Inhoud 76* Aflevering 5 24 juni 2011 Jaargang 8. Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inhoud 76* Aflevering 5 24 juni 2011 Jaargang 8. Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid"

Transcriptie

1 Redactie: mr. K. Aantjes prof. mr. A.J. Akkermans mr. H. de Boer prof. mr. S.D. Lindenbergh mr. Chr.H. van Dijk mr. M.W. Scheltema Inhoud Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid Aflevering 5 24 juni 2011 Jaargang 8 Gerechtshof Arnhem nzp Leeuwarden 15 februari 2011, nr /01, LJN BQ0811 Aansprakelijkheid financiële dienstverleners. Financieringsvoorbehoud. [BW art. 7:401] Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011, nr /HA ZA , LJN BP7522 Beroepsaansprakelijkheid. Aansprakelijkheid rechtsbijstandverlener. [BW art. 7:401] p. 566 p * Rechtbank Breda 9 maart 2011, nr /HA ZA Beroepsaansprakelijkheid rechtsbijstandverlener. Volmacht. Voorstel eindregeling. [BW art. 7:400, 7:401] Voorzieningenrechter Rechtbank Breda 6 april 2011, nr /KG ZA , LJN BQ0360 Exhibitieplicht. Rechtmatig belang. Verhaalsbelang. [Rv art. 843a] Noot mr. H.J. Delhaas p. 573 p Rechtbank Haarlem 16 februari 2011, nr /HA ZA , LJN BP6178 Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Tijdig procedures aanhangig maken. [BW art. 6:98, 7:401] p. 585 * inclusief noot

2 Inhoud Rechtbank Utrecht 6 april 2011, nr /HA ZA , LJN BQ0077 Aansprakelijkheid zwembad. Zorgplicht zwembad. [BW art. 6:162] Rechtbank Utrecht 6 april 2011, nr /HA ZA , LJN BP9469 Zorgplicht hypotheekadviseur. Klachtplicht. Eigen schuld. [BW art. 6:74, 6:89, 7:401] Rechtbank Zwolle-Lelystad 9 februari 2011, nr /HA ZA , LJN BP8547 Ongeval glijbaan. Basisschool niet aansprakelijk. Bijzondere zorgplicht. [BW art. 6:74, 6:162] Medische aansprakelijkheid Gerechtshof Arnhem 15 maart 2011, nr , LJN BP8479 Beroepsaansprakelijkheid huisarts. Omkeringsregel. Shockschade. [BW art. 6:106 lid 1, 6:108, 7:453] p. 592 p. 597 p. 606 p Rechtbank Arnhem 26 januari 2011, nr /HA ZA , LJN BP5299 Aansprakelijkheid ziekenhuis. Zenuwschade. Conditio sine qua non-verband. [BW art. 7:446] Rechtbank Middelburg 2 maart 2011, nr /HA ZA , LJN BP8087 Zorg van een goed hulpverlener. Huisarts. Verzekeringsdekking behandeling. Professionele standaard. [BW art. 7:453] p. 613 p * Overheidsaansprakelijkheid Gerechtshof 's-gravenhage 15 maart 2011, nr /01, LJN BP7513 Zorgplicht gemeente. [BW art. 6:174] Noot Jeroen Langbroek Rechtbank Middelburg 13 april 2011, nr /HA ZA , LJN BQ1331 Voorlichting gemeente. Projectontwikkelaar. [BW art. 6:162] Regres Gerechtshof Leeuwarden 22 maart 2011, nr /01, LJN BQ0556 Regres. Bromfietsbestuurder onder invloed. Omkeringsregel. [WVW 1994 art. 8 lid 2] p. 628 p. 641 p

3 Inhoud Risicoaansprakelijkheid Gerechtshof Leeuwarden 8 februari 2011, nr /01, LJN BQ0194 Productaansprakelijkheid. [BW art. 6:186] Schadevergoeding en verjaring Rechtbank Alkmaar 9 maart 2011, nr /HA ZA , LJN BP9365 Letselschade. Verlies arbeidsvermogen. Eigen schuld. [BW art. 6:101] Rechtbank Amsterdam 16 maart 2011, nr /HA ZA 10-72, LJN BP8045 Onzeker causaal verband bij letselschade. [BW art. 6:162] Rechtbank Rotterdam 9 maart 2011, nr /HA ZA , LJN BP9785 Verjaring. Onrechtmatig beslag. Verklaring voor recht. [BW art. 3:310] Werkgeversaansprakelijkheid Gerechtshof Amsterdam nzp Arnhem 22 februari 2011, nr , LJN BP6637 Werkgeversaansprakelijkheid. Inlener. Zelfstandige. Gezagsverhouding. [BW art. 7:658 lid 4] Gerechtshof Amsterdam nzp Arnhem 22 februari 2011, nr , LJN BP7627 Werkgeversaansprakelijkheid. [BW art. 7:611, 7:658 lid 4] Gerechtshof Arnhem nzp Leeuwarden 29 maart 2011, nr /01, LJN BQ0703 Werkgeversaansprakelijkheid. Arbeidsongeval. Kelderluik. [BW art. 7:658] Gerechtshof 's-hertogenbosch 22 maart 2011, nr. HD , LJN BP8866 Blootstelling witte asbest. Relevant? Werkgever zorgplicht geschonden? [BW art. 7:658] Gerechtshof 's-hertogenbosch 12 april 2011, nr , LJN BQ1285 Arbeidsongeval. [BW art. 7:658] p. 647 p. 660 p. 666 p. 673 p. 678 p. 681 p. 685 p. 692 p

4 Inhoud 96* Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011, nr /HA ZA , LJN BP7515 Zorgplicht bank. Beleggingsadvies. Klaagplicht art. 6:89 BW. Eigen schuld. Schadebegroting. [BW 6:89] Noot mr. W.H. Bouman p. 706 Varia 97 Hoge Raad 8 april 2011, nr. 09/04045, LJN BP6165 (Concl. A-G Huydecoper) Verborgen camera. Vrijheid van meningsuiting. Eerbiediging goede naam. [BW art. 6:162; Gw art. 7, 10] p Gerechtshof Amsterdam nzp Arnhem 8 februari 2011, nr , LJN BP6140 Verjaring. [BW art. 3:310] Rechtbank Middelburg 30 maart 2011, nr /HA ZA , LJN BQ1425 Onrechtmatige daad. Causaal verband. Eigen schuld. [BW art. 6:98, 6:101, 6:162] Rechtbank Utrecht 23 februari 2011, nr /HA ZA , LJN BP7551 Letsel door afketsen kogel. Strafvonnis dwingend bewijs. Onderbouwing schade. [BW art. 6:162; Rv art. 161] Deelgeschillen Rechtbank 's-gravenhage 28 februari 2011, nr /HA RK , LJN BP8863 Deelgeschil. Complexe aard. Prematuur. [Rv art. 1019z] Rechtbank 's-gravenhage 30 maart 2011, nr /HA RK 11-23, BQ0359 Deelgeschil. [Rv art. 1019z, 1019aa] Rechtbank Rotterdam 23 maart 2011, nr /HA RK , LJN BP8827 Deelgeschil. Verkeersfout. Overmacht. [Rv art. 1019z, 1019aa] Rechtbank Rotterdam 23 maart 2011, nr /HA RK , LJN BP8824 Deelgeschil. [Rv art. 1019z] p. 729 p. 731 p. 734 p. 737 p. 739 p. 739 p

5 Inhoud Rechtbank Rotterdam 6 april 2011, nr /HA RK 11-24, LJN BQ0244 Deelgeschil. Uitleg vaststellingsovereenkomst. [Rv art. 1019w] Rechtbank Rotterdam 13 april 2011, nr /HA RK 11-26, LJN BQ1123 Deelgeschil. [Rv art. 1019z, 1019aa] Rechtbank Utrecht 23 maart 2011, nr /HA RK , LJN BQ0094 Deelgeschil. Geneeskundige behandelingsovereenkomst. [BW art. 7:453; Rv art. 1019w] p. 743 p. 747 p

6 73 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid 73 Gerechtshof Arnhem nzp Leeuwarden 15 februari 2011, nr /01, LJN BQ0811 (mr. Janse, mr. Groefsema, mr. Wind) Aansprakelijkheid financiële dienstverleners. Financieringsvoorbehoud. [BW art. 7:401] X heeft een huis gekocht en in de koopovereenkomst staat een financieringsvoorbehoud. Na de koop verzoekt hij zijn hypotheekbemiddelaar Y om voor hem te bemiddelen bij het verkrijgen van een hypotheek. Dit lukt niet voor het verstrijken van de termijn waarbinnen X het financieringsvoorbehoud kan inroepen en evenmin voor de leveringsdatum. De verkoper ontbindt de koopovereenkomst en X wordt de overeengekomen boete verschuldigd. In deze procedure vordert X deze boete van zijn hypotheekbemiddelaar Y en stelt daartoe dat deze zijn zorgplicht als hypotheekbemiddelaar heeft geschonden. De rechtbank heeft de vordering van X toegewezen. De hypotheekbemiddelaar heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Het hof oordeelt dat op een hypotheekbemiddelaar in het algemeen niet de verplichting rust om tijdig een financieringsvoorbehoud in te roepen. Onder bepaalde omstandigheden bestaat echter wel een waarschuwingsplicht. Deze bestaat met name indien de hypotheekbemiddelaar bekend is met het financieringsvoorbehoud, weet dat de cliënt niet bij wordt gestaan door andere deskundigen of zelf deskundig is en wanneer onzeker is of de financiering zal worden verkregen. In het onderhavige geval rustte op Y een waarschuwingsplicht. Y stelt dat hij hieraan ook heeft voldaan. Hiervan is echter geen bewijs geleverd. De bewijslast voor het feit dat Y niet aan zijn waarschuwingsplicht heeft voldaan rust op X. Wel rust op Y als professionele dienstverlener een verzwaarde stelplicht. Het hof biedt Y de mogelijkheid aan deze verzwaarde stelplicht te voldoen. Geld op Maat BV te Almere, appellante, in eerste aanleg: gedaagde, advocaat: mr. R.J.A. van den Munckhof, kantoorhoudende te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] te Almere, geïntimeerde, in eerste aanleg: eiser, advocaat: mr. H.H.Q. Abeln, kantoorhoudende te Amsterdam. Het geding in eerste instantie (...; red.) Het geding in hoger beroep (...; red.) De grieven (...; red.) De beoordeling De feiten 1. De weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.15) van het bestreden vonnis is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof van deze feiten zal uitgaan. Het volgende staat vast Op 7 april 2006 heeft [geïntimeerde] een woning aan de [adres] gekocht voor een bedrag van ,=. [Geïntimeerde] heeft op dezelfde datum aan Geld op Maat, een professionele dienstverlener op het gebied van financieringen, opdracht gegeven om te bemiddelen bij het verkrijgen van financiering voor een woning Blijkens artikel 3 van de koopovereenkomst tussen [geïntimeerde] en [verkopers], verder te noemen de verkopers, zou de woning op 17 mei 2006 aan [geïntimeerde] geleverd worden. In artikel 4 van de koopovereenkomst staat opgenomen dat [geïntimeerde] uiterlijk op 3 mei 2006 een Bankgarantie zou dienen te stellen ten bedrage van ,=. Op grond van artikel 16 lid 1 onder b van de koopovereenkomst had [geïntimeerde] tot en met 3 mei 2006 de mogelijkheid om de koopovereenkomst te ontbinden indien hij uiterlijk op 3 mei 2006 geen hypothecaire geldlening of het aanbod 566

