INFORMATIEVERPLICHTING TER BESCHERMING VAN DE CONSUMENT IN HET KREDIETRECHT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INFORMATIEVERPLICHTING TER BESCHERMING VAN DE CONSUMENT IN HET KREDIETRECHT"

Transcriptie

1 Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar INFORMATIEVERPLICHTING TER BESCHERMING VAN DE CONSUMENT IN HET KREDIETRECHT Masterproef van de opleiding Master in de rechten Ingediend door: Carrez Eugénie (studentennr ) (major: sociaal en economisch recht) Promotor: Prof. Steennot R.

2

3 VOORWOORD In dit voorwoord had ik graag iedereen willen bedanken die mij geholpen heeft bij het verwezenlijken van deze masterproef. In de eerste plaats wil ik graag mijn promotor, professor Reinhard Steennot, bedanken voor de goede begeleiding van deze masterproef. Ik kon steeds bij hem terecht met mijn vragen en kreeg altijd een antwoord met de nodige ondersteunde opmerkingen, zodat ik op een kritische wijze het onderwerp van mijn masterproef kon benaderen. Daarnaast wil ik eveneens mijn zus: Pélagie Carrez en Veerle Lemarcq bedanken voor hun hulp en Emily Van Damme voor de collectieve brainstormsessies over de verschillende aspecten van het Consumentenkrediet. Graag had ik mevrouw Laurence Stockman, persoonlijk adviseur bij BNP Paribas, willen bedanken voor de tijd die zij uitrekte om de nodige informatie te verstrekken omtrent de informatieverplichting van de kredietgever bij het hypothecair krediet. Ten slotte, wil ik mijn ouders en mijn vriend bedanken voor hun steun en geduld. Dank u wel. Eugénie Carrez 2

4 VOORWOORD... 2 INLEIDING... 7 HOOFDSTUK I. Het toepassingsgebied van de Wet op het Consumentenkrediet... 9 AFDELING I. Uitgangspunt... 9 AFDELING II. Definities De consument De kredietgever De kredietovereenkomst Andere definities HOOFDSTUK II. De informatie- en raadgevingsplicht binnen het Consumentenkrediet AFDELING I. De (dubbele) informatieplicht in hoofde van de kredietgever Informatie inwinnen A. Draagwijdte B. Bewijslast en resultaatsverbintenis vs. inspanningsverbintenis Informatie verstrekken A. Draagwijdte B. Bewijslast en resultaatsverbintenis vs. inspanningsverbintenis Sanctie AFDELING II. Informatieverplichting door de consument Juiste en volledige informatie Sanctie De persoonlijke zekerheden AFDELING III. De raadgevingsplicht in hoofde van de kredietgever Het best aangepaste krediet A. Algemeen B. De gewoonlijk aangeboden kredietovereenkomsten C. Type en doel van het krediet D. Financiële situatie Bewijslast en resultaatsverbintenis vs. inspanningsverbintenis Sanctie AFDELING IV. De beoordeling van het krediet en zijn gevolgen

5 1. De kredietbeslissing A. Algemeen B. Kredietwaardigheid Financiële situatie Spaarvermogen Controleverplichting Tijdstip van beoordeling C. Raadpleging van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren De toekenning De weigering Bewijslast en resultaatsverbintenis vs. inspanningsverbintenis Sanctie HOOFDSTUK III. De kredietbemiddelaar AFDELING I. Definitie AFDELING II. Twee soorten kredietbemiddelaars AFDELING III. De kredietbemiddelaar en zijn verplichtingen Inschrijving Hoedanigheid als kredietbemiddelaar De informatieverplichting AFDELING IV. De aansprakelijkheid van de kredietbemiddelaar Verhouding kredietbemiddelaar - kredietgever Verhouding kredietbemiddelaar - consument HOOFDSTUK IV. Wijziging(en) Wet op het Consumentenkrediet AFDELING I. Inleiding AFDELING II. Harmonisatiekader AFDELING III. Bespreking Wetsontwerp tot wijziging van de WCK Definities A. De consument B. De kredietgever C. De kredietbemiddelaar D. Andere (nieuwe) definities Verplichting tot informatie- en raadgevingsplicht

6 A. Artikel 10 WCK B. Artikel 11 WCK C. Artikel 12 WCK D. Artikel 13 WCK E. Artikel 15 WCK De artikelen aangaande de kredietbemiddelaar Sancties AFDELING IV. Besluit HOOFDSTUK V. De vergelijking met het Hypothecaire Krediet AFDELING I. Toepassingsgebied De kredietnemer De kredietgever De bestemming Het begrip hypothecair krediet AFDELING II. Informatieverplichting in de WHK De reclame De prospectus Het aanvraagformulier Het aanbod Adviesplicht van de kredietgever? Aansprakelijkheid van de hypothecaire kredietgever Sancties AFDELING III. De vergelijking met de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) Toepassingsgebied en definities Informatie- en raadgevingsverplichting A. Actieve informatieverplichting B. Raadgevingsverplichting C. Centrale voor Kredieten aan Particulieren AFDELING IV. Europees vlak: een inspiratiebron? De precontractuele informatie A. Inhoud informatie B. Europese Gedragscode inzake woningkredieten C. België

7 2. Financiële educatie A. Inhoud B. België Productgeschiktheid A. Kredietwaardigheid B. Adviesverstrekking C. Gegevensbestanden D. België Toekomstsperspectief AFDELING V. Metamorfose Wet op het Hypothecair Krediet BESLUIT Bijlage(n) Bibliografie

8 INLEIDING Een auto kopen, een droomvakantie boeken of een woning kopen, als consument beschik je niet altijd over het gewenste vermogen om al je dromen te verwezenlijken. Kredietinstellingen bieden hier een oplossing aan onder de vorm van diverse kredietformules. Voor het welslagen van het aangaan en het afbetalen van een krediet, spelen verschillende elementen een belangrijke rol. Twee van de voornaamste factoren zijn de informatie- en raadgevingsplicht van de kredietgever. Deze verplichtingen ter bescherming van de consument vormen, de rode draad doorheen deze masterproef. De informatie- en raadgevingsplicht worden omschreven in de Wet van 12 juni 1991 op het Consumentenkrediet en vormen een specifieke verplichting in hoofde van de kredietgever. In het eerste hoofdstuk wordt het toepassingsgebied van de Wet op het Consumentenkrediet uiteengezet, de belangrijkste definities worden uitgelegd. De Wet op het Consumentenkrediet is voorzien van uitdrukkelijke wetsbepalingen gerelateerd aan de informatie- en raadgevingsverplichting. In het tweede hoofdstuk worden deze verplichtingen verduidelijkt in hoofde van de kredietgever alsook van de kredietnemer. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Wet op het Consumentenkrediet worden één voor één besproken. Telkens wordt de aard van de verbintenis besproken met de bewijslast en de eventueel geldende sanctie. Daarenboven wordt ieder artikel gekaderd binnen de relevante rechtspraak. Graag wil ik ook de aandacht vestigen in deze masterproef, dat niet alleen de kredietgever kredieten verstrekt binnen het consumentenkrediet, er kan tevens sprake zijn van een kredietbemiddelaar. De verplichtingen, de aansprakelijkheid van de kredietbemiddelaar worden daarom in een derde hoofdstuk toegelicht. De tijd staat niet stil, rechtspraak evolueert in functie van het maatschappelijke kader. Ook binnen het kredietrecht is dit het geval. Opdat de steeds mobielere consument meer en meer bescherming zou kunnen genieten bij het afsluiten van een kredietovereenkomst, moet deze bescherming ook op Europees vlak worden gegarandeerd. De Europese Richtlijn 2008/48/EG voorziet een hoog en gelijkwaardig niveau van bescherming voor de consument en creëert een interne markt. Hoofdstuk 4 van deze masterproef zet de implementatie van deze Richtlijn kort uiteen, wat betreft het harmonisatiekader. Verder in dit hoofdstuk worden de wijzigingen van de huidige Wet op het Consumentenkrediet becommentarieerd en wordt deze argumentatie onderbouwd met aanmerkingen en andere voorstellen. 7

