Ik wil de geraadpleegde deskundigen graag bedanken voor hun openhartige medewerking en het beschikbaar stellen van het benodigde bronmateriaal.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ik wil de geraadpleegde deskundigen graag bedanken voor hun openhartige medewerking en het beschikbaar stellen van het benodigde bronmateriaal."

Transcriptie

1 Voorwoord Voor u ligt de scriptie Even stond het hart stil, over de spoedeisende medische hulpverlening aan patiënten met een acute hartstilstand, veroorzaakt door kamerfibrilleren. De scriptie is geschreven in het kader van de opleiding Master of Crisis and Disaster Management, vierde leergang. Het bronnenmateriaal is verzameld door middel van een literatuurstudie en een empirisch onderzoek in Nederland, België en Duitsland, tijdens de (buitenland)stage. Ik heb met veel plezier aan deze scriptie gewerkt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet gedacht had, dat ik de problematiek rondom de first responder zo interessant zou gaan vinden. Van tevoren leefden er bij mij vooroordelen wat betreft het inzetten bij de spoedeisende medische hulpverlening van nieuwe first responders, zoals politie en brandweer. Ik had veel begrip voor de redenen waarom in de Wet BIG 1 bepaalde medische handelingen aan artsen of ambulanceverpleegkundigen zijn voorbehouden. Gaandeweg kwam ik er achter, dat het niet zo simpel ligt. Uit het literatuuronderzoek en de interviews is gebleken dat - in geval van een acute hartstilstand - minutenlang wachten op een ambulance of een arts, voor de patiënt fataal kan zijn. Tevens is gebleken dat de kwaliteit van de apparatuur inmiddels zo hoog is, dat het niet mogelijk is dat een ongeoefende door gebruik van de moderne automatische externe defibrillator (AED) een slachtoffer in gevaar brengt. Daarom dient - in het belang van de toekomstige patiënt - het defibrilleren met een AED als voorbehouden handeling uit de Wet BIG te worden geschrapt. Over de verantwoordelijkheid voor de praktische uitvoering van prehospitale defibrillatie zullen nadere afspraken moeten worden gemaakt. De oplossing van de problemen rond het inzetten van first responders zal met name in de sfeer van samenwerking tussen de betrokken organisaties gezocht moeten worden. Inmiddels zijn mijn vooroordelen weggenomen en is mijn beeldvorming bijgesteld. Ik hoop, dat u met net zo veel plezier van deze scriptie kennis neemt als ik deze scriptie heb gemaakt. Daarnaast hoop ik dat het mag bijdragen tot een goede beeldvorming over de problematiek rondom het defibrilleren met de AED en aan het daadwerkelijk implementeren van de AED in de organisatie van de spoedeisende hulpverlening. Ik wil de geraadpleegde deskundigen graag bedanken voor hun openhartige medewerking en het beschikbaar stellen van het benodigde bronmateriaal. 1 Wet BIG: Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, december Pagina 1

2 Een speciaal woord van dank gaat uit naar mevrouw Claudia Bernhardt, hoofdverpleegkundige Klinikum Coburg, de heer dr. Luc Beaucourt, hoofd van de afdeling Eerste Hulp in het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen, en de heer prof. dr. J. Brachmann, Medizinische Klinik, Klinikum Coburg. Ook dank ik mijn scriptiebegeleider drs. Hans van de Kar hartelijk voor zijn raadgevingen, correcties en zijn geduld! Pagina 2

3 Inhoud pagina: Voorwoord 1 1. Inleiding Aanleiding Doel Probleemstelling Onderzoeksmethode Leeswijzer 6 2. Theoretisch kader: omgaan met risico s Inleiding Omgaan met risico s Epiloog Acute hartstilstand Een acute hartstilstand, veroorzaakt door kamerfibrilleren De overlevingskans van een patiënt met een acute hartstilstand Leken kunnen defibrilleren Epiloog Het first respondersysteem De first responder Ontwikkelingen en taken ambulancezorg Ontwikkelingen huisartsenzorg Epiloog Wettelijke barrières De Wet BIG Toepassing van de Wet BIG Epiloog First respondersysteem: een analyse Voorbereiding is nodig Maatregelen zijn meetbaar 36 Pagina 3

4 6.3 Interventiestrategieën Slotbeschouwing 41 Literatuuropgave 44 Pagina 4

5 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Jaarlijks worden in Nederland ongeveer personen 2 in de prehospitale fase door een plotselinge hartstilstand getroffen, waarvan er ongeveer aan de gevolgen daarvan komen te overlijden. De Nederlandse Hartstichting heeft in januari 2003 bij de start van haar landelijke inzamelingsactie aangegeven dat in meer dan de helft van alle gevallen een patiënt de gevolgen van een acute hartstilstand niet overleeft doordat de medische spoedhulp te laat ter plaatse is. Onder medische spoedhulp verstaat de NHS in dit verband de ambulancezorg en de huisartsenzorg. Vanuit mijn belangstelling voor dit vakgebied heb ik in het kader van de MCDM-opleiding besloten dit onderwerp nader te onderzoeken en hierover een scriptie te schrijven. 1.2 Doel Het doel van de scriptie is het informeren van de cursisten van de MCDM-opleiding en andere geïnteresseerden over een bestaande situatie binnen de spoedeisende medische hulpverlening in Nederland. De scriptie heeft een informerend en adviserend karakter en kan hierdoor mogelijk bijdragen aan de discussie over alternatieven om de kwaliteit van de spoedeisende medische hulpverlening in Nederland te optimaliseren. 1.3 Probleemstelling Centrale vraagstelling in deze scriptie is de vraag of het first respondersysteem in Nederland voldoende is voorbereid op het verlenen van spoedeisende medische hulpverlening aan een patiënt met een acute hartstilstand, veroorzaakt door kamerfibrilleren. Om een antwoord te kunnen geven op de centrale vraag is het eerst noodzakelijk een aantal deelvragen te beantwoorden. Deze deelvragen zijn: a. Hoe kan men zich op risico s voorbereiden en wanneer is sprake van voldoende voorbereiding? b. Wat is een acute hartstilstand, veroorzaakt door kamerfibrilleren, en binnen welk tijdsbestek moet de spoedeisende medische hulpverlening aanvangen om te voorkomen dat een patiënt hieraan overlijdt? 2 Konings-Dalstra J.A.A., Reitsma, J.B., Hart- en vaatziekten in Nederland Cijfers over ziekte en sterfte, Nederlandse Hartstichting, Den Haag, Pagina 5

6 c. Schiet de kwaliteit van de ambulancezorg en de huisartsenzorg op dit punt ernstig tekort en zo ja, hoe kan dit worden verklaard en worden verbeterd? d. Waar liggen de barrières voor het inzetten van andere functionarissen dan ambulancehulpverleners en huisartsen als first responder in de spoedeisende medische hulpverlening aan patiënten met een acute hartstilstand? 1.4 Onderzoeksmethode Binnen de context van mijn buitenlandstage heb ik via een aantal deskundigen op het gebied van de spoedeisende medische hulpverlening informatie verkregen. Daarnaast is op advies van hen kennis genomen en gebruik gemaakt van relevante literatuur en diverse andere bronnen, die vermeld staan in de lijst met geraadpleegde literatuur. 1.5 Leeswijzer Eerst wordt in hoofdstuk 2 aan de hand van de theorieën van Douglas en Wildavsky een kader en perspectief neergezet van waaruit de centrale vraagstelling kan worden beantwoord. Daarna wordt in de hoofdstukken 3, 4 en 5 antwoord gegeven op de subvragen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 met behulp van de theorie van Wildavsky een analyse uitgevoerd van de huidige stand van zaken op het gebied van de medische hulpverlening aan een patiënt met een acute hartstilstand. Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 in de slotbeschouwing een antwoord gegeven op de centrale vraagstelling. Pagina 6

7 2. THEORETISCH KADER: OMGAAN MET RISICO S 2.1 Inleiding Volgens Douglas en Wildavsky 3 zijn risico s een integraal onderdeel van ons leven. Risico s zijn onvermijdelijk, maar ook relatief. Het ene risico is gevaarlijker en risicovoller dan het andere. Douglas en Wildavsky stellen dat de mens zijn vooruitgang te danken heeft aan risicovol gedrag. De voordelen van het spelen met vuur zijn evident gebleken uit de geschiedenis. Trial and error is daarom een belangrijke bron van informatie hoe bepaalde zaken wel of beslist niet moeten worden aangepakt. Zij zijn van mening dat bij onzekerheid de mens geen risicomijdend gedrag moet gaan vertonen, maar in die situatie juist vanuit zijn nieuwsgierigheid op onderzoek moet gaan. Risicomijdend gedrag leidt namelijk tot verstarring en dat kan fataal zijn bij veranderende leefomstandigheden, waaraan de mens zich moet aanpassen. Zij achten het van essentieel belang om ten aanzien van deze problematiek te streven naar kennis. Het uitsluitend waarnemen is naar hun mening onvoldoende. Bij het voorkomen of bestrijden van risico s moeten prioriteiten worden gesteld. In het politieke debat daarover zijn volgens Douglas en Wildavsky drie ideaaltypische posities te onderscheiden: een hiërarchische, een individualistische en een oppositionele. De hiërarchische positie ziet rust, orde en veiligheid op internationaal en op nationaal niveau als de voornaamste waarde en de handhaving ervan als de belangrijkste taak voor overheid en burger. Binnen de individualistische positie geldt de vrije ontplooiing van hun capaciteiten door individuele mensen als de grootste waarde. Het zekerstellen van ieders burgerlijke vrijheden is de belangrijkste maatschappelijke taak. Zowel in politiek, sociaal als economisch opzicht kunnen mensen naar ontplooiing streven. De oppositionele positie beschouwt de bevordering van een leven op menselijke maat als het belangrijkste doel. Het ideaal is de kleinschalige en homogene gemeenschap die een vertrouwde en veilige omgeving vormt. Alleen dergelijke gemeenschappen kunnen in duurzame harmonie met de omgeving leven. Douglas en Wildavsky stellen voor om debatten over technologische risico s te analyseren als een maatschappelijke strijd om de prioriteit van deze drie perspectieven op wat goed en gevaarlijk is. Daarbij geldt dat het bestrijden van het ene risico erop neer kan komen dat het andere risico bevorderd wordt. Tegen de achtergrond van het debat tussen aanhangers van deze perspectieven schetsen Douglas en Wildavsky de problematische samenhang van macht en kennis. 3 Douglas, M., Wildavsky. A., Risk and Culture, an Essay on the Selection of Technical and Environmental Dangers, University of California Press, Berkely, Pagina 7

