Cultureel ondernemerschap onder Nederlandse filmproducenten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Cultureel ondernemerschap onder Nederlandse filmproducenten"

Transcriptie

1 Amsterdam Business School Strategie en Marketing Roetersstraat WB Amsterdam The Netherlands T F Contact: Joris Ebbers Direct T Page 1/28 Amsterdam, december 2007 Eindrapport: Cultureel ondernemerschap onder Nederlandse filmproducenten

2 Voorwoord Dit rapport is het resultaat van een serie interviews die zijn afgenomen onder 24 Nederlandse filmproducenten in de periode februari tot en met augustus De deelnemers zijn geselecteerd op basis van het feit of deze een of meer lange fictie speelfilms hebben geproduceerd of op dat moment in productie hadden. Het bevat gegevens over financiering, investering, contractvormen, beloningsstructuren, specialisatie en internationalisering. Dit onderzoek is tot stand gekomen in het kader van mijn promotie onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam Business School (ABS). Het onderzoek is uitgevoerd onder toezicht van prof. dr. Nachoem M. Wijnberg. Hij bekleedt de leerstoel Cultureel ondernemerschap aan de ABS, welke deels is gefinancierd door de VandenEnde Foundation. Dit rapport zal in deze vorm geen deel uitmaken van mijn proefschrift maar dient als een overzicht van de industrie welke mogelijk praktisch nut kan hebben voor producenten als cultureel ondernemer. Ik zou in het bijzonder Michiel de Rooij en José van Doorn van de Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten willen bedanken voor de introductie die ik heb gekregen in het vak van producent, het meedenken over mogelijke invalshoeken voor onderzoek en het steunen van dit initiatief. Ook wil ik Maarten Wijdenes van het Nederlands Fonds voor de Film bedanken voor het geven van inzicht in het Nederlandse filmklimaat. Tenslotte wil ik alle producenten die hebben meegewerkt aan dit onderzoek bedanken voor hun tijd en aandacht. De verantwoordelijkheid voor de inhoud en mogelijke onvolkomenheden ligt bij de schrijver van dit rapport. Voor vragen en opmerkingen is de schrijver ten allen tijde bereikbaar voor commentaar. Amsterdam, 16 december 2007 Joris Ebbers 2

3 Tabel 1: LIJST VAN DEELNEMERS Naam bedrijf Naam persoon 24 FPS Features Anton Scholten Armadillo Film BosBros. Film-TV Productions Column Producties Dutch Mountain Movies Eyeworks Egmond Fu Works Graniet Film IdtV Film IJswater Films Kasander Film Company Lagestee Film Motel Films NL Film Phanta Vision Film International Pieter van Huystee Film & TV Pupkin Film PVPictures Rinkel Film & TV Productions Shooting Star Film Company Sigma Pictures Productions SNG Film Staccato Film Waterland Film en TV Andre Bos Michiel de Rooij Gijs van de Westelaken René Huybrechtse Hans de Weers San Fu Maltha Marc van Warmerdam Hanneke Niens Marc Bary Kees Kasander Martin Lagestee Jeroen Beker Alain de Levita Petra Goedings Pieter van Huystee Andre Teelen Paul Voorthuysen Edwin van Meurs Hans Pos Matthijs van Heijningen Digna Sinke Emjay Rechsteiner Jan van der Zanden Wilant Boekelman 3

4 Inhoudsopgave Voorwoord... 2 Inhoudsopgave... 3 Introductie... 5 Een onzekere industrie... 5 Het filmklimaat in Nederland... 5 De gemiddelde producent en individuele variatie... 7 Profiel van de gemiddelde producent... 7 Variatie tussen producenten... 9 Ontwikkeling, fasering en totstandkoming van projecten Idee en ontwikkeling Investering in ontwikkeling Portefeuillebeheer Benaderen van projectdeelnemers Financieren en investeren Fondsen en omroep Producent Distributeur en sales agent Privé investeerders Cast en crew participaties Marketing inspanningen Compensatie en beloning Beloningscontracten Winstdeling Internationalisering Internationale coproducties Internationale financiering Internationale line-producties Internationale verkoop Conclusie Annex: Profielen individuele producenten... Error! Bookmark not defined. 4

5 Introductie Een onzekere industrie Het maken van films is een riskante onderneming. Daar zijn meerdere oorzaken voor. Zo is de vraag vanuit de markt vaak moeilijk in te schatten. Een film moet nieuw en anders zijn maar tegelijkertijd aansluiten of voortborduren op wat het (grote) publiek kent. Nieuwe films zijn ook niet beter dan oude, zoals dat vaak wel geldt voor bijvoorbeeld nieuwe auto s die schoner, stiller en veiliger worden. Mensen beschikken daarom niet over eenduidige meetinstrumenten om hun keuze te bepalen om een film wel of niet te consumeren. Deze onzekerheden maken dat de succesratio van films in bijvoorbeeld de Verenigde Staten (VS) grofweg 1 op 10 is. Een op de 10 films maakt de winst die nodig is om de verliezen op de andere 9 te compenseren. Deze risico s vereisen een grote schaal van ondernemingen die films financieren en exploitatierisico s lopen. In de VS zijn de studio s, die veel films financieren en distribueren, klein in aantal en relatief groot in volume waardoor de risico s kunnen worden gespreid en continuïteit min of meer gewaarborgd is. Warner Bros. bijvoorbeeld, geeft jaarlijks ongeveer Amerikaanse films uit waarvan de gemiddelde kosten voor productie ongeveer $ en marketing en kopieën ongeveer $ bedragen. Het filmklimaat in Nederland De filmindustrie in Nederland heeft naast de al genoemde risico s nog met een extra complicerende factor te maken. Het Nederlandse taalgebied is klein. Wanneer we de exploitatie vanuit niet-nederlandstalige en niet-europese landen buiten beschouwing laten, telt de Benelux markt grofweg 22 miljoen Nederlandstalige consumenten. Hierdoor zijn de schaalvoordelen kleiner dan die van films en filmindustrieën die een groter publiek hebben die dezelfde taal spreekt. Bovendien heeft Nederland een open economie waardoor films, vanuit bijvoorbeeld de VS, makkelijk de Nederlandse markt weten te vinden om met Nederlandse films te concurreren. Vanwege het missen van de grote schaalvoordelen van Hollywood en de hoge productiekosten is het maken van films in Nederland op zijn minst economisch problematisch. Daarom is er een politieke keuze gemaakt om de Nederlandse filmindustrie financieel te ondersteunen. Het cultureel-politieke argument om de Nederlandse identiteit tot uiting te brengen wordt hier ondersteund met het economisch argument van de schaalproblematiek. Deze argumentatie ligt ten grondslag aan de staatssteun in de vorm van productiesubsidies vanuit de verschillende fondsen. Naast het bedrijfseconomische dilemma tussen artistieke en commerciële overwegingen voor producenten, creëert cultuurbeleid op nationaal niveau een dilemma tussen cultuur en economie. Wanneer investeringsbeslissingen worden genomen op basis van 5

6 cultuuresthetische, in plaats van commerciële overwegingen, heeft dit een marktverstorend effect. Dit brengt onzekerheden met zich mee voor de filmindustrie in het algemeen, en de producent als ondernemer in het bijzonder. Dit onderzoek heeft tot doel om (cultureel) ondernemerschap onder Nederlandse speelfilmproducenten in kaart te brengen onder deze specifieke omstandigheden. De belangrijkste onderwerpen die aan bod komen zijn: financiering, investeringen van producenten, beloning van projectdeelnemers, specialisatie, ontwikkeling, en internationalisering. Daartoe zijn 24 producenten geïnterviewd. Het selectiecriterium was dat producenten tenminste een lange speelfilm moeten hebben geproduceerd of daar op het moment mee bezig zijn. 6

7 De gemiddelde producent en individuele variatie Profiel van de gemiddelde producent Op basis van de gegevens van alle individuele producenten die hebben meegewerkt, is het mogelijk om een profiel te schetsen van de gemiddelde producent die speelfilms voortbrengt. In de annex vind u een kort overzicht van alle individuele producenten met een aantal kerngegevens zoals: aantal medewerkers, jaar van oprichting, productie output, genre specialisatie en gemiddelde budgetten van speelfilms. Er zijn met betrekking tot de classificatie en interpretatie van deze kerngegevens een aantal keuze gemaakts. Ten eerste wordt het aantal medewerkers berekend in het aantal fulltime arbeidsplaatsen. Vaak betekent dit dat er in werkelijkheid meerdere personen parttime werkzaam zijn. In de berekening van het aantal medewerkers in FTE zijn meegenomen: de directeuren, de eigenaren (mits ze ook directeur zijn), kantoor medewerkers, vaste productie medewerkers en stagiairs indien deze op regelmatige basis worden ingezet. Ten tweede is door het vragen naar de genres waarbinnen producenten produceren getracht de specialisaties van de producenten in kaart te brengen. Het betreft een zeer grove genre indeling die geen recht doet aan de diversiteit aan producties die in Nederland worden voortgebracht, maar slechts ter indicatie dient. De specialisatie van de producenten in dit rapport heeft betrekking op de productie van de van de afgelopen 5 jaar. Ten derde is in kaart gebracht wat de jaarlijkse productie output van producenten is. Het is niet ongebruikelijk, dat er lange aanlooptijden van projecten en jaarlijkse schommelingen in output zijn. Het ene jaar kunnen er twee bioscoopfilms worden afgeleverd terwijl er in het andere jaar geen film wordt afgerond maar er veel tijd in ontwikkeling wordt gestoken. Om deze redenen is de jaarlijkse output gebaseerd op het jaarlijkse gemiddelde van de afgelopen 5 jaar. Ten vierde is in de berekening van het gemiddeld aantal eigenaars alleen gekeken naar eigenaars die ook actief medewerker zijn. Dit om bedrijven of individuen die een aandeel hebben in de onderneming, maar niet in actieve dienst zijn, eruit te filteren. Daarbij kan wel vermeld worden dat dit aantal aandeelhouders die niet in dienst zijn, zeer beperkt is. Op basis van de 24 geïnterviewde producenten is het mogelijk om een profiel te schetsen van het gemiddelde Nederlandse speelfilmproductiebedrijf. In dit gemiddelde is Pieter van Huystee Film en TV niet meegerekend, vanwege het feit dat deze veelal documentaires produceert. Om te voorkomen dat er een vertekend beeld ontstaat van de fictie film productie in Nederland, het voornaamste onderwerp van deze studie, wordt deze derhalve buiten beschouwing gelaten. 7

