NATIONAL REPORT NETHERLANDS SAMPLE JUDGMENTS

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NATIONAL REPORT NETHERLANDS SAMPLE JUDGMENTS"

Transcriptie

1 NATIONAL REPORT NETHERLANDS SAMPLE JUDGMENTS Hoge Raad, 9 May 2003, LJN, AF Hof Arnhem, 5 January 2005, LJN, AS Rechtbank Arnhem, 18 February 2004, LJN, AO [Reference is made to the National Report, Part I.A, p14ff for a discussion of the form and structure of Netherlands judgments]

2 Hoge Raad, 9 May 2003, LJN, AF mei 2003 Eerste Kamer Nr. C01/226HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest Date of judgment Case number / Judgment reference number Court [Supreme Court] (Judge(s) are typically stated separately) in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.B.M.M. Wuisman, t e g e n Names of parties Procedural positions of parties /Legal representatives 1. de vennootschap onder firma "Hester", gevestigd te Rotterdam, 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerster 3], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties Facts / Procedural history Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 7 juli 1999 verweerders in cassatie - tezamen verder te noemen: de rederij - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de rederij te veroordelen om aan [eiser] als voorschot op de totale schadevergoeding te betalen tot een bedrag van? ,--, althans een zodanig bedrag als de President in goede justitie vermeent te behoren, met veroordeling van de rederij in de kosten van dit geding. De rederij heeft de vordering bestreden. De President heeft bij vonnis van 21 september 1999 de rederij veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van? ,-- en het meer of anders gevorderde afgewezen.

3 Tegen dit vonnis heeft de rederij hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-gravenhage. [Eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en daarbij zijn eis vermeerderd tot een bedrag van? ,-- als voorschot op de uiteindelijke schadevergoeding, althans een zodanig bedrag als het Hof in goede justitie zal vermenen te behoren. Bij arrest van 19 juni 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep behoudens de kostenveroordeling vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser] toegewezen tot een bedrag van? ,--. Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen rederij is verstek verleend. [Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat en door mr. J. Sluysmans, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar een ander Gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing. 3. Beoordeling van het middel Identification of issues for determination Discussion (reasons) 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (i) De rederij is eigenares van het m.s. Hester (hierna: het schip). Op 8 augustus 1998 heeft zich in het ruim van het schip tijdens een reis van Bordeaux naar Teignmouth (Engeland) een explosie voorgedaan. Daarbij is [eiser], die aan boord als leerling-matroos werkzaam was en vlak voor de explosie tegen de instructies in dat ruim was binnengegaan, ernstig gewond geraakt (hierna: het ongeval). (ii) De lading van het schip, die zich in het ruim bevond, bestond uit raapzaadmeel, op het cognossement omschreven als "rapeseedextraction meal in bulk". Rapeseedextraction meal komt voor op de lijst van gevaarlijke stoffen van de International Maritime Organisation als materiaal dat onder bepaalde omstandigheden tot zelfontbranding kan overgaan. Het raapzaadmeel was gespoeld met hexaan. (iii) Met hexaan gespoeld raapzaadmeel dient voor belading goed te worden gelucht en tijdens de reis te worden geventileerd in verband met de mogelijke aanwezigheid van resten werkzaam hexaangas, dat zeer explosief is. De

4 kapitein van het schip is echter ervan uitgegaan dat de lading volstrekt ongevaarlijk was en heeft geen navraag gedaan naar de eigenschappen daarvan. Evenmin heeft hij ge?nformeerd of tijdens de reis bijzondere maatregelen dienden te worden getroffen. Tijdens die reis is de lading niet geventileerd; de luiken van het ruim waren dicht. 3.2 [Eiser] heeft aan zijn onder 1 weergegeven vordering ten grondslag gelegd dat de rederij heeft nagelaten voor de onderhavige reis te onderzoeken wat de aard van de lading was en dat zij niet heeft voldaan aan de voorschriften voor het vervoer van een dergelijke lading, waardoor een verhoogd risico op arbeidsongevallen is ontstaan, welk risico zich heeft verwezenlijkt. Hij heeft daaraan toegevoegd dat de rederij hem evenmin heeft gewaarschuwd dat de lading gevaarlijk was. De rederij heeft de gevraagde voorziening betwist met een beroep op eigen schuld van [eiser] aan zijn schade. Daartoe heeft zij zich erop beroepen dat [eiser] tegen de uitdrukkelijke instructies het ruim van het schip heeft betreden. Voorts heeft zij betoogd dat art. 7:658 BW niet op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is, gezien art. 450b K. 3.3 De President heeft, kort gezegd, de rederij in beginsel aansprakelijk geacht voor de door [eiser] geleden schade, maar aannemelijk geacht dat [eiser] daaraan een zekere mate van eigen schuld had. Het Hof is samengevat weergegeven ervan uitgegaan dat de explosie is veroorzaakt doordat de kapitein de toepasselijke veiligheidsvoorschriften niet heeft nageleefd, nu de rederij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de explosie zich ook zou hebben voorgedaan als die voorschriften w?l waren nageleefd. Daarom is de rederij tegenover [eiser] in beginsel aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval (rov. 2.3). [Eiser] heeft evenwel een zekere mate van eigen schuld aan zijn schade, doordat hij in strijd met de instructies het ruim is binnengegaan. Het Hof waardeerde deze eigen schuld echter minder zwaar dan de President omdat de kapitein de lading volstrekt ongevaarlijk achtte, zodat ook [eiser] daarvan mocht uitgaan (rov ). 3.4 Het tegen deze beslissing gerichte middel, dat uit vier onderdelen bestaat, komt met name op tegen 's Hofs beslissing dat [eiser] eigen schuld heeft aan zijn schade. Onderdeel 3a, dat de Hoge Raad als eerste zal bespreken,

