De Rotterdamse arbeidsmarkt, ontwikkelingen en prognoses

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De Rotterdamse arbeidsmarkt, ontwikkelingen en prognoses"

Transcriptie

1 De Rotterdamse arbeidsmarkt, ontwikkelingen en prognoses Speciaal thema: de kwaliteit van de Rotterdamse bedrijvigheid Auteurs: Peter Louter (Bureau Louter) Kees Zandvliet (SEOR) Pim van Eikeren (Bureau Louter) Olivier Tanis (SEOR) Marcel Spijkerman (SEOR) Bureau Louter/SEOR 20 februari 2009 Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam Bureau Louter Rotterdamseweg 183c 2629 HD Delft Telefoon:

2

3 Woord vooraf Momenteel grijpt de economische crisis om zich heen. Deze begint zich steeds duidelijker te vertalen in oplopende werkloosheidscijfers. Op het moment dat dit woord vooraf wordt geschreven zijn net de nieuwste ramingen van het Centraal Planbureau bekend geworden. Die zijn aanmerkelijk pessimistischer dan de ramingen uit december 2008 waarop de analyses in dit rapport zijn gebaseerd. De inhoud van dit onderzoek, dat in opdracht van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR) is uitgevoerd in de tweede helft van 2008, is min of meer meegegroeid met de actualiteit. In eerste instantie stond het thema centraal dat door de toenemende krapte de concurrentie om arbeidskrachten groter wordt. Die vraag was medio 2008 zeer relevant. Het lijkt inmiddels (begin 2009) al een eeuwigheid geleden! De toenemende concurrentie om arbeidskrachten geldt tussen bedrijven, tussen sectoren, maar ook tussen regio s. Dat heeft bij het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam tot twee hoofdvragen geleid die relevant zijn voor het arbeidsmarktbeleid op middellange en lange termijn. Ten eerste vraagt OBR zich af hoe het is gesteld met het belang van de toegenomen concurrentie en de betekenis voor de arbeidsvoorwaarden van groepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ten tweede vraagt OBR zich af hoe het er eigenlijk voorstaat met de aantrekkelijkheid van Rotterdam als werkstad, ook vergeleken met andere delen van Nederland. Sinds september is daar een extra vraag bijgekomen. OBR wenst sindsdien namelijk inzicht in de mate waarin de crisis toeslaat in Rotterdam en voor welke economische sectoren en beroepen dit de grootste gevolgen heeft. Daartoe zijn, aanvullend op het eerste thema, de decemberramingen van het Centraal Planbureau doorgerekend (zie hoofdstuk 3 van dit onderzoeksrapport). Eén van de conclusies is dat het idee dat de economische crisis aan Rotterdam voorbij zal trekken volstrekt onjuist is. Ondanks het feit dat de werkloosheid in Rotterdam de laatste maanden van 2008 nog niet sterk opliep, staan andere arbeidsmarktindicatoren (zoals de ontwikkeling van het aantal vacatures en de op grond van de bedrijvigheidssamenstelling verwachte gevoeligheid van de Rotterdamse economie voor de kredietcrisis) op donkerrood. De ontwikkelingen gaan op dit moment zo snel dat de prognoses die in dit rapport staan inmiddels hopeloos verouderd zijn. De februariramingen van het Centraal Planbureau zijn al weer aanzienlijk pessimistischer dan de decemberramingen van twee maanden geleden. Illustratief is dat de CPB-prognoses voor de economische groei in 2009 binnen een half jaar tijd met 5%-punten naar beneden zijn bijgesteld. Lagere nationale groeiverwachtingen hebben uiteraard invloed op de groeimogelijkheden op lokaal/regionaal niveau. Desalniettemin geven de prognoses in dit rapport de richting aan waarin de grootste klappen gaan vallen wat betreft de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Medio juni 2009, wanneer de nieuwe UWV WERKbedrijf prognoses beschikbaar zijn en gelijktijdig de juniprognoses van het Centraal Planbureau verschijnen, zou een update mogelijk zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zullen dan zowel de nationale als de Rotterdamse werkgelegenheidsontwikkeling naar beneden bijgesteld worden. Er moet daarbij rekening mee worden gehouden dat sommige sectoren, beroepen en opleidingen nog gevoeliger zullen zijn voor een sterkere macro-economische krimp dan andere sectoren, beroepen en opleidingen. De voornaamste doelstelling van dit onderzoek was het blootleggen van facts and figures. Daarnaast zijn diverse analyses uitgevoerd. Diverse daarvan zijn, voor zover wij weten, nog niet eerder uitgevoerd. Zij dragen een experimenteel karakter. Dat geldt vooral voor deel II van dit onderzoek, waarin een poging is gedaan om het begrip aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt te ii

4 operationaliseren, zowel op nationaal als op lokaal/regionaal niveau. Deze experimenten kunnen op bepaalde onderdelen zeker nog worden aangescherpt, uitgebreid en verdiept. Er wordt kort ingegaan op aandachtspunten voor het beleid, maar dat speelde niet de voornaamste rol in dit onderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen Bureau Louter (hoofdaannemer) en SEOR. Hoewel er sprake is van gedeeltelijke overlap van de kennisvelden van Bureau Louter en SEOR kan in grote lijnen worden gezegd dat SEOR zich heeft toegelegd op algemene (met name nationale) ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en dat Bureau Louter zich vooral heeft geconcentreerd op de regionale vertaalslag. Beide elementen zijn onontbeerlijk gegeven de vraagstelling en zijn zo optimaal mogelijk gecombineerd. De paragrafen 3.2, 3.3, het deel persoonlijke dienstverlening in paragraaf 3.4 en de paragrafen 3.5 en 3.6 zijn opgeteld door SEOR. Dat geldt ook voor paragraaf 5.1. Paragraaf 5.2 en 5.3 zijn door SEOR en Bureau Louter gezamenlijk opgesteld, waarbij in paragraaf 5.2 het accent van de werkzaamheden bij SEOR lag en in paragraaf 5.3 bij Bureau Louter. Hoofdstuk 7 is door SEOR en Bureau gezamenlijk opgesteld. De overige hoofdstukken en delen van hoofdstukken vallen onder de verantwoordelijkheid van Bureau Louter. De begeleiding van het onderzoek lag in handen van Willem Hamel en Edith Jacobs, beiden werkzaam bij het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam. Wij danken hen voor de prettige en deskundige wijze waarop zij hebben bijgedragen aan het tot stand komen van dit onderzoek. Namens het onderzoeksteam, Peter Louter (projectleider) Februari 2009

5 Inhoud Pagina 1 Inleiding en vraagstelling Onderzoeksvragen Korte uitwerking per vraag Opbouw van het rapport 4 Deel I De onderkant van de arbeidsmarkt 2 Omvang en kenmerken onderkant van de arbeidsmarkt Banen naar opleiding, beroep en sector Vacatures en krapte op de arbeidsmarkt Participatie op de arbeidsmarkt en werkloosheid 27 3 Relevante processen op de arbeidsmarkt Nationale trends op de arbeidsmarkt, Processen op de arbeidsmarkt in vogelvlucht Flexibilisering nader beschouwd De relatie tussen hoog- en laagopgeleiden Werving van personeel Perspectieven en dorstroom onderkant arbeidsmarkt 71 4 Prognoses ontwikkeling banen en baanopeningen Ontwikkeling totaal aantal banen Ontwikkeling banen onderkant arbeidsmarkt 86 Deel II Aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt 5 Verschillen in aantrekkelijkheid van arbeid Wat is kwaliteit van arbeid? Kwaliteit van arbeid gemeten Kwaliteit van arbeid naar sector en beroep Regionale verschillen in kwaliteit van arbeid Analyse van het OSA Aanbodpanel Analyse van de EBB Samenvatting De onderkant van de arbeidsmarkt Aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt Aandachtspunten voor het beleid 156 Bijlage I Statistische bronnen 161 Bijlage II Methodologische aspecten 163 Bijlage III Statistische bijlage 165