9 Tot slot, wordt in het vijfde hoofdstuk, het hypothecair krediet en de informatie- en raadgevingsverplichting bestudeerd. De Wet op het Hypothecair Krediet voorziet geen uitdrukkelijke wetsbepalingen ten aanzien van deze verplichtingen. Er wordt gekeken op welke manier de Wet op het Hypothecair Krediet toch voorziet in de nodige bescherming ten aanzien van de consument. Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt met de Wet op het Consumentenkrediet. Een interne markt voor hypothecaire kredieten zou eveneens een voordeel opleveren voor de consument. Er wordt nagegaan welke knelpunten bestaan op Europees vlak omtrent de informatie- en raadgevingsverplichting en hoe deze zich verhouden ten opzichte van de huidige Belgische context. Als orgelpunt wordt een voorstel tot wijziging van de Wet op het Hypothecair Krediet voorgelegd. 8

10 HOOFDSTUK I. Het toepassingsgebied van de Wet op het Consumentenkrediet AFDELING I. Uitgangspunt 1. De informatie- en raadgevingsverplichting kunnen enkel worden uitgelegd binnen hun wettelijke context. Daarbij is het essentieel de verschillende begrippen, die in dit werkstuk aan bod komen, eerst te definiëren. De consumentenbescherming wordt onder meer verwezenlijkt door het toepassingsgebied van de beschermende wetgeving, hier de Wet van 12 juni 1991 op het Consumentenkrediet (hierna WCK genoemd). Terwijl de wetgever van zijn kant het toepassingsgebied zo ruim mogelijk heeft willen definiëren, zodat verschillende situaties onder het toepassingsgebied kunnen worden gekwalificeerd, regelt de wet ook de kredietovereenkomst die een kredietgever toestaat aan een consument. Hierdoor gebeurt een precieze afbakening. Wanneer een kredietgever een kredietovereenkomst zou toestaan aan een consument, die niet voldoet aan de definitie zoals omschreven in de wet, is de WCK niet van toepassing. Hierna volgt een bespreking van de drie belangrijkste definities die de toepassing van de WCK bepalen: de consument, de kredietgever en de kredietovereenkomst. AFDELING II. Definities 1. De consument 2. In artikel 1, 1 WCK wordt de consument als volgt gedefinieerd: Elke natuurlijke persoon die ten aanzien van de onder deze wet vallende verrichtingen handelt met een oogmerk dat geacht kan worden vreemd te zijn aan zijn handels-, beroeps- of ambachtelijke activiteiten. 1 De wet voorziet twee criteria waaraan de consument moet voldoen. Hij moet een natuurlijke persoon zijn en hij moet handelen met een oogmerk dat vreemd is aan zijn handels-, beroepsof ambachtelijke activiteit. Volgens de parlementaire voorbereidingen wordt een natuurlijke persoon beschouwd als een consument die hoofdzakelijk voor private doeleinden geld gaat lenen. 2 Rechtspersonen, inclusief VZW s vallen dus niet onder het toepassingsgebied van de WCK. Wanneer een gemengd 1 Artikel 1,1 WCK, BS 9 juli 1991, err., BS 6 augustus Memorie van Toelichting, Parl. St., Senaat, 1989/1990, 916/1, 2. 9

11 gebruik wordt aangewend, zal het gebruik van het krediet voor beroepsdoeleinden ondergeschikt moeten zijn aan dat van de private doeleinden, opdat de WCK bescherming zou bieden. 3 Om na te gaan of de WCK al dan niet van toepassing is, zal de bestemming van het krediet beoordeeld moeten worden bij de totstandkoming van de kredietovereenkomst. 4 Indien tijdens de loop van de overeenkomst blijkt dat de bestemming van het krediet wijzigt of afwijkt van hetgeen dat bij de totstandkoming werd meegedeeld, zal dit zonder gevolg blijven voor de toepassing van de wet. 5 Om dergelijke situaties te vermijden, zal de kredietgever de consument moeten ondervragen naar de bestemming van zijn krediet (zie infra 55). Wanneer de bestemming van het krediet bij de totstandkoming van de overeenkomst niet wordt vermeld, kan de Belgische rechter de interpretatie van het Franse Hof van Cassatie aanwenden dat stelt, dat het doelgebonden criterium en de functionaliteit van het krediet als determinerende elementen worden beschouwd. 6 De kredietnemer zal moeten aantonen dat hij bij de totstandkoming heeft willen handelen voor private doeleinden. 2. De kredietgever 3. In artikel 1, 2 WCK wordt de kredietgever als volgt omschreven: Elke natuurlijke persoon, elke rechtspersoon of elke groep van dergelijke personen, die een krediet toestaat binnen het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, met uitzondering van de persoon of van elke groep van personen die een verkoop op afbetaling of een financieringshuur aanbiedt of sluit wanneer deze overeenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een erkende kredietgever aangewezen in de overeenkomst. 7 De kredietgever kan zowel een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een groep van personen zijn, die een krediet verleent in het kader van zijn beroepsactiviteit. De Memorie van 3 Vred. Jumet 23 januari 2001, DCCR 2001, D. BLOMMAERT, De bescherming van de kredietnemer in het kredietrecht, in M.TISON, C. VAN ACKER en J. CERFONTAINE (eds.), Financieel recht op naar evenwicht, Vol. I, Intersentia, 2003, (85) (hierna verkort D. BLOMMAERT, De bescherming ). 5 Rb. Brussel 6 maart 1997, TBBR 1998, Cass. Civ. Fr., 8 juli 1997, Rev.dr.banc.bourse 1997, nr. 62, 163 waar het Hof overweegt: c est a bon droit que la cour d appel a retenu que l application de la loi est déterminée par l objet du prêt et non par la personnalité de ceux qui s engagent. 7 Artikel 1,2 WCK, BS 9 juli 1991, err., BS 6 augustus

12 Toelichting van bepaalt wie als kredietgever in aanmerking komt, onder andere financiële instellingen. 8 Alvorens zij de activiteit van kredietgever kunnen uitoefenen, zijn zij onderworpen aan een voorafgaande erkenning door de Minister van Economische Zaken De kredietovereenkomst 4. In artikel 1, 4 WCK wordt de kredietovereenkomst als volgt gedefinieerd: Elke overeenkomst waarbij een kredietgever een krediet verleent of toezegt aan een consument, in de vorm van uitstel van betaling, van een lening, of van elke andere gelijkaardige betalingsregeling. 10 Bovenstaande definitie omvat alle vormen van krediet die aan de consument kan worden verleend, met inbegrip van de niet-uitdrukkelijke door de WCK benoemde kredietovereenkomsten. 11 Dit betekent dat in principe alle kredietvormen toegestaan aan de consument, ongeacht hun benaming of vorm, onder de toepassing van bovenstaande definitie vallen. Toch voorziet de wet in artikel 3 enkele uitzonderingen. De kredietovereenkomst uit de WCK kan worden gekwalificeerd als een wederkerige overeenkomst. De ene partij (de kredietgever) verricht een prestatie (het ter beschikking stellen van geld, goederen en/of diensten), in ruil voor een uitgestelde tegenprestatie door de andere partij (de consument). De kredietovereenkomst is een consensuele maar eveneens een plechtige overeenkomst. Dit betekent dat naast de wilsovereenstemming van beide partijen, er bovendien bijkomende voorwaarden 12 moeten worden nageleefd, opdat de overeenkomst rechtsgeldig zou zijn. Doorheen de jaren werd er meer en meer gestreefd naar een plechtig contract, op die manier kan de consument, als zwakke partij, genieten van een optimale bescherming. 4. Andere definities 5. De definitie omtrent de kredietbemiddelaar wordt in hoofdstuk 3 uiteengezet (zie infra 108 et seq.). 8 Memorie van Toelichting, Parl. St., Senaat, 1989/1990, 916/1, 3. 9 Artikel 74, eerste lid WCK, BS 9 juli 1991, err., BS 6 augustus Artikel 1,4 WCK, BS 9 juli 1991, err., BS 6 augustus P. LETTANY, Het consumentenkrediet: De Wet van 12 juni 1991, Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen, 1993, Artikel 14 WCK, BS 9 juli 1991, err., BS 6 augustus