7 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid 73 daartoe van een erkende geldverstrekker had verkregen voor de financiering van de woning voor een bedrag van ,=. Artikel 16.3 van de overeenkomst verplichte [geïntimeerde]: (...) al het redelijk mogelijke te doen teneinde de hierboven bedoelde (...) financiering (...) te verkrijgen (...) Daarnaast vermeldt het artikel dat een beroep op de ontbindende voorwaarde (...) goed gedocumenteerd moet geschieden. (...) 1.3. Geld op Maat was op de hoogte van de termijn waarop uiterlijk een beroep op het financieringsvoorbehoud mogelijk was. Zij beschikte over een kopie van de koopovereenkomst Op 7 april 2006 is door Geld op Maat een hypotheekaanvraag ingediend bij de DSB Bank voor een totaalbedrag van ,=. De DSB Bank heeft op 10 april een offerte uitgebracht. De uiterste acceptatiedatum van de offerte was 24 april Op of omstreeks 15 april 2006 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [geïntimeerde] en Geld op Maat. Door Geld op Maat is aan [geïntimeerde] verzocht om een aantal stukken in verband met de financieringsaanvraag [geïntimeerde] heeft op 3 mei 2006 geen bangarantie gesteld. Hij heeft op die datum ook geen beroep gedaan op de ontbindende voorwaarde van de koopovereenkomst Bij schrijven van 19 mei 2006 hebben de verkopers [geïntimeerde] in gebreke gesteld en hem alsnog een teermijn gegeven om de verplichting die voortvloeit uit artikel 3 van de koopovereenkomst na te komen Op 14 juni 2006 bericht de DSB Bank aan Geld op Maat dat de financieringsaanvraag is afgewezen omdat [geïntimeerde] niet voldeed aan de acceptatievoorwaarden van de DSB Bank Op 14 juni 2006 heeft Geld op Maat een offerte aangevraagd bij de ELQ Bank Op 16 juni 2006 deelt Geld op Maat aan de makelaar van de verkopers mede dat de aanvraag voor de financiering voor de geldverstrekkende instelling was goedgekeurd De offerte is op 20 juni 2006 door Geld op Maat ontvangen voor een bedrag van ,=. Geld op Maat heeft aan [geïntimeerde] verzocht om de offerte te ondertekenen en te retourneren. [geïntimeerde] heeft aan Geld op Maat medegedeeld dat de offerte een te laag bedrag betrof en de rente te hoog (8%) Op 28 juni 2006 deelt [geïntimeerde] de verkopers mede dat hij de financiering niet rond heeft kunnen krijgen en hij de woning niet af kan nemen Op 30 juni 2006 ontbindt de gemachtigde van de verkopers de koopovereenkomst Op 31 augustus 2006 stuurt de gemachtigde van de verkopers, een brief aan [geïntimeerde] waarin onder meer staat: (...) Op 16 juni 2006 heeft u bij monde van uw adviseur, [naam adviseur], werkzaam bij Geld op Maat, telefonisch aan de makelaar van cliënten, [naam makelaar], werkzaam bij [makelaardij], meegedeeld dat de Bank de aanvraag voor de hypotheekofferte heeft goedgekeurd. De hypotheekofferte zou zo spoedig mogelijk verzonden worden naar Geld op Maat (...) Op 13 juli 2007 is [geïntimeerde] door de verkopers gedagvaard tot betaling van een bedrag van ,= te vermeerderen met rente en kosten, omdat [geïntimeerde] niet tijdig een beroep heeft gedaan op een in de koopovereenkomst opgenomen financieringsvoorbehoud. Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 2. [geïntimeerde] heeft, nadat hij door de verkopers was gedagvaard, Geld op Maat in vrijwaring gedagvaard voor de rechtbank Zwolle-Lelystad en gevorderd, samengevat, dat Geld op Maat wordt veroordeeld aan [geïntimeerde] te betalen al hetgeen waartoe [geïntimeerde] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld en tot betaling van buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Geld op Maat in de kosten van de hoofdzaak en de vrijwaring. Aan die vordering heeft [geïntimeerde] ten grondslag gelegd dat Geld op Maat toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de met [geïntimeerde] gesloten overeenkomst van opdracht. Geld op Maat heeft verweer gevoerd. De rechtbank heeft de vordering toegewezen, met uitzondering van de mede gevorderde buitengerechtelijke kosten. De bespreking van de grieven 3. Met grief I klaagt Geld op Maat dat de rechtbank haar geen gelegenheid heeft geboden nader van antwoord te dienen tijdens een comparitie van partijen dan wel middels het nemen van een conclusie van dupliek. Deze grief hangt samen met het gegeven dat Geld op Maat in eerste aanleg geen conclusie van dupliek heeft genomen. Dienaangaande overweegt het hof dat Geld op 567

8 73 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid Maat geen belang heeft bij deze grief, nu het appel haar de gelegenheid biedt alsnog al haar stellingen en weren naar voren te brengen en eventuele omissies uit de eerste aanleg te herstellen. 4. Alvorens zo nodig de overige grieven te bespreken, zal het hof eerst ingaan op de grondslag van de vordering en hetgeen daaromtrent door de rechtbank is beslist. [geïntimeerde] stelt dat Geld op Maat toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de aan haar opgedragen hypotheekbemiddeling en op grond daarvan aansprakelijk is voor de door [geïntimeerde] geleden schade, die bestaat in de verschuldigdheid van een contractuele boete aan zijn verkopers wegens het niet afnemen van een woning zonder dat tijdig een beroep is gedaan op het overeengekomen financieringsvoorbehoud. 5. Ter uitwerking van deze grondslag heeft [geïntimeerde] een aantal stellingen geponeerd, die het hof onderscheidt in de navolgende concrete verwijten aan het adres van Geld op Maat: 1. Geld op Maat heeft ten onrechte de mededeling gedaan dat financiering geen probleem zou zijn respectievelijk dat de aanvraag voor de financiering door de geldverstrekker was goedgekeurd, met als gevolg dat [geïntimeerde] niet tijdig een beroep op het financieringsvoorbehoud heeft gedaan (inleidende dagvaarding onder 3 en 4); 2. (Naar het hof begrijpt:) Geld op Maat heeft nagelaten duidelijk te adviseren over de strekking van een financieringsvoorbehoud en de eventuele gevolgen van het wel of niet tijdig inroepen van een dergelijk voorbehoud (inleidende dagvaarding onder 10); 3. Geld op Maat heeft nagelaten [geïntimeerde] te wijzen op de problemen die samenhingen met het feit dat de toenmalige partner van [geïntimeerde] nog met een derde was gehuwd en samen met deze derde een hypotheekschuld had (conclusie van repliek onder 7); En (conclusie van repliek onder 9): 4. Geld op Maat heeft nagelaten [geïntimeerde] deugdelijk voor te lichten en te adviseren omtrent het tijdig verkrijgen van een financiering dan wel een afwijzing daarvan; 5. Geld op Maat heeft nagelaten eventuele maatregelen te nemen om problemen daaromtrent te voorkomen ; 6. Geld op Maat heeft nagelaten minimaal twee financieringsaanvragen te doen; 7. Geld op Maat heeft onjuistheden verkondigd. 6. De rechtbank heeft het verwijt genoemd onder 6 terecht bevonden (rechtsoverweging 4.6) en voorts naar aanleiding van het door Geld op Maat gevoerde verweer dat [geïntimeerde] niet tijdig de benodigde stukken heeft aangeleverd overwogen dat door Geld op Maat niet is betwist dat de stukken binnen een week na 15 april 2006 door [geïntimeerde] zijn aangeleverd en voorts dat Geld op Maat erop had moeten toezien dat door of namens de opdrachtgever tijdig alle mededelingen worden gedaan waarvan zij, als bekwaam en redelijk handelend tussenpersoon, behoort te begrijpen dat die voor de Bank relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag (rechtsoverweging 4.8). 7. De grieven II tot en met VI komen op tegen deze oordelen van de rechtbank. 8. Het hof overweegt dat bespreking van deze grieven achterwege kan blijven, indien een of meer van de overige, niet door de rechtbank behandelde, door [geïntimeerde] aan Geld op Maat gemaakte verwijten terecht zouden zijn en dit zou leiden tot aansprakelijkheid van Geld op Maat. De devolutieve werking van het appel brengt dat immers mee. 9. Het hof ziet in die constatering aanleiding eerst stil te staan bij de verwijten die hiervoor zijn genummerd met 2, 4 en 5. Het hof acht in die verwijten, bezien in onderlinge samenhang en tegen de achtergrond van de stelling dat Geld op Maat haar zorgplicht heeft geschonden, mede besloten liggen het verwijt dat Geld op Maat, toen financiering uitbleef, heeft nagelaten [geïntimeerde] tijdig te waarschuwen dat zij moest trachten het financieringsvoorbehoud te verlengen en, als dit niet mogelijk zou zijn, dit financieringsvoorbehoud in te roepen (hierna: de waarschuwingsplicht). Dat ook Geld op Maat heeft begrepen dat haar mede dit verwijt wordt gemaakt, blijkt uit het feit dat zij daarop is ingegaan (zie bijvoorbeeld: memorie van grieven 9, 10 en 61). Het hof overweegt naar aanleiding hiervan als volgt. 10. Een opdracht tot hypotheekbemiddeling houdt, tenzij anders overeengekomen, geen verplichting voor de opdrachtnemer in om namens de opdrachtgever tijdig een financieringsvoorbehoud in te roepen dat deze heeft opgenomen in het koopcontract met zijn verkoper. Daarover zijn partijen het eens en ook de rechtbank is daarvan uitgegaan (rechtsoverweging 4.5). Evenmin behoort in het algemeen tot deze opdracht de verplichting om de termijn voor het tijdig inroepen 568

