DE EERSTE VICTORIE KOOS VAN DOORNE DE VRIENT EN SJOLLEMA UITGEVERS

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE EERSTE VICTORIE KOOS VAN DOORNE DE VRIENT EN SJOLLEMA UITGEVERS 1 9 4 4"

Transcriptie

1

2 DE EERSTE VICTORIE KOOS VAN DOORNE DE VRIENT EN SJOLLEMA UITGEVERS

3

4 DE EERSTE VICTORIE KOOS VAN DOORNE DE VRIENT EN SJOLLEMA UITGEVERS

5 En een iegelijk, die eenig woord sprehen zal tegen den Zoon des menschen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen den Heiligen Geest gelasterd zal hebben, dien zal het niet vergeven worden. Lucas l% vers to. Statenvertaling. CHRISTEN: Maar kunt gij nu geen berouw hebben en u bekeeren?" DE MAN: God heeft mij den weg ter bekeering afgesneden. Zijn Woord bevat voor mij geen troostwoorden; Hij zelf heeft mij besloten in deze ijzeren, kooi en niemand is in staat mij hieruit te bevrijden. O eeuwigheid! eeuwigheid! hoe zal ik de ellende en het jammer dragen, die mij daar wachten! De Christenreize van Bunyan.

6 I De jongen zat naast de kachel en las. Zijn vader en moeder waren in de kamer, doch spraken niet. Zijn moeder breide; zijn vader Kad een boek voor ziek. De gaslamp suisde bijna onhoorbaar; de waterketel zong. Buiten heerste de wind. De jongen genoot van de kamerstilte, die met vele prettige geluiden vermengd was. Hij was bijna veertien jaar en drie jaar ouder dan het broertje, dat na hem geboren was. Daarom mocht hij altijd nog een poosje opblijven, nadat zijn broertjes en zusjes naar bed waren gegaan. Het zou vanavond veel later worden dan gewoonlijk; vader had hem beloofd, dat hij mee zou mogen naar oom Karei, die jarig was. Hij zou dus naast vader in het avondduister genieten van de wind en van alles, wat er op de tocht te zien zou zijn. Vader was groot en sterk. De jongen was niét groot en niét sterk. Vader had grijze ogen; grijze ogen waren mooier dan bruine: de jongen had bruine. Hij dacht daar dikwijls aan. Hij wist zo goed, hoe hij er uit zag: de grote spiegel in de achterkamer had hem dat vaak genoeg verteld. Hoe graag zou hij groot en sterk zijn; hoe graag zou hij er anders uit willen zien. Maar vanavond was hij vol geluk. Hij hield van de geluiden, die wind en regen maken. Het tikken van de wekker maakte hem wanhopig en ontroofde hem uren aan slaap maar het ruisen van de regen en het zingen van de wind deden hem vol vrede scheep gaan naar het land van de vergetelheid. Vanavond durfde hij in Bunyan's Christenreize te lezen: het boek zou hem nu niet deren. De Reize was van vader. De jongen had het verleden jaar gelezen en sindsdien werd hij er telkens toe gedreven, het opnieuw te doen. Hij deed het altijd, wanneer hij iets prettigs in 't vooruitzicht had, dan was het niet alléén in zijn gedachten. AI te lang reeds had hij het uitgesteld. Hij móést het vreselijke lezen, anders ging het op de loer liggen in zijn dromen. De ervaring had hem geleerd, dat je elk verdriet en elke angst eerlijk bekijken moest; je mocht nooit iets wegduwen want dat maakte de zaak maar erger. En je moest veel bidden; bidden was de enige manier om je angst te overwinnen. De jongen vond dat heel wonderlijk: God maakte je rustig, ook al was je nog niet bekeerd. Bekeerd zijn, dat was zijn grote droom. Wie bekeerd was. kon niet verloren gaan, die kon de zonde tegen den Heiligen Geest niet bedrijven. De nikkelen bril met ovale glazen, waarvan de brug met een draadje omwonden was, gleed telkens op zijn stompe neus

7 4 een eindje naar beneden; zonder van zijn boek op te zien, duwde bij die steeds weer naar boven. Zijn te grote kin bing dicbt boven bet boek; zijn sluik donkerblond baar viel onordelijk en zeer onsierlijk over zijn boog en smal voorhoofd heen. Hij verslond het boek, omdat hij door het boek verslonden werd. Zijn vader deed bedaard en omslachtig het zijne dicht. De jongen hoorde het en werd onrustig. Hij was nu dicht bij het vreselijke; hij wilde er voorbij zijn voor hij wegging, anders zou hij van de tocht niet kunnen genieten. Gelukkig had vader na het eten óók nog eerst in zijn boek willen lezen: als ze thuiskwamen, zou er niets meer van komen en hij moest weten, hoe het afliep. Ook de jongen moest weten, voor hij wegging. Het boek, dacht hij, is niet enkel vreselijk, het is óók prachtig. Was het leven maar een reis! Dan zou hij nog wel een kans maken om in de hemel te komen. Als dat éne er nu maar niet in stond. Maar vanavond, meende hij, kan het me niet hinderen; vanavond ben ik vol geluk. Toch werd hij bang. Hij wist van vorige keren, dat het vreselijke je dagenlang bij kon blijven. Overslaan hielp niet; dat had geen enkele zin: je zou er dan bij het verder lezen telkens aan moeten denken. Ja, nu las hij het verschrikkelijkste, dat hij ooit gelezen had. De angst steeg snel in de schacht van zijn hart. Het boek trilde op zijn knieën. Zijn vader maakte aanstalten om weg te gaan. Hij zag, dat de jongen in zijn boek verdiept was. Het was goed, dat de jongen las. Lezen ontwikkelt de geest en zeker een boek als de Christenreize. Maar het moest nu afgelopen wezen: het werd anders veel te laat. Kom Jaap, zullen we eens opstappen? De jongen ontwaakte. Hij was boordevol angst. Zijn schele ogen zagen naar zijn vader als zagen ze een vreemde. Zijn moeder zette een kop thee voor hem neer, terwijl ze mopperde, dat hij eigenlijk maar thuisblijven moest: het was al kwart over achten dóór. Terwijl hij het kopje leeg dronk, keerde hij tot het gewone leven weer. Maar de dreiging bleef. Het zou hem nooit gelukken, de verdoemenis te ontkomen. Het leven was zo lang. Éénmaal zou hij toch wel struikelen; eens zou hij het verderf binnenlaten. Het was half-negen, toen ze buiten stonden. De klok van de Sint Sebastiaan sloeg met matte slaoen.

8 5 Zij liepen eerst door de smalle straten rond de Dom. Het hoge schip stond donker en onwezenlijk boven de rommelige wanordelijke branding der buizen; bleek nacbtlicbt deed de versieringen vermoeden, waarmee de zware spitsloze toren versierd was. Een koperkleurige, geschonden maan werd telkens door wolken overvaren. De wijk om de Sint Sebastiaan kende slechts nauwe straten en bochtige stegen. Het heette hier: de Achterstad. Alhoewel de angst nog nasmeulde in zijn wezen, genoot de jongen. Gelukkig behoefde hij niet te praten: zijn vader en hij waren beiden zwijgers. Dat waardeerden ze in elkaar. Ze gingen graag samen. Alleen zijn is niet prettig, maar je moet in gezelschap jezelf kunnen blijven. De Achterstad was vol dreigingen; de jongen wist, dat ontucht en misdaad zich hier verscholen. Hij had van deze dingen geen duidelijke voorstelling maar zij wekten een genotvolle vrees in hem op. De straten geerden. Het lantarenlicht veroorzaakte grillige schaduwen naast uitspringende gevels. Sommige stegen waren als diepe barsten in verweerde steenklompen. Diep in die barsten schommelden hanglampen. Uit de kroegen sieperde lawaai naar buiten. Er liepen tamelijk veel mannen en vrouwen, die allen luidruchtig deden en onverschillig praatten. Er was veel schel en armoedig licht van winkeltjes en café s. Ook was er een danspaleis, dat door een dikken portier bewaakt werd en waaromheen honden slopen. Je kon de muziek aan de overkant horen. En dan was er het viadukt. Dat stond dwars door de Achterstad heen. De huizen leunden er letterlijk tegenaan. Wanneer er een trein overheen reed, was het alsof de trein binnenin de huizen bleef en het viadukt alleen maar nodig had om de straten over te steken. In een smalle, lege straat moesten de jongen en zijn vader onder het viadukt door. De wind werd hier hinderlijk sterk. De jongen hoorde, dat er een enkele Iokomotief aankwam en hield zijn vader tegen. Zwijgend keken ze naar de hekloze overspanning. Even later stortte het geluid over hen heen. Het duurde maar kort. De jongen luisterde vol aandacht. Tussen het dreunen en kloppen door, hoorde hij een ononderbroken zingen. Er waren ook heel heldere metaalgeluiden. De wind joeg een vette, benauwende walm in flarden de straat door. Toch rook het prettig: het hoorde bij verre reizen doen.

9 Toen ze de Achterstad uit waren, kwamen ze in een korte laan; wiegend en zwaar ruisend weerstreefden de iepen het geweld van de wind. Het was wonderlijk, zo weinig als ze van de wind gemerkt hadden in de Achterstad; gehóórd hadden ze hem. Nu greep hij hen beet. De laan kwam op de kanaalweg uit. Bomen stonden daar niet. Het water zwalpte spetterend tegen de meerpalen van een aanlegsteiger. Aan een lantarenpaal, van boven gebogen als een verlepte bloemstengel, hing een schommelende lamp, die bij elke zwaai een zware schaduw over bultige pakzeilen trok. Zij hadden de wind pal tegen. In de verte gloeiden de bruggelichten; daar moesten ze over het water heen. Een sleepboot loeide. Je hoorde duidelijk het water klotsen. Na een poosje zagen ze een hoogliggende aak, die door de wind uit de vaargeul was gedrukt en nu met zijn achterschip tegen de wal aanliep. De schipper riep iets onverstaanbaars tegen den sleper; een dekknecht liep haastig, met klotsende klompen, door het gangboord. Hoog boven de jongen was de kajuit met het gouden binnenlicht. II Hij dacht nog aan dit alles, toen hij in het gangetje bij oom Karei zijn jas uittrok. De windstilte deed hem vreemd en onaangenaam aan. Tante Lien, die opengedaan had, stond, aldoor pratend, te wachten totdat ze klaar waren om naar binnen te gaan. Toen de jongen achter zijn vader de kamer inkwam, werd hij erg verlegen. Zijn bril besloeg. Er waren veel mensen. De begroeting en het feliciteren waren verschrikkelijke dingen. Toch vond hij verjaarvisite s prettig. Hij had spoedig zijn plaats gevonden. Met enige moeite werkte hij een vouwstoeltje tussen een muziekkastje en het huisorgel in. Het orgel was donkerbruin; de klankopeningen waren met groene zij bespannen. Het droeg een kwistig-versierde bovenbouw; op gladde terrasjes stonden portretstandaards en papieren boeketjes in spitse vaasjes. Er was een spiegel tussen spiralende kolommen. Voor die spiegel stond een geelgekapte olielamp, die het Tdavier verlichtte. De jongen zat in het donker, maar hij kon bijna de gehele kamer overzien. Niemand lette op hem. Ieder lachte of praatte. De mannen rookten. De walm scheen verdikt om de roze lampekap, die tussen glanzende, messing buizen hing. De buizen vormden een peervormige figuur.

10 7 Tante Truida bracht hem limonade en een koekje. Jij hebt het geschoten, zei ze tegen hem. Een warme tinteling liep door hem heen. Hij vond haar mooi. Zij was de jongste zuster van zijn vader; ze was nog niet eens getrouwd, ze had een verloofde. loen hij een poosje had zitten kijken, begon de oude onrust hem af te leiden van zijn omgeving. Hoe was het mogelijk, dat mensen zoveel pret konden hebben. Ze moesten toch allen eens sterven. O, hijzelf verg at dat dik wijls genoeg, maar hij was jong, hij stond 'nog niet zo dicht bij de dood. Maar het vreselijke, bedacht hij met schrik, het vreselijke was wél dicht bij hem. Hij bemerkte, dat twee van zijn ooms muziek gingen maken, oom Karei op de fluit en oom Bas op het orgel. Oom Bas werd geplaagd, omdat hij aanvankelijk had geweigerd te spelen; de jongen kon hem niet zien maar hij hoorde hem zeggen terwijl hij hem in een muziekboek hoorde bladeren: Ach ja, een mens kan zijn lot niet ontlopen ". De schertsend geuite woorden maakten den jongen bang; het was waar, dat je je lot niet ontlopen kon: God had alles van tevoren bepaald. Je kon er niets aan doen. Als je niet uitverkoren was, ging je verloren. De jongen verdwaalde in de klamme grot der helleangsten: hij kon de lichte ingang niet meer zien. Hij bad God om rust, luisterend naar de weemoedige muziek van ouderwetse liederen. Langzamerhand werd hij stil. Hij keek naar tante Truida en droomde, dat hij mooi was. Ergens was toch het geluk. AI was het dan niet voor hem weggelegd, de gedachte, dat het bestond, gaf toch al troost. Hij verloor het besef van tijd. Gebed en droom vermengden zich. Toen zijn vader hem wenkte, stond hij met stijve knieën op. Hij zag er tegenop om naar buiten te gaan: hij had zó wel op het vouwstoeltje willen inslapen. Eenmaal buiten, ging zijn moeheid weg. Oom Bas liep mee. Tussen de beide mannen in, liep hij langs het kanaal. Zij hadden de wind in de rug. De jongen voelde zich rustig, maar naarmate hij dichter bij de Achterstad kwam, verminderde dit. Hij zakte langzaam maar zeker opnieuw in het moeras van de angst. En plotseling wist hij, dat hij, als hij door God verdoemd was, de strijd tegen den Duivel nooit zijn leven lang zou kunnen volhouden. Hij zou móéten vallen. Alle strijd zou dan tevergeefs zijn. Een mens kan zijn lot niet ontlopen. Hoe kon je weten, of je uitverkoren was? Hoe kon God straffen

11 8 voor iets, dat je had móéten doen? Dat was toch onrechtvaardig? Misschien had hij, door dit te denken, de zonde tegen den Heiligen Geest al wel gedaan! Het zweet brak hem uit. De gloed van de hel verzengde hem. Hij was niet uitverkoren, anders zou God hem nu wel helpen. Dicht bij huis brak de laatste weerstand. Hij zei in zijn hart:,,ik vervloek den Heiligen Geest. Ik kan het niet meer tegenhouden". Deze zonde kon niet vergeven worden. Hij was voor eeuwig verloren. Hij was de man in de kooi. Altijd, altijd zou hij branden in de hel. Toen, in zijn grenzeloze vertwijfeling, haatte hij God; hij haatte God met al de kracht van zijn hart. Want God had dit gewild. God, die almachtig was, had een kleinen jongen verdoemd. Boven, in de huiskamer, trachtte hij tevergeefs zijn moeder te verstaan. Ook kon hij niet spreken. De kamer draaide langzaam om hem heen; de vloer sloeg naar boven. Terwijl hij naar bed werd gedragen, kwam hij bij. Hij lag in vaders sterke armen. Moeder liep jammerend achter hem aan. Vader zei niets; hij hijgde een beetje. De jongen werd in bed gelegd. Hij glimlachte naar vader en moeder. De duivel met zijn verzoeking was weg: de verzoeking was overbodig geworden. Dat gaf den jongen een klein geluk. Hij voelde zich erg moe. Heerlijk was het, om juist zo als vroeger door moeder te worden toegedekt. De slaap kwam zó spoedig, dat hij op de vraag van zijn vader hoe hij zich nu voelde, met een knik antwoordde: wat hij zeggen wilde, kreeg niet eens de gelegenheid om tot woorden te worden. III De volgende morgen was de wereld veranderd. Het aardse leven had hem totnogtoe waardeloos geleken, ja, gevaarlijk. De vreugden hadden voor hem nooit opgewogen tegen de verdrietige dingen. Wat was het aardse leven vergeleken bij de waarde van de eeuwigheid? En wat was dit aardse leven niet gevaarlijk in verband met je kans om in de hemel te komenl Maar nu alleen dit aardse leven nog mogelijkheden van geluk inhield, waardeerde hij het meer dan ooit. Hij begreep, dat elk uur hier verloren, voorgoed verloren was. Terwijl hij zich aankleedde, bedacht hij dit. Soms beefden zijn handen. Beneden, temidden van zijn luidruchtige broertjes en zusjes, lieten zijn gedachten hem evenmin met rust. Hij kon

12 9 niets door zijn keel krijgen. Dit ontging moeder niet. Hij merkte dat aan Kaar. De dag ging voorbij zoals alle dagen. Hij zat in de tweede klas van de kopscbool. Hij werd geplaagd, zoals dit vanaf zijn zesde jaar gebeurd was. Het deed meer pijn dan ooit maar bij liet bet niet merken. Zijn donkere, grote ogen keken scbuw door de platte glazen van zijn bril been. Zijn bol geziekt was bleek als altijd. En ook als altijd sckolden de jongens en meisjes bem voor sckele monnik. Nu kij kansloos tegenover_de eeuwigkeid stond, kon kij ziek minder dan ooit ontdoen van de sckaamte om deze bijnaam. Indien kij in de kemel kad kunnen komen, zou kij eenmaal een nieuwe naam kebben gekregen. Daar zou kij ook niet klein en lelijk zijn geweest. De sckaamte verwekte woede. Woede is bloei van baat. De giftige stengel van de kaat sckoot als alle dagen welig tijdens de sckooluren op, maar verlepte in de avond niet meer door gebed en dromen. Want al zag bij beel de dag door de toekomstige verdoemenis van zijn ziel keldkaftig onder de ogen, al maakte kij voor zickzelf gedurig uit, dat ket leven keel lang duurde, in de avond kwam de ontzetting over wat gebeurd was kern zó kevig benauwen, dat hij, na bet eten naar de vliering klom en daar zonder tranen schreide en geluidloos riep tot God. Want God was toch de Enige, tot wien hij zich wenden kon. Gisteren had hij God gehaat, maar hoe kon hij Gód blijven haten?" Alleen God kende zijn geheim. God was jarenlang zijn Vriend geweest. God had vele gebeden van hem aangehoord en hem vele malen vrede gegeven. Werd hij niet op school getreiterd? Plaagden zijn jongere broertjes hem niet? Beefde hij niet van woede en verdriet als zijn broertjes met opzet vreemde geluiden maakten achter het schot waarvoor hij sliep, omdat ze wisten, dat hij stilte nodig had om aan slaap te komen? En steeds weer had God vrede gegeven. Vele malen had God ket op zijn gebed doen stormen en regenen om ket kuis, omdat God wist, dat de geluiden van storm en regen hein nog rustiger maakten dan de stilte. Daarom bad de jongen tot God en vroeg om genade. Terwijl kij dit deed, wist kij, koe onzinnig ket was. De jongen, kij bad konderd maal ketzelfde: O, dat U dit kebt toegelaten. Ik kon ket immers zélf niet meer tegenkouden, de duivel heeft me gedwongen. Waarom hebt U me niet geholpen?" Maar de hemel bleef van koper. W^el kwam er langzamerhand een vreemd soort rust over hem.

13 f 10 Nu God alles wist, scheen zelfs het vreselijke te dragen. Ook in de hel zou hij nog tot God kunnen bidden. Want God is alomtegenwoordig. Hij hoorde zijn moeder de zoldertrap opkomen. Hij schopte tegen een kist aan en klom zo kalm mogelijk de ladder af. Zij vroeg hem, wat hij daarboven te doen had gehad. Hij zei naar een oud schoolboek te hebben gezocht. Moeder geloofde hem niet; ze verweet hem zijn leugen. Moedeloos wist hij verweer onmogelijk. In de kamer maakte hij nog wat huiswerk. Daarna las hij in een boek van Jules Verne. Midden in een hoofdstuk kwam de gedachte terug, waarmee hij bezig was geweest, toen moeder hem stoorde. God was alomtegenwoordig. Dat moest. Dat kon niet anders. And ers was Hij geen God. God was dus óók in de hel. Maar op catechisatie had hij geleerd, dat het allerergste van de hel was, dat God daar niet was. Daar was je volkomen van God afgesneden. Hier klopte iets niet. Eén van die twee moest verkeerd zijn. Toen viel den jongen een groot geluk in de schoot. Hij begreep, dat God in de hel de verlorenen niét geheel losgelaten had, anders zouden ze er niet kunnen leven. Buiten God is er geen leven denkbaar. Ook niet een leven in de hel. En je kón je niet indenken, dat God alleen maar haten kon. God moest in de hel toch een klein beetje liefhebben, al was het nog zo weinig. De jongen geraakte van streek. Hij keerde zijn vondst om en om. Hij werd zó door het nieuwe inzicht in beslag genomen, dat hij die avond insliep zonder het dal der vertwijfeling te zijn doorgegaan. Er kwamen echter dagen, waarop de angst zich niet zo gemakkelijk liet overwinnen. Er kwamen dage_n, waarop de angst zich in het geheel niet liet overwinnen. Eens, de jongen keerde zich wanhopig om en om in zijn bed, bracht een nachtelijke Novemberstorm een hoornsignaal over van een vrachtboot op het kanaal. Toen meende hij in een kort en verschrikkelijk ogenblik, dat het de bazuin van het Laatste Gericht was. Hij had deze signalen ook wel vroeger gehoord. Hij had ook vroeger wel aan het Laatste Oordeel gedacht. Hij had menig keer wanneer hij buiten liep, tegen zichzelf gezegd: Het kan zijn, dat voor je bij dat hoekhuis bent, de hemel zal openscheuren. Hij was in vreze en beven voorbereid geweest op de eindcatastrophe. Hij was dat niet langer: op de hel kun je je niet voorbereiden.

14 11 IV Zijn ouders gingen vermoeden, dat er iets bij bem niet in de Kaak was. Hij stond immers moeilijk op; bij at weinig. Hij zag er sleckt uit. Het rapport, dat Kij in December tkuis brackt, kon met de beste wil ter wereld niet goed genoemd worden. Zijn vader onderhield Kern er over. De jongen moest bedenken, dat Kij van sassen bloed wat Ieren mocbt. Andere j ongens Kadden een baas en brackten geld binnen. Kort en goed, Ket moest uit zijn. De jongen luisterde gedwee naar de Karde woorden en deed geen poging zick te verdedigen. Zijn moeie ogen keken sckuw naar vader en vulden zick langzaam met tranen. Alles, alles was verloren. Ook Ket aardse leven. De dieren Kadden Ket maar goed: die Kadden geen ziel te verliezen. In die tijd, de winter was een mistige kwakkelwinter, dwaalde Kij na sckooitijd urenlang door de stad en langs Ket kanaal, homs woog Kij de zekerkeid van zijn ongeluk tegen een Kalsstarrig weerkerende gedackte af: Kij Kad alles maar gedroomd. Om zickzelf van de waarkeid Kiervan te overtuigen, nam Kij aan, dat, als Kij tot aan een bepaalde lantaren niemand zou zijn tegengekomen, Kij inderdaad alles gedroomd Kad. Soms ook dackt Kij aan de wondere gedackte, die Kem eens te binnen was geschoten: dat je in de hel niet geheel van God verlaten kon zijn. Maar de duivel kwam wel eens als een wolf in schaapskleeren; zekerheid was er niet. Ook had hij vaak medelijden met zichzelf. Het was, alsof de jongen, dien hij beklaagde, een jongen was uit een boek. Hij kon urenlang naar zichzelf luisteren. Zo leerde hij zichzelf beantwoorden. En zijn antwoord kwam altijd hierop neer: ja, het was verschrikkelijk, maar God begreep toch alles. Dat mocht je nooit vergeten. Je mocht niet teveel denken; je moest net als vroeger almaar bidden. Misschien deed God dan een wonder Het water trok hem sterk aan. Niet, dat hij zelfmoordplannen koesterde. Hij had bij zijn dood niets te winnen. Maar het water was geheimzinnig en altijd vol stil geluid. Het water was mooi. Waaróm iets mooi was; waaróm je iets mooi vond, dat was een raadsel. Vooral bij mist was het water mooi. De kleine kustvaarders, zééschepen toch, die voornaam en hoog van steven in het donker voorbijgleden, waren stuk voor stuk wonderen van grauw en zwart in het doffe avondlicht. Het water was na hun verdwijning nog lang bewogen en spatte tegen de ducdalfs en stootpalen op. Eens, starend over het

15 12 water, vond hij een herinnering uit de morgenschemering van zijn bewustzijn. Hij had eens op een heel vroege morgen in de kajuit van een boot gezeten. Hij moest toen nog erg jong zijn geweest, want vader had hem op weg naar de steiger nog een poosje gedragen. Van het vertrek wist hij niets meer, maar wel herinnerde hij zich, dat hij door een raampje, dat vlak boven het water uitkwam, naar buiten had gekeken. Het water was toen glanzend en grijs geweest en de morgenmist heel wit. Bij een brug had iemand iets heel luid geroepen. Hij was toen zómaar gelukkig geworden. Hij had toen geweten, dat hij gelukk ig was. Nu lokte het water opnieuw. Hij verbeeldde zich soms, dat hij niet meer naar huis hoefde; dat hij een zwerver was. De wereld lag open. Ergens wachtte een oud grauw schip op hem. AI wat hij nodig had en al wat hij bezat, was in de tas, die hij onder zijn arm droeg. Maar zo n droom duurde nooit lang. De werkelijkheid was te sterk om lang te worden weggeduwd. De gedachte, dat zijn dromen spel waren, verliet hem niet vaak. Toch speelde hij dit spel graag.' V Er was, een eindje buiten de stad, een oud tolhuis. Het stond aan het kanaal. AI sinds jaren was het in onbruik. Van het grote zandstenen wapen was alleen de leeuw nog met kleur gesierd: een grillige vaalrode vlek. Kroon en schild droegen nog slechts hier en daar gouden bladders. Aangezien het kleine bouwwerk aan het kanaal was komen te staan toen dit gegraven werd, had men er een steiger gebouwd en het geheel verhuurd. Lang had deze schamele glorie niet geduurd. In de zomer zat er wel eens een jongen met zijn meisje; in de winter was er nooit iemand te zien. De jongen ging vaak naar het oude tolhuis. Hij zat dan op de steiger, zijn rug geleund tegen de deur van het kantoortje. Hij voelde zich daar veilig. Vanaf de weg kon je de deur niet zien en geen mens vermoedde je daar. Als hij^daar zo zat, was hij dicht bij het water. Het klotste en het glansde; het zong en vertelde. Schepen voeren voorbij. Hun lampen weerspiegelden als wiegende, zich delende en dan zich weer verenigende vlokken glanzend licht. De jongen zag dit dan roerloos aan. Duizend dingen gingen door zijn hoofd. Hij dacht en hij droomde, hij bad en hij luisterde naar het water. Hij trachtte er met zijn lot in het reine te komen.

16 13 Hier Kuilde hij en hier troostte hij een jongen, die verloren moest gaan; een jongen met een aapachtig gezicht en schele ogen. Hier stelde hij de verzoekschriften op, die hij God wilde voorlezen. Eens zat hij daar weer. Verweg had een torenklok zes uur geslagen. Hij moest nodig naar huis, hij zou anders veel te laat voor het eten komen. Toen hij opstond, zag hij, dat je met veel moeite op de paal zou kunnen klimmen, die een eindje van de steiger al in het water stond. Het móést kunnen. Zóu hij er op klimmen? Hij weifelde. Waarom zou hij het doen? Omdat het moge lijk wasl Hij mocht niet laf zijn. Het was gevaarlijk. Als je misgreep, als je handen van de paalkop afgleden, zou je in het water vallen. Wat zou je dan denken? Langzaam liep hij naar de uiterste rand van de steiger. De paal had een ijzeren witgeverfde kop, die iets boven de jongen uitstak. Je zou je voorover moeten laten vallen, de paal vastgrijpen en je dan omhoog werken. Het was doodstil. De mist lag zwaar boven het weke water. De wereld was niet meer dan een kleine steiger en een meerpaal. De jongen beefde als een riet. Hij wilde niet springen, maar hij móést. Hij legde zijn tas neer en deed zijn jas uit. Klappertandend van angst ging hij aan de waterkant zitten. Hij strekte zijn armen uit: zijn vingertoppen raakten bijna aan het hout. Nee, zo zou het niet gaan. Hij moest gaan staan en dan naar de paal toespringen. Hij moest het meteen doen, want het was al vreselijk Iaat. Hij stond op en sprong* Krampachtig klemden zijn armen en benen zich om het klamme hout. Steunend van angst klom hij naar boven. Zijn spieren trilden. Nu vocht hij voor zijn leven, voor zijn geluk. Wanneer hij het niet haalde, zou hij over enkele ogenblikken branden in de hel. O God, o God, help mej dan toch. Het water zong. Duidelijk hoorde hij het door de afschuwelijke stilte heen. De kopl Voelde hij de kop? O God, ik ben gered! Hij trok zich op en bleef sidderend van moeheid voorover liggen. Zijn lichaam kromp in elkaar. Een verrukkelijke pijn vloeide uit hem weg. Toen de pijn was weggeëbt, begreep hij plotseling niet meer, waarom hij op de paal geklommen was. Hij schaamde zich hevig voor zichzelf. Hij moest zo spoedig mogelijk weer op de steiger terecht komen. Hij moest op de paal

17 14 gaan staan en, zodra Kij stond, op de steiger springen, anders zou Kij van de bolle paalkop afglijden. Het was de enige manier. Voor Kij Ket zelf besefte, Kad Kij Ket al gedaan. Hij Kad Konger en wilde naar Kuis. Hij voelde zick rustig en opgeluckt. Hoe kon je zo dwaas doenl Hij trok zijn jas aan, nam zijn tas op en ging weg. Hij was gekeel vervuld van een pijnlijke, dock aangename moekeid. VI De winter ging traag voorbij. Er was veel regen en natte sneeuw. Er was veel wind. Grauw als de Kemel was Ket leven van den jongen. Soms was er een glanzende vlek. Soms sckeen de zon; soms zag Kij de sterren. Hij leerde met zijn verdriet te leven. Maar daardoor werd Kij nog niet gelukkig. Hij dackt er vaak aan, Koe zijn leven vroeger geweest was. Hoe Kij ook tóén verdriet Kad moeten meedragen, maar tock Kad kunnen genieten van wind en regen, van wandelen en lezen. Als vader nooit dat stuk uit de Bijbel gelezen bad, als vader Kern nooit dat vervloekte boek in banden Kad gegeven, zou alles zo nog zijn. Het vervloekte boek, zo noemde bij,,de CKristenreize". Hoeveel bitterkeid lag er in dat woord besloten! Er lag ook vertwijfeling in, want steeds bedacbt bij, wanneer Kij Ket boek zo noemde, dat God van voor de grondlegging der wereld af, besloten Kad, dat Kij door middel van dat boek verloren zou gaan. De ontdekking van Ket leven ging door. Op sckooi leerde Kij sleckt, maar erbuiten leerde Kij goed. Hij leerde zick verwonderen. Het was een wonder, dat Kij broertjes en zusjes bad. Zij waren zelfstandige wezens. Zij zeiden,,ik" tegen zicbzelf. Hij Kad daar nooit over nagedackt. Ook vader en moeder begon bij weer te zien. Hij bemerkte, dat bij, sinds bet vreselijke gebeurd was, niemand anders Kad gezien dan zickzelf. Hij vroeg zick niet af, Koe Ket kwam, dat daarin een keer gekomen was. Hij besefte niet, dat de genezing bad ingezet en al Kad Kij dit beseft, Koe Kad Kij ooit de oorzaak kunnen vinden? Het deed Kern veel verdriet, dat Kij op sckooi zo sleckt leerde. Zijn ouders ontzegden zick veel om Kun oudsten jongen de kopsckooi te laten aflopen. De kackel werd soms pas tegen vijf uur aangemaakt. De jongen kreeg Kier oog voor. Hij kreeg berouw. De verwijten, die Kem gemaakt werden, lieten Kern niet langer onberoerd. Alles goed en wel, dackt Kij, maar ik

18 15 bekoor beter mijn best te doen. Als bet dan niet voor mijzelf is, dan tock voor vader en moeder. In Juni moest kij overgaan naar de derde klas. Dat móést. Als kij zo werkte als in de laatste tijd, zou dat zeker niet gebeuren. Zonder dat bij er erg in bad, streefde de jongen langzamerhand een doel na en onttroonde zodoende zijn noodlot. Maar vergeten wilde hij het niet. Het opnieuw bedenken zou anders téveel schrik en pijn met zich meevoeren. Hij nam zich voor om er met vader of met den dominee over te nraten maar hij vond de moed niet om het eerste woord te zeggen. Trouwens, wat zou het uitmaken? Niemand kon er immers iets aan veranderen? Het enige, dat je kon doen was hard werken en spannende boeken lezen, dan vergat je jezelf en het vreselijke. Om tenminste iets van wezenlijk behoud te bezitten, maakte kij er een gewoonte van voor het slapen gaan in de Bijbel te lezen. Dat was het begin van de victorie. Hij leerde Christus liefhebben. Hoe weinig had hij aan Hem gedacht. Had hij wel ooit aan Hem gedacht? Christus was God s Zoon, Hij was dus God. Verwonderd tot in het diepste van zijn ziel, begon de jongen te begrijpen, dat hij vóór het vreselijke, tóch al kansloos was geweest. Ieder mens is kansloos. O, hoe moeilijk was dit alles. Uit de Bijbel bleek duidelijk, dat Christus van iedereen eiste, in Hem te geloven. Christus zou toch niet iets onmogelijks eisen. Dat was tock te dwaas om los te lopen! De jongen vroeg ziek af, of kij wel ooit in Ckristus had geloofd. Nee, dat had hij niet. Hij had altijd gedacht, dat er een kans was om in de hemel te komen: misschien was je uitverkoren. Hij had nooit geweten, dat er een zékerheid was: het geloof. Bitter bedacht hij, dat hij, door een niet eens bestaande kans te verspelen, meteen de zekerheid verspeeld had. Waarom moest ik altijd maar weer aan de uitverkiezing denken? Waarom vertellen ze zoiets aan kinderen? Ja, in die tijd vocht de jongen wanhopig met het moeilijkste stuk van de Goddelijke Openbaring. Soms zei hij, dat er een tegenstrijdigheid was en hoe kon dat? Dan was er misschien wel niets waar. Soms ook zei hij tegen zichzelf, dat hij ket niet begreep. Daar lag het aan. Eindelijk had hij zoveel moed, dat hij er op catechisatie een vraag over durfde stellen. De dominee gaf hem een vreemd antwoord:,,je moet bij het begin beginnen, Jaap, jongen, vergeet dat niet. Het begin is, dat we zondige mensen zijn, die de weg tot den Vader niet meer terug kunnen vinden. Het

