niettemin kan het volgende worden gesteld. Een optimale aanwezigheid van mosselbanken in alle delen van de Waddenzee biedt garanties voor de productie van voldoende mossellarven zowel voor natuurdoelen als voor een zeker medegebruik. Eenmaal aanwezig kunnen mosselbanken, in vergelijking met andere schelpdieren (kokkels en nonnetjes) een langdurige en stabiele voedselvoorziening vormen. Tevens is sprake van een landschapselement dat de (eco-) toeristische waarde van het gebied vergroot. Van de in het Investeringsplan Waddenfonds onder dit doel genoemde zeven lange-termijndoelen (tot 2030) pkb Nota Waddenzee punten zijn de volgende vijf doelen op termijn relevant: - verduurzaming van het karakter van de economische bedrijvigheid m.n. de visserij van mosselzaad en garnalen door een verbeterde afweging van natuur en visserij (1); - de aanwezigheid van mosselbanken draagt bij aan duurzaam toerisme en landschapsbeleving (3); - verduurzaming van de visserij-activiteiten wordt bevorderd door de ontwikkeling van objectieve criteria voor stabiliteit van mosselbanken en nieuw afwegingskaders inzake sublitorale mosselbanken (4); - duurzaam historisch medegebruik van mosselbanken kan slechts worden gegarandeerd als het bereikbare areaal van deze banken zeer sterk wordt vergroot. Dit project draagt bij aan deze vergroting van het areaal en aan beoordelingscriteria voor de toe te laten intensiteit van eventueel kleinschalig medegebruik (7). Ad. 4. ontwikkeling van een duurzame kennishuishouding t.a.v. het waddengebied Via het project worden de sturende factoren voor ontstaan, aanwezigheid en overleving van mosselbanken in belangrijke mate geanalyseerd en bepaald. Na afloop van het project is er een handboek ontwikkeling en duurzaam beheer mosselbanken beschikbaar voor de verantwoordelijke terreinbeheerders en zijn er objectieve criteria over de stabiliteit van mosselbanken ten behoeve van de vergunningverlening voor de visserij op mosselzaad ontwikkeld. Verder werken binnen het project kennisinstituten en een overkoepelende organisatie voor duurzame ontwikkeling en natuurbehoud (i.c. de Kustvereniging) samen die gedurende het project en ook daarna meer dan tot dusverre kennis op het gebied van schelpdieren in brede zin zullen uitwisselen. De in het project MOSSELWAD ontwikkelde gedachtenlijnen en hypothesen zijn in overeenstemming met de krachtlijnen voor onderzoek die de oprichters en medewerkers van de Waddenacademie voor ogen staan. Een wetenschappelijk verantwoorde monitoring en daaropvolgende evaluatie is een belangrijk onderdeel van het project. 18

19 5. CENTRALE WERKHYPOTHESEN VOOR ONDERZOEK T.B.V. BEHEER De ontwikkeling van mosselbanken in de Waddenzee verloopt op dit moment niet optimaal. In het litoraal van de westelijke Waddenzee blijft herstel van mosselbanken, in tegenstelling tot het oostelijk deel, grotendeels uit. In het sublitoraal ontstaan geen meerjarige mosselbanken, ondanks regelmatige broedval. Het voorgestelde project MOSSELWAD gaat ervan uit dat er mogelijkheden zijn voor beheerders om deze situatie te verbeteren. In dit project is ervoor gekozen deze mogelijkheden te inventariseren doormiddel van een zeer toegepast onderzoek en experimentele benadering, waarbij iedere hypothese aansluit op de vragen die voor het duurzaam beheer van mosselbanken noodzakelijkerwijs beantwoord dienen te worden. MOSSELWAD maakt gebruik van en sluit aan bij ervaringen opgedaan in de Waddenzee gedurende jarenlange inventarisaties (jaarlijkse IMARES rapporten; o.a. Jansen et al, 2008 en Fey et al, 2008), gedetailleerd onderzoek naar de ruimtelijke ecologie van mosselen (Koppel et al 2005, 2008), het eerdere EVA-2 onderzoek (Ens et al, 2004), het lopende PRODUS onderzoek (Fey et al en Jansen, 2008) en de NWO-ZKO-projecten Monitoring abundance, composition, development and spatial variation in macrozoobenthos and birds en Aggregations in mussel beds. Daarnaast wordt ingespeeld op het in verandering zijnde beleid ten aanzien van de mosselzaadvisserij. Ook met het recent gestarte onderzoek naar het handmatig oogsten van Japanse oesters (Stichting Geïntegreerde Visserij) worden waar mogelijk en zinvol verbindingen gelegd. 5a. Litoraal Voor wat betreft litorale mosselbanken richten deze hypothesen zich vooral op verklaringen voor het uitblijven van het ontstaan van jonge mosselbanken in het westelijke Wad en mogelijkheden voor het beheer om deze ontwikkeling wel plaats te laten vinden. In het westelijke Wad zijn aanzienlijke hoeveelheden mossellarven aanwezig. De aanwezigheid van mossellarven, en dus het potentieel voor het ontstaan van jonge mosselbanken, blijkt onder andere uit de zeer goede opbrengsten op de z.g. MZI s (mosselzaadinvanginstallaties bestaande uit netten en touwen) en de zeer regelmatige broedval in het sublitoraal (fig. 5). In de westelijke Waddenzee zijn blijkbaar een of meer andere factoren van belang die vóór of direct na de vestiging van deze larven op de bodem, spelen. In de oostelijke Waddenzee treden na succesvolle zaadval ook aanzienlijke verliezen op, maar het oppervlak aan banken vertoont toch een (min of meer) geleidelijke toename (fig 1). In de oostelijke Waddenzee is het dus belangrijk (en mogelijk) om inzicht te krijgen in factoren die de overleving van banken van verschillende leeftijd bepalen. Wellicht kunnen die factoren beïnvloed worden door beleid en beheer. Wanneer het niet beïnvloedbare factoren betreft of de echte belemmerende factoren slechts na zeer langdurig onderzoek achterhaald kunnen worden, kan die eerste gevoelige fase overbrugd worden door aanleg van jonge mosselbanken volgens patronen en rekening houdend met kennis opgedaan in het oosten. 5b. Sublitoraal 19

20 Voor wat betreft sublitorale banken richten de hypothesen zich vooral op de natuurlijke ontwikkelingskansen van meerjarige mosselbanken. Inzicht in het karakter van beïnvloedingsfactoren en de kenmerken waarbij ontwikkeling tot meerjarige structuren zich voordoet is noodzakelijk bij het succesvol ontwikkelen en beheren van sublitorale natuurwaarde in een dynamisch systeem als de Waddenzee. Het onderzoek om de voor beleid en beheer relevante vragen te beantwoorden zal plaatsvinden op de door LNV van bodemberoering gevrijwaarde mosselzaadbanken. Deze mosselzaadbanken bieden mogelijkheden voor verkrijgen van informatie met betrekking tot de belangrijkste beïnvloedingsfactoren op de natuurlijke ontwikkeling van deze mosselbanken. Het project zal zich hierbij richten op kenmerken van (ongestoorde) sublitorale mosselbanken in verschillende successiestadia en de identificatie van beïnvloedingsfactoren op de successie. De belangrijkste vragen betreffen: 1. Kenmerken van (ongestoorde) sublitorale mosselbanken 2. Successie van zaadbank tot meerjarige stabiele mosselbank 3. Identificatie van beïnvloedingsfactoren op de successie 5c. Specificatie werkhypothesen onderzoek t.b.v. beheer De vragen richten zich, zowel in het litoraal als het sublitoraal, dus vooral wat er gebeurt nadat de mosselen als zeer jonge banken zichtbaar worden. In het voortraject van dit project werd door een groep deskundigen een aantal werkhypothesen onder de loep genomen op grond waarvan werkpakketten zijn geformuleerd die inzicht moeten geven in het al dan niet accepteren van de hypothese. Alle werkhypothesen die binnen MOSSELWAD zullen worden getoetst, zijn zeer relevant voor het toekomstig beheer van de Waddenzee. De vraag is vooral wat er gebeurt nadat de mosseltjes als zeer jonge banken zichtbaar worden. Dat soort banken kan namelijk relatief eenvoudig aangelegd worden en het is in dat geval belangrijk dat op de goede manier te doen. Stimuleren van zaadval op de bodem is veel moeilijker. Wat betreft de slechte toestand (wat betreft oppervlak) van oudere permanent onder water voorkomende (sublitorale) mosselbanken speelt waarschijnlijk vooral de bevissing een dominerende rol, zowel die van mosselzaad als van garnalen. Op grond van voorgaande afwegingen werden voor zowel litoraal als sublitoraal werkhypothesen ontwikkeld die mogelijke verklaringen geven voor de geconstateerde trends. Op grond van die hypothesen werden verschillende werkpakketen ontwikkeld om deze hypothesen nader te onderzoeken. De gekozen hypothesen hebben in belangrijke mate een complementair karakter en sluiten elkaar wederzijds niet uit. De verwachting is dat in een complex ecosysteem zoals de Waddenzee er geen simpele éénduidige verklaring is voor waargenomen fenomenen en dat de 20

21 stabiliteit van mosselbanken moet worden verklaard uit een combinatie van (deels interacterende) factoren. Ook schaal-schaal interakties en de mate van evenwicht van systemen speelt hierbij een rol; in een labiel systeem kan een kleine verandering in randvoorwaarden al leiden tot het al of niet kunnen (voort)bestaan van het systeem. Het labiele karakter van het evenwicht vindt dan zijn oorsprong overigens in andere factoren. 1. De eerste hypothese heeft te maken met het ecosysteemfunctioneren: de voedselsituatie in de Waddenzee voor de jonge mossels is niet goed genoeg (aftopping lentebloei fytoplankton door P limitatie in een heel kritische periode) om de jonge mossels toe te laten heel snel uit de meest kwetsbare grootteklasse te groeien. Onder deze hypothese zou de overleving van een mosselbank veel groter zijn als ze kan starten met individuen > 3-4 mm, buiten bereik van de garnalen. Dit laatste aspect wordt meegenomen in het onderdeel waarbij jonge (delen van) mosselbanken intensief bestudeerd worden en op de proefbanken die aangelegd worden (werkpakket 2). Er zijn geen aanwijzingen dat de voedselsituatie als geheel limitatief zou zijn omdat vestiging en mossel(zaad)groei op MZI s zeer goed genoemd kan worden. Ook overige schelpdieren vertonen de laatste jaren zeer goede ontwikkeling. 2. Een tweede hypothese is dat recrutering meer dan we denken afhankelijk is van de aanwezigheid van volwassen (of in elk geval grotere) dieren. Deze hypothese moet gesplitst worden in twee onderdelen. A; Mossellarven vallen bij voorkeur op of nabij bestaande mosselvoorkomens en B; In kombergingsgebieden met veel oudere mosselen (en dus veel larven) is ook een hogere recrutering. Hypothese 2A wordt in zekere mate gesteund door onderzoek (De Vooys, pers. med., Diederich 2005) waaruit blijkt dat er bij dit soor kolonievormende organismen sprake is van chemische stimuli die settlement op conspecifics stimuleren en langlopend onderzoek dat aangeeft dat er binnen bestaande mosselbanken altijd wel zaadval optreedt, wellicht door de complexe structuur waardoor predatie verminderd wordt. Dit aspect wordt uitgebreid onderzocht door detailmetingen op bestande banken in het litoraal, de pilotfbanken die in het tweede en derde jaar aangelegd worden, en de dunnere mosselvoorkomens (door vissers ankertjes genoemd) die in het sublitoraal ook bestudeerd worden. Hypothese 2 B wordt niet gericht onderzocht in het voor financiering opgevoerde deel van dit project. Naast dit onderzoek draait er een standaard monitoring- en onderzoekprogramma gefinancierd door LNV waarbij jaarlijks de broedval in de hele Waddenzee gevolgd wordt. Daaruit komt informatie beschikbaar die aangeeft waar hoeveel broed gevallen is en hoe de ontwikkeling van dat broed verloopt. Deze gegevens zijn volledig beschikbaar voor de in het huidige voorstel opgevoerde AIO( s) Onder deze hypothese zou er veel meer broedval zijn in kombergingsgebieden met veel mosselen dan in een overigens vergelijkbaar maar leeg kombergingsgebied. Hierbij wordt rekening gehouden met de verblijftijd van ongeveer 4 weken van larven in de waterkolom en de uitwisselingtijden van verschillende watermassa s.. 21

22 De hypothesen 2A en 2B zijn in eerste instantie te controleren rond bestaande mosselbanken en, indien ze niet wordt ontkracht, met een experimentele benadering (aanleggen banken van verschillende schaal en kijken naar effect op recrutering). 3. Een derde hypothese is dat door timing-effecten predatoren op het verkeerde (te vroege) moment of in te grote aantallen op het wad verschijnen, waardoor predatie te vroeg te intensief wordt. Dit kan veroorzaakt worden door klimaatverandering (predatoren overleven de winter of trekken niet naar de diepere delen van de Noordzee) of door een sterke achteruitgang van predatoren (grotere vis in Noordzee, kustzone en wadgeulen) waardoor garnalen en krabben toenemen. De achtergronden van deze hypothese (klimaat en/of vispredatie) worden niet expliciet onderzocht. Wel wordt uitgebreid onderzocht of en welke predatoren wanneer verantwoordelijk zijn voor predatie van mosselbroed van verschillende grootteklassen. Dit wordt gedaan door directe warneming, bemonstering en zeer frequente video- en fotoanalyse. Vanwege de zeer complexe onderzoekopzet om na te gaan hoe het zit met predatie van de juist gesettelde larven ( mm) wordt dit (ook wetenschappelijk) zeer interessante aspect grotendeels buiten beschouwing gelaten Wellicht zijn er in de fase van de aanleg van de pilotbanken mogelijkheden om dit te onderzoeken met behulp van exclosures rond artificieel aangebrachte heel kleine larfjes die op kustmatige substraten (bv pettycoat-gaas) in de waterkolom ingevangen zijn en daarna in verschillende posities binnen de pilotbank geplaatst worden. 4. Een vierde hypothese is dat recrutering (overleving van de juist gesettelde larven) sterk niet-lineair dichtheidsafhankelijk is: mosselen moeten in massale hoeveelheid op beperkte ruimte vallen, om voldoende houvast aan elkaar te hebben, ruimtelijke patronen te kunnen vormen en hun predatoren te oververzadigen. Experimenteel manipuleren van dichtheid in artificiële banken met heel kleine postlarven zou hierover meer kunnen leren, maar wordt vanwege de complexiteit, het zeer fundamentele karakter en de niet door beheer stuurbare factoren niet voorgesteld in het huidige project. Dezelfde hypothese geldt echter voor de overleving van de wat oudere recruten (5-15 mm). Uit eerdere waarnemingen is duidelijk dat die nagenoeg geheel kunnen worden weggevreten door vogels zoals meeuwen en eenden. Predatie(en overleving) van die leeftijdsklassen is wel onderdeel van dit project. 5. Een vijfde hypothese is dat golfaanvallen, in combinatie met wind- en getijbeweging de vestiging van nieuwe mosselbanken beperken en erosie van bestaande banken veroorzaken. In recente jaren zijn deze golven onder invloed van een meer toegenomen westelijke en zuidelijke circulatie in herfst en winter belangrijker (= energierijker) geworden waardoor de overlevingscondities voor mosselbanken in de Waddenzee zijn verslechterd. Deze onderdelen worden uitgebreid onderzocht door zeer intensieve geautomatiseerde metingen van golven en stromingen op bestaande en aan te leggen pilot banken. Uit deze metingen moet ook duidelijk worden in hoeverre patchgrootte, oriëntatie van patches t.o.v. golf en stroomrichting, bezetting door mosselen en fysische opbouw van de patches (slibophoping, zand-slib verhoudingen etc.) van invloed zijn op de stabiliteit van patches 22

23 en banken als geheel. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het formaat van de bank als geheel omdat er aanwijzingen zijn dat bij grotere banken weggespoelde patches ingevangen worden in aan de lijzijde gelegen patches, terwijl ze bij kleinere banken verdwijnen in geulen en daar waarschijnlijk onder sediment verdwijnen. Experimentele manipulatie waaronder beschutting van de aan te leggen pilot banken kan hierover meer leren, 23

24 24

25 6. UITWERKING IN WERKPAKKETTEN Het project MOSSELWAD is functioneel opgedeeld in de volgende werkpakketten Litoraal 1. Bepaling sturende factoren ten behoeve van beheer litorale mosselbanken 2. Herstelmogelijkheden litorale mosselbanken Sublitoraal 3. Bepaling sturende factoren ten behoeve van beheer sublitorale mosselbanken 4. Herstelmogelijkheden litorale mosselbanken 5. Hydrodynamische factoren Van toepassing op litoraal en sublitoraal 6. Vogelpredatie 7. Handboek ontwikkeling en duurzaam beheer mosselbanken 8. Communicatie 9. Projectmanagement De achtergronden en de verdieping van de verschillende onderdelen (werkpakketten) zijn opgenomen in de onderstaande beknopte projectomschrijvingen per werkpakket en uitgewerkt in bijlagen. Werkpakket 1: Bepaling sturende factoren t.b.v. beheer litorale mosselbanken Om kennis over het herstel van litorale mosselbanken t.b.v. beheersmaatregelen te vergroten, moeten de factoren worden bepaald onder welke omstandigheden deze mosselbanken kunnen ontstaan en stabiel blijven. Er zullen verschillende hypothesen getest worden over de succesfactoren die uitbreiding/aangroei, stabiliteit en biodiversiteit van litorale en sublitorale mosselbanken bepalen. Van belang is dat hiervoor op een voldoende grote geografisch schaal naar mosselbanken gekeken wordt. Ook moet rekening worden gehouden met autonome ontwikkelingen in de Waddenzee, zoals klimaatverandering, nutriëntenbelasting, etc. De stabiliteit en biodiversiteit van mosselbanken van verschillende leeftijden zullen op (internationale) schaal vergeleken worden. Een aantal belangrijke biotische en a-biotische factoren dat de vestiging, het voortbestaan en de uitbreiding van mosselbanken bepaalt, zal worden onderzocht: reproductie, nutrient-beschikbaarheid, (vogel)predatie, mosselbedekking en dichtheid, competitie met Japanse oester en effecten van golven, stroming en stormen en mogelijke interacties. Werkpakket 2: Herstelmogelijkheden litorale mosselbanken Ingrepen om de ontwikkeling van litorale mosselbanken in de toekomst beter te kunnen bevorderen De herstelmogelijkheden van litorale mosselbanken zullen vanaf 2010 uitgevoerd worden na het op basis van de in het eerste jaar opgedane kennis en in nauwe samenwerking met 25

26 Rijkswaterstaat kunstmatig aanleggen van mosselbanken in het Westelijk deel van de Waddenzee en deze te monitoren. De experimenteel aangelegde mosselbanken zullen vergeleken worden met natuurlijke mosselbanken, o.a. met behulp van camera s. Het benodigde mosselzaad wordt in principe betrokken uit de reguliere handel. Daarvoor kan zowel gevist zaad als MZI zaad gekocht worden. Mogelijk wordt voor het verkrijgen van mosselzaad gebruik gemaakt van kunstmatig ingevangen mosselzaad dat op biologisch afbreekbare netten op de wadbodem wordt neergelegd. De locaties moeten nog nader bepaald worden. In bijlage 2 wordt een verdere specifieke uitwerking van de werkpakketten 1 en 2 gepresenteerd. Indicatie van aan te leggen oppervlak mosselbank: 15 hectare verspreid over x lokaties. Werkpakket 3: Bepaling sturende factoren t.b.v. beheer sublitorale mosselbanken Vooronderzoek t.b.v. werkpakket 4 Om kennis over het herstel van sublitorale mosselbanken t.b.v. beheersmaatregelen te vergroten, moet onderzocht worden welke factoren bepalen onder welke omstandigheden sublitorale meerjarige mosselbanken kunnen ontstaan. Dit werkpakket zal zich evenals werkpakket 4 specifiek richten op de natuurlijke beïnvloedingsfactoren, in tegenstelling tot het lopende PRODUS-project, dat zich richt op de rol van mosselzaadvisserij. Het hier voorgestelde onderzoek zal daarom plaatsvinden op van bodemberoering gevrijwaarde mosselbanken. De sublitorale mosselbanken zullen worden gevolgd in hun ontwikkeling, ondermeer met behulp van side-scan sonar en onderwater camera s, waarbij verschillende successiestadia in kaart zullen worden gebracht. Aan de hand van de gegevens zullen temporele patronen in de ontwikkeling van mosselbanken worden geanalyseerd en worden gekoppeld aan verklarende factoren zoals predatiedruk, hydrodynamiek en rekrutering Op deze manier zullen de verschillende hiervoor vermelde hypotheses getest worden over de succesfactoren die uitbreiding/aangroei, stabiliteit en biodiversiteit van sublitorale mosselbanken bepalen. Van belang is dat hiervoor op een voldoende grote geografisch schaal naar mosselbanken gekeken wordt. Werkpakket 4: Herstelmogelijkheden sublitorale mosselbanken Sluiting van delen van het sublitoraal om herstel van sublitorale mosselbanken te bevorderen en te begrijpen In het sublitoraal van de Westelijke Waddenzee valt elk jaar mosselzaad, al is er de laatste jaren wel sprake van een afnemende trend. Dit zaad ontwikkelt zich vooral onder invloed van herhaalde bodemberoering door visserijactiviteiten niet tot stabiele mosselbanken; jaarlijks wordt hier circa 65% van het natuurlijk mosselbestand opgevist. Sublitorale banken zijn potentieel belangrijke ecotopen met een ander karakter dan banken op droogvallende platen onder andere vanwege het minder voorkomen van concurrentie met de oprukkende Japanse oester, minder predatie door vogels en het structuurvormende karakter in de relatief structuurarme sublitorale delen. Voor onderzoek naar herstel van sublitorale mosselbanken is het sluiten van een aantal complete sublitorale banken op voor stabiliteit gunstige locaies in de 26

27 Westelijke Waddenzee voor bodemverstorende (mosselzaad- en garnalen-) visserij noodzakelijk. De sublitorale mosselbanken zullen worden gevolgd in hun ontwikkeling, ondermeer met behulp van side-scan sonar en onderwater camera s. De locaties moeten nog nader bepaald worden. Uitgangspunt is dat gestreefd wordt naar een gradiënt van brak naar zout bij het vaststellen van de projectlokaties. In bijlage 3 wordt een verdere specifieke uitwerking van de werkpakketten 3 en 4 gepresenteerd. Indicatie voor geografische schaal: 5 tot 6 mosselbanken van circa 100 hectare elk, totaal 500 hectare, waarbij gestreefd wordt naar een gradiënt van brak naar zout bij het vaststellen van de onderzoekslokaties. Werkpakket 5: Hydrodynamische factoren Op de te kiezen lokaties van werkpakket 2 doet de Universiteit van Utrecht metingen aan de dynamiek van plaatselijke stromingen en golven van het zeewater en de dynamiek van zand en slib ter plaatse. Het onderzoek richt zich op de wijze waarop, de mate waarin en de condities waaronder golven, in combinatie met wind- en getijgedreven processen in staat zijn om litorale banken te eroderen in de Waddenzee. Enerzijds worden de hydrodynamische processen die verantwoordelijk zijn voor de erosie van mosselbanken onderzocht, anderzijds zijn de weerstandskrachten die daarbij moeten worden overwonnen, o.a. ten gevolge van b.v. de hechting van mosselen aan elkaar en aan het substraat onderwerp van studie. Aan de hand van morfologische opnamen, monitoring en de detectie van mosselbed patronen (o.a met videocamera s), het doen van gerichte hydrodynamische metingen (stroming, golven, waterstanden, mate van turbulentie, erosie, resuspensie en transport van gesuspendeerd sediment), een bureaustudie van het wind/golfklimaat en modellering wordt de hypothese getoetst dat golven, al of niet in combinatie met stromingen in toenemende mate een beperkende factor zijn geworden voor de vestiging en stabiliteit van mosselbanken. Werkpakket 5 wordt nader omschreven in Bijlage 4. Werkpakket 6: Vogelpredatie Het onderzoek naar litorale mosselbanken (werkpakketten 1 en 2) richt zich vooral op de oorzaken van de grote verliezen door natuurlijke oorzaken. Het onderzoek naar sublitorale mosselbanken (werkpakketten 3 en 4) richt zich vooral op de natuurlijke ontwikkeling wanneer verliezen door visserij worden geweerd. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen litorale en sublitorale mosselbanken wat betreft de geassocieerde vogelbevolking. Als gevolg hiervan zijn er grote verschillen in de te hanteren aanpak van het project. Om die reden is ervoor gekozen de werkpakket over vogels op te splitsen in twee onderdelen: 1. Een deel dat zich richt op de vogelbevolking van litorale mosselbanken en dan vooral de predatiedruk van de vogels op jonge litorale zaadbanken. 2. Een deel dat zich richt op de vogelbevolking van de sublitorale mosselbanken. In Bijlage 5 is de analyse van vogelpredatie (werkpakket 6) nader uitgewerkt. 27

28 Werkpakket 7: Handboek herstel en beheer mosselbanken De resultaten van de verschillende werkpakketten en veldexperimenten worden samengevat in een modelvorm (concept handboek) gebaseerd op de factoren die het herstel van mosselbanken bepalen. Deze modelvorm kan door de beheerders worden ingezet om de vorming van mosselbanken actief te bevorderen. In de modelvorm worden zowel wetenschappelijke, praktische als beleidsmatige adviezen voor het herstel van mosselbanken opgenomen. Er zal onder andere een literatuurstudie worden uitgevoerd waarbij de stabiliteit en biodiversiteit van mosselbanken van verschillende leeftijden op (internationale) schaal (NL, UK, D, DK) vergeleken worden. De verschillende versies van modelvorm / handboek worden als interactief groeidocument via internet beschikbaar gesteld. In Bijlage 6 is de totstandkoming van het handboek nader uitgewerkt. Werkpakket 8: Communicatie Er is een grote maatschappelijk en politieke belangstelling voor de mosselstand in de Nederlandse Waddenzee alsmede voor de relatie tussen doelstellingen m.b.t. het natuurbehoud en de visserij enerzijds. De MOSSELWAD partners zijn zich daarvan bewust en hopen met dit project een constructieve bijdrage te leveren aan de discussie over een duurzaam beheerde Waddenzee. Een juiste beeldvorming over het project is dan ook van het grootste belang. Het MOSSELWAD projectteam zal zorgen voor een zo goed mogelijke communicatie over het project in de richting van: - het beleid ten aanzien van de Waddenzee - natuurbeheer en natuuronderzoek - visserij-, mossel- en garnalensector en onderzoek op dit vlak - de media. MOSSELWAD Communicatieplan Hiertoe zal door het projectteam een communicatieplan worden geformuleerd waarmee het team ervoor wil zorgen dat de juiste informatie op het juiste moment op de juiste plaats komt. Dit communicatieplan wordt voorgelegd aan het Waddenfonds en aan de Begeleidingsgroep. Het communicatieplan zal onder meer de basis vormen voor: 1. De communicatie met het Waddenfonds, met de ministeries Verkeer en Waterstaat (m.n. Rijkswaterstaat) en LNV en met de waddenprovincies 2. De communicatie met de Begeleidingsgroep 3. De relatie en uitwisseling met andere relevante projecten en initiatieven 4. De communicatie met alle (andere) belanghebbenden 5. Free publicity. Publicaties in een breed spectrum van media, waarbij het kan gaan om vakbladen tot en met de landelijke media. MOSSELWAD Symposium 28

29 Als onderdeel van het project zal enkele malen een MOSSELWAD Symposium worden gehouden ter versterking van de doelstellingen van het Communicatieplan. In de begroting is budget gereserveerd voor een drietal symposia, één na aanvang van het project (1 e helft 2010), één halverwege (2012) en één aan het eind (1 e helft 2014). Het symposium zal openstaan voor beroepsmatig geïnteresseerden en de media. Communicatie en samenwerking binnen het Waddengebied Direct na de start van het project wordt de integratie van de communicatie van MOSSELWAD met de andere dan lopende projecten en initiatieven, zowel van het Waddenfonds als daarbuiten, verder uitgewerkt in overleg met de projectpartners en externe partijen. Zeer belangrijk hierbij is het lopende project PRODUS maar ook andere projecten op het gebied van natuurherstel in de Waddenzee. Website, video- en camerabeelden Voor het project wordt een projectwebsite gemaakt, vooral voorinterne communicatie. Inmiddels is reeds overeengekomen dat alle video- en camerabeelden die binnen MOSSELWAD worden geproduceerd (met name binnen de werkpakketten 2 en 4) via de op dit gebied meest geschikte internetsite extern zullen worden gecommuniceerd. Een mogelijkheid daartoe lijkt met name InterWad, de formele communicatielijn voor het wad voor de verschillende bij wadactiviteiten betrokken ministeries. De hiermee samenhangende kosten zijn in de begroting van MOSSELWAD opgenomen. Werkpakket 9: Projectmanagement Het projectmanagement wordt door EUCC uitgevoerd conform bijlage 7. 29

30 REFERENTIES (EXCLUSIEF SPECIFIEKE REFERENTIES PER WERKPAKKET) Diederich, S Differential recruitement of introduced Pacific Oysters and native mussels at the North Sea Coast; Coexistence possible? Journal of Sea res. 53: Van der Koppel J, Gascoigne JC, Theraulaz G, Rietkerk M, Mooij WM & Herman PJM (2008) Experimental evidence for spatial self-organization and its emergent effects in mussel beds. Science, in press Jaarlijkse IMARES rapporten o.a.: Jansen, J.M.J., M.R. van Stralen, J.J. Kesteloo, C. van Zweeden (2008) Inventarisatie van het sublitorale wilde mosselbestand in de westelijke Waddenzee in het voorjaar van IMARES Rapport C044/08 Fey, F., N. Dankers, A. Meijboom, P.W. van Leeuwen, H. Verdaat, M. de Jong, J. Heusinkveld, E. Dijkman, J. Cremer en V. Kimmel (2008) Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee; situatie IMARES Rapport C005/08 Ens et al, 2004, Resultaten EVA-2. Rapporten betreffende het lopende PRODUS onderzoek: - Fey, F., B. Brinkman, J. Craeymeersch, H. Heessen en E. Meesters (Wageningen IMARES); M. van Stralen (MarinX); R. Dekker (NIOZ) - PRODUS dp 3: effecten van sublitorale mosselzaadvisserij in de Westelijke Waddenzee: situatie in eerste en tweede jaar van sluiting onderzoekvakken ( ). IMARES Rapport C013/08 - Jansen, Rapportage NWO-ZKO-project Monitoring abundance, composition, development and spatial variation in macrozoobenthos and birds - Jansen, Rapportage NWO-ZKO-project Aggregations in mussel beds. Stichting Geïntegreerde Visserij, Uitgangspunten onderzoek naar het handmatig oogsten van Japanse oesters. 30

31 31

32 BIJLAGEN 1. Samenvatting van conclusies startbijeenkomst 28 augustus 2008 te Utrecht 2. Werkpakketten 1-2 Duurzaam beheer litorale mosselbanken : Onderzoek herstelmogelijkheden mosselbanken litoraal incl. monitoring / evaluatie (WAGENINGEN IMARES, SOVON, NIOO-CEME) Werkpakketten 3-4 Duurzaam beheer sublitorale mosselbanken : Onderzoek herstelmogelijkheden mosselbanken sublitoraal incl. monitoring / evaluatie (WAGENINGEN IMARES) Werkpakket 5: Hydrodynamische processen en litorale mosselbanken (UU-IMAU, WAGENINGEN IMARES) 5. Werkpakket 6: Vogelpredatie (SOVON, NIOZ) 6. Werkpakket 7: Handboek (IMARES NIOO SOVON) 7. Werkpakket 9: Projectmanagement en -planning (EUCC et al) 8. Samenwerkingsovereenkomst 9. Concept brief Rijkswaterstaat inzake cofinanciering e.a. 10. (Mogelijk) benodigde vergunningen 32

33 33

34 BIJLAGE 1 Samenvatting van conclusies startbijeenkomst 28 augustus 2008 te Utrecht. 1. Mosselbanken zijn vanouds een belangrijk integraal onderdeel van het wadden-ecosysteem met belangrijke eigenschappen t.a.v.benthisch-pelagische koppeling, sedimenthuishouding, biodiversiteit, voedselaanbod voor vogels en economie 2. Mosselbanken kunnen zowel litoraal zijn, d.w.z. voorkomend op droogvallende platen, als sublitoraal, ofwel continue ondergedoken. Geconstateerd werd dat litorale en sublitorale banken sterk verschillen in begeleidende soorten en ook verschillende rollen in het ecoysteem en voedselweb vervullen. Litorale banken hebben ondermeer een belangrijke landschappelijke waarde en zijn belangrijk voor de voedselvoorziening van wadvogels. Sublitorale mosselbanken zijn belangrijk voor de voedselvoorziening van duikeenden en vertegenwoordigen andere specifieke biodiversiteitswaarden. 3. Droogvallende natuurlijke mosselbanken komen in de westelijke Waddenzee nauwelijks (meer) voor en in de oostelijke Waddenzee is sprake van een fluctuerende en sprongsgewijze ontwikkeling sinds het midden van de jaren 90. Daar is nu een grote verscheidenheid aan litorale mosselbanken van verschillend leeftijdsklassen en een totaal oppervlak dat in de richting gaat van de (nagenoeg) onverstoorde toestand in de jaren 60. Deze banken bieden een uitgelezen mogelijkheid om de factoren te onderzoeken die overleving en instandhouding bepalen om zodoende gefundeerde plannen te maken voor herstel in overige delen van de Waddenzee. 4. Het (al of niet) voorkomen van sublitorale mosselbanken wordt sterk bepaald door het beleid t.a.v. mosselzaadbevissing. Slechts bij het plaatselijk stopzetten van deze bevissing is de potentie voor de vorming van stabiele mosselbanken vast te stellen. 5. Een toekomstbeeld voor mosselbanken in de Waddenzee mag niet (uitsluitend) worden afgeleid van een referentiebeeld uit het verleden maar dient vooral gebaseerd te worden op de te verwachten situatie in de toekomst met autonome ontwikkelingen als zeespiegelstijging, opwarming van het zeewater, de ontwikkeling van predatoren en van de ontwikkeling van mogelijke concurrenten zoals de Japanse oester. 6. Er zijn nog veel kennislacunes t.a.v. de hefbomen en de kritische sleutelfactoren die de ontwikkeling (ontstaan, bestaan, verdwijnen) van mosselbanken bepalen, zowel in de litorale als in de sublitorale sfeer. 7. Voor een versnelde invulling van de kennislacunes is multidisciplinair onderzoek op natuurlijke banken in verschillende ontwikkelingsstadia aangevuld met experimentele pilots nodig. 8. Rijkswaterstaat kan vanuit de gestelde doelen in het kader van de Kaderrichtlijn Water vanaf 2010 een areaal mosselbanken aanleggen dat deels geschikt zal zijn voor experimenteel onderzoek en monitoring 9. De bij het overleg betrokken deskundigen willen Rijkswaterstaat graag adviseren t.a.v. te meest optimale lokaties voor de stimulering van nieuwvorming van mosselbanken. 10. Rijkswaterstaat wil graag medewerking verlenen aan experimenteel onderzoek aan de nieuw gevormde banken om meer kennis voor het toekomstig beheer te verwerven. 34

35 De twaalf organisaties die op 28 augustus 2008 tijdens de startbijeenkomst van het project vertegenwoordigd waren: Wageningen IMARES NIOO-CEME SOVON Vogelonderzoek Nederland RWS-DNN Waddenvereniging EUCC The Coastal Union Grontmij / Aquasense) Stichting Zeeschelp Alkyon Altenburg & Wymenga NIOZ DLG 35

36 BIJLAGE 2 Werkpakket 1 Onderzoek naar factoren die stabiliteit en overleving van litorale mosselbanken bepalen ( ) Werkpakket 2 Aanleg, bestudering en monitoring van Pilot banken in het litoraal ( ) Verantwoordelijke onderzoekers Dr. Norbert Dankers (IMARES); Dr. Frouke Fey (IMARES); Prof. dr. Piet Hoekstra (UU-Geosciences); ) Dr. Bruno Ens (SOVON); Dr. Johan van de Koppel; (NIOO) Bij verschillende werkpakketten die van dit algemene pakket zijn afgeleid (WP-5 (Fysische aspecten) en WP-6 (Vogelpredatie) zijn ook andere onderzoekers betrokken. Die worden onder die specifieke werkpakketten genoemd. 1. Algemene introductie en probleemanalyse Filtrerende organismen vervullen een essentiële rol in de Waddenzee. Vooral schelpdieren die banken vormen zijn belangrijk. Ze steken meestal ruim boven het omringende wad uit en zijn daardoor langer beschikbaar voor foeragerende vogels. Mosselbanken zijn een relatief stabiele voedselvoorziening voor vogels omdat ze redelijk goed bestand zijn tegen storm of ijs en zichzelf in stand kunnen houden door het bieden van substraat en bescherming voor broedval. Daarnaast zijn mosselen ook zeer goed bestand tegen lage temperaturen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld kokkels die in strenge winters meer dan 90% sterfte vertonen. Mosselbanken zijn ook in staat een stijgende zeespiegel bij te houden door productie van pseudofaeces waarbij organisch materiaal en fijn slib uit de waterkolom in en rond de banken wordt vastgelegd (zie Intermezzo). Daarvan profiteren weer veel depositfeeders die in die omgeving in grotere concentraties voorkomen en een belangrijke voedselbron vormen voor vogels die geen mosselen eten. De rol van schelpdierbanken en de relatie met fysische variabelen wordt in het kort aangegeven in het Intermezzo (zie volgende pagina). Belang van mosselbanken voor natuur en beleid Mosselbanken vormen een integraal onderdeel van EU-habitattype 1140 droogvallende wadplaten. Ze zijn daar een belangrijke kwaliteitsparameter, onder andere vanwege hun functie in de pelagisch-benthische koppeling waarbij slib en organisch materiaal wordt vastgelegd in en rond de bank, het belang als voedsel voor zowel schelpdieretende vogels als vogels die op en rond de mosselbank foerageren, en de landschappelijke aspecten van de boven de zandige omgeving uitstekende structuren. 36

37 INTERMEZZO De rol van schelpdieren in het Waddenzee ecosysteem: fysische en biologische interacties Filtrerende schelpdieren ( filterfeeders ) zijn in staat de watermassa van de Waddenzee in enkele dagen geheel te filtreren. Daarmee vormen filterfeeders een schakel tussen het pelagische en het benthische deel van de Waddenzee. Zulke schelpdieren zorgen ervoor dat kleine deeltjes zoals (fijn) sediment, levende algen en organisch materiaal uit de waterkolom omgezet worden in faeces en pseudofaeces, die zich als grotere deeltjes gedragen en bezinken of naar de bodem getransporteerd worden. Dit betekent dat de deeltjes in het systeem blijven en niet door het tij geëxporteerd worden. Wanneer zulke deeltjes binnen mossel- of oesterbanken bezinken, zullen deze banken boven de omgeving gaan uitrijzen en op die manier de omgeving en stromingspatronen beïnvloeden, waardoor onder meer turbulentie ontstaat. Mosselbanken veroorzaken een ander effect dan oesterbanken, omdat mossels zichzelf naar boven kunnen verplaatsen, terwijl oesters dat niet kunnen en in verticale richting groeien. De toegenomen ruwheid van de banken kan tot toenemende sedimentatie leiden. Wanneer de banken specifieke ruimtelijke patronen ontwikkelen (Fig. 7) (Van de Koppel et al 2005) kunnen dergelijke processen zelfs versterkt worden. In het algemeen is er een sterke koppeling en feedback tussen hydrodynamische (golven en stromingen) en biologische processen en condities. Natuurlijke banken ontwikkelen zich vanuit zaadval. De omvang van de zaadval is moeilijk te voorspellen zowel in de ruimte en in de tijd. Verder overleeft het meeste pas gevestigde zaad het niet en worden niet altijd de ruimtelijke patronen gevormd die kenmerkend zijn voor stabiele jonge mosselen. Gemiddeld overleeft ongeveer de helft van de sublitorale mosselbanken de volgende winter. Deze banken (of gedeeltes van de banken) kunnen biogene structuren vormen die vele jaren overleven en het gehele ecosysteem kunnen beïnvloeden. In oudere banken laat elke jaarklasse een afname in oppervlak, aantal, patchgrootte en dichtheid van organismen zien (Fey et al. 2008). Herhaalde broedval lijkt derhalve noodzakelijk om de banken intact te houden. De stabiliteit of overlevingskans van biogene structuren zoals mossel- of oesterbanken, die van groot belang zijn als biotoop voor epibenthische fauna en als foerageerhabitat voor vogels. Voor beleidsmakers is de term stabiliteit van belang in het kader van mosselzaadvisserij. De overleving van mosselbanken na de eerste zaadval wordt door veel factoren beïnvloed. Belangrijke factoren die een rol spelen bij de stabiliteit van banken zijn behalve biologische factoren, ook de hydrodynamische condities (stroming, golven, turbulentie), de historie en biologische eigenschappen van de bank en de stabiliteit van het onderliggende sediment. Het sediment kan bestaan uit mobiel zand, fijn slik en slik in vastere vorm, klei en zand. Tot op heden hebben de meeste studies over de invloed van hydrodynamische factoren op mosselbankstabiliteit zich gericht op stroming en stroming gerelateerde turbulentie om voedselbeschikbaarheid te bepalen. Maar ook het effect van golven en golf-stroming interacties gedurende stormen op de stabiliteit van mosselbanken is belangrijk, evenals vogelpredatie en biologische en fysische aspecten van de banken. Daarnaast vormen ze een specifiek ecotoop en mosselbanken worden expliciet genoemd als ecotarget in trilaterale overeenkomsten en beleidsstukken zoals PKB en beheerplannen. 37

38 Biogene structuren als stabiliteitsbuffer in een dynamische omgeving. Hoewel de Waddenzee door een hoge ruimtelijke en temporele variabiliteit gekenmerkt wordt, zal klimaatverandering een serieuze uitwerking hebben op het gebied. Veranderde hydro-meteorologische condities, zoals toegenomen windkracht en lokale golfhoogte, zullen het hydrodynamische regiem in grotere delen van het Waddenzee ecosysteem beïnvloeden. De ontwikkeling van litorale biogene structuren zal serieus beïnvloed worden en de biodiversiteit in sublitorale ecosystemen zou kunnen verminderen. Biogene structuren zoals mosselbanken kunnen klimaateffecten ook tegengaan door het creëren van een natuurlijk buffer in de vorm van verhogingen, rigide structuren en beschutte plekken. Het begrijpen van de ontwikkeling van deze biogene structuren na de vestiging van mosselbanken is derhalve van groot belang in dit project. Definitie mosselbank Een mosselbank is: een benthische gemeenschap waar mosselen beeldbepalend zijn, en die bestaat uit een ruimtelijk goed af te bakenen lappendeken van grote of kleine groepen mosselen die als bulten boven de omgeving kunnen uitsteken en die door open ruimtes gescheiden zijn (Brinkman et al. 2003). Figuur 1. Meerjarige mosselbank onder Rottum in 2007 (ontstaan in 2001) met geprononceerde structuren Binnen het begrip mosselbank worden 3 typen onderscheiden (Brinkman et al. 2003): - Zaadbanken: veelal eenvormige voorkomens van pas gevestigd ( gevallen ) mosselzaad op een kale ondergrond. De bank heeft nog niet altijd een gedefinieerde structuur, de samenstelling (grootte, leeftijd) is nog geheel uniform. Andere organismen vormen nog geen groep van betekenis. - Jonge mosselbanken: de zaadbank heeft de eerste winter overleefd, en bestaat uit mosselen van 2-3 cm lengte. De bank begint een duidelijke structuur te krijgen. - Oude mosselbanken: de bank heeft inmiddels twee winters overleefd, bestaat onder andere uit oudere mosselen (>2 jaar), en heeft een geprononceerde structuur. Na de vestiging van een mosselbank, door natuurlijke of kunstmatige zaadval, zorgen sterke dichtheidsafhankelijke processen ervoor dat er ruimtelijke structuren ontstaan binnen de mosselbank. Deze vorm van zelf-organisatie als sleutelproces in de vestiging van natuurlijke en kunstmatige herstelde mosselbanken vormt een belangrijk deel in het onderzoek. Het gaat hierbij om streeppatronen op een schaal van 5-10 meter, evenals netvormige aggregaties op een schaal van 10 cm (Van de Koppel et al 2005, Van de Koppel et al, Science in press). De ontwikkeling van deze ruimtelijke patronen lijkt een cruciale factor van de 38

