Schulden: een (on)dragelijke last?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Schulden: een (on)dragelijke last?"

Transcriptie

1 Schulden: een (on)dragelijke last? Problematische schulden bij huishoudens tot 150% van het netto-sociaalminimum in 2003 Tilburg, juni 2004 Tris Serail IVA beleidsonderzoek en advies 1

2 2

3 Voorwoord Voor u ligt het rapport van het onderzoek dat IVA beleidsonderzoek en advies heeft uitgevoerd om te schatten hoeveel huishoudens met een inkomen tot maximaal 150% van het netto-sociaalminimum in 2003 te maken hebben met een problematische schuld. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het onderzoek vindt plaats in het kader van de toezegging die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het Nationaal actieplan ter bestrijding van sociale uitsluiting en armoede 2003 (NAP 2003) heeft gedaan om de omvang van de huishoudens tot 150% van het sociaal minimum met problematische schulden in kaart te brengen. Een goed landelijk beeld van de omvang van de problematiek ontbreekt tot nu toe omdat gegevensbronnen onvolledig zijn, elkaar deels overlappen, uitgaan van verschillende definities of betrekking hebben op verschillende deelpopulaties huishoudens. Een belangrijke opgave bij de uitvoering van het onderzoek is het formuleren van wat nu eigenlijk problematische schulden zijn. Op dit punt lijkt er een bijna Babylonische spraakverwarring te bestaan. Er zijn veel definities en minder formele noties in omloop van problematische schulden. Verschillen hangen onder andere samen met het referentiekader en perspectief van degene van wie de definitie afkomstig is. Elke definitie impliceert het maken van keuzes. Ook de definitie die in dit onderzoek is gebruikt, ontkomt daar niet aan, al is natuurlijk de gemaakte keuze goed te onderbouwen. Het onderzoek is besproken met een klankbordgroep, waarin naast het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vertegenwoordigd waren: - Landelijk Platform Integrale Schuldhulpverlening; - Centraal Bureau voor de Statistiek; - Ministerie van Justitie; - NIBUD; - Sociaal en Cultureel Planbureau. I

4 Met de klankbordgroep is onder andere overlegd over onderzoeksaanpak, vragenlijst en concept-rapport. IVA beleidsonderzoek en advies, en in het bijzonder Tris Serail als uitvoerder van dit onderzoek, is alle genoemde personen zeer erkentelijk voor hun deskundige inbreng en ondersteuning. Het moge echter duidelijk zijn dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het onderzoek uitsluitend bij IVA beleidsonderzoek en advies ligt. IVA beleidsonderzoek en advies hoopt zeer dat de resultaten van het onderzoek een waardevolle bijdrage leveren aan de beleidsvorming van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op het terrein van schulden en schuldhulpverlening. Tilburg, juni 2004 Marjan Bastiaan Directeur II

5 Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanleiding voor dit onderzoek De onderzoeksaanpak Leeswijzer Centrale probleemstelling en definities Definiëring van problematische schulden Operationalisering van de definitie van problematische schulden Huishoudens met problematische schulden De berekeningswijze Het aantal huishoudens met problematische schulden Kenmerken van huishoudens met problematische schulden Verdere verkenning van de schuldsituatie Samenvatting Lijst van geraadpleegde literatuur III

6 Bijlagen Bijlage 1 Steekproeftrekking en veldwerk Bijlage 2 Verantwoording bewerkingen en definities Bijlage 3 Varianten indicatoren problematische schulden Bijlage 4 Resultaten eerste gewogen analyses Bijlage 5 Vragenlijst Bijlage 6 Betrouwbaarheidsintervallen bij 95% IV

7 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor dit onderzoek Problematische schulden staan al weer geruime tijd volop in de politieke en maatschappelijke belangstelling. Het maken van schulden is een geaccepteerde praktijk in Nederland. Het CBS schat dat in % van de huishoudens niet-hypothecaire schulden had in de vorm van een consumptief krediet, een studie- of belastingschuld, 'rood staan', een afbetalingsregeling of andere vormen van niet-hypothecaire leningen en 43% hypothecaire schulden in verband met de eigen woning 1. In verreweg de meeste gevallen kunnen huishoudens de financiële lasten van aflossing en rente op eigen kracht opbrengen om zo weer schuldenvrij te worden. Een klein deel van de huishoudens slaagt daar niet in en loopt het risico om in een neerwaartse spiraal terecht te komen. De schuldverplichtingen worden niet meer nagekomen, nieuwe leningen worden afgesloten of andere betalingsverplichtingen worden verzaakt om aflossing en rente van bestaande schulden te kunnen opbrengen. Het ene gat wordt met het andere gestopt totdat ook dat niet meer lukt. Als een huishouden 'geluk' heeft, kan nog een oplossing worden gevonden langs de weg van een schuldbemiddeling, minnelijke of wettelijke schuldsanering, of persoonlijk faillissement, in andere gevallen is ook die weg afgesloten en ontstaat een nagenoeg uitzichtloze situatie. Zicht op het aantal huishoudens met problematische schulden en in het bijzonder van de meest kwetsbare groep (de huishoudens met een inkomen tot 150% van het netto-sociaal minimum) ontbreekt echter. Deze groep met lagere inkomens zijn kwetsbaarder bij het ontstaan van schuldsituaties dan huishoudens met een hoger inkomen. Immers, als de groep met lagere inkomens met schulden wordt gecon- 1 Gegevens via Zie ook Vrooman et al. (2003), Armoedemonitor 2003, p

8 fronteerd, kunnen deze schulden sneller het karakter krijgen van problematische schulden. De informatie over problematische schulden is erg versnipperd en onvolledig. De gemeentelijke kredietbanken hebben volgens de NVVK in 2003 zo'n verzoeken tot schuldregeling ontvangen. In 2002 zijn er door de rechtbanken bijna schuldsaneringen uitgesproken (Vrooman et al., 2003: 53). De cijfers uit verschillende bronnen mogen niet zonder meer bij elkaar opgeteld worden. Zij hebben betrekking op grootheden die niet te vergelijken zijn. Bovendien bestaat de kans op overlap tussen de verschillende gegevens en is het beeld niet volledig. Het gaat uitsluitend om situaties waarin een beroep is gedaan op een vorm van formele schuldhulpverlening en dan ook nog maar om een deel hiervan. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft behoefte aan een actueel landelijk beeld van de precieze omvang van de schuldenproblematiek bij huishoudens, behorend tot de doelgroep, om het beleid dat het ministerie voorstaat beter te kunnen uitvoeren. Het beleid met betrekking tot schuldhulpverlening is er vooral op gericht de belangrijkste actoren (financiers, gemeenten, schuldeisers en schuldenaren) te stimuleren hun eigen verantwoordelijkheden op te pakken bij het verminderen van de schuldenproblematiek. De schuldhulpverlening omvat een scala aan activiteiten, zowel gericht op preventie van schuldenproblemen als op de oplossing hiervan. Het gaat onder andere om budgetadvisering en budgetvoorlichting, psychosociale begeleiding en schuldregelen. Bij het zoeken naar financiële oplossingen voor schuldenproblemen ligt het primaat bij het minnelijk traject. Het uitgangspunt van het minnelijk traject is dat schuldenaar en schuldeisers vrijwillig tot een regeling van de schulden komen. Binnen het minnelijk traject kan onderscheid gemaakt worden tussen schuldbemiddeling en schuldsanering. Bij schuldbemiddeling wordt tussen schuldenaar en zijn schuldeisers een regeling overeengekomen over de aflossing van de schulden. De schulden worden door de schuldenaar gedurende de looptijd van de regeling aan de afzonderlijke schuldeisers afbetaald. Bij een schuldsanering krijgt de schuldenaar één nieuw saneringskrediet, bijvoorbeeld bij een Kredietbank, dat gedurende de looptijd van de regeling (maximaal drie jaar) moet worden afgelost. De schuldeisers worden direct met dat krediet betaald. In beide gevallen kan als onderdeel van de regeling met de schuldeisers worden afgesproken dat zij afzien van een deel van hun vordering op de schuldenaar. Als het niet mogelijk blijkt voor schuldenaar en schuldeisers om in het minnelijk traject tot een vergelijk te komen over de problematische schuldpositie van de schuldenaar, kan de schuldenaar de rechtbank verzoeken om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (derde titel van de Faillissementswet). De rechter baseert zijn beslissing over het al 2