6 1 Inleiding en vraagstelling 1.1 Onderzoeksvragen Hoewel op dit moment de economische crisis om zich heen grijpt en zich ook begint te vertalen in oplopende werkloosheidscijfers wordt op langere termijn uitgegaan van een steeds krapper wordende arbeidsmarkt (onder andere als gevolg van de vergrijzing). Door die toenemende krapte wordt de concurrentie om arbeidskrachten groter. Dat geldt tussen bedrijven, tussen sectoren, maar ook tussen regio s. Dat heeft bij het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam tot twee hoofdvragen geleid die relevant zijn voor het arbeidsmarktbeleid op middellange en lange termijn (die hieronder zijn onderverdeeld in acht subvragen). Ten eerste vraagt OBR zich af hoe het is gesteld met het belang van de toegenomen concurrentie en de betekenis voor de arbeidsvoorwaarden van groepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, omdat het gevaar bestaat dat juist die groepen vergeten dreigen te worden. Ten tweede vraagt OBR zich af hoe het er eigenlijk voorstaat met de aantrekkelijkheid van Rotterdam als werkstad, ook vergeleken met andere delen van Nederland. Daarbij is niet alleen de onderkant van de arbeidsmarkt van belang, maar de totale arbeidsmarkt (onder- en bovenkant). Op korte termijn echter wordt een sterke toename van de werkloosheid voorzien. OBR wenst daarom inzicht in de mate de crisis toeslaat in Rotterdam en voor welke economische sectoren en beroepen dit de grootste gevolgen heeft. Daartoe zijn de decemberramingen van het Centraal Planbureau doorgerekend (zie hoofdstuk 3 van dit onderzoeksrapport) 1. In het onderzoeksvoorstel Rotterdam Aantrekkelijke Werkstad van OBR stonden de volgende acht vragen voor het onderzoek (waarbij de eerste zeven vooral betrekking hebben op de onderkant van de arbeidsmarkt en de laatste op de volledige arbeidsmarkt): 1. Hoeveel banen zijn er aan de onderkant van de arbeidsmarkt volgens verschillende indelingen, zoals bijvoorbeeld naar opleidingsniveau, beroepsniveau en vacatures. 2. In welke economische sectoren is laaggeschoolde werkgelegenheid sterk vertegenwoordigd. Wat zijn de arbeidsvoorwaarden en kenmerken van banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. En wat is de kwaliteit van het werk? 3. Hoe werven bedrijven die vooral in het segment van laaggeschoolde werkgelegenheid actief zijn (voorbeelden zijn schoonmaakbedrijven, cateraars, uitzendbureaus) personeel? 4. Wat is het toekomstperspectief van laaggeschoolde werkgelegenheid? Er zijn diverse mogelijkheden. Er kan sprake zijn van een afname, of juist van een toename ten koste van banen op middelbaar niveau. Ook kan het aantal gelijk blijven, als saldo van afname in sommige sectoren en toename in andere. Een specifieke vraag hierbij is wat de perspectieven zijn voor persoonlijke dienstverlening (comfortservices). 5. Welke processen spelen een rol bij geconstateerde ontwikkelingen van de werkgelegenheid onder laaggeschoolde werkgelegenheid. Wat is de rol van automatisering, outsourcing en flexiblisering van de arbeidsmarkt? 6. Wat is vanuit de werknemers gezien het perspectief van laaggeschoolde werkgelegenheid? Wat zijn de doorstroommogelijkheden? Kunnen die binnen bedrijven worden gevonden of is men gedwongen tot job-hoppen om verder te komen? 7. Wat is de relatie tussen het hoge segment van de arbeidsmarkt en de banen voor laagopgeleiden? Gaat het daarbij vooral om relaties van toeleveren en uitbesteden tussen bedrijven (hoogwaardige kennisorganisaties hebben behoefte aan 1 Inmiddels zijn er op 17 februari 2009 recentere, nog meer pessimistische ramingen van het CPB verschenen. Deze konden in dit rapport niet meer worden verwerkt. 1

7 schoonmaakwerkzaamheden, bewakingsdiensten, catering, enz.). Of zijn het vooral de bestedingen van de kenniswerkers die voor een impuls voor laaggeschoolde werkgelegenheid zorgen (zowel via consumptieve bestedingen bij winkels en vrijetijdsactiviteiten als via het gebruik maken van persoonlijke dienstverlening, zoals de hulp in de huishouding, de tuinman, de klusser) Tenslotte is het interessant om te weten hoe het is gesteld met de aantrekkelijkheid van de banen bij Rotterdamse bedrijven en instellingen. Bij deze vraag gaat het niet alleen om de laagopgeleiden, maar ook om de middelbaar en hoogopgeleiden. Ook is het de vraag in hoeverre beroepen onderling verschillen in aantrekkelijkheid voor werknemers. Een vergelijking met andere steden of landsdelen in Nederland is hier relevant om de Rotterdamse situatie in perspectief te plaatsen. Het begrip onderkant van de arbeidsmarkt Er zijn verschillende manieren om de onderkant van de arbeidsmarkt af te bakenen. De aandacht gaat in dit onderzoek vooral uit naar de omvang en kwaliteit van banen. Ondanks het feit dat in hoofdstuk 2 ook enige aandacht zal worden besteed aan aspecten als werkloosheid en participatie op de arbeidsmarkt, ligt het accent daarom bij de werkzame beroepsbevolking. De onderkant wordt daarbij afgebakend als werkzamen met een opleidingsniveau op basis- of laag niveau (opleidingsinvalshoek) of een beroep op elementair of laag niveau (beroepeninvalshoek). Door Marlet, Van Woerkens en Zwart 3 wordt onder de onderkant van de arbeidsmarkt verstaan de mensen die niet of niet zonder steun van de overheid deelnemen aan het arbeidsproces. Tot deze onderkant worden gerekend mensen met een WBB-, WW-, WAO-, WAZ- of WWuitkering, mensen met een gesubsidieerde baan en mensen met een WSW-dienstbetrekking (sociale werkplaats). In totaal gaat het om bijna 1.5 miljoen mensen per ultimo Daarnaast schatten Marlet c.s. het aantal nuggers (niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden), een moeilijk exact te meten begrip, op bijna een half miljoen. In Rotterdam behoort 20% van alle inwoners van 15 tot 65 jaar (de potentiële beroepsbevolking) tot de aldus afgebakende onderkant (exclusief nuggers). Slechts in negen gemeenten in Nederland is dat percentage nog hoger (vier in Oost- Groningen en vijf in Zuid-Limburg). Het percentage WWB-ers in de potentiële beroepsbevolking bedraagt in Rotterdam zelfs 10.1% (het hoogste percentage van alle Nederlandse gemeenten). Deze groep mensen heeft een zwakkere positie op de arbeidsmarkt dan de groep die in het onderzoek van Bureau Louter/ SEOR centraal staat, namelijk degenen met betaald werk, echter met een relatief laag opleidings- en/of beroepsniveau. Banen van dit type leveren overigens voor de onderkant van de arbeidsmarkt zoals afgebakend door Marlet c.s. de meeste kansen om actief te gaan participeren op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen de twee benaderingen is in feite dat in het onderzoek van Bureau Louter/SEOR wordt uitgegaan van een vraagbenadering (geredeneerd vanuit de behoefte aan arbeidskrachten), terwijl Marlet c.s. uitgaan van een aanbodbenadering, en dan meer specifiek het deel van het aanbod dat op dit moment niet of niet zonder steun van de overheid werkt en dat in principe wel zou willen (hoewel de afstand tot betaald werk voor sommige delen van dit aanbod groter is dan voor andere). Naast dit niet-werkende aanbod is er uiteraard ook werkend aanbod (mensen die op dit moment betaald werk verrichten). 2 3 Met name Saskia Sassen wijst, op basis van onderzoek in Amerikaanse steden op het verband tussen de aanwezigheid van koopkrachtige vraag in een stad en de banen voor laagopgeleiden die dat oplevert. Marlet, G., C. van Woerkens en R. Zwart (2008) De onderkant van de arbeidsmarkt, Atlas voor Gemeenten, Utrecht. 2

8 Dit betreft een zeer breed onderzoek, waarin vele thema s de revue passeren. OBR heeft dan ook in het offerteverzoek aangegeven dat het gaat om een onderzoek waarin per thema de belangrijkste gegevens en feiten worden verzameld 4. OBR ging er daarbij vanuit dat sommige onderdelen van het onderzoek mogelijk in vervolgonderzoek verder zouden kunnen worden uitgediept. Op voorhand dient dan ook gemeld te worden dat sommige onderdelen van hoofdstuk 3 en geheel deel II ( de aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt ) een verkennend karakter hebben, waarin veel informatie wordt geleverd, maar waarbij op een aantal punten nog geen definitieve conclusies kunnen worden getrokken. Het streven van het onderzoek was om de uitspraken zo veel mogelijk toe te spitsen op de Rotterdamse situatie. Het bleek echter niet altijd mogelijk om een regionale vertaling te maken voor alle thema s. In bijlage I staat een overzicht van gebruikte gegevens. Daaruit blijkt dat het soms niet mogelijk was om gegevens op een gedetailleerder niveau dan provincies te verkrijgen. Naast deze kwantitatieve analyses bestond bij de beantwoording van sommige vragen vooral behoefte aan kwalitatieve analyses. Daarbij is onder andere gebruik gemaakt van literatuuronderzoek. Binnen het kader van dit onderzoek bestonden geen mogelijkheden voor onderzoeksmethoden als het houden van interviews, het organiseren van workshops en expertmeetings en het houden van enquêtes. 1.2 Korte uitwerking per vraag De in paragraaf 1.1 aangegeven onderzoeksvragen worden hier kort besproken. Vraag 1 Aan de hand van een ten behoeve van dit onderzoek opgestelde databank (zie bijlage I) kan hier inzicht in worden gegeven. Het aantal vacatures kan moeilijk exact in beeld worden gebracht omdat het CBS geen gegevens levert voor gebieden en verder nauwelijks onderscheid maakt naar sector, opleiding en beroep. Wel bieden CWI-gegevens hier zicht op. Juist voor laaggeschoolde werkgelegenheid leveren de CWI-gegevens inzichten, onder andere via de door het CWI ontwikkelde krapte-indicator. Vraag 2 Aan de hand van de databank worden deze vragen beantwoord. Hierbij zijn onder andere de 4 A s (arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, arbeidsinhoud en arbeidsverhoudingen) 5 van belang. Vraag 3 In de offerte is al aangegeven dat het niet binnen de mogelijkheden van dit project ligt om hier specifiek onderzoek naar te doen. Hier is gebruik gemaakt van specifieke kennis uit vakliteratuur inbrengen (onder andere uit onderzoek voor CWI Nederland). Vraag 4 Deze vragen worden beantwoord aan de hand van de ten behoeve van dit onderzoek opgestelde databank. Daarin is ook voorzien in prognoses. Bij de vraag of laaggeschoolde werkgelegenheid kan worden gestimuleerd via het instellen van lage schalen, moet uiteraard rekening worden 4 5 Onderdelen van de analyse ten behoeve van het beantwoorden van vraag 8 zijn gebruikt in het themahoofdstuk Kwaliteit van werken, kwaliteit van de economie uit de Economische Verkenning Rotterdam 2008 (opgesteld door OBR, Bureon, Rabobank en Bureau Louter). Deze worden besproken en toegelicht in hoofdstuk 5. 3