8 Bij het lezen van deze cijfers moet rekening worden gehouden met het feit dat de cijfers van de jaarlijkse productie output zijn gebaseerd op schattingen van producenten tijdens het interview en niet op feitelijke cijfers. Een snelle controle op basis cijfers van het Nederlands Filmfonds met betrekking tot het aantal Nederlandse speelfilms met een bioscooprelease geeft aan dat deze schatting redelijk overeenkomt. Volgens het filmfonds waren er in 2006, 21 Nederlandse releases 1. In dit onderzoek zijn het er 23 gemiddeld over de afgelopen 5 jaar. Daarbij moet worden opgemerkt dat niet alle producenten van bioscoopfilms aan dit onderzoek hebben deelgenomen. Mogelijk heeft dit te maken met afrondingsverschillen. Tabel 2: PROFIEL GEMIDDELDE PRODUCENT Jaar van oprichting: 1993 Aantal eigenaar(s): Aantal medewerkers (in FTE): 1½ 4¼ Genres: Drama: 44% Komedie: 17% Familie, kind en jeugd: 15% Art-house: 11% Misdaad actie thriller: 8% Anders: 5% Jaarlijkse output (nu): Bioscoopfilm: Commercial: Documentaire: Korte film (±10 min): Televisiefilm kort (<1 uur): Televisiefilm lang (>1 uur): Korte serie (< 3 uur): Lange serie (> 3 uur): Gemiddelde budget bioscoopfilms ¼ ¾ 1 ½ ¼ ¼ ½ Het gemiddelde bedrijf is grofweg 15 jaar oud, hoewel er een aantal producenten of bedrijven onder een andere bedrijfsnaam al langer actief is. Het aantal eigenaars is 1½, met een aantal medewerkers gerekend in FTE s van 4¼. Drama producties zijn met 44% het sterkst vertegenwoordigd. Drama als genre kan zeer breed kan worden geïnterpreteerd en binnen dit genre is dan ook veel diversiteit. Komedie (17%) en familie, jeugd en kinderfilms (15%) vervullen plaats 2 en 3. De jaarlijkse output van films met een bioscoop release is gemiddeld 1 met een budget van ongeveer Dit cijfer is gebaseerd op het gemiddelde budget over de afgelopen 5 jaar en niet het gemiddelde van alle films die alle producenten in hun bestaan hebben gemaakt. Behalve een bioscoopfilm, maken producenten gemiddeld elk 1 Bron: Filmfonds Film Facts and Figures

9 jaar een korte film van ongeveer 10 minuten en 1 documentaire per jaar. Daarnaast komt een deel van de omzet uit het produceren van commercials, televisiefilms en televisiedrama. Variatie tussen producenten Het oudste productiebedrijf is opgericht in 1972 en de jongste in Het aantal medewerkers loopt uiteen van 1 tot 12 FTE. Wanneer we kijken naar de genres waarin producenten films ontwikkelen, blijkt dat er een aantal specialisten zijn en een aantal generalisten. Er zijn er een aantal die zich voor een belangrijk deel toeleggen op het produceren van kinder-, jeugd- en familiefilms. Voor producenten die niet gespecialiseerd zijn in bepaalde genres, is het produceren van verschillende genres volgens de betrokkenen zelf geen strategische keuze om risico s te spreiden maar veelal geboren uit interesse. Naast specialisatie in genre, is er een glijdende schaal te zien van producenten die zich met name richting op de artistieke film voor het (internationale) art-house circuit en producenten die zich meer richten op het produceren van publieksfilms met een grotere commerciële potentie voor de lokale markt. Er zijn enkele producenten die zich puur en alleen richten op het produceren van bioscoopfilms. Voor de meeste producenten is het produceren van televisiedrama en commercials niet alleen een logische stap ter diversificatie van hun bedrijfsactiviteiten maar tevens noodzakelijk voor het waarborgen van de continuïteit van het bedrijf. Het gemiddelde budget over de afgelopen 5 jaar van de individuele producenten loopt uiteen van tot Deze laatste producent begeeft zich voornamelijk op de internationale markt waardoor de budgetten hoger komen te liggen. 9

10 Ontwikkeling, fasering en totstandkoming van projecten Idee en ontwikkeling Een film begint bij een idee. Soms bestaat het idee al in de vorm van een boek waarop de filmrechten verkregen kunnen worden. In tabel 3 is te zien dat producenten gemiddeld iets meer dan 2 rechten op boekverfilming in hun bezit hebben. Er zijn producenten die geen rechten in hun bezit hebben en er is een producent die er 10 heeft. Tabel 3: RECHTEN OP BOEKVERFILMING Gemiddeld Laagst Hoogst Wanneer er geen boek aan de basis van het idee ligt worden de meeste scenario s ontwikkeld in samenwerking met een producent. Zoals te zien in tabel 4, is het meestal de producent die aan de basis van het idee staat (44%), gevolgd door de regisseur (35%), en de scenarist (21%). Tabel 4: OORSPRONG VAN IDEEEN Rollen: Percentage Producent 44% Regisseur 35% Scenarioschrijver 21% Omroep 0% Anders: 0% Het Filmfonds, CoBo-fonds en Stimuleringsfonds initiëren daarnaast steeds vaker competities met bepaald randvoorwaarden. Dat geldt voor de Kort!, One-night-stand, Oversteek en de Telefilm. Deze randvoorwaarden bepalen deels de speelruimte voor ideeën die de indieners hebben in het ontwikkelen van een script. Investering in ontwikkeling Naast het investeren in rechten op boekverfilming, investeren producenten in schrijftalent. Investeringen in de ontwikkeling van nieuwe projecten kunnen behoorlijk oplopen. Er zit met name veel tijd in dat voor een groot deel niet gekapitaliseerd wordt. Hoewel het Filmfonds ontwikkelingssubsidies uitkeert, zien producenten een groot deel van de daadwerkelijk gemaakte ontwikkelingskosten niet terug. Door enkele producenten wordt er in een vroeg stadium aan talentontwikkeling gedaan via het creëren van stageplaatsen voor studenten (onder meer van de Filmacademie) op 10

11 filmproducties. Daarnaast is er een enkele producent die eindexamenfilms van studenten van de Filmacademie sponsort en enkele producenten die faciliteiten beschikbaar stellen. Succesvolle afstudeerders krijgen in sommige gevallen wat financiële ondersteuning van producenten voor het ontwikkelen van een scenario. Er zijn twee veel voorkomende trajecten om jong (met name regie) talent te laten ontwikkelen. Ten eerste is het voor producenten die een televisiedrama of commercial tak hebben, mogelijk om talent daar te testen en te laten groeien voordat er een lange speelfilm met ze wordt ontwikkeld. Met name televisieproducenten hebben daarnaast de mogelijkheid om jong talent een pilot te laten maken voor een televisieserie die ze vervolgens proberen te verkopen aan een omroep. Ten tweede is er een weg die ook open ligt voor producenten die uitsluitend films maken via de verschillende competities die door de omroepen en fondsen worden geïnitieerd. Eerst kan er een Kort! film van ongeveer 10 minuten worden gemaakt, vervolgens een wat langere One night stand, Oversteek of Telefilm en tenslotte een bioscoopfilm. Portefeuillebeheer Een belangrijk aspect in het realiseren van continuïteit 2 is het creëren van een balans tussen het ontwikkelen, financieren, en realiseren van projecten. Daarom zijn producenten gevraagd om aan te geven hoe hun portfolio van projecten eruit ziet. In tabel 5 is te zien dat er een onderscheid is gemaakt tussen scripts in ontwikkeling, afgeronde scripts op zoek naar financiering en projecten in verschillende fasen van productie. Het is niet altijd mogelijk om een scherp onderscheid te maken. Het komt voor dat men al met de financiering bezig is van scripts die nog niet helemaal af zijn. Gemiddeld hadden producenten in februari bijna 7 scripts in ontwikkeling (minimaal 1 en maximaal 13), 3 afgeronde scripts op zoek naar financiering en 1 project in preproductie. Hierbij moet vermeld worden dat, gezien de seizoensgevoeligheid van filmopnamen, deze cijfers een vertekend beeld geven aangezien het een momentopname is van de maand februari. Hoewel niet alle interviews zijn afgenomen in februari is wel consequent gevraagd naar de situatie in februari om onderlinge vergelijking mogelijk te maken. Tabel 5: PORTFOLIO MANAGEMENT Stadia: Gemiddeld Laagst Hoogst Scripts in ontwikkeling Afgeronde scripts op zoek naar financiering Projecten in pre-productie Projecten in productie Projecten in post-productie Veel producenten wijzen op een gebrek aan continuïteit in overheidsbeleid waardoor het voeren van een continuïteitsbevorderende bedrijfseconomische strategie problematisch is. Dit rapport heeft echter niet tot doel om overheidsbeleid te evalueren. 11

