ZITTING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ZITTING 1957 1958 4742"

Transcriptie

1 ZITTING Regelen ter bevordering van hel sparen door jeugdige personen (Jeugdspaarwet) VOORLOPIG VERSLAG Nr. 4 (De vroegere stukken zijn gedrukt in de zitting ) De vaste Commissie voor Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, in welker handen het onderhavige ontwerp van wet is gesteld, heeft in het Voorlopig Verslag betreffende afdeling VIII van hoofdstuk V opgemerkt, dat het doelmatiger zou zijn de onderwerpen, welke bij de bezitsvorming aan de orde zijn, tegelijk met het onderhavige ontwerp Jeugdspaarwet te behandelen (rijksbegroting voor het dienstjaar 1958, hoofdstuk V, nr. 8, blz. 1). Zij zal daarom thans haar verslag aanvangen met de algemene beschouwingen over de bezitsvorming, waarop die betreffende het ontwerp Jeugdspaarwet zullen volgen., Bezitsvorming Vrij algemeen had men met grote belangstelling kennis genomen van de beschouwingen, welke de Minister en de Staatssecretaris in de Memorie van Toelichting op hoofdstuk V van de rijksbegroting 1958 aan de bezitsvorming hebben gewijd. Nu met de indiening van het ontwerp Jeugdspaarwet door de Regering uitvoering wordt gegeven aan het eerste der drie programmapunten, welke zij zich op dit terrein het vorige jaar had gesteld, meenden vele leden nog eens te moeten uiteenzetten, wat zij met een uitbreiding van de mogelijkheden tot bezitsvorming beoogden. Zij stelden zich voor, mede door bezitsvorming te komen tot een sociaal aanvaardbare reconstructie van de maatschappij binnen de organisatievorm, welke zij thans heeft en welke getypeerd wordt door de vrijheid van het economisch handelen. Als uitgangspunt meenden Zij te mogen stellen, dat de bestaande economische orde als verschijningsvorm heeft de in hoofdzaak ondernemingsgewijze produktie en dat in beginsel ieder mens - binnen bepaalde redelijke grenzen vrij is over zijn arbeidskracht, zijn inkomen en zijn vermogen te beschikken. Hiervan uitgaande, meenden zij tot een rechtvaardige verdeling van het toenemend nationaal inkomen en vermogen te kunnen komen door een verstandige, goed gerichte en breed gespreide bezitsvorming. De ontwikkeling van de moderne ondernemingsvorm heeft grote groepen van werknemers doen ontstaan, die via de geldelijke opbrengst voor hun arbeid wel hun deel krijgen van de geproduceerde goederen, maar weinig of geen mogelijkheden hebben duurzaam bezit te verwerven. Het nationale produkt, waarvan de werknemers bij grotere welvaart hun deel in de vorm van hogere lonen opeisen, bestaat altijd deels uit goederen, die geconsumeerd kunnen worden, en deels uit investeringsgoederen. Indien de lonen van de werknemers stijgen en de stijging der inkomsten uitsluitend of bijna hoofdzakelijk voor de aanschaffing van consumptiegoederen wordt aangewend, dan wordt de maatschappij gestraft met prijsstijging, die de loonsverhoging haar waarde ontneemt en vele niet-loontrekkenden door de waardedaling van het geld, welke daaruit voortvloeit in grote moeilijkheden kan orengen. Om aan dit euvel te ontkomen, is men in West-Duitsland reeds in 1950 een andere weg ingeslagen, toen in een advies van het wetenschappelijk adviescollege van het Ministerie van Economische Zaken werd gezegd, dat bij de toenemende weivaart een bevredigende vermogensverdeling slechts te bereiken zou zijn, indien een deel van de loonsverhoging niet voor consumptie, doch voor investering zou worden gebruikt. De leden, hier aan het woord, vroegen in dit verband of de Regering nadere mededelingen kan doen over de in West- II