9 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid 73 van het bedoelde financieringsvoorbehoud te bewaken. Daarvoor is de koper immers zelf verantwoordelijk. 11. Niettemin kan naar het oordeel van het hof de zorgplicht die op een redelijk bekwaam en redelijk handelende professionele hypotheekbemiddelaar rust (artikel 7:401 BW) onder omstandigheden meebrengen dat hij zich de belangen van zijn cliënt inzake het tijdig inroepen van het financieringsvoorbehoud aantrekt en hem tijdig waarschuwt voor het verstrijken van die termijn. Of dit het geval is hangt af van alle omstandigheden van het geval. Omstandigheden die in dit verband een rol kunnen spelen zijn onder meer de volgende: Is de hypotheekbemiddelaar bekend met het financieringsvoorbehoud en de termijn voor het inroepen daarvan? Wordt de koper/cliënt bijgestaan door andere deskundigen, zoals een makelaar? Is sprake van deskundigheid aan de zijde van de koper/cliënt? Is in redelijkheid te verwachten dat een financiering zal worden verkregen, of is juist op voorhand duidelijk dat dit problematisch zal zijn? 12. In het onderhavige geval staat vast dat Geld op Maat bekend was met het financieringsvoorbehoud en de termijn voor het inroepen daarvan. Zij beschikte over een kopie van de koopovereenkomst (rechtsoverweging 2.3 van het bestreden vonnis, waartegen geen grief is gericht). Voorts staat vast dat [geïntimeerde] niet werd bijgestaan door andere deskundigen, zoals een makelaar. Gesteld noch gebleken is dat Geld op Maat daarvan niet op de hoogte was. Van deskundigheid aan de zijde van [geïntimeerde] is niet gebleken. Het enkele feit dat hij en zijn ex-partner eerder een woning hebben gekocht en [geïntimeerde] een eigen bedrijf heeft acht het hof onvoldoende om bijzondere deskundigheid op het gebied van financieringsvoorbehouden aanwezig te achten. Geld op Maat heeft zelf gesteld dat op voorhand duidelijk was dat het lastig maar niet bij voorbaat uitgesloten was (memorie van grieven 3 en 21) dat [geïntimeerde] een financiering zou verkrijgen, gelet op onder meer diens registratie bij het BKR, en dat er maar één Bank was die ondanks een BKR notering mensen aan een volledige lening hielp, te weten DSB Bank. 13. Het hof is van oordeel dat Geld op Maat onder deze omstandigheden als uitvloeisel van haar zorgplicht zich de belangen van [geïntimeerde] ter zake van het tijdig inroepen van het financieringsvoorbehoud had moeten aantrekken en hem tijdig had moeten waarschuwen dat die termijn dreigde te verstrijken, zodat verlengen of inroepen van het financieringsvoorbehoud geboden was. Geld op Maat stelt dit te hebben gedaan (meermalen, volgens memorie van grieven 10) en [geïntimeerde] te hebben geadviseerd een verzoek tot uitstel in te dienen (memorie van grieven 61). Deze, verder niet onderbouwde, stelling is door [geïntimeerde] betwist. 14. Nu [geïntimeerde] aan zijn vordering (mede) ten grondslag legt dat Geld op Maat haar zorgplicht heeft geschonden door onder de gegeven omstandigheden na te laten hem tijdig te waarschuwen dat de termijn van het financieringsvoorbehoud dreigde te verstrijken zodat verlengen of inroepen van dit financieringsvoorbehoud geboden was, rusten overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast ter zake van die feiten op hem. Het hof is echter van oordeel dat op Geld op Maat in het kader van de motivering van de betwisting van deze stelling een verzwaarde stelplicht rust, in die zin dat zij als professionele dienstverlener (waar mogelijk aan de hand van het door haar bijgehouden dossier) nauwkeurig dient aan te geven op welke datum of data en op welke wijze (telefonisch dan wel tijdens een persoonlijk onderhoud dan wel anderszins) zij invulling heeft gegeven aan de hiervoor aangenomen waarschuwingsplicht, teneinde aldus [geïntimeerde] aanknopingspunten te verschaffen voor de bewijslevering. Het hof stelt vast dat Geld op Maat niet aan deze verzwaarde stelplicht heeft voldaan, nu zij heeft volstaan met de blote stelling [geïntimeerde] te hebben gewaarschuwd. Het hof ziet hierin aanleiding voorshands als vaststaand aan te nemen dat Geld op Maat heeft nagelaten [geïntimeerde] in de hiervoor bedoelde zin te waarschuwen, behoudens tegenbewijs door Geld op Maat, waartoe het hof haar in de gelegenheid zal stellen (vergl HR , LJN AZ1083). De beslissing Het gerechtshof: Laat Geld op Maat toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat zij heeft nagelaten [geïntimeerde] tijdig te waarschuwen dat de termijn van het financierings- 569

10 74 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid voorbehoud dreigde te verstrijken zodat verlengen of inroepen van dit financieringsvoorbehoud geboden was; bepaalt voor zover Geld op Maat het bewijs zou willen leveren door middel van getuigen dat het verhoor zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden, op een nog nader te bepalen dag en uur voor mr. L. Janse, hiertoe tot raadsheer commissaris benoemd; verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 15 maart 2011 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf, hun raadslieden en de getuige(n), voor de periode van drie maanden na bovengenoemde rolzitting, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen; verstaat dat de advocaat van Geld op Maat uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor zal plaatsvinden een kopie van het volledige procesdossier ter griffie van het hof doet bezorgen, bij gebreke waarvan de advocaat van [geïntimeerde] alsnog de gelegenheid heeft uiterlijk één week voor de vastgestelde datum een kopie van de processtukken over te leggen; houdt iedere verdere beslissing aan. 74 Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011, nr /HA ZA , LJN BP7522 (mr. Van Merwijk) Beroepsaansprakelijkheid. Aansprakelijkheid rechtsbijstandverlener. [BW art. 7:401] A heeft al enkele jaren problemen met haar werkgever als zij zich tot haar rechtsbijstandverzekeraar wendt met het verzoek actie te ondernemen. Een onderzoeksbureau van haar werkgever heeft gehandeld in strijd met de protocollen die van toepassing waren. Nadat de rechtsbijstandsverzekeraar enige tijd weinig heeft ondernomen stelt hij de werkgever aansprakelijk voor de schade die A als gevolg van de fout van het onderzoeksbureau lijdt. A is niet tevreden over de bijstand van haar rechtsbijstandverzekeraar en schakelt een advocaat in. Een aantal jaren later wordt de arbeidsrelatie tussen A en haar werkgever beëindigd met een vaststellingsovereenkomst. In deze procedure vordert A van haar rechtsbijstandverzekeraar vergoeding van de schade die zij stelt te lijden als gevolg van het feit dat haar rechtsbijstandverzekeraar zich niet heeft beziggehouden met de arbeidsrechtelijke kant van de zaak. Volgens A had haar rechtsbijstandverzekeraar zich tot haar werkgever moeten wenden en hem moeten wijzen op zijn tekortkomingen in de uitvoering van zijn re-integratieverplichtingen. De rechtbank oordeelt dat van een ingeschakelde rechtsbijstandsverzekeraar niet kan worden verwacht dat hij buiten de aan hem gegeven opdracht onderzoekt of zijn cliënt mogelijk ook op andere vlakken bijstand nodig heeft. De rechtsbijstandverzekeraar heeft in dit geval dan ook geen zorgplicht geschonden. De rechtbank wijst de vordering van A af. [A] te [woonplaats], eiseres, advocaat: mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen de naamloze vennootschap DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij NV te Amsterdam, gedaagde, advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam. Partijen zullen hierna [A] en DAS genoemd worden. 1. De procedure (...; red.) 2. De feiten 2.1. [A] was in de rang van hoofdagent als rechercheur werkzaam voor de politie Rotterdam-Rijnmond (hierna de werkgever) In november 2003 is bij de werkgever een melding binnengekomen die betrekking had op [A]. De strekking van de melding was dat geheime informatie vanuit politieregisters door [A] zou zijn verstrekt aan derden. Het Bureau Interne Zaken (hierna: BIZ) van de werkgever heeft hiernaar onderzoek gedaan. Op 6 januari 2004 is [A] gehoord door het BIZ Bij brief van 9 februari 2004 heeft het Openbaar Ministerie [A] bericht dat zij ten onrechte als verdachte is aangemerkt en dat geen strafrechtelijke vervolging ingesteld zal worden. 570

11 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid Op 29 juli 2004 heeft [A] zich ziek gemeld. [A] is vervolgens wegens psychische klachten volledig arbeidsongeschikt geweest tot januari Vanaf 11 januari 2005 heeft [A] haar werkzaamheden hervat voor drie maal twee uur per week, waarbij zij een aantal werkzaamheden, zoals het afnemen van verhoren, niet hoefde te verrichten. De werkhervatting is vervolgens steeds verder uitgebreid Bij brief van 4 maart 2005 heeft het hoofd van het BIZ aan [A] onder meer bericht dat het verloop van het naar haar verrichte onderzoek de toets der kritiek niet kan doorstaan. In deze brief heeft het BIZ hiervoor excuses aangeboden [A] heeft zich vervolgens op 26 mei 2005 tot DAS gewend met het verzoek om actie te ondernemen richting de werkgever vanwege het handelen van het BIZ in strijd met de van toepassing zijnde protocollen. Mr. [B] (hierna: [B]) heeft namens DAS bij brief van 27 mei 2005 voornoemd verzoek aan [A] bevestigd In september 2006 is [A], nadat zij naar een ander dienstonderdeel was overgeplaatst, weer volledig uitgevallen Uit het door de bedrijfsarts ingevulde formulier Medische informatie WIA van 19 september 2006 blijkt dat vanwege blijvende beperkingen op het werk de begeleiding van [A] is hervat in januari Op het formulier staat verder dat in juni 2006 wederom begeleiding van de bedrijfsarts is gestart en dat [A] toen is verwezen naar de psycholoog van KLM Health Services, waarbij met de werkgever een tweesporenbeleid is afgestemd, gericht op re-integratie enerzijds en op het zoeken van een passende functie binnen de organisatie anderzijds. Via het Loopbaanadviescentrum, later IMO geheten, is gezocht naar een andere, passende functie, evenwel zonder succes. [A] is op een aantal interne sollicitaties afgewezen en heeft daarnaast een aantal aangeboden functies van de hand gewezen [A] heeft zich begin 2007 tot het advocatenkantoor Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen gewend (hierna: Holland Van Gijzen). Bij brief van 14 maart 2007 heeft mr. [C] van Holland van Gijzen [B] gevraagd of het mogelijk is dat hij wordt aangesteld als de vertegenwoordiger van [A] en dat DAS de daarmee gepaarde kosten voldoet. In de brief staat ook vermeld dat indien dit niet mogelijk is, [B] wordt verzocht de zaak van [A] met spoed te behandelen. De inschakeling van Holland Van Gijzen heeft er uiteindelijk toe geleid dat [B] heeft toegezegd dat zij de zaak zal oppakken Op 27 juli 2007 heeft [B] namens [A] een brief gezonden aan de werkgever, waarin laatstgenoemde aansprakelijk is gesteld voor door [A] geleden schade als gevolg van het handelen van het BIZ Met ingang van 1 januari 2008 is de omvang van het dienstverband van [A] op haar eigen verzoek gewijzigd van 38 naar 27 uur per week Per 1 april 2008 is de behandeling van het dossier binnen DAS overgenomen door mr. [D] (hierna: [D]). [D] heeft vervolgens namens [A] bij brief van 23 april 2008 aan de verzekeringsmaatschappij van de werkgever de aansprakelijkstelling van de werkgever nader toegelicht Bij brief van 16 oktober 2008 heeft mr. [E] van Holland Van Gijzen (hierna: [E]) DAS namens [A] bericht dat DAS de zaak niet naar behoren behandelt en aansprakelijk is voor alle schade die [A] lijdt en nog zal lijden. [E] heeft vervolgens in een brief van 24 november 2008 DAS laten weten dat [A] ervoor heeft gekozen om haar zaak verder door Holland Van Gijzen te laten behandelen De verhouding tussen [A] en de werkgever is sinds het najaar van 2008 steeds verder verslechterd. Op 22 oktober 2008 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [A] en haar leidinggevenden, waarbij onder meer gesproken is over een mogelijke functie voor [A] bij de zeehavenpolitie. De bedrijfsarts heeft [A] op 5 november 2008 in staat geacht om werkzaamheden te verrichten, rekeninghoudend met een aantal beperkingen. Nadien heeft de werkgever [A] meermalen een dienstbevel opgelegd om haar werkzaamheden te hervatten. Er heeft echter telkens een terugval plaatsgevonden, waarbij [A] zich weer ziek heeft gemeld In 2009 hebben twee mediationtrajecten tussen de werkgever en [A] plaatsgevonden, evenwel zonder succes. Uiteindelijk hebben [A] en de werkgever eind 2009 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst is de dienstbetrekking van [A] geëindigd en heeft [A] aan de werkgever finale kwijting verleend, ook voor de door DAS namens [A] gestelde vordering met betrekking tot de schade als gevolg van het handelen van het BIZ in