12 Benaderen van projectdeelnemers De volgorde waarin projectdeelnemers worden benaderd (tabel 6) heeft voor een belangrijk deel te maken met de financiering. Wanneer een producent een scenario, regisseur, omroep en een intentieverklaring van een distributeur heeft, kan ze het als een pakket indienen bij het Filmfonds om subsidie aan te vragen. De hoofdrollen worden niet direct gecontracteerd maar er wordt, al dan niet in overleg met een casting-director, al wel snel nagedacht over mogelijke hoofdrollen. De omroepen zijn in sommige gevallen ook betrokken bij de keuze van de hoofdrollen. Hetzelfde geldt voor distributeurs. Distributeurs spelen graag een rol in de keuze voor de hoofdrolspelers omdat volgens hen een film beter in de markt te zetten is wanneer deze door middel van bepaalde hoofdrolspelers beter kan worden gekoppeld aan een bepaalde doelgroep en marketingcampagne. Als financier van films, zijn distributeurs vervolgens geneigd om een hogere minimum garantie (MG) en betere prints en marketing (P&A) overeenkomst te bieden. Dit laatste kan weer tot een self-fulfilling prophecy van succes van een film leiden. Het benaderen van de rest van de projectdeelnemers voor films gebeurt onder leiding van de producent en vrijwel altijd in nauwe samenspraak met de regisseur. Producenten schuiven kandidaten naar voren wiens werk ze goed vinden en waarvan zij denken dat die geschikt zouden kunnen zijn voor het specifieke project. De regisseur heeft met name een belangrijke of doorslaggevende stem in de keuze voor de cameraman, artdirector en editor. En in mindere mate de componist en geluidsman. Producenten die een package deal maken versterken mogelijk hun onderhandelingspositie met andere partijen, met name richting de omroep en distributeur. Er is sprake van een package deal wanneer er behalve een scenarioschrijver, scenario en regisseur, al meer rollen in een project zijn betrokken. Hoe meer rollen hieraan worden toegevoegd, zoals bijvoorbeeld cameraman en cast, hoe sterker producenten staan. Tabel 6: VOLGORDE VAN BENADERING Rollen: Gemiddeld Laagst Hoogst Scenarioschrijver Regisseur Omroep Distributeur Hoofdrollen Cameraman / D.O.P Artdirector Editor / montage Componist / muziek Geluidsman

13 Financieren en investeren De filmindustrie in Nederland wordt in belangrijke mate ondersteund met subsidies. Het merendeel van de Nederlandse producenten doet een beroep op deze subsidies om filmprojecten van de grond te krijgen want de kosten voor het maken van een film zijn hoog. Complicerende factoren zijn dat de Nederlandstalige markt klein is en niet- Engelstalige films moeite hebben om een publiek over de grens te vinden. Hierdoor zijn schaalvoordelen via internationalisering moeilijk te realiseren. Nederland is daarin geen uitzondering. Veel landen in Europa en daarbuiten steunen voor een belangrijk deel op overheidssteun, ook relatief grote zoals Frankrijk. Zoals te zien in tabel 7, spelen directe overheidssubsidies van het Filmfonds en indirecte overheidssubsidies zoals het CoBo en Stimuleringsfonds via de omroepen een zeer belangrijke rol in het financieren van films. De hoogste score van 13 betekend deze het allerbelangrijkst wordt bevonden en een score van 0 betekent dat deze financier er voor de desbetreffende producent niet toe doet. We zien dan ook dat de fondsen met een score tussen 10 en 13 voor elke producent van groot belang zijn. Tabel 7: BELANGRIJKSTE FINANCIERINGSBRONNEN Financieringsbron: Gemiddeld Laagst Hoogst 1. Binnenlandse fondsen Binnenlandse omroepen Binnenlandse distributeurs Eigen geld Buitenlandse fondsen Binnenlandse privé investeerders Buitenlandse omroepen Sales agent Buitenlandse distributeurs Reclame en sponsoring Buitenlandse privé investeerders Merchandising Banken Fondsen en omroep Producenten kunnen voor meerder fases in de totstandkoming van een film subsidieaanvragen doen bij het Filmfonds. Hoewel er in de interviews naar de belangrijkste financieringsbronnen in de productiefase is gevraagd, zijn er ook subsidies beschikbaar voor scenario-ontwikkeling, postproductie, marketing en distributie beschikbaar. De grootste bedragen zijn echter gemoeid met de productiefase. De meeste producenten hebben een omroep achter zich staan voordat ze een subsidieaanvraag 13

14 indienen bij het Filmfonds. Hoewel het niet verplicht is, is het zonder de steun van een omroep lastig om subsidie te krijgen van het Filmfonds. De omroep vervult twee rollen in de financiering van films. In de eerste plaats koopt de omroep als coproducent een beperkt aantal uitzendrechten van de film in Nederland. Het directe aandeel van de omroepen in de financiering is echter redelijk bescheiden. Belangrijker is dat de omroep een katalysatorrol vervult doordat deze toegang kan geven tot geld van het CoBo-fonds en het Stimuleringsfonds. Het eerste fonds bestaat uit een bijdrage van het ministerie van OC&W en geld in de vorm van auteursrechtelijke omroepvergoedingen van Belgische en Duitse kabelexploitanten voor de doorgifte van Nederlandse zenders en Nederlandse producties in de desbetreffende landen. Dit geld wordt vervolgens geïnvesteerd in Nederlandse audiovisuele producties. Het is met name de sleutelrol die de omroep speelt in het ontsluiten van financiering vanuit het CoBo fonds, waarom producenten de omroep in sommige gevallen als de belangrijkste financieringsbron zien. Het Stimuleringsfonds ontvangt een jaarlijkse bedrag van het ministerie van OC&W. Om geld van dit fonds te krijgen hebben producenten ook de steun van de omroepen nodig. Producent Zoals eerder gezegd investeren producenten behoorlijk veel in de ontwikkelingsfase van projecten. In dit hoofdstuk gaat het echter over investeringen van de producent in de het productiebudget. Producenten investeren in veel gevallen (een deel van) hun producersfee en overhead in filmprojecten. De producersfee en overhead is de vergoeding die producenten krijgen voor hun dienstverlening en is doorgaans ongeveer 10% van het totale productiebudget. In tabel 8 is te zien dat 68% van de producenten aangeeft dat ze in meer dan 75 procent van de filmprojecten eigen geld investeren. Bij de meeste producenten wordt er in vrijwel elke film wel een deel gefinancierd door de producent. Tabel 8: EIGEN GELD IN PRODUCTIE BUDGET Aandeel: Percentage Nooit 0% 0-10% 5% 10 25% 9% 25 50% 14% 50 75% 5% Meer dan 75% 68% In tabel 9 is te zien dat in 61% van de producenten aangeeft dat ze, in het geval dat er eigen geld wordt geïnvesteerd, dit tussen de 1 en 5% van het productiebudget is. Een kwart van de producenten geeft aan dat dit bedrag tussen de 5 en 10% van het productiebudget ligt. Bij een kleine groep van 14% van de producenten ligt dit tussen de 14

15 10 en 20%. Het is niet uitzonderlijk dat producenten de helft van hun producers fee en overhead in een film stoppen. Tabel 9: GEMIDDELDE AANDEEL EIGEN GELD IN PRODUCTIE BUDGET Aandeel: Percentage 1-5% 61% 5-10% 25% 10 20% 14% % 0% Meer dan 75% 0% In het geval van investeringen van de producent kan er een onderscheid gemaakt worden tussen vier verschillende vormen van investeren. De eerste is vrijwillig, de tweede is min of meer vrijwillig, de derde is min of meer noodzakelijk en de laatste is noodzakelijk. Ten eerste is er de meest pure vorm van investeren middels het vooraf vrijwillig investeren van eigen geld, doorgaans (een deel van) de producersfee en overhead, vanuit de gedachte dat er winst op wordt gemaakt. Deze vorm komt voor, maar is niet erg gebruikelijk. De meeste Nederlandse films maken geen winst en dus is het erg riskant om dit te doen. In sommige gevallen investeren producenten vooraf in hun eigen films om hun betrokkenheid te laten zien in de hoop of verwachting om andere investeerders over de streep te trekken. In sommige gevallen wordt die financiële betrokkenheid overigens geëist van de fondsen en is er geen sprake van een vrijwillige investering. Voor Telescoopfilms geld bijvoorbeeld de verplichting dat de producent moet investeren op een budget van minimaal Ten tweede komt het voor dat producenten vrijwillig (een deel van) de producersfee en/of overhead niet laten uit keren. Dit geld wordt dan in het budget van de film gestoken. Meestal gaat het dan om films met een laag budget die anders niet gemaakt zouden worden. In dit geval leveren vaak ook de scenarioschrijver, regisseur, en eventueel de hoofdrolspelers een deel van hun honorarium in om de film mogelijk te maken. In uitzonderlijke gevallen leveren ook andere crewleden een deel van hun salaris in. Hier kan de gedachte achter zitten dat de producent het belangrijk vindt dat de film gemaakt wordt omdat hij of zij er in gelooft. Ook kan het een investering in de toekomst zijn omdat het project, indien succesvol, mogelijk een positief effect heeft op de reputatie van de producent waardoor toekomstige projecten een grotere kans zullen hebben om gemaakt te worden met volwaardige financiering. Ten derde is er soms de noodzaak om te produceren om de omzet te draaien die nodig is om de overhead te kunnen betalen. In dat geval stoppen producenten een deel van hun producersfee en overhead in een film en houden minder geld aan een productie over. In het vierde, en meest voorkomende, geval gaat het echter om het achteraf geld steken in een film. Meestal betreft dit het laatste stuk van de financiering die niet rond komt. Het komt ook voor dat dit gat tijdens de productie is ontstaan doordat andere financiers (zoals 15

