Met name klaagt verzoeker erover dat de officier van justitie te Zutphen:

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Met name klaagt verzoeker erover dat de officier van justitie te Zutphen:"

Transcriptie

1 Rapport

2 2 h2>klacht Verzoeker was door de rechter veroordeeld tot het betalen van een geldboete van 50. Verzoeker klaagt over de wijze van afhandeling van zijn hoger beroep door het Openbaar Ministerie, specifiek de officier van justitie te Zutphen en het ressortsparket te Arnhem. Met name klaagt verzoeker erover dat de officier van justitie te Zutphen: bij de rechtszitting had nagelaten om hem bij zijn mededeling dat hij in hoger beroep ging, er direct op te wijzen dat dit bij een boete van 50 niet mogelijk is; zijn brief van 20 november 2006, waarmee hij aangaf dat hij hoger beroep had ingesteld, naar de griffie van de rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Apeldoorn had doorgestuurd ter behandeling, waardoor bij hem de indruk werd gewekt dat zijn beroep aanhangig was. Verder klaagt verzoeker over verschillende mededelingen die het Openbaar Ministerie had gedaan over zijn hoger beroep, waardoor de stand van zaken met betrekking tot het hoger beroep en de inning van de geldboete voor hem onduidelijk bleef. Met name klaagt verzoeker erover dat: de officier van justitie te Zutphen hem op 12 oktober 2007 had meegedeeld dat hij in zijn beroep niet ontvankelijk was omdat hij te laat beroep zou hebben aangetekend; het ressortsparket te Arnhem hem pas op 24 april 2008 had meegedeeld dat er bij een boete van 50 geen hoger beroep kan worden ingesteld; het Openbaar Ministerie had nagelaten om het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te informeren dat er hoger beroep door hem was aangetekend en dat daardoor de inning moest worden opgeschort, of in ieder geval had nagelaten met het CJIB af te stemmen om de inning in de zaak op te schorten gelet op de onduidelijkheid in de zaak over het hoger beroep. Tenslotte klaagt verzoeker erover dat het Openbaar Ministerie heeft geweigerd het bedrag van 472,49 euro, dat hij wegens verhogingen en allerlei invorderingskosten moest betalen omdat hij in eerste instantie de boete niet had betaald wegens zijn veronderstelling dat er een hoger beroep liep, te vergoeden. Beoordeling Algemeen

3 3 1. Verzoeker was gedagvaard om op 16 augustus 2006 te verschijnen ter zitting bij de kantonrechter omdat hij zonder vergunning een boom had omgekapt. 2. Tijdens de zitting verweerde verzoeker zich met een pleitnotitie, waarin hij onder meer het volgende had opgenomen: "( ) Mocht u als rechter niet tot een overtuigende vrijspraak van de tenlastelegging komen, en dus van oordeel zijn dat de gemeente E. ondanks de aangevoerde feiten toch rechten kan doen gelden op dat wat er op onze grond is aangeplant, leeft, groeit en bloeit, dan wil ik geen geldboete krijgen, maar een vrijheidsstraf respectievelijk verplichting tot het uitvoeren van een publieke dienstverlening respectievelijk een passend geachte werkstraf. In geen geval mag de omvang van de opgelegde bestraffing verdere rechtsgang onmogelijk maken. ( )" 3. De rechter veroordeelde verzoeker tot het betalen van een geldboete van 50. Volgens verzoeker liet hij de rechter en de officier van justitie tijdens de zitting weten bij deze mondeling beroep aan te tekenen tegen de uitspraak. Verder zou hij de rechter hebben verzocht om de uitspraak en motivatie schriftelijk te mogen ontvangen. De rechter wees verzoeker op de mogelijkheid om binnen veertien dagen beroep in cassatie in te stellen tegen zijn vonnis. 4. Op 12 oktober 2006 stuurde het CJIB verzoeker een 'aanschrijving onherroepelijk boetevonnis' met het verzoek om voor 11 november 2006 te betalen. Verzoeker stuurde hierop op 26 oktober 2006 een brief aan het CJIB en aan het arrondissementsparket te Zutphen. Hierin maakte hij bezwaar tegen de inning omdat hij de uitspraak van de rechter nog op schrift zou krijgen en er nog hoger beroep tegen die uitspraak zou lopen. 5. Bij brief van 10 november 2006 deelde de officier van justitie te Zutphen aan verzoeker mee dat door hem geen hoger beroep was ingesteld. Het vonnis van de rechter was hierdoor op 31 augustus 2006 onherroepelijk geworden. Bij brief van 20 november 2006 liet verzoeker weten het hier niet mee eens te zijn omdat hij direct tijdens de zitting mondeling beroep tegen het vonnis had aangekondigd. 6. De officier van justitie te Zutphen liet bij brief van 29 november 2006 weten dat hij verzoekers brief had gevoegd in het dossier en ter behandeling had doorgestuurd naar de griffie van het kantongerecht te Apeldoorn. 7. Bij brief van 30 november 2006 stuurde het CJIB verzoeker een eerste aanmaning in verband met de betaling van de geldboete. Verzoeker reageerde hierop bij brief van 5 december met de mededeling dat zijn hoger beroep nog liep. Verzoeker liet in verband hiermee weten dat hij van de officier van justitie had begrepen dat zijn dossier ter behandeling was doorgestuurd naar de kantonrechter.

4 4 8. Bij brief van 12 december 2006 reageerde het CJIB met de mededeling dat de inning op normale wijze zou worden voortgezet. Op 15 december 2006 protesteerde verzoeker wederom schriftelijk tegen de gang van zaken. 9. Op 18 december 2006 liet de rechtbank te Zutphen verzoeker weten dat zij het strafdossier had ontvangen en dat dit tezamen met verzoekers brieven was doorgestuurd ter behandeling naar het gerechtshof te Arnhem. De akte van rechtsmiddel vermeldt in verband hiermee dat het hoger beroep op 22 november 2006 ter griffie was binnengekomen. 10. Bij brief van 29 december 2006 liet het CJIB verzoeker weten dat het tot op heden geen opdracht van de rechtsprekende instantie had gekregen om de inning op te schorten. Verder deelde het CJIB mee dat het voeren van correspondentie met het CJIB de betalingsverplichting niet opschort. 11. Op 18 januari 2007 stuurde het CJIB verzoeker een tweede aanmaning. De reactie van verzoeker hierop werd door het CJIB voor kennisgeving aangenomen. 12. Op 12 maart 2007 ontving verzoeker de dagvaarding om op 21 mei 2007 bij het gerechtshof ter zitting te verschijnen in verband met zijn hoger beroep. Verzoeker kon de zitting niet bijwonen. 13. Op 18 april 2007 ontving verzoeker van de gerechtsdeurwaarder een dwangbevel namens het CJIB. De boete was verhoogd tot 95. Tezamen met de invorderingskosten en kosten van het exploot was het totale door verzoeker verschuldigde bedrag opgelopen tot een bedrag van 271, Op 23 september 2007 diende verzoeker een klacht in bij het Openbaar Ministerie te Arnhem, het CJIB en de gerechtsdeurwaarder over de gang van zaken. 15. De officier van justitie te Zutphen liet verzoeker bij brief van 12 oktober 2007 weten dat zijn hoger beroep te laat was ingesteld en dat daarom het vonnis van de rechter op 31 augustus 2006 onherroepelijk geworden was. Verzoeker kreeg in verband hiermee een afschrift van de uitspraak van 21 mei 2007 van het gerechtshof te Arnhem op zijn hoger beroep. 16. Op 2 december 2007 diende verzoeker opnieuw een klacht in bij de officier van justitie te Zutphen. Omdat hier geen reactie op volgde, diende hij de klacht opnieuw in bij brief van 2 februari 2008 en 2 maart In deze brief beklaagde hij zich vooral over het gebrek aan communicatie tussen de verschillende betrokken instanties, waardoor een en ander voor hem onduidelijk bleef. Verder had geen van de instanties hem geïnformeerd van het feit dat zijn mondeling ingestelde beroep tijdens de zitting kennelijk niet geldig zou zijn. Hierdoor was hij steeds in de veronderstelling geweest dat er nog een hoger beroep tegen het vonnis van de rechter liep. Daarom had hij de geldboete nog niet betaald. Al met al

5 5 was het bedrag wegens alle invorderingskosten nu opgelopen tot een veel hoger bedrag. Verzoeker eiste daarom vergoeding van de extra kosten. 17. Op 9 april 2008 diende verzoeker een klacht in bij het bestuur van de rechtbank te Zutphen omdat hij maar geen reactie van de officier van justitie ontving. De president van de rechtbank reageerde onder meer als volgt. Hij had commentaar gevraagd aan de kantonrechter die de zaak van verzoeker op 16 augustus 2006 had behandeld. Deze liet weten zich na zo'n lange tijd niet veel meer te kunnen herinneren en dat hij daarom uitging van de aantekeningen van de griffier. Hieruit bleek dat de officier van justitie een geldboete van 50 had geëist en dat verzoeker hiertoe was veroordeeld. Toen verzoeker hem vervolgens vroeg of hij tegen die beslissing in beroep kon gaan, had hij hem gewezen op de mogelijkheid om binnen twee weken beroep in cassatie aan te tekenen. De rechter nam verder aan dat ofwel de officier van justitie ofwel hijzelf verzoeker erop had geattendeerd dat het feit waarvoor hij was veroordeeld zich niet leent voor het opleggen van een andere straf of maatregel dan een geldboete en dat de ernst van het feit niet een hogere geldboete rechtvaardigde dan de gevraagde en opgelegde boete. In ieder geval had hij verzoeker duidelijk gewezen op de termijn waarbinnen hij beroep in cassatie diende in te stellen. Een schriftelijke motivering van de uitspraak had hij daarbij zeker niet toegezegd omdat een mondelinge uitspraak nu eenmaal niet schriftelijk is. 18. Bij brief van 24 april 2008 deelde het ressortsparket te Arnhem verzoeker mee dat zijn hoger beroep niet ontvankelijk was verklaard omdat op grond van artikel 404 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) (zie Achtergrond, onder 1.) slechts hoger beroep kan worden ingesteld als de boete hoger is dan 50. Verder werd verzoeker meegedeeld dat de beslissing van de rechter na de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk was geworden. 19. Op verzoekers bezwaar tegen deze brief, liet het ressortsparket Arnhem op 5 juni 2008 weten dat de conclusie bleef dat er in de procedure van de strafzaak geen fouten waren gemaakt. Immers was op grond van artikel 404 Sv hoger beroep bij een geldboete van 50 niet mogelijk. Dit hield in dat de officier van justitie en het CJIB wel bevoegd waren om de opgelegde boete bij hem te innen, ook al had hij inmiddels hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep was immers op voorhand al gedoemd te stranden op niet-ontvankelijkheid. 20. Op 10 oktober 2008 wendde verzoeker zich tot de Nationale ombudsman, die op 16 januari 2009 een onderzoek instelde. Bevindingen Visie verzoeker 1. Verzoeker voelt zich misleid. Hij geeft aan dat als de kantonrechter en het Openbaar Ministerie hem juist en volledig geïnformeerd hadden, hij nooit in de veronderstelling zou

6 6 zijn geweest dat er nog een hoger beroep liep. Dan had hij de boete van 50 direct betaald. De oorspronkelijk opgelegde boete bedroeg 190,-. De rechter veroordeelde hem vervolgens tot de geldboete van 50. Verzoeker geeft aan dat hij, nadat de rechter hem mondeling had gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan, direct had aangekondigd dat bij deze te doen. De officier van justitie had tijdens de zitting echter nagelaten om hem erop te wijzen dat de verminderde boete van 50 leidt tot een niet-ontvankelijk verklaring in hoger beroep. Dit terwijl hij in zijn pleitnotitie duidelijk had aangegeven dat hij niet wilde dat zijn straf zou leiden tot het niet kunnen indienen van hoger beroep. Dit was hem namelijk al eens eerder overkomen. Daarnaast geeft verzoeker aan dat de betrokken instanties na de rechtszaak langs elkaar heen hadden gewerkt en hem ondanks zijn vele brieven geen duidelijkheid hadden gegeven over zijn situatie. Hierdoor was hij nu met een hoog bedrag aan extra kosten opgezadeld. Deze kosten wil hij graag vergoed hebben. Standpunt minister 2. De minister achtte de klacht dat het Openbaar Ministerie verzoeker niet direct duidelijk had gemaakt dat er geen hoger beroep mogelijk was, ongegrond. Verzoeker had immers op de achterzijde van de dagvaarding kunnen lezen binnen welke termijn een rechtsmiddel moet worden ingesteld. Daarnaast had de kantonrechter verzoeker tijdens de zitting erop gewezen dat hij de mogelijkheid had om binnen veertien dagen cassatie in te stellen tegen zijn vonnis. Dit impliceert dat er geen hoger beroep mogelijk is, aldus de minister. Het had verzoeker daarom via verschillende informatiebronnen duidelijk moeten zijn dat de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel veertien dagen bedroeg, te rekenen vanaf het vonnis. Daarnaast had verzoeker uit het voorgaande kunnen afleiden dat het niet mogelijk was om hoger beroep in te stellen. Het valt volgens de minister niet onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie om iemand, die op de gebruikelijke wijze - zoals ook in deze zaak - is geïnformeerd over de mogelijkheid over het instellen van een rechtsmiddel, daarop op eigen initiatief een uitgebreide toelichting te verschaffen. Verzoeker had zich daartoe kunnen wenden tot een advocaat of een andere juridische hulpverlener. Al met al is er geen sprake van onzorgvuldig optreden van de officier van justitie te Zutphen of de advocaat-generaal te Arnhem, aldus de minister. 3. Ten aanzien van de klacht over het gebrek aan communicatie tussen het Openbaar Ministerie en het CJIB liet de minister het volgende weten. Indien binnen de wettelijke termijn hoger beroep wordt ingesteld tegen een vonnis waarin een boete is opgelegd, wordt daarvan melding gemaakt in een door het Openbaar Ministerie gebruikt registratiesysteem. De melding wordt dan automatisch doorgeleid naar het CJIB. In deze

7 7 zaak is volgens de minister conform de bestaande procedurevoorschriften gehandeld. Nu verzoeker buiten de daarvoor geldende termijn beroep had ingesteld, is er van dit hoger beroep geen melding doorgeleid aan het CJIB. Het CJIB had vervolgens de inningsprocedure voortgezet, als gevolg waarvan het door verzoeker te betalen bedrag fors was verhoogd, aldus de minister. Reactie verzoeker 4. Verzoeker stelde hierop dat op de achterzijde van de dagvaarding niet vermeld staat dat geen hoger beroep kan worden ingesteld als de boete 50 bedraagt. Verder gaf verzoeker aan dat de minister bij hem juridische kennis veronderstelt, die kennelijk niet bij de kantonrechter of de officier van justitie aanwezig was, gelet op alle onduidelijkheid in de zaak. Dit blijkt volgens hem ook uit de onduidelijkheid die bestaat over (het tijdstip van) het onherroepelijk worden van het vonnis. Eerst werd gezegd dat deze op 31 augustus 2006 onherroepelijk was geworden omdat hij te laat was met zijn hoger beroep. Vervolgens werd hem meegedeeld dat hij helemaal geen hoger beroep had kunnen instellen. Ten slotte werd meegedeeld dat het vonnis na de uitspraak van het gerechtshof op zijn hoger beroep onherroepelijk was geworden, dus vanaf 21 mei 2007, aldus verzoeker. Verzoeker bleef bij zijn standpunt dat hij buiten zijn schuld om bovenop de geldboete extra kosten heeft moeten maken. Beoordeling Ten aanzien van het nalaten van de officier van justitie om verzoeker te informeren 5. Het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking houdt in dat bestuursorganen burgers met het oog op de behartiging van hun belangen actief en desgevraagd van adequate informatie voorzien. Deze norm behelst enerzijds de plicht om in te gaan op verzoeken van burgers om informatie, maar anderzijds ook de plicht om burgers uit eigen beweging te informeren indien uit hun handelwijze blijkt dat zij niet goed op de hoogte zijn van de te voeren procedure. 6. De Nationale ombudsman is van oordeel dat het in de eerste plaats aan de rechter is en niet aan de officier van justitie om een verdachte ter terechtzitting te wijzen op de mogelijkheid van hoger beroep, de termijn waarbinnen en de wijze waarop dat hoger beroep dient te worden ingesteld. Uit de aantekeningen die de griffier van de rechtszitting heeft gemaakt volgt dat de rechter, nadat verzoeker had gevraagd of hij tegen de veroordeling in hoger beroep kon gaan, verzoeker heeft gewezen op de mogelijkheid om binnen veertien dagen beroep in cassatie aan te tekenen. Over de vraag of het verschil tussen hoger beroep en beroep in cassatie goed bij verzoeker is overgekomen laat de Nationale ombudsman zich niet uit nu het hier gaat om een uitlating van een rechter.

8 8 Nu het verstrekken van dergelijke informatie ter terechtzitting niet tot de taak van een officier van justitie behoort is de Nationale ombudsman van oordeel dat de officier van justitie niet in strijd heeft gehandeld met het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk. Ten aanzien van de doorzending van zijn dossier aan het kantongerecht 7. Dit klachtonderdeel zal ook worden getoetst aan het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking. 8. De officier van justitie zond het dossier van verzoeker naar de griffie van de rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Apeldoorn omdat verzoeker een brief had geschreven waarin hij aangaf dat hij het niet eens was met het onherroepelijk worden van het vonnis van de kantonrechter. Verzoeker stelt dat hierdoor bij hem de indruk was gewekt dat zijn (mondeling) ingestelde beroep aanhangig was, terwijl op dat moment al duidelijk was dat verzoeker te laat was met het instellen van zijn beroep en dat er tegen een vonnis van 50,- helemaal geen hoger beroep kon worden ingesteld. Het is de gebruikelijke gang van zaken dat wanneer er door een verdachte hoger beroep wordt ingesteld bij het Openbaar Ministerie het dossier wordt doorgestuurd naar de desbetreffende rechtbank. Het is hierbij niet van belang of het in het geheel niet mogelijk is om hoger beroep in te stellen of dat het hoger beroep te laat is ingediend. Het is immers aan de rechter om te oordelen over de ontvankelijkheid van een ingesteld hoger beroep. De Nationale ombudsman is dan ook van oordeel dat het de officier van justitie niet te verwijten valt dat - doordat hij het dossier doorstuurde naar het kantongerecht te Apeldoorn - bij verzoeker een onjuiste indruk is ontstaan. De vraag die zich opwerpt is of het Openbaar Ministerie verzoeker naar aanleiding van zijn brief duidelijkheid had moeten verschaffen over de gang van zaken rond zijn ingestelde hoger beroep en de juridische consequenties. De Nationale ombudsman is van oordeel dat het verstrekken van dergelijke informatie niet kan worden verwacht van het Openbaar Ministerie. Dit zou immers betekenen dat bij elk ingesteld hoger beroep dat bij het Openbaar Ministerie binnenkomt een parketmedewerker dit beroep integraal zou moeten lezen en daar waar nodig inhoudelijk op moet reageren. Een dergelijke serviceverlening gaat in de ogen van de Nationale ombudsman te ver en mag niet worden verwacht van het Openbaar Ministerie. Daarbij komt dat het Openbaar Ministerie ook niet de juiste instantie is om hoger beroep in te stellen. Dit moet immers gebeuren bij de griffie van een rechtbank. De Nationale ombudsman is dan ook van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet in strijd heeft gehandeld met het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking.

9 9 De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk. Ten aanzien van de verschillende mededelingen over de uitkomst in hoger beroep 9. Ook hier toetst de Nationale ombudsman aan het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking. Dit vereiste houdt ook in dat bestuursorganen ervoor zorgen dat de informatie die zij verstrekken duidelijk en eenduidig is. 10. Op 21 mei 2007 verklaarde het gerechtshof te Arnhem het hoger beroep van verzoeker niet ontvankelijk. Verzoeker woonde deze zitting niet bij. Verzoeker hoorde via de officier van justitie dat het vonnis onherroepelijk was geworden omdat hij te laat was met het indienen van zijn hoger beroep. Enige tijd later werd hem door het ressortparket meegedeeld dat de rechter hem niet ontvankelijk had verklaard omdat er bij een boete van 50 euro helemaal geen hoger beroep kon worden ingesteld. De Nationale ombudsman stelt vast dat deze twee mededeling op het punt van de reden van de niet ontvankelijkheid tegenstrijdig zijn. Verzoeker is dan ook niet eenduidig geïnformeerd waardoor er in strijd is gehandeld met het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking. De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk. De Nationale ombudsman wil hierbij wel opmerken dat het hem bevreemdt dat verzoeker niet naar de zitting bij het hof is geweest, nu verzoeker zo veel waarde hechtte aan het opnieuw kunnen bepleiten van zijn zaak in hoger beroep. Was verzoeker wel naar de zitting geweest dan had hij van de raadsheer van het gerechtshof - en dus uit eerste hand - zelf kunnen vernemen wat de reden was voor het niet ontvankelijk verklaren van zijn hoger beroep. Ten aanzien van het de inning door het CJIB 11. De Nationale ombudsman concludeert dat er op het gebied van de inning van de geldboete door het Openbaar Ministerie en het CJIB wel eenduidige informatie is verstrekt, namelijk dat verzoeker deze diende te betalen omdat het vonnis van de rechter onherroepelijk was en dat de inning doorging. Het CJIB heeft in de correspondentie aangegeven dat het geen opdracht had gekregen de inning op te schorten. Tevens heeft het CJIB meegedeeld dat het voeren van correspondentie de inning niet opschort. Hierover bestond geen onduidelijkheid. De vraag is of nu het Openbaar Ministerie het CJIB de opdracht had moeten geven de zaak op te schorten nu een en ander nog onduidelijk was met betrekking tot het hoger beroep. De Nationale ombudsman is met de minister van oordeel dat er op dit gebied geen fouten zijn gemaakt. Verzoeker had buiten de termijn schriftelijk beroep ingesteld tegen een vonnis waarvan geen hoger beroep mogelijk is, waardoor hiervan geen informatie aan het CJIB hoefde te worden doorgegeven. Er was immers geen reden om het CJIB te verzoeker de inning op te schorten.

10 10 De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk. Ten aanzien van de weigering om de kosten te vergoeden 12. Getoetst wordt aan het redelijkheidsvereiste. Het redelijkheidvereiste houdt in dat overheidsinstanties de in het geding zijnde belangen tegen elkaar afwegen en dat de uitkomst hiervan niet onredelijk is. 13. Vooropgesteld wordt dat de Nationale ombudsman zich heel goed kan voorstellen dat de door verzoeker ondervonden onduidelijkheid over het hoger beroep voor hem grote ergernis heeft opgeleverd. Dit laat echter onverlet dat verzoeker door het CJIB klip en klaar is meegedeeld dat de inning niet zou worden opgeschort en welke consequenties waren verbonden aan het niet tijdig betalen van de boete. Hierover kon dan ook geen misverstand bestaan bij verzoeker. Dat verzoeker er zelf voor koos om de geldboete niet te betalen, waardoor het uiteindelijke te betalen bedrag steeds hoger opliep, is niet te wijten aan justitie. Al met al is de Nationale ombudsman van oordeel dat de minister in dit geval in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn beslissing het verzoek om vergoeding van de kosten af te wijzen. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk. Slotbeschouwing Uit de stukken in het dossier komt naar voren dat het begin van de verwarring in deze zaak is ontstaan ter terechtzitting. Wat er precies op de zitting is gezegd is door het tijdsverloop niet meer te achterhalen, maar kennelijk was het voor verzoeker niet duidelijk dat hij geen hoger beroep tegen het vonnis van 50,- kon instellen maar enkel beroep in cassatie. Ook was het voor verzoeker kennelijk niet duidelijk dat het niet mogelijk is om ter terechtzitting mondeling beroep in te stellen. Dit moet immers gebeuren bij de griffie. Of dit door de rechter voldoende duidelijk is gemaakt aan verzoeker, valt niet meer te achterhalen. Bovendien is de Nationale ombudsman niet bevoegd te oordelen over het handelen van de rechter. De Nationale ombudsman zet wel vraagtekens bij het feit dat verzoeker de indruk wekt in het geheel niet op de hoogte te zijn van de gang van zaken rond het instellen van beroep. Verzoeker heeft immers aangegeven dat hij eerder heeft meegemaakt dat hij geen hoger beroep kon instellen omdat hij tot een te lage boete was veroordeeld. Hij vroeg de rechter in deze zaak dan ook uitdrukkelijk hem een straf op te leggen waartegen hij in hoger beroep kon. De Nationale ombudsman leidt hieruit af dat verzoeker op zijn minst bekend was met het gegeven dat er een geldelijke (onder)grens bestond wanneer het niet meer mogelijk was om hoger beroep in te stellen. Dat het niet mogelijk was om bij een geldboete van 50,- hoger beroep in te stellen kan dan ook niet als een complete verrassing zijn

11 11 gekomen. Daarbij komt uit de stukken uit het dossier naar voren dat verzoeker, hoewel niet juridisch geschoold, wel relevante kennis heeft over de zaken die een strafprocedure met zich brengt. Het beeld van een machtige overheid tegenover een onwetende burger gaat dan ook naar het oordeel van de Nationale ombudsman in dit geval niet op. De veronderstelling van verzoeker dat het wel mogelijk was om mondeling op zitting beroep in te stellen komt, hoe vervelend ook, voor rekening van verzoeker. Doordat verzoeker niet op de juiste wijze beroep in cassatie instelde werd het vonnis van de kantonrechter onherroepelijk en zijn de systemen bij het Openbaar Ministerie en het CJIB gaan draaien. Dit is op zichzelf niet onbegrijpelijk. Het enige dat de Openbaar Ministerie in dit geval te verwijten valt, is dat zij op enig moment verschillende uitleg heeft gegeven over de reden van de niet ontvankelijk verklaring door het gerechtshof. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van het Openbaar Ministerie te Zutphen en te Arnhem is gegrond ten aanzien van: de verschillende mededelingen over de uitkomst van het hoger beroep wegens strijd met het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking. niet gegrond ten aanzien van: het tijdens de zitting nalaten verzoeker te infomeren over zijn rechtsmiddelen; het doorsturen van het dossier van verzoeker naar de rechtbank; de communicatie met het CJIB; de weigering de extra kosten te vergoeden. Onderzoek Op 10 oktober 2008 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te E., met een klacht over een gedraging van het Openbaar Ministerie te Zutphen en te Arnhem. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de minister van Justitie, werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de minister van Justitie verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Tevens werd de minister een aantal specifieke vragen gesteld.

12 12 Tijdens het onderzoek kregen de minister en verzoeker de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De reactie van verzoeker gaf geen aanleiding het verslag aan te vullen. De minister van Justitie gaf binnen de gestelde termijn geen reactie. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie: Verzoekschrift van 10 oktober 2008, aangevuld met de brief van 30 december 2008 met bijlagen waaronder de correspondentie tussen verzoeker, het CJIB, het Openbaar Ministerie en de rechtbank. Standpunt van de minister van Justitie van 26 maart Reactie van verzoeker van 28 april Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond 1. Wetboek van Strafvordering Artikel 404 lid 2 "Tegen de vonnissen betreffende overtredingen, door de rechtbank als einduitspraak of in de loop van het onderzoek gegeven, staat hoger beroep open voor de officier van justitie bij het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, en voor de verdachte die niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken, tenzij terzake in de einduitspraak: a. met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel werd opgelegd, of b. geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum -of, wanneer bij het vonnis twee of meer geldboetes werden opgelegd, geldboetes tot een gezamenlijk maximum - van 50."

Rapport. Datum: 22 september 2003 Rapportnummer: 2003/329

Rapport. Datum: 22 september 2003 Rapportnummer: 2003/329 Rapport Datum: 22 september 2003 Rapportnummer: 2003/329 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) de gegevens van het arrest van het gerechtshof Arnhem van 20

Nadere informatie

Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert.

Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Beoordeling I. Bevindingen 1. Op 3 oktober 2006 werd aan verzoekers

Nadere informatie

Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445

Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446

Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen. Datum: 10 mei 2012. Rapportnummer: 2012/078

Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen. Datum: 10 mei 2012. Rapportnummer: 2012/078 Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen Datum: 10 mei 2012 Rapportnummer: 2012/078 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het College voor zorgverzekeringen

Nadere informatie

RAPPORT 2005/320, NATIONALE OMBUDSMAN, 21 OKTOBER 2005

RAPPORT 2005/320, NATIONALE OMBUDSMAN, 21 OKTOBER 2005 RAPPORT 2005/320, NATIONALE OMBUDSMAN, 21 OKTOBER 2005 Samenvatting Klacht Beoordeling Conclusie Aanbeveling Onderzoek Bevindingen Achtergrond SAMENVATTING Verzoeker klaagde erover dat het LBIO hem niet

Nadere informatie

Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032

Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg

Nadere informatie

Rapport. Datum: 23 mei 2003 Rapportnummer: 2003/148

Rapport. Datum: 23 mei 2003 Rapportnummer: 2003/148 Rapport Datum: 23 mei 2003 Rapportnummer: 2003/148 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van de rechtbank te Rotterdam zijn brief van 12 januari 2001, die hij op 15 januari 2001 bij de centrale

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 juni 2007 Rapportnummer: 2007/136

Rapport. Datum: 28 juni 2007 Rapportnummer: 2007/136 Rapport Datum: 28 juni 2007 Rapportnummer: 2007/136 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de griffier van de rechtbank te Amsterdam Sector kanton, locatie Hilversum op 3 augustus 2000 heeft nagelaten

Nadere informatie

Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger.

Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger. Rapport Ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger. Oordeel Op basis van het onderzoek is van oordeel dat de klacht over de minister

Nadere informatie

Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie.

Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie. Rapport Ingetrokken of niet? Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie te Rotterdam,

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker (advocaat) klaagt erover dat een met naam genoemde officier van justitie te Breda hem op 10 november 2006 pas één minuut voor aanvang van de behandeling van zijn ingediende

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068

Rapport. Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068 Rapport Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068 2 Klacht Verzoeker, slachtoffer van poging doodslag gepleegd door zijn ex-vriendin op 10 december 1999, klaagt erover dat het arrondissementsparket te

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/332

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/332 Rapport Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/332 2 Klacht A. De klacht van verzoeker werd als volgt geformuleerd: Verzoeker klaagt erover dat de Centrale organisatie werk en inkomen Zaandam zijn

Nadere informatie

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40.

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de officier van justitie bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) op geen enkele wijze heeft gereageerd op zijn herhaalde schriftelijke verzoek

Nadere informatie

3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.

3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig

Nadere informatie

Rapport. Publicatiedatum: 11 december 2014. Rapportnummer: 2014 /193. 20 14/19 3 d e Natio nale o mb ud sman 1/6

Rapport. Publicatiedatum: 11 december 2014. Rapportnummer: 2014 /193. 20 14/19 3 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Rapport Publicatiedatum: 11 december 2014 Rapportnummer: 2014 /193 20 14/19 3 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 AANLEIDING Verzoeker ontving begin 2013 vier verkeersboetes. Hij machtigde een jurist, die

Nadere informatie

Als aan één van de voertuigverplichtingen niet wordt voldaan, is dat strafbaar (zie Achtergrond, onder 1. en 2.).

Als aan één van de voertuigverplichtingen niet wordt voldaan, is dat strafbaar (zie Achtergrond, onder 1. en 2.). Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Dienst Wegverkeer (verder ook: RDW) hem na een periode van meer dan zeven jaar heeft aangesproken op het feit dat hij niet over een geldige APK voor zijn

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 september 2001 Rapportnummer: 2001/271

Rapport. Datum: 7 september 2001 Rapportnummer: 2001/271 Rapport Datum: 7 september 2001 Rapportnummer: 2001/271 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de (hoofd-)officier van justitie van het arrondissementsparket te Zwolle zijn verzoek om een gesprek naar aanleiding

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083

Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083 Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Gouda vanaf november 2002 onvoldoende heeft getracht om de

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 maart 1998 Rapportnummer: 1998/083

Rapport. Datum: 25 maart 1998 Rapportnummer: 1998/083 Rapport Datum: 25 maart 1998 Rapportnummer: 1998/083 2 Klacht Op 11 juli 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Amerongen, met een klacht over een gedraging van de griffie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 juni 2006 Rapportnummer: 2006/232

Rapport. Datum: 28 juni 2006 Rapportnummer: 2006/232 Rapport Datum: 28 juni 2006 Rapportnummer: 2006/232 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het arrondissementsparket te Rotterdam bij brief van 3 november 2004 heeft geweigerd om haar financieel tegemoet

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197

Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 22 december 2006 Rapportnummer: 2006/391

Rapport. Datum: 22 december 2006 Rapportnummer: 2006/391 Rapport Datum: 22 december 2006 Rapportnummer: 2006/391 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de hoofdofficier van justitie te Groningen hem in een brief van 1 februari 2006 onvolledig heeft geantwoord

Nadere informatie

Rapport. Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013

Rapport. Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013 Rapport Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) naar aanleiding van de aanvraag deskundigenoordeel van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 17 mei 2006 Rapportnummer: 2006/182

Rapport. Datum: 17 mei 2006 Rapportnummer: 2006/182 Rapport Datum: 17 mei 2006 Rapportnummer: 2006/182 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister-president zijn brief van 14 november 2004 over diens optreden na de moord op cineast Theo van Gogh op

Nadere informatie

Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in strijd met:

Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in strijd met: Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in strijd met: - de met hem gemaakte afspraken en zonder zijn medeweten en toestemming hem heeft aangemeld

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland uit Arnhem. Datum: 17 februari Rapportnummer: 2011/054

Rapport. Rapport over een klacht over de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland uit Arnhem. Datum: 17 februari Rapportnummer: 2011/054 Rapport Rapport over een klacht over de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland uit Arnhem. Datum: 17 februari 2011 Rapportnummer: 2011/054 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat de Kamer van Koophandel

Nadere informatie

de eigen bijdrage 2006 alsmede de naheffing over 2006 onvoldoende duidelijk

de eigen bijdrage 2006 alsmede de naheffing over 2006 onvoldoende duidelijk Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat Achmea Zorgkantoor Zwolle: de eigen bijdrage 2006 alsmede de naheffing over 2006 onvoldoende duidelijk heeft gespecificeerd; een acceptgiro voor de naheffing

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 december 2010 Rapportnummer: 2010/370

Rapport. Datum: 28 december 2010 Rapportnummer: 2010/370 Rapport Datum: 28 december 2010 Rapportnummer: 2010/370 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Limburg-Zuid tijdens haar verblijf als arrestant in de periode van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/277

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/277 Rapport Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/277 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) te Leeuwarden ten aanzien van de zelfmeldprocedure en elektronische

Nadere informatie

1.327,20 als hoofdsom in verband met achterstallige verzekeringspremies; 42,49 als tot op dat moment vervallen wettelijke rente over de hoofdsom;

1.327,20 als hoofdsom in verband met achterstallige verzekeringspremies; 42,49 als tot op dat moment vervallen wettelijke rente over de hoofdsom; Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat gerechtsdeurwaarder Y de van hem met regelmaat geïncasseerde gelden opzettelijk op de voor zijn kantoor meest voordelige en voor hem, verzoeker, meest onvoordelige

Nadere informatie

3. Verzoekers konden zich met het voorgaande niet verenigen en dienden bij brief van 11 april 2007 een klacht in.

3. Verzoekers konden zich met het voorgaande niet verenigen en dienden bij brief van 11 april 2007 een klacht in. Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen over de door de staatsecretaris van Justitie gevolgde intrekkingsprocedure van de aan hen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd. Met name klagen

Nadere informatie

Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.

Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport. Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt er over dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) de door hem op 26 november 2007 gedane betaling van 50

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat haar dochter, vooral als gevolg van de onduidelijke informatieverstrekking door de Informatie Beheer Groep, niet tijdig over haar OV-studentenkaart heeft

Nadere informatie

3. De RDW antwoordde verzoekers moeder bij brief van 16 maart 2009 onder meer:

3. De RDW antwoordde verzoekers moeder bij brief van 16 maart 2009 onder meer: Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de Dienst Wegverkeer (RDW) de erven van zijn overleden vader geen brief heeft gestuurd waarin wordt gewezen op de vervaldatum van de APK-keuring van diens

Nadere informatie

3. Op 18 augustus 2006 was de betaling van het transactiebedrag door justitie ontvangen.

3. Op 18 augustus 2006 was de betaling van het transactiebedrag door justitie ontvangen. Rapport 2 p class="c2">klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie te Haarlem heeft geweigerd het door verzoeker betaalde transactiebedrag op diens verzoek te retourneren en de zaak alsnog

Nadere informatie

Rapport. Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/173

Rapport. Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/173 Rapport Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/173 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 3 oktober 2006 van Doetinchem naar de legalisatieafdeling van het Ministerie van Buitenlandse

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de (hoofd)officier van justitie te Den Haag en de griffie van de rechtbank Den Haag. Datum: 12 december 2012

Rapport. Rapport over een klacht over de (hoofd)officier van justitie te Den Haag en de griffie van de rechtbank Den Haag. Datum: 12 december 2012 Rapport Rapport over een klacht over de (hoofd)officier van justitie te Den Haag en de griffie van de rechtbank Den Haag. Datum: 12 december 2012 Rapportnummer: 2012/197 2 Klacht Verzoeker is in 2005 het

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Rotterdam. Datum: 12 april Rapportnummer: 2012/061

Rapport. Rapport over een klacht over het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Rotterdam. Datum: 12 april Rapportnummer: 2012/061 Rapport Rapport over een klacht over het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Rotterdam. Datum: 12 april 2012 Rapportnummer: 2012/061 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Landelijk Bureau

Nadere informatie

Rapport. Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073

Rapport. Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073 Rapport Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073 2 Klacht DE ONDERZOCHTE GEDRAGING Het in strijd met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht niet informeren van betrokkene over de mogelijkheid

Nadere informatie

Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5

Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5 RAPPORT 2007/0087, NATIONALE OMBUDSMAN, 8 MEI 2007 Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5 SAMENVATTING Verzoeker was in 1988 door de kantonrechter veroordeeld

Nadere informatie

Rapport. Op het verkeerde been

Rapport. Op het verkeerde been Rapport Op het verkeerde been Een onderzoek naar aanleiding van een klacht over de voorlichting door de gemeente Bloemendaal en de Immigratie-en Naturalisatiedienst bij een naturalisatieverzoek. Oordeel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279 Rapport Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de beheerder van het regionale politiekorps Drenthe verzoekers brieven van 6 december 2006, 29 december 2006

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 320 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot het hoger beroep in strafzaken, het aanwenden van gewone rechtsmiddelen

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen erover dat de Dienst Wegverkeer (RDW) hen met de zinsnede "met de Eigen Verklaring gaat u naar een (Arbo-)arts voor een medisch onderzoek" bij brief van 10 augustus

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 mei 2007 Rapportnummer: 2007/087

Rapport. Datum: 8 mei 2007 Rapportnummer: 2007/087 Rapport Datum: 8 mei 2007 Rapportnummer: 2007/087 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat gerechtsdeurwaarder X te Y de Groningse Kredietbank niet op de hoogte heeft gebracht van de rente die verzoeker over

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Brabant-Noord hem niet financieel tegemoet heeft willen komen toen hij kort na een huiszoeking een geldbedrag van 1.020 miste.

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163 Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de reactie van de staatssecretaris van Financiën op zijn klacht dat bij de ondertekening van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting 2007 ook de DigiD-code van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312

Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) incorrecte informatie heeft verschaft in de brochure en op de

Nadere informatie

6. Bij brief van 4 mei 2004 gaf het LBIO een incasso- en executieopdracht aan de deurwaarder.

6. Bij brief van 4 mei 2004 gaf het LBIO een incasso- en executieopdracht aan de deurwaarder. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (verder: het LBIO) de invordering van de door hem verschuldigde alimentatie op 4 mei 2004 heeft overgedragen

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het LBIO zich op het standpunt stelt om zes maanden aan opslagkosten aan verzoeker in rekening te brengen terwijl het LBIO op 7 februari 2008 de op 21 januari

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 februari 2007 Rapportnummer: 2007/041

Rapport. Datum: 27 februari 2007 Rapportnummer: 2007/041 Rapport Datum: 27 februari 2007 Rapportnummer: 2007/041 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat X Gerechtsdeurwaarders: op 4 april 2006 een herhaald bevel heeft gedaan tot betaling van per 1 maart 2006 verschuldigde

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329

Rapport. Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329 Rapport Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329 2 Klacht Verzoekers, partners, klagen erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), dan wel de vreemdelingendienst van het regionale politiekorps

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344

Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245 2 Klacht Verzoeker, die op 22 september 2004 te Leeuwarden werd bekeurd wegens een verkeersovertreding, klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van

Nadere informatie

Een onderzoek naar het geen gevolg geven aan een rechterlijke uitspraak door het Openbaar Ministerie te Den Haag

Een onderzoek naar het geen gevolg geven aan een rechterlijke uitspraak door het Openbaar Ministerie te Den Haag Rapport Een onderzoek naar het geen gevolg geven aan een rechterlijke uitspraak door het Openbaar Ministerie te Den Haag Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat gerechtsdeurwaarder X het vonnis van de kantonrechter d.d. 18 december 2007 heeft betekend, terwijl hij verzoeker niet eerst heeft uitgenodigd dan wel heeft

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012

Rapport. Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012 Rapport Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland (verder te noemen: IZA) hem voorafgaand aan de behandeling

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/005

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/005 Rapport Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Sociale verzekeringsbank Utrecht, kantoor PGB (SVB) ten aanzien van een persoonsgebonden budget, waarbij verzoeker

Nadere informatie

Rapport. Datum: 19 januari 2001 Rapportnummer: 2001/014

Rapport. Datum: 19 januari 2001 Rapportnummer: 2001/014 Rapport Datum: 19 januari 2001 Rapportnummer: 2001/014 2 Klacht Op 24 december 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer N. te Oostzaan, met een klacht over een gedraging van het

Nadere informatie

Rapport. Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/210

Rapport. Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/210 Rapport Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/210 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Dienst Domeinen Roerende Zaken, directie Apeldoorn hem naar aanleiding van zijn verzoek om ontbinding van een

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) hem geen uitstel van betaling voor onbepaalde tijd verleent ten aanzien van de aan hem opgelegde schadevergoedingsmaatregel,

Nadere informatie

Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.

Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport. Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn Iraakse identiteitskaart aanmerkt als een vals document maar

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het gerechtsdeurwaarderskantoor S. te P. Datum: 17 oktober Rapportnummer: 2012/172

Rapport. Rapport over een klacht over het gerechtsdeurwaarderskantoor S. te P. Datum: 17 oktober Rapportnummer: 2012/172 Rapport Rapport over een klacht over het gerechtsdeurwaarderskantoor S. te P. Datum: 17 oktober 2012 Rapportnummer: 2012/172 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het gerechtsdeurwaarderskantoor S. uit

Nadere informatie

"Ik kan de kinderalimentatie niet langer betalen, wat kan ik doen?

Ik kan de kinderalimentatie niet langer betalen, wat kan ik doen? Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO), nadat het hem bij brief van 25 mei 2007 had verzocht binnen 21 dagen de achterstallige kinderalimentatie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 maart 2001 Rapportnummer: 2001/071

Rapport. Datum: 28 maart 2001 Rapportnummer: 2001/071 Rapport Datum: 28 maart 2001 Rapportnummer: 2001/071 2 Klacht Op 18 januari 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer M. te Groningen, met een klacht over een gedraging van regionale

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 februari 2007 Rapportnummer: 2007/021

Rapport. Datum: 1 februari 2007 Rapportnummer: 2007/021 Rapport Datum: 1 februari 2007 Rapportnummer: 2007/021 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Koninklijke Marechaussee op 20 april 2005 aan zijn moeder een noodpaspoort heeft verleend, afgaande op informatie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290

Rapport. Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290 Rapport Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Sociale verzekeringsbank, vestiging Nijmegen, hem in het kader van de klachtenprocedure niet in de gelegenheid

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 Rapport Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie te Maastricht geen uitvoering heeft gegeven aan de door het gerechtshof te 's-hertogenbosch

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/085

Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/085 Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/085 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Midden hem na zijn aanhouding op 24 december 2003 in verband

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 maart 2007 Rapportnummer: 2007/055

Rapport. Datum: 27 maart 2007 Rapportnummer: 2007/055 Rapport Datum: 27 maart 2007 Rapportnummer: 2007/055 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) Almere zijn herhaalde verzoeken, vanaf 5 december 2005, om een aanvraag

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 december 2007 Rapportnummer: 2007/301

Rapport. Datum: 10 december 2007 Rapportnummer: 2007/301 Rapport Datum: 10 december 2007 Rapportnummer: 2007/301 2 Klacht Verzoeker klaagt er namens de Buurtvereniging Bieberglaan over dat de gemeente Breda niet of niet adequaat heeft gereageerd op door de buurtvereniging

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 december 2007 Rapportnummer: 2007/319

Rapport. Datum: 21 december 2007 Rapportnummer: 2007/319 Rapport Datum: 21 december 2007 Rapportnummer: 2007/319 2 Klacht Verzoeker, slachtoffer van een misdrijf, klaagt erover dat de beheerder van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland in het oordeel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 september 1998 Rapportnummer: 1998/416

Rapport. Datum: 30 september 1998 Rapportnummer: 1998/416 Rapport Datum: 30 september 1998 Rapportnummer: 1998/416 2 Klacht Op 3 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer R. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het openbaar ministerie. Bestuursorgaan: de minister van Veiligheid en Justitie uit Den Haag.

Rapport. Rapport over een klacht over het openbaar ministerie. Bestuursorgaan: de minister van Veiligheid en Justitie uit Den Haag. Rapport Rapport over een klacht over het openbaar ministerie. Bestuursorgaan: de minister van Veiligheid en Justitie uit Den Haag. Datum: 27 september 2011 Rapportnummer: 2011/281 2 Klacht Verzoeker klaagt

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 september 2007 Rapportnummer: 2007/206

Rapport. Datum: 28 september 2007 Rapportnummer: 2007/206 Rapport Datum: 28 september 2007 Rapportnummer: 2007/206 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet heeft meegedeeld dat er nog belasting over de nabetaling

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/303

Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/303 Rapport Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/303 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de ambtelijk voorzitter van het Dorpsplatform Sint Pancras en Koedijk niet heeft ingegrepen toen tijdens de

Nadere informatie

Rapport. Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/208

Rapport. Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/208 Rapport Datum: 12 juni 2006 Rapportnummer: 2006/208 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Randmeren geen uitspraak heeft gedaan op zijn bezwaarschrift van 30 juni 2005 tegen de heffingsrente

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 mei 2006 Rapportnummer: 2006/178

Rapport. Datum: 2 mei 2006 Rapportnummer: 2006/178 Rapport Datum: 2 mei 2006 Rapportnummer: 2006/178 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) in het gegrond verklaren van verzoekers klacht over onjuiste

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001 Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie

Nadere informatie

Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede.

Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede. Rapport 2 p class="c3">rapport Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede. Datum: Rapportnummer:2011/197

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Uitvoering Onderwijs uit Groningen. Datum: 4 mei Rapportnummer: 2011/139

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Uitvoering Onderwijs uit Groningen. Datum: 4 mei Rapportnummer: 2011/139 Rapport Rapport over een klacht over de Dienst Uitvoering Onderwijs uit Groningen. Datum: 4 mei 2011 Rapportnummer: 2011/139 2 Klacht Verzoeker klaagt over de berichtgeving van de Dienst Uitvoering Onderwijs

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de Nederlandse ambassade in Kampala, Uganda, bij de aanvraag om verlening van visum kort verblijf aan een vriendin uit Uganda onduidelijke informatie heeft

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Datum: 17 juni Rapportnummer: 2011/186

Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Datum: 17 juni Rapportnummer: 2011/186 Rapport Rapport over een klacht over het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Datum: 17 juni 2011 Rapportnummer: 2011/186 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers hem

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2010:BO2558

ECLI:NL:HR:2010:BO2558 ECLI:NL:HR:2010:BO2558 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 02-11-2010 Datum publicatie 03-11-2010 Zaaknummer 09/00354 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO2558

Nadere informatie

Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093

Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216

Rapport. Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216 Rapport Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216 2 Klacht Op 23 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Obbicht, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Centrale

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapportnummer: 2014 /122 20 14/122 d e Natio nale o mb ud sman 1/5 Feiten

Nadere informatie

Tevens klaagt verzoekster erover dat zij op haar diverse brieven aan de Belastingdienst geen antwoord heeft gekregen.

Tevens klaagt verzoekster erover dat zij op haar diverse brieven aan de Belastingdienst geen antwoord heeft gekregen. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat zij, hoewel daartoe na haar emigratie naar Spanje geen enkele aanleiding bestaat, nog regelmatig aangiftes en andere stukken van de Belastingdienst ontvangt.

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 30 320 Wijziging van het Wetboek van strafvordering met betrekking tot het hoger beroep in strafzaken, het aanwenden van gewone rechtsmiddelen

Nadere informatie