Marketing. Vragen & Opdrachten. Mobiliteitsbranche ISBN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Marketing. Vragen & Opdrachten. Mobiliteitsbranche ISBN 97894 92062 987"

Transcriptie

1 Marketing Mobiliteitsbranche Vragen & Opdrachten ISBN INLEIDING TOT DE MARKETING DE MARKETINGOMGEVING DE AFNEMER CONSUMENTENMARKTEN DE MARKT VAN AANBIEDERS MARKTONDERZOEK MARKETINGMIX EN MARKETINGMIX-INSTRUMENTEN VAN MARKETINGBELEID NAAR MARKETINGPLAN VAN MARKETINGBELEID NAAR VERKOOPPLAN PERSOONLIJKE VERKOOP INTERNETMARKETING Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 1

2 1. Inleiding tot de marketing Paragraaf Menselijke behoeften en wensen a. Noem ten minste vijf fundamentele verlangens die ieder mens in meer of mindere mate heeft. b. Motiveer in hoeverre behoeften en wensen beïnvloed kunnen worden. c. Motiveer in hoeverre behoeften en wensen opgewekt kunnen worden. Paragraaf Wat is marketing? a. Geef de definitie van marketing. b. Waarom is marketing een managementinstrument? c. Noem een aantal elementen (technieken en wetenschappen) die onder marketing vallen. d. Wat is het uitgangspunt van de marketing? e. Noem een aantal menselijke behoeften en wensen. Geef hiervan aan in hoeverre deze door de producten auto, werkplaatsservice en accessoires bevredigd kunnen worden. f. Hoe luidt binnen de marketing de definitie voor producten? g. In principe is niet het product (het goed, de dienst) van belang, maar welke behoeften en wensen het bevredigen kan. Licht toe waarom deze bewering juist is. Paragraaf Het marketingsysteem a. Verklaar het marketingsysteem als ruilproces. b. Welke twee basiselementen kent men hierbij? c. Welke hoofdstromen spelen hierbij een rol? d. Waarom is de kwaliteit/kwantiteit van de ruil afhankelijk van de kwaliteit/kwantiteit van de basiselementen en hoofdstromen van het marketingsysteem? 4. De omgeving die het marketingsysteem beïnvloedt a. Noem partijen die het marketingsysteem beïnvloeden. b. Noem situaties die het marketingsysteem beïnvloeden. c. Elk omgevingselement beïnvloedt het marketingsysteem negatief dan wel positief. Anders gezegd: het is een bedreiging of het biedt kansen. Probeer van een aantal omgevingselementen de invloed op het marketingsysteem te verwoorden. d. Waardoor komt het dat omgevingselementen die het dichtst bij elkaar staan elkaar het meest kunnen beïnvloeden? 5. Marketingmix-instrumenten a. Noem de marketingmix-instrumenten. b. Wat is het doel van de marketingmix-instrumenten? c. Waarom staat het woord mix achter ieder marketingmix-instrument? d. Geef globaal weer wat de P s inhoudelijk voorstellen. e. Geef de definitie van marketingmix. Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 2

3 f. Geef met eigen woorden weer wat de marketingmix betekent voor een bedrijf en voor consumenten. g. Noem een aantal vervangende uitdrukkingen voor de marketingmix. h. Hoe luidt de marketinggedachte ofwel marketingfilosofie? Paragraaf Marketingbeleid a. Om een succesvol marketingbeleid te kunnen voeren, dient naar het daarvan afgeleide marketingconcept gehandeld te worden. Licht deze bewering toe. b. Hoe luidt de definitie van het marketingbeleid volgens Franckena en Leyenaar? Omschrijf de gedachtegang die achter deze definitie zit. c. Noteer ten minste twee doelstellingen van het marketingbeleid. d. Omschrijf waarom een fabrikant meestal vier tot zes marketingmix-instrumenten hanteert en een detaillist zes of meer. Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 3

4 2. De marketingomgeving 1. De marketingomgeving a. Maak een tabel van vier kolommen met in de kolomkoppen de bedrijfsomgeving, de marktomgeving, de omgeving van publieke instellingen en de macro-omgeving. Zet in iedere kolom de bijbehorende omgevingselementen. Paragraaf Bedrijfsomgeving (micro-omgeving) a. Elk omgevingselement beïnvloedt het marketingsysteem negatief dan wel positief. Anders gezegd: het is een bedreiging of het biedt kansen. Probeer van een aantal omgevingselementen de invloed op het marketingsysteem te verwoorden. b. Beschrijf de invloed van de beschikbare personeelscapaciteiten in het marketingsysteem. c. Noteer van de micro-omgeving de voor de ondernemer meest beheersbare elementen. Motiveer waarom dit zo is en motiveer ook waarom dit toch zo zijn beperkingen heeft. d. Wat wordt voor het motorvoertuigbedrijf bedoeld met geïntegreerde marketing? Wat is het doel hiervan? 3. Marktomgeving (micro-omgeving) a. Motiveer waarom je als ondernemer de elementen uit de marktomgeving minder gemakkelijk kunt beïnvloeden dan de elementen uit de bedrijfsomgeving. b. Omschrijf van het element concurrentie in hoeverre dit het marketingsysteem zowel positief als negatief kan beïnvloeden. c. Omschrijf de invloed die de fabrikant/importeur op ons marketingsysteem kan uitoefenen. 4. Omgeving van publieke instellingen (micro-omgeving) a. Waarom is de financiële wereld een nauwelijks beïnvloedbaar omgevingselement? b. Waarin kan de pers ons marketingsysteem beïnvloeden? Geef daarvan enkele voorbeelden. c. Op welke manier(en) beïnvloedt de overheid het marketingsysteem? d. Noem ten minste twee belangengroepen en omschrijf op welke wijze de genoemde belangengroepen ons marketingsysteem kunnen beïnvloeden. e. Op welke manier is het publiek in het algemeen te beïnvloeden? Paragraaf Macro-omgeving a. Geef de elementen uit de macro-omgeving. b. Motiveer waarom deze elementen voor de retailer niet beheersbaar zijn. c. Motiveer waarom deze elementen van groot strategisch belang zijn. 6. Economische omgeving a. Omschrijf welke relatie er bestaat tussen koopkracht en kooplust en economische ontwikkelingen. Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 4

5 b. Wat betreft de marketing moeten we rekening houden met economische ontwikkelingen. Noem een economische ontwikkeling en verklaar de relatie met de marketing. c. Noem ten minste drie factoren die de koopkracht van de consument beïnvloeden. 7. Technologische omgeving a. Wat betekent creative destruction in de marketing? Geef er een voorbeeld van. b. Noem ten minste twee technologische trends die voor de marketing van belang zijn en geef er een omschrijving bij. 8. Politieke en wettelijke omgeving a. Noem ten minste twee regelingen waarmee de overheid invloed uitoefent op de marketing. b. Omschrijf in hoeverre een retailer invloed kan uitoefenen op wettelijke regelingen. c. De voorwaarden waaronder de overheid de regelgeving vaststelt, heeft invloed op de marketing(on)mogelijkheden van de retailer. Noem ten minste een voorwaarde en licht toe waarom dit zo is. 9. Sociale en culturele omgeving a. Omschrijf wat de sociale en culturele omgeving inhoudt. b. Wanneer spreekt men van een subcultuur en wat is hiervan het belang voor de marketing? c. Wat verstaat men onder primaire en secundaire culturele waarden en welke relatie hebben deze tot de marketing? d. Noem ten minste twee (belangrijke) culturele trends en geef er een omschrijving van. 10. Demografische omgeving a. Motiveer waarom demografische ontwikkelingen een grote directe invloed op de marketingmogelijkheden hebben. b. Noem ten minste twee demografische ontwikkelingen die voor de marketing van belang zijn en geef er een omschrijving van ondersteund met voorbeelden. 11. Natuurlijke omgeving a. Noem ten minste twee trends in de natuurlijke omgeving die voor de marketing van belang zijn en geef er een omschrijving van ondersteund met voorbeelden. Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 5

6 3. De afnemer Paragraaf 3.1 Inleiding 1. De afnemer: Inleiding a. In de marketing worden vaak doelgroepen benaderd. Motiveer hoe de individuele afnemer dan toch centraal gesteld kan worden. Paragraaf 3.2 Factoren gelegen in het product 2. Factoren gelegen in het product a. Noem de twee mogelijke bestemmingen die producten kunnen hebben. b. Noem ten minste drie soorten goederenindelingen en noem van elk waarvoor deze indeling geschikt is. c. Noem de productclassificatie volgens Copeland en geef van elke categorie een voorbeeld uit de mobiliteitsbranche. d. Omschrijf het nut van de productclassificatie. e. Deel de onderstaande producten in volgens de productclassificatie van Copeland: nieuwe auto s; gebruikte auto s; accessoires; onderhoud van motorvoertuigen; brandstoffen; onderdelen. Paragraaf 3.3 Factoren gelegen bij de afnemer 3. Factoren gelegen bij de afnemer a. Bij de aard van de vraag wordt er gesproken over initiële vraag, vervangingsvraag, additionele vraag, herhalingsaankopen, penetratiegraad, verzadiging, en autodichtheid. Omschrijf wat deze begrippen inhouden en geef er voorbeelden bij. b. Bij industriële afnemers speelt de ratio een belangrijkere rol dan de emotie in vergelijking tot de consument. Motiveer dit. c. De handel heeft veel belangstelling voor brutowinstmarge en omzetsnelheid van goederen. Motiveer dit. d. Omschrijf wat er onder het acceleratiebeginsel wordt verstaan. Geef hiervan een voorbeeld. Paragraaf 3.4 De consument 4. Het consumentengedrag a. Noem ten minste twee factoren die het consumentengedrag beïnvloeden. b. Bij het consumentengedrag spelen communicatiegedrag, koopgedrag, gebruiksgedrag en afdankgedrag een belangrijke rol. Geef van elk element een voorbeeld en motiveer het daaruit voortvloeiende consumentengedrag. c. Wat verstaat men onder primaire behoeften en secundaire behoeften? Wat is het nut van deze indeling? d. Wat betekenen de begrippen koopkracht, besteedbaar inkomen en discretionary spending power? In welke relatie staan deze factoren tot elkaar? e. Definieer het begrip consumentisme. Dit mag ook in eigen woorden. Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 6