16 coproducenten) hun verplichtingen niet nakomen. Tenslotte is het ook mogelijk dat er een gat aan het eind van de productiefase ontstaat doordat de film over budget gaat. In al deze gevallen betreft het niet een investering in de zin dat er verwacht wordt dat er winst wordt gemaakt maar is het geboren uit noodzaak. Over het algemeen proberen producenten deze investeringen terug te verdienen op basis van deferment. Het geld wordt in de film gestoken met de wens dat het preferent kan worden terugverdiend nadat de distributeur zijn P&A-kosten, distributiefee en eventueel zijn minimale garantie terug heeft verdiend. Het is door het Filmfonds niet toegestaan om hier als producent een (risico)premie over te krijgen. In strikte zin is het dus geen investering aangezien deze een winstverwachting impliceert. Bovendien hangt de kans dat producenten deze investering terugverdienen af van de recoupment positie die ze zijn overeengekomen met de andere financiers. Producenten zijn eerder geneigd (een deel van) hun producersfee in de film te stoppen wanneer ze dat bedrag als eerste na de distributeur - kunnen recoupen. Hierover moet echter worden onderhandeld met de andere investeerders (waaronder de omroepen en fondsen) die ook hun eigen investering terug willen verdienen. In het vierde geval, met name het dichten van tijdens de productie ontstane gaten in de begroting, is het preferent terugverdienen in de regel minder problematisch. Voor andere vormen geldt dat wanneer films uitsluitend met Nederlands geld worden gefinancierd en er geen privé investeerders aanwezig zijn, dit eenvoudiger te regelen is, dan wanneer er internationaal gefinancierd is in combinatie met geld van privé investeerders. Distributeur en sales agent In de VS is de rol van de distributeur in de financiering van films belangrijker dan in Nederland. Daar zijn de grote studio s in veel gevallen de grootste financier naast hun rol als distributeur. De prikkel voor de studio als distributeur om een film tot een succes te maken is in de VS daarom aanzienlijk groter omdat de rollen van financier en distributeur vaak gecombineerd zijn. De studio is daar dus vaak de grootste investeerder die de productiekosten terug wil verdienen en winst wil maken. In Nederland zijn de Fondsen en omroepen de belangrijkste financiers. Het geld dat distributeurs in films steken in de vorm van minimale garanties is echter een relatief klein aandeel in de totale financiering. Dit is een belangrijk en groot verschil tussen de VS en Nederland.De distributeur verdient in Nederland haar geld niet zozeer als investeerder maar in de eerste plaats als dienstverlener. Producenten benaderen in sommige gevallen al in een vroeg stadium een distributeur met een idee of deel van een script om het te pitchen. Deze vroege benadering van producenten is vaak niet vrijwillig aangezien het zonder distributieovereenkomst moeilijk is om subsidie te krijgen van het Filmfonds. Het Filmfonds heeft deze overeenkomst verplicht gesteld. De redenering is dat het maken van een film en dus het subsidiëren ervan een dure aangelegenheid is en het Filmfonds daarom een garantie wil hebben dat de film ook in de bioscoop wordt vertoond en haar weg naar het publiek vindt. In uitzonderlijke gevallen, hebben producenten exclusieve deals voor meerder producties 16

17 met distributeurs en is er een hechte samenwerking tussen producent en distributeur van idee tot release. Het feit dat distributeurs meer optreden als dienstverlener dan als investeerder, betekend niet dat ze in Nederland geen risico s lopen. Het afgeven van een MG ofwel een voorschot op royalties aan producenten brengt het risico met zich mee dat er niet genoeg uit de exploitatie terugvloeit naar de distributeur om de MG terug te verdienen. Bovendien zijn de kosten voor P&A niet onaanzienlijk. Er moeten in de eerste plaats genoeg mensen naar de bioscopen komen, wil de distributeur haar geld terug verdienen. Distributeurs hopen dit risico te beperken door al in een vroeg stadium betrokken te zijn bij de ontwikkeling van een film. Distributeurs hebben soms bijvoorbeeld een voorkeur voor hoofdrolspelers omdat ze films met bepaalde hoofdrolspelers beter denken te kunnen marketen, onder meer door ze aan een specifieke doelgroep te koppelen. Meerdere producenten stellen echter dat er in Nederland niet tot nauwelijks sprake is van bankability. De heersende opvatting onder producenten is dat bioscoopbezoekers niet naar de bioscoop komen vanwege de betrokkenheid van een steracteur of regisseur. Sommige producenten geven aan dat distributeurs in Nederland mogelijk een dubbele agenda hebben omdat ze onderdeel uitmaken van de grote Hollywood studio s. Deze distributeurs hebben in meerdere of mindere mate de opdracht vanuit het hoofdkantoor in de VS om films van de eigen moedermaatschappij in de bioscopen in Nederland te krijgen. Er zou dus mogelijk sprake kunnen zijn van botsende belangen. Anderzijds hebben de onafhankelijke, niet aan een Hollywood-studio gelieerde, distributeurs mogelijk een zwakkere onderhandelingspositie ten opzichte van de bioscopen. Wel is hier een mogelijk voordeel dat Nederlandse producties niet intern concurreren met films vanuit de VS. Privé investeerders Privé investeerders waren belangrijk ten tijde van de CV-regeling. Deze regeling is betrekkelijk kort van kracht geweest en is op het moment niet meer relevant. De rol die deze privé investeerders wordt toegedicht (zie tabel 7) geeft vanwege deze CV regeling dus mogelijk een vertekend beeld van het aandeel van deze investeerders op dit moment. De CV regeling is opgevolgd door de suppletieregeling waarin de rol van privé investeerders mogelijk anders zal zijn. Over de rol van privé investeerders in deze nieuwe regeling zal pas duidelijkheid ontstaan wanneer de eerste producties onder deze nieuwe regeling zullen zijn afgeleverd. Om die reden zou een deel van dit onderzoek over een aantal jaren moeten worden herhaalt om de impact van de nieuwe regeling op financierings- en investeringspraktijken te onderzoeken. Cast en crew participaties Indien cast en crew leden de overtuiging hebben dat hun film een commercieel succes gaat worden, kunnen ze ook een prikkel hebben om op te treden als investeerder. Crewleden participeren echter nauwelijks in Nederlandse films omdat deze films vrijwel 17

18 nooit winst maken. In het geval dat participaties wel voorkomen betreft het meestal participaties van scenaristen, regisseurs en in mindere mate acteurs omdat deze een duidelijke stempel kunnen drukken op het eindresultaat en succes van een film. Behalve deze drie groepen hebben de meeste andere crewleden nauwelijks tot geen invloed op het succes van een project. Om die reden zullen deze dan ook niet snel participeren. Zoals we eerder zagen steekt de producent in dit geval ook vaak een deel van zijn of haar producersfee of overhead in het project. De reden dat scenaristen, regisseurs en in mindere mate acteurs investeren in een film is dat het budget te laag is om de film te maken die men voor ogen heeft. Vaak biedt het toch een kans aan (met name nieuwe) filmmakers om een film te maken of om het vak te leren. Een belangrijk deel van de beloning is dat jonge mensen een functie krijgen met meer verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld assistent regisseurs die hun eerste eigen film regisseren. Cast en crewleden investeren dan in een film door middel van deferrals. Een deel van het salaris wordt achteraf uitbetaald indien de film geld oplevert uit exploitatie. Boven op dit achtergestelde loon wordt dan eventueel een risico- of winstpremie uitgekeerd. 18