9 gehouden met het feit dat Rotterdam daarbij binnen de nationale wet- en regelgeving (zoals bijvoorbeeld minimumlonen) moet opereren. SEOR heeft recentelijk een groot onderzoek uitgevoerd naar persoonlijke dienstverlening. Daaruit is geput om zicht te bieden op de perspectieven voor persoonlijke dienstverlening. Vraag 5 Dit is een zeer brede vraag. Het is zeer moeilijk om het afzonderlijke effect van de diverse processen op de werkgelegenheid onder laaggeschoolde werkgelegenheid aan te geven. Wel is, mede op basis van ander bestaand en/of lopend onderzoek aan te geven in hoeverre de verschillende processen een rol spelen en wat de verbanden zijn tussen de onderscheiden processen. Vraag 6 Aan de hand van literatuuronderzoek kan zicht worden gekregen op de mate waarin tussen typen bedrijvigheid verschillen bestaan in de doorstroommogelijkheden en de omvang van het fenomeen job-hoppen. Het is echter binnen het kader van dit project niet mogelijk om deze algemene bevindingen te vertalen naar de specifieke Rotterdamse situatie. Vraag 7 Bij de relaties tussen hoog- en laagopgeleiden worden drie typen over-spill onderscheiden. Ten eerste input-output relaties tussen bedrijven (bedrijfsrelaties), ten tweede consumptieve bestedingen waarbij een bedrijf of instelling bezocht wordt en ten derde consumptieve bestedingen die aan huis van de consument worden verricht (hier verder aangeduid als persoonlijke dienstverlening ). Bij het eerste type spill-over effecten wordt gebruik gemaakt van door Bureau Louter opgestelde interregionale input-output tabellen. Bij het tweede type relaties (consumptieve bestedingen bij bedrijven of instellingen) wordt onderzocht of er sprake is van meer bestedingen naarmate het gemiddeld inkomen hoger is. Dat zal naar verwachting ten goede komen aan sectoren als detailhandel en vrijetijdsactiviteiten. Bij het derde type over-spill tussen laag- en hoogopgeleiden (persoonlijke dienstverlening) worden mensen direct ingehuurd als hulp in de huishouding, klusjesman, hovenier, en dergelijke. Naarmate het inkomen hoger is, zal men zich dit naar verwachting meer kunnen permitteren. Met name voor deze effecten zal gelden dat zij in hoge mate lokaal zijn. Naarmate de koopkrachtigen meer de stad verlaten, zullen deze effecten daarom ook meer buiten de stad terecht komen. Vraag 8 Op basis van de voor dit onderzoek opgestelde databank is deze vraag voor de verschillende opleidingsniveaus beantwoord. Per geselecteerde indicator zijn de scores voor de vier grote steden, voor de vier suburbane gebieden en voor vier landsdelen uitgesplitst. Per indicator kon daardoor worden onderzocht of de Rotterdamse bedrijvigheidsstructuur garant staat voor aantrekkelijke werkplaatsen (vergeleken met andere gebieden) of juist niet. 1.3 Opbouw van het rapport Het rapport bestaat uit twee delen. In het eerste deel (de hoofdstukken 2, 3 en 4) gaat de aandacht uit naar de onderkant van de Rotterdamse arbeidsmarkt, in het tweede deel (de hoofdstukken 5 en 6)staat de aantrekkelijkheid van de werkgelegenheid in Rotterdam centraal. Eerst wordt in hoofdstuk 2 zicht gegeven op de huidige kwantitatieve kenmerken van de Rotterdamse arbeidsmarkt. Ten eerste wordt ingegaan op de omvang in termen van arbeidsplaatsen, onderverdeeld naar opleiding, sector en beroep, ten tweede op vacatures en op de 4

10 huidige bestaande knelpunten op de arbeidsmarkt, aan de hand van een door het CWI ontwikkelde krapte-indicator.en ten derde aan werkloosheid (vooral op basis van gegevens van het CWI) en participatie op de arbeidsmarkt. In hoofdstuk 3 worden processen achter ontwikkelingen op de arbeidsmarkt beschreven. Daar waar in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 vooral de kwantitatieve ontwikkelingen centraal staan, ligt het accent in hoofdstuk 3 vooral bij kwalitatieve aspecten (waar nuttig aangevuld met onderbouwende statistische gegevens). Het hoofdstuk zal overigens beginnen met enige globale kwantitatieve ontwikkelingen op de arbeidsmarkt sinds het midden van de jaren negentig. Thema s in dit hoofdstuk zijn technologische en organisatorische processen, de relaties tussen ontwikkelingen aan de bovenkant en de onderkant van de arbeidsmarkt, processen die een rol spelen bij de werving van personeel en bestaande processen in de doorstroom van personeel. Dergelijke processen spelen uiteraard op alle niveaus van de arbeidsmarkt een rol. Nagegaan zal worden in hoeverre er kenmerken en ontwikkelingen zijn aan te wijzen die voor de onderkant van de arbeidsmarkt meer relevant zijn dan gemiddeld. Gegeven de huidige situatie (hoofdstuk 2) en blootgelegde processen (hoofdstuk 3), worden in hoofdstuk 4 prognoses gepresenteerd voor de verwachte ontwikkeling op de arbeidsmarkt, met een accent op de onderkant van de arbeidsmarkt. Daarbij staat de ontwikkeling van het aantal banen centraal. Bij de prognoses is een aansluiting gemaakt bij de ramingen uit december 2008 van het Centraal Planbureau voor de jaren 2009 en In deel II wordt aandacht besteed aan de kwaliteit van de arbeidsmarkt. De analyse vindt plaats voor de totale arbeidsmarkt, waar relevant aangevuld met specifieke aandacht voor de onderkant. In hoofdstuk 5 worden verschillen in kwaliteit van de arbeid eerst op nationaal niveau beschouwd. Aangegeven is hoe het begrip aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt kan worden geoperationaliseerd. Er is een onderscheid gemaakt naar economische sectoren en beroepen (naar niveau en richting). In hoofdstuk 6 vindt een vertaling van het concept aantrekkelijke arbeidsmarkt naar regionaal niveau plaats. Rotterdam wordt daarin voor verschillende aspecten vergeleken met de drie andere grote steden, met de vier suburbane gebieden van de grote steden en met de vier landsdelen. In hoofdstuk 7 tenslotte worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek samengevat en worden enige aandachtspunten voor het beleid beschreven. 5

11 6

12 2 Omvang en kenmerken onderkant van de arbeidsmarkt De omvang van de onderkant van de arbeidsmarkt wordt in dit hoofdstuk op een aantal wijzen inzichtelijk gemaakt. Eerst wordt uitvoerig zicht gegeven op het aantal banen, onderscheiden naar opleiding van de werknemers en naar beroep (zie paragraaf 2.1). Tevens wordt ingegaan op de onderverdeling naar economische sectoren. De aandacht gaat daarbij ook uit naar verschillen tussen sectoren in het aandeel dat de onderkant van de arbeidsmarkt (naar opleiding en beroep) inneemt. In paragraaf 2.2 wordt zicht gegeven op bestaande vacatures en krapte op de arbeidsmarkt. Dat betreft vraag naar arbeid waar op dit moment nog geen arbeidskrachten zijn gevonden. Ook hier gaat de aandacht vooral uit naar beroepen op elementair en laag niveau, met als referentiegroep beroepen op middelbaar niveau. Naast het perspectief vanuit de bedrijven, geeft dit ook aan hoe het staat met de kansen op een nieuwe baan, voor mensen die van baan wisselen of voor mensen die geen werk hadden (schoolverlaters, werklozen, herintreders). Hoewel de werkende onderkant van de arbeidsmarkt centraal staat in dit onderzoek wordt in paragraaf 2.3 ook zicht gegeven op de niet-werkende onderkant van de arbeidsmarkt. Ten eerste door te bepalen welk deel van de potentiële beroepsbevolking participeert op de arbeidsmarkt en ten tweede door te bepalen hoeveel werklozen er zijn, met vooral aandacht voor laag opgeleiden en lage beroepsniveaus. Facts and figures, met een korte interpretatie op hoofdlijnen, vormen de invalshoek van dit hoofdstuk. In hoofdstuk 3 zal worden stilgestaan bij achterliggende processen op de arbeidsmarkt. De gepresenteerde gegevens hebben betrekking op de huidige stand van zaken, soms aangevuld met zeer recente trends. Voor ontwikkelingen op een wat langere termijn wordt verwezen naar de diverse verschenen werkgelegenheidsmonitors 6. Technische details wat betreft statistische bronnen en de wijze waarop de berekeningen zijn gemaakt worden besproken in bijlagen (de statistische bronnen in bijlage I en de methodologie in bijlage II). Daar waar noodzakelijk zal wel een korte duiding worden gegeven van de inhoud van de tabellen en figuren. Ook zullen bepaalde begrippen soms worden toegelicht in grijze kaders. De kenmerken van de onderkant van de arbeidsmarkt in Rotterdam worden op drie manieren in perspectief geplaatst (tenzij geen geschikte gegevens beschikbaar zijn). Ten eerste door de onderkant van de arbeidsmarkt te vergelijken met middelbaar opgeleiden/ middelbare beroepen en de bovenkant van de arbeidsmarkt (mensen met een hoge/ wetenschappelijke opleiding of hoog/wetenschappelijk beroep). Nadere detailleringen (naar sector, opleiding en beroep) beperken zich in dit onderzoek verder veelal tot de onderkant van de arbeidsmarkt, soms aangevuld met een detaillering middelbaar opgeleiden/ middelbare beroepen (het deel van de arbeidsmarkt dat het dichtst bij de onderkant ligt). De tweede manier om de onderkant van de arbeidsmarkt in Rotterdam in perspectief te plaatsen, is een vergelijking met andere gebieden in Nederland. Daarbij zijn drie referentiegebieden onderscheiden, namelijk de drie andere grote steden (Amsterdam, Den Haag en Utrecht), de overige van de regio Groot-Rijnmond (het COROP-gebied exclusief Rotterdam) en Nederland totaal. Incidenteel zullen ook vergelijkingen met andere gebieden plaatsvinden. Ten derde worden de resultaten, om ze vergelijkbaar te maken tussen gebieden, veelal uitgedrukt per duizend inwoners van 15 tot 64 jaar (vooral in paragraaf 2.1). Verschillen tussen gebieden worden op die wijze gecorrigeerd voor absolute omvang van de gebieden. De absolute aantallen kunnen eventueel per gebied worden berekend door te vermenigvuldigen met het aantal inwoners van 15 tot 65 jaar (in duizendtallen) per ultimo 2008 (zie tabel 2.1). 6 Zie de door Bureau Louter in opdracht van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam verschenen Werkgelegenheidsmonitor Rotterdam voorjaar 2007, najaar 2007, voorjaar 2008 en (als onderdeel van de Economische Verkenning Rotterdam 2008) najaar

13 Tabel 2.1 Inwoners van 15 tot 65 jaar per ultimo 2008 Gebied Inwoners jaar (*1000) Ultimo 2008 Gemiddelde ultimo 2008 en ultimo 2013 Rotterdam Drie grote steden 1, ,119.6 Rest Corop Groot-Rijnmond Nederland 11, ,918.5 Enkele begrippen en indelingen Hier wordt kort ingegaan op de in dit rapport gehanteerde indelingen en de belangrijkste begrippen. Onderscheid wordt gemaakt tussen banen en WBB (werkzame beroepsbevolking). Bij banen wordt de werkgelegenheid gemeten naar werkgebied, bij WBB naar woongebied. Banen: Banen van werknemers naar locatie van bedrijven/instellingen. Exclusief zelfstandigen, inclusief banen minder dan 12 uur per week werkzaam. Uitzendkrachten zijn niet toegerekend aan het inlenende bedrijf, maar staan in een afzonderlijke sector, samen met uitleenbedrijven. WBB Werkzame beroepsbevolking naar woonplaats van werknemers. Evenals banen : Exclusief zelfstandigen, inclusief banen minder dan 12 uur per week werkzaam en exclusief uitzendkrachten (die staan in een afzonderlijke sector, samen met uitleenbedrijven ). Sectoren In de basisgegevens is onderscheid gemaakt naar 137 economische sectoren. In de rapportage zijn deze samengevoegd naar twaalf brede economische sectoren en het aantal uitzendkrachten. Opleiding Er is onderscheid gemaakt naar vijftien opleidingstypen. Daarbinnen zijn er vijf opleidingsniveaus en vier opleidingsrichtingen (zie tabel 2.2). Tabel 2.2 Opleidingstypen, -niveaus en richtingen Opleidingsrichtingen Opleidingsniveaus Technisch Economisch Verzorgend Overig Basis Basisniveau Laag VBO, technisch VBO, economisch VBO, verzorgend Mavo Middelbaar MBO, technisch MBO, economisch MBO, verzorgend Havo/VWO Hoog HBO, technisch HBO, economisch HBO, verzorgend Wetenschappelijk WO, technisch WO, economisch WO, verzorgend Beroep In het basismateriaal wordt uitgegaan van 126 beroepsgroepen. De resultaten worden gepresenteerd voor vijf beroepsniveaus (basis, laag, middelbaar, hoog en wetenschappelijk) en elf opleidingsrichtingen. Bij de opleidingsrichtingen is gebruik gemaakt van de indeling die door het ROA wordt gehanteerd in hun Project Onderwijs-Arbeidsmarkt (POA). 8

14 2.1 Banen naar opleiding, beroep en sector Van alle werknemers in Nederland heeft 22.8% een opleiding op basis of laag niveau en oefent 30.3% een beroep uit op elementair of laag niveau (zie tabel 2.2a). In termen van beroepen is de onderkant van de arbeidsmarkt dus groter dan in termen van de opleiding van de werknemers. Er zijn dus meer mensen overgekwalificeerd (het opleidingsniveau ligt boven het beroepsniveau) dan ondergekwalificeerd (het opleidingsniveau ligt onder het beroepsniveau). Hoewel verwacht mag worden dat het opleidings- en het beroepsniveau ongeveer gelijk zijn, geldt dat niet altijd. In Nederland verricht 4.8% van de werknemers werk dat twee of meer niveaus onder hun opleidingsniveau ligt 7 (zie tabel 2.5). Anderzijds werkt 2.4% twee of meer niveaus boven wat op grond van de opleiding verwacht mocht worden. De meest krappe afbakening van de onderkant van de arbeidsmarkt betreft de mensen die zowel laag opgeleid zijn als een beroep op laag niveau uitoefenen. In Nederland is dat 16.3%. De meest ruime afbakening betreft de mensen die laag zijn opgeleid of een beroep op laag niveau uitoefenen. In Nederland is dat 36.6%. De aldus te berekenen range loopt voor Rotterdam van 15.1% tot 32.6%, voor de G3 (Amsterdam, Den Haag en Utrecht) van 11.3% tot 27.2% en voor Groot-Rijnmond exclusief Rotterdam van 20.7% tot 42.2%. In Rotterdam is het aandeel van de onderkant van de arbeidsmarkt dus kleiner dan gemiddeld in Nederland en aanzienlijk kleiner dan in de overige delen van Groot-Rijnmond, maar groter dan in de andere drie grote steden. Benadrukt dient hierbij te worden dat het om de banen bij bedrijven en instellingen in een gebied gaat. Het gaat niet om werklozen. Bovendien kunnen mensen die bij de bedrijven werken buiten het gebied zelf wonen. De werkzame beroepsbevolking in een gebied kan dus gemiddeld minder hoog opgeleid zijn dan de mensen die bij de bedrijven en instellingen in het gebied werken. Tabel 2.2a Verdeling arbeidsplaatsen naar opleidings- en beroepsniveau, Nederland Beroepsniveau Opleidingsniveau Elementair Laag Middelbaar Hoog Wetenschappelijk Totaal Basis Laag Middelbaar HBO WO Totaal Tabel 2.2b Verdeling arbeidsplaatsen naar opleidings- en beroepsniveau, Rotterdam Beroepsniveau Opleidingsniveau Elementair Laag Middelbaar Hoog Wetenschappelijk Totaal Basis Laag Middelbaar HBO WO Totaal Dat kunnen ook mensen zijn die kort zijn afgestudeerd en tijdelijk werk onder hun opleidingsniveau verrichten of uitzendkrachten die tijdelijk werk verrichten onder hun opleidingsniveau. 9

