DIGIDIENSTEN. Er zit een scheur, een barst in alles Dat is hoe het licht naar binnen komt. Kerstmorgen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DIGIDIENSTEN. Er zit een scheur, een barst in alles Dat is hoe het licht naar binnen komt. Kerstmorgen"

Transcriptie

1 DIGIDIENSTEN 4 e zondag van Advent Zondag na Kerst De aankondiging van de geboorte Er zit een scheur, een barst in alles Dat is hoe het licht naar binnen komt Kerstmorgen Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen Zondag 20 december Kerstmorgen - Zondag 27 december

2 Mededelingen Voor vragen rond het coronavirus en hoe de Nieuwe Kerk ermee omgaat kunt u terecht bij het adres Hebt u hulp nodig of wilt u anderen hulp bieden, dan kunt u mailen naar Voor pastorale of diaconale hulp kunt u ook bellen met de hulplijn: Wilt u dit boekje niet ontvangen óf zou u het fijn vinden om door iemand gebeld te worden die de blogs en/of preek voor u kan voorlezen, neem dan contact op met: Heeft u geen internet, maar zou u toch graag thuis willen meeluisteren? We denken graag met u mee over mogelijke oplossingen, neem hiervoor contact op met bovenstaand nummer of de hulplijn.

3 Zondag 20 december e zondag van Advent Aan deze dienst werken mee: Hans Vissers, 1 e ouderling Jan Haak, 1 e diaken Jan de Jong, lector Linda Rijks, Marieke van der Wal, Martien Zijlstra, voorzangers Mannes Hofsink, organist ds. Evert Jan Veldman, voorganger Harm Loonstra, geluid Ymar Prins, beeld Elsbeth Vonkeman, koster

4 VOORBEREIDING Orgelmuziek: Een soundtrack uit 'Het Mysterie' Welkom Ontsteken van de tafelkaarsen Voorzang: O kom, o kom, Emmanuël Lied 466: 6 en 7 Rex gentium Koning van de volken Emmanuël God-met-ons 7 Emmanuël, bewijs uw naam! wees uw belofte, neem ons aan, zegen het volk dat vrede wil, maak Israël gerust en stil. O kom, o kom, Emmanuël! Verblijd uw volk, uw Israël

5 Bemoediging en drempelgebed o.: Onze hulp is de naam van de Eeuwige a.: Schepper en behoeder van alle leven o.: Wij kunnen niet wachten, God. Alles in ons roept. Wij kunnen onszelf niet helpen. Kom ons tegemoet. Wacht niet te lang. a.: Amen Kyrie o.: Roepen wij tot God dat hij zich zal ontfermen over wie vervallen aan het duister Ontsteken van de 4 e Adventskaars

6 RONDOM HET WOORD Lezing: 2 Samuël 7, 4 16 (NBV) 4 Maar diezelfde nacht richtte de HEER zich tot Natan: 5 Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: Dit zegt de HEER: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen? 6 Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot nu toe! Al die tijd trok ik rond in tent en tabernakel. 7 Overal heb ik met de Israëlieten rondgetrokken, en heb ik ooit aan een van de herders van Israël, die ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor mij een huis van cederhout te bouwen? 8 Welnu, zeg tegen mijn dienaar, tegen David: Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. 9 Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde. 10 Ik heb aan mijn volk Israël een gebied toegewezen. Daar heb ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen. Het wordt niet langer door misdadige volken onderdrukt, zoals toen het er pas woonde 11 en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou heb ik rust gegeven door je van je vijanden te verlossen. De HEER zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen: 12 Wanneer je leven voorbij is en je bij je voorouders te ruste gaat, zal ik je laten opvolgen door je eigen zoon en hem een bestendig koningschap schenken. 13 Hij zal een huis bouwen voor mijn naam, en ik zal ervoor zorgen dat zijn troon nooit wankelt. 14 Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon: als hij zondigt, zal ik hem kastijden met stok- en zweepslagen, zoals een vader doet, 15 maar hij zal nooit bij mij uit de gunst raken zoals Saul, die ik verstootte omwille van jou. 16 Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen. l.: Woord van de Heer a.: Wij danken God

7 Voorzang: Richt op uw macht Lied 451 vers 1 en 2 2 Richt aan uw heil voor wie in onheil leven, zend uw gerechtigheid als morgendauw, dan zal het land de rijkste vruchten geven: de vijgenboom en wijnstok van de trouw. Lezing: Lucas 1, (NBV) 26 In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, 27 naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. 28 Gabriël ging haar huis binnen en zei: Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je. 29 Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. 30 Maar de engel zei tegen haar: Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31 Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33 Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen. 34 Maria vroeg aan de engel: Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad. 35 De engel antwoordde: De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. 36 Luister, ook je familielid Elisabet is

8 zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, 37 want voor God is niets onmogelijk. 38 Maria zei: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd. Daarna liet de engel haar weer alleen. l.: Evangelie van onze Heer a.: Lof zij u, Christus! Voorzang: Nun komm' der Heiden Heiland - J.H.Schein ( ) Nun komm, der Heiden Heiland, der Jungfrauen Kind erkannt, dass sich wunder alle Welt, Gott solch Geburt ihm bestellt. Overweging Voorzang: Met hart en ziel maak ik Hem groot Lied 157c

9 GAVEN EN GEBEDEN Gaven - 1 e Collecte: Advent Nederland, daarom Kerst - 2 e Collecte: Stedelijk Kerkenwerk Voor uitleg collectes zie Zondagsbrief [Wijkdiaconie: NL61INGB ] U kunt bij uw gift aangeven voor welk doel het bestemd is, zonder bestemming zal de gift over beide collecte doelen gelijk verdeeld worden. Dankgebed Voorbeden en stil gebed Tot u bidden wij: allen: 'Goede God, hoor ons bidden' Stil gebed

10 Onze Vader: a: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad. Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid. Amen. SLOT Zegen Voorzang: Hopen en uitzien naar het licht Lied 465 Orgelspel: Lofzang van Maria

11 Overweging 2 Samuël 7, 4 16 Lucas 1, I Ik val maar met de deur in huis. Dat doet de engel Gabriël tenslotte ook bij Maria. Die twee schriftlezingen krijg ik niet op elkaar gelegd. Ja, ik snap de verbinding. Van het kind dat uit Maria geboren gaat worden, zegt Gabriël dat de Heer hem de troon van zijn vader David zal geven en dat aan zijn koningschap geen grens zal zijn. De profeet Natan zegt namens God tegen koning David: Ik zal je laten opvolgen door je eigen zoon en hem een bestendig koningschap schenken. Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen. Een mooie match tussen oude en nieuwe testament, zou je zo zeggen. Hadden we de eerste lezing wat ingekort, dan was één en één twee geweest. Dan waren we probleemloos het kerstfeest ingerold. Dan hadden we niet hoeven te horen wat er achter de metafoor wegkomt van God als vader en de koning als zijn zoon: als hij zondigt, zal ik hem kastijden met stok- en zweepslagen, zoals een vader doet, maar hij zal nooit bij mij uit de gunst raken zoals Saul, die ik verstootte omwille van jou. Geheel in lijn met het boek van de Spreuken: Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem, wie hem liefheeft, tuchtigt hem. (Spreuken 13, 24) Ja, wat moet je daar mee hè? Andere tijden en zo, nietwaar? Zeker. Maar dat is geen antwoord op de vraag. Misschien moet je zeggen: Dan maar niet, God. Dan maar uit de gunst raken bij u en verstoten worden zoals Saul. Weglopen uit dit verhaal, het donker in. Voortaan zonder u verder gaan. Net zo als de verloren zoon, maar dan anders. En ook al staat u tot in eeuwigheid op de uitkijk met alle liefde die u in u draagt, er is geen weg terug voor mij. Hoezeer ik u ook mis. Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed, zong David. En ik geloofde hem. Dáárvoor was die stok. Je slaat je kind niet! II Misschien zegt iemand: Je maakt het te groot. Je bent een kind van deze tijd. Je weet nu eenmaal meer dan de profeten van toen. Probeer er boven te staan en zie ook de mooie dingen die er over God worden gezegd. Maar dat is het nou precies: ik wil niet boven de dingen staan. Ik

12 verlang niet naar een God die ik eerst op maat mag snijden zodat hij in mijn kraam te pas komt. Ik verlang naar een God die naast mij staat in mijn onmacht als ik geen raad weet met het leed dat kinderen, vrouwen en mannen wordt aangedaan. Ik verlang naar een God die niet bij hen is weg te slaan, als ik uit nood geboren de andere kant op kijk. En nu ineens weet ik wat het werkelijke probleem is, waardoor ik de eerste en tweede schriftlezing niet op elkaar gelegd krijg. Er zitten zulke mooie elementen in de eerste lezing. Het gaat er niet om het oude testament als oud bij het grofvuil te zetten en het nieuwe testament te verheerlijken omdat het beter bij onze tijd zou passen. Teksten die je passen, vind je zowel in het oude als in het nieuwe testament. Evenals passages die je tegen de borst stuiten. Het werkelijke probleem is dat de mooiste elementen in de eerste lezing gevangen zitten in een mannelijk taalveld. En dat wordt nog eens versterkt doordat de Godsnaam, die een geheim is Ik ben, Ik zal er zijn, door de NBV vertaald wordt met HEER. Daar kijken we niet echt van op. Het is een diep ingesleten gewoonte, die doet vermoeden dat deze God mannelijk is. De Amerikaanse theologe Mary Daly houdt ons de spiegel voor: If God is male, the male is God (Als God mannelijk is, is de mannelijke mens God). Bij het lezen van de Bijbel bots je als het ware telkens op de vier hoofdletters die samen het woord HEER vormen. Ze staan als een huis. En laat nou juist in dit verhaal dat huis bevraagd worden. Dit zegt God Ikzal-er-zijn: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen? Maar ik heb toch nooit in een huis hoeven wonen? Geef mij maar een tent, zodat ik met mensen mee kan blijven trekken. / Ja, maar een beetje God woont in een tempel. Moet je zien hoe ik woon. Dan kan een tent echt niet meer. Ik wil u als buurman. Het liefst twee onder één kap tempel en paleis. / Lieve David, niet vergeten waar je vandaan komt, hè! Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. Vergeet die zorgzaamheid niet. Leeuwen, beren en heren lopen er op stuk. Maar mensen van de dag vinden er beschutting. Jij hoeft voor mij geen huis te bouwen, David. Ik bouw er een voor jou. Een bestendig koningshuis waar mensen tot in lengte van dagen beschutting kunnen vinden. Ik weet wel: het is allemaal interpretatie. Maar die is nodig om de andere laag in dit verhaal te bekritiseren. De laag waarin dat tempelhuis voor God er alsnog komt. Gebouwd door de eigen zoon van David. Hij zal een

13 huis bouwen voor mijn naam, en ik zal ervoor zorgen dat zijn troon nooit wankelt En dan worden het toch twee mannetjesputters, God en de koning, de koning en God. Twee onder één kap. De God, die even daarvoor David er aan herinnerde waar hij vandaan kwam, van achter de schapen, laat zich uit zijn tent praten waarin hij met de Israëlieten heeft rondgetrokken als herder van de herders. Het eeuwig koningshuis dat God aan David belooft is er een van vader op zoon. Geen vrouw te bekennen die God herinnert aan zijn zorgzame kant en dat er geen vader op zoon bestaat zonder vrouwen. Vrouwen die vragen stellen bij de wijsheid van de Spreuken: Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem, wie hem liefheeft, tuchtigt hem. In mijn studententijd liep ik rond met een button met daarop de tekst: Take away the toys from the boys (Pak de jongens hun speelgoed af) Op de button stonden wapens afgebeeld. God lijkt in deze lezing verstrikt geraakt in spierballentaal. Hij regeert met ijzeren vuist vanuit de vesting. Net als zijn buurman. Baas boven baas. III Maar nu is het Advent. God komt er aan om zijn mensen als een herder te weiden. Gods naam Ik-zal-er-zijn bleek sterker dan de vesting waarin hij comfortabel wonen kon. God komt er aan. God komt ons achterop terwijl wij in het donker lopen, zonder God. En die ons achterop komt, dat is de God naar wie wij zo verlangen. Wie heeft God op het idee gebracht om de deur van de tempel achter zich dicht te trekken? Wie heeft God herinnerd aan kanten van zijn wezen, die dreigden zoek te raken de zorgzaamheid, de empathie, de wederkerigheid? En nou niet zeggen: God kan alles want daar is hij God voor. Want dan zijn we weer terug bij af, bij de God in zijn onaantastbare vesting. Wie is het geweest, die God uit zichzelf bevrijdde? Ik houd het op de Ruach, op de heilige geestesadem die over Maria zal komen - let op de vrouwelijke uitgang van het woord Ruach. Gabriël noemt deze heilige geestesadem kracht van de Allerhoogste. Zíj heeft God uit God bevrijd. Zíj heeft God aan God herinnerd. Zo komt Maria in beeld. Een meisje, een jonge vrouw, die uitgehuwelijkt is aan de timmerman uit Nazareth. Haar schoot zal de beschutting zijn voor de zoon van de Allerhoogste. Uit haar zal hij geboren worden. God uit God, Licht uit Licht, zegt de geloofsbelijdenis van Nicea. Ja, én uit Maria. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, zegt de engel Gabriël. Ja, maar niet van vader op

14 zoon, maar van moeder op zoon. Wat de Allerhoogste tot Allerhoogste maakt is dat God niet buiten Maria om wil. God levert zich aan haar uit. Dat is voor iedereen schrikken. Voor de stoere engel Gabriël Gabber van God is zijn naam die de hemel gewend is en nu op een meisje wordt afgestuurd in het onbeduidende Nazaret. En voor Maria zelf is de schrik nog wel het grootst. Het taalveld is het zelfde als in de eerste lezing: Heer man Zoon vader. Ze is het gewend. Ze kent haar positie. Ze weet van ondergeschikt zijn. Dat is niet waar ze van schrikt. Maar dat zij het céntrum is in dit verhaal, dat alle grote woorden wachten op het moment dat zij ja zal zeggen, dat is haar schrik. Hoe zal dat gebeuren?, vraagt ze aan de engel. Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad. Logisch toch, zo n vraag? Jazeker, zonder man gaat het niet. Maria moet nog leren wat het is om van een man te zijn. O ja? Nee, ze zal moeten áfleren om van een man te zijn. Dát is haar schrik. Maar ze hoeft het niet alleen te doen. De Heer is met je!, hoort ze de engel zeggen. Of liever gezegd, om misverstanden te voorkomen, de Ruach van God zal over je komen, de kracht van de Allerhoogste met die vrouwelijke uitgang. Die zal je afleren om van een man te zijn. Die zal je met trots leren zeggen: De Ene, God Ik-zal-erzijn, zal ik dienen en dus zal ík er zijn, Maria! Advent is wachten op het komen van God over jou. Advent is wachten op het kind van de Allerhoogste. Advent is wachten op het moment dat je in zingen uitbarst: Hier ben ik! Voor mij had hij oog, zijn dienares; / hij heeft mij gezien in mijn vernedering / Nu word ik voor altijd gelukkig geprezen /door alle geslachten om wat hij mij deed. (uit het Magnificat) IV Moeten we nu voortaan God als een zij benoemen? Of elke maand een bezoekje aan Maria brengen in de Onze Lieve Vrouwe kerk? Nou, nee. Al was het maar omdat het je toch niet gaat lukken. Zo veel aandacht voor Maria, daar moet je mee opgegroeid zijn. En meneer tegen God zeggen, dat heb je al van kinds af aan gedaan. Dat wordt echt niet zo maar anders. Maar ophouden om klakkeloos hij tegen God te zeggen, helpt wel om de vrouwelijke kanten van de Eeuwige te ontdekken. Ze zijn er echt, zo heeft God zelf ontdekt. En wat Maria betreft: Vóór God was er niets, leerde meneer pastoor aan de kleine Herman Finkers. Om er aan toe te voegen: En Maria was zijn moeder.

15 Kerstmorgen Aan deze dienst werkten mee: Voorganger: ds. Tirtsa Liefting Ouderling van dienst: Coos Engelsma Diaken van dienst: Lida Duzink Lector: Grietinus Mollema Cantor-organist: Mannes Hofsink Kerstliederen voor de dienst: Ilja de Goede, Wouke Mollema, Eline Paas en Merel Wierenga Voorzang tijdens de dienst: voorzangers uit de cantorij Trompet: Erwin Landman

16 VOORBEREIDING Orgelmuziek Welkom Ontsteken van de kaarsen terwijl Wij trekken in een lange stoet klinkt (LB 506: 1,2 en 4) 2 Al zijt Gij nu nog maar een kind Zo kwetsbaar, teer en klein, Wij weten dat het rijk begint Waarvan Gij Heer zult zijn, Een rijk waarin de vrede wint Van oorlog en van pijn. Wij loven U, koning en Heer, koning en Heer, wij loven U, koning en Heer!

17 4 Wij gaan op weg naar Bethlehem, daar ligt Hij in een stal die koning in Jeruzalem voor eeuwig wezen zal! Laat klinken dan met luider stem en blij bazuin geschal: Wij loven U, koning en Heer, koning en Heer, wij loven U, koning en Heer! Kyrie en gloria v: Roepen wij tot God dat Hij zich zal ontfermen over wie vervallen aan het duister. En zingen wij uit alle macht God toe om zijn komst in ons midden in het Kind van Bethlehem Kyrie

18 Gloria Eer zij God in onze dagen (LB 487) 2 Eer zij God die onze Vader en die onze koning is. Eer zij God die op de aarde naar ons toe gekomen is. Gloria in excelsis Deo. Gloria in excelsis Deo. 3 Lam van God, Gij hebt gedragen alle schuld tot elke prijs geef in onze levensdagen peis en vreê, kyrieleis Gloria in excelsis Deo. Gloria in excelsis Deo.

19 RONDOM HET WOORD Mirjam en Micha verhaal Evangelie lezing: Lukas 2: In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. 2 Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. 3 Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. 4 Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, 5 om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. 6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Lied Stille nacht, heilige nacht (LB 483: 1 en 3)

20 3 Stille nacht, heilige nacht! Vrede en heil, wordt gebracht Aan een wereld, verloren in schuld. Gods belofte wordt heerlijk vervul. Amen, Gode zij eer! Amen, Gode zij eer! Vervolg evangelielezing 8 Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. 9 Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. 10 De engel zei tegen hen: Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. 12 Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt. 13 En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: 14 Eer aan God in de hoogste hemelen vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft. 15 Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt. 16 Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. 17 Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. 18 Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, 19 maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. 20 De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

21 Lied Prijs de Heer die herders prijzen (LB 468) 2 Geef de koning van uw leven wat de koningen hem geven breng uw schatten de verheven in de stal geboren Heer. 3 Laat uw loflied samen vallen met het lied der heiligen allen, dat de hemelen weerschallen van de jubelende wijs. 4 Aan de koning uitverkoren, uit de maagd voor ons geboren moet ons hele hart behoren onze lof en eer en prijs. Overweging

22 Orgel en trompet Een ster ging op uit Israël (LB 496) Een ster ging op uit Israël na duizend en één nacht. Een oud verhaal werd doorverteld, een lied klonk onverwacht. Dit was het uur van onze God, een mensenzoon gelijk, die onze naam draagt en ons lot, die nacht begon zijn rijk. De herders hebben het gezien in de geboortestal: daar was het vrede en sindsdien zingt elk dat overal. Daar was het leven argeloos, verlosten waren zij. Dor hout ging bloeien als een roos, woestijn werd tot een wei. Gij morgenster en mensenzoon, breng ons de nieuwe tijd, waarin de wereld wordt bewoond door uw gerechtigheid. Dan is uw heil aan ons geschied, u allen even na, - dan zingt de schepping weer dit lied tot in de gloria. GEBEDEN EN GAVEN Gaven - 1 e Collecte: Vluchtelingkinderen Griekenland - 2 e Collecte: Stedelijk kerkenwerk Voor uitleg collectes: zie zondagsbrief [Wijkdiaconie: NL61INGB ] U kunt bij uw gift aangeven voor welk doel het bestemd is, zonder bestemming zal de gift over beide collecte doelen gelijk verdeeld worden. Dankgebed Voorbeden Na de woorden Tot u bidden wij

23 Stil gebed Onze Vader

24 ZENDING EN ZEGEN Zegen Lied Go, tell it on the mountain (LB 484) 2 The shepherds feared and trembled When lo! Above the earth, Rang out the angel chorus That hailed our Saviour s birth! Refrein. 3 Down in a lonely manger The humble Christ was born, And God sent our salvation That blessed Christmas morn. Refrein.

25 Zondag 27 december 20 Zondag na Kerst Aan deze dienst werken mee: Annie van Zanten, 1 e ouderling Lida Duzink, 1 e diaken Joanneke Smeenk, lector Marieke Schuppert, Grietinus Mollema, Elsbeth Vonkeman, voorzanger Mannes Hofsink, cantor-organist ds. Evert Jan Veldman, voorganger Joop Duzink, geluid Wieger Riemersma, beeld Ronald Bas, koster

26 VOORBEREIDING Orgelmuziek: Les Mages (De Wijzen) - O. Messiaen de wijzen worden als het ware onder de sterrenhemel begeleid door paraphrases van het lied: 'Kom, Schepper Geest' Welkom Ontsteken van de tafelkaarsen Voorzang: Er is uit s werelds duistere wolken Lied De loden last die op ons drukte, Orgelvers de stang, het juk, ons ongeluk, de zweep, de stok, die diep deed bukken, verbrijzeld zijn ze, stuk voor stuk, verbrand de laarzen der soldaten en elke mantel rood van bloed, geen wapentuig meer door de straten - de velden vol van overvloed

27 3 Godlof, een kind is ons geboren, een held zal onze koning zijn, die raadsman, God-met-ons zal heten - die zoon zal ons tot vader zijn! Vorst die met vrede ons wil kronen van nu af tot in eeuwigheid, de Eeuwige zal hem doen tronen op recht en op gerechtigheid. Bemoediging en drempelgebed o.: Onze hulp is de naam van de Eeuwige a.: Schepper en behoeder van alle leven o.: Hier vinden wij onszelf terug in het volle licht gezet U bent ons overkomen Immanuël God met ons. a.: Laat heel de wereld het horen Kyrie en Gloria v.: Roepen wij tot God dat Hij zich zal ontfermen over wie vervallen aan het duister. En bezingen wij zijn heilige naam om zijn komst in ons midden

28

29 RONDOM HET WOORD Lezing: Johannes 1, In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. 6 Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7 Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8 Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9 het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10 Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11 Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God. 14 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. l.: Evangelie van onze Heer a.: Lof zij u, Christus! Voorzang: Anthem - Leonard Cohen The birds they sang at the break of day Start again I heard them say Don't dwell on what has passed away or what is yet to be. Ah the wars they will be fought again The holy dove She will be caught again bought and sold and bought again the dove is never free.

30 Ring the bells that still can ring Forget your perfect offering There is a crack in everything That's how the light gets in. We asked for signs the signs were sent: the birth betrayed the marriage spent Yeah the widowhood of every government -- signs for all to see. I can't run no more with that lawless crowd while the killers in high places say their prayers out loud. But they've summoned, they've summoned up a thundercloud and they're going to hear from me. Ring the bells that still can ring Forget your perfect offering There is a crack in everything That's how the light gets in. You can add up the parts but you won't have the sum You can strike up the march, there is no drum Every heart, every heart to love will come but like a refugee. Ring the bells that still can ring Forget your perfect offering There is a crack, a crack in everything That's how the light gets in. Ring the bells Overweging

31 Voorzang: God heeft het eerste woord Lied God heeft het eerste woord. Voor wij ter wereld kwamen, riep Hij ons reeds bij name, zijn roep wordt nog gehoord. 3 God heeft het laatste woord. Wat Hij van oudsher zeide, wordt aan het eind der tijden in heel zijn rijk gehoord. 4 God staat aan het begin en Hij komt aan het einde. Zijn woord is van het zijnde oorsprong en doel en zin. GAVEN EN GEBEDEN Gaven- -1 e Collecte: Maatjes voor Aidswezen in Zambia (ZWO) -2 e Collecte: Stedelijk Kerkenwerk Voor uitleg collectes zie Zondagsbrief [Wijkdiaconie: NL61INGB ] U kunt bij uw gift aangeven voor welk doel het bestemd is, zonder bestemming zal de gift over beide collecte doelen gelijk verdeeld worden.

32 Dankgebed Voorbeden en stil gebed Tot u bidden wij: allen: 'Goede God, hoor ons bidden' Stil gebed Onze Vader: a: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad. Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid. Amen. SLOT Zegen Voorzang: In de nacht gekomen - Lied 505

33 2 In de nacht gekomen kind dat met geduld eeuwenoude dromen eindelijk vervult, kom in onze dagen, kom in onze nacht, kom met uw gestage, milde overmacht. 3 In de nacht gekomen, onmiskenbaar kind, kom, doorwaai de bomen, zachte zuidenwind, kom in onze dagen, kom in onze nacht, laat uw morgen dagen, kom de wereld wacht. Orgelspel: Carillon (Op. 31) - L.Vierne Overweging I Eerst was er de mens, toen pas de taal. Niet dat de taal zo maar wat was. Taal stelde de mens in staat om zich te organiseren, om de dingen een naam te geven, om de wereld te begrijpen en naar zijn hand te zetten. Zonder de taal hadden we nu niet in het Anthropoceen geleefd, het tijdvak waarin het klimaat op aarde en de atmosfeer gestempeld worden door de activiteit van de mens. Dankzij de taal hebben we de dieren en de dingen onze wil weten op te leggen. Tegen de geestkracht van de

34 mens was niets bestand. Wat zouden we zijn zonder de taal? Niet meer dan een bedreigde diersoort. Dat het uit de hand gelopen is, daarover zijn steeds meer mensen het wel eens. Maar dat doet niks af aan de volgorde: Eerst was er de mens, toen pas de taal. Eerst zijn er de dingen, daarna pas valt er iets over te zeggen. Maar Johannes zet de wereld op zijn kop: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. (Joh. 1, 1 3). Eerst is er het verhaal, een gerucht, een spreken. Dan pas zijn er de dingen. Dat raakt natuurlijk kant noch wal. Maar laten we eens meegaan in deze Bijbelse brainwave, dan zit daar ook wel iets ongekend hoopvols in. Ze komt precies op tijd, net nu we de rekening gepresenteerd krijgen van wat we als mensheid hebben uitgehaald en uitgedacht. We beginnen de gevolgen van de klimaatcrisis te ervaren. En we staan nog maar aan het begin. Uitzonderlijk is de kracht van de mens als collectief. Dankzij zijn geestkracht. En tegelijkertijd heeft die ons aan de rand van de afgrond gebracht. De aarde heeft haar handen vol aan ons. Te vol. En nu horen we van Johannes dat er een Woord is dat ons in de rug dekt, dat niet uit onze mond of in onze hoofden opgekomen is. Een Woord dat aan alles vooraf gaat. En dan denk ik niet zozeer aan het begin van een tijdlijn; eerder aan een spreken dat alles omvat; iets dat het eerst gezegd moet worden omdat het zich tot jou richt en tot mij en tot al die anderen met wie jij deze planeet bewoont en die net als jij bang zijn om in de afgrond te vallen. Wat is dat Woord? Misschien iets als: Menslief, ik houd van jou! God, wat klinkt dat klein en kneuterig. En allesbehalve bestand tegen de crisis die we hebben aangericht, zorgvuldig wat heet voorbereid, een geschiedenis van de mensheid lang. En nu ik toch dat woordje God gebruikt heb, is het niet wat goedkoop een God te projecteren aan het begin van alles, die troostende woorden spreekt tegen de mensen? Ja, dat is nogal goedkoop. Tenzij er een God bestaat, die zich niet laat vangen in onze projecties; een God, ongedacht en vrij; Een die zijn eigen gang gaat, naar ons toe, om het zelf tegen ons te zeggen in mensentaal: Menslief, ik houd van je! Klein en kneuterig als het Kind van Bethlehem. En tegelijkertijd groot en ontzagwekkend als het uitdijend heelal. Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (Johannes 1: 14)

35 II Krijg die twee uitersten maar eens bij elkaar: een kind uit het jaar 0, voor wie de nachtopvang geen plek had, en de zon, maan en sterren en het immense dat er achter schuil gaat. Je kunt zeggen: Ja, maar zo is het wel! Het blijft een godswonder dat de mens zo veel in zijn mars heeft. De psalmdichter zei het al: U hebt hem bijna een God gemaakt, / hem gekroond met glans en glorie, / hem toevertrouwd het werk van uw handen / en alles aan zijn voeten gelegd. (Ps. 8, 6-7) Wat weten we veel en wat hebben we veel tot stand weten te brengen! En wie weet komt alles toch nog goed dankzij onze geestkracht en kennis. Laten we het hopen. Maar dat is niet waar Johannes op inzet als hij zegt dat het goddelijk Woord mens geworden is. In de vertaling van 1951 stond: Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Dan klinkt de NBV toch wat appetijtelijker. Aan het woord vlees zit een luchtje. En dat is niet de heerlijke geur van onze denkkracht en van ons vermogen om ver boven onszelf uit te stijgen. En dat klopt ook. Een van de grote geesten uit de vorige eeuw, de theoloog Oepke Noordmans, definieerde het Bijbelse woord vlees als: de mens voor wie het menszijn een probleem geworden is. Nou hij het zegt.. Daar kunnen we ons ook wel wat bij voorstellen. Dat doen we liever niet. Want het is gewoon niet mooi. En het is ook niet weg te denken. Sommige mensen blazen zich potsierlijk op. Ze blazen hoog van de toren en omgeven zich met glamour om maar te verhullen dat ze sterfelijk zijn, Alzheimer kunnen krijgen of van een ladder te pletter kunnen vallen. En al die mensen die voor die opgeblazen types applaudisseren zijn ook niet gek. Ze weten het ook. Maar het alternatief, de breekbaarheid onder ogen zien, is niet te doen. Zeker niet, als er niets is dat ons opvangt als wij onderuit gaan. Omdat dit het is. Wat kan een mens anders doen dan flink op de trommel slaan, zolang die er is. Misschien zich overgeven aan het evangelie van deze zondag: Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Het is een Woord dat aan alles vooraf gaat. Het bewijs van zijn goedheid en waarheid zit niet in de goedheid van mensen en wat zij voor waarheid houden. Hooguit knipoogt het even in het goede dat mensen bewerkstelligen en in hun zoeken voorbij vaststaande waarheden.

36 De grootheid van dit Woord vindt zijn gelijke niet in de grootheid van de machtigen van deze aarde. Het tegenovergestelde is het geval. Het zoekt ons en vindt ons waar wij met de mond vol tanden staan; als elke waarheid ons in de steek gelaten heeft en wij ten volle beseffen dat wij niet meer dan een klompje sterrenstof zijn in een onmetelijke ruimte. En dat maar voor heel even. Dat Woord van het begin haalt ons in en fluistert: Menslief, ik houd van jou. En het wordt aan ons gelijk: Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond. III God kennen is iets anders dan het onderschrijven van waarheden die de kerk de eeuwen door verkondigd heeft. God kennen is iets anders dan roepen dat het wel goed komt met ieder die gelooft omdat er haar en hem een hemel wacht. God kennen is ingehaald en gevonden worden waar je niets meer zeker weet en voortaan de hemelse vreugde ervaren rond het Kind van Bethlehem, dat de kwetsbaarheid van heel de schepping belichaamt jóuw kwetsbaarheid. En daar dan nooit meer bij weglopen. Omdat je er genoeg aan hebt. Laat de klokken klinken, die nog klinken kunnen, zingt Leonard Cohen. Laat wat jij te bieden hebt maar voor wat het is. Er zit een scheur, een barst, in alles. Dat is hoe het licht naar binnen komt. Dat is het goede nieuws van Kerst. Het feest ligt achter ons. Maar niet heus. Vandaag is het de derde kerstdag. En er komt een vierde en een vijfde, een twaalfde en een twintigste. Want het Woord zal ons achterop blijven komen. Een woord dat zegt dat je niet eerst de scheuren hoeft te dichten, die door de wereld lopen en die ook dwars door jou heengaan. Dat de barsten, die gesprongen zijn in het perfecte plaatje dat je voor jezelf voor ogen had, niet hoeven te worden weg gewerkt. Dat ze zelfs nódig zijn om het licht door te kunnen laten. We hebben er bijna twee weken lockdown op zitten en tenminste nog drie weken te gaan. Hoe is het met u? Een onmogelijke vraag. U kunt immers toch geen antwoord geven. Hoe is het met u? Dat is geen vraag voor de anderhalve meter samenleving. Je moet elkaar aan kunnen kijken en als het nodig is vast kunnen pakken als het antwoord niet simpelweg goed is. U redt het wel, zegt u. Het moet maar. Er zit niks anders op. Nait soezen. Ik hoop van harte dat het u lukt en dat u licht blijft zien aan het eind van de tunnel. Want dat vaccin is onderweg en gaat het mogelijk maken om dit jaar achter ons te laten.

37 Maar het evangelie van deze zondag gaat niet over het licht aan het eind van de tunnel. Het gaat over nu, over de momenten dat het je aanvliegt en er barsten ontstaan in uw uithoudingsvermogen en in je vermogen om jezelf te redden. Er is een licht dat het eind van de tunnel niet nodig heeft om in de uithoeken van je ziel te komen. Het schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. Het breekt door jouw barsten heen naar binnen. Laat de klokken klinken, die nog klinken kunnen. Laat wat jij te bieden hebt maar voor wat het is. Er zit een scheur, een barst, in alles. Dat is hoe het licht naar binnen komt. Dit is een tijd van stil gelegd worden. De vanzelfsprekendheden weten even niet wat ze zeggen moeten. Misschien is dit de tijd om het Woord te leren verstaan, dat bij God was, dat God was, waardoor alles is ontstaan. Het Woord dat van jou houdt, niet om wat jij allemaal kunt en hebt gedaan of gesproken, maar om wie jij bent: een breekbaar mens om van te houden. De lockdown biedt ons de ruimte en de tijd om biddend in het leven te staan. Een beetje zoals de monniken, die de kunst verstaan om in afzondering te leven zonder wereldvreemd te worden. Levend van dat Woord dat in de wereld kwam. Het fundament van alle dingen. Woord dat door de wereld niet gekend wordt omdat die wereld niets van barsten weten wil. Een wereld die zich niet voor kan stellen dat er van haar gehouden wordt. Jij kunt je dat misschien ook niet voorstellen. Biddend in het leven staan betekent niet weglopen voor wat er door God tegen jou gezegd wordt: Menslief, ik houd van je. En dan wachten op het moment dat je het gaat geloven. Om vandaaruit jezelf, de mensen en de dingen in dat licht te zien. Eeuwig dankbaar dat de duisternis dit licht niet in haar macht gekregen heeft.