19 Marketing inspanningen Marketinginspanningen kunnen zowel door de producent als door de distributeur worden geleverd. Het merendeel komt echter voor rekening van de distributeur. Deze heeft een vaste marketingafdeling die zich bezig houdt met het marketen, promoten en uitbrengen van nieuwe films. De schattingen van producenten over de hoogte van de P&A uitgaven van distributeurs in Nederland of de Benelux lopen grofweg uiteen van 10 tot 20% van het productiebudget. Ter vergelijking, in de VS is dit ongeveer 50%. De marketing bestaat onder meer uit een ontwikkelen van een website, posters, trailers, promo s en een making-of en het inkopen van advertentieruimte. Er is niet echt sprake van een prikkel voor producenten om veel tijd en geld in marketing te steken omdat zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat een film een commercieel succes wordt, er nauwelijks geld naar de producent terugvloeit. Een deel van de marketinguitgaven van producenten voor publieksfilms hangt samen met de verplichting van het Filmfonds om een minimum bedrag aan marketing uit te geven. In het geval van Telescoop films is er bijvoorbeeld een minimum bedrag van 2% van het budget dat aan marketing moet worden besteed. Tevens is er een maximum aan gesteld van Daar staat tegenover dat voor de marketing en promotie van films producenten (zowel als distributeurs) een subsidie kunnen aanvragen bij het Filmfonds. Tot een bepaald bedrag worden de bijdragen van de distributeur en producent gematched. Producenten kunnen maximaal van het Filmfonds krijgen. Niet alle producenten zetten mankracht of geld in voor het marketen van hun films. Deze producenten laten dit in het geheel over aan de distributeur. Producenten die wel zelf aan marketing doen, besteden gemiddeld ongeveer 1 a 2 % van het productiebudget aan de marketing en publiciteit van hun films. Dit uit zich veelal in het inzetten van mankracht voor het genereren van (gratis) publiciteit. Een aantal producenten heeft daartoe een of meerdere, min of meer fulltime, marketing- en publiciteitsmedewerkers in dienst. Daarnaast geven sommige producenten er de voorkeur aan om de marketing producten zoals posters, website etc. in eigen beheer te ontwikkelen omdat ze dan controle houden over het proces. Dit gebeurt meestal in samenwerking met de marketing- en publiciteitsafdeling van de omroep of distributeur. Een meerderheid van de producenten geeft aan dat ze tegenwoordig meer rekening houden met het publiek en zich meer richten op doelgroepen dan in het verleden het geval was. Een sterke samenwerking tussen producent en distributeur kan de kans op commercieel succes verhogen door in samenspraak met de distributeur de doelgroep te bepalen, een strategie te bedenken om die doelgroep te bereiken en een efficiënte publiciteit- en marketingcampagne te voeren. Enerzijds kan een langdurig samenwerkingsverband efficiencyvoordelen opleveren, anderzijds kan het echter ook negatieve gevolgen hebben doordat beide partijen niet meer kritisch richting elkaar zijn. 19

20 In tegenstelling tot bijvoorbeeld films uit de VS, zijn voor Nederlandse films de marketingbudgetten van distributeurs niet groot genoeg om een film met een tegenvallend eindresultaat alsnog te verkopen door veel geld in marketing te steken zodat de meeste bezoekers al in de eerste weken de film in de bioscoop gaan zien, voordat de negatieve mond-op-mond reclame begint. Bovendien is de rol van de distributeur in Nederland zoals eerder gezegd ook anders. De rol van financier en investeerder is hier veel kleiner waardoor de risico s van tegenvallende commerciële resultaten in mindere mate bij de distributeur terechtkomen en er dus niet echt een prikkel is deze strategie te volgen. 20

PROTOCOL TELEDOC ALGEMENE VOORWAARDEN CRITERIA AANVRAGERS: CRITERIA FILMPLAN:

PROTOCOL TELEDOC ALGEMENE VOORWAARDEN CRITERIA AANVRAGERS: CRITERIA FILMPLAN: PROTOCOL TELEDOC Een Teledoc is een documentaire met een eigentijds Nederlands onderwerp of duidelijk Nederlandse connectie, zich afspelend in het heden, toegankelijk, prikkelend, verhalend, cinematografisch

Nadere informatie

6. Film en televisie. 6.1 Nederlands Filmfonds

6. Film en televisie. 6.1 Nederlands Filmfonds 6. Film en televisie 6.1 Nederlands Filmfonds Het Nederlands Filmfonds stimuleert de filmproductie in Nederland. Verder bevordert het fonds een goed klimaat voor de Nederlandse filmcultuur en biedt filmmakers

Nadere informatie

logoocw Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 12 juli 2005 DK/B&B/05/26052 Filmstimuleringsbeleid

logoocw Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 12 juli 2005 DK/B&B/05/26052 Filmstimuleringsbeleid logoocw Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 12 juli 2005 DK/B&B/05/26052 Onderwerp Filmstimuleringsbeleid Eind november vorig jaar

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Media en Creatieve Industrie Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

Aankondiging participatiemogelijkheid 7.500

Aankondiging participatiemogelijkheid 7.500 Een film door Eddy Terstall en Erik Wünsch Een speelfilm voor Nederland en Belgie met Zeeuws-Vlaanderen en Vlaanderen als verrassend decor. Aankondiging participatiemogelijkheid 7.500 Met of zonder fiscale

Nadere informatie

PROTOCOL TELEDOC CAMPUS MAKERS PLANNEN

PROTOCOL TELEDOC CAMPUS MAKERS PLANNEN PROTOCOL TELEDOC CAMPUS De NPO, CoBO en het Nederlands Filmfonds maken zich sterk voor de ontwikkeling van documentaire talent. Hiervoor is een nieuw samenwerkingsproject ontwikkeld: Teledoc Campus. Bij

Nadere informatie

CREATIEBEURZEN PARTNER VAN DE AUDIOVISUELE AUTEUR. SABAM_BEURZEN_A5_11_03F_Mise en page 1 4/10/11 14:55 Page1

CREATIEBEURZEN PARTNER VAN DE AUDIOVISUELE AUTEUR. SABAM_BEURZEN_A5_11_03F_Mise en page 1 4/10/11 14:55 Page1 SABAM_BEURZEN_A5_11_03F_Mise en page 1 4/10/11 14:55 Page1 PARTNER VAN DE AUDIOVISUELE AUTEUR CREATIEBEURZEN foto s Fotolia, Istock BELGISCHE VERENIGING VAN AUTEURS COMPONISTEN EN UITGEVERS - SABAM CVBA

Nadere informatie

Een film door Eddy Terstall en Erik Wünsch. Een speelfilm voor Nederland en België met Zeeuws-Vlaanderen en Vlaanderen als verrassend decor

Een film door Eddy Terstall en Erik Wünsch. Een speelfilm voor Nederland en België met Zeeuws-Vlaanderen en Vlaanderen als verrassend decor Een film door Eddy Terstall en Erik Wünsch Een speelfilm voor Nederland en België met Zeeuws-Vlaanderen en Vlaanderen als verrassend decor SPONSORBROCHURE www.petitparisfilm.com DE FILM De speelfilm PETIT

Nadere informatie

1/ 5. VRAGEN EN ANTWOORDEN over makers, producenten en RoDAP.

1/ 5. VRAGEN EN ANTWOORDEN over makers, producenten en RoDAP. VRAGEN EN ANTWOORDEN over makers, producenten en RoDAP. Klopt het dat producenten makers niet betalen? Nee, producenten betalen honoraria voor het werk èn een vergoeding voor de overdacht van rechten,

Nadere informatie

CV Key of Time/Tijdslot

CV Key of Time/Tijdslot INLEIDING Entermorfic Pictures (hierna te noemen de beherend vennoot ) is voornemens een speelfilm te produceren, voorlopig getiteld Tijdslot (hierna te noemen de film ), waarvan het scenario door Jens

Nadere informatie

P R O D U C T I E B E G R O T I N G D O C U M E N T A I R E. Formaat: o S16 o High Definition o ander, nl

P R O D U C T I E B E G R O T I N G D O C U M E N T A I R E. Formaat: o S16 o High Definition o ander, nl Stichting Nederlands Fonds voor de Film Jan Luykenstraat 2 1071 CM Amsterdam P R O D U C T I E B E G R O T I N G D O C U M E N T A I R E Titel: Producent / productiemij. : Coproducent: Productieleiding:

Nadere informatie

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. VW-0251-a-13-2-b

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. VW-0251-a-13-2-b Bijlage VWO 2013 tijdvak 2 management & organisatie Informatieboekje VW-0251-a-13-2-b Formuleblad Voor de beantwoording van vraag 10 zijn de volgende formules beschikbaar: 10 formules voor samengestelde

Nadere informatie

Steunmaatregel N 524/2009 Nederland Wijzigingen in het Nederlands Fonds voor de Film (N 291/2007) Excellentie,

Steunmaatregel N 524/2009 Nederland Wijzigingen in het Nederlands Fonds voor de Film (N 291/2007) Excellentie, EUROPESE COMMISSIE Brussel, 22.12.2009 C(2009)10665 Betreft: Steunmaatregel N 524/2009 Nederland Wijzigingen in het Nederlands Fonds voor de Film (N 291/2007) Excellentie, 1. PROCEDURE (1) Bij brief van

Nadere informatie

Tax Relief Creative Industry UK

Tax Relief Creative Industry UK Tax Relief Creative Industry UK Vanaf voorjaar 2013 in UK Uitbreiding Tax Credit voor film naar tv drama/comedy, animatie en games Medio 2012 sector geconsulteerd Invoering o.m. afhankelijk van goedkeuring

Nadere informatie

Intake. Audiovisuele productie. D te Nuijl, communicatie adviezen film en tv producties

Intake. Audiovisuele productie. D te Nuijl, communicatie adviezen film en tv producties Intake Audiovisuele productie D te Nuijl, communicatie adviezen film en tv producties 1 Productietraject van een AV - programma Fase 1 algemene fase 1 Opdrachtgever komt met een; Idee - research Doelstelling

Nadere informatie

Beschikking op ontheffingsverzoek

Beschikking op ontheffingsverzoek Beschikking op ontheffingsverzoek Kenmerk: 15637\2009000994 Betreft: ontheffingsverzoek Europese quota Film 1, Film 1.2 en Film 1.3 alsmede Film 1 Action Beschikking van het Commissariaat voor de Media

Nadere informatie

NADERE SUBSIDIEREGELS FILM

NADERE SUBSIDIEREGELS FILM PROVINCIAAL BLAD Officiële naam regeling: Citeertitel: Naam ingetrokken regeling: Nadere subsidieregels Film Nadere subsidieregels Film Nadere subsidieregels pilot 'Filmfonds Limburg' Besloten door: Gedeputeerde

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2015 2016. A/ Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2015 2016. A/ Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2015 2016 34 495 Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Republiek Zuid-Afrika betreffende audiovisuele coproductie; s-gravenhage,

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. Nr. 7411. Nadere subsidieregels Film. 9 november 2015. Officiële uitgave van provincie Limburg.

PROVINCIAAL BLAD. Nr. 7411. Nadere subsidieregels Film. 9 november 2015. Officiële uitgave van provincie Limburg. PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Limburg. Nr. 7 9 november 5 Nadere subsidieregels Film Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene

Nadere informatie

Productie Kinderfilm door Naomi van den Bogaard en Pleuni Clijnk

Productie Kinderfilm door Naomi van den Bogaard en Pleuni Clijnk Productie Kinderfilm door Naomi van den Bogaard en Pleuni Clijnk 25 April 2013 Inhoud Planning.... 3 Verslag het boek Oma ontsnapt.... 4 Begroting... 7 Motivatie van de cast... 8 Film productie proces:...error!

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2016 Nr. 72

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2016 Nr. 72 30 (2015) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2016 Nr. 72 A. TITEL B. TEKST Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Zuid-Afrika

Nadere informatie

Creative Europe Programma en Europe For Citizens Calls en deadlines 2014

Creative Europe Programma en Europe For Citizens Calls en deadlines 2014 Creative Europe Programma en Europe For Citizens Calls en deadlines 2014 Calls subprogramma MEDIA Korte omschrijving Deadline Support for the development of Single Projects and Slate Funding Steun voor

Nadere informatie

4. Financiering De totale kosten van het project bedragen 628.620

4. Financiering De totale kosten van het project bedragen 628.620 A. Feiten 1. De Film a. Key of Time b. Diederik van Rooijen: regie Producent: CV Key of Time/Tijdslot c. Huidige eigenaar filmrechten: CV Key of Time/Tijdslot d. Productieperiode: Juni 2004- December 2005

Nadere informatie

Talentontwikkeling in de Nederlandse film en televisie-industrie. productie: Sevilla

Talentontwikkeling in de Nederlandse film en televisie-industrie. productie: Sevilla Talent Telt! Talentontwikkeling in de Nederlandse film en televisie-industrie productie: Sevilla Talent Telt! Nieuwe talenten met frisse ideeën en visie zijn vitaal voor een gezonde audiovisuele industrie,

Nadere informatie

Als het antwoord op de eerste vraag en één van de andere vragen positief is, dan is Good Mooov wellicht iets voor jou.

Als het antwoord op de eerste vraag en één van de andere vragen positief is, dan is Good Mooov wellicht iets voor jou. Werk je aan een documentaire film? Behandelt je film een hedendaags maatschappelijk thema? Wil je met je film impact genereren? Zoek je partners om je filmproject te ontwikkelen? Zoek je nu al een publiek

Nadere informatie

FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL. Nederlands Filmfonds

FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL. Nederlands Filmfonds FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL Nederlands Filmfonds Datum: 1 januari 2013 Dit document vervangt de versie van 2 april 2012 en alle voorgaande versies 1 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1: FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL

Nadere informatie

Raamovereenkomst NPO NVS coproductie speelfilm

Raamovereenkomst NPO NVS coproductie speelfilm Raamovereenkomst NPO NVS coproductie speelfilm Partijen De stichting Nederlandse Publieke Omroep, hierna te noemen NPO, mede handelend namens de landelijke publieke mediainstellingen (hierna Omroep c.q.

Nadere informatie

SUPPLETIEREGELING FILMINVESTERINGEN NEDERLAND

SUPPLETIEREGELING FILMINVESTERINGEN NEDERLAND SUPPLETIEREGELING FILMINVESTERINGEN NEDERLAND Toelichting 01/11 Algemeen 1 Achtergrond en doel van de regeling Ondanks de successen van de afgelopen jaren kampt de filmsector met aan aantal hardnekkige

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid Nr. 94 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Plan van Aanpak video productie

Plan van Aanpak video productie Fall 16 Plan van Aanpak video productie [Type the company address] Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Achtergronden... 3 Hoofdstuk 2 Projectopdracht... 4 Hoofdstuk 3 Projectactiviteiten... 5 Hoofdstuk 4 Projectgrenzen

Nadere informatie

ons kenmerk BAOZW/U201100753 Lbr. 11/028

ons kenmerk BAOZW/U201100753 Lbr. 11/028 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Uw medewerking bij plan digitalisering lokale filmtheaters uw kenmerk ons kenmerk BAOZW/U201100753 Lbr. 11/028

Nadere informatie

Competenties Regisseur. Competenties film en televisie

Competenties Regisseur. Competenties film en televisie Competenties Regisseur Competenties film en televisie De competenties van het opleidingsprofiel Film en TV zijn verdeeld in drie domeinen: - artistiek competentiedomein - vaktechnisch competentiedomein

Nadere informatie

Met deze brief beantwoorden wij, mede namens de minister van Economische Zaken de motie Bergkamp/Monasch 1 over de Nederlandse filmindustrie.

Met deze brief beantwoorden wij, mede namens de minister van Economische Zaken de motie Bergkamp/Monasch 1 over de Nederlandse filmindustrie. >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG.. Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Samenvatting mediapartners Shopping2020

Samenvatting mediapartners Shopping2020 Samenvatting eindrapport expertgroep Online Ondernemen Webwinkeliers te optimistisch over overlevingskansen. Op basis van data van de Kamer van Koophandel (N=26.250), een online enquête (N=500) en interviews

Nadere informatie

EEN NIEUWE POOT ONDER DE NEDERLANDSE FILMPRODUCTIE Advies inzake de opzet en inzet van een nieuwe stimuleringsmaatregel

EEN NIEUWE POOT ONDER DE NEDERLANDSE FILMPRODUCTIE Advies inzake de opzet en inzet van een nieuwe stimuleringsmaatregel EEN NIEUWE POOT ONDER DE NEDERLANDSE FILMPRODUCTIE Advies inzake de opzet en inzet van een nieuwe stimuleringsmaatregel Advies aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingevolge haar verzoek

Nadere informatie

Concurrentieanalyse. Kim Lokhorst MM3A Mediamanager Stage Nl Film

Concurrentieanalyse. Kim Lokhorst MM3A Mediamanager Stage Nl Film Concurrentieanalyse Kim Lokhorst MM3A Mediamanager Stage Nl Film Inleiding De concurrenten van NL film zijn alle andere bedrijven in Nederland die films en/of series maken voor de Nederlandse televisie

Nadere informatie

Dames en heren, Verhalen zijn ook een belangrijk onderdeel van het werk van de Nederlandse Publieke Omroep. Wij willen onze rol blijven spelen in het

Dames en heren, Verhalen zijn ook een belangrijk onderdeel van het werk van de Nederlandse Publieke Omroep. Wij willen onze rol blijven spelen in het Speech Shula Rijxman NFF 1 okt 2015 Dames en heren, Ik ben opgegroeid met verhalen. Mijn familie bestaat uit fantastische verhalenvertellers. Dat is een groot rijkdom. Als wij elkaar zien, is het nooit

Nadere informatie

Relevante passages Concessiebeleidsplan

Relevante passages Concessiebeleidsplan Relevante passages Concessiebeleidsplan 4.1.7. NPO-fonds Door het opheffen van het Mediafonds per 1 januari 2017 dreigde een belangrijk deel van de financiering van kwalitatief hoogwaardig artistiek drama,

Nadere informatie

Steunmaatregel N 291/2007 - Nederland Het Nederlands Fonds voor de Film - Uitvoeringsregeling Lange Speelfilm en Suppletieregeling Filminvesteringen

Steunmaatregel N 291/2007 - Nederland Het Nederlands Fonds voor de Film - Uitvoeringsregeling Lange Speelfilm en Suppletieregeling Filminvesteringen EUROPESE COMMISSIE Brussel, 10.VII.2007 C(2007) 3231 def. Betreft: Steunmaatregel N 291/2007 - Nederland Het Nederlands Fonds voor de Film - Uitvoeringsregeling Lange Speelfilm en Suppletieregeling Filminvesteringen

Nadere informatie

TAX SHELTER 2.0. Een veilig product toegankelijk voor zowel kleine als grote ondernemingen

TAX SHELTER 2.0. Een veilig product toegankelijk voor zowel kleine als grote ondernemingen TAX SHELTER 2.0 Een veilig product toegankelijk voor zowel kleine als grote ondernemingen Sprekers Jean-Paul Philippot Casa Kafka Pictures, gedelegeerd bestuurder Dirk Gyselinck Belfius, lid van het directiecomité,

Nadere informatie

ARTES, DE BESTE KEUZE VOOR DE AUTEURS BEURZEN AUDIOVISUELE SECTOR

ARTES, DE BESTE KEUZE VOOR DE AUTEURS BEURZEN AUDIOVISUELE SECTOR ARTES, DE BESTE KEUZE VOOR DE AUTEURS BEURZEN AUDIOVISUELE SECTOR OKTOBER 2013 WOORD VOORAF Film, televisie, dvd, multimedia, video on demand, internet..., allemaal communicatiemiddelen waarmee audiovisuele

Nadere informatie

Deelreglement Ontwikkeling van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Deelreglement Ontwikkeling van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film Deelreglement Ontwikkeling van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film 1 januari 2015 INHOUD ALGEMEEN... 3 - definities -...3 - toepasselijkheid reglementen -...5 - subsidiesoorten -...5 - slate funding

Nadere informatie

Beleidsplan Stichting Life After War voor 2015 en 2016

Beleidsplan Stichting Life After War voor 2015 en 2016 1. Inleiding Voor u ligt het beleidsplan van de Stichting Life After War. In dit plan worden doelstelling, werkwijze en activiteiten van de Stichting uiteengezet. Life After War is een nog jonge Stichting.