15 Tabel 2.2c Verdeling arbeidsplaatsen naar opleidings- en beroepsniveau, G3 Beroepsniveau Opleidingsniveau Elementair Laag Middelbaar Hoog Wetenschappelijk Totaal Basis Laag Middelbaar HBO WO Totaal Tabel 2.2d Verdeling arbeidsplaatsen naar opleidings- en beroepsniveau, Ov. Gr.-Rijnmond Beroepsniveau Opleidingsniveau Elementair Laag Middelbaar Hoog Wetenschappelijk Totaal Basis Laag Middelbaar HBO WO Totaal Naar aanleiding van tabel 2.2 hebben enige verdere bewerkingen plaatsgevonden. In tabel 2.3 staat per niveau de verhouding tussen het aandeel van beroepen in het totaal en het aandeel van opleidingen in het totaal. Daaruit blijkt dat er in Nederland meer beroepen op elementair en basisniveau zijn dan opgeleiden op basis en laag niveau. Er zijn dus veel mensen overgekwalificeerd (zij werken in een beroep onder het niveau van hun opleiding). In tabel 2.4 is een overkwalificatie-index voor de totale bedrijvigheid berekend. In die tabel staan ook indices voor het gemiddelde opleidings- en beroepsniveau. In Rotterdam blijkt in mindere mate sprake te zijn van overkwalificatie dan gemiddeld in Nederland en dan in de andere drie grote steden. Vooral opvallend is dat de aandelen van opleidingen en beroepen op het laagste niveau (basis/elementair) met elkaar overeenkomen. Elders zijn er meer beroepen op laag niveau. Op laag niveau is in Rotterdam wel sprake van overkwalificatie (een hoger aandeel van opleidingen dan van beroepen), maar is de mate van overkwalificatie nog aanzienlijk groter in de andere drie grote steden. Aan het andere eind van het spectrum is het overigens opvallend dat het aandeel van beroepen op wetenschappelijk niveau in de andere drie grote steden veel lager is dan het aandeel van de wetenschappelijk opgeleiden. Het aantal wetenschappelijk opgeleiden is daar blijkbaar zo hoog dat zij voor een aanzienlijk deel onder hun niveau weken, ondanks het feit dat er toch veel arbeidsplaatsen op wetenschappelijk beroepsniveau beschikbaar zijn. De mate van mismatch tussen beroeps- en opleidingsniveau is in de onderscheiden vier gebieden van dezelfde orde van grootte (zie tabel 2.5). In de indicator voor de mismatch wordt overigens slechts onderzocht of sprake is van een verschil tussen opleidings- en beroepsniveau. Over de richting waarin wordt geen uitspraak gedaan. Uit de gegevens over het percentage overen ondergekwalificeerden blijkt echter de bevestiging van hetgeen al eerder werd geconstateerd: Nationaal gezien, en vooral in de grote steden, wordt de mismatch in meerdere mate dan in Rotterdam, veroorzaakt doordat veel werknemers zijn overgekwalificeerd. Het voert in het kader van dit onderzoek te ver om in te gaan op de exacte redenen voor en de betekenis van de kleinere mate van overkwalificatie in Rotterdam dan in de andere drie grote steden. Er kan op verschillende manieren over worden geoordeeld 8 : 8 Voor een goed oordeel zouden nadere analyses noodzakelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk wat de rol van pas afgestudeerden is. Mogelijk vormen zij met name in Amsterdam en Utrecht een grotere groep op de arbeidsmarkt dan in Rotterdam. 10

16 Positief voor Rotterdam: Hoogopgeleiden hebben op de Rotterdamse arbeidsmarkt blijkbaar een grotere kans op een baan op hun beroepsniveau dan op de arbeidsmarkt van de andere drie groet steden. Negatief voor Rotterdam: Hoogwaardige bedrijven zullen Rotterdam minder snel als vestigingsplaats kiezen omdat in de andere drie grote steden blijkbaar sprake is van een ruimer aanbod aan hoogopgeleiden, waardoor sprake is van een ruimere keuze. Tabel 2.3 Verhouding beroepen versus opleiding per niveau Niveau beroep en opleiding Rotterdam G3 Ov. Gr. Rijnmond Nederland Elementair/ basis Laag Middelbaar Hoog/ HBO Wetenschappelijk/ WO Toelichting: Weergegeven is per niveau het aandeel van beroepen op dat niveau ten opzichte van het aandeel van opleidingen op dat niveau. Tabel 2.4 Index gemiddeld opleidings- en beroepsniveau arbeidsplaatsen Rotterdam G3 Ov. Gr. Rijnmond Nederland Beroepsindex Opleidingsindex Overkwalificatie-index Toelichting: De opleidingsindex en de beroepsindex zijn bepaald door aan de niveaus basis/elementair, laag, middelbaar, hoog en wetenschappelijk respectievelijk de gewichten 0, 1, 2, 3 en 4 te geven. Het gemiddeld niveau is hoger naarmate de score hoger is. De overkwalificatie-index is berekend als de opleidingsindex gedeeld door de beroepsindex. Naarmate de score hoger is, werken meer mensen in een beroep dat onder hun opleidingsniveau ligt. Tabel 2.5 Indicatoren match opleiding en beroep Rotterdam G3 Ov. Gr. Rijnmond Nederland Mismatch % overgekwalificeerd 26.5% 32.7% 28.5% 30.3% % ondergekwalificeerd 20.4% 16.7% 20.4% 18.0% % zwaar overgekwalificeerd 4.1% 5.8% 4.7% 4.8% % zwaar_ondergekwalificeerd 2.9% 2.4% 2.6% 2.4% Toelichting: Er is sprake van een mismatch wanneer het opleidingsniveau niet gelijk is aan het beroepsniveau. Er is sprake van overkwalificatie wanneer het opleidingsniveau hoger is dan het beroepsniveau. Bedraagt het verschil twee niveaus of meer, dan is sprake van zware overkwalificatie. Voor onderkwalificatie geldt het omgekeerde. Dan ligt het opleidingsniveau onder het beroepsniveau. De mismatch is bepaald door het absolute verschil tussen het opleidingsniveau en het beroepsniveau te bepalen. Het is de som over alle 25 cellen van het aandeel van de waarnemingen in het totaal maal het niveauverschil tussen beroep en opleiding. De score is minimaal 0 wanneer alle waarnemingen op de hoofddiagonaal liggen en maximaal 4 wanneer alle waarnemingen in de rechterbovenhoek of de linkerbenedenhoek liggen. Hoe hoger de score op de mismatch, hoe meer verschil er gemiddeld bestaat tussen het opleidingsniveau en het beroepsniveau. Na deze eerste inventarisatie van de omvang van de onderkant van de arbeidsmarkt en de twee invalshoeken (opleiding c.q. beroep) vinden in het vervolg van deze paragraaf de volgende uitwerkingen plaats: 11

17 Een onderverdeling van de totale werkgelegenheid naar economische sector (dertien brede sectoren), opleidingstype, opleidingsniveau, opleidingsrichting, beroepsniveau en beroepsrichting. Dat geeft een beeld van de totale economische structuur van Rotterdam en de drie referentiegebieden. Een nadere beschouwing van werknemers met een opleiding op basis- of laag niveau. Een andere beschouwing van werknemers die een beroep op elementair of laag niveau uitoefenen. Een samenvattend overzicht van het aandeel van de onderkant van de arbeidsmarkt (naar opleiding en beroep) binnen de dertien brede economische sectoren. Tevens vindt een verder detaillering plaats van de in dit rapport veelal gehanteerde indeling in dertien brede economische sectoren. Per fijnmazige sector wordt nagegaan in hoeverre er laagopgeleiden werkzaam zijn en of er sprake is van veel beroepen op laag niveau. In bijlage III staan gedetailleerde tabellen met de achtergrondgegevens. Daar staan ook de absolute aantallen arbeidsplaatsen in Rotterdam. In de figuren in deze paragraaf zijn de aantallen arbeidsplaatsen veelal uitgedrukt per duizend inwoners van 15 tot 65 jaar. Daardoor is duidelijk in hoeverre bepaalde typen bedrijvigheid relatief sterk of relatief zwak zijn vertegenwoordigd in de vier vergeleken gebieden 9. In de staafdiagrammen voor Rotterdam is ook met een symbool de score voor de andere drie grote steden weergegeven. De score van Rotterdam ten opzichte van de andere drie grote steden is daardoor direct duidelijk. Structuur totale werkgelegenheid Per ultimo 2008 zijn er 370 duizend arbeidsplaatsen in Rotterdam 10. De grootste leveranciers van banen zijn kennisdiensten en de zorgsector. Zowel naar opleiding als naar beroep beschouwd vormt het middelbare niveau de grootste groep (zie figuur 2.1; zie tabel III.1 voor de exacte cijfers). Administratief-economische beroepen vormen de grootste beroepsrichting, op afstand gevolgd door de beroepsrichtingen technisch/industrie en verzorgend. Het totaal aantal arbeidsplaatsen per duizend inwoners van 15 tot 65 jaar is in Rotterdam ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de andere drie grote steden. Vergeleken met die andere drie grote steden zijn kennisdiensten, belevingsdiensten en openbaar bestuur in Rotterdam minder sterk vertegenwoordigd, maar materiaalgeoriënteerde activiteiten als industrie, bouwnijverheid, groothandel en transport juist wat sterker. Ook de zorgsector is in Rotterdam relatief sterk vertegenwoordigd. Naar opleiding en beroep beschouwd bestaan er opvallende accentverschillen tussen Rotterdam en de overige grote steden. Beroepen en opleidingen zijn op basis- laag en middelbaar niveau sterker vertegenwoordigd in Rotterdam dan in de andere drie grote steden en beroepen en opleidingen op hoog en wetenschappelijk niveau juist minder sterk (zie ook de analyses in het eerste deel van deze paragraaf). Daarnaast zijn technisch opgeleiden sterker en economisch en verzorgend opgeleiden minder sterk vertegenwoordigd dan in de andere drie grote steden. Een soortgelijk patroon resulteert voor het onderscheid naar beroepsrichting. De richtingen technisch/industrie en transport zijn in Rotterdam sterker vertegenwoordigd dan in de andere drie grote steden, voor de beroepsrichting economisch-administratief, informatica en cultureel geldt het omgekeerde. De weergegeven patronen weerspiegelen economische specialisaties (het haven-industrieel complex in Rotterdam en, in iets mindere mate, het 9 10 Voor de andere drie grote steden, voor de rest van Groot-Rijnmond en voor Nederland kunnen de absolute aantallen arbeidsplaatsen overigens eenvoudig worden berekend door de gegevens in de tabellen in bijlage III te vermenigvuldigen met het aantal inwoners van 15 tot 65 jaar (zie tabel 2.1). Zoals in bijlage III is aangegeven, is dit een schatting die is gebaseerd op gegevens van het CBS over het aantal banen van werknemers per ultimo 2007, opgehoogd met een prognose voor de ontwikkeling gedurende het jaar

18 zorgcomplex; in de andere drie steden economisch-administratief, met name de commerciële kantorensector in Amsterdam en Utrecht, informatica, met name in Utrecht en cultureel, met name in Amsterdam). Het meest opvallend is echter de, vergeleken met de andere drie grote steden, relatief grote omvang van de onderkant van de arbeidsmarkt in Rotterdam. Figuur 2.1 Banen werknemers per gebied, dec Rotterdam Rotterdam G3 Rest Rijnmond Nederland Absoluut Per 1000 inwoners jaar Sector Industrie Bouwnijverheid Groothandel Transport Kennisdiensten Detailhandel Belevingsdiensten Openbaar bestuur Onderwijs Zorgsector Ambulante activiteiten Overig Uitzendkrachten Score G3 Opleidingstype Basisonderwijs MAVO VBO, technisch VBO, economisch VBO, verzorgend HAVO/VWO MBO, technisch MBO, economisch MBO, verzorgend HBO, technisch HBO, economisch HBO, verzorgend WO, technisch WO, economisch WO, verzorgend Opleidingsniveau Basis Laag Middelbaar HBO WO Opleidingsrichting Technisch Economisch Verzorgend Overig Beroepsniveau Basis Laag Middelbaar Hoog Wetenschappelijk Beroepsrichting Pedagogisch Cultureel Agrarisch Technisch/industrie Transport (Para-)medisch Econ.-administratief Informatica Sociaal-cultureel Verzorgend Openbare orde

19 Laag opgeleiden In totaal zijn er bijna 84 duizend arbeidsplaatsen voor laagopgeleiden bij Rotterdamse bedrijven en instellingen. Per duizend inwoners van 15 tot 65 jaar is dat ruim meer dan in de andere drie grote steden (zie tabel III.2). Vooral het aantal banen voor werknemers met een opleiding op basisniveau is in Rotterdam duidelijk hoger dan in de andere referentiegebieden (zie figuur 2.2). Ten opzichte van de andere drie grote steden geldt dat ook voor laag technisch opgeleiden. Ten opzichte van het nationaal gemiddelde is daar echter geen sprake van. Laagopgeleiden werken vergeleken met de andere drie grote steden relatief veel in de industrie, het transport en de zorgsector. Toch moet geconstateerd worden dat industrie en transport in Rotterdam nog slechts 21% van het totaal aantal arbeidsplaatsen voor laagopgeleiden leveren. De decennialange rationalisering en upgrading binnen deze sectoren heeft voor een sterke afname van het aantal banen voor laagopgeleiden gezorgd. Sectoren als de zorgsector, detailhandel en belevingsdiensten leveren in Rotterdam momenteel elk individueel zelfs meer banen voor laagopgeleiden dan industrie. En het aantal laagopgeleiden met een verzorgend beroep is hoger dan het aantal laagopgeleiden met een beroep in de richtingen technisch/industrie en transport gezamenlijk. Figuur 2.2 Banen laagopgeleide werknemers per gebied, dec (*1000) Rotterdam Rotterdam G3 Rest Rijnmond Nederland Absoluut Per 1000 inwoners jaar Sector Industrie Bouwnijverheid Groothandel Transport Kennisdiensten Detailhandel Belevingsdiensten Openbaar bestuur Onderwijs Zorgsector 10 Score 25 G Ambulante activiteiten Overig Uitzendkrachten Opleidingstype Basisonderwijs MAVO VBO, technisch VBO, economisch VBO, verzorgend Beroepsniveau Basis Laag Middelbaar Hoog Wetenschappelijk Beroepsrichting Pedagogisch Cultureel Agrarisch Technisch/industrie Transport (Para-)medisch Econ.-administratief Informatica Sociaal-cultureel Verzorgend Openbare orde

20 Figuur 2.3 Banen werknemers per inwoners jaar naar opleidingstype laagopgeleiden per gebied, dec Basis Mavo VBO, technisch VBO, economisch VBO, verzorgend Industrie Bouwnijverheid Groothandel Transport Kennisdiensten Detailhandel Belevingsdiensten Openbaar bestuur Onderwijs Zorgsector Ambulante activiteiten Overig Uitzendkrachten Pedagogisch Cultureel Agrarisch Technisch/industrie Transport (Para-)medisch Econ.-administratief Informatica Sociaal-cultureel Verzorgend Openbare orde Totaal Nederland Rest corop Groot-Rijnmond Drie grote steden 15

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen Maart 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen April 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen blijven stijgen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen September 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen Juni 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage 8 Toelichting

Nadere informatie

Loon voor en na WW. Samenvatting

Loon voor en na WW. Samenvatting Loon voor en na WW Samenvatting len voor en na de WW onderzocht UWV heeft onderzocht in hoeverre het loon van werknemers voor en na de WW-uitkering verschilt. Daarbij is in de periode 2012-2013 gekeken

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Gorinchem

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Gorinchem Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Gorinchem Samenvatting Aantal banen neemt in beperkte mate toe, echter niet in collectieve sector In de krimpregio Gorinchem neemt het aantal banen van

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen Samenvatting Meer banen in Rijk van Nijmegen, vooral in zakelijke diensten In Rijk van Nijmegen groeit het aantal banen van werknemers

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Amersfoort

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Amersfoort Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Amersfoort Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Amersfoort groeit het aantal banen van werknemers (voltijd en

Nadere informatie

Niet-werkende werkzoekenden

Niet-werkende werkzoekenden Januari 2012 Niet-werkende werkzoekenden 2 WW-uitkeringen 3 Vacatures ingediend bij UWV WERKbedrijf 4 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 5 Statistische bijlage 6 Toelichting NWW/WW

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Februari 2013

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Februari 2013 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Februari 2013 Inhoudsopgave WW-uitkeringen 2 Niet-werkende werkzoekenden geregistreerd bij UWV WERKbedrijf 4 Ingediende vacatures UWV en spanningsindicator 5 Ingediende ontslagaanvragen

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zuid-Kennemerland en IJmond groeit het aantal

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

Februari 2012 Niet-werkende werkzoekenden (NWW) gestegen Meer WW-uitkeringen

Februari 2012 Niet-werkende werkzoekenden (NWW) gestegen Meer WW-uitkeringen Februari 2012 Niet-werkende werkzoekenden (NWW) gestegen - 483.000 werkzoekenden ingeschreven bij UWV WERKbedrijf - Vooral meer jonge werkzoekenden - Sterke toename werkzoekenden met transport beroep maar

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Helmond-De Peel

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Helmond-De Peel Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Helmond-De Peel Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Helmond-De Peel groeit het aantal banen van werknemers (voltijd

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zeeland

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zeeland Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zeeland Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zeeland groeit het aantal banen van werknemers (voltijd en deeltijd)

Nadere informatie

Regiorapportage Nijmegen

Regiorapportage Nijmegen Regiorapportage Nijmegen In opdracht van SER Gelderland Oktober 2008 Drs. J.D. Gardenier L.T. Schudde M. Nanninga MSc CAB Martinikerkhof 30 9712 JH Groningen 050-3115113 cab@cabgroningen.nl www.cabgroningen.nl

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Juli 2014

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Juli 2014 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Juli 2014 Inhoudsopgave WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures UWV 5 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 6 Statistische bijlage 7 Toelichting NWW/WW/WBB

Nadere informatie

Ontwikkelingen arbeidsmarkt: Uitzendbureau? Kans op werk!

Ontwikkelingen arbeidsmarkt: Uitzendbureau? Kans op werk! Ontwikkelingen arbeidsmarkt: Uitzendbureau? Kans op werk! UWV-congres Uitzendbranche Zwolle, 15 november 2012, Rob Witjes, Arbeidsmarktinformatie en -advies, UWV 1 Inhoud presentatie Actuele ontwikkelingen

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld Arbeidsmarktregio Achterhoek

Highlights Regio in Beeld Arbeidsmarktregio Achterhoek Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Achterhoek Samenvatting Meer banen in marktsector, maar minder in collectieve sector De economie in de Achterhoek herstelt, maar de werkgelegenheidsontwikkeling

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt juni 2013

Nieuwsflits Arbeidsmarkt juni 2013 Nieuwsflits Arbeidsmarkt juni 2013 Inhoudsopgave WW-uitkeringen 2 Niet-werkende werkzoekenden geregistreerd bij UWV 4 Bij UWV ingediende vacatures 5 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014 Fact sheet juni 2015 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is voor het eerst sinds enkele jaren weer gedaald. Van de bijna 140.000 Amsterdamse jongeren

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Rijnmond

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Rijnmond Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Rijnmond Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Rijnmond groeit het aantal banen van werknemers (voltijd en deeltijd)

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Stedendriehoek en Noordwest Veluwe Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Stedendriehoek en Noordwest Veluwe Samenvatting Meer banen in de Stedendriehoek en Noordwest Veluwe, maar niet in alle sectoren In de Stedendriehoek en

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio IJsselvechtstreek

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio IJsselvechtstreek Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio IJsselvechtstreek Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In IJsselvechtstreek groeit het aantal banen van werknemers

Nadere informatie

APO nieuwsbrief thema aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt

APO nieuwsbrief thema aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt APO nieuwsbrief thema aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt Belangrijkste conclusies Uit het onderzoek komen een aantal belangrijke conclusies naar voren: In 2015 wordt in Overijssel een toename van het

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden, ontslagaanvragen, vacatures en WW-uitkeringen

Aantal werkzoekenden, ontslagaanvragen, vacatures en WW-uitkeringen September 2010 Aantal werkzoekenden, ontslagaanvragen, vacatures en WW-uitkeringen 2 WW-uitkeringen 5 Ingediende vacatures 6 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 7 Ingediende ontslagaanvragen en verleende

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. December 2014

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. December 2014 Nieuwsflits Arbeidsmarkt December 2014 Inhoudsopgave WW-uitkeringen 2 Bij UWV ingediende vacatures 5 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 6 Statistische bijlage 7 Toelichting NWW/WW/WBB

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Noord-Holland Noord groeit het aantal banen van werknemers

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Midden-Gelderland

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Midden-Gelderland Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Midden-Gelderland Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, maar niet in collectieve sector De economie in Midden-Gelderland groeit en dat leidt ook tot

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Twente

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Twente Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Twente Samenvatting Meer banen in Twente, maar niet in alle sectoren In Twente groeit het aantal banen van werknemers (voltijd en deeltijd) in 2015 en 2016

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zuidoost-Brabant groeit het aantal banen van werknemers

Nadere informatie

Arbeidsmarktgegevens WGO Utrecht

Arbeidsmarktgegevens WGO Utrecht www.onderzoek.utrecht.nl Arbeidsmarktgegevens WGO Utrecht beroepsbevolking, werkloosheid, baankansen, vacatures notitie van Onderzoek maart 2013 Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030

Nadere informatie

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) December 2014

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) December 2014 Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) December 2014 In deze notitie van UWV WERKbedrijf, die tweemaandelijks verschijnt, worden de actuele ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt kort toegelicht.

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Juli 2015

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Juli 2015 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Juli 2015 Inhoudsopgave WW-uitkeringen 2 Online vacatures 7 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 8 Statistische bijlage 9 Toelichting NWW/WW/WBB 17 Colofon

Nadere informatie

Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV

Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV 16 februari 2012 Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren

Nadere informatie

KANSEN OP DE ARBEIDSMARKT VOOR LAAG

KANSEN OP DE ARBEIDSMARKT VOOR LAAG KANSEN OP DE ARBEIDSMARKT VOOR LAAG OPGELEIDE WERKZOEKENDEN IN ROTTERDAM EINDRAPPORT Peter van Nes (SEOR) Peter Louter (Bureau Louter) Met medewerking van: Arjan de Wit (SEOR) Pim van Eikeren (Bureau Louter)

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Drenthe

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Drenthe Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Drenthe Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Drenthe groeit het aantal banen van werknemers beperkt. Structurele

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Basiscijfers gemeenten. Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht

Basiscijfers gemeenten. Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht Basiscijfers gemeenten Arbeidsmarktregio Midden- Inhoudsopgave Inleiding... 3 Nww-percentage december 2011... 4 Ontwikkeling nww 2010-2011... 5 Standcijfers nww 2011 en nww-percentages december 2010 en

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden, ontslagaanvragen, vacatures en WW-uitkeringen

Aantal werkzoekenden, ontslagaanvragen, vacatures en WW-uitkeringen Mei 2010 Aantal werkzoekenden, ontslagaanvragen, vacatures en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Januari 2015

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Januari 2015 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Januari 2015 Inhoudsopgave WW-uitkeringen 2 Online vacatures 5 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage 8 Toelichting NWW/WW/WBB 17 Colofon

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Achterhoek Februari 2013

Arbeidsmarkt Achterhoek Februari 2013 Arbeidsmarkt Achterhoek Februari 2013 Inhoud Werkgelegenheid Vacatures Werkloosheid Bevolkingsontwikkeling Aandachtspunten komende jaren Activiteiten POA Achterhoek PAG 2 Structuur werkgelegenheid regio

Nadere informatie

4. Werkloosheid in historisch perspectief

4. Werkloosheid in historisch perspectief 4. Werkloosheid in historisch perspectief Werkloosheid is het verschil tussen het aanbod van arbeid en de vraag naar arbeid. Het arbeidsaanbod in Noord-Nederland hangt samen met de mate waarin de inwoners

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV. 17 maart 2011 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks in een gezamenlijk

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf. 9 juli 2010 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio West-Brabant

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio West-Brabant Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio West-Brabant Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In West-Brabant groeit het aantal banen van werknemers (voltijd

Nadere informatie

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Zzp ers in de provincie Utrecht 2013 Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Ester Hilhorst Economic Board Utrecht Februari 2014 Inhoud Samenvatting Samenvatting Crisis kost meer banen in 2013 Banenverlies

Nadere informatie

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011 Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011 In deze notitie van het UWV WERKbedrijf, die vanwege de resultaten van de Quick Scan wat later verschijnt dan gebruikelijk, worden de actuele ontwikkelingen

Nadere informatie

Vacatures in de industrie 1

Vacatures in de industrie 1 Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zuid-Holland Centraal groeit het aantal banen van werknemers

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zuid-Limburg groeit het aantal banen van werknemers (voltijd

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 9 mei 015 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 86 1350 onderzoek@utrecht.nl

Nadere informatie

Werkloosheid opnieuw gestegen

Werkloosheid opnieuw gestegen Persbericht PB14-012 20 februari 09.30 uur Werkloosheid opnieuw gestegen - Werkloze beroepsbevolking in januari met 10 duizend toegenomen - Aantal WW-uitkeringen met 23 duizend gestegen De voor seizoeninvloeden

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2014

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2014 Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 214 In deze notitie van UWV WERKbedrijf, die tweemaandelijks verschijnt, worden de actuele ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt kort toegelicht.

Nadere informatie

Barometer Arbeidsmarkt Gelderland 2e kwartaal 2013

Barometer Arbeidsmarkt Gelderland 2e kwartaal 2013 Barometer Arbeidsmarkt Gelderland 2e kwartaal 2013 In deze notitie van UWV, die ieder kwartaal verschijnt, worden de actuele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de provincie Gelderland kort toegelicht.

Nadere informatie

Een uitdagende arbeidsmarkt. Erik Oosterveld 24 juni 2014

Een uitdagende arbeidsmarkt. Erik Oosterveld 24 juni 2014 Een uitdagende arbeidsmarkt Erik Oosterveld 24 juni 2014 Wat waren de gevolgen van de recessie? Hoeveel banen zijn er verloren gegaan? In welke sectoren heeft de recessie het hardst toegeslagen? Werkgelegenheid

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Mei 2007

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Mei 2007 Nieuwsflits Arbeidsmarkt Mei 2007 Amsterdam, juni 2007 Forse daling aantal niet-werkende werkzoekenden In 2007 daalde het aantal niet-werkende werkzoekenden (nww) met 13.500 (-2,6) naar 512.907. Dit is

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

De eerste baan is niet de beste

De eerste baan is niet de beste De eerste baan is niet de beste Auteur(s): Velden, R. van der (auteur) Welters, R. (auteur) Willems, E. (auteur) Wolbers, M. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA)

Nadere informatie

Arbeidsmarktprognoses Noord-Holland 2012

Arbeidsmarktprognoses Noord-Holland 2012 Arbeidsmarktprognoses Noord-Holland 2012 t.b.v. Monitor Arbeidsmarkt en Onderwijs Provincie Noord-Holland IJmuiden, 23 november 2012 Arjan Heyma www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Belangrijkste

Nadere informatie

Werkloosheid in augustus gedaald

Werkloosheid in augustus gedaald Persbericht PB13-061 19 september 09.30 uur Werkloosheid in augustus gedaald - In augustus minder werkloze jongeren - Stijgende trend werkloosheid minder sterk - Bijna 400 duizend WW-uitkeringen De voor

Nadere informatie

Middelbaar opgeleiden op de arbeidsmarkt

Middelbaar opgeleiden op de arbeidsmarkt Middelbaar opgeleiden op de arbeidsmarkt september 2006 De beleidsmatige belangstelling voor de arbeidsmarkt spitst zich over het algemeen toe op gevreesde tekorten aan de bovenkant van de markt en gevreesde

Nadere informatie

Herintreders op de arbeidsmarkt

Herintreders op de arbeidsmarkt Herintreders op de arbeidsmarkt Sabine Lucassen Voor veel herintreders is het lang dat ze voor het laatst gewerkt hebben. Herintreders zijn vaak vrouwen in de leeftijd van 35 44 jaar en laag of middelbaar

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in Zuidoost-Brabant. UWV Gerald Ahn 9 september 2014

De arbeidsmarkt in Zuidoost-Brabant. UWV Gerald Ahn 9 september 2014 De arbeidsmarkt in Zuidoost-Brabant UWV Gerald Ahn 9 september 2014 Recente persberichten (CBS) Wisselende berichten over de markt Werkloosheid in juli verder gedaald Stijging WW-uitkeringen Consumptie

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Rapportage (N)WW< 27 jaar. Augustus 2015

Rapportage (N)WW< 27 jaar. Augustus 2015 Rapportage (N)WW< 27 jaar Augustus 2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 WW-uitkeringen 2 Niet-werkende werkzoekenden 12 Toelichting NWW/WW/WBB 17 Colofon 18 Rapportage (N)WW< 27 jaar 1 WW-uitkeringen < 27

Nadere informatie

Demografische ontwikkelingen: krimp en vergrijzing

Demografische ontwikkelingen: krimp en vergrijzing 1 Onderwijs en Arbeidsmarkt: schieten op bewegende doelen Presentatie conferentie 100% Ondernemend Vennekerk Oldambt, Winschoten, 10 september 2012 Prof. dr Jouke van Dijk Hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse

Nadere informatie

Nieuw SPECIAL DEFINITIEVE RESULTATEN PROB

Nieuw SPECIAL DEFINITIEVE RESULTATEN PROB Nieuwsbrief december 2009 SPECIAL DEFINITIEVE RESULTATEN PROB Als uitbreiding van de gebruikelijke APO-gegevens is Etil de afgelopen maanden druk bezig geweest om informatie te leveren rond de aansluiting

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud 4 e editie Economische monitor Voorne PutteN Opzet en inhoud In 2010 verscheen de eerste editie van de Economische Monitor Voorne-Putten, een gezamenlijk initiatief van de vijf gemeenten Bernisse, Brielle,

Nadere informatie

Regio Groningen-Assen kansen en risico s voor de arbeidsmarkt

Regio Groningen-Assen kansen en risico s voor de arbeidsmarkt Regio Groningen-Assen kansen en risico s voor de arbeidsmarkt 16 Mei 2011 Drs. Jan Dirk Gardenier MBA, directeur CAB Martinikerkhof 30 9712 JH Groningen (050) 311 51 13 www.cabgroningen.nl 1 Regio Groningen

Nadere informatie

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien

Nadere informatie

Werkloosheid verder toegenomen

Werkloosheid verder toegenomen Persbericht PB14-019 20 maart 09.30 uur Werkloosheid verder toegenomen - Werkloze beroepsbevolking in februari met 13 duizend gestegen - Vrijwel evenveel werkloze jongeren als drie maanden geleden - Aantal

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in Holland- Rijnland vanuit economisch pespectief

De arbeidsmarkt in Holland- Rijnland vanuit economisch pespectief De arbeidsmarkt in Holland- Rijnland vanuit economisch pespectief Op basis van het arbeidsmarktonderzoek van Research voor Beleid en EIM Douwe Grijpstra Datum: 7 november 2007 Opbouw presentatie -Inrichting

Nadere informatie

Werkloosheid nauwelijks veranderd

Werkloosheid nauwelijks veranderd Persbericht Pb14-084 18-12-2014 09.30 uur Werkloosheid nauwelijks veranderd - Werkloosheid blijft 8 procent - Meer mensen aan het werk in de afgelopen drie maanden - Aantal WW-uitkeringen met 6 duizend

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Werkgelegenheidsonderzoek 2010 2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek

Nadere informatie

17/10/2012. De Drentse arbeidsmarkt. Lokale arbeidsmarktproblematiek kent twee fundamentele problemen. Dr. Arjen Edzes

17/10/2012. De Drentse arbeidsmarkt. Lokale arbeidsmarktproblematiek kent twee fundamentele problemen. Dr. Arjen Edzes 2 De Drentse arbeidsmarkt Lokale arbeidsmarktproblematiek kent twee fundamentele problemen 1. Inclusieve arbeidsmarktvraagstuk (banen, werkgevers): Beleidsruimteprobleem Dr. Arjen Edzes Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Economische krimp in 2009 Aantal vacatures sterk gedaald Werkloosheid in Breda stijgt me 14% Bredase bijstand daalt minimaal Bijstand onder jongeren sterk gestegen

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht 7-74% betaald werk voor

Nadere informatie

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao.

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Zaida Lake Inleiding Via de media zijn de laatste tijd discussies gaande omtrent de plaats die de buitenlandse arbeidskrachten

Nadere informatie

Themabijeenkomst regionale arbeidsmarkt. Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde

Themabijeenkomst regionale arbeidsmarkt. Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde Themabijeenkomst regionale arbeidsmarkt Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde Aandachtspunten Even voorstellen: Willem van der Craats De werkgelegenheidsstructuur

Nadere informatie

Aanleiding. Regio West-Friesland

Aanleiding. Regio West-Friesland Aanleiding Naar aanleiding van een verzoek van het hoofd sociale zaken van Hoorn is de afdeling Arbeidsmarktinformatie en -advies van het UWV gevraagd een korte analyse te maken van de arbeidmarkt in West-Friesland.

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Anderhalf jaar stijgende lijn werkloosheid

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Anderhalf jaar stijgende lijn werkloosheid Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB13-003 17 januari 2013 9.30 uur Werkloosheid verder toegenomen Werkloosheid in december opgelopen naar 7,2 procent Vanaf medio vrijwel voortdurende stijging

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Zuidoost-Drentse arbeidsmarkt van zorg en welzijn Een regionaal arbeidsmarktonderzoek voor de zorg- en welzijnssector in Zuidoost- Drenthe

Zuidoost-Drentse arbeidsmarkt van zorg en welzijn Een regionaal arbeidsmarktonderzoek voor de zorg- en welzijnssector in Zuidoost- Drenthe Zuidoost-Drentse arbeidsmarkt van zorg en welzijn Een regionaal arbeidsmarktonderzoek voor de zorg- en welzijnssector in Zuidoost- Managementsamenvatting Arbeidsmarktinformatie is belangrijk voor de zorg-

Nadere informatie

Werkgelegenheidsmonitor. Rotterdam. Winter 2011

Werkgelegenheidsmonitor. Rotterdam. Winter 2011 Werkgelegenheidsmonitor Rotterdam Winter 2011 Conclusies en samenvatting 4 Inleiding 6 1. Werkgelegenheid 8 1.1 De ontwikkeling van de werkgelegenheid over 2009 en 2010 9 1.2 Verwachte ontwikkeling werkgelegenheid

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek

Centraal Bureau voor de Statistiek 31 oktober 2007 Maandelijkse cijfers over de werklozen en van het CBS en CWI Samenvatting Vanaf 20 januari 2004 publiceren het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en CWI (Centrum voor Werk en Inkomen)

Nadere informatie

Districtsrapportage. NOORDWEST -Noord-Holland-Noord -Zuidelijk Noord-Holland

Districtsrapportage. NOORDWEST -Noord-Holland-Noord -Zuidelijk Noord-Holland Districtsrapportage NOORDWEST - - 21 INHOUDSOPGAVE Pagina ACHTERGRONDINFORMATIE 3 1 WERKGELEGENHEID 4 2 VACATURES 5 3 ECABO ENQUETE 6 4 LEERLINGEN 7 5 GEDIPLOMEERDEN 8 7 PERSPECTIEVEN WERKGEVERS 1 8 ARBEIDSMARKTPERSPECTIEVEN

Nadere informatie

Februari 2010. Brancheschets Horeca

Februari 2010. Brancheschets Horeca Februari 2010 Brancheschets Horeca Brancheschets Horeca Afdeling Arbeidsmarktinformatie Redactie: Rob de Munnik, Marijke Oosterhuis & Niek Veeken 10-2-2010 Landelijk Bedrijfsadviseur Horeca Patricia Oosthof

Nadere informatie

Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto

Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto 1 Rabobank Groep Duits-Nederlandse grensstreek Inhoudsopgave Demografie Dynamiek, groen-grijs, beroepsbevolking, inkomen, migratie Werkgelegenheid

Nadere informatie

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. April 2015

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. April 2015 Nieuwsflits Arbeidsmarkt April 2015 Inhoudsopgave WW-uitkeringen 2 Online vacatures 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage 8 Toelichting NWW/WW/WBB 16 Colofon

Nadere informatie

KING-thema 2: Arbeidsparticipatie

KING-thema 2: Arbeidsparticipatie Gerard Marlet, Roderik Ponds, Clemens van Woerkens KING-thema 2: Arbeidsparticipatie Methodologische verantwoording Atlas voor gemeenten Postbus 9627 3506 GP UTRECHT T 030 2656438 F 030 2656439 E info@atlasvoorgemeenten.nl

Nadere informatie