13 HOOFDSTUK II. De informatie- en raadgevingsplicht binnen het Consumentenkrediet 7. De informatie- en raadgevingsplicht binnen het consumentenkrediet situeren zich in de precontractuele fase van de kredietovereenkomst. Deze verplichtingen zijn wettelijk vastgelegd in de artikelen 10 tot 13 WCK, alsook in artikel 15 WCK. Deze artikelen worden hierna verder besproken, telkens met de relevante rechtspraak hieromtrent. Wanneer in dit hoofdstuk wordt gesproken over kredietgever kan steeds worden verwezen naar de kredietbemiddelaar, behalve voor de aangehaalde uitzondering(en). AFDELING I. De (dubbele) informatieplicht in hoofde van de kredietgever 8. De informatie uitwisseling die tussen de kredietgever en de consument plaatsvindt, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst, wordt wettelijk geregeld. De wetgever heeft zowel een informatieplicht voor de kredietgever als voor de consument voorzien. 1. Informatie inwinnen A. Draagwijdte 9. Er wordt, in het kader van een verzoek om een kredietovereenkomst te sluiten, aan de kredietgever en de kredietbemiddelaar de verplichting 13 opgelegd om de juiste en volledige informatie aan de consument te vragen die zij noodzakelijk achten om de financiële toestand, de terugbetalingsmogelijkheden en de lopende financiële verbintenissen van de consument, te kunnen beoordelen. Met deze eerste verplichting wil men vermijden dat een krediet wordt verleend aan een insolvabele consument. Artikel 10, eerste lid WCK (omschrijving van de bovenstaande verplichting) houdt een actieve ondervragingsverplichting 14 van de kredietgever in. Dit betekent dat de kredietgever actief op zoek moet gaan naar informatie over de financiële, de vermogensrechtelijke en economische situatie van de consument. 15 De kredietgever of de kredietbemiddelaar kan op die manier 13 Artikel 10, lid 1 WCK bepaalt: de kredietgever en de kredietbemiddelaar MOETEN aan de consument. 14 Rb. Oudenaarde 4 december 2002, RW , R. STEENNOT, De miskenning van de informatieplichten bij een consumentenkrediet: op wie rust de bewijslast?, T.Vred. 2007, afl. 9-10, 397. (hierna verkort R. STEENNOT, De miskenning ) 12

14 te weten komen welke inkomsten de consument geniet, welke activa hij bezit en welke andere betekenisvolle schulden hij nog heeft lopen. 16 De kredietgever kan deze informatie verkrijgen door enerzijds de Centrale voor Kredieten aan Particulieren (zie infra 86 et seq.) te raadplegen en anderzijds door aan de consument de nodige vragen te stellen of hem een vragenlijst te laten invullen. 17 Hierbij is de kredietgever bij de ondervraging in de precontractuele fase gehouden, de algemene zorgvuldigheidsnorm van artikel van het Burgerlijk Wetboek na te leven. 18 Hiervoor zal het criterium van de normale zorgvuldige en redelijke kredietgever geplaatst in dezelfde omstandigheden worden gehanteerd. Welke informatie de kredietgever allemaal moet opvragen aan de consument wordt niet in de wet bepaald. De kredietgever en kredietbemiddelaar zullen de omvang van hun onderzoek moeten bepalen in functie van de doelstelling vastgelegd in artikel 10 WCK, namelijk de beoordeling van de financiële situatie en de terugbetalingsmogelijkheden om vast te stellen wat relevant is. In de praktijk gaat de kredietgever vaak met een vragenlijst werken. Op die manier kan hij op latere tijdstippen steeds een bewijs voorleggen. Het niet voorleggen van een dergelijk bewijs, kan zijn aansprakelijkheid in het gedrang brengen (zie infra 30 et seq.) Volgende elementen moeten door de kredietgever en kredietbemiddelaar worden verzameld: - De identiteitsgegevens van de consument en de persoonlijke zekerheidssteller te controleren, volgens artikel 17 WCK. Zolang dit niet is gebeurd, mag de kredietgever geen kredietovereenkomst afsluiten. De identiteitsgegevens worden meestal bewezen aan de hand van een Belgische identiteitskaart. 20 Dit kan eventueel ook worden bewezen aan de hand van een verblijfsvergunning of door een identiteitskaart, paspoort of reisvergunning uitgereikt door de Staat daar waar de consument verblijft. 16 F. VAN DER HERTEN, Informatie- en adviesverplichtingen in E. TERRYN (ed.), Handboek consumentenkrediet, Brugge, die Keure, 2007, (113) 128. (hierna verkort F. VAN DER HERTEN, Informatie- en adviesverplichtingen ) 17 R. STEENNOT, De miskenning, supra noot 15, (397) A. DE BOECK, De aansprakelijkheid van de kredietverlener en de informatieverplichting van de consument (noot onder Vred. Gent 18 juli 1995), RW , nr. 37, (1271) (hierna verkort A. DE BOECK, De aansprakelijkheid ) 19 Rb. Oudenaarde (2de k.) 4 december 2002, RW , nr. 26, Artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende bevolkingsregisters en de identiteitkaarten. 13

15 - De raadpleging van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, volgens artikel 15 WCK (zie infra 86 et seq.). - De consument moet de bestemming van het krediet meedelen aan de kredietgever, zodat deze op zoek kan gaan naar een aansluitend krediet (zie infra 55 et seq.). 11. De wet voorziet expliciet welke informatie verboden is te vragen aan de consument. In geen enkel geval mag de gevraagde informatie betrekking hebben op het ras, de etnische afstamming, het seksueel gedrag, de gezondheid, de overtuigingen of activiteiten op politiek, levensbeschouwelijk of godsdienstig gebied of het lidmaatschap van een vakbond of van een ziekenfonds. 21 Dit maakt het voor de kredietgever voortaan moeilijker een krediet te weigeren op basis van een gebrekkige morele kredietwaardigheid. 22 Daar er door de consument zou kunnen worden aangevoerd dat de kredietweigering op discriminatoire wijze is gebeurd. De kredietgever zal de gegevens die op eenvoudige wijze kunnen worden gecontroleerd, moeten verifiëren aan de hand van bewijsstukken (zie infra 80 et seq.). Deze controle gebeurt meestal op het ogenblik dat de kredietwaardigheid wordt beoordeeld. De beoordeling van de kredietwaardigheid van de consument wordt onder randnummer 66 verder behandeld. 12. Meer en meer last de wetgever informatie- en raadgevingsverplichtingen in ter bescherming van de consument. Recent werden specifieke verplichtingen ingevoerd bij het verstrekken van beleggingsdiensten of diensten van vermogensbeheer. 23 Dit is terug te vinden in de Wet van 2 augustus betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en in het Koninklijk Besluit van 27 april tot omzetting van de Europese Richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten en in het Koninklijk Besluit van 6 juni tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten. 13. Sinds 1 november 2007 geldt in België een nieuw juridisch kader voor beleggingsdiensten en dit tengevolge van de omzetting van de Richtlijn Markten voor Financiële instrumenten (MiFID). De nieuwe regels behandelen de verhouding tussen de verstrekker van beleggings- 21 Artikel 10, tweede lid WCK, BS 9 juli 1991, err., BS 6 augustus Onder morele kredietwaardigheid kan worden verstaan: de persoonlijke eigenschappen van de kredietnemer (eerlijkheid, karakter, gezondheidstoestand, gezinssituatie, bekwaamheid). 23 Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, BS 4 september (hierna verkort Wet betreffende het toezicht op de financiële sector) 24 BS 4 september BS 31 mei BS 18 juni