Nadere informatie

2011-2015. Beleidsplan Stichting De Upside van Down

2011-2015. Beleidsplan Stichting De Upside van Down 2011-2015 Beleidsplan Stichting De Upside van Down Caroline Belle 2011-2015 Inhoud Inleiding. pagina 03 Hoofdstuk 1, Uitgangspunten. pagina 05 Hoofdstuk 2, Visie pagina 06 Hoofdstuk 3, Doelstellingen.

Nadere informatie

fld Nederla nds Fon ds voor de Film Amsterdam, 28-9-2010 Onze referentie: 201 1 130/58

fld Nederla nds Fon ds voor de Film Amsterdam, 28-9-2010 Onze referentie: 201 1 130/58 Nederla nds Fon ds voor de Film f WB Amsterdam, 28-9-2010 Onze referentie: 201 1 130/58 Geachte heerfmevrouw, Naar aanleiding van de uitnodiging van het Ministerie van Justitie, het Ministerie van Onderwijs,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 10176 9 juni 2011 Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film van 16 juni 2011 De Stichting

Nadere informatie

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE COMMODITY DISCOVERY FUND Bijgewerkt tot 8 juli 2014

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE COMMODITY DISCOVERY FUND Bijgewerkt tot 8 juli 2014 PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE COMMODITY DISCOVERY FUND Bijgewerkt tot 8 juli 2014 Principles of Fund Governance Pag. 1/5 1. INLEIDING Commodity Discovery Management B.V. (de Beheerder ) is de beheerder

Nadere informatie

P R O D U K T I E B E G R O T I N G

P R O D U K T I E B E G R O T I N G Stichting Nederlands Fonds voor de Film Jan Luykenstraat 2 1071 CM Amsterdam P R O D U K T I E B E G R O T I N G Titel: Producent / produktiemij: Co-producent : Produktieleiding: Regie: Camera: Geluid:

Nadere informatie

De Nederlandse filmsector Noodzaak van investering en kwaliteitsverbetering

De Nederlandse filmsector Noodzaak van investering en kwaliteitsverbetering Wil de Nederlandse filmsector een rol van betekenis spelen in het veranderend medialandschap, dan zal flink moeten worden geïnvesteerd in de productie, distributie en vertoning van film. Voor kwaliteitsversterking

Nadere informatie

Persoonlijk Ontwikkelingsplan

Persoonlijk Ontwikkelingsplan Persoonlijk Ontwikkelingsplan De leerdoelen Leerdoel 1 Producer Tijdens het project van de verdieping wil ik graag meer kennis opdoen over de productie van een film. Tijdens mijn stage heb ik al verschillende

Nadere informatie

Sectoronderzoek film en televisie

Sectoronderzoek film en televisie Sectoronderzoek film en televisie Eindrapport Een onderzoek in opdracht van de Federatie Filmbelangen Jaap Wils Arnold Ziegelaar B2921 Leiden, 16 juni 2005 2 Voorwoord De wereld van de Nederlandse film-

Nadere informatie

FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL. Nederlands Filmfonds

FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL. Nederlands Filmfonds FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL Nederlands Filmfonds Datum: 1 januari 2015 Dit document vervangt de versie van 16 mei 2014 en alle voorgaande versies Pagina 1 Versie 1 januari 2015 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK

Nadere informatie

Richtlijnen subsidieaanvraag Internationalisering

Richtlijnen subsidieaanvraag Internationalisering Richtlijnen subsidieaanvraag Internationalisering U dient een subsidieaanvraag Internationalisering in door het volledig ingevulde aanvraagformulier, vergezeld van een plan, een begroting en de gevraagde

Nadere informatie

Samenvatting Brancherapport 2010.

Samenvatting Brancherapport 2010. Samenvatting Brancherapport 2010. De basis van dit rapport wordt gevormd door face-to-face interviews met ervaringsdeskundigen en een groot kwantitatief onderzoek onder meer dan 4.674 marketeers in Nederland

Nadere informatie

Stappenplan. l1z. Hoe start u een community? Social Trade Circuit

Stappenplan. l1z. Hoe start u een community? Social Trade Circuit l1z Stappenplan Social Trade Circuit Hoe start u een community? U bent een netwerk van bedrijven, een aantal individuen, of een groep die wil samenwerken met anderen om een @nder soort geld te bouwen.

Nadere informatie

Wie kan subsidie aanvragen? Iedere rechtspersoon of natuurlijke persoon kan LEF subsidie aanvragen, mits ingeschreven in de Kamer van Koophandel.

Wie kan subsidie aanvragen? Iedere rechtspersoon of natuurlijke persoon kan LEF subsidie aanvragen, mits ingeschreven in de Kamer van Koophandel. Veelgestelde vragen LEF 6 nov 2015 Waarom een Lokaal Economisch Fonds? De gemeente stimuleert de economie en werkgelegenheid in Utrecht. Het Lokaal Economische Fonds, met een budget van 8 miljoen euro,

Nadere informatie

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst 4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst De arbeidsvoorwaarden van veel werknemers zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Dit is een overeenkomst die per bedrijf of bedrijfstak wordt afgesloten

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

KLIK OM TE NAVIGEREN PRODUCTIE 4 GRAFISCHE ELEMENTEN 4 RIGGING 4 ANIMEREN 4 RENDEREN 5 BACKUP 5

KLIK OM TE NAVIGEREN PRODUCTIE 4 GRAFISCHE ELEMENTEN 4 RIGGING 4 ANIMEREN 4 RENDEREN 5 BACKUP 5 PRODUCTIE PROCES Wij vinden het bij Infilmer Studios belangrijk dat de klant een goed inzicht heeft in het proces. Daarom zullen we je bij elk onderdeel van de productie een overzicht geven van de processen

Nadere informatie

Vergoedingen voor openbaarmaking? Natuurlijk via StOP nl!

Vergoedingen voor openbaarmaking? Natuurlijk via StOP nl! Vergoedingen voor openbaarmaking? Natuurlijk via StOP nl! Nieuwsbrief StOP nl Nederlandse producenten kunnen voor uitzendingen vanaf 1 oktober 2012 in aanmerking komen voor een collectieve vergoeding via

Nadere informatie

NEDERLANDSE PARTICIPATIE AAN HET MEDIA PROGRAMMA

NEDERLANDSE PARTICIPATIE AAN HET MEDIA PROGRAMMA NEDERLANDSE PARTICIPATIE AAN HET MEDIA PROGRAMMA Nederland neemt sinds een aantal jaren een stabiele plek in de top 10 van best presterende landen in. Eerst de grote vijf (Frankrijk, Engeland, Duitsland,

Nadere informatie

NIEUWJAARSRECEPTIE. 4 januari 2011. Wilco Wolfers voorzitter NVF en NFC

NIEUWJAARSRECEPTIE. 4 januari 2011. Wilco Wolfers voorzitter NVF en NFC NIEUWJAARSRECEPTIE 4 januari 2011 Wilco Wolfers voorzitter NVF en NFC Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten

Nadere informatie

BELEIDSPLAN 2013-2018

BELEIDSPLAN 2013-2018 BELEIDSPLAN 2013-2018 Stichting Vrienden van de Nederlandse Film (VNF) Beleidsplan 2013-2018 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. doelstelling VNF 3. activiteiten 4. organisatie 5. begroting pag. 2 1. INLEIDING

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomst. tussen. het Nederlands Fonds voor de Film en het Vlaams Audiovisueel Fonds vzw. m.b.t. Nederlands-Vlaamse coproducties

Samenwerkingsovereenkomst. tussen. het Nederlands Fonds voor de Film en het Vlaams Audiovisueel Fonds vzw. m.b.t. Nederlands-Vlaamse coproducties Samenwerkingsovereenkomst tussen het Nederlands Fonds voor de Film en het Vlaams Audiovisueel Fonds vzw m.b.t. Nederlands-Vlaamse coproducties Het Nederlands Fonds voor de Film en het Vlaams Audiovisueel

Nadere informatie

NSCmonitor 2012 Amsterdam 06-05-2013

NSCmonitor 2012 Amsterdam 06-05-2013 NSCmonitor 2012 Amsterdam 06-05-2013 De NSC monitor is het resultaat van een enquête die sinds 2011 onder actieve leden van Netherlands Society of Cinematographers wordt gehouden. Het doel is om jaarlijks

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

Regeling Translation Grants for Foreign Publishers

Regeling Translation Grants for Foreign Publishers Regeling Translation Grants for Foreign Publishers De Stichting Nederlands Letterenfonds, gelet op de Algemene wet bestuursrecht, gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

Nadere informatie

Opname-overeenkomst. Namen artiest(-en): ... Als artiesten gezamenlijk werkzaam onder de naam: XXXX Adres : XXX Postcode en woonplaats : XXX

Opname-overeenkomst. Namen artiest(-en): ... Als artiesten gezamenlijk werkzaam onder de naam: XXXX Adres : XXX Postcode en woonplaats : XXX Opname-overeenkomst Namen artiest(-en):............................................................................................................................................................................