12 74 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid 3. Het geschil 3.1. [A] vordert samengevat DAS te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding wegens inkomensderving. Dit betreft schade ten gevolge van een misgelopen carrière, nader op te maken bij staat, alsmede ten gevolge van werktijdvermindering tijdens ziekte, ten bedrage van ,86. Daarnaast vordert [A] DAS te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding wegens door haar gemaakte kosten voor een advocaat, ten bedrage van ,73, alsmede wegens gemaakte kosten voor een coach, ten bedrage van ,50, te vermeerderen met een bedrag van ,= exclusief btw aan toekomstige kosten voor een coach [A] legt aan haar vordering zakelijk weergeven het volgende ten grondslag. DAS heeft niet de zorg betracht van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot. DAS heeft de arbeidrechtelijke kant van het geschil tussen [A] en de werkgever ten onrechte onbehandeld gelaten. DAS heeft in de periode van drieënhalf jaar waarin zij de rechtsbijstandverlener van [A] was, [A] immers niet begeleid bij de problemen op haar werk terwijl DAS wel op de hoogte was van het feit dat de werkgever structureel de op haar rustende re-integratieverplichtingen niet naleefde. Ten onrechte heeft DAS het dossier van [A] als een letselschadezaak beschouwd. Doordat DAS zich nooit tot de werkgever heeft gericht met een sommatie zich als goed werkgever te gedragen, onder meer door zich te houden aan de re-integratieverplichtingen, is de zaak zodanig geëscaleerd dat de carrière van [A] bij de werkgever na negentien jaar is geëindigd. Door de wanprestatie van DAS lijdt [A] schade. Zij derft inkomsten wegens het mislopen van een verdere carrière bij de werkgever en van overwerk. Verder heeft [A] in 2007 ingestemd met een werktijdverkorting, niet wetende dat zij zichzelf hiermee te financieel tekort deed. Daarnaast heeft [A] advocaatkosten moeten maken die bij een adequate rechtsbijstand door DAS achterwege waren gebleven. Ook raadpleegt [A] sinds 2009 een coach waarvan de kosten door DAS dienen te worden gedragen DAS voert verweer Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. DAS erkent dat zij tot april 2008 niet met de voortvarendheid heeft gehandeld die van haar mocht worden verwacht. DAS heeft zich in dat kader bereid verklaard om een bedrag van 1.076,61 aan [A] te voldoen. Dit bedrag ziet op de door Holland Van Gijzen aan [A] in 2007 in rekening gebrachte kosten (zie 2.9). Nu DAS dit gedeelte van de door [A] gevorderde schadevergoeding niet betwist, komt de vordering in zoverre voor toewijzing in aanmerking Voor het overige verschillen partijen van mening over de vraag (i) of DAS in haar dienstverlening richting [A] toerekenbaar is tekortgeschoten, (ii) of de gevorderde schade een gevolg is van de wanprestatie van DAS en (iii) of de gevorderde schade is geleden. Bij de beantwoording van de eerste vraag dient te worden beoordeeld of DAS heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend rechtsbijstandverlener te werk zou gaan [A] verwijt DAS in de kern dat zij de werkgever niet heeft aangesproken op diens re-integratieverplichtingen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [A] DAS niet heeft verzocht om haar te begeleiden bij het re-integratietraject. Volgens [A] had DAS evenwel haar verzoek om juridische bijstand zelfstandig in het juiste arbeidsrechtelijke kader moeten plaatsen en, meer concreet, de werkgever moeten wijzen op de verplichtingen uit de regeling Poortwachter, zoals het maken van een probleemanalyse en het opstellen van een reintegratieplan De rechtbank is met DAS van oordeel dat voor de door [A] bepleite verplichting geen steun is te vinden in het recht. Een dergelijke verplichting valt ook niet te lezen in de door [A] aangehaalde rechtspraak. Weliswaar volgt uit het door [A] genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 juni 1991 (NJ 1992, 420) dat van een advocaat die overigens niet zonder meer gelijk is te stellen aan een rechtsbijstandverlener die geen advocaat is mag worden verwacht dat hij zelfstandig beoordeelt wat voor de zaak van nut kan zijn en daarnaar handelt, maar deze gevergde beoordeling houdt vanzelfsprekend wel verband met datgene waarvoor de cliënt zich tot zijn advocaat wendt. Een advocaat of andere rechtsbijstandverlener hoeft niet op eigen initiatief te onderzoeken of en in hoeverre zijn cliënt mogelijk behoefte heeft aan en/of baat zou hebben bij overige rechtsbijstand, buiten de context van de verleende opdracht. 572

13 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid De conclusie is dan ook dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend rechtsbijstandverlener in de gegeven omstandigheden niet verwacht hoefde te worden dat hij zich zonder een daartoe strekkend verzoek van zijn cliënt tot de werkgever had gewend teneinde de re-integratieverplichtingen beter op te pakken. Een wanprestatie van DAS is dus niet komen vast te staan. Dit geldt temeer nu [A], gegeven de gemotiveerde betwisting van DAS dienaangaande, niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd dat de werkgever in de periode dat DAS haar bijstond niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldeed. De omstandigheid dat reintegratie en herplaatsing niet is gelukt, betekent nog niet dat de werkgever hierin is tekortgeschoten, laat staan dat hierin een rol voor DAS was weggelegd. Bovendien is, zo heeft [A] bevestigd, de relatie met de werkgever ernstig verslechterd in het najaar van In die periode werd DAS evenwel vervangen door Holland Van Gijzen, zodat ook hierom niet valt in te zien dat het eventuele tekortschieten door de werkgever nog daargelaten dat [A] haar werkgever hiervoor finale kwijting heeft verleend aan DAS valt toe te rekenen. Slotsom en proceskosten 4.6. DAS zal worden veroordeeld tot betaling aan [A] van 1.076,61. Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen Nu beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zullen de kosten van het geding aldus worden gecompenseerd dat elk der partijen de eigen kosten draagt. [A] is weliswaar substantieel méér in het ongelijk gesteld dan DAS, maar daar staat tegenover dat DAS heeft nagelaten om het door haar erkende bedrag reeds vóór aanvang van deze procedure te voldoen. Voor een kostenveroordeling ten laste van [A] bestaat dan ook geen aanleiding. 5. De beslissing De rechtbank 5.1. veroordeelt DAS tot betaling van 1.076,61; 5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.3. compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. 75 Rechtbank Breda 9 maart 2011, nr /HA ZA (mr. Schoenmakers) Beroepsaansprakelijkheid rechtsbijstandverlener. Volmacht. Voorstel eindregeling. [BW art. 7:400, 7:401] X is in 2005 slachtoffer geworden van een verkeersongeval. De WAM-verzekeraar van de bij het ongeval betrokken autobestuurder heeft aansprakelijkheid erkend. X heeft zich in het schaderegelingstraject laten bijstaan door haar rechtsbijstandverlener. Op basis van een telefoongesprek met de partner van X, waarin deze had aangegeven dat X volgens de dokter vanaf een bepaalde datum weer volledig zou zijn hersteld, heeft de rechtsbijstandverlener namens X een eindregeling aan de WAM-verzekeraar aangeboden. Dit voorstel is door de WAMverzekeraar ook geaccepteerd. X heeft vervolgens aan haar rechtsbijstandverlener kenbaar gemaakt zich niet te kunnen vinden in de getroffen regeling omdat zij nog steeds klachten en verlies aan inkomen zou lijden. Nadat de WAM-verzekeraar zich beriep op de finale regeling, heeft X haar rechtsbijstandverlener aangesproken. De rechtbank oordeelt dat de rechtsbijstandverlener door het treffen van een eindregeling op basis van één telefoongesprek met de partner van X en zonder navraag te doen bij X zelf, in strijd heeft gehandeld met hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelende rechtsbijstandverlener verwacht mag worden. Het beroep van de rechtsbijstandverlener op het ontbreken van causaal verband, in de zin dat X niet is gebonden aan de eindregeling omdat haar handtekening ontbrak en zij de WAM-verzekeraar nog zou kunnen aanspreken, wordt verworpen. Uit de gedragingen van de rechtsbijstandverlener mocht de WAM-verzekeraar verwachten dat de rechtsbijstandverlener een voor alle door hem verrichte werkzaamheden, waaronder het aanbieden van een eindregeling, een voldoende volmacht had. Acceptatie van het aanbod van de rechtsbijstandverlener heeft tot totstandkoming van de overeenkomst met de WAM-verzekeraar geleid. X krijgt van de rechtbank gelegenheid haar schade nader te onderbouwen. 573