7 5. Stimuli en respons a. Globaal wordt de koopbeslissing beïnvloed door behoeften, exogene factoren en stimuli, die tot een respons leiden. Omschrijf hoe het beslissingsproces verloopt. 6. De exogene factoren a. Omschrijf wat men onder exogene factoren verstaat en noem ze. b. Noem ten minste twee economische omstandigheden die het koopproces van de consument beïnvloeden. Omschrijf welk voordeel we in de marketing hiervan kunnen hebben. c. Als vraag b, maar dan voor twee demografische factoren. d. Als vraag b, maar dan voor twee sociale factoren. e. Als vraag b, maar dan voor twee psychologische factoren. f. Als vraag b, maar dan voor twee culturele factoren. Paragraaf 3.5 Koop als beslissingsproces 7. Koop als beslissingsproces a. Noem de vijf fasen van het koopbeslissingsproces en geef er een korte omschrijving bij. b. In de marketing maakt men gebruik van perceptie en cognitie. Wat houden deze begrippen in? Geef van elk een voorbeeld. c. Omschrijf hoe het cognitieve proces verloopt. Paragraaf 3.6 Economische invloeden op het consumentengedrag 8. Koopkracht a. Omschrijf de begrippen vrije en gebonden koopkracht en omschrijf het nut van deze kennis binnen de marketing. b. Als vraag a, maar dan voor het prijsindexcijfer. c. Door welke twee oorzaken verandert de vrije en gebonden koopkracht van de consument? 9. Bestedingspatroon a. Wat verstaat men onder het bestedingspatroon? Geef hiervan een voorbeeld (bijvoorbeeld dat van jou zelf). Motiveer het belang van het kennen van het bestedingspatroon voor de marketing. b. Omschrijf de wet van Engel en geef het nut hiervan aan voor de marketing. c. Welke relatie bestaat er tussen de uitgaven van de eerste levensbehoeften en het procentuele inkomen? d. Welke relatie bestaat er tussen het inkomen en de uitgaven aan primaire goederen? e. Welke relatie bestaat er tussen het inkomen en de uitgaven aan luxe goederen? Welke rol speelt het drempelinkomen hierbij? f. Welke relatie bestaat er tussen het inkomen en de uitgaven aan inferieure goederen? g. Geef enige voorbeelden van het verschil in bestedingspatroon van ouderen en jongeren. h. Motiveer waarom een personenautodealer inzicht moet hebben in het bestedingspatroon van consumenten. i. Door welke oorzaken is er een verschuiving in het bestedingspatroon gaande? Motiveer dit. Aan welk soort producten besteedt de consument minder respectievelijk meer van het besteedbaar inkomen? Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 7

8 10. De prijzen van goederen a. Wat verstaat men onder prijselasticiteit? Motiveer waarom dit begrip wordt gehanteerd. b. In Nederland verhoogt de fabrikant de prijs van een personenauto van naar De afzet daalt daardoor van naar 800 stuks. Geef de berekening van de prijselasticiteit van de vraag naar deze personenauto. Welke conclusie is hieruit te trekken? c. Motiveer waarom de prijselasticiteit doorgaans negatief is. d. Motiveer waarom we te maken hebben met inelastische goederen wanneer de prijselasticiteit (E v ) ligt tussen 0 en -1, en met elastische goederen wanneer de prijselasticiteit < -1 is. e. Geef van elastische en inelastische goederen elk een voorbeeld. f. Als de inkomenselasticiteit groter is dan 1 (E y > 1) dan is er sprake van elastische goederen, en wanneer de inkomenselasticiteit ligt tussen 0 en 1 dan is er sprake van inelastische goederen. Verklaar deze bewering. g. Als de inkomenselasticiteit negatief is (E y < 1) dan hebben we te maken met inferieure goederen. Verklaar deze bewering. h. Wat verstaat men onder kruislingse elasticiteit? Geef hiervan een voorbeeld. i. Waarom spreekt men bij een negatieve kruislingse elasticiteit van complementaire goederen? 11. Andere factoren a. De veranderingen in het bestedingspatroon worden niet alleen veroorzaakt door economische factoren, maar ook door mobiliteit, status en rationele/emotionele koopmotieven. Motiveer deze bewering. Paragraaf 3.7 Demografische invloeden op het consumentengedrag 12. De relatie tussen maatschappelijke trends en demografische veranderingen a. Wat verstaat men onder demografie? b. Noem ten minste vier demografische kenmerken. c. Noem ten minste twee maatschappelijke trends die invloed hebben op de demografische veranderingen. Motiveer dit. 13. De omvang en samenstelling van de bevolking a. De bevolkingsomvang, de leeftijdsopbouw en de levensloop hebben invloed op de koop van producten. Geef hiervan twee voorbeelden. b. Geef globaal de leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking weer. Zoek op het internet de prognoses op wat betreft veranderingen in de leeftijdsopbouw. Motiveer welke consequenties dit heeft voor de verkoop van producten. c. Geef globaal de levensloop van de Nederlandse bevolking weer. Zoek op het Internet de prognoses op wat betreft veranderingen in het samenlevingsprofiel. Motiveer welke consequenties dit heeft voor de verkoop van producten. Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 8

9 14. Tijdsbesteding en vrije tijd a. Motiveer welke invloed tijdsbesteding en vrije tijd invloed hebben op de koop van producten. Geef ten minste drie voorbeelden voor de mobiliteitsbranche. 15. Welstandsklassen a. Deel de Nederlandse bevolking in naar welstandsklassen. Maak daarbij gebruik van het Internet. b. Motiveer welke invloed de welstandsklassen hebben op de koop van producten. Geef ten minste drie voorbeelden voor de mobiliteitsbranche. 16. Opleidingsniveau a. Motiveer welke invloed het opleidingsniveau heeft op de koop van producten. Geef ten minste twee voorbeelden voor de mobiliteitsbranche. Paragraaf 3.8 Sociale invloeden op het consumentengedrag 17. Het gezin a. Welke invloed heeft de rolverdeling binnen het gezin op het koopgedrag? b. Motiveer welke rol voor de marketing de belangrijkste is. c. Waarom is de rolverdeling afhankelijk van de diverse stadia in de gezinscyclus? d. Naast verschillende gezinsrollen kunnen de koopbeslissingen uiteenvallen in verschillende deelbeslissingen. Geef ten minste drie mogelijke deelbeslissingen. e. Ten aanzien van deelbeslissingen moet de marketeer bepalen wie voor zijn product in het gezin welke rol speelt bij de deelbeslissing. Op welke gebieden moet hij zijn richten? f. Wat is voor wat betreft een rollenpatroon een mogelijke leidraad voor segment- en doelgroepbepaling? Noem enkele voorbeelden. 18. Referentiegroepen a. Definieer de referentiegroep. Dit mag je ook met eigen woorden doen. b. Motiveer waarom directe referentiegroepen (face-to-face-groepen) meer invloed op navolging hebben dan secundaire referentiegroepen. Geef daarvan ook een voorbeeld. c. Op welke twee wijzen kan de invloed van indirecte referentiegroepen zich voordoen? d. Noem ten minste twee referentiegroepen waarbij de marketeer binnen de reclame gebruik kan maken. 19. Opinieleiders a. Motiveer waarom een opinieleider een belangrijke rol bij persoonlijke beïnvloeding speelt. b. Motiveer op welke manier opinieleiders het koopgedrag beïnvloeden. Kun je situaties noemen wanneer en op welke manier men binnen de marketing gebruikmaakt van opinieleiders? c. Omschrijf de rol die de media hebben op de beïnvloeding de opinieleiders. Paragraaf 3.9 Psychologische invloeden op het consumentengedrag 20. Psychologische invloeden op het consumentengedrag a. Noem ten minste drie psychologische factoren die invloed hebben op het consumentengedrag. Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 9

10 21. Persoonlijkheid a. Breng de factor persoonlijkheid in relatie met de marketing. 22. Individualisering a. Motiveer welke invloed individualisering heeft op de koop van producten. b. Omschrijf het begrip consumentisme. 23. Emoties a. Noem ten minste vijf soorten emoties die van belang zijn voor de koop van een auto. Betrek dit op een personenauto. b. De consument is ongrijpbaar: hij is en fun en fast shopper. Betrek dit op een personenauto. 24. Ervaringseconomie of belevingseconomie a. Wat verstaat men onder ervarings- en belevingseconomie? b. Omschrijf welke invloeden deze theorieën hebben op de marketingdoelstellingen. 25. Zintuigen a. De zintuigen bepalen voornamelijk het emotionele koopproces. Noem de zintuigen (6) en motiveer op welke wijze deze het koopproces beïnvloeden. b. Wat verstaat men onder selectieve perceptie? Welke rol speelt de marketing hierin? c. Wat houdt de evoked set in? Wat is daarvan de toepassing in de marketing? 26. De motivatietheorie van Abraham Maslow a. Noem de behoefteniveaus volgens de motivatietheorie van Maslow. b. Noem ten minste twee fysiologische behoeften en betrek deze op de mobiliteitsbranche. c. Doe hetzelfde als vraag b, maar dan voor bestaanszekerheid. d. Doe hetzelfde als vraag b, maar dan voor sociale behoeften. e. Doe hetzelfde als vraag b, maar dan voor behoeften aan zelfwaardering. f. Doe hetzelfde als vraag b, maar dan voor behoeften aan zelfrealisatie. Paragraaf 3.10 Culturele invloeden op het consumentengedrag 27. Culturele invloeden op het consumentengedrag a. Cultuur bestaat uit waarden en normen. Wat verstaat men onder waarden en normen? Noem een voorbeeld van beide. b. Noem ten minste twee zaken waaraan we waarden en normen ontlenen. c. Noem ten minste twee soorten van cultuurverandering. Geef daarvan aan welke invloed deze hebben op het koopgedrag in de mobiliteitsbranche. d. De sociale klassen worden meestal bepaald door beroep en opleiding. Motiveer welke invloed deze factoren hebben op de uitvoering van de marketing. e. Geef een indeling naar sociale klassen in Nederland. f. Definieer het begrip levensstijl (mag met eigen woorden) en geef het belang voor de marketing hiervan aan. g. Noem de drie factoren volgens de levensstijlmetingen (de zogenaamde AIOmetingen) met van elk ten minste twee elementen. h. Welke betekenis heeft het levensstijlconcept voor de marketing? Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 10