9 dan niet toelaten van de schuldenaar tot de Wsnp 2 -regeling onder meer op de goede trouw en het saneringsrijp zijn van de schuldenaar. De duur van de wettelijke regeling is in de praktijk meestal drie jaar (maximaal vijf jaar). Van de schuldenaar die tot de schuldsaneringsregeling wordt toegelaten, wordt een maximale inspanning met betrekking tot zijn aflossingscapaciteit verwacht. Daar staat tegenover dat de restantvorderingen van zijn schuldeisers onverhaalbaar zijn geworden na een positief eindvonnis. In het Nationaal actieplan ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (NAP 2003) is gesteld dat het streven allereerst gericht is op het in kaart brengen van de schuldenproblematiek over het peiljaar Het onderzoek dat in dit rapport wordt beschreven, moet leiden tot feitelijke gegevens over het aantal huishoudens met problematische schulden waarbij de te gebruiken inidicator zo goed mogelijk moet aansluiten bij de praktijk van de schuldhulpverlening. Verder moet de onderzoeksaanpak geschikt zijn voor herhaling van de meting, zodat ook kan worden nagegaan hoe het aantal huishoudens met problematische schulden zich door de jaren heen ontwikkelt. Twee eerdere onderzoeken om de problematiek in beeld te krijgen (Vermeulen et al, 1992; Janssen, Kersten en Vermeulen, 1999) zijn inmiddels niet meer actueel en verschillen qua aanpak, doelgroep en doelstelling. De twee genoemde onderzoeken hadden betrekking op alle huishoudens, terwijl het ministerie nu inzicht wil krijgen in het voorkomen van problematische schulden onder de huishoudens met een inkomen tot maximaal 150% van het netto-sociaalminimum. Ook de indicator die in dit onderzoek wordt gebruikt, verschilt van de indicatoren uit vorige onderzoeken. Het onderzoek van Janssen bijvoorbeeld had tot doel om te schatten hoeveel huishoudens het risico liepen om in een situatie met problematische schulden terecht te komen. Dat is wezenlijk anders dan het meten of schatten van het aantal huishoudens dat in een problematische schuldsituatie verkeert. Door de genoemde verschillen is een vergelijking tussen de resultaten van dit onderzoek met deze eerdere onderzoeken niet zinvol. 1.2 De onderzoeksaanpak Het onderzoek is uitgevoerd via enquêtes onder huishoudens met een inkomen tot maximaal 150% van het netto-sociaalminimum. In 2000 voldeed 26% van de huishoudens aan dit criterium 3. Begin 2003 is dit percentage mede als gevolg van een periode van economische recessie gestegen tot 34% 4. Gezien deze percentages is 2 Wet schuldsanering natuurlijke personen. 3 Schatting op basis van gegevens van het IPO 2001 van het CBS, vermeld in de startnotitie voor dit onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 4 Berekend op basis van gegevens WBO 2002 en CBS. 3

10 het wenselijk om vooraf een selectie van huishoudens op grond van de hoogte van het inkomen te maken. Anders is de kans relatief klein dat een huishouden wordt benaderd uit de doelpopulatie. Omdat er geen landelijk steekproefkader is waaruit huishoudens op basis van inkomensgegevens geselecteerd kunnen worden, is gebruik gemaakt van bestaande panels van twee grote veldwerkorganisaties: het Script- en het Consumer-panel van GfK en het van TNS NIPO 5. Uit deze panels zijn de huishoudens geselecteerd die voldoen aan het inkomenscriterium van maximaal 150% van het netto-sociaalminimum voor dat type huishouden. Binnen deze groep is verder onderscheid gemaakt naar leefvorm conform de Algemene bijstandswet en naar hoogte van het huishoudensinkomen: leefvorm: alleenwonend, eenoudergezin, samenwonend of gehuwd; huishoudensinkomen: tot maximaal 100%, van 101%-125% en 126%-150% van het toepasselijke netto-sociaalminimum. Vervolgens zijn op twee manieren interviews afgenomen: 1. in de GfK-panels zijn 816 mondelinge interviews gehouden onder huishoudens die niet over internet beschikken; 2. in het TNS NIPO-panel heeft eerst een screening onder huishoudens met toegang tot internet plaatsgevonden. Deze screening was bedoeld om de inkomensgegevens van de huishoudens te actualiseren en om huishoudens met betalingsachterstanden op te sporen. Voor de screening zijn vijf vragen over het inkomen en eventuele betalingsachterstanden gesteld in een internetenquête over verschillende onderwerpen. Na de screening heeft een uitgebreidere ondervraging plaatsgevonden, eveneens via internet. Hieraan hebben 543 huishoudens met betalingsachterstanden ten tijde van de screening meegedaan plus een aselecte steekproef van 261 huishoudens die ten tijde van de screening geen betalingsachterstanden hadden. De vragenlijsten voor de mondelinge interviews en de uitgebreide internet-enquête zijn identiek. Het veldwerk is uitgevoerd in de periode december 2003-januari Van de in totaal huishoudens die de uitgebreide vragenlijst hebben ingevuld, vallen 186 huishoudens af omdat zij ondanks de selectie op inkomen vooraf ten tijde van de enquête een inkomen blijken te genieten dat hoger is dan 150% van het voor dat 5 Het is zo groot dat met alleen dit panel volstaan zou kunnen worden. Het panel heeft echter een selectief karakter omdat het uitsluitend bestaat uit huishoudens die thuis over internet beschikken. Daarom is de steekproef uitgebreid met de twee andere panels. Hieruit zijn huishoudens geselecteerd uit de doelpopulatie die thuis niet over internet beschikken. Deze combinatie van panels en benaderingen heeft tot een tamelijk complexe onderzoeksaanpak geleid. 4

11 type huishouden geldende netto-sociaalminimum en 26 omdat het inkomen onbekend is. In de analyses doen dus maximaal huishoudens mee 6. Om representatieve conclusies te kunnen trekken zijn de huishoudens die aan het onderzoek hebben deelgenomen gewogen naar de kenmerken leefvorm en nettoinkomen binnen de totale populatie huishoudens met een inkomen tot 150% van het netto-sociaalminimum. Vervolgens zijn de gewogen gegevens geanalyseerd. Het gebruik van respondenten uit panels heeft voor- en nadelen. Het belangrijkste voordeel voor dit onderzoek is dat een aantal gegevens van de huishoudens in de panels reeds bekend is. Deze kunnen voor een selectie van de doelgroep van dit onderzoek worden gebruikt. Daardoor kan het veldwerk efficiënt worden uitgevoerd. Daarnaast is door de binding aan de veldwerkorganisatie een hoge en vaak goede respons te realiseren. Beide punten zijn voor dit onderzoek belangrijk, omdat problematische schulden een gevoelig onderwerp zijn en de deelnemers aan het onderzoek veel informatie moeten verschaffen over hun financiële situatie. Een nadeel is dat deelname aan een panel gepaard gaat met zelfselectie. Net als bij andere enquêtes is de bereidheid om aan een panel mee te doen bij bepaalde bevolkingsgroepen groter dan bij andere. Ook kunnen er paneleffecten optreden. Omdat de deelnemers aan een panel regelmatig over hun gedrag en opvattingen worden ondervraagd, zijn zij zich hiervan meer bewust en kunnen zij zich anders dan de 'doorsnee'-respondent gaan gedragen. Hierdoor kan de representativiteit van een panel in het geding komen. Bij de voorbereiding van dit onderzoek is uitvoerig aandacht besteed aan de gevolgen van het werken met panels voor de resultaten van het onderzoek. Mede omdat de beide bureaus veel aandacht besteden aan de samenstelling en de kwaliteit van de panels en vanwege de grootte van de panels bestond er voldoende vertrouwen dat een enquête binnen deze panels representatieve resultaten zou opleveren. Achteraf moet worden geconstateerd dat er minder huishoudens in deze panels aan het inkomenscriterium voldeden dan op grond van de beschikbare gegevens was berekend. Hierdoor kon tijdens de uitvoering van het veldwerk minder bijgestuurd worden om een respons te realiseren die op de twee belangrijkste achtergrondkenmerken (leefvorm en inkomenshoogte) representatief is. Dit moest door weging gecorrigeerd worden. Voor de schattingen van de aantallen, de toetsing op representativiteit van de respons en de weging is gebruik gemaakt van het Woningbehoeftenonderzoek 2002 (WBO 2002). Dit bestand is tijdens de uitvoering van het onderzoek het meest recente dat als referentiekader kan worden gebruikt. Qua definiëring van het inkomen is in dit onderzoek aangesloten bij de definitie die in het WBO wordt gehan- 6 Zie bijlage 1. 5

12 teerd. Bovendien kan uit dit bestand ook de beschikbaarheid van internet onder huishoudens uit de doelgroep worden afgeleid Leeswijzer In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van het onderzoek om het aantal huishoudens met problematische schulden in het peiljaar 2003 in kaart te brengen. De schatting van het aantal huishoudens en de manier waarop deze schatting tot stand is gekomen staan centraal. De vraag hoe de problematische schulden zijn ontstaan, blijft buiten beschouwing. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de probleemstelling van het onderzoek en de definitie van wat onder problematische schulden en andere kernbegrippen in dit onderzoek wordt verstaan. In hoofdstuk 3 wordt het aantal huishoudens met problematische schulden geschat en worden hun kenmerken beschreven. In de bijlagen worden de diverse elementen uit het onderzoek en de daarin gemaakte keuzes verder verantwoord. 7 Het Inkomenspanelonderzoek (IPO) van het CBS bevat betrouwbaardere gegevens over het inkomen van huishoudens. De meest recente gegevens in dit bestand dateren echter uit Ook bevat dit bestand geen gegevens over de beschikbaarheid van internet, waardoor het voor dit onderzoek minder geschikt is als referentiekader. 6