5 betoogt in de kern dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd bij zijn beoordeling van de onderhavige vraag, althans zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd. 3.5 De Hoge Raad heeft onlangs in een geval waarin de reder van een schip werd aangesproken door de kapitein daarvan voor de schade die deze had geleden als gevolg van de fout van een opvarende, geoordeeld - samengevat weergegeven - dat weliswaar art. 391 K. meebrengt dat art. 7:658 BW geen toepassing vindt ten aanzien van de dienst van de kapitein aan boord van een schip, maar dat moet worden aanvaard dat art. 391 K., gelet op het stelsel van de wet ten aanzien van door een werknemer aan de werkgever of aan derden toegebrachte schade en op de ontstaansgeschiedenis van art. 391 K., niet eraan in de weg staat aan te nemen dat eventuele fouten van een kapitein die hebben bijgedragen tot het ontstaan van de schade waarvan hij op grond van onrechtmatige daad vergoeding vordert van de werkgever, slechts aan hem kunnen worden toegerekend indien deze schade in belangrijke mate het gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid (HR 12 april 2002, C 00/207, RvdW 2002, 70). Op dezelfde gronden moet worden aangenomen dat deze uitleg ook heeft te gelden ten aanzien van art. 450b K., dat in dezelfde bewoordingen als art. 391 K. bepaalt dat art. 7:658 BW geen toepassing vindt ten aanzien van de dienst van de schepeling aan boord van een schip en dat dezelfde ontstaansgeschiedenis heeft (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11). Indien het Hof dit heeft miskend is de rechtsklacht gegrond; indien het de juiste maatstaf heeft gehanteerd is zijn daarop gebaseerde oordeel zonder nadere motivering, die evenwel ontbreekt, onbegrijpelijk. 3.6 Nu onderdeel 3a slaagt, is ook onderdeel 4, dat is gericht tegen de beslissing van het Hof ver de proceskosten, terecht voorgedragen. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt het arrest van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 19 juni 2001; verwijst de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te Amsterdam; veroordeelt de rederij in de kosten van het geding in Disposal of case (operative part)

6 cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] in totaal begroot op? 4.683,53, waarvan? 4.590,51 op de voet van artikel 243 Rv. te voldoen aan de Griffier en? 93,02 aan [eiser]. Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, A. Hammerstein, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 9 mei 2003.

7 Hof Arnhem, 5 January 2005, LJN, AS januari 2005 derde civiele kamer rolnummer 2004/00395 Date of judgment [Court section] Judgment reference number / Case number G E R E C H T S H O F T E A R N H E M Court [Court of Appeal] Arrest in de zaak van: de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Rijssen- Holten, zetelend te Rijssen-Holten, appellante, procureur: mr J.M. Bosnak, Names of parties Legal representatives tegen: [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2], beiden wonende te [woonplaats], geïntimeerden, procureur: mr W.D. Huizinga. 1 Het geding in eerste aanleg De rechtbank Almelo, sector Kanton, locatie Almelo (hierna: de kantonrechter), heeft op 2 september 2003 een tussenvonnis en op 2 maart 2004 een eindvonnis uitgesproken in het geschil tussen appellante (hierna: de gemeente), als gedaagde, en geïntimeerden (hierna: gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] en afzonderlijk te noemen [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2]), als eisers. Van de beide vonnissen is een kopie aan dit arrest gehecht. Procedural positions of parties [the firstmentioned party is the claimant, appellant etc.] Legal representatives Procedural history 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 19 april 2004 is de gemeente in hoger beroep gekomen van voormelde vonnissen, met dagvaarding

8 van [geïntimeerden] voor dit hof. 2.2 De gemeente heeft bij memorie van grieven drie grieven aangevoerd tegen de door haar bestreden vonnissen, producties overgelegd en gevorderd dat het hof deze vonnissen zal vernietigen en - naar het hof begrijpt - opnieuw recht doende de vordering van [geïntimeerden] alsnog zal afwijzen, [geïntimeerden] zal veroordelen tot (terug)-betaling aan de gemeente van een bedrag van? 6.256,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 april 2004, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in beide instanties. Identification of issues for determination 2.3 [geïntimeerden] hebben bij memorie van antwoord verweer gevoerd, producties overgelegd, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof de gemeente niet-ontvankelijk zal verklaren in haar hoger beroep, althans de vordering tot vernietiging van de bestreden vonnissen zal afwijzen en deze vonnissen zal bekrachtigen met veroordeling van de gemeente in de kosten van het hoger beroep. 2.4 Ter terechtzitting van het hof van 10 november 2004 hebben partijen hun standpunten doen bepleiten, de gemeente door mr J.J. van der Helm, advocaat te?s- Gravenhage, en [geïntimeerden] door mr R. Arends, advocaat te Surhuisterveen. Elk van beiden heeft ter zitting een pleitnota overgelegd, waarbij de gemeente een productie heeft overgelegd en [geïntimeerden] twee producties. 2.5 Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. 3 De vaststaande feiten In rechtsoverweging 1 van het tussenvonnis van 2 september 2003 zijn onder a. tot en met e. feiten vastgesteld. Tegen deze vaststelling zijn geen grieven aangevoerd, zodat het hof bij de beoordeling eveneens van die feiten zal uitgaan. 4 De beoordeling van het geschil in hoger beroep 4.1 Volgens [geïntimeerden] is de gemeente nietontvankelijkheid in het app?l nu de bestreden vonnissen zijn gewezen tegen [de] gemeente Rijssen, appellante zich noemt: de gemeente Rijssen-Holten en zij heeft verzuimd om aan te geven op welke grond zij bevoegd is om te appelleren. Facts Discussion (reasons)

9 4.2 Het hof overweegt hierover als volgt. De Wet gemeentelijke herindeling in een deel van Twente van 13 september 2000, Stb. 349, is op 15 september 2000 in werking getreden. Krachtens artikel 5 van genoemde wet werden de beide gemeenten Rijssen en Holten, zoals deze tot 15 september 2000 bestonden, opgeheven. In de plaats van deze twee gemeenten is??n nieuwe gemeente aangewezen, die in de tabel bij het vermelde wetsartikel Rijssen is genoemd. Bij het door de gemeente bij pleidooi overgelegde besluit van 15 maart 2002 heeft de raad van die gemeente Rijssen, gebruik makend van de hem bij artikel 158 van de Gemeentewet toegekende bevoegdheid, de naam van de gemeente per 15 maart 2003 gewijzigd in Rijssen-Holten. Ten tijde van het uitbrengen - op 17 januari van de dagvaarding in eerste aanleg was de naamswijziging dus nog niet in werking getreden, maar toen de gemeente de dagvaarding in app?l liet uitbrengen droeg de gemeente wel haar nieuwe naam. Appellante is dus dezelfde (publiekrechtelijke) rechtspersoon als de gedaagde in eerste aanleg. Het hof verwerpt daarom het beroep op niet-ontvankelijkheid. 4.3 Ten gronde gaat het in deze zaak om het volgende. Op 29 januari 2001 te (circa) uur is op de Nijverdalseweg te Rijssen een verkeersongeval gebeurd doordat de personenauto van [geïntimeerden] in een in die weg geplaatste bussluis reed. [geïntimeerde sub 1] trad op als bestuurder van die auto en [geïntimeerde sub 2] zat op de passagiersplaats naast hem. [geïntimeerden] hebben in eerste aanleg veroordeling van de gemeente gevorderd tot vergoeding van de schade die zij als gevolg van dit ongeval hebben geleden, op de grond dat hierbij sprake is van onrechtmatig handelen van de gemeente. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis bewijsopdrachten aan [geïntimeerden] gegeven en in het eindvonnis de gemeente, rekening houdend met eigen schuld van [geïntimeerden], veroordeeld tot betaling van tweederde gedeelte van de door [geïntimeerden] bewezen schade-omvang (te vermeerderen met de wettelijke rente en met proceskosten). 4.4 Grief I houdt in dat de bewijsopdracht ten onrechte zodanig is geformuleerd dat het juridische oordeel over aansprakelijkheid van de gemeente niet door een oordeel