8 Zij zijn van mening dat het slechts onder bepaalde condities mogelijk is om van duidelijke risico s en adequate oplossingen te spreken. Douglas en Wildavsky hebben hiertoe een model ontwikkeld, waarbij zij onderscheid maken tussen zekere en onzekere wetenschappelijke kennis en tussen een situatie waarin alle betrokkenen dezelfde normatieve prioriteiten hebben en een situatie waarin de overeenstemming over normen afwezig is. Vervolgens brengen zij deze met elkaar in verband, waardoor vier combinaties ontstaan waarin het kennisprobleem steeds een andere aard heeft. Bestaat er wetenschappelijke overeenstemming en geen normatieve dan is een politieke oplossing in de vorm van dwang of discussie geboden. Bestaat er normatieve overeenstemming maar geen wetenschappelijke dan is nader onderzoek geboden. Ontbreekt overeenstemming in beide opzichten, dan is de vraag of er wel gevaren bestaan die de moeite van nadere wetenschappelijke en normatieve inspanning waard zijn, volkomen open. Slechts indien er sprake is van (voldoende) wetenschappelijke en normatieve overeenstemming is het mogelijk risico s aan te wijzen, optimale oplossingen te berekenen en efficiënte en effectieve maatregelen te ontwerpen en implementeren. Volledige waardeovereenstemming: Omstreden waardeovereenstemming: Kennis zeker: Probleem: technisch Oplossing: berekening Probleem: verschil van mening Oplossing: discussie of dwang Kennis onzeker: Probleem: informatie Oplossing: onderzoek Probleem: kennis en waardering Oplossing:? Figuur 1: Vier problemen van risico s (uit: Douglas, M., Wildavsky. A., Risk and Culture, an Essay on the Selection of Technical and Environmental Dangers, University of California Press, Berkely, 1983). Naar de mening van Douglas en Wildavsky staan wetenschappelijke kennis en politieke waardering niet los van elkaar. Wetenschappelijke feiten zijn resultaten van complexe interacties waaraan diverse partijen deelnemen. Wordt eenmaal onder die omstandigheden overeenstemming bereikt, dan zal het voor nieuwe deelnemers zeer moeilijk zijn opnieuw discussie los te maken. Een dergelijke uitkomst kan soms lang uitblijven maar is niet volledig afhankelijk van inhoudelijke overeenstemming. Diverse strategische overwegingen kunnen leiden tot brede aanvaarding van een dominant standpunt. Volgens Douglas en Wildavsky biedt het oppositionele perspectief, bij zaken die grote publieke belangstelling genieten, de gelegenheid om steun te vinden onder het grote publiek. Dat publiek moet gemobiliseerd worden, als burger tegenover politiek en bestuur. Pagina 8

9 2.2 Omgaan met risico s Wildavsky beschrijft in zijn boek Searching for safety 4 zijn onderzoek naar de wijze waarop de samenleving omgaat met risico s. Zelfs in onze relatief veilige wereld is er volgens hem veel te vrezen: misdaad, ziektes, verkeersongevallen en andere incidenten. Wildavsky ageert sterk tegen de Amerikaanse sue-cultuur, die onveiligheid vergroot, doordat er steeds meer energie gaat zitten in risicomijdend gedrag. In zijn ogen worden veiligheidsmaatregelen doorgaans contraproductief. Wildavsky geeft daarom de voorkeur aan een veelheid van kleinere experimenten boven unieke grote studies, omdat grote studies gezien de grote belangen niet mogen mislukken. In zijn boek legt hij onder andere uit dat trial without error niet bestaat. De mens probeert nieuwe ontwikkelingen/producten, maakt fouten en leert van zijn ervaringen. Veiligheid wordt niet alleen gecreëerd door oplossingen op papier te zetten, maar juist door het toetsen in de praktijk: trial and error. t Hart 5 omschrijft dit begrip als volgt: beleid moet rijpen, uitvoeringsarrangementen moeten zich zetten en het gat tussen tekentafel en realiteit kan slechts door leren van ervaring in de uitvoeringspraktijk worden gedicht. Wildavsky stelt dat the safe and the dangerous are intertwined. Hij baseerde dit op zijn onderzoek naar het joggersdilemma. Het was hem opgevallen dat relatief veel joggers tijdens het joggen overleden aan de gevolgen van een acute hartaanval. De oorzaak daarvan was volgens Wildavsky een te zware belasting van de systemen van het menselijk lichaam. Toch bleek desondanks dat joggers minder kans lopen getroffen te worden door een hartaanval dan hun niet sportende collega s. Hij stelt vervolgens vast dat hoewel joggen als een risicovolle activiteit aangemerkt kan worden, het toch leidt tot het terugbrengen van de gezondheidsrisico s. Hetgeen volgens hem bevestigt dat veiligheid en gevaar zelden van elkaar te scheiden zijn. Zijn conclusie is dan ook we must not seek a safe course but rather a safer course. To make our lives safer, we must prudently accept the introduction of new risks. Een andere analyse komt voort uit zijn onderzoek naar de potentiële gevaren voor het menselijk lichaam. Wildavsky richt zich hierbij op het vermogen van het lichaam tot een volledig herstel. Hij beschrijft in dit kader de veiligheidsketen van het lichaam en geeft aan dat het lichaam naast barrières beschikt over een reinigingssysteem, een afweersysteem en een opbouw- en herstelsysteem. Geen van de lichamelijke systemen blijkt in staat zelf volledig het lichaam te beschermen tegen invloeden van buitenaf. 4 Wildavsky A.B., Searching for Safety, Transaction Books, New Brunswick, Hart, P. t, De geur van zweet, in Pluche, lente 2003, pag. 45, Gorter b.v., Steenwijk, Pagina 9

10 Op grond hiervan concludeert Wildavsky dat de systemen op elkaar steunen: samen houden ze het lichaam gezond en sterk. Wildavsky is voorts van mening dat als gevaren niet uitgesloten zijn, je daarop voorbereid moet zijn met een onderzoeksinfrastructuur. Hier komt de epidemiologie om de hoek kijken. Uitgaande van bekende en onbekende risico s onderscheidt Wildavsky twee verschillende scenario s: het veerkrachtscenario en het anticipatiescenario 6. Het veerkrachtscenario Bij het veerkrachtscenario stelt de samenleving zich open voor risico s; de aanwezigheid daarvan wordt geaccepteerd. Doordat aard en omvang van de eventuele calamiteiten niet bekend zijn, en het onduidelijk is wanneer de risico's zich zullen openbaren, is het niet mogelijk concrete oplossingsgerichte maatregelen te definiëren. Wildavsky stelt dat in die situaties waarbij de voorspelbaarheid laag is, de samenleving niet moet investeren in eventuele oplossingen, omdat men niet weet of dat wel de oplossingen zijn voor de onbekende risico's. De samenleving kan hooguit investeren in basale voorzieningen opdat het enigszins mogelijk is, ten tijde van een calamiteit, doeltreffend en flexibel te reageren. Het treffen van specifieke voorbereidingen wordt dus niet mogelijk en ook niet zinvol geacht. De samenleving zal van zichzelf voldoende reserves en (veer)kracht hebben om te overleven en er weer bovenop te komen (survival of the fittest). Wildavsky merkt in dit kader op dat hoe welvarender de samenleving is, hoe gezonder de mensen zijn: wealthier is healthier. Dit komt doordat de mensen gezonder voedsel kunnen kopen, in een veiliger en gezondere woonomgeving wonen en vaker een dokter kunnen raadplegen. Een welvarender samenleving kent daardoor meer veerkracht, flexibiliteit en slagkracht om risico s te overwinnen. Het anticipatiescenario Bij het anticipatiescenario probeert de samenleving zoveel als mogelijk is risico s te vermijden. Voor alle bekende risico s worden maatregelen getroffen om ze te vermijden (proactie), om ze te voorkomen (preventie/preparatie) of ze zo goed mogelijk te bestrijden (repressie). Dit brengt voor de samenleving aanzienlijke investeringen met zich mede. Wildavsky plaatst hierbij wel een kanttekening: teveel investeren in de voorbereidingen op calamiteiten maakt de samenleving armer en daardoor mogelijk (vanuit economisch oogpunt gezien) minder gezond. Wildavsky stelt daarom dat alle risicobeperkende maatregelen moeten voldoen aan een minimumeis: they must save more people than they kill. 6 Wildavsky A.B., Searching for Safety, pag. 77 e.v., Transaction Books, New Brunswick, Pagina 10

11 Naar zijn mening voldoen veel van de duurdere voorzieningen in Amerika niet aan deze eis. Met name in de Westerse samenleving is het anticipatiescenario het geldende scenario. Zo zijn in Nederland bijvoorbeeld binnen de spoedeisende medische hulpverlening gewondenspreidingsplannen voorbereid, voor het geval dat de ambulancezorg bij een ernstig incident geconfronteerd wordt met een relatief groot aantal gewonden. Ook de ziekenhuizen hebben aan het anticipatiescenario invulling gegeven middels de opgestelde ziekenhuisopvangplannen. Hierin is een grootschalig aanbod van slachtoffers in beeld gebracht en is vervolgens aangegeven hoe de medische coördinatie plaatsvindt. In deze planvorming speelt het treffen van voorzieningen op het gebied van menskracht, materiaal en middelen een belangrijke rol. Deze voorbereiding lijkt te leiden tot een optimale hulpverleningsorganisatie; het is echter afwachten hoe deze organisatie reageert wanneer het incident anders is dan verwacht. Op het moment dat er sprake is van onverwachte situaties, waarop geen voorbereiding heeft plaatsgevonden, zal de veerkracht van deze organisatie moeten blijken. In het anticipatiescenario schuilt het gevaar van het terugbrengen c.q beperken van de mogelijkheden van flexibel reageren op onverwachte gebeurtenissen. Schematische weergave theoretisch model KENNIS OVER VOORVAL: KENNIS OVER VOORVAL: GROOT KLEIN KENNIS OVER INCIDENTIE: (voorspelbaarheid) KENNIS OVER INCIDENTIE: (voorspelbaarheid) HOOG ANTICIPATIE V > A LAAG V > A VEERKRACHT Figuur 2: schematische weergave theoretisch model: kennis over incidentie (voorspelbaarheid) versus kennis over voorval (uit: Wildavsky A.B., Searching for Safety, pag. 122, Transaction Books, New Brunswick, 1988). In het model van Wildavsky speelt in die gevallen dat of de kennis over de gebeurtenis of de voorspelbaarheid laag is, de strategie van de veerkracht een belangrijkere rol dan de anticipatiestrategie (V>A). Wildavsky geeft aan, dat in die situaties het niet zinvol is te investeren in sterk op anticipatie gerichte oplossingen. Pagina 11

12 2.3 Epiloog De les die getrokken moet worden uit de theorie van Wildavsky, inzake de wijze waarop men zich op risico s kan voorbereiden (deelvraag a) is dat in geval van een lage voorspelbaarheid van een gebeurtenis en enige duidelijkheid over wat dan te doen, er met name moet worden gekeken naar versterking van de veerkracht door ontwikkeling van slagkracht, zelfstandigheid, variëteit en flexibiliteit. Alleen bij duidelijke oplossingen is het noodzakelijk te investeren in anticipatie. Omdat het niet te voorspellen is waar en op welk tijdstip een patiënt wordt getroffen door een acute hartstilstand, is het voor het first respondersysteem noodzakelijk de slagkracht en de flexibiliteit te optimaliseren. In het kader van mijn onderzoek wordt daarom met name gekeken naar de veerkracht (inzetbaarheid) van de huidige first responders: ambulancehulpverpleegkundigen en huisartsen. Tevens worden mogelijkheden om de veerkracht te versterken door het inzetten van andere functionarissen, zoals brandweer- en politiefunctionarissen, bezien. Voorts wordt kennis genomen van de op anticipatie gerichte (technische) mogelijkheden, waarvan met name de nieuwe - niet medisch geschoolde - first responders gebruik kunnen maken bij de uitvoering van hun taak. De medische hulpvraag van de patiënt met een acute hartstilstand, veroorzaakt door kamerfibrilleren, is echter bepalend voor de aard en omvang van de eventuele aanpassingen van het first respondersysteem. Daarom wordt in het volgende hoofdstuk eerst de medische hulpvraag in beeld gebracht. Pagina 12

13 3. ACUTE HARTSTILSTAND In dit hoofdstuk staat de acute hartstilstand centraal. Hierbij komen zowel de hulpverleningsmogelijkheden als de technische ondersteuning hiervan aan de orde. Aan de hand van de medische hulpvraag van een patiënt met een acute hartstilstand, veroorzaakt door kamerfibrilleren, kan in het volgende hoofdstuk de effectiviteit van het first responderssysteem worden getoetst. 3.1 Een acute hartstilstand veroorzaakt door kamerfibrilleren Een acute hartstilstand wordt in 80-90% van alle gevallen 7 veroorzaakt door een hartritmestoornis. Deze ritmestoornis gaat gepaard met het wegvallen van de pompfunctie van het hart 8. Door het ophouden van de pompfunctie komt de bloedcirculatie tot stilstand en wordt geen zuurstof meer naar de vitale organen van het lichaam gebracht. De hersenen en het hart zelf horen daarbij. Doordat de hersenen geen zuurstof meer ontvangen, treedt binnen enkele seconden bewusteloosheid met ineenstorting (collaps) van alle functies op. De patiënt stort daardoor als het ware in elkaar. Palsma 9 wijst erop dat nadat het hart is gestopt met pompen, de hartspier nog heftig ligt te trillen doordat talloze groepen van spiercellen in de ventrikels (kamers) zich ontladen en kleine gedeelten van de hartspier laten contraheren, zonder functie van de hartspier als geheel. Dit heftig trillen van de kamers noemt men kamerfibrilleren. Pas na enige minuten stopt het kamerfibrilleren en ligt het hart echt stil; het heeft dan geen zin meer de patiënt te defibrilleren. Het verschil tussen een correct werkend hart (figuur 3A) en een acute hartstilstand veroorzaakt door kamerfibrilleren (figuur 3B) wordt weergegeven in onderstaande cardiogrammen. Figuur 3B laat zien dat nadat het hart is gestopt met het pompen, de hartspier nog enige tijd trilt; in deze periode is het nog zinvol de patiënt te defibrilleren. Figuur 3A: cardiogram van een hart met een normaal hartritme (uit: Opleiding Ambulanceverpleegkundige, Module 2, Vitale functies, pag. 16, SOSA, RBG Adviesgroep, Zwolle, 1992). 7 Nederlandse Reanimatie Raad, Standpunt gebruik Automatische Externe Defibrillator, april 2001, Den Haag. 8 Waalewijn R.A., Vos R. de, Koster R.W., Out-of-hospital cardiac arrests in Amsterdam and its surrounding areas: results from the Amsterdam resuscitation study (ARREST), Resuscitation 1988; 38, Amsterdam. 9 Palsma, H.J., Implementatie van AED-reanimatie, in Hartbrug, Pagina 13

14 Figuur 3B: cardiogram van een hart waarvan als gevolg van kamerfibrilleren de pompfunctie is opgehouden (uit: Opleiding Ambulanceverpleegkundige, Module 2, Vitale functies, pag. 14, SOSA, RBG Adviesgroep, Zwolle, 1992). 3.2 De overlevingskans van een patiënt met een acute hartstilstand Hartmassage en beademing door de mond-op-mond-techniek zijn bij een hartstilstand van groot belang. Volgens Palsma 10 kan met name hartmassage ervoor zorgen dat het kamerfibrilleren in gang wordt gehouden, waardoor het hart langer gevoelig blijft voor defibrilleren; de handelingen zijn op zich onvoldoende om het hart weer terug te krijgen in een normaal ritme. De enige nu bekende therapie voor het kamerfibrilleren is namelijk het toedienen van een stroomstoot aan de trillende hartspier, waardoor het hartritme weer in het normale ritme wordt gezet, met een volledige bloedcirculatie. Voogt en Nieuwendijk 11 wijzen erop dat het acute karakter van de circulatiestilstand vereist dat er onmiddellijk wordt opgetreden: eerst handelen en daarna denken. Om te bepalen of het zinvol is de reanimatie voort te zetten, is het volgens Voogt en Nieuwendijk van groot belang vast te stellen hoe lang de circulatiestilstand bestaan heeft, voordat met reanimatie is begonnen. De tijd die verloopt tussen de circulatiestilstand en de aanvang van de reanimatie is namelijk de meest bepalende factor ten aanzien van een eventuele cerebrale beschadiging. Na vier tot zes minuten van volledige circulatiestilstand is herstel van de hersenfunctie niet meer mogelijk. Het kamerfibrilleren dooft na vier tot twaalf minuten, waarna ook het herstel van de hartfunctie niet meer mogelijk is (zie figuur 3B). Er bestaat dus een tijdvenster van enkele minuten waarin nog wel herstel van de hartfunctie mogelijk is, maar geen herstel van de hersenfuncties meer kan optreden. Als de hartfunctie weer op gang is gebracht op een moment dat de hersens al (grotendeels) onherstelbaar beschadigd zijn, is herstel van de normale levensfuncties niet meer mogelijk. 10 Palsma, H.J., Implementatie van AED-reanimatie, in Hartbrug, Voogt, W.G. de, Nieuwendijk, E.S., Cardiovasculaire spoedgevallen, in Spoedeisende geneeskunde, pag. 20 e.v., Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, Pagina 14

15 De hersenbeschadiging kan in het algemeen pas na een aantal dagen van observatie op een intensive care-afdeling worden vastgesteld. Meestal overlijden deze patiënten in het ziekenhuis door ernstige verstoring van de vitale levensfuncties. Volgens Koster 12 worden van de personen die jaarlijks door een acute hartstilstand worden getroffen, er zo n 7000 buiten het ziekenhuis gereanimeerd door de ambulancediensten. Volgens Palsma 13 blijft de overlevingskans van een hartstilstand steken op gemiddeld zo n 10% als gevolg van het te laat arriveren van de ambulance. De overlevingskans van een plotselinge hartstilstand wordt na het starten van de reanimatie, bijvoorbeeld door een omstander met een EHBO-diploma, volledig bepaald door de aanrijdsnelheid van de ambulance. De ambulance beschikt namelijk over defibrillatieapparatuur, waarmee het normale hartritme kan worden teruggehaald. Koster constateert naar aanleiding van zijn onderzoek 14 het volgende: - het aantal gevallen neemt met het stijgen van de leeftijd sterk toe; - mannen blijken vanaf de leeftijd van 45 jaar significant vaker te worden getroffen dan vrouwen; - de meeste incidenten zijn thuis (ongeveer 80%); voor de overige 20% is dit op het werk, op straat of elders; - ruim 50% van de personen, die door een hartstilstand werd getroffen, stond van tevoren reeds bekend als hartpatiënt, of heeft in de 24 uur voorafgaand aan de hartstilstand klachten gehad zoals pijn op de borst, kortademigheid, duizeligheid of hartkloppingen 15 ; - niet meer dan 13% (1 op de 7) van de patiënten, die buiten het ziekenhuis wordt gereanimeerd, verlaat uiteindelijk levend het ziekenhuis. Waalewijn e.a. hebben in hun onderzoeksrapport Amsterdam 16 de volgende feiten, die van belang zijn voor de overleving, geformuleerd: - belangrijk is het tijdsinterval tussen de plotselinge hartstilstand, de reanimatiepoging door leken en de aankomst van de ambulance te verkorten; 12 Koster, R.W., Gebruik automatische defibrillator voor niet-medici toestaan, in VWS Bulletin, 10, Den Haag, juni Palsma, H.J., Implementatie van AED-reanimatie, in Hartbrug, Nederlandse Hartstichting, Koster, R.W., Onderzoek in Maastricht onder 501 patiënten, ( ) en in Amsterdam onder 1030 patiënten ( ). 15 Nederlandse Hartstichting, Cijfers en feiten: plotselinge hartstilstand en reanimatie, Den Haag, uitgave april Waalewijn R.A., Vos R. de, Koster R.W., Out-of-hospital cardiac arrests in Amsterdam and its surrounding areas: results from the Amsterdam resuscitation study (ARREST), Resuscitation 1988; 38. Pagina 15

16 - als getuigen en omstanders direct kunnen aanvangen met reanimatie en de patiënt binnen vijf minuten gedefibrilleerd wordt, is de kans op overleven 72%; - als het defibrilleren later kan aanvangen stijgt de kans op overlijden dramatisch; voor elke minuut dat deze hulpverlening langer uitblijft daalt de overlevingskans met ongeveer 10%; - na 12 minuten is de overlevingskans geslonken tot 9%. De resultaten van het onderzoek van Waalewijn e.a. betreffende overleving en het tijdstip van defibrillatie bij een acute hartstilstand door kamerfibrilleren zijn in figuur 4 weergegeven. Figuur 4: De curve geeft aan hoe de kans op overleving daalt naarmate de eerste defibrillatieschok later wordt gegeven. De dungetrokken curves tonen hoe de overleving kan worden verbeterd door tijdig begonnen hartmassage (BLS). Als de hartmassage (BLS) pas later begint, bijvoorbeeld na vier minuten, is er sprake van effectverlies Leken kunnen defibrilleren In het advies van de Gezondheidsraad over de toepassing van de automatische uitwendige defibrillator (AED) in Nederland wordt uitvoerig aandacht besteed aan de ontwikkeling en de 17 Waalewijn R.A., Vos, R., Koster, R.W., Out-of-hospital cardiac arrests in Amsterdam and its surrounding areas: results from the Amsterdam resuscitation study (ARREST), Resuscitation 1988; 38. Pagina 16

17 kwaliteitseisen van de AED 18. De belangrijkste informatie uit dit advies wordt hieronder weergegeven. De Automatische Externe Defibrillator (AED) is een apparaat waarmee personen, die geen ervaring hebben in defibrilleren en er ook geen kennis van hebben, patiënten met een acute hartstilstand kunnen defibrilleren. Het apparaat zorgt er voor dat via het toedienen van een elektrische stroomstoot het hart weer in het normale ritme terugklapt. In de AED is een hartritmediagnosesysteem ingebouwd: het Shock Advisory Systeem (SAS). Dit systeem stelt vast of de patiënt getroffen is door een ritmestoornis die wel of niet gedefibrilleerd moet worden. Bij kamerfibrilleren wordt automatisch de condensator geladen, waarna het apparaat de hulpverlener opdracht geeft de patiënt een schok toe te dienen. Wanneer er sprake is van een ander soort ritmestoornis wordt de condensator niet opgeladen. Hierdoor kan geen schok worden toegediend, zelfs niet bij vergissing. Het apparaat geeft de hulpverlener telkens aan welke handeling moet worden verricht. De AED waarschuwt de hulpverlener ook als de elektroden niet goed zijn aangebracht. De thans beschikbare apparatuur voldoet aan de zeer strenge eisen en voorwaarden die door American Heart Association (AHA) in 1997 zijn opgesteld. Dit betreft onder andere de voorwaarden waaraan een herkennings- en beslisalgoritme minimaal moet voldoen. De vereiste zekerheid voor het vaststellen van een normaal hartritme moet liggen op meer dan 99%, voor abnormale maar niet levensbedreigende ritmes op meer dan 95%. Bij de productie van automatische defibrillatoren wordt in de Verenigde Staten het AHA-voorschrift als kwaliteitsstandaard gehanteerd. De tegenwoordig beschikbare AED s voldoen volgens de AHA ruimschoots aan deze voorschriften. Hoe werkt de AED in de praktijk Dit onderwerp wordt nader uitgewerkt omdat daaruit kan worden afgeleid of de bediening van de Automatische Externe Defibrillator echt zo eenvoudig is als door de leveranciers wordt gesteld. Bij de beantwoording van de centrale vraag kan dit een rol spelen. Extra aandacht gaat daarom uit naar de vraag of de hulpverlener een basisopleiding moet hebben gevolgd en zo ja op welk niveau: Basic Life Support (EHBO-diploma met aantekening reanimatie) of uitsluitend gericht op het gebruik van de AED. Kappeyne van de Coppello en Brinkhof 19 beschrijven in hun artikel het hulpverleningsproces, waarbij de hulpverlener wordt ondersteund door een AED. Zij zien als eerste taak van de 18 Gezondheidsraad, Toepassing van de automatische uitwendige defibrillator in Nederland, pag. 22 e.v., Den Haag, Kappeyne van de Coppello P., Brinkhof J.C.M., Medische achtergrond van de Automatische Externe Defibrillator, NIBHV, Veiligheid, nr. 2, oktober Pagina 17

18 hulpverlener het vaststellen dat het slachtoffer diep bewusteloos is, geen reactie geeft op de pijnprikkel en geen circulatie meer heeft. Hierna start de hulpverlener met de reanimatie en sluit hij/zij de patiënt aan op de AED. Zodra de patiënt, door middel van het aanbrengen van elektrodes, op de AED is aangesloten gaat het apparaat eerst een hartanalyse doen. De AED stelt vast of de patiënt inderdaad bewusteloos is. Vervolgens gaat het apparaat het hartritme bepalen. Daarna geeft het apparaat middels een elektronische stem duidelijke instructies (Nederlands gesproken) die de hulpverlener door de procedure leiden. De instructies verschijnen tegelijkertijd op een beeldscherm. Wanneer de AED tot de conclusie komt dat het om een hartritmestoornis gaat die gedefibrilleerd moet worden, laadt de stroomstootknop automatisch op. Zodra deze is opgeladen geeft de AED de hulpverlener opdracht de knop in te drukken en het slachtoffer niet aan te raken. Hierna zal de AED de stroomstoot toedienen met een sterkte van tweehonderd joules. Vervolgens gaat de AED opnieuw over tot analyse van het hartritme. Er zijn nu enkele mogelijkheden: - Het hartritme is weer normaal; geen shockindicatie: de hulpverlener dient de halsslagader en de ademhaling te controleren en te handelen naar bevinden; - Het kamerfibrilleren is niet opgeheven; de AED adviseert opnieuw een stroomstoot. De AED zal opnieuw een stroomstoot toedienen met een sterkte van tweehonderd joules. - Na de tweede poging zal de AED opnieuw de hartslag analyseren. Is de stoornis nog niet opgeheven dan adviseert de AED nogmaals een stroomstoot toe te dienen, maar nu van driehonderdzestig joules. - Opnieuw analyseert de AED het hartritme; als de hartritmestoornis nog niet is opgeheven, dan geeft de AED opdracht om over te gaan tot reanimatie. Na één minuut reanimeren analyseert de AED het hartritme opnieuw en kan het apparaat weer een stroomstoot adviseren. Wanneer de AED constateert dat de patiënt is getroffen door een acute hartstilstand zonder kamerfibrilleren (een A-systolie) geeft het apparaat een non-shockable advies met daaraan gekoppeld de instructie: start de reanimatie, controleer de ademhaling, controleer de pols. De hulpverlener kan in deze situatie de patiënt geen stroomstoot toedienen, doordat de AED de condensator niet zal opladen. Na één minuut reanimeren zal de AED opnieuw beoordelen of de patiënt inmiddels hartritme heeft. De AED kan dan concluderen dat er nog steeds sprake is van een A-systolie (advies: vervolg reanimatie) of dat er inmiddels sprake is van kamerfibrilleren (advies: defibrilleren). De AED detecteert ook bewegingen van het slachtoffer. Dit gebeurt onafhankelijk van de ritme-analyse. Hiervoor is een speciale bewegingsmelder ontwikkeld. Pagina 18

19 Bewegingen kunnen veroorzaakt worden door de hartmassage, de hulpverlener en de patiënt zelf (gasping of epileptische trekkingen). Als de AED een beweging constateert, wordt de analyse van het hartritme onderbroken totdat de beweging ophoudt. De AED waarschuwt de hulpverlener onmiddellijk dat er sprake is van beweging tijdens de analyse. Er zijn twee redenen waarom een analyse van het hartritme wordt onderbroken als er beweging wordt gesignaleerd: - Bewegingen kunnen een shockable rythm op een non-shockable rythm doen lijken of andersom, waardoor er verkeerd geïnterpreteerd wordt; - De hulpverlener kan de beweging veroorzaken door het aanraken of aanstoten van de patiënt. Als er geen bewegingsmelder zou zijn, bestaat de kans dat de hulpverlener een stroomstoot ontvangt. Daarom alarmeert het bewegingsalarm de hulpverlener om voldoende afstand te nemen. Het is niet toegestaan een AED te gebruiken bij jonge kinderen (jonger dan acht jaar) omdat de te gebruiken hoeveelheid joules, om een elektrische stroomstoot te geven, voor deze kinderen te hoog is. Overigens worden deze kinderen meestal niet getroffen door hartziekten maar door ademhalingsproblemen (in het bijzonder verstikking). Omdat bovengenoemde werkwijze toch een aantal hulpverleningshandelingen bevat die behoren tot het Basic Life Support-niveau 20 (primaire reanimatie en eenvoudige spoedeisende handelingen) 21, is informatie ingewonnen bij de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR). Uit het ontvangen NRR-standpunt over het gebruik van de AED 22 kon worden afgeleid dat de NRR het van groot belang acht dat in aanmerking komende hulpverleners een door de NRR goedgekeurde opleiding hebben gevolgd in het gebruik van de AED en jaarlijks een door de NRR goedgekeurde vervolgopleiding volgen. Tevens is de NRR van mening dat het ter beschikking stellen van een AED moet worden gekoppeld aan een training in het gebruik. Volgens de NRR kan de AED de technieken van de zogenaamde Elementaire Reanimatie niet vervangen. De NRR geeft dan ook alleen goedkeuring aan die opleidingen waar de technieken van de Elementaire Reanimatie een wezenlijk onderdeel van het programma zijn en elke keer afdoende worden getest. Omgekeerd zou het gebruik van de AED een onderdeel kunnen worden van de opleiding in de Elementaire Reanimatie Opleiding Ambulanceverpleegkundige, Module 2, Vitale functies, pag. 12, SOSA, RBG Adviesgroep, Zwolle, VVAA Nederlandse Vereniging van Artsen, Leerboek der Spoedeisende Geneeskunde, deel 2, Traumatologie, pag. 9, VVAA, Utrecht, Nederlandse Reanimatie Raad, Standpunt gebruik AED, Den Haag, Nederlandse Reanimatie Raad, Standpunt gebruik AED, Den Haag, Pagina 19

20 De Gezondheidsraad 24 adviseert om in de bestaande cursussen voor primaire reanimatie kennis van en oefening met de AED op te nemen. Zij acht het wenselijk een centraal aanspreekpunt in te richten van waaruit adviezen voor de introductie van de AED kunnen worden gegeven 25. De Gezondheidsraad denkt hierbij aan de Nederlandse Reanimatie Raad, een overlegorgaan van de Nederlandse Hartstichting, het Nederlandse Rode Kruis, het Oranje Kruis en de VVAA vereniging van Artsen. 3.4 Epiloog In dit hoofdstuk is antwoord gegeven op deelvraag b. In beeld is gebracht wat een acute hartstilstand, veroorzaakt door kamerfibrilleren, is. Ook is de medische hulpvraag van een patiënt, die hierdoor is getroffen, helder gemaakt. Om een dergelijke gebeurtenis te kunnen overleven is het van belang dat de betreffende patiënt direct wordt gereanimeerd. Met name hartmassage kan ervoor zorgen dat het kamerfibrilleren langer in gang wordt gehouden, waardoor het hart gevoelig blijft voor defibrilleren. Deze BLS-handeling kan worden uitgevoerd door gediplomeerde EHBO-ers: zij zijn opgeleid en getraind in de technieken van de zogenaamde elementaire reanimatie. Vervolgens dient de patiënt zo spoedig mogelijk te worden gedefibrilleerd. Wanneer dit gebeurt binnen 5 minuten na het ontstaan van de acute hartstilstand, is de kans op overleven 72%. Voor elke minuut dat de defibrillatie langer uitblijft, daalt de overlevingskans met ongeveer 10%. Na 12 minuten is de overlevingskans geslonken tot 9%. Opvallend is dat ruim 50% van de personen, die door een hartstilstand werd getroffen, van tevoren bekend stond als hartpatiënt, of in de 24 uur voorafgaand aan de hartstilstand klachten heeft gehad, zoals pijn op de borst, kortademigheid, duizeligheid of hartkloppingen. Een ander opmerkelijk gegeven is dat ongeveer 80% van de patiënten thuis getroffen zijn door de acute hartstilstand. Dit zou kunnen betekenen dat nieuwe" first responders met name in de directe omgeving van de patiënt moeten worden gezocht. In het volgende hoofdstuk wordt eerst de veerkracht van de huidige first responders (ambulancezorg en huisartsenzorg) behandeld. Met name wordt gekeken of de beschikbaarheid en de inzetbaarheid van deze hulpverleners voldoen aan de medische hulpvraag van genoemde patiënt. 24 Gezondheidsraad, Toepassing van de automatische uitwendige defibrillator in Nederland, pag.8, Den Haag, Gezondheidsraad, Toepassing van de automatische uitwendige defibrillator in Nederland, pag. 38, Den Haag, Pagina 20

Wat is een AED? Hoe werkt een AED?

Wat is een AED? Hoe werkt een AED? Wat is een AED? Een AED is een apparaat waarmee men een elektrische schok aan het hart kan toedienen, wanneer er sprake is van levensbedreigende hartritmestoornissen. Een ingebouwde computer analyseert

Nadere informatie

Automatische Externe Defibrillatie Opleiding Hulpverlener. Europese Reanimatieraad

Automatische Externe Defibrillatie Opleiding Hulpverlener. Europese Reanimatieraad Automatische Externe Defibrillatie Opleiding Hulpverlener Europese Reanimatieraad ACHTERGROND Er zijn ongeveer 700.000 hartstilstanden per jaar in Europa. Dit komt neer op 5 personen per uur in Nederland.

Nadere informatie

Even voorstellen. Programma van vandaag. Hoe dit te bereiken: Waarom deze avond? Reeds gedane stappen. Toekomstbeeld

Even voorstellen. Programma van vandaag. Hoe dit te bereiken: Waarom deze avond? Reeds gedane stappen. Toekomstbeeld Programma van vandaag Welkomswoord Burgemeester J Klijs Presentatie AED / AED ALERT situatie Moerdijk Pauze Situatie Willemstad, Stichting AED Willemstad door mevr. Veltman Situatie stadsraad Zevenbergen

Nadere informatie

FAQ s ZES MINUTEN ZONE KOUDENHOVEN. 1. Wat is een zes minuten zone? 2. Waarom wordt een Zes Minuten Zone ingericht? 3. Hoe werkt een Zes Minuten

FAQ s ZES MINUTEN ZONE KOUDENHOVEN. 1. Wat is een zes minuten zone? 2. Waarom wordt een Zes Minuten Zone ingericht? 3. Hoe werkt een Zes Minuten In de nieuwsbrief van de wijkvereniging kon u vorige week lezen over de voortgang van de Zes Minuten Zone in Koudenhoven. We hebben u in die brief een uitgebreide uitleg beloofd naar aanleiding van de

Nadere informatie

Een AED redt levens. Martien van Gorp. Vivon Nederland B.V. Ekkersrijt 1121 5692 AD Son

Een AED redt levens. Martien van Gorp. Vivon Nederland B.V. Ekkersrijt 1121 5692 AD Son Een AED redt levens Martien van Gorp Vivon Nederland B.V. Ekkersrijt 1121 5692 AD Son Over Vivon Jarenlange expertise Merkonafhankelijk ISO 9001:2008 gecertificeerd Samenwerking met o.a. Nederlandse Hartstichting

Nadere informatie

Informatie over (niet)-reanimeren

Informatie over (niet)-reanimeren Informatie over (niet)-reanimeren iet-reanimerenpenning Wat is reanimatie? Wat is de overlevi ans? Wat merkt het slachtoffer? Hoe groot is de kans op (blijv chade? Wel of niet reanimeren? Uw wens telt

Nadere informatie

Van de AED (automatische externe defibrillator) naar de specialistische (ALS) zorgverlening tijdens de reanimatie van volwassenen en kinderen

Van de AED (automatische externe defibrillator) naar de specialistische (ALS) zorgverlening tijdens de reanimatie van volwassenen en kinderen Van de AED (automatische externe defibrillator) naar de specialistische (ALS) zorgverlening tijdens de reanimatie van volwassenen en kinderen Een richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad Nederlandse

Nadere informatie

De eerste zes minuten bij een hartstilstand Wanneer elke seconde telt. Leren reanimeren en defibrilleren met de AED

De eerste zes minuten bij een hartstilstand Wanneer elke seconde telt. Leren reanimeren en defibrilleren met de AED De eerste zes minuten bij een hartstilstand Wanneer elke seconde telt Leren reanimeren en defibrilleren met de AED Reanimatie: eerste hulp bij hartstilstand! Wist u dat elke week 300 Nederlanders buiten

Nadere informatie

Overname van Automatische Externe Defibrillator (AED) hulpverlening naar gespecialiseerde reanimatie (ALS) hulpverlening

Overname van Automatische Externe Defibrillator (AED) hulpverlening naar gespecialiseerde reanimatie (ALS) hulpverlening Overname van Automatische Externe Defibrillator (AED) hulpverlening naar gespecialiseerde reanimatie (ALS) hulpverlening Een richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad Nederlandse Reanimatie Raad Oktober

Nadere informatie

2012 Hart voor Limburg Reanimatie Oproep Netwerk

2012 Hart voor Limburg Reanimatie Oproep Netwerk Inhoud presentatie 13 februari 2012 De kans een mensenleven te redden krijg je niet elke dag Opening Hart voor Limburg Cijfers en wetenswaardigheden met betrekking tot een circulatiestilstand Kenmerk,

Nadere informatie

Als elke seconde telt...

Als elke seconde telt... www.hartslagnu.nl Als elke seconde telt......kunnen we dan op jou rekenen? Meld je nu aan als burgerhulpverlener Plotseling kan uw hulp nodig zijn! In Nederland krijgt jaarlijks 1 op de 1000 inwoners een

Nadere informatie

R.W. Koster 1, J. Berdowski 1. Nederlandse Hartstichting / Overleving na reanimatie buiten het ziekenhuis in Noord-Holland:

R.W. Koster 1, J. Berdowski 1. Nederlandse Hartstichting / Overleving na reanimatie buiten het ziekenhuis in Noord-Holland: 4 Overleving na reanimatie buiten het ziekenhuis in Noord-Holland: resultaten Arrest 7 over 2006-2008. Betere overleving dankzij de Automatische Externe Defibrillator? R.W. Koster 1, J. Berdowski 1 1 Afdeling

Nadere informatie

Projectplan Inventarisatie aanwezigheid en wenselijkheid AED s in de gemeente Houten

Projectplan Inventarisatie aanwezigheid en wenselijkheid AED s in de gemeente Houten Projectplan Inventarisatie aanwezigheid en wenselijkheid AED s in de gemeente Houten Aanleiding In Nederland overlijden per jaar ruim 15.000 mensen door plotselinge hartstilstand. Bij een hartstilstand

Nadere informatie

Voorwoord. Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben over dit marktonderzoek, aarzel niet om contact op te nemen. Rick van der Plas,

Voorwoord. Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben over dit marktonderzoek, aarzel niet om contact op te nemen. Rick van der Plas, 2 Voorwoord Voor u ligt een verslag van het marktonderzoek naar de aanwezigheid van AED s binnen het bedrijfsleven. Dit marktonderzoek heb ik uitgevoerd als onderdeel van mijn stage in het kader van mijn

Nadere informatie

Informatie over (niet-)reanimeren

Informatie over (niet-)reanimeren Informatie over (niet-)reanimeren iet-reanimerenpenning Wat is reanimatie? Wat is de overlevi ans? Wat merkt het slachtoffer? Hoe groot is de kans op (blijv chade? Wel of niet reanimeren? Uw wens telt

Nadere informatie

Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding

Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding CVDR Officiële uitgave van Leek. Nr. CVDR54284_1 1 juni 2016 Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding De raad van de gemeente Leek; gelet op: - artikel 1, tweede lid, artikel 12

Nadere informatie

INITIATIEFVOORSTEL Agendanummer 9.1. Onderwerp: Onderzoek naar de haalbaarheid en implementatie van gemeentebrede inzet van AED

INITIATIEFVOORSTEL Agendanummer 9.1. Onderwerp: Onderzoek naar de haalbaarheid en implementatie van gemeentebrede inzet van AED INITIATIEFVOORSTEL Agendanummer 9.1 Raadsvergadering van 12 maart 2009 Onderwerp: Onderzoek naar de haalbaarheid en implementatie van gemeentebrede inzet van AED SAMENVATTING Bij het horen van AED, (Automated

Nadere informatie

Ik wil nadenken over reanimatie

Ik wil nadenken over reanimatie Ik wil nadenken over reanimatie Samenvatting Hoe ouder u wordt, hoe groter de kans op een hartstilstand. Het is belangrijk dat familie en hulpverleners weten of ze u dan wel of niet moeten reanimeren.

Nadere informatie

Dorpsraad Nieuwdorp. 6 Minuten Zone Nieuwdorp. Versie 7.0 december 2007 Dorpsraad Nieuwdorp

Dorpsraad Nieuwdorp. 6 Minuten Zone Nieuwdorp. Versie 7.0 december 2007 Dorpsraad Nieuwdorp 6 Minuten Zone Nieuwdorp Versie 7.0 december 2007 Inleiding De Stichting heeft tijdens de jaarvergadering in 2007 het plan gelanceerd om Nieuwdorp Hartveilig te maken. We willen dit realiseren door op

Nadere informatie

12. 1. Aed met z'n twee

12. 1. Aed met z'n twee Aed met z'n twee 12. 1. Als er iemand is gestart met de reanimatie en er komt een AED bediener met een AED aan, blijf dan reanimeren. Een helper ontkleed de borstkas en instaleert de AED De ander gaat

Nadere informatie

BLS ers redden LEVENS!

BLS ers redden LEVENS! BLS ers redden LEVENS! maar, instructeurs verdienen de credits.of Even voorstellen.. Jan Bosch werkzaam bij de RAD Hollands-Midden ambulanceverpleegkundige / projectleider sinds 2005 observaties bij pre-klinische

Nadere informatie

Wel of niet reanimeren in het Lievensberg ziekenhuis. Wat is úw keuze?

Wel of niet reanimeren in het Lievensberg ziekenhuis. Wat is úw keuze? Wel of niet reanimeren in het Lievensberg ziekenhuis Wat is úw keuze? Geachte heer, mevrouw, Wel of niet reanimeren is een ingrijpende beslissing. Ook u kunt voor deze keuze komen te staan. Het Lievensberg

Nadere informatie

AED. Automatische Externe Defibrillatie. Informatiemap

AED. Automatische Externe Defibrillatie. Informatiemap AED Automatische Externe Defibrillatie Informatiemap Forto Training & Opleiding Broeklaan 101 5953 NA Reuver (t) 077-4769500 (f) 077-4769501 Januari 2006 www.forto-to.nl versie 2005-011 AED implementatie

Nadere informatie

AGENDAPUNT 2015.02.16/08

AGENDAPUNT 2015.02.16/08 AGENDAPUNT 2015.02.16/08 Voorstel voor de vergadering van: het algemeen bestuur Datum vergadering: 16 februari 2015 Onderwerp: Portefeuillehouder: Indiener: AED Mevrouw mr. R.G. Westerlaken-Loos en de

Nadere informatie

Opleiding Reanimatie + AED bediener

Opleiding Reanimatie + AED bediener 1 Opleiding Reanimatie + AED bediener Opleiding Basisreanimatie & Automatische Externe Defibrillatie LEERDOELEN Op het einde van deze cursus zal je: een bewusteloos slachtoffer kunnen evalueren een hartmassage

Nadere informatie

Hartstilstand. HartRidders. rea app. www.durf-redden.be. Durf Redden is een initiatief van de Belgische Cardiologische Liga

Hartstilstand. HartRidders. rea app. www.durf-redden.be. Durf Redden is een initiatief van de Belgische Cardiologische Liga Hartstilstand HartRidders rea app Acties Hart Durf Redden is een initiatief van de Belgische Cardiologische Liga www.durf-redden.be Van diegenen die een hartstilstand overleven, hebben 4 op 5 dit te danken

Nadere informatie

Projectplan Zes Minuten Zone Gemeente Stede Broec

Projectplan Zes Minuten Zone Gemeente Stede Broec Projectplan Zes Minuten Zone Gemeente Stede Broec Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Doel... 3 3. Samenwerking... 3 4. AED s... 4 5. Alarmeringssysteem... 5 6. Trainingen... 6 7. Financiën... 6 8. Communicatie...

Nadere informatie

Basale reanimatie inclusief de Automatische Externe Defibrillator

Basale reanimatie inclusief de Automatische Externe Defibrillator Basale reanimatie inclusief de Automatische Externe Defibrillator LEERDOELEN Aan het einde van deze cursus kunt u demonstreren: Hoe u een bewusteloos slachtoffer benadert. Hoe u borstcompressies en beademing

Nadere informatie

Wel of niet reanimeren?

Wel of niet reanimeren? Wel of niet reanimeren? wel of niet reanimeren? Wel of niet reanimeren is een ingrijpende beslissing. U en uw behandelend arts kunnen voor deze keuze komen te staan. Het Kennemer Gasthuis houdt zoveel

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

6-Minutenzone van levensbelang. Laura Slits Claartje de Leeuw 24 november 2015

6-Minutenzone van levensbelang. Laura Slits Claartje de Leeuw 24 november 2015 6-Minutenzone van levensbelang Laura Slits Claartje de Leeuw 24 november 2015 Elke week krijgen 300 mensen in Nederland een hartstilstand buiten het ziekenhuis Bij hartstilstand binnen 6 minuten Nergens

Nadere informatie

First responder. beleidsdocument en landelijke richtlijn. Versie: 30 november 2005 Status: definitief

First responder. beleidsdocument en landelijke richtlijn. Versie: 30 november 2005 Status: definitief First responder beleidsdocument en landelijke richtlijn Versie: 30 november 2005 Status: definitief Vastgesteld door: het Algemeen Bestuur van AmbulanceZorg Nederland op 28 september 2005. Inleiding Op

Nadere informatie

First en rapid responder

First en rapid responder First en rapid responder beleidsdocument en landelijke richtlijn Versie: 30 november 2005 Status: definitief Vastgesteld door: het Algemeen Bestuur van AmbulanceZorg Nederland op 28 september 2005. Inleiding

Nadere informatie

Informatieavond 6 september 2010. Werkgroep Reanimatie-estafette 2010 Stichting Reanimatie-estafette Limburg

Informatieavond 6 september 2010. Werkgroep Reanimatie-estafette 2010 Stichting Reanimatie-estafette Limburg Informatieavond 6 september 2010 Werkgroep Reanimatie-estafette 2010 Stichting Reanimatie-estafette Limburg 5 e Reanimatie-estafette 1 oktober 2010 Carbooncollege Rombouts en Rumpenerhal Brunssum Reanimeren,

Nadere informatie

ICD Implanteerbare Cardioverter - Defibrillator

ICD Implanteerbare Cardioverter - Defibrillator ICD Implanteerbare Cardioverter - Defibrillator Cardiologie Beter voor elkaar 2 Een ICD is evenals een pacemaker een klein apparaatje dat onder de huid wordt geïmplanteerd bij mensen met een hartritmestoornis.

Nadere informatie

Melding van de ambulance: patient op straat gevonden met hartstilstand

Melding van de ambulance: patient op straat gevonden met hartstilstand Melding van de ambulance: patient op straat gevonden met hartstilstand Prof.Dr. R.J.G. Peters Afdeling cardiologie Academisch Medisch Centrum Amsterdam Probleem patient komt onaangekondigd groot risico

Nadere informatie

Wat is een acute hartritme stoornis?

Wat is een acute hartritme stoornis? AED bij de Terriërs Wat is een acute hartritme stoornis? Normale hartactie Acute hartritme stoornis: Chaotisch ritme (ventrikel fibrilleren) Probleem: Het hart pompt niet meer effectief, slachtoffer zakt

Nadere informatie

Waarom een dergelijk initiatief

Waarom een dergelijk initiatief De volgende info komt grotendeels van www.hartslagnu.nl Waarom een dergelijk initiatief In de meeste gevallen van een plotse circulatiestilstand is het normale hartritme, vaak als gevolg van een acuut

Nadere informatie

Medisch Ethische Commissie NTBR. Algemene informatie

Medisch Ethische Commissie NTBR. Algemene informatie Medisch Ethische Commissie NTBR Algemene informatie 1 Geachte patiënt, Uw arts heeft met u gesproken over NTBR. In deze folder kunt u nalezen wat NTBR precies inhoudt. 2 Wat is NTBR? De afkorting NTBR

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Advies 7 april 2010 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting 5 Aanbevelingen 7 Aanleiding en context voor dit advies 9 Algemeen 11 Opmerkingen bij tekst en opzet van

Nadere informatie

Voor meer informatie over hart- en vaataandoeningen :

Voor meer informatie over hart- en vaataandoeningen : Voor meer informatie over hart- en vaataandoeningen : Belgische Cardiologische Liga Informatie- en uitwisselingsplatform rond cardiovasculaire aandoeningen in België voor de patiënten. BELGISCHE CARDIOLOGISCHE

Nadere informatie

Europese Reanimatieraad. Basale reanimatie en het gebruik van de Automatische Externe Defibrillatior

Europese Reanimatieraad. Basale reanimatie en het gebruik van de Automatische Externe Defibrillatior Basale reanimatie en het gebruik van de Automatische Externe Defibrillatior LEERDOELEN Aan het einde van deze cursus kunt u demonstreren: Hoe u een bewusteloos slachtoffer benadert. Hoe u hartmassage en

Nadere informatie

Matthijs Samyn Instructor BLS & AED Dienst 100 Brw Roeselare Verpleegkundige spoedgevallen Sint Jozefskliniek Izegem Docent EHBO

Matthijs Samyn Instructor BLS & AED Dienst 100 Brw Roeselare Verpleegkundige spoedgevallen Sint Jozefskliniek Izegem Docent EHBO Basic Life Support & AED Matthijs Samyn Instructor BLS & AED Dienst 100 Brw Roeselare Verpleegkundige spoedgevallen Sint Jozefskliniek Izegem Docent EHBO Center for Urgent Medical Assistance Ruddershove

Nadere informatie

Cardiopulmonale Reanimatie. Automatische Externe Defibrillator

Cardiopulmonale Reanimatie. Automatische Externe Defibrillator Basale Reanimatie voor Hulpverleners Cardiopulmonale Reanimatie met de Automatische Externe Defibrillator Leerdoelen Op het einde van deze cursus zal U in staat zijn: een bewusteloos slachtoffer te evalueren

Nadere informatie

23. Vragen bij reanimatie

23. Vragen bij reanimatie 23. Vragen bij reanimatie Mijn dochter is ernstig gehandicapt. Kort geleden hadden we een gesprek met onze arts over -haar gezondheid. Toen kregen we te horen dat ze niet gereanimeerd wordt als ze een

Nadere informatie

LET OP!!! 2011 Nederlandse Reanimatie Raad

LET OP!!! 2011 Nederlandse Reanimatie Raad LET OP!!! 2011 Nederlandse Reanimatie Raad Deze PowerPoint en de afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. U mag deze PowerPoint in zijn originele hoedanigheid kosteloos gebruiken. De teksten en afbeeldingen

Nadere informatie

Samenvatting resultaten inventarisatie AED s

Samenvatting resultaten inventarisatie AED s Samenvatting resultaten inventarisatie AED s Enquêtes Er zijn 26 organisaties (zorginstellingen, sportclubs, grote bedrijven, winkeliersverenigingen) benaderd in het kader van de inventarisatie naar de

Nadere informatie

Gebruik van mechanische thorax compressie apparatuur in ambulance hulpverlening en in het ziekenhuis. Advies van de Nederlandse Reanimatie Raad

Gebruik van mechanische thorax compressie apparatuur in ambulance hulpverlening en in het ziekenhuis. Advies van de Nederlandse Reanimatie Raad Gebruik van mechanische thorax compressie apparatuur in ambulance hulpverlening en in het ziekenhuis. Advies van de Nederlandse Reanimatie Raad Nederlandse Reanimatie Raad November 2014 Nederlandse Reanimatie

Nadere informatie

Samenhang. GHOR Zuid-Holland Zuid. uw veiligheid, onze zorg

Samenhang. GHOR Zuid-Holland Zuid. uw veiligheid, onze zorg Samenhang GHOR Zuid-Holland Zuid uw veiligheid, onze zorg De GHOR (geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio) is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening

Nadere informatie

Nederlandse richtlijnen. 20 januari 2016

Nederlandse richtlijnen. 20 januari 2016 ERC Guidelines 2015 R. de Vos Anesthesioloog MMT-arts (np) Medisch Manager Ambulancezorg Lid Wetenschappelijk raad NRR Bestuurslid Stichting Reanimatie Nederlandse richtlijnen 20 januari 2016 Veel veranderd?

Nadere informatie

Cursus Bedrijfshulpverlening - Inleiding in de BHV

Cursus Bedrijfshulpverlening - Inleiding in de BHV Cursus Bedrijfshulpverlening - Inleiding in de BHV Een bedrijfshulpverlener moet snel beslissingen kunnen nemen en bepalen welke handeling, op welke manier moet worden uitgevoerd. Onder bedrijfshulpverlening

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

Ambulancezorg en ziekenvervoer

Ambulancezorg en ziekenvervoer Ambulancezorg en ziekenvervoer Inhoud Kort en bondig Ambulancezorg samengevat Terreinbeschrijving en organisatie Wat is ambulancezorg? Aanbod Hoe groot is het aanbod en neemt het toe of af? Zijn er regionale

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing AED-trainer

Gebruiksaanwijzing AED-trainer Gebruiksaanwijzing AED-trainer ONDERDEELNUMMER Copyright 2007 Cardiac Science Corporation. All rights reserved. De AED-trainer (trainingstoestel voor automatische externe defibrillators) is een apparaat

Nadere informatie

Reanimatiecursus. Lifesavers aren t born. They re trained! Reanimatiecursus met AED

Reanimatiecursus. Lifesavers aren t born. They re trained! Reanimatiecursus met AED Reanimatiecursus Lifesavers aren t born. They re trained! Reanimatiecursus met AED Reanimatie volwassenen Stelt u zich eens voor. U bent aan het winkelen, loopt over straat of bent gewoon thuis. Ineens

Nadere informatie

How to save more Lives. De Burger Centraal. Jos de Laat

How to save more Lives. De Burger Centraal. Jos de Laat How to save more Lives De Burger Centraal Hoe de veiligheidsregio door middel van Multi-First respons en de AED de reguliere hulpverlening aan de burger kan verbeteren Jos de Laat Scriptie MCDM opleiding

Nadere informatie

/// Help ons beter helpen.

/// Help ons beter helpen. /// Help ons beter helpen. Als je 112 belt In het verkeer Bij zorgverlening ////////////////////////////////////////////////////////////// /// de mensen van de ambulance /// de mensen van de ambulance

Nadere informatie

Nota. Stimulering Acute Zorghulpverlening. Haaksbergen

Nota. Stimulering Acute Zorghulpverlening. Haaksbergen Nota Stimulering Acute Zorghulpverlening Haaksbergen Haaksbergen Mei 2007 1 Inhoudsopgave PAG Voorwoord... 3 Inleiding 4 1 Project Lekenhulpverlening Platteland Twente... 5 1.1 aanleiding. 5 1.2 doelstelling..

Nadere informatie

Het project heeft een looptijd van drie jaar. In die drie jaar moeten de beschreven resultaten behaald worden.

Het project heeft een looptijd van drie jaar. In die drie jaar moeten de beschreven resultaten behaald worden. 3.1 Doelstellingen Het project heeft de volgende doelstelling: De inwoners van de gemeente Nuth worden gestimuleerd in het trainen van reanimatievaardigheden en het gebruik van een AED zodat ze in staat

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied intensive

Nadere informatie

EUROPESE REANIMATIE RAAD RICHT- LIJNEN 2000 VOOR AUTOMATISCHE EXTERNE DEFIBRILLATIE

EUROPESE REANIMATIE RAAD RICHT- LIJNEN 2000 VOOR AUTOMATISCHE EXTERNE DEFIBRILLATIE EUROPESE REANIMATIE RAAD RICHT- LIJNEN 2000 VOOR AUTOMATISCHE EXTERNE DEFIBRILLATIE Bijlage bij Spoedgevallen Jaargang 20 Nummer 4 EUROPESE REANIMATIE RAAD RICHT- LIJNEN 2000 VOOR AUTOMATISCHE EXTERNE

Nadere informatie

Onderzoek naar de beste behandeling van epilepsie-achtige hersenactiviteit na reanimatie

Onderzoek naar de beste behandeling van epilepsie-achtige hersenactiviteit na reanimatie TELSTAR: Treatment of ELectroencephalographic STatus epilepticus After cardiopulmonary Resuscitation (ABR 46296) Onderzoek naar de beste behandeling van epilepsie-achtige hersenactiviteit na reanimatie

Nadere informatie

Even voorstellen.. Vraag. Vraag. Antwoord 9-4-2015. Welkom op het 12 e Reanimatie Congres

Even voorstellen.. Vraag. Vraag. Antwoord 9-4-2015. Welkom op het 12 e Reanimatie Congres Welkom op het 12 e Reanimatie Congres Driekes van der Weert en Wim Thies Even voorstellen.. Driekes van der Weert Nationale Cursusleider PBLS Ambulance verpleegkundige Wim Thies Nationale Cursusleider

Nadere informatie

Wel of niet reanimeren

Wel of niet reanimeren Wel of niet reanimeren in het Gemini Ziekenhuis gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Wat is reanimeren? 3 Hoe vindt reanimatie plaats? 3 Uw afweging 4 Belangrijk om te weten 5 Terugkomen op uw besluit 5

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

secr/ 2007/3/10a Voorstel tot beschikbaarstelling van een krediet van 5800,-- voor de aanschaf van 2 defibrillatoren.

secr/ 2007/3/10a Voorstel tot beschikbaarstelling van een krediet van 5800,-- voor de aanschaf van 2 defibrillatoren. Dames en heren leden van de gemeenteraad College burgemeester en wethouders uw kenmerk uw brief van ons kenmerk Kessel onderwerp aanvullende agenda raad 23 april 2007 secr/ 18 april 2007 verzonden Geachte

Nadere informatie

Wel of niet reanimeren

Wel of niet reanimeren Wel of niet reanimeren in Medisch Centrum Alkmaar mca.nl Inhoudsopgave Wat is reanimeren? 3 Hoe vindt reanimatie plaats? 3 Uw afweging 4 Belangrijk om te weten 5 Terugkomen op uw besluit 5 Informeer uw

Nadere informatie

AED s in de openbare ruimte

AED s in de openbare ruimte notitie AED s in de openbare ruimte Marion Matthijssen Chantal Suijkerbuijk Zorgmonitor Cluster Zorgregie Februari 2009 GGD Rotterdam-Rijnmond Inhoudsopgave 1. Inleiding pag. 3 2. Ervaringen met AED s

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen In deze folder leest u over de behandelbeperkingen die u kunt afspreken met uw arts. Bekende voorbeelden van een behandelbeperking zijn niet reanimeren en

Nadere informatie

Basale reanimatie van baby s en kinderen inclusief de AED. Voor een toekomst in de zorg!

Basale reanimatie van baby s en kinderen inclusief de AED. Voor een toekomst in de zorg! Basale reanimatie van baby s en kinderen inclusief de AED Voor een toekomst in de zorg! LET OP!!! 2011 Nederlandse Reanimatie Raad Deze PowerPoint en de afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. U

Nadere informatie

AED. Life, stay alive and kicking

AED. Life, stay alive and kicking AED Life, stay alive and kicking Wat is een AED? Een automatisch externe defibrillator of AED is een draagbaar toestel dat een elektrische schok aan het hart toedient bij levensbedreigende hartritmestoornissen.

Nadere informatie

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen In deze folder leest u over de behandelbeperkingen die u kunt afspreken met uw arts. Bekende voorbeelden van een behandelbeperking zijn niet reanimeren en

Nadere informatie

Basale reanimatie LET OP!!! 2015 Nederlandse Reanimatie Raad WELKOM

Basale reanimatie LET OP!!! 2015 Nederlandse Reanimatie Raad WELKOM LET OP!!! Nederlandse Reanimatie Raad Deze PowerPoint en de afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. U mag deze PowerPoint in zijn originele hoedanigheid kosteloos gebruiken. De teksten en afbeeldingen

Nadere informatie

Dag van de Trainer 13 december 2014

Dag van de Trainer 13 december 2014 Dag van de Trainer 13 december 2014 Topsporthal - Gent Reanimatie en gebruik van AED: een boeiende aanpak voor docenten 'Veilig Sporten'! Werner Van Assche Kristel Crombez DSKO s Redden Doel Veilig Sporten

Nadere informatie

Aan het eind van de cursus bent u in staat om: Basale reanimatie van volwassenen

Aan het eind van de cursus bent u in staat om: Basale reanimatie van volwassenen Leerdoelen: Aan het eind van de cursus bent u in staat om: Basale reanimatie van volwassenen Een bewusteloos slachtoffer op de juiste wijze te benaderen en te bepalen of er gereanimeerd moet worden. Op

Nadere informatie

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES CONVENANT SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES 2012 Ondergetekenden: 1. Het Slotervaart, gevestigd te Amsterdam, in deze rechtsgeldig

Nadere informatie

~ 91 ~ Noordwijkerhouts Weekblad Vervolgles Eerste Hulp aan Kinderen

~ 91 ~ Noordwijkerhouts Weekblad Vervolgles Eerste Hulp aan Kinderen Noordwijkerhouts Weekblad Vervolgles Eerste Hulp aan Kinderen De vervolgles Eerste Hulp aan Kinderen op maandag 28 november 2011 werd druk bezocht. Hulp bij ziekten en ongevallen van kinderen stond centraal;

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Agendapunt: 10 Onderwerp: Voorstel inzet Automatische Externe Defibrillatoren. Portefeuillehouder: C.C. Leppink-Schuitema.

Raadsvoorstel. Agendapunt: 10 Onderwerp: Voorstel inzet Automatische Externe Defibrillatoren. Portefeuillehouder: C.C. Leppink-Schuitema. Raadsvoorstel Agendapunt: 10 Onderwerp: Voorstel inzet Automatische Externe Defibrillatoren. Portefeuillehouder: C.C. Leppink-Schuitema. Aanleiding: Op 28 november 2007 heeft er in een gecombineerde commissievergadering

Nadere informatie

Een AED in onze haven

Een AED in onze haven Een AED in onze haven Sommigen onder u zal het zijn opgevallen dat er sinds enige tijd op verschillende plaatsen in onze haven pamfletten hangen waarop staat vermeld dat er een AED aanwezig is. Nu is er

Nadere informatie

Toetsstation. Reanimatie zonder hulpmiddelen

Toetsstation. Reanimatie zonder hulpmiddelen Toetsstation Reanimatie zonder hulpmiddelen Alg lgeme mene gegevens Classificatiecode(s) K84, K69 Doelstelling Toetsen of de kandidaat in staat is op correcte wijze een reanimatie zonder hulp(middelen)

Nadere informatie

Reanimatie richtlijnen. 25 mei 2002 Utrecht

Reanimatie richtlijnen. 25 mei 2002 Utrecht Reanimatie richtlijnen 25 mei 2002 Utrecht Reanimatie richtlijnen Marcel Bontje BHV Plus Simpel(er) Noodzakelijke handelingen Hogere retentie Verbeteren uitkomst Evidence Based Niveau van bewijsvoering:

Nadere informatie

HET HIB CALAMITEITENPLAN

HET HIB CALAMITEITENPLAN HET HIB CALAMITEITENPLAN Inleiding. Wanneer men met de doelgroep hartpatiënten in de sportzaal, fitnessruimte of in het zwembad werkt is het altijd van belang, dat bepaalde voorzorgsmaatregelen zijn getroffen.

Nadere informatie

Kernset 2013. peildatum: 31 december 2013

Kernset 2013. peildatum: 31 december 2013 Kernset 2013 peildatum: 31 december 2013 ALG Algemeen NAW-gegevens ALG 1.1 naam RAV / MKA / regio ALG 1.2 adres ALG 1.3 postcode ALG 1.4 woonplaats ALG 1.5 telefoonnummer ALG 1.6 faxnummer ALG 1.7 emailadres

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Reanimatie Stabiele zijligging Toedienen zuurstof

Reanimatie Stabiele zijligging Toedienen zuurstof Nieuwe richtlijnen sinds 2010 Kobe Van Herwegen 1* Instructeur Reanimatie Stabiele zijligging Toedienen zuurstof E-mail: kobe.vh@gmail.com GSM: 0474/81 49 20 2 3 Probleemstelling Volgorde Veiligheid Hartstilstand

Nadere informatie

Suggesties en aanbevelingen AED netwerk in Aalburg

Suggesties en aanbevelingen AED netwerk in Aalburg 2011 Suggesties en aanbevelingen AED netwerk in Aalburg ChristenUnie Aalburg Voor elkaar! 12-4-2011 Inleiding Elke week worden in ons land 300 mensen buiten het ziekenhuis getroffen door een hartstilstand.

Nadere informatie

Wie helpt u als u op het werk een hartstilstand krijgt?

Wie helpt u als u op het werk een hartstilstand krijgt? Wie helpt u als u op het werk een hartstilstand krijgt Maak uw bedrijf hartveilig met het Hartveilig-project van Rode Kruis-Vlaanderen Na een hartstilstand zijn de eerste minuten van levensbelang. Reken

Nadere informatie

Wel of niet reanimeren In het Albert Schweitzer ziekenhuis

Wel of niet reanimeren In het Albert Schweitzer ziekenhuis Wel of niet reanimeren In het Albert Schweitzer ziekenhuis Albert Schweitzer ziekenhuis december 2014 pavo 0974 Inleiding Iedere patiënt die in ons ziekenhuis een hartstilstand krijgt, wordt in principe

Nadere informatie

AED: definitie. AED: levenskansen. Automatische externe defibrillator. AED Docente: Sofie Boonen Vormingscentrum Hivset Turnhout 2010

AED: definitie. AED: levenskansen. Automatische externe defibrillator. AED Docente: Sofie Boonen Vormingscentrum Hivset Turnhout 2010 Automatische externe defibrillator AED Docente: Sofie Boonen Vormingscentrum Hivset Turnhout 2010 Als de ademhaling stilv alt, het hart stopt. AED: definitie AED: levenskansen De AED is een apparaat dat

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 juni 2011 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 juni 2011 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EH Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag, 2007-05-IGZ IGZ-loket 088 120 5000 22 november 2007

Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag, 2007-05-IGZ IGZ-loket 088 120 5000 22 november 2007 Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag Postadres Postbus 16119 2500 BC Den Haag Telefoon (070) 340 79 11 Telefax (070) 340 51 40 www.igz.nl Internet Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer

Nadere informatie

Kwalitei van (over)leven na een reanimatie 1

Kwalitei van (over)leven na een reanimatie 1 Kwaliteit van (over) leven na een reanimatie Véronique Moulaert Revalidatiearts i.o./ psycholoog / onderzoeker Een zaal vol helden Ook helden hebben twijfels Doe ik het wel goed Hoe komt hij hier straks

Nadere informatie

7 Reanimatie buiten het ziekenhuis in Noord-Holland en Twente: resultaten ARRESTonderzoek

7 Reanimatie buiten het ziekenhuis in Noord-Holland en Twente: resultaten ARRESTonderzoek 7 Reanimatie buiten het ziekenhuis in Noord-Holland en Twente: resultaten ARRESTonderzoek over 2006-2011 S.G. Beesems*, J.A. Zijlstra*, R. Stieglis, R.W. Koster Afdeling cardiologie, Academisch Medisch

Nadere informatie

Collegevoorstel 193/2002. Registratienummer 2.51404. Fatale datum raadsbesluit 18 december 2002

Collegevoorstel 193/2002. Registratienummer 2.51404. Fatale datum raadsbesluit 18 december 2002 Collegevoorstel 193/2002 Registratienummer 2.51404 Fatale datum raadsbesluit 18 december 2002 Opgesteld door, telefoonnummer L. Deurloo, 2230 en O. van Dijk, 2452 Programma Openbare gezondheid Portefeuillehouders

Nadere informatie

BEDRIJFSNOODPLAN. Amstelveen

BEDRIJFSNOODPLAN. Amstelveen BEDRIJFSNOODPLAN Amstelveen 1. Inleiding Algemeen De Arbo-wet verplicht ieder bedrijf of instelling om passende bedrijfshulpverlening (BHV) te organiseren teneinde de gevolgen voor werknemers bij ongevallen

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesvragen

Samenvatting. Adviesvragen Samenvatting Adviesvragen Een deel van de mensen die kampen met ernstige en langdurige psychiatrische problemen heeft geen contact met de hulpverlening. Bij hen is geregeld sprake van acute nood. Desondanks

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting SAMENVATTING. 167 Met de komst van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg, die naast de huisarts en verpleegkundigen van de thuiszorg, thuiswonende patiënten bezoeken om te zorgen dat patiënten

Nadere informatie