39 stabiliteit van mosselbanken. Het losraken van mosselen komt in banken met dergelijke ruimtelijke structuren 5 keer minder voor dan in mosselbanken zonder patronen (Van de Koppel et al in press). Daarom is het cruciaal te begrijpen wat de belangrijkste bepalende factoren zijn voor de ontwikkeling van ruimtelijke patronen in kunstmatige mosselbanken. Mosselbank herstelprojecten kunnen dus alleen maar succesvol zijn als ruimtelijke patronen begrepen en gedocumenteerd worden op kleine en grote ruimtelijke schaal. De definities van mosselbanken en de onderverdeling in subtypen gaat eigenlijk voorbij aan het feit dat een mosselbank vaak een combinatie is van meerdere van deze onderdelen. Wanneer mosselzaad valt op een oudere bank ontstaat vaak een complexe structuur met mosselen van meerdere jaarklassen (Fig. 2) op- en door elkaar met daarnaast voorkomens van strooimosselen en oude bankrestanten. Daarnaast slaan er regelmatig delen af, groeien delen aan of verschuiven (delen van) de mosselbank (Fig. 3). Dit soort banken is dus uitermate geschikt voor het uitvoeren van het voorgestelde onderzoek Bank 603C Bank lengte Contour van Figuur 2. Lengtefrequentieverdeling van mosselen op mosselbank 603 (onder Schiermonnikoog) in Aan de pieken is te zien dat deze bank, die waarschijnlijk is ontstaan in 1995, nu uit minimaal drie verschillende jaarklas-groepen bestaat (broedval 2003, broedval 2002 en broedval van 2001 en eerder) m IMARES Figuur 3. Jaarlijkse verandering (afslag en aangroei) in oppervlakte van bank 603 (Schiermonnikoog) tot Wanneer de bank ouder wordt komen er steeds meer lege schelpen in de bank door sterfte van mosselen of ingespoelde dode schelpen. Het oppervlak van de bank bestaat dan nog voor ongeveer 40% uit levende mosselen (Fey et al 2008, Dankers et al 2004). Onder de mosselbank ontstaat een sedimentlaag van geproduceerde faeces en pseudofaeces, ingespoeld zand, schelpresten en organisch detritus, waardoor de verticale structuur toeneemt. Op een bestaande bank kan soms zodanig veel zaad vallen dat de oude mosselen verstrikt raken. De populatie bestaat dan nog slechts uit één jaarklasse. Toch kan dan niet gesproken worden van een jonge bank. In dit type banken kan de geschiedenis vastgesteld worden door het beschrijven van verticale profielen. Daaruit blijkt dikwijls dat een bank is opgebouwd uit verschillende lagen waar banken uit meerdere decennia elkaar opvolgen. De verstikte en begraven mosselen staan dan nog in de positie zoals ze op de originele banken voorkwamen. Hierover zijn meerdere voorbeelden bekend uit het Duitse wad (Fig. 4). 39

40 Figuur 4. Verticaal profiel van een jonge (links) en een oude (rechts) mosselbank (Hertweck and Liebezeit, 1996) Ook in profielen over mosselbanken uit de Nederlandse Waddenzee zijn oude harde schelplagen op verschillende diepten gemeten (Dankers et al 2004). Een voorbeeld is gegeven in Figuur 5. Ook komt er een taxonomisch gevarieerde verzameling van soorten, zodat er uiteindelijke een complexe levensgemeenschap ontstaat (Saier, 2002). Figuur 5. Schelplagen van oudere mosselbanken onder een bestaande bank (Balgzand) (Dankers et al, 2004) 40

41 Het is dus duidelijk dat een mosselbank af en toe opnieuw ontstaat en ook, al dan niet geleidelijk, verdwijnt. Omdat meerdere factoren een invloed uitoefenen op de mogelijkheden voor overleving moeten deze allemaal, zowel afzonderlijk als in combinatie betrokken in onderzoek naar mogelijkheden die aanwezigheid van een groot areaal over langere tijd kunnen verwezenlijken of bevorderen. Huidige problemen met ontwikkeling van mosselbanken In de jaren 80 is door overbevissing (hier gedefinieerd als doorvissen in een periode van lage recruitment) het merendeel van de banken zodanig aangetast dat de laatste droogvallende banken in 1991 verdwenen waren. Sinds die tijd is langzaam en sprongsgewijze herstel opgetreden, vooral in de oostelijke Waddenzee. In sommige gebieden blijft herstel achterwege, en er worden regelmatig plannen ontwikkeld om de ontwikkeling en handje te helpen met het aanleggen van mosselbanken. In een aantal gevallen zijn die plannen ook uitgevoerd (Tabel 1), maar bij het merendeel bleken de aangelegde banken na korte tijd verdwenen. Slechts 2 pogingen kunnen als geslaagd worden beschouwd. Hieruit blijkt dat het belangrijk is om goed te weten wat de factoren zijn die een rol spelen bij de overleving van mosselbanken zodat pogingen tot aanleg en vergunningverlening voor visserij gebaseerd kan worden op goed onderbouwde adviezen. Tabel 1: Pogingen en resultaat van experimenten met het aanleggen van mosselbanken Locatie Jaar Resultaat Referentie Schiermonnikoog 1986 De bank werd aangelegd in juni 1987 in het kader van onderzoek naar de ecologie van de scholekster nabij een voor observatie opgestelde wadhut. Op de bank vond daarna goede broedval plaats en de bank bleef in stand tot hij weggevist werd in 1990 Lauwersoog 1995 In beslag genomen mosselen ( duizend kg illegaal verzameld bij Ameland) zijn gestort op een plaat naast de geul ten noordoosten van Lauwersoog. Ze ontwikkelden zich tot een stabiele bank die nog groeide door broedval en mosselen van andere plekken die er met stormen in verwaaiden. De bank was in 2008 nog aanwezig. Balgzand halve-cirkelvormige mosselbanken aangelegd ( kg/m²) op een basis van gestorte kleischelpen. Deze bankjes waren binnen 1 maand geheel verdwenen (waarschijnlijk vogelpredatie) Sleeswijk Holstein???? Door Georg Nehls zijn in Sleeswijk Holstein verschillende mosselbanken aangelegd. Zowel op zandige ondergrond als op vooraf gestorte stemnen. Binnen een jaar waren alle banken verdwenen 41 (Ens & Alting 1996; Hulscher pers. comm.) Jan Smit bank (Krukel-LNV) Van Pelt et al 2003 Nehls Pers.Com Waddenzee 2001 Op vijf locaties in de Westelijke Waddenzee Ens et al 2004

42 werden banken aangelegd met mosselen verkregen uit het zg Jan Louw experiment. Op drie van die plekken verdwenen ze binnen een paar weken, twee banken overleefden enkele maanden, maar waren toen ook verdwenen. Hoewel mosselbanken al langere tijd in kaart worden gebracht is het nog onduidelijk welke factoren precies verantwoordelijk zijn voor langdurige overleving (Brinkman et al. 2003; Dankers et al. 2003, 2004; Fey et al. 2008). Duidelijk is wel dat er in de eerste winter na de broedval veel banken geheel of gedeeltelijk verdwijnen. In de winter van is dit in detail gevolgd op 20 mosselbanken. De resultaten zijn weergegeven in Fig. 6. Percentage van de banken dat is weggeslagen tussen december en april 120 percentage weggeslagen (%) A N D E F G H 8 10 J K weggeslagen tussen januari en april weggeslagen tussen december en januari bank Figuur 6. Percentage van de banken dat is verdwenen tussen december 2001 en april 2002 (uit Dankers et al. 2004). Uit Fig. 6 blijkt dat van de 20 banken er 9 in april (nagenoeg) verdwenen waren. Van een zevental (5, 7, 12, 1, A, D, en 10) was nog ongeveer 50% van het oppervlak over en 4 banken (2, H, J, en K) waren qua oppervlak nagenoeg onaangetast. Het bleek moeilijk om aan te geven waarom welke (delen van) banken verdwenen waren en andere overleefden. Het is duidelijk dat er een groot gebrek aan kennis is om op basis daarvan gefundeerde beheersbeslissingen te nemen in het kader van natuurherstel en vergunningverlening voor allerlei activiteiten (visserij, oesterrapen, zagersteken, handkokkelen etc). In het licht van het streven om te komen tot uitbreiding en meer natuurlijke verspreiding van mosselbanken zoals vastgelegd in meerdere beleidsbesluiten en internationale afspraken is het niet verantwoord om vergunning te verlenen voor aantasting van banken die wellicht een grote kans te hebben om langere tijd te overleven of pogingen te ondernemen voor aanleg op plaatsen of met methoden die gedoemd zijn te mislukken. 42

43 2. Factoren die de overleving van mosselbanken bepalen A) De vroege dynamiek van artificiele mosselbedden Direct na het uitzaaien van mossels op de getijdeplaten zullen de mossels zich organiseren in clusters en patches met lokaal hoe dichtheden. Deze hoge dichtheden zijn cruciaal voor de vorming van trosvormige matten van mossels via de productie van byssusdraden (Fig. 7), waarmee zij zich kunnen beschermen tegen predatie en golfslag. Veldonderzoek heeft uitgewezen dat deze vertrossing het verlies van mossels uit het bed verlaagt met een factor 4 (Van de Koppel et al in press). Op een grotere schaal en op langere termijn kunnen de mosselbanken regelmatige ruimtelijke patronen vormen. Deze patronen zijn een adaptatie die een hoge lokale (binnen-patch) dichtheid toestaat, zonder dat depletie van algen optreed in het water boven het bed (Van de Koppel et al 2005). In deze hoge dichtheden zijn de mossels het best beschermd tegen verstoringen. Of artficiele bedden deze adaptaties ook ontwikkelen is onbekend, en daarom een belangrijk onderdeel van deze studie. A B C Figuur 7: Foto s van patroonvorming in mosselbanken op verschillende schalen: (A) <1 m, (B) 1-10 m, (C) >100m. B) Stabiliteit van banken op de lange termijn De stabiliteit van een mosselbank wordt bepaald door de mate waarin een mosselbank bestand is tegen natuurlijke en antropogene overlevingsfactoren. De locatie van de mosselbank bepaalt in hoeverre de mosselbank wordt blootgesteld aan deze overlevingsfactoren. Daarnaast bepaalt de locatie de bestaansmogelijkheden van de mosselbank door de abiotische factoren die daar heersen zoals droogvalduur of sedimentsamenstelling. Als laatste is de overleving dichtheidsafhankelijk: mossels overleven beter als ze in hoge dichtheden op een bank terecht komen. De stabiliteit van een mosselbank wordt door een aantal bed-specifieke eigenschappen bepaald (stabiliteitskenmerken). Voorbeelden zijn: leeftijdsopbouw en dichtheid van de mosselen in de bank hechting van mosselen door byssusdraden de bankstructuur, waaronder begroeiing door macroalgen stevigheid en structuur van de ondergrond Overleving van banken 43

MOSSELBANKEN IN DE WADDENZEE

MOSSELBANKEN IN DE WADDENZEE MOSSELBANKEN IN DE WADDENZEE Functies - Wadden ecosysteem Filter feeders en waterkwaliteit; slib Biodepositie en stabiliteit van substraat; kustbescherming Morfologische landschappelijke eenheid in systeem

Nadere informatie

Wageningen IMARES. De rol van schelpdieronderzoek in een duurzame ontwikkeling van de Waddenzee. Pauline Kamermans

Wageningen IMARES. De rol van schelpdieronderzoek in een duurzame ontwikkeling van de Waddenzee. Pauline Kamermans De rol van schelpdieronderzoek in een duurzame ontwikkeling van de Waddenzee Pauline Kamermans is een samenwerkingsverband tussen Wageningen UR en TNO De rol van schelpdieronderzoek in een duurzame ontwikkeling

Nadere informatie

Inventarisatie van het wilde mosselbestand in de Waddenzee in het najaar van 2009

Inventarisatie van het wilde mosselbestand in de Waddenzee in het najaar van 2009 Onderzoek en advies - mariene ecologie, visserij en schelpdierkweek Elkerzeeseweg 77 4322 NA Scharendijke tel./fax: 0111-671584 mobiel: 06-44278294 e-mail: marinx@zeelandnet.nl rapport nr. 2009.87 Inventarisatie

Nadere informatie

De Dynamiek van Mosselbanken Invloed van stroming en golven

De Dynamiek van Mosselbanken Invloed van stroming en golven De Dynamiek van Mosselbanken Invloed van stroming en golven Jasper Donker 1 3 Waterbeweging in de Waddenzee Waterstand / waterdiepte Stromingen door getij en wind Golfwerking Feedback: terugkoppeling