10 van de kantonrechter, maar door de perceptie van getuigen wordt bepaald. Het hof stelt voorop dat de kantonrechter bij de uiteindelijke beoordeling van het geschil niet is gebonden aan de formulering van de bewijsopdracht. Indien grief I een terechte klacht inhoudt, zou de grief dus pas kunnen slagen indien de kantonrechter haar - in het eindvonnis gegeven - oordeel over de vraag of de vordering uit juridisch oogpunt gegrond is ook daadwerkelijk zou hebben laten afhangen van de meningen van de getuigen. Dat dit laatste het geval is heeft de gemeente - terecht - niet aangevoerd. Met name uit de rechtsoverwegingen 4 en 5 van het eindvonnis blijkt dat de kantonrechter aan de bewijsopdracht niet de door de gemeente gewraakte strekking heeft toegekend, maar dat zij zich uitsluitend voor wat betreft feiten en omstandigheden heeft gebaseerd op (onder meer) de inhoud van getuigenverklaringen en een eigen oordeel geeft over de aan haar voorgelegde rechtsvragen. Nu de gemeente zich evenmin erover beklaagt dat zij de bewijsopdracht verkeerd heeft begrepen en daardoor niet goed in staat is gesteld om (tegen)bewijs te leveren, verwerpt het hof grief I. 4.5 Grief II betreft het oordeel in het eindvonnis, dat de gemeente aansprakelijk is. [geïntimeerden] achten de gemeente aansprakelijk uit hoofde van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Het feit dat de gemeente bevoegd was om verkeersmaatregelen te nemen en deze fysiek te ondersteunen, bijvoorbeeld door het aanleggen van de onderhavige bussluis, neemt naar het oordeel van het hof niet weg dat de gewone rechtsregels gelden bij de door die vordering en het daartegen gevoerde verweer opgeworpen vraag of de aanleg van de bussluis een zodanig gevaar voor eens anders persoon of goed in het leven heeft geroepen, dat hij jegens verkeersdeelnemers die als gevolg daarvan schade lijden een onrechtmatige daad oplevert. Tussen partijen staat vast dat de onderhavige bussluis, in elk geval voor verkeersdeelnemers die niet de nodige voorzichtigheid en oplettendheid betrachten, zonder beveiligingsmaatregelen gevaar oplevert. Dat betekent dat de gemeente aansprakelijk is indien vast komt te staan dat zij er onvoldoende voor heeft gezorgd dat de veiligheid van personen en zaken ook na de aanleg van de bussluis voor dergelijke (minder oplettende) verkeersdeelnemers voldoende gewaarborgd was (HR 20 maart 1992, NJ 1993, 547 Reptax). Bij de beoordeling daarvan zal het hof letten op de mate van waarschijnlijkheid, waarmee de nietinachtneming van de vereiste oplettendheid en

11 voorzichtigheid van de verkeersdeelnemers kan worden verwacht, de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, de ernst van de in dat geval mogelijke gevolgen en de mate van bezwaarlijkheid van het nemen van veiligheidsmaatregelen (HR 5 november 1965, NJ 1966, 136; HR 28 mei 2004, RvdW 2004, 76). 4.6 Bestuurders van een personenauto die, zoals [geïntimeerde sub 1], de Nijverdalseweg op 29 januari 2001 in zuidelijke richting volgden, zagen deze weg op het moment dat zij de kruising met de Heliumstraat en Ambachtstraat naderen als een recht voor hen liggende kaarsrechte weg, die daardoor en doordat hij door borden en wegmarkeringen als voorrangsweg werd aangeduid als het ware uitnodigde tot rechtdoor rijden (zie de door beide partijen overgelegde foto?s en de bij conclusie van antwoord als productie 1 overgelegde plattegrond). De weg liep door een industrieterrein, hetgeen al evenmin een reden was om bedacht te zijn op de aanwezigheid van bussluizen of andere obstakels. Dat ettelijke bestuurders geen rekening hielden met de door de bussluis opgeroepen gevaren blijkt voorts uit het feit dat in de relatief beperkte periode van 23 december 2000 tot 29 januari 2001 meerdere auto?s in de bussluis zijn beland ([geïntimeerden] spreken in? 4 van de conclusie van repliek - onweersproken - over een reeks van ongevallen en de getuige [getuige] kennelijk over een groot aantal in de bussluis belande auto?s) - te meer nu bestuurders in die periode steeds werden gewaarschuwd, zij het niet steeds op dezelfde wijze als dat op 29 januari 2001 gebeurde. Dergelijke ongevallen waren voor de gemeente aanleiding geweest om v??r het ongeval van [geïntimeerden] de signalering aan te passen, zoals door het plaatsen van knipperlichten. Dat bij dergelijke ongevallen zaakschade moet worden verwacht spreekt voor zichzelf, maar ook voor lichamelijk letsel moet worden gevreesd. 4.7 Volgens de gemeente werd [geïntimeerde sub 1], als bestuurder, afdoende voor deze gevaren gewaarschuwd doordat hij, gekomen bij het kruispunt van die weg met de Heliumstraat en Ambachtstraat, in chronologische volgorde de volgende aanwijzingen heeft kunnen zien - waarbij vaststaat dat de verkeersborden gemaakt waren van reflecterend materiaal: (i) kort v??r dat kruispunt in de rechterberm een paal, waaraan bovenaan een verkeersbord D7 was bevestigd, daaronder een wit onderbord met de tekst uitgezonderd