14 75 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid X te Twello, eiseres, advocaat: mr. P.M.A.C. van de Wouw te Utrecht, tegen de stichting ERS Europese Rechtsbijstand Stichting/European Recovery Service te Etten-Leur, gedaagde, advocaat: mr. D.J. van der Kolk te Rotterdam. 1. De procedure (...; red.) 2. Het geschil 2.1. X vordert - samengevat en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - 1. een verklaring voor recht dat ERS aansprakelijk is voor de door haar geleden en/of nog te lijden schade en een veroordeling van ERS 2. tot betaling van voormelde schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met rente, 3. tot betaling van een voorschot ter hoogte van ,= 4. tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van 904,=, 5. in de proceskosten, te vermeerderen met rente ERS voert verweer Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3. De beoordeling 3.1. Tussen partijen staat het navolgende vast. a. Op 26 mei 2005 is X het slachtoffer geworden van een verkeersongeval. Zij heeft daarbij schade opgelopen. b. De Goudse Schadeverzekeringen NV als WAMverzekeraar van de betrokken autobestuurder, heeft jegens X de aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval erkend. c. ERS, een rechtsbijstandstichting, heeft als belangenbehartiger van X de contacten met De Goudse onderhouden. d. Bij brief van 8 juni 2005 heeft ERS aan De Goudse haar voorlopig rapport van de letselschadebehandelaar gezonden, gevraagd om een bevoorschotting en de medische informatie over X, ter attentie van de medisch adviseur van De Goudse, verstrekt. e. Mede in reactie daarop heeft De Goudse bij brief van 1 juli 2005 ERS bericht dat zij bereid is de op dat moment bekend zijnde schade te vergoeden. Zij kondigde aan een bedrag van 885,= te zullen overmaken als vergoeding voor de materiele en immateriële schade met eventuele rente. Voorts zou een bedrag van 81,= aan expertisekosten worden betaald. Deze bedragen zijn op de bankrekening van ERS overgemaakt. f. Bij schrijven van 9 september 2005 heeft ERS aan X een telefoongesprek bevestigd waarin X heeft aangegeven nog steeds met diverse lichamelijke klachten te kampen. ERS berichtte dat zij haar medisch adviseur zou vragen om relevante gegevens uit de behandelend sector op te vragen. g. Op 13 oktober 2005 heeft de heer A. Jansen van ERS telefonisch gesproken met de partner van X. In de daarvan door Jansen gemaakte telefoonnotitie staat vermeld dat zij volgens de dokter vanaf 24 oktober volledig hersteld zou zijn. Zij zou alleen nog wat vrees in het verkeer hebben. h. Bij schrijven van 1 november 2005 heeft ERS aan De Goudse het eindrapport van haar letselschaderegelaar toegezonden. Zij heeft in deze brief vermeld dat cliënte thans bereid was tot een definitieve schaderegeling. In het eindrapport is onder het kopje inhoud bespreking opgenomen dat cliënte ondanks de beperkte nekklachten bereid was tot een definitieve schaderegeling. Bij de vaststelling van de hoogte van het smartengeld is, aldus het rapport, rekening gehouden met het feit dat cliënte soms nog hinder ondervond van de nek. Vervolgens is een definitieve schadestaat bijgevoegd waarin achter de post smartengeld een bedrag van 750,= en achter de post hulp door derden 50,= is opgenomen. De buitengerechtelijke kosten zijn pm genoemd. i. Bij brief van 18 november 2005 heeft De Goudse aangegeven dat zij met de genoemde schadeposten akkoord kon gaan. Rekening houdend met de eerdere bevoorschotting heeft zij de bedragen inclusief de vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van 1.535,= aan ERS betaald. Hiermede was, aldus De Goudse, de volledige schade van X vergoed. j. Begin december 2005 heeft X ERS bericht zich niet te kunnen vinden in een eindclaim. Zij heeft aangegeven nog steeds onder behandeling te zijn en verlies aan inkomen te lijden. k. X heeft zich later tot een advocaat gewend en deze heeft ERS aangeschreven, stellende dat ERS een beroepsfout heeft gemaakt door een eindregeling met De Goudse te treffen. l. Bij brief van 11 december 2006 heeft De Goudse aan de advocaat van X geschreven dat haar cliënte zich destijds heeft laten bijstaan door een profes- 574

15 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid 75 sionele belangenbehartiger en dat, conform hetgeen ERS met X had afgesproken, de kwestie geregeld was. De Goudse heeft te kennen gegeven geen enkele reden te zien om deze kwestie opnieuw op te pakken. m. ERS heeft X op 14 december 2006 geschreven dat zij namens X geen definitieve regeling met De Goudse heeft getroffen. Er is geen schadevaststellingsovereenkomst door X ondertekend dus X kan zich nog tot De Goudse wenden. n. Bij schrijven van 29 januari 2007 heeft De Goudse aan ERS bericht dat in de brief van ERS duidelijk is aangegeven dat cliënte bereid was tot een definitieve regeling en dat zij van een professionele belangenbehartiger mag verwachten dat dit een juiste voorstelling van zaken was. Zij heeft aangegeven dat, nu ERS stelt dat er geen definitieve regeling tot stand is gekomen, ERS ten onrechte aanspraak heeft gemaakt op betaling van buitengerechtelijke kosten X grondt haar vordering op de stelling dat ERS in strijd heeft gehandeld met de eisen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend juridisch beroepsbeoefenaar. ERS heeft een eindregeling met De Goudse getroffen zonder dat X daarmede had ingestemd. Tengevolge van de met De Goudse gesloten overeenkomst kan X haar schade niet meer op De Goudse verhalen en vordert zij deze nu van ERS ERS betwist primair dat zij een beroepsfout heeft gemaakt. Zij heeft destijds contact gehad met de partner van X en deze heeft aangegeven dat er sprake was van een eindtoestand; er zou alleen nog wat vrees in het verkeer bestaan. Er is toen afgesproken dat ERS tot een eindregeling met De Goudse zou proberen te komen Naar het oordeel van de rechtbank heeft ERS in strijd gehandeld met hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelende rechtsbijstandverlener mag worden verwacht door op basis van voormeld ene telefoongesprek namens X een eindregeling aan De Goudse voor te stellen. Uit de telefoonnotitie die de heer Jansen van het gesprek heeft opgesteld, blijkt slechts dat de dokter zou hebben aangegeven dat X met ingang van 24 oktober 2005 volledig hersteld zou zijn. Gelet op de aard van de klachten (schouder- en nekklachten en angst in het verkeer) mag van een rechtsbijstandverlener worden verwacht dat deze rechtstreeks met X contact opneemt om van haar te horen of er, ook in haar visie, sprake was van een medische eindtoestand, of ook zij van oordeel was dat ze weer aan het werk kon en, zo ja, of zij een eindregeling met De Goudse zou willen treffen. Als dit het geval zou zijn, dan zou haar in ieder geval moeten worden voorgehouden welke bedragen gevorderd zouden kunnen worden en welke de consequenties zijn van het treffen van een eindregeling. Hiervan is niet gebleken, reden waarom de rechtbank oordeelt dat er sprake is geweest van een beroepsfout van ERS ERS stelt vervolgens dat er geen causaal verband is tussen de beroepsfout en de schadevordering. Naar het oordeel van ERS stond de handelwijze van ERS niet in de weg aan het vorderen van aanvullende schadevergoeding bij De Goudse. X is immers, aldus ERS, niet gebonden aan enige regeling met De Goudse. ERS onderbouwt dit standpunt met de stelling dat X nooit een handtekening heeft geplaatst onder een vaststellingsovereenkomst en dat zij van X ook nooit een expliciete volmacht heeft ontvangen om een vaststellingsovereenkomst te sluiten dan wel om namens haar aan De Goudse op enig moment finale kwijting te verlenen. Het is gebruikelijk en juridisch ook noodzakelijk dat het slachtoffer zelf de vaststellingsovereenkomst ondertekent en zich er op deze wijze uitdrukkelijk van bewust is dat er een regeling met finale kwijting tot stand komt, aldus ERS. Als De Goudse dit achterwege laat, komt het voor haar risico als blijkt dat het slachtoffer niet akkoord gaat De rechtbank stelt bij de beoordeling van dit verweer voorop dat er geen wettelijke vormvereisten zijn voor de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst of een definitieve eindregeling. Voorts staat vast dat X ERS had gemachtigd om namens haar jegens De Goudse op te treden. ERS presenteerde zich jegens ERS ook als haar rechtsbijstandverlener. Zij verstrekte De Goudse de benodigde informatie, verzocht om vergoeding van ingetreden schade en verzond namens X medische informatie ter attentie van de medisch adviseur van De Goudse. De rechtbank verwerpt de stelling van ERS dat een dergelijke aanstelling alleen impliceert dat ERS namens X onderhandelingen mag voeren en geen overeenkomst mag aangaan. Het is juist de taak van een rechtsbijstandverlener om in letselschadezaken het slachtoffer tot en met de afwikkeling van de volledige schade bij te staan. Hij dient het slachtoffer te adviseren en, ten opzichte van de aansprakelijke verzekeraar, in alle handelingen 575

16 75 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid te vertegenwoordigen. De aansprakelijke verzekeraar kan en mag dus verwachten dat hij voor alle door hem verrichte rechtshandelingen een voldoende volmacht van zijn cliënt heeft In dit geval was er voor De Goudse ook geen enkele reden om daaraan te twijfelen. ERS gaf immers bij het doen van een eindvoorstel expliciet aan zulks met cliënte te hebben besproken. Cliënte was, zo schreef ERS, bereid tot een definitieve eindregeling. Wanneer dan een definitieve schadestaat wordt gepresenteerd waarbij voorts expliciet staat vermeld dat bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld rekening is gehouden met enige toekomstige schade veroorzaakt door nog bestaande hinder van de nek, mag De Goudse ervan uitgaan dat hier namens X een aanbod tot het sluiten van een (vaststellings)overeenkomst tegen finale kwijting wordt gedaan. Acceptatie daarvan leidt tot de totstandkoming van deze overeenkomst De stelling dat het in letselschadezaken gebruikelijk is om een dergelijke afspraak in een vaststellingsovereenkomst ter ondertekening aan het slachtoffer voor te leggen, is voor de beoordeling niet van belang. Immers, ook al zou dat gebruikelijk zijn, dan doet dit niet af aan de beoordeling en kwalificatie van hetgeen daaraan vooraf is gegaan. Vast staat dat de rechtsbijstandverlener bij het doen van zijn voorstel geen enkel voorbehoud heeft gemaakt. Integendeel, de rechtsbijstandverlener heeft aan de aansprakelijke verzekeraar expliciet kenbaar gemaakt dat hij vooraf contact met zijn cliënte heeft gehad en dat deze bereid was een definitieve eindregeling te treffen. Daarmede heeft hij bij De Goudse het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat X volledig instemde met de inhoud van de brief waarin het voorstel werd gedaan ERS heeft, onder verwijzing naar de brief van De Goudse van 29 januari 2007, gesteld dat ook De Goudse van oordeel is dat er geen regeling tegen finale kwijting is gesloten. De rechtbank verwerpt dit betoog. De Goudse heeft in een eerdere brief aan X duidelijk aangegeven dat de kwestie afgerond was. In haar brief van 29 januari 2007 aan ERS stelt De Goudse dat zij de stelling van ERS niet kan volgen. Van een professionele belangenbehartiger mag worden verwacht dat hij namens de cliënte handelde en dus ook namens haar het voorstel deed. Zij wijst er ook op dat ERS de buitengerechtelijke incassokosten heeft geclaimd, zulks op grond van de getroffen finale regeling. Daarmede heeft zij aangegeven dat ook ERS van mening was dat er een finale regeling tussen partijen was getroffen. Anders was dit (standaard)bedrag aan buitengerechtelijke kosten niet door ERS van De Goudse gevorderd. Aldus heeft De Goudse het eerder door haar te opzichte van X ingenomen standpunt bevestigd. Als ERS nu stelt dat er geen regeling is getroffen, aldus De Goudse, dan is het bedrag door haar onverschuldigd betaald. Daarmede heeft De Goudse aangegeven tot welke consequentie het door ERS nu ingenomen standpunt, in de visie van ERS, zou moeten leiden doch daarmede heeft zij geenszins haar eigen standpunt verlaten ERS doet meer subsidiair een beroep op eigen schuld, stellende dat zij een procedure jegens De Goudse aanhangig had moeten maken. Nu De Goudse met recht een beroep kan doen op de finale kwijting die ERS namens X aan haar heeft verleend, verwerpt de rechtbank dit beroep ERS heeft de rechtbank verzocht om haar na een mogelijke verwerping van haar bovenstaande verweren, in de gelegenheid te stellen in te gaan op de schadeposten. X heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen aangegeven hiermede te kunnen instemmen. De rechtbank zal eerst X in de gelegenheid stellen om haar vorderingen, zo nodig, nog nader te onderbouwen waarna ERS de gelegenheid krijgt om hiertegen verweer te voeren. 4. De beslissing De rechtbank 4.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 6 april 2011 voor conclusie na tussenvonnis aan de zijde van X; 4.2. houdt iedere verdere beslissing aan. 576