2 o c Duitsland bereikte resultaten met de verschillende middelen ter stimulering van de bezitsvorming, welke men daar heeft aangewend. Men heeft daar bijv. vormen van kapitaaldcelneming gekoppeld aan oudedagsvoorziening, kapitaaldeelneming met bouwsparen en kapitaaldeelneming met medebeslissingsrecht. Ook zouden zij het op prijs stellen enige gegevens te mogen ontvangen over de resultaten van soortgelijke pogingen, de laatste jaren aangewend in Engeland, Frankrijk, Oostenrijk en de Verenigde Staten van Noord-Amerika. De motivering van het nut der bezitsvorming kan naar de mening van deze leden in drieërlei opzicht worden aangetoond. Voor de betrokkene zelf betekent enig bezit, dat hij op economisch gebied niet zo afhankelijk van anderen meer zal zijn. Hij krijgt meer zelfstandigheid en kan op eigen verantwoordelijkheid beslissingen nemen; met name kan hij dan zijn arbeidskracht daar aanwenden, waar dit voor hem en zijn gezin het meest is aangewezen. Deze vrijheid is thans weliswaar formeel ook aanwezig, maar materieel is zij veelal niet waar te maken. Voor de bedrijfsgemeenschap, zo vervolgden deze leden hun betoog, is de bezitsvorming eveneens van belang. Bij veel werknemers immers bestaat nog altijd een zeker wantrouwen tegen de ondernemingsgewijze produktie. Zij beschouwen de onderneming uitsluitend als een zaak van de directie, terwijl toch ook hun levens- en gezinsbelangen ten nauwste bij het bedrijf betrokken zijn. Door bezitsvorming, door meer betrokken te worden bij de gehele gang van zaken in het bedrijfsleven krijgen de werknemers het gevoel erbij te horen, bcdrijfsgenoten te zijn. Voor de gehele volkshuishouding is zij ten slotte ook van groot nut. De snelle bevolkingsaanwas en de daarmee gepaard gaande toeneming der beroepsbevolking maken het uit een oogpunt van het scheppen van werkgelegenheid noodzakelijk steeds grotere bedragen te investeren. De grote kapitaalschaarste, mede veroorzaakt door absoluut onvoldoende vrijwillige besparingen bij het huidige loonniveau, eist een gezamenlijk en massaal dragen van de investeringskosten. Bij dit betoog sloten zich tal van andere leden aan. Verscheidene leden meenden, dat het vraagstuk van de bezitsvorming van verschillende zijden kan en moet worden bensderd. Vanuit het oogpunt van het welzijn van de enkeling kan worden gesteld, dat een zekere mate van privé-bezit voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid van hoge waarde is. Het verschaft een materiële en geestelijke achtergrond aan de bezitter. Een ander aspect is de groeiende behoefte aan kapitaalvorming in verband met de structurele ontwikkeling van de maatschappij. Een groter gedeelte van het maatschappelijk inkomen dan voorheen zal voor voorziening in de kapitaalbehoeften moeten worden bestemd en een groter deel van de bevolking zal hieraan moeten deelnemen. Naar het oordeel van deze leden heeft de Overheid in dit verband tot taak de belastingwetgeving zodanig in te richten, dat spaarzin en kapitaalvorming worden bevorderd; zij moet ook respect tonen voor de resultaten van de besparingen. Dezelfde leden verklaarden voorts, dat het vraagstuk der bevordering van de individuele besparingen voor de zelfstandigen volkomen anders ligt dan voor de arbeidersklasse. Voor de zelfstandigen. werkzaam in bedrijven, is het verwerven van bezit een natuurlijke voorwaarde om vooruit te komen in het leven. Zelfs voor een kleine neringdoende of ambachtsman spreekt het voordeel van besparing zo duidelijk, dat hij gaarne het offer van consumptiebeperking in het heden wil brengen voor het verkrijgen van een kapitaalkracht, waardoor hij in de toekomst zijn zaken met profijt zal kunnen doen. Anders ligt dit echter voor de loon- en salaristrekkers. Bij hen bestaat wel de neiging te sparen voor een uitzet, voor woninginrichting of de verbetering hiervan, voor de aanschaf van een bromfiets, een wasmachine of een televisietoestel, en ook voor enig reservegeld. Sparen daarentegen voor het verkrijgen van enig duurzaam produktief kapitaal is voor hen geen vereiste, waarvan hun maatschappelijke vooruitgang direct afhangt. Daarbij komt, dat de noodzaak van individuele besparing voor de oudedagsvoorziening afneemt naarmate pensioenregelingen verbeterd en meer algemeen zijn geworden. Ook voor de hoger gesalarieerden is naast de mogelijkheid ook de aanleiding tot vorming van een vermogen afgenomen. Dat nettokapitaalvorming in de persoonlijke sfeer relatief gering is geworden, is voor deze leden niet verwonderlijk, al betreurden zij dit zeer. Zij kwamen tot de conclusie, dat bij de zelfstandigen, werkzaam in bedrijven, in het algemeen de neiging lot vermogensvorming wel aanwezig is. De Overheid dient huns inziens hier zo min mogelijk beletselen in de weg te leggen. Zij wezen erop, dat bemoeienis hiermee in het negatieve kan blijven. Gaat het er dus om bij deze groep het vormen van besparingen niet te ontmoedigen, zo merkten deze leden verder op, voor de loontrekkers is het echter de vraag hoe de spaarzin kan worden aangemoedigd. Zoals zij boven reeds betoogden, bestaat er bij deze groep personen wel een neiging tot sparen met als doel een uitzet of duurzame consumptiegoederen te verwerven, doch de eigenlijke produktieve kapitaalvorming spreekt hen in het algemeen te weinig aan. Passief dragen zij ertoe bij voor zover fondsvorming plaatsvindt door middel van verzekering, minder passief voor zover premies worden betaald voor lijfrentes. Men blijft dan echter in de sfeer van de collectieve bezitsvorming. Actief gedragen zij zich eerst wanneer vermogen gevormd wordt, dat in eigen beschikkingsmacht komt, waarmee kapitaalgoederen worden gefinancierd en waaruit men inkomen wil trekken. Van volkskapitalisme kan eerst worden gesproken, wanneer individueel in bredere spreiding produktief vermogen wordt gevormd. Hoe kan dit laatste nu worden bevorderd, zo vroegen deze leden zich af. Het lopende inkomen van de loonarbeiders is in het algemeen te gering dan dat daaruit bedragen van enig belang op zij kunnen worden gelegd voor de kapitaalvorming. Voor zover echter winstdelingsregelingen bestaan of worden ingevoerd, waaruit een extra-inkomen wordt verkregen, zou deze inkomensstroom gekanaliseerd en in de kapitaalsfeer geleid kunnen worden. De vele leden, eerder aan het woord, stonden op het standpunt, dat, uitgaande van de particuliere eigendom als fundamenteel beginsel in onze maatschappij, niet alleen om economische, maar vooral ook om sociale redenen de eigen plaats in de samenleving, de zelfwaardering, de harmonisatie van de mens met zijn materieel milieu, enz. het individuele sparen het meest belangrijk is, juist wegens deze facetten van persoonlijke aard. Zij achtten de emancipatie van en de drang om eigen verantwoordelijkheid te dragen bij de werknemers bepaald onderschat, indien men zou stellen, dat zij van deze persoonlijke daad van individueel sparen en daarna van de keuze van individueel besteden of beleggen moeten afzien, met de motivering, dat dit beter collectief door anderen namens hen kan gebeuren. Indien men de ontwikkeling van de weivaart in ons land ziet en instemt met de daarbij passende gemeenschappelijke voorzieningen, welke tot uitdrukking komen in de sociale verzekeringen, dan is het, naar de mening van deze leden, bepaald onjuist om ook nog bij sparen en bezitsvorming de pas af te snijden aan persoonlijke initiatieven. Ook verschillende andere leden spraken er hun bezorgdheid over uit, dat ten aanzien van het sparen de verantwoordelijkheid steeds meer wordt verschoven naar de collectiviteit, waardoor de spaarzin van het individu afneemt. Hebben zij het goed, dat de Minister de individuele spaarzin wil vergroten, met de bedoeling een groter aantal mensen te laten deelnemen aan de kapitaalvorming, en dat hij tevens daarmede het persoonlijkheidsbesef beoogt te verdiepen? Deze leden beseften ten volle, dat het hier eerder gaat om beïnvloeding van de mentaliteit van het volk dan om het nemen van concrete wettelijke maatregelen. Vandaar dat bij hen de vraag rees, hoe de Minister de spaarzin denkt te vergroten en aan welke propagandamiddelen hier moet worden gedacht. Vele andere leden zouden gaarne van de Regering een overzicht willen ontvangen van aantal en karakter van de thans in het bedrijfsleven bestaande spaarregelingen voor het personeel. Tevens zouden zij het op prijs stellen te vernemen, hoe de.

3 Regering zich voorstelt de voorwaarden te scheppen bij deze spaarregelingen, opdat de betrokkene zelf mettertijd voor duurzame doeleinden spaart. Zal dit in feite niet neerkomen op algehele blokkering van het spaardeel der werknemers? Kon in 1956 in de Kamer worden geconstateerd, dat er eenstemmigheid bestond over de gedachte de bezitsvorming te bevorderen, thans, zo merkten de vele leden, eerder aan het woord, op, is de discussie gaande op welke wijze deze gedachte kan worden verwezenlijkt. Zij zagen het als een verheugend verschijnsel, dat men op de bijeenkomst van het Nederlands Gesprekcentrum, in het begin van het vorige jaar over bezitsvorming gehouden, algemeen overtuigd bleek te zijn van de noodzaak van een zekere liquiditeitsreserve voor iedereen, welke bereikt zou kunnen worden door besparingen. Dat ook de Regering door de uitgifte van kleine coupures voor de woningbouwlening en thans weer door de uitgifte van rentespaarbrieven voor de woningbouw het sparen en de bezitsvorming ook voor de kleine beurs stimuleert, wekte bij de hier aan het woord zijnde leden de verwachting, dat zij ook haar positieve medewerking zal verlenen aan de andere vormen, die thans nog in studie zijn. Ten aanzien van de rentespaarbrieven zouden dezelfde leden gaarne een duidelijke uiteenzetting ontvangen over de fiscale kant ervan. Is het juist, dat deze regeling ongunstig afwijkt van die, welke bij de in 1951 uitgegeven rentespaarbrieven voor de woningbouw gold? Zo ja, waarom? In de Memorie van Antwoord bij de begroting voor het dienstjaar 1957, zo vervolgden zij, heeft de Minister zich uitgesproken om met zijn betrokken ambtgenoten de vorming van een duurzaam bezit bij brede lagen der bevolking te bevorderen op tweeërlei wijze: 1. Concrete, geheel of ten dele specifiek op dit doel gerichte activiteiten zouden worden ondernomen en wetsontwerpen zouden worden uitgewerkt. 2. De Minister stelde zich voor binnen de Regering, voor zover nodig, te bevorderen, dat de sociaal-economische en financiële politiek zodanig zou worden gericht, dat het juiste klimaat zou worden geschapen voor de burgers om te sparen en om duurzaam bezit te vormen, respectievelijk te behouden. Deze laatste activiteit zag de Minister als een belangrijk onderdeel van zijn taak. Deze leden herinnerden eraan hoe bij deze gelegenheid in uitzicht werden gesteld de jeugdspaarregeling, welke de Kamer inmiddels heeft bereikt, en een gepremieerde spaarregeling voor ambtenaren, welker voorbereiding nogal wat overleg zou eisen. De Minister heeft daarbij ook gewezen op de lange voorbereidingstijd en het vele overleg, welke in het algemeen worden vereist om spaarregelingen tot stand te brengen. In de Memorie van Toelichting, behorende bij hoofdstuk V van de begroting voor het dienstjaar 1958, wordt thans, zo vervolgden de hier aan het woord zijnde leden, een overzicht gegeven van het beleid over de afgelopen periode. Hieruit blijkt, dat een begin kon worden gemaakt met de uitvoering van het eerste van de drie concrete programmapunten, namelijk de jeugdspaarregeling. Voorts moet worden verwacht, dat binnen afzienbare tijd ook een spaarregeling voor rijksambtenaren zal volgen. Deze leden stemden in met de opvatting van de Minister, dat de ontwikkeling, welke hier en daar op gemeentelijk en provinciaal niveau heeft plaatsgehad, deze gepremieerde spaarregeling voor ambtenaren zeer urgent doet worden. Verscheidene nog niet eerder aan het woord zijnde leden betreurden het in dit verband, dat genoemde spaarregeling nog niet tot stand is gekomen, te meer omdat deze omstandigheid blijkens de Memorie van Toelichting een stagnerende invloed heeft gehad op het in het leven roepen van dergelijke spaarregelingen voor het personeel van de lagere publiekrechtelijke lichamen. De vele leden, eerder aan het woord, onderschreven het standpunt, dat initiatieven van de lagere publiekrechtelijke lichamen in deze materie alle waardering verdienen, mede wegens de invloed, welke dit kan hebben op regelingen in het 3 bedrijfsleven. Anderzijds hadden zij er begrip voor, dat uit een oogpunt van personcels- en bczoldigingsbeleid enige coördinatie gewenst is. De verscheidene hiervoor aan het woord zijnde leden vroegen zich af, zonder de wenselijkheid van enige coördinatie te ontkennen, of deze coördinatie wel bij voorbaat moet worden tot stand gebracht. Zij meenden, dat men op het gebied van gepremieerde spaarregelingen nog over te weinig ervaring beschikt. In verband hiermede zou het wellicht nuttig zijn te beginnen met uiteenlopende regelingen, waarmee ervaring zou kunnen worden opgedaan. Later zou men dan kunnen coördineren in de richting van de regeling, waarmee de gunstigste ervaring is opgedaan, zo stelden zij zich voor. Deze leden zouden gaarne vernemen of de definitieve richtlijnen voor de spaarregeling ten behoeve van het rijkspersoneel, welke volgens het voornemen van de Regering vóór het einde van 1957 tot stand zouden komen, nu inderdaad zijn vastgesteld. Zo ja, kan de Regering dan mededelen hoe deze richtlijnen eruit zien? Vele leden, eerder aan het woord, vroegen of uit dit voornemen van de Regering kan worden geconcludeerd, dat het overleg met de betrokken ambtenarenorganisaties thans tot een redelijke mate van overeenstemming heeft geleid. De vrijwillige opschorting van de reeds ontworpen gemeentelijke en provinciale regelingen zal naar het oordeel van deze leden niet langer mogen duren dan strikt noodzakelijk is, terwijl de richtlijnen, welke zullen worden verstrekt, zo soepel zullen moeten zijn, dat er voor deze autonome lichamen een redelijke speelruimte blijft voor een enigszins gedifferentieerd beleid. Vele andere leden zouden het op prijs stellen, wanneer de Regering bereid zou zijn om, alvorens tot vaststelling van definitieve richtlijnen over te gaan. deze aan de vaste Commissie voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie en Bezitsvorming over te leggen, opdat deze haar oordeel daarover zal kunnen geven. Zij wezen erop, dat de uitwerking van de richtlijnen in een concrete regeling daarbij tegelijk nader zou kunnen worden overwogen. Tal van leden achtten deze procedure van staatsrechtelijk oogpunt bezien niet gewenst. Ten aanzien van de te verlenen faciliteiten aan de deelnemers van ondernemingsspaarfondsen verzochten verschillende leden om nadere mededelingen van de Minister. Het kwam hun voor, dat door de verlening van deze faciliteiten aan een bepaalde groep van spaarders onbillijkheden ontstaan tegenover hen, die op andere wijze sparen. Te denken valt hier aan rechtstreekse deelneming in beleggingsmaatschappijen, die thans reeds met kleine aandelen werken. Zij konden zich voorstellen, dat er nog veel meer van dergelijke instellingen zouden ontstaan, wellicht sommige juist met de bedoeling het de arbeider mogelijk te maken aan de kapitaalvorming deel te nemen. Moet een dergelijke deelname dan steeds geschieden door middel van het ondernemingssparen om van de faciliteiten te kunnen profiteren, zo vroegen zij zich af. Vele leden wezen op de toezegging van de Minister attent te zullen blijven, mede aan de hand van de ontwikkeling in de economische en monetaire situatie in Nederland, ten aanzien van de verschillende faciliteiten, welke in de respectievelijke Europese landen plaatsvinden. Tevens werd bij deze gelegenheid door hem opgemerkt, dat over vele maatregelen overleg zal worden gepleegd met zijn ambtgenoot van Financiën. Dezelfde leden merkten op, dat de twee concrete regelingen, de jeugdspaarregeling en de spaarregeling voor ambtenaren, die beide besparingen tot doel hebben, reeds een duidelijke stap zijn in de richting, die men moet inslaan om op veel ruimere schaal dan tot nu toe de aandacht van het Nederlandse volk te richten op de noodzaak van het sparen. Zij spraken dan ook de wens uit, dat de Minister erin moge slagen het overleg met zijn ambtgenoten zodanig te voeren, dat de vraagstukken, welke thans bij het Kabinet in studie zijn zoals wordt medegedeeld op blz. 9 van de Memorie van Toelichting. zodanige resultaten zullen geven, dat hieruit meerdere spaarregelingen zullen kunnen ontstaan, in overleg

4 4 met het bedrijfsleven, vooral door het wegnemen van belenv meringcn alsook door het scheppen van een zodanig fiscaal klimaat als voor het sparen noodzakelijk is. In dit verband informeerden verschillende andere leden, die van bedoelde mededeling in de Memorie van Toelichting met voldoening hadden kennis genomen, of deze studie reeds vruchten heeft afgeworpen. Met betrekking tot dit onderwerp herinnerden de vele leden, eerder aan het woord, nog eens aan het wetsontwerp 4273 betreffende voorzieningen ten aanzien van werkgeversbijdragen aan bouwspaarfondsen. Zij meenden uit de passage, welke aan dit wetsontwerp op blz. 9 van de Memorie van Toelichting is gewijd, te kunnen lezen, dat de Minister hun hiervóór uiteengezette standpunt deelt, maar dat hij tevens stelt, dat, wanneer deze voorgestelde regeling wordt uitgebreid tot andere spaarfondsen, de dan ontstane ruimere regeling het bedrijfsleven een nieuwe stimulans zal geven om spaarregelingen in te voeren. Deze leden hadden tegen een ruimere regeling op zich zelf geen bezwaar; zij hebben zelf indertijd de suggestie gedaan om in de wet de mogelijkheid op te nemen de voorgestelde regeling bij algemene maatregel van bestuur tot andere spaarfondsen uit te breiden. Over deze suggestie hadden zij echter nog niets van de Minister vernomen. Zij vroegen zich met verschillende andere leden af, waarop de verdere behandeling van dit wetsontwerp thans nog wacht. Indien er onverhoopt bijzondere moeilijkheden zouden zijn gerezen, zouden zij hierover gaarne inlichtingen ontvangen. Zij verklaarden voorts het bijzonder te betreuren, indien het bouwen van eigen huizen door deze moeilijkheden zou worden vertraagd, aangezien zij van mening waren, dat voor velen een eigen huis een van de aantrekkelijkste vormen van bezit is. De leden, hier aan het woord, hadden er begrip voor, dat een maatregel als de voorgestelde jeugdspaarregeling niet in de eerste plaats een economisch doel heeft ten opzichte van de financiering van het bedrijfsleven en evenmin de nationale investeringen in het algemeen beogen te vergemakkelijken, maar, naar hun mening, zal toch wel een groot deel der besparingen met name die, welke een niet consumptief doel beogen door belegging indirect bevorderlijk zijn voor een gunstiger situatie op de kapitaalmarkt. Zij stemden gaarne in met de opvatting, dat in de toekomst bij de verdere uitbouw van het bezitsvormingsbeleid met economische en financiële aspecten rekening moet worden gehouden, en zij zouden daarom nog eens willen onderstrepen wat het lid der Kamer de heer Romme bij de algemene beschouwingen over de rijksbegroting heeft gevraagd. Zij doelden hierbij op zijn verzoek om bij de bestudering van de diverse mogelijkheden en maatregelen tevens te betrekken de door de Staatssecretaris in een rede ontwikkelde gedachte over de bevordering der totstandkoming van beleggingsinstituten onder medebeheer van de werknemers. Met de bevordering van regelingen, tot stand te brengen door werkgevers en werknemers op basis van vrijwilligheid, Konden tal van leden instemmen. Velen van hen wensten er echter wel op te wijzen, dat zich hier soortgelijke bezwaren van ongecoördineerd beleid zouden kunnen voordoen als die, waarover de Regering heeft gesproken ten aanzien van regelingen voor rijksambtenaren en die van lagere publiekrechtelijke organen. Verscheidene leden was het niet duidelijk geworden hoe de Minister het in overeenstemming met de geest van vrijwilligheid acht, wanneer hij werkgevers en werknemers opwekt na te gaan in hoeverre het mogelijk is winstaandelen van de werknemers in de onderneming voortaan uit te keren in een vorm, die zich niet voor consumptieve besteding leent. Komt men hiermee niet bedenkelijk dicht bij een vorm van gedwongen sparen? En wanneer men meent, dat dit onontkoombaar zou zijn, moet men dit dan beschouwen als alleen voor werknemers of ook voor kapitaalverschaffers? In verband met de hierboven genoemde suggestie van de Minister zouden vele weer andere leden gaarne vernemen aan welke vormen hierbij wordt gedacht. Acht de Regering uitbreiding van de uitkeringsregelingen, die leiden tot bedrijfsmedebezit, gewenst of gaan haar gedachten in een andere richting? Ten aanzien van ingediende voorstellen betreffende winstdelingsregelingen voor het bedrijfsleven is, zo merkten vele leden, eerder aan het woord, op, bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken in antwoord op de vragen van het lid der Kamer de heer Zwanikken medegedeeld, dat een vernieuwing van de richtlijnen ten aanzien van dit onderwerp wordt voorbereid. Gaarne zouden deze leden vernemen of de Minister bereid is de inhoud van de voorgenomen wijziging mede te delen aan de vaste Commissie voor Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie. Verscheidene andere leden wensten niet te verhelen, dat aan het vraagstuk van de winstdelingsregelingen nog een aantal problemen zijn verbonden, zowel in theoretische als in praktische zin. Zij achtten het evenwel voldoende hier ter plaatse op te merken, dat het hun ongewenst leek deze regelingen van overheidswege aan banden te leggen, daar zij zich moeten ontwikkelen, zo min mogelijk belemmerd door een keurslijf van voorschriften. Immers, zij zullen al naar de aard en de historie van de verschillende ondernemingen uiteenlopend moeten zijn. De vele leden, eerder aan het woord, wilden de wenselijkheid van een niet te uiteenlopend beleid tussen de bedrijven onderling bepleiten, voor zover er ten minste geen bedrijfstaksgewijze regelingen tot stand mochten komen, hoewel zij bereid waren een zekere, differentiatie te aanvaarden, waarbij men aan het bedrijfsleven zelf de keuze zal laten op welke wijze het regelingen tot stand wenst te brengen. Daarnaast meenden zij er goed aan te doen nog eens de aandacht te vragen voor de huidige economische ontwikkeling in het algemeen, welke duidelijk in een richting gaat, waardoor grote bedrijven steeds veel groter worden, mede als gevolg van het thans gevoerde globale economische beleid en het bestaande fiscale beleid. Daardoor dreigt er een discriminatie te onstaan voor vele zelfstandige midden- en kleinbedrijven. Zij herinnerden eraan, dat zij reeds bij de behandeling der begroting van Economische zaken voor het jaar 1957 hadden gepleit voor een meer gericht economisch beleid, dat rekening zou houden met de geheel andere structuur van deze grote groep kleine bedrijven. Daarom wezen zij erop. dat, indien de Minister instemt met de opvatting, dat bezit en beheer in één hand een belangrijke factor is voor de persoonlijke verantwoordelijkheid, het voortbestaan van een grote categorie zelfstandigen van bijzonder belang is voor de bestaande economische orde. Bij de studie over de economische en de financiële aspecten vroegen deze leden dan ook in het bijzonder de aandacht voor deze grote groep kleinere bedrijven, zodat de te bevorderen of tot stand te brengen regelingen niet uitsluitend zullen worden gebaseerd op verhoudingen en mogelijkheden in de zeer grote bedrijven. Het was deze leden opgevallen, dat de Minister in zijn Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer, behorende bij de begroting van het vorige jaar op 23 april 1957 erop heeft gewezen, dat, zoals reeds eerder werd aangekondigd, een interdepartementale commissie zal worden ingesteld, die onder voorzitterschap van de Staatssecretaris zal nagaan op welke wijze de bezitsvorming het meest doeltreffend zal kunnen worden gestimuleerd. Het had hen enigszins verwonderd, dat de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bij de behandeling van de begroting voor dit jaar, op 28 november 1957 (Handelingen Tweede Kamer, blz. 3326) heeft gezegd, dat het de bedoeling is geweest twee interdepartementale commissies in het leven te roepen: één voor de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie en één voor de Bezitsvorming, maar dat er "op het ogenblik slechts één bestaat, namelijk die voor P.B.O., terwijl die voor Bezitsvorming er nog niet is. Kan de Minister hier nadere inlichtingen over verstrekken? Ten slotte informeerden verscheidene leden of de Minister iets kan mededelen over de activiteiten van de Staatscommissie Bezitsspreiding. Zet deze commissie haar werkzaamheden voort of is zij rustend? Sommige leden hadden op zich zelf geen bezwaar tegen

5 sparen, noch tegen het stimuleren hiervan. Zij achtten het noodzakelijk de achtergronden en de doelstellingen van de Rcgering te dezen na te gaan. Volgens hen hleken er naast filosofische en pedagogische ook zeer materiële achtergronden te bestaan. Zij constateerden in de eerste plaats, dat het sparen tegen de achtergrond van de bestedingsbeperking wordt gezien. Sparen zou in dit kader thuishoren, immers, hoe meer er gespaard wordt, hoe minder uitgaven. Voor de arbeiders leek hun deze opvatting niet alleen zeer onaantrekkelijk, maar ook positief in strijd met hun belangen. Zij waren van mening, dat de Regering hier een misleidende politiek voert. Immers, sparen is bezitsvorming, zo wordt door de Regering gesteld. Maar tevens: sparen is bezuinigen, dus bestedingsbeperking. Deze leden wezen op de toenemende werkloosheid, door de bestedingsbeperking veroorzaakt. Wanneer sparen medewerkt tot dit soort bestedingsbeperking, dan betekent dit geen bezitsvorming, maar verarming. Ook de loondruk is bestedingsbeperking. Hier haalden deze leden Minister Witte aan, die onlangs nog heeft verklaard, dat de lonen in de bouwnijverheid ten gevolge van de bestedingsbeperking in deze sector zullen dalen. De leden waren dan ook van oordeel, dat hier een eigenaardig soort bezitsvorming plaatsvindt. Als tweede achtergrond, zo vervolgden dezelfde leden hun betoog, is er het financieren van de structureel noodzakelijke investeringen. Volgens de Memorie van Toelichting op hoofdstuk V mag dit dan wel niet in de eerste plaats het doel zijn van sparen, maar mag dit aspect beslist niet worden onderschat. Het sparen van de arbeiders zou mee kunnen werken om de noodzakelijke gelden voor investeringen te verkrijgen. Het doel is dus de arbeiders via spaarregelingen te laten deelnemen aan het automatiseren van bedrijven en hen mede te laten opkomen voor de kosten, welke verbonden zijn aan de overschakeling van gewone op kernenergie. Dit betekent, dat men de arbeiders gebruikt om aan risicodragend kapitaal te komen. Hoe wil de Regering echter de arbeiders beschermen tegen slecht bedrijfsbeheer, conjunctuurschommelingen, crises etc? En loopt de arbeider niet veel kans, dat, in plaats, dat hij zijn bezit ziet vermeerderen, straks bezitsonteigening plaatsvindt door bovengenoemde oorzaken, waarvoor hij niet verantwoordelijk is of kan zijn? Volgens de hier aan het woord zijnde leden moet risicodragend kapitaal op andere wijze gevormd worden dan via spaarregelingen voor arbeiders. Is de Minister niet met hen van oordeel dat een gepremieerde spaarregeling, zowel in het particuliere bedrijfsleven als bij overheidsinstellingen tot gevolg kan hebben een onderbetaling van werkzaamheden of een sanctionering hiervan? Deze leden meenden, dat voorstellen om bij het rijkspersoneel premiespaarregelingen in te voeren zeer cynisch zouden aandoen. Zij voerden aan, dat het overheidspersoneel reeds lange tijd wordt onderbetaald en dat een deel van dit personeel zelfs schulden heeft. Hierdoor zal een premieregeling slechts ten bate komen van het hogere personeel, dat immers beter betaald wordt. Het lagere personeel zal niet van deze regeling mee kunnen profiteren. Deze leden achtten het dan dok sociaal wenselijker de gelden, die besteed worden aan het uitkeren van de spaarpremies. te gebruiken om de sociaal minst draagkrachtigen enigszins te helpen. Een ander bezwaar, hetwelk deze leden naar voren brachten, is het gevaar van de bestedingsdwang. Zij hadden opgemerkt, dat in de gedachtengang van de Minister enige dwang, op welke wijze de gespaarde gelden besteed moeten worden, niet ontbreekt. Zij uitten dan ook de vrees, dat het sparen, wanneer het eenmaal burgerrecht heeft verkregen, al gauw burgerplicht zou worden, en er zodoende van de vrijwilligheid niets meer zou overblijven. Als argument haalden deze leden aan de opmerking in de Memorie van Toelichting van de begroting voor het jaar hoofdstuk V, Bezitsvorming, dat nagegaan dient te worden in hoeverre het mogelijk is aandelen van de werknemers in de winst der onderneming voortaan uit te keren in een vorm, die zich niet onmiddellijk tot consumptieve uitgaven leent. De aan het woord zijnde leden voerden hiertegen aan, dat het winstaandeel van de arbeider veelal deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst en dientengevolge loon is. Indien men 5 nu gaat overwegen, dat deel van het loon een niet-consumptieve bestemming te geven, dan is men reeds op weg de inkomsten van de arbeiders voor hen te beheren. Daarbij komt, zo vervolgden zij hun argumentering, dat de werkelijke kapitaalbezitters zelf uitmaken waar zij hun geld willen beleggen. Zij zullen niet handelen uit altruïstische beweegredenen, overwegende waar de maatschappij het meeste behoefte aan hun geld heeft en hoe zij het meest gebaat zou zijn. Integendeel, zij zullen hun kapitaal daar beleggen, waar het het meeste rendement zal geven. Deze leden stelden vast, dat de Regering voor de kapitaalbezitters geen bestedings-investeringsdwang wil, terwijl zij voor de arbeiders en het bedrijfsleven dwingende bepalingen voorstelt, waarin de werknemers gedwongen worden een deel van hun loon in een bepaalde onderneming te steken. Met deze constatering sloten zij hun betoog. Wetsontwerp Jeugdspaarwet Het onderhavige wetsontwerp werd van verschillende zijden met instemming ontvangen. Vele leden verklaarden zich te verheugen, dat er begonnen wordt met stimulering van het sparen door jeugdige personen op basis van algemeenheid en vrijwilligheid, niet alleen in verband met het stimuleren van de bezitsvorming, maar ook in verband met de vorming van persoonlijkheid en verantwoordelijkheidsgevoel. Zij waren van mening, dat het aanleren van regelmatig sparen een conditio sine qua non is om te komen tot bezitsvorming. Zij achtten het doel, een gewoonte aan te kweken tot regelmatig sparen, van zeer hoge waarde en van betekenisvolle invloed ook op andere vormen van bezitsvorming, daar met de bereiking van dit doel een noodzakelijke basis gelegd wordt om tot duurzaam bezit te komen en dit te behouden. Deze leden hadden in de Memorie van Toelichting kennis genomen van de uitdrukking experimenteel karakter". Zij gingen ervan uit, dat dit alleen doelt op de vorm van uitvoering. Zij erkenden, dat dit wetsontwerp een begin is en dat daarom in de praktijk kan blijken, dat aanvullingen en wijzigingen nodig zullen zijn. Een experiment in andere zin achtten zij echter deze stap niet. Naar aanleiding van de mededelingen in de Memorie van Toelichting op hoofdstuk V met betrekking tot de concrete ' programmapunten van de Regering in zake de bezitsvorming, merkten vele andere leden op, dat daarin in feite een gelijkstelling plaatsvindt van sparen en bezitsvorming. Hoewel sparen per definitie kan worden gelijkgesteld met bezitsvorming, zijn er naar hun mening vele spaarvormen, die slechts tot strekking hebben de consumptie enige tijd uit te stellen. Zij oordeelden het dan ook niet zonder bezwaar deze spaarvorm en de bevordering daarvan gelijk te stellen met de vorming van duurzaam bezit bij brede lagen van de bevolking. Met name met betrekking tot de jeugdspaarregeling vroegen zij zich af, of de doelstelling van voorgestelde regeling, te weten: huwende jonge mensen in de gelegenheid te stellen zich duurzame consumptiegoederen aan te schaffen, niet evengoed langs andere wegen kan worden bereikt dan via de voorgestelde omslachtige regeling. Zij zouden het in dit verband op prijs stellen, indien een nadere uiteenzetting kan worden gegeven van de verhouding van de klassieke middelen van sparen tot de thans voorgestelde. Deze leden konden de opzet van de Jeugdspaarwet waarderen als een bescheiden middel om de spaarzin bij de jongeren te stimuleren en hen in staat te stellen enige reserve te kweken voor de aanschaf van duurzame consumptiegoederen bij huwelijk of andere gelegenheden. Ook het aankweken van spaargewoonten op jeugdige leeftijd konden zij van belang achten. Minder duidelijk was het deze leden waarom het aldus vergaarde bezit voor de ontplooiing van de persoonlijkheid van belang is. tenzij hierbij gedacht wordt aan de voldoening en het nut, die de aanschaf van duurzame consumptiegoederen oplevert. Zij zouden er echter op willen wijzen, dat dit laatste veeleer gezien moet worden als een aspect van doelmatige inkomensbesteding. Op dit terrein valt naar hun mening nog veel opvoedend en voorlichtend werk te verrichten. In het kader van een verantwoorde