12 lijnbussen en onder dat onderbord een geel bord met de tekst verkeerssituatie gewijzigd; (ii) direct na het kruisingsvlak, eveneens in de rechterberm, een paal waarop bovenaan een verkeersbord C1 was bevestigd, daaronder (wederom) een wit onderbord met de tekst uitgezonderd lijnbussen, onder dit onderbord een tekening (pictogram) van een auto, waarvan een voorwiel in een kuil staat, met daarbij de tekst bussluis, onder het pictogram, enigszins naar rechts gedraaid, een verkeersbord B6 (?u nadert een vooraangsweg?), en helemaal onderaan (evenwijdig aan de bovenste (onder)borden) een geel bord met de tekst verkeerssituatie gewijzigd; (iii) naast de onder (ii) bedoelde paal, dus eveneens in de rechterberm, een tweede paal, waaraan een gele of oranje lamp was bevestigd; deze lamp maakte deel uit van een knipperlichtinstallatie en de armatuur van die lamp bedekte de rechter hoek van het (gedraaide) verkeersbord B6 - partijen zijn het oneens over de vraag of deze installatie ten tijde van het ongeval werkte; (iv) nog steeds pal na het kruisingsvlak, op de as van de Nijverdalseweg een paal, waaraan bovenaan een verkeersbord C1 was bevestigd met daaronder een wit onderbord met de tekst uitgezonderd lijnbussen; onder het onderbord stond een draagbare knipperlamp op een zuil(tje); de zuil was voorzien van afwisselend witte en rode horizontale strepen; (v) op enige afstand ten zuiden van de onder (ii) tot en met (iv) bedoelde verkeersaanwijzingen stond, wederom in de rechterberm, een paal, waaraan bovenaan een verkeersbord C1 was bevestigd met daaronder een wit onderbord met de tekst uitgezonderd lijnbussen en daaronder het pictogram met de tekst bussluis. Onder deze pictogram hing een knipperlamp. Uit de ten tijde van het ongeval op 29 januari 2001 op het wegdek geplaatste witte markeringen blijkt niet dat het rechtdoor rijden na het kruispunt met de Heliumstraat en Ambachtstraat uitsluitend voor bussen was toegestaan. 4.8 Van de borden?verkeerssituatie gewijzigd? ging naar het oordeel van het hof voor automobilisten als [geïntimeerde sub 1], die ter plaatse niet goed bekend zijn (zie? 4 van de conclusie van repliek), op zichzelf onvoldoende specifieke waarschuwing uit voor het gevaar van een aanrijding met de bussluis. Uit die borden kon immers niet worden opgemaakt dat de doorgang voor auto?s fysiek onmogelijk was (gemaakt). Eerst door het

13 pictogrambord?bussluis? aan de onder (ii) bedoelde paal kon [geïntimeerde sub 1] op de hoogte raken van het door de blokkade opgeroepen gevaar. Ter plaatse van die tweede melding werd aan verkeersdeelnemers echter een aanmerkelijke hoeveelheid aan informatie aangeboden, met zowel rechts als links van de passerende auto?s geplaatste borden, waar bij komt dat verschillende onderborden waren voorzien van teksten. Ook voor automobilisten die de teksten (in het Nederlands) konden lezen gold dat zij mogelijk minder oplettend waren -bijvoorbeeld doordat zij, zoals [geïntimeerden] ten tijde van het ongeval, op zoek zijn naar een adres op het industrieterrein-, waardoor zij mogelijk niet alle informatie in zich konden opnemen. Hier komt nog bij dat het onder (ii) bedoelde bord B6 (?u nadert een voorrangsweg?) door de wijze van plaatsing daarvan voor over de Nijverdalseweg uit het noorden naderende bestuurders kan leiden tot de onjuiste veronderstelling dat zij - na de kruising met de Heliumstraat en Ambachtstraat - nogmaals een kruising naderden, maar dit keer??n met een voorrangsweg. Er moest dus rekening mee gehouden worden dat een aantal bestuurders rechtdoor zou rijden in de verwachting aldaar mogelijk voorrang te moeten verlenen aan ander verkeer. Het gaat dan om de bestuurders die de onder (ii) en (iv) bedoelde borden C1 (?geslotenverklaring?) en het (kleinere) bord met het pictogram?bussluis? aan de onder (ii) bedoelde paal niet opmerken. De belangrijke borden D7, bovenaan de paal onder (i), en C1, bovenaan de paal (ii), hingen relatief hoog en de andere aanduidingen, zoals bord B6, trokken mede daardoor mogelijk eerder de aandacht van [geïntimeerde sub 1]. Voorts is de bussluis als zodanig op afstand niet goed zichtbaar. De waarschuwingen waren in de ogen van het hof onvoldoende deugdelijk om de hier bedoelde bestuurders te doordringen van de ernst van de situatie. 4.9 [geïntimeerde sub 1] is vervolgens, na enige tijd de Nijverdalseweg verder te hebben gevolgd, v??r de bussluis, op zodanige afstand dat hij bij een snelheid van 50 km/u - de maximaal toegestane snelheid ter plaatse - nog tijdig daarv??r kon stoppen, opnieuw, dit keer aan de onder (v) bedoelde paal, een verkeersbord C1 voorbijgereden, met daaronder een onderbord?n het pictogram waaruit bleek van de aanwezigheid van een bussluis. Dit rekent het hof aan [geïntimeerden] toe als eigen schuld Daarentegen is niet gebleken dat het nemen van andere

14 voorzorgsmaatregelen bezwaarlijk was. Op het wegdek hadden aanduidingen kunnen worden aangebracht, zoals het woord?bus?, waardoor [geïntimeerde sub 1] beter op de hoogte zou kunnen zijn gebracht van de omstandigheid dat het gebruik van die rijstrook door een personenauto niet was toegelaten, en het bord B6 had in de richting van de Heliumstraat kunnen worden gekeerd, dan wel worden bevestigd aan een afzonderlijke paal op grotere afstand van de rijbaan van de Nijverdalseweg. Door dit laatste zou de signalering minder complex en verwarrend zijn geweest Partijen discussi?ren over de vraag of de verschillende knipperlichten en/of -lampen ten tijde van het ongeval in bedrijf waren. Indien dit vast zou komen te staan zou dit, gevoegd bij de hiervoor bedoelde fout van [geintimeerde sub 1], de aansprakelijkheid van de gemeente naar het oordeel van het hof doen afnemen, maar niet verder dan tot tweederde van de schade, zoals de kantonrechter in het bestreden eindvonnis heeft beslist, zodat het hof ook in dat geval de bestreden vonnissen zou bekrachtigen. Hierop stuit grief II van de gemeente af. Het hof passeert de desbetreffende bewijsaanbiedingen van partijen Geen van de grieven slaagt - grief III mist zelfstandige betekenis -, zodat het hof de bestreden vonnissen bekrachtigt en de in hoger beroep ingestelde vordering van de gemeente (tot terugbetaling van hetgeen zij uit hoofde van het bestreden eindvonnis aan [geïntimeerden] heeft betaald) afwijst. Het hof veroordeelt de gemeente, als in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van de procedure in hoger beroep. 5 De beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep: Disposal of case (operative part) wijst het beroep van [geïntimeerden] op nietontvankelijkheid van de gemeente af; bekrachtigt de bestreden vonnissen van de kantonrechter te Almelo van 2 september 2003 en van 2 maart 2004; veroordeelt de gemeente in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op? 2.137,- (? 241,- aan griffierecht en? 1.896,- aan salaris van de procureur);

15 wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs Makkink, De Boer en Groefsema en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van 4 januari Judges

16 Rechtbank Arnhem, 18 February 2004, LJN, AO5417 Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak/rolnummer: 1998/1687 Datum uitspraak: 18 februari 2004 Court [first instance] [Court section] Case number / Judgment reference number Date of judgment Vonnis in de zaak van X, wonende te A, hierna te noemen: X, eiser bij dagvaarding van 18 augustus 1998, procureur mr. H.M.G. van Lotringen, advocaat mr. I.R.M. Goedings, beiden te Ede, Names of parties Procedural position of parties Legal representatives tegen de naamloze vennootschap STERPOLIS SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Arnhem, hierna te noemen: Sterpolis, gedaagde bij genoemde dagvaarding, procureur mr. F.J. Boom, advocaat mr. R.P.H. Elzas, beiden te Arnhem. Het verloop van de procedure Procedural history Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 18 juni 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit vonnis is op 15 december 2003 een comparitie van partijen gehouden. Daaraan voorafgaand heeft X bij brief van 4 december 2003 een zevental producties aan de rechtbank en aan de andere partij

17 gezonden. Deze stukken maken deel uit van het dossier. Op de comparitie hebben de partijen een voorwaardelijke regeling in der minne getroffen volgens welke Sterpolis aan X als slotuitkering de tegenwaarde in euro's zou betalen van f ,- met betrekking tot, kort gezegd, alle door X tot 1 januari 2004 geleden schade hoe ook genaamd. X kon binnen 24 uur na de comparitie op de bereikte regeling terugkomen. Dat heeft hij binnen die termijn gedaan. Vervolgens is vonnis bepaald. De vaststaande feiten Facts 1.1 Er is aanleiding om aan de vaststaande feiten, waarvan in het tussenvonnis van 18 juni 2003 onder 1 tot en met 10 reeds een opsomming is gegeven, het hierna volgende toe te voegen. 1.2 Op de comparitie van 15 september 1999 hebben de partijen de hierna volgende overeenkomst gesloten: A 1. Zij geven opdracht aan een arbeidsdeskundige om een onderzoekstrajekt uit te zetten en in dat kader een onderzoek te doen naar de mate van arbeidsongeschiktheid van X en zijn eventuele mogelijkheden tot reintegratie in het arbeidsproces in de meest ruime zin. Aan deze vraagstelling kunnen geen erkenningen van partijen worden ontleend. 2. De arbeidsdeskundige wordt door partijen aangewezen als de centrale persoon in het onderzoek. Deze heeft de bevoegdheid om andere deskundigen in dit onderzoek te betrekken. Partij X denkt daarbij met name aan een onderzoek naar de feitelijke fysieke mogelijkheden. 3. Aan de arbeidsdeskundige wordt verzocht om tussentijds te rapporteren aan de beide advocaten en steeds de eisen in acht te nemen die zijn neergelegd in de aan dit procesverbaal te hechten standaardbrief van de rechtbank aan deskundigen. Allereerst wordt gevraagd dat de arbeidsdeskundige binnen zes weken na heden rapporteert welk plan met welke termijnen deze voor ogen heeft. 4. Voorts wordt aan de arbeidsdeskundige de vraag voorgelegd hoe de arbeids- en inkomenssituatie van X geweest zou zijn, dus hypothetisch gedacht. 5. Als arbeidsdeskundige wordt aangezocht de heer B van Terzet te Leusden. 6. Sterpolis zal de voorschotten voor de kosten van de

18 arbeidsdeskundige en diens hulpdeskundigen voor haar rekening nemen. 7. Beide advocaten zullen aan Terzet inzenden: afschrift van proces-dossier en voorts de door hen relevant geachte informatie, vanzelfsprekend met afschrift aan de tegenpartij. 8. Partijen gaan er van uit dat de arbeidsdeskundige ook bij complicerende onderzoeken maximaal binnen zes maanden na heden zal rapporteren. B Los van de opdracht onder A aan de arbeidsdeskundige spreken partijen met elkaar af dat zij door een arts zullen laten onderzoeken of er sprake is van verergering ten opzichte van de situatie van 17 januari 1995 toen X de vaststellingsovereenkomst tekende. Daarin is bepaald dat van verergering in de toekomst eerst dan wordt gesproken?indien er uitsluitend ten gevolge van onderhavig ongeval sprake is van een stijging van het b.i. percentage van minimaal 7,5 uitgaande van het huidige b.i. percentage van de gehele mens van 31, alvorens het voorbehoud in werking treedt?. 1.3 Op 23 februari 2001 heeft de door partijen aangewezen arbeidsdeskundige B aan de verzekeringsarts C gevraagd te rapporteren over, kort gezegd, de arbeidsmogelijkheden van X. C heeft daartoe gesproken met X. Ook heeft hij hem lichamelijk onderzocht en de beschikbare medische informatie bestudeerd. In het over dit een en ander door C op 19 maart 2001 uitgebrachte rapport staat o.a.: [?] 4.2 Probleemanalyse De heer X ervaart ingrijpende gevolgen van het inmiddels meer dan elf (!) jaar oude ongeval. Er is niet alleen sprake van langzaam toenemende artrose van de rechter heup met als gevolg pijn en bewegingsbeperking die een consequentie is van iedere fractuur door een gewrichtsvlak. Er is echter ook sprake van uitval van meerdere spiergroepen van het boven- en onderbeen. De voet is deels verlamd. Tenslotte heeft hij nog lichte restverschijnselen van de vegetatieve stoornis die hij als complicatie van de fractuur destijds aan de voet heeft doorgemaakt. Dit alles maakt het volkomen verklaarbaar dat de heer X zijn rechter dominante been niet goed kan gebruiken en verklaart met name het uitgesproken slechte loopvermogen en de klachten bij langer staan. De rugklachten en de knieklachten zijn waarschijnlijk het

19 gevolg van overbelasting c.q. onnatuurlijke belasting door compensatie; mogelijk geldt dit ook de heupklachten aan de linker kant. De dossiergegevens noch het functie-onderzoek wijzen op duidelijke artrose aan die kant. Psychische factoren spelen zeker een rol maar dan meer in die zin dat de heer X de moed verloren heeft - onder meer door de uitzichtloze procedure. Van psychische factoren in de zin van overdrijving van zijn beperkingen heb ik niets gemerkt. Wel denk ik dat de heer X gemakkelijker met zijn klachten en beperkingen zal kunnen functioneren als hij uiteindelijk duidelijkheid krijgt en zich hierdoor weer op zijn toekomst kan richten. 4.3 Samenvatting [?] Hij kan niet ver lopen, niet lang staan, redelijk fietsen en autorijden, niet heel lang zitten en slecht knielen, hurken en bukken. Onbelast traplopen gaat redelijk, klimmen en klauteren niet. In de conclusie van zijn rapport is C gedetailleerd ingegaan op de diverse aspecten van de mogelijkheden/beperkingen van X. Daarin staat ten aanzien van het aspect?functioneren hele dagen?: Onder de aangegeven randvoorwaarden kan de heer X mijns inziens hele werkdagen functioneren. Soms zal hij meer klachten hebben en soms minder, maar dat betekent niet dat hij ook niet duurzaam zou kunnen functioneren, met name niet na een gewenningsperiode en als hij er weer plezier in heeft. Het rapport van C besluit als volgt: Nader medisch onderzoek is mijns inziens niet nodig. De huidige beperkingen & mogelijkheden van de heer X zijn vanuit medische optiek een volstrekt logisch en aannemelijk gevolg van de ongevalsletsels en ook als zodanig onderkend door de beide rapporterend medisch specialisten inmiddels ruim 7 jaar geleden. Nieuw medisch onderzoek zal niets aan dat inzicht kunnen toevoegen maar de procedure alleen opnieuw vertragen.[.] 1.4 Door de voor X optredende schaderegelaar Weggemans is vervolgens mr. drs. D ingeschakeld. In een op 16 april 2001 uitgebrachte?verzekeringsgeneeskundige analyse? heeft D kritiek geuit op het rapport van C dat wegens

20 formele en materi?le gebreken niet zou kunnen dienen als uitgangspunt voor afhandeling van de letselschadezaak. D bepleit een expertise door een revalidatiearts. 1.5 In een brief van 15 mei 2001 is C ingegaan op de kritiek van D. C houdt daarin vast aan zijn eerdere beoordeling en schrijft dat de arbeidsdeskundige?daar goed mee uit de voeten kan?. 1.6 Nadat X bleef aandringen op onderzoek door een revalidatie arts en Sterpolis dat niet nodig vond heeft de arbeidsdeskundige B op 30 juni 2001 zijn opdracht teruggegeven. Aan het slot van een daarover op de vermelde datum aan de advocaten van partijen gezonden brief staat: Sinds het moment van de opdracht, en het punt waarop wij nu staan, is een periode van bijna 2 jaar verstreken. In de tussenliggende periode zijn er geen activiteiten geweest die tot de oplossing van de problemen van betrokkene daadwerkelijk effectief zijn ingezet c.q. hebben geleid. Dat maakt dat de patstelling die kennelijk tussen partijen bestaat, een situatie cre?ert waar vanuit het onmogelijk is om betrokkene verder te begeleiden dan wel de vraagstelling, zoals verwoord door partijen bij aanvang van de werkzaamheden door ondergetekende, naar eer en geweten te kunnen beantwoorden. De huidige situatie is er een waarbij partijen het apert oneens zijn ten aanzien van de uitgangspunten. Verdere stappen onderzijds zullen dan ook niet bijdragen tot oplossing van de heersende problematiek dan wel de beantwoording van de gestelde vragen. Ik zie mij genoodzaakt de opdracht terug te geven, en leg het dossier af. Ik wens partijen veel wijsheid bij de verdere afhandeling. 1.7 Door Gelder Groep, adviseurs voor opleiding en beroep, is op 19 februari 2002 over X aan Kliq Arbeidsintegratie een rapport van loopbaanonderzoek uitgebracht. In de conclusie daarvan staat o.a.: Uit de testresultaten blijkt dat de heer X over uitstekende intellectuele capaciteiten op taalkundig en exact terrein beschikt. [?] Uit de persoonlijkheidsvragenlijsten blijkt dat de heer X op dit moment weinig vertrouwen in de toekomst heeft en nog moeite heeft om een duidelijke richting te bepalen. Een en ander heeft te maken met de nog lopende juridische procedure n.a.v. het ongeluk, daarnaast speelt mee dat hij weinig kennis en inzicht heeft in beroepen die

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl... 1 of 5 31-01-16 21:27 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:GHARL:2013:5729 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 30-07-2013 Datum publicatie 01-08-2013

Nadere informatie

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden.

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden. Rechtbank Amsterdam, 06 juni 2012; de hondenbezitter is aansprakelijk voor de letselschade van een vrouw die tijdens het uitlaten van de hond ten valt komt doordat de hond plotseling hard aan de lijn trok.

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y],

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], GERECHTSHOF TE AMSTERDAM EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], gevestigd te [plaats],

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel.

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Benadeelde komt ten val over een putdeksel dat drie centimeter boven het gewone trottoirniveau uitsteekt en loopt letsel

Nadere informatie

Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instantiën, te begroten volgens het gebruikelijke tarief. "

Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instantiën, te begroten volgens het gebruikelijke tarief. Cogas geïntimeerde DomJur 2002-136 Gerechtshof Leeuwarden Zaak-/rolnummer: 0000379 Datum: 19-09-2001 Arrest in de zaak van: de naamloze vennootschap Centraal Overijsselse Nuts Bedrijven N.V., gevestigd

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

1. DE REGERING IN BALLINGSCHAP VAN DE REPUBLIEK DER ZUID-MOLUKKEN (RMS), gevestigd te Amsterdam, hierna: RMS,

1. DE REGERING IN BALLINGSCHAP VAN DE REPUBLIEK DER ZUID-MOLUKKEN (RMS), gevestigd te Amsterdam, hierna: RMS, LJN: BU5105, Gerechtshof 's-gravenhage, 200.077.445/01 Datum uitspraak: 22-11-2011 Datum publicatie: 22-11-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Kort geding Republiek

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. ingediend door: i n d e k l a c h t nr. 054.01 hierna te noemen 'klager tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

pagina 1 van 5 LJN: BR6704, Gerechtshof Amsterdam, 200.072.5489/01 Datum 07-06-2011 uitspraak: Datum 05-09-2011 publicatie: Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Kennelijk

Nadere informatie

vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 244269 / KG ZA 12-171 Vonnis in kort geding van 16 april 2012

vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 244269 / KG ZA 12-171 Vonnis in kort geding van 16 april 2012 vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 244269 / KG ZA 12-171 Vonnis in kort geding van in de zaak van de vennootschap onder firma VAN HOOF VOF, gevestigd te Asten,

Nadere informatie

UITSPRAAK HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ARREST

UITSPRAAK HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ARREST UITSPRAAK 4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/063HR JMH/AT HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ARREST in de zaak van: LOYALIS CONTRACTMANAGEMENT B.V., voorheen genaamd USZO DIENSTEN B.V., gevestigd te Heerlen, EISERES

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

NMLK Didio DomJur 2013-971. Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013. In de zaak van

NMLK Didio DomJur 2013-971. Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013. In de zaak van NMLK Didio DomJur 2013-971 Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013 In de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NMLK B.V. h.o.d.n.

