Ik heb mijn leven te danken aan een barmhartige Samaritaan, zoals ze dat noemen: iemand die me zo ijlings uit het brandende wrak trok dat alleen mijn

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ik heb mijn leven te danken aan een barmhartige Samaritaan, zoals ze dat noemen: iemand die me zo ijlings uit het brandende wrak trok dat alleen mijn"

Transcriptie

1 1 Na het ongeluk werd ik minder zichtbaar. Ik bedoel dat niet in de voor de hand liggende betekenis dat ik minder vaak naar feestjes ging en me uit het openbare leven terugtrok. Tenminste, niet alléén. Ik bedoel dat ik na het ongeluk moeilijker waar te nemen was. In mijn herinnering is het ongeluk van een verblindende, duizeligmakende schoonheid geworden: wit zonlicht, een trage boog door de lucht zoals in de achtbaan (altijd al een van mijn favoriete kermisattracties), het gevoel dat mijn lichaam sneller beweegt dan, en tegengesteld aan, het voertuig waar het in zit. Daarna een scherpe knal van versplinterend glas als ik dwars door de voorruit heen de lucht in vlieg, bloedend, bang en nietbegrijpend. In werkelijkheid herinner ik me niets. Het ongeluk gebeurde s nachts tijdens een stortbui in augustus, op een verlaten stuk snelweg tussen velden met maïs en soja, een paar kilometer buiten Rockford, Illinois, mijn geboorteplaats. Ik trapte op de rem, mijn gezicht knalde tegen de voorruit en ik raakte buiten bewustzijn. Zodoende merkte ik niet meer dat mijn auto van de weg raakte, een maïsveld in reed, een paar maal over de kop sloeg, in brand vloog en uiteindelijk explodeerde. De airbags bliezen zich niet op; ik zou daar natuurlijk een gerechtelijk proces over kunnen beginnen, maar aangezien ik mijn riem niet om had mag ik juist blij zijn dat ze zich niet opbliezen, anders was ik waarschijnlijk onthoofd, wat om zo te zeggen een ongeluk bij een ongeluk zou zijn geweest. Het onbreekbare glas van de voorruit hield inderdaad stand toen mijn hoofd ertegenaan knalde, wat de reden is dat ik vrijwel geen littekens heb, hoewel zowat alle botten van mijn gezicht gebroken waren. 11

2 Ik heb mijn leven te danken aan een barmhartige Samaritaan, zoals ze dat noemen: iemand die me zo ijlings uit het brandende wrak trok dat alleen mijn haar verbrand was, me voorzichtig aan de rand van het maïsveld legde, een ambulance belde, nauwkeurig omschreef waar ik lag en vervolgens, met een bescheidenheid die me zowel pervers als on-amerikaans voorkomt, besloot zich stilletjes uit de voeten te maken in plaats van de lof voor zijn moedige optreden in ontvangst te nemen. Een toevallig passerende automobilist die haast had, waarschijnlijk. De ambulance bracht me naar Rockford Memorial Hospital, waar ik werd toevertrouwd aan de zorgen van een zekere dokter Hans Fabermann, een uitzonderlijk bekwaam plastisch chirurg. Toen ik veertien uur later bijkwam, zat dokter Fabermann naast mijn bed: een wat oudere man met een brede, gespierde kaak en toefjes wit haar in zijn oren, hoewel de meeste van deze details me die avond ontgingen omdat ik nauwelijks iets kon zien. Dokter Fabermann legde me op kalme toon uit dat ik geluk had gehad; ik had ribben, een arm en een been gebroken, maar ik had geen noemenswaardig inwendig letsel. Mijn gezicht bevond zich midden in een gouden tijd, zoals hij het zei, voordat de groteske zwellingen zouden komen opzetten. Als hij me meteen opereerde, zou hij mijn ernstige asymmetrie er wel onder krijgen: het feit dat mijn jukbeenderen waren losgeraakt van de bovenkant van mijn schedel en mijn onderkaak van het middelste gedeelte van mijn gezicht. Ik had geen idee waar ik was of wat er met me gebeurd was. Mijn gezicht was gevoelloos, ik zag alles vlekkerig en dubbel en ik had een raar gevoel rond mijn mond, alsof mijn boven en ondergebit niet meer goed op elkaar pasten. Ik voelde een hand op de mijne en het drong tot me door dat mijn zus Grace naast mijn bed zat. Ik merkte dat ze trilde van ontzetting, wat in mij het vertrouwde verlangen opriep om haar te kalmeren: Grace dicht tegen me aan in bed tijdens een onweersbui, de geur van cederhout, natte bladeren... Alles is goed, wilde ik zeggen. Het is een gouden tijd. Als we nu niet opereren, moeten we een dag of vijf, zes wachten tot de zwellingen weer weg zijn, zei dokter Fabermann. Ik probeerde te spreken, iets instemmends te zeggen, maar 12

3 de beweegbare delen van mijn hoofd zaten vast. Ik stootte een sputterend gegorgel uit, als een filmpersonage dat bezwijkt aan een oorlogsverwonding. Daarop deed ik mijn ogen dicht. Maar dokter Fabermann had me kennelijk begrepen, want hij opereerde me diezelfde nacht nog. Na een operatie van twaalf uur waarbij tachtig titanium schroeven in de versplinterde botten van mijn gezicht werden aangebracht om ze bij elkaar te houden; nadat ik over mijn hoofd van oor tot oor was opengesneden, zodat dokter Fabermann mijn voorhoofdshuid kon afrollen om mijn jukbeenderen weer vast te maken aan het bovenste gedeelte van mijn schedel; nadat er insnijdingen in mijn mond waren gemaakt, zodat hij mijn boven en onderkaak weer aan elkaar vast kon maken na elf dagen waarin mijn zus rond mijn ziekenhuisbed fladderde als een teerhartig engeltje terwijl haar man, Frank Jones, aan wie ik een hekel had en die een hekel aan mij had, thuisbleef met mijn twee nichtjes en mijn neefje werd ik uit het ziekenhuis ontslagen. Ik bevond me op een merkwaardig punt in mijn leven. Ik had mijn hele jeugd zitten vlassen op een kans om Rockford, Illinois te ontvluchten en er onmiddellijk gebruik van gemaakt toen die kans zich voordeed. Ik kwam tot verdriet van mijn ouders en mijn zus maar zelden thuis, en de weinige bezoeken die ik bracht waren gehaast, chagrijnig en kort. In wat ik beschouwde als mijn echte leven had ik het feit dat ik uit Rockford kwam verzwegen; als ik al iets over mijn afkomst losliet, vertelde ik dat ik uit Chicago kwam. Maar hoe graag ik na het ongeluk ook terug wilde naar New York om met blote voeten over de zachte witte vloerbedekking te lopen in mijn flat op de vierentwintigste verdieping met uitzicht op de East River, het feit dat ik alleen woonde maakte dat onmogelijk. Mijn rechterbeen en mijn linkerarm zaten in het gips. Mijn gezicht begon net aan de boze fase van de genezing: grote blauwe plekken tot op mijn borstkas, mijn oogwit gruwelijk rood; een opgezwollen kop ter grootte van een basketbal met hechtingen aan de bovenkant (wat al beter was dan de krammen die ze eerst hadden gebruikt). Mijn hoofdhaar was gedeeltelijk afgeschoren, en het haar dat er nog zat was ge- 13

4 schroeid, rook ranzig en viel met plukken tegelijk uit. Van pijn had ik godzijdank geen last; door zenuwbeschadigingen voelde ik vooral beneden mijn ogen vrijwel niets, hoewel ik wel barstende koppijn had. Ik wilde graag bij dokter Fabermann blijven, maar die drong er met de karakteristieke bescheidenheid van iemand uit het Midden-Westen op aan dat ik in New York een gelijkwaardige of betere chirurg zou zoeken. Maar New York is een stad voor de sterken, en ik was zwak, zo vreselijk zwak! Ik sliep bijna continu. Op de een of andere manier klopte het dat ik me aan mijn zwakte overgaf op een plek die ik altijd met slappelingen en nuttelozen had geassocieerd. Zo kwam het dat mijn zus, tot verbijstering van mijn vrienden en collega s in New York en tot haar eigen verdriet, omdat haar man weigerde mij onderdak te verschaffen (wat ik ook niet zou hebben aangenomen), regelde dat ik werd ondergebracht in het huis van een oude vriendin van mijn ouders, Mary Cunningham, die aan Ridgewood Road woonde, net ten oosten van de Rock River, vlak bij het huis waar we opgegroeid waren. Mijn ouders waren al lang geleden naar Arizona verhuisd, waar de longen van mijn vader langzaam werden verteerd door emfyseem en waar mijn moeder was gaan geloven in de kracht van bepaalde merkwaardig gevormde stenen, die ze s nachts als hij sliep op zijn naar adem snakkende borstkas legde. Laat me voor je zorgen, smeekte mijn moeder me door de telefoon; ze had geneeskrachtige zakjes vol kruiden, veren en tanden gemaakt. Nee, zei ik, blijf alsjeblieft bij papa. Ik red me wel. Grace zorgt voor me. Zelfs in mijn hese, onwennige stem hoorde ik een vastbeslotenheid die mij, en ongetwijfeld ook mijn moeder, vertrouwd was. Ik redde me wel. Ik had me altijd in mijn eentje gered. Mevrouw Cunningham was oud geworden, ze was niet meer de vrouw die ik me van vroeger herinnerde, de vrouw die met een bezem de buurtkinderen verjoeg die de goudvissen uit de troebele vijver achter haar huis probeerden te scheppen. De vissen of hun nakomelingen waren er nog steeds, hun witgespikkelde gouden lijven schoten tussen een wirwar van mos en plompenbladeren door. Het huis rook naar stof en dode bloemen, de 14