11 4. Consumentenmarkten Paragraaf Consumentenmarkten: Inleiding a. Wat is het verschil tussen marktsegmenten en doelgroepen? Waarom hanteert men in de marketing deze indelingen? Paragraaf Marktsegmenten a. Noem de drie strategische stappen van marktsegmentatie. b. Noem ten minste drie criteria op basis waarvan markten gesegmenteerd kunnen worden. Noem ook ten minste twee bijbehorende variabelen. c. Omschrijf een geografisch segment voor een personenautobedrijf. Noem ook de segmentatiecriteria en de variabelen die je hierbij gebruikt hebt. d. Dezelfde vraag als c, maar dan voor een demografische segmentatie, een socioeconomische segmentatie en een psychografische segmentatie. e. Maak op basis van een levensstijl een marktsegmentatie voor een personenauto of motorfiets. Motiveer je keuze. f. Dezelfde vraag als c, maar dan op basis van consumentengedrag. g. Op basis van welke criteria is het (Nederlandse) personenautopark gesegmenteerd? h. Dezelfde vraag als c, maar dan op basis van sociale milieus met overeenkomstige waarden en normen. Motiveer welke onderstromen bij de door jou gemaakte een rol spelen. Paragraaf Het kiezen van marktsegmenten en doelgroepen a. Zoek op het internet de statistiek op van de gemiddelde inkomens van huishoudens. Maak voor de personenautobranche een segmentatie op basis van de zogenoemde celmethode. b. Noem ten minste twee voorwaarden voor een doelmatige segmentatie. c. Geef een voorbeeld van een doelgroep van de personenautobranche. Paragraaf Positionering a. De derde strategische stap van marktsegmentatie is positionering van het product. Wat verstaat men hieronder? Wat is het doel ervan? b. Noem van ten minste twee personenautomerken de marktpositionering die de fabrikanten hun product hebben meegegeven. Geef een aantal criteria die hieraan ten grondslag liggen. c. Geef het verschil aan tussen marktsegmentatie en positionering. Geef daarbij een voorbeeld van een personenauto. Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 11

12 Paragraaf Bedrijfsformule (winkelformule) a. Omschrijf wat er onder de bedrijfsformule (winkelformule) wordt verstaan. b. Omschrijf hoe een bedrijfsformule tot stand komt. c. Wat is het belang van het hebben van een bedrijfsformule? d. Geef een voorbeeld van een bedrijfsformule van een personenautobedrijf. Doe hetzelfde voor een motorfietsbedrijf. 6. De onderdelen van de bedrijfsformule a. Uit welke onderdelen bestaat een bedrijfsformule? b. Geef de keuzemogelijkheden van de zogenoemde formuledoos. Zet een voertuig erin en motiveer waarom je dit zo gedaan hebt. c. Bij personenauto s heb je vaak met kwalitatieve doelen te maken. Motiveer waarom dit zo is. 7. Relatie marketingmix-instrumenten met bedrijfsformule a. Welke mogelijkheden biedt de productmix om bij een gekozen bedrijfsformule aan te sluiten? Motiveer hoe je de productmix gaat inzetten op de gekozen bedrijfsformule van vraag 6b. Wat betreft de mogelijkheden kun je ook alvast kijken naar het marketingbeleid in hoofdstuk 8. b. Als vraag 7a, maar dan voor de prijsmix. c. Als vraag 7a, maar dan voor de plaatsmix ofwel PD-mix. d. Als vraag 7a, maar dan voor de promotiemix. e. Noem twee imago-onderdelen die voor het shoppen van een personenauto van belang zijn. Neem daarvoor jouw voorbeeld van vraag 6b. f. Als vraag 7a, maar dan voor de presentatiemix. g. Als vraag 7a", maar dan voor de personeelsmix. Paragraaf Marketingmix a. Zet op basis van de uitkomsten van vraag 7 de marketingmix op voor het voertuig uit vraag 6b. b. Welke kwalitatieve en kwantitatieve beslissingsfactoren hebben bij het opstellen van de marketingmix een rol gespeeld? c. Welke drie vuistregels gelden voor de detaillist bij het opstellen van de bedrijfsformule en de marketingmix? Heb je hieraan voldaan bij jouw voertuigvoorbeeld? Zou je nu nog iets willen bijstellen? Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 12

13 5. De markt van aanbieders Paragraaf Groothandelaar en detaillist a. Welke positie neemt een groothandelaar op de markt in en welke een detaillist? b. Wat verstaat men onder collecterende en distribuerende handel? c. Noem enkele voordelen van een samenwerkingsovereenkomst tussen een groothandelaar en zijn detaillisten. d. Noem ook enkele nadelen. 2. Integrale samenwerking a. Noem vier redenen waarom ondernemers tot integrale samenwerking besluiten. b. Wat is een bedrijfskolom en wat een bedrijfstak? c. Wanneer is er sprake van functionele samenwerking? d. Tot welke gebieden kan de integrale samenwerking zich uitstrekken? e. Noem drie veel voorkomende functionele samenwerkingsvormen. 3. Inkoopcombinatie Een mogelijke functionele samenwerkingsvorm tussen ondernemingen is de inkoopcombinatie. a. Wat is een inkoopcombinatie? b. Wat is de reden voor het oprichten van een inkoopcombinatie? c. Noem een voorbeeld van een inkoopcombinatie tussen bedrijven in de motorvoertuigsector. d. Welke voordelen kan een inkoopcombinatie bieden? e. Welke taken kunnen door een inkoopcombinatie uitgeoefend worden? f. In hoeverre blijven de deelnemende ondernemingen zelfstandig? 4. Vrijwillig filiaal Een mogelijke functionele samenwerkingsvorm tussen ondernemingen is het vrijwillig filiaal. a. Wat is een vrijwillig filiaal? b. Wat is de reden voor het oprichten van een vrijwillig filiaal? c. Noem een voorbeeld van een vrijwillig filiaal tussen bedrijven in de motorvoertuigsector. d. Welke voordelen kan een vrijwillig filiaal bieden? e. Welke taken kunnen door een vrijwillig filiaal uitgeoefend worden? f. In hoeverre blijven de deelnemende ondernemingen zelfstandig? 5. Franchising Een mogelijke functionele samenwerkingsvorm tussen ondernemingen is de franchising. a. Wat is franchising? b. Wat is de reden voor het oprichten van een franchise-organisatie? c. Noem een voorbeeld van franchising tussen bedrijven in de motorvoertuigsector. d. Welke voordelen kan franchising bieden? e. Welke taken kunnen door een franchise-organisatie uitgeoefend worden? f. In hoeverre blijven de deelnemende ondernemingen zelfstandig? Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 13

14 6. Partiële samenwerking a. Samenwerkingsvormen worden verdeeld in twee groepen, namelijk de commerciële en de maatschappelijke samenwerking. Noteer twee maatschappelijke samenwerkingsvormen in de automobielbranche. b. Commerciële samenwerking kan in twee richtingen plaatsvinden. Verklaar aan de hand van een voorbeeld een samenwerkingsvorm in horizontale richting. c. Omschrijf in het kort het kenmerkende verschil tussen een concessionair en een combinatiewinkel. d. Wat is het doel van samenwerkingsvormen zoals een concessionair en een combinatiewinkel? 7. Service-merchandising Service-merchandising levert voor beide partijen, leverancier en winkelier, voordelen op. a. Noteer twee voordelen voor de winkelier. b. Noteer twee voordelen voor de leverancier. 8. Collectieve reclame De samenwerking tussen ondernemingen komt onder andere tot uiting in gezamenlijke reclame- en promotiecampagnes. a. Welke twee vormen van gezamenlijke promotiecampagnes onderscheidt men? b. Welke van de twee vormen is een samenwerkingsvorm in verticale richting? Paragraaf Wie kunnen er als concurrent beschouwd worden? a. Wat is het verschil tussen directe en indirecte concurrentie? Noem enkele voorbeelden. b. Diverse vormen van directe concurrentie zijn: productvormconcurrentie, merkconcurrentie en aanbiedersconcurrentie. Geef de betekenis van iedere concurrentievorm aan. 10. Het aantal concurrenten a. Maak de matrix van de marktvormen waarbij sprake is van één tot veel aanbieders, veel vragers en homogene en heterogene producten. 11. Monopolie a. Omschrijf het monopolie als marktvorm. b. Wanneer is er sprake van een zuiver en een onzuiver monopolie? c. Verklaar waarom de vraagcurve bij een zuiver monopolie verticaal verloopt en waarom de monopolist dan de prijszetter is. d. Welke reacties kunnen er bij onzuiver monopolie optreden als de monopolist de prijs van zijn product verhoogt? e. Verklaar waarom de vraagcurve bij een onzuiver monopolie niet verticaal verloopt. 12. Volledige mededinging a. Omschrijf het volledig mededingen als marktvorm. b. Waarom wordt de ondernemer in volledig mededingen ook wel hoeveelheidsaanpasser genoemd? c. Teken het verloop van de vraag- en aanbodcurven en verklaar waarom er een evenwichtspunt is. 13. Oligopolie a. Omschrijf de heterogene oligopolie als marktvorm. Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 14

15 b. Noem een voorbeeld van heterogene oligopolie. c. Verklaar waarom prijsverlaging geen zin heeft. d. Verklaar waarom een prijsverhoging, uitgevoerd door de marktleider, door de nadere concurrenten gevolgd zal worden. e. Bij een oligopolie kunnen zich prijsoorlogen en kartelvorming voordoen. Geef aan wat dat is, hoe het in zijn werk gaat en wat de effecten ervan zijn. 14. Monopolistische concurrentie a. Omschrijf de monopolistische concurrentie als marktvorm. b. Op welke wijze kan een ondernemer, die in deze marktvorm actief is, zich onderscheiden van zijn concurrenten? 15. Naast de factoren die de marktvorm bepalen, zijn er nog twee factoren die de concurrentiesituatie bepalen. Welke factoren zijn dit? 16. Doorzichtigheid (transparantie) van de markt a. Wat zijn de kenmerken van een doorzichtige markt? b. Geef een voorbeeld van de doorzichtige en een ondoorzichtige markt. c. Welke middelen kunnen een ondoorzichtige markt minder ondoorzichtig maken? d. Welke relatie is er te leggen tussen de (on)doorzichtigheid van de markt en de consument? e. Welke relatie is er te leggen tussen de (on)doorzichtigheid van de markt en de prijs? 17. Vrije toetreding a. Wat houdt vrije toetreding in? b. Verklaar waarom dit één van de voorwaarden is bij volledig mededingen. c. Noem ten minste vier drempels die vrije toetreding kunnen belemmeren. d. Welke conclusie is er te trekken ten aanzien van de vrijheid van toetreding? 18. Hoe groot is de concurrentie? a. Op welke twee manieren kan het marktaandeel ingedeeld worden? b. Wat betekent: het marktaandeel bedraagt van ons product 10%? c. Als de jaaromzet van een onderneming bedraagt en in het marktgebied , wat is dan het marktaandeel van de concurrentie? d. Welke vier factoren bepalen de aard en omvang van de concurrentie? e. Verklaar waarom de vraagcurve van de prijs afhankelijk is. f. Wat verstaat men onder een elastische respectievelijk inelastische vraag? g. Verklaar waarom bij specialty goods de vraag doorgaans elastisch is. h. Hoe ligt dit bij convenience goods en shopping goods? i. Verklaar het verloop van de aanbodcurve ten gevolge van vraagveranderingen. j. Verklaar hoe het evenwichtspunt of equatiepunt tot stand komt. k. Wat is het verschil tussen homogene en heterogene producten? Geef van beide een voorbeeld. l. Waarom zal bij introductie van nieuwe producten de concurrentiestrijd meestal (tijdelijk) sterk toenemen? m. Wanneer spreekt men van een doorzichtige of transparante markt? Motiveer waarom doorzichtigheid met de mate van concurrentie te maken heeft. n. Wat is vrije toetreding tot de markt? o. Wat zijn feitelijke belemmeringen? p. Wat zijn wettelijke belemmeringen? Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 15

16 Paragraaf Het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) a. Wat betekent de afkorting MKB? b. Geef de indeling van het MKB in bedrijfsgroepen. 20. Het marktgebied a. Wat verstaat men onder gewoontegoederen? Welke behoeften worden hiermee bevredigd? Welke eisen stelt dit aan de distributie? Noem een voorbeeld. b. Als vraag a, maar dan voor keuzegoederen. 21. Abstracte markten a. Wat wordt onder abstracte markten verstaan? 22. Concrete markten a. Welke zes marktvormen zijn er te onderscheiden? b. Noem de kenmerken van elk van deze marktvormen. c. Door welke factoren wordt bepaald in welke marktvorm bedrijfstakken zich bewegen? d. In welke marktvormen bewegen zich de diverse bedrijfstakken van de motorvoertuigbranche? e. Kun je ook bedrijven noemen die zich (vrijwel) een monopoliepositie verworven hebben? f. Welke nadelen kan de consument hierdoor ondervinden? g. Naast de warenmarkten worden ook de jaarbeurs en de tentoonstelling tot de concrete markten gerekend. Geef voor zowel de jaarbeurs als de tentoonstelling aan: het doel; het karakter van de aanbiedende partij; het karakter van de vragende partij. h. Bij een veiling kan de prijsvorming op drie manieren tot stand komen. Welke zijn deze drie manieren? Welke van de drie manieren geeft de verkopende partij de beste mogelijkheid voor een hoge opbrengst? i. Geef aan de hand van het aantal aanbieders en het aantal vragers het verschil aan tussen een inschrijving en een aanbesteding. j. Wat verstaat men onder een onderhandse aanbesteding? Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 16

17 6. Marktonderzoek Paragraaf Marktonderzoek: inleiding a. Omschrijf (met eigen woorden) hoe marktonderzoek gedefinieerd is. b. Noem ten minste vier mogelijke onderzoeksterreinen. c. Noem ten minste vier aanleidingen om een marktonderzoek in te stellen. Paragraaf Fasen van marktonderzoek a. Noteer in volgorde de stappen waarin marktonderzoek wordt uitgevoerd. b. Als personenautodealer willen we de afzet van snellopende onderdelen bevorderen naar andere autobedrijven. Alleen weten we niet in hoeverre we concurrerend kunnen optreden tegen de automaterialenzaken. Maak het onderzoeksplan. Paragraaf Bureau-onderzoek (desk research) a. Wat verstaat men onder bureau-onderzoek (desk research)? b. Noem de informatiebronnen die met bureau-onderzoek geraadpleegd kunnen worden. c. Maak een overzicht van de interne informatiebronnen en zet daarbij de waaruit de informatie op te halen is. d. Bedrijfsinformatie is uit de marketingmix-instrumenten te halen. Noteer per P de mogelijk te vergaren informatie. e. Noem ten minste vier soorten klanteninformatie die uit de klantenregistratie te halen zijn. Welke vormen van klantenregistraties kennen we binnen het autobedrijf? f. Als vraag e, maar dan voor concurrenteninformatie. g. Wat verstaat men onder databankonderzoek? h. Leg vast over welke ontbrekende informatie je zou willen beschikken en probeer dit bij een databank via het internet op te halen. i. Wat verstaat men onder multi-cliënt-onderzoek? Welke soorten informatie zijn hier meestal beschikbaar? j. Noem de soorten informatie die via verwijzende externe informatiebronnen te verkrijgen zijn. Noem ten minste twee van deze informatiebronnen. k. Als vraag i maar dan voor gespecialiseerde externe informatiebronnen. l. Noem ten minste vier criteria waarop de kwaliteit van de informatie beoordeeld wordt. 4. Veldonderzoek (field research) a. Wat verstaat men onder veldonderzoek (field research)? b. Noem ten minste twee soorten informatie die via veldonderzoek te vergaren zijn. c. Welke nadelen kleven er aan veldonderzoek ten opzichte van bureau-onderzoek? d. Wat zijn de redenen dat veldonderzoek verhoudingsgewijs minder voorkomt dan bureau-onderzoek? e. Noem de drie methoden van veldonderzoek. Geef van elke methode aan hoe deze functioneert. Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 17

18 Paragraaf Het marktonderzoek zelf doen of uitbesteden? a. Welke redenen zijn er aan te voeren om marktonderzoek zelf te doen of uit te besteden? b. Waarom zijn bij een te uitbesteden marktonderzoek de briefing en de offerte belangrijk? Paragraaf Informatie verzamelen a. Noem de vier informatie-instrumenten en omschrijf wat deze inhouden. 7. Onderzoeksmethoden a. Wat verstaat men onder kwalitatief marktonderzoek? Welke soort informatie valt hieronder? b. Als vraag a, maar dan voor kwantitatief marktonderzoek. c. Noem ten minste vier criteria waaraan vragenlijsten moeten voldoen. d. Wat is het verschil tussen open en gesloten vragen? Welke soort informatie valt hieronder? e. Noem ten minste drie redenen waarom respondenten vragen fout beantwoorden. f. Wat is het verschil tussen een aselecte en selecte steekproef? Welke soort informatie valt hieronder? g. Wat verstaat men onder de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van een steekproef? h. Wat verstaat men onder piramidaal rapporteren? Wat is het doel hiervan? Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 18

19 7. Marketingmix en marketingmix-instrumenten Paragraaf Productmix a. Waarom is de productmix het uitgangspunt van de marketingmix? b. Wat is de basisbehoefte waarin een voertuig voorziet? c. Wat zijn de onderbouw en bovenbouw van een product? d. Noem voor wat betreft de onderbouw enkele behoeften waarin een personenauto kan voorzien. e. Noem voor wat betreft de bovenbouw enkele behoeften waarin een personenauto kan voorzien. f. Uit welke onderdelen bestaat de bovenbouw? 2. Kwaliteit a. Definieer het begrip kwaliteit. b. Geef een voorbeeld van immateriële kwaliteit. 3. Merk ( brand ) a. Wat is de betekenis van een merkbeeld en/of merksymbool? b. De consument ziet het merk als waarborg. Motiveer dit. c. Waarom is een merkbeeld en/of merksymbool goed te gebruiken bij reclame en waarom is het succes van een reclame afhankelijk van de merkbekendheid, de merkenvoorkeur en/of merkentrouw? d. Waarom is de hierna genoemde volgorde in gradatie van merkbekendheid, merkenvoorkeur en merkentrouw juist? e. Waarom heeft de kwaliteit van het bedrijf invloed op de merkentrouw? f. De bedrijfsnaam kan hetzelfde effect hebben als de merknaam. Motiveer dit. g. Beredeneer of voor motorvoertuigbedrijven de merknaam en bedrijfsnaam elkaar kunnen ondersteunen in hun functie. h. Waarop is het merkteken (-symbool) door te voeren in een bedrijf? 4. Verpakking a. Men zegt wel: een goede verpakking betaalt zichzelf. Waarom zegt men dit? b. Welke functies vervult een verpakking? c. Wat is (zijn) de functie(s) van de technische verpakking? Noem een voorbeeld. d. Wat is omverpakking? Noem een voorbeeld. e. Wat is een gebruiksfunctie bij de verpakking? Noem een voorbeeld. f. Wat is (zijn) de functie(s) van de commerciële verpakking? Noem een voorbeeld. g. Wat is een imaginaire verpakking? Noem een voorbeeld. h. Welke functie heeft de verpakking als communicatiemiddel? Noem een voorbeeld. i. Op welke manier hebben facturen een presentatiefunctie? 5. Garantie a. Omschrijf waarom garantie als een soort verzekering te beschouwen is. Uitgeverij Streutker Marketing, Vragen & Opdrachten 19