Nadere informatie

Case study: Service en sales gaan samen voor beter klantcontact

Case study: Service en sales gaan samen voor beter klantcontact Case study: Service en sales gaan samen voor beter klantcontact Sales als basis voor klantcontact stimuleert klanttevredenheid Meer dan 900 medewerkers van Transcom Nederland verzorgen dagelijks facilitaire

Nadere informatie

Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017

Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017 Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017 Het is belangrijk dat kinderen al jong kennis maken met bedrijven en beroepen. Roefelen maakt dat mogelijk. De in 2011 opgerichte

Nadere informatie

FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL. Nederlands Filmfonds

FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL. Nederlands Filmfonds FINANCIEEL & PRODUCTIONEEL PROTOCOL Nederlands Filmfonds Datum: 1 januari 2016 Dit document vervangt de versie van 1 januari 2015 en alle voorgaande versies Pagina 1 Versie 1 januari 2016 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Bijlage 1: Beschrijving Seed Capital

Bijlage 1: Beschrijving Seed Capital Bijlage 1: Beschrijving Seed Capital Doel Het doel van de Seed-faciliteit is: De onderkant van de Nederlandse risicokapitaalmarkt zodanig stimuleren en mobiliseren, dat technostarters in hun kapitaalbehoefte

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

Resultaten beroeps- en belangenorganisaties

Resultaten beroeps- en belangenorganisaties Creatief Ondernemerschaplab Jaarlijkse vragenlijst 215 Resultaten beroeps- en belangenorganisaties Onderzoek uitgevoerd door Tilburg University: Prof. dr. Arjen van Witteloostuijn Prof. dr. Arjan van den

Nadere informatie

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film 1 januari 2014 INHOUD ALGEMEEN... 3 - Definities -... 3 - Toepasselijkheid reglementen -... 5 - Subsidiesoorten -... 5 - Slate funding

Nadere informatie

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film 1 januari 2015 Pagina 1 1 januari 2015 INHOUD ALGEMEEN... 3 - Definities -... 3 - Toepasselijkheid reglementen -... 5 - Subsidiesoorten

Nadere informatie

Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs

Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs Eind januari bracht het Platform Onderwijs2032 het eindadvies uit met hun visie op toekomstgericht onderwijs. Het rapport bevat veel bruikbare ideeën en aandacht

Nadere informatie

Succesfactoren en Knelpunten in de Nederlandse Filmindustrie

Succesfactoren en Knelpunten in de Nederlandse Filmindustrie Succesfactoren en Knelpunten in de Nederlandse Filmindustrie Een waardeketenanalyse Bachelorscriptie economie en bedrijfskunde Geschreven door: Elize van der Steen Studentnummer: 0515795 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

NAPK/VvL-contract voor het schrijven van een theatertekst

NAPK/VvL-contract voor het schrijven van een theatertekst NAPK/VvL-contract voor het schrijven van een theatertekst met licentieovereenkomst Inhoud pag 1. Intentieverklaring/Inleiding bij NAPK/VvL-contract voor het schrijven van een theatertekst pag 2. Contract

Nadere informatie

Aanvraagformulier culturele basisinfrastructuur 2017-2020 Artikel 3.24 Festival oude muziek

Aanvraagformulier culturele basisinfrastructuur 2017-2020 Artikel 3.24 Festival oude muziek Aanvraagformulier culturele basisinfrastructuur 2017-2020 Artikel 3.24 Festival oude muziek Aanvraagtermijn Een aanvraag voor instellingssubsidie voor de jaren 2017 tot en met 2020 op grond van dit hoofdstuk

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

Ecological Management Foundation

Ecological Management Foundation Ecological Management Foundation Beleidsplan Frederik Claasen In opdracht van Bestuur EMF December 2013 Projectnummer 2047 Ecological Management Foundation C/o Aidenvironment Barentszplein 7 1013 JN Amsterdam

Nadere informatie

2. Kan de minister (per jaar tot en met 2014) meedelen welk aandeel van de steun ging naar elke omroep?

2. Kan de minister (per jaar tot en met 2014) meedelen welk aandeel van de steun ging naar elke omroep? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 240 van LIONEL BAJART datum: 4 juni 2015 aan SVEN GATZ VLAAMS MINISTER VAN CULTUUR, MEDIA, JEUGD EN BRUSSEL Mediafonds - Steunaanvragen Het Mediafonds werd in 2010 opgestart, waarbij

Nadere informatie

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Om in aanmerking te komen voor een subsidie tussen 25.000 en 65.000 euro moet een project aan de volgende criteria voldoen: 1. het project

Nadere informatie

Normering en schaallengte

Normering en schaallengte Bron: www.citogroep.nl Welk cijfer krijg ik met mijn score? Als je weet welke score je ongeveer hebt gehaald, weet je nog niet welk cijfer je hebt. Voor het merendeel van de scores wordt het cijfer bepaald

Nadere informatie

DE JUISTE BELONINGSMIX. Relatie met prestatie. Tijdshorizon KORTE TERMIJN (KT) LANGE TERMIJN (LT) Variabel Inkomen (kt) Totaal Vast Inkomen

DE JUISTE BELONINGSMIX. Relatie met prestatie. Tijdshorizon KORTE TERMIJN (KT) LANGE TERMIJN (LT) Variabel Inkomen (kt) Totaal Vast Inkomen DE JUISTE BELONINGSMIX Hay Group heeft recentelijk onderzocht hoe het beloningsbeleid van organisaties aan het veranderen is. Uit het onderzoek The Changing Face of Reward blijkt dat bedrijven zich met

Nadere informatie

ECSD/U201402324 Lbr. 14/092

ECSD/U201402324 Lbr. 14/092 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft leren over cultureel ondernemen uw kenmerk ons kenmerk ECSD/U201402324 Lbr. 14/092 bijlage(n) 2 (separaat

Nadere informatie

Met hartelijke groet, Simone Delorme Johan de Ruiter Floris van der Schot Oene Gerritsma

Met hartelijke groet, Simone Delorme Johan de Ruiter Floris van der Schot Oene Gerritsma JAARVERSLAG 2015 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Verantwoording boekjaar 2015 Stichting Life After War... 4 Inleiding... 4 Terugblik op 2015 activiteiten, resultaten en financiën... 4 De activiteiten... 4

Nadere informatie

Stichting SQPN Jaarverslag voor 2010

Stichting SQPN Jaarverslag voor 2010 Stichting SQPN Jaarverslag voor 2010 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Activiteiten... 4 Publiciteit... 5 Externe Contacten... 5 Interne Organisatie... 5 Conclusies en aanbevelingen... 6 Stichting SQPN - Jaarverslag

Nadere informatie

Het NORMA-fonds maakt het mogelijk

Het NORMA-fonds maakt het mogelijk Het NORMA-fonds maakt het mogelijk Steeds meer uitvoerend kunstenaars weten de weg naar het NORMA-fonds te vinden. De laatste jaren is het aantal aanvragen van toneelgezelschappen, festivals en overige

Nadere informatie

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Inleiding Door de opkomst van moderne informatie- en communicatietechnologieën is het voor huishoudens eenvoudiger en goedkoper geworden om de vrije besparingen,

Nadere informatie

BURNY BOS TALENT AWARD 2015 DEELNAMEFORMULIER

BURNY BOS TALENT AWARD 2015 DEELNAMEFORMULIER BURNY BOS TALENT AWARD 2015 DEELNAMEFORMULIER PERSOONLIJKE GEGEVENS Naam Adres Te bereiken op mail Telefoon Facebook; LinkedIn;Twitter profiel: Korte beschrijving van je achtergrond, CV IDEE VOOR ANIMATIE

Nadere informatie

Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen 2007 (13 november 2006)

Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen 2007 (13 november 2006) Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen 2007 (13 november 2006) 1. Inleiding De betrokkenheid van Windesheim met haar medewerkers is mede zichtbaar in een pakket arbeidsvoorwaarden dat erop gericht is het

Nadere informatie

Raad voor cultuur Raad voor cultuur Raad voor cultuur

Raad voor cultuur Raad voor cultuur Raad voor cultuur R.J.Schimmelpennincklaan 3 Postbus 61243 2506 AE Den Haag Telefoon +31(0)70 310 66 86 Fax +31(0)70 361 47 27 e-mail cultuur@cultuur.nl www.cultuur.nl De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Nadere informatie

Productencatalogus. www.ondernemrslabtwente.nl

Productencatalogus. www.ondernemrslabtwente.nl 1 Productencatalogus www.ondernemrslabtwente.nl 2 Voorwoord Ondernemerslab Het Ondernemerslab Twente is een samenwerking van het ROC van Twente en ROZ (Regionale Organisatie Zelfstandigen). Het Ondernemerslab

Nadere informatie

Inhoud. Stichting GeefGezondheid 2014 Algemeen beleidsplan pagina 1 van 5

Inhoud. Stichting GeefGezondheid 2014 Algemeen beleidsplan pagina 1 van 5 Bel ei dspl anst i c ht i nggeef Gez ondhei d Geef Gez ondhei d. nu201 4 Inhoud 1. Inleiding 1.1 Achtergrond en doel GeefGezondheid 1.2 Over crowdfunding Het succes van crowdfunding Crowdfunding via GeefGezondheid.nu

Nadere informatie