5 kasten lagen vol met oude hoeden. De levens van de overleden man van mevrouw Cunningham en haar kinderen die ver weg woonden waren nog aanwezig in dat huis, sluimerend op de cederhouten zolder, wat ongetwijfeld de reden was dat zij als oude vrouw die sukkelde met haar heup daar nog steeds woonde en zich die trap op sleepte, terwijl de meesten van haar weduwevriendinnen van de bridgeclub allang naar chique bejaardenflats waren verkast. Ze stopte me in bed in de kamer van een van haar dochters en leek zich te verheugen in deze renaissance van het moederschap; ze bracht me thee en vruchtensap in een babybekertje, deed gebreide wollen sokjes aan mijn voeten en voerde me Gerber-abrikozenpuree, die ik gulzig naar binnen slurpte. Ze liet de jongen die haar gras maaide de tv naar mijn kamer brengen en ging s avonds op het bed naast het mijne liggen in haar gewatteerde peignoir, waar haar waskleurige, blauw dooraderde kuiten onder uitstaken. We keken samen naar het regionale nieuws, waarop ik zag dat zelfs in Rockford de straten beheerst werden door drugsbendes. En dan te bedenken hoe het hier vroeger was, mompelde mevrouw Cunningham onder het kijken, doelend op de jaren na de oorlog, toen zij en haar man Ralph Rockford boven alle andere Amerikaanse plaatsen hadden uitverkoren als ideale plek om te wonen. De welvarendste woonomgeving van het hele land, zo had Roger Babson, een of andere autoriteit uit vroeger dagen, deze plek ooit liefkozend genoemd; Mary Cunningham nam zelfs de moeite een zwaar boekwerk mijn bed op te hijsen en het betreffende citaat met een kromme, trillende vinger aan te wijzen. Ik voelde haar bitterheid, haar walging over de ernstige misrekening die haar in haar eenzaamheid dwong van een plaats te houden waar ze goede herinneringen aan had, maar die ze was gaan verachten. Het duurde vier weken voordat ik het huis verliet om iets meer te doen dan mijn diverse ledematen in Grace auto te hijsen voor bezoeken aan dokter Fabermann en zijn collega dokter Pine, die mijn gebroken botten verzorgde. Toen hij een looppen in het gipsverband van mijn been zette, waagde ik me voor het eerst 15

6 naar buiten, met een zonnebril met zebrastrepen op die Mary Cunningham in de jaren zestig had gedragen, om met Mary aan mijn zijde welgemoed wat door mijn oude buurt te lopen. Ik was niet meer in dit gedeelte van de stad geweest sinds Grace naar de universiteit was gegaan, waarna mijn ouders een kleiner huis hadden gekocht op een stuk land ten oosten van de stad, in de buurt van de snelweg, en ook een paard, Daffodil, waar mijn vader op reed tot hij te kortademig werd. Het was inmiddels eind september ik had de dagen die waren verstreken nauwkeurig bijgehouden, in de hardnekkige overtuiging dat tijd die werd gemeten niet werkelijk verloren was. We liepen in een warm briesje naar het huis aan Brownwood Drive waar ik een paar duizend nachten in bed gelegen had, starend naar een wirwar van iepen die langzaam bezweken aan de iepziekte, waar ik naar lp s van Supertramp had geluisterd in een kelder met oranje vloerbedekking op de betonnen vloer, waar ik in een baljurk voor de spiegel had gestaan terwijl mijn moeder aan de kunstzijden bloemblaadjes frunnikte ondanks dat alles een huis waaraan ik nauwelijks meer had gedacht sinds ik er was weggegaan. Maar daar stond het dan: een plat huis in ranchstijl, bedekt met gele bakstenen die er van de buitenkant tegenaan moesten zijn gemetseld, een frisgroen vierkantje gras dat er als een servetje voor lag. Het huis was zo volkomen hetzelfde als tienduizenden andere huizen in Rockford dat ik Mary Cunningham aankeek en vroeg: Weet u zeker dat dit het is? Ze keek eerst verbaasd en begon toen te lachen, want het schoot haar ongetwijfeld te binnen dat ik op dat moment slechter zag dan zij omdat ik onder de pijnstillers zat. Maar toen we ons weer omdraaiden om door te lopen, herinnerde ik me ineens iets: hoe dit huis tegen de ochtendhemel had afgestoken toen ik ernaartoe sprintte vanaf het huis van mijn beste vriendin Ellen Metcalf, bij wie ik een nacht had gelogeerd. Het gevoel dat ik had toen ik het zag: mijn huis, met daarin alle spullen die ik kende. Die herinnering overviel me alsof ik onverwacht een klap kreeg, of een zoen. Ik knipperde met mijn ogen om ervan bij te komen. De week daarna begaf ik me op krukken naar de Rock River, 16

7 waar een park en een joggerspad zich langs de oostelijke oever slingerden. Ik staarde hongerig naar dat pad, verlangend een bezoek te brengen aan de rozentuin en de eendenvijver die verder noordwaarts lagen, maar wetend dat ik daar niet genoeg kracht voor had. In plaats daarvan belde ik in een telefooncel op het parkeerterrein naast de jeugdherberg mijn antwoordapparaat; mevrouw Cunningham had alleen maar telefoons met draaischijven. Het ongeluk was nu zeven weken geleden, en de melding voor bellers die mijn zus op mijn verzoek op mijn antwoordapparaat had ingesproken en waarin over mijn ongeluk werd verteld zonder te onthullen dat ik niet thuis was als er bij me werd ingebroken, zou dat echt de genadeklap voor me zijn had een stortvloed aan boodschappen van bezorgde vrienden veroorzaakt, die Grace trouwhartig had opgehaald. Maar er stonden er een paar op die ze nog niet had beluisterd. De eerste was van Oscar, mijn agent, die me vanuit een kakofonie van bellende telefoons die me nu volstrekt bizar voorkwam, toeriep: Even een levenstekentje, schat. Bel maar als je de gave des woords weer bezit. Hij had elke dag gebeld, volgens mijn zus. Oscar was gek op me, hoewel het jaren geleden was dat mijn agentschap, Femme, iets substantieels aan me had verdiend. Het tweede telefoontje was van iemand die Anthony Halliday heette en beweerde dat hij privédetective was. Grace had me al eerder twee boodschappen van hem doorgegeven. Ik had nog nooit eerder met een privédetective gepraat en toetste uit pure nieuwsgierigheid zijn nummer in. Met het kantoor van Anthony Halliday. Een beverige, haast kinderlijke vrouwenstem. Geen professionele kracht, dacht ik, een invalster. Hij is er op dit moment niet, zei de vrouw. Kan ik iets doorgeven? Ik gaf haar Mary Cunninghams nummer niet, enerzijds omdat ze een lieve oude vrouw was en niet mijn secretaresse, maar ook omdat er iets pervers en ongepasts school in het idee New York en zijn inwoners te laten binnendringen in het mausoleum dat haar huis was. Ik bel liever zelf terug, zei ik. Wanneer kan ik hem bereiken? 17

8 Ze aarzelde. Kunt u me geen enkel nummer geven? Hoort u eens, zei ik. Als hij me wil... Hij is eh... in het ziekenhuis, zei ze snel. Ik lachte, mijn eerste echte lach na het ongeluk. Ik kreeg er pijn in mijn keel van. Dan kunnen we elkaar de hand schudden, giechelde ik. Jammer dat we niet in hetzelfde ziekenhuis liggen, dan konden we elkaar in de hal ontmoeten. Ze lachte gegeneerd. Ik mocht dat eigenlijk niet zeggen, van dat ziekenhuis. Het is geen schande om opgenomen te zijn, verzekerde ik haar joviaal, zolang het maar niet in een psychiatrische inrichting is. Doodse stilte. Anthony Halliday, een privédetective met wie ik nog nooit een woord had gewisseld, zat in een inrichting. Misschien volgende week? vroeg ze timide. Ik bel volgende week terug. Maar terwijl ik haperend de terugtocht naar het huis van Mary Cunningham aanvaardde, voelde ik hoe het plan al uit mijn gedachten wegzakte, zoals dingen die je je voorneemt terwijl je in slaap valt. Die avond kwam Grace op bezoek. Ze trok een stoel tussen de twee bedden waarop Mary Cunningham en ik ons zoals gewoonlijk hadden genesteld om naar nypd Blue te kijken. Toen een man in een toilet in elkaar werd geslagen tot zijn gezicht bloedde, sloeg Grace haar handen voor haar ogen en vroeg ze me een andere zender op te zetten. Doe het zelf, kaatste ik terug. Ik ben hier de invalide. Sorry, zei ze, en ze liep schaapachtig naar het toestel, een van de laatste ter wereld zonder afstandsbediening. Ik hoor niet degene te zijn die huilt. Je huilt voor ons allebei, zei ik. Het is zo n raar idee dat je onderweg was naar Rockford terwijl ik van niets wist, zei ze tobberig terwijl ze een andere zender zocht. Ze had dat al wel een keer of tien gezegd; kennelijk was ze ervan overtuigd dat ik veilig zou zijn aangekomen als zij maar had geweten dat ik in aantocht was. Hoe vervelend ik het ook 18

9 vond om zo bekritiseerd te worden (en trouwens sowieso om bekritiseerd te worden), ik had toch liever dit dan het onderwerp dat Grace niet durfde aan te snijden: hoe zou ik eruitzien als dit allemaal voorbij was? En hoe zou het mij verder vergaan? Ik wilde je verrassen, zei ik. Tss, en je weet nog steeds niet wat er gebeurd is! zei Mary Cunningham verbaasd. Liep er een beest op de weg, schat, of werd je slaperig? Zou het kunnen zijn dat je eventjes was ingedommeld achter het stuur? Ik weet het niet. Ik weet het niet, zei ik. Om de een of andere reden bedekte ik mijn oren. Ze heeft altijd al een heel slecht geheugen gehad, zei Grace. Dat was waar: mijn geheugen was niet best, en Rockford was de plaats waar ik het allerminste van wist. En toch dreven de verveling en het gedwongen stilzitten me ertoe terug te blikken, op dezelfde onsystematische wijze waarop iemand die in een oud huis opgesloten zit uiteindelijk naar de zolder gaat en een paar dozen omkeert. In enkele ogenblikken kon ik ondergedompeld raken in beelden van Rockford uit mijn vroegste jeugd: een weelderige, zinnelijke wereld van modderig groen gras en heftige onweersbuien, en s winters bergen glinsterende sneeuw. In mijn vroege puberteit had ik voor school een werkstuk gemaakt over de industriële verworvenheden van Rockford; in de openbare bibliotheek las ik over een zelfsluitende bevestiging voor schovenbinders, een breimachine die naadloze sokken maakte, het met olie gesmeerde universele scharnier waarvan ik de toepassing ben vergeten, een leesmeubel dat een combinatie was van boekenkast en bureau, draai en maaimachines en hun onderdelen. Ik herinnerde me dat ik gespannen en verwachtingsvol had zitten lezen, wachtend op het moment dat Rockford triomferend naar voren zou treden, benijd door de gehele industriële wereld. Ik voelde dit glorieuze moment naderen met de uitvinding van de auto, want elf bedrijven uit Rockford hadden auto s ontworpen, en één daarvan, de Tarkington Motor Company, bouwde een prototype dat in de jaren twintig op een autoshow in Chicago enthousiast werd ontvangen. Maar nee: de investeerders trokken zich terug, de auto werd nooit geprodu- 19

10 ceerd, en met deze mislukking begon mijn opwinding te stollen tot iets zwaarders. Rockford zou nooit in de schijnwerpers staan; het bleef gewoon een stad die dingen produceerde als boren, versnellingsbakken, scharnieren, zagen, waterdichte afdichtingen, verstelbare stootranden, bougies, pakkingen diverse accessoires, zoals zulke producten ook wel worden genoemd en landbouwgereedschappen, kortom, saaie, onzichtbare dingen die niemand ter wereld kende en die iedereen koud lieten. Na twee dagen lezen was ik de bibliotheek uit gewankeld, in de lege huls die voor stadscentrum doorging, vanuit ons huis gezien aan de overkant van de rivier, het oude centrum waaruit nagenoeg alle winkels waren weggeconcurreerd door de supermarkten ver ten oosten van de rivier, bij de snelweg. Mijn moeder toeterde vanaf het parkeerterrein aan de overkant van de straat, maar ik bleef een ogenblik stilstaan, omklemde mijn boekentas en liet de kleinheid en uitgemergeldheid van deze vergeten plek van alle kanten tot me doordringen. Rockford was, begreep ik nu, een stad van verliezers, een plaats die nooit ook maar in de verste verte ergens beroemd om was geweest, ondanks het feit dat de bewoners het keer op keer hadden geprobeerd. In een plaats die door mecaniciens met ontzag werd genoemd omdat het universele scharnier er was uitgevonden, wilde ik niet blijven. Dat was mij op mijn twaalfde duidelijk: mijn eerste duidelijke inzicht in mezelf. Ik was níét Rockford, ik was het tegenovergestelde van Rockford, wat dat dan ook mocht zijn. Dit bedacht ik terwijl ik voor de openbare bibliotheek stond. Daarna stak ik de straat over en stapte bij mijn moeder in de auto. Mijn vader was eigenaar van een groothandel in elektrische artikelen; hij was iemand die door muren heen kon breken naar de verborgen bedrading die daarachter zat, die met zijn handen draden vlocht en zorgde dat de lichten aangingen. Als kind had ik magische krachten toegeschreven aan zijn werk en me getooid met halskettingen die hij voor me maakte van bouten, sluitringen en gekleurde draden. Maar na de bibliotheek begon ik alles te bekijken vanuit een andere invalshoek, en de levens van mijn vader en moeder leken ineens klein, degelijk en onbetekenend, te veel beïnvloed door deze stad waar ze hun leven lang hadden 20

11 gewoond. Vanaf dat moment wachtte ik op een kans om te ontsnappen. En Grace klampte zich aan me vast, want ze wist dat ik weg zou gaan en dat zij zou blijven. En nu was ik terug in Rockford, met mijn hoofd vol titanium schroeven die voorzover ik wist hier waren uitgevonden, en ik maakte ruzie met mijn zus over wie de tv op een andere zender moest zetten. Ik vond dit op een duistere manier grappig, een van de kleine ironieën van het lot. De meisjes willen je dolgraag zien, zei Grace, het eeuwige debat over mijn nichtjes nieuw leven inblazend. Mag ik ze een keer meenemen? Ze dénken dat ze me willen zien, zei ik. Kom op, Charlotte, zei ze terwijl ze in mijn hand kneep. Ze zijn gek op je! Nog niet. Niet dat ik Allison en Pammy niet wilde zien. Feitelijk smachtte ik naar de geur van hun warrige haar en de manier waarop ze achteloos tegen me op botsten zoals kinderen dat doen. Maar voor hen was ik de betoverende tante Charlotte, het topmodel dat ze soms met een stralende lach en haar hand op haar heup aantroffen in modecatalogi die ongevraagd door hun brievenbus werden gegooid (want zo diep was ik gezonken) of in het decor van een maandverbandreclame zagen rondscharrelen. Ik was degene die met deodorant leurde in gevaarlijke kermisattracties ( Dit is wat je noemt... stress ), en ook degene die met lieslaarzen aan en zwaaiend met een hengel op hoogdravende toon de voordelen van antischimmelvoetpoeder roemde. Die brunette die als een sprookjesfee op een Buick zat, alsof ze zo uit een boom was gevallen? De vrouw met de bril die blozend vertelde hoe ze tijdens een directievergadering zonder het te willen winden had gelaten? En die andere die haar pukkelige zoon ertoe aanzette extra verrijkte muesli te eten? Dat was ik ook. Het was wel even wat anders dan het luxeleventje waarvan ik ooit had gedroomd. Maar voor mijn nichtjes was ik iemand die onbereikbaar hoog was gestegen. Ik zou ze rustig in me laten geloven, zei ik bij mezelf, en hen niet lastigvallen met mijn huidige afzichtelijkheid. Ik schaamde me om me te vertonen. 21

12 Op een middag ging ik lopend naar de begraafplaats in Cedar Bluffs en liet mijn achterwerk neer op een grafsteen zo dicht mogelijk bij de plek waar ik in mijn herinnering altijd met Ellen Metcalf zat. Ik stak een Merit op, de eerste sinds het ongeluk, daarmee dokter Fabermanns waarschuwing in de wind slaand dat roken de genezing van botten vertraagde. Voor en soms ook na het avondeten gingen Ellen en ik tussen de talloze dode Zweden Olsens, Lofgrens, Larsens of Swensons zoals ik tegen de stenen geleund zitten, en dan rookten we Kools omdat we geloofden dat die hielpen tegen de hitte van de zomer. We praatten over het verliezen van onze maagdelijkheid, of liever het afwerpen ervan, want verliezen klonk alsof het per ongeluk zou gaan, terwijl wij het in een roes van vervoering zouden doen, waarna niets ooit nog hetzelfde zou zijn. Ik probeerde me de klank van Ellens stem te herinneren. Het lukte me niet, het was alsof ze slechts een denkbeeldige vriendin was geweest, een verzonnen projectie van mezelf. Op een keer waren we helemaal van de East High School naar de apotheek naast de Piggly Wiggly gelopen, waar we waren blijven staan op de afdeling met plastic kinderspeelgoed. Toen we elkaar onderzoekend aankeken, ontdekten we dat we geen van beiden wisten wat we daar deden; we waren allebei met de ander meegelopen. Na mijn volgende bezoek aan de dokter vroeg ik Grace langs de East High School te rijden. Een tamelijk imposant gebouw, vond ik nu, groot en mosterdkleurig, met honderden kantelraampjes die het zonlicht naar alle kanten weerkaatsten. Toen ik voor het brede, lege bordes stond, werd ik opnieuw getroffen door een herinnering: hoe ik Ellen Metcalf voor deze school voor het eerst had gezien, een meisje met een olijfkleurige huid en lang zwart haar. Ik had naar haar gekeken zoals ze daar stond, exotisch en alleen, en in haar willen veranderen het gevoel schoot van mijn vingers naar mijn keel. Later had Ellen gezegd: Toen ik je die dag zag, wist ik meteen dat je daar niet hoorde. Het mooiste compliment. Haar vader had een groot bedrijf dat kunstmest maakte en haar moeder was half invalide, opgesloten in een grote verduisterde slaapkamer, waar ze werd verteerd door een ziekte waar- 22