19 16 vervolg is, dat er zo n weg weer wordt aangewezen. Die weg is Christus. Niemand komt tot den Vader dan door Mij. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Daarna komt al het andere pas". De jongen zweeg op dit antwoord. Hij voelde wel, dat het een goed antwoord was. Het was een antwoord, waarover hij wilde nadenken. Maar hij zat te veel verstrikt..misschien, dat er een lus doorgesneden werd, maar tien anderen knelden meer dan ooit. Hij vroeg zich duizend dingen af. Hij vroeg zich af, of de zonde tegen den Heiligen Geest misschien niet iets heel anders was. Bevend en vol afgrijzen las hij opnieuw de vreselijke woorden:, maar wie tegen den Heiligen Geest gelasterd zal hebben, dien zal het niet vergeven worden". En had hij gelasterd? Hij had gezegd: Ik vervloek den Heiligen Geest. Was er erger laster denkbaar? Ook vroeg hij zich af, of zijn gebeden misschien daarom niet verhoord waren, omdat hij Christus niet had aangeroepen. Hij had tot den Vader willen gaan buiten Christus om. Maar wat hielpen al deze gedachten? Het was te Iaat. En hoe moest hij dat rijmen met zijn plicht om zalig te worden? Alles was mysterie Hoe meer hij echter in de Bijbel las, hoe meer hij overtuigd raakte van de liefde van Christus. Hoewel hij meende, dat Christus voor hem niet gestorven was, kreeg hij Christus lief. De iongen deed weer, wat hij voor het vreselijke gedaan had: hij bad veel en lang. Hij vertrouwde Christus alles toe. Wanneer hij bad, dorst hij soms te geloven, dat hij de Zonde niet bedreven had, omdat hij niets gemeend had van de woorden, die hij gezegd had. Het was wel een erge zonde geweest, maar niet de ergste. Heel langzaam gelukte het, zijn verstand daarvan te overtuigen. Zijn hart had de zonde niet bedreven. De duivel had alleen maar van zijn stem gebruik gemaakt. Niet eens van zijn stem, hij had het alleen maar gedacht. Als hij nu ook zijn gevoel maar overtuigen kon. Maar dat ging niet. De schaduw was lichter geworden: het was nog altijd een schaduw. Het zou te mooi zijn. Zou hii het leven terug krijgen? Het hemelse én het aardse? Zou dat het wonder zijn, waarom hij om Christus' Vrille dagelijks vroeg? VIT De jongen zat in de klas en bemerkte, dat het voorjaar werd. Het was onder taalles, hij dwaalde geheel af. Hij kon van zijn

20 17 plaats de kleine binnentuin van de school zien: de sering had zware knoppen. Toen hoorde hij, dat de Ieraar hem een vraag stelde. Hij schrok hevig. Hij schrok altijd, als zijn naam genoemd werd, maar ditmaal lag de oorzaak dieper. Vergeefs trachtte hij te antwoorden. De klas gnuifde: zij was eraan gewend geraakt, dat hij de vragen zelden hoorde. Het was een onschuldig genoegen. Maar ditmaal had hij de vraag wél verstaan: Vertel jij es, wat is dat eigenlijk, lasteren?" Het werd zwart voor zijn ogen. Hij greep de bank vast. Met een hem volkomen vreemde stem hoorde hij zichzelf zeggen: Lasteren is iemand vervloeken". Fout. Wie weet het beter?" Maar niemand antwoordde. Toen de jongen weer zien kon, bemerkte hij, dat niemand lachte; allen keken hem verschrikt aan. Ik moet heel bleek zijn, dacht hij. Een van de meisjes haalde ongevraagd een beker water voor hem. Klappertandend dronk hij uit het glas. Toen hij het neerzette, glimlachte hij onbeholpen tegen het meisje. Zij glimlachte zonder hoon terug. Haar mond was vochtig. Zij had grijze ogen. Hij kreeg van den Ieraar verlof, een poosje in het spreekkamertje te gaan zitten, maar hij bedankte. Nee, hij voelde zich heus weer goed. De klas herademde. De les ging verder. Dapper hoorde de jongen zijn vonnis uitspreken, dat een vrijspraak was: Lasteren is bewust iemand beschuldigen van iets dat niet waar is". Maar de jongen zag het nog niet als vrijspraak. W^el gaf het hem voor een ogenblik een wondere blijheid: kon het dan zo eenvoudig zijn? Hadden zulke moeilijke dingen dan iets met taal te maken? Hij begreep, dat het heel waardevol was, wat hij in zijn hanj gekregen had, maar hóé waardevol, dat begreep hij niet. De wondere blijheid ebte langzaam weg. AI te lang had hij met daemonen gevochten, dan dat hij dorst geloven, dat het slechts schimmen waren geweest. Het overtuigde zijn verstand temeer; het overtuigde niet zijn hart. Wellicht ook had hij een hemelse stem verwacht: deze stem was al te aards. Wat echter bleef, dat was het verlangen naar het leven. De seringen botten uit; hij proefde de lente, als hij ademhaalde. Dit verlangen groeide, naarmate de lente tot zomer werd. Op een avond zat hij weer aan het veerhuis. Om hem heen was

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker klaagde nooit. Hij was te arm om vlees te kopen. Elke

Nadere informatie

Hoe het verloren schaap werd gevonden

Hoe het verloren schaap werd gevonden Hoe het verloren schaap werd gevonden Evangelie-nieuws voor eeuwige redding Hoe het verloren schaap werd gevonden Een waar voorval in het leven van J.N. Darby Vele jaren geleden werd hem gevraagd een

Nadere informatie

Voor Cootje. de vuurtoren

Voor Cootje. de vuurtoren Voor Cootje de vuurtoren De Koos Meinderts vuurtoren Lemniscaat & Annette Fienieg Nederlandse rechten Lemniscaat b.v. Rotterdam 2007 isbn 978 90 5637 909 4 Tekst: Koos Meinderts, 2007 Illustraties: Annette

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

Jij bent nog onbeschreven en nog geen groot verhaal jij blaakt alleen van leven dat in jou ademhaalt.

Jij bent nog onbeschreven en nog geen groot verhaal jij blaakt alleen van leven dat in jou ademhaalt. Jij bent nog onbeschreven en nog geen groot verhaal jij blaakt alleen van leven dat in jou ademhaalt. Jij kunt geen mensen haten en doet geen ander zeer misschien ben jij het wapen waarmee ik liefde leer.

Nadere informatie

Voor de dienst zingen we:

Voor de dienst zingen we: Voor de dienst zingen we: Looft de Here, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën, want zijn goedertierenheid is machtig over ons, en des Heren trouw is tot in eeuwigheid. Halleluja (8x) Ben je groot

Nadere informatie

Oasemoment 'Leer mij hoe ik bidden moet' Emmaüsparochie - donderdag 26 juni 2014

Oasemoment 'Leer mij hoe ik bidden moet' Emmaüsparochie - donderdag 26 juni 2014 Oasemoment 'Leer mij hoe ik bidden moet' Emmaüsparochie - donderdag 26 juni 2014 Muziek: Klokkengelui Gedicht Gij badt op enen berg alleen, en... Jesu, ik en vind er geen waar 'k hoog genoeg kan klimmen

Nadere informatie

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42.

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. Eén ding is nodig Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. We hebben met elkaar nagedacht over de wonderen die de Heere Jezus heeft gedaan toen Hij op de aarde was. Grote wonderen! Weet je t

Nadere informatie

JAN STEVENS. Voorjaarsdroom. De Wielewaal" Dordrecht 1945

JAN STEVENS. Voorjaarsdroom. De Wielewaal Dordrecht 1945 JAN STEVENS Voorjaarsdroom De Wielewaal" Dordrecht 1945 r JAN STEVENS 4 Voorjaarsdroom De Wielewaal" Dordrecht 1945 voor Minke « Die lentemorgen, vroeg - ben ik door de boomgaard gegaan en het was of

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer Sander Kloet koud zo voelt het hier. kil ik weet niet waar het vandaan komt het is geen kou. het is angst. angst voor de wereld angst voor de dag van morgen bang dat we dingen vergeten bang dat we dingen

Nadere informatie

www.queridokinderboeken.nl

www.queridokinderboeken.nl www.queridokinderboeken.nl Copyright 2013 Joke van Leeuwen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Lees : Mattheüs 25:14-30

Lees : Mattheüs 25:14-30 De gelijkenis van de talenten Lees : Mattheüs 25:14-30 Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel

Nadere informatie

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen De ezel van Bethlehem Naar een verhaal van Jacques Elan Bewerkt door Koos Stenger Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen over iets wat er met me gebeurd is. Het

Nadere informatie

Menze Fernandus van Houten

Menze Fernandus van Houten Liturgieboekje bij het afscheid van Menze Fernandus van Houten * Groningen, 10 februari 1931 Tolbert, 21 februari 2016 in een samenkomst op donderdag 25 februari 2016, om 11.00u in de Gereformeerde Kerk

Nadere informatie

Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig

Nadere informatie

A. de Jager. Wees toch stil. Gedichtenbundel. Wees toch stil 1

A. de Jager. Wees toch stil. Gedichtenbundel. Wees toch stil 1 A. de Jager Wees toch stil Gedichtenbundel Wees toch stil 1 Wees toch stil O, wees toch stil, als God u hier wil leiden op wegen die u niet verstaat. Blijf gelovig steeds Zijn hulp verbeiden; bij Hem is

Nadere informatie

Gebeden voor jongeren

Gebeden voor jongeren Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Gebeden voor jongeren... 2 Gebed van het licht... 2 Mijn leven tot een licht... 2 Gebed voor sterke benen... 2 Dankgebed... 3 Gebed van Franciscus... 3 Dankgebed als je

Nadere informatie

Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder. Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28. Gemeente van Christus Jezus, onze Heer,

Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder. Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28. Gemeente van Christus Jezus, onze Heer, Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28 Gemeente van Christus Jezus, onze Heer, "Nu even niet", was ooit de reclameslogan van een landelijk bekend

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

Jezus kreeg de straf voor onze zonden, wij ontvangen vergeving en vrede. Jesaja 53:4-6 en 1 Petrus 2:24

Jezus kreeg de straf voor onze zonden, wij ontvangen vergeving en vrede. Jesaja 53:4-6 en 1 Petrus 2:24 Jezus kreeg de straf voor onze zonden, wij ontvangen vergeving en vrede. Jesaja 53:4-6 en 1 Petrus 2:24 Als je iets verkeerd doet, verdien je straf. Ja toch? Dat is eerlijk. Er is niemand die nooit iets

Nadere informatie

De eerste liefde van God

De eerste liefde van God De eerste liefde van God Trouwpreek over 1 Johannes 3:16 (ds. Jos Douma) gehouden in de trouwdienst van Jeroen en Marjoke Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is

Nadere informatie

Kom erbij Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser Muziek: Marcel & Lydia Zimmer 2013 Celmar Music / Schröder & Busser

Kom erbij Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser Muziek: Marcel & Lydia Zimmer 2013 Celmar Music / Schröder & Busser Kom erbij Kom erbij, want ik wil je iets vertellen, het is heel bijzonder, dus luister allemaal. Ik ken honderdduizend prachtige verhalen, maar dit is echt het mooiste van allemaal. Het gaat over twee

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

naar God Verlangen Thema: juni welkom in de open deur dienst voorganger: ds. W. Dekker muziekteam: Theda, Lisette, Rik Aart-Jan en Nathan

naar God Verlangen Thema: juni welkom in de open deur dienst voorganger: ds. W. Dekker muziekteam: Theda, Lisette, Rik Aart-Jan en Nathan welkom juni in de open deur dienst 19 2016 Thema: Verlangen naar God n.a.v. Psalm 42 voorganger: ds. W. Dekker muziekteam: Theda, Lisette, Rik Aart-Jan en Nathan organist: Christian Boogaard Welkom en

Nadere informatie

De gelijkenis van de onbeschaamde vriend. ( of over gebedsverhoring )

De gelijkenis van de onbeschaamde vriend. ( of over gebedsverhoring ) De gelijkenis van de onbeschaamde vriend. ( of over gebedsverhoring ) Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld

Nadere informatie

DE WONDEREN VAN JEZUS

DE WONDEREN VAN JEZUS Bijbel voor Kinderen presenteert DE WONDEREN VAN JEZUS Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul Geproduceerd

Nadere informatie

1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard.

Nadere informatie

De gelijkenis van de verloren zoon.

De gelijkenis van de verloren zoon. De gelijkenis van de verloren zoon. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel dingen te leren.

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

GAAT ER OP UIT. Balder

GAAT ER OP UIT. Balder Balder GAAT ER OP UIT H et was die ene nacht van het jaar dat de tijd stil lijkt te staan voor het merendeel van de mensen, maar voor EEN persoon ging die nog altijd veel te snel. Er was nooit genoeg tijd

Nadere informatie

Lezen : Johannes 14: 1-9. Opwekking 25 Gezang 156 EL 459 Opwekking 687 Gezang 28 Opwekking 710

Lezen : Johannes 14: 1-9. Opwekking 25 Gezang 156 EL 459 Opwekking 687 Gezang 28 Opwekking 710 Lezen : Johannes 14: 1-9 Opwekking 25 Gezang 156 EL 459 Opwekking 687 Gezang 28 Opwekking 710 Kumba Ya my Lord Kom bij ons o Heer, kom bij ons Kom bij ons o Heer, kom bij ons Kom bij ons o Heer, kom

Nadere informatie

4 Heer, u hebt aan de mensen uw regels gegeven. Zo weet ik wat ik moet doen. 5 Ik wil leven volgens uw wetten, en dat volhouden, elke dag weer.

4 Heer, u hebt aan de mensen uw regels gegeven. Zo weet ik wat ik moet doen. 5 Ik wil leven volgens uw wetten, en dat volhouden, elke dag weer. Psalmen Psalm 119 Heer, ik wil leven volgens uw wetten 1 Gelukkig zijn mensen die altijd het goede doen, die leven volgens de wet van de Heer. 2 Gelukkig zijn mensen die altijd denken aan de woorden van

Nadere informatie

De gelijkenis van het huis op de rots en op het zand.

De gelijkenis van het huis op de rots en op het zand. De gelijkenis van het huis op de rots en op het zand. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel

Nadere informatie

Inleiding over het kernwoord zonde

Inleiding over het kernwoord zonde Inleiding over het kernwoord zonde Door Eline Lezen: Mattheüs 5 : 21 t/m 48 Zingen: Psalm 6 : 1 en 4 1. Waarom moeten wij weten wat zonde is? Toen ik deze inleiding begon te maken vroeg ik me af wat ik

Nadere informatie

Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen

Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen Openingstekst: (Door een ouder en kind) A. Zeg zou jij het licht aandoen? Je moet opschieten, want het is bijna tijd. Dadelijk

Nadere informatie

Het lam. Arna van Deelen

Het lam. Arna van Deelen Het lam Arna van Deelen Hij leunde vermoeid op zijn staf, starend over de eindeloze velden. De kudde lag verspreid onder de bomen, die op deze tijd van de dag voor wat schaduw zorgden. Hij legde zijn hand

Nadere informatie

Wat je allemaal voor de liefde doet is niet altijd goed. wat ik Al uit liefde deed zorgde ook voor veel leed. dat Alles goed gaat.

Wat je allemaal voor de liefde doet is niet altijd goed. wat ik Al uit liefde deed zorgde ook voor veel leed. dat Alles goed gaat. Inhoudsopgave Liefdevol 1 Zielen 2 Geluk 3 Vondst 4 Wervelwind 5 In de luwte 6 Vriendschap 7 De Engelen van mijn Leven 8 Twijfel 9 Liefde 10 Kaarsje 11 Houden van 12 Risico 13 Geloven 14 Energie 15 Geloofskwestie

Nadere informatie

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten De gelijkenis van de twee zonen Lees : Mattheüs 21:28-32 Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel

Nadere informatie

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan. Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een

Nadere informatie

Welke boom stond midden in het hof en welke plannen had satan?

Welke boom stond midden in het hof en welke plannen had satan? Welke boom stond midden in het hof en welke plannen had satan? Genesis 2:8-10 8 Ook plantte de HEERE God een hof in Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had. 9 En de HEERE

Nadere informatie

Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon

Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon Parabel geschreven door Neale Donald Walsch Ergens in de tijd was er een Zieltje, dat tegen God zei: Ik weet wie ik ben! God zei: Dat is heel mooi. Wie ben

Nadere informatie

Iiturgie voor de -12 jeugddienst van zondagmorgen 28 Juni in de Westerkerk te Veenendaal

Iiturgie voor de -12 jeugddienst van zondagmorgen 28 Juni in de Westerkerk te Veenendaal Iiturgie voor de -12 jeugddienst van zondagmorgen 28 Juni in de Westerkerk te Veenendaal Op Toon Hoogte 182 Door Uw genade Vader Door Uw genade, Vader, mogen wij hier binnengaan. Niet door rechtvaardige

Nadere informatie

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost. Sherlock Holmes was een beroemde Engelse privédetective. Hij heeft niet echt bestaan. Maar de schrijver Arthur Conan Doyle kon zo goed schrijven, dat veel mensen dachten dat hij wél echt bestond. Sherlock

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten Doortje Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten isbn: 978-90-484-0769-9 nur: 344 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgenomen

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

EEN TEMPELLEIDER KOMT OP BEZOEK BIJ JEZUS

EEN TEMPELLEIDER KOMT OP BEZOEK BIJ JEZUS Bijbel voor Kinderen presenteert EEN TEMPELLEIDER KOMT OP BEZOEK BIJ JEZUS Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: M. Maillot en Sarah S. Vertaald door:

Nadere informatie

Waar in de Bijbel vraagt God aan Abraham om een opmerkelijk offer? Genesis 22. Abraham wordt door God op de proef gesteld!

Waar in de Bijbel vraagt God aan Abraham om een opmerkelijk offer? Genesis 22. Abraham wordt door God op de proef gesteld! Waar in de Bijbel vraagt God aan Abraham om een opmerkelijk offer? Genesis 22 Abraham wordt door God op de proef gesteld! Wat verzoekt God aan Abraham? Genesis 22:2 2 En Hij zeide: Neem toch uw zoon, uw

Nadere informatie

Teksten van Wereldlichtjesdag 12 december 2015. Gedicht: Kaarsenlicht

Teksten van Wereldlichtjesdag 12 december 2015. Gedicht: Kaarsenlicht Teksten van Wereldlichtjesdag 12 december 2015 Gedicht: Kaarsenlicht Omdat ieder lichtje een verhaal is groter dan alle woorden van missen en dood van liefde levensgroot die we ooit spraken en hoorden

Nadere informatie

JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR

JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR Bijbel voor Kinderen presenteert Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul

Nadere informatie

Liturgie voor de gedachtenisdienst op zondag 24 november 2013. God valt mee. De protestantse gemeente van Jubbega en Hoornsterzwaag

Liturgie voor de gedachtenisdienst op zondag 24 november 2013. God valt mee. De protestantse gemeente van Jubbega en Hoornsterzwaag Liturgie voor de gedachtenisdienst op zondag 24 november 2013 God valt mee De protestantse gemeente van Jubbega en Hoornsterzwaag Voorganger: Organist: ds. Piet Hulshof Jan Heins Welkom en het aansteken

Nadere informatie

verzoeking = verleiden om verkeerde dingen te doen dewijl = omdat wederstand doen = tegenstand bieden de overhand behouden= de overwinning behalen

verzoeking = verleiden om verkeerde dingen te doen dewijl = omdat wederstand doen = tegenstand bieden de overhand behouden= de overwinning behalen Zondag 52 Zondag 52 gaat over de zesde bede. Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen. Lees de tekst

Nadere informatie

Liturgie Jeugddienst Nijbroek in samenwerking met de jeugddienstcommissie van Terwolde 19 oktober 2014. Selfie? Ie-self!

Liturgie Jeugddienst Nijbroek in samenwerking met de jeugddienstcommissie van Terwolde 19 oktober 2014. Selfie? Ie-self! Liturgie Jeugddienst Nijbroek in samenwerking met de jeugddienstcommissie van Terwolde 19 oktober 2014 Selfie? Ie-self! Voorganger: Dhr. G.J. Heinen Muzikale medewerking: koor van Groot Schuylenburg uit

Nadere informatie

Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die

Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die Er zit een schat verborgen in jezelf Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die toont hoe het zijn

Nadere informatie

Voor onze broers en zussen met een verstandelijke beperking.

Voor onze broers en zussen met een verstandelijke beperking. Hoe je hier mee om wilt gaan? Zou het in de vorm van een aantal lessen doen Uit het verhaal kun je zelf vragen bedenken voor een bespreking met de catechisanten. Zie dit als een aanzetje Ben ik iets vergeten

Nadere informatie

LITURGIE 2 E PAASDAG 6 APRIL 2015

LITURGIE 2 E PAASDAG 6 APRIL 2015 LITURGIE 2 E PAASDAG 6 APRIL 2015 Samen zingen: Youth for Christ 62 - Heer, U bent mijn leven Heer, U bent mijn leven, de grond waarop ik sta. Heer, U bent mijn weg, de waarheid die mij leidt. Uw woord

Nadere informatie

Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2)

Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2) Zondag 29 Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2) Lees de tekst van Zondag 29 Vraag 78 : Wordt dan uit brood en wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus? Antw : Nee; maar gelijk het water

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

De Dordtse Leerregels

De Dordtse Leerregels De Dordtse Leerregels Hoofdstuk1 Artikel 15 t/m 18 Werkboek 4 Dordtse Leerregels hoofdstuk 1 artikel 15 t/m 18 In werkboek 4 leren we weer iets meer over de Dordtse Leerregels. In dit werkboek gaat het

Nadere informatie

Liederen solozang Prijs: 7,= euro per stuk

Liederen solozang Prijs: 7,= euro per stuk Liederen solozang Prijs: 7,= euro per stuk GEWASSEN IN WATER Inhoud: Vanuit de dopeling gezien een statement dat hij in het watergraf alles wat oud is achter zich laat. Hij weet niet alles, kent nog niet

Nadere informatie

De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht

De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht Lees : Mattheüs 18:21-35 Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was,heeft Hij gelijkenissen verteld

Nadere informatie

Zondag 17 november 2013

Zondag 17 november 2013 Zondag 17 november 2013 aansteken tafelkaarsen lichtlied Stilte Welkom v Onze hulp is in de naam van de Heer a DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT v in de naam van de Heer die de weerstand van de nacht wil

Nadere informatie

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks De kerker met de vijf sloten Crista Hendriks Schrijver: Crista Hendriks Coverontwerp: Pluis Tekst & Ontwerp ISBN: 9789402126112 Crista Hendriks 2014-2 - Voor Oscar... zonder jou zou dit verhaal er nooit

Nadere informatie

Liedteksten Kerstfeest Zondagsschool 2014. Samenzang

Liedteksten Kerstfeest Zondagsschool 2014. Samenzang Liedteksten Kerstfeest Zondagsschool 2014 Samenzang - Komt allen te zamen Komt allen tezamen, jubelend van vreugde, komt nu, o komt nu naar Bethlehem. Ziet nu de Vorst der eng'len, hier geboren, komt laten

Nadere informatie

Boekje over de kerk. voor kinderen van ca. 4 10 jaar gemaakt door de jongste catechisatiegroep

Boekje over de kerk. voor kinderen van ca. 4 10 jaar gemaakt door de jongste catechisatiegroep Boekje over de kerk voor kinderen van ca. 4 10 jaar gemaakt door de jongste catechisatiegroep Over dit boekje Wij hebben op catechisatie wat geleerd over de kerk. Daar willen we je wat over vertellen.

Nadere informatie

Ankie. het meisje uit de bossen van Karoetsja. Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin. blad 1

Ankie. het meisje uit de bossen van Karoetsja. Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin. blad 1 Ankie het meisje uit de bossen van Karoetsja Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin blad 1 In een ver land, wel duizend kilometer hier vandaan, woonde Angelina. Haar moeder noemde

Nadere informatie

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus.

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 1 Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 2 Het verhaal De Goede Week Trouw, Hoop en Spijt Ik wil jullie vandaag vertellen over de Goede Week. Dat

Nadere informatie

Je mag stralen je mag huilen je mag dwalen je mag schuilen je mag vragen je mag dromen je mag klagen je mag komen Hij wacht op jou

Je mag stralen je mag huilen je mag dwalen je mag schuilen je mag vragen je mag dromen je mag klagen je mag komen Hij wacht op jou Je mag stralen je mag huilen je mag dwalen je mag schuilen je mag vragen je mag dromen je mag klagen je mag komen Hij wacht op jou Heb je naar aanleiding van dit dagboek vragen of opmerkingen? Mail me

Nadere informatie

Zondag 12 april 2015 is er om 15 uur een aangepaste gezinsdienst in de Opstandingskerk te Terneuzen. Voorganger: de heer G.A. Slabbekoorn uit Goes

Zondag 12 april 2015 is er om 15 uur een aangepaste gezinsdienst in de Opstandingskerk te Terneuzen. Voorganger: de heer G.A. Slabbekoorn uit Goes LITURGISCHE WERKGROEP VOOR AANGEPASTE GEZINSDIENSTEN Corr. Adr.: Mevr. J. Pelle - Tel. 0115-694737 e-mail: japelle@zeelandnet.nl Dhr. A. Scheele - Tel. 0115-563188 e-mail: ascheele@hetnet.nl THEMA: Zondag

Nadere informatie

De stap tussen u en de genezing

De stap tussen u en de genezing De stap tussen u en de genezing profeet T.B. Joshua Introductie Er is een stap tussen u en het herstel, de genezing, de zegen en redding. Die stap is geloof in Christus. Jezus staat aan de ene kant en

Nadere informatie

1. Als het leven soms pijn doet

1. Als het leven soms pijn doet 1. Als het leven soms pijn doet 1 Als het leven soms pijn doet en de storm gaat tekeer in een tijd van moeite en verdriet. Alsof de zon niet meer opkomt en het altijd donker blijft en de ochtend het daglicht

Nadere informatie

Luisteren naar de Heilige Geest

Luisteren naar de Heilige Geest Luisteren naar de Heilige Geest Johannes 14:16-17 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen,

Nadere informatie

EEN VERWONDERDE BOODSCHAP

EEN VERWONDERDE BOODSCHAP Joh. 4:29 - gehouden op 16092012 - p. 1 EEN VERWONDERDE BOODSCHAP Liturgie Votum en groet Zingen: Psalm 125:1.2 Gebed Schriftlezing; Joh. 4:5-30 Zingen: Liedboek 75:4.5.6 Preek: Joh. 4:29 Zingen: Ps. 36:2.3

Nadere informatie

VOORBEELD-GEBEDEN. Veel succes ermee. Inhoudsopgave

VOORBEELD-GEBEDEN. Veel succes ermee. Inhoudsopgave VOORBEELD-GEBEDEN In deze bundel kan je enkele gebeden vinden die je kan gebruiken tijdens eucharistievieringen. Of als je creatief bent en wat tijd hebt, kan je je door deze gebeden laten inspireren en

Nadere informatie

Kinderdienst: Helden Over David en Goliath.

Kinderdienst: Helden Over David en Goliath. Kinderdienst: Helden Over David en Goliath. Voor de dienst: *Wat is dat, dat is Goliath *Trek je wapenrusting aan *Ik volg de Heer *Groot en machtig zijt Gij 387 *Van A tot Z 241 opwekking voor kids Welkom

Nadere informatie

Jij en jouw diepste drijfveren

Jij en jouw diepste drijfveren Jij en jouw diepste drijfveren blok E - nivo 2 - avond 7 Tijd Wat gaan we doen 19.00 Mentorkwartiertje 19.15 Terugkoppeling en intro 19.25 Bijbelstudie 19.35 Catechismus 19.45 Bijbelstudie Matteus 22 19.55

Nadere informatie

DE HEMEL, GODS PRACHTIGE THUIS

DE HEMEL, GODS PRACHTIGE THUIS Bijbel voor Kinderen presenteert DE HEMEL, GODS PRACHTIGE THUIS Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Lazarus Aangepast door: Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul Geproduceerd door: Bible for

Nadere informatie

Een sterke vrouw (bewerking uit het boek Spreuken)

Een sterke vrouw (bewerking uit het boek Spreuken) Een sterke vrouw (bewerking uit het boek Spreuken) Dag en nacht waakt ze. Haar handen kennen geen rust. Haar ogen gaan rond en zien wat gezien moet worden. Haar oren zijn gespitst en horen wat gehoord

Nadere informatie

HERVORMDE KERK HOOGBLOKLAND

HERVORMDE KERK HOOGBLOKLAND ================================================ LIEDBUNDEL HERVORMDE KERK HOOGBLOKLAND ================================================ De liedbundel is ook te vinden op de website: www.hervormdhoogblokland.nl

Nadere informatie

LES 2. De reus en de steen. Sabbat

LES 2. De reus en de steen. Sabbat Sabbat Doe Leer de powertext. De reus en de steen Denk aan een keer toen je gestuurd werd voor een speciale booodschap. Was het iets dat graag wilde doen of had je er geen zin in? Liep het heel anders

Nadere informatie

Kinderliedboekje Inhoudsopgave

Kinderliedboekje Inhoudsopgave Kinderliedboekje Inhoudsopgave Jezus is de goede herder...2 Hoor de vogels zingen weer...2 Dank U voor deze nieuwe morgen...3 Jezus is geboren...4 Zit je deur nog op slot...4 Dank U voor uw liefde Heer...4

Nadere informatie

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt. Huwelijk Eucharistische gebeden 2. Eucharistisch Gebed XII-b Jezus, onze Weg. Brengen wij dank aan de Heer, onze God. Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil

Nadere informatie

EEN MAN DOOR GOD GESTUURD

EEN MAN DOOR GOD GESTUURD Bijbel voor Kinderen presenteert EEN MAN DOOR GOD GESTUURD Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul

Nadere informatie

Open je hart en verwacht een wonder van Jezus!

Open je hart en verwacht een wonder van Jezus! Open je hart en verwacht een wonder van Jezus! Voordat je het onderstaande gaat doorlezen wil ik je vragen om het onderstaande gebed te bidden: Almachtige God, Schepper van hemel en aarde, ik mag op dit

Nadere informatie

Ooit komt er een dag dat de hemel openbreekt en de doden zullen opstaan. Ooit komt er een dag dat U terug komt op een wolk en dat U kijkt met ogen,

Ooit komt er een dag dat de hemel openbreekt en de doden zullen opstaan. Ooit komt er een dag dat U terug komt op een wolk en dat U kijkt met ogen, Ooit komt er een dag dat de hemel openbreekt en de doden zullen opstaan. Ooit komt er een dag dat U terug komt op een wolk en dat U kijkt met ogen, stralend als de zon Ooit zal het zo zijn dat we leven

Nadere informatie

Bijbel voor Kinderen. presenteert JONA EN DE GROTE VIS

Bijbel voor Kinderen. presenteert JONA EN DE GROTE VIS Bijbel voor Kinderen presenteert JONA EN DE GROTE VIS Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Jonathan Hay Aangepast door: Mary-Anne S. Vertaald door: Erna van Barneveld Geproduceerd door: Bible

Nadere informatie

18. Evangelist in eigen land 19. Onder Jezus zegen Een bereide plaats 20. Water 21. Een gebed om de Heilige Geest Doorwaai mijn hof 22.

18. Evangelist in eigen land 19. Onder Jezus zegen Een bereide plaats 20. Water 21. Een gebed om de Heilige Geest Doorwaai mijn hof 22. Inhoudsopgave Voorwoord 1. Een gebed bij het begin van het nieuwe jaar Ik ben met u 2. Gods hand 3. Zegen Vrede met God 4. In de kerk 5. Is Deze niet de Christus? Deze ontvangt zondaars 6. Echte vrienden

Nadere informatie

KINDEREN VAN HET LICHT

KINDEREN VAN HET LICHT KINDEREN VAN HET LICHT Verteller: Het gebeurde in een donkere nacht, heel lang geleden, dat er herders in het veld waren, die de wacht hielden over hun schapen. Zij stonden net wat met elkaar te praten,

Nadere informatie

De Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 1. Artikel 12 t/m 14. Werkboek 3

De Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 1. Artikel 12 t/m 14. Werkboek 3 De Dordtse Leerregels Hoofdstuk 1 Artikel 12 t/m 14 Werkboek 3 Dordtse Leerregels Hoofdstuk 1 artikel 12 t/m 14 In werkboek 3 gaan we verder met het bespreken van de Dordtse Leerregels. Jullie weten waarom

Nadere informatie

De week van Springmuis.

De week van Springmuis. De week van Springmuis. Vandaag is het verhaal verteld over Springmuis. Het verhaal is afkomstig van een legende van de Noord Amerikaanse vlakte-indianen. Het verhaal gaat over onzekerheid, het verlangen

Nadere informatie

grotesk... er prat op gaan...

grotesk... er prat op gaan... SCHOOLJAAR: 2010-2011 NAAM: ONDERWERP: KLAS: 4 E 4C NR.: VAK: Nederlands DATUM: 13/05/2011 LERAAR: R.Carels 3 e TRIM./SEM. Het vat amontillado, verhaalaspecten, zegswijzen, splitsen in lettergrepen, voegwoorden

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

-23- Geen medelijden

-23- Geen medelijden -22- Graniet Hoeveel keer was de vrachtwagen al gestopt? Innocent was de tel kwijtgeraakt. Telkens als de truck halt hield, werden er een paar jongens naar binnen geduwd. Maar nu bleef de deur van de laadruimte

Nadere informatie

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2 Bladzijde negen, Bladzijde tien, Krijg ik het wel ooit te zien? Ander hoofdstuk, Nieuw begin.. Maar niets, Weer dicht, Het heeft geen zin. Dan probeer ik achterin dat dikke boek. Dat ik daar niet vaker

Nadere informatie