13 2 Centrale probleemstelling en definities 2.1 Definiëring van problematische schulden De centrale vragen van dit onderzoek zijn: a. Hoeveel huishoudens met een inkomen tot 150% van het netto-sociaalminimum in Nederland hebben te maken met een problematische schuld? b. Wat zijn de kenmerken van deze huishoudens? Om deze vragen te kunnen beantwoorden moet eerst gedefinieerd worden wat een problematische schuld is. Het antwoord op deze vraag bepaalt in sterke mate hoeveel huishoudens met problematische schulden er zijn. Hoe strikter de definitie, des te minder huishoudens aan de definitie zullen voldoen. De definitie is daardoor direct van invloed op de beleidsurgentie van het vraagstuk van problematische schulden. In eerdere onderzoeken naar problematische schuldsituaties en in de maatschappelijke discussie hierover worden steeds andere definities gebruikt. In elk van deze definities neemt de aanwezigheid van betalingsproblemen of -achterstanden een centrale plaats in. Vermeulen et al. (1992: 5) definieert een problematische schuldsituatie als: 1. het hebben van financiële problemen, tot uiting komend in problemen bij de betaling van huur of hypotheek, en/of bij de betaling van gas, water en elektriciteit of in het moeten maken van schulden vanwege de financiële situatie in combinatie met 2. het hebben van een schuld (anders dan een hypotheek). Dit is het geval als er rente op een lopende lening wordt betaald. 7

14 De Commissie Schuldenproblematiek spreekt van een problematische schuldsituatie als 'financiële problemen en schulden zodanig van omvang zijn dan wel toenemen dat huishoudens niet langer in staat zijn om zelfstandig hun financiële verplichtingen na te komen' (aangehaald in Janssen et al, 1999: 6). In het onderzoek van Janssen et al. zelf worden de aanwezigheid van betalingsachterstanden, van een schuldregeling en/of beslag op loon of uitkering als indicatoren gebruikt om risicovolle schuldsituaties op te sporen. Hoe meer van deze indicatoren van toepassing zijn, des te groter is het risico van een problematische schuldsituatie (ibidem: 7) 8. In de voorgaande definities wordt de hoogte van het feitelijk genoten inkomen niet als element van de problematische schuldsituatie meegenomen. Het CBS heeft dat in een voorstudie voor dit onderzoek (Van den Brakel en De Kleijn, 2003) wel gedaan: er is sprake van een problematische schuld indien de nettoschuld van het huishouden groter is dan de afloscapaciteit. In deze definitie wordt onder nettoschuld verstaan het saldo van schulden (exclusief schulden onroerend goed), banktegoeden, aandelen (exclusief aandelen aanmerkelijk belang) en bezittingen (exclusief onroerend goed). De afloscapaciteit wordt gevormd door 5% van het inkomensdeel onder de bijstandsnorm plus 35% van het inkomensdeel boven de bijstandsnorm 9. Voor de praktijk van de schuldhulpverlening hanteert de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) in de Gedragscode Schuldregeling ook een definitie van problematische schuldsituatie. Deze situatie wordt omschreven als die waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen, bepaald op basis van de volgende criteria: de uitkomst van de som van de geëiste maandelijkse aflossingen ten opzichte van de volgens de Recofa rekenmethode gecalculeerde aflossingscapaciteit, specifieke bedreigende schulden, de bereidheid van schuldeisers om een betalingsregeling te treffen, de mogelijkheid van herfinanciering van de schulden en de aanwezigheid van vermogen. De indicator die in dit onderzoek gebruikt wordt om het aantal huishoudens met problematische schulden te schatten, maakt zo veel mogelijk gebruik van de crite- 8 In dat onderzoek gaat het om het aantal risicovolle schuldsituaties, niet om feitelijk problematische schuldsituaties. 9 Deze voorstudie had tot doel om na te gaan of de Vermogensstatistiek bruikbaar is om de omvang van het aantal huishoudens met problematische schulden te schatten. De gekozen benadering bleek echter te weinig betrouwbare resultaten op te leveren, waarna besloten is voor een andere aanpak. 8

15 ria die in de schuldhulpverlening gebruikt worden om de schuldsituatie te beoordelen 10 : de aflossingscapaciteit van het huishouden: de financiële middelen van het huishouden om schulden en betalingsachterstanden af te lossen, rekening houdend met de noodzakelijke kosten van levensonderhoud; de hoogte van schulden en betalingsachterstanden. Met het criterium aflossingscapaciteit wordt een brug geslagen tussen het inkomen van een huishouden en het al dan niet problematische karakter van de schuldsituatie. De mogelijkheden om een problematische schuldsituatie op te lossen hangen echter niet alleen af van de financiële middelen van de schuldenaar en de hoogte van de schulden, maar ook van de moraliteit van de schuldenaar. Verder kan de opstelling van de schuldeisers van doorslaggevend belang zijn. Vaak is een schuldregeling alleen mogelijk als schuldeisers afzien van een deel van hun vorderingen. Deze aspecten van de schuldsituatie blijven in dit onderzoek buiten beschouwing. Voor dit onderzoek is de volgende definitie 11 gekozen: Er is sprake van een problematische schuld als: de maandelijkse betalingsverplichtingen (rente en aflossingen) voor lopende niet-hypothecaire leningen gelijk of hoger zijn dan de maandelijkse aflossingscapaciteit van het huishouden en tegelijkertijd er een achterstand van 6 maanden of meer bestaat bij de betalingsverplichtingen voor woonlasten (huur- of hypotheekbetalingen), lopende leningen en/of voor de kosten van energie en water, ziekenfonds- of ziektekostenverzekering, gemeentelijke en andere belastingen, telefoonrekeningen en schoolgeld. In deze definitie worden de betalingsverplichtingen voor lopende leningen als uitgangspunt genomen en niet de hoogte van de leningen zelf. Deze laatste zijn voor dit onderzoek minder relevant. Natuurlijk is er een verband tussen de hoogte van de leningen en het bestaan van schuldenproblemen. Maar dit verband loopt via de periodieke betalingsverplichtingen als resultante van rentepercentage, looptijd en hoogte van aangegane lening. Het zijn de steeds terugkerende betalingsverplichtingen die een te groot beslag kunnen leggen op het inkomen, waardoor mensen in betalingsproblemen komen. 10 Het is niet mogelijk de criteria van de schuldhulpverlening tot in detail toe te passen. Daarvoor moet veel meer informatie over de financiële situatie van de huishoudens verzameld worden dan mogelijk is in het kader van een onderzoek waaraan de respondenten vrijwillig deelnemen. 11 Zie bijlagen 2 en 3. 9

16 Volgens de in deze schatting gehanteerde definitie is er alleen een problematische schuld, als de situatie van betalingsachterstand 6 maanden of langer bestaat. Op deze manier wordt voorkomen dat incidentele betalingsachterstanden (bijvoorbeeld bij een rekening die per ongeluk is blijven liggen) meegeteld worden als situaties van problematische schulden. Het gaat in dit onderzoek om structurele situaties van problematische schulden 12. De combinatie van de twee criteria wordt misschien als een (te) zware eis voor het duiden van problematische schulden gezien. Is het al niet erg genoeg, dat een schuldenaar aan maandelijkse betalingsverplichtingen meer moet opbrengen dan hij gezien zijn financiële ruimte kan? Tot op zekere hoogte klopt dit: in die situatie bestaat er een risico op het ontstaan van schuldenproblemen. Aan de andere kant slaagt deze schuldenaar er nog steeds in aan de betalingsverplichtingen te voldoen 13. Er is dus nog geen schuldprobleem; eerder is het de vraag hoe de betreffende persoon erin slaagt om aan die betalingsverplichtingen te voldoen. Deze vraag is in dit onderzoek echter niet aan de orde. 2.2 Operationalisering van de definitie van problematische schulden Bij het opstellen van indicatoren voor het meten van problematische schuldsituaties is het onvermijdelijk om normatieve keuzes te maken: Wat heeft een huishouden minimaal nodig om maatschappelijk te kunnen functioneren? Welke uitgavenposten zijn in dit verband noodzakelijk en wat is een redelijke hoogte per uitgavenpost? Welke inkomensbestanddelen tellen mee bij de berekening van het inkomen waaruit de schulden moeten worden betaald? In hoeverre wordt rekening gehouden met inkomsten van een partner en van kinderen? Wat is een redelijke termijn voor het aflossen van schulden? Welke inspanning mag je van een huishouden verlangen om zijn schulden op te lossen? Welke bijdrage mag je van de schuldeisers verlangen om een schuldenaar uit de problemen te helpen? 12 In het onderzoek zijn berekeningen gemaakt met verschillende minimumtermijnen voor betalingsachterstanden: 0, 6 en 12 maanden, en voor de combinatie van 3 maanden achterstand op huur-/hypotheekbetalingen en 6 maanden andere achterstanden. Zoals verwacht leidt een hogere eis ten aanzien van de duur van de achterstanden tot een daling van het aantal huishoudens dat aan het criterium voldoet. Het resultaat voor de combinatie van 3 maanden huur-/hypotheek-achterstand plus 6 maanden andere betalingsachterstanden verschilt niet van de berekening voor uitsluitend 6 maanden voor alle achterstanden (zie ook bijlage ). 13 Onder de huishoudens die voor dit onderzoek zijn ondervraagd, doet zich deze situatie ook voor. 10