16 diensten en zijn cliënt. Eén van de belangrijkste doelstellingen van MiFID bestaat erin de belegger een uitgebreidere bescherming te bieden. Dit werd verkregen door in MiFID een reeks verplichtingen en gedragsregels op te leggen ten aanzien van de verstrekker. De belangrijkste in het kader van deze masterproef zijn de inform-your-costumer en de know-yourcustomer -beginselen Volgens deze nieuwe Belgische MiFID-regels wordt onder de verstrekker een gereglementeerde onderneming verstaan, die voldoet aan de vergunnings- en bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden. 28 Een voorbeeld is een Belgische kredietinstelling. Verder omschrijft de wet de ontvanger als zijnde de cliënt, ofwel iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming of kredietinstelling beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht. 29 Daarbij wordt, sinds de nieuwe regeling, gewerkt met cliëntenclassificatie. Waarbij een opsplitsing wordt gemaakt tussen professionele cliënten, niet-professionele cliënten of in aanmerking komende tegenpartijen. 30 Deze opsplitsing zal een rol spelen bij het aanleveren van informatie. Bij het verstrekken van beleggingsdiensten of nevendiensten binnen het toepassingsgebied van MiFID, dienen gereglementeerde ondernemingen bepaalde regels na te leven. 31 In het kader van de informatieverplichting zijn dit, zoals eerder werd vermeld, de inform-yourcostumer - en de know-your-customer -gedragsregels. 15. De inform-your-customer -regel houdt in dat de informatieverstrekking ten opzichte van de belegger, volgens de MiFID-wet, op een correcte, duidelijke en niet misleidende wijze moet plaatsvinden. Verder moet de verstrekte informatie voor niet-professionele beleggers accuraat en toereikend zijn en moet deze passende informatie in een begrijpelijke context worden verstrekt. Op die manier kan de belegger de aard en de risico s van de aangeboden beleggingsdienst begrijpen en met kennis van zaken beleggingsbeslissingen nemen. 32 In vergelijking met het consumentenkrediet moet de informatieverstrekking in dit kader veel ruimer 27 P. VAN CLEYNENBREUGEL, Gedragregels in het financieel recht. Enkele beschouwingen over gedragsregels als rechtsbron naar aanleiding van de implementatie van MiFID in het Belgisch recht, Jura Falconis , nr. 1, V. COLAERT en T. VAN DYCK, MiFID en de gedragregels. Een nieuw juridisch kader voor beleggingsdiensten, TBH 2008, afl. 3, (226) 233 (hierna verkort V. COLAERT en T. VAN DYCK, MiFID en de gedragregels ). 29 Artikel 2, 27 van de wet betreffende de toezicht op de financiële sector, BS 4 september Artikel 2, 28, 29 en 30 van de wet betreffende de toezicht op de financiële sector, BS 4 september V. COLAERT en T. VAN DYCK, MiFID en de gedragregels, supra noot 28, Art. 12, 1 van het Koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, BS 18 juni 2007 (hierna verkort MiFID-KB). 15

17 worden gezien. De verstrekker moet op gedetailleerde wijze informatie meedelen. 33 De wet en het KB voorzien eveneens in een minimale informatie die voorafgaandelijk aan nietprofessionele beleggers moeten worden meegedeeld, zoals de naam van de gereglementeerde onderneming. 34 De vraag kan worden gesteld, of al deze informatie elementen even relevant zijn voor de consument en of de kwantiteit geen negatief gevolg heeft? In onze maatschappij wordt een consument dagelijks overspoeld door een lawine aan informatie. Dit heeft tot gevolg dat een consument steeds meer selectief wordt bij het lezen van informatie. Het gevaar bestaat erin dat onbelangrijke informatie wordt gelezen en belangrijke informatie wordt overgeslagen. Ingevolge de kwantiteit aan informatie wordt de kwaliteit van deze informatie onderdrukt. Uit voorgaande kan worden geconcludeerd dat de belegger, dankzij de MiFID-wet, beter wordt beschermd dan de consument in het consumentenkrediet. Wat in een bepaalde zin begrijpelijk is, daar de beslissingen die de belegger neemt zware risico s inhouden die hij voor een groot deel zelf niet in handen heeft. Het kopen van aandelen en het mogelijks verwerfbaar rendement is afhankelijk van de volatiliteit van de financiële markten en vereisen dan ook de nodige aandacht en kennis. Daarentegen, heeft de Europese wetgever geen rekening gehouden met de hoeveelheid aan informatie. 16. Een tweede MiFID-gedragsregel is het know-your-customer -principe. Deze ken-uwcliënt -vereiste houdt in dat de gereglementeerde onderneming moet evalueren of de diensten die de cliënt krijgt en/of de transacties die hij vereist, voldoende aansluiten bij zijn beleggersprofiel. 35 De verstrekker van de beleggingsdienst beroept zich hierbij op zeer gerichte vragen, om op die manier zijn cliënt te leren kennen. Dit kan worden vergelijken met artikel 10, eerste lid WCK, het inwinnen van informatie. Afhankelijk van de verstrekte beleggingsdienst, dient de gereglementeerde onderneming een aangepaste beoordeling toe te passen. Dit stemt overeen met artikel 11, tweede lid WCK, namelijk de kredietgever moet een aangepast krediet zoeken (zie infra 52 et seq.). In geval van diensten van vermogensbeheer en beleggingsadvies dient de verstrekker een geschiktheidsbeoordeling te doen. De verstrekker van de beleggingsdienst zal hierbij informatie moeten bekomen betreffende (i) de kennis en ervaring van de cliënt in een specifiek beleggingsgebied 36 (ii) de financiële situatie van de cliënt 37 en (iii) de beleggingsdoelstellingen van 33 Artikel 8 van het MiFID-KB, B..S. 18 juni Artikel 10, 2 van het MiFID-KB, BS 18 juni V. COLAERT en T. VAN DYCK, MiFID en de gedragregels, supra noot 28, (226) Artikel 15, 1, c van van het MiFID-KB, BS 18 juni Artikel 15, 1, b van het MiFID-KB, BS 18 juni

18 de cliënt 38. Op die manier kan de verstrekker een aangepast financieel instrument aanbevelen of op gepaste wijze aan vermogensbeheer doen. Indien de verstrekker onvoldoende informatie van zijn cliënt verkregen heeft, moet hij zich onthouden van het verlenen van een beleggingsadvies. Opnieuw kan een gelijkenis worden gevonden in het consumentenkrediet, zijnde artikel 15 WCK. De kredietgever moet zich onthouden een kredietovereenkomst af te sluiten, indien de consument zijn verplichtingen niet kan naleven (zie infra 66 et seq.). Indien hij over de nodige wettelijke informatie beschikt, mag hij een beleggingsproduct adviseren dat geschikt is voor de belegger. Voor alle andere diensten is de verstrekker slechts bevoegd om een passendheidsbeoordeling te verrichten. Dit houdt in dat hij onderzoekt of de belegger over de nodige kennis en ervaring bezit met betrekking tot de aangeboden beleggingsdiensten- en/of producten. De belegger moet in staat zijn de risico s verbonden aan de aangeboden beleggingsdiensten of producten te begrijpen. Wanneer de verstrekker oordeelt dat het product of de dienst niet passend is, moet hij de belegger waarschuwen. Dit laatste impliceert dat de verstrekker zich niet moet onthouden een beleggingsdienst te verstrekken, indien de consument toch één wenst na waarschuwing. 17. Het consumentenkrediet maakt, in vergelijking met de MiFID, de informatievergaring niet afhankelijk van het soort krediet. De kredietgever moet steeds naar het krediet zoeken dat qua soort en bedrag het best aansluit bij het doel van het krediet en de financiële situatie van de consument. De kennis en de ervaring van de consument worden bij het consumentenkrediet niet gepeild. Wat logisch lijkt, daar, bijvoorbeeld, het aantal keren dat er een krediet wordt aangegaan, niet betekent dat de consument meer ervaring heeft, in tegendeel. Ter illustratie, een zeer zorgvuldige persoon die vóór het aangaan van een krediet alles mooi heeft uitgedokterd en over voldoende vermogen bezit, wordt door onvoorziene omstandigheden een wanbetaler. In het kader van de regulering van het consumentenkrediet zou er eventueel wel een verschillende (precontractuele) informatieverstrekking kunnen gebeuren afhankelijk van het soort krediet. Op die manier zou de kredietgever een betere voeling krijgen met de relevante te verstrekken informatie per kredietsoort. Bijvoorbeeld, wanneer een kredietopening gunstiger kan zijn, dan een lening op afbetaling. 18. Verder valt op te merken dat de inspanningen van de verstrekker van de beleggingsdiensten veel intenser zijn dan bij de WCK. Bijvoorbeeld, wanneer de verstrekker de geschikt- 38 Aritkel 15, 1, a van het MiFID-KB, BS 18 juni

19 heidsbeoordeling nagaat, moet hij om de beleggingsdoelstellingen van de cliënt te beoordelen, verschillende elementen gaan bevragen. De vestrekker moet informatie verkrijgen over onder andere de duur van de periode gedurende de welke de cliënt de belegging wil aanhouden, de mate waarin de cliënt risico s wil nemen, de beleggingsdoel, enz. Daarnaast moet hij de verkregen antwoorden op de verschillende elementen binnen het geheel van de dienstverlening en de portefeuille van de cliënt gaan plaatsen, vooraleer hij uiteindelijk over de geschiktheid kan oordelen. In mijn ogen is dit een veel complexere en meer gedetailleerde analyse dan het onderzoek dat de kredietgever moet uitvoeren. 19. Ten slotte kan worden vastgesteld dat de Wet en het KB specifiekere en duidelijkere omschrijvingen bevatten. Ter illustratie, wanneer de verstrekker van de beleggingsdiensten de financiële situatie van de cliënt moet onderzoeken, wordt in het KB, specifiek omschreven welke gegevens hij moet opvragen. De verstrekker zal informatie verkrijgen over de herkomst en omvang van de cliënt zijn (i) reguliere inkomsten, (ii) vermogen - waaronder liquide middelen - beleggingen en onroerend goed en (iii) reguliere financiële verplichtingen. 39 Dit is in vergelijking met het consumentenkrediet veel concreter en ruimer. De verstrekker weet precies welke gegevens hij moet navragen om de financiële situatie van zijn cliënt te kunnen inschatten. Daarentegen mag de kredietgever, binnen de WCK, een vrije appreciatie doen op voorwaarde dat hij de nodige informatie verkrijgt, om de kredietwaardigheid van de kredietnemer te kunnen beoordelen. De WCK spit niet het volledige vermogen van de consument uit, wat wel het geval is bij MiFID. 20. Het ultieme doel van MiFID-richtlijn namelijk de belegger op een optimale manier beschermen, wordt bereikt door een gedetailleerde uitwerking van de gedragregels binnen Mi- FID. Ook andere doelstellingen, het bewerkstelligen van marktintegriteit en marktintegratie, worden op die manier geïmplementeerd. Zowel MiFID als het consumentenkrediet beogen de bescherming van de consument, maar de stipuleringen onder de MiFID zijn strikter en vergaander. Mijns inziens, is dit het gevolg van de implementatie van een Europese Richtlijn. De Europese wetgever heeft de neiging de consument alsmaar meer te beschermen. Wat een goede zaak is. Daar de consument de nodige bescherming vereist als zwakkere partij, vooral wanneer er veel risico s op het spel worden gezet, zoals het verliezen van eigen vermogen. 39 Aritkel 15, 3van het MiFID-KB, BS 18 juni

20 B. Bewijslast en resultaatsverbintenis vs. inspanningsverbintenis 21. Vooraleer er kan worden bepaald wie de bewijslast draagt binnen het consumentenkrediet, moet er worden nagegaan of er op de schuldeiser, i.e. de kredietgever, een resultaatsverbintenis rust, dan wel een inspanningsverbintenis. Wanneer er sprake is van een inspanningsverbintenis, betekent dit dat de schuldenaar, i.e. de consument, moet bewijzen dat de schuldeiser een fout heeft gemaakt. 40 Dit wil zeggen dat de consument moet bewijzen dat de kredietgever zich niet heeft gedragen als een normale zorgvuldige en redelijke persoon in dezelfde omstandigheden. 22. In de Memorie van Toelichting van , wordt er gesproken over een inspanningsverbintenis, wat betreft de verplichting om informatie na te vragen omtrent de financiële situatie van de consument en zijn terugbetalingsmogelijkheden. Dit betekent dat de consument een negatief feit moet bewijzen, wat een zwaardere bewijslast inhoudt, dan indien er sprake zou zijn van een resultaatsverbintenis. 23. Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Cassatie van 10 december 2004, kan voortaan worden aangenomen dat er geen volledige bewijslast meer ligt bij de consument. In dit arrest werd bepaald dat: De bewijslast van het in gebreke blijven door de kredietgever van zijn verplichtingen op de consument rust, onverminderd de verplichting van de kredietgever bij te dragen tot het bewijs binnen de wettelijk bepaalde grenzen. 42 Hieruit volgt dat er voortaan een mogelijkheid bestaat om aan de kredietgever een document te vragen waaruit blijkt dat hij de noodzakelijke vragen heeft gesteld voor zijn onderzoek. Dit lijkt ook logisch, daar de kredietgever door zijn professionele activiteit zich in een betere positie bevindt om dit bewijs te gaan leveren dan de consument. Hij moet tenslotte aan de hand van zijn vragen en ingezamelde informatie bepalen of het krediet al dan niet kan worden toegestaan. Er mag echter niet worden geconcludeerd dat voortaan de kredietgever de bewijslast zal dragen. Zijn verplichting tot het voorleggen van bewijzen, moet worden aanzien als een verplichting om bij te dragen tot het bewijs. 43 Dit arrest zal vooral een rol spelen wanneer de consument elementen kan aanreiken die het waarschijnlijk maken dat de kredietgever tekort is geschoten in zijn informatieverplichting. 44 Dit impliceert dat de kredietnemer verschillende elementen kan inroepen, waarvan er een sterk vermoeden bestaat dat de kredietgever niet correct is opgetre- 40 W. VAN GERVEN, m.m.v. S. COVEMAEKER, Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2006, Memorie van Toelichting, Parl. St. Senaat , nr , Cass. AR C N, 10 december 2004 (Europabank / D.E. e.a.). 43 R. STEENNOT, De miskenning, supra noot 15, (397) F. DE PATOUL (noot onder Cass. 10 december 2004), Jaarboek Kredietrecht 2005,

Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving:

Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving: Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving: Afdeling I: De oorspronkelijke wet van 5 juli 1998 en de diverse wetswijzigingen: Bij wet van 5 juli 1998 2 werd een titel IV toegevoegd aan het Gerechtelijk

Nadere informatie

Rentederivaten ter dekking van aan kmo s verleende kredieten met variabele rentevoet

Rentederivaten ter dekking van aan kmo s verleende kredieten met variabele rentevoet Rentederivaten ter dekking van aan kmo s verleende kredieten met variabele rentevoet FINANCIALSERVICESANDMARKETSAUTHORITY AUTORITEITVOORFINANCIËLEDIENSTENENMARKTEN 1 AUTORITÉDESSERVICESETMARCHÉSFINANCIERS

Nadere informatie

PRECONTRACTUELE INFORMATIEVERPLICHTINGEN IN HET KREDIETRECHT

PRECONTRACTUELE INFORMATIEVERPLICHTINGEN IN HET KREDIETRECHT Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar 2009-10 PRECONTRACTUELE INFORMATIEVERPLICHTINGEN IN HET KREDIETRECHT Een vergelijking van de wet op het consumentenkrediet met het gemeen kredietrecht

Nadere informatie

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... i Voorwoord bij de Reeks Bank- en insolventierecht...iii. Voorafgaande opmerking...