20 b. Noem de drie redenen waarom een fabrikant garantie verleent. c. Noem twee commerciële redenen waarom de fabrikant garantie verleent. Motiveer dit. d. Noem twee protectionistische redenen waarom de fabrikant garantie verleent. Motiveer dit. e. Noem ten minste drie gevallen waarin consumenten garantie van de fabrikant/leverancier eisen. f. Noem ten minste vier omstandigheden waarin garantie de onzekerheid bij de consument kan wegnemen. g. Noem ten minste drie voorbeelden waarin de fabrikant naast zelfbescherming en commercie garantie moet of wil geven. h. Wat wordt er onder gesplitste garantie verstaan? Geef hiervan twee voorbeelden uit de autobranche. i. Welke invloed hebben keurmerken op de door de fabrikant gegeven garantie? j. Omschrijf waarom fabrikanten garantiecondities hebben gesteld. k. Noem ten minste drie voorwaarden waaraan de consument moet voldoen om aan de gestelde garantiecondities te voldoen. l. Geef twee oplossingsmogelijkheden die een bedrijf heeft om een klant garantie te kunnen bieden. Geef van elk een voorbeeld van de autobranche. 6. Service a. Service kan plaatsvinden voor, tijdens en na de koop. Noteer voor elke servicefase ten minste twee elementen waaruit de service kan bestaan. b. Niet door de klant betaalde service is voor de individuele klant wel gratis, maar de kosten hiervan worden collectief gedragen. Verklaar deze bewering. c. Ondanks het feit dat service een kostenpost is, kan de ondernemer er toch zijn voordeel mee doen. Omschrijf hoe hij dit kan doen. d. Omschrijf het doel van service. e. Noteer de twee vormen waarin service zich voordoet en omschrijf wat deze servicevormen inhouden. f. Noteer ten minste drie mogelijkheden om de servicekosten te dekken. 7. Assortiment a. Definieer het begrip assortiment. b. Uit welke dimensies bestaat een assortiment? Omschrijf wat de dimensies inhouden. c. Noem ten minste drie soorten verwantschappen. Motiveer het belang van een verwantschap. Noem ten minste twee voorbeelden die in de mobiliteitsbranche voorkomen. d. Noem de voorwaarden waaronder een assortiment tot stand komt. e. Noem ten minste twee voorbeelden uit de mobiliteitsbranche waarbij de vraag invloed heeft op de breedte en/of diepte van het assortiment. f. Verklaar waarom diepte-uitbreiding meestal neerkomt op product- en prijsdifferentiatie. g. Geef ten minste twee nadelen die diepte-uitbreiding met zich kan meebrengen. h. Noteer ten minste drie elementen uit het aanbod die de assortimentssamenstelling beïnvloeden. Licht deze toe. i. Als vraag h, maar dan voor de bedrijfsomstandigheden. j. Als vraag h, maar dan voor de imagoverhogende omstandigheden. k. Als vraag h, maar dan voor de externe omstandigheden. Uitgeverij Streutker Marketing Mobiliteitsbranche, vragen en opdrachten 20

Commerciële beroepsvorming 2 COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 2 (CCA01.2/CREBO:50173)

Commerciële beroepsvorming 2 COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 2 (CCA01.2/CREBO:50173) COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 2 (CCA01.2/CREBO:50173) sd.cca01.2.v1 ECABO, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd in enige vorm

Nadere informatie

Marketingbeleid AFDELING

Marketingbeleid AFDELING 2 Marketingbeleid AFDELING meerkeuzevragen juist-onjuistvragen opdrachten MARKETINGBELEID - Afdeling 2 27 21 marktgericht ondernemen meerkeuzevragen 2.1 1 Welke bewering over industriële marketing is juist?

Nadere informatie

Commerciële beroepsvorming 3 COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 3 (CCA01.3/CREBO:50160)

Commerciële beroepsvorming 3 COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 3 (CCA01.3/CREBO:50160) COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 3 (CCA01.3/CREBO:50160) sd.cca01.3.v1 ECABO, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd in enige vorm

Nadere informatie

Hoofdstuk 6 Magazijnadministratie

Hoofdstuk 6 Magazijnadministratie Hoofdstuk 6 Magazijnadministratie Paragraaf 6.1 1. Administratie in- en uitgaande goederen a. Noem ten minste vier handelingen die bij de binnenkomst van de order worden verricht en motiveer waarom dit

Nadere informatie

Workshop Marketingmix

Workshop Marketingmix Workshop Marketingmix 1. Wat is Marketing? Marketing omvat alle activiteiten die goederen (diensten) stuwen van leverancier (fabrikant, winkelier) naar afnemer (consument, klant). Beide partijen zijn tevreden.

Nadere informatie

Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie

Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie Paragraaf 3.1 1. Afdelingsstructuur a. Noem de soorten afdelingen die in bedrijven binnen de mobiliteitsbranche gebruikelijk zijn. b. Onder welke voorwaarden

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

Dit bestand niet correct? Meld misbruik op www.saxionstudent.nl. Saxionstudent.nl Blok1

Dit bestand niet correct? Meld misbruik op www.saxionstudent.nl. Saxionstudent.nl Blok1 Inleiding Dit verslag is geschreven in het kader voor het project Desk & Fieldresearch. Het project is voor het eerste studiejaar van de opleiding Commerciële Economie, aan Saxion Hogeschool te Enschede.

Nadere informatie

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45 Inhoud Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9 1 Onderzoek inkoopmarkt 9 1.1 Opzet van het marktonderzoek 10 1.2 Desk research 12 1.3 Field research 12 2 Inkoop en leverancierskeuze 15 2.1 Doelstellingen van

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Inhoud. Deel 1 Inleiding. Deel 2 De context

Inhoud. Deel 1 Inleiding. Deel 2 De context Inhoud Deel 1 Inleiding 1 en scenario s 1.1 Wat is consumentengedrag? 1.1.1 Beschrijven, verklaren en voorspellen van consumentengedrag 1.1.2 Waarop heet consumentengedrag betrekking? 1.1.3 Veranderend

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Consumentengedrag

Hoofdstuk 5 Consumentengedrag Hoofdstuk 5 Consumentengedrag Consumentengedrag Deel 1 Deel 2 Markten Deel 3 Deel 4 Deel 5 Deel 6 Deel 7 Deel 8 Deel 9 2 Leerdoelen 1. Een definitie geven van consumentenmarkt en een eenvoudig model construeren

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Marketing is een onderdeel van het organisatiebeleid. Veel verkopen (afzet) voor een goede prijs (omzet)

Marketing is een onderdeel van het organisatiebeleid. Veel verkopen (afzet) voor een goede prijs (omzet) Marketingaspecten Marketing is een onderdeel van het organisatiebeleid. Doelstellingen Continuïteit winst Marketingdoelstellingen Veel verkopen (afzet) voor een goede prijs (omzet) Marktaandeel (verkopen

Nadere informatie

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Onderzoek en acquisitie 11. Onderwijseenheid 2 Verkopen 45

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Onderzoek en acquisitie 11. Onderwijseenheid 2 Verkopen 45 Inhoud Onderwijseenheid 1 Onderzoek en acquisitie 11 1 Het verwerven van verkoopopdrachten 11 1.1 Marketing, wat is dat? 12 1.2 Het marketingplan 13 1.3 De instrumenten van de marketingmix 14 2 Public

Nadere informatie

Hoofdstuk 14 Prijsbeleid

Hoofdstuk 14 Prijsbeleid Hoofdstuk 14 Prijsbeleid Leerdoelen 1. De rol van prijszetting bespreken en aangeven waarom het belangrijk is om inzicht te hebben in de waardepercepties van de klant. 2. Het belang van bedrijfs en productkosten

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Markt. Kenmerken van marktvormen:

Markt. Kenmerken van marktvormen: 1 1 1 Markt 1 3 5 7 9 1 1 1 1 1 hoeveelheid 1 3 5 7 9 Qv Qa nieuw Qa Qv nieuw p Kenmerken van marktvormen: Volkomen concurrentie: Veel aanbieders Homogeen product(mais) Vrije toetreding Alle kennis van

Nadere informatie

Proefexamen MARKETING

Proefexamen MARKETING Proefexamen MARKETING Beschikbare tijd: 90 minuten 150713 1 Proefexamen HET PROEFEXAMEN BESTAAT UIT 6 GENUMMERDE PAGINA'S, waarin opgenomen: 1 CASE, gericht op de toetsing van de toepassing van het begrippenkader,

Nadere informatie

Marketing Woordverklaring: Markt-getting o Naar de markt brengen o Aan de klant bezorgen