17 In de maatschappelijke discussie, maar ook in het wetenschappelijk debat rond armoede en sociale uitsluiting wordt regelmatig de vraag aan de orde gesteld, welke uitgaven noodzakelijk zijn om maatschappelijk te kunnen functioneren en in het verlengde hiervan, welk budget hiervoor minimaal noodzakelijk is. In deze discussie zijn globaal drie opvattingen te onderscheiden 14. De eerste opvatting vertrekt vanuit het gegeven dat de politieke besluitvorming geleid heeft tot een inkomensinstrument dat moet garanderen dat iedereen in Nederland de minimaal noodzakelijke middelen van bestaan heeft om aan de maatschappij te kunnen deelnemen: de Algemene bijstandswet 15. De (norm)bedragen die in deze wet worden genoemd, worden gezien als de bodem, maar ook als voldoende om te voorzien in alle noodzakelijke kosten van het bestaan. Dit is de benadering van het beleidsmatig bestaansminimum, dat naar leeftijd, en in het kader van de Algemene bijstandswet ook naar leefvorm, kan verschillen. De tweede opvatting gaat uit van een theoretisch en/of empirisch onderbouwd pakket van goederen en diensten dat een huishouden van een bepaalde samenstelling minimaal nodig heeft voor maatschappelijke participatie. Op basis van theoretische inzichten of empirisch onderzoek wordt een pakket van goederen en diensten gedefinieerd dat hiervoor nodig geacht wordt (het zogenaamde mandje). Vervolgens wordt op basis van (consumenten)prijzen berekend wat zo'n pakket kost en wat er aan reserveringen nodig is. De totaalprijs is het minimumbudget voor dat huishouden, waarmee ook het bestaansminimum voor dat huishouden berekend kan worden. Deze benadering volgt bijvoorbeeld het Nibud in zijn budgetadvisering. Een derde benadering gaat uit van het oordeel van de huishoudens zelf. Aan de huishoudens wordt rechtstreeks gevraagd welk budget zij minimaal nodig hebben voor de uitgaven die zij noodzakelijk achten. Op basis van deze opgaven wordt voor de verschillende typen huishoudens bepaald wat deze in het algemeen als minimaal noodzakelijk budget beschouwen. Om te berekenen wat een huishouden kan opbrengen om aan betalingsverplichtingen te voldoen is in dit onderzoek de rekenmethode van de Recofa 16 als uitgangspunt genomen. De Recofa-benadering gaat uit van het beleidsmatig bestaansminimum. Deze methode is algemeen geaccepteerd als basis voor de schuldhulpverlening, zowel in het minnelijk als in het wettelijk traject. Deze rekenmethode kan 14 Zie ook Berghman et al (1989: 7) en Armoedemonitor Sinds 1 januari 2004 is de Algemene bijstandswet vervangen door de Wet werk en bijstand. 16 Werkgroep van rechters-commissarissen in faillissementen (2002), Berekening van het vrij te laten bedrag bij toepassing van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). 11

18 hier echter niet naar de letter gevolgd worden, omdat daarvoor veel meer informatie over het huishouden nodig is dan in dit onderzoek kon worden verzameld 17. Het vrij te laten bedrag In de berekeningen volgens de Recofa-benadering is het vrij te laten bedrag een centraal begrip. Het vrij te laten bedrag is gebaseerd op de wettelijke beslagvrije voet. Deze bedraagt 90% van het normbedrag van de Abw, dat voor dat huishouden geldt, verhoogd met de ziektekostenpremie en een gemaximeerd bedrag aan woonlasten 18. De verhogingen voor woonlasten en ziektekostenpremies zijn wettelijke verhogingen; hiermee wordt in alle gevallen rekening gehouden bij de berekening van het vrij te laten bedrag. Dit gebeurt ook in dit onderzoek. De Recofa-berekening kent ook uitgavenposten waarmee rekening mag worden gehouden: het nominale bedrag. Dit zijn bijvoorbeeld de reserveringstoeslag van 5% van de Abw-norm en de arbeidskostentoeslag van eveneens 5% van de Abwnorm, de woonlasten boven de maximale huursubsidie, de auto- en reiskosten in verband met betaalde arbeid, kinderopvang et cetera. Van de uitgaven die onder het nominale bedrag vallen, zijn in dit onderzoek alleen de reserveringstoeslag en de arbeidskostentoeslag in de berekening van het vrij te laten bedrag meegenomen. Dit betekent dat in dit onderzoek het vrij te laten bedrag voor een huishouden dat inkomen uit arbeid heeft, ten minste even groot is als de Abw-norm voor dat huishouden en voor een huishouden dat geen inkomen uit arbeid heeft, ten minste 95% van de Abw-norm. Het inkomen Als uitgangspunt voor het inkomen is in dit onderzoek het netto-maandinkomen genomen uit de enquête. Voor alleenstaanden en hoofden van eenoudergezinnen is dat het eigen inkomen; voor gehuwden en samenwonenden het inkomen van beide partners. Het betreft alle inkomsten zoals loon, winst, uitkering, pensioen, studiefinanciering, alimentatie, enzovoorts in een gewone periode en na aftrek van belastingen, premies en eventueel spaarloon. Het vakantiegeld mag door de respondent in zijn of haar opgave van het inkomen niet worden meegeteld. Als een huishouden een tegemoetkoming in de ziektekosten ontvangt, is deze herberekend naar een maandbedrag en bij het netto-inkomen geteld. Hetzelfde is gebeurd als een huishouden belasting heeft terugontvangen omdat het een eigen woning met hypotheek heeft. 17 Behalve een heel gedetailleerd inzicht in de financiële situatie aan de inkomsten-, vermogens- en uitgavenkant is voor deze berekening ook gedetailleerde informatie over andere kenmerken van het huishouden nodig (bijvoorbeeld of de partners in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd). 18 Zie voor een gedetailleerde beschrijving bijlage 2. 12

19 Het opgegeven inkomen is achteraf verhoogd met 5% vakantietoeslag. Dit percentage is afkomstig uit de Algemene bijstandswet; in het algemeen zal dit percentage voor de doelgroep hoger zijn. Kinderbijslag, tegemoetkoming in studiekosten of studietoelage voor inwonende kinderen en inkomsten uit arbeid van inwonende kinderen zijn buiten beschouwing gelaten 19. Aflossingscapaciteit De aflossingscapaciteit is een van de twee criteria op grond waarvan bepaald wordt of er sprake is van een problematische schuldsituatie. De aflossingscapaciteit is het verschil tussen het inkomen en het vrij te laten bedrag 20. Betalingsverplichtingen en betalingsachterstanden In de vragenlijst is zowel naar hypotheekverplichtingen als naar verschillende vormen van consumptief krediet gevraagd. Bij de berekening van de verhouding tussen inkomen en betalingsverplichtingen zijn net als in eerder onderzoek naar problematische schulden de betalingsverplichtingen voor hypotheken buiten beschouwing gelaten. Deze zijn namelijk al tot het maximale bedrag meegenomen in de berekening van het vrij te laten bedrag. De betalingsverplichtingen voor leningen hangen dan samen met: afbetalingskredieten (bijvoorbeeld bij een postorderbedrijf of winkel), een persoonlijke lening of doorlopend krediet; rood staan bij bank- of girorekening; lening bij vrienden of bekenden; lening in het kader van studiefinanciering overige leningen (geen hypotheek). Het bedrag dat het huishouden maandelijks aan rente en aflossing moet betalen voor alle lopende leningen, wordt gebruikt om te berekenen of er een discrepantie is tussen de aflossingscapaciteit en betalingsverplichtingen. Wordt de hypotheek bij de berekening van de betalingsverplichtingen op leningen buiten beschouwing gelaten, als moet worden vastgesteld of er betalingsachterstanden zijn, tellen achterstanden bij het betalen van de hypotheek wel mee. Naast 19 Dit is conform de Recofa-berekeningswijze (zie ook NIBUD 2003). 20 In de eerste berekeningen is nog een tweede definitie van aflossingscapaciteit gebruikt: het verschil tussen het inkomen en 95% van de bijstandsnorm die voor een huishouden van een bepaalde samenstelling geldt (zie bijlagen 3 en 4). De uiteindelijke berekeningen zijn gebaseerd op de aflossingscapaciteit, die uitgaat van het vrij te laten bedrag. 13