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... i Voorwoord bij de Reeks Bank- en insolventierecht...iii. Voorafgaande opmerking... financiele-diensten.book Page v Thursday, October 27, 2005 2:58 PM v De Bibliotheek Handelsrecht Larcier...................................... i Voorwoord bij de Reeks Bank- en insolventierecht...........................iii

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 DECEMBER 2004 C.03.0143.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.03.0143.N EUROPABANK, naamloze vennootschap, met zetel gevestigd te 9000 Gent, Burgstraat 170, ingeschreven in het handelsregister

Nadere informatie

Beroepsvereniging van het Krediet

Beroepsvereniging van het Krediet Beroepsvereniging van het Krediet Principes om op verantwoorde wijze consumenten- en hypothecair krediet aan te gaan en te verstrekken 1. Inleiding Kredieten geven de kredietnemer de mogelijkheid om goederen

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; 1/6 Advies nr 25/2010 van 1 september 2010 Betreft: Advies betreffende het ontwerp van koninklijk besluit houdende wijziging van verschillende besluiten betreffende registratie van persoonsgegevens ingevolge

Nadere informatie

De bescherming van de consument voor financiële diensten

De bescherming van de consument voor financiële diensten FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID OPLEIDING MASTER IN DE RECHTEN De bescherming van de consument voor financiële diensten Masterproef Academiejaar 2008-2009 Promotor: Van Acker C. Evelien Vande Putte Inhoudstafel

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

Principes om op verantwoorde wijze consumentenen hypothecair krediet aan te gaan en te verstrekken

Principes om op verantwoorde wijze consumentenen hypothecair krediet aan te gaan en te verstrekken Principes om op verantwoorde wijze consumentenen hypothecair krediet aan te gaan en te verstrekken 1 2 Kredieten geven de kredietnemer de mogelijkheid om goederen en diensten te verwerven of investeringen

Nadere informatie

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN Aanbeveling betreffende strafbedingen Brussel, 21 oktober 1997 1 Gelet op de artikelen 35, par. 3, lid 2, en 36 van de wet van 14 juli 1991 betreffende

Nadere informatie

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST 1) Omschrijving van de arbeidsovereenkomst Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

Betreft: Ontwerp van Koninklijk besluit betreffende de Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen (CO-A-2010-030)

Betreft: Ontwerp van Koninklijk besluit betreffende de Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen (CO-A-2010-030) 1/7 Advies nr 07/2011 van 9 februari 2011 Betreft: Ontwerp van Koninklijk besluit betreffende de Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen (CO-A-2010-030) De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

Het consumentenkrediet. De Wet van 12 juni 1991. Pierre Lettany KLUWER RECHTSWETENSCHAPPEN BELGIE

Het consumentenkrediet. De Wet van 12 juni 1991. Pierre Lettany KLUWER RECHTSWETENSCHAPPEN BELGIE Het consumentenkrediet De Wet van 12 juni 1991 Pierre Lettany KLUWER RECHTSWETENSCHAPPEN BELGIE Voorwoord V Inleiding en doel van de wet 1 1. E.G.-verplichtingen (1) 1 2. Sociaal beleid (2) 1 3. Economisch

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING WET FINANCIERING KMO S

TETRALERT - ONDERNEMING WET FINANCIERING KMO S 1 TETRALERT - ONDERNEMING WET FINANCIERING KMO S 1. Inleiding De wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen (hierna de «Wet»)

Nadere informatie

De omzetting van de Richtlijn in Belgisch recht : krachtlijnen en knelpunten

De omzetting van de Richtlijn in Belgisch recht : krachtlijnen en knelpunten Paul HEYMANS, Legal, Tax, Risk & Control Manager Credit Operations, ALLIANZ, Voorzitter van de Juridische Commissie Hypothecair krediet van de BVK en Ondervoorzitter van de EMF 23-10-2015 1 UITGANGSPUNT

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Eindtermen Kredietbemiddeling

Eindtermen Kredietbemiddeling Kredietbemiddeling Module 1 Algemene beginselen van de kredietbemiddeling Deel 1 De financiële en juridische omgeving Professionele kennis en 1. Kredietgevers en kredietbemiddelaars 2. Organen voor toezicht,

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ADVIES Nr 03 / 1999 van 27 januari 1999 O. Ref. : 10 / A / 98 / 030 / 10 BETREFT : Ontwerp van koninklijk besluit tot regeling van de registratie van de berichten van collectieve schuldenregeling door

Nadere informatie

FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN

FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN Versie oktober 2007 FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN Fortis Investment Management Netherlands N.V. is statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudend te 1101 BH Amsterdam

Nadere informatie

Wet van 19/12/05 betreffende precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten

Wet van 19/12/05 betreffende precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten Wet van 19/12/05 betreffende precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten Op 18.01.2006 verscheen in het Belgisch Staatsblad de Wet betreffende de precontractuele informatie bij

Nadere informatie

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Circulaire _2009_29 dd. 30 september 2009 Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Toepassingsveld: Verzekeringsondernemingen onderworpen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Rolnummer 2268 Arrest nr. 29/2002 van 30 januari 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

BERAADSLAGING RR Nr 32 / 2005 VAN 15 JUNI 2005

BERAADSLAGING RR Nr 32 / 2005 VAN 15 JUNI 2005 KONINKRIJK BELGIE Brussel, Adres : Hoogstraat, 139, B-1000 Brussel Tel. : +32(0)2/213.85.40 E-mail : commission@privacy.f gov.be Fax. : +32(0)2/213.85.65 http://www.privacy.fgov.be/ COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING

Nadere informatie

EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID)

EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID) EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID) EEN BETERE BESCHERMING VAN DE BELEGGER INHOUD MEER TRANSPARANTIE VOOR BELEGGINGSDIENSTEN 3 DE VOORNAAMSTE THEMA S 4 VOORDELEN

Nadere informatie

BEMIDDELAARS INZAKE HYPOTHECAIR KREDIET NA RICHTLIJN 2014/17/EU

BEMIDDELAARS INZAKE HYPOTHECAIR KREDIET NA RICHTLIJN 2014/17/EU BEMIDDELAARS INZAKE HYPOTHECAIR KREDIET NA RICHTLIJN 2014/17/EU Prof. dr. Diederik BRULOOT Bemiddelaars inzake hypothecair krediet SITUERING 1 RICHTLIJN 2014/17/EU (MCD) Dubbel doel 1. Hoog niveau van

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling 4. Ondernemingen die investeren in een raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk Art. 194ter.

Nadere informatie

Beleggersgids. Waarom geeft de ESMA deze gids uit? Wat is de ESMA?

Beleggersgids. Waarom geeft de ESMA deze gids uit? Wat is de ESMA? 19 oktober 2012 Beleggersgids Wat is de ESMA? ESMA staat voor European Securities and Markets Authority (Europese Autoriteit voor effecten en markten) en is een in Parijs gevestigde onafhankelijke regelgevende

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T Rolnummer 4100 Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 12, 1, en 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof

Nadere informatie

De uitbreiding van de bescherming van de verzekeringsnemer-consument dankzij de nieuwe Wet Verzekeringen van 4 april 2014

De uitbreiding van de bescherming van de verzekeringsnemer-consument dankzij de nieuwe Wet Verzekeringen van 4 april 2014 De uitbreiding van de bescherming van de verzekeringsnemer-consument dankzij de nieuwe Wet Verzekeringen van 4 april 2014 FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N BEROEPSREGL - Onthaalouders A08 Brussel, 25.06.2009 MH/BL/LC A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE DE UITSLUITING VAN DE BEROEPSACTIVITEIT

Nadere informatie

Precontractuele informatieverplichtingen in het kredietrecht, een vergelijking tussen het gemeen recht en de Wet Consumentenkrediet

Precontractuele informatieverplichtingen in het kredietrecht, een vergelijking tussen het gemeen recht en de Wet Consumentenkrediet Faculteit Rechtsgeleerdheid Academiejaar 2011-2012 Precontractuele informatieverplichtingen in het kredietrecht, een vergelijking tussen het gemeen recht en de Wet Consumentenkrediet Masterproef van de

Nadere informatie

Rolnummer 2704. Arrest nr. 109/2003 van 22 juli 2003 A R R E S T

Rolnummer 2704. Arrest nr. 109/2003 van 22 juli 2003 A R R E S T Rolnummer 2704 Arrest nr. 109/2003 van 22 juli 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1, 3, eerste lid, van artikel III, overgangsbepalingen, van de wet van 14 juli 1976 betreffende

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Persbericht Vincent Van Quickenborne www.quickonomie.be Onderwerp Senaat keurt verstrenging regels consumentenkrediet op de valreep goed Datum 6 mei 2010 Copyright and disclaimer De inhoud van

Nadere informatie

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T Rolnummer 2847 Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 394 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vóór de wijziging ervan bij de

Nadere informatie

Artikel 406.21 Criteria toegepast door het Licentiedepartement voor het opstellen van haar verslag gericht aan de Licentiecommissie

Artikel 406.21 Criteria toegepast door het Licentiedepartement voor het opstellen van haar verslag gericht aan de Licentiecommissie Artikel 406.21 Criteria toegepast door het Licentiedepartement voor het opstellen van haar verslag gericht aan de Licentiecommissie Artikel 406.21 Publicatie Licentiedepartement DATUM 14/10/2015 AUTEUR

Nadere informatie

B67 Consumentenkrediet

B67 Consumentenkrediet MONOGRAFIEËN BW B67 Consumentenkrediet Mr. drs. J.W.A. Biemans Kluwer a W olters Kluwer business Deventer - 2013 INHOUDSOPGAVE Voorwoord / V Afkortingenlijst / XIII Verkort aangehaalde literatuur / XV

Nadere informatie

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Algemeen Als u vermoedt dat een beroepsbeoefenaar uw rechten heeft geschonden, kunt u hem of de zorginstelling waarbinnen hij werkt aansprakelijk stellen. Volgens

Nadere informatie

hierna elk afzonderlijk "de Autoriteit" en gezamenlijk "de Autoriteiten" genoemd,

hierna elk afzonderlijk de Autoriteit en gezamenlijk de Autoriteiten genoemd, 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten over de buitenlandse beleggingsondernemingen De Nationale Bank van België (hierna "de Bank"),

Nadere informatie

De aansprakelijkheid van de aannemer DEEL I: De contractuele aansprakelijkheid

De aansprakelijkheid van de aannemer DEEL I: De contractuele aansprakelijkheid De aansprakelijkheid van de aannemer DEEL I: De contractuele aansprakelijkheid FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E info@forumadvocaten.be W www.forumadvocaten.be

Nadere informatie

Wat is MiFID? Doelstellingen?

Wat is MiFID? Doelstellingen? 2 Voor een betere bescherming van de belegger Wat is MiFID? Doelstellingen? De Lissabon Agenda, in het leven geroepen door de Europese Commissie in 2000, bevat de ambitieuze doelstelling om tegen 2010

Nadere informatie

Rolnummer 4790. Arrest nr. 10/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T

Rolnummer 4790. Arrest nr. 10/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T Rolnummer 4790 Arrest nr. 10/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 73 van de programmawet (I) van 27 december 2006, gesteld door de Vrederechter van het

Nadere informatie

Europese Richtlijn betreffende Markten voor Financiële Instrumenten: MiFID

Europese Richtlijn betreffende Markten voor Financiële Instrumenten: MiFID Europese Richtlijn betreffende Markten voor Financiële Instrumenten: MiFID 1. Wat is MiFID? De Lissabon Agenda, in het leven geroepen door de Europese Commissie in 2000, bevat de ambitieuze doelstelling

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 28 MAART 2013 C.12.0330.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0330.F BNP PARIBAS, vennootschap naar Frans recht, Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen R. L., Mr. Paul

Nadere informatie

Auteur. Elfri De Neve. www.elfri.be. Onderwerp. Anatocisme. Copyright and disclaimer

Auteur. Elfri De Neve. www.elfri.be. Onderwerp. Anatocisme. Copyright and disclaimer Auteur Elfri De Neve www.elfri.be Onderwerp Anatocisme Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten van intellectuele eigendom,

Nadere informatie

ADVIES. over DE IMPACTANALYSE VAN EEN EVENTUELE HERVORMING VAN DE REGELS INZAKE DE VERJARING VAN VORDERINGEN VAN EN TEGEN CONSUMENTEN

ADVIES. over DE IMPACTANALYSE VAN EEN EVENTUELE HERVORMING VAN DE REGELS INZAKE DE VERJARING VAN VORDERINGEN VAN EN TEGEN CONSUMENTEN N HAND PRAKT - Verjaring vorderingen cons. A2 Brussel, 12 februari 2013 MH/TM/AS 692-2012 ADVIES over DE IMPACTANALYSE VAN EEN EVENTUELE HERVORMING VAN DE REGELS INZAKE DE VERJARING VAN VORDERINGEN VAN

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN SCSZ/05/69 1 BERAADSLAGING NR. 05/026 VAN 7 JUNI 2005 M.B.T. DE RAADPLEGING VAN HET WACHTREGISTER DOOR DE DIENST VOOR ADMINISTRATIEVE CONTROLE VAN HET RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING

Nadere informatie

Gedragscode tussen banken en ondernemingen in het kader van de kredietverlening

Gedragscode tussen banken en ondernemingen in het kader van de kredietverlening Gedragscode tussen banken en ondernemingen in het kader van de kredietverlening 1 De hierna vermelde partijen Febelfin, de Federatie voor de Belgische financiële sector, Aarlenstraat 82, 1040 Brussel,

Nadere informatie

Financial Law Institute

Financial Law Institute Financial Law Institute Working Paper Series WP 2011-04 Reinhard STEENNOT Michel TISON Toepassingsgebied van de Wet Challenging the Prudential Supervisor: liability Consumentenkrediet versus (regulatory)

Nadere informatie

PROSPECTUS N 1 CONSUMENTENKREDIET

PROSPECTUS N 1 CONSUMENTENKREDIET PROSPECTUS N 1 CONSUMENTENKREDIET LENING OP AFBETALING VASTGELEGD BIJ AUTHENTIEKE AKTE LENING OP AFBETALING VAN TOEPASSING VANAF 01.06.2006 NV CREDIMO Weversstraat 6-8-10 1730 ASSE Tel. +32(0)2 454 10

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies aan Mevrouwen de Voorzitsters en de Heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

Rolnummer 3134. Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T

Rolnummer 3134. Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T Rolnummer 3134 Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, 2, van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst, vóór de opheffing

Nadere informatie

Rolnummer 3739. Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T

Rolnummer 3739. Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T Rolnummer 3739 Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 413bis tot 413octies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij

Nadere informatie

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

Financial Law Institute

Financial Law Institute Financial Law Institute Working Paper Series WP 2011-02 Reinhard STEENNOT Michiel DE MUYNCK Reclame en precontractuele informatie onder de wet consumentenkrediet anno 2011 January 2011 WP 2011-02 Reinhard

Nadere informatie

Reglement voor de toekenning van renteloze leningen. aan erkende culturele verenigingen

Reglement voor de toekenning van renteloze leningen. aan erkende culturele verenigingen Reglement voor de toekenning van renteloze leningen aan erkende culturele verenigingen Goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 januari 2002 Bekendgemaakt op 31 januari 2002 Artikel 1 Hoofdstuk I - Algemene

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/07/2014

Datum van inontvangstneming : 31/07/2014 Datum van inontvangstneming : 31/07/2014 Vertaling C-312/14-1 Zaak C-312/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 1 juli 2014 Verwijzende rechter: Ráckevei Járásbíróság (Hongarije)

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

Inhoudstafel. iii. Ten geleide... HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN

Inhoudstafel. iii. Ten geleide... HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN Inhoudstafel Ten geleide...................................................... i HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN GESLOTEN DOOR EEN RECHTSPERSOON.................. 1 Dirk MEULEMANS,

Nadere informatie

EUROPESE OVEREENKOMST OVER EEN VRIJWILLIGE GEDRAGSCODE BETREFFENDE VOORLICHTING IN DE PRECONTRACTUELE FASE INZAKE WONINGKREDIETEN ("DE OVEREENKOMST")

EUROPESE OVEREENKOMST OVER EEN VRIJWILLIGE GEDRAGSCODE BETREFFENDE VOORLICHTING IN DE PRECONTRACTUELE FASE INZAKE WONINGKREDIETEN (DE OVEREENKOMST) EUROPESE OVEREENKOMST OVER EEN VRIJWILLIGE GEDRAGSCODE BETREFFENDE VOORLICHTING IN DE PRECONTRACTUELE FASE INZAKE WONINGKREDIETEN ("DE OVEREENKOMST") Deze Overeenkomst is tot stand gekomen door onderhandelingen

Nadere informatie

Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders

Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders DE BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID De persoon die schade aan iemand anders veroorzaakt, is verplicht die te herstellen. Hierbij wordt een onderscheid

Nadere informatie

Zowel op het ogenblik van de gunning van de opdracht, als bij elke betaling zal de aanbestedende overheid de voormelde databank raadplegen.

Zowel op het ogenblik van de gunning van de opdracht, als bij elke betaling zal de aanbestedende overheid de voormelde databank raadplegen. Overheidsopdrachten: hervorming van het systeem van de registratie en van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale en fiscale schulden van de aannemers De registratie van de aannemer op het ogenblik

Nadere informatie

Arbitragecommissie. Advies over de brouwerijcontracten

Arbitragecommissie. Advies over de brouwerijcontracten Advies nr. 2014/15 van 12 september 2014 Arbitragecommissie Titel 2 van boek X van het Wetboek van economisch recht betreffende de precontractuele informatie in het kader van commerciële samenwerkingsovereenkomsten.

Nadere informatie

Triodos Bank. Dit zijn onze voorwaarden voor Triodos Advies op Maat.

Triodos Bank. Dit zijn onze voorwaarden voor Triodos Advies op Maat. Triodos Bank. Dit zijn onze voorwaarden voor Triodos Advies op Maat. Vragen? Heeft u vragen over deze voorwaarden, neemt u dan telefonisch contact op met Triodos Bank Private Banking via 030 693 65 05.

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

Vertaling C-110/14-1. Zaak C-110/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing

Vertaling C-110/14-1. Zaak C-110/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing Vertaling C-110/14-1 Zaak C-110/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 7 maart 2014 Verwijzende rechter: Judecătoria Oradea (Roemenië) Datum van de verwijzingsbeslissing: 25 februari

Nadere informatie

De Solidaire Lening voor ondernemers

De Solidaire Lening voor ondernemers De Solidaire Lening voor ondernemers Gebruiksaanwijzing voor de aanbrengers van de Solidaire Lening Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld ter informatie van de aanbrengers, die in contact komen met het doelpubliek

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Zetel : Ministerie van Justitie Poelaertplein 3 Tel. : 02/504.66.21 tot 23 Fax : 02/504.70.00 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER O. ref. : A /

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN

COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN C.O.B. 11 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN ADVIES OVER HET WETSVOORSTEL Nr. 51/0122 TOT WIJZIGING VAN HET BURGERLIJK WETBOEK, WAT DE INTERESTEN EN SCHADEBEDINGEN BIJ CONTRACTUELE WANUITVOERING BETREFT

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 Samenvatting van het advies met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die het bedrag beperkt

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T Rolnummer 5847 Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 347-2 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het

Nadere informatie

Rolnummers 5197, 5198 en 5199. Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T

Rolnummers 5197, 5198 en 5199. Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T Rolnummers 5197, 5198 en 5199 Arrest nr. 192/2011 van 15 december 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, 1 en 2, en 3, 2, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken

Nadere informatie

Consumentenrecht en handelspraktijken: Informatie aan de consument

Consumentenrecht en handelspraktijken: Informatie aan de consument Consumentenrecht en handelspraktijken: Informatie aan de consument Informatie ( Art. 10 WMPC ) Regel m.b.t. taal, etikettering, gebruiksaanwijzingen en garantiebewijzen = Art. 10 WMPC zegt dat de vereisten

Nadere informatie

Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst

Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst DE ONDERGETEKENDEN: Deelnemer Na(a)m(en): Adres: Postcode en plaats: Land: Nederland hierna te noemen "Cliënt"; en 2. Slim Vermogensbeheer

Nadere informatie

BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE VERMOGENSRECHTELIJKE RELATIES TUSSEN ECHTGENOTEN

BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE VERMOGENSRECHTELIJKE RELATIES TUSSEN ECHTGENOTEN BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE VERMOGENSRECHTELIJKE RELATIES TUSSEN ECHTGENOTEN PREAMBULE Erkennende dat ondanks de bestaande verschillen in de nationale familierechten er evenwel een

Nadere informatie

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 24 september 2015 Betreft Nader rapport

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst

Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst Rentederivaten beleggingsadvies zorgplicht Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst Inleiding In navolging van de Engelse banken 1 is inmiddels wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid

Nadere informatie

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T Rolnummer 5633 Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 «houdende invoering van een sociale

Nadere informatie

De nieuwe bepalingen in de Handelspraktijkenwet

De nieuwe bepalingen in de Handelspraktijkenwet COLLECTIE BEDRIJFSRECHT De nieuwe bepalingen in de Handelspraktijkenwet Annick De Boeck (ed.) Yves Montangie (ed.) Bart R. Goossens Marie-Christine Janssens Reinhard Steennot VANDEN BROELE INHOUDSTAFEL

Nadere informatie

Workshop consumentenkredieten

Workshop consumentenkredieten Workshop consumentenkredieten Inspiratiedag financiële vorming Maandag 26 oktober 2015 Inhoud van de workshop I. Korte toelichting II. Concrete voorbeelden III. (Overmatige) schuldenlast IV. Vragen en

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2. SCHULDEN EN DE WET OP HET CONSUMENTENKREDIET

HOOFDSTUK 2. SCHULDEN EN DE WET OP HET CONSUMENTENKREDIET HOOFDSTUK 2. SCHULDEN EN DE WET OP HET CONSUMENTENKREDIET Wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet (B.S. 9 juli 1991) Wet van 7 januari 2001 tot wijziging van de Wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom AFWIJKING 2005/1 Samenvatting van het advies dd. 17 mei 2005 met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die

Nadere informatie

Online Seminar ING Excellent Introductie in de Mortgage Credit Directive

Online Seminar ING Excellent Introductie in de Mortgage Credit Directive Online Seminar ING Excellent Introductie in de Mortgage Credit Directive Mr. J. Oosterbaan Martinius Algemeen directeur Bureau D & O Amsterdam November 2015 Hartelijk Welkom Wij willen u vandaag kennis

Nadere informatie

10 AUGUSTUS 2001. Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren.

10 AUGUSTUS 2001. Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren. 10 AUGUSTUS 2001. Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren. HOOFDSTUK I. Voorafgaande bepalingen. Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Nadere informatie

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS UCB NV - Researchdreef 60, 1070 Brussel - Ondernemingsnr. 0403.053.608 (RPR Brussel) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS over het gebruik en de nagestreefde doeleinden van het

Nadere informatie

Het hypothecair krediet

Het hypothecair krediet Het hypothecair krediet Samenvatting: 1) De wet op het hypothecair krediet biedt aan de consument niet dezelfde bescherming als de wet op het consumentenkrediet, die nog werd verstrengd door de inwerkingtreding,

Nadere informatie

MiFID. Beleid inzake belangenconflicten

MiFID. Beleid inzake belangenconflicten MiFID Beleid inzake belangenconflicten MiFID 3 INLEIDING Een financiële instelling is onderworpen aan een geheel van wettelijke en prudentiële verplichtingen, die erop gericht zijn haar integriteit te

Nadere informatie

Mevrouw de Voorzitster, Mijnheer de Voorzitter,

Mevrouw de Voorzitster, Mijnheer de Voorzitter, i uwbrief van uw kenmerk Bestuur van de Maatschappelijke Integratie Bestuursdirectie van het Maatschappelijk Welzijn DIENST FINANCIEN EN ONDERSTANDSKOSTEN TERUGBETALINGEN ) Vragen naar: Kurt Gesquiere

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 25/01/2013

Datum van inontvangstneming : 25/01/2013 Datum van inontvangstneming : 25/01/2013 Vertaling C-565/12-1 Zaak C-565/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 december 2012 Verwijzende rechter: Tribunal d'instance d'orléans

Nadere informatie