17 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid Voorzieningenrechter Rechtbank Breda 6 april 2011, nr /KG ZA , LJN BQ0360 (mr. Leijten) Noot mr. H.J. Delhaas Exhibitieplicht. Rechtmatig belang. Verhaalsbelang. [Rv art. 843a] Bij de brand op het industrieterrein van Chemie- Pack in Moerdijk zijn schadelijke stoffen vrijgekomen die samen met het bluswater in het oppervlaktewater zijn gekomen, met (dreigende) verontreiniging als gevolg. Op grond van de Waterwet en het Waterbesluit is de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu op de dag van de brand overgegaan tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang om verontreiniging, en verdere verspreiding van die verontreiniging, van het oppervlaktewater (verder) tegen te gaan. De kosten van die spoedeisende bestuursdwang wil de Staat der Nederlanden verhalen op Chemie-Pack. Om haar verhaalspositie te kunnen beoordelen heeft de Staat een exhibitie incident ex art. 843a Rv opgeworpen, waarin zij de polissen die Chemie-Pack (mogelijk) heeft afgesloten, heeft opgevraagd. De voorzieningenrechter heeft de vordering toegewezen, omdat de Staat een rechtmatig belang in de zin van art. 843a Rv heeft. Ten aanzien van het door de Staat aan haar vordering ten grondslag gelegde verhaalsbelang dient terughoudendheid te worden betracht, maar in het onderhavige geval zijn voldoende omstandigheden aanwezig die maken dat terughoudendheid hier niet aan de orde is. Voorts is niet ondenkbaar dat de Staat een eigen recht zou kunnen ontlenen aan de polissen, hetgeen eveneens meebrengt dat de Staat een rechtmatig belang heeft bij inzage in de opgevraagde bescheiden. De publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden te s-gravenhage, eiseres, advocaat: mr. E.H.P. Brans te Den Haag, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Chemie-Pack Nederland BV te Zevenbergen, gedaagde, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Holding Gerard Spiering BV te Zevenbergen, gedaagde, advocaat: mr. J.A. Jacobs te Breda. Partijen zullen hierna de Staat, Chemie-Pack en Holding Gerard Spiering genoemd worden. 1. De procedure (...; red.) 2. Het geschil 2.1. De Staat vordert samengevat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden te bevelen om binnen vier dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis een afschrift aan de Staat ter beschikking te stellen van de brandpolis(sen), (milieu)aansprakelijkheidspolis(sen) en bedrijfsschadeverzekering(en) met bijbehorend(e) polisblad en/of polisnummers, aanhangsels en bijbehorende algemene en bijzondere polisvoorwaarden die Chemie-Pack en/of Holding Gerard Spiering bij één of meerdere verzekeraars heeft afgesloten onder vermelding van de naam of namen van de betrokken verzekeraar(s) en wel op straffe van verbeurte van een dwangsom van 2.500,= voor iedere dag dat Chemie-Pack en/of Holding Gerard Spiering in gebreke blijft aan het bevel te voldoen en met veroordeling van elk van de gedaagden in de (na)kosten van deze procedure 2.2. Chemie-Pack voert verweer Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3. De beoordeling Feiten 3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de producties wordt in dit kort geding uitgegaan van de navolgende feiten: 577

18 76 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid Op woensdag 5 januari 2011 is er brand ontstaan op het buitenterrein van Chemie-Pack in Moerdijk. Die brand heeft zich ontwikkeld tot een zogenoemde zeer grote brand. Bij de brand zijn schadelijke stoffen vrijgekomen, waaronder zware metalen, PAK s en organische oplosmiddelen als trimethylbenzeen. Deze stoffen zijn met het bluswater terechtgekomen in het oppervlaktewater van het Hollands Diep, de Noordelijke Insteekhaven en de Insteekhaven Roode Vaart nabij het industrieterrein Moerdijk. Dit heeft geleid tot verontreiniging van die oppervlaktewateren en de daarbij behorende waterbodems. Met ingang van 5 januari 2011 is de Staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu met toepassing van artikel 5:31, tweede lid van de Algemene wet Bestuursrecht ( hierna: Awb) overgegaan tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang. De Staatssecretaris is hiertoe bevoegd op grond van de Waterwet (Wtw) en het Waterbesluit(Wtb). De bestuursdwang is deels preventief toegepast om zoveel mogelijk te voorkomen dat het verontreinigd bluswater in het oppervlaktewaterlichaam Hollands Diep terecht zou komen en zich verder zou verspreiden in het oppervlaktewaterlichaam Insteekhaven Roode Vaart. Daarnaast is de waterbodem van de Noordelijke Insteekhaven en de Insteekhaven Roode Vaart uitgebaggerd. Dit had tot doel de verontreiniging die als gevolg van het bluswater is ontstaan weg te nemen en te voorkomen dat de verontreiniging zich zou verspreiden. Bij brief van 18 januari 2011 met kenmerk ARW/ en bij brief van 21 januari 2911 met kenmerk ARW/ zijn twee bestuursdwangbesluiten verzonden. In het briefhoofd van deze brieven staat: De directie van Chemie-Pack Nederland en de directie van Holding Gerard Spiering B.V. Postbus AA Moerdijk In beide brieven staat onder meer: De overtreding van de artikelen 6.2 en 6.8 van de Wtw kan aan uw bedrijf worden toegerekend, omdat de bluswerkzaamheden van de brandweer feitelijk moeten worden geacht in opdracht van uw bedrijf te zijn verricht. De brandbestrijding in een bedrijf door de brandweer moet in het algemeen worden geacht de gevolgen van die brand te beperken en de gevolgen daarvan kunnen aan het bedrijf worden toegerekend (...). Door het hiervoor bedoelde bluswater met verontreinigende stoffen in de Noordelijke insteekhaven en de Insteekhaven Roode Vaart te laten terechtkomen heeft uw bedrijf derhalve gehandeld in strijd met de artikelen 6.2 en 6.8 van de Wtw. (...) De kosten van de bestuursdwang worden op uw bedrijf verhaald. Bij beschikking van 14 maart 2011 met kenmerk BVV/ is aan (de directie van) Chemie- Pack en Holding Gerard Spiering bericht: Bij brieven van 18 januari 2011 (kenmerk: ARW/ ) en 21 januari 2011 (kenmerk: ARW/ ) heb ik u twee bestuursdwangbesluiten gestuurd. (...) In beide besluiten heb ik u aangezegd dat de kosten van bestuursdwang in hun geheel ten laste van uw bedrijf komen. Na afronding van de hiervoor genoemde werkzaamheden bedragen deze kosten totaal ,84. Een overzicht van kostenposten, een specificatie daarvan en een factuur zijn als bijlagen bij deze brief gevoegd. Ik verzoek u dit bedrag binnen zes weken ná de verzenddatum van deze brief te betalen door dat bedrag te laten bijschrijven op rekeningnummer (...) Bij brieven van 17 februari 2011 en 7 maart 2011 heeft de Staat verzocht om toezending van kopieën van de verzekeringspolissen en voorwaarden krachtens welke Chemie-Pack en Holding Gerard Spiering zijn verzekerd voor de (milieu)schade die is veroorzaakt ten gevolge van de brand die op het terrein van Chemie-Pack heeft plaatsgevonden. De advocaat van gedaagden heeft de Staat bij brief van 9 maart 2011 bericht niet te willen overgaan tot verstrekking van de gevraagde gegevens. Stellingen van partijen 3.2. De Staat legt aan haar vordering ten grondslag dat zij een rechtmatig belang heeft afschrift te vorderen van de verzekeringspolis(sen) en -voorwaarden van Chemie-Pack en Holding Gerard Spiering, een en ander zoals vereist in artikel 843a Rv. De Staat stelt rechtmatig belang te hebben bij inzage in deze verzekeringspolis(sen) en -voorwaarden en het vernemen van de namen van de betrokken verzekeraar(s) omdat de Staat zonder inzage in deze stukken niet kan beoordelen of het zinvol is conservatoir derdenbeslag te leggen onder de 578