20 achterstanden op de betalingsverplichtingen voor consumptieve leningen en voor de hypotheek tellen mee achterstanden bij: huurbetalingen; elektriciteits-, water- en gasrekeningen; ziekenfonds- en ziektekostenpremies; belastingen, zowel gemeentelijke als rijksbelastingen; overige betalingsverplichtingen. Bij het bepalen van de indicator spelen het aantal soorten achterstanden en de hoogte van de achterstanden geen rol. Als er een of meer betalingsachterstanden van 6 maanden of langer zijn, dan is dat feit een indicatie van een problematische schuld. De indicator voor problematische schulden De relatie tussen aflossingscapaciteit en betalingsverplichtingen kan op twee manieren worden uitgedrukt: als het verschil tussen aflossingscapaciteit en betalingsverplichtingen. Het resultaat is het absolute verschil in euro's tussen aflossingscapaciteit en betalingsverplichtingen; als de verhouding tussen aflossingscapaciteit en betalingsverplichtingen. In dit onderzoek is gekozen voor het verhoudingsgetal. Als wordt uitgegaan van het verschil, dan kan dezelfde uitkomst zowel de resultante zijn van een kleine aflossingscapaciteit ten opzichte van geringe betalingsverplichtingen als van een grote aflossingscapaciteit ten opzichte van grote betalingsverplichtingen. Een verschil van 10 kan het verschil zijn tussen een aflossingscapaciteit van 500 en betalingsverplichtingen ter grootte van 510, maar een verschil tussen aflossingscapaciteit en aan betalingsverplichtingen leidt tot dezelfde uitkomst. De kloof van 10 zal in het tweede geval waarschijnlijk gemakkelijker overbrugd kunnen worden dan in het eerste geval. In het verhoudingsgetal wordt de aanwezige aflossingscapaciteit gedeeld door de som van de betalingsverplichtingen. Bij die berekening zijn bij hetzelfde verschil tussen betalingsachterstanden en aflossingscapaciteit de orde van grootte van betalingsverplichtingen en van de aflossingscapaciteit wel van invloed op de uitkomst. Ter illustratie: uitgaande van de hiervoor genoemde bedragen is de verhouding in het eerste geval 500/510=0,98 en in het tweede geval 5000/5010=1,00 (afgerond op drie decimalen 0,980 resp. 0,998). Uit deze twee cijfers kan worden afgeleid dat er in het eerste geval een discrepantie is tussen aflossingscapaciteit en betalingsverplichtingen en in het tweede geval niet. 14

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 59 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Nadere informatie

Huishoudens met risicovolle schulden

Huishoudens met risicovolle schulden Huishoudens met risicovolle schulden Tilburg, februari 2007 ir. Tris Serail dr. ir. Marijke von Bergh Uitgever: IVA Warandelaan 2, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg Telefoonnummer: 013-4668466, telefax: 013-4668477

Nadere informatie

Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Velsen 2013

Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Velsen 2013 Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Velsen 2013 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van Velsen; b. inwoner:

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting In hoofdstuk 9 is aan de hand van een aantal trendvragen kort ingegaan op de financiële situatie van de inwoners van Leiden. In dit hoofdstuk is uitgebreider

Nadere informatie

Beleidsregels Draagkracht Minimaregelingen Gemeente Boxtel en Gemeente Haaren Participatiewet

Beleidsregels Draagkracht Minimaregelingen Gemeente Boxtel en Gemeente Haaren Participatiewet GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Haaren. Nr. 124649 23 december 2015 Beleidsregels Draagkracht Minimaregelingen Gemeente Boxtel en Gemeente Haaren Participatiewet 1 Begrippen In deze draagkrachtrichtlijnen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Hoofdstuk 17. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 17. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 17. Financiële dienstverlening Samenvatting In dit hoofdstuk wordt allereerst gekeken naar de bekendheid en het gebruik van vijf inkomensondersteunende regelingen, te weten: Kwijtschelding gemeentelijke

Nadere informatie

Rondkomen van huishoudinkomen naar doelgroep

Rondkomen van huishoudinkomen naar doelgroep Hoofdstuk 16. Financiële situatie Samenvatting 16. FINANCIËLE SITUATIE In hoofdstuk 5 is aan de hand van een aantal trendvragen kort ingegaan op de financiële situatie van de inwoners van Leiden. In dit

Nadere informatie

Voorstel voor de Algemene Ledenvergadering van 30 november 2013

Voorstel voor de Algemene Ledenvergadering van 30 november 2013 Bijlage 9 Toekenningscriteria voedselpakket 2014 Voorstel voor de Algemene Ledenvergadering van 30 november 2013 Inleiding In de afgelopen periode heeft het bestuurslid Klanten en Vrijwilligers zich samen

Nadere informatie

Prospectus Privélimiet Plus

Prospectus Privélimiet Plus Prospectus Privélimiet Plus De ABN AMRO Bank N.V. (ABN AMRO) is een financiële dienstverlener die onder andere actief is als aanbieder van kredieten. Op basis van de wetgeving voor financiële dienstverleners

Nadere informatie

De Stadsbank Oost Nederland verstrekt sociale leningen zonder gebruik te maken van bemiddelaars of gevolmachtigde agenten.

De Stadsbank Oost Nederland verstrekt sociale leningen zonder gebruik te maken van bemiddelaars of gevolmachtigde agenten. Prospectus sociale lening Algemeen In deze prospectus geven wij u inzicht in de werkwijze van de Stadsbank Oost Nederland bij het verstrekken van sociale leningen. De Stadsbank Oost Nederland is aangesloten

Nadere informatie

Toekenningscriteria voor de. aanvraag van een voedselpakket

Toekenningscriteria voor de. aanvraag van een voedselpakket Toekenningscriteria voor de aanvraag van een voedselpakket per 1 juli 2015 Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken op 25 april 2015. 1. INLEIDING/ALGEMEEN

Nadere informatie

Prospectus Internet Voordeel Krediet

Prospectus Internet Voordeel Krediet Prospectus Internet Voordeel Krediet De ABN AMRO Bank N.V. (ABN AMRO) is een financiële dienstverlener die onder andere actief is als aanbieder van kredieten. Op basis van de wetgeving voor financiële

Nadere informatie

Schulden? Pak ze aan!

Schulden? Pak ze aan! Schulden? Pak ze aan! Schulden? Pak ze aan! De meeste Nederlanders hebben op een of andere manier wel een schuld. Bijvoorbeeld in de vorm van een hypotheek, een doorlopend krediet, financiering voor een

Nadere informatie

De begroting als uitgangspunt

De begroting als uitgangspunt De begroting als uitgangspunt Onder begroting verstaan we zowel de jaarbegroting als de gemiddelde maandbegroting. In de jaarbegroting worden per maand de te verwachten inkomsten en uitgaven genoteerd.

Nadere informatie

Schuldhulp- verlening

Schuldhulp- verlening Schuldhulpverlening De gemeente Nederweert kan u helpen een problematische schuldsituatie op te lossen of in de toekomst te voorkomen. Dit noemen we ook wel schuldhulpverlening. We zijn verantwoordelijk

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting Hfst 9. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële positie van de Leidenaar. De resultaten

Nadere informatie

Beleidsregels Integrale Schuldhulpverlening

Beleidsregels Integrale Schuldhulpverlening Beleidsregels Integrale Schuldhulpverlening Artikel 1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: college:college van burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst waarmee de GKB een

Nadere informatie

ZELFREDZAAMHEID in Amsterdam

ZELFREDZAAMHEID in Amsterdam PROBLEMATISCHE SCHULDEN EN ZELFREDZAAMHEID in Amsterdam oktober 2013 Steeds meer mensen hebben schulden en de schulden die zij hebben zijn groter dan voorheen. In 2012 melden 11% meer mensen zich bij kredietbanken

Nadere informatie

Hoofdstuk 9. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 9. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 9. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting Hfst 9. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële

Nadere informatie

Zodra het aanvraagformulier èn het BKR-overzicht van u ontvangen zijn zal ik u uitnodigen voor een intakegesprek.

Zodra het aanvraagformulier èn het BKR-overzicht van u ontvangen zijn zal ik u uitnodigen voor een intakegesprek. Adres Klant Onderwerp: Toezending aanvraagformulier schuldhulpverlening Geachte mevrouw, meneer, Hierbij ontvangt u op uw verzoek : 1. Aanvraagformulier voor schuldhulpverlening 2. Voorwaarden voor schuldhulpverlening

Nadere informatie

Prospectus ABN AMRO Doorlopend Krediet

Prospectus ABN AMRO Doorlopend Krediet Prospectus ABN AMRO Doorlopend Krediet De flexibele leenoplossing van ABN AMRO Consumer Finance Waarom deze prospectus ABN AMRO Consumer Finance N.V. hierna te noemen ABN AMRO Consumer Finance is een financiële

Nadere informatie

Prospectus Sociaal Krediet 2014

Prospectus Sociaal Krediet 2014 5 informatie Prospectus Sociaal Krediet 2014 Algemeen De prospectus Sociaal Krediet geeft u inzicht in de werkwijze van de gemeente Zwolle bij het verstrekken van een persoonlijke lening.. Persoonlijke

Nadere informatie

Adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 2003

Adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 2003 Toelichting bij het formulier voor de berekening van het belastbaar inkomen 1. Algemeen Vooraf Ouders betalen de hoogste ouderbijdrage, tenzij zij kunnen aantonen dat het gezamenlijke belastbaar huishoudinkomen

Nadere informatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie Hoofdstuk 24 Financiële situatie Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Zes op de tien Leidenaren zijn bekend

Nadere informatie

Woonlasten Onderzoek HV Franeker

Woonlasten Onderzoek HV Franeker Woonlasten Onderzoek HV Franeker Inleiding De Huurdersvereniging Franeker heeft in mei 2015 besloten om een onderzoek uit te voeren naar de gevolgen van de stijgende huurprijzen en daaraan verbonden overige

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie Samenvatting Hfst 10. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële

Nadere informatie

ontvangen van alle inkomsten van de cliënt ter reservering van de afloscapaciteit en ter doorstorting van het restant naar de cliënt;

ontvangen van alle inkomsten van de cliënt ter reservering van de afloscapaciteit en ter doorstorting van het restant naar de cliënt; Veren ging uoor schuldhulpv rl n ng n sociaal bank eren ALGEMENE VOORWAARDEN SCHULDBEM IDDELING Definities 1. ln deze algemene voonruaarden wordt verstaan onder: Budgetbeheer: Cliënt: Financieel beheer:

Nadere informatie

Hierna zal de berekening van de compensatie overkreditering worden toegelicht.

Hierna zal de berekening van de compensatie overkreditering worden toegelicht. 1. Inleiding Bij kredietverlening aan particulieren worden normen gehanteerd om te bepalen hoeveel krediet u op basis van uw persoonlijke omstandigheden maximaal verleend mag worden. Indien er meer krediet

Nadere informatie

Hoofdstuk 20. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 20. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 20. Financiële dienstverlening Samenvatting Dit hoofdstuk behandelt de bekendheid en het gebruik van zeven Leidse inkomensondersteunende regelingen onder respondenten met een netto huishoudinkomen

Nadere informatie

Consumptief krediet (met hypothecaire zekerheid in tweede rang) (2H/CK)

Consumptief krediet (met hypothecaire zekerheid in tweede rang) (2H/CK) Uitwerking compensatieberekening Consumptief krediet (met hypothecaire zekerheid in tweede rang) (2H/CK) Cliënt: Voorbeeld Beoordeling Consumptief krediet (CK) Afgesloten in het jaar : 2006 Verstrekt krediet

Nadere informatie

De afdrachtplicht bij verlenging van de looptijd van de Wsnp.

De afdrachtplicht bij verlenging van de looptijd van de Wsnp. De afdrachtplicht bij verlenging van de looptijd van de Wsnp. Inleiding De Wsnp vormt voor veel schuldenaren een zwaar regime. Het komt regelmatig voor dat een schuldenaar tijdens de Wsnp, alle goede bedoelingen

Nadere informatie

Foto: ANP/ Lex van Lieshout

Foto: ANP/ Lex van Lieshout Hulp bij schulden Foto: ANP/ Lex van Lieshout Hulp bij schulden In Nederland hebben veel huishoudens te kampen met problematische schulden. Behoort ook ú daartoe en vindt u het vervelend om hulp te vragen

Nadere informatie

Hoofdstuk 5. Trendvragen financiële situatie

Hoofdstuk 5. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 5. Trendvragen financiële situatie Samenvatting Hfst 5. Trendvragen financiële situatie Na twee jaar van stijgende inkomens zien Leidenaren dit jaar hun inkomenspositie verslechteren. Het zijn

Nadere informatie

I-SZ/2015/1803. Beleidsregels Bijzondere bijstand en Minimabeleid - Algemene bepalingen 2015

I-SZ/2015/1803. Beleidsregels Bijzondere bijstand en Minimabeleid - Algemene bepalingen 2015 I-SZ/2015/1803 Beleidsregels Bijzondere bijstand en Minimabeleid - Algemene bepalingen 2015 Definitieve vaststelling Besluit College d.d. 1 september 2015 . Beleidsregels Bijzondere bijstand en Minimabeleid

Nadere informatie

SCHULDHULPVERLENING september 2013 1

SCHULDHULPVERLENING september 2013 1 SCHULDHULPVERLENING september 2013 1 2 Inhoudsopgave Als schulden een probleem worden... 4 Hoe vraag ik schuldhulpverlening aan? 5 Wanneer kom ik in aanmerking voor schuldhulpverlening? 5 Waaruit bestaat

Nadere informatie

Hierna worden de belangrijkste stappen in de berekening van uw compensatie overkreditering toegelicht.

Hierna worden de belangrijkste stappen in de berekening van uw compensatie overkreditering toegelicht. Uitwerking compensatieberekening Eerste hypotheek of combi hypotheek Cliënt : Voorbeeld Beoordeling : Eerste hypotheek of combihypotheek Afgesloten in het jaar : 2006 Verstrekt krediet : 200.000,-- De

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 565 Ingangsdatum: 01-11-2012 DRAAGKRACHTBEREKENING

Afdeling Samenleving Richtlijn 565 Ingangsdatum: 01-11-2012 DRAAGKRACHTBEREKENING Afdeling Samenleving Richtlijn 565 Ingangsdatum: 01-11-2012 DRAAGKRACHTBEREKENING Algemeen Op grond van artikel 35 WWB heeft men recht op bijzondere bijstand voor zover men niet beschikt over de middelen

Nadere informatie

Toekenningscriteria voor een aanvraag voor deelname aan Stichting De Vakantiebank

Toekenningscriteria voor een aanvraag voor deelname aan Stichting De Vakantiebank Toekenningscriteria voor een aanvraag voor deelname aan Stichting De Vakantiebank 1. Inleiding/Algemeen Kom ik in aanmerking voor een vakantie? Misschien heeft u net als veel andere inwoners van Nederland

Nadere informatie

Hoofdstuk 7. Financiële situatie

Hoofdstuk 7. Financiële situatie Stadsenquête Leiden Hoofdstuk 7. Financiële situatie Samenvatting Bijna driekwart van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, twee op de tien komt net rond en bijna een

Nadere informatie

Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Zes op de tien Leidenaren

Nadere informatie

aanvraagformulier Schuldregeling vertrouwelijk

aanvraagformulier Schuldregeling vertrouwelijk aanvraagformulier Schuldregeling vertrouwelijk A. Gegevens aanvrager Registratienummer: Sofinummer: man 1 vrouw 1 Achternaam (geboortenaam): Samenwonend Gehuwd Geregistreerd partnerschap Alleenstaand Alleenstaand

Nadere informatie

Schulden van huishoudens dramatisch gestegen. Klik hier om dit artikel te downloaden als pdf-document.

Schulden van huishoudens dramatisch gestegen. Klik hier om dit artikel te downloaden als pdf-document. Schulden van huishoudens dramatisch gestegen Klik hier om dit artikel te downloaden als pdf-document. Sinds 2008 kampt ook Nederland met de gevolgen van de internationale financiële kredietcrisis uit 2008,

Nadere informatie

Prospectus Doorlopend Krediet

Prospectus Doorlopend Krediet Prospectus Doorlopend Krediet Inhoudsopgave Pagina Op verantwoorde wijze lenen 1 Wat is een doorlopend krediet? 1 Aanvraagprocedure 1, 2 Bepaling kredietwaardigheid en wijze van risicobeoordeling 2 Drie

Nadere informatie

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen.

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen. SAMENVATTING 1. Doel en onderzoeksopzet De invoering van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 heeft veel veranderingen gebracht voor de gebruikers van formele kinderopvang in kinderdagverblijven (KDV),

Nadere informatie

Hoofdstuk 19. Financiële situatie

Hoofdstuk 19. Financiële situatie Stadsenquête Leiden 008 Hoofdstuk 19. Financiële situatie Samenvatting Ruim tweederde van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, bijna een kwart komt net rond en een

Nadere informatie

Meenemen studieleningen bij acceptatie hypothecair krediet

Meenemen studieleningen bij acceptatie hypothecair krediet Meenemen studieleningen bij acceptatie hypothecair krediet Nibud, mei 2016 Het ministerie van BZK heeft het Nibud advies gevraagd hoe de studieschuld meegenomen dient te worden bij hypotheekverstrekking,

Nadere informatie

Hoofdstuk H 11. Financiële situatie

Hoofdstuk H 11. Financiële situatie Hoofdstuk H 11. Financiële situatie Samenvatting verslechterd. Dit wordt bevestigd door het aandeel Leidenaren dat aangeeft rond te kunnen komen met hun inkomen. Dit jaar geeft bijna tweederde van de Leidenaren

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening Samenvatting Dit hoofdstuk behandelt de bekendheid en het gebruik van vijf Leidse inkomensondersteunende regelingen onder respondenten met een netto huishoudinkomen

Nadere informatie

Aanvraag individuele inkomenstoeslag 2016 Werk en inkomen

Aanvraag individuele inkomenstoeslag 2016 Werk en inkomen Aanvraag individuele inkomenstoeslag 2016 Werk en inkomen Wat is een Individuele inkomenstoeslag? De individuele inkomenstoeslag is een geldbedrag dat u kunt ontvangen als u tenminste drie jaar van een

Nadere informatie

Toelichting. Kwijtschelding lokale belastingen

Toelichting. Kwijtschelding lokale belastingen Toelichting Kwijtschelding lokale belastingen 2016 U krijgt dit formulier omdat u kwijtschelding wilt aanvragen. Sabewa Zeeland heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente Noord-Beveland

Nadere informatie

VERVOLGVERSLAG BEWINDVOERDER WSNP EX 318 FW.

VERVOLGVERSLAG BEWINDVOERDER WSNP EX 318 FW. VERVOLGVERSLAG BEWINDVOERDER WSNP EX 318 FW. Datum: 26-03-2014 Insolventienummer 05/13/591 R Volgnummer 2 Algemene gegevens Naam schuldenaar (Voorheen) handelende onder de naam De heer H. Oenema Geboortedatum

Nadere informatie

Checklist huisbezoek

Checklist huisbezoek 1. Informatie-inwinning NAW-GEGEVENS EN GEZINSSITUATIE Namen: Geboortedatum Burgerlijk stand: GAG GHV GP SW A * Schuldenaar 1: Kostgangers/inwonenden: J / N Schuldenaar 2: Meetelkind(eren): J / N Aantal:

Nadere informatie

Prospectus. Doorlopend krediet. Santander Consumer Finance Benelux B.V.

Prospectus. Doorlopend krediet. Santander Consumer Finance Benelux B.V. Prospectus Doorlopend krediet Santander Consumer Finance Benelux B.V. Santander Consumer Finance Benelux B.V. (hierna Santander) is als kredietverstrekker geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten

Nadere informatie

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede Doel Armoede is geen eenduidig begrip. Armoede wordt vaak gemeten via een inkomensgrens: iedereen met een inkomen beneden die grens is arm, iedereen er boven is

Nadere informatie

Een schuldregeling KREDIETBANK

Een schuldregeling KREDIETBANK SOZAWE Een schuldregeling KREDIETBANK De Groningse Kredietbank (GKB), onderdeel van de Een schuldregeling: hulp bij problematische schulden dienst Sociale Zaken en Werk van de gemeente Het kan gebeuren

Nadere informatie

U wilt uw schulden wegwerken

U wilt uw schulden wegwerken U wilt uw schulden wegwerken Wij helpen u daarbij gemeente Heumen gemeente Heumen Hebt u schulden en komt u er niet meer uit? Dan is het de hoogste tijd dat u in actie komt! Niemand kan uw geldproblemen

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

III IIIIIIIIIIIIIllllll II

III IIIIIIIIIIIIIllllll II Gemeente fl ñ Berçen Bergen op Zoom Aan de raadsfractie van de Partij van de Arbeid p/a de heer S. Ergec Visarend 15 4617 KB Bergen op Zoom III IIIIIIIIIIIIIllllll II [ i-ľiľ-i-ľi Uw kenmerk Uw brief 8

Nadere informatie

*5070-1268740* OVEREENKOMST TOT BUDGETBEHEER

*5070-1268740* OVEREENKOMST TOT BUDGETBEHEER *5070-1268740* OVEREENKOMST TOT BUDGETBEHEER 1. De Stadsbank Oost Nederland, gevestigd te Enschede, Spelbergsweg 35, hierna te noemen de budgetbeheerder, en 2. Naam: Geboren: wonende te: hierna (indien

Nadere informatie

Directie Financiële Markten. De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR DEN HAAG FM 2005-02744 M

Directie Financiële Markten. De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR DEN HAAG FM 2005-02744 M Directie Financiële Markten De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR DEN HAAG Datum Ons kenmerk Onderwerp FM 2005-02744 M Extra maatregelen ter verdere voorkoming overkreditering

Nadere informatie

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport STUDENTENHUISVESTING Zoetermeer, 9 december 2015 Gemeente Zoetermeer

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Toelating schuldhulpverlening gemeente Waalwijk

Toelating schuldhulpverlening gemeente Waalwijk Het College van Waalwijk, gelet op de artikelen 2 en 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), overwegende dat de Raad van Waalwijk bij besluit van 13 september 2012 een plan heeft vastgesteld

Nadere informatie

Informatie 17 december 2015

Informatie 17 december 2015 Informatie 17 december 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS Ondanks het aflopen van de economische recessie, is de armoede in Nederland het afgelopen jaar verder gestegen. Vooral het aantal huishoudens dat

Nadere informatie

AANVRAAG SCHULDHULPVERLENING

AANVRAAG SCHULDHULPVERLENING AANVRAAG SCHULDHULPVERLENING U kunt dit formulier digitaal invullen, printen, ondertekenen en mailen of opsturen GEGEVENS AANVRAGER Naam en voorletters Adres Postcode en plaats Geboortedatum Geslacht Burgerservicenummer

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 850 24 november 2008 Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 12 november 2008, nr. 5557004/08, houdende bepalingen

Nadere informatie

Post-bachelorcursus Beschermingsbewindvoerder en beheer Aanvullende leesstof les 7

Post-bachelorcursus Beschermingsbewindvoerder en beheer Aanvullende leesstof les 7 Problematische Financiële problemen ontstaan veelal niet vanzelf. Bij problematische spelen niet alleen de financiële problemen een rol, maar het heeft ook te maken met psychosociale problemen. De psychosociale

Nadere informatie

UIT DE SCHULDEN Wegwijs in de schuldhulpverlening

UIT DE SCHULDEN Wegwijs in de schuldhulpverlening UIT DE SCHULDEN Wegwijs in de schuldhulpverlening I wegwijs in de schuldhulpverlening I Ten geleide Dit is een publicatie van de Gemeente Roermond, sector Burgers en Samenleving, afdeling Sociale Zaken.

Nadere informatie

Hoofdstuk I Algemeen 2. Hoofdstuk II Commerciële relatie en commerciële prijs 2. Hoofdstuk III Inkomstenkorting bij huur of kostganger 3

Hoofdstuk I Algemeen 2. Hoofdstuk II Commerciële relatie en commerciële prijs 2. Hoofdstuk III Inkomstenkorting bij huur of kostganger 3 Beleidsregels Kostendelersnorm 2015 Betreffende de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek MONITOR GEDETINEERDEN MET BIJSTAND, JANUARI - DECEMBER 2001. H.M. Ammerlaan. Divisie SRS Sector SAV

Centraal Bureau voor de Statistiek MONITOR GEDETINEERDEN MET BIJSTAND, JANUARI - DECEMBER 2001. H.M. Ammerlaan. Divisie SRS Sector SAV Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie SRS Sector SAV MONITOR GEDETINEERDEN MET BIJSTAND, JANUARI - DECEMBER 2001 H.M. Ammerlaan Samenvatting: Sommige gedetineerden kunnen het laatste deel van hun

Nadere informatie

Prospectus Doorlopend Krediet

Prospectus Doorlopend Krediet Prospectus Doorlopend Krediet Inhoudsopgave Pagina Op verantwoorde wijze lenen 1 Wat is een doorlopend krediet? 1 Aanvraagprocedure 1 Bepaling kredietwaardigheid en wijze van risicobeoordeling 2 Drie voorbeelden

Nadere informatie

Uitgewerkte voorbeelden koopkracht 2012-2013. Prinsjesdag 2012

Uitgewerkte voorbeelden koopkracht 2012-2013. Prinsjesdag 2012 Uitgewerkte voorbeelden koopkracht 2012-2013 Prinsjesdag 2012 Koopkrachtontwikkelingen 2012-2013 Voorbeeldberekeningen Prinsjesdag 2012 2012-2013 koopkrachtontwikkeling (bedragen netto per maand) Alle

Nadere informatie

Aanvraag- en Inlichtingenformulier Schuldhulpverlening Afdeling Budgetadvies en Schuldbemiddeling (ABS)

Aanvraag- en Inlichtingenformulier Schuldhulpverlening Afdeling Budgetadvies en Schuldbemiddeling (ABS) Aanvraag- en Inlichtingenformulier Schuldhulpverlening Afdeling Budgetadvies en Schuldbemiddeling (ABS) Beschermingsbewindvoerder Naam Adres Telefoonnummer E-mailadres Contactpersoon Vraagt schuldbemiddeling

Nadere informatie

Minimuminkomens in Leiden

Minimuminkomens in Leiden Juli 2012 ugu Minimuminkomens in Leiden Het CBS voert periodiek regionale inkomensonderzoeken uit, gebaseerd op gegevens van de belastingdienst. Momenteel zijn de meest actuele cijfers die van 2009. Uit

Nadere informatie

Meldpunt Budgetadvies & Schuldhulpverlening. Budgetadvies, Budgetbeheer, Budgetbegeleiding, Minnelijke schuldregeling

Meldpunt Budgetadvies & Schuldhulpverlening. Budgetadvies, Budgetbeheer, Budgetbegeleiding, Minnelijke schuldregeling Meldpunt Budgetadvies & Schuldhulpverlening Budgetadvies, Budgetbeheer, Budgetbegeleiding, Minnelijke schuldregeling Meldpunt Budgetadvies & Schuldhulpverlening Het regelen van uw schulden Meldpunt Budgetadvies

Nadere informatie

De VFN leden nemen jaarlijks deel aan een self assessment waarin de naleving van de code wordt getoetst.

De VFN leden nemen jaarlijks deel aan een self assessment waarin de naleving van de code wordt getoetst. Toelichting bij de VFN Gedragscode per 01-01-2012 Artikel 1, reikwijdte Dit artikel beoogt de reikwijdte van de VFN Gedragscode ten opzichte van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) vast te

Nadere informatie

GEDRAGSCODE SOCIALE KREDIETVERLENING

GEDRAGSCODE SOCIALE KREDIETVERLENING GEDRAGSCODE SOCIALE KREDIETVERLENING vastgesteld november 2015 Titel 1 ALGEMENE BEPALINGEN De leden van de NVVK, vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, in aanmerking nemende dat: zij

Nadere informatie

Bijlage 1: Bijzondere bijstand

Bijlage 1: Bijzondere bijstand 07.0001914 Bijlage 1: Bijzondere bijstand Individuele bijzondere bijstand Niet iedereen zal een duidelijk beeld hebben van wat bijzondere bijstand precies inhoudt. Daarom wordt hierbij een korte omschrijving

Nadere informatie

Vragenlijst U DIENT DEZE VRAGENLIJST BINNEN 5 WERKDAGEN NA ONTVANGST AAN ONS TE RETOURNEREN!

Vragenlijst U DIENT DEZE VRAGENLIJST BINNEN 5 WERKDAGEN NA ONTVANGST AAN ONS TE RETOURNEREN! H HBS Hopman Budget Service Vragenlijst Wij verzoeken u deze vragenlijst goed te lezen, volledig in te vullen en van al uw inkomsten, uitgaven en schulden bewijzen mee te sturen. Op de laatste pagina vindt

Nadere informatie

Aanmelingsformulier Budgetbeheer en/of begeleiding

Aanmelingsformulier Budgetbeheer en/of begeleiding Aanmelingsformulier Budgetbeheer en/of begeleiding Perspectief Bureau voor Budgetbeheer en begeleiding IJsselmeerweg 24 8081 KG Elburg telefoon: 0525-685013 of 06-28941573 Door welke instantie bent u doorverwezen:

Nadere informatie

Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Renkum 2012 e.v.

Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Renkum 2012 e.v. Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Renkum 2012 e.v. Artikel 1. Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente

Nadere informatie

CONVENANT. NVVK en CJIB

CONVENANT. NVVK en CJIB CONVENANT NVVK en CJIB De ondergetekenden: 1. De Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, statutair gevestigd te Amsterdam, in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door drs. ing. G. Jaarsma en A.A. de Jong,

Nadere informatie

Hierna worden de belangrijkste stappen in de berekening van uw compensatie overkreditering toegelicht.

Hierna worden de belangrijkste stappen in de berekening van uw compensatie overkreditering toegelicht. Uitwerking compensatieberekening Eerste hypotheek of combi hypotheek Cliënt Voorbeeld Beoordeling : Eerste hypotheek Afgesloten in het 2006 Verstrekt krediet 200.000,00 De eerste hypotheek (1H) wordt beoordeeld

Nadere informatie

GEMEENTE SOEST. Komt u in aanmerking voor kwijtschelding? U leest het in deze brochure.

GEMEENTE SOEST. Komt u in aanmerking voor kwijtschelding? U leest het in deze brochure. GEMEENTE SOEST Kwijts c he ldin g van ge m e e nte l i j k e bela s ti Komt u in aanmerking voor kwijtschelding? U leest het in deze brochure. ng e n 1 2 3 Voor wie is deze brochure? Heeft u een minimuminkomen

Nadere informatie

Basishuur: Het gedeelte van de rekenhuur dat volgens de Wet op de huurtoeslag voor rekening van de huurder blijft

Basishuur: Het gedeelte van de rekenhuur dat volgens de Wet op de huurtoeslag voor rekening van de huurder blijft GEDRAGSCODE CONSUMPTIEF KREDIET vastgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken 1 Begrippen Aflossingscapaciteit Het bedrag dat de consument maandelijks als kredietvergoeding en/of aflossing op een

Nadere informatie

Schulden? Pak ze snel aan

Schulden? Pak ze snel aan Schulden? Pak ze snel aan Schulden? Pak ze snel aan Als u rekeningen niet of niet op tijd betaalt of een lening niet aflost, dan krijgt u schulden. Kunt u langere tijd geen rekeningen betalen of geen schulden

Nadere informatie

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt bereikt. Den Haag, 18 december 2014

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt bereikt. Den Haag, 18 december 2014 Inlichtingen bij PERSBERICHT Dr. J.C. Vrooman c. vrooman@scp.nl T 070 3407846 Dr. P.H. van Mulligen persdienst@cbs.nl T 070 3374444 Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt

Nadere informatie

Armoede in de Stad. Armoedemonitor Groningen 2015

Armoede in de Stad. Armoedemonitor Groningen 2015 B A S I S V O O R B E L E I D Armoede in de Stad Armoedemonitor Groningen 2015 Armoede in de Stad Armoedemonitor Groningen 2015 Erik van der Werff Klaas Kloosterman Onderzoek en Statistiek Groningen, januari

Nadere informatie

Verzoek Verlagen maandbedrag studieschuld 2011

Verzoek Verlagen maandbedrag studieschuld 2011 Verzoek Verlagen maandbedrag studieschuld 2011 Dit formulier Met dit formulier kunt u verzoeken om de maandelijkse afbetaling van uw studieschuld te verlagen via draagkrachtmeting. De Dienst Uitvoering

Nadere informatie

Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013

Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013 Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013 Algemene toelichting De gemeenteraad dient op grond van artikel 8 eerste lid onder c juncto artikel 30 van de Wet werk en bijstand (WWB)

Nadere informatie

CONVENANT VITENS NVVK

CONVENANT VITENS NVVK CONVENANT VITENS - NVVK De ondergetekenden: 1. De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, statutair gevestigd te Amsterdam, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd

Nadere informatie

Beleidsregels Toelating tot de schuldhulpverlening

Beleidsregels Toelating tot de schuldhulpverlening Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden, gelet op artikel 2 en artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, besluiten vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels

Nadere informatie

Prospectus Persoonlijke Lening

Prospectus Persoonlijke Lening Prospectus Persoonlijke Lening Inhoudsopgave Pagina Op verantwoorde wijze lenen 1 Wat is een persoonlijke lening? 1 Aanvraagprocedure 1 Bepaling kredietwaardigheid en wijze van risicobeoordeling 2 Twee

Nadere informatie

Intakeformulier Bewindvoering

Intakeformulier Bewindvoering Aanmelding voor : Beschermingsbewind Inkomstenbeheer Naam & voornamen M/V Geboortedatum Sofi-nummer Adres Postcode/woonplaats Telefoonnummer Mobiele telefoon Emailadres Gegevens partner Naam & voornamen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 477 Besluit van 15 juli 1998, houdende regels ter uitvoering van artikel 320, zesde lid, van de Faillissementswet in verband met de vaststelling

Nadere informatie

Datum 10 december 2014 Betreft Kamervragen van de leden Yïcel (PvdA) en Schouten (CU) over onoplosbare schulden

Datum 10 december 2014 Betreft Kamervragen van de leden Yïcel (PvdA) en Schouten (CU) over onoplosbare schulden > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Belasting- en inkomensregelingen voor gezinnen met minderjarige kinderen

Belasting- en inkomensregelingen voor gezinnen met minderjarige kinderen Belasting- en inkomensregelingen voor gezinnen met minderjarige kinderen Reinder Lok Huishoudens met minderjarige kinderen werden in 27 gemiddeld met 2 824 per jaar gecompenseerd door belasting- en inkomensregelingen

Nadere informatie