Nadere informatie

Programma naar een Rijke Waddenzee

Programma naar een Rijke Waddenzee Programma naar een Rijke Waddenzee n Symposium Waddenacademie Kees van Es Inhoud presentatie 1. Aanleiding, opdracht en context 2. De mosseltransitie in het kort Kennisvragen 3. Streefbeeld: Wijze van

Nadere informatie

PLAN VAN UITVOERING TRANSITIE MOSSELSECTOR

PLAN VAN UITVOERING TRANSITIE MOSSELSECTOR PLAN VAN UITVOERING TRANSITIE MOSSELSECTOR [2014-2018] CONVENANT TRANSITIE MOSSELSECTOR EN NATUURHERSTEL WADDENZEE 1 DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, SHARON DIJKSMA PO MOSSELCULTUUR, DAAN VAN

Nadere informatie

Kennis inventarisatie natuurlijke klimaatbuffer Zeegrasherstel Waddenzee

Kennis inventarisatie natuurlijke klimaatbuffer Zeegrasherstel Waddenzee Kennis inventarisatie natuurlijke klimaatbuffer Zeegrasherstel Waddenzee Januari 2014 Contacten Josje Fens, Fens@waddenvereniging.nl, t. 0517 493 663 Luca van Duren, Luca.vanDuren@deltares.nl, t. 088 3358

Nadere informatie

Morfologie kwelders en. platen Balgzand

Morfologie kwelders en. platen Balgzand Morfologie kwelders en platen Balgzand Autonome ontwikkeling Hoogwatervluchtplaatsen Werkdocument RIKZ/AB - 99.607x ir. B.B. van Marion December 1999 Samenvatting In het kader van het project GRADIËNTEN

Nadere informatie

DUURZAAM EN DYNAMISCH. Advies van de Beleidsadviesgroep EVA II inzake het toekomstig beleid voor de schelpdiervisserij

DUURZAAM EN DYNAMISCH. Advies van de Beleidsadviesgroep EVA II inzake het toekomstig beleid voor de schelpdiervisserij DUURZAAM EN DYNAMISCH Advies van de Beleidsadviesgroep EVA II inzake het toekomstig beleid voor de schelpdiervisserij Juni 2004 Inleiding De Beleidsadviesgroep EVA II (BAG) is in juni 2003 door minister

Nadere informatie

Reviewdocument Programmaplan Naar een Rijke Waddenzee 2015-2018. Voedselweb & Biobouwers Versie tafels _15.02.10

Reviewdocument Programmaplan Naar een Rijke Waddenzee 2015-2018. Voedselweb & Biobouwers Versie tafels _15.02.10 Reviewdocument Programmaplan Naar een Rijke Waddenzee 2015-2018 Voedselweb & Biobouwers Versie tafels _15.02.10 0. Inleiding In 2010 stelden de samenwerkende partners van het Programma naar een rijke Waddenzee

Nadere informatie

PERSDOSSIER MOSSELEN

PERSDOSSIER MOSSELEN PERSDOSSIER MOSSELEN Mosselen algemeen De mossel is een belangrijk product uit de Nederlandse schelpdierteelt. In Europa worden er jaarlijks circa 700 miljoen kilo mosselen geproduceerd, waarvan ongeveer

Nadere informatie

Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten (H1140) Verkorte naam: Slik- en zandplaten. 1. Status. 2. Kenschets

Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten (H1140) Verkorte naam: Slik- en zandplaten. 1. Status. 2. Kenschets Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten (H1140) Verkorte naam: Slik- en zandplaten 1. Status Habitatrichtlijn Bijlage I (inwerkingtreding 1994). 2. Kenschets Beschrijving: Dit habitat betreft ondiepe

Nadere informatie

Wadden Sea Fish Haven: Development agenda for fish in the Wadden Sea and overview of species

Wadden Sea Fish Haven: Development agenda for fish in the Wadden Sea and overview of species Vis in de Waddenzee Ontwikkelagenda voor vis in de Waddenzee en overzicht van soorten Wadden Sea Fish Haven: Development agenda for fish in the Wadden Sea and overview of species Inleiding De Waddenzee

Nadere informatie

Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard!

Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! > www.vrom.nl Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! 2e Tender Waddenfonds 8 september tot en met 17 oktober 2008 Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! 2e Tender

Nadere informatie

De inrichting en het beheer van de kwelders sluit aan bij het Kwelderherstelprogramma Groningen.

De inrichting en het beheer van de kwelders sluit aan bij het Kwelderherstelprogramma Groningen. Beschrijving kwelderherstelmaatregelen 1 1.1 Inleiding Aan de noordkust van Groningen heeft Groningen Seaports, mede ten behoeve van RWE, circa 24 ha. kwelders aangekocht. Door aankoop van de kwelders

Nadere informatie

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling........................................................................................ H. Mulder, RIKZ, juni

Nadere informatie

Over deze nieuwsbrief

Over deze nieuwsbrief Paul Klaassen Over deze nieuwsbrief NIEUWSBRIEF 4 april 2010 Minister Gerda Verburg gaf begin 2009 de opdracht voor het opstellen van het meerjarig programma Naar een rijke Waddenzee. Het streven is om

Nadere informatie

CONCLUSIES. f. Er zijn geen aanwijzingen dat kokkelvisserij

CONCLUSIES. f. Er zijn geen aanwijzingen dat kokkelvisserij De eutrofiëring betreft een autonome ontwikkeling. Het is de verwachting dat de eutrofiëring nog wat verder zal teruglopen. Daarmee komt de draagkracht in de Waddenzee op termijn weer dicht bij de natuurlijke

Nadere informatie

De functie van het Balgzand als hoogwatervluchtplaats voor wadvogels II. aantallen vogels en hun verspreiding tijdens hoogwater

De functie van het Balgzand als hoogwatervluchtplaats voor wadvogels II. aantallen vogels en hun verspreiding tijdens hoogwater De functie van het Balgzand als hoogwatervluchtplaats voor wadvogels II. aantallen vogels en hun verspreiding tijdens hoogwater Rapportage van onderzoek In opdracht van Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland

Nadere informatie

Het WADDENSLEUTELS project

Het WADDENSLEUTELS project Het WADDENSLEUTELS project Han Olff University of Groningen Photo H. Olff WADDENSLEUTELS project Bijdrage leveren aan betere bescherming en herstel van het waddenzee voedselweb? WADDENSLEUTELS project!

Nadere informatie

Duurzaam duurt het langst II Naar een nieuw schelpdiervisserijbeleid voor de Waddenzee

Duurzaam duurt het langst II Naar een nieuw schelpdiervisserijbeleid voor de Waddenzee Duurzaam duurt het langst II Naar een nieuw schelpdiervisserijbeleid voor de Waddenzee Advies aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Advies 2004/01 2 februari 2004 I n h o u d s o p g

Nadere informatie

... Hoe ziet een Rijke Noordzee eruit?

... Hoe ziet een Rijke Noordzee eruit? ... Hoe ziet een Rijke Noordzee eruit? Samen voor een gezonde zee!... Stichting De Noordzee is de onafhankelijke natuur- en milieuorganisatie die zich inzet voor een duurzaam gebruik van de Noordzee en

Nadere informatie

Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats. Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet

Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats. Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet Aanleiding Aanleg natuurvriendelijke oevers belangrijk in waterbeheer Bij aanleg mist vaak de relatie met de

Nadere informatie

Een zee. van Mosselen. zee van Mosselen. Handboek ecologie, bescherming, beleid en beheer van mosselbanken in de Waddenzee

Een zee. van Mosselen. zee van Mosselen. Handboek ecologie, bescherming, beleid en beheer van mosselbanken in de Waddenzee Een zee zee van Mosselen van Mosselen Handboek ecologie, bescherming, beleid en beheer van mosselbanken in de Waddenzee Norbert Dankers Frouke Fey-Hofstede Colofon Met bijdragen van Projectgroep Mosselwad

Nadere informatie

Zandhonger. Kerend Tij Innovatie Competitie Hydrodynamische innovatie van de stormvloedkering Oosterschelde. 19 september 2002

Zandhonger. Kerend Tij Innovatie Competitie Hydrodynamische innovatie van de stormvloedkering Oosterschelde. 19 september 2002 Zandhonger Kerend Tij Innovatie Competitie Hydrodynamische innovatie van de stormvloedkering Oosterschelde 19 september 2002 Zandhonger, Gaat de Oosterschelde kopje onder? De Deltawerken veranderden de

Nadere informatie

Voortgangsrapport. Nederlandse mosselsector [2013] programma Naar een rijke Waddenzee

Voortgangsrapport. Nederlandse mosselsector [2013] programma Naar een rijke Waddenzee Voortgangsrapport transitie van de Nederlandse mosselsector [2013] 1 inhoudsopgave Samenvatting 4 1 Stand van zaken transitie mosselsector 8 11 Inleiding 8 12 Sluiting mosselbanken en oogsten bodemvisserij

Nadere informatie

De KNAW: 1.Geleerdenplatform. 1.Adviesorgaan van de overheid. 1.Koepelorganisatie voor zo n 20 onderzoeksinstituten

De KNAW: 1.Geleerdenplatform. 1.Adviesorgaan van de overheid. 1.Koepelorganisatie voor zo n 20 onderzoeksinstituten De KNAW: 1.Geleerdenplatform 1.Adviesorgaan van de overheid 1.Koepelorganisatie voor zo n 20 onderzoeksinstituten ! " # $ % # # $& # $ ' & #!$ % %' ' #"! " ( 30 Juli 2008: Waddenacademie opgericht (in

Nadere informatie

Ontwikkeling van het Waddengebied in tijd en ruimte

Ontwikkeling van het Waddengebied in tijd en ruimte Inauguratiesymposium, 1-2 december 2008, Leeuwarden Ontwikkeling van het Waddengebied in tijd en ruimte Dr. Hessel Speelman Dr. Albert Oost Dr. Hanneke Verweij Dr. Zheng Bing Wang Thema s in tijd en ruimte

Nadere informatie

provinsje fryslân provincie fryslân b rj,

provinsje fryslân provincie fryslân b rj, - 1 Ons provinsje fryslân provincie fryslân b rj, postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 telefoon: (058) 292 59 25 telefax: (058) 292 51 25 -t J Statenfractie Partij voor de Dieren T.a.v. mevrouw

Nadere informatie

Verslag Biobouwersdag. 15 april 2011

Verslag Biobouwersdag. 15 april 2011 Verslag Biobouwersdag 15 april 2011 Verslag Biobouwersdag 15 april 2011 dr. L.A. van Duren M.D. van der Meulen M.Sc dr E.J. Weerman ir. J.T. Dijkstra 1203942-000 Deltares, 2011 Inhoud 1 Doelstelling

Nadere informatie

Remote sensing in perspectief. Van kenniscyclus naar beleidscyclus. Roeland Allewijn. Rijksinstituut voor Kust en Zee

Remote sensing in perspectief. Van kenniscyclus naar beleidscyclus. Roeland Allewijn. Rijksinstituut voor Kust en Zee Remote sensing in perspectief Van kenniscyclus naar beleidscyclus Roeland Allewijn Rijksinstituut voor Kust en Zee Van jonge onderzoeker naar iets oudere manager De informatie- en kenniscyclus Van RS data

Nadere informatie

Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden

Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden Victor N. de Jonge, november 2013 Het Eems estuarium vormt ecologisch gezien één groot geheel, maar dat

Nadere informatie

Natuurlijk vissen op de Waddenzee

Natuurlijk vissen op de Waddenzee 19 november 2007 Natuurlijk vissen op de Waddenzee advies over duurzame Waddenzeevisserij ADVIES 2007/04 a a n b i e d i n g s b r i e f a a n b i e d i n g s b r i e f Samenvating 1 Inleiding 2 Waar

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 *ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-26406/DV.14-396, afdeling Ruimte. Sellingen, 11 december 2014 Onderwerp: Vaststellen Nota OOR (Onderhoud van de Openbare

Nadere informatie

Thema: ecosysteem consequenties van het verlies van biobouwers (en mogelijkheden voor herstel)

Thema: ecosysteem consequenties van het verlies van biobouwers (en mogelijkheden voor herstel) Thema: ecosysteem consequenties van het verlies van biobouwers (en mogelijkheden voor herstel) ZKO project (gefinanc. door NWO): experimenteel onderzoek naar interactie tussen wadpieren, garnalen, schelpdieren

Nadere informatie

Actieprogramma Toeristische Verblijfsaccommodaties Stadsregio Amsterdam. Februari 2007

Actieprogramma Toeristische Verblijfsaccommodaties Stadsregio Amsterdam. Februari 2007 Actieprogramma Toeristische Verblijfsaccommodaties Stadsregio Amsterdam Februari 2007 1. Inleiding Op 12 december 2006 is het onderzoek naar Toeristische Verblijfsaccommodaties Stadsregio Amsterdam aan

Nadere informatie

Viral Lysis of Marine Microbes in Relation to Vertical Stratification K.D.A. Mojica

Viral Lysis of Marine Microbes in Relation to Vertical Stratification K.D.A. Mojica Viral Lysis of Marine Microbes in Relation to Vertical Stratification K.D.A. Mojica Mariene micro-organismen vertegenwoordigen het grootste reservoir van organische koolstof in de oceaan en hebben een

Nadere informatie

HET GEVECHT VOOR EEN DUURZAME TOEKOMST

HET GEVECHT VOOR EEN DUURZAME TOEKOMST HET GEVECHT VOOR EEN DUURZAME TOEKOMST Allereerst zal ik uiteen zetten wie wij zijn en wat wij doen. Mijn naam is Huub Lacor, algemeen directeur van het familiebedrijf Roem van Yerseke. Mijn voorvaderen

Nadere informatie

Over deze nieuwsbrief

Over deze nieuwsbrief Paul Klaassen Over deze nieuwsbrief NIEUWSBRIEF 5 september 2010 Op 4 maart 2010 gaf Minister Gerda Verburg van LNV samen met de voorzitter van het RCW, Commissaris van de Koningin John Jorritsma, het

Nadere informatie

Het streefbeeld voor 2030

Het streefbeeld voor 2030 STREEFBEELD 2030 Het streefbeeld voor 2030 In dit hoofdstuk schetsen we wat we in het Programma Naar een rijke Waddenzee als streefbeeld willen hanteren. Oftewel, wat wordt bedoeld wanneer we proberen

Nadere informatie

Verslag startsymposium Waddensleutels

Verslag startsymposium Waddensleutels Verslag startsymposium Waddensleutels Blokhuispoort Leeuwarden, woensdag 20 oktober De dagvoorzitter Wilfred Alblas (Regiodirecteur Noord Vereniging Natuurmonumenten) heet de ongeveer 50 aanwezigen van

Nadere informatie

Biobouwers Het fundament onder kustecosystemen. Tjisse van der Heide Radboud Universiteit Nijmegen & Rijksuniversiteit Groningen

Biobouwers Het fundament onder kustecosystemen. Tjisse van der Heide Radboud Universiteit Nijmegen & Rijksuniversiteit Groningen Biobouwers Het fundament onder kustecosystemen Tjisse van der Heide Radboud Universiteit Nijmegen & Rijksuniversiteit Groningen Een biobouwer is een organisme dat zijn omgeving sterk verandert Jones

Nadere informatie

Meten om te weten: 2,5 jaar Zandmotor

Meten om te weten: 2,5 jaar Zandmotor : 2,5 jaar Carola van Gelder-Maas Projectmanager WVL Rijkswaterstaat 31 maart 2014 Hoe zat het ook alweer? Eroderende kustlijn NL kust 12 Mm³ zandsuppleties per jaar Zeespiegelstijging Zwakke schakels

Nadere informatie

Resultaten wetenschappelijk onderzoek EVA II Publieksversie

Resultaten wetenschappelijk onderzoek EVA II Publieksversie Resultaten wetenschappelijk onderzoek EVA II Publieksversie Wat is EVA II? Wat is EVA II? EVA II staat voor de tweede fase van de evaluatie van het schelpdiervisserijbeleid in Nederland. De evaluatie met

Nadere informatie

Aanbeveling 6: Stimuleer behoud en herstel biodiversiteit in eigen land

Aanbeveling 6: Stimuleer behoud en herstel biodiversiteit in eigen land Aanbeveling 6: Stimuleer behoud en herstel biodiversiteit in eigen land De Taskforce Biodiversiteit & Natuurlijke Hulpbronnen adviseert: Stimuleer in eigen land reeds gestelde doelen voor het behoud en

Nadere informatie

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten MEMO datum 18-3-211 van Ir Yves Plancke yves.plancke@mow.vlaanderen.be Ir. Marco Schrijver marco.schrijver@rws.nl titel Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Nadere informatie

Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2007

Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2007 Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2007 P.C. Goudswaard (1), J. Kesteloo (1), C. van Zweeden (1), F. Fey (1), M. R. van Stralen

Nadere informatie

Het meegroeivermogen van de Westelijke Waddenzee

Het meegroeivermogen van de Westelijke Waddenzee Het meegroeivermogen van de Westelijke Waddenzee Advies aan het ministerie van Economische zaken Geert van Wirdum Met medewerking van: Laura Vonhögen Sytze van Heteren (TNO) Albert Oost Wang Zheng Bas

Nadere informatie

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Zwevende stof vormt een complex mengsel van allerlei verschillende deeltjes, en speelt een belangrijke rol

Nadere informatie

Effecten van toenemende warmte en CO 2 op het leven in zee

Effecten van toenemende warmte en CO 2 op het leven in zee Effecten van toenemende warmte en CO 2 op het leven in zee Jack Middelburg Universiteit Utrecht Darwin Centrum voor Biogeologie Netherlands Earth System Science Centre 21 Oktober 2014 KNAW Oceaan in hoge

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2009 tijdvak 1 biologie CSE GL en TL Bijlage met informatie. 913-0191-a-GT-1-b De Waddenzee - Informatie Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 40 tot en met

Nadere informatie

80597ddb-6939-48b8-b238-e40d818d7a77 1/5

80597ddb-6939-48b8-b238-e40d818d7a77 1/5 1. Vraagnummer 2010Z03358. Vragen van de leden Jacobi en Boelhouwer (beiden PvdA) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over grootschalige

Nadere informatie

Projectplan Slikken van Flakkee Ontwerpfase quick wins 28-5-2014 Projectnummer: 16508

Projectplan Slikken van Flakkee Ontwerpfase quick wins 28-5-2014 Projectnummer: 16508 Projectplan Slikken van Flakkee Ontwerpfase quick wins 28-5-2014 Projectnummer: 16508 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Overzicht van het Plangebied... 3 3 Ambitie... 3 4 Scope... 4 5 De opgave... 4 6 Fasering...

Nadere informatie

WADDENSLEUTELS. Herstel van sleutelprocessen in het intergetijdegebied van de Waddenzee Bijlage D - projectplan

WADDENSLEUTELS. Herstel van sleutelprocessen in het intergetijdegebied van de Waddenzee Bijlage D - projectplan WADDENSLEUTELS Herstel van sleutelprocessen in het intergetijdegebied van de Waddenzee Bijlage D - projectplan Inhoudsopgave 1) Samenvatting van het probleem en schets van de aanpak 5 2) Doelen en output

Nadere informatie

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Natuurherstel in Duinvalleien

Natuurherstel in Duinvalleien Natuurherstel in Duinvalleien Kan het natuurlijker? A.P.Grootjans@rug.nl 1 Universiteit Groningen, IVEM 2 Radboud Universiteit Nijmegen Opbouw lezing Hydrologisch systeem van een duinvallei Relatie hydrologie,

Nadere informatie

B-107 Green Deal Icoonproject recreatiegebieden en natuur Veluwe

B-107 Green Deal Icoonproject recreatiegebieden en natuur Veluwe B-107 Green Deal Icoonproject recreatiegebieden en natuur Veluwe Ondergetekenden 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de heer drs. M.J.M. Verhagen, handelend als bestuursorgaan,

Nadere informatie

Onderzoek naar Duurzame Schelpdiervisserij (PRODUS) Eindrapport deelproject 1c

Onderzoek naar Duurzame Schelpdiervisserij (PRODUS) Eindrapport deelproject 1c Onderzoek naar Duurzame Schelpdiervisserij (PRODUS) Eindrapport deelproject 1c Alternatieve mosselzaadwinning met MosselZaadInvangsystemen: variatie in zaadinvang en effecten van MZI s op het ecosysteem

Nadere informatie

Voorwoord. Mevrouw T.Schokker-Strampel, voorzitter van het Bestuur van het Waddenfonds. A.F. van de Klundert, directeur van het Waddenfonds

Voorwoord. Mevrouw T.Schokker-Strampel, voorzitter van het Bestuur van het Waddenfonds. A.F. van de Klundert, directeur van het Waddenfonds Jaarverslag 2012 Voorwoord We zijn er trots op u het eerste jaarverslag van het gedecentraliseerde Waddenfonds aan te kunnen bieden. Op woensdag 14 september 2011 werd in Harlingen het bestuursakkoord

Nadere informatie

Verzilting van zoete wateren: Verlies of winst voor de aquatische natuur?

Verzilting van zoete wateren: Verlies of winst voor de aquatische natuur? Verzilting van zoete wateren: Verlies of winst voor de aquatische natuur? Ralf Verdonschot 26 juni 2014 ralf.verdonschot@wur.nl Inhoud 1. Wat maakt de levensgemeenschap van brakke wateren waardevol? 2.

Nadere informatie

7-PUNTENPLAN 2013-2014

7-PUNTENPLAN 2013-2014 7-PUNTENPLAN 2013-2014 oplegger bij het meerjarig actieplan DUURZAME WADDENEILANDEN OP WEG NAAR EEN ENERGIEKE TOEKOMST IN 2020 1 1. Inleiding Dit 7-punten plan is een oplegger bij het meerjarig actieplan

Nadere informatie

Wageningen IMARES Risico inventarisatie schelpdier transporten

Wageningen IMARES Risico inventarisatie schelpdier transporten Wageningen IMARES Risico inventarisatie schelpdier transporten Edwin Foekema Themadag werkgroep exoten NecoV Wageningen, 13 december 2007 Project-team IMARES Yerseke: Jeroen Wijsman, Aad Smaal TNO-IMARES

Nadere informatie

Natuurcompensatie Voordelta

Natuurcompensatie Voordelta Natuurcompensatie Voordelta Ervaringen met gebiedsbescherming in een ondiepe kustzone Mennobart van Eerden Job van den Berg Aanleiding De natuurcompensatie in de Voordelta als gevolg van de aanleg en aanwezigheid

Nadere informatie

Programma van Eisen - Beheerplannen

Programma van Eisen - Beheerplannen Programma van Eisen - Beheerplannen Eisen voor de inhoud Inventarisatie 1. Het beheerplan geeft allereerst een beschrijving van de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied (de actuele situatie en trends,

Nadere informatie

RIVO Rapport Nummer : C070/03. Het mosselareaal en -bestand op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2003.

RIVO Rapport Nummer : C070/03. Het mosselareaal en -bestand op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2003. Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) BV Postbus 68 Postbus 77 1970 AB IJmuiden 4400 AB Yerseke Tel.: 0255 564646 Tel.: 0113 672300 Fax.: 0255 564644 Fax.: 0113 573477 Internet:postkamer@rivo.dlo.nl

Nadere informatie

Datum : 28 maart 2006 Nummer PS : PS2006ZCW08 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2006MEC00285i Portefeuillehouder : Kamp

Datum : 28 maart 2006 Nummer PS : PS2006ZCW08 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2006MEC00285i Portefeuillehouder : Kamp S T A T E N V O O R S T E L Datum : 28 maart 2006 Nummer PS : PS2006ZCW08 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2006MEC00285i Portefeuillehouder : Kamp Titel : Totaalplan leefbaarheid

Nadere informatie

Orientatieavond VBC-Veluwe 7 oktober 2010. Andre Nooteboom (heemraad)

Orientatieavond VBC-Veluwe 7 oktober 2010. Andre Nooteboom (heemraad) Orientatieavond VBC-Veluwe 7 oktober 2010 Andre Nooteboom (heemraad) Doelstellingen avond Elkaar meenemen in oprichtingsproces VBC-Veluwe Zorgen voor draagvlak en enthousiasme Kennis en informatie overdracht

Nadere informatie

Datum 10 januari 2011 Betreft Monitoring van aardgaswinning onder de Waddenzee vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen

Datum 10 januari 2011 Betreft Monitoring van aardgaswinning onder de Waddenzee vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen > Retouradres Postbus 30032 9700 RM Groningen De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Cascadeplein 6 9726 AD Groningen Postbus 30032 9700 RM Groningen www.minlnv.nl

Nadere informatie

OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen

OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen De halsbandparkiet (Psittacula krameri) komt van oorsprong voor in Afrika, in een gordel ten zuiden van de Sahara en op het Indisch

Nadere informatie

4. Ondersteuning van het Plan van Aanpak Europese Cultuurregio Randstad.

4. Ondersteuning van het Plan van Aanpak Europese Cultuurregio Randstad. Ruimte voor kunst en cultuur in de Randstad Doel De Minister van OCW en de wethouders Kunst en Cultuur van Amsterdam/Rotterdam/Den Haag en Utrecht stellen zich ten doel de internationale betekenis en concurrentiepositie

Nadere informatie

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven) Administratieve gegevens Advies Archeologie NAW-gegevens plan: Plan: Oppervlakteplangebied: RO-procedure: Smidsvuurke 5 te Veldhoven Realisatie van een woning. De totale oppervlakte van het plangebied/perceel

Nadere informatie

EINDADVISERING HELDOORN

EINDADVISERING HELDOORN EINDADVISERING HELDOORN Ter aanbieding aan de Minister LNV op 21 oktober 2008 INHOUDSOPGAVE Bijlage 1: Convenanttekst 3 Voorwoord 4 1. Inleiding 5 2. Roep om duidelijkheid 9 3. Kernadvies 12 4. Transitiemaatregelen

Nadere informatie

Evaluatierapportage reddingsoefening Zuider Spruit

Evaluatierapportage reddingsoefening Zuider Spruit Evaluatierapportage reddingsoefening Zuider Spruit Inleiding Wadlopen is nooit zonder risico s. Het is echter van belang deze risico s te minimaliseren en eventuele calamiteiten het hoofd te bieden. Voor

Nadere informatie

d u u r z a m e v i s s e r i j

d u u r z a m e v i s s e r i j b r e d e v i s i e o p d u u r z a m e v i s s e r i j i n d e w a d d e n z e e Brede visie op duurzame visserij in de Waddenzee Voorwoord Het Waddengebied is een uniek natuurgebied, de visserij is een

Nadere informatie

Kraaiachtigen een bedreiging voor weidevogels? Attie F. Bos Pim Vugteveen

Kraaiachtigen een bedreiging voor weidevogels? Attie F. Bos Pim Vugteveen Rijksuniversiteit Groningen Wetenschapswinkel Biologie Rapport 67 Kraaiachtigen een bedreiging voor weidevogels? Een literatuuronderzoek naar de rol van kraaiachtigen als predator en de invloed daarvan

Nadere informatie

januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams Krimpenerwaard - Tympaan Instituut - info@tympaan.nl

januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams Krimpenerwaard - Tympaan Instituut - info@tympaan.nl januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut I Inhoud blz 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1 1.2 Vraagstelling 1 1.3 Aanpak en leeswijzer 1 2 Doelen 2.1 Doelen van beleid 3 2.2 Doelen van sociale wijkteams Krimpenerwaard

Nadere informatie

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan:

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan: MEMO ARCADIS NEDERLAND BV Hanzelaan 286 Postbus 137 8000 AC Zwolle Tel +31 38 7777 700 Fax +31 38 7777 710 www.arcadis.nl Onderwerp: Gevoeligheidsanalyse effecten baggerspecieverspreiding (concept) Zwolle,

Nadere informatie

Stuurgroep Nieuw Hydepark

Stuurgroep Nieuw Hydepark Voortgangsrapportage 1 Stuurgroep Nieuw Hydepark Periode januari t/m mei 2013 4 juni 2013 Kleine Synode 21 juni 2013 OZ 13-06 Bestuur Dienstenorganisatie Pagina 3 van 7 Inhoud 1. Inleiding 5 2. Projectkaders

Nadere informatie

Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek

Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek Raadsvergadering, 22 april 2008 Voorstel aan de Raad Nr: 228 Agendapunt: 6 Datum: 9 april 2008 Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek Onderdeel raadsprogramma:

Nadere informatie

Troebel water verhelderd

Troebel water verhelderd Troebel water verhelderd Ellis Penning met dank aan o.a. Maarten Ouboter, Rob Uittenbogaard, Menno Gensebergen Over meren en plassen Troebelheid vaak centrale problematiek Waar komt troebelheid vandaan?

Nadere informatie

VNSC Onderzoeksprogramma 2014-2017

VNSC Onderzoeksprogramma 2014-2017 VNSC Onderzoeksprogramma 2014-2017 Joost Backx Werkgroep O&M Marcel Taal Uitdagingen Onderzoeksagenda Slib Getij Natuur & Samenwerken Inhoud Structuur VNSC (Werkgroepen O&M en Evaluatie Beleid en Beheer)

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER WADDENFONDS TWEEDE TENDER

AANVRAAGFORMULIER WADDENFONDS TWEEDE TENDER AANVRAAGFORMULIER WADDENFONDS TWEEDE TENDER Projectnaam (Kies een logische aanduiding van ongeveer vijf woorden) Niet door aanvrager in te vullen! Datum ontvangst bij DLG: Paraaf ontvangst: Projectnummer:

Nadere informatie

Rijke Zee. Een bruisende toekomst voor de Waddenzee

Rijke Zee. Een bruisende toekomst voor de Waddenzee Rijke Zee Een bruisende toekomst voor de Waddenzee Coalitie Wadden Natuurlijk, januari 2009 Inleiding Wingebied of natuurgebied? Over de toekomst van de Waddenzee zijn stevige discussies gevoerd. Eind

Nadere informatie

Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden

Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden 1. Inleiding Het college heeft op 17 juli 2013 besloten om een intentieoverkomst met Rijkswaterstaat

Nadere informatie

Rapport enquête en workshop (Bio Vak Zwolle 2012) Locale rassen; het juiste ras locatie teler concept Bertus Buizer & Kitty de Jager, december 2012

Rapport enquête en workshop (Bio Vak Zwolle 2012) Locale rassen; het juiste ras locatie teler concept Bertus Buizer & Kitty de Jager, december 2012 Rapport enquête en workshop (Bio Vak Zwolle 2012) Locale rassen; het juiste ras locatie teler concept Bertus Buizer & Kitty de Jager, december 2012 Inleiding: De veredeling van gewassen heeft onder andere

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

Subsidievrije natuur in Nederland:

Subsidievrije natuur in Nederland: Subsidievrije natuur in Nederland: op naar 200.000 ha! Urgentie Uit diverse onderzoeken van onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat we er in Nederland onvoldoende in slagen de achteruitgang

Nadere informatie

Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE

Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE istock Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE Overzicht van het nieuwe LIFE-subprogramma Klimaatactie 2014-2020 Klimaat Wat is het nieuwe LIFE-subprogramma Klimaatactie? De Europese staatshoofden

Nadere informatie

E C O L O G I E Ecologie Factoren die invloed hebben op het milieu: Niveaus van de ecologie:

E C O L O G I E Ecologie Factoren die invloed hebben op het milieu: Niveaus van de ecologie: E C O L O G I E Ecologie = wetenschap die bestudeert waarom bepaalde planten en dieren ergens in een bepaald milieu voorkomen en wat de relaties zijn tussen organismen en dat milieu Factoren die invloed

Nadere informatie

Beslisdocument en plan van aanpak

Beslisdocument en plan van aanpak Beslisdocument en plan van aanpak TIENDEVEEN Inleiding In oktober 2006 heeft de gemeenteraad ingestemd met het plan van aanpak Woningbouw dorpen. Het project bestaat uit drie fasen. Deze fasen worden telkens

Nadere informatie

Midwintertelling van zee-eenden in de Waddenzee en Nederlandse kustwateren in november 2014 en januari 2015

Midwintertelling van zee-eenden in de Waddenzee en Nederlandse kustwateren in november 2014 en januari 2015 Ministerie van Infrastructuur en Milieu Centrale Informatievoorziening Midwintertelling van zee-eenden in de Waddenzee en Nederlandse kustwateren in november 2014 en januari 2015 Floor A. Arts, Sander

Nadere informatie

Bestuursrapportage 2014 waterschap Vechtstromen Versie 24 november 2015

Bestuursrapportage 2014 waterschap Vechtstromen Versie 24 november 2015 Bestuursrapportage 204 Vechtstromen Versie 24 november 205 Deze rapportage bevat een overzicht op hoofdlijnen van de voortgang van de uitvoering van het waterbeleid en dient als basis voor jaarlijks bestuurlijk

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst concept-beheerplan Natura 2000 Lauwersmeer

Informatiebijeenkomst concept-beheerplan Natura 2000 Lauwersmeer Informatiebijeenkomst concept-beheerplan Natura 2000 Lauwersmeer 1 Programma Welkom door Douwe Hollenga, voorzitter van de stuurgroep - Wat is Natura 2000 - Waar staan we: wat is geweest en wat komt Toelichting

Nadere informatie

Natuurkwaliteit en bosgebruik Natura 2000. Rienk-Jan Bijlsma

Natuurkwaliteit en bosgebruik Natura 2000. Rienk-Jan Bijlsma Natuurkwaliteit en bosgebruik Natura 2000 Rienk-Jan Bijlsma Onderwerpen Habitatkaart bossen Veluwe Kwaliteitsverbetering habitattypen bos Oppervlaktevergroting habitattypen bos Habitatkaart: typen en criteria

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Aantal gevonden legsels in 2008

Aantal gevonden legsels in 2008 10 1 Broedpaaraantallen 2. Reproductie Na terugkomst van weidevogels in hun broedgebied vormen zich paren en kiezen de vogels een plek om te gaan broeden: de vestiging. Daarna komen twee belangrijke reproductiefasen:

Nadere informatie

RAAK PRO Zilte Productie. Introductie. Project bijeenkomst 31 01 2014 NIEUWSBRIEF 2 JUNI 2014

RAAK PRO Zilte Productie. Introductie. Project bijeenkomst 31 01 2014 NIEUWSBRIEF 2 JUNI 2014 RAAK PRO Zilte Productie NIEUWSBRIEF 2 JUNI 2014 Introductie Het project RAAK PRO Zilte Productie is in september 2014 van start gegaan. O.a. door middel van nieuwsbrieven willen wij u op de hoogte houden

Nadere informatie