19 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid 76 betrokken verzekeraar(s). Daarnaast stelt de Staat dat zij rechtmatig belang heeft bij inzage in deze stukken om te kunnen onderzoeken of aan haar in de polissen een eigen recht jegens de verzekeraars wordt verleend. Volgens de Staat is de vordering tevens gericht op het verkrijgen van inzage in voldoende bepaalde bescheiden. De vordering ziet enkel en alleen op het verkrijgen van afschrift van een polis of van polissen die nader zijn omschreven. De Staat voert aan dat de gevraagde polisbescheiden relevant zijn voor de rechtsbetrekking die tussen de Staat en gedaagden is ontstaan. De vordering van de Staat vloeit voort uit de bestuursdwangbesluiten van 18 en 21 januari 2011 en de beschikking van 14 maart 2011 inzake de verplichting tot betaling van een geldsom, aldus de Staat. Hieruit is volgens de Staat een rechtsbetrekking ontstaan tussen de Staat enerzijds en Chemie-Pack en Holding Gerard Spiering anderzijds Gedaagden betwisten dat de Staat een verhaalsvordering op hen zou kunnen hebben: de aanschrijvingen zouden gericht zijn geweest tot de directies van gedaagden en niet tot gedaagden zelf. Gedaagden betwisten dat het door de Staat gestelde belang om aan de hand van inzage in de verzekeringspolissen te kunnen beoordelen of het zinvol is conservatoir derdenbeslag te leggen onder de verzekeraar(s), een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv is. Gedaagden betwisten eveneens dat is voldaan aan het vereiste van bepaaldheid van bescheiden uit artikel 843a Rv. Volgens gedaagden is de vordering niet gericht op het verkrijgen van bepaalde, concreet omschreven en gespecificeerde documenten, maar op het verkrijgen van alle polissen van verzekeringsovereenkomsten die Chemie-Pack en/of Holding Gerard Spiering zouden kunnen hebben gesloten. Gedaagden stellen dat sprake is van een zogenaamde fishing expedition. Dit klemt volgens gedaagden vooral als er geen, door Chemie-Pack en/of Holding Gerard Spiering met één of meerdere verzekeraars gesloten overeenkomst bestaat met de specifieke benamingen als brandpolis, (milieu)aansprakelijkheidspolis en/of bedrijfsschadeverzekering en in het geval Chemie-Pack en/of Holding Gerard Spiering geen verzekeringsnemer van die polissen zijn. Gedaagden betwisten voorts dat de Staat partij is in de zin van artikel 843a Rv bij de eventuele, door Chemie-Pack en Holding Gerard Spiering met derden gesloten verzekeringsovereenkomsten. Het enkele feit dat de Staat stelt in rechtsbetrekking tot Chemie-Pack en Holding Gerard Spiering te staan, vanwege de behoefte van de staat aan kostenverhaal op grond van de beide bestuursdwangbesluiten van 18 en 21 januari 2011 en op die besluiten gebaseerde kostenbeschikking van 14 maart 2011, zou nog niet meebrengen dat zij partij is bij de eventuele tussen Chemie-Pack en/of Holding Gerard Spiering met derden (verzekeraars) gesloten verzekeringsovereenkomsten respectievelijk de bescheiden waarvan hij afgifte vraagt. Naar mening van Chemie-Pack en Holding Gerard Spiering is de behoorlijke rechtsbedeling en vooral een ordentelijke (schade)afwikkeling van de gevolgen van de brand niet gediend bij (cumulerende) conservatoire beslagen onder eventuele verzekeraars. Volgens gedaagden hebben zij gewichtige reden om zich niet-gehouden te achten aan de vordering te voldoen. Gedaagden stellen dat het spoedeisende belang bij de vordering ontbreekt, althans onvoldoende aanwezig is om in kort geding tot toewijzing van de ingestelde vordering te leiden. Gedaagden verzetten zich voorts tegen toewijzing van de termijn (vier dagen na betekening), tegen toewijzing van de op te leggen dwangsom alsook tegen de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3.4. Gedaagden hebben ter zitting aangevoerd dat de aanzegging bestuursdwang niet was gericht tot hen, maar tot de personen die de directie voeren van hun bedrijven. Ook de kostenaanschrijving van 14 maart 2011 zou aan deze directies zijn geadresseerd en niet aan gedaagden. Kostenverhaal op gedaagden zou daarom niet mogelijk zijn, zodat belang bij de vorderingen zou ontbreken. De Staat heeft dit betwist en gesteld dat uit aanhef en inhoud van de aanzeggingen helder blijkt dat gedaagden werden aangeschreven Bij de beoordeling van de aanzeggingen komt het aan op de inhoud van de aanschrijvingen in hun geheel. In het briefhoofd richt de brief zich tot de directies van gedaagden. In de brieven zelf wordt echter expliciet gesteld dat de overtreding van de Wtw aan uw bedrijf kan worden toegerekend. In de samenhang is duidelijk dat gedaagden werden aangeschreven. Dit geldt dan ook voor de brief van 14 maart terzake kostenverhaal. 579

20 76 Bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid 3.6. De Staat heeft in de dagvaarding gesteld dat haar rechtmatig belang bij de vorderingen, zoals vereist in art 843aRv, ligt in haar belang om conservatoir beslag te kunnen leggen onder de verzekeraars terzake de verschuldigde uitkeringen aan gedaagden. Gedaagden betwisten dat dit belang valt onder het vereiste rechtmatige belang in dit wetsartikel De Hoge Raad heeft in 1991 ( HR 20 september 1991, NJ 1992, 552) beslist dat een schuldenaar in beginsel verplicht is een schuldeiser die een veroordeling tot betaling van een geldsom jegens hem verkreeg, inlichtingen te verschaffen omtrent zijn inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare goederen. Een veroordeling of een vergelijkbare executoriale titel ontbreekt echter in dit geval. Over de vraag of het verhaalsbelang in deze situatie valt onder het begrip rechtmatig belang uit art 843a Rv zijn wetenschap en rechtspraak verdeeld, en heeft de Hoge Raad nog niet beslist. ( Vgl J.R. Sijmonsma, Het Inzagerecht, art 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, diss. 2010, pag. 124.) Vaste en recent bevestigde rechtspraak van de Hoge Raad (HR 28 januari 2011, NJ 2011, 57) is dat een debiteur geen verplichting tot zekerheidsstelling heeft buiten de gevallen waarin de wet of een overeenkomst daartoe verplicht. Het algemeen erkennen van het verhaalsbelang als rechtmatig belang in art 843a Rv zou op gespannen voet staan met deze rechtspraak. De debiteur zou dan de benodigde informatie moeten geven die het voor de crediteur mogelijk maakt om tot zekerheid van de vordering conservatoir beslag te leggen. Die vorm van zekerheid is niet hetzelfde als een zekerheid in de vorm van bankgarantie of zakelijk zekerheidsrecht, maar benadert het wel. Het zou niet passen bij de genoemde vaste rechtspraak van de Hoge Raad om dit in algemene zin toe te staan. Er is dus reden om zeer terughoudend te zijn met het aannemen van het verhaalsbelang als rechtmatig belang in art 843a Rv. In het nu voorliggende geval is echter sprake van zeer bijzondere omstandigheden die naar algemene rechtsopvatting meebrengen dat afgifte van de gevraagde informatie en bescheiden behoort plaats te vinden. Deze omstandigheden zijn de volgende: A. Het is aannemelijk dat de Staat beschikt over een deugdelijke vordering. Enig inhoudelijk bezwaar tegen de bestuursdwangtoepassing is niet geuit. De Staat stelt onweersproken dat slechts een pro-forma bezwaar tot heden is aangetekend. Van algemene bekendheid is dat er een veelheid van claims is of zal komen als gevolg van de brand. De hoogte van alle schadeclaims samen zal bijzonder hoog kunnen worden. Voorts is van algemene bekendheid dat de exploitatie van de onderneming van gedaagden als gevolg van de brand tot stilstand is gekomen. Gesteld noch gebleken is dat er nog inkomsten worden gegenereerd. Onbekend is of de verzekerde sommen toereikend kunnen zijn om alle claims, indien gehonoreerd, te voldoen. Mogelijk is het ontoereikend. In dat geval zullen de crediteuren naar de hen toekomende rangschikking moeten worden voldaan. Gedaagden ontkennen iedere aansprakelijkheid, dus alle claims. Zij wensen zelf de ordentelijke afwikkeling van de claims te regisseren. Maar crediteuren hebben er in deze situatie in afwachting van eventuele verzekeringsuitkeringen een uitzonderlijk belang bij dat hun verhaalsrechten worden veilig gesteld door conservatoir derdenbeslag onder de verzekeraars en dat zij niet afhankelijk zijn van de regievoering van hun debiteur of diens verzekeraars. B. De Staat vertegenwoordigt een algemeen belang bij het toepassen van de bestuursdwang en bij het verhalen van de kosten daarvan. Waar de noodzaak bestaat dat de overheid in een noodsituatie onmiddellijk ingrijpt om voor de burgers gevaren voor de gezondheid en milieu weg te nemen die verbonden zijn aan risicovolle economische activiteiten, past het om een verplichting van de betrokken ondernemer aan te nemen om openheid te geven over de manier waarop die kostenrisico s zijn gedekt door verzekeringen Als tweede grondslag stelt de Staat bij pleidooi dat haar rechtmatig belang hierin bestaat dat zij kan onderzoeken of aan haar in de polissen een eigen recht jegens de verzekeraars wordt verleend. Dit zou niet ongebruikelijk zijn. Anders dan gedaagden aanvoeren, is ook dit een rechtmatig belang in dit geval. Daarbij is niet doorslaggevend of sprake is van een gebruikelijk verschijnsel. Voldoende is dat goed denkbaar is dat ondernemers een eigen recht verschaffen aan de overheid op verzekeringsuitkeringen terzake kosten van bestuursdwang bij milieucalamiteiten 580

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 18 april 2011 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. A.M.T. Wigger en mr. J.W.H. Offerhaus) Samenvatting De financier

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl... 1 of 5 31-01-16 21:27 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:GHARL:2013:5729 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 30-07-2013 Datum publicatie 01-08-2013

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden.

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden. Rechtbank Amsterdam, 06 juni 2012; de hondenbezitter is aansprakelijk voor de letselschade van een vrouw die tijdens het uitlaten van de hond ten valt komt doordat de hond plotseling hard aan de lijn trok.

Nadere informatie

Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22 november 2010

Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22 november 2010 Uitspraak GCHB 397-H90020 Zorgplicht hypotheekadviseur i.v.m. termijn financieringsvoorbehoud. 'eigen schuld' cliënt. Bekijk de uitspraak in eerste aanleg Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-394 d.d. 29 oktober 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.

DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. CR 11/2362 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Tijdig beroep op ontbindende voorwaarde? Klager/koper deed op de dag dat het financieringsbeding

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014.

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-028 d.d. 23 september 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.P. Peijster en mr. J.B.B.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-059 d.d. 23 februari 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en C.E. Polak, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene.

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-233 d.d. 6 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Consument en Aangeslotene hebben

Nadere informatie

LJN: BL2919, Rechtbank Alkmaar, 106424 / HA ZA 08-902

LJN: BL2919, Rechtbank Alkmaar, 106424 / HA ZA 08-902 LJN: BL2919, Rechtbank Alkmaar, 106424 / HA ZA 08-902 Datum uitspraak: 03-02-2010 Datum publicatie: 08-02-2010 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie: De

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-310 d.d. 27 oktober 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering,

Nadere informatie

Partijen zullen hierna [BETROKKENE] en [VERZEKERAAR] genoemd worden.

Partijen zullen hierna [BETROKKENE] en [VERZEKERAAR] genoemd worden. beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/10/423356 / HA RK 13-304 Beschikking van in de zaak van [BETROKKENE], wonende te Rotterdam, verzoeker, advocaat mr. P. Meijer, tegen'

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Samenvatting Op de rekeningen van Consument en haar echtgenoot

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. Arag SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. Arag SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-322 d.d. 8 september 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars, leden en mr. I.M.L. Venker) Samenvatting

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 52 d.d. 14 juli 2009 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr drs M.L. Hendrikse en mr M.M. Mendel) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : De heer A te B, vertegenwoordigd door de heer C te D, tegen E te F en G te H Zaak : Schadevergoeding, wettelijke rente Zaaknummer : 2012.03079 Zittingsdatum : 11 september

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 214 d.d. 6 september 2011 (prof. mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering, informatieplicht.

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y],

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], GERECHTSHOF TE AMSTERDAM EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], gevestigd te [plaats],

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 66 d.d. 29 maart 2011 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.W.H. Offerhaus) Samenvatting Op basis van de feitelijke

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-204 d.d. 11 juli 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. M.L. Hendrikse, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 59 d.d. 28 juli 2009 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. A.M.T. Wigger en mr. W.F.C. Baars) 1. Procedure De Commissie beslist

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Tegenstrijdige opdrachten.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Tegenstrijdige opdrachten. Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Tegenstrijdige opdrachten. Klager heeft een woning gekocht. Beklaagde trad daarbij op als makelaar voor verkoper B. Verkoper B weigerde

Nadere informatie

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van:

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van: Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer: 406064 C/16 2015/1013 Zitting: 30 december 2015 CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROPERTIZE

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1 Modeldagvaarding: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning waarbij de makelaar/bemiddelaar zowel voor de particuliere huurder als de verhuurder heeft bemiddeld. Een

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 15 d.d. 18 maart 2009 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hypotheek Visie Centrale B.V., gevestigd te Best, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hypotheek Visie Centrale B.V., gevestigd te Best, hierna te noemen Aangeslotene. Niet-bindende uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-130 d.d. 1 mei 2013 (mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, prof.mr. M.L. Hendrikse en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M.

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder.

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder. Variant 2: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning. Bemiddelaar brengt courtage/kosten in rekening bij verhuurder en bij huurder. De kandidaat-huurder heeft op een

Nadere informatie

ter zake van een spoedgeschil tussen J.J., hierna te noemen: opdrachtgever, e i s e r, L.H., H.O.D.N. BOUWBEDRIJF H., hierna te noemen: aannemer,

ter zake van een spoedgeschil tussen J.J., hierna te noemen: opdrachtgever, e i s e r, L.H., H.O.D.N. BOUWBEDRIJF H., hierna te noemen: aannemer, No. 29.804 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een spoedgeschil tussen J.J., hierna te noemen: opdrachtgever, e i s e r, gemachtigde: mr. J.M.S. Salomons, advocaat te Amsterdam, en L.H., H.O.D.N. BOUWBEDRIJF

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie

Nadere informatie

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag.

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. 2Se OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG Faillissement Faillissementsnummer Surseancedatum : Faillissementsdatum Rechter

Nadere informatie

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift.

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift. Uitspraak Commissie van Beroep 2012-17 d.d. 11 september 2012 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt,

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Financiële gegoedheid wederpartij, onderzoek naar.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Financiële gegoedheid wederpartij, onderzoek naar. 12-72 RvT Eindhoven/Maastricht Datum: 22 november 2012 DE RAAD VAN TOEZICHT EINDHOVEN/MAASTRICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOED DESKUNDIGEN N.V.M. --------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

de coöperatie Coöperatieve Rabobank [plaats] Friesland Oost U.A., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie Coöperatieve Rabobank [plaats] Friesland Oost U.A., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-400 d.d. 5 november 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh en mr. drs. S.F. van Merwijk leden en mr. E.C. Aarts, secretaris)

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-287 d.d. 28 juli 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-132 d.d. 6 mei 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-132 d.d. 6 mei 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-132 d.d. 6 mei 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering. In een geval

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 Vonnis in incident van in de zaak van 1. de rechtspersoon naar vreemd recht BJÖRN BORG BRANDS AB, gevestigd

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-109 d.d. 4 april 2012 (mr. R.J. Paris, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mevrouw mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. B.C. Donker, secretaris)

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-205 d.d. 19 mei 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en R.H.G. Mijné, leden en mr. I.M.M. Vermeer, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-172 d.d. 23 april 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. E.J. Heck, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak (NB) Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-289 d.d. 17 oktober 2012 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. J.W.H. Offerhaus en mevrouw mr. A.M.T. Wigger, leden en mevrouw mr. F. Faes,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager',

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager', RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 019.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instantiën, te begroten volgens het gebruikelijke tarief. "

Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instantiën, te begroten volgens het gebruikelijke tarief. Cogas geïntimeerde DomJur 2002-136 Gerechtshof Leeuwarden Zaak-/rolnummer: 0000379 Datum: 19-09-2001 Arrest in de zaak van: de naamloze vennootschap Centraal Overijsselse Nuts Bedrijven N.V., gevestigd

Nadere informatie

Witlox Juristen The Brandhouse B.V. DomJur 2015-1171

Witlox Juristen The Brandhouse B.V. DomJur 2015-1171 Witlox Juristen The Brandhouse B.V. DomJur 2015-1171 Rechtbank Oost-Brabant Zaak-/rolnummer: C/01/287399 / HA ZA 14-923 ECLI:NL:RBOBR:2015:6593 Datum: 18 november 2015 Vonnis in de zaak van de besloten

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 161.2 d.d. 2 september 2010 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mr. J.W.H. Offerhaus en mr. J.Th. De Wit) 1. Procedure De Commissie beslist

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-274 d.d. 11 september 2013 (prof.mr. E.H. Hondius, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. J.W.H. Offerhaus, leden en mevrouw mr. F. Faes,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. ingediend door: i n d e k l a c h t nr. 054.01 hierna te noemen 'klager tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Een jongetje van 4 jaar oud wordt door een pitbull terriër in het gezicht en in de arm gebeten. Zijn

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-237 d.d. 18 juli 2013 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh en mr. J.Th. de Wit, leden, en mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

de Hypothekers Associatie B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel, hierna te noemen Aangeslotene,

de Hypothekers Associatie B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel, hierna te noemen Aangeslotene, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-328 d.d. 16 september 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. J.W.H. Offerhaus, leden en mevrouw mr. L.T.A.

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 146 d.d. 4 november 2009 (de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heren E.J.M. Mackay en mr. C.E. du Perron) 1. Procedure De Commissie beslist

Nadere informatie

de besloten vennootschap Van de Burgwal Financieel Adviesbureau B.V., gevestigd te Amersfoort, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap Van de Burgwal Financieel Adviesbureau B.V., gevestigd te Amersfoort, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-252 d.d. 30 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw M.M.C. Oyen, secretaris) Samenvatting De Commissie stelt vast dat de verzekering

Nadere informatie

De Hypotheker Associatie B.V., gevestigd te Nieuwegein, hierna te noemen Aangeslotene.

De Hypotheker Associatie B.V., gevestigd te Nieuwegein, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-135 d.d. 18 maart 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. A.M.T. Wigger, leden en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene.

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-16 d.d. 9 januari 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. C.E. du Perron, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

C/13/555974 / HA ZA 13-1827 28 oktober 2015 8 oordeel dat met deze uitingen sprake was van misleidende publieke berichtgeving. VEB en de stichting stellen dat door deze uitingen de gedupeerde beleggers

Nadere informatie

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam.

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/458213 / HA ZA 14-90 Vonnis in incident van in de zaak van: de rechtspersoon naar vreemd recht RITM OKB ZOA, gevestigd

Nadere informatie

ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, M. V., hierna te noemen: opdrachtgeefster,

ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, M. V., hierna te noemen: opdrachtgeefster, No. 29.632 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, e i s e r e s gemachtigde: mr. P.J.A. Vis, werkzaam bij Actio

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 2014-446 d.d. 22 december 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage?

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Een notaris en een bank klagen erover dat een makelaarskantoor bij eerstgenoemde een factuur heeft ingediend voor

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-233 d.d. 17 juli 2013 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh, en mr. J.Th. de Wit, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker.

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker. Caesar Capital Todays Vermogensbeheer DomJur 2011-679 Rechtbank Amsterdam, Sector civiel recht Zaaknummer/rolnummer: 483704 / KG ZA 11-314 P/PV Datum: 14 april 2011 Vonnis in kort geding van 14 april 2011

Nadere informatie

"In naam des Konings!" vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67

In naam des Konings! vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 vonnis "In naam des Konings!" RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 Vonnis in kort geding van in de zaak van de besloten

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-243 d.d. 24 augustus 2012 (mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mevrouw mr. I.M.M.

Nadere informatie

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter.

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter. Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 261015 11:10 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBMNE:2013:3231 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 19072013

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene.

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-381 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.E. du Perron en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 20 november 2003 in de zaak onder rekestnummer 330/2003 GDW van: X gerechtsdeurwaarder te APPELLANT, t e g e n Y Bewindvoerder,

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 371238 / KG ZA 10-891

zaaknummer / rolnummer: 371238 / KG ZA 10-891 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 371238 / KG ZA 10-891 Vonnis in kort geding van 17 november 2010 in de zaak van 1. de vennootschap onder firma DIGI-D, gevestigd

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-270 d.d. 1 oktober 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heer H. Mik RA en de heer G.J.P. Okkema, leden en mevrouw mr. I.M.M. Vermeer, secretaris)

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel.

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Benadeelde komt ten val over een putdeksel dat drie centimeter boven het gewone trottoirniveau uitsteekt en loopt letsel

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 429233 / KG ZA 12-1139

zaaknummer / rolnummer: 429233 / KG ZA 12-1139 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 429233 / KG ZA 12-1139 Vonnis in kort geding van in de zaak van X, h.o.d.n. PUBLIEC, wonende te Delft, eiseres, advocaat mr. O.R.

Nadere informatie

Raad van Toezicht NVI, Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045

Raad van Toezicht NVI, Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Raad van Toezicht NVI, Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Uitspraak van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging van Incassoondernemingen,

Nadere informatie

1.2 De bank heeft een op 7 januari 2011 gedateerd verweerschrift ingediend.

1.2 De bank heeft een op 7 januari 2011 gedateerd verweerschrift ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2011-07 d.d. 16 juni 2011 (mr. A. Rutten-Roos, voorzitter, mr. A. Bus, mr. C.A. Joustra, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. F. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-303 d.d. 30 oktober 2012 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, en de heren drs. L.B. Lauwaars RA en G.J.P. Okkema, leden, en mr. D.M.A.

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 251 d.d. 4 oktober 2011 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. J.W.M. Lenting en mr. J.Th. de Wit, leden, mr. E.P.A. Bogers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

in naam des Konings vonn1s

in naam des Konings vonn1s in naam des Konings vonn1s RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's-hertogenbosch zaaknummer I rolnummer: CIOl/280384 I HA ZA 14-468 Vonnis van 15 apri12015 in de zaak van de rechtspersoon

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. Rabobank, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. Rabobank, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-50 d.d. 27 januari 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. W.F.C. Baars, leden en mr. E.J. Heck, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie