De export van biomassa-afval in relatie tot bio-energiebeleid in Nederland, Zweden en Duitsland. Steven H. Sambell

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De export van biomassa-afval in relatie tot bio-energiebeleid in Nederland, Zweden en Duitsland. Steven H. Sambell"

Transcriptie

1 De export van biomassa-afval in relatie tot bio-energiebeleid in Nederland, Zweden en Duitsland Steven H. Sambell

2

3 De export van biomassa-afval in relatie tot bio-energiebeleid in Nederland, Zweden en Duitsland Steven H. Sambell Afstudeerscriptie Technische Bestuurskunde Delft, november 2004 Technische Universiteit Delft Faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) Afstudeercommissie: prof. dr. ir. M.P.C Weijnen dr. K. Hemmes dr. I.S. Mayer drs. G.J. van Dijk TBM, Industrie, Energie en Milieu TBM, Industrie, Energie en Milieu TBM, Beleidskunde / Organisatie en Management Ministerie van Economische Zaken

4

5 Samenvatting Doel van deze studie Het ministerie van Economische Zaken wil de productie van bio-energie in Nederland stimuleren. Het ministerie wil in dit verband graag leren van en rekening houden met het beleid dat andere landen voeren ten aanzien van bio-energie. De afgelopen jaren is de Nederlandse export van de potentiele bio-brandstoffen houtafval en bouw- en sloop-restfractie (B&S-restfractie) sterk gestegen. Het ministerie van Economische Zaken wil weten wat de oorzaken zijn van deze export en of de export verband houdt met bio-energiebeleid binnen of buiten Nederland. Het ministerie wil deze kennis kunnen gebruiken bij toekomstig duurzaam energiebeleid. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Wat is de aard en de omvang van het geëxporteerde Nederlands biomassa-afval, welke factoren zijn van invloed op deze export en welke aanknopingspunten bieden deze factoren voor toekomstig duurzaam energiebeleid? Onderzoeksmethode Eerst worden de beschikbare gegevens over de import en export van biomassa bestudeerd. Omdat alleen cijfers beschikbaar zijn over de import en export van afval, worden alleen de stromen in de analyse meegenomen die (deels) uit biomassa-afval bestaan. Uit de analyse blijkt dat vooral houtafval en B&S-restfractie op grote schaal uit Nederland worden geëxporteerd. De energie-inhoud van deze stromen overstijgt meer dan de helft van de totale jaarlijkse Nederlandse duurzame energieproductie. Om de mogelijke invloeden op de export van houtaval en B&S-restfractie te inventariseren, worden interviews gehouden met direct betrokkenen en belanghebbenden. Tijdens een interview worden de door de geïnterviewde genoemde factoren en hun onderlinge relaties schematisch uitgetekend. Hierdoor kan de geïnterviewde de genoteerde oorzaak-gevolgrelaties verifiëren. Met alle mentale kaarten die dit oplevert, wordt één schematisch overzicht gemaakt waarin alle individuele veronderstellingen met betrekking tot de invloeden op de export zijn verwerkt. Deze veronderstellingen worden zoveel mogelijk onderbouwd met literatuur. Uit deze inventarisatie en gedeeltelijke toetsing van veronderstellingen, blijkt dat de export van B&S-restfractie vooral wordt veroorzaakt door factoren die niets met bio-energie te maken hebben. B&S-restfractie wordt voornamelijk naar Duitsland geëxporteerd om daar te worden verwijderd of na sortering te worden hergebruikt. Een groot aantal van de genoemde invloeden op de export van houtafval, heeft wél betrekking op de productie van bio-energie. Het gaat dan om de benutting van het houtafval voor de productie van bioenergie in Zweden en Duitsland. De in dit verband genoemde factoren zijn gebaseerd op de algemene veronderstelling dat in Zweden en/of Duitsland de omstandigheden voor het bouwen en exploiteren van een bio-energiecentrale gunstiger zijn dan in Nederland. Volgens de geïnterviewden wordt er in Zweden en Duitsland relatief veel bio-energie geproduceerd omdat een potentiële investeerder in een bio-energiecentrale in Zweden en/of Duitsland meer winst kan maken (rendabiliteit) en minder risico s loopt dan in Nederland. Bovendien zou er in Zweden en Duitsland een hogere urgentie bestaan om tot een spoedige investering in een bio-energiecentrale over te gaan. Deze drie begrippen: rendabiliteit, risico s en urgentie worden in het kader van dit onderzoek gezien als de pijlers die uitdrukken hoe aantrekkelijk het investeringsklimaat voor bio-energie in een land is. De geïnterviewden noemen een groot aantal factoren die van invloed zouden zijn op een van de drie pijlers van het investeringsklimaat. Deze factoren worden ondergebracht in drie categorieën: v

6 subsidiebeleid, emissie- en vergunningsbeleid en sociale- en marktomstandigheden. Voor elke factor geldt dat minstens twee geïnterviewden veronderstellen dat deze factor in Zweden en/of Duitsland een gunstiger invloed heeft op het investeringsklimaat dan in Nederland het geval is. Het door de geïnterviewden gepercipieerde verschil in investeringsklimaat voor bio-energie, tussen enerzijds Nederland en anderzijds Duitsland en Zweden, is een belangrijk aanknopingpunt voor verder onderzoek. Daarom dienen deze veronderstellingen als basis voor een vergelijkend landenonderzoek. Hierbij wordt het investeringsklimaat voor houtgestookte elektriciteitscentrales per land geëvalueerd aan de hand van de door de geïnterviewden genoemde factoren. Tijdens dit landenvergelijkend onderzoek zijn literatuurstudie en interviews de belangrijkste bronnen. Na vergelijking blijkt op welke aspecten de drie landen onderling verschillen en welke gevolgen het subsidie-, emissie- en vergunningsbeleid in elk van de drie landen heeft op de productie van bioelektriciteit. Met behulp van deze inzichten worden aanbevelingen gedaan voor toekomstig Nederlands duurzaam energiebeleid. Resultaten De export van bouw- en sloop-restfractie is voornamelijk een gevolg van de lage tarieven voor afvalverwijdering in Duitsland. Door het grote prijsverschil met Nederland is de export zeer lucratief en vindt er ook illegale export plaats. Door aangekondigde wijzigingen van het Duitse afvalbeleid wordt het prijsverschil na 2005 waarschijnlijk veel kleiner en droogt de export wellicht op. De export van houtafval staat wél in verband met productie van bio-energie. Vooral Zweden en Duitsland importeren Nederlands houtafval voor de productie van bio-energie. Zweden en Duitsland produceren zowel in relatieve als in absolute termen meer bio-energie dan Nederland. Dit is gedeeltelijk terug te voeren op betrekkelijk autonome factoren. Door de omvang van de houtindustrie in beide landen, ligt de productie van bio-energie er bijvoorbeeld meer voor de hand en wordt bio-energie breder geaccepteerd dan in Nederland. Hierdoor bestaat er in Zweden en Duitsland ook meer ervaring en kennis met betrekking tot de productie van bio-energie. Het subsidiebeleid van Zweden en Duitsland werkt eveneens stimulerend voor de productie van bioelektriciteit. Hoewel ze een totaal verschillend ondersteuningsmechanisme hanteren, kenmerken beide landen zich door jarenlang stabiel en consequent subsidiebeleid. In Zweden compenseert het opgebouwde vertrouwen in de overheid zelfs gedeeltelijk voor het ontbreken van langdurig gegarandeerde subsidiezekerheid, zoals Duitsland bijvoorbeeld wel kent. Het Nederlandse subsidiebeleid is minder stabiel, sinds 1997 is er niet één jaar geweest dat het subsidiestelsel niet werd gewijzigd. Wat formele zekerheden betreft, laat de Nederlandse MEP-subsidie eveneens te wensen over, grootschalige bio-energiecentrales krijgen op dit moment bijvoorbeeld slechts tot juli 2006 subsidiezekerheid. In een dergelijk onzeker klimaat, zijn de risico s voor potentiële investeerders relatief groot. Ook vanuit overheidsperspectief is de MEP-regeling voor verbetering vatbaar. Door de MEP-heffing niet per aansluiting maar per KWh om te slaan, zoals Zweden en Duitsland doen, wordt stroombesparing gestimuleerd. Gezien de doelmatigheidsrisico s van de MEP is het ook raadzaam om een verplichtingstelsel in te voeren, vergelijkbaar met het Zweedse systeem. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de verplichting gekoppeld kan worden aan de doelstellingen ten aanzien van duurzame energieproductie, In tegenstelling tot Zweden en Duitsland, is het Nederlandse emissie- en vergunningsbeleid weinig afgestemd op de productie van bio-energie. Dit leidt tot vertraagde en mislukte vergunningsprocedures en tot hogere kosten voor producenten van bio-energie. Nederland zou het risico op het vertragen of mislukken van vergunningsprocedures kunnen verkleinen door net als in Zweden en Duitsland de beoordeling van vergunningsaanvragen onder te brengen bij een gespecialiseerd en onafhankelijk orgaan. vi

7 Inhoudsopgave Samenvatting Inhoudsopgave V VII 1. Inleiding: bio-energiebeleid en de export van biomassa Inleiding Nederlandse beleidsdoelstellingen met betrekking tot duurzame energieproductie Kwalificering van de doelstellingen voor duurzame- en bio-energie Biomassa-behoefte en beschikbaarheid Export houtafval en bouw- en slooprestfractie Informatiebehoefte bij het ministerie van Economische Zaken Vraagstelling Structuur rapport 5 2. Onderzoeksmethode Inleiding Fase 1: Afbakening Fase 2: Inventarisatie van veronderstelde invloeden op de export Interviews als voornaamste bron Selectie geïnterviewden Opzet interviews Synthese van de interviewresultaten tot een kwalitatief model Fase 3: Toetsing van de veronderstelde invloeden aan de werkelijkheid Fase 4: Reflectie, conclusies en aanbevelingen Evaluatie van het ontwikkelde en gebruikte raamwerk voor het investeringsklimaat Bio-energie en biomassa binnen het Nederlands duurzaam energiebeleid Inleiding Definitie bio-energie Duurzaamheid bio-energie Lage CO 2 -uitstoot bio-energie Hernieuwbaarheid bio-energie Ecologische en sociaal-economische risico s bio-energie Bio-energie-conversietechnologieën Biomassa-bronnen Beschikbaarheid biomassa, wereldwijd en in Nederland Productie van bio-energie in Nederland Conclusies Afvalverwerking in Nederland Inleiding Nederlands afvalbeleid Doelstellingen Landelijk afvalbeheerplan Nuttige toepassing Beleid ten aanzien van export en import van afval 26 vii

8 4.2.5 Stortbeleid Structuur Nederlandse afvalverwerking Afvalverbrandingsinstallaties in Nederland Import en export van biomassa-afval Conclusies 5. De export van bouw- en sloop-restfractie Inleiding Eigenschappen van de geëxporteerde bouw- en sloop-restfractie Bestemming en benutting van de geëxporteerde bouw- en sloop-restfractie Inventarisatie mogelijke oorzaken van de export van B&S-restfractie Hoofdoorzaken legale en illegale export van B&S-restfractie Toelichting hoofdoorzaken export van B&S-resfractie Verwachtte toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van de export van B&S-restfractie Relevantie voor het Nederlandse bio-energiebeleid Voorlopige conclusies ten aanzien van de export van B&S-restfractie De export van houtafval Inleiding Eigenschappen van het geëxporteerde houtafval Bestemming en benutting van het geëxporteerde houtafval Inventarisatie mogelijke oorzaken van de export van houtafval Spaanplaatindustrie Zware industrie Kolen-, turf-, en bruinkoolcentrales Zelfstandige houtgestookte bio-energiecentrales Verwachtte toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van de export van houtafval Voorlopige conclusies ten aanzien van de export van houtafval en de relatie met 54 bio-energiebeleid 7. Raamwerk voor het investeringsklimaat voor bio-elektriciteit Inleiding Het ondernemers- en het nationale perspectief Het ondernemersperspectief Het nationale perspectief Grafische weergave van het model Sociale- en marktomstandigheden Hoeveelheid benut bio-energie-vermogen De omvang van de bestaande houtindustrie en houtcultuur Klimaat Vervangingsnoodzaak andere elektriciteitscentrales Risico van prijsfluctuaties in de houtmarkt Subsidiebeleid Hoogte en duur van de subsidie Gunstige subsidie op bio-warmte Zekerheden in het bestaande subsidiestelsel Continuïteit subsidiebeleid overheid Tijdsdruk in het subsidiestelsel Emissie- en vergunningsbeleid 64 viii

9 7.6.1 Mate van decentralisatie van emissie- en vergunningsbeleid Consistentie overheid ten aanzien van emissienormen en 64 Vergunningsbeleid Hoogte van emissie-eisen Conclusie Investeringsklimaat voor bio-elektriciteit in Nederland Inleiding Achtergrond Nederlands bio-energiebeleid De opkomst van aardgas Accentverschuiving naar duurzaamheid De REB-stimulering De MEP-productiesubsidie Marketing van groene stroom Sociale- en marktomstandigheden Hoeveelheid benut bio-energie-vermogen Houtindustrie en cultuur Klimaat Vervangingsnoodzaak andere elektriciteitscentrales Risico s prijsfluctuaties in de houtmarkt Subsidiebeleid Hoogte van de subsidie Duur van de subsidie Subsidie bio-warmte Zekerheden in het bestaande subsidiestelsel Continuïteit subsidiebeleid overheid Tijdsdruk in het subsidiestelsel Emissie- en vergunningsbeleid Gebrek aan wetgeving voor verstoken van biomassa Circulaire Emissiebeleid voor energiewinning uit biomassa en afval Besluit verbranding afvalstoffen (BVA) Bezwaar- en beroepsprocedures Mate van decentralisatie emissie- en vergunningsbeleid Consistentie overheid t.a.v. emissienormen en 81 vergunningsbeleid Hoogte van emissie-eisen Voorlopige conclusies Investeringsklimaat voor bio-elektriciteit in Duitsland Inleiding Achtergrond Duits bio-energiebeleid De jaren 70 en Einspeisegsetz (StrEG) Regeringsdeelname Groenen Erneuerbare Energien Gesetz (EEG) Biomasseverordnung Sociale- en marktomstandigheden Hoeveelheid benut bio-energie-vermogen Houtindustrie en cultuur 88 ix

10 9.3.3 Klimaat Vervangingsnoodzaak andere energiecentrales Risico s prijsfluctuaties in de houtmarkt Subsidiebeleid Hoogte van de subsidie Duur van de subsidie Subsidie bio-warmte Zekerheden in het bestaande subsidiestelsel Continuïteit subsidiebeleid overheid Tijdsdruk in het subsidiestelsel Emissie- en vergunningsbeleid Mate van decentralisatie emissie- en vergunningsbeleid Consistentie overheid t.a.v. emissienormen en 92 vergunningsbeleid Hoogte van emissie-eisen Voorlopige conclusies Investeringsklimaat voor bio-elektriciteit in Zweden Inleiding Achtergrond Zweeds bio-energiebeleid Van hout naar kolen en olie Opkomst kernenergie Belastinghervorming en investeringssubsidies Afnameverplichting groencertificaten Sociale- en marktomstandigheden Hoeveelheid benut bio-energie-vermogen Houtindustrie en cultuur Klimaat Vervangingsnoodzaak andere elektriciteitscentrales Risico s prijsfluctuaties in de houtmarkt Subsidiebeleid Hoogte van de subsidie Duur van de subsidie Subsidie bio-warmte Zekerheden in het bestaande subsidiestelsel Continuïteit subsidiebeleid overheid Tijdsdruk in het subsidiestelsel Emissie- en vergunningsbeleid Mate van decentralisatie emissie- en vergunningsbeleid Consistentie overheid t.a.v. emissienormen en 105 vergunningsbeleid Hoogte van emissie-eisen Voorlopige conclusies Vergelijking van het investeringsklimaat voor bio-elektriciteit in 109 Nederland, Duitsland en Zweden 11.1 Inleiding Sociale- en marktomstandigheden Hoeveelheid benut bio-energievermogen 109 x

11 Houtindustrie en cultuur Klimaat Vervangingsnoodzaak andere energiecentrales Risico s prijsfluctuaties houtmark t Conclusies met betrekking tot sociale- en marktomstandigheden Subsidiebeleid Hoogte van de subsidie Duur van de subsidie Subsidie bio-warmte Zekerheden in het bestaande subsidiestelsel Continuïteit subsidiebeleid overheid Tijdsdruk in het subsidiestelsel Conclusies met betrekking tot het subsidiebeleid Emissie- en vergunningsbeleid Mate van decentralisatie emissie- en vergunningsbeleid Consistentie overheid t.a.v. emissienormen en 117 vergunningsbeleid Hoogte van emissie-eisen Conclusies met betrekking tot emissie- en vergunningsbeleid Overzichtstabel van het investeringsklimaat voor bio-elektriciteit in de drie landen Reflectie op het Nederlands duurzaam energiebeleid Inleiding De maatschappelijke en financiële belangen Heroriëntatie op doelen en middelen Kwaliteit beleidsvorming Nieuw subsidiestelsel Perspectief overheid Conclusies en aanbevelingen Inleiding De export van houtafval en bouw- en sloop-restfractie Emissie- en vergunningsbeleid Subsidiebeleid groene stroom Duurzaam energiebeleid 134 Referenties 137 Bijlage A: Geïnterviewde personen 143 Bijlage B: Aan geïnterviewden verstrekte achtergrondinformatie 145 Bijlage C: Energie-inhoud van geëxporteerd afval 147 Bijlage D: Omrekenen emissienormen naar een passende zuurstofreferentie 149 xi

12 xii

13 1. Inleiding: bio-energiebeleid en de export van biomassa 1.1 Inleiding De Nederlandse overheid wil de productie van duurzame energie in Nederland stimuleren. Bio-energie speelt hier in de visie van het ministerie van Economische Zaken een onmisbare rol in. Het ministerie wil in dit verband graag leren van en rekening houden met het beleid dat andere landen voeren ten aanzien van bio-energie en aanverwante onderwerpen. De afgelopen paar jaar is de export uit Nederland van de potentiële bio-brandstoffen houtafval en bouw- en sloop-restfractie (B&S-resfractie) sterk gestegen. Het ministerie van Economische Zaken wil weten wat de oorzaken zijn van deze export en of de export verband houdt met bio-energiebeleid binnen of buiten Nederland. Dit onderzoek inventariseert eerst de mogelijke oorzaken van de toegenomen export van houtafval en B&S-restfractie. Vervolgens wordt getoetst in hoeverre de export verklaard kan worden vanuit verschillen in het investeringsklimaat voor bio-elektriciteit in enerzijds Nederland en anderzijds Duitsland en Zweden. De verworven inzichten leiden tot aanbevelingen voor effectiever Nederlands bio-energiebeleid. Dit hoofdstuk gaat over de aanleiding en onderzoeksvragen van dit rapport. Eerst worden in paragraaf 1.2 de bestaande Nederlandse doelstellingen met betrekking tot duurzame energieproductie en bio-energie toegelicht en gekwantificeerd. Paragraaf 1.3 behandelt de toegenomen export van houtafval en B&S-restfractie uit Nederland. Het voorgaande leidt in paragraaf 1.4 en 1.5 tot de bestaande informatiebehoefte bij het ministerie van Economische Zaken en de vraagstelling van dit onderzoek. Paragraaf 1.6 dient als leeswijzer van dit rapport. 1.2 Nederlandse beleidsdoelstellingen met betrekking tot duurzame energieproductie Doelstellingen duurzame energieproductie De Nederlandse overheid heeft tot doel gesteld dat in % van het Nederlands energieverbruik van duurzame oorsprong moet zijn (EZ, 1997). Ook heeft Nederland in Europees verband afgesproken om in % duurzaam opgewekte stroom te gebruiken. Deze ambities komen voort uit de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Reductie CO2-emissie: Duurzame opwekkingsmethoden genereren nauwelijks extra CO2- emissies, dit past binnen de Nederlandse Kyoto-doelstelling om CO2-emissies te reduceren. 2. Voorzieningszekerheid: Een meer divers arsenaal aan opwekkingsmethoden en verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is gunstig voor lange termijn-voorzieningszekerheid. 3. Milieuvervuiling verminderen: Duurzame opwekkingmethodes vervuilen het milieu vaak minder dan fossiele energiebronnen. De genoemde doelen voor duurzame energie en stroom zijn geen productiedoelstellingen maar zogeheten verbruiksdoelstellingen. Dit betekent bijvoorbeeld dat uit Duitsland geïmporteerde stroom van duurzame oorsprong ook aan de genoemde doelstellingen bijdraagt. Toch is het streven van EZ dat veruit het grootste deel in Nederland wordt geproduceerd. Productie in Nederland waarborgt immers de voorzieningszekerheid en stimuleert de werkgelegenheid en technologieontwikkeling. Dat er op dit moment nog geen duidelijke internationale afspraken zijn over garanties van oorsprong voor duurzame stroom draagt bij aan dit streven Kwantificering van de doelstellingen voor duurzame- en bio-energie De huidige hoofddoelstellingen met betrekking tot het gebruik van duurzame energie zijn geformuleerd in procenten van het totale gebruik in de toekomst, bijvoorbeeld 10% duurzaam 1

14 energieverbruik in Het totale Nederlandse energiegebruik in 2020 wordt door het RIVM geschat op 3572 PJ (RIVM, 2001). Natuurlijk is dit op een termijn van twintig jaar wel érg nauwkeurig. Toch kunnen hiermee de ambities van EZ voor duurzame energie in een context worden geplaatst. Uitgaande van 10% DE in 2020, komt de streefwaarde voor 2020 op 357 PJ. Dit is ruim een verzevenvoudiging van de huidige productie van 48 PJ (zie figuur 1.1). Eventuele import of export van duurzame stroom wordt in deze berekening overigens buiten beschouwing gelaten. Economische Zaken heeft niet gespecificeerd in welke mate bio-energie dient bij te dragen aan de gestelde doelen. Toch verwacht het ministerie dat bio-energie de grootste bijdrage zal leveren aan de totale duurzame energieproductie. Zo wordt in het actieprogramma duurzame energie in opmars (EZ, 1997) aan bio-energie een mogelijke bijdrage van 44% toegeschreven aan de Nederlandse duurzame energieopwekking in Sindsdien is de verwachte Nederlandse energievraag voor 2020 sterk toegenomen, van 2880 tot 3572 PJ. Bovendien zijn de verwachtingen voor andere duurzame technologieën, zoals bijvoorbeeld zon-pv, sterk naar beneden bijgesteld. Als bio-energie dus niet voor minstens 50% (in plaats van 44%) bijdraagt aan de 10%-doelstelling voor 2020, komt het halen van deze doelstelling in gevaar. Tenzij er natuurlijk wordt overgegaan op grootschalige import. Dit laatste is volgens het ministerie van Economische Zaken echter ongewenst omdat import ten koste zou gaan van de voorzieningszekerheid, werkgelegenheid en technologieontwikkeling in Nederland. Waarschijnlijk is zelfs een bijdrage van 50% aan de krappe kant, gezien de tot nu toe marginale bijdrage van andere technologieën, zie ook figuur 1.1. Figuur 1.1: De hoeveelheid vermeden primaire energie (in PJ) door in Nederland geproduceerde duurzame energie in de periode (Ecofys, 2003) (CBS, 2004). Ook de ambitie van 10% DE in 2020 is met een schatting gekwantificeerd. Stel dat in 2020 inderdaad 50 % van de duurzame energievoorziening van bio-energie zou komen. Wanneer rekening wordt gehouden met de 10% duurzaam-doelstelling, dan moet bio-energie in 2020 zo n 5% van de totale Nederlandse energievoorziening uitmaken. Bij een geschat energieverbruik van 3572 PJ in 2020, betekent dit een totale Nederlands bio-energieproductie van 179 PJ Biomassa-behoefte en beschikbaarheid Volgens scenariostudies van TNO kan de binnenlandse productie van voor energieopwekking beschikbare biomassa in 2020 tussen de 9 en 121 PJ aan energie opleveren (zie ook het einde van paragraaf 3.5). Als het gematigde scenario (94 PJ) werkelijkheid zou worden, dan zou er bij de huidige ambities in 2020 nog voor zo n 85 PJ aan biomassa nodig zijn. Als de hiervoor benodigde hoeveelheid biomassa speciaal hiervoor zou worden geteeld, is een areaal van zo n hectare 2

15 (± 52 bij 60 km) benodigd 1. Een dergelijk oppervlak is in een klein land als Nederland, waar ook landbouwgrond relatief duur is, niet beschikbaar voor energieteelt. Zo ziet TNO in zijn beschikbaarheidstudie voor biomassa in 2020 hoogstens 10 PJ aan biomassa-aanbod afkomstig van binnenlandse energieteelt. Om de bestaande ambities op het gebied van duurzame energie en bio-energie te verwezenlijken, is er in de toekomst dus vrijwel zeker import van biomassa nodig. Het is moeilijk om te zeggen hoeveel import er precies nodig zal zijn. Dit hangt onder andere af van de binnenlandse beschikbaarheid en de werkelijke behoefte. Natuurlijk zijn de stromen biomassa die nu worden geëxporteerd om vaak elders voor energieopwekking te worden ingezet ook interessant als potentiële brandstof. Het is daarom van belang te achterhalen waarom dergelijke biomassa-stromen juist elders worden ingezet als brandstof en waarom niet in Nederland. De Nederlandse afhankelijkheid van het buitenland wordt in de toekomst immers alleen maar groter. 1.3 Export van houtafval en bouw- en sloop-restfractie De import en export van biomassa wordt slechts geregistreerd wanneer de betreffende biomassa door het ministerie van VROM als afvalstof wordt beschouwd. Voor de import en export van afval is namelijk een vergunning nodig. De in- en uitvoer van niet-afvalstoffen behoeft geen vergunning en wordt op dit moment dus ook niet in Nederland geregistreerd. Vandaar dat er alleen import- en exportgegevens beschikbaar zijn van soorten biomassa die door VROM als afval worden aangemerkt. De afgelopen paar jaar is de export van brandbaar afval uit Nederland sterk toegenomen. In figuur 1.2 wordt dit voor de grootste stromen geïllustreerd. Vooral houtafval en de restfractie van bouw- en sloopafval worden grootschalig uitgevoerd. Uit analyses van het Internationaal Meldpunt Afvalstoffen (IMA, 2003) blijkt dat de totale energie-inhoud van het geëxporteerde houtafval en B&S-restfractie 25 PJ bedraagt. Van dit energiepotentieel wordt 11 PJ in het land van bestemming verbrand. Kton Rioolwaterzuiveringsslib Figuur 1.2: De export van brandbaar afval uit Nederland sinds 1996, uitgedrukt in Kton (AOO, 2003). Deze enorme export van houtafval en B&S-restfractie wordt bij lange na niet gecompenseerd door de importstromen die Nederland binnenkomen. Zo is de energie-inhoud van al het geïmporteerde afval nog geen 0,3 PJ. Meer gedetailleerde informatie over de import en export van biomassa-afval staat in paragraaf 4.5 en in de hoofdstukken 5 en 6. 1 Uitgaande van 270 GJ/hectare = 3667 hect / PJ. Bron: NOVEM (1999) 3

16 1.4 Informatiebehoefte bij het ministerie van Economische Zaken Het ministerie van Economische Zaken voert, in het kader van zijn DE-doelstellingen, beleid om de opwekking van bio-energie in Nederland te stimuleren. Zo valt het opwekken van bio-energie onder de subsidieregeling milieukwaliteit elektriciteitsproductie (MEP, 2003). Exploitanten van Nederlandse kolencentrales hebben zich onlangs verbonden aan een convenant waarin zij zich verplichten om in de toekomst biomassa bij te gaan stoken (EZ, 2002). En binnen het project Actieplan Biomassa wordt gestreefd naar het elimineren van obstakels die potentiële producenten van bio-energie in de weg kunnen staan (EZ, 2004a). Er bestaat daarnaast nog een scala aan subsidies die met onderzoek en de productie van duurzame energie samenhangen Ondanks de stimulering van bio-energie worden er grote hoeveelheden biomassa, namelijk houtafval en restfracties van bouw- en sloopafval, geëxporteerd naar buurlanden om daar te worden benut, vaak voor energiedoeleinden. Waarom de betreffende stromen niet door Nederlandse energieproducenten worden ingezet voor de opwekking van bio-energie, is onduidelijk. Het ministerie van Economische Zaken wil weten in hoeverre de huidige export wordt veroorzaakt door verschillen tussen het overheidsbeleid van Nederland en de landen van bestemming ten aanzien van de benutting van de betreffende afvalstoffen. Misschien dat bepaalde energiesubsidies in onze buurlanden bijvoorbeeld hoger liggen of onder andere voorwaarden worden uitgekeerd dan in Nederland. Wat de werkelijke oorzaken van de export zijn, is tot nu toe echter grotendeels onbekend. Economische Zaken wil daarom om de volgende redenen meer inzicht in de oorzaken die ten grondslag liggen aan de huidige export van houtafval en B&S-restfractie: 1. Groot energiepotentieel: Als de huidige exportstromen van houtafval en B&S-restfractie ingezet zouden worden voor de opwekking van (bio-)energie in Nederland, zou dit 25 PJ aan energie genereren, waarvan ongeveer 19 PJ bio-energie. Wellicht kan dit energiepotentieel in Nederland worden benut. 2. Signaalfunctie: De huidige export van biomassa-afval kan een symptoom zijn van een probleem met betrekking tot de opwekking van bio-energie in Nederland dat breder is dan voor alleen de potentiële brandstoffen houtafval en B&S-restfractie. Als dit het geval is, zijn de lessen uit dit onderzoek breder toepasbaar dan alleen voor houtafval en B&S-restfractie. 3. Leren van buitenland: Misschien is de export het gevolg is van succesvol duurzaam energiebeleid in buurlanden. Als dit het geval is, kan hiervan geleerd worden. 4. Afstemming beleid: Mogelijk werken Nederland en haar buurlanden elkaar tegen met hun bioenergiebeleid. Als dit het geval is, is onderlinge afstemming gewenst. 1.5 Vraagstelling Om in de hierboven beschreven informatiebehoefte te voorzien, is de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Wat is de aard en de omvang van het geëxporteerde Nederlands biomassa-afval, welke factoren zijn van invloed op deze export en welke aanknopingspunten bieden deze factoren voor toekomstig duurzaam energiebeleid? De volgende deelvragen dragen bij aan de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag: 1. Wat is de rol van bio-energie en biomassa binnen het Nederlandse duurzaam energiebeleid? 2. Wat is de aard, de omvang en de bestemming van het uit Nederland geëxporteerde biomassaafval? 4

17 3. Welke factoren zijn van invloed op de export van Nederlands biomassa-afval? 4. In hoeverre is er een verband tussen de export van Nederlands biomassa-afval en bioenergiebeleid in Nederland en/of in de landen van bestemming? 5. Welke aanknopingspunten bieden de bevindingen in dit onderzoek voor toekomstig duurzaam energiebeleid? 1.6 Structuur rapport Hoofdstuk 2 behandelt de in dit onderzoek gebruikte methoden. Hoofdstuk 3 beschrijft het belang van bio-energie en biomassa binnen het Nederlands duurzaam energiebeleid. De soorten biomassa waar dit onderzoek zich op richt, zijn afvalstoffen, daarom beschrijft hoofdstuk 4 welke consequenties dit heeft voor de handel en de verwerking van deze biomassa. Uit dit hoofdstuk blijkt tevens dat houtafval en bouw- en sloop-restfractie veruit de grootste exportstromen van biomassaafval vertegenwoordigen. Daarom wordt in respectievelijk hoofdstuk 5 en 6 geïnventariseerd welke factoren mogelijk van invloed zijn op deze export. Deze inventarisatie leidt tot de hypothese dat het investeringsklimaat voor bio-elektriciteit in Zweden en Duitsland gunstiger is dan in Nederland. Deze hypothese wordt in hoofdstuk 7 toegelicht aan de hand van een model dat beschrijft op welke aspecten Nederland zou verschillen van Zweden en Duitsland. De hoofdstukken 8 tot en met 11 toetsen vervolgens door middel van een vergelijkend landenonderzoek in hoeverre het Nederlandse investeringsklimaat voor bio-elektriciteit daadwerkelijk verschilt van dat in Zweden en Duitsland. Dit onderzoek levert een aantal inzichten op die niet direct voortvloeien uit de vraagstelling maar die toch nuttig kunnen zijn bij toekomstige beleidsvorming ten aanzien van duurzame energie. Deze observaties, die betrekking hebben op de Nederlandse beleidsvorming ten aanzien van duurzame energie, zijn gebundeld in hoofdstuk 12. Hoofdstuk 13 bevat de conclusies en aanbevelingen die uit dit onderzoek volgen. 5

18 6

19 2. Onderzoeksmethode 2.1 Inleiding Dit onderzoek richt zich op de vraag door welke factoren de export van Nederlands biomassa-afval wordt beïnvloed en in hoeverre er een verband bestaat tussen deze export en bio-energiebeleid in Nederland en/of in de landen van bestemming. Er bestaan nog geen geschikte methoden of technieken om vanuit een dergelijke invalshoek deze exportstromen te verklaren. Daarom is in het kader van dit onderzoek een eigen aanpak ontwikkeld waarbij verschillende technieken worden gecombineerd. Het onderzoek is uitgevoerd in vier fasen: 1. Afbakening 2. Inventarisatie van veronderstelde invloeden op de export 3. Toetsing van veronderstelde invloeden aan de werkelijkheid 4. Reflectie, conclusies en aanbevelingen Aan de hand van deze vier fasen worden in dit hoofdstuk de gebruikte methoden en technieken beschreven en onderbouwd. Paragraaf 2.6 evalueert het model dat in het kader van dit onderzoek is en ontwikkeld en dat gebruikt kan worden om het investeringsklimaat voor bio-elektriciteit te beoordelen Fase 1: Afbakening Eerst wordt aan de hand van literatuurstudie de huidige en toekomstige rol van bio-energie en biomassa binnen het Nederlandse duurzaam energiebeleid verkend. Vervolgens worden de gegevens geanalyseerd die beschikbaar zijn over de huidige import en export van biomassa-afval. Uit deze deels kwantitatieve analyse blijkt dat de export van houtafval en bouw- en sloop-restfractie veruit de grootste aantoonbare exportstromen van biomassa zijn. Dit is een reden in fase 2 verder te onderzoeken welke factoren van invloed zijn op deze exportstromen. 2.3 Fase 2: Inventarisatie van veronderstelde invloeden op de export In deze fase van het onderzoek wordt een inventarisatie gemaakt van alle factoren die mogelijk van invloed zijn op de export van houtafval en bouw- en sloop-restfractie. Deze inventarisatie is noodzakelijk om de factoren te kunnen identificeren die mogelijk verband houden met bioenergiebeleid in en/of buiten Nederland. Met deze informatie kan vervolgens in fase 3 worden getoetst welke veronderstelde verbanden tussen de export en bio-energiebeleid daadwerkelijk aantoonbaar zijn Interviews als voornaamste bron Bij de inventarisatie van factoren die van invloed zijn op de export, spelen interviews met betrokkenen een belangrijke rol. Hier is om verschillende redenen voor gekozen. Ten eerste is het aantal publicaties over de oorzaken van de betreffende exportstromen beperkt en veroudert informatie over de thema s snel. Ook is het in verband met de verschillende belangen van actoren goed om een compleet beeld op te bouwen. Sommige actoren kunnen er immers belang bij hebben om een bepaald aspect te verzwijgen of juist aan te dikken. Ook is het interessant om te zien of het beeld dat betrokkenen hebben, overeenkomt met de werkelijkheid. Misschien dat bepaalde aannames die aan hun gedrag ten grondslag liggen niet door de feiten worden gestaafd. Dergelijke onjuiste aannames kunnen echter wel degelijk invloed hebben hun gedrag, wat zijn weerslag zal hebben op de handel in biomassa en de productie van bio-energie. Er is om een aantal gekozen voor individuele interviews in plaats van groepssessies. Ten eerste bestond er aan het begin van deze inventariserende fase een beperkt inzicht in dit complexe vraagstuk 7

20 en alle factoren die een rol spelen. Zonder de benodigde voorkennis zou een groepsessie daarom snel kunnen verzanden in spraakverwarring en achteraf onvolledig blijken te zijn. Dit risico is des te groter door de diverse achtergrond van alle betrokkenen, veel geïnterviewden redeneren immers vanuit hun eigen expertise. Het afnemen van individuele interviews geeft de mogelijkheid om tussendoor verworven inzichten mee te nemen in volgende interviews Selectie geïnterviewden Om te kunnen inschatten welke partijen voor dit onderzoek relevant zijn, zijn op basis van enkele oriënterende interviews de belangrijkste sectoren benoemd die een rol spelen bij de productie, handel en uiteindelijke benutting van B&S-restfractie en houtafval. Figuur 2.1 toont deze sectoren. Ook zijn belangrijke invloeden en interacties tussen deze sectoren met verbindende lijnen aangegeven. 1. Overheid DE-beleid 2. Overheid afval & milieubeleid 3. AVI-industrie 4. Energie-industrie 5. Markt 8. Transport 9. Markt in een ander land 6. Overige verwerkende industrieën 7. Producenten & handelaren hout- en B&S-afval Figuur 2.1: Sectoren die een belangrijke rol spelen in de handel en uiteindelijke benutting van houtafval en B&S-restfractie. De verbindende lijnen vertegenoordigen belangrijke invloeden / interacties tussen sectoren. Om een beeld te krijgen van de markt (5) en het soort afzetgebieden (3,4,6 & 9) van B&S-restfractie en houtafval, zijn interviews gehouden met producenten en handelaren (7). De afvalverbrandingsindustrie (3) en energie-industrie (4) zijn, zowel binnen als buiten Nederland, potentiële afnemers van dit afval en producenten van bio-energie. Daarom zijn interviews gehouden met spelers en vertegenwoordigers uit deze sectoren. De overheid dicteert een groot deel van de voorwaarden en regels waaraan deze marktpartijen zich dienen te houden. Daarom zijn ook gesprekken gevoerd met ambtenaren die het duurzaam energiebeleid (1) en het afval- en milieubeleid (2) ten aanzien van dit onderwerp vormgeven. Ook met betrekking tot grensoverschrijdend transport (8) gelden door de overheid opgelegde milieuregels. Er zijn geen interviews gehouden met eindafnemers van B&Srestfractie en houtafval die het voor andere toepassingen dan voor verwijdering of energieproductie inzetten. In plaats daarvan is er tijdens de interviews met handelaren en producenten van dit afval ingegaan op het soort toepassingen van hun product en de factoren die bepalen welke toepassing hun product uiteindelijk krijgt. Bijlage A bevat een lijst met de in deze fase van het onderzoek geïnterviewde personen. Natuurlijk bestaat er in de landen van bestemming ook een markt (9) voor B&S-restfractie en houtafval. Net als in Nederland wordt deze markt vormgegeven door marktpartijen en de overheid. Omdat dit onderzoek beperkt van opzet is, zijn er in deze fase van het onderzoek geen interviews gehouden met deze buitenlandse partijen. In deze inventariserende fase van het onderzoek is de veronderstelde situatie in de landen waar het afval naartoe wordt geëxporteerd dus voornamelijk gebaseerd op de perceptie van de geïnterviewde Nederlandse actoren en beschikbare literatuur. 8

Insights Energiebranche

Insights Energiebranche Insights Energiebranche Naar aanleiding van de nucleaire ramp in Fukushima heeft de Duitse politiek besloten vaart te zetten achter het afbouwen van kernenergie. Een transitie naar duurzame energie is

Nadere informatie

Rendementen en CO -emissie van elektriciteitsproductie in Nederland, update 2012

Rendementen en CO -emissie van elektriciteitsproductie in Nederland, update 2012 Webartikel 2014 Rendementen en CO -emissie van 2 elektriciteitsproductie in Nederland, update 2012 Reinoud Segers 31-03-2014 gepubliceerd op cbs.nl CBS Rendementen en CO2-emissie elektriciteitsproductie

Nadere informatie

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Door Harry Kloosterman en Joop Boesjes (Stichting E.I.C.) Deel 1 (Basis informatie) Emissies: Nederland heeft als lidstaat van de Europese

Nadere informatie

Essent en duurzame energieproductie in Nederland

Essent en duurzame energieproductie in Nederland Essent en duurzame energieproductie in Nederland Een manifest Essents inspanningen voor duurzame energie Essent is een leidend bedrijf bij de inspanningen voor duurzame energie, vooral op het gebied van

Nadere informatie

certificeert duurzame energie

certificeert duurzame energie certificeert duurzame energie Met het certificeren van duurzame energie voorzien we deze energieproductie van een echtheidscertificaat. Dit draagt wezenlijk bij aan het goed functioneren van de groeneenergiemarkt.

Nadere informatie

Ontwerpregeling mep-subsidiebedragen voor afvalverbrandingsinstallaties

Ontwerpregeling mep-subsidiebedragen voor afvalverbrandingsinstallaties Regeling van de Minister van Economische Zaken van., nr..., houdende wijziging van de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2006 (periode 1 juli tot en met 31 december) en de

Nadere informatie

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Emissiekentallen elektriciteit Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Notitie: Delft, januari 2015 Opgesteld door: M.B.J. (Matthijs) Otten M.R. (Maarten) Afman 2 Januari

Nadere informatie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie Duorsume enerzjy yn Fryslân Energiegebruik en productie van duurzame energie 1 15 11 oktober 1 Inhoud Management Essay...3 1 Management Essay De conclusies op één A4 De provincie Fryslân heeft hoge ambities

Nadere informatie

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in geleverde elektriciteit Feiten en conclusies uit de notitie van ECN Beleidsstudies Sinds 1999 is de se elektriciteitsmarkt gedeeltelijk geliberaliseerd. In

Nadere informatie

: Nederlandse elektriciteitscentrales en onconventioneel gas

: Nederlandse elektriciteitscentrales en onconventioneel gas 30109151-Consulting 10-2303, rev.2 8-Feb-11 HKo/JMW Notitie aan van Betreft : AER/Den Haag : KEMA Nederland : Nederlandse elektriciteitscentrales en onconventioneel gas 1 INLEIDING De AER gaat een advies

Nadere informatie

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Duurzame biomassa Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Nuon Postbus 4190 9 DC Amsterdam, NL Spaklerweg 0 1096 BA Amsterdam, NL Tel: 0900-0808 www.nuon.nl Oktober 01 Het groene alternatief Biomassa

Nadere informatie

100% groene energie. uit eigen land

100% groene energie. uit eigen land 100% groene energie uit eigen land Sepa green wil Nederland op een verantwoorde en transparante wijze van energie voorzien. Dit doen wij door gebruik te maken van duurzame energieopwekking van Nederlandse

Nadere informatie

Leveranciersverplichting hernieuwbare energie

Leveranciersverplichting hernieuwbare energie De Nederlandse regering heeft zich gecommitteerd aan ambitieuze doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energie in 2020 en verschillende beleidsinstrumenten ingezet om deze doelstellingen te behalen.

Nadere informatie

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les.

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 1 Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 2 Colofon Dit is een uitgave van Quintel Intelligence in samenwerking met GasTerra en Uitleg & Tekst Meer informatie Kijk voor meer informatie

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

FOSSIELE BRANDSTOFFEN FOSSIELE BRANDSTOFFEN De toekomst van fossiele energiebronnen W.J. Lenstra Inleiding Fossiele energiebronnen hebben sinds het begin van de industriele revolutie een doorslaggevende rol gespeeld in onze

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Bron 1: Elektrische auto s zijn duur en helpen vooralsnog niets. Zet liever in op zuinige auto s, zegt Guus Kroes. 1. De elektrische auto is in

Nadere informatie

Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5

Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5 Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5 Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 2/5 Toelichting bij scenario-analyse energiebeleid Beesel Venlo Venray Deze toelichting beschrijft wat

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2

Communicatieplan Energie- & CO 2 Communicatieplan Energie- & CO beleid Versie 9 - Januari 013 Akkoord Directie: Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1. Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en voorgenomen acties in 01 1.4

Nadere informatie

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Onderzoek Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012 Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Datum: 9 september 2013 Vragen of reacties kunt u sturen

Nadere informatie

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Notitie Delft, maart 2011 Opgesteld door: M.N. (Maartje) Sevenster M.E. (Marieke) Head 2 Maart 2011 2.403.1 Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg 1 Inleiding Binnen de prestatieladder

Nadere informatie

Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen

Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen Plan van Aanpak POV Auteur: Datum: Versie: POV Macrostabiliteit Pagina 1 van 7 Definitief 1 Inleiding Op 16 november hebben wij van u

Nadere informatie

20 Verbranden als vorm van verwijdering

20 Verbranden als vorm van verwijdering 20 Verbranden als vorm van verwijdering 20.1 Inleiding Afvalstoffen die niet nuttig kunnen worden toegepast, moeten op een milieuhygiënisch verantwoorde manier worden verwerkt. Het beleid voor brandbaar

Nadere informatie

Ketenanalyse. Datum: 28-09-2015. Pagina 1 van 14

Ketenanalyse. Datum: 28-09-2015. Pagina 1 van 14 Ketenanalyse Datum: 28-09-2015 Status: concept Pagina 1 van 14 Ketenanalyse Afvalstromen Juni 2015 Bedrijfsgegevens Bedrijf: Aannemingsbedrijf van der Meer B.V. Bezoekadres: Verbreepark 23 Postcode en

Nadere informatie

Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen. Energiemonitor 2010

Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen. Energiemonitor 2010 Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen Energiemonitor 2010 Index 1. Inleiding 2. Populariteit energievormen 3. Bouwen tweede kerncentrale 4. Uitbreiding

Nadere informatie

Handboek CO2 reductiesysteem. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2

Handboek CO2 reductiesysteem. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Handboek CO2 reductiesysteem Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 A: Inzicht (wegingsfactor 40%) 4 2.1. Eisen voor niveau 1 4 2.2. Eisen voor niveau 2 4 2.3. Eisen

Nadere informatie

Resultaat Toetsing TNO Lean and Green Awards

Resultaat Toetsing TNO Lean and Green Awards ID Naam Koploper Datum toetsing 174 M. Van Happen Transport BV 2-4-2012 Toetsingscriteria 1. Inhoud en breedte besparingen 2. Nulmeting en meetmethode 3. Haalbaarheid minimaal 20% CO2-besparing na 5 jaar

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Dit document bevat de uitgewerkte actuele emissie inventaris van Welling Bouw Vastgoed Rapportage januari december 2009 (referentiejaar) Opgesteld door: Wouter van

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid.

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Een Levens Cyclus Duurzaamheids Analyse Auteur: Baukje Bruinsma November 2009 Samenvatting. Door het verbranden van fossiele

Nadere informatie

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen Samenvatting Er bestaan al jaren de zogeheten Richtlijnen voor goede voeding, die beschrijven wat een gezonde voeding inhoudt. Maar in hoeverre is een gezonde voeding ook duurzaam? Daarover gaat dit advies.

Nadere informatie

CO 2 en energiereductiedoelstellingen

CO 2 en energiereductiedoelstellingen CO 2 en energiereductiedoelstellingen t/m 2012 N.G. Geelkerken Site Manager International Paint (Nederland) bv Januari 2011 Inhoud 1 Introductie 3 2 Co2-reductie scope 4 2.1. Wagenpark 4 3 Co2-reductie

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras 15 Mei 2012 Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1.2 Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en

Nadere informatie

De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie

De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie door Adriaan Wondergem 6 october 2010 De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie van 2008 tot 2050. De kernvragen zijn: Hoe ziet een (bijna) CO2-loze

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen buispalen 2013

Ketenanalyse stalen buispalen 2013 Ketenanalyse stalen buispalen Genemuiden Versie 1.0 definitief \1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 De -prestatieladder 4.1 Scopes 4. Niveaus en invalshoeken 5 3 Beschrijving van de waardeketen

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof.

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof. Energielabel auto Personenwagens moeten voorzien zijn van een zogenaamd energielabel. Deze maatregel is ingesteld om de consument de mogelijkheid te geven om op eenvoudige wijze het energieverbruik van

Nadere informatie

Biomassa, het nieuwe goud. Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform

Biomassa, het nieuwe goud. Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform Biomassa, het nieuwe goud Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform ODE-Vlaanderen Structuur Vlaams kwaliteitscentrum voor decentrale duurzame energie belsolar Werkgroep groene stroom 2

Nadere informatie

CO2 impact kringloopbedrijven

CO2 impact kringloopbedrijven CO2 impact kringloopbedrijven CO2 besparing gerealiseerd in 2014 door Stichting Aktief Dhr. G. Berndsen Gildenstraat 43 7005 bl Doetinchem Tel. 0314330980 g.berndsen@aktief-groep.nl Samenvatting Met 1

Nadere informatie

buffer warmte CO 2 Aardgas / hout WK-installatie, gasketel of houtketel brandstof Elektriciteitslevering aan net

buffer warmte CO 2 Aardgas / hout WK-installatie, gasketel of houtketel brandstof Elektriciteitslevering aan net 3 juli 2010, De Ruijter Energy Consult Energie- en CO 2 -emissieprestatie van verschillende energievoorzieningsconcepten voor Biologisch Tuinbouwbedrijf gebroeders Verbeek in Velden Gebroeders Verbeek

Nadere informatie

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013 1 Beknopte samenvatting van de Inventaris duurzame energie in Vlaanderen 2013, Deel I: hernieuwbare energie, Vito, februari 2015 1 1 Het aandeel hernieuwbare energie in 2013 bedraagt 5,8 % Figuur 1 zon-elektriciteit

Nadere informatie

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels: Stappen deelcijfer weging 1 Onderzoeksvragen 10,0 6% 0,6 2 Hypothese 10,0 4% 0,4 3 Materiaal en methode 10,0 10% 1,0 4 Uitvoeren van het onderzoek en inleiding 10,0 30% 3,0 5 Verslaglegging 10,0 20% 2,0

Nadere informatie

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is.

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Energieverbruik binnen de voedingen drankensector. Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Deze whitepaper licht toe waarom het voor organisaties binnen de belangrijk is om inzicht te hebben

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 026 Reductie CO 2 -emissies Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage,

Nadere informatie

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg Startnotitie Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg 1 Aanleiding voor het onderzoek In de jaarrekening en het jaarverslag leggen Gedeputeerde Staten jaarlijks verantwoording

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

3B1 Reductiebeleid en Doelstellingen. Datum : 3 jul. 2014 Door : Sandra Kleef Functie : KAM-manager Versie : 2014.1

3B1 Reductiebeleid en Doelstellingen. Datum : 3 jul. 2014 Door : Sandra Kleef Functie : KAM-manager Versie : 2014.1 3B1 Reductiebeleid en Doelstellingen Datum : 3 jul. 2014 Door : Sandra Kleef Functie : KAM-manager Versie : 2014.1 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE 2 INLEIDING 3 01. HET CO2-REDUCTIEBELEID VAN ONS BEDRIJF 3

Nadere informatie

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! Deze notitie belicht puntsgewijs de grote rol van WKK bij energiebesparing/emissiereductie. Achtereenvolgens worden de volgende punten besproken en onderbouwd:

Nadere informatie

CO 2 - en energiereductiedoelstellingen 2013-2014 Alfen B.V. Auteur: H. van der Vlugt Versie: 1.1 Datum: 26-mei-2014 Doc.nr: Red1314 Alfen B.V. CO 2-reductierapport 2013-2014 Doc. nr. Red1314 26-mei-2014

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

Mobilisatie Biomassa een visie vanuit het bedrijfsleven. WUR/Alterra-workshop 3 juli 14 Fokke Goudswaard, voorzitter Platform Bio-Energie

Mobilisatie Biomassa een visie vanuit het bedrijfsleven. WUR/Alterra-workshop 3 juli 14 Fokke Goudswaard, voorzitter Platform Bio-Energie Mobilisatie Biomassa een visie vanuit het bedrijfsleven WUR/Alterra-workshop 3 juli 14 Fokke Goudswaard, voorzitter Platform Bio-Energie Missie PBE: promotie van verantwoord toegepaste bio-energie Platform

Nadere informatie

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort Historisch perspectief 1945-1970 Keerpunten in de jaren 70 oliecrisis en milieu Tsjernobyl (1986) ramp door menselijke fouten Kyoto protocol (1997) (CO 2 en global warming problematiek) Start alternatieven

Nadere informatie

Energieverzorging Nederland

Energieverzorging Nederland Energieverzorging Nederland Naar een Duurzame Samenleving (VROM) Vanuit een internationaal geaccordeerde basis voor 2050 Standpunt Nederlandse overheid : 100% CO2 -reductie Standpunt van de G8: 80 % CO2

Nadere informatie

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep Van Gelder Groep B.V. Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Van Gelder Groep 1 2015, Van Gelder Groep B.V. Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van dit document mag worden gereproduceerd in welke

Nadere informatie

Biomassa WKK in de glastuinbouw

Biomassa WKK in de glastuinbouw Management samenvatting Biomassa WKK in de glastuinbouw Evaluatie van transitieroutes Februari 2005 Auteurs Opdrachtgevers : Ir. Joep Coenen, Cogen Projects Ir. Stijn Schlatmann, Cogen Projects : Productschap

Nadere informatie

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Ondergetekenden: 1. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mevrouw G. Verburg, handelend als bestuursorgaan, hierna

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Hierin wil GroenLinks in ieder geval de volgende vragen beantwoord hebben.

gemeente Eindhoven Hierin wil GroenLinks in ieder geval de volgende vragen beantwoord hebben. gemeente Eindhoven Inboeknummer 15bst00959 Beslisdatum B&W 14 juli 2015 Dossiernummer 15.29.103 (2.3.1) Raadsvragen Van het raadslid dhr. R. Thijs (GroenLinks) over klimaatambities Eindhoven na gerechtelijke

Nadere informatie

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint.

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint. Derde voortgangsrapportage CO₂-emissie reductie Hierbij informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO₂ -emissie inventarisatie, betreffende de periode van juni 2014 tot en

Nadere informatie

Biomassa: brood of brandstof?

Biomassa: brood of brandstof? RUG3 Biomassa: brood of brandstof? Centrum voor Energie en Milieukunde dr ir Sanderine Nonhebel Dia 1 RUG3 To set the date: * >Insert >Date and Time * At Fixed: fill the date in format mm-dd-yy * >Apply

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte in Nederland Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte kost veel energie Warmtevoorziening is verantwoordelijk voor bijna 40% van het energiegebruik in Nederland.

Nadere informatie

Eerste voortgangsrapportage CO 2 -emissiereductie. Carbon Footprint 2010

Eerste voortgangsrapportage CO 2 -emissiereductie. Carbon Footprint 2010 Eerste voortgangsrapportage CO 2 -emissiereductie. Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze eerste Carbon Footprint over 2010 en 2011, en de eerste Carbon Footprint Analyse over 2011. Daarin

Nadere informatie

1 Nederland is nog altijd voor 92 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen

1 Nederland is nog altijd voor 92 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen achtergrond Afscheid van fossiel kan Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Energie(on)zekerheid ook. Dat betekent dat een transitie naar een veel duurzamere economie noodzakelijk is. Het recept

Nadere informatie

Kernenergie. Van uitstel komt afstel

Kernenergie. Van uitstel komt afstel 23 Kernenergie. Van uitstel komt afstel Bart Leurs, Lenny Vulperhorst De business case van Borssele II staat ter discussie. De bouw van een tweede kerncentrale in Zeeland wordt uitgesteld. Komt van uitstel

Nadere informatie

Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water. 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015. ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder

Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water. 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015. ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015 ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder Titel: CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015 Auteurs: R. Hurkmans

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam"

Ketenanalyse Afval in project Nobelweg te Amsterdam Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 4.A.1_2 Ketenanalyse afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 1/16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Van

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

Tijdelijke duurzame energie

Tijdelijke duurzame energie Tijdelijke duurzame energie Tijdelijk Uitgewerkte businesscases voor windenergie, zonne-energie en biomassa Anders Bestemmen Tijdelijke duurzame energie Inleiding In het Corporate Innovatieprogramma van

Nadere informatie

Bio-energiecentrales Eindhoven

Bio-energiecentrales Eindhoven Bio-energiecentrales Eindhoven Frans Kastelijn Programmamanager Energie Gemeente Eindhoven December 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2. Duurzame energie en activiteiten op lokaal niveau 3. Bio-energie centrales

Nadere informatie

ID Aspect/invalshoek eisen

ID Aspect/invalshoek eisen Checklist eisen Invalshoek A: Inzicht (wegingsfactor 40%) ID Aspect/invalshoek eisen 0A 1A 2A 3A 4A het bedrijf heeft geen inzicht in het energieverbruik bedrijf heeft gedeeltelijk inzicht in energieverbruik

Nadere informatie

Handboek CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1

Handboek CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Handboek CO 2 reductiesysteem Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 A: Inzicht (wegingsfactor 40%) 5 2.1. Eisen voor niveau 1 5 2.2. Eisen voor niveau 2 6 2.3. Eisen

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management Extern MVO-management MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 Duurzame ontwikkeling... 4 1.1 Duurzame

Nadere informatie

Energiebesparing koffieverpakkingen

Energiebesparing koffieverpakkingen Op CE Delft CE lossingen Delft voor Oplossingen milieu, econom voor ie milieu, en technolog economie ie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 2611 HH Delft 2611 HH Delft tel: tel: 015 015 2 150

Nadere informatie

NOTITIE COLLEGES BESLUITVORMING AFSPRAKEN KWALITEIT BEDRIJVENTERREINEN REGIO GRONINGEN-ASSEN

NOTITIE COLLEGES BESLUITVORMING AFSPRAKEN KWALITEIT BEDRIJVENTERREINEN REGIO GRONINGEN-ASSEN NOTITIE COLLEGES BESLUITVORMING AFSPRAKEN KWALITEIT BEDRIJVENTERREINEN REGIO GRONINGEN-ASSEN Notitie voor: Colleges van B&W van de deelnemers aan het regionaal programma Bedrijventerreinen van de Regio

Nadere informatie

Net voor de Toekomst. Frans Rooijers

Net voor de Toekomst. Frans Rooijers Net voor de Toekomst Frans Rooijers Net voor de Toekomst 1. Bepalende factoren voor energie-infrastructuur 2. Scenario s voor 2010 2050 3. Decentrale elektriciteitproductie 4. Noodzakelijke aanpassingen

Nadere informatie

Rapport Methodiek Risicoanalyse

Rapport Methodiek Risicoanalyse Versie 1.5 31 december 2014 A.L.M. van Heijst emim drs. R.B. Kaptein drs. A. J. Versteeg Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Methodiek... 3 3. Stappenplan uitvoering risicoanalyse... 6 3.1 Landelijke risicoanalyse...

Nadere informatie

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport?

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport? ECN Beleidsstudies ECN-BS-10-016 29 april 2010 Producenten van grijze stroom laten betalen voor transport? Notitie aan : Werkgroep Heroverweging Energie en Klimaat Kopie aan : A.W.N. van Dril Van : F.D.J.

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu t.a.v. mw. H. Klein Lankhorst Hoofd Afdeling Afval en Ketens Postbus 20951 2500 EZ DEN HAAG

Ministerie van Infrastructuur en Milieu t.a.v. mw. H. Klein Lankhorst Hoofd Afdeling Afval en Ketens Postbus 20951 2500 EZ DEN HAAG Ministerie van Infrastructuur en Milieu t.a.v. mw. H. Klein Lankhorst Hoofd Afdeling Afval en Ketens Postbus 20951 2500 EZ DEN HAAG Kenmerk : sklh.bri.89 Betreft : Voorstellen over corrigerende maatregelen

Nadere informatie

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie.

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO 2 Emissie-inventarisatie, dit alles over 2014. Hierin zijn de hoeveelheden

Nadere informatie

CO 2 -uitstoot 2008-2014 gemeente Delft

CO 2 -uitstoot 2008-2014 gemeente Delft CO 2 -uitstoot 28-214 gemeente Delft Notitie Delft, april 215 Opgesteld door: L.M.L. (Lonneke) Wielders C. (Cor) Leguijt 2 April 215 3.F78 CO 2-uitstoot 28-214 1 Woord vooraf In dit rapport worden de tabellen

Nadere informatie

Raadsnotitie. Bijlagen

Raadsnotitie. Bijlagen Raadsnotitie GEMEENTEBESTUUR onderwerp Energiestrategie Venlo Beesel Venray team ROSEB Rn nummer 2013 1 collegevergadering d.d. raadsvergadering 11 december 2012 d.d. 23 januari 2013 programma Veelzijdige

Nadere informatie

Les Biomassa. Werkblad

Les Biomassa. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Biomassa Werkblad Les Biomassa Werkblad Niet windenergie, niet zonne-energie maar biomassa is de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. Meer dan 50%

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Contactpersonen IR. B. (BAȘAK) KARABULUT Adviseur T +31 (0)88 4261 322 M +31 (0)6 312 02492 E basak.karabulut@arcadis.com Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam

Nadere informatie

Lessenserie Energietransitie

Lessenserie Energietransitie LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Thema s en onderwerpen Overzicht Lessenserie Energietransitie Thema s en onderwerpen per les De zoektocht naar voldoende energie voor de komende generaties is één van de belangrijkste

Nadere informatie

MANAGEMENT SAMENVATTING ENERGIERAPPORT 2008

MANAGEMENT SAMENVATTING ENERGIERAPPORT 2008 MANAGEMENT SAMENVATTING ENERGIERAPPORT 2008 Er is de komende jaren een fundamentele verandering van onze energievoorziening nodig om het hoofd te bieden aan de mondiale uitdagingen op energiegebied: de

Nadere informatie

Geothermie. traditioneel energiebedrijf?

Geothermie. traditioneel energiebedrijf? 31 maart 2010 T&A Survey Congres Geothermie Duurzame bron voor een traditioneel energiebedrijf? Hugo Buis Agenda Duurzame visie & ambities Waarom kiest Eneco voor Geothermie? Stand van zaken Markten Pro

Nadere informatie

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven CPB Notitie Datum : 6 juli 2006 Aan : Ministerie van Economische Zaken Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven 1 Inleiding Op 5 juli 2006 heeft SEO, in opdracht van

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Zicht krijgen op duurzame inzetbaarheid en direct aan de slag met handvatten voor HR-professionals INHOUDSOPGAVE 1. Duurzame inzetbaarheid

Nadere informatie

6. Project management

6. Project management 6. Project management Studentenversie Inleiding 1. Het proces van project management 2. Risico management "Project management gaat over het stellen van duidelijke doelen en het managen van tijd, materiaal,

Nadere informatie

Taakgebied Bepalen huidige bedrijfsprocessen

Taakgebied Bepalen huidige bedrijfsprocessen Weten wat je doet, maar ook hoe je het doet, is de basis voor elke toekomst. Hoofdstuk 22 Taakgebied Bepalen huidige bedrijfsprocessen V1.1 / 01 september 2015 MCTL v1.1 Hoofdstuk 22... 3 Plaats in het

Nadere informatie

Nulmeting energiegebruik en duurzame energie

Nulmeting energiegebruik en duurzame energie Nulmeting energiegebruik en duurzame energie ten behoeve van gemeente Purmerend Juli 2012 2 Inhoudsopgave Pagina Inleiding 5 1 Energievraag en CO 2 -emissie 7 2 Duurzame energie 13 3 Opties ter versterking

Nadere informatie

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Inhoud presentatie 1.Afbakening 2.Inventarisatie energie 3.CO 2 -voetafdruk energieverbruik 4.CO

Nadere informatie

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Samenvatting Burgers verwachten dat de overheid het voortouw neemt bij het aanpakken van duurzaamheidsproblemen. In deze

Nadere informatie