13 van niemand het fijne wist. Ze woonden in een kast van een huis, op slechts een paar straten afstand van mijn veel kleinere huis. Ellen leefde in een toestand van eenzame hoogmoed, alsof ze de laatste nog levende telg van een koninklijke familie was haar broer Moose was het jaar daarvoor vertrokken naar de universiteit van Michigan. Ik kende Moose. Hij was een van die middelbare scholieren wier atletische en romantische uiterlijk meisjes inspireert tot het in hun afwezigheid smachtend reciteren van het tienerequivalent van heldenepossen. Ik had één korte maar spannende ontmoeting met hem gehad toen ik op een zomermiddag bij het oefenen van mijn golfslag op het gazon voor ons huis de kop van een watersproeier had geraakt, waardoor er een fontein van water was neergedaald op een rode open Mustang die toevallig voorbijreed. De bestuurder, een oudere jongen, gebruind en met een smetteloos wit T-shirt aan, stapte uit, schudde het water uit zijn tamelijk lange haar en kuierde over het gras naar me toe als iemand die zich nog nooit van zijn leven had gehaast. Toen ik stotterend mijn excuses maakte, worstelend om de keiharde waterstraal met mijn voet te bedwingen, keek hij onze tuin rond en vroeg: Waar zit de kraan, achter die heg? Draai m even dicht, dan kijk ik ernaar. Toen ik had gedaan wat hij zei, had hij de kop van de watersproeier al gedemonteerd en liet hij de verroeste onderdelen ervan in zijn hand rammelen als dobbelstenen. Doordat hij daar volledig in opging, kon ik hem bestuderen: een charmante, zelfverzekerde jongen wiens aantrekkingskracht op de een of andere manier nog werd versterkt door zijn Neanderthalerhoofd. Twintig minuten later had hij de sproeier gerepareerd, waarna hij naar zijn auto terug slenterde, zwaaide en wegreed. Pas op dat moment kwam een ouder meisje van de overkant op me af gestormd om me buiten adem te vertellen in wiens verheven gezelschap ik me had bevonden. Maar Moose was weggegaan. Ellen was alleen achtergebleven, aan haar lot overgelaten in een stad die ze even waardeloos vond als ik. Al het goede had deze akelige plek verlaten, deze geboorteplaats van maaimachines en kogellagers, en er restte ons niets anders dan ons te storten op de paar opwindende dingen die ons 23

14 nog restten. We praatten over onze lust, waar die precies zat; in onze maag, dachten we, hoewel Ellen zei dat ze hem ook achter in haar mond voelde. In oktober had dokter Pine me bevrijd van de laatste restjes gips. Terwijl Mary Cunningham haar tuin aanharkte, hobbelde ik achter haar aan met een bus met groen vergif waarvan ik de slurf richting ieder onkruidje stak dat ik in het oog kreeg om het een dosis toe te dienen. Rockford was in de greep van tuinafvalzakken met pompoengezichten; op ieder gazon stond minstens één grijnzende oranje zak die uitpuilde van de bladeren. Terwijl ik jacht maakte op onkruid probeerde ik me al mijn pogingen tot seksuele veroveringen gedurende dat jaar met Ellen te herinneren. Jeff Heinz: een verlegen, lange jongen uit de hoogste klas die rugby speelde en alleen al door zijn gracieuze bewegingen opviel tussen de eenvormige massa van de andere spelers. Jeff en ik hadden samen scheikunde, en ik slaagde erin bij practica naast hem te belanden zodat ik dicht bij hem kon staan en zijn pols kon aanraken als we ons samen over maatbekers vol gekleurde vloeistoffen bogen. Niets. Inmiddels had Ellen een vriendje, Michael Ippen, met wie ze het binnenkort dacht te gaan doen. Dus liet ik Jeff Heinz gaan, die vertrok naar Brown University (een ongewone stap voor een jongen uit Rockford). Een paar jaar later hoorden we het choquerende nieuws dat hij een nicht was. Daar zou ik dolgraag met Ellen om gegiecheld hebben, maar toen praatten we al niet meer met elkaar. Benji Gustafsen: een blonde, lieve jongen met deinende buikspieren, die al zijn vaardigheden leek te hebben geconcentreerd in zijn fascinatie voor het repareren van ouderwetse apparaten: blikopeners, broodroosters, stofzuigers. Dat was een zegen voor Benji s vrienden en buren, maar een handicap voor iedereen die een gesprek met hem probeerde te voeren. Maar mijn doel was niet het voeren van gesprekken, en ik werd door Benji in zijn smerige kelderwerkplaats ontmaagd, twee dagen nadat Ellen haar maagdelijkheid had verloren aan Michael Ippen op het doorgezakte bed van diens oudere broer. We veegden allebei sneeuw van een grafsteen en gingen erop 24

15 zitten, met onze donzen anoraks strak om ons heen getrokken in de vroege duisternis. We keken naar het westen, naar de lichten van de snelweg die zich langs de Rock River slingerde. De deken op dat bed kriebelde, zei Ellen. De grond was bezaaid met McDonald s-zakjes, zei ik. Het rook er naar ketchup. Deed het pijn bij jou? Vreselijk. En ik bloedde ook nog. Met al die ketchup, zei ze, is het hem waarschijnlijk niet eens opgevallen. We staken onze laatste Kool op. Ellen liet zich van haar grafsteen glijden en ging op haar rug in de sneeuw liggen. Is dat niet hartstikke koud aan je hoofd? vroeg ik. Jawel, zei ze, maar die sterren. Ik ging naast haar liggen. Ze had gelijk met die sterren. Nadat ik het met Benji had gedaan, had ik me afschuwelijk gevoeld: wie was die jongen die zich als een hond uitrekte tot zijn ruggengraat kraakte? Maar toen had ik aan Ellen gedacht, dat ik het met haar tot in alle details zou bespreken, en het gevoel had zich verzacht tot een soort behaaglijkheid. Marcus Sealander: een getatoeëerde motorrijder onder wiens stoere zwarte leren jack nota bene een dikke buik schuilging. We vreeën staande. Marcus had de akelige gewoonte mijn schouders tegen de muur te duwen alsof hij opgewonden werd van het idee dat hij mijn ruggengraat zou kunnen breken, dus dat bleef bij één keer. Ondertussen deed Ellen het twee keer met Luis Guasto, een vreemde jongen die met een lijmpistool honderden bierblikjes aan de muren van de woonkamer van zijn ouders had bevestigd. Ze vreeën beneden, tussen de bierblikjes, en de eerste keer meende Ellen dat ze heel misschien heel even iets had gevoeld, maar toen liet Louis zich van haar af rollen en stond een paar tellen later luidruchtig te pissen in de wc, dus dat was dat. De tweede keer was nog erger: toen duurde het precies vier minuten. Tom Ashlock. Lenny Bergstrom. Arthur Blixt. Stephen Finn. Tegen de tijd dat het lente werd waren we sletten, mannenvreetsters, even bedreigend voor jongens als voor meisjes op onze 25

16 strooptocht naar iemand die ons kon bevredigen. Toen Moose met Kerstmis thuiskwam, liet Ellen me in de steek om in zijn heilige sfeer te verkeren; een bittere teleurstelling, want ik had erop gerekend ook van de partij te mogen zijn. Drie eenzame weken lang zag ik haar nauwelijks. Toen Moose weer weg was bleef zij futloos achter, maar al spoedig hadden wij onze oude vriendschapsband aangehaald en beraamden we weer samen manieren om te ontsnappen aan de verpletterende banaliteit die ons omringde als de steeds stijgende waterspiegel in de kleine kamertjes waarin helden op de tv het hoofd boven water moeten houden. De straten, de hemel, de miezerige maan. Wat mankeerde die jongens toch? Jongens. We gingen op onze zij liggen en keken elkaar aan tussen de grafstenen. De sneeuw was gesmolten en het papiermaché van de halfvergane bladeren van vorig najaar was tevoorschijn gekomen. Ons daagde een belangrijk inzicht: het probleem was dat het jóngens waren, ze waren te jong, te onervaren om ons te laten voelen wat we verlangden en verdienden te voelen, terwijl mannen, met hun jarenlange ervaring, natuurlijk precies wisten wat ze moesten doen! En het zou niet zo moeilijk zijn om mannen te vinden; meneer Polhill, die Ellen theorieles gaf, leunde voortdurend over haar tafeltje om aan haar haar te ruiken, en wat mij betrof... hoe oud moest hij zijn? Oud, zei Ellen. In de dertig. Er was een man die ik er vorige zomer bij het zwembad op de sportclub op had betrapt dat hij naar me zat te kijken. Een buitenlander, een Fransman, dacht ik, die net zo n strak zwembroekje droeg als de jongens van ons zwemteam. Ik had hem destijds een engerd gevonden, maar nu herzag ik mijn mening: een Fransman, een mán, precies wat ik zocht. Meneer Polhill bood galant aan dat ze met zijn eigen auto konden gaan toen Ellen hem om wat extra praktijklessen na schooltijd vroeg, en eenmaal op weg stelde hij al snel voor een stil weggetje in te slaan. Meer wilde ze niet vertellen. Ze had iets wezenloos over zich dat ik nooit eerder had gezien; ik wachtte vergeefs op haar op de begraafplaats, en toen ik haar op school voor het blok zette weigerde ze details te geven. 26

17 Via een vriendin van mijn moeder die een kennis was van mevrouw Lafant, de vrouw uit Rockford die met de Fransman getrouwd was, was ik er inmiddels in geslaagd op een vrijdagavond als babysitter tot zijn huis door te dringen. Twee stoute kinderen knoeiden met ijs op de strakke, laag uitgesneden jurk die ik speciaal voor meneer Lafant had aangetrokken. Toen hij me na afloop naar huis bracht, schoof ik naar hem toe op de voorbank. Hij verstarde, alsof hij het niet kon geloven. Je bent een heel mooi meisje, fluisterde hij ademloos, met dat prachtige accent. Toen ik nog dichter tegen hem aan schoof streelde hij mijn haar, en ik deed mijn ogen dicht, maar ik deed ze verschrikt weer open toen ik merkte dat meneer Lafant als een gek was gaan rijden. Hij stopte met piepende banden in een zijweg van Spring Creek Road, zette de motor af en deed het licht uit. Eerst zag ik helemaal niets meer, maar toen mijn ogen aan het donker gewend waren zag ik de stijve penis van meneer Lafant, die hulpeloos uit zijn broek kroop als een mol uit een mollengang. Zijn handen, die zo-even nog zachtjes door mijn haar hadden gestreeld, leidden mijn hoofd nu zeer beslist naar beneden. Ik was bang. Het feit dat hij duidelijk haast had maakte het erger; toen ik tegen begon te stribbelen, greep hij mijn hoofd vast en duwde het in de richting van zijn liezen terwijl hij (zag ik) tegelijk op zijn horloge keek, ongetwijfeld berekenend hoeveel tijd hij nog had voor zijn vrouw achterdochtig werd. Een golf van afkeer ging door me heen. Nee! gilde ik. Nee! Nee! Nu raakte mijn werkgever in paniek. Hou je mond, smeekte hij, terwijl hij de leergierige penis wegborg. Hij bracht me onder hardnekkig stilzwijgen en met een nijdig zenuwtrekje op zijn gezicht thuis. Ik sprong uit de auto en hij reed zonder iets te zeggen en met veel misbaar weg; zijn banden gierden door onze rustige straat. Ik was het liefst rechtstreeks naar Ellens huis gehold, maar mijn moeder had de auto gehoord en kwam op pantoffels en in peignoir het vochtige gazon op. Niet aardig van hem, zei ze. Hij had best even kunnen wachten tot je binnen was. De volgende ochtend deed Ellen de achterdeur van haar grote, lege huis voor me open, en met dezelfde onverschillige blik 27

18 die ze al de hele week had ging ze me voor naar boven. In de tvkamer stond Lucy Ball aan. En, heb je het gedaan? vroeg ze zonder haar blik van het scherm af te wenden. Hij wilde niet, zei ik. Hij wilde dat ik hem afzoog. Ellen keek me geïnteresseerd aan. Ik kon het niet, bekende ik. Ik vond het gewoon te walgelijk. Toen kreeg ik ineens een ingeving, en ik vroeg: Wilde meneer Polhill... hetzelfde? Ellen begon te huilen. Ik had haar nog nooit zien huilen, en ik schoof naar haar toe, aarzelend of ik haar moest vasthouden zoals ik Grace vasthield als ze huilde. Ellen was Grace niet. Heb je het gedaan? fluisterde ik. Ik heb het geprobeerd, zei ze, maar na drie seconden... na drie seconden... Nee! t Is niet waar! In mijn mond, snikte ze. Mijn god! Toen moest ik overgeven. Alles zat eronder. Ik zweeg, sprakeloos van de gruwelijkheid van de scène die ze had beschreven, maar tegelijkertijd werkte iets erin onwillekeurig op mijn lachspieren. Mijn mond krulde zich op eigen houtje tot een glimlach, waarna Ellens huilen plotseling omsloeg in lachen, hysterisch lachen, terwijl de tranen nog steeds over haar wangen liepen. Ik lachte nu ook, ik kreeg samen met Ellen de slappe lach totdat ik eveneens in tranen uitbarstte. Hij moet door de grond zijn gegaan, snikte ik. Hij rende zonder om te kijken de wc in en deed de deur dicht, zei ze, en we lagen weer dubbel; later bleek dat we het allebei in onze broek hadden gedaan van het lachen. Nadat we hadden gedoucht, andere kleren hadden aangetrokken en onze spijkerbroeken en slipjes in Ellens wasmachine hadden gestopt, deden we drie blikjes Old Style en een pakje Kools in een plastic zak en gingen naar de begraafplaats. Vergeet die mannen maar, zei Ellen. Ze zijn pervers. De goeien zouden het nooit met ons doen, vulde ik aan. Die doen het alleen met hun eigen vrouw. 28

19 We dronken van het bittere, koude bier. Het was zo warm dat we onze jassen niet meer nodig hadden. We waren fris en schoon, en toch zat ergens binnen in ons ergens ónder ons, leek het wel, tussen de dode Zweden een zwaarte die tastbaar was. De zwaarte van onze verveling, ons ongeduld. Ik weet de oplossing, zei Ellen, maar zonder een spoor van de joligheid waarmee onze eerdere besprekingen gepaard waren gegaan. Nou? Moose. Moose. Die zou, vertelde ze me, binnen een maand terugkomen van de universiteit van Michigan om hier met drie vrienden het begin van de zomervakantie door te brengen. Samen met die vrienden zou hij een paar weken feestvieren en waterskiën om zijn sociale leven wat op te peppen voordat hij als vakantiekracht zou gaan werken in de fabriek van zijn vader. Die vrienden zouden vast en zeker de fraaiste exemplaren zijn die de universiteit van Michigan of welke andere universiteit ook te bieden had. Geen mannen, maar ook geen jongens. Ervaren, maar niet pervers. Maar ondanks de verleidelijkheid en aantrekkingskracht van Ellens broer en de gewijde kring van zijn vrienden maakte alleen de gedáchte aan een nieuwe seksuele onderneming me al doodmoe. Ik was bang dat ik Ellen na Moose terugkeer opnieuw zou kwijtraken, net als met Kerstmis. De eerste zaterdag dat hij thuis was, gluurden we door het gaas van het hek van de sportclub naar de lagergelegen rivier waar Moose en zijn vrienden Marco, Amos en Todd af en toe voorbijstuiterden over het bruinachtige water, aangekondigd door het geloei van Moose motorboot. Zelfs op die afstand was Ellens broer een opvallende verschijning: een beschaafde, atletisch uitziende jongeman in een neongroene zwembroek, en verreweg de beste waterskiër van de vier. Maar hij skiede niet vaak; het liefst vuurde hij de anderen aan vanachter het stuurwiel van de boot. Welke wil jij? Mag ik ook Moose kiezen? 29

20 Ze keek me bevreemd aan en schudde toen zeer beslist haar hoofd. Marco, zei ik beteuterd. Ik neem Todd, zei Ellen, waar ik niets van snapte; hij was de bleekste van de drie, knokig en netjes op de manier waarop mijn vader netjes was. Moose zou die avond naar een feestje gaan in een van de enorme huizen aan National Avenue, net ten noorden van het centrum; wij waren van plan daar ook naartoe te gaan, het ergens in huis met de jongen van onze keuze te doen en elkaar daarna weer bij het zwembad in de sportclub te treffen. Het feestje was teleurstellend gewoon: Tom Petty die de stereo-installatie van een vader teisterde, een horde dronken, luidruchtige jonge mensen, ouder dan onze klasgenoten maar verder vergelijkbaar. Na een tijdje kreeg ik Moose weer in het oog, vlak bij me: hij en een andere jongen waren op de kleverige linoleumvloer van de keuken met zwabbers aan het vechten om een blikje kattenvoer. Moose was een imposante verschijning, met brede schouders die onder zijn witte T-shirt bewogen als de toetsen van een pianola terwijl hij zijn tegenstander het blikje met behendige zwabberbewegingen wist te ontfutselen, zijn onderarmen zongebruind en glanzend; hij was een geslaagde combinatie van schoonheid, schurkachtigheid en een lichte gegeneerdheid. En er was nog iets: een besef bij Moose en alle anderen, een schare bewonderaars die zich verdrong om een glimp van de dwaze vertoning op te vangen, dat hij bijzonder was. Beroemd. Toen Moose ons Ellen zag, staakte hij het spel. Hé zus, zei hij terwijl hij de zwabber wegzette en een arm om haar schouders sloeg. Zo zag Ellen er veel kinderlijker uit, met een soort minzame afstandelijkheid die ik me niet van haar had kunnen voorstellen. De mensen groepten om haar heen, en ik keek jaloers en gefascineerd toe. Later stortten Ellen en ik ons, op een terras dat baadde in licht dat talloze insecten aantrok, met een nonchalance die aan roekeloosheid grensde op Moose vrienden. Moose wierp doordringende blikken in mijn richting, maar naarmate het feest vorderde verloor hij ons uit het oog. Uiteindelijk slopen Marco 30

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan. Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een

Nadere informatie

Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

Elke miskraam is anders (deel 2)

Elke miskraam is anders (deel 2) Elke miskraam is anders (deel 2) Eindelijk zijn we twee weken verder en heb ik inmiddels de ingreep gehad waar ik op zat te wachten. In de tussen tijd dacht ik eerst dat ik nu wel schoon zou zijn, maar

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen.

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen. 9-12 jaar De villa van Spoek De villa van Spoek was een grote villa aan de Tapijtweg nummer elf in het stadje Sonsbeek. Het huis stond aan een brede rivier en had een lange oprijlaan van glimmende witte

Nadere informatie

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost. Sherlock Holmes was een beroemde Engelse privédetective. Hij heeft niet echt bestaan. Maar de schrijver Arthur Conan Doyle kon zo goed schrijven, dat veel mensen dachten dat hij wél echt bestond. Sherlock

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker klaagde nooit. Hij was te arm om vlees te kopen. Elke

Nadere informatie

Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn

Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn Oom Remus bron. Z.n., z.p. ca. 1950 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/remu001twee01_01/colofon.php 2010 dbnl / erven J.C. Harries 2 [Het

Nadere informatie

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug.

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug. Het DOC Ik kruip in één van de buikpijn terwijl ik in bed lig. Mijn gedachten gaan uit naar de volgende dag. Ik weet wat er die dag staat te gebeuren, maar nog niet hoe dit zal uitpakken. Als ik hieraan

Nadere informatie

Het lam. Arna van Deelen

Het lam. Arna van Deelen Het lam Arna van Deelen Hij leunde vermoeid op zijn staf, starend over de eindeloze velden. De kudde lag verspreid onder de bomen, die op deze tijd van de dag voor wat schaduw zorgden. Hij legde zijn hand

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

De beslissing. Aan mij zal het niet liggen, antwoordde Jens. Maar jij

De beslissing. Aan mij zal het niet liggen, antwoordde Jens. Maar jij De beslissing De winter daarvoor was de beslissing gevallen. We zaten met een glas wijn bij mijn ouders in de woonkamer en vertelden over Kreta, en ook dat we van plan waren naar Zuid- Duitsland te verhuizen.

Nadere informatie

Het verhaal van. de bomen

Het verhaal van. de bomen Het verhaal van de bomen 24 Mr finney liep fluitend het bos in. Hij snoof een paar keer heel diep. Niets ruikt lekkerder dan een bos waar het net geregend heeft! Pinky Pepper zou het hier vast mooi vinden.

Nadere informatie

HETTY LUITEN. Voorbij de einder. GROTE LETTER BIBLIOTHEEK deventer

HETTY LUITEN. Voorbij de einder. GROTE LETTER BIBLIOTHEEK deventer HETTY LUITEN Voorbij de einder GROTE LETTER BIBLIOTHEEK deventer 1 Ja, dit is m! dacht Ankie. Dit is de pagina die ik zocht. Ze wipte van enthousiasme met haar stoel op en neer en keek vol belangstelling

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard.

Nadere informatie

www.queridokinderboeken.nl

www.queridokinderboeken.nl www.queridokinderboeken.nl Copyright 2013 Joke van Leeuwen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten.

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten. Helaas Wanneer besloot Bert om Lizzy te vermoorden? Vreemd. Hij herinnert zich het niet precies. Het was in ieder geval toen Lizzy dat wijf leerde kennen. Dat idiote wijf met haar rare verhalen. Bert staat

Nadere informatie

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen En zei: vandaag word mevr. Catharina 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Geven. Ja maar wat zei Tom. Umm wacht ik Weet het zei Cato een herinnering.

Nadere informatie

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks De kerker met de vijf sloten Crista Hendriks Schrijver: Crista Hendriks Coverontwerp: Pluis Tekst & Ontwerp ISBN: 9789402126112 Crista Hendriks 2014-2 - Voor Oscar... zonder jou zou dit verhaal er nooit

Nadere informatie

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice.

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice. Alice ligt in bed. Heel langzaam wordt ze wakker. Haar lichaam ontspannen, haar hoofd leeg. De vertrouwde geur van haar man Jules hangt in de slaapkamer. Een geur van alcohol, nootmuskaat en oude man.

Nadere informatie

Suzanne Peters. Blijf bij me! liefdesroman

Suzanne Peters. Blijf bij me! liefdesroman Suzanne Peters Blijf bij me! liefdesroman Hoofdstuk 1 Katja belde aan bij het huis. Ze vond het toch wel erg spannend. Het was de tweede keer dat ze op visite ging bij de hondenfokker en deze keer zou

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

GAAT ER OP UIT. Balder

GAAT ER OP UIT. Balder Balder GAAT ER OP UIT H et was die ene nacht van het jaar dat de tijd stil lijkt te staan voor het merendeel van de mensen, maar voor EEN persoon ging die nog altijd veel te snel. Er was nooit genoeg tijd

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie

Pannenkoeken met stroop

Pannenkoeken met stroop Pannenkoeken met stroop Al een maand lang zegt Yvonne alleen maar nee. Heb je je best gedaan op school? Nee. Was het leuk? Nee. Heb je nog met iemand gespeeld? Nee. Heb je lekker gegeten? Nee. Heb je goed

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie

H O O F D S T U K E E N Winterkind

H O O F D S T U K E E N Winterkind H O O F D S T U K E E N Winterkind A dara hield het meest van de winter, want als de wereld koud werd, kwam de ijsdraak. Ze wist niet helemaal zeker of de kou de ijsdraak meebracht, of de ijsdraak de

Nadere informatie

De gelukkige olifant

De gelukkige olifant De gelukkige olifant Voor Geesje, Mats, Rinke en Samuel Youp van t Hek De gelukkige olifant TEKENINGEN GEORGIEN OVERWATER Leopold / Amsterdam Eerste druk 2011 2011 tekst: Youp van t Hek Omslag en illustraties:

Nadere informatie

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets. Stomme trutten Kijk, die stomme trutjes zijn er weer. Kelly wijst naar buiten. Sanne kijkt nieuwsgierig uit het raam. Voor het huis aan de overkant staan twee meisjes. Meisjes met blonde paardenstaartjes.

Nadere informatie

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De afgelopen weken was het niet zo leuk bij Pim thuis. Zijn moeder lag de hele dag in bed. Ze stond niet meer op, deed geen boodschappen

Nadere informatie

rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005

rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005 rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005 Provided by Fanart Central. http://www.fanart-central.net/stories/user/fightgirl91/21803/rijm Chapter 1 - rijm 2 1 - rijm Gepaard

Nadere informatie

!!!!! !!!!!!!!!!!! Uit: Glazen Speelgoed (Tennesse Williams)! (zacht) Hallo. (Ze schraapt haar keel)! Hoe voel je je nu? Beter?!

!!!!! !!!!!!!!!!!! Uit: Glazen Speelgoed (Tennesse Williams)! (zacht) Hallo. (Ze schraapt haar keel)! Hoe voel je je nu? Beter?! Uit: Glazen Speelgoed (Tennesse Williams) Jim Laura Jim Laura Jim wijn aan) Laura Hallo Laura (zacht) Hallo. (Ze schraapt haar keel) Hoe voel je je nu? Beter? Ja. Ja, dankje. Dit is voor jou. Een beetje

Nadere informatie

't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail.

't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail. 't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail.com Het aapje en de sleutels Er was eens een man en die had de sleutels

Nadere informatie

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze.

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze. 1 Ik wou dat ik een vriendje had. Ik wou dat hij in mijn kast zat. Dan kon ik hem tevoorschijn halen wanneer ik maar wilde. Hij zou naar me kijken alsof ik mooi ben. Zwijgend. Hij zou zijn leren jack uittrekken

Nadere informatie

LES 10. Sluipaanval. Doe Lees 1 Samuël 24.

LES 10. Sluipaanval. Doe Lees 1 Samuël 24. LES Sluipaanval Ben je wel eens gepest? Is er iemand die altijd vervelend tegen jou doet? Heb je ooit geprobeerd om die persoon terug te pakken? (Zie 1 Samuël 24; Patriarchen en Profeten, blz. 603-615)

Nadere informatie

TONEELSTUK Hoe Zebra aan zijn strepen komt. Een Afrikaanse fabel over een onverstoorbare grazende zebra.

TONEELSTUK Hoe Zebra aan zijn strepen komt. Een Afrikaanse fabel over een onverstoorbare grazende zebra. TONEELSTUK Hoe Zebra aan zijn strepen komt. Een Afrikaanse fabel over een onverstoorbare grazende zebra. AKTE I Scène 1 Op een open grasvlakte in Afrika zijn dieren aan het grazen. Een zebra, twee antilopen,

Nadere informatie

De man van gospelzangeres Annemieke Koelewijn is vorig jaar overleden aan kanker. Als jonge vrouw, zonder kinderen, blijft zij alleen achter.

De man van gospelzangeres Annemieke Koelewijn is vorig jaar overleden aan kanker. Als jonge vrouw, zonder kinderen, blijft zij alleen achter. De man van gospelzangeres Annemieke Koelewijn is vorig jaar overleden aan kanker. Als jonge vrouw, zonder kinderen, blijft zij alleen achter. 22 Tekst hilde tromp Beeld Eljee Styling en visagie Marianne

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan. LESBRIEF Binnenkort gaan jullie met jullie groep naar de voorstelling Biggels en Tuiten Hieronder een aantal tips over hoe je de groep goed kan voorbereiden op de voorstelling. VOOR DE VOORSTELLING Vertel

Nadere informatie

Samenvatting Mensen ABC

Samenvatting Mensen ABC Samenvatting Mensen ABC Week 1ABC: Wie zijn wij? Info: Wie zijn wij mensen Mensen zijn verschillend. Iedereen is anders, niemand is hetzelfde. Dat noem je uniek. Een mens heeft een skelet van botten. Daarom

Nadere informatie

Kom jij ook uit een ei?

Kom jij ook uit een ei? Kom jij ook uit een ei? Er was eens een prachtig bos. Er groeiden de hoogste bomen en allerlei prachtige bloemen. Er was een vijver en een groot grasveld, waar je lekker kon spelen. Maar om het bos stond

Nadere informatie

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al Hoofdstuk 1 Echt? Saartjes mond viel open van verbazing. Maar dat is supergoed nieuws! Ze sloeg haar armen om haar vriendin heen. Waaah, helemaal te gek. We gaan naar Frankrijk. Zon, zee, strand, leuke

Nadere informatie

MARIAN HOEFNAGEL. De nieuwe buurt. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren

MARIAN HOEFNAGEL. De nieuwe buurt. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren MARIAN HOEFNAGEL De nieuwe buurt Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 1 4 Een nieuw huis Dit is nu ons nieuwe huis. De auto stopt en Kika s vader wijst trots naar het huis rechts. Kika kijkt. Het is een rijtjeshuis

Nadere informatie

Myriam Coppen. Chucky. en de tijdpoort naar Feeënrijk

Myriam Coppen. Chucky. en de tijdpoort naar Feeënrijk Myriam Coppen Chucky en de tijdpoort naar Feeënrijk Hallo, leuk dat je mijn boek leest. Ik ben een uil en ik schrijf over mijn avonturen. Vandaag beleef ik een nieuw avontuur. Lees je mee? Groetjes Chucky.

Nadere informatie

Uitgeverij Eenvoudig Communiceren / Lezen voor Iedereen www.eenvoudigcommuniceren.nl www.lezenvooriedereen.be

Uitgeverij Eenvoudig Communiceren / Lezen voor Iedereen www.eenvoudigcommuniceren.nl www.lezenvooriedereen.be De kloof Uitgeverij Eenvoudig Communiceren / Lezen voor Iedereen www.eenvoudigcommuniceren.nl www.lezenvooriedereen.be De kloof is het eerste deel in de spannende, twintigdelige reeks BoekenBoeien. In

Nadere informatie

Plakzijde Schutblad links Schutblad rechts Ziek Eerder verscheen: Niks zeggen! Bekroond met een Vlag en Wimpel 2008 www.gideonsamson.nl www.leopold.nl Gideon Samson Ziek Leopold / Amsterdam Voor Jolijn,

Nadere informatie

H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 LEOPOLD / AMSTERDAM

H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 LEOPOLD / AMSTERDAM H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 V E R B E E L D D O O R T E D V A N L I E S H O U T LEOPOLD / AMSTERDAM KAATJE KOE 1 Ik ben het zat! Wat doe ik hier!

Nadere informatie

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Joep ligt in bed. Hij houdt zijn handen tegen zijn oren. Beneden hoort hij harde boze stemmen. Papa en mama hebben ruzie. Papa en mama hebben vaak ruzie. Ze denken

Nadere informatie

Merel van Groningen. En plotseling ben je van hem

Merel van Groningen. En plotseling ben je van hem Merel van Groningen En plotseling ben je van hem Voor het eerst sinds we vriendinnen waren, gingen Anne en ik na schooltijd niet naar de paarden. We zouden naar iemand toe gaan die vier honden had. Vier

Nadere informatie

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen. De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.

Nadere informatie

GEVONDEN? STUUR MIJ EEN MAILTJE

GEVONDEN? STUUR MIJ EEN MAILTJE GEVONDEN? STUUR MIJ EEN MAILTJE.. 1 Pippi Langkous en haar vrienden... 4 Doolhof... 6 Pippi is dingenzoeker en krijgt ruzie (verhaal)... 7 Dingenwoordzoeker...11 Pippi gaat naar school (strip)...12 Ganzenborden

Nadere informatie

Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die

Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die Er zit een schat verborgen in jezelf Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die toont hoe het zijn

Nadere informatie

0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1

0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1 Zwanger Ik was voor het eerst zwanger. Ik voelde het meteen. Het kon gewoon niet anders. Het waren nog maar een paar cellen in mijn buik. Toch voelde ik het. Deel 1 0-3 maanden zwanger Veel te vroeg kocht

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

binnenkort in dit theater

binnenkort in dit theater binnenkort in dit theater Eerste druk oktober 2014 Copyright 2014 ester naomi perquin, rotterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt.

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt. Manon De muziek dreunt in haar hoofd, haar maag, haar buik. Manon neemt nog een slok uit het glas dat voor haar staat. Wat was het ook alweer? O ja, rum-cola natuurlijk. Een bacootje noemen de jongens

Nadere informatie

schaduw daar waar de eenzaamheid wacht woorden die 'k overdag niet goed kan vinden fluister ik elke nacht jouw hand even op de mijne mijn stem als

schaduw daar waar de eenzaamheid wacht woorden die 'k overdag niet goed kan vinden fluister ik elke nacht jouw hand even op de mijne mijn stem als Rob De Nijs, Roman Rob de Nijs Roman Liefde is niet voor mij Als je weg wilt ga dan maar gauw ik had gehoopt dat ik tot rust kwam bij jouw maar misschien is het waar wat je zei jij bent het niet voor mij

Nadere informatie

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer Sander Kloet koud zo voelt het hier. kil ik weet niet waar het vandaan komt het is geen kou. het is angst. angst voor de wereld angst voor de dag van morgen bang dat we dingen vergeten bang dat we dingen

Nadere informatie

Filmverslag Nederlands Pay It Forward

Filmverslag Nederlands Pay It Forward Werkstuk Scholieren.com Filmverslag Nederlands Pay It Forward Someone A Basis Titel: Pay it forward. Regisseur: Mimi Leder. Personen: Trevor is de hoofdpersoon, maar Arlene en Eugene zijn ook heel belangrijk.

Nadere informatie

Laura zelf heeft bijna nooit ruzie met haar moeder. De moeder van Laura komt uit Peru. Yasmina vindt haar lief, zacht en zorgzaam.

Laura zelf heeft bijna nooit ruzie met haar moeder. De moeder van Laura komt uit Peru. Yasmina vindt haar lief, zacht en zorgzaam. 1. Yasmina doet het tuinhekje achter zich dicht. Hoe kan ze zo stom zijn niet aan de verjaardag van haar moeder te denken? Haar moeder blijft woedend achter. Yasmina voelt zich even rot, maar na drie stappen

Nadere informatie

Weer loop ik door de draaideur van het Lucasziekenhuis.

Weer loop ik door de draaideur van het Lucasziekenhuis. 1 Weer loop ik door de draaideur van het Lucasziekenhuis. Dat is nu al de derde keer in een paar dagen. We moeten vandaag op de eerste verdieping zijn, kamer 105. Mevrouw dr. W.H.F. Scheltema, internist,

Nadere informatie

Andrea Voigt. Augustus in Parijs. Uitgeverij De Geus

Andrea Voigt. Augustus in Parijs. Uitgeverij De Geus Andrea Voigt Augustus in Parijs Uitgeverij De Geus I Loretta deed de deur open. Ze was op haar pantoffels. De roze lippenstift klonterde een beetje om haar mond en haar ogen waren zwartomlijnd. - Dat is

Nadere informatie

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen Geloven, wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen pagina 10 Hoe is de wereld ontstaan? pagina 26 Waarom bestaat de mens? pagina 42 Wat is geloven? pagina 58 Wie is God? pagina 74 Waarom heeft

Nadere informatie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Jezus was moe. Hij had het helemaal gehad. Het begon er allemaal mee toen sommige van de schiftgeleerden zagen hoe wij, zijn leerlingen, een stuk brood

Nadere informatie

De woonkamer. Er staan veel dozen in de woonkamer, er staat een bank en een kast die half in elkaar gezet is.

De woonkamer. Er staan veel dozen in de woonkamer, er staat een bank en een kast die half in elkaar gezet is. SAMENWONEN 1. EXT. ROND HET HUIS - DAG Rond het huis. Judith en Peter zijn aan het verhuizen, er staat een verhuiswagen voor het huis. Judith en Peter lopen vaak heen en weer met dozen. Ze lachen naar

Nadere informatie

IK BEN TROTS OP MIJN SNOR!