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,

Nadere informatie

NR. 3. AMBTELIJKE AANSTELLING NAAST TOELATINGSOVEREENKOMST. BEVOEGDHEID VAN SCHEIDSGERECHT. PREMIE VOORTGEZETTE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING BIJ VUT.

NR. 3. AMBTELIJKE AANSTELLING NAAST TOELATINGSOVEREENKOMST. BEVOEGDHEID VAN SCHEIDSGERECHT. PREMIE VOORTGEZETTE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING BIJ VUT. NR. 3. AMBTELIJKE AANSTELLING NAAST TOELATINGSOVEREENKOMST. BEVOEGDHEID VAN SCHEIDSGERECHT. PREMIE VOORTGEZETTE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING BIJ VUT. De onderhavige vordering is rechtstreeks gebaseerd op de

Nadere informatie

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker.

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker. Caesar Capital Todays Vermogensbeheer DomJur 2011-679 Rechtbank Amsterdam, Sector civiel recht Zaaknummer/rolnummer: 483704 / KG ZA 11-314 P/PV Datum: 14 april 2011 Vonnis in kort geding van 14 april 2011

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:4798

ECLI:NL:GHARL:2014:4798 ECLI:NL:GHARL:2014:4798 Instantie Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 19-06-2014 Zaaknummer 200.138.115-01 Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

LJN: BO4175, Gerechtshof 's-gravenhage, 200.029.693/01 en 200.031.136/01

LJN: BO4175, Gerechtshof 's-gravenhage, 200.029.693/01 en 200.031.136/01 LJN: BO4175, Gerechtshof 's-gravenhage, 200.029.693/01 en 200.031.136/01 Datum uitspraak: 16-11-2010 Datum publicatie: 17-11-2010 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Civiel overig Hoger beroep

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BP2860, Rechtbank 's-gravenhage, 366594 - HA ZA 10-1807 Datum uitspraak: 02-02-2011 Datum publicatie: 02-02-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 6 maart 1998 Eerste Kamer Nr. 16.561 (C97/040 HR) AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Karl Heinz HILLE, wonende te Haarlem, EISER tot cassatie, advocaat : mr E. Grabandt, t e g e n 1. de

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 371238 / KG ZA 10-891

zaaknummer / rolnummer: 371238 / KG ZA 10-891 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 371238 / KG ZA 10-891 Vonnis in kort geding van 17 november 2010 in de zaak van 1. de vennootschap onder firma DIGI-D, gevestigd

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Een jongetje van 4 jaar oud wordt door een pitbull terriër in het gezicht en in de arm gebeten. Zijn

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1764

ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1764 ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1764 Instantie Datum uitspraak 23-04-2013 Datum publicatie 03-06-2013 Gerechtshof Amsterdam Zaaknummer 200.099.866-01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-059 d.d. 23 februari 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en C.E. Polak, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 20 november 2003 in de zaak onder rekestnummer 330/2003 GDW van: X gerechtsdeurwaarder te APPELLANT, t e g e n Y Bewindvoerder,

Nadere informatie

1 van 6 28-2-2013 14:35

1 van 6 28-2-2013 14:35 1 van 6 28-2-2013 14:35 LJN: BR5339, Gerechtshof Amsterdam, 200.085.721/01 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 26-07-2011 18-08-2011 Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep kort geding Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK)

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK) AFSCHRIFT beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 MEI 2011 C.10.0197.N-C.10.0205.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest I Nr. C.10.0197.N CID LINES nv, met zetel te 8900 Ieper, Waterpoortstraat 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat

Nadere informatie

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr...

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr... pagina 1 van 5 JOR 2013/87 Gerechtshof Arnhem, 18-12-2012, 200.099.939, LJN BY7149 Processuele gevolgen faillietverklaring voor aanhangige rechtsvorderingen, Schorsing van geding in conventie ex art. 29

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2013:2617

ECLI:NL:GHDHA:2013:2617 ECLI:NL:GHDHA:2013:2617 InstantieGerechtshof Den HaagDatum uitspraak23-07-2013datum publicatie24-07-2013 Zaaknummer200.099.698-01 RechtsgebiedenCiviel recht Bijzondere kenmerkenhoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht Registratienummer: AWB06/4812 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [eiser], eiser, wonende te [woonplaats],

Nadere informatie

Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van:

Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van: Beschikking RECHTBANK ALMELO Sector civiel recht zaaknummer: 128288 / HA RK 12-36 datum beschikking: 18 juli 2012 (Im) Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van: Bertha

Nadere informatie

1.1 Voor het verloop van het geding tot 23 augustus 2005 verwijst het hof naar het tussenarrest van die datum.

1.1 Voor het verloop van het geding tot 23 augustus 2005 verwijst het hof naar het tussenarrest van die datum. 1 of 5 17.07.2008 11:10 LJN: AV7619, Gerechtshof Arnhem, 2003/1021 Datum uitspraak: 21-03-2006 Datum publicatie: 31-03-2006 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Handelszaak Hoger beroep Uit

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014 Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 13/00066 21 augustus 2014 uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X], wonende te [Z], belanghebbende tegen de uitspraak in de

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1 Modeldagvaarding: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning waarbij de makelaar/bemiddelaar zowel voor de particuliere huurder als de verhuurder heeft bemiddeld. Een

Nadere informatie

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter.

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter. Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 261015 11:10 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBMNE:2013:3231 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 19072013

Nadere informatie

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C12/87397/HA ZA 13-35)

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C12/87397/HA ZA 13-35) ARREST GERECHTSHOF s-hertogenbosch Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.141.063/01 arrest van 13 januari 2015 in de zaak van A, wonende te [Woonplaats], appellante, hierna aan te duiden als de vrouw,

Nadere informatie

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER Nr. C98/080HR ARREST in de zaak van: DE GEMEENTE GRONINGEN,gevestigd te Groningen, EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: voorheen

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER. Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van:

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER. Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van: GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van: destijds toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te, thans gerechtsdeurwaarder

Nadere informatie

"In naam des Konings!" vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67

In naam des Konings! vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 vonnis "In naam des Konings!" RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 Vonnis in kort geding van in de zaak van de besloten

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

zaaknummer gerechtshof 200.143.673 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter, locatie Utrecht 2534388)

zaaknummer gerechtshof 200.143.673 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter, locatie Utrecht 2534388) beschikking GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.143.673 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter, locatie Utrecht 2534388) beschikking

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384

zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384 vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384 Vonnis in kort geding van in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KROON

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : CBHO 2015/293 en 2015/293.1 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 12 januari 2016 Partijen : Appellant en Haagse Hogeschool Trefwoorden : bindend negatief studieadvies BNSA duidelijkheid

Nadere informatie

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691 beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Sector kanton Locatie Rotterdam zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-2969 uitspraak: 21

Nadere informatie

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam.

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/458213 / HA ZA 14-90 Vonnis in incident van in de zaak van: de rechtspersoon naar vreemd recht RITM OKB ZOA, gevestigd

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2015:2013

ECLI:NL:GHSHE:2015:2013 ECLI:NL:GHSHE:2015:2013 Instantie Datum uitspraak Gerechtshof 's-hertogenbosch 02-06-2015 Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden 04-06-2015 HD 200.111.205_01 Arbeidsrecht Verbintenissenrecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2001:AD4914

ECLI:NL:HR:2001:AD4914 1 of 5 12-10-2014 15:35 ECLI:NL:HR:2001:AD4914 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 14-12-2001 Datum publicatie 14-12-2001 Zaaknummer C00/042HR Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD4914 Rechtsgebieden

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2016:1766

ECLI:NL:GHSHE:2016:1766 ECLI:NL:GHSHE:2016:1766 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:ghshe:2016:1766 Instantie Gerechtshof 'shertogenbosch Datum uitspraak 03052016 Datum publicatie 09052016 Zaaknummer

Nadere informatie

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit.

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit. USZ 2001/163 CRvB, 04-04-2001, 99/117 AAW/WAO Bezwaarprocedure, Heroverweging, Herroeping besluit in primo, Vervanging door nieuw besluit waarin een andere datum in geding aan de orde is Publicatie USZ

Nadere informatie

schikking AFSCHRIFT RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rekestnummer: C/02/308975 / HA RK 15-232

schikking AFSCHRIFT RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rekestnummer: C/02/308975 / HA RK 15-232 schikking AFSCHRIFT RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rekestnummer: C/02/308975 / HA RK 15-232 Beschikking van 15 maart 2016 in de zaak van [VERZOEKER], wonende te Terneuzen,

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant,

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, Raad vanstate 200700246/1. Datum uitspraak: 6 juni 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, tegen de uitspraak in zaak

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

WWW.NEWYORKCONVENTION.ORG

WWW.NEWYORKCONVENTION.ORG " Typ Rekestnr 283/94/MADIV BESCHIKKING VAN HET GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH, Zesde Kamer, dd 28 oktober 1994, qeqeven in de zaak van: de vennootschap naar duits recht KARL FUNGERER GmbH, gevestigd

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden O O 1 juni 1990 Eerste Kamer Nr. 1.854 O A.S. O Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. KLUWER PUBLIEKSTIJDSCHRIFTEN B.V., 2. ESKA TIJDSCHRIFTEN B.V., beide gevestigd te Utrecht, EISERESSEN

Nadere informatie

Bij memorie van grieven, waarbij een productie is gevoegd, heeft AIS geconcludeerd 'tot persistit'.

Bij memorie van grieven, waarbij een productie is gevoegd, heeft AIS geconcludeerd 'tot persistit'. AIS Flight Academy [geïntimeerde] DomJur 2012-815 Gerechtshof Arnhem Zaaknummer: 200.075.691/01 Datum: 31 januari 2012 Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: AIS Flight Academy

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 11/9 AW U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van

Nadere informatie

@ 2012-2015 Taxi Centrale Midden Nederland B.V. -Alle rechten voorbehouden

@ 2012-2015 Taxi Centrale Midden Nederland B.V. -Alle rechten voorbehouden [Eiser] TCMN DomJur 2015-1154 Rechtbank Midden-Nederland Zaak-/rolnummer: C/16/396430 / KG ZA 15-520 ECLI:NL:RBMNE:2015:6242 Datum: 24 augustus 2015 Vonnis in kort geding in de zaak van [eiser], h.o.d.n.

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-295 d.d. 1 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. P.A. Offers, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag.

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. 2Se OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG Faillissement Faillissementsnummer Surseancedatum : Faillissementsdatum Rechter

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België. Arrest

Hof van Cassatie van België. Arrest 16 NOVEMBER 2009 C.09.0135.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0135.N LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1031 Brussel, Haachtsesteenweg 579, eiser, vertegenwoordigd door

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

LJN: AY5842, Gerechtshof Arnhem, 2006/368. Datum uitspraak: 25-07-2006 Datum publicatie: 09-08-2006

LJN: AY5842, Gerechtshof Arnhem, 2006/368. Datum uitspraak: 25-07-2006 Datum publicatie: 09-08-2006 LJN: AY5842, Gerechtshof Arnhem, 2006/368 Datum uitspraak: 25-07-2006 Datum publicatie: 09-08-2006 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Handelszaak Hoger beroep Daarmee was, aldus [geïntimeerden],

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3049

ECLI:NL:GHAMS:2014:3049 1 van 7 20-8-2014 9:27 ECLI:NL:GHAMS:2014:3049 Instantie Datum uitspraak 15-07-2014 Datum publicatie 04-08-2014 Gerechtshof Amsterdam Zaaknummer 200.100.003-01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Partijen zullen hierna Ness Nederland en het CVZ genoemd worden.

Partijen zullen hierna Ness Nederland en het CVZ genoemd worden. LJN: AZ5960, Rechtbank Amsterdam, 358180 / KG ZA 06-2237 GM/PvV Datum uitspraak: 11-01-2007 Datum publicatie: 11-01-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Ness

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE --- Zfw

JURISPRUDENTIE --- Zfw vorige home jurisprudentie jur. Zfw Zfw sz-wetten overige wetten zoeken JURISPRUDENTIE --- Zfw LJN: AY4168 Instantie: Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak: 04-07-2006 Soort procedure: hoger beroep

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y..

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y.. No. CvB 2013/10 HET COLLEGE VAN BEROEP van het Nederlands Instituut van Psychologen heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder.

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. HOF VAN DISCIPLINE No. 4516 ------------ HET HOF VAN DISCIPLINE heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. Bij beslissing van 6 februari 2006 heeft de Raad

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie