Professionalisme versus managerialisme

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Professionalisme versus managerialisme"

Transcriptie

1 Professionalisme versus managerialisme Een onderzoek naar de relatie tussen professionele ruimte en commitment van pabo-docenten. drs. E.J. Huizinga, MBA Doetinchem, 17 december 2011 NCOI Business School MBA, Specialisatie Onderwijsmanagement

2 Deze eindscriptie is tot stand gekomen door ondersteuning van: Professionalisme versus managerialisme van Jorik Huizinga is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel 3.0 Nederland licentie. 1

3 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Samenvatting... 5 Hoofdstuk 1: Inleiding Aanleiding en projectkader Doelstelling, vraagstelling en onderzoeksmodel Opbouw van het rapport...16 Hoofdstuk 2: Theoretisch kader Professionele ruimte Commitment Nieuw managerialisme Samenvatting in het definitief conceptueel model...34 Hoofdstuk 3: Methodologie Onderzoeksstrategie Dataverzameling Dataverwerking en labeling Validiteit en betrouwbaarheid...42 Hoofdstuk 4: Resultaten en analyse Analyse onderzoeksgroep opleidingsdocenten Analyse onderzoeksgroep opleidingsmanagers Analyse onderzoeksgroep stafmedewerkers P&O Overeenkomsten en verschillen tussen de drie onderzoeksgroepen Overeenkomsten en verschillen tussen de vijf instituten...55 Hoofdstuk 5: Conclusies Conclusies over de relatie tussen professionele ruimte en commitment Conclusies over de modererende invloed van nieuw managerialisme Conclusies over de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de drie partijen...62 Hoofdstuk 6: Aanbevelingen Reikwijdte van de onderzoeksresultaten Aanbevelingen Beantwoorden van de doelstelling en vraagstelling Managementimplicaties...67 Hoofdstuk 7: Reflectie Literatuur Bijlage 1: Operationalisering kernbegrippen en interviewvragen Bijlage 2: Conclusies confrontatie tussen de vijf instituten Bijlage 3: Verwijzing website

4 Voorwoord Voor u ligt mijn eindscriptie waar ik de afgelopen maanden met veel plezier aan heb gewerkt. De kennis die ik tijdens mijn studietijd heb opgedaan heeft de basis voor deze scriptie gevormd. Eén van de kernbegrippen van dit onderzoek is nieuw managerialisme: het feit dat publieke organisaties managementpraktijken overnemen uit de private sector. Ik vind dat ik hier zelf een voorbeeld van ben. Enkele jaren geleden koos ik ervoor te starten met de MBA-opleiding. Belangrijk doel was voor mij dat ik mezelf zou verdiepen in onderdelen in de bedrijfskunde, om te bereiken dat ik in als teamcoördinator met meer achtergrondkennis en vaardigheden leiding zou kunnen geven bij Iselinge Hogeschool. Eigenlijk een heel managerialistisch doel, hoewel ik me daar op dat moment nog niet zo bewust van was. So much of what we call management consists in making it difficult for people to work. Peter Ferdinand Drucker Tijdens de studie heb ik ontdekt dat de wijze waarop iemand leiding geeft voor een belangrijk deel bepaald wordt door de gekozen invalshoek. In de masterclass onderwijsmanagement heb ik me bezig gehouden met organisatietheorie. Het werd me duidelijk dat de wijze waarop organisaties in onze maatschappij zijn ingericht, sterk bepaald is door onze cultuur. Het was voor mij een heftige ervaring om te constateren dat zowel beleidsmakers als leidinggevenden als professionals in de huidige politiek-maatschappelijke situatie overtuigd zijn van het succes van een modernistisch rationeelfunctionalistisch perspectief. Dit terwijl verschillende populaire auteurs/onderzoekers bewijs aandragen voor het feit dat dit denken niet zal leiden tot de benodigde kwaliteitsslag. Management is doing things right; leadership is doing the right things. Peter Ferdinand Drucker Ik zie mezelf als onderwijsmens. Opgegroeid in een familie van onderwijzers en leraren, koos ik na de havo voor een studie aan de pabo. Vervolgens heb ik verdieping gezocht in een universitaire studie onderwijskunde en werkte ik in het basisonderwijs. Uiteindelijk kwam ik op de plek van mijn dromen: docent pabo. Al mijn energie wil ik steken in het opleiden van toekomstige leerkrachten. Het voelt als een soort roeping en ik geloof steeds sterker, zeker nu ik zelf niet veel lessen meer verzorg en er wat afstand van kan nemen, dat de kwaliteit van onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de docent. Uit diverse onderzoeken (Hargreaves, 2003; Barber & Mourshed, 2007; Marzano, 2007; Day, 2009) blijkt dat de docent het verschil maakt, als het gaat om kwaliteit in het onderwijs. De docent is echter niet altijd meer de professional die bepaalt wat goed is voor studenten. Gesprekken tussen managers en docenten gaan vaak over het verkennen van de professionele ruimte. Enerzijds zijn er organisatiewaarden, waarvan we stellen dat we ze allemaal nastreven, anderzijds zijn er medewerkerswaarden. Vaak sluiten deze mooi aan, maar soms dienen ook keuzes gemaakt te worden over welke waarden in een bepaalde situatie zwaarder wegen. Als leidinggevende ben ik geneigd organisatiewaarden boven de medewerkerswaarden te stellen, ook als dit leidt tot inperking van de professionele ruimte. Gevaar is nu dat de medewerker onder 3

5 druk doet wat hij moet, maar dat het commitment van de medewerker vermindert en de kwaliteit van het onderwijs onder druk komt te staan. Dat was niet het oorspronkelijke doel van de genomen actie. In die zin herken ik de door Smeenk (2007) beschreven contradictie van het managerialisme. Uit onderzoek van Smeenk en anderen blijkt trouwens dat deze contradictie in de praktijk niet zo ervaren wordt. Dit sluit aan bij een eerder door mij uitgevoerde reeks interviews over professionele ruimte. Daaruit blijkt dat managers professionele ruimte zien als de ruimte van docenten waar zij van af moeten blijven, maar waar de organisatie wel een beroep op kan doen, terwijl docenten van managers verwachten dat ze richting en sturing bieden en ook besluiten nemen en dat juist die managers-acties voor hen helemaal geen inperking van de professionele ruimte betekenen. Unless commitment is made, there are only promises and hopes... but no plans. Peter Ferdinand Drucker Het proces naar dit eindresultaat is voor mij vooral mentaal een leerzaam proces geweest. Ik ben een ongeduldig persoon, loop hard en leg de lat hoog. Wanneer ik dingen bestudeerd heb, wil ik ze in praktijk kunnen brengen. Dat de praktijk soms weerbarstig is, daar kan ik me moeilijk bij neerleggen. Ik blijf kansen en uitdagingen zien, maar ik voel dat deze manier van werken me veel energie kost. Ik wens mezelf toe dat het in de toekomst wat meer energie gaat opleveren en zie ook dat ik daarin zelf een belangrijke rol moet gaan spelen. Dat is waarschijnlijk ook professionele ruimte. Dank gaat uit naar mijn begeleider Twan Paes. Twan, je hebt me geleerd dat er een groot verschil bestaat tussen bovenstroom en onderstroom, maar dat ze samen zo hard nodig zijn. Een verbinding tussen emotie en ratio. Zo heb ik jouw begeleiding ook ervaren. Dank gaat ook uit naar mijn twee studiegenoten Angelique Slingerland en Monique van Dijk. Ik heb op moeilijke momenten (die we alle drie hadden) ontzettend veel gehad aan de morele steun in dit traject, maar ook aan de humor en praktische hulp, allemaal kenmerkend voor onze samenwerking. In het kader van dit onderzoek heb ik een website ingericht. De website bevat informatie over allerlei bevindingen die ik gaandeweg deed. Ook is de dataset (bijlage 3) op deze webpagina opgenomen. Het adres is: Gedurende mijn werk aan deze eindscriptie ben ik geïnspireerd geraakt door de zienswijze van Peter Ferdinand Drucker, Amerikaans schrijver, hoogleraar en consultant ( ). In mijn ogen was hij zijn tijd ver vooruit en heeft hij al vroeg kernachtig kunnen weergeven wat de grootste opdracht is voor de 21 ste eeuw: managen van kenniswerkers. Jorik Huizinga Pannerden, 17 december

6 Samenvatting Het kabinet Rutte neemt volgens staatssecretaris Zijlstra een regierol in om de kwaliteit van hoger onderwijs en specifiek dat van pabo s te verhogen. In 2011 verscheen de strategische agenda voor hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap Kwaliteit in verscheidenheid en ook verscheen Leraar 2020 een krachtig beroep! In deze documenten zijn, mede onder maatschappelijke en politieke druk, beleidsmaatregelen geformuleerd die de autonomie van de onderwijsinstellingen in lijken te perken. Resultaat is dat de verantwoordingsdruk bij instellingen wordt vergroot. Naar verwachting leidt dit tot nieuw-managerialistische maatregelen in de instellingen. Hogescholen voelen zich genoodzaakt steeds bedrijfsmatiger te gaan werken en nemen managementinstrumenten en waarden over die oorspronkelijk alleen in de private sector gemeengoed waren. De aandacht voor professionele ruimte lijkt een antwoord op de veranderingen die zich aftekenen in de verantwoordelijkheid voor het onderwijs. In het convenant Leerkracht hebben de minister van Onderwijs, werkgevers en vakbonden in het hbo afspraken gemaakt over de versterking van de positie van de docent. Onder professionele ruimte verstaan we de ruimte of interne zeggenschap van docenten ten aanzien van het ontwerp en de uitvoering van het onderwijskundig-, onderzoeks- en kwaliteitsbeleid van de hogeschool. Daar horen drie dimensies bij: betrokkenheid en zeggenschap bij het onderwijsbeleid, samenwerking en dialoog en de balans tussen verantwoordelijkheid dragen en verantwoording afleggen (Regiegroep Professionele Ruimte, 2010). Professionele ruimte zou moeten leiden tot meer commitment van docenten. Commitment is namelijk een belangrijke voorspeller van onderwijskwaliteit (Huberman, 1993; Day, 2009). Docentcommitment is geen eenduidig begrip, het bestaat namelijk uit drie dimensies: studentcommitment, professioneel commitment en organisatiecommitment (Abd Razak, Darmawan & Keeves, 2010). Doel van dit onderzoek is aanbevelingen te doen aan managers van pabo s met betrekking tot het beleid ter versterking van het commitment van docenten door inzicht te geven in de ervaringen, opvattingen en verwachtingen van docenten, managers en stafmedewerkers P&O over de invloed van professionele ruimte op commitment van docenten en over de modererende rol van nieuw managerialisme. Door middel van literatuuronderzoek en een kwalitatieve meervoudige casestudy is een antwoord geformuleerd op de vraag naar de relatie tussen de kernbegrippen professionele ruimte en commitment en de invloed van de modererende variabele nieuw managerialisme. In het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van wetenschappelijke artikelen, monografieën, handboeken, stukken uit de sector, ministeriële stukken en instellingsdocumenten. Op basis hiervan is de relatie tussen de kernbegrippen gedefinieerd en zijn dimensies en aspecten bij deze begrippen in een definitief conceptueel model geplaatst. Dit model was de basis voor de kwalitatieve meervoudige casestudy. In deze studie zijn 9 opleidingsdocenten, 5 opleidingsmanagers en 4 stafmedewerkers P&O van 5 monosectorale pabo s bevraagd door middel van face-to-face interviews. Daarnaast zijn accreditatierapporten van de 5 instellingen bestudeerd. 5

7 Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er een positieve relatie tussen professionele ruimte en commitment bestaat, mits professionele ruimte ingevuld wordt vanuit drie principes. Ten eerste moet er betrokkenheid en zeggenschap zijn van docenten door uit te gaan van de zogenaamde leerschool (Mintzberg, Ahlstrand & Lampel, 2009) en strategie als discours (Johnson, Scholes & Whittington, 2008). Ten tweede moet er sprake zijn van een functionele indeling, waarin met name ruimte is voor professionele dialoog in vakgroepen (Weggeman, 2007). Tot slot moet er balans zijn tussen verantwoordelijkheid dragen en verantwoording afleggen door gebruik te maken van de aansturingsstijl output-review (Weggeman, 2007; Kraaijeveld, 2007). Verder blijkt uit het literatuuronderzoek dat er deels een negatieve en deels een positieve invloed te verwachten is van de modererende variabele nieuw managerialisme. Ten eerste zou een krachtig leidinggevend orgaan dat zich als verticaal management (Bekman, 2009) kenmerkt een negatief effect hebben op de relatie tussen professionele ruimte en commitment. Ten tweede zou prestatiebeoordeling een positieve invloed hebben (Amari, Mahmoudi, Matin & Esfahanian, 2011). Ten derde zou de aandacht voor efficiënte en effectieve werkprocessen een negatieve invloed hebben op de relatie tussen professionele ruimte en commitment. Bovenstaande bevindingen uit het literatuuronderzoek zijn geconfronteerd met de resultaten uit de kwalitatieve meervoudige casestudy. Na analyse van de ervaringen, opvattingen en verwachtingen van de respondenten blijkt dat er diversiteit bestaat tussen de ervaringen en opvattingen enerzijds en tussen de herkenning van aspecten uit het literatuuronderzoek anderzijds. De belangrijkste conclusies over de relatie tussen de drie dimensies van professionele ruimte en commitment zijn de volgende: Stafmedewerkers P&O en opleidingsmanagers geven aan dat er sprake is van een bewust en weloverwogen denkproces bij het ontstaan van beleid en dat docenten daar op gezette momenten bij worden betrokken, terwijl de leiding uiteindelijk sturend is (ontwerpschool). Niet alle docenten herkennen dit. Het is opvallend dat de strategielens leerschool volgens respondenten niet de beste strategielens is. Strategie als discours is wel belangrijk, maar uit de antwoorden blijkt dat transparantie belangrijker wordt gevonden dan inbreng. De professionele dialoog wordt door docenten voornamelijk gevoerd in de vakgroep. Dat terwijl programmagroepen volgens stafmedewerkers P&O en managers als steeds belangrijkere samenwerkingsgroep worden aangemerkt. Managers en stafmedewerkers P&O groeperen liever rondom output (resultaten/opbrengsten/producten), terwijl docenten liever samenwerken rond input. Output-review is voor opleidingsmanagers en stafmedewerkers P&O de wijze waarop docenten aangestuurd moeten worden. Een aantal docenten ervaart strategische coördinatie, waarbij ook verantwoording afgelegd moet worden over de uitvoering van taken. Docenten zijn in hun eigen beleving in eerste instantie gecommitteerd aan hun professie. Daarnaast zijn ze gecommitteerd aan studenten en ook aan de organisatie. Opleidingsmanagers zien helemaal geen organisatiecommitment bij docenten, terwijl stafmedewerkers P&O dat juist zeer sterk terug zien. 6

8 De belangrijkste conclusies over de modererende invloed van de drie dimensies van nieuw managerialisme zijn de volgende: Het feit dat de drie onderzoeksgroepen in de organisatie vooral verticale regelsystemen zien, wordt voornamelijk positief geduid. Vooral stafmedewerkers P&O en opleidingsmanagers vinden het goed dat de leiding verantwoordelijk is en taken delegeert. De meeste docenten zien dat ook zo: de organisatie blijft door de verticale regelsystemen in control. Een kleine groep respondenten (in elke onderzoeksgroep) ervaart in besluitvorming horizontale ruimte: waarbij vertrouwen en dialoog kenmerkend zijn. Er blijkt dus, in tegenstelling tot de verwachting, een positieve invloed uit te gaan van deze dimensie. Medewerkers worden door docenten en door managers gezien als human being, terwijl stafmedewerkers P&O de medewerker eerder zien als human resource. Door docenten en managers worden veelal zaken als passie en betrokkenheid genoemd, terwijl stafmedewerkers P&O vinden dat dat de bedrijfsmatigheid niet ten goede komt. Op basis van deze uitkomst kan worden vastgesteld dat er een verschil in visie bestaat tussen de onderzoeksgroepen over de te verwachten invloed. Docenten en opleidingsmanagers zijn over het algemeen positief over het effect van beoordelen. De kracht ligt voornamelijk in de dialoog. Daardoor wordt de betrokkenheid van docenten versterkt en dat is goed voor het (organisatie)commitment. Stafmedewerkers P&O zijn niet positief en geven aan dat er een negatief effect vanuit gaat, vooral doordat het doel van de beoordeling niet duidelijk is. Er wordt gestuurd op efficiënte en effectieve werkprocessen. Docenten zien het als hun verantwoordelijkheid om hier mee om te gaan. Opleidingsmanagers en stafmedewerkers P&O zijn van mening dat docenten hierbij ondersteund moeten worden. Uit de antwoorden blijkt dat er een licht positieve invloed uit gaat van deze sturing. Het is belangrijk dat docenten zelf zien dat ze (professionele) ruimte kunnen nemen om hierin te sturen. De zeven aanbevelingen die naar aanleiding van bovenstaande geformuleerd zijn voor managers van pabo s zijn als managementimplicaties in kernachtige uitspraken geformuleerd. Het gaat om de volgende uitspraken: 1. Spreek dezelfde taal. 2. Manage verwachtingen. 3. Versterk de professionele dialoog. 4. Stuur aan door middel van output-review. 5. Kies voor horizontaal leiderschap. 6. Zie de docent als human being, maar spreek hem aan als resource. 7. Neem de verantwoordelijkheid niet over. Sleutelwoorden: professionele ruimte, commitment, nieuw managerialisme, strategie als discours, professionele dialoog, horizontaal leiderschap 7

9 8

10 Hoofdstuk 1: Inleiding Het hier gepresenteerde onderzoek is gericht op de relatie tussen professionele ruimte en commitment van pabo-docenten. Daarbij wordt uitgegaan van een moderende rol van nieuw managerialisme. In dit hoofdstuk wordt de aanleiding voor dit onderzoek geschetst en het projectkader. Het conceptueel ontwerp wordt uitgewerkt: de doelstelling van het onderzoek, een weergave van het onderzoeksmodel en de samenhang van de begrippen. Vervolgens worden centrale vragen en deelvragen van het onderzoek geformuleerd. Verder wordt het type onderzoek geduid en aan het eind van dit hoofdstuk volgt een overzicht van de opbouw van dit rapport. 1.1 Aanleiding en projectkader Het is mis in het hoger beroepsonderwijs. In 2010 verscheen het rapport van commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel (Veerman, 2010). Het rapport is een antwoord op de opdracht van toenmalig minister Plasterk de toekomstbestendigheid van het Nederlandse stelsel voor hoger onderwijs te onderzoeken. De hoofdconclusie van het rapport is duidelijk: het bestel in zijn huidige vorm kan de concurrentie met vergelijkbare landen niet aan. Als we zo door gaan dan verliest de Nederlandse kenniseconomie de aansluiting met de wereldtop. De commissie Veerman schrijft dat het niveau in het hoger onderwijs te laag is, dat studie-uitval moet worden teruggedrongen, dat talent te weinig wordt uitgedaagd en dat er te weinig flexibiliteit in het systeem is om de gevarieerde vraag van studenten en arbeidsmarkt te bedienen. Afgelopen jaar bleek vervolgens dat er twijfel is over de kwaliteit van hbo-diploma s. Uit rapporten van de Inspectie van het Onderwijs bleek dat studenten te gemakkelijk aan hun diploma komen en diverse opleidingen werden als hbo onwaardig beoordeeld. Examencommissies zouden niet goed zijn ingericht en onjuiste beslissingen nemen. Daar bovenop kwam in het afgelopen jaar de kritiek op hoge salarissen en bonussen voor de hbo-bestuurders. Al met al een verzameling aan factoren, waardoor duidelijk wordt dat veel in het hbo niet deugt. Van Gendt en Ritzen (2011) schrijven dat sprake is van een mediahype, waarin overhaaste generaliseringen, foutieve conclusies, gegoochel met cijfers en persoonlijke aanvallen over elkaar heen duikelen. Toch is de teneur negatief en aanleiding voor een nieuwe politieke koers Een nieuwe politieke koers In juli 2011 verscheen de strategische agenda voor hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap Kwaliteit in verscheidenheid als antwoord op het rapport van de commissie-veerman. In de strategische agenda zijn de door de commissie voorgestelde koerswijzigingen uitgewerkt in de voornemens dat de lat omhoog gaat, het studierendement wordt verhoogd, dat er meer differentiatie moet komen. Om dat te bereiken is volgens de commissie-veerman een principiële koerswijziging nodig, waarbij financiering van het hoger onderwijs steeds meer afhankelijk moet zijn van prestaties. Het gaat daarbij in eerste instantie om de kwaliteit van het geleverde onderwijs (HBOraad, 2009b). In de strategische agenda wordt uitgegaan van een groei naar 20% van de onderwijsbekostiging voor het aandeel profiel en kwaliteit (Zijlstra& Verhagen, 2011). Verder heeft de staatssecretaris het voornemen collectieve prestatieafspraken te maken om op instellingsniveau prestaties te meten en te verantwoorden. Het gaat dan bij pabo s bijvoorbeeld om versterking van de kennisbasis (HBO-raad, 2009a) en het ontwikkelen van landelijke en gemeenschappelijke toetsen. Zijlstra (2011) schrijft in Leraar 2020 een krachtig beroep! dat het Kabinet een regierol inneemt om te komen tot sterk onderwijspersoneel in professionele scholen. De overheid legt in zijn 9

11 perspectief concrete doelen van de beleidsmaatregelen vast (het wat ) en de partijen in het onderwijsveld bepalen op welke manier zij die doelen zullen realiseren (het hoe ). Het gegeven dat het wat bepaald wordt door de overheid en het hoe ingevuld wordt door de onderwijsinstellingen, lijkt een zekere autonomie voor de instellingen op te leveren. Uit de reactie van de HBO-raad op de strategische agenda blijkt dat deze autonomie in de praktijk beperkt is en dat de verantwoordingsdruk verder wordt vergroot. De aandacht voor professionele ruimte in het hoger beroepsonderwijs lijkt een antwoord op de veranderingen die zich aftekenen in de verantwoordelijkheid voor het onderwijs. In het convenant Leerkracht hebben de minister van Onderwijs, werkgevers en vakbonden in het hbo afspraken gemaakt over de versterking van de positie van de docent. Het gaat dan over de rol en de ruimte van docenten bij het kwaliteits- en onderwijskundig beleid en over verantwoordelijkheid nemen en verantwoording afleggen. De aandacht voor professionele ruimte van docenten zou commitment van docenten moeten bewerkstelligen. Vanaf 2010 zijn in hogescholen dialogen en debatten gevoerd tussen leidinggevenden en docenten. Bestuurders van hogescholen, leden van de medezeggenschapsraad, directie en docenten wisselen daarin met elkaar van gedachten over de vraag wat professionele ruimte inhoudt, wat de voorwaarden zijn om medewerkers die ruimte zo optimaal mogelijk te laten benutten, en welke veranderingen daarvoor noodzakelijk zijn. Oorspronkelijk was het doel te komen tot een professioneel statuut, maar nu blijkt dat er in het hbo wel behoefte is aan houvast, maar niet aan een keurslijf en dat plaatselijke invulling de oplossing lijkt (HBO-raad, 2011) Lerarenopleidingen voor het basisonderwijs (pabo s) Lerarenopleidingen basisonderwijs (pabo s) zijn een gewild onderwerp in publiek debat over de kwaliteit van het totale onderwijs. In verschillende opiniestukken wordt gesteld dat de inhoud van de opleidingen niet goed zou zijn en dat aan pabo s vooral meiden uit het mbo zouden studeren. 1 Het streven om meer mannen voor de klas te krijgen zou mislukken 2 en het opleidingsniveau van docenten zou te laag zijn. 3 Uit de kritiek kan eenvoudig de stelling geformuleerd worden dat de pabo s het zelf niet redden om de toekomstige kwaliteit van het Nederlandse onderwijs te waarborgen. Waar in de laatste twintig jaar de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het onderwijsprogramma steeds meer naar hogescholen werd gedelegeerd, lijkt dat nu te kenteren. Door middel van verscherpt toezicht en verzwaarde eisen van de Nederlands Vlaams Accreditatie Organisatie (NVAO) en de Inspectie is de laatste jaren de verantwoordingsdruk bij pabo s vergroot. Daarnaast is op initiatief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de autonomie van individuele opleidingsinstituten ingeperkt door bijvoorbeeld landelijke kennisbases vast te stellen met centrale toetsing. In de Troonrede 2011 was er specifiek aandacht voor: In het primair en voortgezet onderwijs worden docenten en leerlingen gestimuleerd zich te blijven ontwikkelen en tot hogere prestaties te komen. Met dat doel worden de eisen aan de opleiding van docenten aangescherpt en worden leerlingen getoetst op basis van landelijk geldende normen. Om goed functioneren extra te kunnen belonen, moeten de resultaten van scholen en docenten inzichtelijk zijn. ( ) Goed onderwijs is cruciaal voor de kracht van onze samenleving. De regering is zich ervan bewust dat hier voor de overheid een kerntaak ligt. 1 Jeanet Meijs van BON in Volkskrant, , Breng basisscholen niet de genadeklap toe 2 Dick de Wolff van de HBO-raad in Algemeen Dagblad, , Steeds minder mannen voor de klas 3 Halbe Zijlstra in Trajectum, , Zijlstra hoopvol over master hbo-docent 10

12 De verantwoordingsdruk op de leiding van pabo s is groot, daardoor voelt zij zich genoodzaakt bedrijfsmatiger te gaan werken. Hierbij worden veelal nieuw managerialistische keuzes gemaakt, waarmee managers hopen te bereiken dat medewerkers efficiënt werken en over hun werkzaamheden verantwoording afleggen. Dit lijkt in strijd te zijn met de op dit moment breder gedeelde opvattingen over leiderschap, waarin aandacht is voor professionele ruimte voor docenten en waarbij het management vooral dienend moet zijn. Professionals zouden bevrijd moeten worden van bureacratie. Professionele medewerkerwaarden zouden voorrang moeten krijgen boven bedrijfsmatige organisatiewaarden. Pas dan zou commitment ontstaan en zou de kwaliteit van het onderwijs toenemen. Femke Halsema sprak op 19 april 2011 tijdens haar lezing op het jaarlijkse congres van de HBO-raad uit: De cultuur in onderwijsinstellingen heeft weinig te maken met onderwijs, maar slechts met bedrijfsmatigheid. Dat is niet goed. Smeenk (2007) stelt in dit kader dat er sprake is van een zogenaamde contradictie van het managerialisme. Leiden managerialistische keuzes tot verhoging van de kwaliteit (waar het oorspronkelijke doel lag) of leidt dit juist tot kwaliteitsverlaging, doordat de professionele ruimte van docenten te zeer wordt ingeperkt? De Commissie Leraren gaat in het rapport Leerkracht in op de relatie tussen professionele ruimte van docenten en de betrokkenheid van deze docenten bij beslissingen over het onderwijs en de organisatie. Volgens de commissie is het doel dat de docent zelf verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit van zijn werk, maar hierover ook dialoog voert met andere docenten en het management. Zo ontstaat een onderwijsorganisatie die uitgaat van de betrokkenheid van docenten bij de visie op kwaliteit van de organisatie als geheel (Rinnooy Kan, 2007). Smeenk (2007) stelt dat managers docentprestaties en organisatiecommitment in balans moeten brengen. Volgens haar is dat de oplossing voor de contradictie van het managerialisme. Volgens de Commissie Leraren wordt commitment niet vergroot door een grotere participatie van docenten in de medezeggenschap, maar juist door regelmogelijkheden buiten de formele zeggenschap. Een actieve, directe inbreng van docenten is gewenst. Daarom bepleit de commissie een steviger positie voor de docent in de onderwijsinstelling (Rinnooy Kan, 2007). De adviezen van de Commissie Leraren zijn door de minister grotendeels overgenomen en uitgewerkt in het convenant Leerkracht (Ministerie van OCW, 2008). Er is een nulmeting uitgevoerd over de zeggenschap van leraren (Hogeling et al., 2009) en vervolgens is een wetsvoorstel versterking positie leraren uitgewerkt. In dat wetsvoorstel wordt de docent zodanig in positie gebracht dat hij een belangrijke stem heeft in de ontwikkeling en uitvoering van het onderwijskundig en kwaliteitsbeleid in de opleiding. Het wetsvoorstel is gericht op professionele ruimte voor docenten in alle onderwijssectoren. In het hbo is het thema verheven tot thema binnen caobesprekingen. Zestor (arbeidsmarkt- en opleidingsfonds van hogescholen) organiseert studiedagen, lerende netwerken rond dit thema. Er is een Stimuleringsregeling professionele ruimte, waarmee hogescholen actief werk kunnen maken van dit thema. Cao-partijen hebben een procesplan professionele ruimte ontwikkeld. De uitvoering van het traject wordt begeleid door een stuurgroep professionele ruimte waarin de initiatiefnemers vanuit de bonden en de werkgevers zitting hebben Interactum, kwaliteitsnetwerk van monosectorale hogescholen In Nederland verzorgen 26 onderwijsinstellingen in het hoger onderwijs de opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo). Veel van deze opleidingen vallen onder een grotere hogeschool met verschillende opleidingen (multisectoraal), er zijn echter ook instellingen die monosectoraal zijn en bijvoorbeeld alleen de opleiding tot leraar basisonderwijs aanbieden. Interactum is een 11

13 kwaliteitsnetwerk van monosectorale hogescholen (pabo s), die verspreid liggen over Nederland. In dit samenwerkingsverband participeren Iselinge Hogeschool in Doetinchem, de Marnix Academie in Utrecht, Hogeschool De Kempel in Helmond, Hogeschool Ipabo in Amsterdam/Alkmaar en de Katholieke Pabo Zwolle. De Interactumhogescholen werken op bestuurlijke en strategische thema s samen en treden ook gezamenlijk naar buiten op. De hogescholen van Interactum vormen een federatie, maar de afzonderlijke instituten zijn leidend. De hogescholen zetten zich vooral in op het vervullen van een spilfunctie in de eigen regio, maar daarnaast zijn de hogescholen ook leidend ten aanzien van strategische vraagstukken die op de hboinstellingen af komen. Interactum staat bij het ontwikkelen van de beleidsagenda van lerarenopleidingen vooraan en anticipeert op ontwikkelingen. De samenwerkende partners zien Interactum als een lerend netwerk, waarin kennis wordt gedeeld. De hogescholen van Interactum staan bekend als kwalitatief hoogstaande pabo s Iselinge Hogeschool, opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo) Iselinge Hogeschool is het enige instituut voor hoger onderwijs in de Achterhoek. Momenteel verzorgt de hogeschool één opleiding: de opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo). Bij Iselinge Hogeschool stonden in studenten ingeschreven. De missie van de hogeschool is als degelijke regionale voorziening voor hoger onderwijs een centrale plaats in te nemen in de Achterhoek. Iselinge Hogeschool wil horen bij de beste opleidingen tot leraar basisonderwijs in het land. In het instellingsplan is daarom vastgelegd dat de hogeschool zich wil ontwikkelen van zorg naar ambitie. Het gaat dan om de ambitie om kwaliteit voorop te stellen (Iselinge Hogeschool, 2009). Iselinge Hogeschool is de op één na kleinste bekostigde hogeschool in Nederland. Het docententeam van Iselinge Hogeschool bestaat uit 28 docenten, deze groep is verdeeld in twee kernteams. 11 docenten werken meer dan 15 jaar bij Iselinge Hogeschool, 3 docenten werken er minder dan 3 jaar. Nederlandse hogescholen hebben internationaal gezien een bijzonder laag gekwalificeerd docentenkorps: slechts 46% docenten met een master diploma en 4% gepromoveerde docenten (Faber& Vossensteyn, 2009). Bij Iselinge Hogeschool zijn geen gepromoveerde docenten, 18 docenten hebben een master diploma (64%). Twee docenten zitten momenteel in een promotietraject en vier docenten volgen een masteropleiding. Iselinge Hogeschool kan getypeerd worden als een open systeem (Boonstra, 2000). Dat wil zeggen dat de organisatie in wisselwerking staat met de omgeving en inspeelt op omgevingsveranderingen. Emery en Trist (1965) onderscheiden een contextuele en transactionele omgeving. In de contextuele omgeving spelen accreditatie-eisen. De hogeschool is geaccrediteerd (NVAO) t/m 31 december Daarvoor moet een nieuwe accreditatie verkregen worden. De procedure om dat te bereiken is nu in voorbereiding. Verschillende eisen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben direct invloed op het beleid van de instelling. Het gaat dan om eisen die gesteld worden t.a.v. onderzoek, de Kennisbasis Pabo in het rapport Werken aan kwaliteit (HBO-raad, 2009a), het rapport Differentiëren in drievoud (Veerman, 2010), waarin uitspraken gedaan worden over de onderwijskwaliteit en recent onderzoek van bijvoorbeeld Marzano (2007). Sociaalmaatschappelijk gezien is naar aanleiding van de te verwachten bevolkingskrimp in de regio (vergrijzing) de verwachting dat het aantal studenten de komende jaren zal dalen. Mintzberg (1979) onderscheidt in de transactionele omgeving vier hoofdgroepen, die hij de externe coalitie noemt. Het gaat om eigenaren, direct betrokkenen, werknemersorganisaties en belangengroepen. Iselinge Hogeschool is een stichting en onderdeel van de IJsselgroep. De directe 12

14 betrokkenen zijn studenten en scholen in de regio. Uit de Nationale Studenten Enquête blijkt dat Iselinge Hogeschool een ruime voldoende scoort. De contacten met de scholen in de regio zijn over het algemeen goed, maar Iselinge Hogeschool is niet langer vanzelfsprekend partner. Als gevolg van het door het Ministerie aangemoedigde opleiden in de school wordt de relatie hogeschool afnemend onderwijsveld anders. Studenten zullen in de toekomst meer opgeleid worden op hun toekomstige werkplek. Dat vraagt direct om veranderingen in de hogeschool. De vakbonden, medezeggenschapsraad van de hogeschool en de ondernemingsraad van de IJsselgroep hebben invloed op het beleid. In eerder onderzoek is aandacht besteed aan de professionele ruimte van docenten van Iselinge Hogeschool. De vraag was: Wat moet professionalisering kenmerken, zodat een optimale balans tussen professionele ruimte en beheersbaarheid van de organisatie ontstaat? In de uitwerking is gebruik gemaakt van de paradigma s van Burrell & Morgan (1993). Uit het onderzoek blijkt dat er een verschil van visie bestaat tussen het management en de docenten. Tot op dit moment is de rol van het management (opleidingsmanager en teamcoördinatoren) redelijk functionalistisch geweest. Dat heeft opgeleverd dat er in het docententeam een groter streven kwam naar objectiviteit en regelmaat, maar dit heeft er ook toe geleid dat docenten zijn teruggevallen naar behoeften in de laag zekerheid. Dit strookt niet met de ambities in het instellingsplan, waarbij juist van de docenten verwacht wordt dat ze als professional ambitieus zijn. Uit de diepte-interviews en ingevulde vragenlijsten blijkt dat zowel het management als de docenten eerder streven naar verandering dan naar regelmaat, waarbij niemand kiest voor radicale veranderingen (Huizinga, 2010). 1.2 Doelstelling, vraagstelling en onderzoeksmodel In deze paragraaf worden de doelstelling, vraagstelling en het onderzoeksmodel beschreven Doelstelling Het doel van het onderzoek is aanbevelingen te doen aan managers van lerarenopleidingen basisonderwijs (pabo s) met betrekking tot het beleid ter versterking van commitment van docenten door het geven van inzicht in de ervaringen, opvattingen en verwachtingen van betrokken groeperingen (opleidingsdocenten, opleidingsmanagers en stafmedewerkers P&O) over de invloed van professionele ruimte op commitment van docenten en over de modererende rol van nieuw managerialisme Vraagstelling Dit onderzoek gaat uit van vier centrale vragen. Onder elke centrale vraag zijn deelvragen geformuleerd. 1. Wat is de invloed van professionele ruimte op commitment en op welke wijze wordt dit door nieuw managerialisme beïnvloed? (literatuuronderzoek) Deelvragen: a. Welke dimensies van professionele ruimte zijn volgens literatuur herkenbaar in pabo s? b. Welke aspecten van professionele ruimte leiden volgens literatuur tot het vergroten van commitment van docenten? c. Welke nieuw managerialistische dimensies zijn volgens literatuur herkenbaar in pabo s? d. Welke nieuw managerialistische aspecten kunnen volgens literatuur de relatie tussen professionele ruimte en commitment beïnvloeden? 13

15 2. Wat zijn de ervaringen (retrospectief), opvattingen (normatief) en verwachtingen (prospectief) van de drie betrokken partijen over de relatie tussen professionele ruimte en commitment? (kwalitatief empirisch onderzoek) Deelvragen: a. Welke ervaringen, opvattingen en verwachtingen hebben de drie betrokken partijen over de relatie tussen professionele ruimte en commitment op basis van de geselecteerde aspecten? b. Welke ervaringen, opvattingen en verwachtingen hebben de drie betrokken partijen over de modererende invloed van nieuw managerialisme op basis van de geselecteerde aspecten? 3. Wat zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de ervaringen (retrospectief), opvattingen (normatief) en verwachtingen (prospectief) van de drie betrokken partijen? Deelvragen: a. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de ervaringen, opvattingen en verwachtingen van onderzoeksobjecten over de relatie tussen professionele ruimte en commitment? b. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de ervaringen, opvattingen en verwachtingen van onderzoeksobjecten over de modererende invloed van nieuw-managerialisme? 4. Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan ter verbetering van het beleid ter versterking van het commitment van docenten? Onderzoeksmodel In het onderzoek worden vier fasen onderscheiden. Deze fasen leiden uiteindelijk tot het bereiken van het doel van het onderzoek, namelijk het doen van aanbevelingen voor beleid. In het onderzoeksmodel onderscheiden we: a. oriëntatiefase, b. confrontatiefase, c. analysefase, d. conclusiefase. De drie onderzoeksobject in dit onderzoek zijn opleidingsdocenten, opleidingsmanagers en stafmedewerkers P&O van lerarenopleidingen basisonderwijs (pabo s). Het onderzoeksmodel (Verschuren & Doorewaard, 2007) ziet er als volgt uit: Theorie professionele ruimte Conceptueel model Theorie commitment Opleidings- Analyse resultaten Theorie nieuw managerialisme docenten Opleidingsmanagers Analyse resultaten Analyse Aanbevelingen Vooronderzoek Stafmedewerkers P&O resultaten (a) (b) (c) (d) Figuur 1: Onderzoeksmodel relatie tussen professionele ruimte en commitment 14

16 Het onderzoek start met een literatuuronderzoek en vooronderzoek naar professionele ruimte, commitment en nieuw managerialisme (a). De literatuurstudie levert de onderzoeksoptiek en die wordt uitgewerkt in het definitief verrijkt conceptueel model. Op basis van de inhouden in het conceptuele model worden interviewvragen opgesteld. Door middel van het interview wordt bij drie doelgroepen (onderzoeksobjecten) nagegaan wat de relatie is tussen professionele ruimte en commitment en welke rol de modererende variabele nieuw managerialisme daarbij heeft (b). Hier ligt de kern van het empirische onderzoek: de vraag wordt beantwoord of het definitief verrijkt conceptueel model herkenbaar is in de empirische situatie. Het resultaat van de confrontaties met de drie onderzoeksobjecten wordt geanalyseerd (c). Er worden nu conclusies getrokken t.a.v. het eerder opgestelde conceptuele model. In welke mate waren de uitspraken in het conceptuele model herkenbaar bij de drie onderzoeksobjecten? In de conclusiefase worden aanbevelingen geformuleerd (d) op basis van de confrontaties met de drie onderzoeksobjecten. Door de uitkomsten te analyseren en met elkaar te vergelijken, is het mogelijk aanbevelingen te formuleren voor managers van pabo s Globaal conceptueel model De drie centrale begrippen in dit onderzoek hebben als volgt verband met elkaar. Onderzocht wordt wat de relatie is tussen professionele ruimte en commitment. Daarbij wordt uitgegaan van een modererende variabele: nieuw managerialisme. Afhankelijke variabele in dit onderzoek is commitment, onafhankelijke variabele is professionele ruimte. Er is een te verwachten directe relatie tussen beide begrippen, maar in literatuur wordt belang gehecht aan de modererende variabele nieuw managerialisme. De verwachting voor dit onderzoek is dat de hoeveelheid ervaren professionele ruimte van invloed is op het commitment van docenten en dat nieuw managerialistische praktijken deze relatie beïnvloeden. In het volgende hoofdstuk worden de begrippen geoperationaliseerd. nieuw managerialisme professionele ruimte commitment Figuur 2: Globaal conceptueel model Type onderzoek, plaats in de interventiecyclus en plaats in de bedrijfskunde Dit onderzoek is gericht op het bedrijfskundige deelgebied organisatie en management. Het gaat hier specifiek om onderwijsmanagement. Leiderschap en strategisch human resource management zijn thema s die ook in dit onderzoek worden meegenomen. Gezien de doelstelling is hier gekozen voor praktijkgericht, probleemanalytisch onderzoek. In brede zin (vakbonden en HBO-raad) is er aandacht voor professionele ruimte. Over de invloed van professionele ruimte op commitment van docenten is beperkt eerder onderzoek beschikbaar (Wallace, 1993; Crosswell & Elliott, 2002). Over de invloed van professionele ruimte op commitment van pabodocenten is geen eerder onderzoek beschikbaar. Daarom is gekozen voor de eerste fase in de interventiecyclus (Verschuren & Doorewaard, 2007): probleemanalyse. Op dit moment is bij verschillende betrokkenen niet duidelijk dat er een probleem wordt ervaren, waarom dit een probleem is en waaruit het probleem nu exact bestaat. Omdat hier een te onderzoeken spanningsverhouding bestaat tussen de feitelijke situatie en de gewenste situatie, zou het onderzoek ook gap-analyse genoemd kunnen worden. 15

17 1.3 Opbouw van het rapport In hoofdstuk 2 wordt het theoretisch kader uitgewerkt. Daarbij wordt uitgegaan van de drie kernbegrippen in het onderzoek: professionele ruimte, commitment en nieuw managerialisme. Hoofdstuk 3 is gericht op de methodologie van dit onderzoek. In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt op welke wijze de data verzameld is en hoe deze verwerkt is. In hoofdstuk 4 volgt een analyse van de onderzoeksresultaten. Aansluitend wordt in hoofdstuk 5 de verbinding gemaakt met het theoretische kader en worden conclusies getrokken. In hoofdstuk 6 worden aanbevelingen gedaan en worden de mogelijkheden voor vervolgonderzoek beschreven. Hoofdstuk 7 bestaat uit een reflectie op het onderzoeksproces en onderzoeksresultaat. 16

18 Hoofdstuk 2: Theoretisch kader In dit hoofdstuk worden de centrale begrippen op basis van het eerdere onderzoek nader uitgewerkt en wordt nagegaan welke aspecten de relatie bepalen tussen de centrale begrippen. Hiermee wordt een antwoord geformuleerd op de eerste hoofdvraag van dit onderzoek: welke aspecten van professionele ruimte herkenbaar zijn in pabo s en welke van deze aspecten leiden tot het vergroten van commitment van docenten? Daarnaast wordt de vraag beantwoord welke nieuw managerialistische aspecten herkenbaar zijn in pabo s en wat daarvan de invloed is op de relatie tussen professionele ruimte en commitment. De uitwerking vormt het theoretisch kader voor het onderzoek en is samengevat in het definitieve conceptueel model. Dit model is aan het eind van dit hoofdstuk opgenomen. 2.1 Professionele ruimte In het convenant Leerkracht (Ministerie van OCW, 2008) hebben de minister van onderwijs, werkgevers en vakbonden in het hbo afspraken gemaakt over de versterking van de positie van de docent. De zogenaamde professionele ruimte is een actueel thema in het hbo. In deze paragraaf wordt het begrip in historisch perspectief geplaatst en wordt professionele ruimte in drie dimensies uitgewerkt. In het begin van de twintigste eeuw werden de relaties van professionals gekarakteriseerd door vertrouwen (Porter, 1995). Professionals werden gerespecteerd om hun opleiding en ervaring en hoefden weinig verantwoording af te leggen. Er waren geen strikte doelstellingen en normen voor hun werk. In de twintigste eeuw nam de verantwoordingsdruk voor professioneel werk snel toe: in plaats van te vertrouwen op de kwaliteit, moesten professionals dat gaan bewijzen. De toename van de verantwoordingsdruk hing samen met de uitbreiding van het publieke domein. De nationale staat werd langzaam maar zeker voor meer zaken verantwoordelijk. Er ontstonden in die tijd aparte ministeries, ook voor onderwijs. Met het groter worden van het publieke domein groeiden ook de publieke middelen en nam de strijd over adequate aanwending van deze middelen toe. In deze context veranderden professionele relaties in die zin dat ze, in plaats van door vertrouwen, meer gekarakteriseerd werden door sturing en controle. In deze ontwikkeling is volgens Porter een paradox te herkennen: democratisering en een toenemende mate van maatschappelijke transparantie hebben geleid tot een cultuur van publieke verantwoording. Hierdoor hebben vertrouwensrelaties t.a.v. professionals plaats gemaakt voor relaties op basis van sturing en controle. Is een docent van tegenwoordig nog een professional? Aloni (2007) noemt zes kenmerken van een professie. Het eerste kenmerk is roeping, of het ideaal om de samenleving te verbeteren. Het tweede kenmerk is de aanwezigheid van specifieke vakkennis die gebaseerd is op theorie- en opnievorming. Als derde kenmerk de eis van opleiding en diplomering. Als vierde de erkenning van een beroep als professie door de samenleving. Ten vijfde een ethische beroepscode en ten zesde de aanwezigheid van een beroepscommissie waar klachten aangekaart kunnen worden. Aloni lijkt er niet aan te twijfelen dat docenten professionals zijn. Ook veel andere auteurs noemen de woorden docent en professional in één adem. Toch kunnen vragen gesteld worden bij de genoemde kenmerken. Volgens Otten (2008) is het gebrek aan erkenning van de docent als professional nog wel het meest in het oog springend verschil met andere beroepsgroepen die zichzelf als professionals beschouwen. De docenten zien zich door de rol van de overheid en een toenemend aantal managers vaak niet meer erkend in hun expertise als professional (Verbiest, 2007). 17

19 De roep om professionele ruimte is de laatste jaren luider geworden, zowel vanuit de beroepsgroep zelf, als vanuit de overheid en andere betrokkenen. Volgens Deem (2003) wordt professionaliteit in het hoger onderwijs langzaam maar zeker steeds meer verdreven, door het ontstaan van nieuwe managerialistische hervormingen. Broos en Korte (2007) schrijven dat het erop lijkt dat de onderwijssector zelf niet de regie voert over onderwijsvernieuwingen, met het gevolg dat docenten volgend en afwachtend zijn. Een rol die volgens hen juist bij professionals niet gewenst is. Ballet en Kelchtermans (2008) waarschuwen voor het fenomeen intensificatie. De professie van docenten is zo sterk gevuld met extern opgelegde taken, dat hun beroep degradeert: docenten zijn uitvoerders geworden. Tonkens (2008) schrijft dat het in haar beeld triest gesteld is in Nederland. Ze roept op tot verandering: bevrijd vaklui uit de bureaucratie en herstel voor hen de professionele autonomie. Professionele autonomie is het vermogen van de professional om discretionaire bevoegdheid te benutten in zijn handelen, binnen de regels die zijn opgesteld door de beroepsgroep waartoe hij behoort (Boerman, 2005). Professionele autonomie wordt in de definitie van Boerman bepaald door de beroepsgroep: Professionele autonomie betekent strikt jezelf de regels opleggen van de beroepsgroep (Boerman, 2005, p. 17). In het onderwijs is echter geen sprake van een professioneel inhoudelijk georganiseerde beroepsgroep. Professionele autonomie in het onderwijs wordt bepaald door afstemming tussen docenten onderling in de eigen organisatie en soms tussen organisaties (bijvoorbeeld door afstemming tussen docenten van verschillende hogescholen). Juist de beroepsgerichte inhoudelijkheid die het hbo docentschap kenmerkt is immers sterk bepalend voor de discussies die docenten onderling voeren. Over de mate van gerichtheid op het teamcollectief, de behoefte aan afstemming en de invloed van het collectief op de professionele autonomie van het individu binnen de organisatie is weinig bekend. De Commissie Leraren heeft in haar rapport Leerkracht aanbevelingen gedaan om de positie van docenten te versterken en het beroep van docent aantrekkelijker te maken (Rinnooy Kan, 2007). Eén van de onderwerpen waar de commissie aandacht aan besteedt is professionele ruimte voor docenten. Mede naar aanleiding van het rapport van de Commissie Leraren hebben onderwijsvakorganisaties, de HBO-raad en de minister van OCW de uitwerking van het rapport Leerkracht voor het HBO vastgelegd in het Convenant Leerkracht van Nederland Sector Hoger Beroepsonderwijs (2008). Eén van de afspraken is dat de positie van de docent moet worden versterkt en dat er een wettelijk kader komt om de professionele ruimte te waarborgen en dat een en ander zal worden uitgewerkt in een professioneel statuut. Inmiddels is bepaald dat het professionele statuut er niet komt. In plaats daarvan is gekozen voor een dialoog met en tussen professionals en leidinggevende om te bespreken welke professionele ruimte nodig is om de eigen professionaliteit effectief en met plezier in te kunnen zetten. Het is een gesprek en reflectie op wat professionele ruimte betekent, hoe het wordt ervaren en wat goed gaat en verbeterpunten zijn. Door zowel HBO-raad als vakbonden wordt gevolgd of de dialoog in de instellingen gevoerd wordt. In het kader van professionele ruimte heeft Mulders (2009) een gespreksnotitie opgesteld. Hij stelt dat de kernvraag waarop gesprekken in hogescholen een antwoord moeten geven de volgende is: Hoe kunnen we de betrokkenheid van de docent, als individuele professional en lid van een team, bij het ontwerp en de uitvoering van het onderwijskundig en onderzoeksbeleid binnen de afgesproken beleidsmatige en organisatorische kaders en binnen de eindverantwoordelijkheid van het instellingsbestuur- zodanig versterken dat de gesignaleerde discrepanties en spanningen die in deze notitie worden besproken verminderen terwijl de kwaliteit van onderwijs en onderzoek toeneemt. 18

20 Onder het begrip professionele ruimte verstaan we de ruimte of interne zeggenschap van docenten ten aanzien van het ontwerp en de uitvoering van het onderwijskundig-, onderzoeks- en kwaliteitsbeleid van de hogeschool. Daar horen drie dimensies bij: betrokkenheid en zeggenschap bij het onderwijsbeleid, samenwerking en dialoog en de balans tussen verantwoordelijkheid dragen en verantwoording afleggen (Regiegroep Professionele Ruimte, 2010) Betrokkenheid en zeggenschap onderwijsbeleid Succesvolle organisaties onderscheiden zich voornamelijk door een doelgerichte, krachtige en diep doordringende cultuur (Peters en Waterman, 1982). Deze organisaties beschikten over bij iedereen bekende normen en waarden en innovatieve en ondernemende medewerkers. Weggeman (2007) stelt dat collectieve ambitie ontstaat door uitgebreide participatie van medewerkers gedurende het wordingsproces. Hij stelt dat de acceptatie van (management)beslissingen door professionals groter is naarmate zij bij de totstandkoming ervan zijn betrokken. Wanneer uitspraken gedaan worden over de bijdrage van professionals aan de totstandkoming van beleid, dan heeft dit alles te maken met het proces van strategievorming. In de strategie liggen de richting en de keuzes van een organisatie vast. Instellingen in het hoger onderwijs hebben dit vastgelegd in het instellingsplan. Johnson, Scholes en Whittington (2008) spreken in dit verband van strategielenzen. Het gaat om de volgende vier lenzen: strategie als design, strategie als ervaring, strategie als ideeën en strategie als discours. Bij de eerste lens is weinig betrokkenheid van professionals, terwijl deze betrokkenheid bij de laatste drie groter is. De tweede lens wordt gevuld door eerdere ervaringen. Bij de derde lens, waarbij creatieve initiatieven van betrokkenen verwacht worden is een vrije inbreng van verschillende professionals gewenst en bij de laatste lens wordt door gesprekken uiteindelijk het beleid bepaald. Het bijdragen aan onderwijsbeleid wordt door Mulders (2009) als belangrijk onderdeel van professionele ruimte genoemd. Daarom zou het goed zijn wanneer onderwijsorganisaties verder gaan dan de eerste of de tweede lens. Om tot onderwijsvernieuwing te komen is de derde lens bij uitstek geschikt, maar om commitment van docenten aan de gezamenlijke strategie te bevorderen is het zaak dat er ruimte is voor het delen van verschillende zienswijzen. De voorkeur voor strategievorming ligt, wanneer het gaat om het vergroten van commitment, dus in de vierde lens: strategie als discours. Mintzberg, Ahlstrand en Lampel (2009) besteden in hun boek Strategie-safari aandacht aan de wijze waarop in organisaties strategieën ontstaan. Ze beschrijven in dat kader tien scholen, waarmee ze strategievorming duiden. De tien scholen zijn: (1) ontwerpschool, (2) planningsschool, (3) positioneringschool, (4) ondernemersschool, (5) kennisverwervingsschool, (6) leerschool, (7) politieke school, (8) culturele school, (9) omgevingsschool en (10) configuratieschool. Voor dit onderzoek zijn vooral de ontwerpschool, ondernemersschool en leerschool interessant als metafoor voor de situatie in pabo s. Bij de ontwerpschool worden voorafgaand aan de uitvoering uitvoerige strategische plannen gemaakt, die erin moeten resulteren dat in de uitvoering de zaken zo goed mogelijk verlopen. Strategievorming is een weloverwogen proces, waarbij slechts een beperkt aantal betrokkenen bijdraagt aan de totstandkoming van het beleid. In de ondernemersschool is de leider alwetend en is er nagenoeg geen betrokkenheid van werknemers bij de strategie. De leerschool gaat uit van strategievorming als opkomend proces, waarbij verschillende betrokkenen ideeën samenbrengen en vanuit een niet eerder voorzien patroon een strategie ontstaat. In die zin past de leerschool in de lens waarbij strategie als discours wordt 19

doorpakken en bestendigen Stimuleringsregeling Professionele ruimte arbeidsmarkt- en opleidingsfonds hbo

doorpakken en bestendigen Stimuleringsregeling Professionele ruimte arbeidsmarkt- en opleidingsfonds hbo doorpakken en bestendigen Stimuleringsregeling Professionele ruimte arbeidsmarkt- en opleidingsfonds hbo Zestor is opgericht door sociale partners in het hbo: inleiding Werkgevers- en werknemersorganisaties

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

Volg de Master Leren en Innoveren

Volg de Master Leren en Innoveren Starten met onderwijsvernieuwing? Volg de Master Leren en Innoveren Utrecht 2011-2012, 3e leergang Vind jij nieuwe ontwikkelingen en veranderingen in het onderwijs belangrijk en wil jij daarin een voortrekkersrol

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Op weg naar de (academische) opleidingsschool

Op weg naar de (academische) opleidingsschool Discussienota Nationalgeographic.nl Adviescommissie ADEF OidS Mei 2014 1 Inhoudsopgave Inleiding 1. Uitgangspunten Samen Opleiden 2. Ambities van (academische) opleidingsscholen 3. Concept Samen Opleiden

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

SKPO Profielschets Lid College van Bestuur

SKPO Profielschets Lid College van Bestuur SKPO Profielschets Lid College van Bestuur 1 Missie, visie SKPO De SKPO verzorgt goed primair onderwijs waarbij het kind centraal staat. Wij ondersteunen kinderen om een stap te zetten richting zelfstandigheid,

Nadere informatie

Wijzer in de professionele ruimte

Wijzer in de professionele ruimte Wijzer in de professionele ruimte Strategieën om de professionele ruimte van docenten(-teams) te optimaliseren Rob Vink Wat is professionele ruimte? Als docent geef je vorm aan het onderwijs en daar voel

Nadere informatie

12 Succesfactoren. voor een doorlopend onderwijstraject in, voor en na gesloten verblijf. Colofon:

12 Succesfactoren. voor een doorlopend onderwijstraject in, voor en na gesloten verblijf. Colofon: Tekst en samenstelling: ministeries van OCW, VenJ en VWS, DJI, Jeugdzorg Nederland, Taakgroep Onderwijs in gesloten instellingen en Gedragswerk. Deze succesfactoren zijn vooral bedoeld voor managers en

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

HU GERICHT IN BEWEGING

HU GERICHT IN BEWEGING HU GERICHT IN BEWEGING Organisatieontwikkeling HU het verhaal - versie maart 2016 - Agenda Waar komen we vandaan? Waarom gaan we veranderen? Wie willen we zijn? Hoe gaan we dit bereiken? Wat verandert

Nadere informatie

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland Advies van de Commissie Gedragscode

Nadere informatie

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding Inleiding Het LEOZ (Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg) is een samenwerkingsproject van: Fontys Hogescholen, Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg,

Nadere informatie

Datum 23 mei 2011 Betreft Aanbieding Actieplannen Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs en Leraren

Datum 23 mei 2011 Betreft Aanbieding Actieplannen Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs en Leraren a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon

Nadere informatie

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Navolgbaarheid bij kwalitatief onderzoek: consistentie van vraagstelling tot eindrapportaged van de Ven Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Piet Verschuren en Hans Doorewaard (2015)

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

De enquête is door 41 collega s ingevuld vorig jaar waren er 25 respondenten.

De enquête is door 41 collega s ingevuld vorig jaar waren er 25 respondenten. VMBO PRO De enquête is door 41 collega s ingevuld vorig jaar waren er 25 respondenten. Alle aspecten zijn t.o.v. vorig jaar fors verbeterd. Met 5,62 scoort organisatie het laagst. Er zijn dus geen onvoldoende

Nadere informatie

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Competentie 1: Creërend vermogen De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Concepten voor een ontwerp te ontwikkelen

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Beginmeting 2014 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, september

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Students Voices (verkorte versie)

Students Voices (verkorte versie) Lectoraat elearning Students Voices (verkorte versie) Onderzoek naar de verwachtingen en de ervaringen van studenten, leerlingen en jonge, startende leraren met betrekking tot het leren met ICT in het

Nadere informatie

Datum Uitnodiging subsidieaanvraag Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen

Datum Uitnodiging subsidieaanvraag Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan: penvoerders opleidingsscholen en contactpersonen lerarenopleidingen Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze

Nadere informatie

VISIE OP LEIDERSCHAP VAN DE HANZEHOGESCHOOL GRONINGEN

VISIE OP LEIDERSCHAP VAN DE HANZEHOGESCHOOL GRONINGEN VISIE OP LEIDERSCHAP VAN DE HANZEHOGESCHOOL GRONINGEN BETREFT: VISIE OP LEIDERSCHAP VAN DE HG Waarom een HG visie op leiderschap? Binnen de HG ontbreekt tot nu toe een expliciete visie op leiderschap terwijl

Nadere informatie

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008 Ik zie mijn inleiding vooral als een opwarmer voor de discussie. Ik ga daarom proberen zo veel mogelijk vragen op te roepen, waar we dan straks onder leiding van Wilma Borgman met elkaar over kunnen gaan

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

STICHTING KINDANTE. Visie Personeel

STICHTING KINDANTE. Visie Personeel STICHTING KINDANTE Visie Personeel Visie Personeel 1 Inleiding De onderwijskundige visie van stichting Kindante vormt de basis voor de wijze waarop de Kindantescholen hun onderwijs vormgeven. Dit vraagt

Nadere informatie

Werken en professionaliseren bij de Hogeschool van Amsterdam

Werken en professionaliseren bij de Hogeschool van Amsterdam Werken en professionaliseren bij de Hogeschool van Amsterdam Professionele ontwikkeling functioneren en beoordelen creating tomorrow Inhoudsopgave Voorwoord 1 Professionele ontwikkeling 2 Jaargesprek 3

Nadere informatie

hr Duurzaam succesvol

hr Duurzaam succesvol hr Duurzaam succesvol Duurzaamheid is een thema binnen veel organisaties. Logisch, iedere organisatie wil graag goed gekwalificeerde, gemotiveerde en gezonde medewerkers. In steeds meer Cao s worden dan

Nadere informatie

Landelijke ontwikkeling professionalisering MBO. Myriam Lieskamp beleidsmedewerker CNV Onderwijs Master HRM

Landelijke ontwikkeling professionalisering MBO. Myriam Lieskamp beleidsmedewerker CNV Onderwijs Master HRM Landelijke ontwikkeling professionalisering MBO Myriam Lieskamp beleidsmedewerker CNV Onderwijs Master HRM programma Nederland een kenniseconomie Leven lang leren Wat zijn de actuele ontwikkelingen? Wat

Nadere informatie

PROACTIEF TOEZICHT VOBO

PROACTIEF TOEZICHT VOBO PROACTIEF TOEZICHT VOBO Concept Door: Raad van Toezicht Voortgezet Onderwijs Best Oirschot PROACTIEF TOEZICHT VOBO 2 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Toezichtvisie Vobo... 4 Doel van de Raad van Toezicht Vobo...

Nadere informatie

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW INTERVIEW Auteur: René Leverink Fotografie: Rijksoverheid Onlangs hebben minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra van OCW drie actieplannen gelanceerd, gericht op een ambitieuze leercultuur

Nadere informatie

Raamconvenant landelijk overleg aansluiting sector kunstonderwijs werkveld

Raamconvenant landelijk overleg aansluiting sector kunstonderwijs werkveld Bladnummer 1 Raamconvenant landelijk overleg aansluiting sector kunstonderwijs werkveld Bijlage 4 Preambule 1. Het hbo-kunstvakonderwijs streeft naar een goede afstemming van de opleidingen op de beroepspraktijk

Nadere informatie

Human Resource Management in het onderwijs Personeel maakt het verschil

Human Resource Management in het onderwijs Personeel maakt het verschil Human Resource Management in het onderwijs Personeel maakt het verschil Leerdoelen De student kent de belangrijkste voorwaarden voor Human Resource Management en kan voorstellen doen om het personeelsbeleid

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging

Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging Oktober 2015 Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging Uitkomsten van meerjarig onderzoek naar de effecten van het Loopbaanlab Leestijd 8 minuten Hoe blijf ik in beweging? De kwaliteit

Nadere informatie

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn:

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn: Naslagwerk KOERS Dit document is bedoeld om ieder individu een eigen beeld te laten formuleren van de eigen koers als werkend mens en vervolgens als functionaris. Daarna kun je collectief de afdelingskoers

Nadere informatie

Leidinggeven aan onderzoekende scholen in de 21 ste eeuw

Leidinggeven aan onderzoekende scholen in de 21 ste eeuw Leidinggeven aan onderzoekende scholen in de 21 ste eeuw Vier jaar onderzoek naar onderzoeksmatig leiderschap: welke inzichten levert het op? Meta Krüger Lector leiderschap in het onderwijs Inhoud lezing

Nadere informatie

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim Deze visienota richt zich specifiek op preventie van arbeidsverzuim. Deze visie is door te vertalen naar terugkeer vanuit arbeidsverzuim en op instroom, doorstroom en uitstroom vraagstukken. Deze doorvertaling

Nadere informatie

Notitie burgerschapscompetenties in het MBO. Inleiding

Notitie burgerschapscompetenties in het MBO. Inleiding Notitie burgerschapscompetenties in het MBO Inleiding In juni 2009 kwam de MBO Raad op verzoek van staatssecretaris Van Bijsterveldt met een advies over Leren, Loopbaan en Burgerschap (LLB). Een herziene

Nadere informatie

Stichtingsdocument 2015-2016

Stichtingsdocument 2015-2016 T Stichtingsdocument 2015-2016 Swammerdamstraat 38bg 1091 RV Amsterdam T: 020 6 75 08 80 F: 020 6 70 84 56 info@skcnet.nl www.skcnet.nl 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1.Wat doet de organisatie... 3

Nadere informatie

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen Intentieverklaring van de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dr. Jet Bussemaker en de Vlaamse minister van Onderwijs en viceministerpresident van de Vlaamse Regering, Hilde Crevits,

Nadere informatie

Contact. particuliere hogeschool voor beroepsonderwijs. bezoekadres Handelskade 75. postadres Postbus 2119 7420 AC Deventer

Contact. particuliere hogeschool voor beroepsonderwijs. bezoekadres Handelskade 75. postadres Postbus 2119 7420 AC Deventer Contact bezoekadres Handelskade 75 postadres Postbus 2119 7420 AC Deventer telefoon 0570-60 30 83 fax 0570-60 37 05 e-mail info.next@saxion.nl particuliere hogeschool voor beroepsonderwijs Hbo Tweedegraadslerarenopleiding

Nadere informatie

Vitale medewerkers maken een vitale HvA

Vitale medewerkers maken een vitale HvA Vitale medewerkers maken een vitale HvA Beleidskader Vitaliteit Larissa Kras Beleidsmedewerker stafafdeling P&O In opdracht van Conny Vermolen, directeur P&O Januari 2013 Inleiding De Hogeschool van Amsterdam

Nadere informatie

HR-beleid en de verschillende actieplannen. Myriam Lieskamp, beleidsmedewerker bij CNV Onderwijs

HR-beleid en de verschillende actieplannen. Myriam Lieskamp, beleidsmedewerker bij CNV Onderwijs HR-beleid en de verschillende actieplannen. Myriam Lieskamp, beleidsmedewerker bij CNV Onderwijs Het ministerie van OCW heeft een aantal plannen gelanceerd, om het onderwijs in alle sectoren naar een hoog,

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

Stichting Empowerment centre EVC

Stichting Empowerment centre EVC I N V E N T A R I S A T I E 1. Inleiding Een inventarisatie van EVC trajecten voor hoog opgeleide buitenlanders in Nederland 1.1. Aanleiding De Nuffic heeft de erkenning van verworven competenties (EVC)

Nadere informatie

Procesmanagement Examennummer: 19646 Datum: 19 november 2011 Tijd: 15:00 uur - 16:30 uur

Procesmanagement Examennummer: 19646 Datum: 19 november 2011 Tijd: 15:00 uur - 16:30 uur Procesmanagement Eamennummer: 19646 Datum: 19 november 2011 Tijd: 15:00 uur - 16:30 uur Dit eamen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het eamen is als volgt: - 40 meerkeuzevragen (maimaal 40 punten)

Nadere informatie

Naar (h)erkende kwaliteit in het mbo. Zelfdiagnose, kwaliteitszorg, analyse en implementatie

Naar (h)erkende kwaliteit in het mbo. Zelfdiagnose, kwaliteitszorg, analyse en implementatie Naar (h)erkende kwaliteit in het mbo Zelfdiagnose, kwaliteitszorg, analyse en implementatie 2 Naar (h)erkende kwaliteit in het mbo Over de kwaliteit van het onderwijs bestaan maar weinig misverstanden.

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Het belang van gespreid leiderschap voor innovatief gedrag Een casus van Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO): Hoe pak je dit aan?

Het belang van gespreid leiderschap voor innovatief gedrag Een casus van Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO): Hoe pak je dit aan? Het belang van gespreid leiderschap voor innovatief gedrag Een casus van Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO): Hoe pak je dit aan? Dr. Arnoud Evers Overzicht presentatie Wetenschap en praktijk

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

Aandacht voor jouw ambitie!

Aandacht voor jouw ambitie! Aandacht voor jouw ambitie! ROC Rivor is hét opleidingscentrum van regio Rivierenland. Wij bieden een breed scala aan opleidingen, cursussen en trainingen voor jongeren en volwassenen. Toch zijn we een

Nadere informatie

Van medewerkertevredenheid naar medewerkerparticipatie

Van medewerkertevredenheid naar medewerkerparticipatie Van medewerkertevredenheid naar medewerkerparticipatie Programma Inleiding Presentatie van onderzoeksresultaten Een praktijkverhaal Verdere toelichting op het IiP/MTO traject Pauze met gelegenheid tot

Nadere informatie

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007)

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007) Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070-3424344 BEZORGEN F 070-3424130 De Voorzitter van de Tweede Kamer E voorljchting@rekenkamer.ni der Staten-Generaal w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Jouw ervaring Neem iets in gedachten dat je nu goed kunt en waarvan je veel plezier hebt in je werk: Vertel waartoe je in staat bent. Beschrijf

Nadere informatie

Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid

Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid Binnen O2A5 staat een belangrijke verandering voor de deur, namelijk de invoering van zgn. onderwijsteams. Voor een succesvolle implementatie van deze organisatieverandering

Nadere informatie

OPLEIDER IN DE SCHOOL, COACH en OPLEIDINGSCOÖRDINATOR Post-HBO opleidingen

OPLEIDER IN DE SCHOOL, COACH en OPLEIDINGSCOÖRDINATOR Post-HBO opleidingen Professionaliseringsaanbod Pabo 2010 2011 OPLEIDER IN DE SCHOOL, COACH en OPLEIDINGSCOÖRDINATOR Post-HBO opleidingen Inleiding Nieuw in ons aanbod! Een vervolg op de Post-HBO Coach en opleider in de school!

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk

Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk Kring Andragologie Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk Versterking zelfregulerend vermogen van individu, groep en organisatie als antwoord op toegenomen complexiteit Zeven interactieve werkcolleges

Nadere informatie

Ministerie OCW Aan mevr. M. van Bijsterveld-Vliegenthart, Staatssecretaris Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Ministerie OCW Aan mevr. M. van Bijsterveld-Vliegenthart, Staatssecretaris Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Ministerie OCW Aan mevr. M. van Bijsterveld-Vliegenthart, Staatssecretaris Postbus 16375 2500 BJ Den Haag OOG voor het MBO staat voor Onafhankelijke Onderwijsgroep voor het MBO ; Een groep onderwijskundig

Nadere informatie

INTENTIEVERKLARING. De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen. De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk,

INTENTIEVERKLARING. De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen. De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk, INTENTIEVERKLARING De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen en De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk, verder te noemen: de besturen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd, overwegende

Nadere informatie

Welkom bij de mastervoorlichting van Master Onderwijskunde

Welkom bij de mastervoorlichting van Master Onderwijskunde Welkom bij de mastervoorlichting van Master Onderwijskunde Onderwijskunde Presentatie: Prof. dr. Monique Volman Femke Algra Erik van der Zande www.studeren.uva.nl/ma-onderwijskunde 2 Onderwijskunde aan

Nadere informatie

Leiding geven aan leren 2015-2016 ACADEMIE PEDAGOGIEK EN ONDERWIJS. saxion.nl/apo

Leiding geven aan leren 2015-2016 ACADEMIE PEDAGOGIEK EN ONDERWIJS. saxion.nl/apo Leiding geven aan leren 2015-2016 ACADEMIE PEDAGOGIEK EN ONDERWIJS saxion.nl/apo Leiding geven aan leren Waarom en voor wie Onderwijsgevenden in het primair onderwijs (regulier en speciaal onderwijs),

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Ruimte creëren. kennis, p. 17). De oplettende lezer ziet dat in het schema van deze negen aspecten deze ruimte wordt aangeduid met de woorden

Ruimte creëren. kennis, p. 17). De oplettende lezer ziet dat in het schema van deze negen aspecten deze ruimte wordt aangeduid met de woorden VERSLAG REACTIE 20 Over vermeende tegenstellingen die irrelevant zijn In het stuk van Piet van der Ploeg Pabo s varen blind op constructivisme (zie artikel op pagina 13) worden veel tegenstellingen geschetst.

Nadere informatie

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meer kansen door het optimaal benutten van talenten,

Nadere informatie

Functieprofiel. VOORZITTER EN LID RAAD VAN TOEZICHT Fidarda - SKOD

Functieprofiel. VOORZITTER EN LID RAAD VAN TOEZICHT Fidarda - SKOD bezoekadres Stationsstraat 29 a 9401 KW Assen postadres Postbus 479 9400 AL Assen telefoon (0592) 30 84 58 fax (0592) 33 15 35 e-mail info@ypsylon.nl KvK Friesland 56.48.77.54 www.ypsylon.nl Functieprofiel

Nadere informatie

Onderwi Leren en Levensb

Onderwi Leren en Levensb Onderwi Leren en Levensb Leren en Innoveren Masteropleiding deeltijd Amsterdam Den Haag Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing Masteropleiding Leren en Innoveren Het onderwijs is altijd in beweging. Kinderen

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Methoden van Organisatieonderzoek. ABK 34 Januari Maart 2012. Hans Doorewaard (coördinator) Brian Tjemkes Arnoud van de Ven

Methoden van Organisatieonderzoek. ABK 34 Januari Maart 2012. Hans Doorewaard (coördinator) Brian Tjemkes Arnoud van de Ven Methoden van Organisatieonderzoek ABK 34 Januari Maart 2012 Hans Doorewaard (coördinator) Brian Tjemkes Arnoud van de Ven Faculteit der Managementwetenschappen Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen *

Nadere informatie

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen;

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen; Henk MassinkRubrics Ontwerpen 2012-2013 Master Leren en Innoveren Hogeschool Rotterdam Beoordeeld door Hanneke Koopmans en Freddy Veltman-van Vugt. Cijfer: 5.8 Uit je uitwerking blijkt dat je je zeker

Nadere informatie

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria Management, finance en recht Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria De verwarring voorbij Naar hernieuwd zelfvertrouwen Congres Praktijkgericht onderzoek in het HBO Amersfoort, 11 december 2012

Nadere informatie

Voorwoord. Nienke Meijer College van Bestuur Fontys Hogescholen

Voorwoord. Nienke Meijer College van Bestuur Fontys Hogescholen 3 Voorwoord Goed onderwijs is een belangrijke voorwaarde voor jonge mensen om uiteindelijk een betekenisvolle en passende plek in de maatschappij te krijgen. Voor studenten met een autismespectrumstoornis

Nadere informatie

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Organisatie De Open Universiteit (OU), opgericht in 1984, is de jongste universiteit

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren. Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende

Nadere informatie

De speerpunten van de SPCO-scholen

De speerpunten van de SPCO-scholen Meerjaren Plan 2012-2015 De speerpunten van de SPCO-scholen Inleiding Strategische speerpunten Hart voor kinderen Met veel genoegen presenteren wij de samenvatting van ons strategisch meerjarenplan Hart

Nadere informatie

Masterclass Sturen op rollen en verantwoordelijkheden? SKMBO 1 oktober 2015

Masterclass Sturen op rollen en verantwoordelijkheden? SKMBO 1 oktober 2015 Masterclass Sturen op rollen en verantwoordelijkheden? SKMBO 1 oktober 2015 Programma Korte kennismaking met introductie en verkenning van het thema Presentatie: Sturen op rollen en verantwoordelijkheden?

Nadere informatie

Het functioneringsgesprek als stimulans in de beroepsidentiteit

Het functioneringsgesprek als stimulans in de beroepsidentiteit Het functioneringsgesprek als stimulans in de beroepsidentiteit A.J. Verwijs Dit materiaal is onderdeel van het compendium over christelijk leraarschap, van het lectoraat Christelijk leraarschap van Driestar

Nadere informatie

Raamconvenant landelijk overleg aansluiting sector kunstonderwijs werkveld

Raamconvenant landelijk overleg aansluiting sector kunstonderwijs werkveld Bladnummer 1 Raamconvenant landelijk overleg aansluiting sector kunstonderwijs werkveld Preambule 1. Het hbo-kunstvakonderwijs streeft naar een goede afstemming van de opleidingen op de beroepspraktijk

Nadere informatie

Vragen pas gepromoveerde

Vragen pas gepromoveerde Vragen pas gepromoveerde dr. Maaike Vervoort Titel proefschrift: Kijk op de praktijk: rich media-cases in de lerarenopleiding Datum verdediging: 6 september 2013 Universiteit: Universiteit Twente * Kun

Nadere informatie

Welkom in TECHNUM! KwaliteitsKring Zeeland 14-02-08

Welkom in TECHNUM! KwaliteitsKring Zeeland 14-02-08 Welkom in TECHNUM! KwaliteitsKring Zeeland 14-02-08 TECHNUM in vogelvlucht Wat is Technum Welke participanten Waarom noodzakelijk Waar we voor staan Wat onze ambities zijn TECHNUM Zelfstandige onderwijsvoorziening

Nadere informatie

De schoolleider aan de macht?

De schoolleider aan de macht? De schoolleider aan de macht? Carla Schouten Een inleiding in leiding voor Corrie. De school waar Corrie werkt is één van de mooiste ROC s van Nederland. Het heeft prachtige gebouwen, een sterke financiële

Nadere informatie

Koersplan - Geloof in de toekomst

Koersplan - Geloof in de toekomst Koersplan - Geloof in de toekomst Storytelling als innerlijk kompas De s8ch8ng hanteert het verhaal van Springmuis voor draagvlak en gemeenschappelijke taal. Springmuis gaat op reis naar het onbekende.

Nadere informatie

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Profielschets. Teamleider vwo bovenbouw

Profielschets. Teamleider vwo bovenbouw Profielschets Teamleider vwo bovenbouw Rotterdam, 2016 Profielschets Teamleider vwo bovenbouw (LD) Libanon Lyceum Omvang: 1,0 fte met een beperkte lesgevende taak. Vooraf Het Libanon Lyceum in Rotterdam

Nadere informatie

Afsprakenkader. Partners in Leren en Werken in. Zorg en Welzijn Zeeland. Vastgesteld in de FluenZ Adviesraad. ViaZorg

Afsprakenkader. Partners in Leren en Werken in. Zorg en Welzijn Zeeland. Vastgesteld in de FluenZ Adviesraad. ViaZorg Afsprakenkader Partners in Leren en Werken in Zorg en Welzijn Zeeland ViaZorg 2014 Vastgesteld in de FluenZ Adviesraad INHOUD Inleiding 1. Hoe kunnen de opleidingen kwalitatief beter en vooral uitdagender?

Nadere informatie

De LOB-scan voor mbo

De LOB-scan voor mbo 35 BIJLAGE 3 De LOB-scan voor mbo De LOB-scan Doel van de LOB-scan is om zicht te krijgen op hoe Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) in jullie onderwijsinstelling er op dit moment voor staat. De

Nadere informatie

DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE

DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE FUNCTIEPROFIEL DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE HOGESCHOOL LEIDEN Inhoudsopgave 1 Hogeschool Leiden 3 De organisatie 3 De structuur 3 De thema s 4 2 4 Plaats in de organisatie 4 Taken en verantwoordelijkheden

Nadere informatie

AANDACHT VOOR PROFESSIONELE RUIMTE. Literatuuronderzoek naar de stand van zaken omtrent de professionele ruimte van leraren in het primair onderwijs

AANDACHT VOOR PROFESSIONELE RUIMTE. Literatuuronderzoek naar de stand van zaken omtrent de professionele ruimte van leraren in het primair onderwijs ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers AANDACHT VOOR PROFESSIONELE RUIMTE Literatuuronderzoek naar de stand van zaken omtrent de professionele ruimte van leraren in het primair onderwijs

Nadere informatie

Onderwijskundig ondernemerschap

Onderwijskundig ondernemerschap Onderwijskundig ondernemerschap Toekomstbestendigheid is een belangrijk thema in een wereld waarin krimp de strategische agenda van scholen steeds nadrukkelijker lijkt te bepalen. Vergrijzing, teruglopende

Nadere informatie

Deze geaccrediteerde master ontwikkelt en ondersteunt de professionalisering van onderwijskundige leiders in het vo en mbo. In samenwerking met:

Deze geaccrediteerde master ontwikkelt en ondersteunt de professionalisering van onderwijskundige leiders in het vo en mbo. In samenwerking met: Executive MBA Service management Onderwijs Deze geaccrediteerde master ontwikkelt en ondersteunt de professionalisering van onderwijskundige leiders in het vo en mbo. In samenwerking met: De wereld waarin

Nadere informatie

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs Peter Leisink Opzet van deze leergang Introductie Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs: inhoudelijke verkenning Programma en docenten leergang strategisch

Nadere informatie

Professionele ontwikkeling in de lift: de gezamenlijke agenda. Juni 2012

Professionele ontwikkeling in de lift: de gezamenlijke agenda. Juni 2012 Professionele ontwikkeling in de lift: de gezamenlijke agenda Juni 2012 Inleiding Nederland heeft goed onderwijs, maar onze ambitie reikt verder. Wij vinden dat het Nederlands onderwijs zich op alle vlakken

Nadere informatie

van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen

van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 / De kern en inhoud als uitgangspunt... 4 1.1 de kern... 4 1.2 de inhoud... 5 Hoofdstuk 2

Nadere informatie

Passend. Leiderschap. Elke school de beste baas. Auteurs: Theo Camps Pieter Dekkers Bert Jurgens. Marije van Vilsteren

Passend. Leiderschap. Elke school de beste baas. Auteurs: Theo Camps Pieter Dekkers Bert Jurgens. Marije van Vilsteren Passend Leiderschap Elke school de beste baas Auteurs: Theo Camps Pieter Dekkers Bert Jurgens Marije van Vilsteren Met medewerking van: Hans van den Berg Jos Hagens Magda Snijders Passend leiderschap Elke

Nadere informatie