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek.

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek. R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..'s-Gravenhage, 19 januari 1999.. Onderwerp AMvB informatieplicht banken Bij brief van 8 oktober 1998 heeft u de Registratiekamer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Herziening van het stelsel van sociale zekerheid BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt IP/97/507 Brussel, 10 juni 1997 Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan een Groenboek over aanvullende pensioenen

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 850 24 november 2008 Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 12 november 2008, nr. 5557004/08, houdende bepalingen

Nadere informatie

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht 2015 1 INHOUD Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Definities... 3 Artikel 2 Wettelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003

A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003 A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003 Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

Doorwerken na 65 jaar

Doorwerken na 65 jaar CvA-notitie februari 2008 Doorwerken na 65 jaar De levensverwachting en het gemiddelde aantal gezonde jaren na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is toegenomen. Een groeiende groep ouderen heeft behoefte

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 18623 Verslagen van de Commissie voor de Verzoekschriften Nr. 314 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR Aan de

Nadere informatie

Ontwerp-Experimentenwet onderwijs. Zijne Excellentie de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, Nieuwe Uitleg 1, 's-gravenhage.

Ontwerp-Experimentenwet onderwijs. Zijne Excellentie de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, Nieuwe Uitleg 1, 's-gravenhage. ONDE RWIJS RAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 S-GRAVENHAGE TEL. 070-83 61 94 f* jo^s/u^-*,. O^f 4 oktober 1968 Bericht op schrijven dd. 3 juli 1968, D.G.O. 940. Betreft: D/AB Ontwerp-Experimentenwet

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Sociale Verzekeringen Nr. SV/F&W/05/89716 s -Gravenhage, 11 november 2005 Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Werkloosheidswet

Nadere informatie

Leden der Staten-Generaal, Aan het einde van het afgesloten parlementaire jaar zijn met betrekking tot Westelijk Nieuw-Guinea ingrijpende

Leden der Staten-Generaal, Aan het einde van het afgesloten parlementaire jaar zijn met betrekking tot Westelijk Nieuw-Guinea ingrijpende Leden der Staten-Generaal, Aan het einde van het afgesloten parlementaire jaar zijn met betrekking tot Westelijk Nieuw-Guinea ingrijpende beslissingen genomen; ingrijpend voor ons Koninkrijk, ingrijpend

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij

Nadere informatie

A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD

A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD MINISTERIËLE REGELING, MET ALGEMENE WERKING, van de 17 de januari 2012 tot wijziging van de Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 1 DE MINISTER VAN FINANCIËN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Employee Benefits Institute 1. Welke zijn de nieuwe rentevoeten die AXA Belgium waarborgt

Nadere informatie

Wet op de medische keuringen

Wet op de medische keuringen Wet op de medische keuringen Wet van 5 juli 1997, Stb. 1997, 365 (Verbeterblad), houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen),

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 szw0001021 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 De SER heeft in zijn advies van 19 mei 2000 Onvolledige AOW-opbouw aandacht gevraagd voor het inkomensprobleem

Nadere informatie

Vijf jaar Wet IB 2001; Kapitaalverzekeringen. Herman M. Kappelle. 1. Wat wilde de wetgever bereiken?

Vijf jaar Wet IB 2001; Kapitaalverzekeringen. Herman M. Kappelle. 1. Wat wilde de wetgever bereiken? Vijf jaar Wet IB 2001; Kapitaalverzekeringen Herman M. Kappelle 1. Wat wilde de wetgever bereiken? Terzake van de wijzigingen van het fiscale regime van de kapitaalverzekeringen in de Wet IB 2001, had

Nadere informatie

Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer

Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling

Nadere informatie

De Rol van de Ondernemingsraad bij Pensioen. 1. Wettelijke bevoegdheid

De Rol van de Ondernemingsraad bij Pensioen. 1. Wettelijke bevoegdheid De Rol van de Ondernemingsraad bij Pensioen Wat zijn de rechten ( en plichten?) van de Ondernemingsraad als het om het pensioendossier gaat? Zodra het gaat om de collectieve pensioenregeling dan heeft

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juiste verklaring

Nadere informatie

NU in. Raadsvoorstel. Voorstel tot het vaststellen van het gemeentelijk borgstellingen- en geldleningsbeleid.

NU in. Raadsvoorstel. Voorstel tot het vaststellen van het gemeentelijk borgstellingen- en geldleningsbeleid. NU in Raadsvoorstel gemeente Reg. nr Ag. nr Datum Boxtel 96100086 6 28-03-96 Onderwerp Voorstel tot het vaststellen van het gemeentelijk borgstellingen- en geldleningsbeleid. Inhoud Zowel de oude gemeente

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES

SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES OVER EEN HERZIENING VAN DE.UITKERINGSBEDRAGEN INGEVOLGE VERSCHILLENDE SOCIALE-VERZEKERINGS- WETTEN IN VERBAND MET DE HUURVERHOGING PER 1 JANUARI1966-.,SER) UITGAVE VAN DE

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

Deze spaarregeling heeft ten doel het verwerven van duurzaam bezit door de medewerkers door het sparen van loon in geblokkeerde vorm te bevorderen.

Deze spaarregeling heeft ten doel het verwerven van duurzaam bezit door de medewerkers door het sparen van loon in geblokkeerde vorm te bevorderen. HOOFDSTUK 11 Spaarloonregeling Doel Artikel 1 Deze spaarregeling heeft ten doel het verwerven van duurzaam bezit door de medewerkers door het sparen van loon in geblokkeerde vorm te bevorderen. Deelneming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19625 Nadere wijziging van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 IMr. 5 MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 1 december 1986 Naar aanleiding van het voorlopig

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 50 Besluit van 21 januari 2009 houdende vaststelling van regels met betrekking tot de hoogte van de vergoeding voor adviescolleges en commissies

Nadere informatie

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 ... No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 Bij Kabinetsmissive van 8 november 2012, no.12.002573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

NEDERLANDSE CULTUURGEMEENSCHAP

NEDERLANDSE CULTUURGEMEENSCHAP 6 (1971-1972) - N 1 ARCWIE~ VWMSE RAAR TERUG0EZORGEN VOOR DE NEDERLANDSE CULTUURGEMEENSCHAP ZITTING 1971-1972 13 DECEMBER 1971 VOORSTEL VAN DECREET tot aanmoediging van de deelneming aan cursussen voor

Nadere informatie

Artikel 1. Naam en zetel. 1.1. De vereniging draagt de naam: Ondernemersvereniging MKB Wijchen

Artikel 1. Naam en zetel. 1.1. De vereniging draagt de naam: Ondernemersvereniging MKB Wijchen Statuten voor Ondernemersvereniging MKB Wijchen Artikel 1. Naam en zetel. 1.1. De vereniging draagt de naam: Ondernemersvereniging MKB Wijchen 1.2. De vereniging is gevestigd te Postbus 262, 6600 AG Wijchen

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen

Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2008, 253 HOOFDSTUK I ALGEMEEN

Nadere informatie

Doorkiesnummer : (0495) 57 50 00 Agendapunt: - ONDERWERP VOORSTEL COLLEGE

Doorkiesnummer : (0495) 57 50 00 Agendapunt: - ONDERWERP VOORSTEL COLLEGE Meijer, Jacco FIN S3 RAD: RAD150701 woensdag 1 juli 2015 BW: BW150526 voorstel gemeenteraad Vergadering van de gemeenteraad van 1 juli 2015 Portefeuillehouder : H.A. Litjens Behandelend ambtenaar : Jacco

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 376 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 15 637 Casinospelen Nr. 2 Het vroegere stuk is gedrukt in de zitting 1978-1979 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de heer Voorzitter

Nadere informatie

ONTWERP. Verordening van het Productschap Akkerbouw van 2009, houdende vaststelling bestemmingsheffing

ONTWERP. Verordening van het Productschap Akkerbouw van 2009, houdende vaststelling bestemmingsheffing VERGADERING : BESTUUR DATUM : 13 NOVEMBER 2008 AGENDAPUNT : 10 BIJLAGE : 26 Lett: AF no. JBA ONTWERP HEFFINGSVERORDENING PA INLANDS GRAAN 2009 Verordening van het Productschap Akkerbouw van 2009, houdende

Nadere informatie

(" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN).

( ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN ). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN). ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 APRIL 1980. UNA COONAN TEGEN INSURANCE OFFICER. (" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 15 997 Machtiging van Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk tot oprichting van een stichting Fonds voor de scheppende toonkunst

Nadere informatie

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.5040 (157.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Directie Strategie en Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509

Nadere informatie

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 694 Pensioenregelingen Nr. 5 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Instituut Financieel Management

Instituut Financieel Management FFEBLR0111 IB (niet-winst) Instituut Financieel Management Opdracht 1b (inleveren in week 3) De tekst van artikel 1.2 Wet IB is per 1 januari 2011 ingrijpend gewijzigd. Vanaf 2001 t/m 2010 luidde de tekst

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Beleidsregels activeringspremies gemeente Best. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 Begripsbepalingen

Beleidsregels activeringspremies gemeente Best. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 Begripsbepalingen Beleidsregels activeringspremies gemeente Best Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1977-1978 15 099 Goudherwaardering Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 13juli 1978

Nadere informatie

SURINAME HOOFDSTUK IV VAKANTIEWET

SURINAME HOOFDSTUK IV VAKANTIEWET SURINAME HOOFDSTUK IV VAKANTIEWET 1975 No. 164-c GOUVERNEMENTSBLAD van SURINAME LANDSBESLUIT van 24 november 1975, houden de nieuwe bepalingen met betrekking tot het verlenen van jaarlijkse vakantie aan

Nadere informatie

33 313 Voorstel van wet van de leden Sterk en Ortega-Martijn ter bevordering van het sparen door jongeren (Jongerenspaarwet)

33 313 Voorstel van wet van de leden Sterk en Ortega-Martijn ter bevordering van het sparen door jongeren (Jongerenspaarwet) T W E E D E K A M E R D E R S T A T E N - 2 G E N E R A A L Vergaderjaar 2011-2012 33 313 Voorstel van wet van de leden Sterk en Ortega-Martijn ter bevordering van het sparen door jongeren (Jongerenspaarwet)

Nadere informatie

Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen)

Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen) (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

versie 7 juni 2012 Nota van Toelichting Algemeen

versie 7 juni 2012 Nota van Toelichting Algemeen Nota van Toelichting Algemeen Met de afkondiging van de Veteranenwet in het Staatsblad (2012, 133) is de grondslag voor de erkenning en waardering en de zorg aan veteranen door het parlement, en daarmee

Nadere informatie

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen.

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2015 No. 11 Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 15 de mei 2015, tot wijziging van het Gevarenklassenbesluit ongevallenverzekering in verband met

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V.

ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V. ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V. Artikel 1: Algemeen 1.1 Deze voorwaarden zijn van toepassing op en vormen één geheel met alle door Buskoop te sluiten overeenkomsten. 1.2 In deze algemene voorwaarden

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Algemeen Arbeidsmarktbeleid Nr.AAM/ASAM/02/1400 Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband

Nadere informatie

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool De Quint te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Uitspraaknr. G416 Datum: 17 november 1993 Soort geschil: Interpretatiegeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.856 ------------------------------ Zitting van dinsdag 25 juni 2013 ------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.856 ------------------------------ Zitting van dinsdag 25 juni 2013 ------------------------------------------ A D V I E S Nr. 1.856 ------------------------------ Zitting van dinsdag 25 juni 2013 ------------------------------------------ Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 711 Wijziging van de Pensioen- en Spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 075.00 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. 2000/85 Med i n d e k l a c h t nr. 134.99 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19 582 Het toeristisch en recreatief onderwijs Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen Inleiding RJ-Uiting 2014-7 bevat de ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen. De Raad voor de Jaarverslaggeving

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015

Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015 Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015 Artikel 1 - Definities en begrippen 1. In deze algemene voorwaarden hierna te noemen Voorwaarden - worden de hiernavolgende termen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19064 Bedrijfsovername in de land- en tuinbouw Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW EN VISSERIJ Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015;

gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015; Het college van de gemeente Stadskanaal gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015; gelet op artikel 23 van de gemeenschappelijke

Nadere informatie

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stichting van de Arbeid Pens./1253 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Den Haag : 8 februari 2000 Ons kenmerk : S.A. 00.02835/K Uwkenmeik : SV/VP/99/68981

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 101 Besluit van 5 februari 2002 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2b, vijfde lid, 2c, tweede

Nadere informatie

Aandachtspunt voor de OR hierbij is dat de gevolgen juist en correct zijn weergegeven.

Aandachtspunt voor de OR hierbij is dat de gevolgen juist en correct zijn weergegeven. DE ONDERNEMINGSRAAD EN PENSIOEN Algemeen Wet op de ondernemingsraden Iedere onderneming met tenminste 50 werknemers, dient een ondernemingsraad te hebben. Indien een werkgever de pensioenregeling wenst

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.4.2003 COM(2003) 219 definitief 2003/0084 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/96/EG

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.441 ------------------------------- Zitting van dinsdag 6 mei 2003 ------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.441 ------------------------------- Zitting van dinsdag 6 mei 2003 ------------------------------------------ A D V I E S Nr. 1.441 ------------------------------- Zitting van dinsdag 6 mei 2003 ------------------------------------------ Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Advies Rolnummer: LPL. 137 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE LICHAMEN, ADVISERENDE NAAR AANLEIDING VAN EEN VERZOEK OM BEMIDDELING

Nadere informatie

Verordening spaarloonregeling

Verordening spaarloonregeling Verordening spaarloonregeling Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is

Nadere informatie

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST 1) Omschrijving van de arbeidsovereenkomst Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Artikel 1 Algemeen 1.1 In de Algemene Voorwaarden wordt verstaan

Nadere informatie

Algemene leveringsvoorwaarden

Algemene leveringsvoorwaarden Algemene leveringsvoorwaarden 1. Definities In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: OutSight Media: te Hoorn, ingeschreven bij de kamer van koophandel in Hoorn onder nummer: 37128750 Online

Nadere informatie

BESTUURSMEMORIAAL VU.Hilaire Ost, Provinciegriffier, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200, Sint-Andries

BESTUURSMEMORIAAL VU.Hilaire Ost, Provinciegriffier, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200, Sint-Andries INHOUD 23. PLP33 betreffende de jaarrekening 2002 van de politiezones. Algemene directie Directie Politiebeheer 24. Omzendbrief BA-2004/01 van 13 februari 2004 tot aanvulling van de omzendbrief BA-1998/01

Nadere informatie

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00)

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid 2008/0192(COD) 12.4.2010 AMENDEMENTEN 15-34 Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) Beginsel

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

N O T I T I E. Algemeen:

N O T I T I E. Algemeen: Bezuidenhoutseweg 60 postbus 90405 2509 LK Den Haag tel. 070-3499 585 fax 070-3499 796 e-mail:e.haket@stvda.nl N O T I T I E Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van : Stichting van de

Nadere informatie