Marketing Woordverklaring: Markt-getting o Naar de markt brengen o Aan de klant bezorgen Marketing Woordverklaring: Markt-getting o Naar de markt brengen o Aan de klant bezorgen 1. vrijwillige ruilrelaties tussen aanbieder en prospect (klant) 2. marktfilosofieën a) productfilosofie: massaproductie

Nadere informatie

Commerciële calculaties

Commerciële calculaties within temptation Commerciële calculaties Het programma van vandaag: Het product De Prijs Joop Lengkeek H0.012 lengkeek.j@nhtv.nl www.jooplengkeek.nl Product Het product Het product kan zowel goederen

Nadere informatie

handel en verkoop CSE GL

handel en verkoop CSE GL Examen VMBO-GL 2007 tijdvak 1 maandag 21 mei 9.00-11.00 uur handel en verkoop CSE GL Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 35 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel

Nadere informatie

Hoofdstuk 9 Marktsegmentatie en positionering

Hoofdstuk 9 Marktsegmentatie en positionering Hoofdstuk 9 Marktsegmentatie en positionering MARKTSEGMENTATIE EN POSITIONERING Deel 1 Deel 2 Deel 3 Kernstrategie Deel 4 Deel 5 Deel 6 Deel 7 Deel 8 Deel 9 Leerdoelen 1. Aangeven wat de vier belangrijke

Nadere informatie

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Internationale Marketing H4 Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Executive summary Een samenvatting voor het management 1 à 2 pagina s belangrijkste

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

1 Markt en marktvormen

1 Markt en marktvormen 1 Markt en marktvormen Wat is het verschil tussen een markt en een marktvorm? Markt= Concrete markt, plaats waar vragers en aanbieders van een bepaald goed elkaar ontmoeten en transacties afsluiten Marktvorm

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 8: Marketing M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht Management & Organisatie School Examen (SE) 7. Organisaties 8. Marketing Organisatiestructuren Niet commerciële organisaties Commerciële

Nadere informatie

Marketingplan 2010 Triad

Marketingplan 2010 Triad Marketingplan 2010 Triad Inhoud Triad Analyse van de omgevingsfactoren SWOT-analyse SMART-doelstellingen Marketingstrategie Marketingmix Budgettering Actieplanning Triad Wie? Studenten 1 ste jaar bedrijfsmanagement

Nadere informatie

3 Consumentenprijs, BTW en inkoopwaarde van de omzet

3 Consumentenprijs, BTW en inkoopwaarde van de omzet 3 Consumentenprijs, BTW en inkoopwaarde van de omzet 3.1 Inleiding De overheid profiteert mee van elke aankoop die wordt gedaan. Want iedere ondernemer is verplicht aan de fiscus omzetbelasting (btw) af

Nadere informatie

Aan de slag met excel

Aan de slag met excel Aan de slag met excel Start een eigen bedrijf in één van de volgende producten: Brommers Computerspelletjes Fietsen Frisdrank Luxe koek Mobiele telefoons Scooters Sportschoenen Sporttassen P R O D U C

Nadere informatie

Saxionstudent.nl Blok1

Saxionstudent.nl Blok1 Samenvatting eindopdracht Trends en ontwikkelingen op consumentenniveau Macro In dit eind rapport hebben we de navigatiesystemen markt in kaart gebracht. In de macro, meso en micro omgevingen hebben we

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Marktonderzoek

Hoofdstuk 7 Marktonderzoek Hoofdstuk 7 Marktonderzoek Leerdoelen Uitleggen hoe belangrijk informatie is voor het bedrijf, om inzicht te krijgen in de markt. Het marketinginformatiesysteem definiëren en de onderdelen daarvan bespreken.

Nadere informatie

2 Goederenretail in Nederland: indelingscriteria 47

2 Goederenretail in Nederland: indelingscriteria 47 Inhoud Inleiding Deel Beschrijving van de branche Retailmarketing. Het begrip retailing. Detailhandel. Functieverandering van de detailhandel. Consequenties van de functieverandering in de detailhandel.

Nadere informatie

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p).

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). 1. Prijselasticiteit van de vraag De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). %-verandering gevraagde hoeveelheid (gevolg)

Nadere informatie

Hoofdstuk 11 Product- en merkstrategie

Hoofdstuk 11 Product- en merkstrategie Hoofdstuk 11 Product- en merkstrategie Leerdoelen 1. Een definitie geven van het begrip product en de belangrijkste classificaties van producten en diensten. 2. Een beschrijving geven van de beslissingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 13 Kostensoorten

Hoofdstuk 13 Kostensoorten Hoofdstuk 13 Kostensoorten Paragraaf 13.1 1. Kosten zijn onder andere in te delen in kostensoorten a. Wat zijn kostensoorten? b. Welke zes kostensoorten onderscheidt men meestal? c. Waarom worden de kosten

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 De marketing- omgeving

Hoofdstuk 4 De marketing- omgeving Hoofdstuk 4 De marketing- omgeving Marketingomgeving Deel 1 Deel 2 Markten Deel 3 Deel 4 Deel 5 Deel 6 Deel 7 Deel 8 Deel 9 Principes van marketing - Hoofdstuk 4 2 Leerdoelen 1. Aangeven welke krachten

Nadere informatie

Accountmanagement Het op doelgerichte en gestructureerde wijze aangaan, onderhouden en ontwikkelen van duurzame profijtelijke relaties met accounts.

Accountmanagement Het op doelgerichte en gestructureerde wijze aangaan, onderhouden en ontwikkelen van duurzame profijtelijke relaties met accounts. Enkele marketingbegrippen op alfabetische volgorde op een rij: Account Zakelijke klant (afnemer, bedrijf). Accountmanagement Het op doelgerichte en gestructureerde wijze aangaan, onderhouden en ontwikkelen

Nadere informatie

"Lang nadat de prijs vergeten is, wordt kwaliteit nog herinnerd." (Familieleus Gucci)

Lang nadat de prijs vergeten is, wordt kwaliteit nog herinnerd. (Familieleus Gucci) "Lang nadat de prijs vergeten is, wordt kwaliteit nog herinnerd." (Familieleus Gucci) Je denkt dat je een gat in de markt gevonden hebt. Maar is dat ook echt zo? Marktonderzoek doen is noodzakelijk. Ook

Nadere informatie

Modulefiche. Begincompetenties Geen voorkennis vereist. Eindcompetenties. Modulenummer + Naam module: B1 Bedrijfsbeheer. Datum: 25 januari 2012

Modulefiche. Begincompetenties Geen voorkennis vereist. Eindcompetenties. Modulenummer + Naam module: B1 Bedrijfsbeheer. Datum: 25 januari 2012 Modulefiche Modulenummer + Naam module: B1 Bedrijfsbeheer Datum: 25 januari 2012 Economie (40 lestijden) Begincompetenties Geen voorkennis vereist Eindcompetenties Consumentengedrag Inzicht hebben in het

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

DEFINITIEVE ANTWOORDEN

DEFINITIEVE ANTWOORDEN DEFINITIEVE Copyright NIMA Nederlands Instituut voor Marketing In het hart van de marketing Asserring 188 1187 KL Amstelveen Correspondentie adres: Postbus 9072, 1180 MB Amstelveen 1 Vragen en antwoorden

Nadere informatie

Het Marketingconcept: Tevreden klanten: Geintegreerde aanpak:

Het Marketingconcept: Tevreden klanten: Geintegreerde aanpak: Inhoud Inhoud... 1 Het Marketingconcept:... 2 Tevreden klanten:... 2 Geintergreerde aanpak:... 2 Behoeftengeoriënteerd werkterrein:... 3 Concurentieanalyse:... 3 Marktonderzoek:... 3 Winstbijdrage:...

Nadere informatie

een merknaam tot stand brengen. een overzichtelijke, realistische marketingplanning opmaken.

een merknaam tot stand brengen. een overzichtelijke, realistische marketingplanning opmaken. STUDIEFICHE CVO DE AVONDSCHOOL Opleiding HBO5 Bedrijfsbeleid (90 studiepunten) Module Marketing (9 studiepunten) Plaats van de module in de opleiding: In deze module leer je de basisvaardigheden van schriftelijke,

Nadere informatie

Marketing Samenvatting H1

Marketing Samenvatting H1 Marketing Samenvatting H1 Week 1 Hoofdstuk 5 koopgedrag Stimulus-responsmodel Marketeers proberen inzicht te krijgen in het denken en doen van consumenten, hier zijn modellen en theorieën voor ontwikkeld,

Nadere informatie

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen).

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen). Basiskennis Ondernemerschap Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: B - Aantal punten: 1 In Alkmaar wordt elke vrijdag een kaasmarkt gehouden. De kazen worden aangeleverd door de producenten

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

3. Welke drie belangrijke vraagstukken zijn er te onderkennen bij de economische kringloop?

3. Welke drie belangrijke vraagstukken zijn er te onderkennen bij de economische kringloop? Vragen hoofdstuk 2: Bedrijfseconomie als vakgebied Open vragen 1. Wat is de economische kringloop? 2. Het economisch handelen van een land, een organisatie of een consument is onderdeel van de economische

Nadere informatie

Commerciële calculaties

Commerciële calculaties Commerciële calculaties Het programma van vandaag: 8 april 2015 Commerciële calculaties (hoofdstuk 3 en hoofdstuk 7) Bijzondere aandacht voor: Prijselasticiteit en Yieldmanagement slides komen op www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Economisch-administratieve beroepsvorming 2 ECONOMISCH-ADMINISTRATIEVE BEROEPSVORMING 2 (CBA09.2/CREBO:50230)

Economisch-administratieve beroepsvorming 2 ECONOMISCH-ADMINISTRATIEVE BEROEPSVORMING 2 (CBA09.2/CREBO:50230) ECONOMISCH-ADMINISTRATIEVE BEROEPSVORMING 2 (CBA09.2/CREBO:50230) sd.cba09.2.v1 ECABO, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd

Nadere informatie

U heeft zojuist een voorbeeld ondernemingsplan gedownload vanuit MKB Bankadvies. Wij wensen u veel succes. Vragen?...info@mkbbankadvies.

U heeft zojuist een voorbeeld ondernemingsplan gedownload vanuit MKB Bankadvies. Wij wensen u veel succes. Vragen?...info@mkbbankadvies. U heeft zojuist een voorbeeld ondernemingsplan gedownload vanuit MKB Bankadvies. Wij wensen u veel succes. Vragen?...info@mkbbankadvies.nl Samenvatting Het woord samenvatting zegt hier natuurlijk eigenlijk

Nadere informatie

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Basiskennis Ondernemerschap Voorbeeldexamen Belangrijke informatie Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Dit voorbeeldexamen bestaat

Nadere informatie

Het eigen adviesbureau De eigen winkel (vaardigheidstoets voor de opleidingen Mode en Interieuradviseur)

Het eigen adviesbureau De eigen winkel (vaardigheidstoets voor de opleidingen Mode en Interieuradviseur) Het eigen adviesbureau De eigen winkel (vaardigheidstoets voor de opleidingen Mode en Interieuradviseur) MODULE 5: HET MARKETINGPLAN Inhoud: SWOT-analyse concurrentie-onderzoek conclusies marktonderzoeken

Nadere informatie

Mangement & Organisatie (M&O) In Balans HAVO Hoofdstuk 16, 17, 18 en 19

Mangement & Organisatie (M&O) In Balans HAVO Hoofdstuk 16, 17, 18 en 19 Mangement & Organisatie (M&O) In Balans HAVO Hoofdstuk 16, 17, 18 en 19 Hoofdstuk 16 Marketing 16.1 Strategische doelstellingen van elke organisatie: - het nastreven van continuïteit, en daarmee samenhangend

Nadere informatie

HOOFDSTUK 14: MERKEN BEHEREN OVER GEOGRAFISCHE GRENZEN EN MARKTSEGMENTEN

HOOFDSTUK 14: MERKEN BEHEREN OVER GEOGRAFISCHE GRENZEN EN MARKTSEGMENTEN HOOFDSTUK 14: MERKEN BEHEREN OVER GEOGRAFISCHE GRENZEN EN MARKTSEGMENTEN 1 INTRODUCTIE H:14 Er zijn diverse factoren die bedrijven aansporen om producten en diensten buiten de eigen thuismarkt te verkopen.

Nadere informatie

Concurrentiestrategieën

Concurrentiestrategieën Concurrentiestrategieën In 1841 opende Izaak van Melle in Breskens een bakkerij. Sindsdien is Van Melle gegroeid van een klein familiebedrijf naar een vooraanstaande producent van suikerwerkspecialiteiten.

Nadere informatie

Junior company 2. Ondernemingsplan

Junior company 2. Ondernemingsplan Voortgezet onderwijs Junior company 2. Ondernemingsplan Stichting Stichting Jong Jong Ondernemen: Ondernemen: Postbus Postbus 93002 93002 2509 2509 AA AA Den Den Haag Haag Bezuidenhoutseweg Bezuidenhoutseweg1212

Nadere informatie

3 Productontwikkeling en de productlevenscyclus 69

3 Productontwikkeling en de productlevenscyclus 69 Inhoud Voorwoord 9 1 Product en assortiment 11 Inleiding 12 1.1 Wat is een product? 12 1.2 Goederenclassificaties 20 1.3 Het assortiment 24 1.4 Productbeslissingen 27 1.5 Productgroepbeslissingen 29 1.6

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

QUIZ. anders ONVOLDOENDE. Werkgroep 2. Marketing

QUIZ. anders ONVOLDOENDE. Werkgroep 2. Marketing WC MARKETING BLOK 3 QUIZ Tafels leeg! Dus alleen een pen! Geen gebruik van laptops of mobieltjes! Antwoord op de formulieren en lever alles in! en niet spieken dus rechtuit kijken! anders ONVOLDOENDE AGENDA

Nadere informatie

Toegepast Rekenen Opdrachten:

Toegepast Rekenen Opdrachten: Toegepast Rekenen Opdrachten: Hfst 1: Rekenen Opdr. 1: a. 66 : 3 = c. -66 : (-3) = e. 12 - (+5) = b. 66 : (-3) = d. -12 + 5 = f. -12 (-5) = De omzet van een laptopwinkel is 15.000,-. De verkoopprijs per

Nadere informatie

Oefenvragen Ondernemerskunde A - Businessplan & strategie

Oefenvragen Ondernemerskunde A - Businessplan & strategie Oefenvragen Ondernemerskunde A - Businessplan & strategie 1. Michael Porter onderscheidt 3 basisstrategieën, waar volgens hem iedere organisatie een keuze uit dient te maken, om op een gezonde wijze een

Nadere informatie

BU$trN{s5 S$f{Àr# $? [íts sílt Rtnfil Fr', xtêz*h. tdc f l'! Iltï[Rr Ít í'05iïi0ïrnf x DO Ê[.e f oepxtuzs. }}r n ${ 5ï1p Ê0 t} u cï.

BU$trN{s5 S$f{Àr# $? [íts sílt Rtnfil Fr', xtêz*h. tdc f l'! Iltï[Rr Ít í'05iïi0ïrnf x DO Ê[.e f oepxtuzs. }}r n ${ 5ï1p Ê0 t} u cï. s - r.ëí ljii $ BU$trN{s5 S$f{Àr# ÍXïf*{ttf à$rllysi Ifi rë.ri,të Àt{AtYsE Ktfrli lpt8a![ë]4 $? [íts sílt Rtnfil Fr', xtêz*h rli.'1 t{ar K[ ï Ir* GflOtLSTf;:"l"llifi tdc f l'! Iltï[Rr Ít í'05iïi0ïrnf x

Nadere informatie

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Management & Organisatie (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.00 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

College 3. Video Kotler (15min) Bespreken video (15 min) Hoeveel merken zijn genoeg (10 min) bespreken WINmodel (20 min)

College 3. Video Kotler (15min) Bespreken video (15 min) Hoeveel merken zijn genoeg (10 min) bespreken WINmodel (20 min) College 3 Video Kotler (15min) Bespreken video (15 min) Hoeveel merken zijn genoeg (10 min) bespreken WINmodel (20 min) Theorie H 9 Segmenteren tot positioneren (40 min) Verwerking: Flip Flop (20 min)

Nadere informatie

Goed voorbereid van start

Goed voorbereid van start Welkom Eigen Bedrijf iets voor u? Goed voorbereid van start Startersevent 6 november 2014 Loopbaanplein Winterswijk Benno Ekkelboom Ondernemersadviseur Ondernemerschap Redenen om ondernemer te worden:

Nadere informatie

Literatuur: Rustenburg, G. (2007). Strategische en operationele marketingplanning. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff. ISBN 9789001000097.

Literatuur: Rustenburg, G. (2007). Strategische en operationele marketingplanning. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff. ISBN 9789001000097. Antwoordmodel Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Het antwoordmodel dient als indicatie voor de corrector. Literatuur: Rustenburg, G. (2007). Strategische en operationele marketingplanning.

Nadere informatie

Concept Marketing Plan

Concept Marketing Plan Concept Marketing Plan IGlobal Consultancy 2011 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de format Marketing plan zoals door u aangevraagd op Naast onze website bieden wij met een team van ervaren adviseurs

Nadere informatie

CSPE GL 2009. administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie. minitoets bij opdracht 6 A B X C D

CSPE GL 2009. administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie. minitoets bij opdracht 6 A B X C D CSPE GL 2009 administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie minitoets bij opdracht 6 variant b Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen Omcirkel het goede antwoord

Nadere informatie

NIMA Marketing-A. Inhoudsopgave. Les 1. Les 4. Les 2. Les 5. Les 3. Marketing, een moderne denkdiscipline

NIMA Marketing-A. Inhoudsopgave. Les 1. Les 4. Les 2. Les 5. Les 3. Marketing, een moderne denkdiscipline NIMA Marketing-A Inhoudsopgave Les 1 Marketing, een moderne denkdiscipline 1.1 Inleiding 1.2 Het begrip marketing uitgelegd 1.3 Toepassing van marketing 1.4 Een beetje geschiedenis 1.5 Van bedrijf naar

Nadere informatie

1. De kandidaat kan de definitie van een organisatie en hoe de organisatie acteert in relatie tot interne en externe omgeving aangeven.

1. De kandidaat kan de definitie van een organisatie en hoe de organisatie acteert in relatie tot interne en externe omgeving aangeven. Onderdeel: Onderneming algemeen 1. De kandidaat kan de definitie van een organisatie en hoe de organisatie acteert in relatie tot interne en externe omgeving aangeven. 2. De kandidaat kan de diverse organisaties

Nadere informatie

Marktverkenning 4 MARKTVERKENNING 4 (CCA07.4/CREBO:50118)

Marktverkenning 4 MARKTVERKENNING 4 (CCA07.4/CREBO:50118) MARKTVERKENNING 4 (CCA07.4/CREBO:50118) sd.cca07.4.v1 ECABO, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd in enige vorm of wijze,

Nadere informatie

Hoofdstuk 3 Strategische marketing. Hoofdstuk 3 Strategische marketing

Hoofdstuk 3 Strategische marketing. Hoofdstuk 3 Strategische marketing Hoofdstuk 3 Strategische marketing Hoofdstuk 3 Strategische marketing Marketingomgeving Deel 1 Strategische Marketing Deel 2 Deel 3 Deel 4 Deel 5 Deel 6 Deel 7 Deel 8 Deel 9 Leerdoelen 1. Strategische

Nadere informatie

Marketingplan. HAK Appelmoes. Opdrachtgever: Datum: 05/01/2010. Dhr. H.H. van Nieuwenhuijze. Inge van Wanrooij Caroline Krouwel

Marketingplan. HAK Appelmoes. Opdrachtgever: Datum: 05/01/2010. Dhr. H.H. van Nieuwenhuijze. Inge van Wanrooij Caroline Krouwel Appelmoes Opdrachtgever: Plaats: Tilburg Datum: 05/01/2010 Docent: Groep 13: Dhr. H.H. van Nieuwenhuijze Marianne Sebregts Inge van Wanrooij Caroline Krouwel Inhoudsopgave 1. Algemeen... 3 2. Analyse...

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Paragraaf 5.1 1. Ondernemingsrecht a. Wat is economisch en juridisch gezien het verschil in benadering bij de diverse ondernemersvormen? b. Waartoe dient het ondernemingsrecht?

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Basiskennis Ondernemerschap Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Examen

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Basiskennis Ondernemerschap Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Examen EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Eamen Niveau vergelijkbaar met mbo 2 Versie 0.2 Geldig vanaf 1-09-14 Vastgesteld op Vastgesteld

Nadere informatie

Kaarten module 4 derde klas

Kaarten module 4 derde klas 1. Uit welke twee onderdelen bestaan de totale kosten? 2. Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 3. Geef 2 voorbeelden van vaste (of constante) kosten. 4. Waar is de totale winst gelijk aan? 5. Geef

Nadere informatie

Het Vijfkrachtenmodel van Porter

Het Vijfkrachtenmodel van Porter Het Vijfkrachtenmodel van Porter (een concurrentieanalyse en de mate van concurrentie binnen een bedrijfstak) 1 Het Vijfkrachtenmodel van Porter Het vijfkrachtenmodel is een strategisch model wat de aantrekkelijkheid

Nadere informatie

HOOFDSTUK 11: MERKSTRATEGIEËN OPSTELLEN EN UITVOEREN

HOOFDSTUK 11: MERKSTRATEGIEËN OPSTELLEN EN UITVOEREN HOOFDSTUK 11: MERKSTRATEGIEËN OPSTELLEN EN UITVOEREN 1 INTRODUCTIE H:11 Een merkstrategie voor een bedrijf identificeert welke merkelementen een bedrijf kiest voor toepassing op de diverse producten die

Nadere informatie

administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie

administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie Examen VMBO-GL 2012 gedurende 240 minuten CSPE GL administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie Bij dit examen horen een bijlage, een uitwerkbijlage en digitale bestanden.

Nadere informatie

Praktijkinstructie Marketingplanning 4 (CCA06.4/CREBO:50147)

Praktijkinstructie Marketingplanning 4 (CCA06.4/CREBO:50147) instructie Marketingplanning 4 (CCA06.4/CREBO:50147) pi.cca06.4.v2 ECABO, 1 september 2003 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd

Nadere informatie

e-commerce en mededinging Congresmiddag Fashion & IE 12 februari 2015 Martijn van de Hel

e-commerce en mededinging Congresmiddag Fashion & IE 12 februari 2015 Martijn van de Hel e-commerce en mededinging Congresmiddag Fashion & IE 12 februari 2015 Martijn van de Hel Agenda 1. Introductie mededingingsrecht 2. Verbod op concurrentiebeperkende afspraken (kartelverbod) a. Horizontale

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

WC New Product Development blok 2 week 1. Klant briefing Vanguard games TM.

WC New Product Development blok 2 week 1. Klant briefing Vanguard games TM. WC New Product Development blok 2 week 1 Klant briefing Vanguard games TM. Agenda Overzicht van blok 2 Planning Doelen Toetsvorm Blokopdracht Team formahe Blokopdracht briefing Opdracht 1 - Debriefing

Nadere informatie

Marketing: inspelen op de behoeften binnen doelstellingen/ bevredigen van behoeften

Marketing: inspelen op de behoeften binnen doelstellingen/ bevredigen van behoeften Marketing: inspelen op de behoeften binnen doelstellingen/ bevredigen van behoeften Marketingmanagementconcepten Productiegericht (er was een hoop betaalbare beschikbare aanbod 1 e radio) Productgericht

Nadere informatie

2. De kandidaat kan een omschrijving geven van de diverse organisaties in de personenautobranche.

2. De kandidaat kan een omschrijving geven van de diverse organisaties in de personenautobranche. DEELKWALIFICATIE MANAGEMENT ESONENAUTOBEDIJF Onderdeel: Bedrijfsvoering ersonenautobedrijf 1. De kandidaat kan op basis van de marktontwikkelingen van de afgelopen jaren een prognose maken voor de toekomst

Nadere informatie

Consumentengedrag. H7 Marketingcommunicatiedoelstellingen Floor en van Raaij. maandag 25 februari 13

Consumentengedrag. H7 Marketingcommunicatiedoelstellingen Floor en van Raaij. maandag 25 februari 13 Consumentengedrag H7 Marketingcommunicatiedoelstellingen Floor en van Raaij DAGMAR model bekendheid begrip overtuiging actie bekendheid begrip overtuiging actie Defining Advertising Goals for Measured

Nadere informatie

Boxenoverzicht LINK2 Handel & Administratie Versie juni 2008

Boxenoverzicht LINK2 Handel & Administratie Versie juni 2008 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 03 02 02 03 04 05 06 07 03 HA/K/1 0 0 Oriëntatie op handel en administratie SE SE SE HA/K/1 x x Uitwerking eindtermen: zie Handreiking SLO x x x x x x x x x x x x x

Nadere informatie

Toegepast Rekenen Theorie:

Toegepast Rekenen Theorie: Toegepast Rekenen Theorie: Hfst 1: Rekenen De volgorde van de basisbewerkingen is: Eerst tussen haakjes Daarna de volgorde volgens het ezelsbruggetje: Meneer Van Dalen Wacht Op Antwoord - Machtsverheffen

Nadere informatie

WC MARKETING BLOK 2 LESWEEK 1

WC MARKETING BLOK 2 LESWEEK 1 WC MARKETING BLOK 2 LESWEEK 1 AGENDA Blok 2 overzicht Team formatie Blokopdracht briefing Debriefing Onderzoek deel 1 marktoriëntatie Huiswerk Andre Neumann Propedeuse Psychologie MSc Kunstmatige Intelligentie/HCI

Nadere informatie

Vakken in de H1. Engels. Bedrijfseconomie. Management. Recht. Marketingcommunicatie. Marketing

Vakken in de H1. Engels. Bedrijfseconomie. Management. Recht. Marketingcommunicatie. Marketing Vakken in de H1 Engels Bedrijfseconomie Management Recht Marketingcommunicatie Marketing Engels. Grammar Present simple (regular): he walks - Present continuous (ing-vorm) "he is walking" - Past simple

Nadere informatie

Inhoud. VOORWOORD... v. DANKWOORD... ix. LIJST VAN SCHEMA S... xxiii OPZET VAN HET HANDBOEK... 1 ROUTEPLAN... 5 INLEIDING... 7 ROUTEPLAN DEEL I...

Inhoud. VOORWOORD... v. DANKWOORD... ix. LIJST VAN SCHEMA S... xxiii OPZET VAN HET HANDBOEK... 1 ROUTEPLAN... 5 INLEIDING... 7 ROUTEPLAN DEEL I... Inhoud VOORWOORD............................................................. v DANKWOORD............................................................. ix LIJST VAN SCHEMA S....................................................

Nadere informatie

MODULE 3: Het eigen adviesbureau De eigen winkel (vaardigheidstoets voor de opleidingen Modestyling en Interieuradviseur) Inhoud:

MODULE 3: Het eigen adviesbureau De eigen winkel (vaardigheidstoets voor de opleidingen Modestyling en Interieuradviseur) Inhoud: Het eigen adviesbureau De eigen winkel (vaardigheidstoets voor de opleidingen Modestyling en Interieuradviseur) MODULE 3: BTW Inhoud: Consumentenprijs Verkoopprijs Te betalen btw Verschuldigde btw Af te

Nadere informatie

Een marketingplan in twaalf stappen

Een marketingplan in twaalf stappen Reekx is gespecialiseerd in het adviseren van organisaties en detacheren van specialisten op het gebied van het efficiënt managen van informatiestromen. Kijk op onze website www.reekx.nl voor actuele informatie

Nadere informatie

administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie

administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie Examen VMBO-GL 2015 gedurende 250 xxx minuten CSPE GL administratie - handel en administratie - handel en verkoop - mode en commercie Bij dit examen horen een bijlage, uitwerkbijlagen en digitale bestanden.

Nadere informatie

Inhoud. 1 Marketing van kunst, cultuur en creativiteit 19. 2 De consument van kunst, cultuur en andere creatieve. producten 35

Inhoud. 1 Marketing van kunst, cultuur en creativiteit 19. 2 De consument van kunst, cultuur en andere creatieve. producten 35 Inhoud 1 Marketing van kunst, cultuur en creativiteit 19 Competenties 19 1.1 Inleiding 19 1.2 Wat is marketing? 21 1.2.1 Het marketingconcept 21 1.2.2 Marketing en ethiek 23 1.2.3 Marketing als een verzameling

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3: MERKPOSITIONERING

HOOFDSTUK 3: MERKPOSITIONERING HOOFDSTUK 3: MERKPOSITIONERING 1 INTRODUCTIE H:3 Hoofdstuk 3 gaat over merkkennisstructuren Positioneren is het identificeren en vaststellen van punten van verschil en punten van overeenkomst om zo de

Nadere informatie

Evenwichtspri js MO WINST

Evenwichtspri js MO WINST Volkomen concurrentie Volledige mededinging Hoeveeldheidsaanpassing: prijs komt door Qa en Qv tot stand, individu heeft alleen invloed op de hoeveelheid die hij gaat produceren Veel vragers en veel aanbieders

Nadere informatie