IK BEN TROTS OP MIJN SNOR! IK BEN TROTS OP MIJN SNOR! Op een ochtend was ik heerlijk op mijn gemak aan het werk op mijn kantoor... Ja, mijn kantoor. Jullie weten toch waar dat is, of niet? Wat? Dat weten jullie niet? Echt niet?

Nadere informatie

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag.

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag. vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof ouplet Brandweerman Intro D7 G man, Refrein brand -weer - man. Red die kat, Brand-weer Œ Œ Œ G Œ Ó als je kan. Zet je lad - der neer en draag snel

Nadere informatie

-23- Geen medelijden

-23- Geen medelijden -22- Graniet Hoeveel keer was de vrachtwagen al gestopt? Innocent was de tel kwijtgeraakt. Telkens als de truck halt hield, werden er een paar jongens naar binnen geduwd. Maar nu bleef de deur van de laadruimte

Nadere informatie

NieuwsBrief nr.1, 2014 Naar Binnen

NieuwsBrief nr.1, 2014 Naar Binnen NieuwsBrief nr.1, 2014 Naar Binnen Beste lezer, Het thema van deze nieuwsbrief is verbinding. De winter is de tijd om het donker weer met het licht te verbinden. Er komt letterlijk meer licht. In verbinding

Nadere informatie

Voor Cootje. de vuurtoren

Voor Cootje. de vuurtoren Voor Cootje de vuurtoren De Koos Meinderts vuurtoren Lemniscaat & Annette Fienieg Nederlandse rechten Lemniscaat b.v. Rotterdam 2007 isbn 978 90 5637 909 4 Tekst: Koos Meinderts, 2007 Illustraties: Annette

Nadere informatie

Gedichten en korte spreuken voor rouwbrieven en dankkaartjes.

Gedichten en korte spreuken voor rouwbrieven en dankkaartjes. Gedichten en korte spreuken voor rouwbrieven en dankkaartjes. Rust nu maar uit, je hebt je strijd gestreden. Je hebt het als een moedig man gedaan. Wie kan begrijpen hoe je hebt geleden en wie kan voelen,

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

De meeuwen van de Afsluitdijk

De meeuwen van de Afsluitdijk De meeuwen van de Afsluitdijk Eerste druk, oktober 2011 2011 Ellen D. IJzendoorn Kleuringbewerking cover: Kasper Smoolenaars ISBN: 978-90-484-9016-5 NUR: 277 Uitgever: Literoza, Zoetermeer www.literoza.nl

Nadere informatie

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken.

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken. Spekkoek Oma heeft de post gehaald. Er is een brief van de Sociale Werkplaats. Snel scheurt ze hem open. Haar ogen gaan over de regels. Ze kan het niet geloven, maar het staat er echt. Igor mag naar de

Nadere informatie

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht. 1. Joris Hé Roos, fiets eens niet zo hard. Roos schrikt op en kijkt naast zich. Recht in het vrolijke gezicht van Joris. Joris zit in haar klas. Ben je voor mij op de vlucht?, vraagt hij. Wat een onzin.

Nadere informatie

Het Verloren Ei. Geschreven door. Judie McEwen www.rogueartistsspeak.blogspot.com. Illustraties van. Dick Rink www.blog.dickrink.

Het Verloren Ei. Geschreven door. Judie McEwen www.rogueartistsspeak.blogspot.com. Illustraties van. Dick Rink www.blog.dickrink. Het Verloren Ei Geschreven door Judie McEwen www.rogueartistsspeak.blogspot.com Illustraties van Dick Rink www.blog.dickrink.nl Copyright 2011 Uil was net wakker geworden uit zijn dagelijkse middag dutje,

Nadere informatie

Bas. Ze doet haar agenda open. Vandaag ziet ze Bas elk lesuur.

Bas. Ze doet haar agenda open. Vandaag ziet ze Bas elk lesuur. Verkeerde naam Hoef je nog niet naar school? Britt zucht. Ik heb het eerste uur vrij. Altijd op woensdag. Het is al maart. Haar vader kent haar lesrooster nog steeds niet. Ook Inge kijkt verbaasd naar

Nadere informatie

Vlinder en Neushoorn

Vlinder en Neushoorn Vlinder en Neushoorn Hoi, zei Vlinder. Hoi, zei Neushoorn, hoewel hij meestal niets zei. Maar hij was in een goede bui. Vlinder streek neer op de hoorn van Neushoorn en leek erg zenuwachtig. Hoi! zei Vlinder

Nadere informatie

Voorwoord. Veel leesplezier! Liefs, Rhijja

Voorwoord. Veel leesplezier! Liefs, Rhijja Voorwoord Verliefd zijn is super, maar ook doodeng. Want het kan je heel onzeker maken. En als het uiteindelijk uitgaat, voel je je intens verdrietig. In dit boek lees je over mijn liefdesleven, de mooie,

Nadere informatie

DE INBREKER Rikus Koops 2014

DE INBREKER Rikus Koops 2014 DE INBREKER Rikus Koops 2014 In de dagen dat ik nog een jongeman was, werd ik geregeld wakker in een vreemd bed of op een onbekende bank. Na verloop van tijd had ik er een gewoonte van gemaakt om na het

Nadere informatie

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen.

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen. Een klein gesprekje met God Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen. God lachte breed. Dat is waar!, zei God. Jij bent ook het licht.

Nadere informatie

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij. Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.

Nadere informatie

Elena Ferrante. De geniale vriendin. Jeugd, puberteit. wereldbibliotheek amsterdam

Elena Ferrante. De geniale vriendin. Jeugd, puberteit. wereldbibliotheek amsterdam Elena Ferrante De geniale vriendin Jeugd, puberteit wereldbibliotheek amsterdam Vertaald uit het Italiaans door Marieke van Laake Omslagontwerp Karin van der Meer Omslagillustratie Herman Wouters/Hollandse

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 8 Verhalen van Jezus. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 8 Verhalen van Jezus. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 8 Verhalen van Jezus Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 8 blz. 1 Verhalen van Jezus Jezus vertelde verschillende

Nadere informatie

Ik moet Claire nu niet aankijken. Wij kennen elkaar te goed. Mijn ogen zouden me verraden.

Ik moet Claire nu niet aankijken. Wij kennen elkaar te goed. Mijn ogen zouden me verraden. 1. We gaan eten in een restaurant. Serge heeft gereserveerd; dat doet híj altijd. Het is zo n restaurant waar je drie maanden van tevoren moet bellen. Of nog langer. Serge belt nooit drie maanden van tevoren.

Nadere informatie

Verliefd zijn is dat je iemand meer dan aardig vindt, eigenlijk véél meer dan aardig.

Verliefd zijn is dat je iemand meer dan aardig vindt, eigenlijk véél meer dan aardig. Verliefd Savannah (11) Verliefd zijn is dat je iemand meer dan aardig vindt, eigenlijk véél meer dan aardig. Massimo (11) Dat je iemand ziet die je heel mooi vindt. Dan wil je gewoon bij haar zijn. Misschien

Nadere informatie

Het huis Anubis - Hoofdstuk 1

Het huis Anubis - Hoofdstuk 1 Het huis Anubis - Hoofdstuk 1 Het is 7 uur in de ochtend. Het is een dag nadat Nienke de traan van Isis aan Anchesenamon had gegeven. Nienke was al vroeg wakker, want ze kon niet meer slapen. Ze had weer

Nadere informatie

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Eerste druk 2015 R.R. Koning Foto/Afbeelding cover: Antoinette Martens Illustaties door: Antoinette Martens ISBN: 978-94-022-2192-3 Productie

Nadere informatie

Ankie. het meisje uit de bossen van Karoetsja. Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin. blad 1

Ankie. het meisje uit de bossen van Karoetsja. Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin. blad 1 Ankie het meisje uit de bossen van Karoetsja Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin blad 1 In een ver land, wel duizend kilometer hier vandaan, woonde Angelina. Haar moeder noemde

Nadere informatie

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco. 1 Het portiek Jacco ruikt het al. Zonder dat hij de voordeur opendoet, ruikt hij al dat er tegen de deur is gepist. Dat gebeurt nou altijd. Zijn buurjongen Junior staat elke avond in het portiek te plassen.

Nadere informatie

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis. Weer naar school Kim en Pieter lopen het schoolplein op. Het is de eerste schooldag na de zomervakantie. Ik ben benieuwd wie onze mentor * is, zegt Pieter. Kim knikt. Ik hoop een man, zegt ze. Pieter kijkt

Nadere informatie

Neus correctie 2012. Aanleiding. Intake gesprek. Stap 1: Wat gaan we doen

Neus correctie 2012. Aanleiding. Intake gesprek. Stap 1: Wat gaan we doen Neus correctie 2012 Aanleiding Al een tijdje heb ik last van mijn neus. Als kind van een jaar of 5 kreeg ik een schep tegen mijn neus, wat er waarschijnlijk voor heeft gezorgd dat mijn neus brak. Als kind

Nadere informatie

En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand

En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand van heb. De vorige keer zei ik dat de nieuwe broek

Nadere informatie